24-11-08

I'm Your Fan

In de jaren tachtig en negentig was Don Was een veel gevraagd producer. Hij werkte met zowat alle grote namen: van The Rolling Stones, via Brian Wilson en Bob Dylan  tot Elton John. In 1988 was hij in Hollywood aan het werk met Iggy Pop. Als Stooges fan zag hij het als zijn plicht om Iggy terug de stevige rock ‘n’ roll toer te laten opgaan. En dat lukte hem aardig met Brick to Brick.

Tijdens de sessies kwam Leonard Cohen even op bezoek om Don even goedendag te zeggen en eens kennis te maken met de heer Pop  - James Osterberg voor zijn moeder en zijn rijbewijs. De twee leken het goed met mekaar te kunnen vinden. Vooral omdat ze allebei zeer geïnteresseerd waren in aangenaam vrouwelijk gezelschap. Avond na avond wisselden ze hun ervaringen uit, onder het genot van een lekker wijntje of een glas whiskey.

Op een avond kwam de Canadese bard aanzetten met een iets dat hij had opgemerkt in een gratis weekblad, de LA Reader. Daarin stond een contactadvertentie: “Mooi meisje, 23 en waterman, zoekt man met brein van Leonard Cohen en lijf van Iggy Pop, voor mentale èn fysische stimulans. Leeftijd geen probleem.”

Leonard stelde voor om het meisje helemaal uit de bol te laten gaan door samen op de advertentie in te gaan. Al haar verlangens zouden op slag vervuld zijn, zo wist hij.
Pop trok zijn wenkbrauwen even op, maar Leonard legde een beetje bedeesd uit, dat hij de laatste weken geen succes had gehad bij de vrouwtjes. “Laat nooit een kans voorbij gaan, Jim,” zei hij, “zeker niet wanneer iemand verklaart dat je precies bent waarnaar ze op zoek is.”
Jim was graag bereid om zijn nieuwe vriend uit de nood te helpen en hij zette dan ook mee zijn handtekening onder de brief die Leonard had geschreven. 

Een week later waren Iggy en Don de plaat aan het afmixen toen Leonard kwam binnenvallen in de controleruimte. Natuurlijk werd er snel geïnformeerd hoe het was afgelopen met dat grietje van die contactadvertentie. Cohen kreunde eens. “Toen ze begrepen had dat ik echt Leonard Cohen was wou ze alleen maar praten, praten, praten. En ik moest naar die verdomde liedjes van haar luisteren. Ik haat singer-songwriters… en zeker die van het Californische slag.”

 

Iggy Pop met 'Candy' uit Brick By Brick

 

Leonard Cohen met 'I’m Your Man'

16-06-08

Bob Dylan - MTV Unplugged

decoration


Scheiden kost geld

Ergens in de herfst van 1993 bedacht Bob Dylan dat hij de zaken beter kon aanpakken. Hij speelde al langer met het idee om in eigen beheer platen uit te gaan geven: zonder tussenkomst van een platenmaatschappij. 
Daarom organiseerde hij zelf een aantal concerten in de New Yorkse Super Club. Hij huurde een cameraploeg in en professionele geluidsapparatuur. Het was de bedoeling om van de de akoestische optredens een documentaire  te maken die dan zou kunnen worden verkocht aan de diverse TV-stations. Die documentaire zou dan mooi als promotie dienen voor de bijbehorende live-cd. De combinatie zou een mooi bedrag kunnen opbrengen, zeker wanneer alle rechten in eigen handen bleven.

Het is dan ook geen toeval dat de vier concerten van 16 en 17 november 1993 tot de allerbeste uit zijn carrière mogen worden gerekend.
Maar, afgeschrikt door de administratieve rompslomp die de hele onderneming met zich meebrengt tekent hij, nog diezelfde maand, een contract met Columbia voor nog eens tien albums.
De banden verdwijnen voorgoed de kast in.

Een andere manier om het nodige geld binnen te brengen om de echtscheiding te compenseren is een intensiever beheer van zijn enorme songcatalogus.
Vele fans reageren geschokt wanneer de vroegere protestzanger in januari 1994 een contract afsluit met de boekhoudfirma Cooper & Lybrand. Hij geeft hen de toestemming om ‘The Times They Are A-Changin' te gebruiken in hun reclamespotje. Om de pil wat de verzachten is het niet de oorspronkelijke opname, maar een cover door Ritchie Havens.

Minder schokkend, maar even lucratief, is het gebruik van twee oude nummers op de soundtrack van de succesfilm Forest Gump. En als het moet wil hij zelfs een kleine inspanning doen: bij de opname van een cover van ‘Just Like A Woman’ door Stevie Nicks speelt hij gitaar en harmonica.


Far East Tour

Het zevende jaar van de Never Ending Tour brengt Bob Dylan eindelijk nog eens naar Japan. Het kortere formaat van de Santana tournee van 1993 wordt aangehouden: 14 à 15 songs, maar samen toch nog goed voor zo’n 110 minuten. Gelukkig word ook dezelfde hoge kwaliteit aangehouden, of zelfs nog verbeterd. Wat Dylans eigen live prestaties betreft word 1994, het beste jaar sinds ‘88.
Voor de gelegenheid opent hij met een verassende keuze: ‘Jokerman’ (al 10 jaar niet meer gespeeld), gevolgd door ‘If You See Her, Say Hello’ (16 jaar niet meer gespeeld). ‘Jokerman’ blijkt de standaard opener voor het hele jaar.
Er zijn echter nog steeds geen nieuwe eigen composities en zelfs niets van zijn recentste studio-cd World Gone Wrong.
Wel debuteert hij in Hiroshima, op 16 februari, een totaal herwerkte versie van ‘Masters Of War’. De adembenemende akoestische versie blijft regelmatig opduiken tijdens de rest van het jaar.
De Far East Tour eindigt met optredens in Kuala Lumpur, Maleisië, Singapore en Hong Kong.

Een maand later volgt de traditionele US Spring Tour. Daarbij brengt hij het enige nieuwe nummer van het hele jaar: een vertolking van ‘Lady Came From Baltimore’ van Tim Hardin. Dylan zingt het twee keer.


Een bezoekje aan de studio

Tussen 9 en 11 mei neemt Dylan een handvol nummers op met zijn tourband. De opnamen vinden plaats in de Ardent Studios, in Memphis, Tennessee. Hoewel het oorspronkelijk de bedoeling was dat Don Was de sessie zou leiden, besluit Dylan zelf als producer op te treden, met de hulp van geluidstechnicus Jeff Powell.
Er zijn geen eigen composities bij. Het zijn allemaal covers voor tribute cd's. Hoewel er sprake is van minstens vijf verschillende songs, verschijnen er uiteindelijk slechts twee.
‘Boogie Woogie County Girl’, een hit van Big Joe Turner uit 1956, maar geschreven door Doc Pomus, verschijnt in maart ’95 op Till The Night Is Gone: A Tribute To Doc Pomus.


Het tweede is ‘My Blue Eyed Jane’ van Jimmie Rodgers. Dat wordt opgenomen als een duet met Emmylou Harris. Maar wanneer de cd The Songs of Jimmie Rodgers: A Tribute in augustus 1997op de markt komt, is van de zangeres geen spoor meer te bekennen. Om onduidelijke redenen blijkt Dylan de song opnieuw te hebben ingezongen. Een gedeelte van de oorspronkelijk duet-versie is wel te horen op de cd-rom Highway 61 Interactive. De zoveelste merkwaardige beslissing van de man uit Minnesota.
De rest van de opnamen verdwijnt in de archieven. Dat zijn: 'I'm Not Supposed To Care' van Gordon Lightfoot, 'One Night Of Sin' van Dave Bartholomew (oorspronkelijk van Smiley Lewis, maar veel bekender in de versie van Elvis Presley) en Southern bluesklassieker 'Easy Rider (Don't Deny My Name)', bekend van onder andere Janis Joplin.
 

In die archieven belanden later nog meer covers. Op 30 september neemt Bob Dylan versies op drie songs die Elvis Presley in 1956 opnam. De nummers zijn bedoeld voor een tribute cd aan de man uit Tupelo.
De opnamen vinden plaats in de Sony Studios, in New York. Het is voor het eerst in negentien jaar dat Dylan nog eens terug werkt in de voormalige Columbia Studios waar hij zijn eerste platen op band zette.
Deze keer is Don Was wel aanwezig. Wie de muzikanten zijn is echter niet bekend.

Dylan spendeert die dag veel tijd in een vergeefse poging om 'Money Honey' of 'Lawdy Miss Clawdy' op band te krijgen. Hij raakt zo gefrustreerd dat hij uitroept: "Ik haat opnemen, man. Dat is zo onwerkelijk."
Tenslotte beslist hij de ballad 'Anyway You Want Me' aan te pakken. Hoewel het resultaat erg goed is,belandt ook dit in het archief, want het project komt nooit van de grond.


Great Music Experience

In de tweede helft van de maand is Dylan alweer terug in Japan. Op 20 en 22 mei neemt hij er deel aan The Great Music Experience, een drie daags concert in samenwerking met het  World Decade For Cultural Development Project van de UNESCO. Het was de bedoeling dat dit het eerste in een reeks zou worden in belangrijke en mooie culturele sites. Er kwam helaas geen gevolg.
Voor het prachtige decor van de Todaiji tempel in Nara, treden naast een aantal Japanse artiesten ook enkele westerse gasten op: Joni Mitchell, INXS, Ry Cooder, Jon Bon Jovi en Richie Sambora.
Dylan speelt elke avond dezelfde drie nummers: ‘A Hard Rain's A-Gonna Fall’, ‘I Shall Be Released’ en ‘Ring Them Bells’. Hij wordt daarbij begeleid door het New Tokyo Philharmonic Orchestra, plus een speciaal samengestelde band, bestaande uit gitarist Phil Palmer, bassist Pino Palladino, drummer Jim Keltner, ”Wix” Wickens op toetsen en Ry Cooper op percussie.
Het orkest staat onder leiding van Michael Kamen, die ook de arrangement schreef.
Elk concert eindigde met een herneming van ‘I Shall Be Released’ met alle deelnemende artiesten samen. De slotdag werd uitgezonden op radio en TV in meer dan 50 landen over de gehele wereld.

Dylans optredens zijn niets minder dan verbluffend, zoals kan worden beluisterd op de live versie van 'A Hard Rain's A-Gonna Fall’, die in december 1994 verschijnt als bonustrack van de cd single van 'Dignity'.


Woodstock II

De zomer brengt weinig nieuws: in juli speelt hij zeventien shows in Europa. De set bestaat uit dertien nummers waarvan acht die al meer dan 250 keer zijn gespeeld tijdens de Never Ending Tour. Na amper twee weken trekt de tour verder door Noord Amerika.

Het enige opmerkelijke optreden vindt plaats op 14 augustus: die dag speelt Dylan tijdens Woodstock '94. Heel merkwaardig, want het opzet van het oorspronkelijke festival was precies Dylan terug te doen optreden. Om het hem gemakkelijk te maken hadden ze het festival zelfs in zijn achtertuin willen houden (niet letterlijk natuurlijk). Daar wou hij toen absoluut niet van weten. Voor het hele verhaal: http://peerkesplaatjes.skynetblogs.be/post/5103582/bob-dy...

Maar de tijden zijn inderdaad veranderd. Wanneer Neil Young te elfder ure laat weten niet te kunnen of willen komen, is Dylan bereid om vijfentwintig jaar na de feiten toch op het podium van Woodstock zijn ding te gaan doen. Een gage van zeshonderdduizend dollar zal wel geholpen hebben om zijn afkeer te verminderen.
Wel was hij erg onzeker over de ontvangst die hem daar te wachten zou staan.
De show wordt stevig ingekort hetgeen aan drummer Winston Watson de opmerking ontlokt: "We deden er langer over om er te geraken dan dat we er speelden. Hij stapt uit de bus. We praten even over de setlist. We gaan spelen en 't is voorbij… Maar hij kwam er om er te rocken."
En dat deed hij ook. Wanneer hij enthousiast wordt verwelkomt door het jeugdige publiek, geeft hij een krachtig optreden. 
Achteraf wordt dit optreden door verschillende critici aangeduid als een keerpunt in zijn carrière. Het begin van de weg terug naar een groter publiek dan alleen de trouwste fans.
Het geheel wordt uitgezonden op radio en betaal-TV. ‘Highway 61 Revisited’ wordt uitgebracht op de officiële cd (8 november ’94).

decoration

Dignity

Samenvallend met de Amerikaanse herfsttournee verschijnt de eerste cd van het nieuwe contract met Columbia: Greatest Hits, Vol. 3. Waar Greatest Hits, Vol. 2 begin jaren zeventig een vijftal uitstekende nieuwe nummers bevatten is de oogst voor de trouwe fans dit keer maar mager: één nieuw nummer slechts. Dat is ‘Dignity’, een outtake van de Oh Mercy sessies. Maar van de originele versie is niet veel overgebleven: Brendan O'Brien (de producer van Pearl Jams tweede plaat) heeft het nummer onder handen genomen. Hij veegde alles af, behalve Dylans zang en piano. Aan die tracks worden bas en drums toegevoegd, door Steve Gorman en Brendan O'Brien zelf. Die vult het geheel dan verder aan met elektrische gitaar en toetsen, plus Rick Taylor op banjo.
In december verschijnt 'Dignity' ook op cd-single. Daarop staan  twee versies: de versie van Greatest Hits en een "radio edit" waarbij vier regels zijn geknipt. De derde track is ‘A Hard Rain's A-Gonna Fall’ van 22 mei in Nara, Japan.

Merkwaardig genoeg geeft Dylan een vier jaar later toestemming om de originele mix van Daniel Lanois alsnog uit te brengen. Dat gebeurd in november 1998 op de soundtrack van de populaire TV-reeks Touched By An Angel.


MTV Unplugged

Op 17 en 18 november 1994 - precies een jaar na de Super Club shows - wordt het idee van een puur akoestisch optreden nog eens overgedaan. Maar deze keer voor de camera’s van MTV. 

De band is voor de gelegenheid versterkt met een extra toetsenspeler: Brendan O'Brien. Diens elektrische orgel is wel degelijk ingeplugd. Verder zijn er dus Bucky Baxter (op pedal steel gitaar & slide gitaar), John Jackson (akoestische gitaar), Brendan O’Brien (toetsen), Tony Garnier (bas), Winston Watson (drums & percussie).

 “We hebben een paar dagen lang in de studio’s van Sony gerepeteerd,” vertelt Winston Watson. “Ik zweer je dat we niet één van die nummers gespeeld hebben. We speelden veel countryblues nummers die ik nog nooit had gehoord. Heel rustig, zachtjes, niet bepaald rock ‘n’ roll.”
“Ik had graag oude folk songs gespeeld met akoestische  instrumenten,” bevestigd Bob Dylan. “Maar er werd van overal gesuggereerd wat het beste zou zijn voor dit publiek.… Vroeger zou ik daar tegen in gegaan zijn, maar het heeft geen zin … Ik voelde me verplicht en ik deed wat ze vonden dat ik moest doen…. Dat was niet noodzakelijk wat ik had willen doen.”
De heren van Sony drongen aan op een greatest hits voorstelling. En dat kregen ze ook. Het resultaat is een weinig vernieuwende setlist: 'Like A Roling Stone', 'All Along The Watchtower' én 'Knockin' on Heaven's Door'.
Slechts drie nummers dateren niet uit de jaren zestig: het al genoemde 'Knockin' on Heaven's Door' uit 1973, 'Shooting Star' uit 1989 en de nieuwe versie van 'Dignity', uit de recente verzamel-cd.
De enige verassing was een uitvoering van 'John Brown' een nooit uitgebracht anti-oorlogsnummer uit… 1962. Misschien is het wel veelzeggend dat Dylan de hele set lang zijn zonnebril ophoudt.

Bob Dylan Unplugged wordt voor het eerst uitgezonden door MTV in Amerika op 14 december 1994. De acht nummers komen bijna allemaal uit de tweede show. Bij ‘With God On Our Side’ (van de eerste show) zijn twee strofen geknipt: die over WO II en "The Russians".
In Europa verschijnt de show tien dagen later.

De gelijknamige cd ligt pas in mei van het volgende jaar in de winkel. Merkwaardig daarbij is dat Europa een andere versie krijgt dan Amerika. De Europese versie heeft één extra nummer: 'Love Minus Zero/No Limit', maar daar staat tegenover dat er geknoeid is met de mix van 'Knockin' On Heaven's Door'. Darbij wordt een stukje applaus als loop steeds opnieuw herhaald. Erg enerverend.

De critici reageerden heftig, maar zeer verdeeld, op de release. Voor de enen was het schitterend. Patrick Humphries noemde het lovend: "Zijn beste live album ooit." Terwijl Andy Gill het heeft over "schaamteloos saai en geeuwverwekkend voorspelbaar."

Tegelijk met de cd-release van MTV Unplugged, verschijnen ook de koopvideo en de publicatie van een interview van Edna Gundersen: ”Dylan on Dylan, Unplugged and the birth of a song” in USA Today.
De verkoop resulteert in een 23ste plaats in de Amerikaanse hitlijsten. Dylans best verkopende cd sinds jaren. Het is onduidelijk of het succes te danken is aan Dylan of aan de Unplugged formule.

Ter promotie worden twee singles op het publiek losgelaten: in juni 1995 is dat de live versie van 'Dignity' met opnieuw de schitterende Great Music Experience 'A Hard Rain's A-Gonna Fall'. In september volgen dan nog de Unplugged versies van 'Knockin' On Heaven's Door' en 'The Times They Are A-Changin''.

 

 

 'Dignity' van MTV Unplugged

 

'A Hard Rain's Gonna Fall' van The Great Music Experience

06-06-08

Blind Willie McTell


Een onuitgebracht meesterwerk
"Ik breek geen regels," vertelde Bob Dylan in 1966 tegen de journalist Robert
Shelton, "want ik zie geen regels die gebroken moeten worden. Wat mij betreft zijn er geen regels."
Misschien dat hij daarom zo groot geworden is, door louter af te gaan op zijn eigen instincten. Mensen die met hem samengewerkt hebben kunnen er over meepraten. "Zeg nooit tegen Dylan dat je iets prachtig vindt," zuchtte Daniel Lanois ooit, "want dan brengt hij het zeker niet uit."
 
Dat moest ook Mark Knopfler ervaren. Als producer van Dylan's LP Infidels had hij een geheel andere plaat in gedachten. Maar de zanger vond het nodig om enkele van de beste nummers die hij in de lente van 1983 had opgenomen op te bergen in de archieven. Eentje daarvan is het prachtige 'Blind Willie McTell'. Misschien wel het mooiste nummer dat de man uit Minnesota ooit heeft geschreven.
Tijdens de sessies voor Infidels nam Bob Dylan twee versies van de song op.
De eerste, een elektrische versie tijdens de eerste sessie, op 11 april 1983 en op 5 mei, tijdens een extra, allerlaatste sessie een sobere akoestische versie. Enkel Dylan op piano en Knopfler op 12 snarige gitaar. Prachtig.
Maar Dylan besloot dat het nummer de kluis in moest.
"Het was nooit helemaal klaar. Ik heb het nooit afgewerkt. Anders was het niet van de plaat af gelaten. Je kunt het vergelijken met een schilderij pikken van Monet of Picasso - zijn huis binnengaan, daar een halfafgewerkt schilderij zien staan en dat dan verkopen aan mensen die 'Picasso fans' zijn."
Pas acht jaar na de opnamen gaf hij toestemming om het nummer uit te brengen. Dat gebeurde op The Bootleg Series 1961 -1991. Het sloeg onmiddellijk zo aan dat het sindsdien op elke compilatie prijkt.

 
Blind Willie McTell
Seen the arrow on the doorpost
Saying, "This land is condemned
All the way from New Orleans
To Jerusalem."
I traveled through East Texas
Where many martyrs fell
And I know no one can sing the blues
Like Blind Willie McTell
Well, I heard the hoot owl singing
As they were taking down the tents
The stars above the barren trees
Were his only audience
Them charcoal gypsy maidens
Can strut their feathers well
But nobody can sing the blues
Like Blind Willie McTell
See them big plantations burning
Hear the cracking of the whips
Smell that sweet magnolia blooming
(And) see the ghosts of slavery ships
I can hear them tribes a-moaning
(I can) hear the undertaker's bell
(Yeah), nobody can sing the blues
Like Blind Willie McTell
There's a woman by the river
With some fine young handsome man
He's dressed up like a squire
Bootlegged whiskey in his hand
There's a chain gang on the highway
I can hear them rebels yell
And I know no one can sing the blues
Like Blind Willie McTell
Well, God is in heaven
And we all want what's his
But power and greed and corruptible seed
Seem to be all that there is
I'm gazing out the window
Of the St. James Hotel
And I know no one can sing the blues
Like Blind Willie McTell

In het kort
De verteller staat voor een raam van het St. James Hotel in New Orleans. Zijn zintuigen worden geprikkeld door de  omgeving: geurende magnoliabloesems, een uil in een boom, klokkengelui. De sfeer van de mythische South. Zijn gedachten dwalen af naar het bloedige verleden: de schepen die slaven aanvoeren, de gevangen die dwangarbeid verrichten, de landeigenaar... en boven al: de vergeten blueszanger, die we zo zeer missen.
Want de wereld gaat naar de knoppen aan macht, hebzucht en corruptie. En niemand kan ons nog troost bieden.

Kenners aan het woord
De Engelse folkzanger Martin Carthy is zeer onder de indruk: "[Blind Willie McTell ] gaat lijnrecht in tegen het romantisch beeld van het Zuiden. Het gaat over potentiële corruptie.
Maar bovenal heeft het een ongelofelijke emotionele impact...
Het heeft alles wat een song zou moeten hebben. Het is beknopt, mooi verwoord en heeft ook nog eens een prachtige melodie.
Ik hou vooral van de positie van de verteller in het nummer - zittend in een hotelkamer in New Orleans, laat hij zijn gedachten dwalen over de geschiedenis van het zuiden. Moord tussen de magnolia's...
Het is een... overpeinzing. Een prachtig woord voor een prachtig nummer"
Dylanoloog Tim Riley ziet het anders. "Op het eerste gezicht gaat 'Blind Willie McTell' over het landschap van de blues. En over de figuren die Dylan al op zijn debuut in 1962 eer bewees.
Maar het gaat ook over het landschap van de popmuziek en hoe een ouder wordende figuur als  Dylan zich voelt wanneer hij terugblikt over de weg die hij heeft afgelegd.
Zoals steeds sceptisch over de kwaliteit van zijn eigen stem, wou hij 'Blind Willie McTell' eerst niet uitbrengen omdat hij vond dat hij zijn voorgangers niet genoeg recht deed. De ironie is dat zijn eigen onzekerheid over optornen tegen zijn ingebeelde blues ideaal hier het onderwerp op zich werd. 'Nobody sings the blues like Blind Willie McTell' wordt een verwoording van zijn gevoel niet meer te passen binnen de hedendaagse muziekindustrie..."
Clinton Heylin ziet het nog grootser. Hij omschrijft het nummer als "een treurlied voor de wereld, gezongen door een oude bluesman in de gedaante van de evangelist Johannes."
En Paul Williams schrijft in Bob Dylan - Performing Artist 1974 - 1984:  'Blind Willie McTell' is een song over zien. Dylan ziet iets - een visioen, als je wil, over Amerika. Over de geschiedenis van de zwarte Amerikanen en het Amerikaanse Zuiden. De zanger communiceert wat hij ziet door zijn stem.
'Blind Willie McTell' gebeurt niet met de ogen maar met het hart. Het is een vorm van perceptie die horen omvat (de kreet van een uil, het gekreun van stammen, een begrafenisklok - merk hoe visueel die geluiden zijn) en zien en rieken en nog een andere bron van informatie die niet met de zintuigen wordt waargenomen maar aangevoeld wordt...
Is het niet ironisch om een lied te schrijven over "zien" en dat dan op te dragen aan een... blinde blueszanger? 
Willie McTell
Van bij zijn geboorte op 5 mei 1898 was William Samuel McTier blind in één oog. Door diabetes verloor hij  het zicht helemaal, nog tijdens zijn kindertijd. Zijn aan alcohol verslaafde vader verdween al snel uit zijn leven. Samen met zijn moeder verhuisde hij van Thompson naar Staesboro in Georgia. Hij ging er naar een school voor blinden waar hij braille leerde en muziekles kreeg. Al als tiener begon hij rond te trekken, om als straatmuzikant aan de kost te komen.
Met zijn opvallende stem en uitstekende techniek op de 12-snarige gitaar duurde het niet lang eer hij werd opgemerkt. In oktober 1927 maakte hij zijn eerste opnamen voor RCA Victor in Atlanta. Onder verschillende pseudoniemen maakte hij daarnaast ook opnamen voor andere labels. Zijn grootste successen zijn 'Broke Down Engine Blues', 'Statesboro Blues' en 'Southern Can Is Mine'. Het bekendste werd hij als Blind Willie McTell.
Vanaf 1934 trok zijn vrouw Ruth Kate Williams (beter gekend als Kate McTell) met hem rond. Ze traden samen op tot zij een vaste baan vond als verpleegster. Omwille van de recessie werd Willie gedwongen alleen te blijven rondtrekken, op zoek naar een plaats om te spelen.
Zijn stijl markeert de overgang tussen de rauwe blues van de Mississippi Delta en het meer gesofistikeerde geluid van de Oostkust. Dat viel ook John Lomax op, die hem in 1940 vastlegde voor de Congresbibliotheek.
Na de oorlog werd hij terug opgepikt door het splinternieuwe Atlantic Records. Maar de platen, uitgebracht onder het pseudoniem Barrelhouse Sammy sloegen niet aan. Bovendien werd hij geplaagd door een slechte gezondheid, zodat hij het rondtrekken moest beperken tot de streek in- en rond Atlanta.
In 1956 raakte een student op doorreis aan de praat met de eigenaar van een platenzaak in Atlanta, Ed Rhodes. Die had een plaat van Lead Belly opgelegd. De student merkte op dat als hij hield van dat soort oude negermuziek, hij eens moest gaan kijk naar een straatmuzikant die daar een beetje verder stond. Het bleek Blind Willie McTell te zijn.
Rhodes, die opname apparatuur had staan, vraagt hem of hij wat opnamen mocht maken. Met enige tegenzin gaf McTell toe. 
Niet veel later gaf hij het zingen op straat op, om predikant te worden. Hij voelde zijn einde naderen en wou God eren. Van dan af zong hij enkel nog religieuze liederen.
Op 19 augustus 1959 overleed William McTier aan een hersenbloeding. Net te vroeg om te worden herontdekt voor de folkboom van de jaren zestig.
Enkele jaren later vond Rhodes, bij het opruimen van zijn zolder een doos met oude opnamen terug. De enige band die nog in goede staat bleek die te zijn met  de sessie van McTell. Prestige/Bluesville Records bracht de opname uit onder de toepasselijke titel: Blind Willie McTell's Last Session.
'Dyin' Crapshooter's Blues'
Een van de nummers uit die laatste sessie van McTell is 'Dyin' Crapshooter's Blues'. En de melodie van dat nummer stond model voor Dylan's song over de zanger.
In het nummer zingt McTell over een stervende vriend. Die geeft hem hele waslijst aan wensen voor zijn begrafenis. Zo wil hij 16 gokkers om de lijkkist te dragen, 16 illegale whiskystokers om een lied te zingen, 22 hoertjes van hier en 29 van daar ... een paar dobbelstenen in zijn schoenen, een spel kaarten op zijn graf en dat iedereen de Charleston danst terwijl hij sterft.
De begrafenis is precies gegaan gelijk hij wou," legt McTell uit tijdens een inleiding in '56, "alleen de hoertjes uit Atlanta waren er niet. Dat was te ver."
Hij geeft ook wat uitleg over de oorsprong van de song: "Ik begon dit nummer te schrijven in '29, maar ik werkte het pas af in '32. Mister Williams heette hij - Jesse Williams. Zie je, hij werd hier neergeschoten in de Corner Street. Ik nam hem mee naar huis. Hij was drie weken ziek... en hij gaf mij zijn verzoeken. Hij zei dat hij wou dat ik dit boven zijn graf zou spelen. Dat heb ik gedaan. Zie je, ik moest van overal muziek pikken om het te doen passen. Maar, op de een of andere manier, husselde ik het door elkaar om het goed te krijgen...."
Nochtans meent John H. Cowley dat 'The Dyin' Crapshooter's Blues' in 1927 werd "geformaliseerd" door pianist-componist Porter Grainger. Er zijn trouwens verschillende opname bekend door vaudeville blues zangeressen uit deze periode.
Van 'St. James Infirmary'...
In Song & Dance Man III wijdt Michael Gray een heel hoofdstuk aan Blind Willie McTell. Zowel aan de zanger als aan de song van Bob Dylan. Daarin zet hij uiteen dat de melodie van 'Blind Willie McTell' beïnvloedt is of zelfs afgeleid is van 'St. James Infirmary'.
Want zoals McTell zelf al aangaf is 'The Dyin' Crapshooter's Blues' niet helemaal origineel. Het is een variant op een nummer dat aan het einde van de jaren twintig erg populair was: 'St. James Infirmary'. Vooral de versie van Louis Armstrong uit New Orleans betekende de grote doorbraak voor deze song. De jazz trompettist zette zijn versie in 1928 op plaat.
En in 1933 bracht Cab Calloway het nummer in een tekenfilmpje uit de Betty Boop reeks: Snow White.
 
Net als bij 'The Dyin' Crapshooter's Blues' is de kern van 'St. James Infirmary' dat iemand de begrafenis van een vriend of vriendin bezingt. En ook hier is er weer een hele waslijst aan wensen.
De populariteit van de song blijkt uit de vele varianten die er van in omloop zijn:  van de cowboysong 'Streets of Laredo' over de folkversie 'Bad Girl's Lament' tot de bluesvariant 'Those Gambler's Blues'.
Vanaf de jaren vijftig werd 'Streets of Laredo' daarvan zeker de bekendste, dankzij versies van Johnny Cash, Marty Robbins, Willie Nelson, Buck Owens, Arlo Guthrie en vele anderen. Hoewel de melodie hiervan helemaal anders blijkt de herkomst toch duidelijk uit regels als: "Get sixteen cowboys to carry my coffin, Get sixteen pretty ladies to bear up my pall..."
Betty Boop - Snow White
...via St. James Hospital...
'St. James Infirmary' zelf is dan weer terug te voeren op een oude Engelse ballad 'The Unfortunate Rake' (ook gekend als  'Unfortunate Lad' of 'The Young Man Cut Down in His Prime').
Het nummer werd voor het eerst opgetekend in 1848 in het Ierse Cork. In die ballad komt de verteller een vriend tegen op de trappen van het St. James Hospital. De soldaat heeft een geslachtsziekte opgelopen en vraagt aan de zanger om zijn begrafenis te regelen. Hij wil onder andere: "Six pretty maidens with a bunch of red roses, six pretty maidens to sing me a song ..."
Het St. James Hospital was overigens een bestaand ziekenhuis in Londen, waar Leprapatienten werden opgevangen.
Het St. James Park verwijst nog naar de plek waar het gebouw stond.

...naar St. James Hotel.
Waar McTell ronduit toegaf dat hij de song niet helemaal zelf had bedacht, geeft Dylan de goede verstaander een hint waarmee hij aangeeft, waar te gaan zoeken. "I am gazing out the window of the St. James Hotel..."
Vooral als blijkt dat er helemaal geen hotel is in New Orleans met die naam. Er staat er overigens wel een in... Minnesota, aan de Highway 61 dan nog.
Misschien is dan ook Willie McTell niet meer dan een groet aan diegene die hem de inspiratie leverde? De man is immers tegenwoordig meer gekend omwille van Dylan's song dan voor zijn eigen repertoire. Alan Lomax kloeg zelfs dat McTell geen authentieke blueszanger was, omdat hij weigerde te zingen over onderdukking. Hij zong blues songs niet omdat het de blues was, maar gewoon omdat het populaire nummers waren. Net als de rest van zijn repertoire.
Dylan had ook kunnen kiezen voor een andere blueszanger: Robert Johnson, John Lee Hooker, Muddy Waters....Maar misschien is zijn keuze  gewoon gevallen op McTell omdat diens naam zich beter leent tot rijmen: bell, well, yell, hotel...?
Time out of mind
In de tekst van 'Blind Willie McTell' tracht Dylan  de "tijd buiten de tijd" te stellen. Scènes zweven door de eeuwen heen, maar tegelijkertijd zorgt hij ervoor dat hij de luisteraar toch in het heden houdt. 
Het is een techniek die hij al enkele jaren geleden had ontdekt.
In de jaren zeventig had Dylan serieus last van schrijfangst. Tot hij in de leer ging bij een schilder (zie Blood On The Tracks). Hij paste  die technieken toe op songschrijven. Een bepaalde techniek was er op gericht om te zorgen dat er geen bepaald tijdsbesef op de song kon worden geplakt. Zodat het als het ware tijdloos werd. Maar tegelijkertijd moest hij bij het onderwerp blijven.
Zoiets wou hij ook verkrijgen bij 'Blind Willie McTell'.
Hij streeft naar een bepaalde sfeer die de "deep south" weergeeft. Het gebruik van een melodie, die vaag bekend aandoet brengt de luisteraar meteen in de juiste sfeer. Met de muziek  en woorden creëert hij daar door heen een gevoel van het andere tijden, door alledaagse beelden: de kreet van een uil, bomen zonder bladeren, zigeunermeisjes...
Zo wordt in de derde strofe de gehele geschiedenis van de Amerikaanse slavernij geschetst, door slechts enkele  beelden.

De brandende plantages zijn het apocalyptische einde van de slavernij door de Burgeroorlog. Het klappen van de zwepen, in contrast met de zoet geurende magnoliabloesems, geeft de lange periode van de slavernij zelf weer. De slavenschepen spreken voor zich. Maar de vermelding dat het slechts de spoken er van zijn, brengt de luisteraar terug naar het heden. De schepen zijn al lang verdwenen, maar de gevolgen wegen nog steeds op de Amerikaanse samenleving.
De kreunende stammen voeren ons terug het begin van de slavernij, toen gezinnen uit elkaar werden gerukt, stammen tegen elkaar werden opgezet uit winstbejag. De doodsklokken beklemtonen nog de naargeestige sfeer die over de gehele strofe hangt.
En dat alles wordt besloten met de vaststelling dat de enige die de last van het verleden kon verlichten er niet meer is: Blind Willie McTell.
De kern zit aan de buitenkant
Die centrale strofes over het mythische, maar woelige  South, worden vooraf gegaan en afgesloten met twee strofes die erg sombere mijmeringen weergeven.
"This land is condemned
All the way from New Orleans
To Jerusalem."
En de synopsis van alles wat vooraf ging in de laatste strofe:
"Well, God is in heaven
And we all want what's his
But power and greed and corruptible seed
Seem to be all that there is.
Het land is verdoemd.
De mens wil zelf God spelen.
Macht, hebzucht en corruptie regeren de wereld.
Wie dacht dat Bob Dylan na drie platen het preken had afgeleerd was duidelijk mis. Hij zit nog steeds te wachten op het einde der tijden.

Een kleine aanpassing
The Band brachten een cover van 'Blind Willie McTell' op hun comeback cd Jericho uit 1993.
Nog eens vier jaar later - veertien jaar na de oorspronkelijke opname - bracht Dylan het nummer voor het eerst live. In een arrangement dat erg leek op dat van The Band. 
"Ik begon het live te spelen omdat ik The Band dat hoorde doen," legde hij later uit.
Een live versie van Dylan, opgenomen op 17 augustus 1997 in Jones Beach, New York verscheen in juni 1998 op cd. Het is een van de bonustracks op een van de twee cd-singles voor 'Love Sick'. Eerder was deze live versie ook al verkrijgbaar als download via Dylan's website. Daarbij werd verkeerdelijk aangegeven dat het zou gaan om een opname uit "Feb 1998".
Opmerkelijk bij deze live versie is de enige tekstverandering. Eén woordje slechts. Iets van niets: in de eerste strofe heeft hij het woordje "New" toegevoegd aan Jerusalem.
Maar wat een verschil!

Waar Jerusalem een bestaande stad in het Midden Oosten is, de bakermat van de Joodse en Christelijke godsdiensten, is New Jerusalem iets heel anders. 
Slaan we er even de Bijbel op na. Uit Openbaringen 21:1-6:
"Ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. De tegenwoordige hemel en de tegenwoordige aarde waren er niet meer; en ook de zee was verdwenen. Ik zag de heilige stad, een nieuw Jeruzalem, van God uit de hemel naar beneden komen. Zij zag er feestelijk uit, als een bruid die op haar bruidegom wacht. Ik hoorde een luide stem uit de troon zeggen: "Gods huis staat nu bij de mensen. Hij zal bij hen wonen. Zij zullen Zijn volk zijn en Hij zal Zelf bij hen zijn. Hij zal alle tranen van hun ogen afwissen en er zal geen dood meer zijn.Van verdriet, rouw en pijn zal geen sprake meer zijn. Dat hoorde allemaal bij de oude wereld en die is voorgoed voorbij".
Nieuw  Jeruzalem is dus de nieuwe stad waar God zal komen wonen na het einde der tijden. En over die stad vertelt hij ons: "This land is condemned / All the way from New Orleans / To New Jerusalem."
Met een klap laat hij ons dus weten: zelfs na het einde der tijden blijft de mensheid verdoemd. Zelfs wanneer alles is vergeven, zal de herinnering blijven.
Door te verwijzen naar een nummer dat past in een cyclus van begrafenisrituelen suggereert Dylan dat het einde van de wereld niet ver meer is.
Geen troost
En niemand kan ons daarbij troost brengen. Want in 'Blind Willie McTell' betreurt Bob Dylan tegelijk het gemis van de blueszanger met die naam, als de wetenschap dat er niemand is die zijn rol kan verder zetten.
Sommigen zien nochtans Dylan zelf in die rol.
Het is dan ook ironisch dat hij vindt dat hij net dat nummer geen recht kan doen.
In het boekje bij The Bootleg Series licht John Bauldie toe dat Dylan tot twee keer toe uitlegde waarom hij het nummer niet wou uitbrengen.
"Ik vond dat ik het niet juist had opgenomen," vertelde hij aan Kurt Lodger van Rolling Stone. En later tegen Adrian Deevoy van Q: " Het kwam gewoon nooit goed. Het ontwikkelde zich nooit zoals het zich had moeten ontwikkelen."
Of zegt hij eigenlijk dat hij niet de rol van de troostbrengende blueszanger op zich wil nemen? 
Dat hij niet wil dat die rol hem wordt opgedrongen?
"Wat mij betreft zijn er geen regels."

 
Bob Dylan - live in 2003
Tenzij hij met Jerusalem dat dorje in de buurt van New York, met zijn met 4500 inwoners, bedoelt natuurlijk. En dan is New Jerusalem een staje in Californië.

19-05-08

House Of The Rising Sun

Voor Mie : een verzoeknummertje.

decoration

Kentucky - 15 september 1937

In de late zomer van 1937 stopte een oude auto op het pleintje van Noetown, een straatarm mijnwerkersdorpje in het oosten van Kentucky. De wagen zag er versleten uit - geen wonder na een rit op onberijdbare wegen door het gebergte van Kentucky.
Het gebeurde niet vaak dat hier vreemdelingen op bezoek kwamen. De meest nabije verharde weg ligt bijna 50 mijl verder. De nieuwsgierigheid haalde het van de achterdocht van de dorpelingen.
Een jong koppel stapte uit. De man legde uit dat hij Alan Lomax heette. Dat hij uit New York kwam en mensen zocht die oude liedjes zongen. Dat hij en zijn vader, John, authentieke opnamen verzamelen in voor het Archief van de Amerikaanse Folksong voor congresbibliotheek.

Alan had zich vooraf goed geïnformeerd en wist dat er in het huis van Tillman Cadle plaats was om zijn logge apparatuur op te stellen. Zijn Presto "reproducer" liep op een grote, zware batterij. Wanneer alles in gereedheid was gebracht kwamen enkele inwoners één na één zingen voor de machine. Een van hen was Mary Mast Turner, de vrouw van een mijnwerker. Ze had haar dochter meegebracht. Georgie was 16 en zong de hele dag, terwijl ze aan het werken was.
In het nasale accent van de streek zong ze haar favoriete liedje voor de Presto. Edward Turner, het neefje van Cadle, begeleide haar daarbij op zijn mondharmonica. Ze zong het trieste verhaal van een meisje dat verliefd was geworden op een foute jongen. Daardoor was ze terecht gekomen in een huis in New Orleans. En al wie daar belande was voor altijd verloren. Ze waarschuwde haar jonge zus ervoor daar nooit te gaan, naar dat huis met de opgaande zon.
Alan Lomax noteerde de song als 'Rising Sun Blues'.

Tijdens het vervolg van zijn tocht door de heuvels kwam Lomax nog twee muzikanten uit de streek tegen die ongeveer hetzelfde liedje zongen in zijn Presto. Bert Martin in Horse Creek begeleidde zichzelf daarbij op gitaar; Daw Henson in Billys Branch zong het a capella.


Enkele speculaties over de herkomst

In de jaren zestig lichtte Alan Lomax in The Penguin Book of American Folksongs toe "deze blues song over een mislopen meisje stamt waarschijnlijk af van een ouder Brits nummer. In ieder geval duikt een huis van de opgaande zon op in diverse aangebrande Engelse songs en de melodie is ere en van de vele van de oude, pikante ballad Little Musgrave."

'Little Musgrave And Lady Barnard' is de naam van Child Ballad #81, beter bekend bij rockfans als 'Matty Groves', zoals het heette bij Fairport Convention. Deze ultieme folk ballad over overspel en moord werd voor het eerst opgetekend in 1611.

De song heeft dus altijd in de erotische sfeer gezeten en het is dan ook niet te verwonderen dat men er van uitging dat het huis waarvan sprake een bordeel was. De plaats waar een jong meisje zich in het ongeluk kon storten.

Er is druk gezocht naar het huis in New Orleans. Er is sprake van een Rising Sun Hotel, maar dat brandde al af in 1822 - een eeuw voor het nummer voor het eerst opduikt.

Dan is er nog een huis in St Louis Street in het Franse buurt van New Orleans, waarvan de huidge eigenaars beweren dat dit het beruchte House of the Rising Sun was. Ene Marianne LeSoliel Levant zou er tussen 1862 en 1874 een bordeel hebben uitgebaat.

Anderen menen dan weer dat het geen bordeel was, maar een hal voor gokkers. Of een vrouwengevangenis: er zijn bouwplannen terug gevonden waarop een cirkelvormig raam te zien is boven de inkompoort. Dat zou dan de opkomende zon zijn.

Pamela D. Arceneaux van het Williams Research Center & Historic New Orleans Collection schreef in 2003 dat er geen enkel bewijs hard bewijs is om welk gebouw dan ook aan te duiden als "het" huis. Haar besluit is dat misschien "sometimes lyrics are just lyrics".

decoration


New York - 7 juli 1941

Alan Lomax publiceerde de tekst van 'Rising Sun Blues' voor het eerst in 1941, in zijn baanbrekende liedboek Our Singing Country. Hij nam de tekst van Georgie Turner als basis, maar noteerde daarbij dat "enkele regels" kwamen uit de versie van Bert Martin.

Datzelfde jaar trad hij ook op als producer van de opname van de song door The Almanac Singers. Dat was een los-vast collectief van linkse folkzangers: Woody Guthrie, Lee Hays, Millard Lampell, Pete Seeger. Ze waren begin 1941 gaan samenwerken om op te roepen dat de Verenigde Staten zich niet zou gaan mengen in de Tweede Wereldoorlog. Later voegden ook Agnes 'Sis' Cunningham, Peter Hawes, Lead Belly en Josh White zich bij de groep. Zowat iedereen die iets betekende in folkkringen van de jaren veertig dus. De groep was zo invloedrijk dat ze letterlijk hebben bepaald hoe American folk en protestsongs moesten worden gezongen.

De opnamen vonden plaats in de Reeves Sound Studios, in New York op 7 juli en warden later dat jaar uitgebracht op de derde 78 toeren plaat van de groep: Sod-Buster Ballads. Het was Woody Guthrie die daarbij 'Rising Sun Blues' zong.


decoration

New York - februari 1942

Het volgende jaar nam de charismatische zwarte folkzanger Josh White een eigen versie op van 'House Of the Rising Sun'. Zijn tekst was anders dan die uit het songbook van Lomax. Hij zong het nummer vanuit een mannelijk standpunt, over een gokker. Hij was ook de eerste om de akkoorden in mineur te spelen in plaats van in majeur zoals tot dan gebruikelijk was. Kortom zijn versie was het prototype van de song zoals we die tegenwoordig kennen.

Het label Keynote bracht de versie van White in 1944 op de markt in een "binder-album", een set van vier 78-toeren platen.

Lomax was woedend. Hij vond het ongepast om ook maar iets te wijzigen aan een bestaande tekst of melodie. Maar White legde uit dat hij de song al veel langer kende. Als jongetje van tien trok hij rond met blinde zwarte muzikanten. Omstreeks 1923 hoorde hij het spelen door een "blanke hillbilly in North Carolina". Mogelijk was dat Clarence Ashley, die in die periode, in die streek rondtrok met zijn medicine show. Ashley is ook de man van 'The Coo Coo Bird' en 'The House Carpenter'.

Clarence "Tom" Ashley had de song al op 6 september 1933 opgenomen. Zijn zang en gitaar werden daarbij aangevuld door Gwen Foster op harmonica. De 78 toeren plaat verscheen in februari 1934 bij het Vocalion label. Ashley verklaarde later dat hij het nummer had geleerd van zijn grootvader, Enoch Ashley. De Ashley waren afkomstig uit Bristol, Tennessee - slechts een paar Smoky Mountains verwijderd van Middlesboro.
Uit dezelfde streek was ook Roy Acuff afkomstig. Acuff leerde het vak van Ashley en bracht ook een commerciële opname van de song uit vóór de veldopname van Lomax. Acuff legde zijn versie voor eeuwig vast op 3 november 1938. Deze 78 toeren verscheen in augustus 1939 bij Vo/OK.

decoration

New York - 20 november 1962

Toen Bob Dylan begin 1962 in New York arriveerde, was Dave Van Ronk daar de toonaangevende figuur. Niet voor niets droeg hij de bijnaam The Mayor of MacDougal Street. Dat was de straat in de New Yorkse buurt Greenwich Village waar iedere avond de artiesten mekaar verdrongen om hun ding te kunnen doen in een van de vele koffiehuizen.

Van Ronk had zijn gitaarstijl gebaseerd op de stijlen van Mississippi John Hurt en Reverend Gary Davies. Als een soort Nonkel Bob bracht hij iedereen die dat wou de basisbeginselen van het gitaarspel bij. "Painting is all about space," leerde hij zijn pupillen, "and music is all about time."
Maar ook op ander manieren stond hij beginnende folkzangers bij. De jonge Bob Dylan vond die eerste maanden dikwijls een slaapplaats in het appartement van de grote bebaarde man.

In zijn memoires wijdt Van Ronk bijna een heel hoofdstuk aan 'House of the Rising Sun'. Zo vertelt hij dat hij de song leerde van de Texaanse zangeres Hally Wood. En die had het nummer rechtstreeks gehaald bij de veldopname van Georgia Turner.
Dave werkte een geheel nieuw arrangement uit, waardoor hij ook de melodie een stuk attractiever maakte. Dat sloeg erg aan en bij ieder optreden vroeg het publiek hem om het nummer te spelen.

"[Bob Dylan en ik] hadden een vreselijke ruzie over 'House of the Rising Sun'" vertelt Van Ronk. "Hij was altijd al een spons, nam alles rondom hem in zich op. Hij pikte mijn arrangement van dat nummer. Voor dat hij de studio introk vroeg hij me, 'Hey Dave, vind je het erg als ik jouw versie van de Rising Sun gebruik?' Ik zei 'Wel, Bobby, Ik ga binnenkort zelf een plaat maken en ik zou het willen opnemen.'
Later vroeg hij me het opnieuw en ik antwoordde opnieuw dat ik het zelf wou gebruiken. 'Oeps, ik heb het net deze middag opgenomen en ik kan er niks meer aan doen, want Columbia wil het.'
Dat moet dan op 20 november 1962 gebeurd zijn. Die dag nam Dylan zijn debuut-LP op voor Columbia.
"Zo een twee maanden lang spraken we niet meer tegen elkaar, " gaat Van Ronk verder. "Ik moest stoppen met het nummer live te brengen omdat ik steeds opmerkingen kreeg uit het publiek in de aard van "Oh, je speelt dat nummer van Bob Dylan!"
Hij heeft zich nooit verontschuldigd en dat vind ik straf."

decoration

Londen - 18 mei 1964

Tot dan toe was 'The House Of the Rising Sun' nog steeds gewoon een van de vele folksong gebleven. Joan Baez, Odetta en Nina Simone brachten het allemaal uit. Maar het was een Britse groep die er een absoluut onvergetelijk nummer van zou maken.

The Animals waren een van de vele bands die het Britse clubcircuit afschuimden met hun mengeling van blues en rhythm and blues songs. Covers van de platen die Amerikaanse zeelui meebrachten uit het land van de onbegrensde mogelijkheden aan de andere kant van de oceaan. De naam "animals" hadden ze te danken aan hun wilde podiumfratsen.

De vijf leden waren Eric Burdon, een klein mannetje met een gigantische stem, toetsenist Alan Price, gitarist Hilton Valentine, drummer John Steel en bassist Bryan "Chas" Chandler. Allemaal waren ze afkomstig uit de buurt van Newcastle-upon-Tyne. Maar in navolging van The Beatles waren ze in 1964 naar Londen getrokken.

Daar versierden ze een platencontract bij Columbia Graphophone. De eerste single was 'Baby Let Me Take You Home' - eigenlijk een rockende versie van de bluesstandard 'Baby Let Me Follow You Down'.

Ze kregen de kans op in een package tour op tournee te gaan met Chuck Berry en Jerry Lee Lewis. Ze begrepen dat ze iets nodig hadden om op te vallen. Iets dat anders klonk dan wat die grote mannen uit Amerika zoveel beter deden.

Toen Eric Burdon Dylan's debuutplaat hoorde, herkende hij 'House of the Rising Sun' meteen. Het herinnerde hem aan een folkzanger uit Northumbria, Johnny Handle. Die zong in zijn stamcafé in Newcastle een repertoire over schipbreuken en mijnrampen. Maar het meest succes had hij steeds met die song over dat bordeel.

"Ik wist één ding: je kunt gewoon niet beter rocken dan Chuck Berry," legde Eric Burdon uit, "Ik dacht, 'Als we nu dat nummer eens nemen. We reorganiseren het een beetje, laten wat van Dylan's tekst vallen en maken een nieuw arrangement. "

Een stoere Noordelijke vent kan toch moeilijk zingen dat hij een meisje is. Maar Alan Price herinnerde zich een andere versie - die van Josh White. Daarbij was een jongen het slachtoffer van dat huis in New Orleans. En de rol van de gokker en dronkenlap verschoof van het vriendje naar de vader van de verteller.
Hilton Valetine kwam met het typische gitaarloopje op zijn Gretsch. Alan Price
voegde nog wat meer pit toe door een solo op zijn Vox Continental orgeltje. De inspiratie daarvoor haalde hij bij de hit 'Walk on the Wild Side' van jazzman Willie Smith.

Zo brachten ze het als laatste nummer in hun set. Dramatisch uitgelicht met één enkele rode spot op Burdon's gezicht. Succes verzekerd.

Drummer John Steel "We speelden in Liverpool op 17 mei. Daarna reden we naar London waar [producer] Mickie [Most] een studio had geboekt voor opnamen voor Ready Steady Go van ITV! Omwille van de goede respons die we kregen op 'Rising Sun', vroegen we om dat op te nemen. Hij zei: 'OK, we doen het aan het einde van de sessie.'
We zetten alles klaar, speelden een paar maten voor de geluidstechnicus - het was mono zonder overdubs - en we speelden het één keer."

Volgens Burdon beperkte de rol van Most zich tot goedkeurend knikken tijdens de sessie. "Alles zat juist," bevestigt Most, "Het stond er op een kwartiertje op, dus kan ik niet veel eer opstrijken voor de productie. Het was puur kwestie van de atmosfeer inde studio vast te leggen."
Steel gaat verder: "[Na afloop] luisterden we er nog eens naar en Mickie zei: 'Dat is het. Dat wordt de single.'"

De geluidstechnicus wees er op dat het veel te lang was voor een single. Met 4:29 werd de standaard drie minuten grens ruim overschreden. Zoiets was nog nooit gedurfd. Meer nog: het was technisch onmogelijk.
Maar in plaats van het in te korten, durfde Mickie het aan om te zeggen: 'Tegenwoordig hebben ze hele dunne groeven. We doen het toch.'"

Toen het singeltje in juni 1964 werd uitgebracht bleek de mengeling van folk en rock onmiddellijk aan te slaan - ondanks de lengte. Al snel stond het nummer op 1 in Engeland.

De Amerikaanse platenmaatschappij ging niet akkoord met het overschrijden van de drie minuten regel. Zoiets zou eenvoudigweg niet op de radio worden gedraaid. Toen de single daar in augustus verscheen was er stevig in geknipt zodat er nog 2:58 overbleven.

Dat bleek niet te hinderen: het was de sound die aansloeg. Bob Dylan verklaarde dat toen hij de versie van The Animals voor het eerst hoorde op de autoradio hij "uit de zetel van zijn auto" sprong van opwinding. Het klonk dan ook zoals nog nooit iets had geklonken. De Amerikaanse muziekcriticus Dave Marsh beschreef het in 1989 als de "eerste folk-rock hit. [Het klinkt] alsof ze de oude melodie hebben aangesloten op een stroomkabel."

Ralph McLean van de BBC gaat nog een stapje verder: Hij noemt het "een revolutionaire single" die "het gelaat van de moderne muziek voor eeuwig heeft veranderd." Inderdaad, het was misschien wel het zetje dat Bob Dylan nodig had om zijn gitaar in te pluggen - tot woede en frustratie van puristen als Alan Lomax, Ewan McColl en Pete Seeger.

Op 5 september stootte de single 'Where did our Love Go' van The Supremes van de top van de Amerikaanse hitlijsten. Het werd daarmee het eerste Britse nummer in twee jaar aan de top van de Amerikaanse hitlijsten die niet door Lennon en McCartney was geschreven. Op vijf weken werden er meer dan twee miljoen exemplaren van verkocht.

Maar het succes bracht ook de nodige problemen mee. Op het label stond aangegeven: "Trad., arranged Alan Price". Volgens de platenmaatschappij was er niet genoeg plaats om iedereen te vermelden. Niemand had daar een probleem van gemaakt, tot bleek dat alle royalty's dan ook alleen naar de toetsenist gingen. Hilton Valentine kreeg nooit een cent voor de simpele maar uiterst herkenbare riff waarop duizenden mensen hebben leren gitaarspelen. De spanningen liepen op en in mei 1965 stapte Price op om een solo carrière te beginnen.



The House of the Rising' in de versie van The Animals



'Rising Sun Blues' door Georgia Turner

There is a house in New Orleans they call the Rising Sun.
It's been the ruin of many a poor girl and me, O God, for one.
If I had listened what Mama said, I'd be at home today.
Being so young and foolish, poor boy, let a rambler lead me astray.
Go tell my baby sister never do like I have done
To shun that house in New Orleans they call the Rising Sun.
My mother she's a tailor, she sewed these new blue jeans.
My sweetheart, he's a drunkard, Lord, Lord, drinks down in New Orleans.
The only thing a drunkard needs is a suitcase and a trunk.
The only time he's satisfied is when he's on a drunk.
Fills his glasses to the brim, passes them around.
Only pleasure he gets out of life is hoboin' from town to town.
One foot is on the platform and the other one on the train.
I'm going back to New Orleans to wear that ball and chain.
Going back to New Orleans, my race is almost run.
Going back to spend the rest of my days beneath that Rising Sun.



Enkele naschriften

In 1963 ging Alan Lomax Georgia Turner opzoeken. Ze was nog steeds straatarm. Ze had veertien kinderen gebaard, waarvan er tien in leven waren gebleven. Hij zorgde er voor dat ze wat royalties kreeg. Hij legde haar uit dat het nummer was "gekaapt".
Uiteindelijk kreeg ze alles samen iets meer dan $117.
Georgia overleed in 1969. Ze was pas 48.


In 2007 werd in New York een boek uitgegeven, helemaal gewijd aan de geschiedenis van het nummer: Chasing the Rising Sun: The Journey of an American Song door Ted Anthony.


Op deze site kun je maar liefst 80 versies van House Of The Rising Sun binnen halen:
http://coco-vinyl.blogspot.com/2008/05/house-of-rising-sun.html

Jammer genoeg is die van Georgia Turner er niet bij. Gelukkig kun je hier van haar versie een stukje beluisteren:
http://www.rounder.com/index.php?id=album.php&catalog_id=6504

14-05-08

Stagger Lee - deel 2

decoration


Stack A Lee

Op World Gone Wrong brengt Bob Dylan een andere klassieke Amerikaanse murderballad, in de aard van 'Frankie And Albert'.
Er zijn vele gelijkenissen tussen beide songs. Zo zijn ze allebei gebaseerd op een waar gebeurd drama dat plaats vond rond dezelfde tijd, in dezelfde omgeving: de jaren negentig van de 19de eeuw, in de rosse buurt van St Louis.
Beide songs stammen uit de periode van voor het ontstaan van de blues, groeiden uit tot klassiekers in het genre en werden later geadapteerd in verschillende versies, zowel door zwarte als door blanke artiesten. In zowat alle genres: van rauwe blues van Ma Rainey, instrumentale jazz van Sidney Bechet, Duke Ellington en Cab Calloway, coctailjazz van Peggy Lee, folk van Sonny Terry en Woody Guthrie, disco van Neil Diamond, funk van James Brown, Wilson Pickett tot punk van The Clash en rap van Nick Cave.
En dan hebben we het nog niet gehad over Huey Lewis and the News!
 

En net als 'Frankie' is ook hier weer vrij omgesprongen met de namen: 'Stagolee', 'Stack Lee', 'Stagger Lee' of ' Stack & Billy'...


De oorsprong

Het verhaal is dus gebaseerd op een echte moord, zoals we kunnen terugvinden in de St. Louis Globe Democrat van 28 december 1895.

"William Lyons, 25, kleuring, een dijkenbouwer, wonende te 1410 Morgan Street, werd gisteren omstreeks 10 uur 's avonds in de buik geschoten in de saloon van Bill Curtis, op de hoek van de Eleventh en Morgan Streets, door Lee Sheldon, eveneens kleurling. Sheldon is koetsier en woon op 911 North Twelfth Street. Hij is ook gekend als 'Stag' Lee."

Op het ogenblik van de schietpartij zat de saloon vol negers.
Beide partijen hadden, schijnbaar, gedronken en waren uitbundig.
Lyons en Sheldon waren vrienden en zaten te praten. De discussie belandde bij de politiek en ze kregen ruzie. Daarbij rukte Lyons Shaledon's hoed van diens hoofd. Deze laatste eiste zijn hoed terug. Lyons weigerde, Sheldon greep zijn revolver en schoot Lyons in de buik.
Toen zijn slachtoffer op de grond viel nam Sheldon zijn hoed uit de hand van de gewonde man en stapte onverstoord weg.

Lyons werd naar de ziekenboeg gebracht, waar werd vastgesteld dat de kwetsuur ernstig was. Hij werd dan overgebracht naar het City Hospital.
Sheldon werd aangehouden en opgesloten in het politiekantoor van Chestnut Street."

Tot zover het krantenbericht. Uit latere berichten blijkt dat Billy Lyons overleed aan zijn verwonding. Stag Lee kwam voor de rechter. Een eerste rechtszitting liep vast in politiek gekrakeel.
Bij een nieuwe rechtszitting werd hij veroordeeld. Hij vloog naar de gevangenis en overleed er in 1919, aan TBC.

 

De legende


Al kort na de moord begon de song zijn tocht over het Amerikaanse continent.

Zoals gebruikelijk werd erg vrij omgesprongen met het verhaal. Al bleef de kern steeds behouden: rond Kerstmis ruziën twee mannen over een hoed en de ene schiet de andere dood. Verder gebeurde er echter van alles mee:  details werden toegevoegd, veranderd, door elkaar gehaspeld en geactualiseerd.

Vooral omwille van zijn koele houding is de figuur van de moordenaar in Amerika uitgegroeid tot een legendarisch figuur. Hij werd ooit omschreven als "zo slecht dat de duivel hem de toegang zou ontzeggen tot de hel".

De schrijver Julius Lester drukt het nog kleurrijker uit in zijn Black Folktales: "Stagolee was, zonder enige twijfel, de slechtste nikker die ooit heeft geleefd. Stagolee was zo slecht dat de vliegen in de zomer niet rond zijn kop wilden vliegen en in de winter viel er geen sneeuw op zijn huis."

Cecil Brown, auteur van het boek Stagolee Shot Billy (2003) betoogt zelfs dat Stag Lee het archetype is van de moderne rapper. Een stoere zwarte vent, koele kerel, hip gekleed, potent, niet vies van geweld en met minachting voor de blanke autoriteiten.
Stijl is alles voor hem: hij schrikt er niet voor teug om te moorden voor een hoed.

Brown ziet het nummer daarom zelfs als "de moeder van alle rapsongs".

 

Mississippi John Hurt

De eerste versie werd in 1911 gepubliceerd door de folklorist Guy B Johnson in het prestigieuze Journal of American Folklore.

De meest legendarische versie is ongetwijfeld die van Mississippi John Hurt. Zijn versie werd voor het eerst op band gezet in 1928.

Hij voegde twee dingen toe aan de legende. Hij specificeerde dat de hoed waar het allemaal om draait een Stetson was. Dat voegt klasse toe en roept beelden op van het Wilde Westen.
Bovendien opende hij de song met de woorden "Police officer, how can it be? / You can 'rest everybody but cruel Stack O' Lee." Waarmee hij de man nog wat heroïscher maakt door te stellen dat zelfs de politie schrik heeft van hem.


Introductie:

Stagolee was a bad man. Ah...they goes down in the coal mine one night, robbed a coal mine. They's gamblin' down there, and they placed themselves just like they wanted to be, so they wouldn't hit each other when they was shootin'. Money lyin' all over the floor. There's one bad guy down there, he thought he was, that was Billy Lyons. So he had a big .44 laying down by the side of him; when they got placed why, Stagolee spoke to him, he says, boys, look at the money lyin' there on the floor. What'll we do if old Stagolee and them was to walk up in here? This guy picked up his .44, and he says: It wouldn't make a bit of difference, says, Stag's gun won't shoot a bit harder than this one. 'bout that time, stag knocked his hat off. and his partner, takin' care of the rest, when he knocked his hat off, he kinda remembered that was Stagolee, and he commenced beggin' like this:

Police officer, how can it be,
you can arrest everybody but cruel stagolee?
that bad man, oh cruel stagolee.
Stagolee, stagolee, please don't take my life
says i got two little baby and a darling lovin' wife
he's a bad man, oh cruel Stagolee.
Here' the answer Stagolee gave him:
What do i care 'bout your two little babies, darling loving wife?
says you done stole my stetson hat, i'm bound to take your life.
it's a magic hat, oh cruel Stagolee.
Boom boom, boom boom, went the .44
when i spied poor Billy Lyons,
he was lyin' down on the floor.
that bad man, oh cruel Stagolee
Gentlemen of the jury, what do you think of that?
Stagolee killed Billy Lyons, 'bout a $5 stetson hat
that bad man, oh cruel Stagolee
Standin' on the gallows, Stagolee did curse
the judge said let's kill him, before he kills one of us
he's a bad man, that old Stagolee.
Standin' on the gallows, his head was way up high
at 12:00 they killed him, they was all glad to see him die.
that bad man, oh cruel Stagolee
Policin' officer, how can it be
you can arrest everybody but cruel stagolee
that bad man, oh cruel stagolee.


Van blues, over R&B...

Met zo een tekst en zo een figuur is het geen wonder dat iedere bluesman (of -vrouw) zijn versie van de song heeft opgenomen: Jesse Fuller, Mississippi John Hurt, Furry Lewis, Mississippi Slim, Ma Rainey....
In de jaren dertig en veertig verzamelden de folkloristen John Lomax en zijn zoon zeker een dozijn verschillende opnamen van de song. De song bleek erg populair onder de klanten van de diverse gevangenissen. 
De meestal zwarte gevangenen zingen graag over Stagolee en de duivel. Want de duivel is blank!


Het nummer werd het rocktijdperk ingeloodst door ene Leon T. Gross, zanger uit New Orleans. Onder de naam Archibald bracht hij in april 1950 'Stack-A-Lee' (parts I & II). Het singeltje, in de stijl van singer Professor Longhair, brengt het verhaal over twee kanten uitgesmeerd. Het werd een top 10 hit op de rhythm & blues lijsten. 

Een stadsgenoot van Archibald, Lloyd Price, had korte tijd later veel succes op de plaatselijke R&B markt. Maar zijn carrière werd afgebroken toen hij zijn legerdienst moest gaan vervullen in Korea. Gelukkig voor hem moicht hij dat doen als entertainer van de tropen op de bases in Korea en Japan. Als onderdeel van zijn act bracht hij een eigen versie van de song. "Er waren honderden tekstregels voor het oude nummer, maar er was geen verhaal. Dus maakte ik er een toneelstukje van. Een paar soldaten speelden dat voor, terwijl ik het zong."

Na zijn legerdienst trok Lloyd naar Washington, D.C. Zijn eerste single, 'Just Because', bracht hem onmiddellijk terug in de hitlijsten. Als opvolger dacht hij aan zijn toneelstukje.
Hij versnelde het tempo, voegde de aanmoediging "Go Stagger Lee!" toe en verzachtte de boodschap met een blank backingkoortje.
Zijn versie van 'Stagger Lee' sloeg aan - en hoe. Er vlogen tot 200 000 exemplaren per dag de deur uit. Een gegarandeerde nummer 1 hit, in 1959. 

De TV programmatoren zaten met een probleem. Dick Clark vond dat zoveel geweld en bloed niet kon voor het tienerpubliek van zijn "American Bandstand". Lloyd had geen keuze: hij moest een nieuwe, gekuiste versie opnemen, met... een happy end! Stagger Lee en Billy legden hun ruzie bij en sloten terug vriendschap.


In de jaren zestig sloot de beweging voor gelijke rechten Stagolee in zijn armen. Op het hoogtepunt van het Black is Beautiful tijdperk namen zowel James Brown als Wilson Pickett 'Stagolee' op.

Bobby Seale, de leider van de Black Panthers, zag de figuur als voorbeeld voor het verzet van de zwarten tegen de blanken. "Stagolee was de slechtste nikker van de buurt en liet zich door niets of niemand doen."


... via ska naar punk

Zoals zovele R&B hits werd ook dit nummer aangepast voor de Jamaikaanse markt. The Rulers maakten in 1967 hun eigen skaversie van het 'Stagger Lee' verhaal, als "Wrong Emboyo". De zanger, Clive Alphonso, zette er voor het gemak zijn eigen naam onder als auteur.

Dertien jaar later bracht dat serieus wat geld in het laadje toen The Clash zijn versie coverden als 'Wrong 'em Boyo' op hun dubbel-LP London Calling.

En zo zijn we bij de blanke artiesten beland.


De blanke kant

De muziek van de zwarte gemeenschap heeft altijd een grote aantrekkingskracht gehad op de Calvinistische blanke Amerikanen. Traditioneel hebben de Afro-Amerikanen in hun songs altijd veel vrijer  uitdrukking gegeven aan onderdukte emoties, zoals seks en agressie.

De vroegste bekende opnamen van de song dateren uit 1923 en ze zijn gemaakt door twee blanke dansbands: Fred Waring's Pennsylvanians en Frank Westphal and His Orchestra.


Frank Hutchinson

Dylan verwijst in zijn hoesnota's naar de versie van Frank Hutchinson. Hutchison was een blanke mijnwerker, geboren in 1897 in West Virginia en opgebracht in Logan County. Hij werd beïinvloed door zwarte spoorwegarbeiders en een kreupele zwarte uit de heuvels: Bill Hunt. Tegen 1920 had hij een repertoire opgebouwd met weinig gekende oude nummers: rags, blues, traditionele balladen en novelties.

In 1926 nam hij zijn eerste platen op in New York, waarbij hij zichzelf begeleide met een gitaar. Hij had echter een zeer ongewone manier van spelen bedacht: hij legde de gitaar plat op zijn schoot en  streek over de snaren met een mes. Om zijn nek droeg hij daarbij een harmonica in een rekje.

Zijn versie van 'Stackalee' nam hij op 28 januari 1927 op. Tijdens diezelfde sessie nam hij ook een instrumentale versie op, waarbij zijn mondharmonica de taak van de zang overneemt.
De gezongen versie is te vinden als nummer 19 op Volume 1: Ballads van de Anthology of American Folk Music.

Door de depressie moest hij ophouden met spelen en vestigde zich als groentenman in Lake, West Virginia. Over zijn latere leven is alleen nog geweten dat hij in Columbus, Ohio overleed in 1945.


Nick Cave

Ook bij de Australische rocker Nick Cave kon dit nummer niet ontbreken. Hij legde in 1996 een heel eigen interpretatie vast op zijn Murder Ballads.

Cave voegde ze wat regels aan toe die hij vond in een ander blues ballad. "Er is een regel in onze versie die zo gaat: 'I'm the kind of cocksucker that would crawl over 50 good pussies to get to one fat boy's asshole.'
Ik kwam die tegen in een fantastische talking blues van een kerel die zich, in het nummer, voorstelt als Two-time Slim. Ik heb het altijd een fantatsische zin gevonden en dus heb ik hem er in verwerkt."
('De song is Two Time Slim' van Snatch and the Poontangs, uit 1969).

"We namen het op omdat het past in de traditie," vertelt Cave. "Ik hou er van hoe een eenvoudige, haast naieve traditionele murder ballad geleidelijk aan een kapstolk is geworden waaraan de meest walgelijke machismo uitingen kunnen worden opgehangen. Net als Stag Lee zelf, lijken er geen beperkingen op te staan hoe door-en-door gemeen dit nummer kan worden."

Cave verklaarde ooit dat hij de song ziet als zijn ultieme versie van gangster rap. Het gaat over moorden om het moorden - zinloos en genadeloos geweld.

Tijdens live versies durft hij nog wat verder gaan. Zo heeft hij er het soms over hoe de duivel verschijnt voor Stagger Lee na de moord. Stagger Lee schiet dan ook maar de duivel neer.

"In come the devil,
Said, "I've come to take you down,
Mr. Stagger Lee,"
Well those were the last words that the Devil said,
'Cause Stag put four holes in his motherfucking head!"


Beck

In diezelfde periode gebruikte de Amerikaanse zanger Beck Hansen de song dan weer als uitgangspunt voor zijn 'Devils Haircut', op Odelay. In een interview verklaarde hij dat zijn nummer "een erg eenvoudigde metafoor was voor het kwaad van de ijdelheid."

"Ik denk dat we volwassen worden associeren met compromissen maken. Misschien is dat wel de duivel. Dat was het scenario voor 'Devils Hairvut'. Ik stelde me Stagger Lee voor... Ik dacht, hoe zou die kerel er vandaag uitzien?  Ik zag hem als een Lazarus figuur die commentaar geeft op wat er van de mensheid is geworden. Wat zou hij vinden van het materialisme en de hebzucht en idealen van schoonheid en perfectie? Zijn reactie zou zijn: "Waw, dit is compleet geschift!"

Twee jaar eerder had hij ook een cover van de song opgenomen. Beck is altijd al een grote fan geweest van de fingerpicking stijl van Mississippi John Hurt. In maart 1994, vlak voor de Mellow Gold tour, trakteerde hij zichzelf op een bezoekje aan de legendarische Sun studio in Memphis. Hij nam er enkele bluesklassiekers op. De opnamen waren niet bedoeld voor release. Toch gaf hij toestemming om zijn versie van 'Stagolee' uit te brengen. Dat gebeurden in 2003, op Avalon Blues - A Tribute To The Music Of Mississippi John Hurt.

stagger-lee-031

 

Outro

De mythische Stagolee is niet meer weg te denken uit de muziekwereld. Zijn invloed werkt door tot op de dag van vandaag.

De Amerikaanse journalist Greil Marcus vatte het zo samen in zijn boek Mystery Train: Images of America in Rock 'n' Roll Music: "[Stagolee vinden we terug in] de cool en geest van Muddy Waters's ' Rollin' Stone'; Chuck Berry's 'Brown-Eyed Handsome Man'; Wilson Pickett's 'Midnight Mover', Mick Jagger's 'Midnight Rambler'...Toen de eisen van de zwarten voor gelijke rechten harder begonnen te klinken nam [Staggerlee] over. En het was ook Staggerlee die op het scherm verscheen in de jaren zeventig met films als Slaughter, Sweet Sweetback, Superfly."
 

08-05-08

Bobbie Gentry - Odde to Billie Joe

Odetobillyjoe

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Mijn Southern compilatie

Al jaren denk ik er over om een compilatie samen te stellen met muziek uit The Deep South. Het zuiden van de Verenigde Staten: South Carolina, Mississippi, Florida, Alabama, Georgia, Louisiana en Texas. De streek van de katoenplantages, hillbillies, rednecks en magnoliabloesems.

De bedoeling is niet om een overzicht te maken van alle muziek die daar zijn wortels heeft. Dat is onbegonnen werk: jazz, blues, gospel, soul, country, bluegrass, rockabilly en rock 'n' roll... Van allemaal heeft het wiegje gestaan in het Appalachen gebergte of in de Delta van de Mississippi. 

Ik heb mijn keuze daarom beperkt tot songs met een "southern feel".

Nu, ik ben er nooit geweest. Het kan zijn dat het beeld dat the South bij mij oproept nooit heeft bestaan. Het is puur gebaseerd op boeken, films en muziek.

Wat eerst een interessant uitgangspunt leek voor een cd'tje bleek echter al snel een fascinerende ontdekkingstocht. Ik had altijd meer belangstelling gehad voor de Britse kant van de muziekgeschiedenis. Country was aan mij voorbij gegaan: steelgitaren, fidles, yihaa kreten en veel te grote cowboyhoeden...  Het bleek echter dat er steeds meer countryliedjes opdoken die ik heel mooi vond maar gewoonweg nooit met het genre had geassocieerd.

Eentje daarvan is 'Ode To Billie Joe' van Bobbie Gentry. Een nummer dat nergens anders kon zijn geschreven dan in de buurt van de Mississippi. En dan nog door een Southern Belle.


Delta Sweete


Bobbie slaakte haar eerste kreten als Roberta Lee Streeter in Origin Chickasaw County, Mississippi, in 1944. Als kind leerde ze zichzelf gitaar, bas en banjo spelen. Als puber trok ze naar Palm Springs, Californië, om er bij haar moeder te gaan wonen. Ze probeerde het even als danseres in Las Vegas, maar ging dan toch maar filosofie studeren in Los Angeles. Naast een kantoorbaantje vulde ze haar inkomen verder aan met optredens in de lokale nachtclubs. Ze zag een carrière in de muziek wel zitten en schakelde over op het Los Angeles Conservatory of Music waar ze leerde componeren.

Begin 1967 zond ze een demo naar Capitol Records. Kelly Gordon reageerde meteen enthousiast. Maar het hoofd van de afdeling A&R (Artists and Repertoire) wou niks weten van 'Ode To Billie Joe', dat volgens hem een "liedje over abortus' was. David Axelrod, de grote baas van de platenmaatschappij, hakte de knoop door: Bobbie mocht een single opnemen en 'Mississippi Delta' zou de a-kant worden.

Geen slechte keuze, want de bluesy swamp-rocker nodigt zeker uit tot dansen door een repetitief gitaarmotief. En ook het refrein is aanstekelijk: "M-I double S-I double S-I double P-I". Dat was, zo legde ze later uit, gebaseerd op een oude voodoo spreuk.

Maar toen beide zijden van de single na elkaar werden gedraaid, besloot het A&R team unaniem dat de echte parel op de b-kant was te vinden.

Dat vonden ook de radiostations en de luisteraars.
Al in de eerste week na het uitbrengen van de single in augustus 1967 werden er 750 000 exemplaren van 'Ode To Billie Joe' verkocht. Op 26 augustus stootte het intrigerende verhaal over Billie Joe McAllister, 'All You Need Is Love' van The Beatles van de eerste plaats van de Billboard hitlijst. Een straffe prestatie voor een debuutsingle, zonder noemenswaardige promotie. Pas een maand later werd het daar opgevolgd... door een ander nummer uit the South: 'The Letter' van The Box Tops.

