29-04-08

Eno - By This River

Hier word ik rustig van. Brian Eno uit Before And After Science.
Vervolgens dit: Spain - 'Untitled #1'
En tenslotte: Mazzy Star - 'Into Dust'

25-04-08

Bob Dylan - World Gone Wrong

 bobdylanworldgonewrongter9

Altijd weer op weg

Na het afsluiten van de herfsttournee volgt de jaarlijkse winterstop. Er duiken aanhoudende geruchten op over een langere rustperiode of iets-anders-gaan-doen, het einde van The Never-Ending Tour...

Maar in februari blijkt dat alles weer zijn gewone gangetje gaat. In 1993 zijn er opnieuw tachtig shows, verspreid over de hele wereld. Enkel drummer Ian Wallace is tijdens de repetities in New York uit de band gezet, omdat hij ontevreden is over het concept van een tweede drummer op het podium.
Het beste nieuws is dat de kwaliteit van de optredens tijdens deze Europeese tournee, over het geheel genomen, zelfs nog een stuk beter is dan die van het vorige jaar.
Van de meest recente cd, Good As I Been To You worden slechts twee nummers gebracht: 'Tomorrow Night' en 'Jim Jones'.

Tijdens de daarop volgende Amerikaanse lentetournee worden de shows alsmaar langer en langer. Zonder dat er moet worden ingeboet op kwaliteit.  Een akoestisch 'Hard Times' wordt als opener gebruikt. Voortaan wordt elke show  - op een paar uitzonderingen na - met een akoestisch nummer geopend.

Enkele samenwerkingen

Op 28 april 1993 vinden in de KRLU-TV Studios, Austin, Texas filmopnamen plaats. Die zijn bedoeld voor The Big Six-0, een feest ter gelegenheid van de zestigste verjaardag van Willie Nelson. Dylan neemt eerst een schitterend 'Pancho And Lefty' van Townes Van Zandt, op samen met de gevierde en The Willie Nelson Family Band.
Daarna volgt een even schitterend 'Hard Times', van Stephen Foster, met zijn eigen tourband.
Er is ook een interview, dat gedeeltelijk wordt uitgezonden in het TV-programma op 22 mei. In juni wordt alles op video uitgebracht.

Dylan was in die periode blijkbaar dikke maatjes met de countrylegende, want op 19 oktober van het vorige jaar hadden ze ook al samen een ander nummer opgenomen voor diens cd Across The Borderline. 'Heartland' was een gezamelijke compositie van beide heren.

Op 13 januari brengen ze dat nummer ook samen in het CBS programma A Country Music Celebration. Daarbij worden ze begeleid door, onder andere, Don Was en Jim Keltner.

Verder helpt Bob Dylan ook Mike Seeger bij de opname van diens Third Annual Farewell Reunion. Op 13 mei neemt Dylan een nieuwe versie van zijn 'Ballad Of Hollis Brown' op, met begeleiding van Seeger zelf op 5-snarige banjo.
 "Het was meteen bij de eerste take raak en het had dat intense gevoel dat zo kenmerkend is voor Bobs vertolkingen van traditionals," aldus Mike Seeger. "Hij laat je de woorden voelen en de beelden zien."
Third Annual Farewell Reunion verschijnt pas in november '94.


Meer van hetzelfde

Columbia Records heeft, volgens het contract van 18 januari 1988 nog één cd te goed van Dylan. Zijn muze is nog steeds met vakantie en daarom ziet hij zich genoodzaakt om een vervolg te breien aan Good As I Been To You. Naast Saved is dit de enige keer in zijn lange carrière dat hij een follow-up plaat maakt.

Net als zijn voorganger wordt World Gone Wrong opgenomen in zijn huisstudio in Malibu. Deze keer leek Dylan iets meer aandacht te hebben besteed aan de klank en de inhoud, hoewel alles opnieuw in een paar dagen op band stond.

Kwatongen beweren dat hij zelfs geen snaar heeft vervangen of de tijd genomen om de microfoons goed te plaatsen. De mastering zou zelfs zijn gebeurd van een casette!

Waar vorige keer folk de voornaamste inspiratiebron was, ligt de klemtoon nu veel meer op bluesmateriaal. Het materiaal is dan ook somberder van toon en de thema's zelfs nog tragischer dan vorige keer. Bij de veertien songs zijn er twee van de Mississippi Sheiks en twee van Blind Willie McTell. Willie Brown en Frank Hutchinson, Robert Johnson en The Carter Family paseren elk één keer de revue.

Misschien als reactie op de kritiek van vorige keer, neemt Dylan de moeite om hoesnota's te schrijven. Hierbij geeft hij zijn bronnen aan, in uitgebreide, maar zeer cryptische hoesnota's. Daarbij beklemtoont hij dat de muziek dateert van "voor de belachelijke amusementswereld in ons gezicht ontplofte".
Het levert heerlijk proza op, een voorloper van zijn later Kronieken.

Vier songs van de sessie blijven onuitgegeven: 'Goodnight My Love', 'Twenty-One Years', '32-20 Blues', en 'Hello Stranger'.  Zelfs bootleggers zijn er niet aan geraakt.

En terug op weg

Na een vakantie in Ierland wordt Europa opnieuw aangedaan voor de jaarlijkse passage langs de zomerfestivals.
De nummers zijn nu zo lang dat 'Tangled Up In Blue' en 'Shelter From The Storm' dikwijls meer dan 12 minuten duren, terwijl een pak andere vlot over de 10 minutengrens gaan. Dylan neemt daarbij het voortouw op zijn elektrische gitaar. Als hij nu af en toe wat zou willen oefenen...

Hoogtepunt is het Fleadh Festival in  Waterford, Ierland, waar Dylan samen met Van Morrison het hoofdprogramma vormt.

Op 16 juli moet Dylan, voor het eerst in zijn carrière een optreden afgelasten omwille van medische problemen. Hij heeft weer last van zijn rug, die hem sinds '86 parten speelt. Een dag later is daar, bij het laatste concert van de tournee dan weer niets van te merken. De show, die nu tot twee en een half uur kan duren, is zelfs niet ingekort!

Na afloop blijft Dylan nog even in Europa rondhangen. Op 18 juli gaat hij in Bad Mergentheim, Duitsland kijken naar een optreden van Neil Young. Daarbij weigert hij echter in te gaan op de vraag van Booker T. Jones om mee te komen spelen.

Drie dagen later vindt in Camden High Street in Noord Londen de opname plaats van een videoclipje voor 'Blood In My Eyes'. David Stewart van The Eurythmics treedt op als regisseur. Diverse Britse kranten publiceren foto's waarop Dylan (met een hoge hoed op) thee zit te drinken in verscheidene plaatselijke restaurants.

