31-12-07

'Cancion Mixteca'

Cancion Mixteca

 decoration

Paris Texas

 

Een van DE cultfilms uit de jaren tachtig was Paris Texas. De Duitse regisseur Wim Wenders verfilmde een scenario van Sam Shepard en behaalde met hiermee de Gouden Palm op het filmfestival van Cannes in 1984.

 

Deze ongewone roadmovie verteld, veel meer in beelden dan in woorden, over de terugkeer van Travis, gespeeld door Harry Dean Staton. De man was vier jaar geleden verdwenen, maar duikt nu plots terug op uit de woestijn. Zijn broer Walt vangt hem op, net zoals die zich eerder ook al heeft ontfermd over zijn zoon Hunter. Die jongen bleef alleen achter nadat zijn moeder, Jane – een rol Nastassja Kinski – hem bij Walt had achtergelaten. 

Travis zelf kan geen verklaring geven over wat hij al die jaren heeft gedaan. Hij herinnert zich niets meer.

Langzaam proberen vader en zoon terug een relatie op te bouwen, waarna Travis op zoek gaat naar Jane in een poging het gezin te herenigen.

  

De soundtrack

 

De beide hoofdrolspelers zetten de prestaties van hun leven neer. Het desolate landschap is prachtig in beeld gebracht. Maar het is de soundtrack die de film op een hoger niveau tilt. Wim Wenders verklaarde ooit dat de film werd gedraaid met een camera en een gitaar!

 

En de man die de Texaanse woestijn verklankte met zijn gitaar was Ry Cooder.

 

Zijn inspiratie haalde hij bij ‘Dark Was The Night – Cold Was The Ground’ van Blind Willie Johnson. Een nummer dat hij omschreef als “een van de soulvolste transcendente stukken Amerikaanse muziek uit de 20ste eeuw”.

Het is een kreunende klaagzang over de kruising van Jesus Christus. De meester van de slidegitaar nam het woordenloze nummer op 3 december 1927 op in Dallas, Texas. Dat kreunen werd trouwens wel meer gedaan door tijdgenoten van Johnson als Robert Johnson (geen familie) en Skip James.

 

Cooder was wel zo fair om te verwijzen naar zijn inspiratiebron door de plaat af te sluiten met een coverversie van het bluesnummer.

 

Hier is Blind Willie Johnson: Dark WasThe Night - Cold Was The Ground 

 

De slide techniek laat toe twee noten te verbinden door ze in elkaar te laten overgaan. Daarvoor wordt een bottleneck gebruikt, aan klein metalen, koperen of glazen buisje dat over de vinger wordt geplaats en waarmee over de snaren van de gitaar wordt geschoven.

  

Een meesterlijk team

 

Cooder nam de soundtrack op in de Ocean Way Recording studio in Los Angeles met de hulp van Jim Dickinson en David Lindley.

 

Cooder werd in 1947 geboren in Los Angeles. Hij begon zijn carrière in de jaren zestig als gitarist bij Taj Mahal. Na een poosje te hebben deel uitgemaakt van Captain Beefheart’s Magic Band werd hij aangezocht door The Rolling Stones bij de band te komen spelen. Hij hielp hun bij de opname van Let It Bleed, maar verkoos een solocarrière. Daarbij legde hij de klemtoon op het terug opdiepen van oude Amerikaanse muziek en werkte samen met de beste, dikwijls vergeten, muzikanten.

Vanaf het begin van de jaren tachtig legde hij zich toe op het componeren en spelen van soundtracks.

 

Ook Jim Dickinson werkte voor the Rolling Stones. Maar hij is vooral de man die verantwoordelijk is voor het ontstaan van de folkrock. Hij was het die op het idee kwam om The Byrds  ‘Mr. Tambourine Man’ van Bob Dylan te laten spelen op de wijze van The Beatles.

 

Gitarist David Lindley werkt veel samen met Ry Cooder maar is ook gekend als rechterhand van Jackson Browne en Warren Zevon.

 

Hoewel alle tracks op de soundtrack, op het eerste gehoor, enkel gitaarstukjes lijken te zijn, blijkt bij herhaald luisteren dat er meer aan de hand is.

Natuurlijk staat Cooders slidegitaar centraal, maar op de achtergrond zijn er allerlei subtiele geluiden, die blijven nazinderen. Het zijn dikwijls niet meer dan wat hints van een akoestische gitaren, fiddles, stemmen of het aanslaan van enkele toetsen op een piano. Deze geluiden versterken nog het desolate gevoel van Cooders slidegitaarspel. Net als voor Travis in de film, lijkt er altijd wel iets of iemand in de verte te zijn. Iets dat hulp kan bieden of tenminste een aanwijzing.

  

'Cancion Mixteca'

 

Naast de cover van ‘Dark Was The Night – Cold Was The Ground’ staat er nog een cover op de soundtrack. Dat is 'Cancion Mixteca'.

 

In de film horen we een instrumentale versie in de scène waarbij Walt een Super 8-mm filmpje vertoond, in een poging om het geheugen van Travis terug te voeden. Het zijn beelden van een vakantie uit gelukkiger tijden. De scène vormt het keerpunt van het verhaal. 

 

Op de soundtrack staat een gezongen versie. Het enige nummer met zang, trouwens. Net zoals het even duurt eer zijn geheugen terugkeert, is de intro lang en instrumentaal. Pas na meer dan twee minuten komen dan de eerste aarzelende woorden.

 

Het is echter niet Ry Cooder die de zang voor zijn rekening neemt, zoals wel eens gedacht wordt. Dat laat hij over aan Harry Dean Staton, de acteur die de rol van Travis speelt. En die doet dat prachtig: langzaam en gedragen en gaandeweg met meer emotie: het verlangen naar het onbereikbare. De tekst is in het Spaans.

 

Que lejos estoy del suelo donde he nacido!

Inmensa nostalgia invade mi pensamiento;

Y al ver me tan sola y triste qual hoja al viento,

Quisiera llorar, quisiera morir de sentimiento.

 

Oh tierra del sol!, suspiro por verte

Ahora que lejos yo vivo sin luz, sin amor;

Y al verme tan sola y triste cual hoja al viento,

Quisiera llorar, quisiera morir de sentimiento.

  

Een beetje geschiedenis

 

'Cancion Mixteca' werd niet door Ry Cooder geschreven. Die eer komt toe aan José López Alvaréz. Arnold Reypens leert ons dat de oorspronkelijke versie in 1936 werd gebracht door de eerste Spaanssprekende zingende cowboy in Hollywood, Tito Guizar, in de Mexicaanse film Alla En El Rancho Grande.

 

'Cancion Mixteca' of 'Mixteeks lied' drukt de heimwee uit van de Mixteken, die heimwee hebben naar hun moederland, wanneer ze werken in den vreemde.

 

Volgens Wikipdeia zijn Mixteken of Ñudzahui een Indaans volk dat leeft in Mexico, in de staten Oaxaca, Guerrero en Puebla. Ze spreken Mixteeks en daarnaast ook Spaans.

  

Het volk dankt zijn naam aan de Azteken, die hen in het Nahuatl Mixtecah noemen, wat 'wolkenmensen' betekent. Ze wonen dan ook voornamelijk in het Sierra Mixteca (letterlijk: Mixtekengebergte), kortweg Mixteca, genoemd.

 

Tijdens de regering van Porfirio Díaz, president van Mexico van 1876 tot 1911, werden de Indianen, inclusief de Mixteken, als een achterlijk volk beschouwd dat zich diende aan te passen aan de beschaving of te verdwijnen. Daarom immigreerden velen, om in hun levensonderhoud te kunnen voorzien, naar de oostelijke voorsteden van Mexico-stad en de staten Sonora en Neder-Californië, of zelfs over de grens naar Californië.

  

Heimwee naar huis

 

In "Canción Mixteca" beschrijft Velázquez de sterke roep van het moederland. Zo sterk dat de immigrant dreigt te sterven aan eenzaamheid en hartenpijn als hij niet kan terugkeren. De beelden die worden opgeroepen in het lied zijn sterk en diep, maar natuurlijk ook wat onrealistisch.

