16-12-08

'Kilkelly' - Peter Jones

 decoration

'Kilkelly'

In de jaren zeventig vond de Amerikaanse Peter Jones op de zolder van zijn ouderlijk huis een bundeltje oude brieven. Ze bleken te zijn geschreven door de schoolmeester van het Ierse dorpje Kilkelly. Die schreef de brieven in de tweede helft van de 19de eeuw, in opdracht van de overovergrootvader van Jones. Zijn zoon - de grootvader van Jones dus - was geëmigreerd naar de Nieuwe Wereld. Zoals zovele Ieren in die tijd wou hij zo aan de hongersnood en armoede ontkomen.

De brieven houden hem op de hoogte van het familienieuws: huwelijken, geboortes en overlijdens, de verkoop van land en de tegenvallende oogsten. Maar vooral laten ze hem weten hoe zeer ze hem missen.

De laatste dateert uit 1892, meer dertig jaar na zijn vertrek. Daarin schrijft zijn broer dat zijn vader is overleden. Zonder zijn zoon nog ooit terug te hebben gezien.

 

Peter Jones verwerkte de brieven in een ontroerende song.

Ik leerde het nummer in 1988 kennen op de soundtrack van de BBC reeks Bringing It All Back Home, over de wisselwerking tussen de Ierse en Amerikaanse muziek. Daarop staat een versie van Moloney, O'Connell & Keane.

 

 

 

Kilkelly, Ireland, 1860, my dear and loving son John
Your good friend schoolmaster Pat McNamara's so good as to write these words down.
Your brothers have all got a fine work in England, the house is so empty and sad
The crop of potatoes is sorely infected, a third to a half of them bad.
And your sister Brigid and Patrick O'Donnell are going to be married in June.
Mother says not to work on the railroad and be sure to come on home soon.

Kilkelly, Ireland, 1870, my dear and loving son John
Hello to your Mrs and to your 4 children, may they grow healthy and strong.
Michael has got in a wee bit of trouble, I suppose that he never will learn.
Because of the darkness there's no turf to speak of and now we have nothing to burn.
And Brigid is happy you named a child for her although she's got six of her own.
You say you found work, but you don't say what kind or when you will be coming home. 

Kilkelly, Ireland, 1880, dear Michael and John, my sons
I'm sorry to give you the very sad news that your dear old mother has gone.
We buried her down at the church in Kilkelly, your brothers and Brigid were there.
You don't have to worry, she died very quickly, remember her in your prayers.
And it's so good to hear that Michael's returning, with money he's sure to buy land
For the crop has been poor and the people are selling at any price that they can.

Kilkelly, Ireland, 1890, my dear and loving son John
I suppose that I must be close on eighty, it's thirty years since goodbye.
Because of all of the money you send me, I'm still living out on my own.
Michael has built himself a fine house and Brigid's daughters have grown.
Thank you for sending your family picture, they're lovely young women and men.
You say that you might even come for a visit, what joy to see you again. 

Kilkelly, Ireland, 1892, my dear brother John
I'm sorry I didn't write sooner to tell you, but father passed on.
He was living with Brigid, she says he was cheerful and healthy right down to the end.
Ah, you should have seen him play with the grandchildren of Pat McNamara, our friend.
And we buried him alongside of mother, down at the Kilkelly churchyard.
He was a strong and a feisty old man, considering his life was so hard.
And it's funny the way he kept talking about you, he called for you in the end.
Oh, why don't you think about coming to visit, we'd all love to see you again.

08-12-08

Het haaienverhaal van Led Zeppelin

decoration

  

 

Een klassieker onder de straffe rockverhalen is het "haaienverhaal" van Led Zeppelin.

 

Het was 1969. Led Zeppelin had indruk gemaakt met hun debuutplaat en Amerika lustte wel pap van hard bluesrock. Die zomer doorkruisten ze de Verenigde Staten en ze genoten met volle teugen. 

Richard Cole, die mee rond trok als hun tour manager getuigde in de biografie van de band, Hammer of The Gods: "In die tijd kon er van alles gebeuren tijdens het touren. Je kon doen wat je maar wou met de meisjes die in het hotel opdoken. Die tweede tour van Led Zeppelin sloeg alles. Ik amuseerde me te pletter. We waren op weg naar de top, maar niemand hield ons in de gaten. Je kon je naar hartelust je gang gaan."

Op 29 juli stond de band op de affiche van het popfestival in het Gold Creek Park van Seattle, samen met een pak andere grote namen: The Doors, Ike and Tina Turner, Vanilla Fudge….

