27-01-08

In My Life

Mijn eerste plaat

 

Het zal in het najaar van 1973 zijn geweest dat ik mijn eerste LP kocht. Het was in de Macro in Ans. De roltrap op, de hoek om naar rechts en dan helemaal doorlopen tot achteraan in de winkel. Daar stonden de bakken met langspeelplaten.

Er was een speciale aanbieding: de rode en de blauwe verzamelaars van The Beatles. Twee dubbel-LP's samen voor 499 BEF. Nu lijkt 12,5 euro een schijntje, maar toen was dat veel geld voor een jongen van 14. Mijn vader vond dat ik mijn geld beter kon besteden dan aan zoiets. Maar ik moest ze toch hebben.

Songtitels kon ik niet lezen, want aan de ene kant zag je de rode hoes van The Beatles 1962-1966 met daarop de nog jonge snaken, die je vanonder hun rare kapsels lachend aankeken. En aan de andere zijde de blauwe hoes van The Beatles 1967-1970, waarop diezelfde kerels poseerden in  dezelfde traphal, in dezelfde houdingen. Maar nu waren het mannen geworden, met baarden en lang haar. Fascinerend vond ik dat.

 

Achteraf bleek dat de vier uit Liverpool ook eenzelfde metamorfose hadden meegemaakt op muzikaal gebied. Van de simpele bleus pop van 'Love Me Do' over het barokke meesterwerken als 'Strawberry Fields Forever' en 'A Day In The Life' tot de terugkeer naar de wortels van 'Get Back'.

 

En dat allemaal in goed zeven jaar!

  

Een aarzelende start

 

John Lennon zelf markeerde Rubber Soul als het begin van de "zelfbewuste periode" en het einde van hun "kinderachtige periode". En van die plaat, uitgebracht in december 1965, selecteerde hij in zijn Playboy interview vijftien jaar later 'In My Life' als "mijn eerste belangrijke werkstuk. Tot dan was het allemaal gladjes - wegwerpspul. Dat was de eerste keer dat ik bewust mijn literaire kant in een tekst bracht."

 

De aanleiding was een journalist die hem, in 1964, vroeg hoe het kwam dat Lennon in zijn boeken met gedichten over zichzelf vertelde, terwijl zijn songs geen diepgang hadden. John zette zich dan aan het schrijven van een lang gedicht over zijn tienerjaren. "Het begon als een busrit van mijn huis aan 250 Menlove Ave naar de stad. Ik gaf een opsomming van alle plaatsen die ik me kon herinneren. Ik had Penny Lane (dit was lang voordat 'Penny Lane' werd geschreven), Strawberry Fields, Tram Sheds -Tram Sheds zijn  de depots net voorbij Penny Lane. "

 

There are places I'll remember

All my life though some have changed

Some forever but not for better

Some have gone and some remain

 

Penny Lane is one I’m missing

Up Church Rd to the Clock Tower

In the cicrle of the abbey

I have seen some happy hours

 

Past the tramsheds with no trams

On the 5’ bus into town

Past the Dutch and St Columbus

To the Docker’s Umbrella that they pulled down

  

"Ik zwoegde dagen en uren om een intelligente tekst te krijgen," verklaarde hij.

Toch belandde de tekst belande in de kast.

Een tweede kans

Het komt pas terug tevoorschijn, wanneer hij een jaar later wat oude teksten doorneemt voor de op handen zijnde sessies. Hij merkt dat het  oorspronkelijke gedicht "belachelijk" was. "Het was oervervelend. Het was zo een soort  we-zijn-op-vakantie-geweest-met-de-bus liedje. Het werkte gewoon niet."

 

Teleurgesteld geeft hij zich over aan zijn favoriete bezigheid: liggen niksen.

 

"Ik ging wat liggen en toen kwamen die regels vanzelf over plaatsen van vroeger."

Al doende werd de toon mijmerend. De namen van specifieke plaatsen kwamen te vervallen en in plaats daarvan kwam een meer universele aanpak. Het nummer ging nu over verlies - of zoals John het uitdrukte, een "herinnering aan vrienden en geliefden uit het verleden."

 

Zo onthulde Lennon's jeugdvriend Peter Shotton in zijn boek John Lennon - In My Life, dat de zanger hem toevertrouwde dat de regel "Some [friends] are dead and some are living/In my life I've loved them all" verwees naar Stuart Sutcliffe (een andere jeugdvriend die in 1962 was overleden) en naar Shotton zelf.

 

"Zeer weinig regels" uit de oorspronkelijke versie bleven bewaard.

 

Hij besluit dat hoewel veel uit het verleden is verloren gegaan, hij toch het gelukkigst is in het heden, bij zijn grote liefde.

  

Met een beetje hulp van een vriend

 

Zoals gebruikelijk werd Paul McCartney er dan bij gehaald. De twee voornaamste schrijvers van de groep kwamen regelmatig samen. Niet zozeer om samen een nummer te schrijven - dat gebeurde na de beginjaren steeds minder - maar eerder om mekaars werk bij te schaven.

 

Op dit punt lopen de versies uiteen en dat is merkwaardig.

 

John gaf in oktober 1980 tekst en uitleg bij een groot aantal Beatlesnummers. Paul deed dat zeventien jaar later in Many Years From Now, een biografie geschreven door zijn vriend Barry Miles.

 

Over alle nummers zijn ze het praktisch helemaal eens. Er zijn slechts twee nummers waarover ze van mening verschillen. Het ene is 'Eleanor Rigby' waarvan John beweerde dat hij een substantiële bijdrage heeft geleverd, terwijl zowel Paul als Peter Shotton, die hij het componeren aanwezig was, vertellen dat John en absoluut niets mee te maken had.

