16-12-08

'Kilkelly' - Peter Jones

 decoration

'Kilkelly'

In de jaren zeventig vond de Amerikaanse Peter Jones op de zolder van zijn ouderlijk huis een bundeltje oude brieven. Ze bleken te zijn geschreven door de schoolmeester van het Ierse dorpje Kilkelly. Die schreef de brieven in de tweede helft van de 19de eeuw, in opdracht van de overovergrootvader van Jones. Zijn zoon - de grootvader van Jones dus - was geëmigreerd naar de Nieuwe Wereld. Zoals zovele Ieren in die tijd wou hij zo aan de hongersnood en armoede ontkomen.

De brieven houden hem op de hoogte van het familienieuws: huwelijken, geboortes en overlijdens, de verkoop van land en de tegenvallende oogsten. Maar vooral laten ze hem weten hoe zeer ze hem missen.

De laatste dateert uit 1892, meer dertig jaar na zijn vertrek. Daarin schrijft zijn broer dat zijn vader is overleden. Zonder zijn zoon nog ooit terug te hebben gezien.

 

Peter Jones verwerkte de brieven in een ontroerende song.

Ik leerde het nummer in 1988 kennen op de soundtrack van de BBC reeks Bringing It All Back Home, over de wisselwerking tussen de Ierse en Amerikaanse muziek. Daarop staat een versie van Moloney, O'Connell & Keane.

 

 

 

Kilkelly, Ireland, 1860, my dear and loving son John
Your good friend schoolmaster Pat McNamara's so good as to write these words down.
Your brothers have all got a fine work in England, the house is so empty and sad
The crop of potatoes is sorely infected, a third to a half of them bad.
And your sister Brigid and Patrick O'Donnell are going to be married in June.
Mother says not to work on the railroad and be sure to come on home soon.

Kilkelly, Ireland, 1870, my dear and loving son John
Hello to your Mrs and to your 4 children, may they grow healthy and strong.
Michael has got in a wee bit of trouble, I suppose that he never will learn.
Because of the darkness there's no turf to speak of and now we have nothing to burn.
And Brigid is happy you named a child for her although she's got six of her own.
You say you found work, but you don't say what kind or when you will be coming home. 

Kilkelly, Ireland, 1880, dear Michael and John, my sons
I'm sorry to give you the very sad news that your dear old mother has gone.
We buried her down at the church in Kilkelly, your brothers and Brigid were there.
You don't have to worry, she died very quickly, remember her in your prayers.
And it's so good to hear that Michael's returning, with money he's sure to buy land
For the crop has been poor and the people are selling at any price that they can.

Kilkelly, Ireland, 1890, my dear and loving son John
I suppose that I must be close on eighty, it's thirty years since goodbye.
Because of all of the money you send me, I'm still living out on my own.
Michael has built himself a fine house and Brigid's daughters have grown.
Thank you for sending your family picture, they're lovely young women and men.
You say that you might even come for a visit, what joy to see you again. 

Kilkelly, Ireland, 1892, my dear brother John
I'm sorry I didn't write sooner to tell you, but father passed on.
He was living with Brigid, she says he was cheerful and healthy right down to the end.
Ah, you should have seen him play with the grandchildren of Pat McNamara, our friend.
And we buried him alongside of mother, down at the Kilkelly churchyard.
He was a strong and a feisty old man, considering his life was so hard.
And it's funny the way he kept talking about you, he called for you in the end.
Oh, why don't you think about coming to visit, we'd all love to see you again.

27-06-08

Op stap, met strijkers (of een piccolo trompet)

Massive Attack - Unfinished Sympathy (1991)

 

 

The Verve - Bittersweet Symphony (1997)

 

The Beatles - Penny Lane (1967)

19-05-08

House Of The Rising Sun

Voor Mie : een verzoeknummertje.

decoration

Kentucky - 15 september 1937

In de late zomer van 1937 stopte een oude auto op het pleintje van Noetown, een straatarm mijnwerkersdorpje in het oosten van Kentucky. De wagen zag er versleten uit - geen wonder na een rit op onberijdbare wegen door het gebergte van Kentucky.
Het gebeurde niet vaak dat hier vreemdelingen op bezoek kwamen. De meest nabije verharde weg ligt bijna 50 mijl verder. De nieuwsgierigheid haalde het van de achterdocht van de dorpelingen.
Een jong koppel stapte uit. De man legde uit dat hij Alan Lomax heette. Dat hij uit New York kwam en mensen zocht die oude liedjes zongen. Dat hij en zijn vader, John, authentieke opnamen verzamelen in voor het Archief van de Amerikaanse Folksong voor congresbibliotheek.

Alan had zich vooraf goed geïnformeerd en wist dat er in het huis van Tillman Cadle plaats was om zijn logge apparatuur op te stellen. Zijn Presto "reproducer" liep op een grote, zware batterij. Wanneer alles in gereedheid was gebracht kwamen enkele inwoners één na één zingen voor de machine. Een van hen was Mary Mast Turner, de vrouw van een mijnwerker. Ze had haar dochter meegebracht. Georgie was 16 en zong de hele dag, terwijl ze aan het werken was.
In het nasale accent van de streek zong ze haar favoriete liedje voor de Presto. Edward Turner, het neefje van Cadle, begeleide haar daarbij op zijn mondharmonica. Ze zong het trieste verhaal van een meisje dat verliefd was geworden op een foute jongen. Daardoor was ze terecht gekomen in een huis in New Orleans. En al wie daar belande was voor altijd verloren. Ze waarschuwde haar jonge zus ervoor daar nooit te gaan, naar dat huis met de opgaande zon.
Alan Lomax noteerde de song als 'Rising Sun Blues'.

Tijdens het vervolg van zijn tocht door de heuvels kwam Lomax nog twee muzikanten uit de streek tegen die ongeveer hetzelfde liedje zongen in zijn Presto. Bert Martin in Horse Creek begeleidde zichzelf daarbij op gitaar; Daw Henson in Billys Branch zong het a capella.


Enkele speculaties over de herkomst

In de jaren zestig lichtte Alan Lomax in The Penguin Book of American Folksongs toe "deze blues song over een mislopen meisje stamt waarschijnlijk af van een ouder Brits nummer. In ieder geval duikt een huis van de opgaande zon op in diverse aangebrande Engelse songs en de melodie is ere en van de vele van de oude, pikante ballad Little Musgrave."

'Little Musgrave And Lady Barnard' is de naam van Child Ballad #81, beter bekend bij rockfans als 'Matty Groves', zoals het heette bij Fairport Convention. Deze ultieme folk ballad over overspel en moord werd voor het eerst opgetekend in 1611.

De song heeft dus altijd in de erotische sfeer gezeten en het is dan ook niet te verwonderen dat men er van uitging dat het huis waarvan sprake een bordeel was. De plaats waar een jong meisje zich in het ongeluk kon storten.

Er is druk gezocht naar het huis in New Orleans. Er is sprake van een Rising Sun Hotel, maar dat brandde al af in 1822 - een eeuw voor het nummer voor het eerst opduikt.

Dan is er nog een huis in St Louis Street in het Franse buurt van New Orleans, waarvan de huidge eigenaars beweren dat dit het beruchte House of the Rising Sun was. Ene Marianne LeSoliel Levant zou er tussen 1862 en 1874 een bordeel hebben uitgebaat.

Anderen menen dan weer dat het geen bordeel was, maar een hal voor gokkers. Of een vrouwengevangenis: er zijn bouwplannen terug gevonden waarop een cirkelvormig raam te zien is boven de inkompoort. Dat zou dan de opkomende zon zijn.

Pamela D. Arceneaux van het Williams Research Center & Historic New Orleans Collection schreef in 2003 dat er geen enkel bewijs hard bewijs is om welk gebouw dan ook aan te duiden als "het" huis. Haar besluit is dat misschien "sometimes lyrics are just lyrics".

decoration


New York - 7 juli 1941

Alan Lomax publiceerde de tekst van 'Rising Sun Blues' voor het eerst in 1941, in zijn baanbrekende liedboek Our Singing Country. Hij nam de tekst van Georgie Turner als basis, maar noteerde daarbij dat "enkele regels" kwamen uit de versie van Bert Martin.

Datzelfde jaar trad hij ook op als producer van de opname van de song door The Almanac Singers. Dat was een los-vast collectief van linkse folkzangers: Woody Guthrie, Lee Hays, Millard Lampell, Pete Seeger. Ze waren begin 1941 gaan samenwerken om op te roepen dat de Verenigde Staten zich niet zou gaan mengen in de Tweede Wereldoorlog. Later voegden ook Agnes 'Sis' Cunningham, Peter Hawes, Lead Belly en Josh White zich bij de groep. Zowat iedereen die iets betekende in folkkringen van de jaren veertig dus. De groep was zo invloedrijk dat ze letterlijk hebben bepaald hoe American folk en protestsongs moesten worden gezongen.

De opnamen vonden plaats in de Reeves Sound Studios, in New York op 7 juli en warden later dat jaar uitgebracht op de derde 78 toeren plaat van de groep: Sod-Buster Ballads. Het was Woody Guthrie die daarbij 'Rising Sun Blues' zong.


decoration

New York - februari 1942

Het volgende jaar nam de charismatische zwarte folkzanger Josh White een eigen versie op van 'House Of the Rising Sun'. Zijn tekst was anders dan die uit het songbook van Lomax. Hij zong het nummer vanuit een mannelijk standpunt, over een gokker. Hij was ook de eerste om de akkoorden in mineur te spelen in plaats van in majeur zoals tot dan gebruikelijk was. Kortom zijn versie was het prototype van de song zoals we die tegenwoordig kennen.

Het label Keynote bracht de versie van White in 1944 op de markt in een "binder-album", een set van vier 78-toeren platen.

Lomax was woedend. Hij vond het ongepast om ook maar iets te wijzigen aan een bestaande tekst of melodie. Maar White legde uit dat hij de song al veel langer kende. Als jongetje van tien trok hij rond met blinde zwarte muzikanten. Omstreeks 1923 hoorde hij het spelen door een "blanke hillbilly in North Carolina". Mogelijk was dat Clarence Ashley, die in die periode, in die streek rondtrok met zijn medicine show. Ashley is ook de man van 'The Coo Coo Bird' en 'The House Carpenter'.

Clarence "Tom" Ashley had de song al op 6 september 1933 opgenomen. Zijn zang en gitaar werden daarbij aangevuld door Gwen Foster op harmonica. De 78 toeren plaat verscheen in februari 1934 bij het Vocalion label. Ashley verklaarde later dat hij het nummer had geleerd van zijn grootvader, Enoch Ashley. De Ashley waren afkomstig uit Bristol, Tennessee - slechts een paar Smoky Mountains verwijderd van Middlesboro.
Uit dezelfde streek was ook Roy Acuff afkomstig. Acuff leerde het vak van Ashley en bracht ook een commerciële opname van de song uit vóór de veldopname van Lomax. Acuff legde zijn versie voor eeuwig vast op 3 november 1938. Deze 78 toeren verscheen in augustus 1939 bij Vo/OK.

decoration

New York - 20 november 1962

Toen Bob Dylan begin 1962 in New York arriveerde, was Dave Van Ronk daar de toonaangevende figuur. Niet voor niets droeg hij de bijnaam The Mayor of MacDougal Street. Dat was de straat in de New Yorkse buurt Greenwich Village waar iedere avond de artiesten mekaar verdrongen om hun ding te kunnen doen in een van de vele koffiehuizen.

Van Ronk had zijn gitaarstijl gebaseerd op de stijlen van Mississippi John Hurt en Reverend Gary Davies. Als een soort Nonkel Bob bracht hij iedereen die dat wou de basisbeginselen van het gitaarspel bij. "Painting is all about space," leerde hij zijn pupillen, "and music is all about time."
Maar ook op ander manieren stond hij beginnende folkzangers bij. De jonge Bob Dylan vond die eerste maanden dikwijls een slaapplaats in het appartement van de grote bebaarde man.

In zijn memoires wijdt Van Ronk bijna een heel hoofdstuk aan 'House of the Rising Sun'. Zo vertelt hij dat hij de song leerde van de Texaanse zangeres Hally Wood. En die had het nummer rechtstreeks gehaald bij de veldopname van Georgia Turner.
Dave werkte een geheel nieuw arrangement uit, waardoor hij ook de melodie een stuk attractiever maakte. Dat sloeg erg aan en bij ieder optreden vroeg het publiek hem om het nummer te spelen.

