11-03-09

France Gall & Serge Gainsbourg

gall_et_gainsbourg

Serge Gainsbourg was een smeerlapke.

Ondanks zijn looks slaagde hij er in de ene na de andere knappe Franse deerne rond zijn vingers te winden: Brigitte Bardot, Sylvie Vartan, Anna Karina, Françoise Hardy, Isabelle Adjani… Hij heeft ze allemaal laten… euh, zingen.

Eentje uit de rij was France Gall. Een onschuldig tienermeisje nog. Ze was pas pas 17 toen ze het Eurovisie Songfestival won met "Poupée de cire, poupée de son". "Ik ben slechts een poppetje in zijn handen" liet hij haar zingen. En miljoenen vonden het geweldig.

Het volgende jaar - het was ondertussen 1966 - deed Robert Gall, haar vader en ook haar manager, opnieuw beroep op de diensten van monsieur Gainsbourg. Dit keer kwam hij met 'Les sucettes', een liedje over een meisje dat houdt van lekstokken met anijssmaak.

 

Het publiek luste er wel pap van: France werd uitgeroepen tot Franse zangeres van het jaar.

De ironische, erotische ondertoon ontging het naieve meisje helemaal. Wist zij veel dat het eigenlijk allemaal draaide om fellatio?

Lorsque le sucre d’orge
Parfumé à l’anis
Coulée ou gorge de l'Annie
Elle est au paradis

Toen Le beau Serge de dubbele bodem verklapte tijdens een interview op TV, reageerde het zangeresje geschokt. Ze voelde zich zwaar bedrogen door de volwassenen rondom zich. Wekenlang sloot ze zich op en weigerde nog met iemand te praten. Haar carrière leed er onder en ze verdween grotendeels van het toneel.

 

Een jaar of vier later wou ze haar carrière hervatten. Daarvoor was ze zelfs bereid terug te gaan samenwerken met Gainsbourg. "ik ben hem gaan opzoeken omdat niets nog lukte," gaf ze achteraf toe. "Hij heeft heel lief toegzegd om twee nummers voor mij te schrijven." Dat werden 'Frankenstein' en 'Les petits ballons', uitgebracht in mei 1972.

"De teksten waren perfect, maar het was niet hetgeen ik verwacht had. Ik was er niet echt gelukkig mee."

De single flopte. Maar misschien had ze de teksten toch even beter moeten lezen, vooral die van het b-kantje:

 

Mais moi rien ne me touche
Je n'éprouve aucune émotion
Je ne frémis que si l'on touche
À mes petits ballons
   

In het boekje bij de verzamelaar Il les faits chanter, staat dat de werktitel van dit nummer was: 'Les petits tettons'.

 

Serge Gainsbourg was een smeerlapke.

 

19-01-09

De vete tussen Sting en Rod Stewart

We schrijven 1991. Sting heeft een Lear Jet gehuurd om op comfortabele manier te kunnen reizen. Groot is zijn verbazing wanneer hij zich aan een tafeltje zet. In het tefalblad heeft iemand een boodschap voor hem gekrast:

"Waar is je verdomde gevoel voor humor, belachelijk ventje?"

 

Woest om de verspilling van het kostbare hout laat de geblondeerde rockster navraag doen wie dit op zijn geweten heeft.

 

De dader blijkt zijn collega Rod Stewart te zijn. Toen die vernam dat Sting de volgende klant zou zijn om van het privé vliegtuig gebruik te maken, had hij de stewardes opgesloten in het toilet, om ongestoord zijn boodschap te kunnen overbrengen.

 

Misschien was het een wat verlaat antwoord op een song van The Police van jaren geleden. Op Outlandos d'Amour, de debuut-LP van die groep, stond immers de song 'Peanuts'. Daarin deden de jonge "punkers" scherpe uitval tegen de riante levensstijl van de Schotse zanger.

 

You sang your song
For much too long
There's something wrong
The brain has gone
Oh no, try to liberate me
I said oh no, stay and irritate me
I said oh no, try to elevate me
I said oh no, just a fallen hero

Don't wanna hear about the drugs you're taking
Don't wanna read about the love you're making
Don't wanna hear about the life you're faking
Don't wanna read about the muck they're raking


Sting bedacht een plannetje om het Rod Stewart kon betaald zetten. Hij wachtte geduldig af tot Rod zijn villa in Beverly Hills verlaten had om de electronische poort met een stevige ketting te gaan afsluiten. Het sleuteltje verdween in een rioleringsputje.

