13-03-07

Joni Mitchell - Hejira

Joni Mitchell - Hejira

 hejiraTelkens Joni Mitchell met problemen werd geconfronteerd, ging ze haar geluk elders zoeken. Maar in het voorjaar van 1976, met een turbulente relatie die op de klippen was gelopen en teveel drugs in haar aderen, trok ze vol overtuiging op weg.

"Ik liep weg van de liefde, ik wou weg van de waanzin en ik zocht iets dat zin gaf aan alles," zegt ze. "De weg werd een metafoor voor mijn leven."

En het werd de inspiratie voor een plaat, die voor vele van haar fans en critici als haar meesterwerk wordt beschouwd. De negen nummers van Hejira vormen een opmerkelijk en persoonlijk verslag van een nomadische, romantische dromer. De plaat staat vol verhalen over gedoemde liefde, dansvloeren in baancafe's in de vroege uurtjes, dromen over trouwjurken, gemiste kansen en een diep verlangen om te ontsnappen en opnieuw te beginnen.
 Mitchell zelf is er niet van overtuigd dat Hejira de beste van de 22 platen is, die ze in haar veertig jaar durende carriere heeft gemaakt. Ze wil daarin geen keuze maken, maar ze is er zich wel van bewust dat Hejira een plaat is die niemand anders had kunnen maken.  "Ik denk dat veel mensen wel een aantal van mijn oudere nummers hadden kunnen schrijven, maar ik heb het gevoel dat de nummers op Hejira alleen maar door mij hadden kunnen worden geschreven."

De verhalen die ze vertellen zijn zo levendig, de observaties zo puur en de landschappen zo beeldend dat Kris Kristofferson haar ooit aanspoorde om "zichzelf wat meer te beschermen... nog wat achter te houden voor zichzelf uit het zicht van de fans."

Maar  Mitchell zegt dat te biecht gaan bij zichzelf, hoe riskant en onthullend ook, essentieel was voor haar schrijfstijl in die periode. "Mijn nummers zijn altijd autobiografischer geweest dan die van de meeste anderen," zegt ze. "Je moet er wel eerlijk in zijn. Ik was net terug aan het keren naar het normale, na de uitersten van een zeer abnormale geestesh-gesteldheid toen ik het merendeel van die nummers (op Hejira) schreef. Wanneer het leven interessant wordt, wordt ik zeer alert. En het leven was erg interessant, toen. Ik denk dat, dat het schrijven op een hoger niveau heeft gebracht."
 Muzikaal gaf Hejira aan dat Joni Mitchell een nieuwe richting was ingeslagen na de twee jazz-getinte, maar radio-vriendelijke platen die er aan vooraf waren gegaan. Geen makkelijk meezingbare melodieën meer, weg de  conventional formaten en de vrolijke blazers die ze gebruikt had als flirt met de Top 40 op Court and Spark uit 1974 en The Hissing of Summer Lawns uit 1975. In plaats daarvan kwamen spaarzame ritmes, wollige gitaarakkoorden en de briljante toets van Jaco Pastorius z'n fretloze bas. Samen creëren ze een onbeschrijfelijk muzikale palet dat even wijds is als de snelwegen die ze in haar nummers bereist.
Ook met haar teksten sloeg ze nieuwe wegen in. Ze maakte maximaal gebruik van de vrijg-heden die de losse structuren haar boden. Ze geeft haar woorden een eenvoudige directheid en poetische schittereing die ze zelden heeft bereikt in haar muziek daarvoor of daarna. "Wat mij betreft, vind ik het hele Hejira album erg geïnspireerd," zegt Mitchell. "Er is een ongebondenheid, zeker, maar er valt ook heel wat te ontdekken onderweg."