"[Bob Dylan en ik] hadden een vreselijke ruzie over 'House of the Rising Sun'" vertelt Van Ronk. "Hij was altijd al een spons, nam alles rondom hem in zich op. Hij pikte mijn arrangement van dat nummer. Voor dat hij de studio introk vroeg hij me, 'Hey Dave, vind je het erg als ik jouw versie van de Rising Sun gebruik?' Ik zei 'Wel, Bobby, Ik ga binnenkort zelf een plaat maken en ik zou het willen opnemen.'
Later vroeg hij me het opnieuw en ik antwoordde opnieuw dat ik het zelf wou gebruiken. 'Oeps, ik heb het net deze middag opgenomen en ik kan er niks meer aan doen, want Columbia wil het.'
Dat moet dan op 20 november 1962 gebeurd zijn. Die dag nam Dylan zijn debuut-LP op voor Columbia.
"Zo een twee maanden lang spraken we niet meer tegen elkaar, " gaat Van Ronk verder. "Ik moest stoppen met het nummer live te brengen omdat ik steeds opmerkingen kreeg uit het publiek in de aard van "Oh, je speelt dat nummer van Bob Dylan!"
Hij heeft zich nooit verontschuldigd en dat vind ik straf."

decoration

Londen - 18 mei 1964

Tot dan toe was 'The House Of the Rising Sun' nog steeds gewoon een van de vele folksong gebleven. Joan Baez, Odetta en Nina Simone brachten het allemaal uit. Maar het was een Britse groep die er een absoluut onvergetelijk nummer van zou maken.

The Animals waren een van de vele bands die het Britse clubcircuit afschuimden met hun mengeling van blues en rhythm and blues songs. Covers van de platen die Amerikaanse zeelui meebrachten uit het land van de onbegrensde mogelijkheden aan de andere kant van de oceaan. De naam "animals" hadden ze te danken aan hun wilde podiumfratsen.

De vijf leden waren Eric Burdon, een klein mannetje met een gigantische stem, toetsenist Alan Price, gitarist Hilton Valentine, drummer John Steel en bassist Bryan "Chas" Chandler. Allemaal waren ze afkomstig uit de buurt van Newcastle-upon-Tyne. Maar in navolging van The Beatles waren ze in 1964 naar Londen getrokken.

Daar versierden ze een platencontract bij Columbia Graphophone. De eerste single was 'Baby Let Me Take You Home' - eigenlijk een rockende versie van de bluesstandard 'Baby Let Me Follow You Down'.

Ze kregen de kans op in een package tour op tournee te gaan met Chuck Berry en Jerry Lee Lewis. Ze begrepen dat ze iets nodig hadden om op te vallen. Iets dat anders klonk dan wat die grote mannen uit Amerika zoveel beter deden.

Toen Eric Burdon Dylan's debuutplaat hoorde, herkende hij 'House of the Rising Sun' meteen. Het herinnerde hem aan een folkzanger uit Northumbria, Johnny Handle. Die zong in zijn stamcafé in Newcastle een repertoire over schipbreuken en mijnrampen. Maar het meest succes had hij steeds met die song over dat bordeel.

"Ik wist één ding: je kunt gewoon niet beter rocken dan Chuck Berry," legde Eric Burdon uit, "Ik dacht, 'Als we nu dat nummer eens nemen. We reorganiseren het een beetje, laten wat van Dylan's tekst vallen en maken een nieuw arrangement. "

Een stoere Noordelijke vent kan toch moeilijk zingen dat hij een meisje is. Maar Alan Price herinnerde zich een andere versie - die van Josh White. Daarbij was een jongen het slachtoffer van dat huis in New Orleans. En de rol van de gokker en dronkenlap verschoof van het vriendje naar de vader van de verteller.
Hilton Valetine kwam met het typische gitaarloopje op zijn Gretsch. Alan Price
voegde nog wat meer pit toe door een solo op zijn Vox Continental orgeltje. De inspiratie daarvoor haalde hij bij de hit 'Walk on the Wild Side' van jazzman Willie Smith.

Zo brachten ze het als laatste nummer in hun set. Dramatisch uitgelicht met één enkele rode spot op Burdon's gezicht. Succes verzekerd.

Drummer John Steel "We speelden in Liverpool op 17 mei. Daarna reden we naar London waar [producer] Mickie [Most] een studio had geboekt voor opnamen voor Ready Steady Go van ITV! Omwille van de goede respons die we kregen op 'Rising Sun', vroegen we om dat op te nemen. Hij zei: 'OK, we doen het aan het einde van de sessie.'
We zetten alles klaar, speelden een paar maten voor de geluidstechnicus - het was mono zonder overdubs - en we speelden het één keer."

Volgens Burdon beperkte de rol van Most zich tot goedkeurend knikken tijdens de sessie. "Alles zat juist," bevestigt Most, "Het stond er op een kwartiertje op, dus kan ik niet veel eer opstrijken voor de productie. Het was puur kwestie van de atmosfeer inde studio vast te leggen."
Steel gaat verder: "[Na afloop] luisterden we er nog eens naar en Mickie zei: 'Dat is het. Dat wordt de single.'"

De geluidstechnicus wees er op dat het veel te lang was voor een single. Met 4:29 werd de standaard drie minuten grens ruim overschreden. Zoiets was nog nooit gedurfd. Meer nog: het was technisch onmogelijk.
Maar in plaats van het in te korten, durfde Mickie het aan om te zeggen: 'Tegenwoordig hebben ze hele dunne groeven. We doen het toch.'"

Toen het singeltje in juni 1964 werd uitgebracht bleek de mengeling van folk en rock onmiddellijk aan te slaan - ondanks de lengte. Al snel stond het nummer op 1 in Engeland.

De Amerikaanse platenmaatschappij ging niet akkoord met het overschrijden van de drie minuten regel. Zoiets zou eenvoudigweg niet op de radio worden gedraaid. Toen de single daar in augustus verscheen was er stevig in geknipt zodat er nog 2:58 overbleven.

Dat bleek niet te hinderen: het was de sound die aansloeg. Bob Dylan verklaarde dat toen hij de versie van The Animals voor het eerst hoorde op de autoradio hij "uit de zetel van zijn auto" sprong van opwinding. Het klonk dan ook zoals nog nooit iets had geklonken. De Amerikaanse muziekcriticus Dave Marsh beschreef het in 1989 als de "eerste folk-rock hit. [Het klinkt] alsof ze de oude melodie hebben aangesloten op een stroomkabel."

Ralph McLean van de BBC gaat nog een stapje verder: Hij noemt het "een revolutionaire single" die "het gelaat van de moderne muziek voor eeuwig heeft veranderd." Inderdaad, het was misschien wel het zetje dat Bob Dylan nodig had om zijn gitaar in te pluggen - tot woede en frustratie van puristen als Alan Lomax, Ewan McColl en Pete Seeger.

Op 5 september stootte de single 'Where did our Love Go' van The Supremes van de top van de Amerikaanse hitlijsten. Het werd daarmee het eerste Britse nummer in twee jaar aan de top van de Amerikaanse hitlijsten die niet door Lennon en McCartney was geschreven. Op vijf weken werden er meer dan twee miljoen exemplaren van verkocht.

Maar het succes bracht ook de nodige problemen mee. Op het label stond aangegeven: "Trad., arranged Alan Price". Volgens de platenmaatschappij was er niet genoeg plaats om iedereen te vermelden. Niemand had daar een probleem van gemaakt, tot bleek dat alle royalty's dan ook alleen naar de toetsenist gingen. Hilton Valentine kreeg nooit een cent voor de simpele maar uiterst herkenbare riff waarop duizenden mensen hebben leren gitaarspelen. De spanningen liepen op en in mei 1965 stapte Price op om een solo carrière te beginnen.



The House of the Rising' in de versie van The Animals



'Rising Sun Blues' door Georgia Turner

There is a house in New Orleans they call the Rising Sun.
It's been the ruin of many a poor girl and me, O God, for one.
If I had listened what Mama said, I'd be at home today.
Being so young and foolish, poor boy, let a rambler lead me astray.
Go tell my baby sister never do like I have done
To shun that house in New Orleans they call the Rising Sun.
My mother she's a tailor, she sewed these new blue jeans.
My sweetheart, he's a drunkard, Lord, Lord, drinks down in New Orleans.
The only thing a drunkard needs is a suitcase and a trunk.
The only time he's satisfied is when he's on a drunk.
Fills his glasses to the brim, passes them around.
Only pleasure he gets out of life is hoboin' from town to town.
One foot is on the platform and the other one on the train.
I'm going back to New Orleans to wear that ball and chain.
Going back to New Orleans, my race is almost run.
Going back to spend the rest of my days beneath that Rising Sun.



Enkele naschriften

In 1963 ging Alan Lomax Georgia Turner opzoeken. Ze was nog steeds straatarm. Ze had veertien kinderen gebaard, waarvan er tien in leven waren gebleven. Hij zorgde er voor dat ze wat royalties kreeg. Hij legde haar uit dat het nummer was "gekaapt".
Uiteindelijk kreeg ze alles samen iets meer dan $117.
Georgia overleed in 1969. Ze was pas 48.


In 2007 werd in New York een boek uitgegeven, helemaal gewijd aan de geschiedenis van het nummer: Chasing the Rising Sun: The Journey of an American Song door Ted Anthony.


Op deze site kun je maar liefst 80 versies van House Of The Rising Sun binnen halen:
http://coco-vinyl.blogspot.com/2008/05/house-of-rising-sun.html

Jammer genoeg is die van Georgia Turner er niet bij. Gelukkig kun je hier van haar versie een stukje beluisteren:
http://www.rounder.com/index.php?id=album.php&catalog_id=6504

08-05-08

Bobbie Gentry - Odde to Billie Joe

Odetobillyjoe

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Mijn Southern compilatie

Al jaren denk ik er over om een compilatie samen te stellen met muziek uit The Deep South. Het zuiden van de Verenigde Staten: South Carolina, Mississippi, Florida, Alabama, Georgia, Louisiana en Texas. De streek van de katoenplantages, hillbillies, rednecks en magnoliabloesems.

De bedoeling is niet om een overzicht te maken van alle muziek die daar zijn wortels heeft. Dat is onbegonnen werk: jazz, blues, gospel, soul, country, bluegrass, rockabilly en rock 'n' roll... Van allemaal heeft het wiegje gestaan in het Appalachen gebergte of in de Delta van de Mississippi. 

Ik heb mijn keuze daarom beperkt tot songs met een "southern feel".

Nu, ik ben er nooit geweest. Het kan zijn dat het beeld dat the South bij mij oproept nooit heeft bestaan. Het is puur gebaseerd op boeken, films en muziek.

Wat eerst een interessant uitgangspunt leek voor een cd'tje bleek echter al snel een fascinerende ontdekkingstocht. Ik had altijd meer belangstelling gehad voor de Britse kant van de muziekgeschiedenis. Country was aan mij voorbij gegaan: steelgitaren, fidles, yihaa kreten en veel te grote cowboyhoeden...  Het bleek echter dat er steeds meer countryliedjes opdoken die ik heel mooi vond maar gewoonweg nooit met het genre had geassocieerd.

Eentje daarvan is 'Ode To Billie Joe' van Bobbie Gentry. Een nummer dat nergens anders kon zijn geschreven dan in de buurt van de Mississippi. En dan nog door een Southern Belle.


Delta Sweete


Bobbie slaakte haar eerste kreten als Roberta Lee Streeter in Origin Chickasaw County, Mississippi, in 1944. Als kind leerde ze zichzelf gitaar, bas en banjo spelen. Als puber trok ze naar Palm Springs, Californië, om er bij haar moeder te gaan wonen. Ze probeerde het even als danseres in Las Vegas, maar ging dan toch maar filosofie studeren in Los Angeles. Naast een kantoorbaantje vulde ze haar inkomen verder aan met optredens in de lokale nachtclubs. Ze zag een carrière in de muziek wel zitten en schakelde over op het Los Angeles Conservatory of Music waar ze leerde componeren.

Begin 1967 zond ze een demo naar Capitol Records. Kelly Gordon reageerde meteen enthousiast. Maar het hoofd van de afdeling A&R (Artists and Repertoire) wou niks weten van 'Ode To Billie Joe', dat volgens hem een "liedje over abortus' was. David Axelrod, de grote baas van de platenmaatschappij, hakte de knoop door: Bobbie mocht een single opnemen en 'Mississippi Delta' zou de a-kant worden.

