29-03-08

Funkadelic - Maggot Brain

Ik heb niks met gitaarsolo's. Hard rock is nooit mijn ding geweest. Maar dit vind ik prachtig. Tien minuten lang hoor je niets anders dan de jankende gitaar van Eddie Hazel. George Clinton had hem opgedragen te spelen alsof zijn "moeder net was overleden".
Het stond er in één keer op.
Pure emotie. Zoals bij alle uitstekende muziek zijn beelden hierbij overbodig.
Er is een hardnekkig gerucht dat George het titelnummer van de Funkadelic LP uit 1971 heeft genoemd naar zijn broer Robert. De funkmeester zou het lijk van zijn oudere broer in staat van ontbinding hebben aangetroffen nadat die was overleden aan een overdosis.  George is het gerucht steeds blijven ontkennen.
Volgens anderen verwees de term Maggot Brain dan weer naar de enorme hoeveelheden drugs die de gitarist tot zich nam. Of ook wel naar een mentaliteit waarbij iemand zich beter voelt dan de rest. Voor hem wordt de wereld bevolkt door maden. Hij staat daar dan boven als Maggot Brain.
Maar evengoed kan de solo worden gezien als een commentaar op de toen allesoverheersende oorlog in Vietnam of de harde leven in het ghetto van Detroit. Kies zelf maar.
Doe alle lichten uit en geniet... of huiver.   
maggot_brain

16-03-08

Dennis Wilson - Bambu

Dennis_Wilson

 

 

 

 

 


Muziek is mijn leven

Zelfs voor dat Pacific Ocean Blue in de winkels lag, was Dennis Wilson al begonnen aan de opvolger. Tijdens die eerste sessies werkte hij aan overschotjes, zoals '(I Found Myself in a Wild Situation' en een nieuwe opname van 'School Girl'. Beide nummers waren een beetje aangebrand en misschien daarom wat storend bevonden voor de atmosfeer van de eerste plaat.
Uit deze sessies dateert ook de backing track voor 'Baby Blue Eyes'.

In mei geeft hij een interview aan David Leaf om Pacific Ocean Blue te promten. Maar hij wil het eigenlijk liever hebben over de opvolger. "[De platenmaatschappij] ziet het als één, twee, drie …  maar ik stop gewoon niet met opnemen. Je praat nu met een freak of iemand die er helemaal in op gaat. Ik woon praktisch in de studio en anders ben ik op tournee om muziek te spelen. Als ik naar het krot moet waar ik woon, haat ik dat. Muziek is alles. Het podium, opnemen, handtekeningen uitdelen, me zorgen maken of ik wel wordt gedraaid, me zorgen maken om tegen jou te praten… alles.
Als er een echte grote liefde is in mijn leven dan is het Karen Lamm en muziek. Klinkt belachelijk, niet? Ik hou er gewoon van. Ik doe het heel erg graag. Kom vanavond mee naar de studio, dan kun je me aan het werk zien..... het is een heel nieuwe aanpak... het nummer heet "He's a Bum." Er zitten wat gemene regels in - "he likes to do it on his hands and knees"."

Dankzij dat interview werd 'He's a Bum' een van de bekendste onuitgebrachte nummers van Dennis Wilson. Blijkbaar is er echter nooit meer dan een demo van opgenomen en wat er van verschenen is op bootlegs is een abominabele kwaliteit.


Bambu Productions

Deze sessies werden nog geproducet samen met Gregg Jakobson. Dennis en Gregg hadden plannen om samen een studio te bouwen op Hawaii: de Sunset Studios. Ze kochten daarvoor een stuk grond van zo'n 20 are aan de noordkust van Oahu. De bedoeling was om er te gaan wonen en te werken samen met andere muzikanten in de prachtige, vredige omgeving. Alles zou worden geregeld door hun nieuwe firma Bambu Productions.

"De naam Bambu kwam voort uit hun plannen voor een studio en verblijven in Hawaii,"  verklaarde de auteur Jon Stebins. "Sommigen menen dat het nooit echt de werktitel was voor de tweede LP, maar alleen voor het grotere plan er rond."

Natuurlijk kwam het plan nooit verder dan het dagdromen: Dennis had noch het geld, noch het doorzettingsvermogen. Uiteindelijk verloor hij zijn interesse. Jakobson zette de plannen, in een andere vorm, door nadat Dennis er uit was gestapt.


De niet zo zonnige Beach Boys

Maar ook de plannen voor een promotietournee voor Pacific Ocean Blue moest hij opgeven. Officieel wou Caribou niet genoeg geld investeren om blazers en strijkers mee te laten touren. Maar later is uitgekomen dat een aantal leden van de Beach Boys hem duidelijk lieten verstaan: als je solo gaat lig je eruit.

De relaties tussen de leden van de band waren in die tijd zo al erg verzuurd. Zo erg zelfs dat de band even splitte. Dat gebeurde in september 1977 – vlak nadat Pacific Ocean Blue op de markt kwam.

Het zal dan ook niemand verwonderen dat Carl en Dennis verkozen thuis te blijven terwijl Mike Love, Alan Jardine en Brian Wilson naar Fairfield, Iowa trokken om er een Kerstplaat te gaan opnemen, als laatste plaat om van het met hun platenmaatschappij af te raken.

Uiteindelijk was Dennis toch bereid één nummer bij te dragen: 'Holy Evening' (oook wel 'Morning Christmas' of 'Holy Holy') werd opgenomen in de Brother Studio, in Santa Monica. Zoals enkele jaren gelden bleek toen de Kerstplaat werd uitgebracht (met zo'n 25 jaar vertraging), was dit nummer veruit het beste geweest van het hele gedoe.
 
Deze M.I.U. sessies werden gevolgd door een drie weken durende tournee door Australië en Nieuw Zeeland, in februari en maart 1978. Carl en Dennis konden niet onder deze verplichting uit en trachtten dan maar hun frustraties te verdringen met alcohol en drugs.


Een nieuwe partner

Vermits Dennis grotere ambities had voor zijn tweede LP dan voor zijn impressionistische debuut had hij nood aan een vervanger voor Gregg Jakobson. Hij vond de perfecte man in Carli Muñoz.

De van Puerto Rico afkomstige Carlos C. Muñoz was in 1970 bij de tour band van The Beach Boys gekomen. In eerste instantie als percussionist, maar na het verdwijnen van Daryl Dragon had hij diens plaats ingenomen achter de piano. Van opleiding was hij jazz pianist, maar daarnaast schreef hij ook zelf nummers en arrangementen.

In april 1978 verzamelde een troep muzikanten in de Brothers Studio, de opnamefaciliteit speciaal gebouwd voor The Beach Boys. De muzikanten waren gerekruteerd uit de tourband van de Beach Boys aangevuld met enkele leden uit de new wave band The Load.

Het opzet was om, onder leiding van  Munoz, wat nummers op te nemen die Carli de afgelopen jaren had geschreven. Dit was heel andere koek dan POB. 'Under the Moonlight' bijvoorbeeld was een stevige rocker met een spetterende gitaarsolo van Ed Carter. In het dynamische 'Companion', op tekst van Rags Baker, kwam de Zuid Amerikaanse roots van Muñoz naar boven. Carl Wilson was gek van dit nummer en stelde zelfs voor om het zelfs als titelsong te gebruiken voor de volgende Beach Boys plaat.

De oudste compositie van Muñoz die werd op band gezet tijdens deze sessies dateerde zelfs al van 1967 of 1968. 'It's Not Too Late' ook gekend als 'It Won't Be Long' wordt door sommigen beschouwd als één van de beste nummers uit het oeuvre van de Beach Boys. Na een gevoelig intro van Dennis neemt Carl de zang over – en hoe!. Het contrast tussen de stemmen van de beide broers is verbluffend, maar het effect werkt perfect.

Het bekendste van deze nummers van Carli Muñoz is het ontroerende 'All Alone' dat in 1997 werd uitgebracht op Endless Harmony. Carli schreef het nummer in 1970-'71, toen hij pas bij de groep was gekomen.

Verdere titels zijn 'Shu-Ru Bop' en 'La Plena de Amor', maar deze nummers zijn waarschijnlijk nooit afgewerkt en zijn ook nooit opgedoken.

Deze opnamen zijn uniek in het werk van Dennis. Carli Muñoz droeg niet alleen de composities aan, maar hij zorgde ook voor een strakke productie en een onkarakteristiek commercial geluid. Dennis van zijn kant, gaf zich – zoals altijd -  helemaal. Zijn zangpartijen waren zelden beter en hij maakt de nummers tot de zijne.


