25-11-07

Bob Dylan - Planet Waves

decoration


Planet Waves
 

(Wat voorafging: Pat Garrett And Billy The Kid)

Nergens ter wereld lopen zoveel ambitieuze jonge mensen rond als in Los Angeles. De kans dat de jonge man of het meisje dat je broodje of biertje serveert later een beroemde filmster, singer-songwriter of gitarist wordt is reëel. De meeste keren, na enkele jaren, met hangende pootjes terug naar huis. Maar een combinatie van geluk, doorzettingsvermogen en talent maakt dat een enkeling de American Dream in vervulling ziet gaan.

Begin 1973 is David Geffen een van die selfmade men. Op zeer korte tijd heeft hij zich opgewerkt van de postafdeling van het William Morris Agency tot manager van Laura Nyro en Crosby, Stills and Nash. Om zijn nieuwe protegee Jackson Browne aan een platencontract te helpen richtte hij in 1970 een eigen platenfirma op: Asylum Records. Al snel kwamen daar andere Californische acts bij: Linda Ronstadt, J.D. Souther, Joni Mitchell, Tom Waits en The Eagles - allemaal beginnende artiesten die op korte tijd zelf ook zijn doorgestoten naar de top.

Wanneer Geffen hoort van de problemen die Bob Dylan heeft met zijn platenmaatschappij Columbia Records ziet hij de kans schoon om een grote vis binnen te halen voor het jonge label. Hoewel Bob Dylan nooit zoveel platen verkocht als sommige van zijn collega's, werd hij toch beschouwd als de onbetwiste koning van de rock in de jaren zeventig. Dylan kon rekenen op het respect van de critici en een brede fanbasis.

* * *

Van het koude New York naar het zonnige Californië

Bovendien is Bob Dylan onlangs vlakbij komen wonen. Aan het einde van de lente van 1973 is hij immers met zijn gezin verhuisd naar het zonnige Californië. De zanger had in december 1971 reeds een huis gekocht in Malibu, maar dat was oorspronkelijk louter bedoeld als belegging.
Het huis kwam echter goed van pas toen ze, omwille van de ziekte van een van hun kinderen, dringend weg moesten uit Mexico, waar Bob meewerkte aan de film Pat Garrett And Billy the Kid. De dichtstbijzijnde grote stad is Los Angeles en daar trokken ze dus naar toe.

Wanneer hun spruit het ziekenhuis mag verlaten besluiten Bob en Sara echter niet terug te keren naar New York. Nochtans vertelt hij aan Rolling Stone dat de verhuis maar tijdelijk is, 'Het was koud in New York en we wilden er niet terugkeren na Mexico. Ik kan niet wegblijven uit New York!"

Stilaan begint hij er opnieuw wat nummers te schrijven. "Ik begon veel op te trekken met Bob in Malibu," vertelt Roger McGuinn. "We speelden samen basketball." Op een dag probeerden we samen een nummer te schrijven. Ik vroeg hem of hij iets had en hij zei dat hij aan iets begonnen was, maar dat hij het zelf wou gebruiken. Hij liet me horen wat hij al had: 'Never Say Goodbye.'"

Van dat nummer nam hij in juni een demo op in het kantoor van zijn pas opgerichte muziekuitgeverij Ram's Horn Music. Hij heeft ook nog twee andere nummers klaar: 'Forever Young' en 'Nobody 'Cept You'. Het eerste nummer is geschreven voor zijn jongste zoontje Jakob (die van The Wallflowers), terwijl hij in het tweede zijn eeuwige liefde uitdrukt voor de moeder van zijn kinderen. 
Deze demo van ‘Forever Young’ wordt later uitgebracht op Biograph.

* * *

Na een tijd vindt Sara dat ze een slaapkamer te weinig hebben. Er wordt een architect bij gehaald: David Towbin.
“Ik was onder de indruk van John Lennons huis (in Tittenhurst Park)," vertelt Dylan later. "Dat was een huis met tweeëntwintig kamers. Weet je wat ik deed zodra ik de kans kreeg? Ik kocht een huis met eenendertig kamers! Beeld je eens in: het mijne! En het werd een nachtmerrie!”
De plannen worden immers steeds weer aangepast en uitgebreid. Uiteindelijk blijft nog slechts één muur overeind. De kosten lopen dan ook enorm op.

* * *

Het masterplan

David Geffen heeft ondertussen een plan uitgewerkt. Hij wil niet alleen dat Dylan tekent bij Asylum, hij moet ook terug aan de top worden gebracht. En daarvoor moet hij terug op tournee.

Dylan had niet meer getourd geweest sinds 1966. Toen werd hij begeleid door een naamloze groep die inmiddels bekend was geworden als The Band. In de zeven jaar die inmiddels waren verlopen had hij slechts een handvol optredens gegeven. Zowel tijdens het herdenkingsconcert voor Woody Guthrie, als tijdens het festival op het Britse eiland Wight en recent nog een nieuwjaarsconcert in New York werd hij daarbij  begeleid door The Band. Vooral dat laatste concert op 31 december 1971 was goed ontvangen.

De vraag is hoe Geffen Dylan zo ver te krijgen dat hij terug op tournee wil gaan. Hij contacteert daarvoor concertorganisator Bill Graham. Bill is net als David een afstammeling van Joodse vluchtelingen uit Oost-Europa en heeft zich ook op korte tijd opgewerkt tot de top. Hij baat in San Francisco zowel de Fillmore West als Winterland uit, naast de beroemde Fillmore East in New York. Hij heeft ook net het Westelijke luik van de Amerikaanse tournee van The Rolling Stones georganiseerd.
Graham meent dat het geheel het meeste kans op slagen heeft als Dylan het gevoel heeft dat hij zelf het idee kreeg om terug te gaan touren. Hij stelt voor om Robbie Robertson in te schakelen.

"[David Geffen] belde me op [omstreeks maart ‘73]," bevestigd Robbie Robertson. "Zomaar, uit het niets en zei dat hij me wou spreken. Ik ontmoette hem en vond hem interessant… Het was een puur zakelijke zet."

Robertson kampte sinds een jaar of twee ook met writers block. Een lucratieve tour met Bob Dylan zag hij dan ook wel zitten.

De eerste stap is Bob Dylan onopvallend benaderen. Dat was Robertson al eens eerder gelukt: in 1967 was hij in Woodstock gaan wonen. Deze keer zocht hij een verblijfplaats in Malibu.

Telkens hij Bob Dylan ontmoet blijft Robertson hem enthousiast vertellen over Summer Jam, een immens openlucht festival in Watkins Glen bij New York, waar the Band op 28 juli heeft gespeeld. Het werkt. Na een tijdje meent Dylan dat het idee om terug te gaan touren "… echt wel zinvol leek. Het was een goed idee, een terugkeer naar het verleden... De andere gasten van de band kwamen [naar Malibu] en we gingen onmiddellijk aan het werk."

Dylan wil al dadelijk met The Band gaan repeteren. Op een namiddag einde augustus, komen ze samen in het huis van Robertson. Ze overlopen zo’n 80 nummers. De bedoeling is dat de show iedere avond anders kan zijn. Maar volgens Robbie Robertson was het onmogelijk echt te repeteren. "Voor onze situatie en mentaliteit, leek het een beetje belachelijk om samen te komen en 'Positively Fourth Street' te repeteren. We zeiden, 'Welk nummer is het? Hoe begon het? Wie kan het wat schelen hoe het begon?' Weet je wel. Zo kunnen we het gewoon niet aanpakken. We speelden een uur of vier en speelden gewoon een pak nummers. Zomaar. Wij riepen wat titels. Bob vroeg naar bepaalde nummers van ons en wij vroegen naar songs van hem die we graag zouden spelen. En toen het gedaan was zeiden we, 'Dat was het.'"

Na jaren van teruggetrokken leven en inactiviteit vond hij dat hij klaar was om terug rond te trekken. Hij dacht aan een tournee zoals vroeger: een tiental concerten in theaters van zo’n 2 à 3 000 mensen.

Bill Graham wordt er bij gehaald om de zaak op poten te zetten. Maar die weet hem te overtuigen dat er zo’n vraag naar tickets zal zijn dat er veel meer concerten zullen moeten worden gespeeld en dat theaters te klein zullen zijn. Graham stelt een grootse arenatournee voor. En nog beter: de ticketprijzen kunnen worden opgetrokken. Dylan laat dat soort zaken over aan Graham en de advocaten.
"De beslissingen werden genomen door Bill en David,” verklapt Robertson, “Wij lieten het aan hun over omdat zij wat objectiever daarin zijn dan wij. Ze zeiden, 'Luister, Jan met de pet krijgt $7.50. Dus vind ik dat jullie dat ook kunnen vragen en jullie zijn met twee, dus… En anders gaan de mensen denken dat er iets fout zit.’ Dus zeiden wij, ‘Jullie weten dat beter dan wij.' Je moet die mannen gewoon hun werk laten doen…"
Uiteindelijk wordt een tour gepland van 39 optredens in 21 steden, met een bruto opbrengst van zo’n $5 miljoen.
Het idee maakte Dylan al nerveus, vertelt Robertson. "Bob had zoiets van 'Shit, ik heb acht jaar niks meer gedaan en nu ga ik opeens 40 concerten spelen?'"

* * *

Geffen’s bedoeling van de tour was dus vooral promotie voor de nieuwe plaat bij zijn label. Maar Dylan is niet zo snel te vangen.

