29-06-07

Bob Dylan: Oh Mercy

Bob%20Dylan%20Oh%20Mercy

Oh Mercy 

In zijn boek Chronicles (vertaald als Kronieken) dat wordt gepresenteerd als een autobiografie, gaat Bob Dylan uitgebreid in op de periode rond het schrijven en opnemen van Oh Mercy. Jammer genoeg blijkt weer dat mensen die er bij aanwezig waren  niet altijd de beste getuigen zijn. Nogal wat details blijken helemaal niet te kloppen.

Zo vertelt de auteur dat hij, terwijl hij in zijn tuin aan het rommelen is, zijn hand zwaar kwetste. De hand is opengereten tot op het bot en de dokters vertellen hem dat het erg onzeker is of hij ooit nog gitaar zal kunnen spelen. Hij situeert het ongeluk tussen Kerstmis en nieuwjaar 1986, maar uit allerlei details blijkt dat het een jaar later moet zijn gebeurd.

En ook dat lijkt bizar, want op 20 januari 1988 speelt hij niet slechter gitaar dan vroeger, wanneer hij wordt opgenomen in de Rock 'n' Roll Hall of Fame. Aan het einde van de jaren tachtig was Dylans ster sterk getaand. Na het kwalitatief sterke Infidels (1983) en het iets mindere Empire Burlesque (1985), kreeg hij opnieuw te maken met writers bloc.

Voor het stuurloze Knocked Out Loaded had hij tevergeefs geprobeerd inspiratie op te wekken door het spelen van obscure oude rock 'n' roll nummers (Arthur Alexander, Willburg Harrison...). Bij de mogelijk nog zwakkere opvolger Down in the Groove trachtte hij het gebrek aan eigen materiaal te verdoezelen door beroep doen op allerhande co-auteurs (Carole Bayer-Sager!)

* * *

Bovendien was het de laatste jaren ook met zijn live-reputatie van kwaad naar erger gegaan. Zijn optreden tijdens Live Aid, met Keith Richards en Ron Wood kan niet anders worden omschreven dan beschamend: duidelijk dronken, vals gezongen en slecht gespeeld.

Een lange tournee met Tom Petty and the Heartbreakers werd nog wel goed ontvangen, maar een tussendoortje met de Grateful Dead als begeleiders was desastreus. In zijn autobiografie verklaart hij dat hij het allemaal voor gezien wou houden. "Ik had een tournee van 18 maanden gedaan met Tom Petty and the Heartbreakers. Het zou mijn laatste zijn. Ik had geen voeling meer met wat voor inspiratie dan ook. Tom stond op de top van zijn kunnen en ik op de bodem van het mijne. Ik kon het verschil niet overbruggen. Alles lag in duigen. Mijn eigen liedjes waren vreemden voor me geworden... Ik had mijn tijd gehad. Ik kon haast niet wachten om me terug te trekken en mijn tent te pakken. Nog één keer met Petty met de pet rond en dan hield ik het voor gezien."

Halverwege het Europese luik van die tournee kreeg hij echter plotseling, als in een flits, een nieuwe invalshoek, die zijn hele bestaan zou omgooien. Hij besluit zich terug te trekken uit het popcircus en zich te voegen in de oeroude traditie van rondtrekkende troubadour, in het voetspoor van Woody Guthrie. Het allerbelangrijkste wordt het uitdragen van de songs naar de mensen. De songs is waar het om draait: geen grootse shows. geen zangeressen, geen extra muzikanten. Gewoon het strikte minimum: bas, gitaar en drums. Naar de mensen toe gaan: in kleine zalen, in kleine steden en zo opnieuw een reputatie opbouwen en door mond aan mond reclame zorgen dat de mensen blijven komen luisteren. De Never Ending Tour is geboren. Voortaan zal Dylan telkens meer dan honderd keer per jaar op de podia staan.

* * *

En net op dat moment zou, ergens einde december 1987, dat bizarre ongeluk met zijn hand zijn gebeurd. Hij vreest dat zijn carrière er op zit en bedenkt wat hij nu kan gaan doen: vis kweken, meubels maken... of houten benen? 

Een week later zit hij laat op de avond, aan de keukentafel bij hem thuis. Hij pakt pen en papier en begint te schrijven: "We're living in a political world". Twintig strofen komen er in een ruk uit.
Het eerste nummer in een hele lange tijd. "Het was als het ontwaken uit een droom, of een soort coma. En plots gaat dan een gong en wordt je wakker."

Zijn inspiratie is terug: in de loop van de volgende maand schrijft hij zo'n twintig liedjes. "Ze kwamen uit de lucht gevallen," vertelt hij in zijn boek. "Misschien had ik ze niet geschreven als ik niet zo onthand was geweest." 

De nieuwe hervonden muze geeft hem voldoende zelfvertrouwen om, op 18 januari 1988, zijn contract bij CBS/Columbia voor nog eens tien cd's te verlengen.

Ongelukkig met de lukrake productie van zijn laatste platen, begint Dylan bij collega's te polsen naar aanbevelingen voor een goede producer. In mei gaat hij, op uitnodiging van Bono, U2 helpen bij de opname van een nummer voor hun  Rattle And Hum LP. In Los Angeles speelt hij Hammond orgel op 'Hawkmoon  289'. Na afloop gaan ze stevig doorzakken, met veel Guiness. Bob laat enkele van zijn nieuwe composities horen en vertelt dat hij als producer iemand wil die zelf ook een muzikant is. Bono beveelt hem Daniel Lanois aan. De Canadees, die net met U2 Joshua Tree heeft opgenomen, zou wel eens de geschikte producer kunnen zijn die Dylans nieuwe songs tot hun recht kan laten komen.

Maar Dylan heeft geen haast. Er staan al een pak optredens gepland voor zijn tournee, die onofficieel zal worden bestempeld als de Never Ending Tour.
Zowel het formaat als het concept van de optredens zijn helemaal vernieuwd: de  begeleidingsgroep is nu beperkt tot het strikte minimum: gitaar, bas en drums - zelfs geen harmonica! En er is geen vaste setlist, al is wel nog een vaste structuur.
Midden in de set wordt een akoestisch gedeelte ingevoerd van drie tot vijf nummers, waarbij hij enkel wordt begeleid door G. E. Smith. Daarbij zitten altijd wel een paar covers: uiteenlopend van Ierse ballades als 'Eileen Aroon' tot folk, country of rock 'n' rolll klassiekers als 'Nadine'. De rest van de nummers krijgen strakke rock arrangementen.
Opmerkelijk is de enorme verscheidenheid in gebrachte nummers: tijdens de 71 optredens die het eerste luik van de tournee vormen, worden maar liefst 92 verschillende nummers gebracht. 

