25-06-08

Shot Of Love

Bob+Dylan+-+1981+SHOT_OF_LOVE-FRONTAL
 

Elk einde is een nieuw begin

In de zomer van 1980 leert Bob Dylan zeilen tijdens een vakantie op het Caribische eiland St. Vincent. Tijdens die vakantie overweegt hij, "op verkeerde gronden" zo geeft hij later toe, "te gaan samenwonen met iemand". Zijn vriendin Mary Alice Artes heft hem namelijk net verlaten. Zij is terug gekeerd naar de Oostkust om er haar carrière als actrice verder te zetten.

Over het afspringen van de relatie met de vrouw die hem de weg naar het Christendom toonde schrijft hij minstens twee songs: 'Caribbean Wind' en 'The Groom's Still Waiting For the Altar'.


Maar hij blijft niet lang alleen. Zijn "new pony" vindt hij in zijn achtergrondkoortje: Clydie King.
Clydie is een stevige zwarte zangeres die al jaren meedraait in het circuit. Ze heeft een drietal soloplaten gemaakt, maar is vooral een veel gevraagde backing zangeres. Zo is haar naam terug te vinden op platen van onder andere Ray Charles, the Rolling Stones, Elton John, Tim Buckley en Steely Dan.

"Hij zocht troost bij haar," weet Ron Wood. "Ze was fantastisch voor hem, maar ze zijn mekaars tegenpolen. Je moet ver zoeken om twee meer van mekaar verschillende mensen te ontmoeten. Zij is een zwarte, uitbundige soulzangeres. En Bob is verlegen en blank.
Ik zie nog voor me hoe hij een hamburger met haar wou delen. Hij knabbelde aan de rand en zij slokte hem helemaal op.
Zij droeg duidelijk de broek in hun relatie. Maar hij had zo iemand nodig op dat moment."

Dylan kijkt geweldig naar haar op en de volgende paar jaren vormt ze zijn rots in de branding. "Ik krijg de rillingen als ik haar alleen al hoor ademhalen. Er zit iets in de klank van haar stem, zo diep en warm, zo sterk en gevoelig tegelijkertijd."
Ooit omschreef hij hun liefde als "iets dat mijn verstand te boven gaat".

In haar nooit gepubliceerde boek Wait Till Your Father Gets Home, beweert Susan Ross dat Clydie en Bob samen twee kinderen hebben. Anderzijds beweert ze daarin wel meer. Zo zou ze zelf ook twaalf jaar een relatie hebben gehad met Bob en dat die vier keer getrouwd is geweest.


Popelen om weer te beginnen

Na de zomervakantie zijn de batterijen weer helemaal opgeladen en de song vloeien uit zijn pen. Een aantal nieuwe songs hebben natuurlijk religie als onderwerp, zoals 'Property Of Jesus', 'City Of Gold' en 'Yonder Comes Sin'. Maar toch zijn er tekenen dat de onaangename fundamentalistische fase van zijn nieuwgevonden geloof voorbij. Voor het eerst in meer dan twee jaar, schrijft hij songs die niet meer louter religieus geïnspireerd zijn.
Naast de songs over het bijna-huwelijk  zijn er ook een aantal over de nieuwe relatie: 'She's Not For You' en 'Let's Keep It Between Us'.

Beide onderwerpen vloeien samen in een van zijn allerbeste nummers ooit: 'Every Grain Of Sand'. In het nummer beschrijft Bob op nederige wijze zijn relatie met God en erkent dat de verleiding nooit ver weg is. De tekst verwijst naar het Evangelie van Mattheüs, maar is evenzeer verwant aan de poëzie van John Keats.

Na een paar maanden heeft hij genoeg songs klaar om een volgende plaat op te nemen. Maar de platenmaatschappij vindt het nog te vroeg. Saved ligt pas een paar maanden in de winkel en de verkoop was niet bepaald schitterend. Bovendien staat in het contract uit 1978 uitdrukkelijk: "Geen album zal, vroeger dan zes maanden... na het afleveren van de vorige plaat worden binnengebracht."


Repetities en demo opnamen

Zoals het vorige jaar, is Dylan van plan om in de late herfst weer een reeks optredens geven in het Fox Warfield Theater in San Francisco.
De repetities beginnen half september in Dylan's eigen Rundown Studios, in Los Angeles. De band bestaat uit de kerngroep van de gospeltour. Alleen de beide toetsenspelers Terry Young en Spooner Oldham zijn er niet meer bij. Zij zijn vervangen door orgelist Willie Smith (later in El-Rayo X).

Naast de nieuwe songs repeteren ze ook een dozijn covers - waaronder 'Sweet Caroline' van Neil Diamond en 'Somewhere Over the Rainbow'. Maar daarvan wordt uiteindelijk geen enkel nummer geselecteerd voor de shows.
De gitarit Fred Tackett legt uit waarom: "We repeteerden allerlei nummers, maar niet de songs die we zouden spelen. Die speelden we een beetje, maar hij wilde niet dat we ze kenden. Zodat we geen arrangement konden uitwerken, dat elke avond hetzelfde zou zijn. Hij wilde ons liever verassen. Hij begon iets te spelen, wij vielen in en dan gebeurde er van alles interessants."   

De promotor Bill Graham laat hem beloven dat het niet meer "uitsluitend religie" zou zijn. Daarom stuurt Bob hem een opname van een repetitie en Bill laat in advertenties op de radio weten dat hij "de persoonlijke verzekering heeft van Bob Dylan" dat hij verschillende oude nummers heeft gerepeteerd. Als bewijs is op de achtergrond alvast een fragment van 'Mr. Tambourine Man' uit de repetities te horen.

De eerste zes shows zijn snel uitverkocht en dus boekt Graham er meer - vijftien in totaal.

Omdat Dylan van plan is om een aantal van die nieuwe songs live uit te gaan testen neemt hij ze op als demo's voor de muziekuitgever Special Rider. Zo kan hij er copyright op aanvragen.

Voor de meeste van die demo's volstaat zijn tourband. Maar voor één song heeft hij iemand uitgenodigd. De Amerikaanse zangeres Jennifer Warnes, was toen de vriendin van Leonard Cohen.
Gezeten aan de piano zingt hij haar het nummer één keer voor. Daarna keert hij zich naar haar en zegt: "Oké, laten we het maar eens proberen."
Warnes had verwacht een bandje mee naar huis te krijgen om het nummer in te oefenen voordat ze het samen zouden zingen. Maar Bob staat er op het meteen op te nemen. Deze demo, met Fred Tackett op gitaar en een blaffende hond op de achtergrond wordt later uitgebracht op de cd-box The Bootleg Series, Volumes 1-3.
Later op de avond wordt het nummer nog een tweede keer opgenomen, maar nu met de volledige band.


Musical Retrospective Tour

Bij het eerste optreden van in het Fox Warfield Theater, op 9 november, zijn de verwachtingen hoog gespannen. Net als in de lente begint de show met een gospelkwartiertje. De zangeressen nemen dit gedeelte voor hun rekening. Daarna opent Dylan met 'Gotta Serve Somebody' en 'In Believe In You'.  Vanaf het derde nummer, 'Like A Rolling Stone' volgt een mengeling van covers, nieuw materiaal als 'City Of Gold', 'Let's Keep It Between Us' en het ronduit schitterende 'Caribbean Wind', naast ouder werk als 'Señor (Tales Of Yankee Power)' en 'Blowin' In The Wind'.
Afgesloten wordt met 'In The Garden'.

Maar het publiek reageert ontgoocheld en de recensies blijven koel. Bill Graham is woedend en de ticketverkoop voor de laatste negen concerten valt stil.

De BGP organisatie brengt gaststerren in om de ticketverkoop aan te zwengelen: Roger McGuinn, Maria Muldaur, Carlos Santana...

De journalist Larry Ratso, die Bob ooit volgde tijdens de Rolling Thunder Revue, kijkt in januari 2003 terug: "Ik had het geluk om er bij te zijn in het Warfield tijdens een paar historische nachten tijdens Dylan's tweede reeks voorstellingen na zijn bekering, in 1980. Een aantal fans had hem in de steek gelaten na de eerste reeks en de ticketverkoop was slapjes. Bill Graham kreeg Bob zover dat hij zijn absolute weigering om zijn ouder materiaal te spelen opgaf. Hij overtuigde een aantal vrienden van Dylan om langs te komen (en zo de boel terug op gang te trekken). Ik was erbij de avond dat Jerry Garcia een paar nummers meespeelde. Dat was fijn, maar ik vond het veel opwindender toen Mike Bloomfield verscheen. Hij speelde bij 'The Groom's Still Waiting At The Altar' en nog beter, deed zijn onsterfelijke solo's op 'Like A Rolling Stone'. Ik had nooit gehoopt om dat nog eens live te mogen meemaken!
Een ander mooi moment dat ik mijn herinner van die reeks in het Warfield: Bob, aan de piano met Clydie King. Samen brachten ze het toen nog onbekende 'Let's Keep It Between Us' (Bonnie Raitt coverde korte tijd later op haar Green Light LP, maar Bob heeft het nooit officieel uitgebracht - staat het niet op Biograph of een van die Bootleg Series?)."

Uiteindelijk spelen ze twaalf concerten in het Warfield Theater. En elke show is beter dan die van de avond ervoor. De band raakt beter op mekaar ingespeeld en Dylan komt steeds weer met nieuwe covers. En de zanger wordt ook steeds spraakzamer. Hij leidt verschillende nummers in met lange verhalen, terwijl hij de intro op zijn gitaar aanslaat.

Na San Francisco trekken ze verder langs de Westkust, voor nog zeven concerten. Het laatste concert vindt plaats op 4 december in Portland, Oregon.

Dylan is van plan om, na Nieuwjaar, de tournee aan de oostkust verder zetten. Hij is daarom op zoek naar een theater met zo'n 2 500 plaatsen voor een periode van zes weken!

Maar dan wordt John Lennon vermoord.

Zoals iedereen is Bob diep getroffen door de zinloze moord. Maar hij vreest zelf ook voor zijn leven. Hij is immers, net als Lennon, een icoon uit de jaren zestig. Hij zou net zo goed een doelwit kunnen zijn. De angst zit er goed in.

Er zijn ook concrete redenen om in te grijpen. Dylan wordt zelf al een tijdje lastig gevallen door een vrouwelijke stalker. Carmel Hubbell duikt telkens weer op in hotels en zalen. Ze beweert dat ze een relatie met Bob heeft gehad en dat ze die nu wil verder zetten. Bob ziet zich genoodzaakt een bewaker in dienst te nemen om de vrouw uit zijn buurt te houden.

 

Een nieuwe band, een nieuwe manier van opnemen

In de winter schrijft Dylan nog meer nieuwe nummers bij en op 11 maart 1981 begint hij aan de repetities voor een volgende plaat. Hij heeft inmiddels een dertigtal nummers waartussen hij kan kiezen.

In de Rundown Studios wordt een band samengesteld met als kern gitarist Fred Taxkett en de ritmesectie Jim Keltner en Tim Drummond. Clydie King, Regina McCrery, Carolyn Dennis en haar moeder Madelyn Quebec zorgen voor de backing vocals.

Er is een nieuwe periode aangebroken in de opname techniek van Bob Dylan. Waar hij voordien een plaat opnam in zes of zelfs minder sessies zal hij in de jaren tachtig meerdere sessies nodig hebben, dikwijls met lange tussenperioden. Shot of Love is de eerste plaat die hij op die manier zal opnemen. Dat heeft vooral te maken met de nieuwe manier van opnemen die vanaf de jaren tachtig wordt gebruikt. De nieuwste opnameapparatuur met een haast oneindig aantal sporen biedt de mogelijkheid om instrument per instrument op te nemen en een song dus laag na laag op te bouwen. Als gevolg daarvan heeft men soms vijf dagen nodig alleen om de drums af te stellen. Dylan heeft het daar erg moeilijk mee. Hij heeft altijd live opgenomen, met zo min mogelijk overdubs.

De opnamen van Shot of Love gebeuren gespreid over een lange periode en bovendien is niet alle informatie beschikbaar. Zo is er weinig geweten over de sessies in Rundown Studios in de tweede helft van 1980 en de eerste drie maanden van 1981. Ook de sessies in Clover in april en mei zijn vaag en de informatie is vooral samengesteld op basis van de contracten van de muzikanten.

Dylan is van plan om de opnamen zelf te producen, in samenwerking met een buiten staander. Jimmy Iovine is een opkomende sterproducer. Hij begon halverwege de jaren zeventig als geluidstechnicus bij John Lennon en Bruce Springsteen. In de jaren tachtig zal hij helemaal doorbreken als producer van U2, Dire Straits, the Eurythmics, Stevie Nicks, Tom Petty & The Heartbreakers, The Pretenders, Bob Seger en Patti Smith.
Iovine brengt zijn vaste geluidstechnicus Shelley Yucas mee. Die zal wordt bijgestaan door Dylan's assistent Arthur Rosato

 

Een lange aanloop

Op donderdag 26 maart vindt een eerste sessie plaats met Iovine. In de Rundown Studio wordt 'Angelina' opgenomen. Het is een schitterend nummer... maar de track zal tien jaar in de kast blijven liggen.

De volgende dag wordt het stevige 'The Groom's Still Waiting At The Altar' op band gezet. Er zijn tien takes voor nodig, na een groot aantal jams om op te warmen.

Waarschijnlijk omwille van de belabberde geluidskwaliteit van de Rundown Studios, besluiten Dylan en Iovine een aantal studio's in en rond Los Angeles uit te proberen. Overal wordt wat gejamd "Het was meer het geluid  uittesten - ooh ooh - dat soort spul..." vertelt gitarist Steve Ripley.

"We maakten de ronde van de studio's [in Los Angeles]," vertelt Jim Keltner. "Hij zocht sfeer. Hij deed er veel meer moeite voor dan anderen. De meesten gaan gewoon naar een studio en doen het daar mee. Hij probeerde een heel pak... producers. Hij wou niet in dezelfde val trappen als bij Saved. Hij zocht iets levendiger dan dat."

De laatste dag van maart vindt zo een sessie plaats in Studio 55. Daarvoor wordt de band aangevuld met oudgedienden, violist David Mansfield en percussionist Bobbye Hall. Die vragen aan Tim Drummond, "Wat gaan we vandaag doen?" Drummond heeft echter ook geen idee.
In afwachting zet Iovine alvast alles klaar. Iedereen wordt netjes afgeschermd van de anderen met geluidssschermen, zodat elk instrument afzonderlijk kan worden opgenomen.

Het blijkt uiteindelijk dat 'Caribbean Wind'op het programma staat.
"Het was vreselijke ervaring om dat nummer op te nemen," blikt Arthur Rosato terug. "Hij liet zowat iedereen opbellen die hij kent, zodat we een band hadden van zeker vijftien mensen.... Ik had de originele demo bij die we gemaakt hadden in de Rundown. Ik liet die horen aan de muzikanten... Iedereen vond het een geweldig nummer.
Bob daagt zo een uur of drie te laat op - bijna op tijd voor zijn doen, dus.
Van zodra de muzikanten het een eerste keer spelen, begint hij direct van 'Nah, nah, nah, dat is helemaal fout.' Ze hadden het kunnen weten want ze hadden al allemaal voor hem gespeeld: 'Daar gaan we weer!' En in plaats van die versie maakt hij er iets country and western- achtigs van, zo van dat boom-chika spul..."

Fred Tackett bevestigt: "Bob komt binnen, we nemen de song op en we gaan luisteren naar het resultaat. Natuurlijk klinkt het gladjes als alle pop in de jaren tachtig. Vanzelfsprekend haat Bob het.
Dus, zeggen ze, 'Bob, in deze studio hebben ze 'White Christmas' opgenomen - ze bedoelen: dit is een degelijke, ouderwetse studio... Waarop hij weer: 'Yeah! Haal me de bladmuziek van 'White Christmas', want dat is het enige wat we hier gaan kunnen opnemen. Mijn muziek krijgen we hier niet opgenomen.'
Op dat moment zien we Jimmy Iovine en Shelley Yucas hun spullen bijeen pakken en weglopen. Ze stapten het af, omdat ze geen enkele controle hadden over de situatie... "

Daardoor gaat een prachtig nummer verloren.
In het boekje bij Biograph schrijft Dylan over 'Caribbean Wind': "Soms schrijf je iets... zeer geïnspireerd en je werkt het niet helemaal af, om de een of andere reden. Dan pik je het terug op en de inspiratie is weg... dat is een probleem. Frustrerend. Ik denk dat ik 'Caribbean Wind' vier keer herschreven heb. Misschien is het goed zo. Ik weet het niet. Ik moest het er bij laten..."
"Hij had problemen met die song," vertelt ook Jim Keltner, "En ik begreep niet waarom. Hij begreep zelfs niet waarom. Het was een fantastisch nummer om te spelen, maar iedere keer als we het probeerden mankeerde er wat aan."

De volgende dag, woensdag 1 april, vindt een lange, relaxte sessie plaats in de Cream Studio. Blijkbaar is Iovine niet meer komen opdagen: "Produced by Destiny Productions" staat er op de doos aangegeven.
Er wordt vooral gejamd en gewerkt aan ideeën voor nummers. Alles bij elkaar veertig takes, met titels als 'Straw Hat', 'Gonna Love You Anyway', 'I Want You To Know That I Love You' 'Is It Worth It?', 'You Changed My Life', 'Almost Persuaded', 'I Wish It Would Rain', 'It's All Dangerous To Me' en 'Need That Woman'.

Donderdag vindt nog zo'n Destiny Production sessie plaats in een andere studio: de legendarische United / Western Studio (nu Oceanways) - waar Phil Spector en Brian Wilson hun grootste successen op band gezet hebben. De meisjes hebben blijkbaar een dagje vrij want ze worden nergens vermeld.
De sessie begint met vijftien ongetitelde takes waarvan een groot aantal valse starten en slechts twee volledige opnamen. Daarna volgen twee instrumentale takes en dan opnieuw 'Is It Worth It ?', 'Yes Sir, No Sir (Hallelujah)', 'Singing This Song For You', 'Reach Out' en 'Fur Slippers', een cover van 'Let It Be Me' en tenslotte 'Ah Ah Ah'.

Er is geen spoor van een opname van 'Caribbean Wind' op 7 april, zoals aangegeven in Biograph. Waarschijnlijk wordt op die dag de opname van 31 maart gemixt.

Op vrijdag 10 april worden nog drie opnamen gemixt in de Clover Studio. Ze worden aangeduid als "Early Roughs". Het zijn 'I Wish It Would Rain', 'Let It Be Me' en 'Shot Of Love'. Deze versie van dat laatste nummer begint met een intro op piano en drums, in plaats van de kreten van de backing zangeressen.

Veel opnamen van deze sessies worden op 3 en 4 december 1984 uit de oorspronkelijk banden geknipt en aan elkaar geplakt tot één band van bijna negentig minuten. Die band wordt gebruikt om copyright aan te vragen. Maar een gedeeltelijke kopie van de band komt terecht in handen van verzamelaars. De bootleggers weten er niet goed raad mee. Lange tijd heeft niemand enig idee wanneer de songs zijn opgenomen. Vooral omdat er geen titels bij zijn en geen fragmenten van de melodieën of teksten zijn gebruikt voor andere songs. Pas in de jaren negentig raakt de ware toedracht bekend. De bootleg krijgt dan ook  als titel Between Saved And Shot.

 


Een andere producer

Ze zijn twee weken bezig en de sessies schieten niet echt op.
David Geffen stelt voor om Chuck Plotkin erbij te halen. Plotkin is een rustige A&R man die veel samenwerkt met Bruce Springsteen. "Ken je mijn werk?" vraagt Bob hem aan de telefoon. Plotkin, een doorwinterde Dylanfan antwoordt voorzichtig "Yeah." "Zou je me willen helpen een plaat te maken? Ik heb veel platen gemaakt, maar platen maken is niet mijn specialiteit," legt Bob uit. "Ik voel me er altijd ongemakkelijk bij."

Wanneer Plotkin Dylan in de Rundown studio gaat opzoeken, is die daar aan het werk met Robert 'Bumps'Blackwell. De man is 63 en bijna blind.  Maar de producer die, 25 jaar eerder Little Richard hielp om zijn grootste successen op te nemen, levert nog altijd uitstekend werk: de definitieve versie van 'Shot Of Love' wordt die dag opgenomen. Niet alleen de zwakke gezondheid van de man, maar ook de mening van Bob's adviseurs dat hij niet hip genoeg is maken dat er niet verder wordt samengewerkt.

Dylan is erg trots op de song. "Het doel van muziek is te verheffen en de geest te inspireren," vertelt hij in 1983. "Wie wil weten hoe het met Bob Dylan gaat, moet lusiteren naar 'Shot of Love'. Het is mijn allerbeste nummer. Het geeft aan waar ik voor sta: spiritueel, muzikaal, romantisch en wat weet ik nog. Het toont waar ik om geef. Het is er allemaal, in dat ene nummer."

De sessies met Chuck Plotkin zelf kennen een moeilijke start. Er is gekozen voor Plotkin's Clover Studios op Santa Monica boulevard in Los Angeles. De muzikanten zijn: Jim Keltner  en Tim Drummond, plus Benjamin Montgomery Tench III (beter bekend als Benmont Tench) op toesten, de gitaristen Steve Ripley en Danny Kortchmar en als koortje Regina Havis, Clydie King en Carolyn Dennis.

Plotkin en de muzikanten zitten al een tijdje in de studio te wachten wanneer Bob hun opbelt om te vertellen dat hij.... in Minnesota zit.


Tweede poging

Op donderdag 23 april kunnen de opnamen eindelijk echt beginnen. 'Magic' staat er in één keer op. Dan volgen vijf volledige versies van 'Trouble', twee van 'Bolero' en twee van 'Don't ever Take Yourself Away'. En tenslotte elf van 'You Changed My Life', met tussendoor twee keer 'Be Carefull'. Daarvan wordt alleen 'You Changed My Life' later uitgebracht op The Bootleg Series, Volume 1-3.

Plotkin moet al snel ondervinden dat Bob niet altijd even gemakkelijk is om mee te werken. Hij komt steevast te laat, soms zelfs twee uur ("Sorry, verdwaald!") en staat er op live op te nemen. Hij weigert daarbij een koptelefoon te gebruiken. 

Bobs excentrieke gewoonten vormen ook een uitdaging voor de muzikanten. Zo probeert hij regelmatig Keltner uit zijn ritme te krijgen. Zo wil hij een zekere spanning creëren. Dat geeft de muziek de scherpe kantjes waar hij op uit is.
Bovendien doet Bob elk nummer maar twee of drie keer; dan heeft hij er genoeg van. En zodra hij tevreden is met zijn zangpartij is de song, wat hem betreft, voltooid. Of Plotkin nu een goede opname heeft of niet.

De volgende dag wordt een hele sessie alleen aan 'Magic' besteedt. Alweer een song voor de archieven.

Na het weekend wordt verder gewerkt met gitarist Michael Campbell plus Benjamin Tench, William Smith, Jim Keltner en Tim Drummond. Er worden vier takes opgenomen van 'Need A Woman', drie van 'Dead Man, Dead Man', elf van 'In The Summertime' en tenslotte één keer 'Watered Down Love'.

Op dinsdag is saxofonist Steve Douglas er bij geroepen. Vier takes van 'Watered Down Love', eentje van 'Heart Of Mine', drie onvolledige van 'Dead Man, Dead Man', één keer 'Blue T/L' en één keer 'Property Of Jesus'. De sessie loopt tot vier uur in de ochtend. De muzikanten zijn uitgeput en een aantal zijn al naar huis vertrokken. Toch staat Dylan er op 'Heart Of Mine' nog eens op te nemen. Het resultaat is een erg lome versie.

Woensdag 29 april wordt begonnen met dezelfde bezetting. 'Every Grain Of Sand' en 'Dead Man, Dead Man' blijven allebei onvolledig. 'Heart Of Mine' staat er in één keer op en dat geldt ook voor de traditional 'The Girl From Louisville'.
Daarna werkt Bob alleen verder met Clydie King. Hij zelf speelt daarbij piano. Samen nemen ze twee songs op: eerst 'Lenny Bruce' en daarna een cover van 'The Ballad Of Ira Hayes' van Peter La Farge.

Van 'Lenny Bruce' geeft Dylan later toe dat hij het nummer in vijf minuten schreef. Hoewel het melodisch goed is, is dat jammer genoeg ook de tekst te horen. Hoewel het bedoeld is als een ode aan de rebelse komiek blijkt dat niet uit regels als "I rode with him in a taxi once, only for a mile and a half, / Seemed like it took a couple of months."

Donderdag worden bandversies opgenomen van 'Dead Man, Dead Man', 'Lenny Bruce', 'Piano & Bob' en een nieuwe versie van 'Caribbean Wind'.
De sessie lijkt afgelopen wanneer Bob plots 'Every Grain Of Sand' begint te spelen aan de piano. Plotkin merkt dat er geen zangmicrofoon staat opgesteld. Hij haast zich er naar toe en houdt een microfoon in zijn hand terwijl Bob zingt. Het blijkt de enige opname en die komt dan ook op de plaat terecht.

Van de sessie van vrijdag 1 mei zijn geen banden terug gevonden. Bovendien staan heel andere titels opgegeven op de papieren van de muzikanten als op die van de zangeressen.


Mixen en een afgekeurde versie

De volgende dag al begint het mixen. Op zaterdag wordt 'Heart of Mine' vier keer gemixt.
Na het weekend wordt de hele week verder gewerkt. Naast de titels die van de sessies zijn uitgebracht op Shot Of Love, Biograph en The Bootleg Series worden ook 'Magic', 'Wind Blowing On The Water' en 'All The Way Down' gemixt. De datum 4 mei, die in de nota's van The Bootleg Series, Vol. 1-3 staat aangegeven voor de opnamen van  'Angelina' en 'Need A Woman' is die van het mixen.

Op dinsdag 11 mei wordt de master samengesteld voor Shot Of Love. 

Shot of Love
*Heart Of Mine
Property Of Jesus
Lenny Bruce
Watered Down Love

*Dead Man, Dead Man
In The Summertime
*Magic
*Trouble
Every Grain Of Sand
*Angelina.

De met een * aangeduide mixen komen zijn uiteindelijk niet uitgebracht.


Nog meer opnamen

Blijkbaar is Bob niet helemaal tevreden over de opnamen. Donderdag 14 mei worden nieuwe versies opgenomen van 'Dead Man', 'Lenny Bruce Is Dead', 'Trouble' en 'In The Summertime'.

Ringo Starr is in L.A. Dylan wil hem absoluut op de plaat. De ex-Beatle heeft beloofd om de volgende dag langs te komen. Plotkin grijpt de kans om 'Heart Of Mine' opnieuw op te nemen.
Wanneer Bob, uren te laat, eindelijk arriveert is Ringo aan het jammen met de muzikanten, waaronder de legendarische bassist Donald 'Duck' Dunn en Rolling Stone Ronnie Wood. 
Tien minuten later staat het nummer op de band. Na wat jammen op klassiekers als 'Mystery Train' wordt ook nog 'Watered- Down Love' opnieuw opgenomen.
Om de sessie af te ronden voegt Ringo ook nog tom-toms toe aan de beste takes.

Vanaf maandag 18 mei wordt opnieuw gemixt. De laatste mixsessie vond plaats op 31 mei. Die dag wordt door Andrew Gold ook nog wat gitaar toegevoegd aan ' Property Of Jesus', 'Shot Of Love' en 'Every Grain Of Sand'.

Voor Plotkin was het een erg frustrerende ervaring. Hij had dag en nacht doorgewerkt om de plaat zo goed mogelijk te laten klinken. Maar dat is niet wat Bob wilde. "Ik moet je wat vertellen over de mixen die je maakt, Charlie," zei hij. "Je poetst de boel te veel schoon. We klinken een beetje als de Doobie Brothers."
"Chuck [wou] goed klinkende mixen maken van ieder nummer," vult Jim Keltner aan, "en Bob vond geen er van goed. Uiteindelijk hoor je op Shot of Love bijna allemaal monitor mixen."

De uiteindelijke master wordt op 1 juni samengesteld. 

Doordat de sessies al zo lang aanslepen is Dylan al uitgekeken op diverse, nochtans sterke songs. Die mogen dan ook niet op de plaat. 'Need A Woman' en 'Angelina' vormen nochtans enkele van de hoogtepunten van The Bootleg Series Volumes 1-3. Daarop staat verder ook nog 'You Changed My Life'.
'Caribbean Wind' en de demo van 'Every Grain Of Sand' komen op Biograph terecht.
'Let It Be Me' en 'The Groom's Still Waiting At The Altar' tenslotte worden als b-kanten van de single uitgebracht. 

Van de nummers die wel op de plaat worden geplaatst, moeten er in een aantal songs stevig moet worden geknipt om de plaat tot 45 minuten te beperken. De nochtans schitterende harmonica outro van 'In The Summertime' wordt met 40 seconden ingekort en zowel 'Waterd-Down Love' als 'Trouble In Mind' verliezen elk een strofe.

Bob is echter nog steeds niet tevreden over het resultaat. 
Op het laatste moment worden Tim Drummond en Jim Keltner nog even terug de studio ingeroepen om 'Heart Of Mine, 'Shot Of Love' en 'Dead Man, Dead Man' wat aan te dikken.

 

De eerste Europeese gospeltour

Amper twee weken na het beëindigen van de lange reeks opnamen blaast Bob opnieuw verzamelen in de Rundown studio. Er moet worden gerepeteerd voor een Europese tournee. Het is voor het eerst sinds zijn bekering dat hij zijn boodschap op het oude continent gaat verkondigen.

Om stalkers en andere opdringerige fans uit zijn buurt te houden ziet Bob zich genoodzaakt om een complete bewakingsdienst in dienst te nemen. Tussen 20 mei en 17 juni wordt de stalkster negentien keer opgepakt op het terrein. Ze begint ook doodsbedreigingen achter te laten. Uiteindelijk krijgt de vrouw een gerechtelijk verbod nog in Dylan's buurt te komen of zijn naam te gebruiken.
Er zijn geruchten dat Dylan een kogelvrij vest draagt. In ieder geval heeft hij er een aan Tim Drummond cadeau gedaan. Netjes verpakt in geschenkverpakking.

Na een viertal try-out shows in het Mid-Westen, arriveren Bob en zijn gezelschap op 21 juni in Frankrijk. Na twee shows in Frankrijk verhuizen ze naar Engeland, waar ze eerst zeven concerten spelen in het Earl's Court in Londen en daarna twee in Birmingham. Terwijl hij drie jaar eerder een hartstochtelijke ontvangst beleefde in Londen blijven daar nu vele stoelen leeg. Het publiek is afgeschrikt door de recensies over de Amerikaanse gospeltournees.
Van Engeland vliegen ze naar Scandinavië. Telkens één concert in Zweden, Noorwegen en Denemarken en vervolgens vijf concerten in Duistland. Op 21 juli spelen ze in Oostenrijk, dan in Zwitserland en sluiten op 25 juli af met een groot openluchtconcert in Avignon, Frankrijk.
Daarbij vallen twee doden: een Nederlandse fan valt uit een hoogspanningsmast en een meisje valt van het dak van een tribune.  

Dylan heeft voor deze tournee een nieuwe manier van zingen bedacht: hij zet de zang niet gelijk in met de muziek, maar wacht telkens even. Dan zingt hij de teksten in een hoger tempo, zodat hij toch nog gelijk aankomt bij het einde van elke regel. Heel merkwaardig.
Zijn nieuwe manier van zingen heeft echter teveel gevraagd van zijn stem en hij zal het dan ook praktisch nooit meer gebruiken.
Het is dan ook jammer dat de geplande live-LP (alle optredens van de Europese tournee werden opgenomen) er nooit is gekomen. Fans moeten zich dan ook behelpen met bootlegs, zoals bijvoorbeeld het uitstekende Avignon.

Een dag na het laatste optreden, vliegt Bob terug naar Amerika, waar hij augustus doorbrengt op zijn boerderij in Minnesota.

 

Shot Of Love

Dylan's eenentwintigste studio LP verschijnt op 12 augustus 1981.

Hoewel er veel minder religieus getinte songs op de plaat zijn te horen dan op de voorgangers - en zelfs minder dan op bijvoorbeeld John Wesley Harding of  Street Legal wordt de plaat algemeen beschouwd als het derde deel van de trilogie.

In Rolling Stone laat Paul Nelson weten het beu te zijn: "Omwille van de prestaties van de man in het verleden... zijn we geneigd zijn nieuwste werk het voordeel van de twijfel te gunnen... Niet langer. Voor mij stopt het hier." Nick Kent noemt het in NME ronduit "Dylan's slechtste plaat ooit."
 
Bovendien is het Dylan's laatste voor CBS onder het contract van 1978. De platenmaatschappij heeft dan ook niet veel belangstelling om er promotie voor te maken.

De reputatie die aan de plaat voorafging, de zwakke promotie, de spuuglelijke hoes, de rommelige indruk en de oneven kwaliteit van de song droegen allemaal bij om de plaat om zeep te helpen. De verkoop blijft dan ook beneden alle peil - vooral in Amerika. De plaat doet het er nog slechter dan Saved: de hoogste notering was een 33ste plaats en de single raakt niet eens genoteerd in de top 100.
Geholpen door de concertenreeks strandt Shot Of Love in Engeland net buiten de top 5.

De single is verschillend voor Europa en Amerika. Aan beide kanten van de oceaan is 'Heart Of Mine' gekozen als a-kant maar Europa krijgt 'Let It Be Me' als b-kant, terwijl voor het thuisfront 'The Groom's Still Waiting At The Altar' wordt geselecteerd. Er is ook een live videoclipje, ter promotie.

De mislukking is een grote tegenvaller voor Bob. Hij heeft erg zijn best gedaan om zijn geloof te verpakken in wat hij beschouwde als een goed gemaakte plaat. In 1985 blikte hij terug: "De plaat had gemaakt kunnen zijn in de jaren veertig of misschien de jaren vijftig.... Er was iets gemeenschappelijks in die nummers... De critici... hadden het alleen over Jezus dit en Jezus dat. Alsof het een Methodisten plaat was." .

Nochtans draagt Bob Dylan ook een stukje van de schuld. Zoals ook met Infidels het geval zou zijn had Bob Dylan gemakkelijk een veel betere plaat kunnen puren uit deze sessies. 'Angelina', 'Caribbean Wind' en 'The Groom's Still Waiting At The Altar' verdienen zeker een plaats op dit album. Dylan gaf dan ook toestemming om dat laatste nummer in ere te herstellen, door het bij latere persingen aan de tracklist toe te voegen. De enige keer dat zoiets met een LP van Bob Dylan is gebeurd.

 


Third Shot Of Love Tour

Half oktober begint de Amerikaanse herfsttournee met een concert in Milwaukee, Wisconsin. Tijdens het eerste deel wordt pure, goed gebrachte gospel geserveerd. Het publiek jouwt hem niet meer uit, maar blijft wel verzoeknummers roepen.
Dan, na de pauze, brengen ze een show van zowat anderhalf uur, met alleen maar klassiekers. Het publiek gaat helemaal uit de bol.

De tournee duurt tot november en naarmate ze verder door het land trekken worden de concerten alsmaar aardser. De verandering is voor een deel te danken aan Al Kooper. Die is toegetreden tot de band, nadat Will Smith is ziek gevallen. Hij moedigt Bob aan om de songs te spelen die ze in de jaren zestig hadden opgenomen. "Ik denk dat die tournee een keerpunt betekende. Ik denk dat hij toen zo'n beetje terug begon te komen." aldus Kooper. "Hij dronk koffie, rookte sigaretten. Hij kon weer rocken."

Ze spelen eerst zeven shows in de Verenigde Staten, dan vier in Canada en dan nog eens elf in de Noord Amerika. De grote steden worden daarbij netjes vermeden.

Op 19 oktober haalt Bob zijn jeugdvriend Larry Kegan op het podium om 'No Money Down' te zingen. Zelf toetert hij ondertussen wat op een saxofoon (!) Maar na twee optredens moet Kegan, die in een rolstoel zit, naar het ziekenhuis worden gebracht met een longontsteking.  Het is een teleurstelling voor Kegan en Bob voelt zich er verantwoordelijk voor. Het zal jaren duren voor hij zijn vriend weer mee op tournee durfde te nemen.

Hoewel het goede concerten waren, blijven de negatieve publiciteit van de voorafgaande religieuze tournees en de laatste twee vrome LP's de mensen afschrikken - net als in Londen. "Ze waren op de vlucht geslagen voor dat Christelijke gedoe en dat verwachtten ze weer, dus kwamen ze bij die optredens niet opdagen,"  meent Arthur Rosato. "Ze verkeerden in de foute veronderstelling dat het een avondje bekeren zou worden, maar zo was het dus helemaal niet."

Door de slechte kaartverkoop wordt de tournee opnieuw ingekort. Het lijkt het zoveelste bewijs dat Bob bezig is zijn publiek te verliezen. Hij heeft getracht het publiek ter wille te zijn door bekende nummers aan de show toe te voegen, maar ze komen nog steeds niet opdagen. Het enige wat er voor hem opzit is ermee op te houden en eens te overwegen hoe het verder moet met zijn carrière.

Het laatste concert van de tournee is één van de langste Dylan shows ooit, met achtentwintig nummers, waarvan zes als bis. 'Every Grain Of Sand' wordt daarbij voor het eerst live gebracht.

 

Vage filmplannen

Na afloop van de tour keert Dylan terug naar Californië om er een vaag filmproject op poten te zetten.

Bob heeft zijn goede vriend Howard Alk een aantal optredens laten filmen. Het zou opnieuw een geïmproviseerde film worden, zoals Renaldo & Clara, maar dan op een kleinere schaal.  Bob speelt scènes met Al Kooper en z'n medewerker Ronald Grivelle.

"Howard huurde een film crew en een pak kostuums," vertelt Bruce Gary, van The Knack, die is aangetrokken als tweede drummer voor de shows in New Orleans: "Bob trok dan een apenpak aan en liep rond tussen de tribunes. Dat werd dan gefilmd. Ik moest ook gek doen en rondrennen en Howard filmed ons terwijl we op en neer sprongen en onnozel deden"

Arthur Rosato vult aan: "We speelden eerst en dan werd er de hele nacht gefilmd. We deden geïmproviseerde stukjes en dan schreef Bob daar achteraf wat rond. We deden zomaar iets en dan gaf hij ons wat regels tekst."
De bedoeling is eigenlijk vooral om Dylan's vriend de gelegenheid te geven zijn zinnen wat te verzetten. Hij is bezig met af te kicken  van een heroineverslaving.

"Toen we terug gingen naar Santa Monica, hadden we al die opnamen," gaat Rosato verder. "We begonnen ze te bekijken en probeerden te bedenken: wat wordt de film?"
Maar Bob verliest al snel zijn belangstelling. "Bob leuterde maar door over het project," verklaart Rosato, "Omdat het geen echt project was - we zouden gaandeweg iets verzinnen - probeerde Howard van Bob te horen te krijgen wat hij nou eigenlijk wilde... Ik denk dat hij in de gaten kreeg dat Bob het project eigenlijk een zachte dood wilde laten sterven."

Zowat het enige resultaat van de opnamen zijn de live versies die van het concert op 10 november in het Saenger Performing Arts Center in New Orleans worden uitgebracht. 'Heart Of Mine' wordt in oktober '85 uitgebracht op Biograph en 'Dead Man, Dead Man'  verschijnt eerst op de 'Everything Is Broken' single en daarna op Bob Dylan Live 1961-2000 .

 

De laatste druppel

Op 3 januari 1982 wordt Howard Alk dood aangetroffen in de Rundown Studios. Bob's vriend was net 51 geworden - op 25 oktober had Bob hem nog 'Happy Birthday' toegezongen van op het podium in Bethlehem, Pennsylvania.  Alk was gescheiden van zijn tweede vrouw, was verhuisd naar Point Dune en sliep regelmatig in een bed in de Rundown Studios. Hij bleef er de hele Kerstvakantie terwijl de rest van de staf thuis bij hun gezinnen zat. Ergens tijdens die vakantie spoot Howard zichzelf heroïne in. Na de lijkschouwing rapporteerde de patholoog het als een ongeluk. Maar die hem kenden wisten beter.

De dood van zijn vriend is voor Bob de zoveelste slag in een schijnbaar onophoudelijke reeks tegenslagen die hem de afgelopen vijf jaar zijn overkomen. Eerst was er de scheiding van Sara en de ellendige strijd om de voogdij over de kinderen. Bob's bekering tot het Christendom heeft zijn familie en vrienden geschokt en hem de slechtste recensenties en bedroevendste platenverkopen van zijn carrière opgeleverd. De macabere sterfgevallen in Avignon wierpen een donkere schaduw.
Hij heeft vrienden verloren - zij het verre vrienden - in Michael Bloomfield *, de Christelijke muzikant Keith Green en John Lennon. De stalker Carmel Hubbell veroorzaakte nog meer ongeluk en deed hem vrezen voor zijn leven. Hij zag jaren van dure, tijdrovende en ongelukkige juridische strijd voor zich opdoemen omtrent zijn meningsverschil met Albert Grossman **.  Maar het was de dood van Howard Alk die de motor van Dylan tot stilstand bracht. "Dat was zo'n beetje het moment dat Bob besloot een poosje niet meer te touren," meent Rosato. "Hij zei tegen mij dat hij tot 1984 niet meer zou touren... Hij was gebroken... De studio deed hij daar op dat moment dicht."

Nu hij de veertig bereikt had begon Bob Dylan's briljante loopbaan te haperen. Het zou lang duren voor hij zijn zelfverzekerdheid en de waardering van het publiek teruggewonnen had.

De barre jaren tachtig waren aangebroken.

* * * * *

Noten

*
Mike Bloomfield speelde op 15 november 1980 gitaar tijdens 'Like A Rolling Stone' en 'The Groom's Still Waiting At The Altar' bij een optreden van Bob Dylan in het Warfield Theatre. Het blijkt zijn laatste optreden te zijn, want precies drie maanden later, op 15 februari 1981 wordt zijn lijk aangetroffen in zijn auto in San Francisco. Hij is overleden aan een overdosis. De gitarist speelde begin jaren zestig bij The Paul Butterfield Blues Band en was een veelgevraagde studiomuzikant. Hij was één van de muzikanten op Highway 61 Revisited van Bob Dylan.  Mike Bloomfield werd slechts 37 jaar oud.


**
Terwijl Shot Of Love werd gemixt hoorde Bob dat zijn vroegere manager vond dat Bob hem onvoldoende royalties uitbetaald had uit zijn contracten met Dwarf Music en Big Sky Music. Bob probeerde met hem te praten en uit te leggen dat hij meer dan genoeg gehad had, maar het mocht niet baten. Op 18 mei spande Grossman een rechtszaak tegen hem aan om $51,000 aan royalties en $400,000 schadevergoeding te eisen.
Bob reageerde met een tegenclaim. Hij beschuldigde Grossman ervan dat hij hem slecht had gemanaged, dat hij $ 15,000 van een van zijn rekeningen had gehaald om twee Grossman bedrijven op te richten en dat hij teveel commissie had berekend tot een bedrag van $7,1 miljoen. Zo begon een mammoetgevecht dat jaren zou aanslepen  Het zou een lange en bittere strijd worden.

 

Shot Of Love - Live in Avignon - 25 juli 1981
Every Grain Of Sand
Om te eindigen op een positieve noot:
Er is één nummer dat kwalitatief ver boven de rest van Shot Of Love uitsteekt:  'Every Grain of Sands'. Het is zonder meer een van zijn allerbeste songs. Zowel Bruce Springsteen als George Harrison wijzen later op dit nummer om te bewijzen dat de man niet afgeschreven mag worden na zijn reeks zwakke platen in de tweede helft van jaren tachtig.
Emmylou Harris zette haar versie op de cd Wrecking Ball uit 1995.
Nadat Dylan die versie had gehoord, belde hij Harris op. Dat moet ongeveer zo zijn gegaan: 'Emmy? Hoi, met Bob. Ik wou je alleen maar even vertellen dat ik jouw versie van 'Every Grain of Sand' fantastisch vind. Het heeft net zoveel soul als Aretha Franklin's beste werk. Het is de beste interpretatie ooit van een van mijn songs.'
En in 2003 zong Emmylou ' Every Grain of Sand' samen met Sheryl Crow op de begrafenis van Johnny Cash.

23-06-08

Overzicht

decoration

 


Toen ik aan deze blog begon was het niet mijn bedoeling om het volledige verhaal van Bob Dylan's carrière uit de doeken te doen. Ondertussen zijn we ver gevorderd en zijn niet alleen de kersen gepasseerd, maar ook de kruimels.

Hieronder vindt u een chronologisch overzicht met links naar de betreffende stukjes over iedere plaat. De live en verzamelalbums zijn meestal opgenomen in het grotere geheel. Dan verwijst de link daarnaar.

De link blijft ook permanent staan onder de kolom "muzieksites" als "Bob Dylan discografie".

 

De jaren zestig

1962 - Bob Dylan
1963 - The Freewheelin' Bob Dylan - http://peerkesplaatjes.skynetblogs.be/post/4229784/the-fr...
1963 - Bob Dylan In Concert (onuitgebracht) - http://peerkesplaatjes.skynetblogs.be/post/4229784/the-fr... en http://peerkesplaatjes.skynetblogs.be/post/4241015/bringi...
1964 - The Times They Are a-Changin'
1964 - Another Side of Bob Dylan - http://peerkesplaatjes.skynetblogs.be/post/4241015/bringi...
1965 - Bringing It All Back Home - http://peerkesplaatjes.skynetblogs.be/post/4241015/bringi...
1965 - Highway 61 Revisited - http://peerkesplaatjes.skynetblogs.be/post/4871143/bob--d...
1966 - Blonde on Blonde - http://peerkesplaatjes.skynetblogs.be/post/4946394/bob-dy...
1967 - Bob Dylan's Greatest Hits - http://peerkesplaatjes.skynetblogs.be/post/5013312/bob-dy...
1967 - John Wesley Harding - http://peerkesplaatjes.skynetblogs.be/post/5013312/bob-dy...
1969 - Nashville Skyline - http://peerkesplaatjes.skynetblogs.be/post/5072373/bob-dy...

 

De jaren zeventig


1970 - Self Portrait - http://peerkesplaatjes.skynetblogs.be/post/5103582/bob-dy...
1970 - New Morning - http://peerkesplaatjes.skynetblogs.be/post/5130303/bob-dy...
1971 - Bob Dylan's Greatest Hits Vol. II - http://peerkesplaatjes.skynetblogs.be/post/5190100/bob-dy...
1971 - The Concert for Bangla Desh -http://peerkesplaatjes.skynetblogs.be/post/5190100/bob-dy...
1972 - Rock of Ages  - The Band
1973 - Pat Garrett & Billy the Kid - http://peerkesplaatjes.skynetblogs.be/post/5219722/bob-dy...
1973 - Dylan - http://peerkesplaatjes.skynetblogs.be/post/5130303/bob-dy...
1974 - Planet Waves - http://peerkesplaatjes.skynetblogs.be/post/5257085/bob-dy...
1974 - Before the Floodhttp://peerkesplaatjes.skynetblogs.be/post/5257085/bob-dy...
1975 - Blood on the Tracks - http://peerkesplaatjes.skynetblogs.be/post/4226071/blood-...
1975 - The Basement Tapes - http://peerkesplaatjes.skynetblogs.be/post/4986085/bob-dy...
1976 - Desire - http://peerkesplaatjes.skynetblogs.be/post/5316781/bob-dy...
1976 - Hard Rain
1978 - Masterpieces - http://peerkesplaatjes.skynetblogs.be/post/4585269/street...

1978 - Street Legal - http://peerkesplaatjes.skynetblogs.be/post/4585269/street...

1978 - The Last Waltz - The Band
1979 - Bob Dylan at Budokan - http://peerkesplaatjes.skynetblogs.be/post/4585269/street...
1979 - Slow Train Coming - http://peerkesplaatjes.skynetblogs.be/post/5583404/bob-dylan--slow-train-coming 

De jaren tachtig


1980 - Saved - http://peerkesplaatjes.skynetblogs.be/post/5634615/bob-dy...
1981 - Shot of Love - http://peerkesplaatjes.skynetblogs.be/post/6002479/shot-o...
1983 - Infidels - http://peerkesplaatjes.skynetblogs.be/post/4400943/bob-dy...
1984 - Real Live - http://peerkesplaatjes.blogspot.com/2008/07/bob-dylan-rea...
1985 - Empire Burlesque - http://peerkesplaatjes.blogspot.com/2008/08/bob-dylan-emp...
1985 - Biograph - http://peerkesplaatjes.blogspot.com/2008/09/bob-dylan-bio...
1986 - Knocked Out Loaded - http://peerke3.wordpress.com/2008/11/05/bob-dylan-knocked...
1986 - Hard To Handle (video)- http://peerke3.wordpress.com/2008/11/28/bob-dylan-temples...
1987 - Hearts Of Fire - http://peerke3.wordpress.com/2008/11/12/bob-dylan-hearts-...
1988 - Down in the Groove - http://peerke3.wordpress.com/2008/11/14/bob-dylan-down-in...
1988 - Traveling Wilburys Vol. 1- http://peerke3.wordpress.com/2008/12/09/the-traveling-wil...
1989 - Dylan & The Dead -http://peerke3.wordpress.com/2008/11/20/bob-dylan-dylan-and-the-dead/
1989 - Oh Mercy - http://peerke3.wordpress.com/2008/12/16/oh-mercy/

 

De jaren negentig


1990 - Under the Red Sky
1990 - Traveling Wilburys Vol. 3 -
1991 - The Bootleg Series, Vols. 1-3: Rare And Unreleased, 1961-1991 - http://peerkesplaatjes.skynetblogs.be/post/5781551/bob-dy...
1992 - Good as I Been to You - http://peerkesplaatjes.skynetblogs.be/post/5781551/bob-dy...
1993 - The 30th Anniversary Concert Celebration - http://peerkesplaatjes.skynetblogs.be/post/5781551/bob-dy...
1993 - World Gone Wrong - http://peerkesplaatjes.skynetblogs.be/post/5805335/bob-dy...
1994 - Bob Dylan's Greatest Hits Volume 3 - http://peerkesplaatjes.skynetblogs.be/post/5975950/bob-dy...
1995 - MTV Unplugged - http://peerkesplaatjes.skynetblogs.be/post/5975950/bob-dy...
1997 - Time Out of Mind - http://peerkesplaatjes.skynetblogs.be/post/5984821/time-o...
1997 - The Best of Bob Dylan, Vol. 1
1998 - The Bootleg Series Vol. 4: Bob Dylan Live 1966, The "Royal Albert Hall" Concert - http://peerkesplaatjes.skynetblogs.be/post/4946394/bob-dy...

De jaren tweeduizend


2000 - The Best of Bob Dylan, Vol. 2
2000 - The Essential Bob Dylan
2001 - "Love and Theft"
2001 - Live 1961-2000: Thirty-Nine Years of Great Concert Performances
2002 - The Bootleg Series Vol. 5: Bob Dylan Live 1975, The Rolling Thunder Revue
2003 - Gotta Serve Somebody: The Gospel Songs of Bob Dylan
2004 - The Bootleg Series Vol. 6: Bob Dylan Live 1964, Concert at Philharmonic Hall - http://peerkesplaatjes.skynetblogs.be/post/4241015/bringi...
2005 - The Bootleg Series Vol. 7: No Direction Home: The Soundtrack
2005 - Live at the Gaslight 1962
2005 - Live at Carnegie Hall 1963 - http://peerkesplaatjes.skynetblogs.be/post/4229784/the-fr...
2005 - The Best of Bob Dylan
2006 - Modern Times
2007 - Dylan
2008 - Theme Time Radio Hour With Your Host Bob Dylan - http://peerkesplaatjes.skynetblogs.be/post/5575995/theme-...
2008 - The Music That Matters To Him - http://peerkesplaatjes.skynetblogs.be/post/5575995/theme-...

 decoration

19-06-08

Time Out Of Mind

decoration

Time Out of Mind

In januari 1997 trekt Bob Dylan voor het eerst in zeven jaar de studio in om zelfgeschreven nummers op te nemen. Sinds zowat halverwege het vorige decennium had hij het erg moeilijk om nog iets nieuws te schrijven. Er was even een korte opflakkering geweest voor Oh Mercy, Under The Red Sky en de beide Traveling Wilburys LP's, maar daarna was het op.
In april 1991 legde Dylan aan Paul Zollo uit: "Ooit kwamen de songs met drie vier tegelijk, maar dat is al lang gedaan ... Af en toe komt er nog eens een nummer op mij, als een buldog aan het poortje van de tuin, om te eisen dat ik hem schrijf. Maar de meeste verban ik onmiddellijk uit mijn gedachten. Je vraagt je af of er nog iemand behoefte aan heft om ze te horen. Misschien kom je op een punt waarop je genoeg songs geschreven hebt. Laat iemand anders ze maar schrijven."

De enige compositie uit de jaren negentig waaronder zijn naam staat is 'Heartland' dat hij samen met Willie Nelson zou hebben geschreven. Maar uiteindelijk bleek hij alleen de titel te hebben aangedragen.


Nieuwe songs?

Volgens de Amerikaanse journaliste Edna Gundersen, had hij in januari 1995 drie weken uitgetrokken om nieuwe nummers te schrijven. Het is onbekend wat dat heeft opgeleverd.

In augustus van dat jaar onderneemt hij een nieuwe poging, samen met Robert Hunter. Hunter schreef veel teksten voor The Grateful Dead, hoewel hij niet deel uitmaakte van de groep. Dylan had al eens eerder met de singer/songwriter samengewerkt voor Down In The Groove.
Maar de schrijfsessie in Martin Country wil niet erg vlotten. “Ik dacht voortdurend: zullen deze songs wel even goed zijn als wat ik iedere avond speel?”

Pas wanneer hij in januari 1996 ingesneeuwd raakt op zijn boerderij in Minnesota, heeft hij geen excuus meer om iets anders te gaan doen. Maar het gaat allemaal niet vanzelf. Voor inspiratie gaat hij te rade bij de oude folksongs waarvan hij er een aantal gebracht had op zijn twee akoestische cover-cd's. Vele songs hernemen dan ook de sombere, vervloekte sfeer van World Gone Wrong, maar vertaald naar Dylan's eigen beelden. Zoals Robbie Robertson zei over de Basement tapes: "We wisten niet of hij de nummers zelf schreef of dat hij ze zich herinnerde. Als hij ze zong kon je geen verschil merken."
Dat komt omdat hij flarden van zinnen uit diverse folk of bluessongs tot een min of meer coherent geheel aaneenschakelt door er eigen zinnen tussen te verweven. Fred Neil heeft zoiets vroeger ook ooit gedaan: die zette 'Shake Sugaree' van Elisabeth Cotten helemaal naar zijn hand en maakte er 'I've Got A Secret' van. Dylan bracht Neil's versie dan ook een aantal keren live die zomer.

Later vertelt Dylan over: “[Deze songs] klikten vanzelf samen, omdat ze eenzelfde skepticisme delen. Ze gaan meer over de angstaanjagende realiteit van het leven dan het rozige idealisme dat tegenwoordig populair is."
Toch heeft hij zijn twijfels.
Waneer hij zijn manager, Jeff Kramer, opbelt, laat hij hem weten: “Wel, ik zit ingesneeuwd. Dus schrijf ik wat nummers. Maar ik ga ze niet opnemen.”

Desalniettemin beginnen er onmiddellijk geruchten te circuleren over opnamen in New York en er duikt zelfs al een titel op voor de cd: Coupe de Ville.
In maart volgen nog meer geruchten over opnamen. Deze keer in Hollywood.

Nochtans is het business as usual in Dylanland: de ene tournee na de ander volgt mekaar op. Hoewel, voor het eerst in de jaren negentig heeft Dylan in ’96 wat gas teruggenomen: wat minder optredens, geen gastoptredens, geen audio, video of multi-media. De kwaliteit van de shows bleef even hoog als de voorgaande jaren.
Tot ontgoocheling van de fans blijft nieuw materiaal nog steeds uit en ook de band blijft grotendeels ongewijzigd. De enige personeelswijziging is dat de drummer Winston Watson, vanaf de herfsttournee wordt vervangen door David Kemper van de vroegere Jerry Garcia Band.

Wanneer er na de Europese zomertournee geen data worden aangekondigd voor de jaarlijkse Amerikaanse zomertournee gonst het opnieuw: Dylan zou een lange pauze inlassen in zijn Never Ending Tour. Er is sprake van minstens negen maanden.
Maar na drie en een halve maand hervat Dylan zijn trektocht door Amerika.

En toch is er wat hoopvol nieuws: in augustus heeft Bob Dylan, in Miami, met zijn tourband akoestische demo’s opgenomen voor zijn volgende plaat. Deze informele sessies gaven hem de gelegenheid om naar hartelust te experimenteren: nieuwe ideeën uittesten en arrangementen zoeken.

Opnieuw duiken er direct weer geruchten op: de nieuwe cd zou Stormy Season gaan heten. 
Daniel Lanois zou een bandje hebben met akoestische demo’s van Bob’s nieuwe nummers. Hij zou de arrangementen aan het uitwerken zijn voor de opnamen die gepland zouden zijn na de herfsttournee. Er circuleert zelfs al een lijstje met songtitels op het internet.

Na afloop van die tournee heeft Dylan afgesproken met Daniel Lanois in een hotel in New York. Ondanks de moeizame samenwerking tijdens de sessies voor Oh Mercy was hij blijkbaar toch tevreden over de Canadese producer.
Dylan leest hem de teksten van zijn nieuwe nummers voor, alsof het gedichten zijn. “De woorden waren hard, waren diep, waren wanhopig, waren krachtig en ze waren het resultaat van het leven van verschillende levens. Wat volgens mij bij Bob het geval is,” aldus Lanois. “Dus wilde ik die plaat maken.”

Afgesproken wordt om in de tweede helft van januari samen te komen.


Opnamen in Miami

Plaats van afspraak is de Criteria Recording Studios, in Miami, Florida.
Tegen Lanois had Dylan uitdrukkelijk gespecificeerd dat hij een plaat wil met het geluid van de jaren vijftig. Nochtans is het kale geluid van de rock and roll platen wel heel ver verwijderd van de gelaagde benaderingswijze die Lanois zo graag hanteert.
Lanois verklaarde achteraf: "Deze keer refereerden we aan oude platen uit de jaren vijftig. Bob houdt van de natuurlijke diepte die er in zit - iets wat je niet kunt verkrijgen met mixen. Je krijgt het gevoel dat de zanger vooraan staat, met wat anderen wat verder naar achter en dan nog iemand helemaal achter in de kamer. Dus hebben we de studio zo ingericht."

In interviews achteraf verwees Bob Dylan op de invloed van Buddy Holly op de sessies. "Ik weet niet meer precies wat ik heb gezegd over Buddy Holly," vertelt hij, "maar terwijl we opnamen hoorde ik Buddy Holly overal. Dat was gewoon zo. Liep je door de gangen dan hoorde je iets van Buddy Holly - 'That'll Be the Day' of zo. Stapte je in je auto, op weg naar de studio dan draaiden ze 'Rave On'. Kwam je dan in de studio dan speelde daar iemand een cassette met 'It's So Easy.'
Iedere dag gebeurde er zo wel iets. Flarden van Buddy Holly songs kwamen van overal aanwaaien. Echt geestig.  [lacht] Maar toen we alles opgenomen hadden bleef dat hangen. De geest van Buddy Holly bleef bij ons."

Nooit eerder heeft Dylan zo lang gewerkt aan nummers voor een plaat. Sommige zijn inmiddels twee jaar oud. Maar hij is blijven schaven en veranderen tot in de studio toe. Jim Dickinson vertelt later dat hij Dylan nog ziet staan: "leunend over een kist van de apparatuur, werkend aan de tekst van 'Highlands'...met een potlood."


Veel goed volk

Voor het eerst sinds de start van de Never-Ending Tour kiest Dylan er voor om leden van zijn band te betrekken bij de opnamen, naast een aantal gekende studiomuzikanten en mensen die ingebracht worden door Lanois. Van de tourband zijn de bassist Tony Garnier, drummer David Kemper en snarenwonder Bucky Baxter geselecteerd.
Daarnaast koos Dylan enkele echte klasbakken: Augie Meyers, de Texaanse organist van het Sir Douglas Quintet en Bob Britt, een uitstekende gitarist uit Nashville. 

Lanois van zijn kant heeft Brian Blade uit New Orleans. De jazzdrummer heeft net met hem samengewerkt aan de sessies voor Wrecking Ball van Emmylou Harris. Cindy Cashdollar is de autoriteit op het gebied van slidegitaar.
Zelf wil Lanois gitaar en dobro spelen.

Zoals steeds staat Dylan er op om live te spelen. Alle muzikanten zitten in een cirkel om hem heen. Het nummer wordt een paar keer doorgenomen en dan is het tijd voor actie.

Na een paar dagen vindt Dylan dat er nog wat ontbreekt. Hij laat zijn manager nog wat muzikanten bellen. Alsof twee drummers niet genoeg zijn, laat hij ook Jim Keltner oproepen.

Lanois was vooral ongelukkig over de komst van de extra gitarist. "Ik denk dat ze een dag of twee aan het opnemen waren toen Bob zijn manager vroeg om mij te bellen," vertelt Duke Robillard. Robillard is de gitarist van de bluesband Roomful of Blues. Zijn spel was Dylan opgevallen toen Robillard Jimmie Vaughan verving in de Fabulous Thunderbirds. Die band speelde ooit het voorprogramma van Dylan.
"Hij had mij nodig, vond hij. Ik vloog de volgende dag na het telefoontje al naar daar. Het enige probleem was - en dat wist ik pas toen ik er al was - dat ik Daniel Lanois moest vervangen als gitarist. Hij vond dat maar niks en hij haatte me."
"Dus begon er een vreemd gevecht," gaat Robillard verder: "Ik speelde iets of oefende wat op een melodie en dan kwam Lanois uit de controle ruimte gelopen. 'Ik heb liever dat je even niet meedoet.' Ik zei 'Mij goed.'
Een kwartiertje later nam Bob hem dan even apart en stonden ze te ruziën. Even later kwam Lanois mij dan terug halen uit de controle ruimte en kon ik terug gaan spelen.
Dylan was erg tevreden over mijn spel. Hij zei: 'Ik ga nog een paar van je cd's kopen. Dan kan ik ook zo leren spelen.'"

Naast de nieuwe gitarist wou Dylan ook nog een pianist. Daarvoor liet hij de legendarische Jim Dickinson  (Big Star, Replacements, Ry Cooder, John Hiatt) overvliegen uit Memphis.

Dickinson is verbaasd over de bende die hij in de studio aantreft: "Twaalf muzikanten die live spelen - drie drumstellen. Ongelofelijk!
Twee steelgitaristen! Dat had ik nog nooit gezien. Zelfs in de strafste hillbilly sessie ter wereld heb je nog nooit twee steelgitaren tegelijk horen spelen. En één daarvan is dan nog Cindy Cashdollar. Die heeft letterlijk het handboek geschreven. Ik bedoel: ga maar kijken: het boek [over Western Swing steelgitaar] heeft zij geschreven.
En dan was er die andere kerel, Bucky Baxter die toen bij Bob speelde. Ze wisselden akkoorden uit, maar je kon ze alleen horen als je de koptelefoon afnam. Dat werd gewoon niet eens opgenomen - en toch maakt het allemaal deel uit van de klankkleur."

Robillard bevestigt: "Hoewel we allemaal tegelijk speelden, gebruikte Lanois iedere keer maar een stuk of vijf, zes muzikanten voor ieder nummer. Ik speelde op alles, maar de bal lag in zijn  kamp. Hij was de producer en de mixer - dus hoor ik niet veel van mezelf terug op die plaat."


Niet gemakkelijk

"De versterkers stonden niet hard," legt Dickinson uit, "omdat er zoveel spelers waren. Er werd goed doorgewerkt. Twaalf uur per dag, gedurende negen dagen - erg intensief. Bob bedacht ter plekke een arrangement en wij werden geacht in te vallen - zonder aftellen of zelfs maar zonder te weten of er opgenomen werd. Er werd altijd opgenomen. Als Bob vond dat het niet goed liep, veranderde hij het prompt zonder iets te zeggen en begon te spelen. Je moest voortdurend bij de les blijven."

Jim Dickinson weer: "Het was pure chaos gedurende anderhalf uur en dan een minuut of acht prachtige muziek. Dan sloegen we iedere keer de nagel op de kop. [Maar Dylan] wil de nagel er niet recht in. Hij wil er leven in… Als we te kort bij een arrangement zaten, dan veranderde hij opeens het tempo en de toonaard drastisch."

Daniel Lanois kan dat bevestigen: ”Op het laatste moment, zonder enige waarschuwing en terwijl de opnameknop is ingedrukt, verandert Dylan zowel het ritme als de toonaard. De muzikanten bekijken mekaar en proberen te volgen en dan zegt Bob ‘Dat was het’. Dat is zeker met de helft van de nummers op deze plaat gebeurd."

"Het was een fantastische ervaring om met Bob Dylan te werken," meent Robillard. "Hij was erg spraakzaam tegen mij. Ik vond het fijn en werkte hard. Ik zat de hele tijd maar een paar meter van hem af. Er was niks wat Lanois kon doen om de boel voor mij te verzieken - tenzij hij mij naar huis stuurde."

Maar dat gebeurt niet, want Dylan houdt stevig de touwtjes in handen.
"De eerste avond toen ik daar was, bracht Lanois een ProTools man binnen," vertelt Jim Dickinson. Dat was toen de allernieuwste digitale opnameapparatuur. "Die kerel begint zijn spullen op te stellen in de controlekamer. Dylan vraagt aan Dan: 'Wat is dat?' Lanois fluistert iets tegen hem en hij zegt: "Haal dat ding weg." [lacht hard] Hij stuurde hem weg. Zo simpel was het: "haal dat ding weg.'"

Lanois kon alle hulp nochtans gebruiken want, met zoveel muzikanten waren "de playbacks pure chaos," geeft Dickison toe. Doordat hij zelf een ervaren producer is weet hij: "Wanneer Dylan aan het mixen gaat zal hij een pak problemen hebben."
Wanneer je de hoesnota's overloopt merk ja dat op elke track eigenlijk maar een paar muzikanten zijn overgebleven.
Jim Dickinson: "Met zoveel volk verwacht je een zootje, maar eigenlijk speelt iedereen nauwelijks iets. Van die zes gitaristen zijn de enige die echt solo spelen Lanois zelf en Dylan. De anderen: Duke Robillard en die gast uit Nashville zaten daar gewoon te wachten om één noot te spelen. Maar dat was dan wel de perfecte noot."

Lanois moet toegeven dat het niet gemakkelijk is om producer te zijn bij Bob Dylan: "Wel, je weet nooit van te voren wat je gaat krijgen. Het is een excentrieke kerel. Je kan iets prachtigs krijgen bij de eerste take, of [grinnikt] je krijgt helemaal niets.
Weet je, Bob en ik gingen regelmatig even naar buiten. Op de parking bespraken we dan dingen zonder de band erbij. Die zaten te wachten in de studio. En ondertussen bespraken we dan het volgende nummer.
Neem bijvoorbeeld 'Standing In The Doorway'. We stonden daar op de parking en ik zei: Een van uw mooiste nummers vind ik 'Sad Eyed Lady Of The Lowlands.' Dat is in 6/4de maat. Zouden we niet zoiets niet kunnen doen op deze plaat?
En hij stelde voor 'Wel ik heb nog  'Standing In The Doorway', misschien kunnen we dat eens proberen."

Tijdens de sessies wordt herhaaldelijk terug gegrepen naar de demo's die in augustus op band zijn gezet. Zo had Dylan toen een country-blues riff bedacht die hij nu absoluut wilde recycleren voor 'Dirt Road Blues'. "Hij liet mij zestien maten van de originele cassette sampelen en die werden gebruikt voor de definitieve versie," vertelt Daniel Lanois.
"De demo van ‘Not Dark Yet’ klonk totaal anders," vertelt hij met enige spijt. "Die versie was veel sneller en kaler. Tijdens de sessies veranderde hij het in een ballad uit de Civil War. Ik hield van die versie en ik mis ‘em.”

"We hebben vele lange dagen gewerkt aan deze plaat," weet de Canadese producer, maar na elf dagen was het opeens voorbij. "Toen hij alle teksten afhad, vond hij dat de plaat afwas. De plaat was geschreven. Hij zei: 'Weet je, we kunnen een wals versie doen. We kunnen het in 4/4de maat doen. Het kan zus en het kan zo. Het kan wat we maar willen… Maar het voornaamste is dat het geschreven is."


Business as usual

Veel tijd om uit te rusten is er niet, want op 9 februari 1997 gaat het elfde jaar van de Never-Ending Tour alweer van start, met elf shows in Japan.
Bij de aanvang van de daaropvolgende Amerikaanse lentetournee is er eindelijk vernieuwing in de tourband. Na meer dan vijf jaar en 692 shows wordt John Jackson vervangen door de New Yorkse sessiemuzikant Larry Campbell. Toch is er merkwaardig weinig verschil merkbaar.

Tussendoor wordt er veel aandacht besteedt aan het mixen van de plaat. Dat gebeurt in de Teatro Studios in Oxnard, Californië. Dylan blijft  nummers toevoegen en andere weglaten. Hij kan maar niet beslissen welk beeld hij met de plaat wou krijgen.
Later vertelt hij dat de grote baas van Columbia Records, Don Ienner, hem "ervan overtuigde de plaat uit te brengen, zelfs al stonden zijn favoriete songs er niet op."

Maar dan wordt hij plots gedwongen om afstand te nemen.

 

Een verjaardag met een onaangename verassing

Op 24 mei wordt Bob Dylan 56. Zijn dochter Maria Himmelman heeft een verjaardagsfeestje op touw gezet. Tijdens het eten voelt Dylan zich niet goed. Hij heeft pijn in zijn borst. “De pijn verlamde me en mijn hersenen sloegen tilt. Ik was zo ziek dat ik niets meer wist.”
Een bijgeroepen dokter verzekert hem dat het niet ernstig is. Maria dringt echter aan om een dokter van de universiteit van Los Angeles te bellen. Die raadt Bob aan naar het ziekenhuis te gaan.

De volgende dag checkt hij in, in het ziekenhuis van Los Angeles. Eerst is er sprake van een hartaanval, maar later wordt de diagnose gesteld als ”histoplasmosis”, een infectie van het vlies om het hart. De schimmelinfectie is ernstig omdat Dylan er al een tijdje mee rondliep.
"Het was iets... het kwam door toevallig vogelmest in te ademen dat uit één van de rivieren kwam daar waar ik leef. Misschien één maand, of twee tot drie dagen uit het jaar, worden de oevers van de rivier helemaal week, en dan kan een windvlaag een boel van dat spul meevoeren in de lucht. Ik heb dat toevallig ingeademd. Dat heeft me ziek gemaakt."

Dylan is opeens voorpaginanieuws.

Na een week mag Dylan het ziekenhuis verlaten. Hij moet wel nog vier tot zes weken rusten. De Europese zomertournee met Van Morrison wordt afgelast.
Columbia verspreid een persmededeling, waarin Dylan wordt geciteerd: ”Ik weet niet wat ik ga doen. Ik ben blij dat ik me weer beter voel. Ik dacht echt dat ik binnenkort Elvis zou gaan ontmoeten”.

Zijn voormalige drummer Winston Watson vertelt later dat hij hem een kaartje had gestuurd. Wanneer hij zijn voormalige werkgever later nog eens ontmoet bedankt Bob hem voor dat kaartje. “Hij vertelde me iets waarvan ik de tranen in mijn ogen kreeg: dat hij weinig post had gekregen van de mensen met wie hij werkte. Geen, om precies te zijn,” aldus Watson.


Pas op 3 augustus staat Dylan opnieuw op het podium. Na twee maanden te hebben gerust in zijn huis in Malibu doet hij zijn Amerikaanse zomertournee zoals gepland. De zanger ziet er vermoeid uit en klinkt ook zo. Hij moet zelfs regelmatig gaan zitten tussen de nummers in. De show is dan ook twintig minuten korter dan de vorige tournee en duurt nu tussen de 90 en 100 minuten. Op doktersbevel speelt hij geen harmonica.
In een interview met Edna Gundersen van USA Today praat Dylan voor het eerst over zijn recente ziekte. ”I was zes weken van de kaart”, “Ik neem nog drie keer per dag medicijnen " en ”Ik kreeg toelating van de dokters om deze tournee te doen.”

decoration

Op audiëntie bij de paus

Op vraag van het Vaticaan treedt Bob Dylan op 27 september 1997 op tijdens het Wereld Eucharistisch Congres in Bologna. Er zijn 300 000 toeschouwers en ook Paus Johannes Paulus zelf. Dylan brengt hij drie nummers met zijn band: ‘Knockin’ On Heaven’s Door’, ‘A Hard Rain’s A-Gonna Fall’ en ‘Forever Young’.
Na het tweede nummer neemt Dylan zijn hoed af en stapt Dylan naar de Paus om hem de hand te schudden en even met hem te praten. In zijn toespraak vooraf citeerde de Paus uit ‘Blowin’ In The Wind’. Hij had Dylan verzocht dat nummer te zingen.
Het gebeuren wordt door de RAI uitgezonden.
Bucky Baxter: “Wat mij betreft was het pure public relations. Het stelde niks voor. Het was gewoon opgezet om de jongeren naar de Katholieke kerk te lokken. Ik denk dat de redenering was, laat ons een rock concert organiseren. Maar de paus zat daar maar, half in slaap. Trekt zich niks aan van Bob Dylan of wie dan ook. Het had evengoed Bill Gates kunnen zijn die daar zat.”
Voor het kwartier lange optreden ontvangt Dylan driehonderdvijftigduizend dollar.


Eindelijk een nieuwe cd.

Drie dagen na de festiviteiten verschijnt, op 30 september 1997, Time Out Of Mind. Het is zijn dertigste studioplaat en de eerste met nieuw materiaal sinds het begin van het decennium.

De cd wordt door de critici goed ontvangen, al is Dylan de eerste om teveel lof af te wijzen. " Ik denk niet dat het beter is dan mijn oude werk. Maar ik denk het schokkend zou kunnen zijn in zijn botheid. Er is geen afval bij."
Inderdaad, het is een werk vol rauwe wrangheid, zorgen over de ouderdom en verloren liefde. Maar het is ook een schitterende plaat vol blues, rockabilly en ballads, doorschoten met droge humor.
“Veel van die nummers werden geschreven na zonsondergang,” vertelt Bob Dylan. “En ik hou van onweer. Ik blijf graag op tijdens een onweer. Ik kan dan goed nadenken en zo bleef die ene zin maar in mijn hoofd rondtollen: “Werk zolang de dag duurt, want de nacht van de dood komt wanneer geen mens kan werken.” Ik heb geen idee waar ik het heb gehoord maar het laat me niet los. Ik dacht, ‘Wat betekent het?’ Maar ik bleef er maar aan denken, een hele tijd. En ik denk dat er veel daarvan is doorgesijpeld in deze plaat.”

Sinds zijn bekering achttien jaar gelden leek Dylan niets goed meer te kunnen doen voor de Amerikaanse pers en de publieke opinie. Maar nu hij bijna dood was geweest, kon hij opeens niets meer mis te kunnen doen. Mede dankzij al die extra publiciteit wordt Time Out Of Mind zijn best verkocht plaat in twintig jaar, met meer dan één miljoen exemplaren. 
Hij krijgt de ene onderscheiding na de andere en de plaat wordt in alle overzichtslijstjes uitgeroepen tot de beste van het jaar.

Op 25 februari 1998 krijgt hij, tijdens de uitreiking van de 40ste Grammy Awards in de Radio City Music Hall, in New York City niet minder dan drie Grammy Awards. Time Out Of Mind wordt onderscheiden zowel als "album van het jaar" en als "beste hedendaagse folk album" (!). Bovendien wordt ‘Cold Irons Bound’ uitgekozen als "beste door een man gezongen hedendaagse rock uitvoering".

Tijdens de plechtigheid speelt hij Bob Dylan één nummer met zijn band, maar natuurlijk niet dat waarvoor hij is onderscheiden!. Hij kiest voor 'Love Sick'. Tijdens de uitvoering trekt een van de ingehuurde dansers zijn hemd uit en wringt zich naast de verbaasde zanger. Op zijn ontbloot bovenlijf staat de mysterieuze boodschap  “SOY BOMB” geschreven.

Ook zoon Jacob wint de beide categorieën waarvoor hij was genomineerd, met zijn band The Wallflowers.


Jack Frost gaat solo

Op de hoes van Time Out Of Mind staat aangegeven dat de plaat geproducet is door Daniel Lanois en Jack Frost. Dat blijkt alweer een pseudoniem te zijn voor de man die geboren is als Robert Zimmerman.
Achteraf toonde Dylan zich niet onverdeeld gelukkig met de plaat. "Ik herinner mij vooral de strijd. Voor elke seconde is gestreden. Vraag het maar aan Daniel Lanois, die probeerde de songs te producen. Vraag iedereen die er bij betrokken was. Ze zullen het allemaal beamen. Ik vertrouwde mijn tourband niet genoeg om ze hun werk te laten doen in de studio en daarom huurde ik die buitenstaanders in. Maar ik kende hen niet en zij kenden de muziek niet. Daardoor dook er steeds iets onverwachts op. En dan moest ik compromissen sluiten om iets te bereiken. Daardoor, hoewel de songs goed bij elkaar passen, valt het mij als geheel wat tegen.... Het lijkt als sommige wielen een andere kant uitdraaien. Maar hey, we zijn er toch geraakt...Zo herinner ik het mij en die herinnering overschaduwt alle vreugde over de ontvangst."

Jim Dickinson meent dat Lanois de plaat te fel naar zich toe heeft getrokken in de mix. Hij is niet onder de indruk van het uiteindelijk resultaat: "Wat Lanois heeft gedaan tijdens het mixen is enkele instrumenten wegdraaien – er is nergens meer dan een drumstel te horen. Enkele mixen zijn gewoon de weergave van de sessie. De mixen klinken vreemd in mijn oren. Maar wat wil je… het is gewoon frustrerend om er bij te zijn geweest en iets anders in mijn hoofd te hebben. Dit is slechts een schim van de plaat in mijn hoofd."

Ook Dylan zelf is niet onverdeeld gelukkig. Voortaan zal hij, als Jack Frost, de productie van zijn platen zelf verzorgen.

Veel critici menen in de plaat toespelingen aan te treffen op Dylan's eigen dood. Vier jaar later reageerde hij, in een interview met Rolling Stone daar op: "Mensen zeggen dat Time Out Of Mind donker en dreigend is. Zeker hebben we die dimensie bewust in onze sound verwerkt. Mensen zeggen dat de plaat gaat over sterfelijkheid - mijn sterfelijkheid, om de een of andere reden.
Wel, het gaat niet over mijn sterfelijkheid. Wel over sterfelijkheid in het algemeen. Dat is iets wat we allemaal gemeen hebben, niet? Maar ik heb geen een criticus gelezen die zei: 'Het gaat over mijn sterfelijkheid" - begrijp je, die van hem. Alsof hij immuun zou zijn - alsof hij eeuwig zou leven en de zanger niet.
Dat soort neerbuigende houding zag ik tegenover die plaat nogal dikwijls in de pers. Maar ja, wat kun ja daar tegen doen?"


Kunnen we nog meer verwachten?

Tijdens de elf opnamedagen in januari 1997 zette Bob Dylan veertien songs op band.  Elf daarvan kwamen op Time Out Of Mind terecht.
Een van de nummers die het niet haalden, werd opnieuw opgenomen voor de opvolger, Love and Theft: 'Mississippi'
Van een tweede is alleen de titel bekend: 'No Turning Back'
En dan is er nog ' Girl from the Red River Shore', waarvan Jim Dickinson zei dat het "het beste nummer is van de sessie."

Hopelijk krijgen we die in de herfst te horen, wanneer het achtste deel van The Bootleg Series er aan komt. Want volgens de laatste geruchten zouden deze keer studio outtakes uit de laatste twee decennia aan bod komen. Iets om naar uit te kijken.

 


'Love Sick' tijdens de Grammy's

De videoclip voor 'Cold Iron Bounds'
 En een spotje voor de lingeriefabrikant Victoria's Secret, met een remix van 'Love Sick'.

16-06-08

Bob Dylan - MTV Unplugged

decoration


Scheiden kost geld

Ergens in de herfst van 1993 bedacht Bob Dylan dat hij de zaken beter kon aanpakken. Hij speelde al langer met het idee om in eigen beheer platen uit te gaan geven: zonder tussenkomst van een platenmaatschappij. 
Daarom organiseerde hij zelf een aantal concerten in de New Yorkse Super Club. Hij huurde een cameraploeg in en professionele geluidsapparatuur. Het was de bedoeling om van de de akoestische optredens een documentaire  te maken die dan zou kunnen worden verkocht aan de diverse TV-stations. Die documentaire zou dan mooi als promotie dienen voor de bijbehorende live-cd. De combinatie zou een mooi bedrag kunnen opbrengen, zeker wanneer alle rechten in eigen handen bleven.

Het is dan ook geen toeval dat de vier concerten van 16 en 17 november 1993 tot de allerbeste uit zijn carrière mogen worden gerekend.
Maar, afgeschrikt door de administratieve rompslomp die de hele onderneming met zich meebrengt tekent hij, nog diezelfde maand, een contract met Columbia voor nog eens tien albums.
De banden verdwijnen voorgoed de kast in.

Een andere manier om het nodige geld binnen te brengen om de echtscheiding te compenseren is een intensiever beheer van zijn enorme songcatalogus.
Vele fans reageren geschokt wanneer de vroegere protestzanger in januari 1994 een contract afsluit met de boekhoudfirma Cooper & Lybrand. Hij geeft hen de toestemming om ‘The Times They Are A-Changin' te gebruiken in hun reclamespotje. Om de pil wat de verzachten is het niet de oorspronkelijke opname, maar een cover door Ritchie Havens.

Minder schokkend, maar even lucratief, is het gebruik van twee oude nummers op de soundtrack van de succesfilm Forest Gump. En als het moet wil hij zelfs een kleine inspanning doen: bij de opname van een cover van ‘Just Like A Woman’ door Stevie Nicks speelt hij gitaar en harmonica.


Far East Tour

Het zevende jaar van de Never Ending Tour brengt Bob Dylan eindelijk nog eens naar Japan. Het kortere formaat van de Santana tournee van 1993 wordt aangehouden: 14 à 15 songs, maar samen toch nog goed voor zo’n 110 minuten. Gelukkig word ook dezelfde hoge kwaliteit aangehouden, of zelfs nog verbeterd. Wat Dylans eigen live prestaties betreft word 1994, het beste jaar sinds ‘88.
Voor de gelegenheid opent hij met een verassende keuze: ‘Jokerman’ (al 10 jaar niet meer gespeeld), gevolgd door ‘If You See Her, Say Hello’ (16 jaar niet meer gespeeld). ‘Jokerman’ blijkt de standaard opener voor het hele jaar.
Er zijn echter nog steeds geen nieuwe eigen composities en zelfs niets van zijn recentste studio-cd World Gone Wrong.
Wel debuteert hij in Hiroshima, op 16 februari, een totaal herwerkte versie van ‘Masters Of War’. De adembenemende akoestische versie blijft regelmatig opduiken tijdens de rest van het jaar.
De Far East Tour eindigt met optredens in Kuala Lumpur, Maleisië, Singapore en Hong Kong.

Een maand later volgt de traditionele US Spring Tour. Daarbij brengt hij het enige nieuwe nummer van het hele jaar: een vertolking van ‘Lady Came From Baltimore’ van Tim Hardin. Dylan zingt het twee keer.


Een bezoekje aan de studio

Tussen 9 en 11 mei neemt Dylan een handvol nummers op met zijn tourband. De opnamen vinden plaats in de Ardent Studios, in Memphis, Tennessee. Hoewel het oorspronkelijk de bedoeling was dat Don Was de sessie zou leiden, besluit Dylan zelf als producer op te treden, met de hulp van geluidstechnicus Jeff Powell.
Er zijn geen eigen composities bij. Het zijn allemaal covers voor tribute cd's. Hoewel er sprake is van minstens vijf verschillende songs, verschijnen er uiteindelijk slechts twee.
‘Boogie Woogie County Girl’, een hit van Big Joe Turner uit 1956, maar geschreven door Doc Pomus, verschijnt in maart ’95 op Till The Night Is Gone: A Tribute To Doc Pomus.


Het tweede is ‘My Blue Eyed Jane’ van Jimmie Rodgers. Dat wordt opgenomen als een duet met Emmylou Harris. Maar wanneer de cd The Songs of Jimmie Rodgers: A Tribute in augustus 1997op de markt komt, is van de zangeres geen spoor meer te bekennen. Om onduidelijke redenen blijkt Dylan de song opnieuw te hebben ingezongen. Een gedeelte van de oorspronkelijk duet-versie is wel te horen op de cd-rom Highway 61 Interactive. De zoveelste merkwaardige beslissing van de man uit Minnesota.
De rest van de opnamen verdwijnt in de archieven. Dat zijn: 'I'm Not Supposed To Care' van Gordon Lightfoot, 'One Night Of Sin' van Dave Bartholomew (oorspronkelijk van Smiley Lewis, maar veel bekender in de versie van Elvis Presley) en Southern bluesklassieker 'Easy Rider (Don't Deny My Name)', bekend van onder andere Janis Joplin.
 

In die archieven belanden later nog meer covers. Op 30 september neemt Bob Dylan versies op drie songs die Elvis Presley in 1956 opnam. De nummers zijn bedoeld voor een tribute cd aan de man uit Tupelo.
De opnamen vinden plaats in de Sony Studios, in New York. Het is voor het eerst in negentien jaar dat Dylan nog eens terug werkt in de voormalige Columbia Studios waar hij zijn eerste platen op band zette.
Deze keer is Don Was wel aanwezig. Wie de muzikanten zijn is echter niet bekend.

Dylan spendeert die dag veel tijd in een vergeefse poging om 'Money Honey' of 'Lawdy Miss Clawdy' op band te krijgen. Hij raakt zo gefrustreerd dat hij uitroept: "Ik haat opnemen, man. Dat is zo onwerkelijk."
Tenslotte beslist hij de ballad 'Anyway You Want Me' aan te pakken. Hoewel het resultaat erg goed is,belandt ook dit in het archief, want het project komt nooit van de grond.


