08-12-08

Het haaienverhaal van Led Zeppelin

decoration

  

 

Een klassieker onder de straffe rockverhalen is het "haaienverhaal" van Led Zeppelin.

 

Het was 1969. Led Zeppelin had indruk gemaakt met hun debuutplaat en Amerika lustte wel pap van hard bluesrock. Die zomer doorkruisten ze de Verenigde Staten en ze genoten met volle teugen. 

Richard Cole, die mee rond trok als hun tour manager getuigde in de biografie van de band, Hammer of The Gods: "In die tijd kon er van alles gebeuren tijdens het touren. Je kon doen wat je maar wou met de meisjes die in het hotel opdoken. Die tweede tour van Led Zeppelin sloeg alles. Ik amuseerde me te pletter. We waren op weg naar de top, maar niemand hield ons in de gaten. Je kon je naar hartelust je gang gaan."

Op 29 juli stond de band op de affiche van het popfestival in het Gold Creek Park van Seattle, samen met een pak andere grote namen: The Doors, Ike and Tina Turner, Vanilla Fudge….

En waar in Seattle konden de bands beter worden ondergebracht dan in de beroemde Edgewater Inn? Het hotel had naam gemaakt in augustus 1964, toen The Beatles er een nacht hadden gelogeerd tijdens hun Amerikaanse tournee. Het mooie aan het hotel was dat het was gelegen aan de  Stille Oceaan. Of liever, boven de oceaan, want het is op een pier gebouwd, in de baai van Puget Sound. Het management ging er prat op dat de klanten die overnachten op de onderste verdieping  vanuit hun kamer konden vissen. In de lobby kon men zelfs visgerief huren of kopen. 

decoration
The Beatles aan het vissen uit het raam van de Edgewater Inn.

Zoiets moesten de jongens natuurlijk uitproberen.

"Ik kan me vaag herinneren dat John Bonham en Jimmy Page helemaal opgingen in het vissen," vertelt Mark Stein, de zanger van Vanilla Fudge, die getuige was van het gebeuren. "Ze vonden het te gek om vanuit het raam te vissen. Ik heb geen idee wat ze vingen… wat voor vis…

We hadden gewoon plezier. De rest zijn geruchten…

Volgens die geruchten hadden een aantal groupies de suite in weten te geraken. Eén van hen was een knappe jonge meid met rood haar. Het zou allemaal begonnen zijn toen iemand een zak vol vis over het naakte meisje uit kieperde. Dan zouden ze het meisje hebben vastgebonden op het bed. Toen kwam iemand op het idee om te proberen stukken vis in haar lichaamsopeningen te stoppen.

Stein zou alles hebben gefilmd met zijn 8 mm camera.

Enkele weken later moesten de mannen van Vanilla Fudge op de vlieghaven van Chicago wachten op hun vertrek. Toevallig raakten ze er aan de praat met de Don Preston, de pianist van Zappa's band, de Mothers Of Invention. Ze pochten over het filmpje van Led Zeppelin, de groupie en de vissen.…. en een legende was geboren. 

In zijn eigen boek, Stairway to Heaven: Led Zeppelin Uncensored, vertelt Cole: "Het gerucht ging al snel een eigen leven lijden. Er werd verteld dat het meisje verkracht werd… dat ze hysterisch aan het huilen was… dat ze me smeekte er mee op te houden… dat ze had willen weg geraken… dat ze met een vis zou zijn gepenetreerd. Dat is allemaal niet waar."

Volgens een variante zou het meisje zijn afgeranseld met een levende inktvis.

Toen aan de bassist van de band, John Paul Jones, om tekst en uitleg werd gevraagd, probeerde die een en ander recht te zetten: "Volgens mij is dat inktvisverhaal niet helemaal waar. Voor zover ik mij herinner was het een dode haai."

Frank Zappa pikte het haaienverhaal op en schreef er een nummer rond: 'The Mud Shark' - terug te vinden op de liveplaat 'The Mothers Fillmore East, June 1971'.

