27-03-07

Beatles hoezen 5: Help!

HELP!

 

1

 

Help! - Robert Freeman

 

Ook voor de hoes van de volgende LP, Help!, wordt de fotograaf Robert Freeman gevraagd voor het ontwerp.

De foto werd getrokken in de Twickenham Film Studio nabij London, waar de Beatles de laatste scenes draaiden voor hun tweede film Help!. Freeman’s idee was met seintekens de letters H, E, L en P te spellen, waarbij elk van de vier Beatles een andere letter zou uitbeelden. De inspiratie daarvoor had hij opgedaan toen hij aanwezig was bij de opnamen van een scène in de Zwitserse Alpen, waarbij de Beatles, helemaal in het zwart gekleed, aan het dollen waren in de sneeuw. Ze zwaaiden daarbij met hun armen in de lucht, terwijl de muziek speelde.

In de studio werd een speciaal geconstrueerd platform opgericht, met een wit geschilderde achtergrond. De vier jonge mannen droegen zwarte hoeden, jassen en kapes uit de voorraden van de filmstudio. "Maar wanneer ze hun armen in de juiste houdingen hadden, kwam dat niet goed over," herinnert Freeman zich.  "Daarom improviseerden we wat en zochten naar houdingen die er goed uitzagen. "

Op een half uurtje was alles achter de rug.

Achteraf draaide Freeman enkele beelden ook nog eens om, om een mooie compositie te krijgen.  Dat is duidelijk merkbaar aan een paar details: de jassen van John, George en Ringo zijn allemaal verkeerd dichtgeknoopt.

 

2

 

John, George en Ringo terug omgedraaid.

 

In Nederland werd een andere versie van de hoes van Help! Gedrukt, met het logo van Shell als  achtergrond. Het merendeel van deze variante werden in Nederland gedrukt, maar een aantal werden in Zweden geperst. De plaat was bedoeld voor personeelsleden van de olieproducent en was nooit commercieel verkrijgbaar.

3

De befaamde Nederlands-Zweedse  Help! hoes.

 

In de loop der jaren was er wat discussie of de houdingen van de Beatles nu wel of niet een betekenis hadden. Dat werd nog wat onduidelijker omdat in de Verenigde Staten, de foto’s in een andere volgorde werden geschikt – van George-John-Paul-Ringo naar George-Ringo-John-Paul (omdat Paul dan naar het Capitol logo wees?). En de afbeelding van George is ook, nog eens terug gespiegeld. Hoe je het ook draait of keert: het blijft onzin. Het was dan ook niet echt bedoeld om iets uit te drukken, het was gewoon iets wat er goed uitzag.

4
De Amerikaanse versie van  Help!

 

Om de titels van de liedjes op de hoes te krijgen, werden de foto’s van de Beatles ook nog eens verkleind voor de Amerikaanse versie van Help!.

Er is geen begeleidende tekst op de achterhoes, maar zoals bij A Hard Day’s Night, zijn er weer vier portretten gemaakt door Freeman.

5
De achterzijde van de Britse Help!  - Robert Freeman
 

18-03-07

 Beatles hoezen 4: Beatles For Sale

BEATLES FOR SALE

 

 

 


 

 

 

 

Beatles For Sale - Robert Freeman

 

In de herfst van 1964 vergaderden de Beatles met hun manager Brian Epstein en de fotograaf Robert Freeman om te brainstormen over de hoes van hun volgende langspeelplaat. Die plaat moest nog voor de Kerstdagen in de winkels liggen. Er werd overeengekomen dat het een openklapbare hoes moest zijn, met een foto in kleur en niet in een studio getrokken. Zo'n openklapbare hoes was een revolutionair idee, nog nooit eerder door iemand gebruikt.

 

Op een frisse najaarsdag nam Robert Freeman de vier muzikanten mee naar Hyde Park in het centrum van Londen.Hij had hun verteld dat ze niets speciaals hoefden aan te trekken. Ze droegen toch al meestal zwarte kledij, met witte hemden en zwarte sjalen. Omdat het al bijna zeven uur 's avonds was en het snel donker werd, moest het allemaal snel gebeuren. Zowel de foto voor de voor- als de achterhoes werden binnen een uurtje getrokken. 

 

Voor de foto aan de voorzijde, hield een assistent een tak vast, met nog wat herfstbladeren aan. Dat gaf wat kleurijke vlekken vooraan in beeld. Voor de foto op de achterhoes, klom Freeman in een boom, zodat hij hen van bovenaf kon trekken, tegen een achtergrond van gevallen bladeren. Het werd zijn favoriete foto van de Beatles.

 

 

de foto van de achterhoes - Robert Freeman

 

De herfstkleuren en de gelaatsuitdrukkingen van de foto's zowel de voor als de achterzijde van Beatles For Sale leken de vermoeidheid weer te geven waarmee de Beatles te kampen hadden nu hun beroemdheid en het niet af latende toerschema hun tol begonnen te eisen. 

 


Beatles For Sale poster

 

Voor de binnenzijde van de uitklaphoes, werden twee zwart-wit foto's gekozen die de hoogtepunten van het drukke jaar symbolizeerden:

  • een scene uit hun Amerikaanse tournee: de Beatles tijdens hun optreden in het Coliseum in Washington DC, op 11 februari, 1964. Een prachtige foto, waarop de fotograaf terecht heel fier is;
  • een beeld dat herinnert aan hun eerste film: A Hard Day's Night werd in de Twickenham Film Studios opgenomen. De foto is getrokken aan de inkom van het zaaltje waar de Beatles elke avond de regisseur, Richard Lester, keken naar de opnamen van die dag. Ze poseerden er voor een wand met een collage van foto's uit diverse films.


Beatles For Sale - de opengeklapte binnenhoes - Robert Freeman

 

De tekst op de binnenhoes was - voor het eerst - van de hand van Derek Taylor.

13-03-07

Joni Mitchell - Hejira

Joni Mitchell - Hejira

 hejiraTelkens Joni Mitchell met problemen werd geconfronteerd, ging ze haar geluk elders zoeken. Maar in het voorjaar van 1976, met een turbulente relatie die op de klippen was gelopen en teveel drugs in haar aderen, trok ze vol overtuiging op weg.

"Ik liep weg van de liefde, ik wou weg van de waanzin en ik zocht iets dat zin gaf aan alles," zegt ze. "De weg werd een metafoor voor mijn leven."

En het werd de inspiratie voor een plaat, die voor vele van haar fans en critici als haar meesterwerk wordt beschouwd. De negen nummers van Hejira vormen een opmerkelijk en persoonlijk verslag van een nomadische, romantische dromer. De plaat staat vol verhalen over gedoemde liefde, dansvloeren in baancafe's in de vroege uurtjes, dromen over trouwjurken, gemiste kansen en een diep verlangen om te ontsnappen en opnieuw te beginnen.
 Mitchell zelf is er niet van overtuigd dat Hejira de beste van de 22 platen is, die ze in haar veertig jaar durende carriere heeft gemaakt. Ze wil daarin geen keuze maken, maar ze is er zich wel van bewust dat Hejira een plaat is die niemand anders had kunnen maken.  "Ik denk dat veel mensen wel een aantal van mijn oudere nummers hadden kunnen schrijven, maar ik heb het gevoel dat de nummers op Hejira alleen maar door mij hadden kunnen worden geschreven."

De verhalen die ze vertellen zijn zo levendig, de observaties zo puur en de landschappen zo beeldend dat Kris Kristofferson haar ooit aanspoorde om "zichzelf wat meer te beschermen... nog wat achter te houden voor zichzelf uit het zicht van de fans."

Maar  Mitchell zegt dat te biecht gaan bij zichzelf, hoe riskant en onthullend ook, essentieel was voor haar schrijfstijl in die periode. "Mijn nummers zijn altijd autobiografischer geweest dan die van de meeste anderen," zegt ze. "Je moet er wel eerlijk in zijn. Ik was net terug aan het keren naar het normale, na de uitersten van een zeer abnormale geestesh-gesteldheid toen ik het merendeel van die nummers (op Hejira) schreef. Wanneer het leven interessant wordt, wordt ik zeer alert. En het leven was erg interessant, toen. Ik denk dat, dat het schrijven op een hoger niveau heeft gebracht."
 Muzikaal gaf Hejira aan dat Joni Mitchell een nieuwe richting was ingeslagen na de twee jazz-getinte, maar radio-vriendelijke platen die er aan vooraf waren gegaan. Geen makkelijk meezingbare melodieën meer, weg de  conventional formaten en de vrolijke blazers die ze gebruikt had als flirt met de Top 40 op Court and Spark uit 1974 en The Hissing of Summer Lawns uit 1975. In plaats daarvan kwamen spaarzame ritmes, wollige gitaarakkoorden en de briljante toets van Jaco Pastorius z'n fretloze bas. Samen creëren ze een onbeschrijfelijk muzikale palet dat even wijds is als de snelwegen die ze in haar nummers bereist.
Ook met haar teksten sloeg ze nieuwe wegen in. Ze maakte maximaal gebruik van de vrijg-heden die de losse structuren haar boden. Ze geeft haar woorden een eenvoudige directheid en poetische schittereing die ze zelden heeft bereikt in haar muziek daarvoor of daarna. "Wat mij betreft, vind ik het hele Hejira album erg geïnspireerd," zegt Mitchell. "Er is een ongebondenheid, zeker, maar er valt ook heel wat te ontdekken onderweg."

Joni Mitchell vertelt dat de nummers van Hejira werden geschreven tijdens of na drie reizen die ze maakte in het najaar van 1975 en de eerste helft van 1976.
 rollingDe eerste was een Bob Dylans Rolling Thunder Review. Zijn zigeunerachtige, van drugs doordongen circus trok in de herfst van 1975 door de noordelijke staten van Amerika. Iedereen die er zin in had mocht meedoen. Joan Baez, Mick Ronson, Roger McGuinn, T-Bone Burnett, Ronee Blakely, Allan Ginsburg en vele anderen trokken mee rond. Joni haakte half november in en trok mee tot het einde, een maand later. De eerste dagen bracht ze twee nummers uit The Hissing Of Summer Lawns: 'Edith And The Kingpin' en 'Don't Interrupt The Sorrow'. In Boston begon ze een nieuw nummer, dat enkele dagen later al voor het eerst live werd gebracht: 'Coyote'. Daarin vertelt ze hoe ze in een café werd lastig gevallen door een vent, die haar herinnerde aan een prairiehond die ze in haar jeugd zag, spelend met een prooi. Tussendoor zijn er beelden van de wereld gezien uit een rijdende bus: een boerderij in brand en vooral de eindeloze witte lijnen van de autostrade.  Maar er zijn nog andere witte lijnen in deze tour. Cocaine was overvloedig beschikbaar. "Ik begreep dat je er niet lang nuchter kon blijven - je zou er de enige zijn," legt ze uit. "Het was gewoon waanzin!" Al heel snel was ze een geregeld gebruiker. "Een veranderd bewustzijn is erg verlokkelijk voor een schrijver. Ik schreef een aantal goede dingen, vind ik, door de  cocaïne [maar] het is zeer slecht voor je hart -- het vreet al je energie op en stopt het in je hersens." Terugkijkend meent ze dat de drugs tegelijk een "fantastisch en rampzalig" effect hadden: "Ik leed aan vreselijke slapeloosheid , maar ik schreef heel lange gedichten." Eentje daarvan is 'Song for Sharon', voor velen het meesterwerk van Hejira."… Sharon, Ik liet mijn man achter in een gat in North Dakota, en ik kwam naar de Big Apple hier om geconfronteerd te worden met het mislukken van de droom." Ze geeft heel wat van zichzelf bloot aan Sharon. Ze denkt er zelfs over, toe te geven aan de verleiding om alles op te geven, te trouwen en het soort leven te gaan leiden, dat Sharon schijnt te hebben. Het nummer duurt acht en een halve minuut, maar geeft helemaal niet die indruk. Zo gaat het op in haar bezorgdheden en verlangens die eigen schijnen aan haar zwervend bestaan. "Er is zo'n wereld aan goede doelen," zingt ze, "en mooie landschappen te ontdekken... maar wat ik nu zou echt willen is een nieuw lief."  Ze begon het nummer te schrijven na een boottochtje van Staten Island naar New York City. "Ik ging naar Staten Island, Sharon / Om een mandloine te kopen / En ik zag een lange witte liefdesjurk / Op een mannequin in een winkel." Stan Jay, de uitbater van de Mandolin Brothers instrumentenwinkel vertelt dat Joni er een Gibson K-4 mandocello kocht, gebouwd omstreeks 1915. Het is een grote versie van de Gibson F-4 mandoline. Daarnaast kocht ze ook een Martin 000-28 herringbone gitaar uit datzelfde bouwjaar.  De laatste concerten van de Rolling Thunder revue vonden plaats in New York, met op 8 december het slotconcert  tijdens de Night Of The Hurricane in Madison Square Garden.   Nog voor Kerstmis waren er al plannen om opnieuw op tournee te gaan, nu ter promotie van The Hissing Of Summer Lawns, dat goed begon te verkopen. De L.A.Express werd opnieuw opgetrommeld voor een tweede tournee als begeleidingsband van Joni.  De tournee begon in de universiteit van Minnesota op 16 januari. Joni speelde haast alle nummers van Hissing, aangevuld met enkele van haar klassiekers als 'Big Yellow Taxi' en ''Real Good For Free', de twee nummers van de vorige tournee die nog niet op plaat stonden ('Jericho' en ''Love Or Money'), plus vier nieuwe nummers. Dat waren 'Furry Sings The Blues', 'Coyote', 'Don Juan's Reckless Daughter' en 'Talk to Me'. Die laatste twee zullen pas in december '77 worden uitgebracht op Don Juan's Reckless Daughter.   Tijdens het optreden in Boston vertelde ze: "Het eerste van deze nummers kwam tot me toen ik hier in november passeerde. Het heet 'Coyote'. Het tweede is een vervolg en heet 'Don Juan's Reckless Daughter'." Daarna speelde ze beide nummers achter elkaar. De tour liep verder in februari in steden in het noordoosten zoals Boston, Philadelphia en New York. Na zes weken kwam er in Madison, Wisconsin echter een tumultueus einde aan. Mitchell sukkelde al een paar dagen met een zware verkoudheid, die zeker niet werd verbeterd door het zeer slechte weer. En misschien als gevolg van die spanningen besloten Joni en haar vriend, John Guerin (drummer van de L.A. Express), definitief een punt te zetten achter hun stormachtige relatie.  Nadat de "krachten die samenspanden om de tour te verstoren" de strijd hadden gewonnen bleven Joni en de fotograaf Joel Bernstein achter. Die nacht vroor het nabijgelegen meer dicht. Joni leende een paar schaatsen van een zwarte. Gekleed in een lange zwarte rok en een pelsen cape trok ze met Bernstein naar het meer. Ze troseerde de bitter koude wind en maakte wat rondjes terwijl de fotograaf klikte.  Terug in de hacienda in Spaanse stijl die ze een jaar eerder in de Bel Air sectie van L.A.had gekocht, was het leeg zonder haar vriend. Joni zocht een schuilplaats in het huis van Neil Young aan de kust. Ze was er pas een paar dagen toen twee vrienden langskwamen. Een daarvan was een oud-lief uit Australië. Die vertelden dat ze naar Maine, in New England, moesten om de dochter van een vriend gaan oppikken, die daar bij haar grootmoeder verbleef. Joni bood aan hen te brengen, met haar eigen auto. De tocht dwars door de Verenigde Staten trok haar wel aan. 
Mitchell zette hen af in Maine en reed dan verder langs de kust tot Florida, rond de Golf van Mexico en dan door het Zuidwesten, over de Blue Highway US 80 terug naar Californië. "Ik reed zonder rijbewijs," blikt ze terug. "Ik moest voortdurend achter vrachtwagens blijven hangen. Die geven mekaar signalen wanneer er ergens politie staat. Ik kon dan ook alleen overdag rijden, om problemen te vermijden."

In het Zuiden, waar hard de radio haast uitsluitend hard rock en country draait, was Mitchell zo goed als volslagen onbekend. "Dat was een opluchting. Zoals in het sprookje van de Prins en de Bedelaar kon ik er aan mijn bekend zijn ontsnappen door een valse naam te gebruiken. Ik kon er gewoon met iedereen omgaan zonder op te vallen." Bovendien was het, het jaar van de Bi-centennial viering en overal waren er feesten en festivals.  In 'Refuge Of The Road' zingt ze over een bezoek aan Chögyam Trungpa Rinpoche. Deze zenmeester was de elfde reïncarnatie van de Boedistische lama Trungpa Tulku. Maar hij was het zwarte schaap van de zenmeesters: een stevige drinker die achter de vrouwen aanzat. Toch had hij overal in de Verenigde Staten centra gesticht en Mitchell is waarschijnlijk in eentje daarvan, in Vermont of in Boulder, een paar dagen gestopt.  Ze vertelde later dat ze hem misschien maar drie keer heeft bezocht, maar niettemin als een zeer invloedrijk leraar beschouwt. Hij kreeg haar zo ver, vertelt ze, dat ze drie dagen lang zonder zelfbewustzijn leefde. Een mooie ervaring vond ze.  'Amelia' is een verwijzing naar Amelia Earhart, een Amerikaanse vliegtuigpilote. Nadat ze, als passagier weliswaar, in 1928 de eerste vrouw was geweest, die de tocht over de Atlantische Oceaan had meegemaakt, zette haar zin erop om dezelfde tocht zelf ook te doen. Dat lukte in 1932. Daarna maakte ze de nog langere vlucht van Hawaii naar Californië om dan haar zinnen te zetten op een vlucht rond de aarde. Daarbij verdween ze, met haar tweepersoonsvliegtuigje, ergens boven de Stlle Oceaan. 