 

Ver weg ben ik van de plek waar ik geboren ben.

Ik word bevangen door immense nostalgische gevoelens.

Als ik zo alleen en verdrietig ben als een blad in de wind,

zou ik willen huilen en willen sterven van heimwee.

 

Oh, land van de zon ik verlang er naar je te zien.

ver weg leef ik nu zonder je licht en liefde.

Als ik zo alleen en verdrietig ben als een blad in de wind,

zou ik willen huilen en willen sterven van heimwee.

 

(De vertaling komt van de site van “Maria de Lourdes, de stem van Mexico”.)

 

"Canción mixteca" werd erg populair in Oaxaca, waar veel Mixtesen wonen. Het wordt er zowel gezongen op feestjes als  bij officiële gelegenheden. Er zijn dan ook tientallen, misschien wel honderden versies van het nummer opgenomen.

 

Hoewel het niet staat op Canciones de Mi Padre, een cd uit 1987 met traditionele Mexicaanse liedjes van Linda Ronstadt, is het wel terug te vinden op de gelijknamige dvd die werd opgenomen tijdens de bijbehorende tournee.

Dit is een heel andere versie dan die uit de film, veel dichter aanleunend bij de Mariachi muziek. 

  

Met Paris Texas maakte Ry Cooder een van de beste soundtrack albums van de jaren tachtig. De muziek is even mysterieus en intrigerend als Travis, de gewonde reiziger, zoals Harry Dean Stanton hem neerzet.

  

Dit is de filmversie, uit Paris Texas: Cancion Mixteca

 

En dit is Linda Ronstadt met haar live versie: Cancion Mixteca

 

23-12-07

de jaren tachtig

DE JAREN TACHTIG

 

In mijn herinnering waren de jaren tachtig er een van muzikale verdwazing. De gouden jaren van de punk waren voorbij. De New Wave was stilletjes verdampt. De radio werd beheerst door groepen als Duran Duran, Frankie Goes To Hollywood en zelfs A Flock Of Seagulls of Curiosity Killed The Cat.Strijkers en blazers kwamen uit een doosje en drummers werden massaal vervangen door drummachines.

 

Groten uit het verleden probeerden aansluiting te vinden bij de nieuwe generatie door hippe producers in te huren. Neil Young, Bob Dylan, Paul McCartney, Lou Reed, David Bowie... ga ze maar na, allemaal maakten ze hun slechtste platen in dit decennium: Trans, Re-Ac-Tor, Press To Play, Knock Out Loaded of Down In The Groove....

 

Om van de kapsels en de kleding maar te zwijgen.

 

Maar de cd-speler van de mini stereoketen in de keuken heeft er de brui aan gegeven en dus diepte in nog eens een cassette op.

En daardoor kreeg ik gelukkig weer een heel ander beeld van die tijd.

Kant 1

  • Don Dixon – Renaissance Eyes
  • Graham Parker - Temporary Beauty
  • Elliott Murphy - Niagara Falls
  • John Cale - Carabbean Sunset
  • Richard Thompson - When The Spell Is Broken
  • John Hiatt - Living A Little, Laughing A Little
  • Elvis Costello - Brilliant Mistake
  • T-Bone Burnett - River Of Love
  • Peter Case – Walk In the Woods
  • Marshall Crenshaw – Blues Is King
  • Patti Smith – Dancing Barefoot
  • The Smiths – Back to the Old House 
Kant 2 
  • REM – South Central Rain
  • Green On Red – Time Ain’t Nothing
  • Danny And Dusty – Song For The Dreamers
  • The Long Ryders – Ivory Towers
  • Del-Lords – Feel Like Going Home
  • The Del-fuegos – I Still Want You
  • The Blasters – Dark Night
  • Jason and The Scorchers – Pray For Me Mama
  • Guadalcanal Diary – Fear Of God In Heaven
  • Los Lobos - River Of Fools
  • Stevie Ray Vaughan – Tin Pan Alley 

Aah, de Domino jaren.  

Met dank aan Leo.

 

22-12-07

'Sunny Goodge Street'

Sunny Goodge Street

decoration



Natuurlijk kende ik het nummer al langer, van op een compilatie van Donovan. Bij oppervlakkige beluistering leek het een leuk, jazzy, loom zomers melodietje. Een beetje ongewoon dat wel. Maar nadat het in december 2002 opdook op een cd bij het tijdschrift Mojo, rond het thema drugssongs ging ik voor het eerst echt naar de tekst luisteren. Toen bleek er heel wat meer achter de zitten.


Een nieuw geluid

Miles Davis pakte in 1969 op zijn In A Silent Way verrassend uit met een samensmelting van jazz en rock. Toch was hij daarmee niet de eerste. De Schotse folkzanger Donovan Leitch deed het hem vier jaar eerder al voor met 'Sunny Goodge Street' op zijn tweede LP.

Die plaat, Fairytale, werd op 22 oktober 1965 uitgebracht in Engeland. Net als op zijn debuutplaat What's Bin Did and What's Bin Hid, staan op Fairytale voornamelijk liedjes waarop Donovans zang enkel wordt begeleid door zijn eigen harmonica en akoestische gitaar. Af en toe kleurt Shawn Phillips de zaak wat in met een twaalfsnarige gitaar. Het zijn dan ook voornamelijk zelfgepende folksongs, aangevuld met wat covers van collega-folklui als Bert Jansch.

De uitzondering is echter 'Sunny Goodge Street', dat met zijn jazzy feel en de beschrijving van het leven in het stadse Londen vooruitloopt op de richting die hij de volgende jaren zou inslaan.

Het nummer werd dan ook in een afzonderlijke sessie opgenomen, einde september 1965, in de Peer Music in de Londense Denmark Street. Producer Terry Kennedy schreef ook het arrangement. De legendarische Pentangle bassist Danny Thompson bespeelde hierbij naast de akoestische bas ook de cello, aangevuld met Harold McNair op fluit en Franse hoorn, terwijl Skip Alan met borsteltjes het drumstel beroerde.

Hoewel Donovan op basis van zijn eerste singles en langspeelplaat door de Britse pers werd beschouwd als een imitator van Bob Dylan, bewees hij hiermee dat dit eigenlijk onterecht was. Zeker, ze waren beiden zwaar beïnvloed door dezelfde voorbeelden: Woody Guthrie, Derroll Adams en Ramblin' Jack Elliott.

Maar terwijl zijn Amerikaanse tegenhanger het hield bij folk, blues en rock, was de jonge Donovan ook geïnteresseerd in moderne jazz, zoals die werd gebracht door Charles Mingus en Jimmy Giuffre.

Bij de voorbereidingen voor zijn zeer interessante boek Turn! Turn! Turn!: The 1960s Folk-Rock Revolution, interviewde Richie Underberger de zanger hierover.
"Ik luisterde naar jazz, klassieke muziek, Billie Holiday en [klassieke cellist] Pablo Casals. Ik las poëzie en new wave literatuur en ik zag al deze dingen versmelten tot een geluid,” vertelt hij. "Louter muzikaal was 'Sunny Goodge Street' jazz fusion, zelfs wanneer ik het puur akoestisch speelde. De vermenging van de muzikale stijlen kondigde het afbrokkelen aan van de barrières en categorieën in de muziek. Ik introduceerde niet enkel het Keltische-rock genre, ik absorbeerde en verwerkte wereld muziek in het algemeen, trouw aan het credo dat alle muziek evenwaardig is, net als alle mensen op de planeet evenwaardig zijn."


Geestverruimende middelen

“Iedere vrijdagavond reisden enkele van ons, vanuit het beatcafé in St Albans (in Hatfield, waar hij toen woonde), per autostop naar Londen, om er een stukje hashies te gaan kopen. In Londen namen we de metro en kwamen dan bovengronds in het station aan Goodge Street, waar we ons gingen bevoorraden.”

Sinds er in de jaren vijftig een aantal jazzclubs in de buurt waren geïnstalleerd was het bepaalde kringen geweten dat er in de cafe’s in de omgeving van het metrostation illegale spullen konden worden gekocht.

