27-04-07

Beatles hoezen 7: Revolver

REVOLVER


De ontwerper van de vorige hoezen, fotograaf Robert Freeman werd ook nu weer voor ideeën gevraagd. Hij kwam met een montage voor van de gezichten van de vier Beatles, die op de plaat zelf zou worden afgedrukt. De plaat zou dan in een doorzichtige hoes worden gestopt. Wanneer de plaat werd afgespeeld zouden de vier gezichten dan samenvloeien tot één enkele afbeelding. Maar het resultaat was niet zo goed als het idee. De montage is afgedrukt in het boek The Beatles Anthology book.

Omdat Freeman zijn eerste film ging draaien, in 1966, was het zijn laatste opdracht voor de Beatles. Er was dus geen sprake van een ruzie. 


Klaus Voormann, een vriend van vroeger, uit de Hamburgse tijd van de groep, was recent naar London verhuisd om er een muziekcarrière uit te bouwen. Aan hem werd gevraagd om de hoes te ontwerpen. 

Om alvast een beeld te krijgen laten ze hem enkele van de pas afgewerkte tracks horen. "Je kunt je voorstellen hoe ik me voelde toen ik een paar van die nummers had gehoord," vertelt Klaus in Mojo. "Er werden nieuwe wegen ingeslagen en ik moest met iets komen dat even radicaal vernieuwend was. Of de koper ten minste een beeld geven van wat hem te wachten stond. [Hun manager] Brian Epstein had schrik dat de fans zich van hen zouden afkeren en uitroepen 'Wat is er met onze Beatles gebeurd? Ik wil ze terug gelijk vroeger.'"   "Ik wou daarom iets totaal anders maken," vertelde hij Martin O'Gorman in 2006. "Ik maakte wat schetsen in viltstift, op een groot blad in A2 formaat, met verschillende tekeningen van de koppen.
Van de presentatie maakte ik geen grootste show. Ik vouwde het blad gewoon op, stak het in mijn zak en ging naar hen toe. Dat was genoeg!"

Zijn ontwerp was een lijn tekening van de vier hoofden. "Ik tekende hen uit mijn geheugen," legde hij uit in Mojo. "Het gezicht van George was het moeilijkste. John, Paul en Ringo waren gemakkelijk, maar George was altijd een probleem. Ik kreeg het maar niet goed. Dus pakte ik een krant met een foto van hem en knipte de ogen en de mond uit."

 

Volgens Johns vriend, Pete Shotton, werd de foto's uitgezocht bij Lennon thuis, in Kenwood: "John, Paul en ik zelf waren een hele avond in de weer met bladeren door stapels kranten en tijdschriften om foto's te zoeken van de Beatles. Die knipten we dan uit en plakten ze op. De resultaten van ons werk werden later gevoegd tussen de tekeningen van Klaus Voormann."

"De foto van Ringo met het gestreepte hemd kwamen uit een tijdschrift," vertelt  Voormann, "Op de foto had een meisje een poster tegen de muur. Vandaar die rare hoek. Ik zocht speciaal naar foto's waarop John gezichten trok of Paul aan het lachen was. Gewoon foto's die hen van van hun vriendelijke kant tonen."

"Er was een afbeelding bij waarop Paul op het toilet zit. Ik denk dat die in  Hamburg werd getrokken."

Klaus herinnert zich de voorstelling van het afgewerkt geheel. "Ik trok naar het  EMI kantoor, naar het bureel van George Martin en ik zette het karton daar op een lage kast. Brian Epstein was er bij, George Martin, zijn secretaresse en de vier gasten. Ik had er schrik voor, want niemand zei een woord. Ze keken alleen maar. Ik dacht, verdomme, ze vinden het maar niks.

Paul kwam naar voren, om iets te onderzoeken. Toen zei hij: "He, dan ben ik, op de pot!" George Martin keek er naar en riep: "Dat kun je niet tonen!" Paul weer: "Maar nee, dat is fantastisch!" Maar toen dacht hij er even over na en zei dan toch: "Misschien moeten we die er toch maar afhalen."

Dat brak het ijs.

Toen begonnen ze allemaal door elkaar te praten. Iedereen vond het goed, George vond het goed, John vond het goed, Ringo vond het goed. Ik keek naar Brian, die in een hoekje stond... met tranen in zijn ogen. Ik dacht: "Oh, nee… wat is die bezig?" Hij kwam naar me toe en zei: "Klaus, dit is precies wat we nodig hebben. Ik had er schrik voor dat het niet goed zou komen, maar ik weet dat dit de prefecte hoes is. Bedankt!""

Klaus heeft zichzelf ook op de hoes getekend: een klein figuurtje, aan de rechterzijde, tussen de hoofden van John en George.


In The Beatles Anthology vertelt Paul: "We vonden het geweldig dat er kleine dingetjes uit de oren kwamen en hoe hij die kleine collage had gemaakt tussen die grotere tekeningen. Hij kende ons ook goed genoeg om ons echt te vatten in die tekeningen. We waren geflatteerd."