Geen slechte keuze, want de bluesy swamp-rocker nodigt zeker uit tot dansen door een repetitief gitaarmotief. En ook het refrein is aanstekelijk: "M-I double S-I double S-I double P-I". Dat was, zo legde ze later uit, gebaseerd op een oude voodoo spreuk.

Maar toen beide zijden van de single na elkaar werden gedraaid, besloot het A&R team unaniem dat de echte parel op de b-kant was te vinden.

Dat vonden ook de radiostations en de luisteraars.
Al in de eerste week na het uitbrengen van de single in augustus 1967 werden er 750 000 exemplaren van 'Ode To Billie Joe' verkocht. Op 26 augustus stootte het intrigerende verhaal over Billie Joe McAllister, 'All You Need Is Love' van The Beatles van de eerste plaats van de Billboard hitlijst. Een straffe prestatie voor een debuutsingle, zonder noemenswaardige promotie. Pas een maand later werd het daar opgevolgd... door een ander nummer uit the South: 'The Letter' van The Box Tops.

Het volgende jaar won 'Ode To Billie Joe' maar liefst acht keer genomineerd voor een Grammy. Daarvan werden er vier toegekend.


Nochtans was het muzikaal gezien een erg sober nummer. Sommigen menen zelfs te weten dat de atmosferische cello's en strijkers toegevoegd zijn aan de demo zelf. Het arrangement is overigens van de legendarische Jimmie Haskell.
Verder horen we alleen wat eenvoudige gitaarlijnen en bovenal de sensuele zang - haast nonchalant gebracht met veel Southern klanken.

Alle aandacht gaat daardoor uit naar het verhaal zelf. En dat is uiterst intrigerend.

Door de vele details over het plattelandsleven heeft de song meer weg van een kortverhaal dan van een popliedje.


Ode To Billie Joe

It was the third of June, another sleepy, dusty Delta day
I was out choppin' cotton and my brother was balin' hay
And at dinner time we stopped and walked back to the house to eat
And Mama hollered out the back door "y'all remember to wipe your feet"
And then she said "I got some news this mornin' from Choctaw Ridge"
"Today Billy Joe MacAllister jumped off the Tallahatchie Bridge"

And Papa said to Mama as he passed around the blackeyed peas
"Well, Billy Joe never had a lick of sense, pass the biscuits, please"
"There's five more acres in the lower forty I've got to plow"
And Mama said it was shame about Billy Joe, anyhow
Seems like nothin' ever comes to no good up on Choctaw Ridge
And now Billy Joe MacAllister's jumped off the Tallahatchie Bridge

And Brother said he recollected when he and Tom and Billie Joe
Put a frog down my back at the Carroll County picture show
And wasn't I talkin' to him after church last Sunday night?
"I'll have another piece of apple pie, you know it don't seem right"
"I saw him at the sawmill yesterday on Choctaw Ridge"
"And now you tell me Billie Joe's jumped off the Tallahatchie Bridge"

And Mama said to me "Child, what's happened to your appetite?"
"I've been cookin' all morning and you haven't touched a single bite"
"That nice young preacher, Brother Taylor, dropped by today"
"Said he'd be pleased to have dinner on Sunday, oh, by the way"
"He said he saw a girl that looked a lot like you up on Choctaw Ridge"
"And she and Billy Joe was throwing somethin' off the Tallahatchie Bridge"

A year has come 'n' gone since we heard the news 'bout Billy Joe
And Brother married Becky Thompson, they bought a store in Tupelo
There was a virus going 'round, Papa caught it and he died last Spring
And now Mama doesn't seem to wanna do much of anything
And me, I spend a lot of time pickin' flowers up on Choctaw Ridge
And drop them into the muddy water off the Tallahatchie Bridge

 

Hoewel het lied in de ik-vorm wordt verteld, komen we het verhaal maar te weten door de dialogen van anderen.

Een arme boerenfamilie zit 's midags rond de tafel. Terloops vermeld de moeder terloops dat ze heeft gehoord dat een jongen uit de buurt zelfmoord heeft gepleegd. Hij is van de brug gesprongen. De dochter - die het verhaal verteld - is blijkbaar zwaar geschokt door het nieuws, maar ze laat niets merken. Er wordt verder gekeuveld over koetjes en kalfjes, maar telkens komt het gesprek terug op de jongeman. Dat de pastoor de jongen laatst nog heeft zien staan op de brug.  Er was een meisje bij - dat erg op jou leek - en ze gooiden iets in het water.
"'t Is altijd 'ne speciale geweest, he. Geef de appelmoes eens door."

In de laatste strofe zitten we een jaar verder. Haar broer is getrouwd, vader is gestorven en moeder raakt er niet bovenop. Zelf gaat ze regelmatig bloemen plukken om die dan van de brug in het water van de Tallahatchie te gooien.

Hoewel moeder en dochter allebei hun partner hebben verloren, kunnen ze mekaar geen troost bieden. Ze kunnen er zelfs niet over praten.

"De boodschap van het liedje draait om de nonchalante manier waarop de familie praat over de zelfmoord," verklaarde Gentry. "Het is een studie in onbewuste wreedheid."

 

Het mysterie

Omdat in het liedje zelf geen verklaringen worden gegeven werd er natuurlijk druk gespeculeerd. Wat gooiden ze van de brug? Was het een baby, of een ring? En waarom pleegde de jongen zelfmoord? Uit verdriet, of was het misschien een zwarte jongen die een onmogelijke relatie had met een blank meisje?

Al snel begonnen allerlei veronderstellingen de kop op te steken. Zo beweren hardnekkige geruchten dat de oorspronkelijke demo van 'Ode To Bilie Joe' meer dan zeven minuten lang was. In de ontbrekende strofen zou dan zijn onthuld wat er van de brug over de Tallahatchie werd gegooid.

Dat blijkt alvast niet uit het originele handgeschreven tekstvel van 'Ode'. Dat bevindt zich in het Mississippi Museum. (http://library.olemiss.edu/matinee/filmedinms1.htm)
Daarop staat wel een extra openingsstrofe!

"People don't see Sally Jane in town anymore
There's a lot of speculatin', she's not actin' like she did before
Some say she knows more than she's willin' to tell
But she stays quiet and a few think it's just as well
No one really knows what went on up at Choctaw Ridge
The day that Billy Jo McAllister jumped off the Tallahatchie Bridge"

Nochtans was het plaatje nu al langer dan normaal. Het was een van de allereerste singles, langer dan vier minuten die een hit werd op de Amerikaanse radio. Enkel 'El Paso', 'Like a Rolling Stone' en 'Strawberry Fields Forever' gingen haar voor.


Parodie

Terwijl de song de hitlijsten aanvoerdde zat Bob Dylan met zijn maten in de kelders van een roze geverfd huis in Woodstock. Dylan kwam met 'Clothesline Saga', dat als ondertitel kreeg 'Answer To Ode'. Daarin aapt hij het nonchalante manier van spreken na waarbij tussen onbenulligheden door belangrijke zaken worden aangekaart. In het geval van deze Basement Tapes track blijkt de onthulling dat "The Vice-President's gone mad!"

Verfilming

De song bleef zo populair dat negen jaar later Warner Bros. de opdracht gaf om Southern gothic verhaal te verfilmen. Herman Raucher kreeg de opdracht een scenario te schrijven. Ter voorbereiding ging hij de zangeres opzoeken.

In een interview in 2002 vertelde de scenarist, Herman Raucher, over zijn ontmoeting met de zangeres. Natuurlijk vroeg hij haar naar de betekenis van de song.

Zij zei:  'Ik heb het verzonnen. Ik weet niet wat het betekent."
Ik vroeg: "Jij weet niet waarom hij van de brug is gesprongen?"
Zij antwoordde: "Geen idee."

Dus verzint hij maar een eigen verhaaltje rond de basistekst. De film geeft verder dus geen aanknopingspunten.
En dat is maar goed ook.

Gentry was wel bereid het nummer opnieuw op te nemen voor de soundtrack. Uit slordigheid of om een onderscheid te maken heet de film Ode To Billy Joe. Met een "y" in plaats van een "ie"


En Gentry zelf?

De carrière van Bobbie Gentry kwam het succes van het debuut nooit meer te boven. Hoewel ze een zestal goede tot uitstekende LP's maakte scoorde ze nooit meer een hit. In 1979 gaf ze er de brui aan en trok zich terug in de anonimiteit. Zowel Jill Sobule als Beth Orton hebben songs aan haar opgedragen. Lucinda Williams heeft geprobeerd haar te overhalen om een duet te brengen. Allemaal tevergeefs.

Behalve enkele compilaties zijn haar platen overigens erg moeilijk te vinden. Vooral Ode To Billie Joe, Delta Sweete en Patchwork zijn nochtans bescheiden meesterwerkjes. Isobel Campbell is fan van haar duet-LP met Glenn Campbell, maar die is wat te gesuikerd naar mijn smaak.

Toen het Britse tijdschrift Mojo vorig jaar haar platenmaastchappij contacteerde voor een interview kregen ze als antwoord: "We hebben geen idee waar meneer Gentry nu woont". Als zelfs je platenmaatschappij je geslacht niet kent dan ben je er echt wel in geslaagd om te verdwijnen.

 

29-04-08

Eno - By This River

Hier word ik rustig van. Brian Eno uit Before And After Science.
Vervolgens dit: Spain - 'Untitled #1'
En tenslotte: Mazzy Star - 'Into Dust'

29-03-08

Funkadelic - Maggot Brain

Ik heb niks met gitaarsolo's. Hard rock is nooit mijn ding geweest. Maar dit vind ik prachtig. Tien minuten lang hoor je niets anders dan de jankende gitaar van Eddie Hazel. George Clinton had hem opgedragen te spelen alsof zijn "moeder net was overleden".
Het stond er in één keer op.
Pure emotie. Zoals bij alle uitstekende muziek zijn beelden hierbij overbodig.
Er is een hardnekkig gerucht dat George het titelnummer van de Funkadelic LP uit 1971 heeft genoemd naar zijn broer Robert. De funkmeester zou het lijk van zijn oudere broer in staat van ontbinding hebben aangetroffen nadat die was overleden aan een overdosis.  George is het gerucht steeds blijven ontkennen.
Volgens anderen verwees de term Maggot Brain dan weer naar de enorme hoeveelheden drugs die de gitarist tot zich nam. Of ook wel naar een mentaliteit waarbij iemand zich beter voelt dan de rest. Voor hem wordt de wereld bevolkt door maden. Hij staat daar dan boven als Maggot Brain.
Maar evengoed kan de solo worden gezien als een commentaar op de toen allesoverheersende oorlog in Vietnam of de harde leven in het ghetto van Detroit. Kies zelf maar.
Doe alle lichten uit en geniet... of huiver.   
maggot_brain

05-03-08

Buffalo Springfield

Stephen Stills en Neil Young bij Buffalo Springfield, in 1967. In een TV-programma Hollywood Palace brengen ze hun hit 'For What It's Worth'.

Of toch niet?

Met dank aan TrueSounds voor het clipje.

27-01-08

In My Life

Mijn eerste plaat

 

Het zal in het najaar van 1973 zijn geweest dat ik mijn eerste LP kocht. Het was in de Macro in Ans. De roltrap op, de hoek om naar rechts en dan helemaal doorlopen tot achteraan in de winkel. Daar stonden de bakken met langspeelplaten.

Er was een speciale aanbieding: de rode en de blauwe verzamelaars van The Beatles. Twee dubbel-LP's samen voor 499 BEF. Nu lijkt 12,5 euro een schijntje, maar toen was dat veel geld voor een jongen van 14. Mijn vader vond dat ik mijn geld beter kon besteden dan aan zoiets. Maar ik moest ze toch hebben.

Songtitels kon ik niet lezen, want aan de ene kant zag je de rode hoes van The Beatles 1962-1966 met daarop de nog jonge snaken, die je vanonder hun rare kapsels lachend aankeken. En aan de andere zijde de blauwe hoes van The Beatles 1967-1970, waarop diezelfde kerels poseerden in  dezelfde traphal, in dezelfde houdingen. Maar nu waren het mannen geworden, met baarden en lang haar. Fascinerend vond ik dat.

 

Achteraf bleek dat de vier uit Liverpool ook eenzelfde metamorfose hadden meegemaakt op muzikaal gebied. Van de simpele bleus pop van 'Love Me Do' over het barokke meesterwerken als 'Strawberry Fields Forever' en 'A Day In The Life' tot de terugkeer naar de wortels van 'Get Back'.

 

En dat allemaal in goed zeven jaar!