On the firefly platform on sunny Goodge Street
Violent hash-smoker shook a chocolate machine
Bobbed in an eating scene.
Involved in an eating scene.

Smashing into neon streets in their stillness
Smashing into neon lights in their stonedness
Smearing their eyes on the crazy Kali goddess
smearing their eyes on the crazy kerb goddess.
Listenin' to sounds of Mingus mellow fantastic.
"My, my", they sigh,
"My, my", they sigh.

In dull house rooms with coloured lights swingin'
Strange music boxes sadly tinklin'
Drink in the sun shining all around you.
"My, my", they sigh,
"My, my", they sigh, mm mm.
"My, my", they sigh,
"My, my", they sigh.

The magician, he sparkles in satin and velvet,
You gaze at his splendour with eyes you've not used yet.
I tell you his name is Love, Love, Love.
"My, my", they sigh,
"My, my", they sigh.
"My, my" - sigh.


Met zo een thema is het niet te verwonderen dat ‘Sunny Goodge Street’ één van de allereerste popsongs is waarin expliciet druggebruik werd vermeld.

“Maar het nummer gaat niet alleen over de drugs maar ook over het verruimen van het bewustzijn, waar we toen mee bezig waren,” haast Donovan zich, er aan toe te voegen.

"'Sunny Goodge Street' anticipeerde op de spirituele trip van de volgende generaties. De tekst is waarschijnlijk de allereerste in de populaire muziek, waarin het spirituele pad wordt vermeld, met de regels 'the magician he sparkles in satin and velvet, you gaze at his splendour with eyes you've not used yet'. Een verwijzing naar het verruimen van het bewustzijn dat groeide in de generatie van de late jaren vijftig en vroege jaren zestig. Folk-rock is niet alleen een sound. Het is een manifest voor veranderingen!"

Het was als het ware een voorbode voor de summer of love die voor de deur stond.

Voor Donovan zelf was het een scharnierpunt. Die herfst brak hij met zijn manager Ashley Kozak en ging in zee met de Amerikaanse impresario Allen Klein (die later het management van The Rolling Stones en The Beatles zou overnemen). Klein introduceerde hem bij de producer Mickie Most.
Donovan veranderde van een verlegen tweederangs Dylan in een popster. Hij werkte samen met de beste muzikanten uit de Londense scene, waaronder Jack Bruce en de toekomstige leden van Led Zeppelin, John Paul Jones en Jimmy Page. Maar ook jazzmuzikanten als Danny Thompson, Spike Heatley, Tony Carr en John Cameron bleven opduiken op de hoezen van zijn platen en vooral in zijn begeleidingsband tijdens tournees.

Midden 1966 was hij de eerste Britse popmuzikant die werd opgepakt voor drugsbezit. The Rolling Stones volgden en tenslotte werden George Harrison en John Lennon opgepakt.

Toen hij aan het einde van de jaren zestig brak met Mickie Most waren zijn gloriejaren voorbij. Toch ontkent Donovan dat hij het succes alleen aan Most te danken had.

In een interview, gepubliceerd in maart 1997 in het tijdschrift Grip Monthly, vertelde Donovan: ”Op Fairy Tale was er één nummer, ‘Sunny Goodge Street,’ dat ik schreef voor ik Mickie leerde kennen. Dat nummer gaf aan dat er iets aan het veranderen was in mijn muziek. Het was afstand nemen van de folk scène en meer in de richting van jazz en het mystieke. Door dat nummer realiseerde ik me dat ik die elementen kon samenbrengen en ik dacht: ‘dit is buitengewoon. Nu wil ik meer elementen samen laten versmelten.’ En natuurlijk bracht Mickie er het element pop in – hij maakte de singles. Maar eigenlijk was ik toen al meer een ‘singles man'.”


Coverversies

Amper vijf maanden na het origineel bracht Boudewijn de Groot het nummer al, op zijn titelloze debuutplaat. Deze Nederlandse "vertaling" als 'Draai weer bij' was het werk van Harry Geelen, die bovendien ook nog een ander nummer van Donovan onder handen nam: 'The Ballad Of The Chrystal Man' werd 'Nee, Meeuw'.

Harry Geelen was een striptekenaar, die Maarten Toonder assisteerde bij het werk aan diens stripreeks Tom Poes. Later werd hij tekstschrijver voor de televisiereeksen voor de jeugd, Hamelen en Q & Q. Hij schreef ook talrijke jeugdboeken, maar van liedjesteksten hield hij zijn handen af.

Misschien is dat maar goed ook.

Op het platdak wappert je was zo welwillend,
rook uit je schoorsteen kringelt kalm omhoog.
Gunstig voor jou en mij.

Duiven zijn her en der goedmoedig doende,
dom tussen kiezel en asbest en mossen,
vliegend en vlug van dak naar dak
naar de drempel,
laag laag voorbij,
laag laag voorbij.

Een man in het blauw hijst een windwijze wimpel,
blij en voorbeeldig, heer en meester.
Hoog in de zon en wind speelt heel plezierig.
Draai draai weer bij.
Draai draai weer bij.
Wind, draai weer bij.
Wind, draai weer bij.

De brandladder klimt als een kat naar de zon
en handdoeken lachen hoog op je balkon.
En vertel me: wie heb je lief lief lief?
Draai draai weer bij.
Draai draai weer bij.
Draai draai weer bij.


Dezelfde bewerking werd ook nog eens door Liesbeth List op haar debuutplaat Pastorale gezet, in 1968. Waarschijnlijk doordat die plaat gemaakt werd met het team achter de platen van Boudewijn de Groot: producer Tony Vos en arrangeur Bert Paige.

In Engeland bracht de toen nog fréle Marianne Faithfull een bluesy versie van ‘Sunny Goodge Street’ op haar langspeelplaat North Country Maid, uitgebracht op 1 april 1966. Op haar versie speelt de mondharmonica een prominente rol.

Voor de eerste Amerikaanse coverversie werd de toch wat donkere sfeer van Donovans versie omgezet in een vrolijk en helder piano arrangement. Judy Collins bracht het in november 1966 op haar plaat In My Life.


In deze clip brengt Donovan ‘Sunny Goodge Street” op akoestische gitaar: http://www.youtube.com/watch?v=Bs_6cVfL590&feature=re...


12-12-07

 

records

18:58 Gepost door Peerke in cartoons | Permalink | Commentaren (3) | Tags: therapie |  Facebook |

11-12-07

Bob Dylan - Desire

Bob Dylan – Desire 

Wat voorafging: blood on the tracks

  decoration
 Een vakantie… of een vlucht?

In de lente van 1975 bracht Bob Dylan verschillende weken door in Frankrijk. Zijn vrouw, Sara, zou hem vergezellen, maar bleef uiteindelijk in de Verenigde Staten.
Hij verbleef bij de schilder David Oppenheim, afkomstig van Marseille, van wie het schilderij de achterzijde van Blood On The Tracks sierde. Dylan had een tentoonstelling van Oppenheim bezocht in New York. Zijn werk boeide hem en hij had hem gevraagd een ontwerp te maken voor de hoes van Blood On The Tracks. Oppenheim maakte acht tekeningen waarvan Dylan er één uitkoos. Die tekening kwam in het midden van de achterhoes te staan, met daar rond een tekst van Pete Hammill. Door de nieuwe opnamen in december, was die tekst echter niet meer toepasselijk en kwam die te vervallen. Bij de uitgave van de plaat, in januari 1975, was de tekening dan ook vervangen door een andere, ook van Oppenheim.

