11-03-09

France Gall & Serge Gainsbourg

gall_et_gainsbourg

Serge Gainsbourg was een smeerlapke.

Ondanks zijn looks slaagde hij er in de ene na de andere knappe Franse deerne rond zijn vingers te winden: Brigitte Bardot, Sylvie Vartan, Anna Karina, Françoise Hardy, Isabelle Adjani… Hij heeft ze allemaal laten… euh, zingen.

Eentje uit de rij was France Gall. Een onschuldig tienermeisje nog. Ze was pas pas 17 toen ze het Eurovisie Songfestival won met "Poupée de cire, poupée de son". "Ik ben slechts een poppetje in zijn handen" liet hij haar zingen. En miljoenen vonden het geweldig.

Het volgende jaar - het was ondertussen 1966 - deed Robert Gall, haar vader en ook haar manager, opnieuw beroep op de diensten van monsieur Gainsbourg. Dit keer kwam hij met 'Les sucettes', een liedje over een meisje dat houdt van lekstokken met anijssmaak.

 

Het publiek luste er wel pap van: France werd uitgeroepen tot Franse zangeres van het jaar.

De ironische, erotische ondertoon ontging het naieve meisje helemaal. Wist zij veel dat het eigenlijk allemaal draaide om fellatio?

Lorsque le sucre d’orge
Parfumé à l’anis
Coulée ou gorge de l'Annie
Elle est au paradis

Toen Le beau Serge de dubbele bodem verklapte tijdens een interview op TV, reageerde het zangeresje geschokt. Ze voelde zich zwaar bedrogen door de volwassenen rondom zich. Wekenlang sloot ze zich op en weigerde nog met iemand te praten. Haar carrière leed er onder en ze verdween grotendeels van het toneel.

 

Een jaar of vier later wou ze haar carrière hervatten. Daarvoor was ze zelfs bereid terug te gaan samenwerken met Gainsbourg. "ik ben hem gaan opzoeken omdat niets nog lukte," gaf ze achteraf toe. "Hij heeft heel lief toegzegd om twee nummers voor mij te schrijven." Dat werden 'Frankenstein' en 'Les petits ballons', uitgebracht in mei 1972.

"De teksten waren perfect, maar het was niet hetgeen ik verwacht had. Ik was er niet echt gelukkig mee."

De single flopte. Maar misschien had ze de teksten toch even beter moeten lezen, vooral die van het b-kantje:

 

Mais moi rien ne me touche
Je n'éprouve aucune émotion
Je ne frémis que si l'on touche
À mes petits ballons
   

In het boekje bij de verzamelaar Il les faits chanter, staat dat de werktitel van dit nummer was: 'Les petits tettons'.

 

Serge Gainsbourg was een smeerlapke.

 

19-01-09

De vete tussen Sting en Rod Stewart

We schrijven 1991. Sting heeft een Lear Jet gehuurd om op comfortabele manier te kunnen reizen. Groot is zijn verbazing wanneer hij zich aan een tafeltje zet. In het tefalblad heeft iemand een boodschap voor hem gekrast:

"Waar is je verdomde gevoel voor humor, belachelijk ventje?"

 

Woest om de verspilling van het kostbare hout laat de geblondeerde rockster navraag doen wie dit op zijn geweten heeft.

 

De dader blijkt zijn collega Rod Stewart te zijn. Toen die vernam dat Sting de volgende klant zou zijn om van het privé vliegtuig gebruik te maken, had hij de stewardes opgesloten in het toilet, om ongestoord zijn boodschap te kunnen overbrengen.

 

Misschien was het een wat verlaat antwoord op een song van The Police van jaren geleden. Op Outlandos d'Amour, de debuut-LP van die groep, stond immers de song 'Peanuts'. Daarin deden de jonge "punkers" scherpe uitval tegen de riante levensstijl van de Schotse zanger.

 

You sang your song
For much too long
There's something wrong
The brain has gone
Oh no, try to liberate me
I said oh no, stay and irritate me
I said oh no, try to elevate me
I said oh no, just a fallen hero

Don't wanna hear about the drugs you're taking
Don't wanna read about the love you're making
Don't wanna hear about the life you're faking
Don't wanna read about the muck they're raking


Sting bedacht een plannetje om het Rod Stewart kon betaald zetten. Hij wachtte geduldig af tot Rod zijn villa in Beverly Hills verlaten had om de electronische poort met een stevige ketting te gaan afsluiten. Het sleuteltje verdween in een rioleringsputje.

Toen Rod later die namiddag avond kwam, moest hij er de brandweer bij halen om het geval te komen doorslijpen. Drie uur lang kon hij zijn eigen huis niet in.

 

Om het er nog wat in te wrijven zond Sting hem een boeketje bloemen met een kaartje: "Waar is jouw gevoel voor humor?"

 

 

Twee jaar later was alles blijkbaar bijgelegd, want de twee stonden broederlijk naast Brian Adam in het clipje voor de meesterlijke song 'All For Love'. Het ding kwam uit de soundtrack van de Disneyfilm The Three Musketeers en stond zowat overal ter wereld wekenlang op nummer 1.

 

 

 

Gelukkig hernamen de beide heren, na het tellen van de centen, hun ruzie opnieuw. In oktober 2003 gaf Rodney een interview aan het tijdschrift Radio Times om een musical gebaseerd op zijn songs te promoten. Maar toen de vragen over Tonight's The Night op waren waagde de journalist het om bij de zanger  te informeren wat hij er van vond dat hij nog nooit een Grammy had gewonnen.

 

De toen 58-jarige rocker trapte wild om zich heen. "Die geven ze je niet als je een Brit bent, behalve als je er eentje bent zoals Sting. De zon schijnt uit zijn kont - een pure jazz muzikant - meneer serieus die de Indanen helpt!"

 

Sting had toen al van die prestigieuze onderscheidingen gewonnen als soloartiest en nog eens vijf met The Police.

 

De man die eigenlijk Gordon Sumner heet, was op dat moment op een promotietournee voor zijn zoveelste cd. Tijdens een persconferentie in Hong Kong reageerde hij op de uitval van zijn collega: "Hij heeft nog nooit een Grammy gewonnen, en ik vind Rod een fantastische artiest. Echt waar. " Met de tong stevig in de wang ging hij verder: "Ik ben een enorme fan van Rod en ik stuur hem er eentje van mij als ik terug thuis ben." Sting wachtte pauzeerde even en besloot: "Ik vind dat hij dat verdient."

Het volgende jaar was Rod Stewart opnieuw genomineerd voor As Time Goes By ... The Great American Songbook: Volume II, maar de onderscheiding ging naar Tony Bennett.

Sting kreeg zijn 16de Grammy voor een duet met de R&B zangeres Mary J. Blige.

 

16-12-08

'Kilkelly' - Peter Jones

 decoration

'Kilkelly'

In de jaren zeventig vond de Amerikaanse Peter Jones op de zolder van zijn ouderlijk huis een bundeltje oude brieven. Ze bleken te zijn geschreven door de schoolmeester van het Ierse dorpje Kilkelly. Die schreef de brieven in de tweede helft van de 19de eeuw, in opdracht van de overovergrootvader van Jones. Zijn zoon - de grootvader van Jones dus - was geëmigreerd naar de Nieuwe Wereld. Zoals zovele Ieren in die tijd wou hij zo aan de hongersnood en armoede ontkomen.

De brieven houden hem op de hoogte van het familienieuws: huwelijken, geboortes en overlijdens, de verkoop van land en de tegenvallende oogsten. Maar vooral laten ze hem weten hoe zeer ze hem missen.

De laatste dateert uit 1892, meer dertig jaar na zijn vertrek. Daarin schrijft zijn broer dat zijn vader is overleden. Zonder zijn zoon nog ooit terug te hebben gezien.

 

Peter Jones verwerkte de brieven in een ontroerende song.

Ik leerde het nummer in 1988 kennen op de soundtrack van de BBC reeks Bringing It All Back Home, over de wisselwerking tussen de Ierse en Amerikaanse muziek. Daarop staat een versie van Moloney, O'Connell & Keane.

 

 

 

Kilkelly, Ireland, 1860, my dear and loving son John
Your good friend schoolmaster Pat McNamara's so good as to write these words down.
Your brothers have all got a fine work in England, the house is so empty and sad
The crop of potatoes is sorely infected, a third to a half of them bad.
And your sister Brigid and Patrick O'Donnell are going to be married in June.
Mother says not to work on the railroad and be sure to come on home soon.

Kilkelly, Ireland, 1870, my dear and loving son John
Hello to your Mrs and to your 4 children, may they grow healthy and strong.
Michael has got in a wee bit of trouble, I suppose that he never will learn.
Because of the darkness there's no turf to speak of and now we have nothing to burn.
And Brigid is happy you named a child for her although she's got six of her own.
You say you found work, but you don't say what kind or when you will be coming home. 

Kilkelly, Ireland, 1880, dear Michael and John, my sons
I'm sorry to give you the very sad news that your dear old mother has gone.
We buried her down at the church in Kilkelly, your brothers and Brigid were there.
You don't have to worry, she died very quickly, remember her in your prayers.
And it's so good to hear that Michael's returning, with money he's sure to buy land
For the crop has been poor and the people are selling at any price that they can.

Kilkelly, Ireland, 1890, my dear and loving son John
I suppose that I must be close on eighty, it's thirty years since goodbye.
Because of all of the money you send me, I'm still living out on my own.
Michael has built himself a fine house and Brigid's daughters have grown.
Thank you for sending your family picture, they're lovely young women and men.
You say that you might even come for a visit, what joy to see you again. 

Kilkelly, Ireland, 1892, my dear brother John
I'm sorry I didn't write sooner to tell you, but father passed on.
He was living with Brigid, she says he was cheerful and healthy right down to the end.
Ah, you should have seen him play with the grandchildren of Pat McNamara, our friend.
And we buried him alongside of mother, down at the Kilkelly churchyard.
He was a strong and a feisty old man, considering his life was so hard.
And it's funny the way he kept talking about you, he called for you in the end.
Oh, why don't you think about coming to visit, we'd all love to see you again.

08-12-08

Het haaienverhaal van Led Zeppelin

decoration

  

 

Een klassieker onder de straffe rockverhalen is het "haaienverhaal" van Led Zeppelin.

 

Het was 1969. Led Zeppelin had indruk gemaakt met hun debuutplaat en Amerika lustte wel pap van hard bluesrock. Die zomer doorkruisten ze de Verenigde Staten en ze genoten met volle teugen. 

Richard Cole, die mee rond trok als hun tour manager getuigde in de biografie van de band, Hammer of The Gods: "In die tijd kon er van alles gebeuren tijdens het touren. Je kon doen wat je maar wou met de meisjes die in het hotel opdoken. Die tweede tour van Led Zeppelin sloeg alles. Ik amuseerde me te pletter. We waren op weg naar de top, maar niemand hield ons in de gaten. Je kon je naar hartelust je gang gaan."

Op 29 juli stond de band op de affiche van het popfestival in het Gold Creek Park van Seattle, samen met een pak andere grote namen: The Doors, Ike and Tina Turner, Vanilla Fudge….

En waar in Seattle konden de bands beter worden ondergebracht dan in de beroemde Edgewater Inn? Het hotel had naam gemaakt in augustus 1964, toen The Beatles er een nacht hadden gelogeerd tijdens hun Amerikaanse tournee. Het mooie aan het hotel was dat het was gelegen aan de  Stille Oceaan. Of liever, boven de oceaan, want het is op een pier gebouwd, in de baai van Puget Sound. Het management ging er prat op dat de klanten die overnachten op de onderste verdieping  vanuit hun kamer konden vissen. In de lobby kon men zelfs visgerief huren of kopen. 

decoration
The Beatles aan het vissen uit het raam van de Edgewater Inn.

Zoiets moesten de jongens natuurlijk uitproberen.

"Ik kan me vaag herinneren dat John Bonham en Jimmy Page helemaal opgingen in het vissen," vertelt Mark Stein, de zanger van Vanilla Fudge, die getuige was van het gebeuren. "Ze vonden het te gek om vanuit het raam te vissen. Ik heb geen idee wat ze vingen… wat voor vis…

We hadden gewoon plezier. De rest zijn geruchten…

Volgens die geruchten hadden een aantal groupies de suite in weten te geraken. Eén van hen was een knappe jonge meid met rood haar. Het zou allemaal begonnen zijn toen iemand een zak vol vis over het naakte meisje uit kieperde. Dan zouden ze het meisje hebben vastgebonden op het bed. Toen kwam iemand op het idee om te proberen stukken vis in haar lichaamsopeningen te stoppen.

Stein zou alles hebben gefilmd met zijn 8 mm camera.

Enkele weken later moesten de mannen van Vanilla Fudge op de vlieghaven van Chicago wachten op hun vertrek. Toevallig raakten ze er aan de praat met de Don Preston, de pianist van Zappa's band, de Mothers Of Invention. Ze pochten over het filmpje van Led Zeppelin, de groupie en de vissen.…. en een legende was geboren. 

In zijn eigen boek, Stairway to Heaven: Led Zeppelin Uncensored, vertelt Cole: "Het gerucht ging al snel een eigen leven lijden. Er werd verteld dat het meisje verkracht werd… dat ze hysterisch aan het huilen was… dat ze me smeekte er mee op te houden… dat ze had willen weg geraken… dat ze met een vis zou zijn gepenetreerd. Dat is allemaal niet waar."

Volgens een variante zou het meisje zijn afgeranseld met een levende inktvis.

Toen aan de bassist van de band, John Paul Jones, om tekst en uitleg werd gevraagd, probeerde die een en ander recht te zetten: "Volgens mij is dat inktvisverhaal niet helemaal waar. Voor zover ik mij herinner was het een dode haai."

Frank Zappa pikte het haaienverhaal op en schreef er een nummer rond: 'The Mud Shark' - terug te vinden op de liveplaat 'The Mothers Fillmore East, June 1971'.

In Hammer Of The Gods probeerde Cole later het verhaal tot de juiste verhouding terug te brengen: "Bonzo (John Bonham) had er niks mee te maken. Robert (Plant) en Bonzo wisten van niks: dat waren nog kinderen. En trouwens, het waren geen stukken haai: het was alleen de neus van de vis. Die vissen leefden nog. …Het waren geeneens haaien. Het was roodbaars. En die rosse griet had een rosse poes… vandaar.

Dat is de waarheid. Bonzo was er bij maar ik heb het gedaan. Mark Stein heeft alles gefilmd…

En zij genoot er van. 'Eens kijken of die rosse van roodbaars houdt!' Dat was het. Het was alleen de neus van de vis en ze is zeker twintig keer klaar gekomen.

Ik zeg niet dat het grietje niet dronken was - en wij waren zeker zat - maar we wilden niemand kwaad doen of pijnigen. Echt niet. Ze heeft misschien wat klappen gekregen met een haai omdat ze niet deed wat wij zeiden, maar ze heeft er zeker niks aan over gehouden."

 

Wat is er echt gebeurd? Wie zal het zeggen. 

Misschien was het hele verhaal wel een publiciteitsstunt van twee jonge bands, op weg naar de top. Het bewijs, het fameuze filmpje van Mark Stein, is zelfs nu - bijna veertig jaar later - nog steeds niet opgedoken. "Ik heb de filmpjes niet meer," verklaart Stein: "Onze tourmanager van toen heeft die allemaal achter gehouden. Ik zou ze wel graag terug hebben."

In ieder geval mocht Led Zeppelin in 1973 terug overnachten in het hotel.

Alleen maakte ze het deze keer wel heel bont. Ze vingen zo'n dertig haaien en verstopten die overal in het hotel: onder bedden, in toiletten, in de liften, in badkuipen. Bovendien gooiden ze alles wat los en vast zat uit het raam: bedden, Tv's, lampen, gordijnen…

Daarna waren ze niet meer welkom in de Edgewater Inn.

 

decoration

de Edgewater Inn

 

The Mud Shark - Frank Zappa

27-11-08

Brian Wilson signeert

decoration

Brian Wilson

 

Brian Wilson heeft altijd een apart gevoel voor humor gehad.

Aan het einde van de jaren tachtig begon hij, na een lange periode van zware psychische problemen, voorzichtig aan een comeback. Zijn psychiater vond het therapeutisch nodig dat hij ook opnieuw zou gaan optreden.

Na afloop van zo een show, ergens in Californië, kreeg Brian bezoek van Don Henley. De opper Eagle wou graag een handtekening van het legendarische genie achter de Beach Boys. Hij had speciaal daarvoor een exemplaar van diens recente solo LP meegebracht. 

Brian nam een pen en begon te schrijven: "to a great songwriter, from Brian Wilson".

Maar net wanneer hij de hoes terug wou geven, bedacht hij zich. Hij streepte "great' door en schreef in plaats daarvan: "good".

 

 


'Love And Mercy' uit 1988

 

25-11-08

Suicide Is Painless

decoration

Suicide is painless
it brings on many changes
and I can take or leave it if I please.


Het refrein van de 'Suicide Is Painless' - ook wel gekend als het thema van M*A*S*H. Typisch een song om rond het kampvuur boven te halen. Hoewel Marilyn Manson noemde de originele versie ooit "depressiever en meer aanstootgevend dan om het even wat ik ooit heb gedaan."
 

M*A*S*H was een anti-oorlogssatire, uit 1970, van de regisseur Robert Altman. De film speelt zich af in een veldhospitaal (ofte een Mobile Army Surgical Hospital) tijdens de Koreaanse oorlog in de jaren vijftig. Ondanks alle ellende om zich heen houdt de medische staf zich sterk met de nodige zwarte humor.

Een van de rollen is weggelegd voor Walt "Painless Pole" Waldowski (gespeeld door John Schuck), een tandarts die er prat kan op gaan dat hij "de best geëquipeerde tandarts van het leger" is. Toch kan hij op een avond niet presteren. Hij raakt er van in een depressie en besluit er een einde aan te maken. Hij vraagt een van zijn collega's om advies: weet hij misschien een pijnloze manier om zelfmoord te plegen?

Tijdens een hilarische parodie op Da Vinci's "laatste avondmaal" overhandigen zijn collega's hem plechtig een zwarte pil. Het is, zo verzekeren ze hem, "een gemakkelijke, fijne en nog nooit misgelopen manier… om de goede richting uit te gaan," Hij neemt de pil en trekt zich terug in zijn tent. Wanneer een knappe verpleegster hem die nacht gaat afleggen hoeft ze het laken maar op te heffen om te merken dat de pil een voorloper van de viagra moet zijn geweest.

De volgende dag loopt de tandarts terug rond met een brede glimlach op zijn gezicht.

Voor deze scène had Altman een liedje nodig. Iets wat een van de soldaten kon spelen om Dr. Painless in slaap te sussen. De melodie werd gecomponeerd door Johnny Mandel. "Robert Altman wou er iets grappig en een beetje onnozel bij schrijven. Dat zou het beste bij de scène passen, vond hij. Maar na een dag of drie zei hij me: 'Ik vind niks belachelijks." Daarom vroeg hij het aan zijn zoon. En die kwam met die tekst."

Mike Altman was pas veertien. Tegen de producer van de film, Ingo Preminger, zei hij dat hij een gitaar wou als beloning. Maar die wou daar niet van horen. Hij stond er op dat de jongen een contract zou tekenen en een percentage zou krijgen, zoals een echte componist dat ook zou doen.

De film werd een succes en het liedje een klassieker.

Robert Altman verklapte jaren later dat zijn zoon veel meer aan de film had verdiend, dan de 75 000 dollar die hij had gekregen voor zijn regie.

de originele filmversie

The Manic Street Preachers met hun versie uit 1992.

24-11-08

I'm Your Fan

In de jaren tachtig en negentig was Don Was een veel gevraagd producer. Hij werkte met zowat alle grote namen: van The Rolling Stones, via Brian Wilson en Bob Dylan  tot Elton John. In 1988 was hij in Hollywood aan het werk met Iggy Pop. Als Stooges fan zag hij het als zijn plicht om Iggy terug de stevige rock ‘n’ roll toer te laten opgaan. En dat lukte hem aardig met Brick to Brick.

Tijdens de sessies kwam Leonard Cohen even op bezoek om Don even goedendag te zeggen en eens kennis te maken met de heer Pop  - James Osterberg voor zijn moeder en zijn rijbewijs. De twee leken het goed met mekaar te kunnen vinden. Vooral omdat ze allebei zeer geïnteresseerd waren in aangenaam vrouwelijk gezelschap. Avond na avond wisselden ze hun ervaringen uit, onder het genot van een lekker wijntje of een glas whiskey.

Op een avond kwam de Canadese bard aanzetten met een iets dat hij had opgemerkt in een gratis weekblad, de LA Reader. Daarin stond een contactadvertentie: “Mooi meisje, 23 en waterman, zoekt man met brein van Leonard Cohen en lijf van Iggy Pop, voor mentale èn fysische stimulans. Leeftijd geen probleem.”

Leonard stelde voor om het meisje helemaal uit de bol te laten gaan door samen op de advertentie in te gaan. Al haar verlangens zouden op slag vervuld zijn, zo wist hij.
Pop trok zijn wenkbrauwen even op, maar Leonard legde een beetje bedeesd uit, dat hij de laatste weken geen succes had gehad bij de vrouwtjes. “Laat nooit een kans voorbij gaan, Jim,” zei hij, “zeker niet wanneer iemand verklaart dat je precies bent waarnaar ze op zoek is.”
Jim was graag bereid om zijn nieuwe vriend uit de nood te helpen en hij zette dan ook mee zijn handtekening onder de brief die Leonard had geschreven. 

Een week later waren Iggy en Don de plaat aan het afmixen toen Leonard kwam binnenvallen in de controleruimte. Natuurlijk werd er snel geïnformeerd hoe het was afgelopen met dat grietje van die contactadvertentie. Cohen kreunde eens. “Toen ze begrepen had dat ik echt Leonard Cohen was wou ze alleen maar praten, praten, praten. En ik moest naar die verdomde liedjes van haar luisteren. Ik haat singer-songwriters… en zeker die van het Californische slag.”

 

Iggy Pop met 'Candy' uit Brick By Brick

 

Leonard Cohen met 'I’m Your Man'

20-11-08

De piano van Jerry Lee Lewis

decoration

Jerry Lee Lewis

In het boek Hellfire, vertelt Nick Tosches het fantastische verhaal van één van de wildste rockers ooit: Jerry Lee Lewis. De oerrocker die met zijn nichtje van dertien trouwde en daarmee zijn carrière om zeep hielp. Maar evengoed als bijna tachtigjarige een journalist van Rolling Stone thuis te woord staat… in zijn blootje. 

In de jaren vijftig en begin jaren zestig bestond een concert steeds uit een aantal artiesten die hun recentste hits kwamen brengen: de zogenaamde package tours. Er werd daarbij een strikte rangorde gevolgd. Eerst kwamen de beginnende artiesten aan bod en naarmate de avond vorderde kwamen de grotere namen. Het was dan ook steeds een strijd om bovenaan de affiche te belanden.

Die avond had Chuck Berry het gehaald van onze held. En dat zinde hem niet. Toen hij aan de beurt kwam gaf hij het beste van zichzelf. Hij zweepte het publiek op tot ze aan zijn lippen hingen. Op het moment dat het gekrijs en gegil een hoogtepunt bereikte schopte hij zijn pianokruk opzij en zette 'Great Balls Of Fire' in.

Uitzinnig reageerde het publiek op de intro van zijn grootste hit. Zonder uit de maat te raken, haalde hij zijn binnenzak een colaflesje te voorschijn. Terwijl hij met zijn rechterhand de toetsen bleef aanslaan, overgoot hij met de andere de piano met de benzine uit het flesje. Hij stak een lucifer aan en stak het instrument in brand. Toch bleef hij, als bezeten de toetsen bespelen, terwijl de vlammen er uit sloegen.

Het publiek ging helemaal uit de bol: stampend en krijsend dat de muren er van daverden.

Kalm wandelde Jerry Lee van het podium. Terwijl hij de wachtende Chuck Berry passeerde, beet hij hem toe: "En nu is het uw beurt, neger!"

* * *

De biografie verscheen in 1982. De anekdote is tientallen keren herhaald en mocht natuurlijk ook niet ontbreken in de verfilming Great Balls Of Fire, uit 1989.

Maar in 2006 ontkende de man zelf het hele verhaal. "Ik heb nooit een piano in brand gestoken. Dat is pure onzin. Ik heb er ooit eentje vernield, ja. Maar dat was met mijn handen. Dat was lang, lang geleden…

Het was in Florida. Ik heb de piano van het podium geduwd, de zaal uit, de straat af, tot aan de oceaan. Het was gewoon een slechte piano. En daar heb ik komaf mee gemaakt. Ik heb hem de oceaan in geduwd… Dat gaf een ferme plons."

 

07-07-08

Verhuis

Peerke's Plaatjes krijgt een nieuw adres. Ik weet nog niet of dat permanent zal zijn of tijdelijk.

Ik ondervind hier nogal veel problemen met de opmaak en ga eens kijken of dat elders ook het geval is.

In ieder geval kun je de beloofde post, over het verhaal achter 'Two Daughters and a Beautiful Wife' van de Drive-By Truckers lezen op mijn nieuwe blogadres: http://peerkesplaatjes.blogspot.com/

 

En een stukje over Bob Dylan's Real Live en zijn eerste concert op Belgische bodem, met een verslag van uw aanwezige reporter.


18:52 Gepost door Peerke in persoonlijk | Permalink | Commentaren (4) | Tags: verhuis, nieuwe blog, drive-by truckers |  Facebook |

01-07-08

quizje

Wie is de uitvoerder?

Hoe heet de song? 


dum, dum, dum, dumdy-doo-wah
Yip, yip, yip, yeah, yeah
Oh, oh, oh, oh-oo-wah

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Heb je de presentator herkend?

10:40 Gepost door Peerke | Permalink | Commentaren (15) | Tags: quiz, wie |  Facebook |

27-06-08

Op stap, met strijkers (of een piccolo trompet)

Massive Attack - Unfinished Sympathy (1991)

 

 

The Verve - Bittersweet Symphony (1997)

 

The Beatles - Penny Lane (1967)

25-06-08

Shot Of Love

Bob+Dylan+-+1981+SHOT_OF_LOVE-FRONTAL
 

Elk einde is een nieuw begin

In de zomer van 1980 leert Bob Dylan zeilen tijdens een vakantie op het Caribische eiland St. Vincent. Tijdens die vakantie overweegt hij, "op verkeerde gronden" zo geeft hij later toe, "te gaan samenwonen met iemand". Zijn vriendin Mary Alice Artes heft hem namelijk net verlaten. Zij is terug gekeerd naar de Oostkust om er haar carrière als actrice verder te zetten.

Over het afspringen van de relatie met de vrouw die hem de weg naar het Christendom toonde schrijft hij minstens twee songs: 'Caribbean Wind' en 'The Groom's Still Waiting For the Altar'.


Maar hij blijft niet lang alleen. Zijn "new pony" vindt hij in zijn achtergrondkoortje: Clydie King.
Clydie is een stevige zwarte zangeres die al jaren meedraait in het circuit. Ze heeft een drietal soloplaten gemaakt, maar is vooral een veel gevraagde backing zangeres. Zo is haar naam terug te vinden op platen van onder andere Ray Charles, the Rolling Stones, Elton John, Tim Buckley en Steely Dan.

"Hij zocht troost bij haar," weet Ron Wood. "Ze was fantastisch voor hem, maar ze zijn mekaars tegenpolen. Je moet ver zoeken om twee meer van mekaar verschillende mensen te ontmoeten. Zij is een zwarte, uitbundige soulzangeres. En Bob is verlegen en blank.
Ik zie nog voor me hoe hij een hamburger met haar wou delen. Hij knabbelde aan de rand en zij slokte hem helemaal op.
Zij droeg duidelijk de broek in hun relatie. Maar hij had zo iemand nodig op dat moment."

Dylan kijkt geweldig naar haar op en de volgende paar jaren vormt ze zijn rots in de branding. "Ik krijg de rillingen als ik haar alleen al hoor ademhalen. Er zit iets in de klank van haar stem, zo diep en warm, zo sterk en gevoelig tegelijkertijd."
Ooit omschreef hij hun liefde als "iets dat mijn verstand te boven gaat".

In haar nooit gepubliceerde boek Wait Till Your Father Gets Home, beweert Susan Ross dat Clydie en Bob samen twee kinderen hebben. Anderzijds beweert ze daarin wel meer. Zo zou ze zelf ook twaalf jaar een relatie hebben gehad met Bob en dat die vier keer getrouwd is geweest.


Popelen om weer te beginnen

Na de zomervakantie zijn de batterijen weer helemaal opgeladen en de song vloeien uit zijn pen. Een aantal nieuwe songs hebben natuurlijk religie als onderwerp, zoals 'Property Of Jesus', 'City Of Gold' en 'Yonder Comes Sin'. Maar toch zijn er tekenen dat de onaangename fundamentalistische fase van zijn nieuwgevonden geloof voorbij. Voor het eerst in meer dan twee jaar, schrijft hij songs die niet meer louter religieus geïnspireerd zijn.
Naast de songs over het bijna-huwelijk  zijn er ook een aantal over de nieuwe relatie: 'She's Not For You' en 'Let's Keep It Between Us'.

Beide onderwerpen vloeien samen in een van zijn allerbeste nummers ooit: 'Every Grain Of Sand'. In het nummer beschrijft Bob op nederige wijze zijn relatie met God en erkent dat de verleiding nooit ver weg is. De tekst verwijst naar het Evangelie van Mattheüs, maar is evenzeer verwant aan de poëzie van John Keats.

Na een paar maanden heeft hij genoeg songs klaar om een volgende plaat op te nemen. Maar de platenmaatschappij vindt het nog te vroeg. Saved ligt pas een paar maanden in de winkel en de verkoop was niet bepaald schitterend. Bovendien staat in het contract uit 1978 uitdrukkelijk: "Geen album zal, vroeger dan zes maanden... na het afleveren van de vorige plaat worden binnengebracht."


Repetities en demo opnamen

Zoals het vorige jaar, is Dylan van plan om in de late herfst weer een reeks optredens geven in het Fox Warfield Theater in San Francisco.
De repetities beginnen half september in Dylan's eigen Rundown Studios, in Los Angeles. De band bestaat uit de kerngroep van de gospeltour. Alleen de beide toetsenspelers Terry Young en Spooner Oldham zijn er niet meer bij. Zij zijn vervangen door orgelist Willie Smith (later in El-Rayo X).

Naast de nieuwe songs repeteren ze ook een dozijn covers - waaronder 'Sweet Caroline' van Neil Diamond en 'Somewhere Over the Rainbow'. Maar daarvan wordt uiteindelijk geen enkel nummer geselecteerd voor de shows.
De gitarit Fred Tackett legt uit waarom: "We repeteerden allerlei nummers, maar niet de songs die we zouden spelen. Die speelden we een beetje, maar hij wilde niet dat we ze kenden. Zodat we geen arrangement konden uitwerken, dat elke avond hetzelfde zou zijn. Hij wilde ons liever verassen. Hij begon iets te spelen, wij vielen in en dan gebeurde er van alles interessants."   

De promotor Bill Graham laat hem beloven dat het niet meer "uitsluitend religie" zou zijn. Daarom stuurt Bob hem een opname van een repetitie en Bill laat in advertenties op de radio weten dat hij "de persoonlijke verzekering heeft van Bob Dylan" dat hij verschillende oude nummers heeft gerepeteerd. Als bewijs is op de achtergrond alvast een fragment van 'Mr. Tambourine Man' uit de repetities te horen.

De eerste zes shows zijn snel uitverkocht en dus boekt Graham er meer - vijftien in totaal.

Omdat Dylan van plan is om een aantal van die nieuwe songs live uit te gaan testen neemt hij ze op als demo's voor de muziekuitgever Special Rider. Zo kan hij er copyright op aanvragen.

Voor de meeste van die demo's volstaat zijn tourband. Maar voor één song heeft hij iemand uitgenodigd. De Amerikaanse zangeres Jennifer Warnes, was toen de vriendin van Leonard Cohen.
Gezeten aan de piano zingt hij haar het nummer één keer voor. Daarna keert hij zich naar haar en zegt: "Oké, laten we het maar eens proberen."
Warnes had verwacht een bandje mee naar huis te krijgen om het nummer in te oefenen voordat ze het samen zouden zingen. Maar Bob staat er op het meteen op te nemen. Deze demo, met Fred Tackett op gitaar en een blaffende hond op de achtergrond wordt later uitgebracht op de cd-box The Bootleg Series, Volumes 1-3.
Later op de avond wordt het nummer nog een tweede keer opgenomen, maar nu met de volledige band.