  

Een aarzelende start

 

John Lennon zelf markeerde Rubber Soul als het begin van de "zelfbewuste periode" en het einde van hun "kinderachtige periode". En van die plaat, uitgebracht in december 1965, selecteerde hij in zijn Playboy interview vijftien jaar later 'In My Life' als "mijn eerste belangrijke werkstuk. Tot dan was het allemaal gladjes - wegwerpspul. Dat was de eerste keer dat ik bewust mijn literaire kant in een tekst bracht."

 

De aanleiding was een journalist die hem, in 1964, vroeg hoe het kwam dat Lennon in zijn boeken met gedichten over zichzelf vertelde, terwijl zijn songs geen diepgang hadden. John zette zich dan aan het schrijven van een lang gedicht over zijn tienerjaren. "Het begon als een busrit van mijn huis aan 250 Menlove Ave naar de stad. Ik gaf een opsomming van alle plaatsen die ik me kon herinneren. Ik had Penny Lane (dit was lang voordat 'Penny Lane' werd geschreven), Strawberry Fields, Tram Sheds -Tram Sheds zijn  de depots net voorbij Penny Lane. "

 

There are places I'll remember

All my life though some have changed

Some forever but not for better

Some have gone and some remain

 

Penny Lane is one I’m missing

Up Church Rd to the Clock Tower

In the cicrle of the abbey

I have seen some happy hours

 

Past the tramsheds with no trams

On the 5’ bus into town

Past the Dutch and St Columbus

To the Docker’s Umbrella that they pulled down

  

"Ik zwoegde dagen en uren om een intelligente tekst te krijgen," verklaarde hij.

Toch belandde de tekst belande in de kast.

Een tweede kans

Het komt pas terug tevoorschijn, wanneer hij een jaar later wat oude teksten doorneemt voor de op handen zijnde sessies. Hij merkt dat het  oorspronkelijke gedicht "belachelijk" was. "Het was oervervelend. Het was zo een soort  we-zijn-op-vakantie-geweest-met-de-bus liedje. Het werkte gewoon niet."

 

Teleurgesteld geeft hij zich over aan zijn favoriete bezigheid: liggen niksen.

 

"Ik ging wat liggen en toen kwamen die regels vanzelf over plaatsen van vroeger."

Al doende werd de toon mijmerend. De namen van specifieke plaatsen kwamen te vervallen en in plaats daarvan kwam een meer universele aanpak. Het nummer ging nu over verlies - of zoals John het uitdrukte, een "herinnering aan vrienden en geliefden uit het verleden."

 

Zo onthulde Lennon's jeugdvriend Peter Shotton in zijn boek John Lennon - In My Life, dat de zanger hem toevertrouwde dat de regel "Some [friends] are dead and some are living/In my life I've loved them all" verwees naar Stuart Sutcliffe (een andere jeugdvriend die in 1962 was overleden) en naar Shotton zelf.

 

"Zeer weinig regels" uit de oorspronkelijke versie bleven bewaard.

 

Hij besluit dat hoewel veel uit het verleden is verloren gegaan, hij toch het gelukkigst is in het heden, bij zijn grote liefde.

  

Met een beetje hulp van een vriend

 

Zoals gebruikelijk werd Paul McCartney er dan bij gehaald. De twee voornaamste schrijvers van de groep kwamen regelmatig samen. Niet zozeer om samen een nummer te schrijven - dat gebeurde na de beginjaren steeds minder - maar eerder om mekaars werk bij te schaven.

 

Op dit punt lopen de versies uiteen en dat is merkwaardig.

 

John gaf in oktober 1980 tekst en uitleg bij een groot aantal Beatlesnummers. Paul deed dat zeventien jaar later in Many Years From Now, een biografie geschreven door zijn vriend Barry Miles.

 

Over alle nummers zijn ze het praktisch helemaal eens. Er zijn slechts twee nummers waarover ze van mening verschillen. Het ene is 'Eleanor Rigby' waarvan John beweerde dat hij een substantiële bijdrage heeft geleverd, terwijl zowel Paul als Peter Shotton, die hij het componeren aanwezig was, vertellen dat John en absoluut niets mee te maken had.

En het tweede nummer is dus 'In My Life'.

 

Volgens John was "de tekst helemaal af voor Paul hem hoorde. Pauls melodische bijdrage was de harmonie en de acht maten in het midden. "

Paul bevestigt dat John de tekst helemaal af had. "Maar," voegt hij er aan toe, "hij had geen melodie." Hij knutselde zelf, binnen een half uurtje, de muzikale structuur in elkaar.

"Ik liep naar de overloop, waar John een Mellotron (een primitief soort synthesizer) had staan. Ik ging zitten en stelde een melodie samen, op basis van Smokey Robinson and the Miracles. Liedjes zoals 'You Really Got a Hold on Me' en 'Tears of a Clown' waren zeker van invloed. Je refereert aan iets dat je goed vindt en je probeert in die geest iets nieuws te schrijven.

Ik meen dus dat ik de hele melodie heb geschreven. Het lijkt ook erg op mijn werk, als je het nagaat. Ik werkte zeker op basis van een tekst. De melodische structuur komt van mij!"

 

Verschillende analisten treden hem daarin bij. Ian MacDonald, in Revolution In The Head:  "de hoekige vertikaliteit van het nummer, die een octaaf beslaat met typische wijdse en moeilijke sprongen, geeft meer zijn stempel weer dan die van Lennon. Hoewel het perfect past bij zijn stem. En wat de acht maten in het midden betreft," voegt hij er aan toe, die zijn  er niet. Het nummer wisselt gewoon strofen af met een refrein."

  

In de studio

 

The Beatles namen 'In My Life' op 18 oktober 1965 op, in de Abbey Road studio in London. Ze hadden slechts drie pogingen nodig. Daarbij lieten ze een gat tussen twee strofen met de bedoeling dat later op te vullen.

 

Producer George Martin: “Het gebeurde wel meer dat we zo’n gat lieten, voor de solo. Soms vulde George het op, met een gitaarsolo en anders zochten we naar een ander geluid.“ Lennon vroeg producer George Martin om een pianosolo te schrijven: "speel het zoals Bach". 

 

Martin probeerde op 22 oktober het middenstuk eerst in te vullen met een solo op Hammond orgel. Hij doet dit voor the Beatles aankomen, zodat hij het geheel kan laten horen.

 

Hij is echter zelf niet tevreden over het resultaat en begint opnieuw, nu op piano. Hierbij laat hij de band op halve snelheid lopen, zodat bij het afspelen de snelheid wordt verdubbeld en er een clavecimbelachtige klank ontstaat.

  

Achteraf

 

Het zegt veel over de kwaliteiten van The Beatles dat ze prachtige nummers als dit niet nodig hadden om hun singles mee te vullen. Er sprong er zelfs in eerste instantie niet bovenuit op de Rubber Soul LP.

Maar toen het Britse muziektijdschrift Mojo enkele jaren geleden aan 's werelds grootste songschrijvers vroeg wat zij het beste nummer aller tijden vonden kwam 'In My Life' te voorschijn als absolute nummer 1.

  

In My Life

John lennon - Paul McCartney

 

There are places I'll remember

All my life, though some have changed

Some forever, not for better

Some have gone and some remain

All this places have their moments

With lovers and friends I still can recall

Some are dead and some are living

In my life, I've loved them all

 

But of all these friends and lovers

There is no one compares with you

And these memories lose their meaning

When I think of love as something new

Though I know I'll never lose affection

For people and things that went before

I know I'll often stop and think about them

In my life, I love you more

 

Though I know I'll never lose affection

For people and things that went before

I know I'll often stop and think about them

In my life, I love you more

In my life-- I love you more

Achteraf

   

The Beatles hebben het nummer één enkele keer live willen brengen. Dat was tijdens hun allerlaatste optreden, in het Candlestick Park in San Francisco, op 29 augustus 1966. Na ‘Long Tall Sally’, het gewone afsluitnummer, zetten ze ‘In My Life’ in. Maar ze merken als snel dat zelfs zij zoiets niet kunnen spelen zonder repeteren en ze houden dan ook al na enkele maten voor bekeken.

 

Moest het gelukt zijn dan zou er toch geen opname van bestaan. Hoewel niemand wist dat hun laatste openbare optreden zou zijn, voelden ze het zelf wel aan dat het wel eens gedaan zou kunnen zijn. Daarom gaf Paul vooraf de opdracht om een cassettebandje te laten meelopen. En de dertig minuten waren halverwege ‘Long Tall Sally’ vol.

 

Er bestaan wel illegale opnamen van de versie die George Harrison van ‘In My Life’ bracht tijdens zijn Noord Amerikaanse tournee van 2 november tot 20 december 1974. Dat was op het hoogtepunt van zijn religieuze periode. Hij vond het daarom nodig om de tekst wat aan te passen: “In my life, I love God more…”.

Hoewel het op American IV: The Man Comes Around net na 'My Personal Jesus' komt, verkiest John Cash de originele tekst van John Lennon. The Man in Black, gekomen aan het eind van zijn leven, voegt een maturiteit aan het nummer toe, die een zesentwintig jarige John er onmogelijk in kon stoppen.   

'In My Life' in The Antology van The Beatles

15-01-08

Hallelujah - 1

Hallelujah

Sommigen zullen bij het lezen van deze titel spontaan uitbarsten in het jubelende koorwerk uit Handels Messias. The Roches hebben daar trouwens ooit een mooie versie van opgenomen. Maar ik wil het eigenlijk hebben over een gelijknamige song die bijna even klassiek te noemen is: die van Leonard Cohen.

Leonard Cohen werd in 1934 geboren in een joodse middenklassefamilie in Montreal, Canada. Hij studeerde letteren en debuteerde in 1956 met een dichtbundel. In 1963 volgde zijn eerste roman. Na zijn verhuis naar de Verenigde Staten in 1967, begon hij een tweede carrière als singer-songwriter, in het folkgenre. 'Suzanne' van zijn debuut-LP Songs of Leonard Cohen is meteen een veelgecoverde klassieker.
Zijn strenge uiterlijk, steeds keurig in een pak, zijn diepe stem en de onderwerpen van zijn songs (religie, eenzaamheid, seksualiteit en complexe intermenselijke relaties) bezorgen hem een weinig vrolijk imago.

 

Waarover gaat het?

Nochtans lijkt 'Hallelujah', in eerste instantie, een vrolijk nummer. We worden verleid om dit te denken door het steeds opnieuw herhalen van refrein: dat ene woordje 'Hallelujah'.

 

"Alleluia" was oorspronkelijk een Hebreewse uitroep ter ere van Jaweh: "Hallel Yahweh". Zoals wel meer Joodse gebruiken gebeurde, is de kreet overgenomen door de vroeg Christelijke kerk.  Doordat het veelvuldig terugkwam in de mis, is het gemeengoed geworden als een algemene uiting van vreugde.


'Hallelujah' verhaalt over de Bijbelse koning David, die psalmen zingt en op zoek is naar het geheime/heilige akkoord (secret / sacred ?). Maar hij vraagt zich af of God wel naar hem luistert. Dan ziet hij Bathsheba baden op het dak. Hij verleidt haar en keert zich daardoor af van God. Maar terwijl hij met haar vrijt, vernederd en vernield ze hem: ze knipt zijn haar, waardoor hij zijn troon verliest (net als Samson zijn kracht). Maar na zijn erotisch falen, komt hij terug voor God te staan. En uiteindelijk zingt hij Hem opnieuw lof toe.

Maar de spirituele metaforen verbergen ook een bitter liefdeslied. Het gaat over verleiding en seks, maar wanneer het fout is gegaan, ook over pijn, wanhoop, onmacht en eenzaamheid.

Leonard Cohen verbergt achter deze vreugdekreet twijfel over de liefde - romantisch of religieus.... Of is het een overgang van twijfel naar vertrouwen? Van verlossing: "the minbor fall / the major lift".  

 

Het origineel


Na zijn scheiding in 1979 maakte Leonard Cohen - toch al nooit een vrolijke jongen - een moeilijke periode door. Hij trok zich terug en bracht vijf jaar lang geen nieuw materiaal uit. Toen hij in 1984 terug keerde met Various Positions bleek dat hij zich had verdiept in religie.
Hoewel hij van huis uit Joods is, had hij veel gelezen over de Katholieke en Protestantse godsdienst. De plaat staat dan ook bol van de Bijbelse verwijzingen. Een van die nummers is 'Hallelujah', gedrenkt in een typische jaren tachtig productie van synthesizers.