Dylan arriveerde einde april, bij Oppenheim thuis in Savoie. De schilder vertelde in een interview in 1981: "Toen hij aankwam, heb ik hem een grote schotel klaargemaakt met kaas en wijn en zo. Hij lachte zich krom. Toen heb ik hem gevraagd wat muziek te spelen. Hij mokte een paar uur, maar toen hij merkte dat ik geen kwade bedoelingen had, begon hij te zingen…gelijk een wolf.
We leefden avontuurlijk. Geen problemen. We neukten rond, we dronken, we aten. Niets anders. In het begin was hij verbaasd maar na een tijdje begon hij ervan te genieten… Aanstellerig en briljant tegelijk. Dylan is zo’n man die alles uitvindt. De grootste egomaniak die ik ken. Dat maakt hem juist zo uniek, zijn ongelofelijke zelfvertrouwen… hij heeft al mijn ideeën gepikt over liefde, romantiek, roem en rijkdom.“

Toch beschreef David Oppenheim Dylan in die periode als: “totaal wanhopig, verloren, geïsoleerd…  Hij had problemen met zijn vrouw. Hij belde haar elke dag. Hij sprak ook met zijn boekhouder over de financiële problemen die ze allebei hadden.”
Al tijdens het voorgaande jaar had de Amerikaanse pers gewag gemaakt van een mogelijke scheiding van Dylan en zijn vrouw. 

Op een dag trekken de twee kompanen naar Saintes-Maries-de-la-Mer waar een zigeunerfestival plaatsvindt. Dylan was erg gecharmeerd door de sfeer. In een interview uit 1977 vertelde hij: "Ik ben de koning van de zigeuners gaan opzoeken in het zuiden van Frankrijk. Die vent had twaalf vrouwen en zeker honderd kinderen. Maar kort voor mijn aankomst had hij een hartaanval gehad. En al zijn vrouwen en kinderen hadden hem verlaten. Ze kwamen pas terug na zijn dood. Als ze de dood rieken, zijn ze weg."
Tijdens die uitstap schreef Dylan het nummer 'One More Cup Of Coffee' waarin de verteller wordt verleid door een van de dochters van de zigeunerkoning.

Dylan bleef ongeveer zes weken in Frankrijk. Begin juni besloot hij dat het genoeg geweest was. "Ik was in een weitje boven een wijnberg,’ vertelde hij aan Larry Sloman, ‘de lucht was roze, de zon ging onder en de maan had de kleur van een saffier en ik herinner me dat ik terugkeerde naar de stad met een kerel die een karretje bij had dat werd getrokken door ezels. We slingerden van links naar rechts en plots drong het in een flits tot me door: ik moest terug naar de Verenigde Staten en me terug serieus bezig houden met wat ik doe. Want, in die tijd wisten de mensen niet wat ik deed. Enkel diegenen die mijn optredens zien weten wat ik doe, de anderen kunnen het zich slechts inbeelden.”

Dat bezoek aan Frankrijk, waarvan niet veel geweten is, schijnt nochtans een grote indruk op Dylan te hebben nagelaten en valt midden in een scharnierde tijd waarbij hij na een lange periode zonder optredens of grote openbare manifestaties definitief besloot zijn leven als rondtrekkende muzikant terug op te nemen.


Hurricane Carter

Tijdens zijn verblijf in Frankrijk had Bob het boek The Sixteenth Round gelezen. De schrijver was de zwarte Amerikaanse bokser Rubin 'Hurricane' Carter, die in 1966 werd veroordeeld voor een moord die hij beweerde niet te hebben gepleegd.
Bijna onmiddellijk na zijn terugkeer bracht Dylan de bokser een bezoek in de gevangenis. "Ik stuurde een exemplaar van mijn boek naar Bob Dylan," legt Rubin Carter uit, "vanwege zijn vroegere betrokkenheid met de mensenrechtenzaak. Ik hoopte dat ik hem op de een of andere manier kon beïnvloeden om mij eens te komen opzoeken. Dan kon ik het met hem praten… En hij kwam ook echt. En we hebben uren en uren gepraat. Hij was één van de onzen."


Terug naar de grote stad

Einde juni dook Dylan terug op in New York. Hij huurde er een appartement in de artiestenbuurt Greenwich Village en was bijna iedere avond te vinden in het restaurant The Bitter End in Bleecher Street. Zijn vrienden van vroeger, zoals  Ramblin’ Jack Elliot en Bob Neuwirth kwamen er hem opzoeken. De uitbater Paul Colby reserveerde voor Bob een tafeltje in zijn andere zaak, The Other End, waar optredens plaatsvonden. Hij zag er Muddy Waters en de dichteres/zangeres Patti Smith. "Vlak nadat we een platencontract hadden getekend, kwam Bob naar ons kijken. Ik wist dat hij daar was - dat hoefden ze me niet te vertellen. Ik voelde het gewoon. Hij straalt energie uit."

Bob laat zich zelfs verleiden om zelf ook eens op het podium te stappen. Zo treedt hij er op 3 juli op met zijn oude compaan Jack Elliot. Hij begeleidt Elliott op gitaar voor 'Pretty Boy Floyd' (Woody Guthrie) en 'How Long' (Leroy Carr) en brengt dan solo een nieuwe compositie:  'Abandoned Love'. Het thema van het nummer is een voortzetting op het thema van Blood On The Tracks: de fout gelopen liefde. 

In de koffiehuizen en bars van de Village ontmoet hij interessante mensen om mee samen te werken. Zo zou hij een lange zigeunerachtige vrouw hebben zien lopen langs de straat met haar vioolkist. Hij laat de taxi stoppen en vraagt of ze ook op dat instrument kan spelen. Ze stelt zich voor als Scarlet Rivera, violiste in een salsaband. Bob biedt haar aan mee te rijden. Onderweg vertelt hij haar dat hij en zijn medepassagier, de percussioniste Sheena Seidenberg Hongaarse zigeuners zijn. In zijn appartement speelt hij haar een nieuw nummer voor op akoestische gitaar: ‘One More Cup Of Coffee’. “Ik voegde er wat viool aan toe,” vertelt Rivera “hij glimlachte, dus speelden we het nog een paar keer en het werd iedere keer beter en beter.”
De volgende dag neemt hij haar mee naar The Other End en vertelt aan iedereen “Zij speelt in mijn band!”


Jacques Levy

Diezelfde week ontmoet hij ook de tekstschrijver Jacques Levy opnieuw  (de man met de baard op de achterzijde van de hoes van Desire, met Dylan aan de microfoon). Levy is een New Yorkse psycholoog die in de jaren zestig ook begon te werken werkt als schrijver en dramaturg. Hij schreef en regisseerde onder andere de schandaalmusical Oh Calcutta! en werkte met Roger McGuinn samen aan twee dozijn nummers voor The Byrds. Samen schreven ze onder andere ‘Chestnut Mare’. Tijdens Dylans tournee in  1974 waren ze mekaar al tegen het lijf gelopen en toen had Bob al voorgesteld om “samen eens wat te doen”.
“Hij had niets speciaal op het oog toen,” vertelt Levy in de nota’s bij de Bootlegs boxset. “En hij zei iets in de aard van ‘Ik hou wel van wat je doet met Roger. Als je wil kunnen jij en ik samen eens iets schrijven.’ Dat was raar, niet? Want hij wist dat ik teksten schreef en ik wist dat hij teksten schreef. Maar ik zei, ‘Tuurlijk, waarom niet?’”

Nu, meer dan een jaar later ontmoeten ze elkaar opnieuw. Ze trekken naar het appartement van Levy om er te werken aan een nummer waarvan Bob al een strofe op papier heeft staan: ‘Isis’. Ze zetten zich aan de piano en werken een hele nacht lang aan het nummer, lachend en pratend. Ze laten zich bij het schrijven beïnvloeden door de geïmproviseerde gedichten van Patti Smith. Wanneer het klaar is trekken ze naar The Other End waar Bob het nummer declameert alsof het een gedicht was. “Iedereen zat doodstil” aldus Levy.
Bob wil de samenwerking voortzetten en stelt voor een nummer te schrijven over Hurricane Carter. Levy had een andere figuur in gedachte: Joey Gallo, een New Yorkse gangster die hij heeft gekend in 1969.