In Memphis, Tennessee ziet ze de bijna tachtigjarige blueszanger Walter "Furry" Lewis optreden. Ze vindt dat de man beter verdient dat de sjofele club in het aftandse Beale Street. Ze gaat hem achteraf opzoeken en hij vertelt haar dat hij haar niet mag. Wanneer zij dat later verwerkt tot 'Furry Sings The Blues' vindt de oude man dat hij recht heeft op een minstens een deel van de royalties… omdat zijn naam wordt vernoemd.
 "De plaat werd voor het grootste gedeelte geschreven tijdens de reis met de auto. Daarom zijn er geen piano- nummers..." Zes van de negen nummers van Hejira werden tijdens deze trip geschreven. De plaat zou oorspronkelijk dan ook Travelling heten. "Dat zou een geweldig memorabele naam geweest zijn," lacht ze nu.
Op zoek naar een gepaste titel voor één van de nummers, stootte ze in een woordenboek op het woord "hejira". Dat is een Islamitische term voor exodus of breuk met het verleden. Mohammed moest weg uit Mecca - het betekent een droom verlaten, zonder schuld. "Ik had moeite om een titel te vinden voor dat nummer," zegt ze. "Het idee van een eervol vertrek vatte goed het gevoel waarnaar ik op zoek was."
Het werd de titel van het nummer en - zeer tegen de zin van de platenmaatschappij, die iets minder cryptisch wilden -  ook de naam van de plaat.

Op 15 mei is ze er terug bij wanneer het tweede luik van de The Rolling Thunder Revue wordt afgesloten in de State School for Boys in Gatesville, Texas. Tijdens het concert dat wordt gefilmd voor Bob Dylan's Hard Rain special, zingt Joni twee nummers: 'Black Crow' en 'Song For Sharon'.  Joni nam Hejira op in de zomer van 1976, met een aantal van de muzikanten waarop ze al een beroep deed sinds 1973. Maar deze keer wilde ze een ander geluid: broeieriger en minder uitgelaten. Ze wou muziek die een weergave was van de nummers die ze onderweg had geschreven. Vele nummers gaan over berusten in het feit dat je geen familie hebt.  Toen de nummers op band stonden, vertelde iemand haar over een bassist die ze absoluut moets horen: Jaco Pastorious. Het klikte onmiddellijk tussen de twee. Joni was dan ook al jaren op zoek naar een bepaald basgeluid, vooral op de onderste snaren van het instrument. "Jaco deed precies dat waarvan ik alleen kon dromen toen ik hem leerde kennen. Ik vroeg altijd aan bassisten om iets speciaal te doen en zij vertelden mij steeds weer, 'dat kan niet op een bas'” Ze liet hem zijn spel als overdubs toevoegen aan vier nummers.  Voor de hoes werd eerst gedacht aan één van de foto's uit februari, op het meer. Eentje waarbij Joni leek op een kraai, met gespreide vleugels. Toch vond ze dat de foto niet genoeg de sfeer weergaf van de thema's: "melancholie en beweging" en "een romantische winter". Joni had een idee. De kunstschaatser Toller Cranston werd gecontacteerd. De winnaar van een bronzen medaille intrigeerde haar, met zijn dramatische, expressieve stijl. Een hockey arena werd gehuurd en er werd een autostrade op uitgetekend. De randen werden met mist weggemoffeld. Een figurante, in een trouwjurk moest met Toller wat romantische poses aannemen, terwijl Joni, de autoweg afschaatste, naar de horizon. Zij werd achterna gezeten door door haar chauffeur, die haar volgde met haar "overtollige bagage". De foto's leverden in interesante serie op, maar gaven nog geen voldooening.  Fotograaf Norman Seeff (die haar al vaker had geportreteerd) werd erbij gehaald om Joni te trekken, "gejaagd, als een (Ingmar) Bergman figuur."  Uiteindelijk kwamen alle ideeën samen. Met een speciaal instrument, een Camera Lucida (Lucy) werden 14 foto's uit de diverse sessies samengebracht. Sommige vergroot, andere verkleind. Allemaal werden ze terug tot één negatief samengebracht: één grote foto met alles op zijn plaats, in de juiste verhoudingen. Met airbrush werden de randjes verdoezeld en de lichtbronnen uitgevlakt. "Als ik het als een collage had gedaan, zou het er allemaal veel primitiever hebben uitgezien," vertelt ze. "Op deze manier was het veel meer afgewerkt. Het is precies één foto!"  Op 20 november traden Joni en Jaco voor het eerst samen op, in Sacramento, Californië, tijdens het Walvissenbenefiet van gouverneur Jerry Brown. Ze zette er een fantastische set neer met Bobbye Hall op congas en Jaco op bas. Jonis solo akoestische versie van 'Song For Sharon' was een overweldigende triomf en zij keerde later nog eens terug om Fred Neil bij te staan bij diens 'The Dolphins'.  Twee dagen later, op 22 november 1976, werd Hejira uitgebracht.  Drie dagen daarna, op Thanksgiving Day hield The Band zijn afscheidsconcert in de zaal waar ze de eerste keer hadden opgetreden: Winterland in San Francisco. Joni was er slechts een van de vele gasten, waaronder Bob Dylan, Van Morrison, Neil Young, Eric Clapton. Het concert werd gefilmd door Martin Scorsese en anderhalf jaar later uitgebracht als The Last Waltz. Joni zong eerst, vanachter de schermen, mee met Neil Youngs 'Helpless', en bracht daarna drie nummers met The Band: 'Coyote', een gitaarversie van 'Shadows and Light' en 'Furry Sings The Blues', met Neil Young op harmonica.  Hejira werd zowel door de fans als door de critici uitstekend ontvangen. Ze verwoordde opnieuw op zeer persoonlijke wijze over haar eigen ervaringen. De plaat stootte door tot een dertiende plaats in de Billboard hitlijsten en werd goed verkocht tot gedurende die winter en de volgende lente. Al na drie weken was de plaat goud.  'Coyote' werd als single uitgebracht, met op de achterzijde 'Blue Motel Room'. Maar die deed niks in de hitlijsten en kwam zelfs niet in de Top 100. De plaat moest het vooral hebben van de FM rock stations, die meer langspeelplaten draaiden.

11-03-07

Beatles hoezen 3: A Hard Day's Night

A HARD DAY'S NIGHT


A Hard Day's Night - Robert Freeman

Voor de hoes van derde plaat van The Beatles, werd Robert Freeman opnieuw gevraagd. Omdat het om de soundtrack van de film A Hard Day's Night ging, stelde hij voor een suggestie van beweging weer te geven door opeenvolgende foto's naast elkaar te plaatsen. Vier rijen met elk vier portetten, omkaderd alsof het beelden zijn uit een film. De foto's van de vier individuele Beatles werden getrokken in de studio van Freeman, in London. Hij vroeg hen om telkens een ander gelaatsuitdrukking aan te nemen.

 

De foto's werden ook gebruikt aan het einde van de film.

 


Deze Britse filmposter had zelfs nog meer beelden

 

Terwijl de oorspronkelijke Britse uitgave een blauwe omkadering had, werd die in andere landen vervangen door een rode rand. Dat was onder andere het geval met de Braziliaanse en Amerikaanse uitgaven. De Amerikaanse tegenhanger van A Hard Day's Night had trouwens slechts vier grote foto's in plaats van de zestien kleinere, waarmee het oorspronkelijke idee helemaal werd teniet gedaan.


De Amerikaanse en Braziliaanse uitgaven

 


Het programmaboekje bij de Duitse film had ook een rode omkadering. Merk op hoe acteur Wilfred Brambell er tussen is geslopen.

 

De tekst op de achterhoes was -voor het laatst - geschreven door Tony Barrow. Er staan ook nog eens vier portretten bij van The Beatles, gemaakt tijdens de filmopnamen. Ook deze foto's werden door Robert Freeman getrokken.  

 


De achterzijde van A Hard Days Night - Robert Freeman

07-03-07

Beatles hoezen 2: With The Beatles

WITH THE BEATLES

with


With The Beatles - Robert Freeman

 

In augustus 1963 verbleven de Beatles, tijdens een zomertournee langs de Britse kuststeden, een weekje in een hotel in Bournemouth. Op uitnodiging van Brian Epstein, kwam de jonge jazz-fotograaf Robert Freeman (27), een paar dagen bij hen op bezoek, om wat foto's te trekken.

Wanneer George Martin belde dat er een foto nodig was voor de hoes van de tweede LP van de Beatles album, vroeg Brian hem of hij wat ideeën had. Robert stelde voor om iets te doen met schaduw, iets dat aansloot bij het imago van de Beatles in hun zwarte kledij. Iets in de aard van zijn zwart-wit foto's van jazz artiesten.

Freeman herinnert zich dat de volgende dag alles werd klaargezet in de eetzaal van het Palace Hotel: met de kastanjebruinen fluwelen gordijnen als achtergrond en het natuurlijke licht dat van opzij binnenviel door de grote ramen.

2


Robert Freeman's boek - A Private View

 

Paul McCartney meent nochtans dat de sessie plaatsvond in een gang: "Hij sleepte vier stoelen aan en zette die klaar in de gang. Het was helemaal niet zoals in een studio. De gang was eerder donker en er was een raam aan het einde. Door die natuurlijke lichtinval te gebruiken verkreeg hij dat beeld."

Freeman zette Ringo opzettelijk wat lager om geen vier koppen in een rij te krijgen. Ringo was trouwens al wat kleiner en hij was als laatste bij de groep gekomen. Freeman herinnert zich niet dat hij hen expres in een bepaalde volgorde heft geplaatst, maar merkte achteraf dat de volgorde net omgekeerd was ten opzichte van die van de eerste hoes, Please Please Me.

 

Freeman gebruikte een erg gevoelige film, met grove korrel en een telelens van 180 mm. Binnen een half uurtje was één van de allerbekendste hoezen in de muziekgeschiedenis ontworpen.

Paul: "Hij verkreeg dat sfeervolle beeld, waarvan mensen denken dat er eindeloos is aan gewerkt met de grootst mogelijke technische details. Maar het duurde nog geen uur. Hij zette zich, nam een paar foto's en klaar was hij... Robert was goed. Ik hield veel van zijn foto's."

 

Hoewel de Beatles blij waren met het resultaat – het riep herinneringen op aan de foto's die Astrid Kirchherr en Jürgen Volmer van hen trokken in Hamburg in 1960 – was dat niet voor iedereen het geval. Tony Barrow, die de publiciteit voor de groep verzorgde, schreef in het fanblad Beatles Monthly dat "Brian Epstein ontgoocheld was over de foto en dat de Beatles hem onder druk zetten om hen te steunen en de foto door te drukken bij de platenmaatschappij."

De verantwoordelijken bij EMI vonden dat de foto "shockerend humorloos" was. "Waar is de vreugde? Waarom kijken ze zo streng? Wij willen blije Beatles voor blije fans."

 

3

Blije Beatles voor blije fans - een ongebruikte outtake van de sessie - Robert Freeman

 

Bovendien werden dat soort zwart-wit foto's voordien enkel gebruikt voor jazzplaten, waarvan het ontwerp doorgaans kwalitatief hoogstaand was. Voor populaire muzikanten werd zoiets gewoon weg niet gedaan.

Uiteindelijk wonnen de Beatles het pleit en werd de hoes één van de meest herkenbare beelden van de groep.

 

Opnieuw werd de hoestekst voor de achterzijde toe vertrouwd aan Tony Barrow.

In de Verenigde Staten werd dezelfde foto gebruikt voor de eerste plaat die er werd uitgebracht door Capitol: Meet the Beatles!. Hiervoor werd de foto echter blauw getint.

Meet_the_Beatles


Meet The Beatles - USA album

 

Freeman werd nooit aangesteld als de officiële fotograaf van de groep, maar hij zou hen in de volgende drie jaar dikwijls blijven trekken. Paul McCartney omschreef zijn foto's later als "van de beste die er van de Beatles zijn gemaakt".

 

 

Meet_the_Residents

De hoes werd - zoals trouwens alle hoezen van de groep - regelmatig geïmiteerd of geparodieerd. Een voorbeeld is de hoes van Meet the Residents:

 

 

 

04-03-07

Bringing It All Back Home

 

BOB DYLAN

BRINGING IT ALL BACK HOME

 

bring_l

De eerste aanzet tot Bob Dylans baanbrekende album Bringing It All Back Home vindt plaats in februari 1964. Dylan moet aan het einde van die maand een drietal concerten gaan geven in Californië. In plaats van met het vliegtuig te gaan, wil hij liever wat avontuurlijker reizen en wat van Amerika zien. Een soort eigen On The Road.

 

Ter voorbereiding heeft Dylan enkele weken eerder Victor Maymudes uit Mexico laten overkomen. Maymudes was manager geweest van zowel Ramblin' Jack Elliott als Woody Guthrie. Hij was een grote man, zes jaar ouder dan Bob, met strenge, sombere trekken. Hij kwam indrukwekkend over en was dan ook uitermate geschikt als lijfwacht. Toch was hij in feite een vriendelijke, zachtaardige kerel. Hij kon uitstekend schaken en poolbiljarten en was daarom ideaal gezelschap voor Bob.

Bob werd daardoor de eerste folkartiest met een road manager, een maatstaf voor zijn snel groeiend succes.

 

Victor heeft speciaal voor de tocht een blauwe Ford station wagen gekocht. Daarin is plaats voor nog twee mensen: Paul Clayton en Pete Karman.

 

Clayton is negen jaar ouder dan Dylan en had al op zijn 19de een eerste plaat opgenomen. Hij heeft ook ‘Gotta Travel On’ geschreven dat Bob Buddy Holly had zien spelen en dat hij later zelf ook zal opnemen voor Selfportrait. Na aan mekaar te zijn voorgesteld door Dave Van Ronk zijn Bob en Paul vrienden geworden.

 

Pete Karman is een journalist die schrijft voor de Daily Mirror. Hij is bevriend met de zusjes Suze en Carla Rotolo. Suze is Bobs vriendinnetje en ze vindt het waarschijnlijk raadzaam om iemand mee te sturen die een oogje in het zeil kan houden.

Bob, van zijn kant, ziet het wel zitten dat een journalist meereist om verslag uit te brengen van zijn belevenissen.

 

Alle kosten voor de trip worden gedekt door Ashes & Sand, de maatschappij die Dylans manager Albert Grossman opgezet heeft om de financiële belangen van zijn zanger te behartigen. Toch staat alleen Maymudes op de loonlijst, als road manager.

 

De trip is zorgvuldig gepland, want onderweg moet Bob nog enkele concerten geven en in diverse postkantoren liggen pakjes met marihuana op hen te wachten. Volgens Karman waren ze de hele reis stoned.

Clayton, die verslaafd is aan amfetamines, heeft daar naast nog een hele apotheek bij.

Al snel blijkt dat Bob geen goede chauffeur is en de anderen bieden hem aan om achter in te gaan zitten, zodat hij kan werken onderweg.

 

Via Virginia belanden ze de derde dag in North Carolina. Daar gaan ze, in Hendersonville, op bezoek bij biograaf en geschiedkundige Carl Sandburg. Bob is erg geïnteresseerd in de dichter, vooral omdat Woody Guthrie over hem heeft verteld.  Met elk een exemplaar van hun laatste plaat onder de arm gaan Bob en Paul aankloppen bij Sandburg thuis. Jammer genoeg heeft de folkverzamelaar nooit van hen gehoord. Hij is dan ook niet erg onder de indruk van het groepje en vraagt hen zelfs niet binnen.

 

Via South Carolina rijden ze naar Georgia, waar een eerste concert gegeven in de Emory University van Atlanta. Na een bezoekje aan wat activisten voor gelijkberechtiging van zwarten begint Dylan, met de typmachine op zijn knieën aan een nieuw nummer: 'Chimes Of Freedom'. Het wordt een gebed voor “every hung-up person in the whole wide universe”. Onder invloed van Franse dichters als Rimbaud verzint hij daarvoor een heel nieuwe beeldentaal.

 

Ondertussen trekken ze door Louisiana. Op 11 februari arriveren ze in New Orleans, net op tijd voor het Mardi Gras. Dylan is vooral geïnteresseerd in de bars van de zwarte wijken. De volgende dag houdt hij zijn reisgenoten wakker door driftig typend, te werken aan de tekst van ‘Mr. Tambourine Man’.

Die avond geeft hij een optreden in het College van Tongaloo, Mississippi. Bij het optreden in het Civic Auditorium Theater van Denver, Colorado, enkele dagen later, brengt hij voor het eerst 'Chimes Of Freedom'.

 

Onderweg daar naar toe raakt Dylan onder de indruk van de muziek van vier jongens uit Liverpool.

“We reden door Colorado, we hadden de radio aan en acht van de Top 10 nummers waren liedjes van The Beatles…” vertelt Bob. “’I Wanna Hold Your Hand’, al die vroege nummers. Ze deden dingen die niemand anders deed. Hun akkoorden waren ongelofelijk, gewoon ongelofelijk. En hun harmonieën hielden alles bij elkaar. Je kon dat doen met andere muzikanten… Ik wist dat zij de weg wezen waar de muziek naar toe moest.”

 

In een sneeuwstorm steken ze de Rocky Mountains over, een tussenstop in Reno, Nevada om een gokje te wagen, en daarna door de bergen van de Sierra Madre, Californië in. Na een trip van achttien dagen arriveren ze, op 21 februari in San Francisco. Pete Karman wordt onmiddellijk (op eigen kosten) op het vliegtuig gezet: Bob heeft liever geen pottenkijkers in de buurt wanneer hij bij Joan Baez aankomt!