Toevallig (?) eindigt het tweede deel van de tournee in New Orleans, waar Daniel Lanois aan het werk is. Met het geld dat hij heeft verdiend met de productie van die LP en met So van Peter Gabriel, is Lanois verhuisd naar New Orleans.
Daar ging hij op zoek ging naar zijn roots. "Ik vond aansluiting bij dat zydeco-Cajun gebeuren. Het fascineerde me dat de Acadiens van Canada naar Louisiana waren getrokken. Het is een fantastisch verhaal en het zit echt in mijn achtergrond.  Ik dacht dat het interessant zou zijn om in het voetspoor te treden van mensen die mij zovele generaties geleden waren voorgegaan."
Op zijn eerste solo LP, Acadie, zal hij verslag doen van "mijn afkomst, mijn familie, de verhuis van mijn familie, mijn Franse roots en de verbintenis met Louisiana."
Maar eerst wou hij ervaring op doen met de plaatselijke muzikanten. Daarvoor wou hij graag werken met een muzikale familie. "Ik verdiepte mij in de achtergrond van de Neville Brothers: waar ze hun spullen vandaan haalden, de buurt - dat fascineerde mij echt allemaal, terwijl anderen er misschien een beetje genoeg van hadden. Ik denk dat daar wel een les in zit: als je ergens in geloofd en er enthousiast over bent, dan werkt dat aanstekelijk op anderen."

Speciaal voor de opnames van Yellow Moon van The Neville Brothers had Lanois een studio ingericht, op de tweede verdieping van een groot gebouw (EMLAH Court in 3829 St. Charles Ave.), vlak naast het Columns Hotel. "Wonder boven wonder, kregen we het hele gebouw voor slechts 1 200 dollar per maand," vertelt hij. "Charles Neville woonde op de eerste verdieping en ik op de bovenste verdieping. Het  leek wel een commune. Maar het was plezant." 

Die opnamen waren nog volop aan de gang toen Bob Dylan met zijn Never Ending Tour, op 25 september 1988, de stad aandeed. In 1989 vertelde Dylan in een interview: "Daniel kwam me opzoeken toen we in New Orleans speelden vorig jaar en...we schoten goed op. Hij begreep waar het in mijn muziek om draait. Het is erg moeilijk om een producer te vinden die zelf kan spelen...en weet hoe je met al dat modern gedoe moet opnemen. Dat was waar ik in het verleden problemen mee had."
In zijn Kronieken beschrijft hij de ontmoeting met Lanois: "Hij was helemaal in het zwart - donkere sombrero, zwarte broek, hoge laarzen, handschoenen - een en al schaduwen en silhouet - een zwarte prins van de zwarte heuvels."
Lanois neemt Dylan mee naar de studio, waar hij hem de cover laat horen die de Neville Brothers opgenomen hebben van zijn 'With God On Our Side'. "Hij zei me: 'Dat klinkt goed,'" vertelde Lanois. "Wel, van iemand als Dylan is zoiets een fantastisch compliment." 


Dylan is genoeg onder de indruk om Lanois voor te stellen om samen te werken. "Ik vroeg hem of hij in New Orleans wou werken," zegt Lanois. "Hij zei ja. Ik vroeg of hij in dat gebouw wou werken. Hij zei, 'Dat maakt niet uit.' Ik zei, 'Wel, de huur is afgelopen. Ik zal een ander gebouw huren en alles voorbereiden.'"

Terwijl Dylan verder rondtrekt, gaat Lanois op zoek naar een geschikte ruimte.  "We vonden een leegstaand huis van rond de eeuwwisseling," vertelt Daniel Lanois. "Fantastische omgeving...  (Soniat Street 1305, New Orleans) het had iets van een bordeel. We veranderden de controleruimte in een moeras... overal mos en opgezette dieren en koppen van alligators."

studioHet huis in New Orleans waarin Oh Mercy werd opgenomen.

 

 

 

* * *

Op 6 februari 1989 wordt de live LP Dylan And The Dead uitgebracht.
Het zijn opnamen van een korte, maar erg lucratieve tournee die Dylan samen met The Grateful Dead heeft gespeeld in de zomer van 1987. Er werden zes shows gespeeld, voor telkens zo'n 75 000 toeschouwers. 

De Dead speelde eerst twee uur lang en gevolgd door een gezamenlijke set waarbij Dylan door de band werd begeleid. En toch kreeg Dylan 70% van de inkomsten!
De zanger zag er toen uit als een oude man, met een baard, gekromde rug, bijziend en zwijgzaam zowel tussen de nummers als tussen de optredens. Op de videoschermen mochten geen close-ups van hem worden vertoond. Het is dan ook erg verwonderlijk dat de live plaat er is gekomen.

The Dead had het optreden van 12 juli integraal willen uitbrengen, maar daartegen stelde Dylan zijn veto. Op basis van wat cassettes die hij afspeelde op een goedkoop transistor radiootje maakte hij een selectie uit drie andere concerten. Hij stond er bovendien op dat zijn stem in de mix ver naar achter werd gebracht. 

Op 12 februari, een week na het uitbrengen van de liveplaat stapt Dylan tijdens een optreden van The Grateful Dead in het LA Forum, ongevraagd op het podium. Hij speelt (verschrikkelijk slecht) gitaar bij acht nummers. Dan slagen ze er in hem te overtuigen zelf een nummer te brengen. Het wordt 'Knockin' On Heaven's Door'.

De volgende dag belt hij naar het management van de band om te zeggen dat hij lid wil worden van The Grateful Dead. Misschien werd de druk om een solocarrière gaande te houden hem te veel. De band besluit er over te stemmen.
Er is één tegenstem en het lidmaatschap gaat dus niet door. 