Joni Mitchell vertelt dat de nummers van Hejira werden geschreven tijdens of na drie reizen die ze maakte in het najaar van 1975 en de eerste helft van 1976.
 rollingDe eerste was een Bob Dylans Rolling Thunder Review. Zijn zigeunerachtige, van drugs doordongen circus trok in de herfst van 1975 door de noordelijke staten van Amerika. Iedereen die er zin in had mocht meedoen. Joan Baez, Mick Ronson, Roger McGuinn, T-Bone Burnett, Ronee Blakely, Allan Ginsburg en vele anderen trokken mee rond. Joni haakte half november in en trok mee tot het einde, een maand later. De eerste dagen bracht ze twee nummers uit The Hissing Of Summer Lawns: 'Edith And The Kingpin' en 'Don't Interrupt The Sorrow'. In Boston begon ze een nieuw nummer, dat enkele dagen later al voor het eerst live werd gebracht: 'Coyote'. Daarin vertelt ze hoe ze in een café werd lastig gevallen door een vent, die haar herinnerde aan een prairiehond die ze in haar jeugd zag, spelend met een prooi. Tussendoor zijn er beelden van de wereld gezien uit een rijdende bus: een boerderij in brand en vooral de eindeloze witte lijnen van de autostrade.  Maar er zijn nog andere witte lijnen in deze tour. Cocaine was overvloedig beschikbaar. "Ik begreep dat je er niet lang nuchter kon blijven - je zou er de enige zijn," legt ze uit. "Het was gewoon waanzin!" Al heel snel was ze een geregeld gebruiker. "Een veranderd bewustzijn is erg verlokkelijk voor een schrijver. Ik schreef een aantal goede dingen, vind ik, door de  cocaïne [maar] het is zeer slecht voor je hart -- het vreet al je energie op en stopt het in je hersens." Terugkijkend meent ze dat de drugs tegelijk een "fantastisch en rampzalig" effect hadden: "Ik leed aan vreselijke slapeloosheid , maar ik schreef heel lange gedichten." Eentje daarvan is 'Song for Sharon', voor velen het meesterwerk van Hejira."… Sharon, Ik liet mijn man achter in een gat in North Dakota, en ik kwam naar de Big Apple hier om geconfronteerd te worden met het mislukken van de droom." Ze geeft heel wat van zichzelf bloot aan Sharon. Ze denkt er zelfs over, toe te geven aan de verleiding om alles op te geven, te trouwen en het soort leven te gaan leiden, dat Sharon schijnt te hebben. Het nummer duurt acht en een halve minuut, maar geeft helemaal niet die indruk. Zo gaat het op in haar bezorgdheden en verlangens die eigen schijnen aan haar zwervend bestaan. "Er is zo'n wereld aan goede doelen," zingt ze, "en mooie landschappen te ontdekken... maar wat ik nu zou echt willen is een nieuw lief."  Ze begon het nummer te schrijven na een boottochtje van Staten Island naar New York City. "Ik ging naar Staten Island, Sharon / Om een mandloine te kopen / En ik zag een lange witte liefdesjurk / Op een mannequin in een winkel." Stan Jay, de uitbater van de Mandolin Brothers instrumentenwinkel vertelt dat Joni er een Gibson K-4 mandocello kocht, gebouwd omstreeks 1915. Het is een grote versie van de Gibson F-4 mandoline. Daarnaast kocht ze ook een Martin 000-28 herringbone gitaar uit datzelfde bouwjaar.  De laatste concerten van de Rolling Thunder revue vonden plaats in New York, met op 8 december het slotconcert  tijdens de Night Of The Hurricane in Madison Square Garden.   Nog voor Kerstmis waren er al plannen om opnieuw op tournee te gaan, nu ter promotie van The Hissing Of Summer Lawns, dat goed begon te verkopen. De L.A.Express werd opnieuw opgetrommeld voor een tweede tournee als begeleidingsband van Joni.  De tournee begon in de universiteit van Minnesota op 16 januari. Joni speelde haast alle nummers van Hissing, aangevuld met enkele van haar klassiekers als 'Big Yellow Taxi' en ''Real Good For Free', de twee nummers van de vorige tournee die nog niet op plaat stonden ('Jericho' en ''Love Or Money'), plus vier nieuwe nummers. Dat waren 'Furry Sings The Blues', 'Coyote', 'Don Juan's Reckless Daughter' en 'Talk to Me'. Die laatste twee zullen pas in december '77 worden uitgebracht op Don Juan's Reckless Daughter.   Tijdens het optreden in Boston vertelde ze: "Het eerste van deze nummers kwam tot me toen ik hier in november passeerde. Het heet 'Coyote'. Het tweede is een vervolg en heet 'Don Juan's Reckless Daughter'." Daarna speelde ze beide nummers achter elkaar. De tour liep verder in februari in steden in het noordoosten zoals Boston, Philadelphia en New York. Na zes weken kwam er in Madison, Wisconsin echter een tumultueus einde aan. Mitchell sukkelde al een paar dagen met een zware verkoudheid, die zeker niet werd verbeterd door het zeer slechte weer. En misschien als gevolg van die spanningen besloten Joni en haar vriend, John Guerin (drummer van de L.A. Express), definitief een punt te zetten achter hun stormachtige relatie.  Nadat de "krachten die samenspanden om de tour te verstoren" de strijd hadden gewonnen bleven Joni en de fotograaf Joel Bernstein achter. Die nacht vroor het nabijgelegen meer dicht. Joni leende een paar schaatsen van een zwarte. Gekleed in een lange zwarte rok en een pelsen cape trok ze met Bernstein naar het meer. Ze troseerde de bitter koude wind en maakte wat rondjes terwijl de fotograaf klikte.  Terug in de hacienda in Spaanse stijl die ze een jaar eerder in de Bel Air sectie van L.A.had gekocht, was het leeg zonder haar vriend. Joni zocht een schuilplaats in het huis van Neil Young aan de kust. Ze was er pas een paar dagen toen twee vrienden langskwamen. Een daarvan was een oud-lief uit Australië. Die vertelden dat ze naar Maine, in New England, moesten om de dochter van een vriend gaan oppikken, die daar bij haar grootmoeder verbleef. Joni bood aan hen te brengen, met haar eigen auto. De tocht dwars door de Verenigde Staten trok haar wel aan. 
Mitchell zette hen af in Maine en reed dan verder langs de kust tot Florida, rond de Golf van Mexico en dan door het Zuidwesten, over de Blue Highway US 80 terug naar Californië. "Ik reed zonder rijbewijs," blikt ze terug. "Ik moest voortdurend achter vrachtwagens blijven hangen. Die geven mekaar signalen wanneer er ergens politie staat. Ik kon dan ook alleen overdag rijden, om problemen te vermijden."