En het tweede nummer is dus 'In My Life'.

 

Volgens John was "de tekst helemaal af voor Paul hem hoorde. Pauls melodische bijdrage was de harmonie en de acht maten in het midden. "

Paul bevestigt dat John de tekst helemaal af had. "Maar," voegt hij er aan toe, "hij had geen melodie." Hij knutselde zelf, binnen een half uurtje, de muzikale structuur in elkaar.

"Ik liep naar de overloop, waar John een Mellotron (een primitief soort synthesizer) had staan. Ik ging zitten en stelde een melodie samen, op basis van Smokey Robinson and the Miracles. Liedjes zoals 'You Really Got a Hold on Me' en 'Tears of a Clown' waren zeker van invloed. Je refereert aan iets dat je goed vindt en je probeert in die geest iets nieuws te schrijven.

Ik meen dus dat ik de hele melodie heb geschreven. Het lijkt ook erg op mijn werk, als je het nagaat. Ik werkte zeker op basis van een tekst. De melodische structuur komt van mij!"

 

Verschillende analisten treden hem daarin bij. Ian MacDonald, in Revolution In The Head:  "de hoekige vertikaliteit van het nummer, die een octaaf beslaat met typische wijdse en moeilijke sprongen, geeft meer zijn stempel weer dan die van Lennon. Hoewel het perfect past bij zijn stem. En wat de acht maten in het midden betreft," voegt hij er aan toe, die zijn  er niet. Het nummer wisselt gewoon strofen af met een refrein."

  

In de studio

 

The Beatles namen 'In My Life' op 18 oktober 1965 op, in de Abbey Road studio in London. Ze hadden slechts drie pogingen nodig. Daarbij lieten ze een gat tussen twee strofen met de bedoeling dat later op te vullen.

 

Producer George Martin: “Het gebeurde wel meer dat we zo’n gat lieten, voor de solo. Soms vulde George het op, met een gitaarsolo en anders zochten we naar een ander geluid.“ Lennon vroeg producer George Martin om een pianosolo te schrijven: "speel het zoals Bach". 

 

Martin probeerde op 22 oktober het middenstuk eerst in te vullen met een solo op Hammond orgel. Hij doet dit voor the Beatles aankomen, zodat hij het geheel kan laten horen.

 

Hij is echter zelf niet tevreden over het resultaat en begint opnieuw, nu op piano. Hierbij laat hij de band op halve snelheid lopen, zodat bij het afspelen de snelheid wordt verdubbeld en er een clavecimbelachtige klank ontstaat.

  

Achteraf

 

Het zegt veel over de kwaliteiten van The Beatles dat ze prachtige nummers als dit niet nodig hadden om hun singles mee te vullen. Er sprong er zelfs in eerste instantie niet bovenuit op de Rubber Soul LP.

Maar toen het Britse muziektijdschrift Mojo enkele jaren geleden aan 's werelds grootste songschrijvers vroeg wat zij het beste nummer aller tijden vonden kwam 'In My Life' te voorschijn als absolute nummer 1.

  

In My Life

John lennon - Paul McCartney

 

There are places I'll remember

All my life, though some have changed

Some forever, not for better

Some have gone and some remain

All this places have their moments

With lovers and friends I still can recall

Some are dead and some are living

In my life, I've loved them all

 

But of all these friends and lovers

There is no one compares with you

And these memories lose their meaning

When I think of love as something new

Though I know I'll never lose affection

For people and things that went before

I know I'll often stop and think about them

In my life, I love you more

 

Though I know I'll never lose affection

For people and things that went before

I know I'll often stop and think about them

In my life, I love you more

In my life-- I love you more

Achteraf

   

The Beatles hebben het nummer één enkele keer live willen brengen. Dat was tijdens hun allerlaatste optreden, in het Candlestick Park in San Francisco, op 29 augustus 1966. Na ‘Long Tall Sally’, het gewone afsluitnummer, zetten ze ‘In My Life’ in. Maar ze merken als snel dat zelfs zij zoiets niet kunnen spelen zonder repeteren en ze houden dan ook al na enkele maten voor bekeken.

 

Moest het gelukt zijn dan zou er toch geen opname van bestaan. Hoewel niemand wist dat hun laatste openbare optreden zou zijn, voelden ze het zelf wel aan dat het wel eens gedaan zou kunnen zijn. Daarom gaf Paul vooraf de opdracht om een cassettebandje te laten meelopen. En de dertig minuten waren halverwege ‘Long Tall Sally’ vol.

 

Er bestaan wel illegale opnamen van de versie die George Harrison van ‘In My Life’ bracht tijdens zijn Noord Amerikaanse tournee van 2 november tot 20 december 1974. Dat was op het hoogtepunt van zijn religieuze periode. Hij vond het daarom nodig om de tekst wat aan te passen: “In my life, I love God more…”.

Hoewel het op American IV: The Man Comes Around net na 'My Personal Jesus' komt, verkiest John Cash de originele tekst van John Lennon. The Man in Black, gekomen aan het eind van zijn leven, voegt een maturiteit aan het nummer toe, die een zesentwintig jarige John er onmogelijk in kon stoppen.   

'In My Life' in The Antology van The Beatles

22-01-08

Een filmpje

Emmylou Harris en Daniel Lanois brengen twee nummers van haar cd Wrecking Ball. Is dit niet de mooiste muziek ter wereld?

15-01-08

Hallelujah - 1

Hallelujah

Sommigen zullen bij het lezen van deze titel spontaan uitbarsten in het jubelende koorwerk uit Handels Messias. The Roches hebben daar trouwens ooit een mooie versie van opgenomen. Maar ik wil het eigenlijk hebben over een gelijknamige song die bijna even klassiek te noemen is: die van Leonard Cohen.