* * *

Het is met die ingesteldheid dat Bob Dylan naar New Orleans trekt. "Ik had er over gedacht om iemand mee te brengen naar de sessies," vertelt Bob. "Een ervaren muzikant... maar uiteindelijk bracht ik niemand mee. Zelfs geen materiaal. Ik was sceptisch. Ik wou wel eens zien wat Danny in zijn eentje kon. Ik hoopte dat hij mij zou verrassen. En hij heeft me verrast."
"Bob kwam naar de opnamen met een paar velletjes papier," herinnert Daniel Lanois zich, "geen instrumenten, niets eigenlijk. Alles stond voor hem klaar. Ik gaf hem het hele pakket. Voor $150,000 kreeg hij alles: muzikanten, uitrusting, mixen... alles. "
"Omdat ik zelfs geen instrumenten had meegebracht, nam ik een van Lanois antieke Telecasters," vertelt Dylan. "Die dingen kunnen gemeen klinken als je op een betonnen vloer staat onder een zinken dak, maar evengoed kan het soms ook luchtig klinken. Ik vond het een fijn instrument om te bespelen, dus hield ik het bij die ene gitaar. "

De muzikanten die Lanois had uitgekozen waren de kern van de band van de Neville Brothers: gitarist Brian Stoltz, bassist Tony Hall en drummer Willie Green. Lanois die zelf allerhande instrumenten kan bespelen, van elektrische en 12-snarige gitaren, dobro, toetsen, tot drums en bas, werd bijgestaan door zijn kompaan, de technicus Malcolm Burns, die zelf ook gitaar speelt.
"We konden meteen goed met mekaar opschieten," vertelt Brian Stoltz. "Hij is nogal stil, zegt niet veel. In gedachte is hij voortdurend bezig. Tijdens de sessies wandelde hij binnen... en stapte meteen door naar de keuken, waar hij koffie ging zetten en onmiddellijk aan de teksten ging schaven. Hij kwam binnen met zo'n twintig strofen en begon die dan te herwerken. Hij koos er dan misschien een stuk of vijf uit. Het was verbazingwekkend om te zien wat hij allemaal weggooide. Strofen die nooit werden gebruikt. Straffe gast!" 

Dat schaven aan de teksten wordt bevestigd door Lanois. Hij beschreef in februari 2003 de ervaring Dylan aan het werk te zien: "Ik zat twee maanden naast hem terwijl hij aan het werk was aan de plaat. Dat was buitengewoon. Bob schrijft veel te veel. Hij blijft maar schrappen. Hij zoekt een plaatsje voor zijn favoriete regels en die kunnen overal opduiken. Ik heb dezelfde regels in twee, drie verschillende nummers gezien, terwijl hij ze uitprobeert. Het is allemaal niet zo ongenaakbaar als het lijkt."

De opnamen begonnen in de tweede helft van februari 1989. Gitarist Brian Stoltz vertelt: "De dag van de eerste opnamesessie had Dan ons gevraagd om een uurtje eerder te komen, om alvast wat uit te werken voor Bob zou komen. Dan had wat ideetjes voor 'Political World' en we bedachten een mooie groove en perfectioneerden die. Bob komt binnen, terwijl we die aan het spelen zijn en vraagt: 'Wat was dat?' Daniel zegt, 'We hebben iets gemaakt voor 'Political World'. Bob pakt zijn gitaar en zegt (imiteert Dylans nasale stem), 'Nee, zo gaat dat niet. Zo gaat dat!' en speelt iets helemaal anders. Wij vallen onmiddellijk in en dat is wat je hoort op de plaat: take 1 - Je had Dan's gezicht moeten zien!"

In Kronieken vertelt Dylan ongeveer hetzelfde verhaal: dat Lanois het nummer 'funky' wou maken en dat hij, toen hij de volgende avond binnenkwam, merkte dat ze, na zijn vertrek verder hadden gewerkt aan de opnamen.  Hij vond de mix en de overdubs maar niks en liet dat ook merken. Lanois raakte zo gefrustreerd door Dylan's negatieve opstelling dat hij een dobro aan diggelen sloeg.

"We hadden niet onmiddellijk goede resultaten," bevestigd Lanois, "maar Bob was de kale manier van werken die ik voor ogen had niet gewoon. Een paar keer raakten we ontmoedigd, wanneer de dingen niet liepen zoals hij ze wou. Een groot deel van zijn beste werk kwam altijd al van zijn band - live spelen in de studio - en mijn manier van werken, overdubben en spoor na spoor opbouwen, was zelfs geen optie voor hem.
Maar wat er uiteindelijk op Oh Mercy terecht kwam was beter dan de trucjes van de studio. Er waren enkele belangrijke omgevingsfactoren. Bob wou bijvoorbeeld nooit overdag werken. Het was een zuivere nachtplaat. Zoals ik het zie, hebben mensen 's nachts een ander tempo dan overdag. Een beetje exotisch, langzaam ritme klinkt om middernacht perfect, maar de volgende middag wil je het tempo wat aanzwengelen. Bob zag dat wel zitten: hij wist precies wat voor gevoel hij wou overbrengen."

Het probleem is echter dat dit verhaal helemaal niet overeenkomt met de gegevens die Michael Krogsgaard heeft verzameld voor zijn boek The Recording Sessions. Hij heeft inzage gehad in de archieven van Sony waaruit blijkt dat de opnamen op 28 februari zijn begonnen met 'Born In Time' en dat 'Political World' op 8 maart als tweede nummer is opgenomen en pas op 28 maart een tweede keer werd uitgeprobeerd.
De overdubs op 'Political World' werden allemaal toegevoegd aan de eerste versie van 8 maart. Misschien dat 'Born In Time' door beide heren wordt genegeerd omdat het nummer uiteindelijk niet op de plaat terecht is gekomen. 

"We stonden opgesteld als een hoefijzer," herinnert Green zich. "Ik stond in het midden, Tony aan de ene kant, Brian aan de andere, Bob naast Daniel, zodat we mekaar allemaal konden zien. Het was interessant om, met de koptelefoon op Bob te horen zingen in je oren terwijl hij daar voor je neus zit. Ik heb ook gewerkt met Paul Simon, maar dat kwam zelfs niet in de buurt qua gevoel."

'Disease of Conceit', dat werd geschreven naar aanleiding van het openbreken van het schandaal rond de TV-evangelist Jimmy Swaggart, werd opgenomen door Bob Dylan alleen aan de piano en het harmonium. De rest van de instrumenten werden er tijdens een latere sessie aan het einde van de maand aan toegevoegd. 

De sessie op dinsdag 7 maart begint met 'What Good Am I?' Dylan heeft alleen een tekst en er wordt lang gezocht naar een bijpassende melodie. Bob speelt piano, Malcolm Burns toetsen en Daniel Lanois probeert allerhande gitaren. Wanneer Lanois meent dat er iets de moeite waard is worden daar verder instrumenten aan toe gevoegd.
Dylan is blijkbaar niet erg tevreden over het resultaat want hij vindt het zelf niet erg geslaagd. "Te traag naar mijn smaak!"