Eventjes opnieuw getrouwd

Ondanks geruchten dat zijn ex, Karen Lamm hem twee keer in een maand met een andere vrouw betrapt had, trouwden ze voor een tweede keer op 28 juni, in Las Vegas. Hij beloofde haar een nieuwe start en verzekerde haar dat hij van de cocaïne en heroïne zou afblijven. 

Twee weken later vroeg ze opnieuw de scheiding aan.


Alleen verder

Die zomer en herfst zette Dennis sporadisch de opnamen in zijn eentje verder. Dat verzuurde de relatie met Caribou verder, want Jim Guercio stond er op dat Dennis werkte met een producer.

In augustus werden 'Love Surrounds Me' en ‘Time For Bed’ op band gezet. In dat eerste nummer, samen geschreven met Geoffrey Cushing-Murray, bezong Dennis de breuk met Karen. Na de recentste ontwikkelingen is het niet te verwonderen dat het een van zijn droevigste nummers werd.
Het al even emotionele 'Baby Blue Eyes' kreeg zijn eerste zangpartij… door Carl. Dennis beperkte zich tot een eenvoudig gefloten middenstukje.

Verder is er ook nog een backing track getiteld 'New Orleans'. Het is niet duidelijk of het instrumentaal moest blijven of dat er later een tekst zou worden ingezongen.

Het werk werd  einde september 1978 afgebroken toen, op aandringen van Karen, Dennis zich liet opnemen in het Century City hospital om er af te kicken.

De laatste 'start datum' voor een nieuw nummer is 15 oktober 1978: 'I Love You.' Maar omdat Dennis wel meer wiste en over opnam, is het onmogelijk te zeggen of hij later toch niets meer heeft gedaan.


De deur gaat dicht

Brothers Studio werd verkocht. De studio, waarvan Dennis en Carl mede-eigenaren waren, draaide al jaren met verlies. "Het probleem met de Brother Studio was dat het een plaats werd waar teveel verslaafden rondhingen," verklaarde Jerry Schilling, toen  manager van The Beach Boys. "Carl wou daar niets mee te maken hebben en Dennis had niet genoeg geld om alleen verder te doen."

Het sluiten van de studio betekende het einde van Bambu. Als een van de bazen kon hij gaan werken wanneer hij er zin in had – als de zaak niet geboekt was door iemand anders natuurlijk. Een keer de studio verkocht was, werd het veel moeilijker voor de legendarisch ongeorganiseerde Dennis om te werken wanneer hij wou.

Dus werd er vanaf december, verder gewerkt in de huisstudio van Tom Murphy in Venice Beach. De gemoedelijke sfeer en de tolerante persoonlijkheid van de geluidstechnicus van de Beach Boys pasten bij de ongewone werkmethoden van Dennis. Tijdens deze sessies werd er vooral gewerkt aan het mixen van de tracks. Toch werd er ook sporadisch nog wat opgenomen. Zo voegde zijn nieuwe grote liefde, Christine McVie van Fleetwood Mac, backing vocals toe aan een aantal tracks.

Maar het werk werd ernstig ondermijnd door het onvermogen van Dennis om van de drank te blijven. "Hij kon gewoon niet van de fles blijven. Ik moest dikwijls de sessies stop zetten en hem naar huis brengen," vertelde Tom Murphy. "Mijn creatieve kant zei: ik ga de mixen niet alleen afwerken want het is Dennis zijn project. "

 

garden

Dennis in Christine voor een hartvormige aanplanting die Dennis als verrassing in haar tuin had laten aanleggen. Toen ze enkele dagen later de factuur kreeg vond ze het iets minder fijn.  


Eieren voor zijn geld

Korte tijd later bood Dennis twee van zijn solotracks aan The Beach Boys aan. Die konden die nummers best gebruiken om hun debuutplaat voor Caribou wat te versterken. Maar het betekende wel de genadeslag voor zijn tweede solo-LP.

Zowel 'Love Surrounds Me' als 'Baby Blue Eyes' (afgekort tot 'Baby Blue') kregen enkele overdubs om er meer Beach Boys songs van te maken, voor ze werden toegevoegd aan L.A. (Light Album).


Afgelopen

Na 1978 kwam Dennis Wilson niet meer veel in een opnamestudio. Volgens David Leaf, waren er nog wat opname in Hawaii maar die banden zijn nergens terug te vinden en de informatie beperkt.

Geluidstechnicus Stephen Desper weet dat "Dennis de studio één keer bezocht [tijdens de Beach Boys sessies in juli 1979] Verder bleef hij op zijn boot." Omstreeks 1980-81 produceerde hij enkele sessies voor Brian ('Night Bloomin' Jasmine', 'Stevie' en de beruchte Hamburger Sessions).

Zijn stem was tegen die tijd finaal naar de knoppen. Na jaren van wangebruik schoot er niet veel van over. "Dennis was er van overtuigd dat een klap op zijn keel door Stan Love [de broer van Mike] tijdens een vechtpartij de doorslag had gegeven. Hij onderging verschillende operaties op beschadigd weefsel te verwijderen, maar zelf gaf hij zijn stembanden nooit de kans om te genezen."

Op 28 december 1983, kort na zijn 39ste verjaardag verdronk Dennis Wilson in de haven van Marina Del Ray, bij Los Angeles. In een zoveelste dronken bui probeerde hij, in het ijskoude water, wat spullen te zoeken die hij eerder van zijn boot had gegooid in die buurt.


Om af te sluiten, een citaat van de man zelf:

"Alles wat ik ben of ooit zal zijn zit in mijn muziek. Wil je me kennen, luister dan."

13-03-08

Dennis Wilson - Pacific Ocean Blue

denny

Het zwarte schaap van de familie

 

Niemand had ooit iets verwacht van Dennis Wilson. Zijn oudste broer, Brian, was het algemeen erkend genie van The Beach Boys. Zijn jongere broer, Carl, was de gitarist van de groep. Allebei hadden ze gouden stemmen. Maar Dennis…  Hij was enkel toegelaten tot de groep omdat hun moeder er op aan had gedrongen. Achter het drumstel deed hij het minste kwaad.

Trouwens muziek interesseerde hem niet echt. Hij hing liever rond op het strand, surfen, flirten met de meisjes. Dat was zijn leven.

Met zijn blonde lokken en knappe trekken werd hij al snel de lieveling van de vrouwelijke fans. De verpersoonlijking van de coole Californische bink.

 

Toen het gillen verstomd was, kreeg Dennis het imago van een drugsverslaafde, vrouwenverslindende aanhanger van Charles Manson.

 

Maar diegenen die de kans kregen om te kijken achter die façade leerden een heel andere man kennen. In Dumb Angel: The Life and Music of Dennis Wilson portretteert Adam Webb hem als een uiterst vrijgevige, romantische ziel en… een uitstekende songwriter.

Maar het zou lang duren eer dat creatieve aspect zichtbaar werd, na al die jaren in de schaduw van zijn broers.

  

Dennis grijpt zijn kans

 

Na Pet Sounds had Brian met SMiLE zijn absolute meesterwerk willen maken. Toen die plaat, om allerlei redenen niet afgeraakte, begon hij zich stilaan terug te trekken. Een serieus probleem voor de rest van de groep, want Brian was niet alleen de leider van de groep. Hij schreef ook alle nummers, stond in voor de productie, de arrangementen, de visie…  

 

Tot ieders verbazing was het Dennis die met nieuw materiaal kwam aandragen. Zij het dikwijls in samenwerking met anderen: eerst met de hulp van Brian, later met Steve Kalanich en Gregg Jakobson.

Dat begon rond 1968 en evolueerde in de komende jaren. 

 

Stephen W. Desper, de man die de techniek verzorgde van alle studiosessies van de groep in die jaren, vertelt: "Hoewel Dennis de reputatie had niet alleen op zijn drumstoeltje te kruipen tijdens de tournees, voelde hij zich helemaal thuis in de studio. Als hij een instrument niet kon bespelen en hij wou het ergens voor gebruiken, dan leerde hij net genoeg voor dat bepaalde doel. Jammer genoeg werd hij beschouwd als het zwarte schaap van de familie. Maar dat dwong hem tegelijk ook om alles in zijn eentje te doen."

 

"Hij werkte 's morgens, eer de rest van de bende kwam opdagen. Als het te druk werd vertrok hij dan om wat te surfen of zo. De helft van de tijd was hij in zijn eentje in de studio (met zijn geluidstechnicus). Voor eigen rekening begon hij aan heel veel nummers. Maar hij bleef er nooit lang aan werken: hij kon er zijn aandacht niet bijhouden.