In Hammer Of The Gods probeerde Cole later het verhaal tot de juiste verhouding terug te brengen: "Bonzo (John Bonham) had er niks mee te maken. Robert (Plant) en Bonzo wisten van niks: dat waren nog kinderen. En trouwens, het waren geen stukken haai: het was alleen de neus van de vis. Die vissen leefden nog. …Het waren geeneens haaien. Het was roodbaars. En die rosse griet had een rosse poes… vandaar.

Dat is de waarheid. Bonzo was er bij maar ik heb het gedaan. Mark Stein heeft alles gefilmd…

En zij genoot er van. 'Eens kijken of die rosse van roodbaars houdt!' Dat was het. Het was alleen de neus van de vis en ze is zeker twintig keer klaar gekomen.

Ik zeg niet dat het grietje niet dronken was - en wij waren zeker zat - maar we wilden niemand kwaad doen of pijnigen. Echt niet. Ze heeft misschien wat klappen gekregen met een haai omdat ze niet deed wat wij zeiden, maar ze heeft er zeker niks aan over gehouden."

 

Wat is er echt gebeurd? Wie zal het zeggen. 

Misschien was het hele verhaal wel een publiciteitsstunt van twee jonge bands, op weg naar de top. Het bewijs, het fameuze filmpje van Mark Stein, is zelfs nu - bijna veertig jaar later - nog steeds niet opgedoken. "Ik heb de filmpjes niet meer," verklaart Stein: "Onze tourmanager van toen heeft die allemaal achter gehouden. Ik zou ze wel graag terug hebben."

In ieder geval mocht Led Zeppelin in 1973 terug overnachten in het hotel.

Alleen maakte ze het deze keer wel heel bont. Ze vingen zo'n dertig haaien en verstopten die overal in het hotel: onder bedden, in toiletten, in de liften, in badkuipen. Bovendien gooiden ze alles wat los en vast zat uit het raam: bedden, Tv's, lampen, gordijnen…

Daarna waren ze niet meer welkom in de Edgewater Inn.

 

decoration

de Edgewater Inn

 

The Mud Shark - Frank Zappa

10-06-07

Beatles hoezen 9 - Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band

SGT. PEPPERS LONELY HEARTS CLUB BAND


Sgt. Pepper - Peter Blake/Michael Cooper

 

 

 

 

"We begonnen het moe te worden om altijd The Beatles te zijn… Het werd allemaal wat voorspelbaar. Ik stelde daarom voor: 'Waarom doen we niet alsof we aan andere band zijn? Met een andere naam en een andere identiteit, andere persoonlijkheden...Denk u eens in, dan kunnen we een plaat maken alsof we die andere band zijn."

Paul McCartney, 1989.

 

John Dunbar, een vriend van de vier (en de man van Marianne Faithfull), stelde voor om voor de hoes van hun volgende plaat gewoon iets abstracts te kiezen, zonder enige uitleg. Paul vond dat wel erg radicaal.
Hij maakte dan zelf wat schetsen. Het uitgangspunt was een oude foto van de jazz band van zijn vader, Jim McCartney. Op die eerste schetsen stonden de Beatles voor een muur vol portetten van hun helden. Zelf dragen ze lange militaire jassen en hebben allemaal een snor. In hun handen hebben ze koperen blaasinstrumenten.
"Ik stelde me voor dat we waren uitgenodigd bij de burgemeester of zo," legde Paul uit, "met een aantal prominenten en vrienden van ons er om heen. En we stonden allemaal voor zo een bloemenuurwerk en we waren gekleed zoals de leden van een fanfare."
Paul toonde de tekeningen aan een vriend, de gallerijhouder, Robert Fraser. Hij stelde voor om een echte kunstenaar te vragen. Peter Blake bijvoorbeeld. Die had in 1963 de groep al eens uitgebeeld en begon naam te maken binnen de Pop Art beweging.
Fraser en McCartney gingen Blake opzoeken in zijnhuis in West Londen om te zien of hij interesse had. Paul toonde hem zijn schetsen. "Ik kwam met het voorstel om er een levensgrote collage van te maken," herinnert Blake zich. "We bedachten dat we hiermee om het even wie in het publiek konden plaatsen. Dat gaf ons hele nieuwe mogelijkheden."
Het idee om hun eigen publiek samen te stellen werd enthousiast ontvangen en elke Beatle stlde een lijst op met hun "favoriete personen".
Peter Blake legt uit: "Ik vroeg hen een lijst te maken met mensen die ze het liefst in het publiek zouden zien bij dit ingebeelde concert. Johns lijst was het interessants. Hij had Jesus an Ghandi er bij en cynisch genoeg, ook Hitler. Maar dit was pas een paar maanden na de ophef die ze hadden meegemaakt tijdens de Amerikaanse tournee over zijn uitspraak dat "The Beatles groter waren dan Jesus". Dus die vielen er allemaal af.
De lijst van George waren allemaal gurus.
Ringo zei,'Wat de anderen willen is goed voor mij'. Het kon hem niet schelen. Robert Fraser en ikzelf schreven ook wat namen op."

