16-09-07

Bob Dylan: The Basement tapes

The Basement Tapes  

oephel4s

Na het ongeval met zijn motor (voor de kenners: een Triumph 650 Bonneville) op 29 juli 1966 dook Dylan onder bij een bevriende arts in Middletown, waar hij tot rust mocht komen. Een echte behandeling was blijkbaar niet nodig, al had hij wel een steunverband om zijn nek en ging hij veel zwemmen om de pijn in zijn rug te verzachten. Kwatongen beweren dat hij zich verscholen hield om af te kicken.  Bob Dylan was pas 25. Hij zag in dat het zo niet langer kon. De verplichtingen, de drugs, de druk… 

Later gaf hij toe: "Het keerpunt was kort na het ongeval. Op een nacht met een volle maan, keek ik uit over de donkere bossen en dacht: 'Er moet iets veranderen'."

 

Pas na zes weken keerde hij terug naar zijn vrouw en kinderen in het landelijke Byrdcliffe, nabij Woodstock. Die kunstenaarsenclave ligt op meer dan twee uur rijden van New York. Dylan had er in ’65 Hi Lo Ha gekocht, een groot cederhouten huis uit 1910, met vijf open haarden en evenveel badkamers. Ver van alle drukte geniet hij er met volle teugen van zijn leven als brave huisvader. Een van de weinige die hem daar af en toe ging opzoeken is Al Aronowitz, de journalist die hem bij The Beatles introduceerde. Aronowitz meende later: "Bob en Sara waren zowat het onafscheidelijkste koppel dat ik ooit heb gezien. In de jaren na zijn ongeval, was Bob doorlopend verliefd op zijn vrouw."

 

* * *

 

Omdat Dylan, volgens het contract uit 1961, CBS nog maar één plaat moet, begint zijn manager Albert Grossman, alvast aan het onderhandelen met andere platenmaatschappijen. MGM is geïnteresseerd. Zij bieden een miljoen dollar als voorschot. Een contract wordt getekend.

Maar Clive Davis, de vice-voorzitter van Columbia Records wil hem niet zomaar laten gaan. Hij speelt de verkoopcijfers van hun artiest door aan de concurrentie. Van Dylans platen zijn immers nooit meer dan een half miljoen  verkocht, terwijl The Beatles, The Rolling Stones en zelfs Elvis Presley het veel beter doen. De rebelse Dylan slaat alleen aan bij een jonger publiek en schrikt hun kapitaalkrachtiger ouders af. MGM trekt zich terug.

 

Bij gebrek aan nieuw materiaal brengt Columbia op 27 maart 1967 dan maar een verzamelplaat uit: Bob Dylan's Greatest Hits - ook al zijn weinig van deze tracks echt hits geweest. Bij de plaat zit ook de nu wereldberoemde poster van Milton Glaser waarop Dylans haar vervangen is door psychedelische kleurenslierten.

De LP komt op 6 mei 1967 de Billboard-albumlijst binnen en bereikt de top tien.

00103049 

Op 1 juli tekent Dylan dan een nieuw contract voor vijf jaar bij zijn oude platenmaatschappij. Hoewel het voorschot slechts 200 000 dollar is, krijgt hij 20% royalties op nieuwe platen , een extra 5% op oud werk en ongebruikelijke macht over zijn materiaal. De aanleiding tot zoveel toegefelijkheid is prestige. Andere, beter verkopende acts, willen graag op hetzelfde label als hun grote voorbeeld ondergebracht worden. En het mysterie dat om Dylans verdwijntruc hangt werkt: Greatest Hits is Dylans best verkochte plaat tot dan toe geworden: drie miljoen exemplaren.

 

* * *

 

Het eerste teken van leven van de man zelf komt op 7 mei 1967.  Het New Yorkse Daily News publiceert een nieuw interview met de popster. Op de vraag van Michael Iachetta wat hij heeft gedaan de laatste maanden antwoordt Dylan: “Boeken gelezen van mensen waarvan jij nooit hebt gehoord, denken waar ik naar toe moet en waar ik loop. Ik ben met teveel tegelijk bezig!"