Omstreeks 1 uur in de ochtend wordt dan overgestapt op het volgende nummer: 'Ring Them Bells'. Hoewel er op papier sprake is van slechts één take, eindigt de sessie pas om 4 uur in de ochtend. Lanois heeft die ene take dan ook grondig bewerkt met allerhande overdubs.
Deze keer is Dylan wel erg tevreden over het resultaat. "Daniel vatte het moment goed... In dit nummer was hij veel meer dan een man van het geluid. Hij was als een dokter met wetenschappelijke principes." Het is dan ook een van de weinige nummers van de plaat die niet opnieuw zijn ingezongen.

Op woensdagavond 8 maart staat 'Most of the Time' op het programma. Bob moet weer eerst nog op zoek naar een melodie. Na een paar takes wordt dan ook overgeschakeld op 'What Was It You Wanted?' dat met de volledige band wordt opgenomen.

Hoewel er de volgende avond een sessie gepland is, heeft Dylan geen zin om uit bed te komen.

Zondag 12 maart wordt 'Most Of The Time' terug opgepikt. Dylan heeft nog steeds geen gepaste melodie. Opnieuw is het dan ook Lanois die er iets van moet maken. Het wordt een langzaam, melancholisch nummer. 
De band bestaat naast Bob en Daniel en de ritmesesectie van Willie Green en Tony Hall uit gitarist Mason Ruffner en Cyril Neville op percussie.
Terwijl Daniel Lanois dan aan de basistrack overdub na overdub begint toe te voegen wordt Dylan alsmaar ongemakkelijker. Het klinkt allemaal niet slecht, maar het is niet zoals hij het bedoelde. Hij weet niet welke kant het dan wel moest uitgaan, maar zo niet. "Een big band behandeling zou misschien goed geweest zijn. In gedachte zong ik het met begeleiding van het Johnny Otis Orchestra. Een pak regels moesten een andere plaats krijgen en ik voelde mij afgeblokt."

Toch is het precies het atmosferische resultaat dat het 'I'm Not In Love' achtige thema boven zichzelf doet uitstijgen.

De basistracks staan allemaal  vrij vlug op band. "Bob werkt graag snel, zo spontaan mogelijk," vertelt Daniel Lanois. "Op deze plaat kwamen een aantal dingen snel tot stand en we pakten ze ook zo. En dan werkten we lang aan de details. Sommige zangpartijen werden stevig bewerkt en de teksten veranderd en verknipt."

'Dignity' was een van de weinige nummers waarvoor Dylan wel al tempo en melodie in gedachte had voor hij naar New Orleans kwam. Hij had er zelfs al een pianodemo van opgenomen, die later werd uitgebracht op een bonus cd-tje dat bij de eerste druk van Chronicles in Amerika werd aangeboden.

De eerste versie wordt op maandag 13 maart opgenomen met een heel kleine bezetting: gitarist Brian Stoltz, drummer Willie Green en Dylan zelf aan de piano.

Na afloop is Daniel Lanois erg enthousiast. Hij stelt voor om het nummer de volgende dag op te nemen met Rockin' Dopsie and His Cajun Band. Dylan vindt dat de kale versie die net is opgenomen goed genoeg is, maar is bereid om het experiment aan te gaan.
In zijn Kronieken beweert Dylan dat ze de volgende avond tegen 9 uur beginnen aan de cajun versie. Maar dat klopt niet met de logboeken die Dylanoloog Michael Krogsgaard heeft mogen inkijken in de archieven van Sony.

Wanneer die cajunversie van 'Dignity' is opgenomen is niet te achterhalen. Feit is dat het niet lukte. Ze krijgen de juiste sfeer niet te pakken, hoe ze ook trachten het ritme of de toonaard aan te passen. Tegen 3 uur in de ochtend geven ze het op en beginnen te jammen.   

Terwijl ze zo bezig zijn gooit Dylan er een van zijn nieuwe composities tussen: 'Where Teardrops Fall'. Dopsie pikt het op en het klikt meteen.
Binnen de vijf minuten staat het nummer op band. "Aan het einde speelde Dopsie's saxspeler, John Hart, een intrieste solo die me de adem afsneed. De man had daar de hele avond al in het donker gezeten en ik had hem zelfs nog niet gezien." 

Wanneer ze later de twintig versies van 'Dignity' allemaal terug beluisteren keurt Dylan ze een voor een af. Het nummer komt dan ook niet op de plaat.
Toch worden er later twee officiële studioversies van uitgebracht (naast de demo).
Op Greatest Hits 3 wordt de zang en Dylan's gitaar van de oorspronkelijke versie gerecycleerd, maar alle andere instrumenten worden in 1994 toegevoegd. De oorspronkelijke outtake wordt dan later, lichtjes hermixt en met enkele kleine aanpassingen, toch uitgebracht op de soundtrack van de TV-serie Touched By An Angel.

In plaats van 'Dignity' stond, op die bewuste dinsdagavond van 14 maart 'Everything Is Broken' op het programma. Lanois vindt het een onbelangrijk nummer, maar Dylan wil het toch een kans geven. Het wordt live opgenomen met de volledige band: Tony Hall op bas en Willie Green op drums, Daryl Johnson op conga's en Brian Stoltz en Bob zelf op gitaren. "Danny hoefde er niet veel mee te doen, het was zo al moerassig genoeg."

Na drie takes als 'Broken Days' wordt er wat stoom afgelaten met een lange jam. Dylan gaat dan wat herschrijven waarna nog eens drie takes worden opgenomen als 'Three Of Us Are Free'. Het nummer kreeg zijn uiteindelijke titel op 3 april, toen het opnieuw werd ingezongen met een herschreven tekst.
De oorspronkelijke opname kon gedurende een korte tijd legaal worden aangekocht in digitale vorm via iTunes. 

Het thema is een van de favorieten van Dylan in de jaren negentig: een man die zich niet op zijn gemak voelt met de heersende ethiek van zijn tijd. Hij heeft die periode dan ook ooit omschreven als "het tijdperk van de masturbatie". Hij vond dat de banden met alles van waarde verbroken waren: "Het is allemaal geneutraliseerd: niets is nog bedreigend, niets is magisch, niets uitdagend. Ik haat dat. 'Geweten' is een vies woord geworden."