 

De titel van de plaat stond nog niet vast. Die werd pas beslist op 2 juli 1966, terwijl de Beatles op tournee waren, in Tokio. Lange tijd werd Abracadabra overwogen, maar die titel bleek iemand anders al te hebben gebruikt. Andere kandidaten waren: Magic Circles en Beatles On Safari, Bubble And Squeak en Free Wheelin' Beatles. Uiteindelijk was iedereen het eens over  Revolver. De titel is een referentie naar de beweging (to revolve) van de plaat op de draaitafel en heeft niets te maken met een wapen.

Voor de achterhoes, werd een zwart-wit foto van Robert Whitaker gekozen, waarop de bekende gezichten verborgen zijn achter zonnebrillen. De foto werd getrokken tijdens het draaien van de promo filmpjes voor 'Paperback Writer' en 'Rain'. Voor de Amerikaanse Capitol versie van Revolver werd een lichtjes afwijkende foto gebruikt.


 

Op 11 maart 1967 wordt Revolver verkozen tot "Beste LP hoes van 1966", tijdens de negende uitreiking van de jaarlijkse Grammy onderscheidingen.

13-04-07

Bob Dylan: Infidels

1

In een pakhuis in het Californische kuststadje Santa Monica werd op 3 januari 1982 het levensloze lichaam aangetroffen van een man. Het gebouw werd sinds 1977 gehuurd door Bob Dylan, die het gebruikte als repetitieruimte en opnamestudio. Hij noemde het de Rundown Studios, omdat het gebouw er zo schamel bijlag.

 

Na de lijkschouwing raporteerde de patholoog dat de dood van de 51-jarige Howard Alk te wijten was aan een ongeluk. Maar die hem kenden wisten beter.

 

De overledene was een goede vriend van de zanger. Ze kenden mekaar al sinds 1965, toen Howard de cameraman was die zijn Britse tournee filmde, voor de documentaire Don't Look Back. Het volgende jaar had Bob hem opnieuw meegenomen naar de Britse eilanden om er zijn volgende tournee vast te leggen. Het resultaat daarvan was de (weinig vertoonde) documentaire Eat The Document. En tien jaar later hadden ze opnieuw samengewerkt aan Dylan's film Renaldo And Clara.

 

Omdat hij wist dat zijn vriend aan de grond zat, had Bob hem opnieuw gevraagd om zijn laatste gospeltournee te volgen. Met het materiaal zouden ze dan een nieuwe film op poten zetten.

Howard Alk was net 51 geworden – op 25 oktober had Bob hem nog ‘Happy Birthday’ toegezongen van op het podium in Bethlehem, Pennsylvania.  Alk was gescheiden van zijn tweede vrouw, was verhuisd naar Point Dune en sliep regelmatig in een bed in de Rundown Studios. Hij bleef er de hele Kerstvakantie terwijl de rest van de staf thuis bij hun gezinnen zat. Ergens tijdens die vakantie spoot Howard zichzelf een overdosis heroïne in.

 

De dood van zijn vriend was de laatste in een reeks tegenslagen die Bob de afgelopen vijf jaar was overkomen. Eerst was er de scheiding van Sara en de ellendige oorlog om de voogdij over de kinderen. Bobs bekering tot het Christendom had zijn familie en vrienden geschokt en hem de slechtste recencenties en bedroevendste platenverkopen van zijn carrière opgeleverd. En de laatste gospeltournee was een zware tegenvaller geworden.

 

Hoewel het goede concerten waren, bleven de negatieve publiciteit van de voorafgaande religieuze tournees en de laatste twee vrome LP’s de mensen afschrikken. “Ze waren op de vlucht geslagen voor dat Christelijke gedoe en dat verwachtten ze weer, dus kwamen ze bij die optredens niet opdagen,“  meent Arthur Rosato, Bobs assistent. “Ze verkeerden in de foute veronderstelling dat het een avondje bekeren zou worden, maar zo was het dus helemaal niet.” De slechte kaartverkoop had geleid tot het inkorten van de tournee.

Het leek het zoveelste bewijs dat Bob bezig was zijn publiek te verliezen. Hij had getracht het publiek ter wille te zijn door bekende nummers aan de show toe te voegen, maar ze kwamen nog steeds niet opdagen. Het enige wat er voor hem opzat was ermee op te houden en eens te overwegen hoe het verder moest met zijn carrière.

 

Ook privé had Dylan problemen: hij had last van een stalkster, die hem - zo kort na de moord op John Lennon - deed vrezen voor zijn leven. Bovendien zag hij jaren van dure, tijdrovende en ongelukkige juridische strijd voor zich opdoemen omtrent zijn meningsverschil met zijn vroegere manager Albert Grossman.