De anderen lieten hem maar doen… tot de platenfirma met een deadline kwam."

 

Telkens wanneer de grote bazen een plaat van de Beach Boys afkeurden – en dat waren er in de geschiedenis van de groep nogal wat – keken de anderen naar Dennis. Omdat ze wisten dat hij een pak materiaal had dat bijna klaar was.

"Dan wilden ze opeens wel luisteren naar wat Dennis had uitgespookt. Dikwijls bleek dat toch wel goed," legt Desper uit. "Goed genoeg om de tracks af te werken als groep. Soms was het Brian die het overnam, maar meestal Carl."

 

Zo kwamen vier van zijn nummers terecht op Sunflower (1970), waaronder 'Forever' dat algemeen beschouwd wordt als zijn eerste meesterwerk.

  

Een aarzelende start

 

Dat gaf hem genoeg zelfvertrouwen om te denken aan een solocarrière. In december 1970 werd een eerste single uitgebracht om de markt af te tasten: 'Sound Of Free' / 'Lady'. Het plaatje werd enkel buiten Amerika aangeboden, onder de naam Dennis Wilson & Rumbo.

Rumbo is Darryll Dragon, de toetsenspeler van de Beach Boys, die later bekendheid zou krijgen als de Captain in Captain and Tenneille.

 

De single flopte niet echt, maar brak ook geen potten. Dennis werkte de volgende twee jaar in stilte verder. Er waren lange tussenpauzes. Niet alleen voor de tournees met The Beach Boys, maar ook voor een rol als acteur in de film Two Lane Backdrop (naast James Taylor). Daarnaast waren er huwelijksperikelen en een kwetsuur aan zijn hand waardoor hij jaren niet meer kon drummen.

 

Hoewel Stephen Desper later beweerde dat "90% van het materiaal voor 90% klaar was", bleven de sessies aanslepen. In het vroege voorjaar van 1972 zette Dennis zelf een punt achter zijn plannen door voor de solo-LP door twee nummers af te staan aan The Beach Boys. 'Cuddle Up' en 'Make It Good' zijn de hoogtepunten van Carl And The Passions - So Tough. Nog steeds is duidelijk merkbaar dat beide nummers niets met de rest van de opnamen te maken hebben gehad.

  

Brian is back – Not!

 

Pas in de herfst van 1974 kwam Dennis terug bij de band als drummer. James William Guercio werd de nieuwe bassist. Guercio had ook een eigen platenlabel, Caribou Records en het duurde dan ook niet lang voor The Beach Boys een come backplaat probeerden op te nemen in zijn Caribou Ranch studio in Colorado. Na jaren afwezigheid zou Brian de sessies terug gaan leiden, zoals in hun gloriejaren.

 

Brian blijkt echter nog lang niet genezen en in de zomer van 1975 werden de sessies verder gezet in de eigen Brothers Studio, in Santa Monica, Californië. Dennis werkte samen met de andere bandleden. 'River Song', een nummer dat hij in 1973-74 al een paar keer live had gebracht, werd eindelijk afgewerkt door Carl, terwijl Mike Love de tekst schreef voor 'Pacific Ocean Blues', nadat Dennis hem de melodie had laten horen via de telefoon.

 

Wanneer beslist wordt om van 15 Big Ones de weinige nieuwe nummers aan te vullen met een pak covers van oude fifties hits, is Dennis erg ongelukkig over de beslissing. Hij weigert om zijn composities uit te laten brengen op die plaat.

  

Een tweede kans

 

Omdat Jim Guercio de spanningen binnen de band ondertussen ook wel kende, besloot hij dat het tijd werd om Dennis te helpen. Hij bood hem aan om twee platen op te nemen voor Caribou Records. Hij was bereid met 100 000 dollar over de brug te komen advance, maar er waren wat voorwaarden. Guercio wist dat Dennis zich niet lang kon focussen en dat veel werk onaf bleef.

Hij garandeeerde hem complete artistieke vrijheid, maar er moest gestructureerd tewerk worden gegaan. "We kunnen doen wat je maar wilt," verzekerde Guercio hem, 'maar enkel als je slechts aan één nummer tegelijk werkt."

Gregg Jakobson, een oude vriend en drinkebroer van Dennis werd ingehuurd om de sessies in goede banen te leiden, zowel als producer, maar meer nog als ankerpunt.

 

Onder de werktitel Freckles gingen de sessies van start in september 1976 en liepen tot de lente van het jaar daarna.

 

"Het is een erg intieme plaat," bevestigd Gregg Jakobson, "zonder veel studiomuzikanten. Dennis bouwde het stap voor stap op. Het kwam helemaal tot stand in de studio... Dat is tamelijk uniek.... Normaal wordt zo nooit gewerkt. ... Dennis komt 's morgens naar de studio en werkt tot hij moe is. Volgens mij is het erg vernieuwend in de manier waarop het is geproduceerd en gegroeid.”

 

Dankzij de totale vrijheid, kon Dennis precies doen zoals zijn grotere broer Brain jaren had gewerkt: de studio gebruiken als een soort van dagboek of werkschrift.

"Dennis had het gevoel te kunnen doen waar hij zin in had," gaat Jakobson verder. "Als hij een idee had, had hij een studio ter beschikking, de tijd en de technici. Er was geen druk. Hij kon schaven tot hij het precies had zoals hij het wilde hebben. Het was echt fijn. Er werd nooit op de klok gelet."

  

Het personeel

 

In de studio concentreerde Dennis zich op toetsen spelen en liet het meeste drumwerk over aan leden van de tourband van The Beach Boys zoals Bobby Figueroa, Ricky Fataar of de legendarische studiodrummer Hal Blaine.

 

Tijdens de voorbije jaren was zijn stem gereduceerd tot slechts één oktaaf. Volgens sommigen was dat het gevolg van een gevecht in 1974, terwijl anderen het wijten aan jaren van drinken en druggebruik. Wat ook de reden was, zijn stem bleef intiem en expressief - als gefluister in het oor van de luisteraar.

 

Voor de stemmen in de achtergrond deed hij beroep op broer Carl Wilson, plus Curt Boetcher, Billy Hinsche, Bruce Johnston en zijn nieuwe echtgenote Karen Lamm.

 

Vlak na zijn scheiding van Barbara, had Dennis Karen Lamm leren kennen in  de herfst van 1975. Hoewel ze pas 23 was, was de actrice die werd geboren als Barbara Karen Perk, de  ex-vrouw van Robert Lamm, toetsenist bij de groep Chicago. Dennis en Karen trouwden op 21 mei 1976 in Kauai, Hawaii. Ze schreven samen twee nummers: 'Time' en 'You And I'.

Nog tijdens de opname van de plaat verzuurde de relatie en ze scheiden alweer vlak na het uitbrengen van de LP.

Natuurlijk zijn zowel het openbloeien als het uiteenvallen van hun relatie terug te vinden in verschillende nummers.

 

De snaren werden beroerd door Ed Tuleja en Eddie Carter, die ook bas speelde, net als de fantastische Jamie Jamerson en Chuck Domanico. De blazers werden verzorgd door Bill Lamb, Michael Andreas, Lance Buller, Janice Hubbard en Charlie McCarthy.

 

Achter de knoppen zaten Earle Mankey en John Hanlon. "Ik vond hem echt vooruitstrevend," meent Hanlon, "Hij was een fantastisch artiest. Hij was nooit verlegen om te experimenteren, om nieuwe wegen te zoeken. Hij had geen schrik om buiten de lijntjes te kleuren."

 POB

Pacific Ocean Blue

 

De eerste en enige soloplaat van Dennis Wilson werd uitgebracht op 16 september 1977. Hoewel het het eerste resultaat was van het nieuwe contract van The Beach Boys met Reprise, is de plaat heel anders en veel ruiger dan om het even welke plaat van die groep.

 

Het (bijna) titelnummer 'Pacific Ocean Blues' begon als een nummer van de groep, met een ecologische tekst van Mike Love, maar in de uiteindelijke mix zijn de groepsbijdragen ver naar achter gemixt, om zo nieuwe accenten te kunnen leggen.

 

Een ander uptempo nummer is 'Dreamer'. Dat drijft op een repetitieve bassharmonica, door Dennis zelf bespeeld, net als haast alle andere instrumenten op dit nummer "over  Christus".

 

De rest is veel kalmer. Vele nummers betreuren de breuk met Karen. 'Thoughts Of You' is een van zijn meest emotionele nummers, met prachtige, delicate pianomotieven ondersteund door strijkers (vertraagd tot halve snelheid) – veel subtieler dan op het vroegere 'Cuddle Up.'