 

Het interview is bedoeld als promotie voor de documentaire film Don't Look Back die dezelfde dag in première gaat in het Presido Theatre in San Francisco. Dylan zelf komt natuurlijk niet opdagen.

 * * * 

Hij heeft het veel te druk met het hermonteren van de volgende film: Eat The Document. Enkele maanden geleden had D. A. Pennebaker hem een voorvertoning laten zien van de documentaire over zijn meest recente tournee. "Ze hadden er een tweede Don't Look Back van gemaakt," meende hij in 1978. "Alleen deze keer voor televisie. Ik had niks beters te doen dan de film te bekijken. Het hele spul, inclusief alle ongebruikt materiaal. Het werd me snel duidelijk dat het rommel was. Kilometers en kilometers rommel."

 

De confrontatie met zichzelf kwam hard aan.

"Toen hij de film voor het eerst zag was hij geschokt,” weet de zangeres Nico. “Niet omwille van zijn gedrag, maar om hoe hij er uit zag. Zijn voorkomen voor altijd vast gelegd op film, door iedereen te bekijken: mager als een lucifer, in een leren jas. Hij wou er uit zien als Brian [Jones] of Jim [Morrison], niet als een folkzanger. Dat is waarom hij de film wou tegenhouden. Vreemd, want hij had een eigen imago, als hij er niet probeerde uit te zien als iemand anders - het Dylan kapsel? Iedere artiest gaat door zo een fase. Ze maken hun eigen beeld, beetje bij beetje. Soms overdrijven ze en maken zich belachelijk - kijk naar Lou Reed. Het is niet altijd pure ijdelheid; het is ook voor hun volgelingen, om een held te zijn, een perfect idool."

 

Ontevreden met het resultaat zoals het door Pennebaker werd gepresenteerd, besloot Dylan om de hele film te verknippen en door elkaar te hutselen. Robbie Robertson kwam hem daarbij helpen. Hij trok voorlopig in bij Bob en Sara. En ook Howard Alk, de cameraman die de film in Engeland had geschoten, assiteerde.

 

Na enkele weken besloot Dylan dat hij wat extra scènes wou draaien. Hij nodigde wat vrienden uit om te komen te acteren. In februari arriveerden Rick Danko en Richard Manuel. Sinds het ongeval zaten The Hawks in het Chelsea hotel te wachten. Ze werden immers nog altijd doorbetaald. “Dat was de eerste keer dat ik aan Woodstock werd blootgesteld,” aldus Danko, “In de winter, filmend in de sneeuw.”

Passend bij het surrealistische resultaat werd de film Eat The Document gedoopt. Zelfs nu, veertig jaar later hebben weinig mensen de documentaire gezien. 

Wanneer Garth Hudson enkele weken later ook arriveert, huren The Hawks een huis in het nabijgelegen West Saugerties. Omwille van de aardbeienijs kleur waarin het is geverfd wordt het Big Pink gedoopt. Robertson en zijn vriendin Dominique verkiezen een ander verblijf.

big_pink

Robertson blikt terug: "Ik woonde er wel niet, maar het idee was dat we, net als in New York, samen zouden hokken. Maar in plaats van in de stad was het nu in op het platteland. Het was een soort clubhuis en wij waren dan een bende - alleen speelden wij muziek in plaats van te gaan vechten. Elke dag kwamen we samen. En zodra Bob beter was, kwam hij ook elke dag."

 

“Bob en Robbie kwamen hier elke dag, vijf tot zeven dagen per week, zeven of acht maanden lang,” aldus Danko. “Bob verscheen altijd klokslag twaalf uur.” Hij zette een kop koffie en ratelde op de typmachine. The Hawks waren, na jaren van touren gewoon aan een nachtelijk regime van ’s avonds werken en overdag slapen. Met kinderen in huis was Dylan overgeschakeld op een meer geregeld leven. Met zijn irriterend getyp waarschuwde hij de mannen dat het tijd was om uit bed te komen.