 

Maar het was de dood van Howard Alk die de motor van Dylan tot stilstand bracht. “Dat was zo’n beetje het moment dat Bob besloot een poosje niet meer te touren,” meent drummer/road-manager Arthur Rosato. “Hij zei tegen mij dat hij tot '84 niet meer op tournee zou gaan… Hij was gebroken…”

 

* * *

 

In het vroege voorjaar van 1982 begon binnen de Joodse gemeenschap van New York het gerucht te circuleren dat Dylan een Hassidisch Joods meisje zou trouwen. Het gerucht was hét gespreksonderwerp in het hoofdkwartier van de Lubavitch aan Eastern Parkway in New York. Dylan volgde daar immers al enkele weken een Bijbelstudie.

De Lubavitch is een organisatie die zich tot doel gesteld heeft om afvallige Joden terug te betrekken door hen op te voeden. De leer verwerpt het zionisme, maar steunt wel de staat Israël volledig.

 

Zijn aanwezigheid op die plek voedde natuurlijk de speculaties dat hij zou zijn terug gekeerd naar het Jodendom. "Hij heeft al van vanalles geproefd," relativeerde Rabbi Kasriel Kaste van het Lubavitch centrum. "Hij zoekt zichzelf. En wij waren er gewoon voor hem." De Rabbi verklaarde niet te geloven dat Dylan ooit zijn Joodse geloof heeft afgezworen om Christen te worden. "Wat ons betreft, was hij een Jood in de war. Wij voelen dat hij terugkeert."

 

* * *

 

Pas aan het begin van de zomer kon Dylan terug worden aangetroffen in een studio. In de Gold Star Studios in Los Angeles nam hij samen met Clydie King een aantal nummers op voor een solo-plaat van de zwarte zangeres.

 

Clydie King is een Afro-Amerikaanse, die al sinds de jaren vijftig een mooie carrière had gemaakt. Naast wat eigen singles op Kent en Ace, had ze jaren voor Ray Charles en Phil Spector gewerkt, en was te horen tijdens tournees en op op platen van The Rolling Stones, Steely Dan, Joe Cocker, Dickey Betts en Bob Dylan.

 

In 1998 zou Bob Dylan's toenmalige vriendin, Susan Ross, beweren dat Dylan in het geheim met Clydie King zou zijn getrouwd en dat ze samen twee kinderen hadden. Maar voor dat vermeende huwelijk zijn nooit verdere aanwijzingen gevonden.

 

Maar, terug naar de sessies.

De basis werd gelegd door pianist Jimmie Haskell, aangevuld met Bob Dylan op orgel, gitaar en bas. Clydie King nam de zang voor haar rekening. De nummers waar ze samen aan werkten waren allemaal covers, zoals ‘Standing In The Light’, ‘Average People’ en ‘Dream A Little Dream Of Me’.

In de daarop volgende dagen sleutelde Dylan in zijn eentje verder aan de opnamen, door er, in zijn Rundown Studios, piano, elektrische gitaar, zang en bas aan toe te voegen. Tenslotte vroeg hij Bobbye Hall voor nog wat ritmische accenten op congas en drums.

 

Op 14 juni werd een andere drummer er bij gehaald: Bruce Gary, die bij The Knack speelde.

“Ik kreeg een telfoontje," vertelt Bruce Gary later: "‘Kom naar Rundown.’ Iemand bracht me naar het drumstel. Er was daar een kleine provisoire studio ingericht, met 8-sporen apparatuur … Dylan ging aan de piano zitten, speelde wat en schakelde dan over op bas of gitaar. Dat ging zo verder gedurende een uur of drie, gewoon wat Alles werd opgenomen. Het beste was echter toen Clydie King kwam opdagen. Bob speelde piano en ze deden een paar nummers … Ze vertrokken samen in een witte Cadillac.”

 

Een laatste sessie vond plaats op 23 juni, opnieuw met Bobbye Hall.

 

De plaat werd echter nooit uitgebracht.

Enkele jaren later vertelde Bob hierover: "Ik heb een plaat waarop Clydie King en ik samen zingen. Het is prachtig, maar er kan geen etiket op worden geplakt en dus kunnen de platenmaatschappijen er niks mee aanvangen."  

* * *

 

Nochtans tekende Dylan die zomer opnieuw bij CBS/Columbia. Het contract voorzag vijf LP’s in een periode van vijf jaar. Verder huurde hij de mangementdiensten in van Elliott Roberts, een protégé van David Geffen, die eerder ook de belangen van Joni Mitchell, Neil Young en Crosby, Stills and Nash had behartigd.

 

Hij bracht veel tijd door met zijn kinderen. Met zijn oudste zoon Jesse ging hij in Minnesota een aantal concerten bekijken van jonge bands als The Clash, Elvis Costello and the attractions, X, The Stray Cats en Squeeze.

De belangrijkste privé-gebeurtenis van dat jaar was de bar mitsva van zijn tweede zoon, Samuel. De plechtigheid vond plaats in een tempel in Los Angeles, in aanwezigheid van Sara Dylan (de moeder van zijn kinderen) en goede vrienden en relaties uit de muziekindustrie.

Na de plechtigheid stelde David Geffen Bob voor aan zijn metgezel Carole Childs, een kleine, roodharige A&R medewerkster van Geffen Records.

