29-05-07

Street Legal & At Budokan

sydney1978
De alimentatie tournee

 “Ik moet nog wat schulden afbetalen,” zei Bob openhartig tegen The Los Angeles Times (28 mei 1978), “Ik heb een paar slechte jaren achter de rug. Ik heb veel geld in de film gestoken, een groot huis gebouwd… en dan die echtscheiding nog. Scheiden in Californië kost veel geld.” Om zijn verliezen goed te maken, tekende Dylan een contract bij Jerry Weintraubs Mangament III – de firma achter grote publiekstrekkers als Neil Diamond – en begon aan de voorbereidingen voor een lucratieve wereldtournee. Met behulp van de betrouwbare bassist Rob Stoner verzamelde hij in december 1977 een achtmansformatie om zich heen. Voor de kern van die groep wou Bob opnieuw beroep doen op de meest capabele leden van de Rolling Thunder Revue: David Mansfield, Steven Soles en Howie Wyeth. Maar de drummer bedankte en werd vervangen door Danny Siewell. Daarenboven zocht Dylan een koortje van drie zwarte zangeressen, waaronder Frannie Eisenberg en Katie Segal. De repetities vonden plaats in een oude fabriek in Santa Monica, Californië, die Dylan voor een periode drie jaar had gehuurd. De omgeving zag er zo vervallen uit dat Dylan ze de Rundown Studios doopte. Naast repetitieruimte waren de kantoren van het tourbedrijf en zelfs een bed, zodat Bob er kon blijven slapen. In tegenstelling tot de Rolling Thunder Revue zocht hij nu contact met e muzikanten. Hij bleef vaak na de repetities hangen om er met hen te drinken en te praten. De tournee zou eerst Japan en Australië aandoen. Bob had van de Japanse promotors een lijst gekregen van nummers die ze van hem verwachtten. Het zou in essentie een greatest hits moeten worden. Samen met Stoner  begon hij aan uitgewerkte bigband arrangementen te werken. Zijn beroemdste nummers kregen als showsongs een geheel ander jasje. ‘Don’t Think Twice’ kreeg een reggaeritme. ‘All Along The Watchtower’ werd een heftig eerbetoon aan Jimi Hendrix, waarbij David Mansfield op zijn viool de gitaarloopjes imiteerde.  In één van de vele interviews rond nieuwjaar worden gepubliceerd ter promotie van Renaldo And Clara, had Dylan  het over zijn "psychic adviser" Tamara Rand. Ze zou hem, onder hypnose, hebben terug gebracht naar zijn vroeger levens.  De repetities werden einde januari hervat. Er waren een paar wijzigingen in de bezetting: de drummer werd vervangen door de Engelse Ian Wallace, die eerder bij King Crimson had gespeeld. Billy Cross, die aan de musical Hair had meegewerkt, werd uit Denemarken overgevlogen om gladjes sologitaar te spelen. Op de band meer soul te geven werden de Motownveterane Bobbye Hall  op percussie en Steve Dougles, die op veel  Phil Spectorplaten saxofoon speelde, toegevoegd.  Het koortje was helemaal vernieuwd met Jo Ann Harris en Debbie Dye. De twee hadden samen jarenlang in musicals gezongen. Als daarbij kwam dan Helena Springs, een verbijsterend knap meisje dat pas van school kwam. En tenslotte was er ook nog Alan Pasqua, lid van de moderne jazz-band Tony Williams’ Lifetime, op toetsen.  Ter promotie gaf Bob op 24 januari alvast twee persconferenties in de Rundown Studios, een voor Australische journalisten en een voor de Japanse pers.  

Het Verre Oosten

 Ook op 17 februari, de dag na zijn aankomst in Tokio, gaf hij een persconferentie. Ze waren in een gehuurd BAC-111 straalvliegtuig naar Tokio gevlogen. Het toestel had twee suites, een slaapkamer voor Bob en een goed voorziene bar. De aankomst in Japan was een grootse gebeurtenis: “Het was alsof the Beatles aankwamen.” meent fotograaf Joel Bernstein.  De tournee ging drie dagen later van start in de Nippon Budokan Hall. Dylan werd daarbij begeleid door een elfkoppige band, compleet met blazers en achtergrondzangeressen. Alle bandleden waren, zoals Dylan zelf, in het zwart-wit gekleed. Dylan had zijn gezicht ook opnieuw wit geschminkt. Bij de openingsshow werden twee nummers voor het eerst gebracht: ‘Lonesome Bedroom’ en ‘The Man In Me’. Bovendien werd ‘All I Really Want To Do’ voor het eerst gespeeld sinds 24 juli 1965 in Newport en ‘Tomorrow Is A Long Time’ dat hij het laatst zong in Minneapolis op 17 juli 1963.Hoewel Dylan zich vooral toelegde op zijn “grootste hits” werden zowat alle nummers in totaal nieuwe arrangementen gebracht. Er waren reggae ritmes en teksten die overhoop werden gehaald. Van sommigen bleef alleen het refrein nog intact.  “De tournee van ‘78 was niet zo geïmproviseerd als de Rolling Thunder,” meent David Mansfield:. “Er was veel meer gerepeteerd, in de traditionele manier van repeteren. Hoewel Bob voor sommige nummers compleet nieuwe muziek verzon voor sommige teksten en het “gevoel” van sommige nummers compleet veranderde. Maar eens dat nieuwe gevoel was bepaald en het arrangement uitgewerkt, bleef dat meestal wel zo gedurende enkele weken. Het was niet dat hij het de ene dag als een trage wou en de volgende avond als een wals.”Na het openingsconcert speelden ze nog zeven keer in de Budokan Hall in Tokio, met tussendoor drie optredens in de Matsushita Denki Taiikukan, Hirakata City in Osaka.  In de tournee door het Verre Oosten werden ook enkele eigen nummers gebracht die in het vervolg van de tournee niet meer aan bod kwamen: ‘I'll Be Your Baby Tonight’, ‘If You See Her Say Hello’, met een nieuwe, eerder bittere tekst, ‘One Too Many Mornings’ en ‘Something There Is About You’. ‘Is Your Love In Vain?’ werd slechts drie keer gebracht. Meestal opende Dylan met een bluescover. Nummers als ‘Repossession Blues’ van Roland James, ‘Love Her With A Feeling’ van Tampa Red of  ‘Lonesome Bedroom’ van Ernest "Buddy" Wilson. Dylan zou deze nummers later nooit meer spelen.Aan het einde van de reeks optredens in Japan voegde een vriendin van Bob zich bij het gezelschap. Mary Alice Artes was een grote vrouw, geen klassieke schoonheid maar wel een sterke persoonlijkheid. Vrijwel iedereen mocht haar, behalve, zo leek het, Helena Springs. “Er waren vreselijke scènes,” vertelt Billy Cross.” Ik geloof dat Bob geluk had dat hij er zonder blauw oog van af kwam… Mary was groter dan hij.” Ter ondersteuning van de tournee werd op 25 februari een triple-LP set Masterpieces, uitgebracht in Japan en later ook in Australië en Nieuw Zeeland. Het omvat een overzicht van Dylan’s hele carriere, met verschillende nummers die alleen op singles zijn verschenen zoals ‘Spanish Is the Loving Tongue’, de big band versie van ‘George Jackson’, ‘Rita May’, ‘Can You Please Crawl Out Your Window?’ en een live versie van ‘Just Like Tom Thumb’s Blues’  

Op 26 februari, in Osaka, zong Bob voor het eerst ‘Love Her With A Feeling’ en twee dagen later in de Budokan Hall in Tokio, een eerste nummer dat zou verschijnen op zijn volgende LP Street-Legal, ‘Is Your Love In Vain?’. Dat concert werd trouwens opgenomen, samen met volgende. Van het eerste concert worden er zeven nummers uitgebracht op Bob Dylan At Budokan en van dat van 1 maart vijftien. De plaat werd op 21 augustus 1978, in eerste instantie, enkel in Japan uitgebracht. 

 
at budokan

 

Bob Dylan at Budokan is een tot het uiterste gepolijste live album. Alle scherpe kantjes zijn zorgvuldig afgevijld en tegelijk worden enkele van zijn beste nummers vakkundig vermoord. Van het magische  van 'I Want You' blijft niets meer over. 'Ballad Of A Thin Man' is dan weer sterker geworden door het walsritme, terwijl 'Maggie's Farm' extra kracht krijgt door de kwade elektrische gitaren. 'All Along The Watchtower' is 100% energie. Maar toch, er scheelt iets. Vele – vooral Amerikaanse - Dylan fans die in de jaren zestig opgegroeid waren met zijn muziek haatten de LP.  