Toen Rod later die namiddag avond kwam, moest hij er de brandweer bij halen om het geval te komen doorslijpen. Drie uur lang kon hij zijn eigen huis niet in.

 

Om het er nog wat in te wrijven zond Sting hem een boeketje bloemen met een kaartje: "Waar is jouw gevoel voor humor?"

 

 

Twee jaar later was alles blijkbaar bijgelegd, want de twee stonden broederlijk naast Brian Adam in het clipje voor de meesterlijke song 'All For Love'. Het ding kwam uit de soundtrack van de Disneyfilm The Three Musketeers en stond zowat overal ter wereld wekenlang op nummer 1.

 

 

 

Gelukkig hernamen de beide heren, na het tellen van de centen, hun ruzie opnieuw. In oktober 2003 gaf Rodney een interview aan het tijdschrift Radio Times om een musical gebaseerd op zijn songs te promoten. Maar toen de vragen over Tonight's The Night op waren waagde de journalist het om bij de zanger  te informeren wat hij er van vond dat hij nog nooit een Grammy had gewonnen.

 

De toen 58-jarige rocker trapte wild om zich heen. "Die geven ze je niet als je een Brit bent, behalve als je er eentje bent zoals Sting. De zon schijnt uit zijn kont - een pure jazz muzikant - meneer serieus die de Indanen helpt!"

 

Sting had toen al van die prestigieuze onderscheidingen gewonnen als soloartiest en nog eens vijf met The Police.

 

De man die eigenlijk Gordon Sumner heet, was op dat moment op een promotietournee voor zijn zoveelste cd. Tijdens een persconferentie in Hong Kong reageerde hij op de uitval van zijn collega: "Hij heeft nog nooit een Grammy gewonnen, en ik vind Rod een fantastische artiest. Echt waar. " Met de tong stevig in de wang ging hij verder: "Ik ben een enorme fan van Rod en ik stuur hem er eentje van mij als ik terug thuis ben." Sting wachtte pauzeerde even en besloot: "Ik vind dat hij dat verdient."

Het volgende jaar was Rod Stewart opnieuw genomineerd voor As Time Goes By ... The Great American Songbook: Volume II, maar de onderscheiding ging naar Tony Bennett.

Sting kreeg zijn 16de Grammy voor een duet met de R&B zangeres Mary J. Blige.

 

08-12-08

Het haaienverhaal van Led Zeppelin

decoration

  

 

Een klassieker onder de straffe rockverhalen is het "haaienverhaal" van Led Zeppelin.

 

Het was 1969. Led Zeppelin had indruk gemaakt met hun debuutplaat en Amerika lustte wel pap van hard bluesrock. Die zomer doorkruisten ze de Verenigde Staten en ze genoten met volle teugen. 

Richard Cole, die mee rond trok als hun tour manager getuigde in de biografie van de band, Hammer of The Gods: "In die tijd kon er van alles gebeuren tijdens het touren. Je kon doen wat je maar wou met de meisjes die in het hotel opdoken. Die tweede tour van Led Zeppelin sloeg alles. Ik amuseerde me te pletter. We waren op weg naar de top, maar niemand hield ons in de gaten. Je kon je naar hartelust je gang gaan."

Op 29 juli stond de band op de affiche van het popfestival in het Gold Creek Park van Seattle, samen met een pak andere grote namen: The Doors, Ike and Tina Turner, Vanilla Fudge….

En waar in Seattle konden de bands beter worden ondergebracht dan in de beroemde Edgewater Inn? Het hotel had naam gemaakt in augustus 1964, toen The Beatles er een nacht hadden gelogeerd tijdens hun Amerikaanse tournee. Het mooie aan het hotel was dat het was gelegen aan de  Stille Oceaan. Of liever, boven de oceaan, want het is op een pier gebouwd, in de baai van Puget Sound. Het management ging er prat op dat de klanten die overnachten op de onderste verdieping  vanuit hun kamer konden vissen. In de lobby kon men zelfs visgerief huren of kopen. 

decoration
The Beatles aan het vissen uit het raam van de Edgewater Inn.

Zoiets moesten de jongens natuurlijk uitproberen.