 

Childs herinnert zich later dat ze meteen viel voor Bob. Het was blijkbaar wederzijds, want hij nodigde haar bij zich thuis uit. Ze begonnen al snel een relatie, die - af en aan - tien jaar zal duren.

In die tijd reisde Childs veel met Bob mee. Ze deed suggesties voor de muzikanten en producers waarmee hij moest werken. Niettemin maakte ze zichzelf nooit wijs dat ze van vitaal belang was voor Bob's welzijn:  "Hij is zo eigenzinnig dat het lijkt of hij niemand nodig heeft. Zijn muziek, veruit het belangrijkste in zijn leven, creërt hij helemaal alleen."

 

* * *

 

Tegen het einde van het jaar vond Bob Dylan dat het tijd werd om terug te denken aan zijn carrière. Hij wou met zijn volgende plaat de weggelopen fans terughalen. Het moest dan ook een goed klinkende plaat worden. Het liefst wou hij zelf producen, maar hij had naast zich iemand nodig die zich thuisvoelde in een moderne studio. Daarom polste hij artiesten die hun platen zelf hadden geproduceerd, zoals David Bowie en Frank Zappa. Of die dat voor anderen hadden gedaan, zoals Elvis Costello. Zelfs disco producer Georgio Moroder kreeg een telefoontje.

 

Begin januari 1983 bracht hij een bezoekje aan de Power Station Studios in New York, waar Dire Straits aan het opnemen was. Dylan kent Mark Knopfler van een eerdere samenwerking op Slow Train Coming en wist dus wat hij kon verwachten. Knopfler accepteerde de samenwerking.

 

Dylan liet hem alvast wat demo's bezorgen en ging dan op zoek naar muzikanten.

Zo ging hij bijvoorbeeld in The Roxy in Los Angeles kijken naar een optreden van de zogenaamde Reunion Tour van de Britse blueslegende John Mayall met John McVie (Fleetwood Mac) en Colin Allen. Hij was vooral geïnteresseerd in de ex-Rolling Stones gitarist Mick Taylor.

 

* * *

 

cuts2De opnamen gingen  van start op maandag 11 april 1983, in de Power Plant studio, in New York City. Voor het eerst zou een plaat van Bob Dylan worden opgenomen met de digitale techniek – op 32 sporen.

 

Mark Knopfler zou behalve als co-producer ook de gitaarsolo's voor zijn rekening nemen. Maar als tegengewicht voor Knopflers nogal stroperige gitaarspel had Dylan er op gestaan een bluesier tweede solo gitarist in te huren. De keuze was gevallen op ex Rolling Stone Mick Taylor.

Ook de ritme-tandem van Lowell Dunbar and Robbie Shakespeare zijn Bobs idee. Als Sly & Robbie hadden die twee, als geen ander, hun stempel gedrukt op de reggae van de laatste tien jaar.

Knopfler bracht ook toetsenman Alan Clark mee en technicus Neil Dorfsman.

 

Mark Knopfler: “Met Bob is het belangrijk dat alles goed voorbereid is. Hij was bij thuis gekomen en had wat nummers voorgespeeld op gitaar. Tegen dat hij terug wegging waren ze al helemaal veranderd. Ik zorgde er dus voor dat alles optimal in orde was voor we naar de studio trokken.…”

Bob staat er immers op steeds live op te nemen in de studio.

“Alles werd live gespeld," bevestigd Mark Knopfler: "Ik heb dat geleerd tijdens Slow Train Coming… Je moet de nummers goed kennen voor de opnameknop wordt ingedrukt, want na één of drie pogingen is Bob al met iets anders bezig.”

 

In afwachtig dat de zanger zelf arriveerde namen de muzikanten dan ook al een vijftiental keer het eerste nummer door. Dat was een elektrische versie van ' Blind Willie McTell'. Eens Bob erbij was gekomen werden er dan vijf takes van op band gezet, voor werd overgeschakeld op iets dat staat aangegeven op het logboek als 'Oh, Babe'. Waarschijnlijk was dat een jam.

Daarna werd nog twee keer geprobeerd 'Blind Willie McTell' te perfectioneren.

 

Na nog een instrumentale jam werd dan overgeschakeld naar een tweede nummer: ' Don't Fall Apart On Me Tonight'. Na vijf takes, waarvan één zonder zang, werd afgesloten.

 

De volgende dag werd de hele sessie besteedt aan het perfectioneren van de prachtige lovesong 'Don't Fall Apart On Me Tonight'. Na twaalf pogingen besloot Bob echter dat de eerste take van die dag het beste klonk.

 

Hoewel het de bedoeling was om op de woensdag ‘Jokerman’ op te nemen, werd heel veel tijd besteedt aan het spelen van bluesjams. Dat werkt blijkbaar inspirerend want, net voor het afsluiten werd, in één take, 'There's A Woman' op band gezet. Wanneer het nummer op plaat verschijnt zal het zijn omgedoopt in ‘License To Kill’.