Maar in 1984 bleek geen enkele Amerikaanse platenmaatschappij meer geïnteresseerd om Cohens platen uit te brengen. Dat gebeurde wel in Canada en Europa. Maar ook daar ging, behalve voor de trouwe fans, Various Positions quasi onopgemerkt voorbij.


Terug... langs een ommetje


Het is Jennifer Warnes die hem, twee jaar later, terug in de belangstelling brengt. De Amerikaanse heeft hem in de jaren zeventig begeleid als achtergrondzangeres tijdens diverse tournees en ook in de studio. Na diverse successen met songs voor films als An Officer And A Gentleman, Ragtime en Dirty Dancing, werkt ze gedurende vier maanden intens samen met de meester voor een hele LP met covers van zijn werk: Famous Blue Raincoat.
'Hallelujah' is daar niet bij.  


Een gesprekje tussen twee songschrijvers


Het was, merkwaardig genoeg, het positieve einde dat Bob Dylan aansprak. Hij bracht het nummer een paar keer tijdens zijn Never Ending Tour, in 1988.

De auteur vertelde dat jaar aan Adrian Deevoy van het Britse muziektijdschrift Q: "Het is een tamelijk vrolijk nummer. Ik hou vooral van de laatste regel. Ik herinner me dat ik het voor Bob Dylan zong, na een concert in Parijs. De volgende dag dronken we samen koffie.
Toen we dieper ingingen op de technische kant van het schrijven bleek dat we er totaal verschillende werkwijzen op na houden. Hij zei: "Ik hou erg van dat nummer van je: 'Hallelujah'." Hij citeerde zelfs die laatste regel. "And even though it all went wrong / I stand before the Lord of song / With nothing on my lips but Hallelujah".
Hij vroeg: 'Hoe lang deed je er over dat te schrijven?''
Ik zei: "Toch wel een jaar of twee.''
Hij was gechoqueerd: ''Twee jaar?!''
Toen hadden we het over een van zijn nummers: 'I and I' van Infidels. Ik vroeg: 'Hoe lang heb jij daar over gedaan?''
Hij antwoordde: ''Oh, 15 minuten.''
Ik viel bijna van mijn stoel - en Bob maar lachen."


Een nieuwe versie

Dankzij het succes van Jenifer Warnes, kwam er hernieuwde aandacht voor Loenard Cohen. Zodanig dat zijn volgende plaat, I'm Your Man, uit 1988, werd beschouwd als een come back. Daarbij hoorde ook een tournee. Maar de onvermijdelijke live-cd liet op zich wachten tot 1994. Waarschijnlijk had men zes jaar nodig om een gepaste titel te bedenken. Dat werd: Cohen Live.

Daarop staat een geheel ander versie van 'Hallelujah'. Enkel het refrein is intact gebleven. De tekst is veel meer expliciet seksueel en ook de muziek is lichtjes herwerkt. Maar het opvallendst is dat het einde, dat oorspronkelijk nog tamelijk optimistisch was nu ronduit pessimistisch is.

In de vernieuwde tekst is er geen sprake meer van een verlossende "Lord of Song". Volgens Cohen leidt liefde onvermijdelijk naar pijn. "And Love is not a victory march / It's a cold and it's a broken Hallelujah."


Twee keer John Cale


Begin jaren negentig vond het Franse muziektijdschrift Les Inrockuptibles dat het tijd werd om de grote man eer te bewijzen. Ze vroegen aan een aantal folk en indie rockers om elk een cover van 's mans nummers op te nemen. R.E.M koos voor 'First We Take Manhattan'. Zowel Robert Foster als Nick Cave coverden 'Tower of Song' - dat eerbetoon aan Hank Williams is blijkbaar erg populair Down Under.

John Cale, een van de pioniers van The Velvet Underground, koos voor 'Hallelujah'. In een interview, gepubliceerd in 2001, vertelde Cale: "Ik zag hem optreden in het Beacon Theatre en ik vroeg hem of ik de tekst kreeg van 'Hallelujah'. Toen ik op een avond thuiskwam lagen er overall rollen faxpapier. Leonard had er opgestaan me alle 15 verzen te bezorgen."

Cale moest dus zelf een keuze maken, waardoor zijn georchestreerde versie op de tribute-cd I'm You Fan: The Songs of Leonard Cohen By... een andere tekst laat horen.

Een jaar later (in 1992) kwam Cale met een veel soberder versie op zijn solo-live cd Fragments For A Rainy Season. Daarop brengt de Welshe rocker versies van zijn nummers, met enkel begeleiding van zijn piano of accasioneel akoestische gitaar. Hoogtepunten uit zijn carrière tussen Paris 1919 en Songs For Drella worden daarop soms helemaal in een nieuw licht geplaatst. Een prachtige, langzamere versie van 'Hallelujah' sluit de plaat waardig en majestueus af.


De doorbraak: Jeff Buckley


Het was deze live-versie die Jeff Buckley zo aangreep dat hij er prominente plaats voor vrijmaakte op zijn debuut-cd in 1994. Hij neemt de tekst van Cale over, maar brengt een kale, emotionele versie op gitaar. Alles aan de wijze waarop het is opgenomen, van de zucht aan het begin, het schuiven van de vingers over de fretten en het totale gebrek aan enig ander geluid geven het gevoel weer dat het om een hoogst persoonlijk moment gaat - als een gebed of een beschouwing - en dat Buckley de boodschap aan de luisteraar alleen wil overbrengen.

Er werden miljoenen exemplaren van Grace verkocht en toen de zanger, op 29 mei 1997, verdronk in de Mississippi, werd de plaat helemaal bestempeld als legendarisch. Voor velen werd dit de definitieve versie van 'Hallelujah' - ook al omdat de andere versies tot dan toe slechts door een beperkt publiek waren gehoord. Daarnaast had Jeff, net als zijn vader Tim Buckley, een fenomenaal stembereik. Iets wat niet kan worden gezegd van Leonard Cohen.
In dit nummer geeft hij zich dan ook helemaal, van gefluister tot geschreeuw.


Een tsunamie van covers


Het was de versie van Buckley die zo velen er toe aanzette om het nummer ook zelf te brengen. Volgens mensen die zoiets bijhouden bestaan er meer dan veertig covers van, waarvan enkele zelfs in het Deens, het Welsh en zelfs een Spaanstalige flamencoversie. In de lage landen hebben zowel Bettie Serveert als K's Choice het nummer naar hun hand gezet.

Zo bracht Gert Bettens, tijdens optredens van K's Choice, aan het einde van de jaren negentig, een hele mooie versie. Aan het einde kwam zus Sarah er dan bij om hun eigen 'Elegia' er naadloos aan te breien. Heel mooi!


Ook heel mooi is de versie die k.d. lang in 2004 bracht op haar gospelplaat Hymns of the 49th Parallel.

De jonge Britse folk zangeres Kathryn Williams, kondigde het nummer ooit aan met de woorden: "Ik zou het heel, heel, heel erg graag eens doen met Leonard Cohen... maar ik vrees dat zijn hart het niet aan zou kunnen."

En in 'Delicate', het openingsnummer van zijn debuut-cd O, vraagt Damien Rice "...why'd ya sing 'hallelujah', if it means nothing to ya/why'd ya sing with me at all?..." een duidelijke verwijzing naar Buckley's versie.


Als soundtrack

Je komt het nummer van de Canadese bard tegen op de meest onverwachte plaatsen. Filmmakers gebruiken het nummer graag wanneer er iets dramatisch gebeurd: een sterfgeval of toch minstens een emotionele tegenslag.
Op het internet zijn opsommingen te vinden van vele (vooral Amerikaanse) feuilletons of uitzendingen terug te vinden waarin een of andere versie van 'Hallelujah' is gebruikt.

 

Het meest bekend is de Shrek. In 2001 was het John Cales versie die opdook in de animatiefilm, op het ogenblik dat de sympathieke groene reus, eenzaam en alleen terugkeert naar zijn moeras. Ontroering gegarandeerd!


Omdat Cale echter niet onder contract stond bij DreamWorks SKG, kon zijn versie niet op de soundtrack-cd worden uitgebracht. Rufus Wainwright, de zoon van Loudon Wainwright III (een generatiegenoot van Cohen) had echter pas bij het platenlabel getekend. Een beetje promotie is nooit weg.
En dus siert de enigszins bombastische versie van Rufus de soundtrack-cd van Shrek, in plaats van Cales sobere versie.

De versie van Cale is verder ook nog te horen op de soundtracks van de films Basquiat (1996) en Scrubs (2002).


De slechtste versie


Eens Cohen terug "in" was, konden de grote namen uit de kast worden gehaald voor een tweede tribute-cd. In 1995 liepen Elton John, Sting, Billy Joel en Peter Gabriel elkaar voor de voeten om eer te bewijzen aan de Canadees. Met wisselend succes overigens. Bono bracht, met overdreven ernst, 'Hallelujah' tegen een achtergrond van elektronische geluiden. Het serieus van de zanger van U2 is haast beledigend: hij declameert de tekst alsof hij God zelf is.


De tribute cd was overigens een idée van Cohen's manager, Kelley Lynch. In het lijstje ontbreekt Phil Collins. Hij was wel gevraagd, maar had bedankt voor de eer.
Verbaasd stuurde Cohen hem zelf een fax: "Zou Beethoven een uitnodiging van Mozart weigeren?"
Collins faxte terug: "Nee, behalve als Beethoven net op een wereldtournee was."
Cohen had er begrip voor: "Het is nogal moeilijk om over iemand anders belachelijke songs te moeten denken als je zelfs niet in een studio bent."


De tekst:


Dit zijn de strofen, voor de verschillende versies:
Cohen 1. - oorspronkelijke versie uit 1984
Cohen 2. - nieuwe live versie uit 1988
Cale - John Cale versie uit 1991 - overgenomen door Jeff Buckley


Cohen 1.1 - Cale 1

I heard there was a secret chord
that David played and it pleased the Lord,
But you don't really care for music do you.
It goes like this the fourth the fifth,             
the minor fall and the major lift
The baffled king composing hallelujah
Halleluja, Halleluja, Halleluja, Halleluja


Cohen 1.2 - Cale 2

Your faith was strong but you needed proof
You saw her bathing on the roof
Her beauty and the moonlight overthrew her          
She tied you to a kitchen chair
She broke your throne, and she cut your hair
And from your lips she drew the Hallelujah
Hallelujah, Hallelujah, Hallelujah, Hallelujah

Cohen 1.3

You say I took the name in vain
I don't even know the name
But if I did, well really, what's it to you?
There's a blaze of light in every word
It doesn't matter which you heard                   
The holy or the broken Hallelujah
Hallelujah, Hallelujah, Hallelujah, Hallelujah

Cale 3 - Cohen 2.1

Baby I've been here before.
I know this room I've walked this floor.
I used to live alone before I knew you.
I've seen your flag on the marble arch
but love is not a victory march
It's a cold and it's a broken Hallelujah
Hallelujah, Hallelujah, Hallelujah, Hallelujah

Cale 4 - Cohen 2.2

There was a time you let me know
whats really going on below
but now you never show it to me do you?
I remember when I moved in you                      
and the holy dove was moving too
and every breath we drew was Hallelujah
Hallelujah, Hallelujah, Hallelujah, Hallelujah

Cale 5 - Cohen 2.3

Now maybe there's a god above
but all I ever learned from love
is how to shoot at someone who outdrew you
And it's no complaint you hear tonight
and it's not some pilgrim who's seen the light
it's a cold and it's a lonely Hallelujah
Hallelujah, Hallelujah, Hallelujah, Hallelujah

Cohen 2.4
I did my best it wasn't much.
I couldn't feel so I learned to touch.
I've told the truth, I didn't come to fool you.
And even though it all went wrong
I'll stand before the Lord of Song
with nothing on my tongue but Hallelujah
Hallelujah, Hallelujah, Hallelujah, Hallelujah

Hallelujah - 2

Leonard Cohen

John Cale

 

Jeff Buckley

09-01-08

Wild Horses - 2

'Wild horses couldn't drag me away'

Toen Mick Jagger op 8 juli 1969 ontwaakte in een hotelkamer in Sydney, lag zijn vriendin, Marianne Faithfull nog vast te slapen. Ze waren pas de vorige dag in Australië gearriveerd, om er samen te gaan acteren in een film over een struikrover: Ned Kelly. Het duurde even voor Mick het flesje Tuinals opmerkte. Met een schok realiseerde hij zich dat het helemaal leeg was. Marianne had zo'n 150 pillen geslikt en was in coma geraakt.