"Ik heb geen idee waar sommige van die namen vandaan komen," beweerde  George Harrison, "Ik geloof dat Peter Blake een paar van die rare kwasten er bij heeft gezet … Ik wou enkel mensen die ik bewonderde. Ik heb er niemand op gezet die ik niet kon uitstaan. In tegenstelling tot wat anderen hebben gedaan."

Michael Cooper was een uitstekende fotograaf en bovendien een zakenpartner van Robert Fraser. Dus kreeg hij de opdracht voor de sessie. Peter Blake en diens vrouw Jann Haworth werkten twee weken aan de collage, in zijn studio. Een ontwerper, Gene Mahon, die was ingehuurd als coördinator van het project, selecteerde de meer dan zestig foto's, die hij bij elkaar zocht in  bibliotheken en tijdschriften. Hij onverzag ook het vergroten en uitknippen. Vervolgens werden de zwart-wit foto's manueel ingekleurden op kartonnen platen gekleefd.

Peter en Jann bevestigden de bovenste rij tegen de muur. De volgende rij kwam daar 15 cm voor en zo verder om diepte in het geheel te krijgen. 

 

Er werden wat wassen beelden gehuurd bij Madame Tussaud en het standbeeld van de bokser Sonny Liston is een kunstwerk van Jann Haworth. Een palmboom en wat favoriete spulletjes dienden als invulling van het decor. John sleepte zijn draagbare TV-set aan, terwijl de biograaf Hunter Davis een beeldje meebracht dat bij Paul thuis op de schoorsteenmantel stond.

Peter Blake vertelt: "De jongen die het bloemstuk op de voorgrond maakte, vroeg of hij een gitaar mocht maken met de hyacinten en het meisje met op haar trui 'Welcome the Rolling Stones, Good Guys' was een pop van Shirley Temple. De trui kwam van Michael Coopers jonge zoon, Adam."

Het vel in de grote trom werd geschilderd door een echte kermisschilder, Joe Ephgrave. Hij maakte eigenlijk twee versies. Het vel dat werd gekozen maakt nu deel uit van de beeldentaal van The Beatles en is waarschijnlijk (op dat van The Beatles, met de lange T na) het gekendste drumvel te wereld.

 

De militair aandoende uniformen die de Beatles dragen werden speciaal voor hen gemaakt door Burman’s Theatrical Agency. "Ze lieten ons foto's zien van de mogelijkheden," herinnert Paul zich, "Wilden we Edwardiaanse kostumes of  kostumes uit de Krimoorlog? We kozen de meest eccentrieke dingen van de verschillende types en combineerden die. … We kozen psychedelische kleuren, in de aard van de fluoriscerende sokken uit de jaren vijftig."

 

De directeur van de platenmaatschappij EMI, Sir Joseph Lockwood had schrik dat de beeltenis van Mahatma Gandhi niet goed zou vallen bij de Indische regering. Die werd daarom op het laatste moment verwijderd. Hetzelfde gold voor Hitler.