Typisch voor Dylan is dat hij het nummer, dat toch één van de zwakste is van de sessies, lange tijd overweegt als titelsong van het album en het ook laat uitbrengen als eerste single. 

In de vroege uren van 15 maart wordt begonnen aan een nieuw nummer 'Shooting Star' heeft Dylan geschreven nadat hij een luchtje is gaan scheppen tijdens twee takes in. Het is drukkend heet in de kamers van het huis en er is geen airco. In de tuin meent hij iets gezien te hebben. Misschien een vallende ster?  

Hij had Irma Thomas willen vragen om het nummer als een duet met hem te zingen, maar toen hij haar ging opzoeken was ze er net niet. Jammer.

De volgende avond begint Dylan met het opnieuw inzingen van 'God Knows'. Hij is, zoals hij dat steeds doet, aan de teksten blijven schaven. Ook al heeft is het nummer al opgenomen.   Dan besluit hij er een even tussenuit te trekken. Een paar van de muzikanten hebben Harleys waarmee ze naar de sessies komen. Mark Howard, een van de technichi, heeft voor Dylan een Harley Police Special uit 1966 uit Florida laten overkomen.

Met zijn vrouw achterop gaat de zanger de omgeving wat verkennen. 

Op dinsdag 21 maart wordt 'What Was It You Wanted?' opnieuw opgenomen. Hoewel hij in zijn Kronieken beweert dat hij  piano speelde bij de opname, geeft het papierwerk aan dat hij "guitars & harp" speelde. Malcolm Burns speelde gitaar en bas, Willie Green zat aan het drumstel, Cyril Neville zorgde voor percussie en Mason Ruffner en Daniel Lanois speelden nog allerhande gitaren.

Om zijn zinnen wat te verzetten gaat Dylan de volgende avond kijken naar de film Homeboy met Mickey Rourke. "Hem te zien acteren gaf me genoeg inspiratie om de laatste twee nummers op te nemen."

'Series of Dreams' is een van de favoriete nummer van Lanois.
Bij de opnamen op 23 maart heeft hij wat voorstellen voor het nummer, maar Dylan wil daar niks van weten. "Lanois heeft een technische knobbel en hij is muzikant. Hij speelt meestal mee op de platen die hij produceert. Hij heeft opvattingen over overdubben en manipulaties van de banden die hij heeft ontwikkeld met Brian Eno. Hij heeft een sterke wil. Maar ik ben ook nogal onafhankelijk en ik hou er niet van iets te moeten doen wat ik niet begrijp. Dat was soms een probleem. Ik moet hem wel nageven dat hij er wel telkens voor ging. Tijdens het opnemen van 'Series of Dreams' bleef hij mij maar pushen: 'we hebben sterke nummers nodig. Iets in de aard van 'Masters of War,' 'Girl from the North Country,' of 'With God on Our Side.'' Hij bleef mij maar ambeteren daarmee. Ik knikte maar. Hij had gelijk, maar ik had zo niks liggen."

Opnieuw trekken de heer en mevrouw Dylan er voor een paar dagen tussenuit met de motor. In Kronieken schets Dylan een ontmoeting met een kleurrijke uitbater van een winkeltje in nutteloze zaken.

"Ik keerde terug naar New Orleans met een frisse kop," blikt Dylan terug. "Ik maakte af waaraan ik met Lanois was begonnen - schreef hem zelfs een paar nummers die ik anders nooit zou hebben geschreven. Een daarvan was ''Man in the Long Black Coat' en het andere 'Shooting Star'."

"'Man in the Long Black Coat' is één van mijn favorieten is," blikt Lanois terug. "We deden er lang over om de sfeer goed te krijgen. De opname van de krekels - het typische nachtelijke geluid van New Orleans. Het nummer was direct geïnspireerd op de omgeving en de sfeer van de stad. Bob kwam naar de opnamen van Oh Mercy met een heel pak nummers klaar, maar 'Man In The Long Black Coat', werd volledig in de studio gecomponeerd. Het was een drukkend hete tijd daar en dat is precies hoe het nummer klinkt. Op Oh Mercy staat Bob in het algemeen midden in de songs, maar hier staat hij er buiten, als observator. Het is een fascinerend onderwerp voor een lied: het idee dat iemand aan de sleur van het dagelijkse leven kan ontsnappen door een plotse, impulsieve handeling. Het gaat over een keerpunt, een ogenblik dat een heel leven kan veranderen - zoiets als van huis lopen om met het circus mee te trekken."

De basistrack werd in één take opgenomen, met Bob aan de piano, een harmonica om zijn nek. De enige andere muzikant was Daniel Lanois die dobro speelde. "We repeteerden zelfs niet," schrijft Bob. "We begonnen er gewoon aan met wat tekens. Zelfs voor het eerste woord werd gezongen wisten we dat het goed zat. Dit is Lanois-terrein en het kon nergens anders zijn opgenomen."

Later voegt Lanois er bas en drums aan toe en Dylan elektrische en 12-snarige akoestische gitaar.
"De combinatie van instrumenten is perfect. Toen het gedaan was keek Danny me aan als om te zeggen: 'Dat was 'm.' En 't was 'm."

Cyril Neville, die percussie speelt op de plaat meent dat de laatste paar sessies de doorslag hebben gegeven. "Het grootste deel van de opnamen was lekker ouderwets opgenomen, met de band zij aan zij. Het deed mij denken aan wat ik goed vind aan de oude muziek uit New Orleans. Wat je op die plaat hoort, zijn optredens: eerste poging, tweede poging, derde poging... tot je een goeie hebt."

Vanaf 1 april gaat Dylan verder met het opnieuw inzingen van zowat alle nummers. Dikwijls worden daarbij de teksten aangepast.
Er worden ook overdubs toegevoegd door Lanois (dobro en akoestische gitaren) en Dylan (harmonica en soms elektrische gitaar). 
Dit gebeurt op een dagelijkse basis tot 8 april. 

Op 11 april keert Dylan terug om 'Dignity' opnieuw in te zingen en de laatste sessie vindt twee dagen later plaats, wanneer hij 'Born In Time' een derde keer inzingt. Die versie zal echter nooit worden gebruikt. 

De volgende dag, 14 april 1989, koopt Dylan, in het geheim, een huis in de onaanzienlijke voorstad Tarzana in de vallei van San Fransisco. Het pand aan Shirley Avenue 5430 is een grote moderne bungalow met een hoog ijzeren hek eromheen. Zijn vrouw Carolyn en dochtertje Desiree wonen er wanneer Dylan op tournee is.