Down Under

 Na een onderbreking van slechts enkele dagen, vloog Bob op 5 maart naar Auckland, Nieuw Zeeland. Daar nam zijn suite een hele verdieping van het hotel in beslag. De volgende dagen trok Dylan als toerist, alleen door Auckland. Volgens geruchten had Bob er iets met een Maori die Ra Aranga heette. Het ontging de band niet dat al zijn vriendinnen zwart waren. “Bob is helemaal weg van de zwarte cultuur. Hij houdt van zwarte vrouwen. Hij houdt van zwarte muziek. Hij houdt van zwarte stijl.” meent Cross. “Als hij om een bepaalde muzikale aanpak vroeg, was die altijd zwart.”Zijn allereerste concert in Nieuw Zeeland vond plaats op 9 maart, in het West Springs Stadium in Auckland. De volgende dag vlogen Bob en zijn band naar Sydney, Australië en vandaar naar Brisbane. Ze speelden er in de Festival Hall (waar Bob in 1966 ook al had opgetreden) van 12 tot 15 maart. Daarna speelde hij nog zes keer op diverse plaatsen in Australië voor hij terugkeerde naar Nieuw Zeeland voor een laatste concert. Op 22 maart werd ‘I'm A Steady Rolling Man’ van Robert Johnson voor het eerst gebracht tijdens de show in Melbourne. Er zijn geruchten dat Bob in Australië een nummer zou hebben geschreven als ode aan één van zijn zangeressen: ‘Brown Skin Girl’. Hij heeft het nummer echter nooit gezongen of opgenomen.   