Sir Joe realizeerde zich ook dat, omdat vele van de afgebeelden nog in leven waren, ze rechtszaken konden risceren omdat ze geen toestemming hadden verleend om te worden afgebeeld. Dus moest er van iedereen een geschreven toestemming worden gevraagd. Brian Epstein, die zo al vreesde voor complicaties, gaf zijn vroegere assistente Wendy Hanson, de opdracht iedereen aan te schrijven. "Uren heb ik aan de telefoon gehange, met Amerika," vertelde Wendy, "Fred Astaire was alleraardigst; Shirley Temple wou de plaat eerst horen; met Marlon Brando kwam ik goed overeen, maar Mae West vroeg zich af hoe ze in godsnaam terecht kwam in een "eenzame hartenclub"."

Leo Gorcy van de Bowery Boys was de enige die om een vergoeding vroeg. zijn gezicht werd daarom weggewerkt met wat extra blauwe lucht.

The Beatles arriveerden in de studio in de vroege avond van 30 maart 1967. "We dronken eerst wat," vertelt Blake, "Zij gingen zich omkleden en dan deden we de sessie. Alles bij elkaar duurde het drie uur, inclusief de foto's voor de achter- en de binnenhoes."

 

Eigenlijk had een Nederlandse groep, The Fool, een tekening gemaakt voor de binnenhoes.

Miles: "Simon an Marijke schilderden een droomlandschap met gestileerde bergtoppen en wonderlijke vogels. Iets in de aard van een Chineese prent, maar dan eentje gemaakt onder invloed van LSD. In de lucht waren twee, met regenbogen omgeven, ovale panelen uitgespaard voor teksten. Eentje daarvan was gevuld met sterren en kometen. Dan was er ook nog een leeg paneel met een pauw. Kleine figuurtjes van de Beatles piepten van tussen de bloemen en planten. De stijl was Euro-psychedelisch, schatplichtig aan Mucha, Beardsley, art nouveau en 19de eeuwse kinderboek illustraties.

Jammer genoeg klopten de verhoudingen niet, zodat, zelfs met een toegevoegde boord, het geheel amateuristisch overkwam. The Beatles vonden het echter prachtig."

 

pepper -fool

De oorspronkelijke binnenhoes van The Fool

 

 

Maar Fraser had een andere opinie. Hij vond dat het in de toekomst zou worden bekeken als een typisch jaren zestigwerkje, beïnvloed door drugs. Robert stelde een serie portretten voor. Voor de gebruikte foto keken de Beatles allemaal in de camera en trachtten een gevoel van liefde voor hun fans uit te stralen. "Daarom kijken we zo" verklaart Paul "Als je naar onze ogen kijkt, zie je de moeite die we deden om het met onze ogen uit te drukken."

 

 


De binnenhoes van Sgt Pepper fold - Michael Cooper

 

 

John zag het anders: "Wanneer je naar die foto kijkt, zie je twee mensen die zweven en twee die niet zweven."

 

Gene Mahon stelde voor om de teksten af te drukken op de hoes. Dat was nooit eerder gedaan. De muziekuitgeverij van de Beatles, Northern Songs, maakte onmiddellijk bezwaar, omdat dat natuurlijk heel slecht zou zijn voor de verkoop van de bladmuziek.

 


De achterhoes van Sgt Pepper - Michael Cooper

 

The Beatles wilden dat de plaat zou worden geperst op gekleurd vinyl, maar EMI vertelde hen dat dat niet mogelijk was. In plaats daarvan werd, zij het enkel bij de eerste Britse persing, de omslag van de LP versiert met een abstracte tekening in rood, roze en wit. Om die manier droegen Simon en Marijke toch nog iets bij aan het hoesontwerp. 

 


Sgt Pepper inner sleeve - The Fool

 

The Beatles wilden ook nog een zakje bij iedere plaat, met daarin een aantal spulletjes: snoepjes, badges, kleurpotloden en zo. Maar EMI voorzag enorme  problemen en kosten. Dus maakte Blake een kartonnen blad met tekeningen om uit te knippen: een snor, een prentkaart, strepen van een sergant, twee badges en een prentje op voet.