Tussen 20 augustus en 9 oktober trekt Bob Dylan, samen met Carlos Santana door Amerika. Zo kunnen ze voor een veel groter publiek spelen en zo indrukwekkende omzetten binnenhalen. Ze openen afwisselend de gezamelijke tournee van 31 shows. Maar, in tegenstelling tot '84 treden ze nooit echt samen op. Dylans set wordt terug wat ingekort tot dertien nummers in 90 minuten. Maar de kwaliteit blijft zeer hoog.
De tour is niet echt geschikt om het nieuwe materiaal te brengen, hoewel 'You're Gonna Quit Me' en 'Blackjack Davy' van Good As I Been To You werden gebracht.


Twee platen

Ondertussen wordt op, 23 augustus 1993, Bob Dylan 30th Anniversary Concert Celebration uitgebracht op CD/cassette/video/laser disc. 'Song To Woody' ontbreekt echter op alle formaten omwille van de technische problemen met Dylans gitaar. Erg verassend is dat Dylans zang op 'My Back Pages' is overdubd!

World Gone Wrong verschijnt op 24 oktober 1993. Deze tweede volledig akoestische cover-cd is meer afgewerkt als de eerste en is meer geconcentreerd op blues materiaal.

Opnieuw krijgt de cd veel goede kritieken. Rolling Stone noemt hem een "...geniale blues zanger" en heeft het over "...een passend vervolg...  en opnieuw een merkwaardig sterke uitvoering."

Bovendien ontvangt Dylan voor World Gone Wrong een welverdiende Grammy als Best Traditional Folk Album.

Toch wordt het zijn slechts genoteerde plaat ooit, in de US: een magere 70ste plaats. Ook in Engeland wordt de top 30 niet gehaald.

Toch zou Dylan de waarde van deze cd's blijven verdedigen: "Mijn invloeden zijn ongewijzigd" vertelt hij in 1997 "Dat is waarom ik die twee platen met oude nummers heb opgenomen. Daardoor kon ik zelf terugkeren naar de muziek die voor mij waardevol is".

"Zangers in de jaren vijftig en zestig stonden heel dicht bij de vroegere zangers en dat kon je horen! Maar dat hoor je nu niet mee, het is vervuild en onrein... Zelfs World Gone Wrong is een stap of twee van de bron verwijderd. De mensen zouden naar die oude platen moeten luisteren en luisteren naar die echte opnamen, want die van mij zijn slechts tweedehands."

Het concept kreeg later wel navolging: Johnny Cash met zijn American Recordings (vanaf '94) en Bruce Springsteen met The Ghost Of Tom Joad ('95) en The Seeger Sessions ('06).

De Supper Club concerten

Nu het contract met Columbia afgelopen was, overwoog Dylan opnieuw om als freelancer verder te gaan. Ter promotie van World Gone Wrong bedacht hij een puur akoestisch concert dat via de TV zou worden uitgezonden en dan achteraf als cd te koop worden aangeboden. Dit was een jaar voor MTV met hetzelfde concept zou komen.

Daarvoor huurt hij de Supper Club in Manhattan af voor een paar dagen in midden November.  Met zijn tourband geeft hij er vier concerten, telkens voor 150 toeschouwers. Naast een selectie uit World Gone Wrong brengt hij unieke uitvoeringen  van nummers als 'Ring Them Bells' en ' Queen Jane Approximately'.

De puur akoestische optredens worden allemaal professioneel gefilmd en opgenomen. Alle kosten worden door de znager zelf gedragen. Toch komen de TV-film en de live -cd er nooit, hoewel voor velen het de beste shows uit zijn carrière zijn.


Een jaar later werd het concept nog eens dunnetjes over gedaan, nu in opdracht van MTV. Maar die Unplugged-cd haalde nergens het niveau van deze Supper Club concerten. Niet qua repertoirekeuze en ook niet qua uitvoeringen.

Einde 1993 tekende Dylan een nieuw platencontract bij Sony, voor tien cd's. Directeur Don Lenner verklaarde daarbij: "We stellen zijn creativiteit nooit in vraag. Wat geeft ons wat hij wil."

Maar goed, want het zou nog vier jaar duren eer Dylan met nieuw materiaal op de proppen kwam. In 1997 was er Time Out Of mind. 

En nog eens vier jaar later, bij het uitbrengen van Love And Theft, werd echt duidelijk wat die oude songs voor hem betekenen. Zowat de helft van de titels van die cd uit 2001 zijn een eerbetoon aan zijn favoriete oude nummers, vooral blues uit de jaren 20 en 30. 'Bye and Bye' herinnert aan 'Going to see the King' van Blind  Willie Johnson, 'High Water Everywhere' aan Charlie Patton,  net als '(Some) Summer Days', 'Sugar Baby' is afgeleid van Doc Boggs net als 'Po' Boy' van 'Long Way from Home'.

En zo hielpen songs uit het begin van de vorige eeuw Dylans carrière het nieuwe decennium binnen.

18-04-08

Bob Dylan - Good As I Been To You

bob_dylan_good_as_i_been_to_you

Good As I Been To You

  

Toen Good As I Been To You begin november 1992 werd uitgebracht was dat voor velen een complete verassing. Zijn eerste volledig akoestische plaat sinds Another Side Of Bob Dylan uit 1964 was een collectie folk en blues klassiekers die haast per ongeluk tot stand was gekomen.

Terugkijkend was het echter een logische stap voor Dylan.

 

In het najaar van 1990 waren kort na elkaar aantal dingen gebeurd die een grote invloed zouden hebben op het verdere verloop van Dylan's leven en carrière.

  

Mevrouw Dylan

 

Bob Dylan heeft zijn privéleven altijd goed verborgen weten te houden. Zo staat nog steeds niet vast hoeveel kinderen hij officieel heeft. Jarenlang werd er over gespeculeerd of hij ooit hertrouwd was.

In 2001 lichtte Howard Sounes enkele tipjes van de sluier in de biografie Down the Highway: The Life Of Bob Dylan. Hij onthulde dat Bob Dylan vier jaar getrouwd was geweest met een van zijn Queens Of Rhythm. Dat is het koortje met zwarte gospelzangeressen dat hem steevast begeleide vanaf het einde van de jaren zeventig.

 

Carolyn Dennis was op 31 januari 1986 bevallen van een dochter: Desiree Gabrielle Dennis-Dylan. Bob erkende het meisje als zijn dochter en tekende het geboortecertificaat. Om haar een normale jeugd te kunnen geven besloten haar ouders om haar uit de pers te houden.

Een half jaar later, op 4 juni 1986 trouwden Bob en Carolyn in Los Angeles. Carolyn bleef gewoon mee touren.

 

Wanneer bij de Never-Ending Tour geen behoefte meer was aan backing zangeressen, installeerde Dylan vrouw en kind in een onaanzienlijke voorstad in de vallei van San Francisco. 