"We verzamelden om een uur of één in de kelder van Big Pink,” bevestigd Robertson. ”Het was pure routine. Om niet gek te worden van verveling  speelden we elke dag muziek… zomaar. Zonder een speciale reden. We waren geen plaat aan het maken. We dolden maar wat, om de tijd te doden."

 

Het maakt niet uit of het folk, blues of country is. Ieder nummer is diep geworteld in de tradities van de Amerikaanse muziek. "Met die covers wou Bob ons opvoeden," meent Roberston. "Wij moesten niks van dat folkgedoe hebben in het begin - we kenden daar absoluut niks van... Hij kwam dan met iets als '[The Banks of the] Royal Canal,' en wij riepen uit: 'Dat is prachtig!'"

... hij kende er zo veel. Hij kwam naar Big Pink of waar we ook waren en toverde dan weer zo een oud nummer uit zijn hoed. Hij had zich voorbereid. Hij oefende eerst en dan pakte hij er mee uit, om het ons te tonen."

De grote verscheidenheid aan materiaal is opmerkelijk. Van alles laat Dylan de revue passeren: van zeeliederen tot country tranentrekkers, van pure gospel tot eenvoudige moraliserende liedjes, van de Engelse en Ierse balladen tot die uit het Apalachen gebergte…  Johnny Cash, the Stanley Brothers, Ian Tyson, Rick Van Schmidt…

"Hij leek ze zomaar uit zijn mouw te schudden," herinnert Robbie Robertson zich. "We hadden geen idee of hij ze zich herinnerde of dat hij ze zelf geschreven had. Als hij het zong kon je geen verschil merken."

 

Regelmatig wordt de namiddag afgerond door twee of drie van de nummers die overdag waren gespeeld, op band te zetten. Gewoon, losjes, in één take.

Die bandopnemer was op een of andere manier nog was blijven liggen na de wereldtournee van 1966. Professioneel materiaal dus, uitgerust om drie microfoons per kanaal te werken en vier of vijf uitstekende Neumann microfoons. Garth Hudson nam het op zich om het toestel te bedienden. Later zou Dylan opmerken: "Zo zou je altijd moeten kunnen opnemen - in een vredige, relaxte omgeving… ergens in een kelder, met de ramen open en een hond aan je voeten."

 

* * *

 

Af en toe wordt er ook bij Dylan thuis verzameld. Dan musiceren ze in de Rode Kamer. Maar Sara maakt snel een einde aan die bijeenkomsten. Op 11 juli is Anna Lea Dylan, het tweede kind van Sara en Bob geboren. Zo’n bende in huis de hele dag  vindt ze maar niks. Zeker met kleine kinderen die moeten slapen.

 

Terug dus naar de kelder van Big Pink. Vandaar de latere benaming: The Basement Tapes. Opvallend is dat van de meer dan honderd nummers die zijn bewaard gebleven er geen enkele een cover is van de nummers die in de hitparade van die tijd stonden. Niks Summer Of Love: geen Sgt. Pepper’s, geen Jefferson Airplane of Doors. In de kelder in de bossen van Woodstock worden oude Sun nummers als 'Big River' of 'Folsom Prison Blues' gevolgd door een doo-wop klassieker als 'Silhouettes', John Lee Hookers 'I'm In The Mood For Love' of Sam Cookes 'Bring It On Home'.

'All American Boy' was een hitje van Bobby Bare uit 1957 waarin de lof werd bezongen van Elvis. De verwijzingen naar Colonel Parker worden door Dylan echter veranderd in kritiek op zijn eigen manager Grossman.

In het interview van mei 1967 had hij al verklaard: "Er zitten nog steeds songs in mijn hoofd. Maar ik zal ze niet opschrijven zolang bepaalde dingen niet zijn uitgeklaard. Niet voordat bepaalde mensen goedgemaakt hebben wat ze hebben aangericht."

