22-05-07

Nick Drake: Bryter Layter

Nick Drake

Bryter Layter

 
2748_6346


Nick Drakes eerste lp werd uitgebracht in september 1969. 'Five Leaves Left' bleek een respectabel debuut te zijn. Weinig omzet, maar niet minder dan kon worden verwacht van een eerste lp. 

Om de verkoop te stimuleren begon Nick op te treden. Op 24 september 1969 speelde hij als openingsact voor John & Beverley Martin en Fairport Convention in de Royal Festival Hall, Londen. Het was zijn eerste grote optreden: voor 2 500 man in een luxueuze omgeving. Het was het eerste optreden van de Fairports na het ongeluk waarbij drummer Martin Lamble was omgekomen. "Het publiek was stil en beleefd," zei Joe Boyd. "Nick's optreden was briljant, het publiek overrompelt.'

Maar andere optredens verliepen niet zo vlekkenloos: folkzanger Michael Chapman herinnert zich een optreden een folk club in Hull. "Ergens in 1969, in een pub met de naam the Haworth. De folkies zagen hem niet zitten; het publiek wou liedjes met refreinen. Ze begrepen er niets van. Ze zagen de zachtaardigheid niet, de subtiliteit. Nick speelde prachtig. Ik veronderstel dat het allemaal eigen nummers waren. Ik herken er enkele van de lp's. Hij deed geen aankondigingen. Hij zei trouwens de hele avond geen woord. Het was eigenlijk pijnlijk om zien. Ik weet niet wat het publiek verwachtte, ik bedoel, ze hadden toch kunnen weten dat ze geen zeeliederen en meezingers zouden te horen krijgen bij een optreden van Nick Drake!'

Nick's laatste optreden van 1969 was in een club in Smethwick, bij Birmingham, waar Nick moest spelen voor een ongeïnteresseerd publiek tussen een diner en de disco. "Dat gaf hem echt de genadeslag,' zei John Martyn een paar jaar later op BBC Radio 1, "ik denk dat ze liever the Troggs hadden gehoord.
Het gaf zijn zelfvertrouwen echt een knak. Ik herinner mij dat hij er dagenlang kapot van is geweest."

Nick's eerste optreden in 1970 vond plaats op zaterdag, 24 januari, in het Ewell Technical College als voorprogramma van Genesis en Atomic Rooster.

Op 21 februari opende hij weer voor John & Beverley Martyn, nu in de Queen Elizabeth Hall, voor wat werd aangegeven als 'een concert van hedendaagse muziek'. Voor een publiek van ongeveer 1 500 mensen speelde Nick voor het eerst twee nieuwe nummers: 'Hazey Jane I' en 'Things Behind The Sun'.

David Sandison, Nick's toenmalige persman herinnert zich: "Hij was ongemakkelijk, als je iets verwachtte als  "Hallo! Hier is mijn nieuwe single," of, "Dit is een nummer van mijn nieuwe lp." Hij was ongemakkelijk omdat hij heel onhandig was. Er waren lange pauzes tussen de nummers omdat hij ofwel zijn gitaar aan het herstemmen was of er over dacht ze te gaan herstemmen. Maar het was intens. Ik had hem die set graag zien spelen in een kleinere ruimte. Liever dan in zo'n grote zaal. Het was te onpersoonlijk. Maar het contrast tussen hem en John en Beverley Martyn die nam hem kwamen met een volledige bezetting was enorm. Het contrast kon niet groter zijn."

Nick had inmiddels zijn studies in Cambridge, een jaar te vroeg, afgebroken. Hij was naar Londen verhuisd om er alleen te zijn. Dat had hij nodig om de nummers te schrijven voor een tweede plaat.

Hij woonde er in een éénkamer appartement, op de benedenverdieping in Haverstock Hill (vlak bij het Chalk Farm metrostation). Weinig meubels, een platendraaier, wat boeken, een éénpersoons bed en een paar posters aan de muur. Met de hoge plafonds in het Victoriaans gebouw was het er in de winter zo koud in de kamer dat hij de matras van het bed haalde, het tot bij het gasvuur sleepte en zich in dekens wikkelde om zich op te warmen. 


De opnamen begonnen in januari 1970. De streefdatum was 5 maart. Het team was hetzelfde gebleven als dat voor zijn debuutplaat: producer Joe Boyd en  geluidstechnicus John Wood. Arrangeur Robert Kirby schreef weer de arrangementen voor bas en strijkers.
Nick keek vol verwachting uit naar het resultaat. Volgens Wood was Nick vastbesloten dat deze lp de doorbraak zou worden.