Om rustig te kunnen werken - ver van de bouwwerken thuis - trekt hij in oktober naar New York. Wanneer hij na 22 dagen terugkeert naar de oostkust heeft hij zes nieuwe geschreven. Met de drie die al in juni klaar waren, is dat een mooie basis voor een LP.

* * *

De opnamen

Op vrijdag 2 november 1973 wordt om 12 uur 's middags verzameld in The Village Recorder in Los Angeles voor de eerste opnamedag van de eerste en enige gezamenlijke studio-lp van Bob Dylan en The Band.

Robbie Robertson staat samen met de jonge technicus Rob Fraboni in voor de productie.
“Er was geen echte producer voor Planet Waves,” meent Fraboni. “Pas later begreep ik waarom. Robbie vertelde me: ‘Luister! Soms zal ik je vertellen wat ik vind dat er moet gebeuren. Jij moet dat dan tegen  Bob zeggen, want als ik dat doe dan zal hij het niet doen.’ Hij wou niks aannemen van Robbie omdat die ook muzikant is en hij bang was dat hij hem zou in een andere richting sturen dan hij zelf wou.” 

Die eerste dag was de sfeer erg ontspannen, volgens Fraboni: "meer bedoeld om de boel klaar te zetten en een beetje de studio te verkennen." Dat kwam waarschijnlijk ook omdat Levon Helm nog in het vliegtuig zat. In afwachting had Richard Manuel plaats genomen achter het drumstel.
Na een instrumentaaltje om op te warmen worden zeven takes van 'Never Say Goodbye' opgenomen. De rest van de sessie verloopt niet meer zo gestructureerd. Zonder Dylan worden wat instrumentale jams opgenomen ('Crosswind Jamboree') en wanneer hij terugkomt worden er eerst twee takes opgenomen van ‘House Of The Rising Sun’ en daarna telkens één van de twee andere nummers waarvan Dylan in juni demo's had opgenomen.

Wanneer de sessie omstreeks 10 uur 's avonds wordt afgerond staat er dan ook niet veel bruikbaars op band. Toch zal de beste versie van 'Never Say Goodbye' worden geselecteerd voor Planet Waves en ‘Nobody ‘Cept You’ komt later op The Bootleg Series, 1961-1991 terecht. De rest blijft onuitgebracht.

Maar bijna was alles verdwenen, vertelt Fraboni: “Die eerste avond wou ik net de banden naar de opslagruimte brengen, toen Bob zei, ‘Nee, nee, die neem ik mee. Er wordt teveel gepikt. Je kunt niemand vertrouwen. Ik neem ze mee.’
Even later vroeg hij of ik zin had om mee te gaan kijken naar Bobby Blue Bland. ‘Tuurlijk!’
Hij reed in zo’n camionette zonder ramen opzij, alleen een raampje achteraan. We arriveerden aan de club en toen ik achter langs liep keek ik toevallig door het raampje. Daar zag ik de banden liggen. Ik vroeg hem: ‘Ben je gek? Je wilt de banden niet in de studio laten, maar hier laat je ze open en bloot in je wagen liggen midden op Sunset Boulevard.
Daarna liet hij ze wel in de studio.”

Na het weekend vinden er opnieuw drie sessies plaats - nu met drummer: 13:00 - 16:00, 17:00 - 20:00 en 20:30 - 23:30. Tijdens elke sessie wordt er gewerkt aan één nummer: eerst 'You Angel You', dan 'Going, Going, Gone' en tenslotte opnieuw 'Forever Young'. Over die laatste opname is Dylan nog niet tevreden want ze blijven ook de volgende dagen aan het nummer werken.

Op dinsdag wordt er gewerkt aan vier nummers. Van 'On A Night Like This' worden snelle en langzame versies uitgeprobeerd, maar niets blijkt echt geslaagd. 'Hazel', 'Tough Mama' en 'Something there Is About You' leveren minder problemen op en staan 's avonds allemaal op band.

Woensdag is er een pauze, maar op donderdag is iedereen terug present. 'Going, Going, Gone' wordt na drie nieuwe takes niet beter bevonden dan de originele versie van maandag. 'On A Night Like This' klikt wel. Voor de avondsessie komt er ene Ken meedoen op conga’s. Met hem erbij wordt 'Forever Young' opnieuw aangepakt. Na een paar valse starts staat een geslaagde langzame versie op band.
"We namen slechts één [volledige] take op van de langzame versie van 'Forever Young,'" vertelt Fraboni. "Deze opname was zo sterk, zo fris, zo direct… Ik vond het prachtig. Toen ze de controlekamer binnenstapten zei niemand een woord. Ik spoelde de band terug en we luisterden van het begin tot het einde. Na afloop ging iedereen weg. Er was totaal geen discussie. Iedereen ging gewoon naar huis. Ik bleef alleen achter met een vriend. Ik was compleet overdonderd en zei: 'we gaan een eindje wandelen'.
Toen we terugkwamen wou ik nog eens luisteren. Opnieuw ging ik er helemaal in op. Ik had zelfs niet gemerkt dat Bob binnen was gekomen..."

Hoewel Fabrioni dus meent dat 'Forever Young' perfect is, begint Bob de volgende avond de laatste sessie af met nog een nieuwe versie van het nummer. Tegen Fabroni vertelt hij:  "Ik heb dat nummer nu al een jaar of vijf in mijn hoofd. Ik heb het nooit opgeschreven en nu dat ik het wil opnemen kan ik maar niet beslissen hoe ik het moet doen."
Deze keer probeert hij het solo met enkel zijn akoestische gitaar als begeleiding. Dan maakt hij plaats voor Harry Staton die een eigen nummer op band zet: 'Adlita'.
Tenslotte wordt de sessie afgerond met een tweede akoestische solo opname. 'Wedding Song' is een nieuw nummer dat in de laatste paar dagen is geschreven, ter vervanging van 'Nobody 'Cept You'. Dat was oorspronkelijk als afsluiter was bedoeld, maar Dylan vond de opname niet geslaagd.
Dylan heeft slechts één intense take nodig om het nummer op band te zetten. Fraboni stelt nog een tweede take voor, omdat je de knopen van zijn hemd tegen de gitaar hoort schuren, maar daar wil Bob niet van weten.

Al met al zijn de sessies erg vlot verlopen: er zijn slechts zes opnamedagen voor nodig geweest. De meeste zonder enige overdub. Hoewel de meeste nummers vooraf waren geschreven, werden enkele in de studio verder uitgewerkt.

Voor dinsdag 13 november is de studio is de hele dag geboekt, maar er vinden geen opnamen plaats. Misschien is dit gedaan om de muzikanten te kunnen betalen voor de repetities.

Maar de volgende dag wordt een extra sessie toegevoegd. De muzikanten worden terug opgetrommeld. Dylan is blijkbaar nog niet tevreden over 'Forever Young' en er worden nog vijf takes uitgeprobeerd in verschillende bezettingen. Op de beste take speelt Robertson mandoline en Danko fiddle. 

Daarna beginnen Robertson en Fabroni met het mixen van de banden.
"Bob liep even de studio in en ging wat piano spelen, terwijl wij bezig waren. Plots kwam hij terug binnen en zei: "Ik zou 'Dirge' willen proberen op de piano.'... Ik legde een spoel op en hij zei tegen Robbie: 'Jij kunt misschien gitaar spelen.' Ze namen het een eerste keer door, Bob op de piano en zang en Robbie op de akoestische gitaar. De tweede keer was de definitieve versie."
Op de doos waarin de banden worden bewaard staat het nummer aangegeven als 'Dirge For Martha'. Niemand weet wie Martha is, maar ze heeft hem blijkbaar erg gekwetst.
Want terwijl hij in de rest van de nummers vol lof is over zijn huiselijke leven, sluipen er in dit nummer regels als "I hate myself for loving you."

* * *

Pas op 6 december is de deal rond: Dylan tekent een contract met Asylum Records voor  één plaat. Hij heeft goed onderhandeld: hij krijgt weliswaar geen voorschot, maar wel 8% van de verkoop – dat had niemand hem ooit voorgedaan. Daarenboven behoudt hij de rechten op de master en mag Geffen die slechts zeven jaar uitbaten.
 
Wanneer de tournee van Bob Dylan en The Band officieel wordt aangekondigd, blijkt hoe groot inmiddels in de matte jaren zeventig de behoefte is aan een weerzien met de held van het vorige decennium. Voor de fans lijkt het nieuws te mooi om waar te zijn. De opnamen van Dylan met The Band staan hoog aangeschreven bij de verzamelaars. Hun bootlegs van zowel studio als live opnamen zijn zeer gegeerd. Het nieuws dat Dylan en The Band terug samen zouden komen voor een plaat en een tournee schept dan ook  hoge verwachtingen.

De tickets zijn enkel per post te bestellen en niet iedereen die een aanvraag indient kan tickets krijgen. De aanvragen voor kaartjes bereiken het astronomische aantal van twaalf miljoen…. voor 658 000 kaartjes. Vele optredens zijn binnen de kortste keren uitverkocht. Alles schijnt er op te wijzen dat zowel de plaat als de tournee een groot commercieel succes zou worden.