De zanger had, in deze fase van zijn leven blijkbaar veel affiniteit met onderdrukte helden, want ook de bokser Hurricane Carter en de ganster Joey Gallo werden door hem zo geportretteerd. Gallo weigerde onschuldigen te doden, beweert hij, was bevriend met zwarten en wou zich opofferen om zijn familie te beschermen. Een moderne Billy The Kid dus, een Pretty Boy Floyd… meer een ondeugende held dan een gemene schurk. Dylan schreef ‘Joey’ in één nacht.
Hoewel de zanger zich goed documenteerde, blijkt hij de bal volledig mis te hebben geslagen. Levy had hem in contact gebracht met de acteur Jerry Orbach, die bevriend was geweest met Gallo en de details over de moord op de mafioso in Umberto's Clam Bar in Little Italy, op 7 april 1972 haalde hij uit de biografie van Donald Goddard.
In dat boek staat echter ook dat Gallo een racist was, die zijn vrouw sloeg en in de gevangenis een jonge man brutaal had verkracht.


Op zoek naar een nieuw geluid

Dylan besluit de studio in te duiken om een nieuw concept uit te proberen. Hij wil een geluid dat zo ver mogelijk staat van de kale klank van zijn vorige plaat Blood On The Tracks. Daarvoor heeft hij een big band samengesteld rond de groep van de Britse gitarist Dave Mason, bestaande uit bassist Gerald Johnson, drummer Rick Jaeger, gitarist Jim Krueger en toetsenist Mark Jordan, plus drie backing zangeressen: Vivian Cherry, Hilda Harris en Joshie Armstead.
Die groep heeft hij bovendien aangevuld met mandolinespeler Vincent Bell , accordeonist Dominic Cortese, James "Sugarblue" Whiting op harmonica en Scarlet Rivera op viool.
Hij hoopt met de combinatie van de “gypsy violin”, de accordeon, orgel, harmonica en een vrouwenkoortje dat kwikzilveren geluid te kunnen vatten, waarna hij al sinds de helft van de jaren zestig op zoek is. Het ideee van het vrouwenkoortje dat bij deze sessie voor het eerst wordt uitgeprobeerd, zal tot ver in de jaren tachtig deel blijven uitmaken van zijn geluid.
 
Op maandag 14 juli wordt om 7 uur ’s avonds verzameld in de Studio E van de Columbia Recording Studios in New York City. De sessie loopt de hele nacht door, tot half zes in de ochtend. Toch staan er na afloop maar twee nummers op band.
Het eerste is ‘Rita Mae’, een nummer over een lesbische (waarschijnlijk de schrijfster Rita Mae Brown) die niet wil ingaan op de avances van de zanger. Er zijn zeven pogingen nodig, waarvan er vijf volledig zijn.

De rest van de tijd wordt besteedt aan het epische ‘Joey’. De tweede take is volledig. Dylan denkt dat het beter kan lukken als er geprobeerd wordt enkele overdubs aan de opname toe te voegen.
Maar dat geeft ook niet het verhoopte resultaat, dus wordt er opnieuw begonnen, vanaf het begin. Na vier mislukte pogingen is take 7 de tweede volledige opname.

Bob is nu meer dan ooit overtuigd dat hij een eigen band moet samenstellen.


Samen schrijven aan het strand

Dylan stelt Levy voor om gedurende twee weken te gaan samenwerken in zijn buitenverblijf aan het strand van East Hamton, Long Island. Door de frisse zeewind is het er koeler dan in de stad en ze worden door niemand gestoord. Er is zelfs geen personeel en Levy en Dylan moeten zelf boodschappen gaan doen. De samenwerking verloopt prima en ze schrijven een achttal nummers. ‘Black Diamond Bay’ is het resultaat van hun gemeenschappelijke liefde voor de verhalen van Joseph Conrad. Het nummer verslaat de vernieling van een eilandje. Hoe de mensen in een hotel op het eiland reageren. Aan het einde veranderd het standpunt en is het slechts een item op het TV-journaal. Schouderophalend besluit de verteller "I never did plan to go anyway to Black Diamond Bay."

‘Mozambique’ begon als een spelletje om te zien hoeveel keer ze op “-ique” konden rijmen. ‘Romance In Durango’ ontstond naar aanleiding van een ansichtkaart uit Mexico met een foto van Spaanse pepers die liggen te drogen in de zon – vandaar de openingsregel: “Hot chili peppers in the blistering sun.” Dylan verwerkte zijn belevenissen bij de opname van de film Pat Garrett & Billy The Kid in het verhaal. “Het werd een soort cowboy verhaal,“ volgens Levy, ‘Een voortvluchtige kerel en een meid… net een oude western.”

Het lijkt een beetje een vervolg op ‘Idiot Wind’ wind. Klonk het toen nog “They say I shot a man named Gray
and took his wife to Italy”, dan vraagt hij zich nu af: “Was it me that shot him down in the cantina/ Was it my hand that held the gun?”


Tweede poging

Bij hun terugkeer in de stad trekt Dylan onmiddellijk terug naar de studio, om de nummers die ze samen hebben geschreven op te nemen. Op maandag 28 juli staat een hele bende muzikanten op hem staan te wachten in Studio E van de Columbia Recording Studios. De achtkoppige band van Dave Mason is daar niet meer bij.  In plaats daarvan is er Kokomo, de Engelse pub rockband rond Neil Hubbard. “Er waren vijf gitaristen,” vertelt Hubbard, “waaronder Eric Clapton en ik… er was niemand die de leiding had – geen producer of zo.”  Die kern wordt aangevuld met de jonge Country zangeres Emmylou Harris, Scarlet Rivera, de drie backing zangeressen, blazers, bellzouki, percussie… Zoveel muzikanten dat de belendende studio als artiestenfoyer moet worden gebruikt. Er was een groot buffet en er was het een en ander te drinken en te roken.
 
"Ik was behoorlijk nerveus om hem te ontmoeten," vertelt Emmylou Harris, "Ik dank dat het helemaal anders was geweest als we mekaar vooraf al eens hadden gezien. Nu wandelde hij gewoon de sessie binnen, gaf een hand en begon te werken.”
Nu moet je niet denken dat hij een grote fan van mij was. Hij beschouwde mij meer als een sessiemuzikante die haar partijtje mocht zingen. Dat liet hij mij weten door wanneer het tijd was om een noot te zingen mij een flinke por in mijn zij te geven.
De plaat werd praktisch live in de studio opgenomen. Er stonden twee microfoons, maar we stonden zo dicht op elkaar dat we samen eigenlijk door één microfoon zongen.”
 
Als eerste nummer kiest Bob voor ‘Romance In Durango’.
Emmylou Harris: "Ik hield van de melodie, maar, mijn God, daar was ik aan het zingen met Bob Dylan en het was in het Spaans! Ik was altijd slecht in talen op school en het eerste nummer dat hij mij laat zingen is in het Spaans. Ik bleef maar vragen 'zing dat nog eens' en ik voelde me zo stom. Ik had zelfs geen Spaans gehad op school. Ik volgde Frans en daar bakte ik niks van."
Het big band experiment was een typisch Dylanesk voorbeeld van koorddansen zonder veiligheidsnet. Voor de meeste muzikanten was het een traumatische introductie met Dylan’s werkmethoden. “Het ging allemaal zo snel,” bevestigd Emmylou Harris, “Ik dacht, 'kunnen we dat alsjeblieft nog eens opnieuw doen? Ik ken het nu.' Maar hij was alweer bezig met het volgende nummer."
Het ene na het andere nummer wordt geprobeerd, telkens maar in één take: ‘Money Blues’ en ‘One More Cup Of Coffee’…

Maar ook voor de technici was het een ramp om de zes gitaren (drie akoestische, waaronder Dylans plus twee elektrische solisten, Eric Clapton en Hugh McCracken én Erik Fransden op slide), plus de mandoline, accordeon, harmonica, trompet, orgel, tamboerijn, viool en backing vocals allemaal op band te zetten, met maar 16 sporen ter beschikking. Het resultaat was dat staffproducer Don Devito bijvoorbeeld orgel, viool en percussie allemaal op één spoor moest samen zetten. Die keuze maakte dat het later onmogelijk werd om Scarlets soms vals gespeelde viool weg te mixen.
 
Wanneer ‘Romance In Durango’ een tweede keer wordt geprobeerd zit het goed. Deze versie zal als enige nummer van de sessie op de LP belanden.
Maar Dylan wil verder met nog wat nieuwe nummers: één take van ‘Oh, Sister’, gevolgd door  een valse start en een volledige take van ‘Catfish’. Dat laatste is het heldenverhaal van de basketball speller Catfish Hunter - een thema dat meer dan waarschijnlijk werd aangedragen door Jacques Levy.