Street Legal

 Op 2 april vloog de band terug naar Los Angeles, waar enkele dagen later alweer werd verzameld om te repeteren. Dylan had besloten om met deze band een LP op te nemen in de Record Plant in Los Angeles. De studio was echter niet beschikbaar en dus besloot Bob zijn eigen Rundown Studio maar te gebruiken. Een grote zaal op de bovenverdieping van de vroegere wapenfabriek, waarvan het plafond was bekleed met piepschuimtegels leek geschikt. Een mobiele opnamestudio werd buiten opgesteld en Don DeVito werd gevraagd om aan de knoppen te zitten. Bob maakte zich niet veel zorgen om de geluidskwaliteit. Hij vertelde Billy Cross dat een opname gewoon de uitvoering van een song op een bepaalde dag was. Hij streefde niet naar perfectie.  De meeste nummers waren de vorige zomer al geschreven op de boerderij in het bijzijn van Faridi McFree. De songs gingen grotendeels over problemen met de liefde. Autografische verwijzingen gingen echter schuil achter duistere beelden uit de astrologie en tarotkaarten. Er waren enkele wijzigingen in de band: Rob Stoner had erg zijn best gedaan om de tournee tot een succes te maken, maar had zich daarbij niet erg populair gemaakt bij zijn mede bandleden. Ze noemden hem een nazi. Hij werd vervangen door Jerry Scheff, de bassist van Elvis Presley. Jerry Scheff: "Ik was een plaat aan het opnemen met Tanya Tucker. Ze hadden plannen om  op tournee te gaan, toen ik een telefoontje kreeg van de saxofonist Steve Douglas. Hij vertelde me dat Bob Dylan aan het repeteren was en dat ie zijn bassist had ontslagen. Ik ging met hem spelen en plots waren we op weg naar Europa in een privé-trein, vrouwen inbegrepen….Het was een prachtjaar behalve dat er zoveel cocaïne voor handen was dat ik er al snel verslaafd aan werd.” Verder stapte ook Debbie Dye uit de band. Ze kon niet opschieten met Helena Springs, omdat ze vond dat die meer om haar uiterlijk dan om haar zangtalenten geselecteerd was. Bovendien was ze zwanger. Daarom werden er een aantal audities gehouden om een vervangster te zoeken. Op 13 april waagden twee zangeressen hun geluk. Maar dat werd niets. Op 19 april volgde de 24-jarige Carolyn Dennis. Haar moeder Madelyn Quebec had als een van de Raelettes bij Ray Charles gezongen. Carolyn was in een krachtige gospeltraditie opgegroeid en uitgegroeid tot een uitstekende zangeres. Ze was een grote vrouw met een krachtige en toch engelachtige stem en een bijzonder mooi gezicht. Ze was op tournee met Burt Bacharach toen ze werd gebeld of ze met Bob wilde werken. Ze had nog nooit van hem gehoord!De twee volgende dagen werd verder gerepeteerd en de 24ste repeteerde ze verder met alleen maar Bob Dylan en Bobbye Hall.  De opnamen begonnen op dinsdag 25 april met ‘Changing Of The Guards’. Van deze sessies zijn, jammer genoeg, niet veel gegevens bekend geraakt. Volgens het sessie rapport werd er gewerkt van 18:00 tot 19:45 en van 20:30 tot 22:30. De volgende dag werd tussen 14:00 en 16:00 één take van ‘Señor (Tales Of Yankee Power)’ opgenomen. Tussen 19:30 en 20:15 één take van ‘Is Your Love In Vain?’ en daarna ‘New Pony’, tot 21:00. Voor die laatste sessie waren de zangeressen niet nodig – of een hapje eten. Het nummer is nogal seksistisch en Dylan durfde de tekst misschien niet zingen in het bijzijn van de vrouwen. Ondertussen is enkel voor deze sessie een nieuwe sessiemuzikant opgetrommeld: trompettist Steve Madaio. Op nog geen half uurtje tijd werden daarna drie takes van ‘We Better Talk This Over’ opgenomen, in verschillende bezettingen. David Mansfield speelde de ene keer mandoline en dan weer viool, Bobbye Hall speelde conga’s of percussie en Alan Pasqua speelde afwisselend piano of orgel.Tussen 21:40 en 22:15 werden dan drie takes opgenomen van ‘Where Are You Tonight ? (Journey Through Dark Heat)’ en tenslotte vier van ‘True Love Tends To Forget’. De sessie was afgelopen om 23:10.  ‘Where Are You Tonight’ is misschien wel het beste nummer van de sessie. Bob lijkt er zich in neer te leggen bij het mislukken van zijn huwelijk. Hij gaf lucht aan zijn gevoelens van spijt en wekt de indruk terug te willen naar de tijd dat Sara en hij gelukkig waren. Het is een kronkelige zwerftocht door een verbroken liefde dat toewerkt naar een climax van verlangen en wanhoop en tenslotte uitloopt in een snikkende gitaarsolo van Billy Cross.  Niet alle opnamen verliepen naar ieders tevredenheid want zowel donderdag als vrijdag werden zowat helemaal besteedt aan het opnieuw opnemen van deze nummers. Op 27 april werd er ononderbroken gewerkt van 22:00 tot 1 uur ’s nachts aan nieuwe versies van ‘No Time To Think’, ‘Where Are You Tonight ? (Journey Through Dark Heat)’, ‘True Love Tends To Forget’ en ‘Changing Of The Guards‘. De 28ste werd begonnen om 17:30, maar het einde van de sessie is niet genoteerd. De eerste twee uren werden besteed aan het fraaie liefdeslied ‘Baby, Stop Crying’. Daarna werden nieuwe versies opgenomen van ‘Is Your Love In Vain?’, ‘New Pony’ en ‘Señor (Tales Of Yankee Power)’ Zaterdag 1 mei werd de eerste drikartier van de sessie besteedt aan het opnemen van demo’s van nummers die Dylan samen met Helena Springs had geschreven: ‘Walk Out In The Rain’, ‘Coming From The Heart (The Road Is Long)’ en ‘Stop Now’. Dylan gaf deze nummers later aan Eric Clapton die ‘If I Don't Be There By Morning’ en ‘Walk Out In The Rain’ opnam en uitbracht op Backless. Vanaf 19:50 werd dan gewerkt alle aandacht besteedt aan een nieuwe versie van ‘New Pony’. De laatste twee dagen werden besteed aan overdubs. Op 2 mei werd extra backing vocals toegevoegd aan ‘Baby, Stop Crying’, tussen 16 en 18 uur.  In de laatste sessie voegden Jerry Scheff bas en Steven Douglas sax toe aan de beste take van ‘New Pony’.  Bij het mixen bleek dat het leek alsof de plaat onder nat karton was opgenomen. Bob was ontevreden over het resultaat. “Na de opnamen ontsloegen ze ons allemaal,” vertelt Alan Pasqua. “De hele band werd ontslagen… Ik neem aan dat hij de plaat niet goed vond.”    
street legal
On the road again: Europa
 Maar Bob had zijn band nodig om de tournee verder te zetten, dus werden ze snel allemaal weer aangenomen. Als voorbereiding op de Europeese zomertournee speelde Bob van 1 tot 7 juni zeven "opwarmingsshows" in het Universal Amphitheater in Los Angeles, Californië. Twee nummers van Street-Legal worden daarbij voor het eerst live gespeeld: 'Baby Stop Crying' en 'Señor (Tales Of Yankee Power)'.De shows zijn echter niet erg goed.  Op 13 juni vliegt Dylan naar Londen voor het Europese luik van de tournee. Samenvallend met het eerste concert van Bob Dylan in Engeland, sinds 1966 in de Royal Albert Hall werd Street-Legal op 15 juni uitgebracht. Het was de eerste plaat onder het onlangs vernieuwde contract met Columbia. Bobs bange vermoeden werd bevestigd. Greil Marcus schreef in Rolling Stone dat Bob “volledig nep” klonk. In Engeland had de plaat meer succes. Daar werd eind juni 'Baby Stop Crying'/'New Pony' als single uitgebracht.  Met zes concerten in Earls Court in Londen, van 15 tot 20 juni zet Bob het Europese luik van zijn wereldtournee in. De pers was enthousiast. Na een houterig begin in het Verre Oosten was de band in topvorm. Ondertussen is echter wel een vast stramien gevormd dat voor elk volgend concert tijdens de gehele Wereld tournee zou blijven gelden. De band – zonder Dylan – opent elke show met een instrumentale versie van ‘A Hard Rain's A-Gonna Fall’. Dylan begint dan met een bluescover, gevolgd door een nummer uit Street Legal. Dan bracht hij een tiental eigen nummers, in soms radicaal nieuwe arrangementen, met als afsluiter, voor de pauze ‘Going, Going, Gone’. Daarbij excuseert hij zich met een smoes als "Ik moet even een belangrijk telefoontje gaan doen" of "We moeten een band gaan vervangen van de tourbus.") Ook na de pauze werd zet de band in met een instrumentale versie. Deze keer 'Rainy Day Women # 12 & 35'. En ook de tweede set bestaat grotendeels uit nieuwe bewerkingen van zijn beste nummers. Zo legt hij bij het reggae arangement van ' Don't Think Twice, It's All Right' uit dat het geen echte reggae is maar "Southern Mountain Reggae".Het enige nieuwe nummer is 'Señor (Tales Of Yankee Power)'. David Mansfield krijgt een afzonderlijk vermelding na 'All Along The Watchtower)', waarbij Bob beweert dat hij hem had leren zo viool te spelen. Ook het einde ligt vast: een introductie van de band voor een stevige versie van ‘It's Alright, Ma (I'm Only Bleeding)’. Daarbij stelt Bob de backing zangeressen voor als "mijn verloofde Carolyn Dennis; mijn jeugdvriendinnetje Jo Ann Harris en mijn huidige vriendin Helena Springs." Daarna ’Forever Young’ en als enige bisnummer ‘The Times They Are A-Changin'’ De show varieerde tussen de twee uur en de twee uur en half. De setlist verandert nog slechts zeer geleidelijk: dikwijls werd avonden achter elkaar enkel het 24ste nummer uit de show vervangen.  Backstage kreeg Dylan bezoek van Robert Gordon, Rob Stoner en Sid Vicious van The Sex Pistols. Die viel hem opeens aan met een mes. Gelukkig kon hij snel worden afgevoerd. Verder raakte Dylan er ook bevriend met Elvis Costello, Graham Parker en leden van the Clash. .  Na Londen trekt de bende verder naar Nederland waar ze in het Feyenoord Stadion in Rotterdam optreden. Helena Springs werd voortaan voorgesteld als "een dame met een grote toekomst en een prachtig achterste..". In de plaats van het Tampa Red nummer komt nu ' She's Love Crazy' en 'I'll Be Your Baby Tonight' werd als eerste bisnummer toegevoegd.  Dan vier concerten in West Duitsland, met als hoogtepunt een optreden in het Zeppelinfeld in Nurenberg. Dat is het stadion waarin Hitler zijn toespraken hield. “Ik denk dat we allemaal een beetje van ons stuk waren en opgewonden dat we daar speelden,’ herinnert David Mansfield zich. “Zeker toen Dylan een schitterende versie deed van ‘Masters Of War’.”Voor de gelegenheid werd de eerste set uitgebreid met drie nummers: Carolyn Dennis zingt 'A Change Is Gonna Come' van Sam Cooke en Helena Springs zingt 'Love Minus Zero/No Limit'. Ze worden allebei begeleid door Bob en de band. Steven Soles bracht daarna zijn eigen nummer 'Laissez-faire' en Bob sluit af met een solo versie van 'A Hard Rain's A-Gonna Fall'. Dit is de enige keer dat hij het nummer in '78 zingt.  Vervolgens vijf concerten in het Pavillon in Parijs, daarbij maken drie nummers van Street Legal hun live debuut: 'True Love Tends To Forget' (3 juli), 'We Better Talk This Over' (slechts één maal gespeeld: op 4 juli) en 'Changing Of The Guards' (5 juli als eerste bisnummer). Als solo nummer kiest Bob voortaan voor 'Gates Of Eden'.Dan twee concerten in Göthenborg in Zweden. Tijdens de soundcheck op 12 juli werd 'No Time To Think' geprobeerd, maar het nummer werd nooit tijdens een concert gespeeld. Wel werd 'Oh, Sister' aan de setlist toegevoegd, in een prachtig nieuw arrangement.  De tournee werd afgesloten op 15 juli met een groot openluchtoptreden in de Blackbushe Aerodrome in Camberley, ten zuiden van Londen. Het is een indrukwekkend concert voor 175 000 toeschouwers. In het lange voorprogramma spelen onder andere Eric Clapton en Graham Parker. Dylan komt pas op na zonsondergang. Hij is voor de gelegenheid helemaal in het zwart gekleed, inclusief een hoge hoed!Een laatste nummer van Street Legal werd voor het eerst live gespeeld: 'Where Are You Tonight? (Journey Through Dark Heat)’. Ook het extra setje van de achtergrondzangeressen werd weer toegevoegd. Deze keer zingt Carolyn: 'A Change Is Gonna Come' van Sam Cooke, Helena 'Mr. Tambourine Man' en Jo Ann 'The Long And Winding Road. Voor de cover die hij zelf zingt had Dylan nu gekozen voor 'Love Her With A Feeling' van Freddie King. Eric Clapton komt voegt blues gitaar toe aan de afsluiter 'Forever Young'. Alle negentien concerten van dit luik van de tournee waren zeer goed  - vooral de shows van 3 en 8 juli in Parijs. Toch springen de twee speciale shows in Neurenberg en Blackbush er nog boven uit!Hoewel de band inmiddels veel beter was geworden, werd op 21 augustus de live opnamen van 28 februari en 1 maart in Tokio uitgebracht als Bob Dylan At Budokan. De dubbel-LP werd in eerste instantie enkel in Japan en Australië uitgebracht.  Terwijl in september in Amerika ‘Changing Of The Guards’/’Senor (Tales Of Yankee Power)’ werd uitgebracht werd voor de Europese markt gekozen voor ‘Is Your Love In Vain?’/’We Better Talk This Over’.  ‘Love You Too Much’, nog zo’n nummer geschreven samen met Helena Springs werd in september opgenomen door Greg Lake voor zijn LP Greg. Hij paste de tekst wel wat aan. The Band nam het nummer later ook op met die nieuwe tekst voor hun LP High On The Hog uit 1995. 