 


Het binnenvel met de spulletjes om uit te knippen - Peter Blake

 

Bij E.M.I. werd geschokt gerageerd op de kostprijs voor deze hoes. Het normale budget voor een hoes in de jaren zestig was £25. Voor belangrijke groepen, zoals The Beatles mocht dat al eens oplopen tot £75. Maar dit... de kosten voor copyright en retouches liepen op tot £1,367.13s.3d. terwijl Robert Fraser aankwam met een kostennota van £1,500.12s.

Peter Blake: "Ik weet niet zeker wat het allemaal samen heeft gekost. Je leest ge gekste cijfers… Ikzelf kreeg zo'n £200. Mensen zeggen me weleens, "Je moet er wel een pak mee hebben verdiend!" Dat is niet zo, doordat Robert het copyright had afgestaan. Maar dat maakt allemaal niet zoveel uit, omdat ik fier ben aan zoiets moois te hebben meegewerkt."

 

Iedereen vond de hoes schitterend. Toch had Brian Epstein zo zijn twijfels. Hij had het zo al moeilijk omdat de Beatles, nu ze niet meer op tournee gingen, steeds minder beroep op hem deden. Daarenboven zag hij de vele verwijzingen naar drugs in Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band. Hij had schrik dat de foto's op de hoes het image van nette jongens, dat hij zo zorgvuldig had opgebouw, nog meer schade zou gaan toebrengen. Hij had daarom graag gehad dat de hele plaat zou worden verkocht in een bruine papieren zak.

 

Zijn angst bleek onterecht, want op 8 maart 1968, tijdens de tiende uitrijking van de Grammy onderscheidingen, werd Sgt. Pepper’s uitgeroepen tot "beste  hoesontwerp van 1967". En ook nog als "Plaat van het jaar", "Beste hedendaagse plaat" en "best opgenomen plaat", maar dat is een ander verhaal.

03-06-07

Beatles hoezen - A Collection of Oldies

A COLLECTION OF BEATLES OLDIES... BUT GOLDIES


A Collection of Beatles Oldies - David Christian

Tegen het najaar van 1966 liet George Martin aan de platenmaatschappij E.M.I. weten dat de Beatles geen plaat zouden klaar hebben tegen Kertsmis. Dat liet hen de mogelijkheid om voor het eerst een  "Greatest Hits" comilatie van de groep uit te brengen. Doordat in die tijd in Engeland singles zelden op een langspeelplaat werden gezet, stonden er acht nummers op de verzamelaar die nog niet eerder op LP waren verschenen. Bovendien was één nummer, 'Bad Boy' nog niet eerder uitgebracht in het Verenigd Koninkrijk, wat de plaat nog aantrekkelijker maakte voor de verzamelaars.

De tekening op de voorzijde van de hoes was van David Christian, in een typische jaren zestig stijl.

 

Voor de achterzijde werd gekozen voor een kleurenfoto van Robert Whittaker (sic). Die werd getrokken op 30 juni 1966, terwijl de groep op tournee was in  Japan. Voor hun eerste optreden in de Nippon Budokan Hall begonnen ze aan een schilderij met olie en waterverf op een groot vel papier.


De foto op de achterzijde van de hoes - Robert Whitaker

De fotograaf Bob Whitaker, die was meegereisd, was er getuige van hoe, na het concert, de vier verder werkten aan hun kunstwerkje, terwijl ze naar de lakplaten van Revolver luisterden en wat sterks rookten. In het midden van de tafel stond een lamp, waarrond gewerkt werd.

Toen alles klaar was werd de lamp weggenomen en signeerden de vier de tekening, zodat die kon worden verkocht voor een goed doel.

Een andere foto van de schilderende Beatles is te zien in het boek The Beatles Anthology.


The Beatles aan het schilderen in Japan - Robert Whitaker


Het complete en gesigneerde schilderwerk