Leonard Cohen werd in 1934 geboren in een joodse middenklassefamilie in Montreal, Canada. Hij studeerde letteren en debuteerde in 1956 met een dichtbundel. In 1963 volgde zijn eerste roman. Na zijn verhuis naar de Verenigde Staten in 1967, begon hij een tweede carrière als singer-songwriter, in het folkgenre. 'Suzanne' van zijn debuut-LP Songs of Leonard Cohen is meteen een veelgecoverde klassieker.
Zijn strenge uiterlijk, steeds keurig in een pak, zijn diepe stem en de onderwerpen van zijn songs (religie, eenzaamheid, seksualiteit en complexe intermenselijke relaties) bezorgen hem een weinig vrolijk imago.

 

Waarover gaat het?

Nochtans lijkt 'Hallelujah', in eerste instantie, een vrolijk nummer. We worden verleid om dit te denken door het steeds opnieuw herhalen van refrein: dat ene woordje 'Hallelujah'.

 

"Alleluia" was oorspronkelijk een Hebreewse uitroep ter ere van Jaweh: "Hallel Yahweh". Zoals wel meer Joodse gebruiken gebeurde, is de kreet overgenomen door de vroeg Christelijke kerk.  Doordat het veelvuldig terugkwam in de mis, is het gemeengoed geworden als een algemene uiting van vreugde.


'Hallelujah' verhaalt over de Bijbelse koning David, die psalmen zingt en op zoek is naar het geheime/heilige akkoord (secret / sacred ?). Maar hij vraagt zich af of God wel naar hem luistert. Dan ziet hij Bathsheba baden op het dak. Hij verleidt haar en keert zich daardoor af van God. Maar terwijl hij met haar vrijt, vernederd en vernield ze hem: ze knipt zijn haar, waardoor hij zijn troon verliest (net als Samson zijn kracht). Maar na zijn erotisch falen, komt hij terug voor God te staan. En uiteindelijk zingt hij Hem opnieuw lof toe.

Maar de spirituele metaforen verbergen ook een bitter liefdeslied. Het gaat over verleiding en seks, maar wanneer het fout is gegaan, ook over pijn, wanhoop, onmacht en eenzaamheid.

Leonard Cohen verbergt achter deze vreugdekreet twijfel over de liefde - romantisch of religieus.... Of is het een overgang van twijfel naar vertrouwen? Van verlossing: "the minbor fall / the major lift".  

 

Het origineel


Na zijn scheiding in 1979 maakte Leonard Cohen - toch al nooit een vrolijke jongen - een moeilijke periode door. Hij trok zich terug en bracht vijf jaar lang geen nieuw materiaal uit. Toen hij in 1984 terug keerde met Various Positions bleek dat hij zich had verdiept in religie.
Hoewel hij van huis uit Joods is, had hij veel gelezen over de Katholieke en Protestantse godsdienst. De plaat staat dan ook bol van de Bijbelse verwijzingen. Een van die nummers is 'Hallelujah', gedrenkt in een typische jaren tachtig productie van synthesizers.

Maar in 1984 bleek geen enkele Amerikaanse platenmaatschappij meer geïnteresseerd om Cohens platen uit te brengen. Dat gebeurde wel in Canada en Europa. Maar ook daar ging, behalve voor de trouwe fans, Various Positions quasi onopgemerkt voorbij.


Terug... langs een ommetje


Het is Jennifer Warnes die hem, twee jaar later, terug in de belangstelling brengt. De Amerikaanse heeft hem in de jaren zeventig begeleid als achtergrondzangeres tijdens diverse tournees en ook in de studio. Na diverse successen met songs voor films als An Officer And A Gentleman, Ragtime en Dirty Dancing, werkt ze gedurende vier maanden intens samen met de meester voor een hele LP met covers van zijn werk: Famous Blue Raincoat.
'Hallelujah' is daar niet bij.  


Een gesprekje tussen twee songschrijvers


Het was, merkwaardig genoeg, het positieve einde dat Bob Dylan aansprak. Hij bracht het nummer een paar keer tijdens zijn Never Ending Tour, in 1988.

De auteur vertelde dat jaar aan Adrian Deevoy van het Britse muziektijdschrift Q: "Het is een tamelijk vrolijk nummer. Ik hou vooral van de laatste regel. Ik herinner me dat ik het voor Bob Dylan zong, na een concert in Parijs. De volgende dag dronken we samen koffie.
Toen we dieper ingingen op de technische kant van het schrijven bleek dat we er totaal verschillende werkwijzen op na houden. Hij zei: "Ik hou erg van dat nummer van je: 'Hallelujah'." Hij citeerde zelfs die laatste regel. "And even though it all went wrong / I stand before the Lord of song / With nothing on my lips but Hallelujah".
Hij vroeg: 'Hoe lang deed je er over dat te schrijven?''
Ik zei: "Toch wel een jaar of twee.''
Hij was gechoqueerd: ''Twee jaar?!''
Toen hadden we het over een van zijn nummers: 'I and I' van Infidels. Ik vroeg: 'Hoe lang heb jij daar over gedaan?''
Hij antwoordde: ''Oh, 15 minuten.''
Ik viel bijna van mijn stoel - en Bob maar lachen."


Een nieuwe versie

Dankzij het succes van Jenifer Warnes, kwam er hernieuwde aandacht voor Loenard Cohen. Zodanig dat zijn volgende plaat, I'm Your Man, uit 1988, werd beschouwd als een come back. Daarbij hoorde ook een tournee. Maar de onvermijdelijke live-cd liet op zich wachten tot 1994. Waarschijnlijk had men zes jaar nodig om een gepaste titel te bedenken. Dat werd: Cohen Live.