 

Ook 'Time' wordt gedomineerd door piano. "Dat gaat over terugkeren na een tour en L.A. binnen vliegen aan boord van een 747. Denkend aan haar;;; iets heel spontaans."

 

De afsluiter is 'End of the Show', dat kan worden gezien als een boodschap aan zowel zijn ex als aan de fans:: 'Thank you very much for everything I've ever dreamed of...'

  

En wat zegt de jury?

 

De atmosferische plaat strandde in de Billboard Hot 100 op een 96ste plaats. Nochtans gingen er meer dan 100 000 exemplaren van de deur uit – een getal dat de volgende Beach Boys platen niet meer haalden. Enkele bandleden schrokken daar serieus van.

Toch bezorgde de plaat Dennis niet de erkenning die hij verdiende.

 

Voor een stuk was dat zijn eigen schuld. In interviews steunde hij de plaat niet echt. "Wat mij betreft is deze plaat te licht," verklaarde hij in september 1977. "Er zit niks achter. Mijn volgende plaat wordt honderd keer beter. Die zal brokken maken. Die wordt helemaal anders. Ik heb meer zelfvertrouwen nu dat dit project af is en ik ben al met de volgende bezig... "

 

Een kleine tournee was gepland, maar hoewel er werd gerepeteerd met de BB tour band en zelfs al zalen waren geboekt, ging dat niet door. Naar het schijnt werden er veto's gesteld en dreigementen geuit. Dennis mocht wel enkel nummers zingen tijdens optredens van de groep, maar daar bleef het mee.

  

Hebt ge dat ook op single?

 

In oktober 1977 werd 'You And I' op de Amerikaanse markt gegooid. De a-kant heeft samba ondertonen en werd mede geschreven door Greg en Karen. Natuurlijk gaat het ook over haar. Het goed klinkende nummer was een terechte single keuze die goed paste tussen Jackson Browne en The Eagles op de radio. Het had een dikke hit moeten zijn, maar sloeg niet aan.

 

In Europa werd gekozen voor 'River Song'.

Dennis verklaarde de oorsprong van het nummer aan David Leaf: "Een paar jaar geleden liep ik in de High Sierras naast een rivier. Die begon smal en werd altijd maar groter en groter....dat is het geluid van de gitaren op die plaat. En dan moest ik denken aan L.A.Ik wordt ziek als ik denk aan wat daar gebeurd." Hij heeft het dan over de zware smog die de stad in die periode teisterde.

 

Een schitterende productie, een ecologische thema, gospel tinten... het had een hit moeten zijn, maar werd het niet.

 

Voor de b-kant viel de keuze op het enige nummer dat Dennis in zijn eentje schreef: 'Farewell My Friend'. Het was zijn eerbetoon aan de schoonvader van Carl: Otto "Pops" Hinsche.

Dennis Wilson: "Mijn beste vriend stierf in mijn armen en ik kwam naar de studio. I wist dat hij van Hawaii hield [vandaar de walvissen in de intro]; het kwam allemaal vanzelf, een soort vrolijk afscheid. Ik draag altijd een foto van hem bij me. Hij heeft mijn leven gered, toen mijn vader overleed."

 

Hoewel beide singles niets deden, was dat voor Dennis niet echt een probleem. "Dennis zat niet te wachten op een hit," meent zijn Carli Muñoz, "Dennis was op zoek naar emoties – of hij er iets bij voelde, of het emotionele kracht had en eigenlijk of het goed klonk."

  

Achteraf

 

De plaat werd in 1991 heruitgebracht door Epic, net als alle Caribou/Epic platen van de Beach Boys albums. Maar de productie van de cd werd al snel stop gezet. Dat droeg bij aan de reputatie van Pacific Ocean Blue als een vergeten klassieker en op e-bay verwisselden exemplaren al snel voor 100 dollar van eigenaar.

Tot binnenkort dus. Als het doorgaat ten minste, want ik lees net dat de releasedatum alweer opgeschoven is naar 17 juni.

Ik hou mijn cd toch nog even bij.

12-03-08

Dennis Wilson - aankondiging

Misschien heb je al ergens gelezen dat de enige soloplaat van Dennis Wilson heruitgebracht wordt. Velen onder u zullen schouderophalend hebben gedacht: en dan? Maar anderen zullen dan weer moeite hebben gehad om een vreugdedansje te onderdrukken. 

Waar gaat het over?

Dennis Wilson was de drummer van The Beach Boys. In 1977 bracht hij Pacific Ocean Blue uit. Hij maakte geen brokken in de hitparades. En ook de kortstondige heruitgave op cd in 1991 kwam en ging onopgemerkt voorbij. Maar door de jaren heen groeide de appreciatie. In tijdschriften als Mojo en Uncut werd hij uitgeroepen tot "lost classic". Op e-bay gaan zowel de originele vinyl als de cd-versie voor dolle prijzen van de hand.  

Er werd dan ook reikhalzend uitgekeken naar een nieuw heruitgave op cd. Dat leek echter jarenlang onmogelijk. Vooral omdat er eeuwig werd gekibbeld over wie nu eigenlijk de rechten op de opnamen bezat. 

In februari kwam dan plots het nieuws: op 13 mei zal niet alleen de geremasterde Pacific Ocean Blue worden aangeboden op een zilveren schijfje, maar ook nog eens zijn legendarische opvolger: Bambu. Er zullen, zo werd vermeld, vele tracks opstaan die zelfs nooit op bootleg zijn verschenen.  Binnen kort kun je hier het verhaal achter beide platen lezen. 

Hier is alvast een voorsmaakje: Thoughts Of You uit Pacific Ocean Blue.  

08-03-08

Bob Dylan - Saved

saved 1

 

 

 

Nieuwe songs

Zoals elke goede missionaris wou Bob zijn boodschap onder de mensen brengen. Omdat hij herboren was en dus niet meer de oude Dylan, vond hij het logisch om voortaan uitsluitend religieus materiaal te brengen. Dus moesten er dringend nieuwe nummers worden geschreven.

In september 1979 schreef hij er een half dozijn, samen met zijn nieuwe vriendin, Helena Springs. De twee hadden al eerder samen gewerkt, tijdens de wereldtournee in 1978. Maar net als toen werd geen van de songs ooit door Bob op plaat gezet.

Op een tape die in handen is gevallen van verzamelaars staan drie demo's gezongen door Helena: 'Responsibility', 'Tell Me The Truth One Time' en 'The Wandering Kind'. Andere titels waarvan geen opnamen bekend zijn, noch van Helena, noch van Bob, zijn: 'Someone Else's Arms', 'What's The Matter' en 'Without You'.
'The Wandering Kind' werd later door Paul Butterfield gecoverd en uitgebracht op The Legendary Paul Butterfield Rides Again.

Het enige nummer dat uit deze eerste schrijfsessie overbleef was 'Saving Grace' dat Bob, zonder de hulp van Helena, had geschreven.

De volgende maand werkte Bob Dylan in zijn eentje verder: 'Covenant Woman', 'In The garden', 'Pressing On', 'Saved', 'Solid Rock', 'Stand By Faith' en 'What Can I Do For You'.


Het einde is begonnen!

Meer nog dan in de eerste reeks van zijn religieuze songs, bleek uit het nieuwe materiaal hoezeer de zanger zich verdiept had in de Openbaring van Johannes. Daarin wordt de eindstrijd voorspeld tussen goed en kwaad tijdens de Armageddon. De theorie dat Armageddon een plaats is - Meggido in het Midden-Oosten - en dat de internationale politieke toestand in die periode erop wees dat de eindstrijd op handen was, werd sterk bepleit door de schrijver Hal Lindsay. In zijn boek The Late Great Planet Earth uit '70 werd alles tot in de details beschreven. Bob had Lindsays boek gelezen en vertelde onder andere aan zijn vrienden dat zich op korte termijn dramatische ontwikkelingen zouden voltrekken. Wanneer Irak en Iran met elkaar in oorlog raakten en de Sovjettroepen Afghanistan bezetten, leek het proces te zijn gestart.


Een nieuwe band

Om zijn boodschap te verspreiden stelde hij een uitstekende nieuwe band samen. Voor de ritrmesectie koos hij twee klasbakken: Tim Drummond en Jim Keltner. Die brachten de sessiegitarist Fred Tackett (later bij Little Feat) aan als sologitarist. Dewey Lyndon "Spooner" Oldham (co-auteur van een aantal klassiekers als 'Dark End Of The Street' en 'I'm Your Puppet' - en tegenwoordig ook vriend aan huis bij The Drive-by Truckers) speelde  B-3-orgel. De gospelzanger Terry Young werd aangetrokken om piano te spelen. Die bracht dan weer zijn vrouw mee: Monalisa Young. Zij verzorgde samen met Helena Springs en Regina Havis de backing vocals.