Eindelijk besluit hij om het wat rustiger aan te doen. Na twee valse starten worden twee volledige takes van ‘Romance In Durango’ op band gezet. De sessie wordt afgesloten met drie takes van een disco-achtig arrangement van ‘Hurricane’, waarbij het koortje tekeer gaat “Hurricane, Hurricane”.

“Oké jongens,” zegt Don Devito tenslotte, “Einde oefening. Bobby is zijn stem kwijt.”
“Welke stem, verdomme!” gromt gitarist Jim Mullen, tussen zijn tanden.
 
Volgens Larry Sloman werd tijdens deze sessie ook nog ‘Wiretappin’’ opgenomen, een outtake met de regel “Wiretappin’, it can happen”. Maar daarvan is op de sessiebladen niets terug te vinden.

Van deze hele big band sessie werd dus uiteindelijk alleen ‘Romance In Durango’ overgehouden wanneer de nummrs moeten worden geselecteerd voor de samenstelling van Desire. En zelfs daarbij worden de sporen met de harmonica van Sugar Blue en twee van de akoestische gitaren weg gemixt. Het grootste probleem leek de drummer te zijn: Terry Stannard. Diens ongeïnspireerde gebonk was enorm frustrerend voor bassist Rob Stoner (eigenlijk Rothstein). Stoner was, naast Rivera, Dylans belangrijkste rekruut van de twee weken durende talentenjacht in The Village. Hij werd weldra de onofficiële leider van de band.
 
Na afloop was Eric Clapton niet erg te spreken over de opnamen. “Dylan zocht een omgeving waarbij hij muziek kon maken met nieuwe mensen. Hij reed zomaar wat rond, om muzikanten te zoeken , die hij dan meebracht naar de sessie. Uiteindelijk had hij 24 muzikanten in de studio, met allemaal ongewone instrumenten: accordeon, viool… Hij was moeilijk bij te houden. Hij wist niet echt wat hij wou. Hij was op zoek, van het ene nummer naar het andere. Ik moest buiten gaan, wat frisse vlucht happen, want binnen was het waanzin.” 


Derde keer, goede keer?

De volgende avond, dinsdag 29 juli, wordt er weer om 7 uur ‘s avonds verzameld. De band is inmiddels gehalveerd.  De meeste Britse muzikanten, waaronder Clapton en Yvonne Elliman zijn er niet meer bij. Vincent Bell en Hugh McCracken moeten nu de gitaarsolo’s verdelen. 

Dylan begint vol goede moed met het lange ‘Black Diamond Bay’, gevolgd door ‘Money Blues’. Maar dan wordt ‘Black Diamond Bay’ nog eens geprobeerd en nog eens… Er zijn twaalf takes nodig eer er iets bruikbaars op band staat. Vijf daarvan zijn volledig.

Dan volgen acht takes van ‘Oh, Sister’, waarvan er drie volledig zijn. Gevolgd door zeven takes van ‘Mozambique’, waarvan er vier het einde halen.
Het klikt blijkbaar nog steeds niet tussen alle bandleden. Volgens Stoner was dat vooral te wijten aan “die kerels van Kokomo… die bleven maar takes vragen tot ze hun partij kennen. Tegen die tijd was Bob het allemaal beu.”

Dylan ziet in dat het zo niet langer kan. Volgens Stoner komt Devito, names Dylan hem aan het eind van de sessie vragen om suggesties om de zaak op gang te trekken. Stoner wond er geen doekjes om: “Waarom probeer je het niet met een kleine groep… geen vriendinnen, geen vrouwen, niks! De kleinst mogelijke band – bassist, drummer en niemand die niet nodig is.”

Dylan besluit dat eens uit te proberen en het laatste nummer wordt opgenomen in een beperkte bezetting van Bob Dylan (gitaar en zang), Erik Frandsen (slide gitaar), Rob Stoner (bas) en Sugarblue (harmonica).
Het is inmiddels al behoorlijk laat geworden - of beter vroeg - en ‘Catfish’ heeft dan ook onmiskenbaar een nachtelijk sfeer. Langzaam, broeierig en bluesy.
Eén van de twee takes wordt in de jaren negentig uitgebracht op The Bootleg Series, Vol.1-3.

* * *

Nu Kokomo de deur uit is moet er een nieuwe drummer worden gezocht. Dylan wil ex-Domino Jim Gordon, of misschien de Nashville veteraan Ken Buttrey. Maar Stoner kan die mannen zo snel niet bereiken. Hij stelt dan voor om Howie Wyeth te proberen. Hij heeft nog met met de drummer gespeeld bij de opnamen van een plaat van John Herald in een productie van Dylan’s oude maatje Bob Neuwirth.
Met Stoner en Wyeth heeft Dylan terug een rhythmsectie waarop hij kan bouwen.


Eindelijk klikt het

De sessie van woensdag 30 juli wordt dan ook zo’n memorabele Dylansessie waarbij een hele LP praktisch in één nacht op band wordt gezet.

Sheena Seidenberg drukt het zo uit: “Woensdag nacht, dat was de LP. Ik vond het heel speciaal… die er bij waren, waren echt gekozen … om het album te laten stralen . Dylan had me die middag gebeld. Hij zei dat hij niet kon slapen, door de energie. Het was zo intens, al die opwinding, die magie… pure kunst.”

Dylan en Harris waren dan ook al vroeg daar. Ze warmden hun stembanden op – Dylan met Little Richard nummers, Harris met country standards. Emmylou had Dylans manier van fraseren nu onder de knie en kon hem moeiteloos volgen. Dylan stond te popelen om te beginnen.

Er wordt weer een hele nacht doorgewerkt: van acht uur ’s avonds tot acht uur ’s ochtends.
De muzikanten die aan deze sessie meewerken zijn drie vrouwen en drie mannen: naast Bob zelf, bassist Stoner, drummer Wyeth, Emmylou Harris, violiste Scarlet Rivera en percussioniste Sheena Seidenberg. De enige solo instrumenten op de plaat zijn dus Dylans harmonica en Scarlets viool. De enige gitaar is Dylans akoestische. Het geeft de opnamen de atmosfeer van Ierse folksongs of zigeunerballaden.

De nieuwe drummer maakte onmiddellijk kennis met Dylans manier van werken. Als eerste nummer werd ‘Golden Loom’ aangepakt. Het is een solo compositie van Dylan, maar de obscure verwijzingen naar alchemistische symbolen en Jungiaanse archetypen wijzen duidelijk op de invloed van Levy. Het is een droomnummer, zwanger van de symbolen: de vissersdochter, het rituele wassen als voorbereiding van het mythische huwelijk… Van de vier takes zijn er drie volledig. De eerste daarvan wordt uitgebracht op de Bootleg Series, Vol. 1-3.

“We begonnen het nummer,” vertelt Wyeth ”het was zelfs een opname, denk ik… en het einde was wat rommelig. Ik vroeg aan Bob, ‘Ronden we het af of komt er een fade aan het einde?’ En hij begon aan zo’n lange uitleg… dat iedereen in de war was… Eindelijk besloot hij ‘Laten we het maar helemaal niet doen!’
Stoner mompelde tegen mij: ‘Vraag hem niks meer! Speel gewoon!’”

Percussioniste Sheena komt wat later binnen en speelt pas mee vanaf het tweede nummer: 'Oh, Sister'. Daarvan worden vijf takes op band gezet. De tweede wordt later als beste gekozen en komt op Desire terecht.
Na twee keer het elfminuten lange 'Isis' te hebben gespeeld volgt telkens één take van 'Rita Mae' en 'One More Cup Of Coffee'. Dat laatste nummer zit ook meteen goed. De eerste take wordt wel nog gevolgd door een valse start en een derde poging die ook wordt afgebroken. 