* * *

Columbia slaat terug

Natuurlijk gaat bij Columbia Records, de platenmaatschappij waarbij Dylan twaalf jaar heeft gezeten, de hernieuwde belangstelling rond hun vroegere artiest niet onopgemerkt voorbij. Om hiervan mee te profiteren duiken ze onmiddellijk de archieven in. Hoewel er nog vele onuitgegeven pareltjes in de rekken liggen, kiezen ze voor wat recente covers die zijn overgeschoten bij de opnamen van Self Portrait (twee nummers) en New Morning (de rest). Mogelijk hadden ze teveel haast om dieper te graven. Sommigen menen dat het uit pure wraak is omwille van zijn overstap naar Asylum Records. Feit is dat het materiaal ondermaats is.
"Dat was spul om mijn stem op te warmen," verklaart Dylan. "Het was nooit bedoeld om te worden uitgebracht. Ik dacht dat duidelijk was."

De plaat, kortweg Dylan gedoopt wordt op 16 november 1973 uitgebracht - twee maanden voor Planet Waves. De hoes is een montage waarop het lijkt alsof er een lekstok is gemaakt van Dylans gezicht.

Ter promotie brengt Columbia in december zelfs een single uit: 'A Fool Such As I'/'Lily Of The West', maar die verdwijnt heel snel geruisloos.

Ondanks de vernietigende kritieken raakt de plaat dankzij in de Verenigde Staten tot een 17de plaats. In Europa, waar de hype ronde de op hande zijnde tournee niet meespeelt, is het de eerste plaat van Bob Dylan sinds midden de jaren zestig die de top 30 niet haalt.

Hoewel Dylan laat weten het niet eens te zijn met de critici - "Zo slecht was het nu ook weer niet!" - is de plaat nooit op cd uitgebracht in de US of in Engeland. In Japan gebeurde dat wel in 1990, onder de titel Dylan (A Fool Such As I)! Een jaar later volgde het vasteland van Europa, maar ook slechts in een beperkte oplage.
Voor de liefhebbers: sinds kort zijn de nummers wel digitaal verkrijgbaar via iTunes.


Zoals dat hoort bij platen van Bob Dylan bestaat zelfs hiervan een alternatieve versie. Er is papierwerk opgedoken van een eerdere versie, gedateerd op 5 oktober 1973.
Daarop staan covers van ‘Runnin' van Floyd Tillman en ‘Alligator Man’ van Floyd Chance en Jimmy "C" Newman, in plaats van het van Elvis Presley bekende ‘Can’t Help Fallin’ In Love’ en ‘Big Yellow taxi’ van Joni Mitchell.

* * *

decoration
 

Tour 1974

Op 3 januari 1974 kent de tour van Bob Dylan met The Band een prima start in Chicago. Het is de eerste grote stadiumtournee van het rocktijdperk en bestaat uit maar liefst veertig optredens in eenentwintig steden, in de U.S.A. en Canada. Een tiental keren worden twee optredens per dag gegeven.
De show bestaat uit 18 of 19 nummers, gebracht in twee sets, plus één of twee bisnummers. Daarenboven speelt in het midden van elke set The Band nog eens een viertal nummers. De eerste 5 nummers van het tweede deel brengt Dylan solo akoestisch.

De eerste shows zijn ruw, maar uitstekend. Bob zingt nummers die hij zelden heeft gebracht: 'Hero Blues', 'As I Went Out One Morning'; nieuwe nummers als 'Tough Mama' en 'Nobody 'Cept You'; en oude Dylan/Hawks favorieten als 'One Too Many Mornings', 'I Don't Believe You', 'Leopard-Skin Pill-Box Hat' en - vanzelfsprekend - 'Like a Rolling Stone'.

Dylan is goed bij stem en The Band speelt vol passie, al klinkt het soms of er wat meer had gerepeteerd mogen worden. De pers barst uit in gejubel over Dylans langverwachte comeback. Het lijkt een regelrechte triomftocht. Dylan maakte alle verwachtingen waar.
Fans van zijn eigen generatie, nu in de dertig, beleefden de jaren zestig opnieuw.

De keerzijde is echter dat Dylan het leven "on the road" ronduit saai vindt. Hij had zich op de tour verheugd, maar is afgeknapt op het legertje managers en platenbonzen dat zich ermee bemoeid. De muziekscène is een industrie geworden: zo wordt Dylan rondgevlogen in een Boeing 707.
Bovendien was hij de laatste jaren vooral thuis gebleven om bij zijn familie te zijn. Nu had hij zijn vrouw en kinderen dan toch moeten achterlaten.

Na verloop van tijd begint The Band strakker te spelen en worden enkele nummers die minder aansloegen weggelaten. Hierdoor zijn de interessantere nummers verdwenen, terwijl de meer voor de hand liggende zijn gebleven.
Er is stilaan ook een zeker patroon ontstaan: de tempo's zijn versneld en Dylans zang begint meer te lijken op geschreeuw. Vooral zijn akoestische set krijgt een sfeertje van "laten we er maar komaf mee maken”.

Op 21 januari mag Bob Dylan op theevisite bij Jimmy Carter, dan nog gouverneur van Georgia en drukdoende zijn greep naar het presidentschap in '76 voor te bereiden.

Een ander hoogtepunt is wanneer ze op 30 en 31 januari Madison Square Garden in New York aandoen. Het was acht jaar geleden dat Bob Dylan er voor het laatst had gespeeld.

De tournee wordt op 14 februari 1974 afgesloten in Los Angeles.

Tegen het eind van de tour is het voor iedereen alleen nog een job die moest worden afgehandeld: ze kunnen er niet vlug genoeg van af zijn. In oktober 2001 verklaarde Dylan: "Ik dank dat de tournee die ik in ‘74 met de band deed onnatuurlijk was. Ik was vergeten hoe te zingen en te spelen. Ik was bezig geweest met mijn familie en ik deed er lang over om terug een performer te worden. Soms lukte het even en dan was het weer weg voor lange tijd."

* * *

Planet Waves - Ceremonies of the Horsemen

Op 17 januari 1974, midden in de tournee is de eerste plaat van Dylan op Asylum  uitgebracht. Dylan noemde de plaat Planet Waves, omdat hij meent dat de planeten goed staan voor een come back: "Saturnus staat niet langer in de weg!". Hij is duidelijk geïnteresseerd in astrologie in die periode. "Ik kan niemand’s horoscoop lezen, maar wat Saturnus betreft… Het is een groot, zwaar obstakel dat de loop van de gebeurtenissen serieus in de war kan sturen. Het kwam een paar jaar geleden in mijn baan en nu is het sinds kort terug weg."
Oorspronkelijk zou de plaat Ceremonies Of The Horsemen gaan heten, maar dat werd kort voor de release gewijzigd.

Asylum Records had de plaat twee weken eerder willen uitbrengen, samenvallend met het begin van de tournee, maar er moest op het laatste moment worden ingegrepen. Oorspronkelijk een handgeschreven tekst op de achterhoes, schijnbaar met fragmenten uit Dylans eigen dagboek. Maar na bezwaren over de "obsceniteit" van sommige zinnen, werd de aanstootgevende tekst afgeplakt met een wit papier. Ook op latere persingen en ook de cd uitgave is de rechterzijde van de achterhoes altijd blank gebleven.

Merkwaardig is dat op de plaat twee versies staan van hetzelfde nummer: 'Forever Young'.
Fabroni: "Toen we de master aan het samenstellen waren wou ik die [langzame take van van 7 november] inlassen. Ik vroeg er zelfs niet naar. Maar Bob zei, 'Wat ben je aan het doen? Die gaan we niet gebruiken.' Ik sprong recht en riep: 'Hoe bedoel je 'die gaan we niet gebruiken'? Ben je gek? Waarom niet? '
Het bleek dat tijdens de opnamen Lou Kemp [een jeugdvriend van Bob] was langsgekomen met zijn vriendin. En dat wicht had Bob uitgelachen: 'Kom op, Bob, soft aan het worden op je oude dag?' Daarom wou hij die versie weglaten."
Omdat Fraboni niet aflaat besluit Bob uiteindelijk deze versie toch te gebruiken - naast de akoestische solo versie.

Net als Self Portrait en Music From Big Pink van The Band is de hoes geschilderd door Bob zelf. Daarbij geeft hij zijn eigen opvatting weer van wat hij wilde bereiken: "Cast-iron songs & torch ballads".

De LP komt op 9 februari '74 de Billboard-albumlijst binnen. Dankzij de hernieuwde belangstelling van pers en publiek is Planet Waves de eerste LP van Bob Dylan die top van de Amerikaanse hitlijsten bereikt - en daar zelfs vier weken blijft.

Toch verkocht Planet Waves veel slechter dan verwacht. De critici waren dan ook niet unaniem lovend. Ze vonden de plaat ruw en onverzorgd en de inhoud te veel huisje- boompje-beestje.
Robbie Robertson blikte later terug: “Planet Waves was het beste wat we konden berieken in die situatie… Hij had echt geen nummers op overschot en het moest allemaal erg snel. Onder die omstandigheden, vond ik het buitengewoon… Maar het was geen geschikte Bob Dylan LP, dat was het probleem. En het was niet buitengewoon, dus er was kritiek. De mensen hechten teveel belang aan de teksten. Dat werkt beperkend. Al die nummers… waren tamelijk eenvoudig en de critici vonden dat hij niet genoeg zijn best deed.”