De zangeressen werden geselecteerd door Carolyn Dennis. "Ik belde de zangeressen en beluisterde hen," vertelt de latere mevrouw Dylan, “maar de uiteindelijke beslissing lag bij hem. Hij wist dat ik hem alleen die mensen zou sturen die met gevoel zingen. Het was geen kwestie van daar te staan en tonen hoe perfect je kan zingen. Er moest iets achter zitten, met gevoel zingen was het belangrijkste. Dat gevoel komt vooral door levenservaring en dat was wat hij moest hebben. Hij wou dat deze show een spontaan spiritueel gevoel had."

De keuze van zowel de muzikanten als de arrangementen was weloverwogen. De beide toetsenspelers Young en Oldham zijn elkaars tegenpolen. Oldham speelde introverte integrerende frasen, terwijl Young door huilende en stompende accenten op het orgel de gospel geïnspireerde songs in hun context plaatste. Oldham's geluid zou in Saved overheersen, maar het was Young die met zijn ruwere, vollere klank de harder rockende nummers uit Slow Train live tot een hoger niveau tilde.
 
De repetities vonden plaats in Bob's Rundown Studio.
Gitarist Fred Tackett vertelt: "Ik ging dus naar dat magazijn in Santa Monica en we speelden er gedurende een week of drie." Uiteindelijk zouden ze zelfs zes weken repeteren. In die periode werd ook een blazerssectie geprobeerd… en afgekeurd.

De vuurproef voor de nieuwe band was een TV optreden bij Saturday Night Live.

Pas enkele dagen voor het geplande TV optreden vroeg Bob aan Fred Tackett of hij wou meedoen.
"Na de repetitie riep hij mij in zijn kantoortje. Ik herinner me vooral die grote haardos van hem. Bob leunde naar me toe en vroeg stilletjes,'Ok, hoeveel verdien je?' Ik begon hem uit te leggen hoeveel ik krijg voor studiowerk in L.A., maar hij onderbrak me, keek schichtig rond of niemand anders ons hoorde en wenkte me korter bij te komen. Hij draaide zijn hoofd en deed me teken in zijn oor te fluisteren.
Ik vertelde hem wat ik normaal verdien. Hij keek mij aan met een blik van 'is dat echt?'. Ik ging verder en hij bekeek mij weer en zei dan dat hij er over moest denken.
De volgende dag riep hij mij en zei dat ik kon meedoen. Hij had mij gewoon voor de gek  gehouden!"

Op 20 oktober brachten Dylan en zijn Gospel Band drie nummers van Slow Train Coming tijdens Saturday Night Live: 'Gotta Serve Somebody', 'When You Gonna Wake Up' en 'I Believe In You'.

Na afloop van de opnamen poseerde Dylan voor wat fans. Op een van die foto's staat hij met Mark David Chapman. Die man zou, een jaar later, John Lennon vermoorden. 


De eerste religieuze tournee

De 26 optredens die Bob Dylan gaf tussen 1 november en 9 december 1979 konden onmogelijk meer verschillend zijn van de vorige shows uit zijn recente wereldtournee. Geen greatest hits meer, geen voetbalstadia, geen witte kostuums, geen nieuwe arrangementen van oude nummers...

De Gospel Tour ging van start met maar liefst 14 optredens in dezelfde zaal: het Fox Warfield Theater in San Francisco, Californië. In het zaaltje kunnen slechts 2 200 toeschouwers.

Verder bracht hij tijdens deze tournee uitsluitend religieuze nummers. Terwijl die voor de pauze die nog kwamen van Slow Train Coming, een plaat die pas enkele maanden uit was, koos hij na de pauze uitsluitend voor nog onuitgegeven werk. "Ik ken geen enkel andere artiest die ooit zoiets heeft geflikt." merkte Bob op.
Ondanks smeekbeden van het publiek weigerde hij ouder materiaal te zingen, zelfs niet als bisnummers.

Daar stond tegen over dat de band uitstekend was. Ze vormden een kleine, maar uiterst professionele en technisch onderlegde kern die elk richting aankon, maar vooral, zeer gedisciplineerd Dylans lead kon volgen.
De strakke muzikale structuur, gecombineerd met het verse palet aan nieuwe nummers, vormden een unieke basis voor Dylan's uitzonderlijke kwaliteiten als performer. Hij gad zich voluit. Elke song werd een bekentenis of een oproep. Hij bekende verliefd te zijn ('Precious Angel', 'Covenant Woman'); gaf zwakte toe ('Saving Grace', 'When He Returns'); afkeer ('Slow Train', 'When You Gonna Wake Up'); en onderwerping ('Solid Rock', 'I Believe In You' en 'Pressing On').  Met deze nummers drukte hij zijn vertrouwen uit, met ontwapenende eerlijkheid. Hij had besloten zich als artiest te herbronnen, door zijn oude songs overboord te werpen en zowel zichzelf als zijn publiek te dwingen het te doen met deze performances. Het resultaat was overweldigend.

Het publiek bleef verbaasd achter. Het reageerde verward en sommigen zelfs woedend. Velen kwamen om een rockshow te zien en kregen een gospel concert voorgeschoteld.
Ook de critici wisten niet goed wat ze hiermee moesten aanvangen en de meeste maakten hem dan maar belachelijk.

Ook erg ongewoon voor Dylan was dat de setlist haast de hele tournee door identiek bleef. Hij legde dan ook uit: "We spelen hier nu al twaalf nachten, zelfde plaats, zelfde tijd en ook de boodschap blijft dezelfde: God belooft niets wat hij niet kan waarmaken. Gisteren is hetzelfde als vandaag en als morgen."

Dat bleef ook zo tijdens de vier optredens in het Civic Auditorium van Santa Monica. Die waren allemaal excellent. Dylan had hier dan ook de kans om op te treden voor een enthousiast publiek. Dat kwam omdat het benefietshows waren ten voordele van World Vision International, een Christelijke liefdadigheidsorganisatie.

Dat was dan weer in complete contrast met de vier shows in het Gammage Center van Tempe, Florida. Daar kreeg Bob af te rekenen met een studentenpubliek dat vijandiger reageerde dan Dylan, die toch wel wat gewoon was, ooit had moeten verduren. Ze brulden om rock 'n' roll en maakten de achtergrondzangeressen belachelijk. Dylan reageerde, vooral tijdens de tweede avond, met lange sermoenen over het einde der tijden, de strijd om Armageddon en de terugkeer van de Heer. Hij weigerde zelfs toegiften te spelen.

Dan trok de karavaan verder naar San Diego, Californië, Albuquerque, New Mexico en tenslotte Tuscon, Arizona. In deze steden werden ook telkens twee concerten gespeeld tijdens opeenvolgende avonden - in kleine zalen. Het laatste concert vond plaats op 9 december.


Geen rust gegund

Tijdens de rustperiode tussen de tour van herfst '79 en die van de winter '80 stond Bob langs alle kanten onder duk. Zijn assistent Dave Kelly legt uit: "In die periode zaten niet alleen de zakenlui op zijn kap, maar vooral de rabbijnen. En de druk die zijn moeder op hem uitoefende om toe te geven aan die hoge rabbijnen van het orthodoxe Jodendom. Het leek wel oorlog. Ze wilden hem weglokken om les te gaan volgen. Maar CBS, Bill Graham en iedereen was aan hem aan het trekken. Het was belachelijk. Vooral omdat de Christelijke gemeenschap hem niet altijd steunde. Zo was er een verdeler, die de platen voor tweeduizend Christelijke platenwinkels moest aankopen, die twee jaar lang weigerde de platen van Dylan te stockeren."


De bruidegom staat alleen voor het altaar.

Vlak voor het begin van het tweede luik van de tournee kregen Bob en zijn vriendin Helena stevige ruzie en hij stuurde haar weg. Ze vertelde de andere bandleden dat ze aan een solocarrière wou beginnen en niet meer terug zou komen. Ze blijft wel nog een hele tijd medewerkster van Bob's Music Touring Co. Inc.

Dave Kelly, Dylans persoonlijke assistent tijdens deze tournees vertelde later dat de twee trouwplannen hadden. Rolling Stone melde dat Dylan in Seattle opgemerkt werd bij een juwelier, waar hij een verlovingsring kocht.