* * *

En dat is al gauw, want in mei beginnen de repetities voor de volgende tournee.
Dylan wil een hele resem elektrische covers uitproberen. Heel verscheiden nummers, van 'I Can See For Miles' van The Who tot 'God Only Knows' van The Beach Boys.

De band is dezelfde als het vorig jaar, aangevuld met ene Mindy op akoestische gitaar, fiddle en backing vocals. Naar verluidt zegt Dylan tijdens de twee, drie weken dat er wordt gerepeteerd nauwelijks een woord tegen zijn muzikanten. 

Het eerste luik van Tour 89 gaat van start op 27 mei in Zweden. Er is slechts één wijziging ten opzichte van de vorige tournee: Dylan begint terug harmonica te spelen, zowel tijdens de akoestische als tijdens de elektrische sets. De band bestaat uit gitarist G. E. Smith, bassist Kenny Aaronson en drummer Christopher Parker. Mindy is nergens te zien. 

De eerste optredens lijkt Dylan totaal niet geïnteresseerd in wat hij daar staat te doen op het podium. Bovendien is zijn gezicht onzichtbaar doordat hij, gedurende het hele optreden, een kap over zijn hoofd draagt.

Na enkele dagen moet bassist Kenny Aaronson dringend terug naar de VS voor een operatie: hij heeft huidkanker. Hij wordt vervangen door Tony Garnier (van Asleep At The Wheel) met wie G. E. Smith vroeger in een band heeft gespeeld.

Het eerste optreden met Garnier is op 3 juni, in Dublin. Prompt blijkt Dylan zijn energie terug te hebben gevonden. Zonder enige repetitie begint hij compleet nieuwe covers te introduceren in zijn show.

Het Europeese luik van de tournee eindigt op 28 juni in Athene.

Er zijn wel geteld twee dagen rust ingebouwd - om van Europa naar Amerika te vliegen - en de tournee wordt verder gezet in Amerika, in het lucratieve "picknick cicuit".
Er wordt nog steeds geen enkel nummer van de nieuwe plaat gespeeld. Wel worden weer een pak nieuwe covers toegevoegd aan de setlist, veelal van tijdsgenoten als Gordon Lightfoot, Van Morrison, Steve Earl of Jimmy Cliff. 

Ondertussen speelt tussen 26 en 29 juni Malcolm Burns zijn baspartijen opnieuw in op zowat alle tracks en tenslotte voegt Daniel Lanois tussen 5 en 8 juli extra gitaarpartijen toe aan de tracks.

De banden worden dan naar New York gebracht waar de Never Ending Tour een tiental dagen passeert einde juli.

Fietsend op weg naar de Sterling Sound studio waar Greg Calbi de plaat aan het masteren is, komt Bob Dylan langs een muur met graffiti in West 57th Street in Manhattan. Hij vindt het werkje mooi en laat er een foto van maken die op de hoes wordt geplaatst. De graffiti is er niet meer en de kunstenaar is nooit vergoed voor zijn werk.  

grafitti

De graffiti bevindt zich op de muur achter de mensen, in het midden van de foto.

 

 


* * *

Eén week voor het einde van de tournee in Los Angeles, wordt, op 19 september 1989, Oh Mercy uitgebracht.

Ter promotie geeft Dylan één interview, aan Edna Gundersen van USA Today.
Op 24 september is hij ook op TV te zien... op de Joodse zender Chabad TV . Hij doet mee aan de benefiet uitzending  "L'Chaim To Life". Met zijn schoonzoon Peter Himmelman en Harry Dean Stanton als gitaristen, speelt hij fluit en blokfluit (!) op drie nummers. De groep wordt aangekondigd als 'Chopped Liver'.

De CD wordt zeer goed ontvangen. Toch behaalt de plaat geen grote verkoopscijfers. De cd komt op 7 oktober 1989 de Billboard-albumlijst binnen, maar  blijft op een dertigste plaats steken. In Engeland is het album goed voor een zesde plaats.

De meeste critici overladen vooral de producer, Daniel Lanois, met lof omdat hij Dylan had geholpen om één van zijn beste platen te maken. Lanois' productie gaf de plaat hetzelfde schimmerige, moerasachtige geluid van Yellow Moon

Lanois: "Op de plaat hoor je haast geen synthesizers, alleen maar rechtoe-rechtaan drums, bas en gitaren. En toch klinkt alles ongewoon."
Bassist Tony Hall meent te weten waarom de sombere sfeer op Oh Mercy zo goed aanslaat bij de luisteraars: "Dylan zong met zijn eigen, natuurlijke stem," zegt Hall. "Op die plaat was de toonaarden wat lager. Hij moest nooit hoge noten halen, en zijn stem klinkt daarom meer ontspannen." 

Toch heeft Dylan, die de plaat zelf als "spookachtige plaat" omschreef, nog altijd de touwtjes stevig in handen gehouden. Lanois had dolgraag de plaat willen openen met 'Series Of Dreams'. Koppig als altijd schrapte Dylan het daarop van de lijst.
Ook 'God Knows', 'Born In Time' en 'Dignity' haalden de plaat niet. Al vormden nieuwe versies van die eerste twee wel de basis voor de opvolger, het teleurstellende Under The Red Sky.

Het zou acht jaar duren voor Dylan terug met een sterke plaat zou komen met eigen materiaal: Time Out Of Mind.
En die cd was opnieuw geproduceerd door Daniel Lanois.

10-06-07

Beatles hoezen 9 - Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band

SGT. PEPPERS LONELY HEARTS CLUB BAND


Sgt. Pepper - Peter Blake/Michael Cooper

 

 

 

 

"We begonnen het moe te worden om altijd The Beatles te zijn… Het werd allemaal wat voorspelbaar. Ik stelde daarom voor: 'Waarom doen we niet alsof we aan andere band zijn? Met een andere naam en een andere identiteit, andere persoonlijkheden...Denk u eens in, dan kunnen we een plaat maken alsof we die andere band zijn."

Paul McCartney, 1989.