In de studio zocht Nick naar de perfectie.
John Wood legt uit: "Met hem kon je altijd werken. Je kan je op de anderen richten. Zijn gitaarspel was altijd in orde. Hij was er gewoon. Als je nu naar de platen luistert springt vooral zijn gitaarspel eruit. Hij speelt zo precies, zo krachtig. De noten zo mooi in balans. Het gebeurt niet vaak dat zulke ingenieuze gitaarpartijen noot voor noot zo precies en zo krachtig worden gespeeld dat je de hele opname om de gitaarpartij heen kunt bouwen."

Er werd gewerkt met 8-sporen apparatuur."De gitaar zit altijd op spoor 1. Dat is het fundament waarop alles wordt gebouwd." gaat Boyd verder. "Zang op twee. Andere instrumenten konden dan worden toegevoegd." 

De hulp werd ingeroepen van drie leden van Fairport Convention: gitarist Richard Thompson en de ritmesectie Dave Mattacks en Dave Pegg. Pat Arnold en Doris Troy, twee uiterst gerespecteerde backing zangeressen kwamen de sessies versterken. 

Er bestaan geen outtakes van 'Bryter Layter'. Dat geeft aan dat Nick niet meer nummers had dan de tien op de plaat.

Maar er is ook een andere theorie die meent dat er meer dan tien nummers waren, maar dat hij ze niet wou spelen. De reden daarvoor zou zijn dat hij zo fier was op de drie instrumentale nummers dat hij schrik had dat ze weg gelaten zouden worden voor andere, gezongen nummers. 

Joe Boyd was er inderdaad niet zo blij mee: "Wel, we hadden afgesproken met de arrangeur. Dat was iets dat hij samen Robert zou gaan regelen. Ik was zeer sceptisch daarover en ik had er mijn twijfels over. Ik zei, we kunnen ze opnemen, maar dan alleen aan het einde van de sessies, wanneer we een fatsoenlijk arrangement hebben voor het nummer. Het idee van instrumentale nummers leek bij een beetje 'Chinees' voor 'Nick kon geen teksten bedenken'.
En ik zette hem onder druk om teksten te schrijven maar hij bleef koppig en zei 'Nee, dit zijn geen liedjes, dit zijn instrumentale stukken en ik wil er één aan het begin, en één aan het einde. En zo zal de plaat worden uitgebracht.'
Ik bleef aandringen, maar hij bleef bij zijn standpunt en deed het, en ik dank dat het resultaat er mag zijn. "

Maar na twee maanden werken was Nick niet tevreden met het geluid en de arrangementen van de violen. Hij verwierp de opgenomen resultaten. De release datum moest worden uitgesteld.  De promotie afspraken lagen inmiddels echter vast.

Dus trok Nick in maart op tournee met Sandy Denny's band Fotheringay. Ze speelden vijf optredens:

16 maart:  Birmingham Town Hall
18 maart:  Leicester De Montfort Hall
20 maart:  Manchester Free Trade Hall
22 maart:  Bristol Colston Hall
30 maart:  London Royal Festival Hall

Over dat laatste optreden vertelt John Martyn: "Hij was verlamd van schrik. Ik bedoel hij was totaal overhoop voor het optreden. Je werd er ongemakkelijk van om hem te zien. Hij was voortdurend op zijn ongemak. De muziek was uitstekend, maar hij wou absoluut ergens anders zijn."

Op 13 april speelt Nick een sessie voor de BBC Radioprogramma van John Peel.

In  de lente trokken Joe Boyd en Nick terug naar de studio. Alles bij elkaar zou de opname voor deze plaat zowat negen maanden duren. 

"Nick en ik woonden toen in Londen," vertelt Kirby. "Voor het nummer 'At The Chime Of The City Clock' probeerden we de sfeer van de stad op te roepen. Een naargeestige, eenzame, natte avond in oktober, waarop je over de een of andere straat loopt, in Londen of zo.Nick heeft meer van die nummers: 'Parasite' van Pink Moon heeft ook zo iets. We kozen ervoor om tegenstemmen te gebruiken en geen akkoorden. Een tweede stem, bijna Gregoriaans, om het naargeestig te maken. Het waren de violen die in octaven speelden of cello's die een lage stem deden.

Op 'Fruit Tree' spelen hobo en althobo één lange melodielijn. Ze moeten de gitaarpartij niet overstemmen, want die is... Dat merk je wel, als je het hoort. De gitaar is net een machine. Ik wil niets afdoen van zijn spel, want dat is erg spiritueel... Maar die gitaar is erg dwingend. Nick houdt vast aan dat ritme. We zochten naar een naargeestig, eenzaam geluid en dat heeft John mooi opgelost. Gitaar, strijkers en de blazers overheen." 