De tweede religieuze tournee

Op 11 januari ging de tweede Gospel Tour van start. Het tweede luik, met opnieuw 24 shows, bracht hen door Noord Amerika van Portland, Oregon tot Charleston, West Virginia.
De tour was praktisch ongewijzigd ten opzichte van het eerste, zowel qua opbouw van de set, de volgorde van de nummers als het personeel. Enkel waren Carolyn Dennis en Regina Peeples in de plaats gekomen van Helena Springs.
Ook de setlist bleef ongewijzigd.

Toch hadden deze shows niet meer dezelfde impact als de herfsttournee. De spanning was er af.
Enkel tijdens de laatste twee shows werd een nieuw nummer toegevoegd: 'Are You Ready?'


rock solid front

Solid Rock

Tijdens de Kerstvakantie had Dylan een album samengesteld uit de live-opnamen van de eerste religieuze tournee. De werktitel was Solid Rock., een verwijzing naar een van de songs, die steevast werd aangekondigd als: ''Hanging On To A Solid Rock, Made Before The Foundation Of The World'."
CBS/Columbia zag een live LP echter niet ziet zitten.

Wie zich een beeld wil vormen hoe die plaat zou hebben geklonken moet op zoek naar bootlegs uit deze periode. Een van de beste daarvan is Contract With The Lord I en II. Die uitgaven brengen het concert van 16 november 1979, merkwaardig genoeg verspreid over twee afzonderlijke cd's.
Later is het geheel, in nog betere kwaliteit, ook nog gebundeld als A Better Contract. 



Terug naar Muscle Shoals

Nadat de platenfirma de live-LP geweigerd had, zag Dylan zich gedwongen iets te doen wat hij nooit eerder had gedaan: een plaat opnemen met een band die de nummers vooraf allemaal al hadden gespeeld.

En dus verzamelde hij op 11 februari 1980, twee dagen na het laatste concert, de band terug in de Muscle Shoals Sound Studio in Sheffield, Alabama.
“We gingen niet naar huis,” vertelt Dylan’s tourmanager Arthur Rosato. “We gingen rechtstreeks de studio in. [We dachten:] ‘We raken nooit thuis.’ Want Muscle Shoals ligt wel erg ver van de bewoonde wereld.”
 
Ook het producersteam bleef ongewijzigd: Jerry Wexler en Barry Beckett. In theorie had het een soort Slow Train Coming , Volume II moeten worden, maar het pakte heel anders uit.

“Wexler had nog steeds geen idee hoe hij met Dylan moest werken,” meent Rosato. “Bob wou gewoon werken met hem om wie hij was. Aan de ene kant heb je een beroemde producer en aan de andere kant iemand die nog nooit echt geproducet is. Ze wisten gewoon niet wat ze met elkaar moesten aanvangen.
Dus namen we gewoon alles in de studio op zoals we het live deden. Maar eigenlijk wilden we gewoon weg.”

Wexler zelf ziet een groot verschil met de vorige sessies: “De arrangementen lagen deze keer vast, doordat de band de nummers al live hadden gespeeld. De meeste accenten kwamen van hen. Ze hadden ze onderweg geperfectioneerd. Dat is helemaal anders dan de bijdragen van Dire Straits aan de vorige plaat. Die werden allemaal in de studio bedacht.”

De eerste dag werd helemaal besteed aan 'Covenant Woman'. Tussen 1 uur in de namiddag en middernacht werden elf pogingen ondernomen, waarvan er negen volledig waren. Maar waar hij het nummer live vol passie bracht is daar in deze studioversie weinig van te merken. Ongetwijfeld had de breuk met Helena, voor wie het nummer waarschijnlijk is geschreven, daar veel mee te maken. Take 3 werd als beste aangeduid.

De volgende dag vonden twee sessies plaats. De namiddagsessie wordt helemaal besteedt aan 'Solid Rock'. Van de zeven pogingen waren er drie volledig en de laatste daarvan, take 3, werd als beste aangeduid.
De rest van de dag werd gewerkt aan 'What Can I Do For You?' (een valse start en 1 geslaagde opname), 'Saved' (idem), 'A Satisfied Mind' (1 take en meteen goed) en opnieuw 'Saved' (beste take).
De zangeressen, die nog een dagje extra verlof hadden gehad, kwamen vanaf de late namiddag meedoen. Voor 'Saved' zong Terry Young' ook mee.

Op woensdag waren er weer drie sessies. Eerst werd 'Saving Grace' opgenomen, zonder de backing zangeressen. Na twee keer een valse start volgden twee volledige takes - 1 en 2 genummerd. Die werden allebei goede bevonden.

In de tweede sessie werd 'Pressing On' aangepakt. Live begon Dylan het nummer alleen aan de piano. Dan wanneer de band inviel stapte hij met de microfoon in de hand naar voren om zijn geloof te belijden. Omdat hij besefte dat het bestaande arrangement niet zou werken op plaat werd het nummer helemaal omgegooid. Opnieuw bespeelde Dylan zelf de piano. Terry ging bij de zangeressen staan voor de backing vocals. Het nummer begon veelbelovend, maar ontaarde al snel in een zielloze dreun. Van de acht pogingen, waren er slechts vier compleet. De laatste take - aangeduid als take 5 werd als beste gekozen.

In de avondsessie werd 'In The Garden' nog twee keer geprobeerd voor 'Solid Rock' een overdub kreeg van de backing vocals, want die ontbraken nog.

Donderdag werden opnieuw twee sessies besteed aan 'In The Garden'. Van de vier takes was de eerste een valse start.
De avondsessie, van 21:00 tot middernacht werd dan helemaal gewijd aan 'Are You Ready'. Van de 8 pogingen zijn er slechts drie volledig. De laatste, take 3, wordt als beste aangeduid.
Tussendoor kreeg 'Saved' met een overdub: backing vocals en percussie.


Bob's eerste Grammy

Tijdens de 22ste Grammy Awards, die op 22 februari 1980 werden uitgereikt in Los Angeles, kreeg Dylan de Grammy voor Best Vocal Performance voor 'Gotta Serve Somebody'. Het was de eerste in zijn loopbaan. Hij liet hierbij Joe Jackson, Robert Palmer, Rod Stewart en Frank Zappa achter zich.
Bob en zijn band verschenen in avondkledij op het podium. Al van bij de aanvang van zijn optreden kwam het publiek vol sterren uit de stoelen. Ze stonden te swingen en klapten al met de maat mee voordat Bob een woord gezongen had. Hij beloonde hen met een geweldige, zeven minuten lange versie van het winnende nummer, met ogenschijnlijk geïmproviseerde wijzigingen in de tekst en zelfs wat harmonica.
Een weekje rust had blijkbaar wonderen verricht.


Problemen

De platenmaatschappij reageert niet erg enthousiast op de opnamen.
De kracht die de live uitvoeringen van deze nummers over hel en verdoemenis in zich droegen was in deze studioversies grotendeels verdwenen. Bovendien leek de klank een doffe brei. Dat is voor een groot stuk te wijten aan Dylan’s koppig vasthouden aan zijn wens om alles live  op te nemen.

Maar volgens Rosato was er nog een ander probleem: “We kregen het geluid van de drums niet goed omdat Keltner moest werken met een technicus die hem vreemd was. Ze klonken als kartonnen dozen. Verschrikkelijk.
Die vent had alle drums afgeplakt. De klank vermoord eigenlijk. Jim keek naar mij. Zo van ‘Wat kan ik doen?’ Hij respecteert altijd wat de technici doen. Wat hem betreft zullen zij wel weten wat de producer wil en Jim is eigenlijk een sessiemuzikant.”

Dylan stelde zelfs voor om de plaat opnieuw op te nemen, maar ondanks het succes van Slow Train Coming voelde CBS er niks voor om nog meer geld te steken in een tweede religieuze plaat. Ook het voorstel voor een live-LP werd opnieuw afgewimpeld.


De derde religieuze tournee

Door deze discussies lag de plaat nog niet in de winkel toen het derde deel van de tournee van start ging op 17 april. Zij begonnen in Canada: eerst speelden ze vier shows in Toronto, gevolgd door vier in Montreal. Vervolgens trokken ze voor 21 optredens door het noordoosten van de Verenigde Staten. Daarbij werden de grote steden, New York, Boston en Philadelphia zorgvuldig vermeden.

De band bleef grotendeels ongewijzigd, behalve dat Carolyn Dennis en Regina Peebles werden vervangen door Clydie King, Gwen Evans en Mary Elizabeth Peeples. Met Regina Havis en Mona Lisa Young waren er nu dus vijf backing zangeressen. Dylan had daarmee tien mensen bij hem op de scène, één minder dan de big band concerten van '78.