De nummer 1 positie is dan ook meer het gevolg van het aantal platen dat naar de winkels was gebracht, dan de werkelijk verkochte exemplaren. Al snel belandt de plaat zelfs in de bakken met koopjes - erg ongewoon voor een Dylan LP.

In februari wordt nog 'On A Night Like This' / 'You Angel You' als single uitgebracht, gevolgd door 'Something There Is About You'/'Tough Mama' in mart, maar geen van die singles maakt brokken.

* * *

Before The Flood - de live LP

Een groot aantal van de concerten zijn professioneel opgenomen, door Phil Ramone en Rob Fraboni.
Phil Ramone was als technicus eerder al betrokken bij de opname van het concert van The Band voor hun live-LP Rock Of Ages. Hij was dus gewaarschuwd dat er niet veel zou worden gerepeteerd vooraf: de soundchecks werden telkens op tien minuten afgehaspeld.

Hoewel Ramone en Fraboni een eerste selectie maakten van nummers uit de concerten van New York City, Seattle, Oakland en Inglewood (bij Los Angeles), komen uiteindelijk alle versies op de plaat van de drie concerten van 13 en 14 februari in The Dorum van Inglewood.

De titel Before The Flood kan worden gezien als een cynische verwijzing naar het aantal bootlegs dat kon worden verwacht. Daarom werd dan ook getracht de plaat zo snel mogelijk in de winkels te krijgen.

Bob Dylan wou de plaat eerst in eigen beheer verkopen via postorder. Op die manier zou zijn winst drie tot vier keer hoger liggen. Maar hij zag op tegen de logistieke problemen. Daarom tekende hij op 6 mei toch voor een tweede keer bij Geffen.
Zes weken later, op 20 juni 1974 verschijnt dan de live-lp Before The Flood als tweede en laatste plaat van Bob Dylan voor het Asylum label.

De dubbel-LP komt op 13 juli 1974 de Billboard-albumlijst binnen en behaalt de derde plaats. En ook hiervan had Asylum er teveel laten persen. De optie voor een verlenging van het contract werd dan ook niet genomen. In Engeland haalt de plaat een respectabele achtste plaats.

Asylum probeerde de verkoop van de plaat aan te zwengelen door twee single uit te brengen. Eerst ‘Most Like You Go Your Way’/’Stage Fright’ (The Band) en daarna ‘All Along The Watchtower’/’It Ain't Me Babe’.

 decoration

* * *

Bij zijn terugkeer naar huis was Dylan veranderd. De zeven jaren van huisvader spelen waren voorbij. Het zou niet lang meer duren of zijn huwelijk liep op de klippen. En ook aan zijn writers block kwam eindelijk een einde.

Maar dat vind je allemaal hier: Blood On The Tracks

16-11-07

Lucinda Williams in Hasselt

Lucinda Williams speelde gisteren in Hasselt haar enige concert in deze tournee op Belgische bodem. Ze had een fantastische band meegbebracht, met als uitschieters de uitmuntende gitarist Doug Pettibone en straffe drummer Butch Norton (die jaren bij Eels het ritme heeft aangegeven). De Muziek-O-droom is een kleine club (zo'n 500 man) en Lucinda liet duidelijk merken blij te zijn met een staand publiek. De setlist had ze netjes opgedeeld: "We'll start with some ballads and then later on, we'll do more rock songs".
Vanaf openers 'Ventura' en 'Fruits Of My Labor' was het geluid meteen perfect en haar vier begelieders hadden er duidelijk zin in.

Maar we waren gewaarschuwd: vanaf 'Concrete and Barbed Wire' werd de band voortgestuwd door de met cowboyhoed met sik versierde kerel achter het drumstel. Wie voor de kalme sfeer van West was gekomen kon verder luisteren vanaf de bar, twee deuren verder. Wat volgde was veel meer "alt." dan "country". Pettibone mocht loos gaan als een Neil Young in zijn beste dagen, zodat zelfs de riff van 'Heartbreaker' van Led Zeppelin voorbij kon komen zonder uit de toon te vallen.
Onderweg vernamen we dat '2 Cool 2 Be 4-Gotten geïspireerd was op twee fotoboeken over The South.
'Come On', een nummer over een man die niet goed euh… presteert, was opgedragen aan de vrouwen in het publiek. Na afloop stelde ze, enigszins verbaasd, vast dat de mannen toch wel sterk in de meerderheid waren vandaag. "Is er hier soms een demografisch probleem? Ik zal mijn vriendinnen op de hoogte brengen."
De nieuwe song 'Honey Bee' kon minder overtuigen, maar 'Joy' sloot heerlijk fel af.

Achteraf bleek dat 'Overtime' gepland was als eerste bisnummer (ik kreeg de setlist van een vridenlijke roadie - ja, ze bestaan!). Fier vertelde de dame met de korrelige stem dat "this song was covered by Willie Nelson". Na enig overleg werd de country mood verder gezet met 'Mammas Don't Let Your Babies Grow Up To Be Cowboys' van Chris Ledoux. Daarna ging ze gretig in op verzoeknummers voor de rest van de half uur durende reeks bissen.
'Lost it' moest halverwege hernomen worden omdat Lucinda haar tekst kwijt was en dat ondanks een dik boek met alle teksten. Met een stomende versie van 'Unsuffer Me' werd het twee uur durende concert van een passend einde voorzien.

Geen tijd voor handtekeningen, want morgen moesten ze alweer in Parijs van jetje geven. Le beau monde krijgt er dan wel Fionn Regan bij als voorprogramma. Jammer dat we die hier moesten missen, maar de herinnering aan Lucinda Williams in een oranje bloemetjeshemd nemen ze ons niet meer af!

17:37 Gepost door Peerke | Permalink | Commentaren (2) | Tags: lucinda williams, hasselt, doug pettibone |  Facebook |

15-11-07

Bob Dylan: Pat Garrett And Billy the Kid

  

decoration

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In 1972 lijkt Bob Dylan wel van de aardbol verdwenen. Geen single, geen langspeelplaat, geen optredens, niets. Hij heeft er absoluut geen behoefte meer aan om in de schijnwerpers te staan. Het eerste half jaar heeft hij zich met zijn familie terug getrokken op zijn pas aangekochte farm in Tuscon, Arizona. Daar houdt hij zich bezig met de afwerking van zijn tweede boek: een bundeling van al zijn liedjesteksten en gedichten. De werktitel is Words. Maar na een tijdje beslist hij een aantal teksten te illustreren met lijntekeningen en wordt de titel veranderd in Writings & Drawings. Het lijkt sterk op het afsluiten van een hoofdstuk in zijn leven.

 

Wanneer het aan het begin van de zomer te heet wordt in Arizona keert de familie Dylan terug naar New York. Daar wordt hij enkele keren opgemerkt bij optredens van anderen. In juni gaat hij naar Elvis Presley kijken in Madison Square Garden. In het Roosevelt Stadium in New Jersey ziet hij The Allman Brothers Band en The Grateful Dead. En een optreden van The Rolling Stones een paar dagen later maakt grote indruk op hem.

 

* * *

 

Op 9 september duikt hij onverwacht op tijdens een optreden van John Prine in The Bitter End in New York.

John Prine: "Ik gaf Dylan één van de eerste exemplaren van mijn plaat. Twee weken later speelde ik mijn eerste concert buiten Chicago. Ik trad op met David Bromberg en Steve Burgh en Steve Goodman, maar ik had nog iemand nodig op harmonica. Ik vroeg of ze iemand kenden.

En opeens, bij mijn tweede optreden, staat Dylan daar. Hij had een harmonica bij en had de teksten geleerd van elk refrein! Ik stelde hem voor en er klapten misschien twee mensen. Niemand geloofde het. Ze dachten dat Dylan dood was of ergens op een berg woonde."

 

* * *

 

Korte tijd later krijgt Bob Dylan bezoek van Rudy Wurlitzer, een oude vriend en schrijver van romans en filmscenario's. Hij heeft een scenario voor een western geschreven gebaseerd op het leven van Henry McCarty, een outlaw die in 1881 werd neergeschoten in New Mexico. Volgens de overlevering zou Henry, ondanks zijn 21 jarige leeftijd meer dan twintig mensen hebben vermoord. Hij zou met zijn hobby zijn begonnen toen hij amper 12 was. Onder de naam Billy the Kid was hij tijdens zijn leven al een legende, befaamd om zijn koelbloedigheid en verschillende ontsnappingen uit gevangenissen.

Hij werd in de nacht van 14 juli 1881 doodgeschoten door sheriff Pat Garrett, die al een tijdje jacht op hem maakte. Nochtans was Garrett vroeger bevriend met zowel The Kid als zijn moeder.

 

Het scenario voor Pat Garret and Billy the Kid was oorspronkelijk geschreven voor de regisseur Monte Hellman. Wurlitzer en Hellman hadden net samen de film  Two-Lane Blacktop gedraaid, met James Taylor en Dennis Wilson. Maar de acteur James Coburn, die absoluut de rol van de sheriff wou spelen, meende dat Sam Peckinpah de geknipte man was voor deze film.

 

Voor de rol van Billy werd de zanger Kris Kristofferson aangetrokken.

 

Wurlitzer kwam op bezoek bij Bob Dylan om te polsen of hij geen zin had om wat muziek voor de film te schrijven.

