22-12-07

'Sunny Goodge Street'

Sunny Goodge Street

decoration



Natuurlijk kende ik het nummer al langer, van op een compilatie van Donovan. Bij oppervlakkige beluistering leek het een leuk, jazzy, loom zomers melodietje. Een beetje ongewoon dat wel. Maar nadat het in december 2002 opdook op een cd bij het tijdschrift Mojo, rond het thema drugssongs ging ik voor het eerst echt naar de tekst luisteren. Toen bleek er heel wat meer achter de zitten.


Een nieuw geluid

Miles Davis pakte in 1969 op zijn In A Silent Way verrassend uit met een samensmelting van jazz en rock. Toch was hij daarmee niet de eerste. De Schotse folkzanger Donovan Leitch deed het hem vier jaar eerder al voor met 'Sunny Goodge Street' op zijn tweede LP.

Die plaat, Fairytale, werd op 22 oktober 1965 uitgebracht in Engeland. Net als op zijn debuutplaat What's Bin Did and What's Bin Hid, staan op Fairytale voornamelijk liedjes waarop Donovans zang enkel wordt begeleid door zijn eigen harmonica en akoestische gitaar. Af en toe kleurt Shawn Phillips de zaak wat in met een twaalfsnarige gitaar. Het zijn dan ook voornamelijk zelfgepende folksongs, aangevuld met wat covers van collega-folklui als Bert Jansch.

De uitzondering is echter 'Sunny Goodge Street', dat met zijn jazzy feel en de beschrijving van het leven in het stadse Londen vooruitloopt op de richting die hij de volgende jaren zou inslaan.

Het nummer werd dan ook in een afzonderlijke sessie opgenomen, einde september 1965, in de Peer Music in de Londense Denmark Street. Producer Terry Kennedy schreef ook het arrangement. De legendarische Pentangle bassist Danny Thompson bespeelde hierbij naast de akoestische bas ook de cello, aangevuld met Harold McNair op fluit en Franse hoorn, terwijl Skip Alan met borsteltjes het drumstel beroerde.

Hoewel Donovan op basis van zijn eerste singles en langspeelplaat door de Britse pers werd beschouwd als een imitator van Bob Dylan, bewees hij hiermee dat dit eigenlijk onterecht was. Zeker, ze waren beiden zwaar beïnvloed door dezelfde voorbeelden: Woody Guthrie, Derroll Adams en Ramblin' Jack Elliott.

Maar terwijl zijn Amerikaanse tegenhanger het hield bij folk, blues en rock, was de jonge Donovan ook geïnteresseerd in moderne jazz, zoals die werd gebracht door Charles Mingus en Jimmy Giuffre.

Bij de voorbereidingen voor zijn zeer interessante boek Turn! Turn! Turn!: The 1960s Folk-Rock Revolution, interviewde Richie Underberger de zanger hierover.
"Ik luisterde naar jazz, klassieke muziek, Billie Holiday en [klassieke cellist] Pablo Casals. Ik las poëzie en new wave literatuur en ik zag al deze dingen versmelten tot een geluid,” vertelt hij. "Louter muzikaal was 'Sunny Goodge Street' jazz fusion, zelfs wanneer ik het puur akoestisch speelde. De vermenging van de muzikale stijlen kondigde het afbrokkelen aan van de barrières en categorieën in de muziek. Ik introduceerde niet enkel het Keltische-rock genre, ik absorbeerde en verwerkte wereld muziek in het algemeen, trouw aan het credo dat alle muziek evenwaardig is, net als alle mensen op de planeet evenwaardig zijn."


Geestverruimende middelen

“Iedere vrijdagavond reisden enkele van ons, vanuit het beatcafé in St Albans (in Hatfield, waar hij toen woonde), per autostop naar Londen, om er een stukje hashies te gaan kopen. In Londen namen we de metro en kwamen dan bovengronds in het station aan Goodge Street, waar we ons gingen bevoorraden.”

Sinds er in de jaren vijftig een aantal jazzclubs in de buurt waren geïnstalleerd was het bepaalde kringen geweten dat er in de cafe’s in de omgeving van het metrostation illegale spullen konden worden gekocht.

On the firefly platform on sunny Goodge Street
Violent hash-smoker shook a chocolate machine
Bobbed in an eating scene.
Involved in an eating scene.

Smashing into neon streets in their stillness
Smashing into neon lights in their stonedness
Smearing their eyes on the crazy Kali goddess
smearing their eyes on the crazy kerb goddess.
Listenin' to sounds of Mingus mellow fantastic.
"My, my", they sigh,
"My, my", they sigh.

In dull house rooms with coloured lights swingin'
Strange music boxes sadly tinklin'
Drink in the sun shining all around you.
"My, my", they sigh,
"My, my", they sigh, mm mm.
"My, my", they sigh,
"My, my", they sigh.

The magician, he sparkles in satin and velvet,
You gaze at his splendour with eyes you've not used yet.
I tell you his name is Love, Love, Love.
"My, my", they sigh,
"My, my", they sigh.
"My, my" - sigh.


Met zo een thema is het niet te verwonderen dat ‘Sunny Goodge Street’ één van de allereerste popsongs is waarin expliciet druggebruik werd vermeld.

“Maar het nummer gaat niet alleen over de drugs maar ook over het verruimen van het bewustzijn, waar we toen mee bezig waren,” haast Donovan zich, er aan toe te voegen.