Deze concerten waren veel meer begeesterd dan die van de eerste maanden van het jaar. 'When He Returns', 'Covenant Woman', 'Change My Way Of Thinking' en 'Blessed Is The Name Of the Lord Forever' waren geschrapt en vervangen door twee nieuwe Dylan composities: 'Ain't Gonna Go To Hell For Anybody' en het uitstekende 'Cover Down' (als vierde en vijfde nummer). 'Are You Ready' werd als eerste bisnummer gespeeld, gevolgd door 'Pressing On'.
Het onuitgegeven 'Ain't No Man Righteous' werd meestal gezongen door Regina Havis. Tijdens twee shows in Canada werd nog een nieuw nummer gezongen: 'I Will Love Him, I Will Serve Him' en soms ook een gospel cover 'I Will Sing'.

Wie de concerten bezocht was getuige van een buitengewoon spektakel: Dylan stond te preken als een televisiedominee. Het werd steeds moeilijker om uitverkochte zalen te krijgen. Het laatste optreden - voorzien voor 22 mei - werd zelfs afgelast wegens onvoldoende kaartverkoop.


contract with the lord

Een tweede onuitgebracht liveplaat

Twee van de vier optredens in Toronto werden, in opdracht en voor rekening van Bob Dylan, gefilmd door zijn vaste cameraman Howard Alk. Jammer genoeg werd er nooit iets met de beelden gedaan.

Uit de geluidsopnamen van 19 april 1980, stelde Bob wel een live LP samen: Rock Solid. Jammer genoeg zijn er slechts acht tracks en wordt er telkens in en uit gefade om het applaus te vermijden. Vooral 'Precious Angel' is erg sterk. Een nummer, 'Cover Down, Break Through', werd nooit officieel uitgebracht.
Een complete show (inclusief de nummers die door de backing zangeressen werden gebracht) is te vinden op Born Again Music, een dag later opgenomen in dezelfde Massey Hall van Toronto. Daarop staat naast een sterk 'Ain't Gonna Go To Hell' een fantastische versie van 'When He Returns'. En je kan er nonkel Bob horen preken!



De tweede gospelplaat

Saved verscheen uiteindelijk pas op 20 juni 1980 -  een maand na het beëindigen van de tournee.

Hoewel dezelfde studio en dezelfde producers werden gebruikt waren de resultaten van twee religieuze platen toch totaal verschillend. Deze keer hakkelden de meeste nummers waar ze hadden moeten rocken. Een aantal teksten waren niet veel meer dan religieuze clichés. Maar het ergste was dat het allemaal modderig klonk.

Vele fans werden ook afgeschrikt door de spuuglelijke hoes. Daarop prijkt een schilderij van ene Tony Wright, die werkte in opdracht van Bob Dylan. Gods hand kiest uit een aantal smekende mensenhanden een uitverkorene. 
 
saved

In een poging de verkoop potentiële kopers tegemoet te komen, werd de hoes vervangen door een ander schilderij van Dylan op het podium.

Toen dan ook nog een geplande Amerikaanse zomertournee werd afgelast omwille van een hittegolf, viel ook die promotie weg. Saved zakte onopgemerkt weg. De hoogste notering was een 24-ste plaats in de hitlijst van Billboard - Dylans laagste albumnotering sinds 1964!

 

De zanger had zo een tegenvallende resultaat niet verwacht. Hij had gehoopt een nieuw publiek te hebben bereikt.
Het zou lang duren eer hij zijn zelfvertrouwen zou terugvinden in de studio.

Jim Keltner krijgt het laatste woord. Hij meent ook dat een liveplaat de beste optie was geweest: “Het is jammer dat die nummers in de studio zijn opgenomen in plaats van live. Er was een show in Seattle waar we een staande ovatie kregen na ‘Solid Rock’ – zeker vijf minuten lang. Het was zo buitengewoon krachtig. De mensen gingen uit hun bol. Ik had zoiets nog nooit gezien. Nooit!
Als je zoiets uit had kunnen brengen in plaats van die studioversies die dood geproducet warren, dan zou je wat meemaken… Jerry Wexler was een van mijn idolen, maar we kregen zo een zielloos geluid. Ik denk dat hij het geluid van Slow Train opnieuw zocht. Dat moet je niet doen met Bob… Het moest niks van doen hebben met Slow Train Coming. We moesten een groots, open, live, opwindend geluid hebben om de jubel in de songs te benaderen. Maar het pakte niet op band. Maar dat doet niks af aan de kracht van die songs.”

En hier is het bewijs: 'Pressing On'!

07-03-08

Are You Ready?

Om u voor te bereiden op Saved staat Bob Dylan er op om u alvast voor te stellen aan de uitstekende muzikanten die hij heeft bijeengezocht. 

Het lijkt soms of die stomende bende niet op een podium staat, maar eerder in een kerkje, ergens in Alabama.

Are you ready? 

18:53 Gepost door Peerke in Bob Dylan | Permalink | Commentaren (1) | Tags: bob dylan, saved, gospel |  Facebook |

05-03-08

Buffalo Springfield

Stephen Stills en Neil Young bij Buffalo Springfield, in 1967. In een TV-programma Hollywood Palace brengen ze hun hit 'For What It's Worth'.

Of toch niet?

Met dank aan TrueSounds voor het clipje.

03-03-08

Beatles hoezen 11 - The Beatles

The Beatles (de dubbele witte)

whitedigi1

 

 

 

 

 

 

 

 

 

A Doll's House

In juni 1968, terwijl de opnamen voor hun volgende plaat pas van start waren gegaan, vroegen The Beatles aan een aantal kunstenaars om voorstellen te bedenken voor de hoes. Eentje kwam met een psychedelische tekening voor een openklappende hoes. Op de voorzijde stond dan de titel van de plaat en op de achterzijde een berg oprijzend uit de zee. In berg waren de vier gezichten van de groepsleden herkenbaar, alsof ze in de rotsen waren uitgehouwen. 

3-white_album_alternate

Een ander kwam met een doorzichtige hoes. Wanneer de plaat er uit werd gehaald kwam dan een kleurfoto te voorschijn.

Sommige bronnen menen dat een tekening van Alan Aldridge, die in de jaren tachtig werd gebruikt voor de verzamelaar The Beatles Ballads, ook een van de afgekeurde ontwerpen is.

2- ballads

John kwam met het voorstel om de plaat A Doll's House te noemen, naar het boek van de Noorse schrijver ter Henrik Ibsen. Maar die mogelijkheid kwam te vervallen toen, halverwege de volgende maand, Music In A Doll's House op de markt kwam. Dat was het debuut van Roger Chapman met zijn groep Family.

Tegen het einde van de zomer werd het duidelijk dat er genoeg materiaal was opgenomen om twee platen uit te brengen. Een dubbel-LP was erg ongewoon in die tijd voor niet-klassieke muziek. Er waren er slechts twee uitgebracht tot dan toe: Freak Out van Frank Zappa en Blonde On Blonde van Bob Dylan.

 

 

 


Een nieuw concept

Er werd overeen gekomen dat de hoes van de volgende plaat heel anders moest zijn dan de caleidoscopische hoezen van de twee voorgaande Beatlesplaten, Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band en The Magical Mystery Tour.

Paul McCartney polste Robert Fraser, een bevriende galeriehouder of die geen geschikte kunstenaar wist die een hoes zou kunnen ontwerpen.  Hij kwam met Richard Hamilton (45), een van de pioniers van de  Pop Art. Paul kende zijn werk en een afspraak werd geregeld in het hoofdkantoor van Apple. In Blinds And Shutters, een boek van de fotograaf Michael Cooper, vertelt Richard over de ontmoeting met Paul: "Omdat Sergeant Pepper zo overdreven was, legde ik uit, zou ik iets geneigd zijn iets heel subtiels te doen, bijna een beperkte oplage. Omdat hij niet afkeuring reageerde ging ik nog een stapje verder. Ik stelde een totaal witte hoes voor. Of als dat te wit en proper zou zijn, konden we misschien iets er op schilderen in de aard van een bruine ring, alsof er een kopje koffie op had gestaan. Maar dat werd te moeilijk."

Als verwijzing naar het pas opgerichte Apple label, stelde hij voor om een appel tegen een wit papier te smijten om een vlek te creëren: "een zeer subtiele licht groene vlek, met misschien wat pulp." Omdat zoiets te moeilijk werd om te realiseren kwam het idee te vervallen.