 

Maar na een tijdje raakt mevrouw Dylan het beu om altijd alleen te zitten en haar man zo weinig te zien. Op 7 augustus 1990 vraagt ze de ontbinding van het vier jaar oude huwelijk aan, wegens "onoverkomelijke verschillen".

  

Twee nieuwe platen

 

Op 11 september 1990 wordt Under The Red Sky uitgebracht. Het opzet was geweest om een totaal ander geluid te krijgen dan de voorganger, Oh Mercy. Het atmosferische geluid van die plaat droeg onmiskenbaar het stempel van producer Daniel Lanois.

 

De nieuwe plaat was geproducet door David en Don Was en er waren vele gastbijdragen van uiteenlopende mensen als Stevie Ray en Jimmy Vaughan, David Lindley, George Harrison en Elton John.  Daardoor was de plaat niet alleen verassend anders, zowel muzikaal als tekstueel, maar vooral artistiek erg ontgoochelend.

 

Anderhalve maand later volgt Traveling Wilbury's Vol. 3. Ook hiervan is de verkoop een stuk minder dan bij de eerste plaat. Volgens Tom Petty was het ook helemaal niet de bedoeling een commercieel product te maken.

Maar de tegenvallende verkoop van zijn eigen plaat, zowel als deze, maken dat Dylan de lust ontbreekt om nog eigen platen te maken. Het zal zeven jaar duren eer er Dylan nog eens een studioalbum met nieuwe nummers zou uitbrengen.

 

In die tussentijd voltooide hij geen enkele nieuwe compositie meer. Hoewel hij eerder al een paar keer aan writers block had geleden, had dit nog nooit zo lang geduurd.

 

Tegenover Paul Zollo verklaart Dylan op 14 april 1991: "Ooit kwamen de songs met drie vier tegelijk, maar dat is al lang gedaan ... Af en toe komt er nog eens een nummer op mij, als een buldog aan het poortje van de tuin, om te eisen dat ik hem schrijf. Maar de meeste verban ik onmiddellijk uit mijn gedachten. Je vraagt je af of er nog iemand behoefte aan heft om ze te horen. Misschien kom je op een punt waarop je genoeg songs geschreven hebt Laat iemand anders ze maar schrijven."

   

Is er een gitarist in de zaal?

 

In oktober 1990 stapte gitaarmaestro G. E. Smith op. De Amerikaanse tegenhanger van Patrick Riguelle had sinds 7 juni 1988 Dylan's tourband. Dylan zelf beschouwt zijn vertrek als het einde van de Never-Ending Tour.

 

Aan het einde van de Europese zomertournee van 1990 had Dylan Smith voorgesteld om zijn loon van zo'n $10 000 per week wat in te krimpen. Het antwoord was duidelijk: "Nein!"

Smith was wel bereid te blijven tot er een opvolger gevonden was. Dus liet Dylan een aantal gitaristen meespelen tijdens de Amerikaanse herfsttournee. Ze deden een live auditie, als het ware. Tijdens het laatste optreden van de tour liet Dylan zelfs zijn gitaartechnieker meespelen!

 

Bij de aanvang van de volgende tournee was het probleem nog niet opgelost. De gitaartechnieker, Cezar Diaz, probeert het drie nummers lang als enige gitarist, tot Smith hem komt redden. Steve Burton is ingehuurd als slaggitarist. Die voldoet ook niet en wordt vervangen door John Stahealey.

 

Na een aantal optredens in het New Yorkse Beacon Theatre stapt G.E. Smith definitief op. De rest van de tournee ploetert Dylan verder met twee gitaristen, die geen van beiden sologitaar kunnen spelen!

  

I need a shot of... whiskey

 

Tijdens diezelfde tournee wordt ook pijnlijk duidelijk dat Dylan serieus aan de drank is. Hij heeft soms zelfs moeite om zijn microfoon te vinden. Nu had de man altijd al van een glaasje rode wijn gehouden, maar zijn werk had er nooit onder gelden, zoals nu.

 

Het kan hem blijkbaar allemaal niet meer schelen. Kwaliteit is niet meer belangrijk. Bij de repetities voor de volgende tournee in januari 1991 wordt de band bijna helemaal vernieuwd. Enkel de twee slaggitaristen Tony Garnier en Cesar Diaz blijven overgebleven. De drummer Chris Parker is niet eens verwittigd dat hij niet meer welkom is. Hij moet vaststellen dat zijn plaats al is ingenomen door iemand anders: Ian Wallace, die tijdens de '78 World Tour ook al meespeelde.

De totaal onbekende gitarist J. J. Jackson is er bij gehaald om de solo's te spelen. Hij is vooral goedkoop: $ 500 per week.

 

De Never-Ending Tour lijkt steeds meer verbrokkeld te raken: terwijl er in '88 eigenlijk één lange tournee was, waren er drie delen in '89, vijf in '90 en in '91 zes.

Dat geldt trouwens ook voor de concerten zelf: met drie onervaren gitaristen en een leider die in de fles vlucht kan het niet anders of alles verloopt erg chaotisch. Dikwijls zet de zanger bovendien zijn begeleiders met opzet op het verkeerde been, alsof hij zijn eigen optredens wil saboteren. En soms verdwijnt hij gewoon, midden in een nummer, voor een paar minuten in de coulissen.

 

Ian Wallace merkt duidelijk het verschil met de wereldtournee van '78. De verplaatsingen gebeuren per bus en de hotel waarin ze verblijven zijn geen tophotels "Bob had echt een voorliefde voor kleine motelletjes buitenaf. We zaten echt opgesloten in achterafplaatsen."

Dylan vindt slechts twee dingen echt belangrijk aan hotels: ze moeten zijn honden toelaten. En de ramen moeten open kunnen, want hij heeft een hekel aan airco. Voor de rest maakt het hem niet uit: hij komt toch nooit buiten.

 

Het wordt steeds erger. Die zomer drinkt hij cognac alsof het cola is. Hij wordt nors en onredelijk tegen zijn band.

 

Misschien wel Dylans slechtste concert ooit vindt plaats op 17 juni 1991 in Stuttgart, Duitsland. Bij het openingsnummer begint Dylan op harmonica. Dan loopt hij naar de piano, waar hij schijnbaar willekeurige toetsten aanslaat. Hij kijkt voortdurend om zich heen, alsof hij op zoek is naar iets. Na een minuut of vier staat hij terug op en loopt naar zijn gitaar. Na een paar willekeurige aanslagen begint hij te zingen. Het blijkt 'New Morning' te zijn. Er is geen regel bij uit de oorspronkelijke versie.

De rest van het concert is niet beter. Dikwijls lijkt hij zelfs het einde van de zin niet meer te weten.

 

Aan het einde van de zomer besluit hij zijn leven terug in handen te nemen. Hij stopt met drinken.

"Het was belangrijk voor mij dat ik tot op de bodem ging van dat legende gedoe. Dat slaat gewoon nergens op. Wat van belang is, is niet de legende, maar de kunst, het werk. Een mens moet doen waarvoor hij geroepen is om te doen."