Het taaie Amerikaanse luik

 Na verdere repetities, begin september in de Rundown Studios, ging op 15 september het lange Amerikaanse luik van de wereldtournee van start in het Augusta Civic Center in Maine. Het instrumentale openingsnummer werd voortaan ‘My Back Pages’, gevolgd door een cover van ‘I'm Ready’ van Willie Dixon of  ‘She’s Love Crazy’ van Tampa Red. Als laatste nummers voor de pauze werden ‘I Shall Be Released’ en ‘Señor (Tales Of Yankee Power)’ gebracht.  Na de pauze opende Bob met ‘The Times They Are A-Changin'’, waarna de backing zangeressen ‘Rainy Day Women # 12 & 35’ brachten. Daarna zong Bob ‘It Ain't Me, Babe’ solo, met begeleiding van zijn harmonica en akoestische gitaar, gevolgd door een nieuw nummer: ‘Am I Your Stepchild?’. Hoewel hij het regelmatig bleef spelen tijdens de herfst zou hij het nummer nooit opnemen. Op 13 november nam hij er wel een demo van op om het nummer te laten registreren. Het einde van de show bleef ongewijzigd: een introductie van de band voor ‘It’s Alright Ma’ en ‘Forever Young’ als afsluiter. Maar als bisnummers  werden voortaan ‘Changing Of The Guards’ en ‘I'll Be Your Baby Tonight’ gebracht.  Met uitzondering van 'New Pony' en 'No Time To Think' werden alle nummers van Street Legal tijdens de herfsttournee gespeeld. In latere jaren zal hiervan alleen 'Señor (Tales Of Yankee Power)' nog regelmatig worden gebracht. Bob en de band hadden er inmiddels al een maand of acht opzitten en de lol was er al aardig af. “Die Amerikaanse tournee was taai,” vertelt Ian Wallace.”Ik geloof dat we zes avonden per week speelden… en dat waren, optredens van drie uur. Hoewel we ons eigen vliegtuig hadden en zo, was dat wel wat te veel gevraagd.” De spanningen binnen de band liepen hoog op. “Een band heeft veel weg van een gezin.” gaat hij verder, “en op zeker moment begon de zaak uit de hand te lopen. Er deden allerlei geruchten de ronde, wie wat met wie deed. Weet je, als je op tournee bent, worden muggen olifanten.” Het meeste werd natuurlijk geroddeld over Dylan zelf. Die was een relatie begonnen met de nieuwe zangeres Carolyn Dennis. Tussen Helena Springs en Carolyn Dennis ontstond heftige rivaliteit.  Een griepepidemie en bezuinigingen op de uitgaven waren ook al niet bevorderlijk voor de sfeer in de groep. Bob begon de nummers sneller te spelen nu hij zijn enthousiasme kwijtraakte. De recensenten begonnen ook steeds hatelijker vergelijkingen te maken met Las Vegas amusement. Vooral nadat op 22 november Bob Dylan At Budokan ook in de US en Europa werd uitgebracht. Fans die in de jaren zestig met zijn muziek waren opgegroeid beschouwden de nieuwe arrangementen als verraad.Toch waren er nog enkele uitstekende concerten bij: op 31 oktober in St Paul, 2 december in Nashville en 10 december in Charlotte. Dat laatste was misschien wel de beste show van de hele tournee. Bij het concert van 31 oktober in St. Paul, Minnesota, bracht Bob - voor de enige keer – een van de nummers die hij samen met Helena Springs had geschreven: ‘Coming From The Heart (The Road Is Long)’. Op 13 november, tijdens de show in Oakland, Californië, begon Dylan lange verhalen te vertellen. Het ene verhaal ging over een rare kerel die een levende kip op at op de kermis, als introductie van 'Ballad Of A Thin Man' en een tweede over de zigeunerkoning die hij ontmoette tijdens een zigeunerfestival in het Zuiden van Frankrijk, als inleiding op 'One More Cup Of Coffee (Valley Below)'. Drie dagen later, tijdens het optreden in San Diego, kwam er nog een verhaal bij als inleiding op 'Señor (Tales Of Yankee Power)', over een oude man op de trein van Chihuahua naar San Diego met brandende ogen en rook uit zijn neus.  In totaal gaf Dylan dat jaar 114 concerten voor bijna twee miljoen toeschouwers. Bruto winst: meer dan 20 miljoen dollar. “Het was meer een serie tournees,” meent David Mansfield. “Het leek wel het ganse jaar te duren.” Tijdens de herfsttournee had Dylan nog enkele nieuwe nummers geschreven: ‘Legionnaire's Disease’ dat door de Delta Cross Band werd opgenomen voor de LP Up Front en ‘More Than Flesh And Blood’, waarvoor hij weer had samen gewerkt  met Helena Springs.  Ondanks alle spanningen, vertelde Bob, na afloop van het laatste concert, op 16 december aan zijn bandleden dat hij de tournee in het nieuwe jaar wilde verzetten. Hij leek geen zin te hebben zijn gewone leven terug op te pikken. Hij had goed geld verdiend, maar het afdraaien van een standaardrepertoire van greatest hits voor overvolle voetbalstadions had hem weinig bevrediging geschonken. 

22-05-07

Nick Drake: Bryter Layter

Nick Drake

Bryter Layter

 
2748_6346


Nick Drakes eerste lp werd uitgebracht in september 1969. 'Five Leaves Left' bleek een respectabel debuut te zijn. Weinig omzet, maar niet minder dan kon worden verwacht van een eerste lp. 

Om de verkoop te stimuleren begon Nick op te treden. Op 24 september 1969 speelde hij als openingsact voor John & Beverley Martin en Fairport Convention in de Royal Festival Hall, Londen. Het was zijn eerste grote optreden: voor 2 500 man in een luxueuze omgeving. Het was het eerste optreden van de Fairports na het ongeluk waarbij drummer Martin Lamble was omgekomen. "Het publiek was stil en beleefd," zei Joe Boyd. "Nick's optreden was briljant, het publiek overrompelt.'

Maar andere optredens verliepen niet zo vlekkenloos: folkzanger Michael Chapman herinnert zich een optreden een folk club in Hull. "Ergens in 1969, in een pub met de naam the Haworth. De folkies zagen hem niet zitten; het publiek wou liedjes met refreinen. Ze begrepen er niets van. Ze zagen de zachtaardigheid niet, de subtiliteit. Nick speelde prachtig. Ik veronderstel dat het allemaal eigen nummers waren. Ik herken er enkele van de lp's. Hij deed geen aankondigingen. Hij zei trouwens de hele avond geen woord. Het was eigenlijk pijnlijk om zien. Ik weet niet wat het publiek verwachtte, ik bedoel, ze hadden toch kunnen weten dat ze geen zeeliederen en meezingers zouden te horen krijgen bij een optreden van Nick Drake!'

Nick's laatste optreden van 1969 was in een club in Smethwick, bij Birmingham, waar Nick moest spelen voor een ongeïnteresseerd publiek tussen een diner en de disco. "Dat gaf hem echt de genadeslag,' zei John Martyn een paar jaar later op BBC Radio 1, "ik denk dat ze liever the Troggs hadden gehoord.
Het gaf zijn zelfvertrouwen echt een knak. Ik herinner mij dat hij er dagenlang kapot van is geweest."

Nick's eerste optreden in 1970 vond plaats op zaterdag, 24 januari, in het Ewell Technical College als voorprogramma van Genesis en Atomic Rooster.

Op 21 februari opende hij weer voor John & Beverley Martyn, nu in de Queen Elizabeth Hall, voor wat werd aangegeven als 'een concert van hedendaagse muziek'. Voor een publiek van ongeveer 1 500 mensen speelde Nick voor het eerst twee nieuwe nummers: 'Hazey Jane I' en 'Things Behind The Sun'.

David Sandison, Nick's toenmalige persman herinnert zich: "Hij was ongemakkelijk, als je iets verwachtte als  "Hallo! Hier is mijn nieuwe single," of, "Dit is een nummer van mijn nieuwe lp." Hij was ongemakkelijk omdat hij heel onhandig was. Er waren lange pauzes tussen de nummers omdat hij ofwel zijn gitaar aan het herstemmen was of er over dacht ze te gaan herstemmen. Maar het was intens. Ik had hem die set graag zien spelen in een kleinere ruimte. Liever dan in zo'n grote zaal. Het was te onpersoonlijk. Maar het contrast tussen hem en John en Beverley Martyn die nam hem kwamen met een volledige bezetting was enorm. Het contrast kon niet groter zijn."

Nick had inmiddels zijn studies in Cambridge, een jaar te vroeg, afgebroken. Hij was naar Londen verhuisd om er alleen te zijn. Dat had hij nodig om de nummers te schrijven voor een tweede plaat.

Hij woonde er in een éénkamer appartement, op de benedenverdieping in Haverstock Hill (vlak bij het Chalk Farm metrostation). Weinig meubels, een platendraaier, wat boeken, een éénpersoons bed en een paar posters aan de muur. Met de hoge plafonds in het Victoriaans gebouw was het er in de winter zo koud in de kamer dat hij de matras van het bed haalde, het tot bij het gasvuur sleepte en zich in dekens wikkelde om zich op te warmen. 


De opnamen begonnen in januari 1970. De streefdatum was 5 maart. Het team was hetzelfde gebleven als dat voor zijn debuutplaat: producer Joe Boyd en  geluidstechnicus John Wood. Arrangeur Robert Kirby schreef weer de arrangementen voor bas en strijkers.
Nick keek vol verwachting uit naar het resultaat. Volgens Wood was Nick vastbesloten dat deze lp de doorbraak zou worden.

In de studio zocht Nick naar de perfectie.
John Wood legt uit: "Met hem kon je altijd werken. Je kan je op de anderen richten. Zijn gitaarspel was altijd in orde. Hij was er gewoon. Als je nu naar de platen luistert springt vooral zijn gitaarspel eruit. Hij speelt zo precies, zo krachtig. De noten zo mooi in balans. Het gebeurt niet vaak dat zulke ingenieuze gitaarpartijen noot voor noot zo precies en zo krachtig worden gespeeld dat je de hele opname om de gitaarpartij heen kunt bouwen."

