24-02-08

Bob Dylan - Slow Train Coming

Slow Train Coming

bob_dylan_slow_train_coming


De bekering

In de herfst van 1978 begon een nieuwe bladzijde in het leven en de carrière van de man die werd geboren als Robert Zimmerman. Eén die zelfs nog meer controversieel zou blijken dan toen hij "elektrisch" begon te spelen. Toen, had hij zich doelbewust afgekeerd van een groot stuk van zijn volgelingen. Nu, dertien jaar later, werd hij zelf een volgeling. Bob Dylan werd een born-again Christian.  

Zoals hij het later vertelde, bleek een klein voorval de aanleiding. Het gebeurde in San Diego, op 16 november 1978, tijdens één van de laatste optredens van zijn wereldtournee.
"Tegen het einde van de show, wist er iemand in het publiek dat ik me niet goed voelde. Ik denk dat ze het konden zien. En ze wierpen een klein zilveren kruis op het podium. Nu raap ik zelden iets op wat ze naar me gooien... Maar ik zag het liggen en ik raapte het op. Ik stopte het in mijn zak.
In de volgende stad, ergens in Arizona... voelde ik me zelfs nog slechter dan in San Diego. Ik voelde: vanavond heb ik iets nodig. Ik had geen idee wat. Ik had van alles geprobeerd. Ik wist dat ik iets anders nodig had. Iets wat ik nog niet had geprobeerd. En toen voelde ik dat kruis in mijn zak."

Er ging een schok door hem heen. Hij had zijn redding gevonden.

"Er was een aanwezigheid in de kamer die niemand anders kon geweest zijn dan Jezus.  Jesus legde zijn hand op mij. Ik was echt herboren, als je het zo wilt noemen... Het was een fysieke gebeurtenis. Ik voelde het overal. Mijn hele lichaam beefde."

Een week later, tijdens het optreden in Fort Worth droeg hij een ijzeren kruis om zijn nek. En twee dagen later,  veranderde hij tijdens het concert in Houston de regels over de Italiaanse dichter uit de 15de eeuw in 'Tangled Up in Blue':

She opened up the Bible
And she started it quoting it to me,
Gospel according to Matthew,
Verse 3, Chapter 33.

Hij bleek nog niet erg bijbelvast. Ofwel was de verwijzing een plotse ingeving, want die regels bestaan zelfs niet eens!

Op 2 december werd tijdens de soundcheck in Nashville een vroege versie van 'Slow Train' geprobeerd en tijdens de laatste show, in het Miami Sportatorium in Hollywood een vroege versie van 'Do Right To Me Baby (Do Unto Others)'. Beide nummers hadden wel nog een geheel andere tekst dan de latere plaatversies.


Achteraf bekeken was die bekering geen losstaand feit.

Bob Dylan had de afgelopen twee jaar heel wat te verwerken gehad. Er was die langdurige en pijnlijke scheiding, gevolgd door een uitputtende wereldtournee.

Bovendien leek de Amerikaanse pers collectief te hebben besloten dat de tijd aangebroken was om hem van zijn voetstuk te stoten. Eerst schreven ze zijn film, Renaldo And Clara de vernieling in. Daarna werden zowel de studioplaat Street Legal als de live-LP At Budokan met de grond gelijk gemaakt. En op Amerikaanse luik van de tournee werd geschokt gereageerd. De nieuwe arrangementen werden afgedaan als Las Vegas entertainment.
Een groot contrast met de lovende manier waarop zowel de platen als de optredens in Europa waren ontvangen.

In die trieste tijd, toen hij iets of iemand nodig had om overeind te blijven, was de zanger omringd door Christenmensen. Natuurlijk hadden de zwarte zangeressen allemaal een gospelachtergrond. En T-Bone Burnette had zowel een aantal van de bandleden van de Rolling Thunder Revue geïntroduceerd bij de Vineyard Fellowship. Dat was een kleine maar groeiende evangelische gemeente in de San Francisco Valley. De voorganger Kenn Gulliksen was zelf ook nogal rock 'n' roll. Hij was zelf ook zanger geweest en droeg vaak de mis op in korte broek. Volgens Mansfield draaide "een groot stuk van de fellowship van die kerk om muziek."
“T-Bone was al eerste daar geweest,” bevestigd David Mansfield. “Steven [Soles]was hem gevolgd. En toen kwam ik. T-Bone kan overtuigend zijn! Maar er was sowieso iets an het gebeuren. We gingen allemaal naar dezelfde kerk en Bob was er ook.  Wij speelden in de band en hij stond achteraan – incognito.”