  

Terugvechten

 

Het resultaat is onmiddellijk zichtbaar. Tijdens de herfsttournee heeft Bob Dylan het leiderschap terug op zich genomen. Hij doet ook echt zijn best om met gevoel te zingen en harmonica te spelen. En de muzikanten spelen nu eindelijk samen als een echte band. Vooral de nummers van Oh Mercy komen tot leven.

 

Voor de Australische tournee in de lente van 1992 besluit hij de band te versterken met een steelgitarist.

Bucky Baxter vertelt: "Ik speelde bij Steve Earle. We deden een hele tournee als voorprogramma voor Bob. Tijdens een soundcheck was ik wat aan het spelen met G.E. Smith toen Bob me vroeg om mee te doen. Hij vroeg me hem een steel gitaar te bezorgen. Ik kocht er één in Nashville en gaf hem wat lessen.

Toen de tournee voorbij was gaf ik hem mijn telefoonnummer en ik dacht, 'Wel, cool, ik ga meespelen met Dylan!' Maar ik hoorde niks van hem.

Twee jaar later kreeg ik op een maandag een telefoontje van hem: 'Kom morgen, we vertrekken donderdag naar Australië.' En dat was dat."

 

Het versterken van de band met de multi-instrumentalist blijkt een uitstekende keus te zijn. Baxters pedal steel gitaar brengt nieuw leven aan de anders vermoeid klinkende nummers. Dat brengt Dylan er toe oude pareltjes als 'Idiot Wind' aan de set toe te voegen. Ook Dylans hernieuwde interesse in zingen en gitaarspelen komt de kwaliteit ten goede.

   

Valse start

 

Ondertussen wordt de platenmaatschappij ongeduldig. Ze hebben het gebrek aan nieuw materiaal kunnen opvangen met een greep uit de archieven: The Bootleg Series Vol. 1-3. Die boxset met vijf LP's of 3 cd's vol studio outtakes werd goed gesmaakt door zowel critici als het publiek.

 

Maar nu willen ze iets nieuws. Dylan laat de Acme Recording Studio in Chicago boeken voor een periode van twee weken. Als producer doet hij beroep op de veelzijdige gitarist en fiddle player David Bromberg.

 

Zoals hij al eerder deed wanneer hij writers block heeft, legt Dylan zich weer toe op het opnemen van covers.

 

In de zomer van 1990 had Dylan, als tegengewicht voor de rommelige elektrische nummers, een korte akoestisch solo set ingelast. Na een tijdje begon hij daarbij covers te brengen: 'Homeward Bound' van Paul Simon, 'People Putting People Down' van John Prine of een traditional als 'When First Unto This Country'.

 

De set leek erg in de smaak te vallen en tijdens de concerten down under in 1991 bracht Dylan bijna elke dag wel een nieuw nummer. Het ene nog ouder dan het andere: 'Female Rambling Sailor', 'Dolly Dagger', 'Little Maggie', 'Golden Vanity', 'Delia' ...

"Die nummers wurmden zich tussen mijn eigen nummers, denk ik, maar nooit bewust... Het is alsof niemand die nummers ooit had hoeven te schrijven. Ze werden gewoon door gegegeven," verklaarde hij in 1993.

 

Met Brombergs band als begeleiders neemt hij einde mei, begin juni zesentwintig nummers op, haast uitsluitend folk en bluesmateriaal. Enkele titels: 'I'll Rise Again' (trad.), 'Nobody's Fault But Mine' (Blind Willie Johnson), 'Lady From Baltimore' (trad.), 'Polly Vaughan' (trad.) , 'Casey Jones' (trad.), 'Duncan And Brady' (trad.). Daarnaast neemt hij ook enkele composities van David Bromberg zelf op: 'Kaatskill Serenade', 'World Of Fools' en 'Sloppy Drunk'.'

 

Wanneer zijn werk er op zit, moet Dylan weer naar Europa om er een dozijn concerten te gaan geven. Hij laat de banden bij Bromberg achter om ze te mixen.

  

Wat extra opnamen

 

Bij zijn terugkeer naar de Verenigde Staten, laat hij de opnamen naar zijn huis in Malibu brengen om er enkele akoestische tracks aan toe voegen.  In de huisstudio van Point Dume werden gewoon twee microfoons opgesteld: een voor zijn stem en een tweede voor zijn gitaar.

 

Zonder een tekstvel voor zich, schudde Dylan het ene na het andere nummer uit zijn mouw. Britse en Ierse folksongs als 'Froggy Went A-Courtin', 'Blackjack Davey' en 'Arthur McBride',  een bluegrass standard als 'Little Maggie' en bluesnummers als 'Frankie and Albert' of 'Sittin' on Top of the World'.

 

Enkele songs hadden een andere achtergrond, zoals 'Tomorrow Night' (een hitje van best voor Elvis Presley in 1956) en 'Hard Times' van de eerste Amerikaanse songschrijver Stephen Foster.

 

Het zal wel geen toeval zijn dat vrijwel alle nummers gaan over foutgelopen liefdes. "You're gonna quit me, baby, good as I been to you." Inderdaad! Heroïsche liefdesgeschiedenissen, moordende geliefden, verre reizen over zee en een dierenbruiloft. "Muziek die echt is voor mij" noemt hij het. Teruggaand tot de 16de eeuw, of meer recent tot de jaren dertig van de 20ste eeuw!

 

"Het gebeurde toevallig," meende hij in 1993. "Ik had niet veel tijd nodig om deze nummers op te nemen. Die nummers zijn heel belangrijk voor mij. Ze volgen mij al jaren,dus behandelde ik hen alsof het mijn nummers waren, niet als covers. Ik had niet veel tijdig nodig, weet je dit zijn folk songs en die hebben niet veel opsmuk nodig."

 

Misschien vond Dylan deze nieuwe opnamen gewoon beter, of interessanter. Uiteindelijk bleven alle opnamen van de sessies met Bromberg ongebruikt. Noch Dylan, noch Bromberg hebben er ooit een verklaring voor gegeven.

 

Wel wordt er gespeculeerd dat Bromberg voorgesteld had om de opnamen wat meer aan te kleden. Bijvoorbeeld door een gospel koor in te zetten bij 'Rise Again' en 'Nobody's Fault But Mine'. Dylan zou dan moeilijk zijn gaan doen en zelfs de opnamen hebben laten wissen. 

 

Geen van de Acme opnamen is ooit officieel uitgebracht. In de loop der jaren zijn er slechts vier songs van deze sessies opgedoken in het bootlegcicuit: 'Sloppy Drunk', 'Polly Vaughn', 'Kaatskill Serenade' en twee mixen van 'Miss The Mississippi And You'. Vooral dat laatste - een cover van Bill Haley nog wel - is erg goed.

  

Reden tot feesten?