Daarop staat een geheel ander versie van 'Hallelujah'. Enkel het refrein is intact gebleven. De tekst is veel meer expliciet seksueel en ook de muziek is lichtjes herwerkt. Maar het opvallendst is dat het einde, dat oorspronkelijk nog tamelijk optimistisch was nu ronduit pessimistisch is.

In de vernieuwde tekst is er geen sprake meer van een verlossende "Lord of Song". Volgens Cohen leidt liefde onvermijdelijk naar pijn. "And Love is not a victory march / It's a cold and it's a broken Hallelujah."


Twee keer John Cale


Begin jaren negentig vond het Franse muziektijdschrift Les Inrockuptibles dat het tijd werd om de grote man eer te bewijzen. Ze vroegen aan een aantal folk en indie rockers om elk een cover van 's mans nummers op te nemen. R.E.M koos voor 'First We Take Manhattan'. Zowel Robert Foster als Nick Cave coverden 'Tower of Song' - dat eerbetoon aan Hank Williams is blijkbaar erg populair Down Under.

John Cale, een van de pioniers van The Velvet Underground, koos voor 'Hallelujah'. In een interview, gepubliceerd in 2001, vertelde Cale: "Ik zag hem optreden in het Beacon Theatre en ik vroeg hem of ik de tekst kreeg van 'Hallelujah'. Toen ik op een avond thuiskwam lagen er overall rollen faxpapier. Leonard had er opgestaan me alle 15 verzen te bezorgen."

Cale moest dus zelf een keuze maken, waardoor zijn georchestreerde versie op de tribute-cd I'm You Fan: The Songs of Leonard Cohen By... een andere tekst laat horen.

Een jaar later (in 1992) kwam Cale met een veel soberder versie op zijn solo-live cd Fragments For A Rainy Season. Daarop brengt de Welshe rocker versies van zijn nummers, met enkel begeleiding van zijn piano of accasioneel akoestische gitaar. Hoogtepunten uit zijn carrière tussen Paris 1919 en Songs For Drella worden daarop soms helemaal in een nieuw licht geplaatst. Een prachtige, langzamere versie van 'Hallelujah' sluit de plaat waardig en majestueus af.


De doorbraak: Jeff Buckley


Het was deze live-versie die Jeff Buckley zo aangreep dat hij er prominente plaats voor vrijmaakte op zijn debuut-cd in 1994. Hij neemt de tekst van Cale over, maar brengt een kale, emotionele versie op gitaar. Alles aan de wijze waarop het is opgenomen, van de zucht aan het begin, het schuiven van de vingers over de fretten en het totale gebrek aan enig ander geluid geven het gevoel weer dat het om een hoogst persoonlijk moment gaat - als een gebed of een beschouwing - en dat Buckley de boodschap aan de luisteraar alleen wil overbrengen.

Er werden miljoenen exemplaren van Grace verkocht en toen de zanger, op 29 mei 1997, verdronk in de Mississippi, werd de plaat helemaal bestempeld als legendarisch. Voor velen werd dit de definitieve versie van 'Hallelujah' - ook al omdat de andere versies tot dan toe slechts door een beperkt publiek waren gehoord. Daarnaast had Jeff, net als zijn vader Tim Buckley, een fenomenaal stembereik. Iets wat niet kan worden gezegd van Leonard Cohen.
In dit nummer geeft hij zich dan ook helemaal, van gefluister tot geschreeuw.


Een tsunamie van covers


Het was de versie van Buckley die zo velen er toe aanzette om het nummer ook zelf te brengen. Volgens mensen die zoiets bijhouden bestaan er meer dan veertig covers van, waarvan enkele zelfs in het Deens, het Welsh en zelfs een Spaanstalige flamencoversie. In de lage landen hebben zowel Bettie Serveert als K's Choice het nummer naar hun hand gezet.

Zo bracht Gert Bettens, tijdens optredens van K's Choice, aan het einde van de jaren negentig, een hele mooie versie. Aan het einde kwam zus Sarah er dan bij om hun eigen 'Elegia' er naadloos aan te breien. Heel mooi!


Ook heel mooi is de versie die k.d. lang in 2004 bracht op haar gospelplaat Hymns of the 49th Parallel.

De jonge Britse folk zangeres Kathryn Williams, kondigde het nummer ooit aan met de woorden: "Ik zou het heel, heel, heel erg graag eens doen met Leonard Cohen... maar ik vrees dat zijn hart het niet aan zou kunnen."

En in 'Delicate', het openingsnummer van zijn debuut-cd O, vraagt Damien Rice "...why'd ya sing 'hallelujah', if it means nothing to ya/why'd ya sing with me at all?..." een duidelijke verwijzing naar Buckley's versie.


Als soundtrack

Je komt het nummer van de Canadese bard tegen op de meest onverwachte plaatsen. Filmmakers gebruiken het nummer graag wanneer er iets dramatisch gebeurd: een sterfgeval of toch minstens een emotionele tegenslag.
Op het internet zijn opsommingen te vinden van vele (vooral Amerikaanse) feuilletons of uitzendingen terug te vinden waarin een of andere versie van 'Hallelujah' is gebruikt.

 

Het meest bekend is de Shrek. In 2001 was het John Cales versie die opdook in de animatiefilm, op het ogenblik dat de sympathieke groene reus, eenzaam en alleen terugkeert naar zijn moeras. Ontroering gegarandeerd!


Omdat Cale echter niet onder contract stond bij DreamWorks SKG, kon zijn versie niet op de soundtrack-cd worden uitgebracht. Rufus Wainwright, de zoon van Loudon Wainwright III (een generatiegenoot van Cohen) had echter pas bij het platenlabel getekend. Een beetje promotie is nooit weg.
En dus siert de enigszins bombastische versie van Rufus de soundtrack-cd van Shrek, in plaats van Cales sobere versie.