Later zou ze uitleggen dat Brian Jones, die eerder die week was verdronken in zijn zwembad, haar had aangemoedigd om de pillen te nemen.

In haar autobiografie verklaarde ze: "Hij was opgestaan uit de doden, wist niet waar hij was en besloot mij te roepen." Ze hadden samen gewandeld door een landschap, verklaarde ze. Een landschap dat erg leek op de hel, zoals die is afgebeeld op een ets van Albrecht Dürer. Bij een klif aangekomen had Jones voorgesteld om samen te springen. Zij had geweigerd, maar hij deed het wel. Waarna ze zich plots in een luchthaven bevond.

Wanneer ze na zes dagen ontwaakte in het ziekenhuis, was het eerste wat ze zag het bezorgde gezicht van Mick. Ze stelde hem gerust met de woorden: "Wild horses couldn't drag me away."

Volgens de overlevering gebruikte Mick Jagger die zin als basis voor het meeslepende Stonesnummer 'Wild Horses'.

Later merkte Faithfull dan ook fijntjes op, "Mijn trauma's en mijn ongeluk werden door Jagger tot briljante nummers verwerkt." Zo hadden ze eerder ook al samen 'Sister Morphine' geschreven, over haar drugsverslaving, die was verergerd sinds ze in oktober van het vorige jaarbij een miskraam op zeven maanden hun dochtertje Corrine hadden verloren.

Toch wordt door Jagger zelf ontkend dat de overdosis van zijn vriendin iets met het lied heeft te maken. In het boekje bij de verzamelaar Jump Back: The Best of The Rolling Stones, uit 1993, schrijft hij bij 'Wild Horses': "Iedereen zegt altijd dat dit over Marianne ging, maar volgens mij is dat niet zo; we waren lang niet meer samen toen."

Dat ze uit elkaar waren toen het nummer werd geschreven is niet helemaal waar, want Mick en Marianne bleven nog bijna een jaar samen, na haar wanhoopsdaad. Het ging wel steeds slechter met haar, zodanig zelfs dat ze ooit tijdens een poepchic diner bij de Earl of Warwick, in slaap viel, met haar hoofd in de soep.


Keith's versie van de feiten

Medeauteur Keith Richards heeft een andere uitleg over het nummer. Zijn vrouw, Anita Pallenberg, was op 10 augustus 1969 bevallen van hun eerste kind: Marlon. Amper twee maanden later vertrokken The Rolling Stones voor een grote Amerikaanse tournee. Begrijpelijkerwijs liet de gitarist zijn vrouw en zoontje niet graag voor zo lange tijd achter.

Dat zou de ware kern van het nummer zijn. In 1993 verklaarde Keith: "Als er een standaardmanier is waarop Mick en ik samenwerken dat is het deze. Ik had de rif en de strofe, Mick kwam met de strofen. Net als bij 'Satisfaction'. 'Wild Horses' ging over de gewone klacht van niet te willen vertrekken, om te belanden op een miljoen mijl van waar je wilt zijn."

En in 1971: "Het had te maken met de geboorte van Marlon. Ik wist dat we naar Amerika moesten en ik terug aan het werk moest - van mijn luie kont. Ik wou niet weg. Het was een moeilijke tijd - het kind was pas twee maanden oud - en je gaat weg. Miljoenen mensen doen het, maar toch..."

Dit werd twee jaar later door Mick bevestigd: "De melodie was van hem. En hij schreef de regel over de wilde paarden, maar de rest komt van mij. Ik hou van dat nummer - pure pop. Neem dat cliché over die wilde paarden -afschuwelijk toch? - maar het werkt zonder dat het klinkt als een cliché!"

Niks met Marianne te maken, dus.

Of toch?
In een interview dat Keith gaf, in de periode dat het nummer werd opgenomen, legde Keith uit: "Ik schreef dat nummer omdat ik het thuis goed had bij mijn vrouwtje. Het was een soort liefdesliedje. Ik had die regel over de wilde paarden die me niet mee konden sleuren, en ik gaf het aan Mick. En Marianne was net weggelopen met een kerel en hij veranderde alles. Maar het is nog altijd prachtig."


De opname

De Amerikaanse tournee van The Rolling Stones is een groot succes. De nieuwe gitarist, Mick Taylor, blijkt een waardige vervanger voor Brian Jones. De band wil de tournee afsluiten met een verrassingsoptreden in San Francisco. Dat zal worden gefilmd door de gebroeders Aysles. Wanneer Mick - waarschijnlijk om veel volk te lokken - het optreden toch aankondigt tijdens een persconferentie, blijkt dat er geen vergunning is aangevraagd. Er moet een andere locatie worden gezocht. Uiteindelijk valt de keuze op een racecircuit in Altamont in Californië. Het festival zal doorgaan op 6 december.

Daardoor heeft de band enkele vrije dagen over. Om die tijd nuttig te gebruiken wordt besloten om wat nieuwe songs op te nemen. Ze zijn ook volop aan het onderhandelen met het Amerikaanse platenlabel Atlantic Records, dat hun platen zal verdelen in Amerika. Om de opnamen te maken hebben ze een onafhankelijke studio nodig, waar ze geen werkvergunning moeten voorleggen. Jerry Wexler stelt de Muscle Shoals Sound voor in Alabama.


Muscle Shoals Sound Studio

Die studio, in de buurt van Sheffield, in het diepe zuiden is onlangs geopend door vier muzikanten. Gitarist Jimmy Johnson, bassist David Hood, toetsenist Barry Beckett en drummer Roger Hawkins werkten als studiomuzikanten in de FAME (Florence Alabama Music Enterprises) Studios van Rick Hall. Ze waren er bekend als de Muscle Shoals Rhythm Section (of nog "the Swampers," zoals ze worden bezongen in 'Sweet Home Alabama' van Lynyrd Skynyrd).

Tussen 1961 en 1966 werden in FAME tientalle hits opgenomen door soulmuzikanten als Wilson Pickett, Percy Sledge, the Tams, Arthur Conley, Joe Tex, Jimmy Hughes en James & Bobby Purify. Maar het hek was helemaal van de dam toen producer Jerry Wexler langskwam en met Aretha Franklin grootse dingen deed voor het platenlabel Atlantic.

De uitbater van de studio, Rick Hall zag niet graag dat anderen het grote geld verdienen en wou een eigen label beginnen, te verdelen via Columbia. Hij bood de muzikanten een vast loon, in ruil voor exclusiviteit. Die konden echter elders meer verdienen en besloten voor zichzelf te beginnen.

Ze vonden een oude mandenfabriek die te koop stond. Die werd eerder al gebruikt om country en gospeldemo's op te nemen. Maar die opnameapparatuur was verouderd. Jerry Wexler van Atlantic - hij weer - wou hen wel $20 000 voorschieten in ruil voor een distributiedeal. Hun eerste klant was Cher die er haar LP 3614 Jackson Highway opneemt - genoemd naar het adres van de studio.

R.B. Greaves, die net 'Take a Letter Maria' had uitgebracht, was er overdag aan het opnemen, toen het telefoontje kwam om de studio tussen 2 en 4 december 's nachts vrij te houden voor de Britten.

Producer Jimmy Miller zou komen overvliegen, maar die daagde nooit op. Dus belande Jimmy Johnson achter de knoppen. Hij had al al eerder gedaan, voor hits als 'Sweet Soul Music' en 'When a Man Loves a Woman'.

"Ze hadden geen riffs of teksten klaar toenen ze aankwamen," beweert Johnson. "Ze hadden alleen wat titels van nummers, voor zover ik weet. En die kwamen van Jagger en Richards. De gitaarakkoorden werden daar ter plekke bedacht. Van zodra ze begonnen barste de hel los - drie uur lang - als vuurwerk. Zo na een uur of drie, vier kwam Keith gewoonlijk met een grootse rock gitaarriff, zoals 'Brown Sugar.' Als ik voelde dat het begon te klikken, zette ik de band aan.
Niemand zei me iets en ik vroeg ook niets. Iedereen die sessies speelt weet dat je maar één kans krijgt en dan is het voorbij. En als die kerels eens bezig waren, liep het als een trein. De boel stond te beven."

Volgens Barry Beckett was dat laatste zelfs letterlijk het geval. Hij zat op de trappen buiten en voelde het gebouw trillen.

The Rolling Stones namen drie nummers op: 'Brown Sugar', een cover van 'You Gotta Move' van 'Mississippi' Fred McDowell en tenslotte 'Wild Horses'.

Keith bevestigd dat het nummer nog niet helemaal af was toen ze besloten het op te nemen. "We herschreven het refrein in het toilet van de Muscle Shoals opnamestudio," vertelde hij in 1971, "omdat het niet goed zat."

De opname gebeurde volledig live, inclusief de zang van Mick Jagger. De specifieke gitaarklank lijkt van een 12-snarige gitaar te komen, maar Mick Taylor vertelde in 1979: "Ik speelde op een akoestische Gibson van Keith, in wat ze noemen een Nashville tuning. De gitaar is precies zo gestemd als gewoonlijk, maar je gebruikt alleen eerste en tweede snaren en je stemt ze in octaven. Een beetje alsof je een 12-snarige gitaar bespeelt, maar zonder de zes andere snaren. Zo kun je het best omschrijven."

Voor wie in zulke dingen is geïnteresseerd, Jimmy Johnson gaf in juli 2001 meer details over de gebruikte instrumenten, in een interview voor het tijdschrift Tape Op. "[Keith] speelde een Gibson, maar geen Les Paul. Een SG! Ik denk dat het een SG was, een zwarte.... En weet je waar Bill Wyman mee aan kwam? Herrinner je je die massieve plexiglas bassen die toen opkwamen? Een Dan Armstrong... Charlie Watts was zo onder de indruk van het drumgeluid dat hij aanbood om de microfoons te kopen. Daar kon ik natuurlijk niet op ingaan."

Hoewel Ian Stewart, de vaste pianist van de band, bij de andere nummers had meegespeeld, weigerde hij piano te spelen op 'Wild Horses'. Hij haatte de mineurakkoorden van de intro.

Toevallig was Jim Dickinson, vanuit Memphis overgekomen om de jongens aan het werk te zien. "Hij stond hij ergens vanachter, achter de gitaarversterkers," vertelt Johnson. "Ken je het stukje bij 'Kodachrome' van Paul Simon, waar het tempo versneld en de piano uit de bol gaat? Dat was onze tack piano, een oude rechtopstaande piano, die we hadden omgebouwd zodat ie klonk als een honky tonk. Bon, [tijdens de repetities] stond Jim daar dus, een beetje te tinkelen, wat te improviseren op hun groove. Plots kwam Keith kijken wie daar bezig was en riep: 'Hey, jij moet dat spelen!'"

Dickinson werd later producer van Aretha Franklin, Big Star en The Replacements. Ook werkt hij veel samen met Ry Cooder, vooral voor filmmuziek. (Nietwaar, Martin? ;-))


Gram Parsons

Na afloop van deze sessies vlogen ze naar Altamont voor het gratis festival dat ze er op 6 december gaven. Zoals te zien is in de film Gimme Shelter, werd het festival ontsiert door het buitensporig geweld dat de Hells Angels, die waren ingehuurd om de orde te handhaven, gebruikten tegen de hippies.

Naast Santana, Jefferson Airplane, Crosby, Stills, Nash and Young stonden ook de Flying Burrito Brothers op het programma. De leider van die laatste groep was Gram Parsons.

Met zijn ' Cosmic American Music' probeerde hij een een rockpubliek warm te maken voor countrymuziek. Met een combinatie tussen beide muziekstromingen blies hij de country, de muziek van de blanke Amerikaan, een ferme wolk peper in de kont. Na met The Byrds het baanbrekende Sweetheart of the Rodeo (1968) te hebben gemaakt, kwam hij, een jaar later, samen met Chris Hillman als The Flying Burrito Brothers met The Gilded Palace of Sin.

Keith Richards had Gram voor het eerst ontmoet in 1968 toen die met The Byrds op tournee was in Europa. De twee raakten goed bevriend en Parsons stapte zelfs uit de groep om in het gezelschap van de Stone te kunnen blijven. Keith, die altijd al geïnteresseerd was geweest in country, zag nu de kans om veel te leren van iemand die er alles van wist.