 

Trouwens, er staat al een nieuwe passagier te wachten: Bobby Neuwirth. Dylan heeft de zanger drie jaar eerder ontmoet tijdens een folkfestival. Het klikte meteen. Neuwirth provoceert erg graag en laat zich nergens door tegenhouden. Hij is ongeveer even oud als Dylan, speelt banjo en schildert. Hij heeft een vlijmscherpe tong en weet zich overal uit te lullen. De twee hadden mekaar daarna uit het oog verloren, maar hadden nu terug afgesproken. 

De twee worden onafscheidelijk. Ze hebben hetzelfde soort humor en houden er allebei van mensen het bloed van onder de nagels te treiteren. Ze gaan zelfs naar de grappigste films om zich te oefenen om NIET te lachen.

 

In Los Angeles was men ondertussen al lang aan het uitkijken naar de komst van Bob Dylan. Iedereen die iets voorstelt zit dan ook in de zaal voor het optreden in het Berkeley Community Theater. De recensent van de San Francisco Chronicle Ralph J. Gleason, die hem eerder had afgeschreven is nu  danig onder de indruk: “Het was niets minder dan poëzie, ook al werd het voorgedragen met een nasale stem door een magere jongen met ongekamd haar, een gemzenleren vestje, een jeans en laarzen.”

Het folkicoon Joan Baez komt enkele nummers meezingen.

Na het concert verblijft Dylan een tijdje in het huis van Baez in Carmel. Het is dan ook niet verwonderlijk dat het kort na zijn terugkeer naar New York tot een breuk komt met zijn vriendin Suze.

 

Nochtans was hij vol enthousiasme terug thuis gekomen.

Eric Andersen, een collega folkzanger herinnert zich zijn aankomst: “Ik zat in het appartement van Phil Ochs, met Phil en David Blue. Er werd op de deur geklopt en Bob komt binnen gestormd met Victor Maymudes. Ze waren letterlijk enkele minuten eerder terug aangekomen. Bob ging op de zetel zitten en liet zien wat hij onderweg allemaal had geschreven: blafzijden en bladzijden vol. Gedichten, liedjes, bedenksels, van alles. Alles scheen ontzettend lang. Dit waren de ruwe teksten en het was verbazingwekkend dat allemaal zo bij elkaar te zien. Hij zong ‘Chimes Of Freedom’ en wij waren er allemaal kapot van.  Hij had ook stukjes van ‘Mr. Tambourine Man’. Ze hadden de auto misschien zelfs aan laten staan. Bob was zo opgewonden over wat hij had geschreven en hij wou het ons onmiddellijk laten horen. Hij wist dat hij iets belangrijks begonnen was en de teksten kwamen zomaar in hem op.”

 

 

In april vindt hij wat afleiding bij een tournee door New England, langs universiteiten en in kleinere zalen. Victor Maymudes en de folkzanger John Sebastian trekken mee rond. “Het was een erg, erg enerverende ervaring,” vertelt de latere zanger van de Lovin’ Spoonful. “Alleen die ene vent met zijn gitaar en een spot. Het was werkelijk meeslepend. Ik was diverse avonden in tranen.”

 

Wanneer hij niet op tournee is, verblijft Dylan veel bij Al Aronowitz thuis. “Hij was dikwijls bij ons thuis,” vertelt Aronowitz. “Ik denk dat als hij in zijn eigen appartement was, teveel mensen hem gemakkelijk konden vinden.

Op een avond leende hij mijn draagbare typmachine. Hij zei dat hij iets moest opschrijven.  Hij zat daar in een wolk van sigaretten- en andere dampen. Luisterend naar ‘Can I Get A Witness’ van Marvin Gaye. Iedere keer als het plaatje gedaan was, stond hij op en zette de naald terug aan het begin van het singletje. Hij bleef het plaatje maar spelen, opnieuw en opnieuw. Ik hoorde ‘Can I Get A Witness’ nog altijd terwijl ik in slaap viel.

De volgende morgen speelde hij voor ons wat hij die nacht had geschreven: ‘Mr. Tambourine Man’.

Later, toen ik de vuilbak buiten zette, zag ik dat hij alle klad papieren had weggegooid. Dus, ik streek ze plaat en stopte ze in een map, waar ze nog zitten.”

 

* * *

 

Begin mei arriveren Dylan, Maymudes en Grossman op de luchthaven van Londen voor Dylans allereerste tournee door Groot-Brittannië. Al is dat een groot woord voor één concert en één TV optreden.

 

Het programma Halleluiah wordt op 12 mei opgenomen in een TV studio in West Didsbury. Volgens Neville Kellett, een jongen die is aangesteld om Dylan op zijn wenken te bedienen in de studio, stuurde Grossman hem even de kleedkamer uit. Wanneer hij terug binnen mag komt Dylan net van het toilet. Hij wankelt naar zijn gitaar en heeft enorm veel moeite om de harmonicahouder aan te doen of zelfs maar om zijn gitaar te pakken te krijgen.

 

Blijkbaar is Dylan beginnen experimenteren met zwaarder spul dan marihuana. Hij geeft trouwens later toe dat hij een gevlucht was in de drugs. “Nadat Suze weg was…. Was ik een tijdje van de kaart. Ik bedoel heel fel van de kaart.”

 

Dylans eerste grote concert in Engeland, vindt vijf dagen later plaats, in de Royal Festival Hall in Londen, voor een uitverkochte zaal. Tijdens de pauze komt er een telegram van John Lennon die hem uitnodigd voor een ontmoeting. Daar komt voorlopig echter niets van.

Na afloop wordt Dylan overrompeld door tieners die allemaal een handtekening willen.

Het concert wordt door Pye Records Ltd, opgenomen voor Columbia op 3-sporen apparatuur.

 

Op 21 mei vliegen Dylan en Victor Maimudes naar Parijs, waar de Franse zanger Hughes Aufray hem aan het vliegveld komt oppikken. Aufray kent Dylan nog van vroeger, toen hij in '62 een tijdje in Greenwich Village rondhing. Toen had Aufray al aan Grossman voorgesteld om wat teksten van Dylan in het Frans te vertalen.

Dylan logeert een paar dagen bij Aufray thuis. Ze musiceren samen, Dylan leert hem harmonica spelen en geeft hem ook toestemming om zijn teksten te vertalen. (Dat wordt dan de plaat Aufray Chante Dylan.)

 

Omdat Dylan er nog zo goed als volledig onbekend is kunnen ze ongestoord over straat wandelen en de toerist uithangen. Daarbij komen ze toevallig het Duitse fotomodel Christa Päffgen tegen, beter bekend als Nico. Hughes stelt hen aan mekaar voor. Bob vertelt haar dat hij haar heeft herkend van de film La Dolce Vita, waarin ze heeft gespeeld. Ze nodigt hem uit naar haar appartement, waar ze "een avond en een week" blijven. "Hij was zo charmant. Ik  had nooit eerder iemand lijk hem ontmoet - assertief en heerlijk, en jong. Hij behandelde me niet al te serieus, maar hij was tenminste geïnteresseerd in mijn verhaal, dat hij erg treurig vond. Vooral over mijn baby. " Ze heeft een kind van Alain Delon (Die dat overigens altijd heeft ontkent, hoewel het werd opgevoed door zijn moeder.)

 

De Amerikaanse schrijver Mason Hoffman is getrouwd met een nicht van Hughes. "Natuurlijk kwamen ze naar mijn appartement, want ik was een Amerikaan die "iets te roken" had. Ik had geen idee wie Dylan was. Dat was zowat voor het laatst dat hij normaal met mensen kon omgaan. We hadden plezier samen. Ik had graag met hem te doen. Ik vond hem een beetje een hillbilly.

We gingen samen naar Berlijn en daar pikte hij een Duits meisje op.

In Griekenland relaxen ze in het dorpje Vermilya. Dylan schrijft er een aantal nummers waaronder ’Mama, You Been On My Mind’ en ‘I'll Keep It With Mine’. Dat laatste is bedoeld voor Nico en haar baby. Die vindt echter zijn manier van zingen maar niks: "Twing, twang, twing, twang, baybee: zo gaat het!"

"Maar hij had niet graag dat ik het met hem meezong. Ik vond dat hij erg chauvinistisch deed en hij vond het vervelend dat ik kon zingen. Dat zette mij echter aan om meer voor mensen te zingen."

 

Kort nadat Bob en Victor, begin juni teruggekeerd zijn naar New York, kijkt Dylan,terug op zijn tijd in Parijs. In het lange gedicht dat zal worden afgedrukt op de achterzijde van zijn volgende plaat, heeft hij het over Françoise Hardy, de oevers van de Seine, de grote schaduw van de Notre-Dame, de studenten aan de Sorbonne ...

 

* * *

 

Het was eigenlijk de bedoeling van Columbia om aan het begin van de zomer de live LP Bob Dylan in Concert uit te brengen. Hoewel de acetates en zelfs de hoezen klaar waren, werd het project op het laatste moment geschrapt. De plaat zou voornamelijk bestaan uit nummers van zijn optreden in Carnegie Hall (oktober ’63), plus één nummer en het gedicht ‘Last Thoughts On Woody Guthrie’ van zijn Town hall concert (april ’63).

 

Last Thoughts On Woody Guthrie *

Lay Down Your Weary Tune

Dusty Old Fairgrounds *

John Brown *

When the Ship Comes In

Who Killed Davey Moore?

Percy's Song

Bob Dylans New Orleans Rag *

Seven Curses

 

In plaats daarvan werd een nieuwe studioplaat opgenomen. 

Another Side of Bob Dylan werd op 9 juni 1964, helemaal in één sessie opgenomen. Dat gebeurde tussen 19 en 22 uur, met Tom Wilson als producer. Het is trouwens Dylans enige sessie voor CBS tussen oktober ’63 en januari ’65.

De sessie verliep in een erg ontspannen sfeer, met veel rode wijn, vrienden (onder wie de journalist  Aronowitz) en zelfs spelende kinderen in de studio.

De nummers zijn veel persoonlijker en de protestsongs waren verdwenen. "Voortaan wil ik schrijven over wat er in me omgaat. Om dat te kunnen doen moet ik terug gaan schrijven zoals ik dat deed toen ik een jaar of tien was: alles er gewoon uit laten komen."

‘Chimes of Freedom’ is het hoogtepunt van de plaat, maar merkwaardig is dat hij ‘Mr. Tambourine Man’ er niet op wil. In maart ’66 vertelt hij dat hij "er te zeer bij betrokken was om het er op te zetten." Misschien was die ene take ook niet goed genoeg. Dylan had voor de gelegenheid zijn oude kompaan Ramblin' Jack Elliott gevraagd om mee te zingen op dat ene nummer. Maar Elliott had problemen om Dylans ongewone manier van fraseren te volgen. Bovendien had hij de tekst niet."Ik vroeg, 'Heb je de tekst bij, Bob? Hij antwoordde, 'Nee, deze ken ik.’ Dus zong ik maar mee met het refrein, want ik kende niet alle woorden."

Deze - niet echt geslaagde versie - is te beluisteren op No Direction Home. De enige andere outtake van deze sessies is 'Mama, You Been On My Mind' dat wordt uitgebracht op The Bootleg Series, 1961-1991.

 

* * *

 

Dylan brengt de zomer door in Woodstock, in het huis van Grossman. Hij werkt er aan een boek met de fotograaf Barry Fenstein en schrijft elf gedichten, waarvan er vijf worden afgedrukt op de achterzijde van Another Side onder de titel ‘Some Other Kind of Songs’. Ze verschijnen later alle elf in Writings & Drawings en Lyrics 1962-1985.

Hij maakt er ook kennis met de vriendin van Sally Anne (Grosmans vriendin): Sara Lowdnes (25). De twee vrouwen hebben mekaar in The Bitter End ontmoet.

Sara werd geboren als Shirly Noznisky op 28 oktober '39. Haar ouders, Isacc en Bessie, verhuisden met Shirly en haar zestien jaar oudere broer Julius naar Wilmington, Delaware. Shirly was nog een klein meisje toen haar moeder een hersenbloeding kreeg. Ze werd verder opgevoed door een tante, Ester. In 1956 werd haar vader vermoorden vijf jaar later overleed ook haar moeder, zodat ze, met 21 jaar, er alleen voor stond.

Shirly was een mooie, jonge vrouw, met een bleke huid en donker haar, maar het waren vooral haar ogen die opvielen. In 1960 verhuisde ze naar New York City, waar ze als bunny ging werken in de Playboy Club. Ze werd fotomodel en ontmoette zo haar eerste man, de fotograaf Hans Lowndes. Hij was 25 jaar ouder en al twee keer getrouwd geweest. Hij vraagt haar ook haar naam te veranderen in Sara, want Shirly vind hij maar niks.

Er komt een einde aan haar carrière als model, wanneer ze zwanger wordt. Op 21 oktober '61 bevalt Sara van een dochtertje Maria. Korte tijd later beginnen er barsten te komen in het huwelijk.

 

Dylan ziet wel wat in die zwartharige schone met haar droeve ogen en er bloeit iets moois – zonder dat Joan Baez daar iets van hoeft te weten. Joan Baez: “Toen we elkaar eindelijk ontmoetten en we bevriend raakten [in 1975] praten we uren over de dagen toen die schooier ons met elkaar bedroog. Ik vertelde Sara dat ik vond dat Bob niet erg vrijgevig was, maar dat hij me ooit een groen corduroy jas gaf. En dat ik een mooi blauw nachtkleed mocht houden uit het huis in Woodstock. ‘Oh!, riep Sara, ‘Daarom vond ik het niet meer!’”

 

Die zomer maakte een rockversie van de folk standaard 'House of The Rising Sun' door de Britse The Animals grote indruk op Bob Dylan. En niet alleen op hem: de plaat bereikte zelfs de 1ste plaats in de Amerikaanse hitlijsten. Het was het eerste nummer dat kan worden bestempeld als folk-rock. Bovendien was het de langste single tot dan toe: meer dan vier minuten.

Wanneer Dylan die versie voor het eerst hoort is hij wild enthousiast: "Een rockende versie van 'House of the Rising Sun'. Rock! Het is gewoon fantastisch! Ik ben er kapot van!"

 

Op het befaamde Newport Folk Festival, dat telkens einde juli plaatsvindt, wordt dat jaar voor het eerst gewerkt met hoofdattracties.

“Die [zondag]avond trad Johnny Cash op en dat was schitterend, “ vertelt de harmonicaspeler Tony Glover. “Hij wandelde het podium op als een koninklijke stier, met veel flair en charisma.

Dylan kwam later. In plaats van het politieke spul dat iedereen verwachtte speelde hij nummers van Another Side..., zoals ‘Ramona’. Je kon voelen dat het publiek in de war  was, maar ze wilden niet uncool over komen, dus klapten ze even hevig.”

 

Dylan brengt vier nummers: 'All I Really Wanna Do', 'To Ramona', 'Mr. Tambourine Man' en 'Chimes Of Freedom'.

Het laatste daarvan wordt uitgebracht op No Direction Home.

Voor de toegift riep hij Joan Baez er bij voor ‘With God On Our Side’. Dat duet wordt in ’97 uitgebracht op Joan Baez Live At Newport en in 2002 op de compilatie cd This Land Is Your Land: Songs Of Freedom.

 

“Achteraf,” gaat Tony Glover verder, “in een hotelkamer met Joan Baez, Sandy Bull, Jack Elliott en anderen, zaten Dylan en Cash op de grond nummers uit te wisselen. Joan zette een kleine draagbare bandopnemer aan en dat is waar Bob ‘It Ain’t Me Babe’ en ‘Mama, You’ve Been On My Mind’ aan Johnny gaf. (Die brengt ze later uit op zijn LP Orange Blossom Special.)

Johnny was er met June Carter, zo verlegen en lief, in een kamer vol freaks. Toen ze klaar waren gaf Johnny zijn gitaar aan Bob – in country middens een teken van bewondering.”

“Ik weet er niet meer veel van,” zegt Johnny Cash, “maar ik herinner me dat June en ik en Bob en Joan Baez in mijn hotelkamer waren en dat we zo blij waren dat we eindelijk mekaar zagen, dat we op bed stonden te springen als kinderen.”

 

Dylan kreeg dit jaar echter niet dezelfde enthousiaste reacties als het vorige jaar. Zowat alle critici vonden zijn optreden maar niks. In Sing Out schrijft de hoofdredacteur Irwing Silber een open brief: “Ik zag in Newport dat je het contact met de mensen kwijt was.”

 

* * *

 another_s

Another Side Of Bob Dylan wordt op 8 augustus 1964 uitgebracht. Het zal Dylans laatste solo-lp in bijna dertig jaar blijken te zijn. Er staat geen enkel protestnummer op. Het materiaal is een mengeling van persoonlijke dingen en poëzie. John Sebastian noemt het later “Bob’s revolutionaire aanpak van het liefdesliedje. ‘Don’t Think Twice’ en ‘It Ain’t Me Babe’ zijn radicale composities. Ze zijn romantisch, maar scherp. Die kerel zag zowat alles anders.”

De plaat wordt koeltjes onthaald door de critici. De linkse folkbeweging vindt dat hij te veel afdrijft naar "te veel subjectiviteit."

De titel is niet Dylans idee: "Tom Wilson, de producer, gaf het zijn titel. Ik bad en smeekte hem dat niet te doen. Het leek een ontkenning van het verleden en dat was niet de bedoeling."

De LP komt op 9 september 1964 de Billboard-albumlijst binnen. Hij komt niet hoger dan 43.

 

 

Die maand gaat Joan Baez Dylan opzoeken in Woodstock. Ook haar jongere zus Mimi met haar man Richard Fariña komen langs. “Zowat de hele maand dat we er waren, stond Bob aan de typmachine in de hoek van zijn kamer,” vertelt Joan Baez. “Drinkend van zijn rode wijn en rokend. En maar typen, uren aan een stuk. Midden in de nacht stond hij op, kreunde eens, nam een sigaret en stommelde dan weer naar zijn typmachine. Hij schreef liedjes aan de lopende band en ik pikte ze even snel in, als dat hij ze schreef.”