En waar in Seattle konden de bands beter worden ondergebracht dan in de beroemde Edgewater Inn? Het hotel had naam gemaakt in augustus 1964, toen The Beatles er een nacht hadden gelogeerd tijdens hun Amerikaanse tournee. Het mooie aan het hotel was dat het was gelegen aan de  Stille Oceaan. Of liever, boven de oceaan, want het is op een pier gebouwd, in de baai van Puget Sound. Het management ging er prat op dat de klanten die overnachten op de onderste verdieping  vanuit hun kamer konden vissen. In de lobby kon men zelfs visgerief huren of kopen. 

decoration
The Beatles aan het vissen uit het raam van de Edgewater Inn.

Zoiets moesten de jongens natuurlijk uitproberen.

"Ik kan me vaag herinneren dat John Bonham en Jimmy Page helemaal opgingen in het vissen," vertelt Mark Stein, de zanger van Vanilla Fudge, die getuige was van het gebeuren. "Ze vonden het te gek om vanuit het raam te vissen. Ik heb geen idee wat ze vingen… wat voor vis…

We hadden gewoon plezier. De rest zijn geruchten…

Volgens die geruchten hadden een aantal groupies de suite in weten te geraken. Eén van hen was een knappe jonge meid met rood haar. Het zou allemaal begonnen zijn toen iemand een zak vol vis over het naakte meisje uit kieperde. Dan zouden ze het meisje hebben vastgebonden op het bed. Toen kwam iemand op het idee om te proberen stukken vis in haar lichaamsopeningen te stoppen.

Stein zou alles hebben gefilmd met zijn 8 mm camera.

Enkele weken later moesten de mannen van Vanilla Fudge op de vlieghaven van Chicago wachten op hun vertrek. Toevallig raakten ze er aan de praat met de Don Preston, de pianist van Zappa's band, de Mothers Of Invention. Ze pochten over het filmpje van Led Zeppelin, de groupie en de vissen.…. en een legende was geboren. 

In zijn eigen boek, Stairway to Heaven: Led Zeppelin Uncensored, vertelt Cole: "Het gerucht ging al snel een eigen leven lijden. Er werd verteld dat het meisje verkracht werd… dat ze hysterisch aan het huilen was… dat ze me smeekte er mee op te houden… dat ze had willen weg geraken… dat ze met een vis zou zijn gepenetreerd. Dat is allemaal niet waar."

Volgens een variante zou het meisje zijn afgeranseld met een levende inktvis.

Toen aan de bassist van de band, John Paul Jones, om tekst en uitleg werd gevraagd, probeerde die een en ander recht te zetten: "Volgens mij is dat inktvisverhaal niet helemaal waar. Voor zover ik mij herinner was het een dode haai."

Frank Zappa pikte het haaienverhaal op en schreef er een nummer rond: 'The Mud Shark' - terug te vinden op de liveplaat 'The Mothers Fillmore East, June 1971'.

In Hammer Of The Gods probeerde Cole later het verhaal tot de juiste verhouding terug te brengen: "Bonzo (John Bonham) had er niks mee te maken. Robert (Plant) en Bonzo wisten van niks: dat waren nog kinderen. En trouwens, het waren geen stukken haai: het was alleen de neus van de vis. Die vissen leefden nog. …Het waren geeneens haaien. Het was roodbaars. En die rosse griet had een rosse poes… vandaar.

Dat is de waarheid. Bonzo was er bij maar ik heb het gedaan. Mark Stein heeft alles gefilmd…

En zij genoot er van. 'Eens kijken of die rosse van roodbaars houdt!' Dat was het. Het was alleen de neus van de vis en ze is zeker twintig keer klaar gekomen.

Ik zeg niet dat het grietje niet dronken was - en wij waren zeker zat - maar we wilden niemand kwaad doen of pijnigen. Echt niet. Ze heeft misschien wat klappen gekregen met een haai omdat ze niet deed wat wij zeiden, maar ze heeft er zeker niks aan over gehouden."

 

Wat is er echt gebeurd? Wie zal het zeggen. 

Misschien was het hele verhaal wel een publiciteitsstunt van twee jonge bands, op weg naar de top. Het bewijs, het fameuze filmpje van Mark Stein, is zelfs nu - bijna veertig jaar later - nog steeds niet opgedoken. "Ik heb de filmpjes niet meer," verklaart Stein: "Onze tourmanager van toen heeft die allemaal achter gehouden. Ik zou ze wel graag terug hebben."

In ieder geval mocht Led Zeppelin in 1973 terug overnachten in het hotel.

Alleen maakte ze het deze keer wel heel bont. Ze vingen zo'n dertig haaien en verstopten die overal in het hotel: onder bedden, in toiletten, in de liften, in badkuipen. Bovendien gooiden ze alles wat los en vast zat uit het raam: bedden, Tv's, lampen, gordijnen…

Daarna waren ze niet meer welkom in de Edgewater Inn.

 

decoration

de Edgewater Inn

 

The Mud Shark - Frank Zappa