"Ik kan me vaag herinneren dat John Bonham en Jimmy Page helemaal opgingen in het vissen," vertelt Mark Stein, de zanger van Vanilla Fudge, die getuige was van het gebeuren. "Ze vonden het te gek om vanuit het raam te vissen. Ik heb geen idee wat ze vingen… wat voor vis…

We hadden gewoon plezier. De rest zijn geruchten…

Volgens die geruchten hadden een aantal groupies de suite in weten te geraken. Eén van hen was een knappe jonge meid met rood haar. Het zou allemaal begonnen zijn toen iemand een zak vol vis over het naakte meisje uit kieperde. Dan zouden ze het meisje hebben vastgebonden op het bed. Toen kwam iemand op het idee om te proberen stukken vis in haar lichaamsopeningen te stoppen.

Stein zou alles hebben gefilmd met zijn 8 mm camera.

Enkele weken later moesten de mannen van Vanilla Fudge op de vlieghaven van Chicago wachten op hun vertrek. Toevallig raakten ze er aan de praat met de Don Preston, de pianist van Zappa's band, de Mothers Of Invention. Ze pochten over het filmpje van Led Zeppelin, de groupie en de vissen.…. en een legende was geboren. 

In zijn eigen boek, Stairway to Heaven: Led Zeppelin Uncensored, vertelt Cole: "Het gerucht ging al snel een eigen leven lijden. Er werd verteld dat het meisje verkracht werd… dat ze hysterisch aan het huilen was… dat ze me smeekte er mee op te houden… dat ze had willen weg geraken… dat ze met een vis zou zijn gepenetreerd. Dat is allemaal niet waar."

Volgens een variante zou het meisje zijn afgeranseld met een levende inktvis.

Toen aan de bassist van de band, John Paul Jones, om tekst en uitleg werd gevraagd, probeerde die een en ander recht te zetten: "Volgens mij is dat inktvisverhaal niet helemaal waar. Voor zover ik mij herinner was het een dode haai."

Frank Zappa pikte het haaienverhaal op en schreef er een nummer rond: 'The Mud Shark' - terug te vinden op de liveplaat 'The Mothers Fillmore East, June 1971'.

In Hammer Of The Gods probeerde Cole later het verhaal tot de juiste verhouding terug te brengen: "Bonzo (John Bonham) had er niks mee te maken. Robert (Plant) en Bonzo wisten van niks: dat waren nog kinderen. En trouwens, het waren geen stukken haai: het was alleen de neus van de vis. Die vissen leefden nog. …Het waren geeneens haaien. Het was roodbaars. En die rosse griet had een rosse poes… vandaar.

Dat is de waarheid. Bonzo was er bij maar ik heb het gedaan. Mark Stein heeft alles gefilmd…

En zij genoot er van. 'Eens kijken of die rosse van roodbaars houdt!' Dat was het. Het was alleen de neus van de vis en ze is zeker twintig keer klaar gekomen.

Ik zeg niet dat het grietje niet dronken was - en wij waren zeker zat - maar we wilden niemand kwaad doen of pijnigen. Echt niet. Ze heeft misschien wat klappen gekregen met een haai omdat ze niet deed wat wij zeiden, maar ze heeft er zeker niks aan over gehouden."

 

Wat is er echt gebeurd? Wie zal het zeggen. 

Misschien was het hele verhaal wel een publiciteitsstunt van twee jonge bands, op weg naar de top. Het bewijs, het fameuze filmpje van Mark Stein, is zelfs nu - bijna veertig jaar later - nog steeds niet opgedoken. "Ik heb de filmpjes niet meer," verklaart Stein: "Onze tourmanager van toen heeft die allemaal achter gehouden. Ik zou ze wel graag terug hebben."

In ieder geval mocht Led Zeppelin in 1973 terug overnachten in het hotel.

Alleen maakte ze het deze keer wel heel bont. Ze vingen zo'n dertig haaien en verstopten die overal in het hotel: onder bedden, in toiletten, in de liften, in badkuipen. Bovendien gooiden ze alles wat los en vast zat uit het raam: bedden, Tv's, lampen, gordijnen…

Daarna waren ze niet meer welkom in de Edgewater Inn.

 

decoration

de Edgewater Inn

 

The Mud Shark - Frank Zappa

27-11-08

Brian Wilson signeert

decoration

Brian Wilson

 

Brian Wilson heeft altijd een apart gevoel voor humor gehad.

Aan het einde van de jaren tachtig begon hij, na een lange periode van zware psychische problemen, voorzichtig aan een comeback. Zijn psychiater vond het therapeutisch nodig dat hij ook opnieuw zou gaan optreden.