Het volgende jaar won 'Ode To Billie Joe' maar liefst acht keer genomineerd voor een Grammy. Daarvan werden er vier toegekend.


Nochtans was het muzikaal gezien een erg sober nummer. Sommigen menen zelfs te weten dat de atmosferische cello's en strijkers toegevoegd zijn aan de demo zelf. Het arrangement is overigens van de legendarische Jimmie Haskell.
Verder horen we alleen wat eenvoudige gitaarlijnen en bovenal de sensuele zang - haast nonchalant gebracht met veel Southern klanken.

Alle aandacht gaat daardoor uit naar het verhaal zelf. En dat is uiterst intrigerend.

Door de vele details over het plattelandsleven heeft de song meer weg van een kortverhaal dan van een popliedje.


Ode To Billie Joe

It was the third of June, another sleepy, dusty Delta day
I was out choppin' cotton and my brother was balin' hay
And at dinner time we stopped and walked back to the house to eat
And Mama hollered out the back door "y'all remember to wipe your feet"
And then she said "I got some news this mornin' from Choctaw Ridge"
"Today Billy Joe MacAllister jumped off the Tallahatchie Bridge"

And Papa said to Mama as he passed around the blackeyed peas
"Well, Billy Joe never had a lick of sense, pass the biscuits, please"
"There's five more acres in the lower forty I've got to plow"
And Mama said it was shame about Billy Joe, anyhow
Seems like nothin' ever comes to no good up on Choctaw Ridge
And now Billy Joe MacAllister's jumped off the Tallahatchie Bridge

And Brother said he recollected when he and Tom and Billie Joe
Put a frog down my back at the Carroll County picture show
And wasn't I talkin' to him after church last Sunday night?
"I'll have another piece of apple pie, you know it don't seem right"
"I saw him at the sawmill yesterday on Choctaw Ridge"
"And now you tell me Billie Joe's jumped off the Tallahatchie Bridge"

And Mama said to me "Child, what's happened to your appetite?"
"I've been cookin' all morning and you haven't touched a single bite"
"That nice young preacher, Brother Taylor, dropped by today"
"Said he'd be pleased to have dinner on Sunday, oh, by the way"
"He said he saw a girl that looked a lot like you up on Choctaw Ridge"
"And she and Billy Joe was throwing somethin' off the Tallahatchie Bridge"

A year has come 'n' gone since we heard the news 'bout Billy Joe
And Brother married Becky Thompson, they bought a store in Tupelo
There was a virus going 'round, Papa caught it and he died last Spring
And now Mama doesn't seem to wanna do much of anything
And me, I spend a lot of time pickin' flowers up on Choctaw Ridge
And drop them into the muddy water off the Tallahatchie Bridge

 

Hoewel het lied in de ik-vorm wordt verteld, komen we het verhaal maar te weten door de dialogen van anderen.

Een arme boerenfamilie zit 's midags rond de tafel. Terloops vermeld de moeder terloops dat ze heeft gehoord dat een jongen uit de buurt zelfmoord heeft gepleegd. Hij is van de brug gesprongen. De dochter - die het verhaal verteld - is blijkbaar zwaar geschokt door het nieuws, maar ze laat niets merken. Er wordt verder gekeuveld over koetjes en kalfjes, maar telkens komt het gesprek terug op de jongeman. Dat de pastoor de jongen laatst nog heeft zien staan op de brug.  Er was een meisje bij - dat erg op jou leek - en ze gooiden iets in het water.
"'t Is altijd 'ne speciale geweest, he. Geef de appelmoes eens door."

In de laatste strofe zitten we een jaar verder. Haar broer is getrouwd, vader is gestorven en moeder raakt er niet bovenop. Zelf gaat ze regelmatig bloemen plukken om die dan van de brug in het water van de Tallahatchie te gooien.

Hoewel moeder en dochter allebei hun partner hebben verloren, kunnen ze mekaar geen troost bieden. Ze kunnen er zelfs niet over praten.

"De boodschap van het liedje draait om de nonchalante manier waarop de familie praat over de zelfmoord," verklaarde Gentry. "Het is een studie in onbewuste wreedheid."

 

Het mysterie

Omdat in het liedje zelf geen verklaringen worden gegeven werd er natuurlijk druk gespeculeerd. Wat gooiden ze van de brug? Was het een baby, of een ring? En waarom pleegde de jongen zelfmoord? Uit verdriet, of was het misschien een zwarte jongen die een onmogelijke relatie had met een blank meisje?

Al snel begonnen allerlei veronderstellingen de kop op te steken. Zo beweren hardnekkige geruchten dat de oorspronkelijke demo van 'Ode To Bilie Joe' meer dan zeven minuten lang was. In de ontbrekende strofen zou dan zijn onthuld wat er van de brug over de Tallahatchie werd gegooid.

Dat blijkt alvast niet uit het originele handgeschreven tekstvel van 'Ode'. Dat bevindt zich in het Mississippi Museum. (http://library.olemiss.edu/matinee/filmedinms1.htm)
Daarop staat wel een extra openingsstrofe!

"People don't see Sally Jane in town anymore
There's a lot of speculatin', she's not actin' like she did before
Some say she knows more than she's willin' to tell
But she stays quiet and a few think it's just as well
No one really knows what went on up at Choctaw Ridge
The day that Billy Jo McAllister jumped off the Tallahatchie Bridge"

Nochtans was het plaatje nu al langer dan normaal. Het was een van de allereerste singles, langer dan vier minuten die een hit werd op de Amerikaanse radio. Enkel 'El Paso', 'Like a Rolling Stone' en 'Strawberry Fields Forever' gingen haar voor.


Parodie

Terwijl de song de hitlijsten aanvoerdde zat Bob Dylan met zijn maten in de kelders van een roze geverfd huis in Woodstock. Dylan kwam met 'Clothesline Saga', dat als ondertitel kreeg 'Answer To Ode'. Daarin aapt hij het nonchalante manier van spreken na waarbij tussen onbenulligheden door belangrijke zaken worden aangekaart. In het geval van deze Basement Tapes track blijkt de onthulling dat "The Vice-President's gone mad!"

Verfilming

De song bleef zo populair dat negen jaar later Warner Bros. de opdracht gaf om Southern gothic verhaal te verfilmen. Herman Raucher kreeg de opdracht een scenario te schrijven. Ter voorbereiding ging hij de zangeres opzoeken.

In een interview in 2002 vertelde de scenarist, Herman Raucher, over zijn ontmoeting met de zangeres. Natuurlijk vroeg hij haar naar de betekenis van de song.

Zij zei:  'Ik heb het verzonnen. Ik weet niet wat het betekent."
Ik vroeg: "Jij weet niet waarom hij van de brug is gesprongen?"
Zij antwoordde: "Geen idee."

Dus verzint hij maar een eigen verhaaltje rond de basistekst. De film geeft verder dus geen aanknopingspunten.
En dat is maar goed ook.

Gentry was wel bereid het nummer opnieuw op te nemen voor de soundtrack. Uit slordigheid of om een onderscheid te maken heet de film Ode To Billy Joe. Met een "y" in plaats van een "ie"


En Gentry zelf?

De carrière van Bobbie Gentry kwam het succes van het debuut nooit meer te boven. Hoewel ze een zestal goede tot uitstekende LP's maakte scoorde ze nooit meer een hit. In 1979 gaf ze er de brui aan en trok zich terug in de anonimiteit. Zowel Jill Sobule als Beth Orton hebben songs aan haar opgedragen. Lucinda Williams heeft geprobeerd haar te overhalen om een duet te brengen. Allemaal tevergeefs.

Behalve enkele compilaties zijn haar platen overigens erg moeilijk te vinden. Vooral Ode To Billie Joe, Delta Sweete en Patchwork zijn nochtans bescheiden meesterwerkjes. Isobel Campbell is fan van haar duet-LP met Glenn Campbell, maar die is wat te gesuikerd naar mijn smaak.

Toen het Britse tijdschrift Mojo vorig jaar haar platenmaastchappij contacteerde voor een interview kregen ze als antwoord: "We hebben geen idee waar meneer Gentry nu woont". Als zelfs je platenmaatschappij je geslacht niet kent dan ben je er echt wel in geslaagd om te verdwijnen.

 

06-05-08

Frankie & Albert

Benton-Frankie

Frankie & Albert  

Het openingsnummer van Bob Dylan's Good As I Been To You is 'Frankie And Albert'. De song is een van de bekendste Amerikaanse murderballads. Het werd dikwijls opgenomen, zowel door blanke als zwarte uitvoerders.

De populariteit van het nummer kan het best worden geïllustreerd door de vele varianten die er van in omloop zijn.
In 1962 gaf ene Bruce Buckley een studie uit waarin hij 410 verschillende versies beschrijft van 'Frankie'. Bij sommigen heet het nummer 'Frankie and Albert', bij anderen 'Frankie and Johnnie' of soms gewoon 'Frankie'.

Hoewel er veel onderzoek is gedaan naar de oorsprong van het bluesnummer is de eigenlijke auteur niet meer te achterhalen.


Verfilmingen

Het verhaal werd ook verschillende keren verfilmd. Dat gebeurde voor het eerst in 1930, als Her Man met Helen Twelvetrees. Zes jaar later volgde Frankie and Johnnie met Helen Morgan.

Daarna is het lang stil. Het verhaal wordt terug opgepikt in de jaren zestig voor een van de slechtste Elvis films: Frankie And Johnny. De meest recente verfilming, met Al Pacino en Michelle Pfeiffer, bereikte de bioscopen in 1991.

Hoewel het oorspronkelijke verhaal zich afspeelt in het milieu van wat tegenwoordig zo netjes African Americans heet, worden in deze verfilmingen de hoofdrollen telkens door blanken vertolkt.


De feiten

Waarschijnlijk is het nummer geïnspireerd op een waar gebeurd drama in Chestnut Valley, de rosse buurt van St. Louis, Missouri.

Op 19 oktober 1899 meldde de St. Louis Post-Dispatch dat de 17 jaar oude Allen Britt woensdagnacht was overleden in het City Hospital. Vier dagen eerder was de "Negro sporting man" neergeschoten door zijn vriendin, Frankie Baker, "an ebony hued cake-walker". Frankie was 22. Ze hadden mekaar ontmoet tijdens het Orange Blossom bal en vormden sindsdien een koppeltje.
Maar Frankie vermoedde dat hij haar bedroog. Die nacht ging ze hem opzoeken op zijn kamer in 212 Targee Street. Zoals ze gevreesd was hij niet alleen. Naast hem lag een prostitué, de18 jarige Alice Pryor.
Tijdens de discussie die volgde schoot Frankie haar geliefde neer.

De geschiedenis lijkt wel heel erg op die van de song. Te veel om toeval te zijn. Bovendien is het is erg aannemelijk dat de naam Allen Britt - afgekort tot Al Britt - werd verbasterd tot Albert.

Hoe verging het de echte hoofdrolspelers?

Al Britt overleed om 2:15, in de ochtend van de 19 oktober 1988 aan een kogelwonde in zijn lever..

Voor de rechtbank verklaarde Frankie dat Britt haar had bedreigd met een mes. Ze wist dat de jongen altijd een pistool onder het kussen had liggen. Dat kreeg ze te pakken. Tijdens het gevecht dat volgde, ging het fatale schot af.


De rechter oordeelde dat Frankie Baker gehandeld had uit zelfverdediging en sprak haar vrij.

Maar de gebeurtenissen bleven haar achtervolgen. Dat werd nog verergerd door de populariteit van de song, die ondertussen overal opdook . Zeker omdat sommige versies vermelden dat ze drie keer had geschoten of dat ze ter dood veroordeeld was. Frankie verhuisde dikwijls maar vond nergens rust.

Toen het verhaal dan ook nog eens werd verfilmd was voor haar de maat vol. In 1939 diende ze klacht in tegen Republic Pictures. Miss Baker eiste een schadevergoeding van $200,000 wegens laster en schending van privacy door de film.
De advocaat van de filmmaatschappij beweerde echter dat de song een bewerking was van een oude folk-ballad uit 1831. In Toe River, North Carolina, heeft toen ene Frankie Silver haar man vermoord met een bijl. Die stelling kon niet worden bewezen.
Na drie jaar werd de zaak onontvankelijk verklaard.

Het werd Frankie allemaal teveel en ze belande uiteindelijk in een instelling voor zwakzinnigen in Pendleton, Oregon. Daar overleed ze in 1952 op 75 jarige leeftijd.


Nog verder terug

Toch zijn er aanwijzingen dat de song inderdaad een langere geschiedenis heeft.

Zo is er het verslag van George St. Johns, uitgever van de St. Louis Post-Dispatch. Hij vertelt over het bezoek van de populaire Poolse pianist Ignace Paderewski aan zijn stad. Op zoek naar plaatsen waar authentieke muziek te horen was, leidde  St. Johns hem rond in de uitgangsbuurt van de stad.
In The Castle, het bordeel van de flamboyante Babe Connor woonden ze het optreden bij van ene Mammy Lou, een  "gnarled, black African".
De bejaarde zangeres zong allerhande aangebrande liedjes. Ze bracht er onder andere 'Ta-Ra-Ra-Boom-Der-E' en ... 'Frankie and Johnny'. "Iedereen kreeg kippenvel toen ze het refrein bracht," meldt St. Johns nog.

Paderewski's eerste Amerikaanse tournee vond plaats in 1891 terwijl The Castle werd afgebroken in 1998. Dus voor de fatale avond waarop Al Britt werd neergeschoten.

Een ander inwoner van de stad, Rusty David, meent dat de oorspronkelijke ballad was gebaseerd op een gelijkaardig incident in de rosse buurt van St. Louis, omstreeks 1865-70. Toen de Baker/Britt affaire dan plaats vond, zou het liedje zijn aangepast aan de nieuwe feiten.

De ragtime pianist Trebor Tichenor verklaarde: "Ik denk dat iedereen het erover eens is dat het gaat om een oude, geïmporteerde melodie - van Europeese afkomst. Maar dat die hier is aangepast en dat het een ballad werd... Volgens een legende uit St. Louis pikte een pianist, genaamd Dooley, in op een lokale moord. Dat was het verhaal van Frankie en Johnny in 1899 en dat hij zich daarop baseerde. Dat is natuurlijk maar wat er vertelt wordt. Maar het staat vast dat de oorsprong hier ligt."

Een lange weg

Vast staat dus enkel dat de song oorspronkelijk uit de zwarte gemeenschap kwam.

Voor publicaties, bestemd voor een blank publiek, werden de gebeurtenissen geadapteerd en gezuiverd weergegeven.

De regel 'He done me wrong' duikt voor het eerst op in 1904. Dat gebeurt in 'The Death of Bill Bailey', een nummer van ene Hughie Cannon. Hughie was een blanke komiek die met zwart geverfd gezicht zwarten imiteerde. De song is een vervolg op een eerder succesnummer van hem: 'Bill Bailey, Won't You Please Come Home'.

Vier jaar later publiceren een ander vaudeville team, Frank en Bert Leighton 'Bill You Done Me Wrong'. Hun nummer lijkt erg op dat van Hughie Cannon, maar ze gebruiken langere fragmenten van het origineel.

Nog eens vier jaar later volgt een her-publicatie van het nummer van de Leighton Brothers onder de titel 'Frankie and Johnnie', maar zowel de tekst als de muziek verschillen nog op vele punten van de tegenwoordig bekende versie.

De kenmerkende regel "Frankie and Johnnie were lovers" wordt voor het eerst genoteerd in 1925. Dorothy Scarborough publiceert dan 'Frankie and Albert' in On the Trail of Negro Folksongs.

In 1928 beleeft de Amerikaanse actrice Mae West haar doorbraak met het zelfgeschreven toneelstuk Diamond Lil. Het stuk, over een grofgebekte blonde stoot uit de jaren negentig van de vorige eeuw brengt haar tot Broadway. In het stuk zingt zij ook 'Frankie And Johnnie'


Mississippi John Hurt

De vroegste bekende opname dateert uit datzelfde jaar, 1928. Die is van de Delta Blues gitarist Mississippi John Hurt.

John Hurt werd omstreeks 1893 geboren in het dorpje Teoc in het hart van de Mississippi Delta.
Toen hij een jaar of negen was kocht zijn moeder een tweedehands gitaar. Omdat er niemand in de buurt woonde die  het hem kon leren, bedacht hij zijn eigen manier van spelen. Dat leverde hem een heel eigen geluid op. Door het ritme en melodie te combineren klinkt het alsof hij twee gitaren tegelijkertijd bespeelt.

Vanaf zijn twaalfde verdiende hij wat bij door op te treden op lokale feesten. Na de dood van zijn vader hielp hij zijn moeder in het onderhoud van de dertien kinderen.

Omstreeks 1923 vroeg Willie Narmour, een blanke square dance fiddler, hem als begeleider. Narmour was erg goed. Zijn 'Carroll County Blues' wordt nog steeds gespeeld. Enkele jaren later won hij dan ook een fiddlerwedstrijd. Daardoor mocht hij een opname maken voor het Okeh platenlabel.

Toen producer T.J. Rockwell hem daarbij vroeg of er nog meer talent in de buurt was, verwees die naar zijn maat. Rockwell kwam Hurt opzoeken, liet hem spelen en nodigde hem uit om naar Memphis te komen voor een eigen opnamesessie. Die vond plaats op 14 februari 1928. "Het was een grote hal," herinnerde Hurt zich meer dan dertig jaar later. "Alleen Mr. Rockwell was er, een geluidstechnicus en ikzelf. Ik zat op een stoel en ze duwden een microfoon tot tegen mijn mond. Ik mocht mij niet meer bewegen eens ze de beste positie hadden gevonden. Man, ik was nerveus! Achteraf had ik nog dagenlang een pijnlijke nek."
Uit het dozijn opnamen werden er twee gekozen die op een 78-toeren plaat werden uitgebracht: 'Nobody's Dirty Business' en 'Frankie'. Hurt kreeg $20 per song - wat goed betaald was voor iemand die normaal $3 verdiende voor een dag hard labeur.

Hurt keerde terug naar vrouw en kinderen in het dorpje Avalon. De plaat deed het goed en in november nodigde Rockwell Hurt uit voor nieuwe opnamen. Deze keer reisde de man helemaal naar New York, waar hij op 21 en 28 december genoeg materiaal omnam om een hele plaat te vullen.

Maar die plaat deed niks, het platenlabel ging over kop tijdens de depressie en Hurt keerde terug naar het boerenwerk.

Folkrevival

In 1948 richtten Moses Asch en Marian Distler in New York The Folkways Records & Service Co. op. Het was hun bedoeling om geluiden van over de gehele wereld op plaat uit te brengen. Naast kikkergebrul en gedichten in alle mogelijke talen bestond een groot deel van hun uitgaven uit oude muziekopnamen. Voor de reeks American Folk Music konden ze beroep doen op Harry Smith. Die had als hobby het verzamelen van oude 78-toren platen. Hiju had er duizenden. Niemand was daar immers nog in geïnteresseerd en hij kon ze meestal voor een habbekrats krijgen.

In 1952 bracht Folkways de Anthology of American Folk Music uit. Harry Smith had daarvoor de selectie gemaakt en de bijbehorende teksten geschreven. Op zes langspeelplaten verzamelde hij 84 Amerikaanse folk opnamen uit de periode 1927 tot 1932. Daartussen zaten ook twee opnamen van "Missisippi" John Hurt: 'Spike Driver Blues' en... 'Frankie'.

Deze indrukwekkende uitgave lag mee aan de oorsprong van een hernieuwde interesse voor folk en bluesmuziek.  Het hek was helemaal van de dam toen het Kingston Trio in 1958 een dikke hit scoorde met een remake van 'Tom Dooley'.
Een jaar later publiceerde een andere verzamelaar Samuel B. Charters The Country Blues.
Na het beëindigen van zijn studies was de jonge musicoloog, in 1951, verhuisd naar New Orleans, om er de Zuiderse cultuur van nabij de bestuderen. Vanaf 1954 maakte ging hij oude muzikanten opzoeken om hun werk vast te leggen.
Zijn boek zette vele andere aan om hetzelfde te doen.

Een van hen was een andere jonge musicoloog, Dick Spottswood. Hij was in de ban geraakt van de fingerpicking stijl van Hurt. Omdat in een van de nummers sprake was van "Avalon My Home Town" ging hij op oude kaarten zoeken naar het dorp. Korte tijd later moest een collega, Tom Hoskins, naar New Orleans. Op verzoek van Spottswood maakte hij een ommetje langs Avalon. Hurt bleek er nog steeds te wonen en zelfs nog te kunnen spelen. Hij was wel erg verbaasd dat iemand nog interesse had in iets van dertig jaar geleden. Met enige moeite kon Hoskins Hurt overhalen om af te reizen naar Washington, D.C., om er een nieuwe carrière te beginnen.

Hurt trad herhaaldelijk op tijdens concerten als Friends of Old Time Music en het Newport Folk Festival. Zo werd hij erg geliefd. Zijn onderkoelde wijze van gitaarspelen was van grote invloed op de blues en folk wereld.

Op 15 juli 1963 nam John Hurt in het Coolidge Auditorium van de Congressbibliotheek een aantal van zijn nummers uit de jaren twintig opnieuw op. Tussen de 39 songs zat ook een nieuwe versie van 'Frankie' - deze keer onder de titel 'Frankie And Albert'.

Jammer genoeg kon Hurt niet lang genieten van zijn succes. Hij overleed op 2 november 1966.


Tribute

In 1988 werd Mississippi John Hurt opgenomen in de Blues Hall of Fame.

En in juni 2003 bracht Vanguard Records Avalon Bleus - A Tribute To The Music Of Mississippi John Hurt. Onder supervisie van Hurt fan Peter Case brengen tal van bekende namen in de muziekwereld daarop hulde aan de meester. Daar zitten mensen bij als Beck, John Hiatt, Bruce Cockburn, Lucinda Williams, Steve & Justin Earle, Bill Morrissey en Taj Mahal. Het accent ligt daarbij meer op de spelvreugde dan op het bluesgevoel, zodat het een erg aangename plaat is geworden.
Het openingsnummer is Chris Smitten's vrolijke versie van 'Frankie & Albert'.


En waar haalde Bob Dylan de mosterd?

In 1992 bracht Bob Dylan het nummer ook al als opener van zijn akoestische roots-cd Good As I Been To You.
Hij moet zeker de oorspronkelijke versie van Mississippi John Hurt uit 1928 kennen van de Anthology of American Folk Music. Ongetwijfeld is hij ook vertrouwd met de versie die Hudie Leadbeater (alias Lead Belly) in 1934 zong. Dat gebeurde voor de microfoon van een andere verzamelaar van authentieke muziek, John Lomax in het Angola Prison in Louisiana.

Toch baseerde Bob Dylan zich voor zijn cover op de recentere versie van "Missisippi" John Hurt uit 1963.
Hij legt de nadruk veel meer op de muziek dan op de woorden.

Luisteren?

Versies door Johnny Hallyday, Taj Mahal, Bob Dylan, Brook Benton, The Ink Spots, Hank Snow, Sam Cooke en Big Bill Broozy kun je hier beluisteren:
http://michourock.centerblog.net/rub-reprise-Frankie-and-Johnny.html


En hier zijn er nog meer: Johnny Cash, Wilf Carter, Elvis Presley, Jimmie Rodgers (als 'Blue Yodel #9') en Mississippi John Hurt:
http://michourock.centerblog.net/rub-reprise-Frankie-and-Johnny-2.html

Jammer dat 'Hold Me Back' (Frankie & Johnny) van Michelle Shocked uit haar fantastische Arkansas Traveller er niet tussen staat.


Oh ja.

De Britse jaren tachtig band Frankie Goes To Hollywood heeft niets met dit verhaal te maken.

18-04-08

Bob Dylan - Good As I Been To You

bob_dylan_good_as_i_been_to_you

Good As I Been To You

  

Toen Good As I Been To You begin november 1992 werd uitgebracht was dat voor velen een complete verassing. Zijn eerste volledig akoestische plaat sinds Another Side Of Bob Dylan uit 1964 was een collectie folk en blues klassiekers die haast per ongeluk tot stand was gekomen.

Terugkijkend was het echter een logische stap voor Dylan.

 

In het najaar van 1990 waren kort na elkaar aantal dingen gebeurd die een grote invloed zouden hebben op het verdere verloop van Dylan's leven en carrière.

  

Mevrouw Dylan

 

Bob Dylan heeft zijn privéleven altijd goed verborgen weten te houden. Zo staat nog steeds niet vast hoeveel kinderen hij officieel heeft. Jarenlang werd er over gespeculeerd of hij ooit hertrouwd was.

In 2001 lichtte Howard Sounes enkele tipjes van de sluier in de biografie Down the Highway: The Life Of Bob Dylan. Hij onthulde dat Bob Dylan vier jaar getrouwd was geweest met een van zijn Queens Of Rhythm. Dat is het koortje met zwarte gospelzangeressen dat hem steevast begeleide vanaf het einde van de jaren zeventig.

 

Carolyn Dennis was op 31 januari 1986 bevallen van een dochter: Desiree Gabrielle Dennis-Dylan. Bob erkende het meisje als zijn dochter en tekende het geboortecertificaat. Om haar een normale jeugd te kunnen geven besloten haar ouders om haar uit de pers te houden.

Een half jaar later, op 4 juni 1986 trouwden Bob en Carolyn in Los Angeles. Carolyn bleef gewoon mee touren.

 

Wanneer bij de Never-Ending Tour geen behoefte meer was aan backing zangeressen, installeerde Dylan vrouw en kind in een onaanzienlijke voorstad in de vallei van San Francisco. 

 

Maar na een tijdje raakt mevrouw Dylan het beu om altijd alleen te zitten en haar man zo weinig te zien. Op 7 augustus 1990 vraagt ze de ontbinding van het vier jaar oude huwelijk aan, wegens "onoverkomelijke verschillen".

  

Twee nieuwe platen

 

Op 11 september 1990 wordt Under The Red Sky uitgebracht. Het opzet was geweest om een totaal ander geluid te krijgen dan de voorganger, Oh Mercy. Het atmosferische geluid van die plaat droeg onmiskenbaar het stempel van producer Daniel Lanois.

 

De nieuwe plaat was geproducet door David en Don Was en er waren vele gastbijdragen van uiteenlopende mensen als Stevie Ray en Jimmy Vaughan, David Lindley, George Harrison en Elton John.  Daardoor was de plaat niet alleen verassend anders, zowel muzikaal als tekstueel, maar vooral artistiek erg ontgoochelend.

 

Anderhalve maand later volgt Traveling Wilbury's Vol. 3. Ook hiervan is de verkoop een stuk minder dan bij de eerste plaat. Volgens Tom Petty was het ook helemaal niet de bedoeling een commercieel product te maken.

Maar de tegenvallende verkoop van zijn eigen plaat, zowel als deze, maken dat Dylan de lust ontbreekt om nog eigen platen te maken. Het zal zeven jaar duren eer er Dylan nog eens een studioalbum met nieuwe nummers zou uitbrengen.

 

In die tussentijd voltooide hij geen enkele nieuwe compositie meer. Hoewel hij eerder al een paar keer aan writers block had geleden, had dit nog nooit zo lang geduurd.

 

Tegenover Paul Zollo verklaart Dylan op 14 april 1991: "Ooit kwamen de songs met drie vier tegelijk, maar dat is al lang gedaan ... Af en toe komt er nog eens een nummer op mij, als een buldog aan het poortje van de tuin, om te eisen dat ik hem schrijf. Maar de meeste verban ik onmiddellijk uit mijn gedachten. Je vraagt je af of er nog iemand behoefte aan heft om ze te horen. Misschien kom je op een punt waarop je genoeg songs geschreven hebt Laat iemand anders ze maar schrijven."

   

Is er een gitarist in de zaal?

 

In oktober 1990 stapte gitaarmaestro G. E. Smith op. De Amerikaanse tegenhanger van Patrick Riguelle had sinds 7 juni 1988 Dylan's tourband. Dylan zelf beschouwt zijn vertrek als het einde van de Never-Ending Tour.

 

Aan het einde van de Europese zomertournee van 1990 had Dylan Smith voorgesteld om zijn loon van zo'n $10 000 per week wat in te krimpen. Het antwoord was duidelijk: "Nein!"

Smith was wel bereid te blijven tot er een opvolger gevonden was. Dus liet Dylan een aantal gitaristen meespelen tijdens de Amerikaanse herfsttournee. Ze deden een live auditie, als het ware. Tijdens het laatste optreden van de tour liet Dylan zelfs zijn gitaartechnieker meespelen!

 

Bij de aanvang van de volgende tournee was het probleem nog niet opgelost. De gitaartechnieker, Cezar Diaz, probeert het drie nummers lang als enige gitarist, tot Smith hem komt redden. Steve Burton is ingehuurd als slaggitarist. Die voldoet ook niet en wordt vervangen door John Stahealey.

 

Na een aantal optredens in het New Yorkse Beacon Theatre stapt G.E. Smith definitief op. De rest van de tournee ploetert Dylan verder met twee gitaristen, die geen van beiden sologitaar kunnen spelen!

  

I need a shot of... whiskey

 

Tijdens diezelfde tournee wordt ook pijnlijk duidelijk dat Dylan serieus aan de drank is. Hij heeft soms zelfs moeite om zijn microfoon te vinden. Nu had de man altijd al van een glaasje rode wijn gehouden, maar zijn werk had er nooit onder gelden, zoals nu.

 

Het kan hem blijkbaar allemaal niet meer schelen. Kwaliteit is niet meer belangrijk. Bij de repetities voor de volgende tournee in januari 1991 wordt de band bijna helemaal vernieuwd. Enkel de twee slaggitaristen Tony Garnier en Cesar Diaz blijven overgebleven. De drummer Chris Parker is niet eens verwittigd dat hij niet meer welkom is. Hij moet vaststellen dat zijn plaats al is ingenomen door iemand anders: Ian Wallace, die tijdens de '78 World Tour ook al meespeelde.

De totaal onbekende gitarist J. J. Jackson is er bij gehaald om de solo's te spelen. Hij is vooral goedkoop: $ 500 per week.

 

De Never-Ending Tour lijkt steeds meer verbrokkeld te raken: terwijl er in '88 eigenlijk één lange tournee was, waren er drie delen in '89, vijf in '90 en in '91 zes.

Dat geldt trouwens ook voor de concerten zelf: met drie onervaren gitaristen en een leider die in de fles vlucht kan het niet anders of alles verloopt erg chaotisch. Dikwijls zet de zanger bovendien zijn begeleiders met opzet op het verkeerde been, alsof hij zijn eigen optredens wil saboteren. En soms verdwijnt hij gewoon, midden in een nummer, voor een paar minuten in de coulissen.

 

Ian Wallace merkt duidelijk het verschil met de wereldtournee van '78. De verplaatsingen gebeuren per bus en de hotel waarin ze verblijven zijn geen tophotels "Bob had echt een voorliefde voor kleine motelletjes buitenaf. We zaten echt opgesloten in achterafplaatsen."

Dylan vindt slechts twee dingen echt belangrijk aan hotels: ze moeten zijn honden toelaten. En de ramen moeten open kunnen, want hij heeft een hekel aan airco. Voor de rest maakt het hem niet uit: hij komt toch nooit buiten.

 

Het wordt steeds erger. Die zomer drinkt hij cognac alsof het cola is. Hij wordt nors en onredelijk tegen zijn band.

 

Misschien wel Dylans slechtste concert ooit vindt plaats op 17 juni 1991 in Stuttgart, Duitsland. Bij het openingsnummer begint Dylan op harmonica. Dan loopt hij naar de piano, waar hij schijnbaar willekeurige toetsten aanslaat. Hij kijkt voortdurend om zich heen, alsof hij op zoek is naar iets. Na een minuut of vier staat hij terug op en loopt naar zijn gitaar. Na een paar willekeurige aanslagen begint hij te zingen. Het blijkt 'New Morning' te zijn. Er is geen regel bij uit de oorspronkelijke versie.

De rest van het concert is niet beter. Dikwijls lijkt hij zelfs het einde van de zin niet meer te weten.

 

Aan het einde van de zomer besluit hij zijn leven terug in handen te nemen. Hij stopt met drinken.

"Het was belangrijk voor mij dat ik tot op de bodem ging van dat legende gedoe. Dat slaat gewoon nergens op. Wat van belang is, is niet de legende, maar de kunst, het werk. Een mens moet doen waarvoor hij geroepen is om te doen."

  

Terugvechten

 

Het resultaat is onmiddellijk zichtbaar. Tijdens de herfsttournee heeft Bob Dylan het leiderschap terug op zich genomen. Hij doet ook echt zijn best om met gevoel te zingen en harmonica te spelen. En de muzikanten spelen nu eindelijk samen als een echte band. Vooral de nummers van Oh Mercy komen tot leven.

 

Voor de Australische tournee in de lente van 1992 besluit hij de band te versterken met een steelgitarist.

Bucky Baxter vertelt: "Ik speelde bij Steve Earle. We deden een hele tournee als voorprogramma voor Bob. Tijdens een soundcheck was ik wat aan het spelen met G.E. Smith toen Bob me vroeg om mee te doen. Hij vroeg me hem een steel gitaar te bezorgen. Ik kocht er één in Nashville en gaf hem wat lessen.

Toen de tournee voorbij was gaf ik hem mijn telefoonnummer en ik dacht, 'Wel, cool, ik ga meespelen met Dylan!' Maar ik hoorde niks van hem.

Twee jaar later kreeg ik op een maandag een telefoontje van hem: 'Kom morgen, we vertrekken donderdag naar Australië.' En dat was dat."

 

Het versterken van de band met de multi-instrumentalist blijkt een uitstekende keus te zijn. Baxters pedal steel gitaar brengt nieuw leven aan de anders vermoeid klinkende nummers. Dat brengt Dylan er toe oude pareltjes als 'Idiot Wind' aan de set toe te voegen. Ook Dylans hernieuwde interesse in zingen en gitaarspelen komt de kwaliteit ten goede.

   

Valse start

 

Ondertussen wordt de platenmaatschappij ongeduldig. Ze hebben het gebrek aan nieuw materiaal kunnen opvangen met een greep uit de archieven: The Bootleg Series Vol. 1-3. Die boxset met vijf LP's of 3 cd's vol studio outtakes werd goed gesmaakt door zowel critici als het publiek.

 

Maar nu willen ze iets nieuws. Dylan laat de Acme Recording Studio in Chicago boeken voor een periode van twee weken. Als producer doet hij beroep op de veelzijdige gitarist en fiddle player David Bromberg.

 

Zoals hij al eerder deed wanneer hij writers block heeft, legt Dylan zich weer toe op het opnemen van covers.

 

In de zomer van 1990 had Dylan, als tegengewicht voor de rommelige elektrische nummers, een korte akoestisch solo set ingelast. Na een tijdje begon hij daarbij covers te brengen: 'Homeward Bound' van Paul Simon, 'People Putting People Down' van John Prine of een traditional als 'When First Unto This Country'.

 

De set leek erg in de smaak te vallen en tijdens de concerten down under in 1991 bracht Dylan bijna elke dag wel een nieuw nummer. Het ene nog ouder dan het andere: 'Female Rambling Sailor', 'Dolly Dagger', 'Little Maggie', 'Golden Vanity', 'Delia' ...

"Die nummers wurmden zich tussen mijn eigen nummers, denk ik, maar nooit bewust... Het is alsof niemand die nummers ooit had hoeven te schrijven. Ze werden gewoon door gegegeven," verklaarde hij in 1993.

 

Met Brombergs band als begeleiders neemt hij einde mei, begin juni zesentwintig nummers op, haast uitsluitend folk en bluesmateriaal. Enkele titels: 'I'll Rise Again' (trad.), 'Nobody's Fault But Mine' (Blind Willie Johnson), 'Lady From Baltimore' (trad.), 'Polly Vaughan' (trad.) , 'Casey Jones' (trad.), 'Duncan And Brady' (trad.). Daarnaast neemt hij ook enkele composities van David Bromberg zelf op: 'Kaatskill Serenade', 'World Of Fools' en 'Sloppy Drunk'.'

 

Wanneer zijn werk er op zit, moet Dylan weer naar Europa om er een dozijn concerten te gaan geven. Hij laat de banden bij Bromberg achter om ze te mixen.

  

Wat extra opnamen

 

Bij zijn terugkeer naar de Verenigde Staten, laat hij de opnamen naar zijn huis in Malibu brengen om er enkele akoestische tracks aan toe voegen.  In de huisstudio van Point Dume werden gewoon twee microfoons opgesteld: een voor zijn stem en een tweede voor zijn gitaar.

 

Zonder een tekstvel voor zich, schudde Dylan het ene na het andere nummer uit zijn mouw. Britse en Ierse folksongs als 'Froggy Went A-Courtin', 'Blackjack Davey' en 'Arthur McBride',  een bluegrass standard als 'Little Maggie' en bluesnummers als 'Frankie and Albert' of 'Sittin' on Top of the World'.

 

Enkele songs hadden een andere achtergrond, zoals 'Tomorrow Night' (een hitje van best voor Elvis Presley in 1956) en 'Hard Times' van de eerste Amerikaanse songschrijver Stephen Foster.

 

Het zal wel geen toeval zijn dat vrijwel alle nummers gaan over foutgelopen liefdes. "You're gonna quit me, baby, good as I been to you." Inderdaad! Heroïsche liefdesgeschiedenissen, moordende geliefden, verre reizen over zee en een dierenbruiloft. "Muziek die echt is voor mij" noemt hij het. Teruggaand tot de 16de eeuw, of meer recent tot de jaren dertig van de 20ste eeuw!

 

"Het gebeurde toevallig," meende hij in 1993. "Ik had niet veel tijd nodig om deze nummers op te nemen. Die nummers zijn heel belangrijk voor mij. Ze volgen mij al jaren,dus behandelde ik hen alsof het mijn nummers waren, niet als covers. Ik had niet veel tijdig nodig, weet je dit zijn folk songs en die hebben niet veel opsmuk nodig."

 

Misschien vond Dylan deze nieuwe opnamen gewoon beter, of interessanter. Uiteindelijk bleven alle opnamen van de sessies met Bromberg ongebruikt. Noch Dylan, noch Bromberg hebben er ooit een verklaring voor gegeven.

 

Wel wordt er gespeculeerd dat Bromberg voorgesteld had om de opnamen wat meer aan te kleden. Bijvoorbeeld door een gospel koor in te zetten bij 'Rise Again' en 'Nobody's Fault But Mine'. Dylan zou dan moeilijk zijn gaan doen en zelfs de opnamen hebben laten wissen. 

 

Geen van de Acme opnamen is ooit officieel uitgebracht. In de loop der jaren zijn er slechts vier songs van deze sessies opgedoken in het bootlegcicuit: 'Sloppy Drunk', 'Polly Vaughn', 'Kaatskill Serenade' en twee mixen van 'Miss The Mississippi And You'. Vooral dat laatste - een cover van Bill Haley nog wel - is erg goed.

  

Reden tot feesten?

 

De plicht roept alweer. Dylan laat het aan zijn assistente, Debbie Gold, over om de zaak te mixen. Zij krijgt daarvoor zelfs ene credit als producer!

 

De herfsttournee trekt, zoals gebruikelijk, van het noorden naar het zuiden langs de Amerikaanse oostkust. Sommige van deze optredens gelden als de beste van de hele Never-Ending Tour! De band bestaat naast

Bucky Baxter, die zowat alle mogelijke snaarinstrumenten bespeeld, uit slaggitarist John Jackson, bassist Tony Garnier en de drummers Ian Wallace én Winston Watson.

 

Midden in de tournee organiseert Sony/Columbia, lichtelijk over tijd op 16 oktober 1992 "Columbia Records Celebrates The Music Of Bob Dylan" in Madison Square Garden. De drie en een half uur durende show is rechtstreeks te bekijken op betaalnetten in Amerika en Europa.

Een aantal artiesten, waaronder Eric Clapton, George Harrison, Lou Reed, Neil Young en Stevie Wonder brengen een eerbetoon aan de man door één of twee van zijn nummers te brengen, met begeleiding van Booker T and the MG's plus G.E. Smith als "musical director".

 

Er zijn twee uitzonderingen: John Hammond Jr heeft 'I'll Be You Baby Tonight' gerepeteerd, maar vlak voor het optreden staat Kris Kristofferson er op dat hij dat zelf zal brengen. Omdat John Hammond Jr geen ander Dylan nummer kent, brengt die dan maar 'See That My Grave Is Kept Clean' van Jesse Fuller.

 

Sinead O'Connor wordt uitgejouwd omwille van haar recente optreden bij Saturday Night Live, waarbij ze een foto van de paus verscheurde. Uiteindelijk schreeuwt ze a-capella Bob Marley's 'War' en verlaat dan huilend het podium.

 

Elvis Costello had 'Positively 4th Street' moeten doen en Van Morrison 'Just Like A Woman', maar die kwamen geen van beiden opdagen.

 

Dylan bekijkt alles in zijn camper en komt slechts op het einde drie nummers zingen, waaronder 'Song To Woody'.

 

De aanwezigen betaalden $80 tot $150 voor het voorrecht en diegenen die thuis bleven konden voor $19,99 het gebeuren volgen op betaal-TV. Dylan ontving het leeuwendeel van de $ 10 miljoen opbrengst. Niet slecht voor drie nummers.

 

Dat geld komt overigens goed van pas, want op 21 oktober 1992 wordt het huwelijk van Bob en Carolyn wordt officieel ontbonden. Voor de tweede keer kost een scheiding hem een vermogen. Carolyn krijgt een deel van het huis in Port Dune als onderpand tot Bob genoeg contanten heeft om haar te betalen. Ze heeft bovendien recht op de helft van alle nieuwe nummers die Bob tijdens hun huwelijk heeft geregistreerd, een deel van zijn toekomstige royalty's plus alimentatie. Carolyn krijgt ook het huis in Tarzana.

  

Een plaat voor de president

 

Good As I Been To You wordt uitgebracht op de dag dat Bill Clinton wordt verkozen als president: 3 november 1992. De hoes ziet er (met opzet?) uit als een goedkope compilatie van de een of andere oude bluesman - een cd zoals je ze in de GB ziet liggen voor een paar euro.  

 

Aanvankelijk wordt nogal ontgoocheld gereageerd, vooral omdat er geen nieuwe composities van Dylan op staan. Ook werd hier en daar beklemtoond dat Dylan's stem erg was achteruit gegaan, maar vreemd genoeg, past die perfect bij het materiaal. Voor wie wil luisteren blijkt de plaat eigenlijk zeer goed.

 

Maar grunge is de heersende trend in de muziekwereld en een 51ste plaats is dan ook de hoogste notering in de US. In Engeland haalde de plaat wel de top 20.

 

Het heftigst werd echter gereageerd op de vermelding "trad. arr. Dylan" voor alle songs. Dit werd algemeen ongeloof onthaald, omdat het duidelijk onwaar was. Van minstens zeven nummers zijn de auteurs bekend. Bovendien kan van vele nummers zelfs worden gewezen op gelijkaardige arrangementen bij voorgangers. Zijn muziekuitgever kreeg dan ook af te rekenen met een paar processen.

  

Een overblijvertje

 

Op één na werden alle nummers van Point Dume op de cd uitgebracht. Het overblijvende nummer, 'You Belong To Me' werd voorbehouden voor de soundtrack van Oliver Stone's film controversiële film Natural Born Killers.

 

08-03-08

Bob Dylan - Saved

saved 1

 

 

 

Nieuwe songs

Zoals elke goede missionaris wou Bob zijn boodschap onder de mensen brengen. Omdat hij herboren was en dus niet meer de oude Dylan, vond hij het logisch om voortaan uitsluitend religieus materiaal te brengen. Dus moesten er dringend nieuwe nummers worden geschreven.

In september 1979 schreef hij er een half dozijn, samen met zijn nieuwe vriendin, Helena Springs. De twee hadden al eerder samen gewerkt, tijdens de wereldtournee in 1978. Maar net als toen werd geen van de songs ooit door Bob op plaat gezet.

Op een tape die in handen is gevallen van verzamelaars staan drie demo's gezongen door Helena: 'Responsibility', 'Tell Me The Truth One Time' en 'The Wandering Kind'. Andere titels waarvan geen opnamen bekend zijn, noch van Helena, noch van Bob, zijn: 'Someone Else's Arms', 'What's The Matter' en 'Without You'.
'The Wandering Kind' werd later door Paul Butterfield gecoverd en uitgebracht op The Legendary Paul Butterfield Rides Again.

Het enige nummer dat uit deze eerste schrijfsessie overbleef was 'Saving Grace' dat Bob, zonder de hulp van Helena, had geschreven.

De volgende maand werkte Bob Dylan in zijn eentje verder: 'Covenant Woman', 'In The garden', 'Pressing On', 'Saved', 'Solid Rock', 'Stand By Faith' en 'What Can I Do For You'.


Het einde is begonnen!

Meer nog dan in de eerste reeks van zijn religieuze songs, bleek uit het nieuwe materiaal hoezeer de zanger zich verdiept had in de Openbaring van Johannes. Daarin wordt de eindstrijd voorspeld tussen goed en kwaad tijdens de Armageddon. De theorie dat Armageddon een plaats is - Meggido in het Midden-Oosten - en dat de internationale politieke toestand in die periode erop wees dat de eindstrijd op handen was, werd sterk bepleit door de schrijver Hal Lindsay. In zijn boek The Late Great Planet Earth uit '70 werd alles tot in de details beschreven. Bob had Lindsays boek gelezen en vertelde onder andere aan zijn vrienden dat zich op korte termijn dramatische ontwikkelingen zouden voltrekken. Wanneer Irak en Iran met elkaar in oorlog raakten en de Sovjettroepen Afghanistan bezetten, leek het proces te zijn gestart.


Een nieuwe band

Om zijn boodschap te verspreiden stelde hij een uitstekende nieuwe band samen. Voor de ritrmesectie koos hij twee klasbakken: Tim Drummond en Jim Keltner. Die brachten de sessiegitarist Fred Tackett (later bij Little Feat) aan als sologitarist. Dewey Lyndon "Spooner" Oldham (co-auteur van een aantal klassiekers als 'Dark End Of The Street' en 'I'm Your Puppet' - en tegenwoordig ook vriend aan huis bij The Drive-by Truckers) speelde  B-3-orgel. De gospelzanger Terry Young werd aangetrokken om piano te spelen. Die bracht dan weer zijn vrouw mee: Monalisa Young. Zij verzorgde samen met Helena Springs en Regina Havis de backing vocals.

De zangeressen werden geselecteerd door Carolyn Dennis. "Ik belde de zangeressen en beluisterde hen," vertelt de latere mevrouw Dylan, “maar de uiteindelijke beslissing lag bij hem. Hij wist dat ik hem alleen die mensen zou sturen die met gevoel zingen. Het was geen kwestie van daar te staan en tonen hoe perfect je kan zingen. Er moest iets achter zitten, met gevoel zingen was het belangrijkste. Dat gevoel komt vooral door levenservaring en dat was wat hij moest hebben. Hij wou dat deze show een spontaan spiritueel gevoel had."

De keuze van zowel de muzikanten als de arrangementen was weloverwogen. De beide toetsenspelers Young en Oldham zijn elkaars tegenpolen. Oldham speelde introverte integrerende frasen, terwijl Young door huilende en stompende accenten op het orgel de gospel geïnspireerde songs in hun context plaatste. Oldham's geluid zou in Saved overheersen, maar het was Young die met zijn ruwere, vollere klank de harder rockende nummers uit Slow Train live tot een hoger niveau tilde.
 
De repetities vonden plaats in Bob's Rundown Studio.
Gitarist Fred Tackett vertelt: "Ik ging dus naar dat magazijn in Santa Monica en we speelden er gedurende een week of drie." Uiteindelijk zouden ze zelfs zes weken repeteren. In die periode werd ook een blazerssectie geprobeerd… en afgekeurd.

De vuurproef voor de nieuwe band was een TV optreden bij Saturday Night Live.

Pas enkele dagen voor het geplande TV optreden vroeg Bob aan Fred Tackett of hij wou meedoen.
"Na de repetitie riep hij mij in zijn kantoortje. Ik herinner me vooral die grote haardos van hem. Bob leunde naar me toe en vroeg stilletjes,'Ok, hoeveel verdien je?' Ik begon hem uit te leggen hoeveel ik krijg voor studiowerk in L.A., maar hij onderbrak me, keek schichtig rond of niemand anders ons hoorde en wenkte me korter bij te komen. Hij draaide zijn hoofd en deed me teken in zijn oor te fluisteren.
Ik vertelde hem wat ik normaal verdien. Hij keek mij aan met een blik van 'is dat echt?'. Ik ging verder en hij bekeek mij weer en zei dan dat hij er over moest denken.
De volgende dag riep hij mij en zei dat ik kon meedoen. Hij had mij gewoon voor de gek  gehouden!"

Op 20 oktober brachten Dylan en zijn Gospel Band drie nummers van Slow Train Coming tijdens Saturday Night Live: 'Gotta Serve Somebody', 'When You Gonna Wake Up' en 'I Believe In You'.

Na afloop van de opnamen poseerde Dylan voor wat fans. Op een van die foto's staat hij met Mark David Chapman. Die man zou, een jaar later, John Lennon vermoorden. 


De eerste religieuze tournee

De 26 optredens die Bob Dylan gaf tussen 1 november en 9 december 1979 konden onmogelijk meer verschillend zijn van de vorige shows uit zijn recente wereldtournee. Geen greatest hits meer, geen voetbalstadia, geen witte kostuums, geen nieuwe arrangementen van oude nummers...

De Gospel Tour ging van start met maar liefst 14 optredens in dezelfde zaal: het Fox Warfield Theater in San Francisco, Californië. In het zaaltje kunnen slechts 2 200 toeschouwers.

Verder bracht hij tijdens deze tournee uitsluitend religieuze nummers. Terwijl die voor de pauze die nog kwamen van Slow Train Coming, een plaat die pas enkele maanden uit was, koos hij na de pauze uitsluitend voor nog onuitgegeven werk. "Ik ken geen enkel andere artiest die ooit zoiets heeft geflikt." merkte Bob op.
Ondanks smeekbeden van het publiek weigerde hij ouder materiaal te zingen, zelfs niet als bisnummers.

Daar stond tegen over dat de band uitstekend was. Ze vormden een kleine, maar uiterst professionele en technisch onderlegde kern die elk richting aankon, maar vooral, zeer gedisciplineerd Dylans lead kon volgen.
De strakke muzikale structuur, gecombineerd met het verse palet aan nieuwe nummers, vormden een unieke basis voor Dylan's uitzonderlijke kwaliteiten als performer. Hij gad zich voluit. Elke song werd een bekentenis of een oproep. Hij bekende verliefd te zijn ('Precious Angel', 'Covenant Woman'); gaf zwakte toe ('Saving Grace', 'When He Returns'); afkeer ('Slow Train', 'When You Gonna Wake Up'); en onderwerping ('Solid Rock', 'I Believe In You' en 'Pressing On').  Met deze nummers drukte hij zijn vertrouwen uit, met ontwapenende eerlijkheid. Hij had besloten zich als artiest te herbronnen, door zijn oude songs overboord te werpen en zowel zichzelf als zijn publiek te dwingen het te doen met deze performances. Het resultaat was overweldigend.

Het publiek bleef verbaasd achter. Het reageerde verward en sommigen zelfs woedend. Velen kwamen om een rockshow te zien en kregen een gospel concert voorgeschoteld.
Ook de critici wisten niet goed wat ze hiermee moesten aanvangen en de meeste maakten hem dan maar belachelijk.

Ook erg ongewoon voor Dylan was dat de setlist haast de hele tournee door identiek bleef. Hij legde dan ook uit: "We spelen hier nu al twaalf nachten, zelfde plaats, zelfde tijd en ook de boodschap blijft dezelfde: God belooft niets wat hij niet kan waarmaken. Gisteren is hetzelfde als vandaag en als morgen."

Dat bleef ook zo tijdens de vier optredens in het Civic Auditorium van Santa Monica. Die waren allemaal excellent. Dylan had hier dan ook de kans om op te treden voor een enthousiast publiek. Dat kwam omdat het benefietshows waren ten voordele van World Vision International, een Christelijke liefdadigheidsorganisatie.

Dat was dan weer in complete contrast met de vier shows in het Gammage Center van Tempe, Florida. Daar kreeg Bob af te rekenen met een studentenpubliek dat vijandiger reageerde dan Dylan, die toch wel wat gewoon was, ooit had moeten verduren. Ze brulden om rock 'n' roll en maakten de achtergrondzangeressen belachelijk. Dylan reageerde, vooral tijdens de tweede avond, met lange sermoenen over het einde der tijden, de strijd om Armageddon en de terugkeer van de Heer. Hij weigerde zelfs toegiften te spelen.

Dan trok de karavaan verder naar San Diego, Californië, Albuquerque, New Mexico en tenslotte Tuscon, Arizona. In deze steden werden ook telkens twee concerten gespeeld tijdens opeenvolgende avonden - in kleine zalen. Het laatste concert vond plaats op 9 december.


Geen rust gegund

Tijdens de rustperiode tussen de tour van herfst '79 en die van de winter '80 stond Bob langs alle kanten onder duk. Zijn assistent Dave Kelly legt uit: "In die periode zaten niet alleen de zakenlui op zijn kap, maar vooral de rabbijnen. En de druk die zijn moeder op hem uitoefende om toe te geven aan die hoge rabbijnen van het orthodoxe Jodendom. Het leek wel oorlog. Ze wilden hem weglokken om les te gaan volgen. Maar CBS, Bill Graham en iedereen was aan hem aan het trekken. Het was belachelijk. Vooral omdat de Christelijke gemeenschap hem niet altijd steunde. Zo was er een verdeler, die de platen voor tweeduizend Christelijke platenwinkels moest aankopen, die twee jaar lang weigerde de platen van Dylan te stockeren."


De bruidegom staat alleen voor het altaar.

Vlak voor het begin van het tweede luik van de tournee kregen Bob en zijn vriendin Helena stevige ruzie en hij stuurde haar weg. Ze vertelde de andere bandleden dat ze aan een solocarrière wou beginnen en niet meer terug zou komen. Ze blijft wel nog een hele tijd medewerkster van Bob's Music Touring Co. Inc.

Dave Kelly, Dylans persoonlijke assistent tijdens deze tournees vertelde later dat de twee trouwplannen hadden. Rolling Stone melde dat Dylan in Seattle opgemerkt werd bij een juwelier, waar hij een verlovingsring kocht.


De tweede religieuze tournee

Op 11 januari ging de tweede Gospel Tour van start. Het tweede luik, met opnieuw 24 shows, bracht hen door Noord Amerika van Portland, Oregon tot Charleston, West Virginia.
De tour was praktisch ongewijzigd ten opzichte van het eerste, zowel qua opbouw van de set, de volgorde van de nummers als het personeel. Enkel waren Carolyn Dennis en Regina Peeples in de plaats gekomen van Helena Springs.
Ook de setlist bleef ongewijzigd.

Toch hadden deze shows niet meer dezelfde impact als de herfsttournee. De spanning was er af.
Enkel tijdens de laatste twee shows werd een nieuw nummer toegevoegd: 'Are You Ready?'


rock solid front

Solid Rock

Tijdens de Kerstvakantie had Dylan een album samengesteld uit de live-opnamen van de eerste religieuze tournee. De werktitel was Solid Rock., een verwijzing naar een van de songs, die steevast werd aangekondigd als: ''Hanging On To A Solid Rock, Made Before The Foundation Of The World'."
CBS/Columbia zag een live LP echter niet ziet zitten.

Wie zich een beeld wil vormen hoe die plaat zou hebben geklonken moet op zoek naar bootlegs uit deze periode. Een van de beste daarvan is Contract With The Lord I en II. Die uitgaven brengen het concert van 16 november 1979, merkwaardig genoeg verspreid over twee afzonderlijke cd's.
Later is het geheel, in nog betere kwaliteit, ook nog gebundeld als A Better Contract. 



Terug naar Muscle Shoals

Nadat de platenfirma de live-LP geweigerd had, zag Dylan zich gedwongen iets te doen wat hij nooit eerder had gedaan: een plaat opnemen met een band die de nummers vooraf allemaal al hadden gespeeld.

En dus verzamelde hij op 11 februari 1980, twee dagen na het laatste concert, de band terug in de Muscle Shoals Sound Studio in Sheffield, Alabama.
“We gingen niet naar huis,” vertelt Dylan’s tourmanager Arthur Rosato. “We gingen rechtstreeks de studio in. [We dachten:] ‘We raken nooit thuis.’ Want Muscle Shoals ligt wel erg ver van de bewoonde wereld.”
 
Ook het producersteam bleef ongewijzigd: Jerry Wexler en Barry Beckett. In theorie had het een soort Slow Train Coming , Volume II moeten worden, maar het pakte heel anders uit.

“Wexler had nog steeds geen idee hoe hij met Dylan moest werken,” meent Rosato. “Bob wou gewoon werken met hem om wie hij was. Aan de ene kant heb je een beroemde producer en aan de andere kant iemand die nog nooit echt geproducet is. Ze wisten gewoon niet wat ze met elkaar moesten aanvangen.
Dus namen we gewoon alles in de studio op zoals we het live deden. Maar eigenlijk wilden we gewoon weg.”

Wexler zelf ziet een groot verschil met de vorige sessies: “De arrangementen lagen deze keer vast, doordat de band de nummers al live hadden gespeeld. De meeste accenten kwamen van hen. Ze hadden ze onderweg geperfectioneerd. Dat is helemaal anders dan de bijdragen van Dire Straits aan de vorige plaat. Die werden allemaal in de studio bedacht.”

De eerste dag werd helemaal besteed aan 'Covenant Woman'. Tussen 1 uur in de namiddag en middernacht werden elf pogingen ondernomen, waarvan er negen volledig waren. Maar waar hij het nummer live vol passie bracht is daar in deze studioversie weinig van te merken. Ongetwijfeld had de breuk met Helena, voor wie het nummer waarschijnlijk is geschreven, daar veel mee te maken. Take 3 werd als beste aangeduid.

De volgende dag vonden twee sessies plaats. De namiddagsessie wordt helemaal besteedt aan 'Solid Rock'. Van de zeven pogingen waren er drie volledig en de laatste daarvan, take 3, werd als beste aangeduid.
De rest van de dag werd gewerkt aan 'What Can I Do For You?' (een valse start en 1 geslaagde opname), 'Saved' (idem), 'A Satisfied Mind' (1 take en meteen goed) en opnieuw 'Saved' (beste take).
De zangeressen, die nog een dagje extra verlof hadden gehad, kwamen vanaf de late namiddag meedoen. Voor 'Saved' zong Terry Young' ook mee.

Op woensdag waren er weer drie sessies. Eerst werd 'Saving Grace' opgenomen, zonder de backing zangeressen. Na twee keer een valse start volgden twee volledige takes - 1 en 2 genummerd. Die werden allebei goede bevonden.

In de tweede sessie werd 'Pressing On' aangepakt. Live begon Dylan het nummer alleen aan de piano. Dan wanneer de band inviel stapte hij met de microfoon in de hand naar voren om zijn geloof te belijden. Omdat hij besefte dat het bestaande arrangement niet zou werken op plaat werd het nummer helemaal omgegooid. Opnieuw bespeelde Dylan zelf de piano. Terry ging bij de zangeressen staan voor de backing vocals. Het nummer begon veelbelovend, maar ontaarde al snel in een zielloze dreun. Van de acht pogingen, waren er slechts vier compleet. De laatste take - aangeduid als take 5 werd als beste gekozen.

In de avondsessie werd 'In The Garden' nog twee keer geprobeerd voor 'Solid Rock' een overdub kreeg van de backing vocals, want die ontbraken nog.

Donderdag werden opnieuw twee sessies besteed aan 'In The Garden'. Van de vier takes was de eerste een valse start.
De avondsessie, van 21:00 tot middernacht werd dan helemaal gewijd aan 'Are You Ready'. Van de 8 pogingen zijn er slechts drie volledig. De laatste, take 3, wordt als beste aangeduid.
Tussendoor kreeg 'Saved' met een overdub: backing vocals en percussie.


Bob's eerste Grammy

Tijdens de 22ste Grammy Awards, die op 22 februari 1980 werden uitgereikt in Los Angeles, kreeg Dylan de Grammy voor Best Vocal Performance voor 'Gotta Serve Somebody'. Het was de eerste in zijn loopbaan. Hij liet hierbij Joe Jackson, Robert Palmer, Rod Stewart en Frank Zappa achter zich.
Bob en zijn band verschenen in avondkledij op het podium. Al van bij de aanvang van zijn optreden kwam het publiek vol sterren uit de stoelen. Ze stonden te swingen en klapten al met de maat mee voordat Bob een woord gezongen had. Hij beloonde hen met een geweldige, zeven minuten lange versie van het winnende nummer, met ogenschijnlijk geïmproviseerde wijzigingen in de tekst en zelfs wat harmonica.
Een weekje rust had blijkbaar wonderen verricht.


Problemen

De platenmaatschappij reageert niet erg enthousiast op de opnamen.
De kracht die de live uitvoeringen van deze nummers over hel en verdoemenis in zich droegen was in deze studioversies grotendeels verdwenen. Bovendien leek de klank een doffe brei. Dat is voor een groot stuk te wijten aan Dylan’s koppig vasthouden aan zijn wens om alles live  op te nemen.

Maar volgens Rosato was er nog een ander probleem: “We kregen het geluid van de drums niet goed omdat Keltner moest werken met een technicus die hem vreemd was. Ze klonken als kartonnen dozen. Verschrikkelijk.
Die vent had alle drums afgeplakt. De klank vermoord eigenlijk. Jim keek naar mij. Zo van ‘Wat kan ik doen?’ Hij respecteert altijd wat de technici doen. Wat hem betreft zullen zij wel weten wat de producer wil en Jim is eigenlijk een sessiemuzikant.”

Dylan stelde zelfs voor om de plaat opnieuw op te nemen, maar ondanks het succes van Slow Train Coming voelde CBS er niks voor om nog meer geld te steken in een tweede religieuze plaat. Ook het voorstel voor een live-LP werd opnieuw afgewimpeld.


De derde religieuze tournee

Door deze discussies lag de plaat nog niet in de winkel toen het derde deel van de tournee van start ging op 17 april. Zij begonnen in Canada: eerst speelden ze vier shows in Toronto, gevolgd door vier in Montreal. Vervolgens trokken ze voor 21 optredens door het noordoosten van de Verenigde Staten. Daarbij werden de grote steden, New York, Boston en Philadelphia zorgvuldig vermeden.

De band bleef grotendeels ongewijzigd, behalve dat Carolyn Dennis en Regina Peebles werden vervangen door Clydie King, Gwen Evans en Mary Elizabeth Peeples. Met Regina Havis en Mona Lisa Young waren er nu dus vijf backing zangeressen. Dylan had daarmee tien mensen bij hem op de scène, één minder dan de big band concerten van '78.

Deze concerten waren veel meer begeesterd dan die van de eerste maanden van het jaar. 'When He Returns', 'Covenant Woman', 'Change My Way Of Thinking' en 'Blessed Is The Name Of the Lord Forever' waren geschrapt en vervangen door twee nieuwe Dylan composities: 'Ain't Gonna Go To Hell For Anybody' en het uitstekende 'Cover Down' (als vierde en vijfde nummer). 'Are You Ready' werd als eerste bisnummer gespeeld, gevolgd door 'Pressing On'.
Het onuitgegeven 'Ain't No Man Righteous' werd meestal gezongen door Regina Havis. Tijdens twee shows in Canada werd nog een nieuw nummer gezongen: 'I Will Love Him, I Will Serve Him' en soms ook een gospel cover 'I Will Sing'.

Wie de concerten bezocht was getuige van een buitengewoon spektakel: Dylan stond te preken als een televisiedominee. Het werd steeds moeilijker om uitverkochte zalen te krijgen. Het laatste optreden - voorzien voor 22 mei - werd zelfs afgelast wegens onvoldoende kaartverkoop.


contract with the lord

Een tweede onuitgebracht liveplaat

Twee van de vier optredens in Toronto werden, in opdracht en voor rekening van Bob Dylan, gefilmd door zijn vaste cameraman Howard Alk. Jammer genoeg werd er nooit iets met de beelden gedaan.

Uit de geluidsopnamen van 19 april 1980, stelde Bob wel een live LP samen: Rock Solid. Jammer genoeg zijn er slechts acht tracks en wordt er telkens in en uit gefade om het applaus te vermijden. Vooral 'Precious Angel' is erg sterk. Een nummer, 'Cover Down, Break Through', werd nooit officieel uitgebracht.
Een complete show (inclusief de nummers die door de backing zangeressen werden gebracht) is te vinden op Born Again Music, een dag later opgenomen in dezelfde Massey Hall van Toronto. Daarop staat naast een sterk 'Ain't Gonna Go To Hell' een fantastische versie van 'When He Returns'. En je kan er nonkel Bob horen preken!



De tweede gospelplaat

Saved verscheen uiteindelijk pas op 20 juni 1980 -  een maand na het beëindigen van de tournee.

Hoewel dezelfde studio en dezelfde producers werden gebruikt waren de resultaten van twee religieuze platen toch totaal verschillend. Deze keer hakkelden de meeste nummers waar ze hadden moeten rocken. Een aantal teksten waren niet veel meer dan religieuze clichés. Maar het ergste was dat het allemaal modderig klonk.

Vele fans werden ook afgeschrikt door de spuuglelijke hoes. Daarop prijkt een schilderij van ene Tony Wright, die werkte in opdracht van Bob Dylan. Gods hand kiest uit een aantal smekende mensenhanden een uitverkorene. 
 
saved

In een poging de verkoop potentiële kopers tegemoet te komen, werd de hoes vervangen door een ander schilderij van Dylan op het podium.

Toen dan ook nog een geplande Amerikaanse zomertournee werd afgelast omwille van een hittegolf, viel ook die promotie weg. Saved zakte onopgemerkt weg. De hoogste notering was een 24-ste plaats in de hitlijst van Billboard - Dylans laagste albumnotering sinds 1964!

 

De zanger had zo een tegenvallende resultaat niet verwacht. Hij had gehoopt een nieuw publiek te hebben bereikt.
Het zou lang duren eer hij zijn zelfvertrouwen zou terugvinden in de studio.

Jim Keltner krijgt het laatste woord. Hij meent ook dat een liveplaat de beste optie was geweest: “Het is jammer dat die nummers in de studio zijn opgenomen in plaats van live. Er was een show in Seattle waar we een staande ovatie kregen na ‘Solid Rock’ – zeker vijf minuten lang. Het was zo buitengewoon krachtig. De mensen gingen uit hun bol. Ik had zoiets nog nooit gezien. Nooit!
Als je zoiets uit had kunnen brengen in plaats van die studioversies die dood geproducet warren, dan zou je wat meemaken… Jerry Wexler was een van mijn idolen, maar we kregen zo een zielloos geluid. Ik denk dat hij het geluid van Slow Train opnieuw zocht. Dat moet je niet doen met Bob… Het moest niks van doen hebben met Slow Train Coming. We moesten een groots, open, live, opwindend geluid hebben om de jubel in de songs te benaderen. Maar het pakte niet op band. Maar dat doet niks af aan de kracht van die songs.”

En hier is het bewijs: 'Pressing On'!

07-03-08

Are You Ready?

Om u voor te bereiden op Saved staat Bob Dylan er op om u alvast voor te stellen aan de uitstekende muzikanten die hij heeft bijeengezocht. 

Het lijkt soms of die stomende bende niet op een podium staat, maar eerder in een kerkje, ergens in Alabama.

Are you ready? 

18:53 Gepost door Peerke in Bob Dylan | Permalink | Commentaren (1) | Tags: bob dylan, saved, gospel |  Facebook |

24-02-08

Bob Dylan - Slow Train Coming

Slow Train Coming

bob_dylan_slow_train_coming


De bekering

In de herfst van 1978 begon een nieuwe bladzijde in het leven en de carrière van de man die werd geboren als Robert Zimmerman. Eén die zelfs nog meer controversieel zou blijken dan toen hij "elektrisch" begon te spelen. Toen, had hij zich doelbewust afgekeerd van een groot stuk van zijn volgelingen. Nu, dertien jaar later, werd hij zelf een volgeling. Bob Dylan werd een born-again Christian.  

Zoals hij het later vertelde, bleek een klein voorval de aanleiding. Het gebeurde in San Diego, op 16 november 1978, tijdens één van de laatste optredens van zijn wereldtournee.
"Tegen het einde van de show, wist er iemand in het publiek dat ik me niet goed voelde. Ik denk dat ze het konden zien. En ze wierpen een klein zilveren kruis op het podium. Nu raap ik zelden iets op wat ze naar me gooien... Maar ik zag het liggen en ik raapte het op. Ik stopte het in mijn zak.
In de volgende stad, ergens in Arizona... voelde ik me zelfs nog slechter dan in San Diego. Ik voelde: vanavond heb ik iets nodig. Ik had geen idee wat. Ik had van alles geprobeerd. Ik wist dat ik iets anders nodig had. Iets wat ik nog niet had geprobeerd. En toen voelde ik dat kruis in mijn zak."

Er ging een schok door hem heen. Hij had zijn redding gevonden.

"Er was een aanwezigheid in de kamer die niemand anders kon geweest zijn dan Jezus.  Jesus legde zijn hand op mij. Ik was echt herboren, als je het zo wilt noemen... Het was een fysieke gebeurtenis. Ik voelde het overal. Mijn hele lichaam beefde."

Een week later, tijdens het optreden in Fort Worth droeg hij een ijzeren kruis om zijn nek. En twee dagen later,  veranderde hij tijdens het concert in Houston de regels over de Italiaanse dichter uit de 15de eeuw in 'Tangled Up in Blue':

She opened up the Bible
And she started it quoting it to me,
Gospel according to Matthew,
Verse 3, Chapter 33.

Hij bleek nog niet erg bijbelvast. Ofwel was de verwijzing een plotse ingeving, want die regels bestaan zelfs niet eens!

Op 2 december werd tijdens de soundcheck in Nashville een vroege versie van 'Slow Train' geprobeerd en tijdens de laatste show, in het Miami Sportatorium in Hollywood een vroege versie van 'Do Right To Me Baby (Do Unto Others)'. Beide nummers hadden wel nog een geheel andere tekst dan de latere plaatversies.


Achteraf bekeken was die bekering geen losstaand feit.

Bob Dylan had de afgelopen twee jaar heel wat te verwerken gehad. Er was die langdurige en pijnlijke scheiding, gevolgd door een uitputtende wereldtournee.

Bovendien leek de Amerikaanse pers collectief te hebben besloten dat de tijd aangebroken was om hem van zijn voetstuk te stoten. Eerst schreven ze zijn film, Renaldo And Clara de vernieling in. Daarna werden zowel de studioplaat Street Legal als de live-LP At Budokan met de grond gelijk gemaakt. En op Amerikaanse luik van de tournee werd geschokt gereageerd. De nieuwe arrangementen werden afgedaan als Las Vegas entertainment.
Een groot contrast met de lovende manier waarop zowel de platen als de optredens in Europa waren ontvangen.

In die trieste tijd, toen hij iets of iemand nodig had om overeind te blijven, was de zanger omringd door Christenmensen. Natuurlijk hadden de zwarte zangeressen allemaal een gospelachtergrond. En T-Bone Burnette had zowel een aantal van de bandleden van de Rolling Thunder Revue geïntroduceerd bij de Vineyard Fellowship. Dat was een kleine maar groeiende evangelische gemeente in de San Francisco Valley. De voorganger Kenn Gulliksen was zelf ook nogal rock 'n' roll. Hij was zelf ook zanger geweest en droeg vaak de mis op in korte broek. Volgens Mansfield draaide "een groot stuk van de fellowship van die kerk om muziek."
“T-Bone was al eerste daar geweest,” bevestigd David Mansfield. “Steven [Soles]was hem gevolgd. En toen kwam ik. T-Bone kan overtuigend zijn! Maar er was sowieso iets an het gebeuren. We gingen allemaal naar dezelfde kerk en Bob was er ook.  Wij speelden in de band en hij stond achteraan – incognito.”

Het is dan ook twijfelachtig of de bekering echt zo'n Damascusachtige flits is geweest.

"Het was eerder een kettingreactie van dingen," meent Helena Springs. "Ik denk dat het te maken had met persoonlijke dingen. Hij had problemen en hij belde me. Hij stelde me vragen die niemand kan beantwoorden. Ik vroeg hem, 'Bid jij ooit?' Hij antwoordde 'Bidden?'. Ik vroeg: 'Doe jij dat nooit? Als ik problemen heb, dan bid ik.'"


Terug naar school

Nadat de tournee afgelopen was keerde Bob Dylan terug naar Los Angeles, met zijn vriendin Mary Alice Artes. De zangeres en actrice was een tijdje van haar geloof afgedwaald, maar was onlangs 'gered'. Ze had zich, net als de  andere muzikanten, aangesloten bij de Vineyard Fellowship.

Op een zondag in januari 1979 vroeg Mary Alice aan de voorganger om thuis met haar vriend te komen praten. Die stuurde twee mensen: Larry Myers en Paul Esmond. Tot hun verwondering bleek de vriend Bob Dylan te zijn.
"We ontmoeten er een man die zeer geïnteresseerd was wat de Bijbel te vertellen heeft over Jesus Christus," vertelt Myers. "Ik probeerde zo goed mogelijk alles te overlopen, vanaf Genesis, door het Ouder Testament tot aan de Onthullingen. Ik trachtte de historische  figuur te plaatsen. Het was een hoogstaand gesprek met iemand die de Bijbel echt wou begrijpen. Het was nooit mijn bedoeling hem te overtuigen van wat dan ook, of hem te manipuleren of onder druk te zetten. Volgens mij sprak God door Zijn Woord, de Bijbel tot een man die al jaren zoekende was."

"Hij wou meer uitleg," bevestigt Helena Springs. "Hij weet altijd graag alles. Hij is altijd op zoek naar de waarheid, overal waar hij die kan vinden. Het was alsof hij het Christendom onderzocht. Het was niet dat hij stopte met Jood-zijn. Hij leerde bidden en wanneer hij alles geleerd had wat er te leren viel, ging hij weer verder met iets anders."

De priesters adviseerden hem aan een cursus te volgen bij de Vineyard School of Discipleship. De lessen werden er gegeven vier dagen per week, gedurende drie maanden.
"Mijn eerste reactie was: daar heb ik geen tijd voor!" vertelde Dylan in 1980. "Ik moet binnenkort terug op tournee. Maar op een ochtend werd ik om zeven uur wakker. Ik kleedde me aan en reed naar de Bijbelsschool." Hij schrijft zich in voor de lessenreeks, samen met Mary Alice.

Al na een paar weken laat zij zich dopen in een zwembad. Bob woonde de plechtigheid bij.
Korte tijd later liet hij zich ook dopen, waarschijnlijk in de oceaan. Hoewel hij niet hield van de term werd hij daardoor een "born-again Christian".
"Bob sloot, alleen en in afzondering, Christus in zijn hart," aldus de predikant. "Hij kwam tot het geloof dat Jesus Christus de echte Messias is."

 

De Apocalyps staat voor de deur

Door zijn Bijbelklas kwam Dylan in contact met het gedachtegoed van Hal Lindsey. De Christelijk schrijver uit Texas had in 1970 The Late Great Planet Earth gepubliceerd. In dat boek (in het Nederlands vertaald als De planeet die aarde heette) kondigde hij het nakende einde der tijden aan.

Lindsey baseerde zijn theorie op het laatste bijbelboek, de Openbaring van Johannes. Daarin wordt het scenario voor de Eindtijd uit de doeken gedaan. Armageddon wordt, volgens Johannes, gekenmerkt door natuurrampen zoals overstromingen en aardbevingen, epidemieën. Daarnaast zouden er 'valse profeten' zijn, die men geloof zou schenken en de aarde zou dan worden geteisterd door sociale en politieke chaos tot en met oorlogen.

Volgens Lindsey's interpretatie kwamen de voorspellingen overeen met de historische feiten van de 20ste eeuw, beginnend bij de stichting van de staat Israel, het thuisland van de Joden. Daarom, zo berekende hij, zou het Laatste Oorddeel "hoogstwaarschijnlijk" plaatsvinden in de jaren zeventig of -  op zijn laatst - de jaren tachtig.