 

De plicht roept alweer. Dylan laat het aan zijn assistente, Debbie Gold, over om de zaak te mixen. Zij krijgt daarvoor zelfs ene credit als producer!

 

De herfsttournee trekt, zoals gebruikelijk, van het noorden naar het zuiden langs de Amerikaanse oostkust. Sommige van deze optredens gelden als de beste van de hele Never-Ending Tour! De band bestaat naast

Bucky Baxter, die zowat alle mogelijke snaarinstrumenten bespeeld, uit slaggitarist John Jackson, bassist Tony Garnier en de drummers Ian Wallace én Winston Watson.

 

Midden in de tournee organiseert Sony/Columbia, lichtelijk over tijd op 16 oktober 1992 "Columbia Records Celebrates The Music Of Bob Dylan" in Madison Square Garden. De drie en een half uur durende show is rechtstreeks te bekijken op betaalnetten in Amerika en Europa.

Een aantal artiesten, waaronder Eric Clapton, George Harrison, Lou Reed, Neil Young en Stevie Wonder brengen een eerbetoon aan de man door één of twee van zijn nummers te brengen, met begeleiding van Booker T and the MG's plus G.E. Smith als "musical director".

 

Er zijn twee uitzonderingen: John Hammond Jr heeft 'I'll Be You Baby Tonight' gerepeteerd, maar vlak voor het optreden staat Kris Kristofferson er op dat hij dat zelf zal brengen. Omdat John Hammond Jr geen ander Dylan nummer kent, brengt die dan maar 'See That My Grave Is Kept Clean' van Jesse Fuller.

 

Sinead O'Connor wordt uitgejouwd omwille van haar recente optreden bij Saturday Night Live, waarbij ze een foto van de paus verscheurde. Uiteindelijk schreeuwt ze a-capella Bob Marley's 'War' en verlaat dan huilend het podium.

 

Elvis Costello had 'Positively 4th Street' moeten doen en Van Morrison 'Just Like A Woman', maar die kwamen geen van beiden opdagen.

 

Dylan bekijkt alles in zijn camper en komt slechts op het einde drie nummers zingen, waaronder 'Song To Woody'.

 

De aanwezigen betaalden $80 tot $150 voor het voorrecht en diegenen die thuis bleven konden voor $19,99 het gebeuren volgen op betaal-TV. Dylan ontving het leeuwendeel van de $ 10 miljoen opbrengst. Niet slecht voor drie nummers.

 

Dat geld komt overigens goed van pas, want op 21 oktober 1992 wordt het huwelijk van Bob en Carolyn wordt officieel ontbonden. Voor de tweede keer kost een scheiding hem een vermogen. Carolyn krijgt een deel van het huis in Port Dune als onderpand tot Bob genoeg contanten heeft om haar te betalen. Ze heeft bovendien recht op de helft van alle nieuwe nummers die Bob tijdens hun huwelijk heeft geregistreerd, een deel van zijn toekomstige royalty's plus alimentatie. Carolyn krijgt ook het huis in Tarzana.

  

Een plaat voor de president

 

Good As I Been To You wordt uitgebracht op de dag dat Bill Clinton wordt verkozen als president: 3 november 1992. De hoes ziet er (met opzet?) uit als een goedkope compilatie van de een of andere oude bluesman - een cd zoals je ze in de GB ziet liggen voor een paar euro.  

 

Aanvankelijk wordt nogal ontgoocheld gereageerd, vooral omdat er geen nieuwe composities van Dylan op staan. Ook werd hier en daar beklemtoond dat Dylan's stem erg was achteruit gegaan, maar vreemd genoeg, past die perfect bij het materiaal. Voor wie wil luisteren blijkt de plaat eigenlijk zeer goed.

 

Maar grunge is de heersende trend in de muziekwereld en een 51ste plaats is dan ook de hoogste notering in de US. In Engeland haalde de plaat wel de top 20.

 

Het heftigst werd echter gereageerd op de vermelding "trad. arr. Dylan" voor alle songs. Dit werd algemeen ongeloof onthaald, omdat het duidelijk onwaar was. Van minstens zeven nummers zijn de auteurs bekend. Bovendien kan van vele nummers zelfs worden gewezen op gelijkaardige arrangementen bij voorgangers. Zijn muziekuitgever kreeg dan ook af te rekenen met een paar processen.

  

Een overblijvertje

 

Op één na werden alle nummers van Point Dume op de cd uitgebracht. Het overblijvende nummer, 'You Belong To Me' werd voorbehouden voor de soundtrack van Oliver Stone's film controversiële film Natural Born Killers.

 

04-04-08

David Crosby - If I Only Could Remember My Name

11890
 
 

 

David Crosby - If I Only Could Remember My Name

 

 

Er zijn van die platen die door de ene worden aanbeden terwijl de ander het ding enkel als frisbee of onderlegger voor zijn pintje wil gebruiken. Het solodebuut van David Crosby is er zo een. In het Britse muziektijdschrift Mojo werd If I Could Only Remember My Name enkele jaren geleden uitgeroepen tot "lost classic" terwijl het zustertijdschrift Q een heruitgave voorzag van een 1 ster bespreking.

 

De tegenstanders vinden het oeverloos en wazig. Pure improvisaties. Drie van de negen stukken hebben enkel woordenloze zang, terwijl de tekst van een vierde een opsomming is van kathedralen in Frankrijk. Pretentieuze rotzooi.

 

Maar wie wil luisteren hoort een groepje muzikanten die het beste van zichzelf geven, met als enig doel goede muziek te maken. Impressionistische muziek. Woorden zijn overbodig. Je voelt wat er wordt bedoeld.

 

 

In 1970 had Déja Vu van Crosby, Stills, Nash & Young het gat gevuld dat The Beatles en Bob Dylan hadden achter gelaten. Het los-vast collectief samengesteld uit de grootste ego's van The Byrds, The Buffalo Springfield en The Hollies bereikte op korte tijd de status van absolute supersterren. Natuurlijk volgt er dan een live-LP en moet iedereen solo-LP's gaan maken.

 

David Crosby begon in september 1970 aan de zijne. Hij had veel moeite moeten doen om de geluidstechnicus Stephen Barncard te overtuigen om achter de knoppen te komen zitten. "Crosby was erg opgefokt tijdens de opnamen van CSNY," vertelde Stephen Barncard in 2006 Matthew Greenwald. "Hij had weinig respect of geduld met studio assistenten en roadies. Die mensen waren er enkel om hem te bedienen. En natuurlijk waren ze een geschikt doel als er iets mis ging. Ik probeerde me zoveel mogelijk op de achtergrond te houden tijdens de opname van Déjà Vu. Hij zei ook een paar dingen waar ik me niet goed bij voelde. Ik zwoor zelfs nooit meer met hem samen te werken. Maar ik wist niet dat hij zijn vriendin verloren had."