 

Donderdag 14 april was zo een dag waarop Dylan na twee of drie takes al weer met iets nieuws wou beginnen. Er werden dan ook maar liefst drie nieuwe nummers op band gezet. ‘Man Of Peace’ heet dan nog ‘Sometimes Satan’ en ‘Sweetheart Like You’ draagt de titel ‘By The Way That's A Cute Hat’. Enkel 'Clean-Cut Kid' heeft al zijn definitieve titel gekregen.

In 'Man of Peace' lijkt hij zich te keren tegen de Christelijke missionarissen die hem hebben gered. Backing zangeres Helena Springs vertelt daarover: "Ik herinner me dat veel van die mensen… hmm… mensen van de Vineyard in Los Angeles… Het is een beetje een sekte. Ik herinner me dat er veel druk op hem was. Ze lieten hem niet met rust. Hij vertelde me eens: 'God, het is zo benauwend.' Hij ondervond veel hypocrisie bij die Jesus-people waarmee hij betrokken was geraakt. Dat is wat hij mij vertelde…"

Enkel de derde take van ‘Man Of Peace’ wordt achteraf geselecteerd.

 

De volgende dag wordt uitgerokken om 'Clean-Cut Kid' te perfectioneren. De dag begint echter met een paar takes van het instrumentale 'Don't Fly Unless It's Safe'. Darana wordt er gejamd op covers als 'Jesus Met The Woman At The Well', 'He's Gone' of '16 Tons'. Er worden zelf verschillende takes besteedt aan iets dat onder de veelzeggende titel 'Half Finished Song' staat aangegeven.

Uiteindelijk worden eerst drie takes van een langzame verise van 'Clean-Cut Kid' uitgeprobeerd, waarna wordt afgeloten met één snelle take. Dylan was echter niet tevredn met het resultaat en zou het nummer laten liggen voor de volgende LP Empire Burlesque.

 
outfidels2

Ook op zaterdag wordt er gewerkt. Al lijkt het wel alsof er van echt werken geen sprake is. Er wordt weer heel veel tijd doorgebracht met bluesy jams. Voor wie het interesseert: één daarvan 'Dark Groove' kan worden beluisterd op de bootleg Rough Cuts. Daarop staat ook een versie van 'Someone's Got A Hold Of My Heart', waarvan zes takes worden opgenomen, voor er terug wordt overgeschakeld op nog meer improvisaties op bluesthema's. En ook dat nummer zou later opnieuw worden opgenomen voor Empire Burlesque, waar het wordt omgedoopt in ‘Tight Connection To My Heart’.

 

Na het weekend zijn de batterijen weer opgeladen en wordt er een hele sessie geconcentreerd gewerkt aan 'Sweetheart Like You'. Dat heet dan nog 'In A Place Like This'. Een stuk van meer dan twintig minuten van deze repetities is ook op bootleg uitgebracht.

Take 9 zal worden uitgebracht op Infidels, hoewel er daarna nog eens zoveel takes worden uitgeprobeerd.

De sessie wordt afgesloten met twee nieuwe takes van 'Blind Willie McTell'.

 

De invloed van de bijbelstudie bij de Lubavitch is duidelijk merkbaar in Dylan's eerste politieke nummer sinds 'Hurricane' uit 1976. In 'Neighbourhood Bully' verdedigt Dylan, met nogal knullige argumenten, de Israelische aanval op de kernreactor van Irak en de inval in Libanon.

Het nummer staat in er zes takes op, waarvan de vijfde als beste wordt aangeduid. 

Daarna kan er wat worden ontspannen met dingen als 'Green Onion' en 'Love You Too'  en iets dat staat aangeduid als 'Trees Hannibal Alps'.

Na het gebruikelijke opwarmen (deze keer met reggaeritmes), wordt woensdag geprobeerd om een cover van  'This Was My Love' op te nemen. Dat nummer, geschreven door Jim Harbert, werd in 1959 door Frank Sinatra op plaat gezet. Geen enkele van de zeven takes voldoet echter. Twee versies van deze outtake zijn wel op bootleg uitgebracht.

De sessie wordt afgesloten met drie takes van 'Borderline'.

 

En ook het nummer dat donderdag 21 april wordt opgenomen zal de plaat niet halen. 'Tell Me' wordt in 1991 wel uitgebracht op The Bootleg Series, 1961-1991. Eén van de zeven andere takes is te beluisteren op Rough Cuts.

 

De volgende sessies worden bijna helemaal besteedt aan nog een nummer dat de plaat zelfs niet zal halen: 'Foot Of Pride' (of 'Too Late', zoals het dan nog heet). Wanneer hij na negen takes merkt dat het die vrijdag toch niet zal lukken, is Dylan, acht maanden voor Kerstmis, blijkbaar in de juiste sfeer om een medley van Kerstliederen uit te proberen. De aanleiding is een reggae jam, die uitmondt in 'Silent Night' en aanverwanten. Op de één of andere manier herinnert dat Dylan aan het mijnwerkerslied van Merle Travis: 'Dark As A Dungeon'.