"Rudy had een nummer nodig voor zijn scenario," bevestigt Dylan. " Ik had toch niks omhanden. Rudy zond mij zijn scenario, ik las het en ik vond het goed. Dus spraken we af. En dan zag ik [Peckinpah's vorige films] The Wild Bunch en Straw Dogs en Cable Hogue en ik vond ze goed. De beste is Ride the High Country... Dus schreef ik 'Billy' heel snel."

 

Wurlitzer nodigt Dylan uit om ook een kijkje te komen nemen bij de opnamen. Dat ziet Bob wel zitten. Alle redenen zijn goed om een tijdje weg te zijn uit New York. Bovendien had hij Mexico, waar de film zal worden gedraaid, altijd al graag eens bezocht. Misschien zit er zelfs een rolletje in voor hem?

 

* * *

 

Op 23 november arriveert Bob, met Sara en de kinderen in Durango. Hij heeft twee nummers geschreven die hij aan de regisseur wil laten horen: 'Billy' en 'Goodbye Holly'.

 

Maar Peckinpah heeft geen belangstelling. "Sam zei, 'Wie is Bob Dylan?,'" vertelt Coburn. "'Oh ja, de kinderen luisterden naar zijn spul. Ik zat eerder te denken aan die Roger hoe-heet-ie-ook-alweer, die van 'King of the Road'? Die wou ik vragen.' En wij riepen allemaal, 'Wat!! Je moet Dylan zien,'...Tenslotte zei hij, 'Vooruit, haal 'm hier.'..."

"Die avond gingen we eten bij Peckinpah thuis," gaat Coburn verder." Er werd stevig wat tequila gedronken. Na het eten zegt Sam, 'Kom jongen, laat eens horen wat je hebt. Je hebt je gitaar toch mee?'

Ze gaan wat apart zitten. Sam in zijn schommelstoel en Bobby op een krukje voor hem. Bobby speelt drie, vier nummers... Sam kwam terug met tranen in zijn ogen. 'Wie is die kerel? Geef hem een contract!"

 

Volgens een andere bron bestond het diner uit: "soep van geitenkop met tacos, tequila en peyote, marihuana en cocaïne" - misschien verklaart dat voor een stuk het enthousiasme.

 

Dylan krijgt zelfs zijn verhoopte rolletje: de mysterieuze figuur Alias. Hoewel Dylan later beweerde dat "mijn karakter eerst niet voorkwam in het verhaal", heeft zijn biograaf Clinton Heylin ontdekt dat, "....Alias niet alleen al in het oorspronkelijk script van Wurlitzer zat, maar dat het ook een historische figuur is, door Garrett zelf beschreven in zijn boek Authentic Life of Billy the Kid. Alias was zelfs niet zomaar een lid van zijn bende, maar eerder Billy's rechterhand."

 

Maar Dylan beklaagt zich zijn rol al snel. Want hoewel Peckinpah grootse plannen heeft met de film - hij wil niets minder dan de definitieve western draaien - draait het allemaal anders uit.

 

James Aubrey, de grote baas van Metro-Goldwyn-Mayer, weigerde Peckinpah het gevraagde budget en tijd te geven. Zo moet er, om besparingsredenen worden gewerkt met een locale filmploeg.

Bovendien heeft de regisseur net een scheiding achter de rug en is zwaar aan de drank. Dat maakt dan weer dat hij elk ogenblik in een woede uitval kan uitbarsten. Dus wordt hij zo weinig mogelijk lastig gevallen.

Dylans rol wordt daardoor nooit uitgediept. "[Peckinpah] nam nooit de tijd om uit te werken wat Dylan kwam doen in de film," meent Kristofferson. "Bob zei me dikwijls, 'Jij staat tenminste in het script!'"

  

Wanneer Dylan arriveert zijn ze al twee weken aan het draaien. Zodra de eerste beelden worden bekeken, blijkt dat een gedeelte onbruikbaar is. Iemand heeft een camera laten vallen, waardoor de onderste helft van het beeld onscherp is. Een groot aantal scènes moet dus opnieuw worden gedraaid. Maar de producer is het daar niet mee eens. Hij wil niet voor extra financiering zorgen en vindt dat de beelden maar zo moeten worden gebruikt.

 

De acteurs kiezen natuurlijk partij voor hun regisseur. Dylan trekt er zijn conclusies uit: "Ik leerde bij het werken aan Pat Garrett and Billy the Kid dat je in Hollywood geen echt creatieve films kunt draaien... Je hebt je eigen mensen nodig om een film te maken zoals je hem zelf wilt."

 

Peckinpah wordt na deze tegenvaller zo mogelijk nog meer onberekenbaar.

Maar dat geldt ook voor Dylan. Hij praat tegen niemand. "Ik snap niks van die man," verklaart Kris Kristofferson. "Het is moeilijk als iemand niks zegt. Zijn vrouw heeft me t-verteld dat hij soms zelfs weken geen woord tegen haar zegt... Ik vraag me af hoe hij het volhoudt."

 

Sara is het gedoe snel beu. "Ze vroeg me 'Wat doen we hier, in godsnaam?'" vertelt Dylan. Ze maken dan ook dankbaar gebruik van twee weken pauze in de opnamen om de kerstdagen te gaan doorbrengen bij George en Patti Harrison in Engeland.

 

* * *

 

Half januari keren ze terug naar Durango, om wat nummers op te nemen voor de soundtrack van de film.

De sfeer op de set is nog steeds gespannen. Wanneer Dylan naar Mexico City vertrekt om er in de CBS Discos Studios te gaan werken, maken een aantal acteurs dankbaar van de gelegenheid gebruik om er mee tussenuit te knijpen. Daardoor begint Bob Dylan, op 20 januari, met een heel gevolg aan zijn eerste studiosessie in meer dan een jaar.

Wurlitzer verklaarde tegenover de pers: "Sam [Peckinpah] weet dat hij de strijd aan het verliezen is tegen Dylan. Hij heeft een vertoning van de film The Getaway gepland voor vanavond, maar iedereen wil met Dylan naar Mexico. Hij heeft dan ook een repetitie aangekondigd om 6:30, terwijl hij weet dat we nooit voor 8 uur terug zullen zijn. Mij kan het niet schelen. Ik moest daar weg."

 

Naast de acteurs met hun vrouwen of liefjes zitten er ook een hele bende muzikanten in de studio. 

"Ik liet mijn band overkomen,' legt Kristofferson uit, "omdat ik dacht dat die wel met Dylan zouden willen werken. Omwille van de vakbondsregels moest er echter voor iedere Amerikaan ook een Mexicaan in de studio zijn. Bob spreekt geen Spaans, dus vroeg ik of ik voor hem zou tolken tegen de Mexicaanse trompetspelers. Maar hij snauwde: 'Doe dat maar op je eigen nummers!'... Ik liet hem dan maar.

Ik begreep niets van zijn manier van werken. Mijn bandleden zeiden tegen me, dat hij hun niks wou uitleggen. Zodra ze iets begonnen te snappen van wat hij wou, begon hij aan het volgende nummer. En ze wilden zo graag hun best doen voor Dylan!"

 

Dylan heeft dan ook veel moeite om 'Billy' op band te zetten. Er worden zowel instrumentale versies, als met zang uitgeprobeerd. Het arrangement wordt steeds aangepast, maar het klikt niet. ‘Billy Surrenders’ en 'And He's Killing Me Too' hebben geen tekst. ‘Goodbye Holly’ staat er in één take op. Hoewel het nummer is geschreven voor de sterfscène van Holly, wordt de tekst meer gebracht als een soort dronkemansgebral. Allemaal: “Goodbye Holly, Holly goodbye!”

Voor 'Peco's Blues' zet Bob de Mexicaanse blazers aan het werk op iets wat sterk lijkt op de traditional 'What Does The Deep Sea Say?'. Zelf beperkt hij zich tot neuriën.

Tegen vier uur in de ochtend – ze zijn dan al acht uur aan het werk - probeert Bob een laatste keer om ‘Billy’ op te nemen, met alleen bassist Terry Paul als begeleider. Deze laatste take is geslaagd. Aangeduid als 'Billy 4' is het enige nummer van de gehele sessie dat zowel in de film als op de soundtrack LP is te horen.

Verder wordt enkel nog een halve minuut van ‘Billy Surrenders’ gebruikt in de film. Want, bij de vertoning van een ruwe montage in de Burbank Studios in Californië, blijkt dat de bazen van de filmstudio niet tevreden zijn met de muziek van Dylan.

 

Jerry Fielding, de componist waarmee Peckinpah eerder samenwerkte wordt er bij geroepen. Hij heeft een paar oscarnominaties op zak en laat van meet af weten niet veel op te hebben met populaire muziek: "een hoop onzin, uitsluitend geschikt voor puisterige tieners."

Toch is Dylan bereid om van hem te leren. Fielding raadt aan om ‘Billy’ te verknippen en de  relevante strofen op een negental plaatsen in de film te laten opduiken. Uiteindelijk worden dit beperkt tot vier momenten."

Over 'Goodbye Holly' is hij niet te spreken. Dat moet er helemaal uit.

 

"Ik had twee sessies gearrangeerd om de muziek in te dubben," vertelt Fielding. "Dylan had dat nummer ['Billy'] geschreven. Hij had een heel pak strofen die in willekeurige volgorde konden worden gezongen... Dus moest ik het nummer opnemen, vermits hij geen bladmuziek had, en ik liet het uitschrijven... Ondertussen vroeg ik hem om minstens één nieuw nummer te schrijven want je kunt moeilijk een hele film vullen met één enkel liedje. Dus kwam hij naar de volgende sessie met iets nieuws: 'Knock-Knock-Knockin' on Heaven's Door.' Iedereen vond het geweldig. Ik vond er niks aan. Ik gaf er de brui aan."