In het Zuiden, waar hard de radio haast uitsluitend hard rock en country draait, was Mitchell zo goed als volslagen onbekend. "Dat was een opluchting. Zoals in het sprookje van de Prins en de Bedelaar kon ik er aan mijn bekend zijn ontsnappen door een valse naam te gebruiken. Ik kon er gewoon met iedereen omgaan zonder op te vallen." Bovendien was het, het jaar van de Bi-centennial viering en overal waren er feesten en festivals.  In 'Refuge Of The Road' zingt ze over een bezoek aan Chögyam Trungpa Rinpoche. Deze zenmeester was de elfde reïncarnatie van de Boedistische lama Trungpa Tulku. Maar hij was het zwarte schaap van de zenmeesters: een stevige drinker die achter de vrouwen aanzat. Toch had hij overal in de Verenigde Staten centra gesticht en Mitchell is waarschijnlijk in eentje daarvan, in Vermont of in Boulder, een paar dagen gestopt.  Ze vertelde later dat ze hem misschien maar drie keer heeft bezocht, maar niettemin als een zeer invloedrijk leraar beschouwt. Hij kreeg haar zo ver, vertelt ze, dat ze drie dagen lang zonder zelfbewustzijn leefde. Een mooie ervaring vond ze.  'Amelia' is een verwijzing naar Amelia Earhart, een Amerikaanse vliegtuigpilote. Nadat ze, als passagier weliswaar, in 1928 de eerste vrouw was geweest, die de tocht over de Atlantische Oceaan had meegemaakt, zette haar zin erop om dezelfde tocht zelf ook te doen. Dat lukte in 1932. Daarna maakte ze de nog langere vlucht van Hawaii naar Californië om dan haar zinnen te zetten op een vlucht rond de aarde. Daarbij verdween ze, met haar tweepersoonsvliegtuigje, ergens boven de Stlle Oceaan. 

In Memphis, Tennessee ziet ze de bijna tachtigjarige blueszanger Walter "Furry" Lewis optreden. Ze vindt dat de man beter verdient dat de sjofele club in het aftandse Beale Street. Ze gaat hem achteraf opzoeken en hij vertelt haar dat hij haar niet mag. Wanneer zij dat later verwerkt tot 'Furry Sings The Blues' vindt de oude man dat hij recht heeft op een minstens een deel van de royalties… omdat zijn naam wordt vernoemd.
 "De plaat werd voor het grootste gedeelte geschreven tijdens de reis met de auto. Daarom zijn er geen piano- nummers..." Zes van de negen nummers van Hejira werden tijdens deze trip geschreven. De plaat zou oorspronkelijk dan ook Travelling heten. "Dat zou een geweldig memorabele naam geweest zijn," lacht ze nu.
Op zoek naar een gepaste titel voor één van de nummers, stootte ze in een woordenboek op het woord "hejira". Dat is een Islamitische term voor exodus of breuk met het verleden. Mohammed moest weg uit Mecca - het betekent een droom verlaten, zonder schuld. "Ik had moeite om een titel te vinden voor dat nummer," zegt ze. "Het idee van een eervol vertrek vatte goed het gevoel waarnaar ik op zoek was."
Het werd de titel van het nummer en - zeer tegen de zin van de platenmaatschappij, die iets minder cryptisch wilden -  ook de naam van de plaat.