Great Music Experience

In de tweede helft van de maand is Dylan alweer terug in Japan. Op 20 en 22 mei neemt hij er deel aan The Great Music Experience, een drie daags concert in samenwerking met het  World Decade For Cultural Development Project van de UNESCO. Het was de bedoeling dat dit het eerste in een reeks zou worden in belangrijke en mooie culturele sites. Er kwam helaas geen gevolg.
Voor het prachtige decor van de Todaiji tempel in Nara, treden naast een aantal Japanse artiesten ook enkele westerse gasten op: Joni Mitchell, INXS, Ry Cooder, Jon Bon Jovi en Richie Sambora.
Dylan speelt elke avond dezelfde drie nummers: ‘A Hard Rain's A-Gonna Fall’, ‘I Shall Be Released’ en ‘Ring Them Bells’. Hij wordt daarbij begeleid door het New Tokyo Philharmonic Orchestra, plus een speciaal samengestelde band, bestaande uit gitarist Phil Palmer, bassist Pino Palladino, drummer Jim Keltner, ”Wix” Wickens op toetsen en Ry Cooper op percussie.
Het orkest staat onder leiding van Michael Kamen, die ook de arrangement schreef.
Elk concert eindigde met een herneming van ‘I Shall Be Released’ met alle deelnemende artiesten samen. De slotdag werd uitgezonden op radio en TV in meer dan 50 landen over de gehele wereld.

Dylans optredens zijn niets minder dan verbluffend, zoals kan worden beluisterd op de live versie van 'A Hard Rain's A-Gonna Fall’, die in december 1994 verschijnt als bonustrack van de cd single van 'Dignity'.


Woodstock II

De zomer brengt weinig nieuws: in juli speelt hij zeventien shows in Europa. De set bestaat uit dertien nummers waarvan acht die al meer dan 250 keer zijn gespeeld tijdens de Never Ending Tour. Na amper twee weken trekt de tour verder door Noord Amerika.

Het enige opmerkelijke optreden vindt plaats op 14 augustus: die dag speelt Dylan tijdens Woodstock '94. Heel merkwaardig, want het opzet van het oorspronkelijke festival was precies Dylan terug te doen optreden. Om het hem gemakkelijk te maken hadden ze het festival zelfs in zijn achtertuin willen houden (niet letterlijk natuurlijk). Daar wou hij toen absoluut niet van weten. Voor het hele verhaal: http://peerkesplaatjes.skynetblogs.be/post/5103582/bob-dy...

Maar de tijden zijn inderdaad veranderd. Wanneer Neil Young te elfder ure laat weten niet te kunnen of willen komen, is Dylan bereid om vijfentwintig jaar na de feiten toch op het podium van Woodstock zijn ding te gaan doen. Een gage van zeshonderdduizend dollar zal wel geholpen hebben om zijn afkeer te verminderen.
Wel was hij erg onzeker over de ontvangst die hem daar te wachten zou staan.
De show wordt stevig ingekort hetgeen aan drummer Winston Watson de opmerking ontlokt: "We deden er langer over om er te geraken dan dat we er speelden. Hij stapt uit de bus. We praten even over de setlist. We gaan spelen en 't is voorbij… Maar hij kwam er om er te rocken."
En dat deed hij ook. Wanneer hij enthousiast wordt verwelkomt door het jeugdige publiek, geeft hij een krachtig optreden. 
Achteraf wordt dit optreden door verschillende critici aangeduid als een keerpunt in zijn carrière. Het begin van de weg terug naar een groter publiek dan alleen de trouwste fans.
Het geheel wordt uitgezonden op radio en betaal-TV. ‘Highway 61 Revisited’ wordt uitgebracht op de officiële cd (8 november ’94).

decoration

Dignity

Samenvallend met de Amerikaanse herfsttournee verschijnt de eerste cd van het nieuwe contract met Columbia: Greatest Hits, Vol. 3. Waar Greatest Hits, Vol. 2 begin jaren zeventig een vijftal uitstekende nieuwe nummers bevatten is de oogst voor de trouwe fans dit keer maar mager: één nieuw nummer slechts. Dat is ‘Dignity’, een outtake van de Oh Mercy sessies. Maar van de originele versie is niet veel overgebleven: Brendan O'Brien (de producer van Pearl Jams tweede plaat) heeft het nummer onder handen genomen. Hij veegde alles af, behalve Dylans zang en piano. Aan die tracks worden bas en drums toegevoegd, door Steve Gorman en Brendan O'Brien zelf. Die vult het geheel dan verder aan met elektrische gitaar en toetsen, plus Rick Taylor op banjo.
In december verschijnt 'Dignity' ook op cd-single. Daarop staan  twee versies: de versie van Greatest Hits en een "radio edit" waarbij vier regels zijn geknipt. De derde track is ‘A Hard Rain's A-Gonna Fall’ van 22 mei in Nara, Japan.

Merkwaardig genoeg geeft Dylan een vier jaar later toestemming om de originele mix van Daniel Lanois alsnog uit te brengen. Dat gebeurd in november 1998 op de soundtrack van de populaire TV-reeks Touched By An Angel.


MTV Unplugged

Op 17 en 18 november 1994 - precies een jaar na de Super Club shows - wordt het idee van een puur akoestisch optreden nog eens overgedaan. Maar deze keer voor de camera’s van MTV. 

De band is voor de gelegenheid versterkt met een extra toetsenspeler: Brendan O'Brien. Diens elektrische orgel is wel degelijk ingeplugd. Verder zijn er dus Bucky Baxter (op pedal steel gitaar & slide gitaar), John Jackson (akoestische gitaar), Brendan O’Brien (toetsen), Tony Garnier (bas), Winston Watson (drums & percussie).

 “We hebben een paar dagen lang in de studio’s van Sony gerepeteerd,” vertelt Winston Watson. “Ik zweer je dat we niet één van die nummers gespeeld hebben. We speelden veel countryblues nummers die ik nog nooit had gehoord. Heel rustig, zachtjes, niet bepaald rock ‘n’ roll.”
“Ik had graag oude folk songs gespeeld met akoestische  instrumenten,” bevestigd Bob Dylan. “Maar er werd van overal gesuggereerd wat het beste zou zijn voor dit publiek.… Vroeger zou ik daar tegen in gegaan zijn, maar het heeft geen zin … Ik voelde me verplicht en ik deed wat ze vonden dat ik moest doen…. Dat was niet noodzakelijk wat ik had willen doen.”
De heren van Sony drongen aan op een greatest hits voorstelling. En dat kregen ze ook. Het resultaat is een weinig vernieuwende setlist: 'Like A Roling Stone', 'All Along The Watchtower' én 'Knockin' on Heaven's Door'.
Slechts drie nummers dateren niet uit de jaren zestig: het al genoemde 'Knockin' on Heaven's Door' uit 1973, 'Shooting Star' uit 1989 en de nieuwe versie van 'Dignity', uit de recente verzamel-cd.
De enige verassing was een uitvoering van 'John Brown' een nooit uitgebracht anti-oorlogsnummer uit… 1962. Misschien is het wel veelzeggend dat Dylan de hele set lang zijn zonnebril ophoudt.

Bob Dylan Unplugged wordt voor het eerst uitgezonden door MTV in Amerika op 14 december 1994. De acht nummers komen bijna allemaal uit de tweede show. Bij ‘With God On Our Side’ (van de eerste show) zijn twee strofen geknipt: die over WO II en "The Russians".
In Europa verschijnt de show tien dagen later.

De gelijknamige cd ligt pas in mei van het volgende jaar in de winkel. Merkwaardig daarbij is dat Europa een andere versie krijgt dan Amerika. De Europese versie heeft één extra nummer: 'Love Minus Zero/No Limit', maar daar staat tegenover dat er geknoeid is met de mix van 'Knockin' On Heaven's Door'. Darbij wordt een stukje applaus als loop steeds opnieuw herhaald. Erg enerverend.

De critici reageerden heftig, maar zeer verdeeld, op de release. Voor de enen was het schitterend. Patrick Humphries noemde het lovend: "Zijn beste live album ooit." Terwijl Andy Gill het heeft over "schaamteloos saai en geeuwverwekkend voorspelbaar."

Tegelijk met de cd-release van MTV Unplugged, verschijnen ook de koopvideo en de publicatie van een interview van Edna Gundersen: ”Dylan on Dylan, Unplugged and the birth of a song” in USA Today.
De verkoop resulteert in een 23ste plaats in de Amerikaanse hitlijsten. Dylans best verkopende cd sinds jaren. Het is onduidelijk of het succes te danken is aan Dylan of aan de Unplugged formule.

Ter promotie worden twee singles op het publiek losgelaten: in juni 1995 is dat de live versie van 'Dignity' met opnieuw de schitterende Great Music Experience 'A Hard Rain's A-Gonna Fall'. In september volgen dan nog de Unplugged versies van 'Knockin' On Heaven's Door' en 'The Times They Are A-Changin''.

 

 

 'Dignity' van MTV Unplugged

 

'A Hard Rain's Gonna Fall' van The Great Music Experience

06-06-08

Blind Willie McTell


Een onuitgebracht meesterwerk
"Ik breek geen regels," vertelde Bob Dylan in 1966 tegen de journalist Robert
Shelton, "want ik zie geen regels die gebroken moeten worden. Wat mij betreft zijn er geen regels."
Misschien dat hij daarom zo groot geworden is, door louter af te gaan op zijn eigen instincten. Mensen die met hem samengewerkt hebben kunnen er over meepraten. "Zeg nooit tegen Dylan dat je iets prachtig vindt," zuchtte Daniel Lanois ooit, "want dan brengt hij het zeker niet uit."
 
Dat moest ook Mark Knopfler ervaren. Als producer van Dylan's LP Infidels had hij een geheel andere plaat in gedachten. Maar de zanger vond het nodig om enkele van de beste nummers die hij in de lente van 1983 had opgenomen op te bergen in de archieven. Eentje daarvan is het prachtige 'Blind Willie McTell'. Misschien wel het mooiste nummer dat de man uit Minnesota ooit heeft geschreven.
Tijdens de sessies voor Infidels nam Bob Dylan twee versies van de song op.
De eerste, een elektrische versie tijdens de eerste sessie, op 11 april 1983 en op 5 mei, tijdens een extra, allerlaatste sessie een sobere akoestische versie. Enkel Dylan op piano en Knopfler op 12 snarige gitaar. Prachtig.
Maar Dylan besloot dat het nummer de kluis in moest.
"Het was nooit helemaal klaar. Ik heb het nooit afgewerkt. Anders was het niet van de plaat af gelaten. Je kunt het vergelijken met een schilderij pikken van Monet of Picasso - zijn huis binnengaan, daar een halfafgewerkt schilderij zien staan en dat dan verkopen aan mensen die 'Picasso fans' zijn."
Pas acht jaar na de opnamen gaf hij toestemming om het nummer uit te brengen. Dat gebeurde op The Bootleg Series 1961 -1991. Het sloeg onmiddellijk zo aan dat het sindsdien op elke compilatie prijkt.

 
Blind Willie McTell
Seen the arrow on the doorpost
Saying, "This land is condemned
All the way from New Orleans
To Jerusalem."
I traveled through East Texas
Where many martyrs fell
And I know no one can sing the blues
Like Blind Willie McTell
Well, I heard the hoot owl singing
As they were taking down the tents
The stars above the barren trees
Were his only audience
Them charcoal gypsy maidens
Can strut their feathers well
But nobody can sing the blues
Like Blind Willie McTell
See them big plantations burning
Hear the cracking of the whips
Smell that sweet magnolia blooming
(And) see the ghosts of slavery ships
I can hear them tribes a-moaning
(I can) hear the undertaker's bell
(Yeah), nobody can sing the blues
Like Blind Willie McTell
There's a woman by the river
With some fine young handsome man
He's dressed up like a squire
Bootlegged whiskey in his hand
There's a chain gang on the highway
I can hear them rebels yell
And I know no one can sing the blues
Like Blind Willie McTell
Well, God is in heaven
And we all want what's his
But power and greed and corruptible seed
Seem to be all that there is
I'm gazing out the window
Of the St. James Hotel
And I know no one can sing the blues
Like Blind Willie McTell

In het kort
De verteller staat voor een raam van het St. James Hotel in New Orleans. Zijn zintuigen worden geprikkeld door de  omgeving: geurende magnoliabloesems, een uil in een boom, klokkengelui. De sfeer van de mythische South. Zijn gedachten dwalen af naar het bloedige verleden: de schepen die slaven aanvoeren, de gevangen die dwangarbeid verrichten, de landeigenaar... en boven al: de vergeten blueszanger, die we zo zeer missen.
Want de wereld gaat naar de knoppen aan macht, hebzucht en corruptie. En niemand kan ons nog troost bieden.

Kenners aan het woord
De Engelse folkzanger Martin Carthy is zeer onder de indruk: "[Blind Willie McTell ] gaat lijnrecht in tegen het romantisch beeld van het Zuiden. Het gaat over potentiële corruptie.
Maar bovenal heeft het een ongelofelijke emotionele impact...
Het heeft alles wat een song zou moeten hebben. Het is beknopt, mooi verwoord en heeft ook nog eens een prachtige melodie.
Ik hou vooral van de positie van de verteller in het nummer - zittend in een hotelkamer in New Orleans, laat hij zijn gedachten dwalen over de geschiedenis van het zuiden. Moord tussen de magnolia's...
Het is een... overpeinzing. Een prachtig woord voor een prachtig nummer"
Dylanoloog Tim Riley ziet het anders. "Op het eerste gezicht gaat 'Blind Willie McTell' over het landschap van de blues. En over de figuren die Dylan al op zijn debuut in 1962 eer bewees.
Maar het gaat ook over het landschap van de popmuziek en hoe een ouder wordende figuur als  Dylan zich voelt wanneer hij terugblikt over de weg die hij heeft afgelegd.
Zoals steeds sceptisch over de kwaliteit van zijn eigen stem, wou hij 'Blind Willie McTell' eerst niet uitbrengen omdat hij vond dat hij zijn voorgangers niet genoeg recht deed. De ironie is dat zijn eigen onzekerheid over optornen tegen zijn ingebeelde blues ideaal hier het onderwerp op zich werd. 'Nobody sings the blues like Blind Willie McTell' wordt een verwoording van zijn gevoel niet meer te passen binnen de hedendaagse muziekindustrie..."
Clinton Heylin ziet het nog grootser. Hij omschrijft het nummer als "een treurlied voor de wereld, gezongen door een oude bluesman in de gedaante van de evangelist Johannes."
En Paul Williams schrijft in Bob Dylan - Performing Artist 1974 - 1984:  'Blind Willie McTell' is een song over zien. Dylan ziet iets - een visioen, als je wil, over Amerika. Over de geschiedenis van de zwarte Amerikanen en het Amerikaanse Zuiden. De zanger communiceert wat hij ziet door zijn stem.
'Blind Willie McTell' gebeurt niet met de ogen maar met het hart. Het is een vorm van perceptie die horen omvat (de kreet van een uil, het gekreun van stammen, een begrafenisklok - merk hoe visueel die geluiden zijn) en zien en rieken en nog een andere bron van informatie die niet met de zintuigen wordt waargenomen maar aangevoeld wordt...
Is het niet ironisch om een lied te schrijven over "zien" en dat dan op te dragen aan een... blinde blueszanger? 
Willie McTell
Van bij zijn geboorte op 5 mei 1898 was William Samuel McTier blind in één oog. Door diabetes verloor hij  het zicht helemaal, nog tijdens zijn kindertijd. Zijn aan alcohol verslaafde vader verdween al snel uit zijn leven. Samen met zijn moeder verhuisde hij van Thompson naar Staesboro in Georgia. Hij ging er naar een school voor blinden waar hij braille leerde en muziekles kreeg. Al als tiener begon hij rond te trekken, om als straatmuzikant aan de kost te komen.
Met zijn opvallende stem en uitstekende techniek op de 12-snarige gitaar duurde het niet lang eer hij werd opgemerkt. In oktober 1927 maakte hij zijn eerste opnamen voor RCA Victor in Atlanta. Onder verschillende pseudoniemen maakte hij daarnaast ook opnamen voor andere labels. Zijn grootste successen zijn 'Broke Down Engine Blues', 'Statesboro Blues' en 'Southern Can Is Mine'. Het bekendste werd hij als Blind Willie McTell.
Vanaf 1934 trok zijn vrouw Ruth Kate Williams (beter gekend als Kate McTell) met hem rond. Ze traden samen op tot zij een vaste baan vond als verpleegster. Omwille van de recessie werd Willie gedwongen alleen te blijven rondtrekken, op zoek naar een plaats om te spelen.
Zijn stijl markeert de overgang tussen de rauwe blues van de Mississippi Delta en het meer gesofistikeerde geluid van de Oostkust. Dat viel ook John Lomax op, die hem in 1940 vastlegde voor de Congresbibliotheek.
Na de oorlog werd hij terug opgepikt door het splinternieuwe Atlantic Records. Maar de platen, uitgebracht onder het pseudoniem Barrelhouse Sammy sloegen niet aan. Bovendien werd hij geplaagd door een slechte gezondheid, zodat hij het rondtrekken moest beperken tot de streek in- en rond Atlanta.
In 1956 raakte een student op doorreis aan de praat met de eigenaar van een platenzaak in Atlanta, Ed Rhodes. Die had een plaat van Lead Belly opgelegd. De student merkte op dat als hij hield van dat soort oude negermuziek, hij eens moest gaan kijk naar een straatmuzikant die daar een beetje verder stond. Het bleek Blind Willie McTell te zijn.
Rhodes, die opname apparatuur had staan, vraagt hem of hij wat opnamen mocht maken. Met enige tegenzin gaf McTell toe. 
Niet veel later gaf hij het zingen op straat op, om predikant te worden. Hij voelde zijn einde naderen en wou God eren. Van dan af zong hij enkel nog religieuze liederen.
Op 19 augustus 1959 overleed William McTier aan een hersenbloeding. Net te vroeg om te worden herontdekt voor de folkboom van de jaren zestig.
Enkele jaren later vond Rhodes, bij het opruimen van zijn zolder een doos met oude opnamen terug. De enige band die nog in goede staat bleek die te zijn met  de sessie van McTell. Prestige/Bluesville Records bracht de opname uit onder de toepasselijke titel: Blind Willie McTell's Last Session.
'Dyin' Crapshooter's Blues'
Een van de nummers uit die laatste sessie van McTell is 'Dyin' Crapshooter's Blues'. En de melodie van dat nummer stond model voor Dylan's song over de zanger.
In het nummer zingt McTell over een stervende vriend. Die geeft hem hele waslijst aan wensen voor zijn begrafenis. Zo wil hij 16 gokkers om de lijkkist te dragen, 16 illegale whiskystokers om een lied te zingen, 22 hoertjes van hier en 29 van daar ... een paar dobbelstenen in zijn schoenen, een spel kaarten op zijn graf en dat iedereen de Charleston danst terwijl hij sterft.
De begrafenis is precies gegaan gelijk hij wou," legt McTell uit tijdens een inleiding in '56, "alleen de hoertjes uit Atlanta waren er niet. Dat was te ver."
Hij geeft ook wat uitleg over de oorsprong van de song: "Ik begon dit nummer te schrijven in '29, maar ik werkte het pas af in '32. Mister Williams heette hij - Jesse Williams. Zie je, hij werd hier neergeschoten in de Corner Street. Ik nam hem mee naar huis. Hij was drie weken ziek... en hij gaf mij zijn verzoeken. Hij zei dat hij wou dat ik dit boven zijn graf zou spelen. Dat heb ik gedaan. Zie je, ik moest van overal muziek pikken om het te doen passen. Maar, op de een of andere manier, husselde ik het door elkaar om het goed te krijgen...."
Nochtans meent John H. Cowley dat 'The Dyin' Crapshooter's Blues' in 1927 werd "geformaliseerd" door pianist-componist Porter Grainger. Er zijn trouwens verschillende opname bekend door vaudeville blues zangeressen uit deze periode.
Van 'St. James Infirmary'...
In Song & Dance Man III wijdt Michael Gray een heel hoofdstuk aan Blind Willie McTell. Zowel aan de zanger als aan de song van Bob Dylan. Daarin zet hij uiteen dat de melodie van 'Blind Willie McTell' beïnvloedt is of zelfs afgeleid is van 'St. James Infirmary'.
Want zoals McTell zelf al aangaf is 'The Dyin' Crapshooter's Blues' niet helemaal origineel. Het is een variant op een nummer dat aan het einde van de jaren twintig erg populair was: 'St. James Infirmary'. Vooral de versie van Louis Armstrong uit New Orleans betekende de grote doorbraak voor deze song. De jazz trompettist zette zijn versie in 1928 op plaat.
En in 1933 bracht Cab Calloway het nummer in een tekenfilmpje uit de Betty Boop reeks: Snow White.
 
Net als bij 'The Dyin' Crapshooter's Blues' is de kern van 'St. James Infirmary' dat iemand de begrafenis van een vriend of vriendin bezingt. En ook hier is er weer een hele waslijst aan wensen.
De populariteit van de song blijkt uit de vele varianten die er van in omloop zijn:  van de cowboysong 'Streets of Laredo' over de folkversie 'Bad Girl's Lament' tot de bluesvariant 'Those Gambler's Blues'.
Vanaf de jaren vijftig werd 'Streets of Laredo' daarvan zeker de bekendste, dankzij versies van Johnny Cash, Marty Robbins, Willie Nelson, Buck Owens, Arlo Guthrie en vele anderen. Hoewel de melodie hiervan helemaal anders blijkt de herkomst toch duidelijk uit regels als: "Get sixteen cowboys to carry my coffin, Get sixteen pretty ladies to bear up my pall..."
Betty Boop - Snow White
...via St. James Hospital...
'St. James Infirmary' zelf is dan weer terug te voeren op een oude Engelse ballad 'The Unfortunate Rake' (ook gekend als  'Unfortunate Lad' of 'The Young Man Cut Down in His Prime').
Het nummer werd voor het eerst opgetekend in 1848 in het Ierse Cork. In die ballad komt de verteller een vriend tegen op de trappen van het St. James Hospital. De soldaat heeft een geslachtsziekte opgelopen en vraagt aan de zanger om zijn begrafenis te regelen. Hij wil onder andere: "Six pretty maidens with a bunch of red roses, six pretty maidens to sing me a song ..."
Het St. James Hospital was overigens een bestaand ziekenhuis in Londen, waar Leprapatienten werden opgevangen.
Het St. James Park verwijst nog naar de plek waar het gebouw stond.

...naar St. James Hotel.
Waar McTell ronduit toegaf dat hij de song niet helemaal zelf had bedacht, geeft Dylan de goede verstaander een hint waarmee hij aangeeft, waar te gaan zoeken. "I am gazing out the window of the St. James Hotel..."
Vooral als blijkt dat er helemaal geen hotel is in New Orleans met die naam. Er staat er overigens wel een in... Minnesota, aan de Highway 61 dan nog.
Misschien is dan ook Willie McTell niet meer dan een groet aan diegene die hem de inspiratie leverde? De man is immers tegenwoordig meer gekend omwille van Dylan's song dan voor zijn eigen repertoire. Alan Lomax kloeg zelfs dat McTell geen authentieke blueszanger was, omdat hij weigerde te zingen over onderdukking. Hij zong blues songs niet omdat het de blues was, maar gewoon omdat het populaire nummers waren. Net als de rest van zijn repertoire.
Dylan had ook kunnen kiezen voor een andere blueszanger: Robert Johnson, John Lee Hooker, Muddy Waters....Maar misschien is zijn keuze  gewoon gevallen op McTell omdat diens naam zich beter leent tot rijmen: bell, well, yell, hotel...?
Time out of mind
In de tekst van 'Blind Willie McTell' tracht Dylan  de "tijd buiten de tijd" te stellen. Scènes zweven door de eeuwen heen, maar tegelijkertijd zorgt hij ervoor dat hij de luisteraar toch in het heden houdt. 
Het is een techniek die hij al enkele jaren geleden had ontdekt.
In de jaren zeventig had Dylan serieus last van schrijfangst. Tot hij in de leer ging bij een schilder (zie Blood On The Tracks). Hij paste  die technieken toe op songschrijven. Een bepaalde techniek was er op gericht om te zorgen dat er geen bepaald tijdsbesef op de song kon worden geplakt. Zodat het als het ware tijdloos werd. Maar tegelijkertijd moest hij bij het onderwerp blijven.
Zoiets wou hij ook verkrijgen bij 'Blind Willie McTell'.
Hij streeft naar een bepaalde sfeer die de "deep south" weergeeft. Het gebruik van een melodie, die vaag bekend aandoet brengt de luisteraar meteen in de juiste sfeer. Met de muziek  en woorden creëert hij daar door heen een gevoel van het andere tijden, door alledaagse beelden: de kreet van een uil, bomen zonder bladeren, zigeunermeisjes...
Zo wordt in de derde strofe de gehele geschiedenis van de Amerikaanse slavernij geschetst, door slechts enkele  beelden.

De brandende plantages zijn het apocalyptische einde van de slavernij door de Burgeroorlog. Het klappen van de zwepen, in contrast met de zoet geurende magnoliabloesems, geeft de lange periode van de slavernij zelf weer. De slavenschepen spreken voor zich. Maar de vermelding dat het slechts de spoken er van zijn, brengt de luisteraar terug naar het heden. De schepen zijn al lang verdwenen, maar de gevolgen wegen nog steeds op de Amerikaanse samenleving.
De kreunende stammen voeren ons terug het begin van de slavernij, toen gezinnen uit elkaar werden gerukt, stammen tegen elkaar werden opgezet uit winstbejag. De doodsklokken beklemtonen nog de naargeestige sfeer die over de gehele strofe hangt.
En dat alles wordt besloten met de vaststelling dat de enige die de last van het verleden kon verlichten er niet meer is: Blind Willie McTell.
De kern zit aan de buitenkant
Die centrale strofes over het mythische, maar woelige  South, worden vooraf gegaan en afgesloten met twee strofes die erg sombere mijmeringen weergeven.
"This land is condemned
All the way from New Orleans
To Jerusalem."
En de synopsis van alles wat vooraf ging in de laatste strofe:
"Well, God is in heaven
And we all want what's his
But power and greed and corruptible seed
Seem to be all that there is.
Het land is verdoemd.
De mens wil zelf God spelen.
Macht, hebzucht en corruptie regeren de wereld.
Wie dacht dat Bob Dylan na drie platen het preken had afgeleerd was duidelijk mis. Hij zit nog steeds te wachten op het einde der tijden.

Een kleine aanpassing
The Band brachten een cover van 'Blind Willie McTell' op hun comeback cd Jericho uit 1993.
Nog eens vier jaar later - veertien jaar na de oorspronkelijke opname - bracht Dylan het nummer voor het eerst live. In een arrangement dat erg leek op dat van The Band. 
"Ik begon het live te spelen omdat ik The Band dat hoorde doen," legde hij later uit.
Een live versie van Dylan, opgenomen op 17 augustus 1997 in Jones Beach, New York verscheen in juni 1998 op cd. Het is een van de bonustracks op een van de twee cd-singles voor 'Love Sick'. Eerder was deze live versie ook al verkrijgbaar als download via Dylan's website. Daarbij werd verkeerdelijk aangegeven dat het zou gaan om een opname uit "Feb 1998".
Opmerkelijk bij deze live versie is de enige tekstverandering. Eén woordje slechts. Iets van niets: in de eerste strofe heeft hij het woordje "New" toegevoegd aan Jerusalem.
Maar wat een verschil!

Waar Jerusalem een bestaande stad in het Midden Oosten is, de bakermat van de Joodse en Christelijke godsdiensten, is New Jerusalem iets heel anders. 
Slaan we er even de Bijbel op na. Uit Openbaringen 21:1-6:
"Ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. De tegenwoordige hemel en de tegenwoordige aarde waren er niet meer; en ook de zee was verdwenen. Ik zag de heilige stad, een nieuw Jeruzalem, van God uit de hemel naar beneden komen. Zij zag er feestelijk uit, als een bruid die op haar bruidegom wacht. Ik hoorde een luide stem uit de troon zeggen: "Gods huis staat nu bij de mensen. Hij zal bij hen wonen. Zij zullen Zijn volk zijn en Hij zal Zelf bij hen zijn. Hij zal alle tranen van hun ogen afwissen en er zal geen dood meer zijn.Van verdriet, rouw en pijn zal geen sprake meer zijn. Dat hoorde allemaal bij de oude wereld en die is voorgoed voorbij".
Nieuw  Jeruzalem is dus de nieuwe stad waar God zal komen wonen na het einde der tijden. En over die stad vertelt hij ons: "This land is condemned / All the way from New Orleans / To New Jerusalem."
Met een klap laat hij ons dus weten: zelfs na het einde der tijden blijft de mensheid verdoemd. Zelfs wanneer alles is vergeven, zal de herinnering blijven.
Door te verwijzen naar een nummer dat past in een cyclus van begrafenisrituelen suggereert Dylan dat het einde van de wereld niet ver meer is.
Geen troost
En niemand kan ons daarbij troost brengen. Want in 'Blind Willie McTell' betreurt Bob Dylan tegelijk het gemis van de blueszanger met die naam, als de wetenschap dat er niemand is die zijn rol kan verder zetten.
Sommigen zien nochtans Dylan zelf in die rol.
Het is dan ook ironisch dat hij vindt dat hij net dat nummer geen recht kan doen.
In het boekje bij The Bootleg Series licht John Bauldie toe dat Dylan tot twee keer toe uitlegde waarom hij het nummer niet wou uitbrengen.
"Ik vond dat ik het niet juist had opgenomen," vertelde hij aan Kurt Lodger van Rolling Stone. En later tegen Adrian Deevoy van Q: " Het kwam gewoon nooit goed. Het ontwikkelde zich nooit zoals het zich had moeten ontwikkelen."
Of zegt hij eigenlijk dat hij niet de rol van de troostbrengende blueszanger op zich wil nemen? 
Dat hij niet wil dat die rol hem wordt opgedrongen?
"Wat mij betreft zijn er geen regels."

 
Bob Dylan - live in 2003
Tenzij hij met Jerusalem dat dorje in de buurt van New York, met zijn met 4500 inwoners, bedoelt natuurlijk. En dan is New Jerusalem een staje in Californië.

24-05-08

Bob Dylan wordt 67 vandaag

decoration

 


Robert Zimmerman is inmiddels allang pensioengerechtigd, maar gelukkig gaat Bob Dylan maar door. De platen volgen elkaar niet meer zo snel op tegenwoordig, maar live moet hij niet onderdoen voor veel jongere mannen. Binnenkort, op 7 juni is het precies twintig jaar geleden dat zijn Never Ending Tour van start ging. En voorlopig lijkt hij niet van plan er mee te stoppen.

Hoogtepunten opnoemen is onbegonnen werk, daarom druk ik hier een compilatie af die ik enkele jaren geleden in elkaar heb geflanst voor lange autoritten. De laatste cd is er natuurlijk recenter aan toe gevoegd.

Niet iedereen zal het natuurlijk eens zijn met mijn keuzes, maar je weet hoe je op- en aanmerkingen kan posten.


CD 1

1. Baby, Let Me Follow You Down - (Bob Dylan)
2. Wade In The Water - (Minnesota Hotel Tape)
3. I Was Young When I Left Home - (Minnesota Hotel Tape)
4. Baby I'm In The Mood For You - (The Freewheelin' Bob Dylan outtake)
5. Blowin' In the Wind - (The Freewheelin' Bob Dylan)
6. Handsome Molly - (The Gaslight Tapes)
7. Mixed-Up Confusion - (single)
8. Don't Think Twice, It's All Right - (The Freewheelin' Bob Dylan)
9. Masters of War - (The Freewheelin' Bob Dylan)
10. Playboys And Playgirls - (live in Newport)
11. Boots of Spanish Leather - (The Times They Are A-Changin’)
12. Percy's Song - (The Times They Are A-Changin outtake)
13. The Lonesome Death of Hattie Carroll - (The Times They Are A-Changin )
14. The Times They Are A-Changin - (The Times They Are A-Changin)
15. Lay Down Your Weary Tune - (The Times They Are A-Changin outtake)
16. It Ain't Me, Babe - ( Another Side of Bob Dylan)
17. All I Really Want To Do - (Another Side of Bob Dylan)
18. Gates Of Eden - (Halloween concert)
19. House of The Risin' Sun - (overdub session electric instruments)


CD 2

1. I'll Keep It With Mine - (Bringing It All Back Home acoustic outtake)
2. Subterranean Homesick Blues - (Bringing It All Back Home)
3. She Belongs To Me - (Bringing It All Back Home)
4. Love Minus Zero/No Limit - (Bringing It All Back Home acoustic outtake)
5. Maggie's Farm - (Bringing It All Back Home)
6. Mr. Tambourine Man - (Bringing It All Back Home)
7. It's All Over Now, Baby Blue - (Bringing It All Back Home)
8. To Ramona - (live in Sheffield, England)
9. Like A Rolling Stone - (Highway 61 Revisited)
10. Positively 4th Street - (single)
11. From A Buick 6 - (Highway 61 Revisited)
12. Can You Please Crawl Out Your Window? - (single)
13. I Wanna Be Your Lover - (Highway 61 Revisited - outtake)
14. Just Like A Woman - (Blonde On Blonde)
15. Stuck Inside Of Mobile With The Memphis Blues Again - (Blonde On Blonde)
16. Rainy Day Women #12 & 35 - (Blonde On Blonde)
17. I Want You - (Blonde On Blonde)
18. I Don't Believe You - (live in Belfast, Ireland)
19. Visions of Johanna - (live in London, England)


CD 3

1. Million Dollar Bash - (The Basement Tapes )
2. Quinn The Eskimo (The Mighty Quinn) - (The Basement Tapes)
3. All Along The Watchtower - (John Wesley Harding)
4. Dear Landlord - (John Wesley Harding)
5. I'll Be Your Baby Tonight - (John Wesley Harding)
6. Grand Coulee Dam - (live in Carnegie Hall - A Tribute To Woody Guthrie)
7. Lay Lady Lay - (Nashville Skyline)
8. Living The Blues - (Self Portrait)
9. Minstrel Boy - (live at Isle of Wight - with The Band)
10. Pretty Saro - (Self Portrait)
11. Copper Kettle - (Self Portrait)
12. Spanish Is My Lovin' Tongue - (single)
13. If Dogs Run Free - (New Morning)
14. If Not For You - (New Morning)
15. Time Passes Slowly - (New Morning)
16. You Ain't Goin' Nowhere - (Greatest Hits, Vol. 2 )
17. I Shall Be Released - (Greatest Hits, Vol. 2)
18. George Jackson - (single)
19. Knockin' On Heaven's Door - (Pat Garrett & Billy The Kid
20. Billy - (Pat Garrett & Billy The Kid)
21. Forever Young - (demo - Biograph)
22. You Angel You - (Planet Waves)
23. On a Night Like This - (Planet Waves)
24. Dirge - (Planet Waves)
25. Most Likely You Go Your Way and I'll Go Mine - (live in Los Angeles, with The Band )


CD 4

1. You're A Big Girl Now - (Blood On The Tracks - outtake)
2. Shelter From The Storm - (Jerry Maguire soundtrack)
3. Up To Me - (Blood On The Tracks -outtake)
4. Tangled Up In Blue - (Blood On The Tracks)
5. Rita Mae - (single)
6. Abandoned Love - (Desire outtake)
7. Hurricane - (Desire)
8. Romance In Durango - (live in Quebec, Canada - with Rolling Thunder Revue)
9. Isis - (live in Quebec, Canada - with Rolling Thunder Revue)
10. One More Cup Of Coffee - (live in Budokan Hall, Tokyo)
11. Changing Of The Guards - (Street Legal)
12. Senor (Tales Of Yankee Power) - (Street Legal)
13. I Believe In You - (Slow Train Coming)
14. Gotta Serve Somebody - (Slow Train Coming)
15. Solid Rock - (Saved)


CD 5

1. Caribbean Wind - (Shot Of Love outtake)
2. Every Grain of Sand - (demo - Biograph)
3. Heart Of Mine - (live in New Orleans )
4. Jokerman - (Infidels)
5. Blind Willie McTell - (Infidels outtake - The Bootleg Series, 1961-1991)
6. I And I - (live in Slane Castle, Ireland - Real Live)
7. Tight Connection To My Heart - (Empire Burlesque)
8. Dark Eyes - (Empire Burlesque)
9. Band Of The Hand - (single )
10. The Usual - (single)
11. Night After Night - (Hearts Of Fire soundtrack )
12. Silvio - (Down In The Groove)
13. Pretty Boy Floyd - (A Vison Shared)
14. Man In The Long Black Coat - (Oh Mercy)
15. Everything Is Broken - (Oh Mercy)
16. People Get Ready - (Flashback soundtrack)
17. Born In Time - (Under the Red Sky) 
 
CD 6:

1. Nobody's Child (Romanian Angel Appeal)
2. This Old Man (Disney cd)
3. Miss The Mississippi And You (Bromberg session outtake)
4. You Belong To Me (OST Natural Born Killers)
5. Tomorrow Night (Good as I've been to you)
6. Hard Times (Good as I've been to you)
7. Song To Woody (Bobfest outtake)
8. Heartland (Willie Nelson: Across The Borderline)
9. Ballad Of Hollis Brown (Mike Seeger: Third Annual Farewell Reunion)
10. Delia (World Gone Wrong)
11. Blood In My Eyes (World Gone Wrong)
12. Boogie Woogie Country Girl (A Tribute To Doc Pomus)
13. Blue Eyed Jane (Tribute To Jimmie Rodgers)
14. Hard Rain (Great Music Experience)
15. Dignity (Unplugged - Bob Dylan Live 1961-2000)
16. Not Dark Yet (Time Out Of Mind)
17. Love Sick (Time Out Of Mind)
18. To Make You Feel My Love (Time Out Of Mind)

CD 7

1. The Lonesome River (Ralph Stanley's Clinch River Mountain)
2. Cold Irons Bound (Bob Dylan Live 1961-2000)
3. Chimes Of Freedom (The Sixties TV Soundtrack Album)
4. Train Of Love (A Tribute To Johnny Cash)
5. Things Have Changed (OST Wonder Boys)
6. Somebody Touched Me (Bob Dylan Live 1961-2000)
7. High Water (For Charlie Patton) (Love And Theft)
8. Mississippi (Love And Theft)
9. Moonlight (Love And Theft)
10. Red Cadillac And A Black Moustache (Good Rocking Tonight - A Sun Tribute)
11. I Can't Get You Off Of My Mind (Timeless - Tribute To Hank Williams)
12. Return To Me (The Sopranos - OST Salt & Pepper)
13. Waiting For You (OST Ya Ya Sisterhood)
14. Dixie (OST Masked And Anonymous)
15. Cross The Green Mountains (OST Gods And Generals)
16. Thunder on the Mountain (Modern Times)
17. Nettie Moore (Modern Times)
18. Ain't Talkin' (Modern Times)

Ik heb me daarbij zoveel mogelijk aan officieel uitgebracht materiaal gehouden. De hoogtepunten van de rest zijn namelijk al gebundeld op de onvoltroffen negendelige The Genuine Bootleg Series.

Info daarover vind je hier:

Volume One: http://www.bobsboots.com/CDs/cd-g08.html 

Volume Two: http://www.bobsboots.com/cds/cd-g09.html

The Third One Now: http://www.bobsboots.com/cds/cd-g10.html

 

decoration

25-04-08

Bob Dylan - World Gone Wrong

 bobdylanworldgonewrongter9

Altijd weer op weg

Na het afsluiten van de herfsttournee volgt de jaarlijkse winterstop. Er duiken aanhoudende geruchten op over een langere rustperiode of iets-anders-gaan-doen, het einde van The Never-Ending Tour...

Maar in februari blijkt dat alles weer zijn gewone gangetje gaat. In 1993 zijn er opnieuw tachtig shows, verspreid over de hele wereld. Enkel drummer Ian Wallace is tijdens de repetities in New York uit de band gezet, omdat hij ontevreden is over het concept van een tweede drummer op het podium.
Het beste nieuws is dat de kwaliteit van de optredens tijdens deze Europeese tournee, over het geheel genomen, zelfs nog een stuk beter is dan die van het vorige jaar.
Van de meest recente cd, Good As I Been To You worden slechts twee nummers gebracht: 'Tomorrow Night' en 'Jim Jones'.

Tijdens de daarop volgende Amerikaanse lentetournee worden de shows alsmaar langer en langer. Zonder dat er moet worden ingeboet op kwaliteit.  Een akoestisch 'Hard Times' wordt als opener gebruikt. Voortaan wordt elke show  - op een paar uitzonderingen na - met een akoestisch nummer geopend.

Enkele samenwerkingen

Op 28 april 1993 vinden in de KRLU-TV Studios, Austin, Texas filmopnamen plaats. Die zijn bedoeld voor The Big Six-0, een feest ter gelegenheid van de zestigste verjaardag van Willie Nelson. Dylan neemt eerst een schitterend 'Pancho And Lefty' van Townes Van Zandt, op samen met de gevierde en The Willie Nelson Family Band.
Daarna volgt een even schitterend 'Hard Times', van Stephen Foster, met zijn eigen tourband.
Er is ook een interview, dat gedeeltelijk wordt uitgezonden in het TV-programma op 22 mei. In juni wordt alles op video uitgebracht.

Dylan was in die periode blijkbaar dikke maatjes met de countrylegende, want op 19 oktober van het vorige jaar hadden ze ook al samen een ander nummer opgenomen voor diens cd Across The Borderline. 'Heartland' was een gezamelijke compositie van beide heren.

Op 13 januari brengen ze dat nummer ook samen in het CBS programma A Country Music Celebration. Daarbij worden ze begeleid door, onder andere, Don Was en Jim Keltner.

Verder helpt Bob Dylan ook Mike Seeger bij de opname van diens Third Annual Farewell Reunion. Op 13 mei neemt Dylan een nieuwe versie van zijn 'Ballad Of Hollis Brown' op, met begeleiding van Seeger zelf op 5-snarige banjo.
 "Het was meteen bij de eerste take raak en het had dat intense gevoel dat zo kenmerkend is voor Bobs vertolkingen van traditionals," aldus Mike Seeger. "Hij laat je de woorden voelen en de beelden zien."
Third Annual Farewell Reunion verschijnt pas in november '94.


Meer van hetzelfde

Columbia Records heeft, volgens het contract van 18 januari 1988 nog één cd te goed van Dylan. Zijn muze is nog steeds met vakantie en daarom ziet hij zich genoodzaakt om een vervolg te breien aan Good As I Been To You. Naast Saved is dit de enige keer in zijn lange carrière dat hij een follow-up plaat maakt.

Net als zijn voorganger wordt World Gone Wrong opgenomen in zijn huisstudio in Malibu. Deze keer leek Dylan iets meer aandacht te hebben besteed aan de klank en de inhoud, hoewel alles opnieuw in een paar dagen op band stond.

Kwatongen beweren dat hij zelfs geen snaar heeft vervangen of de tijd genomen om de microfoons goed te plaatsen. De mastering zou zelfs zijn gebeurd van een casette!

Waar vorige keer folk de voornaamste inspiratiebron was, ligt de klemtoon nu veel meer op bluesmateriaal. Het materiaal is dan ook somberder van toon en de thema's zelfs nog tragischer dan vorige keer. Bij de veertien songs zijn er twee van de Mississippi Sheiks en twee van Blind Willie McTell. Willie Brown en Frank Hutchinson, Robert Johnson en The Carter Family paseren elk één keer de revue.

Misschien als reactie op de kritiek van vorige keer, neemt Dylan de moeite om hoesnota's te schrijven. Hierbij geeft hij zijn bronnen aan, in uitgebreide, maar zeer cryptische hoesnota's. Daarbij beklemtoont hij dat de muziek dateert van "voor de belachelijke amusementswereld in ons gezicht ontplofte".
Het levert heerlijk proza op, een voorloper van zijn later Kronieken.

Vier songs van de sessie blijven onuitgegeven: 'Goodnight My Love', 'Twenty-One Years', '32-20 Blues', en 'Hello Stranger'.  Zelfs bootleggers zijn er niet aan geraakt.

En terug op weg

Na een vakantie in Ierland wordt Europa opnieuw aangedaan voor de jaarlijkse passage langs de zomerfestivals.
De nummers zijn nu zo lang dat 'Tangled Up In Blue' en 'Shelter From The Storm' dikwijls meer dan 12 minuten duren, terwijl een pak andere vlot over de 10 minutengrens gaan. Dylan neemt daarbij het voortouw op zijn elektrische gitaar. Als hij nu af en toe wat zou willen oefenen...

Hoogtepunt is het Fleadh Festival in  Waterford, Ierland, waar Dylan samen met Van Morrison het hoofdprogramma vormt.

Op 16 juli moet Dylan, voor het eerst in zijn carrière een optreden afgelasten omwille van medische problemen. Hij heeft weer last van zijn rug, die hem sinds '86 parten speelt. Een dag later is daar, bij het laatste concert van de tournee dan weer niets van te merken. De show, die nu tot twee en een half uur kan duren, is zelfs niet ingekort!

Na afloop blijft Dylan nog even in Europa rondhangen. Op 18 juli gaat hij in Bad Mergentheim, Duitsland kijken naar een optreden van Neil Young. Daarbij weigert hij echter in te gaan op de vraag van Booker T. Jones om mee te komen spelen.

Drie dagen later vindt in Camden High Street in Noord Londen de opname plaats van een videoclipje voor 'Blood In My Eyes'. David Stewart van The Eurythmics treedt op als regisseur. Diverse Britse kranten publiceren foto's waarop Dylan (met een hoge hoed op) thee zit te drinken in verscheidene plaatselijke restaurants.

Tussen 20 augustus en 9 oktober trekt Bob Dylan, samen met Carlos Santana door Amerika. Zo kunnen ze voor een veel groter publiek spelen en zo indrukwekkende omzetten binnenhalen. Ze openen afwisselend de gezamelijke tournee van 31 shows. Maar, in tegenstelling tot '84 treden ze nooit echt samen op. Dylans set wordt terug wat ingekort tot dertien nummers in 90 minuten. Maar de kwaliteit blijft zeer hoog.
De tour is niet echt geschikt om het nieuwe materiaal te brengen, hoewel 'You're Gonna Quit Me' en 'Blackjack Davy' van Good As I Been To You werden gebracht.


Twee platen

Ondertussen wordt op, 23 augustus 1993, Bob Dylan 30th Anniversary Concert Celebration uitgebracht op CD/cassette/video/laser disc. 'Song To Woody' ontbreekt echter op alle formaten omwille van de technische problemen met Dylans gitaar. Erg verassend is dat Dylans zang op 'My Back Pages' is overdubd!

World Gone Wrong verschijnt op 24 oktober 1993. Deze tweede volledig akoestische cover-cd is meer afgewerkt als de eerste en is meer geconcentreerd op blues materiaal.

Opnieuw krijgt de cd veel goede kritieken. Rolling Stone noemt hem een "...geniale blues zanger" en heeft het over "...een passend vervolg...  en opnieuw een merkwaardig sterke uitvoering."

Bovendien ontvangt Dylan voor World Gone Wrong een welverdiende Grammy als Best Traditional Folk Album.

Toch wordt het zijn slechts genoteerde plaat ooit, in de US: een magere 70ste plaats. Ook in Engeland wordt de top 30 niet gehaald.

Toch zou Dylan de waarde van deze cd's blijven verdedigen: "Mijn invloeden zijn ongewijzigd" vertelt hij in 1997 "Dat is waarom ik die twee platen met oude nummers heb opgenomen. Daardoor kon ik zelf terugkeren naar de muziek die voor mij waardevol is".

"Zangers in de jaren vijftig en zestig stonden heel dicht bij de vroegere zangers en dat kon je horen! Maar dat hoor je nu niet mee, het is vervuild en onrein... Zelfs World Gone Wrong is een stap of twee van de bron verwijderd. De mensen zouden naar die oude platen moeten luisteren en luisteren naar die echte opnamen, want die van mij zijn slechts tweedehands."

Het concept kreeg later wel navolging: Johnny Cash met zijn American Recordings (vanaf '94) en Bruce Springsteen met The Ghost Of Tom Joad ('95) en The Seeger Sessions ('06).

De Supper Club concerten

Nu het contract met Columbia afgelopen was, overwoog Dylan opnieuw om als freelancer verder te gaan. Ter promotie van World Gone Wrong bedacht hij een puur akoestisch concert dat via de TV zou worden uitgezonden en dan achteraf als cd te koop worden aangeboden. Dit was een jaar voor MTV met hetzelfde concept zou komen.

Daarvoor huurt hij de Supper Club in Manhattan af voor een paar dagen in midden November.  Met zijn tourband geeft hij er vier concerten, telkens voor 150 toeschouwers. Naast een selectie uit World Gone Wrong brengt hij unieke uitvoeringen  van nummers als 'Ring Them Bells' en ' Queen Jane Approximately'.

De puur akoestische optredens worden allemaal professioneel gefilmd en opgenomen. Alle kosten worden door de znager zelf gedragen. Toch komen de TV-film en de live -cd er nooit, hoewel voor velen het de beste shows uit zijn carrière zijn.


Een jaar later werd het concept nog eens dunnetjes over gedaan, nu in opdracht van MTV. Maar die Unplugged-cd haalde nergens het niveau van deze Supper Club concerten. Niet qua repertoirekeuze en ook niet qua uitvoeringen.

Einde 1993 tekende Dylan een nieuw platencontract bij Sony, voor tien cd's. Directeur Don Lenner verklaarde daarbij: "We stellen zijn creativiteit nooit in vraag. Wat geeft ons wat hij wil."

Maar goed, want het zou nog vier jaar duren eer Dylan met nieuw materiaal op de proppen kwam. In 1997 was er Time Out Of mind. 

En nog eens vier jaar later, bij het uitbrengen van Love And Theft, werd echt duidelijk wat die oude songs voor hem betekenen. Zowat de helft van de titels van die cd uit 2001 zijn een eerbetoon aan zijn favoriete oude nummers, vooral blues uit de jaren 20 en 30. 'Bye and Bye' herinnert aan 'Going to see the King' van Blind  Willie Johnson, 'High Water Everywhere' aan Charlie Patton,  net als '(Some) Summer Days', 'Sugar Baby' is afgeleid van Doc Boggs net als 'Po' Boy' van 'Long Way from Home'.

En zo hielpen songs uit het begin van de vorige eeuw Dylans carrière het nieuwe decennium binnen.

18-04-08

Bob Dylan - Good As I Been To You

bob_dylan_good_as_i_been_to_you

Good As I Been To You

  

Toen Good As I Been To You begin november 1992 werd uitgebracht was dat voor velen een complete verassing. Zijn eerste volledig akoestische plaat sinds Another Side Of Bob Dylan uit 1964 was een collectie folk en blues klassiekers die haast per ongeluk tot stand was gekomen.

Terugkijkend was het echter een logische stap voor Dylan.

 

In het najaar van 1990 waren kort na elkaar aantal dingen gebeurd die een grote invloed zouden hebben op het verdere verloop van Dylan's leven en carrière.

  

Mevrouw Dylan

 

Bob Dylan heeft zijn privéleven altijd goed verborgen weten te houden. Zo staat nog steeds niet vast hoeveel kinderen hij officieel heeft. Jarenlang werd er over gespeculeerd of hij ooit hertrouwd was.

In 2001 lichtte Howard Sounes enkele tipjes van de sluier in de biografie Down the Highway: The Life Of Bob Dylan. Hij onthulde dat Bob Dylan vier jaar getrouwd was geweest met een van zijn Queens Of Rhythm. Dat is het koortje met zwarte gospelzangeressen dat hem steevast begeleide vanaf het einde van de jaren zeventig.

 

Carolyn Dennis was op 31 januari 1986 bevallen van een dochter: Desiree Gabrielle Dennis-Dylan. Bob erkende het meisje als zijn dochter en tekende het geboortecertificaat. Om haar een normale jeugd te kunnen geven besloten haar ouders om haar uit de pers te houden.

Een half jaar later, op 4 juni 1986 trouwden Bob en Carolyn in Los Angeles. Carolyn bleef gewoon mee touren.

 

Wanneer bij de Never-Ending Tour geen behoefte meer was aan backing zangeressen, installeerde Dylan vrouw en kind in een onaanzienlijke voorstad in de vallei van San Francisco. 

 

Maar na een tijdje raakt mevrouw Dylan het beu om altijd alleen te zitten en haar man zo weinig te zien. Op 7 augustus 1990 vraagt ze de ontbinding van het vier jaar oude huwelijk aan, wegens "onoverkomelijke verschillen".

  

Twee nieuwe platen

 

Op 11 september 1990 wordt Under The Red Sky uitgebracht. Het opzet was geweest om een totaal ander geluid te krijgen dan de voorganger, Oh Mercy. Het atmosferische geluid van die plaat droeg onmiskenbaar het stempel van producer Daniel Lanois.

 

De nieuwe plaat was geproducet door David en Don Was en er waren vele gastbijdragen van uiteenlopende mensen als Stevie Ray en Jimmy Vaughan, David Lindley, George Harrison en Elton John.  Daardoor was de plaat niet alleen verassend anders, zowel muzikaal als tekstueel, maar vooral artistiek erg ontgoochelend.

 

Anderhalve maand later volgt Traveling Wilbury's Vol. 3. Ook hiervan is de verkoop een stuk minder dan bij de eerste plaat. Volgens Tom Petty was het ook helemaal niet de bedoeling een commercieel product te maken.

Maar de tegenvallende verkoop van zijn eigen plaat, zowel als deze, maken dat Dylan de lust ontbreekt om nog eigen platen te maken. Het zal zeven jaar duren eer er Dylan nog eens een studioalbum met nieuwe nummers zou uitbrengen.

 

In die tussentijd voltooide hij geen enkele nieuwe compositie meer. Hoewel hij eerder al een paar keer aan writers block had geleden, had dit nog nooit zo lang geduurd.

 

Tegenover Paul Zollo verklaart Dylan op 14 april 1991: "Ooit kwamen de songs met drie vier tegelijk, maar dat is al lang gedaan ... Af en toe komt er nog eens een nummer op mij, als een buldog aan het poortje van de tuin, om te eisen dat ik hem schrijf. Maar de meeste verban ik onmiddellijk uit mijn gedachten. Je vraagt je af of er nog iemand behoefte aan heft om ze te horen. Misschien kom je op een punt waarop je genoeg songs geschreven hebt Laat iemand anders ze maar schrijven."

   

Is er een gitarist in de zaal?

 

In oktober 1990 stapte gitaarmaestro G. E. Smith op. De Amerikaanse tegenhanger van Patrick Riguelle had sinds 7 juni 1988 Dylan's tourband. Dylan zelf beschouwt zijn vertrek als het einde van de Never-Ending Tour.

 

Aan het einde van de Europese zomertournee van 1990 had Dylan Smith voorgesteld om zijn loon van zo'n $10 000 per week wat in te krimpen. Het antwoord was duidelijk: "Nein!"

Smith was wel bereid te blijven tot er een opvolger gevonden was. Dus liet Dylan een aantal gitaristen meespelen tijdens de Amerikaanse herfsttournee. Ze deden een live auditie, als het ware. Tijdens het laatste optreden van de tour liet Dylan zelfs zijn gitaartechnieker meespelen!

 

Bij de aanvang van de volgende tournee was het probleem nog niet opgelost. De gitaartechnieker, Cezar Diaz, probeert het drie nummers lang als enige gitarist, tot Smith hem komt redden. Steve Burton is ingehuurd als slaggitarist. Die voldoet ook niet en wordt vervangen door John Stahealey.

 

Na een aantal optredens in het New Yorkse Beacon Theatre stapt G.E. Smith definitief op. De rest van de tournee ploetert Dylan verder met twee gitaristen, die geen van beiden sologitaar kunnen spelen!

  

I need a shot of... whiskey

 

Tijdens diezelfde tournee wordt ook pijnlijk duidelijk dat Dylan serieus aan de drank is. Hij heeft soms zelfs moeite om zijn microfoon te vinden. Nu had de man altijd al van een glaasje rode wijn gehouden, maar zijn werk had er nooit onder gelden, zoals nu.

 

Het kan hem blijkbaar allemaal niet meer schelen. Kwaliteit is niet meer belangrijk. Bij de repetities voor de volgende tournee in januari 1991 wordt de band bijna helemaal vernieuwd. Enkel de twee slaggitaristen Tony Garnier en Cesar Diaz blijven overgebleven. De drummer Chris Parker is niet eens verwittigd dat hij niet meer welkom is. Hij moet vaststellen dat zijn plaats al is ingenomen door iemand anders: Ian Wallace, die tijdens de '78 World Tour ook al meespeelde.

De totaal onbekende gitarist J. J. Jackson is er bij gehaald om de solo's te spelen. Hij is vooral goedkoop: $ 500 per week.

 

De Never-Ending Tour lijkt steeds meer verbrokkeld te raken: terwijl er in '88 eigenlijk één lange tournee was, waren er drie delen in '89, vijf in '90 en in '91 zes.

Dat geldt trouwens ook voor de concerten zelf: met drie onervaren gitaristen en een leider die in de fles vlucht kan het niet anders of alles verloopt erg chaotisch. Dikwijls zet de zanger bovendien zijn begeleiders met opzet op het verkeerde been, alsof hij zijn eigen optredens wil saboteren. En soms verdwijnt hij gewoon, midden in een nummer, voor een paar minuten in de coulissen.

 

Ian Wallace merkt duidelijk het verschil met de wereldtournee van '78. De verplaatsingen gebeuren per bus en de hotel waarin ze verblijven zijn geen tophotels "Bob had echt een voorliefde voor kleine motelletjes buitenaf. We zaten echt opgesloten in achterafplaatsen."

Dylan vindt slechts twee dingen echt belangrijk aan hotels: ze moeten zijn honden toelaten. En de ramen moeten open kunnen, want hij heeft een hekel aan airco. Voor de rest maakt het hem niet uit: hij komt toch nooit buiten.

 

Het wordt steeds erger. Die zomer drinkt hij cognac alsof het cola is. Hij wordt nors en onredelijk tegen zijn band.

 

Misschien wel Dylans slechtste concert ooit vindt plaats op 17 juni 1991 in Stuttgart, Duitsland. Bij het openingsnummer begint Dylan op harmonica. Dan loopt hij naar de piano, waar hij schijnbaar willekeurige toetsten aanslaat. Hij kijkt voortdurend om zich heen, alsof hij op zoek is naar iets. Na een minuut of vier staat hij terug op en loopt naar zijn gitaar. Na een paar willekeurige aanslagen begint hij te zingen. Het blijkt 'New Morning' te zijn. Er is geen regel bij uit de oorspronkelijke versie.

De rest van het concert is niet beter. Dikwijls lijkt hij zelfs het einde van de zin niet meer te weten.

 

Aan het einde van de zomer besluit hij zijn leven terug in handen te nemen. Hij stopt met drinken.

"Het was belangrijk voor mij dat ik tot op de bodem ging van dat legende gedoe. Dat slaat gewoon nergens op. Wat van belang is, is niet de legende, maar de kunst, het werk. Een mens moet doen waarvoor hij geroepen is om te doen."

  

Terugvechten

 

Het resultaat is onmiddellijk zichtbaar. Tijdens de herfsttournee heeft Bob Dylan het leiderschap terug op zich genomen. Hij doet ook echt zijn best om met gevoel te zingen en harmonica te spelen. En de muzikanten spelen nu eindelijk samen als een echte band. Vooral de nummers van Oh Mercy komen tot leven.

 

Voor de Australische tournee in de lente van 1992 besluit hij de band te versterken met een steelgitarist.

Bucky Baxter vertelt: "Ik speelde bij Steve Earle. We deden een hele tournee als voorprogramma voor Bob. Tijdens een soundcheck was ik wat aan het spelen met G.E. Smith toen Bob me vroeg om mee te doen. Hij vroeg me hem een steel gitaar te bezorgen. Ik kocht er één in Nashville en gaf hem wat lessen.

Toen de tournee voorbij was gaf ik hem mijn telefoonnummer en ik dacht, 'Wel, cool, ik ga meespelen met Dylan!' Maar ik hoorde niks van hem.

Twee jaar later kreeg ik op een maandag een telefoontje van hem: 'Kom morgen, we vertrekken donderdag naar Australië.' En dat was dat."

 

Het versterken van de band met de multi-instrumentalist blijkt een uitstekende keus te zijn. Baxters pedal steel gitaar brengt nieuw leven aan de anders vermoeid klinkende nummers. Dat brengt Dylan er toe oude pareltjes als 'Idiot Wind' aan de set toe te voegen. Ook Dylans hernieuwde interesse in zingen en gitaarspelen komt de kwaliteit ten goede.

   

Valse start

 

Ondertussen wordt de platenmaatschappij ongeduldig. Ze hebben het gebrek aan nieuw materiaal kunnen opvangen met een greep uit de archieven: The Bootleg Series Vol. 1-3. Die boxset met vijf LP's of 3 cd's vol studio outtakes werd goed gesmaakt door zowel critici als het publiek.

 

Maar nu willen ze iets nieuws. Dylan laat de Acme Recording Studio in Chicago boeken voor een periode van twee weken. Als producer doet hij beroep op de veelzijdige gitarist en fiddle player David Bromberg.

 

Zoals hij al eerder deed wanneer hij writers block heeft, legt Dylan zich weer toe op het opnemen van covers.

 

In de zomer van 1990 had Dylan, als tegengewicht voor de rommelige elektrische nummers, een korte akoestisch solo set ingelast. Na een tijdje begon hij daarbij covers te brengen: 'Homeward Bound' van Paul Simon, 'People Putting People Down' van John Prine of een traditional als 'When First Unto This Country'.

 

De set leek erg in de smaak te vallen en tijdens de concerten down under in 1991 bracht Dylan bijna elke dag wel een nieuw nummer. Het ene nog ouder dan het andere: 'Female Rambling Sailor', 'Dolly Dagger', 'Little Maggie', 'Golden Vanity', 'Delia' ...

"Die nummers wurmden zich tussen mijn eigen nummers, denk ik, maar nooit bewust... Het is alsof niemand die nummers ooit had hoeven te schrijven. Ze werden gewoon door gegegeven," verklaarde hij in 1993.

 

Met Brombergs band als begeleiders neemt hij einde mei, begin juni zesentwintig nummers op, haast uitsluitend folk en bluesmateriaal. Enkele titels: 'I'll Rise Again' (trad.), 'Nobody's Fault But Mine' (Blind Willie Johnson), 'Lady From Baltimore' (trad.), 'Polly Vaughan' (trad.) , 'Casey Jones' (trad.), 'Duncan And Brady' (trad.). Daarnaast neemt hij ook enkele composities van David Bromberg zelf op: 'Kaatskill Serenade', 'World Of Fools' en 'Sloppy Drunk'.'

 

Wanneer zijn werk er op zit, moet Dylan weer naar Europa om er een dozijn concerten te gaan geven. Hij laat de banden bij Bromberg achter om ze te mixen.

  

Wat extra opnamen

 

Bij zijn terugkeer naar de Verenigde Staten, laat hij de opnamen naar zijn huis in Malibu brengen om er enkele akoestische tracks aan toe voegen.  In de huisstudio van Point Dume werden gewoon twee microfoons opgesteld: een voor zijn stem en een tweede voor zijn gitaar.

 

Zonder een tekstvel voor zich, schudde Dylan het ene na het andere nummer uit zijn mouw. Britse en Ierse folksongs als 'Froggy Went A-Courtin', 'Blackjack Davey' en 'Arthur McBride',  een bluegrass standard als 'Little Maggie' en bluesnummers als 'Frankie and Albert' of 'Sittin' on Top of the World'.

 

Enkele songs hadden een andere achtergrond, zoals 'Tomorrow Night' (een hitje van best voor Elvis Presley in 1956) en 'Hard Times' van de eerste Amerikaanse songschrijver Stephen Foster.

 

Het zal wel geen toeval zijn dat vrijwel alle nummers gaan over foutgelopen liefdes. "You're gonna quit me, baby, good as I been to you." Inderdaad! Heroïsche liefdesgeschiedenissen, moordende geliefden, verre reizen over zee en een dierenbruiloft. "Muziek die echt is voor mij" noemt hij het. Teruggaand tot de 16de eeuw, of meer recent tot de jaren dertig van de 20ste eeuw!

 

"Het gebeurde toevallig," meende hij in 1993. "Ik had niet veel tijd nodig om deze nummers op te nemen. Die nummers zijn heel belangrijk voor mij. Ze volgen mij al jaren,dus behandelde ik hen alsof het mijn nummers waren, niet als covers. Ik had niet veel tijdig nodig, weet je dit zijn folk songs en die hebben niet veel opsmuk nodig."

 

Misschien vond Dylan deze nieuwe opnamen gewoon beter, of interessanter. Uiteindelijk bleven alle opnamen van de sessies met Bromberg ongebruikt. Noch Dylan, noch Bromberg hebben er ooit een verklaring voor gegeven.

 

Wel wordt er gespeculeerd dat Bromberg voorgesteld had om de opnamen wat meer aan te kleden. Bijvoorbeeld door een gospel koor in te zetten bij 'Rise Again' en 'Nobody's Fault But Mine'. Dylan zou dan moeilijk zijn gaan doen en zelfs de opnamen hebben laten wissen. 

 

Geen van de Acme opnamen is ooit officieel uitgebracht. In de loop der jaren zijn er slechts vier songs van deze sessies opgedoken in het bootlegcicuit: 'Sloppy Drunk', 'Polly Vaughn', 'Kaatskill Serenade' en twee mixen van 'Miss The Mississippi And You'. Vooral dat laatste - een cover van Bill Haley nog wel - is erg goed.

  

Reden tot feesten?

 

De plicht roept alweer. Dylan laat het aan zijn assistente, Debbie Gold, over om de zaak te mixen. Zij krijgt daarvoor zelfs ene credit als producer!

 

De herfsttournee trekt, zoals gebruikelijk, van het noorden naar het zuiden langs de Amerikaanse oostkust. Sommige van deze optredens gelden als de beste van de hele Never-Ending Tour! De band bestaat naast

Bucky Baxter, die zowat alle mogelijke snaarinstrumenten bespeeld, uit slaggitarist John Jackson, bassist Tony Garnier en de drummers Ian Wallace én Winston Watson.

 

Midden in de tournee organiseert Sony/Columbia, lichtelijk over tijd op 16 oktober 1992 "Columbia Records Celebrates The Music Of Bob Dylan" in Madison Square Garden. De drie en een half uur durende show is rechtstreeks te bekijken op betaalnetten in Amerika en Europa.

Een aantal artiesten, waaronder Eric Clapton, George Harrison, Lou Reed, Neil Young en Stevie Wonder brengen een eerbetoon aan de man door één of twee van zijn nummers te brengen, met begeleiding van Booker T and the MG's plus G.E. Smith als "musical director".

 

Er zijn twee uitzonderingen: John Hammond Jr heeft 'I'll Be You Baby Tonight' gerepeteerd, maar vlak voor het optreden staat Kris Kristofferson er op dat hij dat zelf zal brengen. Omdat John Hammond Jr geen ander Dylan nummer kent, brengt die dan maar 'See That My Grave Is Kept Clean' van Jesse Fuller.

 

Sinead O'Connor wordt uitgejouwd omwille van haar recente optreden bij Saturday Night Live, waarbij ze een foto van de paus verscheurde. Uiteindelijk schreeuwt ze a-capella Bob Marley's 'War' en verlaat dan huilend het podium.

 

Elvis Costello had 'Positively 4th Street' moeten doen en Van Morrison 'Just Like A Woman', maar die kwamen geen van beiden opdagen.

 

Dylan bekijkt alles in zijn camper en komt slechts op het einde drie nummers zingen, waaronder 'Song To Woody'.

 

De aanwezigen betaalden $80 tot $150 voor het voorrecht en diegenen die thuis bleven konden voor $19,99 het gebeuren volgen op betaal-TV. Dylan ontving het leeuwendeel van de $ 10 miljoen opbrengst. Niet slecht voor drie nummers.

 

Dat geld komt overigens goed van pas, want op 21 oktober 1992 wordt het huwelijk van Bob en Carolyn wordt officieel ontbonden. Voor de tweede keer kost een scheiding hem een vermogen. Carolyn krijgt een deel van het huis in Port Dune als onderpand tot Bob genoeg contanten heeft om haar te betalen. Ze heeft bovendien recht op de helft van alle nieuwe nummers die Bob tijdens hun huwelijk heeft geregistreerd, een deel van zijn toekomstige royalty's plus alimentatie. Carolyn krijgt ook het huis in Tarzana.

  

Een plaat voor de president

 

Good As I Been To You wordt uitgebracht op de dag dat Bill Clinton wordt verkozen als president: 3 november 1992. De hoes ziet er (met opzet?) uit als een goedkope compilatie van de een of andere oude bluesman - een cd zoals je ze in de GB ziet liggen voor een paar euro.  

 

Aanvankelijk wordt nogal ontgoocheld gereageerd, vooral omdat er geen nieuwe composities van Dylan op staan. Ook werd hier en daar beklemtoond dat Dylan's stem erg was achteruit gegaan, maar vreemd genoeg, past die perfect bij het materiaal. Voor wie wil luisteren blijkt de plaat eigenlijk zeer goed.

 

Maar grunge is de heersende trend in de muziekwereld en een 51ste plaats is dan ook de hoogste notering in de US. In Engeland haalde de plaat wel de top 20.

 

Het heftigst werd echter gereageerd op de vermelding "trad. arr. Dylan" voor alle songs. Dit werd algemeen ongeloof onthaald, omdat het duidelijk onwaar was. Van minstens zeven nummers zijn de auteurs bekend. Bovendien kan van vele nummers zelfs worden gewezen op gelijkaardige arrangementen bij voorgangers. Zijn muziekuitgever kreeg dan ook af te rekenen met een paar processen.

  

Een overblijvertje

 

Op één na werden alle nummers van Point Dume op de cd uitgebracht. Het overblijvende nummer, 'You Belong To Me' werd voorbehouden voor de soundtrack van Oliver Stone's film controversiële film Natural Born Killers.

 

08-03-08

Bob Dylan - Saved

saved 1

 

 

 

Nieuwe songs

Zoals elke goede missionaris wou Bob zijn boodschap onder de mensen brengen. Omdat hij herboren was en dus niet meer de oude Dylan, vond hij het logisch om voortaan uitsluitend religieus materiaal te brengen. Dus moesten er dringend nieuwe nummers worden geschreven.

In september 1979 schreef hij er een half dozijn, samen met zijn nieuwe vriendin, Helena Springs. De twee hadden al eerder samen gewerkt, tijdens de wereldtournee in 1978. Maar net als toen werd geen van de songs ooit door Bob op plaat gezet.

Op een tape die in handen is gevallen van verzamelaars staan drie demo's gezongen door Helena: 'Responsibility', 'Tell Me The Truth One Time' en 'The Wandering Kind'. Andere titels waarvan geen opnamen bekend zijn, noch van Helena, noch van Bob, zijn: 'Someone Else's Arms', 'What's The Matter' en 'Without You'.
'The Wandering Kind' werd later door Paul Butterfield gecoverd en uitgebracht op The Legendary Paul Butterfield Rides Again.

Het enige nummer dat uit deze eerste schrijfsessie overbleef was 'Saving Grace' dat Bob, zonder de hulp van Helena, had geschreven.

De volgende maand werkte Bob Dylan in zijn eentje verder: 'Covenant Woman', 'In The garden', 'Pressing On', 'Saved', 'Solid Rock', 'Stand By Faith' en 'What Can I Do For You'.


Het einde is begonnen!

Meer nog dan in de eerste reeks van zijn religieuze songs, bleek uit het nieuwe materiaal hoezeer de zanger zich verdiept had in de Openbaring van Johannes. Daarin wordt de eindstrijd voorspeld tussen goed en kwaad tijdens de Armageddon. De theorie dat Armageddon een plaats is - Meggido in het Midden-Oosten - en dat de internationale politieke toestand in die periode erop wees dat de eindstrijd op handen was, werd sterk bepleit door de schrijver Hal Lindsay. In zijn boek The Late Great Planet Earth uit '70 werd alles tot in de details beschreven. Bob had Lindsays boek gelezen en vertelde onder andere aan zijn vrienden dat zich op korte termijn dramatische ontwikkelingen zouden voltrekken. Wanneer Irak en Iran met elkaar in oorlog raakten en de Sovjettroepen Afghanistan bezetten, leek het proces te zijn gestart.


Een nieuwe band

Om zijn boodschap te verspreiden stelde hij een uitstekende nieuwe band samen. Voor de ritrmesectie koos hij twee klasbakken: Tim Drummond en Jim Keltner. Die brachten de sessiegitarist Fred Tackett (later bij Little Feat) aan als sologitarist. Dewey Lyndon "Spooner" Oldham (co-auteur van een aantal klassiekers als 'Dark End Of The Street' en 'I'm Your Puppet' - en tegenwoordig ook vriend aan huis bij The Drive-by Truckers) speelde  B-3-orgel. De gospelzanger Terry Young werd aangetrokken om piano te spelen. Die bracht dan weer zijn vrouw mee: Monalisa Young. Zij verzorgde samen met Helena Springs en Regina Havis de backing vocals.

De zangeressen werden geselecteerd door Carolyn Dennis. "Ik belde de zangeressen en beluisterde hen," vertelt de latere mevrouw Dylan, “maar de uiteindelijke beslissing lag bij hem. Hij wist dat ik hem alleen die mensen zou sturen die met gevoel zingen. Het was geen kwestie van daar te staan en tonen hoe perfect je kan zingen. Er moest iets achter zitten, met gevoel zingen was het belangrijkste. Dat gevoel komt vooral door levenservaring en dat was wat hij moest hebben. Hij wou dat deze show een spontaan spiritueel gevoel had."

De keuze van zowel de muzikanten als de arrangementen was weloverwogen. De beide toetsenspelers Young en Oldham zijn elkaars tegenpolen. Oldham speelde introverte integrerende frasen, terwijl Young door huilende en stompende accenten op het orgel de gospel geïnspireerde songs in hun context plaatste. Oldham's geluid zou in Saved overheersen, maar het was Young die met zijn ruwere, vollere klank de harder rockende nummers uit Slow Train live tot een hoger niveau tilde.
 
De repetities vonden plaats in Bob's Rundown Studio.
Gitarist Fred Tackett vertelt: "Ik ging dus naar dat magazijn in Santa Monica en we speelden er gedurende een week of drie." Uiteindelijk zouden ze zelfs zes weken repeteren. In die periode werd ook een blazerssectie geprobeerd… en afgekeurd.

De vuurproef voor de nieuwe band was een TV optreden bij Saturday Night Live.

Pas enkele dagen voor het geplande TV optreden vroeg Bob aan Fred Tackett of hij wou meedoen.
"Na de repetitie riep hij mij in zijn kantoortje. Ik herinner me vooral die grote haardos van hem. Bob leunde naar me toe en vroeg stilletjes,'Ok, hoeveel verdien je?' Ik begon hem uit te leggen hoeveel ik krijg voor studiowerk in L.A., maar hij onderbrak me, keek schichtig rond of niemand anders ons hoorde en wenkte me korter bij te komen. Hij draaide zijn hoofd en deed me teken in zijn oor te fluisteren.
Ik vertelde hem wat ik normaal verdien. Hij keek mij aan met een blik van 'is dat echt?'. Ik ging verder en hij bekeek mij weer en zei dan dat hij er over moest denken.
De volgende dag riep hij mij en zei dat ik kon meedoen. Hij had mij gewoon voor de gek  gehouden!"

Op 20 oktober brachten Dylan en zijn Gospel Band drie nummers van Slow Train Coming tijdens Saturday Night Live: 'Gotta Serve Somebody', 'When You Gonna Wake Up' en 'I Believe In You'.

Na afloop van de opnamen poseerde Dylan voor wat fans. Op een van die foto's staat hij met Mark David Chapman. Die man zou, een jaar later, John Lennon vermoorden. 


De eerste religieuze tournee

De 26 optredens die Bob Dylan gaf tussen 1 november en 9 december 1979 konden onmogelijk meer verschillend zijn van de vorige shows uit zijn recente wereldtournee. Geen greatest hits meer, geen voetbalstadia, geen witte kostuums, geen nieuwe arrangementen van oude nummers...

De Gospel Tour ging van start met maar liefst 14 optredens in dezelfde zaal: het Fox Warfield Theater in San Francisco, Californië. In het zaaltje kunnen slechts 2 200 toeschouwers.

Verder bracht hij tijdens deze tournee uitsluitend religieuze nummers. Terwijl die voor de pauze die nog kwamen van Slow Train Coming, een plaat die pas enkele maanden uit was, koos hij na de pauze uitsluitend voor nog onuitgegeven werk. "Ik ken geen enkel andere artiest die ooit zoiets heeft geflikt." merkte Bob op.
Ondanks smeekbeden van het publiek weigerde hij ouder materiaal te zingen, zelfs niet als bisnummers.

Daar stond tegen over dat de band uitstekend was. Ze vormden een kleine, maar uiterst professionele en technisch onderlegde kern die elk richting aankon, maar vooral, zeer gedisciplineerd Dylans lead kon volgen.
De strakke muzikale structuur, gecombineerd met het verse palet aan nieuwe nummers, vormden een unieke basis voor Dylan's uitzonderlijke kwaliteiten als performer. Hij gad zich voluit. Elke song werd een bekentenis of een oproep. Hij bekende verliefd te zijn ('Precious Angel', 'Covenant Woman'); gaf zwakte toe ('Saving Grace', 'When He Returns'); afkeer ('Slow Train', 'When You Gonna Wake Up'); en onderwerping ('Solid Rock', 'I Believe In You' en 'Pressing On').  Met deze nummers drukte hij zijn vertrouwen uit, met ontwapenende eerlijkheid. Hij had besloten zich als artiest te herbronnen, door zijn oude songs overboord te werpen en zowel zichzelf als zijn publiek te dwingen het te doen met deze performances. Het resultaat was overweldigend.

Het publiek bleef verbaasd achter. Het reageerde verward en sommigen zelfs woedend. Velen kwamen om een rockshow te zien en kregen een gospel concert voorgeschoteld.
Ook de critici wisten niet goed wat ze hiermee moesten aanvangen en de meeste maakten hem dan maar belachelijk.

Ook erg ongewoon voor Dylan was dat de setlist haast de hele tournee door identiek bleef. Hij legde dan ook uit: "We spelen hier nu al twaalf nachten, zelfde plaats, zelfde tijd en ook de boodschap blijft dezelfde: God belooft niets wat hij niet kan waarmaken. Gisteren is hetzelfde als vandaag en als morgen."

Dat bleef ook zo tijdens de vier optredens in het Civic Auditorium van Santa Monica. Die waren allemaal excellent. Dylan had hier dan ook de kans om op te treden voor een enthousiast publiek. Dat kwam omdat het benefietshows waren ten voordele van World Vision International, een Christelijke liefdadigheidsorganisatie.

Dat was dan weer in complete contrast met de vier shows in het Gammage Center van Tempe, Florida. Daar kreeg Bob af te rekenen met een studentenpubliek dat vijandiger reageerde dan Dylan, die toch wel wat gewoon was, ooit had moeten verduren. Ze brulden om rock 'n' roll en maakten de achtergrondzangeressen belachelijk. Dylan reageerde, vooral tijdens de tweede avond, met lange sermoenen over het einde der tijden, de strijd om Armageddon en de terugkeer van de Heer. Hij weigerde zelfs toegiften te spelen.

Dan trok de karavaan verder naar San Diego, Californië, Albuquerque, New Mexico en tenslotte Tuscon, Arizona. In deze steden werden ook telkens twee concerten gespeeld tijdens opeenvolgende avonden - in kleine zalen. Het laatste concert vond plaats op 9 december.


Geen rust gegund

Tijdens de rustperiode tussen de tour van herfst '79 en die van de winter '80 stond Bob langs alle kanten onder duk. Zijn assistent Dave Kelly legt uit: "In die periode zaten niet alleen de zakenlui op zijn kap, maar vooral de rabbijnen. En de druk die zijn moeder op hem uitoefende om toe te geven aan die hoge rabbijnen van het orthodoxe Jodendom. Het leek wel oorlog. Ze wilden hem weglokken om les te gaan volgen. Maar CBS, Bill Graham en iedereen was aan hem aan het trekken. Het was belachelijk. Vooral omdat de Christelijke gemeenschap hem niet altijd steunde. Zo was er een verdeler, die de platen voor tweeduizend Christelijke platenwinkels moest aankopen, die twee jaar lang weigerde de platen van Dylan te stockeren."


De bruidegom staat alleen voor het altaar.

Vlak voor het begin van het tweede luik van de tournee kregen Bob en zijn vriendin Helena stevige ruzie en hij stuurde haar weg. Ze vertelde de andere bandleden dat ze aan een solocarrière wou beginnen en niet meer terug zou komen. Ze blijft wel nog een hele tijd medewerkster van Bob's Music Touring Co. Inc.

Dave Kelly, Dylans persoonlijke assistent tijdens deze tournees vertelde later dat de twee trouwplannen hadden. Rolling Stone melde dat Dylan in Seattle opgemerkt werd bij een juwelier, waar hij een verlovingsring kocht.


De tweede religieuze tournee

Op 11 januari ging de tweede Gospel Tour van start. Het tweede luik, met opnieuw 24 shows, bracht hen door Noord Amerika van Portland, Oregon tot Charleston, West Virginia.
De tour was praktisch ongewijzigd ten opzichte van het eerste, zowel qua opbouw van de set, de volgorde van de nummers als het personeel. Enkel waren Carolyn Dennis en Regina Peeples in de plaats gekomen van Helena Springs.
Ook de setlist bleef ongewijzigd.

Toch hadden deze shows niet meer dezelfde impact als de herfsttournee. De spanning was er af.
Enkel tijdens de laatste twee shows werd een nieuw nummer toegevoegd: 'Are You Ready?'


rock solid front

Solid Rock

Tijdens de Kerstvakantie had Dylan een album samengesteld uit de live-opnamen van de eerste religieuze tournee. De werktitel was Solid Rock., een verwijzing naar een van de songs, die steevast werd aangekondigd als: ''Hanging On To A Solid Rock, Made Before The Foundation Of The World'."
CBS/Columbia zag een live LP echter niet ziet zitten.

Wie zich een beeld wil vormen hoe die plaat zou hebben geklonken moet op zoek naar bootlegs uit deze periode. Een van de beste daarvan is Contract With The Lord I en II. Die uitgaven brengen het concert van 16 november 1979, merkwaardig genoeg verspreid over twee afzonderlijke cd's.
Later is het geheel, in nog betere kwaliteit, ook nog gebundeld als A Better Contract. 



Terug naar Muscle Shoals

Nadat de platenfirma de live-LP geweigerd had, zag Dylan zich gedwongen iets te doen wat hij nooit eerder had gedaan: een plaat opnemen met een band die de nummers vooraf allemaal al hadden gespeeld.

En dus verzamelde hij op 11 februari 1980, twee dagen na het laatste concert, de band terug in de Muscle Shoals Sound Studio in Sheffield, Alabama.
“We gingen niet naar huis,” vertelt Dylan’s tourmanager Arthur Rosato. “We gingen rechtstreeks de studio in. [We dachten:] ‘We raken nooit thuis.’ Want Muscle Shoals ligt wel erg ver van de bewoonde wereld.”
 
Ook het producersteam bleef ongewijzigd: Jerry Wexler en Barry Beckett. In theorie had het een soort Slow Train Coming , Volume II moeten worden, maar het pakte heel anders uit.

“Wexler had nog steeds geen idee hoe hij met Dylan moest werken,” meent Rosato. “Bob wou gewoon werken met hem om wie hij was. Aan de ene kant heb je een beroemde producer en aan de andere kant iemand die nog nooit echt geproducet is. Ze wisten gewoon niet wat ze met elkaar moesten aanvangen.
Dus namen we gewoon alles in de studio op zoals we het live deden. Maar eigenlijk wilden we gewoon weg.”

Wexler zelf ziet een groot verschil met de vorige sessies: “De arrangementen lagen deze keer vast, doordat de band de nummers al live hadden gespeeld. De meeste accenten kwamen van hen. Ze hadden ze onderweg geperfectioneerd. Dat is helemaal anders dan de bijdragen van Dire Straits aan de vorige plaat. Die werden allemaal in de studio bedacht.”

De eerste dag werd helemaal besteed aan 'Covenant Woman'. Tussen 1 uur in de namiddag en middernacht werden elf pogingen ondernomen, waarvan er negen volledig waren. Maar waar hij het nummer live vol passie bracht is daar in deze studioversie weinig van te merken. Ongetwijfeld had de breuk met Helena, voor wie het nummer waarschijnlijk is geschreven, daar veel mee te maken. Take 3 werd als beste aangeduid.

De volgende dag vonden twee sessies plaats. De namiddagsessie wordt helemaal besteedt aan 'Solid Rock'. Van de zeven pogingen waren er drie volledig en de laatste daarvan, take 3, werd als beste aangeduid.
De rest van de dag werd gewerkt aan 'What Can I Do For You?' (een valse start en 1 geslaagde opname), 'Saved' (idem), 'A Satisfied Mind' (1 take en meteen goed) en opnieuw 'Saved' (beste take).
De zangeressen, die nog een dagje extra verlof hadden gehad, kwamen vanaf de late namiddag meedoen. Voor 'Saved' zong Terry Young' ook mee.

Op woensdag waren er weer drie sessies. Eerst werd 'Saving Grace' opgenomen, zonder de backing zangeressen. Na twee keer een valse start volgden twee volledige takes - 1 en 2 genummerd. Die werden allebei goede bevonden.

In de tweede sessie werd 'Pressing On' aangepakt. Live begon Dylan het nummer alleen aan de piano. Dan wanneer de band inviel stapte hij met de microfoon in de hand naar voren om zijn geloof te belijden. Omdat hij besefte dat het bestaande arrangement niet zou werken op plaat werd het nummer helemaal omgegooid. Opnieuw bespeelde Dylan zelf de piano. Terry ging bij de zangeressen staan voor de backing vocals. Het nummer begon veelbelovend, maar ontaarde al snel in een zielloze dreun. Van de acht pogingen, waren er slechts vier compleet. De laatste take - aangeduid als take 5 werd als beste gekozen.

In de avondsessie werd 'In The Garden' nog twee keer geprobeerd voor 'Solid Rock' een overdub kreeg van de backing vocals, want die ontbraken nog.

Donderdag werden opnieuw twee sessies besteed aan 'In The Garden'. Van de vier takes was de eerste een valse start.
De avondsessie, van 21:00 tot middernacht werd dan helemaal gewijd aan 'Are You Ready'. Van de 8 pogingen zijn er slechts drie volledig. De laatste, take 3, wordt als beste aangeduid.
Tussendoor kreeg 'Saved' met een overdub: backing vocals en percussie.


Bob's eerste Grammy

Tijdens de 22ste Grammy Awards, die op 22 februari 1980 werden uitgereikt in Los Angeles, kreeg Dylan de Grammy voor Best Vocal Performance voor 'Gotta Serve Somebody'. Het was de eerste in zijn loopbaan. Hij liet hierbij Joe Jackson, Robert Palmer, Rod Stewart en Frank Zappa achter zich.
Bob en zijn band verschenen in avondkledij op het podium. Al van bij de aanvang van zijn optreden kwam het publiek vol sterren uit de stoelen. Ze stonden te swingen en klapten al met de maat mee voordat Bob een woord gezongen had. Hij beloonde hen met een geweldige, zeven minuten lange versie van het winnende nummer, met ogenschijnlijk geïmproviseerde wijzigingen in de tekst en zelfs wat harmonica.
Een weekje rust had blijkbaar wonderen verricht.