Musical Retrospective Tour

Bij het eerste optreden van in het Fox Warfield Theater, op 9 november, zijn de verwachtingen hoog gespannen. Net als in de lente begint de show met een gospelkwartiertje. De zangeressen nemen dit gedeelte voor hun rekening. Daarna opent Dylan met 'Gotta Serve Somebody' en 'In Believe In You'.  Vanaf het derde nummer, 'Like A Rolling Stone' volgt een mengeling van covers, nieuw materiaal als 'City Of Gold', 'Let's Keep It Between Us' en het ronduit schitterende 'Caribbean Wind', naast ouder werk als 'Señor (Tales Of Yankee Power)' en 'Blowin' In The Wind'.
Afgesloten wordt met 'In The Garden'.

Maar het publiek reageert ontgoocheld en de recensies blijven koel. Bill Graham is woedend en de ticketverkoop voor de laatste negen concerten valt stil.

De BGP organisatie brengt gaststerren in om de ticketverkoop aan te zwengelen: Roger McGuinn, Maria Muldaur, Carlos Santana...

De journalist Larry Ratso, die Bob ooit volgde tijdens de Rolling Thunder Revue, kijkt in januari 2003 terug: "Ik had het geluk om er bij te zijn in het Warfield tijdens een paar historische nachten tijdens Dylan's tweede reeks voorstellingen na zijn bekering, in 1980. Een aantal fans had hem in de steek gelaten na de eerste reeks en de ticketverkoop was slapjes. Bill Graham kreeg Bob zover dat hij zijn absolute weigering om zijn ouder materiaal te spelen opgaf. Hij overtuigde een aantal vrienden van Dylan om langs te komen (en zo de boel terug op gang te trekken). Ik was erbij de avond dat Jerry Garcia een paar nummers meespeelde. Dat was fijn, maar ik vond het veel opwindender toen Mike Bloomfield verscheen. Hij speelde bij 'The Groom's Still Waiting At The Altar' en nog beter, deed zijn onsterfelijke solo's op 'Like A Rolling Stone'. Ik had nooit gehoopt om dat nog eens live te mogen meemaken!
Een ander mooi moment dat ik mijn herinner van die reeks in het Warfield: Bob, aan de piano met Clydie King. Samen brachten ze het toen nog onbekende 'Let's Keep It Between Us' (Bonnie Raitt coverde korte tijd later op haar Green Light LP, maar Bob heeft het nooit officieel uitgebracht - staat het niet op Biograph of een van die Bootleg Series?)."

Uiteindelijk spelen ze twaalf concerten in het Warfield Theater. En elke show is beter dan die van de avond ervoor. De band raakt beter op mekaar ingespeeld en Dylan komt steeds weer met nieuwe covers. En de zanger wordt ook steeds spraakzamer. Hij leidt verschillende nummers in met lange verhalen, terwijl hij de intro op zijn gitaar aanslaat.

Na San Francisco trekken ze verder langs de Westkust, voor nog zeven concerten. Het laatste concert vindt plaats op 4 december in Portland, Oregon.

Dylan is van plan om, na Nieuwjaar, de tournee aan de oostkust verder zetten. Hij is daarom op zoek naar een theater met zo'n 2 500 plaatsen voor een periode van zes weken!

Maar dan wordt John Lennon vermoord.

Zoals iedereen is Bob diep getroffen door de zinloze moord. Maar hij vreest zelf ook voor zijn leven. Hij is immers, net als Lennon, een icoon uit de jaren zestig. Hij zou net zo goed een doelwit kunnen zijn. De angst zit er goed in.

Er zijn ook concrete redenen om in te grijpen. Dylan wordt zelf al een tijdje lastig gevallen door een vrouwelijke stalker. Carmel Hubbell duikt telkens weer op in hotels en zalen. Ze beweert dat ze een relatie met Bob heeft gehad en dat ze die nu wil verder zetten. Bob ziet zich genoodzaakt een bewaker in dienst te nemen om de vrouw uit zijn buurt te houden.

 

Een nieuwe band, een nieuwe manier van opnemen

In de winter schrijft Dylan nog meer nieuwe nummers bij en op 11 maart 1981 begint hij aan de repetities voor een volgende plaat. Hij heeft inmiddels een dertigtal nummers waartussen hij kan kiezen.

In de Rundown Studios wordt een band samengesteld met als kern gitarist Fred Taxkett en de ritmesectie Jim Keltner en Tim Drummond. Clydie King, Regina McCrery, Carolyn Dennis en haar moeder Madelyn Quebec zorgen voor de backing vocals.

Er is een nieuwe periode aangebroken in de opname techniek van Bob Dylan. Waar hij voordien een plaat opnam in zes of zelfs minder sessies zal hij in de jaren tachtig meerdere sessies nodig hebben, dikwijls met lange tussenperioden. Shot of Love is de eerste plaat die hij op die manier zal opnemen. Dat heeft vooral te maken met de nieuwe manier van opnemen die vanaf de jaren tachtig wordt gebruikt. De nieuwste opnameapparatuur met een haast oneindig aantal sporen biedt de mogelijkheid om instrument per instrument op te nemen en een song dus laag na laag op te bouwen. Als gevolg daarvan heeft men soms vijf dagen nodig alleen om de drums af te stellen. Dylan heeft het daar erg moeilijk mee. Hij heeft altijd live opgenomen, met zo min mogelijk overdubs.

De opnamen van Shot of Love gebeuren gespreid over een lange periode en bovendien is niet alle informatie beschikbaar. Zo is er weinig geweten over de sessies in Rundown Studios in de tweede helft van 1980 en de eerste drie maanden van 1981. Ook de sessies in Clover in april en mei zijn vaag en de informatie is vooral samengesteld op basis van de contracten van de muzikanten.

Dylan is van plan om de opnamen zelf te producen, in samenwerking met een buiten staander. Jimmy Iovine is een opkomende sterproducer. Hij begon halverwege de jaren zeventig als geluidstechnicus bij John Lennon en Bruce Springsteen. In de jaren tachtig zal hij helemaal doorbreken als producer van U2, Dire Straits, the Eurythmics, Stevie Nicks, Tom Petty & The Heartbreakers, The Pretenders, Bob Seger en Patti Smith.
Iovine brengt zijn vaste geluidstechnicus Shelley Yucas mee. Die zal wordt bijgestaan door Dylan's assistent Arthur Rosato

 

Een lange aanloop

Op donderdag 26 maart vindt een eerste sessie plaats met Iovine. In de Rundown Studio wordt 'Angelina' opgenomen. Het is een schitterend nummer... maar de track zal tien jaar in de kast blijven liggen.

De volgende dag wordt het stevige 'The Groom's Still Waiting At The Altar' op band gezet. Er zijn tien takes voor nodig, na een groot aantal jams om op te warmen.

Waarschijnlijk omwille van de belabberde geluidskwaliteit van de Rundown Studios, besluiten Dylan en Iovine een aantal studio's in en rond Los Angeles uit te proberen. Overal wordt wat gejamd "Het was meer het geluid  uittesten - ooh ooh - dat soort spul..." vertelt gitarist Steve Ripley.

"We maakten de ronde van de studio's [in Los Angeles]," vertelt Jim Keltner. "Hij zocht sfeer. Hij deed er veel meer moeite voor dan anderen. De meesten gaan gewoon naar een studio en doen het daar mee. Hij probeerde een heel pak... producers. Hij wou niet in dezelfde val trappen als bij Saved. Hij zocht iets levendiger dan dat."

De laatste dag van maart vindt zo een sessie plaats in Studio 55. Daarvoor wordt de band aangevuld met oudgedienden, violist David Mansfield en percussionist Bobbye Hall. Die vragen aan Tim Drummond, "Wat gaan we vandaag doen?" Drummond heeft echter ook geen idee.
In afwachting zet Iovine alvast alles klaar. Iedereen wordt netjes afgeschermd van de anderen met geluidssschermen, zodat elk instrument afzonderlijk kan worden opgenomen.

Het blijkt uiteindelijk dat 'Caribbean Wind'op het programma staat.
"Het was vreselijke ervaring om dat nummer op te nemen," blikt Arthur Rosato terug. "Hij liet zowat iedereen opbellen die hij kent, zodat we een band hadden van zeker vijftien mensen.... Ik had de originele demo bij die we gemaakt hadden in de Rundown. Ik liet die horen aan de muzikanten... Iedereen vond het een geweldig nummer.
Bob daagt zo een uur of drie te laat op - bijna op tijd voor zijn doen, dus.
Van zodra de muzikanten het een eerste keer spelen, begint hij direct van 'Nah, nah, nah, dat is helemaal fout.' Ze hadden het kunnen weten want ze hadden al allemaal voor hem gespeeld: 'Daar gaan we weer!' En in plaats van die versie maakt hij er iets country and western- achtigs van, zo van dat boom-chika spul..."

Fred Tackett bevestigt: "Bob komt binnen, we nemen de song op en we gaan luisteren naar het resultaat. Natuurlijk klinkt het gladjes als alle pop in de jaren tachtig. Vanzelfsprekend haat Bob het.
Dus, zeggen ze, 'Bob, in deze studio hebben ze 'White Christmas' opgenomen - ze bedoelen: dit is een degelijke, ouderwetse studio... Waarop hij weer: 'Yeah! Haal me de bladmuziek van 'White Christmas', want dat is het enige wat we hier gaan kunnen opnemen. Mijn muziek krijgen we hier niet opgenomen.'
Op dat moment zien we Jimmy Iovine en Shelley Yucas hun spullen bijeen pakken en weglopen. Ze stapten het af, omdat ze geen enkele controle hadden over de situatie... "

Daardoor gaat een prachtig nummer verloren.
In het boekje bij Biograph schrijft Dylan over 'Caribbean Wind': "Soms schrijf je iets... zeer geïnspireerd en je werkt het niet helemaal af, om de een of andere reden. Dan pik je het terug op en de inspiratie is weg... dat is een probleem. Frustrerend. Ik denk dat ik 'Caribbean Wind' vier keer herschreven heb. Misschien is het goed zo. Ik weet het niet. Ik moest het er bij laten..."
"Hij had problemen met die song," vertelt ook Jim Keltner, "En ik begreep niet waarom. Hij begreep zelfs niet waarom. Het was een fantastisch nummer om te spelen, maar iedere keer als we het probeerden mankeerde er wat aan."

De volgende dag, woensdag 1 april, vindt een lange, relaxte sessie plaats in de Cream Studio. Blijkbaar is Iovine niet meer komen opdagen: "Produced by Destiny Productions" staat er op de doos aangegeven.
Er wordt vooral gejamd en gewerkt aan ideeën voor nummers. Alles bij elkaar veertig takes, met titels als 'Straw Hat', 'Gonna Love You Anyway', 'I Want You To Know That I Love You' 'Is It Worth It?', 'You Changed My Life', 'Almost Persuaded', 'I Wish It Would Rain', 'It's All Dangerous To Me' en 'Need That Woman'.

Donderdag vindt nog zo'n Destiny Production sessie plaats in een andere studio: de legendarische United / Western Studio (nu Oceanways) - waar Phil Spector en Brian Wilson hun grootste successen op band gezet hebben. De meisjes hebben blijkbaar een dagje vrij want ze worden nergens vermeld.
De sessie begint met vijftien ongetitelde takes waarvan een groot aantal valse starten en slechts twee volledige opnamen. Daarna volgen twee instrumentale takes en dan opnieuw 'Is It Worth It ?', 'Yes Sir, No Sir (Hallelujah)', 'Singing This Song For You', 'Reach Out' en 'Fur Slippers', een cover van 'Let It Be Me' en tenslotte 'Ah Ah Ah'.

Er is geen spoor van een opname van 'Caribbean Wind' op 7 april, zoals aangegeven in Biograph. Waarschijnlijk wordt op die dag de opname van 31 maart gemixt.

Op vrijdag 10 april worden nog drie opnamen gemixt in de Clover Studio. Ze worden aangeduid als "Early Roughs". Het zijn 'I Wish It Would Rain', 'Let It Be Me' en 'Shot Of Love'. Deze versie van dat laatste nummer begint met een intro op piano en drums, in plaats van de kreten van de backing zangeressen.

Veel opnamen van deze sessies worden op 3 en 4 december 1984 uit de oorspronkelijk banden geknipt en aan elkaar geplakt tot één band van bijna negentig minuten. Die band wordt gebruikt om copyright aan te vragen. Maar een gedeeltelijke kopie van de band komt terecht in handen van verzamelaars. De bootleggers weten er niet goed raad mee. Lange tijd heeft niemand enig idee wanneer de songs zijn opgenomen. Vooral omdat er geen titels bij zijn en geen fragmenten van de melodieën of teksten zijn gebruikt voor andere songs. Pas in de jaren negentig raakt de ware toedracht bekend. De bootleg krijgt dan ook  als titel Between Saved And Shot.

 


Een andere producer

Ze zijn twee weken bezig en de sessies schieten niet echt op.
David Geffen stelt voor om Chuck Plotkin erbij te halen. Plotkin is een rustige A&R man die veel samenwerkt met Bruce Springsteen. "Ken je mijn werk?" vraagt Bob hem aan de telefoon. Plotkin, een doorwinterde Dylanfan antwoordt voorzichtig "Yeah." "Zou je me willen helpen een plaat te maken? Ik heb veel platen gemaakt, maar platen maken is niet mijn specialiteit," legt Bob uit. "Ik voel me er altijd ongemakkelijk bij."

Wanneer Plotkin Dylan in de Rundown studio gaat opzoeken, is die daar aan het werk met Robert 'Bumps'Blackwell. De man is 63 en bijna blind.  Maar de producer die, 25 jaar eerder Little Richard hielp om zijn grootste successen op te nemen, levert nog altijd uitstekend werk: de definitieve versie van 'Shot Of Love' wordt die dag opgenomen. Niet alleen de zwakke gezondheid van de man, maar ook de mening van Bob's adviseurs dat hij niet hip genoeg is maken dat er niet verder wordt samengewerkt.

Dylan is erg trots op de song. "Het doel van muziek is te verheffen en de geest te inspireren," vertelt hij in 1983. "Wie wil weten hoe het met Bob Dylan gaat, moet lusiteren naar 'Shot of Love'. Het is mijn allerbeste nummer. Het geeft aan waar ik voor sta: spiritueel, muzikaal, romantisch en wat weet ik nog. Het toont waar ik om geef. Het is er allemaal, in dat ene nummer."

De sessies met Chuck Plotkin zelf kennen een moeilijke start. Er is gekozen voor Plotkin's Clover Studios op Santa Monica boulevard in Los Angeles. De muzikanten zijn: Jim Keltner  en Tim Drummond, plus Benjamin Montgomery Tench III (beter bekend als Benmont Tench) op toesten, de gitaristen Steve Ripley en Danny Kortchmar en als koortje Regina Havis, Clydie King en Carolyn Dennis.

Plotkin en de muzikanten zitten al een tijdje in de studio te wachten wanneer Bob hun opbelt om te vertellen dat hij.... in Minnesota zit.


Tweede poging

Op donderdag 23 april kunnen de opnamen eindelijk echt beginnen. 'Magic' staat er in één keer op. Dan volgen vijf volledige versies van 'Trouble', twee van 'Bolero' en twee van 'Don't ever Take Yourself Away'. En tenslotte elf van 'You Changed My Life', met tussendoor twee keer 'Be Carefull'. Daarvan wordt alleen 'You Changed My Life' later uitgebracht op The Bootleg Series, Volume 1-3.

Plotkin moet al snel ondervinden dat Bob niet altijd even gemakkelijk is om mee te werken. Hij komt steevast te laat, soms zelfs twee uur ("Sorry, verdwaald!") en staat er op live op te nemen. Hij weigert daarbij een koptelefoon te gebruiken. 

Bobs excentrieke gewoonten vormen ook een uitdaging voor de muzikanten. Zo probeert hij regelmatig Keltner uit zijn ritme te krijgen. Zo wil hij een zekere spanning creëren. Dat geeft de muziek de scherpe kantjes waar hij op uit is.
Bovendien doet Bob elk nummer maar twee of drie keer; dan heeft hij er genoeg van. En zodra hij tevreden is met zijn zangpartij is de song, wat hem betreft, voltooid. Of Plotkin nu een goede opname heeft of niet.

De volgende dag wordt een hele sessie alleen aan 'Magic' besteedt. Alweer een song voor de archieven.

Na het weekend wordt verder gewerkt met gitarist Michael Campbell plus Benjamin Tench, William Smith, Jim Keltner en Tim Drummond. Er worden vier takes opgenomen van 'Need A Woman', drie van 'Dead Man, Dead Man', elf van 'In The Summertime' en tenslotte één keer 'Watered Down Love'.

Op dinsdag is saxofonist Steve Douglas er bij geroepen. Vier takes van 'Watered Down Love', eentje van 'Heart Of Mine', drie onvolledige van 'Dead Man, Dead Man', één keer 'Blue T/L' en één keer 'Property Of Jesus'. De sessie loopt tot vier uur in de ochtend. De muzikanten zijn uitgeput en een aantal zijn al naar huis vertrokken. Toch staat Dylan er op 'Heart Of Mine' nog eens op te nemen. Het resultaat is een erg lome versie.

Woensdag 29 april wordt begonnen met dezelfde bezetting. 'Every Grain Of Sand' en 'Dead Man, Dead Man' blijven allebei onvolledig. 'Heart Of Mine' staat er in één keer op en dat geldt ook voor de traditional 'The Girl From Louisville'.
Daarna werkt Bob alleen verder met Clydie King. Hij zelf speelt daarbij piano. Samen nemen ze twee songs op: eerst 'Lenny Bruce' en daarna een cover van 'The Ballad Of Ira Hayes' van Peter La Farge.

Van 'Lenny Bruce' geeft Dylan later toe dat hij het nummer in vijf minuten schreef. Hoewel het melodisch goed is, is dat jammer genoeg ook de tekst te horen. Hoewel het bedoeld is als een ode aan de rebelse komiek blijkt dat niet uit regels als "I rode with him in a taxi once, only for a mile and a half, / Seemed like it took a couple of months."

Donderdag worden bandversies opgenomen van 'Dead Man, Dead Man', 'Lenny Bruce', 'Piano & Bob' en een nieuwe versie van 'Caribbean Wind'.
De sessie lijkt afgelopen wanneer Bob plots 'Every Grain Of Sand' begint te spelen aan de piano. Plotkin merkt dat er geen zangmicrofoon staat opgesteld. Hij haast zich er naar toe en houdt een microfoon in zijn hand terwijl Bob zingt. Het blijkt de enige opname en die komt dan ook op de plaat terecht.

Van de sessie van vrijdag 1 mei zijn geen banden terug gevonden. Bovendien staan heel andere titels opgegeven op de papieren van de muzikanten als op die van de zangeressen.


Mixen en een afgekeurde versie

De volgende dag al begint het mixen. Op zaterdag wordt 'Heart of Mine' vier keer gemixt.
Na het weekend wordt de hele week verder gewerkt. Naast de titels die van de sessies zijn uitgebracht op Shot Of Love, Biograph en The Bootleg Series worden ook 'Magic', 'Wind Blowing On The Water' en 'All The Way Down' gemixt. De datum 4 mei, die in de nota's van The Bootleg Series, Vol. 1-3 staat aangegeven voor de opnamen van  'Angelina' en 'Need A Woman' is die van het mixen.

Op dinsdag 11 mei wordt de master samengesteld voor Shot Of Love. 

Shot of Love
*Heart Of Mine
Property Of Jesus
Lenny Bruce
Watered Down Love

*Dead Man, Dead Man
In The Summertime
*Magic
*Trouble
Every Grain Of Sand
*Angelina.

De met een * aangeduide mixen komen zijn uiteindelijk niet uitgebracht.


Nog meer opnamen

Blijkbaar is Bob niet helemaal tevreden over de opnamen. Donderdag 14 mei worden nieuwe versies opgenomen van 'Dead Man', 'Lenny Bruce Is Dead', 'Trouble' en 'In The Summertime'.

Ringo Starr is in L.A. Dylan wil hem absoluut op de plaat. De ex-Beatle heeft beloofd om de volgende dag langs te komen. Plotkin grijpt de kans om 'Heart Of Mine' opnieuw op te nemen.
Wanneer Bob, uren te laat, eindelijk arriveert is Ringo aan het jammen met de muzikanten, waaronder de legendarische bassist Donald 'Duck' Dunn en Rolling Stone Ronnie Wood. 
Tien minuten later staat het nummer op de band. Na wat jammen op klassiekers als 'Mystery Train' wordt ook nog 'Watered- Down Love' opnieuw opgenomen.
Om de sessie af te ronden voegt Ringo ook nog tom-toms toe aan de beste takes.

Vanaf maandag 18 mei wordt opnieuw gemixt. De laatste mixsessie vond plaats op 31 mei. Die dag wordt door Andrew Gold ook nog wat gitaar toegevoegd aan ' Property Of Jesus', 'Shot Of Love' en 'Every Grain Of Sand'.

Voor Plotkin was het een erg frustrerende ervaring. Hij had dag en nacht doorgewerkt om de plaat zo goed mogelijk te laten klinken. Maar dat is niet wat Bob wilde. "Ik moet je wat vertellen over de mixen die je maakt, Charlie," zei hij. "Je poetst de boel te veel schoon. We klinken een beetje als de Doobie Brothers."
"Chuck [wou] goed klinkende mixen maken van ieder nummer," vult Jim Keltner aan, "en Bob vond geen er van goed. Uiteindelijk hoor je op Shot of Love bijna allemaal monitor mixen."

De uiteindelijke master wordt op 1 juni samengesteld. 

Doordat de sessies al zo lang aanslepen is Dylan al uitgekeken op diverse, nochtans sterke songs. Die mogen dan ook niet op de plaat. 'Need A Woman' en 'Angelina' vormen nochtans enkele van de hoogtepunten van The Bootleg Series Volumes 1-3. Daarop staat verder ook nog 'You Changed My Life'.
'Caribbean Wind' en de demo van 'Every Grain Of Sand' komen op Biograph terecht.
'Let It Be Me' en 'The Groom's Still Waiting At The Altar' tenslotte worden als b-kanten van de single uitgebracht. 

Van de nummers die wel op de plaat worden geplaatst, moeten er in een aantal songs stevig moet worden geknipt om de plaat tot 45 minuten te beperken. De nochtans schitterende harmonica outro van 'In The Summertime' wordt met 40 seconden ingekort en zowel 'Waterd-Down Love' als 'Trouble In Mind' verliezen elk een strofe.

Bob is echter nog steeds niet tevreden over het resultaat. 
Op het laatste moment worden Tim Drummond en Jim Keltner nog even terug de studio ingeroepen om 'Heart Of Mine, 'Shot Of Love' en 'Dead Man, Dead Man' wat aan te dikken.

 

De eerste Europeese gospeltour

Amper twee weken na het beëindigen van de lange reeks opnamen blaast Bob opnieuw verzamelen in de Rundown studio. Er moet worden gerepeteerd voor een Europese tournee. Het is voor het eerst sinds zijn bekering dat hij zijn boodschap op het oude continent gaat verkondigen.

Om stalkers en andere opdringerige fans uit zijn buurt te houden ziet Bob zich genoodzaakt om een complete bewakingsdienst in dienst te nemen. Tussen 20 mei en 17 juni wordt de stalkster negentien keer opgepakt op het terrein. Ze begint ook doodsbedreigingen achter te laten. Uiteindelijk krijgt de vrouw een gerechtelijk verbod nog in Dylan's buurt te komen of zijn naam te gebruiken.
Er zijn geruchten dat Dylan een kogelvrij vest draagt. In ieder geval heeft hij er een aan Tim Drummond cadeau gedaan. Netjes verpakt in geschenkverpakking.

Na een viertal try-out shows in het Mid-Westen, arriveren Bob en zijn gezelschap op 21 juni in Frankrijk. Na twee shows in Frankrijk verhuizen ze naar Engeland, waar ze eerst zeven concerten spelen in het Earl's Court in Londen en daarna twee in Birmingham. Terwijl hij drie jaar eerder een hartstochtelijke ontvangst beleefde in Londen blijven daar nu vele stoelen leeg. Het publiek is afgeschrikt door de recensies over de Amerikaanse gospeltournees.
Van Engeland vliegen ze naar Scandinavië. Telkens één concert in Zweden, Noorwegen en Denemarken en vervolgens vijf concerten in Duistland. Op 21 juli spelen ze in Oostenrijk, dan in Zwitserland en sluiten op 25 juli af met een groot openluchtconcert in Avignon, Frankrijk.
Daarbij vallen twee doden: een Nederlandse fan valt uit een hoogspanningsmast en een meisje valt van het dak van een tribune.  

Dylan heeft voor deze tournee een nieuwe manier van zingen bedacht: hij zet de zang niet gelijk in met de muziek, maar wacht telkens even. Dan zingt hij de teksten in een hoger tempo, zodat hij toch nog gelijk aankomt bij het einde van elke regel. Heel merkwaardig.
Zijn nieuwe manier van zingen heeft echter teveel gevraagd van zijn stem en hij zal het dan ook praktisch nooit meer gebruiken.
Het is dan ook jammer dat de geplande live-LP (alle optredens van de Europese tournee werden opgenomen) er nooit is gekomen. Fans moeten zich dan ook behelpen met bootlegs, zoals bijvoorbeeld het uitstekende Avignon.

Een dag na het laatste optreden, vliegt Bob terug naar Amerika, waar hij augustus doorbrengt op zijn boerderij in Minnesota.

 

Shot Of Love

Dylan's eenentwintigste studio LP verschijnt op 12 augustus 1981.

Hoewel er veel minder religieus getinte songs op de plaat zijn te horen dan op de voorgangers - en zelfs minder dan op bijvoorbeeld John Wesley Harding of  Street Legal wordt de plaat algemeen beschouwd als het derde deel van de trilogie.

In Rolling Stone laat Paul Nelson weten het beu te zijn: "Omwille van de prestaties van de man in het verleden... zijn we geneigd zijn nieuwste werk het voordeel van de twijfel te gunnen... Niet langer. Voor mij stopt het hier." Nick Kent noemt het in NME ronduit "Dylan's slechtste plaat ooit."
 
Bovendien is het Dylan's laatste voor CBS onder het contract van 1978. De platenmaatschappij heeft dan ook niet veel belangstelling om er promotie voor te maken.

De reputatie die aan de plaat voorafging, de zwakke promotie, de spuuglelijke hoes, de rommelige indruk en de oneven kwaliteit van de song droegen allemaal bij om de plaat om zeep te helpen. De verkoop blijft dan ook beneden alle peil - vooral in Amerika. De plaat doet het er nog slechter dan Saved: de hoogste notering was een 33ste plaats en de single raakt niet eens genoteerd in de top 100.
Geholpen door de concertenreeks strandt Shot Of Love in Engeland net buiten de top 5.

De single is verschillend voor Europa en Amerika. Aan beide kanten van de oceaan is 'Heart Of Mine' gekozen als a-kant maar Europa krijgt 'Let It Be Me' als b-kant, terwijl voor het thuisfront 'The Groom's Still Waiting At The Altar' wordt geselecteerd. Er is ook een live videoclipje, ter promotie.

De mislukking is een grote tegenvaller voor Bob. Hij heeft erg zijn best gedaan om zijn geloof te verpakken in wat hij beschouwde als een goed gemaakte plaat. In 1985 blikte hij terug: "De plaat had gemaakt kunnen zijn in de jaren veertig of misschien de jaren vijftig.... Er was iets gemeenschappelijks in die nummers... De critici... hadden het alleen over Jezus dit en Jezus dat. Alsof het een Methodisten plaat was." .

Nochtans draagt Bob Dylan ook een stukje van de schuld. Zoals ook met Infidels het geval zou zijn had Bob Dylan gemakkelijk een veel betere plaat kunnen puren uit deze sessies. 'Angelina', 'Caribbean Wind' en 'The Groom's Still Waiting At The Altar' verdienen zeker een plaats op dit album. Dylan gaf dan ook toestemming om dat laatste nummer in ere te herstellen, door het bij latere persingen aan de tracklist toe te voegen. De enige keer dat zoiets met een LP van Bob Dylan is gebeurd.

 


Third Shot Of Love Tour

Half oktober begint de Amerikaanse herfsttournee met een concert in Milwaukee, Wisconsin. Tijdens het eerste deel wordt pure, goed gebrachte gospel geserveerd. Het publiek jouwt hem niet meer uit, maar blijft wel verzoeknummers roepen.
Dan, na de pauze, brengen ze een show van zowat anderhalf uur, met alleen maar klassiekers. Het publiek gaat helemaal uit de bol.

De tournee duurt tot november en naarmate ze verder door het land trekken worden de concerten alsmaar aardser. De verandering is voor een deel te danken aan Al Kooper. Die is toegetreden tot de band, nadat Will Smith is ziek gevallen. Hij moedigt Bob aan om de songs te spelen die ze in de jaren zestig hadden opgenomen. "Ik denk dat die tournee een keerpunt betekende. Ik denk dat hij toen zo'n beetje terug begon te komen." aldus Kooper. "Hij dronk koffie, rookte sigaretten. Hij kon weer rocken."

Ze spelen eerst zeven shows in de Verenigde Staten, dan vier in Canada en dan nog eens elf in de Noord Amerika. De grote steden worden daarbij netjes vermeden.

Op 19 oktober haalt Bob zijn jeugdvriend Larry Kegan op het podium om 'No Money Down' te zingen. Zelf toetert hij ondertussen wat op een saxofoon (!) Maar na twee optredens moet Kegan, die in een rolstoel zit, naar het ziekenhuis worden gebracht met een longontsteking.  Het is een teleurstelling voor Kegan en Bob voelt zich er verantwoordelijk voor. Het zal jaren duren voor hij zijn vriend weer mee op tournee durfde te nemen.

Hoewel het goede concerten waren, blijven de negatieve publiciteit van de voorafgaande religieuze tournees en de laatste twee vrome LP's de mensen afschrikken - net als in Londen. "Ze waren op de vlucht geslagen voor dat Christelijke gedoe en dat verwachtten ze weer, dus kwamen ze bij die optredens niet opdagen,"  meent Arthur Rosato. "Ze verkeerden in de foute veronderstelling dat het een avondje bekeren zou worden, maar zo was het dus helemaal niet."

Door de slechte kaartverkoop wordt de tournee opnieuw ingekort. Het lijkt het zoveelste bewijs dat Bob bezig is zijn publiek te verliezen. Hij heeft getracht het publiek ter wille te zijn door bekende nummers aan de show toe te voegen, maar ze komen nog steeds niet opdagen. Het enige wat er voor hem opzit is ermee op te houden en eens te overwegen hoe het verder moet met zijn carrière.

Het laatste concert van de tournee is één van de langste Dylan shows ooit, met achtentwintig nummers, waarvan zes als bis. 'Every Grain Of Sand' wordt daarbij voor het eerst live gebracht.

 

Vage filmplannen

Na afloop van de tour keert Dylan terug naar Californië om er een vaag filmproject op poten te zetten.

Bob heeft zijn goede vriend Howard Alk een aantal optredens laten filmen. Het zou opnieuw een geïmproviseerde film worden, zoals Renaldo & Clara, maar dan op een kleinere schaal.  Bob speelt scènes met Al Kooper en z'n medewerker Ronald Grivelle.

"Howard huurde een film crew en een pak kostuums," vertelt Bruce Gary, van The Knack, die is aangetrokken als tweede drummer voor de shows in New Orleans: "Bob trok dan een apenpak aan en liep rond tussen de tribunes. Dat werd dan gefilmd. Ik moest ook gek doen en rondrennen en Howard filmed ons terwijl we op en neer sprongen en onnozel deden"

Arthur Rosato vult aan: "We speelden eerst en dan werd er de hele nacht gefilmd. We deden geïmproviseerde stukjes en dan schreef Bob daar achteraf wat rond. We deden zomaar iets en dan gaf hij ons wat regels tekst."
De bedoeling is eigenlijk vooral om Dylan's vriend de gelegenheid te geven zijn zinnen wat te verzetten. Hij is bezig met af te kicken  van een heroineverslaving.