Dat Dylan helemaal overtuigd was van deze theorie blijkt uit hetgeen hij vertelde tijdens een optreden in de herfst van 1979. "Weet je, we leven in de laatste dagen... De geschriften zeggen "In de laatste dagen komen vreselijke tijden.... Kijk naar het Midden Oosten. We steven recht op een oorlog af... Ik zei jullie 'The Times They Are A-Changin' en dat was ook zo. Ik zei dat het antwoord was 'Blowin' in the Wind' en dat was ook zo. Ik zeg jullie nu dat Jesus op komst is, en dat is ook zo! En er is geen andere kans op  redding...Jesus komt terug om zijn 1000 jarig rijk te vestigen in Jerusalem."

In 1985 ging hij er dieper op in: "Wat ik in die Bijbelschool leerde was...gewoon hetzelfde als waarin ik altijd al had geloofd. Maar ik had het niet eerder onder woorden kunnen brengen...  Mensen die geloven in de komst van de Messias leven in het nu. Alsof Hij er is. Dat is hoe ik het zie. Ik weet wel dat er mensen zijn die denken: wat een onzin. Maar het staat er allemaal zwart op wit. Zowel letterlijk als tussen de regelsIk hoef mezelf niet te verdedigen. De geschriften bewijzen het."

 

Nieuwe songs

Die theorie vormt dan ook het uitgangspunt voor zowat alle songs die Dylan in deze periode schreef. Maar, volgens een interview uit 1984, schrok hij zelf van zijn songs. Aan Bono, de zanger van U2, vertelde hij toen: "Ik schreef die songs [voor Slow Train]. Ik had het zo niet gepland, maar ik schreef ze toch. Ik schreef ze zelfs niet graag. Ik wou ze niet schrijven. Ik dacht... Ik was niet van plan om songs te schrijven. Maar toen ik er een aantal had, dacht ik, 'ik wil die niet zingen.' Dus vroeg ik een vriendin of zij ze wou zingen."

"Het was een van mijn zangeressen, Carolyn Dennis heet ze. Ik gaf haar die nummers en zij nam ze op. Ik wou er zelfs mijn naam niet onder zetten. Maar ik wou dat ze gehoord werden. Maar niet onder mijn eigen naam, want ik wist wat dat zou teweeg brengen. Dat zou de druk nog doen toenemen. En daar had ik geen behoefte aan."


Een nieuwe band

Uiteindelijk besloot hij dan maar de nummers zelf op te nemen. Hij wist dat, om de boodschap over te brengen, hij ze mooi moest verpakken.  Hij koos dan ook voor een uitstekende producer: Jerry Wexler, die bekend was door zijn werk met Aretha Franklin, Ray Charles, Wilson Pickett, Percy Sledge en Dusty Springfield.

Wexler had net de lp Communiqué geproduceerd voor de Britse band Dire Straits. Hij stelde Bob voor dat hij de leider van die band, Mark Knopfler, zou vragen mee te werken. Dylan kende enkel de single 'Sultans of Swing', die zijn assistent Arthur Rosato hem had laten horen.
Daarom ging hij op 29 maart kijken naar een optreden van Dire Straits in de Roxy in Los Angeles. Na afloop ging hij Knopfler backstage opzoeken. Die was onmiddellijk akkoord om mee te doen.

"Natuurlijk wou ik de plaat opnemen in Muscle Shoals," vertelde  Wexler. De Muscle Shoals Sound Studio, zoals die voluit heet, in Sheffield, Alabama, was de plaats waar hij in de late jaren zestig zijn grootste successen had opgenomen. "Bob zag dat meteen zitten. Maar we besloten de voorbereidingen hier te doen, in Los Angeles, waar Bob woonde."

"Bob en ik namen alle nummers op voorhand door," verklaarde Knopfler later. "Ze kunnen heel anders zijn wanneer hij ze op de piano voor spelt. Ik deed misschien wat suggesties over het tempo of zo. Of ik zei: 'Wat vind je van een twaalf-snarige gitaar?'"

Knopfler was in eerste instantie verbaasd door de religieuze lading van de songs. Geschokt verklaarde hij aan zijn manager, Ed Bicknell: "al die nummers gaan over God!"

Wexler was eerder geamuseerd. "Daar begreep ik was waar die nummers over gingen: bekeringswerk van de oude stempel... Ik vind het wel grappig dat Bob mij, de Wandelende Jood, vroeg om die boodschap over Jesus over te brengen...[Maar] Ik had er geen idee van dat hij op dat hij religieus was geworden tot hij mij wou gaan bekeren. Ik zei, 'Bob, je hebt hier te maken met een 62 jarige overtuigde Joodse atheïst. Voor mij is er geen hoop meer. Laten we gewoon die plaat gaan maken.'"

Tijdens de repetities werd ook besproken wie er verder zou meespelen. Wexler had Rodger Hawkins in gedachte als drummer, maar Knopfler stelde voor Pick Whiters, de drummer van Dire Straits, te nemen.

Dylan had wel een bassist op het oog. Hij wou al lang eens met Tim Drummond (Neil Young, James Brown) werken. Barry Beckett zou piano en orgel spelen. Carolyn Dennis, Helena Springs en Regina Havis deden de achtergrondzang en de fameuze Muscle Shoals Horns zouden voor de afwerking zorgen.

Deze verzameling zangeressen en muzikanten vormden een prettige muzikale combinatie. Voor de verandering zou Bob nu eens in een eersteklas studio werken, met een grote producer. "Bob zei dat hij een professionele plaat wou maken," vertelt Mark Knopfler. "Tot nu toe waren het amateurplaten geweest."

 

De opnamen

De opnamen begonnen op maandag 30 april, om 12:00 uur. Er werd gewerkt in twee sessies van telkens drie uur (12:00 - 15:00 en 16:00 - 19:00), met daartussen een pauze van één uur.

Die eerste dag werd helemaal besteed aan 'Trouble In Mind' en het liep al meteen fout. Dylan weigerde met  koptelefoon te werken. Hij stond er op alles live te spelen.

"Bob begon mee te spelen en te zingen met de muzikanten," vertelt Wexler. "We waren pas begonnen met het uitwerken van arrangementen voor het ritme. Het was veel te vroeg voor hem om al te zingen. Maar hij wou absoluut bij iedere take zingen."
“Die eerste avond was gewoon afschuwelijk,” meent ook Knopfler. “Het ging totaal niet.”

Hoewel take 5 later zal worden afgewerkt met overdubs, wordt de opname uiteindelijk niet goed genoeg bevonden voor de plaat. Nadat de laatste strofe re van af is geknipt komt het nummer terecht op de b-kant van de eerste single.

De volgende dag begint met een bespreking. Wexler wil dat Dylan zich vooral concentreert op zijn zang. Hij stelt daarom een nieuwe methode voor: eerst wordt door alle muzikanten samen een nummer een aantal keren doorgenomen. In een bandopstelling, zonder afscheidingen. Die repetities worden opgenomen. Wanneer een goede structuur gevonden is, kruipt iedereen in zijn hokje en wordt de mono opname door de koptelefoons weergegeven. Dan kunnen Dylan en de meisjes meezingen. Op die manier worden de instrumenten gescheiden op band vastgelegd. Een goede zangpartij kan dan later een nieuwe backing track krijgen.

Het eerste nummer dat op die manier wordt uitgeprobeerd is 'Precious Angel'. De eerste take van deze ode aan Mary Alice Artes is meteen uitstekend. Bas, gitaar, orgel en blazers werden later allemaal toegevoegd.
“Ik kon hem er uiteindelijk van overtuigen om te wachten met zingen tot we de arrangementen uitgewerkt hadden en de muzikanten hun licks rond - in plaats van tegen - Bob konden spelen,” kijkt Wexler tevreden terug.

De opname van 'Ain't No Man Righteous, No Not One' verliep moeizamer. Van de tien pogingen waren enkel de takes 3, 6, 7 en 8 volledig. Barry Beckett speelde piano en Mark Knopfler steel gitaar. Hoewel take 6 op 3 mei een overdub kreeg zou er uiteindelijk worden gekozen voor een andere opname.

Woensdag 2 mei werden drie nummers opgenomen. Als eerste het brallerige 'When You Gonna Wake Up?' Daarvan werden drie takes op band gezet.
'Gonna Change My Way Of Thinking' had maar één take nodig.
En ook 'Ye Shall Be Changed' stond er in één take op. Hoewel het nummer op 4 mei een overdub kreeg, werd het niet gebruikt voor de LP en werd het pas uitgebracht op The Bootleg Series.

Donderdag 3 mei werd eerst geprobeerd een nieuwe versie op te nemen van 'Ain't No Man Righteous, No Not One'. Na één take werd die poging opgegeven.
Daarna stond 'I Believe In You' er in twee takes op. De eerste (de enige volledige) werd als beste werd gekozen. Ook 'Slow Train' zat in één keer goed.

Daarna werden de eerste overdubs toegevoegd: gitaar, drums en akoestische piano werden op de 24-sporen band van take 8 van de oorspronkelijke versie van 'Ain't No Man Righteous, No Not One' gespeeld.

De laatste dag van de opnamen, vrijdag 4 mei werden nog vier nummers vastgelegd. Tussen 12:00 en 15:00 worden telkens vier takes van 'Gotta Serve Somebodoy' en 'Do Right To Me Baby (Do Unto Others)' op band gezet. Er worden verschillende arrangementen uitgeprobeerd. Van deze takes zijn respectievelijk de derde en de vierde de beste.

In de tweede sessie volgde 'When He Returns'. Het stond vanaf het begin vast dat dit nummer als laatste op de plaat zou komen. Maar oorspronkelijk was het de bedoeling dat het gezongen zou worden door een van de vrouwen. Maar toen hij het voordeed, met Beckett op de piano, vond hij dat die versie nog pakkender kon worden. De opname van de piano  werd behouden en Dylan concentreerde zich helemaal op de zang. Pas na negen pogingen was hij tevreden. Het is een van zijn sterkste vocale prestaties ooit geworden.

De opnamen werden afgerond met het kinderliedje 'Man Gave Names To All The Animals'. Van de zes takes braken de eerste vier telkens af. Pas de laatste - take 5 - was volledig. Die werd dan meteen als beste aangeduid. Hoewel hij het nummer vooral opnam omdat het driejarige dochterje van Helena Springs het fijn vond, zorgde het voor wat broodnodige luchtigheid temidden van al het doemdenken.

Het nummer 'Baby Give It Up' dat Bob samen met Helena Springs had geschreven werd nooit opgenomen.

Na een moeizame start zijn de opnamen uiteindelijk vlot verlopen. De basic tracks voor tien nummers zijn op drie dagen opgenomen, tijdens zes sessies van telkens drie uur.
Wexler kijkt tevreden terug: "Bob speelde het voor op piano of gitaar, enkel zang en de grote lijnen zodat we een ruw idee hadden van het nummer. Dan begon de Muscle Shoals band te spelen. Van zodra het klikte begonnen Bob en de meisjes te zingen."

Na het avondeten werd onmiddellijk begonnen met het toevoegen van overdubs. Tim Drummond speelde nieuwe  of extra baspartijen in op 'I Believe In You', 'Slow Train', 'Gotta Serve Somebody', 'Ye Shall Be Changed', 'When You Gonna Wake Up'.

Op zaterdag 5 mei was het de beurt aan Mark Knopfler om elektrische gitaar toe te voegen aan 'Trouble In Mind', 'Gonna Change My Way Of Thinking' en 'Slow Train' en akoestische gitaar aan 'Precious Angel'.
 
Zelfs op zondag werd er gewerkt. Mark Knopfler en Tim Drummond voegden gitaar en bas toe aan de beste takes van 'Trouble In Mind', 'When You Gonna Wake Up' en 'Slow Train'.

Maandag, 7 mei werd er extra backing vocals toegevoegd aan 'Precious Angel', door Helena Springs en dan samen met de beide andere zangeressen aan 'Man Gave Names To All The Animals'.

Daarna werden een paar dagen besteed aan het mixen van de tracks. Ondertussen kon Harrison Calloway arrangementen schrijven voor de blazers.

Op 10 en 11 mei voegde de Muschle Shoal Horns blazers toe aan vier nummers. De muzikanten waren: Harrison Calloway Jr. (trompet), Ronnie Eades (bariton saxofoon), Harvey Thompson (saxofoon), Charlie Rose (trombone) en Lloyd Barrv (trompet).
Op donderdag werden drie tracks onder handen genomen: 'Precious Angel', 'When You Gonna Wake Up' en 'Slow Train'.
En de laatste dag van de opnamen, kreeg 'Gonna Change My Way Of Thinking' naast blazers ook nog wat extra toetsen en orgel van Barry Beckett plus percussie van Mickey Buckins.

Dylan zong 'I Believe In You' en 'Slow Train' opnieuw in,  Mickey Buckins voegde ook percussie toe aan 'I Believe In You' en Barry Beckett elektrische piano aan 'Gotta Serve Somebody'.

Uiteindelijk hadden enkel 'Do Right To Me Baby' en 'When He Returns' geen overdubs nodig.

Drie van de opgenomen nummers haalden de  plaat niet: 'Trouble In Mind' kwam terecht op de b-kant van een single, 'Ye Shall Be Changed' bleef in de kast tot The Bootleg Series Vol 1-3 maar 'Ain't No Man Righteous, No Not One' is nog steeds niet officieel uitgebracht.

 

De hoes

Voor de vormgeving van de plaat werkte Bob nauw samen met Tony Lane, de artdirector van Columbia Records. De staf van de platenmaatschappij overlegde langdurig hoe de boodschap gepresenteerd kon worden. "Ze waren doodsbang dat ze hun vaste kern aan Dylanfans zouden verliezen," vertelt Lane. Hij herinnert zich goed dat Bob over zichzelf in de derde persoon sprak terwijl hij suggesties over hoesontwerp, typografie en hoesteksten gaf. Ten slotte werden ze het eens over een spoorwegarbeider die met een bijl zwaait dat op een kruis lijkt.


De release

Op 18 augustus 1979 werd Slow Train Coming op de markt gebracht. In elk nummer getuigde hij van zijn geloof of prees de Christelijke leer aan. Hoewel sommige recensenten hun neus ophaalden voor Bobs geloofsbekentenissen, schreef Jann Wenner in Rolling Stone dat het misschien wel Bobs beste plaat was.

Vele fans keerden zich van hem af, maar daar kwamen dan weer andere, Christenen, voor in de plaats.

De single 'Gotta Serve Somebody'/'Trouble In Mind' werd pas op 6 oktober uitgebracht. Het werd zijn eerste hit in drie jaar. Het succes ervan droeg in hoge mate bij aan de verkoop van de lp.
Op 27 februari 1980 kreeg Bob Dylan, voor het eerst in zijn carrière, een Grammy onderscheiding. Hij nam zijn beeldje voor 'Gotta Serve Somebody', dat het haalde in de categorie "Beste zangprestatie 1979", persoonlijk in ontvangst tijdens de uitreiking van de 22ste Grammy Awards in het Shrine Auditorium in Los Angeles.
In zijn dankwoord bedankte hij "De Heer, Jerry Wexler en Barry Beckett die geloofden."

Slow Train Coming bleek een opmerkelijk succes. Het werd een van zijn bestverkochte studioalbums. Er gingen meer exemplaren van de deur uit dan van Blood On The Tracks of Desire. Het kwam op nummer 3 terecht,zowel in Amerika als in Engeland. Voor het einde van het jaar behaalde de plaat goud en een jaar later platina.

In november volgde, ter promotie van de tournee een tweede single: 'Man Gave Names To All The Animals'/'When You Gonna Wake Up?'.

 

22-02-08

Theme Time Radio Hour cd's

tt.poster.72
Op 26 februari brengen twee labels gelijktijdig een cd uit gebaseerd op Bob Dylan's Theme Time Radio Hour.

De Amerikaanse keten van koffieshops (van het soort waar je dus echt koffie kunt drinken) Starbuck, brengt The Music That Matters To Him. Eerder brachten ze al gelijkaardige compilaties met favoriete muziekjes geselecteerd door mensen als Emmylou Harris en Johnny Cash onder de titel Artist's Choise.

Net als Joni Mitchell en Elvis Costello heeft Bob Dylan alle tracks zelf geselecteerd. De klemtoon ligt dan ook op blues, country, jazz en rhythm and blues zangers die te horen waren op de radio tijdens zijn jeugd in Minnesota.

1. Pee Wee Crayton - Do Unto Others
2. Clancy Eccles - Don't Brag, Don't Boast
3. Stanley Brothers with The Clinch Mountain Boys - The Fields Have Turned Brown
4. Gus Viseur - Flambée Montalbanaise
5. Red Prysock - Hand Clappin'
6. Sol Hoopii & His Novelty Quartette - I Like You
7. Ray Price - I'll Be There (If You Ever Want Me)
8. Stuff Smith & His Onyx Club Boys - I'se A Muggin' (part 1)
9. Charley Jordan - Keep It Clean
10. Junior Wells - Little By Little (I'm Losing You)
11. Patty & The Emblems - Mixed-Up, Shook-Up Girl
12. Gétatchéw Kassa - Tezeta
13. Flaco Jiménez with Toby Torres & José Morante - Victimas De Huracan Beulah
14. Wanda Jackson - I Gotta Know
15. Billy Holiday & Her Orchestra - I Hear Music
16. Junior Parker - Pretty Baby

themetimeradiolow_0

Heel andere koek is een dubbel cd van Ace Records. Op Theme Time Radio Hour With Your Host Bob Dylan staan vijftig nummers die hij liet horen tijdens zijn wekelijkse uurtje op XM. Daarin draait hij favoriete nummers, telkens zond een bepaald thema: auto's, drank, regen... Zijn droge humor, enorme muziekkennis en brede smaak staan garant voor een uitstekend programma.
Deze compilatie werd samengesteld door de producer van de show, Eddie Gorodetsky, in samenspraak met Roger Armstrong van de platenmaatschappij.
Net als in de uitzending staat hier Billie Holiday naast George Jones. Na Aretha Franklin komt The Clash, gevolgd door The White Stripes.

CD 1


1. Turn Your Radio On - Grandpa Jones
2. Papa's On The Housetop - Leroy Carr & Scrapper Blackwell
3. Shortnin' Bread - Paul Chaplain & His Emeralds
4. Seven Nation Army - The White Stripes
5. Gun Fever (Blam Blam Fever) - The Valentines
6. Pistol Packin' Mama - Al Dexter & His Troopers
7. Pistol Packin' Mama - The Hurricanes
8. Homework - Otis Rush
9. He Will Break Your Heart - Jerry Butler
10. Take It Away Lucky - Eddie Noack
11. Buddy, Stay Off The Wine - Betty Hall Jones
12. Tears A Go-Go - Charlie Rich
13. Rich Woman - Li'l Millet & His Creoles
14. Laughin' & Jokin' - Ernie Chaffin
15. Me And My Chauffeur Blues - Memphis Minnie Accompanied By Little Son Joe
16. If I Lose - The Stanley Brothers
17. I Sat And Cried - Jimmy Nelson
18. Beatnik's Wish - Patsy Raye & The Beatniks
19. Devil In His Heart- The Donays
20. Let's Invite Them Over - George Jones & Melba Montgomery
21. Don't Take Ev'rybody To Be Your Friend - Sister Rosetta Tharpe With Sam Price Trio
22. Good Morning Heartache - Billie Holiday
23. Pouring Water On A Drowning Man - James Carr
24. I Drink - Mary Gauthier
25. Mother Earth - Memphis Slim

CD 2

1. Chain Of Fools - Aretha Franklin
2. Walk A Mile In My Shoes - Joe South & The Believers
3. Cry Tough - Alton Ellis & The Flames
4. Tommy Gun - The Clash
5. (Everytime I Hear) That Mellow Saxophone - Roy Montrell
6. Those Dj Shows - Patrice Holloway
7. I Ain't Drunk - Lonnie "The Cat"
8. Eat That Chicken - Charles Mingus
9. Mama, Get Your Hammer - Bobby Peterson Quintet
10. How High The Moon - Slim Gaillard
11. Cool Water - The Sons Of The Pioneers
12. Only A Rose - Geraint Watkins
13. I Walk In My Sleep - Berna-Dean
14. Stars Fell On Alabama - Jack Teagarden's Chicagoans
15. Mama Tried (The Ballad From Killers Three) - Merle Haggard & The Strangers
16. Big Long Slidin' Thing - Dinah Washington
17. Black Coffee - Bobby Darin
18. I'd Rather Drink Muddy Water - The Cats And The Fiddle
19. Ain't Got The Money To Pay For This Drink - George Zimmerman & The Thrills With The Bubber Cyphers Band
20. Bottle And A Bible - The Yayhoos
21. Okie's In The Pokie - Jimmy Patton
22. If You're So Smart, How Come You Ain't Rich? - Louis Jordan
23. Ay Te Dejo En San Antonio (Ranchera) - Santiago Jimenez
24. Mona - Bo Diddley
25. Roadrunner (Twice) - The Modern Lovers

Twee plaatjes om naar uit te kijken.


15-01-08

Hallelujah - 1

Hallelujah

Sommigen zullen bij het lezen van deze titel spontaan uitbarsten in het jubelende koorwerk uit Handels Messias. The Roches hebben daar trouwens ooit een mooie versie van opgenomen. Maar ik wil het eigenlijk hebben over een gelijknamige song die bijna even klassiek te noemen is: die van Leonard Cohen.

Leonard Cohen werd in 1934 geboren in een joodse middenklassefamilie in Montreal, Canada. Hij studeerde letteren en debuteerde in 1956 met een dichtbundel. In 1963 volgde zijn eerste roman. Na zijn verhuis naar de Verenigde Staten in 1967, begon hij een tweede carrière als singer-songwriter, in het folkgenre. 'Suzanne' van zijn debuut-LP Songs of Leonard Cohen is meteen een veelgecoverde klassieker.
Zijn strenge uiterlijk, steeds keurig in een pak, zijn diepe stem en de onderwerpen van zijn songs (religie, eenzaamheid, seksualiteit en complexe intermenselijke relaties) bezorgen hem een weinig vrolijk imago.

 

Waarover gaat het?

Nochtans lijkt 'Hallelujah', in eerste instantie, een vrolijk nummer. We worden verleid om dit te denken door het steeds opnieuw herhalen van refrein: dat ene woordje 'Hallelujah'.

 

"Alleluia" was oorspronkelijk een Hebreewse uitroep ter ere van Jaweh: "Hallel Yahweh". Zoals wel meer Joodse gebruiken gebeurde, is de kreet overgenomen door de vroeg Christelijke kerk.  Doordat het veelvuldig terugkwam in de mis, is het gemeengoed geworden als een algemene uiting van vreugde.


'Hallelujah' verhaalt over de Bijbelse koning David, die psalmen zingt en op zoek is naar het geheime/heilige akkoord (secret / sacred ?). Maar hij vraagt zich af of God wel naar hem luistert. Dan ziet hij Bathsheba baden op het dak. Hij verleidt haar en keert zich daardoor af van God. Maar terwijl hij met haar vrijt, vernederd en vernield ze hem: ze knipt zijn haar, waardoor hij zijn troon verliest (net als Samson zijn kracht). Maar na zijn erotisch falen, komt hij terug voor God te staan. En uiteindelijk zingt hij Hem opnieuw lof toe.

Maar de spirituele metaforen verbergen ook een bitter liefdeslied. Het gaat over verleiding en seks, maar wanneer het fout is gegaan, ook over pijn, wanhoop, onmacht en eenzaamheid.

Leonard Cohen verbergt achter deze vreugdekreet twijfel over de liefde - romantisch of religieus.... Of is het een overgang van twijfel naar vertrouwen? Van verlossing: "the minbor fall / the major lift".  

 

Het origineel


Na zijn scheiding in 1979 maakte Leonard Cohen - toch al nooit een vrolijke jongen - een moeilijke periode door. Hij trok zich terug en bracht vijf jaar lang geen nieuw materiaal uit. Toen hij in 1984 terug keerde met Various Positions bleek dat hij zich had verdiept in religie.
Hoewel hij van huis uit Joods is, had hij veel gelezen over de Katholieke en Protestantse godsdienst. De plaat staat dan ook bol van de Bijbelse verwijzingen. Een van die nummers is 'Hallelujah', gedrenkt in een typische jaren tachtig productie van synthesizers.

Maar in 1984 bleek geen enkele Amerikaanse platenmaatschappij meer geïnteresseerd om Cohens platen uit te brengen. Dat gebeurde wel in Canada en Europa. Maar ook daar ging, behalve voor de trouwe fans, Various Positions quasi onopgemerkt voorbij.


Terug... langs een ommetje


Het is Jennifer Warnes die hem, twee jaar later, terug in de belangstelling brengt. De Amerikaanse heeft hem in de jaren zeventig begeleid als achtergrondzangeres tijdens diverse tournees en ook in de studio. Na diverse successen met songs voor films als An Officer And A Gentleman, Ragtime en Dirty Dancing, werkt ze gedurende vier maanden intens samen met de meester voor een hele LP met covers van zijn werk: Famous Blue Raincoat.
'Hallelujah' is daar niet bij.  


Een gesprekje tussen twee songschrijvers


Het was, merkwaardig genoeg, het positieve einde dat Bob Dylan aansprak. Hij bracht het nummer een paar keer tijdens zijn Never Ending Tour, in 1988.

De auteur vertelde dat jaar aan Adrian Deevoy van het Britse muziektijdschrift Q: "Het is een tamelijk vrolijk nummer. Ik hou vooral van de laatste regel. Ik herinner me dat ik het voor Bob Dylan zong, na een concert in Parijs. De volgende dag dronken we samen koffie.
Toen we dieper ingingen op de technische kant van het schrijven bleek dat we er totaal verschillende werkwijzen op na houden. Hij zei: "Ik hou erg van dat nummer van je: 'Hallelujah'." Hij citeerde zelfs die laatste regel. "And even though it all went wrong / I stand before the Lord of song / With nothing on my lips but Hallelujah".
Hij vroeg: 'Hoe lang deed je er over dat te schrijven?''
Ik zei: "Toch wel een jaar of twee.''
Hij was gechoqueerd: ''Twee jaar?!''
Toen hadden we het over een van zijn nummers: 'I and I' van Infidels. Ik vroeg: 'Hoe lang heb jij daar over gedaan?''
Hij antwoordde: ''Oh, 15 minuten.''
Ik viel bijna van mijn stoel - en Bob maar lachen."


Een nieuwe versie

Dankzij het succes van Jenifer Warnes, kwam er hernieuwde aandacht voor Loenard Cohen. Zodanig dat zijn volgende plaat, I'm Your Man, uit 1988, werd beschouwd als een come back. Daarbij hoorde ook een tournee. Maar de onvermijdelijke live-cd liet op zich wachten tot 1994. Waarschijnlijk had men zes jaar nodig om een gepaste titel te bedenken. Dat werd: Cohen Live.

Daarop staat een geheel ander versie van 'Hallelujah'. Enkel het refrein is intact gebleven. De tekst is veel meer expliciet seksueel en ook de muziek is lichtjes herwerkt. Maar het opvallendst is dat het einde, dat oorspronkelijk nog tamelijk optimistisch was nu ronduit pessimistisch is.

In de vernieuwde tekst is er geen sprake meer van een verlossende "Lord of Song". Volgens Cohen leidt liefde onvermijdelijk naar pijn. "And Love is not a victory march / It's a cold and it's a broken Hallelujah."


Twee keer John Cale


Begin jaren negentig vond het Franse muziektijdschrift Les Inrockuptibles dat het tijd werd om de grote man eer te bewijzen. Ze vroegen aan een aantal folk en indie rockers om elk een cover van 's mans nummers op te nemen. R.E.M koos voor 'First We Take Manhattan'. Zowel Robert Foster als Nick Cave coverden 'Tower of Song' - dat eerbetoon aan Hank Williams is blijkbaar erg populair Down Under.

John Cale, een van de pioniers van The Velvet Underground, koos voor 'Hallelujah'. In een interview, gepubliceerd in 2001, vertelde Cale: "Ik zag hem optreden in het Beacon Theatre en ik vroeg hem of ik de tekst kreeg van 'Hallelujah'. Toen ik op een avond thuiskwam lagen er overall rollen faxpapier. Leonard had er opgestaan me alle 15 verzen te bezorgen."

Cale moest dus zelf een keuze maken, waardoor zijn georchestreerde versie op de tribute-cd I'm You Fan: The Songs of Leonard Cohen By... een andere tekst laat horen.

Een jaar later (in 1992) kwam Cale met een veel soberder versie op zijn solo-live cd Fragments For A Rainy Season. Daarop brengt de Welshe rocker versies van zijn nummers, met enkel begeleiding van zijn piano of accasioneel akoestische gitaar. Hoogtepunten uit zijn carrière tussen Paris 1919 en Songs For Drella worden daarop soms helemaal in een nieuw licht geplaatst. Een prachtige, langzamere versie van 'Hallelujah' sluit de plaat waardig en majestueus af.


De doorbraak: Jeff Buckley


Het was deze live-versie die Jeff Buckley zo aangreep dat hij er prominente plaats voor vrijmaakte op zijn debuut-cd in 1994. Hij neemt de tekst van Cale over, maar brengt een kale, emotionele versie op gitaar. Alles aan de wijze waarop het is opgenomen, van de zucht aan het begin, het schuiven van de vingers over de fretten en het totale gebrek aan enig ander geluid geven het gevoel weer dat het om een hoogst persoonlijk moment gaat - als een gebed of een beschouwing - en dat Buckley de boodschap aan de luisteraar alleen wil overbrengen.

Er werden miljoenen exemplaren van Grace verkocht en toen de zanger, op 29 mei 1997, verdronk in de Mississippi, werd de plaat helemaal bestempeld als legendarisch. Voor velen werd dit de definitieve versie van 'Hallelujah' - ook al omdat de andere versies tot dan toe slechts door een beperkt publiek waren gehoord. Daarnaast had Jeff, net als zijn vader Tim Buckley, een fenomenaal stembereik. Iets wat niet kan worden gezegd van Leonard Cohen.
In dit nummer geeft hij zich dan ook helemaal, van gefluister tot geschreeuw.


Een tsunamie van covers


Het was de versie van Buckley die zo velen er toe aanzette om het nummer ook zelf te brengen. Volgens mensen die zoiets bijhouden bestaan er meer dan veertig covers van, waarvan enkele zelfs in het Deens, het Welsh en zelfs een Spaanstalige flamencoversie. In de lage landen hebben zowel Bettie Serveert als K's Choice het nummer naar hun hand gezet.

Zo bracht Gert Bettens, tijdens optredens van K's Choice, aan het einde van de jaren negentig, een hele mooie versie. Aan het einde kwam zus Sarah er dan bij om hun eigen 'Elegia' er naadloos aan te breien. Heel mooi!


Ook heel mooi is de versie die k.d. lang in 2004 bracht op haar gospelplaat Hymns of the 49th Parallel.

De jonge Britse folk zangeres Kathryn Williams, kondigde het nummer ooit aan met de woorden: "Ik zou het heel, heel, heel erg graag eens doen met Leonard Cohen... maar ik vrees dat zijn hart het niet aan zou kunnen."

En in 'Delicate', het openingsnummer van zijn debuut-cd O, vraagt Damien Rice "...why'd ya sing 'hallelujah', if it means nothing to ya/why'd ya sing with me at all?..." een duidelijke verwijzing naar Buckley's versie.


Als soundtrack

Je komt het nummer van de Canadese bard tegen op de meest onverwachte plaatsen. Filmmakers gebruiken het nummer graag wanneer er iets dramatisch gebeurd: een sterfgeval of toch minstens een emotionele tegenslag.
Op het internet zijn opsommingen te vinden van vele (vooral Amerikaanse) feuilletons of uitzendingen terug te vinden waarin een of andere versie van 'Hallelujah' is gebruikt.

 

Het meest bekend is de Shrek. In 2001 was het John Cales versie die opdook in de animatiefilm, op het ogenblik dat de sympathieke groene reus, eenzaam en alleen terugkeert naar zijn moeras. Ontroering gegarandeerd!


Omdat Cale echter niet onder contract stond bij DreamWorks SKG, kon zijn versie niet op de soundtrack-cd worden uitgebracht. Rufus Wainwright, de zoon van Loudon Wainwright III (een generatiegenoot van Cohen) had echter pas bij het platenlabel getekend. Een beetje promotie is nooit weg.
En dus siert de enigszins bombastische versie van Rufus de soundtrack-cd van Shrek, in plaats van Cales sobere versie.

De versie van Cale is verder ook nog te horen op de soundtracks van de films Basquiat (1996) en Scrubs (2002).


De slechtste versie


Eens Cohen terug "in" was, konden de grote namen uit de kast worden gehaald voor een tweede tribute-cd. In 1995 liepen Elton John, Sting, Billy Joel en Peter Gabriel elkaar voor de voeten om eer te bewijzen aan de Canadees. Met wisselend succes overigens. Bono bracht, met overdreven ernst, 'Hallelujah' tegen een achtergrond van elektronische geluiden. Het serieus van de zanger van U2 is haast beledigend: hij declameert de tekst alsof hij God zelf is.


De tribute cd was overigens een idée van Cohen's manager, Kelley Lynch. In het lijstje ontbreekt Phil Collins. Hij was wel gevraagd, maar had bedankt voor de eer.
Verbaasd stuurde Cohen hem zelf een fax: "Zou Beethoven een uitnodiging van Mozart weigeren?"
Collins faxte terug: "Nee, behalve als Beethoven net op een wereldtournee was."
Cohen had er begrip voor: "Het is nogal moeilijk om over iemand anders belachelijke songs te moeten denken als je zelfs niet in een studio bent."


De tekst:


Dit zijn de strofen, voor de verschillende versies:
Cohen 1. - oorspronkelijke versie uit 1984
Cohen 2. - nieuwe live versie uit 1988
Cale - John Cale versie uit 1991 - overgenomen door Jeff Buckley


Cohen 1.1 - Cale 1

I heard there was a secret chord
that David played and it pleased the Lord,
But you don't really care for music do you.
It goes like this the fourth the fifth,             
the minor fall and the major lift
The baffled king composing hallelujah
Halleluja, Halleluja, Halleluja, Halleluja


Cohen 1.2 - Cale 2

Your faith was strong but you needed proof
You saw her bathing on the roof
Her beauty and the moonlight overthrew her          
She tied you to a kitchen chair
She broke your throne, and she cut your hair
And from your lips she drew the Hallelujah
Hallelujah, Hallelujah, Hallelujah, Hallelujah

Cohen 1.3

You say I took the name in vain
I don't even know the name
But if I did, well really, what's it to you?
There's a blaze of light in every word
It doesn't matter which you heard                   
The holy or the broken Hallelujah
Hallelujah, Hallelujah, Hallelujah, Hallelujah

Cale 3 - Cohen 2.1

Baby I've been here before.
I know this room I've walked this floor.
I used to live alone before I knew you.
I've seen your flag on the marble arch
but love is not a victory march
It's a cold and it's a broken Hallelujah
Hallelujah, Hallelujah, Hallelujah, Hallelujah

Cale 4 - Cohen 2.2

There was a time you let me know
whats really going on below
but now you never show it to me do you?
I remember when I moved in you                      
and the holy dove was moving too
and every breath we drew was Hallelujah
Hallelujah, Hallelujah, Hallelujah, Hallelujah

Cale 5 - Cohen 2.3

Now maybe there's a god above
but all I ever learned from love
is how to shoot at someone who outdrew you
And it's no complaint you hear tonight
and it's not some pilgrim who's seen the light
it's a cold and it's a lonely Hallelujah
Hallelujah, Hallelujah, Hallelujah, Hallelujah

Cohen 2.4
I did my best it wasn't much.
I couldn't feel so I learned to touch.
I've told the truth, I didn't come to fool you.
And even though it all went wrong
I'll stand before the Lord of Song
with nothing on my tongue but Hallelujah
Hallelujah, Hallelujah, Hallelujah, Hallelujah

23-12-07

de jaren tachtig

DE JAREN TACHTIG

 

In mijn herinnering waren de jaren tachtig er een van muzikale verdwazing. De gouden jaren van de punk waren voorbij. De New Wave was stilletjes verdampt. De radio werd beheerst door groepen als Duran Duran, Frankie Goes To Hollywood en zelfs A Flock Of Seagulls of Curiosity Killed The Cat.Strijkers en blazers kwamen uit een doosje en drummers werden massaal vervangen door drummachines.

 

Groten uit het verleden probeerden aansluiting te vinden bij de nieuwe generatie door hippe producers in te huren. Neil Young, Bob Dylan, Paul McCartney, Lou Reed, David Bowie... ga ze maar na, allemaal maakten ze hun slechtste platen in dit decennium: Trans, Re-Ac-Tor, Press To Play, Knock Out Loaded of Down In The Groove....

 

Om van de kapsels en de kleding maar te zwijgen.

 

Maar de cd-speler van de mini stereoketen in de keuken heeft er de brui aan gegeven en dus diepte in nog eens een cassette op.

En daardoor kreeg ik gelukkig weer een heel ander beeld van die tijd.

Kant 1

  • Don Dixon – Renaissance Eyes
  • Graham Parker - Temporary Beauty
  • Elliott Murphy - Niagara Falls
  • John Cale - Carabbean Sunset
  • Richard Thompson - When The Spell Is Broken
  • John Hiatt - Living A Little, Laughing A Little
  • Elvis Costello - Brilliant Mistake
  • T-Bone Burnett - River Of Love
  • Peter Case – Walk In the Woods
  • Marshall Crenshaw – Blues Is King
  • Patti Smith – Dancing Barefoot
  • The Smiths – Back to the Old House 
Kant 2 
  • REM – South Central Rain
  • Green On Red – Time Ain’t Nothing
  • Danny And Dusty – Song For The Dreamers
  • The Long Ryders – Ivory Towers
  • Del-Lords – Feel Like Going Home
  • The Del-fuegos – I Still Want You
  • The Blasters – Dark Night
  • Jason and The Scorchers – Pray For Me Mama
  • Guadalcanal Diary – Fear Of God In Heaven
  • Los Lobos - River Of Fools
  • Stevie Ray Vaughan – Tin Pan Alley 

Aah, de Domino jaren.  

Met dank aan Leo.

 

11-12-07

Bob Dylan - Desire

Bob Dylan – Desire 

Wat voorafging: blood on the tracks

  decoration
 Een vakantie… of een vlucht?

In de lente van 1975 bracht Bob Dylan verschillende weken door in Frankrijk. Zijn vrouw, Sara, zou hem vergezellen, maar bleef uiteindelijk in de Verenigde Staten.
Hij verbleef bij de schilder David Oppenheim, afkomstig van Marseille, van wie het schilderij de achterzijde van Blood On The Tracks sierde. Dylan had een tentoonstelling van Oppenheim bezocht in New York. Zijn werk boeide hem en hij had hem gevraagd een ontwerp te maken voor de hoes van Blood On The Tracks. Oppenheim maakte acht tekeningen waarvan Dylan er één uitkoos. Die tekening kwam in het midden van de achterhoes te staan, met daar rond een tekst van Pete Hammill. Door de nieuwe opnamen in december, was die tekst echter niet meer toepasselijk en kwam die te vervallen. Bij de uitgave van de plaat, in januari 1975, was de tekening dan ook vervangen door een andere, ook van Oppenheim.

Dylan arriveerde einde april, bij Oppenheim thuis in Savoie. De schilder vertelde in een interview in 1981: "Toen hij aankwam, heb ik hem een grote schotel klaargemaakt met kaas en wijn en zo. Hij lachte zich krom. Toen heb ik hem gevraagd wat muziek te spelen. Hij mokte een paar uur, maar toen hij merkte dat ik geen kwade bedoelingen had, begon hij te zingen…gelijk een wolf.
We leefden avontuurlijk. Geen problemen. We neukten rond, we dronken, we aten. Niets anders. In het begin was hij verbaasd maar na een tijdje begon hij ervan te genieten… Aanstellerig en briljant tegelijk. Dylan is zo’n man die alles uitvindt. De grootste egomaniak die ik ken. Dat maakt hem juist zo uniek, zijn ongelofelijke zelfvertrouwen… hij heeft al mijn ideeën gepikt over liefde, romantiek, roem en rijkdom.“

Toch beschreef David Oppenheim Dylan in die periode als: “totaal wanhopig, verloren, geïsoleerd…  Hij had problemen met zijn vrouw. Hij belde haar elke dag. Hij sprak ook met zijn boekhouder over de financiële problemen die ze allebei hadden.”
Al tijdens het voorgaande jaar had de Amerikaanse pers gewag gemaakt van een mogelijke scheiding van Dylan en zijn vrouw. 

Op een dag trekken de twee kompanen naar Saintes-Maries-de-la-Mer waar een zigeunerfestival plaatsvindt. Dylan was erg gecharmeerd door de sfeer. In een interview uit 1977 vertelde hij: "Ik ben de koning van de zigeuners gaan opzoeken in het zuiden van Frankrijk. Die vent had twaalf vrouwen en zeker honderd kinderen. Maar kort voor mijn aankomst had hij een hartaanval gehad. En al zijn vrouwen en kinderen hadden hem verlaten. Ze kwamen pas terug na zijn dood. Als ze de dood rieken, zijn ze weg."
Tijdens die uitstap schreef Dylan het nummer 'One More Cup Of Coffee' waarin de verteller wordt verleid door een van de dochters van de zigeunerkoning.

Dylan bleef ongeveer zes weken in Frankrijk. Begin juni besloot hij dat het genoeg geweest was. "Ik was in een weitje boven een wijnberg,’ vertelde hij aan Larry Sloman, ‘de lucht was roze, de zon ging onder en de maan had de kleur van een saffier en ik herinner me dat ik terugkeerde naar de stad met een kerel die een karretje bij had dat werd getrokken door ezels. We slingerden van links naar rechts en plots drong het in een flits tot me door: ik moest terug naar de Verenigde Staten en me terug serieus bezig houden met wat ik doe. Want, in die tijd wisten de mensen niet wat ik deed. Enkel diegenen die mijn optredens zien weten wat ik doe, de anderen kunnen het zich slechts inbeelden.”

Dat bezoek aan Frankrijk, waarvan niet veel geweten is, schijnt nochtans een grote indruk op Dylan te hebben nagelaten en valt midden in een scharnierde tijd waarbij hij na een lange periode zonder optredens of grote openbare manifestaties definitief besloot zijn leven als rondtrekkende muzikant terug op te nemen.


Hurricane Carter

Tijdens zijn verblijf in Frankrijk had Bob het boek The Sixteenth Round gelezen. De schrijver was de zwarte Amerikaanse bokser Rubin 'Hurricane' Carter, die in 1966 werd veroordeeld voor een moord die hij beweerde niet te hebben gepleegd.
Bijna onmiddellijk na zijn terugkeer bracht Dylan de bokser een bezoek in de gevangenis. "Ik stuurde een exemplaar van mijn boek naar Bob Dylan," legt Rubin Carter uit, "vanwege zijn vroegere betrokkenheid met de mensenrechtenzaak. Ik hoopte dat ik hem op de een of andere manier kon beïnvloeden om mij eens te komen opzoeken. Dan kon ik het met hem praten… En hij kwam ook echt. En we hebben uren en uren gepraat. Hij was één van de onzen."


Terug naar de grote stad

Einde juni dook Dylan terug op in New York. Hij huurde er een appartement in de artiestenbuurt Greenwich Village en was bijna iedere avond te vinden in het restaurant The Bitter End in Bleecher Street. Zijn vrienden van vroeger, zoals  Ramblin’ Jack Elliot en Bob Neuwirth kwamen er hem opzoeken. De uitbater Paul Colby reserveerde voor Bob een tafeltje in zijn andere zaak, The Other End, waar optredens plaatsvonden. Hij zag er Muddy Waters en de dichteres/zangeres Patti Smith. "Vlak nadat we een platencontract hadden getekend, kwam Bob naar ons kijken. Ik wist dat hij daar was - dat hoefden ze me niet te vertellen. Ik voelde het gewoon. Hij straalt energie uit."

Bob laat zich zelfs verleiden om zelf ook eens op het podium te stappen. Zo treedt hij er op 3 juli op met zijn oude compaan Jack Elliot. Hij begeleidt Elliott op gitaar voor 'Pretty Boy Floyd' (Woody Guthrie) en 'How Long' (Leroy Carr) en brengt dan solo een nieuwe compositie:  'Abandoned Love'. Het thema van het nummer is een voortzetting op het thema van Blood On The Tracks: de fout gelopen liefde. 

In de koffiehuizen en bars van de Village ontmoet hij interessante mensen om mee samen te werken. Zo zou hij een lange zigeunerachtige vrouw hebben zien lopen langs de straat met haar vioolkist. Hij laat de taxi stoppen en vraagt of ze ook op dat instrument kan spelen. Ze stelt zich voor als Scarlet Rivera, violiste in een salsaband. Bob biedt haar aan mee te rijden. Onderweg vertelt hij haar dat hij en zijn medepassagier, de percussioniste Sheena Seidenberg Hongaarse zigeuners zijn. In zijn appartement speelt hij haar een nieuw nummer voor op akoestische gitaar: ‘One More Cup Of Coffee’. “Ik voegde er wat viool aan toe,” vertelt Rivera “hij glimlachte, dus speelden we het nog een paar keer en het werd iedere keer beter en beter.”
De volgende dag neemt hij haar mee naar The Other End en vertelt aan iedereen “Zij speelt in mijn band!”


Jacques Levy

Diezelfde week ontmoet hij ook de tekstschrijver Jacques Levy opnieuw  (de man met de baard op de achterzijde van de hoes van Desire, met Dylan aan de microfoon). Levy is een New Yorkse psycholoog die in de jaren zestig ook begon te werken werkt als schrijver en dramaturg. Hij schreef en regisseerde onder andere de schandaalmusical Oh Calcutta! en werkte met Roger McGuinn samen aan twee dozijn nummers voor The Byrds. Samen schreven ze onder andere ‘Chestnut Mare’. Tijdens Dylans tournee in  1974 waren ze mekaar al tegen het lijf gelopen en toen had Bob al voorgesteld om “samen eens wat te doen”.
“Hij had niets speciaal op het oog toen,” vertelt Levy in de nota’s bij de Bootlegs boxset. “En hij zei iets in de aard van ‘Ik hou wel van wat je doet met Roger. Als je wil kunnen jij en ik samen eens iets schrijven.’ Dat was raar, niet? Want hij wist dat ik teksten schreef en ik wist dat hij teksten schreef. Maar ik zei, ‘Tuurlijk, waarom niet?’”

Nu, meer dan een jaar later ontmoeten ze elkaar opnieuw. Ze trekken naar het appartement van Levy om er te werken aan een nummer waarvan Bob al een strofe op papier heeft staan: ‘Isis’. Ze zetten zich aan de piano en werken een hele nacht lang aan het nummer, lachend en pratend. Ze laten zich bij het schrijven beïnvloeden door de geïmproviseerde gedichten van Patti Smith. Wanneer het klaar is trekken ze naar The Other End waar Bob het nummer declameert alsof het een gedicht was. “Iedereen zat doodstil” aldus Levy.
Bob wil de samenwerking voortzetten en stelt voor een nummer te schrijven over Hurricane Carter. Levy had een andere figuur in gedachte: Joey Gallo, een New Yorkse gangster die hij heeft gekend in 1969.

De zanger had, in deze fase van zijn leven blijkbaar veel affiniteit met onderdrukte helden, want ook de bokser Hurricane Carter en de ganster Joey Gallo werden door hem zo geportretteerd. Gallo weigerde onschuldigen te doden, beweert hij, was bevriend met zwarten en wou zich opofferen om zijn familie te beschermen. Een moderne Billy The Kid dus, een Pretty Boy Floyd… meer een ondeugende held dan een gemene schurk. Dylan schreef ‘Joey’ in één nacht.
Hoewel de zanger zich goed documenteerde, blijkt hij de bal volledig mis te hebben geslagen. Levy had hem in contact gebracht met de acteur Jerry Orbach, die bevriend was geweest met Gallo en de details over de moord op de mafioso in Umberto's Clam Bar in Little Italy, op 7 april 1972 haalde hij uit de biografie van Donald Goddard.
In dat boek staat echter ook dat Gallo een racist was, die zijn vrouw sloeg en in de gevangenis een jonge man brutaal had verkracht.


Op zoek naar een nieuw geluid

Dylan besluit de studio in te duiken om een nieuw concept uit te proberen. Hij wil een geluid dat zo ver mogelijk staat van de kale klank van zijn vorige plaat Blood On The Tracks. Daarvoor heeft hij een big band samengesteld rond de groep van de Britse gitarist Dave Mason, bestaande uit bassist Gerald Johnson, drummer Rick Jaeger, gitarist Jim Krueger en toetsenist Mark Jordan, plus drie backing zangeressen: Vivian Cherry, Hilda Harris en Joshie Armstead.
Die groep heeft hij bovendien aangevuld met mandolinespeler Vincent Bell , accordeonist Dominic Cortese, James "Sugarblue" Whiting op harmonica en Scarlet Rivera op viool.
Hij hoopt met de combinatie van de “gypsy violin”, de accordeon, orgel, harmonica en een vrouwenkoortje dat kwikzilveren geluid te kunnen vatten, waarna hij al sinds de helft van de jaren zestig op zoek is. Het ideee van het vrouwenkoortje dat bij deze sessie voor het eerst wordt uitgeprobeerd, zal tot ver in de jaren tachtig deel blijven uitmaken van zijn geluid.
 
Op maandag 14 juli wordt om 7 uur ’s avonds verzameld in de Studio E van de Columbia Recording Studios in New York City. De sessie loopt de hele nacht door, tot half zes in de ochtend. Toch staan er na afloop maar twee nummers op band.
Het eerste is ‘Rita Mae’, een nummer over een lesbische (waarschijnlijk de schrijfster Rita Mae Brown) die niet wil ingaan op de avances van de zanger. Er zijn zeven pogingen nodig, waarvan er vijf volledig zijn.

De rest van de tijd wordt besteedt aan het epische ‘Joey’. De tweede take is volledig. Dylan denkt dat het beter kan lukken als er geprobeerd wordt enkele overdubs aan de opname toe te voegen.
Maar dat geeft ook niet het verhoopte resultaat, dus wordt er opnieuw begonnen, vanaf het begin. Na vier mislukte pogingen is take 7 de tweede volledige opname.

Bob is nu meer dan ooit overtuigd dat hij een eigen band moet samenstellen.


Samen schrijven aan het strand

Dylan stelt Levy voor om gedurende twee weken te gaan samenwerken in zijn buitenverblijf aan het strand van East Hamton, Long Island. Door de frisse zeewind is het er koeler dan in de stad en ze worden door niemand gestoord. Er is zelfs geen personeel en Levy en Dylan moeten zelf boodschappen gaan doen. De samenwerking verloopt prima en ze schrijven een achttal nummers. ‘Black Diamond Bay’ is het resultaat van hun gemeenschappelijke liefde voor de verhalen van Joseph Conrad. Het nummer verslaat de vernieling van een eilandje. Hoe de mensen in een hotel op het eiland reageren. Aan het einde veranderd het standpunt en is het slechts een item op het TV-journaal. Schouderophalend besluit de verteller "I never did plan to go anyway to Black Diamond Bay."

‘Mozambique’ begon als een spelletje om te zien hoeveel keer ze op “-ique” konden rijmen. ‘Romance In Durango’ ontstond naar aanleiding van een ansichtkaart uit Mexico met een foto van Spaanse pepers die liggen te drogen in de zon – vandaar de openingsregel: “Hot chili peppers in the blistering sun.” Dylan verwerkte zijn belevenissen bij de opname van de film Pat Garrett & Billy The Kid in het verhaal. “Het werd een soort cowboy verhaal,“ volgens Levy, ‘Een voortvluchtige kerel en een meid… net een oude western.”

Het lijkt een beetje een vervolg op ‘Idiot Wind’ wind. Klonk het toen nog “They say I shot a man named Gray
and took his wife to Italy”, dan vraagt hij zich nu af: “Was it me that shot him down in the cantina/ Was it my hand that held the gun?”


Tweede poging

Bij hun terugkeer in de stad trekt Dylan onmiddellijk terug naar de studio, om de nummers die ze samen hebben geschreven op te nemen. Op maandag 28 juli staat een hele bende muzikanten op hem staan te wachten in Studio E van de Columbia Recording Studios. De achtkoppige band van Dave Mason is daar niet meer bij.  In plaats daarvan is er Kokomo, de Engelse pub rockband rond Neil Hubbard. “Er waren vijf gitaristen,” vertelt Hubbard, “waaronder Eric Clapton en ik… er was niemand die de leiding had – geen producer of zo.”  Die kern wordt aangevuld met de jonge Country zangeres Emmylou Harris, Scarlet Rivera, de drie backing zangeressen, blazers, bellzouki, percussie… Zoveel muzikanten dat de belendende studio als artiestenfoyer moet worden gebruikt. Er was een groot buffet en er was het een en ander te drinken en te roken.
 
"Ik was behoorlijk nerveus om hem te ontmoeten," vertelt Emmylou Harris, "Ik dank dat het helemaal anders was geweest als we mekaar vooraf al eens hadden gezien. Nu wandelde hij gewoon de sessie binnen, gaf een hand en begon te werken.”
Nu moet je niet denken dat hij een grote fan van mij was. Hij beschouwde mij meer als een sessiemuzikante die haar partijtje mocht zingen. Dat liet hij mij weten door wanneer het tijd was om een noot te zingen mij een flinke por in mijn zij te geven.
De plaat werd praktisch live in de studio opgenomen. Er stonden twee microfoons, maar we stonden zo dicht op elkaar dat we samen eigenlijk door één microfoon zongen.”
 
Als eerste nummer kiest Bob voor ‘Romance In Durango’.
Emmylou Harris: "Ik hield van de melodie, maar, mijn God, daar was ik aan het zingen met Bob Dylan en het was in het Spaans! Ik was altijd slecht in talen op school en het eerste nummer dat hij mij laat zingen is in het Spaans. Ik bleef maar vragen 'zing dat nog eens' en ik voelde me zo stom. Ik had zelfs geen Spaans gehad op school. Ik volgde Frans en daar bakte ik niks van."
Het big band experiment was een typisch Dylanesk voorbeeld van koorddansen zonder veiligheidsnet. Voor de meeste muzikanten was het een traumatische introductie met Dylan’s werkmethoden. “Het ging allemaal zo snel,” bevestigd Emmylou Harris, “Ik dacht, 'kunnen we dat alsjeblieft nog eens opnieuw doen? Ik ken het nu.' Maar hij was alweer bezig met het volgende nummer."
Het ene na het andere nummer wordt geprobeerd, telkens maar in één take: ‘Money Blues’ en ‘One More Cup Of Coffee’…

Maar ook voor de technici was het een ramp om de zes gitaren (drie akoestische, waaronder Dylans plus twee elektrische solisten, Eric Clapton en Hugh McCracken én Erik Fransden op slide), plus de mandoline, accordeon, harmonica, trompet, orgel, tamboerijn, viool en backing vocals allemaal op band te zetten, met maar 16 sporen ter beschikking. Het resultaat was dat staffproducer Don Devito bijvoorbeeld orgel, viool en percussie allemaal op één spoor moest samen zetten. Die keuze maakte dat het later onmogelijk werd om Scarlets soms vals gespeelde viool weg te mixen.
 
Wanneer ‘Romance In Durango’ een tweede keer wordt geprobeerd zit het goed. Deze versie zal als enige nummer van de sessie op de LP belanden.
Maar Dylan wil verder met nog wat nieuwe nummers: één take van ‘Oh, Sister’, gevolgd door  een valse start en een volledige take van ‘Catfish’. Dat laatste is het heldenverhaal van de basketball speller Catfish Hunter - een thema dat meer dan waarschijnlijk werd aangedragen door Jacques Levy.

Eindelijk besluit hij om het wat rustiger aan te doen. Na twee valse starten worden twee volledige takes van ‘Romance In Durango’ op band gezet. De sessie wordt afgesloten met drie takes van een disco-achtig arrangement van ‘Hurricane’, waarbij het koortje tekeer gaat “Hurricane, Hurricane”.

“Oké jongens,” zegt Don Devito tenslotte, “Einde oefening. Bobby is zijn stem kwijt.”
“Welke stem, verdomme!” gromt gitarist Jim Mullen, tussen zijn tanden.
 
Volgens Larry Sloman werd tijdens deze sessie ook nog ‘Wiretappin’’ opgenomen, een outtake met de regel “Wiretappin’, it can happen”. Maar daarvan is op de sessiebladen niets terug te vinden.

Van deze hele big band sessie werd dus uiteindelijk alleen ‘Romance In Durango’ overgehouden wanneer de nummrs moeten worden geselecteerd voor de samenstelling van Desire. En zelfs daarbij worden de sporen met de harmonica van Sugar Blue en twee van de akoestische gitaren weg gemixt. Het grootste probleem leek de drummer te zijn: Terry Stannard. Diens ongeïnspireerde gebonk was enorm frustrerend voor bassist Rob Stoner (eigenlijk Rothstein). Stoner was, naast Rivera, Dylans belangrijkste rekruut van de twee weken durende talentenjacht in The Village. Hij werd weldra de onofficiële leider van de band.
 
Na afloop was Eric Clapton niet erg te spreken over de opnamen. “Dylan zocht een omgeving waarbij hij muziek kon maken met nieuwe mensen. Hij reed zomaar wat rond, om muzikanten te zoeken , die hij dan meebracht naar de sessie. Uiteindelijk had hij 24 muzikanten in de studio, met allemaal ongewone instrumenten: accordeon, viool… Hij was moeilijk bij te houden. Hij wist niet echt wat hij wou. Hij was op zoek, van het ene nummer naar het andere. Ik moest buiten gaan, wat frisse vlucht happen, want binnen was het waanzin.” 


Derde keer, goede keer?

De volgende avond, dinsdag 29 juli, wordt er weer om 7 uur ‘s avonds verzameld. De band is inmiddels gehalveerd.  De meeste Britse muzikanten, waaronder Clapton en Yvonne Elliman zijn er niet meer bij. Vincent Bell en Hugh McCracken moeten nu de gitaarsolo’s verdelen. 

Dylan begint vol goede moed met het lange ‘Black Diamond Bay’, gevolgd door ‘Money Blues’. Maar dan wordt ‘Black Diamond Bay’ nog eens geprobeerd en nog eens… Er zijn twaalf takes nodig eer er iets bruikbaars op band staat. Vijf daarvan zijn volledig.

Dan volgen acht takes van ‘Oh, Sister’, waarvan er drie volledig zijn. Gevolgd door zeven takes van ‘Mozambique’, waarvan er vier het einde halen.
Het klikt blijkbaar nog steeds niet tussen alle bandleden. Volgens Stoner was dat vooral te wijten aan “die kerels van Kokomo… die bleven maar takes vragen tot ze hun partij kennen. Tegen die tijd was Bob het allemaal beu.”

Dylan ziet in dat het zo niet langer kan. Volgens Stoner komt Devito, names Dylan hem aan het eind van de sessie vragen om suggesties om de zaak op gang te trekken. Stoner wond er geen doekjes om: “Waarom probeer je het niet met een kleine groep… geen vriendinnen, geen vrouwen, niks! De kleinst mogelijke band – bassist, drummer en niemand die niet nodig is.”

Dylan besluit dat eens uit te proberen en het laatste nummer wordt opgenomen in een beperkte bezetting van Bob Dylan (gitaar en zang), Erik Frandsen (slide gitaar), Rob Stoner (bas) en Sugarblue (harmonica).
Het is inmiddels al behoorlijk laat geworden - of beter vroeg - en ‘Catfish’ heeft dan ook onmiskenbaar een nachtelijk sfeer. Langzaam, broeierig en bluesy.
Eén van de twee takes wordt in de jaren negentig uitgebracht op The Bootleg Series, Vol.1-3.

* * *

Nu Kokomo de deur uit is moet er een nieuwe drummer worden gezocht. Dylan wil ex-Domino Jim Gordon, of misschien de Nashville veteraan Ken Buttrey. Maar Stoner kan die mannen zo snel niet bereiken. Hij stelt dan voor om Howie Wyeth te proberen. Hij heeft nog met met de drummer gespeeld bij de opnamen van een plaat van John Herald in een productie van Dylan’s oude maatje Bob Neuwirth.
Met Stoner en Wyeth heeft Dylan terug een rhythmsectie waarop hij kan bouwen.


Eindelijk klikt het

De sessie van woensdag 30 juli wordt dan ook zo’n memorabele Dylansessie waarbij een hele LP praktisch in één nacht op band wordt gezet.

Sheena Seidenberg drukt het zo uit: “Woensdag nacht, dat was de LP. Ik vond het heel speciaal… die er bij waren, waren echt gekozen … om het album te laten stralen . Dylan had me die middag gebeld. Hij zei dat hij niet kon slapen, door de energie. Het was zo intens, al die opwinding, die magie… pure kunst.”

Dylan en Harris waren dan ook al vroeg daar. Ze warmden hun stembanden op – Dylan met Little Richard nummers, Harris met country standards. Emmylou had Dylans manier van fraseren nu onder de knie en kon hem moeiteloos volgen. Dylan stond te popelen om te beginnen.

Er wordt weer een hele nacht doorgewerkt: van acht uur ’s avonds tot acht uur ’s ochtends.
De muzikanten die aan deze sessie meewerken zijn drie vrouwen en drie mannen: naast Bob zelf, bassist Stoner, drummer Wyeth, Emmylou Harris, violiste Scarlet Rivera en percussioniste Sheena Seidenberg. De enige solo instrumenten op de plaat zijn dus Dylans harmonica en Scarlets viool. De enige gitaar is Dylans akoestische. Het geeft de opnamen de atmosfeer van Ierse folksongs of zigeunerballaden.

De nieuwe drummer maakte onmiddellijk kennis met Dylans manier van werken. Als eerste nummer werd ‘Golden Loom’ aangepakt. Het is een solo compositie van Dylan, maar de obscure verwijzingen naar alchemistische symbolen en Jungiaanse archetypen wijzen duidelijk op de invloed van Levy. Het is een droomnummer, zwanger van de symbolen: de vissersdochter, het rituele wassen als voorbereiding van het mythische huwelijk… Van de vier takes zijn er drie volledig. De eerste daarvan wordt uitgebracht op de Bootleg Series, Vol. 1-3.

“We begonnen het nummer,” vertelt Wyeth ”het was zelfs een opname, denk ik… en het einde was wat rommelig. Ik vroeg aan Bob, ‘Ronden we het af of komt er een fade aan het einde?’ En hij begon aan zo’n lange uitleg… dat iedereen in de war was… Eindelijk besloot hij ‘Laten we het maar helemaal niet doen!’
Stoner mompelde tegen mij: ‘Vraag hem niks meer! Speel gewoon!’”

Percussioniste Sheena komt wat later binnen en speelt pas mee vanaf het tweede nummer: 'Oh, Sister'. Daarvan worden vijf takes op band gezet. De tweede wordt later als beste gekozen en komt op Desire terecht.
Na twee keer het elfminuten lange 'Isis' te hebben gespeeld volgt telkens één take van 'Rita Mae' en 'One More Cup Of Coffee'. Dat laatste nummer zit ook meteen goed. De eerste take wordt wel nog gevolgd door een valse start en een derde poging die ook wordt afgebroken. 

Dan volgt 'Black Diamond Bay'. Vijf takes, waarvan er drie volledig zijn. Take 4 wordt geselecteerd.
"Zijn frasering verandert nogal," vertelt Emmylou Harris, "dat deed Gram [Parsons] ook. Gram en ik hadden hetzelfde gevoel voor frasering, maar ik hield hem toch voortdurend in de gaten en dat deed ik ook met Dylan. Ik keek naar zijn mond en keek wat hij zong. Vandaar al dat gehum. Je hoort mij hummen op sommige tracks. Ik had geen idee dat ze dat gingen behouden. Natuurlijk, als backing zangeres vind ik dat niet alles even zuiver klinkt, maar het geeft het gevoel weer en op de LP vindt ik dat het ongelofelijk werkt."

Vier takes van 'Mozambique' volgen, waarvan de tweede volledige ook weer prima is.
'Hurricane' zit meteen goed, in één take. Dylan laat een acetate van de opname maken dat George Lois naar Carter bracht. “Hij ging uit z’n bol! Het was prachtig,” vertelt Lois, “Hij kreeg tranen in zijn ogen.”
 
'Rita Mae' wordt nog drie keer geprobeerd en tenslotte twee keer 'Joey'.
En ook die twee nummers zitten meteen goed.

Na drie mislukte pogingen was dit duidelijk een vruchtbare sessie. Haast van elk nummer dat werd uitgeprobeerd stond er een bruikbare take op band. Dylan is dan ook zeer tevreden. Hij prijst Stoner, "Uw drummer klinkt goed. Het zit goed. "
Ook Stoner zelf is enthousiast: "We speelden het ene na het ander nummer, bam, bam, bam, ieder nummer van begin tot het einde. Iedere volledige opname was een take.... We stonden scherp... Ik denk dat we nog altijd bezig waren om vijf -zes in de ochtend.
We konden die "eerste take" spontaniteit behouden omdat we de details niet iedere keer opnieuw en opnieuw moesten spelen met muzikanten die het maar niet konden vatten.”

Het was de laatste sessie voor Emmylou Harris. Ze kijkt met enige verbazing terug op de sessies: "Ik zing met een bepaalde stijl en ik wist echt niet of Dylan daar wel van zou houden. Het is niet dat ik één van de Jordanaires ben. Ik heb wat tijd nodig om de samenzang uit te werken en Dylan werkt zo snel. Ik ben eerder een perfectionist. Ik had graag wat meer tijd gehad. Soms wist ik niet eens dat ik moest invallen en dan was ik bijna te laat. Later wist ik pas dat er niet wordt overdubd op een Dylan album. Hij wil dat gewoon niet. Ik heb nog gevraagd of ik mijn zang later mocht overdoen en hij zei "‘tuurlijk". Maar ik had er geen tijd voor. Ik denk trouwens dat hij er toch niks van zou hebben gebruikt."

* * *

De volgende namiddag, donderdag 31 juli moet Dylan verschijnen als karaktergetuige op het proces van ex-Columbia directeur Clive Davis.


Onverwacht bezoek

Die avond heeft Dylan een gaste meegebracht naar de Columbia Recording Studios: zijn vrouw. Sara is totaal onverwacht komen overvliegen. 
“Ze kwam naar New York, naar ik aanneem om te zien of er nog iets te redden viel [van haar huwelijk]. Ik neem aan dat ze dat van plan was. Ik weet het wel zeker,” meent Levy. Hij had haar de hele zomer niet eens gezien – ze was op vakantie geweest naar Mexico.

Na de euforie van de vorige nacht, kan alles wat volgt alleen maar een anticlimax zijn. Loman beschrijft het als “een rustige sessie, veel luisteren naar playbacks…”
Dylan wil zijn vrouw waarschijnlijk laten horen wat hij allemaal te vertellen heeft.

Uiteindelijk beginnen ze toch op te nemen, terwijl ‘Sara’ toekijkt van achter het glas van de controlekamer. Om op te warmen wordt eerst 'Golden Loom' nog eens opnieuw geprobeerd, als test.

Dan wordt als eerste nummer een solo compositie van Dylan opgenomen. De werktitel is 'Love Copy', maar die wordt later verandert in 'Abandoned Love'.
Aan het begin van de opname is Bob de akkoorden nog aan het tonen aan de band. Zoals Eric Clapton al verklaarde: “Wanneer je repeteert met Dylan, luister je goed en kijkt naar zijn handen voor de wisselingen. Het kan je enige kans zijn.” Hoewel ook de tweede take compleet is wordt toch deze eerste take later uitgebracht op Biograph. Blijkbaar zijn de laatste drie regels herschreven sinds hij het nummer vier weken eerder bracht in the Other End.

Dan volgen twee pogingen om een nieuw nummer op te nemen. Op de doos waarin de banden achteraf worden opgeborgen staat erbij genoteerd ‘Town (Reference)’. Volgens Wyeth was Dylan "opgebrand..  we vonden dat niks lukte."

Maar dan gebeurt er iets. Sloman beschrijft de scène in On The Road With Bob Dylan: “Dylan keerde zich plots naar zijn vrouw en zei, ‘Dit is voor jou’ en barste los in een beklijvend nummer dat hij voor haar had geschreven, die zomer in de Hamptons. Niemand had het eerder gehoord, maar Stoner en Rivera en Wyeth pikten het tempo op. Scarlet speelde enkele uitstekende fills, waarmee ze de melancholie van het nummer accentueerde. Ze speelden het nummer helemaal uit.” 
Het nummer is ‘Sara’. Daarin verwijst de zanger naar een vakantie, aan het begin van hun relatie, in Portugal. Hij  bekent aan zijn "virgin angel, sweet love of my life" over "staying up for days at the Chelsea Hotel, writing 'Sad Eyed Lady Of The Lowlands’' for you."  Hij vraagt vergiffenis voor zijn recent begane zonden en besluit met de intense smeekbede “don’t ever leave me, don’t ever go!”
“Het was ongelofelijk. Je kon een speld horen vallen!” vertelt Levy. “Ze was er helemaal door van slag. En het was beslist een keerpunt. Het werkte. Ze kwamen echt weer samen.”
Ze proberen het nummer daarna nog vijf keer, waarvan alleen de laatste nog compleet is. Die wordt als beste uitgekozen, om de plaat mee af te sluiten. 

Dylan kreeg achteraf nogal wat kritiek over 'Sara'. Later beweerde hij dan ook dat de tekst niet letterlijk moest worden begrepen. Elvis Costello verdedigde de auteur jaren later in Rolling Stone door te stellen, "Als hij had gewild dat we hem letterlijk namen, had hij wel een vers ingelast in de zin van: Die-en die, mijn ex-vrouw, is een echte trut. Ze woont daar, ga haar huis maar in brand steken."

De sessie wordt afgesloten met nog zo'n " waar verhaal, over het huwelijk", zoals Dylan het nummer tijdens concerten dikwijls aankondigen zal. Beide takes van 'Isis' zijn volledig, maar de tweede is het beste. Bij de eerste speelt Dylan akoestische gitaar, maar bij de tweede poging is hij overgeschakeld op piano.

Om 4 uur in de ochtend staan alle nummers op band.


Afwerking

De volgende dag, vrijdag 1 augustus worden de nummers geselecteerd voor de LP. Omdat ‘Durango’ en ‘Catfish’ nooit met de Stoner/Wyeth/Rivera band werden opgenomen worden die als enige van de sessie van de 28ste op de lijst gezet. Niets van de 29ste wordt weerhouden. Dylan overwoog eerst nog om kant 1 te laten eindigen met ‘Rita Mae’ maar kiest dan toch voor ‘Mozambique’ en plaatst ‘Oh, Sister’ achteraan.

Zaterdag vliegen Bob en Sara samen naar Minnesota.

Tien dagen later, op 11 augustus worden wat overdubs toegevoegd aan take 1 van 'Joey, opgenomen op 30 juli. Vincent Bell speelt gitaar en mandoline en Dominic Cortese speelt een fragmentje accordeon, achter het zinnetje "to the tune of an accordeon".
Het is niet duidelijk of Dylan bij die overdubs aanwezig is, of enkel de opdracht heeft gegeven.


The World Of John Hammond

Op 11 september stelt Dylan de eerste nummers voor aan het publiek. Hij speelt drie songs bij de opname van 'The World Of John Hammond', een TV-programma dat wordt opgenomen in de WTTW-TV Studios, in Chicago. Met begeleiding van Rob Stoner, Scarlet Rivera en Howie Wyeth  brengt hij 'Hurricane', 'Oh, Sister' en 'Simple Twist Of Fate'. Het programma wordt wel pas op 13 december uitgezonden op radio en TV.
Het optreden leek voor Bob een goede test om er achter te komen of de muzikanten uit de voeten konden met zijn onvoorspelbare optreden. Rob Stoner stond ietsje achter Bob, zodat hij kon zien welke akkoordenwisselingen  Bob met zijn linkerhand uitvoerde, terwijl hij aan het wippen van zijn hak de maat kon aflezen. “Je kunt aan het ontspannen van zijn spieren zien dat hij een ander akkoord gaat spelen,” vertelt Stoner,  die de rol van bandleider op zich nam. “Dan moet je kijken welke kant zijn hand opgaat en welk akkoord hij dan gaat spelen.” Die methode gebruiken veel van Bobs bandleiders: ze kijken goed naar zijn handen en voeten en geven de aanwijzingen door aan de andere muzikanten.

De dag na de opname vliegen de Dylan's terug naar huis in Malibu.

Hier is het Youtube filmke van 'Hurricane'


Buckets of Rain

Begin oktober is Dylan terug in New York, om er met Bette Middler in de Secret Sound Studio in New York, een nieuwe versie van 'Buckets of Rain' op te nemen voor haar LP Songs For The New Depression. Midler vertelt over de sessie: "Hij was zo charmant dat mijn broek er van afzakte - niet letterlijk natuurlijk, maar het scheelde toch niet veel. Eigenlijk probeerde ik hem uit zijn broek te krijgen, maar ik moet iedereen ontgoochelen met de mededeling dat het me niet gelukt is. Maar ook dat scheelde niet veel. Het was bijna raak in zijn Cadillac - hij rijdt met een hysterisch lange rode Cadillac cabrio. En hij kan ab-so-luut niet rijden! Hij is al niet van de grootste en toch rijdt hij altijd met de zetel helemaal naar achter geschoven."


Een nieuwe versie van ‘Hurricane’

Aan het einde van de maand keert Dylan terug naar de Columbia Recording Studios om er, op 24 oktober, vanaf 10 uur 's avonds, een nieuwe versie van 'Hurricane' op te nemen. In de eerste versie had Dylan vermeld dat Arthur Dexter Bradley, die hij ervan verdenkt de moorden echt te hebben gepleegd, samen met Bello, in de bar zat op het ogenblik van de moorden. Columbia vreesde een proces en vroeg Dylan om die passage te veranderen. Liever dan met een overdub te werken  besloot Dylan helemaal vanaf nul te herbeginnen. 
Hij wordt daarbij begeleid door Rob Stoner, Scarlet Rivera, Howie Wyeth, Steven Soles, Ronee Blakeley en Luther Rix.
Om op te warmen spelen ze eerst wat andere nummers, waaronder ‘Jimmy Brown, The Newsboy’, ‘Sitting On Top Of The World, 'I Still Miss Someone' en 'Simple Twist of Fate' met een aangepaste tekst. 
Maar, tot Dylan's ontzetting schijnt het maar niet te willen vlotten. Na zes takes krijgt hij het op zijn heupen. “Misschien moet je gewoon maar teerlingen werpen om te beslissen welke take het beste is” zegt hij tegen Devito. “Ik bedoel, we kunnen altijd beter… we kunnen het zeventig keer  spelen, maar ik wil hier weg!”
Ze overwegen het zelfs in mono op te nemen, maar na nog eens vier takes heeft Dyaln er echt genoeg van. Het is inmidddels half vijf in de ochtend. "Zoekt het maar uit" roept hij Devito toe.
Uiteindelijk wordt de master samengesteld uit twee takes: 2 en 6.

De plaat kan eindelijk worden gemasterd, maar Dylan mist voor de tweede keer op rij de Kerstverkoop.

Meer dan een jaar later, op 7 december 1976 worden alle zowel de masters als de mixen van de oorspronkelijk versie van ‘Hurricane’ uit juli 1975 afgeveegd. Zo wil de platenmaatschappij zorgen dat de eerdere versie nooit openbaar kan worden gemaakt.  


De eerste single: ‘Hurricane’

In november 1975 wordt de ‘Hurricane’ single uitgebracht. Het nummer is elf strofen en bijna negen minuten lang. Om hem op de radio gedraaid te krijgen en toch de hele boodschap over te brengen is het nummer in twee delen gedeeld voor de single: part 1 op de a-kant en part 2 op de b-kant. In het nummer maakt Dylan zich behoorlijk kwaad over het onrecht dat de, volgens hem, onterecht veroordeelde bokser is aangedaan: "and though they could not produce the gun, the DA said he was the one, who did the deed, and the all-white jury agreed!!". Het nummer rockt stevig voor een nummer waarin het enig elektrische instrument een bas is.
Mede dankzij Dylan's inspanningen krijgt Carter uiteindelijk een nieuw proces en…. wordt opnieuw veroordeeld. Pas eind jaren tachtig wordt hij vrijgelaten, na een derde proces. Hij wordt daarbij echter niet vrijgesproken. 


De release van Desire.