Problemen

De platenmaatschappij reageert niet erg enthousiast op de opnamen.
De kracht die de live uitvoeringen van deze nummers over hel en verdoemenis in zich droegen was in deze studioversies grotendeels verdwenen. Bovendien leek de klank een doffe brei. Dat is voor een groot stuk te wijten aan Dylan’s koppig vasthouden aan zijn wens om alles live  op te nemen.

Maar volgens Rosato was er nog een ander probleem: “We kregen het geluid van de drums niet goed omdat Keltner moest werken met een technicus die hem vreemd was. Ze klonken als kartonnen dozen. Verschrikkelijk.
Die vent had alle drums afgeplakt. De klank vermoord eigenlijk. Jim keek naar mij. Zo van ‘Wat kan ik doen?’ Hij respecteert altijd wat de technici doen. Wat hem betreft zullen zij wel weten wat de producer wil en Jim is eigenlijk een sessiemuzikant.”

Dylan stelde zelfs voor om de plaat opnieuw op te nemen, maar ondanks het succes van Slow Train Coming voelde CBS er niks voor om nog meer geld te steken in een tweede religieuze plaat. Ook het voorstel voor een live-LP werd opnieuw afgewimpeld.


De derde religieuze tournee

Door deze discussies lag de plaat nog niet in de winkel toen het derde deel van de tournee van start ging op 17 april. Zij begonnen in Canada: eerst speelden ze vier shows in Toronto, gevolgd door vier in Montreal. Vervolgens trokken ze voor 21 optredens door het noordoosten van de Verenigde Staten. Daarbij werden de grote steden, New York, Boston en Philadelphia zorgvuldig vermeden.

De band bleef grotendeels ongewijzigd, behalve dat Carolyn Dennis en Regina Peebles werden vervangen door Clydie King, Gwen Evans en Mary Elizabeth Peeples. Met Regina Havis en Mona Lisa Young waren er nu dus vijf backing zangeressen. Dylan had daarmee tien mensen bij hem op de scène, één minder dan de big band concerten van '78.

Deze concerten waren veel meer begeesterd dan die van de eerste maanden van het jaar. 'When He Returns', 'Covenant Woman', 'Change My Way Of Thinking' en 'Blessed Is The Name Of the Lord Forever' waren geschrapt en vervangen door twee nieuwe Dylan composities: 'Ain't Gonna Go To Hell For Anybody' en het uitstekende 'Cover Down' (als vierde en vijfde nummer). 'Are You Ready' werd als eerste bisnummer gespeeld, gevolgd door 'Pressing On'.
Het onuitgegeven 'Ain't No Man Righteous' werd meestal gezongen door Regina Havis. Tijdens twee shows in Canada werd nog een nieuw nummer gezongen: 'I Will Love Him, I Will Serve Him' en soms ook een gospel cover 'I Will Sing'.

Wie de concerten bezocht was getuige van een buitengewoon spektakel: Dylan stond te preken als een televisiedominee. Het werd steeds moeilijker om uitverkochte zalen te krijgen. Het laatste optreden - voorzien voor 22 mei - werd zelfs afgelast wegens onvoldoende kaartverkoop.


contract with the lord

Een tweede onuitgebracht liveplaat

Twee van de vier optredens in Toronto werden, in opdracht en voor rekening van Bob Dylan, gefilmd door zijn vaste cameraman Howard Alk. Jammer genoeg werd er nooit iets met de beelden gedaan.

Uit de geluidsopnamen van 19 april 1980, stelde Bob wel een live LP samen: Rock Solid. Jammer genoeg zijn er slechts acht tracks en wordt er telkens in en uit gefade om het applaus te vermijden. Vooral 'Precious Angel' is erg sterk. Een nummer, 'Cover Down, Break Through', werd nooit officieel uitgebracht.
Een complete show (inclusief de nummers die door de backing zangeressen werden gebracht) is te vinden op Born Again Music, een dag later opgenomen in dezelfde Massey Hall van Toronto. Daarop staat naast een sterk 'Ain't Gonna Go To Hell' een fantastische versie van 'When He Returns'. En je kan er nonkel Bob horen preken!



De tweede gospelplaat

Saved verscheen uiteindelijk pas op 20 juni 1980 -  een maand na het beëindigen van de tournee.

Hoewel dezelfde studio en dezelfde producers werden gebruikt waren de resultaten van twee religieuze platen toch totaal verschillend. Deze keer hakkelden de meeste nummers waar ze hadden moeten rocken. Een aantal teksten waren niet veel meer dan religieuze clichés. Maar het ergste was dat het allemaal modderig klonk.

Vele fans werden ook afgeschrikt door de spuuglelijke hoes. Daarop prijkt een schilderij van ene Tony Wright, die werkte in opdracht van Bob Dylan. Gods hand kiest uit een aantal smekende mensenhanden een uitverkorene. 
 
saved

In een poging de verkoop potentiële kopers tegemoet te komen, werd de hoes vervangen door een ander schilderij van Dylan op het podium.

Toen dan ook nog een geplande Amerikaanse zomertournee werd afgelast omwille van een hittegolf, viel ook die promotie weg. Saved zakte onopgemerkt weg. De hoogste notering was een 24-ste plaats in de hitlijst van Billboard - Dylans laagste albumnotering sinds 1964!

 

De zanger had zo een tegenvallende resultaat niet verwacht. Hij had gehoopt een nieuw publiek te hebben bereikt.
Het zou lang duren eer hij zijn zelfvertrouwen zou terugvinden in de studio.

Jim Keltner krijgt het laatste woord. Hij meent ook dat een liveplaat de beste optie was geweest: “Het is jammer dat die nummers in de studio zijn opgenomen in plaats van live. Er was een show in Seattle waar we een staande ovatie kregen na ‘Solid Rock’ – zeker vijf minuten lang. Het was zo buitengewoon krachtig. De mensen gingen uit hun bol. Ik had zoiets nog nooit gezien. Nooit!
Als je zoiets uit had kunnen brengen in plaats van die studioversies die dood geproducet warren, dan zou je wat meemaken… Jerry Wexler was een van mijn idolen, maar we kregen zo een zielloos geluid. Ik denk dat hij het geluid van Slow Train opnieuw zocht. Dat moet je niet doen met Bob… Het moest niks van doen hebben met Slow Train Coming. We moesten een groots, open, live, opwindend geluid hebben om de jubel in de songs te benaderen. Maar het pakte niet op band. Maar dat doet niks af aan de kracht van die songs.”

En hier is het bewijs: 'Pressing On'!

07-03-08

Are You Ready?

Om u voor te bereiden op Saved staat Bob Dylan er op om u alvast voor te stellen aan de uitstekende muzikanten die hij heeft bijeengezocht. 

Het lijkt soms of die stomende bende niet op een podium staat, maar eerder in een kerkje, ergens in Alabama.

Are you ready? 

18:53 Gepost door Peerke in Bob Dylan | Permalink | Commentaren (1) | Tags: bob dylan, saved, gospel |  Facebook |

24-02-08

Bob Dylan - Slow Train Coming

Slow Train Coming

bob_dylan_slow_train_coming


De bekering

In de herfst van 1978 begon een nieuwe bladzijde in het leven en de carrière van de man die werd geboren als Robert Zimmerman. Eén die zelfs nog meer controversieel zou blijken dan toen hij "elektrisch" begon te spelen. Toen, had hij zich doelbewust afgekeerd van een groot stuk van zijn volgelingen. Nu, dertien jaar later, werd hij zelf een volgeling. Bob Dylan werd een born-again Christian.  

Zoals hij het later vertelde, bleek een klein voorval de aanleiding. Het gebeurde in San Diego, op 16 november 1978, tijdens één van de laatste optredens van zijn wereldtournee.
"Tegen het einde van de show, wist er iemand in het publiek dat ik me niet goed voelde. Ik denk dat ze het konden zien. En ze wierpen een klein zilveren kruis op het podium. Nu raap ik zelden iets op wat ze naar me gooien... Maar ik zag het liggen en ik raapte het op. Ik stopte het in mijn zak.
In de volgende stad, ergens in Arizona... voelde ik me zelfs nog slechter dan in San Diego. Ik voelde: vanavond heb ik iets nodig. Ik had geen idee wat. Ik had van alles geprobeerd. Ik wist dat ik iets anders nodig had. Iets wat ik nog niet had geprobeerd. En toen voelde ik dat kruis in mijn zak."

Er ging een schok door hem heen. Hij had zijn redding gevonden.

"Er was een aanwezigheid in de kamer die niemand anders kon geweest zijn dan Jezus.  Jesus legde zijn hand op mij. Ik was echt herboren, als je het zo wilt noemen... Het was een fysieke gebeurtenis. Ik voelde het overal. Mijn hele lichaam beefde."

Een week later, tijdens het optreden in Fort Worth droeg hij een ijzeren kruis om zijn nek. En twee dagen later,  veranderde hij tijdens het concert in Houston de regels over de Italiaanse dichter uit de 15de eeuw in 'Tangled Up in Blue':

She opened up the Bible
And she started it quoting it to me,
Gospel according to Matthew,
Verse 3, Chapter 33.

Hij bleek nog niet erg bijbelvast. Ofwel was de verwijzing een plotse ingeving, want die regels bestaan zelfs niet eens!

Op 2 december werd tijdens de soundcheck in Nashville een vroege versie van 'Slow Train' geprobeerd en tijdens de laatste show, in het Miami Sportatorium in Hollywood een vroege versie van 'Do Right To Me Baby (Do Unto Others)'. Beide nummers hadden wel nog een geheel andere tekst dan de latere plaatversies.


Achteraf bekeken was die bekering geen losstaand feit.

Bob Dylan had de afgelopen twee jaar heel wat te verwerken gehad. Er was die langdurige en pijnlijke scheiding, gevolgd door een uitputtende wereldtournee.

Bovendien leek de Amerikaanse pers collectief te hebben besloten dat de tijd aangebroken was om hem van zijn voetstuk te stoten. Eerst schreven ze zijn film, Renaldo And Clara de vernieling in. Daarna werden zowel de studioplaat Street Legal als de live-LP At Budokan met de grond gelijk gemaakt. En op Amerikaanse luik van de tournee werd geschokt gereageerd. De nieuwe arrangementen werden afgedaan als Las Vegas entertainment.
Een groot contrast met de lovende manier waarop zowel de platen als de optredens in Europa waren ontvangen.

In die trieste tijd, toen hij iets of iemand nodig had om overeind te blijven, was de zanger omringd door Christenmensen. Natuurlijk hadden de zwarte zangeressen allemaal een gospelachtergrond. En T-Bone Burnette had zowel een aantal van de bandleden van de Rolling Thunder Revue geïntroduceerd bij de Vineyard Fellowship. Dat was een kleine maar groeiende evangelische gemeente in de San Francisco Valley. De voorganger Kenn Gulliksen was zelf ook nogal rock 'n' roll. Hij was zelf ook zanger geweest en droeg vaak de mis op in korte broek. Volgens Mansfield draaide "een groot stuk van de fellowship van die kerk om muziek."
“T-Bone was al eerste daar geweest,” bevestigd David Mansfield. “Steven [Soles]was hem gevolgd. En toen kwam ik. T-Bone kan overtuigend zijn! Maar er was sowieso iets an het gebeuren. We gingen allemaal naar dezelfde kerk en Bob was er ook.  Wij speelden in de band en hij stond achteraan – incognito.”

Het is dan ook twijfelachtig of de bekering echt zo'n Damascusachtige flits is geweest.

"Het was eerder een kettingreactie van dingen," meent Helena Springs. "Ik denk dat het te maken had met persoonlijke dingen. Hij had problemen en hij belde me. Hij stelde me vragen die niemand kan beantwoorden. Ik vroeg hem, 'Bid jij ooit?' Hij antwoordde 'Bidden?'. Ik vroeg: 'Doe jij dat nooit? Als ik problemen heb, dan bid ik.'"


Terug naar school

Nadat de tournee afgelopen was keerde Bob Dylan terug naar Los Angeles, met zijn vriendin Mary Alice Artes. De zangeres en actrice was een tijdje van haar geloof afgedwaald, maar was onlangs 'gered'. Ze had zich, net als de  andere muzikanten, aangesloten bij de Vineyard Fellowship.

Op een zondag in januari 1979 vroeg Mary Alice aan de voorganger om thuis met haar vriend te komen praten. Die stuurde twee mensen: Larry Myers en Paul Esmond. Tot hun verwondering bleek de vriend Bob Dylan te zijn.
"We ontmoeten er een man die zeer geïnteresseerd was wat de Bijbel te vertellen heeft over Jesus Christus," vertelt Myers. "Ik probeerde zo goed mogelijk alles te overlopen, vanaf Genesis, door het Ouder Testament tot aan de Onthullingen. Ik trachtte de historische  figuur te plaatsen. Het was een hoogstaand gesprek met iemand die de Bijbel echt wou begrijpen. Het was nooit mijn bedoeling hem te overtuigen van wat dan ook, of hem te manipuleren of onder druk te zetten. Volgens mij sprak God door Zijn Woord, de Bijbel tot een man die al jaren zoekende was."

"Hij wou meer uitleg," bevestigt Helena Springs. "Hij weet altijd graag alles. Hij is altijd op zoek naar de waarheid, overal waar hij die kan vinden. Het was alsof hij het Christendom onderzocht. Het was niet dat hij stopte met Jood-zijn. Hij leerde bidden en wanneer hij alles geleerd had wat er te leren viel, ging hij weer verder met iets anders."

De priesters adviseerden hem aan een cursus te volgen bij de Vineyard School of Discipleship. De lessen werden er gegeven vier dagen per week, gedurende drie maanden.
"Mijn eerste reactie was: daar heb ik geen tijd voor!" vertelde Dylan in 1980. "Ik moet binnenkort terug op tournee. Maar op een ochtend werd ik om zeven uur wakker. Ik kleedde me aan en reed naar de Bijbelsschool." Hij schrijft zich in voor de lessenreeks, samen met Mary Alice.

Al na een paar weken laat zij zich dopen in een zwembad. Bob woonde de plechtigheid bij.
Korte tijd later liet hij zich ook dopen, waarschijnlijk in de oceaan. Hoewel hij niet hield van de term werd hij daardoor een "born-again Christian".
"Bob sloot, alleen en in afzondering, Christus in zijn hart," aldus de predikant. "Hij kwam tot het geloof dat Jesus Christus de echte Messias is."

 

De Apocalyps staat voor de deur

Door zijn Bijbelklas kwam Dylan in contact met het gedachtegoed van Hal Lindsey. De Christelijk schrijver uit Texas had in 1970 The Late Great Planet Earth gepubliceerd. In dat boek (in het Nederlands vertaald als De planeet die aarde heette) kondigde hij het nakende einde der tijden aan.

Lindsey baseerde zijn theorie op het laatste bijbelboek, de Openbaring van Johannes. Daarin wordt het scenario voor de Eindtijd uit de doeken gedaan. Armageddon wordt, volgens Johannes, gekenmerkt door natuurrampen zoals overstromingen en aardbevingen, epidemieën. Daarnaast zouden er 'valse profeten' zijn, die men geloof zou schenken en de aarde zou dan worden geteisterd door sociale en politieke chaos tot en met oorlogen.

Volgens Lindsey's interpretatie kwamen de voorspellingen overeen met de historische feiten van de 20ste eeuw, beginnend bij de stichting van de staat Israel, het thuisland van de Joden. Daarom, zo berekende hij, zou het Laatste Oorddeel "hoogstwaarschijnlijk" plaatsvinden in de jaren zeventig of -  op zijn laatst - de jaren tachtig.

Dat Dylan helemaal overtuigd was van deze theorie blijkt uit hetgeen hij vertelde tijdens een optreden in de herfst van 1979. "Weet je, we leven in de laatste dagen... De geschriften zeggen "In de laatste dagen komen vreselijke tijden.... Kijk naar het Midden Oosten. We steven recht op een oorlog af... Ik zei jullie 'The Times They Are A-Changin' en dat was ook zo. Ik zei dat het antwoord was 'Blowin' in the Wind' en dat was ook zo. Ik zeg jullie nu dat Jesus op komst is, en dat is ook zo! En er is geen andere kans op  redding...Jesus komt terug om zijn 1000 jarig rijk te vestigen in Jerusalem."

In 1985 ging hij er dieper op in: "Wat ik in die Bijbelschool leerde was...gewoon hetzelfde als waarin ik altijd al had geloofd. Maar ik had het niet eerder onder woorden kunnen brengen...  Mensen die geloven in de komst van de Messias leven in het nu. Alsof Hij er is. Dat is hoe ik het zie. Ik weet wel dat er mensen zijn die denken: wat een onzin. Maar het staat er allemaal zwart op wit. Zowel letterlijk als tussen de regelsIk hoef mezelf niet te verdedigen. De geschriften bewijzen het."

 

Nieuwe songs

Die theorie vormt dan ook het uitgangspunt voor zowat alle songs die Dylan in deze periode schreef. Maar, volgens een interview uit 1984, schrok hij zelf van zijn songs. Aan Bono, de zanger van U2, vertelde hij toen: "Ik schreef die songs [voor Slow Train]. Ik had het zo niet gepland, maar ik schreef ze toch. Ik schreef ze zelfs niet graag. Ik wou ze niet schrijven. Ik dacht... Ik was niet van plan om songs te schrijven. Maar toen ik er een aantal had, dacht ik, 'ik wil die niet zingen.' Dus vroeg ik een vriendin of zij ze wou zingen."

"Het was een van mijn zangeressen, Carolyn Dennis heet ze. Ik gaf haar die nummers en zij nam ze op. Ik wou er zelfs mijn naam niet onder zetten. Maar ik wou dat ze gehoord werden. Maar niet onder mijn eigen naam, want ik wist wat dat zou teweeg brengen. Dat zou de druk nog doen toenemen. En daar had ik geen behoefte aan."


Een nieuwe band

Uiteindelijk besloot hij dan maar de nummers zelf op te nemen. Hij wist dat, om de boodschap over te brengen, hij ze mooi moest verpakken.  Hij koos dan ook voor een uitstekende producer: Jerry Wexler, die bekend was door zijn werk met Aretha Franklin, Ray Charles, Wilson Pickett, Percy Sledge en Dusty Springfield.

Wexler had net de lp Communiqué geproduceerd voor de Britse band Dire Straits. Hij stelde Bob voor dat hij de leider van die band, Mark Knopfler, zou vragen mee te werken. Dylan kende enkel de single 'Sultans of Swing', die zijn assistent Arthur Rosato hem had laten horen.
Daarom ging hij op 29 maart kijken naar een optreden van Dire Straits in de Roxy in Los Angeles. Na afloop ging hij Knopfler backstage opzoeken. Die was onmiddellijk akkoord om mee te doen.

"Natuurlijk wou ik de plaat opnemen in Muscle Shoals," vertelde  Wexler. De Muscle Shoals Sound Studio, zoals die voluit heet, in Sheffield, Alabama, was de plaats waar hij in de late jaren zestig zijn grootste successen had opgenomen. "Bob zag dat meteen zitten. Maar we besloten de voorbereidingen hier te doen, in Los Angeles, waar Bob woonde."

"Bob en ik namen alle nummers op voorhand door," verklaarde Knopfler later. "Ze kunnen heel anders zijn wanneer hij ze op de piano voor spelt. Ik deed misschien wat suggesties over het tempo of zo. Of ik zei: 'Wat vind je van een twaalf-snarige gitaar?'"

Knopfler was in eerste instantie verbaasd door de religieuze lading van de songs. Geschokt verklaarde hij aan zijn manager, Ed Bicknell: "al die nummers gaan over God!"

Wexler was eerder geamuseerd. "Daar begreep ik was waar die nummers over gingen: bekeringswerk van de oude stempel... Ik vind het wel grappig dat Bob mij, de Wandelende Jood, vroeg om die boodschap over Jesus over te brengen...[Maar] Ik had er geen idee van dat hij op dat hij religieus was geworden tot hij mij wou gaan bekeren. Ik zei, 'Bob, je hebt hier te maken met een 62 jarige overtuigde Joodse atheïst. Voor mij is er geen hoop meer. Laten we gewoon die plaat gaan maken.'"

Tijdens de repetities werd ook besproken wie er verder zou meespelen. Wexler had Rodger Hawkins in gedachte als drummer, maar Knopfler stelde voor Pick Whiters, de drummer van Dire Straits, te nemen.

Dylan had wel een bassist op het oog. Hij wou al lang eens met Tim Drummond (Neil Young, James Brown) werken. Barry Beckett zou piano en orgel spelen. Carolyn Dennis, Helena Springs en Regina Havis deden de achtergrondzang en de fameuze Muscle Shoals Horns zouden voor de afwerking zorgen.

Deze verzameling zangeressen en muzikanten vormden een prettige muzikale combinatie. Voor de verandering zou Bob nu eens in een eersteklas studio werken, met een grote producer. "Bob zei dat hij een professionele plaat wou maken," vertelt Mark Knopfler. "Tot nu toe waren het amateurplaten geweest."

 

De opnamen

De opnamen begonnen op maandag 30 april, om 12:00 uur. Er werd gewerkt in twee sessies van telkens drie uur (12:00 - 15:00 en 16:00 - 19:00), met daartussen een pauze van één uur.

Die eerste dag werd helemaal besteed aan 'Trouble In Mind' en het liep al meteen fout. Dylan weigerde met  koptelefoon te werken. Hij stond er op alles live te spelen.

"Bob begon mee te spelen en te zingen met de muzikanten," vertelt Wexler. "We waren pas begonnen met het uitwerken van arrangementen voor het ritme. Het was veel te vroeg voor hem om al te zingen. Maar hij wou absoluut bij iedere take zingen."
“Die eerste avond was gewoon afschuwelijk,” meent ook Knopfler. “Het ging totaal niet.”

Hoewel take 5 later zal worden afgewerkt met overdubs, wordt de opname uiteindelijk niet goed genoeg bevonden voor de plaat. Nadat de laatste strofe re van af is geknipt komt het nummer terecht op de b-kant van de eerste single.

De volgende dag begint met een bespreking. Wexler wil dat Dylan zich vooral concentreert op zijn zang. Hij stelt daarom een nieuwe methode voor: eerst wordt door alle muzikanten samen een nummer een aantal keren doorgenomen. In een bandopstelling, zonder afscheidingen. Die repetities worden opgenomen. Wanneer een goede structuur gevonden is, kruipt iedereen in zijn hokje en wordt de mono opname door de koptelefoons weergegeven. Dan kunnen Dylan en de meisjes meezingen. Op die manier worden de instrumenten gescheiden op band vastgelegd. Een goede zangpartij kan dan later een nieuwe backing track krijgen.

Het eerste nummer dat op die manier wordt uitgeprobeerd is 'Precious Angel'. De eerste take van deze ode aan Mary Alice Artes is meteen uitstekend. Bas, gitaar, orgel en blazers werden later allemaal toegevoegd.
“Ik kon hem er uiteindelijk van overtuigen om te wachten met zingen tot we de arrangementen uitgewerkt hadden en de muzikanten hun licks rond - in plaats van tegen - Bob konden spelen,” kijkt Wexler tevreden terug.

De opname van 'Ain't No Man Righteous, No Not One' verliep moeizamer. Van de tien pogingen waren enkel de takes 3, 6, 7 en 8 volledig. Barry Beckett speelde piano en Mark Knopfler steel gitaar. Hoewel take 6 op 3 mei een overdub kreeg zou er uiteindelijk worden gekozen voor een andere opname.

Woensdag 2 mei werden drie nummers opgenomen. Als eerste het brallerige 'When You Gonna Wake Up?' Daarvan werden drie takes op band gezet.
'Gonna Change My Way Of Thinking' had maar één take nodig.
En ook 'Ye Shall Be Changed' stond er in één take op. Hoewel het nummer op 4 mei een overdub kreeg, werd het niet gebruikt voor de LP en werd het pas uitgebracht op The Bootleg Series.

Donderdag 3 mei werd eerst geprobeerd een nieuwe versie op te nemen van 'Ain't No Man Righteous, No Not One'. Na één take werd die poging opgegeven.
Daarna stond 'I Believe In You' er in twee takes op. De eerste (de enige volledige) werd als beste werd gekozen. Ook 'Slow Train' zat in één keer goed.

Daarna werden de eerste overdubs toegevoegd: gitaar, drums en akoestische piano werden op de 24-sporen band van take 8 van de oorspronkelijke versie van 'Ain't No Man Righteous, No Not One' gespeeld.

De laatste dag van de opnamen, vrijdag 4 mei werden nog vier nummers vastgelegd. Tussen 12:00 en 15:00 worden telkens vier takes van 'Gotta Serve Somebodoy' en 'Do Right To Me Baby (Do Unto Others)' op band gezet. Er worden verschillende arrangementen uitgeprobeerd. Van deze takes zijn respectievelijk de derde en de vierde de beste.

In de tweede sessie volgde 'When He Returns'. Het stond vanaf het begin vast dat dit nummer als laatste op de plaat zou komen. Maar oorspronkelijk was het de bedoeling dat het gezongen zou worden door een van de vrouwen. Maar toen hij het voordeed, met Beckett op de piano, vond hij dat die versie nog pakkender kon worden. De opname van de piano  werd behouden en Dylan concentreerde zich helemaal op de zang. Pas na negen pogingen was hij tevreden. Het is een van zijn sterkste vocale prestaties ooit geworden.

De opnamen werden afgerond met het kinderliedje 'Man Gave Names To All The Animals'. Van de zes takes braken de eerste vier telkens af. Pas de laatste - take 5 - was volledig. Die werd dan meteen als beste aangeduid. Hoewel hij het nummer vooral opnam omdat het driejarige dochterje van Helena Springs het fijn vond, zorgde het voor wat broodnodige luchtigheid temidden van al het doemdenken.

Het nummer 'Baby Give It Up' dat Bob samen met Helena Springs had geschreven werd nooit opgenomen.

Na een moeizame start zijn de opnamen uiteindelijk vlot verlopen. De basic tracks voor tien nummers zijn op drie dagen opgenomen, tijdens zes sessies van telkens drie uur.
Wexler kijkt tevreden terug: "Bob speelde het voor op piano of gitaar, enkel zang en de grote lijnen zodat we een ruw idee hadden van het nummer. Dan begon de Muscle Shoals band te spelen. Van zodra het klikte begonnen Bob en de meisjes te zingen."

Na het avondeten werd onmiddellijk begonnen met het toevoegen van overdubs. Tim Drummond speelde nieuwe  of extra baspartijen in op 'I Believe In You', 'Slow Train', 'Gotta Serve Somebody', 'Ye Shall Be Changed', 'When You Gonna Wake Up'.

Op zaterdag 5 mei was het de beurt aan Mark Knopfler om elektrische gitaar toe te voegen aan 'Trouble In Mind', 'Gonna Change My Way Of Thinking' en 'Slow Train' en akoestische gitaar aan 'Precious Angel'.
 
Zelfs op zondag werd er gewerkt. Mark Knopfler en Tim Drummond voegden gitaar en bas toe aan de beste takes van 'Trouble In Mind', 'When You Gonna Wake Up' en 'Slow Train'.

Maandag, 7 mei werd er extra backing vocals toegevoegd aan 'Precious Angel', door Helena Springs en dan samen met de beide andere zangeressen aan 'Man Gave Names To All The Animals'.

Daarna werden een paar dagen besteed aan het mixen van de tracks. Ondertussen kon Harrison Calloway arrangementen schrijven voor de blazers.

Op 10 en 11 mei voegde de Muschle Shoal Horns blazers toe aan vier nummers. De muzikanten waren: Harrison Calloway Jr. (trompet), Ronnie Eades (bariton saxofoon), Harvey Thompson (saxofoon), Charlie Rose (trombone) en Lloyd Barrv (trompet).
Op donderdag werden drie tracks onder handen genomen: 'Precious Angel', 'When You Gonna Wake Up' en 'Slow Train'.
En de laatste dag van de opnamen, kreeg 'Gonna Change My Way Of Thinking' naast blazers ook nog wat extra toetsen en orgel van Barry Beckett plus percussie van Mickey Buckins.

Dylan zong 'I Believe In You' en 'Slow Train' opnieuw in,  Mickey Buckins voegde ook percussie toe aan 'I Believe In You' en Barry Beckett elektrische piano aan 'Gotta Serve Somebody'.

Uiteindelijk hadden enkel 'Do Right To Me Baby' en 'When He Returns' geen overdubs nodig.

Drie van de opgenomen nummers haalden de  plaat niet: 'Trouble In Mind' kwam terecht op de b-kant van een single, 'Ye Shall Be Changed' bleef in de kast tot The Bootleg Series Vol 1-3 maar 'Ain't No Man Righteous, No Not One' is nog steeds niet officieel uitgebracht.

 

De hoes

Voor de vormgeving van de plaat werkte Bob nauw samen met Tony Lane, de artdirector van Columbia Records. De staf van de platenmaatschappij overlegde langdurig hoe de boodschap gepresenteerd kon worden. "Ze waren doodsbang dat ze hun vaste kern aan Dylanfans zouden verliezen," vertelt Lane. Hij herinnert zich goed dat Bob over zichzelf in de derde persoon sprak terwijl hij suggesties over hoesontwerp, typografie en hoesteksten gaf. Ten slotte werden ze het eens over een spoorwegarbeider die met een bijl zwaait dat op een kruis lijkt.


De release

Op 18 augustus 1979 werd Slow Train Coming op de markt gebracht. In elk nummer getuigde hij van zijn geloof of prees de Christelijke leer aan. Hoewel sommige recensenten hun neus ophaalden voor Bobs geloofsbekentenissen, schreef Jann Wenner in Rolling Stone dat het misschien wel Bobs beste plaat was.

Vele fans keerden zich van hem af, maar daar kwamen dan weer andere, Christenen, voor in de plaats.

De single 'Gotta Serve Somebody'/'Trouble In Mind' werd pas op 6 oktober uitgebracht. Het werd zijn eerste hit in drie jaar. Het succes ervan droeg in hoge mate bij aan de verkoop van de lp.
Op 27 februari 1980 kreeg Bob Dylan, voor het eerst in zijn carrière, een Grammy onderscheiding. Hij nam zijn beeldje voor 'Gotta Serve Somebody', dat het haalde in de categorie "Beste zangprestatie 1979", persoonlijk in ontvangst tijdens de uitreiking van de 22ste Grammy Awards in het Shrine Auditorium in Los Angeles.
In zijn dankwoord bedankte hij "De Heer, Jerry Wexler en Barry Beckett die geloofden."

Slow Train Coming bleek een opmerkelijk succes. Het werd een van zijn bestverkochte studioalbums. Er gingen meer exemplaren van de deur uit dan van Blood On The Tracks of Desire. Het kwam op nummer 3 terecht,zowel in Amerika als in Engeland. Voor het einde van het jaar behaalde de plaat goud en een jaar later platina.

In november volgde, ter promotie van de tournee een tweede single: 'Man Gave Names To All The Animals'/'When You Gonna Wake Up?'.

 

22-02-08

Theme Time Radio Hour cd's

tt.poster.72
Op 26 februari brengen twee labels gelijktijdig een cd uit gebaseerd op Bob Dylan's Theme Time Radio Hour.

De Amerikaanse keten van koffieshops (van het soort waar je dus echt koffie kunt drinken) Starbuck, brengt The Music That Matters To Him. Eerder brachten ze al gelijkaardige compilaties met favoriete muziekjes geselecteerd door mensen als Emmylou Harris en Johnny Cash onder de titel Artist's Choise.

Net als Joni Mitchell en Elvis Costello heeft Bob Dylan alle tracks zelf geselecteerd. De klemtoon ligt dan ook op blues, country, jazz en rhythm and blues zangers die te horen waren op de radio tijdens zijn jeugd in Minnesota.

1. Pee Wee Crayton - Do Unto Others
2. Clancy Eccles - Don't Brag, Don't Boast
3. Stanley Brothers with The Clinch Mountain Boys - The Fields Have Turned Brown
4. Gus Viseur - Flambée Montalbanaise
5. Red Prysock - Hand Clappin'
6. Sol Hoopii & His Novelty Quartette - I Like You
7. Ray Price - I'll Be There (If You Ever Want Me)
8. Stuff Smith & His Onyx Club Boys - I'se A Muggin' (part 1)
9. Charley Jordan - Keep It Clean
10. Junior Wells - Little By Little (I'm Losing You)
11. Patty & The Emblems - Mixed-Up, Shook-Up Girl
12. Gétatchéw Kassa - Tezeta
13. Flaco Jiménez with Toby Torres & José Morante - Victimas De Huracan Beulah
14. Wanda Jackson - I Gotta Know
15. Billy Holiday & Her Orchestra - I Hear Music
16. Junior Parker - Pretty Baby

themetimeradiolow_0

Heel andere koek is een dubbel cd van Ace Records. Op Theme Time Radio Hour With Your Host Bob Dylan staan vijftig nummers die hij liet horen tijdens zijn wekelijkse uurtje op XM. Daarin draait hij favoriete nummers, telkens zond een bepaald thema: auto's, drank, regen... Zijn droge humor, enorme muziekkennis en brede smaak staan garant voor een uitstekend programma.
Deze compilatie werd samengesteld door de producer van de show, Eddie Gorodetsky, in samenspraak met Roger Armstrong van de platenmaatschappij.
Net als in de uitzending staat hier Billie Holiday naast George Jones. Na Aretha Franklin komt The Clash, gevolgd door The White Stripes.

CD 1


1. Turn Your Radio On - Grandpa Jones
2. Papa's On The Housetop - Leroy Carr & Scrapper Blackwell
3. Shortnin' Bread - Paul Chaplain & His Emeralds
4. Seven Nation Army - The White Stripes
5. Gun Fever (Blam Blam Fever) - The Valentines
6. Pistol Packin' Mama - Al Dexter & His Troopers
7. Pistol Packin' Mama - The Hurricanes
8. Homework - Otis Rush
9. He Will Break Your Heart - Jerry Butler
10. Take It Away Lucky - Eddie Noack
11. Buddy, Stay Off The Wine - Betty Hall Jones
12. Tears A Go-Go - Charlie Rich
13. Rich Woman - Li'l Millet & His Creoles
14. Laughin' & Jokin' - Ernie Chaffin
15. Me And My Chauffeur Blues - Memphis Minnie Accompanied By Little Son Joe
16. If I Lose - The Stanley Brothers
17. I Sat And Cried - Jimmy Nelson
18. Beatnik's Wish - Patsy Raye & The Beatniks
19. Devil In His Heart- The Donays
20. Let's Invite Them Over - George Jones & Melba Montgomery
21. Don't Take Ev'rybody To Be Your Friend - Sister Rosetta Tharpe With Sam Price Trio
22. Good Morning Heartache - Billie Holiday
23. Pouring Water On A Drowning Man - James Carr
24. I Drink - Mary Gauthier
25. Mother Earth - Memphis Slim

CD 2

1. Chain Of Fools - Aretha Franklin
2. Walk A Mile In My Shoes - Joe South & The Believers
3. Cry Tough - Alton Ellis & The Flames
4. Tommy Gun - The Clash
5. (Everytime I Hear) That Mellow Saxophone - Roy Montrell
6. Those Dj Shows - Patrice Holloway
7. I Ain't Drunk - Lonnie "The Cat"
8. Eat That Chicken - Charles Mingus
9. Mama, Get Your Hammer - Bobby Peterson Quintet
10. How High The Moon - Slim Gaillard
11. Cool Water - The Sons Of The Pioneers
12. Only A Rose - Geraint Watkins
13. I Walk In My Sleep - Berna-Dean
14. Stars Fell On Alabama - Jack Teagarden's Chicagoans
15. Mama Tried (The Ballad From Killers Three) - Merle Haggard & The Strangers
16. Big Long Slidin' Thing - Dinah Washington
17. Black Coffee - Bobby Darin
18. I'd Rather Drink Muddy Water - The Cats And The Fiddle
19. Ain't Got The Money To Pay For This Drink - George Zimmerman & The Thrills With The Bubber Cyphers Band
20. Bottle And A Bible - The Yayhoos
21. Okie's In The Pokie - Jimmy Patton
22. If You're So Smart, How Come You Ain't Rich? - Louis Jordan
23. Ay Te Dejo En San Antonio (Ranchera) - Santiago Jimenez
24. Mona - Bo Diddley
25. Roadrunner (Twice) - The Modern Lovers

Twee plaatjes om naar uit te kijken.


11-12-07

Bob Dylan - Desire

Bob Dylan – Desire 

Wat voorafging: blood on the tracks

  decoration
 Een vakantie… of een vlucht?

In de lente van 1975 bracht Bob Dylan verschillende weken door in Frankrijk. Zijn vrouw, Sara, zou hem vergezellen, maar bleef uiteindelijk in de Verenigde Staten.
Hij verbleef bij de schilder David Oppenheim, afkomstig van Marseille, van wie het schilderij de achterzijde van Blood On The Tracks sierde. Dylan had een tentoonstelling van Oppenheim bezocht in New York. Zijn werk boeide hem en hij had hem gevraagd een ontwerp te maken voor de hoes van Blood On The Tracks. Oppenheim maakte acht tekeningen waarvan Dylan er één uitkoos. Die tekening kwam in het midden van de achterhoes te staan, met daar rond een tekst van Pete Hammill. Door de nieuwe opnamen in december, was die tekst echter niet meer toepasselijk en kwam die te vervallen. Bij de uitgave van de plaat, in januari 1975, was de tekening dan ook vervangen door een andere, ook van Oppenheim.

Dylan arriveerde einde april, bij Oppenheim thuis in Savoie. De schilder vertelde in een interview in 1981: "Toen hij aankwam, heb ik hem een grote schotel klaargemaakt met kaas en wijn en zo. Hij lachte zich krom. Toen heb ik hem gevraagd wat muziek te spelen. Hij mokte een paar uur, maar toen hij merkte dat ik geen kwade bedoelingen had, begon hij te zingen…gelijk een wolf.
We leefden avontuurlijk. Geen problemen. We neukten rond, we dronken, we aten. Niets anders. In het begin was hij verbaasd maar na een tijdje begon hij ervan te genieten… Aanstellerig en briljant tegelijk. Dylan is zo’n man die alles uitvindt. De grootste egomaniak die ik ken. Dat maakt hem juist zo uniek, zijn ongelofelijke zelfvertrouwen… hij heeft al mijn ideeën gepikt over liefde, romantiek, roem en rijkdom.“

Toch beschreef David Oppenheim Dylan in die periode als: “totaal wanhopig, verloren, geïsoleerd…  Hij had problemen met zijn vrouw. Hij belde haar elke dag. Hij sprak ook met zijn boekhouder over de financiële problemen die ze allebei hadden.”
Al tijdens het voorgaande jaar had de Amerikaanse pers gewag gemaakt van een mogelijke scheiding van Dylan en zijn vrouw. 

Op een dag trekken de twee kompanen naar Saintes-Maries-de-la-Mer waar een zigeunerfestival plaatsvindt. Dylan was erg gecharmeerd door de sfeer. In een interview uit 1977 vertelde hij: "Ik ben de koning van de zigeuners gaan opzoeken in het zuiden van Frankrijk. Die vent had twaalf vrouwen en zeker honderd kinderen. Maar kort voor mijn aankomst had hij een hartaanval gehad. En al zijn vrouwen en kinderen hadden hem verlaten. Ze kwamen pas terug na zijn dood. Als ze de dood rieken, zijn ze weg."
Tijdens die uitstap schreef Dylan het nummer 'One More Cup Of Coffee' waarin de verteller wordt verleid door een van de dochters van de zigeunerkoning.

Dylan bleef ongeveer zes weken in Frankrijk. Begin juni besloot hij dat het genoeg geweest was. "Ik was in een weitje boven een wijnberg,’ vertelde hij aan Larry Sloman, ‘de lucht was roze, de zon ging onder en de maan had de kleur van een saffier en ik herinner me dat ik terugkeerde naar de stad met een kerel die een karretje bij had dat werd getrokken door ezels. We slingerden van links naar rechts en plots drong het in een flits tot me door: ik moest terug naar de Verenigde Staten en me terug serieus bezig houden met wat ik doe. Want, in die tijd wisten de mensen niet wat ik deed. Enkel diegenen die mijn optredens zien weten wat ik doe, de anderen kunnen het zich slechts inbeelden.”

Dat bezoek aan Frankrijk, waarvan niet veel geweten is, schijnt nochtans een grote indruk op Dylan te hebben nagelaten en valt midden in een scharnierde tijd waarbij hij na een lange periode zonder optredens of grote openbare manifestaties definitief besloot zijn leven als rondtrekkende muzikant terug op te nemen.


Hurricane Carter

Tijdens zijn verblijf in Frankrijk had Bob het boek The Sixteenth Round gelezen. De schrijver was de zwarte Amerikaanse bokser Rubin 'Hurricane' Carter, die in 1966 werd veroordeeld voor een moord die hij beweerde niet te hebben gepleegd.
Bijna onmiddellijk na zijn terugkeer bracht Dylan de bokser een bezoek in de gevangenis. "Ik stuurde een exemplaar van mijn boek naar Bob Dylan," legt Rubin Carter uit, "vanwege zijn vroegere betrokkenheid met de mensenrechtenzaak. Ik hoopte dat ik hem op de een of andere manier kon beïnvloeden om mij eens te komen opzoeken. Dan kon ik het met hem praten… En hij kwam ook echt. En we hebben uren en uren gepraat. Hij was één van de onzen."


Terug naar de grote stad

Einde juni dook Dylan terug op in New York. Hij huurde er een appartement in de artiestenbuurt Greenwich Village en was bijna iedere avond te vinden in het restaurant The Bitter End in Bleecher Street. Zijn vrienden van vroeger, zoals  Ramblin’ Jack Elliot en Bob Neuwirth kwamen er hem opzoeken. De uitbater Paul Colby reserveerde voor Bob een tafeltje in zijn andere zaak, The Other End, waar optredens plaatsvonden. Hij zag er Muddy Waters en de dichteres/zangeres Patti Smith. "Vlak nadat we een platencontract hadden getekend, kwam Bob naar ons kijken. Ik wist dat hij daar was - dat hoefden ze me niet te vertellen. Ik voelde het gewoon. Hij straalt energie uit."

Bob laat zich zelfs verleiden om zelf ook eens op het podium te stappen. Zo treedt hij er op 3 juli op met zijn oude compaan Jack Elliot. Hij begeleidt Elliott op gitaar voor 'Pretty Boy Floyd' (Woody Guthrie) en 'How Long' (Leroy Carr) en brengt dan solo een nieuwe compositie:  'Abandoned Love'. Het thema van het nummer is een voortzetting op het thema van Blood On The Tracks: de fout gelopen liefde. 

In de koffiehuizen en bars van de Village ontmoet hij interessante mensen om mee samen te werken. Zo zou hij een lange zigeunerachtige vrouw hebben zien lopen langs de straat met haar vioolkist. Hij laat de taxi stoppen en vraagt of ze ook op dat instrument kan spelen. Ze stelt zich voor als Scarlet Rivera, violiste in een salsaband. Bob biedt haar aan mee te rijden. Onderweg vertelt hij haar dat hij en zijn medepassagier, de percussioniste Sheena Seidenberg Hongaarse zigeuners zijn. In zijn appartement speelt hij haar een nieuw nummer voor op akoestische gitaar: ‘One More Cup Of Coffee’. “Ik voegde er wat viool aan toe,” vertelt Rivera “hij glimlachte, dus speelden we het nog een paar keer en het werd iedere keer beter en beter.”
De volgende dag neemt hij haar mee naar The Other End en vertelt aan iedereen “Zij speelt in mijn band!”


Jacques Levy

Diezelfde week ontmoet hij ook de tekstschrijver Jacques Levy opnieuw  (de man met de baard op de achterzijde van de hoes van Desire, met Dylan aan de microfoon). Levy is een New Yorkse psycholoog die in de jaren zestig ook begon te werken werkt als schrijver en dramaturg. Hij schreef en regisseerde onder andere de schandaalmusical Oh Calcutta! en werkte met Roger McGuinn samen aan twee dozijn nummers voor The Byrds. Samen schreven ze onder andere ‘Chestnut Mare’. Tijdens Dylans tournee in  1974 waren ze mekaar al tegen het lijf gelopen en toen had Bob al voorgesteld om “samen eens wat te doen”.
“Hij had niets speciaal op het oog toen,” vertelt Levy in de nota’s bij de Bootlegs boxset. “En hij zei iets in de aard van ‘Ik hou wel van wat je doet met Roger. Als je wil kunnen jij en ik samen eens iets schrijven.’ Dat was raar, niet? Want hij wist dat ik teksten schreef en ik wist dat hij teksten schreef. Maar ik zei, ‘Tuurlijk, waarom niet?’”

Nu, meer dan een jaar later ontmoeten ze elkaar opnieuw. Ze trekken naar het appartement van Levy om er te werken aan een nummer waarvan Bob al een strofe op papier heeft staan: ‘Isis’. Ze zetten zich aan de piano en werken een hele nacht lang aan het nummer, lachend en pratend. Ze laten zich bij het schrijven beïnvloeden door de geïmproviseerde gedichten van Patti Smith. Wanneer het klaar is trekken ze naar The Other End waar Bob het nummer declameert alsof het een gedicht was. “Iedereen zat doodstil” aldus Levy.
Bob wil de samenwerking voortzetten en stelt voor een nummer te schrijven over Hurricane Carter. Levy had een andere figuur in gedachte: Joey Gallo, een New Yorkse gangster die hij heeft gekend in 1969.

De zanger had, in deze fase van zijn leven blijkbaar veel affiniteit met onderdrukte helden, want ook de bokser Hurricane Carter en de ganster Joey Gallo werden door hem zo geportretteerd. Gallo weigerde onschuldigen te doden, beweert hij, was bevriend met zwarten en wou zich opofferen om zijn familie te beschermen. Een moderne Billy The Kid dus, een Pretty Boy Floyd… meer een ondeugende held dan een gemene schurk. Dylan schreef ‘Joey’ in één nacht.
Hoewel de zanger zich goed documenteerde, blijkt hij de bal volledig mis te hebben geslagen. Levy had hem in contact gebracht met de acteur Jerry Orbach, die bevriend was geweest met Gallo en de details over de moord op de mafioso in Umberto's Clam Bar in Little Italy, op 7 april 1972 haalde hij uit de biografie van Donald Goddard.
In dat boek staat echter ook dat Gallo een racist was, die zijn vrouw sloeg en in de gevangenis een jonge man brutaal had verkracht.


Op zoek naar een nieuw geluid

Dylan besluit de studio in te duiken om een nieuw concept uit te proberen. Hij wil een geluid dat zo ver mogelijk staat van de kale klank van zijn vorige plaat Blood On The Tracks. Daarvoor heeft hij een big band samengesteld rond de groep van de Britse gitarist Dave Mason, bestaande uit bassist Gerald Johnson, drummer Rick Jaeger, gitarist Jim Krueger en toetsenist Mark Jordan, plus drie backing zangeressen: Vivian Cherry, Hilda Harris en Joshie Armstead.
Die groep heeft hij bovendien aangevuld met mandolinespeler Vincent Bell , accordeonist Dominic Cortese, James "Sugarblue" Whiting op harmonica en Scarlet Rivera op viool.
Hij hoopt met de combinatie van de “gypsy violin”, de accordeon, orgel, harmonica en een vrouwenkoortje dat kwikzilveren geluid te kunnen vatten, waarna hij al sinds de helft van de jaren zestig op zoek is. Het ideee van het vrouwenkoortje dat bij deze sessie voor het eerst wordt uitgeprobeerd, zal tot ver in de jaren tachtig deel blijven uitmaken van zijn geluid.
 
Op maandag 14 juli wordt om 7 uur ’s avonds verzameld in de Studio E van de Columbia Recording Studios in New York City. De sessie loopt de hele nacht door, tot half zes in de ochtend. Toch staan er na afloop maar twee nummers op band.
Het eerste is ‘Rita Mae’, een nummer over een lesbische (waarschijnlijk de schrijfster Rita Mae Brown) die niet wil ingaan op de avances van de zanger. Er zijn zeven pogingen nodig, waarvan er vijf volledig zijn.

De rest van de tijd wordt besteedt aan het epische ‘Joey’. De tweede take is volledig. Dylan denkt dat het beter kan lukken als er geprobeerd wordt enkele overdubs aan de opname toe te voegen.
Maar dat geeft ook niet het verhoopte resultaat, dus wordt er opnieuw begonnen, vanaf het begin. Na vier mislukte pogingen is take 7 de tweede volledige opname.

Bob is nu meer dan ooit overtuigd dat hij een eigen band moet samenstellen.


Samen schrijven aan het strand

Dylan stelt Levy voor om gedurende twee weken te gaan samenwerken in zijn buitenverblijf aan het strand van East Hamton, Long Island. Door de frisse zeewind is het er koeler dan in de stad en ze worden door niemand gestoord. Er is zelfs geen personeel en Levy en Dylan moeten zelf boodschappen gaan doen. De samenwerking verloopt prima en ze schrijven een achttal nummers. ‘Black Diamond Bay’ is het resultaat van hun gemeenschappelijke liefde voor de verhalen van Joseph Conrad. Het nummer verslaat de vernieling van een eilandje. Hoe de mensen in een hotel op het eiland reageren. Aan het einde veranderd het standpunt en is het slechts een item op het TV-journaal. Schouderophalend besluit de verteller "I never did plan to go anyway to Black Diamond Bay."

‘Mozambique’ begon als een spelletje om te zien hoeveel keer ze op “-ique” konden rijmen. ‘Romance In Durango’ ontstond naar aanleiding van een ansichtkaart uit Mexico met een foto van Spaanse pepers die liggen te drogen in de zon – vandaar de openingsregel: “Hot chili peppers in the blistering sun.” Dylan verwerkte zijn belevenissen bij de opname van de film Pat Garrett & Billy The Kid in het verhaal. “Het werd een soort cowboy verhaal,“ volgens Levy, ‘Een voortvluchtige kerel en een meid… net een oude western.”

Het lijkt een beetje een vervolg op ‘Idiot Wind’ wind. Klonk het toen nog “They say I shot a man named Gray
and took his wife to Italy”, dan vraagt hij zich nu af: “Was it me that shot him down in the cantina/ Was it my hand that held the gun?”


Tweede poging

Bij hun terugkeer in de stad trekt Dylan onmiddellijk terug naar de studio, om de nummers die ze samen hebben geschreven op te nemen. Op maandag 28 juli staat een hele bende muzikanten op hem staan te wachten in Studio E van de Columbia Recording Studios. De achtkoppige band van Dave Mason is daar niet meer bij.  In plaats daarvan is er Kokomo, de Engelse pub rockband rond Neil Hubbard. “Er waren vijf gitaristen,” vertelt Hubbard, “waaronder Eric Clapton en ik… er was niemand die de leiding had – geen producer of zo.”  Die kern wordt aangevuld met de jonge Country zangeres Emmylou Harris, Scarlet Rivera, de drie backing zangeressen, blazers, bellzouki, percussie… Zoveel muzikanten dat de belendende studio als artiestenfoyer moet worden gebruikt. Er was een groot buffet en er was het een en ander te drinken en te roken.
 
"Ik was behoorlijk nerveus om hem te ontmoeten," vertelt Emmylou Harris, "Ik dank dat het helemaal anders was geweest als we mekaar vooraf al eens hadden gezien. Nu wandelde hij gewoon de sessie binnen, gaf een hand en begon te werken.”
Nu moet je niet denken dat hij een grote fan van mij was. Hij beschouwde mij meer als een sessiemuzikante die haar partijtje mocht zingen. Dat liet hij mij weten door wanneer het tijd was om een noot te zingen mij een flinke por in mijn zij te geven.
De plaat werd praktisch live in de studio opgenomen. Er stonden twee microfoons, maar we stonden zo dicht op elkaar dat we samen eigenlijk door één microfoon zongen.”
 
Als eerste nummer kiest Bob voor ‘Romance In Durango’.
Emmylou Harris: "Ik hield van de melodie, maar, mijn God, daar was ik aan het zingen met Bob Dylan en het was in het Spaans! Ik was altijd slecht in talen op school en het eerste nummer dat hij mij laat zingen is in het Spaans. Ik bleef maar vragen 'zing dat nog eens' en ik voelde me zo stom. Ik had zelfs geen Spaans gehad op school. Ik volgde Frans en daar bakte ik niks van."
Het big band experiment was een typisch Dylanesk voorbeeld van koorddansen zonder veiligheidsnet. Voor de meeste muzikanten was het een traumatische introductie met Dylan’s werkmethoden. “Het ging allemaal zo snel,” bevestigd Emmylou Harris, “Ik dacht, 'kunnen we dat alsjeblieft nog eens opnieuw doen? Ik ken het nu.' Maar hij was alweer bezig met het volgende nummer."
Het ene na het andere nummer wordt geprobeerd, telkens maar in één take: ‘Money Blues’ en ‘One More Cup Of Coffee’…

Maar ook voor de technici was het een ramp om de zes gitaren (drie akoestische, waaronder Dylans plus twee elektrische solisten, Eric Clapton en Hugh McCracken én Erik Fransden op slide), plus de mandoline, accordeon, harmonica, trompet, orgel, tamboerijn, viool en backing vocals allemaal op band te zetten, met maar 16 sporen ter beschikking. Het resultaat was dat staffproducer Don Devito bijvoorbeeld orgel, viool en percussie allemaal op één spoor moest samen zetten. Die keuze maakte dat het later onmogelijk werd om Scarlets soms vals gespeelde viool weg te mixen.
 
Wanneer ‘Romance In Durango’ een tweede keer wordt geprobeerd zit het goed. Deze versie zal als enige nummer van de sessie op de LP belanden.
Maar Dylan wil verder met nog wat nieuwe nummers: één take van ‘Oh, Sister’, gevolgd door  een valse start en een volledige take van ‘Catfish’. Dat laatste is het heldenverhaal van de basketball speller Catfish Hunter - een thema dat meer dan waarschijnlijk werd aangedragen door Jacques Levy.

Eindelijk besluit hij om het wat rustiger aan te doen. Na twee valse starten worden twee volledige takes van ‘Romance In Durango’ op band gezet. De sessie wordt afgesloten met drie takes van een disco-achtig arrangement van ‘Hurricane’, waarbij het koortje tekeer gaat “Hurricane, Hurricane”.

“Oké jongens,” zegt Don Devito tenslotte, “Einde oefening. Bobby is zijn stem kwijt.”
“Welke stem, verdomme!” gromt gitarist Jim Mullen, tussen zijn tanden.
 
Volgens Larry Sloman werd tijdens deze sessie ook nog ‘Wiretappin’’ opgenomen, een outtake met de regel “Wiretappin’, it can happen”. Maar daarvan is op de sessiebladen niets terug te vinden.

Van deze hele big band sessie werd dus uiteindelijk alleen ‘Romance In Durango’ overgehouden wanneer de nummrs moeten worden geselecteerd voor de samenstelling van Desire. En zelfs daarbij worden de sporen met de harmonica van Sugar Blue en twee van de akoestische gitaren weg gemixt. Het grootste probleem leek de drummer te zijn: Terry Stannard. Diens ongeïnspireerde gebonk was enorm frustrerend voor bassist Rob Stoner (eigenlijk Rothstein). Stoner was, naast Rivera, Dylans belangrijkste rekruut van de twee weken durende talentenjacht in The Village. Hij werd weldra de onofficiële leider van de band.
 
Na afloop was Eric Clapton niet erg te spreken over de opnamen. “Dylan zocht een omgeving waarbij hij muziek kon maken met nieuwe mensen. Hij reed zomaar wat rond, om muzikanten te zoeken , die hij dan meebracht naar de sessie. Uiteindelijk had hij 24 muzikanten in de studio, met allemaal ongewone instrumenten: accordeon, viool… Hij was moeilijk bij te houden. Hij wist niet echt wat hij wou. Hij was op zoek, van het ene nummer naar het andere. Ik moest buiten gaan, wat frisse vlucht happen, want binnen was het waanzin.” 


Derde keer, goede keer?

De volgende avond, dinsdag 29 juli, wordt er weer om 7 uur ‘s avonds verzameld. De band is inmiddels gehalveerd.  De meeste Britse muzikanten, waaronder Clapton en Yvonne Elliman zijn er niet meer bij. Vincent Bell en Hugh McCracken moeten nu de gitaarsolo’s verdelen. 

Dylan begint vol goede moed met het lange ‘Black Diamond Bay’, gevolgd door ‘Money Blues’. Maar dan wordt ‘Black Diamond Bay’ nog eens geprobeerd en nog eens… Er zijn twaalf takes nodig eer er iets bruikbaars op band staat. Vijf daarvan zijn volledig.

Dan volgen acht takes van ‘Oh, Sister’, waarvan er drie volledig zijn. Gevolgd door zeven takes van ‘Mozambique’, waarvan er vier het einde halen.
Het klikt blijkbaar nog steeds niet tussen alle bandleden. Volgens Stoner was dat vooral te wijten aan “die kerels van Kokomo… die bleven maar takes vragen tot ze hun partij kennen. Tegen die tijd was Bob het allemaal beu.”

Dylan ziet in dat het zo niet langer kan. Volgens Stoner komt Devito, names Dylan hem aan het eind van de sessie vragen om suggesties om de zaak op gang te trekken. Stoner wond er geen doekjes om: “Waarom probeer je het niet met een kleine groep… geen vriendinnen, geen vrouwen, niks! De kleinst mogelijke band – bassist, drummer en niemand die niet nodig is.”

Dylan besluit dat eens uit te proberen en het laatste nummer wordt opgenomen in een beperkte bezetting van Bob Dylan (gitaar en zang), Erik Frandsen (slide gitaar), Rob Stoner (bas) en Sugarblue (harmonica).
Het is inmiddels al behoorlijk laat geworden - of beter vroeg - en ‘Catfish’ heeft dan ook onmiskenbaar een nachtelijk sfeer. Langzaam, broeierig en bluesy.
Eén van de twee takes wordt in de jaren negentig uitgebracht op The Bootleg Series, Vol.1-3.

* * *

Nu Kokomo de deur uit is moet er een nieuwe drummer worden gezocht. Dylan wil ex-Domino Jim Gordon, of misschien de Nashville veteraan Ken Buttrey. Maar Stoner kan die mannen zo snel niet bereiken. Hij stelt dan voor om Howie Wyeth te proberen. Hij heeft nog met met de drummer gespeeld bij de opnamen van een plaat van John Herald in een productie van Dylan’s oude maatje Bob Neuwirth.
Met Stoner en Wyeth heeft Dylan terug een rhythmsectie waarop hij kan bouwen.


Eindelijk klikt het

De sessie van woensdag 30 juli wordt dan ook zo’n memorabele Dylansessie waarbij een hele LP praktisch in één nacht op band wordt gezet.

Sheena Seidenberg drukt het zo uit: “Woensdag nacht, dat was de LP. Ik vond het heel speciaal… die er bij waren, waren echt gekozen … om het album te laten stralen . Dylan had me die middag gebeld. Hij zei dat hij niet kon slapen, door de energie. Het was zo intens, al die opwinding, die magie… pure kunst.”

Dylan en Harris waren dan ook al vroeg daar. Ze warmden hun stembanden op – Dylan met Little Richard nummers, Harris met country standards. Emmylou had Dylans manier van fraseren nu onder de knie en kon hem moeiteloos volgen. Dylan stond te popelen om te beginnen.

Er wordt weer een hele nacht doorgewerkt: van acht uur ’s avonds tot acht uur ’s ochtends.
De muzikanten die aan deze sessie meewerken zijn drie vrouwen en drie mannen: naast Bob zelf, bassist Stoner, drummer Wyeth, Emmylou Harris, violiste Scarlet Rivera en percussioniste Sheena Seidenberg. De enige solo instrumenten op de plaat zijn dus Dylans harmonica en Scarlets viool. De enige gitaar is Dylans akoestische. Het geeft de opnamen de atmosfeer van Ierse folksongs of zigeunerballaden.

De nieuwe drummer maakte onmiddellijk kennis met Dylans manier van werken. Als eerste nummer werd ‘Golden Loom’ aangepakt. Het is een solo compositie van Dylan, maar de obscure verwijzingen naar alchemistische symbolen en Jungiaanse archetypen wijzen duidelijk op de invloed van Levy. Het is een droomnummer, zwanger van de symbolen: de vissersdochter, het rituele wassen als voorbereiding van het mythische huwelijk… Van de vier takes zijn er drie volledig. De eerste daarvan wordt uitgebracht op de Bootleg Series, Vol. 1-3.

“We begonnen het nummer,” vertelt Wyeth ”het was zelfs een opname, denk ik… en het einde was wat rommelig. Ik vroeg aan Bob, ‘Ronden we het af of komt er een fade aan het einde?’ En hij begon aan zo’n lange uitleg… dat iedereen in de war was… Eindelijk besloot hij ‘Laten we het maar helemaal niet doen!’
Stoner mompelde tegen mij: ‘Vraag hem niks meer! Speel gewoon!’”

Percussioniste Sheena komt wat later binnen en speelt pas mee vanaf het tweede nummer: 'Oh, Sister'. Daarvan worden vijf takes op band gezet. De tweede wordt later als beste gekozen en komt op Desire terecht.
Na twee keer het elfminuten lange 'Isis' te hebben gespeeld volgt telkens één take van 'Rita Mae' en 'One More Cup Of Coffee'. Dat laatste nummer zit ook meteen goed. De eerste take wordt wel nog gevolgd door een valse start en een derde poging die ook wordt afgebroken. 

Dan volgt 'Black Diamond Bay'. Vijf takes, waarvan er drie volledig zijn. Take 4 wordt geselecteerd.
"Zijn frasering verandert nogal," vertelt Emmylou Harris, "dat deed Gram [Parsons] ook. Gram en ik hadden hetzelfde gevoel voor frasering, maar ik hield hem toch voortdurend in de gaten en dat deed ik ook met Dylan. Ik keek naar zijn mond en keek wat hij zong. Vandaar al dat gehum. Je hoort mij hummen op sommige tracks. Ik had geen idee dat ze dat gingen behouden. Natuurlijk, als backing zangeres vind ik dat niet alles even zuiver klinkt, maar het geeft het gevoel weer en op de LP vindt ik dat het ongelofelijk werkt."

Vier takes van 'Mozambique' volgen, waarvan de tweede volledige ook weer prima is.
'Hurricane' zit meteen goed, in één take. Dylan laat een acetate van de opname maken dat George Lois naar Carter bracht. “Hij ging uit z’n bol! Het was prachtig,” vertelt Lois, “Hij kreeg tranen in zijn ogen.”
 
'Rita Mae' wordt nog drie keer geprobeerd en tenslotte twee keer 'Joey'.
En ook die twee nummers zitten meteen goed.

Na drie mislukte pogingen was dit duidelijk een vruchtbare sessie. Haast van elk nummer dat werd uitgeprobeerd stond er een bruikbare take op band. Dylan is dan ook zeer tevreden. Hij prijst Stoner, "Uw drummer klinkt goed. Het zit goed. "
Ook Stoner zelf is enthousiast: "We speelden het ene na het ander nummer, bam, bam, bam, ieder nummer van begin tot het einde. Iedere volledige opname was een take.... We stonden scherp... Ik denk dat we nog altijd bezig waren om vijf -zes in de ochtend.
We konden die "eerste take" spontaniteit behouden omdat we de details niet iedere keer opnieuw en opnieuw moesten spelen met muzikanten die het maar niet konden vatten.”

Het was de laatste sessie voor Emmylou Harris. Ze kijkt met enige verbazing terug op de sessies: "Ik zing met een bepaalde stijl en ik wist echt niet of Dylan daar wel van zou houden. Het is niet dat ik één van de Jordanaires ben. Ik heb wat tijd nodig om de samenzang uit te werken en Dylan werkt zo snel. Ik ben eerder een perfectionist. Ik had graag wat meer tijd gehad. Soms wist ik niet eens dat ik moest invallen en dan was ik bijna te laat. Later wist ik pas dat er niet wordt overdubd op een Dylan album. Hij wil dat gewoon niet. Ik heb nog gevraagd of ik mijn zang later mocht overdoen en hij zei "‘tuurlijk". Maar ik had er geen tijd voor. Ik denk trouwens dat hij er toch niks van zou hebben gebruikt."

* * *

De volgende namiddag, donderdag 31 juli moet Dylan verschijnen als karaktergetuige op het proces van ex-Columbia directeur Clive Davis.


Onverwacht bezoek

Die avond heeft Dylan een gaste meegebracht naar de Columbia Recording Studios: zijn vrouw. Sara is totaal onverwacht komen overvliegen. 
“Ze kwam naar New York, naar ik aanneem om te zien of er nog iets te redden viel [van haar huwelijk]. Ik neem aan dat ze dat van plan was. Ik weet het wel zeker,” meent Levy. Hij had haar de hele zomer niet eens gezien – ze was op vakantie geweest naar Mexico.

Na de euforie van de vorige nacht, kan alles wat volgt alleen maar een anticlimax zijn. Loman beschrijft het als “een rustige sessie, veel luisteren naar playbacks…”
Dylan wil zijn vrouw waarschijnlijk laten horen wat hij allemaal te vertellen heeft.

Uiteindelijk beginnen ze toch op te nemen, terwijl ‘Sara’ toekijkt van achter het glas van de controlekamer. Om op te warmen wordt eerst 'Golden Loom' nog eens opnieuw geprobeerd, als test.

Dan wordt als eerste nummer een solo compositie van Dylan opgenomen. De werktitel is 'Love Copy', maar die wordt later verandert in 'Abandoned Love'.
Aan het begin van de opname is Bob de akkoorden nog aan het tonen aan de band. Zoals Eric Clapton al verklaarde: “Wanneer je repeteert met Dylan, luister je goed en kijkt naar zijn handen voor de wisselingen. Het kan je enige kans zijn.” Hoewel ook de tweede take compleet is wordt toch deze eerste take later uitgebracht op Biograph. Blijkbaar zijn de laatste drie regels herschreven sinds hij het nummer vier weken eerder bracht in the Other End.

Dan volgen twee pogingen om een nieuw nummer op te nemen. Op de doos waarin de banden achteraf worden opgeborgen staat erbij genoteerd ‘Town (Reference)’. Volgens Wyeth was Dylan "opgebrand..  we vonden dat niks lukte."

Maar dan gebeurt er iets. Sloman beschrijft de scène in On The Road With Bob Dylan: “Dylan keerde zich plots naar zijn vrouw en zei, ‘Dit is voor jou’ en barste los in een beklijvend nummer dat hij voor haar had geschreven, die zomer in de Hamptons. Niemand had het eerder gehoord, maar Stoner en Rivera en Wyeth pikten het tempo op. Scarlet speelde enkele uitstekende fills, waarmee ze de melancholie van het nummer accentueerde. Ze speelden het nummer helemaal uit.” 
Het nummer is ‘Sara’. Daarin verwijst de zanger naar een vakantie, aan het begin van hun relatie, in Portugal. Hij  bekent aan zijn "virgin angel, sweet love of my life" over "staying up for days at the Chelsea Hotel, writing 'Sad Eyed Lady Of The Lowlands’' for you."  Hij vraagt vergiffenis voor zijn recent begane zonden en besluit met de intense smeekbede “don’t ever leave me, don’t ever go!”
“Het was ongelofelijk. Je kon een speld horen vallen!” vertelt Levy. “Ze was er helemaal door van slag. En het was beslist een keerpunt. Het werkte. Ze kwamen echt weer samen.”
Ze proberen het nummer daarna nog vijf keer, waarvan alleen de laatste nog compleet is. Die wordt als beste uitgekozen, om de plaat mee af te sluiten. 

Dylan kreeg achteraf nogal wat kritiek over 'Sara'. Later beweerde hij dan ook dat de tekst niet letterlijk moest worden begrepen. Elvis Costello verdedigde de auteur jaren later in Rolling Stone door te stellen, "Als hij had gewild dat we hem letterlijk namen, had hij wel een vers ingelast in de zin van: Die-en die, mijn ex-vrouw, is een echte trut. Ze woont daar, ga haar huis maar in brand steken."

De sessie wordt afgesloten met nog zo'n " waar verhaal, over het huwelijk", zoals Dylan het nummer tijdens concerten dikwijls aankondigen zal. Beide takes van 'Isis' zijn volledig, maar de tweede is het beste. Bij de eerste speelt Dylan akoestische gitaar, maar bij de tweede poging is hij overgeschakeld op piano.

Om 4 uur in de ochtend staan alle nummers op band.


Afwerking

De volgende dag, vrijdag 1 augustus worden de nummers geselecteerd voor de LP. Omdat ‘Durango’ en ‘Catfish’ nooit met de Stoner/Wyeth/Rivera band werden opgenomen worden die als enige van de sessie van de 28ste op de lijst gezet. Niets van de 29ste wordt weerhouden. Dylan overwoog eerst nog om kant 1 te laten eindigen met ‘Rita Mae’ maar kiest dan toch voor ‘Mozambique’ en plaatst ‘Oh, Sister’ achteraan.

Zaterdag vliegen Bob en Sara samen naar Minnesota.

Tien dagen later, op 11 augustus worden wat overdubs toegevoegd aan take 1 van 'Joey, opgenomen op 30 juli. Vincent Bell speelt gitaar en mandoline en Dominic Cortese speelt een fragmentje accordeon, achter het zinnetje "to the tune of an accordeon".
Het is niet duidelijk of Dylan bij die overdubs aanwezig is, of enkel de opdracht heeft gegeven.


The World Of John Hammond

Op 11 september stelt Dylan de eerste nummers voor aan het publiek. Hij speelt drie songs bij de opname van 'The World Of John Hammond', een TV-programma dat wordt opgenomen in de WTTW-TV Studios, in Chicago. Met begeleiding van Rob Stoner, Scarlet Rivera en Howie Wyeth  brengt hij 'Hurricane', 'Oh, Sister' en 'Simple Twist Of Fate'. Het programma wordt wel pas op 13 december uitgezonden op radio en TV.
Het optreden leek voor Bob een goede test om er achter te komen of de muzikanten uit de voeten konden met zijn onvoorspelbare optreden. Rob Stoner stond ietsje achter Bob, zodat hij kon zien welke akkoordenwisselingen  Bob met zijn linkerhand uitvoerde, terwijl hij aan het wippen van zijn hak de maat kon aflezen. “Je kunt aan het ontspannen van zijn spieren zien dat hij een ander akkoord gaat spelen,” vertelt Stoner,  die de rol van bandleider op zich nam. “Dan moet je kijken welke kant zijn hand opgaat en welk akkoord hij dan gaat spelen.” Die methode gebruiken veel van Bobs bandleiders: ze kijken goed naar zijn handen en voeten en geven de aanwijzingen door aan de andere muzikanten.

De dag na de opname vliegen de Dylan's terug naar huis in Malibu.

Hier is het Youtube filmke van 'Hurricane'


Buckets of Rain

Begin oktober is Dylan terug in New York, om er met Bette Middler in de Secret Sound Studio in New York, een nieuwe versie van 'Buckets of Rain' op te nemen voor haar LP Songs For The New Depression. Midler vertelt over de sessie: "Hij was zo charmant dat mijn broek er van afzakte - niet letterlijk natuurlijk, maar het scheelde toch niet veel. Eigenlijk probeerde ik hem uit zijn broek te krijgen, maar ik moet iedereen ontgoochelen met de mededeling dat het me niet gelukt is. Maar ook dat scheelde niet veel. Het was bijna raak in zijn Cadillac - hij rijdt met een hysterisch lange rode Cadillac cabrio. En hij kan ab-so-luut niet rijden! Hij is al niet van de grootste en toch rijdt hij altijd met de zetel helemaal naar achter geschoven."


Een nieuwe versie van ‘Hurricane’

Aan het einde van de maand keert Dylan terug naar de Columbia Recording Studios om er, op 24 oktober, vanaf 10 uur 's avonds, een nieuwe versie van 'Hurricane' op te nemen. In de eerste versie had Dylan vermeld dat Arthur Dexter Bradley, die hij ervan verdenkt de moorden echt te hebben gepleegd, samen met Bello, in de bar zat op het ogenblik van de moorden. Columbia vreesde een proces en vroeg Dylan om die passage te veranderen. Liever dan met een overdub te werken  besloot Dylan helemaal vanaf nul te herbeginnen. 
Hij wordt daarbij begeleid door Rob Stoner, Scarlet Rivera, Howie Wyeth, Steven Soles, Ronee Blakeley en Luther Rix.
Om op te warmen spelen ze eerst wat andere nummers, waaronder ‘Jimmy Brown, The Newsboy’, ‘Sitting On Top Of The World, 'I Still Miss Someone' en 'Simple Twist of Fate' met een aangepaste tekst. 
Maar, tot Dylan's ontzetting schijnt het maar niet te willen vlotten. Na zes takes krijgt hij het op zijn heupen. “Misschien moet je gewoon maar teerlingen werpen om te beslissen welke take het beste is” zegt hij tegen Devito. “Ik bedoel, we kunnen altijd beter… we kunnen het zeventig keer  spelen, maar ik wil hier weg!”
Ze overwegen het zelfs in mono op te nemen, maar na nog eens vier takes heeft Dyaln er echt genoeg van. Het is inmidddels half vijf in de ochtend. "Zoekt het maar uit" roept hij Devito toe.
Uiteindelijk wordt de master samengesteld uit twee takes: 2 en 6.

De plaat kan eindelijk worden gemasterd, maar Dylan mist voor de tweede keer op rij de Kerstverkoop.

Meer dan een jaar later, op 7 december 1976 worden alle zowel de masters als de mixen van de oorspronkelijk versie van ‘Hurricane’ uit juli 1975 afgeveegd. Zo wil de platenmaatschappij zorgen dat de eerdere versie nooit openbaar kan worden gemaakt.  


De eerste single: ‘Hurricane’

In november 1975 wordt de ‘Hurricane’ single uitgebracht. Het nummer is elf strofen en bijna negen minuten lang. Om hem op de radio gedraaid te krijgen en toch de hele boodschap over te brengen is het nummer in twee delen gedeeld voor de single: part 1 op de a-kant en part 2 op de b-kant. In het nummer maakt Dylan zich behoorlijk kwaad over het onrecht dat de, volgens hem, onterecht veroordeelde bokser is aangedaan: "and though they could not produce the gun, the DA said he was the one, who did the deed, and the all-white jury agreed!!". Het nummer rockt stevig voor een nummer waarin het enig elektrische instrument een bas is.
Mede dankzij Dylan's inspanningen krijgt Carter uiteindelijk een nieuw proces en…. wordt opnieuw veroordeeld. Pas eind jaren tachtig wordt hij vrijgelaten, na een derde proces. Hij wordt daarbij echter niet vrijgesproken. 


De release van Desire.

Op oudejaarsavond worden de eerste nummers van Desire op de radio gedraaid.
Emmylou Harris verteld: "Ik zat in de auto en John reed achter me. Plots liep ik uit de auto en sloeg op zijn ruiten en riep 'Ik ben op de radio! IK BEN OP DE RADIO MET BOB DYLAN!' Ik liep snel terug naar de auto en het was nog bezig. Ik kon het gewoon niet geloven."
Omdat het een andere versie van ‘Hurricane’ was die werd uitgebracht als single dacht zij dat de sessies waaraan zij had meegedaan niet zouden worden uitgebracht. Ze had zich daar al helemaal bij neergelegd.
Het nummer op de radio was ‘Romance in Durango’.

De volgende dagen worden meer en meer nummers van Desire op de radio gedraaid en tot Emmylou’s verbazing is haar stem er bijna altijd bij. Soms is haar zang zelfs meer naar voor gemixt dan Dylans stem.
"Soms kromp ik in elkaar als ik wat noten hoorde die ik beter had willen doen. Maar dat is muggenziften. Geloof me, het was allemaal live. Geen overdubs. Eerste takes: de eerste keer dat ik 'One More Cup Of Coffee' zong kwam op de plaat.
Tekstueel is het mijn favoriete Dylan album. Hij heeft het ‘em weer gelapt. Zijn creativiteit is eindeloos. Ik had mijn twijfels, zo rond Self Portrait maar hij bleef altijd belangrijk. Hij is voor ieder van ons belangrijk in ons leven. Blood On The Tracks was heel goed. Maar Desire…. Desire is zo muzikaal! Het was fantastisch om met hem samen te werken. Ik kan het alleen vergelijken met een schilder die verf op het doek smakt, maar ondertussen precies weet wat hij doet. “

Op 5 januari wordt DESIRE officieel uitgebracht. De Amerikaanse critici reageren verdeeld, maar de plaat bereikt de eerste plaats in Billboard en blijft er vijf weken. Het is daarmee een van Dylans best verkochte platen. In Engeland blijft Desire haperen op 3.

De New Yorkse critici hebben vooral veel moeite met het geromantiseerde beeld dat Dylan in ‘Joey’ schetst van de plaatselijke mafialeider.

In februari wordt 'Mozambique/Oh, Sister' als tweede single uitgebracht.
 

 

Toch nog even meegeven dat de hoes van Desire toch wel erg veel wegheeft van die van Wolfking of L.A. van "papa" John Phillips. 

decoration

25-11-07

Bob Dylan - Planet Waves

decoration


Planet Waves
 

(Wat voorafging: Pat Garrett And Billy The Kid)

Nergens ter wereld lopen zoveel ambitieuze jonge mensen rond als in Los Angeles. De kans dat de jonge man of het meisje dat je broodje of biertje serveert later een beroemde filmster, singer-songwriter of gitarist wordt is reëel. De meeste keren, na enkele jaren, met hangende pootjes terug naar huis. Maar een combinatie van geluk, doorzettingsvermogen en talent maakt dat een enkeling de American Dream in vervulling ziet gaan.

Begin 1973 is David Geffen een van die selfmade men. Op zeer korte tijd heeft hij zich opgewerkt van de postafdeling van het William Morris Agency tot manager van Laura Nyro en Crosby, Stills and Nash. Om zijn nieuwe protegee Jackson Browne aan een platencontract te helpen richtte hij in 1970 een eigen platenfirma op: Asylum Records. Al snel kwamen daar andere Californische acts bij: Linda Ronstadt, J.D. Souther, Joni Mitchell, Tom Waits en The Eagles - allemaal beginnende artiesten die op korte tijd zelf ook zijn doorgestoten naar de top.

Wanneer Geffen hoort van de problemen die Bob Dylan heeft met zijn platenmaatschappij Columbia Records ziet hij de kans schoon om een grote vis binnen te halen voor het jonge label. Hoewel Bob Dylan nooit zoveel platen verkocht als sommige van zijn collega's, werd hij toch beschouwd als de onbetwiste koning van de rock in de jaren zeventig. Dylan kon rekenen op het respect van de critici en een brede fanbasis.

* * *

Van het koude New York naar het zonnige Californië

Bovendien is Bob Dylan onlangs vlakbij komen wonen. Aan het einde van de lente van 1973 is hij immers met zijn gezin verhuisd naar het zonnige Californië. De zanger had in december 1971 reeds een huis gekocht in Malibu, maar dat was oorspronkelijk louter bedoeld als belegging.
Het huis kwam echter goed van pas toen ze, omwille van de ziekte van een van hun kinderen, dringend weg moesten uit Mexico, waar Bob meewerkte aan de film Pat Garrett And Billy the Kid. De dichtstbijzijnde grote stad is Los Angeles en daar trokken ze dus naar toe.

Wanneer hun spruit het ziekenhuis mag verlaten besluiten Bob en Sara echter niet terug te keren naar New York. Nochtans vertelt hij aan Rolling Stone dat de verhuis maar tijdelijk is, 'Het was koud in New York en we wilden er niet terugkeren na Mexico. Ik kan niet wegblijven uit New York!"

Stilaan begint hij er opnieuw wat nummers te schrijven. "Ik begon veel op te trekken met Bob in Malibu," vertelt Roger McGuinn. "We speelden samen basketball." Op een dag probeerden we samen een nummer te schrijven. Ik vroeg hem of hij iets had en hij zei dat hij aan iets begonnen was, maar dat hij het zelf wou gebruiken. Hij liet me horen wat hij al had: 'Never Say Goodbye.'"

Van dat nummer nam hij in juni een demo op in het kantoor van zijn pas opgerichte muziekuitgeverij Ram's Horn Music. Hij heeft ook nog twee andere nummers klaar: 'Forever Young' en 'Nobody 'Cept You'. Het eerste nummer is geschreven voor zijn jongste zoontje Jakob (die van The Wallflowers), terwijl hij in het tweede zijn eeuwige liefde uitdrukt voor de moeder van zijn kinderen. 
Deze demo van ‘Forever Young’ wordt later uitgebracht op Biograph.

* * *

Na een tijd vindt Sara dat ze een slaapkamer te weinig hebben. Er wordt een architect bij gehaald: David Towbin.
“Ik was onder de indruk van John Lennons huis (in Tittenhurst Park)," vertelt Dylan later. "Dat was een huis met tweeëntwintig kamers. Weet je wat ik deed zodra ik de kans kreeg? Ik kocht een huis met eenendertig kamers! Beeld je eens in: het mijne! En het werd een nachtmerrie!”
De plannen worden immers steeds weer aangepast en uitgebreid. Uiteindelijk blijft nog slechts één muur overeind. De kosten lopen dan ook enorm op.

* * *

Het masterplan

David Geffen heeft ondertussen een plan uitgewerkt. Hij wil niet alleen dat Dylan tekent bij Asylum, hij moet ook terug aan de top worden gebracht. En daarvoor moet hij terug op tournee.

Dylan had niet meer getourd geweest sinds 1966. Toen werd hij begeleid door een naamloze groep die inmiddels bekend was geworden als The Band. In de zeven jaar die inmiddels waren verlopen had hij slechts een handvol optredens gegeven. Zowel tijdens het herdenkingsconcert voor Woody Guthrie, als tijdens het festival op het Britse eiland Wight en recent nog een nieuwjaarsconcert in New York werd hij daarbij  begeleid door The Band. Vooral dat laatste concert op 31 december 1971 was goed ontvangen.

De vraag is hoe Geffen Dylan zo ver te krijgen dat hij terug op tournee wil gaan. Hij contacteert daarvoor concertorganisator Bill Graham. Bill is net als David een afstammeling van Joodse vluchtelingen uit Oost-Europa en heeft zich ook op korte tijd opgewerkt tot de top. Hij baat in San Francisco zowel de Fillmore West als Winterland uit, naast de beroemde Fillmore East in New York. Hij heeft ook net het Westelijke luik van de Amerikaanse tournee van The Rolling Stones georganiseerd.
Graham meent dat het geheel het meeste kans op slagen heeft als Dylan het gevoel heeft dat hij zelf het idee kreeg om terug te gaan touren. Hij stelt voor om Robbie Robertson in te schakelen.

"[David Geffen] belde me op [omstreeks maart ‘73]," bevestigd Robbie Robertson. "Zomaar, uit het niets en zei dat hij me wou spreken. Ik ontmoette hem en vond hem interessant… Het was een puur zakelijke zet."

Robertson kampte sinds een jaar of twee ook met writers block. Een lucratieve tour met Bob Dylan zag hij dan ook wel zitten.

De eerste stap is Bob Dylan onopvallend benaderen. Dat was Robertson al eens eerder gelukt: in 1967 was hij in Woodstock gaan wonen. Deze keer zocht hij een verblijfplaats in Malibu.

Telkens hij Bob Dylan ontmoet blijft Robertson hem enthousiast vertellen over Summer Jam, een immens openlucht festival in Watkins Glen bij New York, waar the Band op 28 juli heeft gespeeld. Het werkt. Na een tijdje meent Dylan dat het idee om terug te gaan touren "… echt wel zinvol leek. Het was een goed idee, een terugkeer naar het verleden... De andere gasten van de band kwamen [naar Malibu] en we gingen onmiddellijk aan het werk."

Dylan wil al dadelijk met The Band gaan repeteren. Op een namiddag einde augustus, komen ze samen in het huis van Robertson. Ze overlopen zo’n 80 nummers. De bedoeling is dat de show iedere avond anders kan zijn. Maar volgens Robbie Robertson was het onmogelijk echt te repeteren. "Voor onze situatie en mentaliteit, leek het een beetje belachelijk om samen te komen en 'Positively Fourth Street' te repeteren. We zeiden, 'Welk nummer is het? Hoe begon het? Wie kan het wat schelen hoe het begon?' Weet je wel. Zo kunnen we het gewoon niet aanpakken. We speelden een uur of vier en speelden gewoon een pak nummers. Zomaar. Wij riepen wat titels. Bob vroeg naar bepaalde nummers van ons en wij vroegen naar songs van hem die we graag zouden spelen. En toen het gedaan was zeiden we, 'Dat was het.'"

Na jaren van teruggetrokken leven en inactiviteit vond hij dat hij klaar was om terug rond te trekken. Hij dacht aan een tournee zoals vroeger: een tiental concerten in theaters van zo’n 2 à 3 000 mensen.

Bill Graham wordt er bij gehaald om de zaak op poten te zetten. Maar die weet hem te overtuigen dat er zo’n vraag naar tickets zal zijn dat er veel meer concerten zullen moeten worden gespeeld en dat theaters te klein zullen zijn. Graham stelt een grootse arenatournee voor. En nog beter: de ticketprijzen kunnen worden opgetrokken. Dylan laat dat soort zaken over aan Graham en de advocaten.
"De beslissingen werden genomen door Bill en David,” verklapt Robertson, “Wij lieten het aan hun over omdat zij wat objectiever daarin zijn dan wij. Ze zeiden, 'Luister, Jan met de pet krijgt $7.50. Dus vind ik dat jullie dat ook kunnen vragen en jullie zijn met twee, dus… En anders gaan de mensen denken dat er iets fout zit.’ Dus zeiden wij, ‘Jullie weten dat beter dan wij.' Je moet die mannen gewoon hun werk laten doen…"
Uiteindelijk wordt een tour gepland van 39 optredens in 21 steden, met een bruto opbrengst van zo’n $5 miljoen.
Het idee maakte Dylan al nerveus, vertelt Robertson. "Bob had zoiets van 'Shit, ik heb acht jaar niks meer gedaan en nu ga ik opeens 40 concerten spelen?'"

* * *

Geffen’s bedoeling van de tour was dus vooral promotie voor de nieuwe plaat bij zijn label. Maar Dylan is niet zo snel te vangen.

Om rustig te kunnen werken - ver van de bouwwerken thuis - trekt hij in oktober naar New York. Wanneer hij na 22 dagen terugkeert naar de oostkust heeft hij zes nieuwe geschreven. Met de drie die al in juni klaar waren, is dat een mooie basis voor een LP.

* * *

De opnamen

Op vrijdag 2 november 1973 wordt om 12 uur 's middags verzameld in The Village Recorder in Los Angeles voor de eerste opnamedag van de eerste en enige gezamenlijke studio-lp van Bob Dylan en The Band.