Twee nummers die zij niet heeft kunnen bemachtigen zijn 'If You Gotta Go, Go Now' en ''It's Alright Ma (I'm Only Bleeding)'.

 

In deze periode wordt zijn schrijfstijl meer en meer surreëel. Zelfs zijn proza wordt meer gestileerd en lijkt hoe langer hoe meer op een gedachtestroom, getuige enkele brieven die werden gepubliceerd. Naarmate het jaar vordert wordt het ook steeds intenser.

Aan het einde van de zomer vinden er twee belangrijke ontmoetingen plaats. Op 27 augustus maakt de fotograaf Daniel Kramer voor het eerst kennis met Bob Dylan. Zij werden aan elkaar voorgesteld door Sara, die de man nog kende uit haar tijd als model.

Bob vroeg hem wat voor een soort foto’s hij wou maken, waarop Kramer antwoordde: "Oh, doe maar wat je wou doen." Helemaal fout, dus! Dylan nam hem mee naar een filmzaaltje waar hij ging kijken naar recent opgenomen beelden. In het pikkedonker kon de fotograaf natuurlijk niks beginnen.

 

De volgende dag ging Dylan The Beatles opzoeken in het Delmonico Hotel in New York.

Bob Dylan, vergezeld door Victor Mamoudas en Saturday Evening Post journalist Al Aronowitz werden rechtstreeks naar de privévertrekken van de groep geleid. John bood het bezoek pillen aan, maar Dylan had iets anders op het oog: marihuana. John, die het spul al eens eerder had geprobeerd, vond het maar niks: "Ik moest er alleen maar van giechelen." Dylan reageert verbaast want, zo vertelt hij, the Beatles zongen toch ‘I get high, I get high!'

Maar de aanwezigheid van Dylan geeft het geheel een emotionele, artistieke en culturele betekenis. Er worden handdoeken voor de deuren gelegd, Mamoudas wordt aan het rollen gezet, Ringo moet voorproeven en dan durven de anderen ook. De nacht wordt doorgebracht “legsless from laughing”.

 

Niets zou nog hetzelfde blijven achteraf.

De schrijfstijl van The Beatles zal radicaal veranderen: veel meer naar binnen gericht, ongetwijfeld ten gevolge van hun introductie tot cannabis. Dylan bleef bevriend met de groep, zoals biograaf Clinton Heylin schrijft: "de avond gaf een persoonlijke dimensie aan een echte rivaliteit die zou blijven bestaan tijdens de rest van heugelijke jaren zestig. "

Hoewel sommige critici de wederzijdse beïnvloeding van The Beatles op Dylan hebben geromantiseerd,moeten zelfs sceptici als Heylin toegeven dat "het succes van the Beatles… zodanige randvoorwaarden heeft gecreëerd dat er vrijelijk kan worden geëxperimenteerd. Iets wat erg zeldzaam is in een populair medium."


* * *

 

200px-BootlegSeries6Tussen 19 oktober en 7 december 1964  geeft Dylan zeventien shows doorheen de Verenigde Staten.  De tournee begint in New York en eindigt in Californië. Het "Halloween concert" van 31 oktober in de Philharmonic Hall in New York wordt door CBS opgenomen voor een mogelijke live LP.

Dat gebeurt echter pas zo’n veertig jaar later, als The Bootleg Series, Vol. 6: Live 1964.

 

* * *

 

Na een tijdje te hebben samengewoond in het appartement van Grossmans in Manhattan, terwijl Albert en Sally op huwelijksreis waren in Europa, verhuizen Bob en Sara in december naar een kamer 211 in het Chelsea Hotel aan West 23rd Street. Het is een bescheiden suite met slaapkamer aan de achterzijde van het gebouw. Ook Sara's dochtertje Maria verblijft bij hen.

 

* * *

 

1965 is een scharnierjaar in de carrière van Bob Dylan. Het is het jaar waarin hij de stekker in het stopcontact steekt en daarbij lijken zowel het tempo in zijn carrière als in zijn leven in een hogere versnelling te raken. Twee uitstekende platen in een jaar (Bringing In All Back Home en Highway 61 Revisited), twee belangrijke tournees, een film, het einde van de allesoverheersende folkmuziek in Newport. Daarenboven schrijft hij het hele jaar door aan zijn boek Tarantula.

 

“Je kunt je niet voorstellen hoe het moet geweest zijn om Bob Dylan te zijn in die periode,” meent folkzanger David Blue: “De ene dag was hij een gerespecteerde jonge songwriter, en dan opeens was hij dat ding: De stem van een generatie. De man met de antwoorden. De mensen hingen voortdurend aan hem. Zeg me wat ik moet denken. Zeg me wat ik moet doen. Het hield niet op. Jij of ik hadden niet kunnen weerstaan aan dat soort druk. We zouden erdoor verpletterd worden. Dylan niet. Hij ging door met schitterend werk, ondanks alles. Maar terwijl zijn leven surrealistischer werd, werden ook zijn teksten surrealistischer. Zijn nummers waren altijd een weerspiegeling van zijn leven.”

 

* * *

 

In de vroege avond van 13 januari 1965 stapt Bob Dylan Studio A van de Columbia Recording Studios in New York in voor de eerste sessie voor Bringing It All Back Home. In zijn rechterhand een gitaarkist met daarin zijn akoestische Gibson.

In een klassieke, drie uur durende sessie neemt hij tiental nieuwe nummers op, plus nog wat losse probeersels voor andere nummers. Daarvan zal echter niets van op  plaat komen. Toch niet in deze versies. In de loop der jaren worden vier nummers uitgebracht: 'I'll Keep It With Mine' in 1985 op Biograph, 'Farewell Angelina' en een vroege versie van 'Subterranean Homesick Blues' in 1991 op The Bootleg Series Volumes 1-3 (Rare & Unreleased) 1961-1991 en tenslotte 'It's All Over Now, Baby Blue' in 2005 op No Direction Home.
Daarnaast staan er op de banden ook nog  min of meer volledige versies van 'Love Minus Zero/No Limit', 'Bob Dylans 115th Dream', 'She Belongs To Me', 'Sitting On A Barbed-Wire Fence', 'On The Road Again', 'If You Gotta Go, Go Now', 'You Don't Have To Do That', en 'Outlaw Blues'.

Hoewel Dylan het altijd heeft ontkent, menen velen dat 'It's All Over Now, Baby Blue' zou gaan over zijn vriend Paul Clayton. "Paul was homo," vertelt Barry Kornfeld. "En hij had daar problemen mee. Hij was stapel van Dylan."

"Paul Clayton, was afkomstig van New Bedford, Massachusetts. Dat is een oude vissersstad en Paul zong zeemansliederen," weet biograaf Anthony Scaduto. Vandaar misschien de verwijzing naar de "Sea-sick sailors".

"Bobby aanbad Pablo Clayton artistiek. En Pablo raakte gefixeerd door Bobby. Bobby sprak over niks anders dan Woody Guthrie en Pablo over niks anders dan over Bobby Dylan."

Maar het nummer kan evengoed gaan over Joan Baez, of zijn publiek, of zijn vroeger ik, of al deze onderwerpen samen…

 

Maar de sessie die volgende namiddag is gepland is iets totaal anders. Producer Tom Wilson heeft, in opdracht van Dylan, een volledige band geboekt om de nummers van de vorige dag opnieuw op te nemen. Met een elektrisch versterkte band.  Er zijn maar liefst drie gitaristen opgetrommeld: Al Gorgoni, Kenneth Rankin en Bruce Langhorne, plus een pianist Paul Griffin. Voor de ritmesectie zijn er drummer Bobby Gregg en twee bassisten: Joseph Macho, Jr. en William E. Lee ( de vader van de regisseur Spike Lee).

 

Dylan zelf heeft zijn akoestische gitaar ingeruild voor een elektrische. “Hij had een boel lef om dat te doen,” meent Kenny Rankin, “Het was een hele stap voor Dylan om zomaar een elektrische gitaar te pakken.” Rankin is een jonge pop-jazz zanger, die nog nooit rock ‘n’ roll heeft gespeeld en, voor deze sessie, zelfs nog nooit een elektrische gitaar in zijn handen heeft gehad!

Dylan is het gewoon alleen te spelen en hij is ook niet van plan zijn gewoonten te veranderen. Volgens Langhorne werd er niet gerepeteerd: "We deden de nummers gewoon op en ik herinner mij dat het, gezien de omstandigheden, erg intuitief en succesvol was."

Geen repetitie, of zelfs maar wat uitleg wat de bedoeling was. “De nummers waarop ik meespeelde werden niet eens afgeteld,” aldus gitarist Kenny Rankin. ”Hij sloeg gewoon zijn gitaar aan en wij vielen na vier of zes maten in. Er staan geen overdubs op, geen lapwerk, geen lassen. Wat je hoort is hoe wij het speelden.”

En soms is dat goed te merken. Zoals bij ‘Bob Dylan’ 115th Dream’. “Oh ja de valse start, waar de band vergat te beginnen.” lacht Bruce Langhorn. “”We waren het niet vergeten, we hadden gewoon geen idee wanneer we moesten beginnen! We kenden het nummer van geen kanten. Bob stapte gewoon naar de microfoon en begon te zingen. Geen teken, geen uitleg, niets! We vielen gewoon in en trachten te volgen. Op de een of andere manier trachtte iedereen uit te vinden waar Bob naar toe wilde. Hij wist het zelf niet, maar de overtuiging waarmee hij zong, maakte dat iedereen werd meegezogen. Hij trachtte niemands spel te arrangeren. Het was spontaan, bijna telepatisch. We moesten het moment vangen, want er viel niks te repareren achteraf. Ik genoot ervan!”

En dat geldt ook voor Dylan zelf. Dat is duidelijk te zien aan de foto's van Daniel Kramer, die alles vastlegde.

Hij herinnert zich: "De muzikanten waren enthousiast. Ze overlegden hoe ze het probleem konden oplossen telkens er zich iets voordeed. Dylan sprong van de een naar de ander om uit te leggen wat hij wou - dikwijls deed hij iets voor op piano - tot alles op zijn plaats viel. Als een soort gigantische puzzel: alle stukjes pasten en vielen op hun plaats… Het ging erg vlot en er waren maar drie of vier takes nodig. Soms klonk de eerste take helemaal anders dan de laatste omdat er gespeeld werd met het tempo, of een andere toonaard, of de solos werden anders gearrangeerd... Bij deze manier van werken was het zijn overtuiging die de boel draaiende hield."

Er werd gewerkt aan zes van de nummers die de vorige dag in solo versies op band waren gezet. Telkens dus maar een paar takes. Na afloop van de drie en een half uur durende sessie, stonden er op 18 uur master takes op band van 'Love Minus Zero/No Limit', 'Subterranean Homesick Blues', 'Outlaw Blues', 'She Belongs To Me', 'Bob Dylans 115th Dream' die allemaal werden geselecteerd voor de plaat.  Enkel 'On The Road Again' werd niet goed genoeg bevonden.

 

Na het avondeten volgt een tweede drie uur durende sessie, waarin dezelfde nummers nog eens opnieuw opgenomen maar nu met een eenvoudiger begeleiding van enkel gitaren en bas. Dylan heeft van de eerste groep muzikanten enkel Bruce Langhorn overgehouden. Daarnaast zijn John Hammond, Jr. en John Sebastian opgetrommeld.

Hoewel John Sebastian normaal harmonica speelt, vraagt Dylan hem om bas te spelen. ”Ik zei hem dat ik geen basspeler was, maar hij zei alleen maar, ‘Trek het u niet aan. Het zal wel lukken.’ Ik kwam daar aan, kreeg een fender bas in mijn handen gestopt en deed mijn best. Ik denk dat Bob gewoon eens wat wou uitproberen.”

Voor de zekerheid heeft Wilson ook een echte bassist voorzien: John Boone.

Blijkbaar is het resultaat geen verbetering, want geen enkel van deze takes wordt geselecteerd. Deze versie van 'She Belongs To Me' wordt uitgebracht op No Direction Home.

Daarnaast zijn de versies van 'Love Minus Zero', het instrumentale 'I'll Keep It With Mine' en 'It's All Over Now, Baby Blue' te beluisteren op de uitstekende bootleg  Thin Wild Mercury Music.

 

De volgende namiddag vindt er een vierde en laatste sessie plaats in Studio A. De muzikanten van de vorige middag zijn terug gevraagd. Met uitzondering van de pianist Paul Griffin, die elders was geboekt en werd vervangen door  Frank Owens.

Eerst werd 'Maggie's Farm' aangepakt: één take was voldoende. Daarna wordt uitgebreid wordt geprobeerd een betere versie van ‘On The Road Again’ op band te zetten.

 

Hoewel Dylan nu elektrische versies van bijna elk nummer op band heeft staan, was het nooit zijn bedoeling om Bringing It All Back Home zo uit te brengen. Daarom neemt hij vier lange nummers solo akoestisch op, de eerste twee, 'It's Alright, Ma (I'm Only Bleeding)' en 'Gates Of Eden' zelfs onmiddellijk achter elkaar, zonder pauze.

De fotograaf Daniel Kramer, die bij al deze sessies aanwezig was, vertelt: “Ik weet het allemaal niet zo goed meer. Ik was meer bezig met het fotograferen dan echt op te letten. Maar ik herinner me duidelijk dat Bob aankondigde dat hij deze nummers één keer ging spelen en dat ze beter geen fouten konden maken, want dat hij ze niet opnieuw zou spelen. En zo deed hij het ook. Geen valse starts, geen aarzeling, geen fouten. Er gebeurde iets magisch voor onze ogen.”

 

Met 'Mr. Tambourine Man' heeft hij wat meer moeite. Daar zijn verschillende pogingen voor nodig. Misschien omdat het op hem is gebaseerd, mag Langhorne meespelen om wat versieringen toe te voegen. 

Na het laatste nummer, 'It's All Over Now, Baby Blue' is er zelfs nog wat tijd over.

 

Die wordt besteed door te proberen, met de volledige band, een rocknummer op te nemen voor de volgende single. Na 7 takes is het tijd om te stoppen. Take 5 zal twee jaar later, na toevoeging van overdubs, worden uitgebracht als single in de Benelux, terwijl take 5 (ook al met overdubs) te beluisteren is op The Bootleg Series, 1961-1991.

 

* * *

 

subterr

Bringing It All Back Home wordt op 22 maart 1965 uitgebracht. De plaat heeft een akoestische en een elektrische kant. Dat Dylan op de goede weg is wordt bewezen door de verkoopscijfers: het is zijn eerste LP die meer dan een miljoen dollar opbrengt.

De titel is een duidelijke verwijzing naar de inspanningen van The Beatles om de Amerikanen hun eigen erfenis van de rockmuziek terug te doen ontdekken. Omdat die titel in Europa nergens op slaat heet de plaat in de Benelux Subterranean Homesick Blues.

Bringing It All Back Home komt op 1 mei 1965 de Billboard-albumlijst binnen en haalt de zesde plaats.

 

De foto voor de hoes werd in februari door Daniel Kramer. Columbia wou dat er weer een meisje op de foto zou staan, zoals bij The Freewheelin' Bob Dylan, waarop hij arm in arm liep met Suze Rotolo.

Sally Grossman was net in het kantoor toen de boodschap binnenkwam en Dylan stelde voor dat zij het zou doen. Hij wil Sara liever buiten beeld houden.

“Het was mijn eerste platenhoes,” legt Kramer uit. “Ik wist dat de muziek speciaal was en anders. Daarom wou ik ook een beeld dat met niks te vergelijken viel. Tot dan had Dylan niet voor mij willen poseren. Hij had liever dat ik hem in beweging trok. Op de ochtend van de fotosessie maakte ik een ruwe proeffoto, zonder Bob en hij begreep onmiddellijk wat ik voor ogen had. Hij koos wat voorwerpen uit. Dat deed ik ook en misschien bracht Sally er ook een paar aan. Het werd wat te druk, te gemaakt en dus moesten we weer wat wegdoen.

Dat was allemaal lang voor photoshop, dus moest het wazige effect met de hand worden gemaakt. Ik bouwde een statief dat me toeliet de camera rond te draaien en de foto was het resultaat van een combinatie van statische en bewegende belichting. Ik zocht naar het gevoel van een beweging met hem als middelpunt.”

 

 

Hoewel Bringing It All Back Home algemeen wordt gezien als het begin van de folk-rock, was Dylan niet de eerste om dit experiment aan te gaan.

 

Geïnspireerd door het succes dat de Britten hebben met hun rockversie van een oud folknummer probeerde Tom Wilson hoe Dylan zou klinken met iets gelijkaardigs. Zonder dat Bob erbij was, liet hij, op 8 december 1964, nieuwe “folk-rock” backing toe voegen aan vier van diens oude opnamen: een akoestische versie van ‘House Of the Rising Sun’ en drie opnamen met band uit ’62: 'Mixed Up Confusion', 'Rocks and Gravel' en 'Corrina, Corrina'.

Hoewel een zelfde experiment met ‘The Sound Of Silence’ van Simon & Garfunkel later wel erg succesvol zou verlopen, was het resultaat deze keer niet echt overtuigend. Het werd dan ook pas in de jaren negentig uitgebracht op de cd-rom Highway 61. Daarbij staat verkeerdelijk aangegeven dat de opname dateert uit ’61 en dus de elektrische versie van The Animals zou zijn vooraf gegaan!

 

celebrationsMaar ook anderen waren met dit soort dingen bezig: Richard en Mimi Fariña hadden die herfst, met de hulp van de gitaarvirtuoos Bruce Langhorne de eerste folkplaat opgenomen met elektrisch versterkte instrumenten.

Celebrations for a Grey Day zal worden uitgebracht in april ‘65. Richard was dan al een hele tijdje geobsedeerd met het idee om "mature poetry lyrics and music in the rock style" te combineren.