 

Tijdens de sessie van zaterdag wordt verder geprobeerd om de "juiste versie" van 'Foot of Pride' te vinden. Er worden akoestische versies uitgeprobeerd, Bob solo piano en zelfs met een reggae ritme. 

 

's Maandags wordt de zoektocht verder gezet. Na vijf takes wordt overgeschakeld op 'Hold Of My Heart', dat later zal worden omgedoopt tot 'Someone's Got A Hold Of My Heart'. Maar na vier takes daarvan meent Bob toch weer een nieuwe invalshoek te hebben gevonden voor 'Foot Of Pride'.

 Beide nummers staan 's dinsdags opnieuw op het programma. Eesrt drie verdere takes van 'Foot Of Pride', gevolgd door wat blues jams: 'Prison Station Blues' en 'Forever My Darling'. De derde take van 'Someone's Got A Hold Of My Heart' zal later worden uitgebracht op The Bootleg Series, 1961-1991. Daarna volgen nog meer jams: 'Choo Choo Boogie', 'Cold, Cold Heart', 'Movin' On' en 'KIM'. 

De volgend dag komt Clydie King meedoen op backing vocals. Zij schijnt een goede invloed te hebben want opeens gaan de zaken vooruit. ‘Foot Of Pride’ staat er nu op in vier takes. Uiteindelijk zijn er maar liefst drieenveertig takes van ‘Foot Of Pride’ opgenomen, in allerlei stijlen. Slechts veertien daarvan waren volledig. En dat allemaal voor een outtake! Gelukkig hebben we The Bootleg Series, 1961-1991, zodat we toch kunnen horen waar het allemaal om te doen was.

Clydie is echter niet te horen op dat nummer. Zij zingt tweede stem op twee andere: 'Union Sundown' en Julius And Ethel'. Van elk worden twee takes opgenomen, die wel te horen zijn op Rough Cuts, maar Infidels niet halen.

Tussendoor wordt een ander nieuw nummer op band gezet. De reggaesong 'I And I' staat er in acht takes op. De zesde daarvan wordt geselecteerd voor de plaat.

 

En ook de laatste sessie van de week, vrijdag 29 april, is een verloren sessie: drie takes van ‘Harmonica Jam’ en ‘Don't Drink No Chevy’, twee van ‘How Many Days’ en dan nog wat losse jams met nonsens-titels.

 

De laatste sessie, op maandag 2 mei is de meest productieve van de hele periode. Misschien omdat Clydie er weer bij is?

Eerst wordt ‘Lord Protect My Child’ in één take opgenomen.

DDaarna gaat veel aandacht gaat naar cover van Willie Nelsons ‘Angel Flying Too Close To The Ground’. Er worden zes takes van opgenomen aan het begin en ook nog eens zoveel aan het einde van de sessie. De laatste, take 12, wordt later, in Europa en Japen, uitgebracht als b-kant van de eerste single.

Tussen door wordt teruggekeerd naar ‘Lord Protect My Child’ (9 takes), ‘Union Sundown’ (4 takes) en ‘Death Is Not the End’ (1 take). Van alle drie wordt de beste take uitgebracht, maar allemaal hebben zee en andere bestemming. Het eerste nummer komt terecht op The Bootleg Series, 1961-1991. ‘Union Sundown’ op Infidels en het laatste nummer blijft op de plank liggen tot Down In The Groove.

 De opnamen zitten erop. Uiteindelijk zijn er 242 opnamen gemaakt van 47 verschillende nummers en ongeïdentificeerde jams. Maar dan bedenkt Dylan zich. Hij wil nog eens proberen om het nummer waarmee de sessies zijn begonnen te verbeteren. Op donderdag 5 mei worden twee akoestische versies van ‘Blind Willie McTell’ opgenomen.  

Na het weekend wordt begonnen aan het mixen. Deze keer is Dylan beret begonnen aan het mixen  ge daar zo naar uitkijkt. es zijn begonnen te verbeteren. veel tijd uit voor het mixen en toevoegen van overdubs. Uiteindelijk zijn er 19 sessies nodig om Infidels af te werken. Tegelijk worden er ook  een hele reeks overdubs aan de opnamen toegevoegd: Sammy Figueroa voegt percussie toe en Mick Taylor extra gitaarpartijen.

 

Op 17 mei werken Mark Rivera, Robert M. Funk, Laurence H. Etkin, Ron Wood en Bob Dylan allemaal aan ‘Neighborhood Bully’ en de volgende dag komen Full Force, of te wel Lucien J. George, Curtis Bedeau, Gerard Charles, Brian George en Paul George backing zang toevoegen aan ‘Tell Me’ en ‘Death Is Not The End’. Dylan is bij die laatste overdubsessie niet zelf aanwezig.

 

Volgens Clinton Heylin in zijn boek Behind Closed Doors was dit de tracklist zoals die in mei 1983 door Bob Dylan en Mark Knopfler was samengesteld.