Robbie Robertson staat samen met de jonge technicus Rob Fraboni in voor de productie.
“Er was geen echte producer voor Planet Waves,” meent Fraboni. “Pas later begreep ik waarom. Robbie vertelde me: ‘Luister! Soms zal ik je vertellen wat ik vind dat er moet gebeuren. Jij moet dat dan tegen  Bob zeggen, want als ik dat doe dan zal hij het niet doen.’ Hij wou niks aannemen van Robbie omdat die ook muzikant is en hij bang was dat hij hem zou in een andere richting sturen dan hij zelf wou.” 

Die eerste dag was de sfeer erg ontspannen, volgens Fraboni: "meer bedoeld om de boel klaar te zetten en een beetje de studio te verkennen." Dat kwam waarschijnlijk ook omdat Levon Helm nog in het vliegtuig zat. In afwachting had Richard Manuel plaats genomen achter het drumstel.
Na een instrumentaaltje om op te warmen worden zeven takes van 'Never Say Goodbye' opgenomen. De rest van de sessie verloopt niet meer zo gestructureerd. Zonder Dylan worden wat instrumentale jams opgenomen ('Crosswind Jamboree') en wanneer hij terugkomt worden er eerst twee takes opgenomen van ‘House Of The Rising Sun’ en daarna telkens één van de twee andere nummers waarvan Dylan in juni demo's had opgenomen.

Wanneer de sessie omstreeks 10 uur 's avonds wordt afgerond staat er dan ook niet veel bruikbaars op band. Toch zal de beste versie van 'Never Say Goodbye' worden geselecteerd voor Planet Waves en ‘Nobody ‘Cept You’ komt later op The Bootleg Series, 1961-1991 terecht. De rest blijft onuitgebracht.

Maar bijna was alles verdwenen, vertelt Fraboni: “Die eerste avond wou ik net de banden naar de opslagruimte brengen, toen Bob zei, ‘Nee, nee, die neem ik mee. Er wordt teveel gepikt. Je kunt niemand vertrouwen. Ik neem ze mee.’
Even later vroeg hij of ik zin had om mee te gaan kijken naar Bobby Blue Bland. ‘Tuurlijk!’
Hij reed in zo’n camionette zonder ramen opzij, alleen een raampje achteraan. We arriveerden aan de club en toen ik achter langs liep keek ik toevallig door het raampje. Daar zag ik de banden liggen. Ik vroeg hem: ‘Ben je gek? Je wilt de banden niet in de studio laten, maar hier laat je ze open en bloot in je wagen liggen midden op Sunset Boulevard.
Daarna liet hij ze wel in de studio.”

Na het weekend vinden er opnieuw drie sessies plaats - nu met drummer: 13:00 - 16:00, 17:00 - 20:00 en 20:30 - 23:30. Tijdens elke sessie wordt er gewerkt aan één nummer: eerst 'You Angel You', dan 'Going, Going, Gone' en tenslotte opnieuw 'Forever Young'. Over die laatste opname is Dylan nog niet tevreden want ze blijven ook de volgende dagen aan het nummer werken.

Op dinsdag wordt er gewerkt aan vier nummers. Van 'On A Night Like This' worden snelle en langzame versies uitgeprobeerd, maar niets blijkt echt geslaagd. 'Hazel', 'Tough Mama' en 'Something there Is About You' leveren minder problemen op en staan 's avonds allemaal op band.

Woensdag is er een pauze, maar op donderdag is iedereen terug present. 'Going, Going, Gone' wordt na drie nieuwe takes niet beter bevonden dan de originele versie van maandag. 'On A Night Like This' klikt wel. Voor de avondsessie komt er ene Ken meedoen op conga’s. Met hem erbij wordt 'Forever Young' opnieuw aangepakt. Na een paar valse starts staat een geslaagde langzame versie op band.
"We namen slechts één [volledige] take op van de langzame versie van 'Forever Young,'" vertelt Fraboni. "Deze opname was zo sterk, zo fris, zo direct… Ik vond het prachtig. Toen ze de controlekamer binnenstapten zei niemand een woord. Ik spoelde de band terug en we luisterden van het begin tot het einde. Na afloop ging iedereen weg. Er was totaal geen discussie. Iedereen ging gewoon naar huis. Ik bleef alleen achter met een vriend. Ik was compleet overdonderd en zei: 'we gaan een eindje wandelen'.
Toen we terugkwamen wou ik nog eens luisteren. Opnieuw ging ik er helemaal in op. Ik had zelfs niet gemerkt dat Bob binnen was gekomen..."

Hoewel Fabrioni dus meent dat 'Forever Young' perfect is, begint Bob de volgende avond de laatste sessie af met nog een nieuwe versie van het nummer. Tegen Fabroni vertelt hij:  "Ik heb dat nummer nu al een jaar of vijf in mijn hoofd. Ik heb het nooit opgeschreven en nu dat ik het wil opnemen kan ik maar niet beslissen hoe ik het moet doen."
Deze keer probeert hij het solo met enkel zijn akoestische gitaar als begeleiding. Dan maakt hij plaats voor Harry Staton die een eigen nummer op band zet: 'Adlita'.
Tenslotte wordt de sessie afgerond met een tweede akoestische solo opname. 'Wedding Song' is een nieuw nummer dat in de laatste paar dagen is geschreven, ter vervanging van 'Nobody 'Cept You'. Dat was oorspronkelijk als afsluiter was bedoeld, maar Dylan vond de opname niet geslaagd.
Dylan heeft slechts één intense take nodig om het nummer op band te zetten. Fraboni stelt nog een tweede take voor, omdat je de knopen van zijn hemd tegen de gitaar hoort schuren, maar daar wil Bob niet van weten.

Al met al zijn de sessies erg vlot verlopen: er zijn slechts zes opnamedagen voor nodig geweest. De meeste zonder enige overdub. Hoewel de meeste nummers vooraf waren geschreven, werden enkele in de studio verder uitgewerkt.

Voor dinsdag 13 november is de studio is de hele dag geboekt, maar er vinden geen opnamen plaats. Misschien is dit gedaan om de muzikanten te kunnen betalen voor de repetities.

Maar de volgende dag wordt een extra sessie toegevoegd. De muzikanten worden terug opgetrommeld. Dylan is blijkbaar nog niet tevreden over 'Forever Young' en er worden nog vijf takes uitgeprobeerd in verschillende bezettingen. Op de beste take speelt Robertson mandoline en Danko fiddle. 

Daarna beginnen Robertson en Fabroni met het mixen van de banden.
"Bob liep even de studio in en ging wat piano spelen, terwijl wij bezig waren. Plots kwam hij terug binnen en zei: "Ik zou 'Dirge' willen proberen op de piano.'... Ik legde een spoel op en hij zei tegen Robbie: 'Jij kunt misschien gitaar spelen.' Ze namen het een eerste keer door, Bob op de piano en zang en Robbie op de akoestische gitaar. De tweede keer was de definitieve versie."
Op de doos waarin de banden worden bewaard staat het nummer aangegeven als 'Dirge For Martha'. Niemand weet wie Martha is, maar ze heeft hem blijkbaar erg gekwetst.
Want terwijl hij in de rest van de nummers vol lof is over zijn huiselijke leven, sluipen er in dit nummer regels als "I hate myself for loving you."

* * *

Pas op 6 december is de deal rond: Dylan tekent een contract met Asylum Records voor  één plaat. Hij heeft goed onderhandeld: hij krijgt weliswaar geen voorschot, maar wel 8% van de verkoop – dat had niemand hem ooit voorgedaan. Daarenboven behoudt hij de rechten op de master en mag Geffen die slechts zeven jaar uitbaten.
 
Wanneer de tournee van Bob Dylan en The Band officieel wordt aangekondigd, blijkt hoe groot inmiddels in de matte jaren zeventig de behoefte is aan een weerzien met de held van het vorige decennium. Voor de fans lijkt het nieuws te mooi om waar te zijn. De opnamen van Dylan met The Band staan hoog aangeschreven bij de verzamelaars. Hun bootlegs van zowel studio als live opnamen zijn zeer gegeerd. Het nieuws dat Dylan en The Band terug samen zouden komen voor een plaat en een tournee schept dan ook  hoge verwachtingen.

De tickets zijn enkel per post te bestellen en niet iedereen die een aanvraag indient kan tickets krijgen. De aanvragen voor kaartjes bereiken het astronomische aantal van twaalf miljoen…. voor 658 000 kaartjes. Vele optredens zijn binnen de kortste keren uitverkocht. Alles schijnt er op te wijzen dat zowel de plaat als de tournee een groot commercieel succes zou worden.

* * *

Columbia slaat terug

Natuurlijk gaat bij Columbia Records, de platenmaatschappij waarbij Dylan twaalf jaar heeft gezeten, de hernieuwde belangstelling rond hun vroegere artiest niet onopgemerkt voorbij. Om hiervan mee te profiteren duiken ze onmiddellijk de archieven in. Hoewel er nog vele onuitgegeven pareltjes in de rekken liggen, kiezen ze voor wat recente covers die zijn overgeschoten bij de opnamen van Self Portrait (twee nummers) en New Morning (de rest). Mogelijk hadden ze teveel haast om dieper te graven. Sommigen menen dat het uit pure wraak is omwille van zijn overstap naar Asylum Records. Feit is dat het materiaal ondermaats is.
"Dat was spul om mijn stem op te warmen," verklaart Dylan. "Het was nooit bedoeld om te worden uitgebracht. Ik dacht dat duidelijk was."

De plaat, kortweg Dylan gedoopt wordt op 16 november 1973 uitgebracht - twee maanden voor Planet Waves. De hoes is een montage waarop het lijkt alsof er een lekstok is gemaakt van Dylans gezicht.

Ter promotie brengt Columbia in december zelfs een single uit: 'A Fool Such As I'/'Lily Of The West', maar die verdwijnt heel snel geruisloos.

Ondanks de vernietigende kritieken raakt de plaat dankzij in de Verenigde Staten tot een 17de plaats. In Europa, waar de hype ronde de op hande zijnde tournee niet meespeelt, is het de eerste plaat van Bob Dylan sinds midden de jaren zestig die de top 30 niet haalt.

Hoewel Dylan laat weten het niet eens te zijn met de critici - "Zo slecht was het nu ook weer niet!" - is de plaat nooit op cd uitgebracht in de US of in Engeland. In Japan gebeurde dat wel in 1990, onder de titel Dylan (A Fool Such As I)! Een jaar later volgde het vasteland van Europa, maar ook slechts in een beperkte oplage.
Voor de liefhebbers: sinds kort zijn de nummers wel digitaal verkrijgbaar via iTunes.


Zoals dat hoort bij platen van Bob Dylan bestaat zelfs hiervan een alternatieve versie. Er is papierwerk opgedoken van een eerdere versie, gedateerd op 5 oktober 1973.
Daarop staan covers van ‘Runnin' van Floyd Tillman en ‘Alligator Man’ van Floyd Chance en Jimmy "C" Newman, in plaats van het van Elvis Presley bekende ‘Can’t Help Fallin’ In Love’ en ‘Big Yellow taxi’ van Joni Mitchell.

* * *

decoration
 

Tour 1974

Op 3 januari 1974 kent de tour van Bob Dylan met The Band een prima start in Chicago. Het is de eerste grote stadiumtournee van het rocktijdperk en bestaat uit maar liefst veertig optredens in eenentwintig steden, in de U.S.A. en Canada. Een tiental keren worden twee optredens per dag gegeven.
De show bestaat uit 18 of 19 nummers, gebracht in twee sets, plus één of twee bisnummers. Daarenboven speelt in het midden van elke set The Band nog eens een viertal nummers. De eerste 5 nummers van het tweede deel brengt Dylan solo akoestisch.

De eerste shows zijn ruw, maar uitstekend. Bob zingt nummers die hij zelden heeft gebracht: 'Hero Blues', 'As I Went Out One Morning'; nieuwe nummers als 'Tough Mama' en 'Nobody 'Cept You'; en oude Dylan/Hawks favorieten als 'One Too Many Mornings', 'I Don't Believe You', 'Leopard-Skin Pill-Box Hat' en - vanzelfsprekend - 'Like a Rolling Stone'.

Dylan is goed bij stem en The Band speelt vol passie, al klinkt het soms of er wat meer had gerepeteerd mogen worden. De pers barst uit in gejubel over Dylans langverwachte comeback. Het lijkt een regelrechte triomftocht. Dylan maakte alle verwachtingen waar.
Fans van zijn eigen generatie, nu in de dertig, beleefden de jaren zestig opnieuw.

De keerzijde is echter dat Dylan het leven "on the road" ronduit saai vindt. Hij had zich op de tour verheugd, maar is afgeknapt op het legertje managers en platenbonzen dat zich ermee bemoeid. De muziekscène is een industrie geworden: zo wordt Dylan rondgevlogen in een Boeing 707.
Bovendien was hij de laatste jaren vooral thuis gebleven om bij zijn familie te zijn. Nu had hij zijn vrouw en kinderen dan toch moeten achterlaten.

Na verloop van tijd begint The Band strakker te spelen en worden enkele nummers die minder aansloegen weggelaten. Hierdoor zijn de interessantere nummers verdwenen, terwijl de meer voor de hand liggende zijn gebleven.
Er is stilaan ook een zeker patroon ontstaan: de tempo's zijn versneld en Dylans zang begint meer te lijken op geschreeuw. Vooral zijn akoestische set krijgt een sfeertje van "laten we er maar komaf mee maken”.

Op 21 januari mag Bob Dylan op theevisite bij Jimmy Carter, dan nog gouverneur van Georgia en drukdoende zijn greep naar het presidentschap in '76 voor te bereiden.

Een ander hoogtepunt is wanneer ze op 30 en 31 januari Madison Square Garden in New York aandoen. Het was acht jaar geleden dat Bob Dylan er voor het laatst had gespeeld.

De tournee wordt op 14 februari 1974 afgesloten in Los Angeles.

Tegen het eind van de tour is het voor iedereen alleen nog een job die moest worden afgehandeld: ze kunnen er niet vlug genoeg van af zijn. In oktober 2001 verklaarde Dylan: "Ik dank dat de tournee die ik in ‘74 met de band deed onnatuurlijk was. Ik was vergeten hoe te zingen en te spelen. Ik was bezig geweest met mijn familie en ik deed er lang over om terug een performer te worden. Soms lukte het even en dan was het weer weg voor lange tijd."

* * *

Planet Waves - Ceremonies of the Horsemen

Op 17 januari 1974, midden in de tournee is de eerste plaat van Dylan op Asylum  uitgebracht. Dylan noemde de plaat Planet Waves, omdat hij meent dat de planeten goed staan voor een come back: "Saturnus staat niet langer in de weg!". Hij is duidelijk geïnteresseerd in astrologie in die periode. "Ik kan niemand’s horoscoop lezen, maar wat Saturnus betreft… Het is een groot, zwaar obstakel dat de loop van de gebeurtenissen serieus in de war kan sturen. Het kwam een paar jaar geleden in mijn baan en nu is het sinds kort terug weg."
Oorspronkelijk zou de plaat Ceremonies Of The Horsemen gaan heten, maar dat werd kort voor de release gewijzigd.

Asylum Records had de plaat twee weken eerder willen uitbrengen, samenvallend met het begin van de tournee, maar er moest op het laatste moment worden ingegrepen. Oorspronkelijk een handgeschreven tekst op de achterhoes, schijnbaar met fragmenten uit Dylans eigen dagboek. Maar na bezwaren over de "obsceniteit" van sommige zinnen, werd de aanstootgevende tekst afgeplakt met een wit papier. Ook op latere persingen en ook de cd uitgave is de rechterzijde van de achterhoes altijd blank gebleven.

Merkwaardig is dat op de plaat twee versies staan van hetzelfde nummer: 'Forever Young'.
Fabroni: "Toen we de master aan het samenstellen waren wou ik die [langzame take van van 7 november] inlassen. Ik vroeg er zelfs niet naar. Maar Bob zei, 'Wat ben je aan het doen? Die gaan we niet gebruiken.' Ik sprong recht en riep: 'Hoe bedoel je 'die gaan we niet gebruiken'? Ben je gek? Waarom niet? '
Het bleek dat tijdens de opnamen Lou Kemp [een jeugdvriend van Bob] was langsgekomen met zijn vriendin. En dat wicht had Bob uitgelachen: 'Kom op, Bob, soft aan het worden op je oude dag?' Daarom wou hij die versie weglaten."
Omdat Fraboni niet aflaat besluit Bob uiteindelijk deze versie toch te gebruiken - naast de akoestische solo versie.

Net als Self Portrait en Music From Big Pink van The Band is de hoes geschilderd door Bob zelf. Daarbij geeft hij zijn eigen opvatting weer van wat hij wilde bereiken: "Cast-iron songs & torch ballads".

De LP komt op 9 februari '74 de Billboard-albumlijst binnen. Dankzij de hernieuwde belangstelling van pers en publiek is Planet Waves de eerste LP van Bob Dylan die top van de Amerikaanse hitlijsten bereikt - en daar zelfs vier weken blijft.

Toch verkocht Planet Waves veel slechter dan verwacht. De critici waren dan ook niet unaniem lovend. Ze vonden de plaat ruw en onverzorgd en de inhoud te veel huisje- boompje-beestje.
Robbie Robertson blikte later terug: “Planet Waves was het beste wat we konden berieken in die situatie… Hij had echt geen nummers op overschot en het moest allemaal erg snel. Onder die omstandigheden, vond ik het buitengewoon… Maar het was geen geschikte Bob Dylan LP, dat was het probleem. En het was niet buitengewoon, dus er was kritiek. De mensen hechten teveel belang aan de teksten. Dat werkt beperkend. Al die nummers… waren tamelijk eenvoudig en de critici vonden dat hij niet genoeg zijn best deed.”

De nummer 1 positie is dan ook meer het gevolg van het aantal platen dat naar de winkels was gebracht, dan de werkelijk verkochte exemplaren. Al snel belandt de plaat zelfs in de bakken met koopjes - erg ongewoon voor een Dylan LP.

In februari wordt nog 'On A Night Like This' / 'You Angel You' als single uitgebracht, gevolgd door 'Something There Is About You'/'Tough Mama' in mart, maar geen van die singles maakt brokken.

* * *

Before The Flood - de live LP

Een groot aantal van de concerten zijn professioneel opgenomen, door Phil Ramone en Rob Fraboni.
Phil Ramone was als technicus eerder al betrokken bij de opname van het concert van The Band voor hun live-LP Rock Of Ages. Hij was dus gewaarschuwd dat er niet veel zou worden gerepeteerd vooraf: de soundchecks werden telkens op tien minuten afgehaspeld.

Hoewel Ramone en Fraboni een eerste selectie maakten van nummers uit de concerten van New York City, Seattle, Oakland en Inglewood (bij Los Angeles), komen uiteindelijk alle versies op de plaat van de drie concerten van 13 en 14 februari in The Dorum van Inglewood.

De titel Before The Flood kan worden gezien als een cynische verwijzing naar het aantal bootlegs dat kon worden verwacht. Daarom werd dan ook getracht de plaat zo snel mogelijk in de winkels te krijgen.

Bob Dylan wou de plaat eerst in eigen beheer verkopen via postorder. Op die manier zou zijn winst drie tot vier keer hoger liggen. Maar hij zag op tegen de logistieke problemen. Daarom tekende hij op 6 mei toch voor een tweede keer bij Geffen.
Zes weken later, op 20 juni 1974 verschijnt dan de live-lp Before The Flood als tweede en laatste plaat van Bob Dylan voor het Asylum label.

De dubbel-LP komt op 13 juli 1974 de Billboard-albumlijst binnen en behaalt de derde plaats. En ook hiervan had Asylum er teveel laten persen. De optie voor een verlenging van het contract werd dan ook niet genomen. In Engeland haalt de plaat een respectabele achtste plaats.

Asylum probeerde de verkoop van de plaat aan te zwengelen door twee single uit te brengen. Eerst ‘Most Like You Go Your Way’/’Stage Fright’ (The Band) en daarna ‘All Along The Watchtower’/’It Ain't Me Babe’.

 decoration

* * *

Bij zijn terugkeer naar huis was Dylan veranderd. De zeven jaren van huisvader spelen waren voorbij. Het zou niet lang meer duren of zijn huwelijk liep op de klippen. En ook aan zijn writers block kwam eindelijk een einde.

Maar dat vind je allemaal hier: Blood On The Tracks

15-11-07

Bob Dylan: Pat Garrett And Billy the Kid

  

decoration

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In 1972 lijkt Bob Dylan wel van de aardbol verdwenen. Geen single, geen langspeelplaat, geen optredens, niets. Hij heeft er absoluut geen behoefte meer aan om in de schijnwerpers te staan. Het eerste half jaar heeft hij zich met zijn familie terug getrokken op zijn pas aangekochte farm in Tuscon, Arizona. Daar houdt hij zich bezig met de afwerking van zijn tweede boek: een bundeling van al zijn liedjesteksten en gedichten. De werktitel is Words. Maar na een tijdje beslist hij een aantal teksten te illustreren met lijntekeningen en wordt de titel veranderd in Writings & Drawings. Het lijkt sterk op het afsluiten van een hoofdstuk in zijn leven.

 

Wanneer het aan het begin van de zomer te heet wordt in Arizona keert de familie Dylan terug naar New York. Daar wordt hij enkele keren opgemerkt bij optredens van anderen. In juni gaat hij naar Elvis Presley kijken in Madison Square Garden. In het Roosevelt Stadium in New Jersey ziet hij The Allman Brothers Band en The Grateful Dead. En een optreden van The Rolling Stones een paar dagen later maakt grote indruk op hem.

 

* * *

 

Op 9 september duikt hij onverwacht op tijdens een optreden van John Prine in The Bitter End in New York.

John Prine: "Ik gaf Dylan één van de eerste exemplaren van mijn plaat. Twee weken later speelde ik mijn eerste concert buiten Chicago. Ik trad op met David Bromberg en Steve Burgh en Steve Goodman, maar ik had nog iemand nodig op harmonica. Ik vroeg of ze iemand kenden.

En opeens, bij mijn tweede optreden, staat Dylan daar. Hij had een harmonica bij en had de teksten geleerd van elk refrein! Ik stelde hem voor en er klapten misschien twee mensen. Niemand geloofde het. Ze dachten dat Dylan dood was of ergens op een berg woonde."

 

* * *

 

Korte tijd later krijgt Bob Dylan bezoek van Rudy Wurlitzer, een oude vriend en schrijver van romans en filmscenario's. Hij heeft een scenario voor een western geschreven gebaseerd op het leven van Henry McCarty, een outlaw die in 1881 werd neergeschoten in New Mexico. Volgens de overlevering zou Henry, ondanks zijn 21 jarige leeftijd meer dan twintig mensen hebben vermoord. Hij zou met zijn hobby zijn begonnen toen hij amper 12 was. Onder de naam Billy the Kid was hij tijdens zijn leven al een legende, befaamd om zijn koelbloedigheid en verschillende ontsnappingen uit gevangenissen.

Hij werd in de nacht van 14 juli 1881 doodgeschoten door sheriff Pat Garrett, die al een tijdje jacht op hem maakte. Nochtans was Garrett vroeger bevriend met zowel The Kid als zijn moeder.

 

Het scenario voor Pat Garret and Billy the Kid was oorspronkelijk geschreven voor de regisseur Monte Hellman. Wurlitzer en Hellman hadden net samen de film  Two-Lane Blacktop gedraaid, met James Taylor en Dennis Wilson. Maar de acteur James Coburn, die absoluut de rol van de sheriff wou spelen, meende dat Sam Peckinpah de geknipte man was voor deze film.

 

Voor de rol van Billy werd de zanger Kris Kristofferson aangetrokken.

 

Wurlitzer kwam op bezoek bij Bob Dylan om te polsen of hij geen zin had om wat muziek voor de film te schrijven.

"Rudy had een nummer nodig voor zijn scenario," bevestigt Dylan. " Ik had toch niks omhanden. Rudy zond mij zijn scenario, ik las het en ik vond het goed. Dus spraken we af. En dan zag ik [Peckinpah's vorige films] The Wild Bunch en Straw Dogs en Cable Hogue en ik vond ze goed. De beste is Ride the High Country... Dus schreef ik 'Billy' heel snel."

 

Wurlitzer nodigt Dylan uit om ook een kijkje te komen nemen bij de opnamen. Dat ziet Bob wel zitten. Alle redenen zijn goed om een tijdje weg te zijn uit New York. Bovendien had hij Mexico, waar de film zal worden gedraaid, altijd al graag eens bezocht. Misschien zit er zelfs een rolletje in voor hem?

 

* * *

 

Op 23 november arriveert Bob, met Sara en de kinderen in Durango. Hij heeft twee nummers geschreven die hij aan de regisseur wil laten horen: 'Billy' en 'Goodbye Holly'.

 

Maar Peckinpah heeft geen belangstelling. "Sam zei, 'Wie is Bob Dylan?,'" vertelt Coburn. "'Oh ja, de kinderen luisterden naar zijn spul. Ik zat eerder te denken aan die Roger hoe-heet-ie-ook-alweer, die van 'King of the Road'? Die wou ik vragen.' En wij riepen allemaal, 'Wat!! Je moet Dylan zien,'...Tenslotte zei hij, 'Vooruit, haal 'm hier.'..."

"Die avond gingen we eten bij Peckinpah thuis," gaat Coburn verder." Er werd stevig wat tequila gedronken. Na het eten zegt Sam, 'Kom jongen, laat eens horen wat je hebt. Je hebt je gitaar toch mee?'

Ze gaan wat apart zitten. Sam in zijn schommelstoel en Bobby op een krukje voor hem. Bobby speelt drie, vier nummers... Sam kwam terug met tranen in zijn ogen. 'Wie is die kerel? Geef hem een contract!"

 

Volgens een andere bron bestond het diner uit: "soep van geitenkop met tacos, tequila en peyote, marihuana en cocaïne" - misschien verklaart dat voor een stuk het enthousiasme.

 

Dylan krijgt zelfs zijn verhoopte rolletje: de mysterieuze figuur Alias. Hoewel Dylan later beweerde dat "mijn karakter eerst niet voorkwam in het verhaal", heeft zijn biograaf Clinton Heylin ontdekt dat, "....Alias niet alleen al in het oorspronkelijk script van Wurlitzer zat, maar dat het ook een historische figuur is, door Garrett zelf beschreven in zijn boek Authentic Life of Billy the Kid. Alias was zelfs niet zomaar een lid van zijn bende, maar eerder Billy's rechterhand."

 

Maar Dylan beklaagt zich zijn rol al snel. Want hoewel Peckinpah grootse plannen heeft met de film - hij wil niets minder dan de definitieve western draaien - draait het allemaal anders uit.

 

James Aubrey, de grote baas van Metro-Goldwyn-Mayer, weigerde Peckinpah het gevraagde budget en tijd te geven. Zo moet er, om besparingsredenen worden gewerkt met een locale filmploeg.

Bovendien heeft de regisseur net een scheiding achter de rug en is zwaar aan de drank. Dat maakt dan weer dat hij elk ogenblik in een woede uitval kan uitbarsten. Dus wordt hij zo weinig mogelijk lastig gevallen.

Dylans rol wordt daardoor nooit uitgediept. "[Peckinpah] nam nooit de tijd om uit te werken wat Dylan kwam doen in de film," meent Kristofferson. "Bob zei me dikwijls, 'Jij staat tenminste in het script!'"

  

Wanneer Dylan arriveert zijn ze al twee weken aan het draaien. Zodra de eerste beelden worden bekeken, blijkt dat een gedeelte onbruikbaar is. Iemand heeft een camera laten vallen, waardoor de onderste helft van het beeld onscherp is. Een groot aantal scènes moet dus opnieuw worden gedraaid. Maar de producer is het daar niet mee eens. Hij wil niet voor extra financiering zorgen en vindt dat de beelden maar zo moeten worden gebruikt.

 

De acteurs kiezen natuurlijk partij voor hun regisseur. Dylan trekt er zijn conclusies uit: "Ik leerde bij het werken aan Pat Garrett and Billy the Kid dat je in Hollywood geen echt creatieve films kunt draaien... Je hebt je eigen mensen nodig om een film te maken zoals je hem zelf wilt."

 

Peckinpah wordt na deze tegenvaller zo mogelijk nog meer onberekenbaar.

Maar dat geldt ook voor Dylan. Hij praat tegen niemand. "Ik snap niks van die man," verklaart Kris Kristofferson. "Het is moeilijk als iemand niks zegt. Zijn vrouw heeft me t-verteld dat hij soms zelfs weken geen woord tegen haar zegt... Ik vraag me af hoe hij het volhoudt."

 

Sara is het gedoe snel beu. "Ze vroeg me 'Wat doen we hier, in godsnaam?'" vertelt Dylan. Ze maken dan ook dankbaar gebruik van twee weken pauze in de opnamen om de kerstdagen te gaan doorbrengen bij George en Patti Harrison in Engeland.

 

* * *

 

Half januari keren ze terug naar Durango, om wat nummers op te nemen voor de soundtrack van de film.

De sfeer op de set is nog steeds gespannen. Wanneer Dylan naar Mexico City vertrekt om er in de CBS Discos Studios te gaan werken, maken een aantal acteurs dankbaar van de gelegenheid gebruik om er mee tussenuit te knijpen. Daardoor begint Bob Dylan, op 20 januari, met een heel gevolg aan zijn eerste studiosessie in meer dan een jaar.

Wurlitzer verklaarde tegenover de pers: "Sam [Peckinpah] weet dat hij de strijd aan het verliezen is tegen Dylan. Hij heeft een vertoning van de film The Getaway gepland voor vanavond, maar iedereen wil met Dylan naar Mexico. Hij heeft dan ook een repetitie aangekondigd om 6:30, terwijl hij weet dat we nooit voor 8 uur terug zullen zijn. Mij kan het niet schelen. Ik moest daar weg."

 

Naast de acteurs met hun vrouwen of liefjes zitten er ook een hele bende muzikanten in de studio. 

"Ik liet mijn band overkomen,' legt Kristofferson uit, "omdat ik dacht dat die wel met Dylan zouden willen werken. Omwille van de vakbondsregels moest er echter voor iedere Amerikaan ook een Mexicaan in de studio zijn. Bob spreekt geen Spaans, dus vroeg ik of ik voor hem zou tolken tegen de Mexicaanse trompetspelers. Maar hij snauwde: 'Doe dat maar op je eigen nummers!'... Ik liet hem dan maar.

Ik begreep niets van zijn manier van werken. Mijn bandleden zeiden tegen me, dat hij hun niks wou uitleggen. Zodra ze iets begonnen te snappen van wat hij wou, begon hij aan het volgende nummer. En ze wilden zo graag hun best doen voor Dylan!"

 

Dylan heeft dan ook veel moeite om 'Billy' op band te zetten. Er worden zowel instrumentale versies, als met zang uitgeprobeerd. Het arrangement wordt steeds aangepast, maar het klikt niet. ‘Billy Surrenders’ en 'And He's Killing Me Too' hebben geen tekst. ‘Goodbye Holly’ staat er in één take op. Hoewel het nummer is geschreven voor de sterfscène van Holly, wordt de tekst meer gebracht als een soort dronkemansgebral. Allemaal: “Goodbye Holly, Holly goodbye!”

Voor 'Peco's Blues' zet Bob de Mexicaanse blazers aan het werk op iets wat sterk lijkt op de traditional 'What Does The Deep Sea Say?'. Zelf beperkt hij zich tot neuriën.

Tegen vier uur in de ochtend – ze zijn dan al acht uur aan het werk - probeert Bob een laatste keer om ‘Billy’ op te nemen, met alleen bassist Terry Paul als begeleider. Deze laatste take is geslaagd. Aangeduid als 'Billy 4' is het enige nummer van de gehele sessie dat zowel in de film als op de soundtrack LP is te horen.

Verder wordt enkel nog een halve minuut van ‘Billy Surrenders’ gebruikt in de film. Want, bij de vertoning van een ruwe montage in de Burbank Studios in Californië, blijkt dat de bazen van de filmstudio niet tevreden zijn met de muziek van Dylan.

 

Jerry Fielding, de componist waarmee Peckinpah eerder samenwerkte wordt er bij geroepen. Hij heeft een paar oscarnominaties op zak en laat van meet af weten niet veel op te hebben met populaire muziek: "een hoop onzin, uitsluitend geschikt voor puisterige tieners."

Toch is Dylan bereid om van hem te leren. Fielding raadt aan om ‘Billy’ te verknippen en de  relevante strofen op een negental plaatsen in de film te laten opduiken. Uiteindelijk worden dit beperkt tot vier momenten."

Over 'Goodbye Holly' is hij niet te spreken. Dat moet er helemaal uit.

 

"Ik had twee sessies gearrangeerd om de muziek in te dubben," vertelt Fielding. "Dylan had dat nummer ['Billy'] geschreven. Hij had een heel pak strofen die in willekeurige volgorde konden worden gezongen... Dus moest ik het nummer opnemen, vermits hij geen bladmuziek had, en ik liet het uitschrijven... Ondertussen vroeg ik hem om minstens één nieuw nummer te schrijven want je kunt moeilijk een hele film vullen met één enkel liedje. Dus kwam hij naar de volgende sessie met iets nieuws: 'Knock-Knock-Knockin' on Heaven's Door.' Iedereen vond het geweldig. Ik vond er niks aan. Ik gaf er de brui aan."

 

Dus trekt Dylan opnieuw de studio in, om 'Knockin' On Heaven's Door' op te nemen. Hij heeft zijn best gedaan. Het is een uitstekende ballad zoals hij ze sinds 1967 niet meer heeft geschreven.

Omdat een van Dylans kinderen ziek geworden is en die niet in Mexico kon worden verzorgd,wordt er deze keer opgenomen in de Warner Bros. Records' filmstudio in Burbank, Californië. Dat geeft Dylan ook de mogelijkheid om te werken met enkele van zijn favoriete  muzikanten.

Terry Paul is er opnieuw bij, naast Roger McGuinn en Jim Keltner. Daarnaast zijn er enkele zangeressen, harmonium, orgel, fluit en cello. Gordon Carroll treedt op als producer.

 

Ze beginnen ontspannen met een jam ‘Sweet Amarillo’. Dan wordt ‘Knockin’ On Heaven’s Door’ aangepakt. De eerste versie is halfbakken. Dan kondigt Dylan aan: “Goed, we gaan het doen zonder zang… dit is de laatste keer dat ik muziek maak voor een film. Ik hou het bij acteren."

Deze instrumentale versie is erg goed. Het gospelachtige van de gezongen versie is er al helemaal. Peckinpah verkoos deze versie voor de oorspronkelijke versie van de film.

 

En dan opeens klikt alles.

"Het was erg vroeg in de ochtend," vertelt Jim Keltner. "Een uur of 10. Alles viel vanzelf op zijn plaats...Er waren geen overdubs nodig. De zang gebeurde live. Een klein orgeltje… Roger McGuinn speelde mee, denk ik. Dit was voor een bepaalde scène in de film waarbij Slim Pickens sterft en het is de eerste keer dat ik huilde terwijl ik speelde. Het was een combinatie van de woorden, Bobs stem en de muziek zelf, de akkoorden en de beelden op het scherm...In die tijd stond je op een groot podium voor een massief scherm, waarop de scène werd geprojecteerd terwijl je opnam. De tranen liepen over mijn wangen de hele take lang."

 

Na 'Final Theme' volgt een tweede spontane jam : 'Rock Me Mama'. Na nog meer versies van 'Billy' (later aangeduid als ‘Billy 7’) en ‘Ride Billy Ride’ wordt afgesloten met 'Bunkhouse Theme'.

 

Tijdens de volgende sessie, enkele dagen later, wordt Dylan bijgestaan door gitarist Bruce Langhorne, bassist Booker T, drummer Russ Kunkel en Roger McGuinn op gitaar en banjo. Byron Berline speelt fiddle en verzorgt de backing vocals samen met Donna Weiss & Priscilla Jones. In deze bezetting worden 'Main Theme', 'Cantina Theme', 'Billy 1', 'River Theme' en 'Turkey Chase' op band gezet. Dat laatste is pure blue grass met virtuoos banjospel van Jolly Roger en uitstekende country fiddle door Byron Berline.

Haast alle muziek zowel voor de film als voor het soundtrackalbum wordt geselecteerd uit deze Burbank sessies.

Hoewel Dylan later nog regelmatig nummers zou leveren voor soundtracks, zou hij inderdaad nooit meer alleen een gehele soundtrack verzorgen.

 

* * *

 

Wanneer de filmopnamen zijn afgerond - 21 dagen over tijd en $1.6 miljoen over het budget - is de relatie tussen de regisseur en de producer erg verzuurd. MGM legt een onrealistische datum op voor de première. De regisseur doet zijn uiterste best om die te halen. 

 

Uiteindelijk wordt Peckinpah aan de kant geschoven. De producer laat verschillende scènes schrappen, waardoor bij de première in mei 1973 blijkt dat de film stevig is ingekort. Alle de scènes waaruit blijkt dat Pat Garrett absoluut niet van plan is om zijn vriend Billy The Kid over te leveren zijn allemaal geschrapt. Ook Dylans rol is in de gemonteerde versie beperkt tot een paar onbeduidende scènes.

 

Zowat alle betrokkenen spuien hun ontevredenheid. Peckinpah laat zijn naam zelfs van de aftiteling halen.

Dylan blikt in 1985 terug: “Sam zelf had geen controle over de film meer. Ik zag een voorvertoning en ik wist dat de boel verknipt was. Iemand had de schaar gezet in een aantal belangrijke scènes. De muziek leek willekeurig te zijn verspreid. Niets was nog op de plaats waar we de muziek hadden voor bedoeld – behalve  ‘Heaven’s Door’. Ik kan niet zeggen dat ik iets herkende van wat ik had gedaan, op de plaats waarvoor ik het had bedoeld.”

 

Nog voor de film in mei 1973 in de bioscopen begint te lopen, wordt hij door de critici in de pan gehakt. Het publiek blijft massaal weg en al na enkele weken verdwijnt Pat Garrett And Billy The Kid van het scherm. 

 

* * *

 

Bob Dylan is ondertussen aan het onderhandelen met zijn platenmaatschappij over een vernieuwing van zijn contract, dat binnenkort afloopt. Maar de belangstelling is eerder lauw na jaren van minimale activiteit. Enkel Clive Davis, een van de directeuren, gelooft nog in hem.

De zanger denkt er dan ook over een eigen platenlabel te beginnen, Ashes & Sand, met mensen als Leon Redbone. Er is ook sprake van een overstap naar Warner Brothers. Maar eigenlijk vindt hij de besprekingen gewoon vervelend.

 

In zijn autobiografie Clive: Inside the Record Business, vertelt Davis: "Begin 1973 ronde ik de besprekingen af voor een nieuw contract met Bob. Kort samengevat ging het over twee platen, plus de soundtrack van Billy the Kid. Er was geen beperking in de tijd op gezet. Er was $400,000 per plaat overeengekomen."

 

Maar dan wordt Clive Davis op 29 mei 1973 ontslagen wegens oneigenlijk gebruik van fondsen. Achteraf zou blijken dat Davis ontslag opgezet spel was om de man aan de deur te kunnen zetten en Dylan was bereid in zijn voordeel te gaan getuigen in juli 1975.

 

Nu zijn laatste verdediger is vertrokken, verbreekt Columbia de besprekingen.

Omdat de film Billy the Kid net is uitgebracht, eist Dylans advocaat, David Braun, dat de soundtrack moet worden uitgebracht. "Ze konden zo snel nergens anders naar toe," gaat Clive Davis verder. "Daarom ging Columbia akkoord om die ene plaat uit te brengen tegen het overeengekomen voorschot...Zodra de single aansloeg en bleek dat Dylan wel nog potentieel had, probeerde de nieuwe directeur, Goddard Lieberson de onderhandelingen te hervatten. "

  decoration
           

De soundtrack van Pat Garrett & Billy The Kid wordt dan op 13 juli 1973 toch nog uitgebracht. Het is Dylan's eerste nieuwe langspeelplaat in bijna drie jaar. Maar de muziek is voor het grootste deel instrumentaal en wordt door een deel van de critici hard aangepakt. Desondanks wordt de soundtrack het volgende jaar genomineerd voor een Grammy onderscheiding.

De LP komt op 4 augustus '73 de Billboard-albumlijst binnen en blijft op 16 steken. In Engeland strandt de plaat net binnen de top 30: op 29.

 

Op 8 augustus 1973 wordt 'Knockin' On Heaven's Door'/'Turkey Chase' als single uitgebracht. 'Knockin' On Heaven's Door' komt op 1 september '73 binnen in de Billboard Hot 100. De single haalt de 12de plaats.

‘Knockin' On Heaven’s Door’ wordt een van Bob Dylans bekendste nummers. Dat blijkt ook doordat de meest uiteenlopende artiesten er coverversies van opnemen. Zo zijn er uitvoeringen door Eric Clapton, Booker T. Jones, Nina Hagen, Jerry Garcia, Randy Crawford, Danny & Dusty, The Sisters Of Mercy, Herman Brood, The Jody Singers en Guns 'N Roses.

 

Voor Bob Dylan zelf betekende de soundtrack het begin van zijn wederopstanding. Na jaren van aanmodderen, zou hij binnenkort zijn muze helemaal terug vinden.

 

Sam Peckinpah overleed in december 1984 aan een hartaanval. Hij was pas 59.

 

En wat de film zelf betreft: de zogenaamde Turner Preview Edition is een ruwe montage van de film door Peckinpah zelf. Dit geeft de visie van de regisseur weer, voor de film hem uit handen werd genomen. Deze versie werd in 1988 door Ted Turner, met toestemming van MGM, op video uitgebracht. De critici reageerden enthousiast op deze uitgave en de film werd bestempeld als een miskend meesterwerk, één van de beste films uit de vroege jaren zeventig.

 

In 2005 werd door Warner Brothers een dubbele DVD uitgebracht met daarop naast de Turner Preview Edition ook een speciale derde versie, waarbij Paul Seydor de bioscoopversie heft aangevuld met scenes uit de director’s cut en zelfs scenes die nergens eerder werden vertoond. Toch is deze derde versie iets korter dan de director's cut.

decoration

07-11-07

Bob Dylan: Greatest Hits, Vol. 2

Bob Dylan's Greatest Hits, Vol. 2

decoration

 

 

 

 

 

 

 

 



Begin jaren zeventig ondervindt Bob Dylan - meer dan ooit - dat zijn roem hem belet om een "gewoon leven " te lijden. Hij begint zich zijn verhuizing naar de New York wijk Greenwich Village, al snel serieus te berouwen. De plek waar hij tien jaar eerder als een schooier arriveerde en waar hij uitgroeide tot een boegbeeld van zijn generatie, is helemaal veranderd. Later kijkt hij op deze periode terug als "de rotste tijd van mijn leven".

Dat is voor een groot stuk te wijten aan zijn persoonlijke kwelgeest: Alan Jules Weberman, een fanaticus die zich Dylanoloog noemt en leider is van het "Dylan Bevrijdings Front". Weberman schaduwt 'D', doorzoekt zijn vuilniszakken en organiseert excursies naar zijn huis. Zo moet de "spreekbuis van een generatie", die "met countrygeneuzel de linkse revolutie heeft verraden", tot inkeer worden gebracht.

Voor types als Weberman is Dylan een gemakkelijke prooi. Niet alleen heeft hij met Nashville Skyline en zijn langdurige radiostilte vanuit Woodstock tienduizenden fans van zich vervreemd, ook zijn sympathie voor Israël, dat hij in de laatste jaren herhaaldelijk heeft bezocht, zet kwaad bloed. Weberman onthult dat Dylan de rechtse Joodse defensie Liga van de racistische rabbi Meir Kahane financieel steunt. En inderdaad, op zoek naar zijn joodse roots heeft Dylan contact gelegd met de liga.
Weberman is een hinderlijke gek, maar in het radicale klimaat van de vroege jaren zeventig wordt hij maar al te serieus genomen. Wanneer Weberman het gerucht begint te verspreiden dat 'D' heroïne spuit, voelt Dylan zich gedwongen contact met hem te zoeken. Tijdens een ontmoeting onder vier ogen, begin januari 1971, praat hij op Weberman in om hem van zijn ongelijk te overtuigen. Naar verluid toont hij hem zelfs zijn gave onderarmen.

Enkele dagen later wil Weberman een artikel publiceren in de East Village Other over het gesprek dat hij heeft gehad met Dylan. Die belt hem op om hem te zeggen dat hij geen toestemming geeft om dat te doen. Maar Weberman neemt het gesprek op en laat dat publiseren in Rolling Stone en zelfs op LP uitbrengen op Folkways.


* * *

Vanaf 16 maart 1971 werkt Bob Dylan drie dagen in Blue Rock, een kleine studio in Greenwich Village. Volgens Clinton Heylin was Leon Russell de producer bij deze sessies. Leon had een jaar eerder grote successen behaald met de tournee Mad Dogs and Englishmen, met Joe Cocker. Record Collector meent dan weer te weten dat George Harrison de sessies leidde.
Er is geen papierwerk opgedoken van deze sessies. Vast staat dat naast Leon op piano ook de gitaristen Jesse Ed Davis en Don Preston aanwezig waren. Voor de ritmesectie werd beroep gedaan op Carl Radle en Jim Keltner. Claudia Linnear & Kathy McDonald verzorgden de achtergrond zang.

Hoewel Leon Russell de sessies omschreef als erg dynamisch en positief, was het  enige tastbare resultaat van drie dagen werk slechts twee nummers 'When I Paint My Masterpiece' en 'Watching The River Flow'. Beiden belichten openhartig hetzelfde thema: een gebrek aan inspiratie.

'Watching The River Flow' werd in juni 1971 op single uitgebracht. Voor de b-kant werd de solo versie van 'Spanish Is The Loving Tongue' gekozen, die werd opgenomen tijdens de New Morning sessies. Hoewel beide kanten van het 45 toerenplaatje uitstekend zijn, sloeg het niet aan en werd de Top 40 niet gehaald.

'When I Paint My Masterpiece' werd doorgegeven aan The Band, die hun versie uitbrachten op Cahoots.

De bewering van Heylin dat er ook werd gewerkt aan 'Spanish Harlem', 'That Lucky Ol' Sun', 'Alabama Bound', 'Blood Red River' en 'Rock Of Ages' zijn nooit hardgemaakt.

* * *

Die lente verhuist Dylan naar een huurhuis in East Hampton, Long Island. New Hampton was een toevluchtsoord geworden voor kunstenaars, schrijvers en rijke families.
Het huis dat Dylan huurt is van Henry Ford geweest. Het is een koloniaal huis met luiken in plantagestijl, gelegen in een rustige straat met majestueuze oude iepen.  Het zicht op het gebouw wordt door hoge heggen onttrokken aan de straat. Een voordeel is ook de grote achtertuin - ideaal voor de kinderen. Inbegrepen is ook een sleutel die toegang geeft tot een omheind duin dat leidt naar een ongerepte Atlantisch zandstrand.
Dylan begint er landschappen te schilderen en kan er veel uitstapjes maken met zijn kinderen.

* * *

Volgens hardnekkige geruchten zou er half mei 1971 een opnamesessie hebben plaatsgevonden met Elvis Presley en Bob Dylan in de RCA Studios in Nashville. Er circuleert zelfs een lijst met 17 titels. Het is echter erg onwaarschijnlijk dat de sessie ooit heeft plaatsgevonden.

Temeer daar Dylan en Sara omstreeks die tijd weer met vakantie zijn in Israël. Het is bedoeld als een soort tweede huwelijksreis, want de kinderen zijn thuis gebleven. Sinds de dood van zijn vader is hij geïnteresseerd geraakt in de Joodse godsdienst. Op 24 mei viert hij zijn dertigste verjaardag in Jerusalem. Samen met Sara wordt hij er gefotografeerd aan de Klaagmuur.
Onmiddellijk na publicatie van de foto wordt het koppel belaagd door de pers.
Later verteld hij daar over: "Dat bezoek had niet veel belang. Maar ik ben wel geïnteresseerd in wat en wie een Jood is. Het interesseert mij dat Joden Semieten zijn, net als Babyloniërs, Hittieten, Arabieren, Syriërs, Ethiopiërs. Maar een Jood is anders, omdat vele mensen Joden haten."

Enkele dagen later bezoeken Bob en Sara de kibbutz Givat Haim, om de mogelijkheden te bekijken om er zich te vestigen. Het plan strandt op de weigering van de bewuste kibboets om tegemoet te komen aan Dylans hoge eisen op het gebied van huisvesting en privacy.

* * *

Op 17 juli 1970 komen Bob Dylan en zijn vroegere manager Albert Grossman eindelijk tot een overeenkomst om hun samenwerking officieel te verbreken. Grossman behoudt zijn rechten op de nummers geschreven in de periode dat hij het management deed voor de zanger. Hij behoudt ook zijn rechten van zijn muziekuitgeverij Witmark, de gemeenschappelijk opgezette muziekuitgevrij Dwarf Music en  de samenwerkingsovereenkomsten Big Sky. Dylan krijgt de controle en de administratie in handen van zowel de gemeenschappelijke als de samenwerkingsovereenkomsten.

* * *

In juli 1971 hebben George Harrison en Ravi Shankar hebben hun vrienden opgetrommeld voor een groots benefiet. Met de opbrengsten willen ze de noodleidende bevolking van Bangla Desh helpen. Die hebben bovenop een burgeroorlog ook nog een zware overstroming, gevolgd door massale hongersnood te verwerken gekregen. 

George heeft de andere Beatles gevraagd, plus Bob Dylan en Eric Clapton. Die laatste heeft zich sinds enkele jaren terug getrokken in zijn eigen drugswereldje. Paul McCartney heeft laten weten dat hij het te vroeg vindt voor een reünie. Bovendien staat zijn vrouw op het punt te bevallen. John zegt toe, op voorwaarde dat Yoko mee mag doen. Wanneer George daar zijn veto over stelt, leidt dat tot een serieuze echtelijke ruzie waarbij John alleen naar Engeland vlucht.

Bob Dylan heeft na lang aandringen van George toegezegd. Maar wanneer hij dan een grote hoeveelheid apparatuur ziet klaarstaan, probeert hij er met een smoes van af te komen. Bassist en vriend van The Beatles Klaus Voormann: "Het bleef onzeker of Dylan zou spelen. Het maakte in feite niet uit. Natuurlijk was het fantastisch als hij speelde, maar het concert zou even goed verbazingwekkend zijn als hij niet kwam. Ik heb geen idée hoe het met hem gesteld was toen, maar ik weet dat hij van George houdt en dat George hem aanbad."
Als reserve heeft George een set van Apple protégés Badfinger voorzien. Gitarist Joey Molland: "Tegen zaterdag hadden we de show op poten staan en gingen naar Madison Square Garden voor de laatste repetitie. We waren net klaar om terug naar het hotel te vertrekken toen Dylan het podium op wandelde. Hij begint gewoon te spelen - het was een soort privé concert. We zaten allemaal in de hal en het was moeilijk te geloven dat het echt gebeurde. Niemand had Dylan verwacht en ook Eric Clapton kwam pas die dag af."

Op zondag 1 augustus 1971 vinden dan de twee benefietconcerten plaats in Madison Square Garden, New York. De legendarische producer Phil Spector maakt 16-sporen opnamen van de concerten, met 44 microfoons. Sol Swimmer filmt alles.

Na een set van Ravi Shankar, (die overigens al een warm applaus krijgen voor het stemmen van de instrumenten) speelt George een paar solo-nummers. Dan komen Billy Preston en Ringo Starr elk hun recente hitsingles brengen. George keert terug om de band te introduceren en nog enkele Beatlessongs te zingen, onderbroken door een medley van Leon Russell.
Pas wanneer hij Bob aanstalten ziet maken om het podium op te stappen durft George het aan hem aan te kondigen: "Here's another friend of us all: Mr. Bob Dylan." Het gejuich is overdonderend.

Bob Dylan laat dan ook vele harten sneller kloppen met het onverwachte optreden. Gekleed in een vaalblauw spijkerpak zingt hij onder meer het inmiddels klassieke 'A Hard Rain's A-Gonna Fall' en 'Blowin' In The Wind'. Hij begeleidt zichzelf op gitaar en harmonica en zingt met zijn oude, rauwe jaren-zestigstem. Van de gereserveerde countryheer op Nashville Skyline is geen spoor meer te bekennen.
Daarna komt George Harrison erbij met een akoestische gitaar, plus Leon Russell op bas en Ringo met een tamboerijn.
Dylan brengt eerst nog 'It Takes A Lot To Laugh, It Takes A Train To Cry' en dan, 'Love Minus Zero/No Limit' en 'Just Like A Woman'.
Daarna sluit George de show af met nog twee nummers.
Dit is voor het eerst in acht jaar dat Dylan 'Blowin' In The Wind' gezongen heeft. Volgens Phil Spector was dat op speciaal verzoek van George Harrison. "Denk je dat je 'Blowin' In The Wind' kunt zingen? Het publiek zou er gek van worden. Bob keek hem aan: 'Ben je geïnteresseerd in 'Blowin' In The Wind'? Ga jij 'I Wanna Hold You Hand' zingen?"

Voor de avondshow vervangt Dylan 'Love Minus Zero/No Limit' door 'It Takes A Lot To Laugh, It Takes A Train To Cry'. Voor de rest blijft de setlist identiek voor beide concerten.
Na afloop is er een feestje bij Ugano's. George en Bily Preston treden er op en  Phil Spector brengt er een unieke versie van 'Da Do Ron Ron' met Keith Moon op drums.

* * *


Met hun sterartiest terug in de belangstelling en geen nieuw plaatwerk van hem in het verschiet wil CBS Records een tweede verzamelaar uitbrengen van Bob Dylan. Clive Davis stelt voor er een dubbellaar van te maken. Dylan gaat akkoord, op voorwaarde dat een hele kant wordt besteed aan uitgegeven materiaal.

Hij levert een selectie in van tracks uit de Basement Tapes, maar Davis vindt de productie van dat materiaal ondermaats.

Daarom trekt Bob op 24 september 1971 weer de studio in, om een paar Basement Tapes songs opnieuw op te nemen. Voor de gelgenheid heeft hij zijn buurman Happy Traum uitgenodigd.
Happy, die eigenlijk gewoon Harry heet, was een banjospeler en gitarist die het vak in de  jaren vijfig had geleerd van bluesmuzikant Brownie McGee. Met zijn groep The New World Stingers, was hij een van de eersten die nummers van de jonge Dylan hadden gecoverd. Dylan speelde dan weer mee (onder de naam op Blind Boy Grunt)op zijn allereerste LP, Broadside, Vol.1, opgenomen voor Folkways Records.

"Hij wist dat [Columbia] nummers had uitgekozen voor een dubbele verzamel-LP," vertelt Happy Traum. "Hij was niet akkoord met de keuze. Hij had het gevoel dat hij een aantal nummers die hij had geschreven en die door anderen waren gedaan, dat hij die zelf moest doen en die dan op de plaat zetten.
Dus deden we dat op een namiddag. Gewoon wij tweeën en een technicus. Het was heel eenvoudig: we namen vijf nummers op. Daar koos hij er drie van en die werden ter plaatse gemixt. Allemaal op één namiddag. Ik wist dikwijls niet eens of het de laatste take was en dan zei hij: 'OK, kom we gaan het mixen'."

De drie die worden geselecteerd zijn: 'You Ain't Goin' Nowhere', 'Crash On The Levee (Down In The Flood)' en 'I Shall Be Released'.

Overigens heft Dylan de tekst van 'You Ain't Going Nowhere" wat aangepast om een sneer te kunnen geven aan het adres van Roger McGuinn. Hij adviseert hem "pick up your tent, you ain't going nowhere". Dat is een reactie op McGuinn's eigen tekstwijziging. Die had bij de versie van The Byrds, uitgebracht op Sweetheart of the Rodeo, gezongen "Pack up your money/ Pick up your tent" in plaats van "Pick up your money/ Pack up your tent" zoals Dylan origineel zong.

Eeen vierde nummer is een nieuwe versie van 'Only A Hobo' uit 1963. Dit nummer wordt in 1991 geselecteerd voor The Bootleg Series Volumes 1-3 (Rare & Unreleased) 1961-1991, maar blijft uiteindelijk onuitgebracht.
Welk het eventuele vijfde nummer was, is niet gekend.

* * *

Amper twee weken later staat Bob Dylan opnieuw in de studio. Hij heeft in de krant een artikel gelezen over de dood van een jonge zwarte activist.
George Jackson is op 21 augustus door een bewaker neergeschoten tijdens een opstand in de San Quentin-gevangenis in Californië. Jackson zou drie dagen later  opnieuw voor de rechter moeten verschijnen. Hij zat een gevangenisstraf van achttien jaar uit, omdat hij bij een roofoverval op een benzinestation $71 had buitgemaakt. In de gevangenis was hij lid geworden van de Black Panther-beweging van Malcolm X. Tijdens zijn gevangenschap had hij twee boeken geschreven: Blood In My Eye en Soledad Brother.

Het gebeuren heeft Dylan zo aangegrepen dat hij op 4 november nog eens een heuse protestsong op wil opnemen. Of misschien is het gewoon zijn bedoeling om Weberman de wind uit de zeilen te nemen. 

Hij neemt twee versies op van 'George Jackson': één solo en één met een band. Ook 'Wallflower' komt uit deze sessie.
Met steel gitarist Ben Keith , drummer Kenneth Buttrey en Leon Russell op bas wordt eerst 'Wallflower' op band gezet. Dit nummer blijft in de kast tot het in 1991 wordt bovengehaald voor The Bootleg Series, 1961-1991.
Daarna wordt een lange 'big band' versie opgenomen van 'George Jackson'.

Na afloop zet Bob solo ook nog een kortere, akoestische versie van de protestsong op band.

Beide versies worden samen op 12 november 1971, amper een week na de opname uitgebracht. De single komt op 4 december '71 de Billboard Hot 100 binnen, maar komt niet hoger dan 33.

Vijf dagen later ligt Bob Dylan's Greatest Hits, Volume 2 in de winkels. Op deze dubbel-lp staan naast een pak oudere nummers dus ook een vijftal recente opname, plus een schitterende live-versie van 'Tomorrow Is A Long time' - opgenomen op 12 april 1963 en geselecteerd voor de onuitgebracht live LP.

De foto op de voorzijde van de hoes was getrokken door Barry Feinstein tijdens het Bangla Desh concert. Het is een opzettelijke imitatie van de foto die Rowland Scherman in 1965 maakte voor Greatest Hits Vol. 1.

 

decoration


De verzamelaar komt op 11 december '71 de Billboard-albumlijst binnen en bereikt, als hoogste notering, een veertiende plaats.
In Europa heet de plaat overigens More Bob Dylan's Greatest Hits.
Het is een van Dylans best verkochte platen.


Pas in juli 1972 verschijnt een single met twee nummers uit de Greatest Hits collectie: 'When I Paint My Masterpiece'/'I Shall Be Released'.

De akoestische versie van 'George Jackson' is later ook nog eens uitgebracht op de Australische verzamelaar Masterpieces, maar de 'big band' versie is zeer moeilijk te vinden.

* * *

De driedubbele boxset The Concert For Bangla Desh wordt met heel veel vertraging pas op 20 december 1971 uitgebracht. In Amerika wou Capitol wou de LP niet distribueren indien ze er geen winst aan hadden. Dat was genoeg om zelfs de vredelievende George Harrison woest te krijgen. Iedereen had immers gratis gespeeld en de platenmaatschappij van The Beatles, Apple Corps, had de kosten voor het boekje op zich genomen. En EMI had geen enkel bezwaar gemaakt tegen de Europeese ditributie. Pas wanneer George ermee dreigde naar CBS te stappen, bond Capitol in en gaf $ 3,7 miljoen als vooruitbetaling.

De verdeling van de cassettes en 8-tracks werd toevertrouwd aan Columbia Records, in ruil voor hun toestemming voor het gebruik van Dylans bijdrage, die een hele plaatkant besloeg. Uiteindelijk ontving enkel Columbia $ 0,25 per verkochte LP. Dylan zelf zag daarvan nooit een cent.

Het geheel brengt uiteindelijk iets meer dan $ 15 miljoen op, al zou het door allerhande administratieve beslommeringen jaren duren eer het geld terecht kwam bij de noodlijdende bevolking van Bangla Desh.

 

decoration

29-10-07

Bob Dylan bootlegs

Dylans officiële cataloog omvat een veertigtal studioplaten, naast een aantal live opnamen en een zevental speciale uitgaven in de uitstekende reeks, de Bootleg Series. Maar dit is slechts het spreekwoordelijke tipje van de ijsberg. Daarnaast zijn er voor de fanatieke liefhebbers ook een heel groot aantal bootlegs ter beschikking. Tegenwoordig wordt zowat elk concert van de man opgenomen en driftig geruild. Alleen al van zijn Never Ending Tour circuleren er dus al meer dan duizend titels. En er zijn mensen die die ook allemaal verzamelen.

Natuurlijk zijn ze niet allemaal even interessant, laat staan dat je ze allemaal zou kunnen beluisteren. Om eventuele geïnteresseerden op weg te helpen, heb ik hier een lijstje gemaakt met mijn tien favorieten.  

decoration

1. Folksinger's Choice

In februari 1962 interviewde ene Cynthia Gooding de nog erg jonge Bobby Dylan, voor haar radioprogramma op een New Yorkse zender. Dit is een kopie van de volledige uitzending (of mogelijk een heruitzending) op 11 maart 1962. De geluidskwaliteit is perfect.
Maar belangrijker nog is de inhoud. Dylan speelt een tiental nummers en vertelt tussendoor honderduit over zijn invloeden en achtergrond. Hilarisch is de manier waarop hij daarbij, met het grootste gemak en zeer overtuigend, complete leugens verzint.
Naast drie eigen composities (The Death Of Emmett Till, Standing On The Highway en Hard Times In New York Town) brengt hij een eerbetoon aan zijn grote voorbeelden: Woody Guthrie, Hank Williams en een aantal bluesmannen (Howlin' Wolf, Bukka White en Big Joe Williams). Enigszins verrassend laat hij daarbij horen uitstekend akoestische blues te kunnen spelen, zichzelf begeleidend op  harmonica.

decoration

2. The Freewheelin' Bob Dylan Outtakes

Een hele cd vol studio outtakes, allemaal opgenomen voor zijn tweede langspeelplaat in de periode april 1962 tot april 1963. Het is duidelijk dat hij een eigen weg aan het zoeken is. Hij doet dan ook erg zijn best. Alles is even uitstekend: zijn zang, zijn gitaarspel en zijn harmonicaspel.
Er zitten een groot aantal covers tussen, maar ook ongebruikt eigen materiaal en, met een aantal versies van 'Mixed Up Confusion', zijn eerste pogingen om elektrisch versterkte rock 'n' roll te spelen.
Voor het hele verhaal kijk je best hier: http://peerkesplaatjes.skynetblogs.be/post/4229784/the-fr...
Onmisbaar voor fans van zijn vroege werk.

decoration

3. Now Ain't the Time for Your Tears

Een compleet concert van Bob Dylan toen hij nog solo en akoestisch optrad. Dit werd opgenomen in de Free Trade Hall in Manchester op 7 mei 1965, tijdens zijn eerste tournee in Engeland. De kwaliteit van de opname is goed genoeg om het concert officieel uit te brengen.
En ook het gebrachte is van een erg hoog niveau. De jonge Dylan is erg energiek en halt zelfs hoge noten. Hij is ook erg grappig in enkele aankondigingen en nummers als 'If You Gotta Go, Go Now' en 'Talking World War III Blues'.

Als je dit materiaal liever zonder publiek hoort, dan moet je op zoek naar At The Beeb. Dat zijn opname gemaakt tijdens diezelfde tournee voor twee TV uitzending van de BBC. Op 1 juni 1965 nam hij twee reeksen van telkens zes nummers op die later die maand werden uitgezonden.
De eerste show bestaat uit : 'Ballad Of Hollis Brown', 'Mr Tambourine Man', 'Gates Of Eden', 'If You Gotta Go, Go Now', 'Lonesome Death Of Hattie Carroll' en 'It Ain't Me Babe' en de tweede (die eerst werd uitgezonden): 'Love Minus Zero/No Limit','One Too Many Mornings', 'Boots Of Spanish Leather', 'It's Alright Ma (I'm Only Bleeding)', 'She Belongs To Me' en 'It's All Over Now, Baby Blue'.

Heel wat concerten uit 1966 zijn op bootleg verschenen, maar de setlist zijn vrijwel allemaal identiek. De officiële Royal Albert Hall dubbel-cd kan dus volstaan. De outtakes uit Bringing It All Back Home, Highway 61 Revisted en Blonde On Blonde zijn verzameld op Thin Wild Mercury Music. Maar ook daarvan zijn de meeste pareltjes officieel verschenen op No Direction Home soundtrack.

decoration

4. Tree With Roots

De Basement Tapes uit de zomer van 1967 (zie hier: http://peerkesplaatjes.skynetblogs.be/post/4986085/bob-dylan-the-basement-tapes) door het noeste werk van verzamelaars samengebracht in 2001 op de vijfdelige Genuine Basement Tapes. Even later werd, dankzij recent opgenomen banden, deze uitgave zelfs nog verbeterd als A Tree With Roots. Op 4 cd worden alle gekende stereo opnamen gebracht, min of meer chronologisch gerangschikt. 'The Mighty Quinn', 'I'm Not There', 'I Shall Be Released', 'You Ain't Going Nowhere', 'Sign On The Cross'.. je vindt ze hier allemaal. Een ware schatkist vol parels voor de liefhebber. En ontzaglijk veel rijker dan die dubbel-LP uit 1975.

De Dylan / Cash Sessions (uit 1969) en de sessie met George Harrison (Almost Went To See Elvis) hebben meer een curiositeitswaarde dan dat ze echt luisterplezier bieden. Wat te rommelig en spontaan om herhaaldelijk te kunnen boeien.

Blood on the Tracks: New York Sessions
5. Blood On The Tracks - The New York Sessions
http://peerkesplaatjes.skynetblogs.be/post/4226071/blood-...

Dit is zoals de plaat klonk voor Dylan zich bedacht.  De tracklist is exact hetzelfde als die van de uiteindelijke versie. Zelfs zowat de helft van de versies is identiek, maar de rest is helemaal anders. Een aantal nummers zijn veel trager, velen hebben sterk afwijkende teksten en werden zeker veel minder instrumenten gebruikt.
Het interessantste is 'Idiot Wind': waar de officiële versie bitter is, bijtend zelfs, is deze versie slepend en triest. Met een spookachtig orgeltje dat voor kippenvel zorgt. Dit is gewoon DE versie. Punt. 
Af en toe hoor je dat de bron van deze bootleg een acetate was, maar echt storend is het niet. Uiteindelijk zorgt deze versie voor een heel andere luisterervaring. Niet beter - anders.

Een alternatief is Blood On The Tapes. Deze bootleg brengt enkel de versies die de officiële plaat niet haalden en vult die aan met de outtakes die werden uitgebracht op Biograph, The Bootleg Series, Vol. 1 -3 en de soundtrack van Jerry McGuire. Opvallend is dat voor al deze uitgaven telkens werd voorbij gegaan aan de versies die oorspronkelijk werden geselecteerd voor de acetate versie.
Deze bootleg is interessant om alles bij elkaar te hebben, maar het benadert niet het unieke gevoel van de originele acetate versie.

decoration

6. Border Beneath The Sun

De wereldtournee van 1978 wordt algemeen vergruisd, omdat Dylan zijn nummers van Las Vegas arrangementen heeft voorzien. Toch is deze tournee bijlange zo slecht niet als algemeen wordt beweerd. Dat is echter alleen te merken op bootlegs die later werden opgenomen dan die fameuze dubbel-LP At Budokan, die aan het begin van de tournee werd vastgelegd. 

Algemeen wordt Hush,Hush Sweet beschouwd als de beste bootleg van deze tournee. Die werd opgenomen op 10 december 1978, opgenomen in Charlotte, NC. Maar ik hou meer van Border Beneath The Sun, opgenomen in Parijs op 6 juli 1978. Deze show werd uitgezonden door de Franse radio en destijds ook gedeeltelijk overgenomen door Rudy's Club op woensdagnamiddag op Radio 2. Mijn cassetterecorder stond klaar. Wat een teleurstelling was de officiële LP achteraf. Deze versies bruisen en zitten vol vuur. Dat heeft voor een groot stuk te maken met de passie die Dylan hier ten toon spreid. Favorieten zijn deze versies van 'The Man In Me', 'One More Cup Of Coffee', 'Girl From The North Country' (mooi pianospel), een krachtig 'It's Alright, Ma (I'm Only Bleeding)' en als afsluiter 'Changing Of The Guards'.

decoration

7. Born Again Music

Na 1977 was Dylan afgeschreven voor de Amerikaanse pers. Een bekering tot het Christelijke geloof kon daaraan niets verbeteren - integendeel. Toch maakte hij ook in deze periode gloedvolle muziek met uitstekende muzikanten. En er wordt stevig gerockt! Rock Solid is een nooit uitgebrachte live LP, opgenomen in Toronto op 19 april 1980. Jammer genoeg zijn er slechts acht tracks en wordt er telkens in en uit gefade om het applaus te vermijden. Vooral 'Precious Angel' is erg sterk. 'Cover Down, Break Through' werd nooit officieel uitgebracht.
Een complete show (inclusief de nummers die door de backing zangeressen werden gebracht) is te vinden op Born Again Music, een dag later opgenomen in dezelfde Massey Hall van Toronto. Daarop staat naast een sterk 'Ain't Gonna Go To Hell' een fantastische versie van 'When He Returns'. En je kan er nonkel Bob horen preken!
 
Terwijl hij in 1980 uitsluitend religieus getint materiaal bracht was de setlist het volgend jaar veel gevarieerder. Een goed voorbeeld daarvan kan worden beluisterd op
Avignon France (25 juli 1981) - een dramatisch concert waarbij twee doden vielen.

decoration

8. Deeds Of Mercy

Outtakes van de Oh Mercy sessies in New Orleans met Daniel Lanois als producer. Tekst en uitleg vind je hier: http://peerkesplaatjes.skynetblogs.be/post/4698205/bob-dy....

decoration

9.The Supper Club

Omdat hij te kampen had met writers block had Dylan zich begin jaren negentig toegelegd op covers van oude nummers. Dat leverde twee parchtige akoestische cover-cd's op: Good As I Been To You en World Gone Wrong.
Aan het einde van de jaarlijkse tournee besloot hij vier akoestische shows op te laten nemen voor een TV-programma. Daarmee liep hij vooruit op de MTV-Unplugged rage die even later zou opduiken. De vier shows op 16 en 17 november 1993 in de Supper Club in New York waren fenomenaal. Hij bracht allerlei nummers die hij nog nooit of zelden had gespeeld  in totaal nieuwe akoestische arrangementen. Met een hoofdrol voor Bucky Baxter die elektrische slide of pedal gitaar aan alle songs toevoegt. Er zijn opnamen van alle shows beschikbaar, maar meestal in zeer slechte geluidskwaliteit.
Gelukkig is de tweede voorstelling van de eerste avond wel ontsnapt in een prima kwaliteit. Dit is de setlist:

1. Ragged And Dirty
2. Lay, Lady, Lay
3. I'll Be Your Baby Tonight
4. Queen Jane Approximately
5. Jack-A-Roe (met John Jackson op banjo)
6. One Too Many Mornings
7. I Want You
8. Ring Them Bells
9. My Back Pages
10. Forever Young

Jammer genoeg zijn de beelden in het archief verdwenen en is het programma nooit afgewerkt.
Precies een jaar later deed Bob het nog eens dunnetjes over met zijn Unplugged show... voor MTV, maar dat leek meer op een verplichte oefening. En dat werd wel uitgezonden en zelfs officieel op cd uitgebracht. Jammer.


10. Bob Dylan's Acoustic Openers 1999-2002

Een compilatie gemaakt door ene Froggie en enkel via het internet verspreid. In deze periode opende Dylan elke show met een paar akoestische nummers. Vanaf juni 1999 was dit telkens een cover en meestal een up-tempo nummer over moorden, miserie en de dood.
Van 'You're Gonna Quit Me Baby' van Mance Lipscomb, over de Grateful Dead's 'Friend Of the Devil' tot gospels als 'Somebody Touched Me' of 'Hallelujah I'm Ready To Go'.
Vrolijke Murder ballads, quoi? Wanneer je ze zo achter elkaar hoort heeft het veel gelijkenis met de American Recordings cd die Johnny Cash even later is beginnen maken.


Allez, voila, omdat we goed gezind zijn: nog eentje.

decoration
11. Don't Shoot The Piano player

Wanneer je, zoals Bob Dylan de laatste twintig jaar bezig is, elk jaar meer dan 100 optredens geeft kom je in elke parochiezaal terecht, of in Amerika in iedere koeienstal. Het optreden in de Tehama Fairgrounds in het boerengat Red Bluff in California op 7 oktober 2002 vond plaats in een hal waarin normaal rodeo's plaatsvinden. Een vloer van aangestampte aarde en een duidelijk dronken publiek. Bovendien was het één van de eerste concerten waarbij Dylan zijn gitaar thuisliet en enkel nog wat akkoorden aansloeg op zijn elektrische piano.
Allemaal redenen om deze dubbel-cd te mijden dus. Maar niets is minder waar. Omdat hij weet dat Warren Zevon de strijd tegen zijn dodelijke ziekte aan het verliezen is brengt hij een eerbetoon aan zijn collega door twee nummers van hem in te lassen in de tournee: 'Accidentally Like A Martyr' en 'Mutineer'. Bij andere gelegenheden bracht hij ook nog 'Lawyers, Guns, And Money' dat hier als bonus is toegevoegd.
Bob is uitstekend bij stem en zelfs een vechtpartij tijdens 'Brown Sugar' van the Rolling Stones kan hem niet uit zijn concentratie brengen. Sterke versies ook van 'You're A Big Girl Now', 'High Water', 'Floater' en 'Summer Days'. Bob zoals we hem graag horen.

Hij moet het zelf ook weten want deze versie van 'Mutineer' werd twee jaar later officieel uitgebracht op Enjoy Every Sandwich: The Songs of Warren Zevon.... In dezelfde matige bootleg kwaliteit.

22-10-07

Bob Dylan: New Morning

New Morning

decoration


Einde april 1970 gaat George Harrison nog eens op bezoek bij zijn vriend Bob Dylan in diens appartement in Greenwich Village. De Beatle heeft Apple woordvoerder Derek Taylor meegebracht. 

Bij het genot van een paar glazen rode wijn, speelt Dylan wat oude en nieuwe nummers voor op de piano. Na een tijdje grijpt George een rondslingerende gitaar en wordt er wat gejamd. Bob zet de bandopnemer aan.
Via acetates gemaakt voor Columbia komen opnamen van 'When Everybody Comes To Town' en 'I'd Have You Anytime'in de jaren zeventig in handen van bootleggers.

Na afloop nodigt Bob George en Derek uit om de volgende dag samen de studio in te duiken.

Op 1 mei wordt er om 14:30 verzameld in de Columbia Studio B, in New York. De beide legendarische figuren worden begeleid door bassist Charlie Daniels en drummer Russ Kunkel. Bob Johnston springt geregeld bij aan de piano.

Eerst wordt er uitgebreid gerepeteerd. "Dylan was erg ontspannen tijdens die sessie," vertelt Charlie Daniels. "Hij was goed gezind die dag en zong nummer na nummer, zo goed als alles wat we vroegen." Er wordt begonnen met enkele van Dylans oudste eigen nummers: 'Song To Woody', 'Mama You Been On My Mind' en een instrumentale versie van 'Don't Think Twice'.
Na enkele regels 'Yesterday' is 'Just Like Tom Thumb's Blues' aan de beurt. De alles-kan, niks moet sfeer is duidelijk wanneer 'Da Doo Ron Ron' wordt aangepakt. Of 'Ghost Riders In The Sky', 'Cupid' van Sam Cooke en 'All I Have To Do Is Dream' van The Everly Brothers. Natuurlijk kent Dylan de teksten niet helemaal van buiten, maar dat mag de pret niet drukken.

'Gates Of Eden' komt voorbij, 'I Threw It All Away' en 'I Don't Believe You', maar dan is het weer tijd voor wat Carl Perkins klassiekers met 'Matchbox' en 'Your True Love'. Dat brengt hen bij de blues: eerst 'Las Vegas Blues' en dan 'Fishing Blues' van Henry Thomas.

'Honey Just Allow Me One More Chance' vraagt Dylan voor hij afsluit met het vrolijke 'Rainy Day Women #12 & 35'.

"Ik zal die dag nooit vergeten," vertelt Charlie Daniels, "Het waren niet alleen Bob Dylan en George Harrison. Het waren vier kerels in een studio die muziek maakten. Alles klikte. Hij kon zingen... Het was fijn. Een fijne dag, uur na uur."
Ook producer Bob Johnston is heel tevreden: "Het was heel fijn... George zong niet ...hij speelde alleen gitaar, maar op een paar nummers hoor je hem meezingen ..."

Op de bootlegs Almost Went To See Elvis en Possum Belly Overalls zijn meer dan een uur van deze opnamen te horen.

Na het avondeten wordt het wat serieuzer. Dylan besluit van de aanwezigheid van de uitstekende muzikanten gebruik te maken om enkele nieuwe nummers uit te proberen voor zijn volgende plaat. Dat zijn: 'Sign On The Window', 'If Not For You', 'Time Passes Slowly', 'Working On A Guru' en 'Went To See The Gypsy'.

Officieel wordt de sessie om half twee 's nachts afgesloten, maar er wordt nog tot 10 uur in de ochtend doorgewerkt aan overdubs.

Omdat George geen werkverguning heeft voor de Verenigde Staten kunnen de nummers met zijn bijdrage niet officieel worden uitgebracht op New Morning. Deze versie van 'If Not For You' verschijnt dan ook pas in 1991 op The Bootleg Series, Vol. 1 -3. De andere nummers blijven op de plank.


* * *

Na een onderbreking van een maand wordt op 1 juni de draad terug opgenomen voor vijf verdere sessies voor New Morning. Omdat Dylan slechts een handvol nieuwe nummers klaar heeft, wordt het grootste deel van de sessies opnieuw besteed aan het opnemen van covers. Hij wil blijkbaar het idee van een coversplaat niet opgeven. Voor de begeliding zorgen de gitaristen David Bromberg en Ron Cornelius, plus Al Kooper op orgel, Charlie E Daniels op bas en Russ Kunkel op drums.

De ervaren sessiegitarist Ron Cornelius over de opnamen: "Je hebt geen bladmuziek. In Nashville worden de muzikanten geboekt omdat ze ter plekke kunnen bedenken, niet om te spelen wat er op papier staat. Iedereen creëert zijn bijdrage terwijl de banden draaien. Van iedereen waarmee ik heb gewerkt, ken ik niemand die sympathieker is dan Bob Dylan. Hij behandelde me uitstekend, maar tegelijkertijd besef je door dag na dag met hem om te gaan, dat deze man elke morgen in een andere wereld wakker. Op creatief gebied is dat een goede zaak en door te proberen te raden of door hem te vragen wat hij met die teksten bedoeld tast je in het duister, want hij zal het je toch niet gaan vertellen. Het zou goed kunnen zijn dat hij de waarheid spreekt als hij zegt 'Ik weet het niet, want betekent het voor jou?'"

Behalve 'Ballad Of Ira Hayes' van zijn oude compaan Peter LaFarge dat er in één keer op staat, wordt van elke cover wel een take of vijf-zes opgenomen. Dat zijn de traditionals 'Mary Anne' en 'Sarah Jane', 'Lonesome Me' en 'Alligator Man'.

De volgende dag vinden er nog twee zo'n sessies plaats: een in de namiddag en een in de vooravond.
Zes takes van ' Mr. Bojangles' van Jerry Jeff Walker, opnieuw acht van de traditional 'Mary Anne' en veertien van 'Time Passes Slowly'. Een solo piano versie van 'Spanish Is My Loving Tongue' en een remake van 'If Not For You' staan er in telkens één à twee takes op. Volgens Russ Kunkel waren de eigen nummers bijzaak en werd er vooral aandacht besteedt aan de covers.


'Time Passes Slowly' is een eigen compositie. Het is een van de drie nummers die hij in oktober 1969 heeft geschreven voor het toneelstuk de dichter Archibald MacLeish. De anderen zijn: 'New Morning' en 'Father Of Night' (een bewerking van het Joodse gebed Amidah). Hij heeft er demo's van opgenomen in de Brill Building in New York en ze aan Stewart Ostrow, de producent van het toneelstuk, gegeven. Maar nadat MacLeish de acetates heeft beluisterd liet hij Dylan weten dat ze niet donker genoeg waren. Blijkbaar heeft Dylan beslist ze dan maar zelf te gebruiken.

Op 3 juni zijn er weer twee sessies. Opnieuw met maximaal drie takes per nummer. 'Kingston Town' en 'Lily Of The West' zijn oude songs waarop geen copyright meer rust. 'Long Black Vail' is een gekende country ballade en 'Can't Help Falling In Love With You' van George Weiss is vooral bekend in de versie van Elvis Presley. Het enige eigen nummer is 'One More Weekend'

Tijdens de beide sessies op 4 juni worden de twee andere nummers voor de musical ook op band gezet. De meeste aandacht gaat echter naar een cover van 'Big Yellow Taxi', een nummer van de jonge Canadees zangeres Joni Mitchell. Lead Belly's 'Bring Me A Little Water, Sylvie' en een remake van zijn eigen 'Tomorrow Is A Long Time' (uit 1962) staan er in twee takes op.

Tijdens de laatste opnamedag worden acht takes besteed aan 'What It's All About' (een werktitel voor 'Sign On The Window') en 'Father Of Night' krijgt er zelfs elf.
"Dylan had een zware verkoudheid die week'" vertelt Ron Cornelius."je hoort het goed op 'Sign On The Window'. Dat stukje over 'Brighton girls are like the moon,' waar zijn stem het begeeft. Maar het past bij het nummer."

De rest van de nummers krijgt maximaal vier takes. Dat zijn het merkwaardige 'If Dogs Run Free', een nieuwe poging om 'Went To See The Gypsy' op te nemen, 'Winterlude', een cover van het Sun nummer 'I Forgot To Remember To Forget', 'The Man In Me' en nog eens 'Lily Of The West'.

Bij 'Went To See The Gypsy' speelt Dylan elektrische piano. "Zijn pianospel is vreemd," herneemt Cornelius. "Hij begint met zijn handen aan de uiteinden van het toetsenbord en beweegt dan zo naar het midden toe - iedere keer opnieuw! Te gek, gewoon."

Nog vreemder is het 'If Dogs Run Free', een uniek nummer in Dylan's oeuvre, waarbij Maeretha Stewart scatvocals brengt terwijl Al Kooper jazz speelt op de piano.

De nieuwe nummers zijn het gevolg van zijn beslissing om de nummers van de musical voor zichzelf te houden. Door deze nummers te spelen kreeg hij blijkbaar weer zin om te schrijven.

* * *

Vier dagen na de laatste opname aanvaardt Dylan een eredoctoraat in muziek aan de universiteit van Princeton. David Crosby is er bij aanwezig.
"Ik meen dat we bij John Hammond thuis waren. Sara wou dat hij naar de universiteit van Princeton ging, waar hij dat eredoctoraat zou krijgen. Bob had geen zin. Ik zei, 'Kom aan , Bob, het is een hele eer!' Sara en ik bewerkten hem een hele tijd. Uiteindelijk ging hij akkoord.
Mijn auto stond buiten - een grote limousine. Dat stond hem natuurlijk weer niet aan. We rookten wat onderweg en ik merkte dat Dylan behoorlijk paranoïde werd. Toen we in Princeton aankwamen, brachten ze ons naar een kamertje waar ze Bob vroegen om een cape aan te trekken en zo'n hoedje op te zetten. Hij weigerde gewoonweg, maar ze zeiden dat hij zijn onderscheiding niet kreeg als hij dat niet droeg. Dylan antwoordde: 'Prima. Ik moest het zo al niet hebben.' Uiteindelijk overtuigden we hem dat toch aan te trekken."
Tot zijn grote woede wordt hij er aangekondigd als "de authentieke spreekstem van het verstoorde en verontruste geweten van een Jong Amerika."  - een titel die hij absoluut van zich wil afschudden.

* * *

Aan het einde van de maand wordt een hele dag besteed aan het proberen om een nieuwe versie op te nemen van 'Blowin' In Th Wind'. Waarom?

Ondertussen wordt er getracht een plaat samen te stellen uit de opgenomen nummers. Het is niet echt dringend, want Selfportrait licht zelfs nog niet in de winkels.

Een vroege versie van New Morning ziet er zo uit:
 
Kant 1:
Ballad Of Ira Hayes
Mr. Bojangles
One More Weekend 
Tomorrow Is A Long Time 
New Morning

Kant 2:
If Dogs Run Free
Sign On The Window
The Man In Me
Father Of Night

* * *

Dylan vindt het niet goed genoeg. Bob Johnston wordt aan de kant geschoven en Al Kooper stelt dan voor een aantal tracks te bewerken met overdubs.
In latere interviews beweert Kooper dat hij de leiding over de sessies had, maar Bob Johnston ontkent dat ten stelligste. "Wat een onzin! Ik was het die met Charlie Daniels aankwam en met George Harrison, die meespelen op die plaat. Als hij "onofficieel producer" was van die opnamen, dan was ik de onofficiële producer van de Rolling Stones, of Pink Floyd!"

In ieder geval wordt er in juli nogal wat tijd besteed aan mixen en hermixen van de opnamen.

Op 13 juli worden in de ochtend strijkers en orgel toegevoegd aan 'New Morning' en in de namiddag strijkers en blazers voor 'What's It All About'.

Tien dagen later vindt nog een experimentele overdub sessie plaats, waarbij opnieuw enkele nummers meer worden ingekleed. Charlie McCoy voegt bas toe en Norman K. Spicher, Lloyd Green en Charlie E. Daniels spleen gitaren en dobro.
De nummers zijn 'Went To See The Gypsy', 'Spanish Is The Loving Tongue', 'If Not For You' en 'Sign On The Window'.

Toch bestaat er een band met daarop "Al's Mix":

Kant 1:
The Man In Me  
Winterlude  
Mary Anne  
One More Weekend 

Kant 2: 
Mr. Bojangles 
Tomorrow's A Long Time
Three Angels
Ballad Of Ira Hayes
If Dogs Run Free.

Een duidelijk teken dat Kooper bezig was met het samenstellen van de plaat. Ook deze versie is een mengeling van covers en eigen werk.

Volgens Al Kooper, raakte hij het niet eens met Bob Dylan over de arrangementen. Die is dan ook niet tevreden. Kooper vertelt er later over: "Toen ik klaar was met die plaat, wou ik hem nooit meer zien. Het stond mij absoluut niet aan [hoe moeilijk het allemaal was]. Hij veranderde alle vijf minuten van gedachte. Ik moest daardoor het werk doen aan drie platen. ... We waren akkoord over één kant van de plaat en we maakten een master ervan en dan zei hij, 'Nee, nee, nee. Dat wil ik niet.' En dan, 'Nee, laat ons dit zo opnemen...' Er was een schitterende versie van 'Went to see The Gypsy'... Het was voor het eerst dat ik een arrangement kon uitwerken en dat hij dat dan kon inzingen. Het was zo goed.. en dan deed hij net alsof hij niet begreep wanneer hij moest zingen."