 

Inderdaad, in de herfst van 1969, vlak voor de opnamen van start gingen, kwam Crosby's vriendin Christine Hinton om bij een auto ongeval. Hij was er kapot van en zocht zijn toevlucht in grote hoeveelheden drugs.

 

 

De opnamen vonden plaats in Wally Heider's studio in San Francisco, de studio waar CSNY hun plaat ook hadden opgenomen. Naar verluidt hadden ze daar 800 uur voor nodig gehad - ongeveer evenveel tijd als Bob Dylan in de studio heeft doorgebracht tussen 1962 en 1992.

 

 

Orleans

 

Die eerste avond zette David Crosby 'Orleans' op band. De Cross speelde  akoestische gitaar en voegde daar vele lagen zang aan toe. "Paul Kantner had het mij geleerd," weet David Crosby. "Het is een Frans kinderliedje: een serie namen van kathedralen in Frankrijk. Ik hield van het gitaardingetje dat ik er voor bedacht had: het fingerpicking melodietje dat de zang volgt. Het waren twee zes snarige gitaren en ik speelde ze allebei - dat is het Mormon Tabernacle Dave."

 

Eigenlijk heeft hij enkel het refreintje overgehouden van een aftelrijmpje, daterend uit de tijd van Jeanne d'Arc: 'Le Carillon de Vendome'.

 

Barncard was overdonderd. "Ik ben blij dat ik het hem gedaan. Het bleek dat David in een erg gelukkige periode was gekomen en hij was erg vriendelijk voor mij. Het was het begin van onze vriendschap en alle avonturen die zouden volgen.

Man, echt, het was angstaanjagend.... De beste muziek die ik ooit heb gehoord, laat staan aan mee heb gewerkt. Een van de eerste dingen die we deden was 'Laughing' of 'Orleans'. Enkel hij en zijn akoestische gitaar. We stapelden laag na laag zang en gitaar op elkaar en het klikte. We wisten meteen dat we iets speciaals hadden. Hij stond te huppelen van blijdschap."

 

 

De San Francisco scène

 

"In het begin was het kalm," herinnert Barncard zich.  "Er hing niet veel volk rond. Meestal alleen [mijn assistente]  Ellen [Burke] en ikzelf. David zat in een stoel met een akoestische gitaar en speelde.

Het was wel een beetje hectisch omdat ik dubbele shiften draaide. Overdag was ik American Woman van the Grateful Dead aan het mixen. We begonnen omstreeks 10 in de ochtend en gingen de hele dag door. Ik nam een pauze, kookte iets te eten op een vuurtje daaren dan tegen zeven 's avonds had ik alles klaar. Om 19:15 kwam  David binnen met een glimlach van oor tot oor. Het was zoveel meer ontspannen dan Déjà Vu was geweest. Daar had de druk echt op de ketel gestaan, maar het was dan ook ongelofelijk - die kerels konden wat."

 

Al meteen vanaf de opening van de Wally Heider's studio in april 1969 was het een plaats waar muzikanten graag rondhingen. De bands uit The Bay Area van San Franscisco hadden allemaal hun wortels in het hippie tijdperk. Met die achtergrond werd het dan ook heel normaal geacht om mee te spleen op mekaars platen.

 

Samen met Paul Kantner was Crosby een van de drijvende krachten achter het Planet Earth Rock and Roll Orchestra (PERRO). Dat was een wisselend groepje muzikanten uit de buurt die afgesproken hadden om telkens wanneer mogelijk samen platen te maken, los van hun eigen bands. Er zijn een aantal bootlegs in omloop van meestal nogal zweverige jamsessies van dat collectief opgenomen in Heider's in '70 en '71.

 

Maar terwijl de geïnspireerde magie die in die sessies sporadisch werd bereikt meestal beperkt bleef tot een track hier en daar kwam het allemaal samen tijdens de opnamen van Crosby's solo-debuut.

 

Barncard opnieuw: "Leden van the Grateful Dead en the Airplane begonnen langs te komen. Het was interessant om te zien hoe die lui bijna op afroep klaar stonden voor David. Ze stonden echt vol bewondering voor de nieuwe paden waarop David hen voorging. De chemie was zo goed en de songs zo fantastisch dat ze met plezier bleven rondhangen. Dus werd iedere nacht een feest. Soms waren het alleen David en ik, maar soms waren er wel tien mensen. Graham Nash was er ook dikwijls.

 

De beste artiesten van de locale scène kwamen Crosby ter hulp: Jerry Garcia, Phil Lesh, Mickey Hart en Bill Kreutzmann van the Grateful Dead; Grace Slick, Paul Kantner, Jorma Kaukonen en Jack Casady van Jefferson Airplane; Gregg Rolie en Michael Shrieve van Santana; David Frieberg van Quicksilver Messenger Service; Graham Nash en Neil Young; plus vanuit Los Angeles, Crosby ex-liefje Joni Mitchell.

 

"Zonder die mensen had ik die plaat nooit kunnen maken," gaf Crosby in 1995 toe aan Steve Silberman. "Jerry [Garcia] was practisch mede-producer. Hij was er zo vele nachten. Hij gaf zoveel van zichzelf aan die plaat. Hij was uiterst vrijgevig. Dat waren ze eigenlijk allemaal. Het was een gezamenlijk project van de hele stad, bijna. Het was een grap om dat een "solo plaat" te noemen.

Er waren geen regels.

Omdat het grote geld binnen kwam door Crosby, Stills, Nash, and Young, kon ik het me veroorloven om ieder avond Wally Heider's studio af te huren. Om het even wie kwam opdagen, we konden altijd iets proberen. Paul [Kantner] kwam, Grace [Slick] kwam, [Graham] Nash, Neil [Young], Jerry [Garcia], Phil [Lesh], Casady en [Jefferson Airplane gitarist] Jorma [Kaukonen]. Allemaal kwamen ze langs.

We deden maar wat en als je zomaar wat doet met zulke krakken van spelers en zangers dan heb je wat, als je  geduld hebt. En we hadden geluk. Ik ben nog net even fier over die plaat als over om het even wat ik verder nog heb gedaan.

 

Ik was nogal emotioneel toen. Ik woonde op mijn boot in Sausalito. Ik had me helemaal om de muziek gestort zodat dat andere - Christine - me niet kapot zou maken. I moest gewoon voortdurend werken, dus schreef ik de hele tijd. En als ik niet aan het schrijven was dan was ik aan het opnemen. En als in niet aan het opnemen was, dan probeerde ik ergens mee te spleen. Dat was mijn enige houvast. Dus was ik overal tegelijk."

 

 

Laughing

 

Een goed voorbeeld van de samenwerking met al die muzikanten is 'Laughing'. 