Op 15 mei is ze er terug bij wanneer het tweede luik van de The Rolling Thunder Revue wordt afgesloten in de State School for Boys in Gatesville, Texas. Tijdens het concert dat wordt gefilmd voor Bob Dylan's Hard Rain special, zingt Joni twee nummers: 'Black Crow' en 'Song For Sharon'.  Joni nam Hejira op in de zomer van 1976, met een aantal van de muzikanten waarop ze al een beroep deed sinds 1973. Maar deze keer wilde ze een ander geluid: broeieriger en minder uitgelaten. Ze wou muziek die een weergave was van de nummers die ze onderweg had geschreven. Vele nummers gaan over berusten in het feit dat je geen familie hebt.  Toen de nummers op band stonden, vertelde iemand haar over een bassist die ze absoluut moets horen: Jaco Pastorious. Het klikte onmiddellijk tussen de twee. Joni was dan ook al jaren op zoek naar een bepaald basgeluid, vooral op de onderste snaren van het instrument. "Jaco deed precies dat waarvan ik alleen kon dromen toen ik hem leerde kennen. Ik vroeg altijd aan bassisten om iets speciaal te doen en zij vertelden mij steeds weer, 'dat kan niet op een bas'” Ze liet hem zijn spel als overdubs toevoegen aan vier nummers.  Voor de hoes werd eerst gedacht aan één van de foto's uit februari, op het meer. Eentje waarbij Joni leek op een kraai, met gespreide vleugels. Toch vond ze dat de foto niet genoeg de sfeer weergaf van de thema's: "melancholie en beweging" en "een romantische winter". Joni had een idee. De kunstschaatser Toller Cranston werd gecontacteerd. De winnaar van een bronzen medaille intrigeerde haar, met zijn dramatische, expressieve stijl. Een hockey arena werd gehuurd en er werd een autostrade op uitgetekend. De randen werden met mist weggemoffeld. Een figurante, in een trouwjurk moest met Toller wat romantische poses aannemen, terwijl Joni, de autoweg afschaatste, naar de horizon. Zij werd achterna gezeten door door haar chauffeur, die haar volgde met haar "overtollige bagage". De foto's leverden in interesante serie op, maar gaven nog geen voldooening.  Fotograaf Norman Seeff (die haar al vaker had geportreteerd) werd erbij gehaald om Joni te trekken, "gejaagd, als een (Ingmar) Bergman figuur."  Uiteindelijk kwamen alle ideeën samen. Met een speciaal instrument, een Camera Lucida (Lucy) werden 14 foto's uit de diverse sessies samengebracht. Sommige vergroot, andere verkleind. Allemaal werden ze terug tot één negatief samengebracht: één grote foto met alles op zijn plaats, in de juiste verhoudingen. Met airbrush werden de randjes verdoezeld en de lichtbronnen uitgevlakt. "Als ik het als een collage had gedaan, zou het er allemaal veel primitiever hebben uitgezien," vertelt ze. "Op deze manier was het veel meer afgewerkt. Het is precies één foto!"  Op 20 november traden Joni en Jaco voor het eerst samen op, in Sacramento, Californië, tijdens het Walvissenbenefiet van gouverneur Jerry Brown. Ze zette er een fantastische set neer met Bobbye Hall op congas en Jaco op bas. Jonis solo akoestische versie van 'Song For Sharon' was een overweldigende triomf en zij keerde later nog eens terug om Fred Neil bij te staan bij diens 'The Dolphins'.  Twee dagen later, op 22 november 1976, werd Hejira uitgebracht.  Drie dagen daarna, op Thanksgiving Day hield The Band zijn afscheidsconcert in de zaal waar ze de eerste keer hadden opgetreden: Winterland in San Francisco. Joni was er slechts een van de vele gasten, waaronder Bob Dylan, Van Morrison, Neil Young, Eric Clapton. Het concert werd gefilmd door Martin Scorsese en anderhalf jaar later uitgebracht als The Last Waltz. Joni zong eerst, vanachter de schermen, mee met Neil Youngs 'Helpless', en bracht daarna drie nummers met The Band: 'Coyote', een gitaarversie van 'Shadows and Light' en 'Furry Sings The Blues', met Neil Young op harmonica.  Hejira werd zowel door de fans als door de critici uitstekend ontvangen. Ze verwoordde opnieuw op zeer persoonlijke wijze over haar eigen ervaringen. De plaat stootte door tot een dertiende plaats in de Billboard hitlijsten en werd goed verkocht tot gedurende die winter en de volgende lente. Al na drie weken was de plaat goud.  'Coyote' werd als single uitgebracht, met op de achterzijde 'Blue Motel Room'. Maar die deed niks in de hitlijsten en kwam zelfs niet in de Top 100. De plaat moest het vooral hebben van de FM rock stations, die meer langspeelplaten draaiden.