Een aantal van deze nummers in "Kooper's arrangementen" zijn einde jaren negentig opgedoken op The Genuine Bootleg Series. Dat is een alternatief carrièreoverzicht door bootleggers samengesteld met uitsluitend onuitgebrachte nummers en interessante live versies. Er zijn drie delen van telkens drie cd's.

* * *

In de zomer van 1970 brengen Bob en Sara een bezoek aan Israël. Wanneer ze terug zijn van hun vakantie heeft Dylan nog steeds niet kunnen kiezen tussen de twee versies van 'If Not For You' en 'Time Passes Slowly'. Dus besluit hij ze allebei opnieuw op te nemen. Dat gebeurt op 12 augustus.

Hij maakt van de gelegenheid gebruik om ook één nieuw nummer op band te zetten over zijn recente doctoraatstitel: 'Day Of the Locust'. Een verwijzing naar de krekels die tijdens de ceremonie tsjirpten.

Uiteindelijk heeft hij nu genoeg eigen nummers om een hele plaat met allemaal eigen nummers samen te stellen. Alle nieuwe opnamen worden aan het begin geplaatst.


* * *

Daardoor ligt er op 21 oktober 1970, amper vier maanden na Self Portrait alweer een nieuwe lp in de winkel. En opnieuw is er gekozen voor een suggestieve titel:  New Morning.
Er staan fraaie songs op - de titelsong en 'If Not For You' - en nogal wat jazzy probeersels. De plaat krijgt een redelijk warm onthaal van pers en publiek en wordt opgevat als een spijtbetuiging voor Self Portrait. Dylan ontkent dat echter: "Ik heb nooit gedacht, 'Och God, zij houden er niet van, laat ik maar snel een andere maken'. Zo is het niet gegaan. Het was gewoon toeval dat de ene uitkwam en dat ik aan de volgende zo snel al bezig was. Selfportait zat er gewoon al een jaar lang aan te komen. We waren aan New Morning aan het werken terwijl Selfportait werd samen gesteld."

De LP komt op 14 november 1970 de Billboard-albumlijst binnen. Hij haalt de zevende plaats in de US en gaf hem zijn zesde nummer 1 plaat in Engeland.

* * *

Dylan denkt er over om opnieuw op tournee te gaan, met een kleine groep van drie of vier mensen: Al Kooper, Harvey Brooks... "We praten wat over optreden, maar het kwam er niet echt van. We hebben zelfs wat gerepeteerd, in een studio in Houston Street, waar hij veel schilderde... We hebben een paar verschillende combinaties van muzikanten geprobeerd, maar het klikte niet."


Uiteindelijk besluit Dylan dat het nog niet het moment is, zeker omdat Sara opnieuw  verwachting is.

In maart 1971 brengt de platenmaatschappij 'If Not For You'/'New Morning' uit als single. Een cover van Olivia Newton-John doet het in Engeland opmerkelijk beter dan Dylans eigen versie. Haar single bereikt er de zevende plaats.

En George Harrison bracht een eigen versie van 'If Not For You' uit op zijn All Things Must Pass. Op dat driedubbel-album staat daarnaast ook een nummer dat hij samen met Bob Dylan heeft geschreven: 'I'd Have You Anytime'.

Een groot aantal van de covers, opgenomen tijdens deze sessies zullen in november 1973 worden uitgebracht op de LP Dylan. Maar daar komen we op terug bij het verhaal achter Planet Waves.

De prachtige solo versie van 'Spanish Is My Loving Tongue' van Charles Badger Clark wordt in 1971 op een single uitgebracht.

En mocht je je afvragen hoe het de musical van Archibald MacLeish vergaan is, zonder de muziek van Dylan. Die is op 6 mei 1971 in première gegaan, op Broadway in het St. James Theater onder de titel Scratch en, merkt Bob Dylan fijntjes op in zijn Kronieken "... sloot twee dagen later op 8 mei."
 

15-10-07

Bob Dylan: Selfportrait

SELFPORTRAIT


decoration

Amper twee maanden na zijn laatste sessie en goed twee weken nadat Nashville Skyline is uitgebracht staat Dylan op 24 april 1969 al terug in de Columbia Recording Studios in Nashville, Tennessee, om nog meer country nummers op te nemen. Omdat zijn muse hem in de steek heeft gelaten wil hij nummers van anderen opnemen. Clive Davis, de grote baas van zijn platenmaatschappij: “Bob had mijn gedacht gevraagd over het concept. Niet dat mijn mening hem van het gedacht zou afbrengen, maar ik wist dat hij moeite had met het schrijven van eigen materiaal… dus moedigde ik hem aan.”

 

Dezelfde groep studiomuzikanten van het A-team zijn weer opgetrommeld: pianist Bob Wilson, gitarist Charlie Daniels, steel gitarist Peter Drake en de ritmesectie bestaande uit bassist Charlie McCoy en drummer Kenneth Buttrey.

Bob Johnston is weer producer.

 

“Dylan kwam binnen en vroeg, ‘Wat denk je ervan om wat nummers van anderen op te nemen?’” vertelt Johnston. “Wanneer hij me vraagt, ‘Wat denk je?’ zeg ik altijd, ‘Maakt het iets uit wat ik denk?’ Ik dacht dat het een goed idee was om nummers van anderen te coveren, als dat was wat hij wou doen. Hij kwam naar de studio met oude boeken en bijbels en begon aan de opnamen.”

Ze beginnen met een eigen compositie: het speelse 'Living The Blues'. In een tweede sessie volgt een cover van 'Spanish Is The Loving Tongue' van Charles Badger Clark. Dat nummer werd eerder ook al eens opgenomen tijdens de Basement Tapes opgenomen. Voor deze sessie komt Fred F. Carter Jr. als extra gitarist meedoen.

 

Twee dagen later nemen ze nog meer covers op, tijdens weer twee sessies van 18 tot 21 en van 22 tot 1 uur 's nachts: 'Take Me As I Am' van Boudleaux Bryant, 'A Fool Such As I' van Bill Trader, 'I Forgot More Than You'll Ever Know' van Cecil A. Null en zelfs 'Let It Be Me' van Gilbert Becaud.

 

Maar waar Dylan altijd erg goed nummers van anderen naar zijn hand wist te zetten, scheen dat deze keer niet te lukken. Dat is nog het best te merken aan de versies van de twee nummers die hij eerder ook al met The Band had opgenomen in Big Pink, tijdens de Basement Tapes sessies. Zowel de interpretatie van 'Spanish Is The Loving Tongue' als die van 'A Fool Such As I' lijken slechts karikaturen van wat hij toen uit deze nummers haalde.

 

* * *

 

Ter promotie van Nashville Skyline doet Dylan op aan de opnamen van de Johnny Cash Show. De opname vindt op 1 mei plaats in het Ryman Auditorium in Nashville. De plaats van de beroemde Grand Ole Opry concerten.

Johnny Cash: “Ik denk dat Bob Dylan schrik had of zelfs wat beschaamd was. Hij is erg verlegen. Ik begrijp dat. Toen we gingen repeteren hadden ze een oude schuur achter hem opgehangen, aan kabels, om het er wat landelijk te laten uitzien. Hij was er helemaal van ondersteboven. ‘Ze gaan me uitlachen! Mijn fans lachen me in het gezicht uit met zo’n ding!’

 

Ik vroeg hem, ‘Wat zou je willen?’ Hij antwoordde: ‘Laat ze dat ding weghalen. Laat me gewoon mijn ding doen.’ Geen probleem, zei ik, dat komt in orde.“

Dylan zingt er eerst twee nummers solo. Eerst zijn recente single, 'I Threw It All Away' en daarna 'Living The Blues' – gepland als de volgende single. Hij sluit af met 'Girl Of The North Country' als een duet met zijn gastheer. Ze worden begeleid door dezelfde groep muzikanten als tijdens de studio opnamen. Het programma wordt uitgezonden op 7 juni door ABC-TV.

 

Na de opnamen gaan ze terug naar het huis van Cash. Volgens de Man in Black waren de bekende bluegrass banjospeler Earl Scruggs, Bob Johnston en country songwriter Boudleaux Bryant uitgenodigd. Volgens Dylan waren ook nog Harlan Howard, Mickey Newberry en Joe en Janette Carter er bij.

 

Maar Graham Nash herinnert zich ook een etentje bij Cash, waar hij aanwezig was samen met zijn toenmalige vriendin Joni Mitchell, Kris Kristofferson en Eddy Arnold. Waarschijnlijk was dat hetzelfde diner.

 

In ieder geval, na het diner wordt een akoestische gitaar bovengehaald, waar ieder om een beurt een nummer op speelt. Nash meent dat Dylan vier of vijf nummers bracht en hij vertelt dat bij Sara de tranen over de wangen liepen van de emoties.

Cash herinnert zich dat Dylan koos voor het oude ‘These Working Hands’.

 

Op 3 mei vindt een laatste sessies plaats met coveropnamen. Nog een nummer van de Bryants, 'Take A Message To Mary' en de klassieker 'Blue Moon' plus nog twee nummers slappe versies van Johnny Cash songs ('Ring Of Fire' en 'Folsom Prison Blues') worden op band worden gezet.

 

In totaal heeft hij nu elf nummers opgenomen, genoeg voor een tweede (opnieuw erg korte) country LP. Het zijn praktisch allemaal nummers die hij kent uit zijn jeugd: The Everly Brothers, Johnny Cash en Elvis.

 

Maar de platenmaatschappij is niet tevreden over de banden die Johnston hen laat horen. De plaat gaat de kast in en zelfs 'Living The Blues' wordt niet als volgende single uitgebracht, zoals gepland. In plaats daarvan wordt gekozen voor 'Lay Lady Lay' - zeer tegen de zin van de zanger in. Nochtans scheert de single die zomer overal hoge toppen.

 

* * *

 

Dylan heeft niet veel zin om nog een zomer door te brengen in Woodstock. Niet alleen raakt de watervoorraad er op wanneer het lang droog blijft. Erger zijn de vele toeristen die er speciaal naar toe trekken om hem te komen opzoeken. Ze betekenen een voortdurend overlast voor hem en zijn buren. Ze dringen zelfs zijn huis binnen.

Dylan heeft dan ook veel van zijn vrije tijd in Nashville doorgebracht met het kijken naar huizen.

 

Waneer hij daar niet meteen iets geschikt vindt, besluit hij onder te duiken op Fire Island. voor de kust van Long Island. Hij huurt er een huis in Bay Berry Dunes. Uit de eerste twee strofen van ‘Sara’ op Desire blijkt dat de familie er idyllische tijden beleeft.

Wanneer ze geen wandelingen maken langs het strand of picknicken in de duinen, gaat Bob wat jammen met een vriend, David Amram. Na een tijdje komen ook andere mensen langs. Ieder die zin heeft mag meespelen. Op een dag komen er twee jonge kerels langs, maar na een kwartiertje leggen ze hun instrumenten neer en lopen het water in. Achteraf blijkt dat ze dachten dat ze aan het hallucineren waren en dat wat afkoeling hun goed zou doen. Ze konden toch niet echt met Bob Dylan aan het spelen zijn!

 

* * *

 

Op 13 augustus stappen Bob en Sara aan boord van het luxeschip de Queen Elisabeth II om de oceaan over te steken. Ze nemen hun twee oudste kinderen, Maria en Jesse mee. Bob gaat in Engeland optreden tijdens een festivalletje op het eiland Wight.

 

De organisatoren, twee broers Ray en Ron Foulk, hebben vorig jaar met 10 000 mensen een eerste succes geboekt. Deze keer hebben ze hun maatstaven wat hoger gelegd en gaan ineens voor de top. Ze hebben een brochure laten drukken, waarin de kwaliteiten van het Isle of Wight als een vakantieoord wordt benadrukt. Bovendien hebben ze ook nog eens een filmpje laten maken. Een van de broers gebruikt de laatste winst om de folder en het filmpje persoonlijk te gaan afgeven bij Dylan thuis. Dylan krijgt twee weken vakantie aangeboden, met alles er op en eraan, plus $60,000. Het zal een kleinschalig, intiem festival worden op een pittoresk eilandje, zo legt hij uit. Het optreden van Dylan is gepland als hoogtepunt op de zondagavond. Hij zal worden begeleid door The Band, die daarnaast ook een eigen set spelen.

Sara ziet zo'n uitstapje wel zitten. Alles is beter dan in  Woodstock te blijven. 

 

Huisvader Dylan heeft nog een andere reden om op de uitnodiging in te gaan: op 15 augustus begint in Bethel het driedaagse Woodstock festival. Dylan ziet de invasie van hordes bloemenkinderen in zijn domein met angst en beven tegemoet. Altijd het meest op zijn gemak in kleine kring, heeft hij meer dan genoeg van de miljoenenkoppige Woodstockgeneratie en hun adoratie. Hij wil alles doen om het festival te ontlopen, zelfs optreden aan de overkant van de oceaan.

 

De organisatoren van Woodstock, Mike Lang en John Roberts, hadden nochtans het festival zo kort mogelijk bij Dylan huis willen houden, in de hoop dat ze hem daarmee uit zijn isolement zouden kunnen lokken. Maar het gemeentebestuur van het stadje zag dat allemaal niet zitten en daarom werd uitgeweken naar het terrein van een boer, Max Yasgur, zo'n 60 mijl verderop, bij het dorpje Bethel.

 

Om alvast te testen of een groot publiek iets voor hem is, is Dylan, onder het pseudoniem "Elmer Johnson", op 14 juli, voor enkele bisnummers te gast bij het concert van The Band tijdens het Mississippi River Festival aan de universiteit van Edwardsville in Illinois. Ze brengen er Woody Guthries 'Ain't Got No Home', Leadbellys 'In The Pines' en 'Slippin' and Slidin' van Little Richards.

 

Achteraf zegt hij tegen Amram: “Er waren zo’n 30 000 mensen en ze waren me niet vergeten… Dat deed deugd… Het is goed om terug hier te zijn, op het strand, met die stilte.”

 

* * *

 

Maar we hadden Bob en zijn familie even achtergelaten aan boord van de Queen Elisabeth II, klaar om te vertrekken naar Engeland. Er is echter iets fout gelopen bij het inschepen: pas aan boord is de vier jaar oude Jesse met zijn hoofd ergens tegen aangelopen. Hij is bewusteloos en moet snel naar de spoedafdeling worden gebracht. De dokter zegt dat hij best twee dagen ter observatie moet worden opgenomen. De boot vertrekt zonder de familie Dylan.

De Britse pers meldt dat Bob Dylan niet komt en de ticketverkoop voor het festival van het Isle of Wight valt compleet stil.

 

* * *

 

Op 26 augustus  - twaalf dagen later dan gepland - arriveert Bob Dylan dan toch met Sara en de kinderen op Heathrow Airport. Bij hen zijn ook nog de journalist Al Aronowitz, die optreedt als Dylans roadmanager en Grossmans vennoot Bert Block, met vrouw en dochter.

 

Van Portsmouth worden ze met de Hovercraft naar het eiland Wight gebracht, waar ze verblijven in Foreland Farms. Het 16de eeuwse herenhuis is volledig omgeven door een hoge muur. Daarbinnen zijn er tuinen, een zwembad, tennisvelden en een schuur ingericht als repetitieruimte.

The Band met hun road manager Jonathan Taplin worden ondergebracht in een klein hotelletje aan de kust.

 

Ondertussen zijn er allerhande geruchten ontstaan. Zo wordt er gefluisterd dat Bob wel drie uur zal optreden en dat hij een supersessie zal doen met leden van The Beatles en the Rolling Stones.

Bob en Sara gaan Osborne House bezoeken. Dat is het buitenverlijf waar Queen Victoria haar zomers doorbracht met haar elf kinderen.

Drie dagen voor het concert arriveert Beatleshulpje Mal Evans met een Daimler limousine in Foreland Farms. De journalist Al Aronowitz heeft hem uitgenodigd om hem te helpen om een persconferentie te organizeren voor Bob Dylan.

Op de vraag waarom hij hier wel wilt optreden, antwoordt Dylan: "Ik wou het huis van Alfred Lord Tennyson bezoeken."

 

Ook George Harrison en zijn vrouw Patti komen Bob Dylan bezoeken. Aronowitz heeft hun gevraagd om ook wat "rookwaren" mee te brengen. "George kwam een dag later aan, helemaal van Portsmouth, in zijn blauwe Italiaanse sportwagen. Die, grapte hij, meer had gekost dan een huis! Natuurlijk was hij met de ferry de Solent overgstoken. George dacht dat het veiliger was om Ringos marihuana voorraadje zo te transporteren voor Bob, The Band en mij.

George bracht ook een kopie mee van de LP Abbey Road (die toen nog niet uit was). We speelden hem door de boxen in de repetitieschuur. Het publiek bestond uit Robbie Robertson en The Band plus Dylan en ikzelf. Hoewel ik behoorlijk ondersteboven was, reageerden de anderen erg koeltjes. In feite, als ze iets lieten merken, was het vooral jaloezie!

 

Mal, George en Pattie bleven bij ons overnachten in de Forelands Farm om Bobs optreden de zondag avond mee te maken.”

“Ik kwam op een dag door de zitruimte, " herinnert organisator Ray Foulk zich, "en Dylan en Harrison zaten daar op de zetel ‘All I Have To Do Is Dream’ van The Everly Brothers te zingen. Het klonk ongelofelijk…precies de Everlys.”

De conciërge, Judy Lewis herinnert zich vooral dat Dylan haar gebak lekker vond: appeltaart met zwarte bessen, appelflappen en vruchtcakes. "Sara zat hem voortdurend op zijn kop over zijn dieet. Ik moest voortdurend kopjes thee aanslepen voor hem en George. George bewonderde hem, maar ik had de indruk dat Dylan niet graag had dat Harrison voortdurend wilde spelen.”

 

Op 31 augustus arriveren nog meer Beatles op het eiland Wight. Paul kan niet komen, omdat Linda net bevallen is. Ringo en Maureen zouden Elizabeth Taylor meebrengen, maar uiteindelijk blijken ze John en Yoko bij te hebben. Ze landen zondagnamiddag met een helikopter op het erf van de boerderij. John en Yoko worden natuurlijk - zoals dat toen hun gewoonte was - gevolgd door een cameraploeg, die elke beweging van het koppel vast moet leggen.

De Lennons hadden duizenden pamfletten laten drukken die ze uit de helikopter wilden strooien boven het festivalterrein. De piloot weigerde dat en dus hadden ze honderden witte ballons laten opblazen door het personeel van Apple. Tot iemand opmerkte dat ze die opgeblazen ballonnen niet in de helikopter kregen!

Bob nodigt The Beatles uit tot een spelletje tennis. Natuurlijk speelt John met Bob, tegen Ringo en George.

 

Hoewel Aronowitz niets meldt over een jamsessie meent de promotor zich er toch een te herinneren.

 

Rikki Farr: “We hadden geprobeerd The Beatles te overtuigen om te komen optreden, maar dat ging niet door. Er was wel een spontane jamsessie in de namiddag. Op de scène stond de ongelofelijkste supergroep ooit: Dylan, The Beatles, Eric Clapton, Jackie Lomax…. Ginger Baker kwam van het drummerskrukje en Ringo kwam in zijn plaats. Eric Clapton speelde een solo en dan nam George Harrison de volgende. Verbluffend!"

 

Omstreeks half zes worden Bob en Sara, Ringo, Maureen en Al Aronowitz in een busje naar het festivalterrein in Woodside Bay gebracht.

Door problemen met de klankinstallatie kan The Band pas met anderhalf uur vertraging het podium op. Dylan’s optreden begint daardoor ook veel later dan gepland.

 

Bij zijn opkomst om elf uur ’s avonds, wordt Dylan verwachtingsvol aangestaard door de 200 000 op elkaar geplakte jongeren. Op de eerste rij wachten George en Patti, Ringo en Maureen, John en Yoko, Neil Aspinall en Mal Evans om getuige te zijn van het eerste optreden van Bob Dylan in Engeland sinds 1965.

 

Omdat hij geen instrumenten heeft meegebracht heeft George hem zijn akoestische gitaar geleend. Van zijn stuk gebracht door de massa – hij heeft nog nooit voor zoveel mensen gestaan – worstelt Dylan zich door de eerste nummers, 'She Belongs To Me'  en 'I Threw It All Away' heen. Maar het klikt niet tussen de gretige meute en de onwennige artiest. Alleen al door zijn uiterlijk: Dylan draagt een hagelwit herenkostuum en heeft een oud-christelijk ringbaardje laten staan. Bovendien zingt hij in zijn zalvende Nashville Skyline-stem.

De rest van de set brengt hij een mengeling van recente nummers als 'I Dreamed I Saw St. Augustine' en 'Lay Lady Lay', met oudere als 'Maggie's Farm' en 'To Ramona'. Er zitten zelfs een paar unieke nummers bij die hij nooit nadien nooit meer heeft gebracht. Eerst de Britse traditional 'Wild Mountain Thyme' en als bisnummer, 'Minstrel Boy'.

  decoration
 

Het concert wordt opgenomen voor een mogelijke live plaat.

Na zeventien nummers is het plots gedaan. Er overheerst wederzijdse teleurstelling. Het publiek had op veel meer gehoopt en Dylan op veel minder publiek. Bovendien had hij zich serieus opgewonden over het veel te lange wachten. Hij had gedaan wat hij moest doen en werd uitgejouwd als dank.

Na afloop van het optreden vliegt het hele gezelschap per helikopter naar Georges huis in Tittenhurst Park, waar Bob en Sara blijven overnachten. De volgende middag brengt George hen naar Heathrow Airport, met zijn Mercedes.

Bij zijn aankomst in New York laat Dylan de pers weten dat dit zijn laatste bezoek is geweest aan Engeland: “Ze doen daar veel te gewichtig over liedjeszangers.”

 

* * *

 

Op zoek naar rust en inspiratie verhuist Dylan die winter met zijn gezin naar New York. Het eens zo landelijke en rustige Woodstock is de laatste tijd overwoekerd met dagjesmensen en toeristen. Maar ook in de stad zijn de tijden veranderd. De artistieke enclave Greenwich Village is een toeristische attractie geworden voor jonge hippies. “Terug kijkend was het geen goed idee,” meent Dylan in ’84. “Maar er was een huis te koop in MacDougal Street en ik herinnerde me dat als een aangename plaats. Dus kocht ik het huis, ongezien. Maar het was niet meer hetzelfde. De Woodstockgeneratie had het daar ook al voor het zeggen.”

Op het eerste gezicht heeft het huis nochtans zijn voordelen: er is een ommuurde tuin, alleen toegankelijk voor de bewoners van het pand. De kinderen kunnen re dus rustig buiten spelen. En de plaatselijke school staat goed aangeschreven.

 

* * *

 

In interview met Ed Ward voor Rolling Stone, vertelt Roger McGuinn dat er plannen waren om The Byrds en Bob Dylan samen een plaat te laten opnemen. "Clive Davis, de grote baas van Columbia, belde me op met de vraag of ik een plaat met Dylan wou opnemen. Daar wou ik graag aan meewerken.

 

Dus belde ik Dylan. Hij was op de hoogte van het voorstel en ik vroeg of hij ideeën had. Maar hij zei dat hij er zelf nog niet over had nagedacht. "Misschien dat jij wat oud material kunt meebrengen? Dan doe ik dat ook en dan komt het wel in orde." Ik vroeg hem of hij misschien wat nummers had liggen die hij zelf niet op zou nemen, maar hij zei dat het schrijven niet wou vlotten tegenwoordig. Ik zei dat we allemaal dik en lui werden en we lachten er om."

 

We vertrokken naar New York, want we moesten er sowieso al zijn om paar optredens  te spelen. Maar maandag hadden we nog altijd niets gehoord. Rond de middag namen de de jongens het vliegtuig en een uur later belde iemand van de platenmaatschappij om te zeggen dat we om half drie verwacht werden in de studio. Ik legde haar de toestand uit. Zij belde naar Dylan en die was er niet over te spreken dat we niet braafjes op een telefoontje hadden zitten wachten.

Het bleek dat er iemand naar het optreden had moeten komen om de zaak te regelen, maar die was niet komen opdagen. Maar ik denk dat het gewoon een vuil spelletje was. Wij hadden Bob Johnston als producer de laan uitgestuurd. Hij had ons 12 uur op voorhand moeten verwittigen - dat is vastgelegd door de vakbond. Hij heeft het met opzet gedaan."

 

* * *

 

Na een onderbreking van tien maanden duikt Dylan weer de studio in, op 3 maart 1970. Voor het eerst sinds 1965 kiest hij er voor om terug op te nemen in New York City. In de Columbia Recording Studios hebben ze ondertussen 16-sporen apparatuur geïnstalleerd. Bob Johnston is nog steeds producer.

De klemtoon is verschoven van country naar roots nummers. Maar het blijven voornamelijk covers die Dylan opneemt met zijn favoriete muzikanten: Al Kooper en  David Bromberg, plus fiddlespeler Emanuel Green. Het opvallendst is dat hij oude krassende stem terug gebruikt. Weg is het zalvende geluid van de country platen.

 

Tijdens de sessie in de namiddag van 14:30 tot 18:30 wordt er eerst geprobeerd een fatsoenlijke opname van 'Pretty Saro' op band te zetten. Wanneer dat niet lukt wordt er van het ene na het andere nummer gesprongen. Aan de meeste wordt zelfs geen tweede take besteedt. Alsof hij aan de muzikanten duidelijk wil maken: het lukt in één keer, of we vergeten het maar. Dylan zingt uiterst losjes en klinkt soms alsof hij een slok teveel op heeft.

 

Toch zullen een aantal van deze nummers, weliswaar met een pak overdubs, worden geselecteerd voor Self Portrait. Van deze sessie zijn dat twee versies van het aloude 'Little Sadie', het prachtige 'Belle Isle' en 'Copper Kettle', 'It Hurts Me Too' (eigenlijk ‘When Things Go Wrong With You’ van Big Bill Broonzy) en een godsalmachtig slechte versie van Paul Simons 'The Boxer' waarop Bob probeert met zichzelf in duet te gaan. Misschien koos hij voor dit nummer omdat het gerucht liep dat het over hem ging?

 

De volgende dag vinden er weer drie sessies plaats volgens hetzelfde patroon, tussen 14:30 en 2:30. 'Went To See The Gypsy' en een cover van 'Thirsty Boots' van Eric Andersen krijgen elk een vijftal pogingen en alle volgende nummers staan er in één take op. Dylans ene eigen compositie is een verslag over een bezoek aan Graceland, in een poging om Elvis te ontmoeten.

 

Mogelijk worden er daarna telkens overdubs toegevoegd op de beschikbare sporen. Zo zijn Alvin Rogers (drums) en Stu Woods (bas) toegevoegd in een ander handschrift aan de opnamebladen van 'Days of '49' en 'The Boxer'. Versies van 'Railroad Bill' en 'House Carpenter' blijven ongebruikt, maar een cover van 'Early Morning Rain' van Gordon Lightfoot en het instrumentale 'Wigwam' worden goed genoeg bevonden.

 

Op 5 maart is er slechts één sessie, van 16:30 tot 20:00. Daarbij zijn er voor het eerst tijdens een sessie van Bob Dylan, een aantal backing zangeressen ingehuurd - maar niet voor het laatst. Verder is er ook een ritmesessie aanwezig: drummer Alvin Rogers en bassist Stu Woods.

De meeste aandacht gaat naar 'Alberta', 'My Previous Life' en  'Time Passes Slowly'. 'Gotta Travel On' van zijn oude maat Paul Clayton kent hij al heel lang en dat staat er dan ook in één keer op. Het laatste nummer van die dag is 'All The Tired Horses', waarvan de volledige tekst luidt: "All the tired horses in the sun/How am I supposed to get any riding done?' Of is het "writing'?

 

Er is genoeg materiaal opgenomen voor een album: maar liefst 26 verschillende nummers. Maar nadat hij de banden heeft nog eens in alle rust heeft beluisterd, ziet Dylan af van het idee van een folk-covers album. Hij laat Bob Johnston de banden meenemen naar Nashville om ze er uitgebreid te laten bewerken met overdubs. Zelf blijft hij in New York.

 

Het overdubben begint al op 11 maart. De muzikanten reageren verbaasd op wat ze te horen krijgen. “Dylan stuurde de banden naar hier met de opdracht dat we gewoon er over moesten opnemen, wat er al op stond..." vertelt Charlie McCoy die gitaarpartijen moet inspelen op 'Days Of '49', 'Little Sadie', 'Alberta' en 'All The Tired Horses'.

"Het waren meestal nummers van anderen en het leek alsof hij er mee aan het experimenteren was. De tempo’s waren niet altijd even vast en hij speelde ook niet altijd zuiver op zijn gitaar…. Ik had de indruk… dat hij zomaar wat bij elkaar had gegooid.” 

Drummer Ken Buttrey: “Charlie McCoy had zijn werk gedaan en dan kwam ik de studio in, terwijl hij stond in te pakken…. En hij zei: ‘Dit ga je nooit geloven.”

Na hem volgt ook nog bassist Bob L. Moore.

Ook de volgende twee dagen doen de studiomuzikanten hun best om te redden wat ze kunnen.

Na het weekend wordt eerst nog met een beperkte groep muzikanten nieuwe backing tracks opgenomen voor 'Early Morning Rain' en 'Woogie Boogie'. 

Maar dan worden alle registers open getrokken. Tijdens een bijna zes uur durende sessie worden onder leiding van de arrangeur Bill Walker blazers en strijkers toegevoegd aan 'Copper Kettle', 'Belle Isle' en 'All The Tired Horses'. Ook zijn er opnieuw drie zangeressen ingehuurd voor nog meer backing vocals.

 

Twee weken later worden er, op 26 en 27 maart, nog meer blazers en backing vocals toegevoegd aan een aantal tracks in een studio in Hollywood. Bob Johnston kijkt goedkeurend toe.

 

Maar het resultaat is nog niet naar zijn tevredenheid, want hij keert terug naar Nashville voor nog meer overdubs: sax en gitaar. Zo zijn er op 2 april twee sessies van elk drie uur voor 'The Boxer'. Had Dylan zelf maar zoveel tijd gestoken in zijn zang!

 

* * *

 

Wanneer de banden terug wordt een LP samengesteld. Maar voor de tweede keer op rij is Clive Davis niet onder de indruk.

 

Dylan besluit dan maar er een soort “eigen bootleg” van te maken, naar het voorbeeld van Great White Wonder - de allereerste rock bootlegplaat. Die zogenaamde “witte plaat” van Bob Dylan werd in de zomer van 1969 verkocht op universiteitscampussen en tweedehands zaken. Er staan nummers van de "hotel tape" uit '61, een radio programma uit ’62, wat nummers van de Basement Tapes en ‘Living The Blues’ van de Johnny Cash Show.

De kwaliteit is niet schitterend en er staat geen informatie op de witte kartonnen hoes, maar dat draagt allemaal bij tot de mysterieuze aantrekkingskracht. Op 20 september werd de plaat zelfs in Rolling Stone besproken.

 

Dylan besloot dus dat voorbeeld te volgen: een paar nummer van zijn onuitgebracht country covers album, een pak nummers van de recentere opnamen in New York en, waarom ook niet…. wat live opnamen van het concert in Wight. 

En dan moet er nog een hoes rond en een titel. “Het was uiteindelijk een concept-LP geworden met een titel die alle kanten uitkon: Selfportrait…. Het was nooit mijn bedoeling om mezelf te schilderen.”

 

Self Portrait wordt op 8 juni 1970 uitgebracht: een dubbel-lp, met een naïef-expressionistich zelfportrait op de hoes. De reacties liegen er niet om: “Wat is dit voor gelul?” vraagt de vooraanstaande rockcriticus Greil Marcus zich in Rolling Stone af. Een goede vraag. Het vierentwintig liedjes lange zelfportret bestaat uit slappe covers van evergreens als ‘Let It Be Me’, ‘Blue Moon’, ‘Take A Message To Mary’ en ‘The Boxer’.

Dylan zal het album later uitleggen als een bewuste poging zijn fans te schofferen. “Ik wilde iets maken waar de mensen niets mee konden, zodat ze naar iemand anders zouden lopen,” zegt hij tien jaar later in datzelfde Rolling Stone. 

Maar waarom een dubbel-lp? “Als je dan toch een hoop flauwekul gaat maken, kun je het net zo goed zo hoog mogelijk opstapelen.“

Maar bij die kul zit ook een aantal nummers waarop Dylan wel min of meer zijn best doet, en die erop wijzen dat hij er niet alléén maar op uit was om zijn aanhang te bruuskeren.

Johnston blijft de plaat verdedigen: “Ik hield van die plaat, maar natuurlijk werd het neergesabeld. Maar luister er eens naar. Niet zo van, ‘Dit is de nieuwe plaat van Dylan.’ Luister gewoon naar wat er te beleven valt. Het is een schitterende plaat.”

En ook het publiek schijnt het wel te lusten: Self Portret komt op 4 juli '70 de Billboard-albumlijst binnen en bereikt even later de vierde plaats.

 

07-10-07

Bob Dylan: Nashville Skyline

Nashville Sklyline

 decoration

In de lente van 1968 lijkt de wereld wel in brand te staan. In Europa komen overal studenten op straat. In Noord Amerika zijn er zijn rellen in zwarte getto's en demonstraties tegen de oorlog in Vietnam.
Maar Bob Dylan, de vroegere leider van de tegencultuur, valt nergens te bespeuren. In zijn Kronieken legt hij uit: "Ik had vastbesloten me daar zo ver mogelijk vandaan te houden. Ik had nu een gezin en voelde er niets voor om op dat groepsportret te staan." Hij doelt op de vermoorde leiders: Martin Luther King en Robert Kennedy...
Dus wordt het opnieuw stil rond Dylan na John Wesley Harding.

* * *

Op 5 juni 1968 overlijdt Bobs vader Abraham Zimmerman plots aan een hartaanval. Hij was pas 56.
De zanger vliegt alleen naar Hibbing om de begrafenis bij te wonen. Hij maakt een volwassen, bijna ouwelijke indruk op zijn familie. Precies zijn vader, vinden kennissen van de familie. Na afloop weet hij zijn moeder te overtuigen om haar spullen bijeen te pakken en mee te verhuizen naar Woodstock.

Wanneer zij daar arriveren ligt er een brief op hem te wachten. De dichter Archibald MacLeish informeert of hij interesse heeft om mee te werken aan een nieuw toneelstuk. Het stuk, Scratch, zou een musical worden op basis van een kortverhaal van Stephen Vincent Benet: The Devil and Daniel Webster.

Bob en Sara gaan de winnaar van de Pulitzer prijs opzoeken, bij hem thuis in Conway, Massachusettes. Urenlang overdonderd de man hen met zijn kennis van de literatuur. Pas na het diner legt hij uit dat hij wil dat Dylan enkele nummers schrijft die commentaar leveren bij de scŠnes. Hij stelt wat songtitels voor: 'Father Of Night', 'Red Hands' en 'Lower World'. Dylan vindt het wereldbeeld van de man erg somber en beloofd hem er over na te zullen denken.

Maar er zijn nog mensen die een beroep op hem doen. Regisseur John Schlesinger heeft hem gevraagd een nummer te schrijven voor zijn film Midnight Cowboy.

Voor het eerst in zijn loopbaan lijkt Dylan echter te worstelen met een creatieve impasse. Wat valt er nog te zeggen na de vrome wijsheden van John Wesley Harding?


Wanneer hij uiteindelijk het sensuele 'Lay Lady Lay' zal binnensturen is het te laat. Harry Nilssons cover van Fred Neils 'Everybody's Talking' wordt een grote hit.

* * *

Einde juli wordt de familie uitgebreid met een derde kind: Samuel Abram Dylan. Omdat het Byrdcliffe huis te veel wordt bezocht door nieuwsgierigen verhuist de familie Dylan naar een meer afgelegen woonst aan Ohayo Mountain Road in Woodstock. "Hele bendes uitvreters kwamen helemaal uit Californi‰ op bedevaart. Op alle uren van de nacht werd in ons huis ingebroken door belagers."
Om zijn familie te beschermen heeft Dylan zich zelfs bewapend.
"We werden gehaat door de buren," schrijft Dylan later in Kronieken. "We moeten op hen zijn overgekomen als een kermisattractie."Later zal hij verklaren dat "op het platteland leven geen vlucht is. Het is niet dat ik er mij aan het voorbereiden was om terug met iets te komen. Je moet met rust gelaten worden om iets te kunnen verwezenlijken."


Omdat songschrijven niet meer wou lukken - hij noemt het "the amnesia" - zoekt hij een andere uitlaatklep voor zijn creativiteit. Voor zijn zevenentwintigste verjaardag krijgt hij van Sara een doos olieverf. Hij vraagt aan zijn buurman, de schilder Bruce Dorfman, of die hem lessen wil geven.

* * *

Hoewel hij al een hele tijd geen nieuwe platen meer heeft uitgebracht is Dylan geen moment uit de belangstelling verdwenen. De covers van 'This Wheel's On Fire', door Julie Driscoll & Brian Auger & The Trinity en 'All Along The Watchtower' door Jimi Hendrix staan in de top 10. Het muziektijdschrift Rolling Stone wijdt die zomer zelfs een artikel aan de Basement Tapes, onder de titel "The missing Bob Dylan Album" en Music From Big Pink, de debuutplaat van Dylans vroegere begeleidingsband maakt grote indruk omwille van zijn originaliteit. Een volledige afkeer van alle hedendaagse muzikale modetrends en een terugkeer naar de traditionele Amerikaanse muziekvormen: folk, blues, gospel, rhythm & blues, klassiek en rock & roll. De invloed van de Basement tapes sessies is onmiskenbaar en er staan dan ook vele nummers op die door Dylan en en/of de bandleden in die periode zijn geschreven.

* * *


Einde november 1968 komen George Harrison en Beatleshulpje Mal Evans op bezoek bij Bob Dylan in Woodstock. "Ik was uitgenodigd door The Band," vertelt George. "Het was Thankgiving... Ik was een tijdje bij hem thuis, bij Sara en de kinderen. Hij leek erg nerveus en ik voelde me er niet op mijn gemak. Het was raar, zeker omdat het toch bij hem thuis was."
Bij zijn terugkeer naar Londen schetst de Beatle een deprimerend verslag van Dylans toestand. "Hij had geen zelfvertrouwen meer. Hij zei dagenlang geen stom woord."Toch schrijven ze samen een nummer: 'I'd Have You Anytime'. "Zo rond de derde dag haalden we de gitaren boven en toen kwam hij wat los en ik zei tegen hem, 'Schrijf mij wat woorden'. Zo in de aard van 'Johnny's in the basement, mixing up the medecine' - dat soort dingen.
En hij zei: 'Toon mij wat akkoorden, hoe schrijf je die deuntjes?'
Ik begon wat akkoorden te spelen en stilaan ontstond er iets. Hij ging dan wat verder. Het eerste wat in me op kwam was, 'Let me in here/I know I've been here/Let me into your heart'. Ik zei tegen Bob, 'Kom op, geef me wat woorden'. Hij schreef de overgang. Prachtig! En dat was dat."
Dylan geeft Harrison ook een band mee met opnamen van The Basement Tapes - waarschijnlijk een kopie van de Dwarf demo band.

* * *

In januari 1969 vraagt Peter Fonda aan Bob Dylan of hij een nummer wil bijdragen voor de soundtrack van de film Easy Rider, die hij met Dennis Hopper aan het draaien is. Maar het is Roger McGuinn die 'The Ballad Of Easy Rider' brengt in de film.
"Peter Fonda wou een nummer speciaal geschreven voor de film," vertelt McGuinn. "Dus ging hij naar New York en liet de opnamen zien aan Bob. Dylan schreef wat regels op een servet, overhandigde het aan Peter en zei 'Geef dit aan McGuinn, hij weet wat hij er mee moet doen'. Ik kreeg de servet, schreef de melodie en maakte de tekst af. Toen het nummer uitkwam, gaf ik Bob 50% van de auteursrechten, maar hij belde me en vroeg hem te schrappen. Hij had het geld niet nodig, zei hij."
De film komt in de bioscoop in de zomer en de soundtrack wordt uitgebracht op 17 oktober '69.

* * *

In februari 1969 vliegt Dylan naar Nashville om er te beginnen aan een opvolger voor John Wesley Harding.
Er waren alweer vijftien maanden verlopen sinds hij voor het laatst in een studio was geweest. Even lang als de pauze tussen de laatste sessie van Blonde On Blonde en de eerste van John Wesley Harding. Maar waar hij toen, in die periode, een veertigtal nieuwe nummers had geschreven had hij er nu nauwelijks vier ter beschikking. Hij hoopte er op dat de inspiratie wel zou komen, eens hij maar bezig was.

Een eerste sessie is gepland op woensdag 12 februari. De studio is geboekt van 18 uur tot 22 uur 30. Het is niet bekend aan welke nummers er toen werd gewerkt. Misschien werd er wel helemaal niets op band gezet.

De vier beschikbare nummers worden dan ook allemaal opgenomen tijdens de twee sessies van 14 februari. Zowel de producer, Bob Johnston, als de muzikanten zijn dezelfden als bij de vorige plaat: bassist Charlie McCoy en drummer Kenneth Buttrey. Er is echter terug gekozen voor een voller geluid en daarom worden zij aangevuld met ene Kelton D. Herston (die waarschijnlijk gitaar speelde), plus pianist Robert S. Wilson en gitaristen Charlie Daniels en Norman L. Blake.

Tijdens de eerste sessie, van 18 tot 21 uur, worden drie nummers op band gezet. Eerst 'To Be Alone With You' (waarbij je Bob Dylan aan Bob Johnston hoort vragen: "Is it rolling, Bob?"). Daarna 'I Threw It All Away' en tenslotte een titelloze blues.


Voor de tweede sessie, die loopt tot middernacht is nog meer volk uitgenodigd: steel gitarist Pete Drake en een vijfde gitarist, Wayne Moss. Het nieuwe 'One More Night' heeft dan nog een andere titel: 'No Light Will Shine On Me', een duidelijke verwijzing naar 'The Midnight Special'. Daarna wordt een eerste versie van 'Lay, Lady, Lay' uitgeprobeerd.

Ook de avond daarna zijn er weer twee sessies, tussen 18 uur en middernacht. Alle muikanten zijn opnieuw aanwezig, al is Wayne Moss enkel voor de tweede sessie beschikbaar. Dylan heeft een paar nieuwe songs uit zijn mouw geschud. Maar 'Peggy Day' is duidelijk haastwerk. Iets beter is Presley-achtige ballad 'Tell Me That It Isn't True'. De tweede sessie begint met nog meer vulsel: 'Country Pie', waarna er opnieuw wordt gewerkt aan 'Lay Lady Lay'.

Drummer Kenneth Buttrey kijkt later terug op de sessie: "Ik herinner me vooral 'Lay Lady Lay.' Hij speelde het voor in de studio. Gewoonlijk ga ik gewoon achter mijn drumstel zitten en begin wat dingetjes uit te proberen tot er iets klikt, maar ik vond niet direct iets, deze keer. Wanneer zoiets voorvalt stap ik gewoonlijk op de artiest af en vraag hem wat hij wil qua drums. Soms hebben ze al iets in gedachte tijdens het schrijven...Dus vroeg ik aan Dylan of hij iets specials wou. Hij keek mij gewoon aan. Hij had blijkbaar ook geen idee. Hij dacht even na en zei dan: 'Bongo's.' Ik zei: 'Wat??' En hij weer: 'Bongo's.' 'Euh... Ok‚‚.' Ik peinsde er zelf niet over. Bongo's, kom aan zeg, dat hoorde ik nu helemaal niet bij dit nummer.

Dus, dacht ik, ik vraag het aan Bob Johnston. Ik stak mijn hoofd de controlekamer in en vroeg: 'Bob, heb jij een voorstel voor de drums op dit nummer?' Hij sloot zijn ogen even om er over te denken en mompelde toen: 'Koebel?' 'Koebel?' deed ik. En hij weer 'Koebel!'
Ik slenterde terug naar de studio. In de hoek stond er een goedkope bongo's - echt niet te stemmen. Ik stopte er mijn aansteker in om de toon wat hoger te krijgen. De koebel was ook snel gevonden.


Er hing één microfoon boven mijn drumstel. Daar gaf ik een zwaai aan. Dan riep ik Kris Kristofferson - die werkte toen als conciërge in de Columbia Studios. Hij had net mijn asbak leeg gemaakt en ik zei hem: 'Kris, doe me lol, hou die spullen even voor me vast.' In de ene hand hield hij de bongo's en in de andere de koebel.


Ik wilde het net gaan uitproberen toen het sein werd gegeven om de opname te beginnen. Ik had geen tijd gehad om iets uit te testen. Dus zei ik tegen Kris: 'Ik zal ze eens laten horen wat voor stomme idee‰n ze hebben bedacht.'

Ik combineerde gewoon het idee van Bob Johnston met dat van Bob Dylan. We begonnen te spelen en gaandeweg begon ik er zin in te krijgen. Toen kwam het refrein er aan. Ik haast mij naar het drumstel - luister maar eens naar de plaat, hoe ver weg de drums klinken. Er was geen microfoon meer boven het drumstel. Het is gewoon pure lekkage. Maar het klinkt goed. Het was gewoon meteen raak, die eerste take.

Tot op de dag van vandaag vind ik het nog altijd één van de mooiste drumpatronen die ik ooit heb gespeeld. Iedere keer dat ik het hoor moet ik denken aan hoe toevallig het allemaal is tot stand gekomen. Zomaar, uit het niets."

Dylan heeft geen materiaal meer.

Later beweert hij dat het nooit zijn bedoeling was om een hele LP op te nemen tijdens deze sessies, maar dat de platenmaatschappij er op aandrong om door te zetten. Dylan wil niks beloven, maar wil wel in Nashville blijven om Johnny Cash te ontmoeten, die maandag een sessie heeft geboekt.

Tijdens zijn verblijf in de Ramada Inn probeert hij wat nieuwe songs te bedenken maar komt niet veel verder dan de eerste regels voor een vervolg op 'I'll Be Your baby Tonight': 'Tonight I'll Be Staying Here With You'.

Na het weekend worden de muzikanten terug opgetrommeld voor een namiddagsessie, van 14 tot 17 uur.
Het instrumentale 'Nashville Skyline Rag' staat snel op band, maar daarna moeten de muzikanten wachten terwijl Dylan het grootste stuk van het nieuwe nummer verder moet uitwerken. Wanneer hij klaar is wordt het in elf takes opgenomen.

Ondertussen is Johnny Cash gearriveerd. Hij komt wat songs opnemen voor b-kantjes.

's Avonds vindt er dan een gezamenlijke sessie plaats met de beide zangers.
Producer Bob Johnston beweert dat hij achter de samenwerking zat: "Ik was overdag met Cash aan het werk en Dylan kwam daarna voor de avondsessies. Op een avond had ik de microfoons klaargezet en twee stoelen tegenover elkaar. Ze keken mekaar aan en begonnen te zingen!"

Volgens Cash was het echter Bobs idee: "Hij vroeg me om er op mee te spelen... 't is te zeggen, we waren in de studio en... ze zetten de apparatuur aan voor een uurtje of twee."

Eerst brengen ze samen Dylans 'One Too Many Mornings' en daarna een oud nummer van Cash: 'I Still Miss Someone'. Ze sluiten de sessie af met een experiment waarbij elk een eigen nummer zingt, op dezelfde melodie, terwijl de ander met zijn ding bezig is. De merkwaardige combinatie van 'Don't Think Twice, It's All Right' en 'Understand Your Man' blijft onuitgebracht, net als de rest van deze sessie. Al is er wel een stukje te horen van het eerste nummer in een documentaire rond Cash: The Man And His Music.

De volgende avond jammen de beide legendes opnieuw samen, deze keer in een ongedwongen sfeer, zonder de studiomuzikanten.
Johnny Cash: "We speelden 16 of 17 nummers, maar het was alleen maar voor ons plezier. Het was zoiets als het zogenaamde Million Dollar Quartet, toen ik aan het zingen was met Elvis en Carl [Perkins] en Jerry Lee [Lewis]. De nummers hadden geen begin en geen einde, we speelden maar waar we zin in hadden en iedereen kon meedoen. Bob en ik deden 'Careless Love'... om het even wat, waar we de tekst van kenden.... "

Ze grijpen vooral terug naar nummers uit de Sun periode, zoals 'I Walk The Line' van Cash zelf, maar ook 'Mystery Train' van Elvis en 'Matchbox' van Carl Perkins. Andere nummers gaan nog verder terug: enkele van Jimmie Rodgers' Blues Yodels uit de jaren dertig of traditionals als 'Just A Closer Walk With Thee' en 'How High The Water'.

Alles bij elkaar worden er slechts drie composities van Dylan gebracht: 'Girl From The North Country', 'One Too Many Mornings' en het speciaal voor Cash geschreven 'Wanted Man'.
De ietwat rommelige versie van het eerste nummer is het enige dat wordt geselecteerd voor de Nashville Skyline.
En 'Wanted Man' wordt door The Man In Black, een week na de opname voor de eeuwigheid vastgelegd tijdens zijn beroemd geworden optreden in de gevangenis van San Quentin.

"Er zijn misschien twee nummers bij die goed genoeg zijn om uit brengen," meent Cash zelf ook, "maar het is zeker geen hele LP.... Het was een onaangename verassing voor Bob en mijzelf toen de banden van die sessies plots overal in Europa opdoken als bootlegs."


Dat kon gebeuren doordat Bob Johnston de masters ter bewaring had gegeven in een speciaal magazijn in Nashville. Toen iemand na een tijdje vergat de huur te betalen besloot de uitbater dat hij dan maar de banden kon verkopen op zijn kosten te recupereren.

Over de opnamesessie die op 19 februari plaatsvond tussen 18:00 en 22:30 is geen informatie beschikbaar over de nummers die werden opgenomen.

De volgende avond vinden nog twee sessies plaats waarbij - blijkbaar moeizaam - overdubs worden aangebracht op 'Lay Lady Lay'.

Op 21 februari worden de opnamen afgerond met nog eens twee sessies voor nog meer overdubs.

* * *

In maart gaat de fotograaf Elliott Landy Dylan thuis opzoeken in Woodstock om wat foto's te trekken voor een fotoboek over de kunstenaarskolonie. Hij schiet er idyllische tafereeltjes van de man en zijn gezin. "

Hij was zeer gelukkig, verliefd op zijn lieflijke en bevallige vrouw, Sara en zijn familie. Hij verstopte zich voor de buitenwereld, genietend van de magische ervaring van jonge kinderen te hebben. Dat is de reden waarom ik vele jaren gewacht heb om de foto's te publiceren. Hij was erg gesteld op privacy en wou geen media aandacht voor zijn familie."
 
Enkel een foto van de glimlachende zanger komt terecht op de hoes van Nashville Skyline. Als om te bewijzen dat hij eigenlijk nog steeds dezelfde is, draagt hij opnieuw dezelfde jas die hij ook al op de hoezen van Blonde On Blonde en John Wesley Harding droeg.

* * *

Op 9 april 1969 wordt Nashville Skyline uitgebracht. Het is een melodieuze country-lp vol liedjes over liefde en huiselijk geluk. Het klinkt allemaal wel erg lichtgewicht en straalt een sfeer van vrolijkheid en zorgeloosheid uit.

Met enige moeite heeft Johnston 27 minuten aan materiaal kunnen bijeenschrapen. En dat is dan nog omdat Dylan op het laatste moment het duet met Cash, 'Girl From The North Country', er als openingstrack aan toe heeft gevoegd.

Vele fans zijn geschokt dat Dylan zo'n conservatief muziekgenre durft gebruiken. Het werd beschouwd als een bewuste provocatie van zijn fans, even schokkerend als het inpluggen van zijn gitaar vier jaar eerder. Veel rockcritici hadden dan ook de pest aan Nashville Skyline.


Anderen vinden dan weer dat hij een brug slaat tussen de muziek van de werkman en die van de studenten.

Misschien was het inderdaad Dylans bedoeling om een deel van de opdringerige fans af te stoten. "Ik was geen woordvoerder van om het even welke generatie," windt hij zich op in zijn Kronieken, "en dat idee moest met wortel en al worden vernietigd."

Wat erg opvalt is dat Dylans stem drastisch is veranderd: de 'stem van een generatie' is honingzoet geworden. Alleen heel oude kennissen uit Minnesota komt dit warme stemgeluid bekend voor: zo klonk Robert Zimmerman ongeveer, voordat hij naar New York vertrok.

Volgens de man zelf is zijn nieuwe stemgeluid geen provocatie of stijlkwestie maar simpelweg het gevolg van een gezonde levensstijl. "Mijn stem veranderde toen ik stopte met roken," legt hij in november broodnuchter uit aan een devote Jann Wenner van Rolling Stone.

De plaat wordt opmerkelijk genoeg Dylans grootste kassucces tot dan toe, met een derde plaats in de Amerikaanse hitlijsten en zelfs een eerste plaats in Engeland.

* * *

Nog geen tien dagen na het uitbrengen van de plaat, nemen The Byrds een cover van 'Lay Lady Lay' op. Het is de vijfde compositie van Bob Dylan die ze als single uitbrengen. Toch wordt hun versie geen hit in Amerika.

Misschien omdat Dylans eigen versie zo aanslaat. Hoewel Dylan het als een wegwerpnummertje beschouwt staat de grote baas van CBS, Clive Davis, er op dat het als single wordt uitgebracht. Een top 10 notering zowel in de Verenigde Staten als in Engeland geven hem gelijk. Maar ook de beide andere single die van de plaat worden getrokken - 'I Threw It All Away' en tenslotte 'Tonight I'll Be Staying Here With You' - zijn erg succesvol.

decoration
Over

23-09-07

Bob Dylan: John Welsey Harding

 JWH

John Wesley Harding 

In de herfst van 1967, terwijl de spontane sessies met The Hawks in Big Pink (zie The Basement Tapes) nog volop aan de gang zijn, vertrekt Bob Dylan vrij plots naar Nashville, Tennessee. Hij wil er een paar songs gaan opnemen. Maar andere dan diegene die hij met Robbie Robertson en diens makkers in de kelder heeft gespeeld.

Daarom neemt hij de trein. Tijdens de twee dagen lange reis heeft hij rustig de tijd om te schrijven. Hij concentreert zich volledig op de teksten."Er zijn slechts twee nummers op die plaat waarbij de muziek tegelijk kwam," legde Dylan in 1978 uit. "De andere nummers waren eerst uitgeschreven en ik bedacht de melodie achteraf. Zo had ik nog nooit gewerkt en ik heb het sinds toen ook nooit meer gedaan. Dat verklaart misschien waarom de plaat zo speciaal is." 

In Nashville heeft hij afgesproken met Bob Johnston, de producer van zijn laatste platen. "Hij logeerde in de Ramada Inn hier in de buurt," vertelt Johnston, "en hij speelde me de nummers voor. Hij wou alleen maar gitaar, bas en drums op de plaat."

Dylan wist precies wat hij wilde: "Ik hoorde wat voor geluid Gordon Lightfoot kreeg met Charlie McCoy en Kenny Buttrey."  Hij bedoel The Way I Feel, de tweede langspeelplaat van de Canadese singer-songwriter, met daarop onder andere het prachtige 'Canadian Railroad Trilogy'."Ik had met die twee al eerder gewekt," gaat Dylan verder, "En ik dacht: als hij dat kan, moet ik dat ook kunnen." Maar het zal anders uitdraaien. 

Op dinsdag 17 oktober 1967 staat Bob Dylan, voor het eerst in achttien maanden, terug in een studio. Het is opnieuw Studio A, de Columbia Recording Studios, waar hij Blonde On Blonde heeft opgenomen. Inmiddels is er spiksplinternieuwe 8-sporen apparatuur geïnstalleerd.

De doorwinterde sessiemuzikant Charles McCoy is verbaasd wanneer hij Dylan terug ziet: "Hij was erg veranderd. Hij was helemaal iemand anders geworden. Hij had niet meer die wilde haardos. Zijn haar was een stuk korter. Maar ook zijn stem was veranderd. Ik heb begrepen dat er iets was gebeurd… Hij had iets aan de hand gehad… Ik weet niet of dat er iets mee te maken had, maar zijn hele houding was veranderd. Veel meer ontspannen." Waar bij de vorige sessies de muzikanten uren moesten rondhangen terwijl Dylan aan de teksten bleef schaven, konden ze nu meteen beginnen en drie uur later staan er evenveel afgewerkte nummers op band. 'The Drifter's Escape' en 'I Dreamed I Saw St. Augustine' hebben elk slechts een viertal takes nodig en het laatste nummer staat zelfs in één keer op band. “We liepen naar binnen en knalden ze eruit als demo’s,” bevestigd de drummer. “Het leek zo van, hoe rauwer, hoe beter. Hij hoorde een foutje en lachte dan wat in zichzelf van: ‘prima man. Net wat ik hebben wil’. Hij wist alles en wist precies wat hij wou.” Dat laatste nummers is een talking blues 'The Ballad of Frankie Lee and Judas Priest'. In zijn boek "The Bible in the Lyrics of Bob Dylan" somt Bert Cartwright maar liefst vijftien verwijzingen naar de Bijbel op in dat ene nummer. In negen van de twaalf nummers van John Wesley Harding vindt Cartwright er zelfs eenenzestig terug.  In een interview met Toby Thompson in 1968, verklapt Dylans moeder, Beatty Zimmerman, dat "in zijn huis in Woodstock er tegenwoordig een grote Bijbel geopend ligt op een standaard in midden van zijn studeerkamer. Van alle boeken die overall in dat huis liggen, krijgt die Bijbel de meeste aandacht. Voortdurend springt hij recht om het een ander er in op te gaan zoeken." Dat verklaart waarom de teksten wemelen van oudtestamentische woorden als "saints, "messengers" en "judgement". De liedjes lijken wat sfeer betreft zo uit de negentiende eeuw weggelopen. Het zijn ballades vol met vermaningen en bijbelse metaforen.

Zo vertelt 'Drifter's Escape' het verhaal van een veroordeelde die aan de gevangenis ontsnapt wanneer de bliksem het hof verwoest. En 'The Ballad of Frankie Lee and Judas Priest' wordt raadselachtig besloten met het advies: "One should never be where one does not belong". En bovenal: "Don't go mistaking Paradise for that home across the road!"

Misschien is het gewoon een parodie op liedjes met een boodschap?

De teksten doen meer vragen rijzen dan dat ze er beantwoorden. Korte tijd na het uitbrengen van de plaat zal Dylan verklaren: "Ik probeer nu minder woorden te gebruiken. Er is geen enkele regel die je kunt doorprikken, er zit geen enkel gat in de verzen. Er is geen woord teveel. Iedere regel heeft iets te betekenen."

Ook de dichter Allen Ginsberg heeft daarover wat te melden: "In 1968 waren we over poëzie aan het praten. Hij vertelde me dat hij kortere regels schreef en dat iedere regel betekenis moest hebben. Hij wou niet meer dat er iets tussen kwam gewoon omdat het moest rijmen. Iedere regel moest het verhaal vooruit helpen. De song voortstuwen. Dat leidde tot spul met The Band, zoals 'I Shall Be Released' en enkele van die sterke laconieke nummers zoals 'The Ballad Of Frankie Lee and Judas Priest'. Er was geen woord teveel, geen ademtocht verspild. Alle beelden moesten functioneel zijn, in plaats van louter versiering."

De volgend dag keert Dylan terug naar Woodstock waar de dagelijkse jamsessies met The Hawks gewoon verder gaan.

* * *

Pas na drie weken duikt hij terug op in Nashville. Op 6 november vindt er de tweede opnamesessie voor John Wesley Harding plaats. Hoewel er weer maar drie en half uur gewerkt wordt, staan er deze keer zelfs vijf nummers op band.
Dat zijn: 'All Along the Watchtower', 'John Wesley Harding', 'As I Went Out One Morning', 'I Pity the Poor Immigrant' en 'I Am a Lonesome Hobo'.

* * *

En na nog eens een onderbreking van drie weken, volgt op 29 november nog een derde en laatste opnamedag voor John Wesley Harding.

In de tussentijd had Dylan aan Robbie Robertson en Garth Hudson gevraagd om wat overdubs aan te brengen op de basis tracks: "We hadden het er over om wat meer instrumenten aan toe te voegen, maar ik vond het echt goed zoals het was en ik wist niet hoe ik het kon verbeteren," meent Robertson. "Dus bleef het zoals het was."

Daarom heeft Johnston voor de laatste opnamen een derde muzikant uitgenodigd: steelgitarist Pete Drake. Dit instrument wordt normaal geassocieerd met Country & Western muziek en het is dan ook voor het eerst dat het zal worden gebruikt in de rockmuziek.

Hoewel, 'I'll Be Your Baby Tonight', een van de beide nummers die tijdens de sessie, van 6 tot 9 uur 's avonds op band worden gezet, leunt wel erg tegen de traditionele Country aan. Het andere is 'The Wicked Messenger', waarvan de versie die later op Biograph zal worden uitgebracht, wat extra harmonica aan het einde brengt.

Dylans harmonica en gitaarspel zijn trouwens op deze hele LP uitstekend. Misschien dat hij extra zijn best heeft gedaan omdat er zo weinig andere instrumenten zijn om zich achter te verbergen.

Drake is er niet meer bij voor de vierde en laatste sessie, die aansluitend doorloopt tot middernacht. Daarin worden nog eens twee nummers vastgelegd: 'Down Along The Cove' en het 'Dear Landlord' - een pleidooi voor begrip.Het zal wel geen toeval zijn dat 'Down Along the Cove' en 'I'll Be Your Baby Tonight' de twee nummers zijn waarvan Dylan de tekst niet eerst had geschreven.

Tekstueel verschillen deze nummers sterk van de rest van de plaat: het zijn warme, zelfs vrolijke liefdesliedjes, zonder één Bijbelse referenties.

* * *

Wanneer de volgorde van de nummers moet worden bepaald heeft Dylan problemen met het plaatsen van het nummer over de Texaanse outlaw John Wesley Hardin (zonder g).

"Ik wou een traag nummer schrijven over... zoals zo'n oude cowboy... gewoon, een goede lange ballade. Maar halfweg de tweede strofe, raakte ik het beu. Ik had de melodie en die was te goed om weg te doen. Dus schreef ik snel een derde strofe. Zo werd het opgenomen.... Ik wist echter dat mensen gingen luisteren naar dat liedje en dat ze er niet zouden begrijpen wat er aan de hand was. Om te voorkomen dat ze er later over zouden vallen, maakten we er het titelnummer van en zetten het aan het begin. Als we dat niet hadden gedaan zouden mensen later gezegd hebben dat het een wegwerpnummer was."

Sommige biografen hebben er wel opgewezen dat de initialen ook kunnen worden gelezen als een verwijzing naar JaWeH. Met Dylan weet je nooit...

* * *

Ondertussen moet er een foto worden getrokken voor de hoes. De huisfotograaf van Columbia, John Berg vertelt: "Albert Grossman belde me en zei dat Dylan de foto's onmiddellijk wou kunnen zien, zodat hij dadelijk kon beslissen. Ik zei: 'geen probleem! We doen het met Polaroids.' We trokken naar Woodstock, naar het huis van Grossman. Bob kwam er ook naar toe. Bob Cato was bij me. Dat was mijn baas. Cato gebruikte een kleuren Polaroid en ik had een zwart-wit toestel."

Dylan staat er op dat twee Bengaalse zangers mee of de foto gaan. Grossman heeft de gebroeders Das meegebracht van een trip naar Indië, om hen te introduceren in de Verenigde Staten. The Bauls of Bengali, zoals ze zich noemen, zijn rondtrekkende muzikanten die een mengeling brengen van poêzie met historische vertellingen, traditionele instrumenten en Oosterse religie en daarmee eenvoudige, maar sterke muziek te brengen. Ze bezingen vooral het lot van het individu en het recht van de mens om zich vrij te ontwikkelen.

Naast Luxman en Purna Das wordt ook een klusjesman, die toevallig daar aan het werk is, er bij betrokken. Er wordt afgesproken om de foto achteraan in de tuin te trekken, bij het zwembad. Als om aan te geven dat mode niets meer voor hem betekend draagt hij zelfs dezelfde jas als op de hoes van Blonde on Blonde.

"Het was de koudste dag van het jaar," gaat Berg verder. "Het was zeker 20° onder 0. Het was zo koud, dat we allemaal naar buiten liepen en foto's trokken zolang dat ging. Dan stopten we ze onder onze armen - om ze warm te houden - en renden dan snel terug naar binnen om wat cognac te drinken. Dan legden we de foto's allemaal open op een grote tafel en Dylan koos er een uit."

* * *

Amper vier weken na de laatste sessie ligt de plaat opeens in de winkels. Hoewel het Dylans eerste nieuwe materiaal sinds zijn motorongeluk is, heeft hij uitdrukkelijk in het contract met Columbia laten opnemen dat hij geen publiciteit vooraf wou. John Wesley Harding wordt op 27 december 1967 uitgebracht.

Alles is bewust simpel gehouden: de eenvoudige, akoestische bezetting, de structuur van de nummers (veelal slechts drie strofen) en repetitieve cycli van telkens drie of vier akkoorden (of zelfs maar twee zoals in 'Drifter's Escape' en 'The Wicked Messenger'!).
Op de hele plaat staat geen enkel refrein!

De plaat druist in tegen de geest van de tijd, waarin popgroepen alleen nog tevreden zijn met de bombast van symfonie orkesten en elektronische snufjes, in navolging van Sgt. Pepper's Lonely Heart's Club Band.
Achteraf ontkent Dylan dat hij zich met opzet afkeerde van de algemeen heersende trend. "Ik was niet echt met opzet op zoek naar zo een zacht geluid. Ik had graag... wat meer steel gitaar, meer piano. Meer muziek... In die tijd waren veel mensen bezig met elektronica, en daar ken ik niets van. Ik ken zelfs niemand die er iets van kent. Dat geluid was niet echt gepland."

De hoes is al even sober als de inhoud: een zwart-wit foto van Dylan met drie andere mannen, in een doodgewone omgeving. De foto is omkaderd met een grijze (Amerika) of beige (Europa) rand. Het kan niet anders dan worden gezien als een reactie op de overdaad van hoezen van de Beatles-elpee, waarop de vier uit Liverpool staan afgebeeld met hun kartonnen afbeeldingen van hun helden.

Maar zoveel eenvoud kan natuurlijk niet, in een land dat dol is op complot theorieên. Al snel wordt "ontdekt" dat er foto's van The Beatles verborgen zijn op de hoes. Vooral de zelfverklaarde Dylanoloog A. J. Weberman is er vast van overtuigd en geeft graag tekst en uitleg op TV.

Het kersverse muziektijdschrift Rolling Stone wijdt er zelfs een artikel aan. "Op de hoesfoto van Bob Dylans plaat zouden verschillende kleine gezichten zijn verborgen in de bomen en in de kledij. De gezichten zijn uiterst klein en haast niet te onderscheiden. Maar minstens vier van die portretten zouden die van The Beatles zijn."

Een hele beschrijving volgt van hoe je de hoes moet vasthouden in allerlei hoeken.

De fotograaf reageert laconiek: "Tsja, als je het echt wil, dan kun je van alles zien!" Omdat het, van in het begin, zijn bedoeling was om een "album of songs" te schrijven, weigert hij dan ook om ‚‚n van de nummers als single naar voor te schuiven. Dat hoeft ook eigenlijk niet, want de LP komt op 27 januari 1968 de Billboard-albumlijst binnen en bereikt de tweede plaats. In Engeland stoot de plaat helemaal door tot de top.

* * *

Op 3 oktober 1967, twee weken voor de eerste sessie voor John Welsey Harding, was Woody Guthrie, na een lange lijdensweg, overleden. Zodra hij van de dood zijn grote voorbeeld hoorde, hing Dylan aan de telefoon Harold Leventhal, Guthries oude vriend en manager met de belofte om, indien er een herdenkingsconcert kwam, hij zeker mee zou doen.

Op 20 januari 1968 vinden in de Carnegie Hall in New York twee concerten plaats. Er zijn optredens van zijn zoon Arlo Guthrie, Joan Baez, Peter, Paul & Mary, Judy Collins, Ritchie Havens en Bob Dylan & The Crackers (The Band hebben nog steeds geen officiële naam).

Ze staan dertien minuten op het podium en spelen vlammende versies van drie nummers van Guthrie: 'I Ain't Got No Home', 'Dear Mrs. Roosevelt' en 'Grand Coulee Dam'. Tom Paxton: "Het was zijn eerste optreden sinds zijn ongeval... Ik had geen idee hoe het zou gaan klinken... Ik vond het schitterend. Het was schokkerend, maar op een goede manier. Ik had geen idee dat songs van Woody Guthrie zo konden klinken."

De registratie van het concert wordt pas in januari en april 1972 uitgebracht in twee delen: A Tribute to Woody Guthrie, Part One & Two, maar het laatste nummer is (iets) gemakkelijker te vinden op de compilatie-cd Bob Dylan Live 1961-2000.

the_band

De dag van het concert begint Jimi Hendrix in de Olympic Studios in Londen met het opnemen van een psychedelische versie van het nummer 'All Along The Watchtower'. Het wordt zijn vijfde single. Jimi's ziedende cover wordt veel beroemder dan het origineel.

16-09-07

Bob Dylan: The Basement tapes

The Basement Tapes  

oephel4s

Na het ongeval met zijn motor (voor de kenners: een Triumph 650 Bonneville) op 29 juli 1966 dook Dylan onder bij een bevriende arts in Middletown, waar hij tot rust mocht komen. Een echte behandeling was blijkbaar niet nodig, al had hij wel een steunverband om zijn nek en ging hij veel zwemmen om de pijn in zijn rug te verzachten. Kwatongen beweren dat hij zich verscholen hield om af te kicken.  Bob Dylan was pas 25. Hij zag in dat het zo niet langer kon. De verplichtingen, de drugs, de druk… 

Later gaf hij toe: "Het keerpunt was kort na het ongeval. Op een nacht met een volle maan, keek ik uit over de donkere bossen en dacht: 'Er moet iets veranderen'."

 

Pas na zes weken keerde hij terug naar zijn vrouw en kinderen in het landelijke Byrdcliffe, nabij Woodstock. Die kunstenaarsenclave ligt op meer dan twee uur rijden van New York. Dylan had er in ’65 Hi Lo Ha gekocht, een groot cederhouten huis uit 1910, met vijf open haarden en evenveel badkamers. Ver van alle drukte geniet hij er met volle teugen van zijn leven als brave huisvader. Een van de weinige die hem daar af en toe ging opzoeken is Al Aronowitz, de journalist die hem bij The Beatles introduceerde. Aronowitz meende later: "Bob en Sara waren zowat het onafscheidelijkste koppel dat ik ooit heb gezien. In de jaren na zijn ongeval, was Bob doorlopend verliefd op zijn vrouw."

 

* * *

 

Omdat Dylan, volgens het contract uit 1961, CBS nog maar één plaat moet, begint zijn manager Albert Grossman, alvast aan het onderhandelen met andere platenmaatschappijen. MGM is geïnteresseerd. Zij bieden een miljoen dollar als voorschot. Een contract wordt getekend.

Maar Clive Davis, de vice-voorzitter van Columbia Records wil hem niet zomaar laten gaan. Hij speelt de verkoopcijfers van hun artiest door aan de concurrentie. Van Dylans platen zijn immers nooit meer dan een half miljoen  verkocht, terwijl The Beatles, The Rolling Stones en zelfs Elvis Presley het veel beter doen. De rebelse Dylan slaat alleen aan bij een jonger publiek en schrikt hun kapitaalkrachtiger ouders af. MGM trekt zich terug.

 

Bij gebrek aan nieuw materiaal brengt Columbia op 27 maart 1967 dan maar een verzamelplaat uit: Bob Dylan's Greatest Hits - ook al zijn weinig van deze tracks echt hits geweest. Bij de plaat zit ook de nu wereldberoemde poster van Milton Glaser waarop Dylans haar vervangen is door psychedelische kleurenslierten.

De LP komt op 6 mei 1967 de Billboard-albumlijst binnen en bereikt de top tien.

00103049 

Op 1 juli tekent Dylan dan een nieuw contract voor vijf jaar bij zijn oude platenmaatschappij. Hoewel het voorschot slechts 200 000 dollar is, krijgt hij 20% royalties op nieuwe platen , een extra 5% op oud werk en ongebruikelijke macht over zijn materiaal. De aanleiding tot zoveel toegefelijkheid is prestige. Andere, beter verkopende acts, willen graag op hetzelfde label als hun grote voorbeeld ondergebracht worden. En het mysterie dat om Dylans verdwijntruc hangt werkt: Greatest Hits is Dylans best verkochte plaat tot dan toe geworden: drie miljoen exemplaren.

 

* * *

 

Het eerste teken van leven van de man zelf komt op 7 mei 1967.  Het New Yorkse Daily News publiceert een nieuw interview met de popster. Op de vraag van Michael Iachetta wat hij heeft gedaan de laatste maanden antwoordt Dylan: “Boeken gelezen van mensen waarvan jij nooit hebt gehoord, denken waar ik naar toe moet en waar ik loop. Ik ben met teveel tegelijk bezig!"

 

Het interview is bedoeld als promotie voor de documentaire film Don't Look Back die dezelfde dag in première gaat in het Presido Theatre in San Francisco. Dylan zelf komt natuurlijk niet opdagen.

 * * * 

Hij heeft het veel te druk met het hermonteren van de volgende film: Eat The Document. Enkele maanden geleden had D. A. Pennebaker hem een voorvertoning laten zien van de documentaire over zijn meest recente tournee. "Ze hadden er een tweede Don't Look Back van gemaakt," meende hij in 1978. "Alleen deze keer voor televisie. Ik had niks beters te doen dan de film te bekijken. Het hele spul, inclusief alle ongebruikt materiaal. Het werd me snel duidelijk dat het rommel was. Kilometers en kilometers rommel."

 

De confrontatie met zichzelf kwam hard aan.

"Toen hij de film voor het eerst zag was hij geschokt,” weet de zangeres Nico. “Niet omwille van zijn gedrag, maar om hoe hij er uit zag. Zijn voorkomen voor altijd vast gelegd op film, door iedereen te bekijken: mager als een lucifer, in een leren jas. Hij wou er uit zien als Brian [Jones] of Jim [Morrison], niet als een folkzanger. Dat is waarom hij de film wou tegenhouden. Vreemd, want hij had een eigen imago, als hij er niet probeerde uit te zien als iemand anders - het Dylan kapsel? Iedere artiest gaat door zo een fase. Ze maken hun eigen beeld, beetje bij beetje. Soms overdrijven ze en maken zich belachelijk - kijk naar Lou Reed. Het is niet altijd pure ijdelheid; het is ook voor hun volgelingen, om een held te zijn, een perfect idool."

 

Ontevreden met het resultaat zoals het door Pennebaker werd gepresenteerd, besloot Dylan om de hele film te verknippen en door elkaar te hutselen. Robbie Robertson kwam hem daarbij helpen. Hij trok voorlopig in bij Bob en Sara. En ook Howard Alk, de cameraman die de film in Engeland had geschoten, assiteerde.

 

Na enkele weken besloot Dylan dat hij wat extra scènes wou draaien. Hij nodigde wat vrienden uit om te komen te acteren. In februari arriveerden Rick Danko en Richard Manuel. Sinds het ongeval zaten The Hawks in het Chelsea hotel te wachten. Ze werden immers nog altijd doorbetaald. “Dat was de eerste keer dat ik aan Woodstock werd blootgesteld,” aldus Danko, “In de winter, filmend in de sneeuw.”

Passend bij het surrealistische resultaat werd de film Eat The Document gedoopt. Zelfs nu, veertig jaar later hebben weinig mensen de documentaire gezien. 

Wanneer Garth Hudson enkele weken later ook arriveert, huren The Hawks een huis in het nabijgelegen West Saugerties. Omwille van de aardbeienijs kleur waarin het is geverfd wordt het Big Pink gedoopt. Robertson en zijn vriendin Dominique verkiezen een ander verblijf.

big_pink

Robertson blikt terug: "Ik woonde er wel niet, maar het idee was dat we, net als in New York, samen zouden hokken. Maar in plaats van in de stad was het nu in op het platteland. Het was een soort clubhuis en wij waren dan een bende - alleen speelden wij muziek in plaats van te gaan vechten. Elke dag kwamen we samen. En zodra Bob beter was, kwam hij ook elke dag."

 

“Bob en Robbie kwamen hier elke dag, vijf tot zeven dagen per week, zeven of acht maanden lang,” aldus Danko. “Bob verscheen altijd klokslag twaalf uur.” Hij zette een kop koffie en ratelde op de typmachine. The Hawks waren, na jaren van touren gewoon aan een nachtelijk regime van ’s avonds werken en overdag slapen. Met kinderen in huis was Dylan overgeschakeld op een meer geregeld leven. Met zijn irriterend getyp waarschuwde hij de mannen dat het tijd was om uit bed te komen.

"We verzamelden om een uur of één in de kelder van Big Pink,” bevestigd Robertson. ”Het was pure routine. Om niet gek te worden van verveling  speelden we elke dag muziek… zomaar. Zonder een speciale reden. We waren geen plaat aan het maken. We dolden maar wat, om de tijd te doden."

 

Het maakt niet uit of het folk, blues of country is. Ieder nummer is diep geworteld in de tradities van de Amerikaanse muziek. "Met die covers wou Bob ons opvoeden," meent Roberston. "Wij moesten niks van dat folkgedoe hebben in het begin - we kenden daar absoluut niks van... Hij kwam dan met iets als '[The Banks of the] Royal Canal,' en wij riepen uit: 'Dat is prachtig!'"

... hij kende er zo veel. Hij kwam naar Big Pink of waar we ook waren en toverde dan weer zo een oud nummer uit zijn hoed. Hij had zich voorbereid. Hij oefende eerst en dan pakte hij er mee uit, om het ons te tonen."

De grote verscheidenheid aan materiaal is opmerkelijk. Van alles laat Dylan de revue passeren: van zeeliederen tot country tranentrekkers, van pure gospel tot eenvoudige moraliserende liedjes, van de Engelse en Ierse balladen tot die uit het Apalachen gebergte…  Johnny Cash, the Stanley Brothers, Ian Tyson, Rick Van Schmidt…

"Hij leek ze zomaar uit zijn mouw te schudden," herinnert Robbie Robertson zich. "We hadden geen idee of hij ze zich herinnerde of dat hij ze zelf geschreven had. Als hij het zong kon je geen verschil merken."

 

Regelmatig wordt de namiddag afgerond door twee of drie van de nummers die overdag waren gespeeld, op band te zetten. Gewoon, losjes, in één take.

Die bandopnemer was op een of andere manier nog was blijven liggen na de wereldtournee van 1966. Professioneel materiaal dus, uitgerust om drie microfoons per kanaal te werken en vier of vijf uitstekende Neumann microfoons. Garth Hudson nam het op zich om het toestel te bedienden. Later zou Dylan opmerken: "Zo zou je altijd moeten kunnen opnemen - in een vredige, relaxte omgeving… ergens in een kelder, met de ramen open en een hond aan je voeten."

 

* * *

 

Af en toe wordt er ook bij Dylan thuis verzameld. Dan musiceren ze in de Rode Kamer. Maar Sara maakt snel een einde aan die bijeenkomsten. Op 11 juli is Anna Lea Dylan, het tweede kind van Sara en Bob geboren. Zo’n bende in huis de hele dag  vindt ze maar niks. Zeker met kleine kinderen die moeten slapen.

 

Terug dus naar de kelder van Big Pink. Vandaar de latere benaming: The Basement Tapes. Opvallend is dat van de meer dan honderd nummers die zijn bewaard gebleven er geen enkele een cover is van de nummers die in de hitparade van die tijd stonden. Niks Summer Of Love: geen Sgt. Pepper’s, geen Jefferson Airplane of Doors. In de kelder in de bossen van Woodstock worden oude Sun nummers als 'Big River' of 'Folsom Prison Blues' gevolgd door een doo-wop klassieker als 'Silhouettes', John Lee Hookers 'I'm In The Mood For Love' of Sam Cookes 'Bring It On Home'.

'All American Boy' was een hitje van Bobby Bare uit 1957 waarin de lof werd bezongen van Elvis. De verwijzingen naar Colonel Parker worden door Dylan echter veranderd in kritiek op zijn eigen manager Grossman.

In het interview van mei 1967 had hij al verklaard: "Er zitten nog steeds songs in mijn hoofd. Maar ik zal ze niet opschrijven zolang bepaalde dingen niet zijn uitgeklaard. Niet voordat bepaalde mensen goedgemaakt hebben wat ze hebben aangericht."

Dylan lag overhoop met zijn manager omdat hij had vastgesteld dat de muziekuitgeverij Dwarf Music die Grossman voor hem had opgericht voor 50% eigendom was van zijn manager.  Naarmate de tijd vordert sluipen meer en meer eigen composities van Dylan er tussen. "We deden zeven, acht, tien, soms zelfs vijtien nummers per dag," vertelt Hudson. "Sommige waren oude balladen en traditionals ...maar andere verzon Bob ter plekke... We speelden een melodie, hij zong een paar woorden die hij had opgeschreven en voegde er dan wat aan toe. Soms ook gewoon wat klanken en nonsens… een goeie manier om nummers te schrijven."Het worden nummers vol tijdloze, surrealistische spontaniteiten die klinken alsof ze honderd jaar eerder zijn geschreven. 'Silent Weekend' is zo een van die eerste nieuwe songs. Het prachtig rockabilly  nummer dat oorspronkelijk was geselecteerd om te verschijnen op The Bootleg Series in 1991, maar aan de kant werd geschoven toen die werd ingekort van vier naar drie cd's.  Een ander hoogtepunt is 'Sign on the Cross'. Met meer dan zeven minuten is het de langste van de kelderopnamen. Met Garth Hudsons orgel als begeleiding steekt Bob een dronken monoloog af. Jaren later zal Dylan de basisstructuur ervan herwerken tot 'Love Rescue Me' dat hij samen met U2 opneemt.  Het surrealistische 'Yea! Heavy And A Bottle Of Bread' geeft het relaas weer van een merkwaardig busritje, terwijl in 'Million Dollar Bash' een iedereen wordt opgeroepen om mee te gaan naar een poepchic feestje.  Ook weinig gehoord is het prachtige 'I’m Not There (I956)'. Pas dit najaar zal het eindelijk verschijnen op de soundtrack van de gelijknamige film. In die film worden fazen uit het leven van Bob Dylan belicht, waarbij de man wordt geportretteerd door een vijftal acteurs, waarvan één zelfs een vrouw.    Tegen het einde van de zomer wordt er meer aandacht aan de opnamen besteedt en worden enkele van de eigen nummers - nu uitsluitend eigen composities - zelfs twee of drie keer opgenomen.

Begin september worden de opnamen onderbroken. Dylan brengt dan met Aronowitz een bezoekje aan New York. Door zijn pluizige baard en een Gaucho hoed is hij onherkenbaar. Zelfs in Greenwich Village, waar hij toch verscheidene jaren heeft gewoond, valt hij niet op.

* * *

Terug thuis worden drie takes van 'Tears Of Rage' gevolgd door twee van 'Quinn The Eskimo (The Mighty Quinn)'. Een andere keer zijn het 'Open The Door, Homer', 'Nothing Was Delivered' en 'Odds And Ends'.  'Clothes Line Saga' krijgt als ondertitel 'Answer To Ode'. En inderdaad, net als in Bobbie Gentrys ontroerende 'Ode To Billie Joe' wordt een dramatische gebeurtenis verteld als een fait divers tussen de dag dagelijkse beslommeringen. Voor ' Apple Suckling Tree' kruipt Robbie Robertson achter het drumstel. Misschien dat dat een aanleiding is om Levol Helm op te bellen?  In iedere geval, de drummer komt overgevlogen en doet mee met de laatste reeks opnamen in oktober. Daarvan is echter alleen 'Goin' To Acapulco' later uitgebracht. De rest van de opnamen zijn terug losser en omvatten haast uitsluitend covers als 'Wildwood Flower', 'See That My Grave Is Kept Clean', en het van de Everly Brothers bekende 'All You Have To Do Is Dream' 

Aan het einde van de maand heeft Dylan meer dan dertig nieuwe nummers geschreven. Tien daarvan vindt hij de moeite waard om ze te laten registreren bij Dwarf Music. Daarvoor wordt een mono demo tape gemaakt: 'Million Dollar Bash', 'Yea Heavy and a Bottle of Bread', 'Please Mrs. Henry', 'Down In the Flood', 'Lo and Behold', 'Tiny Montgomery', 'This Wheel's On Fire', 'You Ain't Goin' Nowhere', 'I Shall Be Released' en 'Too Much of Nothing'. 

Bij twee geeft hij een van de bandleden op als coauteur: Richard Manuel voor 'Tears Of Rage' en Rick Danko bij 'This Wheel's On Fire'. "Hij kwam naar de kelder met een uitgetypte tekst... en hij zei, 'Heb je geen muziek hiervoor?'," herinnert Manuel zich. "Ik had wel iets dat paste ... dat werkte ik dan verder uit. Ik had geen flauw idee waar de tekst over ging. Ik  kon moeilijk naar boven lopen en vragen, 'Wat betekent dat, Bob: 'Now the heart is filled with gold as if it was a purse'?'"

  Enkele weken later wordt nog een tweede band samengesteld om nog meer songs te laten registreren. Hierop staan vijf nummers: 'Tears of Rage', 'Quinn the Eskimo', 'Open the Door, Homer', 'Nothing Was Delivered' en 'Get Your Rocks Off'. 

De eerste vier nummers van deze tweede demoband werden, samen met de nummers van de eerste band, op een acetate geplaatst die onder muzikanten werd verdeeld, om er eventuele covers van op te nemen.

 

In 1978 geeft Dylan toe dat dat ook de bedoeling was van de nummers die in Big Pink waren geschreven:  "... Ik herinner me niemand specifiek ... In die tijd was psychedelische rock de grote mode en wij zaten daar maar ouderwetse ballads te zingen."

“We hadden er geen idee van dat iemand dat spul ooit zou horen,” legt Robertson uit. “Het was puur bedoeld voor de muziekuitgeverij. Erw aren geen arrangementen of zo. Niets was afgesproken, het was gewoon op band gezet zoals het geurde. Soms speelde we een nummer twee of drie keer, om een volledige versie te hebben, of om een ander tempo te proberen. Gewoon dat we het gevoel hadden van OK, dit is goed genoeg.”

 

Natuurlijk zorgt Grossman dat Peter, Paul and Mary de eerste keuze hebben. Zij komen in november 1967 al met ‘Too Much of Nothing’.