Dan volgt 'Black Diamond Bay'. Vijf takes, waarvan er drie volledig zijn. Take 4 wordt geselecteerd.
"Zijn frasering verandert nogal," vertelt Emmylou Harris, "dat deed Gram [Parsons] ook. Gram en ik hadden hetzelfde gevoel voor frasering, maar ik hield hem toch voortdurend in de gaten en dat deed ik ook met Dylan. Ik keek naar zijn mond en keek wat hij zong. Vandaar al dat gehum. Je hoort mij hummen op sommige tracks. Ik had geen idee dat ze dat gingen behouden. Natuurlijk, als backing zangeres vind ik dat niet alles even zuiver klinkt, maar het geeft het gevoel weer en op de LP vindt ik dat het ongelofelijk werkt."

Vier takes van 'Mozambique' volgen, waarvan de tweede volledige ook weer prima is.
'Hurricane' zit meteen goed, in één take. Dylan laat een acetate van de opname maken dat George Lois naar Carter bracht. “Hij ging uit z’n bol! Het was prachtig,” vertelt Lois, “Hij kreeg tranen in zijn ogen.”
 
'Rita Mae' wordt nog drie keer geprobeerd en tenslotte twee keer 'Joey'.
En ook die twee nummers zitten meteen goed.

Na drie mislukte pogingen was dit duidelijk een vruchtbare sessie. Haast van elk nummer dat werd uitgeprobeerd stond er een bruikbare take op band. Dylan is dan ook zeer tevreden. Hij prijst Stoner, "Uw drummer klinkt goed. Het zit goed. "
Ook Stoner zelf is enthousiast: "We speelden het ene na het ander nummer, bam, bam, bam, ieder nummer van begin tot het einde. Iedere volledige opname was een take.... We stonden scherp... Ik denk dat we nog altijd bezig waren om vijf -zes in de ochtend.
We konden die "eerste take" spontaniteit behouden omdat we de details niet iedere keer opnieuw en opnieuw moesten spelen met muzikanten die het maar niet konden vatten.”

Het was de laatste sessie voor Emmylou Harris. Ze kijkt met enige verbazing terug op de sessies: "Ik zing met een bepaalde stijl en ik wist echt niet of Dylan daar wel van zou houden. Het is niet dat ik één van de Jordanaires ben. Ik heb wat tijd nodig om de samenzang uit te werken en Dylan werkt zo snel. Ik ben eerder een perfectionist. Ik had graag wat meer tijd gehad. Soms wist ik niet eens dat ik moest invallen en dan was ik bijna te laat. Later wist ik pas dat er niet wordt overdubd op een Dylan album. Hij wil dat gewoon niet. Ik heb nog gevraagd of ik mijn zang later mocht overdoen en hij zei "‘tuurlijk". Maar ik had er geen tijd voor. Ik denk trouwens dat hij er toch niks van zou hebben gebruikt."

* * *

De volgende namiddag, donderdag 31 juli moet Dylan verschijnen als karaktergetuige op het proces van ex-Columbia directeur Clive Davis.


Onverwacht bezoek

Die avond heeft Dylan een gaste meegebracht naar de Columbia Recording Studios: zijn vrouw. Sara is totaal onverwacht komen overvliegen. 
“Ze kwam naar New York, naar ik aanneem om te zien of er nog iets te redden viel [van haar huwelijk]. Ik neem aan dat ze dat van plan was. Ik weet het wel zeker,” meent Levy. Hij had haar de hele zomer niet eens gezien – ze was op vakantie geweest naar Mexico.

Na de euforie van de vorige nacht, kan alles wat volgt alleen maar een anticlimax zijn. Loman beschrijft het als “een rustige sessie, veel luisteren naar playbacks…”
Dylan wil zijn vrouw waarschijnlijk laten horen wat hij allemaal te vertellen heeft.

Uiteindelijk beginnen ze toch op te nemen, terwijl ‘Sara’ toekijkt van achter het glas van de controlekamer. Om op te warmen wordt eerst 'Golden Loom' nog eens opnieuw geprobeerd, als test.

Dan wordt als eerste nummer een solo compositie van Dylan opgenomen. De werktitel is 'Love Copy', maar die wordt later verandert in 'Abandoned Love'.
Aan het begin van de opname is Bob de akkoorden nog aan het tonen aan de band. Zoals Eric Clapton al verklaarde: “Wanneer je repeteert met Dylan, luister je goed en kijkt naar zijn handen voor de wisselingen. Het kan je enige kans zijn.” Hoewel ook de tweede take compleet is wordt toch deze eerste take later uitgebracht op Biograph. Blijkbaar zijn de laatste drie regels herschreven sinds hij het nummer vier weken eerder bracht in the Other End.

Dan volgen twee pogingen om een nieuw nummer op te nemen. Op de doos waarin de banden achteraf worden opgeborgen staat erbij genoteerd ‘Town (Reference)’. Volgens Wyeth was Dylan "opgebrand..  we vonden dat niks lukte."

Maar dan gebeurt er iets. Sloman beschrijft de scène in On The Road With Bob Dylan: “Dylan keerde zich plots naar zijn vrouw en zei, ‘Dit is voor jou’ en barste los in een beklijvend nummer dat hij voor haar had geschreven, die zomer in de Hamptons. Niemand had het eerder gehoord, maar Stoner en Rivera en Wyeth pikten het tempo op. Scarlet speelde enkele uitstekende fills, waarmee ze de melancholie van het nummer accentueerde. Ze speelden het nummer helemaal uit.” 
Het nummer is ‘Sara’. Daarin verwijst de zanger naar een vakantie, aan het begin van hun relatie, in Portugal. Hij  bekent aan zijn "virgin angel, sweet love of my life" over "staying up for days at the Chelsea Hotel, writing 'Sad Eyed Lady Of The Lowlands’' for you."  Hij vraagt vergiffenis voor zijn recent begane zonden en besluit met de intense smeekbede “don’t ever leave me, don’t ever go!”
“Het was ongelofelijk. Je kon een speld horen vallen!” vertelt Levy. “Ze was er helemaal door van slag. En het was beslist een keerpunt. Het werkte. Ze kwamen echt weer samen.”
Ze proberen het nummer daarna nog vijf keer, waarvan alleen de laatste nog compleet is. Die wordt als beste uitgekozen, om de plaat mee af te sluiten. 

Dylan kreeg achteraf nogal wat kritiek over 'Sara'. Later beweerde hij dan ook dat de tekst niet letterlijk moest worden begrepen. Elvis Costello verdedigde de auteur jaren later in Rolling Stone door te stellen, "Als hij had gewild dat we hem letterlijk namen, had hij wel een vers ingelast in de zin van: Die-en die, mijn ex-vrouw, is een echte trut. Ze woont daar, ga haar huis maar in brand steken."

De sessie wordt afgesloten met nog zo'n " waar verhaal, over het huwelijk", zoals Dylan het nummer tijdens concerten dikwijls aankondigen zal. Beide takes van 'Isis' zijn volledig, maar de tweede is het beste. Bij de eerste speelt Dylan akoestische gitaar, maar bij de tweede poging is hij overgeschakeld op piano.

Om 4 uur in de ochtend staan alle nummers op band.


Afwerking

De volgende dag, vrijdag 1 augustus worden de nummers geselecteerd voor de LP. Omdat ‘Durango’ en ‘Catfish’ nooit met de Stoner/Wyeth/Rivera band werden opgenomen worden die als enige van de sessie van de 28ste op de lijst gezet. Niets van de 29ste wordt weerhouden. Dylan overwoog eerst nog om kant 1 te laten eindigen met ‘Rita Mae’ maar kiest dan toch voor ‘Mozambique’ en plaatst ‘Oh, Sister’ achteraan.

Zaterdag vliegen Bob en Sara samen naar Minnesota.

Tien dagen later, op 11 augustus worden wat overdubs toegevoegd aan take 1 van 'Joey, opgenomen op 30 juli. Vincent Bell speelt gitaar en mandoline en Dominic Cortese speelt een fragmentje accordeon, achter het zinnetje "to the tune of an accordeon".
Het is niet duidelijk of Dylan bij die overdubs aanwezig is, of enkel de opdracht heeft gegeven.