"Toen we terug gingen naar Santa Monica, hadden we al die opnamen," gaat Rosato verder. "We begonnen ze te bekijken en probeerden te bedenken: wat wordt de film?"
Maar Bob verliest al snel zijn belangstelling. "Bob leuterde maar door over het project," verklaart Rosato, "Omdat het geen echt project was - we zouden gaandeweg iets verzinnen - probeerde Howard van Bob te horen te krijgen wat hij nou eigenlijk wilde... Ik denk dat hij in de gaten kreeg dat Bob het project eigenlijk een zachte dood wilde laten sterven."

Zowat het enige resultaat van de opnamen zijn de live versies die van het concert op 10 november in het Saenger Performing Arts Center in New Orleans worden uitgebracht. 'Heart Of Mine' wordt in oktober '85 uitgebracht op Biograph en 'Dead Man, Dead Man'  verschijnt eerst op de 'Everything Is Broken' single en daarna op Bob Dylan Live 1961-2000 .

 

De laatste druppel

Op 3 januari 1982 wordt Howard Alk dood aangetroffen in de Rundown Studios. Bob's vriend was net 51 geworden - op 25 oktober had Bob hem nog 'Happy Birthday' toegezongen van op het podium in Bethlehem, Pennsylvania.  Alk was gescheiden van zijn tweede vrouw, was verhuisd naar Point Dune en sliep regelmatig in een bed in de Rundown Studios. Hij bleef er de hele Kerstvakantie terwijl de rest van de staf thuis bij hun gezinnen zat. Ergens tijdens die vakantie spoot Howard zichzelf heroïne in. Na de lijkschouwing rapporteerde de patholoog het als een ongeluk. Maar die hem kenden wisten beter.

De dood van zijn vriend is voor Bob de zoveelste slag in een schijnbaar onophoudelijke reeks tegenslagen die hem de afgelopen vijf jaar zijn overkomen. Eerst was er de scheiding van Sara en de ellendige strijd om de voogdij over de kinderen. Bob's bekering tot het Christendom heeft zijn familie en vrienden geschokt en hem de slechtste recensenties en bedroevendste platenverkopen van zijn carrière opgeleverd. De macabere sterfgevallen in Avignon wierpen een donkere schaduw.
Hij heeft vrienden verloren - zij het verre vrienden - in Michael Bloomfield *, de Christelijke muzikant Keith Green en John Lennon. De stalker Carmel Hubbell veroorzaakte nog meer ongeluk en deed hem vrezen voor zijn leven. Hij zag jaren van dure, tijdrovende en ongelukkige juridische strijd voor zich opdoemen omtrent zijn meningsverschil met Albert Grossman **.  Maar het was de dood van Howard Alk die de motor van Dylan tot stilstand bracht. "Dat was zo'n beetje het moment dat Bob besloot een poosje niet meer te touren," meent Rosato. "Hij zei tegen mij dat hij tot 1984 niet meer zou touren... Hij was gebroken... De studio deed hij daar op dat moment dicht."

Nu hij de veertig bereikt had begon Bob Dylan's briljante loopbaan te haperen. Het zou lang duren voor hij zijn zelfverzekerdheid en de waardering van het publiek teruggewonnen had.

De barre jaren tachtig waren aangebroken.

* * * * *

Noten

*
Mike Bloomfield speelde op 15 november 1980 gitaar tijdens 'Like A Rolling Stone' en 'The Groom's Still Waiting At The Altar' bij een optreden van Bob Dylan in het Warfield Theatre. Het blijkt zijn laatste optreden te zijn, want precies drie maanden later, op 15 februari 1981 wordt zijn lijk aangetroffen in zijn auto in San Francisco. Hij is overleden aan een overdosis. De gitarist speelde begin jaren zestig bij The Paul Butterfield Blues Band en was een veelgevraagde studiomuzikant. Hij was één van de muzikanten op Highway 61 Revisited van Bob Dylan.  Mike Bloomfield werd slechts 37 jaar oud.


**
Terwijl Shot Of Love werd gemixt hoorde Bob dat zijn vroegere manager vond dat Bob hem onvoldoende royalties uitbetaald had uit zijn contracten met Dwarf Music en Big Sky Music. Bob probeerde met hem te praten en uit te leggen dat hij meer dan genoeg gehad had, maar het mocht niet baten. Op 18 mei spande Grossman een rechtszaak tegen hem aan om $51,000 aan royalties en $400,000 schadevergoeding te eisen.
Bob reageerde met een tegenclaim. Hij beschuldigde Grossman ervan dat hij hem slecht had gemanaged, dat hij $ 15,000 van een van zijn rekeningen had gehaald om twee Grossman bedrijven op te richten en dat hij teveel commissie had berekend tot een bedrag van $7,1 miljoen. Zo begon een mammoetgevecht dat jaren zou aanslepen  Het zou een lange en bittere strijd worden.

 

Shot Of Love - Live in Avignon - 25 juli 1981
Every Grain Of Sand
Om te eindigen op een positieve noot:
Er is één nummer dat kwalitatief ver boven de rest van Shot Of Love uitsteekt:  'Every Grain of Sands'. Het is zonder meer een van zijn allerbeste songs. Zowel Bruce Springsteen als George Harrison wijzen later op dit nummer om te bewijzen dat de man niet afgeschreven mag worden na zijn reeks zwakke platen in de tweede helft van jaren tachtig.
Emmylou Harris zette haar versie op de cd Wrecking Ball uit 1995.
Nadat Dylan die versie had gehoord, belde hij Harris op. Dat moet ongeveer zo zijn gegaan: 'Emmy? Hoi, met Bob. Ik wou je alleen maar even vertellen dat ik jouw versie van 'Every Grain of Sand' fantastisch vind. Het heeft net zoveel soul als Aretha Franklin's beste werk. Het is de beste interpretatie ooit van een van mijn songs.'
En in 2003 zong Emmylou ' Every Grain of Sand' samen met Sheryl Crow op de begrafenis van Johnny Cash.

23-06-08

Overzicht

decoration

 


Toen ik aan deze blog begon was het niet mijn bedoeling om het volledige verhaal van Bob Dylan's carrière uit de doeken te doen. Ondertussen zijn we ver gevorderd en zijn niet alleen de kersen gepasseerd, maar ook de kruimels.

Hieronder vindt u een chronologisch overzicht met links naar de betreffende stukjes over iedere plaat. De live en verzamelalbums zijn meestal opgenomen in het grotere geheel. Dan verwijst de link daarnaar.

De link blijft ook permanent staan onder de kolom "muzieksites" als "Bob Dylan discografie".

 

De jaren zestig

1962 - Bob Dylan
1963 - The Freewheelin' Bob Dylan - http://peerkesplaatjes.skynetblogs.be/post/4229784/the-fr...
1963 - Bob Dylan In Concert (onuitgebracht) - http://peerkesplaatjes.skynetblogs.be/post/4229784/the-fr... en http://peerkesplaatjes.skynetblogs.be/post/4241015/bringi...
1964 - The Times They Are a-Changin'
1964 - Another Side of Bob Dylan - http://peerkesplaatjes.skynetblogs.be/post/4241015/bringi...
1965 - Bringing It All Back Home - http://peerkesplaatjes.skynetblogs.be/post/4241015/bringi...
1965 - Highway 61 Revisited - http://peerkesplaatjes.skynetblogs.be/post/4871143/bob--d...
1966 - Blonde on Blonde - http://peerkesplaatjes.skynetblogs.be/post/4946394/bob-dy...
1967 - Bob Dylan's Greatest Hits - http://peerkesplaatjes.skynetblogs.be/post/5013312/bob-dy...
1967 - John Wesley Harding - http://peerkesplaatjes.skynetblogs.be/post/5013312/bob-dy...
1969 - Nashville Skyline - http://peerkesplaatjes.skynetblogs.be/post/5072373/bob-dy...

 

De jaren zeventig


1970 - Self Portrait - http://peerkesplaatjes.skynetblogs.be/post/5103582/bob-dy...
1970 - New Morning - http://peerkesplaatjes.skynetblogs.be/post/5130303/bob-dy...
1971 - Bob Dylan's Greatest Hits Vol. II - http://peerkesplaatjes.skynetblogs.be/post/5190100/bob-dy...
1971 - The Concert for Bangla Desh -http://peerkesplaatjes.skynetblogs.be/post/5190100/bob-dy...
1972 - Rock of Ages  - The Band
1973 - Pat Garrett & Billy the Kid - http://peerkesplaatjes.skynetblogs.be/post/5219722/bob-dy...
1973 - Dylan - http://peerkesplaatjes.skynetblogs.be/post/5130303/bob-dy...
1974 - Planet Waves - http://peerkesplaatjes.skynetblogs.be/post/5257085/bob-dy...
1974 - Before the Floodhttp://peerkesplaatjes.skynetblogs.be/post/5257085/bob-dy...
1975 - Blood on the Tracks - http://peerkesplaatjes.skynetblogs.be/post/4226071/blood-...
1975 - The Basement Tapes - http://peerkesplaatjes.skynetblogs.be/post/4986085/bob-dy...
1976 - Desire - http://peerkesplaatjes.skynetblogs.be/post/5316781/bob-dy...
1976 - Hard Rain
1978 - Masterpieces - http://peerkesplaatjes.skynetblogs.be/post/4585269/street...

1978 - Street Legal - http://peerkesplaatjes.skynetblogs.be/post/4585269/street...

1978 - The Last Waltz - The Band
1979 - Bob Dylan at Budokan - http://peerkesplaatjes.skynetblogs.be/post/4585269/street...
1979 - Slow Train Coming - http://peerkesplaatjes.skynetblogs.be/post/5583404/bob-dylan--slow-train-coming 

De jaren tachtig


1980 - Saved - http://peerkesplaatjes.skynetblogs.be/post/5634615/bob-dy...
1981 - Shot of Love - http://peerkesplaatjes.skynetblogs.be/post/6002479/shot-o...
1983 - Infidels - http://peerkesplaatjes.skynetblogs.be/post/4400943/bob-dy...
1984 - Real Live - http://peerkesplaatjes.blogspot.com/2008/07/bob-dylan-rea...
1985 - Empire Burlesque - http://peerkesplaatjes.blogspot.com/2008/08/bob-dylan-emp...
1985 - Biograph - http://peerkesplaatjes.blogspot.com/2008/09/bob-dylan-bio...
1986 - Knocked Out Loaded - http://peerke3.wordpress.com/2008/11/05/bob-dylan-knocked...
1986 - Hard To Handle (video)- http://peerke3.wordpress.com/2008/11/28/bob-dylan-temples...
1987 - Hearts Of Fire - http://peerke3.wordpress.com/2008/11/12/bob-dylan-hearts-...
1988 - Down in the Groove - http://peerke3.wordpress.com/2008/11/14/bob-dylan-down-in...
1988 - Traveling Wilburys Vol. 1- http://peerke3.wordpress.com/2008/12/09/the-traveling-wil...
1989 - Dylan & The Dead -http://peerke3.wordpress.com/2008/11/20/bob-dylan-dylan-and-the-dead/
1989 - Oh Mercy - http://peerke3.wordpress.com/2008/12/16/oh-mercy/

 

De jaren negentig


1990 - Under the Red Sky
1990 - Traveling Wilburys Vol. 3 -
1991 - The Bootleg Series, Vols. 1-3: Rare And Unreleased, 1961-1991 - http://peerkesplaatjes.skynetblogs.be/post/5781551/bob-dy...
1992 - Good as I Been to You - http://peerkesplaatjes.skynetblogs.be/post/5781551/bob-dy...
1993 - The 30th Anniversary Concert Celebration - http://peerkesplaatjes.skynetblogs.be/post/5781551/bob-dy...
1993 - World Gone Wrong - http://peerkesplaatjes.skynetblogs.be/post/5805335/bob-dy...
1994 - Bob Dylan's Greatest Hits Volume 3 - http://peerkesplaatjes.skynetblogs.be/post/5975950/bob-dy...
1995 - MTV Unplugged - http://peerkesplaatjes.skynetblogs.be/post/5975950/bob-dy...
1997 - Time Out of Mind - http://peerkesplaatjes.skynetblogs.be/post/5984821/time-o...
1997 - The Best of Bob Dylan, Vol. 1
1998 - The Bootleg Series Vol. 4: Bob Dylan Live 1966, The "Royal Albert Hall" Concert - http://peerkesplaatjes.skynetblogs.be/post/4946394/bob-dy...

De jaren tweeduizend


2000 - The Best of Bob Dylan, Vol. 2
2000 - The Essential Bob Dylan
2001 - "Love and Theft"
2001 - Live 1961-2000: Thirty-Nine Years of Great Concert Performances
2002 - The Bootleg Series Vol. 5: Bob Dylan Live 1975, The Rolling Thunder Revue
2003 - Gotta Serve Somebody: The Gospel Songs of Bob Dylan
2004 - The Bootleg Series Vol. 6: Bob Dylan Live 1964, Concert at Philharmonic Hall - http://peerkesplaatjes.skynetblogs.be/post/4241015/bringi...
2005 - The Bootleg Series Vol. 7: No Direction Home: The Soundtrack
2005 - Live at the Gaslight 1962
2005 - Live at Carnegie Hall 1963 - http://peerkesplaatjes.skynetblogs.be/post/4229784/the-fr...
2005 - The Best of Bob Dylan
2006 - Modern Times
2007 - Dylan
2008 - Theme Time Radio Hour With Your Host Bob Dylan - http://peerkesplaatjes.skynetblogs.be/post/5575995/theme-...
2008 - The Music That Matters To Him - http://peerkesplaatjes.skynetblogs.be/post/5575995/theme-...

 decoration

19-06-08

Time Out Of Mind

decoration

Time Out of Mind

In januari 1997 trekt Bob Dylan voor het eerst in zeven jaar de studio in om zelfgeschreven nummers op te nemen. Sinds zowat halverwege het vorige decennium had hij het erg moeilijk om nog iets nieuws te schrijven. Er was even een korte opflakkering geweest voor Oh Mercy, Under The Red Sky en de beide Traveling Wilburys LP's, maar daarna was het op.
In april 1991 legde Dylan aan Paul Zollo uit: "Ooit kwamen de songs met drie vier tegelijk, maar dat is al lang gedaan ... Af en toe komt er nog eens een nummer op mij, als een buldog aan het poortje van de tuin, om te eisen dat ik hem schrijf. Maar de meeste verban ik onmiddellijk uit mijn gedachten. Je vraagt je af of er nog iemand behoefte aan heft om ze te horen. Misschien kom je op een punt waarop je genoeg songs geschreven hebt. Laat iemand anders ze maar schrijven."

De enige compositie uit de jaren negentig waaronder zijn naam staat is 'Heartland' dat hij samen met Willie Nelson zou hebben geschreven. Maar uiteindelijk bleek hij alleen de titel te hebben aangedragen.


Nieuwe songs?

Volgens de Amerikaanse journaliste Edna Gundersen, had hij in januari 1995 drie weken uitgetrokken om nieuwe nummers te schrijven. Het is onbekend wat dat heeft opgeleverd.

In augustus van dat jaar onderneemt hij een nieuwe poging, samen met Robert Hunter. Hunter schreef veel teksten voor The Grateful Dead, hoewel hij niet deel uitmaakte van de groep. Dylan had al eens eerder met de singer/songwriter samengewerkt voor Down In The Groove.
Maar de schrijfsessie in Martin Country wil niet erg vlotten. “Ik dacht voortdurend: zullen deze songs wel even goed zijn als wat ik iedere avond speel?”

Pas wanneer hij in januari 1996 ingesneeuwd raakt op zijn boerderij in Minnesota, heeft hij geen excuus meer om iets anders te gaan doen. Maar het gaat allemaal niet vanzelf. Voor inspiratie gaat hij te rade bij de oude folksongs waarvan hij er een aantal gebracht had op zijn twee akoestische cover-cd's. Vele songs hernemen dan ook de sombere, vervloekte sfeer van World Gone Wrong, maar vertaald naar Dylan's eigen beelden. Zoals Robbie Robertson zei over de Basement tapes: "We wisten niet of hij de nummers zelf schreef of dat hij ze zich herinnerde. Als hij ze zong kon je geen verschil merken."
Dat komt omdat hij flarden van zinnen uit diverse folk of bluessongs tot een min of meer coherent geheel aaneenschakelt door er eigen zinnen tussen te verweven. Fred Neil heeft zoiets vroeger ook ooit gedaan: die zette 'Shake Sugaree' van Elisabeth Cotten helemaal naar zijn hand en maakte er 'I've Got A Secret' van. Dylan bracht Neil's versie dan ook een aantal keren live die zomer.

Later vertelt Dylan over: “[Deze songs] klikten vanzelf samen, omdat ze eenzelfde skepticisme delen. Ze gaan meer over de angstaanjagende realiteit van het leven dan het rozige idealisme dat tegenwoordig populair is."
Toch heeft hij zijn twijfels.
Waneer hij zijn manager, Jeff Kramer, opbelt, laat hij hem weten: “Wel, ik zit ingesneeuwd. Dus schrijf ik wat nummers. Maar ik ga ze niet opnemen.”

Desalniettemin beginnen er onmiddellijk geruchten te circuleren over opnamen in New York en er duikt zelfs al een titel op voor de cd: Coupe de Ville.
In maart volgen nog meer geruchten over opnamen. Deze keer in Hollywood.

Nochtans is het business as usual in Dylanland: de ene tournee na de ander volgt mekaar op. Hoewel, voor het eerst in de jaren negentig heeft Dylan in ’96 wat gas teruggenomen: wat minder optredens, geen gastoptredens, geen audio, video of multi-media. De kwaliteit van de shows bleef even hoog als de voorgaande jaren.
Tot ontgoocheling van de fans blijft nieuw materiaal nog steeds uit en ook de band blijft grotendeels ongewijzigd. De enige personeelswijziging is dat de drummer Winston Watson, vanaf de herfsttournee wordt vervangen door David Kemper van de vroegere Jerry Garcia Band.

Wanneer er na de Europese zomertournee geen data worden aangekondigd voor de jaarlijkse Amerikaanse zomertournee gonst het opnieuw: Dylan zou een lange pauze inlassen in zijn Never Ending Tour. Er is sprake van minstens negen maanden.
Maar na drie en een halve maand hervat Dylan zijn trektocht door Amerika.

En toch is er wat hoopvol nieuws: in augustus heeft Bob Dylan, in Miami, met zijn tourband akoestische demo’s opgenomen voor zijn volgende plaat. Deze informele sessies gaven hem de gelegenheid om naar hartelust te experimenteren: nieuwe ideeën uittesten en arrangementen zoeken.

Opnieuw duiken er direct weer geruchten op: de nieuwe cd zou Stormy Season gaan heten. 
Daniel Lanois zou een bandje hebben met akoestische demo’s van Bob’s nieuwe nummers. Hij zou de arrangementen aan het uitwerken zijn voor de opnamen die gepland zouden zijn na de herfsttournee. Er circuleert zelfs al een lijstje met songtitels op het internet.

Na afloop van die tournee heeft Dylan afgesproken met Daniel Lanois in een hotel in New York. Ondanks de moeizame samenwerking tijdens de sessies voor Oh Mercy was hij blijkbaar toch tevreden over de Canadese producer.
Dylan leest hem de teksten van zijn nieuwe nummers voor, alsof het gedichten zijn. “De woorden waren hard, waren diep, waren wanhopig, waren krachtig en ze waren het resultaat van het leven van verschillende levens. Wat volgens mij bij Bob het geval is,” aldus Lanois. “Dus wilde ik die plaat maken.”

Afgesproken wordt om in de tweede helft van januari samen te komen.


Opnamen in Miami

Plaats van afspraak is de Criteria Recording Studios, in Miami, Florida.
Tegen Lanois had Dylan uitdrukkelijk gespecificeerd dat hij een plaat wil met het geluid van de jaren vijftig. Nochtans is het kale geluid van de rock and roll platen wel heel ver verwijderd van de gelaagde benaderingswijze die Lanois zo graag hanteert.
Lanois verklaarde achteraf: "Deze keer refereerden we aan oude platen uit de jaren vijftig. Bob houdt van de natuurlijke diepte die er in zit - iets wat je niet kunt verkrijgen met mixen. Je krijgt het gevoel dat de zanger vooraan staat, met wat anderen wat verder naar achter en dan nog iemand helemaal achter in de kamer. Dus hebben we de studio zo ingericht."

In interviews achteraf verwees Bob Dylan op de invloed van Buddy Holly op de sessies. "Ik weet niet meer precies wat ik heb gezegd over Buddy Holly," vertelt hij, "maar terwijl we opnamen hoorde ik Buddy Holly overal. Dat was gewoon zo. Liep je door de gangen dan hoorde je iets van Buddy Holly - 'That'll Be the Day' of zo. Stapte je in je auto, op weg naar de studio dan draaiden ze 'Rave On'. Kwam je dan in de studio dan speelde daar iemand een cassette met 'It's So Easy.'
Iedere dag gebeurde er zo wel iets. Flarden van Buddy Holly songs kwamen van overal aanwaaien. Echt geestig.  [lacht] Maar toen we alles opgenomen hadden bleef dat hangen. De geest van Buddy Holly bleef bij ons."

Nooit eerder heeft Dylan zo lang gewerkt aan nummers voor een plaat. Sommige zijn inmiddels twee jaar oud. Maar hij is blijven schaven en veranderen tot in de studio toe. Jim Dickinson vertelt later dat hij Dylan nog ziet staan: "leunend over een kist van de apparatuur, werkend aan de tekst van 'Highlands'...met een potlood."


Veel goed volk

Voor het eerst sinds de start van de Never-Ending Tour kiest Dylan er voor om leden van zijn band te betrekken bij de opnamen, naast een aantal gekende studiomuzikanten en mensen die ingebracht worden door Lanois. Van de tourband zijn de bassist Tony Garnier, drummer David Kemper en snarenwonder Bucky Baxter geselecteerd.
Daarnaast koos Dylan enkele echte klasbakken: Augie Meyers, de Texaanse organist van het Sir Douglas Quintet en Bob Britt, een uitstekende gitarist uit Nashville. 

Lanois van zijn kant heeft Brian Blade uit New Orleans. De jazzdrummer heeft net met hem samengewerkt aan de sessies voor Wrecking Ball van Emmylou Harris. Cindy Cashdollar is de autoriteit op het gebied van slidegitaar.
Zelf wil Lanois gitaar en dobro spelen.

Zoals steeds staat Dylan er op om live te spelen. Alle muzikanten zitten in een cirkel om hem heen. Het nummer wordt een paar keer doorgenomen en dan is het tijd voor actie.

Na een paar dagen vindt Dylan dat er nog wat ontbreekt. Hij laat zijn manager nog wat muzikanten bellen. Alsof twee drummers niet genoeg zijn, laat hij ook Jim Keltner oproepen.

Lanois was vooral ongelukkig over de komst van de extra gitarist. "Ik denk dat ze een dag of twee aan het opnemen waren toen Bob zijn manager vroeg om mij te bellen," vertelt Duke Robillard. Robillard is de gitarist van de bluesband Roomful of Blues. Zijn spel was Dylan opgevallen toen Robillard Jimmie Vaughan verving in de Fabulous Thunderbirds. Die band speelde ooit het voorprogramma van Dylan.
"Hij had mij nodig, vond hij. Ik vloog de volgende dag na het telefoontje al naar daar. Het enige probleem was - en dat wist ik pas toen ik er al was - dat ik Daniel Lanois moest vervangen als gitarist. Hij vond dat maar niks en hij haatte me."
"Dus begon er een vreemd gevecht," gaat Robillard verder: "Ik speelde iets of oefende wat op een melodie en dan kwam Lanois uit de controle ruimte gelopen. 'Ik heb liever dat je even niet meedoet.' Ik zei 'Mij goed.'
Een kwartiertje later nam Bob hem dan even apart en stonden ze te ruziën. Even later kwam Lanois mij dan terug halen uit de controle ruimte en kon ik terug gaan spelen.
Dylan was erg tevreden over mijn spel. Hij zei: 'Ik ga nog een paar van je cd's kopen. Dan kan ik ook zo leren spelen.'"

Naast de nieuwe gitarist wou Dylan ook nog een pianist. Daarvoor liet hij de legendarische Jim Dickinson  (Big Star, Replacements, Ry Cooder, John Hiatt) overvliegen uit Memphis.

Dickinson is verbaasd over de bende die hij in de studio aantreft: "Twaalf muzikanten die live spelen - drie drumstellen. Ongelofelijk!
Twee steelgitaristen! Dat had ik nog nooit gezien. Zelfs in de strafste hillbilly sessie ter wereld heb je nog nooit twee steelgitaren tegelijk horen spelen. En één daarvan is dan nog Cindy Cashdollar. Die heeft letterlijk het handboek geschreven. Ik bedoel: ga maar kijken: het boek [over Western Swing steelgitaar] heeft zij geschreven.
En dan was er die andere kerel, Bucky Baxter die toen bij Bob speelde. Ze wisselden akkoorden uit, maar je kon ze alleen horen als je de koptelefoon afnam. Dat werd gewoon niet eens opgenomen - en toch maakt het allemaal deel uit van de klankkleur."

Robillard bevestigt: "Hoewel we allemaal tegelijk speelden, gebruikte Lanois iedere keer maar een stuk of vijf, zes muzikanten voor ieder nummer. Ik speelde op alles, maar de bal lag in zijn  kamp. Hij was de producer en de mixer - dus hoor ik niet veel van mezelf terug op die plaat."


Niet gemakkelijk

"De versterkers stonden niet hard," legt Dickinson uit, "omdat er zoveel spelers waren. Er werd goed doorgewerkt. Twaalf uur per dag, gedurende negen dagen - erg intensief. Bob bedacht ter plekke een arrangement en wij werden geacht in te vallen - zonder aftellen of zelfs maar zonder te weten of er opgenomen werd. Er werd altijd opgenomen. Als Bob vond dat het niet goed liep, veranderde hij het prompt zonder iets te zeggen en begon te spelen. Je moest voortdurend bij de les blijven."

Jim Dickinson weer: "Het was pure chaos gedurende anderhalf uur en dan een minuut of acht prachtige muziek. Dan sloegen we iedere keer de nagel op de kop. [Maar Dylan] wil de nagel er niet recht in. Hij wil er leven in… Als we te kort bij een arrangement zaten, dan veranderde hij opeens het tempo en de toonaard drastisch."

Daniel Lanois kan dat bevestigen: ”Op het laatste moment, zonder enige waarschuwing en terwijl de opnameknop is ingedrukt, verandert Dylan zowel het ritme als de toonaard. De muzikanten bekijken mekaar en proberen te volgen en dan zegt Bob ‘Dat was het’. Dat is zeker met de helft van de nummers op deze plaat gebeurd."

"Het was een fantastische ervaring om met Bob Dylan te werken," meent Robillard. "Hij was erg spraakzaam tegen mij. Ik vond het fijn en werkte hard. Ik zat de hele tijd maar een paar meter van hem af. Er was niks wat Lanois kon doen om de boel voor mij te verzieken - tenzij hij mij naar huis stuurde."

Maar dat gebeurt niet, want Dylan houdt stevig de touwtjes in handen.
"De eerste avond toen ik daar was, bracht Lanois een ProTools man binnen," vertelt Jim Dickinson. Dat was toen de allernieuwste digitale opnameapparatuur. "Die kerel begint zijn spullen op te stellen in de controlekamer. Dylan vraagt aan Dan: 'Wat is dat?' Lanois fluistert iets tegen hem en hij zegt: "Haal dat ding weg." [lacht hard] Hij stuurde hem weg. Zo simpel was het: "haal dat ding weg.'"

Lanois kon alle hulp nochtans gebruiken want, met zoveel muzikanten waren "de playbacks pure chaos," geeft Dickison toe. Doordat hij zelf een ervaren producer is weet hij: "Wanneer Dylan aan het mixen gaat zal hij een pak problemen hebben."
Wanneer je de hoesnota's overloopt merk ja dat op elke track eigenlijk maar een paar muzikanten zijn overgebleven.
Jim Dickinson: "Met zoveel volk verwacht je een zootje, maar eigenlijk speelt iedereen nauwelijks iets. Van die zes gitaristen zijn de enige die echt solo spelen Lanois zelf en Dylan. De anderen: Duke Robillard en die gast uit Nashville zaten daar gewoon te wachten om één noot te spelen. Maar dat was dan wel de perfecte noot."

Lanois moet toegeven dat het niet gemakkelijk is om producer te zijn bij Bob Dylan: "Wel, je weet nooit van te voren wat je gaat krijgen. Het is een excentrieke kerel. Je kan iets prachtigs krijgen bij de eerste take, of [grinnikt] je krijgt helemaal niets.
Weet je, Bob en ik gingen regelmatig even naar buiten. Op de parking bespraken we dan dingen zonder de band erbij. Die zaten te wachten in de studio. En ondertussen bespraken we dan het volgende nummer.
Neem bijvoorbeeld 'Standing In The Doorway'. We stonden daar op de parking en ik zei: Een van uw mooiste nummers vind ik 'Sad Eyed Lady Of The Lowlands.' Dat is in 6/4de maat. Zouden we niet zoiets niet kunnen doen op deze plaat?
En hij stelde voor 'Wel ik heb nog  'Standing In The Doorway', misschien kunnen we dat eens proberen."

Tijdens de sessies wordt herhaaldelijk terug gegrepen naar de demo's die in augustus op band zijn gezet. Zo had Dylan toen een country-blues riff bedacht die hij nu absoluut wilde recycleren voor 'Dirt Road Blues'. "Hij liet mij zestien maten van de originele cassette sampelen en die werden gebruikt voor de definitieve versie," vertelt Daniel Lanois.
"De demo van ‘Not Dark Yet’ klonk totaal anders," vertelt hij met enige spijt. "Die versie was veel sneller en kaler. Tijdens de sessies veranderde hij het in een ballad uit de Civil War. Ik hield van die versie en ik mis ‘em.”

"We hebben vele lange dagen gewerkt aan deze plaat," weet de Canadese producer, maar na elf dagen was het opeens voorbij. "Toen hij alle teksten afhad, vond hij dat de plaat afwas. De plaat was geschreven. Hij zei: 'Weet je, we kunnen een wals versie doen. We kunnen het in 4/4de maat doen. Het kan zus en het kan zo. Het kan wat we maar willen… Maar het voornaamste is dat het geschreven is."


Business as usual

Veel tijd om uit te rusten is er niet, want op 9 februari 1997 gaat het elfde jaar van de Never-Ending Tour alweer van start, met elf shows in Japan.
Bij de aanvang van de daaropvolgende Amerikaanse lentetournee is er eindelijk vernieuwing in de tourband. Na meer dan vijf jaar en 692 shows wordt John Jackson vervangen door de New Yorkse sessiemuzikant Larry Campbell. Toch is er merkwaardig weinig verschil merkbaar.

Tussendoor wordt er veel aandacht besteedt aan het mixen van de plaat. Dat gebeurt in de Teatro Studios in Oxnard, Californië. Dylan blijft  nummers toevoegen en andere weglaten. Hij kan maar niet beslissen welk beeld hij met de plaat wou krijgen.
Later vertelt hij dat de grote baas van Columbia Records, Don Ienner, hem "ervan overtuigde de plaat uit te brengen, zelfs al stonden zijn favoriete songs er niet op."

Maar dan wordt hij plots gedwongen om afstand te nemen.

 

Een verjaardag met een onaangename verassing

Op 24 mei wordt Bob Dylan 56. Zijn dochter Maria Himmelman heeft een verjaardagsfeestje op touw gezet. Tijdens het eten voelt Dylan zich niet goed. Hij heeft pijn in zijn borst. “De pijn verlamde me en mijn hersenen sloegen tilt. Ik was zo ziek dat ik niets meer wist.”
Een bijgeroepen dokter verzekert hem dat het niet ernstig is. Maria dringt echter aan om een dokter van de universiteit van Los Angeles te bellen. Die raadt Bob aan naar het ziekenhuis te gaan.