De song was Crosby's reactie op het gedweep van The Beatles en dan vooral George Harrison met de  Indische  guru  Maharishi Mahesh Yogi. "Ik wou hem zeggen dat niemand het "antwoord" in pacht heeft", legt Crosby uit, "en dat de mensen die beweren dat ze alle antwoorden weten je meestal proberen te manipuleren." 

 

Stephen Barncard was opnieuw erg onder de indruk: "De meest magische track van allemaal; het ging zo snel, dat ik me weinig herinner van de opname of het mixen. Het gebeurde op een dag of twee. Ik had er toen geen idee van dat Crosby dit en andere nummers al jaren achter de hand hield, wachtend op het juiste moment."

 

Inderdaad, op 28 maart 1968 had hij er al een versie van opgenomen in Hollywood Recorders, L.A. Die dag nam hij met de hulp van Elektra producer Paul Rotchild en studiotechnicus Bruce Botnick een aantal demo's op voor een mogelijke soloplaat: 'Tamalpais High',  'Games', 'Kids Ands Dogs' en 'Laughing'. De demo van 'Games' werd in 2006 uitgebracht op de boxset Voyage.

 

In september 1969, nog steeds op zoek naar een solo deal, legde hij een tweede solo versie van 'Laughing' vast in Heider's studio in Hollywood. Later probeerde hij vergeefs om zijn CSNY partners warm te overtuigen om het nummer op te nemen. Wel bracht hij het nummer solo tijdens de tournee van de groep in de zomer van 1970. Een live versie van het nummer werd in 1992 als bonus track toegevoegd aan Four Way Street.

 

Hoewel op de doos van de master tape voor 'Laughing' "11/3/70" staat aangegeven meent Barncard dat op die datum de track enkel is afgewerkt. Op de basistrack in september speelden Crosby en Garcia elektrische gitaren (respectievelijk een holle Gretsch en een Gibson SG), Phil Lesh op zijn originele Alembic bas en Bill Kreutzmann op drums. "Ik ben er zeker van dat ze het een keer of drie - vier doorliepen voor we opnamen," meent Barncard. "Het was niet een van die spontane melodieën; ze moesten er aan werken om het goed te doen, want er zitten een paar moeilijke overgangen in. Garcia speelde weinig op de basic track - enkel wat passende kleine riffs."

 

De echte klasse kwam tot uiting in de overdubs. Eerst voegde Crosby een heldere 12-snarige akoestische gitaarparij toe op spoor 1.

Daarna haalde Jerry Garcia zijn steel gitaar boven voor een prachtige solo. "Gewoon buitenaards," lacht Barncard. "Het stond er in één keer op. Absoluut prachtig."

Ook Garcia zelf is erg trots op zijn bijdrage: "Ik speelde veel steelgitaar in die periode, maar het beste wat ik ooit heb gedaan was op Crosby's soloplaat. Ik hou van wat ik toen heb gedaan in het algemeen. Maar vooral van die pedal steel op 'Laughing.' Dat was van het mooiste en het meest geslaagde van wat ik toen wou bereiken."

 

Als Crosby op dreef was werkte hij snel. De waterval van meerstemmige zang legde hij nog diezelfde sessie vast. "Hij had een uitsekend oor en zong dat, verdubbelde het, misschien nog een keer en dan naar het volgende stuk en dan weer verder," zegt Barncard bewonderend. "De zang op dat nummer is zeker zo goed als om het even wat hij met Stills en Nash heeft gedaan. Ongelofelijk."

 

Alle sporen waren vol toen Joni Mitchell nog een kleine maar belangrijke bijdrage moest leveren. "Ik voegde daarom Joni's doublering van 'In the sun...' toe op een van de twee bassporen van Phil," verklapt Barncard. "Tijdens het mixen moest ik enkel het niveau wat bijstellen."

 

Crosby: "Dat was echt prettig werken. Het is echt geslaagd - Lesh, waw, hij spelt prachtig op dat nummer; Het is zo mooi. Maar los daarvan, het is echt een buitengewoon stukje waar we die zang hebben aan het einde. Er was veel volk, maar Joni's bijdrage valt altijd weer op . . . het werd prachtig. Ik hou van dat nummer, waar het voor staat en van die aanzwellende zang aan het einde."

 

 

 

Tamalpais High (At About 3)

 

Het woordenloze 'Tamalpais High (At About 3)' verwijst naar een school in de buurt van de studio. Crosby had de gewoonte omstreeks 3 uur in de namiddag even naar de school te rijden. Vanuit zijn auto kon hij dan kijken naar de schoolmeisjes die na afloop van de lessen naar buiten kwamen.

 

De basistrack werd tijdens de PERRO sessies in november 1969 opgenomen met Jefferson Airplane gitarist Jorma Kaukonen en de ritmesectie van the Grateful Dead. Er bestaan twee outtakes, waarvan er eentje zelfs meer dan 9 minuten duurt.

 

Crosby had er geen tekst bij. "Daarom probeerde ik mijn stem te gebruiken alsof het een blaasinstrument was. Ik denk dat ik dat deed voor 'Song With No Words'. Ik had die twee voor ik aan de plaat begon. CSNY hadden er niks mee. Nash begreep het wel, maar Stephen en Neil snapten het toen niet. Dus deed ik deze eerst. Ik vond het gewoon magisch."

 

Stephen Barncard legt uit: "De basic tracks zijn eigenlijk opgenomen door de gasten van RCA: Maurice Iraci en Allan Zentz. Ik nam de stemmen op en voegde de overdubs van Garcia toe. En mixen natuurlijk."

 

 

Song With No Words (Tree With No Leaves)

 

Crosby bood 'Song With No Words' eerst aan voor Déja Vu.  Op de CSN box set staat een voordien onuitgegeven versie van Crosby en Nash, live opgenomen in de studio op 17 november 1969. Zoals de titel aangeeft is er geen tekst, maar dat is ook niet nodig. De emoties komen zo ook wel over.

 

De basis voor de LP versie werd gelegd tijdens de PERRO sessies. De basistrack werd opgenomen met leden van Santana, Grateful Dead, Jefferson Airplane en CSN&Y.

 

"Nash en ik hebben dat nummer zo vaak gezongen," weet Crosby. "Maar die opname was een van mijn mooiste ervaringen ooit in de studio. Dat was de kern van die plaat en die periode. Door de aanwezigheid van al die mensen uit al die verschillende groepen aan dat ene nummer. Gewoon fantastisch..

 

Tijdens de sessies in de herfst van 1970 werkte David de track af met overdubs van akoestische gitaar en woordenloze zang.

 

 

Music Is Love

 

Een ander nummer dat tijdens de sessies voor Déja Vu werd uitgeprobeerd is 'Music Is Love'. Op 23 augustus 1970 wou David (in de A&M studio C in LA ) iets tonen aan Graham Nash en Neil Young op zijn akoestische 12-snarige gitaar. Terwijl hij bezig is pikken de anderen melodie op en slaan aan het improviseren, zelfs met wat zang.