Na afloop van zo een show, ergens in Californië, kreeg Brian bezoek van Don Henley. De opper Eagle wou graag een handtekening van het legendarische genie achter de Beach Boys. Hij had speciaal daarvoor een exemplaar van diens recente solo LP meegebracht. 

Brian nam een pen en begon te schrijven: "to a great songwriter, from Brian Wilson".

Maar net wanneer hij de hoes terug wou geven, bedacht hij zich. Hij streepte "great' door en schreef in plaats daarvan: "good".

 

 


'Love And Mercy' uit 1988

 

25-11-08

Suicide Is Painless

decoration

Suicide is painless
it brings on many changes
and I can take or leave it if I please.


Het refrein van de 'Suicide Is Painless' - ook wel gekend als het thema van M*A*S*H. Typisch een song om rond het kampvuur boven te halen. Hoewel Marilyn Manson noemde de originele versie ooit "depressiever en meer aanstootgevend dan om het even wat ik ooit heb gedaan."
 

M*A*S*H was een anti-oorlogssatire, uit 1970, van de regisseur Robert Altman. De film speelt zich af in een veldhospitaal (ofte een Mobile Army Surgical Hospital) tijdens de Koreaanse oorlog in de jaren vijftig. Ondanks alle ellende om zich heen houdt de medische staf zich sterk met de nodige zwarte humor.

Een van de rollen is weggelegd voor Walt "Painless Pole" Waldowski (gespeeld door John Schuck), een tandarts die er prat kan op gaan dat hij "de best geëquipeerde tandarts van het leger" is. Toch kan hij op een avond niet presteren. Hij raakt er van in een depressie en besluit er een einde aan te maken. Hij vraagt een van zijn collega's om advies: weet hij misschien een pijnloze manier om zelfmoord te plegen?

Tijdens een hilarische parodie op Da Vinci's "laatste avondmaal" overhandigen zijn collega's hem plechtig een zwarte pil. Het is, zo verzekeren ze hem, "een gemakkelijke, fijne en nog nooit misgelopen manier… om de goede richting uit te gaan," Hij neemt de pil en trekt zich terug in zijn tent. Wanneer een knappe verpleegster hem die nacht gaat afleggen hoeft ze het laken maar op te heffen om te merken dat de pil een voorloper van de viagra moet zijn geweest.

De volgende dag loopt de tandarts terug rond met een brede glimlach op zijn gezicht.

Voor deze scène had Altman een liedje nodig. Iets wat een van de soldaten kon spelen om Dr. Painless in slaap te sussen. De melodie werd gecomponeerd door Johnny Mandel. "Robert Altman wou er iets grappig en een beetje onnozel bij schrijven. Dat zou het beste bij de scène passen, vond hij. Maar na een dag of drie zei hij me: 'Ik vind niks belachelijks." Daarom vroeg hij het aan zijn zoon. En die kwam met die tekst."

Mike Altman was pas veertien. Tegen de producer van de film, Ingo Preminger, zei hij dat hij een gitaar wou als beloning. Maar die wou daar niet van horen. Hij stond er op dat de jongen een contract zou tekenen en een percentage zou krijgen, zoals een echte componist dat ook zou doen.

De film werd een succes en het liedje een klassieker.

Robert Altman verklapte jaren later dat zijn zoon veel meer aan de film had verdiend, dan de 75 000 dollar die hij had gekregen voor zijn regie.

de originele filmversie

The Manic Street Preachers met hun versie uit 1992.

24-11-08

I'm Your Fan

In de jaren tachtig en negentig was Don Was een veel gevraagd producer. Hij werkte met zowat alle grote namen: van The Rolling Stones, via Brian Wilson en Bob Dylan  tot Elton John. In 1988 was hij in Hollywood aan het werk met Iggy Pop. Als Stooges fan zag hij het als zijn plicht om Iggy terug de stevige rock ‘n’ roll toer te laten opgaan. En dat lukte hem aardig met Brick to Brick.

Tijdens de sessies kwam Leonard Cohen even op bezoek om Don even goedendag te zeggen en eens kennis te maken met de heer Pop  - James Osterberg voor zijn moeder en zijn rijbewijs. De twee leken het goed met mekaar te kunnen vinden. Vooral omdat ze allebei zeer geïnteresseerd waren in aangenaam vrouwelijk gezelschap. Avond na avond wisselden ze hun ervaringen uit, onder het genot van een lekker wijntje of een glas whiskey.