Het is dan ook twijfelachtig of de bekering echt zo'n Damascusachtige flits is geweest.

"Het was eerder een kettingreactie van dingen," meent Helena Springs. "Ik denk dat het te maken had met persoonlijke dingen. Hij had problemen en hij belde me. Hij stelde me vragen die niemand kan beantwoorden. Ik vroeg hem, 'Bid jij ooit?' Hij antwoordde 'Bidden?'. Ik vroeg: 'Doe jij dat nooit? Als ik problemen heb, dan bid ik.'"


Terug naar school

Nadat de tournee afgelopen was keerde Bob Dylan terug naar Los Angeles, met zijn vriendin Mary Alice Artes. De zangeres en actrice was een tijdje van haar geloof afgedwaald, maar was onlangs 'gered'. Ze had zich, net als de  andere muzikanten, aangesloten bij de Vineyard Fellowship.

Op een zondag in januari 1979 vroeg Mary Alice aan de voorganger om thuis met haar vriend te komen praten. Die stuurde twee mensen: Larry Myers en Paul Esmond. Tot hun verwondering bleek de vriend Bob Dylan te zijn.
"We ontmoeten er een man die zeer geïnteresseerd was wat de Bijbel te vertellen heeft over Jesus Christus," vertelt Myers. "Ik probeerde zo goed mogelijk alles te overlopen, vanaf Genesis, door het Ouder Testament tot aan de Onthullingen. Ik trachtte de historische  figuur te plaatsen. Het was een hoogstaand gesprek met iemand die de Bijbel echt wou begrijpen. Het was nooit mijn bedoeling hem te overtuigen van wat dan ook, of hem te manipuleren of onder druk te zetten. Volgens mij sprak God door Zijn Woord, de Bijbel tot een man die al jaren zoekende was."

"Hij wou meer uitleg," bevestigt Helena Springs. "Hij weet altijd graag alles. Hij is altijd op zoek naar de waarheid, overal waar hij die kan vinden. Het was alsof hij het Christendom onderzocht. Het was niet dat hij stopte met Jood-zijn. Hij leerde bidden en wanneer hij alles geleerd had wat er te leren viel, ging hij weer verder met iets anders."

De priesters adviseerden hem aan een cursus te volgen bij de Vineyard School of Discipleship. De lessen werden er gegeven vier dagen per week, gedurende drie maanden.
"Mijn eerste reactie was: daar heb ik geen tijd voor!" vertelde Dylan in 1980. "Ik moet binnenkort terug op tournee. Maar op een ochtend werd ik om zeven uur wakker. Ik kleedde me aan en reed naar de Bijbelsschool." Hij schrijft zich in voor de lessenreeks, samen met Mary Alice.

Al na een paar weken laat zij zich dopen in een zwembad. Bob woonde de plechtigheid bij.
Korte tijd later liet hij zich ook dopen, waarschijnlijk in de oceaan. Hoewel hij niet hield van de term werd hij daardoor een "born-again Christian".
"Bob sloot, alleen en in afzondering, Christus in zijn hart," aldus de predikant. "Hij kwam tot het geloof dat Jesus Christus de echte Messias is."

 

De Apocalyps staat voor de deur

Door zijn Bijbelklas kwam Dylan in contact met het gedachtegoed van Hal Lindsey. De Christelijk schrijver uit Texas had in 1970 The Late Great Planet Earth gepubliceerd. In dat boek (in het Nederlands vertaald als De planeet die aarde heette) kondigde hij het nakende einde der tijden aan.

Lindsey baseerde zijn theorie op het laatste bijbelboek, de Openbaring van Johannes. Daarin wordt het scenario voor de Eindtijd uit de doeken gedaan. Armageddon wordt, volgens Johannes, gekenmerkt door natuurrampen zoals overstromingen en aardbevingen, epidemieën. Daarnaast zouden er 'valse profeten' zijn, die men geloof zou schenken en de aarde zou dan worden geteisterd door sociale en politieke chaos tot en met oorlogen.

Volgens Lindsey's interpretatie kwamen de voorspellingen overeen met de historische feiten van de 20ste eeuw, beginnend bij de stichting van de staat Israel, het thuisland van de Joden. Daarom, zo berekende hij, zou het Laatste Oorddeel "hoogstwaarschijnlijk" plaatsvinden in de jaren zeventig of -  op zijn laatst - de jaren tachtig.