Tijdens deze sessies gebruikte Langhorne ook een grote Turkse tamboerijn. Dylan beweert in 1985, dat hij de man is waarop 'Mr. Tambourine Man' is gebaseerd. "Het was zo groot als het wiel van een wagen. Ik zag hem er op spelen en dat beeld bleef hangen."

 

vmd79178_0John Hammond Jr., de zoon van de producer en zelf ook folkmuzikant, experimenteerde daarvoor ook al een tijdje met elektrische versterkte instrumenten. In ’63 had hij al opgenomen met een zwart blues kwartet en voor de daarop volgnde plaat, So Many Roads, had hij de beste jonge blanke muzikanten rond zich verzameld.

Hammond: “Ik speelde regelmatig in Toronto, waar ik bevriend raakte met een groep, Levon & The Hawks. Ze hadden Ronnie Hawkins begeleid en waren nu verder het clubcircuit aan het afdweilen. Ze waren een ongelofelijk sterke live band.

Dus vroeg ik Robbie Robertson om gitaar te spelen, Levon Helm op drums en Garth Hudson op orgel. Ik had Mike Bloomfield bezig gezien en dat dat hij uitstekend zou passen bij Robertson. Maar toen hij Robertson hoorde wou hij niet meer gitaar spelen! Robbie was erg intens. Dus besloot Bloomfield dat hij liever piano speelde. Michael had Charlie Musselwhite meegebracht van Chicago, om harmonica te spelen.

Bob [Dylan] kwam langs – dat gebeurd wel vaker. Ik heb hem toen voorgesteld aan die kerels van The Hawks. Dylan was daar om de boel een beetje te verkennen en je kon wel zien dat hij er wat in zag.”

So Many Roads wordt echter pas in juni ‘65 uitgebracht.

 

En ook Fred Neil en Tim Hardin traden soms op met elektrische versterking, zei het eerder in de jazz/blues sfeer.

 

 

 

Van Bringing It All Back Home wordt slechts één single uitgebracht, op 23 april 1965. ‘Subterranean Homesick Blues’/’She Belongs To Me’ is slechts een bescheiden succes in de Verenigde Staten, met als hoogste notering een 39ste  plaats. In Engeland doet de single het wat beter, met een notering net binnen de top 10.

 

Op 8 mei 1965 wordt, tijdens Dylans Britse tournee, in een zijstraatje aan het Savoy Hotel een promotioneel filmpje gedraaid voor ‘Subterranean Homesick Blues’. Allen Ginsberg en Bob Neuwirth staan als “acteurs” op de achtergrond. De kaarten zijn geschilderd door Alan Price, Donovan en Joan Baez.

Donovan: ”Ginsberg had iets bedacht, hij zei: 'Laten we de teksten op kaarten schrijven en dan kan jij dat zingen, Bob en dan trek je iedere keer een kaart met de tekst op.' Allan begon dadelijk de teksten op te schrijven op kaarten op het tapijt... en ik hielp hem daarbij, " vertelt Donovan. "Ik heb nog calligrafie geleerd op school en toen Bob zag wat ik deed zei hij, 'Hey Donovan, wil jij dat samen doen met Allan?' En zo hebben we samen al die kaarten geschreven."

film_dylanDe scène wordt de intro van de D.A. Pennebakers film Don't Look Back en wordt algemeen beschouwd als één van de allereerste videoclips.

 

Veel beter dan Dylans eigen single doet het een coverversie, gemaakt als debuutsingle van The Byrds.

Op 20 januari 1965, vijf dagen nadat Dylan zijn definitieve versie op band heeft gezet, wordt in de Columbia Studio in Los Angeles, een cover op van ‘Mr. Tambourine’ opgenomen. Er is een prominente rol voor de 12-snarige gitaar en de tamboerijn. Jim McGuinn is echter de enige van de groep die mag meespelen. De rest wordt ingespeeld door de beste studiomuzikanten: Leon Russell, Hal Blaine en Larry Knechtel. De productie is in handen van Terry Melcher - de zoon van actrice Doris Day.

 

Volgens  Jim McGuinn reageert Dylan wanneer hij, bij zijn volgende bezoek aan de Westkust, de acetate hoort erg enthousiast: ‘Wow, man, daar kan je op dansen!”

De single wordt op 12 april 1965 uitgebracht. De plaat slaat onmiddellijk aan en bereikt binnen een paar weken de top van de Amerikaanse hitparade. Folk-rock wordt enthousiast omarmd als het antwoord op de Britse invasie.

Volgens Mary Martin, de secretaresse van Albert Grossman, reageerde Dylan echter erg zenuwachtig op het succes van The Byrds. “Hij zat daar in het kantoor, met zijn hoofd te schudden en zich luid op afvragend, ‘Wat moet ik nu doen?’ Hij had drums, elektrische bas en elektrische gitaar gehoord op ‘Mr. Tambourine Man’ en voor een folkzanger was dat een schok, om te denken, ‘Verdorie, ik heb een groep nodig!’ En ik stelde voor: ‘Ga naar Toronto, kijken naar The Hawks."

 

Het zou nog bijna een jaar duren voor Dylan The Hawks als zijn begeleidingsband zou vragen.

 

03-03-07

Beatles hoezen 1: Please Please Me

De hoezen van de Britse Beatles LP's

 

Bij het schrijven van dit artikel heb ik informatie gehaald uit deze boeken: 'Yesterday' door Robert Freeman, The Beatles Anthology book, door The Beatles, 'Many Years From Now' door Miles, 'In My Life' door Pete Shotton, 'The complete EMI Recording Sessions' door Mark Lewisohn en 'The Beatles London' door Mark Lewisohn en Peter Schreuder.

Voorts vond ik interessante informatie op talrijke websites.

 

Deze tekst werd, in een vroegere versie, voor het eerst gepubliceerd, in het Engels, in het tijdschrift Beatles Unlimited.

 


THE BEATLES

Bijna in dezelfde mate waarin hun muziek de wereld heeft veranderd, hebben de hoezen van de hun langspeelplaten mee geholpen de regels te veranderen van hoe een hoes er moet uitzien. Zowat alle hoezen van de originele Britse LP's werden geïmiteerd en geparodieerd door diverse artiesten.

Jammer genoeg werden die hoezen echter, zoals dat ook met de muziek zelf het geval was, veranderd en bijgewerkt voor de Amerikaanse platen.

En, tenminste wat de hoezen betreft, geldt ook voor de cd-uitgaven. Met uitzondering van Sgt. Pepper’s en de luxe uitgave van de Dubbele witte zijn die hoesjes allemaal slechts een verminkte uitgave van het origineel.

 

Natuurlijk werden, zoals dat ook mij de muziek gebeurde, verschillende ideeën uitgeprobeerd, voor de juiste hoes werd gevonden voor elke LP. Een aantal ideeën werden zo uitgewerkt, om dan twe worden verworpen.

 

In deze serie kun je het verhaal lezen achter de hoezen van de oorspronkelijke Britse LP's van de Beatles.

 

deel 1

PLEASE PLEASE ME

 

please

Please Please Me - Angus McBean

 

Toen er voor het eerst overlegd werd hoe de eerste plaat van de Beatles zou heten, stelde hun producer, George Martin, Off The Beatle Track voor. Er kon dan bijvoorbeeld een foto getrokken worden bij het paviljoen van de insecten, in de Londense zoo. Die ligt immers vlakbij de EMI studio in Abbey Road, noord Londen, waar de plaat was opgenomen.

Paul zette meteen wat schetesen op papier. George Martin stelde een fotograaf voor, waar hij eerder al mee had samengewerkt: Angus McBean.

 

2

 

Please Please Me - Paul McCartneys schets. Hoewel John Lennon kunstschool had gevolgd, was het vooral Paul die nauw betrokken was bij het ontwerpen van de hoezen van De Beatles.

 

De directie van de dierentuin wou echter geen toestemming geven.

George Martin vond het echter een goed vondst en toen bleek dat de Beatles de titel niet zouden gebruiken, hield hij hem voor zijn eerste plaat met instrumentale covers van hun nummers, uitgebracht in 1964.

3


George Martin's album

 

In de derde week van januari 1963 vond een eerste fotosessie plaats, in de studio van Angus McBean, in zijn huis in London. De Beatles droegen voor de gelegenheid hun splinternieuwe rood-bruine fluwelen kostuums. Eén van de foto's werd, in september 1963 gebruikt voor het hoejse van de EP The Beatles’ Hits en later, in Amerika, voor de door het label Vee Jay uitgebrachte plaat Introducing The Beatles. Voor deze hoes werd de oorspronkelijke foto echter gespiegeld.

4

 

UK EP-hoes

 

5


USA - Introducing The Beatles album

 

Die eerste fotosessie was niet geheel bevredigend en er werd een tweede keer afgesproken. McBean sprak met hen af in het Londense kantoor van de platenmaatschappij EMI in Manchester Square. Dat gebeurde ergens midden in februari 1963. De fotograaf herinnerde zich later: "Eens door de voordeur kwam ik in het trappenhuis. Er keek iemand over de leuning - Ik vroeg of de jongens daar waren en het antwoord was "ja". "Wel", zei ik, "laat ze zo over de leuning hangen en ik trek ze van hier uit."

Ik had mijn gewone portretlens op, dus ging ik op mijn rug liggen, om zo de foto te trekken. Ik klikte een paar keer en zei "Dat zal het zijn."

 

6


Please Please Me - foto sessie

 

Er werden een paar verschillende foto's getrokken van de vier jongens die over de reling van de eerste verdieping naar beneden keken naar de ingang van het gebouw.

 

Maar niet iedereen was tevreden. Op 5 maart trok de EMI fotograaf John Dove wat publiciteitsfoto's van de Beatles in en rond het EMI-kantoor. Op een aantal van deze foto's zijn ook muziekuitgever Dick James, producer George Martin en manager Brian Epstein te zien.

Na afloop probeerde hij ook een geschikte foto voor de hoes te maken, met de Beatles gekkend rond een parkeermeter op het nabijgelegen Montague Place en van de trappen springend van de EMI studio (later herdoopt in de Abbey Road Studios).

7


Op de trapppen van de platenstudio - John Dove

 

8


Rond een parkeermeter op Montague Place - John Dove

 

Uiteindelijk werd beslist dat de foto van Angus McBean in de trappenhal nog de beste optie was.

De hoes maakte de trappenhal zo beroemd dat wanneer einde jaren ‘90 het EMI kantoor aan Manchester Square werd ontruimd om te verhuizen naar een andere locatie, de trappenhal werd ontmanteld en nauwgezet terug opgebouwd in het nieuwe kantoor.

 

Naast de hoes van de eerste plaat, werden een aantal varianten van deze sessie gebruikt voor deze platen:

 

9


de Britse EP The Beatles (N°1)

 

10


de compilaties The Beatles 1962-1966 (de rode)
en The Beatles 1967-1970 (de blauwe)

 

11


de bootleg cd Come Together (The Beatles In The ‘90s)

  

De tekst op de achterzijde van de hoes werd geschreven door de journalist Tony Barrow, die werd ingehuurd door Brian Epstein.

 

Op de binnenhoes van de eerste oplage werd reclame afgedrukt voor "Emitex" doekjes om vinylplaten mee te reinigen.

 

 

In januari 2001heeft een werknemer van een poetsfirma in het kantoor van EMI in west Londen een doos weggegooid met daarin 450 negatieven. Nochtans stond op de doos aangegeven: "Geen rommel — niet weggooien."

De belangrijkste verliezen zijn de zeven negatieven van de foto's die door Angus McBean werden getrokken voor de hoes van Please Please Me. In februari 2007 werd de poetsfirma door EMI en Apple Corps samen aangeklaagd om een schadevergoeding van 1,1 miljoen euro te betalen.

 

 

01-03-07

The Freewheelin' Bob Dylan

The Freewheelin' Bob Dylan 
Freewheelin-Bob-Dylan

Eind januari 1962 was Bob Dylan begonnen met het schrijven van protestsongs. “Ik wou gewoon een lied om te zingen en ik kwam op een punt dat ik niks had om te zingen. Dus moest ik schrijven wat ik wou zingen  want niemand anders schreef wat ik wou zingen. Als ik dat had gekund was ik waarschijnlijk nooit begonnen met schrijven.”

In de komende twee jaar zou een onafgebroken stroom van dergelijke songs uit zijn pen blijven komen. Het is ook een poging om de invloed van Woody Guthrie te ontgroeien. "De beïnvloeding raakte op de achtergrond, eens hij geen idool meer was voor mij. Ik leerde hem kennen en ik voelde mij niet meer eerlijk… het leek allemaal nep. Woody's nummers zingen voor geld, folk songs zingen voor geld… het leek me allemaal nep."  

Het zal wel geen toeval zijn dat Bob begon met het schrijven van protestnummers kort nadat hij bij zijn vriendinnetje Suze Rotolo was ingetrokken op haar studiootje in de West 4th Street in New York. Suze kwam uit een familie met sterke linkse sympathieën en al op zeventienjarige leeftijd was zij actief bezig in de beweging voor rassengelijkheid. Ondanks haar jonge leeftijd had ze al veel gelezen en – niet te versmaden – haar zus had een indrukwekkende collectie platen met Amerikaanse folkmuziek.

 

Op 23 februari zou Dylan optreden tijdens een CORE (Congress of Racial Equality) benefiet in de City University.  Twee weken daarvoor speelde hij voor zijn vrienden, de MacKenzies, een nummer dat hij speciaal daarvoor had geschreven: ‘The Death Of Emmett Till’. Hij verhaalt daarin het ware verhaal van een veertienjarige zwarte jongen, die in Mississippi werd vermoord omdat hij met een blank winkelmeisje had geflirt. Hij werd door enkele blanke heethoofden in het hoofd geschoten, waarna zijn lijk in de Tallahatchie rivier werd gegooid. De mannen werden vrijgesproken.

 

Met dat soort nummers was hij welkom bij het nieuwe tijdschrift Broadside. Dat gestencilde blaadje was door de folkzanger Pete Seeger met de hulp van Agnes “Sis” Cunningham opgezet om hedendaagse protestnummers te publiceren. Wanneer einde februari het eerste exemplaar wordt verspreid prijkt daarin Dylan’s ‘‘Talking John Birch Paranoid Blues’, een satire op moderne heksenjagers en hun obsessie met communistische indringers.

‘Let Me Die In My Footsteps’ was een ander uitstekend nieuw nummer dat hij in die tijd schreef. Het was een reactie op de obsessies van de Koude Oorlog met de aanleg van schuilkelders en oefeningen met luchtalarm.

 

Een vierde nieuw nummer, ook geschreven binnen de periode van een maand, was ‘The Ballad Of Donals White’. Voor de melodie maakte hij  gebruik van Bonnie Dobsons versie van ‘The Ballad Of Peter Amberley’, een compositie van John Calhoun uit 1881. De tekst was dan weer  gebaseerd op een documentaire die hij op TV zag.

 

Bob Dylan: “Ik schreef  waar ik was. Soms zat ik een hele dag aan een tafeltje in een café, zomaar alles op te schrijven wat in mij opkwam… gewoon om het even wat. Ik keek uren naar de mensen en ik verzon van alles over hen. Of ik dacht, welk soort lied zouden die willen horen ? En dan bedacht ik er een.”

 

Nu hij meer zelf begon te schrijven moest hij een uitgever hebben. Zijn ontdekker/producer John Hammond regelde dat hij zijn nummers kan onderbrengen bij de muziek uitgeverij Leeds Music. Hij nam ook een aantal nummers voor hen op, zodanig dat ze door anderen konden worden gecoverd.

 

Het feit dat Bob goede, eigen nummers begon te schrijven maakte hem in de folkgemeenschap tot iets bijzonders en het nieuws verspreidde zich snel. Toch vertelde hij tegen de promotor Izzy Young, uitbater van het Folklore Center, dat hij zich van de folkscène los aan het maken was. Hij was “het moe in koffiehuizen te moeten spelen voor toeristen die aapjes kwamen kijken.”

Ondertussen werd op 19 maart, Dylans debuut-LP Bob Dylan uitgebracht. Hoewel de kritieken tamelijk lovend waren viel de verkoop erg tegen: er werden het eerste jaar nauwelijks vijfduizend exemplaren van verkocht. In de kantoren van Columbia werd er dan ook al over gedacht om “Hammond’s stommiteit” zoals de jonge zanger werd betiteld, terug op straat te zetten. Vooral door diegenen die jaloers waren op producer John Hammond’s oor voor talent. Hij was de man die Billy Holiday had ontdekt en mensen als Benny Goodman en Robert Johnson promootte.

  

Maar ondertussen stond de jongeman echter al te popelen om terug Columbia’s Studio A in te trekken. De opnamen zitten geklemd tussen twee series optredens: van 20 tot 22 april deelde hij een affiche met Jesse Fuller in het Ann Arbor Goddard College en van 24 april tot 6 mei, trad hij als hoofdact op in  Gerde's Folk City.

 

Aanvankelijk wou hij zich opnieuw bedienen van hetzelfde recept: “wat spul dat ik heb geschreven, wat spul dat ik heb ontdekt en wat spul dat ik heb gestolen”. De opnamen vertoonden dan ook grote gelijkenis met die voor de debuutplaat. De plaat zou opnieuw ingeblikt worden tijdens twee sessies, op dinsdag 24 en woensdag 25 april 1962 in Studio A op de zevende verdieping van het Columbia hoofdkwartier in New York City, met John Hammond als producer. Het enige verschil was dat de zanger/gitarist deze keer ondersteund wordt door een bassist, William E. Lee.

 

De eerste sessie duurde, zoals gebruikelijk, drie uur: van 14:30 tot 17: 30. In die periode werden zeven countryblues en Guthrie-achtige nummers op band gezet. 