 Rond de jaarwisseling neemt Dylan’s manager Albert Grossman de acetate mee naar Londen, met de bedoeling ze aan Manfred Mann te laten horen. Die hadden al hits gehad met ‘With God On Our Side’, ‘If You Gotta Go, Go Now’ en ‘Just Like A Woman’. “Grossman kwam naar Londen met wat wij dachten dat demo’s waren van Bob Dylan,” vertelt Tom McGuinness, toend e gitarist van de band. “We kregen een exclusieve luistersessie. Toen ik aankwam [in het kantoor van Feldman, Dylans Londense uitgever] met Manfred [Mann], liep er een kerel voor mij op: breedgeschouderd, met lang grijs haar en een pak aan. Tot aan zijn nek leek het een doodgewone zakenman, maar hij had lang haar. Dat was Albert Grossman. Dat wisten we pas toen we ter plaatse waren.
Hij was puur zakelijk. Niks gevoel. Het was zo van: “Hier zijn wat liedjes van Dylan  - luister maar eens, zie wat je kan gebruiken.”
Ze kregen die vreemde nummers te horen. Zonder drums, met veel echo, iets totaal anders dan ze hadden verwacht. “We beluisterden er een paar,” gaat Mcguinness verder, “en Manfred zei tegen Albert: ‘Waarom laat Dylan die kerel met zijn rare stem zijn demo’s zingen?”  Albert keek hem even aan, alsof hij wou zien of hij voor de gek gehouden werd en zei dan: ‘Dat is Bob!’”

Ze kiezen er een viertal nummers uit, waarvan ze er later twee opnemen. ‘The Mighty Quinn’ wordt met een fluitarrangement van Klaus Voormann half januari uitgebracht. De single staat vanaf 14 februari '68 twee weken op de eerste plaats in de Engelse hitparade.

 Enkele maanden later haalt een vreemde combinatie van Julie Driscoll, Brian Auger & The Trinity met een psychedelische versie van  'This Wheel’s On Fire' in april de Britse top 5 halen.  Wanneer ze van hun producer Joe Boyd horen, van het rijke aanbod, vragen de mannen van Fairport Convention  meteen of zij ook kunnen worden uitgenodigd. Hun bassist Ashley Hutching geeft toe: “In zekere zin, gingen we met een vals voorwendsel. We waren dan wel een groep die mogelijk een cover zouden kunnen opnemen, maar eigenlijk we waren vooral fans! We wilden vooral binnen geraken om die nummers te horen en te genieten.
We waren er dan ook bijna allemaal bij. Zodra die plaat met het witte label opgelegd werd hoorden we een vreemd allegaartje van stijlen en rare teksten uit de speakers komen. Het leek zo ondergronds. Zo anders. We vonden het geweldig. Als we konden, hadden we ze allemaal gecoverd.”
Ze kiezen er drie: ‘Down In The Flood’, ‘Open The Door ’ en ‘Million Dollar Bash’.  Maar alleen dat laatste komt op Unhalfbricking terecht. Daarop staan immers ook nog twee andere Dylancovers: de cajunversie van ‘Si tu dois partir’ en  ‘Percy’s Song’. De andere nummers brachten ze wel live en in sessies voor de BBC.  In Amerika brachten The Byrds twee nummers op hun baanbrekende country-rock album Sweetheart of the Rodeo. Ze gebruikten ‘You Ain't Goin' Nowhere’ als opener en ‘Nothing Was Delivered’ als afsluiter. Natuurlijk ontbraken enkele van de nummers niet op de debuut-LP van The Hawks, die inmiddels waren omgedoopt tot The Band. Op Music from Big Pink stonden zowel ‘I Shall Be Released’ en ‘Tears of Rage’. Maar ook de eigen geschreven nummers ademden diezelfde sfeer uit. “We concentreerden ons erop om die sfeer door te trekken,” vertelt Robbie Robertson. “De wijze van spelen in die kelder had niks van doen met de manier waarop we speelden toen we met Bob op tournee waren, of hoe we eerder samen hadden gespeeld. Het was totaal anders dan The Hawks, of hoe we met Ronnie Hawkins spelden. Het was iets helemaal anders.” Maar ook muzikanten die geen covers uit het materiaal pikken worden er door beïnvloed. Dat gebeurt nadat kopies van de banden steeds meer van hand tot hand worden doorgegeven onder vrienden en collega’s. Marianne Faithfull, dan het vriendinnetje van Mick Jagger, neemt de banden mee op een trip naar Brazilië, waar de zanger van the Rolling Stones een eiland wil gaan kopen. Ze draait de Basement tapes onafgebroken terwijl ze in een klein vliegtuigje de omgeving verkennen. Eens terug in de studio zweren de Stones de psychedelische muziek af en keren terug naar hun roots met Beggar’s Banquet. En ook Eric Clapton, die dan met Cream hoge toppen scheert, besluit het roer helemaal om te gooien: “Toen ik die muziek hoorde, had ik het gevoel dat wij dinosaurussen waren en dat wat wij aan het doen waren snel achterhaald en vervelend zou worden.”Eric op zijn beurt gaf de banden door aan Steve Winwood die met de plaat John Barleycorn Traffic een heel ander richting opstuurde. En Paul McCartney trachtte The Beatles met de Get Back sessies terug te laten keren naar hun roots.Merkwaardig is wel dat Dylan zelf voor zijn eerste plaat na het ongeval, John Wesley Harding, geen enkel nummer uit de sessies opneemt. Hij heeft dat materiaal alweer achter zich gelaten.  

Pas in 1975, geeft hij toestemming om het materiaal officieel uit te brengen. Zelf heeft hij geen zin om zich daar mee bezig te houden. Dus krijgt Robbie Robertson de opdracht om het materiaal te selecteren. In plaats van de veertien nummers, die al jaren circuleren gewoon op plaat te zetten, kiest die er voor een eigen selectie te maken van zestien nummers. Daar voegt hij dan acht onuitgegeven nummers van The Band aan toe, waarvan de helft effectief opgenomen zijn in Big Pink. Hij vindt het ook nodig om drums, gitaar en piano toe te voegen aan een aantal van de oorspronkelijke banden en dan het geheel in mono te remixen.

Bovendien is zijn songkeuze in enkele gevallen erg bedenkelijk: klassiekers als ‘I Shall Be Released’ en ‘The Mighty Quinn’ worden weggelaten, terwijl prachtige onuitgegeven songs als ‘Sign on the Cross’ en ‘’I'm Not There (1956)’ over het hoofd worden gezien. Ook geeft hij de voorkeur aan een ruwere eerste take van ‘Too Much of Nothing’, in plaats van de oorspronkelijk bekende en beter uitgevoerde tweede take.

 

the_basement_tapes_b000002552

Toch reageren zowel critici als het publiek erg enthousiast wanneer The Basement Tapes op 26 juni 1975 worden uitgebracht. Aan beide zijden van de Atlantische oceaan bereikt de dubbel-LP de top tien. Dylan reageert verbaasd:

 Het zal nog eens tien jaar duren, tot Biograph, eer take 2 van ‘The Mighty Quinn’ eindelijk officieel wordt uitgebracht. En zes jaar later krijgen we nog eens twee nummers: ‘I Shall Be Released’ en ‘Sante Fe’ staan allebei op The Bootleg Series Volumes 1-3 (Rare & Unreleased) 1961-1991.Oorspronkelijk stonden ook ‘Sign on the Cross’ en ‘’I'm Not There (1956)’ gepland, maar die kwamen te vervallen toen de box set werd teruggeschroefd van vier naar drie cd’s. Halfweg de jaren tachtig waren de originele banden terecht gekomen in de handen van verzamelaars die er een vijfdelige bootleg reeks van maakten: The Genuine Basement Tapes. Die werd dan nog eens verbeterd door een vier cd’s tellende set: A Tree With Roots, met kwalitatief betere versies, allemaal in stereo.  

De gekende muziekcriticus Greil Marcus schreef zelfs een heel boek over de opnamen: The Old, Weird America: The World of Bob Dylan's Basement Tapes. Daarin vergeleek hij de Basement Tapes met de Anthology of American Folk Music. Dat is een verzameling 78-toerenplaatjes uit de jaren 20 en 30, samengebracht door Harry Smith . In het boek betoogd Marcus dat beide collecties een alternatieve en veel vreemdere geschiedenis van de Verenigde Staten beschrijven.

Dylans terugkeer naar de traditionele muziek bleek niet minder revolutionair als zijn eerdere verwezenlijkingen. Rock bands als de Flying Burrito Brothers, Crosby Stills & Nash en The Eagles leerden eruit dat er niks mis is met het spelen van luchtige, melodische country rock. Eigenlijk werd daar in die kelder van Woodstock door Bob Dylan en zijn maten de fundering gelegd voor wat tegenwoordig 'Americana' of 'alt.country' wordt genoemd.  
 

13:33 Gepost door Peerke in Bob Dylan | Permalink | Commentaren (2) | Tags: the band, americana, woodstock, basement tapes |  Facebook |

05-09-07

Bob Dylan: Blonde On Blonde

Het is augustus 1965 en Bob Dylan heeft dringend een groep nodig om met hem op tournee te gaan. Zijn eerste volledig “elektrische” LP, Highway 61 Revisited, zal op 30 augustus worden uitgebracht en zijn manager, Albert Grossman heeft een tournee door de Verenigde Staten gepland. Dylan heeft besloten deze keer een band mee te nemen om de songs te brengen zoals hij ze op plaat heeft gezet. 

Van de muzikanten die aan de sessies hebben deelgenomen heeft hij organist Al Kooper en drummer Harvey Brooks gerekruteerd, maar gitarist Mike Bloomfield heeft andere verplichtingen en bedankt. Dus hij heeft nog een sologitarist nodig. Mary Martin, de receptioniste van zijn manager Albert Grossman, herinnert hem nog eens aan een barband uit Toronto. “Ze kende alle bands en zangers van Canada,'' vertelt Dylan later aan Jann Wenner, “en ze bleef maar doorzagen over die kerels van The Hawks.”

Mary weet dat The Hawks in New York rondhangen op zoek naar werk. Enkele van hen hebben meegespeeld bij de opname van So Many Roads, de derde plaat van John Hammond Jr en één van de eerste folk-blues platen met elektrisch versterkte instrumenten. De lead gitarist van The Hawks, Robbie Robertson, wordt uitgenodigd voor een auditie. Robertson suggereert de drummer ter vervangen door die van zijn band: Levon Helm.  

Terwijl Robertson en Helm Dylan gaan begeleiden op zijn tournee, keert de rest van The Hawks terug naar Toronto om daar het clubcircuit verder af te dweilen.  

Het eerste optreden vindt plaats op 28 augustus 1965 in het Forest Hills Tennis Stadium in New York. De vijftienduizend toeschouwers reageren enthousiast op elk van de zeven nummers die Dylan brengt tijdens de eerste helft. Die nummers zijn dan ook, als vanouds, solo gebracht met begeleiding van zijn akoestische gitaar en mondharmonica.

Dan is er een pauze. Achter het gordijn bereiden de muzikanten zich voor om de confrontatie met het publiek aan te gaan. Robertson en Helm hebben nog nooit voor zo een massa gestaan. Net voor het gordijn opengaat raadt Dylan iedereen aan: “Blijf gewoon doorspelen, wat er ook gebeurd.”  De band heeft serieus wat moeite om Dylans vrije manier van spelen te volgen. Bovendien komen de leden van The Hawks uit een heel ander genre. Levon verklaart later: “Wij hadden er geen idee van wie Dylan was.” Ze hadden dan ook geen interesse in folkmuziek. Tokkelaars noemden ze die mannen. Barbands als The Hawks hielden uitsluitend van het harde werk. Samen spelen ze de hardste en wildste muziek die er tot dan toe ooit werd gebracht. Sommigen in het publiek zijn meteen verkocht. Maar de folkies roepen en jouwen. Er wordt zelfs gevochten. Er wordt met fruit gegooid naar de bandleden. Een man kruipt op het podium en duwt Al Kooper van zijn kruk. Er zijn geen bisnummers. 

Fotograaf Jerry Schatzberg herinnert zich Dylans reactie achteraf: "Hij was erg kwaad. Hij was "elektrisch gegaan" in Newport en werd er uitgejouwd en hij had beslist dat hij hun wel eens zou leren. In Forest Hills werd hij uitgejouwd. Na afloop zaten we allemaal in het appartement van Albert Grossman. Bobby hield zich sterk, maar hij was echt kwaad. Hij bleek het echter bij het rechte eind te hebben! Volgens mij hebben artiesten het recht om te doen waar ze zin in hebben en als mensen even nodig hebben om hun bij te benen, dan is dat maar zo. Hij wist waar hij mee bezig was. Maar niemand houdt er van uitgejouwd te worden.Het publiek had geen geduld. Ze wilden die akoestische gitaar en die paar nummers die ze van hem kenden en ze wilden niks anders horen. Maar het was zijn verdienste om vol te houden. Hij was erg kwaad, ja… maar ik ga de vloeken niet herhalen die ik toen hoorde!"Het tweede concert van Dylan met de band vindt plaats aan de andere kant van de Verenigde Staten: op 3 september staan ze in de Hollywood Bowl in Hollywood, Californië. De setlist blijft vrijwel ongewijzigd. En het verloop van de show ook, inclusief de publieksreacties.  Na afloop stelt Dylan voor dat de muzikanten hem begeleiden tijdens zijn nakende tournee. Al Kooper ziet dat echter niet zitten. Hij is het beu iedere keer te worden uitgejouwd. Helm zegt dat hij The Hawks niet wil opgeven. “Neem ons allemaal, of neem niemand,'' zegt hij tegen Grossman. Dylan vraagt dan “Wanneer kan ik de band zien?” Er wordt een datum afgesproken: 15 september.   Die dag vliegt Dylan vliegt in een privé vliegtuig naar Toronto. Om middernacht ziet hij er The Hawks spelen in de Friar's Tavern aan Yonge Street. Na afloop repeteren ze samen tot zes uur in de ochtend. Enthousiast vertelt Dylan aan Robert Fulford, een journalist van The Star: “Ik weet nu wat ik moet doen. Het is moeilijk te omschrijven. Ik weet niet hoe ik het moet heten, want het is moeilijk te omschrijven.”

De herfsttournee – Bob Dylans eerste tournee met een band gaat van start op 24 september in het Municipal Auditorium van Austin, Texas. In drie maanden zullen ze 41 concerten geven. Met Garth Hudson, Rick Danko en Richard Manuel in zijn begeleidingsgroep, zijn The Hawks nu terug compleet.

Tijdens een korte pauze twee optredens in vinden op 5 oktober twee sessies plaats voor een nieuwe single: van 19 tot 22 uur en dan van 23:30 tot 02:30. De opnamen vinden opnieuw plaats in de Columbia Recording Studios in New York. Bob Johnston is opnieuw producer, Roy Halee technicus en voor de begeleiding doet Dylan beroep op zijn tourband, Levon & The Hawks.

Maar Dylan heeft geen songs klaar, enkel wat ideeën en fragmenten. Hij hoopt dat de puzzelstukjes vanzelf op hun plaats vallen tijdens de sessie. Later legt hij zijn methode zo uit: “Ik ga in de studio, praat wat met de muzikanten en zeg zo maar wat in de micro. Dan loop ik naar de controlekamer om alles te beluisteren. Ik schrijf op wat ik gezegd heb, herschik dat wat en dan loop ik terug de studio in en zing het opnieuw!” En zo klinken ‘Medicine Sunday’ en ‘Jet Pilot’ ook. Zelfs een remake van ‘Can You Please Crawl Out Your Window?’ komt niet van de grond. Deze keer valt het dus tegen: geen van beide sessies levert iets bruikbaars op. ‘Jet Pilot’, ‘Can You Please Crawl Out Your Window?’ en ‘I Wanna Be Your Lover’ van deze sessies worden later uitgebracht op Biograph.  
De studio was ook geboekt voor de avonden ervoor en erna, maar die sessies gingen niet door.

Op 20 oktober wordt er veel geprutst aan ‘I Wanna Be Your Lover’, maar ook deze sessie levert niks bruikbaars op. 

Dylan geeft die herfst ook een interview aan Nat Hentoff voor Playboy. Op de vraag waarom hij rock-'n'-roll is gaan spelen geeft hij een lang antwoord, waarvan absoluut geen woord te begrijpen valt. “Zorgeloosheid. Ik was mijn ware liefde verloren. Ik begon te drinken. En opeens zat ik in een kaartspel. Maar dan in een flauw spelletje. Ik werd wakker in een biljartzaal. Een dikke Mexicaanse vrouw sleurde me van tafel en nam me mee naar Philadelphia. Ze liet me alleen in haar huis en dat brandde af. Ik belandde in Phoenix. Ik kreeg er een job in een porseleinfabriek. Ik begon er te werken in een tweedehandswinkeltje en ging samenwonen met een 13-jarig meisje. Maar de dikke Mexicaanse van Philadelphia kwam binnen en brandde het huis plat. Ik trok naar Dallas. Ik kreeg er een job als “ervoor” in een reclame van Charles Atlas "ervoor – erna”. Ik ging er samenwonen met een loopjongen die fantastisch chilis en hot dogs kon maken. Maar het 13-jarig meisje van  Phoenix kwam ons huis afbranden….”En zo gaat dat maar door. Het is duidelijk: hij is niet van plan de vraag te beantwoorden.  Na anderhalve maand is Levon Helm het gedoe beu en stapt uit de band. Hij kan er absoluut niet tegen dat ze iedere avond worden uitgejouwd en bekogeld met allerlei spullen. Zijn laatste optreden is op 14 november in de Massey Hall van Toronto, Canada. Hij wordt vervangen door Bobby Gregg.  Een week later, op 22 november 1965 trouwt Bob Dylan, in het grootste geheim met Sara Lowndes tijdens een privé ceremonie in Long Island, New York. Enkel Albert Grossman en zijn vrouw zijn getuigen. Zelfs zijn ouders en de leden van zijn tourband weten van niets. Sara is zeven maanden zwanger. De bruid is zesentwintig en haar echtgenoot twee jaar jonger. Sara heeft een driejarig dochtertje uit haar eerste huwelijk. Dylan zal het kind later adopteren.

Na een onderbreking van een maand proberen Dylan en the Hawks op 30 november nog eens iets op te nemen. Bob Johnston en Roy Halee vormen weer het vaste team in de studio. Naast zijn begeleidingsband zijn nog twee andere muzikanten van de Highway 61 sessies opgetrommeld om mee te spelen: Paul Griffin en Al Kooper.Er vinden weer twee sessies plaats. In de namiddag wordt tussen 14:30 en 17:30 een stevige rockversie van ‘Visions Of Johanna’ opgenomen onder de werktitel (Seems Like A) Freeze Out’. Van de 14 takes zijn er slechts zes compleet. Take 8 verschijnt veertig jaar later op No Direction Home. Tijdens de tweede sessie ’s avonds van 19:00 tot 22:00 worden nog eens 10 takes van ‘Can You Please Crawl Out Your Window’ op band gezet. Eindelijk is Bob tevreden en is een versie klaar goed genoeg om als single te worden uitgebracht. Dat gebeurd op 27 december 1965: ‘Can You Please Crawl Out Your Window’/’Highway 61 Revisited’. De dag na de sessie vliegen Dylan en The Hawks naar de Westkust voor het verder zetten van hun tournee. Ook daar zijn de reacties hetzelfde: applaus voor het akoestische eerste deel en boegroep voor de tweede set met de band.  

Na 19 december is er een pauze van zes weken in de tour, om Kerstmis en nieuwjaar te kunnen vieren.
 

Met een kind erbij is Dylans appartementje, waar hij vroeger samenwoonde met Suzy, te klein. Daarom verhuizen ze naar kamer 211 van het Chelsea Hotel in New York. Het was in die tijd een erg goedkoop hotel dat vooral werd bewoond door kunstenaars van allerlei slag die er meestal langdurig verbleven.

Bob boezemvriend Bob Neuwirth heeft in die periode kennis gemaakt met een prachtig fotomodel: Edie Sedgwick. Edie is de nieuwste ster van Andy Warhol's Factory. Ze speelt de hoofdrol in een tiental films die hij de laatste drie-vier maanden heeft gedraaid. Neuwirth wil haar voorstellen aan Dylan en heeft een afspraak geregeld in de Kettle of Fish in MacDougal Street (boven de Gaslight Café). Robert Heide, de schrijver van Lupe, was ook op de afspraak. "Ik wist dat Edie er zou zijn en zij was er zelfs als eerste. Dus ging ik bij haar zitten. Dan reed Dylans limousine voor en hij kwam binnen, helemaal in het zwart. Edie zei iets als 'Ik heb geprobeerd dichter bij hem te komen, maar het lukt niet.' En Dylan vroeg 'Bij wie?' en zij antwoordde 'Andy' en hij mompelde 'Oh'.Na een lange, ijzige stilte kwam Andy eindelijk ook aan... Het was echt dramatisch... Er hing spanning in de lucht, er stond iets te gebeuren…. Andy was net binnen toen Edie opstond en vertrok. Dylan ging met haar mee en ze stapten in zijn wagen. Andy bleef er onbewogen bij. Hij zei alleen iets in de aard van 'Het gaat bergaf met Edie, ik vraag me af wie het volgende meisje wordt... Wanneer zou ze zelfmoord plegen? Ik hoop dat ze mij iets zegt, dan kan ik het filmen."Bobby Neuwirth vertelt wat daarna gebeurde: "We hebben plezier gehad. Gelachen en gegiecheld. Zeker een uur of twee. Het was vlak voor Kerst. Het sneeuwde en ik herinner mij dat we naar de versiering gingen kijken in Houston Street voor de Katholieke kerk.... Edie was fantastisch. Ze was echt fantastisch."Dylans roadmanager Jonathan Taplin meent: "Dylan hield van Edie omdat zij een van de weinigen was die tegen zijn getreiter konden. Ze was veel sterker dan die meelopers die toen rond hem hingen. Hij had altijd ruzie met vrouwen. Hij testte mensen… misschien om zichzelf te leren kennen. De overgang van folk purist naar rockgekte was overweldigend. Hij moest te weten komen: wie ben ik? Dylan had respect voor Edie's pit en haar kracht om hem tegen te spreken." Volgens Bob Neuwirth wou Bob Dylan in een film spelen met haar. Maar niet zo'n Warhol film. Er was in die periode veel interesse om Bob in een film te laten spelen - een pak grote regisseurs zaten achter hem aan. Maar  Dylan had altijd behoefte aan wat geheimzinnigheid - de Garbo truuk. 

* * *

 Twee maanden na het huwelijk wordt op 6 januari 1966 Dylans eerste zoon geboren: Jesse Byron Dylan. (Hij zal later trouwen met Susan Traylor en directeur worden van het miljoenenbedrijf Paradise Music and Entertainment, Inc.)Om af en toe aan een frisse neus te halen, springt Dylan in januari dikwijls binnen in The Factory, waar Warhol Chelsea Girls aan het draaien is met Edie. Dylan heeft Nico laten overkomen uit Londen, om haar voor te stellen aan Andy. Omdat Nico beter kan zingen dan Edie, wordt die aangesteld als zangeres, terwijl Edie alleen mag dansen bij de optredens van The Velvet Underground.  Diezelfde maand richt Albert Grossman namens Bob Dylan Dwarf Music op, een eigen muziekuitgeverij. Bob beweert later dat hij niet had begrepen dat hij en Grossman partners waren. Hij dacht dat hij alleen eigenaar was. Maar in het contract, dat Bob ongelezen had getekend, stond duidelijk dat Grossman 50% ontving, gedurende de volgende tien jaar.   Op 21 januari worden de sessies voor de volgende plaat hervat. Die dag vinden er maar liefst drie sessies plaats: 14:30 tot 17:30, van 17:45 tot 20:45 en van 21:30 tot 24:00 – en allemaal voor één nummer. De leden van The Hawsks, Bob Johnston en technici Halee, Dauria en Keyes spannen zich allemaal in om 19 takes van 'She's Your Lover Now' op band te zetten. Of 'Just A Little Glass Of Water ', zoals het eerst nog heet. Allemaal voor niks. De beste, take 19 wordt pas uitgebracht op The Bootleg Series.   Vier dagen later, op 25 januari 1966 vinden er opnieuw drie sessies plaats: 14:30 tot 18:00, 19:00 tot 23:00 en 23:30 tot 2:30 's nachts. Dylan heeft besloten beroep te doen op andere muzikanten. Van zijn band houdt hij Robbie Robertson over, plus de ritmesectie. Die wordt dan aangevuld met bassist William E. Lee, pianist Paul Griffin  en Al Kooper op orgel.Met een paar professionals erbij blijkt het opeens wel te klikken. Eerst worden twee takes van ' Brand New Leopard-skin Pill-box Hat' uitgeprobeerd en de rest van de tijd wordt besteedt aan 24 takes van 'Song unknown' dat later zelfs twee titels krijgt: ‘One of Us Must Know (Sooner or Later)’. Dat wordt dan de nieuwe single.Take 1 van ‘Leopard-Skin Pill-Box Hat’ wordt later uitgebracht op No Direction Home.Volgens Nico gaat het nummer over Edie. "Iedereen dacht dat het over Edie ging, omdat zij soms luipaard droeg. Dylan is erg sarcastisch.. Het is een erg smerig nummer, om het even over wie het gaat." 

De volgende dag is Dylan te gast in het ochtendprogramma van Bob Fass, waarbij hij twee uur lang telefonische vragen van luisteraars beantwoordt. 

Maar de dag erna is hij terug in de studio. Misschien dat door Nico terug te zien hij zich het nummer herinnerde dat hij ooit voor haar geschreven heeft. In ieder geval, er wordt één take van ‘I’ll Keep It With Mine’ opgenomen in het begin van de 12 uur durende sessie, van 14:30 tot 2:30. De rest van de tijd wordt besteedt aan een re-make van dat liedje over het luipaardhoedje, een instrumentaal nummer, voorlopig ‘Number One’ geheten en een insert voor 'One Of Us Must know'. ‘I'll Keep It With Mine’ komt later terecht op The Bootleg Series, 1961-1991.Sessies gepland voor 31 januari en 4 februari worden afgezegd. Hoewel niemand het dan weet, zal het vijf jaar duren eer Dylan nog eens in New York zal opnamen maken.   Begin februari 1966 maakt Andy Warhol, in zijn Factory, een gefilmd portret van Bob Dylan. Dylan zit gewoon in een zetel. Een kwartierlange studie is bewegingsloosheid, stilte en leegte. In de studio ziet Dylan een groot schilderij staan, waarop Warhol Elvis heeft geportretteerd in cowboy kostuum, compleet met revolver. Hij vindt dat hij dat schilderij als beloning mag meenemen. Warhol is woest maar zegt geen woord.Jaren later vertelt Andy Warhol: "Ik hield van Dylan, de manier waarop hij een briljante nieuwe stijl creëerde... Ik gaf hem zelfs één van mijn eigen zilveren Elvis schilderijen, in zijn beginjaren. Later hoorde ik echter dat hij de Elvis gebruikte om er pijltjes naar te gooien. Als ik dan vroeg waarom hij dat deed kreeg ik altijd antwoorden als: 'Ik heb gehoord dat hij vindt dat je Edie hebt verprutst' of 'Luister naar 'Like a Rolling Stone' - volgens mij ben jij de 'diplomat on the chrome horse,' man.' Ik wist niet precies wat hij daarmee bedoelde - Ik heb nooit veel naar de teksten geluisterd - maar ik begreep wat de mensen bedoelden: dat Dylan het niet erg op mij had, dat hij mij de schuld gaf van Edie's drugs."Bob vernielde het kunstwerk niet echt. "Ik ruilde ooit een schilderij van Andy Warhol voor een sofa. Dat was behoorlijk stom. Ik heb Andy altijd willen zeggen dat ik dat stom vond en als hij me ooit een anders schilderij zou geven, zou ik dat nooit meer doen." Diezelfde maand verneemt Edie Sedgwick, tijdens een discussie met Andy Warhol, dat Bob Dylan getrouwd is. Paul Morrissey, de regisseur van veel van Warhols films was er bij: “Ze zei, 'Ze gaan een film met me draaien en ik ga er in spelen met Bobby.'  Het was opeens Bobby zus en Bobby zo en ze hadden door dat ze verliefd was op hem. Ze vonden dat hij haar aan het lijntje hield, want Andy had net die morgen van iemand gehoord dat Dylan al een paar maanden eerder in het geheim was getrouwd... Andy kon het niet nalaten te vragen, 'Wist je dat Bob Dylan getrouwd is?' Ze beefde. Ze hadden door dat ze echt dacht een relatie met hem te beginnen? Dat hij haar misschien voor de gek had gehouden." Edie gaat even telefoneren en komt dan terug om aan te kondigen dat ze de Factory verlaat. Ze is nooit terug gekeerd.  Er is geen bewijs dat Edie ooit een seksuele relatie had met Bob Dylan. Al beweerde haar broer Jonathan begin 2007 wel dat ze van hem in verwachting was geraakt en een abortus had laten plegen. Vast staat wel dat een relatie had met Bob Neuwirth. Die was het ook die haar aan de drugs bracht, hetgeen vijf jaar later haar dood werd.   

 

Vanaf 4 februari wordt de tournee door Noord Amerika verder gezet met nog eens 24 shows. Ter ondersteuning wordt  ‘(Sooner Or Later) One Of Us Must Know’/’Queen Jane Approximately’ als single uitgebracht De b-kant is voor de tweede keer op rij een oud nummer van de vorige plaat.  Half februari is er een korte pauze in de tournee. Dylan, Grossman, Sara en Johnston vliegen naar Nashville om er te gaan opnemen met plaatselijke studiomuzikanten. Dat was iets waarop producer Bob Johnston al langer had op aangedrongen: "Je moet eens meekomen naar Nashville. Ze werken daar niet volgens de klok en ze hebben daar echt uitstekende muzikanten. Die mannen zitten echt in met de muziek.” “Ik had al heel wat opnamen gedaan in Nashville en ik wist dat de muzikanten er uitstekend geschikt zouden zijn voor Dylans nummers.” Bovendien is de sfeer er rustig. “In New York komen er altijd mensen langs. Iedereen wil er een ster zijn. Iedereen loopt er maar rond.” Dat heb je in Tennessee niet. “Er is daar niks te doen. De meeste mensen rookten er niet eens.”  Dylan was aanvankelijk sceptisch en zowel Albert Grossman als de baas van Columbia, Bill Gallagher waren tegen. Maar bij gebrek aan beters was Dylan bereid om het te proberen.Het blijkt een meesterlijke zet: de tegenstelling tussen de hippe New Yorkers en de no-nonsens Zuidelijke sessiemuzikanten levert muzikaal vuurwerk op. “Neem die twee elementen, voeg ze samen in een testtube en het ontploft gewoon,” blikt Al Kooper terug.  Het begint nochtans slecht. “Het regende,” vertelt Bob Johnston, “Toen Albert op het vliegtuig stapte was hij kletsnat. Hij had al zijn spullen in een papieren zak en die was doorweekt. Het stonk verschrikkelijk.” Omdat het in het Zuiden nog al eens gevaarlijk kan zijn voor vreemde snuiters, werd Lamar Fike, één van Elvis Presley’s lijfwachten ingehuurd om voor Dylan te zorgen.  Op 14 februari begint Dylan alvast met twee sessies: van 14 tot 18 uur in de Columbia Music Row Studios.De ingehuurde studiomuzikanten zijn niet erg onder de indruk van het gezelschap. Hoewel mensen als de gitarist Wayne Moss hebben meegespeeld op verschillende nummer 1 hits (‘Pretty Woman’ van Roy Orbison en ‘Sheila’ van Tommy Roe) hebben ze nooit van die Dylan gehoord. En ook van Grossman hebben ze geen te hoge dunk. “We hadden geen idee wie hij was,” vertelt Moss, “maar onze eerste indruk was dat hij een typische New Yorkse dikdoener was. Hij deed alsof de muziekindustrie van hem was en hij kon doen waar hij zin in had. Hij leek zijn eigen feestje te bouwen in de controle ruimte. Hij gooide de hele tijd kwartjes tegen het plafond om ze te proberen te laten hangen. Er zitten dus een heel pak gaatjes in het plafond dankzij Al Grossman. Als ik de baas van de studio was geweest, had ik hem gevraagd op te hoepelen.” Producer Johnston maakt zich ook niet direct populair. Hij laat de geluidsschermen verwijderen, zodat de muzikanten elkaar kunnen zien. “De bas lekte met Dylans zang en de gitaarmicrofoons,” klaagt Wayne Moss. ”Charlie McCoy moest rechtstreeks in het paneel inpluggen en zichzelf beluisteren via een koptelefoon. We konden totaal geen bas horen.” Wanneer Richard Green, de fiddler van Seatrain langs komt is die geschokt: “De drums waren afgeschermd, maar voor de rest zat allemaal verspreid in een grote ruimte. Ze zaten niet kort bij elkaar… de muziek klonk verschrikkelijk. Ze probeerden maar opnieuw en opnieuw om een bepaald geluid te krijgen en ze mesten tevreden zijn met iets wat gewoon geen goed muziek was.”De technici rebelleren. “Ze schreven een brief dat Bob Johnston niet wist waar hij me bezig was en dat ze voortaan alle microfoons zelf zouden plaatsen.”De directeur van de platenmaatschappij werd er zelfs bij betrokken. Bill Gallagher was duidelijk: “Ik heb een suggestie voor jullie: als Bob een microfoon aan het plafond wil hangen, dan haal je de langste ladder die je kan vinden en begin te klimmen. En anders sluit ik die verdomde zooi hier vandaag nog!” Behalve de plaatselijke muzikanten heeft Bob ook Al Kooper laten overvliegen uit Columbus, Ohio, waar die op tournee was met The Blues Project. “Bob had zowel mij als Robbie Robertson, om het wat vertrouwder te maken.”Joe South kwam van Atlanta en Jerry Kennedy kwam uit Miami overgevlogen. De kern bestond echter uit de beste studiomuzikanten van Nashville. “Bob Johnston had al zo dikwijls met ons gewerkt,” vertelt Wayne Moss. “Charlie McCoy speelde bas en trompet en was de leider van het gezelschap. We hadden ook Kenneth Buttrey, ’s werelds beste drummer.” Er wordt begonnen met 19 takes van 'Fourth Time Around'. Kooper merkt op dat het erg lijkt op ‘Norwegian Wood’ van The Beatles. “Hij vertelde dat hij het hun voorgespeeld had. Dus vroeg ik of ze er iets van gezegd hadden dat het erg leek op ‘Norwegian Wood’ en hij zei,’Toen ik het hun liet horen was er nog geen ‘Norwegian Wood’. Dan vroeg ik om ze hem konden vervolgen. Hij zei, ‘Nee. Mijn nummer was er het eerst. Ik kan hun vervolgen!’”Als tweede nummer wordt het lange 'Visions Of Joanna' op band gezet. Daar zijn maar vier takes voor nodig.  De tweede sessies sluit aan op de eerste en gaat verder tot 21:30. Er zijn twee muzikanten bijgekomen: de blinde pianist Hargus Robbins,en de gitarist Jerry Kennedy. Samen proberen ze nog maar eens om 'Leopard-skin Pill-Box Hat' op band te krijgen. Van de 13 takes zijn er slechts 3 compleet.  De volgende dag zijn er maar liefst vier sessies: van 6 uur 's avonds tot half zes de volgende ochtend. Sessies waarin….vooral gekaart wordt. “Ze zaten daar misschien een uur of tien terwijl hij in de studio zat te schrijven,” vertelt Al Kooper. “Niemand werd lastig of draaide met zijn ogen. Dat was gewoon het tempo van de sessies in Nashville. Alles kon er en niemand maakte zich druk. Dat waren echt de kalmste, gemakkelijkste kerels waar ik ooit mee heb gewerkt. “Terwijl Dylan de tekst uitwerkt leert Kooper de sessiemuzikanten de overgangen. Daar heeft hij overdag met Dylan aan gewerkt in zijn kamer in het King of the Road hotel. “Bob had een piano in zijn hotelkamer laten zetten, zodat hij overdag kon schrijven,” legt Kooper uit. “Er bestonden toen nog geen cassetterecorders, dus speelde ik piano voor hem, altijd maar hetzelfde, terwijl hij schreef.”  De professionele muzikanten zijn niet echt onder de indruk. Multi-intrumentalist Charlie McCoy: “Hij kwam binnen en had zijn nummer nog niet eens klaar. Hij zei: "Jongens, jullie moeten even wachten terwijl ik dit even afmaak’. We waren binnengekomen om twee uur en hij begon te schrijven en tegen een uur of vier de volgende morgend zei hij, ‘OK, ik ben klaar." Dat was voor ‘Sad-Eyed Lady’.”“Het begon als iets kleins,” vertelt Dylan jaren later. “Maar ik liet me meeslepen. Ik zat daar aan een tafel en begon te schrijven. Tijdens de sessie zelf. En ik werd er door meegesleept. Ik schreef maar en ik kon niet ophouden. Na een tijdje vergat ik waar het over ging en probeerde terug te gaan naar het uitgangspunt…”

Gelukkig had Johnston de studio voor de hele nacht geboekt. “Ik was er alleen in geïnteresseerd de juiste omstandigheden te geven aan de artiest om te doen wat hij wil doen. Iedereen ging ontspannen, wat pingpongen, iets eten, wat slapen… tot hij klaar was en zei: ‘He, ik heb het nummer af. Is hier iemand?’Ik riep iedereen bij elkaar. Dylan zei: ‘Het gaat zo… G, C, B, dah de dah de dah… en liep weg. En die kerels hadden geen idee wat ze moesten doen. Ik zei: ‘Speel. Stop niet. Speel gewoon door.’”    

“Als je zolang hebt moeten wakker blijven,” moppert McCoy, “probeer dan maar eens zo een lang en traag nummer te spelen! Die hele ervaring met Blonde on Blonde… Ik heb de indruk dat hij niet erg op zijn gemak was.” Ken Buttrey verteld hierover: “Hij zei: ‘Ik speel een strofe en een refrein, dan doe ik mijn harmonica ding. Dan doen we opnieuw een strofe en een refrein en ik speel opnieuw wat harmonica en dan zien we wel verder.’ Dat was zijn uitleg. Het was de eerste take. We wisten niet hoe lang het zou gaan duren… we dachten gewoon zoiets van twee, drie minuten.  Dat was de limiet zowat. Als je luistert hoor je dat na het tweede refrein het ding naar een climax toewerkt omdat we dachten dat het gedaan was. Maar hij speelt nog een harmonicasolo en begint een volgende strofe en iedereen zakt terug naar het tempo van een refrein. Daarna moesten we opnieuw opbouwen naar de finale en het ding zakt opnieuw naar nog maar eens een refrein. Na vijf, zes minuten van dat spul kijken we naar mekaar en naar de klok. We zijn allang de grens gepasseerd en lap, alweer een strofe en, hop, nog een refrein. Na tien minuten beginnen we in de lach te schieten. Het wordt te gek, ik bedoel, vijf minuten geleden zaten we al aan de piek. Wat doe je daarna?”   Na afloop is Johnston erg onder de indruk. “We speelden het terug  en niemand kon het geloven. Omdat ze niet wisten dat hun leven net veranderd was. Nashville was veranderd en de muziek was veranderd.”Maar niet iedereen denkt er het zelfde over. “Ik begreep er niks van” vertelt Moss. “Hij was zoveel uren met die tekst bezig geweest en dat was alles wat hij had kunnen bedenken? Ik probeerde te begrijpen waar het over ging. Jaren later vond ik een boek Dylans Lyrics Explained. Ik dacht, OK, nu gaan we het weten. Dus zocht ik ‘Sad Eyed Lady of The Lowlands’ op en de schrijver zei: ‘Woorden schieten tekort om de schoonheid van de tekst te beschrijven’. Met andere woorden: hij had geen idee. Ik ben er vast van overtuigd dat als er iemand is die weet wat het betekent dat het Dylan zelf moet zijn. En zelfs daar durf ik geen geld op inzetten.” Volgens Kooper was het nummer duidelijk voor Sara bedoeld. “Ik herinner me goed dat Sara Bob aan de studio kwam oppikken om 7 uur ’s ochtends. Hij vroeg haar het nummer te laten horen. Dan vroeg hij haar wat ze er van vond. Ze verwees naar een regel en ze lachten er samen om. Hij wou absoluut dat zij het hoorde.”  Pas wanneer Dylan het nummer ‘Sara’ uitbrengt op Desire ligt hij een tipje van de sluier: “Staying up for days at the Chelsea Hotel/Writing Sad Eyed Lady of The Lowlands for you.” Nochtans had hij in de titel al een hint verstopt: LOWLANDS lijkt teveel op Saras familienaam Lowndes om toeval te zijn.  Twaalf uur later staan de muzikanten alweer klaar in de studio! Maar pas om vier uur 's nachts wordt de eerste take van ‘Stuck Inside of Mobile With The Memphis Blues’ opgenomen. De sessie loopt deze keer door tot 7 uur in de ochtend. Dan staan er 15 takes op band, waarvan er maar drie compleet zijn. Take 5 belandt later op No Direction Home. Daarna wordt de tournee verder gezet. Samenvallend met de tournee wordt in maart 1966 het interview met Nat Hentoff gepubliceerd in het mannenblad Playboy. In die tijd bestonden er in de US nog geen muziektijdschriften. Playboy was het enige grote blad dat aandacht begon te besteden aan popmuziek.  Vanaf 7 maart wordt opnieuw van enkele dagen pauze in de tournee geprofiteerd om nog snel terug te keren naar Nashville om er wat laatste nummers op te nemen voor Blonde On Blonde. Om 21:30 wordt verzameld in de studio, maar het is weer 1 uur 's nachts tegen dat de sessie begint. Om 4 uur staat ‘Absolutely Sweet Marie’ er op.  Op 8 maart 1966 zijn er weer drie sessies - of één lange: van 2 uur in de namiddag tot middernacht. De eerste en de laatste sessie worden besteedt aan 'Just Like A Woman'. Tussendoor wordt 'Pledging My Time' opgenomen, zonder de pianist die dan even een paar uur elders moet zijn. Robbie Robertson komt 's avonds meespelen.Volgens Nico is ‘Just Like a Woman' alweer een nummer over Edie.  De volgende avond is er opnieuw een nachtlange sessie: van 6 uur 's avonds tot 7 de volgende ochtend. Eerst worden ‘Most Likely You Go Your Way and I'll Go Mine’ en ‘Temporarely Like Achilles’ op band gezet. Voor het volgende nummer, 'Rainy Day Women #12 & 35', dat dan nog de even duidelijke titel 'A Long Haired Mule And A Porkupine' draagt wil Dylan een band van het Leger des Heils. Maar de studiomuzikanten vinden dat overbodig: “Wij kunnen ook stom spelen, als het echt moet, hoor!” Wel wordt er één trompetspeler bijgehaald, om Charlie McCoy te helpen. Die speelt met één hand bas en houdt met de andere zijn trompet vast!Robbie Robertson heeft zich al heel de tijd ongemakkelijk gevoeld. “Het was echt een kliekje. De muzikanten daar hadden echt geen behoefte aan buitenstaanders en omdat Bob Johnston al, al die gitaristen had verzameld, zat ik er een beetje bij van ‘wat doe die hier?’ Niemand zei er iets van, maar je voelde het wel.”Met een bluesy gitaarsolo op ‘Obviously 5 Believers’ kan Robertson zich bewijzen. “Ik deed iets wat zij geen van allen deden. Daarom voelden ze zich niet bedreigd.”Daarna wordt ‘Leopard-Skin Pill-Box Hat’ nog maar eens geprobeerd, om dan af te sluiten met het prachtige ‘I Want You’. Dylan is zeer tevreden over zijn ervaring in Nashville: "Ik heb zeven platen opgenomen in New York. Je moet er al die miserie met taxi's en zo meemaken en de afleidingen van zo'n grote stad beperken je toch sterk. Het is er altijd koud en je kan er niet zomaar buiten wanneer je wilt, zodat je een opgesloten gevoel krijgt. En hoewel New York over eerste klas muzikanten beschikt, weten die mannen in Nashville echt wel waar ze mee bezig zijn."De volgende jaren zal Dylan al zijn platen opnemen in Nashville.Charlie McCoy: “Het is waarschijnlijk één van de beste dingen die er ooit zijn gebeurd voor Nashville – als plaats om allerlei soorten muziek op te nemen. Nadat hij er was geweest, zeiden mensen uit de rock opeens ‘Oh, maar wacht eens, als Dylan er is geweest moet het er wel OK zijn’.” De journalist en latere Dylan biograaf Robert Shelton interviewt Dylan op 12 maart tijdens een vlucht van Lincoln, Nebraska naar Denver, Colorado. Aan hem geeft Dylan toe: “Er zijn veel medicijnen nodig om dit tempo vol te houden.”Ook verklaart hij er niet op uit te zijn om de regels te overtreden. “Het is geen kwestie van de regels te overtreden, begrijp je? Ik overtreed geen regels, omdat ik geen regels zie om te overtreden. Wat mij betreft zijn er geen regels!“Het gesprek wordt twintig jaar later gepubliceerd in Sheltons boek No Direction Home.  In een hotel kamer in Denver spelen Bob en Robbie om half zes in de ochtend enkele nummers voor Robert Shelton. Jammer genoeg heeft Shelton niet genoeg plaats meer op de band en zet daarom na, het eerste nummer, de opnemer op een tragere snelheid, hetgeen de kwaliteit sterk verminderd. Het zijn demo’s van ‘Most Probably Van Gogh (Positively Van Gogh)’, ‘Don’t Tell Him’, ‘If You Want My Love’, ‘Just Like A Woman’ en ‘Sad Eyed Lady Of the Lowlands’.De eerste drie nummers, die niet meer zijn dan wat ideetjes, met nonsensteksten, worden later nooit uitgewerkt. Op 22 maart 1966 wordt ‘Rainy Day Women Nos. 12 & 35’/’Pledging My Time’ de volgende single. Het plaatje komt als een schok voor de meeste fans. Wat is hij nu weer bezig? Maar de regel “Everybody must get stoned!” slaat aan en wordt een vaste uitdrukking. De single komt op 16 april  de Billboard Hot 100 binnen en behaalt de tweede plaats. In Engeland is 7 de beste notering en in Nederland blijft 'Rainy Day Women # 12 & 35' op de negende plaats steken in de Top 40. In Vancouver, British Columbia, Canada speelt Bob Dylan op 26 maart het laatste concert op het Amerikaanse continent in bijna acht jaar.* * * Op 7 april wordt het mixen van Blonde On Blonde beëindigt in Los Angeles. Dylan heeft zelf toegekeken hoe van de drie sporen de mono master wordt samengesteld.  Twee dagen later gaat in het International Center van Honolulu in Hawaii het derde deel van Dylans 1966 World Tour van start. Dit deel omvat acht shows, waarvan zeven in Australië en Nieuw Zeeland. In de begeleidingsband is de drummer Sandy Konikoff vervangen door Mickey Jones.  Vanaf 29 april wordt er gespeeld in Europa: zeventien shows, waarvan twee in Scandinavië, één in Parijs en de rest in Groot-Britanië.   

 

Hier zijn Dylan met zijn band live in Kopenhagen, 1 mei 1966. In kleur!http://www.youtube.com/watch?v=4EJdPmV2wRA 

 

 

Op 2 mei komen Bob Dylan en zijn begeleidingsgroep aan in Londen. Ze verblijven in the Mayfair Hotel. Van hier uit vertrekt het gezelschap naar Ierland, Schotland en Frankrijk, vooraleer terug te keren naar Londen. Alles wordt weer door Pennebaker gefilmd voor een documentaire film. Maar Eat The Document zal pas vijf jaar later in première gaan en slechts zeer korte tijd worden vertoond. Bob krijgt er bezoek van Paul McCartney, Keith Richards en Brian Jones.  Een live versie van ‘I Don't Believe You’, opgenomen op 6 mei in Belfast kan worden beluisterd op Biograph In de Sofia Gardens, in Cardiff, Wales komt Johnny Cash Dylan in zijn kleedkamer opzoeken. Samen zingen ze voor Pennebakers camera ‘I Still Miss Someone’.   Het concert van 14 mei in het Odeon Theatre in Liverpool wordt opgenomen.

Op 16 mei 1966 verschijnt de eerste dubbel-LP uit de rockgeschiedenis en het is er een van Bob Dylan: Blonde on Blonde. Volgens velen de beste plaat die Dylan ooit gemaakt heeft.De hoesfoto is getrokken door fotograaf Jerry Schatzberg. De foto is onscherp. De reden daarvoor is gewoon omdat het erg koud was en zowel de fotograaf als het "model" stonden te bibberen. Voor de binnenhoes koos Dylan  foto's uit de collectie van de fotograaf: enkele foto's van hemzelf, Edie Sedgwick en Claudia Cartinelli.De plaat verschijnt voorlopig alleen in Amerika. Blonde On Blonde komt op 23 juli 1966 de Billboard-albumlijst binnen. Het album bereikt de negende plaats.In Europa duurt het tot juli voor de plaat in de winkels ligt.   
insideDe oorspronkelijke binnenhoes, met een foto van Claudia Cardinale, die later op haar verzoek werd verwijderd.  

 

 

Wanneer John Lennon 'Fourth Time Around' hoort wordt hij behoorlijk zenuwachtig. Wat bedoeld Dylan daarmee? Dat Lennon hem al voor de vierde keer na-aapt? En hoezo dan… 'I'm A Loser', 'You've Got To Hide Your Love Away' en misschien de pet… Vooral de slotregels staan hem niet aan: 'I never asked for your crutch/Now don't ask for mine.'  

Ook het optreden op 17 mei in de Free Trade Hall in Manchester wordt opgenomen op 3-sporen apparatuur voor een mogelijke live LP. De opnamen worden later uitgebracht op bootleg als het “Royal Albert Hall” concert.

Royal Albert Hall

Vlak voor hij zijn elektrische set afsluit met ‘Like A Rolling Stone’ roept iemand uit het publiek "Judas". Waarop Dylan, nogal onder invloed van geestverruimende middelen, reageert met: "I don't believe you, you're a liar" om daarna The Band toe te snauwen “Play Fucking Loud” en uit te barsten in een daverende versie van ‘Like A Rolling Stone’. Het hele concert wordt uiteindelijk officieel uitgebracht in de reeks The Bootleg Series in ‘98. Ondertussen  zijn er al meer dan 100 000 exemplaren van op bootleg verkocht.   

 

Op 22 mei vliegt Dylan naar Parijs. Waar hij bij zijn vorige bezoek aan de stad, twee jaar geleden, nog volledig onbekend was, wordt hij al op de luchthaven van le Bourget opgewacht door een bende fotografen, journalisten en fans. Hij wordt echter snel afgevoerd naar een suite in het hotel George V. 's Avonds gaat hij een bezoekje brengen aan verschillende night-clubs in Saint Germain Des Prés. Daar komt hij  Johnny Hallyday tegen. Er zijn foto's van de twee in het holst van de nacht op straat. Dylan nog steeds met zonnebril!Dylan neemt Hallyday mee naar zijn suite om hem er enkele nummers van Blonde On Blonde te laten horen. 

De volgende dag is er een persconferentie in het George V. Dylan, die zijn  afkeer van de pers al lang niet meer verbergt, kaatst behendig alle vragen af. Hij arriveert met een handpopje, die hij Finian noemt."Hij is mij gevolgd!"

Journalist: Wil je iets uitdrukken met je liedjes?Dylan: Nee! Journalist: Wat vind je van de tussenkomst van de Verenigde Staten tijdens de oorlog in Europa in 1944? Dylan: Vindt je dat een gemakkelijke vraag? Journalist: Ja.

Dylan: Ik beantwoordt geen gemakkelijke vragen!

Journalist: Bent u gelukkig? Dylan: Ja. Misschien zoals een asbak!   

 

Op zijn 25ste verjaardag treedt Dylan voor het eerst op in Parijs, in de beroemde zaal l’ Olympia. Al wie naam heeft in Frankrijk, zit in de zaal, om de schrijver van 'Blowin' In The Wind' te zien. Natuurlijk speelt hij dat niet. Hij begint met zeven lange akoestische nummers, vol moeilijke woorden, onderbroken met lange pauzes om zijn gitaar te stemmen. Hij negeert daarbij het publiek volkomen. Wanneer er uit het publiek wordt geprotesteerd raadt hij hen aan om wat te gaan bowlen of een boek te lezen. Dat het een tumultueus concert is bevestigd ook Françoise Hardy: ”Bob zong het eerste deel van het concert en het was niet erg goed. Het publiek reageert erg koeltjes en afwachtend. Dan was er een pauze voor het tweede deel en hij wil niet terug opkomen. Het publiek wordt zenuwachtig en begint te roepen en te tieren. Het wordt gevaarlijk. En toen kwam iemand zeggen dat Bob Dylan niet meer terug wil komen als ik niet naar hem toe ga. Ik zat op de eerste rij en blijkbaar had hij mij gezien. Dus ging in backstage om hem te zien. Ik wist niks van die drugs en zo, in die tijd, maar ik had een slecht gevoel over hem. Hij was zo dun, zo breekbaar. Hij zag er echt ziek uit. Ik dacht echt dat hij het niet lang meer zou trekken… Ik herinner mij niet meer waar we over praatten, want mijn Engels was niet zo goed en ik verstond geen woord van wat hij zei. Maar hij keerde terug en speelde de tweede helft van zijn concert."Wanneer het gordijn opgaat staat Dylan daar met zijn band voor een enorme Amerikaanse vlag. Een bewuste provocatie. In zijn kleedkamer worden achteraf nog foto's genomen van Dylan met een enorme verjaardagstaart. Naast de aanhangers van Dylan, zijn Hugues Aufray en Johnny Hallyday er op te zien en ook Bruno Coquatrix, de eigenaar van de zaal. Die vond het hele gedoe maar niks. Dat was ook de mening van de Franse pers. Françoise Hardy: ”Na afloop gingen al die mensen - zijn aanhangers, de pers, Johnny Hallyday was er ook – allemaal gingen ze mee naar het George V waar Dylan logeerde. En hij vroeg mij alleen mee naar zijn kamer te gaan. En fier dat ik was! Al die mensen moesten daar achter blijven! Hij speelde twee nummers voor mij, die nog niet waren uitgebracht. Eéntje was ‘Just Like A Woman’, één van zijn beste nummers. Het ander was ook heel goed: ‘I Want You’. Ik was in de wolken.”Na nog een paar nachtclubs te hebben bezocht worden de opnamen van het concert beluisterd in het hotel. De Franse radio had opnamen gemaakt die vijf dagen later zouden worden uitgezonden. Dylan stelt echter zijn veto en de banden zijn nooit opgedoken, zelfs niet als bootleg.  De dag na het Parijse concert keert Dylan terug naar het Mayfair Hotel in Londen. The Beatles komen hem opnieuw opzoeken. En ook voor hen draait Bob Blonde On Blonde. Paul McCartney heeft acetates bij van ‘Tomorrow Never knows’. Bob reageert koeltjes: "Ik snap het. Jullie willen niet meer schattig zijn."John inviteert Dylan bij hem thuis. In het tekstboekje bij Biograph meldt Bob dat ze samen trachten een nummer te schrijven. “We draaiden een paar platen en praten wat, “ vertelt John Lennon. “Hij is een interessante kerel met goede ideeën We wissleden adressen uit en spraken af wat samen te doen, mar het kwam er nooit van. Hij zegt dat hij me wat gestuurd heeft, maar hij gebruikte een verkeerd adres en er is nooit iets aangekomen. Misschien dat we daarom goed konden opschieten: we zijn allebei nogal slordig.” Het befaamde concert in de Royal Albert Hall van London vindt plaats op 26 mei. The Rolling Stones zitten in het publiek. Aan de 9 minuten lange versie van ‘Like A Rolling Stone’ is duidelijk te merken dat Dylan er onder door gaat: gesloopt door slaapgebrek, te weinig eten en teveel drank en dope. De versie van ‘Visions of Johanna’ verschijnt op Biograph. De volgende ochtend om 7 uur worden Dylan en Lennon gefilmd door D.A. Pennebaker, terwijl ze in een wagen met chauffeur rondjes rijden rond Hyde Park in Londen. John is op zijn hoede en Bob kotsmisselijk.
John Lennon: “Ik was compleet paranoïde. Hij zei dat hij me in zijn film wilde, maar ik dacht: ‘Waarom? Wat? Hij gaat mij belachelijk maken’.” ‘s Avonds gaan Lennon en Harrison naar het tweede van Dylans befaamde concerten in de Royal Albert Hall. Wanneer die na zijn akoestische set, voor het tweede deel met the Hawks op het podium verschijnt wordt hij zoals overal door het publiek op boegeroep onthaald. John en George zijn het daar niet mee eens. “Laat hem! Houd uwe kop!”
Het blijkt Dylans laatste concert te zijn tot zijn come-back met The Band in januari '74.Na afloop van het concert, hebben Paul McCartney en Beatles assistent Neil Aspinall afgesproken met Bob in Dolly's Club. Ook Keith Richards en Brian Jones komen er bij zitten.  Ook de volgende dag brengen The Beatles door in Dylans hotelkamer, waar ze kijken naar de proefopnamen van Pennebaker’s film. De dag erna, 29 mei vliegen Bob en Sara naar Spanje, voor een vakantie.  * * * Na zijn terugkeer uit Europa koopt Dylan een eerste eigen huis: een woning van de Arts and Craftsmovement in Byrdcliffe, bij Woodstock. Het huis, Hi Di Ho, ligt hoog op een beboste berg. In de tuin is er een natuurlijke vijver, waarin kan worden gezwommen.  Al Aronowitz is er een regelmatige bezoeker met zijn vrouw en kinderen. "Ik bracht blikken mee met de laatste nieuwe  Hollywood successen, die ik kreeg van een vriendelijke New Yorkse filmmagnaat. Tijdens deze periode waren Bob en Sara onafscheidelijk. Hun liefde bloeide en Sara straalde. Het leek me dat ze met de dag mooier werd."

In juni 1966 wordt ‘I Want You’/’Just Like Tom Thumb's Blues’, op single uitgebracht. De b-kant is een live-opname van Liverpool en lange tijd de enige officiële opname van Dylan met The Band.

 * * * Tijdens een ritje in de buurt van het landgoed van Albert Grossman in Woodstock, op 29 juli 1966, komt Dylan met zijn Triumph motor ten val. “Ik was verblind door de zon.… eventjes was ik compleet blind. Ik panikeerde en remde hard. Het achterwiel blokkeerde en ik vloog… Mijn gezicht vol bloed en mijn nek deed fel pijn. Ik zag mijn leven voor mijn ogen voorbijflitsen… Het was een wonder dat ik het heb overleefd.
Sara volgde me met de auto en ze raapte me op.” 
Ze brengt hem onmiddellijk naar de praktijk van doctor Ed Thaler, zo’n 50 mijl verder. Daar blijft hij een week of zo. Ver weg van alle drukte en vooral spoorloos voor de pers.  In Kronieken legt Dylan kort uit: “Ik was gewond geraakt bij een motorongeluk, maar ik kwam er weer bovenop. De waarheid was dat ik uit de mallemolen wilde stappen.” 

Het ongelukje verschafte hem dan ook een welkom excuus om van een reeks jachtige tournees af te komen, die de geldbeluste manager Grossman voor hem had gepland. Dylan kon eindelijk rust vinden, herstellen van een langdurige amfetamine-psychose, die hem in de hectische jaren van klimmende roem en rusteloze creativiteit in de greep dreigde te krijgen. Eindelijk kreeg hij wat tijd om zich te wijden aan zijn vrouw Sara en hun jonge kinderen.

 

In Europa werd Dylan een legende. De roddelpers was nog niet zo ontwikkeld als tegenwoordig en er kwam weinig tot niets van Dylan naar buiten. Er werd gefluisterd dat hij dood was.

Page117

17-08-07

Bob Dylan: Highway 61 Revisited

decoration

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

Op 22 maart 1965 wordt Dylans vijfde LP uitgebracht: Bringing It All Back Home. Op die plaat staan aan een zijde akoestische nummers en aan de andere elektrische versterkte nummers.  Maar bij de concerttournee die hem langs een aantal concertzalen van Noord Amerika brengt is daar niets van te merken. Integendeel: het is een gezamenlijke tournee met Joan Baez. Twee zangers met een akoestische gitaar, zoals de folkbeweging hen graag ziet. De koning en de koning van de folk zijn nu even grote sterren, hoewel Dylans faam groeit en die van Baez stagneert.

Het hoogtepunt van de concertreeks is een optreden in het Civic Auditorium van Santa Monica, in Californië.

 

Na afloop trekken beide zich terug in Baez’s huis in Carmel. Daar schrijft Bob zijn enige nieuwe compositie, sinds januari: ‘Love Is Just A Four-Letter Word’. Hij zal het nummer nooit zelf opnemen maar geeft het aan Joan Baez. Het werd nooit zo uitgesproken, maar in feite is zowel het nummer als de akoestische tournee Dylans dank en afscheid aan de vrouw die hem geïntroduceerd heeft bij een groter publiek.

 

In Los Angeles hoort Dylan een acetate van de coverversie die de nieuwe groep The Byrds heeft opgenomen van ‘Mr. Tambourine Man’. Volgens de leider van de groep, Jim McGuinn, is Dylans reactie:  ‘Wow, man, daar kan je op dansen!”

Dylan gaat ook naar hun optreden kijken in de club Ciro’s. Enthousiast gaat hij zelfs in op hun uitnodiging om mee te spelen op hun versie van ‘All I Really Wanna Do’. Die cover hebben ze net opgenomen om als tweede single uit te brengen.

 

De debuutsingle van The Byrds wordt op 12 april 1965 uitgebracht. De combinatie van Dylans folktekst met de instrumentatie van de muziek van The Beatles zoals die wordt gebracht op ‘Mr. Tambourine Man’ slaat onmiddellijk aan en bereikt binnen een paar weken de top van de Amerikaanse hitparade. Er ontstaat een nieuwe rage: folk-rock, als antwoord op de Britse invasie.

 

Volgens Mary Martin, de secretaresse van Albert Grossman, reageerde Dylan  erg zenuwachtig op het succes van The Byrds. “Hij zat daar in het kantoor, met zijn hoofd te schudden en zich luid op afvragend, ‘Wat moet ik nu doen?’ Hij had drums, elektrische bas en elektrische gitaar gehoord op ‘Mr. Tambourine Man’ en voor een folkzanger was dat een schok. Hij dacht: ‘Verdorie, ik heb een groep nodig!’ Ik stelde voor: ‘Ga naar Toronto, kijken naar The Hawks’.”

Martin is zelf afkomstig uit Toronto en weet dat de groep graag maar al te graag zou willen komen werken in Amerika.

 

De single van The Byrds bereidt de weg voor Dylans rauwe Chuck Berry achtige single. ‘Subterranean Homesick Blues’/’She Belongs To Me’ wordt op 23 april 1965 uitgebracht. In Amerika blijft de plaat acht weken in de hitlijsten, met een bescheiden 39ste plaats als hoogste notering.

In Engeland doet de single het wat beter, met een 9de plaats en negen weken in de top 50.

Die lente wil Columbia In Concert alsnog uitbrengen. Zoals de titel het aangeeft is liveplaat, maar niet van één enkel concert. Het is compilatie van veelal onuitgegeven akoestische nummers van Bob Dylan, opgenomen tijdens optredens in oktober 1963. De platenmaatschappij ziet de plaat als ideale opvolger van Bringing It All Back Home. Twee nummers worden vervangen door betere versies van het meer recente concert in de Royal Festival Hall in Londen op 17 mei '64. Twee andere nummers zijn studio outtakes, met toegevoegd applaus. 

Kant 1:
1.
Who Killed Davey Moore
2.
Gates of Eden
3.
Bob Dylan’s New Orleans Rag
4.
Seven Curses
5.
Walls of Red Wing

Kant 2: 
1.
If You Gotta Go, Go Now
2.
Mr Tambourine Man
3. Hero Blues
4. Percy’s Song
5. Eternal Circle

De plaat gaat de kast in wanneer Dylan aangeeft snel met een nieuwe studioplaat op de proppen willen komen. Drie van deze opnamen worden later alsnog uitgebracht: de studio opname ‘Walls of Red Wing’ op The Bootleg Series Vols. 1-3 en twee livenummers, op 31 oktober 1964 opgenomen in de Philharmonic Hall van New York op The Bootleg Series, Vol. 6: ‘Gates of Eden’ en’ If You Gotta Go, Go Now’. 

* * *

 

Einde april wordt de gezamelijke tournee verder gezet met acht akoestische concerten in Engeland. Tenminste dat is wat Joan Baez verwacht.

 

Dylan heeft het plan opgevat om alles te laten filmen om van het beeldmateriaal een concertfilm te laten maken. Sara Lowndes, een vriendin van de vrouw van zijn manager Grosmann, werkt bij het tijdschrift Time - Life werkt. Zij stelt voor om de regisseur D.A. Pennebaker te vragen. Ze heeft een kopie van diens kortfilm Daybreak Express en toont die aan Dylan.

Samen met zijn vriend Bobby Neuwirth gaat Dylan de regisseur uittesten tijdens een feestje in de Cedar Tavern. Zoals gebruikelijk bestoken ze de man met hun woordspelletjes. Dylan en Neuwirth hebben er een gewoonte van gemaakt iemands zwakke plek te zoeken en hem dan belachelijk te maken. Maar Pennebaker laat zich niet imponeren en wordt dan ook OK bevonden.

 

Enkele dagen voor het vertrek wordt een vervroegd verjaardagsfeestje gehouden voor Joan Baez in huis van Grossman in Bearsville, NY. Joans zus, Mimi komt met haar man, de schrijver en folkzanger Richard Fariña en een vriend Alfredo Dopico. Dylan brengt Victor Maimudes mee.

Opnieuw beginnen Dylan en zijn kompaan met hun getreiter. Eerst pakken ze Alfredo aan en daarna Joan. Bob vertelt haar vlakaf dat ze lelijk is. Joan barst in tranen uit en loopt buiten. Richard gaat haar achterna, om haar te troosten, terwijl Mimi Bob, die staat te lachen, bij zijn haren pakt. Ze sleurt hem achterover, over de leuning van de stoel en roept "Doe dat nooit meer! Zo behandel je Joanie nooit meer, hoor je mij?" Bob dreigt te stikken en krijgt ook tranen in zijn ogen. Tenslotte laat ze hem los en gaat naar haar zus. Einde incident.   

* * *

Op 26 april arriveert Dylan met zijn gevolg in Londen. Ondanks het gebeurde is Joan er toch bij. Zij verwacht dat Dylan haar bij het Britse publiek zal introduceren, zoals zij met hem heeft gedaan in Amerika.

Het hele gezelschap zal twee weken verblijven in het Savoy Hotel. Er wordt dag en nacht gefilmd door D.A. Pennebaker, voor de documentaire Don't Look Back.

 

Dylan is zo populair in Engeland dat drie van zijn langspeelplaten in de top 10 staan, met Bringing It All Back Home op 1. Het is trouwnes voor het eerst sinds maart ’63 dat er iemand anders dan The Beatles of The Stones op één staat in de Britse hitlijsten!

 

Het begint natuurlijk allemaal met een persconferentie op de luchthaven. Op de vraag naar wat zijn boodschap is, antwoordt hij: “Hou het hoofd koel en heb altijd en lamp bij.”

 

De eerste dagen worden gereserveerd voor het geven van interviews aan de Britse pers. In zijn suite in het Savoy Hotel paseren vooraanstaande namen van de muziekpers als Ray Conolly en Maureen Cleave, maar ook een groot aantal gelegenheidsperslui van scholen en universiteiten… De betere krijgen goede antwoorden, maar diegenen die hem niet aanstaan, worden genadeloos afgeslacht en belachelijk gemaakt.

 

Naast al die journalisten passeert er ook nog een nooit aflatende stroom van hipsters, popsterren, blondjes en beatniks door de kamers.

De mooie, jonge zangeres Marianne Faithfull kampeert er onafgebroken. “We zaten allemaal op de vloer van Bobs kamer: pratend, drinkend, gitaar spelend… en Bob maar doen of dat allemaal niet gebeurd. Hij wandelt de kamer in en uit, gaat zitten en typt, praat aan de telefoon, beantwoordt ongelofelijk stomme vragen, maar allemaal alleen maar als dat is waarop hij zich even wil concentreren. Voor de rest konden we evengoed onzichtbaar zijn.

Ze waren allemaal zo hip. Zo onbeschrijfelijk hip. En allemaal zo verdomd high. Om de vijf minuten trok iemand zich terug op het toilet en sprak wartaal als hij er terug uitkwam. “

 

Bob is niet ongevoelig voor haar schoonheid. Hij schrijft een gedicht voor haar, maar Marianne is pas zwanger van haar man John Dunbar, en gaat niet in op zijn advances. Teleurgesteld verscheurt hij het gedicht.

 

De Britse tour gaat van start op 30 april in The Oval City Hall, in Sheffield. Baez staat achter de scène te wachten tot hij haar zal uitnodigen op het podium, maar Dylan negeert haar volkomen.

Na de Odeon Cinema in Liverpool en de Montford Hall in Leicester wordt er op 3 mei terug gekeerd naar het Savoy Hotel in Londen. De Duitse actrice Christa Päffgen, beter gekend als Nico woont er ook. Zij is de vriendin van Brian Jones en Andrew Oldham, de manager van the Rolling Stones heeft haar een platencontract aangeboden. Als debuutsingle wil ze een nummer opnemen dat Dylan eerder al voor haar heeft geschreven: 'I'll Keep It With Mine'.Maar daarvoor heeft ze zijn medewerking nodig. Ze gaat hem opzoeken op een feestje na afloop van het concert. "Hij zag er verschrikkelijk uit. Bob zat onder de drugs en hij was slecht gezind en arrogant - zoals altijd. Ik had hem nog niet zo dun en bleek gezien. Hij zag er uit als een lucifer. Hij vroeg mij uit over de Stones en hun kleren. 'Wat dragen ze nu? Welke hemden? Welke laarzen?' Hij droeg een leren jas, maar niet zo'n motorjack. Gewoon iets ordinairs. Hij zag er uit als een klusjesman en hij wou een Rolling Stone zijn. Raar, want er waren jongens die er als hem wilden uitzien! Hij wou te zeer in de mode zijn, maar het duurde lang eer hij er in mee was. Hij was altijd paranoïde over die dingen en over de mensen rondom hem. Als er een fotograaf in de buurt was - "zou ik er goed uitzien?"  Nico verteld hem van haar platencontract. "Hij was niet erg flatterend. Hij houdt er niet van als vrouwen zingen. Joan Baez had hem gevolgd op deze tournee, maar hij wou haar niet laten zingen. Hij was jaloers omdat ze beroemder was in Amerika. Ze had meer succes met haar singles dan hij."  Zij herinnert hem aan 'haar' nummer en hij antwoordt: "Ik ga nu naar de kust, voor een pauze. Binnen een week ben ik terug om wat opnamen te maken met wat Britse jongens. Zullen we het dan proberen?"  Op 5 mei treedt hij op in de Town Hall in Birmingham, de volgende dag in de City Hall van Newcastle, en de dag daarna in de Free Trade Hall in Manchester.Dat concert wordt opgenomen en kan worden beluisterd op de uitstekende bootleg Now Ain’t The Time For Your Tears. 

 

decoration

 

   

 

 

 

 

De setlist:  
  •  The Times They Are A-Changin'
  • To Ramona
  •  Gates Of Eden
  • If You Gotta Go, Go Now 
  •  It's Alright, Ma (I'm Only Bleeding)
  •  Love Minus Zero/No Limit
  •  Mr. Tambourine Man     
  • Talking World War III Blues   
  • Don't Think Twice, It's All Right 
  • With God On Our Side           
  •  She Belongs To Me 
  •  It Ain't Me, Babe            
  • The Lonesome Death Of Hattie Carroll   
  • All I Really Want To Do       
  • It's All Over Now, Baby Blue 

Wanneer ze terug zijn in het Savoy komt Donovan op bezoek. De jonge Schotse folkzanger heeft in maart met ‘Catch The Wind’ zijn eerste succes behaald. Hij is net als Dylan een grote fan van Woody Guthrie en brengt dan ook eenzelfde soort muziek. Daardom wordt hij door de Britse pers beschuldigd van na-aperij.

 

Wanneer hij de kamer binnen stapt zijn Joan Baez en Allen Ginsberg er ook. En alles wordt natuurlijk gefilmd. Op het eerste zicht lijkt het in Don’t Look Back alsof Dylan hem niet mag. Maar Dylan vertelde later ovder de ontmoeting: "Hij speelde een paar nummers voor me ... Ik vind hem wel goed. Hij is een sympathieke kerel."

Ook Donovan meent: “Joan Baez stelde me voor aan Bob. Je moet eens goed kijken naar de beruchte scène in Don't Look Back.waar we allebei onze nummers spelen. Er zit een zatlap in de kamer die Bob er van beschuldigde de melodie van ‘With God On Our Side’ te hebben gepikt van Dominic Behan. Bob draait zich dan naar mij en ik zing ‘To Sing For You’. Als je oplet zie je dat hij niet eens aan zijn sigaret trekt… Hij luistert! Dan vraag ik hem iets te zingen en hij doet ‘Its All Over Now Baby Blue’. Veel mensen hebben niet gemerkt dat Bob heel goed naar mijn nummer luistert, waarmee hij aangeeft dat hij het goed vindt. Zonder er iets van te zeggen. Hij was een beetje nieuwsgierig en verbaasd dat er een ander Guthrie volgeling was, hier in Europa. Maar we vormden geen bedreiging voor elkaar. Als ze zeiden dat ik de Britse Bob Dylan was, zei ik lachend, Neen, ik bende  Schotse Woody Guthrie!”

“Nee, hij was vriendelijk en moedigde me aan. Hij zei in de film: 'Hij speelt niet zoals ik. Hij speelt als Jack Elliot.' En iedereen zei, ‘Wie is Jack Elliot?' Natuurlijk weet Bob wie Jack is. Hij was de eerste volgeling van Woody Guthrie. En toen kwam Bob. We houden allemaal van Woody."

 

Dylan heeft een ideetjes voor de film: hij wil een parodie maken op playbackende zangers. In plaats van te doen alsof hij meezingt laat hij kaarten zien met daarop de woorden van het nummer.

Donovan: ”Ginsberg had iets bedacht, hij zei: 'Laten we de teksten op kaarten schrijven en dan kan jij dat zingen, Bob en dan trek je iedere keer een kaart met de tekst op.' Allan begon dadelijk de teksten op te schrijven op kaarten op het tapijt... en ik hielp hem daarbij, " vertelt Donovan. "Ik heb nog calligrafie geleerd op school en toen Bob zag wat ik deed zei hij, 'Hey Donovan, wil jij dat samen doen met Allan?' En zo hebben we samen al die kaarten geschreven."

 

De opname vindt plaats in een zijstraatje aan het Savoy Hotel. De dichter Allen Ginsberg en Bobs vriend Bob Neuwirth staan als “acteurs” op de achtergrond. De kaarten met de tekst van ‘Subterranean Homesick Blues’ zijn geschilderd door Alan Price (zanger van The Animals), Donovan en Joan Baez.

De scène wordt het beginstuk van Don't Look Back.

 decoration

De volgende avond vindt het eerste van twee optredens plaats in de Royal Festival Hall, in Londen. John Lennon en zijn vrouw Cynthia, Paul McCartney met zijn vriendin Jane, George Harrison en Ringo Starr zijn er bij. The Beatles zijn grote fans van Dylan en volgen hem al van in het begin.

Na afloop gaan The Rolling Stones en The Beatles Dylan bezoeken in zijn suite.

“Dylan beroemder en beroemder zien worden, waar je bijstaat, is ongelofelijk,” vertelt Pennebaker. “Niemand kan zich zoiets inbeelden. Als een normaal mens heb je geen idee wat een stress dat met zich meebrengt, wat de schaduwkant is… Wanneer de enige andere mensen in de wereld die even beroemd zijn als jij The Beatles zijn, dan zijn dat je vrienden.”

Maar zelfs die zijn behoorlijk zenuwachtig. Ook Dylan weet zich geen houding te geven. Er wordt geen woord gezegd tot Allen Ginsberg binnenkomt en op de leuning van Dylan's stoel gaat zitten.

Lennon: "Waarom schuif je niet wat dichter bij hem, liefje?"

De homoseksuele Ginsberg heeft Lennon’s opmerking duidelijk begrepen. Glimlachend glijdt van de leuning... op Lennon's schoot.

Ginsberg: "Heb je ooit iets gelezen van William Blake, jongeman?" 

Lennon: "Nooit van de brave man gehoord."

Cynthia: "Oh John, lieg toch zo niet."

Het ijs is gebroken.

Lennon, achteloos tegen Dylan: "Goeie show, man."

Dylan: "Ze wisten niet hoe ze het hadden met "It's allright, ma"."

Lennon: "Misschien begrepen ze het niet. Dat heb je als je voorloopt op je tijd. "

Dylan: "Misschien, maar ik loop maar 20 minuten voor."

Even later komt nog een bezoeker: Donovan. Dylan stelt hem voor aan The Beatles!

Wanneer Paul later op de avond een actate oplegt met elektronische muziek die hij heeft gemaakt, loopt Dylan gewoon de kamer uit.

Maar The Rolling Stones worden door Dylan helemaal genegeerd.

De volgende namiddag, na weer een pijnlijke aanvaring met Bob, barst Joan in tranen uit.  “Op een nacht ging ik uithuilen in Neuwirths kamer. Hij legde zijn arm om me heen en veegde de tranen van mijn wangen. Hij smeekt me, mijn boeltje te pakken en de tour te verlaten. ‘Maar Bob heeft me meegevraagd. Hij heeft me gevraagd,’ protesteerde ik. ‘Dat weet ik. Maar hij weet niet meer wat er gebeurd, zie je dat niet? Hij draait in het rond en hij wil het allemaal alleen doen.’”  Ze pakt haar valies en vertrekt naar haar ouders in Parijs.  Bob wil ondertussen nieuwe wegen inslaan. Tijdens een geheime sessie in Levy's Recording Studio in Londen, op 12 mei probeert hij ‘If You Gotta Go, Go Now’ op te nemen. Voor de sessie heeft hij de hulp ingeroepen van Engelse muzikanten: John Mayall’s Bluesbreakers, met stergitarist Eric Clapton.

Ondanks de aanwezigheid van zijn producer Tom Wilson die speciaal is overgevlogen brengt de vijf uur durende sessie niets op. Er wordt veel Beaujolais gedronken, maar de voornaamste reden wordt aangegeven door de drummer Hughie Flint: “Je hebt nog niet veel met een band gewerkt, hé?’

 

Hoewel het een succesnummer is tijdens zijn optredens zal Dylan het nummer nooit opnieuw opnemen. De Britse band Manfred Mann brengt het nummer in september 1965 als hun eerste single uit en bereikt er de tweede plaats mee in de Engelse hitparade. Dylans eigen versie wordt, enkel in de Benelux, als single uitgebracht in juni 1967: If You Gotta Go, Go Now / To Ramona.

 Ondertussen blijft Nico in de gang uren wachten op de haar beloofde sessie. "Ik zat daar bij de vriendinnen van die mannen. Weet je, in Engeland noemen ze meisjes "chicks"? We zaten daar ook echt als kippen te wachten op onze haan. Ik voelde me daar te oud voor. Neen, niet te oud, te ervaren. Maar zo waren we toen. We wachten op de mannen. Ik hou er niet van op een man te moeten wachten. Ik wil dat mensen op mij moeten wachten - dat maakt het evenwichtiger." Maar tegen de avond was Dylan dronken. Hij zette zich aan de piano en Nico kon 'I'll Keep It With Mine' zingen - één repetitie, één opname. Die werd op acetate geperst.” Daarna vertrekken Bob Dylan en Grossman voor een paar dagen naar Parijs. Daar komen Sara Lowndes en haar vriendin hun mannen opzoeken. Grossman stelt voor er ergens naar toe te gaan waar ze fatsoenlijk kunnen eten. Joan Baez: “Als je bij Albert Grossman bent, moet je eten.”De keuze valt op Portugal.
Maar het eten bevalt Dylan niet goed. Doodziek moet hij worden opgenomen in een Londens ziekenhuis.

Terwijl hij daar in bed ligt denkt Dylan na over zijn carrière. Hij heeft er genoeg van en denkt aan stoppen. “Ik deed het prima, zingen en mijn gitaar spelen. Het ging vanzelf… Ik was het beu aan het worden... Ik wist van te voren hoe het publiek zou reageren. Het was een automatisme.”

Later blikt hij terug: “In de lente wou ik er mee op houden. Ik zat er door. Ik speelde een pak nummers die ik niet wilde spelen. Ik zong woorden die ik niet echt wou zingen… Het is vervelend als mensen je vertellen hoe goed ze je vinden, als je er zelfs niets aan vindt.”

Wanneer Joan Baez hoort dat hij in een ziekenhuis ligt reist ze terug naar Londen om hem te gaan bezoeken. Maar als ze aan de deur van zijn kamer klopt, komt een vreemde vrouw opendoen: Sara Lowndes. “Niemand had mij ooit over haar vertelt,” zegt Joan. “Ik stond daar maar. Ik weet niet of Bobby tonsilitis had of syfilis of alleen maar maagpijn of zo. Zij nam het pakje uit mijn handen, glimlachte en deed de deur terug dicht.” Op 1 juni is Dylan voldoende hersteld voor de opname van twee TV-programma’s voor de BBC.De opnamen vinden plaats in de BBC Studios in Londen. 

Eerste show – uitgezonden op 26 juni 1965

  • Ballad Of Hollis Brown
  • Mr Tambourine Man
  • Gates Of Eden
  • If You Gotta Go, Go Now
  • Lonesome Death Of Hattie Carroll
  • It Ain't Me Babe  

Tweede show – uitgezonden op 19 juni 1965

  •  Love Minus Zero/No Limit
  • One Too Many Mornings
  • Boots Of Spanish Leather
  • It's Alright Ma (I'm Only Bleeding)
  • She Belongs To Me
  • It's All Over Now, Baby Blue 

Beide shows zijn in hun geheel, en in uitstekende kwaliteit terug te vinden op de bootleg At The Beeb.

 
decoration
  

De volgende dag keren Bob Dylan en Sara Lowndes terug naar New York.

Van daar reizen ze door naar Woodstock.

 

Daar schaaft Dylan, in Cafe Espresso, drie dagen lang aan de tekst van 'Like A Rolling Stone'.

“Ik schreef dit nummer, dit verhaal, dit lang stuk woordenbrei van twintig bladzijden en daaruit haalde ik ‘Like A Rolling Stone’… Daarna had ik geen interesse meer in het schrijven van een boek of een toneelstuk.”

Het was "slechts ritme op papier over mijn pure haat, eerlijk op iets gericht."

"De eerste twee regels, met 'kiddin' you' rijmend op 'didn't you,' vond ik fantastisch en daarna kwamen de jongleurs en het paard van chroom en de prinses… het werd me bijna teveel." * * * 

Op 15  juni probeert Dylan in de vertrouwde Studio A van de Columbia Recording Studios in New York

met een groep studiomuzikanten en zijn producer Tom Wilson riffs uit, in de hoop enkele nieuwe nummers te kunnen schrijven. Wilson heeft gitaristen Al Kooper en Al Gorgoni uitgekozen, pianist Frank Owens, drummer Bobby Gregg en bassist Russ Savakus.

 

Daarnaast heeft Dylan Mike Bloomfield, de gitarist van de Paul Butterfield Blues Band uitgenodigd. “Ik had zelfs geen gitaarkist bij,” vertelt Bloomfield. “Alleen mijn Telecaster. Bob pikte me op aan de bushalte en nam me mee naar het huis waar hij woonde… Sara was daar… en ze maakte zo’n raar eten klaar: tonijnsalade met pinda’s.

Hij leerde me die nummers, ‘Like A Rolling Stone’ en al die nummers van die plaat. En hij zei, ‘Ik wil niet dat je van dat B.B. King spul speelt, geen verdomde blues. Ik wil iets anders horen.’

Dus dolden we wat en eindelijk speelde ik iets dat hij goed vond. Het was vreemd: hij speelde in zo’n vreemde toonaarden – wat hij dikwijls doet – alleen maar op de zwarte toetsen van de piano.”

 

‘Phantom Engineer’ is een snelle blues, die later zal evalueren tot ‘It Takes A Lot To Laugh, It Takes A Train To Cry’. ‘Sitting On A Barded Wire Fence’ is iets ambitieuzer, al geeft Dylan in de tekst zelf toe: “Dit is slechts een riff”.

Er komt niets bruikbaars uit voort uit deze namiddagsessie. Volgens Michael Bloomfield was dat de schuld van de producer: “Ze hadden een geweldige bassist. Echt een schitterende kerel, hoewel hij voor het eerst elektrische bas speelde. Daar zat hij behoorlijk mee in. En de studio drummer was zowat de allerbeste. Maar niemand begreep er iets van. De producer was een niet-producer… Het was een zwarte, Tom Wilson. Hij had geen idee wat er gebeurde. We speelden elk nummer zo’n twintig keer en dat werd belachelijk op den duur, want het waren echt lange nummers… Het was nooit zo van ‘Hier is een nummer, we gaan het leren, het arrangement uitwerken…’ zo ging het gewoon niet. Alles moest gewoon zomaar, toevallig in de plooi vallen… Het was gewoon een jamsessie. Dat was het.”

Tenslotte wordt 'Like A Rolling Stone' uitgeprobeerd… in een walsritme. Die versie is te horen op The Bootleg Series, 1961-1991. Daarop staan ook ‘Phantom Engineer en ‘Sitting On A Barbed Wire Fence’. Een andere take van ‘Phantom Engineer’ is te beluisteren op No Direction Home.

Tijdens de sessie van de volgende avond besluit Dylan zich te concentreren op één nummer: ‘Like A Rolling Stone’.

"Er stond geen noot op papier," vertelt Al Kooper, "we speelden op het gehoor. Pure chaos." Kooper, die door Wilson ingehuurd was als leadgitarist, moet in Bloomfield zijn meerdere erkennen en schakelt dan maar over op orgel.

Hoewel er vijftien takes worden geprobeerd, zijn slechts vier daarvan compleet. De tweede volledige, take vier, blijkt meteen ook de definitieve versie te zijn. 

Het is Dylans laatste opname met Tom Wilson als producer.

 

Nu het nummer op band staat, trekken Bob en Sara zich opnieuw terug in Woodstock.

Folk muzikant John Herald herinnert zich dat Dylan erg enthousiast was over zijn nieuwste nummer. "Hij had een actetate gekregen van 'Like a Rolling Stone' en hij was zo opgewonden dat iedereen het moest horen. Iedere keer als hij iemand voor bij zag komen, in de Espresso, dan liep hij naar buiten en riep, 'Ik heb een nieuw nummer, dat moet je horen!' En dan nam hij hun mee binnen en draaide het voor hen."

 

Maar ondertussen vindt de marketing afdeling van Columbia dat het nummer niet kan worden uitgebracht als single: ze vinden het te lang - één seconde minder dan zes minuten! Daarom stellen ze voor het nummer in twee te knippen: drie minuten op de a-kant en drie minuten op de b-kant. Dylan weigert en de single wordt "voor onbepaalde tijd" uitgesteld.