 

John Dunbar, een vriend van de vier (en de man van Marianne Faithfull), stelde voor om voor de hoes van hun volgende plaat gewoon iets abstracts te kiezen, zonder enige uitleg. Paul vond dat wel erg radicaal.
Hij maakte dan zelf wat schetsen. Het uitgangspunt was een oude foto van de jazz band van zijn vader, Jim McCartney. Op die eerste schetsen stonden de Beatles voor een muur vol portetten van hun helden. Zelf dragen ze lange militaire jassen en hebben allemaal een snor. In hun handen hebben ze koperen blaasinstrumenten.
"Ik stelde me voor dat we waren uitgenodigd bij de burgemeester of zo," legde Paul uit, "met een aantal prominenten en vrienden van ons er om heen. En we stonden allemaal voor zo een bloemenuurwerk en we waren gekleed zoals de leden van een fanfare."
Paul toonde de tekeningen aan een vriend, de gallerijhouder, Robert Fraser. Hij stelde voor om een echte kunstenaar te vragen. Peter Blake bijvoorbeeld. Die had in 1963 de groep al eens uitgebeeld en begon naam te maken binnen de Pop Art beweging.
Fraser en McCartney gingen Blake opzoeken in zijnhuis in West Londen om te zien of hij interesse had. Paul toonde hem zijn schetsen. "Ik kwam met het voorstel om er een levensgrote collage van te maken," herinnert Blake zich. "We bedachten dat we hiermee om het even wie in het publiek konden plaatsen. Dat gaf ons hele nieuwe mogelijkheden."
Het idee om hun eigen publiek samen te stellen werd enthousiast ontvangen en elke Beatle stlde een lijst op met hun "favoriete personen".
Peter Blake legt uit: "Ik vroeg hen een lijst te maken met mensen die ze het liefst in het publiek zouden zien bij dit ingebeelde concert. Johns lijst was het interessants. Hij had Jesus an Ghandi er bij en cynisch genoeg, ook Hitler. Maar dit was pas een paar maanden na de ophef die ze hadden meegemaakt tijdens de Amerikaanse tournee over zijn uitspraak dat "The Beatles groter waren dan Jesus". Dus die vielen er allemaal af.
De lijst van George waren allemaal gurus.
Ringo zei,'Wat de anderen willen is goed voor mij'. Het kon hem niet schelen. Robert Fraser en ikzelf schreven ook wat namen op."

"Ik heb geen idee waar sommige van die namen vandaan komen," beweerde  George Harrison, "Ik geloof dat Peter Blake een paar van die rare kwasten er bij heeft gezet … Ik wou enkel mensen die ik bewonderde. Ik heb er niemand op gezet die ik niet kon uitstaan. In tegenstelling tot wat anderen hebben gedaan."

Michael Cooper was een uitstekende fotograaf en bovendien een zakenpartner van Robert Fraser. Dus kreeg hij de opdracht voor de sessie. Peter Blake en diens vrouw Jann Haworth werkten twee weken aan de collage, in zijn studio. Een ontwerper, Gene Mahon, die was ingehuurd als coördinator van het project, selecteerde de meer dan zestig foto's, die hij bij elkaar zocht in  bibliotheken en tijdschriften. Hij onverzag ook het vergroten en uitknippen. Vervolgens werden de zwart-wit foto's manueel ingekleurden op kartonnen platen gekleefd.

Peter en Jann bevestigden de bovenste rij tegen de muur. De volgende rij kwam daar 15 cm voor en zo verder om diepte in het geheel te krijgen. 

 

Er werden wat wassen beelden gehuurd bij Madame Tussaud en het standbeeld van de bokser Sonny Liston is een kunstwerk van Jann Haworth. Een palmboom en wat favoriete spulletjes dienden als invulling van het decor. John sleepte zijn draagbare TV-set aan, terwijl de biograaf Hunter Davis een beeldje meebracht dat bij Paul thuis op de schoorsteenmantel stond.

Peter Blake vertelt: "De jongen die het bloemstuk op de voorgrond maakte, vroeg of hij een gitaar mocht maken met de hyacinten en het meisje met op haar trui 'Welcome the Rolling Stones, Good Guys' was een pop van Shirley Temple. De trui kwam van Michael Coopers jonge zoon, Adam."

Het vel in de grote trom werd geschilderd door een echte kermisschilder, Joe Ephgrave. Hij maakte eigenlijk twee versies. Het vel dat werd gekozen maakt nu deel uit van de beeldentaal van The Beatles en is waarschijnlijk (op dat van The Beatles, met de lange T na) het gekendste drumvel te wereld.

 

De militair aandoende uniformen die de Beatles dragen werden speciaal voor hen gemaakt door Burman’s Theatrical Agency. "Ze lieten ons foto's zien van de mogelijkheden," herinnert Paul zich, "Wilden we Edwardiaanse kostumes of  kostumes uit de Krimoorlog? We kozen de meest eccentrieke dingen van de verschillende types en combineerden die. … We kozen psychedelische kleuren, in de aard van de fluoriscerende sokken uit de jaren vijftig."

 

De directeur van de platenmaatschappij EMI, Sir Joseph Lockwood had schrik dat de beeltenis van Mahatma Gandhi niet goed zou vallen bij de Indische regering. Die werd daarom op het laatste moment verwijderd. Hetzelfde gold voor Hitler.

Sir Joe realizeerde zich ook dat, omdat vele van de afgebeelden nog in leven waren, ze rechtszaken konden risceren omdat ze geen toestemming hadden verleend om te worden afgebeeld. Dus moest er van iedereen een geschreven toestemming worden gevraagd. Brian Epstein, die zo al vreesde voor complicaties, gaf zijn vroegere assistente Wendy Hanson, de opdracht iedereen aan te schrijven. "Uren heb ik aan de telefoon gehange, met Amerika," vertelde Wendy, "Fred Astaire was alleraardigst; Shirley Temple wou de plaat eerst horen; met Marlon Brando kwam ik goed overeen, maar Mae West vroeg zich af hoe ze in godsnaam terecht kwam in een "eenzame hartenclub"."

Leo Gorcy van de Bowery Boys was de enige die om een vergoeding vroeg. zijn gezicht werd daarom weggewerkt met wat extra blauwe lucht.

The Beatles arriveerden in de studio in de vroege avond van 30 maart 1967. "We dronken eerst wat," vertelt Blake, "Zij gingen zich omkleden en dan deden we de sessie. Alles bij elkaar duurde het drie uur, inclusief de foto's voor de achter- en de binnenhoes."

 

Eigenlijk had een Nederlandse groep, The Fool, een tekening gemaakt voor de binnenhoes.