 

Hoewel ‘House of the Rising Sun’ al op zijn eerste album stond, begon Dylan de eerste sessie voor zijn volgende LP met een variante op het nummer: het traditionele ‘Going To New Orleans’. Eén van de beide takes van dit nummer is terug te vinden als track 10 op de Vigotone bootleg The Freewheelin’ Bob Dylan Outtakes.

 

Op die bootleg staat, als track 25, ook één van de drie volledige takes van het tweede nummer, ‘Sally Gal’, een zeer vrije variante op een compositie van Woody Guthrie. Het is meer een excuus om lekker tekeer te gaan op harmonica, dan een echte song. 

 

De eerste uitvoering van Dylan’s ‘Sally Gal’ is terug te vinden op de Oscar Brand radio show (Folk Song Festival, 29 oktober ‘61). Brand vroeg hem één van de kermisliedjes te zingen die hij had geleerd en Dylan kondigde het dan aan als eentje dat hij heeft "geleerd ... euh, geschreven." (terug te vinden op The Genuine Bootleg Series, Volume 3)

 

Daarna concentreerde Dylan zich op ‘Rambling Gambling Willie’, een eigen tekst op de traditionele melodie van ‘Brennan on the Moor’ van The Clancy Brothers. Het was het eerste in een lange rij van nummers die hij zou schrijven waarbij iemand die buiten de maatschappij staat werd bezongen. Take 4 werd uitgekozen als beste en werd officieel uitgebracht op The Bootleg Series 1- 3.

 

‘Corrina, Corrina’ is dan weer een variante op het nummer ‘Corrine, Corrina, Where you been so long?’ Het is een heel oud nummer dat door talloze muzikanten werd gebracht. Hoewel Blind Lemon Jefferson in april 1926 al een ‘Corrina Blues’ opnam voor Paramont Records, stamt de eerste echte versie van het nummer uit de laatste maanden van 1928. Bo Chatman en Charlie McCoy namen toen ‘Corrine, Corrina’ op voor Brunswick Records in New Orleans. En op 17 december van dat jaar namen diezelfde muzikanten, aangevuld met gitarist Walter Vincson als  the Jackson Blue Boys ‘Sweet Alberta’ op. Dat is hetzelfde nummer maar gezongen over een ander meisje.

Eén van Dylans twee volledige takes valt te beluisteren als track 2 op de Vigotone bootleg.

 

En dan volgt zijn allereerste protestsong: ‘The Death of Emmett Till’. De enige take die Dylan voor het nummer nodig heeft staat als track 2 op de Vigotone bootleg.

 freewheelin_bob_dylan_outtakes

Ook ‘Talking John Birch Paranoid Blues’ is een zelfgeschreven protestnummer. Van de drie pogingen was enkel de laatste volledig en ook deze staat op The Freewheelin’ Bob Dylan Outtakes (track 6). De bassist had blijkbaar even een pauze, want hij is niet te horen op deze opname.

 

De sessie werd afgerond met twee takes van ‘(I Heard That) Lonesome Whistle’, een nummer van Hank Williams, geschreven met Jimmie Davis. De beste daarvan staat als track 5 op de Vigotone bootleg.

 

De volgende dag stond het hele clubje terug om 14:30 in de studio, om er nog eens acht nummers op band te zetten. De bassist was er echter niet meer bij.

 

Het eerste nummer dat werd aangepakt is het populaire ‘Rocks And Gravel (Solid Road)’ dat ook door andere folkzangers als Harry Bellafonte en Ian and Sylvia werd opgenomen in ’62. Dylan had drie takes nodig, waarvan alleen de laatste volledig is. Die staat dan ook, als track 9 op de bootleg.

 

Dan volgde de eigen compositie ‘Let Me Die In My Footsteps’. De enige take wordt uitgebracht op The Bootleg Series 1-3. Daarbij is echter één strofe weggeknipt. De volledige versie is terug te vinden als track 11 op de Vigotone bootleg.

 

En ook de enige take van ‘Talking Havah Negeilah Blues’ staat op The Bootleg Series 1- 3. "Here's a foreign song I learned out in Utah," kondigt hij aan. En terwijl hij achteloos de snaren van zijn gitaar aanslaat, gaat hij toonloos voort: "Ha! Va! Ha-va! Ha-va-na! Havah Nagilah. Yodeleihoo!" Een duidelijke parodie op de Hebreewse folk songs gebracht door folkzangers als Theodore Bikel en The Weavers als onderdeel van hun vaag linkse ethnische repertoire.

 

Daarna werd teruggekeerd naar ‘Sally Gal’. Dylan nam nog eens twee takes op, waarvan de eerste, take 4, terug te vinden is op The Freewheelin’ Outtakes als track 14.

 

Vervolgens werd ‘Baby, Please Don't Go’ van Big Joe Williams aangepakt. Drie takes waarvan de middelste afgebroken werd. Eén van de andere is de openingstrack van de bootleg.

 

En ook ‘Milk Cow's Calf's Blues’ is een echt bluesnummer. Dylan zingt het echter alsof hij gelijktijdig Elvis Prseley en de auteur Kokomo Arnold wil imiteren. Na twee valse starts volgde een volledige versie. Die prijkt als track 7 op de bootleg.

 

Twee takes van  de traditional ‘Wichita (Going To Louisiana)’ worden gescheiden door drie takes van ‘Talking Bear Mountain Picnic Massacre Blues’. De enige volledige versie van deze talking blues, take 3  wordt uitgebracht op The Bootleg Series 1-3.
Beide versies van ‘Wichita’ staan op de bootleg The Freewheelin’ Outtakes, respectievelijk als tracks 22 en 13.

Hij had dat nummer begin maart ook al eens opgenomen, maar dan als begeleider van Victoria Spivey. Samen met gitarist Big Joe Williams  hadden hij toen de 55-jarige zwarte zangeres begeleid op vier songs voor haar album Three Kings And A Queen. 

Om de sessie af te sluiten probeerde Dylan ‘Milk Cow's Calf's Blues’ nog eens op band te zetten – take 4.  Deze keer voegt hij een strofe van Leadbelly’s ‘Good Morning Blues’ toe. Deze opname staat ook op de Vigotone bootleg, als track 21.

 

Merkwaardig genoeg is ‘Blowin’ In The Wind’ niet aan bod gekomen tijdens deze twee dagen van opnamen. Dylan had het nummer nochtans al klaar, want Pete Seeger speelde het de dag voor de eerste sessie, in Gerde's Folk City, nadat Bob hem de akkoorden had geleerd, vlak voor het optreden. Bob had het nummer in enkele minuten gecomponeerd, in een café tegenover de Gaslight. De melodie leek griezelig veel op die van de negerspiritual ‘No More Auction Block’. Het lenen van melodieën en zelfs teksten maakte echter deel uit van de folktraditie en was dus volstrekt acceptabel. De kritiek op de retorische tekst was hardnekkiger. De indringende vragen, leken geen verband met elkaar te houden en werden dan nog enkel beantwoordt met de dooddoener dat het antwoord “in de lucht hing”.

De verklaring over het ontbreken tijdens deze sessies ligt misschien in het feit dat Dylan zelf ook zijn twijfels had over het nummer. “ I was nooit tevreden over ‘Blowin’ In The Wind’. Ik schreef dat in 10 minuutjes.”  Albert Grossman dacht daar anders over. Hij was een 35-jarige zakenman die begrepen had dat er als manager geld te rapen viel in de muziekbusiness. Hij zag wel wat in de composities van Bob Dylan. Voor een bescheiden bedrag in contanten en het gebruik van een ruimte in zijn New Yorkse kantoor, nam hij de jonge zanger over diens manager Roy Silver. Het was de beste transactie uit Grossmans leven. In ruil voor 10 000 dollar en een kantoortje, legde hij een klant vast die hem multimiljonair zou maken. Grossman had een medogenloos gevoel voor zaken en een wereldwijsheid die die jongen niet bezat. Samen vormden de artiest en de manager een machtige combinatie.  bobsuzeglassesOok Dylan’s vriendinnetje Suze kreeg een kans om zich te ontwikkelen. Haar moeder stelde haar voor om enkele maanden aan de universiteit van Perugia te gaan studeren. Als schilder was dat een unieke kans om in Italië kennis te gaan maken met de grote werken uit de Renaissance. Bob wilde niet dat Suze zou vertrekken, maar op 8 juni stapte ze op de boot naar Europa. Ze grijpt de kans ook aan om onder zijn verstikkende greep uit te komen. "Er is iets wat ik in hem zie, waar ik niet van hou: negatief, pessimistisch. Maar van de andere kant is hij ook levendig, zozeer zelfs dat het angstaanjagend wordt. En dan heeft hij ook nog een grappige kant. Daarom moest ik van hem weg." Bob bleef achter, machteloos en wanhopig. Hij schreef brieven, telefoneerde en kreeg steeds meer het gevoel dat Suze weinig zin had om met hem te praten.  Als reactie op haar vertrek componeerde Bob ‘Tomorrow Is A Long Time’. Ziek van liefde kon hij niet slapen zonder haar hart naast zich te horen slaan. Hij kon zijn mond niet opendoen zonder zijn ellende uit te schreeuwen. De pracht van de natuur deed hem niets en voor hem strekte zich een eindeloze snelweg van eenzaamheid uit.  Dat nummer was veel rijper dan het andere werk dat hij tot nu toe had geschreven. Hij was omgetoverd in een groot songschrijver. Nu de metamorfose voltooid was, vil hij niet meer te stoppen. Hij begon overal en altijd te schrijven.   Aan het einde van de maand reisde hij naar Montreal, waar hij enkele dagen optrad in The Potpourri. Een optreden van bijna een uur, opgenomen op 2 juli in de Finjan Club in Montreal circuleert als de Cananda Party Tape. De elf nummers zijn een mengeling van bluescovers en enkele eigen nummers. Uit de hele tape spreekt vooral de grote indruk die Robert Johnson  op hem gemaakt had. Einde 1961 was The King Of The Delta Blues Singers uitgebracht door Columbia.  Ongetwijfeld had Hammond hem daarvan een exemplaar bezorgd. De afwezigheid van Suze en alle woede en verlangens die dat bij de jonge zanger oproepen vond hij terug in dat soort muziek. Met zoveel emoties is het niet verwonderlijk dat Dylan er over dacht zijn tweede LP Bob Dylan’s Blues te noemen. Inmiddels had hij ook afstand genomen van zijn eerste album. In een interview met Edwin Miller voor het blad Seventeen, melde hij: “dat is niet waar ik voor sta.". Weer terug in New York, trokken, na een onderbreking van iets meer dan een maand, Bob Dylan en John Hammond op maandag 9 juli, voor een derde keer de studio in, om nog eens zeven nummers op te nemen voor die tweede plaat. De toon werd meteen bij aanvang gezet: ‘Baby, I'm In The Mood For You’. Na een valse start volgen twee volledige versies. Take 3verschijnt jaren later op Biograph. Take 2, of take 4, later in de sessie opgenomen, staat als track 24 op de bootleg The Freewheelin’ Outtakes. Het “titelnummer” ‘Bob Dylan's Blues’ staat er in één keer op. Dan volgen drie takes van ‘Blowin' In The Wind’ en één van ‘Quit Your Low Down Ways‘. Dat laatste nummer , waarin hij de afvallige vrouw terechtwijst, wordt pas in 1991 uitgebracht op The Bootleg Series (Rare & Unreleased) 1961-1991. De bluesnummers ‘Honey, Just Allow Me One More Chance’ en ‘Down The Highway’ zitten meteen goed. Terwijl dat laatste een bewerking is van Robert Johnsons ‘Crossroad Blues’ is, zijn voor het zowel de titel als het thema ontleend aan Henry Thomas, gelijknamige nummer, zodat Dylan er later toe gedwongen wordt zijn auteursschap te delen.  Dylan leeft zich helemaal in in zijn rol als blueszanger, op ‘Worried Blues’. Voor deze cover van Hally Wood heeft hij twee takes nodig. De beste daarvan, take 2, blijft ook liggen tot The Bootleg Series (Rare & Unreleased) 1961-1991. De sessie wordt afgerond met enkele hernemingen: take 4 van ‘Baby, I'm In The Mood For You’ en takes 2 en 3 van ‘Bob Dylan's Blues’.  Van deze derde sessie worden vier nummers geselecteerd voor de LP: ‘Blowin' In The Wind’, ‘Bob Dylan's Blues’, ‘Honey, Just Allow Me One More Chance’ en ‘Down The Highway’. Drie daarvan zijn eerste takes!Uit zowat elk nummer blijkt dat hij er stilaan in slaagt om zijn bronnen te overstijgen. Veel meer dan vroeger ontleent hij aan de blues de vorm en enkele beelden, waarmee hij dan zijn eigen gedachten tot uitdrukking kan brengen.  Vier dagen na deze sessie, tekent Bob Dylan een contract met de muziek uitgeverij M. Witmark & Sons. Grossman had korte tijd daarvoor van de uitgeverij een fonds van 100 000 dollar gekregen om liedjesschrijvers mee aan te trekken. Hij besloot een deel van dat geld te gebruiken om Bob van Duchess Music naar witmark over te hevelen. Grossman gaf Dylan daarvan 1 000 dollar en raadde hem aan daarmee het voorschot terug te betalen dat hij van Duchess had gekregen. Bob deed wat hem gezegd was en werd geheel naar wens verlost van zijn contract. Daarna tekende hij bij M. Witmark & Sons – in feite voor niets – en kwam vanaf dat moment naar hun pad aan Madison Avenue om er demo’s op te nemen van zijn nieuwe nummers.  Op 30 juli werd het auteursrecht voor ‘Blowin' In The Wind’, de song die de hoeksteen was van Bobs carrière en de katalysator van de singer-songwriter-revolutie, vastgelegd bij M. Witmark & Sons. Diezelfde dag ondertekende Grossman een geheime overeenkomst: Witmark garandeerde Grossman 50% van alle inkomsten die iedere songwriter die door Grossman bij hun firma was aangebracht.  Enkele dagen later, op 2 augustus, liet Robert Allen Zimmerman, op aanraden van Grossman, bij het Hooggerechtshof in New York, zijn naam officieel veranderen in Robert Dylan. Nu de opnamen achter de rug zijn en het contract met Wittmark getekend, kan Dylan met een gerust gemoed nog eens een bezoekje gaan brengen aan Minneapolis. Hij hoopt dat de vertrouwde omgeving, de vrienden en zijn familie hem Suze even kunnen doen vergeten.  Op 11 augustus werd daar door Tony Glover een optreden van een half uurtje opgenomen, de zogeheten Minnesota Home Tape. Dat optreden vond plaats op een privé feestje in het huis Dave Whitaker.Voor één van de nummers vertelt hij: “Mijn meisje is nu in Europa. Ze is er met de boot naartoe gevaren. Ze zal terugzijn tegen de eerste september en tot dan, keer ik niet terug naar huis.” Vanuit Minneapolis belde hij Dave Van Ronk een keer midden in de nacht op, huilend en jammerend dat hij Suze terugwilde.  Wanneer hij  echter terug keerde naar New York vond hij daar bericht van Suze dat ze besloten had voor onbepaalde tijd in Italië te blijven.  De ontreddering zette Bob aan tot een sprong in de ontwikkeling van zijn schrijverschap met als resultaat één van zijn beste songs over relaties: ‘Don’t Think Twice, It’s Alright’. Het was te dubbelzinnig om een eenvoudig liefdesliedje genoemd te worden. Het was tegelijkertijd een verlangen naar en een afwijzing van het voorwerp van zijn genegenheid. Hij gaf zijn geliefde alles, zelfs zijn hart, maar ze verlangde zijn ziel. Het was verspilling van zijn kostbare tijd, maar ze hoefde zich niet te bedenken, het was in orde.  Nauwelijks terug in New York, tekenden Dylan en Grossman, op 30 augustus, een managemenstovereenkomst. Grossman werd daardoor voor vier jaar Bobs exclusieve manager, met een optie om het contract met drie jaar te verlengen. De exclusiviteit was echter eenzijdig: Bob was voor 100% cliënt van Grossman, maar die kon ook andere acts onder zijn beheer nemen. Grossman had recht op een basishonorarium van 20% van Bobs inkomen, maar daarbovenop kreeg hij nog eens 25% van de bruto omzet uit de platenverkoop. Dat was meer dan het dubbel van wat gebruikelijk was.  Terwijl Dylan zich wentelde in zijn verdriet, rolde Amerika, in de zomer van 1962, een periode in van enorme opschudding en maatschappelijke veranderingen. Martin Luther King werd gevangen gezet in Albany, Georgia, terwijl de strijd voor burgerrechten in kracht toenam. In september werden er Russische raketten ontdekt op het communistisch geregeerde eiland Cuba, op schootsafstand van de VS. Een derde wereldoorlog leek slechts een kwestie van dagen of weken.  Bob was op een leeftijd waarop hij voor militaire dienst kon worden opgeroepen en de paniek was voelbaar. Als eractie typte hij “een lied van wanhoop… een lied van verschrikking”: ‘A Hard Rain’s Gonna Fall’. De strofen vulden zich met de angst van de schrijver. “Ik schreef het ten tijde van de Cubaanse crisis. Ik was in Bleecher Street in New York. We hingen daar wat rond, rond middernacht – mensen vroegen zich af of het einde der tijden naderde. Ik ook trouwens. Iedereen vroeg zich af of we de middag van de volgende dag zouden halen. … Het nummer werd geboren uit wanhoop. Wat konden we doen? Konden we de mannen tegenhouden die ons zouden wegvegen? De woorden kwamen snel, zeer snel. Het was een lied vol terreur. Regel na regel na regel, trachtend dat gevoel van leegte te vatten.“Voor het rijmpatroon en de melodie baseerde hij zich op de Kinderballade ‘Lord Randall’. Toen het lied af was, rukte hij het papier uit de typmachine en rende naar de Gaslight om het te vertolken. Het was meteen een sensatie. Bob was de artiest die de tijdsgeest in een lied had weten te vangen. Andere zangers vroegen meteen de akkoorden om het zelf ook te kunnen verspreiden.  Kort na de rakettencrisis brachten Dave en Gretel Whitaker een bezoek aan New York. In de middag van 22 september ontmoetten ze Bob in de Village. Het was bewolkt, maar Bob droeg een zonnebril. “Bobby, waarom heb je je zonnebril op?” vroeg Gretel.
”Dan wordt ik niet herkend.” antwoordde hij.