De volgende dag checkt hij in, in het ziekenhuis van Los Angeles. Eerst is er sprake van een hartaanval, maar later wordt de diagnose gesteld als ”histoplasmosis”, een infectie van het vlies om het hart. De schimmelinfectie is ernstig omdat Dylan er al een tijdje mee rondliep.
"Het was iets... het kwam door toevallig vogelmest in te ademen dat uit één van de rivieren kwam daar waar ik leef. Misschien één maand, of twee tot drie dagen uit het jaar, worden de oevers van de rivier helemaal week, en dan kan een windvlaag een boel van dat spul meevoeren in de lucht. Ik heb dat toevallig ingeademd. Dat heeft me ziek gemaakt."

Dylan is opeens voorpaginanieuws.

Na een week mag Dylan het ziekenhuis verlaten. Hij moet wel nog vier tot zes weken rusten. De Europese zomertournee met Van Morrison wordt afgelast.
Columbia verspreid een persmededeling, waarin Dylan wordt geciteerd: ”Ik weet niet wat ik ga doen. Ik ben blij dat ik me weer beter voel. Ik dacht echt dat ik binnenkort Elvis zou gaan ontmoeten”.

Zijn voormalige drummer Winston Watson vertelt later dat hij hem een kaartje had gestuurd. Wanneer hij zijn voormalige werkgever later nog eens ontmoet bedankt Bob hem voor dat kaartje. “Hij vertelde me iets waarvan ik de tranen in mijn ogen kreeg: dat hij weinig post had gekregen van de mensen met wie hij werkte. Geen, om precies te zijn,” aldus Watson.


Pas op 3 augustus staat Dylan opnieuw op het podium. Na twee maanden te hebben gerust in zijn huis in Malibu doet hij zijn Amerikaanse zomertournee zoals gepland. De zanger ziet er vermoeid uit en klinkt ook zo. Hij moet zelfs regelmatig gaan zitten tussen de nummers in. De show is dan ook twintig minuten korter dan de vorige tournee en duurt nu tussen de 90 en 100 minuten. Op doktersbevel speelt hij geen harmonica.
In een interview met Edna Gundersen van USA Today praat Dylan voor het eerst over zijn recente ziekte. ”I was zes weken van de kaart”, “Ik neem nog drie keer per dag medicijnen " en ”Ik kreeg toelating van de dokters om deze tournee te doen.”

decoration

Op audiëntie bij de paus

Op vraag van het Vaticaan treedt Bob Dylan op 27 september 1997 op tijdens het Wereld Eucharistisch Congres in Bologna. Er zijn 300 000 toeschouwers en ook Paus Johannes Paulus zelf. Dylan brengt hij drie nummers met zijn band: ‘Knockin’ On Heaven’s Door’, ‘A Hard Rain’s A-Gonna Fall’ en ‘Forever Young’.
Na het tweede nummer neemt Dylan zijn hoed af en stapt Dylan naar de Paus om hem de hand te schudden en even met hem te praten. In zijn toespraak vooraf citeerde de Paus uit ‘Blowin’ In The Wind’. Hij had Dylan verzocht dat nummer te zingen.
Het gebeuren wordt door de RAI uitgezonden.
Bucky Baxter: “Wat mij betreft was het pure public relations. Het stelde niks voor. Het was gewoon opgezet om de jongeren naar de Katholieke kerk te lokken. Ik denk dat de redenering was, laat ons een rock concert organiseren. Maar de paus zat daar maar, half in slaap. Trekt zich niks aan van Bob Dylan of wie dan ook. Het had evengoed Bill Gates kunnen zijn die daar zat.”
Voor het kwartier lange optreden ontvangt Dylan driehonderdvijftigduizend dollar.


Eindelijk een nieuwe cd.

Drie dagen na de festiviteiten verschijnt, op 30 september 1997, Time Out Of Mind. Het is zijn dertigste studioplaat en de eerste met nieuw materiaal sinds het begin van het decennium.

De cd wordt door de critici goed ontvangen, al is Dylan de eerste om teveel lof af te wijzen. " Ik denk niet dat het beter is dan mijn oude werk. Maar ik denk het schokkend zou kunnen zijn in zijn botheid. Er is geen afval bij."
Inderdaad, het is een werk vol rauwe wrangheid, zorgen over de ouderdom en verloren liefde. Maar het is ook een schitterende plaat vol blues, rockabilly en ballads, doorschoten met droge humor.
“Veel van die nummers werden geschreven na zonsondergang,” vertelt Bob Dylan. “En ik hou van onweer. Ik blijf graag op tijdens een onweer. Ik kan dan goed nadenken en zo bleef die ene zin maar in mijn hoofd rondtollen: “Werk zolang de dag duurt, want de nacht van de dood komt wanneer geen mens kan werken.” Ik heb geen idee waar ik het heb gehoord maar het laat me niet los. Ik dacht, ‘Wat betekent het?’ Maar ik bleef er maar aan denken, een hele tijd. En ik denk dat er veel daarvan is doorgesijpeld in deze plaat.”

Sinds zijn bekering achttien jaar gelden leek Dylan niets goed meer te kunnen doen voor de Amerikaanse pers en de publieke opinie. Maar nu hij bijna dood was geweest, kon hij opeens niets meer mis te kunnen doen. Mede dankzij al die extra publiciteit wordt Time Out Of Mind zijn best verkocht plaat in twintig jaar, met meer dan één miljoen exemplaren. 
Hij krijgt de ene onderscheiding na de andere en de plaat wordt in alle overzichtslijstjes uitgeroepen tot de beste van het jaar.

Op 25 februari 1998 krijgt hij, tijdens de uitreiking van de 40ste Grammy Awards in de Radio City Music Hall, in New York City niet minder dan drie Grammy Awards. Time Out Of Mind wordt onderscheiden zowel als "album van het jaar" en als "beste hedendaagse folk album" (!). Bovendien wordt ‘Cold Irons Bound’ uitgekozen als "beste door een man gezongen hedendaagse rock uitvoering".

Tijdens de plechtigheid speelt hij Bob Dylan één nummer met zijn band, maar natuurlijk niet dat waarvoor hij is onderscheiden!. Hij kiest voor 'Love Sick'. Tijdens de uitvoering trekt een van de ingehuurde dansers zijn hemd uit en wringt zich naast de verbaasde zanger. Op zijn ontbloot bovenlijf staat de mysterieuze boodschap  “SOY BOMB” geschreven.

Ook zoon Jacob wint de beide categorieën waarvoor hij was genomineerd, met zijn band The Wallflowers.


Jack Frost gaat solo

Op de hoes van Time Out Of Mind staat aangegeven dat de plaat geproducet is door Daniel Lanois en Jack Frost. Dat blijkt alweer een pseudoniem te zijn voor de man die geboren is als Robert Zimmerman.
Achteraf toonde Dylan zich niet onverdeeld gelukkig met de plaat. "Ik herinner mij vooral de strijd. Voor elke seconde is gestreden. Vraag het maar aan Daniel Lanois, die probeerde de songs te producen. Vraag iedereen die er bij betrokken was. Ze zullen het allemaal beamen. Ik vertrouwde mijn tourband niet genoeg om ze hun werk te laten doen in de studio en daarom huurde ik die buitenstaanders in. Maar ik kende hen niet en zij kenden de muziek niet. Daardoor dook er steeds iets onverwachts op. En dan moest ik compromissen sluiten om iets te bereiken. Daardoor, hoewel de songs goed bij elkaar passen, valt het mij als geheel wat tegen.... Het lijkt als sommige wielen een andere kant uitdraaien. Maar hey, we zijn er toch geraakt...Zo herinner ik het mij en die herinnering overschaduwt alle vreugde over de ontvangst."

Jim Dickinson meent dat Lanois de plaat te fel naar zich toe heeft getrokken in de mix. Hij is niet onder de indruk van het uiteindelijk resultaat: "Wat Lanois heeft gedaan tijdens het mixen is enkele instrumenten wegdraaien – er is nergens meer dan een drumstel te horen. Enkele mixen zijn gewoon de weergave van de sessie. De mixen klinken vreemd in mijn oren. Maar wat wil je… het is gewoon frustrerend om er bij te zijn geweest en iets anders in mijn hoofd te hebben. Dit is slechts een schim van de plaat in mijn hoofd."

Ook Dylan zelf is niet onverdeeld gelukkig. Voortaan zal hij, als Jack Frost, de productie van zijn platen zelf verzorgen.

Veel critici menen in de plaat toespelingen aan te treffen op Dylan's eigen dood. Vier jaar later reageerde hij, in een interview met Rolling Stone daar op: "Mensen zeggen dat Time Out Of Mind donker en dreigend is. Zeker hebben we die dimensie bewust in onze sound verwerkt. Mensen zeggen dat de plaat gaat over sterfelijkheid - mijn sterfelijkheid, om de een of andere reden.
Wel, het gaat niet over mijn sterfelijkheid. Wel over sterfelijkheid in het algemeen. Dat is iets wat we allemaal gemeen hebben, niet? Maar ik heb geen een criticus gelezen die zei: 'Het gaat over mijn sterfelijkheid" - begrijp je, die van hem. Alsof hij immuun zou zijn - alsof hij eeuwig zou leven en de zanger niet.
Dat soort neerbuigende houding zag ik tegenover die plaat nogal dikwijls in de pers. Maar ja, wat kun ja daar tegen doen?"


Kunnen we nog meer verwachten?

Tijdens de elf opnamedagen in januari 1997 zette Bob Dylan veertien songs op band.  Elf daarvan kwamen op Time Out Of Mind terecht.
Een van de nummers die het niet haalden, werd opnieuw opgenomen voor de opvolger, Love and Theft: 'Mississippi'
Van een tweede is alleen de titel bekend: 'No Turning Back'
En dan is er nog ' Girl from the Red River Shore', waarvan Jim Dickinson zei dat het "het beste nummer is van de sessie."

Hopelijk krijgen we die in de herfst te horen, wanneer het achtste deel van The Bootleg Series er aan komt. Want volgens de laatste geruchten zouden deze keer studio outtakes uit de laatste twee decennia aan bod komen. Iets om naar uit te kijken.

 


'Love Sick' tijdens de Grammy's

De videoclip voor 'Cold Iron Bounds'
 En een spotje voor de lingeriefabrikant Victoria's Secret, met een remix van 'Love Sick'.

16-06-08

Bob Dylan - MTV Unplugged

decoration


Scheiden kost geld

Ergens in de herfst van 1993 bedacht Bob Dylan dat hij de zaken beter kon aanpakken. Hij speelde al langer met het idee om in eigen beheer platen uit te gaan geven: zonder tussenkomst van een platenmaatschappij. 
Daarom organiseerde hij zelf een aantal concerten in de New Yorkse Super Club. Hij huurde een cameraploeg in en professionele geluidsapparatuur. Het was de bedoeling om van de de akoestische optredens een documentaire  te maken die dan zou kunnen worden verkocht aan de diverse TV-stations. Die documentaire zou dan mooi als promotie dienen voor de bijbehorende live-cd. De combinatie zou een mooi bedrag kunnen opbrengen, zeker wanneer alle rechten in eigen handen bleven.

Het is dan ook geen toeval dat de vier concerten van 16 en 17 november 1993 tot de allerbeste uit zijn carrière mogen worden gerekend.
Maar, afgeschrikt door de administratieve rompslomp die de hele onderneming met zich meebrengt tekent hij, nog diezelfde maand, een contract met Columbia voor nog eens tien albums.
De banden verdwijnen voorgoed de kast in.

Een andere manier om het nodige geld binnen te brengen om de echtscheiding te compenseren is een intensiever beheer van zijn enorme songcatalogus.
Vele fans reageren geschokt wanneer de vroegere protestzanger in januari 1994 een contract afsluit met de boekhoudfirma Cooper & Lybrand. Hij geeft hen de toestemming om ‘The Times They Are A-Changin' te gebruiken in hun reclamespotje. Om de pil wat de verzachten is het niet de oorspronkelijke opname, maar een cover door Ritchie Havens.

Minder schokkend, maar even lucratief, is het gebruik van twee oude nummers op de soundtrack van de succesfilm Forest Gump. En als het moet wil hij zelfs een kleine inspanning doen: bij de opname van een cover van ‘Just Like A Woman’ door Stevie Nicks speelt hij gitaar en harmonica.


Far East Tour

Het zevende jaar van de Never Ending Tour brengt Bob Dylan eindelijk nog eens naar Japan. Het kortere formaat van de Santana tournee van 1993 wordt aangehouden: 14 à 15 songs, maar samen toch nog goed voor zo’n 110 minuten. Gelukkig word ook dezelfde hoge kwaliteit aangehouden, of zelfs nog verbeterd. Wat Dylans eigen live prestaties betreft word 1994, het beste jaar sinds ‘88.
Voor de gelegenheid opent hij met een verassende keuze: ‘Jokerman’ (al 10 jaar niet meer gespeeld), gevolgd door ‘If You See Her, Say Hello’ (16 jaar niet meer gespeeld). ‘Jokerman’ blijkt de standaard opener voor het hele jaar.
Er zijn echter nog steeds geen nieuwe eigen composities en zelfs niets van zijn recentste studio-cd World Gone Wrong.
Wel debuteert hij in Hiroshima, op 16 februari, een totaal herwerkte versie van ‘Masters Of War’. De adembenemende akoestische versie blijft regelmatig opduiken tijdens de rest van het jaar.
De Far East Tour eindigt met optredens in Kuala Lumpur, Maleisië, Singapore en Hong Kong.

Een maand later volgt de traditionele US Spring Tour. Daarbij brengt hij het enige nieuwe nummer van het hele jaar: een vertolking van ‘Lady Came From Baltimore’ van Tim Hardin. Dylan zingt het twee keer.


Een bezoekje aan de studio

Tussen 9 en 11 mei neemt Dylan een handvol nummers op met zijn tourband. De opnamen vinden plaats in de Ardent Studios, in Memphis, Tennessee. Hoewel het oorspronkelijk de bedoeling was dat Don Was de sessie zou leiden, besluit Dylan zelf als producer op te treden, met de hulp van geluidstechnicus Jeff Powell.
Er zijn geen eigen composities bij. Het zijn allemaal covers voor tribute cd's. Hoewel er sprake is van minstens vijf verschillende songs, verschijnen er uiteindelijk slechts twee.
‘Boogie Woogie County Girl’, een hit van Big Joe Turner uit 1956, maar geschreven door Doc Pomus, verschijnt in maart ’95 op Till The Night Is Gone: A Tribute To Doc Pomus.


Het tweede is ‘My Blue Eyed Jane’ van Jimmie Rodgers. Dat wordt opgenomen als een duet met Emmylou Harris. Maar wanneer de cd The Songs of Jimmie Rodgers: A Tribute in augustus 1997op de markt komt, is van de zangeres geen spoor meer te bekennen. Om onduidelijke redenen blijkt Dylan de song opnieuw te hebben ingezongen. Een gedeelte van de oorspronkelijk duet-versie is wel te horen op de cd-rom Highway 61 Interactive. De zoveelste merkwaardige beslissing van de man uit Minnesota.
De rest van de opnamen verdwijnt in de archieven. Dat zijn: 'I'm Not Supposed To Care' van Gordon Lightfoot, 'One Night Of Sin' van Dave Bartholomew (oorspronkelijk van Smiley Lewis, maar veel bekender in de versie van Elvis Presley) en Southern bluesklassieker 'Easy Rider (Don't Deny My Name)', bekend van onder andere Janis Joplin.
 

In die archieven belanden later nog meer covers. Op 30 september neemt Bob Dylan versies op drie songs die Elvis Presley in 1956 opnam. De nummers zijn bedoeld voor een tribute cd aan de man uit Tupelo.
De opnamen vinden plaats in de Sony Studios, in New York. Het is voor het eerst in negentien jaar dat Dylan nog eens terug werkt in de voormalige Columbia Studios waar hij zijn eerste platen op band zette.
Deze keer is Don Was wel aanwezig. Wie de muzikanten zijn is echter niet bekend.

Dylan spendeert die dag veel tijd in een vergeefse poging om 'Money Honey' of 'Lawdy Miss Clawdy' op band te krijgen. Hij raakt zo gefrustreerd dat hij uitroept: "Ik haat opnemen, man. Dat is zo onwerkelijk."
Tenslotte beslist hij de ballad 'Anyway You Want Me' aan te pakken. Hoewel het resultaat erg goed is,belandt ook dit in het archief, want het project komt nooit van de grond.


Great Music Experience

In de tweede helft van de maand is Dylan alweer terug in Japan. Op 20 en 22 mei neemt hij er deel aan The Great Music Experience, een drie daags concert in samenwerking met het  World Decade For Cultural Development Project van de UNESCO. Het was de bedoeling dat dit het eerste in een reeks zou worden in belangrijke en mooie culturele sites. Er kwam helaas geen gevolg.
Voor het prachtige decor van de Todaiji tempel in Nara, treden naast een aantal Japanse artiesten ook enkele westerse gasten op: Joni Mitchell, INXS, Ry Cooder, Jon Bon Jovi en Richie Sambora.
Dylan speelt elke avond dezelfde drie nummers: ‘A Hard Rain's A-Gonna Fall’, ‘I Shall Be Released’ en ‘Ring Them Bells’. Hij wordt daarbij begeleid door het New Tokyo Philharmonic Orchestra, plus een speciaal samengestelde band, bestaande uit gitarist Phil Palmer, bassist Pino Palladino, drummer Jim Keltner, ”Wix” Wickens op toetsen en Ry Cooper op percussie.
Het orkest staat onder leiding van Michael Kamen, die ook de arrangement schreef.
Elk concert eindigde met een herneming van ‘I Shall Be Released’ met alle deelnemende artiesten samen. De slotdag werd uitgezonden op radio en TV in meer dan 50 landen over de gehele wereld.

Dylans optredens zijn niets minder dan verbluffend, zoals kan worden beluisterd op de live versie van 'A Hard Rain's A-Gonna Fall’, die in december 1994 verschijnt als bonustrack van de cd single van 'Dignity'.


Woodstock II

De zomer brengt weinig nieuws: in juli speelt hij zeventien shows in Europa. De set bestaat uit dertien nummers waarvan acht die al meer dan 250 keer zijn gespeeld tijdens de Never Ending Tour. Na amper twee weken trekt de tour verder door Noord Amerika.

Het enige opmerkelijke optreden vindt plaats op 14 augustus: die dag speelt Dylan tijdens Woodstock '94. Heel merkwaardig, want het opzet van het oorspronkelijke festival was precies Dylan terug te doen optreden. Om het hem gemakkelijk te maken hadden ze het festival zelfs in zijn achtertuin willen houden (niet letterlijk natuurlijk). Daar wou hij toen absoluut niet van weten. Voor het hele verhaal: http://peerkesplaatjes.skynetblogs.be/post/5103582/bob-dy...

Maar de tijden zijn inderdaad veranderd. Wanneer Neil Young te elfder ure laat weten niet te kunnen of willen komen, is Dylan bereid om vijfentwintig jaar na de feiten toch op het podium van Woodstock zijn ding te gaan doen. Een gage van zeshonderdduizend dollar zal wel geholpen hebben om zijn afkeer te verminderen.
Wel was hij erg onzeker over de ontvangst die hem daar te wachten zou staan.
De show wordt stevig ingekort hetgeen aan drummer Winston Watson de opmerking ontlokt: "We deden er langer over om er te geraken dan dat we er speelden. Hij stapt uit de bus. We praten even over de setlist. We gaan spelen en 't is voorbij… Maar hij kwam er om er te rocken."
En dat deed hij ook. Wanneer hij enthousiast wordt verwelkomt door het jeugdige publiek, geeft hij een krachtig optreden. 
Achteraf wordt dit optreden door verschillende critici aangeduid als een keerpunt in zijn carrière. Het begin van de weg terug naar een groter publiek dan alleen de trouwste fans.
Het geheel wordt uitgezonden op radio en betaal-TV. ‘Highway 61 Revisited’ wordt uitgebracht op de officiële cd (8 november ’94).

decoration

Dignity

Samenvallend met de Amerikaanse herfsttournee verschijnt de eerste cd van het nieuwe contract met Columbia: Greatest Hits, Vol. 3. Waar Greatest Hits, Vol. 2 begin jaren zeventig een vijftal uitstekende nieuwe nummers bevatten is de oogst voor de trouwe fans dit keer maar mager: één nieuw nummer slechts. Dat is ‘Dignity’, een outtake van de Oh Mercy sessies. Maar van de originele versie is niet veel overgebleven: Brendan O'Brien (de producer van Pearl Jams tweede plaat) heeft het nummer onder handen genomen. Hij veegde alles af, behalve Dylans zang en piano. Aan die tracks worden bas en drums toegevoegd, door Steve Gorman en Brendan O'Brien zelf. Die vult het geheel dan verder aan met elektrische gitaar en toetsen, plus Rick Taylor op banjo.
In december verschijnt 'Dignity' ook op cd-single. Daarop staan  twee versies: de versie van Greatest Hits en een "radio edit" waarbij vier regels zijn geknipt. De derde track is ‘A Hard Rain's A-Gonna Fall’ van 22 mei in Nara, Japan.

Merkwaardig genoeg geeft Dylan een vier jaar later toestemming om de originele mix van Daniel Lanois alsnog uit te brengen. Dat gebeurd in november 1998 op de soundtrack van de populaire TV-reeks Touched By An Angel.


MTV Unplugged

Op 17 en 18 november 1994 - precies een jaar na de Super Club shows - wordt het idee van een puur akoestisch optreden nog eens overgedaan. Maar deze keer voor de camera’s van MTV. 

De band is voor de gelegenheid versterkt met een extra toetsenspeler: Brendan O'Brien. Diens elektrische orgel is wel degelijk ingeplugd. Verder zijn er dus Bucky Baxter (op pedal steel gitaar & slide gitaar), John Jackson (akoestische gitaar), Brendan O’Brien (toetsen), Tony Garnier (bas), Winston Watson (drums & percussie).

 “We hebben een paar dagen lang in de studio’s van Sony gerepeteerd,” vertelt Winston Watson. “Ik zweer je dat we niet één van die nummers gespeeld hebben. We speelden veel countryblues nummers die ik nog nooit had gehoord. Heel rustig, zachtjes, niet bepaald rock ‘n’ roll.”
“Ik had graag oude folk songs gespeeld met akoestische  instrumenten,” bevestigd Bob Dylan. “Maar er werd van overal gesuggereerd wat het beste zou zijn voor dit publiek.… Vroeger zou ik daar tegen in gegaan zijn, maar het heeft geen zin … Ik voelde me verplicht en ik deed wat ze vonden dat ik moest doen…. Dat was niet noodzakelijk wat ik had willen doen.”
De heren van Sony drongen aan op een greatest hits voorstelling. En dat kregen ze ook. Het resultaat is een weinig vernieuwende setlist: 'Like A Roling Stone', 'All Along The Watchtower' én 'Knockin' on Heaven's Door'.
Slechts drie nummers dateren niet uit de jaren zestig: het al genoemde 'Knockin' on Heaven's Door' uit 1973, 'Shooting Star' uit 1989 en de nieuwe versie van 'Dignity', uit de recente verzamel-cd.
De enige verassing was een uitvoering van 'John Brown' een nooit uitgebracht anti-oorlogsnummer uit… 1962. Misschien is het wel veelzeggend dat Dylan de hele set lang zijn zonnebril ophoudt.

Bob Dylan Unplugged wordt voor het eerst uitgezonden door MTV in Amerika op 14 december 1994. De acht nummers komen bijna allemaal uit de tweede show. Bij ‘With God On Our Side’ (van de eerste show) zijn twee strofen geknipt: die over WO II en "The Russians".
In Europa verschijnt de show tien dagen later.

De gelijknamige cd ligt pas in mei van het volgende jaar in de winkel. Merkwaardig daarbij is dat Europa een andere versie krijgt dan Amerika. De Europese versie heeft één extra nummer: 'Love Minus Zero/No Limit', maar daar staat tegenover dat er geknoeid is met de mix van 'Knockin' On Heaven's Door'. Darbij wordt een stukje applaus als loop steeds opnieuw herhaald. Erg enerverend.

De critici reageerden heftig, maar zeer verdeeld, op de release. Voor de enen was het schitterend. Patrick Humphries noemde het lovend: "Zijn beste live album ooit." Terwijl Andy Gill het heeft over "schaamteloos saai en geeuwverwekkend voorspelbaar."

Tegelijk met de cd-release van MTV Unplugged, verschijnen ook de koopvideo en de publicatie van een interview van Edna Gundersen: ”Dylan on Dylan, Unplugged and the birth of a song” in USA Today.
De verkoop resulteert in een 23ste plaats in de Amerikaanse hitlijsten. Dylans best verkopende cd sinds jaren. Het is onduidelijk of het succes te danken is aan Dylan of aan de Unplugged formule.

Ter promotie worden twee singles op het publiek losgelaten: in juni 1995 is dat de live versie van 'Dignity' met opnieuw de schitterende Great Music Experience 'A Hard Rain's A-Gonna Fall'. In september volgen dan nog de Unplugged versies van 'Knockin' On Heaven's Door' en 'The Times They Are A-Changin''.

 

 

 'Dignity' van MTV Unplugged

 

'A Hard Rain's Gonna Fall' van The Great Music Experience

10-06-08

Generatieconflict

 decoration

Petje: Nog een jaar of twee drie en dan zijn er geen cd-winkels meer. Dat is passé. Die zijn gewoon niet meer leefbaar.

Bierbuik: Denkt ge? Ik denk van niet. Allee, dat hoop ik toch. Ik zou het spijtig vinden. Voor mij is een echte cd toch iets anders dan zoiets wat ge zelf brandt. Ik heb dat toch veel liever dan die dingskes op uwe computer of een mp3-speler of zoiets. Dat is toch echter.
En ge hebt dan ook een schoon hoeske daarbij en zo. Dat is toch veel chiquer. 

Petje: Beu, voor mij hoeft allemaal niet, hoor. Ik vind het juist allemaal veel gemakkelijker. Een beetje googelen en ik vind alles wat ik wil. Ik haal het binnen, luister een paar keer en als het mij niet aanstaat vliegt het de  prullenbak in. Ander en beter! 

Bierbuik: Maar dat is allemaal zo vluchtig. Vroeger ging een plaat veel langer mee. Dan hoorde ge iets nieuw van Springsteen of zo maanden en maanden lang op de radio. Nu, hoop en al, ene keer of drie en 't is al weer gedaan.
Het gaat veels te rap allemaal, tegenwoordig.
Vroeger moest ge ook echt gaan zoeken naar iets. Van tijd duurde het maanden of zelfs jaren eer ge een bepaalde plaat vond. Ik ging regelmatig naar Maastricht, Luik of Aken, speciaal om daar te gaan kijken in de platenwinkels. En als ik al eens in Amsterdam, Londen of Parijs was, dan zat ik zeker de helft van de tijd in de tweedehandszaken. Want daar had ge het meeste kans om iets speciaals te vinden.
Dah hoorde ge iets van iemand of ge had er iets over gelezen of zo. Ik had altijd lijstjes in mijn zakken zitten met platen die ik wou hebben. Tim Buckley, Nick Drake, Fred Neil, Tim Hardin... Die kon ge niet zomaar overal vinden. Daar moest ge lang naar zoeken.
En na een tijdje kenden al die mannen van die platenwinkels u en die hielden dan van tijd iets op zij, speciaal voor u. "Is dat niks voor u?" vroeg die dan en dan had 'm een plaat van Sandy Denny of zo.
Gelooft ge dat ik er zeker vier jaar over gedaan heb om die drie platen van Nick Drake bijeen te zoeken? 

Petje: Alle jong. Dat is het 'm juist. Tegenwoordig kunt ge dat gewoon bestellen bij Amazon.com of cd-baby of zo.

Bierbuik: Ja, maar dat zoeken was zeker even plezant als het vinden zelf. Als ge dan iets speciaal gevonden had, dan liep ge daar zo mee op straat. En van tijd kwam ge dan iemand tegen die dat ook kende en die sprak u dan aan. Zo van: "waar hebt ge dat gevonden?" 
Zo zijn The Rolling Stones ontstaan. Keith Richards zat op de trein en toen kwam Mick Jagger daar binnen en die had een paar bluesplaten bij: Muddy Waters en Chuck Berry of zo. En dat waren LP's natuurlijk toen. Dat zag ge ten minste. Niet van die klein plastieke dooskes. En zo zijn die twee met elkaar aan de praat geraakt. En daarmee zijn The Rolling Stones begonnen.
Zoiets zou nu niet meer kunnen, denk ik.

Petje: Er zijn anders nu wel meer groepen dan vroeger.

Bierbuik: Ja, veels te veel, denk ik soms. Als ge nu een affiche bekijkt van Torhout-Werchter of zoiets...

Petje: Rock Werchter. Torhout is er al lang niet meer bij.

Bierbuik: Ja, voila, dat bedoel ik.  Vroeger was dat overzichtelijk: de een groep had gedaan, dan ging ge een pintje drinken en tegen dat ge terug waart stond de volgende klaar. Maar nu, ge weet toch niet waart ge naar toe moet. Ze spelen allemaal tegelijk, precies. En trouwens, de  helft van die namen heb ik nog nooit van gehoord.

Petje: Ge moet keuzes maken, he. Uw programma een beetje uitstippelen van te voren. Ge moet met uwen tijd meegaan, he.
Seffens gaat ge nog zeggen dat de klank van die vinylplaten "zoveel warmer" was dan die van de cd's.

Bierbuik: Dat is ook zo. Er zijn er al veel terug van gekomen, van dat digitaal opnemen: Ry Cooder, T-Bone Burnett, Dylan, Neil Young... Allemaal.

Petje: Ja ja, maar ge moet toch toegeven dat cd's een heel stuk gemakkelijker zijn dan vinyl. Als ge een bepaald liedje wilt horen, kunt ge dat gewoon opzetten. En als u iets niet aanstaat slaat ge dat gewoon over. Of als ge een andere volgorde wilt... allemaal geen probleem. Geen geprul met die naald en zo. En ge hoeft zeker niet meer om het kwartier op te staan om die plaat om te draaien.
En in de auto hoeft ge u ook niet meer te behelpen met cassettes. Of vond ge die ook "warmer klinken' misschien. 

Bierbuik: Nee, nee. Cassettekes, pfff... nee dat was prul.
Maar die grote hoezen van die LP's vond ik toch veel schoner. Dikwijls kon ge die dan openklappen. En in die hoes zat dan soms ook nog eens iets speciaals: een sticker, een blad met de teksten of een poster of zo.
En in tweedehands-LP's kwam ge van tijd een bespreking tegen, uit de Humo of, in Holland, uit Oor.
Ik heb zelfs ooit een liefdesbrief gevonden in een oude LP.

Petje: Ja, dat zal wel, maar met een mp3-speler kunt ge overal muziek beluisteren. Op de fiets of in de bus of zo. Dat kon met een LP niet.

Bierbuik: Maar is dat beter? Dat neemt toch ook een deel van de charme weg. Een plaat opzetten dat was zo een beetje een ritueel. Dat had iets. Daar zette ge u voor. Daar luisterde ge naar. En ondertussen bekeek ge de hoes. Dat ge nu overal muziek kunt luisteren maakt het allemaal minder waard, vind ik. Het is zo vluchtig geworden.

Petje: Maar nu kunt ge de groepen ook van te horen beluisteren op MySpace. Als ik iets niet ken ga ik altijd eerst eens kijken op hun homepage en dan kunt ge al een paar dingen beluisteren. Met sommige artiesten hebt ge zelfs rechtstreeks contact. Kunt ge wat commentaar geven.
En de clipkes en zo staan allemaal op YouTube.

Bierbuik: Dat is nog zo iets: er zijn toch geen muziekprogramma's meer op TV. Vroeger had ge iedere zaterdag Rockpalast op Duitsland en iedere week TopPop op Holland. Ik weet nog toen Iggy Pop de boel kwam afbreken. In zijn bloot lijf, viel die de planten aan en die beet daarin en zo.

....

06-06-08

Blind Willie McTell


Een onuitgebracht meesterwerk
"Ik breek geen regels," vertelde Bob Dylan in 1966 tegen de journalist Robert
Shelton, "want ik zie geen regels die gebroken moeten worden. Wat mij betreft zijn er geen regels."
Misschien dat hij daarom zo groot geworden is, door louter af te gaan op zijn eigen instincten. Mensen die met hem samengewerkt hebben kunnen er over meepraten. "Zeg nooit tegen Dylan dat je iets prachtig vindt," zuchtte Daniel Lanois ooit, "want dan brengt hij het zeker niet uit."
 