Dylan lag overhoop met zijn manager omdat hij had vastgesteld dat de muziekuitgeverij Dwarf Music die Grossman voor hem had opgericht voor 50% eigendom was van zijn manager.  Naarmate de tijd vordert sluipen meer en meer eigen composities van Dylan er tussen. "We deden zeven, acht, tien, soms zelfs vijtien nummers per dag," vertelt Hudson. "Sommige waren oude balladen en traditionals ...maar andere verzon Bob ter plekke... We speelden een melodie, hij zong een paar woorden die hij had opgeschreven en voegde er dan wat aan toe. Soms ook gewoon wat klanken en nonsens… een goeie manier om nummers te schrijven."Het worden nummers vol tijdloze, surrealistische spontaniteiten die klinken alsof ze honderd jaar eerder zijn geschreven. 'Silent Weekend' is zo een van die eerste nieuwe songs. Het prachtig rockabilly  nummer dat oorspronkelijk was geselecteerd om te verschijnen op The Bootleg Series in 1991, maar aan de kant werd geschoven toen die werd ingekort van vier naar drie cd's.  Een ander hoogtepunt is 'Sign on the Cross'. Met meer dan zeven minuten is het de langste van de kelderopnamen. Met Garth Hudsons orgel als begeleiding steekt Bob een dronken monoloog af. Jaren later zal Dylan de basisstructuur ervan herwerken tot 'Love Rescue Me' dat hij samen met U2 opneemt.  Het surrealistische 'Yea! Heavy And A Bottle Of Bread' geeft het relaas weer van een merkwaardig busritje, terwijl in 'Million Dollar Bash' een iedereen wordt opgeroepen om mee te gaan naar een poepchic feestje.  Ook weinig gehoord is het prachtige 'I’m Not There (I956)'. Pas dit najaar zal het eindelijk verschijnen op de soundtrack van de gelijknamige film. In die film worden fazen uit het leven van Bob Dylan belicht, waarbij de man wordt geportretteerd door een vijftal acteurs, waarvan één zelfs een vrouw.    Tegen het einde van de zomer wordt er meer aandacht aan de opnamen besteedt en worden enkele van de eigen nummers - nu uitsluitend eigen composities - zelfs twee of drie keer opgenomen.

Begin september worden de opnamen onderbroken. Dylan brengt dan met Aronowitz een bezoekje aan New York. Door zijn pluizige baard en een Gaucho hoed is hij onherkenbaar. Zelfs in Greenwich Village, waar hij toch verscheidene jaren heeft gewoond, valt hij niet op.

* * *

Terug thuis worden drie takes van 'Tears Of Rage' gevolgd door twee van 'Quinn The Eskimo (The Mighty Quinn)'. Een andere keer zijn het 'Open The Door, Homer', 'Nothing Was Delivered' en 'Odds And Ends'.  'Clothes Line Saga' krijgt als ondertitel 'Answer To Ode'. En inderdaad, net als in Bobbie Gentrys ontroerende 'Ode To Billie Joe' wordt een dramatische gebeurtenis verteld als een fait divers tussen de dag dagelijkse beslommeringen. Voor ' Apple Suckling Tree' kruipt Robbie Robertson achter het drumstel. Misschien dat dat een aanleiding is om Levol Helm op te bellen?  In iedere geval, de drummer komt overgevlogen en doet mee met de laatste reeks opnamen in oktober. Daarvan is echter alleen 'Goin' To Acapulco' later uitgebracht. De rest van de opnamen zijn terug losser en omvatten haast uitsluitend covers als 'Wildwood Flower', 'See That My Grave Is Kept Clean', en het van de Everly Brothers bekende 'All You Have To Do Is Dream' 

Aan het einde van de maand heeft Dylan meer dan dertig nieuwe nummers geschreven. Tien daarvan vindt hij de moeite waard om ze te laten registreren bij Dwarf Music. Daarvoor wordt een mono demo tape gemaakt: 'Million Dollar Bash', 'Yea Heavy and a Bottle of Bread', 'Please Mrs. Henry', 'Down In the Flood', 'Lo and Behold', 'Tiny Montgomery', 'This Wheel's On Fire', 'You Ain't Goin' Nowhere', 'I Shall Be Released' en 'Too Much of Nothing'. 