Op oudejaarsavond worden de eerste nummers van Desire op de radio gedraaid.
Emmylou Harris verteld: "Ik zat in de auto en John reed achter me. Plots liep ik uit de auto en sloeg op zijn ruiten en riep 'Ik ben op de radio! IK BEN OP DE RADIO MET BOB DYLAN!' Ik liep snel terug naar de auto en het was nog bezig. Ik kon het gewoon niet geloven."
Omdat het een andere versie van ‘Hurricane’ was die werd uitgebracht als single dacht zij dat de sessies waaraan zij had meegedaan niet zouden worden uitgebracht. Ze had zich daar al helemaal bij neergelegd.
Het nummer op de radio was ‘Romance in Durango’.

De volgende dagen worden meer en meer nummers van Desire op de radio gedraaid en tot Emmylou’s verbazing is haar stem er bijna altijd bij. Soms is haar zang zelfs meer naar voor gemixt dan Dylans stem.
"Soms kromp ik in elkaar als ik wat noten hoorde die ik beter had willen doen. Maar dat is muggenziften. Geloof me, het was allemaal live. Geen overdubs. Eerste takes: de eerste keer dat ik 'One More Cup Of Coffee' zong kwam op de plaat.
Tekstueel is het mijn favoriete Dylan album. Hij heeft het ‘em weer gelapt. Zijn creativiteit is eindeloos. Ik had mijn twijfels, zo rond Self Portrait maar hij bleef altijd belangrijk. Hij is voor ieder van ons belangrijk in ons leven. Blood On The Tracks was heel goed. Maar Desire…. Desire is zo muzikaal! Het was fantastisch om met hem samen te werken. Ik kan het alleen vergelijken met een schilder die verf op het doek smakt, maar ondertussen precies weet wat hij doet. “

Op 5 januari wordt DESIRE officieel uitgebracht. De Amerikaanse critici reageren verdeeld, maar de plaat bereikt de eerste plaats in Billboard en blijft er vijf weken. Het is daarmee een van Dylans best verkochte platen. In Engeland blijft Desire haperen op 3.

De New Yorkse critici hebben vooral veel moeite met het geromantiseerde beeld dat Dylan in ‘Joey’ schetst van de plaatselijke mafialeider.

In februari wordt 'Mozambique/Oh, Sister' als tweede single uitgebracht.
 

 

Toch nog even meegeven dat de hoes van Desire toch wel erg veel wegheeft van die van Wolfking of L.A. van "papa" John Phillips. 

decoration

02-12-07

Dienstmededeling

De opmaak van de stukken over Oh Mercy, John Wesley Harding en Nashville Skyline is aangepast, zodat deze wat makkelijker te lezen zijn.

Nashville Skyline

John Wesley Harding

Oh Mercy

 

 

25-11-07

Bob Dylan - Planet Waves

decoration


Planet Waves
 

(Wat voorafging: Pat Garrett And Billy The Kid)

Nergens ter wereld lopen zoveel ambitieuze jonge mensen rond als in Los Angeles. De kans dat de jonge man of het meisje dat je broodje of biertje serveert later een beroemde filmster, singer-songwriter of gitarist wordt is reëel. De meeste keren, na enkele jaren, met hangende pootjes terug naar huis. Maar een combinatie van geluk, doorzettingsvermogen en talent maakt dat een enkeling de American Dream in vervulling ziet gaan.

Begin 1973 is David Geffen een van die selfmade men. Op zeer korte tijd heeft hij zich opgewerkt van de postafdeling van het William Morris Agency tot manager van Laura Nyro en Crosby, Stills and Nash. Om zijn nieuwe protegee Jackson Browne aan een platencontract te helpen richtte hij in 1970 een eigen platenfirma op: Asylum Records. Al snel kwamen daar andere Californische acts bij: Linda Ronstadt, J.D. Souther, Joni Mitchell, Tom Waits en The Eagles - allemaal beginnende artiesten die op korte tijd zelf ook zijn doorgestoten naar de top.

Wanneer Geffen hoort van de problemen die Bob Dylan heeft met zijn platenmaatschappij Columbia Records ziet hij de kans schoon om een grote vis binnen te halen voor het jonge label. Hoewel Bob Dylan nooit zoveel platen verkocht als sommige van zijn collega's, werd hij toch beschouwd als de onbetwiste koning van de rock in de jaren zeventig. Dylan kon rekenen op het respect van de critici en een brede fanbasis.

* * *

Van het koude New York naar het zonnige Californië

Bovendien is Bob Dylan onlangs vlakbij komen wonen. Aan het einde van de lente van 1973 is hij immers met zijn gezin verhuisd naar het zonnige Californië. De zanger had in december 1971 reeds een huis gekocht in Malibu, maar dat was oorspronkelijk louter bedoeld als belegging.
Het huis kwam echter goed van pas toen ze, omwille van de ziekte van een van hun kinderen, dringend weg moesten uit Mexico, waar Bob meewerkte aan de film Pat Garrett And Billy the Kid. De dichtstbijzijnde grote stad is Los Angeles en daar trokken ze dus naar toe.

Wanneer hun spruit het ziekenhuis mag verlaten besluiten Bob en Sara echter niet terug te keren naar New York. Nochtans vertelt hij aan Rolling Stone dat de verhuis maar tijdelijk is, 'Het was koud in New York en we wilden er niet terugkeren na Mexico. Ik kan niet wegblijven uit New York!"

Stilaan begint hij er opnieuw wat nummers te schrijven. "Ik begon veel op te trekken met Bob in Malibu," vertelt Roger McGuinn. "We speelden samen basketball." Op een dag probeerden we samen een nummer te schrijven. Ik vroeg hem of hij iets had en hij zei dat hij aan iets begonnen was, maar dat hij het zelf wou gebruiken. Hij liet me horen wat hij al had: 'Never Say Goodbye.'"

Van dat nummer nam hij in juni een demo op in het kantoor van zijn pas opgerichte muziekuitgeverij Ram's Horn Music. Hij heeft ook nog twee andere nummers klaar: 'Forever Young' en 'Nobody 'Cept You'. Het eerste nummer is geschreven voor zijn jongste zoontje Jakob (die van The Wallflowers), terwijl hij in het tweede zijn eeuwige liefde uitdrukt voor de moeder van zijn kinderen. 
Deze demo van ‘Forever Young’ wordt later uitgebracht op Biograph.

* * *

Na een tijd vindt Sara dat ze een slaapkamer te weinig hebben. Er wordt een architect bij gehaald: David Towbin.
“Ik was onder de indruk van John Lennons huis (in Tittenhurst Park)," vertelt Dylan later. "Dat was een huis met tweeëntwintig kamers. Weet je wat ik deed zodra ik de kans kreeg? Ik kocht een huis met eenendertig kamers! Beeld je eens in: het mijne! En het werd een nachtmerrie!”
De plannen worden immers steeds weer aangepast en uitgebreid. Uiteindelijk blijft nog slechts één muur overeind. De kosten lopen dan ook enorm op.

* * *

Het masterplan

David Geffen heeft ondertussen een plan uitgewerkt. Hij wil niet alleen dat Dylan tekent bij Asylum, hij moet ook terug aan de top worden gebracht. En daarvoor moet hij terug op tournee.

Dylan had niet meer getourd geweest sinds 1966. Toen werd hij begeleid door een naamloze groep die inmiddels bekend was geworden als The Band. In de zeven jaar die inmiddels waren verlopen had hij slechts een handvol optredens gegeven. Zowel tijdens het herdenkingsconcert voor Woody Guthrie, als tijdens het festival op het Britse eiland Wight en recent nog een nieuwjaarsconcert in New York werd hij daarbij  begeleid door The Band. Vooral dat laatste concert op 31 december 1971 was goed ontvangen.

De vraag is hoe Geffen Dylan zo ver te krijgen dat hij terug op tournee wil gaan. Hij contacteert daarvoor concertorganisator Bill Graham. Bill is net als David een afstammeling van Joodse vluchtelingen uit Oost-Europa en heeft zich ook op korte tijd opgewerkt tot de top. Hij baat in San Francisco zowel de Fillmore West als Winterland uit, naast de beroemde Fillmore East in New York. Hij heeft ook net het Westelijke luik van de Amerikaanse tournee van The Rolling Stones georganiseerd.
Graham meent dat het geheel het meeste kans op slagen heeft als Dylan het gevoel heeft dat hij zelf het idee kreeg om terug te gaan touren. Hij stelt voor om Robbie Robertson in te schakelen.

"[David Geffen] belde me op [omstreeks maart ‘73]," bevestigd Robbie Robertson. "Zomaar, uit het niets en zei dat hij me wou spreken. Ik ontmoette hem en vond hem interessant… Het was een puur zakelijke zet."

Robertson kampte sinds een jaar of twee ook met writers block. Een lucratieve tour met Bob Dylan zag hij dan ook wel zitten.

De eerste stap is Bob Dylan onopvallend benaderen. Dat was Robertson al eens eerder gelukt: in 1967 was hij in Woodstock gaan wonen. Deze keer zocht hij een verblijfplaats in Malibu.

Telkens hij Bob Dylan ontmoet blijft Robertson hem enthousiast vertellen over Summer Jam, een immens openlucht festival in Watkins Glen bij New York, waar the Band op 28 juli heeft gespeeld. Het werkt. Na een tijdje meent Dylan dat het idee om terug te gaan touren "… echt wel zinvol leek. Het was een goed idee, een terugkeer naar het verleden... De andere gasten van de band kwamen [naar Malibu] en we gingen onmiddellijk aan het werk."

Dylan wil al dadelijk met The Band gaan repeteren. Op een namiddag einde augustus, komen ze samen in het huis van Robertson. Ze overlopen zo’n 80 nummers. De bedoeling is dat de show iedere avond anders kan zijn. Maar volgens Robbie Robertson was het onmogelijk echt te repeteren. "Voor onze situatie en mentaliteit, leek het een beetje belachelijk om samen te komen en 'Positively Fourth Street' te repeteren. We zeiden, 'Welk nummer is het? Hoe begon het? Wie kan het wat schelen hoe het begon?' Weet je wel. Zo kunnen we het gewoon niet aanpakken. We speelden een uur of vier en speelden gewoon een pak nummers. Zomaar. Wij riepen wat titels. Bob vroeg naar bepaalde nummers van ons en wij vroegen naar songs van hem die we graag zouden spelen. En toen het gedaan was zeiden we, 'Dat was het.'"

Na jaren van teruggetrokken leven en inactiviteit vond hij dat hij klaar was om terug rond te trekken. Hij dacht aan een tournee zoals vroeger: een tiental concerten in theaters van zo’n 2 à 3 000 mensen.

Bill Graham wordt er bij gehaald om de zaak op poten te zetten. Maar die weet hem te overtuigen dat er zo’n vraag naar tickets zal zijn dat er veel meer concerten zullen moeten worden gespeeld en dat theaters te klein zullen zijn. Graham stelt een grootse arenatournee voor. En nog beter: de ticketprijzen kunnen worden opgetrokken. Dylan laat dat soort zaken over aan Graham en de advocaten.
"De beslissingen werden genomen door Bill en David,” verklapt Robertson, “Wij lieten het aan hun over omdat zij wat objectiever daarin zijn dan wij. Ze zeiden, 'Luister, Jan met de pet krijgt $7.50. Dus vind ik dat jullie dat ook kunnen vragen en jullie zijn met twee, dus… En anders gaan de mensen denken dat er iets fout zit.’ Dus zeiden wij, ‘Jullie weten dat beter dan wij.' Je moet die mannen gewoon hun werk laten doen…"
Uiteindelijk wordt een tour gepland van 39 optredens in 21 steden, met een bruto opbrengst van zo’n $5 miljoen.
Het idee maakte Dylan al nerveus, vertelt Robertson. "Bob had zoiets van 'Shit, ik heb acht jaar niks meer gedaan en nu ga ik opeens 40 concerten spelen?'"

* * *

Geffen’s bedoeling van de tour was dus vooral promotie voor de nieuwe plaat bij zijn label. Maar Dylan is niet zo snel te vangen.

Om rustig te kunnen werken - ver van de bouwwerken thuis - trekt hij in oktober naar New York. Wanneer hij na 22 dagen terugkeert naar de oostkust heeft hij zes nieuwe geschreven. Met de drie die al in juni klaar waren, is dat een mooie basis voor een LP.

* * *

De opnamen

Op vrijdag 2 november 1973 wordt om 12 uur 's middags verzameld in The Village Recorder in Los Angeles voor de eerste opnamedag van de eerste en enige gezamenlijke studio-lp van Bob Dylan en The Band.

Robbie Robertson staat samen met de jonge technicus Rob Fraboni in voor de productie.
“Er was geen echte producer voor Planet Waves,” meent Fraboni. “Pas later begreep ik waarom. Robbie vertelde me: ‘Luister! Soms zal ik je vertellen wat ik vind dat er moet gebeuren. Jij moet dat dan tegen  Bob zeggen, want als ik dat doe dan zal hij het niet doen.’ Hij wou niks aannemen van Robbie omdat die ook muzikant is en hij bang was dat hij hem zou in een andere richting sturen dan hij zelf wou.” 

Die eerste dag was de sfeer erg ontspannen, volgens Fraboni: "meer bedoeld om de boel klaar te zetten en een beetje de studio te verkennen." Dat kwam waarschijnlijk ook omdat Levon Helm nog in het vliegtuig zat. In afwachting had Richard Manuel plaats genomen achter het drumstel.
Na een instrumentaaltje om op te warmen worden zeven takes van 'Never Say Goodbye' opgenomen. De rest van de sessie verloopt niet meer zo gestructureerd. Zonder Dylan worden wat instrumentale jams opgenomen ('Crosswind Jamboree') en wanneer hij terugkomt worden er eerst twee takes opgenomen van ‘House Of The Rising Sun’ en daarna telkens één van de twee andere nummers waarvan Dylan in juni demo's had opgenomen.

Wanneer de sessie omstreeks 10 uur 's avonds wordt afgerond staat er dan ook niet veel bruikbaars op band. Toch zal de beste versie van 'Never Say Goodbye' worden geselecteerd voor Planet Waves en ‘Nobody ‘Cept You’ komt later op The Bootleg Series, 1961-1991 terecht. De rest blijft onuitgebracht.

Maar bijna was alles verdwenen, vertelt Fraboni: “Die eerste avond wou ik net de banden naar de opslagruimte brengen, toen Bob zei, ‘Nee, nee, die neem ik mee. Er wordt teveel gepikt. Je kunt niemand vertrouwen. Ik neem ze mee.’
Even later vroeg hij of ik zin had om mee te gaan kijken naar Bobby Blue Bland. ‘Tuurlijk!’
Hij reed in zo’n camionette zonder ramen opzij, alleen een raampje achteraan. We arriveerden aan de club en toen ik achter langs liep keek ik toevallig door het raampje. Daar zag ik de banden liggen. Ik vroeg hem: ‘Ben je gek? Je wilt de banden niet in de studio laten, maar hier laat je ze open en bloot in je wagen liggen midden op Sunset Boulevard.
Daarna liet hij ze wel in de studio.”

Na het weekend vinden er opnieuw drie sessies plaats - nu met drummer: 13:00 - 16:00, 17:00 - 20:00 en 20:30 - 23:30. Tijdens elke sessie wordt er gewerkt aan één nummer: eerst 'You Angel You', dan 'Going, Going, Gone' en tenslotte opnieuw 'Forever Young'. Over die laatste opname is Dylan nog niet tevreden want ze blijven ook de volgende dagen aan het nummer werken.

Op dinsdag wordt er gewerkt aan vier nummers. Van 'On A Night Like This' worden snelle en langzame versies uitgeprobeerd, maar niets blijkt echt geslaagd. 'Hazel', 'Tough Mama' en 'Something there Is About You' leveren minder problemen op en staan 's avonds allemaal op band.

Woensdag is er een pauze, maar op donderdag is iedereen terug present. 'Going, Going, Gone' wordt na drie nieuwe takes niet beter bevonden dan de originele versie van maandag. 'On A Night Like This' klikt wel. Voor de avondsessie komt er ene Ken meedoen op conga’s. Met hem erbij wordt 'Forever Young' opnieuw aangepakt. Na een paar valse starts staat een geslaagde langzame versie op band.
"We namen slechts één [volledige] take op van de langzame versie van 'Forever Young,'" vertelt Fraboni. "Deze opname was zo sterk, zo fris, zo direct… Ik vond het prachtig. Toen ze de controlekamer binnenstapten zei niemand een woord. Ik spoelde de band terug en we luisterden van het begin tot het einde. Na afloop ging iedereen weg. Er was totaal geen discussie. Iedereen ging gewoon naar huis. Ik bleef alleen achter met een vriend. Ik was compleet overdonderd en zei: 'we gaan een eindje wandelen'.
Toen we terugkwamen wou ik nog eens luisteren. Opnieuw ging ik er helemaal in op. Ik had zelfs niet gemerkt dat Bob binnen was gekomen..."

Hoewel Fabrioni dus meent dat 'Forever Young' perfect is, begint Bob de volgende avond de laatste sessie af met nog een nieuwe versie van het nummer. Tegen Fabroni vertelt hij:  "Ik heb dat nummer nu al een jaar of vijf in mijn hoofd. Ik heb het nooit opgeschreven en nu dat ik het wil opnemen kan ik maar niet beslissen hoe ik het moet doen."
Deze keer probeert hij het solo met enkel zijn akoestische gitaar als begeleiding. Dan maakt hij plaats voor Harry Staton die een eigen nummer op band zet: 'Adlita'.
Tenslotte wordt de sessie afgerond met een tweede akoestische solo opname. 'Wedding Song' is een nieuw nummer dat in de laatste paar dagen is geschreven, ter vervanging van 'Nobody 'Cept You'. Dat was oorspronkelijk als afsluiter was bedoeld, maar Dylan vond de opname niet geslaagd.
Dylan heeft slechts één intense take nodig om het nummer op band te zetten. Fraboni stelt nog een tweede take voor, omdat je de knopen van zijn hemd tegen de gitaar hoort schuren, maar daar wil Bob niet van weten.

Al met al zijn de sessies erg vlot verlopen: er zijn slechts zes opnamedagen voor nodig geweest. De meeste zonder enige overdub. Hoewel de meeste nummers vooraf waren geschreven, werden enkele in de studio verder uitgewerkt.

Voor dinsdag 13 november is de studio is de hele dag geboekt, maar er vinden geen opnamen plaats. Misschien is dit gedaan om de muzikanten te kunnen betalen voor de repetities.

Maar de volgende dag wordt een extra sessie toegevoegd. De muzikanten worden terug opgetrommeld. Dylan is blijkbaar nog niet tevreden over 'Forever Young' en er worden nog vijf takes uitgeprobeerd in verschillende bezettingen. Op de beste take speelt Robertson mandoline en Danko fiddle. 

Daarna beginnen Robertson en Fabroni met het mixen van de banden.
"Bob liep even de studio in en ging wat piano spelen, terwijl wij bezig waren. Plots kwam hij terug binnen en zei: "Ik zou 'Dirge' willen proberen op de piano.'... Ik legde een spoel op en hij zei tegen Robbie: 'Jij kunt misschien gitaar spelen.' Ze namen het een eerste keer door, Bob op de piano en zang en Robbie op de akoestische gitaar. De tweede keer was de definitieve versie."
Op de doos waarin de banden worden bewaard staat het nummer aangegeven als 'Dirge For Martha'. Niemand weet wie Martha is, maar ze heeft hem blijkbaar erg gekwetst.
Want terwijl hij in de rest van de nummers vol lof is over zijn huiselijke leven, sluipen er in dit nummer regels als "I hate myself for loving you."

* * *

Pas op 6 december is de deal rond: Dylan tekent een contract met Asylum Records voor  één plaat. Hij heeft goed onderhandeld: hij krijgt weliswaar geen voorschot, maar wel 8% van de verkoop – dat had niemand hem ooit voorgedaan. Daarenboven behoudt hij de rechten op de master en mag Geffen die slechts zeven jaar uitbaten.
 
Wanneer de tournee van Bob Dylan en The Band officieel wordt aangekondigd, blijkt hoe groot inmiddels in de matte jaren zeventig de behoefte is aan een weerzien met de held van het vorige decennium. Voor de fans lijkt het nieuws te mooi om waar te zijn. De opnamen van Dylan met The Band staan hoog aangeschreven bij de verzamelaars. Hun bootlegs van zowel studio als live opnamen zijn zeer gegeerd. Het nieuws dat Dylan en The Band terug samen zouden komen voor een plaat en een tournee schept dan ook  hoge verwachtingen.

De tickets zijn enkel per post te bestellen en niet iedereen die een aanvraag indient kan tickets krijgen. De aanvragen voor kaartjes bereiken het astronomische aantal van twaalf miljoen…. voor 658 000 kaartjes. Vele optredens zijn binnen de kortste keren uitverkocht. Alles schijnt er op te wijzen dat zowel de plaat als de tournee een groot commercieel succes zou worden.

* * *

Columbia slaat terug

Natuurlijk gaat bij Columbia Records, de platenmaatschappij waarbij Dylan twaalf jaar heeft gezeten, de hernieuwde belangstelling rond hun vroegere artiest niet onopgemerkt voorbij. Om hiervan mee te profiteren duiken ze onmiddellijk de archieven in. Hoewel er nog vele onuitgegeven pareltjes in de rekken liggen, kiezen ze voor wat recente covers die zijn overgeschoten bij de opnamen van Self Portrait (twee nummers) en New Morning (de rest). Mogelijk hadden ze teveel haast om dieper te graven. Sommigen menen dat het uit pure wraak is omwille van zijn overstap naar Asylum Records. Feit is dat het materiaal ondermaats is.
"Dat was spul om mijn stem op te warmen," verklaart Dylan. "Het was nooit bedoeld om te worden uitgebracht. Ik dacht dat duidelijk was."

De plaat, kortweg Dylan gedoopt wordt op 16 november 1973 uitgebracht - twee maanden voor Planet Waves. De hoes is een montage waarop het lijkt alsof er een lekstok is gemaakt van Dylans gezicht.

Ter promotie brengt Columbia in december zelfs een single uit: 'A Fool Such As I'/'Lily Of The West', maar die verdwijnt heel snel geruisloos.

Ondanks de vernietigende kritieken raakt de plaat dankzij in de Verenigde Staten tot een 17de plaats. In Europa, waar de hype ronde de op hande zijnde tournee niet meespeelt, is het de eerste plaat van Bob Dylan sinds midden de jaren zestig die de top 30 niet haalt.

Hoewel Dylan laat weten het niet eens te zijn met de critici - "Zo slecht was het nu ook weer niet!" - is de plaat nooit op cd uitgebracht in de US of in Engeland. In Japan gebeurde dat wel in 1990, onder de titel Dylan (A Fool Such As I)! Een jaar later volgde het vasteland van Europa, maar ook slechts in een beperkte oplage.
Voor de liefhebbers: sinds kort zijn de nummers wel digitaal verkrijgbaar via iTunes.


Zoals dat hoort bij platen van Bob Dylan bestaat zelfs hiervan een alternatieve versie. Er is papierwerk opgedoken van een eerdere versie, gedateerd op 5 oktober 1973.
Daarop staan covers van ‘Runnin' van Floyd Tillman en ‘Alligator Man’ van Floyd Chance en Jimmy "C" Newman, in plaats van het van Elvis Presley bekende ‘Can’t Help Fallin’ In Love’ en ‘Big Yellow taxi’ van Joni Mitchell.

* * *

decoration
 

Tour 1974

Op 3 januari 1974 kent de tour van Bob Dylan met The Band een prima start in Chicago. Het is de eerste grote stadiumtournee van het rocktijdperk en bestaat uit maar liefst veertig optredens in eenentwintig steden, in de U.S.A. en Canada. Een tiental keren worden twee optredens per dag gegeven.
De show bestaat uit 18 of 19 nummers, gebracht in twee sets, plus één of twee bisnummers. Daarenboven speelt in het midden van elke set The Band nog eens een viertal nummers. De eerste 5 nummers van het tweede deel brengt Dylan solo akoestisch.

De eerste shows zijn ruw, maar uitstekend. Bob zingt nummers die hij zelden heeft gebracht: 'Hero Blues', 'As I Went Out One Morning'; nieuwe nummers als 'Tough Mama' en 'Nobody 'Cept You'; en oude Dylan/Hawks favorieten als 'One Too Many Mornings', 'I Don't Believe You', 'Leopard-Skin Pill-Box Hat' en - vanzelfsprekend - 'Like a Rolling Stone'.

Dylan is goed bij stem en The Band speelt vol passie, al klinkt het soms of er wat meer had gerepeteerd mogen worden. De pers barst uit in gejubel over Dylans langverwachte comeback. Het lijkt een regelrechte triomftocht. Dylan maakte alle verwachtingen waar.
Fans van zijn eigen generatie, nu in de dertig, beleefden de jaren zestig opnieuw.

De keerzijde is echter dat Dylan het leven "on the road" ronduit saai vindt. Hij had zich op de tour verheugd, maar is afgeknapt op het legertje managers en platenbonzen dat zich ermee bemoeid. De muziekscène is een industrie geworden: zo wordt Dylan rondgevlogen in een Boeing 707.
Bovendien was hij de laatste jaren vooral thuis gebleven om bij zijn familie te zijn. Nu had hij zijn vrouw en kinderen dan toch moeten achterlaten.

Na verloop van tijd begint The Band strakker te spelen en worden enkele nummers die minder aansloegen weggelaten. Hierdoor zijn de interessantere nummers verdwenen, terwijl de meer voor de hand liggende zijn gebleven.
Er is stilaan ook een zeker patroon ontstaan: de tempo's zijn versneld en Dylans zang begint meer te lijken op geschreeuw. Vooral zijn akoestische set krijgt een sfeertje van "laten we er maar komaf mee maken”.

Op 21 januari mag Bob Dylan op theevisite bij Jimmy Carter, dan nog gouverneur van Georgia en drukdoende zijn greep naar het presidentschap in '76 voor te bereiden.

Een ander hoogtepunt is wanneer ze op 30 en 31 januari Madison Square Garden in New York aandoen. Het was acht jaar geleden dat Bob Dylan er voor het laatst had gespeeld.

De tournee wordt op 14 februari 1974 afgesloten in Los Angeles.

Tegen het eind van de tour is het voor iedereen alleen nog een job die moest worden afgehandeld: ze kunnen er niet vlug genoeg van af zijn. In oktober 2001 verklaarde Dylan: "Ik dank dat de tournee die ik in ‘74 met de band deed onnatuurlijk was. Ik was vergeten hoe te zingen en te spelen. Ik was bezig geweest met mijn familie en ik deed er lang over om terug een performer te worden. Soms lukte het even en dan was het weer weg voor lange tijd."

* * *

Planet Waves - Ceremonies of the Horsemen

Op 17 januari 1974, midden in de tournee is de eerste plaat van Dylan op Asylum  uitgebracht. Dylan noemde de plaat Planet Waves, omdat hij meent dat de planeten goed staan voor een come back: "Saturnus staat niet langer in de weg!". Hij is duidelijk geïnteresseerd in astrologie in die periode. "Ik kan niemand’s horoscoop lezen, maar wat Saturnus betreft… Het is een groot, zwaar obstakel dat de loop van de gebeurtenissen serieus in de war kan sturen. Het kwam een paar jaar geleden in mijn baan en nu is het sinds kort terug weg."
Oorspronkelijk zou de plaat Ceremonies Of The Horsemen gaan heten, maar dat werd kort voor de release gewijzigd.

Asylum Records had de plaat twee weken eerder willen uitbrengen, samenvallend met het begin van de tournee, maar er moest op het laatste moment worden ingegrepen. Oorspronkelijk een handgeschreven tekst op de achterhoes, schijnbaar met fragmenten uit Dylans eigen dagboek. Maar na bezwaren over de "obsceniteit" van sommige zinnen, werd de aanstootgevende tekst afgeplakt met een wit papier. Ook op latere persingen en ook de cd uitgave is de rechterzijde van de achterhoes altijd blank gebleven.

Merkwaardig is dat op de plaat twee versies staan van hetzelfde nummer: 'Forever Young'.
Fabroni: "Toen we de master aan het samenstellen waren wou ik die [langzame take van van 7 november] inlassen. Ik vroeg er zelfs niet naar. Maar Bob zei, 'Wat ben je aan het doen? Die gaan we niet gebruiken.' Ik sprong recht en riep: 'Hoe bedoel je 'die gaan we niet gebruiken'? Ben je gek? Waarom niet? '
Het bleek dat tijdens de opnamen Lou Kemp [een jeugdvriend van Bob] was langsgekomen met zijn vriendin. En dat wicht had Bob uitgelachen: 'Kom op, Bob, soft aan het worden op je oude dag?' Daarom wou hij die versie weglaten."
Omdat Fraboni niet aflaat besluit Bob uiteindelijk deze versie toch te gebruiken - naast de akoestische solo versie.

Net als Self Portrait en Music From Big Pink van The Band is de hoes geschilderd door Bob zelf. Daarbij geeft hij zijn eigen opvatting weer van wat hij wilde bereiken: "Cast-iron songs & torch ballads".

De LP komt op 9 februari '74 de Billboard-albumlijst binnen. Dankzij de hernieuwde belangstelling van pers en publiek is Planet Waves de eerste LP van Bob Dylan die top van de Amerikaanse hitlijsten bereikt - en daar zelfs vier weken blijft.

Toch verkocht Planet Waves veel slechter dan verwacht. De critici waren dan ook niet unaniem lovend. Ze vonden de plaat ruw en onverzorgd en de inhoud te veel huisje- boompje-beestje.
Robbie Robertson blikte later terug: “Planet Waves was het beste wat we konden berieken in die situatie… Hij had echt geen nummers op overschot en het moest allemaal erg snel. Onder die omstandigheden, vond ik het buitengewoon… Maar het was geen geschikte Bob Dylan LP, dat was het probleem. En het was niet buitengewoon, dus er was kritiek. De mensen hechten teveel belang aan de teksten. Dat werkt beperkend. Al die nummers… waren tamelijk eenvoudig en de critici vonden dat hij niet genoeg zijn best deed.”

De nummer 1 positie is dan ook meer het gevolg van het aantal platen dat naar de winkels was gebracht, dan de werkelijk verkochte exemplaren. Al snel belandt de plaat zelfs in de bakken met koopjes - erg ongewoon voor een Dylan LP.

In februari wordt nog 'On A Night Like This' / 'You Angel You' als single uitgebracht, gevolgd door 'Something There Is About You'/'Tough Mama' in mart, maar geen van die singles maakt brokken.

* * *

Before The Flood - de live LP

Een groot aantal van de concerten zijn professioneel opgenomen, door Phil Ramone en Rob Fraboni.
Phil Ramone was als technicus eerder al betrokken bij de opname van het concert van The Band voor hun live-LP Rock Of Ages. Hij was dus gewaarschuwd dat er niet veel zou worden gerepeteerd vooraf: de soundchecks werden telkens op tien minuten afgehaspeld.

Hoewel Ramone en Fraboni een eerste selectie maakten van nummers uit de concerten van New York City, Seattle, Oakland en Inglewood (bij Los Angeles), komen uiteindelijk alle versies op de plaat van de drie concerten van 13 en 14 februari in The Dorum van Inglewood.

De titel Before The Flood kan worden gezien als een cynische verwijzing naar het aantal bootlegs dat kon worden verwacht. Daarom werd dan ook getracht de plaat zo snel mogelijk in de winkels te krijgen.

Bob Dylan wou de plaat eerst in eigen beheer verkopen via postorder. Op die manier zou zijn winst drie tot vier keer hoger liggen. Maar hij zag op tegen de logistieke problemen. Daarom tekende hij op 6 mei toch voor een tweede keer bij Geffen.
Zes weken later, op 20 juni 1974 verschijnt dan de live-lp Before The Flood als tweede en laatste plaat van Bob Dylan voor het Asylum label.

De dubbel-LP komt op 13 juli 1974 de Billboard-albumlijst binnen en behaalt de derde plaats. En ook hiervan had Asylum er teveel laten persen. De optie voor een verlenging van het contract werd dan ook niet genomen. In Engeland haalt de plaat een respectabele achtste plaats.

Asylum probeerde de verkoop van de plaat aan te zwengelen door twee single uit te brengen. Eerst ‘Most Like You Go Your Way’/’Stage Fright’ (The Band) en daarna ‘All Along The Watchtower’/’It Ain't Me Babe’.

 decoration

* * *

Bij zijn terugkeer naar huis was Dylan veranderd. De zeven jaren van huisvader spelen waren voorbij. Het zou niet lang meer duren of zijn huwelijk liep op de klippen. En ook aan zijn writers block kwam eindelijk een einde.

Maar dat vind je allemaal hier: Blood On The Tracks

15-11-07

Bob Dylan: Pat Garrett And Billy the Kid

  

decoration

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In 1972 lijkt Bob Dylan wel van de aardbol verdwenen. Geen single, geen langspeelplaat, geen optredens, niets. Hij heeft er absoluut geen behoefte meer aan om in de schijnwerpers te staan. Het eerste half jaar heeft hij zich met zijn familie terug getrokken op zijn pas aangekochte farm in Tuscon, Arizona. Daar houdt hij zich bezig met de afwerking van zijn tweede boek: een bundeling van al zijn liedjesteksten en gedichten. De werktitel is Words. Maar na een tijdje beslist hij een aantal teksten te illustreren met lijntekeningen en wordt de titel veranderd in Writings & Drawings. Het lijkt sterk op het afsluiten van een hoofdstuk in zijn leven.

 

Wanneer het aan het begin van de zomer te heet wordt in Arizona keert de familie Dylan terug naar New York. Daar wordt hij enkele keren opgemerkt bij optredens van anderen. In juni gaat hij naar Elvis Presley kijken in Madison Square Garden. In het Roosevelt Stadium in New Jersey ziet hij The Allman Brothers Band en The Grateful Dead. En een optreden van The Rolling Stones een paar dagen later maakt grote indruk op hem.

 

* * *

 

Op 9 september duikt hij onverwacht op tijdens een optreden van John Prine in The Bitter End in New York.

John Prine: "Ik gaf Dylan één van de eerste exemplaren van mijn plaat. Twee weken later speelde ik mijn eerste concert buiten Chicago. Ik trad op met David Bromberg en Steve Burgh en Steve Goodman, maar ik had nog iemand nodig op harmonica. Ik vroeg of ze iemand kenden.

En opeens, bij mijn tweede optreden, staat Dylan daar. Hij had een harmonica bij en had de teksten geleerd van elk refrein! Ik stelde hem voor en er klapten misschien twee mensen. Niemand geloofde het. Ze dachten dat Dylan dood was of ergens op een berg woonde."

 

* * *

 

Korte tijd later krijgt Bob Dylan bezoek van Rudy Wurlitzer, een oude vriend en schrijver van romans en filmscenario's. Hij heeft een scenario voor een western geschreven gebaseerd op het leven van Henry McCarty, een outlaw die in 1881 werd neergeschoten in New Mexico. Volgens de overlevering zou Henry, ondanks zijn 21 jarige leeftijd meer dan twintig mensen hebben vermoord. Hij zou met zijn hobby zijn begonnen toen hij amper 12 was. Onder de naam Billy the Kid was hij tijdens zijn leven al een legende, befaamd om zijn koelbloedigheid en verschillende ontsnappingen uit gevangenissen.

Hij werd in de nacht van 14 juli 1881 doodgeschoten door sheriff Pat Garrett, die al een tijdje jacht op hem maakte. Nochtans was Garrett vroeger bevriend met zowel The Kid als zijn moeder.

 

Het scenario voor Pat Garret and Billy the Kid was oorspronkelijk geschreven voor de regisseur Monte Hellman. Wurlitzer en Hellman hadden net samen de film  Two-Lane Blacktop gedraaid, met James Taylor en Dennis Wilson. Maar de acteur James Coburn, die absoluut de rol van de sheriff wou spelen, meende dat Sam Peckinpah de geknipte man was voor deze film.

 

Voor de rol van Billy werd de zanger Kris Kristofferson aangetrokken.

 

Wurlitzer kwam op bezoek bij Bob Dylan om te polsen of hij geen zin had om wat muziek voor de film te schrijven.

"Rudy had een nummer nodig voor zijn scenario," bevestigt Dylan. " Ik had toch niks omhanden. Rudy zond mij zijn scenario, ik las het en ik vond het goed. Dus spraken we af. En dan zag ik [Peckinpah's vorige films] The Wild Bunch en Straw Dogs en Cable Hogue en ik vond ze goed. De beste is Ride the High Country... Dus schreef ik 'Billy' heel snel."

 

Wurlitzer nodigt Dylan uit om ook een kijkje te komen nemen bij de opnamen. Dat ziet Bob wel zitten. Alle redenen zijn goed om een tijdje weg te zijn uit New York. Bovendien had hij Mexico, waar de film zal worden gedraaid, altijd al graag eens bezocht. Misschien zit er zelfs een rolletje in voor hem?

 

* * *

 

Op 23 november arriveert Bob, met Sara en de kinderen in Durango. Hij heeft twee nummers geschreven die hij aan de regisseur wil laten horen: 'Billy' en 'Goodbye Holly'.

 

Maar Peckinpah heeft geen belangstelling. "Sam zei, 'Wie is Bob Dylan?,'" vertelt Coburn. "'Oh ja, de kinderen luisterden naar zijn spul. Ik zat eerder te denken aan die Roger hoe-heet-ie-ook-alweer, die van 'King of the Road'? Die wou ik vragen.' En wij riepen allemaal, 'Wat!! Je moet Dylan zien,'...Tenslotte zei hij, 'Vooruit, haal 'm hier.'..."

"Die avond gingen we eten bij Peckinpah thuis," gaat Coburn verder." Er werd stevig wat tequila gedronken. Na het eten zegt Sam, 'Kom jongen, laat eens horen wat je hebt. Je hebt je gitaar toch mee?'

Ze gaan wat apart zitten. Sam in zijn schommelstoel en Bobby op een krukje voor hem. Bobby speelt drie, vier nummers... Sam kwam terug met tranen in zijn ogen. 'Wie is die kerel? Geef hem een contract!"

 

Volgens een andere bron bestond het diner uit: "soep van geitenkop met tacos, tequila en peyote, marihuana en cocaïne" - misschien verklaart dat voor een stuk het enthousiasme.

 

Dylan krijgt zelfs zijn verhoopte rolletje: de mysterieuze figuur Alias. Hoewel Dylan later beweerde dat "mijn karakter eerst niet voorkwam in het verhaal", heeft zijn biograaf Clinton Heylin ontdekt dat, "....Alias niet alleen al in het oorspronkelijk script van Wurlitzer zat, maar dat het ook een historische figuur is, door Garrett zelf beschreven in zijn boek Authentic Life of Billy the Kid. Alias was zelfs niet zomaar een lid van zijn bende, maar eerder Billy's rechterhand."

 

Maar Dylan beklaagt zich zijn rol al snel. Want hoewel Peckinpah grootse plannen heeft met de film - hij wil niets minder dan de definitieve western draaien - draait het allemaal anders uit.

 

James Aubrey, de grote baas van Metro-Goldwyn-Mayer, weigerde Peckinpah het gevraagde budget en tijd te geven. Zo moet er, om besparingsredenen worden gewerkt met een locale filmploeg.

Bovendien heeft de regisseur net een scheiding achter de rug en is zwaar aan de drank. Dat maakt dan weer dat hij elk ogenblik in een woede uitval kan uitbarsten. Dus wordt hij zo weinig mogelijk lastig gevallen.

Dylans rol wordt daardoor nooit uitgediept. "[Peckinpah] nam nooit de tijd om uit te werken wat Dylan kwam doen in de film," meent Kristofferson. "Bob zei me dikwijls, 'Jij staat tenminste in het script!'"

  

Wanneer Dylan arriveert zijn ze al twee weken aan het draaien. Zodra de eerste beelden worden bekeken, blijkt dat een gedeelte onbruikbaar is. Iemand heeft een camera laten vallen, waardoor de onderste helft van het beeld onscherp is. Een groot aantal scènes moet dus opnieuw worden gedraaid. Maar de producer is het daar niet mee eens. Hij wil niet voor extra financiering zorgen en vindt dat de beelden maar zo moeten worden gebruikt.

 

De acteurs kiezen natuurlijk partij voor hun regisseur. Dylan trekt er zijn conclusies uit: "Ik leerde bij het werken aan Pat Garrett and Billy the Kid dat je in Hollywood geen echt creatieve films kunt draaien... Je hebt je eigen mensen nodig om een film te maken zoals je hem zelf wilt."

 

Peckinpah wordt na deze tegenvaller zo mogelijk nog meer onberekenbaar.

Maar dat geldt ook voor Dylan. Hij praat tegen niemand. "Ik snap niks van die man," verklaart Kris Kristofferson. "Het is moeilijk als iemand niks zegt. Zijn vrouw heeft me t-verteld dat hij soms zelfs weken geen woord tegen haar zegt... Ik vraag me af hoe hij het volhoudt."

 

Sara is het gedoe snel beu. "Ze vroeg me 'Wat doen we hier, in godsnaam?'" vertelt Dylan. Ze maken dan ook dankbaar gebruik van twee weken pauze in de opnamen om de kerstdagen te gaan doorbrengen bij George en Patti Harrison in Engeland.

 

* * *

 

Half januari keren ze terug naar Durango, om wat nummers op te nemen voor de soundtrack van de film.

De sfeer op de set is nog steeds gespannen. Wanneer Dylan naar Mexico City vertrekt om er in de CBS Discos Studios te gaan werken, maken een aantal acteurs dankbaar van de gelegenheid gebruik om er mee tussenuit te knijpen. Daardoor begint Bob Dylan, op 20 januari, met een heel gevolg aan zijn eerste studiosessie in meer dan een jaar.

Wurlitzer verklaarde tegenover de pers: "Sam [Peckinpah] weet dat hij de strijd aan het verliezen is tegen Dylan. Hij heeft een vertoning van de film The Getaway gepland voor vanavond, maar iedereen wil met Dylan naar Mexico. Hij heeft dan ook een repetitie aangekondigd om 6:30, terwijl hij weet dat we nooit voor 8 uur terug zullen zijn. Mij kan het niet schelen. Ik moest daar weg."

 

Naast de acteurs met hun vrouwen of liefjes zitten er ook een hele bende muzikanten in de studio. 

"Ik liet mijn band overkomen,' legt Kristofferson uit, "omdat ik dacht dat die wel met Dylan zouden willen werken. Omwille van de vakbondsregels moest er echter voor iedere Amerikaan ook een Mexicaan in de studio zijn. Bob spreekt geen Spaans, dus vroeg ik of ik voor hem zou tolken tegen de Mexicaanse trompetspelers. Maar hij snauwde: 'Doe dat maar op je eigen nummers!'... Ik liet hem dan maar.

Ik begreep niets van zijn manier van werken. Mijn bandleden zeiden tegen me, dat hij hun niks wou uitleggen. Zodra ze iets begonnen te snappen van wat hij wou, begon hij aan het volgende nummer. En ze wilden zo graag hun best doen voor Dylan!"

 

Dylan heeft dan ook veel moeite om 'Billy' op band te zetten. Er worden zowel instrumentale versies, als met zang uitgeprobeerd. Het arrangement wordt steeds aangepast, maar het klikt niet. ‘Billy Surrenders’ en 'And He's Killing Me Too' hebben geen tekst. ‘Goodbye Holly’ staat er in één take op. Hoewel het nummer is geschreven voor de sterfscène van Holly, wordt de tekst meer gebracht als een soort dronkemansgebral. Allemaal: “Goodbye Holly, Holly goodbye!”

Voor 'Peco's Blues' zet Bob de Mexicaanse blazers aan het werk op iets wat sterk lijkt op de traditional 'What Does The Deep Sea Say?'. Zelf beperkt hij zich tot neuriën.

Tegen vier uur in de ochtend – ze zijn dan al acht uur aan het werk - probeert Bob een laatste keer om ‘Billy’ op te nemen, met alleen bassist Terry Paul als begeleider. Deze laatste take is geslaagd. Aangeduid als 'Billy 4' is het enige nummer van de gehele sessie dat zowel in de film als op de soundtrack LP is te horen.

Verder wordt enkel nog een halve minuut van ‘Billy Surrenders’ gebruikt in de film. Want, bij de vertoning van een ruwe montage in de Burbank Studios in Californië, blijkt dat de bazen van de filmstudio niet tevreden zijn met de muziek van Dylan.

 

Jerry Fielding, de componist waarmee Peckinpah eerder samenwerkte wordt er bij geroepen. Hij heeft een paar oscarnominaties op zak en laat van meet af weten niet veel op te hebben met populaire muziek: "een hoop onzin, uitsluitend geschikt voor puisterige tieners."

Toch is Dylan bereid om van hem te leren. Fielding raadt aan om ‘Billy’ te verknippen en de  relevante strofen op een negental plaatsen in de film te laten opduiken. Uiteindelijk worden dit beperkt tot vier momenten."

Over 'Goodbye Holly' is hij niet te spreken. Dat moet er helemaal uit.

 

"Ik had twee sessies gearrangeerd om de muziek in te dubben," vertelt Fielding. "Dylan had dat nummer ['Billy'] geschreven. Hij had een heel pak strofen die in willekeurige volgorde konden worden gezongen... Dus moest ik het nummer opnemen, vermits hij geen bladmuziek had, en ik liet het uitschrijven... Ondertussen vroeg ik hem om minstens één nieuw nummer te schrijven want je kunt moeilijk een hele film vullen met één enkel liedje. Dus kwam hij naar de volgende sessie met iets nieuws: 'Knock-Knock-Knockin' on Heaven's Door.' Iedereen vond het geweldig. Ik vond er niks aan. Ik gaf er de brui aan."

 

Dus trekt Dylan opnieuw de studio in, om 'Knockin' On Heaven's Door' op te nemen. Hij heeft zijn best gedaan. Het is een uitstekende ballad zoals hij ze sinds 1967 niet meer heeft geschreven.

Omdat een van Dylans kinderen ziek geworden is en die niet in Mexico kon worden verzorgd,wordt er deze keer opgenomen in de Warner Bros. Records' filmstudio in Burbank, Californië. Dat geeft Dylan ook de mogelijkheid om te werken met enkele van zijn favoriete  muzikanten.

Terry Paul is er opnieuw bij, naast Roger McGuinn en Jim Keltner. Daarnaast zijn er enkele zangeressen, harmonium, orgel, fluit en cello. Gordon Carroll treedt op als producer.

 

Ze beginnen ontspannen met een jam ‘Sweet Amarillo’. Dan wordt ‘Knockin’ On Heaven’s Door’ aangepakt. De eerste versie is halfbakken. Dan kondigt Dylan aan: “Goed, we gaan het doen zonder zang… dit is de laatste keer dat ik muziek maak voor een film. Ik hou het bij acteren."

Deze instrumentale versie is erg goed. Het gospelachtige van de gezongen versie is er al helemaal. Peckinpah verkoos deze versie voor de oorspronkelijke versie van de film.

 

En dan opeens klikt alles.

"Het was erg vroeg in de ochtend," vertelt Jim Keltner. "Een uur of 10. Alles viel vanzelf op zijn plaats...Er waren geen overdubs nodig. De zang gebeurde live. Een klein orgeltje… Roger McGuinn speelde mee, denk ik. Dit was voor een bepaalde scène in de film waarbij Slim Pickens sterft en het is de eerste keer dat ik huilde terwijl ik speelde. Het was een combinatie van de woorden, Bobs stem en de muziek zelf, de akkoorden en de beelden op het scherm...In die tijd stond je op een groot podium voor een massief scherm, waarop de scène werd geprojecteerd terwijl je opnam. De tranen liepen over mijn wangen de hele take lang."

 

Na 'Final Theme' volgt een tweede spontane jam : 'Rock Me Mama'. Na nog meer versies van 'Billy' (later aangeduid als ‘Billy 7’) en ‘Ride Billy Ride’ wordt afgesloten met 'Bunkhouse Theme'.

 

Tijdens de volgende sessie, enkele dagen later, wordt Dylan bijgestaan door gitarist Bruce Langhorne, bassist Booker T, drummer Russ Kunkel en Roger McGuinn op gitaar en banjo. Byron Berline speelt fiddle en verzorgt de backing vocals samen met Donna Weiss & Priscilla Jones. In deze bezetting worden 'Main Theme', 'Cantina Theme', 'Billy 1', 'River Theme' en 'Turkey Chase' op band gezet. Dat laatste is pure blue grass met virtuoos banjospel van Jolly Roger en uitstekende country fiddle door Byron Berline.

Haast alle muziek zowel voor de film als voor het soundtrackalbum wordt geselecteerd uit deze Burbank sessies.

Hoewel Dylan later nog regelmatig nummers zou leveren voor soundtracks, zou hij inderdaad nooit meer alleen een gehele soundtrack verzorgen.

 

* * *

 

Wanneer de filmopnamen zijn afgerond - 21 dagen over tijd en $1.6 miljoen over het budget - is de relatie tussen de regisseur en de producer erg verzuurd. MGM legt een onrealistische datum op voor de première. De regisseur doet zijn uiterste best om die te halen. 

 

Uiteindelijk wordt Peckinpah aan de kant geschoven. De producer laat verschillende scènes schrappen, waardoor bij de première in mei 1973 blijkt dat de film stevig is ingekort. Alle de scènes waaruit blijkt dat Pat Garrett absoluut niet van plan is om zijn vriend Billy The Kid over te leveren zijn allemaal geschrapt. Ook Dylans rol is in de gemonteerde versie beperkt tot een paar onbeduidende scènes.

 

Zowat alle betrokkenen spuien hun ontevredenheid. Peckinpah laat zijn naam zelfs van de aftiteling halen.

Dylan blikt in 1985 terug: “Sam zelf had geen controle over de film meer. Ik zag een voorvertoning en ik wist dat de boel verknipt was. Iemand had de schaar gezet in een aantal belangrijke scènes. De muziek leek willekeurig te zijn verspreid. Niets was nog op de plaats waar we de muziek hadden voor bedoeld – behalve  ‘Heaven’s Door’. Ik kan niet zeggen dat ik iets herkende van wat ik had gedaan, op de plaats waarvoor ik het had bedoeld.”

 

Nog voor de film in mei 1973 in de bioscopen begint te lopen, wordt hij door de critici in de pan gehakt. Het publiek blijft massaal weg en al na enkele weken verdwijnt Pat Garrett And Billy The Kid van het scherm. 

 

* * *

 

Bob Dylan is ondertussen aan het onderhandelen met zijn platenmaatschappij over een vernieuwing van zijn contract, dat binnenkort afloopt. Maar de belangstelling is eerder lauw na jaren van minimale activiteit. Enkel Clive Davis, een van de directeuren, gelooft nog in hem.

De zanger denkt er dan ook over een eigen platenlabel te beginnen, Ashes & Sand, met mensen als Leon Redbone. Er is ook sprake van een overstap naar Warner Brothers. Maar eigenlijk vindt hij de besprekingen gewoon vervelend.

 

In zijn autobiografie Clive: Inside the Record Business, vertelt Davis: "Begin 1973 ronde ik de besprekingen af voor een nieuw contract met Bob. Kort samengevat ging het over twee platen, plus de soundtrack van Billy the Kid. Er was geen beperking in de tijd op gezet. Er was $400,000 per plaat overeengekomen."

 

Maar dan wordt Clive Davis op 29 mei 1973 ontslagen wegens oneigenlijk gebruik van fondsen. Achteraf zou blijken dat Davis ontslag opgezet spel was om de man aan de deur te kunnen zetten en Dylan was bereid in zijn voordeel te gaan getuigen in juli 1975.

 

Nu zijn laatste verdediger is vertrokken, verbreekt Columbia de besprekingen.

Omdat de film Billy the Kid net is uitgebracht, eist Dylans advocaat, David Braun, dat de soundtrack moet worden uitgebracht. "Ze konden zo snel nergens anders naar toe," gaat Clive Davis verder. "Daarom ging Columbia akkoord om die ene plaat uit te brengen tegen het overeengekomen voorschot...Zodra de single aansloeg en bleek dat Dylan wel nog potentieel had, probeerde de nieuwe directeur, Goddard Lieberson de onderhandelingen te hervatten. "

  decoration
           

De soundtrack van Pat Garrett & Billy The Kid wordt dan op 13 juli 1973 toch nog uitgebracht. Het is Dylan's eerste nieuwe langspeelplaat in bijna drie jaar. Maar de muziek is voor het grootste deel instrumentaal en wordt door een deel van de critici hard aangepakt. Desondanks wordt de soundtrack het volgende jaar genomineerd voor een Grammy onderscheiding.

De LP komt op 4 augustus '73 de Billboard-albumlijst binnen en blijft op 16 steken. In Engeland strandt de plaat net binnen de top 30: op 29.

 

Op 8 augustus 1973 wordt 'Knockin' On Heaven's Door'/'Turkey Chase' als single uitgebracht. 'Knockin' On Heaven's Door' komt op 1 september '73 binnen in de Billboard Hot 100. De single haalt de 12de plaats.

‘Knockin' On Heaven’s Door’ wordt een van Bob Dylans bekendste nummers. Dat blijkt ook doordat de meest uiteenlopende artiesten er coverversies van opnemen. Zo zijn er uitvoeringen door Eric Clapton, Booker T. Jones, Nina Hagen, Jerry Garcia, Randy Crawford, Danny & Dusty, The Sisters Of Mercy, Herman Brood, The Jody Singers en Guns 'N Roses.

 

Voor Bob Dylan zelf betekende de soundtrack het begin van zijn wederopstanding. Na jaren van aanmodderen, zou hij binnenkort zijn muze helemaal terug vinden.

 

Sam Peckinpah overleed in december 1984 aan een hartaanval. Hij was pas 59.

 

En wat de film zelf betreft: de zogenaamde Turner Preview Edition is een ruwe montage van de film door Peckinpah zelf. Dit geeft de visie van de regisseur weer, voor de film hem uit handen werd genomen. Deze versie werd in 1988 door Ted Turner, met toestemming van MGM, op video uitgebracht. De critici reageerden enthousiast op deze uitgave en de film werd bestempeld als een miskend meesterwerk, één van de beste films uit de vroege jaren zeventig.

 

In 2005 werd door Warner Brothers een dubbele DVD uitgebracht met daarop naast de Turner Preview Edition ook een speciale derde versie, waarbij Paul Seydor de bioscoopversie heft aangevuld met scenes uit de director’s cut en zelfs scenes die nergens eerder werden vertoond. Toch is deze derde versie iets korter dan de director's cut.

decoration

07-11-07

Bob Dylan: Greatest Hits, Vol. 2

Bob Dylan's Greatest Hits, Vol. 2

decoration

 

 

 

 

 

 

 

 



Begin jaren zeventig ondervindt Bob Dylan - meer dan ooit - dat zijn roem hem belet om een "gewoon leven " te lijden. Hij begint zich zijn verhuizing naar de New York wijk Greenwich Village, al snel serieus te berouwen. De plek waar hij tien jaar eerder als een schooier arriveerde en waar hij uitgroeide tot een boegbeeld van zijn generatie, is helemaal veranderd. Later kijkt hij op deze periode terug als "de rotste tijd van mijn leven".

Dat is voor een groot stuk te wijten aan zijn persoonlijke kwelgeest: Alan Jules Weberman, een fanaticus die zich Dylanoloog noemt en leider is van het "Dylan Bevrijdings Front". Weberman schaduwt 'D', doorzoekt zijn vuilniszakken en organiseert excursies naar zijn huis. Zo moet de "spreekbuis van een generatie", die "met countrygeneuzel de linkse revolutie heeft verraden", tot inkeer worden gebracht.

Voor types als Weberman is Dylan een gemakkelijke prooi. Niet alleen heeft hij met Nashville Skyline en zijn langdurige radiostilte vanuit Woodstock tienduizenden fans van zich vervreemd, ook zijn sympathie voor Israël, dat hij in de laatste jaren herhaaldelijk heeft bezocht, zet kwaad bloed. Weberman onthult dat Dylan de rechtse Joodse defensie Liga van de racistische rabbi Meir Kahane financieel steunt. En inderdaad, op zoek naar zijn joodse roots heeft Dylan contact gelegd met de liga.
Weberman is een hinderlijke gek, maar in het radicale klimaat van de vroege jaren zeventig wordt hij maar al te serieus genomen. Wanneer Weberman het gerucht begint te verspreiden dat 'D' heroïne spuit, voelt Dylan zich gedwongen contact met hem te zoeken. Tijdens een ontmoeting onder vier ogen, begin januari 1971, praat hij op Weberman in om hem van zijn ongelijk te overtuigen. Naar verluid toont hij hem zelfs zijn gave onderarmen.

Enkele dagen later wil Weberman een artikel publiceren in de East Village Other over het gesprek dat hij heeft gehad met Dylan. Die belt hem op om hem te zeggen dat hij geen toestemming geeft om dat te doen. Maar Weberman neemt het gesprek op en laat dat publiseren in Rolling Stone en zelfs op LP uitbrengen op Folkways.


* * *

Vanaf 16 maart 1971 werkt Bob Dylan drie dagen in Blue Rock, een kleine studio in Greenwich Village. Volgens Clinton Heylin was Leon Russell de producer bij deze sessies. Leon had een jaar eerder grote successen behaald met de tournee Mad Dogs and Englishmen, met Joe Cocker. Record Collector meent dan weer te weten dat George Harrison de sessies leidde.
Er is geen papierwerk opgedoken van deze sessies. Vast staat dat naast Leon op piano ook de gitaristen Jesse Ed Davis en Don Preston aanwezig waren. Voor de ritmesectie werd beroep gedaan op Carl Radle en Jim Keltner. Claudia Linnear & Kathy McDonald verzorgden de achtergrond zang.

Hoewel Leon Russell de sessies omschreef als erg dynamisch en positief, was het  enige tastbare resultaat van drie dagen werk slechts twee nummers 'When I Paint My Masterpiece' en 'Watching The River Flow'. Beiden belichten openhartig hetzelfde thema: een gebrek aan inspiratie.

'Watching The River Flow' werd in juni 1971 op single uitgebracht. Voor de b-kant werd de solo versie van 'Spanish Is The Loving Tongue' gekozen, die werd opgenomen tijdens de New Morning sessies. Hoewel beide kanten van het 45 toerenplaatje uitstekend zijn, sloeg het niet aan en werd de Top 40 niet gehaald.

'When I Paint My Masterpiece' werd doorgegeven aan The Band, die hun versie uitbrachten op Cahoots.

De bewering van Heylin dat er ook werd gewerkt aan 'Spanish Harlem', 'That Lucky Ol' Sun', 'Alabama Bound', 'Blood Red River' en 'Rock Of Ages' zijn nooit hardgemaakt.

* * *

Die lente verhuist Dylan naar een huurhuis in East Hampton, Long Island. New Hampton was een toevluchtsoord geworden voor kunstenaars, schrijvers en rijke families.
Het huis dat Dylan huurt is van Henry Ford geweest. Het is een koloniaal huis met luiken in plantagestijl, gelegen in een rustige straat met majestueuze oude iepen.  Het zicht op het gebouw wordt door hoge heggen onttrokken aan de straat. Een voordeel is ook de grote achtertuin - ideaal voor de kinderen. Inbegrepen is ook een sleutel die toegang geeft tot een omheind duin dat leidt naar een ongerepte Atlantisch zandstrand.
Dylan begint er landschappen te schilderen en kan er veel uitstapjes maken met zijn kinderen.

* * *

Volgens hardnekkige geruchten zou er half mei 1971 een opnamesessie hebben plaatsgevonden met Elvis Presley en Bob Dylan in de RCA Studios in Nashville. Er circuleert zelfs een lijst met 17 titels. Het is echter erg onwaarschijnlijk dat de sessie ooit heeft plaatsgevonden.

Temeer daar Dylan en Sara omstreeks die tijd weer met vakantie zijn in Israël. Het is bedoeld als een soort tweede huwelijksreis, want de kinderen zijn thuis gebleven. Sinds de dood van zijn vader is hij geïnteresseerd geraakt in de Joodse godsdienst. Op 24 mei viert hij zijn dertigste verjaardag in Jerusalem. Samen met Sara wordt hij er gefotografeerd aan de Klaagmuur.
Onmiddellijk na publicatie van de foto wordt het koppel belaagd door de pers.
Later verteld hij daar over: "Dat bezoek had niet veel belang. Maar ik ben wel geïnteresseerd in wat en wie een Jood is. Het interesseert mij dat Joden Semieten zijn, net als Babyloniërs, Hittieten, Arabieren, Syriërs, Ethiopiërs. Maar een Jood is anders, omdat vele mensen Joden haten."

Enkele dagen later bezoeken Bob en Sara de kibbutz Givat Haim, om de mogelijkheden te bekijken om er zich te vestigen. Het plan strandt op de weigering van de bewuste kibboets om tegemoet te komen aan Dylans hoge eisen op het gebied van huisvesting en privacy.

* * *

Op 17 juli 1970 komen Bob Dylan en zijn vroegere manager Albert Grossman eindelijk tot een overeenkomst om hun samenwerking officieel te verbreken. Grossman behoudt zijn rechten op de nummers geschreven in de periode dat hij het management deed voor de zanger. Hij behoudt ook zijn rechten van zijn muziekuitgeverij Witmark, de gemeenschappelijk opgezette muziekuitgevrij Dwarf Music en  de samenwerkingsovereenkomsten Big Sky. Dylan krijgt de controle en de administratie in handen van zowel de gemeenschappelijke als de samenwerkingsovereenkomsten.

* * *

In juli 1971 hebben George Harrison en Ravi Shankar hebben hun vrienden opgetrommeld voor een groots benefiet. Met de opbrengsten willen ze de noodleidende bevolking van Bangla Desh helpen. Die hebben bovenop een burgeroorlog ook nog een zware overstroming, gevolgd door massale hongersnood te verwerken gekregen. 

George heeft de andere Beatles gevraagd, plus Bob Dylan en Eric Clapton. Die laatste heeft zich sinds enkele jaren terug getrokken in zijn eigen drugswereldje. Paul McCartney heeft laten weten dat hij het te vroeg vindt voor een reünie. Bovendien staat zijn vrouw op het punt te bevallen. John zegt toe, op voorwaarde dat Yoko mee mag doen. Wanneer George daar zijn veto over stelt, leidt dat tot een serieuze echtelijke ruzie waarbij John alleen naar Engeland vlucht.

Bob Dylan heeft na lang aandringen van George toegezegd. Maar wanneer hij dan een grote hoeveelheid apparatuur ziet klaarstaan, probeert hij er met een smoes van af te komen. Bassist en vriend van The Beatles Klaus Voormann: "Het bleef onzeker of Dylan zou spelen. Het maakte in feite niet uit. Natuurlijk was het fantastisch als hij speelde, maar het concert zou even goed verbazingwekkend zijn als hij niet kwam. Ik heb geen idée hoe het met hem gesteld was toen, maar ik weet dat hij van George houdt en dat George hem aanbad."
Als reserve heeft George een set van Apple protégés Badfinger voorzien. Gitarist Joey Molland: "Tegen zaterdag hadden we de show op poten staan en gingen naar Madison Square Garden voor de laatste repetitie. We waren net klaar om terug naar het hotel te vertrekken toen Dylan het podium op wandelde. Hij begint gewoon te spelen - het was een soort privé concert. We zaten allemaal in de hal en het was moeilijk te geloven dat het echt gebeurde. Niemand had Dylan verwacht en ook Eric Clapton kwam pas die dag af."

Op zondag 1 augustus 1971 vinden dan de twee benefietconcerten plaats in Madison Square Garden, New York. De legendarische producer Phil Spector maakt 16-sporen opnamen van de concerten, met 44 microfoons. Sol Swimmer filmt alles.

Na een set van Ravi Shankar, (die overigens al een warm applaus krijgen voor het stemmen van de instrumenten) speelt George een paar solo-nummers. Dan komen Billy Preston en Ringo Starr elk hun recente hitsingles brengen. George keert terug om de band te introduceren en nog enkele Beatlessongs te zingen, onderbroken door een medley van Leon Russell.
Pas wanneer hij Bob aanstalten ziet maken om het podium op te stappen durft George het aan hem aan te kondigen: "Here's another friend of us all: Mr. Bob Dylan." Het gejuich is overdonderend.

Bob Dylan laat dan ook vele harten sneller kloppen met het onverwachte optreden. Gekleed in een vaalblauw spijkerpak zingt hij onder meer het inmiddels klassieke 'A Hard Rain's A-Gonna Fall' en 'Blowin' In The Wind'. Hij begeleidt zichzelf op gitaar en harmonica en zingt met zijn oude, rauwe jaren-zestigstem. Van de gereserveerde countryheer op Nashville Skyline is geen spoor meer te bekennen.
Daarna komt George Harrison erbij met een akoestische gitaar, plus Leon Russell op bas en Ringo met een tamboerijn.
Dylan brengt eerst nog 'It Takes A Lot To Laugh, It Takes A Train To Cry' en dan, 'Love Minus Zero/No Limit' en 'Just Like A Woman'.
Daarna sluit George de show af met nog twee nummers.
Dit is voor het eerst in acht jaar dat Dylan 'Blowin' In The Wind' gezongen heeft. Volgens Phil Spector was dat op speciaal verzoek van George Harrison. "Denk je dat je 'Blowin' In The Wind' kunt zingen? Het publiek zou er gek van worden. Bob keek hem aan: 'Ben je geïnteresseerd in 'Blowin' In The Wind'? Ga jij 'I Wanna Hold You Hand' zingen?"

Voor de avondshow vervangt Dylan 'Love Minus Zero/No Limit' door 'It Takes A Lot To Laugh, It Takes A Train To Cry'. Voor de rest blijft de setlist identiek voor beide concerten.
Na afloop is er een feestje bij Ugano's. George en Bily Preston treden er op en  Phil Spector brengt er een unieke versie van 'Da Do Ron Ron' met Keith Moon op drums.

* * *


Met hun sterartiest terug in de belangstelling en geen nieuw plaatwerk van hem in het verschiet wil CBS Records een tweede verzamelaar uitbrengen van Bob Dylan. Clive Davis stelt voor er een dubbellaar van te maken. Dylan gaat akkoord, op voorwaarde dat een hele kant wordt besteed aan uitgegeven materiaal.

Hij levert een selectie in van tracks uit de Basement Tapes, maar Davis vindt de productie van dat materiaal ondermaats.

Daarom trekt Bob op 24 september 1971 weer de studio in, om een paar Basement Tapes songs opnieuw op te nemen. Voor de gelgenheid heeft hij zijn buurman Happy Traum uitgenodigd.
Happy, die eigenlijk gewoon Harry heet, was een banjospeler en gitarist die het vak in de  jaren vijfig had geleerd van bluesmuzikant Brownie McGee. Met zijn groep The New World Stingers, was hij een van de eersten die nummers van de jonge Dylan hadden gecoverd. Dylan speelde dan weer mee (onder de naam op Blind Boy Grunt)op zijn allereerste LP, Broadside, Vol.1, opgenomen voor Folkways Records.

"Hij wist dat [Columbia] nummers had uitgekozen voor een dubbele verzamel-LP," vertelt Happy Traum. "Hij was niet akkoord met de keuze. Hij had het gevoel dat hij een aantal nummers die hij had geschreven en die door anderen waren gedaan, dat hij die zelf moest doen en die dan op de plaat zetten.
Dus deden we dat op een namiddag. Gewoon wij tweeën en een technicus. Het was heel eenvoudig: we namen vijf nummers op. Daar koos hij er drie van en die werden ter plaatse gemixt. Allemaal op één namiddag. Ik wist dikwijls niet eens of het de laatste take was en dan zei hij: 'OK, kom we gaan het mixen'."

De drie die worden geselecteerd zijn: 'You Ain't Goin' Nowhere', 'Crash On The Levee (Down In The Flood)' en 'I Shall Be Released'.

Overigens heft Dylan de tekst van 'You Ain't Going Nowhere" wat aangepast om een sneer te kunnen geven aan het adres van Roger McGuinn. Hij adviseert hem "pick up your tent, you ain't going nowhere". Dat is een reactie op McGuinn's eigen tekstwijziging. Die had bij de versie van The Byrds, uitgebracht op Sweetheart of the Rodeo, gezongen "Pack up your money/ Pick up your tent" in plaats van "Pick up your money/ Pack up your tent" zoals Dylan origineel zong.

Eeen vierde nummer is een nieuwe versie van 'Only A Hobo' uit 1963. Dit nummer wordt in 1991 geselecteerd voor The Bootleg Series Volumes 1-3 (Rare & Unreleased) 1961-1991, maar blijft uiteindelijk onuitgebracht.
Welk het eventuele vijfde nummer was, is niet gekend.

* * *

Amper twee weken later staat Bob Dylan opnieuw in de studio. Hij heeft in de krant een artikel gelezen over de dood van een jonge zwarte activist.
George Jackson is op 21 augustus door een bewaker neergeschoten tijdens een opstand in de San Quentin-gevangenis in Californië. Jackson zou drie dagen later  opnieuw voor de rechter moeten verschijnen. Hij zat een gevangenisstraf van achttien jaar uit, omdat hij bij een roofoverval op een benzinestation $71 had buitgemaakt. In de gevangenis was hij lid geworden van de Black Panther-beweging van Malcolm X. Tijdens zijn gevangenschap had hij twee boeken geschreven: Blood In My Eye en Soledad Brother.

Het gebeuren heeft Dylan zo aangegrepen dat hij op 4 november nog eens een heuse protestsong op wil opnemen. Of misschien is het gewoon zijn bedoeling om Weberman de wind uit de zeilen te nemen. 

Hij neemt twee versies op van 'George Jackson': één solo en één met een band. Ook 'Wallflower' komt uit deze sessie.
Met steel gitarist Ben Keith , drummer Kenneth Buttrey en Leon Russell op bas wordt eerst 'Wallflower' op band gezet. Dit nummer blijft in de kast tot het in 1991 wordt bovengehaald voor The Bootleg Series, 1961-1991.
Daarna wordt een lange 'big band' versie opgenomen van 'George Jackson'.

Na afloop zet Bob solo ook nog een kortere, akoestische versie van de protestsong op band.

Beide versies worden samen op 12 november 1971, amper een week na de opname uitgebracht. De single komt op 4 december '71 de Billboard Hot 100 binnen, maar komt niet hoger dan 33.

Vijf dagen later ligt Bob Dylan's Greatest Hits, Volume 2 in de winkels. Op deze dubbel-lp staan naast een pak oudere nummers dus ook een vijftal recente opname, plus een schitterende live-versie van 'Tomorrow Is A Long time' - opgenomen op 12 april 1963 en geselecteerd voor de onuitgebracht live LP.

De foto op de voorzijde van de hoes was getrokken door Barry Feinstein tijdens het Bangla Desh concert. Het is een opzettelijke imitatie van de foto die Rowland Scherman in 1965 maakte voor Greatest Hits Vol. 1.

 

decoration


De verzamelaar komt op 11 december '71 de Billboard-albumlijst binnen en bereikt, als hoogste notering, een veertiende plaats.
In Europa heet de plaat overigens More Bob Dylan's Greatest Hits.
Het is een van Dylans best verkochte platen.


Pas in juli 1972 verschijnt een single met twee nummers uit de Greatest Hits collectie: 'When I Paint My Masterpiece'/'I Shall Be Released'.

De akoestische versie van 'George Jackson' is later ook nog eens uitgebracht op de Australische verzamelaar Masterpieces, maar de 'big band' versie is zeer moeilijk te vinden.

* * *

De driedubbele boxset The Concert For Bangla Desh wordt met heel veel vertraging pas op 20 december 1971 uitgebracht. In Amerika wou Capitol wou de LP niet distribueren indien ze er geen winst aan hadden. Dat was genoeg om zelfs de vredelievende George Harrison woest te krijgen. Iedereen had immers gratis gespeeld en de platenmaatschappij van The Beatles, Apple Corps, had de kosten voor het boekje op zich genomen. En EMI had geen enkel bezwaar gemaakt tegen de Europeese ditributie. Pas wanneer George ermee dreigde naar CBS te stappen, bond Capitol in en gaf $ 3,7 miljoen als vooruitbetaling.

De verdeling van de cassettes en 8-tracks werd toevertrouwd aan Columbia Records, in ruil voor hun toestemming voor het gebruik van Dylans bijdrage, die een hele plaatkant besloeg. Uiteindelijk ontving enkel Columbia $ 0,25 per verkochte LP. Dylan zelf zag daarvan nooit een cent.

Het geheel brengt uiteindelijk iets meer dan $ 15 miljoen op, al zou het door allerhande administratieve beslommeringen jaren duren eer het geld terecht kwam bij de noodlijdende bevolking van Bangla Desh.

 

decoration

29-10-07

Bob Dylan bootlegs

Dylans officiële cataloog omvat een veertigtal studioplaten, naast een aantal live opnamen en een zevental speciale uitgaven in de uitstekende reeks, de Bootleg Series. Maar dit is slechts het spreekwoordelijke tipje van de ijsberg. Daarnaast zijn er voor de fanatieke liefhebbers ook een heel groot aantal bootlegs ter beschikking. Tegenwoordig wordt zowat elk concert van de man opgenomen en driftig geruild. Alleen al van zijn Never Ending Tour circuleren er dus al meer dan duizend titels. En er zijn mensen die die ook allemaal verzamelen.

Natuurlijk zijn ze niet allemaal even interessant, laat staan dat je ze allemaal zou kunnen beluisteren. Om eventuele geïnteresseerden op weg te helpen, heb ik hier een lijstje gemaakt met mijn tien favorieten.  

decoration

1. Folksinger's Choice

In februari 1962 interviewde ene Cynthia Gooding de nog erg jonge Bobby Dylan, voor haar radioprogramma op een New Yorkse zender. Dit is een kopie van de volledige uitzending (of mogelijk een heruitzending) op 11 maart 1962. De geluidskwaliteit is perfect.
Maar belangrijker nog is de inhoud. Dylan speelt een tiental nummers en vertelt tussendoor honderduit over zijn invloeden en achtergrond. Hilarisch is de manier waarop hij daarbij, met het grootste gemak en zeer overtuigend, complete leugens verzint.
Naast drie eigen composities (The Death Of Emmett Till, Standing On The Highway en Hard Times In New York Town) brengt hij een eerbetoon aan zijn grote voorbeelden: Woody Guthrie, Hank Williams en een aantal bluesmannen (Howlin' Wolf, Bukka White en Big Joe Williams). Enigszins verrassend laat hij daarbij horen uitstekend akoestische blues te kunnen spelen, zichzelf begeleidend op  harmonica.

decoration

2. The Freewheelin' Bob Dylan Outtakes

Een hele cd vol studio outtakes, allemaal opgenomen voor zijn tweede langspeelplaat in de periode april 1962 tot april 1963. Het is duidelijk dat hij een eigen weg aan het zoeken is. Hij doet dan ook erg zijn best. Alles is even uitstekend: zijn zang, zijn gitaarspel en zijn harmonicaspel.
Er zitten een groot aantal covers tussen, maar ook ongebruikt eigen materiaal en, met een aantal versies van 'Mixed Up Confusion', zijn eerste pogingen om elektrisch versterkte rock 'n' roll te spelen.
Voor het hele verhaal kijk je best hier: http://peerkesplaatjes.skynetblogs.be/post/4229784/the-fr...
Onmisbaar voor fans van zijn vroege werk.

decoration

3. Now Ain't the Time for Your Tears

Een compleet concert van Bob Dylan toen hij nog solo en akoestisch optrad. Dit werd opgenomen in de Free Trade Hall in Manchester op 7 mei 1965, tijdens zijn eerste tournee in Engeland. De kwaliteit van de opname is goed genoeg om het concert officieel uit te brengen.
En ook het gebrachte is van een erg hoog niveau. De jonge Dylan is erg energiek en halt zelfs hoge noten. Hij is ook erg grappig in enkele aankondigingen en nummers als 'If You Gotta Go, Go Now' en 'Talking World War III Blues'.

Als je dit materiaal liever zonder publiek hoort, dan moet je op zoek naar At The Beeb. Dat zijn opname gemaakt tijdens diezelfde tournee voor twee TV uitzending van de BBC. Op 1 juni 1965 nam hij twee reeksen van telkens zes nummers op die later die maand werden uitgezonden.
De eerste show bestaat uit : 'Ballad Of Hollis Brown', 'Mr Tambourine Man', 'Gates Of Eden', 'If You Gotta Go, Go Now', 'Lonesome Death Of Hattie Carroll' en 'It Ain't Me Babe' en de tweede (die eerst werd uitgezonden): 'Love Minus Zero/No Limit','One Too Many Mornings', 'Boots Of Spanish Leather', 'It's Alright Ma (I'm Only Bleeding)', 'She Belongs To Me' en 'It's All Over Now, Baby Blue'.