De versie van Cale is verder ook nog te horen op de soundtracks van de films Basquiat (1996) en Scrubs (2002).


De slechtste versie


Eens Cohen terug "in" was, konden de grote namen uit de kast worden gehaald voor een tweede tribute-cd. In 1995 liepen Elton John, Sting, Billy Joel en Peter Gabriel elkaar voor de voeten om eer te bewijzen aan de Canadees. Met wisselend succes overigens. Bono bracht, met overdreven ernst, 'Hallelujah' tegen een achtergrond van elektronische geluiden. Het serieus van de zanger van U2 is haast beledigend: hij declameert de tekst alsof hij God zelf is.


De tribute cd was overigens een idée van Cohen's manager, Kelley Lynch. In het lijstje ontbreekt Phil Collins. Hij was wel gevraagd, maar had bedankt voor de eer.
Verbaasd stuurde Cohen hem zelf een fax: "Zou Beethoven een uitnodiging van Mozart weigeren?"
Collins faxte terug: "Nee, behalve als Beethoven net op een wereldtournee was."
Cohen had er begrip voor: "Het is nogal moeilijk om over iemand anders belachelijke songs te moeten denken als je zelfs niet in een studio bent."


De tekst:


Dit zijn de strofen, voor de verschillende versies:
Cohen 1. - oorspronkelijke versie uit 1984
Cohen 2. - nieuwe live versie uit 1988
Cale - John Cale versie uit 1991 - overgenomen door Jeff Buckley


Cohen 1.1 - Cale 1

I heard there was a secret chord
that David played and it pleased the Lord,
But you don't really care for music do you.
It goes like this the fourth the fifth,             
the minor fall and the major lift
The baffled king composing hallelujah
Halleluja, Halleluja, Halleluja, Halleluja


Cohen 1.2 - Cale 2

Your faith was strong but you needed proof
You saw her bathing on the roof
Her beauty and the moonlight overthrew her          
She tied you to a kitchen chair
She broke your throne, and she cut your hair
And from your lips she drew the Hallelujah
Hallelujah, Hallelujah, Hallelujah, Hallelujah

Cohen 1.3

You say I took the name in vain
I don't even know the name
But if I did, well really, what's it to you?
There's a blaze of light in every word
It doesn't matter which you heard                   
The holy or the broken Hallelujah
Hallelujah, Hallelujah, Hallelujah, Hallelujah

Cale 3 - Cohen 2.1

Baby I've been here before.
I know this room I've walked this floor.
I used to live alone before I knew you.
I've seen your flag on the marble arch
but love is not a victory march
It's a cold and it's a broken Hallelujah
Hallelujah, Hallelujah, Hallelujah, Hallelujah

Cale 4 - Cohen 2.2

There was a time you let me know
whats really going on below
but now you never show it to me do you?
I remember when I moved in you                      
and the holy dove was moving too
and every breath we drew was Hallelujah
Hallelujah, Hallelujah, Hallelujah, Hallelujah

Cale 5 - Cohen 2.3

Now maybe there's a god above
but all I ever learned from love
is how to shoot at someone who outdrew you
And it's no complaint you hear tonight
and it's not some pilgrim who's seen the light
it's a cold and it's a lonely Hallelujah
Hallelujah, Hallelujah, Hallelujah, Hallelujah

Cohen 2.4
I did my best it wasn't much.
I couldn't feel so I learned to touch.
I've told the truth, I didn't come to fool you.
And even though it all went wrong
I'll stand before the Lord of Song
with nothing on my tongue but Hallelujah
Hallelujah, Hallelujah, Hallelujah, Hallelujah

Hallelujah - 2

Leonard Cohen

John Cale

 

Jeff Buckley

09-01-08

Wild Horses - 2

'Wild horses couldn't drag me away'

Toen Mick Jagger op 8 juli 1969 ontwaakte in een hotelkamer in Sydney, lag zijn vriendin, Marianne Faithfull nog vast te slapen. Ze waren pas de vorige dag in Australië gearriveerd, om er samen te gaan acteren in een film over een struikrover: Ned Kelly. Het duurde even voor Mick het flesje Tuinals opmerkte. Met een schok realiseerde hij zich dat het helemaal leeg was. Marianne had zo'n 150 pillen geslikt en was in coma geraakt.

Later zou ze uitleggen dat Brian Jones, die eerder die week was verdronken in zijn zwembad, haar had aangemoedigd om de pillen te nemen.

In haar autobiografie verklaarde ze: "Hij was opgestaan uit de doden, wist niet waar hij was en besloot mij te roepen." Ze hadden samen gewandeld door een landschap, verklaarde ze. Een landschap dat erg leek op de hel, zoals die is afgebeeld op een ets van Albrecht Dürer. Bij een klif aangekomen had Jones voorgesteld om samen te springen. Zij had geweigerd, maar hij deed het wel. Waarna ze zich plots in een luchthaven bevond.

Wanneer ze na zes dagen ontwaakte in het ziekenhuis, was het eerste wat ze zag het bezorgde gezicht van Mick. Ze stelde hem gerust met de woorden: "Wild horses couldn't drag me away."

Volgens de overlevering gebruikte Mick Jagger die zin als basis voor het meeslepende Stonesnummer 'Wild Horses'.

Later merkte Faithfull dan ook fijntjes op, "Mijn trauma's en mijn ongeluk werden door Jagger tot briljante nummers verwerkt." Zo hadden ze eerder ook al samen 'Sister Morphine' geschreven, over haar drugsverslaving, die was verergerd sinds ze in oktober van het vorige jaarbij een miskraam op zeven maanden hun dochtertje Corrine hadden verloren.