Dat moest ook Mark Knopfler ervaren. Als producer van Dylan's LP Infidels had hij een geheel andere plaat in gedachten. Maar de zanger vond het nodig om enkele van de beste nummers die hij in de lente van 1983 had opgenomen op te bergen in de archieven. Eentje daarvan is het prachtige 'Blind Willie McTell'. Misschien wel het mooiste nummer dat de man uit Minnesota ooit heeft geschreven.
Tijdens de sessies voor Infidels nam Bob Dylan twee versies van de song op.
De eerste, een elektrische versie tijdens de eerste sessie, op 11 april 1983 en op 5 mei, tijdens een extra, allerlaatste sessie een sobere akoestische versie. Enkel Dylan op piano en Knopfler op 12 snarige gitaar. Prachtig.
Maar Dylan besloot dat het nummer de kluis in moest.
"Het was nooit helemaal klaar. Ik heb het nooit afgewerkt. Anders was het niet van de plaat af gelaten. Je kunt het vergelijken met een schilderij pikken van Monet of Picasso - zijn huis binnengaan, daar een halfafgewerkt schilderij zien staan en dat dan verkopen aan mensen die 'Picasso fans' zijn."
Pas acht jaar na de opnamen gaf hij toestemming om het nummer uit te brengen. Dat gebeurde op The Bootleg Series 1961 -1991. Het sloeg onmiddellijk zo aan dat het sindsdien op elke compilatie prijkt.

 
Blind Willie McTell
Seen the arrow on the doorpost
Saying, "This land is condemned
All the way from New Orleans
To Jerusalem."
I traveled through East Texas
Where many martyrs fell
And I know no one can sing the blues
Like Blind Willie McTell
Well, I heard the hoot owl singing
As they were taking down the tents
The stars above the barren trees
Were his only audience
Them charcoal gypsy maidens
Can strut their feathers well
But nobody can sing the blues
Like Blind Willie McTell
See them big plantations burning
Hear the cracking of the whips
Smell that sweet magnolia blooming
(And) see the ghosts of slavery ships
I can hear them tribes a-moaning
(I can) hear the undertaker's bell
(Yeah), nobody can sing the blues
Like Blind Willie McTell
There's a woman by the river
With some fine young handsome man
He's dressed up like a squire
Bootlegged whiskey in his hand
There's a chain gang on the highway
I can hear them rebels yell
And I know no one can sing the blues
Like Blind Willie McTell
Well, God is in heaven
And we all want what's his
But power and greed and corruptible seed
Seem to be all that there is
I'm gazing out the window
Of the St. James Hotel
And I know no one can sing the blues
Like Blind Willie McTell

In het kort
De verteller staat voor een raam van het St. James Hotel in New Orleans. Zijn zintuigen worden geprikkeld door de  omgeving: geurende magnoliabloesems, een uil in een boom, klokkengelui. De sfeer van de mythische South. Zijn gedachten dwalen af naar het bloedige verleden: de schepen die slaven aanvoeren, de gevangen die dwangarbeid verrichten, de landeigenaar... en boven al: de vergeten blueszanger, die we zo zeer missen.
Want de wereld gaat naar de knoppen aan macht, hebzucht en corruptie. En niemand kan ons nog troost bieden.

Kenners aan het woord
De Engelse folkzanger Martin Carthy is zeer onder de indruk: "[Blind Willie McTell ] gaat lijnrecht in tegen het romantisch beeld van het Zuiden. Het gaat over potentiële corruptie.
Maar bovenal heeft het een ongelofelijke emotionele impact...
Het heeft alles wat een song zou moeten hebben. Het is beknopt, mooi verwoord en heeft ook nog eens een prachtige melodie.
Ik hou vooral van de positie van de verteller in het nummer - zittend in een hotelkamer in New Orleans, laat hij zijn gedachten dwalen over de geschiedenis van het zuiden. Moord tussen de magnolia's...
Het is een... overpeinzing. Een prachtig woord voor een prachtig nummer"
Dylanoloog Tim Riley ziet het anders. "Op het eerste gezicht gaat 'Blind Willie McTell' over het landschap van de blues. En over de figuren die Dylan al op zijn debuut in 1962 eer bewees.
Maar het gaat ook over het landschap van de popmuziek en hoe een ouder wordende figuur als  Dylan zich voelt wanneer hij terugblikt over de weg die hij heeft afgelegd.
Zoals steeds sceptisch over de kwaliteit van zijn eigen stem, wou hij 'Blind Willie McTell' eerst niet uitbrengen omdat hij vond dat hij zijn voorgangers niet genoeg recht deed. De ironie is dat zijn eigen onzekerheid over optornen tegen zijn ingebeelde blues ideaal hier het onderwerp op zich werd. 'Nobody sings the blues like Blind Willie McTell' wordt een verwoording van zijn gevoel niet meer te passen binnen de hedendaagse muziekindustrie..."
Clinton Heylin ziet het nog grootser. Hij omschrijft het nummer als "een treurlied voor de wereld, gezongen door een oude bluesman in de gedaante van de evangelist Johannes."
En Paul Williams schrijft in Bob Dylan - Performing Artist 1974 - 1984:  'Blind Willie McTell' is een song over zien. Dylan ziet iets - een visioen, als je wil, over Amerika. Over de geschiedenis van de zwarte Amerikanen en het Amerikaanse Zuiden. De zanger communiceert wat hij ziet door zijn stem.
'Blind Willie McTell' gebeurt niet met de ogen maar met het hart. Het is een vorm van perceptie die horen omvat (de kreet van een uil, het gekreun van stammen, een begrafenisklok - merk hoe visueel die geluiden zijn) en zien en rieken en nog een andere bron van informatie die niet met de zintuigen wordt waargenomen maar aangevoeld wordt...
Is het niet ironisch om een lied te schrijven over "zien" en dat dan op te dragen aan een... blinde blueszanger? 
Willie McTell
Van bij zijn geboorte op 5 mei 1898 was William Samuel McTier blind in één oog. Door diabetes verloor hij  het zicht helemaal, nog tijdens zijn kindertijd. Zijn aan alcohol verslaafde vader verdween al snel uit zijn leven. Samen met zijn moeder verhuisde hij van Thompson naar Staesboro in Georgia. Hij ging er naar een school voor blinden waar hij braille leerde en muziekles kreeg. Al als tiener begon hij rond te trekken, om als straatmuzikant aan de kost te komen.
Met zijn opvallende stem en uitstekende techniek op de 12-snarige gitaar duurde het niet lang eer hij werd opgemerkt. In oktober 1927 maakte hij zijn eerste opnamen voor RCA Victor in Atlanta. Onder verschillende pseudoniemen maakte hij daarnaast ook opnamen voor andere labels. Zijn grootste successen zijn 'Broke Down Engine Blues', 'Statesboro Blues' en 'Southern Can Is Mine'. Het bekendste werd hij als Blind Willie McTell.
Vanaf 1934 trok zijn vrouw Ruth Kate Williams (beter gekend als Kate McTell) met hem rond. Ze traden samen op tot zij een vaste baan vond als verpleegster. Omwille van de recessie werd Willie gedwongen alleen te blijven rondtrekken, op zoek naar een plaats om te spelen.
Zijn stijl markeert de overgang tussen de rauwe blues van de Mississippi Delta en het meer gesofistikeerde geluid van de Oostkust. Dat viel ook John Lomax op, die hem in 1940 vastlegde voor de Congresbibliotheek.
Na de oorlog werd hij terug opgepikt door het splinternieuwe Atlantic Records. Maar de platen, uitgebracht onder het pseudoniem Barrelhouse Sammy sloegen niet aan. Bovendien werd hij geplaagd door een slechte gezondheid, zodat hij het rondtrekken moest beperken tot de streek in- en rond Atlanta.
In 1956 raakte een student op doorreis aan de praat met de eigenaar van een platenzaak in Atlanta, Ed Rhodes. Die had een plaat van Lead Belly opgelegd. De student merkte op dat als hij hield van dat soort oude negermuziek, hij eens moest gaan kijk naar een straatmuzikant die daar een beetje verder stond. Het bleek Blind Willie McTell te zijn.
Rhodes, die opname apparatuur had staan, vraagt hem of hij wat opnamen mocht maken. Met enige tegenzin gaf McTell toe. 
Niet veel later gaf hij het zingen op straat op, om predikant te worden. Hij voelde zijn einde naderen en wou God eren. Van dan af zong hij enkel nog religieuze liederen.
Op 19 augustus 1959 overleed William McTier aan een hersenbloeding. Net te vroeg om te worden herontdekt voor de folkboom van de jaren zestig.
Enkele jaren later vond Rhodes, bij het opruimen van zijn zolder een doos met oude opnamen terug. De enige band die nog in goede staat bleek die te zijn met  de sessie van McTell. Prestige/Bluesville Records bracht de opname uit onder de toepasselijke titel: Blind Willie McTell's Last Session.
'Dyin' Crapshooter's Blues'
Een van de nummers uit die laatste sessie van McTell is 'Dyin' Crapshooter's Blues'. En de melodie van dat nummer stond model voor Dylan's song over de zanger.
In het nummer zingt McTell over een stervende vriend. Die geeft hem hele waslijst aan wensen voor zijn begrafenis. Zo wil hij 16 gokkers om de lijkkist te dragen, 16 illegale whiskystokers om een lied te zingen, 22 hoertjes van hier en 29 van daar ... een paar dobbelstenen in zijn schoenen, een spel kaarten op zijn graf en dat iedereen de Charleston danst terwijl hij sterft.
De begrafenis is precies gegaan gelijk hij wou," legt McTell uit tijdens een inleiding in '56, "alleen de hoertjes uit Atlanta waren er niet. Dat was te ver."
Hij geeft ook wat uitleg over de oorsprong van de song: "Ik begon dit nummer te schrijven in '29, maar ik werkte het pas af in '32. Mister Williams heette hij - Jesse Williams. Zie je, hij werd hier neergeschoten in de Corner Street. Ik nam hem mee naar huis. Hij was drie weken ziek... en hij gaf mij zijn verzoeken. Hij zei dat hij wou dat ik dit boven zijn graf zou spelen. Dat heb ik gedaan. Zie je, ik moest van overal muziek pikken om het te doen passen. Maar, op de een of andere manier, husselde ik het door elkaar om het goed te krijgen...."
Nochtans meent John H. Cowley dat 'The Dyin' Crapshooter's Blues' in 1927 werd "geformaliseerd" door pianist-componist Porter Grainger. Er zijn trouwens verschillende opname bekend door vaudeville blues zangeressen uit deze periode.
Van 'St. James Infirmary'...
In Song & Dance Man III wijdt Michael Gray een heel hoofdstuk aan Blind Willie McTell. Zowel aan de zanger als aan de song van Bob Dylan. Daarin zet hij uiteen dat de melodie van 'Blind Willie McTell' beïnvloedt is of zelfs afgeleid is van 'St. James Infirmary'.
Want zoals McTell zelf al aangaf is 'The Dyin' Crapshooter's Blues' niet helemaal origineel. Het is een variant op een nummer dat aan het einde van de jaren twintig erg populair was: 'St. James Infirmary'. Vooral de versie van Louis Armstrong uit New Orleans betekende de grote doorbraak voor deze song. De jazz trompettist zette zijn versie in 1928 op plaat.
En in 1933 bracht Cab Calloway het nummer in een tekenfilmpje uit de Betty Boop reeks: Snow White.
 
Net als bij 'The Dyin' Crapshooter's Blues' is de kern van 'St. James Infirmary' dat iemand de begrafenis van een vriend of vriendin bezingt. En ook hier is er weer een hele waslijst aan wensen.
De populariteit van de song blijkt uit de vele varianten die er van in omloop zijn:  van de cowboysong 'Streets of Laredo' over de folkversie 'Bad Girl's Lament' tot de bluesvariant 'Those Gambler's Blues'.
Vanaf de jaren vijftig werd 'Streets of Laredo' daarvan zeker de bekendste, dankzij versies van Johnny Cash, Marty Robbins, Willie Nelson, Buck Owens, Arlo Guthrie en vele anderen. Hoewel de melodie hiervan helemaal anders blijkt de herkomst toch duidelijk uit regels als: "Get sixteen cowboys to carry my coffin, Get sixteen pretty ladies to bear up my pall..."
Betty Boop - Snow White
...via St. James Hospital...
'St. James Infirmary' zelf is dan weer terug te voeren op een oude Engelse ballad 'The Unfortunate Rake' (ook gekend als  'Unfortunate Lad' of 'The Young Man Cut Down in His Prime').
Het nummer werd voor het eerst opgetekend in 1848 in het Ierse Cork. In die ballad komt de verteller een vriend tegen op de trappen van het St. James Hospital. De soldaat heeft een geslachtsziekte opgelopen en vraagt aan de zanger om zijn begrafenis te regelen. Hij wil onder andere: "Six pretty maidens with a bunch of red roses, six pretty maidens to sing me a song ..."
Het St. James Hospital was overigens een bestaand ziekenhuis in Londen, waar Leprapatienten werden opgevangen.
Het St. James Park verwijst nog naar de plek waar het gebouw stond.

...naar St. James Hotel.
Waar McTell ronduit toegaf dat hij de song niet helemaal zelf had bedacht, geeft Dylan de goede verstaander een hint waarmee hij aangeeft, waar te gaan zoeken. "I am gazing out the window of the St. James Hotel..."
Vooral als blijkt dat er helemaal geen hotel is in New Orleans met die naam. Er staat er overigens wel een in... Minnesota, aan de Highway 61 dan nog.
Misschien is dan ook Willie McTell niet meer dan een groet aan diegene die hem de inspiratie leverde? De man is immers tegenwoordig meer gekend omwille van Dylan's song dan voor zijn eigen repertoire. Alan Lomax kloeg zelfs dat McTell geen authentieke blueszanger was, omdat hij weigerde te zingen over onderdukking. Hij zong blues songs niet omdat het de blues was, maar gewoon omdat het populaire nummers waren. Net als de rest van zijn repertoire.
Dylan had ook kunnen kiezen voor een andere blueszanger: Robert Johnson, John Lee Hooker, Muddy Waters....Maar misschien is zijn keuze  gewoon gevallen op McTell omdat diens naam zich beter leent tot rijmen: bell, well, yell, hotel...?
Time out of mind
In de tekst van 'Blind Willie McTell' tracht Dylan  de "tijd buiten de tijd" te stellen. Scènes zweven door de eeuwen heen, maar tegelijkertijd zorgt hij ervoor dat hij de luisteraar toch in het heden houdt. 
Het is een techniek die hij al enkele jaren geleden had ontdekt.
In de jaren zeventig had Dylan serieus last van schrijfangst. Tot hij in de leer ging bij een schilder (zie Blood On The Tracks). Hij paste  die technieken toe op songschrijven. Een bepaalde techniek was er op gericht om te zorgen dat er geen bepaald tijdsbesef op de song kon worden geplakt. Zodat het als het ware tijdloos werd. Maar tegelijkertijd moest hij bij het onderwerp blijven.
Zoiets wou hij ook verkrijgen bij 'Blind Willie McTell'.
Hij streeft naar een bepaalde sfeer die de "deep south" weergeeft. Het gebruik van een melodie, die vaag bekend aandoet brengt de luisteraar meteen in de juiste sfeer. Met de muziek  en woorden creëert hij daar door heen een gevoel van het andere tijden, door alledaagse beelden: de kreet van een uil, bomen zonder bladeren, zigeunermeisjes...
Zo wordt in de derde strofe de gehele geschiedenis van de Amerikaanse slavernij geschetst, door slechts enkele  beelden.

De brandende plantages zijn het apocalyptische einde van de slavernij door de Burgeroorlog. Het klappen van de zwepen, in contrast met de zoet geurende magnoliabloesems, geeft de lange periode van de slavernij zelf weer. De slavenschepen spreken voor zich. Maar de vermelding dat het slechts de spoken er van zijn, brengt de luisteraar terug naar het heden. De schepen zijn al lang verdwenen, maar de gevolgen wegen nog steeds op de Amerikaanse samenleving.
De kreunende stammen voeren ons terug het begin van de slavernij, toen gezinnen uit elkaar werden gerukt, stammen tegen elkaar werden opgezet uit winstbejag. De doodsklokken beklemtonen nog de naargeestige sfeer die over de gehele strofe hangt.
En dat alles wordt besloten met de vaststelling dat de enige die de last van het verleden kon verlichten er niet meer is: Blind Willie McTell.
De kern zit aan de buitenkant
Die centrale strofes over het mythische, maar woelige  South, worden vooraf gegaan en afgesloten met twee strofes die erg sombere mijmeringen weergeven.
"This land is condemned
All the way from New Orleans
To Jerusalem."
En de synopsis van alles wat vooraf ging in de laatste strofe:
"Well, God is in heaven
And we all want what's his
But power and greed and corruptible seed
Seem to be all that there is.
Het land is verdoemd.
De mens wil zelf God spelen.
Macht, hebzucht en corruptie regeren de wereld.
Wie dacht dat Bob Dylan na drie platen het preken had afgeleerd was duidelijk mis. Hij zit nog steeds te wachten op het einde der tijden.

Een kleine aanpassing
The Band brachten een cover van 'Blind Willie McTell' op hun comeback cd Jericho uit 1993.
Nog eens vier jaar later - veertien jaar na de oorspronkelijke opname - bracht Dylan het nummer voor het eerst live. In een arrangement dat erg leek op dat van The Band. 
"Ik begon het live te spelen omdat ik The Band dat hoorde doen," legde hij later uit.
Een live versie van Dylan, opgenomen op 17 augustus 1997 in Jones Beach, New York verscheen in juni 1998 op cd. Het is een van de bonustracks op een van de twee cd-singles voor 'Love Sick'. Eerder was deze live versie ook al verkrijgbaar als download via Dylan's website. Daarbij werd verkeerdelijk aangegeven dat het zou gaan om een opname uit "Feb 1998".
Opmerkelijk bij deze live versie is de enige tekstverandering. Eén woordje slechts. Iets van niets: in de eerste strofe heeft hij het woordje "New" toegevoegd aan Jerusalem.
Maar wat een verschil!

Waar Jerusalem een bestaande stad in het Midden Oosten is, de bakermat van de Joodse en Christelijke godsdiensten, is New Jerusalem iets heel anders. 
Slaan we er even de Bijbel op na. Uit Openbaringen 21:1-6:
"Ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. De tegenwoordige hemel en de tegenwoordige aarde waren er niet meer; en ook de zee was verdwenen. Ik zag de heilige stad, een nieuw Jeruzalem, van God uit de hemel naar beneden komen. Zij zag er feestelijk uit, als een bruid die op haar bruidegom wacht. Ik hoorde een luide stem uit de troon zeggen: "Gods huis staat nu bij de mensen. Hij zal bij hen wonen. Zij zullen Zijn volk zijn en Hij zal Zelf bij hen zijn. Hij zal alle tranen van hun ogen afwissen en er zal geen dood meer zijn.Van verdriet, rouw en pijn zal geen sprake meer zijn. Dat hoorde allemaal bij de oude wereld en die is voorgoed voorbij".
Nieuw  Jeruzalem is dus de nieuwe stad waar God zal komen wonen na het einde der tijden. En over die stad vertelt hij ons: "This land is condemned / All the way from New Orleans / To New Jerusalem."
Met een klap laat hij ons dus weten: zelfs na het einde der tijden blijft de mensheid verdoemd. Zelfs wanneer alles is vergeven, zal de herinnering blijven.
Door te verwijzen naar een nummer dat past in een cyclus van begrafenisrituelen suggereert Dylan dat het einde van de wereld niet ver meer is.
Geen troost
En niemand kan ons daarbij troost brengen. Want in 'Blind Willie McTell' betreurt Bob Dylan tegelijk het gemis van de blueszanger met die naam, als de wetenschap dat er niemand is die zijn rol kan verder zetten.
Sommigen zien nochtans Dylan zelf in die rol.
Het is dan ook ironisch dat hij vindt dat hij net dat nummer geen recht kan doen.
In het boekje bij The Bootleg Series licht John Bauldie toe dat Dylan tot twee keer toe uitlegde waarom hij het nummer niet wou uitbrengen.
"Ik vond dat ik het niet juist had opgenomen," vertelde hij aan Kurt Lodger van Rolling Stone. En later tegen Adrian Deevoy van Q: " Het kwam gewoon nooit goed. Het ontwikkelde zich nooit zoals het zich had moeten ontwikkelen."
Of zegt hij eigenlijk dat hij niet de rol van de troostbrengende blueszanger op zich wil nemen? 
Dat hij niet wil dat die rol hem wordt opgedrongen?
"Wat mij betreft zijn er geen regels."

 
Bob Dylan - live in 2003
Tenzij hij met Jerusalem dat dorje in de buurt van New York, met zijn met 4500 inwoners, bedoelt natuurlijk. En dan is New Jerusalem een staje in Californië.

31-05-08

Verleiding

platenwinkel

Zeg eens eerlijk: kun jij hier aan voorbijlopen zonder even binnen een kijkje te gaan nemen?

12:07 Gepost door Peerke in persoonlijk | Permalink | Commentaren (16) | Tags: platen, winkel, verleiding |  Facebook |

27-05-08

Een dode mus

Ken je de Dead Parrot sketch van Monty Python? Een man heeft een mooie blauwe papegaai gekocht. Maar die blijkt dood  te zijn. Hij brengt hem terug naar de winkel.
"Vind je hem niet prachtig, meneer?" probeert de verkoper.
Ik voel me net als John Cleese serieus in de zak gezet.
Onze TV heeft het begeven. Nu vind ik dat niet zo erg. We hebben er jaren geen gehad.
Maar ja, we hebben drie dochters in huis en die kunnen niet zonder.
Dus moest er een nieuwe TV komen.
En tegenwoordig moet dat dan digitaal zijn. Dat beeld is zoveel mooier en scherper. Een INDI box dus. En een speciale HDMI kabel, want anders heb je nog kwaliteitsverlies. Kortom: we kopen een TV van 700 euro en betalen 1200 euro. Zo gaat dat.
Een week later komen ze die spullen installeren. Veel uitleg is niet nodig want alles gaat vanzelf.
Tot 's avonds iemand  de TV wil aanzetten. Geen beeld. Een foutmelding. Dat onze TV de HDMI kabel niet ondersteund vanwege een kopieerbeveiliging. Dat we met een componentenkabel moeten aansluiten.
Via de video kunnen we nog wel TV kijken, maar die zet zich na vijf minuten in slaapstand. Elke vijf minuten.
Dus nemen we op waar we naar kijken. Dan is het beestje actief.
De volgende dag komt er een technicus van de firma. Dat kan alleen tijdens de werkuren. Ik race even naar huis, om die man binnen te laten.
Hij leest de foutmelding, krabt zich in het haar en stelt voor: "Ga de HDMI kabel omwisselen voor een componentkabel. De TV gaat wel via de gewone scart aansluiting. Dat is wel niet digitaal, maar het beeld is toch goed."
Die avond ga ik dus terug naar de winkel. De nieuwe kabel is een meter langer en 5 euro goedkoper. Maar hij past niet. De gaatjes staan te kort bij elkaar en een van de pluggen valt er steeds uit.
Trouwens, we hebben nog geen beeld. Ook niet als ik de pluggen er in blijf duwen.
Opnieuw naar de winkel. De vriendelijke man heeft ook nog nooit van het probleem gehoord. "Het is het allernieuwste model van de TV's. Misschien is die beveiliging iets nieuws. Ik zal eens met de fabrikant bellen. Na het weekend laten we u iets weten."
Vandaag krijg ik dus het bericht. Hij heeft zowel met de fabrikant van de TV als van de INDI gebeld. Ze kennen het probleem, maar kunnen er nu niets aan doen. Zodra ze een oplossing hebben wordt die via de kabel verzonden en worden we verwittigd. Neen, hij weet niet wanneer dat zal zijn.
Wat moet ik daar nu mee?

Ik kan er echt niet bij waarom je een digitale TV zo zou beveiligen dat digitale ontvangst onmogelijk is. 

26-05-08

Oud

Voila. Het is officieel. Ik ben een oude zak.

Jarenlang heb ik mezelf wijsgemaakt dat ik nog "mee" was. Vrienden van vroeger, mannen met wie ik uren kon doorbomen over muziek, kijken verbaasd op wanneer ik hen vraag waar zij nu naar luisteren. Zij houden zich al lang niet meer bezig met popmuziek. Sommigen zijn overgestapt op klassiek. Voor anderen hoeft het allemaal niet meer. De knop van het radiotoestel is voor eeuwig vastgeroest op Radio 2 of Radio Donna.

Ik dacht altijd: daar doe ik niet aan mee. Ik lees trouw elke maand Mojo, Uncut of Heaven. Dagelijks schuim ik het net af om de interessante blogs en fora te lezen. Nieuwe dingen ontdek ik via MySpace of Last FM. Of het enige muziekprogramma op TV: Later... With Jools Holland.

Ik doe niet mee met dat legertje van mensen die beweren "in onzen tijd, toen werd er nog muziek gemaakt." Integendeel zelfs: ik heb meer cd's in mijn kast staan die zijn uitgebracht sinds  pakweg 2000 dan van de twee decennia daarvoor.

Maar nee, dit weekend is het allemaal pijnlijk duidelijk geworden: ik heb mezelf wat wijs gemaakt. 

Het begon met Hoochiecoochie. In zijn stukje "Schrijven over muziek" legt Martin Pulaski uit hoe het komt dat hij zo graag terugblikt naar oudere dingen. Een zeer herkenbare uitleg. Het enige verschil is dat ik van negenenvijftig ben. Mijn "hoogtepunt" ligt dus in de jaren zeventig. The Modern Lovers, The Clash, David Bowie en Talking Heads waren mijn helden. En Elvis Costello natuurlijk.

Daarna klikte ik door naar Roen's Ranch. Hij verwees in zijn concertverslag over Tift Merritt naar een stukje van Auke Kok in de Nederlandse krant NRC onder de titel "Americana is muziek voor oudere, gescheiden mannen".

Zo, daar staat het zwart op wit: ik ben oud. Want ik hou van Americana.
Even dacht ik nog: ik ben niet gescheiden, dus dat valt nog wel mee.

Maar toen las ik in de Humo de cd-bespreking van de nieuwe van diezelfde Elvis Costello. (godb) besluit zijn lovende stukje over Momofuku met de woorden: "Hebt u die cursus Heuristiek van de Duitse Literatuur nu overigens al geblokt, of hebt u weer te lang in de Humo zitten lezen?"

Meteen is het weer duidelijk: het doelpubliek van het onafhankelijke weekblad voor radio en televisie is tussen de 16 en 22. Na je studententijd wordt je blijkbaar niet meer verondersteld naar muziek te luisteren.

Of alleen nog naar muziek voor oude zakken. Americana, dus.
Zoals ik.

24-05-08

Bob Dylan wordt 67 vandaag

decoration

 


Robert Zimmerman is inmiddels allang pensioengerechtigd, maar gelukkig gaat Bob Dylan maar door. De platen volgen elkaar niet meer zo snel op tegenwoordig, maar live moet hij niet onderdoen voor veel jongere mannen. Binnenkort, op 7 juni is het precies twintig jaar geleden dat zijn Never Ending Tour van start ging. En voorlopig lijkt hij niet van plan er mee te stoppen.

Hoogtepunten opnoemen is onbegonnen werk, daarom druk ik hier een compilatie af die ik enkele jaren geleden in elkaar heb geflanst voor lange autoritten. De laatste cd is er natuurlijk recenter aan toe gevoegd.

Niet iedereen zal het natuurlijk eens zijn met mijn keuzes, maar je weet hoe je op- en aanmerkingen kan posten.


CD 1

1. Baby, Let Me Follow You Down - (Bob Dylan)
2. Wade In The Water - (Minnesota Hotel Tape)
3. I Was Young When I Left Home - (Minnesota Hotel Tape)
4. Baby I'm In The Mood For You - (The Freewheelin' Bob Dylan outtake)
5. Blowin' In the Wind - (The Freewheelin' Bob Dylan)
6. Handsome Molly - (The Gaslight Tapes)
7. Mixed-Up Confusion - (single)
8. Don't Think Twice, It's All Right - (The Freewheelin' Bob Dylan)
9. Masters of War - (The Freewheelin' Bob Dylan)
10. Playboys And Playgirls - (live in Newport)
11. Boots of Spanish Leather - (The Times They Are A-Changin’)
12. Percy's Song - (The Times They Are A-Changin outtake)
13. The Lonesome Death of Hattie Carroll - (The Times They Are A-Changin )
14. The Times They Are A-Changin - (The Times They Are A-Changin)
15. Lay Down Your Weary Tune - (The Times They Are A-Changin outtake)
16. It Ain't Me, Babe - ( Another Side of Bob Dylan)
17. All I Really Want To Do - (Another Side of Bob Dylan)
18. Gates Of Eden - (Halloween concert)
19. House of The Risin' Sun - (overdub session electric instruments)


CD 2

1. I'll Keep It With Mine - (Bringing It All Back Home acoustic outtake)
2. Subterranean Homesick Blues - (Bringing It All Back Home)
3. She Belongs To Me - (Bringing It All Back Home)
4. Love Minus Zero/No Limit - (Bringing It All Back Home acoustic outtake)
5. Maggie's Farm - (Bringing It All Back Home)
6. Mr. Tambourine Man - (Bringing It All Back Home)
7. It's All Over Now, Baby Blue - (Bringing It All Back Home)
8. To Ramona - (live in Sheffield, England)
9. Like A Rolling Stone - (Highway 61 Revisited)
10. Positively 4th Street - (single)
11. From A Buick 6 - (Highway 61 Revisited)
12. Can You Please Crawl Out Your Window? - (single)
13. I Wanna Be Your Lover - (Highway 61 Revisited - outtake)
14. Just Like A Woman - (Blonde On Blonde)
15. Stuck Inside Of Mobile With The Memphis Blues Again - (Blonde On Blonde)
16. Rainy Day Women #12 & 35 - (Blonde On Blonde)
17. I Want You - (Blonde On Blonde)
18. I Don't Believe You - (live in Belfast, Ireland)
19. Visions of Johanna - (live in London, England)


CD 3

1. Million Dollar Bash - (The Basement Tapes )
2. Quinn The Eskimo (The Mighty Quinn) - (The Basement Tapes)
3. All Along The Watchtower - (John Wesley Harding)
4. Dear Landlord - (John Wesley Harding)
5. I'll Be Your Baby Tonight - (John Wesley Harding)
6. Grand Coulee Dam - (live in Carnegie Hall - A Tribute To Woody Guthrie)
7. Lay Lady Lay - (Nashville Skyline)
8. Living The Blues - (Self Portrait)
9. Minstrel Boy - (live at Isle of Wight - with The Band)
10. Pretty Saro - (Self Portrait)
11. Copper Kettle - (Self Portrait)
12. Spanish Is My Lovin' Tongue - (single)
13. If Dogs Run Free - (New Morning)
14. If Not For You - (New Morning)
15. Time Passes Slowly - (New Morning)
16. You Ain't Goin' Nowhere - (Greatest Hits, Vol. 2 )
17. I Shall Be Released - (Greatest Hits, Vol. 2)
18. George Jackson - (single)
19. Knockin' On Heaven's Door - (Pat Garrett & Billy The Kid
20. Billy - (Pat Garrett & Billy The Kid)
21. Forever Young - (demo - Biograph)
22. You Angel You - (Planet Waves)
23. On a Night Like This - (Planet Waves)
24. Dirge - (Planet Waves)
25. Most Likely You Go Your Way and I'll Go Mine - (live in Los Angeles, with The Band )


CD 4

1. You're A Big Girl Now - (Blood On The Tracks - outtake)
2. Shelter From The Storm - (Jerry Maguire soundtrack)
3. Up To Me - (Blood On The Tracks -outtake)
4. Tangled Up In Blue - (Blood On The Tracks)
5. Rita Mae - (single)
6. Abandoned Love - (Desire outtake)
7. Hurricane - (Desire)
8. Romance In Durango - (live in Quebec, Canada - with Rolling Thunder Revue)
9. Isis - (live in Quebec, Canada - with Rolling Thunder Revue)
10. One More Cup Of Coffee - (live in Budokan Hall, Tokyo)
11. Changing Of The Guards - (Street Legal)
12. Senor (Tales Of Yankee Power) - (Street Legal)
13. I Believe In You - (Slow Train Coming)
14. Gotta Serve Somebody - (Slow Train Coming)
15. Solid Rock - (Saved)


CD 5

1. Caribbean Wind - (Shot Of Love outtake)
2. Every Grain of Sand - (demo - Biograph)
3. Heart Of Mine - (live in New Orleans )
4. Jokerman - (Infidels)
5. Blind Willie McTell - (Infidels outtake - The Bootleg Series, 1961-1991)
6. I And I - (live in Slane Castle, Ireland - Real Live)
7. Tight Connection To My Heart - (Empire Burlesque)
8. Dark Eyes - (Empire Burlesque)
9. Band Of The Hand - (single )
10. The Usual - (single)
11. Night After Night - (Hearts Of Fire soundtrack )
12. Silvio - (Down In The Groove)
13. Pretty Boy Floyd - (A Vison Shared)
14. Man In The Long Black Coat - (Oh Mercy)
15. Everything Is Broken - (Oh Mercy)
16. People Get Ready - (Flashback soundtrack)
17. Born In Time - (Under the Red Sky) 
 
CD 6:

1. Nobody's Child (Romanian Angel Appeal)
2. This Old Man (Disney cd)
3. Miss The Mississippi And You (Bromberg session outtake)
4. You Belong To Me (OST Natural Born Killers)
5. Tomorrow Night (Good as I've been to you)
6. Hard Times (Good as I've been to you)
7. Song To Woody (Bobfest outtake)
8. Heartland (Willie Nelson: Across The Borderline)
9. Ballad Of Hollis Brown (Mike Seeger: Third Annual Farewell Reunion)
10. Delia (World Gone Wrong)
11. Blood In My Eyes (World Gone Wrong)
12. Boogie Woogie Country Girl (A Tribute To Doc Pomus)
13. Blue Eyed Jane (Tribute To Jimmie Rodgers)
14. Hard Rain (Great Music Experience)
15. Dignity (Unplugged - Bob Dylan Live 1961-2000)
16. Not Dark Yet (Time Out Of Mind)
17. Love Sick (Time Out Of Mind)
18. To Make You Feel My Love (Time Out Of Mind)

CD 7

1. The Lonesome River (Ralph Stanley's Clinch River Mountain)
2. Cold Irons Bound (Bob Dylan Live 1961-2000)
3. Chimes Of Freedom (The Sixties TV Soundtrack Album)
4. Train Of Love (A Tribute To Johnny Cash)
5. Things Have Changed (OST Wonder Boys)
6. Somebody Touched Me (Bob Dylan Live 1961-2000)
7. High Water (For Charlie Patton) (Love And Theft)
8. Mississippi (Love And Theft)
9. Moonlight (Love And Theft)
10. Red Cadillac And A Black Moustache (Good Rocking Tonight - A Sun Tribute)
11. I Can't Get You Off Of My Mind (Timeless - Tribute To Hank Williams)
12. Return To Me (The Sopranos - OST Salt & Pepper)
13. Waiting For You (OST Ya Ya Sisterhood)
14. Dixie (OST Masked And Anonymous)
15. Cross The Green Mountains (OST Gods And Generals)
16. Thunder on the Mountain (Modern Times)
17. Nettie Moore (Modern Times)
18. Ain't Talkin' (Modern Times)

Ik heb me daarbij zoveel mogelijk aan officieel uitgebracht materiaal gehouden. De hoogtepunten van de rest zijn namelijk al gebundeld op de onvoltroffen negendelige The Genuine Bootleg Series.