Bij twee geeft hij een van de bandleden op als coauteur: Richard Manuel voor 'Tears Of Rage' en Rick Danko bij 'This Wheel's On Fire'. "Hij kwam naar de kelder met een uitgetypte tekst... en hij zei, 'Heb je geen muziek hiervoor?'," herinnert Manuel zich. "Ik had wel iets dat paste ... dat werkte ik dan verder uit. Ik had geen flauw idee waar de tekst over ging. Ik  kon moeilijk naar boven lopen en vragen, 'Wat betekent dat, Bob: 'Now the heart is filled with gold as if it was a purse'?'"

  Enkele weken later wordt nog een tweede band samengesteld om nog meer songs te laten registreren. Hierop staan vijf nummers: 'Tears of Rage', 'Quinn the Eskimo', 'Open the Door, Homer', 'Nothing Was Delivered' en 'Get Your Rocks Off'. 

De eerste vier nummers van deze tweede demoband werden, samen met de nummers van de eerste band, op een acetate geplaatst die onder muzikanten werd verdeeld, om er eventuele covers van op te nemen.

 

In 1978 geeft Dylan toe dat dat ook de bedoeling was van de nummers die in Big Pink waren geschreven:  "... Ik herinner me niemand specifiek ... In die tijd was psychedelische rock de grote mode en wij zaten daar maar ouderwetse ballads te zingen."

“We hadden er geen idee van dat iemand dat spul ooit zou horen,” legt Robertson uit. “Het was puur bedoeld voor de muziekuitgeverij. Erw aren geen arrangementen of zo. Niets was afgesproken, het was gewoon op band gezet zoals het geurde. Soms speelde we een nummer twee of drie keer, om een volledige versie te hebben, of om een ander tempo te proberen. Gewoon dat we het gevoel hadden van OK, dit is goed genoeg.”

 

Natuurlijk zorgt Grossman dat Peter, Paul and Mary de eerste keuze hebben. Zij komen in november 1967 al met ‘Too Much of Nothing’.

 Rond de jaarwisseling neemt Dylan’s manager Albert Grossman de acetate mee naar Londen, met de bedoeling ze aan Manfred Mann te laten horen. Die hadden al hits gehad met ‘With God On Our Side’, ‘If You Gotta Go, Go Now’ en ‘Just Like A Woman’. “Grossman kwam naar Londen met wat wij dachten dat demo’s waren van Bob Dylan,” vertelt Tom McGuinness, toend e gitarist van de band. “We kregen een exclusieve luistersessie. Toen ik aankwam [in het kantoor van Feldman, Dylans Londense uitgever] met Manfred [Mann], liep er een kerel voor mij op: breedgeschouderd, met lang grijs haar en een pak aan. Tot aan zijn nek leek het een doodgewone zakenman, maar hij had lang haar. Dat was Albert Grossman. Dat wisten we pas toen we ter plaatse waren.
Hij was puur zakelijk. Niks gevoel. Het was zo van: “Hier zijn wat liedjes van Dylan  - luister maar eens, zie wat je kan gebruiken.”
Ze kregen die vreemde nummers te horen. Zonder drums, met veel echo, iets totaal anders dan ze hadden verwacht. “We beluisterden er een paar,” gaat Mcguinness verder, “en Manfred zei tegen Albert: ‘Waarom laat Dylan die kerel met zijn rare stem zijn demo’s zingen?”  Albert keek hem even aan, alsof hij wou zien of hij voor de gek gehouden werd en zei dan: ‘Dat is Bob!’”

Ze kiezen er een viertal nummers uit, waarvan ze er later twee opnemen. ‘The Mighty Quinn’ wordt met een fluitarrangement van Klaus Voormann half januari uitgebracht. De single staat vanaf 14 februari '68 twee weken op de eerste plaats in de Engelse hitparade.