De twee ontmoeten elkaar opnieuw later dat jaar, toen de Stones twee maanden in Los Angeles waren voor het mixen van de Beggar's Banquet. Jagger gaf later toe dat Gram Parsons "een van de weinigen is die me echt hielpen om country te zingen. Voorheen kopieerden Keith en ik gewoon de platen." Vanaf Let It Bleed is zijn invloed goed merkbaar op de platen van de Britse groep.

Tijdens het festival, of kort daarna, gaven The Stones een kopie van hun 'Wild Horses' aan Parsons. Het was de bedoeling dat Sneaky Pete Kleinow er steel gitaar aan toe zou kunnen voegen. Toen Gram het nummer hoorde was hij danig onder de indruk. Hij smeekte hen of hij het mocht coveren. Hij claimde later herhaaldelijk dat Jagger en Richards 'Wild Horses' speciaal voor hem hadden geschreven en zelfs dat hij het nummer had geïnspireerd.

Gram Parsons kreeg de toestemming en zijn versie is het onbetwiste hoogtepunt van de tweede plaat van de Flying Burrito Brothers. De plaat werd geproducet door... Jim Dickinson.
Burrito Deluxe werd in april 1970 uitgebracht. Parsons was toen al uit de groep gestapt, om een solo carrière te beginnen.

De vijf platen die hij tussen 1968 en 1972 maakte zijn mijlpalen die een lichtend voorbeeld vormen voor zowat alle latere americana - en alt.country-artiesten, van de prille R.E.M. en The Jayhawks over Steve Earle en Dwight Yokam tot Lucinda Williams en Ryan Adams


Sticky Fingers

Toen duidelijk werd dat Sneaky Pete geen bijdrage zou leveren aan 'Wild Horses', voegde Keith Richards zelf de elektrische gitaarsolo toe aan het nummer, tijdens de mix- en overdubsessies voor de live plaat Get Yer Ya-Ya's Out!. Deze vinden plaats in februari 1970, in de Olympic Sound Studios in Londen.

Toch zou het nog meer dan een jaar duren eer de versie van The Rolling Stones zou worden uitgebracht. Na het aflopen van het contract met Decca/London had de band gehoopt eindelijk zelf te kunnen bepalen wat ze uitbrachten en hoe. Maar net toen ontdekten ze dat hun manager Allen Klein hen, zonder dat ze het in de gaten hadden, de rechten van al hun nummers had ontfutseld. Alles van 'Come On' uit 1963 tot en met de live LP Get Yer Ya-Ya's Out! in 1970 was in handen van Klein en zijn firma ABKCO Records. Vandaar dat zowel 'Brown Sugar' als 'Wild Horses' terug te vinden zijn op de singles compilatie The London Years.

Met een opvallende hoes, ontworpen door Andy Warhol, was Sticky Fingers, in april 1971, de eerste LP op het Rolling Stones label (verdeeld door WEA Music). Na 'Brown Sugar' werd, in juni van dat jaar 'Wild Horses' als tweede single uit de plaat uitgebracht, zij het enkel in de Verenigde Staten. Het haalde net de top 30. Toch bleef het nummer populair tijdens de live shows van de groep en in 1995 bracht de band een akoestische versie op hun Unplugged album Stripped.


Wild Horses

Childhood living is easy to do
The things you wanted I bought them for you
Graceless lady, you know who I am
You know I can't let you slide through my hands

Wild horses couldn't drag me away
Wild, wild horses couldn't drag me away

I watched you suffer a dull aching pain
Now you decided to show me the same
No sweeping exits or offstage lines
Could make me feel bitter or treat you unkind

I know I dreamed you a sin and a lie
I have my freedom but I don't have much time
Faith has been broken, tears must be cried
Let's do some living after we die

Wild horses couldn't drag me away
Wild, wild horses, we'll ride them someday

Mick Jagger, in 1993: "Er zitten best wel veel emoties in dit nummer. Het is erg persoonlijk, beeldend en droevig. Het klinkt nu allemaal wat somber, maar het was toen ook een speciale tijd."

Wild Horses - 3

The Flying Burrito Brothers

03-01-08

Dark End Of The Street

'The Dark End Of The Street' werd in geschreven in 1966 door de onvolprezen Dan Penn, samen met Chip Moman. De twee waren aan het kaarten en het ging er niet al te eerlijk aan toe. Na afloop wilden ze een nummer schrijven over bedriegen. Binnen een half uurtje waren ze klaar.
Tijdens dit filmpje hoor je de originele versie van James Carr. Het nummer werd nadien ook nog gecoverd door onder andere The Flying Burrito Brothers, Richard and Linda Thompson, Ry Cooder, Eva Cassidy en Elvis Costello. Mensen met smaak, dus.
Maar de versie van James Carr blijft onovertroffen.
Er is niets te zien in dit filmpje, maar dat hoeft ook niet. Laat de muziek maar voor zich spreken.  
Het nummer stond op mijn lijstje van favoriete plaatjes en zou hier zeker een uitgebreide toelichting hebben gekregen. Maar bij mijn kerstcadeautjes vond ik ook het zeer interessante en mooi vormgegeven boek: Het plaatsjesboek. De Nederlandse journalist en radiomaker (Twee Meter Sessies) Leo Blokhuis wijdt hierin een heel hoofdstuk aan het nummer. 
Een absolute aanrader, net als trouwens zijn voorganger: Grijsgedraaid.

31-12-07

'Cancion Mixteca'

Cancion Mixteca

 decoration

Paris Texas

 

Een van DE cultfilms uit de jaren tachtig was Paris Texas. De Duitse regisseur Wim Wenders verfilmde een scenario van Sam Shepard en behaalde met hiermee de Gouden Palm op het filmfestival van Cannes in 1984.

 

Deze ongewone roadmovie verteld, veel meer in beelden dan in woorden, over de terugkeer van Travis, gespeeld door Harry Dean Staton. De man was vier jaar geleden verdwenen, maar duikt nu plots terug op uit de woestijn. Zijn broer Walt vangt hem op, net zoals die zich eerder ook al heeft ontfermd over zijn zoon Hunter. Die jongen bleef alleen achter nadat zijn moeder, Jane – een rol Nastassja Kinski – hem bij Walt had achtergelaten. 

Travis zelf kan geen verklaring geven over wat hij al die jaren heeft gedaan. Hij herinnert zich niets meer.

Langzaam proberen vader en zoon terug een relatie op te bouwen, waarna Travis op zoek gaat naar Jane in een poging het gezin te herenigen.

  

De soundtrack

 

De beide hoofdrolspelers zetten de prestaties van hun leven neer. Het desolate landschap is prachtig in beeld gebracht. Maar het is de soundtrack die de film op een hoger niveau tilt. Wim Wenders verklaarde ooit dat de film werd gedraaid met een camera en een gitaar!

 

En de man die de Texaanse woestijn verklankte met zijn gitaar was Ry Cooder.

 

Zijn inspiratie haalde hij bij ‘Dark Was The Night – Cold Was The Ground’ van Blind Willie Johnson. Een nummer dat hij omschreef als “een van de soulvolste transcendente stukken Amerikaanse muziek uit de 20ste eeuw”.

Het is een kreunende klaagzang over de kruising van Jesus Christus. De meester van de slidegitaar nam het woordenloze nummer op 3 december 1927 op in Dallas, Texas. Dat kreunen werd trouwens wel meer gedaan door tijdgenoten van Johnson als Robert Johnson (geen familie) en Skip James.

 

Cooder was wel zo fair om te verwijzen naar zijn inspiratiebron door de plaat af te sluiten met een coverversie van het bluesnummer.

 

Hier is Blind Willie Johnson: Dark WasThe Night - Cold Was The Ground 

 

De slide techniek laat toe twee noten te verbinden door ze in elkaar te laten overgaan. Daarvoor wordt een bottleneck gebruikt, aan klein metalen, koperen of glazen buisje dat over de vinger wordt geplaats en waarmee over de snaren van de gitaar wordt geschoven.

  

Een meesterlijk team

 

Cooder nam de soundtrack op in de Ocean Way Recording studio in Los Angeles met de hulp van Jim Dickinson en David Lindley.

 

Cooder werd in 1947 geboren in Los Angeles. Hij begon zijn carrière in de jaren zestig als gitarist bij Taj Mahal. Na een poosje te hebben deel uitgemaakt van Captain Beefheart’s Magic Band werd hij aangezocht door The Rolling Stones bij de band te komen spelen. Hij hielp hun bij de opname van Let It Bleed, maar verkoos een solocarrière. Daarbij legde hij de klemtoon op het terug opdiepen van oude Amerikaanse muziek en werkte samen met de beste, dikwijls vergeten, muzikanten.

Vanaf het begin van de jaren tachtig legde hij zich toe op het componeren en spelen van soundtracks.

 

Ook Jim Dickinson werkte voor the Rolling Stones. Maar hij is vooral de man die verantwoordelijk is voor het ontstaan van de folkrock. Hij was het die op het idee kwam om The Byrds  ‘Mr. Tambourine Man’ van Bob Dylan te laten spelen op de wijze van The Beatles.

 

Gitarist David Lindley werkt veel samen met Ry Cooder maar is ook gekend als rechterhand van Jackson Browne en Warren Zevon.

 

Hoewel alle tracks op de soundtrack, op het eerste gehoor, enkel gitaarstukjes lijken te zijn, blijkt bij herhaald luisteren dat er meer aan de hand is.

Natuurlijk staat Cooders slidegitaar centraal, maar op de achtergrond zijn er allerlei subtiele geluiden, die blijven nazinderen. Het zijn dikwijls niet meer dan wat hints van een akoestische gitaren, fiddles, stemmen of het aanslaan van enkele toetsen op een piano. Deze geluiden versterken nog het desolate gevoel van Cooders slidegitaarspel. Net als voor Travis in de film, lijkt er altijd wel iets of iemand in de verte te zijn. Iets dat hulp kan bieden of tenminste een aanwijzing.

  

'Cancion Mixteca'

 

Naast de cover van ‘Dark Was The Night – Cold Was The Ground’ staat er nog een cover op de soundtrack. Dat is 'Cancion Mixteca'.

 

In de film horen we een instrumentale versie in de scène waarbij Walt een Super 8-mm filmpje vertoond, in een poging om het geheugen van Travis terug te voeden. Het zijn beelden van een vakantie uit gelukkiger tijden. De scène vormt het keerpunt van het verhaal. 

 

Op de soundtrack staat een gezongen versie. Het enige nummer met zang, trouwens. Net zoals het even duurt eer zijn geheugen terugkeert, is de intro lang en instrumentaal. Pas na meer dan twee minuten komen dan de eerste aarzelende woorden.

 

Het is echter niet Ry Cooder die de zang voor zijn rekening neemt, zoals wel eens gedacht wordt. Dat laat hij over aan Harry Dean Staton, de acteur die de rol van Travis speelt. En die doet dat prachtig: langzaam en gedragen en gaandeweg met meer emotie: het verlangen naar het onbereikbare. De tekst is in het Spaans.

 

Que lejos estoy del suelo donde he nacido!

Inmensa nostalgia invade mi pensamiento;

Y al ver me tan sola y triste qual hoja al viento,

Quisiera llorar, quisiera morir de sentimiento.

 

Oh tierra del sol!, suspiro por verte

Ahora que lejos yo vivo sin luz, sin amor;

Y al verme tan sola y triste cual hoja al viento,

Quisiera llorar, quisiera morir de sentimiento.

  

Een beetje geschiedenis

 

'Cancion Mixteca' werd niet door Ry Cooder geschreven. Die eer komt toe aan José López Alvaréz. Arnold Reypens leert ons dat de oorspronkelijke versie in 1936 werd gebracht door de eerste Spaanssprekende zingende cowboy in Hollywood, Tito Guizar, in de Mexicaanse film Alla En El Rancho Grande.

 

'Cancion Mixteca' of 'Mixteeks lied' drukt de heimwee uit van de Mixteken, die heimwee hebben naar hun moederland, wanneer ze werken in den vreemde.

 

Volgens Wikipdeia zijn Mixteken of Ñudzahui een Indaans volk dat leeft in Mexico, in de staten Oaxaca, Guerrero en Puebla. Ze spreken Mixteeks en daarnaast ook Spaans.

  

Het volk dankt zijn naam aan de Azteken, die hen in het Nahuatl Mixtecah noemen, wat 'wolkenmensen' betekent. Ze wonen dan ook voornamelijk in het Sierra Mixteca (letterlijk: Mixtekengebergte), kortweg Mixteca, genoemd.