 

kant 1

1. Jokerman (andere, langere versie)

2. License To Kill3. Man Of Peace4. Neighborhood Bully kant 21. Don't Fall Apart on Me Tonight (andere take)

2. Blind Willie McTell (andere "elektrische" take)

3. Sweetheart Like You (andere take)4. I And I

5. Foot of Pride (de versie van The Bootleg Series)

 

Bob wil de plaat Surviving In A Ruthless World heten, maar ziet daar van af, omdat zijn vorige platen ook allemaal met een S begonnen.

 

Er zijn twee versies over wat er vervolgens is gebeurd. Volgens Mark Knopfler moest hij weg. "Infidels zou een betere plaat zijn geworden als ik het had gemixt, maar ik moest naar Duitsland, voor een tournee. En toen had Bob iets aan de hand met CBS: hij moest de plaat binnenbrengen en ik zat ver weg, in Europa....

Een heel stuk van de plaat klinkt als ruwe mixen. Bob dacht misschien dat ik overhaast te werk was gegaan omdat ik snel weg moest, maar ik had aangeboden om de mixen af te werken, zodra ik terug kwam."

Anderen beweren dan weer dat Dylan absoluut niet tevreden is over hoe de plaat klonk. Hij liet iemand naar Knopflers manager bellen om hem te zeggen dat hij niet meer hoefde te komen en hij liet de plaat afmixen door een technicus, Ian Taylor.

 

Er is sprake van dat Dylan in juni opnieuw de studio inging om sommige teksten opnieuw in te zingen. Maar daarvan zijn geen bewijzen gevonden. 

 

* * *

 In de zomer van 1983 werd de Rundown studio gesloten. Dylan liet de 8-sporen opnameapparatuur bij hem thuis, in Malibu, installeren. Om de nieuwe huisstudio uit te proberen nodigde hij, begin september, de  songwriter Charlie Sexton uit, samen met twee jonge snaken van de punkband Plugz (drummer Charlie Quintana en gitarist J.J. Holliday). Nu kon hij naar hartelust jammen.

Charlie Quintana vertelt: “Er werd niet veel gekletst. Hij kwam binnen, we speelden, dronken een koffie, speelden nog wat en als hij zei ‘Goed, dat was het,”pakten we in en waren weg.”

Na een maand was Dylan het plots beu en werden de mannen niet meer opgeroepen.

Op 28 oktober 1983 werd Dylan’s eerste single in meer dan twee jaar uitgebracht, maar alleen in Europa. : 'Union Sundown' / 'Angel Flying Too Close To The Ground'.  Het is de voorloper van de nieuwe plaat. De eerste onder het nieuwe contract en dus is CBS bereik geld te stoppen in promotie. Dylan mag zijn eerste videoclip draaien. Hij wil ‘Neighborhood Bully’ als eerste single, maar CBS ziet meer in 'Sweetheart Like You'. De opnamen stellen een optreden in een club voor en vinden plaats in Los Angeles.

 Op 1 november 1983 wordt Infidels uitgebracht. Op de plaat staat aangegeven: “Produced By Bob Dylan For "Wreck of the Old 97 Productions" and Mark Knopfler for Chariscourt, LTD.”

Dylan heeft de plaat grondig omgeggooid. Weg zijn ‘Foot Of Pride’ en ‘Blind Willie McTell’. In plaats daarvan koos hij voor ‘Union Sundown’. Andere nummers zijn ingekort of herwerkt.

achter


Op de binnenhoes van de plaat staat een foto die zijn ex-vrouw Sara heeft getrokken op de Olijfberg boven Jerusalem. In het najaar van 1982 waren ze daar op bezoek geweest na de bar mitsva van Samuel.

 

De plaat werd goed ontvangen. Opvallend was dat Jezus verdwenen was  zijn vocabulair. Wel staat ‘Jokerman’ bol van de verwijzingen naar het Nieuwe Testament. Maar over het algemeen ligt de klemtoon op persoonlijke thema’s als liefde en verlies, gekaderd in een groter perspectief van geopolitiek. Zowel het sterke materiaal als de goede performances werden algemeen geroemd.

 

In een interview zegt hij zelf over zijn bekering: "Het maakte allemaal deel uit van mijn ervaringen. Het moest gebeuren. Als ik bij iets betrokken raak, dan ga ik er voor. Ik blijf niet aan de kant staan."

De terugkeer naar het Jodendom, als dat al het geval was, is echter niet zo publiek als zijn vertrek. Zijn Christelijke periode laat in ieder geval sporen na. Hij blijft geloven in het Laatste Oordeel. "Of je nu geloofd dat Jezus Christus de Messias is of niet, is irrelevant. Maar dat je bewust bent van het begrip van de Messias, dat is wat telt....Mensen die geloven in de komst van de Messias leven alsof Hij er al is. Dat is wat ik er van vind."

 

In de Billboard-albumlijst blijft Infidels op twintig steken. In Engeland is dit album goed voor een negende plaats.

  

Pas in december werd er in Amerika een single van de plaat getrokken: 'Sweetheart Like You'/'Union Sundown'.