 Enkele maanden later haalt een vreemde combinatie van Julie Driscoll, Brian Auger & The Trinity met een psychedelische versie van  'This Wheel’s On Fire' in april de Britse top 5 halen.  Wanneer ze van hun producer Joe Boyd horen, van het rijke aanbod, vragen de mannen van Fairport Convention  meteen of zij ook kunnen worden uitgenodigd. Hun bassist Ashley Hutching geeft toe: “In zekere zin, gingen we met een vals voorwendsel. We waren dan wel een groep die mogelijk een cover zouden kunnen opnemen, maar eigenlijk we waren vooral fans! We wilden vooral binnen geraken om die nummers te horen en te genieten.
We waren er dan ook bijna allemaal bij. Zodra die plaat met het witte label opgelegd werd hoorden we een vreemd allegaartje van stijlen en rare teksten uit de speakers komen. Het leek zo ondergronds. Zo anders. We vonden het geweldig. Als we konden, hadden we ze allemaal gecoverd.”
Ze kiezen er drie: ‘Down In The Flood’, ‘Open The Door ’ en ‘Million Dollar Bash’.  Maar alleen dat laatste komt op Unhalfbricking terecht. Daarop staan immers ook nog twee andere Dylancovers: de cajunversie van ‘Si tu dois partir’ en  ‘Percy’s Song’. De andere nummers brachten ze wel live en in sessies voor de BBC.  In Amerika brachten The Byrds twee nummers op hun baanbrekende country-rock album Sweetheart of the Rodeo. Ze gebruikten ‘You Ain't Goin' Nowhere’ als opener en ‘Nothing Was Delivered’ als afsluiter. Natuurlijk ontbraken enkele van de nummers niet op de debuut-LP van The Hawks, die inmiddels waren omgedoopt tot The Band. Op Music from Big Pink stonden zowel ‘I Shall Be Released’ en ‘Tears of Rage’. Maar ook de eigen geschreven nummers ademden diezelfde sfeer uit. “We concentreerden ons erop om die sfeer door te trekken,” vertelt Robbie Robertson. “De wijze van spelen in die kelder had niks van doen met de manier waarop we speelden toen we met Bob op tournee waren, of hoe we eerder samen hadden gespeeld. Het was totaal anders dan The Hawks, of hoe we met Ronnie Hawkins spelden. Het was iets helemaal anders.” Maar ook muzikanten die geen covers uit het materiaal pikken worden er door beïnvloed. Dat gebeurt nadat kopies van de banden steeds meer van hand tot hand worden doorgegeven onder vrienden en collega’s. Marianne Faithfull, dan het vriendinnetje van Mick Jagger, neemt de banden mee op een trip naar Brazilië, waar de zanger van the Rolling Stones een eiland wil gaan kopen. Ze draait de Basement tapes onafgebroken terwijl ze in een klein vliegtuigje de omgeving verkennen. Eens terug in de studio zweren de Stones de psychedelische muziek af en keren terug naar hun roots met Beggar’s Banquet. En ook Eric Clapton, die dan met Cream hoge toppen scheert, besluit het roer helemaal om te gooien: “Toen ik die muziek hoorde, had ik het gevoel dat wij dinosaurussen waren en dat wat wij aan het doen waren snel achterhaald en vervelend zou worden.”Eric op zijn beurt gaf de banden door aan Steve Winwood die met de plaat John Barleycorn Traffic een heel ander richting opstuurde. En Paul McCartney trachtte The Beatles met de Get Back sessies terug te laten keren naar hun roots.Merkwaardig is wel dat Dylan zelf voor zijn eerste plaat na het ongeval, John Wesley Harding, geen enkel nummer uit de sessies opneemt. Hij heeft dat materiaal alweer achter zich gelaten.  