Miles: "Simon an Marijke schilderden een droomlandschap met gestileerde bergtoppen en wonderlijke vogels. Iets in de aard van een Chineese prent, maar dan eentje gemaakt onder invloed van LSD. In de lucht waren twee, met regenbogen omgeven, ovale panelen uitgespaard voor teksten. Eentje daarvan was gevuld met sterren en kometen. Dan was er ook nog een leeg paneel met een pauw. Kleine figuurtjes van de Beatles piepten van tussen de bloemen en planten. De stijl was Euro-psychedelisch, schatplichtig aan Mucha, Beardsley, art nouveau en 19de eeuwse kinderboek illustraties.

Jammer genoeg klopten de verhoudingen niet, zodat, zelfs met een toegevoegde boord, het geheel amateuristisch overkwam. The Beatles vonden het echter prachtig."

 

pepper -fool

De oorspronkelijke binnenhoes van The Fool

 

 

Maar Fraser had een andere opinie. Hij vond dat het in de toekomst zou worden bekeken als een typisch jaren zestigwerkje, beïnvloed door drugs. Robert stelde een serie portretten voor. Voor de gebruikte foto keken de Beatles allemaal in de camera en trachtten een gevoel van liefde voor hun fans uit te stralen. "Daarom kijken we zo" verklaart Paul "Als je naar onze ogen kijkt, zie je de moeite die we deden om het met onze ogen uit te drukken."

 

 


De binnenhoes van Sgt Pepper fold - Michael Cooper

 

 

John zag het anders: "Wanneer je naar die foto kijkt, zie je twee mensen die zweven en twee die niet zweven."

 

Gene Mahon stelde voor om de teksten af te drukken op de hoes. Dat was nooit eerder gedaan. De muziekuitgeverij van de Beatles, Northern Songs, maakte onmiddellijk bezwaar, omdat dat natuurlijk heel slecht zou zijn voor de verkoop van de bladmuziek.

 


De achterhoes van Sgt Pepper - Michael Cooper

 

The Beatles wilden dat de plaat zou worden geperst op gekleurd vinyl, maar EMI vertelde hen dat dat niet mogelijk was. In plaats daarvan werd, zij het enkel bij de eerste Britse persing, de omslag van de LP versiert met een abstracte tekening in rood, roze en wit. Om die manier droegen Simon en Marijke toch nog iets bij aan het hoesontwerp. 

 


Sgt Pepper inner sleeve - The Fool

 

The Beatles wilden ook nog een zakje bij iedere plaat, met daarin een aantal spulletjes: snoepjes, badges, kleurpotloden en zo. Maar EMI voorzag enorme  problemen en kosten. Dus maakte Blake een kartonnen blad met tekeningen om uit te knippen: een snor, een prentkaart, strepen van een sergant, twee badges en een prentje op voet.

 


Het binnenvel met de spulletjes om uit te knippen - Peter Blake

 

Bij E.M.I. werd geschokt gerageerd op de kostprijs voor deze hoes. Het normale budget voor een hoes in de jaren zestig was £25. Voor belangrijke groepen, zoals The Beatles mocht dat al eens oplopen tot £75. Maar dit... de kosten voor copyright en retouches liepen op tot £1,367.13s.3d. terwijl Robert Fraser aankwam met een kostennota van £1,500.12s.

Peter Blake: "Ik weet niet zeker wat het allemaal samen heeft gekost. Je leest ge gekste cijfers… Ikzelf kreeg zo'n £200. Mensen zeggen me weleens, "Je moet er wel een pak mee hebben verdiend!" Dat is niet zo, doordat Robert het copyright had afgestaan. Maar dat maakt allemaal niet zoveel uit, omdat ik fier ben aan zoiets moois te hebben meegewerkt."

 

Iedereen vond de hoes schitterend. Toch had Brian Epstein zo zijn twijfels. Hij had het zo al moeilijk omdat de Beatles, nu ze niet meer op tournee gingen, steeds minder beroep op hem deden. Daarenboven zag hij de vele verwijzingen naar drugs in Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band. Hij had schrik dat de foto's op de hoes het image van nette jongens, dat hij zo zorgvuldig had opgebouw, nog meer schade zou gaan toebrengen. Hij had daarom graag gehad dat de hele plaat zou worden verkocht in een bruine papieren zak.

 

Zijn angst bleek onterecht, want op 8 maart 1968, tijdens de tiende uitrijking van de Grammy onderscheidingen, werd Sgt. Pepper’s uitgeroepen tot "beste  hoesontwerp van 1967". En ook nog als "Plaat van het jaar", "Beste hedendaagse plaat" en "best opgenomen plaat", maar dat is een ander verhaal.

03-06-07

Beatles hoezen - A Collection of Oldies

A COLLECTION OF BEATLES OLDIES... BUT GOLDIES


A Collection of Beatles Oldies - David Christian

Tegen het najaar van 1966 liet George Martin aan de platenmaatschappij E.M.I. weten dat de Beatles geen plaat zouden klaar hebben tegen Kertsmis. Dat liet hen de mogelijkheid om voor het eerst een  "Greatest Hits" comilatie van de groep uit te brengen. Doordat in die tijd in Engeland singles zelden op een langspeelplaat werden gezet, stonden er acht nummers op de verzamelaar die nog niet eerder op LP waren verschenen. Bovendien was één nummer, 'Bad Boy' nog niet eerder uitgebracht in het Verenigd Koninkrijk, wat de plaat nog aantrekkelijker maakte voor de verzamelaars.

De tekening op de voorzijde van de hoes was van David Christian, in een typische jaren zestig stijl.

 

Voor de achterzijde werd gekozen voor een kleurenfoto van Robert Whittaker (sic). Die werd getrokken op 30 juni 1966, terwijl de groep op tournee was in  Japan. Voor hun eerste optreden in de Nippon Budokan Hall begonnen ze aan een schilderij met olie en waterverf op een groot vel papier.


De foto op de achterzijde van de hoes - Robert Whitaker

De fotograaf Bob Whitaker, die was meegereisd, was er getuige van hoe, na het concert, de vier verder werkten aan hun kunstwerkje, terwijl ze naar de lakplaten van Revolver luisterden en wat sterks rookten. In het midden van de tafel stond een lamp, waarrond gewerkt werd.

Toen alles klaar was werd de lamp weggenomen en signeerden de vier de tekening, zodat die kon worden verkocht voor een goed doel.

Een andere foto van de schilderende Beatles is te zien in het boek The Beatles Anthology.


The Beatles aan het schilderen in Japan - Robert Whitaker


Het complete en gesigneerde schilderwerk