"'Sunny Goodge Street' anticipeerde op de spirituele trip van de volgende generaties. De tekst is waarschijnlijk de allereerste in de populaire muziek, waarin het spirituele pad wordt vermeld, met de regels 'the magician he sparkles in satin and velvet, you gaze at his splendour with eyes you've not used yet'. Een verwijzing naar het verruimen van het bewustzijn dat groeide in de generatie van de late jaren vijftig en vroege jaren zestig. Folk-rock is niet alleen een sound. Het is een manifest voor veranderingen!"

Het was als het ware een voorbode voor de summer of love die voor de deur stond.

Voor Donovan zelf was het een scharnierpunt. Die herfst brak hij met zijn manager Ashley Kozak en ging in zee met de Amerikaanse impresario Allen Klein (die later het management van The Rolling Stones en The Beatles zou overnemen). Klein introduceerde hem bij de producer Mickie Most.
Donovan veranderde van een verlegen tweederangs Dylan in een popster. Hij werkte samen met de beste muzikanten uit de Londense scene, waaronder Jack Bruce en de toekomstige leden van Led Zeppelin, John Paul Jones en Jimmy Page. Maar ook jazzmuzikanten als Danny Thompson, Spike Heatley, Tony Carr en John Cameron bleven opduiken op de hoezen van zijn platen en vooral in zijn begeleidingsband tijdens tournees.

Midden 1966 was hij de eerste Britse popmuzikant die werd opgepakt voor drugsbezit. The Rolling Stones volgden en tenslotte werden George Harrison en John Lennon opgepakt.

Toen hij aan het einde van de jaren zestig brak met Mickie Most waren zijn gloriejaren voorbij. Toch ontkent Donovan dat hij het succes alleen aan Most te danken had.

In een interview, gepubliceerd in maart 1997 in het tijdschrift Grip Monthly, vertelde Donovan: ”Op Fairy Tale was er één nummer, ‘Sunny Goodge Street,’ dat ik schreef voor ik Mickie leerde kennen. Dat nummer gaf aan dat er iets aan het veranderen was in mijn muziek. Het was afstand nemen van de folk scène en meer in de richting van jazz en het mystieke. Door dat nummer realiseerde ik me dat ik die elementen kon samenbrengen en ik dacht: ‘dit is buitengewoon. Nu wil ik meer elementen samen laten versmelten.’ En natuurlijk bracht Mickie er het element pop in – hij maakte de singles. Maar eigenlijk was ik toen al meer een ‘singles man'.”


Coverversies

Amper vijf maanden na het origineel bracht Boudewijn de Groot het nummer al, op zijn titelloze debuutplaat. Deze Nederlandse "vertaling" als 'Draai weer bij' was het werk van Harry Geelen, die bovendien ook nog een ander nummer van Donovan onder handen nam: 'The Ballad Of The Chrystal Man' werd 'Nee, Meeuw'.

Harry Geelen was een striptekenaar, die Maarten Toonder assisteerde bij het werk aan diens stripreeks Tom Poes. Later werd hij tekstschrijver voor de televisiereeksen voor de jeugd, Hamelen en Q & Q. Hij schreef ook talrijke jeugdboeken, maar van liedjesteksten hield hij zijn handen af.

Misschien is dat maar goed ook.

Op het platdak wappert je was zo welwillend,
rook uit je schoorsteen kringelt kalm omhoog.
Gunstig voor jou en mij.

Duiven zijn her en der goedmoedig doende,
dom tussen kiezel en asbest en mossen,
vliegend en vlug van dak naar dak
naar de drempel,
laag laag voorbij,
laag laag voorbij.

Een man in het blauw hijst een windwijze wimpel,
blij en voorbeeldig, heer en meester.
Hoog in de zon en wind speelt heel plezierig.
Draai draai weer bij.
Draai draai weer bij.
Wind, draai weer bij.
Wind, draai weer bij.

De brandladder klimt als een kat naar de zon
en handdoeken lachen hoog op je balkon.
En vertel me: wie heb je lief lief lief?
Draai draai weer bij.
Draai draai weer bij.
Draai draai weer bij.


Dezelfde bewerking werd ook nog eens door Liesbeth List op haar debuutplaat Pastorale gezet, in 1968. Waarschijnlijk doordat die plaat gemaakt werd met het team achter de platen van Boudewijn de Groot: producer Tony Vos en arrangeur Bert Paige.

In Engeland bracht de toen nog fréle Marianne Faithfull een bluesy versie van ‘Sunny Goodge Street’ op haar langspeelplaat North Country Maid, uitgebracht op 1 april 1966. Op haar versie speelt de mondharmonica een prominente rol.

Voor de eerste Amerikaanse coverversie werd de toch wat donkere sfeer van Donovans versie omgezet in een vrolijk en helder piano arrangement. Judy Collins bracht het in november 1966 op haar plaat In My Life.


In deze clip brengt Donovan ‘Sunny Goodge Street” op akoestische gitaar: http://www.youtube.com/watch?v=Bs_6cVfL590&feature=re...


Commentaren

weergaloos prachtige song heb ik dat altijd gevonden. ik geloof dat simon vinkenoog er destijds over heeft geschreven in Vogelvrij of in Weergaloos. In Vogelvrij heb ik in die dagen veel ontdekt. Simon Vinkenoog was een echt voorganger. En Willem De Ridder. Het tijdschrift Hitweek (later Witheek en Aloha). Fijn dit allemaal weer opgerakeld te zien worden - en dat jongere generaties nu de blijde boodschap vernemen!

Gepost door: martin | 23-12-07

De commentaren zijn gesloten.