Heel wat concerten uit 1966 zijn op bootleg verschenen, maar de setlist zijn vrijwel allemaal identiek. De officiële Royal Albert Hall dubbel-cd kan dus volstaan. De outtakes uit Bringing It All Back Home, Highway 61 Revisted en Blonde On Blonde zijn verzameld op Thin Wild Mercury Music. Maar ook daarvan zijn de meeste pareltjes officieel verschenen op No Direction Home soundtrack.

decoration

4. Tree With Roots

De Basement Tapes uit de zomer van 1967 (zie hier: http://peerkesplaatjes.skynetblogs.be/post/4986085/bob-dylan-the-basement-tapes) door het noeste werk van verzamelaars samengebracht in 2001 op de vijfdelige Genuine Basement Tapes. Even later werd, dankzij recent opgenomen banden, deze uitgave zelfs nog verbeterd als A Tree With Roots. Op 4 cd worden alle gekende stereo opnamen gebracht, min of meer chronologisch gerangschikt. 'The Mighty Quinn', 'I'm Not There', 'I Shall Be Released', 'You Ain't Going Nowhere', 'Sign On The Cross'.. je vindt ze hier allemaal. Een ware schatkist vol parels voor de liefhebber. En ontzaglijk veel rijker dan die dubbel-LP uit 1975.

De Dylan / Cash Sessions (uit 1969) en de sessie met George Harrison (Almost Went To See Elvis) hebben meer een curiositeitswaarde dan dat ze echt luisterplezier bieden. Wat te rommelig en spontaan om herhaaldelijk te kunnen boeien.

Blood on the Tracks: New York Sessions
5. Blood On The Tracks - The New York Sessions
http://peerkesplaatjes.skynetblogs.be/post/4226071/blood-...

Dit is zoals de plaat klonk voor Dylan zich bedacht.  De tracklist is exact hetzelfde als die van de uiteindelijke versie. Zelfs zowat de helft van de versies is identiek, maar de rest is helemaal anders. Een aantal nummers zijn veel trager, velen hebben sterk afwijkende teksten en werden zeker veel minder instrumenten gebruikt.
Het interessantste is 'Idiot Wind': waar de officiële versie bitter is, bijtend zelfs, is deze versie slepend en triest. Met een spookachtig orgeltje dat voor kippenvel zorgt. Dit is gewoon DE versie. Punt. 
Af en toe hoor je dat de bron van deze bootleg een acetate was, maar echt storend is het niet. Uiteindelijk zorgt deze versie voor een heel andere luisterervaring. Niet beter - anders.

Een alternatief is Blood On The Tapes. Deze bootleg brengt enkel de versies die de officiële plaat niet haalden en vult die aan met de outtakes die werden uitgebracht op Biograph, The Bootleg Series, Vol. 1 -3 en de soundtrack van Jerry McGuire. Opvallend is dat voor al deze uitgaven telkens werd voorbij gegaan aan de versies die oorspronkelijk werden geselecteerd voor de acetate versie.
Deze bootleg is interessant om alles bij elkaar te hebben, maar het benadert niet het unieke gevoel van de originele acetate versie.

decoration

6. Border Beneath The Sun

De wereldtournee van 1978 wordt algemeen vergruisd, omdat Dylan zijn nummers van Las Vegas arrangementen heeft voorzien. Toch is deze tournee bijlange zo slecht niet als algemeen wordt beweerd. Dat is echter alleen te merken op bootlegs die later werden opgenomen dan die fameuze dubbel-LP At Budokan, die aan het begin van de tournee werd vastgelegd. 

Algemeen wordt Hush,Hush Sweet beschouwd als de beste bootleg van deze tournee. Die werd opgenomen op 10 december 1978, opgenomen in Charlotte, NC. Maar ik hou meer van Border Beneath The Sun, opgenomen in Parijs op 6 juli 1978. Deze show werd uitgezonden door de Franse radio en destijds ook gedeeltelijk overgenomen door Rudy's Club op woensdagnamiddag op Radio 2. Mijn cassetterecorder stond klaar. Wat een teleurstelling was de officiële LP achteraf. Deze versies bruisen en zitten vol vuur. Dat heeft voor een groot stuk te maken met de passie die Dylan hier ten toon spreid. Favorieten zijn deze versies van 'The Man In Me', 'One More Cup Of Coffee', 'Girl From The North Country' (mooi pianospel), een krachtig 'It's Alright, Ma (I'm Only Bleeding)' en als afsluiter 'Changing Of The Guards'.

decoration

7. Born Again Music

Na 1977 was Dylan afgeschreven voor de Amerikaanse pers. Een bekering tot het Christelijke geloof kon daaraan niets verbeteren - integendeel. Toch maakte hij ook in deze periode gloedvolle muziek met uitstekende muzikanten. En er wordt stevig gerockt! Rock Solid is een nooit uitgebrachte live LP, opgenomen in Toronto op 19 april 1980. Jammer genoeg zijn er slechts acht tracks en wordt er telkens in en uit gefade om het applaus te vermijden. Vooral 'Precious Angel' is erg sterk. 'Cover Down, Break Through' werd nooit officieel uitgebracht.
Een complete show (inclusief de nummers die door de backing zangeressen werden gebracht) is te vinden op Born Again Music, een dag later opgenomen in dezelfde Massey Hall van Toronto. Daarop staat naast een sterk 'Ain't Gonna Go To Hell' een fantastische versie van 'When He Returns'. En je kan er nonkel Bob horen preken!
 
Terwijl hij in 1980 uitsluitend religieus getint materiaal bracht was de setlist het volgend jaar veel gevarieerder. Een goed voorbeeld daarvan kan worden beluisterd op
Avignon France (25 juli 1981) - een dramatisch concert waarbij twee doden vielen.

decoration

8. Deeds Of Mercy

Outtakes van de Oh Mercy sessies in New Orleans met Daniel Lanois als producer. Tekst en uitleg vind je hier: http://peerkesplaatjes.skynetblogs.be/post/4698205/bob-dy....

decoration

9.The Supper Club

Omdat hij te kampen had met writers block had Dylan zich begin jaren negentig toegelegd op covers van oude nummers. Dat leverde twee parchtige akoestische cover-cd's op: Good As I Been To You en World Gone Wrong.
Aan het einde van de jaarlijkse tournee besloot hij vier akoestische shows op te laten nemen voor een TV-programma. Daarmee liep hij vooruit op de MTV-Unplugged rage die even later zou opduiken. De vier shows op 16 en 17 november 1993 in de Supper Club in New York waren fenomenaal. Hij bracht allerlei nummers die hij nog nooit of zelden had gespeeld  in totaal nieuwe akoestische arrangementen. Met een hoofdrol voor Bucky Baxter die elektrische slide of pedal gitaar aan alle songs toevoegt. Er zijn opnamen van alle shows beschikbaar, maar meestal in zeer slechte geluidskwaliteit.
Gelukkig is de tweede voorstelling van de eerste avond wel ontsnapt in een prima kwaliteit. Dit is de setlist:

1. Ragged And Dirty
2. Lay, Lady, Lay
3. I'll Be Your Baby Tonight
4. Queen Jane Approximately
5. Jack-A-Roe (met John Jackson op banjo)
6. One Too Many Mornings
7. I Want You
8. Ring Them Bells
9. My Back Pages
10. Forever Young

Jammer genoeg zijn de beelden in het archief verdwenen en is het programma nooit afgewerkt.
Precies een jaar later deed Bob het nog eens dunnetjes over met zijn Unplugged show... voor MTV, maar dat leek meer op een verplichte oefening. En dat werd wel uitgezonden en zelfs officieel op cd uitgebracht. Jammer.


10. Bob Dylan's Acoustic Openers 1999-2002

Een compilatie gemaakt door ene Froggie en enkel via het internet verspreid. In deze periode opende Dylan elke show met een paar akoestische nummers. Vanaf juni 1999 was dit telkens een cover en meestal een up-tempo nummer over moorden, miserie en de dood.
Van 'You're Gonna Quit Me Baby' van Mance Lipscomb, over de Grateful Dead's 'Friend Of the Devil' tot gospels als 'Somebody Touched Me' of 'Hallelujah I'm Ready To Go'.
Vrolijke Murder ballads, quoi? Wanneer je ze zo achter elkaar hoort heeft het veel gelijkenis met de American Recordings cd die Johnny Cash even later is beginnen maken.


Allez, voila, omdat we goed gezind zijn: nog eentje.

decoration
11. Don't Shoot The Piano player

Wanneer je, zoals Bob Dylan de laatste twintig jaar bezig is, elk jaar meer dan 100 optredens geeft kom je in elke parochiezaal terecht, of in Amerika in iedere koeienstal. Het optreden in de Tehama Fairgrounds in het boerengat Red Bluff in California op 7 oktober 2002 vond plaats in een hal waarin normaal rodeo's plaatsvinden. Een vloer van aangestampte aarde en een duidelijk dronken publiek. Bovendien was het één van de eerste concerten waarbij Dylan zijn gitaar thuisliet en enkel nog wat akkoorden aansloeg op zijn elektrische piano.
Allemaal redenen om deze dubbel-cd te mijden dus. Maar niets is minder waar. Omdat hij weet dat Warren Zevon de strijd tegen zijn dodelijke ziekte aan het verliezen is brengt hij een eerbetoon aan zijn collega door twee nummers van hem in te lassen in de tournee: 'Accidentally Like A Martyr' en 'Mutineer'. Bij andere gelegenheden bracht hij ook nog 'Lawyers, Guns, And Money' dat hier als bonus is toegevoegd.
Bob is uitstekend bij stem en zelfs een vechtpartij tijdens 'Brown Sugar' van the Rolling Stones kan hem niet uit zijn concentratie brengen. Sterke versies ook van 'You're A Big Girl Now', 'High Water', 'Floater' en 'Summer Days'. Bob zoals we hem graag horen.

Hij moet het zelf ook weten want deze versie van 'Mutineer' werd twee jaar later officieel uitgebracht op Enjoy Every Sandwich: The Songs of Warren Zevon.... In dezelfde matige bootleg kwaliteit.

22-10-07

Bob Dylan: New Morning

New Morning

decoration


Einde april 1970 gaat George Harrison nog eens op bezoek bij zijn vriend Bob Dylan in diens appartement in Greenwich Village. De Beatle heeft Apple woordvoerder Derek Taylor meegebracht. 

Bij het genot van een paar glazen rode wijn, speelt Dylan wat oude en nieuwe nummers voor op de piano. Na een tijdje grijpt George een rondslingerende gitaar en wordt er wat gejamd. Bob zet de bandopnemer aan.
Via acetates gemaakt voor Columbia komen opnamen van 'When Everybody Comes To Town' en 'I'd Have You Anytime'in de jaren zeventig in handen van bootleggers.

Na afloop nodigt Bob George en Derek uit om de volgende dag samen de studio in te duiken.

Op 1 mei wordt er om 14:30 verzameld in de Columbia Studio B, in New York. De beide legendarische figuren worden begeleid door bassist Charlie Daniels en drummer Russ Kunkel. Bob Johnston springt geregeld bij aan de piano.

Eerst wordt er uitgebreid gerepeteerd. "Dylan was erg ontspannen tijdens die sessie," vertelt Charlie Daniels. "Hij was goed gezind die dag en zong nummer na nummer, zo goed als alles wat we vroegen." Er wordt begonnen met enkele van Dylans oudste eigen nummers: 'Song To Woody', 'Mama You Been On My Mind' en een instrumentale versie van 'Don't Think Twice'.
Na enkele regels 'Yesterday' is 'Just Like Tom Thumb's Blues' aan de beurt. De alles-kan, niks moet sfeer is duidelijk wanneer 'Da Doo Ron Ron' wordt aangepakt. Of 'Ghost Riders In The Sky', 'Cupid' van Sam Cooke en 'All I Have To Do Is Dream' van The Everly Brothers. Natuurlijk kent Dylan de teksten niet helemaal van buiten, maar dat mag de pret niet drukken.

'Gates Of Eden' komt voorbij, 'I Threw It All Away' en 'I Don't Believe You', maar dan is het weer tijd voor wat Carl Perkins klassiekers met 'Matchbox' en 'Your True Love'. Dat brengt hen bij de blues: eerst 'Las Vegas Blues' en dan 'Fishing Blues' van Henry Thomas.

'Honey Just Allow Me One More Chance' vraagt Dylan voor hij afsluit met het vrolijke 'Rainy Day Women #12 & 35'.

"Ik zal die dag nooit vergeten," vertelt Charlie Daniels, "Het waren niet alleen Bob Dylan en George Harrison. Het waren vier kerels in een studio die muziek maakten. Alles klikte. Hij kon zingen... Het was fijn. Een fijne dag, uur na uur."
Ook producer Bob Johnston is heel tevreden: "Het was heel fijn... George zong niet ...hij speelde alleen gitaar, maar op een paar nummers hoor je hem meezingen ..."

Op de bootlegs Almost Went To See Elvis en Possum Belly Overalls zijn meer dan een uur van deze opnamen te horen.

Na het avondeten wordt het wat serieuzer. Dylan besluit van de aanwezigheid van de uitstekende muzikanten gebruik te maken om enkele nieuwe nummers uit te proberen voor zijn volgende plaat. Dat zijn: 'Sign On The Window', 'If Not For You', 'Time Passes Slowly', 'Working On A Guru' en 'Went To See The Gypsy'.

Officieel wordt de sessie om half twee 's nachts afgesloten, maar er wordt nog tot 10 uur in de ochtend doorgewerkt aan overdubs.

Omdat George geen werkverguning heeft voor de Verenigde Staten kunnen de nummers met zijn bijdrage niet officieel worden uitgebracht op New Morning. Deze versie van 'If Not For You' verschijnt dan ook pas in 1991 op The Bootleg Series, Vol. 1 -3. De andere nummers blijven op de plank.


* * *

Na een onderbreking van een maand wordt op 1 juni de draad terug opgenomen voor vijf verdere sessies voor New Morning. Omdat Dylan slechts een handvol nieuwe nummers klaar heeft, wordt het grootste deel van de sessies opnieuw besteed aan het opnemen van covers. Hij wil blijkbaar het idee van een coversplaat niet opgeven. Voor de begeliding zorgen de gitaristen David Bromberg en Ron Cornelius, plus Al Kooper op orgel, Charlie E Daniels op bas en Russ Kunkel op drums.

De ervaren sessiegitarist Ron Cornelius over de opnamen: "Je hebt geen bladmuziek. In Nashville worden de muzikanten geboekt omdat ze ter plekke kunnen bedenken, niet om te spelen wat er op papier staat. Iedereen creëert zijn bijdrage terwijl de banden draaien. Van iedereen waarmee ik heb gewerkt, ken ik niemand die sympathieker is dan Bob Dylan. Hij behandelde me uitstekend, maar tegelijkertijd besef je door dag na dag met hem om te gaan, dat deze man elke morgen in een andere wereld wakker. Op creatief gebied is dat een goede zaak en door te proberen te raden of door hem te vragen wat hij met die teksten bedoeld tast je in het duister, want hij zal het je toch niet gaan vertellen. Het zou goed kunnen zijn dat hij de waarheid spreekt als hij zegt 'Ik weet het niet, want betekent het voor jou?'"

Behalve 'Ballad Of Ira Hayes' van zijn oude compaan Peter LaFarge dat er in één keer op staat, wordt van elke cover wel een take of vijf-zes opgenomen. Dat zijn de traditionals 'Mary Anne' en 'Sarah Jane', 'Lonesome Me' en 'Alligator Man'.

De volgende dag vinden er nog twee zo'n sessies plaats: een in de namiddag en een in de vooravond.
Zes takes van ' Mr. Bojangles' van Jerry Jeff Walker, opnieuw acht van de traditional 'Mary Anne' en veertien van 'Time Passes Slowly'. Een solo piano versie van 'Spanish Is My Loving Tongue' en een remake van 'If Not For You' staan er in telkens één à twee takes op. Volgens Russ Kunkel waren de eigen nummers bijzaak en werd er vooral aandacht besteedt aan de covers.


'Time Passes Slowly' is een eigen compositie. Het is een van de drie nummers die hij in oktober 1969 heeft geschreven voor het toneelstuk de dichter Archibald MacLeish. De anderen zijn: 'New Morning' en 'Father Of Night' (een bewerking van het Joodse gebed Amidah). Hij heeft er demo's van opgenomen in de Brill Building in New York en ze aan Stewart Ostrow, de producent van het toneelstuk, gegeven. Maar nadat MacLeish de acetates heeft beluisterd liet hij Dylan weten dat ze niet donker genoeg waren. Blijkbaar heeft Dylan beslist ze dan maar zelf te gebruiken.

Op 3 juni zijn er weer twee sessies. Opnieuw met maximaal drie takes per nummer. 'Kingston Town' en 'Lily Of The West' zijn oude songs waarop geen copyright meer rust. 'Long Black Vail' is een gekende country ballade en 'Can't Help Falling In Love With You' van George Weiss is vooral bekend in de versie van Elvis Presley. Het enige eigen nummer is 'One More Weekend'

Tijdens de beide sessies op 4 juni worden de twee andere nummers voor de musical ook op band gezet. De meeste aandacht gaat echter naar een cover van 'Big Yellow Taxi', een nummer van de jonge Canadees zangeres Joni Mitchell. Lead Belly's 'Bring Me A Little Water, Sylvie' en een remake van zijn eigen 'Tomorrow Is A Long Time' (uit 1962) staan er in twee takes op.

Tijdens de laatste opnamedag worden acht takes besteed aan 'What It's All About' (een werktitel voor 'Sign On The Window') en 'Father Of Night' krijgt er zelfs elf.
"Dylan had een zware verkoudheid die week'" vertelt Ron Cornelius."je hoort het goed op 'Sign On The Window'. Dat stukje over 'Brighton girls are like the moon,' waar zijn stem het begeeft. Maar het past bij het nummer."

De rest van de nummers krijgt maximaal vier takes. Dat zijn het merkwaardige 'If Dogs Run Free', een nieuwe poging om 'Went To See The Gypsy' op te nemen, 'Winterlude', een cover van het Sun nummer 'I Forgot To Remember To Forget', 'The Man In Me' en nog eens 'Lily Of The West'.

Bij 'Went To See The Gypsy' speelt Dylan elektrische piano. "Zijn pianospel is vreemd," herneemt Cornelius. "Hij begint met zijn handen aan de uiteinden van het toetsenbord en beweegt dan zo naar het midden toe - iedere keer opnieuw! Te gek, gewoon."

Nog vreemder is het 'If Dogs Run Free', een uniek nummer in Dylan's oeuvre, waarbij Maeretha Stewart scatvocals brengt terwijl Al Kooper jazz speelt op de piano.

De nieuwe nummers zijn het gevolg van zijn beslissing om de nummers van de musical voor zichzelf te houden. Door deze nummers te spelen kreeg hij blijkbaar weer zin om te schrijven.

* * *

Vier dagen na de laatste opname aanvaardt Dylan een eredoctoraat in muziek aan de universiteit van Princeton. David Crosby is er bij aanwezig.
"Ik meen dat we bij John Hammond thuis waren. Sara wou dat hij naar de universiteit van Princeton ging, waar hij dat eredoctoraat zou krijgen. Bob had geen zin. Ik zei, 'Kom aan , Bob, het is een hele eer!' Sara en ik bewerkten hem een hele tijd. Uiteindelijk ging hij akkoord.
Mijn auto stond buiten - een grote limousine. Dat stond hem natuurlijk weer niet aan. We rookten wat onderweg en ik merkte dat Dylan behoorlijk paranoïde werd. Toen we in Princeton aankwamen, brachten ze ons naar een kamertje waar ze Bob vroegen om een cape aan te trekken en zo'n hoedje op te zetten. Hij weigerde gewoonweg, maar ze zeiden dat hij zijn onderscheiding niet kreeg als hij dat niet droeg. Dylan antwoordde: 'Prima. Ik moest het zo al niet hebben.' Uiteindelijk overtuigden we hem dat toch aan te trekken."
Tot zijn grote woede wordt hij er aangekondigd als "de authentieke spreekstem van het verstoorde en verontruste geweten van een Jong Amerika."  - een titel die hij absoluut van zich wil afschudden.

* * *

Aan het einde van de maand wordt een hele dag besteed aan het proberen om een nieuwe versie op te nemen van 'Blowin' In Th Wind'. Waarom?

Ondertussen wordt er getracht een plaat samen te stellen uit de opgenomen nummers. Het is niet echt dringend, want Selfportrait licht zelfs nog niet in de winkels.

Een vroege versie van New Morning ziet er zo uit:
 
Kant 1:
Ballad Of Ira Hayes
Mr. Bojangles
One More Weekend 
Tomorrow Is A Long Time 
New Morning

Kant 2:
If Dogs Run Free
Sign On The Window
The Man In Me
Father Of Night

* * *

Dylan vindt het niet goed genoeg. Bob Johnston wordt aan de kant geschoven en Al Kooper stelt dan voor een aantal tracks te bewerken met overdubs.
In latere interviews beweert Kooper dat hij de leiding over de sessies had, maar Bob Johnston ontkent dat ten stelligste. "Wat een onzin! Ik was het die met Charlie Daniels aankwam en met George Harrison, die meespelen op die plaat. Als hij "onofficieel producer" was van die opnamen, dan was ik de onofficiële producer van de Rolling Stones, of Pink Floyd!"

In ieder geval wordt er in juli nogal wat tijd besteed aan mixen en hermixen van de opnamen.

Op 13 juli worden in de ochtend strijkers en orgel toegevoegd aan 'New Morning' en in de namiddag strijkers en blazers voor 'What's It All About'.

Tien dagen later vindt nog een experimentele overdub sessie plaats, waarbij opnieuw enkele nummers meer worden ingekleed. Charlie McCoy voegt bas toe en Norman K. Spicher, Lloyd Green en Charlie E. Daniels spleen gitaren en dobro.
De nummers zijn 'Went To See The Gypsy', 'Spanish Is The Loving Tongue', 'If Not For You' en 'Sign On The Window'.

Toch bestaat er een band met daarop "Al's Mix":

Kant 1:
The Man In Me  
Winterlude  
Mary Anne  
One More Weekend 

Kant 2: 
Mr. Bojangles 
Tomorrow's A Long Time
Three Angels
Ballad Of Ira Hayes
If Dogs Run Free.

Een duidelijk teken dat Kooper bezig was met het samenstellen van de plaat. Ook deze versie is een mengeling van covers en eigen werk.

Volgens Al Kooper, raakte hij het niet eens met Bob Dylan over de arrangementen. Die is dan ook niet tevreden. Kooper vertelt er later over: "Toen ik klaar was met die plaat, wou ik hem nooit meer zien. Het stond mij absoluut niet aan [hoe moeilijk het allemaal was]. Hij veranderde alle vijf minuten van gedachte. Ik moest daardoor het werk doen aan drie platen. ... We waren akkoord over één kant van de plaat en we maakten een master ervan en dan zei hij, 'Nee, nee, nee. Dat wil ik niet.' En dan, 'Nee, laat ons dit zo opnemen...' Er was een schitterende versie van 'Went to see The Gypsy'... Het was voor het eerst dat ik een arrangement kon uitwerken en dat hij dat dan kon inzingen. Het was zo goed.. en dan deed hij net alsof hij niet begreep wanneer hij moest zingen."

Een aantal van deze nummers in "Kooper's arrangementen" zijn einde jaren negentig opgedoken op The Genuine Bootleg Series. Dat is een alternatief carrièreoverzicht door bootleggers samengesteld met uitsluitend onuitgebrachte nummers en interessante live versies. Er zijn drie delen van telkens drie cd's.

* * *

In de zomer van 1970 brengen Bob en Sara een bezoek aan Israël. Wanneer ze terug zijn van hun vakantie heeft Dylan nog steeds niet kunnen kiezen tussen de twee versies van 'If Not For You' en 'Time Passes Slowly'. Dus besluit hij ze allebei opnieuw op te nemen. Dat gebeurt op 12 augustus.

Hij maakt van de gelegenheid gebruik om ook één nieuw nummer op band te zetten over zijn recente doctoraatstitel: 'Day Of the Locust'. Een verwijzing naar de krekels die tijdens de ceremonie tsjirpten.

Uiteindelijk heeft hij nu genoeg eigen nummers om een hele plaat met allemaal eigen nummers samen te stellen. Alle nieuwe opnamen worden aan het begin geplaatst.


* * *

Daardoor ligt er op 21 oktober 1970, amper vier maanden na Self Portrait alweer een nieuwe lp in de winkel. En opnieuw is er gekozen voor een suggestieve titel:  New Morning.
Er staan fraaie songs op - de titelsong en 'If Not For You' - en nogal wat jazzy probeersels. De plaat krijgt een redelijk warm onthaal van pers en publiek en wordt opgevat als een spijtbetuiging voor Self Portrait. Dylan ontkent dat echter: "Ik heb nooit gedacht, 'Och God, zij houden er niet van, laat ik maar snel een andere maken'. Zo is het niet gegaan. Het was gewoon toeval dat de ene uitkwam en dat ik aan de volgende zo snel al bezig was. Selfportait zat er gewoon al een jaar lang aan te komen. We waren aan New Morning aan het werken terwijl Selfportait werd samen gesteld."

De LP komt op 14 november 1970 de Billboard-albumlijst binnen. Hij haalt de zevende plaats in de US en gaf hem zijn zesde nummer 1 plaat in Engeland.

* * *

Dylan denkt er over om opnieuw op tournee te gaan, met een kleine groep van drie of vier mensen: Al Kooper, Harvey Brooks... "We praten wat over optreden, maar het kwam er niet echt van. We hebben zelfs wat gerepeteerd, in een studio in Houston Street, waar hij veel schilderde... We hebben een paar verschillende combinaties van muzikanten geprobeerd, maar het klikte niet."


Uiteindelijk besluit Dylan dat het nog niet het moment is, zeker omdat Sara opnieuw  verwachting is.

In maart 1971 brengt de platenmaatschappij 'If Not For You'/'New Morning' uit als single. Een cover van Olivia Newton-John doet het in Engeland opmerkelijk beter dan Dylans eigen versie. Haar single bereikt er de zevende plaats.

En George Harrison bracht een eigen versie van 'If Not For You' uit op zijn All Things Must Pass. Op dat driedubbel-album staat daarnaast ook een nummer dat hij samen met Bob Dylan heeft geschreven: 'I'd Have You Anytime'.

Een groot aantal van de covers, opgenomen tijdens deze sessies zullen in november 1973 worden uitgebracht op de LP Dylan. Maar daar komen we op terug bij het verhaal achter Planet Waves.

De prachtige solo versie van 'Spanish Is My Loving Tongue' van Charles Badger Clark wordt in 1971 op een single uitgebracht.

En mocht je je afvragen hoe het de musical van Archibald MacLeish vergaan is, zonder de muziek van Dylan. Die is op 6 mei 1971 in première gegaan, op Broadway in het St. James Theater onder de titel Scratch en, merkt Bob Dylan fijntjes op in zijn Kronieken "... sloot twee dagen later op 8 mei."
 

07-10-07

Bob Dylan: Nashville Skyline

Nashville Sklyline

 decoration

In de lente van 1968 lijkt de wereld wel in brand te staan. In Europa komen overal studenten op straat. In Noord Amerika zijn er zijn rellen in zwarte getto's en demonstraties tegen de oorlog in Vietnam.
Maar Bob Dylan, de vroegere leider van de tegencultuur, valt nergens te bespeuren. In zijn Kronieken legt hij uit: "Ik had vastbesloten me daar zo ver mogelijk vandaan te houden. Ik had nu een gezin en voelde er niets voor om op dat groepsportret te staan." Hij doelt op de vermoorde leiders: Martin Luther King en Robert Kennedy...
Dus wordt het opnieuw stil rond Dylan na John Wesley Harding.

* * *

Op 5 juni 1968 overlijdt Bobs vader Abraham Zimmerman plots aan een hartaanval. Hij was pas 56.
De zanger vliegt alleen naar Hibbing om de begrafenis bij te wonen. Hij maakt een volwassen, bijna ouwelijke indruk op zijn familie. Precies zijn vader, vinden kennissen van de familie. Na afloop weet hij zijn moeder te overtuigen om haar spullen bijeen te pakken en mee te verhuizen naar Woodstock.

Wanneer zij daar arriveren ligt er een brief op hem te wachten. De dichter Archibald MacLeish informeert of hij interesse heeft om mee te werken aan een nieuw toneelstuk. Het stuk, Scratch, zou een musical worden op basis van een kortverhaal van Stephen Vincent Benet: The Devil and Daniel Webster.

Bob en Sara gaan de winnaar van de Pulitzer prijs opzoeken, bij hem thuis in Conway, Massachusettes. Urenlang overdonderd de man hen met zijn kennis van de literatuur. Pas na het diner legt hij uit dat hij wil dat Dylan enkele nummers schrijft die commentaar leveren bij de scŠnes. Hij stelt wat songtitels voor: 'Father Of Night', 'Red Hands' en 'Lower World'. Dylan vindt het wereldbeeld van de man erg somber en beloofd hem er over na te zullen denken.

Maar er zijn nog mensen die een beroep op hem doen. Regisseur John Schlesinger heeft hem gevraagd een nummer te schrijven voor zijn film Midnight Cowboy.

Voor het eerst in zijn loopbaan lijkt Dylan echter te worstelen met een creatieve impasse. Wat valt er nog te zeggen na de vrome wijsheden van John Wesley Harding?


Wanneer hij uiteindelijk het sensuele 'Lay Lady Lay' zal binnensturen is het te laat. Harry Nilssons cover van Fred Neils 'Everybody's Talking' wordt een grote hit.

* * *

Einde juli wordt de familie uitgebreid met een derde kind: Samuel Abram Dylan. Omdat het Byrdcliffe huis te veel wordt bezocht door nieuwsgierigen verhuist de familie Dylan naar een meer afgelegen woonst aan Ohayo Mountain Road in Woodstock. "Hele bendes uitvreters kwamen helemaal uit Californi‰ op bedevaart. Op alle uren van de nacht werd in ons huis ingebroken door belagers."
Om zijn familie te beschermen heeft Dylan zich zelfs bewapend.
"We werden gehaat door de buren," schrijft Dylan later in Kronieken. "We moeten op hen zijn overgekomen als een kermisattractie."Later zal hij verklaren dat "op het platteland leven geen vlucht is. Het is niet dat ik er mij aan het voorbereiden was om terug met iets te komen. Je moet met rust gelaten worden om iets te kunnen verwezenlijken."


Omdat songschrijven niet meer wou lukken - hij noemt het "the amnesia" - zoekt hij een andere uitlaatklep voor zijn creativiteit. Voor zijn zevenentwintigste verjaardag krijgt hij van Sara een doos olieverf. Hij vraagt aan zijn buurman, de schilder Bruce Dorfman, of die hem lessen wil geven.

* * *

Hoewel hij al een hele tijd geen nieuwe platen meer heeft uitgebracht is Dylan geen moment uit de belangstelling verdwenen. De covers van 'This Wheel's On Fire', door Julie Driscoll & Brian Auger & The Trinity en 'All Along The Watchtower' door Jimi Hendrix staan in de top 10. Het muziektijdschrift Rolling Stone wijdt die zomer zelfs een artikel aan de Basement Tapes, onder de titel "The missing Bob Dylan Album" en Music From Big Pink, de debuutplaat van Dylans vroegere begeleidingsband maakt grote indruk omwille van zijn originaliteit. Een volledige afkeer van alle hedendaagse muzikale modetrends en een terugkeer naar de traditionele Amerikaanse muziekvormen: folk, blues, gospel, rhythm & blues, klassiek en rock & roll. De invloed van de Basement tapes sessies is onmiskenbaar en er staan dan ook vele nummers op die door Dylan en en/of de bandleden in die periode zijn geschreven.

* * *


Einde november 1968 komen George Harrison en Beatleshulpje Mal Evans op bezoek bij Bob Dylan in Woodstock. "Ik was uitgenodigd door The Band," vertelt George. "Het was Thankgiving... Ik was een tijdje bij hem thuis, bij Sara en de kinderen. Hij leek erg nerveus en ik voelde me er niet op mijn gemak. Het was raar, zeker omdat het toch bij hem thuis was."
Bij zijn terugkeer naar Londen schetst de Beatle een deprimerend verslag van Dylans toestand. "Hij had geen zelfvertrouwen meer. Hij zei dagenlang geen stom woord."Toch schrijven ze samen een nummer: 'I'd Have You Anytime'. "Zo rond de derde dag haalden we de gitaren boven en toen kwam hij wat los en ik zei tegen hem, 'Schrijf mij wat woorden'. Zo in de aard van 'Johnny's in the basement, mixing up the medecine' - dat soort dingen.
En hij zei: 'Toon mij wat akkoorden, hoe schrijf je die deuntjes?'
Ik begon wat akkoorden te spelen en stilaan ontstond er iets. Hij ging dan wat verder. Het eerste wat in me op kwam was, 'Let me in here/I know I've been here/Let me into your heart'. Ik zei tegen Bob, 'Kom op, geef me wat woorden'. Hij schreef de overgang. Prachtig! En dat was dat."
Dylan geeft Harrison ook een band mee met opnamen van The Basement Tapes - waarschijnlijk een kopie van de Dwarf demo band.

* * *

In januari 1969 vraagt Peter Fonda aan Bob Dylan of hij een nummer wil bijdragen voor de soundtrack van de film Easy Rider, die hij met Dennis Hopper aan het draaien is. Maar het is Roger McGuinn die 'The Ballad Of Easy Rider' brengt in de film.
"Peter Fonda wou een nummer speciaal geschreven voor de film," vertelt McGuinn. "Dus ging hij naar New York en liet de opnamen zien aan Bob. Dylan schreef wat regels op een servet, overhandigde het aan Peter en zei 'Geef dit aan McGuinn, hij weet wat hij er mee moet doen'. Ik kreeg de servet, schreef de melodie en maakte de tekst af. Toen het nummer uitkwam, gaf ik Bob 50% van de auteursrechten, maar hij belde me en vroeg hem te schrappen. Hij had het geld niet nodig, zei hij."
De film komt in de bioscoop in de zomer en de soundtrack wordt uitgebracht op 17 oktober '69.

* * *

In februari 1969 vliegt Dylan naar Nashville om er te beginnen aan een opvolger voor John Wesley Harding.
Er waren alweer vijftien maanden verlopen sinds hij voor het laatst in een studio was geweest. Even lang als de pauze tussen de laatste sessie van Blonde On Blonde en de eerste van John Wesley Harding. Maar waar hij toen, in die periode, een veertigtal nieuwe nummers had geschreven had hij er nu nauwelijks vier ter beschikking. Hij hoopte er op dat de inspiratie wel zou komen, eens hij maar bezig was.

Een eerste sessie is gepland op woensdag 12 februari. De studio is geboekt van 18 uur tot 22 uur 30. Het is niet bekend aan welke nummers er toen werd gewerkt. Misschien werd er wel helemaal niets op band gezet.

De vier beschikbare nummers worden dan ook allemaal opgenomen tijdens de twee sessies van 14 februari. Zowel de producer, Bob Johnston, als de muzikanten zijn dezelfden als bij de vorige plaat: bassist Charlie McCoy en drummer Kenneth Buttrey. Er is echter terug gekozen voor een voller geluid en daarom worden zij aangevuld met ene Kelton D. Herston (die waarschijnlijk gitaar speelde), plus pianist Robert S. Wilson en gitaristen Charlie Daniels en Norman L. Blake.

Tijdens de eerste sessie, van 18 tot 21 uur, worden drie nummers op band gezet. Eerst 'To Be Alone With You' (waarbij je Bob Dylan aan Bob Johnston hoort vragen: "Is it rolling, Bob?"). Daarna 'I Threw It All Away' en tenslotte een titelloze blues.


Voor de tweede sessie, die loopt tot middernacht is nog meer volk uitgenodigd: steel gitarist Pete Drake en een vijfde gitarist, Wayne Moss. Het nieuwe 'One More Night' heeft dan nog een andere titel: 'No Light Will Shine On Me', een duidelijke verwijzing naar 'The Midnight Special'. Daarna wordt een eerste versie van 'Lay, Lady, Lay' uitgeprobeerd.

Ook de avond daarna zijn er weer twee sessies, tussen 18 uur en middernacht. Alle muikanten zijn opnieuw aanwezig, al is Wayne Moss enkel voor de tweede sessie beschikbaar. Dylan heeft een paar nieuwe songs uit zijn mouw geschud. Maar 'Peggy Day' is duidelijk haastwerk. Iets beter is Presley-achtige ballad 'Tell Me That It Isn't True'. De tweede sessie begint met nog meer vulsel: 'Country Pie', waarna er opnieuw wordt gewerkt aan 'Lay Lady Lay'.

Drummer Kenneth Buttrey kijkt later terug op de sessie: "Ik herinner me vooral 'Lay Lady Lay.' Hij speelde het voor in de studio. Gewoonlijk ga ik gewoon achter mijn drumstel zitten en begin wat dingetjes uit te proberen tot er iets klikt, maar ik vond niet direct iets, deze keer. Wanneer zoiets voorvalt stap ik gewoonlijk op de artiest af en vraag hem wat hij wil qua drums. Soms hebben ze al iets in gedachte tijdens het schrijven...Dus vroeg ik aan Dylan of hij iets specials wou. Hij keek mij gewoon aan. Hij had blijkbaar ook geen idee. Hij dacht even na en zei dan: 'Bongo's.' Ik zei: 'Wat??' En hij weer: 'Bongo's.' 'Euh... Ok‚‚.' Ik peinsde er zelf niet over. Bongo's, kom aan zeg, dat hoorde ik nu helemaal niet bij dit nummer.

Dus, dacht ik, ik vraag het aan Bob Johnston. Ik stak mijn hoofd de controlekamer in en vroeg: 'Bob, heb jij een voorstel voor de drums op dit nummer?' Hij sloot zijn ogen even om er over te denken en mompelde toen: 'Koebel?' 'Koebel?' deed ik. En hij weer 'Koebel!'
Ik slenterde terug naar de studio. In de hoek stond er een goedkope bongo's - echt niet te stemmen. Ik stopte er mijn aansteker in om de toon wat hoger te krijgen. De koebel was ook snel gevonden.


Er hing één microfoon boven mijn drumstel. Daar gaf ik een zwaai aan. Dan riep ik Kris Kristofferson - die werkte toen als conciërge in de Columbia Studios. Hij had net mijn asbak leeg gemaakt en ik zei hem: 'Kris, doe me lol, hou die spullen even voor me vast.' In de ene hand hield hij de bongo's en in de andere de koebel.


Ik wilde het net gaan uitproberen toen het sein werd gegeven om de opname te beginnen. Ik had geen tijd gehad om iets uit te testen. Dus zei ik tegen Kris: 'Ik zal ze eens laten horen wat voor stomme idee‰n ze hebben bedacht.'

Ik combineerde gewoon het idee van Bob Johnston met dat van Bob Dylan. We begonnen te spelen en gaandeweg begon ik er zin in te krijgen. Toen kwam het refrein er aan. Ik haast mij naar het drumstel - luister maar eens naar de plaat, hoe ver weg de drums klinken. Er was geen microfoon meer boven het drumstel. Het is gewoon pure lekkage. Maar het klinkt goed. Het was gewoon meteen raak, die eerste take.

Tot op de dag van vandaag vind ik het nog altijd één van de mooiste drumpatronen die ik ooit heb gespeeld. Iedere keer dat ik het hoor moet ik denken aan hoe toevallig het allemaal is tot stand gekomen. Zomaar, uit het niets."

Dylan heeft geen materiaal meer.

Later beweert hij dat het nooit zijn bedoeling was om een hele LP op te nemen tijdens deze sessies, maar dat de platenmaatschappij er op aandrong om door te zetten. Dylan wil niks beloven, maar wil wel in Nashville blijven om Johnny Cash te ontmoeten, die maandag een sessie heeft geboekt.

Tijdens zijn verblijf in de Ramada Inn probeert hij wat nieuwe songs te bedenken maar komt niet veel verder dan de eerste regels voor een vervolg op 'I'll Be Your baby Tonight': 'Tonight I'll Be Staying Here With You'.

Na het weekend worden de muzikanten terug opgetrommeld voor een namiddagsessie, van 14 tot 17 uur.
Het instrumentale 'Nashville Skyline Rag' staat snel op band, maar daarna moeten de muzikanten wachten terwijl Dylan het grootste stuk van het nieuwe nummer verder moet uitwerken. Wanneer hij klaar is wordt het in elf takes opgenomen.

Ondertussen is Johnny Cash gearriveerd. Hij komt wat songs opnemen voor b-kantjes.

's Avonds vindt er dan een gezamenlijke sessie plaats met de beide zangers.
Producer Bob Johnston beweert dat hij achter de samenwerking zat: "Ik was overdag met Cash aan het werk en Dylan kwam daarna voor de avondsessies. Op een avond had ik de microfoons klaargezet en twee stoelen tegenover elkaar. Ze keken mekaar aan en begonnen te zingen!"

Volgens Cash was het echter Bobs idee: "Hij vroeg me om er op mee te spelen... 't is te zeggen, we waren in de studio en... ze zetten de apparatuur aan voor een uurtje of twee."

Eerst brengen ze samen Dylans 'One Too Many Mornings' en daarna een oud nummer van Cash: 'I Still Miss Someone'. Ze sluiten de sessie af met een experiment waarbij elk een eigen nummer zingt, op dezelfde melodie, terwijl de ander met zijn ding bezig is. De merkwaardige combinatie van 'Don't Think Twice, It's All Right' en 'Understand Your Man' blijft onuitgebracht, net als de rest van deze sessie. Al is er wel een stukje te horen van het eerste nummer in een documentaire rond Cash: The Man And His Music.

De volgende avond jammen de beide legendes opnieuw samen, deze keer in een ongedwongen sfeer, zonder de studiomuzikanten.
Johnny Cash: "We speelden 16 of 17 nummers, maar het was alleen maar voor ons plezier. Het was zoiets als het zogenaamde Million Dollar Quartet, toen ik aan het zingen was met Elvis en Carl [Perkins] en Jerry Lee [Lewis]. De nummers hadden geen begin en geen einde, we speelden maar waar we zin in hadden en iedereen kon meedoen. Bob en ik deden 'Careless Love'... om het even wat, waar we de tekst van kenden.... "

Ze grijpen vooral terug naar nummers uit de Sun periode, zoals 'I Walk The Line' van Cash zelf, maar ook 'Mystery Train' van Elvis en 'Matchbox' van Carl Perkins. Andere nummers gaan nog verder terug: enkele van Jimmie Rodgers' Blues Yodels uit de jaren dertig of traditionals als 'Just A Closer Walk With Thee' en 'How High The Water'.

Alles bij elkaar worden er slechts drie composities van Dylan gebracht: 'Girl From The North Country', 'One Too Many Mornings' en het speciaal voor Cash geschreven 'Wanted Man'.
De ietwat rommelige versie van het eerste nummer is het enige dat wordt geselecteerd voor de Nashville Skyline.
En 'Wanted Man' wordt door The Man In Black, een week na de opname voor de eeuwigheid vastgelegd tijdens zijn beroemd geworden optreden in de gevangenis van San Quentin.

"Er zijn misschien twee nummers bij die goed genoeg zijn om uit brengen," meent Cash zelf ook, "maar het is zeker geen hele LP.... Het was een onaangename verassing voor Bob en mijzelf toen de banden van die sessies plots overal in Europa opdoken als bootlegs."


Dat kon gebeuren doordat Bob Johnston de masters ter bewaring had gegeven in een speciaal magazijn in Nashville. Toen iemand na een tijdje vergat de huur te betalen besloot de uitbater dat hij dan maar de banden kon verkopen op zijn kosten te recupereren.

Over de opnamesessie die op 19 februari plaatsvond tussen 18:00 en 22:30 is geen informatie beschikbaar over de nummers die werden opgenomen.

De volgende avond vinden nog twee sessies plaats waarbij - blijkbaar moeizaam - overdubs worden aangebracht op 'Lay Lady Lay'.

Op 21 februari worden de opnamen afgerond met nog eens twee sessies voor nog meer overdubs.

* * *

In maart gaat de fotograaf Elliott Landy Dylan thuis opzoeken in Woodstock om wat foto's te trekken voor een fotoboek over de kunstenaarskolonie. Hij schiet er idyllische tafereeltjes van de man en zijn gezin. "

Hij was zeer gelukkig, verliefd op zijn lieflijke en bevallige vrouw, Sara en zijn familie. Hij verstopte zich voor de buitenwereld, genietend van de magische ervaring van jonge kinderen te hebben. Dat is de reden waarom ik vele jaren gewacht heb om de foto's te publiceren. Hij was erg gesteld op privacy en wou geen media aandacht voor zijn familie."
 
Enkel een foto van de glimlachende zanger komt terecht op de hoes van Nashville Skyline. Als om te bewijzen dat hij eigenlijk nog steeds dezelfde is, draagt hij opnieuw dezelfde jas die hij ook al op de hoezen van Blonde On Blonde en John Wesley Harding droeg.

* * *

Op 9 april 1969 wordt Nashville Skyline uitgebracht. Het is een melodieuze country-lp vol liedjes over liefde en huiselijk geluk. Het klinkt allemaal wel erg lichtgewicht en straalt een sfeer van vrolijkheid en zorgeloosheid uit.

Met enige moeite heeft Johnston 27 minuten aan materiaal kunnen bijeenschrapen. En dat is dan nog omdat Dylan op het laatste moment het duet met Cash, 'Girl From The North Country', er als openingstrack aan toe heeft gevoegd.

Vele fans zijn geschokt dat Dylan zo'n conservatief muziekgenre durft gebruiken. Het werd beschouwd als een bewuste provocatie van zijn fans, even schokkerend als het inpluggen van zijn gitaar vier jaar eerder. Veel rockcritici hadden dan ook de pest aan Nashville Skyline.


Anderen vinden dan weer dat hij een brug slaat tussen de muziek van de werkman en die van de studenten.

Misschien was het inderdaad Dylans bedoeling om een deel van de opdringerige fans af te stoten. "Ik was geen woordvoerder van om het even welke generatie," windt hij zich op in zijn Kronieken, "en dat idee moest met wortel en al worden vernietigd."

Wat erg opvalt is dat Dylans stem drastisch is veranderd: de 'stem van een generatie' is honingzoet geworden. Alleen heel oude kennissen uit Minnesota komt dit warme stemgeluid bekend voor: zo klonk Robert Zimmerman ongeveer, voordat hij naar New York vertrok.

Volgens de man zelf is zijn nieuwe stemgeluid geen provocatie of stijlkwestie maar simpelweg het gevolg van een gezonde levensstijl. "Mijn stem veranderde toen ik stopte met roken," legt hij in november broodnuchter uit aan een devote Jann Wenner van Rolling Stone.

De plaat wordt opmerkelijk genoeg Dylans grootste kassucces tot dan toe, met een derde plaats in de Amerikaanse hitlijsten en zelfs een eerste plaats in Engeland.

* * *

Nog geen tien dagen na het uitbrengen van de plaat, nemen The Byrds een cover van 'Lay Lady Lay' op. Het is de vijfde compositie van Bob Dylan die ze als single uitbrengen. Toch wordt hun versie geen hit in Amerika.

Misschien omdat Dylans eigen versie zo aanslaat. Hoewel Dylan het als een wegwerpnummertje beschouwt staat de grote baas van CBS, Clive Davis, er op dat het als single wordt uitgebracht. Een top 10 notering zowel in de Verenigde Staten als in Engeland geven hem gelijk. Maar ook de beide andere single die van de plaat worden getrokken - 'I Threw It All Away' en tenslotte 'Tonight I'll Be Staying Here With You' - zijn erg succesvol.

decoration
Over

05-09-07

Bob Dylan: Blonde On Blonde

Het is augustus 1965 en Bob Dylan heeft dringend een groep nodig om met hem op tournee te gaan. Zijn eerste volledig “elektrische” LP, Highway 61 Revisited, zal op 30 augustus worden uitgebracht en zijn manager, Albert Grossman heeft een tournee door de Verenigde Staten gepland. Dylan heeft besloten deze keer een band mee te nemen om de songs te brengen zoals hij ze op plaat heeft gezet. 

Van de muzikanten die aan de sessies hebben deelgenomen heeft hij organist Al Kooper en drummer Harvey Brooks gerekruteerd, maar gitarist Mike Bloomfield heeft andere verplichtingen en bedankt. Dus hij heeft nog een sologitarist nodig. Mary Martin, de receptioniste van zijn manager Albert Grossman, herinnert hem nog eens aan een barband uit Toronto. “Ze kende alle bands en zangers van Canada,'' vertelt Dylan later aan Jann Wenner, “en ze bleef maar doorzagen over die kerels van The Hawks.”

Mary weet dat The Hawks in New York rondhangen op zoek naar werk. Enkele van hen hebben meegespeeld bij de opname van So Many Roads, de derde plaat van John Hammond Jr en één van de eerste folk-blues platen met elektrisch versterkte instrumenten. De lead gitarist van The Hawks, Robbie Robertson, wordt uitgenodigd voor een auditie. Robertson suggereert de drummer ter vervangen door die van zijn band: Levon Helm.  

Terwijl Robertson en Helm Dylan gaan begeleiden op zijn tournee, keert de rest van The Hawks terug naar Toronto om daar het clubcircuit verder af te dweilen.  

Het eerste optreden vindt plaats op 28 augustus 1965 in het Forest Hills Tennis Stadium in New York. De vijftienduizend toeschouwers reageren enthousiast op elk van de zeven nummers die Dylan brengt tijdens de eerste helft. Die nummers zijn dan ook, als vanouds, solo gebracht met begeleiding van zijn akoestische gitaar en mondharmonica.

Dan is er een pauze. Achter het gordijn bereiden de muzikanten zich voor om de confrontatie met het publiek aan te gaan. Robertson en Helm hebben nog nooit voor zo een massa gestaan. Net voor het gordijn opengaat raadt Dylan iedereen aan: “Blijf gewoon doorspelen, wat er ook gebeurd.”  De band heeft serieus wat moeite om Dylans vrije manier van spelen te volgen. Bovendien komen de leden van The Hawks uit een heel ander genre. Levon verklaart later: “Wij hadden er geen idee van wie Dylan was.” Ze hadden dan ook geen interesse in folkmuziek. Tokkelaars noemden ze die mannen. Barbands als The Hawks hielden uitsluitend van het harde werk. Samen spelen ze de hardste en wildste muziek die er tot dan toe ooit werd gebracht. Sommigen in het publiek zijn meteen verkocht. Maar de folkies roepen en jouwen. Er wordt zelfs gevochten. Er wordt met fruit gegooid naar de bandleden. Een man kruipt op het podium en duwt Al Kooper van zijn kruk. Er zijn geen bisnummers. 

Fotograaf Jerry Schatzberg herinnert zich Dylans reactie achteraf: "Hij was erg kwaad. Hij was "elektrisch gegaan" in Newport en werd er uitgejouwd en hij had beslist dat hij hun wel eens zou leren. In Forest Hills werd hij uitgejouwd. Na afloop zaten we allemaal in het appartement van Albert Grossman. Bobby hield zich sterk, maar hij was echt kwaad. Hij bleek het echter bij het rechte eind te hebben! Volgens mij hebben artiesten het recht om te doen waar ze zin in hebben en als mensen even nodig hebben om hun bij te benen, dan is dat maar zo. Hij wist waar hij mee bezig was. Maar niemand houdt er van uitgejouwd te worden.Het publiek had geen geduld. Ze wilden die akoestische gitaar en die paar nummers die ze van hem kenden en ze wilden niks anders horen. Maar het was zijn verdienste om vol te houden. Hij was erg kwaad, ja… maar ik ga de vloeken niet herhalen die ik toen hoorde!"Het tweede concert van Dylan met de band vindt plaats aan de andere kant van de Verenigde Staten: op 3 september staan ze in de Hollywood Bowl in Hollywood, Californië. De setlist blijft vrijwel ongewijzigd. En het verloop van de show ook, inclusief de publieksreacties.  Na afloop stelt Dylan voor dat de muzikanten hem begeleiden tijdens zijn nakende tournee. Al Kooper ziet dat echter niet zitten. Hij is het beu iedere keer te worden uitgejouwd. Helm zegt dat hij The Hawks niet wil opgeven. “Neem ons allemaal, of neem niemand,'' zegt hij tegen Grossman. Dylan vraagt dan “Wanneer kan ik de band zien?” Er wordt een datum afgesproken: 15 september.   Die dag vliegt Dylan vliegt in een privé vliegtuig naar Toronto. Om middernacht ziet hij er The Hawks spelen in de Friar's Tavern aan Yonge Street. Na afloop repeteren ze samen tot zes uur in de ochtend. Enthousiast vertelt Dylan aan Robert Fulford, een journalist van The Star: “Ik weet nu wat ik moet doen. Het is moeilijk te omschrijven. Ik weet niet hoe ik het moet heten, want het is moeilijk te omschrijven.”

De herfsttournee – Bob Dylans eerste tournee met een band gaat van start op 24 september in het Municipal Auditorium van Austin, Texas. In drie maanden zullen ze 41 concerten geven. Met Garth Hudson, Rick Danko en Richard Manuel in zijn begeleidingsgroep, zijn The Hawks nu terug compleet.

Tijdens een korte pauze twee optredens in vinden op 5 oktober twee sessies plaats voor een nieuwe single: van 19 tot 22 uur en dan van 23:30 tot 02:30. De opnamen vinden opnieuw plaats in de Columbia Recording Studios in New York. Bob Johnston is opnieuw producer, Roy Halee technicus en voor de begeleiding doet Dylan beroep op zijn tourband, Levon & The Hawks.

Maar Dylan heeft geen songs klaar, enkel wat ideeën en fragmenten. Hij hoopt dat de puzzelstukjes vanzelf op hun plaats vallen tijdens de sessie. Later legt hij zijn methode zo uit: “Ik ga in de studio, praat wat met de muzikanten en zeg zo maar wat in de micro. Dan loop ik naar de controlekamer om alles te beluisteren. Ik schrijf op wat ik gezegd heb, herschik dat wat en dan loop ik terug de studio in en zing het opnieuw!” En zo klinken ‘Medicine Sunday’ en ‘Jet Pilot’ ook. Zelfs een remake van ‘Can You Please Crawl Out Your Window?’ komt niet van de grond. Deze keer valt het dus tegen: geen van beide sessies levert iets bruikbaars op. ‘Jet Pilot’, ‘Can You Please Crawl Out Your Window?’ en ‘I Wanna Be Your Lover’ van deze sessies worden later uitgebracht op Biograph.  
De studio was ook geboekt voor de avonden ervoor en erna, maar die sessies gingen niet door.

Op 20 oktober wordt er veel geprutst aan ‘I Wanna Be Your Lover’, maar ook deze sessie levert niks bruikbaars op. 

Dylan geeft die herfst ook een interview aan Nat Hentoff voor Playboy. Op de vraag waarom hij rock-'n'-roll is gaan spelen geeft hij een lang antwoord, waarvan absoluut geen woord te begrijpen valt. “Zorgeloosheid. Ik was mijn ware liefde verloren. Ik begon te drinken. En opeens zat ik in een kaartspel. Maar dan in een flauw spelletje. Ik werd wakker in een biljartzaal. Een dikke Mexicaanse vrouw sleurde me van tafel en nam me mee naar Philadelphia. Ze liet me alleen in haar huis en dat brandde af. Ik belandde in Phoenix. Ik kreeg er een job in een porseleinfabriek. Ik begon er te werken in een tweedehandswinkeltje en ging samenwonen met een 13-jarig meisje. Maar de dikke Mexicaanse van Philadelphia kwam binnen en brandde het huis plat. Ik trok naar Dallas. Ik kreeg er een job als “ervoor” in een reclame van Charles Atlas "ervoor – erna”. Ik ging er samenwonen met een loopjongen die fantastisch chilis en hot dogs kon maken. Maar het 13-jarig meisje van  Phoenix kwam ons huis afbranden….”En zo gaat dat maar door. Het is duidelijk: hij is niet van plan de vraag te beantwoorden.  Na anderhalve maand is Levon Helm het gedoe beu en stapt uit de band. Hij kan er absoluut niet tegen dat ze iedere avond worden uitgejouwd en bekogeld met allerlei spullen. Zijn laatste optreden is op 14 november in de Massey Hall van Toronto, Canada. Hij wordt vervangen door Bobby Gregg.  Een week later, op 22 november 1965 trouwt Bob Dylan, in het grootste geheim met Sara Lowndes tijdens een privé ceremonie in Long Island, New York. Enkel Albert Grossman en zijn vrouw zijn getuigen. Zelfs zijn ouders en de leden van zijn tourband weten van niets. Sara is zeven maanden zwanger. De bruid is zesentwintig en haar echtgenoot twee jaar jonger. Sara heeft een driejarig dochtertje uit haar eerste huwelijk. Dylan zal het kind later adopteren.

Na een onderbreking van een maand proberen Dylan en the Hawks op 30 november nog eens iets op te nemen. Bob Johnston en Roy Halee vormen weer het vaste team in de studio. Naast zijn begeleidingsband zijn nog twee andere muzikanten van de Highway 61 sessies opgetrommeld om mee te spelen: Paul Griffin en Al Kooper.Er vinden weer twee sessies plaats. In de namiddag wordt tussen 14:30 en 17:30 een stevige rockversie van ‘Visions Of Johanna’ opgenomen onder de werktitel (Seems Like A) Freeze Out’. Van de 14 takes zijn er slechts zes compleet. Take 8 verschijnt veertig jaar later op No Direction Home. Tijdens de tweede sessie ’s avonds van 19:00 tot 22:00 worden nog eens 10 takes van ‘Can You Please Crawl Out Your Window’ op band gezet. Eindelijk is Bob tevreden en is een versie klaar goed genoeg om als single te worden uitgebracht. Dat gebeurd op 27 december 1965: ‘Can You Please Crawl Out Your Window’/’Highway 61 Revisited’. De dag na de sessie vliegen Dylan en The Hawks naar de Westkust voor het verder zetten van hun tournee. Ook daar zijn de reacties hetzelfde: applaus voor het akoestische eerste deel en boegroep voor de tweede set met de band.  

Na 19 december is er een pauze van zes weken in de tour, om Kerstmis en nieuwjaar te kunnen vieren.
 

Met een kind erbij is Dylans appartementje, waar hij vroeger samenwoonde met Suzy, te klein. Daarom verhuizen ze naar kamer 211 van het Chelsea Hotel in New York. Het was in die tijd een erg goedkoop hotel dat vooral werd bewoond door kunstenaars van allerlei slag die er meestal langdurig verbleven.

Bob boezemvriend Bob Neuwirth heeft in die periode kennis gemaakt met een prachtig fotomodel: Edie Sedgwick. Edie is de nieuwste ster van Andy Warhol's Factory. Ze speelt de hoofdrol in een tiental films die hij de laatste drie-vier maanden heeft gedraaid. Neuwirth wil haar voorstellen aan Dylan en heeft een afspraak geregeld in de Kettle of Fish in MacDougal Street (boven de Gaslight Café). Robert Heide, de schrijver van Lupe, was ook op de afspraak. "Ik wist dat Edie er zou zijn en zij was er zelfs als eerste. Dus ging ik bij haar zitten. Dan reed Dylans limousine voor en hij kwam binnen, helemaal in het zwart. Edie zei iets als 'Ik heb geprobeerd dichter bij hem te komen, maar het lukt niet.' En Dylan vroeg 'Bij wie?' en zij antwoordde 'Andy' en hij mompelde 'Oh'.Na een lange, ijzige stilte kwam Andy eindelijk ook aan... Het was echt dramatisch... Er hing spanning in de lucht, er stond iets te gebeuren…. Andy was net binnen toen Edie opstond en vertrok. Dylan ging met haar mee en ze stapten in zijn wagen. Andy bleef er onbewogen bij. Hij zei alleen iets in de aard van 'Het gaat bergaf met Edie, ik vraag me af wie het volgende meisje wordt... Wanneer zou ze zelfmoord plegen? Ik hoop dat ze mij iets zegt, dan kan ik het filmen."Bobby Neuwirth vertelt wat daarna gebeurde: "We hebben plezier gehad. Gelachen en gegiecheld. Zeker een uur of twee. Het was vlak voor Kerst. Het sneeuwde en ik herinner mij dat we naar de versiering gingen kijken in Houston Street voor de Katholieke kerk.... Edie was fantastisch. Ze was echt fantastisch."Dylans roadmanager Jonathan Taplin meent: "Dylan hield van Edie omdat zij een van de weinigen was die tegen zijn getreiter konden. Ze was veel sterker dan die meelopers die toen rond hem hingen. Hij had altijd ruzie met vrouwen. Hij testte mensen… misschien om zichzelf te leren kennen. De overgang van folk purist naar rockgekte was overweldigend. Hij moest te weten komen: wie ben ik? Dylan had respect voor Edie's pit en haar kracht om hem tegen te spreken." Volgens Bob Neuwirth wou Bob Dylan in een film spelen met haar. Maar niet zo'n Warhol film. Er was in die periode veel interesse om Bob in een film te laten spelen - een pak grote regisseurs zaten achter hem aan. Maar  Dylan had altijd behoefte aan wat geheimzinnigheid - de Garbo truuk. 

* * *

 Twee maanden na het huwelijk wordt op 6 januari 1966 Dylans eerste zoon geboren: Jesse Byron Dylan. (Hij zal later trouwen met Susan Traylor en directeur worden van het miljoenenbedrijf Paradise Music and Entertainment, Inc.)Om af en toe aan een frisse neus te halen, springt Dylan in januari dikwijls binnen in The Factory, waar Warhol Chelsea Girls aan het draaien is met Edie. Dylan heeft Nico laten overkomen uit Londen, om haar voor te stellen aan Andy. Omdat Nico beter kan zingen dan Edie, wordt die aangesteld als zangeres, terwijl Edie alleen mag dansen bij de optredens van The Velvet Underground.  Diezelfde maand richt Albert Grossman namens Bob Dylan Dwarf Music op, een eigen muziekuitgeverij. Bob beweert later dat hij niet had begrepen dat hij en Grossman partners waren. Hij dacht dat hij alleen eigenaar was. Maar in het contract, dat Bob ongelezen had getekend, stond duidelijk dat Grossman 50% ontving, gedurende de volgende tien jaar.   Op 21 januari worden de sessies voor de volgende plaat hervat. Die dag vinden er maar liefst drie sessies plaats: 14:30 tot 17:30, van 17:45 tot 20:45 en van 21:30 tot 24:00 – en allemaal voor één nummer. De leden van The Hawsks, Bob Johnston en technici Halee, Dauria en Keyes spannen zich allemaal in om 19 takes van 'She's Your Lover Now' op band te zetten. Of 'Just A Little Glass Of Water ', zoals het eerst nog heet. Allemaal voor niks. De beste, take 19 wordt pas uitgebracht op The Bootleg Series.   Vier dagen later, op 25 januari 1966 vinden er opnieuw drie sessies plaats: 14:30 tot 18:00, 19:00 tot 23:00 en 23:30 tot 2:30 's nachts. Dylan heeft besloten beroep te doen op andere muzikanten. Van zijn band houdt hij Robbie Robertson over, plus de ritmesectie. Die wordt dan aangevuld met bassist William E. Lee, pianist Paul Griffin  en Al Kooper op orgel.Met een paar professionals erbij blijkt het opeens wel te klikken. Eerst worden twee takes van ' Brand New Leopard-skin Pill-box Hat' uitgeprobeerd en de rest van de tijd wordt besteedt aan 24 takes van 'Song unknown' dat later zelfs twee titels krijgt: ‘One of Us Must Know (Sooner or Later)’. Dat wordt dan de nieuwe single.Take 1 van ‘Leopard-Skin Pill-Box Hat’ wordt later uitgebracht op No Direction Home.Volgens Nico gaat het nummer over Edie. "Iedereen dacht dat het over Edie ging, omdat zij soms luipaard droeg. Dylan is erg sarcastisch.. Het is een erg smerig nummer, om het even over wie het gaat." 

De volgende dag is Dylan te gast in het ochtendprogramma van Bob Fass, waarbij hij twee uur lang telefonische vragen van luisteraars beantwoordt. 

Maar de dag erna is hij terug in de studio. Misschien dat door Nico terug te zien hij zich het nummer herinnerde dat hij ooit voor haar geschreven heeft. In ieder geval, er wordt één take van ‘I’ll Keep It With Mine’ opgenomen in het begin van de 12 uur durende sessie, van 14:30 tot 2:30. De rest van de tijd wordt besteedt aan een re-make van dat liedje over het luipaardhoedje, een instrumentaal nummer, voorlopig ‘Number One’ geheten en een insert voor 'One Of Us Must know'. ‘I'll Keep It With Mine’ komt later terecht op The Bootleg Series, 1961-1991.Sessies gepland voor 31 januari en 4 februari worden afgezegd. Hoewel niemand het dan weet, zal het vijf jaar duren eer Dylan nog eens in New York zal opnamen maken.   Begin februari 1966 maakt Andy Warhol, in zijn Factory, een gefilmd portret van Bob Dylan. Dylan zit gewoon in een zetel. Een kwartierlange studie is bewegingsloosheid, stilte en leegte. In de studio ziet Dylan een groot schilderij staan, waarop Warhol Elvis heeft geportretteerd in cowboy kostuum, compleet met revolver. Hij vindt dat hij dat schilderij als beloning mag meenemen. Warhol is woest maar zegt geen woord.Jaren later vertelt Andy Warhol: "Ik hield van Dylan, de manier waarop hij een briljante nieuwe stijl creëerde... Ik gaf hem zelfs één van mijn eigen zilveren Elvis schilderijen, in zijn beginjaren. Later hoorde ik echter dat hij de Elvis gebruikte om er pijltjes naar te gooien. Als ik dan vroeg waarom hij dat deed kreeg ik altijd antwoorden als: 'Ik heb gehoord dat hij vindt dat je Edie hebt verprutst' of 'Luister naar 'Like a Rolling Stone' - volgens mij ben jij de 'diplomat on the chrome horse,' man.' Ik wist niet precies wat hij daarmee bedoelde - Ik heb nooit veel naar de teksten geluisterd - maar ik begreep wat de mensen bedoelden: dat Dylan het niet erg op mij had, dat hij mij de schuld gaf van Edie's drugs."Bob vernielde het kunstwerk niet echt. "Ik ruilde ooit een schilderij van Andy Warhol voor een sofa. Dat was behoorlijk stom. Ik heb Andy altijd willen zeggen dat ik dat stom vond en als hij me ooit een anders schilderij zou geven, zou ik dat nooit meer doen." Diezelfde maand verneemt Edie Sedgwick, tijdens een discussie met Andy Warhol, dat Bob Dylan getrouwd is. Paul Morrissey, de regisseur van veel van Warhols films was er bij: “Ze zei, 'Ze gaan een film met me draaien en ik ga er in spelen met Bobby.'  Het was opeens Bobby zus en Bobby zo en ze hadden door dat ze verliefd was op hem. Ze vonden dat hij haar aan het lijntje hield, want Andy had net die morgen van iemand gehoord dat Dylan al een paar maanden eerder in het geheim was getrouwd... Andy kon het niet nalaten te vragen, 'Wist je dat Bob Dylan getrouwd is?' Ze beefde. Ze hadden door dat ze echt dacht een relatie met hem te beginnen? Dat hij haar misschien voor de gek had gehouden." Edie gaat even telefoneren en komt dan terug om aan te kondigen dat ze de Factory verlaat. Ze is nooit terug gekeerd.  Er is geen bewijs dat Edie ooit een seksuele relatie had met Bob Dylan. Al beweerde haar broer Jonathan begin 2007 wel dat ze van hem in verwachting was geraakt en een abortus had laten plegen. Vast staat wel dat een relatie had met Bob Neuwirth. Die was het ook die haar aan de drugs bracht, hetgeen vijf jaar later haar dood werd.   

 

Vanaf 4 februari wordt de tournee door Noord Amerika verder gezet met nog eens 24 shows. Ter ondersteuning wordt  ‘(Sooner Or Later) One Of Us Must Know’/’Queen Jane Approximately’ als single uitgebracht De b-kant is voor de tweede keer op rij een oud nummer van de vorige plaat.  Half februari is er een korte pauze in de tournee. Dylan, Grossman, Sara en Johnston vliegen naar Nashville om er te gaan opnemen met plaatselijke studiomuzikanten. Dat was iets waarop producer Bob Johnston al langer had op aangedrongen: "Je moet eens meekomen naar Nashville. Ze werken daar niet volgens de klok en ze hebben daar echt uitstekende muzikanten. Die mannen zitten echt in met de muziek.” “Ik had al heel wat opnamen gedaan in Nashville en ik wist dat de muzikanten er uitstekend geschikt zouden zijn voor Dylans nummers.” Bovendien is de sfeer er rustig. “In New York komen er altijd mensen langs. Iedereen wil er een ster zijn. Iedereen loopt er maar rond.” Dat heb je in Tennessee niet. “Er is daar niks te doen. De meeste mensen rookten er niet eens.”  Dylan was aanvankelijk sceptisch en zowel Albert Grossman als de baas van Columbia, Bill Gallagher waren tegen. Maar bij gebrek aan beters was Dylan bereid om het te proberen.Het blijkt een meesterlijke zet: de tegenstelling tussen de hippe New Yorkers en de no-nonsens Zuidelijke sessiemuzikanten levert muzikaal vuurwerk op. “Neem die twee elementen, voeg ze samen in een testtube en het ontploft gewoon,” blikt Al Kooper terug.  Het begint nochtans slecht. “Het regende,” vertelt Bob Johnston, “Toen Albert op het vliegtuig stapte was hij kletsnat. Hij had al zijn spullen in een papieren zak en die was doorweekt. Het stonk verschrikkelijk.” Omdat het in het Zuiden nog al eens gevaarlijk kan zijn voor vreemde snuiters, werd Lamar Fike, één van Elvis Presley’s lijfwachten ingehuurd om voor Dylan te zorgen.  Op 14 februari begint Dylan alvast met twee sessies: van 14 tot 18 uur in de Columbia Music Row Studios.De ingehuurde studiomuzikanten zijn niet erg onder de indruk van het gezelschap. Hoewel mensen als de gitarist Wayne Moss hebben meegespeeld op verschillende nummer 1 hits (‘Pretty Woman’ van Roy Orbison en ‘Sheila’ van Tommy Roe) hebben ze nooit van die Dylan gehoord. En ook van Grossman hebben ze geen te hoge dunk. “We hadden geen idee wie hij was,” vertelt Moss, “maar onze eerste indruk was dat hij een typische New Yorkse dikdoener was. Hij deed alsof de muziekindustrie van hem was en hij kon doen waar hij zin in had. Hij leek zijn eigen feestje te bouwen in de controle ruimte. Hij gooide de hele tijd kwartjes tegen het plafond om ze te proberen te laten hangen. Er zitten dus een heel pak gaatjes in het plafond dankzij Al Grossman. Als ik de baas van de studio was geweest, had ik hem gevraagd op te hoepelen.” Producer Johnston maakt zich ook niet direct populair. Hij laat de geluidsschermen verwijderen, zodat de muzikanten elkaar kunnen zien. “De bas lekte met Dylans zang en de gitaarmicrofoons,” klaagt Wayne Moss. ”Charlie McCoy moest rechtstreeks in het paneel inpluggen en zichzelf beluisteren via een koptelefoon. We konden totaal geen bas horen.” Wanneer Richard Green, de fiddler van Seatrain langs komt is die geschokt: “De drums waren afgeschermd, maar voor de rest zat allemaal verspreid in een grote ruimte. Ze zaten niet kort bij elkaar… de muziek klonk verschrikkelijk. Ze probeerden maar opnieuw en opnieuw om een bepaald geluid te krijgen en ze mesten tevreden zijn met iets wat gewoon geen goed muziek was.”De technici rebelleren. “Ze schreven een brief dat Bob Johnston niet wist waar hij me bezig was en dat ze voortaan alle microfoons zelf zouden plaatsen.”De directeur van de platenmaatschappij werd er zelfs bij betrokken. Bill Gallagher was duidelijk: “Ik heb een suggestie voor jullie: als Bob een microfoon aan het plafond wil hangen, dan haal je de langste ladder die je kan vinden en begin te klimmen. En anders sluit ik die verdomde zooi hier vandaag nog!” Behalve de plaatselijke muzikanten heeft Bob ook Al Kooper laten overvliegen uit Columbus, Ohio, waar die op tournee was met The Blues Project. “Bob had zowel mij als Robbie Robertson, om het wat vertrouwder te maken.”Joe South kwam van Atlanta en Jerry Kennedy kwam uit Miami overgevlogen. De kern bestond echter uit de beste studiomuzikanten van Nashville. “Bob Johnston had al zo dikwijls met ons gewerkt,” vertelt Wayne Moss. “Charlie McCoy speelde bas en trompet en was de leider van het gezelschap. We hadden ook Kenneth Buttrey, ’s werelds beste drummer.” Er wordt begonnen met 19 takes van 'Fourth Time Around'. Kooper merkt op dat het erg lijkt op ‘Norwegian Wood’ van The Beatles. “Hij vertelde dat hij het hun voorgespeeld had. Dus vroeg ik of ze er iets van gezegd hadden dat het erg leek op ‘Norwegian Wood’ en hij zei,’Toen ik het hun liet horen was er nog geen ‘Norwegian Wood’. Dan vroeg ik om ze hem konden vervolgen. Hij zei, ‘Nee. Mijn nummer was er het eerst. Ik kan hun vervolgen!’”Als tweede nummer wordt het lange 'Visions Of Joanna' op band gezet. Daar zijn maar vier takes voor nodig.  De tweede sessies sluit aan op de eerste en gaat verder tot 21:30. Er zijn twee muzikanten bijgekomen: de blinde pianist Hargus Robbins,en de gitarist Jerry Kennedy. Samen proberen ze nog maar eens om 'Leopard-skin Pill-Box Hat' op band te krijgen. Van de 13 takes zijn er slechts 3 compleet.  De volgende dag zijn er maar liefst vier sessies: van 6 uur 's avonds tot half zes de volgende ochtend. Sessies waarin….vooral gekaart wordt. “Ze zaten daar misschien een uur of tien terwijl hij in de studio zat te schrijven,” vertelt Al Kooper. “Niemand werd lastig of draaide met zijn ogen. Dat was gewoon het tempo van de sessies in Nashville. Alles kon er en niemand maakte zich druk. Dat waren echt de kalmste, gemakkelijkste kerels waar ik ooit mee heb gewerkt. “Terwijl Dylan de tekst uitwerkt leert Kooper de sessiemuzikanten de overgangen. Daar heeft hij overdag met Dylan aan gewerkt in zijn kamer in het King of the Road hotel. “Bob had een piano in zijn hotelkamer laten zetten, zodat hij overdag kon schrijven,” legt Kooper uit. “Er bestonden toen nog geen cassetterecorders, dus speelde ik piano voor hem, altijd maar hetzelfde, terwijl hij schreef.”  De professionele muzikanten zijn niet echt onder de indruk. Multi-intrumentalist Charlie McCoy: “Hij kwam binnen en had zijn nummer nog niet eens klaar. Hij zei: "Jongens, jullie moeten even wachten terwijl ik dit even afmaak’. We waren binnengekomen om twee uur en hij begon te schrijven en tegen een uur of vier de volgende morgend zei hij, ‘OK, ik ben klaar." Dat was voor ‘Sad-Eyed Lady’.”“Het begon als iets kleins,” vertelt Dylan jaren later. “Maar ik liet me meeslepen. Ik zat daar aan een tafel en begon te schrijven. Tijdens de sessie zelf. En ik werd er door meegesleept. Ik schreef maar en ik kon niet ophouden. Na een tijdje vergat ik waar het over ging en probeerde terug te gaan naar het uitgangspunt…”

Gelukkig had Johnston de studio voor de hele nacht geboekt. “Ik was er alleen in geïnteresseerd de juiste omstandigheden te geven aan de artiest om te doen wat hij wil doen. Iedereen ging ontspannen, wat pingpongen, iets eten, wat slapen… tot hij klaar was en zei: ‘He, ik heb het nummer af. Is hier iemand?’Ik riep iedereen bij elkaar. Dylan zei: ‘Het gaat zo… G, C, B, dah de dah de dah… en liep weg. En die kerels hadden geen idee wat ze moesten doen. Ik zei: ‘Speel. Stop niet. Speel gewoon door.’”    