 

Bij Columbia Records hebben ze trouwens wat anders om hun hoofd: de firma moet verhuizen naar het gebouw van het moederbedrijf CBS. 

Shaun Considine, die werkt bij de A&R afdeling vindt bij het opruimen de acetate van 'Like a Rolling Stone'. Hij neemt hem mee en laat hem draaien door een DJ in een club aan East 54th Street. Er wordt enthousiast op gereageerd en de volgende dag bellen verschillende mensen naar Columbia Records om naar het plaatje te vragen. Er wordt dan snel beslist om de single alsnog uit te brengen. Op 15 juli worden rode promo plaatjes naar DJ's verstuurd met het in twee geknipte nummer. Maar sommige DJ's nemen de beide zijden op en draaien het nummer zo toch helemaal.

 

Op 20 juli 1965 – een maand na de opname - wordt ‘Like A Rolling Stone’/’Gates Of Eden’ uitgebracht met de volledige versie op de a-kant. De b-kant komt nog uit de vorige plaat, omdat er niks anders goed genoeg was om te worden uitgebracht.

De single slaat in als een bom. Het is nooit vertoond: zes minuten lang – een heel nieuw geluid: het is geen folk en het is geen rock. En dan die tekst: alle rusteloosheid en verveling die Dylan die lente voelde zit in het nummer verwerkt. Het wordt zijn eerste echte hit, met een tweede plaats in de Amerikaanse hitlijsten, waar het twaalf weken wordt genoteerd. In Engeland strandt het nummer net buiten de top drie, maar blijft ook twaalf weken in de Top 50.

 

Vijf dagen later vindt in Newport het jaarlijkse Folkfestival plaats. In het programmaboekje staat een nieuw prozastukje van Dylan onder de title “Off The Top Of My Head”.

Baez is nog niet bekomen van Dylans houding tijdens zijn Britse tournee en treedt niet op met Dylan, maar met Donovan.

Dylan slaagt er opnieuw in te chokeren. Hij treedt er voor het eerst op met een elektrisch versterkte band: de Paul Butterfield Blues Band. Grossman heeft Al Kooper speciaal laten overvliegen uit New York.

Ze openen met een heftig 'Maggie's Farm'. Maar ze hebben nauwelijks tien minuten gerepeteerd en de bluesspelers zijn niet bekend met de rare structuren die Dylan in zijn muziek gebruikt. Het klinkt dus allemaal erg kakofonisch. Een gedeelte van het publiek begint te jouwen en te roepen.

Ook backstage zijn de meningen verdeeld. Puristen als Alan Lomax en Pete Seegers reageren heftig. Er zijn zelfs verhalen dat Seegers de elektriciteitskabels wil door gaan hakken, met een bijl – niet erg verstandig, lijkt mij.

Na 'Like A Rolling Stone' en 'It Takes A Lot To Laugh, It Takes A Train To Cry' is Dylans tijd om.

Maar het publiek blijft luid roepen en schreeuwen. Een ooggetuige, Bruce Jackson, één van de organisatoren van het festival, beweert dat het gejoel uitsluitend te maken had met de duur van de set. Dylan mocht net als alle anderen slecht drie nummers spelen. Trouwens, de fans moesten toch onderhand de elektrische nummers op Bringing It All Back Home kennen! 

Backstage geeft Johnny Cash zijn akoestische Gibson jumbo aan Dylan en zegt hem terug te gaan. Dylan geeft dan met 'It's All Over Now, Baby Blue' commentaar op de gebeurtenissen en sluit, op verzoek, af met 'Mr. Tambourine Man'.

 

Liam Clancy was aan het filmen. "Dylan kwam op en het was duidelijk dat hij stoned was: hij stond te huppelen op de scène. Gelijk Chaplin, zoiets. Hij begon aan Tambourine Man en ik stond daar met tranen in mijn ogen,  omdat... Ik zag een vlinder uit de rups tevoorschijn komen. Ik begreep ook, voor het eerst, hoe belangrijk het was waar die man voor stond. Toen hij zong: "My ancient, empty street's too dead for dreaming," wist ik dat hij Sullivan Street bedoelde, op een zondag. Het was niet zomaar een straat, het was onze straat. Ik zag plots in dat die kleine, die ons zo vaak geambeteerd had, een belangrijk artiest was geworden."

 

* * *

Nog voor het einde van de maand begint Bob Dylan aan de opnamen van zijn volgende lp: Highway 61 Revisited. Mike Bloomfield heeft opnieuw de leiding over de muzikanten - dezelfden die ook al meewerkten aan ‘Like A Rolling Stone’. Alleen de bassist is nieuw: Joseph Machao Jr.  Maar er zijn nog twee nieuwe gezichten: de producer en de technicus. Producer is de 33-jarige Bob Johnston. Die verklaarde later: “Wat ik gehoord heb van de mensen bij CBS was dat Grossman en Dylan van Tom Wilson af wilden. Ik heb geen idee of Dylan hem mocht of hem niet kon uitstaan. Ze vertelden me dat ze iemand anders nodig hadden. Toen ik dat hoorde ben ik naar John Hammond gegaan en heb hem gevraagd me te helpen, want ik wou absoluut met Dylan werken. Iemand vroeg ooit aan Dylan hoe wij mekaar hadden leren kennen en hij zei: ‘Geen idee, Wilson was er de ene avond en volgende nacht was Johnston daar.’Ik mocht het doen omdat ik al een tijdje bezig was met producen en opnemen en vele andere kwamen pas kijken. Toen ik de studio binnenstapte was de job van mij.” Technicus is de jonge Roy Hallee, die later zowat exclusief voor Paul Simon zou gaan werken. “Mijn eerste opnamesessie was voor Bob Dylans Highway 61 Revisited! En ik had geen idee wat ik moest doen! Het is dansen op het slappe koord met die kerel. Tegen die tijd wist ik al genoeg over opnamen om te weten dat de zanger niet vlak bij de drummer kan gaan staan. En dat is nu net wat hij wil! Ik bedoel, er is een enorm probleem met lekkage. Maar hij staat er op. En wat doe je dan? Wanneer je nieuw bent in de studio doe je wat ze van je verlangen, want je bent nog veel te onzeker! En op de één of andere manier kom je er toch.” Deze keer worden op één na alle nummers elektrisch opgenomen. De eerste sessie, van 10 tot 13 uur ‘s ochtends is bijna helemaal gewijd aan ‘Tombstone Blues’. Later wordt één van de takes overdubd met backing vocals van de Chamber Brothers. Deze versie blijft op de plank tot de soundtrack van No Direction Home.  ’s Namiddags wordt er verder gewerkt van half 3 tot half 6. Eerst wordt ‘Phantom Engineer’ verbeterd en daarna wordt ‘Black Dalli Rue’ opgenomen voor de nieuwe single. Beide nummers krijgen uiteindelijk andere titels. Het eerste wordt ‘It Takes A Lot To Laugh, It Takes A Train To Cry’ en het tweede ‘Positively 4th Street’. 

De volgende dag, 30 juli vinden er nog twee sessies plaats voor Highway 61 Revisited.

In de namiddag wordt gewerkt van 14:30 tot 17:30. ‘Lunatic Princess Revisited’ is de werktitel voor ‘From A Buick 6’. Dat nummer staat er in vier takes op. Daarna wordt ‘Can You Please Crawl Out Your Window’ een eerste keer geprobeerd.

 

De avondsessie vindt plaats van 19 tot 22 uur met een andere bassist (Harvey Brooks) en pianist (Paul Griffin). Er wordt lange tijd verder gewerkt aan ‘Can You Please Crawl Out My Window’. Maar liefst twintig pogingen worden uitgeprobeerd onder de werktitel ‘Look At Barry Run’.

“Wanneer Bob de studio binnenwandelt….  wordt het stil,” vertelt de nieuwe bassist. “Iedereen luistert naar hem, naar wat hij zegt en wat hij wil doen. Hij beheerst de hele sessie. Bob Johnston was er alleen maar om de boel draaiende te houden. Hij zou moeten zeggen of iemands instrument goed gestemd is of niet, maar dat is belachelijk, want probeer maar eens iets in de juiste toon te houden… Ik stond versteld dat Bob tegelijk een nummer kon schrijven en het opnemen. Hij schreef gewoon het volgende nummer, veranderde de tekst… voortdurend… ik had echt geen idee wat er aan het gebeuren was.”

Tenslotte staat de elektrische versie van ‘Desolation Row’ er in één take op. Jammer genoeg is Dylans gitaar niet gestemd en zijn de opnamen zo goed als onbruikbaar.

 

De volgende dag keert Dylan, in de late namiddag, alleen met de bus terug naar Woodstock om er verder te kunnen werken aan zijn nummers.

Op 2 augustus 1965 zijn er twee avondsessies. Op aanraden van de producer is studiogitarist Charlie McCoy overgevlogen uit Nashville om te komen helpen.

De eerste sessie loopt van 20 tot 23 uur en de tweede begint om middernacht en stopt om 3 uur in de ochtend. Dylan wil blijkbaar de plaat afmaken.

Highway 61 Revisited’, ‘Just Like Tom Thumb’s Blues’, ‘Queen Jane Approximately’ en ‘Ballad Of A Thin Man’ staan er allemaal op.

 

Aan het eind wordt van de tweede sessie wordt een acetate geperst. Wanneer ze terugluisteren naar de opname van ‘Ballad Of A Thin Man’ merkt Bobby Gregg op: “Dat is een smerig nummer!”

“We moesten er allemaal hard om lachen,’ vertelt Al Kooper, “Dylan was de kampioen van de smerige nummers, toen.”

 

De tracklist van de acetate:

Kant 1:
  1. Like A Rolling Stone                                                               
  2. Ballad Of A Thin Man                                                            
  3. Just Like Tom Thumb Blues                                                  
  4. Highway 61 Revisited                                                             
  5. Positively 4th Street                                                                  
  6. It Takes A Lot To Laugh
Kant 2:
  1. Can You Please Crawl Out Your Window
  2. Tombstone Blues
  3. Desolation Row
  4. Queen Jane Approximately
  5. From A Buick 6
 

4 Augustus wordt nog een laatste sessie besteedt aan een nieuwe, akoestische versie van ‘Desolation Row’. Blijkbaar was Dylan niet tevreden met de elektrische versie. Hij krijgt ondersteuning van Charlie McCoy op gitaar en Harvey Brooks op bas.

* * *

 

Die zomer barst de folk-rock helemaal los. Sony & Cher breken door met hun cover van ‘All I Really Want to Do’, helemaal gebaseerd op het geluid van The Byrds. Ze bereiken een 15de plaats in de US en een 9de in de UK. De single van The Byrds zelf komt daardoor niet verder dan de veertigste plaats.

En de surfband The Crossfires wordt omgedoopt in The Turtles. Met een prominente 12-snarige gitaar en tamboerijn wordt een versie opgenomen van 'It Ain't Me Babe'. Het wordt een Top 10 hit en een folk-rock klassieker. 

 

Waneer The Turtles optreden in de Phone Booth in New York zit Bob Dylan op de eerste rij. Natuurlijk met zijn zonnebril op! Na afloop gaan ze hem opzoeken om het te vragen wat hij van hun optreden vond. Hij antwoord, doelend op hun hitversie van zijn 'It Ain't Me Babe': "Dat is een uitstekend laatste nummer. Je moet er een plaat van maken!"

Op 16 augustus brengt hij The Beatles, die weer aan hun jaarlijkse Amerikaanse zomertournee bezig zijn, een tegenbezoekje het Warwick hotel in New York. De journalist Al Aronowitz is er bij en natuurlijk ook Neuwirth. Bob heeft een acetate meegebracht van Highway 61 Revisited die hij hun wil laten horen. Enthousiast verteld Dylan hen ook dat hij onlangs met een elektrisch versterkte groep heeft opgetreden. Aronowitz vertelt dat ze hem er hebben uitgejouwd, maar Dylan ontkent dat.

The Beatles reageren koeltjes op de plaat: "Bwa, het is goed!"

Brian Epstein, de manager van The Beatles biedt de bezoekers wat te drinken aan, maar Dylan heeft meer zin in een jazzsigaretje. Tot zijn verwondering hebben The Beatles nog nooit marihuana gerookt. “En dat liedje van jullie dan?” vraagt Dylan verwonderd “I get high, I get high?”

De deuren worden gesloten, handdoeken voor de spleten gelegd en de gordijnen dicht getrokken. Neuwirth rolt een sigaretje. Ringo moet voorproeven. Maar in plaats van, zoals gebruikelijk is, het sigaretje door te geven houdt hij hem gewoon bij. Neuwirth rolt dan maar eentje voor iedereen.

Even later begint Epstein hysterisch te lachen en Paul McCartney meent dat hij het geheim van het leven heeft ontdekt.

The Beatles zullen nooit meer zijn zoals voorheen.

 

Twee weken later, op 30 augustus 1965 wordt Highway 61 Revisited, de eerste volledig elektrische plaat van Bob Dylan wordt uitgebracht en zeer goed ontvangen. Dylan zelf is er dan ook zeer tevreden over: “Ik zal nooit een betere plaat kunnen maken. Highway 61 is te goed. Er staan veel nummers op die ik zelf wil horen.”

 

De opvallende hoes is het werk van fotograaf Daniel Kramer. “We hadden die dag honderden foto’s getrokken en we keerden terug naar Bobs appartement.  Hij ging op de trap zitten (Bob had een nieuw hemd aan, dat hij wou dragen), Bobby Neuwirth stond achter hem om de lege ruimte op te vullen en ik gaf hem een camera om evenwicht te creëren. Dat was het. Van alle foto’s die die dag getrokken waren koos Dylan deze uit. Er was ook nog een alternatieve Highway 61 Revisited hoes, exact hetzelfde behalve dat Bob daarop een ander gezicht trekt.“

De plaat komt op 2 oktober '65 de Billboard-albumlijst binnen en is goed voor een derde plaats.

‘Positively 4th Street’/’From A Buick 6’ wordt op 7 september 1965 als stand-alone single uitgebracht. Het  bereikt de 7de  plaats en blijft zeven weken genoteerd. In Engeland blijft de single drie maanden in de Top 50, met als hoogste notering een 8ste plaats. In Los Angeles wordt, per ongeluk, een alternatieve, langzamere versie van ‘Can You Please Crawl Out Your Window?’ uitgebracht op een aantal singles.

De rest van de wereld moet wachten tot 27 december 1965, wanneer ‘Can You Please Crawl Out Your Window’/’Highway 61 Revisited’ op single wordt uitgebracht.

 

decoration

29-06-07

Bob Dylan: Oh Mercy

Bob%20Dylan%20Oh%20Mercy

Oh Mercy 

In zijn boek Chronicles (vertaald als Kronieken) dat wordt gepresenteerd als een autobiografie, gaat Bob Dylan uitgebreid in op de periode rond het schrijven en opnemen van Oh Mercy. Jammer genoeg blijkt weer dat mensen die er bij aanwezig waren  niet altijd de beste getuigen zijn. Nogal wat details blijken helemaal niet te kloppen.

Zo vertelt de auteur dat hij, terwijl hij in zijn tuin aan het rommelen is, zijn hand zwaar kwetste. De hand is opengereten tot op het bot en de dokters vertellen hem dat het erg onzeker is of hij ooit nog gitaar zal kunnen spelen. Hij situeert het ongeluk tussen Kerstmis en nieuwjaar 1986, maar uit allerlei details blijkt dat het een jaar later moet zijn gebeurd.

En ook dat lijkt bizar, want op 20 januari 1988 speelt hij niet slechter gitaar dan vroeger, wanneer hij wordt opgenomen in de Rock 'n' Roll Hall of Fame. Aan het einde van de jaren tachtig was Dylans ster sterk getaand. Na het kwalitatief sterke Infidels (1983) en het iets mindere Empire Burlesque (1985), kreeg hij opnieuw te maken met writers bloc.

Voor het stuurloze Knocked Out Loaded had hij tevergeefs geprobeerd inspiratie op te wekken door het spelen van obscure oude rock 'n' roll nummers (Arthur Alexander, Willburg Harrison...). Bij de mogelijk nog zwakkere opvolger Down in the Groove trachtte hij het gebrek aan eigen materiaal te verdoezelen door beroep doen op allerhande co-auteurs (Carole Bayer-Sager!)

* * *

Bovendien was het de laatste jaren ook met zijn live-reputatie van kwaad naar erger gegaan. Zijn optreden tijdens Live Aid, met Keith Richards en Ron Wood kan niet anders worden omschreven dan beschamend: duidelijk dronken, vals gezongen en slecht gespeeld.

Een lange tournee met Tom Petty and the Heartbreakers werd nog wel goed ontvangen, maar een tussendoortje met de Grateful Dead als begeleiders was desastreus. In zijn autobiografie verklaart hij dat hij het allemaal voor gezien wou houden. "Ik had een tournee van 18 maanden gedaan met Tom Petty and the Heartbreakers. Het zou mijn laatste zijn. Ik had geen voeling meer met wat voor inspiratie dan ook. Tom stond op de top van zijn kunnen en ik op de bodem van het mijne. Ik kon het verschil niet overbruggen. Alles lag in duigen. Mijn eigen liedjes waren vreemden voor me geworden... Ik had mijn tijd gehad. Ik kon haast niet wachten om me terug te trekken en mijn tent te pakken. Nog één keer met Petty met de pet rond en dan hield ik het voor gezien."

Halverwege het Europese luik van die tournee kreeg hij echter plotseling, als in een flits, een nieuwe invalshoek, die zijn hele bestaan zou omgooien. Hij besluit zich terug te trekken uit het popcircus en zich te voegen in de oeroude traditie van rondtrekkende troubadour, in het voetspoor van Woody Guthrie. Het allerbelangrijkste wordt het uitdragen van de songs naar de mensen. De songs is waar het om draait: geen grootse shows. geen zangeressen, geen extra muzikanten. Gewoon het strikte minimum: bas, gitaar en drums. Naar de mensen toe gaan: in kleine zalen, in kleine steden en zo opnieuw een reputatie opbouwen en door mond aan mond reclame zorgen dat de mensen blijven komen luisteren. De Never Ending Tour is geboren. Voortaan zal Dylan telkens meer dan honderd keer per jaar op de podia staan.

* * *

En net op dat moment zou, ergens einde december 1987, dat bizarre ongeluk met zijn hand zijn gebeurd. Hij vreest dat zijn carrière er op zit en bedenkt wat hij nu kan gaan doen: vis kweken, meubels maken... of houten benen? 

Een week later zit hij laat op de avond, aan de keukentafel bij hem thuis. Hij pakt pen en papier en begint te schrijven: "We're living in a political world". Twintig strofen komen er in een ruk uit.
Het eerste nummer in een hele lange tijd. "Het was als het ontwaken uit een droom, of een soort coma. En plots gaat dan een gong en wordt je wakker."

Zijn inspiratie is terug: in de loop van de volgende maand schrijft hij zo'n twintig liedjes. "Ze kwamen uit de lucht gevallen," vertelt hij in zijn boek. "Misschien had ik ze niet geschreven als ik niet zo onthand was geweest." 

De nieuwe hervonden muze geeft hem voldoende zelfvertrouwen om, op 18 januari 1988, zijn contract bij CBS/Columbia voor nog eens tien cd's te verlengen.

Ongelukkig met de lukrake productie van zijn laatste platen, begint Dylan bij collega's te polsen naar aanbevelingen voor een goede producer. In mei gaat hij, op uitnodiging van Bono, U2 helpen bij de opname van een nummer voor hun  Rattle And Hum LP. In Los Angeles speelt hij Hammond orgel op 'Hawkmoon  289'. Na afloop gaan ze stevig doorzakken, met veel Guiness. Bob laat enkele van zijn nieuwe composities horen en vertelt dat hij als producer iemand wil die zelf ook een muzikant is. Bono beveelt hem Daniel Lanois aan. De Canadees, die net met U2 Joshua Tree heeft opgenomen, zou wel eens de geschikte producer kunnen zijn die Dylans nieuwe songs tot hun recht kan laten komen.

Maar Dylan heeft geen haast. Er staan al een pak optredens gepland voor zijn tournee, die onofficieel zal worden bestempeld als de Never Ending Tour.
Zowel het formaat als het concept van de optredens zijn helemaal vernieuwd: de  begeleidingsgroep is nu beperkt tot het strikte minimum: gitaar, bas en drums - zelfs geen harmonica! En er is geen vaste setlist, al is wel nog een vaste structuur.
Midden in de set wordt een akoestisch gedeelte ingevoerd van drie tot vijf nummers, waarbij hij enkel wordt begeleid door G. E. Smith. Daarbij zitten altijd wel een paar covers: uiteenlopend van Ierse ballades als 'Eileen Aroon' tot folk, country of rock 'n' rolll klassiekers als 'Nadine'. De rest van de nummers krijgen strakke rock arrangementen.
Opmerkelijk is de enorme verscheidenheid in gebrachte nummers: tijdens de 71 optredens die het eerste luik van de tournee vormen, worden maar liefst 92 verschillende nummers gebracht. 

Toevallig (?) eindigt het tweede deel van de tournee in New Orleans, waar Daniel Lanois aan het werk is. Met het geld dat hij heeft verdiend met de productie van die LP en met So van Peter Gabriel, is Lanois verhuisd naar New Orleans.
Daar ging hij op zoek ging naar zijn roots. "Ik vond aansluiting bij dat zydeco-Cajun gebeuren. Het fascineerde me dat de Acadiens van Canada naar Louisiana waren getrokken. Het is een fantastisch verhaal en het zit echt in mijn achtergrond.  Ik dacht dat het interessant zou zijn om in het voetspoor te treden van mensen die mij zovele generaties geleden waren voorgegaan."
Op zijn eerste solo LP, Acadie, zal hij verslag doen van "mijn afkomst, mijn familie, de verhuis van mijn familie, mijn Franse roots en de verbintenis met Louisiana."
Maar eerst wou hij ervaring op doen met de plaatselijke muzikanten. Daarvoor wou hij graag werken met een muzikale familie. "Ik verdiepte mij in de achtergrond van de Neville Brothers: waar ze hun spullen vandaan haalden, de buurt - dat fascineerde mij echt allemaal, terwijl anderen er misschien een beetje genoeg van hadden. Ik denk dat daar wel een les in zit: als je ergens in geloofd en er enthousiast over bent, dan werkt dat aanstekelijk op anderen."

Speciaal voor de opnames van Yellow Moon van The Neville Brothers had Lanois een studio ingericht, op de tweede verdieping van een groot gebouw (EMLAH Court in 3829 St. Charles Ave.), vlak naast het Columns Hotel. "Wonder boven wonder, kregen we het hele gebouw voor slechts 1 200 dollar per maand," vertelt hij. "Charles Neville woonde op de eerste verdieping en ik op de bovenste verdieping. Het  leek wel een commune. Maar het was plezant." 

Die opnamen waren nog volop aan de gang toen Bob Dylan met zijn Never Ending Tour, op 25 september 1988, de stad aandeed. In 1989 vertelde Dylan in een interview: "Daniel kwam me opzoeken toen we in New Orleans speelden vorig jaar en...we schoten goed op. Hij begreep waar het in mijn muziek om draait. Het is erg moeilijk om een producer te vinden die zelf kan spelen...en weet hoe je met al dat modern gedoe moet opnemen. Dat was waar ik in het verleden problemen mee had."
In zijn Kronieken beschrijft hij de ontmoeting met Lanois: "Hij was helemaal in het zwart - donkere sombrero, zwarte broek, hoge laarzen, handschoenen - een en al schaduwen en silhouet - een zwarte prins van de zwarte heuvels."
Lanois neemt Dylan mee naar de studio, waar hij hem de cover laat horen die de Neville Brothers opgenomen hebben van zijn 'With God On Our Side'. "Hij zei me: 'Dat klinkt goed,'" vertelde Lanois. "Wel, van iemand als Dylan is zoiets een fantastisch compliment." 


Dylan is genoeg onder de indruk om Lanois voor te stellen om samen te werken. "Ik vroeg hem of hij in New Orleans wou werken," zegt Lanois. "Hij zei ja. Ik vroeg of hij in dat gebouw wou werken. Hij zei, 'Dat maakt niet uit.' Ik zei, 'Wel, de huur is afgelopen. Ik zal een ander gebouw huren en alles voorbereiden.'"

Terwijl Dylan verder rondtrekt, gaat Lanois op zoek naar een geschikte ruimte.  "We vonden een leegstaand huis van rond de eeuwwisseling," vertelt Daniel Lanois. "Fantastische omgeving...  (Soniat Street 1305, New Orleans) het had iets van een bordeel. We veranderden de controleruimte in een moeras... overal mos en opgezette dieren en koppen van alligators."

studioHet huis in New Orleans waarin Oh Mercy werd opgenomen.

 

 

 

* * *

Op 6 februari 1989 wordt de live LP Dylan And The Dead uitgebracht.
Het zijn opnamen van een korte, maar erg lucratieve tournee die Dylan samen met The Grateful Dead heeft gespeeld in de zomer van 1987. Er werden zes shows gespeeld, voor telkens zo'n 75 000 toeschouwers. 

De Dead speelde eerst twee uur lang en gevolgd door een gezamenlijke set waarbij Dylan door de band werd begeleid. En toch kreeg Dylan 70% van de inkomsten!
De zanger zag er toen uit als een oude man, met een baard, gekromde rug, bijziend en zwijgzaam zowel tussen de nummers als tussen de optredens. Op de videoschermen mochten geen close-ups van hem worden vertoond. Het is dan ook erg verwonderlijk dat de live plaat er is gekomen.

The Dead had het optreden van 12 juli integraal willen uitbrengen, maar daartegen stelde Dylan zijn veto. Op basis van wat cassettes die hij afspeelde op een goedkoop transistor radiootje maakte hij een selectie uit drie andere concerten. Hij stond er bovendien op dat zijn stem in de mix ver naar achter werd gebracht. 

Op 12 februari, een week na het uitbrengen van de liveplaat stapt Dylan tijdens een optreden van The Grateful Dead in het LA Forum, ongevraagd op het podium. Hij speelt (verschrikkelijk slecht) gitaar bij acht nummers. Dan slagen ze er in hem te overtuigen zelf een nummer te brengen. Het wordt 'Knockin' On Heaven's Door'.

De volgende dag belt hij naar het management van de band om te zeggen dat hij lid wil worden van The Grateful Dead. Misschien werd de druk om een solocarrière gaande te houden hem te veel. De band besluit er over te stemmen.
Er is één tegenstem en het lidmaatschap gaat dus niet door. 

* * *

Het is met die ingesteldheid dat Bob Dylan naar New Orleans trekt. "Ik had er over gedacht om iemand mee te brengen naar de sessies," vertelt Bob. "Een ervaren muzikant... maar uiteindelijk bracht ik niemand mee. Zelfs geen materiaal. Ik was sceptisch. Ik wou wel eens zien wat Danny in zijn eentje kon. Ik hoopte dat hij mij zou verrassen. En hij heeft me verrast."
"Bob kwam naar de opnamen met een paar velletjes papier," herinnert Daniel Lanois zich, "geen instrumenten, niets eigenlijk. Alles stond voor hem klaar. Ik gaf hem het hele pakket. Voor $150,000 kreeg hij alles: muzikanten, uitrusting, mixen... alles. "
"Omdat ik zelfs geen instrumenten had meegebracht, nam ik een van Lanois antieke Telecasters," vertelt Dylan. "Die dingen kunnen gemeen klinken als je op een betonnen vloer staat onder een zinken dak, maar evengoed kan het soms ook luchtig klinken. Ik vond het een fijn instrument om te bespelen, dus hield ik het bij die ene gitaar. "

De muzikanten die Lanois had uitgekozen waren de kern van de band van de Neville Brothers: gitarist Brian Stoltz, bassist Tony Hall en drummer Willie Green. Lanois die zelf allerhande instrumenten kan bespelen, van elektrische en 12-snarige gitaren, dobro, toetsen, tot drums en bas, werd bijgestaan door zijn kompaan, de technicus Malcolm Burns, die zelf ook gitaar speelt.
"We konden meteen goed met mekaar opschieten," vertelt Brian Stoltz. "Hij is nogal stil, zegt niet veel. In gedachte is hij voortdurend bezig. Tijdens de sessies wandelde hij binnen... en stapte meteen door naar de keuken, waar hij koffie ging zetten en onmiddellijk aan de teksten ging schaven. Hij kwam binnen met zo'n twintig strofen en begon die dan te herwerken. Hij koos er dan misschien een stuk of vijf uit. Het was verbazingwekkend om te zien wat hij allemaal weggooide. Strofen die nooit werden gebruikt. Straffe gast!" 

Dat schaven aan de teksten wordt bevestigd door Lanois. Hij beschreef in februari 2003 de ervaring Dylan aan het werk te zien: "Ik zat twee maanden naast hem terwijl hij aan het werk was aan de plaat. Dat was buitengewoon. Bob schrijft veel te veel. Hij blijft maar schrappen. Hij zoekt een plaatsje voor zijn favoriete regels en die kunnen overal opduiken. Ik heb dezelfde regels in twee, drie verschillende nummers gezien, terwijl hij ze uitprobeert. Het is allemaal niet zo ongenaakbaar als het lijkt."

De opnamen begonnen in de tweede helft van februari 1989. Gitarist Brian Stoltz vertelt: "De dag van de eerste opnamesessie had Dan ons gevraagd om een uurtje eerder te komen, om alvast wat uit te werken voor Bob zou komen. Dan had wat ideetjes voor 'Political World' en we bedachten een mooie groove en perfectioneerden die. Bob komt binnen, terwijl we die aan het spelen zijn en vraagt: 'Wat was dat?' Daniel zegt, 'We hebben iets gemaakt voor 'Political World'. Bob pakt zijn gitaar en zegt (imiteert Dylans nasale stem), 'Nee, zo gaat dat niet. Zo gaat dat!' en speelt iets helemaal anders. Wij vallen onmiddellijk in en dat is wat je hoort op de plaat: take 1 - Je had Dan's gezicht moeten zien!"

In Kronieken vertelt Dylan ongeveer hetzelfde verhaal: dat Lanois het nummer 'funky' wou maken en dat hij, toen hij de volgende avond binnenkwam, merkte dat ze, na zijn vertrek verder hadden gewerkt aan de opnamen.  Hij vond de mix en de overdubs maar niks en liet dat ook merken. Lanois raakte zo gefrustreerd door Dylan's negatieve opstelling dat hij een dobro aan diggelen sloeg.

"We hadden niet onmiddellijk goede resultaten," bevestigd Lanois, "maar Bob was de kale manier van werken die ik voor ogen had niet gewoon. Een paar keer raakten we ontmoedigd, wanneer de dingen niet liepen zoals hij ze wou. Een groot deel van zijn beste werk kwam altijd al van zijn band - live spelen in de studio - en mijn manier van werken, overdubben en spoor na spoor opbouwen, was zelfs geen optie voor hem.
Maar wat er uiteindelijk op Oh Mercy terecht kwam was beter dan de trucjes van de studio. Er waren enkele belangrijke omgevingsfactoren. Bob wou bijvoorbeeld nooit overdag werken. Het was een zuivere nachtplaat. Zoals ik het zie, hebben mensen 's nachts een ander tempo dan overdag. Een beetje exotisch, langzaam ritme klinkt om middernacht perfect, maar de volgende middag wil je het tempo wat aanzwengelen. Bob zag dat wel zitten: hij wist precies wat voor gevoel hij wou overbrengen."

Het probleem is echter dat dit verhaal helemaal niet overeenkomt met de gegevens die Michael Krogsgaard heeft verzameld voor zijn boek The Recording Sessions. Hij heeft inzage gehad in de archieven van Sony waaruit blijkt dat de opnamen op 28 februari zijn begonnen met 'Born In Time' en dat 'Political World' op 8 maart als tweede nummer is opgenomen en pas op 28 maart een tweede keer werd uitgeprobeerd.
De overdubs op 'Political World' werden allemaal toegevoegd aan de eerste versie van 8 maart. Misschien dat 'Born In Time' door beide heren wordt genegeerd omdat het nummer uiteindelijk niet op de plaat terecht is gekomen. 

"We stonden opgesteld als een hoefijzer," herinnert Green zich. "Ik stond in het midden, Tony aan de ene kant, Brian aan de andere, Bob naast Daniel, zodat we mekaar allemaal konden zien. Het was interessant om, met de koptelefoon op Bob te horen zingen in je oren terwijl hij daar voor je neus zit. Ik heb ook gewerkt met Paul Simon, maar dat kwam zelfs niet in de buurt qua gevoel."

'Disease of Conceit', dat werd geschreven naar aanleiding van het openbreken van het schandaal rond de TV-evangelist Jimmy Swaggart, werd opgenomen door Bob Dylan alleen aan de piano en het harmonium. De rest van de instrumenten werden er tijdens een latere sessie aan het einde van de maand aan toegevoegd. 

De sessie op dinsdag 7 maart begint met 'What Good Am I?' Dylan heeft alleen een tekst en er wordt lang gezocht naar een bijpassende melodie. Bob speelt piano, Malcolm Burns toetsen en Daniel Lanois probeert allerhande gitaren. Wanneer Lanois meent dat er iets de moeite waard is worden daar verder instrumenten aan toe gevoegd.
Dylan is blijkbaar niet erg tevreden over het resultaat want hij vindt het zelf niet erg geslaagd. "Te traag naar mijn smaak!"

Omstreeks 1 uur in de ochtend wordt dan overgestapt op het volgende nummer: 'Ring Them Bells'. Hoewel er op papier sprake is van slechts één take, eindigt de sessie pas om 4 uur in de ochtend. Lanois heeft die ene take dan ook grondig bewerkt met allerhande overdubs.
Deze keer is Dylan wel erg tevreden over het resultaat. "Daniel vatte het moment goed... In dit nummer was hij veel meer dan een man van het geluid. Hij was als een dokter met wetenschappelijke principes." Het is dan ook een van de weinige nummers van de plaat die niet opnieuw zijn ingezongen.

Op woensdagavond 8 maart staat 'Most of the Time' op het programma. Bob moet weer eerst nog op zoek naar een melodie. Na een paar takes wordt dan ook overgeschakeld op 'What Was It You Wanted?' dat met de volledige band wordt opgenomen.

Hoewel er de volgende avond een sessie gepland is, heeft Dylan geen zin om uit bed te komen.

Zondag 12 maart wordt 'Most Of The Time' terug opgepikt. Dylan heeft nog steeds geen gepaste melodie. Opnieuw is het dan ook Lanois die er iets van moet maken. Het wordt een langzaam, melancholisch nummer. 
De band bestaat naast Bob en Daniel en de ritmesesectie van Willie Green en Tony Hall uit gitarist Mason Ruffner en Cyril Neville op percussie.
Terwijl Daniel Lanois dan aan de basistrack overdub na overdub begint toe te voegen wordt Dylan alsmaar ongemakkelijker. Het klinkt allemaal niet slecht, maar het is niet zoals hij het bedoelde. Hij weet niet welke kant het dan wel moest uitgaan, maar zo niet. "Een big band behandeling zou misschien goed geweest zijn. In gedachte zong ik het met begeleiding van het Johnny Otis Orchestra. Een pak regels moesten een andere plaats krijgen en ik voelde mij afgeblokt."

Toch is het precies het atmosferische resultaat dat het 'I'm Not In Love' achtige thema boven zichzelf doet uitstijgen.

De basistracks staan allemaal  vrij vlug op band. "Bob werkt graag snel, zo spontaan mogelijk," vertelt Daniel Lanois. "Op deze plaat kwamen een aantal dingen snel tot stand en we pakten ze ook zo. En dan werkten we lang aan de details. Sommige zangpartijen werden stevig bewerkt en de teksten veranderd en verknipt."

'Dignity' was een van de weinige nummers waarvoor Dylan wel al tempo en melodie in gedachte had voor hij naar New Orleans kwam. Hij had er zelfs al een pianodemo van opgenomen, die later werd uitgebracht op een bonus cd-tje dat bij de eerste druk van Chronicles in Amerika werd aangeboden.

De eerste versie wordt op maandag 13 maart opgenomen met een heel kleine bezetting: gitarist Brian Stoltz, drummer Willie Green en Dylan zelf aan de piano.

Na afloop is Daniel Lanois erg enthousiast. Hij stelt voor om het nummer de volgende dag op te nemen met Rockin' Dopsie and His Cajun Band. Dylan vindt dat de kale versie die net is opgenomen goed genoeg is, maar is bereid om het experiment aan te gaan.
In zijn Kronieken beweert Dylan dat ze de volgende avond tegen 9 uur beginnen aan de cajun versie. Maar dat klopt niet met de logboeken die Dylanoloog Michael Krogsgaard heeft mogen inkijken in de archieven van Sony.

Wanneer die cajunversie van 'Dignity' is opgenomen is niet te achterhalen. Feit is dat het niet lukte. Ze krijgen de juiste sfeer niet te pakken, hoe ze ook trachten het ritme of de toonaard aan te passen. Tegen 3 uur in de ochtend geven ze het op en beginnen te jammen.   

Terwijl ze zo bezig zijn gooit Dylan er een van zijn nieuwe composities tussen: 'Where Teardrops Fall'. Dopsie pikt het op en het klikt meteen.
Binnen de vijf minuten staat het nummer op band. "Aan het einde speelde Dopsie's saxspeler, John Hart, een intrieste solo die me de adem afsneed. De man had daar de hele avond al in het donker gezeten en ik had hem zelfs nog niet gezien." 

Wanneer ze later de twintig versies van 'Dignity' allemaal terug beluisteren keurt Dylan ze een voor een af. Het nummer komt dan ook niet op de plaat.
Toch worden er later twee officiële studioversies van uitgebracht (naast de demo).
Op Greatest Hits 3 wordt de zang en Dylan's gitaar van de oorspronkelijke versie gerecycleerd, maar alle andere instrumenten worden in 1994 toegevoegd. De oorspronkelijke outtake wordt dan later, lichtjes hermixt en met enkele kleine aanpassingen, toch uitgebracht op de soundtrack van de TV-serie Touched By An Angel.

In plaats van 'Dignity' stond, op die bewuste dinsdagavond van 14 maart 'Everything Is Broken' op het programma. Lanois vindt het een onbelangrijk nummer, maar Dylan wil het toch een kans geven. Het wordt live opgenomen met de volledige band: Tony Hall op bas en Willie Green op drums, Daryl Johnson op conga's en Brian Stoltz en Bob zelf op gitaren. "Danny hoefde er niet veel mee te doen, het was zo al moerassig genoeg."

Na drie takes als 'Broken Days' wordt er wat stoom afgelaten met een lange jam. Dylan gaat dan wat herschrijven waarna nog eens drie takes worden opgenomen als 'Three Of Us Are Free'. Het nummer kreeg zijn uiteindelijke titel op 3 april, toen het opnieuw werd ingezongen met een herschreven tekst.
De oorspronkelijke opname kon gedurende een korte tijd legaal worden aangekocht in digitale vorm via iTunes. 

Het thema is een van de favorieten van Dylan in de jaren negentig: een man die zich niet op zijn gemak voelt met de heersende ethiek van zijn tijd. Hij heeft die periode dan ook ooit omschreven als "het tijdperk van de masturbatie". Hij vond dat de banden met alles van waarde verbroken waren: "Het is allemaal geneutraliseerd: niets is nog bedreigend, niets is magisch, niets uitdagend. Ik haat dat. 'Geweten' is een vies woord geworden."

Typisch voor Dylan is dat hij het nummer, dat toch één van de zwakste is van de sessies, lange tijd overweegt als titelsong van het album en het ook laat uitbrengen als eerste single. 

In de vroege uren van 15 maart wordt begonnen aan een nieuw nummer 'Shooting Star' heeft Dylan geschreven nadat hij een luchtje is gaan scheppen tijdens twee takes in. Het is drukkend heet in de kamers van het huis en er is geen airco. In de tuin meent hij iets gezien te hebben. Misschien een vallende ster?  

Hij had Irma Thomas willen vragen om het nummer als een duet met hem te zingen, maar toen hij haar ging opzoeken was ze er net niet. Jammer.

De volgende avond begint Dylan met het opnieuw inzingen van 'God Knows'. Hij is, zoals hij dat steeds doet, aan de teksten blijven schaven. Ook al heeft is het nummer al opgenomen.   Dan besluit hij er een even tussenuit te trekken. Een paar van de muzikanten hebben Harleys waarmee ze naar de sessies komen. Mark Howard, een van de technichi, heeft voor Dylan een Harley Police Special uit 1966 uit Florida laten overkomen.

Met zijn vrouw achterop gaat de zanger de omgeving wat verkennen. 

Op dinsdag 21 maart wordt 'What Was It You Wanted?' opnieuw opgenomen. Hoewel hij in zijn Kronieken beweert dat hij  piano speelde bij de opname, geeft het papierwerk aan dat hij "guitars & harp" speelde. Malcolm Burns speelde gitaar en bas, Willie Green zat aan het drumstel, Cyril Neville zorgde voor percussie en Mason Ruffner en Daniel Lanois speelden nog allerhande gitaren.

Om zijn zinnen wat te verzetten gaat Dylan de volgende avond kijken naar de film Homeboy met Mickey Rourke. "Hem te zien acteren gaf me genoeg inspiratie om de laatste twee nummers op te nemen."

'Series of Dreams' is een van de favoriete nummer van Lanois.
Bij de opnamen op 23 maart heeft hij wat voorstellen voor het nummer, maar Dylan wil daar niks van weten. "Lanois heeft een technische knobbel en hij is muzikant. Hij speelt meestal mee op de platen die hij produceert. Hij heeft opvattingen over overdubben en manipulaties van de banden die hij heeft ontwikkeld met Brian Eno. Hij heeft een sterke wil. Maar ik ben ook nogal onafhankelijk en ik hou er niet van iets te moeten doen wat ik niet begrijp. Dat was soms een probleem. Ik moet hem wel nageven dat hij er wel telkens voor ging. Tijdens het opnemen van 'Series of Dreams' bleef hij mij maar pushen: 'we hebben sterke nummers nodig. Iets in de aard van 'Masters of War,' 'Girl from the North Country,' of 'With God on Our Side.'' Hij bleef mij maar ambeteren daarmee. Ik knikte maar. Hij had gelijk, maar ik had zo niks liggen."

Opnieuw trekken de heer en mevrouw Dylan er voor een paar dagen tussenuit met de motor. In Kronieken schets Dylan een ontmoeting met een kleurrijke uitbater van een winkeltje in nutteloze zaken.

"Ik keerde terug naar New Orleans met een frisse kop," blikt Dylan terug. "Ik maakte af waaraan ik met Lanois was begonnen - schreef hem zelfs een paar nummers die ik anders nooit zou hebben geschreven. Een daarvan was ''Man in the Long Black Coat' en het andere 'Shooting Star'."

"'Man in the Long Black Coat' is één van mijn favorieten is," blikt Lanois terug. "We deden er lang over om de sfeer goed te krijgen. De opname van de krekels - het typische nachtelijke geluid van New Orleans. Het nummer was direct geïnspireerd op de omgeving en de sfeer van de stad. Bob kwam naar de opnamen van Oh Mercy met een heel pak nummers klaar, maar 'Man In The Long Black Coat', werd volledig in de studio gecomponeerd. Het was een drukkend hete tijd daar en dat is precies hoe het nummer klinkt. Op Oh Mercy staat Bob in het algemeen midden in de songs, maar hier staat hij er buiten, als observator. Het is een fascinerend onderwerp voor een lied: het idee dat iemand aan de sleur van het dagelijkse leven kan ontsnappen door een plotse, impulsieve handeling. Het gaat over een keerpunt, een ogenblik dat een heel leven kan veranderen - zoiets als van huis lopen om met het circus mee te trekken."

De basistrack werd in één take opgenomen, met Bob aan de piano, een harmonica om zijn nek. De enige andere muzikant was Daniel Lanois die dobro speelde. "We repeteerden zelfs niet," schrijft Bob. "We begonnen er gewoon aan met wat tekens. Zelfs voor het eerste woord werd gezongen wisten we dat het goed zat. Dit is Lanois-terrein en het kon nergens anders zijn opgenomen."

Later voegt Lanois er bas en drums aan toe en Dylan elektrische en 12-snarige akoestische gitaar.
"De combinatie van instrumenten is perfect. Toen het gedaan was keek Danny me aan als om te zeggen: 'Dat was 'm.' En 't was 'm."

Cyril Neville, die percussie speelt op de plaat meent dat de laatste paar sessies de doorslag hebben gegeven. "Het grootste deel van de opnamen was lekker ouderwets opgenomen, met de band zij aan zij. Het deed mij denken aan wat ik goed vind aan de oude muziek uit New Orleans. Wat je op die plaat hoort, zijn optredens: eerste poging, tweede poging, derde poging... tot je een goeie hebt."

Vanaf 1 april gaat Dylan verder met het opnieuw inzingen van zowat alle nummers. Dikwijls worden daarbij de teksten aangepast.
Er worden ook overdubs toegevoegd door Lanois (dobro en akoestische gitaren) en Dylan (harmonica en soms elektrische gitaar). 
Dit gebeurt op een dagelijkse basis tot 8 april. 

Op 11 april keert Dylan terug om 'Dignity' opnieuw in te zingen en de laatste sessie vindt twee dagen later plaats, wanneer hij 'Born In Time' een derde keer inzingt. Die versie zal echter nooit worden gebruikt. 

De volgende dag, 14 april 1989, koopt Dylan, in het geheim, een huis in de onaanzienlijke voorstad Tarzana in de vallei van San Fransisco. Het pand aan Shirley Avenue 5430 is een grote moderne bungalow met een hoog ijzeren hek eromheen. Zijn vrouw Carolyn en dochtertje Desiree wonen er wanneer Dylan op tournee is.

* * *

En dat is al gauw, want in mei beginnen de repetities voor de volgende tournee.
Dylan wil een hele resem elektrische covers uitproberen. Heel verscheiden nummers, van 'I Can See For Miles' van The Who tot 'God Only Knows' van The Beach Boys.

De band is dezelfde als het vorig jaar, aangevuld met ene Mindy op akoestische gitaar, fiddle en backing vocals. Naar verluidt zegt Dylan tijdens de twee, drie weken dat er wordt gerepeteerd nauwelijks een woord tegen zijn muzikanten. 

Het eerste luik van Tour 89 gaat van start op 27 mei in Zweden. Er is slechts één wijziging ten opzichte van de vorige tournee: Dylan begint terug harmonica te spelen, zowel tijdens de akoestische als tijdens de elektrische sets. De band bestaat uit gitarist G. E. Smith, bassist Kenny Aaronson en drummer Christopher Parker. Mindy is nergens te zien. 

De eerste optredens lijkt Dylan totaal niet geïnteresseerd in wat hij daar staat te doen op het podium. Bovendien is zijn gezicht onzichtbaar doordat hij, gedurende het hele optreden, een kap over zijn hoofd draagt.

Na enkele dagen moet bassist Kenny Aaronson dringend terug naar de VS voor een operatie: hij heeft huidkanker. Hij wordt vervangen door Tony Garnier (van Asleep At The Wheel) met wie G. E. Smith vroeger in een band heeft gespeeld.

Het eerste optreden met Garnier is op 3 juni, in Dublin. Prompt blijkt Dylan zijn energie terug te hebben gevonden. Zonder enige repetitie begint hij compleet nieuwe covers te introduceren in zijn show.

Het Europeese luik van de tournee eindigt op 28 juni in Athene.

Er zijn wel geteld twee dagen rust ingebouwd - om van Europa naar Amerika te vliegen - en de tournee wordt verder gezet in Amerika, in het lucratieve "picknick cicuit".
Er wordt nog steeds geen enkel nummer van de nieuwe plaat gespeeld. Wel worden weer een pak nieuwe covers toegevoegd aan de setlist, veelal van tijdsgenoten als Gordon Lightfoot, Van Morrison, Steve Earl of Jimmy Cliff. 

Ondertussen speelt tussen 26 en 29 juni Malcolm Burns zijn baspartijen opnieuw in op zowat alle tracks en tenslotte voegt Daniel Lanois tussen 5 en 8 juli extra gitaarpartijen toe aan de tracks.

De banden worden dan naar New York gebracht waar de Never Ending Tour een tiental dagen passeert einde juli.

Fietsend op weg naar de Sterling Sound studio waar Greg Calbi de plaat aan het masteren is, komt Bob Dylan langs een muur met graffiti in West 57th Street in Manhattan. Hij vindt het werkje mooi en laat er een foto van maken die op de hoes wordt geplaatst. De graffiti is er niet meer en de kunstenaar is nooit vergoed voor zijn werk.  

grafitti

De graffiti bevindt zich op de muur achter de mensen, in het midden van de foto.

 

 


* * *

Eén week voor het einde van de tournee in Los Angeles, wordt, op 19 september 1989, Oh Mercy uitgebracht.

Ter promotie geeft Dylan één interview, aan Edna Gundersen van USA Today.
Op 24 september is hij ook op TV te zien... op de Joodse zender Chabad TV . Hij doet mee aan de benefiet uitzending  "L'Chaim To Life". Met zijn schoonzoon Peter Himmelman en Harry Dean Stanton als gitaristen, speelt hij fluit en blokfluit (!) op drie nummers. De groep wordt aangekondigd als 'Chopped Liver'.

De CD wordt zeer goed ontvangen. Toch behaalt de plaat geen grote verkoopscijfers. De cd komt op 7 oktober 1989 de Billboard-albumlijst binnen, maar  blijft op een dertigste plaats steken. In Engeland is het album goed voor een zesde plaats.

De meeste critici overladen vooral de producer, Daniel Lanois, met lof omdat hij Dylan had geholpen om één van zijn beste platen te maken. Lanois' productie gaf de plaat hetzelfde schimmerige, moerasachtige geluid van Yellow Moon

Lanois: "Op de plaat hoor je haast geen synthesizers, alleen maar rechtoe-rechtaan drums, bas en gitaren. En toch klinkt alles ongewoon."
Bassist Tony Hall meent te weten waarom de sombere sfeer op Oh Mercy zo goed aanslaat bij de luisteraars: "Dylan zong met zijn eigen, natuurlijke stem," zegt Hall. "Op die plaat was de toonaarden wat lager. Hij moest nooit hoge noten halen, en zijn stem klinkt daarom meer ontspannen." 

Toch heeft Dylan, die de plaat zelf als "spookachtige plaat" omschreef, nog altijd de touwtjes stevig in handen gehouden. Lanois had dolgraag de plaat willen openen met 'Series Of Dreams'. Koppig als altijd schrapte Dylan het daarop van de lijst.
Ook 'God Knows', 'Born In Time' en 'Dignity' haalden de plaat niet. Al vormden nieuwe versies van die eerste twee wel de basis voor de opvolger, het teleurstellende Under The Red Sky.

Het zou acht jaar duren voor Dylan terug met een sterke plaat zou komen met eigen materiaal: Time Out Of Mind.
En die cd was opnieuw geproduceerd door Daniel Lanois.

29-05-07

Street Legal & At Budokan

sydney1978
De alimentatie tournee

 “Ik moet nog wat schulden afbetalen,” zei Bob openhartig tegen The Los Angeles Times (28 mei 1978), “Ik heb een paar slechte jaren achter de rug. Ik heb veel geld in de film gestoken, een groot huis gebouwd… en dan die echtscheiding nog. Scheiden in Californië kost veel geld.” Om zijn verliezen goed te maken, tekende Dylan een contract bij Jerry Weintraubs Mangament III – de firma achter grote publiekstrekkers als Neil Diamond – en begon aan de voorbereidingen voor een lucratieve wereldtournee. Met behulp van de betrouwbare bassist Rob Stoner verzamelde hij in december 1977 een achtmansformatie om zich heen. Voor de kern van die groep wou Bob opnieuw beroep doen op de meest capabele leden van de Rolling Thunder Revue: David Mansfield, Steven Soles en Howie Wyeth. Maar de drummer bedankte en werd vervangen door Danny Siewell. Daarenboven zocht Dylan een koortje van drie zwarte zangeressen, waaronder Frannie Eisenberg en Katie Segal. De repetities vonden plaats in een oude fabriek in Santa Monica, Californië, die Dylan voor een periode drie jaar had gehuurd. De omgeving zag er zo vervallen uit dat Dylan ze de Rundown Studios doopte. Naast repetitieruimte waren de kantoren van het tourbedrijf en zelfs een bed, zodat Bob er kon blijven slapen. In tegenstelling tot de Rolling Thunder Revue zocht hij nu contact met e muzikanten. Hij bleef vaak na de repetities hangen om er met hen te drinken en te praten. De tournee zou eerst Japan en Australië aandoen. Bob had van de Japanse promotors een lijst gekregen van nummers die ze van hem verwachtten. Het zou in essentie een greatest hits moeten worden. Samen met Stoner  begon hij aan uitgewerkte bigband arrangementen te werken. Zijn beroemdste nummers kregen als showsongs een geheel ander jasje. ‘Don’t Think Twice’ kreeg een reggaeritme. ‘All Along The Watchtower’ werd een heftig eerbetoon aan Jimi Hendrix, waarbij David Mansfield op zijn viool de gitaarloopjes imiteerde.  In één van de vele interviews rond nieuwjaar worden gepubliceerd ter promotie van Renaldo And Clara, had Dylan  het over zijn "psychic adviser" Tamara Rand. Ze zou hem, onder hypnose, hebben terug gebracht naar zijn vroeger levens.  De repetities werden einde januari hervat. Er waren een paar wijzigingen in de bezetting: de drummer werd vervangen door de Engelse Ian Wallace, die eerder bij King Crimson had gespeeld. Billy Cross, die aan de musical Hair had meegewerkt, werd uit Denemarken overgevlogen om gladjes sologitaar te spelen. Op de band meer soul te geven werden de Motownveterane Bobbye Hall  op percussie en Steve Dougles, die op veel  Phil Spectorplaten saxofoon speelde, toegevoegd.  Het koortje was helemaal vernieuwd met Jo Ann Harris en Debbie Dye. De twee hadden samen jarenlang in musicals gezongen. Als daarbij kwam dan Helena Springs, een verbijsterend knap meisje dat pas van school kwam. En tenslotte was er ook nog Alan Pasqua, lid van de moderne jazz-band Tony Williams’ Lifetime, op toetsen.  Ter promotie gaf Bob op 24 januari alvast twee persconferenties in de Rundown Studios, een voor Australische journalisten en een voor de Japanse pers.  

Het Verre Oosten

 Ook op 17 februari, de dag na zijn aankomst in Tokio, gaf hij een persconferentie. Ze waren in een gehuurd BAC-111 straalvliegtuig naar Tokio gevlogen. Het toestel had twee suites, een slaapkamer voor Bob en een goed voorziene bar. De aankomst in Japan was een grootse gebeurtenis: “Het was alsof the Beatles aankwamen.” meent fotograaf Joel Bernstein.  De tournee ging drie dagen later van start in de Nippon Budokan Hall. Dylan werd daarbij begeleid door een elfkoppige band, compleet met blazers en achtergrondzangeressen. Alle bandleden waren, zoals Dylan zelf, in het zwart-wit gekleed. Dylan had zijn gezicht ook opnieuw wit geschminkt. Bij de openingsshow werden twee nummers voor het eerst gebracht: ‘Lonesome Bedroom’ en ‘The Man In Me’. Bovendien werd ‘All I Really Want To Do’ voor het eerst gespeeld sinds 24 juli 1965 in Newport en ‘Tomorrow Is A Long Time’ dat hij het laatst zong in Minneapolis op 17 juli 1963.Hoewel Dylan zich vooral toelegde op zijn “grootste hits” werden zowat alle nummers in totaal nieuwe arrangementen gebracht. Er waren reggae ritmes en teksten die overhoop werden gehaald. Van sommigen bleef alleen het refrein nog intact.  “De tournee van ‘78 was niet zo geïmproviseerd als de Rolling Thunder,” meent David Mansfield:. “Er was veel meer gerepeteerd, in de traditionele manier van repeteren. Hoewel Bob voor sommige nummers compleet nieuwe muziek verzon voor sommige teksten en het “gevoel” van sommige nummers compleet veranderde. Maar eens dat nieuwe gevoel was bepaald en het arrangement uitgewerkt, bleef dat meestal wel zo gedurende enkele weken. Het was niet dat hij het de ene dag als een trage wou en de volgende avond als een wals.”Na het openingsconcert speelden ze nog zeven keer in de Budokan Hall in Tokio, met tussendoor drie optredens in de Matsushita Denki Taiikukan, Hirakata City in Osaka.  In de tournee door het Verre Oosten werden ook enkele eigen nummers gebracht die in het vervolg van de tournee niet meer aan bod kwamen: ‘I'll Be Your Baby Tonight’, ‘If You See Her Say Hello’, met een nieuwe, eerder bittere tekst, ‘One Too Many Mornings’ en ‘Something There Is About You’. ‘Is Your Love In Vain?’ werd slechts drie keer gebracht. Meestal opende Dylan met een bluescover. Nummers als ‘Repossession Blues’ van Roland James, ‘Love Her With A Feeling’ van Tampa Red of  ‘Lonesome Bedroom’ van Ernest "Buddy" Wilson. Dylan zou deze nummers later nooit meer spelen.Aan het einde van de reeks optredens in Japan voegde een vriendin van Bob zich bij het gezelschap. Mary Alice Artes was een grote vrouw, geen klassieke schoonheid maar wel een sterke persoonlijkheid. Vrijwel iedereen mocht haar, behalve, zo leek het, Helena Springs. “Er waren vreselijke scènes,” vertelt Billy Cross.” Ik geloof dat Bob geluk had dat hij er zonder blauw oog van af kwam… Mary was groter dan hij.” Ter ondersteuning van de tournee werd op 25 februari een triple-LP set Masterpieces, uitgebracht in Japan en later ook in Australië en Nieuw Zeeland. Het omvat een overzicht van Dylan’s hele carriere, met verschillende nummers die alleen op singles zijn verschenen zoals ‘Spanish Is the Loving Tongue’, de big band versie van ‘George Jackson’, ‘Rita May’, ‘Can You Please Crawl Out Your Window?’ en een live versie van ‘Just Like Tom Thumb’s Blues’  

Op 26 februari, in Osaka, zong Bob voor het eerst ‘Love Her With A Feeling’ en twee dagen later in de Budokan Hall in Tokio, een eerste nummer dat zou verschijnen op zijn volgende LP Street-Legal, ‘Is Your Love In Vain?’. Dat concert werd trouwens opgenomen, samen met volgende. Van het eerste concert worden er zeven nummers uitgebracht op Bob Dylan At Budokan en van dat van 1 maart vijftien. De plaat werd op 21 augustus 1978, in eerste instantie, enkel in Japan uitgebracht. 

 
at budokan

 

Bob Dylan at Budokan is een tot het uiterste gepolijste live album. Alle scherpe kantjes zijn zorgvuldig afgevijld en tegelijk worden enkele van zijn beste nummers vakkundig vermoord. Van het magische  van 'I Want You' blijft niets meer over. 'Ballad Of A Thin Man' is dan weer sterker geworden door het walsritme, terwijl 'Maggie's Farm' extra kracht krijgt door de kwade elektrische gitaren. 'All Along The Watchtower' is 100% energie. Maar toch, er scheelt iets. Vele – vooral Amerikaanse - Dylan fans die in de jaren zestig opgegroeid waren met zijn muziek haatten de LP.  

Down Under

 Na een onderbreking van slechts enkele dagen, vloog Bob op 5 maart naar Auckland, Nieuw Zeeland. Daar nam zijn suite een hele verdieping van het hotel in beslag. De volgende dagen trok Dylan als toerist, alleen door Auckland. Volgens geruchten had Bob er iets met een Maori die Ra Aranga heette. Het ontging de band niet dat al zijn vriendinnen zwart waren. “Bob is helemaal weg van de zwarte cultuur. Hij houdt van zwarte vrouwen. Hij houdt van zwarte muziek. Hij houdt van zwarte stijl.” meent Cross. “Als hij om een bepaalde muzikale aanpak vroeg, was die altijd zwart.”Zijn allereerste concert in Nieuw Zeeland vond plaats op 9 maart, in het West Springs Stadium in Auckland. De volgende dag vlogen Bob en zijn band naar Sydney, Australië en vandaar naar Brisbane. Ze speelden er in de Festival Hall (waar Bob in 1966 ook al had opgetreden) van 12 tot 15 maart. Daarna speelde hij nog zes keer op diverse plaatsen in Australië voor hij terugkeerde naar Nieuw Zeeland voor een laatste concert. Op 22 maart werd ‘I'm A Steady Rolling Man’ van Robert Johnson voor het eerst gebracht tijdens de show in Melbourne. Er zijn geruchten dat Bob in Australië een nummer zou hebben geschreven als ode aan één van zijn zangeressen: ‘Brown Skin Girl’. Hij heeft het nummer echter nooit gezongen of opgenomen.   

Street Legal

 Op 2 april vloog de band terug naar Los Angeles, waar enkele dagen later alweer werd verzameld om te repeteren. Dylan had besloten om met deze band een LP op te nemen in de Record Plant in Los Angeles. De studio was echter niet beschikbaar en dus besloot Bob zijn eigen Rundown Studio maar te gebruiken. Een grote zaal op de bovenverdieping van de vroegere wapenfabriek, waarvan het plafond was bekleed met piepschuimtegels leek geschikt. Een mobiele opnamestudio werd buiten opgesteld en Don DeVito werd gevraagd om aan de knoppen te zitten. Bob maakte zich niet veel zorgen om de geluidskwaliteit. Hij vertelde Billy Cross dat een opname gewoon de uitvoering van een song op een bepaalde dag was. Hij streefde niet naar perfectie.  De meeste nummers waren de vorige zomer al geschreven op de boerderij in het bijzijn van Faridi McFree. De songs gingen grotendeels over problemen met de liefde. Autografische verwijzingen gingen echter schuil achter duistere beelden uit de astrologie en tarotkaarten. Er waren enkele wijzigingen in de band: Rob Stoner had erg zijn best gedaan om de tournee tot een succes te maken, maar had zich daarbij niet erg populair gemaakt bij zijn mede bandleden. Ze noemden hem een nazi. Hij werd vervangen door Jerry Scheff, de bassist van Elvis Presley. Jerry Scheff: "Ik was een plaat aan het opnemen met Tanya Tucker. Ze hadden plannen om  op tournee te gaan, toen ik een telefoontje kreeg van de saxofonist Steve Douglas. Hij vertelde me dat Bob Dylan aan het repeteren was en dat ie zijn bassist had ontslagen. Ik ging met hem spelen en plots waren we op weg naar Europa in een privé-trein, vrouwen inbegrepen….Het was een prachtjaar behalve dat er zoveel cocaïne voor handen was dat ik er al snel verslaafd aan werd.” Verder stapte ook Debbie Dye uit de band. Ze kon niet opschieten met Helena Springs, omdat ze vond dat die meer om haar uiterlijk dan om haar zangtalenten geselecteerd was. Bovendien was ze zwanger. Daarom werden er een aantal audities gehouden om een vervangster te zoeken. Op 13 april waagden twee zangeressen hun geluk. Maar dat werd niets. Op 19 april volgde de 24-jarige Carolyn Dennis. Haar moeder Madelyn Quebec had als een van de Raelettes bij Ray Charles gezongen. Carolyn was in een krachtige gospeltraditie opgegroeid en uitgegroeid tot een uitstekende zangeres. Ze was een grote vrouw met een krachtige en toch engelachtige stem en een bijzonder mooi gezicht. Ze was op tournee met Burt Bacharach toen ze werd gebeld of ze met Bob wilde werken. Ze had nog nooit van hem gehoord!De twee volgende dagen werd verder gerepeteerd en de 24ste repeteerde ze verder met alleen maar Bob Dylan en Bobbye Hall.  De opnamen begonnen op dinsdag 25 april met ‘Changing Of The Guards’. Van deze sessies zijn, jammer genoeg, niet veel gegevens bekend geraakt. Volgens het sessie rapport werd er gewerkt van 18:00 tot 19:45 en van 20:30 tot 22:30. De volgende dag werd tussen 14:00 en 16:00 één take van ‘Señor (Tales Of Yankee Power)’ opgenomen. Tussen 19:30 en 20:15 één take van ‘Is Your Love In Vain?’ en daarna ‘New Pony’, tot 21:00. Voor die laatste sessie waren de zangeressen niet nodig – of een hapje eten. Het nummer is nogal seksistisch en Dylan durfde de tekst misschien niet zingen in het bijzijn van de vrouwen. Ondertussen is enkel voor deze sessie een nieuwe sessiemuzikant opgetrommeld: trompettist Steve Madaio. Op nog geen half uurtje tijd werden daarna drie takes van ‘We Better Talk This Over’ opgenomen, in verschillende bezettingen. David Mansfield speelde de ene keer mandoline en dan weer viool, Bobbye Hall speelde conga’s of percussie en Alan Pasqua speelde afwisselend piano of orgel.Tussen 21:40 en 22:15 werden dan drie takes opgenomen van ‘Where Are You Tonight ? (Journey Through Dark Heat)’ en tenslotte vier van ‘True Love Tends To Forget’. De sessie was afgelopen om 23:10.  ‘Where Are You Tonight’ is misschien wel het beste nummer van de sessie. Bob lijkt er zich in neer te leggen bij het mislukken van zijn huwelijk. Hij gaf lucht aan zijn gevoelens van spijt en wekt de indruk terug te willen naar de tijd dat Sara en hij gelukkig waren. Het is een kronkelige zwerftocht door een verbroken liefde dat toewerkt naar een climax van verlangen en wanhoop en tenslotte uitloopt in een snikkende gitaarsolo van Billy Cross.  Niet alle opnamen verliepen naar ieders tevredenheid want zowel donderdag als vrijdag werden zowat helemaal besteedt aan het opnieuw opnemen van deze nummers. Op 27 april werd er ononderbroken gewerkt van 22:00 tot 1 uur ’s nachts aan nieuwe versies van ‘No Time To Think’, ‘Where Are You Tonight ? (Journey Through Dark Heat)’, ‘True Love Tends To Forget’ en ‘Changing Of The Guards‘. De 28ste werd begonnen om 17:30, maar het einde van de sessie is niet genoteerd. De eerste twee uren werden besteed aan het fraaie liefdeslied ‘Baby, Stop Crying’. Daarna werden nieuwe versies opgenomen van ‘Is Your Love In Vain?’, ‘New Pony’ en ‘Señor (Tales Of Yankee Power)’ Zaterdag 1 mei werd de eerste drikartier van de sessie besteedt aan het opnemen van demo’s van nummers die Dylan samen met Helena Springs had geschreven: ‘Walk Out In The Rain’, ‘Coming From The Heart (The Road Is Long)’ en ‘Stop Now’. Dylan gaf deze nummers later aan Eric Clapton die ‘If I Don't Be There By Morning’ en ‘Walk Out In The Rain’ opnam en uitbracht op Backless. Vanaf 19:50 werd dan gewerkt alle aandacht besteedt aan een nieuwe versie van ‘New Pony’. De laatste twee dagen werden besteed aan overdubs. Op 2 mei werd extra backing vocals toegevoegd aan ‘Baby, Stop Crying’, tussen 16 en 18 uur.  In de laatste sessie voegden Jerry Scheff bas en Steven Douglas sax toe aan de beste take van ‘New Pony’.  Bij het mixen bleek dat het leek alsof de plaat onder nat karton was opgenomen. Bob was ontevreden over het resultaat. “Na de opnamen ontsloegen ze ons allemaal,” vertelt Alan Pasqua. “De hele band werd ontslagen… Ik neem aan dat hij de plaat niet goed vond.”    
street legal
On the road again: Europa
 Maar Bob had zijn band nodig om de tournee verder te zetten, dus werden ze snel allemaal weer aangenomen. Als voorbereiding op de Europeese zomertournee speelde Bob van 1 tot 7 juni zeven "opwarmingsshows" in het Universal Amphitheater in Los Angeles, Californië. Twee nummers van Street-Legal worden daarbij voor het eerst live gespeeld: 'Baby Stop Crying' en 'Señor (Tales Of Yankee Power)'.De shows zijn echter niet erg goed.  Op 13 juni vliegt Dylan naar Londen voor het Europese luik van de tournee. Samenvallend met het eerste concert van Bob Dylan in Engeland, sinds 1966 in de Royal Albert Hall werd Street-Legal op 15 juni uitgebracht. Het was de eerste plaat onder het onlangs vernieuwde contract met Columbia. Bobs bange vermoeden werd bevestigd. Greil Marcus schreef in Rolling Stone dat Bob “volledig nep” klonk. In Engeland had de plaat meer succes. Daar werd eind juni 'Baby Stop Crying'/'New Pony' als single uitgebracht.  Met zes concerten in Earls Court in Londen, van 15 tot 20 juni zet Bob het Europese luik van zijn wereldtournee in. De pers was enthousiast. Na een houterig begin in het Verre Oosten was de band in topvorm. Ondertussen is echter wel een vast stramien gevormd dat voor elk volgend concert tijdens de gehele Wereld tournee zou blijven gelden. De band – zonder Dylan – opent elke show met een instrumentale versie van ‘A Hard Rain's A-Gonna Fall’. Dylan begint dan met een bluescover, gevolgd door een nummer uit Street Legal. Dan bracht hij een tiental eigen nummers, in soms radicaal nieuwe arrangementen, met als afsluiter, voor de pauze ‘Going, Going, Gone’. Daarbij excuseert hij zich met een smoes als "Ik moet even een belangrijk telefoontje gaan doen" of "We moeten een band gaan vervangen van de tourbus.") Ook na de pauze werd zet de band in met een instrumentale versie. Deze keer 'Rainy Day Women # 12 & 35'. En ook de tweede set bestaat grotendeels uit nieuwe bewerkingen van zijn beste nummers. Zo legt hij bij het reggae arangement van ' Don't Think Twice, It's All Right' uit dat het geen echte reggae is maar "Southern Mountain Reggae".Het enige nieuwe nummer is 'Señor (Tales Of Yankee Power)'. David Mansfield krijgt een afzonderlijk vermelding na 'All Along The Watchtower)', waarbij Bob beweert dat hij hem had leren zo viool te spelen. Ook het einde ligt vast: een introductie van de band voor een stevige versie van ‘It's Alright, Ma (I'm Only Bleeding)’. Daarbij stelt Bob de backing zangeressen voor als "mijn verloofde Carolyn Dennis; mijn jeugdvriendinnetje Jo Ann Harris en mijn huidige vriendin Helena Springs." Daarna ’Forever Young’ en als enige bisnummer ‘The Times They Are A-Changin'’ De show varieerde tussen de twee uur en de twee uur en half. De setlist verandert nog slechts zeer geleidelijk: dikwijls werd avonden achter elkaar enkel het 24ste nummer uit de show vervangen.  Backstage kreeg Dylan bezoek van Robert Gordon, Rob Stoner en Sid Vicious van The Sex Pistols. Die viel hem opeens aan met een mes. Gelukkig kon hij snel worden afgevoerd. Verder raakte Dylan er ook bevriend met Elvis Costello, Graham Parker en leden van the Clash. .  Na Londen trekt de bende verder naar Nederland waar ze in het Feyenoord Stadion in Rotterdam optreden. Helena Springs werd voortaan voorgesteld als "een dame met een grote toekomst en een prachtig achterste..". In de plaats van het Tampa Red nummer komt nu ' She's Love Crazy' en 'I'll Be Your Baby Tonight' werd als eerste bisnummer toegevoegd.  Dan vier concerten in West Duitsland, met als hoogtepunt een optreden in het Zeppelinfeld in Nurenberg. Dat is het stadion waarin Hitler zijn toespraken hield. “Ik denk dat we allemaal een beetje van ons stuk waren en opgewonden dat we daar speelden,’ herinnert David Mansfield zich. “Zeker toen Dylan een schitterende versie deed van ‘Masters Of War’.”Voor de gelegenheid werd de eerste set uitgebreid met drie nummers: Carolyn Dennis zingt 'A Change Is Gonna Come' van Sam Cooke en Helena Springs zingt 'Love Minus Zero/No Limit'. Ze worden allebei begeleid door Bob en de band. Steven Soles bracht daarna zijn eigen nummer 'Laissez-faire' en Bob sluit af met een solo versie van 'A Hard Rain's A-Gonna Fall'. Dit is de enige keer dat hij het nummer in '78 zingt.  Vervolgens vijf concerten in het Pavillon in Parijs, daarbij maken drie nummers van Street Legal hun live debuut: 'True Love Tends To Forget' (3 juli), 'We Better Talk This Over' (slechts één maal gespeeld: op 4 juli) en 'Changing Of The Guards' (5 juli als eerste bisnummer). Als solo nummer kiest Bob voortaan voor 'Gates Of Eden'.Dan twee concerten in Göthenborg in Zweden. Tijdens de soundcheck op 12 juli werd 'No Time To Think' geprobeerd, maar het nummer werd nooit tijdens een concert gespeeld. Wel werd 'Oh, Sister' aan de setlist toegevoegd, in een prachtig nieuw arrangement.  De tournee werd afgesloten op 15 juli met een groot openluchtoptreden in de Blackbushe Aerodrome in Camberley, ten zuiden van Londen. Het is een indrukwekkend concert voor 175 000 toeschouwers. In het lange voorprogramma spelen onder andere Eric Clapton en Graham Parker. Dylan komt pas op na zonsondergang. Hij is voor de gelegenheid helemaal in het zwart gekleed, inclusief een hoge hoed!Een laatste nummer van Street Legal werd voor het eerst live gespeeld: 'Where Are You Tonight? (Journey Through Dark Heat)’. Ook het extra setje van de achtergrondzangeressen werd weer toegevoegd. Deze keer zingt Carolyn: 'A Change Is Gonna Come' van Sam Cooke, Helena 'Mr. Tambourine Man' en Jo Ann 'The Long And Winding Road. Voor de cover die hij zelf zingt had Dylan nu gekozen voor 'Love Her With A Feeling' van Freddie King. Eric Clapton komt voegt blues gitaar toe aan de afsluiter 'Forever Young'. Alle negentien concerten van dit luik van de tournee waren zeer goed  - vooral de shows van 3 en 8 juli in Parijs. Toch springen de twee speciale shows in Neurenberg en Blackbush er nog boven uit!Hoewel de band inmiddels veel beter was geworden, werd op 21 augustus de live opnamen van 28 februari en 1 maart in Tokio uitgebracht als Bob Dylan At Budokan. De dubbel-LP werd in eerste instantie enkel in Japan en Australië uitgebracht.  Terwijl in september in Amerika ‘Changing Of The Guards’/’Senor (Tales Of Yankee Power)’ werd uitgebracht werd voor de Europese markt gekozen voor ‘Is Your Love In Vain?’/’We Better Talk This Over’.  ‘Love You Too Much’, nog zo’n nummer geschreven samen met Helena Springs werd in september opgenomen door Greg Lake voor zijn LP Greg. Hij paste de tekst wel wat aan. The Band nam het nummer later ook op met die nieuwe tekst voor hun LP High On The Hog uit 1995. 

Het taaie Amerikaanse luik

 Na verdere repetities, begin september in de Rundown Studios, ging op 15 september het lange Amerikaanse luik van de wereldtournee van start in het Augusta Civic Center in Maine. Het instrumentale openingsnummer werd voortaan ‘My Back Pages’, gevolgd door een cover van ‘I'm Ready’ van Willie Dixon of  ‘She’s Love Crazy’ van Tampa Red. Als laatste nummers voor de pauze werden ‘I Shall Be Released’ en ‘Señor (Tales Of Yankee Power)’ gebracht.  Na de pauze opende Bob met ‘The Times They Are A-Changin'’, waarna de backing zangeressen ‘Rainy Day Women # 12 & 35’ brachten. Daarna zong Bob ‘It Ain't Me, Babe’ solo, met begeleiding van zijn harmonica en akoestische gitaar, gevolgd door een nieuw nummer: ‘Am I Your Stepchild?’. Hoewel hij het regelmatig bleef spelen tijdens de herfst zou hij het nummer nooit opnemen. Op 13 november nam hij er wel een demo van op om het nummer te laten registreren. Het einde van de show bleef ongewijzigd: een introductie van de band voor ‘It’s Alright Ma’ en ‘Forever Young’ als afsluiter. Maar als bisnummers  werden voortaan ‘Changing Of The Guards’ en ‘I'll Be Your Baby Tonight’ gebracht.  Met uitzondering van 'New Pony' en 'No Time To Think' werden alle nummers van Street Legal tijdens de herfsttournee gespeeld. In latere jaren zal hiervan alleen 'Señor (Tales Of Yankee Power)' nog regelmatig worden gebracht. Bob en de band hadden er inmiddels al een maand of acht opzitten en de lol was er al aardig af. “Die Amerikaanse tournee was taai,” vertelt Ian Wallace.”Ik geloof dat we zes avonden per week speelden… en dat waren, optredens van drie uur. Hoewel we ons eigen vliegtuig hadden en zo, was dat wel wat te veel gevraagd.” De spanningen binnen de band liepen hoog op. “Een band heeft veel weg van een gezin.” gaat hij verder, “en op zeker moment begon de zaak uit de hand te lopen. Er deden allerlei geruchten de ronde, wie wat met wie deed. Weet je, als je op tournee bent, worden muggen olifanten.” Het meeste werd natuurlijk geroddeld over Dylan zelf. Die was een relatie begonnen met de nieuwe zangeres Carolyn Dennis. Tussen Helena Springs en Carolyn Dennis ontstond heftige rivaliteit.  Een griepepidemie en bezuinigingen op de uitgaven waren ook al niet bevorderlijk voor de sfeer in de groep. Bob begon de nummers sneller te spelen nu hij zijn enthousiasme kwijtraakte. De recensenten begonnen ook steeds hatelijker vergelijkingen te maken met Las Vegas amusement. Vooral nadat op 22 november Bob Dylan At Budokan ook in de US en Europa werd uitgebracht. Fans die in de jaren zestig met zijn muziek waren opgegroeid beschouwden de nieuwe arrangementen als verraad.Toch waren er nog enkele uitstekende concerten bij: op 31 oktober in St Paul, 2 december in Nashville en 10 december in Charlotte. Dat laatste was misschien wel de beste show van de hele tournee. Bij het concert van 31 oktober in St. Paul, Minnesota, bracht Bob - voor de enige keer – een van de nummers die hij samen met Helena Springs had geschreven: ‘Coming From The Heart (The Road Is Long)’. Op 13 november, tijdens de show in Oakland, Californië, begon Dylan lange verhalen te vertellen. Het ene verhaal ging over een rare kerel die een levende kip op at op de kermis, als introductie van 'Ballad Of A Thin Man' en een tweede over de zigeunerkoning die hij ontmoette tijdens een zigeunerfestival in het Zuiden van Frankrijk, als inleiding op 'One More Cup Of Coffee (Valley Below)'. Drie dagen later, tijdens het optreden in San Diego, kwam er nog een verhaal bij als inleiding op 'Señor (Tales Of Yankee Power)', over een oude man op de trein van Chihuahua naar San Diego met brandende ogen en rook uit zijn neus.  In totaal gaf Dylan dat jaar 114 concerten voor bijna twee miljoen toeschouwers. Bruto winst: meer dan 20 miljoen dollar. “Het was meer een serie tournees,” meent David Mansfield. “Het leek wel het ganse jaar te duren.” Tijdens de herfsttournee had Dylan nog enkele nieuwe nummers geschreven: ‘Legionnaire's Disease’ dat door de Delta Cross Band werd opgenomen voor de LP Up Front en ‘More Than Flesh And Blood’, waarvoor hij weer had samen gewerkt  met Helena Springs.  Ondanks alle spanningen, vertelde Bob, na afloop van het laatste concert, op 16 december aan zijn bandleden dat hij de tournee in het nieuwe jaar wilde verzetten. Hij leek geen zin te hebben zijn gewone leven terug op te pikken. Hij had goed geld verdiend, maar het afdraaien van een standaardrepertoire van greatest hits voor overvolle voetbalstadions had hem weinig bevrediging geschonken. 

13-04-07

Bob Dylan: Infidels

1

In een pakhuis in het Californische kuststadje Santa Monica werd op 3 januari 1982 het levensloze lichaam aangetroffen van een man. Het gebouw werd sinds 1977 gehuurd door Bob Dylan, die het gebruikte als repetitieruimte en opnamestudio. Hij noemde het de Rundown Studios, omdat het gebouw er zo schamel bijlag.

 

Na de lijkschouwing raporteerde de patholoog dat de dood van de 51-jarige Howard Alk te wijten was aan een ongeluk. Maar die hem kenden wisten beter.

 

De overledene was een goede vriend van de zanger. Ze kenden mekaar al sinds 1965, toen Howard de cameraman was die zijn Britse tournee filmde, voor de documentaire Don't Look Back. Het volgende jaar had Bob hem opnieuw meegenomen naar de Britse eilanden om er zijn volgende tournee vast te leggen. Het resultaat daarvan was de (weinig vertoonde) documentaire Eat The Document. En tien jaar later hadden ze opnieuw samengewerkt aan Dylan's film Renaldo And Clara.

 

Omdat hij wist dat zijn vriend aan de grond zat, had Bob hem opnieuw gevraagd om zijn laatste gospeltournee te volgen. Met het materiaal zouden ze dan een nieuwe film op poten zetten.

Howard Alk was net 51 geworden – op 25 oktober had Bob hem nog ‘Happy Birthday’ toegezongen van op het podium in Bethlehem, Pennsylvania.  Alk was gescheiden van zijn tweede vrouw, was verhuisd naar Point Dune en sliep regelmatig in een bed in de Rundown Studios. Hij bleef er de hele Kerstvakantie terwijl de rest van de staf thuis bij hun gezinnen zat. Ergens tijdens die vakantie spoot Howard zichzelf een overdosis heroïne in.

 

De dood van zijn vriend was de laatste in een reeks tegenslagen die Bob de afgelopen vijf jaar was overkomen. Eerst was er de scheiding van Sara en de ellendige oorlog om de voogdij over de kinderen. Bobs bekering tot het Christendom had zijn familie en vrienden geschokt en hem de slechtste recencenties en bedroevendste platenverkopen van zijn carrière opgeleverd. En de laatste gospeltournee was een zware tegenvaller geworden.

 

Hoewel het goede concerten waren, bleven de negatieve publiciteit van de voorafgaande religieuze tournees en de laatste twee vrome LP’s de mensen afschrikken. “Ze waren op de vlucht geslagen voor dat Christelijke gedoe en dat verwachtten ze weer, dus kwamen ze bij die optredens niet opdagen,“  meent Arthur Rosato, Bobs assistent. “Ze verkeerden in de foute veronderstelling dat het een avondje bekeren zou worden, maar zo was het dus helemaal niet.” De slechte kaartverkoop had geleid tot het inkorten van de tournee.

Het leek het zoveelste bewijs dat Bob bezig was zijn publiek te verliezen. Hij had getracht het publiek ter wille te zijn door bekende nummers aan de show toe te voegen, maar ze kwamen nog steeds niet opdagen. Het enige wat er voor hem opzat was ermee op te houden en eens te overwegen hoe het verder moest met zijn carrière.

 

Ook privé had Dylan problemen: hij had last van een stalkster, die hem - zo kort na de moord op John Lennon - deed vrezen voor zijn leven. Bovendien zag hij jaren van dure, tijdrovende en ongelukkige juridische strijd voor zich opdoemen omtrent zijn meningsverschil met zijn vroegere manager Albert Grossman.

 

Maar het was de dood van Howard Alk die de motor van Dylan tot stilstand bracht. “Dat was zo’n beetje het moment dat Bob besloot een poosje niet meer te touren,” meent drummer/road-manager Arthur Rosato. “Hij zei tegen mij dat hij tot '84 niet meer op tournee zou gaan… Hij was gebroken…”

 

* * *

 

In het vroege voorjaar van 1982 begon binnen de Joodse gemeenschap van New York het gerucht te circuleren dat Dylan een Hassidisch Joods meisje zou trouwen. Het gerucht was hét gespreksonderwerp in het hoofdkwartier van de Lubavitch aan Eastern Parkway in New York. Dylan volgde daar immers al enkele weken een Bijbelstudie.

De Lubavitch is een organisatie die zich tot doel gesteld heeft om afvallige Joden terug te betrekken door hen op te voeden. De leer verwerpt het zionisme, maar steunt wel de staat Israël volledig.

 

Zijn aanwezigheid op die plek voedde natuurlijk de speculaties dat hij zou zijn terug gekeerd naar het Jodendom. "Hij heeft al van vanalles geproefd," relativeerde Rabbi Kasriel Kaste van het Lubavitch centrum. "Hij zoekt zichzelf. En wij waren er gewoon voor hem." De Rabbi verklaarde niet te geloven dat Dylan ooit zijn Joodse geloof heeft afgezworen om Christen te worden. "Wat ons betreft, was hij een Jood in de war. Wij voelen dat hij terugkeert."

 

* * *

 

Pas aan het begin van de zomer kon Dylan terug worden aangetroffen in een studio. In de Gold Star Studios in Los Angeles nam hij samen met Clydie King een aantal nummers op voor een solo-plaat van de zwarte zangeres.

 

Clydie King is een Afro-Amerikaanse, die al sinds de jaren vijftig een mooie carrière had gemaakt. Naast wat eigen singles op Kent en Ace, had ze jaren voor Ray Charles en Phil Spector gewerkt, en was te horen tijdens tournees en op op platen van The Rolling Stones, Steely Dan, Joe Cocker, Dickey Betts en Bob Dylan.

 

In 1998 zou Bob Dylan's toenmalige vriendin, Susan Ross, beweren dat Dylan in het geheim met Clydie King zou zijn getrouwd en dat ze samen twee kinderen hadden. Maar voor dat vermeende huwelijk zijn nooit verdere aanwijzingen gevonden.

 

Maar, terug naar de sessies.

De basis werd gelegd door pianist Jimmie Haskell, aangevuld met Bob Dylan op orgel, gitaar en bas. Clydie King nam de zang voor haar rekening. De nummers waar ze samen aan werkten waren allemaal covers, zoals ‘Standing In The Light’, ‘Average People’ en ‘Dream A Little Dream Of Me’.

In de daarop volgende dagen sleutelde Dylan in zijn eentje verder aan de opnamen, door er, in zijn Rundown Studios, piano, elektrische gitaar, zang en bas aan toe te voegen. Tenslotte vroeg hij Bobbye Hall voor nog wat ritmische accenten op congas en drums.

 

Op 14 juni werd een andere drummer er bij gehaald: Bruce Gary, die bij The Knack speelde.

“Ik kreeg een telfoontje," vertelt Bruce Gary later: "‘Kom naar Rundown.’ Iemand bracht me naar het drumstel. Er was daar een kleine provisoire studio ingericht, met 8-sporen apparatuur … Dylan ging aan de piano zitten, speelde wat en schakelde dan over op bas of gitaar. Dat ging zo verder gedurende een uur of drie, gewoon wat Alles werd opgenomen. Het beste was echter toen Clydie King kwam opdagen. Bob speelde piano en ze deden een paar nummers … Ze vertrokken samen in een witte Cadillac.”