Dat Dylan helemaal overtuigd was van deze theorie blijkt uit hetgeen hij vertelde tijdens een optreden in de herfst van 1979. "Weet je, we leven in de laatste dagen... De geschriften zeggen "In de laatste dagen komen vreselijke tijden.... Kijk naar het Midden Oosten. We steven recht op een oorlog af... Ik zei jullie 'The Times They Are A-Changin' en dat was ook zo. Ik zei dat het antwoord was 'Blowin' in the Wind' en dat was ook zo. Ik zeg jullie nu dat Jesus op komst is, en dat is ook zo! En er is geen andere kans op  redding...Jesus komt terug om zijn 1000 jarig rijk te vestigen in Jerusalem."

In 1985 ging hij er dieper op in: "Wat ik in die Bijbelschool leerde was...gewoon hetzelfde als waarin ik altijd al had geloofd. Maar ik had het niet eerder onder woorden kunnen brengen...  Mensen die geloven in de komst van de Messias leven in het nu. Alsof Hij er is. Dat is hoe ik het zie. Ik weet wel dat er mensen zijn die denken: wat een onzin. Maar het staat er allemaal zwart op wit. Zowel letterlijk als tussen de regelsIk hoef mezelf niet te verdedigen. De geschriften bewijzen het."

 

Nieuwe songs

Die theorie vormt dan ook het uitgangspunt voor zowat alle songs die Dylan in deze periode schreef. Maar, volgens een interview uit 1984, schrok hij zelf van zijn songs. Aan Bono, de zanger van U2, vertelde hij toen: "Ik schreef die songs [voor Slow Train]. Ik had het zo niet gepland, maar ik schreef ze toch. Ik schreef ze zelfs niet graag. Ik wou ze niet schrijven. Ik dacht... Ik was niet van plan om songs te schrijven. Maar toen ik er een aantal had, dacht ik, 'ik wil die niet zingen.' Dus vroeg ik een vriendin of zij ze wou zingen."

"Het was een van mijn zangeressen, Carolyn Dennis heet ze. Ik gaf haar die nummers en zij nam ze op. Ik wou er zelfs mijn naam niet onder zetten. Maar ik wou dat ze gehoord werden. Maar niet onder mijn eigen naam, want ik wist wat dat zou teweeg brengen. Dat zou de druk nog doen toenemen. En daar had ik geen behoefte aan."


Een nieuwe band

Uiteindelijk besloot hij dan maar de nummers zelf op te nemen. Hij wist dat, om de boodschap over te brengen, hij ze mooi moest verpakken.  Hij koos dan ook voor een uitstekende producer: Jerry Wexler, die bekend was door zijn werk met Aretha Franklin, Ray Charles, Wilson Pickett, Percy Sledge en Dusty Springfield.

Wexler had net de lp Communiqué geproduceerd voor de Britse band Dire Straits. Hij stelde Bob voor dat hij de leider van die band, Mark Knopfler, zou vragen mee te werken. Dylan kende enkel de single 'Sultans of Swing', die zijn assistent Arthur Rosato hem had laten horen.
Daarom ging hij op 29 maart kijken naar een optreden van Dire Straits in de Roxy in Los Angeles. Na afloop ging hij Knopfler backstage opzoeken. Die was onmiddellijk akkoord om mee te doen.

"Natuurlijk wou ik de plaat opnemen in Muscle Shoals," vertelde  Wexler. De Muscle Shoals Sound Studio, zoals die voluit heet, in Sheffield, Alabama, was de plaats waar hij in de late jaren zestig zijn grootste successen had opgenomen. "Bob zag dat meteen zitten. Maar we besloten de voorbereidingen hier te doen, in Los Angeles, waar Bob woonde."

"Bob en ik namen alle nummers op voorhand door," verklaarde Knopfler later. "Ze kunnen heel anders zijn wanneer hij ze op de piano voor spelt. Ik deed misschien wat suggesties over het tempo of zo. Of ik zei: 'Wat vind je van een twaalf-snarige gitaar?'"

Knopfler was in eerste instantie verbaasd door de religieuze lading van de songs. Geschokt verklaarde hij aan zijn manager, Ed Bicknell: "al die nummers gaan over God!"