“Als je zolang hebt moeten wakker blijven,” moppert McCoy, “probeer dan maar eens zo een lang en traag nummer te spelen! Die hele ervaring met Blonde on Blonde… Ik heb de indruk dat hij niet erg op zijn gemak was.” Ken Buttrey verteld hierover: “Hij zei: ‘Ik speel een strofe en een refrein, dan doe ik mijn harmonica ding. Dan doen we opnieuw een strofe en een refrein en ik speel opnieuw wat harmonica en dan zien we wel verder.’ Dat was zijn uitleg. Het was de eerste take. We wisten niet hoe lang het zou gaan duren… we dachten gewoon zoiets van twee, drie minuten.  Dat was de limiet zowat. Als je luistert hoor je dat na het tweede refrein het ding naar een climax toewerkt omdat we dachten dat het gedaan was. Maar hij speelt nog een harmonicasolo en begint een volgende strofe en iedereen zakt terug naar het tempo van een refrein. Daarna moesten we opnieuw opbouwen naar de finale en het ding zakt opnieuw naar nog maar eens een refrein. Na vijf, zes minuten van dat spul kijken we naar mekaar en naar de klok. We zijn allang de grens gepasseerd en lap, alweer een strofe en, hop, nog een refrein. Na tien minuten beginnen we in de lach te schieten. Het wordt te gek, ik bedoel, vijf minuten geleden zaten we al aan de piek. Wat doe je daarna?”   Na afloop is Johnston erg onder de indruk. “We speelden het terug  en niemand kon het geloven. Omdat ze niet wisten dat hun leven net veranderd was. Nashville was veranderd en de muziek was veranderd.”Maar niet iedereen denkt er het zelfde over. “Ik begreep er niks van” vertelt Moss. “Hij was zoveel uren met die tekst bezig geweest en dat was alles wat hij had kunnen bedenken? Ik probeerde te begrijpen waar het over ging. Jaren later vond ik een boek Dylans Lyrics Explained. Ik dacht, OK, nu gaan we het weten. Dus zocht ik ‘Sad Eyed Lady of The Lowlands’ op en de schrijver zei: ‘Woorden schieten tekort om de schoonheid van de tekst te beschrijven’. Met andere woorden: hij had geen idee. Ik ben er vast van overtuigd dat als er iemand is die weet wat het betekent dat het Dylan zelf moet zijn. En zelfs daar durf ik geen geld op inzetten.” Volgens Kooper was het nummer duidelijk voor Sara bedoeld. “Ik herinner me goed dat Sara Bob aan de studio kwam oppikken om 7 uur ’s ochtends. Hij vroeg haar het nummer te laten horen. Dan vroeg hij haar wat ze er van vond. Ze verwees naar een regel en ze lachten er samen om. Hij wou absoluut dat zij het hoorde.”  Pas wanneer Dylan het nummer ‘Sara’ uitbrengt op Desire ligt hij een tipje van de sluier: “Staying up for days at the Chelsea Hotel/Writing Sad Eyed Lady of The Lowlands for you.” Nochtans had hij in de titel al een hint verstopt: LOWLANDS lijkt teveel op Saras familienaam Lowndes om toeval te zijn.  Twaalf uur later staan de muzikanten alweer klaar in de studio! Maar pas om vier uur 's nachts wordt de eerste take van ‘Stuck Inside of Mobile With The Memphis Blues’ opgenomen. De sessie loopt deze keer door tot 7 uur in de ochtend. Dan staan er 15 takes op band, waarvan er maar drie compleet zijn. Take 5 belandt later op No Direction Home. Daarna wordt de tournee verder gezet. Samenvallend met de tournee wordt in maart 1966 het interview met Nat Hentoff gepubliceerd in het mannenblad Playboy. In die tijd bestonden er in de US nog geen muziektijdschriften. Playboy was het enige grote blad dat aandacht begon te besteden aan popmuziek.  Vanaf 7 maart wordt opnieuw van enkele dagen pauze in de tournee geprofiteerd om nog snel terug te keren naar Nashville om er wat laatste nummers op te nemen voor Blonde On Blonde. Om 21:30 wordt verzameld in de studio, maar het is weer 1 uur 's nachts tegen dat de sessie begint. Om 4 uur staat ‘Absolutely Sweet Marie’ er op.  Op 8 maart 1966 zijn er weer drie sessies - of één lange: van 2 uur in de namiddag tot middernacht. De eerste en de laatste sessie worden besteedt aan 'Just Like A Woman'. Tussendoor wordt 'Pledging My Time' opgenomen, zonder de pianist die dan even een paar uur elders moet zijn. Robbie Robertson komt 's avonds meespelen.Volgens Nico is ‘Just Like a Woman' alweer een nummer over Edie.  De volgende avond is er opnieuw een nachtlange sessie: van 6 uur 's avonds tot 7 de volgende ochtend. Eerst worden ‘Most Likely You Go Your Way and I'll Go Mine’ en ‘Temporarely Like Achilles’ op band gezet. Voor het volgende nummer, 'Rainy Day Women #12 & 35', dat dan nog de even duidelijke titel 'A Long Haired Mule And A Porkupine' draagt wil Dylan een band van het Leger des Heils. Maar de studiomuzikanten vinden dat overbodig: “Wij kunnen ook stom spelen, als het echt moet, hoor!” Wel wordt er één trompetspeler bijgehaald, om Charlie McCoy te helpen. Die speelt met één hand bas en houdt met de andere zijn trompet vast!Robbie Robertson heeft zich al heel de tijd ongemakkelijk gevoeld. “Het was echt een kliekje. De muzikanten daar hadden echt geen behoefte aan buitenstaanders en omdat Bob Johnston al, al die gitaristen had verzameld, zat ik er een beetje bij van ‘wat doe die hier?’ Niemand zei er iets van, maar je voelde het wel.”Met een bluesy gitaarsolo op ‘Obviously 5 Believers’ kan Robertson zich bewijzen. “Ik deed iets wat zij geen van allen deden. Daarom voelden ze zich niet bedreigd.”Daarna wordt ‘Leopard-Skin Pill-Box Hat’ nog maar eens geprobeerd, om dan af te sluiten met het prachtige ‘I Want You’. Dylan is zeer tevreden over zijn ervaring in Nashville: "Ik heb zeven platen opgenomen in New York. Je moet er al die miserie met taxi's en zo meemaken en de afleidingen van zo'n grote stad beperken je toch sterk. Het is er altijd koud en je kan er niet zomaar buiten wanneer je wilt, zodat je een opgesloten gevoel krijgt. En hoewel New York over eerste klas muzikanten beschikt, weten die mannen in Nashville echt wel waar ze mee bezig zijn."De volgende jaren zal Dylan al zijn platen opnemen in Nashville.Charlie McCoy: “Het is waarschijnlijk één van de beste dingen die er ooit zijn gebeurd voor Nashville – als plaats om allerlei soorten muziek op te nemen. Nadat hij er was geweest, zeiden mensen uit de rock opeens ‘Oh, maar wacht eens, als Dylan er is geweest moet het er wel OK zijn’.” De journalist en latere Dylan biograaf Robert Shelton interviewt Dylan op 12 maart tijdens een vlucht van Lincoln, Nebraska naar Denver, Colorado. Aan hem geeft Dylan toe: “Er zijn veel medicijnen nodig om dit tempo vol te houden.”Ook verklaart hij er niet op uit te zijn om de regels te overtreden. “Het is geen kwestie van de regels te overtreden, begrijp je? Ik overtreed geen regels, omdat ik geen regels zie om te overtreden. Wat mij betreft zijn er geen regels!“Het gesprek wordt twintig jaar later gepubliceerd in Sheltons boek No Direction Home.  In een hotel kamer in Denver spelen Bob en Robbie om half zes in de ochtend enkele nummers voor Robert Shelton. Jammer genoeg heeft Shelton niet genoeg plaats meer op de band en zet daarom na, het eerste nummer, de opnemer op een tragere snelheid, hetgeen de kwaliteit sterk verminderd. Het zijn demo’s van ‘Most Probably Van Gogh (Positively Van Gogh)’, ‘Don’t Tell Him’, ‘If You Want My Love’, ‘Just Like A Woman’ en ‘Sad Eyed Lady Of the Lowlands’.De eerste drie nummers, die niet meer zijn dan wat ideetjes, met nonsensteksten, worden later nooit uitgewerkt. Op 22 maart 1966 wordt ‘Rainy Day Women Nos. 12 & 35’/’Pledging My Time’ de volgende single. Het plaatje komt als een schok voor de meeste fans. Wat is hij nu weer bezig? Maar de regel “Everybody must get stoned!” slaat aan en wordt een vaste uitdrukking. De single komt op 16 april  de Billboard Hot 100 binnen en behaalt de tweede plaats. In Engeland is 7 de beste notering en in Nederland blijft 'Rainy Day Women # 12 & 35' op de negende plaats steken in de Top 40. In Vancouver, British Columbia, Canada speelt Bob Dylan op 26 maart het laatste concert op het Amerikaanse continent in bijna acht jaar.* * * Op 7 april wordt het mixen van Blonde On Blonde beëindigt in Los Angeles. Dylan heeft zelf toegekeken hoe van de drie sporen de mono master wordt samengesteld.  Twee dagen later gaat in het International Center van Honolulu in Hawaii het derde deel van Dylans 1966 World Tour van start. Dit deel omvat acht shows, waarvan zeven in Australië en Nieuw Zeeland. In de begeleidingsband is de drummer Sandy Konikoff vervangen door Mickey Jones.  Vanaf 29 april wordt er gespeeld in Europa: zeventien shows, waarvan twee in Scandinavië, één in Parijs en de rest in Groot-Britanië.   

 

Hier zijn Dylan met zijn band live in Kopenhagen, 1 mei 1966. In kleur!http://www.youtube.com/watch?v=4EJdPmV2wRA 

 

 

Op 2 mei komen Bob Dylan en zijn begeleidingsgroep aan in Londen. Ze verblijven in the Mayfair Hotel. Van hier uit vertrekt het gezelschap naar Ierland, Schotland en Frankrijk, vooraleer terug te keren naar Londen. Alles wordt weer door Pennebaker gefilmd voor een documentaire film. Maar Eat The Document zal pas vijf jaar later in première gaan en slechts zeer korte tijd worden vertoond. Bob krijgt er bezoek van Paul McCartney, Keith Richards en Brian Jones.  Een live versie van ‘I Don't Believe You’, opgenomen op 6 mei in Belfast kan worden beluisterd op Biograph In de Sofia Gardens, in Cardiff, Wales komt Johnny Cash Dylan in zijn kleedkamer opzoeken. Samen zingen ze voor Pennebakers camera ‘I Still Miss Someone’.   Het concert van 14 mei in het Odeon Theatre in Liverpool wordt opgenomen.

Op 16 mei 1966 verschijnt de eerste dubbel-LP uit de rockgeschiedenis en het is er een van Bob Dylan: Blonde on Blonde. Volgens velen de beste plaat die Dylan ooit gemaakt heeft.De hoesfoto is getrokken door fotograaf Jerry Schatzberg. De foto is onscherp. De reden daarvoor is gewoon omdat het erg koud was en zowel de fotograaf als het "model" stonden te bibberen. Voor de binnenhoes koos Dylan  foto's uit de collectie van de fotograaf: enkele foto's van hemzelf, Edie Sedgwick en Claudia Cartinelli.De plaat verschijnt voorlopig alleen in Amerika. Blonde On Blonde komt op 23 juli 1966 de Billboard-albumlijst binnen. Het album bereikt de negende plaats.In Europa duurt het tot juli voor de plaat in de winkels ligt.   
insideDe oorspronkelijke binnenhoes, met een foto van Claudia Cardinale, die later op haar verzoek werd verwijderd.  

 

 

Wanneer John Lennon 'Fourth Time Around' hoort wordt hij behoorlijk zenuwachtig. Wat bedoeld Dylan daarmee? Dat Lennon hem al voor de vierde keer na-aapt? En hoezo dan… 'I'm A Loser', 'You've Got To Hide Your Love Away' en misschien de pet… Vooral de slotregels staan hem niet aan: 'I never asked for your crutch/Now don't ask for mine.'  

Ook het optreden op 17 mei in de Free Trade Hall in Manchester wordt opgenomen op 3-sporen apparatuur voor een mogelijke live LP. De opnamen worden later uitgebracht op bootleg als het “Royal Albert Hall” concert.

Royal Albert Hall

Vlak voor hij zijn elektrische set afsluit met ‘Like A Rolling Stone’ roept iemand uit het publiek "Judas". Waarop Dylan, nogal onder invloed van geestverruimende middelen, reageert met: "I don't believe you, you're a liar" om daarna The Band toe te snauwen “Play Fucking Loud” en uit te barsten in een daverende versie van ‘Like A Rolling Stone’. Het hele concert wordt uiteindelijk officieel uitgebracht in de reeks The Bootleg Series in ‘98. Ondertussen  zijn er al meer dan 100 000 exemplaren van op bootleg verkocht.   

 

Op 22 mei vliegt Dylan naar Parijs. Waar hij bij zijn vorige bezoek aan de stad, twee jaar geleden, nog volledig onbekend was, wordt hij al op de luchthaven van le Bourget opgewacht door een bende fotografen, journalisten en fans. Hij wordt echter snel afgevoerd naar een suite in het hotel George V. 's Avonds gaat hij een bezoekje brengen aan verschillende night-clubs in Saint Germain Des Prés. Daar komt hij  Johnny Hallyday tegen. Er zijn foto's van de twee in het holst van de nacht op straat. Dylan nog steeds met zonnebril!Dylan neemt Hallyday mee naar zijn suite om hem er enkele nummers van Blonde On Blonde te laten horen. 

De volgende dag is er een persconferentie in het George V. Dylan, die zijn  afkeer van de pers al lang niet meer verbergt, kaatst behendig alle vragen af. Hij arriveert met een handpopje, die hij Finian noemt."Hij is mij gevolgd!"

Journalist: Wil je iets uitdrukken met je liedjes?Dylan: Nee! Journalist: Wat vind je van de tussenkomst van de Verenigde Staten tijdens de oorlog in Europa in 1944? Dylan: Vindt je dat een gemakkelijke vraag? Journalist: Ja.

Dylan: Ik beantwoordt geen gemakkelijke vragen!

Journalist: Bent u gelukkig? Dylan: Ja. Misschien zoals een asbak!   

 

Op zijn 25ste verjaardag treedt Dylan voor het eerst op in Parijs, in de beroemde zaal l’ Olympia. Al wie naam heeft in Frankrijk, zit in de zaal, om de schrijver van 'Blowin' In The Wind' te zien. Natuurlijk speelt hij dat niet. Hij begint met zeven lange akoestische nummers, vol moeilijke woorden, onderbroken met lange pauzes om zijn gitaar te stemmen. Hij negeert daarbij het publiek volkomen. Wanneer er uit het publiek wordt geprotesteerd raadt hij hen aan om wat te gaan bowlen of een boek te lezen. Dat het een tumultueus concert is bevestigd ook Françoise Hardy: ”Bob zong het eerste deel van het concert en het was niet erg goed. Het publiek reageert erg koeltjes en afwachtend. Dan was er een pauze voor het tweede deel en hij wil niet terug opkomen. Het publiek wordt zenuwachtig en begint te roepen en te tieren. Het wordt gevaarlijk. En toen kwam iemand zeggen dat Bob Dylan niet meer terug wil komen als ik niet naar hem toe ga. Ik zat op de eerste rij en blijkbaar had hij mij gezien. Dus ging in backstage om hem te zien. Ik wist niks van die drugs en zo, in die tijd, maar ik had een slecht gevoel over hem. Hij was zo dun, zo breekbaar. Hij zag er echt ziek uit. Ik dacht echt dat hij het niet lang meer zou trekken… Ik herinner mij niet meer waar we over praatten, want mijn Engels was niet zo goed en ik verstond geen woord van wat hij zei. Maar hij keerde terug en speelde de tweede helft van zijn concert."Wanneer het gordijn opgaat staat Dylan daar met zijn band voor een enorme Amerikaanse vlag. Een bewuste provocatie. In zijn kleedkamer worden achteraf nog foto's genomen van Dylan met een enorme verjaardagstaart. Naast de aanhangers van Dylan, zijn Hugues Aufray en Johnny Hallyday er op te zien en ook Bruno Coquatrix, de eigenaar van de zaal. Die vond het hele gedoe maar niks. Dat was ook de mening van de Franse pers. Françoise Hardy: ”Na afloop gingen al die mensen - zijn aanhangers, de pers, Johnny Hallyday was er ook – allemaal gingen ze mee naar het George V waar Dylan logeerde. En hij vroeg mij alleen mee naar zijn kamer te gaan. En fier dat ik was! Al die mensen moesten daar achter blijven! Hij speelde twee nummers voor mij, die nog niet waren uitgebracht. Eéntje was ‘Just Like A Woman’, één van zijn beste nummers. Het ander was ook heel goed: ‘I Want You’. Ik was in de wolken.”Na nog een paar nachtclubs te hebben bezocht worden de opnamen van het concert beluisterd in het hotel. De Franse radio had opnamen gemaakt die vijf dagen later zouden worden uitgezonden. Dylan stelt echter zijn veto en de banden zijn nooit opgedoken, zelfs niet als bootleg.  De dag na het Parijse concert keert Dylan terug naar het Mayfair Hotel in Londen. The Beatles komen hem opnieuw opzoeken. En ook voor hen draait Bob Blonde On Blonde. Paul McCartney heeft acetates bij van ‘Tomorrow Never knows’. Bob reageert koeltjes: "Ik snap het. Jullie willen niet meer schattig zijn."John inviteert Dylan bij hem thuis. In het tekstboekje bij Biograph meldt Bob dat ze samen trachten een nummer te schrijven. “We draaiden een paar platen en praten wat, “ vertelt John Lennon. “Hij is een interessante kerel met goede ideeën We wissleden adressen uit en spraken af wat samen te doen, mar het kwam er nooit van. Hij zegt dat hij me wat gestuurd heeft, maar hij gebruikte een verkeerd adres en er is nooit iets aangekomen. Misschien dat we daarom goed konden opschieten: we zijn allebei nogal slordig.” Het befaamde concert in de Royal Albert Hall van London vindt plaats op 26 mei. The Rolling Stones zitten in het publiek. Aan de 9 minuten lange versie van ‘Like A Rolling Stone’ is duidelijk te merken dat Dylan er onder door gaat: gesloopt door slaapgebrek, te weinig eten en teveel drank en dope. De versie van ‘Visions of Johanna’ verschijnt op Biograph. De volgende ochtend om 7 uur worden Dylan en Lennon gefilmd door D.A. Pennebaker, terwijl ze in een wagen met chauffeur rondjes rijden rond Hyde Park in Londen. John is op zijn hoede en Bob kotsmisselijk.
John Lennon: “Ik was compleet paranoïde. Hij zei dat hij me in zijn film wilde, maar ik dacht: ‘Waarom? Wat? Hij gaat mij belachelijk maken’.” ‘s Avonds gaan Lennon en Harrison naar het tweede van Dylans befaamde concerten in de Royal Albert Hall. Wanneer die na zijn akoestische set, voor het tweede deel met the Hawks op het podium verschijnt wordt hij zoals overal door het publiek op boegeroep onthaald. John en George zijn het daar niet mee eens. “Laat hem! Houd uwe kop!”
Het blijkt Dylans laatste concert te zijn tot zijn come-back met The Band in januari '74.Na afloop van het concert, hebben Paul McCartney en Beatles assistent Neil Aspinall afgesproken met Bob in Dolly's Club. Ook Keith Richards en Brian Jones komen er bij zitten.  Ook de volgende dag brengen The Beatles door in Dylans hotelkamer, waar ze kijken naar de proefopnamen van Pennebaker’s film. De dag erna, 29 mei vliegen Bob en Sara naar Spanje, voor een vakantie.  * * * Na zijn terugkeer uit Europa koopt Dylan een eerste eigen huis: een woning van de Arts and Craftsmovement in Byrdcliffe, bij Woodstock. Het huis, Hi Di Ho, ligt hoog op een beboste berg. In de tuin is er een natuurlijke vijver, waarin kan worden gezwommen.  Al Aronowitz is er een regelmatige bezoeker met zijn vrouw en kinderen. "Ik bracht blikken mee met de laatste nieuwe  Hollywood successen, die ik kreeg van een vriendelijke New Yorkse filmmagnaat. Tijdens deze periode waren Bob en Sara onafscheidelijk. Hun liefde bloeide en Sara straalde. Het leek me dat ze met de dag mooier werd."

In juni 1966 wordt ‘I Want You’/’Just Like Tom Thumb's Blues’, op single uitgebracht. De b-kant is een live-opname van Liverpool en lange tijd de enige officiële opname van Dylan met The Band.

 * * * Tijdens een ritje in de buurt van het landgoed van Albert Grossman in Woodstock, op 29 juli 1966, komt Dylan met zijn Triumph motor ten val. “Ik was verblind door de zon.… eventjes was ik compleet blind. Ik panikeerde en remde hard. Het achterwiel blokkeerde en ik vloog… Mijn gezicht vol bloed en mijn nek deed fel pijn. Ik zag mijn leven voor mijn ogen voorbijflitsen… Het was een wonder dat ik het heb overleefd.
Sara volgde me met de auto en ze raapte me op.” 
Ze brengt hem onmiddellijk naar de praktijk van doctor Ed Thaler, zo’n 50 mijl verder. Daar blijft hij een week of zo. Ver weg van alle drukte en vooral spoorloos voor de pers.  In Kronieken legt Dylan kort uit: “Ik was gewond geraakt bij een motorongeluk, maar ik kwam er weer bovenop. De waarheid was dat ik uit de mallemolen wilde stappen.” 

Het ongelukje verschafte hem dan ook een welkom excuus om van een reeks jachtige tournees af te komen, die de geldbeluste manager Grossman voor hem had gepland. Dylan kon eindelijk rust vinden, herstellen van een langdurige amfetamine-psychose, die hem in de hectische jaren van klimmende roem en rusteloze creativiteit in de greep dreigde te krijgen. Eindelijk kreeg hij wat tijd om zich te wijden aan zijn vrouw Sara en hun jonge kinderen.

 

In Europa werd Dylan een legende. De roddelpers was nog niet zo ontwikkeld als tegenwoordig en er kwam weinig tot niets van Dylan naar buiten. Er werd gefluisterd dat hij dood was.

Page117

17-08-07

Bob Dylan: Highway 61 Revisited

decoration

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

Op 22 maart 1965 wordt Dylans vijfde LP uitgebracht: Bringing It All Back Home. Op die plaat staan aan een zijde akoestische nummers en aan de andere elektrische versterkte nummers.  Maar bij de concerttournee die hem langs een aantal concertzalen van Noord Amerika brengt is daar niets van te merken. Integendeel: het is een gezamenlijke tournee met Joan Baez. Twee zangers met een akoestische gitaar, zoals de folkbeweging hen graag ziet. De koning en de koning van de folk zijn nu even grote sterren, hoewel Dylans faam groeit en die van Baez stagneert.

Het hoogtepunt van de concertreeks is een optreden in het Civic Auditorium van Santa Monica, in Californië.

 

Na afloop trekken beide zich terug in Baez’s huis in Carmel. Daar schrijft Bob zijn enige nieuwe compositie, sinds januari: ‘Love Is Just A Four-Letter Word’. Hij zal het nummer nooit zelf opnemen maar geeft het aan Joan Baez. Het werd nooit zo uitgesproken, maar in feite is zowel het nummer als de akoestische tournee Dylans dank en afscheid aan de vrouw die hem geïntroduceerd heeft bij een groter publiek.

 

In Los Angeles hoort Dylan een acetate van de coverversie die de nieuwe groep The Byrds heeft opgenomen van ‘Mr. Tambourine Man’. Volgens de leider van de groep, Jim McGuinn, is Dylans reactie:  ‘Wow, man, daar kan je op dansen!”

Dylan gaat ook naar hun optreden kijken in de club Ciro’s. Enthousiast gaat hij zelfs in op hun uitnodiging om mee te spelen op hun versie van ‘All I Really Wanna Do’. Die cover hebben ze net opgenomen om als tweede single uit te brengen.

 

De debuutsingle van The Byrds wordt op 12 april 1965 uitgebracht. De combinatie van Dylans folktekst met de instrumentatie van de muziek van The Beatles zoals die wordt gebracht op ‘Mr. Tambourine Man’ slaat onmiddellijk aan en bereikt binnen een paar weken de top van de Amerikaanse hitparade. Er ontstaat een nieuwe rage: folk-rock, als antwoord op de Britse invasie.

 

Volgens Mary Martin, de secretaresse van Albert Grossman, reageerde Dylan  erg zenuwachtig op het succes van The Byrds. “Hij zat daar in het kantoor, met zijn hoofd te schudden en zich luid op afvragend, ‘Wat moet ik nu doen?’ Hij had drums, elektrische bas en elektrische gitaar gehoord op ‘Mr. Tambourine Man’ en voor een folkzanger was dat een schok. Hij dacht: ‘Verdorie, ik heb een groep nodig!’ Ik stelde voor: ‘Ga naar Toronto, kijken naar The Hawks’.”

Martin is zelf afkomstig uit Toronto en weet dat de groep graag maar al te graag zou willen komen werken in Amerika.

 

De single van The Byrds bereidt de weg voor Dylans rauwe Chuck Berry achtige single. ‘Subterranean Homesick Blues’/’She Belongs To Me’ wordt op 23 april 1965 uitgebracht. In Amerika blijft de plaat acht weken in de hitlijsten, met een bescheiden 39ste plaats als hoogste notering.

In Engeland doet de single het wat beter, met een 9de plaats en negen weken in de top 50.

Die lente wil Columbia In Concert alsnog uitbrengen. Zoals de titel het aangeeft is liveplaat, maar niet van één enkel concert. Het is compilatie van veelal onuitgegeven akoestische nummers van Bob Dylan, opgenomen tijdens optredens in oktober 1963. De platenmaatschappij ziet de plaat als ideale opvolger van Bringing It All Back Home. Twee nummers worden vervangen door betere versies van het meer recente concert in de Royal Festival Hall in Londen op 17 mei '64. Twee andere nummers zijn studio outtakes, met toegevoegd applaus. 

Kant 1:
1.
Who Killed Davey Moore
2.
Gates of Eden
3.
Bob Dylan’s New Orleans Rag
4.
Seven Curses
5.
Walls of Red Wing

Kant 2: 
1.
If You Gotta Go, Go Now
2.
Mr Tambourine Man
3. Hero Blues
4. Percy’s Song
5. Eternal Circle

De plaat gaat de kast in wanneer Dylan aangeeft snel met een nieuwe studioplaat op de proppen willen komen. Drie van deze opnamen worden later alsnog uitgebracht: de studio opname ‘Walls of Red Wing’ op The Bootleg Series Vols. 1-3 en twee livenummers, op 31 oktober 1964 opgenomen in de Philharmonic Hall van New York op The Bootleg Series, Vol. 6: ‘Gates of Eden’ en’ If You Gotta Go, Go Now’. 

* * *

 

Einde april wordt de gezamelijke tournee verder gezet met acht akoestische concerten in Engeland. Tenminste dat is wat Joan Baez verwacht.

 

Dylan heeft het plan opgevat om alles te laten filmen om van het beeldmateriaal een concertfilm te laten maken. Sara Lowndes, een vriendin van de vrouw van zijn manager Grosmann, werkt bij het tijdschrift Time - Life werkt. Zij stelt voor om de regisseur D.A. Pennebaker te vragen. Ze heeft een kopie van diens kortfilm Daybreak Express en toont die aan Dylan.

Samen met zijn vriend Bobby Neuwirth gaat Dylan de regisseur uittesten tijdens een feestje in de Cedar Tavern. Zoals gebruikelijk bestoken ze de man met hun woordspelletjes. Dylan en Neuwirth hebben er een gewoonte van gemaakt iemands zwakke plek te zoeken en hem dan belachelijk te maken. Maar Pennebaker laat zich niet imponeren en wordt dan ook OK bevonden.

 

Enkele dagen voor het vertrek wordt een vervroegd verjaardagsfeestje gehouden voor Joan Baez in huis van Grossman in Bearsville, NY. Joans zus, Mimi komt met haar man, de schrijver en folkzanger Richard Fariña en een vriend Alfredo Dopico. Dylan brengt Victor Maimudes mee.

Opnieuw beginnen Dylan en zijn kompaan met hun getreiter. Eerst pakken ze Alfredo aan en daarna Joan. Bob vertelt haar vlakaf dat ze lelijk is. Joan barst in tranen uit en loopt buiten. Richard gaat haar achterna, om haar te troosten, terwijl Mimi Bob, die staat te lachen, bij zijn haren pakt. Ze sleurt hem achterover, over de leuning van de stoel en roept "Doe dat nooit meer! Zo behandel je Joanie nooit meer, hoor je mij?" Bob dreigt te stikken en krijgt ook tranen in zijn ogen. Tenslotte laat ze hem los en gaat naar haar zus. Einde incident.   

* * *

Op 26 april arriveert Dylan met zijn gevolg in Londen. Ondanks het gebeurde is Joan er toch bij. Zij verwacht dat Dylan haar bij het Britse publiek zal introduceren, zoals zij met hem heeft gedaan in Amerika.

Het hele gezelschap zal twee weken verblijven in het Savoy Hotel. Er wordt dag en nacht gefilmd door D.A. Pennebaker, voor de documentaire Don't Look Back.

 

Dylan is zo populair in Engeland dat drie van zijn langspeelplaten in de top 10 staan, met Bringing It All Back Home op 1. Het is trouwnes voor het eerst sinds maart ’63 dat er iemand anders dan The Beatles of The Stones op één staat in de Britse hitlijsten!

 

Het begint natuurlijk allemaal met een persconferentie op de luchthaven. Op de vraag naar wat zijn boodschap is, antwoordt hij: “Hou het hoofd koel en heb altijd en lamp bij.”

 

De eerste dagen worden gereserveerd voor het geven van interviews aan de Britse pers. In zijn suite in het Savoy Hotel paseren vooraanstaande namen van de muziekpers als Ray Conolly en Maureen Cleave, maar ook een groot aantal gelegenheidsperslui van scholen en universiteiten… De betere krijgen goede antwoorden, maar diegenen die hem niet aanstaan, worden genadeloos afgeslacht en belachelijk gemaakt.

 

Naast al die journalisten passeert er ook nog een nooit aflatende stroom van hipsters, popsterren, blondjes en beatniks door de kamers.

De mooie, jonge zangeres Marianne Faithfull kampeert er onafgebroken. “We zaten allemaal op de vloer van Bobs kamer: pratend, drinkend, gitaar spelend… en Bob maar doen of dat allemaal niet gebeurd. Hij wandelt de kamer in en uit, gaat zitten en typt, praat aan de telefoon, beantwoordt ongelofelijk stomme vragen, maar allemaal alleen maar als dat is waarop hij zich even wil concentreren. Voor de rest konden we evengoed onzichtbaar zijn.

Ze waren allemaal zo hip. Zo onbeschrijfelijk hip. En allemaal zo verdomd high. Om de vijf minuten trok iemand zich terug op het toilet en sprak wartaal als hij er terug uitkwam. “

 

Bob is niet ongevoelig voor haar schoonheid. Hij schrijft een gedicht voor haar, maar Marianne is pas zwanger van haar man John Dunbar, en gaat niet in op zijn advances. Teleurgesteld verscheurt hij het gedicht.

 

De Britse tour gaat van start op 30 april in The Oval City Hall, in Sheffield. Baez staat achter de scène te wachten tot hij haar zal uitnodigen op het podium, maar Dylan negeert haar volkomen.

Na de Odeon Cinema in Liverpool en de Montford Hall in Leicester wordt er op 3 mei terug gekeerd naar het Savoy Hotel in Londen. De Duitse actrice Christa Päffgen, beter gekend als Nico woont er ook. Zij is de vriendin van Brian Jones en Andrew Oldham, de manager van the Rolling Stones heeft haar een platencontract aangeboden. Als debuutsingle wil ze een nummer opnemen dat Dylan eerder al voor haar heeft geschreven: 'I'll Keep It With Mine'.Maar daarvoor heeft ze zijn medewerking nodig. Ze gaat hem opzoeken op een feestje na afloop van het concert. "Hij zag er verschrikkelijk uit. Bob zat onder de drugs en hij was slecht gezind en arrogant - zoals altijd. Ik had hem nog niet zo dun en bleek gezien. Hij zag er uit als een lucifer. Hij vroeg mij uit over de Stones en hun kleren. 'Wat dragen ze nu? Welke hemden? Welke laarzen?' Hij droeg een leren jas, maar niet zo'n motorjack. Gewoon iets ordinairs. Hij zag er uit als een klusjesman en hij wou een Rolling Stone zijn. Raar, want er waren jongens die er als hem wilden uitzien! Hij wou te zeer in de mode zijn, maar het duurde lang eer hij er in mee was. Hij was altijd paranoïde over die dingen en over de mensen rondom hem. Als er een fotograaf in de buurt was - "zou ik er goed uitzien?"  Nico verteld hem van haar platencontract. "Hij was niet erg flatterend. Hij houdt er niet van als vrouwen zingen. Joan Baez had hem gevolgd op deze tournee, maar hij wou haar niet laten zingen. Hij was jaloers omdat ze beroemder was in Amerika. Ze had meer succes met haar singles dan hij."  Zij herinnert hem aan 'haar' nummer en hij antwoordt: "Ik ga nu naar de kust, voor een pauze. Binnen een week ben ik terug om wat opnamen te maken met wat Britse jongens. Zullen we het dan proberen?"  Op 5 mei treedt hij op in de Town Hall in Birmingham, de volgende dag in de City Hall van Newcastle, en de dag daarna in de Free Trade Hall in Manchester.Dat concert wordt opgenomen en kan worden beluisterd op de uitstekende bootleg Now Ain’t The Time For Your Tears. 

 

decoration

 

   

 

 

 

 

De setlist:  
  •  The Times They Are A-Changin'
  • To Ramona
  •  Gates Of Eden
  • If You Gotta Go, Go Now 
  •  It's Alright, Ma (I'm Only Bleeding)
  •  Love Minus Zero/No Limit
  •  Mr. Tambourine Man     
  • Talking World War III Blues   
  • Don't Think Twice, It's All Right 
  • With God On Our Side           
  •  She Belongs To Me 
  •  It Ain't Me, Babe            
  • The Lonesome Death Of Hattie Carroll   
  • All I Really Want To Do       
  • It's All Over Now, Baby Blue 

Wanneer ze terug zijn in het Savoy komt Donovan op bezoek. De jonge Schotse folkzanger heeft in maart met ‘Catch The Wind’ zijn eerste succes behaald. Hij is net als Dylan een grote fan van Woody Guthrie en brengt dan ook eenzelfde soort muziek. Daardom wordt hij door de Britse pers beschuldigd van na-aperij.

 

Wanneer hij de kamer binnen stapt zijn Joan Baez en Allen Ginsberg er ook. En alles wordt natuurlijk gefilmd. Op het eerste zicht lijkt het in Don’t Look Back alsof Dylan hem niet mag. Maar Dylan vertelde later ovder de ontmoeting: "Hij speelde een paar nummers voor me ... Ik vind hem wel goed. Hij is een sympathieke kerel."

Ook Donovan meent: “Joan Baez stelde me voor aan Bob. Je moet eens goed kijken naar de beruchte scène in Don't Look Back.waar we allebei onze nummers spelen. Er zit een zatlap in de kamer die Bob er van beschuldigde de melodie van ‘With God On Our Side’ te hebben gepikt van Dominic Behan. Bob draait zich dan naar mij en ik zing ‘To Sing For You’. Als je oplet zie je dat hij niet eens aan zijn sigaret trekt… Hij luistert! Dan vraag ik hem iets te zingen en hij doet ‘Its All Over Now Baby Blue’. Veel mensen hebben niet gemerkt dat Bob heel goed naar mijn nummer luistert, waarmee hij aangeeft dat hij het goed vindt. Zonder er iets van te zeggen. Hij was een beetje nieuwsgierig en verbaasd dat er een ander Guthrie volgeling was, hier in Europa. Maar we vormden geen bedreiging voor elkaar. Als ze zeiden dat ik de Britse Bob Dylan was, zei ik lachend, Neen, ik bende  Schotse Woody Guthrie!”

“Nee, hij was vriendelijk en moedigde me aan. Hij zei in de film: 'Hij speelt niet zoals ik. Hij speelt als Jack Elliot.' En iedereen zei, ‘Wie is Jack Elliot?' Natuurlijk weet Bob wie Jack is. Hij was de eerste volgeling van Woody Guthrie. En toen kwam Bob. We houden allemaal van Woody."

 

Dylan heeft een ideetjes voor de film: hij wil een parodie maken op playbackende zangers. In plaats van te doen alsof hij meezingt laat hij kaarten zien met daarop de woorden van het nummer.

Donovan: ”Ginsberg had iets bedacht, hij zei: 'Laten we de teksten op kaarten schrijven en dan kan jij dat zingen, Bob en dan trek je iedere keer een kaart met de tekst op.' Allan begon dadelijk de teksten op te schrijven op kaarten op het tapijt... en ik hielp hem daarbij, " vertelt Donovan. "Ik heb nog calligrafie geleerd op school en toen Bob zag wat ik deed zei hij, 'Hey Donovan, wil jij dat samen doen met Allan?' En zo hebben we samen al die kaarten geschreven."

 

De opname vindt plaats in een zijstraatje aan het Savoy Hotel. De dichter Allen Ginsberg en Bobs vriend Bob Neuwirth staan als “acteurs” op de achtergrond. De kaarten met de tekst van ‘Subterranean Homesick Blues’ zijn geschilderd door Alan Price (zanger van The Animals), Donovan en Joan Baez.

De scène wordt het beginstuk van Don't Look Back.

 decoration

De volgende avond vindt het eerste van twee optredens plaats in de Royal Festival Hall, in Londen. John Lennon en zijn vrouw Cynthia, Paul McCartney met zijn vriendin Jane, George Harrison en Ringo Starr zijn er bij. The Beatles zijn grote fans van Dylan en volgen hem al van in het begin.

Na afloop gaan The Rolling Stones en The Beatles Dylan bezoeken in zijn suite.

“Dylan beroemder en beroemder zien worden, waar je bijstaat, is ongelofelijk,” vertelt Pennebaker. “Niemand kan zich zoiets inbeelden. Als een normaal mens heb je geen idee wat een stress dat met zich meebrengt, wat de schaduwkant is… Wanneer de enige andere mensen in de wereld die even beroemd zijn als jij The Beatles zijn, dan zijn dat je vrienden.”

Maar zelfs die zijn behoorlijk zenuwachtig. Ook Dylan weet zich geen houding te geven. Er wordt geen woord gezegd tot Allen Ginsberg binnenkomt en op de leuning van Dylan's stoel gaat zitten.

Lennon: "Waarom schuif je niet wat dichter bij hem, liefje?"

De homoseksuele Ginsberg heeft Lennon’s opmerking duidelijk begrepen. Glimlachend glijdt van de leuning... op Lennon's schoot.

Ginsberg: "Heb je ooit iets gelezen van William Blake, jongeman?" 

Lennon: "Nooit van de brave man gehoord."

Cynthia: "Oh John, lieg toch zo niet."

Het ijs is gebroken.

Lennon, achteloos tegen Dylan: "Goeie show, man."

Dylan: "Ze wisten niet hoe ze het hadden met "It's allright, ma"."

Lennon: "Misschien begrepen ze het niet. Dat heb je als je voorloopt op je tijd. "

Dylan: "Misschien, maar ik loop maar 20 minuten voor."

Even later komt nog een bezoeker: Donovan. Dylan stelt hem voor aan The Beatles!

Wanneer Paul later op de avond een actate oplegt met elektronische muziek die hij heeft gemaakt, loopt Dylan gewoon de kamer uit.

Maar The Rolling Stones worden door Dylan helemaal genegeerd.

De volgende namiddag, na weer een pijnlijke aanvaring met Bob, barst Joan in tranen uit.  “Op een nacht ging ik uithuilen in Neuwirths kamer. Hij legde zijn arm om me heen en veegde de tranen van mijn wangen. Hij smeekt me, mijn boeltje te pakken en de tour te verlaten. ‘Maar Bob heeft me meegevraagd. Hij heeft me gevraagd,’ protesteerde ik. ‘Dat weet ik. Maar hij weet niet meer wat er gebeurd, zie je dat niet? Hij draait in het rond en hij wil het allemaal alleen doen.’”  Ze pakt haar valies en vertrekt naar haar ouders in Parijs.  Bob wil ondertussen nieuwe wegen inslaan. Tijdens een geheime sessie in Levy's Recording Studio in Londen, op 12 mei probeert hij ‘If You Gotta Go, Go Now’ op te nemen. Voor de sessie heeft hij de hulp ingeroepen van Engelse muzikanten: John Mayall’s Bluesbreakers, met stergitarist Eric Clapton.

Ondanks de aanwezigheid van zijn producer Tom Wilson die speciaal is overgevlogen brengt de vijf uur durende sessie niets op. Er wordt veel Beaujolais gedronken, maar de voornaamste reden wordt aangegeven door de drummer Hughie Flint: “Je hebt nog niet veel met een band gewerkt, hé?’

 

Hoewel het een succesnummer is tijdens zijn optredens zal Dylan het nummer nooit opnieuw opnemen. De Britse band Manfred Mann brengt het nummer in september 1965 als hun eerste single uit en bereikt er de tweede plaats mee in de Engelse hitparade. Dylans eigen versie wordt, enkel in de Benelux, als single uitgebracht in juni 1967: If You Gotta Go, Go Now / To Ramona.

 Ondertussen blijft Nico in de gang uren wachten op de haar beloofde sessie. "Ik zat daar bij de vriendinnen van die mannen. Weet je, in Engeland noemen ze meisjes "chicks"? We zaten daar ook echt als kippen te wachten op onze haan. Ik voelde me daar te oud voor. Neen, niet te oud, te ervaren. Maar zo waren we toen. We wachten op de mannen. Ik hou er niet van op een man te moeten wachten. Ik wil dat mensen op mij moeten wachten - dat maakt het evenwichtiger." Maar tegen de avond was Dylan dronken. Hij zette zich aan de piano en Nico kon 'I'll Keep It With Mine' zingen - één repetitie, één opname. Die werd op acetate geperst.” Daarna vertrekken Bob Dylan en Grossman voor een paar dagen naar Parijs. Daar komen Sara Lowndes en haar vriendin hun mannen opzoeken. Grossman stelt voor er ergens naar toe te gaan waar ze fatsoenlijk kunnen eten. Joan Baez: “Als je bij Albert Grossman bent, moet je eten.”De keuze valt op Portugal.
Maar het eten bevalt Dylan niet goed. Doodziek moet hij worden opgenomen in een Londens ziekenhuis.

Terwijl hij daar in bed ligt denkt Dylan na over zijn carrière. Hij heeft er genoeg van en denkt aan stoppen. “Ik deed het prima, zingen en mijn gitaar spelen. Het ging vanzelf… Ik was het beu aan het worden... Ik wist van te voren hoe het publiek zou reageren. Het was een automatisme.”

Later blikt hij terug: “In de lente wou ik er mee op houden. Ik zat er door. Ik speelde een pak nummers die ik niet wilde spelen. Ik zong woorden die ik niet echt wou zingen… Het is vervelend als mensen je vertellen hoe goed ze je vinden, als je er zelfs niets aan vindt.”

Wanneer Joan Baez hoort dat hij in een ziekenhuis ligt reist ze terug naar Londen om hem te gaan bezoeken. Maar als ze aan de deur van zijn kamer klopt, komt een vreemde vrouw opendoen: Sara Lowndes. “Niemand had mij ooit over haar vertelt,” zegt Joan. “Ik stond daar maar. Ik weet niet of Bobby tonsilitis had of syfilis of alleen maar maagpijn of zo. Zij nam het pakje uit mijn handen, glimlachte en deed de deur terug dicht.” Op 1 juni is Dylan voldoende hersteld voor de opname van twee TV-programma’s voor de BBC.De opnamen vinden plaats in de BBC Studios in Londen. 

Eerste show – uitgezonden op 26 juni 1965

  • Ballad Of Hollis Brown
  • Mr Tambourine Man
  • Gates Of Eden
  • If You Gotta Go, Go Now
  • Lonesome Death Of Hattie Carroll
  • It Ain't Me Babe  

Tweede show – uitgezonden op 19 juni 1965

  •  Love Minus Zero/No Limit
  • One Too Many Mornings
  • Boots Of Spanish Leather
  • It's Alright Ma (I'm Only Bleeding)
  • She Belongs To Me
  • It's All Over Now, Baby Blue 

Beide shows zijn in hun geheel, en in uitstekende kwaliteit terug te vinden op de bootleg At The Beeb.

 
decoration
  

De volgende dag keren Bob Dylan en Sara Lowndes terug naar New York.

Van daar reizen ze door naar Woodstock.

 

Daar schaaft Dylan, in Cafe Espresso, drie dagen lang aan de tekst van 'Like A Rolling Stone'.

“Ik schreef dit nummer, dit verhaal, dit lang stuk woordenbrei van twintig bladzijden en daaruit haalde ik ‘Like A Rolling Stone’… Daarna had ik geen interesse meer in het schrijven van een boek of een toneelstuk.”

Het was "slechts ritme op papier over mijn pure haat, eerlijk op iets gericht."

"De eerste twee regels, met 'kiddin' you' rijmend op 'didn't you,' vond ik fantastisch en daarna kwamen de jongleurs en het paard van chroom en de prinses… het werd me bijna teveel." * * * 

Op 15  juni probeert Dylan in de vertrouwde Studio A van de Columbia Recording Studios in New York

met een groep studiomuzikanten en zijn producer Tom Wilson riffs uit, in de hoop enkele nieuwe nummers te kunnen schrijven. Wilson heeft gitaristen Al Kooper en Al Gorgoni uitgekozen, pianist Frank Owens, drummer Bobby Gregg en bassist Russ Savakus.

 

Daarnaast heeft Dylan Mike Bloomfield, de gitarist van de Paul Butterfield Blues Band uitgenodigd. “Ik had zelfs geen gitaarkist bij,” vertelt Bloomfield. “Alleen mijn Telecaster. Bob pikte me op aan de bushalte en nam me mee naar het huis waar hij woonde… Sara was daar… en ze maakte zo’n raar eten klaar: tonijnsalade met pinda’s.

Hij leerde me die nummers, ‘Like A Rolling Stone’ en al die nummers van die plaat. En hij zei, ‘Ik wil niet dat je van dat B.B. King spul speelt, geen verdomde blues. Ik wil iets anders horen.’

Dus dolden we wat en eindelijk speelde ik iets dat hij goed vond. Het was vreemd: hij speelde in zo’n vreemde toonaarden – wat hij dikwijls doet – alleen maar op de zwarte toetsen van de piano.”

 

‘Phantom Engineer’ is een snelle blues, die later zal evalueren tot ‘It Takes A Lot To Laugh, It Takes A Train To Cry’. ‘Sitting On A Barded Wire Fence’ is iets ambitieuzer, al geeft Dylan in de tekst zelf toe: “Dit is slechts een riff”.

Er komt niets bruikbaars uit voort uit deze namiddagsessie. Volgens Michael Bloomfield was dat de schuld van de producer: “Ze hadden een geweldige bassist. Echt een schitterende kerel, hoewel hij voor het eerst elektrische bas speelde. Daar zat hij behoorlijk mee in. En de studio drummer was zowat de allerbeste. Maar niemand begreep er iets van. De producer was een niet-producer… Het was een zwarte, Tom Wilson. Hij had geen idee wat er gebeurde. We speelden elk nummer zo’n twintig keer en dat werd belachelijk op den duur, want het waren echt lange nummers… Het was nooit zo van ‘Hier is een nummer, we gaan het leren, het arrangement uitwerken…’ zo ging het gewoon niet. Alles moest gewoon zomaar, toevallig in de plooi vallen… Het was gewoon een jamsessie. Dat was het.”

Tenslotte wordt 'Like A Rolling Stone' uitgeprobeerd… in een walsritme. Die versie is te horen op The Bootleg Series, 1961-1991. Daarop staan ook ‘Phantom Engineer en ‘Sitting On A Barbed Wire Fence’. Een andere take van ‘Phantom Engineer’ is te beluisteren op No Direction Home.

Tijdens de sessie van de volgende avond besluit Dylan zich te concentreren op één nummer: ‘Like A Rolling Stone’.

"Er stond geen noot op papier," vertelt Al Kooper, "we speelden op het gehoor. Pure chaos." Kooper, die door Wilson ingehuurd was als leadgitarist, moet in Bloomfield zijn meerdere erkennen en schakelt dan maar over op orgel.

Hoewel er vijftien takes worden geprobeerd, zijn slechts vier daarvan compleet. De tweede volledige, take vier, blijkt meteen ook de definitieve versie te zijn. 

Het is Dylans laatste opname met Tom Wilson als producer.

 

Nu het nummer op band staat, trekken Bob en Sara zich opnieuw terug in Woodstock.

Folk muzikant John Herald herinnert zich dat Dylan erg enthousiast was over zijn nieuwste nummer. "Hij had een actetate gekregen van 'Like a Rolling Stone' en hij was zo opgewonden dat iedereen het moest horen. Iedere keer als hij iemand voor bij zag komen, in de Espresso, dan liep hij naar buiten en riep, 'Ik heb een nieuw nummer, dat moet je horen!' En dan nam hij hun mee binnen en draaide het voor hen."

 

Maar ondertussen vindt de marketing afdeling van Columbia dat het nummer niet kan worden uitgebracht als single: ze vinden het te lang - één seconde minder dan zes minuten! Daarom stellen ze voor het nummer in twee te knippen: drie minuten op de a-kant en drie minuten op de b-kant. Dylan weigert en de single wordt "voor onbepaalde tijd" uitgesteld.

 

Bij Columbia Records hebben ze trouwens wat anders om hun hoofd: de firma moet verhuizen naar het gebouw van het moederbedrijf CBS. 

Shaun Considine, die werkt bij de A&R afdeling vindt bij het opruimen de acetate van 'Like a Rolling Stone'. Hij neemt hem mee en laat hem draaien door een DJ in een club aan East 54th Street. Er wordt enthousiast op gereageerd en de volgende dag bellen verschillende mensen naar Columbia Records om naar het plaatje te vragen. Er wordt dan snel beslist om de single alsnog uit te brengen. Op 15 juli worden rode promo plaatjes naar DJ's verstuurd met het in twee geknipte nummer. Maar sommige DJ's nemen de beide zijden op en draaien het nummer zo toch helemaal.

 

Op 20 juli 1965 – een maand na de opname - wordt ‘Like A Rolling Stone’/’Gates Of Eden’ uitgebracht met de volledige versie op de a-kant. De b-kant komt nog uit de vorige plaat, omdat er niks anders goed genoeg was om te worden uitgebracht.

De single slaat in als een bom. Het is nooit vertoond: zes minuten lang – een heel nieuw geluid: het is geen folk en het is geen rock. En dan die tekst: alle rusteloosheid en verveling die Dylan die lente voelde zit in het nummer verwerkt. Het wordt zijn eerste echte hit, met een tweede plaats in de Amerikaanse hitlijsten, waar het twaalf weken wordt genoteerd. In Engeland strandt het nummer net buiten de top drie, maar blijft ook twaalf weken in de Top 50.

 

Vijf dagen later vindt in Newport het jaarlijkse Folkfestival plaats. In het programmaboekje staat een nieuw prozastukje van Dylan onder de title “Off The Top Of My Head”.

Baez is nog niet bekomen van Dylans houding tijdens zijn Britse tournee en treedt niet op met Dylan, maar met Donovan.

Dylan slaagt er opnieuw in te chokeren. Hij treedt er voor het eerst op met een elektrisch versterkte band: de Paul Butterfield Blues Band. Grossman heeft Al Kooper speciaal laten overvliegen uit New York.

Ze openen met een heftig 'Maggie's Farm'. Maar ze hebben nauwelijks tien minuten gerepeteerd en de bluesspelers zijn niet bekend met de rare structuren die Dylan in zijn muziek gebruikt. Het klinkt dus allemaal erg kakofonisch. Een gedeelte van het publiek begint te jouwen en te roepen.

Ook backstage zijn de meningen verdeeld. Puristen als Alan Lomax en Pete Seegers reageren heftig. Er zijn zelfs verhalen dat Seegers de elektriciteitskabels wil door gaan hakken, met een bijl – niet erg verstandig, lijkt mij.

Na 'Like A Rolling Stone' en 'It Takes A Lot To Laugh, It Takes A Train To Cry' is Dylans tijd om.

Maar het publiek blijft luid roepen en schreeuwen. Een ooggetuige, Bruce Jackson, één van de organisatoren van het festival, beweert dat het gejoel uitsluitend te maken had met de duur van de set. Dylan mocht net als alle anderen slecht drie nummers spelen. Trouwens, de fans moesten toch onderhand de elektrische nummers op Bringing It All Back Home kennen! 

Backstage geeft Johnny Cash zijn akoestische Gibson jumbo aan Dylan en zegt hem terug te gaan. Dylan geeft dan met 'It's All Over Now, Baby Blue' commentaar op de gebeurtenissen en sluit, op verzoek, af met 'Mr. Tambourine Man'.

 

Liam Clancy was aan het filmen. "Dylan kwam op en het was duidelijk dat hij stoned was: hij stond te huppelen op de scène. Gelijk Chaplin, zoiets. Hij begon aan Tambourine Man en ik stond daar met tranen in mijn ogen,  omdat... Ik zag een vlinder uit de rups tevoorschijn komen. Ik begreep ook, voor het eerst, hoe belangrijk het was waar die man voor stond. Toen hij zong: "My ancient, empty street's too dead for dreaming," wist ik dat hij Sullivan Street bedoelde, op een zondag. Het was niet zomaar een straat, het was onze straat. Ik zag plots in dat die kleine, die ons zo vaak geambeteerd had, een belangrijk artiest was geworden."

 

* * *

Nog voor het einde van de maand begint Bob Dylan aan de opnamen van zijn volgende lp: Highway 61 Revisited. Mike Bloomfield heeft opnieuw de leiding over de muzikanten - dezelfden die ook al meewerkten aan ‘Like A Rolling Stone’. Alleen de bassist is nieuw: Joseph Machao Jr.  Maar er zijn nog twee nieuwe gezichten: de producer en de technicus. Producer is de 33-jarige Bob Johnston. Die verklaarde later: “Wat ik gehoord heb van de mensen bij CBS was dat Grossman en Dylan van Tom Wilson af wilden. Ik heb geen idee of Dylan hem mocht of hem niet kon uitstaan. Ze vertelden me dat ze iemand anders nodig hadden. Toen ik dat hoorde ben ik naar John Hammond gegaan en heb hem gevraagd me te helpen, want ik wou absoluut met Dylan werken. Iemand vroeg ooit aan Dylan hoe wij mekaar hadden leren kennen en hij zei: ‘Geen idee, Wilson was er de ene avond en volgende nacht was Johnston daar.’Ik mocht het doen omdat ik al een tijdje bezig was met producen en opnemen en vele andere kwamen pas kijken. Toen ik de studio binnenstapte was de job van mij.” Technicus is de jonge Roy Hallee, die later zowat exclusief voor Paul Simon zou gaan werken. “Mijn eerste opnamesessie was voor Bob Dylans Highway 61 Revisited! En ik had geen idee wat ik moest doen! Het is dansen op het slappe koord met die kerel. Tegen die tijd wist ik al genoeg over opnamen om te weten dat de zanger niet vlak bij de drummer kan gaan staan. En dat is nu net wat hij wil! Ik bedoel, er is een enorm probleem met lekkage. Maar hij staat er op. En wat doe je dan? Wanneer je nieuw bent in de studio doe je wat ze van je verlangen, want je bent nog veel te onzeker! En op de één of andere manier kom je er toch.” Deze keer worden op één na alle nummers elektrisch opgenomen. De eerste sessie, van 10 tot 13 uur ‘s ochtends is bijna helemaal gewijd aan ‘Tombstone Blues’. Later wordt één van de takes overdubd met backing vocals van de Chamber Brothers. Deze versie blijft op de plank tot de soundtrack van No Direction Home.  ’s Namiddags wordt er verder gewerkt van half 3 tot half 6. Eerst wordt ‘Phantom Engineer’ verbeterd en daarna wordt ‘Black Dalli Rue’ opgenomen voor de nieuwe single. Beide nummers krijgen uiteindelijk andere titels. Het eerste wordt ‘It Takes A Lot To Laugh, It Takes A Train To Cry’ en het tweede ‘Positively 4th Street’. 

De volgende dag, 30 juli vinden er nog twee sessies plaats voor Highway 61 Revisited.

In de namiddag wordt gewerkt van 14:30 tot 17:30. ‘Lunatic Princess Revisited’ is de werktitel voor ‘From A Buick 6’. Dat nummer staat er in vier takes op. Daarna wordt ‘Can You Please Crawl Out Your Window’ een eerste keer geprobeerd.

 

De avondsessie vindt plaats van 19 tot 22 uur met een andere bassist (Harvey Brooks) en pianist (Paul Griffin). Er wordt lange tijd verder gewerkt aan ‘Can You Please Crawl Out My Window’. Maar liefst twintig pogingen worden uitgeprobeerd onder de werktitel ‘Look At Barry Run’.

“Wanneer Bob de studio binnenwandelt….  wordt het stil,” vertelt de nieuwe bassist. “Iedereen luistert naar hem, naar wat hij zegt en wat hij wil doen. Hij beheerst de hele sessie. Bob Johnston was er alleen maar om de boel draaiende te houden. Hij zou moeten zeggen of iemands instrument goed gestemd is of niet, maar dat is belachelijk, want probeer maar eens iets in de juiste toon te houden… Ik stond versteld dat Bob tegelijk een nummer kon schrijven en het opnemen. Hij schreef gewoon het volgende nummer, veranderde de tekst… voortdurend… ik had echt geen idee wat er aan het gebeuren was.”

Tenslotte staat de elektrische versie van ‘Desolation Row’ er in één take op. Jammer genoeg is Dylans gitaar niet gestemd en zijn de opnamen zo goed als onbruikbaar.

 

De volgende dag keert Dylan, in de late namiddag, alleen met de bus terug naar Woodstock om er verder te kunnen werken aan zijn nummers.

Op 2 augustus 1965 zijn er twee avondsessies. Op aanraden van de producer is studiogitarist Charlie McCoy overgevlogen uit Nashville om te komen helpen.

De eerste sessie loopt van 20 tot 23 uur en de tweede begint om middernacht en stopt om 3 uur in de ochtend. Dylan wil blijkbaar de plaat afmaken.

Highway 61 Revisited’, ‘Just Like Tom Thumb’s Blues’, ‘Queen Jane Approximately’ en ‘Ballad Of A Thin Man’ staan er allemaal op.

 

Aan het eind wordt van de tweede sessie wordt een acetate geperst. Wanneer ze terugluisteren naar de opname van ‘Ballad Of A Thin Man’ merkt Bobby Gregg op: “Dat is een smerig nummer!”

“We moesten er allemaal hard om lachen,’ vertelt Al Kooper, “Dylan was de kampioen van de smerige nummers, toen.”

 

De tracklist van de acetate:

Kant 1:
  1. Like A Rolling Stone                                                               
  2. Ballad Of A Thin Man                                                            
  3. Just Like Tom Thumb Blues                                                  
  4. Highway 61 Revisited                                                             
  5. Positively 4th Street                                                                  
  6. It Takes A Lot To Laugh
Kant 2:
  1. Can You Please Crawl Out Your Window
  2. Tombstone Blues
  3. Desolation Row
  4. Queen Jane Approximately
  5. From A Buick 6
 

4 Augustus wordt nog een laatste sessie besteedt aan een nieuwe, akoestische versie van ‘Desolation Row’. Blijkbaar was Dylan niet tevreden met de elektrische versie. Hij krijgt ondersteuning van Charlie McCoy op gitaar en Harvey Brooks op bas.

* * *

 

Die zomer barst de folk-rock helemaal los. Sony & Cher breken door met hun cover van ‘All I Really Want to Do’, helemaal gebaseerd op het geluid van The Byrds. Ze bereiken een 15de plaats in de US en een 9de in de UK. De single van The Byrds zelf komt daardoor niet verder dan de veertigste plaats.

En de surfband The Crossfires wordt omgedoopt in The Turtles. Met een prominente 12-snarige gitaar en tamboerijn wordt een versie opgenomen van 'It Ain't Me Babe'. Het wordt een Top 10 hit en een folk-rock klassieker. 

 

Waneer The Turtles optreden in de Phone Booth in New York zit Bob Dylan op de eerste rij. Natuurlijk met zijn zonnebril op! Na afloop gaan ze hem opzoeken om het te vragen wat hij van hun optreden vond. Hij antwoord, doelend op hun hitversie van zijn 'It Ain't Me Babe': "Dat is een uitstekend laatste nummer. Je moet er een plaat van maken!"

Op 16 augustus brengt hij The Beatles, die weer aan hun jaarlijkse Amerikaanse zomertournee bezig zijn, een tegenbezoekje het Warwick hotel in New York. De journalist Al Aronowitz is er bij en natuurlijk ook Neuwirth. Bob heeft een acetate meegebracht van Highway 61 Revisited die hij hun wil laten horen. Enthousiast verteld Dylan hen ook dat hij onlangs met een elektrisch versterkte groep heeft opgetreden. Aronowitz vertelt dat ze hem er hebben uitgejouwd, maar Dylan ontkent dat.

The Beatles reageren koeltjes op de plaat: "Bwa, het is goed!"

Brian Epstein, de manager van The Beatles biedt de bezoekers wat te drinken aan, maar Dylan heeft meer zin in een jazzsigaretje. Tot zijn verwondering hebben The Beatles nog nooit marihuana gerookt. “En dat liedje van jullie dan?” vraagt Dylan verwonderd “I get high, I get high?”

De deuren worden gesloten, handdoeken voor de spleten gelegd en de gordijnen dicht getrokken. Neuwirth rolt een sigaretje. Ringo moet voorproeven. Maar in plaats van, zoals gebruikelijk is, het sigaretje door te geven houdt hij hem gewoon bij. Neuwirth rolt dan maar eentje voor iedereen.

Even later begint Epstein hysterisch te lachen en Paul McCartney meent dat hij het geheim van het leven heeft ontdekt.

The Beatles zullen nooit meer zijn zoals voorheen.

 

Twee weken later, op 30 augustus 1965 wordt Highway 61 Revisited, de eerste volledig elektrische plaat van Bob Dylan wordt uitgebracht en zeer goed ontvangen. Dylan zelf is er dan ook zeer tevreden over: “Ik zal nooit een betere plaat kunnen maken. Highway 61 is te goed. Er staan veel nummers op die ik zelf wil horen.”

 

De opvallende hoes is het werk van fotograaf Daniel Kramer. “We hadden die dag honderden foto’s getrokken en we keerden terug naar Bobs appartement.  Hij ging op de trap zitten (Bob had een nieuw hemd aan, dat hij wou dragen), Bobby Neuwirth stond achter hem om de lege ruimte op te vullen en ik gaf hem een camera om evenwicht te creëren. Dat was het. Van alle foto’s die die dag getrokken waren koos Dylan deze uit. Er was ook nog een alternatieve Highway 61 Revisited hoes, exact hetzelfde behalve dat Bob daarop een ander gezicht trekt.“

De plaat komt op 2 oktober '65 de Billboard-albumlijst binnen en is goed voor een derde plaats.

‘Positively 4th Street’/’From A Buick 6’ wordt op 7 september 1965 als stand-alone single uitgebracht. Het  bereikt de 7de  plaats en blijft zeven weken genoteerd. In Engeland blijft de single drie maanden in de Top 50, met als hoogste notering een 8ste plaats. In Los Angeles wordt, per ongeluk, een alternatieve, langzamere versie van ‘Can You Please Crawl Out Your Window?’ uitgebracht op een aantal singles.

De rest van de wereld moet wachten tot 27 december 1965, wanneer ‘Can You Please Crawl Out Your Window’/’Highway 61 Revisited’ op single wordt uitgebracht.

 

decoration

29-06-07

Bob Dylan: Oh Mercy

Bob%20Dylan%20Oh%20Mercy

Oh Mercy 

In zijn boek Chronicles (vertaald als Kronieken) dat wordt gepresenteerd als een autobiografie, gaat Bob Dylan uitgebreid in op de periode rond het schrijven en opnemen van Oh Mercy. Jammer genoeg blijkt weer dat mensen die er bij aanwezig waren  niet altijd de beste getuigen zijn. Nogal wat details blijken helemaal niet te kloppen.

Zo vertelt de auteur dat hij, terwijl hij in zijn tuin aan het rommelen is, zijn hand zwaar kwetste. De hand is opengereten tot op het bot en de dokters vertellen hem dat het erg onzeker is of hij ooit nog gitaar zal kunnen spelen. Hij situeert het ongeluk tussen Kerstmis en nieuwjaar 1986, maar uit allerlei details blijkt dat het een jaar later moet zijn gebeurd.

En ook dat lijkt bizar, want op 20 januari 1988 speelt hij niet slechter gitaar dan vroeger, wanneer hij wordt opgenomen in de Rock 'n' Roll Hall of Fame. Aan het einde van de jaren tachtig was Dylans ster sterk getaand. Na het kwalitatief sterke Infidels (1983) en het iets mindere Empire Burlesque (1985), kreeg hij opnieuw te maken met writers bloc.

Voor het stuurloze Knocked Out Loaded had hij tevergeefs geprobeerd inspiratie op te wekken door het spelen van obscure oude rock 'n' roll nummers (Arthur Alexander, Willburg Harrison...). Bij de mogelijk nog zwakkere opvolger Down in the Groove trachtte hij het gebrek aan eigen materiaal te verdoezelen door beroep doen op allerhande co-auteurs (Carole Bayer-Sager!)

* * *

Bovendien was het de laatste jaren ook met zijn live-reputatie van kwaad naar erger gegaan. Zijn optreden tijdens Live Aid, met Keith Richards en Ron Wood kan niet anders worden omschreven dan beschamend: duidelijk dronken, vals gezongen en slecht gespeeld.

Een lange tournee met Tom Petty and the Heartbreakers werd nog wel goed ontvangen, maar een tussendoortje met de Grateful Dead als begeleiders was desastreus. In zijn autobiografie verklaart hij dat hij het allemaal voor gezien wou houden. "Ik had een tournee van 18 maanden gedaan met Tom Petty and the Heartbreakers. Het zou mijn laatste zijn. Ik had geen voeling meer met wat voor inspiratie dan ook. Tom stond op de top van zijn kunnen en ik op de bodem van het mijne. Ik kon het verschil niet overbruggen. Alles lag in duigen. Mijn eigen liedjes waren vreemden voor me geworden... Ik had mijn tijd gehad. Ik kon haast niet wachten om me terug te trekken en mijn tent te pakken. Nog één keer met Petty met de pet rond en dan hield ik het voor gezien."

Halverwege het Europese luik van die tournee kreeg hij echter plotseling, als in een flits, een nieuwe invalshoek, die zijn hele bestaan zou omgooien. Hij besluit zich terug te trekken uit het popcircus en zich te voegen in de oeroude traditie van rondtrekkende troubadour, in het voetspoor van Woody Guthrie. Het allerbelangrijkste wordt het uitdragen van de songs naar de mensen. De songs is waar het om draait: geen grootse shows. geen zangeressen, geen extra muzikanten. Gewoon het strikte minimum: bas, gitaar en drums. Naar de mensen toe gaan: in kleine zalen, in kleine steden en zo opnieuw een reputatie opbouwen en door mond aan mond reclame zorgen dat de mensen blijven komen luisteren. De Never Ending Tour is geboren. Voortaan zal Dylan telkens meer dan honderd keer per jaar op de podia staan.

* * *

En net op dat moment zou, ergens einde december 1987, dat bizarre ongeluk met zijn hand zijn gebeurd. Hij vreest dat zijn carrière er op zit en bedenkt wat hij nu kan gaan doen: vis kweken, meubels maken... of houten benen? 

Een week later zit hij laat op de avond, aan de keukentafel bij hem thuis. Hij pakt pen en papier en begint te schrijven: "We're living in a political world". Twintig strofen komen er in een ruk uit.
Het eerste nummer in een hele lange tijd. "Het was als het ontwaken uit een droom, of een soort coma. En plots gaat dan een gong en wordt je wakker."

Zijn inspiratie is terug: in de loop van de volgende maand schrijft hij zo'n twintig liedjes. "Ze kwamen uit de lucht gevallen," vertelt hij in zijn boek. "Misschien had ik ze niet geschreven als ik niet zo onthand was geweest." 

De nieuwe hervonden muze geeft hem voldoende zelfvertrouwen om, op 18 januari 1988, zijn contract bij CBS/Columbia voor nog eens tien cd's te verlengen.

Ongelukkig met de lukrake productie van zijn laatste platen, begint Dylan bij collega's te polsen naar aanbevelingen voor een goede producer. In mei gaat hij, op uitnodiging van Bono, U2 helpen bij de opname van een nummer voor hun  Rattle And Hum LP. In Los Angeles speelt hij Hammond orgel op 'Hawkmoon  289'. Na afloop gaan ze stevig doorzakken, met veel Guiness. Bob laat enkele van zijn nieuwe composities horen en vertelt dat hij als producer iemand wil die zelf ook een muzikant is. Bono beveelt hem Daniel Lanois aan. De Canadees, die net met U2 Joshua Tree heeft opgenomen, zou wel eens de geschikte producer kunnen zijn die Dylans nieuwe songs tot hun recht kan laten komen.

Maar Dylan heeft geen haast. Er staan al een pak optredens gepland voor zijn tournee, die onofficieel zal worden bestempeld als de Never Ending Tour.
Zowel het formaat als het concept van de optredens zijn helemaal vernieuwd: de  begeleidingsgroep is nu beperkt tot het strikte minimum: gitaar, bas en drums - zelfs geen harmonica! En er is geen vaste setlist, al is wel nog een vaste structuur.
Midden in de set wordt een akoestisch gedeelte ingevoerd van drie tot vijf nummers, waarbij hij enkel wordt begeleid door G. E. Smith. Daarbij zitten altijd wel een paar covers: uiteenlopend van Ierse ballades als 'Eileen Aroon' tot folk, country of rock 'n' rolll klassiekers als 'Nadine'. De rest van de nummers krijgen strakke rock arrangementen.
Opmerkelijk is de enorme verscheidenheid in gebrachte nummers: tijdens de 71 optredens die het eerste luik van de tournee vormen, worden maar liefst 92 verschillende nummers gebracht. 

Toevallig (?) eindigt het tweede deel van de tournee in New Orleans, waar Daniel Lanois aan het werk is. Met het geld dat hij heeft verdiend met de productie van die LP en met So van Peter Gabriel, is Lanois verhuisd naar New Orleans.
Daar ging hij op zoek ging naar zijn roots. "Ik vond aansluiting bij dat zydeco-Cajun gebeuren. Het fascineerde me dat de Acadiens van Canada naar Louisiana waren getrokken. Het is een fantastisch verhaal en het zit echt in mijn achtergrond.  Ik dacht dat het interessant zou zijn om in het voetspoor te treden van mensen die mij zovele generaties geleden waren voorgegaan."
Op zijn eerste solo LP, Acadie, zal hij verslag doen van "mijn afkomst, mijn familie, de verhuis van mijn familie, mijn Franse roots en de verbintenis met Louisiana."
Maar eerst wou hij ervaring op doen met de plaatselijke muzikanten. Daarvoor wou hij graag werken met een muzikale familie. "Ik verdiepte mij in de achtergrond van de Neville Brothers: waar ze hun spullen vandaan haalden, de buurt - dat fascineerde mij echt allemaal, terwijl anderen er misschien een beetje genoeg van hadden. Ik denk dat daar wel een les in zit: als je ergens in geloofd en er enthousiast over bent, dan werkt dat aanstekelijk op anderen."

Speciaal voor de opnames van Yellow Moon van The Neville Brothers had Lanois een studio ingericht, op de tweede verdieping van een groot gebouw (EMLAH Court in 3829 St. Charles Ave.), vlak naast het Columns Hotel. "Wonder boven wonder, kregen we het hele gebouw voor slechts 1 200 dollar per maand," vertelt hij. "Charles Neville woonde op de eerste verdieping en ik op de bovenste verdieping. Het  leek wel een commune. Maar het was plezant." 

Die opnamen waren nog volop aan de gang toen Bob Dylan met zijn Never Ending Tour, op 25 september 1988, de stad aandeed. In 1989 vertelde Dylan in een interview: "Daniel kwam me opzoeken toen we in New Orleans speelden vorig jaar en...we schoten goed op. Hij begreep waar het in mijn muziek om draait. Het is erg moeilijk om een producer te vinden die zelf kan spelen...en weet hoe je met al dat modern gedoe moet opnemen. Dat was waar ik in het verleden problemen mee had."
In zijn Kronieken beschrijft hij de ontmoeting met Lanois: "Hij was helemaal in het zwart - donkere sombrero, zwarte broek, hoge laarzen, handschoenen - een en al schaduwen en silhouet - een zwarte prins van de zwarte heuvels."
Lanois neemt Dylan mee naar de studio, waar hij hem de cover laat horen die de Neville Brothers opgenomen hebben van zijn 'With God On Our Side'. "Hij zei me: 'Dat klinkt goed,'" vertelde Lanois. "Wel, van iemand als Dylan is zoiets een fantastisch compliment." 


Dylan is genoeg onder de indruk om Lanois voor te stellen om samen te werken. "Ik vroeg hem of hij in New Orleans wou werken," zegt Lanois. "Hij zei ja. Ik vroeg of hij in dat gebouw wou werken. Hij zei, 'Dat maakt niet uit.' Ik zei, 'Wel, de huur is afgelopen. Ik zal een ander gebouw huren en alles voorbereiden.'"

Terwijl Dylan verder rondtrekt, gaat Lanois op zoek naar een geschikte ruimte.  "We vonden een leegstaand huis van rond de eeuwwisseling," vertelt Daniel Lanois. "Fantastische omgeving...  (Soniat Street 1305, New Orleans) het had iets van een bordeel. We veranderden de controleruimte in een moeras... overal mos en opgezette dieren en koppen van alligators."

studioHet huis in New Orleans waarin Oh Mercy werd opgenomen.

 

 

 

* * *

Op 6 februari 1989 wordt de live LP Dylan And The Dead uitgebracht.
Het zijn opnamen van een korte, maar erg lucratieve tournee die Dylan samen met The Grateful Dead heeft gespeeld in de zomer van 1987. Er werden zes shows gespeeld, voor telkens zo'n 75 000 toeschouwers. 

De Dead speelde eerst twee uur lang en gevolgd door een gezamenlijke set waarbij Dylan door de band werd begeleid. En toch kreeg Dylan 70% van de inkomsten!
De zanger zag er toen uit als een oude man, met een baard, gekromde rug, bijziend en zwijgzaam zowel tussen de nummers als tussen de optredens. Op de videoschermen mochten geen close-ups van hem worden vertoond. Het is dan ook erg verwonderlijk dat de live plaat er is gekomen.

The Dead had het optreden van 12 juli integraal willen uitbrengen, maar daartegen stelde Dylan zijn veto. Op basis van wat cassettes die hij afspeelde op een goedkoop transistor radiootje maakte hij een selectie uit drie andere concerten. Hij stond er bovendien op dat zijn stem in de mix ver naar achter werd gebracht. 

Op 12 februari, een week na het uitbrengen van de liveplaat stapt Dylan tijdens een optreden van The Grateful Dead in het LA Forum, ongevraagd op het podium. Hij speelt (verschrikkelijk slecht) gitaar bij acht nummers. Dan slagen ze er in hem te overtuigen zelf een nummer te brengen. Het wordt 'Knockin' On Heaven's Door'.

De volgende dag belt hij naar het management van de band om te zeggen dat hij lid wil worden van The Grateful Dead. Misschien werd de druk om een solocarrière gaande te houden hem te veel. De band besluit er over te stemmen.
Er is één tegenstem en het lidmaatschap gaat dus niet door. 