 

In januari 1984 had Dylan de muzikanten van Plugz opnieuw opgetrommeld om te jammen. De informele sessies waren nog een paar maanden doorgegaan. Dat maakte het hem gemakkellijk toen hij het voorstel kreeg om op te treden in het drukbekenen TV-programma Late Night With David Letterman. Hij hoefde nu immers niet op zoek naar muzikanten.

 

Tijdens de repetities vooraf werden een groot aantal nummers gespeeld die de mannen nog nooit hadden gehoord! Dylan weigerde echter te zeggen welke nummers hij wou bregen bij het TV-optreden. 

 

De opnamen vinden plaats op 22 maart 1984 in de NBC Studios in het Rockefeller Centre in New York. Dylan had toegestemd in het optreden, maar geweigerd om te worden interviewd. Misschien als toespeling daarop begon hij zijn set met 'Don’t Start Me Talking' van Sonny Boy Williamson. Zijn begeleiders, gitarist Justin Poskin, bassist Tony Marisco en drummer Charlie Quintana werden, voor de camera’s, geconfronteerd met een nummer dat ze nog nooit hadden gespeeld. En ook Dylan zelf moest al doende vaststellen dat hij zich slechts enkele fragmenten van zinnen van het origineel herinnerde. De rest vulde hij dan maar aan met ter plekke verzonnen regels.

Vervolgens speelden ze 'License To Kill' en tenslotte 'Jokerman'. Beide songs waren getransformeerd, fris, vol vuur en pakkend. Veel krachtiger dan de originele uitvoeringen. Het was een prachtig optreden dat velen naar de winkel liet rennen om Infidels aan te schaffen. Waarna ze moesten vast stellen dat de nummers op die plaat totaal anders klonken dan wat ze op TV hadden gezien.  

Einde maart werd er budget vrijgemaakt om nog een tweede videoclip te draaien. Dylan deed daarvoor beroep op twee vrienden uit de tijd van de Rolling Thunder Revue: Larry Sloman en George Lois. Hij wou nog steeds ‘Neighborhood Bully’ verfilmen, maar Lois werkte een heel draaiboek uit voor 'Jokerman'.

De clip voor 'Jokerman' bestaat uit een reeks afbeeldingen, vooral van bekende schilderijen en beeldhouwwerken, met daaroverheen de regels van de tekst. Tussendoor is Dylan zelfs soms in beeld.

Het filmpje werkte. Volgens Rolling Stone deed de video “de doorsnee video verbleken tot de opgepompte cola-reclame, die ze ook meestal zijn”. Maar Dylan zelf vond het maar niks.

 

'Jokerman' werd dan ook in april 1984 als laatste single uitgebracht, met op de b-kant een live versie van 'Isis' uit de film Renaldo And Clara.

roughcuts

 

04-04-07

Beatles hoezen 6: Rubber Soul

RUBBER SOUL


Rubber Soul - Robert Freeman

Robert Freeman wou een foto vanuit een ander perspectief en met een nieuwe kleur tonalitiet. Hij zocht naar een combinatie van bruin, zwart en groen, om een monochroom effect te krijgen. Daarom liet hij de vier suede jassen dragen en plaatse hen voor een rhododendronstruik. Freeman meent zich te herinneren dat de foto werd getrokken in de tuin van Kenwood, Lennon's huis in Weybridge.
Mark Lewisohn en Piet Schreuder beweren echter dat het gebeurde in een bos  in Old Lane, Hatchford End bij Cobham.

 

Enkele dagen later kwamen de Beatles samen in het appartement van een vriend omde meest geschikte foto uit te kiezen. Robert Freeman projecteerde de dia's op een witte karton, met de afmetingen van een LP-hoes. Plots begon de karton zaxhtjes weg te glijden. Daardoor werd de projectie vervormd en de gezichten lang gerekt. Ze vonden het resultaat mooi en vroegen Robert of hij het zo kon afdrukken. En dat lukte.

Freeman zelf is niet tevreden over het resultaat. Hij vind dat het budget dat EMI hem ter beschikking had gesteld te beperkt was. In een van zijn fotoboeken drukte hij later de foto af in sepia-tinten (kijk ook op bladzijde 196 van The Beatles Anthology boek). Dat was het resultaat waarnaar hij streefde: een afspigeling van de veranderingen in het leven van de vier jonge mannen..


de sepiaversie in een boek van Robert Freeman

 

De titel is een woordspeling op "Plastic Soul". Dat was een uitdrukking waarmee zwarte muzikanten smalend de muziek van The Rolling Stones omschreven. Op Anthology 2 kun je horen hoe Paul uitroept "Plastic soul, man, plastic soul", na take 1 van ‘I'm Down’.

 

De vier gezichten op de hoes zijn herkenbaar genoeg, zodat er geen groepsnaam nodig was.

 

Voor de achterhoes werden acht rechthoekige zwart-wit foto's van Robert Freeman gekozen. Twee van elke Beatle.


Achterhoes van Rubber Soul - foto's Robert Freeman