Wexler was eerder geamuseerd. "Daar begreep ik was waar die nummers over gingen: bekeringswerk van de oude stempel... Ik vind het wel grappig dat Bob mij, de Wandelende Jood, vroeg om die boodschap over Jesus over te brengen...[Maar] Ik had er geen idee van dat hij op dat hij religieus was geworden tot hij mij wou gaan bekeren. Ik zei, 'Bob, je hebt hier te maken met een 62 jarige overtuigde Joodse atheïst. Voor mij is er geen hoop meer. Laten we gewoon die plaat gaan maken.'"

Tijdens de repetities werd ook besproken wie er verder zou meespelen. Wexler had Rodger Hawkins in gedachte als drummer, maar Knopfler stelde voor Pick Whiters, de drummer van Dire Straits, te nemen.

Dylan had wel een bassist op het oog. Hij wou al lang eens met Tim Drummond (Neil Young, James Brown) werken. Barry Beckett zou piano en orgel spelen. Carolyn Dennis, Helena Springs en Regina Havis deden de achtergrondzang en de fameuze Muscle Shoals Horns zouden voor de afwerking zorgen.

Deze verzameling zangeressen en muzikanten vormden een prettige muzikale combinatie. Voor de verandering zou Bob nu eens in een eersteklas studio werken, met een grote producer. "Bob zei dat hij een professionele plaat wou maken," vertelt Mark Knopfler. "Tot nu toe waren het amateurplaten geweest."

 

De opnamen

De opnamen begonnen op maandag 30 april, om 12:00 uur. Er werd gewerkt in twee sessies van telkens drie uur (12:00 - 15:00 en 16:00 - 19:00), met daartussen een pauze van één uur.

Die eerste dag werd helemaal besteed aan 'Trouble In Mind' en het liep al meteen fout. Dylan weigerde met  koptelefoon te werken. Hij stond er op alles live te spelen.

"Bob begon mee te spelen en te zingen met de muzikanten," vertelt Wexler. "We waren pas begonnen met het uitwerken van arrangementen voor het ritme. Het was veel te vroeg voor hem om al te zingen. Maar hij wou absoluut bij iedere take zingen."
“Die eerste avond was gewoon afschuwelijk,” meent ook Knopfler. “Het ging totaal niet.”

Hoewel take 5 later zal worden afgewerkt met overdubs, wordt de opname uiteindelijk niet goed genoeg bevonden voor de plaat. Nadat de laatste strofe re van af is geknipt komt het nummer terecht op de b-kant van de eerste single.

De volgende dag begint met een bespreking. Wexler wil dat Dylan zich vooral concentreert op zijn zang. Hij stelt daarom een nieuwe methode voor: eerst wordt door alle muzikanten samen een nummer een aantal keren doorgenomen. In een bandopstelling, zonder afscheidingen. Die repetities worden opgenomen. Wanneer een goede structuur gevonden is, kruipt iedereen in zijn hokje en wordt de mono opname door de koptelefoons weergegeven. Dan kunnen Dylan en de meisjes meezingen. Op die manier worden de instrumenten gescheiden op band vastgelegd. Een goede zangpartij kan dan later een nieuwe backing track krijgen.

Het eerste nummer dat op die manier wordt uitgeprobeerd is 'Precious Angel'. De eerste take van deze ode aan Mary Alice Artes is meteen uitstekend. Bas, gitaar, orgel en blazers werden later allemaal toegevoegd.
“Ik kon hem er uiteindelijk van overtuigen om te wachten met zingen tot we de arrangementen uitgewerkt hadden en de muzikanten hun licks rond - in plaats van tegen - Bob konden spelen,” kijkt Wexler tevreden terug.

De opname van 'Ain't No Man Righteous, No Not One' verliep moeizamer. Van de tien pogingen waren enkel de takes 3, 6, 7 en 8 volledig. Barry Beckett speelde piano en Mark Knopfler steel gitaar. Hoewel take 6 op 3 mei een overdub kreeg zou er uiteindelijk worden gekozen voor een andere opname.

Woensdag 2 mei werden drie nummers opgenomen. Als eerste het brallerige 'When You Gonna Wake Up?' Daarvan werden drie takes op band gezet.
'Gonna Change My Way Of Thinking' had maar één take nodig.
En ook 'Ye Shall Be Changed' stond er in één take op. Hoewel het nummer op 4 mei een overdub kreeg, werd het niet gebruikt voor de LP en werd het pas uitgebracht op The Bootleg Series.