* * *

Het is met die ingesteldheid dat Bob Dylan naar New Orleans trekt. "Ik had er over gedacht om iemand mee te brengen naar de sessies," vertelt Bob. "Een ervaren muzikant... maar uiteindelijk bracht ik niemand mee. Zelfs geen materiaal. Ik was sceptisch. Ik wou wel eens zien wat Danny in zijn eentje kon. Ik hoopte dat hij mij zou verrassen. En hij heeft me verrast."
"Bob kwam naar de opnamen met een paar velletjes papier," herinnert Daniel Lanois zich, "geen instrumenten, niets eigenlijk. Alles stond voor hem klaar. Ik gaf hem het hele pakket. Voor $150,000 kreeg hij alles: muzikanten, uitrusting, mixen... alles. "
"Omdat ik zelfs geen instrumenten had meegebracht, nam ik een van Lanois antieke Telecasters," vertelt Dylan. "Die dingen kunnen gemeen klinken als je op een betonnen vloer staat onder een zinken dak, maar evengoed kan het soms ook luchtig klinken. Ik vond het een fijn instrument om te bespelen, dus hield ik het bij die ene gitaar. "

De muzikanten die Lanois had uitgekozen waren de kern van de band van de Neville Brothers: gitarist Brian Stoltz, bassist Tony Hall en drummer Willie Green. Lanois die zelf allerhande instrumenten kan bespelen, van elektrische en 12-snarige gitaren, dobro, toetsen, tot drums en bas, werd bijgestaan door zijn kompaan, de technicus Malcolm Burns, die zelf ook gitaar speelt.
"We konden meteen goed met mekaar opschieten," vertelt Brian Stoltz. "Hij is nogal stil, zegt niet veel. In gedachte is hij voortdurend bezig. Tijdens de sessies wandelde hij binnen... en stapte meteen door naar de keuken, waar hij koffie ging zetten en onmiddellijk aan de teksten ging schaven. Hij kwam binnen met zo'n twintig strofen en begon die dan te herwerken. Hij koos er dan misschien een stuk of vijf uit. Het was verbazingwekkend om te zien wat hij allemaal weggooide. Strofen die nooit werden gebruikt. Straffe gast!" 

Dat schaven aan de teksten wordt bevestigd door Lanois. Hij beschreef in februari 2003 de ervaring Dylan aan het werk te zien: "Ik zat twee maanden naast hem terwijl hij aan het werk was aan de plaat. Dat was buitengewoon. Bob schrijft veel te veel. Hij blijft maar schrappen. Hij zoekt een plaatsje voor zijn favoriete regels en die kunnen overal opduiken. Ik heb dezelfde regels in twee, drie verschillende nummers gezien, terwijl hij ze uitprobeert. Het is allemaal niet zo ongenaakbaar als het lijkt."

De opnamen begonnen in de tweede helft van februari 1989. Gitarist Brian Stoltz vertelt: "De dag van de eerste opnamesessie had Dan ons gevraagd om een uurtje eerder te komen, om alvast wat uit te werken voor Bob zou komen. Dan had wat ideetjes voor 'Political World' en we bedachten een mooie groove en perfectioneerden die. Bob komt binnen, terwijl we die aan het spelen zijn en vraagt: 'Wat was dat?' Daniel zegt, 'We hebben iets gemaakt voor 'Political World'. Bob pakt zijn gitaar en zegt (imiteert Dylans nasale stem), 'Nee, zo gaat dat niet. Zo gaat dat!' en speelt iets helemaal anders. Wij vallen onmiddellijk in en dat is wat je hoort op de plaat: take 1 - Je had Dan's gezicht moeten zien!"

In Kronieken vertelt Dylan ongeveer hetzelfde verhaal: dat Lanois het nummer 'funky' wou maken en dat hij, toen hij de volgende avond binnenkwam, merkte dat ze, na zijn vertrek verder hadden gewerkt aan de opnamen.  Hij vond de mix en de overdubs maar niks en liet dat ook merken. Lanois raakte zo gefrustreerd door Dylan's negatieve opstelling dat hij een dobro aan diggelen sloeg.

"We hadden niet onmiddellijk goede resultaten," bevestigd Lanois, "maar Bob was de kale manier van werken die ik voor ogen had niet gewoon. Een paar keer raakten we ontmoedigd, wanneer de dingen niet liepen zoals hij ze wou. Een groot deel van zijn beste werk kwam altijd al van zijn band - live spelen in de studio - en mijn manier van werken, overdubben en spoor na spoor opbouwen, was zelfs geen optie voor hem.
Maar wat er uiteindelijk op Oh Mercy terecht kwam was beter dan de trucjes van de studio. Er waren enkele belangrijke omgevingsfactoren. Bob wou bijvoorbeeld nooit overdag werken. Het was een zuivere nachtplaat. Zoals ik het zie, hebben mensen 's nachts een ander tempo dan overdag. Een beetje exotisch, langzaam ritme klinkt om middernacht perfect, maar de volgende middag wil je het tempo wat aanzwengelen. Bob zag dat wel zitten: hij wist precies wat voor gevoel hij wou overbrengen."

Het probleem is echter dat dit verhaal helemaal niet overeenkomt met de gegevens die Michael Krogsgaard heeft verzameld voor zijn boek The Recording Sessions. Hij heeft inzage gehad in de archieven van Sony waaruit blijkt dat de opnamen op 28 februari zijn begonnen met 'Born In Time' en dat 'Political World' op 8 maart als tweede nummer is opgenomen en pas op 28 maart een tweede keer werd uitgeprobeerd.
De overdubs op 'Political World' werden allemaal toegevoegd aan de eerste versie van 8 maart. Misschien dat 'Born In Time' door beide heren wordt genegeerd omdat het nummer uiteindelijk niet op de plaat terecht is gekomen. 

"We stonden opgesteld als een hoefijzer," herinnert Green zich. "Ik stond in het midden, Tony aan de ene kant, Brian aan de andere, Bob naast Daniel, zodat we mekaar allemaal konden zien. Het was interessant om, met de koptelefoon op Bob te horen zingen in je oren terwijl hij daar voor je neus zit. Ik heb ook gewerkt met Paul Simon, maar dat kwam zelfs niet in de buurt qua gevoel."

'Disease of Conceit', dat werd geschreven naar aanleiding van het openbreken van het schandaal rond de TV-evangelist Jimmy Swaggart, werd opgenomen door Bob Dylan alleen aan de piano en het harmonium. De rest van de instrumenten werden er tijdens een latere sessie aan het einde van de maand aan toegevoegd. 

De sessie op dinsdag 7 maart begint met 'What Good Am I?' Dylan heeft alleen een tekst en er wordt lang gezocht naar een bijpassende melodie. Bob speelt piano, Malcolm Burns toetsen en Daniel Lanois probeert allerhande gitaren. Wanneer Lanois meent dat er iets de moeite waard is worden daar verder instrumenten aan toe gevoegd.
Dylan is blijkbaar niet erg tevreden over het resultaat want hij vindt het zelf niet erg geslaagd. "Te traag naar mijn smaak!"

Omstreeks 1 uur in de ochtend wordt dan overgestapt op het volgende nummer: 'Ring Them Bells'. Hoewel er op papier sprake is van slechts één take, eindigt de sessie pas om 4 uur in de ochtend. Lanois heeft die ene take dan ook grondig bewerkt met allerhande overdubs.
Deze keer is Dylan wel erg tevreden over het resultaat. "Daniel vatte het moment goed... In dit nummer was hij veel meer dan een man van het geluid. Hij was als een dokter met wetenschappelijke principes." Het is dan ook een van de weinige nummers van de plaat die niet opnieuw zijn ingezongen.

Op woensdagavond 8 maart staat 'Most of the Time' op het programma. Bob moet weer eerst nog op zoek naar een melodie. Na een paar takes wordt dan ook overgeschakeld op 'What Was It You Wanted?' dat met de volledige band wordt opgenomen.

Hoewel er de volgende avond een sessie gepland is, heeft Dylan geen zin om uit bed te komen.

Zondag 12 maart wordt 'Most Of The Time' terug opgepikt. Dylan heeft nog steeds geen gepaste melodie. Opnieuw is het dan ook Lanois die er iets van moet maken. Het wordt een langzaam, melancholisch nummer. 
De band bestaat naast Bob en Daniel en de ritmesesectie van Willie Green en Tony Hall uit gitarist Mason Ruffner en Cyril Neville op percussie.
Terwijl Daniel Lanois dan aan de basistrack overdub na overdub begint toe te voegen wordt Dylan alsmaar ongemakkelijker. Het klinkt allemaal niet slecht, maar het is niet zoals hij het bedoelde. Hij weet niet welke kant het dan wel moest uitgaan, maar zo niet. "Een big band behandeling zou misschien goed geweest zijn. In gedachte zong ik het met begeleiding van het Johnny Otis Orchestra. Een pak regels moesten een andere plaats krijgen en ik voelde mij afgeblokt."

Toch is het precies het atmosferische resultaat dat het 'I'm Not In Love' achtige thema boven zichzelf doet uitstijgen.

De basistracks staan allemaal  vrij vlug op band. "Bob werkt graag snel, zo spontaan mogelijk," vertelt Daniel Lanois. "Op deze plaat kwamen een aantal dingen snel tot stand en we pakten ze ook zo. En dan werkten we lang aan de details. Sommige zangpartijen werden stevig bewerkt en de teksten veranderd en verknipt."

'Dignity' was een van de weinige nummers waarvoor Dylan wel al tempo en melodie in gedachte had voor hij naar New Orleans kwam. Hij had er zelfs al een pianodemo van opgenomen, die later werd uitgebracht op een bonus cd-tje dat bij de eerste druk van Chronicles in Amerika werd aangeboden.

De eerste versie wordt op maandag 13 maart opgenomen met een heel kleine bezetting: gitarist Brian Stoltz, drummer Willie Green en Dylan zelf aan de piano.

Na afloop is Daniel Lanois erg enthousiast. Hij stelt voor om het nummer de volgende dag op te nemen met Rockin' Dopsie and His Cajun Band. Dylan vindt dat de kale versie die net is opgenomen goed genoeg is, maar is bereid om het experiment aan te gaan.
In zijn Kronieken beweert Dylan dat ze de volgende avond tegen 9 uur beginnen aan de cajun versie. Maar dat klopt niet met de logboeken die Dylanoloog Michael Krogsgaard heeft mogen inkijken in de archieven van Sony.

Wanneer die cajunversie van 'Dignity' is opgenomen is niet te achterhalen. Feit is dat het niet lukte. Ze krijgen de juiste sfeer niet te pakken, hoe ze ook trachten het ritme of de toonaard aan te passen. Tegen 3 uur in de ochtend geven ze het op en beginnen te jammen.   

Terwijl ze zo bezig zijn gooit Dylan er een van zijn nieuwe composities tussen: 'Where Teardrops Fall'. Dopsie pikt het op en het klikt meteen.
Binnen de vijf minuten staat het nummer op band. "Aan het einde speelde Dopsie's saxspeler, John Hart, een intrieste solo die me de adem afsneed. De man had daar de hele avond al in het donker gezeten en ik had hem zelfs nog niet gezien." 

Wanneer ze later de twintig versies van 'Dignity' allemaal terug beluisteren keurt Dylan ze een voor een af. Het nummer komt dan ook niet op de plaat.
Toch worden er later twee officiële studioversies van uitgebracht (naast de demo).
Op Greatest Hits 3 wordt de zang en Dylan's gitaar van de oorspronkelijke versie gerecycleerd, maar alle andere instrumenten worden in 1994 toegevoegd. De oorspronkelijke outtake wordt dan later, lichtjes hermixt en met enkele kleine aanpassingen, toch uitgebracht op de soundtrack van de TV-serie Touched By An Angel.

In plaats van 'Dignity' stond, op die bewuste dinsdagavond van 14 maart 'Everything Is Broken' op het programma. Lanois vindt het een onbelangrijk nummer, maar Dylan wil het toch een kans geven. Het wordt live opgenomen met de volledige band: Tony Hall op bas en Willie Green op drums, Daryl Johnson op conga's en Brian Stoltz en Bob zelf op gitaren. "Danny hoefde er niet veel mee te doen, het was zo al moerassig genoeg."

Na drie takes als 'Broken Days' wordt er wat stoom afgelaten met een lange jam. Dylan gaat dan wat herschrijven waarna nog eens drie takes worden opgenomen als 'Three Of Us Are Free'. Het nummer kreeg zijn uiteindelijke titel op 3 april, toen het opnieuw werd ingezongen met een herschreven tekst.
De oorspronkelijke opname kon gedurende een korte tijd legaal worden aangekocht in digitale vorm via iTunes. 

Het thema is een van de favorieten van Dylan in de jaren negentig: een man die zich niet op zijn gemak voelt met de heersende ethiek van zijn tijd. Hij heeft die periode dan ook ooit omschreven als "het tijdperk van de masturbatie". Hij vond dat de banden met alles van waarde verbroken waren: "Het is allemaal geneutraliseerd: niets is nog bedreigend, niets is magisch, niets uitdagend. Ik haat dat. 'Geweten' is een vies woord geworden."

Typisch voor Dylan is dat hij het nummer, dat toch één van de zwakste is van de sessies, lange tijd overweegt als titelsong van het album en het ook laat uitbrengen als eerste single. 

In de vroege uren van 15 maart wordt begonnen aan een nieuw nummer 'Shooting Star' heeft Dylan geschreven nadat hij een luchtje is gaan scheppen tijdens twee takes in. Het is drukkend heet in de kamers van het huis en er is geen airco. In de tuin meent hij iets gezien te hebben. Misschien een vallende ster?  

Hij had Irma Thomas willen vragen om het nummer als een duet met hem te zingen, maar toen hij haar ging opzoeken was ze er net niet. Jammer.

De volgende avond begint Dylan met het opnieuw inzingen van 'God Knows'. Hij is, zoals hij dat steeds doet, aan de teksten blijven schaven. Ook al heeft is het nummer al opgenomen.   Dan besluit hij er een even tussenuit te trekken. Een paar van de muzikanten hebben Harleys waarmee ze naar de sessies komen. Mark Howard, een van de technichi, heeft voor Dylan een Harley Police Special uit 1966 uit Florida laten overkomen.

Met zijn vrouw achterop gaat de zanger de omgeving wat verkennen. 

Op dinsdag 21 maart wordt 'What Was It You Wanted?' opnieuw opgenomen. Hoewel hij in zijn Kronieken beweert dat hij  piano speelde bij de opname, geeft het papierwerk aan dat hij "guitars & harp" speelde. Malcolm Burns speelde gitaar en bas, Willie Green zat aan het drumstel, Cyril Neville zorgde voor percussie en Mason Ruffner en Daniel Lanois speelden nog allerhande gitaren.

Om zijn zinnen wat te verzetten gaat Dylan de volgende avond kijken naar de film Homeboy met Mickey Rourke. "Hem te zien acteren gaf me genoeg inspiratie om de laatste twee nummers op te nemen."

'Series of Dreams' is een van de favoriete nummer van Lanois.
Bij de opnamen op 23 maart heeft hij wat voorstellen voor het nummer, maar Dylan wil daar niks van weten. "Lanois heeft een technische knobbel en hij is muzikant. Hij speelt meestal mee op de platen die hij produceert. Hij heeft opvattingen over overdubben en manipulaties van de banden die hij heeft ontwikkeld met Brian Eno. Hij heeft een sterke wil. Maar ik ben ook nogal onafhankelijk en ik hou er niet van iets te moeten doen wat ik niet begrijp. Dat was soms een probleem. Ik moet hem wel nageven dat hij er wel telkens voor ging. Tijdens het opnemen van 'Series of Dreams' bleef hij mij maar pushen: 'we hebben sterke nummers nodig. Iets in de aard van 'Masters of War,' 'Girl from the North Country,' of 'With God on Our Side.'' Hij bleef mij maar ambeteren daarmee. Ik knikte maar. Hij had gelijk, maar ik had zo niks liggen."

Opnieuw trekken de heer en mevrouw Dylan er voor een paar dagen tussenuit met de motor. In Kronieken schets Dylan een ontmoeting met een kleurrijke uitbater van een winkeltje in nutteloze zaken.

"Ik keerde terug naar New Orleans met een frisse kop," blikt Dylan terug. "Ik maakte af waaraan ik met Lanois was begonnen - schreef hem zelfs een paar nummers die ik anders nooit zou hebben geschreven. Een daarvan was ''Man in the Long Black Coat' en het andere 'Shooting Star'."

"'Man in the Long Black Coat' is één van mijn favorieten is," blikt Lanois terug. "We deden er lang over om de sfeer goed te krijgen. De opname van de krekels - het typische nachtelijke geluid van New Orleans. Het nummer was direct geïnspireerd op de omgeving en de sfeer van de stad. Bob kwam naar de opnamen van Oh Mercy met een heel pak nummers klaar, maar 'Man In The Long Black Coat', werd volledig in de studio gecomponeerd. Het was een drukkend hete tijd daar en dat is precies hoe het nummer klinkt. Op Oh Mercy staat Bob in het algemeen midden in de songs, maar hier staat hij er buiten, als observator. Het is een fascinerend onderwerp voor een lied: het idee dat iemand aan de sleur van het dagelijkse leven kan ontsnappen door een plotse, impulsieve handeling. Het gaat over een keerpunt, een ogenblik dat een heel leven kan veranderen - zoiets als van huis lopen om met het circus mee te trekken."

De basistrack werd in één take opgenomen, met Bob aan de piano, een harmonica om zijn nek. De enige andere muzikant was Daniel Lanois die dobro speelde. "We repeteerden zelfs niet," schrijft Bob. "We begonnen er gewoon aan met wat tekens. Zelfs voor het eerste woord werd gezongen wisten we dat het goed zat. Dit is Lanois-terrein en het kon nergens anders zijn opgenomen."

Later voegt Lanois er bas en drums aan toe en Dylan elektrische en 12-snarige akoestische gitaar.
"De combinatie van instrumenten is perfect. Toen het gedaan was keek Danny me aan als om te zeggen: 'Dat was 'm.' En 't was 'm."

Cyril Neville, die percussie speelt op de plaat meent dat de laatste paar sessies de doorslag hebben gegeven. "Het grootste deel van de opnamen was lekker ouderwets opgenomen, met de band zij aan zij. Het deed mij denken aan wat ik goed vind aan de oude muziek uit New Orleans. Wat je op die plaat hoort, zijn optredens: eerste poging, tweede poging, derde poging... tot je een goeie hebt."

Vanaf 1 april gaat Dylan verder met het opnieuw inzingen van zowat alle nummers. Dikwijls worden daarbij de teksten aangepast.
Er worden ook overdubs toegevoegd door Lanois (dobro en akoestische gitaren) en Dylan (harmonica en soms elektrische gitaar). 
Dit gebeurt op een dagelijkse basis tot 8 april. 

Op 11 april keert Dylan terug om 'Dignity' opnieuw in te zingen en de laatste sessie vindt twee dagen later plaats, wanneer hij 'Born In Time' een derde keer inzingt. Die versie zal echter nooit worden gebruikt. 

De volgende dag, 14 april 1989, koopt Dylan, in het geheim, een huis in de onaanzienlijke voorstad Tarzana in de vallei van San Fransisco. Het pand aan Shirley Avenue 5430 is een grote moderne bungalow met een hoog ijzeren hek eromheen. Zijn vrouw Carolyn en dochtertje Desiree wonen er wanneer Dylan op tournee is.

* * *

En dat is al gauw, want in mei beginnen de repetities voor de volgende tournee.
Dylan wil een hele resem elektrische covers uitproberen. Heel verscheiden nummers, van 'I Can See For Miles' van The Who tot 'God Only Knows' van The Beach Boys.

De band is dezelfde als het vorig jaar, aangevuld met ene Mindy op akoestische gitaar, fiddle en backing vocals. Naar verluidt zegt Dylan tijdens de twee, drie weken dat er wordt gerepeteerd nauwelijks een woord tegen zijn muzikanten. 

Het eerste luik van Tour 89 gaat van start op 27 mei in Zweden. Er is slechts één wijziging ten opzichte van de vorige tournee: Dylan begint terug harmonica te spelen, zowel tijdens de akoestische als tijdens de elektrische sets. De band bestaat uit gitarist G. E. Smith, bassist Kenny Aaronson en drummer Christopher Parker. Mindy is nergens te zien. 

De eerste optredens lijkt Dylan totaal niet geïnteresseerd in wat hij daar staat te doen op het podium. Bovendien is zijn gezicht onzichtbaar doordat hij, gedurende het hele optreden, een kap over zijn hoofd draagt.

Na enkele dagen moet bassist Kenny Aaronson dringend terug naar de VS voor een operatie: hij heeft huidkanker. Hij wordt vervangen door Tony Garnier (van Asleep At The Wheel) met wie G. E. Smith vroeger in een band heeft gespeeld.

Het eerste optreden met Garnier is op 3 juni, in Dublin. Prompt blijkt Dylan zijn energie terug te hebben gevonden. Zonder enige repetitie begint hij compleet nieuwe covers te introduceren in zijn show.

Het Europeese luik van de tournee eindigt op 28 juni in Athene.

Er zijn wel geteld twee dagen rust ingebouwd - om van Europa naar Amerika te vliegen - en de tournee wordt verder gezet in Amerika, in het lucratieve "picknick cicuit".
Er wordt nog steeds geen enkel nummer van de nieuwe plaat gespeeld. Wel worden weer een pak nieuwe covers toegevoegd aan de setlist, veelal van tijdsgenoten als Gordon Lightfoot, Van Morrison, Steve Earl of Jimmy Cliff. 

Ondertussen speelt tussen 26 en 29 juni Malcolm Burns zijn baspartijen opnieuw in op zowat alle tracks en tenslotte voegt Daniel Lanois tussen 5 en 8 juli extra gitaarpartijen toe aan de tracks.

De banden worden dan naar New York gebracht waar de Never Ending Tour een tiental dagen passeert einde juli.

Fietsend op weg naar de Sterling Sound studio waar Greg Calbi de plaat aan het masteren is, komt Bob Dylan langs een muur met graffiti in West 57th Street in Manhattan. Hij vindt het werkje mooi en laat er een foto van maken die op de hoes wordt geplaatst. De graffiti is er niet meer en de kunstenaar is nooit vergoed voor zijn werk.  

grafitti

De graffiti bevindt zich op de muur achter de mensen, in het midden van de foto.

 

 


* * *

Eén week voor het einde van de tournee in Los Angeles, wordt, op 19 september 1989, Oh Mercy uitgebracht.

Ter promotie geeft Dylan één interview, aan Edna Gundersen van USA Today.
Op 24 september is hij ook op TV te zien... op de Joodse zender Chabad TV . Hij doet mee aan de benefiet uitzending  "L'Chaim To Life". Met zijn schoonzoon Peter Himmelman en Harry Dean Stanton als gitaristen, speelt hij fluit en blokfluit (!) op drie nummers. De groep wordt aangekondigd als 'Chopped Liver'.

De CD wordt zeer goed ontvangen. Toch behaalt de plaat geen grote verkoopscijfers. De cd komt op 7 oktober 1989 de Billboard-albumlijst binnen, maar  blijft op een dertigste plaats steken. In Engeland is het album goed voor een zesde plaats.

De meeste critici overladen vooral de producer, Daniel Lanois, met lof omdat hij Dylan had geholpen om één van zijn beste platen te maken. Lanois' productie gaf de plaat hetzelfde schimmerige, moerasachtige geluid van Yellow Moon

Lanois: "Op de plaat hoor je haast geen synthesizers, alleen maar rechtoe-rechtaan drums, bas en gitaren. En toch klinkt alles ongewoon."
Bassist Tony Hall meent te weten waarom de sombere sfeer op Oh Mercy zo goed aanslaat bij de luisteraars: "Dylan zong met zijn eigen, natuurlijke stem," zegt Hall. "Op die plaat was de toonaarden wat lager. Hij moest nooit hoge noten halen, en zijn stem klinkt daarom meer ontspannen." 

Toch heeft Dylan, die de plaat zelf als "spookachtige plaat" omschreef, nog altijd de touwtjes stevig in handen gehouden. Lanois had dolgraag de plaat willen openen met 'Series Of Dreams'. Koppig als altijd schrapte Dylan het daarop van de lijst.
Ook 'God Knows', 'Born In Time' en 'Dignity' haalden de plaat niet. Al vormden nieuwe versies van die eerste twee wel de basis voor de opvolger, het teleurstellende Under The Red Sky.

Het zou acht jaar duren voor Dylan terug met een sterke plaat zou komen met eigen materiaal: Time Out Of Mind.
En die cd was opnieuw geproduceerd door Daniel Lanois.

29-05-07

Street Legal & At Budokan

sydney1978
De alimentatie tournee

 “Ik moet nog wat schulden afbetalen,” zei Bob openhartig tegen The Los Angeles Times (28 mei 1978), “Ik heb een paar slechte jaren achter de rug. Ik heb veel geld in de film gestoken, een groot huis gebouwd… en dan die echtscheiding nog. Scheiden in Californië kost veel geld.” Om zijn verliezen goed te maken, tekende Dylan een contract bij Jerry Weintraubs Mangament III – de firma achter grote publiekstrekkers als Neil Diamond – en begon aan de voorbereidingen voor een lucratieve wereldtournee. Met behulp van de betrouwbare bassist Rob Stoner verzamelde hij in december 1977 een achtmansformatie om zich heen. Voor de kern van die groep wou Bob opnieuw beroep doen op de meest capabele leden van de Rolling Thunder Revue: David Mansfield, Steven Soles en Howie Wyeth. Maar de drummer bedankte en werd vervangen door Danny Siewell. Daarenboven zocht Dylan een koortje van drie zwarte zangeressen, waaronder Frannie Eisenberg en Katie Segal. De repetities vonden plaats in een oude fabriek in Santa Monica, Californië, die Dylan voor een periode drie jaar had gehuurd. De omgeving zag er zo vervallen uit dat Dylan ze de Rundown Studios doopte. Naast repetitieruimte waren de kantoren van het tourbedrijf en zelfs een bed, zodat Bob er kon blijven slapen. In tegenstelling tot de Rolling Thunder Revue zocht hij nu contact met e muzikanten. Hij bleef vaak na de repetities hangen om er met hen te drinken en te praten. De tournee zou eerst Japan en Australië aandoen. Bob had van de Japanse promotors een lijst gekregen van nummers die ze van hem verwachtten. Het zou in essentie een greatest hits moeten worden. Samen met Stoner  begon hij aan uitgewerkte bigband arrangementen te werken. Zijn beroemdste nummers kregen als showsongs een geheel ander jasje. ‘Don’t Think Twice’ kreeg een reggaeritme. ‘All Along The Watchtower’ werd een heftig eerbetoon aan Jimi Hendrix, waarbij David Mansfield op zijn viool de gitaarloopjes imiteerde.  In één van de vele interviews rond nieuwjaar worden gepubliceerd ter promotie van Renaldo And Clara, had Dylan  het over zijn "psychic adviser" Tamara Rand. Ze zou hem, onder hypnose, hebben terug gebracht naar zijn vroeger levens.  De repetities werden einde januari hervat. Er waren een paar wijzigingen in de bezetting: de drummer werd vervangen door de Engelse Ian Wallace, die eerder bij King Crimson had gespeeld. Billy Cross, die aan de musical Hair had meegewerkt, werd uit Denemarken overgevlogen om gladjes sologitaar te spelen. Op de band meer soul te geven werden de Motownveterane Bobbye Hall  op percussie en Steve Dougles, die op veel  Phil Spectorplaten saxofoon speelde, toegevoegd.  Het koortje was helemaal vernieuwd met Jo Ann Harris en Debbie Dye. De twee hadden samen jarenlang in musicals gezongen. Als daarbij kwam dan Helena Springs, een verbijsterend knap meisje dat pas van school kwam. En tenslotte was er ook nog Alan Pasqua, lid van de moderne jazz-band Tony Williams’ Lifetime, op toetsen.  Ter promotie gaf Bob op 24 januari alvast twee persconferenties in de Rundown Studios, een voor Australische journalisten en een voor de Japanse pers.  

Het Verre Oosten

 Ook op 17 februari, de dag na zijn aankomst in Tokio, gaf hij een persconferentie. Ze waren in een gehuurd BAC-111 straalvliegtuig naar Tokio gevlogen. Het toestel had twee suites, een slaapkamer voor Bob en een goed voorziene bar. De aankomst in Japan was een grootse gebeurtenis: “Het was alsof the Beatles aankwamen.” meent fotograaf Joel Bernstein.  De tournee ging drie dagen later van start in de Nippon Budokan Hall. Dylan werd daarbij begeleid door een elfkoppige band, compleet met blazers en achtergrondzangeressen. Alle bandleden waren, zoals Dylan zelf, in het zwart-wit gekleed. Dylan had zijn gezicht ook opnieuw wit geschminkt. Bij de openingsshow werden twee nummers voor het eerst gebracht: ‘Lonesome Bedroom’ en ‘The Man In Me’. Bovendien werd ‘All I Really Want To Do’ voor het eerst gespeeld sinds 24 juli 1965 in Newport en ‘Tomorrow Is A Long Time’ dat hij het laatst zong in Minneapolis op 17 juli 1963.Hoewel Dylan zich vooral toelegde op zijn “grootste hits” werden zowat alle nummers in totaal nieuwe arrangementen gebracht. Er waren reggae ritmes en teksten die overhoop werden gehaald. Van sommigen bleef alleen het refrein nog intact.  “De tournee van ‘78 was niet zo geïmproviseerd als de Rolling Thunder,” meent David Mansfield:. “Er was veel meer gerepeteerd, in de traditionele manier van repeteren. Hoewel Bob voor sommige nummers compleet nieuwe muziek verzon voor sommige teksten en het “gevoel” van sommige nummers compleet veranderde. Maar eens dat nieuwe gevoel was bepaald en het arrangement uitgewerkt, bleef dat meestal wel zo gedurende enkele weken. Het was niet dat hij het de ene dag als een trage wou en de volgende avond als een wals.”Na het openingsconcert speelden ze nog zeven keer in de Budokan Hall in Tokio, met tussendoor drie optredens in de Matsushita Denki Taiikukan, Hirakata City in Osaka.  In de tournee door het Verre Oosten werden ook enkele eigen nummers gebracht die in het vervolg van de tournee niet meer aan bod kwamen: ‘I'll Be Your Baby Tonight’, ‘If You See Her Say Hello’, met een nieuwe, eerder bittere tekst, ‘One Too Many Mornings’ en ‘Something There Is About You’. ‘Is Your Love In Vain?’ werd slechts drie keer gebracht. Meestal opende Dylan met een bluescover. Nummers als ‘Repossession Blues’ van Roland James, ‘Love Her With A Feeling’ van Tampa Red of  ‘Lonesome Bedroom’ van Ernest "Buddy" Wilson. Dylan zou deze nummers later nooit meer spelen.Aan het einde van de reeks optredens in Japan voegde een vriendin van Bob zich bij het gezelschap. Mary Alice Artes was een grote vrouw, geen klassieke schoonheid maar wel een sterke persoonlijkheid. Vrijwel iedereen mocht haar, behalve, zo leek het, Helena Springs. “Er waren vreselijke scènes,” vertelt Billy Cross.” Ik geloof dat Bob geluk had dat hij er zonder blauw oog van af kwam… Mary was groter dan hij.” Ter ondersteuning van de tournee werd op 25 februari een triple-LP set Masterpieces, uitgebracht in Japan en later ook in Australië en Nieuw Zeeland. Het omvat een overzicht van Dylan’s hele carriere, met verschillende nummers die alleen op singles zijn verschenen zoals ‘Spanish Is the Loving Tongue’, de big band versie van ‘George Jackson’, ‘Rita May’, ‘Can You Please Crawl Out Your Window?’ en een live versie van ‘Just Like Tom Thumb’s Blues’  

Op 26 februari, in Osaka, zong Bob voor het eerst ‘Love Her With A Feeling’ en twee dagen later in de Budokan Hall in Tokio, een eerste nummer dat zou verschijnen op zijn volgende LP Street-Legal, ‘Is Your Love In Vain?’. Dat concert werd trouwens opgenomen, samen met volgende. Van het eerste concert worden er zeven nummers uitgebracht op Bob Dylan At Budokan en van dat van 1 maart vijftien. De plaat werd op 21 augustus 1978, in eerste instantie, enkel in Japan uitgebracht. 

 
at budokan

 

Bob Dylan at Budokan is een tot het uiterste gepolijste live album. Alle scherpe kantjes zijn zorgvuldig afgevijld en tegelijk worden enkele van zijn beste nummers vakkundig vermoord. Van het magische  van 'I Want You' blijft niets meer over. 'Ballad Of A Thin Man' is dan weer sterker geworden door het walsritme, terwijl 'Maggie's Farm' extra kracht krijgt door de kwade elektrische gitaren. 'All Along The Watchtower' is 100% energie. Maar toch, er scheelt iets. Vele – vooral Amerikaanse - Dylan fans die in de jaren zestig opgegroeid waren met zijn muziek haatten de LP.  

Down Under

 Na een onderbreking van slechts enkele dagen, vloog Bob op 5 maart naar Auckland, Nieuw Zeeland. Daar nam zijn suite een hele verdieping van het hotel in beslag. De volgende dagen trok Dylan als toerist, alleen door Auckland. Volgens geruchten had Bob er iets met een Maori die Ra Aranga heette. Het ontging de band niet dat al zijn vriendinnen zwart waren. “Bob is helemaal weg van de zwarte cultuur. Hij houdt van zwarte vrouwen. Hij houdt van zwarte muziek. Hij houdt van zwarte stijl.” meent Cross. “Als hij om een bepaalde muzikale aanpak vroeg, was die altijd zwart.”Zijn allereerste concert in Nieuw Zeeland vond plaats op 9 maart, in het West Springs Stadium in Auckland. De volgende dag vlogen Bob en zijn band naar Sydney, Australië en vandaar naar Brisbane. Ze speelden er in de Festival Hall (waar Bob in 1966 ook al had opgetreden) van 12 tot 15 maart. Daarna speelde hij nog zes keer op diverse plaatsen in Australië voor hij terugkeerde naar Nieuw Zeeland voor een laatste concert. Op 22 maart werd ‘I'm A Steady Rolling Man’ van Robert Johnson voor het eerst gebracht tijdens de show in Melbourne. Er zijn geruchten dat Bob in Australië een nummer zou hebben geschreven als ode aan één van zijn zangeressen: ‘Brown Skin Girl’. Hij heeft het nummer echter nooit gezongen of opgenomen.   

Street Legal

 Op 2 april vloog de band terug naar Los Angeles, waar enkele dagen later alweer werd verzameld om te repeteren. Dylan had besloten om met deze band een LP op te nemen in de Record Plant in Los Angeles. De studio was echter niet beschikbaar en dus besloot Bob zijn eigen Rundown Studio maar te gebruiken. Een grote zaal op de bovenverdieping van de vroegere wapenfabriek, waarvan het plafond was bekleed met piepschuimtegels leek geschikt. Een mobiele opnamestudio werd buiten opgesteld en Don DeVito werd gevraagd om aan de knoppen te zitten. Bob maakte zich niet veel zorgen om de geluidskwaliteit. Hij vertelde Billy Cross dat een opname gewoon de uitvoering van een song op een bepaalde dag was. Hij streefde niet naar perfectie.  De meeste nummers waren de vorige zomer al geschreven op de boerderij in het bijzijn van Faridi McFree. De songs gingen grotendeels over problemen met de liefde. Autografische verwijzingen gingen echter schuil achter duistere beelden uit de astrologie en tarotkaarten. Er waren enkele wijzigingen in de band: Rob Stoner had erg zijn best gedaan om de tournee tot een succes te maken, maar had zich daarbij niet erg populair gemaakt bij zijn mede bandleden. Ze noemden hem een nazi. Hij werd vervangen door Jerry Scheff, de bassist van Elvis Presley. Jerry Scheff: "Ik was een plaat aan het opnemen met Tanya Tucker. Ze hadden plannen om  op tournee te gaan, toen ik een telefoontje kreeg van de saxofonist Steve Douglas. Hij vertelde me dat Bob Dylan aan het repeteren was en dat ie zijn bassist had ontslagen. Ik ging met hem spelen en plots waren we op weg naar Europa in een privé-trein, vrouwen inbegrepen….Het was een prachtjaar behalve dat er zoveel cocaïne voor handen was dat ik er al snel verslaafd aan werd.” Verder stapte ook Debbie Dye uit de band. Ze kon niet opschieten met Helena Springs, omdat ze vond dat die meer om haar uiterlijk dan om haar zangtalenten geselecteerd was. Bovendien was ze zwanger. Daarom werden er een aantal audities gehouden om een vervangster te zoeken. Op 13 april waagden twee zangeressen hun geluk. Maar dat werd niets. Op 19 april volgde de 24-jarige Carolyn Dennis. Haar moeder Madelyn Quebec had als een van de Raelettes bij Ray Charles gezongen. Carolyn was in een krachtige gospeltraditie opgegroeid en uitgegroeid tot een uitstekende zangeres. Ze was een grote vrouw met een krachtige en toch engelachtige stem en een bijzonder mooi gezicht. Ze was op tournee met Burt Bacharach toen ze werd gebeld of ze met Bob wilde werken. Ze had nog nooit van hem gehoord!De twee volgende dagen werd verder gerepeteerd en de 24ste repeteerde ze verder met alleen maar Bob Dylan en Bobbye Hall.  De opnamen begonnen op dinsdag 25 april met ‘Changing Of The Guards’. Van deze sessies zijn, jammer genoeg, niet veel gegevens bekend geraakt. Volgens het sessie rapport werd er gewerkt van 18:00 tot 19:45 en van 20:30 tot 22:30. De volgende dag werd tussen 14:00 en 16:00 één take van ‘Señor (Tales Of Yankee Power)’ opgenomen. Tussen 19:30 en 20:15 één take van ‘Is Your Love In Vain?’ en daarna ‘New Pony’, tot 21:00. Voor die laatste sessie waren de zangeressen niet nodig – of een hapje eten. Het nummer is nogal seksistisch en Dylan durfde de tekst misschien niet zingen in het bijzijn van de vrouwen. Ondertussen is enkel voor deze sessie een nieuwe sessiemuzikant opgetrommeld: trompettist Steve Madaio. Op nog geen half uurtje tijd werden daarna drie takes van ‘We Better Talk This Over’ opgenomen, in verschillende bezettingen. David Mansfield speelde de ene keer mandoline en dan weer viool, Bobbye Hall speelde conga’s of percussie en Alan Pasqua speelde afwisselend piano of orgel.Tussen 21:40 en 22:15 werden dan drie takes opgenomen van ‘Where Are You Tonight ? (Journey Through Dark Heat)’ en tenslotte vier van ‘True Love Tends To Forget’. De sessie was afgelopen om 23:10.  ‘Where Are You Tonight’ is misschien wel het beste nummer van de sessie. Bob lijkt er zich in neer te leggen bij het mislukken van zijn huwelijk. Hij gaf lucht aan zijn gevoelens van spijt en wekt de indruk terug te willen naar de tijd dat Sara en hij gelukkig waren. Het is een kronkelige zwerftocht door een verbroken liefde dat toewerkt naar een climax van verlangen en wanhoop en tenslotte uitloopt in een snikkende gitaarsolo van Billy Cross.  Niet alle opnamen verliepen naar ieders tevredenheid want zowel donderdag als vrijdag werden zowat helemaal besteedt aan het opnieuw opnemen van deze nummers. Op 27 april werd er ononderbroken gewerkt van 22:00 tot 1 uur ’s nachts aan nieuwe versies van ‘No Time To Think’, ‘Where Are You Tonight ? (Journey Through Dark Heat)’, ‘True Love Tends To Forget’ en ‘Changing Of The Guards‘. De 28ste werd begonnen om 17:30, maar het einde van de sessie is niet genoteerd. De eerste twee uren werden besteed aan het fraaie liefdeslied ‘Baby, Stop Crying’. Daarna werden nieuwe versies opgenomen van ‘Is Your Love In Vain?’, ‘New Pony’ en ‘Señor (Tales Of Yankee Power)’ Zaterdag 1 mei werd de eerste drikartier van de sessie besteedt aan het opnemen van demo’s van nummers die Dylan samen met Helena Springs had geschreven: ‘Walk Out In The Rain’, ‘Coming From The Heart (The Road Is Long)’ en ‘Stop Now’. Dylan gaf deze nummers later aan Eric Clapton die ‘If I Don't Be There By Morning’ en ‘Walk Out In The Rain’ opnam en uitbracht op Backless. Vanaf 19:50 werd dan gewerkt alle aandacht besteedt aan een nieuwe versie van ‘New Pony’. De laatste twee dagen werden besteed aan overdubs. Op 2 mei werd extra backing vocals toegevoegd aan ‘Baby, Stop Crying’, tussen 16 en 18 uur.  In de laatste sessie voegden Jerry Scheff bas en Steven Douglas sax toe aan de beste take van ‘New Pony’.  Bij het mixen bleek dat het leek alsof de plaat onder nat karton was opgenomen. Bob was ontevreden over het resultaat. “Na de opnamen ontsloegen ze ons allemaal,” vertelt Alan Pasqua. “De hele band werd ontslagen… Ik neem aan dat hij de plaat niet goed vond.”    
street legal
On the road again: Europa
 Maar Bob had zijn band nodig om de tournee verder te zetten, dus werden ze snel allemaal weer aangenomen. Als voorbereiding op de Europeese zomertournee speelde Bob van 1 tot 7 juni zeven "opwarmingsshows" in het Universal Amphitheater in Los Angeles, Californië. Twee nummers van Street-Legal worden daarbij voor het eerst live gespeeld: 'Baby Stop Crying' en 'Señor (Tales Of Yankee Power)'.De shows zijn echter niet erg goed.  Op 13 juni vliegt Dylan naar Londen voor het Europese luik van de tournee. Samenvallend met het eerste concert van Bob Dylan in Engeland, sinds 1966 in de Royal Albert Hall werd Street-Legal op 15 juni uitgebracht. Het was de eerste plaat onder het onlangs vernieuwde contract met Columbia. Bobs bange vermoeden werd bevestigd. Greil Marcus schreef in Rolling Stone dat Bob “volledig nep” klonk. In Engeland had de plaat meer succes. Daar werd eind juni 'Baby Stop Crying'/'New Pony' als single uitgebracht.  Met zes concerten in Earls Court in Londen, van 15 tot 20 juni zet Bob het Europese luik van zijn wereldtournee in. De pers was enthousiast. Na een houterig begin in het Verre Oosten was de band in topvorm. Ondertussen is echter wel een vast stramien gevormd dat voor elk volgend concert tijdens de gehele Wereld tournee zou blijven gelden. De band – zonder Dylan – opent elke show met een instrumentale versie van ‘A Hard Rain's A-Gonna Fall’. Dylan begint dan met een bluescover, gevolgd door een nummer uit Street Legal. Dan bracht hij een tiental eigen nummers, in soms radicaal nieuwe arrangementen, met als afsluiter, voor de pauze ‘Going, Going, Gone’. Daarbij excuseert hij zich met een smoes als "Ik moet even een belangrijk telefoontje gaan doen" of "We moeten een band gaan vervangen van de tourbus.") Ook na de pauze werd zet de band in met een instrumentale versie. Deze keer 'Rainy Day Women # 12 & 35'. En ook de tweede set bestaat grotendeels uit nieuwe bewerkingen van zijn beste nummers. Zo legt hij bij het reggae arangement van ' Don't Think Twice, It's All Right' uit dat het geen echte reggae is maar "Southern Mountain Reggae".Het enige nieuwe nummer is 'Señor (Tales Of Yankee Power)'. David Mansfield krijgt een afzonderlijk vermelding na 'All Along The Watchtower)', waarbij Bob beweert dat hij hem had leren zo viool te spelen. Ook het einde ligt vast: een introductie van de band voor een stevige versie van ‘It's Alright, Ma (I'm Only Bleeding)’. Daarbij stelt Bob de backing zangeressen voor als "mijn verloofde Carolyn Dennis; mijn jeugdvriendinnetje Jo Ann Harris en mijn huidige vriendin Helena Springs." Daarna ’Forever Young’ en als enige bisnummer ‘The Times They Are A-Changin'’ De show varieerde tussen de twee uur en de twee uur en half. De setlist verandert nog slechts zeer geleidelijk: dikwijls werd avonden achter elkaar enkel het 24ste nummer uit de show vervangen.  Backstage kreeg Dylan bezoek van Robert Gordon, Rob Stoner en Sid Vicious van The Sex Pistols. Die viel hem opeens aan met een mes. Gelukkig kon hij snel worden afgevoerd. Verder raakte Dylan er ook bevriend met Elvis Costello, Graham Parker en leden van the Clash. .  Na Londen trekt de bende verder naar Nederland waar ze in het Feyenoord Stadion in Rotterdam optreden. Helena Springs werd voortaan voorgesteld als "een dame met een grote toekomst en een prachtig achterste..". In de plaats van het Tampa Red nummer komt nu ' She's Love Crazy' en 'I'll Be Your Baby Tonight' werd als eerste bisnummer toegevoegd.  Dan vier concerten in West Duitsland, met als hoogtepunt een optreden in het Zeppelinfeld in Nurenberg. Dat is het stadion waarin Hitler zijn toespraken hield. “Ik denk dat we allemaal een beetje van ons stuk waren en opgewonden dat we daar speelden,’ herinnert David Mansfield zich. “Zeker toen Dylan een schitterende versie deed van ‘Masters Of War’.”Voor de gelegenheid werd de eerste set uitgebreid met drie nummers: Carolyn Dennis zingt 'A Change Is Gonna Come' van Sam Cooke en Helena Springs zingt 'Love Minus Zero/No Limit'. Ze worden allebei begeleid door Bob en de band. Steven Soles bracht daarna zijn eigen nummer 'Laissez-faire' en Bob sluit af met een solo versie van 'A Hard Rain's A-Gonna Fall'. Dit is de enige keer dat hij het nummer in '78 zingt.  Vervolgens vijf concerten in het Pavillon in Parijs, daarbij maken drie nummers van Street Legal hun live debuut: 'True Love Tends To Forget' (3 juli), 'We Better Talk This Over' (slechts één maal gespeeld: op 4 juli) en 'Changing Of The Guards' (5 juli als eerste bisnummer). Als solo nummer kiest Bob voortaan voor 'Gates Of Eden'.Dan twee concerten in Göthenborg in Zweden. Tijdens de soundcheck op 12 juli werd 'No Time To Think' geprobeerd, maar het nummer werd nooit tijdens een concert gespeeld. Wel werd 'Oh, Sister' aan de setlist toegevoegd, in een prachtig nieuw arrangement.  De tournee werd afgesloten op 15 juli met een groot openluchtoptreden in de Blackbushe Aerodrome in Camberley, ten zuiden van Londen. Het is een indrukwekkend concert voor 175 000 toeschouwers. In het lange voorprogramma spelen onder andere Eric Clapton en Graham Parker. Dylan komt pas op na zonsondergang. Hij is voor de gelegenheid helemaal in het zwart gekleed, inclusief een hoge hoed!Een laatste nummer van Street Legal werd voor het eerst live gespeeld: 'Where Are You Tonight? (Journey Through Dark Heat)’. Ook het extra setje van de achtergrondzangeressen werd weer toegevoegd. Deze keer zingt Carolyn: 'A Change Is Gonna Come' van Sam Cooke, Helena 'Mr. Tambourine Man' en Jo Ann 'The Long And Winding Road. Voor de cover die hij zelf zingt had Dylan nu gekozen voor 'Love Her With A Feeling' van Freddie King. Eric Clapton komt voegt blues gitaar toe aan de afsluiter 'Forever Young'. Alle negentien concerten van dit luik van de tournee waren zeer goed  - vooral de shows van 3 en 8 juli in Parijs. Toch springen de twee speciale shows in Neurenberg en Blackbush er nog boven uit!Hoewel de band inmiddels veel beter was geworden, werd op 21 augustus de live opnamen van 28 februari en 1 maart in Tokio uitgebracht als Bob Dylan At Budokan. De dubbel-LP werd in eerste instantie enkel in Japan en Australië uitgebracht.  Terwijl in september in Amerika ‘Changing Of The Guards’/’Senor (Tales Of Yankee Power)’ werd uitgebracht werd voor de Europese markt gekozen voor ‘Is Your Love In Vain?’/’We Better Talk This Over’.  ‘Love You Too Much’, nog zo’n nummer geschreven samen met Helena Springs werd in september opgenomen door Greg Lake voor zijn LP Greg. Hij paste de tekst wel wat aan. The Band nam het nummer later ook op met die nieuwe tekst voor hun LP High On The Hog uit 1995. 

Het taaie Amerikaanse luik

 Na verdere repetities, begin september in de Rundown Studios, ging op 15 september het lange Amerikaanse luik van de wereldtournee van start in het Augusta Civic Center in Maine. Het instrumentale openingsnummer werd voortaan ‘My Back Pages’, gevolgd door een cover van ‘I'm Ready’ van Willie Dixon of  ‘She’s Love Crazy’ van Tampa Red. Als laatste nummers voor de pauze werden ‘I Shall Be Released’ en ‘Señor (Tales Of Yankee Power)’ gebracht.  Na de pauze opende Bob met ‘The Times They Are A-Changin'’, waarna de backing zangeressen ‘Rainy Day Women # 12 & 35’ brachten. Daarna zong Bob ‘It Ain't Me, Babe’ solo, met begeleiding van zijn harmonica en akoestische gitaar, gevolgd door een nieuw nummer: ‘Am I Your Stepchild?’. Hoewel hij het regelmatig bleef spelen tijdens de herfst zou hij het nummer nooit opnemen. Op 13 november nam hij er wel een demo van op om het nummer te laten registreren. Het einde van de show bleef ongewijzigd: een introductie van de band voor ‘It’s Alright Ma’ en ‘Forever Young’ als afsluiter. Maar als bisnummers  werden voortaan ‘Changing Of The Guards’ en ‘I'll Be Your Baby Tonight’ gebracht.  Met uitzondering van 'New Pony' en 'No Time To Think' werden alle nummers van Street Legal tijdens de herfsttournee gespeeld. In latere jaren zal hiervan alleen 'Señor (Tales Of Yankee Power)' nog regelmatig worden gebracht. Bob en de band hadden er inmiddels al een maand of acht opzitten en de lol was er al aardig af. “Die Amerikaanse tournee was taai,” vertelt Ian Wallace.”Ik geloof dat we zes avonden per week speelden… en dat waren, optredens van drie uur. Hoewel we ons eigen vliegtuig hadden en zo, was dat wel wat te veel gevraagd.” De spanningen binnen de band liepen hoog op. “Een band heeft veel weg van een gezin.” gaat hij verder, “en op zeker moment begon de zaak uit de hand te lopen. Er deden allerlei geruchten de ronde, wie wat met wie deed. Weet je, als je op tournee bent, worden muggen olifanten.” Het meeste werd natuurlijk geroddeld over Dylan zelf. Die was een relatie begonnen met de nieuwe zangeres Carolyn Dennis. Tussen Helena Springs en Carolyn Dennis ontstond heftige rivaliteit.  Een griepepidemie en bezuinigingen op de uitgaven waren ook al niet bevorderlijk voor de sfeer in de groep. Bob begon de nummers sneller te spelen nu hij zijn enthousiasme kwijtraakte. De recensenten begonnen ook steeds hatelijker vergelijkingen te maken met Las Vegas amusement. Vooral nadat op 22 november Bob Dylan At Budokan ook in de US en Europa werd uitgebracht. Fans die in de jaren zestig met zijn muziek waren opgegroeid beschouwden de nieuwe arrangementen als verraad.Toch waren er nog enkele uitstekende concerten bij: op 31 oktober in St Paul, 2 december in Nashville en 10 december in Charlotte. Dat laatste was misschien wel de beste show van de hele tournee. Bij het concert van 31 oktober in St. Paul, Minnesota, bracht Bob - voor de enige keer – een van de nummers die hij samen met Helena Springs had geschreven: ‘Coming From The Heart (The Road Is Long)’. Op 13 november, tijdens de show in Oakland, Californië, begon Dylan lange verhalen te vertellen. Het ene verhaal ging over een rare kerel die een levende kip op at op de kermis, als introductie van 'Ballad Of A Thin Man' en een tweede over de zigeunerkoning die hij ontmoette tijdens een zigeunerfestival in het Zuiden van Frankrijk, als inleiding op 'One More Cup Of Coffee (Valley Below)'. Drie dagen later, tijdens het optreden in San Diego, kwam er nog een verhaal bij als inleiding op 'Señor (Tales Of Yankee Power)', over een oude man op de trein van Chihuahua naar San Diego met brandende ogen en rook uit zijn neus.  In totaal gaf Dylan dat jaar 114 concerten voor bijna twee miljoen toeschouwers. Bruto winst: meer dan 20 miljoen dollar. “Het was meer een serie tournees,” meent David Mansfield. “Het leek wel het ganse jaar te duren.” Tijdens de herfsttournee had Dylan nog enkele nieuwe nummers geschreven: ‘Legionnaire's Disease’ dat door de Delta Cross Band werd opgenomen voor de LP Up Front en ‘More Than Flesh And Blood’, waarvoor hij weer had samen gewerkt  met Helena Springs.  Ondanks alle spanningen, vertelde Bob, na afloop van het laatste concert, op 16 december aan zijn bandleden dat hij de tournee in het nieuwe jaar wilde verzetten. Hij leek geen zin te hebben zijn gewone leven terug op te pikken. Hij had goed geld verdiend, maar het afdraaien van een standaardrepertoire van greatest hits voor overvolle voetbalstadions had hem weinig bevrediging geschonken. 

13-04-07

Bob Dylan: Infidels

1

In een pakhuis in het Californische kuststadje Santa Monica werd op 3 januari 1982 het levensloze lichaam aangetroffen van een man. Het gebouw werd sinds 1977 gehuurd door Bob Dylan, die het gebruikte als repetitieruimte en opnamestudio. Hij noemde het de Rundown Studios, omdat het gebouw er zo schamel bijlag.

 

Na de lijkschouwing raporteerde de patholoog dat de dood van de 51-jarige Howard Alk te wijten was aan een ongeluk. Maar die hem kenden wisten beter.

 

De overledene was een goede vriend van de zanger. Ze kenden mekaar al sinds 1965, toen Howard de cameraman was die zijn Britse tournee filmde, voor de documentaire Don't Look Back. Het volgende jaar had Bob hem opnieuw meegenomen naar de Britse eilanden om er zijn volgende tournee vast te leggen. Het resultaat daarvan was de (weinig vertoonde) documentaire Eat The Document. En tien jaar later hadden ze opnieuw samengewerkt aan Dylan's film Renaldo And Clara.

 

Omdat hij wist dat zijn vriend aan de grond zat, had Bob hem opnieuw gevraagd om zijn laatste gospeltournee te volgen. Met het materiaal zouden ze dan een nieuwe film op poten zetten.

Howard Alk was net 51 geworden – op 25 oktober had Bob hem nog ‘Happy Birthday’ toegezongen van op het podium in Bethlehem, Pennsylvania.  Alk was gescheiden van zijn tweede vrouw, was verhuisd naar Point Dune en sliep regelmatig in een bed in de Rundown Studios. Hij bleef er de hele Kerstvakantie terwijl de rest van de staf thuis bij hun gezinnen zat. Ergens tijdens die vakantie spoot Howard zichzelf een overdosis heroïne in.

 

De dood van zijn vriend was de laatste in een reeks tegenslagen die Bob de afgelopen vijf jaar was overkomen. Eerst was er de scheiding van Sara en de ellendige oorlog om de voogdij over de kinderen. Bobs bekering tot het Christendom had zijn familie en vrienden geschokt en hem de slechtste recencenties en bedroevendste platenverkopen van zijn carrière opgeleverd. En de laatste gospeltournee was een zware tegenvaller geworden.

 

Hoewel het goede concerten waren, bleven de negatieve publiciteit van de voorafgaande religieuze tournees en de laatste twee vrome LP’s de mensen afschrikken. “Ze waren op de vlucht geslagen voor dat Christelijke gedoe en dat verwachtten ze weer, dus kwamen ze bij die optredens niet opdagen,“  meent Arthur Rosato, Bobs assistent. “Ze verkeerden in de foute veronderstelling dat het een avondje bekeren zou worden, maar zo was het dus helemaal niet.” De slechte kaartverkoop had geleid tot het inkorten van de tournee.

Het leek het zoveelste bewijs dat Bob bezig was zijn publiek te verliezen. Hij had getracht het publiek ter wille te zijn door bekende nummers aan de show toe te voegen, maar ze kwamen nog steeds niet opdagen. Het enige wat er voor hem opzat was ermee op te houden en eens te overwegen hoe het verder moest met zijn carrière.

 

Ook privé had Dylan problemen: hij had last van een stalkster, die hem - zo kort na de moord op John Lennon - deed vrezen voor zijn leven. Bovendien zag hij jaren van dure, tijdrovende en ongelukkige juridische strijd voor zich opdoemen omtrent zijn meningsverschil met zijn vroegere manager Albert Grossman.

 

Maar het was de dood van Howard Alk die de motor van Dylan tot stilstand bracht. “Dat was zo’n beetje het moment dat Bob besloot een poosje niet meer te touren,” meent drummer/road-manager Arthur Rosato. “Hij zei tegen mij dat hij tot '84 niet meer op tournee zou gaan… Hij was gebroken…”

 

* * *

 

In het vroege voorjaar van 1982 begon binnen de Joodse gemeenschap van New York het gerucht te circuleren dat Dylan een Hassidisch Joods meisje zou trouwen. Het gerucht was hét gespreksonderwerp in het hoofdkwartier van de Lubavitch aan Eastern Parkway in New York. Dylan volgde daar immers al enkele weken een Bijbelstudie.

De Lubavitch is een organisatie die zich tot doel gesteld heeft om afvallige Joden terug te betrekken door hen op te voeden. De leer verwerpt het zionisme, maar steunt wel de staat Israël volledig.

 

Zijn aanwezigheid op die plek voedde natuurlijk de speculaties dat hij zou zijn terug gekeerd naar het Jodendom. "Hij heeft al van vanalles geproefd," relativeerde Rabbi Kasriel Kaste van het Lubavitch centrum. "Hij zoekt zichzelf. En wij waren er gewoon voor hem." De Rabbi verklaarde niet te geloven dat Dylan ooit zijn Joodse geloof heeft afgezworen om Christen te worden. "Wat ons betreft, was hij een Jood in de war. Wij voelen dat hij terugkeert."

 

* * *

 

Pas aan het begin van de zomer kon Dylan terug worden aangetroffen in een studio. In de Gold Star Studios in Los Angeles nam hij samen met Clydie King een aantal nummers op voor een solo-plaat van de zwarte zangeres.

 

Clydie King is een Afro-Amerikaanse, die al sinds de jaren vijftig een mooie carrière had gemaakt. Naast wat eigen singles op Kent en Ace, had ze jaren voor Ray Charles en Phil Spector gewerkt, en was te horen tijdens tournees en op op platen van The Rolling Stones, Steely Dan, Joe Cocker, Dickey Betts en Bob Dylan.

 

In 1998 zou Bob Dylan's toenmalige vriendin, Susan Ross, beweren dat Dylan in het geheim met Clydie King zou zijn getrouwd en dat ze samen twee kinderen hadden. Maar voor dat vermeende huwelijk zijn nooit verdere aanwijzingen gevonden.

 

Maar, terug naar de sessies.

De basis werd gelegd door pianist Jimmie Haskell, aangevuld met Bob Dylan op orgel, gitaar en bas. Clydie King nam de zang voor haar rekening. De nummers waar ze samen aan werkten waren allemaal covers, zoals ‘Standing In The Light’, ‘Average People’ en ‘Dream A Little Dream Of Me’.

In de daarop volgende dagen sleutelde Dylan in zijn eentje verder aan de opnamen, door er, in zijn Rundown Studios, piano, elektrische gitaar, zang en bas aan toe te voegen. Tenslotte vroeg hij Bobbye Hall voor nog wat ritmische accenten op congas en drums.

 

Op 14 juni werd een andere drummer er bij gehaald: Bruce Gary, die bij The Knack speelde.

“Ik kreeg een telfoontje," vertelt Bruce Gary later: "‘Kom naar Rundown.’ Iemand bracht me naar het drumstel. Er was daar een kleine provisoire studio ingericht, met 8-sporen apparatuur … Dylan ging aan de piano zitten, speelde wat en schakelde dan over op bas of gitaar. Dat ging zo verder gedurende een uur of drie, gewoon wat Alles werd opgenomen. Het beste was echter toen Clydie King kwam opdagen. Bob speelde piano en ze deden een paar nummers … Ze vertrokken samen in een witte Cadillac.”

 

Een laatste sessie vond plaats op 23 juni, opnieuw met Bobbye Hall.

 

De plaat werd echter nooit uitgebracht.

Enkele jaren later vertelde Bob hierover: "Ik heb een plaat waarop Clydie King en ik samen zingen. Het is prachtig, maar er kan geen etiket op worden geplakt en dus kunnen de platenmaatschappijen er niks mee aanvangen."  

* * *

 

Nochtans tekende Dylan die zomer opnieuw bij CBS/Columbia. Het contract voorzag vijf LP’s in een periode van vijf jaar. Verder huurde hij de mangementdiensten in van Elliott Roberts, een protégé van David Geffen, die eerder ook de belangen van Joni Mitchell, Neil Young en Crosby, Stills and Nash had behartigd.

 

Hij bracht veel tijd door met zijn kinderen. Met zijn oudste zoon Jesse ging hij in Minnesota een aantal concerten bekijken van jonge bands als The Clash, Elvis Costello and the attractions, X, The Stray Cats en Squeeze.

De belangrijkste privé-gebeurtenis van dat jaar was de bar mitsva van zijn tweede zoon, Samuel. De plechtigheid vond plaats in een tempel in Los Angeles, in aanwezigheid van Sara Dylan (de moeder van zijn kinderen) en goede vrienden en relaties uit de muziekindustrie.

Na de plechtigheid stelde David Geffen Bob voor aan zijn metgezel Carole Childs, een kleine, roodharige A&R medewerkster van Geffen Records.

 

Childs herinnert zich later dat ze meteen viel voor Bob. Het was blijkbaar wederzijds, want hij nodigde haar bij zich thuis uit. Ze begonnen al snel een relatie, die - af en aan - tien jaar zal duren.

In die tijd reisde Childs veel met Bob mee. Ze deed suggesties voor de muzikanten en producers waarmee hij moest werken. Niettemin maakte ze zichzelf nooit wijs dat ze van vitaal belang was voor Bob's welzijn:  "Hij is zo eigenzinnig dat het lijkt of hij niemand nodig heeft. Zijn muziek, veruit het belangrijkste in zijn leven, creërt hij helemaal alleen."

 

* * *

 

Tegen het einde van het jaar vond Bob Dylan dat het tijd werd om terug te denken aan zijn carrière. Hij wou met zijn volgende plaat de weggelopen fans terughalen. Het moest dan ook een goed klinkende plaat worden. Het liefst wou hij zelf producen, maar hij had naast zich iemand nodig die zich thuisvoelde in een moderne studio. Daarom polste hij artiesten die hun platen zelf hadden geproduceerd, zoals David Bowie en Frank Zappa. Of die dat voor anderen hadden gedaan, zoals Elvis Costello. Zelfs disco producer Georgio Moroder kreeg een telefoontje.

 

Begin januari 1983 bracht hij een bezoekje aan de Power Station Studios in New York, waar Dire Straits aan het opnemen was. Dylan kent Mark Knopfler van een eerdere samenwerking op Slow Train Coming en wist dus wat hij kon verwachten. Knopfler accepteerde de samenwerking.

 

Dylan liet hem alvast wat demo's bezorgen en ging dan op zoek naar muzikanten.

Zo ging hij bijvoorbeeld in The Roxy in Los Angeles kijken naar een optreden van de zogenaamde Reunion Tour van de Britse blueslegende John Mayall met John McVie (Fleetwood Mac) en Colin Allen. Hij was vooral geïnteresseerd in de ex-Rolling Stones gitarist Mick Taylor.

 

* * *

 

cuts2De opnamen gingen  van start op maandag 11 april 1983, in de Power Plant studio, in New York City. Voor het eerst zou een plaat van Bob Dylan worden opgenomen met de digitale techniek – op 32 sporen.

 

Mark Knopfler zou behalve als co-producer ook de gitaarsolo's voor zijn rekening nemen. Maar als tegengewicht voor Knopflers nogal stroperige gitaarspel had Dylan er op gestaan een bluesier tweede solo gitarist in te huren. De keuze was gevallen op ex Rolling Stone Mick Taylor.

Ook de ritme-tandem van Lowell Dunbar and Robbie Shakespeare zijn Bobs idee. Als Sly & Robbie hadden die twee, als geen ander, hun stempel gedrukt op de reggae van de laatste tien jaar.

Knopfler bracht ook toetsenman Alan Clark mee en technicus Neil Dorfsman.

 

Mark Knopfler: “Met Bob is het belangrijk dat alles goed voorbereid is. Hij was bij thuis gekomen en had wat nummers voorgespeeld op gitaar. Tegen dat hij terug wegging waren ze al helemaal veranderd. Ik zorgde er dus voor dat alles optimal in orde was voor we naar de studio trokken.…”

Bob staat er immers op steeds live op te nemen in de studio.

“Alles werd live gespeld," bevestigd Mark Knopfler: "Ik heb dat geleerd tijdens Slow Train Coming… Je moet de nummers goed kennen voor de opnameknop wordt ingedrukt, want na één of drie pogingen is Bob al met iets anders bezig.”

 

In afwachtig dat de zanger zelf arriveerde namen de muzikanten dan ook al een vijftiental keer het eerste nummer door. Dat was een elektrische versie van ' Blind Willie McTell'. Eens Bob erbij was gekomen werden er dan vijf takes van op band gezet, voor werd overgeschakeld op iets dat staat aangegeven op het logboek als 'Oh, Babe'. Waarschijnlijk was dat een jam.

Daarna werd nog twee keer geprobeerd 'Blind Willie McTell' te perfectioneren.

 

Na nog een instrumentale jam werd dan overgeschakeld naar een tweede nummer: ' Don't Fall Apart On Me Tonight'. Na vijf takes, waarvan één zonder zang, werd afgesloten.

 

De volgende dag werd de hele sessie besteedt aan het perfectioneren van de prachtige lovesong 'Don't Fall Apart On Me Tonight'. Na twaalf pogingen besloot Bob echter dat de eerste take van die dag het beste klonk.

 

Hoewel het de bedoeling was om op de woensdag ‘Jokerman’ op te nemen, werd heel veel tijd besteedt aan het spelen van bluesjams. Dat werkt blijkbaar inspirerend want, net voor het afsluiten werd, in één take, 'There's A Woman' op band gezet. Wanneer het nummer op plaat verschijnt zal het zijn omgedoopt in ‘License To Kill’.

 

Donderdag 14 april was zo een dag waarop Dylan na twee of drie takes al weer met iets nieuws wou beginnen. Er werden dan ook maar liefst drie nieuwe nummers op band gezet. ‘Man Of Peace’ heet dan nog ‘Sometimes Satan’ en ‘Sweetheart Like You’ draagt de titel ‘By The Way That's A Cute Hat’. Enkel 'Clean-Cut Kid' heeft al zijn definitieve titel gekregen.

In 'Man of Peace' lijkt hij zich te keren tegen de Christelijke missionarissen die hem hebben gered. Backing zangeres Helena Springs vertelt daarover: "Ik herinner me dat veel van die mensen… hmm… mensen van de Vineyard in Los Angeles… Het is een beetje een sekte. Ik herinner me dat er veel druk op hem was. Ze lieten hem niet met rust. Hij vertelde me eens: 'God, het is zo benauwend.' Hij ondervond veel hypocrisie bij die Jesus-people waarmee hij betrokken was geraakt. Dat is wat hij mij vertelde…"

Enkel de derde take van ‘Man Of Peace’ wordt achteraf geselecteerd.

 

De volgende dag wordt uitgerokken om 'Clean-Cut Kid' te perfectioneren. De dag begint echter met een paar takes van het instrumentale 'Don't Fly Unless It's Safe'. Darana wordt er gejamd op covers als 'Jesus Met The Woman At The Well', 'He's Gone' of '16 Tons'. Er worden zelf verschillende takes besteedt aan iets dat onder de veelzeggende titel 'Half Finished Song' staat aangegeven.

Uiteindelijk worden eerst drie takes van een langzame verise van 'Clean-Cut Kid' uitgeprobeerd, waarna wordt afgeloten met één snelle take. Dylan was echter niet tevredn met het resultaat en zou het nummer laten liggen voor de volgende LP Empire Burlesque.

 
outfidels2

Ook op zaterdag wordt er gewerkt. Al lijkt het wel alsof er van echt werken geen sprake is. Er wordt weer heel veel tijd doorgebracht met bluesy jams. Voor wie het interesseert: één daarvan 'Dark Groove' kan worden beluisterd op de bootleg Rough Cuts. Daarop staat ook een versie van 'Someone's Got A Hold Of My Heart', waarvan zes takes worden opgenomen, voor er terug wordt overgeschakeld op nog meer improvisaties op bluesthema's. En ook dat nummer zou later opnieuw worden opgenomen voor Empire Burlesque, waar het wordt omgedoopt in ‘Tight Connection To My Heart’.

 

Na het weekend zijn de batterijen weer opgeladen en wordt er een hele sessie geconcentreerd gewerkt aan 'Sweetheart Like You'. Dat heet dan nog 'In A Place Like This'. Een stuk van meer dan twintig minuten van deze repetities is ook op bootleg uitgebracht.

Take 9 zal worden uitgebracht op Infidels, hoewel er daarna nog eens zoveel takes worden uitgeprobeerd.

De sessie wordt afgesloten met twee nieuwe takes van 'Blind Willie McTell'.

 

De invloed van de bijbelstudie bij de Lubavitch is duidelijk merkbaar in Dylan's eerste politieke nummer sinds 'Hurricane' uit 1976. In 'Neighbourhood Bully' verdedigt Dylan, met nogal knullige argumenten, de Israelische aanval op de kernreactor van Irak en de inval in Libanon.

Het nummer staat in er zes takes op, waarvan de vijfde als beste wordt aangeduid. 

Daarna kan er wat worden ontspannen met dingen als 'Green Onion' en 'Love You Too'  en iets dat staat aangeduid als 'Trees Hannibal Alps'.

Na het gebruikelijke opwarmen (deze keer met reggaeritmes), wordt woensdag geprobeerd om een cover van  'This Was My Love' op te nemen. Dat nummer, geschreven door Jim Harbert, werd in 1959 door Frank Sinatra op plaat gezet. Geen enkele van de zeven takes voldoet echter. Twee versies van deze outtake zijn wel op bootleg uitgebracht.

De sessie wordt afgesloten met drie takes van 'Borderline'.

 

En ook het nummer dat donderdag 21 april wordt opgenomen zal de plaat niet halen. 'Tell Me' wordt in 1991 wel uitgebracht op The Bootleg Series, 1961-1991. Eén van de zeven andere takes is te beluisteren op Rough Cuts.

 

De volgende sessies worden bijna helemaal besteedt aan nog een nummer dat de plaat zelfs niet zal halen: 'Foot Of Pride' (of 'Too Late', zoals het dan nog heet). Wanneer hij na negen takes merkt dat het die vrijdag toch niet zal lukken, is Dylan, acht maanden voor Kerstmis, blijkbaar in de juiste sfeer om een medley van Kerstliederen uit te proberen. De aanleiding is een reggae jam, die uitmondt in 'Silent Night' en aanverwanten. Op de één of andere manier herinnert dat Dylan aan het mijnwerkerslied van Merle Travis: 'Dark As A Dungeon'.

 

Tijdens de sessie van zaterdag wordt verder geprobeerd om de "juiste versie" van 'Foot of Pride' te vinden. Er worden akoestische versies uitgeprobeerd, Bob solo piano en zelfs met een reggae ritme. 

 

's Maandags wordt de zoektocht verder gezet. Na vijf takes wordt overgeschakeld op 'Hold Of My Heart', dat later zal worden omgedoopt tot 'Someone's Got A Hold Of My Heart'. Maar na vier takes daarvan meent Bob toch weer een nieuwe invalshoek te hebben gevonden voor 'Foot Of Pride'.

 Beide nummers staan 's dinsdags opnieuw op het programma. Eesrt drie verdere takes van 'Foot Of Pride', gevolgd door wat blues jams: 'Prison Station Blues' en 'Forever My Darling'. De derde take van 'Someone's Got A Hold Of My Heart' zal later worden uitgebracht op The Bootleg Series, 1961-1991. Daarna volgen nog meer jams: 'Choo Choo Boogie', 'Cold, Cold Heart', 'Movin' On' en 'KIM'. 

De volgend dag komt Clydie King meedoen op backing vocals. Zij schijnt een goede invloed te hebben want opeens gaan de zaken vooruit. ‘Foot Of Pride’ staat er nu op in vier takes. Uiteindelijk zijn er maar liefst drieenveertig takes van ‘Foot Of Pride’ opgenomen, in allerlei stijlen. Slechts veertien daarvan waren volledig. En dat allemaal voor een outtake! Gelukkig hebben we The Bootleg Series, 1961-1991, zodat we toch kunnen horen waar het allemaal om te doen was.

Clydie is echter niet te horen op dat nummer. Zij zingt tweede stem op twee andere: 'Union Sundown' en Julius And Ethel'. Van elk worden twee takes opgenomen, die wel te horen zijn op Rough Cuts, maar Infidels niet halen.

Tussendoor wordt een ander nieuw nummer op band gezet. De reggaesong 'I And I' staat er in acht takes op. De zesde daarvan wordt geselecteerd voor de plaat.

 

En ook de laatste sessie van de week, vrijdag 29 april, is een verloren sessie: drie takes van ‘Harmonica Jam’ en ‘Don't Drink No Chevy’, twee van ‘How Many Days’ en dan nog wat losse jams met nonsens-titels.

 

De laatste sessie, op maandag 2 mei is de meest productieve van de hele periode. Misschien omdat Clydie er weer bij is?

Eerst wordt ‘Lord Protect My Child’ in één take opgenomen.

DDaarna gaat veel aandacht gaat naar cover van Willie Nelsons ‘Angel Flying Too Close To The Ground’. Er worden zes takes van opgenomen aan het begin en ook nog eens zoveel aan het einde van de sessie. De laatste, take 12, wordt later, in Europa en Japen, uitgebracht als b-kant van de eerste single.

Tussen door wordt teruggekeerd naar ‘Lord Protect My Child’ (9 takes), ‘Union Sundown’ (4 takes) en ‘Death Is Not the End’ (1 take). Van alle drie wordt de beste take uitgebracht, maar allemaal hebben zee en andere bestemming. Het eerste nummer komt terecht op The Bootleg Series, 1961-1991. ‘Union Sundown’ op Infidels en het laatste nummer blijft op de plank liggen tot Down In The Groove.

 De opnamen zitten erop. Uiteindelijk zijn er 242 opnamen gemaakt van 47 verschillende nummers en ongeïdentificeerde jams. Maar dan bedenkt Dylan zich. Hij wil nog eens proberen om het nummer waarmee de sessies zijn begonnen te verbeteren. Op donderdag 5 mei worden twee akoestische versies van ‘Blind Willie McTell’ opgenomen.  

Na het weekend wordt begonnen aan het mixen. Deze keer is Dylan beret begonnen aan het mixen  ge daar zo naar uitkijkt. es zijn begonnen te verbeteren. veel tijd uit voor het mixen en toevoegen van overdubs. Uiteindelijk zijn er 19 sessies nodig om Infidels af te werken. Tegelijk worden er ook  een hele reeks overdubs aan de opnamen toegevoegd: Sammy Figueroa voegt percussie toe en Mick Taylor extra gitaarpartijen.

 

Op 17 mei werken Mark Rivera, Robert M. Funk, Laurence H. Etkin, Ron Wood en Bob Dylan allemaal aan ‘Neighborhood Bully’ en de volgende dag komen Full Force, of te wel Lucien J. George, Curtis Bedeau, Gerard Charles, Brian George en Paul George backing zang toevoegen aan ‘Tell Me’ en ‘Death Is Not The End’. Dylan is bij die laatste overdubsessie niet zelf aanwezig.

 

Volgens Clinton Heylin in zijn boek Behind Closed Doors was dit de tracklist zoals die in mei 1983 door Bob Dylan en Mark Knopfler was samengesteld.

 

kant 1

1. Jokerman (andere, langere versie)

2. License To Kill3. Man Of Peace4. Neighborhood Bully kant 21. Don't Fall Apart on Me Tonight (andere take)

2. Blind Willie McTell (andere "elektrische" take)

3. Sweetheart Like You (andere take)4. I And I

5. Foot of Pride (de versie van The Bootleg Series)

 

Bob wil de plaat Surviving In A Ruthless World heten, maar ziet daar van af, omdat zijn vorige platen ook allemaal met een S begonnen.

 

Er zijn twee versies over wat er vervolgens is gebeurd. Volgens Mark Knopfler moest hij weg. "Infidels zou een betere plaat zijn geworden als ik het had gemixt, maar ik moest naar Duitsland, voor een tournee. En toen had Bob iets aan de hand met CBS: hij moest de plaat binnenbrengen en ik zat ver weg, in Europa....