 

Dus trekt Dylan opnieuw de studio in, om 'Knockin' On Heaven's Door' op te nemen. Hij heeft zijn best gedaan. Het is een uitstekende ballad zoals hij ze sinds 1967 niet meer heeft geschreven.

Omdat een van Dylans kinderen ziek geworden is en die niet in Mexico kon worden verzorgd,wordt er deze keer opgenomen in de Warner Bros. Records' filmstudio in Burbank, Californië. Dat geeft Dylan ook de mogelijkheid om te werken met enkele van zijn favoriete  muzikanten.

Terry Paul is er opnieuw bij, naast Roger McGuinn en Jim Keltner. Daarnaast zijn er enkele zangeressen, harmonium, orgel, fluit en cello. Gordon Carroll treedt op als producer.

 

Ze beginnen ontspannen met een jam ‘Sweet Amarillo’. Dan wordt ‘Knockin’ On Heaven’s Door’ aangepakt. De eerste versie is halfbakken. Dan kondigt Dylan aan: “Goed, we gaan het doen zonder zang… dit is de laatste keer dat ik muziek maak voor een film. Ik hou het bij acteren."

Deze instrumentale versie is erg goed. Het gospelachtige van de gezongen versie is er al helemaal. Peckinpah verkoos deze versie voor de oorspronkelijke versie van de film.

 

En dan opeens klikt alles.

"Het was erg vroeg in de ochtend," vertelt Jim Keltner. "Een uur of 10. Alles viel vanzelf op zijn plaats...Er waren geen overdubs nodig. De zang gebeurde live. Een klein orgeltje… Roger McGuinn speelde mee, denk ik. Dit was voor een bepaalde scène in de film waarbij Slim Pickens sterft en het is de eerste keer dat ik huilde terwijl ik speelde. Het was een combinatie van de woorden, Bobs stem en de muziek zelf, de akkoorden en de beelden op het scherm...In die tijd stond je op een groot podium voor een massief scherm, waarop de scène werd geprojecteerd terwijl je opnam. De tranen liepen over mijn wangen de hele take lang."

 

Na 'Final Theme' volgt een tweede spontane jam : 'Rock Me Mama'. Na nog meer versies van 'Billy' (later aangeduid als ‘Billy 7’) en ‘Ride Billy Ride’ wordt afgesloten met 'Bunkhouse Theme'.

 

Tijdens de volgende sessie, enkele dagen later, wordt Dylan bijgestaan door gitarist Bruce Langhorne, bassist Booker T, drummer Russ Kunkel en Roger McGuinn op gitaar en banjo. Byron Berline speelt fiddle en verzorgt de backing vocals samen met Donna Weiss & Priscilla Jones. In deze bezetting worden 'Main Theme', 'Cantina Theme', 'Billy 1', 'River Theme' en 'Turkey Chase' op band gezet. Dat laatste is pure blue grass met virtuoos banjospel van Jolly Roger en uitstekende country fiddle door Byron Berline.

Haast alle muziek zowel voor de film als voor het soundtrackalbum wordt geselecteerd uit deze Burbank sessies.

Hoewel Dylan later nog regelmatig nummers zou leveren voor soundtracks, zou hij inderdaad nooit meer alleen een gehele soundtrack verzorgen.

 

* * *

 

Wanneer de filmopnamen zijn afgerond - 21 dagen over tijd en $1.6 miljoen over het budget - is de relatie tussen de regisseur en de producer erg verzuurd. MGM legt een onrealistische datum op voor de première. De regisseur doet zijn uiterste best om die te halen. 

 

Uiteindelijk wordt Peckinpah aan de kant geschoven. De producer laat verschillende scènes schrappen, waardoor bij de première in mei 1973 blijkt dat de film stevig is ingekort. Alle de scènes waaruit blijkt dat Pat Garrett absoluut niet van plan is om zijn vriend Billy The Kid over te leveren zijn allemaal geschrapt. Ook Dylans rol is in de gemonteerde versie beperkt tot een paar onbeduidende scènes.

 

Zowat alle betrokkenen spuien hun ontevredenheid. Peckinpah laat zijn naam zelfs van de aftiteling halen.

Dylan blikt in 1985 terug: “Sam zelf had geen controle over de film meer. Ik zag een voorvertoning en ik wist dat de boel verknipt was. Iemand had de schaar gezet in een aantal belangrijke scènes. De muziek leek willekeurig te zijn verspreid. Niets was nog op de plaats waar we de muziek hadden voor bedoeld – behalve  ‘Heaven’s Door’. Ik kan niet zeggen dat ik iets herkende van wat ik had gedaan, op de plaats waarvoor ik het had bedoeld.”

 

Nog voor de film in mei 1973 in de bioscopen begint te lopen, wordt hij door de critici in de pan gehakt. Het publiek blijft massaal weg en al na enkele weken verdwijnt Pat Garrett And Billy The Kid van het scherm. 

 

* * *

 

Bob Dylan is ondertussen aan het onderhandelen met zijn platenmaatschappij over een vernieuwing van zijn contract, dat binnenkort afloopt. Maar de belangstelling is eerder lauw na jaren van minimale activiteit. Enkel Clive Davis, een van de directeuren, gelooft nog in hem.

De zanger denkt er dan ook over een eigen platenlabel te beginnen, Ashes & Sand, met mensen als Leon Redbone. Er is ook sprake van een overstap naar Warner Brothers. Maar eigenlijk vindt hij de besprekingen gewoon vervelend.

 

In zijn autobiografie Clive: Inside the Record Business, vertelt Davis: "Begin 1973 ronde ik de besprekingen af voor een nieuw contract met Bob. Kort samengevat ging het over twee platen, plus de soundtrack van Billy the Kid. Er was geen beperking in de tijd op gezet. Er was $400,000 per plaat overeengekomen."

 

Maar dan wordt Clive Davis op 29 mei 1973 ontslagen wegens oneigenlijk gebruik van fondsen. Achteraf zou blijken dat Davis ontslag opgezet spel was om de man aan de deur te kunnen zetten en Dylan was bereid in zijn voordeel te gaan getuigen in juli 1975.

 

Nu zijn laatste verdediger is vertrokken, verbreekt Columbia de besprekingen.

Omdat de film Billy the Kid net is uitgebracht, eist Dylans advocaat, David Braun, dat de soundtrack moet worden uitgebracht. "Ze konden zo snel nergens anders naar toe," gaat Clive Davis verder. "Daarom ging Columbia akkoord om die ene plaat uit te brengen tegen het overeengekomen voorschot...Zodra de single aansloeg en bleek dat Dylan wel nog potentieel had, probeerde de nieuwe directeur, Goddard Lieberson de onderhandelingen te hervatten. "

  decoration
           

De soundtrack van Pat Garrett & Billy The Kid wordt dan op 13 juli 1973 toch nog uitgebracht. Het is Dylan's eerste nieuwe langspeelplaat in bijna drie jaar. Maar de muziek is voor het grootste deel instrumentaal en wordt door een deel van de critici hard aangepakt. Desondanks wordt de soundtrack het volgende jaar genomineerd voor een Grammy onderscheiding.

De LP komt op 4 augustus '73 de Billboard-albumlijst binnen en blijft op 16 steken. In Engeland strandt de plaat net binnen de top 30: op 29.

 

Op 8 augustus 1973 wordt 'Knockin' On Heaven's Door'/'Turkey Chase' als single uitgebracht. 'Knockin' On Heaven's Door' komt op 1 september '73 binnen in de Billboard Hot 100. De single haalt de 12de plaats.

‘Knockin' On Heaven’s Door’ wordt een van Bob Dylans bekendste nummers. Dat blijkt ook doordat de meest uiteenlopende artiesten er coverversies van opnemen. Zo zijn er uitvoeringen door Eric Clapton, Booker T. Jones, Nina Hagen, Jerry Garcia, Randy Crawford, Danny & Dusty, The Sisters Of Mercy, Herman Brood, The Jody Singers en Guns 'N Roses.

 

Voor Bob Dylan zelf betekende de soundtrack het begin van zijn wederopstanding. Na jaren van aanmodderen, zou hij binnenkort zijn muze helemaal terug vinden.

 

Sam Peckinpah overleed in december 1984 aan een hartaanval. Hij was pas 59.

 

En wat de film zelf betreft: de zogenaamde Turner Preview Edition is een ruwe montage van de film door Peckinpah zelf. Dit geeft de visie van de regisseur weer, voor de film hem uit handen werd genomen. Deze versie werd in 1988 door Ted Turner, met toestemming van MGM, op video uitgebracht. De critici reageerden enthousiast op deze uitgave en de film werd bestempeld als een miskend meesterwerk, één van de beste films uit de vroege jaren zeventig.