Genummerde exemplaren

In een interview voor het Nederlandse tijdschrift Beatles Unlimited (BU 98-99) beweert fotograaf John Kelly echter dat het allemaal zijn idée was. "Ik deed toen veel modefotografie en zo en ik was veel bezig met wit - verschillende tinten wit. Ik had een totaal witte Kerstkaart ontworpen. Ik drukte er matte witte letters op, zodat het alleen leesbaar werd als je het onder een bepaalde hoek hield..... Wit was het dus helemaal voor mij. John Lennon was toen ook in zijn witte periode. Hij droeg alleen nog wit in die tijd. Iik kwam met het idee voor die hoes, compleet met de nummering en alles. En The Beatles vonden het goed."

Paul blijft er bij dat het Richard Hamilton was die voorstelde om elke hoes afzonderlijk te nummeren. "Ik stelde een individuele nummering voor," bevestigt Hamilton, "om zo de ironische situatie te creëren waarbij er een genummerde uitgave zou zijn op zoiets als een vijf miljoen exemplaren."

EMI reageerde niet zo enthousiast als the Beatles op het idee, maar Paul wist hen te overtuigen: "Platen moeten toch door het en of andere machine om te worden verpakt.  Kun je er dan geen dingetje bijzetten aan het einde van de band, waardoor er een nummer op geslagen wordt?"

Dus kreeg elke plaat een uniek serienummer. De nummers 000001 tot 000020 werden voorbehouden voor the Beatles zelf en hun vrienden. "We kregen de eerste vier," herinnert Paul zich. "Ik heb geen idee waar die van mij is. Die is al lang kwijt geraakt. Ooit zal die wel weer opduiken bij Sothebys, denk ik. John kreeg 000001 want hij had de grootste mond. Hij riep 'Nummer 1, deze kant!" Hij kende de kneepjes van het vak, hoe je zoiets moet aanpakken!"
George Martin kreeg nummer 000007 en Derek Taylor 000009.
Iedere fabriek nummerde afzonderlijk, waardoor er een stuk of twaalf kopies zijn met het nummer 000001.
Meer dan 3 200 000 exemplaren werden genummerd. Er zijn fans die zeer geïnteresseerd zijn in die lage nummers. Hoe lager, hoe duurder natuurlijk. Nummer 0050000 gaat tegenwoordig van de hand voor € 600, terwijl een 0000010 € 7 500 opbrengt.


En hoe gaat we het noemen?

Ondertussen hadden ze nog geen titel voor de plaat. Richard Hamilton stelde voor gewoonweg 'The Beatles' nemen. Omdat Sgt. Pepper’s genoemd was naar een fictieve band en de vier zelden  samen speelden als een groep voor deze plaat, leek het hen een goede grap om de plaat opnieuw naar een fictieve band te noemen: The Beatles dus.

Maar alle problemen waren nog niet van de baan. De titel moest worden in reliëf worden aangebracht op de hoes. John Kelly: "De drukker maakte problemen. Hij beweerde dat waar er normaal honderd platen in een pak zaten – standaard verpakking – maar nu konden er maar 98 in, hoogstens 99. Dus was er weer heel wat discussie om dat plan te laten varen... Uiteindelijk ging het allemaal door, maar het was een heel gedoe."

 

Mag het iets meer zijn?

Na een tijdje had Richard Hamilton zijn bedenkingen: "... ik begon me schuldig te voelen omdat ik hun dubbel-LP in een gewone witte hoes wou stoppen. Zelfs de belettering is onopvallend, bijna onzichtbaar. Ik stelde voor om wat extra te geven: een grote poster. Iets dat er bij zat. Iets om het toch iets meer te geven dan een doorsnee hoes."

Twee weken lang reed Paul, die oktobermaand in 1968, bijna dagelijks naar het huis van Hamilton in Highgate, om er te werken aan een collage. Paul: "Het was erg spannend voor mij, omdat ik interesse heb in kunst. En nu kreeg ik de gelegenheid om hem te assisteren... foto’s verzamelen en nieuwe afdrukken maken. En de tweede week mocht ik toekijken terwijl hij de collage maakte. Het is heerlijk om toe te kijken terwijl iemand aan het schilderen is. Het mooiste was dat hij uiteindelijk de collage helemaal volstopte met prenten en foto’s en dan overal witte stukjes papier er over plakte. Zo kreeg je wat ruimtegevoel... Hij legde me uit dat het zo kon ademen."

De meeste recente foto’s waren getrokken door John Kelly, maar er waren er ook een paar bij van Paul’s nieuwe vlam, Linda Eastman.

Op de achterzijde van de poster, werden de teksten afgedrukt. Net als bij de hoes van Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band was dat een opdracht voor graficus/schilder Gordon House. Hij kwam ook met het voorstel om vier portretten te maken, voor op de binnenzijde van de hoes. 

4-sheet

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Fotograaf John Kelly wordt er bij gehaald. Die beweert dan weer dat het zijn idee was. "Ik zei: 'Als je een witte hoes hebt, dan moet je wat foto's van jezelf aan de binnenkant plaatsen. Geen groepsfoto, maar individuele portretten. Simpel en eenvoudig - iets voor de fans.
Ze gingen akkoord en ik trok de foto's in het kantoor van Apple. Een eenvoudige mooie foto, geen speciale belichting of zo.
Drie portretten werden daar getrokken. Paul was moeilijker. Die kon niet beslissen of hij geschoren of ongeschoren zou poseren. We hadden er discussies over en probeerden met en zonder stoppels. De uiteindelijke foto werd gemaakt in [zijn huis in] Cavendish Avenue."

Grote, mooi verzorgde kleurafdrukken van de foto's werden ook nog eens afzonderlijk in de hoes gestopt.

5-whitepics

 

 

 

 

 

 

 

Het Apple logo

Op de plaat zelf kwam, voor het eerst, het Apple logo. Apple was de pas opgerichte platenmaatschappij van The Beatles.

Waar het Apple logo vandaan komt, vertelde Paul McCartney in 1993 aan Johan Ral.
"Daar zit een mooi verhaal aan vast. Ik had een vriend, Robert Fraser, die een gallerij had in Londen. Ik had hem verteld dat ik veel heild van [de Belgische surrealistische schilder René] Magritte. We waren Magritte aan het ontdekken in die tijd, door tijdschriften en zo. We hielden van zijn gevoel voor humor. Toen we hoorden dat hij een gewone kerel was die schilderde van 9 tot 1, met zijn bolhoed op, werd het nog intrigerender. Robert keek altijd uit naar schilderijen voor mij, want hij kende mijn smaak. Het was zo goedkoop toen. Ongelofelijk lijkt dat nu... Op een dag bracht hij dat schilderij naar mij thuis. Het was een mooie zomerdag en we zaten in de tuin. Hij wou ons niet storen en dus zette hij dat schilderij van Magritte op de tafel. Het was een appel, met daarop geschreven "Au revoir", op die mooie groen appel. Ik vond het fantastisch. Hij wist dat ik het goed zou vinden en dat ik het zou willen en dat ik hem later wel zou betalen... Het was echt: wow! Wat een fantstisch concept. Die grote groen appel - ik hem hem nog steeds - werd de inspiratie voor ons logo. Voor de achterzijde besloten we hem gewoon door te snijden."

aurevoirlejeudemourre_thumbnail

 

 

 

Het schilderij heet eigenlijk ‘Le jeu de mourre’ (Het spel van Mora) en dateert uit 1966.
De titel kwam van Magrittes vriend, de Belgische dichter Louis Scutenaire, en is waarschijnlijk een woordspeling op ‘Les jeunes amours’ (De jonge geliefden), de titel van een werk van Magritte waarop drie appels staan. Het spel van  Mora is "een spelletje waarbij één van de spellers snel enkele vingers van één hand omhoog steekt, terwijl de ander een getal roept. Hij wint wanneer beiden hetzelfde getal geven."

apple

 

 

 

 

 

 

 

 

Verschil moet er zijn!

De originele Britse persingen hadden de opening van boven. Daar werden de platen ook zowel in mono als in stereo verkocht, waarbij er aanzienlijke verschillen in de mix zaten.
In Amerika werd gekozen voor de standaard openingen opzij en werd enkel de stereoversie verkocht.
Een ander verschil is dat de vier foto’s inde Amerikaanse versie iets kleiner waren dan in de Britse versie. Bij de allereerste exemplaren zat er bovendien een doorschijnend blaadje tussen de foto’s om ze te beschermen tegen krassen. Ook zaten de platen zelf in een volledig zwarte binnenhoes.