Een heel stuk van de plaat klinkt als ruwe mixen. Bob dacht misschien dat ik overhaast te werk was gegaan omdat ik snel weg moest, maar ik had aangeboden om de mixen af te werken, zodra ik terug kwam."

Anderen beweren dan weer dat Dylan absoluut niet tevreden is over hoe de plaat klonk. Hij liet iemand naar Knopflers manager bellen om hem te zeggen dat hij niet meer hoefde te komen en hij liet de plaat afmixen door een technicus, Ian Taylor.

 

Er is sprake van dat Dylan in juni opnieuw de studio inging om sommige teksten opnieuw in te zingen. Maar daarvan zijn geen bewijzen gevonden. 

 

* * *

 In de zomer van 1983 werd de Rundown studio gesloten. Dylan liet de 8-sporen opnameapparatuur bij hem thuis, in Malibu, installeren. Om de nieuwe huisstudio uit te proberen nodigde hij, begin september, de  songwriter Charlie Sexton uit, samen met twee jonge snaken van de punkband Plugz (drummer Charlie Quintana en gitarist J.J. Holliday). Nu kon hij naar hartelust jammen.

Charlie Quintana vertelt: “Er werd niet veel gekletst. Hij kwam binnen, we speelden, dronken een koffie, speelden nog wat en als hij zei ‘Goed, dat was het,”pakten we in en waren weg.”

Na een maand was Dylan het plots beu en werden de mannen niet meer opgeroepen.

Op 28 oktober 1983 werd Dylan’s eerste single in meer dan twee jaar uitgebracht, maar alleen in Europa. : 'Union Sundown' / 'Angel Flying Too Close To The Ground'.  Het is de voorloper van de nieuwe plaat. De eerste onder het nieuwe contract en dus is CBS bereik geld te stoppen in promotie. Dylan mag zijn eerste videoclip draaien. Hij wil ‘Neighborhood Bully’ als eerste single, maar CBS ziet meer in 'Sweetheart Like You'. De opnamen stellen een optreden in een club voor en vinden plaats in Los Angeles.

 Op 1 november 1983 wordt Infidels uitgebracht. Op de plaat staat aangegeven: “Produced By Bob Dylan For "Wreck of the Old 97 Productions" and Mark Knopfler for Chariscourt, LTD.”

Dylan heeft de plaat grondig omgeggooid. Weg zijn ‘Foot Of Pride’ en ‘Blind Willie McTell’. In plaats daarvan koos hij voor ‘Union Sundown’. Andere nummers zijn ingekort of herwerkt.

achter


Op de binnenhoes van de plaat staat een foto die zijn ex-vrouw Sara heeft getrokken op de Olijfberg boven Jerusalem. In het najaar van 1982 waren ze daar op bezoek geweest na de bar mitsva van Samuel.

 

De plaat werd goed ontvangen. Opvallend was dat Jezus verdwenen was  zijn vocabulair. Wel staat ‘Jokerman’ bol van de verwijzingen naar het Nieuwe Testament. Maar over het algemeen ligt de klemtoon op persoonlijke thema’s als liefde en verlies, gekaderd in een groter perspectief van geopolitiek. Zowel het sterke materiaal als de goede performances werden algemeen geroemd.

 

In een interview zegt hij zelf over zijn bekering: "Het maakte allemaal deel uit van mijn ervaringen. Het moest gebeuren. Als ik bij iets betrokken raak, dan ga ik er voor. Ik blijf niet aan de kant staan."

De terugkeer naar het Jodendom, als dat al het geval was, is echter niet zo publiek als zijn vertrek. Zijn Christelijke periode laat in ieder geval sporen na. Hij blijft geloven in het Laatste Oordeel. "Of je nu geloofd dat Jezus Christus de Messias is of niet, is irrelevant. Maar dat je bewust bent van het begrip van de Messias, dat is wat telt....Mensen die geloven in de komst van de Messias leven alsof Hij er al is. Dat is wat ik er van vind."

 

In de Billboard-albumlijst blijft Infidels op twintig steken. In Engeland is dit album goed voor een negende plaats.

  

Pas in december werd er in Amerika een single van de plaat getrokken: 'Sweetheart Like You'/'Union Sundown'.

 

In januari 1984 had Dylan de muzikanten van Plugz opnieuw opgetrommeld om te jammen. De informele sessies waren nog een paar maanden doorgegaan. Dat maakte het hem gemakkellijk toen hij het voorstel kreeg om op te treden in het drukbekenen TV-programma Late Night With David Letterman. Hij hoefde nu immers niet op zoek naar muzikanten.

 

Tijdens de repetities vooraf werden een groot aantal nummers gespeeld die de mannen nog nooit hadden gehoord! Dylan weigerde echter te zeggen welke nummers hij wou bregen bij het TV-optreden. 

 

De opnamen vinden plaats op 22 maart 1984 in de NBC Studios in het Rockefeller Centre in New York. Dylan had toegestemd in het optreden, maar geweigerd om te worden interviewd. Misschien als toespeling daarop begon hij zijn set met 'Don’t Start Me Talking' van Sonny Boy Williamson. Zijn begeleiders, gitarist Justin Poskin, bassist Tony Marisco en drummer Charlie Quintana werden, voor de camera’s, geconfronteerd met een nummer dat ze nog nooit hadden gespeeld. En ook Dylan zelf moest al doende vaststellen dat hij zich slechts enkele fragmenten van zinnen van het origineel herinnerde. De rest vulde hij dan maar aan met ter plekke verzonnen regels.

Vervolgens speelden ze 'License To Kill' en tenslotte 'Jokerman'. Beide songs waren getransformeerd, fris, vol vuur en pakkend. Veel krachtiger dan de originele uitvoeringen. Het was een prachtig optreden dat velen naar de winkel liet rennen om Infidels aan te schaffen. Waarna ze moesten vast stellen dat de nummers op die plaat totaal anders klonken dan wat ze op TV hadden gezien.  

Einde maart werd er budget vrijgemaakt om nog een tweede videoclip te draaien. Dylan deed daarvoor beroep op twee vrienden uit de tijd van de Rolling Thunder Revue: Larry Sloman en George Lois. Hij wou nog steeds ‘Neighborhood Bully’ verfilmen, maar Lois werkte een heel draaiboek uit voor 'Jokerman'.

De clip voor 'Jokerman' bestaat uit een reeks afbeeldingen, vooral van bekende schilderijen en beeldhouwwerken, met daaroverheen de regels van de tekst. Tussendoor is Dylan zelfs soms in beeld.

Het filmpje werkte. Volgens Rolling Stone deed de video “de doorsnee video verbleken tot de opgepompte cola-reclame, die ze ook meestal zijn”. Maar Dylan zelf vond het maar niks.

 

'Jokerman' werd dan ook in april 1984 als laatste single uitgebracht, met op de b-kant een live versie van 'Isis' uit de film Renaldo And Clara.

roughcuts

 

13-03-07

Joni Mitchell - Hejira

Joni Mitchell - Hejira

 hejiraTelkens Joni Mitchell met problemen werd geconfronteerd, ging ze haar geluk elders zoeken. Maar in het voorjaar van 1976, met een turbulente relatie die op de klippen was gelopen en teveel drugs in haar aderen, trok ze vol overtuiging op weg.

"Ik liep weg van de liefde, ik wou weg van de waanzin en ik zocht iets dat zin gaf aan alles," zegt ze. "De weg werd een metafoor voor mijn leven."

En het werd de inspiratie voor een plaat, die voor vele van haar fans en critici als haar meesterwerk wordt beschouwd. De negen nummers van Hejira vormen een opmerkelijk en persoonlijk verslag van een nomadische, romantische dromer. De plaat staat vol verhalen over gedoemde liefde, dansvloeren in baancafe's in de vroege uurtjes, dromen over trouwjurken, gemiste kansen en een diep verlangen om te ontsnappen en opnieuw te beginnen.
 Mitchell zelf is er niet van overtuigd dat Hejira de beste van de 22 platen is, die ze in haar veertig jaar durende carriere heeft gemaakt. Ze wil daarin geen keuze maken, maar ze is er zich wel van bewust dat Hejira een plaat is die niemand anders had kunnen maken.  "Ik denk dat veel mensen wel een aantal van mijn oudere nummers hadden kunnen schrijven, maar ik heb het gevoel dat de nummers op Hejira alleen maar door mij hadden kunnen worden geschreven."

De verhalen die ze vertellen zijn zo levendig, de observaties zo puur en de landschappen zo beeldend dat Kris Kristofferson haar ooit aanspoorde om "zichzelf wat meer te beschermen... nog wat achter te houden voor zichzelf uit het zicht van de fans."

Maar  Mitchell zegt dat te biecht gaan bij zichzelf, hoe riskant en onthullend ook, essentieel was voor haar schrijfstijl in die periode. "Mijn nummers zijn altijd autobiografischer geweest dan die van de meeste anderen," zegt ze. "Je moet er wel eerlijk in zijn. Ik was net terug aan het keren naar het normale, na de uitersten van een zeer abnormale geestesh-gesteldheid toen ik het merendeel van die nummers (op Hejira) schreef. Wanneer het leven interessant wordt, wordt ik zeer alert. En het leven was erg interessant, toen. Ik denk dat, dat het schrijven op een hoger niveau heeft gebracht."
 Muzikaal gaf Hejira aan dat Joni Mitchell een nieuwe richting was ingeslagen na de twee jazz-getinte, maar radio-vriendelijke platen die er aan vooraf waren gegaan. Geen makkelijk meezingbare melodieën meer, weg de  conventional formaten en de vrolijke blazers die ze gebruikt had als flirt met de Top 40 op Court and Spark uit 1974 en The Hissing of Summer Lawns uit 1975. In plaats daarvan kwamen spaarzame ritmes, wollige gitaarakkoorden en de briljante toets van Jaco Pastorius z'n fretloze bas. Samen creëren ze een onbeschrijfelijk muzikale palet dat even wijds is als de snelwegen die ze in haar nummers bereist.
Ook met haar teksten sloeg ze nieuwe wegen in. Ze maakte maximaal gebruik van de vrijg-heden die de losse structuren haar boden. Ze geeft haar woorden een eenvoudige directheid en poetische schittereing die ze zelden heeft bereikt in haar muziek daarvoor of daarna. "Wat mij betreft, vind ik het hele Hejira album erg geïnspireerd," zegt Mitchell. "Er is een ongebondenheid, zeker, maar er valt ook heel wat te ontdekken onderweg."

Joni Mitchell vertelt dat de nummers van Hejira werden geschreven tijdens of na drie reizen die ze maakte in het najaar van 1975 en de eerste helft van 1976.
 rollingDe eerste was een Bob Dylans Rolling Thunder Review. Zijn zigeunerachtige, van drugs doordongen circus trok in de herfst van 1975 door de noordelijke staten van Amerika. Iedereen die er zin in had mocht meedoen. Joan Baez, Mick Ronson, Roger McGuinn, T-Bone Burnett, Ronee Blakely, Allan Ginsburg en vele anderen trokken mee rond. Joni haakte half november in en trok mee tot het einde, een maand later. De eerste dagen bracht ze twee nummers uit The Hissing Of Summer Lawns: 'Edith And The Kingpin' en 'Don't Interrupt The Sorrow'. In Boston begon ze een nieuw nummer, dat enkele dagen later al voor het eerst live werd gebracht: 'Coyote'. Daarin vertelt ze hoe ze in een café werd lastig gevallen door een vent, die haar herinnerde aan een prairiehond die ze in haar jeugd zag, spelend met een prooi. Tussendoor zijn er beelden van de wereld gezien uit een rijdende bus: een boerderij in brand en vooral de eindeloze witte lijnen van de autostrade.  Maar er zijn nog andere witte lijnen in deze tour. Cocaine was overvloedig beschikbaar. "Ik begreep dat je er niet lang nuchter kon blijven - je zou er de enige zijn," legt ze uit. "Het was gewoon waanzin!" Al heel snel was ze een geregeld gebruiker. "Een veranderd bewustzijn is erg verlokkelijk voor een schrijver. Ik schreef een aantal goede dingen, vind ik, door de  cocaïne [maar] het is zeer slecht voor je hart -- het vreet al je energie op en stopt het in je hersens." Terugkijkend meent ze dat de drugs tegelijk een "fantastisch en rampzalig" effect hadden: "Ik leed aan vreselijke slapeloosheid , maar ik schreef heel lange gedichten." Eentje daarvan is 'Song for Sharon', voor velen het meesterwerk van Hejira."… Sharon, Ik liet mijn man achter in een gat in North Dakota, en ik kwam naar de Big Apple hier om geconfronteerd te worden met het mislukken van de droom." Ze geeft heel wat van zichzelf bloot aan Sharon. Ze denkt er zelfs over, toe te geven aan de verleiding om alles op te geven, te trouwen en het soort leven te gaan leiden, dat Sharon schijnt te hebben. Het nummer duurt acht en een halve minuut, maar geeft helemaal niet die indruk. Zo gaat het op in haar bezorgdheden en verlangens die eigen schijnen aan haar zwervend bestaan. "Er is zo'n wereld aan goede doelen," zingt ze, "en mooie landschappen te ontdekken... maar wat ik nu zou echt willen is een nieuw lief."  Ze begon het nummer te schrijven na een boottochtje van Staten Island naar New York City. "Ik ging naar Staten Island, Sharon / Om een mandloine te kopen / En ik zag een lange witte liefdesjurk / Op een mannequin in een winkel." Stan Jay, de uitbater van de Mandolin Brothers instrumentenwinkel vertelt dat Joni er een Gibson K-4 mandocello kocht, gebouwd omstreeks 1915. Het is een grote versie van de Gibson F-4 mandoline. Daarnaast kocht ze ook een Martin 000-28 herringbone gitaar uit datzelfde bouwjaar.  De laatste concerten van de Rolling Thunder revue vonden plaats in New York, met op 8 december het slotconcert  tijdens de Night Of The Hurricane in Madison Square Garden.   Nog voor Kerstmis waren er al plannen om opnieuw op tournee te gaan, nu ter promotie van The Hissing Of Summer Lawns, dat goed begon te verkopen. De L.A.Express werd opnieuw opgetrommeld voor een tweede tournee als begeleidingsband van Joni.  De tournee begon in de universiteit van Minnesota op 16 januari. Joni speelde haast alle nummers van Hissing, aangevuld met enkele van haar klassiekers als 'Big Yellow Taxi' en ''Real Good For Free', de twee nummers van de vorige tournee die nog niet op plaat stonden ('Jericho' en ''Love Or Money'), plus vier nieuwe nummers. Dat waren 'Furry Sings The Blues', 'Coyote', 'Don Juan's Reckless Daughter' en 'Talk to Me'. Die laatste twee zullen pas in december '77 worden uitgebracht op Don Juan's Reckless Daughter.   Tijdens het optreden in Boston vertelde ze: "Het eerste van deze nummers kwam tot me toen ik hier in november passeerde. Het heet 'Coyote'. Het tweede is een vervolg en heet 'Don Juan's Reckless Daughter'." Daarna speelde ze beide nummers achter elkaar. De tour liep verder in februari in steden in het noordoosten zoals Boston, Philadelphia en New York. Na zes weken kwam er in Madison, Wisconsin echter een tumultueus einde aan. Mitchell sukkelde al een paar dagen met een zware verkoudheid, die zeker niet werd verbeterd door het zeer slechte weer. En misschien als gevolg van die spanningen besloten Joni en haar vriend, John Guerin (drummer van de L.A. Express), definitief een punt te zetten achter hun stormachtige relatie.  Nadat de "krachten die samenspanden om de tour te verstoren" de strijd hadden gewonnen bleven Joni en de fotograaf Joel Bernstein achter. Die nacht vroor het nabijgelegen meer dicht. Joni leende een paar schaatsen van een zwarte. Gekleed in een lange zwarte rok en een pelsen cape trok ze met Bernstein naar het meer. Ze troseerde de bitter koude wind en maakte wat rondjes terwijl de fotograaf klikte.  Terug in de hacienda in Spaanse stijl die ze een jaar eerder in de Bel Air sectie van L.A.had gekocht, was het leeg zonder haar vriend. Joni zocht een schuilplaats in het huis van Neil Young aan de kust. Ze was er pas een paar dagen toen twee vrienden langskwamen. Een daarvan was een oud-lief uit Australië. Die vertelden dat ze naar Maine, in New England, moesten om de dochter van een vriend gaan oppikken, die daar bij haar grootmoeder verbleef. Joni bood aan hen te brengen, met haar eigen auto. De tocht dwars door de Verenigde Staten trok haar wel aan. 
Mitchell zette hen af in Maine en reed dan verder langs de kust tot Florida, rond de Golf van Mexico en dan door het Zuidwesten, over de Blue Highway US 80 terug naar Californië. "Ik reed zonder rijbewijs," blikt ze terug. "Ik moest voortdurend achter vrachtwagens blijven hangen. Die geven mekaar signalen wanneer er ergens politie staat. Ik kon dan ook alleen overdag rijden, om problemen te vermijden."

In het Zuiden, waar hard de radio haast uitsluitend hard rock en country draait, was Mitchell zo goed als volslagen onbekend. "Dat was een opluchting. Zoals in het sprookje van de Prins en de Bedelaar kon ik er aan mijn bekend zijn ontsnappen door een valse naam te gebruiken. Ik kon er gewoon met iedereen omgaan zonder op te vallen." Bovendien was het, het jaar van de Bi-centennial viering en overal waren er feesten en festivals.  In 'Refuge Of The Road' zingt ze over een bezoek aan Chögyam Trungpa Rinpoche. Deze zenmeester was de elfde reïncarnatie van de Boedistische lama Trungpa Tulku. Maar hij was het zwarte schaap van de zenmeesters: een stevige drinker die achter de vrouwen aanzat. Toch had hij overal in de Verenigde Staten centra gesticht en Mitchell is waarschijnlijk in eentje daarvan, in Vermont of in Boulder, een paar dagen gestopt.  Ze vertelde later dat ze hem misschien maar drie keer heeft bezocht, maar niettemin als een zeer invloedrijk leraar beschouwt. Hij kreeg haar zo ver, vertelt ze, dat ze drie dagen lang zonder zelfbewustzijn leefde. Een mooie ervaring vond ze.  'Amelia' is een verwijzing naar Amelia Earhart, een Amerikaanse vliegtuigpilote. Nadat ze, als passagier weliswaar, in 1928 de eerste vrouw was geweest, die de tocht over de Atlantische Oceaan had meegemaakt, zette haar zin erop om dezelfde tocht zelf ook te doen. Dat lukte in 1932. Daarna maakte ze de nog langere vlucht van Hawaii naar Californië om dan haar zinnen te zetten op een vlucht rond de aarde. Daarbij verdween ze, met haar tweepersoonsvliegtuigje, ergens boven de Stlle Oceaan. 

In Memphis, Tennessee ziet ze de bijna tachtigjarige blueszanger Walter "Furry" Lewis optreden. Ze vindt dat de man beter verdient dat de sjofele club in het aftandse Beale Street. Ze gaat hem achteraf opzoeken en hij vertelt haar dat hij haar niet mag. Wanneer zij dat later verwerkt tot 'Furry Sings The Blues' vindt de oude man dat hij recht heeft op een minstens een deel van de royalties… omdat zijn naam wordt vernoemd.
 "De plaat werd voor het grootste gedeelte geschreven tijdens de reis met de auto. Daarom zijn er geen piano- nummers..." Zes van de negen nummers van Hejira werden tijdens deze trip geschreven. De plaat zou oorspronkelijk dan ook Travelling heten. "Dat zou een geweldig memorabele naam geweest zijn," lacht ze nu.
Op zoek naar een gepaste titel voor één van de nummers, stootte ze in een woordenboek op het woord "hejira". Dat is een Islamitische term voor exodus of breuk met het verleden. Mohammed moest weg uit Mecca - het betekent een droom verlaten, zonder schuld. "Ik had moeite om een titel te vinden voor dat nummer," zegt ze. "Het idee van een eervol vertrek vatte goed het gevoel waarnaar ik op zoek was."
Het werd de titel van het nummer en - zeer tegen de zin van de platenmaatschappij, die iets minder cryptisch wilden -  ook de naam van de plaat.

Op 15 mei is ze er terug bij wanneer het tweede luik van de The Rolling Thunder Revue wordt afgesloten in de State School for Boys in Gatesville, Texas. Tijdens het concert dat wordt gefilmd voor Bob Dylan's Hard Rain special, zingt Joni twee nummers: 'Black Crow' en 'Song For Sharon'.  Joni nam Hejira op in de zomer van 1976, met een aantal van de muzikanten waarop ze al een beroep deed sinds 1973. Maar deze keer wilde ze een ander geluid: broeieriger en minder uitgelaten. Ze wou muziek die een weergave was van de nummers die ze onderweg had geschreven. Vele nummers gaan over berusten in het feit dat je geen familie hebt.  Toen de nummers op band stonden, vertelde iemand haar over een bassist die ze absoluut moets horen: Jaco Pastorious. Het klikte onmiddellijk tussen de twee. Joni was dan ook al jaren op zoek naar een bepaald basgeluid, vooral op de onderste snaren van het instrument. "Jaco deed precies dat waarvan ik alleen kon dromen toen ik hem leerde kennen. Ik vroeg altijd aan bassisten om iets speciaal te doen en zij vertelden mij steeds weer, 'dat kan niet op een bas'” Ze liet hem zijn spel als overdubs toevoegen aan vier nummers.  Voor de hoes werd eerst gedacht aan één van de foto's uit februari, op het meer. Eentje waarbij Joni leek op een kraai, met gespreide vleugels. Toch vond ze dat de foto niet genoeg de sfeer weergaf van de thema's: "melancholie en beweging" en "een romantische winter". Joni had een idee. De kunstschaatser Toller Cranston werd gecontacteerd. De winnaar van een bronzen medaille intrigeerde haar, met zijn dramatische, expressieve stijl. Een hockey arena werd gehuurd en er werd een autostrade op uitgetekend. De randen werden met mist weggemoffeld. Een figurante, in een trouwjurk moest met Toller wat romantische poses aannemen, terwijl Joni, de autoweg afschaatste, naar de horizon. Zij werd achterna gezeten door door haar chauffeur, die haar volgde met haar "overtollige bagage". De foto's leverden in interesante serie op, maar gaven nog geen voldooening.  Fotograaf Norman Seeff (die haar al vaker had geportreteerd) werd erbij gehaald om Joni te trekken, "gejaagd, als een (Ingmar) Bergman figuur."  Uiteindelijk kwamen alle ideeën samen. Met een speciaal instrument, een Camera Lucida (Lucy) werden 14 foto's uit de diverse sessies samengebracht. Sommige vergroot, andere verkleind. Allemaal werden ze terug tot één negatief samengebracht: één grote foto met alles op zijn plaats, in de juiste verhoudingen. Met airbrush werden de randjes verdoezeld en de lichtbronnen uitgevlakt. "Als ik het als een collage had gedaan, zou het er allemaal veel primitiever hebben uitgezien," vertelt ze. "Op deze manier was het veel meer afgewerkt. Het is precies één foto!"  Op 20 november traden Joni en Jaco voor het eerst samen op, in Sacramento, Californië, tijdens het Walvissenbenefiet van gouverneur Jerry Brown. Ze zette er een fantastische set neer met Bobbye Hall op congas en Jaco op bas. Jonis solo akoestische versie van 'Song For Sharon' was een overweldigende triomf en zij keerde later nog eens terug om Fred Neil bij te staan bij diens 'The Dolphins'.  Twee dagen later, op 22 november 1976, werd Hejira uitgebracht.  Drie dagen daarna, op Thanksgiving Day hield The Band zijn afscheidsconcert in de zaal waar ze de eerste keer hadden opgetreden: Winterland in San Francisco. Joni was er slechts een van de vele gasten, waaronder Bob Dylan, Van Morrison, Neil Young, Eric Clapton. Het concert werd gefilmd door Martin Scorsese en anderhalf jaar later uitgebracht als The Last Waltz. Joni zong eerst, vanachter de schermen, mee met Neil Youngs 'Helpless', en bracht daarna drie nummers met The Band: 'Coyote', een gitaarversie van 'Shadows and Light' en 'Furry Sings The Blues', met Neil Young op harmonica.  Hejira werd zowel door de fans als door de critici uitstekend ontvangen. Ze verwoordde opnieuw op zeer persoonlijke wijze over haar eigen ervaringen. De plaat stootte door tot een dertiende plaats in de Billboard hitlijsten en werd goed verkocht tot gedurende die winter en de volgende lente. Al na drie weken was de plaat goud.  'Coyote' werd als single uitgebracht, met op de achterzijde 'Blue Motel Room'. Maar die deed niks in de hitlijsten en kwam zelfs niet in de Top 100. De plaat moest het vooral hebben van de FM rock stations, die meer langspeelplaten draaiden.

28-02-07

Blood On The Tracks

Bob Dylan - BLOOD ON THE TRACKS

blood_s

DE GESCHIEDENIS

In 1974, trok Bob Dylan - na een periode van relatieve inactiviteit, met slechts één echte nieuwe LP (de soundtrack van Pat Garrett and Billy the Kid), plus een verzamelaar en de beruchte Dylan (een 'wraak plaat' van Columbia uitgebracht om Dylan te straffen voor zijn korte overstap naar Elektra) terug op toernee. Met The Band, dezelfde groep muzikanten die hem in zijn hoogdagen, midden de jaren '60 ook al hadden begeleid Deze keer zelfs inclusief Levon Helm terug achter het drumstel. Tijdens de voorbereiding op de toernee namen ze samen Planet Waves op, de eerste in een reeks van drie platen van Dylan die de top van de Amerikaanse hitlijsten zou bereiken. De plaat was opgenomen in Los Angeles en bracht Dylan terug in de schijnwerpers.

Tussen 3 januari en 14 februari gaf hij met the Band veertig concerten. Tour ’74 was de eerste grote stadiontournee uit de popgeschiedenis. Het toerschema leidde hen door eenentwintig steden in de Verenigde Staten en Canada. Er waren maar liefst vijf miljoen aanvragen voor de 650.000 beschikbare plaatsen. Dylan bracht zijn vertolkingen van oud en nieuw werk met grote intensiteit en zweepte het uitgelaten publiek in de grootste arena’s en concerthallen massaal op.

Acheraf blikt Dylan met enige spijt terug op de tournee. In oktober 2001 verklaart hij: "Ik vind dat de tournee die ik in 1974 deed met The Band onnatuurlijk wasl. Ik was vergeten hoe ik moest zingen en spelen. Ik had mijn tijd besteed aan mijn gezin en ik deed er lang over om terug mijn draai te vinden als performer. Soms lukt dat gemakkelijk en dan was het weer voor lange tijd verdwenen."

De toer eindigde in Los Angeles en Dylan ging terug naar huis in Californië. In 1973 waren Bob en Sara verhuisd naar een bescheiden onderkomen op het schiereiland Point Dume, vijftien kilometer ten noorden van het strand van Malibu. Na een tijdje vond Sara dat ze een slaapkamer te weinig hadden. Er werd een architect bij gehaald: David Towbin. Maar de plannen werden steeds weer veranderd en uitgebreid. Uiteindelijk bleef nog slechts één muur overeind. De kosten liepen dan ook enorm op.

In Malibu hoorde Dylan voor het eerst van een man die een grote invloed zou hebben op zijn verdere leven en werk: Norman Raeben. De man was in Rusland geboren in 1901. Hij emigreerde naar Amerika op 14-jarige leeftijd. Zijn vader was de grote Joodse verhalenverteller Sholem Aleichem (1859-1916), de schepper van Tvye,het karakter op waarop de musical Fiddler On The Roof is gebaseerd.
Norman gaf al veertig jaar kunstles, op een zeer eigenzinnige manier. Volgens een medeleerling kafferede Raeben de studenten regelmatig uit voor “idioten” als ze iets niet konden begrijpen.

Dylan raakte geïnteresseerd in de man door vrienden van Sara: "Ze hadden het over waarheid en liefde en schoonheid en al die woorden die ik al jaren kende en ze konden ze prachtig definiëren. Ik kon het niet geloven... Ik vroeg hen, ‘Waar heb je die definities gehaald?’ en ze vertelden me over die leraar."

Danig onder de indruk, en met een goed excuus om uit die bouwwerf weg te raken, trok Dylan naar New York, waar hij de leraar ging opzoeken in diens studio op de elfde verdieping in Carnegie Hall. Bovendien kon hij dan ’s avonds wat rondhangen in Greenwich Village, waar hij opnieuw kon doorzakken met zijn vrienden van vroeger: mensen als Dave Van Ronk en Phil Ochs.

"De man vroeg: 'Wil je schilderen?'” vertelt Bob over de kennismaking, “Dus zei ik, 'Ik was er over aan het denken, weet je.’ Hij zei, ‘Ik weet niet of je het waard bent... Laat me eens zien wat je kan.’
Hij zette een vaas voor me neer en vroeg 'Zie je die vaas?’ Hij liet ze daar een halve minuut staan, nam ze weg en zei, 'Teken de vaas!' Ik bedoel … ik begon te tekenen en ik kon me totaal niks herinneren van die vaas - ik had wel gekeken maar niks gezien.
Hij keek naar wat ik had getekend en zei, 'OK, je mag komen.’ En hij zei welke verf ik moest kopen… Ik was daar niet naartoe gegaan om te schilderen. Ik was gegaan om eens te kijken wat er gebeurde. Uiteindelijk bleef ik er bijna twee maanden. Die kerel is ongelofelijk."

Raeben kende Dylan niet toen ze elkaar voor het eerst ontmoetten: “Raeben dacht dat hij geen geld had en een arme sloeber was,” vertelt Jacques Levy. Hij was bezorgd dat arme sjofele leerling misschien geen onderdak had en zei dat Bob in het atelier kon blijven slapen, mits hij het schoonhield.

"Vijf dagen per week trok ik er naar toe,” vertelde Dylan in 1978 aan journalist Pete Oppel, “En de andere twee dagen kon ik aan niets anders denken. Ik was daarboven van acht tot vier. Ik deed niets anders gedurende twee maanden…
In de klas zaten er mensen als een paar oude dames - rijke oude dames van Florida – die stonden dan langs een politieagent, die stond naast een buschauffeur of een advocaat. Allerlei mensen. Een paar studenten die van andere kunstscholen waren afgegooid. Jonge meisjes die hem aanbaden. Een paar ernstige types die achteraf voor hem de boel proper heilden. Een heel divers zootje waarvan je nooit zou denken dat ze geïnteresseerd zouden zijn in schilderen. En het ging niet over kunst of schilderen, het was iets anders...
He praatte voortdurend, van half negen tot vier en hij praatte in zeven talen. Hij vertelde me alles over mezelf terwijl ik iets aan het doen was. Iets aan het tekenen… Ik kon niet schilderen. Ik dacht dat ik het kon. Ik kon het niet. Ik herinner me zelfs 90% van wat hij me geleerd heeft niet... en het ging niet over kunst of schilderen. Het was een cursus in iets anders.
Ik had magiërs ontmoet, maar deze vent is veel sterker dan om het even welke magiër die ik ooit had gezien. Hij keek in je en vertelde je wat je was. En hij draaide er niet omheen. Maar je moest het allemaal zelf doen. Hij was alleen maar een soort van gids…"

Het lijkt erop dat Norman meer geïnteresseerd was in metafysica dan in techniek. Zijn lessen behandelden de ultieme waarheid die op verschillende manieren kon worden uitgedrukt. De filosofische invloed van de meester bleek van blijvende betekenis voor Dylan. Aan Karen Hughes vertelde hij later over de ervaring: “…het sleurde me in het heden, meer dan wat ook. Meer dan alles wat ik ooit had meegemaakt. Omdat ik voortdurend met mezelf werd geconfronteerd en alle verschillende facetten van mezelf werden één na één afgeschud tot ik uiteindelijk bij mezelf uitkwam.”

Wanneer Dylan terugkijkt op die twee maanden, is hij overtuigd dat hij er zo veranderde dat hij vervreemde van zijn vrouw. "Het is onnodig te vertellen dat het me veranderde. Ik ging terug naar huis en mijn vrouw heeft mij sindsdien nooit meer begrepen. Dat is het moment waarop mijn huwelijk kapot begon te gaan. Ze had geen idee waar ik het over had, wat ik dacht en ik kon het onmogelijk uitleggen.”

Hij trok zich dan ook voor de zomer terug in Minnesota, met zijn oudste drie zonen. Hij had er een boerderij gekocht (als investering en als vakantieverblijf) met 32 ha landbouwland. Het land verpachtte hij aan plaatselijke boeren. Een schuur liet hij verbouwen tot schildersatelier. Bobs broer David vestigde zich blijvend met zijn vrouw en drie kinderen in een huis dat hij vlak naast dat van Bob had laten bouwen. De broers toonden de jongens de omgeving waar zij opgroeiden met lange tochten langs de Highway 61.

De lessen hadden niet alleen Bob’s schilderkunst verbeterd, maar hadden ook een enorme invloed op zijn schrijfwijze. Dylan kreeg een ander begrip van tijd. Dat liet hem toe om een verhaal niet langer lineair te vertellen, maar in te zoemen op heden, verleden en toekomst samen, om zo een krachtiger, scherper beeld van het onderwerp te krijgen.

Dylan vertelde aan Rolling Stone dat na zijn motorongeval in 1966, hij ondervonden had dat het hem onmogelijk was geworden zo vrijelijk te componeren als voorheen: "Sinds dan leed ik zowat aan geheugenverlies. Ik deed er lang over om bewust te doen wat ik voordien onbewust deed."
Zijn LP’s John Wesley Harding en Nashville Skyline zag hij als pogingen "...om iets te pakken te krijgen dat naar iets zou leiden waar ik dacht dat ik moest zijn – en ik raakte er niet. Het ging altijd maar dieper, dieper, dieper… Ik was er van overtuigd dat ik het niet meer kon.”

De wanhoop nabij dat hij nooit meer zo zou kunnen schrijven als in zijn hoogdagen, had hij het geluk Norman te ontmoeten, die hem “leerde te zien”: “Hij plaatse mijn verstand en mijn hand en mijn oog samen op een manier die me bewust toeliet te doen wat ik instinctief voelde.”

Gewapend met zijn nieuwe inzichten schreef Bob, in de rust van het landelijke Minnesota, op een maand tijd een vijftiental teksten. Hij noteerde ze zorgvuldig in een rood schriftje. Zeven daarvan zijn onbekend gebleven: ‘There Ain’t Gonna Be Any Next Time’, ‘Bell Tower Blues’, ‘Where Do You Turn (Turning Point)?’, ‘It’s Breakin’ Me Up’, ‘Don’t Want No Married Woman’, ‘Ain’t It Funny’ en ‘Little Bit Of Rain’. De anderen zouden de basis vormen voor misschien wel zijn beste album: Blood On The Tracks.
Bij het componeren maakte hij vrijwel voor alle nummers gebruik van een ongebruikelijke toonzetting die hij had geleerd van Joni Mitchell: een open D.

Hij speelde de nummers die hij had geschreven voor het eerst voor aan Michael Bloomfield, in diens huis in de Bay Area. Bloomfield wou wel meespelen bij de opnamen maar had problemen met de rare open D toonzetting.
Daarna herhaalde hij de oefening ook nog voor Shel Silverstein, op diens woonboot, voor David Crosby en Graham Nash in het Hilton hotel van St. Paul en tenslotte voor een vriend in New Jersey. De reacties gingen van positief tot wild enthousiast.



Op 2 augustus tekende Dylan, op aanraden van Ellen Bernstein, een 24-jarige A & R dame van Columbia, met wie hij die zomer een verhouding was begonnen, terug bij zijn vertrouwde platenlabel. Het gerucht ging dat zijn royalty-percentage met terugwerkende kracht was verhoogd voor al zijn platen en dat Dylan bovendien steeds na vijf jaar het eigendom zou krijgen van de opnamen. Dergelijke voorwaarden waren toen zeer uitzonderlijk.

Tegen John Hammond, hoofd van de A&R afdeling van Columbia, verklaarde Dylan: “Ik wil een heleboel nummers opnemen. Ik wil er achteraf niets aan toevoegen. Ik wil dat het ongedwongen en natuurlijk klinkt.”
Hij wou een terugkeer naar het kale geluid van zijn eerste lp’s. Daarom vroeg hij ook specifiek naar de Studio A van Columbia aan 54th Street, in New York – de plaats waar hij, twaalf jaar eerder, zijn eerste opnamen had gemaakt. “Het thema van de terugkeer liep als een rode draad door de sessies” vertelt Ellen Bernstein.
De afspraak was dat Columbia de LP snel zou uitbrengen, misschien zelfs binnen de twee weken na de opnamen.

Terug in zijn vertrouwde omgeving en met een eenvoudige manier van opnemen, vond Dylan het dan ook niet nodig een producer in te roepen om hem te begeleiden. Hij wou op zijn eigen instincten vertrouwen.
Ellen Bernstein: “Hij kende deze nummers. Hij kende zijn visie voor deze nummers. Hij wou ze puur en onversierd. Wanneer iemands visie zo persoonlijk is heeft die geen producer nodig. Ik denk dat hij een groot geloof had in de integriteit van het materiaal.”

De studio werd geboekt voor een week in midden september 1974. Op 13 september belde John Hammond naar Phil Ramone, een producer/technieker: “Dylan is in de stad en we moeten iets magisch vastleggen.”
Ramone was geluidstechnicus geweest tijdens de tournee en had samen met producer Rob Fraboni de opnamen van de concerten geselecteerd en geassembleerd voor een live-album Before The Flood.
“John vertelde dat Bob naar de stad zou komen en dat hij er op stond in de oude Columbia A studio aan 54 Street op te nemen. Die heette nu A&R Recordings”, herinnert Ramone zich. “Ik denk dat het gevoel terug te komen naar Columbia belangrijk was - terug naar zijn vriendschap met John.”


DE OPNAMEN

Drie dagen later, op maandag namiddag 16 september, kwamen Bob en Phil samen in de studio.
Ondertussen waren de mensen van zijn kantoor nog koortsachtig op zoek naar Eric Weissberg, de gitarist en banjospeler die net een hit had met ‘Duelling Banjos’ van de soundtrack van Deliverance. Bob had Weisberg nodig om hem te begeleiden.

In afwachting begon Dylan alvast met de opnamen, zichzelf begeleidend op zijn akoestische gitaar. Hij begon met twee takes van ‘If You See Her, Say Hello’, waarbij hij het heeft over “If you’re making love to her, kiss her for the kid.”
Dit wordt gevolgd door telkens twee takes van ‘You’re A Big Girl Now’ en ‘Simple Twist Of Fate’. Dylan wou de songs snel op band hebben staan. Het gevoel was het belangrijkste.
Van die eerste solo opnamen wordt later enkel de tweede take van ‘If You See Her, Say Hello’ uitgebracht op Volume 3 van The Bootleg Series, in maart 1991. Het klikkend geluid dat daarbij hoorbaar is, zijn Dylan’s manchetteknopen die krassen over zijn gitaar. “Soms hoor je het geluid van de vingernagels op de gitaar’ vertelt Ellen Bernstein, “Dat hinderde hem niet. Zoiets was van geen belang voor hem. Wat telde was het emotionele overwicht van het nummer.”

Dan keert hij terug naar ‘You're A Big Girl Now’, gevolgd door één versie van ‘Up To Me’, een nummer over wroeging, en ‘Lily, Rosemary And The Jack Of Hearts’, een ingewikkeld liefdesverhaal, uitgedrukt in beelden uit het wilde Westen.
Over dat laatste nummer is hij tevreden, want die solo versie zal hij selecteren voor de eerste versie van de LP. ‘Lily, Rosemary And The Jack Of Hearts’ is een zeer complex verhaal, geplaatst in de Western sfeer van zijn rol als Alias in Pat Garrett and Billy the Kid. Het verhaal gaat terug op diverse bronnen uit de Noord Amerikaanse literatuur, maar evengoed verwijst Dylan naar zijn Joodse wortels en de queste naar de Heilige Graal.

Inmiddels zijn ook Eric Weissberg met zijn groep Deliverance komen opdagen. Die groep bestond uit gitaristen Charles Brown III en Barry Kornfield, orgelist Thomas McFaul en de ritmesectie van drummer Richard Crooks en basssit Tony Braun.

De muzikanten ondervonden al snel dat het geen gewone sessie zou worden. Dylan speelde in die ongewone open toonaard en had geen zin om er veel uitleg over te geven. Het was dan ook een quasi onmogelijke opgave voor hun om hem te volgen.
“Het was vreemd, “gaf Weissberg later toe, “Je kon eigenlijk niet kijken naar zijn vingers, omdat hij speelde in een toonaard die ik nooit had gezien. Als het iemand anders was geweest was ik het gewoon afgetrapt. Hij maakte het ons echt moeilijk. Als de nummers niet zo goed waren geweest en het was Bob niet, dan was het gewoon belachelijk.”

Met de band wordt eerst ‘Simple Twist Of Fate’ opgenomen. Zoals gewoonlijk bij Dylan was er weinig discussie vooraf, over de arrangementen.
Gitarist Charlie Brown III: “Dylan’s hele concept om een lp op te nemen schijnt te bestaan uit: begin maar en we zien wel hoe het er uit komt. Hij wilde een opname niet vaak overdoen en daar hoor je mij niet over, want sommige songs zijn enorm lang.”
Voor dat eerste nummer zijn drie takes nodig, waarvan de tweede wordt afgebroken. Daarna wordt de band terug gespoeld om de opname te beluisteren. Maar halverwege die playback begint Bob het volgende nummer al voor te spelen aan de muzikanten.
“Het kon hem echt niet schelen hoe het klonk wat we juist hadden opgenomen,” realiseerde Weissberg zich. “En wij waren helemaal in de war omdat hij ons een nieuw nummer probeerde aan te leren met een ander op de achtergrond. Ik dacht bij mezelf, ‘Denk er aan, Eric, deze kerel is een genie – misschien werken genieën op deze manier.’”

Dat nummer, een prototypische bluesmelodie, heel toepasselijk ‘Call Letter Blues’ geheten, wordt drie keer geprobeerd. Voor de tweede van die takes, gebruikte Dylan echter een geheel andere tekst. Dat werd ‘Meet Me In The Morning’, één van de weinige teksten van de sessies die niet zijn terug te vinden in het rode schriftje. Die variante wordt geselecteerd voor de LP, terwijl de derde take, terug met de oorspronkelijke tekst van ‘Call Letter Blues’ later terecht komt op Volume 2 van The Bootleg Series. Mogelijk vond hij de tekst van ‘Call Letter Blues’ te hard. Het is een ruw en bitter lied, over kinderen die om hun moeder huilen, een moeder die op reis is en de man die troost zoekt bij prostituees.

Dan wordt ‘Idiot Wind’ aangepakt. Dylan geeft zich -naar eigen zeggen - bloot in dit nummer. Het is een lange tirade over de moeilijke verhoudingen van een man met de pers en met zijn vrouw, tegen een achtergrond van verwijzingen naar de I Ching en het einde der tijden.
Van de zes pogingen zijn er slechts drie die het einde halen. De laatste take is de beste en wordt weerhouden voor de LP, hoewel de gitaar niet helemaal goed is gestemd en de bas wat te nonchalant wordt gespeeld.

Het volgend nummer is ‘You're Gonna Make Me Lonesome When You Go’. Het is kennelijk geïnspireerd op Ellen Bernstein. Cliton Heylin heeft beweerd dat Ashtabula verwijst naar haar geboortestad in Ohio. Na acht pogingen, waarvan slechts twee volledige, staat er nog niets op de band waarvan de meester echt tevreden is.

Tegen middernacht wordt de sessie tenslotte afgesloten met een geslaagde versie van een nummer over een driehoeksverhouding, ‘Tangled Up In Blue’. Misschien dat het hoorbare krassen van de knopen tegen de klankkast van Dylan's gitaar er voor zorgde dat deze sectie niet werd weerhouden voor de acetate. Gelukkig wordt deze versie later toch nog uitgebracht op Volume 2 van The Bootleg Series. Ondanks een lengte van bijna zeven minuten blijft de luisteraar geboeid van begin tot de prachtige harmonicasolo aan het einde.
Het is het natuurlijke vervolg op 'Wedding Song', het prachtige akoestische nummer dat Planet Waves afsloot. Maar het is veel meer dan alleen maar een liefdeslied. Het lied evokeert verschillende delen van de Verenigde Staten, plaatsen met verschillende landschappen, gebeurtenissen en mentaliteiten. Maar het gevoel blijft overal hetzelfde.
Dylan begint het verhaal in de derde persoon, om dan plots - vanaf de vierde strofe - over te schakelen op de eerste persoon. “Ik denk dat ik het wou maken zoals een schilderij," verklaart hij "Waarbij je de verschillende delen kan zien maar ook het geheel. Dat is wat ik wou doen, met dat nummer… met het concept tijd en de manier waarop de figuren veranderen van de eerste naar de derde persoon en je bent nooit zeker of nu de de eerste persoon aan het woord is, of de derde. Maar als je naar het geheel kijkt maakt dat niets uit.”
Het geheel lijkt erg op een montage. Er zijn hiaten in de volgorde: flashbacks, close-ups inzoemend op details ('her face/In the spotlight so clear), en zelfs regie aanwijzingen ('she turned around to look at me', 'she was standin' there in back of my chair').

Voor de laatste twee nummers maakte de meester geen gebruik meer van de orgelist en de ritmesectie. De bezetting bestond dan telkens nog uit drie akoestische gitaren, aangevuld met de elektrische bas. Dat die opnamen met Charlie Brown en Eric Weissberg uiteindelijk zouden worden genegeerd bij het samenstellen van de lp wijst er op dat Dylan niet tevreden was met het resultaat. De beide gitaristen lagen natuurlijk al een stuk achter door Dylan’s weigering om de vreemde open D zetting uit te leggen. Daardoor moesten ze puur instinctief te werk gaan. “We moesten gewoon naar zijn handen kijken en bidden dat we de juiste akkoorden hadden.” verklaart Charlie Brown.

Aan het eind van de sessie vertelde Dylan de mannen dan ook dat hij hun niet meer kon gebruiken en dat enkel de bassist en de organist hoefden terug te komen.
Dylan had duidelijk gekozen voor een geluid dat zelfs nog kaler was dan dat van John Wesley Harding.

Volgens Weissberg had hij nochtans vooraf gevraagd of hij zijn groep moest meebrengen, waarop die “Sure!” had geantwoord. Ellen Bernstein: “Zodra hij iets hoorde wist hij of het dat was wat hij wilde of niet… Hij werkte zo instinctief, veel meer dan iedereen waar ik ooit mee heb gewerkt. … Normaal wordt een nummer take na take gespeeld, tot alle ruwe kantjes er van af zijn geveild. Nu ging het allemaal zeer spontaan en zeer emotioneel.”

Als gevolg van de strubbelingen werden aan het eind slechts drie opnamen van die eerste dag goed genoeg bevonden voor de eerste versie van de lp: ‘Lily, Rosemary And The Jack Of Hearts’, ‘Idiot Wind’ en ‘Meet Me In The Morning’. En enkel dat laatste nummer wordt uiteindelijk uitgebracht op Blood On The Tracks.


De volgende dag avond, dinsdag 17 september, zijn er dus nog slechts drie muzikanten in de studio: Tony Brown, Paul Griffin en Dylan: bas, orgel en akoestische gitaar.

De sessie begint om zeven uur. Als eerste staat ‘You’re A Big Girl Now’ op het programma. De tweede take zit meteen al goed. Het wordt een hartverscheurend versie. Het begint met akoestische gitaar en bas. Vanaf de tweede strofe komen de zachte tonen van het Hammond orgel de sfeer versterken. Na drie strofen volgt een instrumentaal deel, waarna Dylan met zijn mondharmonica het geheel afrondt. Prachtig - een echt meesterwerk. Deze versie wordt dan ook, als enige van de afgekeurde New Yorkse versies, terug opgepikt om officieel te worden uitgebracht: in 1985, op Biograph.

Net wanneer ze zo goed bezig zijn, worden de opnamen verstoord wanneer Mick Jagger een bezoekje komt brengen. Hij stelt voor plaats te nemen achter het drumstel, of mee te zingen. Maar Dylan verkiest dat hij het houdt bij dansen. Eerst wordt nog geprobeerd om ‘Tangled Up In Blue’ op band te zetten. Maar na één take stoppen ze ermee en jammen wat bluesriffs met de opper Stone.

Na een tijdje heeft Dylan daar genoeg van. Er moet verder worden gewerkt: eerst een poging voor ‘You're Gonna Make Me Lonesome When You Go’ en daarna twee keer ‘Shelter From The Storm’. Dylan zingt daarbij een extra strofe, die hij in geen van de latere versies nog herneemt. Die regels - over een mogelijke hereniging - vond hij waarschijnlijk te onthullend.
Eén van die takes wordt in 1996 terug opgevist voor de soundtrack van de film Jerry Maguire. Volgens Danny Bramson, één van de soundtrack producers, had Tony Brown, ondanks het aftellen van Bob, bij de eerste take de start gemist en was zijn basspel dus het hele nummer door uit de maat. Jammer, want Dylan was erg te spreken over zijn eigen prestaties. Voor de soundtrack wordt daarom het spoor met de bas en het orgel weggemixt zodat er een solo-versie van Bob Dylan overblijft.

‘Buckets Of Rain’, een berustend nummer met een toon van “wat moet komen, komt” wordt twee keer uitgeprobeerd, met tussendoor nog een nieuwe poging om ‘Tangled Up In Blue’ op band te zetten. Maar niets schijnt echt te lukken.

Dus wordt terug overgeschakeld naar ‘Shelter From The Storm’. Eerst een lanzame versie, dan een snelle, maar dat is niet wat hij zoekt en dus wordt de take afgebroken. De volgende poging, take 5 klikt wel.

Dat geeft hem weer nieuwe energie en de sessie wordt om 1 uur ’s nachts afgesloten met nog eens twee takes van ‘You're Gonna Make Me Lonesome When You Go’. In tegenstelling tot een dag eerder toen na acht takes er nog niets goed genoeg was, staat het nummer nu in twee takes op band. De eerste is weer langzame versie, gevolgd door een snellere. Maar deze keer is de snelle versie de beste.
Na afloop van de sessie drinken Dylan, Jagger en Bernstein een paar glazen rode wijn en jagen bluesmuziek door de boxen.

Ondanks de storingen van de bezoeker zijn er dus uiteindelijk drie opnamen die goed genoeg worden bevonden voor de eerste versie van de plaat. ‘Tangled Up In Blue’, ‘Shelter From The Storm’ en ‘You're Gonna Make Me Lonesome When You Go’. Die laatste twee nummers zullen zelfs worden behouden op de uiteindelijke LP.


De volgende dag, woensdag 18 september staat Dylan al om 4 uur in de namiddag in de studio. Hij wil vroeg stoppen om naar een optreden van Little Feat te gaan kijken, in de Bottom Line.
Eerst worden de beste takes van de vorige dagen gemixt. Daarbij blijkt dat enkele nummers nog wat extra's kunnen gebruiken. Gitarist Buddy Cage wordt er dan bij gehaald. Hij voegt eerst een elektrische gitaar toe aan ‘Meet Me In The Morning’, waarbij het geluid wordt verstoord door het gebruik van een wah-wah pedaal.
Aan ‘You're A Big Girl Now’ wordt daarna met een steel gitaar accenten toegevoegd in de ruimtes gelaten tussen Dylans' zang.

Samen nemen ze daarna twee takes op van ‘Buckets Of Rain’ op. De eerste is onvolledig. De tweede haalt het einde wel, maar is nog niet goed genoeg. Het is echter 8 uur. Tijd om te stoppen


Na de ingekorte sessie wordt donderdag 19 september terug op het gewone uur gestart: na het avondeten. De enige andere muzikant in de studio is bassist Tony Brown.

Om te beginnen worden twee takes van ‘Up To Me’ opgenomen, waarvan de eerste wordt afgebroken. Dan wordt verder gewerkt aan ‘Buckets Of Rain’. De eerste opname zit bijna goed. Dylan probeert dan met een paar invoegingen de foutjes te verbeteren. Dan lukt niet zo best en dus wordt een vierde take geprobeerd. Dat is een goede. Die kan worden geselecteerd voor de acetate en uiteindelijk ook voor de LP.

‘If You See Her Say Hello’ zit meteen goed.
Maar drie nieuwe pogingen voor ‘Up To Me’ brengen dan weer niks op. Ook twee takes van ‘Meet Me In The Morning’ en toch nog een poging om ‘Buckets Of Rain’ te verbeteren leveren niets op.

Maar dan vindt hij zijn draai: zowel ‘Tangled Up In Blue’ als ‘Simple Twist Of Fate’ worden telkens in drie takes op band gezet. Na twee afgebroken takes, is de derde versie telkens een goede. Die komen op de acetate terecht. En het laatste nummer zal zelfs worden weerhouden voor de uiteindelijke LP.

En ook de beste versie van ‘Up To Me’ wordt even later opgenomen. Na een afgebroken take, is de tweede geslaagd. Die opname wordt in oktober 1985 uitgebracht op Biograph.

Dan is het tijd om aandacht te besteden aan het epische ‘Idiot Wind’. Na drie afgebroken pogingen wordt een extra lange versie van bijna 9 minuten op band gezet, eindigend met een prachtige harmonicasolo. Die opname wordt in maart 1991 uitgebracht op Volume 3 van The Bootleg Series (Rare & Unreleased) 1961-1991.

De rest van de opnamen leveren niets meer op: één volledige take van ‘You're A Big Girl Now’ wordt gevolgd door zes pogingen om ‘Meet Me In The Morning’ op te nemen. Geen enkele haalt echter het einde, een aantal worden zelfs al na een paar maten afgebroken.

Na nog drie vergeefse pogingen om ‘Tangled Up In Blue’ te verbeteren besluit Dylan er mee te stoppen. Het is dan 3 uur in de ochtend. De opnamen zitten er op.

***

Capitol programmeerde de release van Blood On The Tracks voor 6 december 1974, op tijd voor de Kerstverkoop. Hierdoor zou dit Dylan’s tweede studio-lp zou worden op één jaar tijd. Er werden al een half miljoen hoezen gedrukt.

Op 8 oktober werd de master samengesteld. De volgorde is identiek aan die van de uitgebracht lp. Ellen Bernstein: “Ik denk dat toen hij de nummers schreef en ze speelde voor de mensen, de volgorde vanzelf kwam. De volgorde was al klaar toen hij de studio inkwam. Hij wist wat hij wou doen en wist hoe hij het ging doen. “
Daarbij wou Dylan nog snel iets veranderen . Take 6 van ‘Idiot Wind’, opgenomen op 16 september, wordt bijgewerkt met een kleine tekstverandering van Dylan zelf: “You didn’t trust me for a minute, babe, I’d never known the spring to turn so quickly into autumn.” Bovendien werd Paul Griffin er bij geroepen om er wat spookachtige accenten aan toe te voegen met zijn orgel.

Phil Ramone zorgde voor een aantal acetates, zodat Dylan Blood On The Tracks kon mee naar huis nemen.

De New Yorkse journalist Pete Hamil werd gevraagd een hoestekst te schrijven.
Een fragment: “Het verhaal heeft een meesterlijke bondigheid, maar het echte wonder schuilt in het wit; in wat de schilder uit zijn werkstuk heeft weggelaten. Voor mij is dat altijd de sleutel tot Dylans kunst geweest. Het is een taak van journalistiek om dingen helder te stellen, maar Dylans schrijftrant is vluchtiger – vol zinspelingen, symboliek, beeldspraak en ellipsen. En door dingen weg te laten verleent hij ons het grote voorrecht om samen met hem te creëren. Zijn song wordt onze song, omdat wij in dat wit leven.. Wij vullen het mysterie op, wij verdichten en bewonen het kunstwerk.”

new york


 

 

 

 

 

 

 

Half december keerde Dylan terug naar Minnesota om er de Kerstdagen door te brengen bij zijn familie. Daar liet hij de acetate horen aan zijn jongere broer David Zimmeraman. Die was zelf ook actief in de muziek, als producer van radio- en TV-jingles en manager van wat plaatselijke singer-songwriters.
David vond de lp wat te kaal en stelde voor een aantal tracks her op te nemen met plaatselijke muzikanten.
Bob Dylan: “Ik had de acetate. Ik had er in maanden niet naar geluisterd. De plaat was nog niet uit, en ik legde ze op. Ik vond niet…Ik vond dat de nummers anders konden klinken, beter, dus ging ik terug naar de studio en nam ze opnieuw op. “
Hij vroeg Columbia om uitstel. Een nieuwe datum werd vastgelegd: 3 januari.
Dylan liet studiotijd boeken in de beste studio van de stad. Maar in de Sound 80 Studios in Minneapolis konden ze pas binnen na Kerst. Er was dus echt niet veel tijd.

Een andere reden waarom Dylan was gaan twijfelen, was dat hij sommige teksten nog wat wou bijschaven. “Ik dacht dat ik wat te ver was gegaan met ‘Idiot Wind’. Ik had er misschien wat aan moeten veranderen. Ik dacht niet dat ik te veel bloot gaf; ik dacht dat het zo persoonlijk leek dat mensen zouden denken dat het over die en die ging die me na stonden. Maar dat was niet zo…Het was nooit pijnlijk. Ik bedoel ik vertel alles, maar ik vertel geen geheimen. Ik heb trouwens niet zoveel geheimen."

De technicus Paul Martinson had dus maar een paar dagen tijd om zich voor te bereiden. “Ze kwamen snel, dus was er zo goed als geen kans voor publiciteit. Trouwens David vroeg ons niks te zeggen. Ze waren geboekt op een moment dat er niet zo veel te doen is in de studio – laat in de namiddag, de avond eigenlijk – en ik denk dat de eerste sessie op een vrijdag avond was.”
In feite was die eerste sessie op een donderdag - 27 december.

Maar eerst moest nog een ander probleem worden opgelost: om een bepaalde klankkleur te krijgen had Dylan een Martin gitaar nodig en de zijne lag nog in New York. Op tweede Kerstdag kreeg Kevin Odegard, een treinbestuurder en amateur singer/songwriter, die pas zijn eerste LP uit had uitgebracht, een telefoontje van David Zimmerman. Bob kende David, omdat die hem onlangs had begeleid bij de opname van demo’s voor Planet Waves.
“Hij vroeg me om een 0042 Martin gitaar uit 1937 – een zeer zeldzaam exemplaar. Ik denk dat hij het vooral voor ‘Lily, Rosemary And The Jack Of Hearts’ wou gebruiken, waarvoor het ook is gebruikt. Het is een gitaar met een kleine klankkast, in kennerskringen gekend als het ‘Joan Baez model”, omdat zij het vaak gebruikt bij optredens. Zij had het Dylan leren kennen tijdens zijn Britse tournee in de jaren ’60.

Ik had geen idee waar te gaan zoeken, maar ik hoorde eens rond en vond er een in een kleine winkel in Dinkytown, The podium. Een vriend van mij, Chris Weber, was de eigenaar en hij had hem aan de muur hangen. We begonnen een lang gesprek in de aard van ‘Waarvoor heb je de gitaar nodig?’ en hoewel ik dat goed genoeg wist, kon ik Chris niets vertellen.

David contacteerde dan de ritme sectie, (bassist) Billy Peterson en (drummer) Peter Berg. Samen vonden we (organist) Greg Inhofer. Chris Weber kwam mee om op zijn zeer kostbare 12-snarige gitaar te letten – en speelde uiteindelijk mee tijdens de sessies!”

Het waren allemaal ervaren muzikanten en de ritmesectie waren de beste uit de streek. Doorwinterde muzikanten die alles konden spelen van jingles tot jazz. Maar er was heel wat overtuigingskracht nodig om Berg in de studio te krijgen. Hij stond letterlijk op het punt te verhuizen naar Californië om er in een tekenfilmstudio te gaan werken. Pas wanneer hij hoort dat het voor Dylan is dat hij kan gaan werken, ziet hij in dat hij zoiets beter niet kan afslaan.

Donderdag 27 december.
“Aan het begin van die eerste sessie, kwam [Dylan] rustig wat wennen aan de omgeving “ herinnert de technicus Paul Martinson zich. “Terwijl wij de spullen klaarzetten, las hij wat in de krant. David babbelde wat met hem. En Chris en Kevin - die hem een beetje kenden - ook. Maar eens we begonnen met de muziek, leek hij te relaxen en praatte met de andere muzikanten. Ik denk dat hij gewoon wat verlegen was in het begin. Eens hij merkte dat het werktte en de sessie goed liep, was hij op zijn gemak.”

Kevin Odegard bevestigd de relaxte sfeer: “Dylan was vriendelijk en praatzaam, op zijn gemak, vriendelijk, aanmoedigend. Allemaal dingen die je niet associeert met Bob Dylan! Hij zwijmelde met Chris over de gitaar toen we binnenkwamen. Zij babbelden wat over gitaren en songs schrijven. Hij vroeg Chris of die schreef en toen Chris dat bevestigde, vroeg Bob hem iets voor te spelen.Toen Chris dat gedaan had, zei Dylan, ‘Hier is eentje van mij!’ Hij begon met een C mineur akkoord en klonk zelfs dissonant – het leek eerst vals te klinken, maar stilaan, terwijl hij doorging, begreep je dat er een systeem in zat en het werkte.”
Dat was ‘Idiot Wind’. Chris Weber leerde het dan aan de anderen. Na vier of vijf takes, stond het op band. Het nummer was nu veel dwingender, heel anders dan de melancholische versie van de New Yorkse sessies. Het is voor zeker een derde herschreven en ook de toon is meer ingehouden. Al schopt hij nog steeds wild om zich heen naar iedereen in zijn buurt: zijn vrouw, de pers, zijn vroeger manager… en zichzelf.
“Het heeft een heel ander gevoel dan de New Yorkse versie,” besluit Odegard, “Het lijkt meer op zijn werk uit de jaren ’60 dan alles wat hij sindsdien heeft gedaan. Vooral met dat orgel. Hij overdubde dat orgel zelf, eigenlijk. Hij wist precies wat hij deed, hoe hij wou dat het klonk – hij zette de Leslie klankkast aan en overdubde het.”

Ook Paul Martinson was opgelucht dat Dylan liet weten tevreden te zijn over zijn werk. “Bij een vroege playback, kwam Bob – die in een afgezonderde ruimte zat – de controlekamer binnen om te luisteren en zei, ‘Je hebt hier een mooie manier om dingen op te pikken.’ Wat mij natuurlijk onmiddellijk op mijn gemak stelde.”

Nadat Dylan ook nog een paar stukjes van de zang had veranderd kon worden overgeschakeld op het volgende nummer: 'You're A Big Girl Now'. Deze versie is de minst geslaagde van de heropnamen. Het arrangement is wat te druk en Dylan's keuze om in een hogere toonaard te zingen maakt het geheel minder intiem dan de New Yorkse versie.

Tegen 11 uur ’s avonds - ze waren dan zo’n vijf uur bezig geweest – werd de sessie afgerond. Dylan was tevreden met het werk dat ze hadden gepresteerd en vroeg de muzikanten om na het weekend terug te komen.

Die tweede sessie, op maandag 30 december verliep al even vlot: op zes uur werden drie uitstekende versies opgenomen.

Al eerste werd 'Tangled Up In Blue' aangepakt. In tegenstelling tot de opname uit New York vertelde Dylan het verhaal nu helemaal in de eerste persoon.
Maar het klonk niet echt goed. “We speelden het in G’ herinnert Odegard zich ‘ en het kwam niet echt tot leven, het was te tam. Hij vroeg, ‘Hoe klinkt het? Wat denk je?’, en ik zei ‘Tja, het kan er mee door.’ Hij keek me aan, zoals hij naar Donovan keek in Don’t Look Back. Hij hield zijn hoofd wat schuin en herhaalde ‘Kan er mee door?’
Ik werd vuur-rood en het zweet brak mij uit. Tien, vijftien seconden lang wist ik zeker dat mijn carriere voorbij was. Maar dan wreef hij met zijn voet een denkbeeldige sigaret uit op de grond, draaide zijn hoofd, keek op en zei, ‘Wel, OK! Dan proberen we het eens op jouw manier.’ Ik had voorgesteld het in A te spelen. Dus dat deden we en het nummer kwam tot leven: Dylan moest zich moeite doen om de hoge noten te halen en het gaf het nieuwe energie en iets dwingend. Halverwege stopten we en namen het dan zo op. Die eerste take is wat je op de plaat hoort.”
Odegard was ook verantwoordelijk voor de korte gitaar ‘fanfares’ die iedere strofe introduceren. Die waren geinspireerd op een riff die hij had gehoord bij een nummer van de groep Joy Of Cooking: ‘Midnight Blues’.

Aangemoedigd door het succes van ‘Tangled Up In Blue’ besloot Dylan 'Lily, Rosemary And The Jack Of Hearts' te proberen. David Zimmerman kwam uit de controlekamer om de muzikanten te waarschuwen dat het nummer ongewoon lang zou zijn. “Denk niet dat het gedaan is, wanneer je denkt dat het afgelopen is, want het is niet gedaan.”
En ook dat nummer stond er in één keer op. Het snellere tempo en de licht countryshuffle komen het nummer ten goede. Het is wel met één strofe ingekort ten opzichte van de New Yorkse versie. “Het was plezierig,” meent Odegard, “zoiets als samen naar de film gaan.”

Billy Peterson moest toen de sessie verlaten omdat hij een eerder gemaakte afspraak moest nakomen om op te treden in een jazz club.

Zonder bassist werd dan het laatste nummer 'If You See Her, Say Hello' aangepakt. Dylan wou een hoge tegenmelodie hebben. Jim Tordoff stelde voor een vriend er bij te halen: Peter Ostroushko, een multi-instrumentalist. Uit een telfoontje naar zijn huis bleek dat hij de hele week met koorts in bed had gelegen en er nu even tussen uit was naar een bar in de buurt. Jim Tordoff vond hem daar achter een flipperkast.
"When Jim and I got there, everyone was packing up. They were done for the night," mijmert Ostroushko. "Dylan came over and shook my hand and looked at my instruments and said, `What have you got there?' I said, `A fiddle and a mandolin.' He said, `Mandolin? That'd sound really good on this one song.' And everyone unpacked their instruments, and we went in and recorded `If You See Her, Say Hello.'
"For someone who is such a huge artist, it seemed like he was awfully loose about how he went about doing stuff. No one knew the song, and he kept changing the key. I definitely got the feeling that he didn't care too much about the performance, or it being slick or anything. His sole criterion was the feeling of the song; he was searching for a key he could really sing it in.
"We ran through it once, and then they hit the (record) button. We did about four takes, and that was it. I was sick the whole time, really fevered, and I woke up the next morning and the fever had broken. I thought, `God, what a dream I had.' I actually didn't know whether I had gone to the studio or not.
"I called Jim and said, `You won't believe this dream I had last night.' He said, `Buddy, that was no dream.' "

Odegard herrinnert zich de afloop wat anders: na enkele takes vertelde Bob aan Ostroushko dat hij iets anders wilde. Uiteindelijk speelde hij de mandoline zelf.
“Hij doet veel overdubs.” beweert Odegard, waarmee hij tegenspreekt dat bij Dylan alles er in één keer op staat. “Hij speelde overdubs op elk nummer – hij overdubde zelfs de mandoline, die hij leende van Peter Ostroushko om er wat hij noemde "een vlinder gedeelte", in een hoger register te spelen. Peter speelde mee bij de opname, maar Dylan speelde net zo goed. En Dylan overdubde de flamenco gitaar op ‘You’re A Big Girl’ en ‘If You See Her Say Hello’.”
Voor deze nieuwe versie heeft Dylan de meeste verwijzingen naar vervreemding, kinderen en een scheiding uit de tekst geweerd.

Na afloop van de opnamen maakte Paul Martison een kopie van de vijf nummers voor Bob en David.

Omdat het allemaal snel moest gaan werd er zelfs op nieuwjaar gewerkt. Bob en David kwamen met Paul samen in de studio om de tracks te mixen. Er werd begonnen met ‘Tangled Up In Blue’. “Zoals gewoonlijk, begon ik met de zaak wat op te kuisen,” vertelt Martinson, “dingen naar voor te halen en zo. Toen ik klaar was, zei Bob, ‘Ik vind dit maar niks!’ Ik zei, ‘Och God, wat wil je horen?’ Hij haalde de kopie boven van de ruwe studio mix die ik gemaakt had na afloop van de sessies en hij zei, ‘Zo wil ik dat het klinkt!’
Omdat ik niks anders ter beschikking had ik die controleruimte, had ik gewoon op een goede twee-sporen apparaat gewerkt. Er was dus niks mis met de niveau’s. We konden het best zo verder doen en het zo uitbrengen.
Dat deden we dus met de rest van de nummers, behalve ‘Idiot Wind’, daar moest echt wat aan gewerkt worden… Bob ging akkoord, maar stond er op dat het basis geluid identiek bleef. We mixten dus niet echt, in de zin van dat er met de klank werd gewerkt of zo, zoals gewoonlijk wordt gedaan.”

Bij het samenstellen van de definitieve line-up van de lp koos Dylan voor vijf nummers van de Minnesota sessies. De andere vijf nummers bleven dus behouden van de New Yorkse sessies.
Tenslotte besloot Dylan tot nog een laatste ingrijpende wijziging: zowel de tracks uit Minnesota als die uit New York werden bij het masteren ongeveer twee procent versneld. Waarschijnlijk omdat hij vond dat het geheel anders te veel slepend werd.
“Dat is de manier waarop Blood On The Tracks werd geperst, met vier van de nummer ongemixt – letterlijk, live 2-sporen mixen!” jubelt Kevin Odegard. “Het zegt veel over de capaciteiten van Paul Martinson.
Er werd daar prachtig samengewerkt door een aantal genieën. Neem nu Bill Berg bijvoorbeeld - Hij is vooral trots op ‘Tangled Up in Blue’. De hi-hat versiering waarmee het nummer opent is een ideetje van David Zimmermann – David is eigenlijk de uitvoerende producer van dit meesterwerk, achter de schermen. Zowel omdat hij de opnamen regelde als de muzikale bijdragen die hij leverede. Ik denk dat zijn bijdrage er een volledig andere plaat van maken. Ik denk dat het anders weer zo’n stil en slaperige prachtige plaat van Bob Dylan zou zijn geworden als de plaat niet was herwerkt. Ik zou hem gekocht hebben en ongetwijfeld nog steeds draaien, maar David Zimmermann heeft er een meesterwerk van gemaakt. En ik vind het echt Dylan’s meesterwerk . Die plaat is helemaal af – van begin tot het einde.”



RELEASE

Op 17 januari 1975 werd Blood On The Tracks dan eindelijk toch uitgebracht.
Doordat Dylan’s beslissing tot de nieuwe opnamen zo laat kwam werd de eerste persing van de nieuwe plaat gestopt in de oorspronkelijke hoes, met daarop niet enkel de oorspronkelijke muzikanten aangegeven, maar ook de tekst van Pete Hamil. Jammer genoeg verwijzen deze naar de New Yorkse opnamen, waarbij Hamil soms aanwezig was en dus ook naar de oorspronkelijke teksten.
Voor de volgende persingen werd de tekst vervangen door een abstracte tekening, maar ondertussen was er een Grammy nominatie gekomen, zodat Columbia de tekst weer terug moest plaatsen op latere uitgaven.
Amper zes weken na het uitbrengen van de Columbia lp, verschenen de outtakes al alle vijf op de bootleg Joaquin Antique.

Vier van de vijf takes die te elfder ure werden terug getrokken zijn nog steed onuitgebracht gebleven: enkel de versie van ‘You’re A Big Girl Now’ op Biograph is de New Yorkse versie van de oorspronkelijke lp. De drie outtakes van The Bootleg Series zijn andere takes.
Verschillende critici en fans vinden de oorspronkelijke, New Yorkse versie van Blood on the Tracks veel beter. Zij stellen dat de mengeling van akoestische instrumenten, met het zachte Hammond orgel en de slide gitaar aantonen dat grootse nummers geen grote bezetting nodig hebben. Zij wijzen er op dat de atmosfeer en de inspiratie voelbaar in die opnamen, terwijl de nieuwe arrangementen in in Minneapolis de essentie van de nummers verstikt. Nummers die daarenboven grondig zijn herschreven, zodat de ware betekenis verborgen blijft.


Dylan blijft altijd ontkennen dat de Blood On The Tracks over hemzelf gaat. In maart 1985 spreekt hij erover met Bill Flanagan: "Veel mensen dachten dat … de hele Blood on the Tracks betrekking heeft op mij. Omdat het toen zo leek. Het heeft geen betrekking op mij. Het was enkel een concept om beelden die de tijd bepalen - gisteren, vandaag, morgen. Ik wou ze allemaal op een vreemde manier verbinden.
Ik las dat die plaat met mijn scheiding te maken had. Wel, de scheiding gebeurde pas vier jaar later.”
Bill Flanagan: "Jij en je vrouw waren tijdelijk uit elkaar vlak voor Blood on the Tracks. Dat moet toch een neerslag hebben op die lp."
Bob Dylan: "Ja. Iets daarvan. Maar ik ga geen lp maken en steunen op een huwelijksrelatie. Dat zou ik nooit doen, evenmin als ik een lp zou schrijven over de gerechtelijke problemen die ik heb gehad. Er zijn bepaalde dingen die ik niet wens te uit te buiten. En ik zou nooit een relatie met iemand uitbuiten.
Ik heb dat ooit gedaan in Ballad in Plain D. Onbewust. Ik had toen maar een beperkt publiek. Ik zat er echt mee en ik schreef dat nummer. Ik had het misschien niet moeten gebruiken. Ik had andere nummers toen. Het was gebaseerd op een oud folknummer.
Maar ik begrijp wat je bedoeld. Als je in een relatie zit en het gaat niet goed en je voelt je niet goed, wat je ook doet je komt altijd terug bij ‘Ik voel me slecht’. Dus probeer je het van je af te schrijven. Niet veel mensen kunnen dat. Zij hebben niemand om het voor te zingen. Zo iemand in mijn positie kan zeggen: 'Wel, ik heb alle nodige informatie beschikbaar, zo denk ik er over. Ik denk dat ik het neerschrijf en beschrijf wat ik voel.' Ik doe dat niet. Ik hou niet van dat gevoel. Ik denk dat ik beter kan dan dat. Niemand wordt beter van mijn droefheid. Nog maar eens zo een verhaal over brute pech."

Dylan zelf kijkt met gemengde gevoelens terug op de plaat.
In het boekje bij Biograph, schrijft Cameron Crowe een commentaar op Blood On The Track die schijnbaar is ingegeven door Dylan zelf: "Hoewel algemeen toegeschreven aan de breuk van zijn huwelijk, haalt de plaat meer van zijn stijl aan Dylans interesse in schilderkunst. De nummers gaan diep en hun gevoel van perspectief en werkelijkheid veranderd voortdurend."

Op 15 september 1978 geeft Dylan in Maine een interessant interview met Matt Damsker, voor een Ameikaanse radiozender. Daarin probeert hij het concept van "geen tijdsbesef" in de nieuwe nummers uit te leggen: "Blood On The Tracks deed bewust wat ik vroeger onbewust deed. Ik bracht het echter niet goed. Ik had de kracht niet om het goed te brengen. Maar ik schreef de nummers wel... die waarbij de tijd in stukken is gekapt, waar er geen tijdsbesef is, trachtend om te focussen zoals met een vergrootglas onder de zon. Om het bewust te doen als een systeem en dat deed ik voor het eerst op Blood On The Tracks. Ik wist hoe ik het moest doen doordat ik de techniek had geleerd - ik had er zelfs een leraar voor..."

Dylan’s bewering dat hij de nummers niet goed bracht is verassend, maar, ging hij verder, “ze kunnen worden veranderd... “. In feite heeft Dylan de nummers voortdurend veranderd, vooral de teksten van as ‘Simple Twist Of Fate’ en ‘Tangled Up In Blue’ worden steeds opnieuw aangepast.

Blood On The Tracks was Dylans eerste poging om de lessen van Norman om te zetten in songs, maar het was op Street-Legal dat hij echt tevreden zou zijn met het resultaat
Aan Matt Damaker vertelde hij: "Nooit voor Blood On The Tracks kreeg ik te pakken wat ik wou vastleggen. En eens dat ik het vast had, was Blood On The Tracks nog niet echt dat en Desire ook niet. Street Legal komt het dichtste in de buurt bij waar ik met mijn muziek voortaan naar toe wil. Het heeft te maken met een illusie van tijd. Ik bedoel, waar de nummers echt over gaan is een illusie van tijd. Het was een oude man die dat wist en ik leerde van hem zoveel ik kon…"

 

1974_Chile