 

In 2005 werd door Warner Brothers een dubbele DVD uitgebracht met daarop naast de Turner Preview Edition ook een speciale derde versie, waarbij Paul Seydor de bioscoopversie heft aangevuld met scenes uit de director’s cut en zelfs scenes die nergens eerder werden vertoond. Toch is deze derde versie iets korter dan de director's cut.

decoration

07-11-07

Bob Dylan: Greatest Hits, Vol. 2

Bob Dylan's Greatest Hits, Vol. 2

decoration

 

 

 

 

 

 

 

 



Begin jaren zeventig ondervindt Bob Dylan - meer dan ooit - dat zijn roem hem belet om een "gewoon leven " te lijden. Hij begint zich zijn verhuizing naar de New York wijk Greenwich Village, al snel serieus te berouwen. De plek waar hij tien jaar eerder als een schooier arriveerde en waar hij uitgroeide tot een boegbeeld van zijn generatie, is helemaal veranderd. Later kijkt hij op deze periode terug als "de rotste tijd van mijn leven".

Dat is voor een groot stuk te wijten aan zijn persoonlijke kwelgeest: Alan Jules Weberman, een fanaticus die zich Dylanoloog noemt en leider is van het "Dylan Bevrijdings Front". Weberman schaduwt 'D', doorzoekt zijn vuilniszakken en organiseert excursies naar zijn huis. Zo moet de "spreekbuis van een generatie", die "met countrygeneuzel de linkse revolutie heeft verraden", tot inkeer worden gebracht.

Voor types als Weberman is Dylan een gemakkelijke prooi. Niet alleen heeft hij met Nashville Skyline en zijn langdurige radiostilte vanuit Woodstock tienduizenden fans van zich vervreemd, ook zijn sympathie voor Israël, dat hij in de laatste jaren herhaaldelijk heeft bezocht, zet kwaad bloed. Weberman onthult dat Dylan de rechtse Joodse defensie Liga van de racistische rabbi Meir Kahane financieel steunt. En inderdaad, op zoek naar zijn joodse roots heeft Dylan contact gelegd met de liga.
Weberman is een hinderlijke gek, maar in het radicale klimaat van de vroege jaren zeventig wordt hij maar al te serieus genomen. Wanneer Weberman het gerucht begint te verspreiden dat 'D' heroïne spuit, voelt Dylan zich gedwongen contact met hem te zoeken. Tijdens een ontmoeting onder vier ogen, begin januari 1971, praat hij op Weberman in om hem van zijn ongelijk te overtuigen. Naar verluid toont hij hem zelfs zijn gave onderarmen.

Enkele dagen later wil Weberman een artikel publiceren in de East Village Other over het gesprek dat hij heeft gehad met Dylan. Die belt hem op om hem te zeggen dat hij geen toestemming geeft om dat te doen. Maar Weberman neemt het gesprek op en laat dat publiseren in Rolling Stone en zelfs op LP uitbrengen op Folkways.


* * *

Vanaf 16 maart 1971 werkt Bob Dylan drie dagen in Blue Rock, een kleine studio in Greenwich Village. Volgens Clinton Heylin was Leon Russell de producer bij deze sessies. Leon had een jaar eerder grote successen behaald met de tournee Mad Dogs and Englishmen, met Joe Cocker. Record Collector meent dan weer te weten dat George Harrison de sessies leidde.
Er is geen papierwerk opgedoken van deze sessies. Vast staat dat naast Leon op piano ook de gitaristen Jesse Ed Davis en Don Preston aanwezig waren. Voor de ritmesectie werd beroep gedaan op Carl Radle en Jim Keltner. Claudia Linnear & Kathy McDonald verzorgden de achtergrond zang.

Hoewel Leon Russell de sessies omschreef als erg dynamisch en positief, was het  enige tastbare resultaat van drie dagen werk slechts twee nummers 'When I Paint My Masterpiece' en 'Watching The River Flow'. Beiden belichten openhartig hetzelfde thema: een gebrek aan inspiratie.

'Watching The River Flow' werd in juni 1971 op single uitgebracht. Voor de b-kant werd de solo versie van 'Spanish Is The Loving Tongue' gekozen, die werd opgenomen tijdens de New Morning sessies. Hoewel beide kanten van het 45 toerenplaatje uitstekend zijn, sloeg het niet aan en werd de Top 40 niet gehaald.

'When I Paint My Masterpiece' werd doorgegeven aan The Band, die hun versie uitbrachten op Cahoots.

De bewering van Heylin dat er ook werd gewerkt aan 'Spanish Harlem', 'That Lucky Ol' Sun', 'Alabama Bound', 'Blood Red River' en 'Rock Of Ages' zijn nooit hardgemaakt.

* * *

Die lente verhuist Dylan naar een huurhuis in East Hampton, Long Island. New Hampton was een toevluchtsoord geworden voor kunstenaars, schrijvers en rijke families.
Het huis dat Dylan huurt is van Henry Ford geweest. Het is een koloniaal huis met luiken in plantagestijl, gelegen in een rustige straat met majestueuze oude iepen.  Het zicht op het gebouw wordt door hoge heggen onttrokken aan de straat. Een voordeel is ook de grote achtertuin - ideaal voor de kinderen. Inbegrepen is ook een sleutel die toegang geeft tot een omheind duin dat leidt naar een ongerepte Atlantisch zandstrand.
Dylan begint er landschappen te schilderen en kan er veel uitstapjes maken met zijn kinderen.

* * *

Volgens hardnekkige geruchten zou er half mei 1971 een opnamesessie hebben plaatsgevonden met Elvis Presley en Bob Dylan in de RCA Studios in Nashville. Er circuleert zelfs een lijst met 17 titels. Het is echter erg onwaarschijnlijk dat de sessie ooit heeft plaatsgevonden.

Temeer daar Dylan en Sara omstreeks die tijd weer met vakantie zijn in Israël. Het is bedoeld als een soort tweede huwelijksreis, want de kinderen zijn thuis gebleven. Sinds de dood van zijn vader is hij geïnteresseerd geraakt in de Joodse godsdienst. Op 24 mei viert hij zijn dertigste verjaardag in Jerusalem. Samen met Sara wordt hij er gefotografeerd aan de Klaagmuur.
Onmiddellijk na publicatie van de foto wordt het koppel belaagd door de pers.
Later verteld hij daar over: "Dat bezoek had niet veel belang. Maar ik ben wel geïnteresseerd in wat en wie een Jood is. Het interesseert mij dat Joden Semieten zijn, net als Babyloniërs, Hittieten, Arabieren, Syriërs, Ethiopiërs. Maar een Jood is anders, omdat vele mensen Joden haten."

Enkele dagen later bezoeken Bob en Sara de kibbutz Givat Haim, om de mogelijkheden te bekijken om er zich te vestigen. Het plan strandt op de weigering van de bewuste kibboets om tegemoet te komen aan Dylans hoge eisen op het gebied van huisvesting en privacy.

* * *

Op 17 juli 1970 komen Bob Dylan en zijn vroegere manager Albert Grossman eindelijk tot een overeenkomst om hun samenwerking officieel te verbreken. Grossman behoudt zijn rechten op de nummers geschreven in de periode dat hij het management deed voor de zanger. Hij behoudt ook zijn rechten van zijn muziekuitgeverij Witmark, de gemeenschappelijk opgezette muziekuitgevrij Dwarf Music en  de samenwerkingsovereenkomsten Big Sky. Dylan krijgt de controle en de administratie in handen van zowel de gemeenschappelijke als de samenwerkingsovereenkomsten.

* * *

In juli 1971 hebben George Harrison en Ravi Shankar hebben hun vrienden opgetrommeld voor een groots benefiet. Met de opbrengsten willen ze de noodleidende bevolking van Bangla Desh helpen. Die hebben bovenop een burgeroorlog ook nog een zware overstroming, gevolgd door massale hongersnood te verwerken gekregen. 

George heeft de andere Beatles gevraagd, plus Bob Dylan en Eric Clapton. Die laatste heeft zich sinds enkele jaren terug getrokken in zijn eigen drugswereldje. Paul McCartney heeft laten weten dat hij het te vroeg vindt voor een reünie. Bovendien staat zijn vrouw op het punt te bevallen. John zegt toe, op voorwaarde dat Yoko mee mag doen. Wanneer George daar zijn veto over stelt, leidt dat tot een serieuze echtelijke ruzie waarbij John alleen naar Engeland vlucht.

Bob Dylan heeft na lang aandringen van George toegezegd. Maar wanneer hij dan een grote hoeveelheid apparatuur ziet klaarstaan, probeert hij er met een smoes van af te komen. Bassist en vriend van The Beatles Klaus Voormann: "Het bleef onzeker of Dylan zou spelen. Het maakte in feite niet uit. Natuurlijk was het fantastisch als hij speelde, maar het concert zou even goed verbazingwekkend zijn als hij niet kwam. Ik heb geen idée hoe het met hem gesteld was toen, maar ik weet dat hij van George houdt en dat George hem aanbad."
Als reserve heeft George een set van Apple protégés Badfinger voorzien. Gitarist Joey Molland: "Tegen zaterdag hadden we de show op poten staan en gingen naar Madison Square Garden voor de laatste repetitie. We waren net klaar om terug naar het hotel te vertrekken toen Dylan het podium op wandelde. Hij begint gewoon te spelen - het was een soort privé concert. We zaten allemaal in de hal en het was moeilijk te geloven dat het echt gebeurde. Niemand had Dylan verwacht en ook Eric Clapton kwam pas die dag af."

Op zondag 1 augustus 1971 vinden dan de twee benefietconcerten plaats in Madison Square Garden, New York. De legendarische producer Phil Spector maakt 16-sporen opnamen van de concerten, met 44 microfoons. Sol Swimmer filmt alles.