Gretel dacht dat hij gek geworden was. Ze kochten broodjes en gingen naar Bobs flat. Onder het eten vertelde hij zijn vrienden dat hij die avond op zou treden in Carnegie Hall. Het was de jaarlijkse hootenanny van Sign Out!, georganiseerd door Pete Seeger. Bob zei dat het uitverkocht was, maar dat hij wel pasjes kon regelen.

De Whitakers gingen naar het concert en amuseerden zich tijdens de verschillende optredens. Wanneer Pete Seeger Bob Dylan aankondigde waren ze verbaasd over de verandering die hij heeft ondergaan. “Hij liep het podium op en werd enorm toegejuicht. Een enorm gejuich!” De verafgoding was begonnen.Hoewel alle anderen slechts tien minuten mogen optreden, bestaat Dylan’s set uit vijf nummers. ‘Sally Gal’ en ‘Highway 51’ dienen als opwarmers, maar dan volgen ‘Talking John Birch Paranoid Blues’, het debuut van ‘Ballad Of Hollis Brown’ en als slotstuk, ‘A Hard Rain's A-Gonna Fall’. Een ander optreden, een "Travelin' Hootenanny" show, op 5 oktober in de Town Hall, waarbij Dylan als hoofact optreedt, wordt enthousiast besproken door de criticus Robert Shelton. Hoe Dylan in deze periode klinkt, kan het best worden beluisterd op de Gaslight Tapes. Van deze mono opname worden een aantal nummers officieel uitgebracht: ‘No More Auction Block’ staat in 1991 op The Bootleg Series, 1961-1991 en ‘Handsome Molly’ verschijnt, tien jaar later, op de exclusief voor de Japan gemaakte cd Bob Dylan Live – 1961 – 2001. Bobs foto stond op het omslag van het herfstnummer van Sing Out!, het belangrijkste tijdschrift van de folkmuziek. Hij zag eruit als James Dean, trekkend aan een sigaret. In het nummer stond de tekst van, ‘Blowin’ In The Wind’ afgedrukt. In weerwil van zijn zelfbewuste gedrag van de laatste maanden, was Bob in het interview met Gil Turner opmerkelijk bescheiden waaar het zijn nieuwe nummers betrof. “Die liedjes zijn er. Ze bestaan al en wachten erop tot iemand ze opschrijft. Ik heb ze alleen maar opgeschreven. Als ik het niet had gedaan, had iemand anders het wel gedaan.”  Turner merkt droogjes op dat Dylan “de melodie meestal heeft geleend of aangepast van iets dat hij ergens heeft gehoord, meestal een traditioneel nummer.” Zodra Albert Grossman Bobs manager werd, begon hij een uitputtingsoorlog tegen Columbia Records. Hij zou Dylan veel liever bij Warner Brothers onderbrengen, waar ook zijn andere artiesten Odetta en Peter, Paul and Mary een contract hadden. Maar vooral wilde hij hem onder de invloed van Hammond uit halen. Dus was zijn eerste klacht dat Columbia niet genoeg haar best deed om zijn artiest aan de man te brengen. Deels om die reden vroeg hij advocaat David Braun Columbia een ongeldigheidsverklaring te sturen: Bob was nog geen 21 jaar toen hij het contract tekende. Grossman wilde onderhandelen.John Hammond was woest omdat zijn beschermeling hem zo te schande maakte. Hij riep Bob bij zich op zijn kantoor en haalde hem over – nu hij volwassen was – een herbevestiging te tekenen waarin onderstreept werd dat het originele contract van kracht bleef. Dat maakte Grossman en Braun weer kwaad. “Ik vond het een schending van de ethische regels aangezien meneer Dylan door een advocaat werd vertegenwoordigd toen de ongeldigheidsverklaring werd ingestuurd, maar men geen contact met ons opnam toen de herbevestiging werd getekend,” aldus Braun. Het gesteggel met Columbia had wel het nodige effect: “Vanaf dat moment veranderde hun houding ten opzichte van Bob en begonnen ze reclame te maken voor zijn platen,” aldus Brown.  Dylan was helemaal te vinden voor een voorstel van Hammond: een single uit brengen, en waarom dan niet een bluesnummer, met begeleiding van een stevige band. Enthousiast trok Bob Dylan op vrijdag 26 oktober voor het eerst met een band de studio in. Pianist Dick Wellstood, gitaristen Bruce Langhorne en Howie Collins, bassist Leonard Gaskin en drummer Herb Lovelle hielpen hem om stomende versies van drie nummers op band te zetten. Als eerste vatten ze ‘Corrina Corrina’ nog eens bij de kraag. Van de zes takes raakten slechts de helft tot aan het einde. Take 4 is de beste en deze werd gekozen voor de single (en staat ook op The Freewheelin' Bob Dylan Outtakes, als track 20).Een andere kandidaat voor de b-kant was het van Elvis Presley bekende ‘That's All Right Mama’. De a-kant zou beslist gaan naar het zelfgeschreven ‘Mixed-Up Confusion’. Daarvan werden vier takes geprobeerd, voor en na vijf takes van het nummer van Arthur Crudup. Take 1 daarvan staat als track 8 op The Freewheelin' Bob Dylan Outtakes. Van ‘Mixed-Up Confusion’ zijn daarop twee versies te vinden: tracks 16 en 19.

Na drie uur werd de sessies afgesloten met nog een laatste ‘Corrina Corrina’. Bij deze versie had Dylan een hele strofe van Robert Johnsons ‘Stones In My Passway’ ingelast. Deze opname werd later uitgekozen om te worden uitgebracht op de LP The Freewheelin’ Bob Dylan.

 Donderdag 1 november stond hij terug in de studio, met de band. Met tweede gitarist George Barnes in plaats van Howie Collins werden nog eens zes takes geprobeerd van ‘Mixed-Up Confusion’.  De enige take van ‘That's All Right Mama’ is als track 18 terug te vinden op de Vigotone bootleg. Een tenslotte volgen nog twee takes van ‘Rocks And Gravel’. De eerste daarvan wordt weerhouden voor The Freewheelin' Bob Dylan (en staat ook als track 17 op de bootleg).  Grossman besloot zich van Hammond te ontdoen. Groter verschil dan tussen die twee leek niet mogelijk. Hammond was een keurige blanke, esthetisch aangelegde Amerikaan die tijdens opnamesessies met zijn benen op tafel heel ontspannen The New Yorker zat te lezen; Grossman een joodse ondernemer met een duister verleden die sjoemelde om miljonair te worden. Maar het zou niet eenvoudig zijn om  van Hammond af te raken. Bij Columbia was hij een levende legende en hij was getrouwd met de zus van de voorzitter van de raad van bestuur. Dus besloot Grossman het leven van de producer zo zuur te maken dat hij wel moest vertrekken.  John Hammond vertelt: “Terwijl we zijn tweede plaat aan het opnemen waren, kwam hij naar me toe en vroeg me of ik Albert Grossman kende. Hij vertelde dat Grossman hem wilde onder contract nemen en wat ik dacht. Ik zei dat we samen in de raad van beheer gezeten hadden van het Newport festival en dat ik dacht dat we wel zouden kunnen samenwerken. Ik merkte later dat dat niet kon…. Grossman’s eerste voorstel was om Dylan te koppelen aan een Dixieland band!”  Dat gebeurde tijdens de derde sessie met de band, op woensdag 14 november. Ze hadden die dag al een vijftiental  15 takes van ‘Mixed Up Confusion’ opgenomen, toen Grossman met zijn voorstel op de proppen kwam.  Naar verluidt, raakte Bob zo gefrustreerd dat hij wegliep. Gelukkig stonden er op dat moment al enkele geslaagde pogingen op band: take 10 wordt later uitgebracht op Biograph en take 13 wordt geselecteerd voor de single.  Uiteindelijk wordt de band bedankt en blijft enkel Bruce Langhorne nog enkele akoestische nummers op te nemen.Dylan keerde terug om het prachtige ‘Don't Think Twice, It's All Right’ in één keer op te nemen. Het uitstekende gitaarspel is niet van Dylan, maar van Langhorne. Die is ook te horen op ‘Ballad Of Hollis Brown’ (track 12 op de bootleg) en de traditional ‘Kingsport Town’ (op The Bootleg Series 1-3). Beide nummers hadden elk twee pogingen nodig, nadat de eerste telkens afgebroken werd. Tenslotte werd nog een laatste bluesnummer ‘Whatcha Gonna Do’  (track 23 op de bootleg) opgenomen, ook met beide gitaristen samen. Toch vond er op donderdag 6 december nog een zevende en laatste sessie met Hammond plaats. Er werd teruggekeerd naar het akoestische formaat van de eerste opnamen. Die sessie verliep heel wat vlotter: op een uurtje tijd werden vijf nummers opgenomen. Als eerste werd ‘Hero Blues’ opgenomen, in één take. Dat geldt ook voor een akoestische versie van  ‘Whatcha Gonna Do’ die terug te vinden is als track 15 van The Freewheelin’ Bob Dylan Outtakes.En ook ‘Oxford Town’ stond er in één keer op. Aan het eind merkte Hammond verbaasd op: “Zeg me niet dat het gedaan is!”Aan ‘I Shall Be Free’ was meer werk: vijf takes, waarvan enkel de tweede en de laatste het einde halen. Take 2 wordt als beste aangeduid. Dan worden nog eens drie takes van ‘Hero Blues’ geprobeerd, waarna de sessie wordt afgesloten met ‘A Hard Rain's A-Gonna Fall’ dat er in één keer opstaat. Een hele prestatie – ook als peelt hij het nummer ondertussen al enkele maanden. Waarcshijnlijk tijdens deze sessie kwam het tot een serieuze aanvaring tussen John Hammond en John Court, Grossmans partner. Court verwijt Hammond dat hij gewoon de banden laat lopen en geen aanwijzingen geeft. Hammond verliest ten slotte zijn geduld en stuurt hem de studio uit. Naast zijn opnamen voor Columbia, nam Dylan in de laatste maanden van 1962 ook nog zes nummers op in het kantoor van Broadside, zodat die de teksten konden publiceren in hun blaadje: I'd Hate To Be You On That Dreadful Day’, ‘Oxford Town’, ‘Paths Of Victory’, ‘Walkin' Down The Line’ en ‘Playboys And Playgirls’. Practisch allemaal protestsongs, waarvan de meesten nooit door hem zouden worden opgenomen voor Columbia. De demo van ‘Tomorrow Is A Long Time’ wordt later uitgebracht op The Genuine Bootleg Series, Vol. 1En ook voor Witmark neemt hij een achttal demo’s op. Het geeft aan in welk tempo de nummers uit zijn pen vloeiden.   Op 14 december werd de sprankelende opname van ‘Mixed Up Confusion’ uitgebracht als Bobs eerste single. Het klonk als een nummer van Elvis Presley – en flopte. COL. 4-42656’Mixed Up Confusion’/Corrina Corrina’ werd al snel terug ingetrokken door CBS. Nu de opnamen klaar waren, Suze in Italië en de Kerstvakantie voor de deur, greep Bob een uitnodiging aan om alles achter zich te laten en naar Engeland te vliegen voor een rol in een toneelstuk dat op de Britse televisie zou komen. Dit onwaarschijnlijke idee was opgekomen bij de Britse regisseur Philip Saville toen hij Bob had zien optreden in Greenwich Village.  Hij vond dat Bob geknipt was voor de van anarchistische student in Madhouse On Caste Street. Dylan zag er een uitstekende gelegenheid in om uit eerste hand kennis te maken met de oorsprong van de folk muziek.  Hij vertrok dan ook al op de 18de , om zo veel tijd te kunnen doorbrengen in de Londense folkclubs als de Troubadour, de King and Queen en de Singer’s Club. Daar trad hij op 22 december op. De oudere artiesten daar waren Ewan MacColl (auteur van ‘Dirty Old Town’ en ‘The First Time Ever I See Your Face’) en zijn vrouw Peggy Seeger (halfzuster van Pete). Het waren allebei erg principiële traditionalisten die Bob weinig vriendelijk ontvingen.  Bob knoopte een vriendelijker contact aan met folkzanger Martin Carthy, van wie hij Engelse tradionals als ‘Scarborough Fair’ en ‘Lady Franklin’s Lament’ leerde. Wanneer zijn geld opraakt mag hij bij de Carthy’s thuis slapen. Via Martin Carthy maakt hij ook kennis met andere zangers als Bob Davenport en Nigel Denver. Die leert hem Domonic Behan’s ‘The Patriot Game’ dat Dylan verwerkt tot ‘With God On Our Side’. Bob houdt zijn oren goed open en neemt al die melodieën in zich op als een spons.Doordat hij zijn zelf gschreven nummers wil spelen in de clubs waar enkel de originele folksongs worden geduld, komt hij al snel in aanvaring met traditionalisten als Ewan MacColl en Nigel Denver. Wanneer hij Kirsty MacColl, zo’n 23 jaar later ontmoet weet hij het nog altijd: "Jouw vader vond me maar niks."  Op de voorlaatste dag van het jaar gaan de opnamen voor het BBC stuk van start. "We merkten al snel dat hij zijn tekst niet kon onthouden. Hij wou zijn tekst zelf  verzinnen" herinnert Philip Saville zich. Bovendien was hij erg slordig in zijn afspraken, kwam te laat voor repetities en muisde er regelmatig van onder om wat te gaan roken. Ten slotte moest een andere acteur worden ingehuurd om de lange anarchistische toespraken af te steken en werd Bobs rol ingekort tot het zingen van enkele nummers.  De opnamen worden de vierde januari afgerond, waarna Bob naar Rome vloog om er Grossman op te zoeken die er met Odetta op tournee was. Maar eigenlijk was het Suze die hij zocht. Ironisch genoeg was die de 13de december terug op de boot gestapt om vijf dagen later voet aan wal te zetten in New York. Net op het moment dat Dylan de andere kant uit vloog.  Tijdens zijn verblijf in Rome schreef hij twee van zijn mooiste liefdesliedjes, waarbij hij voor beide nummers vrijelijk gebruik van de melodie van ‘Scarborough Fair’. ‘Boots Of Spanish Leather’ ging duidelijk over Suze, maar het onderwerp van ‘Girl Of The North Country’ was een mengeling van alle verloren liefjes waarnaar hij terug verlangde: zowel Suze, als Echo Hellstrom en Bonnie Beecher. Want hoewel Bob Suze beslist miste, had hij andere flirts niet afgezworen. Hij was een romanticus, gek op vrouwen. Vrouwen, van hun kant, vonden hem erg charmant, waardoor hij een onverbeterlijke versierder werd.  Bob vloog op 12 januari terug naar Londen en nam twee dagen later deel aan een dronken sessie met zijn vrienden Eric von Schmidt en Richard Farina, die in de kelder van een platenwinkel aan Charing Cross Road een plaat opnamen. Bob dook op met een tas vol flessen Guinness. Later op die avond was hij in de Troubadour zo dronken dat hij bijna van het podium viel.  

De zestiende vliegt hij terug naar New York, waar hij eindelijk terug wordt herenigd met Suze. Hij slaagt er zelfs in haar te overtuigen terug het appartement te delen met hem, hoewel ze zelf eerder een LAT-relatie verkoos.

Ze merkte al snel dat ze terug in de benauwde relatie terecht kwam die ze meer dan een halfjaar lang ontvlucht was. “Toen ik uit Italië  terugkwam, was ik omringd door allemaal mensen die ik niet kende, maar die wel in mijn privéleven binnendrongen.” 

 Ondanks haar vrees om door Bobs roem te worden verstikt, ging Suze ermee akkoord met hem te poseren voor de hoes van Freewheelin’. Het beeld van Suze die zich tegen Bobs schouder aanvleit terwijl ze in het late licht van een winterse namiddag over de besneeuwde straatstenen van Greenwich Village ploeterden, werd een van de meest gedenkwaardige hoezen van de jaren zestig. “Misschien zou niemand ooit hebben begrepen waar die nummers over gaan als die hoes (van Don Hunstein) er niet omheen gezeten had,” vertelt ze. “Weet je, het verhaal zit in de liedjes. Ieder nummer dat hij ooit over mij heeft geschreven. Het zit er allemaal in.” Om terug op een goed blaadje te komen bij Suze begon hij weer protestsongs te schrijven. Zo werd ‘Nottamun Town’, dat hij in Londen had geleerd, bewerkt tot ‘Masters Of War’. Het maakte grote indruk, toen hij het voor het eerst speelde, de maandag na zijn terugkeer, in zijn thuisbasis: in Gerde's Folk City.  broadside ballads

Enkele dagen later neemt hij dat nummer ook op voor Broadside. Twee andere protestnummers, ‘Only A Hobo’ en ‘John Brown’ worden door het tijdschrift uitgebracht op de plaat Broadside Ballads. Op deze Folkways LP, uitgebracht in de zomer van 1963, staan ook ‘Talkin’ Devil’ en Happy Traum’s versie van ‘Let Me Die In My Footsteps’ met Dylan als backing zanger.