Er werd gewerkt met 8-sporen apparatuur."De gitaar zit altijd op spoor 1. Dat is het fundament waarop alles wordt gebouwd." gaat Boyd verder. "Zang op twee. Andere instrumenten konden dan worden toegevoegd." 

De hulp werd ingeroepen van drie leden van Fairport Convention: gitarist Richard Thompson en de ritmesectie Dave Mattacks en Dave Pegg. Pat Arnold en Doris Troy, twee uiterst gerespecteerde backing zangeressen kwamen de sessies versterken. 

Er bestaan geen outtakes van 'Bryter Layter'. Dat geeft aan dat Nick niet meer nummers had dan de tien op de plaat.

Maar er is ook een andere theorie die meent dat er meer dan tien nummers waren, maar dat hij ze niet wou spelen. De reden daarvoor zou zijn dat hij zo fier was op de drie instrumentale nummers dat hij schrik had dat ze weg gelaten zouden worden voor andere, gezongen nummers. 

Joe Boyd was er inderdaad niet zo blij mee: "Wel, we hadden afgesproken met de arrangeur. Dat was iets dat hij samen Robert zou gaan regelen. Ik was zeer sceptisch daarover en ik had er mijn twijfels over. Ik zei, we kunnen ze opnemen, maar dan alleen aan het einde van de sessies, wanneer we een fatsoenlijk arrangement hebben voor het nummer. Het idee van instrumentale nummers leek bij een beetje 'Chinees' voor 'Nick kon geen teksten bedenken'.
En ik zette hem onder druk om teksten te schrijven maar hij bleef koppig en zei 'Nee, dit zijn geen liedjes, dit zijn instrumentale stukken en ik wil er één aan het begin, en één aan het einde. En zo zal de plaat worden uitgebracht.'
Ik bleef aandringen, maar hij bleef bij zijn standpunt en deed het, en ik dank dat het resultaat er mag zijn. "

Maar na twee maanden werken was Nick niet tevreden met het geluid en de arrangementen van de violen. Hij verwierp de opgenomen resultaten. De release datum moest worden uitgesteld.  De promotie afspraken lagen inmiddels echter vast.

Dus trok Nick in maart op tournee met Sandy Denny's band Fotheringay. Ze speelden vijf optredens:

16 maart:  Birmingham Town Hall
18 maart:  Leicester De Montfort Hall
20 maart:  Manchester Free Trade Hall
22 maart:  Bristol Colston Hall
30 maart:  London Royal Festival Hall

Over dat laatste optreden vertelt John Martyn: "Hij was verlamd van schrik. Ik bedoel hij was totaal overhoop voor het optreden. Je werd er ongemakkelijk van om hem te zien. Hij was voortdurend op zijn ongemak. De muziek was uitstekend, maar hij wou absoluut ergens anders zijn."

Op 13 april speelt Nick een sessie voor de BBC Radioprogramma van John Peel.

In  de lente trokken Joe Boyd en Nick terug naar de studio. Alles bij elkaar zou de opname voor deze plaat zowat negen maanden duren. 

"Nick en ik woonden toen in Londen," vertelt Kirby. "Voor het nummer 'At The Chime Of The City Clock' probeerden we de sfeer van de stad op te roepen. Een naargeestige, eenzame, natte avond in oktober, waarop je over de een of andere straat loopt, in Londen of zo.Nick heeft meer van die nummers: 'Parasite' van Pink Moon heeft ook zo iets. We kozen ervoor om tegenstemmen te gebruiken en geen akkoorden. Een tweede stem, bijna Gregoriaans, om het naargeestig te maken. Het waren de violen die in octaven speelden of cello's die een lage stem deden.

Op 'Fruit Tree' spelen hobo en althobo één lange melodielijn. Ze moeten de gitaarpartij niet overstemmen, want die is... Dat merk je wel, als je het hoort. De gitaar is net een machine. Ik wil niets afdoen van zijn spel, want dat is erg spiritueel... Maar die gitaar is erg dwingend. Nick houdt vast aan dat ritme. We zochten naar een naargeestig, eenzaam geluid en dat heeft John mooi opgelost. Gitaar, strijkers en de blazers overheen." 

De opnamesessies werden regelmatig onderbroken voor nog meer optredens: op 8 mei speelde Nick tijdens een nachtlang festival in Bedford College waar ook groepen optraden als Spencer Davis, John Martyn en Graham Bond. 

Verder speelde hij, bijna regelmatig zaterdag in Cousins in Greek Street. Hij trad er dan op als voorprogramma van the Third Ear Band, John Martyn of John James.

Brian Cullman, die er op een avond voor hem optrad, herinnert zich: "Zijn verlegenheid en straalden van hem af. Een lange man, zijn kledij - een zwarte floeren jas en broek, gekreukt wit hemd - hingen rond hem als slaapkleren na een zware nacht. Hij zat op een barkruk, gebogen over zijn kleine Guild gitaar. Hij begon een nummer en vergat dan halverwege waar hij was gekomen... begon opnieuw of begon een totaal ander nummer, dat hij dan ook weer afbrak als hij zich herinnerde hoe het andere verder ging. Hij zong niet in de microfoon, mompelde en fluisterde. Het was te vergelijken met het zitten aan het bed van een stervende man die je een geheim wil vertellen, maar zich steeds weer bedenkt.

Er was een nieuw nummer dat hij die avond wilde spelen, dat hij altijd maar opnieuw inzette en afbrak. Hij kwam nooit tot het einde en speelde tenslotte steeds opnieuw de openingsregels: 'Do you curse where you came from/Do you swear in the night?' (Hazey Jane I). 'Het was verkillend en merkwaardig fascinerend. Niemand keek ook maar een ogenblik weg - er waas een gevoel dat als je ook maar even weg zou kijken hij zou verdwijnen of gewoon vergeten dat we er waren en zou gaan slapen."

Nick's laatste gekende optreden was opnieuw in het Ewell Technical College, waar hij op 25 juni 1970 speelde als voorprogramma van Ralph McTell.
Die vertelt: "Het enige gesprek dat ik met hem voerde was vooraf in de kleedkamer. Ik ben altijd vreselijk nerveus en loop dan te ijsberen. Ik reageer mij af door aan iedereen te vragen 'Alles in orde?' Nick antwoordde in woorden van één lettergreep. Voor dat optreden was hij uiterst verlegen. Hij deed zijn eerste set en er moet iets vreselijks gebeurd zijn. Tijdens 'Fruit Tree' stapte hij halverwege het optreden plots van het podium."

In scherpe tegenstelling met verlegenheid op het podium staat het bijna arrogante zelfvertrouwen dat hij in die periode inde studio uitstraalde. Nick wist zeker dat de plaat een schitterend werkstuk werd. De opnamen verliepen de hele zomer door, met onregelmatige tussenpozen, tot in de vroege herfst.

John Cale voegde viola, orgel en celeste toe. Het is merkwaardig hoe Cale er in slaagt, telkens op de meest cruciale momenten van de popgeschiedenis op te duiken. Beginnend bij de Velvet Underground, baande hij de weg voor David Bowie (zoals die aangeeft op de hoes van Hunky Dory). Hij produceerde de debuut-lp's van zowel Patti Smith als Jonathan Richman (er stond daarbij aan de wieg van de geboorte van de punk) en gaf Brian Eno een duwtje in de rug.

Cale's bijdrage is duidelijk merkbaar in de textuur van 'Northern Sky'. Dat nummer vormt voor velen het hoogtepunt van Nick's kunnen. Het klinkt alleen en kwetsbaar, als een gebed voor de redding die het eerste ochtendgloren moet brengen. De ochtend waarvan Nick smachtend hoopt dat het hem zal bevrijden van de zware nachtlucht die hem langzaam verstikt. Cale's orgel en piano werk geven het nummer een smekende, hymne-achtige kwaliteit die uiteindelijk hoop aangeven, als om aan te geven dat Nick de ochtend kan bereiken als hij maar blijft vertrouwen. De beelden zijn verblindend in de kleine woordnuances die de melodie begeleiden. Jammer genoeg streeft Nick alweer naar iets waarvan hij weet dat hij het nooit zal bereiken.

'Northern Sky' had voor Nick duidelijk het potentieel van een single die de doorbraak kon forceren. Hij was er van overtuigd dat deze lp hem in de schijnwerpers zou plaatsen. 