Donderdag 3 mei werd eerst geprobeerd een nieuwe versie op te nemen van 'Ain't No Man Righteous, No Not One'. Na één take werd die poging opgegeven.
Daarna stond 'I Believe In You' er in twee takes op. De eerste (de enige volledige) werd als beste werd gekozen. Ook 'Slow Train' zat in één keer goed.

Daarna werden de eerste overdubs toegevoegd: gitaar, drums en akoestische piano werden op de 24-sporen band van take 8 van de oorspronkelijke versie van 'Ain't No Man Righteous, No Not One' gespeeld.

De laatste dag van de opnamen, vrijdag 4 mei werden nog vier nummers vastgelegd. Tussen 12:00 en 15:00 worden telkens vier takes van 'Gotta Serve Somebodoy' en 'Do Right To Me Baby (Do Unto Others)' op band gezet. Er worden verschillende arrangementen uitgeprobeerd. Van deze takes zijn respectievelijk de derde en de vierde de beste.

In de tweede sessie volgde 'When He Returns'. Het stond vanaf het begin vast dat dit nummer als laatste op de plaat zou komen. Maar oorspronkelijk was het de bedoeling dat het gezongen zou worden door een van de vrouwen. Maar toen hij het voordeed, met Beckett op de piano, vond hij dat die versie nog pakkender kon worden. De opname van de piano  werd behouden en Dylan concentreerde zich helemaal op de zang. Pas na negen pogingen was hij tevreden. Het is een van zijn sterkste vocale prestaties ooit geworden.

De opnamen werden afgerond met het kinderliedje 'Man Gave Names To All The Animals'. Van de zes takes braken de eerste vier telkens af. Pas de laatste - take 5 - was volledig. Die werd dan meteen als beste aangeduid. Hoewel hij het nummer vooral opnam omdat het driejarige dochterje van Helena Springs het fijn vond, zorgde het voor wat broodnodige luchtigheid temidden van al het doemdenken.

Het nummer 'Baby Give It Up' dat Bob samen met Helena Springs had geschreven werd nooit opgenomen.

Na een moeizame start zijn de opnamen uiteindelijk vlot verlopen. De basic tracks voor tien nummers zijn op drie dagen opgenomen, tijdens zes sessies van telkens drie uur.
Wexler kijkt tevreden terug: "Bob speelde het voor op piano of gitaar, enkel zang en de grote lijnen zodat we een ruw idee hadden van het nummer. Dan begon de Muscle Shoals band te spelen. Van zodra het klikte begonnen Bob en de meisjes te zingen."

Na het avondeten werd onmiddellijk begonnen met het toevoegen van overdubs. Tim Drummond speelde nieuwe  of extra baspartijen in op 'I Believe In You', 'Slow Train', 'Gotta Serve Somebody', 'Ye Shall Be Changed', 'When You Gonna Wake Up'.

Op zaterdag 5 mei was het de beurt aan Mark Knopfler om elektrische gitaar toe te voegen aan 'Trouble In Mind', 'Gonna Change My Way Of Thinking' en 'Slow Train' en akoestische gitaar aan 'Precious Angel'.
 
Zelfs op zondag werd er gewerkt. Mark Knopfler en Tim Drummond voegden gitaar en bas toe aan de beste takes van 'Trouble In Mind', 'When You Gonna Wake Up' en 'Slow Train'.

Maandag, 7 mei werd er extra backing vocals toegevoegd aan 'Precious Angel', door Helena Springs en dan samen met de beide andere zangeressen aan 'Man Gave Names To All The Animals'.

Daarna werden een paar dagen besteed aan het mixen van de tracks. Ondertussen kon Harrison Calloway arrangementen schrijven voor de blazers.

Op 10 en 11 mei voegde de Muschle Shoal Horns blazers toe aan vier nummers. De muzikanten waren: Harrison Calloway Jr. (trompet), Ronnie Eades (bariton saxofoon), Harvey Thompson (saxofoon), Charlie Rose (trombone) en Lloyd Barrv (trompet).
Op donderdag werden drie tracks onder handen genomen: 'Precious Angel', 'When You Gonna Wake Up' en 'Slow Train'.
En de laatste dag van de opnamen, kreeg 'Gonna Change My Way Of Thinking' naast blazers ook nog wat extra toetsen en orgel van Barry Beckett plus percussie van Mickey Buckins.