De opnamesessies werden regelmatig onderbroken voor nog meer optredens: op 8 mei speelde Nick tijdens een nachtlang festival in Bedford College waar ook groepen optraden als Spencer Davis, John Martyn en Graham Bond. 

Verder speelde hij, bijna regelmatig zaterdag in Cousins in Greek Street. Hij trad er dan op als voorprogramma van the Third Ear Band, John Martyn of John James.

Brian Cullman, die er op een avond voor hem optrad, herinnert zich: "Zijn verlegenheid en straalden van hem af. Een lange man, zijn kledij - een zwarte floeren jas en broek, gekreukt wit hemd - hingen rond hem als slaapkleren na een zware nacht. Hij zat op een barkruk, gebogen over zijn kleine Guild gitaar. Hij begon een nummer en vergat dan halverwege waar hij was gekomen... begon opnieuw of begon een totaal ander nummer, dat hij dan ook weer afbrak als hij zich herinnerde hoe het andere verder ging. Hij zong niet in de microfoon, mompelde en fluisterde. Het was te vergelijken met het zitten aan het bed van een stervende man die je een geheim wil vertellen, maar zich steeds weer bedenkt.

Er was een nieuw nummer dat hij die avond wilde spelen, dat hij altijd maar opnieuw inzette en afbrak. Hij kwam nooit tot het einde en speelde tenslotte steeds opnieuw de openingsregels: 'Do you curse where you came from/Do you swear in the night?' (Hazey Jane I). 'Het was verkillend en merkwaardig fascinerend. Niemand keek ook maar een ogenblik weg - er waas een gevoel dat als je ook maar even weg zou kijken hij zou verdwijnen of gewoon vergeten dat we er waren en zou gaan slapen."

Nick's laatste gekende optreden was opnieuw in het Ewell Technical College, waar hij op 25 juni 1970 speelde als voorprogramma van Ralph McTell.
Die vertelt: "Het enige gesprek dat ik met hem voerde was vooraf in de kleedkamer. Ik ben altijd vreselijk nerveus en loop dan te ijsberen. Ik reageer mij af door aan iedereen te vragen 'Alles in orde?' Nick antwoordde in woorden van één lettergreep. Voor dat optreden was hij uiterst verlegen. Hij deed zijn eerste set en er moet iets vreselijks gebeurd zijn. Tijdens 'Fruit Tree' stapte hij halverwege het optreden plots van het podium."

In scherpe tegenstelling met verlegenheid op het podium staat het bijna arrogante zelfvertrouwen dat hij in die periode inde studio uitstraalde. Nick wist zeker dat de plaat een schitterend werkstuk werd. De opnamen verliepen de hele zomer door, met onregelmatige tussenpozen, tot in de vroege herfst.

John Cale voegde viola, orgel en celeste toe. Het is merkwaardig hoe Cale er in slaagt, telkens op de meest cruciale momenten van de popgeschiedenis op te duiken. Beginnend bij de Velvet Underground, baande hij de weg voor David Bowie (zoals die aangeeft op de hoes van Hunky Dory). Hij produceerde de debuut-lp's van zowel Patti Smith als Jonathan Richman (er stond daarbij aan de wieg van de geboorte van de punk) en gaf Brian Eno een duwtje in de rug.

Cale's bijdrage is duidelijk merkbaar in de textuur van 'Northern Sky'. Dat nummer vormt voor velen het hoogtepunt van Nick's kunnen. Het klinkt alleen en kwetsbaar, als een gebed voor de redding die het eerste ochtendgloren moet brengen. De ochtend waarvan Nick smachtend hoopt dat het hem zal bevrijden van de zware nachtlucht die hem langzaam verstikt. Cale's orgel en piano werk geven het nummer een smekende, hymne-achtige kwaliteit die uiteindelijk hoop aangeven, als om aan te geven dat Nick de ochtend kan bereiken als hij maar blijft vertrouwen. De beelden zijn verblindend in de kleine woordnuances die de melodie begeleiden. Jammer genoeg streeft Nick alweer naar iets waarvan hij weet dat hij het nooit zal bereiken.

'Northern Sky' had voor Nick duidelijk het potentieel van een single die de doorbraak kon forceren. Hij was er van overtuigd dat deze lp hem in de schijnwerpers zou plaatsen. 