 

Wanneer David weg is, werken de anderen er aan door. Neil voegt nog wat conga's en xylofoon toe en samen met Graham werkt hij het af met een mix. 

 

Tijdens een van de eerste sessie voor de solo-LP brengt Graham die mix mee. David is totaal verrast. Hij had er nooit meer aan gedacht.

 

David Crosby: "het geeft perfect de sfeer van die plaat weer. Het is niet eens echt een song, gewoon steeds weer het herhalen van een "refrein" tot het uiteindelijk afbreekt. We krijgen nog een stukje van een "strofe"...  en dan...  is het gedaan. Niks is perfect op deze plaat, niks kapot gerepeteerd. Iedereen speelt gewoon wat hij voelt."

 

Wanneer Stephen Barncard een nieuwe mix wil maken, merkt hij dat de 8 sporen banden niet allemaal gelijk beginnen. Daardoor ontstaat een fazerend effect. Crosby is meteen helemaal wild van dat effect. Zo wil hij het op de plaat.

Het nummer wordt zelfs als single uitgebracht en bereikt de Amerikaanse top 100.

 

De oorspronkelijke mix wordt in 1991 uitgebracht op de CSN box set.

 

 

Cowboy Movie

 

Met meer dan acht minuten is 'Cowboy Movie' het langste stuk op de plaat. In dat nummer levert David commentaar op de spanning binnen CSN&Y. Zonder enige repetitie zette hij het in twee takes op band. David Crosby zorgt samen met de ritmesectie van the Grateful Dead voor een stevige fundering, zodat Jerry Garcia volledig loos kan gaan met verschillende gitaarsolo's.

 

David ging zo op in de muziek dat hij vergat in de microfoon te zingen. De zang moest daarom achteraf als overdub worden toegevoegd.

 

In 2006 werd op Voyage, de box set van David Crosby de extra lange studio versie van 10:59 uitgebracht. Daarvoor werd Crosby's overdubde zang van de tweede take gesynchroniseerd met de langere, eerste, instrumentale take.

 

 

I'd Swear There Was Somebody Here

 

Het kortste daarentegen is dit a capella werkje. "Het was erg laat," herinnert Barncard zich, "we waren helemaal alleen in Heider's studio A: ik en Croz en Ellen Burke."

 

"We waren op aan het warmen voor iets anders," weet David zelf, "En ik vroeg aan Stephen om de spectaculaire echoruimte aan te schakelen... Ik wou wat spelen met de echo. Ik had flink was straf spul gerookt en opeens had ik het gevoel dat Christine daar. Haar geest was in de kamer en het was een erg sterke aanwezigheid. En toen begon ik dat te zingen. Het zijn zes verschillende dingen elk zo'n minuut of twee lang. Op minder dan een kwartier stond alles er op. Ik deed het ene na het andere. Pure improvisatie. Erg spookachtig, maar ook een van de mooiste stukjes muziek die ik ooit bedacht."

 

 

Traction in the Rain

 

Crosby gaat een duel aan met zichzelf. Meerdere lagen akoestische gitaar, aangevuld met live zang en Laura Allen op autoharp. De opname werd dan overgezet op 8 sporen zodat Crosby, Nash en Allan nog meer zang konden toevoegen.

"Niemand kan een akoestische gitaar opnemen zoals Stephen Barncard," prijst David zijn geluidstechnicus. "Hij krijgt echt het beste geluid dat ik ooit heb gehoord."

 

 

What Are Their Names

 

Het laatste nummer werd ook weer live bedacht en opgenomen. David Crosby, Jerry Garcia, Neil Young en de ritmesectie van de Grateful Dead improviseren er op los.

 

De volgende dag schrijft David de tekst op een enveloppe in het vliegtuig. De tekst is typerend voor die tijd: "What Are Their Names". Wie zijn  de mensen die de touwtjes in handen hebben? Welke onzichtbare elite die heerst over America?

 

Diezelfde avond proberen ze zoveel mogelijk volk bij elkaar te brengen in Studio D voor de opname van het meezing refrein: naast David Crosby, Jerry Garcia, Phil Lesh, David Freiberg en Graham Nash zijn er ook nog Paul Kantner, Joni Mitchell en Grace Slick. Een echte PERRO sessie dus.

 

 

Outtakes

 

Naast de tracks die voor de plaat werden geselecteerd zijn er ook nog een heel pak outtakes. De meeste daarvan zijn pure improvisaties. Dikwijls met niet meer dan één of twee regels zang die regelmatig worden herhaald. Alles samen omvatten ze meer dan 4 uur materiaal.

 

Een groot deel daarvan werden in januari 1971 door David Crosby en Stephen Barncard overlopen, geordend en gemixt. Ze maakten vier banden van telkens 20 minuten. Dit werden de legendarische PERRO tapes. De banden werden door Graham Nash meegenomen en bij hem thuis bewaard. Voor het samenstellen van de CSN box werden alle dozen van alle betrokkenen terug opgediept. In een van de PERRO dozen werd zelfs nog een gevuld hashpijpje aangetroffen.

 

Een van die outtakes werd legendarisch: 'Kids and Dogs'. De lange improvisatie van David, met een glansrol voor Jerry Garcia dreigt elk moment om te slaan in een prachtig nummer, maar raakt er nooit helemaal

Het werd in 2006 als bonus track toegevoegd aan de heruitgave op cd van If I Could Only Remember My Name.

 

 

If I Could Only Remember My Name

 

De banden werden in november 1970 gemixt door Stephen Barncard en op 22 februari 1971 werd If I Could Only Remember My Name uitgebracht door Atlantic, de maatschappij waarbij ook Crosby, Stills And Nash waren ondergebracht.

     

Zoals al eerder aangehaald waren de reacties erg uiteenlopend. Zowel het toonaangevende Rolling Stone als Village Voice bijvoorbeeld moesten er absoluut niks van hebben. Maar in de nasleep van het succes van Déja Vu behaalde de plaat toch een mooie twaalfde plaats in de Amerikaanse top 30.

 

In oktober 1990 werd de plaat voor het eerst uitgebracht op cd. Stephen Barncard zorgde voor de remaster. Daarna werd het erg moeilijk op de cd te pakken te krijgen tot in november 2006 een HDCD verscheen. Daarbij zat als bonus een tweede DVD Audio schijfje geremixt voor 5.1 digital Surround Sound. Op beide cd's staat dus ook 'Cats and Dogs' als extra track.

 

Door zijn hedonistische levenswijze zou het achttien jaar duren eer David met zijn volgende solo-LP naar buiten kwam: Oh Yes I Can. Maar er was een gevangenisstraf wegens verboden wapenbezit voor nodig eer hij zijn leven terug op het rechte spoor kreeg.

 

 

photo_crosby

 

David Crosby - Laughing

15:03 Gepost door Peerke in Favoriete platen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: david crosby, laughing |  Facebook |