Dylan zong 'I Believe In You' en 'Slow Train' opnieuw in,  Mickey Buckins voegde ook percussie toe aan 'I Believe In You' en Barry Beckett elektrische piano aan 'Gotta Serve Somebody'.

Uiteindelijk hadden enkel 'Do Right To Me Baby' en 'When He Returns' geen overdubs nodig.

Drie van de opgenomen nummers haalden de  plaat niet: 'Trouble In Mind' kwam terecht op de b-kant van een single, 'Ye Shall Be Changed' bleef in de kast tot The Bootleg Series Vol 1-3 maar 'Ain't No Man Righteous, No Not One' is nog steeds niet officieel uitgebracht.

 

De hoes

Voor de vormgeving van de plaat werkte Bob nauw samen met Tony Lane, de artdirector van Columbia Records. De staf van de platenmaatschappij overlegde langdurig hoe de boodschap gepresenteerd kon worden. "Ze waren doodsbang dat ze hun vaste kern aan Dylanfans zouden verliezen," vertelt Lane. Hij herinnert zich goed dat Bob over zichzelf in de derde persoon sprak terwijl hij suggesties over hoesontwerp, typografie en hoesteksten gaf. Ten slotte werden ze het eens over een spoorwegarbeider die met een bijl zwaait dat op een kruis lijkt.


De release

Op 18 augustus 1979 werd Slow Train Coming op de markt gebracht. In elk nummer getuigde hij van zijn geloof of prees de Christelijke leer aan. Hoewel sommige recensenten hun neus ophaalden voor Bobs geloofsbekentenissen, schreef Jann Wenner in Rolling Stone dat het misschien wel Bobs beste plaat was.

Vele fans keerden zich van hem af, maar daar kwamen dan weer andere, Christenen, voor in de plaats.

De single 'Gotta Serve Somebody'/'Trouble In Mind' werd pas op 6 oktober uitgebracht. Het werd zijn eerste hit in drie jaar. Het succes ervan droeg in hoge mate bij aan de verkoop van de lp.
Op 27 februari 1980 kreeg Bob Dylan, voor het eerst in zijn carrière, een Grammy onderscheiding. Hij nam zijn beeldje voor 'Gotta Serve Somebody', dat het haalde in de categorie "Beste zangprestatie 1979", persoonlijk in ontvangst tijdens de uitreiking van de 22ste Grammy Awards in het Shrine Auditorium in Los Angeles.
In zijn dankwoord bedankte hij "De Heer, Jerry Wexler en Barry Beckett die geloofden."

Slow Train Coming bleek een opmerkelijk succes. Het werd een van zijn bestverkochte studioalbums. Er gingen meer exemplaren van de deur uit dan van Blood On The Tracks of Desire. Het kwam op nummer 3 terecht,zowel in Amerika als in Engeland. Voor het einde van het jaar behaalde de plaat goud en een jaar later platina.

In november volgde, ter promotie van de tournee een tweede single: 'Man Gave Names To All The Animals'/'When You Gonna Wake Up?'.

 

22-02-08

Theme Time Radio Hour cd's

tt.poster.72
Op 26 februari brengen twee labels gelijktijdig een cd uit gebaseerd op Bob Dylan's Theme Time Radio Hour.

De Amerikaanse keten van koffieshops (van het soort waar je dus echt koffie kunt drinken) Starbuck, brengt The Music That Matters To Him. Eerder brachten ze al gelijkaardige compilaties met favoriete muziekjes geselecteerd door mensen als Emmylou Harris en Johnny Cash onder de titel Artist's Choise.

Net als Joni Mitchell en Elvis Costello heeft Bob Dylan alle tracks zelf geselecteerd. De klemtoon ligt dan ook op blues, country, jazz en rhythm and blues zangers die te horen waren op de radio tijdens zijn jeugd in Minnesota.