Joe Boyd vertelt over de bijdrage van nog een andere gast: "Ik had een sessie gedaan voor een jazz plaat, met Chris McGregor. Chris is een fantastische, excentrieke, blanke Zuid Afrikaan, die het merendeel van zijn leven is opgegroeid tussen de zwarte bevolking van Transkei. Hij draagt kleurrijke kleren, enz... Hij rookt veel van die zeer zware Zuid Afrikaanse Daga. Die rookt zijn gras altijd in een pijp.
Het was tijdens een van die 'bandwerk' dagen dat ik een sessie had in de namiddag en één in de avond. We hadden de sessie met Chris McGregor afgewerkt en iedereen was in aan het pakken, toen Nick binnenkwam met de drummer en de bassist om te werken aan 'Poor Boy'.
Chris zat daar maar in de studio, aan het roken, en vroeg 'Hindert het als ik blijf zitten en luisteren?'
En ik zei, 'Nee, doe maar.'
Dus, hij zat daar en ik luisterde naar de track en keek naar Chris en plots kreeg ik een idee. Ik zei, 'Waarom speel je niet mee. In plaats van rond te hangen ga ik je aan het werk zetten.'
En hij zei 'Waarom ook niet!'
Hij was stoned en tot alles in staat. Hij wandelde binnen en dat was de eerste take. De take die we gebruikten en ik denk dat zijn pianospel de track echt tot leven brengt. Dat was zo één van die kleine toevalligheden, die echt goed uitpakten."

Zowel Joe Boyd als John Wood zijn uiterst tevreden over het resultaat. Beiden noemen 'Bryter Layter' de perfecte lp, een meesterwerk.
Joe Boyd: "Bryter Layter is de plaat waar ik zelf het meest tevreden over ben. Het is de enige plaat waar ik naar kan luisteren zonder te denken, 'Ik wou dat we dat anders gemixt hadden, of dat had anders gemoeten' 

John Wood: "Bryter Layter, is wat mij betreft, op vele vlakken de plaat waar ik het meest voldoening van heb dat ik er aan heb gewerkt. Het is de enige plaat waaraan ik niets zou willen veranderen." 


BRYTER LAYTER werd tenslotte in november 1970 uitgebracht. 

De titel is, volgens Chas Keep, "een woordspeling op de uitspraak van de BBC weermannen uit die tijd".

Op de hoes staat een foto van Drake van Nigel Waymouth: Nick zit in elkaar gedoken over zijn gitaar gebogen. Voor zijn voeten staat een paar kleurrijke schoenen. 

Er is nog een alternatieve hoes opgedoken. Deze samengestelde hoes, is volledig afgewerkt, inclusief catalogusnummer. In de hoes, die werd aangetroffen in een tweedehands zaak staken twee eenzijdige proefpersingen. Op de voorzijde staat een glimlachende Drake. Zijn gezicht gloeit rood-oranje, en is geplaatst tegen een 'op-art' achtergrond van geometrische patronen en stippen.
De achterzijde omvat een gekende foto van Nick aan een snelweg en geeft aan dat Nigel Waymouth (gekend van Haphash and the Coloured Coat) de ontwerper was.
Hoewel de eigenaar er voor geen geld afstand van wil doen wordt de waarde van dit exemplaar geschat op meer dan £1,000. 

Bij het uitbrengen waren de besprekingen over het algemeen lovend.

Jerry Gilbert in Sounds van 13 maart 1971: "Ik heb het gevoel dat enkel een Joe Boyd-Paul Harris verbintenis zulk een buitengewoon album als dit had kunnen produceren. En opnieuw moet een groot deel van de lof gaan naar Robert Kirby, wiens schitterende arrangementen even uitstekend zijn als op Nick Drake's vorige lp. Op zich zijn de liedjes van Nick Drake niet zo sterk, maar Nick was altijd al een evenwichtige, zij het introverte performer." 

En een zekere L.G. in Record Mirror van 20 maart 1971: "Een schitterend gitarist - zuiver en met een perfecte timing - begeleid door zachte, prachtige arrangementen van Robert Kirby. Nick is niet de beste zanger ter wereld, maar hij heeft fantastische nummers geschreven die uitstekend passen bij de strijkers. Zeker één van de mooiste (en dat kan tellen!) en meest indrukwekkende albums die ik ooit heb gehoord. "

Boyd was ervan overtuigd dat Nick Drake een ster zou worden. Maar zo'n vaart liep het niet.

Integendeel, de verkoop valt tegen. Het publiek merkte de plaat niets eens op.  Natuurlijk was de concurrentie in die periode enorm. Dé plaat van het jaar was Led Zeppelin II. The Beatles sloten hun carrière af met Let It Be en Abbey Road. Vanaf het najaar van 1970 kwam er een stroom van nieuwe lp's op de koper af. Kort na elkaar kwamen uit: Simon and Garfunkel met 'Bridge Over Troubled Waters', the Rolling Stones met 'Sticky Fingers', John Lennon met 'Imagine' en Rod Stewart met 'Every Picture Tells a Story'. 

Maar timing was natuurlijk niet het enige probleem. Er waren nog andere gevoelige singer/songwriters die zich een plaatsje wisten te verwerven aan het begin van de jaren '70: Al Stewart, Cat Stevens, Paul Simon, John Martyn, Neil Young en Bob Dylan. 

Nick was teleurgesteld.

Bovendien kreeg hij van uit onverwachte hoek nog een tweede opdoffer te verwerken. Joe Boyd, de manager en promoter die hem zo geduldig door zijn twee albums had geloodst verkocht begin 1971zijn maatschappij aan Chris Blackwell van Island Records. Hij verliet Londen om een job te beginnen in de muziekafdeling van Warner Brothers in Californië.

Hij wou Nick echter niet in de kou laten staan en stelde als één van de voorwaarden voor de overname aan Blackwell dat Nick's platen nooit zouden worden geschrapt uit de Island cataloog. Dat was geen enkel probleem, vermits Blackwell altijd al Drake's werk had bewonderd Island Records was dan wel enthousiast over hun nieuwste aanwinst, maar ze hadden geen idee hoe ze hem aan de man moesten brengen.

Een persbericht uit die periode toont de verwarring: "Nick Drake is groot en slank. Hij woont ergens in de buurt van de universiteit... omdat hij het haat tijd te verliezen door te reizen. Hij heeft geen telefoon - meer omwille van de kosten dan dat hij a-sociaal zou zijn. Hij heeft de gewoonte regelmatig een dag of drie, vier te verdwijnen, wanneer hij aan het schrijven is. Maar bovenal... maakt hij muziek." 

Sindsdien zijn er wilde speculaties geweest over de gevoelens van Nick voor Boyd, maar er zijn bewijzen van enige romantische verbintenis. Trouwens er zijn geen bewijzen dat Nick romantische gevoelens voor om het even wie zou hebben gehad.
Volgens Linda thompson, die met beide mannen lange tijd bevriend is geweest, was Nick een totaal buitenwerelds individu: iemand die "echt, echt nergens scheen thuis te horen." Eerder dan geheim verlangen, was Nick's verhouding tot Boyd er een van geheime jaloezie. Boyd, een knappe jongeman, zoals Drake zelf, was vol zelfvertrouwen en spraakzaam, alles wat Nick niet was. Hij zag Boyd mogelijk als de man die hij zou worden, of zou willen worden. 

Eens dat Boyd vertrokken was, werd Nick nog meer in zichzelf gekeerd.
Linda Thompson: "Het was bijna autistisch. Het werd steeds erger en erger... Mensen zeiden: "Oh, je hebt een relatie met Nick, dat is ongelofelijk. Sloeg hij zijn arm om je heen? Dat is bijna openbare zedenschennis voor Nick." 

Na BRYTER LAYTER, bereikte Nick's onvrede met zijn muziek en zijn leven een hoogtepunt. Hij had zo al weinig vrienden en nu zijn nieuwe lp over het hoofd werd gezien, sloot hij de deur. Hij keerde terug naar het ouderlijk huis in Far Leys, waar hij uren naar de lucht staarde. Om de een of andere reden had hij het gevoel dat hij zijn familie en vrienden teleur had gesteld en hij trok zich dat aan.

Island Records zag in dat Nick Drake nooit een goed verkopende folk artiest zou worden, maar liet hem ook niet vallen.

Joe Boyd was in Amerika, waar hij de hits aan elkaar reeg voor Maria Muldaur.

Het zag er naar uit dat Nick Drake's carrière voorbij was, nog voor ze goed en wel was begonnen.

 

Copia%20di%20Nick%20Drake

08-05-07

Shoot Out The Lights

19235

 

SHOOT OUT THE LIGHTS

 

Als jonge zangeres ontmoette Linda Pettifer, Richard Thompson voor het eerst, toen ze, op uitnodiging van haar vriendin Sandy Denny meeging naar een sessie van Liege And Lief . Maar het was de producer Joe Boyd die haar wegkaapte. Ze volgde hem in 1970 naar Los Angeles, waar hij zijn Hannibal label ging opstarten.