Info daarover vind je hier:

Volume One: http://www.bobsboots.com/CDs/cd-g08.html 

Volume Two: http://www.bobsboots.com/cds/cd-g09.html

The Third One Now: http://www.bobsboots.com/cds/cd-g10.html

 

decoration

19-05-08

House Of The Rising Sun

Voor Mie : een verzoeknummertje.

decoration

Kentucky - 15 september 1937

In de late zomer van 1937 stopte een oude auto op het pleintje van Noetown, een straatarm mijnwerkersdorpje in het oosten van Kentucky. De wagen zag er versleten uit - geen wonder na een rit op onberijdbare wegen door het gebergte van Kentucky.
Het gebeurde niet vaak dat hier vreemdelingen op bezoek kwamen. De meest nabije verharde weg ligt bijna 50 mijl verder. De nieuwsgierigheid haalde het van de achterdocht van de dorpelingen.
Een jong koppel stapte uit. De man legde uit dat hij Alan Lomax heette. Dat hij uit New York kwam en mensen zocht die oude liedjes zongen. Dat hij en zijn vader, John, authentieke opnamen verzamelen in voor het Archief van de Amerikaanse Folksong voor congresbibliotheek.

Alan had zich vooraf goed geïnformeerd en wist dat er in het huis van Tillman Cadle plaats was om zijn logge apparatuur op te stellen. Zijn Presto "reproducer" liep op een grote, zware batterij. Wanneer alles in gereedheid was gebracht kwamen enkele inwoners één na één zingen voor de machine. Een van hen was Mary Mast Turner, de vrouw van een mijnwerker. Ze had haar dochter meegebracht. Georgie was 16 en zong de hele dag, terwijl ze aan het werken was.
In het nasale accent van de streek zong ze haar favoriete liedje voor de Presto. Edward Turner, het neefje van Cadle, begeleide haar daarbij op zijn mondharmonica. Ze zong het trieste verhaal van een meisje dat verliefd was geworden op een foute jongen. Daardoor was ze terecht gekomen in een huis in New Orleans. En al wie daar belande was voor altijd verloren. Ze waarschuwde haar jonge zus ervoor daar nooit te gaan, naar dat huis met de opgaande zon.
Alan Lomax noteerde de song als 'Rising Sun Blues'.

Tijdens het vervolg van zijn tocht door de heuvels kwam Lomax nog twee muzikanten uit de streek tegen die ongeveer hetzelfde liedje zongen in zijn Presto. Bert Martin in Horse Creek begeleidde zichzelf daarbij op gitaar; Daw Henson in Billys Branch zong het a capella.


Enkele speculaties over de herkomst

In de jaren zestig lichtte Alan Lomax in The Penguin Book of American Folksongs toe "deze blues song over een mislopen meisje stamt waarschijnlijk af van een ouder Brits nummer. In ieder geval duikt een huis van de opgaande zon op in diverse aangebrande Engelse songs en de melodie is ere en van de vele van de oude, pikante ballad Little Musgrave."

'Little Musgrave And Lady Barnard' is de naam van Child Ballad #81, beter bekend bij rockfans als 'Matty Groves', zoals het heette bij Fairport Convention. Deze ultieme folk ballad over overspel en moord werd voor het eerst opgetekend in 1611.

De song heeft dus altijd in de erotische sfeer gezeten en het is dan ook niet te verwonderen dat men er van uitging dat het huis waarvan sprake een bordeel was. De plaats waar een jong meisje zich in het ongeluk kon storten.

Er is druk gezocht naar het huis in New Orleans. Er is sprake van een Rising Sun Hotel, maar dat brandde al af in 1822 - een eeuw voor het nummer voor het eerst opduikt.

Dan is er nog een huis in St Louis Street in het Franse buurt van New Orleans, waarvan de huidge eigenaars beweren dat dit het beruchte House of the Rising Sun was. Ene Marianne LeSoliel Levant zou er tussen 1862 en 1874 een bordeel hebben uitgebaat.

Anderen menen dan weer dat het geen bordeel was, maar een hal voor gokkers. Of een vrouwengevangenis: er zijn bouwplannen terug gevonden waarop een cirkelvormig raam te zien is boven de inkompoort. Dat zou dan de opkomende zon zijn.

Pamela D. Arceneaux van het Williams Research Center & Historic New Orleans Collection schreef in 2003 dat er geen enkel bewijs hard bewijs is om welk gebouw dan ook aan te duiden als "het" huis. Haar besluit is dat misschien "sometimes lyrics are just lyrics".

decoration


New York - 7 juli 1941

Alan Lomax publiceerde de tekst van 'Rising Sun Blues' voor het eerst in 1941, in zijn baanbrekende liedboek Our Singing Country. Hij nam de tekst van Georgie Turner als basis, maar noteerde daarbij dat "enkele regels" kwamen uit de versie van Bert Martin.

Datzelfde jaar trad hij ook op als producer van de opname van de song door The Almanac Singers. Dat was een los-vast collectief van linkse folkzangers: Woody Guthrie, Lee Hays, Millard Lampell, Pete Seeger. Ze waren begin 1941 gaan samenwerken om op te roepen dat de Verenigde Staten zich niet zou gaan mengen in de Tweede Wereldoorlog. Later voegden ook Agnes 'Sis' Cunningham, Peter Hawes, Lead Belly en Josh White zich bij de groep. Zowat iedereen die iets betekende in folkkringen van de jaren veertig dus. De groep was zo invloedrijk dat ze letterlijk hebben bepaald hoe American folk en protestsongs moesten worden gezongen.

De opnamen vonden plaats in de Reeves Sound Studios, in New York op 7 juli en warden later dat jaar uitgebracht op de derde 78 toeren plaat van de groep: Sod-Buster Ballads. Het was Woody Guthrie die daarbij 'Rising Sun Blues' zong.


decoration

New York - februari 1942

Het volgende jaar nam de charismatische zwarte folkzanger Josh White een eigen versie op van 'House Of the Rising Sun'. Zijn tekst was anders dan die uit het songbook van Lomax. Hij zong het nummer vanuit een mannelijk standpunt, over een gokker. Hij was ook de eerste om de akkoorden in mineur te spelen in plaats van in majeur zoals tot dan gebruikelijk was. Kortom zijn versie was het prototype van de song zoals we die tegenwoordig kennen.

Het label Keynote bracht de versie van White in 1944 op de markt in een "binder-album", een set van vier 78-toeren platen.

Lomax was woedend. Hij vond het ongepast om ook maar iets te wijzigen aan een bestaande tekst of melodie. Maar White legde uit dat hij de song al veel langer kende. Als jongetje van tien trok hij rond met blinde zwarte muzikanten. Omstreeks 1923 hoorde hij het spelen door een "blanke hillbilly in North Carolina". Mogelijk was dat Clarence Ashley, die in die periode, in die streek rondtrok met zijn medicine show. Ashley is ook de man van 'The Coo Coo Bird' en 'The House Carpenter'.

Clarence "Tom" Ashley had de song al op 6 september 1933 opgenomen. Zijn zang en gitaar werden daarbij aangevuld door Gwen Foster op harmonica. De 78 toeren plaat verscheen in februari 1934 bij het Vocalion label. Ashley verklaarde later dat hij het nummer had geleerd van zijn grootvader, Enoch Ashley. De Ashley waren afkomstig uit Bristol, Tennessee - slechts een paar Smoky Mountains verwijderd van Middlesboro.
Uit dezelfde streek was ook Roy Acuff afkomstig. Acuff leerde het vak van Ashley en bracht ook een commerciële opname van de song uit vóór de veldopname van Lomax. Acuff legde zijn versie voor eeuwig vast op 3 november 1938. Deze 78 toeren verscheen in augustus 1939 bij Vo/OK.

decoration

New York - 20 november 1962

Toen Bob Dylan begin 1962 in New York arriveerde, was Dave Van Ronk daar de toonaangevende figuur. Niet voor niets droeg hij de bijnaam The Mayor of MacDougal Street. Dat was de straat in de New Yorkse buurt Greenwich Village waar iedere avond de artiesten mekaar verdrongen om hun ding te kunnen doen in een van de vele koffiehuizen.

Van Ronk had zijn gitaarstijl gebaseerd op de stijlen van Mississippi John Hurt en Reverend Gary Davies. Als een soort Nonkel Bob bracht hij iedereen die dat wou de basisbeginselen van het gitaarspel bij. "Painting is all about space," leerde hij zijn pupillen, "and music is all about time."
Maar ook op ander manieren stond hij beginnende folkzangers bij. De jonge Bob Dylan vond die eerste maanden dikwijls een slaapplaats in het appartement van de grote bebaarde man.

In zijn memoires wijdt Van Ronk bijna een heel hoofdstuk aan 'House of the Rising Sun'. Zo vertelt hij dat hij de song leerde van de Texaanse zangeres Hally Wood. En die had het nummer rechtstreeks gehaald bij de veldopname van Georgia Turner.
Dave werkte een geheel nieuw arrangement uit, waardoor hij ook de melodie een stuk attractiever maakte. Dat sloeg erg aan en bij ieder optreden vroeg het publiek hem om het nummer te spelen.

"[Bob Dylan en ik] hadden een vreselijke ruzie over 'House of the Rising Sun'" vertelt Van Ronk. "Hij was altijd al een spons, nam alles rondom hem in zich op. Hij pikte mijn arrangement van dat nummer. Voor dat hij de studio introk vroeg hij me, 'Hey Dave, vind je het erg als ik jouw versie van de Rising Sun gebruik?' Ik zei 'Wel, Bobby, Ik ga binnenkort zelf een plaat maken en ik zou het willen opnemen.'
Later vroeg hij me het opnieuw en ik antwoordde opnieuw dat ik het zelf wou gebruiken. 'Oeps, ik heb het net deze middag opgenomen en ik kan er niks meer aan doen, want Columbia wil het.'
Dat moet dan op 20 november 1962 gebeurd zijn. Die dag nam Dylan zijn debuut-LP op voor Columbia.
"Zo een twee maanden lang spraken we niet meer tegen elkaar, " gaat Van Ronk verder. "Ik moest stoppen met het nummer live te brengen omdat ik steeds opmerkingen kreeg uit het publiek in de aard van "Oh, je speelt dat nummer van Bob Dylan!"
Hij heeft zich nooit verontschuldigd en dat vind ik straf."

decoration

Londen - 18 mei 1964

Tot dan toe was 'The House Of the Rising Sun' nog steeds gewoon een van de vele folksong gebleven. Joan Baez, Odetta en Nina Simone brachten het allemaal uit. Maar het was een Britse groep die er een absoluut onvergetelijk nummer van zou maken.

The Animals waren een van de vele bands die het Britse clubcircuit afschuimden met hun mengeling van blues en rhythm and blues songs. Covers van de platen die Amerikaanse zeelui meebrachten uit het land van de onbegrensde mogelijkheden aan de andere kant van de oceaan. De naam "animals" hadden ze te danken aan hun wilde podiumfratsen.

De vijf leden waren Eric Burdon, een klein mannetje met een gigantische stem, toetsenist Alan Price, gitarist Hilton Valentine, drummer John Steel en bassist Bryan "Chas" Chandler. Allemaal waren ze afkomstig uit de buurt van Newcastle-upon-Tyne. Maar in navolging van The Beatles waren ze in 1964 naar Londen getrokken.

Daar versierden ze een platencontract bij Columbia Graphophone. De eerste single was 'Baby Let Me Take You Home' - eigenlijk een rockende versie van de bluesstandard 'Baby Let Me Follow You Down'.

Ze kregen de kans op in een package tour op tournee te gaan met Chuck Berry en Jerry Lee Lewis. Ze begrepen dat ze iets nodig hadden om op te vallen. Iets dat anders klonk dan wat die grote mannen uit Amerika zoveel beter deden.

Toen Eric Burdon Dylan's debuutplaat hoorde, herkende hij 'House of the Rising Sun' meteen. Het herinnerde hem aan een folkzanger uit Northumbria, Johnny Handle. Die zong in zijn stamcafé in Newcastle een repertoire over schipbreuken en mijnrampen. Maar het meest succes had hij steeds met die song over dat bordeel.

"Ik wist één ding: je kunt gewoon niet beter rocken dan Chuck Berry," legde Eric Burdon uit, "Ik dacht, 'Als we nu dat nummer eens nemen. We reorganiseren het een beetje, laten wat van Dylan's tekst vallen en maken een nieuw arrangement. "

Een stoere Noordelijke vent kan toch moeilijk zingen dat hij een meisje is. Maar Alan Price herinnerde zich een andere versie - die van Josh White. Daarbij was een jongen het slachtoffer van dat huis in New Orleans. En de rol van de gokker en dronkenlap verschoof van het vriendje naar de vader van de verteller.
Hilton Valetine kwam met het typische gitaarloopje op zijn Gretsch. Alan Price
voegde nog wat meer pit toe door een solo op zijn Vox Continental orgeltje. De inspiratie daarvoor haalde hij bij de hit 'Walk on the Wild Side' van jazzman Willie Smith.

Zo brachten ze het als laatste nummer in hun set. Dramatisch uitgelicht met één enkele rode spot op Burdon's gezicht. Succes verzekerd.

Drummer John Steel "We speelden in Liverpool op 17 mei. Daarna reden we naar London waar [producer] Mickie [Most] een studio had geboekt voor opnamen voor Ready Steady Go van ITV! Omwille van de goede respons die we kregen op 'Rising Sun', vroegen we om dat op te nemen. Hij zei: 'OK, we doen het aan het einde van de sessie.'
We zetten alles klaar, speelden een paar maten voor de geluidstechnicus - het was mono zonder overdubs - en we speelden het één keer."

Volgens Burdon beperkte de rol van Most zich tot goedkeurend knikken tijdens de sessie. "Alles zat juist," bevestigt Most, "Het stond er op een kwartiertje op, dus kan ik niet veel eer opstrijken voor de productie. Het was puur kwestie van de atmosfeer inde studio vast te leggen."
Steel gaat verder: "[Na afloop] luisterden we er nog eens naar en Mickie zei: 'Dat is het. Dat wordt de single.'"

De geluidstechnicus wees er op dat het veel te lang was voor een single. Met 4:29 werd de standaard drie minuten grens ruim overschreden. Zoiets was nog nooit gedurfd. Meer nog: het was technisch onmogelijk.
Maar in plaats van het in te korten, durfde Mickie het aan om te zeggen: 'Tegenwoordig hebben ze hele dunne groeven. We doen het toch.'"

Toen het singeltje in juni 1964 werd uitgebracht bleek de mengeling van folk en rock onmiddellijk aan te slaan - ondanks de lengte. Al snel stond het nummer op 1 in Engeland.

De Amerikaanse platenmaatschappij ging niet akkoord met het overschrijden van de drie minuten regel. Zoiets zou eenvoudigweg niet op de radio worden gedraaid. Toen de single daar in augustus verscheen was er stevig in geknipt zodat er nog 2:58 overbleven.

Dat bleek niet te hinderen: het was de sound die aansloeg. Bob Dylan verklaarde dat toen hij de versie van The Animals voor het eerst hoorde op de autoradio hij "uit de zetel van zijn auto" sprong van opwinding. Het klonk dan ook zoals nog nooit iets had geklonken. De Amerikaanse muziekcriticus Dave Marsh beschreef het in 1989 als de "eerste folk-rock hit. [Het klinkt] alsof ze de oude melodie hebben aangesloten op een stroomkabel."

Ralph McLean van de BBC gaat nog een stapje verder: Hij noemt het "een revolutionaire single" die "het gelaat van de moderne muziek voor eeuwig heeft veranderd." Inderdaad, het was misschien wel het zetje dat Bob Dylan nodig had om zijn gitaar in te pluggen - tot woede en frustratie van puristen als Alan Lomax, Ewan McColl en Pete Seeger.

Op 5 september stootte de single 'Where did our Love Go' van The Supremes van de top van de Amerikaanse hitlijsten. Het werd daarmee het eerste Britse nummer in twee jaar aan de top van de Amerikaanse hitlijsten die niet door Lennon en McCartney was geschreven. Op vijf weken werden er meer dan twee miljoen exemplaren van verkocht.

Maar het succes bracht ook de nodige problemen mee. Op het label stond aangegeven: "Trad., arranged Alan Price". Volgens de platenmaatschappij was er niet genoeg plaats om iedereen te vermelden. Niemand had daar een probleem van gemaakt, tot bleek dat alle royalty's dan ook alleen naar de toetsenist gingen. Hilton Valentine kreeg nooit een cent voor de simpele maar uiterst herkenbare riff waarop duizenden mensen hebben leren gitaarspelen. De spanningen liepen op en in mei 1965 stapte Price op om een solo carrière te beginnen.



The House of the Rising' in de versie van The Animals



'Rising Sun Blues' door Georgia Turner

There is a house in New Orleans they call the Rising Sun.
It's been the ruin of many a poor girl and me, O God, for one.
If I had listened what Mama said, I'd be at home today.
Being so young and foolish, poor boy, let a rambler lead me astray.
Go tell my baby sister never do like I have done
To shun that house in New Orleans they call the Rising Sun.
My mother she's a tailor, she sewed these new blue jeans.
My sweetheart, he's a drunkard, Lord, Lord, drinks down in New Orleans.
The only thing a drunkard needs is a suitcase and a trunk.
The only time he's satisfied is when he's on a drunk.
Fills his glasses to the brim, passes them around.
Only pleasure he gets out of life is hoboin' from town to town.
One foot is on the platform and the other one on the train.
I'm going back to New Orleans to wear that ball and chain.
Going back to New Orleans, my race is almost run.
Going back to spend the rest of my days beneath that Rising Sun.



Enkele naschriften

In 1963 ging Alan Lomax Georgia Turner opzoeken. Ze was nog steeds straatarm. Ze had veertien kinderen gebaard, waarvan er tien in leven waren gebleven. Hij zorgde er voor dat ze wat royalties kreeg. Hij legde haar uit dat het nummer was "gekaapt".
Uiteindelijk kreeg ze alles samen iets meer dan $117.
Georgia overleed in 1969. Ze was pas 48.


In 2007 werd in New York een boek uitgegeven, helemaal gewijd aan de geschiedenis van het nummer: Chasing the Rising Sun: The Journey of an American Song door Ted Anthony.


Op deze site kun je maar liefst 80 versies van House Of The Rising Sun binnen halen:
http://coco-vinyl.blogspot.com/2008/05/house-of-rising-sun.html

Jammer genoeg is die van Georgia Turner er niet bij. Gelukkig kun je hier van haar versie een stukje beluisteren:
http://www.rounder.com/index.php?id=album.php&catalog_id=6504

14-05-08

Stagger Lee - deel 2

decoration


Stack A Lee

Op World Gone Wrong brengt Bob Dylan een andere klassieke Amerikaanse murderballad, in de aard van 'Frankie And Albert'.
Er zijn vele gelijkenissen tussen beide songs. Zo zijn ze allebei gebaseerd op een waar gebeurd drama dat plaats vond rond dezelfde tijd, in dezelfde omgeving: de jaren negentig van de 19de eeuw, in de rosse buurt van St Louis.
Beide songs stammen uit de periode van voor het ontstaan van de blues, groeiden uit tot klassiekers in het genre en werden later geadapteerd in verschillende versies, zowel door zwarte als door blanke artiesten. In zowat alle genres: van rauwe blues van Ma Rainey, instrumentale jazz van Sidney Bechet, Duke Ellington en Cab Calloway, coctailjazz van Peggy Lee, folk van Sonny Terry en Woody Guthrie, disco van Neil Diamond, funk van James Brown, Wilson Pickett tot punk van The Clash en rap van Nick Cave.
En dan hebben we het nog niet gehad over Huey Lewis and the News!
 

En net als 'Frankie' is ook hier weer vrij omgesprongen met de namen: 'Stagolee', 'Stack Lee', 'Stagger Lee' of ' Stack & Billy'...


De oorsprong

Het verhaal is dus gebaseerd op een echte moord, zoals we kunnen terugvinden in de St. Louis Globe Democrat van 28 december 1895.

"William Lyons, 25, kleuring, een dijkenbouwer, wonende te 1410 Morgan Street, werd gisteren omstreeks 10 uur 's avonds in de buik geschoten in de saloon van Bill Curtis, op de hoek van de Eleventh en Morgan Streets, door Lee Sheldon, eveneens kleurling. Sheldon is koetsier en woon op 911 North Twelfth Street. Hij is ook gekend als 'Stag' Lee."

Op het ogenblik van de schietpartij zat de saloon vol negers.
Beide partijen hadden, schijnbaar, gedronken en waren uitbundig.
Lyons en Sheldon waren vrienden en zaten te praten. De discussie belandde bij de politiek en ze kregen ruzie. Daarbij rukte Lyons Shaledon's hoed van diens hoofd. Deze laatste eiste zijn hoed terug. Lyons weigerde, Sheldon greep zijn revolver en schoot Lyons in de buik.
Toen zijn slachtoffer op de grond viel nam Sheldon zijn hoed uit de hand van de gewonde man en stapte onverstoord weg.

Lyons werd naar de ziekenboeg gebracht, waar werd vastgesteld dat de kwetsuur ernstig was. Hij werd dan overgebracht naar het City Hospital.
Sheldon werd aangehouden en opgesloten in het politiekantoor van Chestnut Street."

Tot zover het krantenbericht. Uit latere berichten blijkt dat Billy Lyons overleed aan zijn verwonding. Stag Lee kwam voor de rechter. Een eerste rechtszitting liep vast in politiek gekrakeel.
Bij een nieuwe rechtszitting werd hij veroordeeld. Hij vloog naar de gevangenis en overleed er in 1919, aan TBC.

 

De legende


Al kort na de moord begon de song zijn tocht over het Amerikaanse continent.

Zoals gebruikelijk werd erg vrij omgesprongen met het verhaal. Al bleef de kern steeds behouden: rond Kerstmis ruziën twee mannen over een hoed en de ene schiet de andere dood. Verder gebeurde er echter van alles mee:  details werden toegevoegd, veranderd, door elkaar gehaspeld en geactualiseerd.

Vooral omwille van zijn koele houding is de figuur van de moordenaar in Amerika uitgegroeid tot een legendarisch figuur. Hij werd ooit omschreven als "zo slecht dat de duivel hem de toegang zou ontzeggen tot de hel".

De schrijver Julius Lester drukt het nog kleurrijker uit in zijn Black Folktales: "Stagolee was, zonder enige twijfel, de slechtste nikker die ooit heeft geleefd. Stagolee was zo slecht dat de vliegen in de zomer niet rond zijn kop wilden vliegen en in de winter viel er geen sneeuw op zijn huis."

Cecil Brown, auteur van het boek Stagolee Shot Billy (2003) betoogt zelfs dat Stag Lee het archetype is van de moderne rapper. Een stoere zwarte vent, koele kerel, hip gekleed, potent, niet vies van geweld en met minachting voor de blanke autoriteiten.
Stijl is alles voor hem: hij schrikt er niet voor teug om te moorden voor een hoed.

Brown ziet het nummer daarom zelfs als "de moeder van alle rapsongs".

 

Mississippi John Hurt

De eerste versie werd in 1911 gepubliceerd door de folklorist Guy B Johnson in het prestigieuze Journal of American Folklore.

De meest legendarische versie is ongetwijfeld die van Mississippi John Hurt. Zijn versie werd voor het eerst op band gezet in 1928.

Hij voegde twee dingen toe aan de legende. Hij specificeerde dat de hoed waar het allemaal om draait een Stetson was. Dat voegt klasse toe en roept beelden op van het Wilde Westen.
Bovendien opende hij de song met de woorden "Police officer, how can it be? / You can 'rest everybody but cruel Stack O' Lee." Waarmee hij de man nog wat heroïscher maakt door te stellen dat zelfs de politie schrik heeft van hem.


Introductie:

Stagolee was a bad man. Ah...they goes down in the coal mine one night, robbed a coal mine. They's gamblin' down there, and they placed themselves just like they wanted to be, so they wouldn't hit each other when they was shootin'. Money lyin' all over the floor. There's one bad guy down there, he thought he was, that was Billy Lyons. So he had a big .44 laying down by the side of him; when they got placed why, Stagolee spoke to him, he says, boys, look at the money lyin' there on the floor. What'll we do if old Stagolee and them was to walk up in here? This guy picked up his .44, and he says: It wouldn't make a bit of difference, says, Stag's gun won't shoot a bit harder than this one. 'bout that time, stag knocked his hat off. and his partner, takin' care of the rest, when he knocked his hat off, he kinda remembered that was Stagolee, and he commenced beggin' like this:

Police officer, how can it be,
you can arrest everybody but cruel stagolee?
that bad man, oh cruel stagolee.
Stagolee, stagolee, please don't take my life
says i got two little baby and a darling lovin' wife
he's a bad man, oh cruel Stagolee.
Here' the answer Stagolee gave him:
What do i care 'bout your two little babies, darling loving wife?
says you done stole my stetson hat, i'm bound to take your life.
it's a magic hat, oh cruel Stagolee.
Boom boom, boom boom, went the .44
when i spied poor Billy Lyons,
he was lyin' down on the floor.
that bad man, oh cruel Stagolee
Gentlemen of the jury, what do you think of that?
Stagolee killed Billy Lyons, 'bout a $5 stetson hat
that bad man, oh cruel Stagolee
Standin' on the gallows, Stagolee did curse
the judge said let's kill him, before he kills one of us
he's a bad man, that old Stagolee.
Standin' on the gallows, his head was way up high
at 12:00 they killed him, they was all glad to see him die.
that bad man, oh cruel Stagolee
Policin' officer, how can it be
you can arrest everybody but cruel stagolee
that bad man, oh cruel stagolee.


Van blues, over R&B...

Met zo een tekst en zo een figuur is het geen wonder dat iedere bluesman (of -vrouw) zijn versie van de song heeft opgenomen: Jesse Fuller, Mississippi John Hurt, Furry Lewis, Mississippi Slim, Ma Rainey....
In de jaren dertig en veertig verzamelden de folkloristen John Lomax en zijn zoon zeker een dozijn verschillende opnamen van de song. De song bleek erg populair onder de klanten van de diverse gevangenissen. 
De meestal zwarte gevangenen zingen graag over Stagolee en de duivel. Want de duivel is blank!


Het nummer werd het rocktijdperk ingeloodst door ene Leon T. Gross, zanger uit New Orleans. Onder de naam Archibald bracht hij in april 1950 'Stack-A-Lee' (parts I & II). Het singeltje, in de stijl van singer Professor Longhair, brengt het verhaal over twee kanten uitgesmeerd. Het werd een top 10 hit op de rhythm & blues lijsten. 

Een stadsgenoot van Archibald, Lloyd Price, had korte tijd later veel succes op de plaatselijke R&B markt. Maar zijn carrière werd afgebroken toen hij zijn legerdienst moest gaan vervullen in Korea. Gelukkig voor hem moicht hij dat doen als entertainer van de tropen op de bases in Korea en Japan. Als onderdeel van zijn act bracht hij een eigen versie van de song. "Er waren honderden tekstregels voor het oude nummer, maar er was geen verhaal. Dus maakte ik er een toneelstukje van. Een paar soldaten speelden dat voor, terwijl ik het zong."

Na zijn legerdienst trok Lloyd naar Washington, D.C. Zijn eerste single, 'Just Because', bracht hem onmiddellijk terug in de hitlijsten. Als opvolger dacht hij aan zijn toneelstukje.
Hij versnelde het tempo, voegde de aanmoediging "Go Stagger Lee!" toe en verzachtte de boodschap met een blank backingkoortje.
Zijn versie van 'Stagger Lee' sloeg aan - en hoe. Er vlogen tot 200 000 exemplaren per dag de deur uit. Een gegarandeerde nummer 1 hit, in 1959. 

De TV programmatoren zaten met een probleem. Dick Clark vond dat zoveel geweld en bloed niet kon voor het tienerpubliek van zijn "American Bandstand". Lloyd had geen keuze: hij moest een nieuwe, gekuiste versie opnemen, met... een happy end! Stagger Lee en Billy legden hun ruzie bij en sloten terug vriendschap.


In de jaren zestig sloot de beweging voor gelijke rechten Stagolee in zijn armen. Op het hoogtepunt van het Black is Beautiful tijdperk namen zowel James Brown als Wilson Pickett 'Stagolee' op.

Bobby Seale, de leider van de Black Panthers, zag de figuur als voorbeeld voor het verzet van de zwarten tegen de blanken. "Stagolee was de slechtste nikker van de buurt en liet zich door niets of niemand doen."


... via ska naar punk

Zoals zovele R&B hits werd ook dit nummer aangepast voor de Jamaikaanse markt. The Rulers maakten in 1967 hun eigen skaversie van het 'Stagger Lee' verhaal, als "Wrong Emboyo". De zanger, Clive Alphonso, zette er voor het gemak zijn eigen naam onder als auteur.

Dertien jaar later bracht dat serieus wat geld in het laadje toen The Clash zijn versie coverden als 'Wrong 'em Boyo' op hun dubbel-LP London Calling.