Op een avond kwam de Canadese bard aanzetten met een iets dat hij had opgemerkt in een gratis weekblad, de LA Reader. Daarin stond een contactadvertentie: “Mooi meisje, 23 en waterman, zoekt man met brein van Leonard Cohen en lijf van Iggy Pop, voor mentale èn fysische stimulans. Leeftijd geen probleem.”

Leonard stelde voor om het meisje helemaal uit de bol te laten gaan door samen op de advertentie in te gaan. Al haar verlangens zouden op slag vervuld zijn, zo wist hij.
Pop trok zijn wenkbrauwen even op, maar Leonard legde een beetje bedeesd uit, dat hij de laatste weken geen succes had gehad bij de vrouwtjes. “Laat nooit een kans voorbij gaan, Jim,” zei hij, “zeker niet wanneer iemand verklaart dat je precies bent waarnaar ze op zoek is.”
Jim was graag bereid om zijn nieuwe vriend uit de nood te helpen en hij zette dan ook mee zijn handtekening onder de brief die Leonard had geschreven. 

Een week later waren Iggy en Don de plaat aan het afmixen toen Leonard kwam binnenvallen in de controleruimte. Natuurlijk werd er snel geïnformeerd hoe het was afgelopen met dat grietje van die contactadvertentie. Cohen kreunde eens. “Toen ze begrepen had dat ik echt Leonard Cohen was wou ze alleen maar praten, praten, praten. En ik moest naar die verdomde liedjes van haar luisteren. Ik haat singer-songwriters… en zeker die van het Californische slag.”

 

Iggy Pop met 'Candy' uit Brick By Brick

 

Leonard Cohen met 'I’m Your Man'

20-11-08

De piano van Jerry Lee Lewis

decoration

Jerry Lee Lewis

In het boek Hellfire, vertelt Nick Tosches het fantastische verhaal van één van de wildste rockers ooit: Jerry Lee Lewis. De oerrocker die met zijn nichtje van dertien trouwde en daarmee zijn carrière om zeep hielp. Maar evengoed als bijna tachtigjarige een journalist van Rolling Stone thuis te woord staat… in zijn blootje. 

In de jaren vijftig en begin jaren zestig bestond een concert steeds uit een aantal artiesten die hun recentste hits kwamen brengen: de zogenaamde package tours. Er werd daarbij een strikte rangorde gevolgd. Eerst kwamen de beginnende artiesten aan bod en naarmate de avond vorderde kwamen de grotere namen. Het was dan ook steeds een strijd om bovenaan de affiche te belanden.

Die avond had Chuck Berry het gehaald van onze held. En dat zinde hem niet. Toen hij aan de beurt kwam gaf hij het beste van zichzelf. Hij zweepte het publiek op tot ze aan zijn lippen hingen. Op het moment dat het gekrijs en gegil een hoogtepunt bereikte schopte hij zijn pianokruk opzij en zette 'Great Balls Of Fire' in.

Uitzinnig reageerde het publiek op de intro van zijn grootste hit. Zonder uit de maat te raken, haalde hij zijn binnenzak een colaflesje te voorschijn. Terwijl hij met zijn rechterhand de toetsen bleef aanslaan, overgoot hij met de andere de piano met de benzine uit het flesje. Hij stak een lucifer aan en stak het instrument in brand. Toch bleef hij, als bezeten de toetsen bespelen, terwijl de vlammen er uit sloegen.

Het publiek ging helemaal uit de bol: stampend en krijsend dat de muren er van daverden.

Kalm wandelde Jerry Lee van het podium. Terwijl hij de wachtende Chuck Berry passeerde, beet hij hem toe: "En nu is het uw beurt, neger!"

* * *

De biografie verscheen in 1982. De anekdote is tientallen keren herhaald en mocht natuurlijk ook niet ontbreken in de verfilming Great Balls Of Fire, uit 1989.

Maar in 2006 ontkende de man zelf het hele verhaal. "Ik heb nooit een piano in brand gestoken. Dat is pure onzin. Ik heb er ooit eentje vernield, ja. Maar dat was met mijn handen. Dat was lang, lang geleden…

Het was in Florida. Ik heb de piano van het podium geduwd, de zaal uit, de straat af, tot aan de oceaan. Het was gewoon een slechte piano. En daar heb ik komaf mee gemaakt. Ik heb hem de oceaan in geduwd… Dat gaf een ferme plons."