Toch wordt door Jagger zelf ontkend dat de overdosis van zijn vriendin iets met het lied heeft te maken. In het boekje bij de verzamelaar Jump Back: The Best of The Rolling Stones, uit 1993, schrijft hij bij 'Wild Horses': "Iedereen zegt altijd dat dit over Marianne ging, maar volgens mij is dat niet zo; we waren lang niet meer samen toen."

Dat ze uit elkaar waren toen het nummer werd geschreven is niet helemaal waar, want Mick en Marianne bleven nog bijna een jaar samen, na haar wanhoopsdaad. Het ging wel steeds slechter met haar, zodanig zelfs dat ze ooit tijdens een poepchic diner bij de Earl of Warwick, in slaap viel, met haar hoofd in de soep.


Keith's versie van de feiten

Medeauteur Keith Richards heeft een andere uitleg over het nummer. Zijn vrouw, Anita Pallenberg, was op 10 augustus 1969 bevallen van hun eerste kind: Marlon. Amper twee maanden later vertrokken The Rolling Stones voor een grote Amerikaanse tournee. Begrijpelijkerwijs liet de gitarist zijn vrouw en zoontje niet graag voor zo lange tijd achter.

Dat zou de ware kern van het nummer zijn. In 1993 verklaarde Keith: "Als er een standaardmanier is waarop Mick en ik samenwerken dat is het deze. Ik had de rif en de strofe, Mick kwam met de strofen. Net als bij 'Satisfaction'. 'Wild Horses' ging over de gewone klacht van niet te willen vertrekken, om te belanden op een miljoen mijl van waar je wilt zijn."

En in 1971: "Het had te maken met de geboorte van Marlon. Ik wist dat we naar Amerika moesten en ik terug aan het werk moest - van mijn luie kont. Ik wou niet weg. Het was een moeilijke tijd - het kind was pas twee maanden oud - en je gaat weg. Miljoenen mensen doen het, maar toch..."

Dit werd twee jaar later door Mick bevestigd: "De melodie was van hem. En hij schreef de regel over de wilde paarden, maar de rest komt van mij. Ik hou van dat nummer - pure pop. Neem dat cliché over die wilde paarden -afschuwelijk toch? - maar het werkt zonder dat het klinkt als een cliché!"

Niks met Marianne te maken, dus.

Of toch?
In een interview dat Keith gaf, in de periode dat het nummer werd opgenomen, legde Keith uit: "Ik schreef dat nummer omdat ik het thuis goed had bij mijn vrouwtje. Het was een soort liefdesliedje. Ik had die regel over de wilde paarden die me niet mee konden sleuren, en ik gaf het aan Mick. En Marianne was net weggelopen met een kerel en hij veranderde alles. Maar het is nog altijd prachtig."


De opname

De Amerikaanse tournee van The Rolling Stones is een groot succes. De nieuwe gitarist, Mick Taylor, blijkt een waardige vervanger voor Brian Jones. De band wil de tournee afsluiten met een verrassingsoptreden in San Francisco. Dat zal worden gefilmd door de gebroeders Aysles. Wanneer Mick - waarschijnlijk om veel volk te lokken - het optreden toch aankondigt tijdens een persconferentie, blijkt dat er geen vergunning is aangevraagd. Er moet een andere locatie worden gezocht. Uiteindelijk valt de keuze op een racecircuit in Altamont in Californië. Het festival zal doorgaan op 6 december.

Daardoor heeft de band enkele vrije dagen over. Om die tijd nuttig te gebruiken wordt besloten om wat nieuwe songs op te nemen. Ze zijn ook volop aan het onderhandelen met het Amerikaanse platenlabel Atlantic Records, dat hun platen zal verdelen in Amerika. Om de opnamen te maken hebben ze een onafhankelijke studio nodig, waar ze geen werkvergunning moeten voorleggen. Jerry Wexler stelt de Muscle Shoals Sound voor in Alabama.


Muscle Shoals Sound Studio

Die studio, in de buurt van Sheffield, in het diepe zuiden is onlangs geopend door vier muzikanten. Gitarist Jimmy Johnson, bassist David Hood, toetsenist Barry Beckett en drummer Roger Hawkins werkten als studiomuzikanten in de FAME (Florence Alabama Music Enterprises) Studios van Rick Hall. Ze waren er bekend als de Muscle Shoals Rhythm Section (of nog "the Swampers," zoals ze worden bezongen in 'Sweet Home Alabama' van Lynyrd Skynyrd).

Tussen 1961 en 1966 werden in FAME tientalle hits opgenomen door soulmuzikanten als Wilson Pickett, Percy Sledge, the Tams, Arthur Conley, Joe Tex, Jimmy Hughes en James & Bobby Purify. Maar het hek was helemaal van de dam toen producer Jerry Wexler langskwam en met Aretha Franklin grootse dingen deed voor het platenlabel Atlantic.

De uitbater van de studio, Rick Hall zag niet graag dat anderen het grote geld verdienen en wou een eigen label beginnen, te verdelen via Columbia. Hij bood de muzikanten een vast loon, in ruil voor exclusiviteit. Die konden echter elders meer verdienen en besloten voor zichzelf te beginnen.

Ze vonden een oude mandenfabriek die te koop stond. Die werd eerder al gebruikt om country en gospeldemo's op te nemen. Maar die opnameapparatuur was verouderd. Jerry Wexler van Atlantic - hij weer - wou hen wel $20 000 voorschieten in ruil voor een distributiedeal. Hun eerste klant was Cher die er haar LP 3614 Jackson Highway opneemt - genoemd naar het adres van de studio.