Pas in 1975, geeft hij toestemming om het materiaal officieel uit te brengen. Zelf heeft hij geen zin om zich daar mee bezig te houden. Dus krijgt Robbie Robertson de opdracht om het materiaal te selecteren. In plaats van de veertien nummers, die al jaren circuleren gewoon op plaat te zetten, kiest die er voor een eigen selectie te maken van zestien nummers. Daar voegt hij dan acht onuitgegeven nummers van The Band aan toe, waarvan de helft effectief opgenomen zijn in Big Pink. Hij vindt het ook nodig om drums, gitaar en piano toe te voegen aan een aantal van de oorspronkelijke banden en dan het geheel in mono te remixen.

Bovendien is zijn songkeuze in enkele gevallen erg bedenkelijk: klassiekers als ‘I Shall Be Released’ en ‘The Mighty Quinn’ worden weggelaten, terwijl prachtige onuitgegeven songs als ‘Sign on the Cross’ en ‘’I'm Not There (1956)’ over het hoofd worden gezien. Ook geeft hij de voorkeur aan een ruwere eerste take van ‘Too Much of Nothing’, in plaats van de oorspronkelijk bekende en beter uitgevoerde tweede take.

 

the_basement_tapes_b000002552

Toch reageren zowel critici als het publiek erg enthousiast wanneer The Basement Tapes op 26 juni 1975 worden uitgebracht. Aan beide zijden van de Atlantische oceaan bereikt de dubbel-LP de top tien. Dylan reageert verbaasd:

 Het zal nog eens tien jaar duren, tot Biograph, eer take 2 van ‘The Mighty Quinn’ eindelijk officieel wordt uitgebracht. En zes jaar later krijgen we nog eens twee nummers: ‘I Shall Be Released’ en ‘Sante Fe’ staan allebei op The Bootleg Series Volumes 1-3 (Rare & Unreleased) 1961-1991.Oorspronkelijk stonden ook ‘Sign on the Cross’ en ‘’I'm Not There (1956)’ gepland, maar die kwamen te vervallen toen de box set werd teruggeschroefd van vier naar drie cd’s. Halfweg de jaren tachtig waren de originele banden terecht gekomen in de handen van verzamelaars die er een vijfdelige bootleg reeks van maakten: The Genuine Basement Tapes. Die werd dan nog eens verbeterd door een vier cd’s tellende set: A Tree With Roots, met kwalitatief betere versies, allemaal in stereo.  

De gekende muziekcriticus Greil Marcus schreef zelfs een heel boek over de opnamen: The Old, Weird America: The World of Bob Dylan's Basement Tapes. Daarin vergeleek hij de Basement Tapes met de Anthology of American Folk Music. Dat is een verzameling 78-toerenplaatjes uit de jaren 20 en 30, samengebracht door Harry Smith . In het boek betoogd Marcus dat beide collecties een alternatieve en veel vreemdere geschiedenis van de Verenigde Staten beschrijven.

Dylans terugkeer naar de traditionele muziek bleek niet minder revolutionair als zijn eerdere verwezenlijkingen. Rock bands als de Flying Burrito Brothers, Crosby Stills & Nash en The Eagles leerden eruit dat er niks mis is met het spelen van luchtige, melodische country rock. Eigenlijk werd daar in die kelder van Woodstock door Bob Dylan en zijn maten de fundering gelegd voor wat tegenwoordig 'Americana' of 'alt.country' wordt genoemd.  
 

13:33 Gepost door Peerke in Bob Dylan | Permalink | Commentaren (2) | Tags: the band, americana, woodstock, basement tapes |  Facebook |

Commentaren

Alweer een baksteen de moeite waard om te lezen. Maar er staat wel een foutje in. Harry Smith heeft in tegenstelling tot Alan Lomax (mss vandaar de vergissing?) voor deze verzameling niets opgenomen. Smith verzamelde wel 78-toerenplaatjes met oude folk- en bluesnummers. Een selectie daarvan is op de Anthology geplaatst.

Gepost door: sezaar | 19-09-07

Gelijk heb je Inderdaad, om de een of andere reden haal ik Harry Smith en Alan Lomax steeds door elkaar.

Gepost door: Peerke | 22-09-07

De commentaren zijn gesloten.