The World Of John Hammond

Op 11 september stelt Dylan de eerste nummers voor aan het publiek. Hij speelt drie songs bij de opname van 'The World Of John Hammond', een TV-programma dat wordt opgenomen in de WTTW-TV Studios, in Chicago. Met begeleiding van Rob Stoner, Scarlet Rivera en Howie Wyeth  brengt hij 'Hurricane', 'Oh, Sister' en 'Simple Twist Of Fate'. Het programma wordt wel pas op 13 december uitgezonden op radio en TV.
Het optreden leek voor Bob een goede test om er achter te komen of de muzikanten uit de voeten konden met zijn onvoorspelbare optreden. Rob Stoner stond ietsje achter Bob, zodat hij kon zien welke akkoordenwisselingen  Bob met zijn linkerhand uitvoerde, terwijl hij aan het wippen van zijn hak de maat kon aflezen. “Je kunt aan het ontspannen van zijn spieren zien dat hij een ander akkoord gaat spelen,” vertelt Stoner,  die de rol van bandleider op zich nam. “Dan moet je kijken welke kant zijn hand opgaat en welk akkoord hij dan gaat spelen.” Die methode gebruiken veel van Bobs bandleiders: ze kijken goed naar zijn handen en voeten en geven de aanwijzingen door aan de andere muzikanten.

De dag na de opname vliegen de Dylan's terug naar huis in Malibu.

Hier is het Youtube filmke van 'Hurricane'


Buckets of Rain

Begin oktober is Dylan terug in New York, om er met Bette Middler in de Secret Sound Studio in New York, een nieuwe versie van 'Buckets of Rain' op te nemen voor haar LP Songs For The New Depression. Midler vertelt over de sessie: "Hij was zo charmant dat mijn broek er van afzakte - niet letterlijk natuurlijk, maar het scheelde toch niet veel. Eigenlijk probeerde ik hem uit zijn broek te krijgen, maar ik moet iedereen ontgoochelen met de mededeling dat het me niet gelukt is. Maar ook dat scheelde niet veel. Het was bijna raak in zijn Cadillac - hij rijdt met een hysterisch lange rode Cadillac cabrio. En hij kan ab-so-luut niet rijden! Hij is al niet van de grootste en toch rijdt hij altijd met de zetel helemaal naar achter geschoven."


Een nieuwe versie van ‘Hurricane’

Aan het einde van de maand keert Dylan terug naar de Columbia Recording Studios om er, op 24 oktober, vanaf 10 uur 's avonds, een nieuwe versie van 'Hurricane' op te nemen. In de eerste versie had Dylan vermeld dat Arthur Dexter Bradley, die hij ervan verdenkt de moorden echt te hebben gepleegd, samen met Bello, in de bar zat op het ogenblik van de moorden. Columbia vreesde een proces en vroeg Dylan om die passage te veranderen. Liever dan met een overdub te werken  besloot Dylan helemaal vanaf nul te herbeginnen. 
Hij wordt daarbij begeleid door Rob Stoner, Scarlet Rivera, Howie Wyeth, Steven Soles, Ronee Blakeley en Luther Rix.
Om op te warmen spelen ze eerst wat andere nummers, waaronder ‘Jimmy Brown, The Newsboy’, ‘Sitting On Top Of The World, 'I Still Miss Someone' en 'Simple Twist of Fate' met een aangepaste tekst. 
Maar, tot Dylan's ontzetting schijnt het maar niet te willen vlotten. Na zes takes krijgt hij het op zijn heupen. “Misschien moet je gewoon maar teerlingen werpen om te beslissen welke take het beste is” zegt hij tegen Devito. “Ik bedoel, we kunnen altijd beter… we kunnen het zeventig keer  spelen, maar ik wil hier weg!”
Ze overwegen het zelfs in mono op te nemen, maar na nog eens vier takes heeft Dyaln er echt genoeg van. Het is inmidddels half vijf in de ochtend. "Zoekt het maar uit" roept hij Devito toe.
Uiteindelijk wordt de master samengesteld uit twee takes: 2 en 6.

De plaat kan eindelijk worden gemasterd, maar Dylan mist voor de tweede keer op rij de Kerstverkoop.

Meer dan een jaar later, op 7 december 1976 worden alle zowel de masters als de mixen van de oorspronkelijk versie van ‘Hurricane’ uit juli 1975 afgeveegd. Zo wil de platenmaatschappij zorgen dat de eerdere versie nooit openbaar kan worden gemaakt.  


De eerste single: ‘Hurricane’

In november 1975 wordt de ‘Hurricane’ single uitgebracht. Het nummer is elf strofen en bijna negen minuten lang. Om hem op de radio gedraaid te krijgen en toch de hele boodschap over te brengen is het nummer in twee delen gedeeld voor de single: part 1 op de a-kant en part 2 op de b-kant. In het nummer maakt Dylan zich behoorlijk kwaad over het onrecht dat de, volgens hem, onterecht veroordeelde bokser is aangedaan: "and though they could not produce the gun, the DA said he was the one, who did the deed, and the all-white jury agreed!!". Het nummer rockt stevig voor een nummer waarin het enig elektrische instrument een bas is.
Mede dankzij Dylan's inspanningen krijgt Carter uiteindelijk een nieuw proces en…. wordt opnieuw veroordeeld. Pas eind jaren tachtig wordt hij vrijgelaten, na een derde proces. Hij wordt daarbij echter niet vrijgesproken. 


De release van Desire.

Op oudejaarsavond worden de eerste nummers van Desire op de radio gedraaid.
Emmylou Harris verteld: "Ik zat in de auto en John reed achter me. Plots liep ik uit de auto en sloeg op zijn ruiten en riep 'Ik ben op de radio! IK BEN OP DE RADIO MET BOB DYLAN!' Ik liep snel terug naar de auto en het was nog bezig. Ik kon het gewoon niet geloven."
Omdat het een andere versie van ‘Hurricane’ was die werd uitgebracht als single dacht zij dat de sessies waaraan zij had meegedaan niet zouden worden uitgebracht. Ze had zich daar al helemaal bij neergelegd.
Het nummer op de radio was ‘Romance in Durango’.

De volgende dagen worden meer en meer nummers van Desire op de radio gedraaid en tot Emmylou’s verbazing is haar stem er bijna altijd bij. Soms is haar zang zelfs meer naar voor gemixt dan Dylans stem.
"Soms kromp ik in elkaar als ik wat noten hoorde die ik beter had willen doen. Maar dat is muggenziften. Geloof me, het was allemaal live. Geen overdubs. Eerste takes: de eerste keer dat ik 'One More Cup Of Coffee' zong kwam op de plaat.
Tekstueel is het mijn favoriete Dylan album. Hij heeft het ‘em weer gelapt. Zijn creativiteit is eindeloos. Ik had mijn twijfels, zo rond Self Portrait maar hij bleef altijd belangrijk. Hij is voor ieder van ons belangrijk in ons leven. Blood On The Tracks was heel goed. Maar Desire…. Desire is zo muzikaal! Het was fantastisch om met hem samen te werken. Ik kan het alleen vergelijken met een schilder die verf op het doek smakt, maar ondertussen precies weet wat hij doet. “

Op 5 januari wordt DESIRE officieel uitgebracht. De Amerikaanse critici reageren verdeeld, maar de plaat bereikt de eerste plaats in Billboard en blijft er vijf weken. Het is daarmee een van Dylans best verkochte platen. In Engeland blijft Desire haperen op 3.

De New Yorkse critici hebben vooral veel moeite met het geromantiseerde beeld dat Dylan in ‘Joey’ schetst van de plaatselijke mafialeider.

In februari wordt 'Mozambique/Oh, Sister' als tweede single uitgebracht.
 

 

Toch nog even meegeven dat de hoes van Desire toch wel erg veel wegheeft van die van Wolfking of L.A. van "papa" John Phillips. 

decoration

02-12-07

Dienstmededeling

De opmaak van de stukken over Oh Mercy, John Wesley Harding en Nashville Skyline is aangepast, zodat deze wat makkelijker te lezen zijn.

Nashville Skyline

John Wesley Harding

Oh Mercy