R.B. Greaves, die net 'Take a Letter Maria' had uitgebracht, was er overdag aan het opnemen, toen het telefoontje kwam om de studio tussen 2 en 4 december 's nachts vrij te houden voor de Britten.

Producer Jimmy Miller zou komen overvliegen, maar die daagde nooit op. Dus belande Jimmy Johnson achter de knoppen. Hij had al al eerder gedaan, voor hits als 'Sweet Soul Music' en 'When a Man Loves a Woman'.

"Ze hadden geen riffs of teksten klaar toenen ze aankwamen," beweert Johnson. "Ze hadden alleen wat titels van nummers, voor zover ik weet. En die kwamen van Jagger en Richards. De gitaarakkoorden werden daar ter plekke bedacht. Van zodra ze begonnen barste de hel los - drie uur lang - als vuurwerk. Zo na een uur of drie, vier kwam Keith gewoonlijk met een grootse rock gitaarriff, zoals 'Brown Sugar.' Als ik voelde dat het begon te klikken, zette ik de band aan.
Niemand zei me iets en ik vroeg ook niets. Iedereen die sessies speelt weet dat je maar één kans krijgt en dan is het voorbij. En als die kerels eens bezig waren, liep het als een trein. De boel stond te beven."

Volgens Barry Beckett was dat laatste zelfs letterlijk het geval. Hij zat op de trappen buiten en voelde het gebouw trillen.

The Rolling Stones namen drie nummers op: 'Brown Sugar', een cover van 'You Gotta Move' van 'Mississippi' Fred McDowell en tenslotte 'Wild Horses'.

Keith bevestigd dat het nummer nog niet helemaal af was toen ze besloten het op te nemen. "We herschreven het refrein in het toilet van de Muscle Shoals opnamestudio," vertelde hij in 1971, "omdat het niet goed zat."

De opname gebeurde volledig live, inclusief de zang van Mick Jagger. De specifieke gitaarklank lijkt van een 12-snarige gitaar te komen, maar Mick Taylor vertelde in 1979: "Ik speelde op een akoestische Gibson van Keith, in wat ze noemen een Nashville tuning. De gitaar is precies zo gestemd als gewoonlijk, maar je gebruikt alleen eerste en tweede snaren en je stemt ze in octaven. Een beetje alsof je een 12-snarige gitaar bespeelt, maar zonder de zes andere snaren. Zo kun je het best omschrijven."

Voor wie in zulke dingen is geïnteresseerd, Jimmy Johnson gaf in juli 2001 meer details over de gebruikte instrumenten, in een interview voor het tijdschrift Tape Op. "[Keith] speelde een Gibson, maar geen Les Paul. Een SG! Ik denk dat het een SG was, een zwarte.... En weet je waar Bill Wyman mee aan kwam? Herrinner je je die massieve plexiglas bassen die toen opkwamen? Een Dan Armstrong... Charlie Watts was zo onder de indruk van het drumgeluid dat hij aanbood om de microfoons te kopen. Daar kon ik natuurlijk niet op ingaan."

Hoewel Ian Stewart, de vaste pianist van de band, bij de andere nummers had meegespeeld, weigerde hij piano te spelen op 'Wild Horses'. Hij haatte de mineurakkoorden van de intro.

Toevallig was Jim Dickinson, vanuit Memphis overgekomen om de jongens aan het werk te zien. "Hij stond hij ergens vanachter, achter de gitaarversterkers," vertelt Johnson. "Ken je het stukje bij 'Kodachrome' van Paul Simon, waar het tempo versneld en de piano uit de bol gaat? Dat was onze tack piano, een oude rechtopstaande piano, die we hadden omgebouwd zodat ie klonk als een honky tonk. Bon, [tijdens de repetities] stond Jim daar dus, een beetje te tinkelen, wat te improviseren op hun groove. Plots kwam Keith kijken wie daar bezig was en riep: 'Hey, jij moet dat spelen!'"

Dickinson werd later producer van Aretha Franklin, Big Star en The Replacements. Ook werkt hij veel samen met Ry Cooder, vooral voor filmmuziek. (Nietwaar, Martin? ;-))


Gram Parsons

Na afloop van deze sessies vlogen ze naar Altamont voor het gratis festival dat ze er op 6 december gaven. Zoals te zien is in de film Gimme Shelter, werd het festival ontsiert door het buitensporig geweld dat de Hells Angels, die waren ingehuurd om de orde te handhaven, gebruikten tegen de hippies.

Naast Santana, Jefferson Airplane, Crosby, Stills, Nash and Young stonden ook de Flying Burrito Brothers op het programma. De leider van die laatste groep was Gram Parsons.

Met zijn ' Cosmic American Music' probeerde hij een een rockpubliek warm te maken voor countrymuziek. Met een combinatie tussen beide muziekstromingen blies hij de country, de muziek van de blanke Amerikaan, een ferme wolk peper in de kont. Na met The Byrds het baanbrekende Sweetheart of the Rodeo (1968) te hebben gemaakt, kwam hij, een jaar later, samen met Chris Hillman als The Flying Burrito Brothers met The Gilded Palace of Sin.

Keith Richards had Gram voor het eerst ontmoet in 1968 toen die met The Byrds op tournee was in Europa. De twee raakten goed bevriend en Parsons stapte zelfs uit de groep om in het gezelschap van de Stone te kunnen blijven. Keith, die altijd al geïnteresseerd was geweest in country, zag nu de kans om veel te leren van iemand die er alles van wist.

De twee ontmoeten elkaar opnieuw later dat jaar, toen de Stones twee maanden in Los Angeles waren voor het mixen van de Beggar's Banquet. Jagger gaf later toe dat Gram Parsons "een van de weinigen is die me echt hielpen om country te zingen. Voorheen kopieerden Keith en ik gewoon de platen." Vanaf Let It Bleed is zijn invloed goed merkbaar op de platen van de Britse groep.