 

Een laatste sessie vond plaats op 23 juni, opnieuw met Bobbye Hall.

 

De plaat werd echter nooit uitgebracht.

Enkele jaren later vertelde Bob hierover: "Ik heb een plaat waarop Clydie King en ik samen zingen. Het is prachtig, maar er kan geen etiket op worden geplakt en dus kunnen de platenmaatschappijen er niks mee aanvangen."  

* * *

 

Nochtans tekende Dylan die zomer opnieuw bij CBS/Columbia. Het contract voorzag vijf LP’s in een periode van vijf jaar. Verder huurde hij de mangementdiensten in van Elliott Roberts, een protégé van David Geffen, die eerder ook de belangen van Joni Mitchell, Neil Young en Crosby, Stills and Nash had behartigd.

 

Hij bracht veel tijd door met zijn kinderen. Met zijn oudste zoon Jesse ging hij in Minnesota een aantal concerten bekijken van jonge bands als The Clash, Elvis Costello and the attractions, X, The Stray Cats en Squeeze.

De belangrijkste privé-gebeurtenis van dat jaar was de bar mitsva van zijn tweede zoon, Samuel. De plechtigheid vond plaats in een tempel in Los Angeles, in aanwezigheid van Sara Dylan (de moeder van zijn kinderen) en goede vrienden en relaties uit de muziekindustrie.

Na de plechtigheid stelde David Geffen Bob voor aan zijn metgezel Carole Childs, een kleine, roodharige A&R medewerkster van Geffen Records.

 

Childs herinnert zich later dat ze meteen viel voor Bob. Het was blijkbaar wederzijds, want hij nodigde haar bij zich thuis uit. Ze begonnen al snel een relatie, die - af en aan - tien jaar zal duren.

In die tijd reisde Childs veel met Bob mee. Ze deed suggesties voor de muzikanten en producers waarmee hij moest werken. Niettemin maakte ze zichzelf nooit wijs dat ze van vitaal belang was voor Bob's welzijn:  "Hij is zo eigenzinnig dat het lijkt of hij niemand nodig heeft. Zijn muziek, veruit het belangrijkste in zijn leven, creërt hij helemaal alleen."

 

* * *

 

Tegen het einde van het jaar vond Bob Dylan dat het tijd werd om terug te denken aan zijn carrière. Hij wou met zijn volgende plaat de weggelopen fans terughalen. Het moest dan ook een goed klinkende plaat worden. Het liefst wou hij zelf producen, maar hij had naast zich iemand nodig die zich thuisvoelde in een moderne studio. Daarom polste hij artiesten die hun platen zelf hadden geproduceerd, zoals David Bowie en Frank Zappa. Of die dat voor anderen hadden gedaan, zoals Elvis Costello. Zelfs disco producer Georgio Moroder kreeg een telefoontje.

 

Begin januari 1983 bracht hij een bezoekje aan de Power Station Studios in New York, waar Dire Straits aan het opnemen was. Dylan kent Mark Knopfler van een eerdere samenwerking op Slow Train Coming en wist dus wat hij kon verwachten. Knopfler accepteerde de samenwerking.

 

Dylan liet hem alvast wat demo's bezorgen en ging dan op zoek naar muzikanten.

Zo ging hij bijvoorbeeld in The Roxy in Los Angeles kijken naar een optreden van de zogenaamde Reunion Tour van de Britse blueslegende John Mayall met John McVie (Fleetwood Mac) en Colin Allen. Hij was vooral geïnteresseerd in de ex-Rolling Stones gitarist Mick Taylor.

 

* * *

 

cuts2De opnamen gingen  van start op maandag 11 april 1983, in de Power Plant studio, in New York City. Voor het eerst zou een plaat van Bob Dylan worden opgenomen met de digitale techniek – op 32 sporen.

 

Mark Knopfler zou behalve als co-producer ook de gitaarsolo's voor zijn rekening nemen. Maar als tegengewicht voor Knopflers nogal stroperige gitaarspel had Dylan er op gestaan een bluesier tweede solo gitarist in te huren. De keuze was gevallen op ex Rolling Stone Mick Taylor.

Ook de ritme-tandem van Lowell Dunbar and Robbie Shakespeare zijn Bobs idee. Als Sly & Robbie hadden die twee, als geen ander, hun stempel gedrukt op de reggae van de laatste tien jaar.

Knopfler bracht ook toetsenman Alan Clark mee en technicus Neil Dorfsman.

 

Mark Knopfler: “Met Bob is het belangrijk dat alles goed voorbereid is. Hij was bij thuis gekomen en had wat nummers voorgespeeld op gitaar. Tegen dat hij terug wegging waren ze al helemaal veranderd. Ik zorgde er dus voor dat alles optimal in orde was voor we naar de studio trokken.…”

Bob staat er immers op steeds live op te nemen in de studio.

“Alles werd live gespeld," bevestigd Mark Knopfler: "Ik heb dat geleerd tijdens Slow Train Coming… Je moet de nummers goed kennen voor de opnameknop wordt ingedrukt, want na één of drie pogingen is Bob al met iets anders bezig.”

 

In afwachtig dat de zanger zelf arriveerde namen de muzikanten dan ook al een vijftiental keer het eerste nummer door. Dat was een elektrische versie van ' Blind Willie McTell'. Eens Bob erbij was gekomen werden er dan vijf takes van op band gezet, voor werd overgeschakeld op iets dat staat aangegeven op het logboek als 'Oh, Babe'. Waarschijnlijk was dat een jam.

Daarna werd nog twee keer geprobeerd 'Blind Willie McTell' te perfectioneren.

 

Na nog een instrumentale jam werd dan overgeschakeld naar een tweede nummer: ' Don't Fall Apart On Me Tonight'. Na vijf takes, waarvan één zonder zang, werd afgesloten.

 

De volgende dag werd de hele sessie besteedt aan het perfectioneren van de prachtige lovesong 'Don't Fall Apart On Me Tonight'. Na twaalf pogingen besloot Bob echter dat de eerste take van die dag het beste klonk.

 

Hoewel het de bedoeling was om op de woensdag ‘Jokerman’ op te nemen, werd heel veel tijd besteedt aan het spelen van bluesjams. Dat werkt blijkbaar inspirerend want, net voor het afsluiten werd, in één take, 'There's A Woman' op band gezet. Wanneer het nummer op plaat verschijnt zal het zijn omgedoopt in ‘License To Kill’.

 

Donderdag 14 april was zo een dag waarop Dylan na twee of drie takes al weer met iets nieuws wou beginnen. Er werden dan ook maar liefst drie nieuwe nummers op band gezet. ‘Man Of Peace’ heet dan nog ‘Sometimes Satan’ en ‘Sweetheart Like You’ draagt de titel ‘By The Way That's A Cute Hat’. Enkel 'Clean-Cut Kid' heeft al zijn definitieve titel gekregen.

In 'Man of Peace' lijkt hij zich te keren tegen de Christelijke missionarissen die hem hebben gered. Backing zangeres Helena Springs vertelt daarover: "Ik herinner me dat veel van die mensen… hmm… mensen van de Vineyard in Los Angeles… Het is een beetje een sekte. Ik herinner me dat er veel druk op hem was. Ze lieten hem niet met rust. Hij vertelde me eens: 'God, het is zo benauwend.' Hij ondervond veel hypocrisie bij die Jesus-people waarmee hij betrokken was geraakt. Dat is wat hij mij vertelde…"

Enkel de derde take van ‘Man Of Peace’ wordt achteraf geselecteerd.

 

De volgende dag wordt uitgerokken om 'Clean-Cut Kid' te perfectioneren. De dag begint echter met een paar takes van het instrumentale 'Don't Fly Unless It's Safe'. Darana wordt er gejamd op covers als 'Jesus Met The Woman At The Well', 'He's Gone' of '16 Tons'. Er worden zelf verschillende takes besteedt aan iets dat onder de veelzeggende titel 'Half Finished Song' staat aangegeven.

Uiteindelijk worden eerst drie takes van een langzame verise van 'Clean-Cut Kid' uitgeprobeerd, waarna wordt afgeloten met één snelle take. Dylan was echter niet tevredn met het resultaat en zou het nummer laten liggen voor de volgende LP Empire Burlesque.

 
outfidels2

Ook op zaterdag wordt er gewerkt. Al lijkt het wel alsof er van echt werken geen sprake is. Er wordt weer heel veel tijd doorgebracht met bluesy jams. Voor wie het interesseert: één daarvan 'Dark Groove' kan worden beluisterd op de bootleg Rough Cuts. Daarop staat ook een versie van 'Someone's Got A Hold Of My Heart', waarvan zes takes worden opgenomen, voor er terug wordt overgeschakeld op nog meer improvisaties op bluesthema's. En ook dat nummer zou later opnieuw worden opgenomen voor Empire Burlesque, waar het wordt omgedoopt in ‘Tight Connection To My Heart’.

 

Na het weekend zijn de batterijen weer opgeladen en wordt er een hele sessie geconcentreerd gewerkt aan 'Sweetheart Like You'. Dat heet dan nog 'In A Place Like This'. Een stuk van meer dan twintig minuten van deze repetities is ook op bootleg uitgebracht.

Take 9 zal worden uitgebracht op Infidels, hoewel er daarna nog eens zoveel takes worden uitgeprobeerd.

De sessie wordt afgesloten met twee nieuwe takes van 'Blind Willie McTell'.

 

De invloed van de bijbelstudie bij de Lubavitch is duidelijk merkbaar in Dylan's eerste politieke nummer sinds 'Hurricane' uit 1976. In 'Neighbourhood Bully' verdedigt Dylan, met nogal knullige argumenten, de Israelische aanval op de kernreactor van Irak en de inval in Libanon.

Het nummer staat in er zes takes op, waarvan de vijfde als beste wordt aangeduid. 

Daarna kan er wat worden ontspannen met dingen als 'Green Onion' en 'Love You Too'  en iets dat staat aangeduid als 'Trees Hannibal Alps'.

Na het gebruikelijke opwarmen (deze keer met reggaeritmes), wordt woensdag geprobeerd om een cover van  'This Was My Love' op te nemen. Dat nummer, geschreven door Jim Harbert, werd in 1959 door Frank Sinatra op plaat gezet. Geen enkele van de zeven takes voldoet echter. Twee versies van deze outtake zijn wel op bootleg uitgebracht.

De sessie wordt afgesloten met drie takes van 'Borderline'.

 

En ook het nummer dat donderdag 21 april wordt opgenomen zal de plaat niet halen. 'Tell Me' wordt in 1991 wel uitgebracht op The Bootleg Series, 1961-1991. Eén van de zeven andere takes is te beluisteren op Rough Cuts.

 

De volgende sessies worden bijna helemaal besteedt aan nog een nummer dat de plaat zelfs niet zal halen: 'Foot Of Pride' (of 'Too Late', zoals het dan nog heet). Wanneer hij na negen takes merkt dat het die vrijdag toch niet zal lukken, is Dylan, acht maanden voor Kerstmis, blijkbaar in de juiste sfeer om een medley van Kerstliederen uit te proberen. De aanleiding is een reggae jam, die uitmondt in 'Silent Night' en aanverwanten. Op de één of andere manier herinnert dat Dylan aan het mijnwerkerslied van Merle Travis: 'Dark As A Dungeon'.

 

Tijdens de sessie van zaterdag wordt verder geprobeerd om de "juiste versie" van 'Foot of Pride' te vinden. Er worden akoestische versies uitgeprobeerd, Bob solo piano en zelfs met een reggae ritme. 

 

's Maandags wordt de zoektocht verder gezet. Na vijf takes wordt overgeschakeld op 'Hold Of My Heart', dat later zal worden omgedoopt tot 'Someone's Got A Hold Of My Heart'. Maar na vier takes daarvan meent Bob toch weer een nieuwe invalshoek te hebben gevonden voor 'Foot Of Pride'.

 Beide nummers staan 's dinsdags opnieuw op het programma. Eesrt drie verdere takes van 'Foot Of Pride', gevolgd door wat blues jams: 'Prison Station Blues' en 'Forever My Darling'. De derde take van 'Someone's Got A Hold Of My Heart' zal later worden uitgebracht op The Bootleg Series, 1961-1991. Daarna volgen nog meer jams: 'Choo Choo Boogie', 'Cold, Cold Heart', 'Movin' On' en 'KIM'. 

De volgend dag komt Clydie King meedoen op backing vocals. Zij schijnt een goede invloed te hebben want opeens gaan de zaken vooruit. ‘Foot Of Pride’ staat er nu op in vier takes. Uiteindelijk zijn er maar liefst drieenveertig takes van ‘Foot Of Pride’ opgenomen, in allerlei stijlen. Slechts veertien daarvan waren volledig. En dat allemaal voor een outtake! Gelukkig hebben we The Bootleg Series, 1961-1991, zodat we toch kunnen horen waar het allemaal om te doen was.

Clydie is echter niet te horen op dat nummer. Zij zingt tweede stem op twee andere: 'Union Sundown' en Julius And Ethel'. Van elk worden twee takes opgenomen, die wel te horen zijn op Rough Cuts, maar Infidels niet halen.

Tussendoor wordt een ander nieuw nummer op band gezet. De reggaesong 'I And I' staat er in acht takes op. De zesde daarvan wordt geselecteerd voor de plaat.

 

En ook de laatste sessie van de week, vrijdag 29 april, is een verloren sessie: drie takes van ‘Harmonica Jam’ en ‘Don't Drink No Chevy’, twee van ‘How Many Days’ en dan nog wat losse jams met nonsens-titels.

 

De laatste sessie, op maandag 2 mei is de meest productieve van de hele periode. Misschien omdat Clydie er weer bij is?

Eerst wordt ‘Lord Protect My Child’ in één take opgenomen.

DDaarna gaat veel aandacht gaat naar cover van Willie Nelsons ‘Angel Flying Too Close To The Ground’. Er worden zes takes van opgenomen aan het begin en ook nog eens zoveel aan het einde van de sessie. De laatste, take 12, wordt later, in Europa en Japen, uitgebracht als b-kant van de eerste single.

Tussen door wordt teruggekeerd naar ‘Lord Protect My Child’ (9 takes), ‘Union Sundown’ (4 takes) en ‘Death Is Not the End’ (1 take). Van alle drie wordt de beste take uitgebracht, maar allemaal hebben zee en andere bestemming. Het eerste nummer komt terecht op The Bootleg Series, 1961-1991. ‘Union Sundown’ op Infidels en het laatste nummer blijft op de plank liggen tot Down In The Groove.

 De opnamen zitten erop. Uiteindelijk zijn er 242 opnamen gemaakt van 47 verschillende nummers en ongeïdentificeerde jams. Maar dan bedenkt Dylan zich. Hij wil nog eens proberen om het nummer waarmee de sessies zijn begonnen te verbeteren. Op donderdag 5 mei worden twee akoestische versies van ‘Blind Willie McTell’ opgenomen.  

Na het weekend wordt begonnen aan het mixen. Deze keer is Dylan beret begonnen aan het mixen  ge daar zo naar uitkijkt. es zijn begonnen te verbeteren. veel tijd uit voor het mixen en toevoegen van overdubs. Uiteindelijk zijn er 19 sessies nodig om Infidels af te werken. Tegelijk worden er ook  een hele reeks overdubs aan de opnamen toegevoegd: Sammy Figueroa voegt percussie toe en Mick Taylor extra gitaarpartijen.

 

Op 17 mei werken Mark Rivera, Robert M. Funk, Laurence H. Etkin, Ron Wood en Bob Dylan allemaal aan ‘Neighborhood Bully’ en de volgende dag komen Full Force, of te wel Lucien J. George, Curtis Bedeau, Gerard Charles, Brian George en Paul George backing zang toevoegen aan ‘Tell Me’ en ‘Death Is Not The End’. Dylan is bij die laatste overdubsessie niet zelf aanwezig.

 

Volgens Clinton Heylin in zijn boek Behind Closed Doors was dit de tracklist zoals die in mei 1983 door Bob Dylan en Mark Knopfler was samengesteld.

 

kant 1

1. Jokerman (andere, langere versie)

2. License To Kill3. Man Of Peace4. Neighborhood Bully kant 21. Don't Fall Apart on Me Tonight (andere take)

2. Blind Willie McTell (andere "elektrische" take)

3. Sweetheart Like You (andere take)4. I And I

5. Foot of Pride (de versie van The Bootleg Series)

 

Bob wil de plaat Surviving In A Ruthless World heten, maar ziet daar van af, omdat zijn vorige platen ook allemaal met een S begonnen.

 

Er zijn twee versies over wat er vervolgens is gebeurd. Volgens Mark Knopfler moest hij weg. "Infidels zou een betere plaat zijn geworden als ik het had gemixt, maar ik moest naar Duitsland, voor een tournee. En toen had Bob iets aan de hand met CBS: hij moest de plaat binnenbrengen en ik zat ver weg, in Europa....

Een heel stuk van de plaat klinkt als ruwe mixen. Bob dacht misschien dat ik overhaast te werk was gegaan omdat ik snel weg moest, maar ik had aangeboden om de mixen af te werken, zodra ik terug kwam."

Anderen beweren dan weer dat Dylan absoluut niet tevreden is over hoe de plaat klonk. Hij liet iemand naar Knopflers manager bellen om hem te zeggen dat hij niet meer hoefde te komen en hij liet de plaat afmixen door een technicus, Ian Taylor.

 

Er is sprake van dat Dylan in juni opnieuw de studio inging om sommige teksten opnieuw in te zingen. Maar daarvan zijn geen bewijzen gevonden. 

 

* * *

 In de zomer van 1983 werd de Rundown studio gesloten. Dylan liet de 8-sporen opnameapparatuur bij hem thuis, in Malibu, installeren. Om de nieuwe huisstudio uit te proberen nodigde hij, begin september, de  songwriter Charlie Sexton uit, samen met twee jonge snaken van de punkband Plugz (drummer Charlie Quintana en gitarist J.J. Holliday). Nu kon hij naar hartelust jammen.

Charlie Quintana vertelt: “Er werd niet veel gekletst. Hij kwam binnen, we speelden, dronken een koffie, speelden nog wat en als hij zei ‘Goed, dat was het,”pakten we in en waren weg.”

Na een maand was Dylan het plots beu en werden de mannen niet meer opgeroepen.

Op 28 oktober 1983 werd Dylan’s eerste single in meer dan twee jaar uitgebracht, maar alleen in Europa. : 'Union Sundown' / 'Angel Flying Too Close To The Ground'.  Het is de voorloper van de nieuwe plaat. De eerste onder het nieuwe contract en dus is CBS bereik geld te stoppen in promotie. Dylan mag zijn eerste videoclip draaien. Hij wil ‘Neighborhood Bully’ als eerste single, maar CBS ziet meer in 'Sweetheart Like You'. De opnamen stellen een optreden in een club voor en vinden plaats in Los Angeles.

 Op 1 november 1983 wordt Infidels uitgebracht. Op de plaat staat aangegeven: “Produced By Bob Dylan For "Wreck of the Old 97 Productions" and Mark Knopfler for Chariscourt, LTD.”

Dylan heeft de plaat grondig omgeggooid. Weg zijn ‘Foot Of Pride’ en ‘Blind Willie McTell’. In plaats daarvan koos hij voor ‘Union Sundown’. Andere nummers zijn ingekort of herwerkt.

achter


Op de binnenhoes van de plaat staat een foto die zijn ex-vrouw Sara heeft getrokken op de Olijfberg boven Jerusalem. In het najaar van 1982 waren ze daar op bezoek geweest na de bar mitsva van Samuel.

 

De plaat werd goed ontvangen. Opvallend was dat Jezus verdwenen was  zijn vocabulair. Wel staat ‘Jokerman’ bol van de verwijzingen naar het Nieuwe Testament. Maar over het algemeen ligt de klemtoon op persoonlijke thema’s als liefde en verlies, gekaderd in een groter perspectief van geopolitiek. Zowel het sterke materiaal als de goede performances werden algemeen geroemd.

 

In een interview zegt hij zelf over zijn bekering: "Het maakte allemaal deel uit van mijn ervaringen. Het moest gebeuren. Als ik bij iets betrokken raak, dan ga ik er voor. Ik blijf niet aan de kant staan."

De terugkeer naar het Jodendom, als dat al het geval was, is echter niet zo publiek als zijn vertrek. Zijn Christelijke periode laat in ieder geval sporen na. Hij blijft geloven in het Laatste Oordeel. "Of je nu geloofd dat Jezus Christus de Messias is of niet, is irrelevant. Maar dat je bewust bent van het begrip van de Messias, dat is wat telt....Mensen die geloven in de komst van de Messias leven alsof Hij er al is. Dat is wat ik er van vind."

 

In de Billboard-albumlijst blijft Infidels op twintig steken. In Engeland is dit album goed voor een negende plaats.

  

Pas in december werd er in Amerika een single van de plaat getrokken: 'Sweetheart Like You'/'Union Sundown'.

 

In januari 1984 had Dylan de muzikanten van Plugz opnieuw opgetrommeld om te jammen. De informele sessies waren nog een paar maanden doorgegaan. Dat maakte het hem gemakkellijk toen hij het voorstel kreeg om op te treden in het drukbekenen TV-programma Late Night With David Letterman. Hij hoefde nu immers niet op zoek naar muzikanten.

 

Tijdens de repetities vooraf werden een groot aantal nummers gespeeld die de mannen nog nooit hadden gehoord! Dylan weigerde echter te zeggen welke nummers hij wou bregen bij het TV-optreden. 

 

De opnamen vinden plaats op 22 maart 1984 in de NBC Studios in het Rockefeller Centre in New York. Dylan had toegestemd in het optreden, maar geweigerd om te worden interviewd. Misschien als toespeling daarop begon hij zijn set met 'Don’t Start Me Talking' van Sonny Boy Williamson. Zijn begeleiders, gitarist Justin Poskin, bassist Tony Marisco en drummer Charlie Quintana werden, voor de camera’s, geconfronteerd met een nummer dat ze nog nooit hadden gespeeld. En ook Dylan zelf moest al doende vaststellen dat hij zich slechts enkele fragmenten van zinnen van het origineel herinnerde. De rest vulde hij dan maar aan met ter plekke verzonnen regels.

Vervolgens speelden ze 'License To Kill' en tenslotte 'Jokerman'. Beide songs waren getransformeerd, fris, vol vuur en pakkend. Veel krachtiger dan de originele uitvoeringen. Het was een prachtig optreden dat velen naar de winkel liet rennen om Infidels aan te schaffen. Waarna ze moesten vast stellen dat de nummers op die plaat totaal anders klonken dan wat ze op TV hadden gezien.  

Einde maart werd er budget vrijgemaakt om nog een tweede videoclip te draaien. Dylan deed daarvoor beroep op twee vrienden uit de tijd van de Rolling Thunder Revue: Larry Sloman en George Lois. Hij wou nog steeds ‘Neighborhood Bully’ verfilmen, maar Lois werkte een heel draaiboek uit voor 'Jokerman'.

De clip voor 'Jokerman' bestaat uit een reeks afbeeldingen, vooral van bekende schilderijen en beeldhouwwerken, met daaroverheen de regels van de tekst. Tussendoor is Dylan zelfs soms in beeld.

Het filmpje werkte. Volgens Rolling Stone deed de video “de doorsnee video verbleken tot de opgepompte cola-reclame, die ze ook meestal zijn”. Maar Dylan zelf vond het maar niks.

 

'Jokerman' werd dan ook in april 1984 als laatste single uitgebracht, met op de b-kant een live versie van 'Isis' uit de film Renaldo And Clara.

roughcuts

 

04-03-07

Bringing It All Back Home

 

BOB DYLAN

BRINGING IT ALL BACK HOME

 

bring_l

De eerste aanzet tot Bob Dylans baanbrekende album Bringing It All Back Home vindt plaats in februari 1964. Dylan moet aan het einde van die maand een drietal concerten gaan geven in Californië. In plaats van met het vliegtuig te gaan, wil hij liever wat avontuurlijker reizen en wat van Amerika zien. Een soort eigen On The Road.

 

Ter voorbereiding heeft Dylan enkele weken eerder Victor Maymudes uit Mexico laten overkomen. Maymudes was manager geweest van zowel Ramblin' Jack Elliott als Woody Guthrie. Hij was een grote man, zes jaar ouder dan Bob, met strenge, sombere trekken. Hij kwam indrukwekkend over en was dan ook uitermate geschikt als lijfwacht. Toch was hij in feite een vriendelijke, zachtaardige kerel. Hij kon uitstekend schaken en poolbiljarten en was daarom ideaal gezelschap voor Bob.

Bob werd daardoor de eerste folkartiest met een road manager, een maatstaf voor zijn snel groeiend succes.

 

Victor heeft speciaal voor de tocht een blauwe Ford station wagen gekocht. Daarin is plaats voor nog twee mensen: Paul Clayton en Pete Karman.

 

Clayton is negen jaar ouder dan Dylan en had al op zijn 19de een eerste plaat opgenomen. Hij heeft ook ‘Gotta Travel On’ geschreven dat Bob Buddy Holly had zien spelen en dat hij later zelf ook zal opnemen voor Selfportrait. Na aan mekaar te zijn voorgesteld door Dave Van Ronk zijn Bob en Paul vrienden geworden.

 

Pete Karman is een journalist die schrijft voor de Daily Mirror. Hij is bevriend met de zusjes Suze en Carla Rotolo. Suze is Bobs vriendinnetje en ze vindt het waarschijnlijk raadzaam om iemand mee te sturen die een oogje in het zeil kan houden.

Bob, van zijn kant, ziet het wel zitten dat een journalist meereist om verslag uit te brengen van zijn belevenissen.

 

Alle kosten voor de trip worden gedekt door Ashes & Sand, de maatschappij die Dylans manager Albert Grossman opgezet heeft om de financiële belangen van zijn zanger te behartigen. Toch staat alleen Maymudes op de loonlijst, als road manager.

 

De trip is zorgvuldig gepland, want onderweg moet Bob nog enkele concerten geven en in diverse postkantoren liggen pakjes met marihuana op hen te wachten. Volgens Karman waren ze de hele reis stoned.

Clayton, die verslaafd is aan amfetamines, heeft daar naast nog een hele apotheek bij.

Al snel blijkt dat Bob geen goede chauffeur is en de anderen bieden hem aan om achter in te gaan zitten, zodat hij kan werken onderweg.

 

Via Virginia belanden ze de derde dag in North Carolina. Daar gaan ze, in Hendersonville, op bezoek bij biograaf en geschiedkundige Carl Sandburg. Bob is erg geïnteresseerd in de dichter, vooral omdat Woody Guthrie over hem heeft verteld.  Met elk een exemplaar van hun laatste plaat onder de arm gaan Bob en Paul aankloppen bij Sandburg thuis. Jammer genoeg heeft de folkverzamelaar nooit van hen gehoord. Hij is dan ook niet erg onder de indruk van het groepje en vraagt hen zelfs niet binnen.

 

Via South Carolina rijden ze naar Georgia, waar een eerste concert gegeven in de Emory University van Atlanta. Na een bezoekje aan wat activisten voor gelijkberechtiging van zwarten begint Dylan, met de typmachine op zijn knieën aan een nieuw nummer: 'Chimes Of Freedom'. Het wordt een gebed voor “every hung-up person in the whole wide universe”. Onder invloed van Franse dichters als Rimbaud verzint hij daarvoor een heel nieuwe beeldentaal.

 

Ondertussen trekken ze door Louisiana. Op 11 februari arriveren ze in New Orleans, net op tijd voor het Mardi Gras. Dylan is vooral geïnteresseerd in de bars van de zwarte wijken. De volgende dag houdt hij zijn reisgenoten wakker door driftig typend, te werken aan de tekst van ‘Mr. Tambourine Man’.

Die avond geeft hij een optreden in het College van Tongaloo, Mississippi. Bij het optreden in het Civic Auditorium Theater van Denver, Colorado, enkele dagen later, brengt hij voor het eerst 'Chimes Of Freedom'.

 

Onderweg daar naar toe raakt Dylan onder de indruk van de muziek van vier jongens uit Liverpool.

“We reden door Colorado, we hadden de radio aan en acht van de Top 10 nummers waren liedjes van The Beatles…” vertelt Bob. “’I Wanna Hold Your Hand’, al die vroege nummers. Ze deden dingen die niemand anders deed. Hun akkoorden waren ongelofelijk, gewoon ongelofelijk. En hun harmonieën hielden alles bij elkaar. Je kon dat doen met andere muzikanten… Ik wist dat zij de weg wezen waar de muziek naar toe moest.”

 

In een sneeuwstorm steken ze de Rocky Mountains over, een tussenstop in Reno, Nevada om een gokje te wagen, en daarna door de bergen van de Sierra Madre, Californië in. Na een trip van achttien dagen arriveren ze, op 21 februari in San Francisco. Pete Karman wordt onmiddellijk (op eigen kosten) op het vliegtuig gezet: Bob heeft liever geen pottenkijkers in de buurt wanneer hij bij Joan Baez aankomt!

 

Trouwens, er staat al een nieuwe passagier te wachten: Bobby Neuwirth. Dylan heeft de zanger drie jaar eerder ontmoet tijdens een folkfestival. Het klikte meteen. Neuwirth provoceert erg graag en laat zich nergens door tegenhouden. Hij is ongeveer even oud als Dylan, speelt banjo en schildert. Hij heeft een vlijmscherpe tong en weet zich overal uit te lullen. De twee hadden mekaar daarna uit het oog verloren, maar hadden nu terug afgesproken. 

De twee worden onafscheidelijk. Ze hebben hetzelfde soort humor en houden er allebei van mensen het bloed van onder de nagels te treiteren. Ze gaan zelfs naar de grappigste films om zich te oefenen om NIET te lachen.

 

In Los Angeles was men ondertussen al lang aan het uitkijken naar de komst van Bob Dylan. Iedereen die iets voorstelt zit dan ook in de zaal voor het optreden in het Berkeley Community Theater. De recensent van de San Francisco Chronicle Ralph J. Gleason, die hem eerder had afgeschreven is nu  danig onder de indruk: “Het was niets minder dan poëzie, ook al werd het voorgedragen met een nasale stem door een magere jongen met ongekamd haar, een gemzenleren vestje, een jeans en laarzen.”

Het folkicoon Joan Baez komt enkele nummers meezingen.

Na het concert verblijft Dylan een tijdje in het huis van Baez in Carmel. Het is dan ook niet verwonderlijk dat het kort na zijn terugkeer naar New York tot een breuk komt met zijn vriendin Suze.

 

Nochtans was hij vol enthousiasme terug thuis gekomen.

Eric Andersen, een collega folkzanger herinnert zich zijn aankomst: “Ik zat in het appartement van Phil Ochs, met Phil en David Blue. Er werd op de deur geklopt en Bob komt binnen gestormd met Victor Maymudes. Ze waren letterlijk enkele minuten eerder terug aangekomen. Bob ging op de zetel zitten en liet zien wat hij onderweg allemaal had geschreven: blafzijden en bladzijden vol. Gedichten, liedjes, bedenksels, van alles. Alles scheen ontzettend lang. Dit waren de ruwe teksten en het was verbazingwekkend dat allemaal zo bij elkaar te zien. Hij zong ‘Chimes Of Freedom’ en wij waren er allemaal kapot van.  Hij had ook stukjes van ‘Mr. Tambourine Man’. Ze hadden de auto misschien zelfs aan laten staan. Bob was zo opgewonden over wat hij had geschreven en hij wou het ons onmiddellijk laten horen. Hij wist dat hij iets belangrijks begonnen was en de teksten kwamen zomaar in hem op.”

 

 

In april vindt hij wat afleiding bij een tournee door New England, langs universiteiten en in kleinere zalen. Victor Maymudes en de folkzanger John Sebastian trekken mee rond. “Het was een erg, erg enerverende ervaring,” vertelt de latere zanger van de Lovin’ Spoonful. “Alleen die ene vent met zijn gitaar en een spot. Het was werkelijk meeslepend. Ik was diverse avonden in tranen.”

 

Wanneer hij niet op tournee is, verblijft Dylan veel bij Al Aronowitz thuis. “Hij was dikwijls bij ons thuis,” vertelt Aronowitz. “Ik denk dat als hij in zijn eigen appartement was, teveel mensen hem gemakkelijk konden vinden.

Op een avond leende hij mijn draagbare typmachine. Hij zei dat hij iets moest opschrijven.  Hij zat daar in een wolk van sigaretten- en andere dampen. Luisterend naar ‘Can I Get A Witness’ van Marvin Gaye. Iedere keer als het plaatje gedaan was, stond hij op en zette de naald terug aan het begin van het singletje. Hij bleef het plaatje maar spelen, opnieuw en opnieuw. Ik hoorde ‘Can I Get A Witness’ nog altijd terwijl ik in slaap viel.

De volgende morgen speelde hij voor ons wat hij die nacht had geschreven: ‘Mr. Tambourine Man’.

Later, toen ik de vuilbak buiten zette, zag ik dat hij alle klad papieren had weggegooid. Dus, ik streek ze plaat en stopte ze in een map, waar ze nog zitten.”

 

* * *

 

Begin mei arriveren Dylan, Maymudes en Grossman op de luchthaven van Londen voor Dylans allereerste tournee door Groot-Brittannië. Al is dat een groot woord voor één concert en één TV optreden.

 

Het programma Halleluiah wordt op 12 mei opgenomen in een TV studio in West Didsbury. Volgens Neville Kellett, een jongen die is aangesteld om Dylan op zijn wenken te bedienen in de studio, stuurde Grossman hem even de kleedkamer uit. Wanneer hij terug binnen mag komt Dylan net van het toilet. Hij wankelt naar zijn gitaar en heeft enorm veel moeite om de harmonicahouder aan te doen of zelfs maar om zijn gitaar te pakken te krijgen.

 

Blijkbaar is Dylan beginnen experimenteren met zwaarder spul dan marihuana. Hij geeft trouwens later toe dat hij een gevlucht was in de drugs. “Nadat Suze weg was…. Was ik een tijdje van de kaart. Ik bedoel heel fel van de kaart.”

 

Dylans eerste grote concert in Engeland, vindt vijf dagen later plaats, in de Royal Festival Hall in Londen, voor een uitverkochte zaal. Tijdens de pauze komt er een telegram van John Lennon die hem uitnodigd voor een ontmoeting. Daar komt voorlopig echter niets van.

Na afloop wordt Dylan overrompeld door tieners die allemaal een handtekening willen.

Het concert wordt door Pye Records Ltd, opgenomen voor Columbia op 3-sporen apparatuur.

 

Op 21 mei vliegen Dylan en Victor Maimudes naar Parijs, waar de Franse zanger Hughes Aufray hem aan het vliegveld komt oppikken. Aufray kent Dylan nog van vroeger, toen hij in '62 een tijdje in Greenwich Village rondhing. Toen had Aufray al aan Grossman voorgesteld om wat teksten van Dylan in het Frans te vertalen.

Dylan logeert een paar dagen bij Aufray thuis. Ze musiceren samen, Dylan leert hem harmonica spelen en geeft hem ook toestemming om zijn teksten te vertalen. (Dat wordt dan de plaat Aufray Chante Dylan.)

 

Omdat Dylan er nog zo goed als volledig onbekend is kunnen ze ongestoord over straat wandelen en de toerist uithangen. Daarbij komen ze toevallig het Duitse fotomodel Christa Päffgen tegen, beter bekend als Nico. Hughes stelt hen aan mekaar voor. Bob vertelt haar dat hij haar heeft herkend van de film La Dolce Vita, waarin ze heeft gespeeld. Ze nodigt hem uit naar haar appartement, waar ze "een avond en een week" blijven. "Hij was zo charmant. Ik  had nooit eerder iemand lijk hem ontmoet - assertief en heerlijk, en jong. Hij behandelde me niet al te serieus, maar hij was tenminste geïnteresseerd in mijn verhaal, dat hij erg treurig vond. Vooral over mijn baby. " Ze heeft een kind van Alain Delon (Die dat overigens altijd heeft ontkent, hoewel het werd opgevoed door zijn moeder.)

 

De Amerikaanse schrijver Mason Hoffman is getrouwd met een nicht van Hughes. "Natuurlijk kwamen ze naar mijn appartement, want ik was een Amerikaan die "iets te roken" had. Ik had geen idee wie Dylan was. Dat was zowat voor het laatst dat hij normaal met mensen kon omgaan. We hadden plezier samen. Ik had graag met hem te doen. Ik vond hem een beetje een hillbilly.

We gingen samen naar Berlijn en daar pikte hij een Duits meisje op.

In Griekenland relaxen ze in het dorpje Vermilya. Dylan schrijft er een aantal nummers waaronder ’Mama, You Been On My Mind’ en ‘I'll Keep It With Mine’. Dat laatste is bedoeld voor Nico en haar baby. Die vindt echter zijn manier van zingen maar niks: "Twing, twang, twing, twang, baybee: zo gaat het!"

"Maar hij had niet graag dat ik het met hem meezong. Ik vond dat hij erg chauvinistisch deed en hij vond het vervelend dat ik kon zingen. Dat zette mij echter aan om meer voor mensen te zingen."

 

Kort nadat Bob en Victor, begin juni teruggekeerd zijn naar New York, kijkt Dylan,terug op zijn tijd in Parijs. In het lange gedicht dat zal worden afgedrukt op de achterzijde van zijn volgende plaat, heeft hij het over Françoise Hardy, de oevers van de Seine, de grote schaduw van de Notre-Dame, de studenten aan de Sorbonne ...

 

* * *

 

Het was eigenlijk de bedoeling van Columbia om aan het begin van de zomer de live LP Bob Dylan in Concert uit te brengen. Hoewel de acetates en zelfs de hoezen klaar waren, werd het project op het laatste moment geschrapt. De plaat zou voornamelijk bestaan uit nummers van zijn optreden in Carnegie Hall (oktober ’63), plus één nummer en het gedicht ‘Last Thoughts On Woody Guthrie’ van zijn Town hall concert (april ’63).

 

Last Thoughts On Woody Guthrie *

Lay Down Your Weary Tune

Dusty Old Fairgrounds *

John Brown *

When the Ship Comes In

Who Killed Davey Moore?

Percy's Song

Bob Dylans New Orleans Rag *

Seven Curses

 

In plaats daarvan werd een nieuwe studioplaat opgenomen. 

Another Side of Bob Dylan werd op 9 juni 1964, helemaal in één sessie opgenomen. Dat gebeurde tussen 19 en 22 uur, met Tom Wilson als producer. Het is trouwens Dylans enige sessie voor CBS tussen oktober ’63 en januari ’65.

De sessie verliep in een erg ontspannen sfeer, met veel rode wijn, vrienden (onder wie de journalist  Aronowitz) en zelfs spelende kinderen in de studio.

De nummers zijn veel persoonlijker en de protestsongs waren verdwenen. "Voortaan wil ik schrijven over wat er in me omgaat. Om dat te kunnen doen moet ik terug gaan schrijven zoals ik dat deed toen ik een jaar of tien was: alles er gewoon uit laten komen."

‘Chimes of Freedom’ is het hoogtepunt van de plaat, maar merkwaardig is dat hij ‘Mr. Tambourine Man’ er niet op wil. In maart ’66 vertelt hij dat hij "er te zeer bij betrokken was om het er op te zetten." Misschien was die ene take ook niet goed genoeg. Dylan had voor de gelegenheid zijn oude kompaan Ramblin' Jack Elliott gevraagd om mee te zingen op dat ene nummer. Maar Elliott had problemen om Dylans ongewone manier van fraseren te volgen. Bovendien had hij de tekst niet."Ik vroeg, 'Heb je de tekst bij, Bob? Hij antwoordde, 'Nee, deze ken ik.’ Dus zong ik maar mee met het refrein, want ik kende niet alle woorden."

Deze - niet echt geslaagde versie - is te beluisteren op No Direction Home. De enige andere outtake van deze sessies is 'Mama, You Been On My Mind' dat wordt uitgebracht op The Bootleg Series, 1961-1991.

 

* * *

 

Dylan brengt de zomer door in Woodstock, in het huis van Grossman. Hij werkt er aan een boek met de fotograaf Barry Fenstein en schrijft elf gedichten, waarvan er vijf worden afgedrukt op de achterzijde van Another Side onder de titel ‘Some Other Kind of Songs’. Ze verschijnen later alle elf in Writings & Drawings en Lyrics 1962-1985.

Hij maakt er ook kennis met de vriendin van Sally Anne (Grosmans vriendin): Sara Lowdnes (25). De twee vrouwen hebben mekaar in The Bitter End ontmoet.

Sara werd geboren als Shirly Noznisky op 28 oktober '39. Haar ouders, Isacc en Bessie, verhuisden met Shirly en haar zestien jaar oudere broer Julius naar Wilmington, Delaware. Shirly was nog een klein meisje toen haar moeder een hersenbloeding kreeg. Ze werd verder opgevoed door een tante, Ester. In 1956 werd haar vader vermoorden vijf jaar later overleed ook haar moeder, zodat ze, met 21 jaar, er alleen voor stond.

Shirly was een mooie, jonge vrouw, met een bleke huid en donker haar, maar het waren vooral haar ogen die opvielen. In 1960 verhuisde ze naar New York City, waar ze als bunny ging werken in de Playboy Club. Ze werd fotomodel en ontmoette zo haar eerste man, de fotograaf Hans Lowndes. Hij was 25 jaar ouder en al twee keer getrouwd geweest. Hij vraagt haar ook haar naam te veranderen in Sara, want Shirly vind hij maar niks.

Er komt een einde aan haar carrière als model, wanneer ze zwanger wordt. Op 21 oktober '61 bevalt Sara van een dochtertje Maria. Korte tijd later beginnen er barsten te komen in het huwelijk.

 

Dylan ziet wel wat in die zwartharige schone met haar droeve ogen en er bloeit iets moois – zonder dat Joan Baez daar iets van hoeft te weten. Joan Baez: “Toen we elkaar eindelijk ontmoetten en we bevriend raakten [in 1975] praten we uren over de dagen toen die schooier ons met elkaar bedroog. Ik vertelde Sara dat ik vond dat Bob niet erg vrijgevig was, maar dat hij me ooit een groen corduroy jas gaf. En dat ik een mooi blauw nachtkleed mocht houden uit het huis in Woodstock. ‘Oh!, riep Sara, ‘Daarom vond ik het niet meer!’”

 

Die zomer maakte een rockversie van de folk standaard 'House of The Rising Sun' door de Britse The Animals grote indruk op Bob Dylan. En niet alleen op hem: de plaat bereikte zelfs de 1ste plaats in de Amerikaanse hitlijsten. Het was het eerste nummer dat kan worden bestempeld als folk-rock. Bovendien was het de langste single tot dan toe: meer dan vier minuten.

Wanneer Dylan die versie voor het eerst hoort is hij wild enthousiast: "Een rockende versie van 'House of the Rising Sun'. Rock! Het is gewoon fantastisch! Ik ben er kapot van!"

 

Op het befaamde Newport Folk Festival, dat telkens einde juli plaatsvindt, wordt dat jaar voor het eerst gewerkt met hoofdattracties.

“Die [zondag]avond trad Johnny Cash op en dat was schitterend, “ vertelt de harmonicaspeler Tony Glover. “Hij wandelde het podium op als een koninklijke stier, met veel flair en charisma.

Dylan kwam later. In plaats van het politieke spul dat iedereen verwachtte speelde hij nummers van Another Side..., zoals ‘Ramona’. Je kon voelen dat het publiek in de war  was, maar ze wilden niet uncool over komen, dus klapten ze even hevig.”

 

Dylan brengt vier nummers: 'All I Really Wanna Do', 'To Ramona', 'Mr. Tambourine Man' en 'Chimes Of Freedom'.

Het laatste daarvan wordt uitgebracht op No Direction Home.

Voor de toegift riep hij Joan Baez er bij voor ‘With God On Our Side’. Dat duet wordt in ’97 uitgebracht op Joan Baez Live At Newport en in 2002 op de compilatie cd This Land Is Your Land: Songs Of Freedom.

 

“Achteraf,” gaat Tony Glover verder, “in een hotelkamer met Joan Baez, Sandy Bull, Jack Elliott en anderen, zaten Dylan en Cash op de grond nummers uit te wisselen. Joan zette een kleine draagbare bandopnemer aan en dat is waar Bob ‘It Ain’t Me Babe’ en ‘Mama, You’ve Been On My Mind’ aan Johnny gaf. (Die brengt ze later uit op zijn LP Orange Blossom Special.)

Johnny was er met June Carter, zo verlegen en lief, in een kamer vol freaks. Toen ze klaar waren gaf Johnny zijn gitaar aan Bob – in country middens een teken van bewondering.”

“Ik weet er niet meer veel van,” zegt Johnny Cash, “maar ik herinner me dat June en ik en Bob en Joan Baez in mijn hotelkamer waren en dat we zo blij waren dat we eindelijk mekaar zagen, dat we op bed stonden te springen als kinderen.”

 

Dylan kreeg dit jaar echter niet dezelfde enthousiaste reacties als het vorige jaar. Zowat alle critici vonden zijn optreden maar niks. In Sing Out schrijft de hoofdredacteur Irwing Silber een open brief: “Ik zag in Newport dat je het contact met de mensen kwijt was.”

 

* * *

 another_s

Another Side Of Bob Dylan wordt op 8 augustus 1964 uitgebracht. Het zal Dylans laatste solo-lp in bijna dertig jaar blijken te zijn. Er staat geen enkel protestnummer op. Het materiaal is een mengeling van persoonlijke dingen en poëzie. John Sebastian noemt het later “Bob’s revolutionaire aanpak van het liefdesliedje. ‘Don’t Think Twice’ en ‘It Ain’t Me Babe’ zijn radicale composities. Ze zijn romantisch, maar scherp. Die kerel zag zowat alles anders.”

De plaat wordt koeltjes onthaald door de critici. De linkse folkbeweging vindt dat hij te veel afdrijft naar "te veel subjectiviteit."

De titel is niet Dylans idee: "Tom Wilson, de producer, gaf het zijn titel. Ik bad en smeekte hem dat niet te doen. Het leek een ontkenning van het verleden en dat was niet de bedoeling."

De LP komt op 9 september 1964 de Billboard-albumlijst binnen. Hij komt niet hoger dan 43.

 

 

Die maand gaat Joan Baez Dylan opzoeken in Woodstock. Ook haar jongere zus Mimi met haar man Richard Fariña komen langs. “Zowat de hele maand dat we er waren, stond Bob aan de typmachine in de hoek van zijn kamer,” vertelt Joan Baez. “Drinkend van zijn rode wijn en rokend. En maar typen, uren aan een stuk. Midden in de nacht stond hij op, kreunde eens, nam een sigaret en stommelde dan weer naar zijn typmachine. Hij schreef liedjes aan de lopende band en ik pikte ze even snel in, als dat hij ze schreef.”

Twee nummers die zij niet heeft kunnen bemachtigen zijn 'If You Gotta Go, Go Now' en ''It's Alright Ma (I'm Only Bleeding)'.

 

In deze periode wordt zijn schrijfstijl meer en meer surreëel. Zelfs zijn proza wordt meer gestileerd en lijkt hoe langer hoe meer op een gedachtestroom, getuige enkele brieven die werden gepubliceerd. Naarmate het jaar vordert wordt het ook steeds intenser.

Aan het einde van de zomer vinden er twee belangrijke ontmoetingen plaats. Op 27 augustus maakt de fotograaf Daniel Kramer voor het eerst kennis met Bob Dylan. Zij werden aan elkaar voorgesteld door Sara, die de man nog kende uit haar tijd als model.

Bob vroeg hem wat voor een soort foto’s hij wou maken, waarop Kramer antwoordde: "Oh, doe maar wat je wou doen." Helemaal fout, dus! Dylan nam hem mee naar een filmzaaltje waar hij ging kijken naar recent opgenomen beelden. In het pikkedonker kon de fotograaf natuurlijk niks beginnen.

 

De volgende dag ging Dylan The Beatles opzoeken in het Delmonico Hotel in New York.

Bob Dylan, vergezeld door Victor Mamoudas en Saturday Evening Post journalist Al Aronowitz werden rechtstreeks naar de privévertrekken van de groep geleid. John bood het bezoek pillen aan, maar Dylan had iets anders op het oog: marihuana. John, die het spul al eens eerder had geprobeerd, vond het maar niks: "Ik moest er alleen maar van giechelen." Dylan reageert verbaast want, zo vertelt hij, the Beatles zongen toch ‘I get high, I get high!'

Maar de aanwezigheid van Dylan geeft het geheel een emotionele, artistieke en culturele betekenis. Er worden handdoeken voor de deuren gelegd, Mamoudas wordt aan het rollen gezet, Ringo moet voorproeven en dan durven de anderen ook. De nacht wordt doorgebracht “legsless from laughing”.

 

Niets zou nog hetzelfde blijven achteraf.

De schrijfstijl van The Beatles zal radicaal veranderen: veel meer naar binnen gericht, ongetwijfeld ten gevolge van hun introductie tot cannabis. Dylan bleef bevriend met de groep, zoals biograaf Clinton Heylin schrijft: "de avond gaf een persoonlijke dimensie aan een echte rivaliteit die zou blijven bestaan tijdens de rest van heugelijke jaren zestig. "

Hoewel sommige critici de wederzijdse beïnvloeding van The Beatles op Dylan hebben geromantiseerd,moeten zelfs sceptici als Heylin toegeven dat "het succes van the Beatles… zodanige randvoorwaarden heeft gecreëerd dat er vrijelijk kan worden geëxperimenteerd. Iets wat erg zeldzaam is in een populair medium."


* * *

 

200px-BootlegSeries6Tussen 19 oktober en 7 december 1964  geeft Dylan zeventien shows doorheen de Verenigde Staten.  De tournee begint in New York en eindigt in Californië. Het "Halloween concert" van 31 oktober in de Philharmonic Hall in New York wordt door CBS opgenomen voor een mogelijke live LP.

Dat gebeurt echter pas zo’n veertig jaar later, als The Bootleg Series, Vol. 6: Live 1964.

 

* * *

 

Na een tijdje te hebben samengewoond in het appartement van Grossmans in Manhattan, terwijl Albert en Sally op huwelijksreis waren in Europa, verhuizen Bob en Sara in december naar een kamer 211 in het Chelsea Hotel aan West 23rd Street. Het is een bescheiden suite met slaapkamer aan de achterzijde van het gebouw. Ook Sara's dochtertje Maria verblijft bij hen.

 

* * *

 

1965 is een scharnierjaar in de carrière van Bob Dylan. Het is het jaar waarin hij de stekker in het stopcontact steekt en daarbij lijken zowel het tempo in zijn carrière als in zijn leven in een hogere versnelling te raken. Twee uitstekende platen in een jaar (Bringing In All Back Home en Highway 61 Revisited), twee belangrijke tournees, een film, het einde van de allesoverheersende folkmuziek in Newport. Daarenboven schrijft hij het hele jaar door aan zijn boek Tarantula.

 

“Je kunt je niet voorstellen hoe het moet geweest zijn om Bob Dylan te zijn in die periode,” meent folkzanger David Blue: “De ene dag was hij een gerespecteerde jonge songwriter, en dan opeens was hij dat ding: De stem van een generatie. De man met de antwoorden. De mensen hingen voortdurend aan hem. Zeg me wat ik moet denken. Zeg me wat ik moet doen. Het hield niet op. Jij of ik hadden niet kunnen weerstaan aan dat soort druk. We zouden erdoor verpletterd worden. Dylan niet. Hij ging door met schitterend werk, ondanks alles. Maar terwijl zijn leven surrealistischer werd, werden ook zijn teksten surrealistischer. Zijn nummers waren altijd een weerspiegeling van zijn leven.”

 

* * *

 

In de vroege avond van 13 januari 1965 stapt Bob Dylan Studio A van de Columbia Recording Studios in New York in voor de eerste sessie voor Bringing It All Back Home. In zijn rechterhand een gitaarkist met daarin zijn akoestische Gibson.

In een klassieke, drie uur durende sessie neemt hij tiental nieuwe nummers op, plus nog wat losse probeersels voor andere nummers. Daarvan zal echter niets van op  plaat komen. Toch niet in deze versies. In de loop der jaren worden vier nummers uitgebracht: 'I'll Keep It With Mine' in 1985 op Biograph, 'Farewell Angelina' en een vroege versie van 'Subterranean Homesick Blues' in 1991 op The Bootleg Series Volumes 1-3 (Rare & Unreleased) 1961-1991 en tenslotte 'It's All Over Now, Baby Blue' in 2005 op No Direction Home.
Daarnaast staan er op de banden ook nog  min of meer volledige versies van 'Love Minus Zero/No Limit', 'Bob Dylans 115th Dream', 'She Belongs To Me', 'Sitting On A Barbed-Wire Fence', 'On The Road Again', 'If You Gotta Go, Go Now', 'You Don't Have To Do That', en 'Outlaw Blues'.

Hoewel Dylan het altijd heeft ontkent, menen velen dat 'It's All Over Now, Baby Blue' zou gaan over zijn vriend Paul Clayton. "Paul was homo," vertelt Barry Kornfeld. "En hij had daar problemen mee. Hij was stapel van Dylan."

"Paul Clayton, was afkomstig van New Bedford, Massachusetts. Dat is een oude vissersstad en Paul zong zeemansliederen," weet biograaf Anthony Scaduto. Vandaar misschien de verwijzing naar de "Sea-sick sailors".

"Bobby aanbad Pablo Clayton artistiek. En Pablo raakte gefixeerd door Bobby. Bobby sprak over niks anders dan Woody Guthrie en Pablo over niks anders dan over Bobby Dylan."

Maar het nummer kan evengoed gaan over Joan Baez, of zijn publiek, of zijn vroeger ik, of al deze onderwerpen samen…

 

Maar de sessie die volgende namiddag is gepland is iets totaal anders. Producer Tom Wilson heeft, in opdracht van Dylan, een volledige band geboekt om de nummers van de vorige dag opnieuw op te nemen. Met een elektrisch versterkte band.  Er zijn maar liefst drie gitaristen opgetrommeld: Al Gorgoni, Kenneth Rankin en Bruce Langhorne, plus een pianist Paul Griffin. Voor de ritmesectie zijn er drummer Bobby Gregg en twee bassisten: Joseph Macho, Jr. en William E. Lee ( de vader van de regisseur Spike Lee).

 

Dylan zelf heeft zijn akoestische gitaar ingeruild voor een elektrische. “Hij had een boel lef om dat te doen,” meent Kenny Rankin, “Het was een hele stap voor Dylan om zomaar een elektrische gitaar te pakken.” Rankin is een jonge pop-jazz zanger, die nog nooit rock ‘n’ roll heeft gespeeld en, voor deze sessie, zelfs nog nooit een elektrische gitaar in zijn handen heeft gehad!

Dylan is het gewoon alleen te spelen en hij is ook niet van plan zijn gewoonten te veranderen. Volgens Langhorne werd er niet gerepeteerd: "We deden de nummers gewoon op en ik herinner mij dat het, gezien de omstandigheden, erg intuitief en succesvol was."

Geen repetitie, of zelfs maar wat uitleg wat de bedoeling was. “De nummers waarop ik meespeelde werden niet eens afgeteld,” aldus gitarist Kenny Rankin. ”Hij sloeg gewoon zijn gitaar aan en wij vielen na vier of zes maten in. Er staan geen overdubs op, geen lapwerk, geen lassen. Wat je hoort is hoe wij het speelden.”

En soms is dat goed te merken. Zoals bij ‘Bob Dylan’ 115th Dream’. “Oh ja de valse start, waar de band vergat te beginnen.” lacht Bruce Langhorn. “”We waren het niet vergeten, we hadden gewoon geen idee wanneer we moesten beginnen! We kenden het nummer van geen kanten. Bob stapte gewoon naar de microfoon en begon te zingen. Geen teken, geen uitleg, niets! We vielen gewoon in en trachten te volgen. Op de een of andere manier trachtte iedereen uit te vinden waar Bob naar toe wilde. Hij wist het zelf niet, maar de overtuiging waarmee hij zong, maakte dat iedereen werd meegezogen. Hij trachtte niemands spel te arrangeren. Het was spontaan, bijna telepatisch. We moesten het moment vangen, want er viel niks te repareren achteraf. Ik genoot ervan!”

En dat geldt ook voor Dylan zelf. Dat is duidelijk te zien aan de foto's van Daniel Kramer, die alles vastlegde.

Hij herinnert zich: "De muzikanten waren enthousiast. Ze overlegden hoe ze het probleem konden oplossen telkens er zich iets voordeed. Dylan sprong van de een naar de ander om uit te leggen wat hij wou - dikwijls deed hij iets voor op piano - tot alles op zijn plaats viel. Als een soort gigantische puzzel: alle stukjes pasten en vielen op hun plaats… Het ging erg vlot en er waren maar drie of vier takes nodig. Soms klonk de eerste take helemaal anders dan de laatste omdat er gespeeld werd met het tempo, of een andere toonaard, of de solos werden anders gearrangeerd... Bij deze manier van werken was het zijn overtuiging die de boel draaiende hield."

Er werd gewerkt aan zes van de nummers die de vorige dag in solo versies op band waren gezet. Telkens dus maar een paar takes. Na afloop van de drie en een half uur durende sessie, stonden er op 18 uur master takes op band van 'Love Minus Zero/No Limit', 'Subterranean Homesick Blues', 'Outlaw Blues', 'She Belongs To Me', 'Bob Dylans 115th Dream' die allemaal werden geselecteerd voor de plaat.  Enkel 'On The Road Again' werd niet goed genoeg bevonden.

 

Na het avondeten volgt een tweede drie uur durende sessie, waarin dezelfde nummers nog eens opnieuw opgenomen maar nu met een eenvoudiger begeleiding van enkel gitaren en bas. Dylan heeft van de eerste groep muzikanten enkel Bruce Langhorn overgehouden. Daarnaast zijn John Hammond, Jr. en John Sebastian opgetrommeld.

Hoewel John Sebastian normaal harmonica speelt, vraagt Dylan hem om bas te spelen. ”Ik zei hem dat ik geen basspeler was, maar hij zei alleen maar, ‘Trek het u niet aan. Het zal wel lukken.’ Ik kwam daar aan, kreeg een fender bas in mijn handen gestopt en deed mijn best. Ik denk dat Bob gewoon eens wat wou uitproberen.”

Voor de zekerheid heeft Wilson ook een echte bassist voorzien: John Boone.

Blijkbaar is het resultaat geen verbetering, want geen enkel van deze takes wordt geselecteerd. Deze versie van 'She Belongs To Me' wordt uitgebracht op No Direction Home.

Daarnaast zijn de versies van 'Love Minus Zero', het instrumentale 'I'll Keep It With Mine' en 'It's All Over Now, Baby Blue' te beluisteren op de uitstekende bootleg  Thin Wild Mercury Music.

 

De volgende namiddag vindt er een vierde en laatste sessie plaats in Studio A. De muzikanten van de vorige middag zijn terug gevraagd. Met uitzondering van de pianist Paul Griffin, die elders was geboekt en werd vervangen door  Frank Owens.

Eerst werd 'Maggie's Farm' aangepakt: één take was voldoende. Daarna wordt uitgebreid wordt geprobeerd een betere versie van ‘On The Road Again’ op band te zetten.

 

Hoewel Dylan nu elektrische versies van bijna elk nummer op band heeft staan, was het nooit zijn bedoeling om Bringing It All Back Home zo uit te brengen. Daarom neemt hij vier lange nummers solo akoestisch op, de eerste twee, 'It's Alright, Ma (I'm Only Bleeding)' en 'Gates Of Eden' zelfs onmiddellijk achter elkaar, zonder pauze.

De fotograaf Daniel Kramer, die bij al deze sessies aanwezig was, vertelt: “Ik weet het allemaal niet zo goed meer. Ik was meer bezig met het fotograferen dan echt op te letten. Maar ik herinner me duidelijk dat Bob aankondigde dat hij deze nummers één keer ging spelen en dat ze beter geen fouten konden maken, want dat hij ze niet opnieuw zou spelen. En zo deed hij het ook. Geen valse starts, geen aarzeling, geen fouten. Er gebeurde iets magisch voor onze ogen.”

 

Met 'Mr. Tambourine Man' heeft hij wat meer moeite. Daar zijn verschillende pogingen voor nodig. Misschien omdat het op hem is gebaseerd, mag Langhorne meespelen om wat versieringen toe te voegen. 

Na het laatste nummer, 'It's All Over Now, Baby Blue' is er zelfs nog wat tijd over.

 

Die wordt besteed door te proberen, met de volledige band, een rocknummer op te nemen voor de volgende single. Na 7 takes is het tijd om te stoppen. Take 5 zal twee jaar later, na toevoeging van overdubs, worden uitgebracht als single in de Benelux, terwijl take 5 (ook al met overdubs) te beluisteren is op The Bootleg Series, 1961-1991.

 

* * *

 

subterr

Bringing It All Back Home wordt op 22 maart 1965 uitgebracht. De plaat heeft een akoestische en een elektrische kant. Dat Dylan op de goede weg is wordt bewezen door de verkoopscijfers: het is zijn eerste LP die meer dan een miljoen dollar opbrengt.

De titel is een duidelijke verwijzing naar de inspanningen van The Beatles om de Amerikanen hun eigen erfenis van de rockmuziek terug te doen ontdekken. Omdat die titel in Europa nergens op slaat heet de plaat in de Benelux Subterranean Homesick Blues.

Bringing It All Back Home komt op 1 mei 1965 de Billboard-albumlijst binnen en haalt de zesde plaats.

 

De foto voor de hoes werd in februari door Daniel Kramer. Columbia wou dat er weer een meisje op de foto zou staan, zoals bij The Freewheelin' Bob Dylan, waarop hij arm in arm liep met Suze Rotolo.

Sally Grossman was net in het kantoor toen de boodschap binnenkwam en Dylan stelde voor dat zij het zou doen. Hij wil Sara liever buiten beeld houden.

“Het was mijn eerste platenhoes,” legt Kramer uit. “Ik wist dat de muziek speciaal was en anders. Daarom wou ik ook een beeld dat met niks te vergelijken viel. Tot dan had Dylan niet voor mij willen poseren. Hij had liever dat ik hem in beweging trok. Op de ochtend van de fotosessie maakte ik een ruwe proeffoto, zonder Bob en hij begreep onmiddellijk wat ik voor ogen had. Hij koos wat voorwerpen uit. Dat deed ik ook en misschien bracht Sally er ook een paar aan. Het werd wat te druk, te gemaakt en dus moesten we weer wat wegdoen.

Dat was allemaal lang voor photoshop, dus moest het wazige effect met de hand worden gemaakt. Ik bouwde een statief dat me toeliet de camera rond te draaien en de foto was het resultaat van een combinatie van statische en bewegende belichting. Ik zocht naar het gevoel van een beweging met hem als middelpunt.”

 

 

Hoewel Bringing It All Back Home algemeen wordt gezien als het begin van de folk-rock, was Dylan niet de eerste om dit experiment aan te gaan.

 

Geïnspireerd door het succes dat de Britten hebben met hun rockversie van een oud folknummer probeerde Tom Wilson hoe Dylan zou klinken met iets gelijkaardigs. Zonder dat Bob erbij was, liet hij, op 8 december 1964, nieuwe “folk-rock” backing toe voegen aan vier van diens oude opnamen: een akoestische versie van ‘House Of the Rising Sun’ en drie opnamen met band uit ’62: 'Mixed Up Confusion', 'Rocks and Gravel' en 'Corrina, Corrina'.

Hoewel een zelfde experiment met ‘The Sound Of Silence’ van Simon & Garfunkel later wel erg succesvol zou verlopen, was het resultaat deze keer niet echt overtuigend. Het werd dan ook pas in de jaren negentig uitgebracht op de cd-rom Highway 61. Daarbij staat verkeerdelijk aangegeven dat de opname dateert uit ’61 en dus de elektrische versie van The Animals zou zijn vooraf gegaan!

 

celebrationsMaar ook anderen waren met dit soort dingen bezig: Richard en Mimi Fariña hadden die herfst, met de hulp van de gitaarvirtuoos Bruce Langhorne de eerste folkplaat opgenomen met elektrisch versterkte instrumenten.

Celebrations for a Grey Day zal worden uitgebracht in april ‘65. Richard was dan al een hele tijdje geobsedeerd met het idee om "mature poetry lyrics and music in the rock style" te combineren.

Tijdens deze sessies gebruikte Langhorne ook een grote Turkse tamboerijn. Dylan beweert in 1985, dat hij de man is waarop 'Mr. Tambourine Man' is gebaseerd. "Het was zo groot als het wiel van een wagen. Ik zag hem er op spelen en dat beeld bleef hangen."

 

vmd79178_0John Hammond Jr., de zoon van de producer en zelf ook folkmuzikant, experimenteerde daarvoor ook al een tijdje met elektrische versterkte instrumenten. In ’63 had hij al opgenomen met een zwart blues kwartet en voor de daarop volgnde plaat, So Many Roads, had hij de beste jonge blanke muzikanten rond zich verzameld.

Hammond: “Ik speelde regelmatig in Toronto, waar ik bevriend raakte met een groep, Levon & The Hawks. Ze hadden Ronnie Hawkins begeleid en waren nu verder het clubcircuit aan het afdweilen. Ze waren een ongelofelijk sterke live band.

Dus vroeg ik Robbie Robertson om gitaar te spelen, Levon Helm op drums en Garth Hudson op orgel. Ik had Mike Bloomfield bezig gezien en dat dat hij uitstekend zou passen bij Robertson. Maar toen hij Robertson hoorde wou hij niet meer gitaar spelen! Robbie was erg intens. Dus besloot Bloomfield dat hij liever piano speelde. Michael had Charlie Musselwhite meegebracht van Chicago, om harmonica te spelen.

Bob [Dylan] kwam langs – dat gebeurd wel vaker. Ik heb hem toen voorgesteld aan die kerels van The Hawks. Dylan was daar om de boel een beetje te verkennen en je kon wel zien dat hij er wat in zag.”

So Many Roads wordt echter pas in juni ‘65 uitgebracht.

 

En ook Fred Neil en Tim Hardin traden soms op met elektrische versterking, zei het eerder in de jazz/blues sfeer.

 

 

 

Van Bringing It All Back Home wordt slechts één single uitgebracht, op 23 april 1965. ‘Subterranean Homesick Blues’/’She Belongs To Me’ is slechts een bescheiden succes in de Verenigde Staten, met als hoogste notering een 39ste  plaats. In Engeland doet de single het wat beter, met een notering net binnen de top 10.

 

Op 8 mei 1965 wordt, tijdens Dylans Britse tournee, in een zijstraatje aan het Savoy Hotel een promotioneel filmpje gedraaid voor ‘Subterranean Homesick Blues’. Allen Ginsberg en Bob Neuwirth staan als “acteurs” op de achtergrond. De kaarten zijn geschilderd door Alan Price, Donovan en Joan Baez.

Donovan: ”Ginsberg had iets bedacht, hij zei: 'Laten we de teksten op kaarten schrijven en dan kan jij dat zingen, Bob en dan trek je iedere keer een kaart met de tekst op.' Allan begon dadelijk de teksten op te schrijven op kaarten op het tapijt... en ik hielp hem daarbij, " vertelt Donovan. "Ik heb nog calligrafie geleerd op school en toen Bob zag wat ik deed zei hij, 'Hey Donovan, wil jij dat samen doen met Allan?' En zo hebben we samen al die kaarten geschreven."

film_dylanDe scène wordt de intro van de D.A. Pennebakers film Don't Look Back en wordt algemeen beschouwd als één van de allereerste videoclips.

 

Veel beter dan Dylans eigen single doet het een coverversie, gemaakt als debuutsingle van The Byrds.

Op 20 januari 1965, vijf dagen nadat Dylan zijn definitieve versie op band heeft gezet, wordt in de Columbia Studio in Los Angeles, een cover op van ‘Mr. Tambourine’ opgenomen. Er is een prominente rol voor de 12-snarige gitaar en de tamboerijn. Jim McGuinn is echter de enige van de groep die mag meespelen. De rest wordt ingespeeld door de beste studiomuzikanten: Leon Russell, Hal Blaine en Larry Knechtel. De productie is in handen van Terry Melcher - de zoon van actrice Doris Day.

 

Volgens  Jim McGuinn reageert Dylan wanneer hij, bij zijn volgende bezoek aan de Westkust, de acetate hoort erg enthousiast: ‘Wow, man, daar kan je op dansen!”

De single wordt op 12 april 1965 uitgebracht. De plaat slaat onmiddellijk aan en bereikt binnen een paar weken de top van de Amerikaanse hitparade. Folk-rock wordt enthousiast omarmd als het antwoord op de Britse invasie.

Volgens Mary Martin, de secretaresse van Albert Grossman, reageerde Dylan echter erg zenuwachtig op het succes van The Byrds. “Hij zat daar in het kantoor, met zijn hoofd te schudden en zich luid op afvragend, ‘Wat moet ik nu doen?’ Hij had drums, elektrische bas en elektrische gitaar gehoord op ‘Mr. Tambourine Man’ en voor een folkzanger was dat een schok, om te denken, ‘Verdorie, ik heb een groep nodig!’ En ik stelde voor: ‘Ga naar Toronto, kijken naar The Hawks."

 

Het zou nog bijna een jaar duren voor Dylan The Hawks als zijn begeleidingsband zou vragen.

 

01-03-07

The Freewheelin' Bob Dylan

The Freewheelin' Bob Dylan 
Freewheelin-Bob-Dylan

Eind januari 1962 was Bob Dylan begonnen met het schrijven van protestsongs. “Ik wou gewoon een lied om te zingen en ik kwam op een punt dat ik niks had om te zingen. Dus moest ik schrijven wat ik wou zingen  want niemand anders schreef wat ik wou zingen. Als ik dat had gekund was ik waarschijnlijk nooit begonnen met schrijven.”

In de komende twee jaar zou een onafgebroken stroom van dergelijke songs uit zijn pen blijven komen. Het is ook een poging om de invloed van Woody Guthrie te ontgroeien. "De beïnvloeding raakte op de achtergrond, eens hij geen idool meer was voor mij. Ik leerde hem kennen en ik voelde mij niet meer eerlijk… het leek allemaal nep. Woody's nummers zingen voor geld, folk songs zingen voor geld… het leek me allemaal nep."  

Het zal wel geen toeval zijn dat Bob begon met het schrijven van protestnummers kort nadat hij bij zijn vriendinnetje Suze Rotolo was ingetrokken op haar studiootje in de West 4th Street in New York. Suze kwam uit een familie met sterke linkse sympathieën en al op zeventienjarige leeftijd was zij actief bezig in de beweging voor rassengelijkheid. Ondanks haar jonge leeftijd had ze al veel gelezen en – niet te versmaden – haar zus had een indrukwekkende collectie platen met Amerikaanse folkmuziek.

 

Op 23 februari zou Dylan optreden tijdens een CORE (Congress of Racial Equality) benefiet in de City University.  Twee weken daarvoor speelde hij voor zijn vrienden, de MacKenzies, een nummer dat hij speciaal daarvoor had geschreven: ‘The Death Of Emmett Till’. Hij verhaalt daarin het ware verhaal van een veertienjarige zwarte jongen, die in Mississippi werd vermoord omdat hij met een blank winkelmeisje had geflirt. Hij werd door enkele blanke heethoofden in het hoofd geschoten, waarna zijn lijk in de Tallahatchie rivier werd gegooid. De mannen werden vrijgesproken.

 

Met dat soort nummers was hij welkom bij het nieuwe tijdschrift Broadside. Dat gestencilde blaadje was door de folkzanger Pete Seeger met de hulp van Agnes “Sis” Cunningham opgezet om hedendaagse protestnummers te publiceren. Wanneer einde februari het eerste exemplaar wordt verspreid prijkt daarin Dylan’s ‘‘Talking John Birch Paranoid Blues’, een satire op moderne heksenjagers en hun obsessie met communistische indringers.

‘Let Me Die In My Footsteps’ was een ander uitstekend nieuw nummer dat hij in die tijd schreef. Het was een reactie op de obsessies van de Koude Oorlog met de aanleg van schuilkelders en oefeningen met luchtalarm.

 

Een vierde nieuw nummer, ook geschreven binnen de periode van een maand, was ‘The Ballad Of Donals White’. Voor de melodie maakte hij  gebruik van Bonnie Dobsons versie van ‘The Ballad Of Peter Amberley’, een compositie van John Calhoun uit 1881. De tekst was dan weer  gebaseerd op een documentaire die hij op TV zag.

 

Bob Dylan: “Ik schreef  waar ik was. Soms zat ik een hele dag aan een tafeltje in een café, zomaar alles op te schrijven wat in mij opkwam… gewoon om het even wat. Ik keek uren naar de mensen en ik verzon van alles over hen. Of ik dacht, welk soort lied zouden die willen horen ? En dan bedacht ik er een.”

 

Nu hij meer zelf begon te schrijven moest hij een uitgever hebben. Zijn ontdekker/producer John Hammond regelde dat hij zijn nummers kan onderbrengen bij de muziek uitgeverij Leeds Music. Hij nam ook een aantal nummers voor hen op, zodanig dat ze door anderen konden worden gecoverd.

 

Het feit dat Bob goede, eigen nummers begon te schrijven maakte hem in de folkgemeenschap tot iets bijzonders en het nieuws verspreidde zich snel. Toch vertelde hij tegen de promotor Izzy Young, uitbater van het Folklore Center, dat hij zich van de folkscène los aan het maken was. Hij was “het moe in koffiehuizen te moeten spelen voor toeristen die aapjes kwamen kijken.”

Ondertussen werd op 19 maart, Dylans debuut-LP Bob Dylan uitgebracht. Hoewel de kritieken tamelijk lovend waren viel de verkoop erg tegen: er werden het eerste jaar nauwelijks vijfduizend exemplaren van verkocht. In de kantoren van Columbia werd er dan ook al over gedacht om “Hammond’s stommiteit” zoals de jonge zanger werd betiteld, terug op straat te zetten. Vooral door diegenen die jaloers waren op producer John Hammond’s oor voor talent. Hij was de man die Billy Holiday had ontdekt en mensen als Benny Goodman en Robert Johnson promootte.

  

Maar ondertussen stond de jongeman echter al te popelen om terug Columbia’s Studio A in te trekken. De opnamen zitten geklemd tussen twee series optredens: van 20 tot 22 april deelde hij een affiche met Jesse Fuller in het Ann Arbor Goddard College en van 24 april tot 6 mei, trad hij als hoofdact op in  Gerde's Folk City.

 

Aanvankelijk wou hij zich opnieuw bedienen van hetzelfde recept: “wat spul dat ik heb geschreven, wat spul dat ik heb ontdekt en wat spul dat ik heb gestolen”. De opnamen vertoonden dan ook grote gelijkenis met die voor de debuutplaat. De plaat zou opnieuw ingeblikt worden tijdens twee sessies, op dinsdag 24 en woensdag 25 april 1962 in Studio A op de zevende verdieping van het Columbia hoofdkwartier in New York City, met John Hammond als producer. Het enige verschil was dat de zanger/gitarist deze keer ondersteund wordt door een bassist, William E. Lee.

 

De eerste sessie duurde, zoals gebruikelijk, drie uur: van 14:30 tot 17: 30. In die periode werden zeven countryblues en Guthrie-achtige nummers op band gezet. 

 

Hoewel ‘House of the Rising Sun’ al op zijn eerste album stond, begon Dylan de eerste sessie voor zijn volgende LP met een variante op het nummer: het traditionele ‘Going To New Orleans’. Eén van de beide takes van dit nummer is terug te vinden als track 10 op de Vigotone bootleg The Freewheelin’ Bob Dylan Outtakes.

 

Op die bootleg staat, als track 25, ook één van de drie volledige takes van het tweede nummer, ‘Sally Gal’, een zeer vrije variante op een compositie van Woody Guthrie. Het is meer een excuus om lekker tekeer te gaan op harmonica, dan een echte song. 

 

De eerste uitvoering van Dylan’s ‘Sally Gal’ is terug te vinden op de Oscar Brand radio show (Folk Song Festival, 29 oktober ‘61). Brand vroeg hem één van de kermisliedjes te zingen die hij had geleerd en Dylan kondigde het dan aan als eentje dat hij heeft "geleerd ... euh, geschreven." (terug te vinden op The Genuine Bootleg Series, Volume 3)

 

Daarna concentreerde Dylan zich op ‘Rambling Gambling Willie’, een eigen tekst op de traditionele melodie van ‘Brennan on the Moor’ van The Clancy Brothers. Het was het eerste in een lange rij van nummers die hij zou schrijven waarbij iemand die buiten de maatschappij staat werd bezongen. Take 4 werd uitgekozen als beste en werd officieel uitgebracht op The Bootleg Series 1- 3.

 

‘Corrina, Corrina’ is dan weer een variante op het nummer ‘Corrine, Corrina, Where you been so long?’ Het is een heel oud nummer dat door talloze muzikanten werd gebracht. Hoewel Blind Lemon Jefferson in april 1926 al een ‘Corrina Blues’ opnam voor Paramont Records, stamt de eerste echte versie van het nummer uit de laatste maanden van 1928. Bo Chatman en Charlie McCoy namen toen ‘Corrine, Corrina’ op voor Brunswick Records in New Orleans. En op 17 december van dat jaar namen diezelfde muzikanten, aangevuld met gitarist Walter Vincson als  the Jackson Blue Boys ‘Sweet Alberta’ op. Dat is hetzelfde nummer maar gezongen over een ander meisje.

Eén van Dylans twee volledige takes valt te beluisteren als track 2 op de Vigotone bootleg.

 

En dan volgt zijn allereerste protestsong: ‘The Death of Emmett Till’. De enige take die Dylan voor het nummer nodig heeft staat als track 2 op de Vigotone bootleg.

 freewheelin_bob_dylan_outtakes

Ook ‘Talking John Birch Paranoid Blues’ is een zelfgeschreven protestnummer. Van de drie pogingen was enkel de laatste volledig en ook deze staat op The Freewheelin’ Bob Dylan Outtakes (track 6). De bassist had blijkbaar even een pauze, want hij is niet te horen op deze opname.

 

De sessie werd afgerond met twee takes van ‘(I Heard That) Lonesome Whistle’, een nummer van Hank Williams, geschreven met Jimmie Davis. De beste daarvan staat als track 5 op de Vigotone bootleg.

 

De volgende dag stond het hele clubje terug om 14:30 in de studio, om er nog eens acht nummers op band te zetten. De bassist was er echter niet meer bij.

 

Het eerste nummer dat werd aangepakt is het populaire ‘Rocks And Gravel (Solid Road)’ dat ook door andere folkzangers als Harry Bellafonte en Ian and Sylvia werd opgenomen in ’62. Dylan had drie takes nodig, waarvan alleen de laatste volledig is. Die staat dan ook, als track 9 op de bootleg.

 

Dan volgde de eigen compositie ‘Let Me Die In My Footsteps’. De enige take wordt uitgebracht op The Bootleg Series 1-3. Daarbij is echter één strofe weggeknipt. De volledige versie is terug te vinden als track 11 op de Vigotone bootleg.

 

En ook de enige take van ‘Talking Havah Negeilah Blues’ staat op The Bootleg Series 1- 3. "Here's a foreign song I learned out in Utah," kondigt hij aan. En terwijl hij achteloos de snaren van zijn gitaar aanslaat, gaat hij toonloos voort: "Ha! Va! Ha-va! Ha-va-na! Havah Nagilah. Yodeleihoo!" Een duidelijke parodie op de Hebreewse folk songs gebracht door folkzangers als Theodore Bikel en The Weavers als onderdeel van hun vaag linkse ethnische repertoire.

 

Daarna werd teruggekeerd naar ‘Sally Gal’. Dylan nam nog eens twee takes op, waarvan de eerste, take 4, terug te vinden is op The Freewheelin’ Outtakes als track 14.

 

Vervolgens werd ‘Baby, Please Don't Go’ van Big Joe Williams aangepakt. Drie takes waarvan de middelste afgebroken werd. Eén van de andere is de openingstrack van de bootleg.

 

En ook ‘Milk Cow's Calf's Blues’ is een echt bluesnummer. Dylan zingt het echter alsof hij gelijktijdig Elvis Prseley en de auteur Kokomo Arnold wil imiteren. Na twee valse starts volgde een volledige versie. Die prijkt als track 7 op de bootleg.

 

Twee takes van  de traditional ‘Wichita (Going To Louisiana)’ worden gescheiden door drie takes van ‘Talking Bear Mountain Picnic Massacre Blues’. De enige volledige versie van deze talking blues, take 3  wordt uitgebracht op The Bootleg Series 1-3.
Beide versies van ‘Wichita’ staan op de bootleg The Freewheelin’ Outtakes, respectievelijk als tracks 22 en 13.

Hij had dat nummer begin maart ook al eens opgenomen, maar dan als begeleider van Victoria Spivey. Samen met gitarist Big Joe Williams  hadden hij toen de 55-jarige zwarte zangeres begeleid op vier songs voor haar album Three Kings And A Queen. 

Om de sessie af te sluiten probeerde Dylan ‘Milk Cow's Calf's Blues’ nog eens op band te zetten – take 4.  Deze keer voegt hij een strofe van Leadbelly’s ‘Good Morning Blues’ toe. Deze opname staat ook op de Vigotone bootleg, als track 21.

 

Merkwaardig genoeg is ‘Blowin’ In The Wind’ niet aan bod gekomen tijdens deze twee dagen van opnamen. Dylan had het nummer nochtans al klaar, want Pete Seeger speelde het de dag voor de eerste sessie, in Gerde's Folk City, nadat Bob hem de akkoorden had geleerd, vlak voor het optreden. Bob had het nummer in enkele minuten gecomponeerd, in een café tegenover de Gaslight. De melodie leek griezelig veel op die van de negerspiritual ‘No More Auction Block’. Het lenen van melodieën en zelfs teksten maakte echter deel uit van de folktraditie en was dus volstrekt acceptabel. De kritiek op de retorische tekst was hardnekkiger. De indringende vragen, leken geen verband met elkaar te houden en werden dan nog enkel beantwoordt met de dooddoener dat het antwoord “in de lucht hing”.

De verklaring over het ontbreken tijdens deze sessies ligt misschien in het feit dat Dylan zelf ook zijn twijfels had over het nummer. “ I was nooit tevreden over ‘Blowin’ In The Wind’. Ik schreef dat in 10 minuutjes.”  Albert Grossman dacht daar anders over. Hij was een 35-jarige zakenman die begrepen had dat er als manager geld te rapen viel in de muziekbusiness. Hij zag wel wat in de composities van Bob Dylan. Voor een bescheiden bedrag in contanten en het gebruik van een ruimte in zijn New Yorkse kantoor, nam hij de jonge zanger over diens manager Roy Silver. Het was de beste transactie uit Grossmans leven. In ruil voor 10 000 dollar en een kantoortje, legde hij een klant vast die hem multimiljonair zou maken. Grossman had een medogenloos gevoel voor zaken en een wereldwijsheid die die jongen niet bezat. Samen vormden de artiest en de manager een machtige combinatie.  bobsuzeglassesOok Dylan’s vriendinnetje Suze kreeg een kans om zich te ontwikkelen. Haar moeder stelde haar voor om enkele maanden aan de universiteit van Perugia te gaan studeren. Als schilder was dat een unieke kans om in Italië kennis te gaan maken met de grote werken uit de Renaissance. Bob wilde niet dat Suze zou vertrekken, maar op 8 juni stapte ze op de boot naar Europa. Ze grijpt de kans ook aan om onder zijn verstikkende greep uit te komen. "Er is iets wat ik in hem zie, waar ik niet van hou: negatief, pessimistisch. Maar van de andere kant is hij ook levendig, zozeer zelfs dat het angstaanjagend wordt. En dan heeft hij ook nog een grappige kant. Daarom moest ik van hem weg." Bob bleef achter, machteloos en wanhopig. Hij schreef brieven, telefoneerde en kreeg steeds meer het gevoel dat Suze weinig zin had om met hem te praten.  Als reactie op haar vertrek componeerde Bob ‘Tomorrow Is A Long Time’. Ziek van liefde kon hij niet slapen zonder haar hart naast zich te horen slaan. Hij kon zijn mond niet opendoen zonder zijn ellende uit te schreeuwen. De pracht van de natuur deed hem niets en voor hem strekte zich een eindeloze snelweg van eenzaamheid uit.  Dat nummer was veel rijper dan het andere werk dat hij tot nu toe had geschreven. Hij was omgetoverd in een groot songschrijver. Nu de metamorfose voltooid was, vil hij niet meer te stoppen. Hij begon overal en altijd te schrijven.   Aan het einde van de maand reisde hij naar Montreal, waar hij enkele dagen optrad in The Potpourri. Een optreden van bijna een uur, opgenomen op 2 juli in de Finjan Club in Montreal circuleert als de Cananda Party Tape. De elf nummers zijn een mengeling van bluescovers en enkele eigen nummers. Uit de hele tape spreekt vooral de grote indruk die Robert Johnson  op hem gemaakt had. Einde 1961 was The King Of The Delta Blues Singers uitgebracht door Columbia.  Ongetwijfeld had Hammond hem daarvan een exemplaar bezorgd. De afwezigheid van Suze en alle woede en verlangens die dat bij de jonge zanger oproepen vond hij terug in dat soort muziek. Met zoveel emoties is het niet verwonderlijk dat Dylan er over dacht zijn tweede LP Bob Dylan’s Blues te noemen. Inmiddels had hij ook afstand genomen van zijn eerste album. In een interview met Edwin Miller voor het blad Seventeen, melde hij: “dat is niet waar ik voor sta.". Weer terug in New York, trokken, na een onderbreking van iets meer dan een maand, Bob Dylan en John Hammond op maandag 9 juli, voor een derde keer de studio in, om nog eens zeven nummers op te nemen voor die tweede plaat. De toon werd meteen bij aanvang gezet: ‘Baby, I'm In The Mood For You’. Na een valse start volgen twee volledige versies. Take 3verschijnt jaren later op Biograph. Take 2, of take 4, later in de sessie opgenomen, staat als track 24 op de bootleg The Freewheelin’ Outtakes. Het “titelnummer” ‘Bob Dylan's Blues’ staat er in één keer op. Dan volgen drie takes van ‘Blowin' In The Wind’ en één van ‘Quit Your Low Down Ways‘. Dat laatste nummer , waarin hij de afvallige vrouw terechtwijst, wordt pas in 1991 uitgebracht op The Bootleg Series (Rare & Unreleased) 1961-1991. De bluesnummers ‘Honey, Just Allow Me One More Chance’ en ‘Down The Highway’ zitten meteen goed. Terwijl dat laatste een bewerking is van Robert Johnsons ‘Crossroad Blues’ is, zijn voor het zowel de titel als het thema ontleend aan Henry Thomas, gelijknamige nummer, zodat Dylan er later toe gedwongen wordt zijn auteursschap te delen.  Dylan leeft zich helemaal in in zijn rol als blueszanger, op ‘Worried Blues’. Voor deze cover van Hally Wood heeft hij twee takes nodig. De beste daarvan, take 2, blijft ook liggen tot The Bootleg Series (Rare & Unreleas