Joe Boyd vertelt over de bijdrage van nog een andere gast: "Ik had een sessie gedaan voor een jazz plaat, met Chris McGregor. Chris is een fantastische, excentrieke, blanke Zuid Afrikaan, die het merendeel van zijn leven is opgegroeid tussen de zwarte bevolking van Transkei. Hij draagt kleurrijke kleren, enz... Hij rookt veel van die zeer zware Zuid Afrikaanse Daga. Die rookt zijn gras altijd in een pijp.
Het was tijdens een van die 'bandwerk' dagen dat ik een sessie had in de namiddag en één in de avond. We hadden de sessie met Chris McGregor afgewerkt en iedereen was in aan het pakken, toen Nick binnenkwam met de drummer en de bassist om te werken aan 'Poor Boy'.
Chris zat daar maar in de studio, aan het roken, en vroeg 'Hindert het als ik blijf zitten en luisteren?'
En ik zei, 'Nee, doe maar.'
Dus, hij zat daar en ik luisterde naar de track en keek naar Chris en plots kreeg ik een idee. Ik zei, 'Waarom speel je niet mee. In plaats van rond te hangen ga ik je aan het werk zetten.'
En hij zei 'Waarom ook niet!'
Hij was stoned en tot alles in staat. Hij wandelde binnen en dat was de eerste take. De take die we gebruikten en ik denk dat zijn pianospel de track echt tot leven brengt. Dat was zo één van die kleine toevalligheden, die echt goed uitpakten."

Zowel Joe Boyd als John Wood zijn uiterst tevreden over het resultaat. Beiden noemen 'Bryter Layter' de perfecte lp, een meesterwerk.
Joe Boyd: "Bryter Layter is de plaat waar ik zelf het meest tevreden over ben. Het is de enige plaat waar ik naar kan luisteren zonder te denken, 'Ik wou dat we dat anders gemixt hadden, of dat had anders gemoeten' 

John Wood: "Bryter Layter, is wat mij betreft, op vele vlakken de plaat waar ik het meest voldoening van heb dat ik er aan heb gewerkt. Het is de enige plaat waaraan ik niets zou willen veranderen." 


BRYTER LAYTER werd tenslotte in november 1970 uitgebracht. 

De titel is, volgens Chas Keep, "een woordspeling op de uitspraak van de BBC weermannen uit die tijd".

Op de hoes staat een foto van Drake van Nigel Waymouth: Nick zit in elkaar gedoken over zijn gitaar gebogen. Voor zijn voeten staat een paar kleurrijke schoenen. 

Er is nog een alternatieve hoes opgedoken. Deze samengestelde hoes, is volledig afgewerkt, inclusief catalogusnummer. In de hoes, die werd aangetroffen in een tweedehands zaak staken twee eenzijdige proefpersingen. Op de voorzijde staat een glimlachende Drake. Zijn gezicht gloeit rood-oranje, en is geplaatst tegen een 'op-art' achtergrond van geometrische patronen en stippen.
De achterzijde omvat een gekende foto van Nick aan een snelweg en geeft aan dat Nigel Waymouth (gekend van Haphash and the Coloured Coat) de ontwerper was.
Hoewel de eigenaar er voor geen geld afstand van wil doen wordt de waarde van dit exemplaar geschat op meer dan £1,000. 

Bij het uitbrengen waren de besprekingen over het algemeen lovend.

Jerry Gilbert in Sounds van 13 maart 1971: "Ik heb het gevoel dat enkel een Joe Boyd-Paul Harris verbintenis zulk een buitengewoon album als dit had kunnen produceren. En opnieuw moet een groot deel van de lof gaan naar Robert Kirby, wiens schitterende arrangementen even uitstekend zijn als op Nick Drake's vorige lp. Op zich zijn de liedjes van Nick Drake niet zo sterk, maar Nick was altijd al een evenwichtige, zij het introverte performer." 

En een zekere L.G. in Record Mirror van 20 maart 1971: "Een schitterend gitarist - zuiver en met een perfecte timing - begeleid door zachte, prachtige arrangementen van Robert Kirby. Nick is niet de beste zanger ter wereld, maar hij heeft fantastische nummers geschreven die uitstekend passen bij de strijkers. Zeker één van de mooiste (en dat kan tellen!) en meest indrukwekkende albums die ik ooit heb gehoord. "

Boyd was ervan overtuigd dat Nick Drake een ster zou worden. Maar zo'n vaart liep het niet.