Na een set van Ravi Shankar, (die overigens al een warm applaus krijgen voor het stemmen van de instrumenten) speelt George een paar solo-nummers. Dan komen Billy Preston en Ringo Starr elk hun recente hitsingles brengen. George keert terug om de band te introduceren en nog enkele Beatlessongs te zingen, onderbroken door een medley van Leon Russell.
Pas wanneer hij Bob aanstalten ziet maken om het podium op te stappen durft George het aan hem aan te kondigen: "Here's another friend of us all: Mr. Bob Dylan." Het gejuich is overdonderend.

Bob Dylan laat dan ook vele harten sneller kloppen met het onverwachte optreden. Gekleed in een vaalblauw spijkerpak zingt hij onder meer het inmiddels klassieke 'A Hard Rain's A-Gonna Fall' en 'Blowin' In The Wind'. Hij begeleidt zichzelf op gitaar en harmonica en zingt met zijn oude, rauwe jaren-zestigstem. Van de gereserveerde countryheer op Nashville Skyline is geen spoor meer te bekennen.
Daarna komt George Harrison erbij met een akoestische gitaar, plus Leon Russell op bas en Ringo met een tamboerijn.
Dylan brengt eerst nog 'It Takes A Lot To Laugh, It Takes A Train To Cry' en dan, 'Love Minus Zero/No Limit' en 'Just Like A Woman'.
Daarna sluit George de show af met nog twee nummers.
Dit is voor het eerst in acht jaar dat Dylan 'Blowin' In The Wind' gezongen heeft. Volgens Phil Spector was dat op speciaal verzoek van George Harrison. "Denk je dat je 'Blowin' In The Wind' kunt zingen? Het publiek zou er gek van worden. Bob keek hem aan: 'Ben je geïnteresseerd in 'Blowin' In The Wind'? Ga jij 'I Wanna Hold You Hand' zingen?"

Voor de avondshow vervangt Dylan 'Love Minus Zero/No Limit' door 'It Takes A Lot To Laugh, It Takes A Train To Cry'. Voor de rest blijft de setlist identiek voor beide concerten.
Na afloop is er een feestje bij Ugano's. George en Bily Preston treden er op en  Phil Spector brengt er een unieke versie van 'Da Do Ron Ron' met Keith Moon op drums.

* * *


Met hun sterartiest terug in de belangstelling en geen nieuw plaatwerk van hem in het verschiet wil CBS Records een tweede verzamelaar uitbrengen van Bob Dylan. Clive Davis stelt voor er een dubbellaar van te maken. Dylan gaat akkoord, op voorwaarde dat een hele kant wordt besteed aan uitgegeven materiaal.

Hij levert een selectie in van tracks uit de Basement Tapes, maar Davis vindt de productie van dat materiaal ondermaats.

Daarom trekt Bob op 24 september 1971 weer de studio in, om een paar Basement Tapes songs opnieuw op te nemen. Voor de gelgenheid heeft hij zijn buurman Happy Traum uitgenodigd.
Happy, die eigenlijk gewoon Harry heet, was een banjospeler en gitarist die het vak in de  jaren vijfig had geleerd van bluesmuzikant Brownie McGee. Met zijn groep The New World Stingers, was hij een van de eersten die nummers van de jonge Dylan hadden gecoverd. Dylan speelde dan weer mee (onder de naam op Blind Boy Grunt)op zijn allereerste LP, Broadside, Vol.1, opgenomen voor Folkways Records.

"Hij wist dat [Columbia] nummers had uitgekozen voor een dubbele verzamel-LP," vertelt Happy Traum. "Hij was niet akkoord met de keuze. Hij had het gevoel dat hij een aantal nummers die hij had geschreven en die door anderen waren gedaan, dat hij die zelf moest doen en die dan op de plaat zetten.
Dus deden we dat op een namiddag. Gewoon wij tweeën en een technicus. Het was heel eenvoudig: we namen vijf nummers op. Daar koos hij er drie van en die werden ter plaatse gemixt. Allemaal op één namiddag. Ik wist dikwijls niet eens of het de laatste take was en dan zei hij: 'OK, kom we gaan het mixen'."

De drie die worden geselecteerd zijn: 'You Ain't Goin' Nowhere', 'Crash On The Levee (Down In The Flood)' en 'I Shall Be Released'.

Overigens heft Dylan de tekst van 'You Ain't Going Nowhere" wat aangepast om een sneer te kunnen geven aan het adres van Roger McGuinn. Hij adviseert hem "pick up your tent, you ain't going nowhere". Dat is een reactie op McGuinn's eigen tekstwijziging. Die had bij de versie van The Byrds, uitgebracht op Sweetheart of the Rodeo, gezongen "Pack up your money/ Pick up your tent" in plaats van "Pick up your money/ Pack up your tent" zoals Dylan origineel zong.

Eeen vierde nummer is een nieuwe versie van 'Only A Hobo' uit 1963. Dit nummer wordt in 1991 geselecteerd voor The Bootleg Series Volumes 1-3 (Rare & Unreleased) 1961-1991, maar blijft uiteindelijk onuitgebracht.
Welk het eventuele vijfde nummer was, is niet gekend.

* * *

Amper twee weken later staat Bob Dylan opnieuw in de studio. Hij heeft in de krant een artikel gelezen over de dood van een jonge zwarte activist.
George Jackson is op 21 augustus door een bewaker neergeschoten tijdens een opstand in de San Quentin-gevangenis in Californië. Jackson zou drie dagen later  opnieuw voor de rechter moeten verschijnen. Hij zat een gevangenisstraf van achttien jaar uit, omdat hij bij een roofoverval op een benzinestation $71 had buitgemaakt. In de gevangenis was hij lid geworden van de Black Panther-beweging van Malcolm X. Tijdens zijn gevangenschap had hij twee boeken geschreven: Blood In My Eye en Soledad Brother.

Het gebeuren heeft Dylan zo aangegrepen dat hij op 4 november nog eens een heuse protestsong op wil opnemen. Of misschien is het gewoon zijn bedoeling om Weberman de wind uit de zeilen te nemen. 

Hij neemt twee versies op van 'George Jackson': één solo en één met een band. Ook 'Wallflower' komt uit deze sessie.
Met steel gitarist Ben Keith , drummer Kenneth Buttrey en Leon Russell op bas wordt eerst 'Wallflower' op band gezet. Dit nummer blijft in de kast tot het in 1991 wordt bovengehaald voor The Bootleg Series, 1961-1991.
Daarna wordt een lange 'big band' versie opgenomen van 'George Jackson'.

Na afloop zet Bob solo ook nog een kortere, akoestische versie van de protestsong op band.

Beide versies worden samen op 12 november 1971, amper een week na de opname uitgebracht. De single komt op 4 december '71 de Billboard Hot 100 binnen, maar komt niet hoger dan 33.

Vijf dagen later ligt Bob Dylan's Greatest Hits, Volume 2 in de winkels. Op deze dubbel-lp staan naast een pak oudere nummers dus ook een vijftal recente opname, plus een schitterende live-versie van 'Tomorrow Is A Long time' - opgenomen op 12 april 1963 en geselecteerd voor de onuitgebracht live LP.

De foto op de voorzijde van de hoes was getrokken door Barry Feinstein tijdens het Bangla Desh concert. Het is een opzettelijke imitatie van de foto die Rowland Scherman in 1965 maakte voor Greatest Hits Vol. 1.

 

decoration


De verzamelaar komt op 11 december '71 de Billboard-albumlijst binnen en bereikt, als hoogste notering, een veertiende plaats.
In Europa heet de plaat overigens More Bob Dylan's Greatest Hits.
Het is een van Dylans best verkochte platen.


Pas in juli 1972 verschijnt een single met twee nummers uit de Greatest Hits collectie: 'When I Paint My Masterpiece'/'I Shall Be Released'.

De akoestische versie van 'George Jackson' is later ook nog eens uitgebracht op de Australische verzamelaar Masterpieces, maar de 'big band' versie is zeer moeilijk te vinden.

* * *

De driedubbele boxset The Concert For Bangla Desh wordt met heel veel vertraging pas op 20 december 1971 uitgebracht. In Amerika wou Capitol wou de LP niet distribueren indien ze er geen winst aan hadden. Dat was genoeg om zelfs de vredelievende George Harrison woest te krijgen. Iedereen had immers gratis gespeeld en de platenmaatschappij van The Beatles, Apple Corps, had de kosten voor het boekje op zich genomen. En EMI had geen enkel bezwaar gemaakt tegen de Europeese ditributie. Pas wanneer George ermee dreigde naar CBS te stappen, bond Capitol in en gaf $ 3,7 miljoen als vooruitbetaling.

De verdeling van de cassettes en 8-tracks werd toevertrouwd aan Columbia Records, in ruil voor hun toestemming voor het gebruik van Dylans bijdrage, die een hele plaatkant besloeg. Uiteindelijk ontving enkel Columbia $ 0,25 per verkochte LP. Dylan zelf zag daarvan nooit een cent.

Het geheel brengt uiteindelijk iets meer dan $ 15 miljoen op, al zou het door allerhande administratieve beslommeringen jaren duren eer het geld terecht kwam bij de noodlijdende bevolking van Bangla Desh.

 

decoration