 

Wanneer de relatie misliep omdat Boyd geen kinderen wilde, keerde ze terug naar Londen waar ze Richard opnieuw ontmoette. Die was net uit de Fairports gestapt om een solocarrière te beginnen. Linda zong mee op zijn eerste solo LP Henry The Human Fly. 

 

Ze trouwden in ‘72 en tegen mei ’73 was Linda zwanger. Ze maakten van de gelegenheid gebruik om het wat rustiger aan te doen en ondertussen een eerste LP samen op te nemen. In november trokken ze op tournee, als Hokey Pokey, een trio met Richards oude Fairport maatje Simon Nicol. Hokey Pokey was ook de werktitel van hun eerste plaat, maar dat stuitte op het veto van de platenmaatschappij. Tegen maart was het trio uitgegroeid tot een rockband Sour Grapes om het voorprogramma te verzorgen van Traffic in de U.K. en Europa. Wanneer een maand later I Want To See The Bright Lights Tonight werd uitgebracht was de groep alweer gesplit. Hoewel de critici lovend waren bleef het succes uit. Vooral Linda trok zich dat erg aan.

 

Om een groter publiek aan te spreken werd gepoogd de volgende platen wat vrolijker te maken. Maar Hokey Pokey (dan toch) noch Pour Down Like Silver sloegen aan. Na twee tournees in 1975 hield Richard het voor bekeken. "Ik wou geen muziek meer spelen. En eigenlijk heb ik dat ook twee jaar niet meer gedaan.” Ze begonnen een winkel in antiek.

 

Richard had zich inmiddels bekeerd tot het Sufisme. Samen met Linda nam hij verschillende elementen van het Islam leven over. Zo droegen ze bijvoorbeeld lange gewaden en liet Richard zijn baard staan. Hij hechtte geen waarde aan materiele zaken en gaf zelfs hun meubels weg. Er was zelfs geen stroom in hun appartement. Het leven in een commune leek Linda dan ook een beter idee. Maar het leven in de sekte bracht spanningen mee in het huwelijk. Linda verliet hem tot twee keer toe. Maar een bestaan als alleenstaande moeder met een kind en een tweede op komst schrok haar af.

 

Om de contractuele verplichtingen met Island af te werken werd in 1976 Guitar, Vocal uitgebracht. Het is een verzameling outtakes en live opnamen uit Richards gehele carrière.

 

Pas in mei 1977 nam Richard, voor het eerst in twee jaar, zijn akoestische gitaar terug ter hand om met een bende muzikanten van de commune rond te trekken. Joe Boyd is niet onder de indruk, maar krijgt terug een sprankje hoop. Met Simon Nichol werkt hij een plan uit om Richard terug de studio in te lokken. “Ik was een single aan het opnemen met Julie Covington: ‘Only Woman Bleed’,” vertelt Joe Boyd “Voor de b-kant vroeg ik de leden van Fairport Convention. Dus leek het me een goed idee om Richard er bij te vragen, in een omgeving die hem niet vertrouwd zou zijn. Ik wou hem er aan herinneren hoe plezierig het was te werken met uitstekende muzikanten. Ik had Andy Newmark en Willie Weeks – de beste L.A. sessiemuzikanten – laten overvliegen om te werken aan Julie’s album. Dus zodra Julie naar huis ging, bleven ze en bracht ik Richard binnen.  Die kerels hadden nooit van Richard gehoord maar wanneer ze het eerste nummer doorliepen, was het van ‘Wie is die kerel? Hij is ongelofelijk!’ Toen ging er een lichtje branden in Richard’s hoofd. En in het mijne. Ik belde de manager van Richard en Linda, we spraken af de muzikanten in het zwart te betalen en regelden een goedkope deal met de studio.” 

 

Met frisse moed werd First Light opgenomen, als eerste LP voor Chrysalis Records. “Dat was de enige keer dat we zelf geprobeerd hebben een zogenaamd commerciële plaat te maken, omdat we het gevoel hadden dat het van ons verwacht werd. er werd nooit openlijke druk uitgeoefend en ze zijn ons nooit komen lastig vallen in de studio, maar we hadden dat gevoel.”

De verhoopte commerciële doorbraak bleef echter opnieuw uit. Nadat ook Sunnyvista genegeerd werd door de platenkopers, liet de platenmaatschappij hen terug vallen. Zelfs een Europeese tournee als voorprogramma voor Gerry Rafferty – aan wiens hit-LP Night Owl ze hadden meegewerkt - hielp niet.

 

Zonder platencontract, nam het koppel in de zomer van 1980, demo’s op van acht nummers, alvorens in september/oktober de studio in te duiken met met Gerry Rafferty en Hugh Murphy. Het was de bedoeling dat Rafferty de plaat als onafhankelijke producer zou produceren om het resultaat achteraf te verkopen aan een firma. Singer/songwriter Gerry Rafferty was toen op het hoogtepunt van zijn roem. Als grote fan van de Thompsons wou hij hun muziek bij een groter publiek bekend maken.

 

Voor de sessies in de Chipping Norton Studios werd verder de hulp ingeroepen van Simon Nicol (akoestische gitaar), Pete Zorn (bas), Liam Genockey (drums) en Betsy Cook (wurlitzer piano). Samen namen ze tiental nummers op. Naast de zes nummers die later ook op Shoot Out The Lights werden hernomen waren dat een cover van Sandy Denny (‘Im A Dreamer’), ‘The Wrong Heartbeat’ (gezongen door Linda) dat Richard later opnieuw zou opnemen voor Hand Of Kindness (1983), ‘For Shame Of Doing Wrong’ van Small Town Romance (1984) en ‘Modern Woman’ dat onuitgegeven blijft. 

 

Bij twee van de nummers keerde Richard terug naar het circusthema van dat hij eerder had uitgewerkt in het verhaal van de koorddanser ‘The Great Valerio’: ‘Walking On A Wire’ en ‘The Wall of Death’. “De Wall of Death is een kermisattractie,” legt Richard in ’83 uit aan Jacky Huys, “waarbij je ronddraait en tegen een muur geplakt wordt, terwijl er onder je een groot gat verschijnt. Ik heb die attractie als een metafoor gebruikt voor een song over mensen die op het scherp van de snee willen leven, op de rand tussen vallen en opstaan, op de rand van die rots. “Let me ride on the wall of death – one more time!” 

 

Zoals sommigen al hadden voorspelden bleken de werkmethodes van Rafferty echter stevig te botsen met Richards visie op opnamen. Boyd: “Linda had altijd van pop gehouden, maar ik zag Richard daar niet in meegaan.”

Toen het album af was stelde Richard dan ook zijn veto tegen een release. “God, ik hoop dat die banden die Rafferty heeft nooit meer boven water komen, “ vertrouwde Thompson Huys toe, “Rafferty is een van de mensen in deze wereld waar ik absoluut niet tegen kan. Wij wilden bij de opname van die plaat volkomen tegenovergestelde richtingen uit. Ik heb me zelden zo kwaad gemaakt…”

 

“Rafferty heeft die tapes nog altijd,’ vertelt Richard in 1983. “Ik weet niet wat hij ermee gaat doen, hij kan ze in elk geval niet uitbrengen zonder mijn toestemming en die geef ik nooit.”

Zeg nooit “nooit” want tien jaar later, in mei 1993 prijken er drie nummers van de sessies op de box set Watching The Dark: ‘Back Street Slide’, ‘The Wrong Heartbeat’ en ‘For Shame Of Doing Wrong’.

Drie jaar later mag Linda ook nog twee nummers gebruiken op haar compilatie Dreams Fly Away: ‘Walking On A Wire’ en ‘I’m A Dreamer’. Beide nummers zijn weliswaar geremixt door Jerry Boys.

Hiermee is dus de helft van de nummers officieel verschenen. Alle nummers zijn terug te vinden op bootlegs als Raffety’s Follies.

 

Maar intussen hadden ze nog niks om uit te brengen. Om te bewijzen dat hij nog leefde, maakte Richard solo en in eigen beheer het instrumentale Strict Tempo!. “Ik had geen contract en ik wou een plaat maken die niemand voor het hoofd zou stoten,” kijkt Richard terug, “Dus zonder vocalen. Als ik toen de collectie songs had uitgebracht die ik klaar had, zouden teveel mensen in de showbusiness de wenkbrauwen gefronst hebben. En ik had geen geld, dus moest het goedkoop en ik heb dan maar een labeltje uit de grond gestampt om Strict Tempo uit te brengen: Elixir.”