Op 8 februari wordt de zogenaamde "Banjo Tape" opgenomen in de kelder van Gerde's Folk City. Bob Dylan wordt daarop begeleid door Happy Traum (op banjo). Van de twaalf songs worden er later drie uitgebracht op één van de eerste bootlegs, A Rare Batch Of Little White Wonder: ‘Farewell‘, ‘All Over You‘ en  een cover van ‘Keep Your Hands Off Her van Huddie "Leadbelly" Leadbetter. Ter promotie voor de op handen zijnde plaat geeft Dylan in februari een interview aan Nat Hentoff voor Playboy. Als wederdienst schrijft die de liner notes voor de achterzijde van de LP.  Van de in maart, in de kantoren van Witmark Music opgenomen demo’s, wordt ‘Walkin' Down The Line’ uitgebracht op The Bootleg Series, 1961-1991, terwijl ‘Farewell’ en ‘Long Time Gone’ te horen zijn op The Genuine Bootleg Series. En ook in april nam hij weer een viertal demo’s op voor  Witmark: ‘I Shall Be Free’, ‘Bob Dylan's Blues’, ‘Bob Dylan's Dream’ en ‘Boots Of Spanish Leather’. Op 12 april 1963 vond Dylans eerste belangrijke soloconcert plaats in de Town Hall in New York. Hoewel de 900 plaatsen niet uitverkocht waren, was het optreden een groot succes. Zeker voor iemand van wie de doorbraak LP nog moest uitkomen, het debuut was gezonken als een baksteen en die achttien maanden eerder nog geen vijftig man bij elkaar kreeg voor een Carnegie Hall Recital. Opvallend is dat vrijwel alle nummers eigen composities zijn en dat slechts een handvol daarvan zouden verschijnen op zijn op handen zijnde plaat. Een van die nieuwe is ‘With God On Our Side’. Zoals altijd tegendraads, brengt hij geen enkel nummer van zijn eerste plaat, laat ‘Blowin’ In The Wind’ achterwege  en sluit af met een lang gedicht, ‘Last Thoughts On Woody Guthrie’. Het was een eerbetoon aan zijn held, maar ook een symbolisch afscheid  slot van het hoofdstuk uit zijn leven waarin Guthrie zijn gedachten beheerst had.

Zijn zelfvertrouwen, dat er al sinds zijn optredens met schoolbandjes was geweest, ging nu gepaard met een volwassen podiumact en een goede eigen songs. Het was opeens reuze opwindend om hem zo op het podium te zien staan.  

 

bobdylaninconcert
 Het concert werd door Columbia opgenomen voor een mogelijke live-LP, mocht Dylan wat om materiaal verlegen zitten. De live plaat werd onder de titel, Bob Dylan In Concert voorbereid voor Kerstmis 1964.  De acetate bevat een mengeling van opnamen van het Town Hall concert (*) met latere opnamen van het concert in Carnegie Hall, op 26 oktober 26 1963 

  • Last Thoughts On Woody Guthrie *
  • Lay Down Your Weary Tune
  • Dusty Old Fairgrounds *
  • John Brown *
  • When the Ship Comes In
  • Who Killed Davey Moore?
  • Percy's Song
  • Bob Dylan's New Orleans Rag *
  • Seven Curses

Al verschenen er wel enkele uittreksels op compilaties: ‘Tomorrow Is A Long Time’ prijkt in 1972 op Greatest Hits Vol. 2. Deze versie was ongetwijfeld het hoogtepunt van het optreden. Vlak voor hij op moest had hij een stevig ruzie met Suze en hij bracht het tedere liefdeslied dan ook als een verontschuldiging voor haar.
 Verder verschenen ‘Who Killed Davey Moore?’ en  het lange gedicht ‘Last Thoughts On Woody Guthrie’ op The Bootleg Series Volumes 1-3 en het nog steeds officieel onuitgegeven ‘Hiding Too Long’ is terug te vinden op The Genuine Bootleg Series, Vol. 1. Het concert kreeg veel aandacht in de plaatselijke pers, met verslagen in Billboard, Variety en de New York Times.   Ondertussen waren, begin april, de eerste promotie exemplaren van The Freewheelin' Bob Dylan verstuurd naar radiozenders en recensenten aan de Oostkust.
  • Blowin’ In The Wind
  • Rocks And Gravel
  • Let Me Die In My Footsteps
  • Down the Highway
  • Bob Dylan’s Blues
  • A Hard Rain’s Gonna Fall
  • Gamblin’ Willie’s Dead Man’s Hand
  • Oxford Town
  • Corrina, Corrina
  • Talking John Birch Blues
  • Honey, Just Allow Me One More Chance
  • I Shall Be Free
  • Don’t Think Twice, It’s Alright
Maar de advocaten van Columbia maakten bezwaar. Ze vreesden de John Birch Society voor het hoofd te stoten en eisten dat het nummer van de plaat werd gehaald. Het was Clive Davis, het hoofd van de platenmaatschappij zelf die het nieuws aan Dylan moest uitleggen. John Hammond was daar bij aanwezig. Dylan was woest: “Wat stelt dit voor? Wat bedoel je: de plaat kan niet uitkomen met dat nummer?” Dylan greep de gelegenheid echter aan om de selectie te versterken door enkele recente nummers op te nemen, in plaats van de nummers uit de eerste sessies, die inmiddels een jaar oud waren. Op 24 april 1963 trok hij daarom opnieuw de studio in om vijf nieuwe nummers op te nemen.  Grossman had inmiddels zijn slag thuisgehaald. Hoewel John Hammond officieel nog stond aangegeven als producer, was het in feite Tom Wilson, een 32 jarige zwarte jazz specialist die de leiding had. “Grossman haatte mijn vader,” aldus John Hammond Jr. “Misschien omdat mijn vader niet om het grote geld gaf. En Albert deed alles voor het grote geld.” De aanpassing gaf Dylan de kans te tonen dat hij alle thema’s van de folkmuziek meester was: de herinnering aan een verloren liefde (‘Girl From The North Country’), het verlangen naar het verleden (‘Bob Dylan’s Dream’) of het aan de kaak stellen van de machtigen (‘Masters Of  War’). Zowel ‘Girl From The North Country’ als ‘Masters Of War’ hadden elk zes takes nodig, waarvan de meetsen niet verder raakten dan een valse start. Daartussen werden drie takes van ‘Walls Of Red Wing’ (dat op The Bootleg Series (Rare & Unreleased) 1961-1991 terecht kwam en ‘Bob Dylan’s Dream’ opgenomen.Helemaal centraal in de drie uur durende sessie, stond ‘Talking World War III Blues’, zijn laatste talking blues. Het nummer  werd dan ook speciaal, ter plekke, geschreven om het gewraakte nummer te vervangen – en was trouwens ook veel grappiger. Van de vijf pogingen was alleen de laatste helemaal volledig.  De sessie vond in de voormiddag plaats omdat Dylan de volgende dag al werd hij zo’n 1 500 km verder verwacht, in Chicago. Daar trad hij op in The Bear – een club waar Grossman aandelen in had - en nog een dag later was hij er te gast bij de Studs Terkel Wax Museum show op Chicago WFMT radio. Van de zeven nummers die hij daar brengt zijn er vier nieuwe: ‘Farewell’, ‘Bob Dylan’s Dream’, ‘Who Killed Davey Moore’ en ‘Boots Of Spanish Leather’. In Chicago maakt hij kennis met Victor Maymudes, een medewerker van Grossman die zijn roadmanager zal worden en met de gitarist Michael Bloomfield. Die had zijn eerste plaat gehoord, vond hem maar niks en wou hem eens goed gaan uitlachen. Maar hij vond dat kereltje echt wel grappig en de twee besloten contact te houden.  Van daar trok hij naar Cambridge waar hij twee avonden optreed in het Café Yana in Boston. Hij gaat er ook kijken naar Joan Baez in de Club 47. Baez had hij een jaar eerder al ontmoet in Gerde’s Folk City. Maar toen had hij het te druk met het versieren van haar jongere zusje Mimi, om veel aandacht te hebben voor de “Queen of Folk”. Baez had echter een acetate van Freewheelin’ gekregen en “begon de kracht van de inhoud van de teksten te appreciëren.”

Na haar optreden gaan ze naar het appartement van Sally Schoenfield waar ze een paar plezierige uurtjes doorbrengen.

 Dylan moet terug naar New York, waar hij op 12 mei mag optreden in het druk bekeken en over het hele land uitgezonden TV-programma, de Ed Sullivan Show. Hij grijpt de kans om de confrontatie aan te gaan: hij kiest er voor ‘Talking John Birch Paranoid Blues’ te brengen. Wanneer hem dat zou gelukt zijn, had hij niet alleen de John Birch Society publiekelijk belachelijk hebben gemaakt, maar ook zowel Colulmbia Records als CBS TV te kakken hebben gezet.Tijdens de repetities in de namiddag kreeg echter hij te horen dat hij een ander nummer moest brengen. Zijn antwoord was merkwaardig kalm en afgemeten: “Neen, dit is wat ik wil doen. Als ik mijn nummer niet mag spelen, treedt ik liever niet op.” Hij had het duidelijk zien aankomen."Ik had iets anders kunnen spelen, maar we hadden dat nummer zo dikwijls gerepeteerd en iedreen had het gehoord. Zelfs Ed Sullivan scheen het goed te vinden! Maar net voor ik op moest, kwam er iemand naar me toe en zei dat ik het niet mocht zingen. Ze wilden me een nummer van de Clancy Brothers laten zingen! Dus stapte ik op." Ironisch genoeg deed de controverse over de duidelijke censuur meer goed dan als hij het nummer had gebracht in een TV programma. Nu kwam hij er uit als een rebel en held van de tegencultuur. Zowel de New York Times als Village Voice brachten het verhaal, terwijl Time en Playboy het vermelden in artikels over de folkbeweging. Dylan werd daarbij telkens aangewezen als de meest veelbelovende folkzanger. Hoewel door het Sullivan debacle zijn optreden op de nationale TV was uitgesteld, verscheen Dylan die zomer wel een paar keer op lokale zenders. In speciale folkprogramma’s voor WBTV en WNEW-TV bracht hij respectievelijk twee en drie nummers. Grossman had hem aangeraden om aanbiedingen van New Yorkse clubs af te slaan, hoewel de grotere zalen hem nog niet vroegen.  Als gevolg daarvan beleefde hij een frustrerende periode zonder optredens, wachtend tot de publiciteitsmolen van Columbia langzaam op gang zou komen.  Af en toe een radio-optreden hield hem scherp, maar het waren slechts bliepjes in Grossmans grote plan.  De week na de Ed Sullivan Show ontmoet hij Joan Baez opnieuw wanneer hij speelt op het Monterey Folk Festival in Californië. Baez komt er ‘With God On Our Side’ met hem meezingen – een hele eer. Baez is dan op het hoogtepunt van haar roem nadat ze in november op de omslag van Time heeft gestaan. Na het festival reisden Bob en zij langs de kust naar haar huis nabij het pittoreske plaatsje Carmel. “Joan was gek van hem,” volgens haar zus Mimi, “En zij gaf, zoals gewoonlijk, al haar aandacht aan datgene wat haar het meest beviel.”  Bob is nog bij Joan , wanneer op 27 mei The Freewheelin' Bob Dylan wordt uitgebracht.
  • Blowin’ In The Wind
  • Girl From The North Country
  • Masters Of War
  • Down the Highway
  • Bob Dylan’s Blues
  • A Hard Rain’s A-Gonna Fall
  • Don’t Think Twice, It’s Alright
  • Bob Dylan’s Dream
  • Oxford Town
  • Talking War III Blues
  • Corrina, Corrina
  • Honey, Just Allow Me One More Chance
  • I Shall Be Free

Door het toevoegen van de vier nieuwe nummers, ter vervanging van de oudste opnamen, was het Dylan's eerste sterke album geworden, met vijf klassieke nummers.  Het openingsnummer 'Blowin' In The Wind' zou de plaat in zijn eentje al een plek in de muziekgeschiedenis hebben opgeleverd.  De rest van de plaat was vulsel van zeer hoge kwaliteit. Uiteindelijk is het soort 'best of' geworden van één van de creatiefste jaren in zijn carrière. Het bracht een heel pak erkenning voor hem te weeg als songschrijver. Het is dan ook een collectie songs waarop Dylan trots kon zijn en nog steeds is. Tijdens elke tournee na zijn ongeval is hij er nummers uit blijven spelen.   De rijkdom van die periode blijkt ook uit het feit dat, naast de 37 (!) nummers die hij heeft opgenomen voor Columbia, er bovendien nog een tiental zijn die hij enkel ten behoeve van de muziekuitgeverij Witmark of het blad Broadside op band heeft gezet: 'Ballad For A Friend', 'Tomorrow Is A Long Time', 'Long Ago Far Away', 'John Brown', 'Long Time Gone'....   Achteraf kreeg Dylan last met enkele mensen die meenden dat de zanger wel erg vrijelijk gebruik had gemaakt van hun arrangementen van de traditionele melodieën. De oude folkznageres Jean Ritchie kreeg 5 000 dollar om alle eisen omtrent 'Masters Of War' van tafel te vegen en Henry Thomas kreeg mede-auteurschap toegekend. Dylan zou niet leren van zijn fouten want in de jaren negentig zou hij het nog eens aandurven om op World Gone Wrong voor alle nummers zich er van af te maken met "Traditional - arranged by Bob Dylan".     Grossman slaat toe Nu werd het tijd voor Grossman om zijn grote slag te slaan. Als één van zijn andere acts een hit scoorden met een Dylan-Witmark song, zou hij daar vier keer aan verdienen. Tel maar na: hij ontving voor beide acts een honorarium als manager; plus 25% van de opnamerechten van zijn act bij de platenmaatschappij, plus 50% van de inkomsten van Witmark voor de publicatie van een Dylansong.  Dus namen Peter, Paul en Mary een zoetige, melodieuze versie op van 'Blowin' In The Wind', keurig driestemmig gezongen. Al in de eerste week na het uitkomen van de plaat werden er onwaarschijnlijk veel exemplaren van verkocht: 300 000.  Op 13 juli 1963 bereikte de single de nummer twee in de Billboard-lijst met een verkoop van meer dan een miljoen. Peter Yarrow vertelde Bob dat misschien wel 5 000 dollar aan auteursrechten zou ontvangen. Bob stond perplex; het leek wel een fortuin. Maar het was Grossman die er echt rijk mee werd.   De breuk met Suze Eind mei was Bob inmiddels terug gevlogen naar New York en naar Suze.  Het duurde echter niet lang  voor de geruchten over zijn romance met Baez  haar bereikten. Mochten er nog twijfels zijn, dan werden die weggenomen tijdens het optreden op het Newport Folk Festival, in het derde weekend van juli. Met Peter, Paul and Mary's versie van 'Blowin' In The Wind' als hoogtepunt van de zondagavond, kreeg Dylan natuurlijk veel aandacht. Hoewel hij met Suze naar daar was gereisd trad hij twee keer met Baez op: eens tijdens zijn set en eens tijdens de hare.  Hoewel Baez wel moest geweten hebben wie Suze was (ze stonden immers samen op de hoes - arm in arm), kon ze het niet nalaten 'Don't Think Twice' aan te kondigen als: "Een nummer van Bob Dylan... maar het enige waartegen hij hierin protesteert, is een relatie die al te lang heeft geduurd." Suze liep weg en kon haar tranen maar moeilijk bedwingen.  De omstandigheden zijn niet helemaal duidelijk, maar Suze schijnt korte tijd later een zelfmoordpoging te hebben ondernomen in Bobs appartement. Ze liet het gas openstaan. Op vraag van Bob, komt haar zus Carla haar ter hulp en neemt haar mee naar haar appartement in het zuidoosten van Manhattan  Ze weigerde achteraf nog terug te keren naar Bob.  "Bob liet een spoor van vernieling na," vertelt Carla. "Bobby was in die tijd erg opgefokt."   Op tournee met Baez Mogelijk was de aanleiding Bob mededeling dat hij zou ingaan op de uitnodiging van Baez  om met haar op tournee te gaan, in augustus.   De tournee bestond uit een tiental optredens. In haar autobiografie schreef Baez, misschien wat neerbuigend, dat het een "geweldig experiment" was, om "mijn kleine zwerver het podium op te slepen".  Maar, hoewel Bob Dylan werd gepresenteerd als gast van Joan Baez, had Grossman weten te verkrijgen dat zijn cliënt meer geld kreeg dan de ster.  Baez  bracht 'Blowin' In The Wind', waarna ze de auteur van het nummer aan het publiek voorstelde. Dylan mocht dan een paar nummers solo brengen, waarna ze samen drie of vier van zijn nummers zongen.  Het hoogtepunt van de tournee werd het laatste optreden, in het Forst Hill Stadium in Queens, New York, voor 12 000 toeschouwers.  Ter ondersteuning werd 'Blowin' In The Wind'/'Don't Think Twice, It's All Right' als single uitgebracht. Maar die maakte niet meer veel indruk, na de hitsversie. Zeker niet omdat Peter, Paul and Mary ook een cover van 'Don't Think Twice, It's All Right' uitbrengen als hun volgende single.   Na de tournee brengen Bob en Joan enkele weken door in Grossmans nieuwe huis in Catskill Mountains, een goede 150 km ten noorden van New York, voor ze samen gaan wonen in het huis van Baez in Carmel Valley, Californië.   Tegen die tijd is The Freewheelin' Bob Dylan eindelijk de Billboard LP lijst binnen gekomen. De plaat blijft 32 weken in de hitlijst, met als hoogste notering een 22ste plaats. De verkoop van de plaat kwam traag op gang en het uiteindelijke succes is vooral te danken aan de belangstelling die is gewekt door de vele covers van mensen als Peter, Paul and Mary, Odetta en Joan Baez.  De officiële pers negeerde de plaat en in sommige folkbladen  werd de plaat zelfs ronduit negatief benaderd. Vooral omdat er allemaal eigen nummers op stonden en er dus werd afgeweken van de traditie.