En zo zijn we bij de blanke artiesten beland.


De blanke kant

De muziek van de zwarte gemeenschap heeft altijd een grote aantrekkingskracht gehad op de Calvinistische blanke Amerikanen. Traditioneel hebben de Afro-Amerikanen in hun songs altijd veel vrijer  uitdrukking gegeven aan onderdukte emoties, zoals seks en agressie.

De vroegste bekende opnamen van de song dateren uit 1923 en ze zijn gemaakt door twee blanke dansbands: Fred Waring's Pennsylvanians en Frank Westphal and His Orchestra.


Frank Hutchinson

Dylan verwijst in zijn hoesnota's naar de versie van Frank Hutchinson. Hutchison was een blanke mijnwerker, geboren in 1897 in West Virginia en opgebracht in Logan County. Hij werd beïinvloed door zwarte spoorwegarbeiders en een kreupele zwarte uit de heuvels: Bill Hunt. Tegen 1920 had hij een repertoire opgebouwd met weinig gekende oude nummers: rags, blues, traditionele balladen en novelties.

In 1926 nam hij zijn eerste platen op in New York, waarbij hij zichzelf begeleide met een gitaar. Hij had echter een zeer ongewone manier van spelen bedacht: hij legde de gitaar plat op zijn schoot en  streek over de snaren met een mes. Om zijn nek droeg hij daarbij een harmonica in een rekje.

Zijn versie van 'Stackalee' nam hij op 28 januari 1927 op. Tijdens diezelfde sessie nam hij ook een instrumentale versie op, waarbij zijn mondharmonica de taak van de zang overneemt.
De gezongen versie is te vinden als nummer 19 op Volume 1: Ballads van de Anthology of American Folk Music.

Door de depressie moest hij ophouden met spelen en vestigde zich als groentenman in Lake, West Virginia. Over zijn latere leven is alleen nog geweten dat hij in Columbus, Ohio overleed in 1945.


Nick Cave

Ook bij de Australische rocker Nick Cave kon dit nummer niet ontbreken. Hij legde in 1996 een heel eigen interpretatie vast op zijn Murder Ballads.

Cave voegde ze wat regels aan toe die hij vond in een ander blues ballad. "Er is een regel in onze versie die zo gaat: 'I'm the kind of cocksucker that would crawl over 50 good pussies to get to one fat boy's asshole.'
Ik kwam die tegen in een fantastische talking blues van een kerel die zich, in het nummer, voorstelt als Two-time Slim. Ik heb het altijd een fantatsische zin gevonden en dus heb ik hem er in verwerkt."
('De song is Two Time Slim' van Snatch and the Poontangs, uit 1969).

"We namen het op omdat het past in de traditie," vertelt Cave. "Ik hou er van hoe een eenvoudige, haast naieve traditionele murder ballad geleidelijk aan een kapstolk is geworden waaraan de meest walgelijke machismo uitingen kunnen worden opgehangen. Net als Stag Lee zelf, lijken er geen beperkingen op te staan hoe door-en-door gemeen dit nummer kan worden."

Cave verklaarde ooit dat hij de song ziet als zijn ultieme versie van gangster rap. Het gaat over moorden om het moorden - zinloos en genadeloos geweld.

Tijdens live versies durft hij nog wat verder gaan. Zo heeft hij er het soms over hoe de duivel verschijnt voor Stagger Lee na de moord. Stagger Lee schiet dan ook maar de duivel neer.

"In come the devil,
Said, "I've come to take you down,
Mr. Stagger Lee,"
Well those were the last words that the Devil said,
'Cause Stag put four holes in his motherfucking head!"


Beck

In diezelfde periode gebruikte de Amerikaanse zanger Beck Hansen de song dan weer als uitgangspunt voor zijn 'Devils Haircut', op Odelay. In een interview verklaarde hij dat zijn nummer "een erg eenvoudigde metafoor was voor het kwaad van de ijdelheid."

"Ik denk dat we volwassen worden associeren met compromissen maken. Misschien is dat wel de duivel. Dat was het scenario voor 'Devils Hairvut'. Ik stelde me Stagger Lee voor... Ik dacht, hoe zou die kerel er vandaag uitzien?  Ik zag hem als een Lazarus figuur die commentaar geeft op wat er van de mensheid is geworden. Wat zou hij vinden van het materialisme en de hebzucht en idealen van schoonheid en perfectie? Zijn reactie zou zijn: "Waw, dit is compleet geschift!"

Twee jaar eerder had hij ook een cover van de song opgenomen. Beck is altijd al een grote fan geweest van de fingerpicking stijl van Mississippi John Hurt. In maart 1994, vlak voor de Mellow Gold tour, trakteerde hij zichzelf op een bezoekje aan de legendarische Sun studio in Memphis. Hij nam er enkele bluesklassiekers op. De opnamen waren niet bedoeld voor release. Toch gaf hij toestemming om zijn versie van 'Stagolee' uit te brengen. Dat gebeurden in 2003, op Avalon Blues - A Tribute To The Music Of Mississippi John Hurt.

stagger-lee-031

 

Outro

De mythische Stagolee is niet meer weg te denken uit de muziekwereld. Zijn invloed werkt door tot op de dag van vandaag.

De Amerikaanse journalist Greil Marcus vatte het zo samen in zijn boek Mystery Train: Images of America in Rock 'n' Roll Music: "[Stagolee vinden we terug in] de cool en geest van Muddy Waters's ' Rollin' Stone'; Chuck Berry's 'Brown-Eyed Handsome Man'; Wilson Pickett's 'Midnight Mover', Mick Jagger's 'Midnight Rambler'...Toen de eisen van de zwarten voor gelijke rechten harder begonnen te klinken nam [Staggerlee] over. En het was ook Staggerlee die op het scherm verscheen in de jaren zeventig met films als Slaughter, Sweet Sweetback, Superfly."
 

Stagger Lee - deel 1

Mississippi John Hurt - Stag O'Lee

 

Lloyd Price - Stagger Lee

 

The Isley Brothers - Stagger Lee

 

Nick Cave - Stagger Lee

 

Beck - Stagger Lee

 

09-05-08

Simpel quizje

Wie is dit?

top

09:01 Gepost door Peerke | Permalink | Commentaren (12) | Tags: quizje |  Facebook |

08-05-08

Bobbie Gentry - Odde to Billie Joe

Odetobillyjoe

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Mijn Southern compilatie

Al jaren denk ik er over om een compilatie samen te stellen met muziek uit The Deep South. Het zuiden van de Verenigde Staten: South Carolina, Mississippi, Florida, Alabama, Georgia, Louisiana en Texas. De streek van de katoenplantages, hillbillies, rednecks en magnoliabloesems.

De bedoeling is niet om een overzicht te maken van alle muziek die daar zijn wortels heeft. Dat is onbegonnen werk: jazz, blues, gospel, soul, country, bluegrass, rockabilly en rock 'n' roll... Van allemaal heeft het wiegje gestaan in het Appalachen gebergte of in de Delta van de Mississippi. 

Ik heb mijn keuze daarom beperkt tot songs met een "southern feel".

Nu, ik ben er nooit geweest. Het kan zijn dat het beeld dat the South bij mij oproept nooit heeft bestaan. Het is puur gebaseerd op boeken, films en muziek.

Wat eerst een interessant uitgangspunt leek voor een cd'tje bleek echter al snel een fascinerende ontdekkingstocht. Ik had altijd meer belangstelling gehad voor de Britse kant van de muziekgeschiedenis. Country was aan mij voorbij gegaan: steelgitaren, fidles, yihaa kreten en veel te grote cowboyhoeden...  Het bleek echter dat er steeds meer countryliedjes opdoken die ik heel mooi vond maar gewoonweg nooit met het genre had geassocieerd.

Eentje daarvan is 'Ode To Billie Joe' van Bobbie Gentry. Een nummer dat nergens anders kon zijn geschreven dan in de buurt van de Mississippi. En dan nog door een Southern Belle.


Delta Sweete


Bobbie slaakte haar eerste kreten als Roberta Lee Streeter in Origin Chickasaw County, Mississippi, in 1944. Als kind leerde ze zichzelf gitaar, bas en banjo spelen. Als puber trok ze naar Palm Springs, Californië, om er bij haar moeder te gaan wonen. Ze probeerde het even als danseres in Las Vegas, maar ging dan toch maar filosofie studeren in Los Angeles. Naast een kantoorbaantje vulde ze haar inkomen verder aan met optredens in de lokale nachtclubs. Ze zag een carrière in de muziek wel zitten en schakelde over op het Los Angeles Conservatory of Music waar ze leerde componeren.

Begin 1967 zond ze een demo naar Capitol Records. Kelly Gordon reageerde meteen enthousiast. Maar het hoofd van de afdeling A&R (Artists and Repertoire) wou niks weten van 'Ode To Billie Joe', dat volgens hem een "liedje over abortus' was. David Axelrod, de grote baas van de platenmaatschappij, hakte de knoop door: Bobbie mocht een single opnemen en 'Mississippi Delta' zou de a-kant worden.

Geen slechte keuze, want de bluesy swamp-rocker nodigt zeker uit tot dansen door een repetitief gitaarmotief. En ook het refrein is aanstekelijk: "M-I double S-I double S-I double P-I". Dat was, zo legde ze later uit, gebaseerd op een oude voodoo spreuk.

Maar toen beide zijden van de single na elkaar werden gedraaid, besloot het A&R team unaniem dat de echte parel op de b-kant was te vinden.

Dat vonden ook de radiostations en de luisteraars.
Al in de eerste week na het uitbrengen van de single in augustus 1967 werden er 750 000 exemplaren van 'Ode To Billie Joe' verkocht. Op 26 augustus stootte het intrigerende verhaal over Billie Joe McAllister, 'All You Need Is Love' van The Beatles van de eerste plaats van de Billboard hitlijst. Een straffe prestatie voor een debuutsingle, zonder noemenswaardige promotie. Pas een maand later werd het daar opgevolgd... door een ander nummer uit the South: 'The Letter' van The Box Tops.

Het volgende jaar won 'Ode To Billie Joe' maar liefst acht keer genomineerd voor een Grammy. Daarvan werden er vier toegekend.


Nochtans was het muzikaal gezien een erg sober nummer. Sommigen menen zelfs te weten dat de atmosferische cello's en strijkers toegevoegd zijn aan de demo zelf. Het arrangement is overigens van de legendarische Jimmie Haskell.
Verder horen we alleen wat eenvoudige gitaarlijnen en bovenal de sensuele zang - haast nonchalant gebracht met veel Southern klanken.

Alle aandacht gaat daardoor uit naar het verhaal zelf. En dat is uiterst intrigerend.

Door de vele details over het plattelandsleven heeft de song meer weg van een kortverhaal dan van een popliedje.


Ode To Billie Joe

It was the third of June, another sleepy, dusty Delta day
I was out choppin' cotton and my brother was balin' hay
And at dinner time we stopped and walked back to the house to eat
And Mama hollered out the back door "y'all remember to wipe your feet"
And then she said "I got some news this mornin' from Choctaw Ridge"
"Today Billy Joe MacAllister jumped off the Tallahatchie Bridge"

And Papa said to Mama as he passed around the blackeyed peas
"Well, Billy Joe never had a lick of sense, pass the biscuits, please"
"There's five more acres in the lower forty I've got to plow"
And Mama said it was shame about Billy Joe, anyhow
Seems like nothin' ever comes to no good up on Choctaw Ridge
And now Billy Joe MacAllister's jumped off the Tallahatchie Bridge

And Brother said he recollected when he and Tom and Billie Joe
Put a frog down my back at the Carroll County picture show
And wasn't I talkin' to him after church last Sunday night?
"I'll have another piece of apple pie, you know it don't seem right"
"I saw him at the sawmill yesterday on Choctaw Ridge"
"And now you tell me Billie Joe's jumped off the Tallahatchie Bridge"

And Mama said to me "Child, what's happened to your appetite?"
"I've been cookin' all morning and you haven't touched a single bite"
"That nice young preacher, Brother Taylor, dropped by today"
"Said he'd be pleased to have dinner on Sunday, oh, by the way"
"He said he saw a girl that looked a lot like you up on Choctaw Ridge"
"And she and Billy Joe was throwing somethin' off the Tallahatchie Bridge"

A year has come 'n' gone since we heard the news 'bout Billy Joe
And Brother married Becky Thompson, they bought a store in Tupelo
There was a virus going 'round, Papa caught it and he died last Spring
And now Mama doesn't seem to wanna do much of anything
And me, I spend a lot of time pickin' flowers up on Choctaw Ridge
And drop them into the muddy water off the Tallahatchie Bridge

 

Hoewel het lied in de ik-vorm wordt verteld, komen we het verhaal maar te weten door de dialogen van anderen.

Een arme boerenfamilie zit 's midags rond de tafel. Terloops vermeld de moeder terloops dat ze heeft gehoord dat een jongen uit de buurt zelfmoord heeft gepleegd. Hij is van de brug gesprongen. De dochter - die het verhaal verteld - is blijkbaar zwaar geschokt door het nieuws, maar ze laat niets merken. Er wordt verder gekeuveld over koetjes en kalfjes, maar telkens komt het gesprek terug op de jongeman. Dat de pastoor de jongen laatst nog heeft zien staan op de brug.  Er was een meisje bij - dat erg op jou leek - en ze gooiden iets in het water.
"'t Is altijd 'ne speciale geweest, he. Geef de appelmoes eens door."

In de laatste strofe zitten we een jaar verder. Haar broer is getrouwd, vader is gestorven en moeder raakt er niet bovenop. Zelf gaat ze regelmatig bloemen plukken om die dan van de brug in het water van de Tallahatchie te gooien.

Hoewel moeder en dochter allebei hun partner hebben verloren, kunnen ze mekaar geen troost bieden. Ze kunnen er zelfs niet over praten.

"De boodschap van het liedje draait om de nonchalante manier waarop de familie praat over de zelfmoord," verklaarde Gentry. "Het is een studie in onbewuste wreedheid."

 

Het mysterie

Omdat in het liedje zelf geen verklaringen worden gegeven werd er natuurlijk druk gespeculeerd. Wat gooiden ze van de brug? Was het een baby, of een ring? En waarom pleegde de jongen zelfmoord? Uit verdriet, of was het misschien een zwarte jongen die een onmogelijke relatie had met een blank meisje?

Al snel begonnen allerlei veronderstellingen de kop op te steken. Zo beweren hardnekkige geruchten dat de oorspronkelijke demo van 'Ode To Bilie Joe' meer dan zeven minuten lang was. In de ontbrekende strofen zou dan zijn onthuld wat er van de brug over de Tallahatchie werd gegooid.

Dat blijkt alvast niet uit het originele handgeschreven tekstvel van 'Ode'. Dat bevindt zich in het Mississippi Museum. (http://library.olemiss.edu/matinee/filmedinms1.htm)
Daarop staat wel een extra openingsstrofe!

"People don't see Sally Jane in town anymore
There's a lot of speculatin', she's not actin' like she did before
Some say she knows more than she's willin' to tell
But she stays quiet and a few think it's just as well
No one really knows what went on up at Choctaw Ridge
The day that Billy Jo McAllister jumped off the Tallahatchie Bridge"

Nochtans was het plaatje nu al langer dan normaal. Het was een van de allereerste singles, langer dan vier minuten die een hit werd op de Amerikaanse radio. Enkel 'El Paso', 'Like a Rolling Stone' en 'Strawberry Fields Forever' gingen haar voor.


Parodie

Terwijl de song de hitlijsten aanvoerdde zat Bob Dylan met zijn maten in de kelders van een roze geverfd huis in Woodstock. Dylan kwam met 'Clothesline Saga', dat als ondertitel kreeg 'Answer To Ode'. Daarin aapt hij het nonchalante manier van spreken na waarbij tussen onbenulligheden door belangrijke zaken worden aangekaart. In het geval van deze Basement Tapes track blijkt de onthulling dat "The Vice-President's gone mad!"

Verfilming

De song bleef zo populair dat negen jaar later Warner Bros. de opdracht gaf om Southern gothic verhaal te verfilmen. Herman Raucher kreeg de opdracht een scenario te schrijven. Ter voorbereiding ging hij de zangeres opzoeken.

In een interview in 2002 vertelde de scenarist, Herman Raucher, over zijn ontmoeting met de zangeres. Natuurlijk vroeg hij haar naar de betekenis van de song.

Zij zei:  'Ik heb het verzonnen. Ik weet niet wat het betekent."
Ik vroeg: "Jij weet niet waarom hij van de brug is gesprongen?"
Zij antwoordde: "Geen idee."

Dus verzint hij maar een eigen verhaaltje rond de basistekst. De film geeft verder dus geen aanknopingspunten.
En dat is maar goed ook.

Gentry was wel bereid het nummer opnieuw op te nemen voor de soundtrack. Uit slordigheid of om een onderscheid te maken heet de film Ode To Billy Joe. Met een "y" in plaats van een "ie"


En Gentry zelf?

De carrière van Bobbie Gentry kwam het succes van het debuut nooit meer te boven. Hoewel ze een zestal goede tot uitstekende LP's maakte scoorde ze nooit meer een hit. In 1979 gaf ze er de brui aan en trok zich terug in de anonimiteit. Zowel Jill Sobule als Beth Orton hebben songs aan haar opgedragen. Lucinda Williams heeft geprobeerd haar te overhalen om een duet te brengen. Allemaal tevergeefs.

Behalve enkele compilaties zijn haar platen overigens erg moeilijk te vinden. Vooral Ode To Billie Joe, Delta Sweete en Patchwork zijn nochtans bescheiden meesterwerkjes. Isobel Campbell is fan van haar duet-LP met Glenn Campbell, maar die is wat te gesuikerd naar mijn smaak.

Toen het Britse tijdschrift Mojo vorig jaar haar platenmaastchappij contacteerde voor een interview kregen ze als antwoord: "We hebben geen idee waar meneer Gentry nu woont". Als zelfs je platenmaatschappij je geslacht niet kent dan ben je er echt wel in geslaagd om te verdwijnen.

 

06-05-08

Frankie & Albert

Benton-Frankie

Frankie & Albert  

Het openingsnummer van Bob Dylan's Good As I Been To You is 'Frankie And Albert'. De song is een van de bekendste Amerikaanse murderballads. Het werd dikwijls opgenomen, zowel door blanke als zwarte uitvoerders.

De populariteit van het nummer kan het best worden geïllustreerd door de vele varianten die er van in omloop zijn.
In 1962 gaf ene Bruce Buckley een studie uit waarin hij 410 verschillende versies beschrijft van 'Frankie'. Bij sommigen heet het nummer 'Frankie and Albert', bij anderen 'Frankie and Johnnie' of soms gewoon 'Frankie'.

Hoewel er veel onderzoek is gedaan naar de oorsprong van het bluesnummer is de eigenlijke auteur niet meer te achterhalen.


Verfilmingen

Het verhaal werd ook verschillende keren verfilmd. Dat gebeurde voor het eerst in 1930, als Her Man met Helen Twelvetrees. Zes jaar later volgde Frankie and Johnnie met Helen Morgan.

Daarna is het lang stil. Het verhaal wordt terug opgepikt in de jaren zestig voor een van de slechtste Elvis films: Frankie And Johnny. De meest recente verfilming, met Al Pacino en Michelle Pfeiffer, bereikte de bioscopen in 1991.

Hoewel het oorspronkelijke verhaal zich afspeelt in het milieu van wat tegenwoordig zo netjes African Americans heet, worden in deze verfilmingen de hoofdrollen telkens door blanken vertolkt.


De feiten

Waarschijnlijk is het nummer geïnspireerd op een waar gebeurd drama in Chestnut Valley, de rosse buurt van St. Louis, Missouri.

Op 19 oktober 1899 meldde de St. Louis Post-Dispatch dat de 17 jaar oude Allen Britt woensdagnacht was overleden in het City Hospital. Vier dagen eerder was de "Negro sporting man" neergeschoten door zijn vriendin, Frankie Baker, "an ebony hued cake-walker". Frankie was 22. Ze hadden mekaar ontmoet tijdens het Orange Blossom bal en vormden sindsdien een koppeltje.
Maar Frankie vermoedde dat hij haar bedroog. Die nacht ging ze hem opzoeken op zijn kamer in 212 Targee Street. Zoals ze gevreesd was hij niet alleen. Naast hem lag een prostitué, de18 jarige Alice Pryor.
Tijdens de discussie die volgde schoot Frankie haar geliefde neer.

De geschiedenis lijkt wel heel erg op die van de song. Te veel om toeval te zijn. Bovendien is het is erg aannemelijk dat de naam Allen Britt - afgekort tot Al Britt - werd verbasterd tot Albert.

Hoe verging het de echte hoofdrolspelers?

Al Britt overleed om 2:15, in de ochtend van de 19 oktober 1988 aan een kogelwonde in zijn lever..

Voor de rechtbank verklaarde Frankie dat Britt haar had bedreigd met een mes. Ze wist dat de jongen altijd een pistool onder het kussen had liggen. Dat kreeg ze te pakken. Tijdens het gevecht dat volgde, ging het fatale schot af.


De rechter oordeelde dat Frankie Baker gehandeld had uit zelfverdediging en sprak haar vrij.

Maar de gebeurtenissen bleven haar achtervolgen. Dat werd nog verergerd door de populariteit van de song, die ondertussen overal opdook . Zeker omdat sommige versies vermelden dat ze drie keer had geschoten of dat ze ter dood veroordeeld was. Frankie verhuisde dikwijls maar vond nergens rust.

Toen het verhaal dan ook nog eens werd verfilmd was voor haar de maat vol. In 1939 diende ze klacht in tegen Republic Pictures. Miss Baker eiste een schadevergoeding van $200,000 wegens laster en schending van privacy door de film.
De advocaat van de filmmaatschappij beweerde echter dat de song een bewerking was van een oude folk-ballad uit 1831. In Toe River, North Carolina, heeft toen ene Frankie Silver haar man vermoord met een bijl. Die stelling kon niet worden bewezen.
Na drie jaar werd de zaak onontvankelijk verklaard.

Het werd Frankie allemaal teveel en ze belande uiteindelijk in een instelling voor zwakzinnigen in Pendleton, Oregon. Daar overleed ze in 1952 op 75 jarige leeftijd.


Nog verder terug

Toch zijn er aanwijzingen dat de song inderdaad een langere geschiedenis heeft.

Zo is er het verslag van George St. Johns, uitgever van de St. Louis Post-Dispatch. Hij vertelt over het bezoek van de populaire Poolse pianist Ignace Paderewski aan zijn stad. Op zoek naar plaatsen waar authentieke muziek te horen was, leidde  St. Johns hem rond in de uitgangsbuurt van de stad.
In The Castle, het bordeel van de flamboyante Babe Connor woonden ze het optreden bij van ene Mammy Lou, een  "gnarled, black African".
De bejaarde zangeres zong allerhande aangebrande liedjes. Ze bracht er onder andere 'Ta-Ra-Ra-Boom-Der-E' en ... 'Frankie and Johnny'. "Iedereen kreeg kippenvel toen ze het refrein bracht," meldt St. Johns nog.

Paderewski's eerste Amerikaanse tournee vond plaats in 1891 terwijl The Castle werd afgebroken in 1998. Dus voor de fatale avond waarop Al Britt werd neergeschoten.

Een ander inwoner van de stad, Rusty David, meent dat de oorspronkelijke ballad was gebaseerd op een gelijkaardig incident in de rosse buurt van St. Louis, omstreeks 1865-70. Toen de Baker/Britt affaire dan plaats vond, zou het liedje zijn aangepast aan de nieuwe feiten.

De ragtime pianist Trebor Tichenor verklaarde: "Ik denk dat iedereen het erover eens is dat het gaat om een oude, geïmporteerde melodie - van Europeese afkomst. Maar dat die hier is aangepast en dat het een ballad werd... Volgens een legende uit St. Louis pikte een pianist, genaamd Dooley, in op een lokale moord. Dat was het verhaal van Frankie en Johnny in 1899 en dat hij zich daarop baseerde. Dat is natuurlijk maar wat er vertelt wordt. Maar het staat vast dat de oorsprong hier ligt."

Een lange weg

Vast staat dus enkel dat de song oorspronkelijk uit de zwarte gemeenschap kwam.

Voor publicaties, bestemd voor een blank publiek, werden de gebeurtenissen geadapteerd en gezuiverd weergegeven.

De regel 'He done me wrong' duikt voor het eerst op in 1904. Dat gebeurt in 'The Death of Bill Bailey', een nummer van ene Hughie Cannon. Hughie was een blanke komiek die met zwart geverfd gezicht zwarten imiteerde. De song is een vervolg op een eerder succesnummer van hem: 'Bill Bailey, Won't You Please Come Home'.

Vier jaar later publiceren een ander vaudeville team, Frank en Bert Leighton 'Bill You Done Me Wrong'. Hun nummer lijkt erg op dat van Hughie Cannon, maar ze gebruiken langere fragmenten van het origineel.

Nog eens vier jaar later volgt een her-publicatie van het nummer van de Leighton Brothers onder de titel 'Frankie and Johnnie', maar zowel de tekst als de muziek verschillen nog op vele punten van de tegenwoordig bekende versie.

De kenmerkende regel "Frankie and Johnnie were lovers" wordt voor het eerst genoteerd in 1925. Dorothy Scarborough publiceert dan 'Frankie and Albert' in On the Trail of Negro Folksongs.

In 1928 beleeft de Amerikaanse actrice Mae West haar doorbraak met het zelfgeschreven toneelstuk Diamond Lil. Het stuk, over een grofgebekte blonde stoot uit de jaren negentig van de vorige eeuw brengt haar tot Broadway. In het stuk zingt zij ook 'Frankie And Johnnie'


Mississippi John Hurt

De vroegste bekende opname dateert uit datzelfde jaar, 1928. Die is van de Delta Blues gitarist Mississippi John Hurt.

John Hurt werd omstreeks 1893 geboren in het dorpje Teoc in het hart van de Mississippi Delta.
Toen hij een jaar of negen was kocht zijn moeder een tweedehands gitaar. Omdat er niemand in de buurt woonde die  het hem kon leren, bedacht hij zijn eigen manier van spelen. Dat leverde hem een heel eigen geluid op. Door het ritme en melodie te combineren klinkt het alsof hij twee gitaren tegelijkertijd bespeelt.

Vanaf zijn twaalfde verdiende hij wat bij door op te treden op lokale feesten. Na de dood van zijn vader hielp hij zijn moeder in het onderhoud van de dertien kinderen.

Omstreeks 1923 vroeg Willie Narmour, een blanke square dance fiddler, hem als begeleider. Narmour was erg goed. Zijn 'Carroll County Blues' wordt nog steeds gespeeld. Enkele jaren later won hij dan ook een fiddlerwedstrijd. Daardoor mocht hij een opname maken voor het Okeh platenlabel.

Toen producer T.J. Rockwell hem daarbij vroeg of er nog meer talent in de buurt was, verwees die naar zijn maat. Rockwell kwam Hurt opzoeken, liet hem spelen en nodigde hem uit om naar Memphis te komen voor een eigen opnamesessie. Die vond plaats op 14 februari 1928. "Het was een grote hal," herinnerde Hurt zich meer dan dertig jaar later. "Alleen Mr. Rockwell was er, een geluidstechnicus en ikzelf. Ik zat op een stoel en ze duwden een microfoon tot tegen mijn mond. Ik mocht mij niet meer bewegen eens ze de beste positie hadden gevonden. Man, ik was nerveus! Achteraf had ik nog dagenlang een pijnlijke nek."
Uit het dozijn opnamen werden er twee gekozen die op een 78-toeren plaat werden uitgebracht: 'Nobody's Dirty Business' en 'Frankie'. Hurt kreeg $20 per song - wat goed betaald was voor iemand die normaal $3 verdiende voor een dag hard labeur.

Hurt keerde terug naar vrouw en kinderen in het dorpje Avalon. De plaat deed het goed en in november nodigde Rockwell Hurt uit voor nieuwe opnamen. Deze keer reisde de man helemaal naar New York, waar hij op 21 en 28 december genoeg materiaal omnam om een hele plaat te vullen.

Maar die plaat deed niks, het platenlabel ging over kop tijdens de depressie en Hurt keerde terug naar het boerenwerk.

Folkrevival

In 1948 richtten Moses Asch en Marian Distler in New York The Folkways Records & Service Co. op. Het was hun bedoeling om geluiden van over de gehele wereld op plaat uit te brengen. Naast kikkergebrul en gedichten in alle mogelijke talen bestond een groot deel van hun uitgaven uit oude muziekopnamen. Voor de reeks American Folk Music konden ze beroep doen op Harry Smith. Die had als hobby het verzamelen van oude 78-toren platen. Hiju had er duizenden. Niemand was daar immers nog in geïnteresseerd en hij kon ze meestal voor een habbekrats krijgen.

In 1952 bracht Folkways de Anthology of American Folk Music uit. Harry Smith had daarvoor de selectie gemaakt en de bijbehorende teksten geschreven. Op zes langspeelplaten verzamelde hij 84 Amerikaanse folk opnamen uit de periode 1927 tot 1932. Daartussen zaten ook twee opnamen van "Missisippi" John Hurt: 'Spike Driver Blues' en... 'Frankie'.

Deze indrukwekkende uitgave lag mee aan de oorsprong van een hernieuwde interesse voor folk en bluesmuziek.  Het hek was helemaal van de dam toen het Kingston Trio in 1958 een dikke hit scoorde met een remake van 'Tom Dooley'.
Een jaar later publiceerde een andere verzamelaar Samuel B. Charters The Country Blues.
Na het beëindigen van zijn studies was de jonge musicoloog, in 1951, verhuisd naar New Orleans, om er de Zuiderse cultuur van nabij de bestuderen. Vanaf 1954 maakte ging hij oude muzikanten opzoeken om hun werk vast te leggen.
Zijn boek zette vele andere aan om hetzelfde te doen.

Een van hen was een andere jonge musicoloog, Dick Spottswood. Hij was in de ban geraakt van de fingerpicking stijl van Hurt. Omdat in een van de nummers sprake was van "Avalon My Home Town" ging hij op oude kaarten zoeken naar het dorp. Korte tijd later moest een collega, Tom Hoskins, naar New Orleans. Op verzoek van Spottswood maakte hij een ommetje langs Avalon. Hurt bleek er nog steeds te wonen en zelfs nog te kunnen spelen. Hij was wel erg verbaasd dat iemand nog interesse had in iets van dertig jaar geleden. Met enige moeite kon Hoskins Hurt overhalen om af te reizen naar Washington, D.C., om er een nieuwe carrière te beginnen.

Hurt trad herhaaldelijk op tijdens concerten als Friends of Old Time Music en het Newport Folk Festival. Zo werd hij erg geliefd. Zijn onderkoelde wijze van gitaarspelen was van grote invloed op de blues en folk wereld.

Op 15 juli 1963 nam John Hurt in het Coolidge Auditorium van de Congressbibliotheek een aantal van zijn nummers uit de jaren twintig opnieuw op. Tussen de 39 songs zat ook een nieuwe versie van 'Frankie' - deze keer onder de titel 'Frankie And Albert'.

Jammer genoeg kon Hurt niet lang genieten van zijn succes. Hij overleed op 2 november 1966.


Tribute

In 1988 werd Mississippi John Hurt opgenomen in de Blues Hall of Fame.

En in juni 2003 bracht Vanguard Records Avalon Bleus - A Tribute To The Music Of Mississippi John Hurt. Onder supervisie van Hurt fan Peter Case brengen tal van bekende namen in de muziekwereld daarop hulde aan de meester. Daar zitten mensen bij als Beck, John Hiatt, Bruce Cockburn, Lucinda Williams, Steve & Justin Earle, Bill Morrissey en Taj Mahal. Het accent ligt daarbij meer op de spelvreugde dan op het bluesgevoel, zodat het een erg aangename plaat is geworden.
Het openingsnummer is Chris Smitten's vrolijke versie van 'Frankie & Albert'.


En waar haalde Bob Dylan de mosterd?

In 1992 bracht Bob Dylan het nummer ook al als opener van zijn akoestische roots-cd Good As I Been To You.
Hij moet zeker de oorspronkelijke versie van Mississippi John Hurt uit 1928 kennen van de Anthology of American Folk Music. Ongetwijfeld is hij ook vertrouwd met de versie die Hudie Leadbeater (alias Lead Belly) in 1934 zong. Dat gebeurde voor de microfoon van een andere verzamelaar van authentieke muziek, John Lomax in het Angola Prison in Louisiana.