Tijdens het festival, of kort daarna, gaven The Stones een kopie van hun 'Wild Horses' aan Parsons. Het was de bedoeling dat Sneaky Pete Kleinow er steel gitaar aan toe zou kunnen voegen. Toen Gram het nummer hoorde was hij danig onder de indruk. Hij smeekte hen of hij het mocht coveren. Hij claimde later herhaaldelijk dat Jagger en Richards 'Wild Horses' speciaal voor hem hadden geschreven en zelfs dat hij het nummer had geïnspireerd.

Gram Parsons kreeg de toestemming en zijn versie is het onbetwiste hoogtepunt van de tweede plaat van de Flying Burrito Brothers. De plaat werd geproducet door... Jim Dickinson.
Burrito Deluxe werd in april 1970 uitgebracht. Parsons was toen al uit de groep gestapt, om een solo carrière te beginnen.

De vijf platen die hij tussen 1968 en 1972 maakte zijn mijlpalen die een lichtend voorbeeld vormen voor zowat alle latere americana - en alt.country-artiesten, van de prille R.E.M. en The Jayhawks over Steve Earle en Dwight Yokam tot Lucinda Williams en Ryan Adams


Sticky Fingers

Toen duidelijk werd dat Sneaky Pete geen bijdrage zou leveren aan 'Wild Horses', voegde Keith Richards zelf de elektrische gitaarsolo toe aan het nummer, tijdens de mix- en overdubsessies voor de live plaat Get Yer Ya-Ya's Out!. Deze vinden plaats in februari 1970, in de Olympic Sound Studios in Londen.

Toch zou het nog meer dan een jaar duren eer de versie van The Rolling Stones zou worden uitgebracht. Na het aflopen van het contract met Decca/London had de band gehoopt eindelijk zelf te kunnen bepalen wat ze uitbrachten en hoe. Maar net toen ontdekten ze dat hun manager Allen Klein hen, zonder dat ze het in de gaten hadden, de rechten van al hun nummers had ontfutseld. Alles van 'Come On' uit 1963 tot en met de live LP Get Yer Ya-Ya's Out! in 1970 was in handen van Klein en zijn firma ABKCO Records. Vandaar dat zowel 'Brown Sugar' als 'Wild Horses' terug te vinden zijn op de singles compilatie The London Years.

Met een opvallende hoes, ontworpen door Andy Warhol, was Sticky Fingers, in april 1971, de eerste LP op het Rolling Stones label (verdeeld door WEA Music). Na 'Brown Sugar' werd, in juni van dat jaar 'Wild Horses' als tweede single uit de plaat uitgebracht, zij het enkel in de Verenigde Staten. Het haalde net de top 30. Toch bleef het nummer populair tijdens de live shows van de groep en in 1995 bracht de band een akoestische versie op hun Unplugged album Stripped.


Wild Horses

Childhood living is easy to do
The things you wanted I bought them for you
Graceless lady, you know who I am
You know I can't let you slide through my hands

Wild horses couldn't drag me away
Wild, wild horses couldn't drag me away

I watched you suffer a dull aching pain
Now you decided to show me the same
No sweeping exits or offstage lines
Could make me feel bitter or treat you unkind

I know I dreamed you a sin and a lie
I have my freedom but I don't have much time
Faith has been broken, tears must be cried
Let's do some living after we die

Wild horses couldn't drag me away
Wild, wild horses, we'll ride them someday

Mick Jagger, in 1993: "Er zitten best wel veel emoties in dit nummer. Het is erg persoonlijk, beeldend en droevig. Het klinkt nu allemaal wat somber, maar het was toen ook een speciale tijd."

Wild Horses - 3

The Flying Burrito Brothers

05-01-08

Harder, harder!

In dit filmpje wordt in twee minuten uitgelegd hoe het komt dat sommige cd's tegenwoordig zo hard klinken. Dit systeem van digitaal masteren wordt helaas vaak toegepast op veel "remasters". De recente verzamelaar van Led Zeppelin is er een mooi voorbeeld van. Vergelijk de klank maar eens met je oude cd's.
In deze video van Matt Mayfield wordt de intro van "Figure Of Eight" van Paul McCartney als voorbeeld gebruikt.
Vergeet niet het geluid aan te zetten.

03-01-08

Dark End Of The Street

'The Dark End Of The Street' werd in geschreven in 1966 door de onvolprezen Dan Penn, samen met Chip Moman. De twee waren aan het kaarten en het ging er niet al te eerlijk aan toe. Na afloop wilden ze een nummer schrijven over bedriegen. Binnen een half uurtje waren ze klaar.
Tijdens dit filmpje hoor je de originele versie van James Carr. Het nummer werd nadien ook nog gecoverd door onder andere The Flying Burrito Brothers, Richard and Linda Thompson, Ry Cooder, Eva Cassidy en Elvis Costello. Mensen met smaak, dus.
Maar de versie van James Carr blijft onovertroffen.
Er is niets te zien in dit filmpje, maar dat hoeft ook niet. Laat de muziek maar voor zich spreken.  
Het nummer stond op mijn lijstje van favoriete plaatjes en zou hier zeker een uitgebreide toelichting hebben gekregen. Maar bij mijn kerstcadeautjes vond ik ook het zeer interessante en mooi vormgegeven boek: Het plaatsjesboek. De Nederlandse journalist en radiomaker (Twee Meter Sessies) Leo Blokhuis wijdt hierin een heel hoofdstuk aan het nummer. 
Een absolute aanrader, net als trouwens zijn voorganger: Grijsgedraaid.