 

Joe Boyd bood het duo voor zijn Hannibal Records een contract aan en stelde voor naar het andere uiterste te grijpen en de plaat op drie dagen op band te zetten. Snel en simpel werken en het overschot van het budget besteden aan een Amerikaanse tournee. “We namen Shoot Out The Lights zo wat in drie dagen op,” vertelt Boyd, “Linda’s zangpartijen vroegen iets meer tijd. Ze was opnieuw zwanger, van hun derde kind.”

 

Naast de zes nummers die opnieuw werden opgenomen, waren er ook drie nieuwe: ‘Did She Jump Or Was She Pushed’ werd door Richard en Linda samen geschreven. ‘A Man In Need’ en ‘Living In Luxury’ waren van Richards hand. Dat laatste nummer kwam terecht op de b-kant van de single ‘Renege On Our Love’.

 

Wat Boyd niet weet is dat Richard ondertussen een verhouding heeft met de Nancy Covey.

Nancy was uit California. De eerste keer dat ik haar ontmoette was in de zomer van 1981, bij een optreden van Martin Carthy in Camden. Haar job bestond er in mensen te zoeken om op te treden in een aantal zalen in Californië. Ik denk dat ze Richard had gezien, want ze wou hem absoluut boeken voor een paar optredens in McCabe’s Guitar Shop in Los Angeles…. Maar tijdens de opnamen had ik er geen benul van . Ik bedoel, Linda was zwanger… meer dan dat kun je toch niet getrouwd zijn?”

Simon Nichol wist beter: “We wisten dat hij Nancy af en toe zag en dat hij met zijn hart ergens anders was. Het was voor iedereen verscheurend.”

 

Vanzelfsprekend was het Linda die er het ergste onder leed. Ze begon zich mentaal op te sluiten. De paniekaanvallen waar ze in het begin van haar carrière al last van gehad had, kwamen terug. Het sloeg op haar stem. Wanneer ze haar mond opendeed om et zingen kwam er dikwijls niet meer uit dan wat gerochel.”

 

“Jezus, die sessies!” herinnert Linda zich in 1996, “Ik kon nauwelijks zingen. Ik kon nauwelijks ademen. Ik was monumentaal ongelukkig in die tijd – het was alsof ik in een moeras zat en ik wist dat het alleen maar slechter zou worden. Ik hield me bij Gerry Rafferty, maar hij was nog ongelukkiger dan ik. Die atmosfeer was ideaal voor nummers als ‘Walking On A Wire’. Die slag aan het einde – ik viel uiteindelijk van het koord. Ik verkies de zang van de eerste versie boven diegene die uiteindelijk werd uitgebracht.”

Er wordt beslist dat zij haar zangpartijen afwerkt zonder Richard in de buurt. Zij zit dan ook drie dagen langer in de studio.

 

De onderhuidse spanningen geven nummers als 'Don't Renege on Our Love' en 'Did She Jump or Was She Pushed' een kracht die niet het apart maakt ten opzichte van de vorige platen van het koppel. Terwijl ze nog prachtig samen konden werken, is er een subtiele maar onmiskenbare onderstroom van woede en dreiging in de muziek die snijdt tot op het bot. Joe Boyd’s heldere productie was ideaal voor deze muziek; op de meeste nummers zijn de arrangementen beperkt tot twee gitaren, bas en drums.

Samen vormen deze nummers veel meer dan de som van de delen. Ze vormen een meditatie over liefde en verlies waarbij schoonheid, passie en vreugde kunnen worden gevonden in een nederlaag

 

In januari trok Richard - voor het eerst sinds 10-12 jaar - naar Amerika, om er alvast de pers warm te maken voor de grote doorbraaktournee. Jo Lustig, de manager van de Thompsons, vond het geen goed idee, maar Richard stond er op. Het was vooral zijn bedoeling om er Nancy te gaan opzoeken. Hij ging alleen en speelde enkele shows, in Los Angeles en New York, met enkel zijn akoestische gitaar als begeleiding.

 

“Tegen dat Shoot Out the Lights uitkwam (in maart 1982), was er stont aan de knikker,” gaat Boyd verder, “Richard was verliefd geworden op een andere vrouw en Linda had de baby. Ze woonden apart, maar de agent had de Amerikaanse tournee geboekt en de band ingehuurd…”

Overrompeld door alcohol, anti-depressiva, een post-natale depressie en de teloorgang van haar huwelijk stond Linda voor een moeilijke opgave. Tegenover Boyd gaf ze toe dat ze fysisch noch emotioneel in staat was om aan de tour te beginnen. ”Maar als ik het niet doe dan heb ik het gevoel dat de afgelopen tien jaar van m’n leven weggegooid zijn.”

 

Maar Richard zag dat helemaal niet zitten. “Het was verre van ideaal,” geeft hij toe, “Maar onze manager vertelde ons dat het onze enige kans was om in Amerika te werken.”

 

Vanzelfsprekend werd het een uiterst intense tournee. “Het leek wel alsof Richard zes, zeven jaar nummers aan het schrijven was geweest die door Linda moesten worden gezongen wanneer hij haar zou verlaten.” meent Boyd. “Al die hartverscheurende nummers: ‘A Heart Needs A home’, ‘Dimming Of The Day’… Het was me van meet af aan duidelijk dat Linda nooit beter had gezongen dan tijdens deze shows. Wat er allemaal in hun levens gebeurde scheen een natuurlijke uitlaatklep te vinden op de scène. Ik dacht, we moeten hier een live plaat opnemen. Ik greep de telefoon en begon onmiddellijk rond te bellen voor een mobiele opnamestudio.“

 

Ironisch genoeg bracht de tournee eindelijk de lang verhoopte doorbraak in de Verenigde Staten. Maar het succes had een prijs: er werd geruzied, zowel op de scène als daarbuiten. Linda gaf Richard een harde trap tegen zijn schenen midden in een gitaasolo en op de luchthaven van Buffalo sloeg ze hem met een fles. “Ik pikte een auto in New York City en ik werd gearresteerd,“ bevestigd Linda. “Ik herinner me Long Island of zo, waar in een rottige club, ik zo dronken werd dat ik alle spiegels kapotsloeg in de kleedkamer. De promotor zie dat zelfs de Sex Pistols zich beter hadden gedragen.”  

 

Tegen de tijd dat ze L.A. bereiken is Linda op haar hoogtepunt. Nancy woonde er, maar ook Linda Ronstadt, Carly Simon en al die vrouwen waar ze tien jaar eerder mee bevriend was geraakt. “Ze wisten wat er gebeurd was en ze stonden allemaal klaar voor haar,” vertelt Boyd, “En Linda wist dat er ze waren voor haar.Het was ongelofelijk. Eén van de beste optredens die ik ooit heb gezien. Linda overtrof zichzelf en ze wist het.

Na afloop, in de kleedkamer kwam Linda – toen op het hoogtepunt van haar succes en haar macht – en sloeg haar arm om Linda en zei, ‘Kom maar mee. Ik zal voor je zorgen.’ En dat was het einde. Ze gingen weg en gingen ergens dineren in Santa Monica. De volgende dag gingen ze naar een verwenboerderij en lunchten met Jane Fonda. Het was in zekere zin het begin van haar nieuwe leven. Ik belde dan naar Linda Ronstadt’s huis om Linda op te pikken voor de laatste shows – die waar we zouden gaan opnemen – maar het scheen dat ze eindelijk was ingestort. L.A. was het breekpunt. Ze haalde nog de volgende show in San Francisco, maar ze was een andere vrouw geworden: ze zong vals. Niets dat kon worden uitgebracht.” 

 

Met wereldwijd 150 000 verkochte exemplaren was Shoot Out The Light het grootste succes van het koppel. Linda werd uitgeroepen tot beste zangeres van 1982 door zowel Time als Rolling Stone. Via Boyd leerde ze dat jaar haar nieuwe man kennen.

Linda tekende een contract bij Warners, op verzoek van Lenny Waronker. “Ik tekende vooral omdat Lenny me vertelde dat ze Richard hadden afgewezen. Belachelijk, dat weet ik wel, maar het voelde goed!” Met Betsy Cook maakte ze de solo LP One Clear Moment (1985). Ondanks schitterende nummers als ‘Telling Me Lies’ belande de plaat zowat onmiddellijk bij de koopjes.  Een tweede LP, voor CBS, wordt nooit uitgebracht. Haar stem is verlamd door angst. Het zal tot 2002 duren, voor ze met Fashionably Late nog eens van zich laat horen. 

 

Richard bleef bij Hannibal voor Hand of Kindness (1983), alvorens over te stappen naar Polydor. Maar eerst werd, nog een akoestische solo set, opgenomen tijdens de solo shows in New York City uit 1982 uitgebracht als Small Town Romance (1984). Nancy werd zijn tweede vrouw.

 

thompson