 

Tijdens de regering van Porfirio Díaz, president van Mexico van 1876 tot 1911, werden de Indianen, inclusief de Mixteken, als een achterlijk volk beschouwd dat zich diende aan te passen aan de beschaving of te verdwijnen. Daarom immigreerden velen, om in hun levensonderhoud te kunnen voorzien, naar de oostelijke voorsteden van Mexico-stad en de staten Sonora en Neder-Californië, of zelfs over de grens naar Californië.

  

Heimwee naar huis

 

In "Canción Mixteca" beschrijft Velázquez de sterke roep van het moederland. Zo sterk dat de immigrant dreigt te sterven aan eenzaamheid en hartenpijn als hij niet kan terugkeren. De beelden die worden opgeroepen in het lied zijn sterk en diep, maar natuurlijk ook wat onrealistisch.

 

Ver weg ben ik van de plek waar ik geboren ben.

Ik word bevangen door immense nostalgische gevoelens.

Als ik zo alleen en verdrietig ben als een blad in de wind,

zou ik willen huilen en willen sterven van heimwee.

 

Oh, land van de zon ik verlang er naar je te zien.

ver weg leef ik nu zonder je licht en liefde.

Als ik zo alleen en verdrietig ben als een blad in de wind,

zou ik willen huilen en willen sterven van heimwee.

 

(De vertaling komt van de site van “Maria de Lourdes, de stem van Mexico”.)

 

"Canción mixteca" werd erg populair in Oaxaca, waar veel Mixtesen wonen. Het wordt er zowel gezongen op feestjes als  bij officiële gelegenheden. Er zijn dan ook tientallen, misschien wel honderden versies van het nummer opgenomen.

 

Hoewel het niet staat op Canciones de Mi Padre, een cd uit 1987 met traditionele Mexicaanse liedjes van Linda Ronstadt, is het wel terug te vinden op de gelijknamige dvd die werd opgenomen tijdens de bijbehorende tournee.

Dit is een heel andere versie dan die uit de film, veel dichter aanleunend bij de Mariachi muziek. 

  

Met Paris Texas maakte Ry Cooder een van de beste soundtrack albums van de jaren tachtig. De muziek is even mysterieus en intrigerend als Travis, de gewonde reiziger, zoals Harry Dean Stanton hem neerzet.

  

Dit is de filmversie, uit Paris Texas: Cancion Mixteca

 

En dit is Linda Ronstadt met haar live versie: Cancion Mixteca

 

22-12-07

'Sunny Goodge Street'

Sunny Goodge Street

decoration



Natuurlijk kende ik het nummer al langer, van op een compilatie van Donovan. Bij oppervlakkige beluistering leek het een leuk, jazzy, loom zomers melodietje. Een beetje ongewoon dat wel. Maar nadat het in december 2002 opdook op een cd bij het tijdschrift Mojo, rond het thema drugssongs ging ik voor het eerst echt naar de tekst luisteren. Toen bleek er heel wat meer achter de zitten.


Een nieuw geluid

Miles Davis pakte in 1969 op zijn In A Silent Way verrassend uit met een samensmelting van jazz en rock. Toch was hij daarmee niet de eerste. De Schotse folkzanger Donovan Leitch deed het hem vier jaar eerder al voor met 'Sunny Goodge Street' op zijn tweede LP.

Die plaat, Fairytale, werd op 22 oktober 1965 uitgebracht in Engeland. Net als op zijn debuutplaat What's Bin Did and What's Bin Hid, staan op Fairytale voornamelijk liedjes waarop Donovans zang enkel wordt begeleid door zijn eigen harmonica en akoestische gitaar. Af en toe kleurt Shawn Phillips de zaak wat in met een twaalfsnarige gitaar. Het zijn dan ook voornamelijk zelfgepende folksongs, aangevuld met wat covers van collega-folklui als Bert Jansch.

De uitzondering is echter 'Sunny Goodge Street', dat met zijn jazzy feel en de beschrijving van het leven in het stadse Londen vooruitloopt op de richting die hij de volgende jaren zou inslaan.

Het nummer werd dan ook in een afzonderlijke sessie opgenomen, einde september 1965, in de Peer Music in de Londense Denmark Street. Producer Terry Kennedy schreef ook het arrangement. De legendarische Pentangle bassist Danny Thompson bespeelde hierbij naast de akoestische bas ook de cello, aangevuld met Harold McNair op fluit en Franse hoorn, terwijl Skip Alan met borsteltjes het drumstel beroerde.

Hoewel Donovan op basis van zijn eerste singles en langspeelplaat door de Britse pers werd beschouwd als een imitator van Bob Dylan, bewees hij hiermee dat dit eigenlijk onterecht was. Zeker, ze waren beiden zwaar beïnvloed door dezelfde voorbeelden: Woody Guthrie, Derroll Adams en Ramblin' Jack Elliott.

Maar terwijl zijn Amerikaanse tegenhanger het hield bij folk, blues en rock, was de jonge Donovan ook geïnteresseerd in moderne jazz, zoals die werd gebracht door Charles Mingus en Jimmy Giuffre.

Bij de voorbereidingen voor zijn zeer interessante boek Turn! Turn! Turn!: The 1960s Folk-Rock Revolution, interviewde Richie Underberger de zanger hierover.
"Ik luisterde naar jazz, klassieke muziek, Billie Holiday en [klassieke cellist] Pablo Casals. Ik las poëzie en new wave literatuur en ik zag al deze dingen versmelten tot een geluid,” vertelt hij. "Louter muzikaal was 'Sunny Goodge Street' jazz fusion, zelfs wanneer ik het puur akoestisch speelde. De vermenging van de muzikale stijlen kondigde het afbrokkelen aan van de barrières en categorieën in de muziek. Ik introduceerde niet enkel het Keltische-rock genre, ik absorbeerde en verwerkte wereld muziek in het algemeen, trouw aan het credo dat alle muziek evenwaardig is, net als alle mensen op de planeet evenwaardig zijn."


Geestverruimende middelen

“Iedere vrijdagavond reisden enkele van ons, vanuit het beatcafé in St Albans (in Hatfield, waar hij toen woonde), per autostop naar Londen, om er een stukje hashies te gaan kopen. In Londen namen we de metro en kwamen dan bovengronds in het station aan Goodge Street, waar we ons gingen bevoorraden.”

Sinds er in de jaren vijftig een aantal jazzclubs in de buurt waren geïnstalleerd was het bepaalde kringen geweten dat er in de cafe’s in de omgeving van het metrostation illegale spullen konden worden gekocht.

On the firefly platform on sunny Goodge Street
Violent hash-smoker shook a chocolate machine
Bobbed in an eating scene.
Involved in an eating scene.

Smashing into neon streets in their stillness
Smashing into neon lights in their stonedness
Smearing their eyes on the crazy Kali goddess
smearing their eyes on the crazy kerb goddess.
Listenin' to sounds of Mingus mellow fantastic.
"My, my", they sigh,
"My, my", they sigh.

In dull house rooms with coloured lights swingin'
Strange music boxes sadly tinklin'
Drink in the sun shining all around you.
"My, my", they sigh,
"My, my", they sigh, mm mm.
"My, my", they sigh,
"My, my", they sigh.

The magician, he sparkles in satin and velvet,
You gaze at his splendour with eyes you've not used yet.
I tell you his name is Love, Love, Love.
"My, my", they sigh,
"My, my", they sigh.
"My, my" - sigh.


Met zo een thema is het niet te verwonderen dat ‘Sunny Goodge Street’ één van de allereerste popsongs is waarin expliciet druggebruik werd vermeld.

“Maar het nummer gaat niet alleen over de drugs maar ook over het verruimen van het bewustzijn, waar we toen mee bezig waren,” haast Donovan zich, er aan toe te voegen.

"'Sunny Goodge Street' anticipeerde op de spirituele trip van de volgende generaties. De tekst is waarschijnlijk de allereerste in de populaire muziek, waarin het spirituele pad wordt vermeld, met de regels 'the magician he sparkles in satin and velvet, you gaze at his splendour with eyes you've not used yet'. Een verwijzing naar het verruimen van het bewustzijn dat groeide in de generatie van de late jaren vijftig en vroege jaren zestig. Folk-rock is niet alleen een sound. Het is een manifest voor veranderingen!"

Het was als het ware een voorbode voor de summer of love die voor de deur stond.

Voor Donovan zelf was het een scharnierpunt. Die herfst brak hij met zijn manager Ashley Kozak en ging in zee met de Amerikaanse impresario Allen Klein (die later het management van The Rolling Stones en The Beatles zou overnemen). Klein introduceerde hem bij de producer Mickie Most.
Donovan veranderde van een verlegen tweederangs Dylan in een popster. Hij werkte samen met de beste muzikanten uit de Londense scene, waaronder Jack Bruce en de toekomstige leden van Led Zeppelin, John Paul Jones en Jimmy Page. Maar ook jazzmuzikanten als Danny Thompson, Spike Heatley, Tony Carr en John Cameron bleven opduiken op de hoezen van zijn platen en vooral in zijn begeleidingsband tijdens tournees.

Midden 1966 was hij de eerste Britse popmuzikant die werd opgepakt voor drugsbezit. The Rolling Stones volgden en tenslotte werden George Harrison en John Lennon opgepakt.

Toen hij aan het einde van de jaren zestig brak met Mickie Most waren zijn gloriejaren voorbij. Toch ontkent Donovan dat hij het succes alleen aan Most te danken had.

In een interview, gepubliceerd in maart 1997 in het tijdschrift Grip Monthly, vertelde Donovan: ”Op Fairy Tale was er één nummer, ‘Sunny Goodge Street,’ dat ik schreef voor ik Mickie leerde kennen. Dat nummer gaf aan dat er iets aan het veranderen was in mijn muziek. Het was afstand nemen van de folk scène en meer in de richting van jazz en het mystieke. Door dat nummer realiseerde ik me dat ik die elementen kon samenbrengen en ik dacht: ‘dit is buitengewoon. Nu wil ik meer elementen samen laten versmelten.’ En natuurlijk bracht Mickie er het element pop in – hij maakte de singles. Maar eigenlijk was ik toen al meer een ‘singles man'.”


Coverversies

Amper vijf maanden na het origineel bracht Boudewijn de Groot het nummer al, op zijn titelloze debuutplaat. Deze Nederlandse "vertaling" als 'Draai weer bij' was het werk van Harry Geelen, die bovendien ook nog een ander nummer van Donovan onder handen nam: 'The Ballad Of The Chrystal Man' werd 'Nee, Meeuw'.

Harry Geelen was een striptekenaar, die Maarten Toonder assisteerde bij het werk aan diens stripreeks Tom Poes. Later werd hij tekstschrijver voor de televisiereeksen voor de jeugd, Hamelen en Q & Q. Hij schreef ook talrijke jeugdboeken, maar van liedjesteksten hield hij zijn handen af.

Misschien is dat maar goed ook.

Op het platdak wappert je was zo welwillend,
rook uit je schoorsteen kringelt kalm omhoog.
Gunstig voor jou en mij.

Duiven zijn her en der goedmoedig doende,
dom tussen kiezel en asbest en mossen,
vliegend en vlug van dak naar dak
naar de drempel,
laag laag voorbij,
laag laag voorbij.

Een man in het blauw hijst een windwijze wimpel,
blij en voorbeeldig, heer en meester.
Hoog in de zon en wind speelt heel plezierig.
Draai draai weer bij.
Draai draai weer bij.
Wind, draai weer bij.
Wind, draai weer bij.

De brandladder klimt als een kat naar de zon
en handdoeken lachen hoog op je balkon.
En vertel me: wie heb je lief lief lief?
Draai draai weer bij.
Draai draai weer bij.
Draai draai weer bij.


Dezelfde bewerking werd ook nog eens door Liesbeth List op haar debuutplaat Pastorale gezet, in 1968. Waarschijnlijk doordat die plaat gemaakt werd met het team achter de platen van Boudewijn de Groot: producer Tony Vos en arrangeur Bert Paige.

In Engeland bracht de toen nog fréle Marianne Faithfull een bluesy versie van ‘Sunny Goodge Street’ op haar langspeelplaat North Country Maid, uitgebracht op 1 april 1966. Op haar versie speelt de mondharmonica een prominente rol.

Voor de eerste Amerikaanse coverversie werd de toch wat donkere sfeer van Donovans versie omgezet in een vrolijk en helder piano arrangement. Judy Collins bracht het in november 1966 op haar plaat In My Life.


In deze clip brengt Donovan ‘Sunny Goodge Street” op akoestische gitaar: http://www.youtube.com/watch?v=Bs_6cVfL590&feature=re...