Integendeel, de verkoop valt tegen. Het publiek merkte de plaat niets eens op.  Natuurlijk was de concurrentie in die periode enorm. Dé plaat van het jaar was Led Zeppelin II. The Beatles sloten hun carrière af met Let It Be en Abbey Road. Vanaf het najaar van 1970 kwam er een stroom van nieuwe lp's op de koper af. Kort na elkaar kwamen uit: Simon and Garfunkel met 'Bridge Over Troubled Waters', the Rolling Stones met 'Sticky Fingers', John Lennon met 'Imagine' en Rod Stewart met 'Every Picture Tells a Story'. 

Maar timing was natuurlijk niet het enige probleem. Er waren nog andere gevoelige singer/songwriters die zich een plaatsje wisten te verwerven aan het begin van de jaren '70: Al Stewart, Cat Stevens, Paul Simon, John Martyn, Neil Young en Bob Dylan. 

Nick was teleurgesteld.

Bovendien kreeg hij van uit onverwachte hoek nog een tweede opdoffer te verwerken. Joe Boyd, de manager en promoter die hem zo geduldig door zijn twee albums had geloodst verkocht begin 1971zijn maatschappij aan Chris Blackwell van Island Records. Hij verliet Londen om een job te beginnen in de muziekafdeling van Warner Brothers in Californië.

Hij wou Nick echter niet in de kou laten staan en stelde als één van de voorwaarden voor de overname aan Blackwell dat Nick's platen nooit zouden worden geschrapt uit de Island cataloog. Dat was geen enkel probleem, vermits Blackwell altijd al Drake's werk had bewonderd Island Records was dan wel enthousiast over hun nieuwste aanwinst, maar ze hadden geen idee hoe ze hem aan de man moesten brengen.

Een persbericht uit die periode toont de verwarring: "Nick Drake is groot en slank. Hij woont ergens in de buurt van de universiteit... omdat hij het haat tijd te verliezen door te reizen. Hij heeft geen telefoon - meer omwille van de kosten dan dat hij a-sociaal zou zijn. Hij heeft de gewoonte regelmatig een dag of drie, vier te verdwijnen, wanneer hij aan het schrijven is. Maar bovenal... maakt hij muziek." 

Sindsdien zijn er wilde speculaties geweest over de gevoelens van Nick voor Boyd, maar er zijn bewijzen van enige romantische verbintenis. Trouwens er zijn geen bewijzen dat Nick romantische gevoelens voor om het even wie zou hebben gehad.
Volgens Linda thompson, die met beide mannen lange tijd bevriend is geweest, was Nick een totaal buitenwerelds individu: iemand die "echt, echt nergens scheen thuis te horen." Eerder dan geheim verlangen, was Nick's verhouding tot Boyd er een van geheime jaloezie. Boyd, een knappe jongeman, zoals Drake zelf, was vol zelfvertrouwen en spraakzaam, alles wat Nick niet was. Hij zag Boyd mogelijk als de man die hij zou worden, of zou willen worden. 

Eens dat Boyd vertrokken was, werd Nick nog meer in zichzelf gekeerd.
Linda Thompson: "Het was bijna autistisch. Het werd steeds erger en erger... Mensen zeiden: "Oh, je hebt een relatie met Nick, dat is ongelofelijk. Sloeg hij zijn arm om je heen? Dat is bijna openbare zedenschennis voor Nick." 

Na BRYTER LAYTER, bereikte Nick's onvrede met zijn muziek en zijn leven een hoogtepunt. Hij had zo al weinig vrienden en nu zijn nieuwe lp over het hoofd werd gezien, sloot hij de deur. Hij keerde terug naar het ouderlijk huis in Far Leys, waar hij uren naar de lucht staarde. Om de een of andere reden had hij het gevoel dat hij zijn familie en vrienden teleur had gesteld en hij trok zich dat aan.

Island Records zag in dat Nick Drake nooit een goed verkopende folk artiest zou worden, maar liet hem ook niet vallen.

Joe Boyd was in Amerika, waar hij de hits aan elkaar reeg voor Maria Muldaur.

Het zag er naar uit dat Nick Drake's carrière voorbij was, nog voor ze goed en wel was begonnen.

 

Copia%20di%20Nick%20Drake

Commentaren

Fan van Nick Drake Peerke, misschien hou je dan ook van http://www.youtube.com/watch?v=MyuL1z2tejs&eurl=http://www.abconcerts.be/nl/concerten/p/detail/emiliana-torrini-01-02-2009 ???

Gepost door: Mie | 05-12-08

Emilana Ha, die komt uit Fisherman's Woman. Die heb ik ook. Mooie plaat. Het filmpje kende ik niet.
Verder heb ik niks van haar.

Gepost door: Peerke | 05-12-08

De commentaren zijn gesloten.