Toch baseerde Bob Dylan zich voor zijn cover op de recentere versie van "Missisippi" John Hurt uit 1963.
Hij legt de nadruk veel meer op de muziek dan op de woorden.

Luisteren?

Versies door Johnny Hallyday, Taj Mahal, Bob Dylan, Brook Benton, The Ink Spots, Hank Snow, Sam Cooke en Big Bill Broozy kun je hier beluisteren:
http://michourock.centerblog.net/rub-reprise-Frankie-and-Johnny.html


En hier zijn er nog meer: Johnny Cash, Wilf Carter, Elvis Presley, Jimmie Rodgers (als 'Blue Yodel #9') en Mississippi John Hurt:
http://michourock.centerblog.net/rub-reprise-Frankie-and-Johnny-2.html

Jammer dat 'Hold Me Back' (Frankie & Johnny) van Michelle Shocked uit haar fantastische Arkansas Traveller er niet tussen staat.


Oh ja.

De Britse jaren tachtig band Frankie Goes To Hollywood heeft niets met dit verhaal te maken.

29-04-08

Eno - By This River

Hier word ik rustig van. Brian Eno uit Before And After Science.
Vervolgens dit: Spain - 'Untitled #1'
En tenslotte: Mazzy Star - 'Into Dust'

25-04-08

Bob Dylan - World Gone Wrong

 bobdylanworldgonewrongter9

Altijd weer op weg

Na het afsluiten van de herfsttournee volgt de jaarlijkse winterstop. Er duiken aanhoudende geruchten op over een langere rustperiode of iets-anders-gaan-doen, het einde van The Never-Ending Tour...

Maar in februari blijkt dat alles weer zijn gewone gangetje gaat. In 1993 zijn er opnieuw tachtig shows, verspreid over de hele wereld. Enkel drummer Ian Wallace is tijdens de repetities in New York uit de band gezet, omdat hij ontevreden is over het concept van een tweede drummer op het podium.
Het beste nieuws is dat de kwaliteit van de optredens tijdens deze Europeese tournee, over het geheel genomen, zelfs nog een stuk beter is dan die van het vorige jaar.
Van de meest recente cd, Good As I Been To You worden slechts twee nummers gebracht: 'Tomorrow Night' en 'Jim Jones'.

Tijdens de daarop volgende Amerikaanse lentetournee worden de shows alsmaar langer en langer. Zonder dat er moet worden ingeboet op kwaliteit.  Een akoestisch 'Hard Times' wordt als opener gebruikt. Voortaan wordt elke show  - op een paar uitzonderingen na - met een akoestisch nummer geopend.

Enkele samenwerkingen

Op 28 april 1993 vinden in de KRLU-TV Studios, Austin, Texas filmopnamen plaats. Die zijn bedoeld voor The Big Six-0, een feest ter gelegenheid van de zestigste verjaardag van Willie Nelson. Dylan neemt eerst een schitterend 'Pancho And Lefty' van Townes Van Zandt, op samen met de gevierde en The Willie Nelson Family Band.
Daarna volgt een even schitterend 'Hard Times', van Stephen Foster, met zijn eigen tourband.
Er is ook een interview, dat gedeeltelijk wordt uitgezonden in het TV-programma op 22 mei. In juni wordt alles op video uitgebracht.

Dylan was in die periode blijkbaar dikke maatjes met de countrylegende, want op 19 oktober van het vorige jaar hadden ze ook al samen een ander nummer opgenomen voor diens cd Across The Borderline. 'Heartland' was een gezamelijke compositie van beide heren.

Op 13 januari brengen ze dat nummer ook samen in het CBS programma A Country Music Celebration. Daarbij worden ze begeleid door, onder andere, Don Was en Jim Keltner.

Verder helpt Bob Dylan ook Mike Seeger bij de opname van diens Third Annual Farewell Reunion. Op 13 mei neemt Dylan een nieuwe versie van zijn 'Ballad Of Hollis Brown' op, met begeleiding van Seeger zelf op 5-snarige banjo.
 "Het was meteen bij de eerste take raak en het had dat intense gevoel dat zo kenmerkend is voor Bobs vertolkingen van traditionals," aldus Mike Seeger. "Hij laat je de woorden voelen en de beelden zien."
Third Annual Farewell Reunion verschijnt pas in november '94.


Meer van hetzelfde

Columbia Records heeft, volgens het contract van 18 januari 1988 nog één cd te goed van Dylan. Zijn muze is nog steeds met vakantie en daarom ziet hij zich genoodzaakt om een vervolg te breien aan Good As I Been To You. Naast Saved is dit de enige keer in zijn lange carrière dat hij een follow-up plaat maakt.

Net als zijn voorganger wordt World Gone Wrong opgenomen in zijn huisstudio in Malibu. Deze keer leek Dylan iets meer aandacht te hebben besteed aan de klank en de inhoud, hoewel alles opnieuw in een paar dagen op band stond.

Kwatongen beweren dat hij zelfs geen snaar heeft vervangen of de tijd genomen om de microfoons goed te plaatsen. De mastering zou zelfs zijn gebeurd van een casette!

Waar vorige keer folk de voornaamste inspiratiebron was, ligt de klemtoon nu veel meer op bluesmateriaal. Het materiaal is dan ook somberder van toon en de thema's zelfs nog tragischer dan vorige keer. Bij de veertien songs zijn er twee van de Mississippi Sheiks en twee van Blind Willie McTell. Willie Brown en Frank Hutchinson, Robert Johnson en The Carter Family paseren elk één keer de revue.

Misschien als reactie op de kritiek van vorige keer, neemt Dylan de moeite om hoesnota's te schrijven. Hierbij geeft hij zijn bronnen aan, in uitgebreide, maar zeer cryptische hoesnota's. Daarbij beklemtoont hij dat de muziek dateert van "voor de belachelijke amusementswereld in ons gezicht ontplofte".
Het levert heerlijk proza op, een voorloper van zijn later Kronieken.

Vier songs van de sessie blijven onuitgegeven: 'Goodnight My Love', 'Twenty-One Years', '32-20 Blues', en 'Hello Stranger'.  Zelfs bootleggers zijn er niet aan geraakt.

En terug op weg

Na een vakantie in Ierland wordt Europa opnieuw aangedaan voor de jaarlijkse passage langs de zomerfestivals.
De nummers zijn nu zo lang dat 'Tangled Up In Blue' en 'Shelter From The Storm' dikwijls meer dan 12 minuten duren, terwijl een pak andere vlot over de 10 minutengrens gaan. Dylan neemt daarbij het voortouw op zijn elektrische gitaar. Als hij nu af en toe wat zou willen oefenen...

Hoogtepunt is het Fleadh Festival in  Waterford, Ierland, waar Dylan samen met Van Morrison het hoofdprogramma vormt.

Op 16 juli moet Dylan, voor het eerst in zijn carrière een optreden afgelasten omwille van medische problemen. Hij heeft weer last van zijn rug, die hem sinds '86 parten speelt. Een dag later is daar, bij het laatste concert van de tournee dan weer niets van te merken. De show, die nu tot twee en een half uur kan duren, is zelfs niet ingekort!

Na afloop blijft Dylan nog even in Europa rondhangen. Op 18 juli gaat hij in Bad Mergentheim, Duitsland kijken naar een optreden van Neil Young. Daarbij weigert hij echter in te gaan op de vraag van Booker T. Jones om mee te komen spelen.

Drie dagen later vindt in Camden High Street in Noord Londen de opname plaats van een videoclipje voor 'Blood In My Eyes'. David Stewart van The Eurythmics treedt op als regisseur. Diverse Britse kranten publiceren foto's waarop Dylan (met een hoge hoed op) thee zit te drinken in verscheidene plaatselijke restaurants.

Tussen 20 augustus en 9 oktober trekt Bob Dylan, samen met Carlos Santana door Amerika. Zo kunnen ze voor een veel groter publiek spelen en zo indrukwekkende omzetten binnenhalen. Ze openen afwisselend de gezamelijke tournee van 31 shows. Maar, in tegenstelling tot '84 treden ze nooit echt samen op. Dylans set wordt terug wat ingekort tot dertien nummers in 90 minuten. Maar de kwaliteit blijft zeer hoog.
De tour is niet echt geschikt om het nieuwe materiaal te brengen, hoewel 'You're Gonna Quit Me' en 'Blackjack Davy' van Good As I Been To You werden gebracht.


Twee platen

Ondertussen wordt op, 23 augustus 1993, Bob Dylan 30th Anniversary Concert Celebration uitgebracht op CD/cassette/video/laser disc. 'Song To Woody' ontbreekt echter op alle formaten omwille van de technische problemen met Dylans gitaar. Erg verassend is dat Dylans zang op 'My Back Pages' is overdubd!

World Gone Wrong verschijnt op 24 oktober 1993. Deze tweede volledig akoestische cover-cd is meer afgewerkt als de eerste en is meer geconcentreerd op blues materiaal.

Opnieuw krijgt de cd veel goede kritieken. Rolling Stone noemt hem een "...geniale blues zanger" en heeft het over "...een passend vervolg...  en opnieuw een merkwaardig sterke uitvoering."

Bovendien ontvangt Dylan voor World Gone Wrong een welverdiende Grammy als Best Traditional Folk Album.

Toch wordt het zijn slechts genoteerde plaat ooit, in de US: een magere 70ste plaats. Ook in Engeland wordt de top 30 niet gehaald.

Toch zou Dylan de waarde van deze cd's blijven verdedigen: "Mijn invloeden zijn ongewijzigd" vertelt hij in 1997 "Dat is waarom ik die twee platen met oude nummers heb opgenomen. Daardoor kon ik zelf terugkeren naar de muziek die voor mij waardevol is".

"Zangers in de jaren vijftig en zestig stonden heel dicht bij de vroegere zangers en dat kon je horen! Maar dat hoor je nu niet mee, het is vervuild en onrein... Zelfs World Gone Wrong is een stap of twee van de bron verwijderd. De mensen zouden naar die oude platen moeten luisteren en luisteren naar die echte opnamen, want die van mij zijn slechts tweedehands."

Het concept kreeg later wel navolging: Johnny Cash met zijn American Recordings (vanaf '94) en Bruce Springsteen met The Ghost Of Tom Joad ('95) en The Seeger Sessions ('06).

De Supper Club concerten

Nu het contract met Columbia afgelopen was, overwoog Dylan opnieuw om als freelancer verder te gaan. Ter promotie van World Gone Wrong bedacht hij een puur akoestisch concert dat via de TV zou worden uitgezonden en dan achteraf als cd te koop worden aangeboden. Dit was een jaar voor MTV met hetzelfde concept zou komen.

Daarvoor huurt hij de Supper Club in Manhattan af voor een paar dagen in midden November.  Met zijn tourband geeft hij er vier concerten, telkens voor 150 toeschouwers. Naast een selectie uit World Gone Wrong brengt hij unieke uitvoeringen  van nummers als 'Ring Them Bells' en ' Queen Jane Approximately'.

De puur akoestische optredens worden allemaal professioneel gefilmd en opgenomen. Alle kosten worden door de znager zelf gedragen. Toch komen de TV-film en de live -cd er nooit, hoewel voor velen het de beste shows uit zijn carrière zijn.


Een jaar later werd het concept nog eens dunnetjes over gedaan, nu in opdracht van MTV. Maar die Unplugged-cd haalde nergens het niveau van deze Supper Club concerten. Niet qua repertoirekeuze en ook niet qua uitvoeringen.

Einde 1993 tekende Dylan een nieuw platencontract bij Sony, voor tien cd's. Directeur Don Lenner verklaarde daarbij: "We stellen zijn creativiteit nooit in vraag. Wat geeft ons wat hij wil."

Maar goed, want het zou nog vier jaar duren eer Dylan met nieuw materiaal op de proppen kwam. In 1997 was er Time Out Of mind. 

En nog eens vier jaar later, bij het uitbrengen van Love And Theft, werd echt duidelijk wat die oude songs voor hem betekenen. Zowat de helft van de titels van die cd uit 2001 zijn een eerbetoon aan zijn favoriete oude nummers, vooral blues uit de jaren 20 en 30. 'Bye and Bye' herinnert aan 'Going to see the King' van Blind  Willie Johnson, 'High Water Everywhere' aan Charlie Patton,  net als '(Some) Summer Days', 'Sugar Baby' is afgeleid van Doc Boggs net als 'Po' Boy' van 'Long Way from Home'.

En zo hielpen songs uit het begin van de vorige eeuw Dylans carrière het nieuwe decennium binnen.

18-04-08

Bob Dylan - Good As I Been To You

bob_dylan_good_as_i_been_to_you

Good As I Been To You

  

Toen Good As I Been To You begin november 1992 werd uitgebracht was dat voor velen een complete verassing. Zijn eerste volledig akoestische plaat sinds Another Side Of Bob Dylan uit 1964 was een collectie folk en blues klassiekers die haast per ongeluk tot stand was gekomen.

Terugkijkend was het echter een logische stap voor Dylan.

 

In het najaar van 1990 waren kort na elkaar aantal dingen gebeurd die een grote invloed zouden hebben op het verdere verloop van Dylan's leven en carrière.

  

Mevrouw Dylan

 

Bob Dylan heeft zijn privéleven altijd goed verborgen weten te houden. Zo staat nog steeds niet vast hoeveel kinderen hij officieel heeft. Jarenlang werd er over gespeculeerd of hij ooit hertrouwd was.

In 2001 lichtte Howard Sounes enkele tipjes van de sluier in de biografie Down the Highway: The Life Of Bob Dylan. Hij onthulde dat Bob Dylan vier jaar getrouwd was geweest met een van zijn Queens Of Rhythm. Dat is het koortje met zwarte gospelzangeressen dat hem steevast begeleide vanaf het einde van de jaren zeventig.

 

Carolyn Dennis was op 31 januari 1986 bevallen van een dochter: Desiree Gabrielle Dennis-Dylan. Bob erkende het meisje als zijn dochter en tekende het geboortecertificaat. Om haar een normale jeugd te kunnen geven besloten haar ouders om haar uit de pers te houden.

Een half jaar later, op 4 juni 1986 trouwden Bob en Carolyn in Los Angeles. Carolyn bleef gewoon mee touren.

 

Wanneer bij de Never-Ending Tour geen behoefte meer was aan backing zangeressen, installeerde Dylan vrouw en kind in een onaanzienlijke voorstad in de vallei van San Francisco. 

 

Maar na een tijdje raakt mevrouw Dylan het beu om altijd alleen te zitten en haar man zo weinig te zien. Op 7 augustus 1990 vraagt ze de ontbinding van het vier jaar oude huwelijk aan, wegens "onoverkomelijke verschillen".

  

Twee nieuwe platen

 

Op 11 september 1990 wordt Under The Red Sky uitgebracht. Het opzet was geweest om een totaal ander geluid te krijgen dan de voorganger, Oh Mercy. Het atmosferische geluid van die plaat droeg onmiskenbaar het stempel van producer Daniel Lanois.

 

De nieuwe plaat was geproducet door David en Don Was en er waren vele gastbijdragen van uiteenlopende mensen als Stevie Ray en Jimmy Vaughan, David Lindley, George Harrison en Elton John.  Daardoor was de plaat niet alleen verassend anders, zowel muzikaal als tekstueel, maar vooral artistiek erg ontgoochelend.

 

Anderhalve maand later volgt Traveling Wilbury's Vol. 3. Ook hiervan is de verkoop een stuk minder dan bij de eerste plaat. Volgens Tom Petty was het ook helemaal niet de bedoeling een commercieel product te maken.

Maar de tegenvallende verkoop van zijn eigen plaat, zowel als deze, maken dat Dylan de lust ontbreekt om nog eigen platen te maken. Het zal zeven jaar duren eer er Dylan nog eens een studioalbum met nieuwe nummers zou uitbrengen.

 

In die tussentijd voltooide hij geen enkele nieuwe compositie meer. Hoewel hij eerder al een paar keer aan writers block had geleden, had dit nog nooit zo lang geduurd.

 

Tegenover Paul Zollo verklaart Dylan op 14 april 1991: "Ooit kwamen de songs met drie vier tegelijk, maar dat is al lang gedaan ... Af en toe komt er nog eens een nummer op mij, als een buldog aan het poortje van de tuin, om te eisen dat ik hem schrijf. Maar de meeste verban ik onmiddellijk uit mijn gedachten. Je vraagt je af of er nog iemand behoefte aan heft om ze te horen. Misschien kom je op een punt waarop je genoeg songs geschreven hebt Laat iemand anders ze maar schrijven."

   

Is er een gitarist in de zaal?

 

In oktober 1990 stapte gitaarmaestro G. E. Smith op. De Amerikaanse tegenhanger van Patrick Riguelle had sinds 7 juni 1988 Dylan's tourband. Dylan zelf beschouwt zijn vertrek als het einde van de Never-Ending Tour.

 

Aan het einde van de Europese zomertournee van 1990 had Dylan Smith voorgesteld om zijn loon van zo'n $10 000 per week wat in te krimpen. Het antwoord was duidelijk: "Nein!"

Smith was wel bereid te blijven tot er een opvolger gevonden was. Dus liet Dylan een aantal gitaristen meespelen tijdens de Amerikaanse herfsttournee. Ze deden een live auditie, als het ware. Tijdens het laatste optreden van de tour liet Dylan zelfs zijn gitaartechnieker meespelen!

 

Bij de aanvang van de volgende tournee was het probleem nog niet opgelost. De gitaartechnieker, Cezar Diaz, probeert het drie nummers lang als enige gitarist, tot Smith hem komt redden. Steve Burton is ingehuurd als slaggitarist. Die voldoet ook niet en wordt vervangen door John Stahealey.

 

Na een aantal optredens in het New Yorkse Beacon Theatre stapt G.E. Smith definitief op. De rest van de tournee ploetert Dylan verder met twee gitaristen, die geen van beiden sologitaar kunnen spelen!

  

I need a shot of... whiskey

 

Tijdens diezelfde tournee wordt ook pijnlijk duidelijk dat Dylan serieus aan de drank is. Hij heeft soms zelfs moeite om zijn microfoon te vinden. Nu had de man altijd al van een glaasje rode wijn gehouden, maar zijn werk had er nooit onder gelden, zoals nu.

 

Het kan hem blijkbaar allemaal niet meer schelen. Kwaliteit is niet meer belangrijk. Bij de repetities voor de volgende tournee in januari 1991 wordt de band bijna helemaal vernieuwd. Enkel de twee slaggitaristen Tony Garnier en Cesar Diaz blijven overgebleven. De drummer Chris Parker is niet eens verwittigd dat hij niet meer welkom is. Hij moet vaststellen dat zijn plaats al is ingenomen door iemand anders: Ian Wallace, die tijdens de '78 World Tour ook al meespeelde.

De totaal onbekende gitarist J. J. Jackson is er bij gehaald om de solo's te spelen. Hij is vooral goedkoop: $ 500 per week.

 

De Never-Ending Tour lijkt steeds meer verbrokkeld te raken: terwijl er in '88 eigenlijk één lange tournee was, waren er drie delen in '89, vijf in '90 en in '91 zes.

Dat geldt trouwens ook voor de concerten zelf: met drie onervaren gitaristen en een leider die in de fles vlucht kan het niet anders of alles verloopt erg chaotisch. Dikwijls zet de zanger bovendien zijn begeleiders met opzet op het verkeerde been, alsof hij zijn eigen optredens wil saboteren. En soms verdwijnt hij gewoon, midden in een nummer, voor een paar minuten in de coulissen.

 

Ian Wallace merkt duidelijk het verschil met de wereldtournee van '78. De verplaatsingen gebeuren per bus en de hotel waarin ze verblijven zijn geen tophotels "Bob had echt een voorliefde voor kleine motelletjes buitenaf. We zaten echt opgesloten in achterafplaatsen."

Dylan vindt slechts twee dingen echt belangrijk aan hotels: ze moeten zijn honden toelaten. En de ramen moeten open kunnen, want hij heeft een hekel aan airco. Voor de rest maakt het hem niet uit: hij komt toch nooit buiten.

 

Het wordt steeds erger. Die zomer drinkt hij cognac alsof het cola is. Hij wordt nors en onredelijk tegen zijn band.

 

Misschien wel Dylans slechtste concert ooit vindt plaats op 17 juni 1991 in Stuttgart, Duitsland. Bij het openingsnummer begint Dylan op harmonica. Dan loopt hij naar de piano, waar hij schijnbaar willekeurige toetsten aanslaat. Hij kijkt voortdurend om zich heen, alsof hij op zoek is naar iets. Na een minuut of vier staat hij terug op en loopt naar zijn gitaar. Na een paar willekeurige aanslagen begint hij te zingen. Het blijkt 'New Morning' te zijn. Er is geen regel bij uit de oorspronkelijke versie.

De rest van het concert is niet beter. Dikwijls lijkt hij zelfs het einde van de zin niet meer te weten.

 

Aan het einde van de zomer besluit hij zijn leven terug in handen te nemen. Hij stopt met drinken.

"Het was belangrijk voor mij dat ik tot op de bodem ging van dat legende gedoe. Dat slaat gewoon nergens op. Wat van belang is, is niet de legende, maar de kunst, het werk. Een mens moet doen waarvoor hij geroepen is om te doen."

  

Terugvechten

 

Het resultaat is onmiddellijk zichtbaar. Tijdens de herfsttournee heeft Bob Dylan het leiderschap terug op zich genomen. Hij doet ook echt zijn best om met gevoel te zingen en harmonica te spelen. En de muzikanten spelen nu eindelijk samen als een echte band. Vooral de nummers van Oh Mercy komen tot leven.

 

Voor de Australische tournee in de lente van 1992 besluit hij de band te versterken met een steelgitarist.

Bucky Baxter vertelt: "Ik speelde bij Steve Earle. We deden een hele tournee als voorprogramma voor Bob. Tijdens een soundcheck was ik wat aan het spelen met G.E. Smith toen Bob me vroeg om mee te doen. Hij vroeg me hem een steel gitaar te bezorgen. Ik kocht er één in Nashville en gaf hem wat lessen.

Toen de tournee voorbij was gaf ik hem mijn telefoonnummer en ik dacht, 'Wel, cool, ik ga meespelen met Dylan!' Maar ik hoorde niks van hem.

Twee jaar later kreeg ik op een maandag een telefoontje van hem: 'Kom morgen, we vertrekken donderdag naar Australië.' En dat was dat."

 

Het versterken van de band met de multi-instrumentalist blijkt een uitstekende keus te zijn. Baxters pedal steel gitaar brengt nieuw leven aan de anders vermoeid klinkende nummers. Dat brengt Dylan er toe oude pareltjes als 'Idiot Wind' aan de set toe te voegen. Ook Dylans hernieuwde interesse in zingen en gitaarspelen komt de kwaliteit ten goede.

   

Valse start

 

Ondertussen wordt de platenmaatschappij ongeduldig. Ze hebben het gebrek aan nieuw materiaal kunnen opvangen met een greep uit de archieven: The Bootleg Series Vol. 1-3. Die boxset met vijf LP's of 3 cd's vol studio outtakes werd goed gesmaakt door zowel critici als het publiek.

 

Maar nu willen ze iets nieuws. Dylan laat de Acme Recording Studio in Chicago boeken voor een periode van twee weken. Als producer doet hij beroep op de veelzijdige gitarist en fiddle player David Bromberg.

 

Zoals hij al eerder deed wanneer hij writers block heeft, legt Dylan zich weer toe op het opnemen van covers.

 

In de zomer van 1990 had Dylan, als tegengewicht voor de rommelige elektrische nummers, een korte akoestisch solo set ingelast. Na een tijdje begon hij daarbij covers te brengen: 'Homeward Bound' van Paul Simon, 'People Putting People Down' van John Prine of een traditional als 'When First Unto This Country'.

 

De set leek erg in de smaak te vallen en tijdens de concerten down under in 1991 bracht Dylan bijna elke dag wel een nieuw nummer. Het ene nog ouder dan het andere: 'Female Rambling Sailor', 'Dolly Dagger', 'Little Maggie', 'Golden Vanity', 'Delia' ...

"Die nummers wurmden zich tussen mijn eigen nummers, denk ik, maar nooit bewust... Het is alsof niemand die nummers ooit had hoeven te schrijven. Ze werden gewoon door gegegeven," verklaarde hij in 1993.

 

Met Brombergs band als begeleiders neemt hij einde mei, begin juni zesentwintig nummers op, haast uitsluitend folk en bluesmateriaal. Enkele titels: 'I'll Rise Again' (trad.), 'Nobody's Fault But Mine' (Blind Willie Johnson), 'Lady From Baltimore' (trad.), 'Polly Vaughan' (trad.) , 'Casey Jones' (trad.), 'Duncan And Brady' (trad.). Daarnaast neemt hij ook enkele composities van David Bromberg zelf op: 'Kaatskill Serenade', 'World Of Fools' en 'Sloppy Drunk'.'

 

Wanneer zijn werk er op zit, moet Dylan weer naar Europa om er een dozijn concerten te gaan geven. Hij laat de banden bij Bromberg achter om ze te mixen.

  

Wat extra opnamen

 

Bij zijn terugkeer naar de Verenigde Staten, laat hij de opnamen naar zijn huis in Malibu brengen om er enkele akoestische tracks aan toe voegen.  In de huisstudio van Point Dume werden gewoon twee microfoons opgesteld: een voor zijn stem en een tweede voor zijn gitaar.

 

Zonder een tekstvel voor zich, schudde Dylan het ene na het andere nummer uit zijn mouw. Britse en Ierse folksongs als 'Froggy Went A-Courtin', 'Blackjack Davey' en 'Arthur McBride',  een bluegrass standard als 'Little Maggie' en bluesnummers als 'Frankie and Albert' of 'Sittin' on Top of the World'.

 

Enkele songs hadden een andere achtergrond, zoals 'Tomorrow Night' (een hitje van best voor Elvis Presley in 1956) en 'Hard Times' van de eerste Amerikaanse songschrijver Stephen Foster.

 

Het zal wel geen toeval zijn dat vrijwel alle nummers gaan over foutgelopen liefdes. "You're gonna quit me, baby, good as I been to you." Inderdaad! Heroïsche liefdesgeschiedenissen, moordende geliefden, verre reizen over zee en een dierenbruiloft. "Muziek die echt is voor mij" noemt hij het. Teruggaand tot de 16de eeuw, of meer recent tot de jaren dertig van de 20ste eeuw!

 

"Het gebeurde toevallig," meende hij in 1993. "Ik had niet veel tijd nodig om deze nummers op te nemen. Die nummers zijn heel belangrijk voor mij. Ze volgen mij al jaren,dus behandelde ik hen alsof het mijn nummers waren, niet als covers. Ik had niet veel tijdig nodig, weet je dit zijn folk songs en die hebben niet veel opsmuk nodig."

 

Misschien vond Dylan deze nieuwe opnamen gewoon beter, of interessanter. Uiteindelijk bleven alle opnamen van de sessies met Bromberg ongebruikt. Noch Dylan, noch Bromberg hebben er ooit een verklaring voor gegeven.

 

Wel wordt er gespeculeerd dat Bromberg voorgesteld had om de opnamen wat meer aan te kleden. Bijvoorbeeld door een gospel koor in te zetten bij 'Rise Again' en 'Nobody's Fault But Mine'. Dylan zou dan moeilijk zijn gaan doen en zelfs de opnamen hebben laten wissen. 

 

Geen van de Acme opnamen is ooit officieel uitgebracht. In de loop der jaren zijn er slechts vier songs van deze sessies opgedoken in het bootlegcicuit: 'Sloppy Drunk', 'Polly Vaughn', 'Kaatskill Serenade' en twee mixen van 'Miss The Mississippi And You'. Vooral dat laatste - een cover van Bill Haley nog wel - is erg goed.

  

Reden tot feesten?

 

De plicht roept alweer. Dylan laat het aan zijn assistente, Debbie Gold, over om de zaak te mixen. Zij krijgt daarvoor zelfs ene credit als producer!

 

De herfsttournee trekt, zoals gebruikelijk, van het noorden naar het zuiden langs de Amerikaanse oostkust. Sommige van deze optredens gelden als de beste van de hele Never-Ending Tour! De band bestaat naast

Bucky Baxter, die zowat alle mogelijke snaarinstrumenten bespeeld, uit slaggitarist John Jackson, bassist Tony Garnier en de drummers Ian Wallace én Winston Watson.

 

Midden in de tournee organiseert Sony/Columbia, lichtelijk over tijd op 16 oktober 1992 "Columbia Records Celebrates The Music Of Bob Dylan" in Madison Square Garden. De drie en een half uur durende show is rechtstreeks te bekijken op betaalnetten in Amerika en Europa.

Een aantal artiesten, waaronder Eric Clapton, George Harrison, Lou Reed, Neil Young en Stevie Wonder brengen een eerbetoon aan de man door één of twee van zijn nummers te brengen, met begeleiding van Booker T and the MG's plus G.E. Smith als "musical director".

 

Er zijn twee uitzonderingen: John Hammond Jr heeft 'I'll Be You Baby Tonight' gerepeteerd, maar vlak voor het optreden staat Kris Kristofferson er op dat hij dat zelf zal brengen. Omdat John Hammond Jr geen ander Dylan nummer kent, brengt die dan maar 'See That My Grave Is Kept Clean' van Jesse Fuller.

 

Sinead O'Connor wordt uitgejouwd omwille van haar recente optreden bij Saturday Night Live, waarbij ze een foto van de paus verscheurde. Uiteindelijk schreeuwt ze a-capella Bob Marley's 'War' en verlaat dan huilend het podium.

 

Elvis Costello had 'Positively 4th Street' moeten doen en Van Morrison 'Just Like A Woman', maar die kwamen geen van beiden opdagen.

 

Dylan bekijkt alles in zijn camper en komt slechts op het einde drie nummers zingen, waaronder 'Song To Woody'.

 

De aanwezigen betaalden $80 tot $150 voor het voorrecht en diegenen die thuis bleven konden voor $19,99 het gebeuren volgen op betaal-TV. Dylan ontving het leeuwendeel van de $ 10 miljoen opbrengst. Niet slecht voor drie nummers.

 

Dat geld komt overigens goed van pas, want op 21 oktober 1992 wordt het huwelijk van Bob en Carolyn wordt officieel ontbonden. Voor de tweede keer kost een scheiding hem een vermogen. Carolyn krijgt een deel van het huis in Port Dune als onderpand tot Bob genoeg contanten heeft om haar te betalen. Ze heeft bovendien recht op de helft van alle nieuwe nummers die Bob tijdens hun huwelijk heeft geregistreerd, een deel van zijn toekomstige royalty's plus alimentatie. Carolyn krijgt ook het huis in Tarzana.

  

Een plaat voor de president

 

Good As I Been To You wordt uitgebracht op de dag dat Bill Clinton wordt verkozen als president: 3 november 1992. De hoes ziet er (met opzet?) uit als een goedkope compilatie van de een of andere oude bluesman - een cd zoals je ze in de GB ziet liggen voor een paar euro.  

 

Aanvankelijk wordt nogal ontgoocheld gereageerd, vooral omdat er geen nieuwe composities van Dylan op staan. Ook werd hier en daar beklemtoond dat Dylan's stem erg was achteruit gegaan, maar vreemd genoeg, past die perfect bij het materiaal. Voor wie wil luisteren blijkt de plaat eigenlijk zeer goed.

 

Maar grunge is de heersende trend in de muziekwereld en een 51ste plaats is dan ook de hoogste notering in de US. In Engeland haalde de plaat wel de top 20.

 

Het heftigst werd echter gereageerd op de vermelding "trad. arr. Dylan" voor alle songs. Dit werd algemeen ongeloof onthaald, omdat het duidelijk onwaar was. Van minstens zeven nummers zijn de auteurs bekend. Bovendien kan van vele nummers zelfs worden gewezen op gelijkaardige arrangementen bij voorgangers. Zijn muziekuitgever kreeg dan ook af te rekenen met een paar processen.

  

Een overblijvertje

 

Op één na werden alle nummers van Point Dume op de cd uitgebracht. Het overblijvende nummer, 'You Belong To Me' werd voorbehouden voor de soundtrack van Oliver Stone's film controversiële film Natural Born Killers.