1. Pee Wee Crayton - Do Unto Others
2. Clancy Eccles - Don't Brag, Don't Boast
3. Stanley Brothers with The Clinch Mountain Boys - The Fields Have Turned Brown
4. Gus Viseur - Flambée Montalbanaise
5. Red Prysock - Hand Clappin'
6. Sol Hoopii & His Novelty Quartette - I Like You
7. Ray Price - I'll Be There (If You Ever Want Me)
8. Stuff Smith & His Onyx Club Boys - I'se A Muggin' (part 1)
9. Charley Jordan - Keep It Clean
10. Junior Wells - Little By Little (I'm Losing You)
11. Patty & The Emblems - Mixed-Up, Shook-Up Girl
12. Gétatchéw Kassa - Tezeta
13. Flaco Jiménez with Toby Torres & José Morante - Victimas De Huracan Beulah
14. Wanda Jackson - I Gotta Know
15. Billy Holiday & Her Orchestra - I Hear Music
16. Junior Parker - Pretty Baby

themetimeradiolow_0

Heel andere koek is een dubbel cd van Ace Records. Op Theme Time Radio Hour With Your Host Bob Dylan staan vijftig nummers die hij liet horen tijdens zijn wekelijkse uurtje op XM. Daarin draait hij favoriete nummers, telkens zond een bepaald thema: auto's, drank, regen... Zijn droge humor, enorme muziekkennis en brede smaak staan garant voor een uitstekend programma.
Deze compilatie werd samengesteld door de producer van de show, Eddie Gorodetsky, in samenspraak met Roger Armstrong van de platenmaatschappij.
Net als in de uitzending staat hier Billie Holiday naast George Jones. Na Aretha Franklin komt The Clash, gevolgd door The White Stripes.

CD 1


1. Turn Your Radio On - Grandpa Jones
2. Papa's On The Housetop - Leroy Carr & Scrapper Blackwell
3. Shortnin' Bread - Paul Chaplain & His Emeralds
4. Seven Nation Army - The White Stripes
5. Gun Fever (Blam Blam Fever) - The Valentines
6. Pistol Packin' Mama - Al Dexter & His Troopers
7. Pistol Packin' Mama - The Hurricanes
8. Homework - Otis Rush
9. He Will Break Your Heart - Jerry Butler
10. Take It Away Lucky - Eddie Noack
11. Buddy, Stay Off The Wine - Betty Hall Jones
12. Tears A Go-Go - Charlie Rich
13. Rich Woman - Li'l Millet & His Creoles
14. Laughin' & Jokin' - Ernie Chaffin
15. Me And My Chauffeur Blues - Memphis Minnie Accompanied By Little Son Joe
16. If I Lose - The Stanley Brothers
17. I Sat And Cried - Jimmy Nelson
18. Beatnik's Wish - Patsy Raye & The Beatniks
19. Devil In His Heart- The Donays
20. Let's Invite Them Over - George Jones & Melba Montgomery
21. Don't Take Ev'rybody To Be Your Friend - Sister Rosetta Tharpe With Sam Price Trio
22. Good Morning Heartache - Billie Holiday
23. Pouring Water On A Drowning Man - James Carr
24. I Drink - Mary Gauthier
25. Mother Earth - Memphis Slim

CD 2

1. Chain Of Fools - Aretha Franklin
2. Walk A Mile In My Shoes - Joe South & The Believers
3. Cry Tough - Alton Ellis & The Flames
4. Tommy Gun - The Clash
5. (Everytime I Hear) That Mellow Saxophone - Roy Montrell
6. Those Dj Shows - Patrice Holloway
7. I Ain't Drunk - Lonnie "The Cat"
8. Eat That Chicken - Charles Mingus
9. Mama, Get Your Hammer - Bobby Peterson Quintet
10. How High The Moon - Slim Gaillard
11. Cool Water - The Sons Of The Pioneers
12. Only A Rose - Geraint Watkins
13. I Walk In My Sleep - Berna-Dean
14. Stars Fell On Alabama - Jack Teagarden's Chicagoans
15. Mama Tried (The Ballad From Killers Three) - Merle Haggard & The Strangers
16. Big Long Slidin' Thing - Dinah Washington
17. Black Coffee - Bobby Darin
18. I'd Rather Drink Muddy Water - The Cats And The Fiddle
19. Ain't Got The Money To Pay For This Drink - George Zimmerman & The Thrills With The Bubber Cyphers Band
20. Bottle And A Bible - The Yayhoos
21. Okie's In The Pokie - Jimmy Patton
22. If You're So Smart, How Come You Ain't Rich? - Louis Jordan
23. Ay Te Dejo En San Antonio (Ranchera) - Santiago Jimenez
24. Mona - Bo Diddley
25. Roadrunner (Twice) - The Modern Lovers

Twee plaatjes om naar uit te kijken.


12-02-08

Crumb

collecting+old+records+kaft

18:55 Gepost door Peerke in cartoons | Permalink | Commentaren (1) | Tags: robert crumb, verzamelen, lp s |  Facebook |