24-11-08
I'm Your Fan
In de jaren tachtig en negentig was Don Was een veel gevraagd producer. Hij werkte met zowat alle grote namen: van The Rolling Stones, via Brian Wilson en Bob Dylan tot Elton John. In 1988 was hij in Hollywood aan het werk met Iggy Pop. Als Stooges fan zag hij het als zijn plicht om Iggy terug de stevige rock ‘n’ roll toer te laten opgaan. En dat lukte hem aardig met Brick to Brick.
Tijdens de sessies kwam Leonard Cohen even op bezoek om Don even goedendag te zeggen en eens kennis te maken met de heer Pop - James Osterberg voor zijn moeder en zijn rijbewijs. De twee leken het goed met mekaar te kunnen vinden. Vooral omdat ze allebei zeer geïnteresseerd waren in aangenaam vrouwelijk gezelschap. Avond na avond wisselden ze hun ervaringen uit, onder het genot van een lekker wijntje of een glas whiskey.
Op een avond kwam de Canadese bard aanzetten met een iets dat hij had opgemerkt in een gratis weekblad, de LA Reader. Daarin stond een contactadvertentie: “Mooi meisje, 23 en waterman, zoekt man met brein van Leonard Cohen en lijf van Iggy Pop, voor mentale èn fysische stimulans. Leeftijd geen probleem.”
Leonard stelde voor om het meisje helemaal uit de bol te laten gaan door samen op de advertentie in te gaan. Al haar verlangens zouden op slag vervuld zijn, zo wist hij.
Pop trok zijn wenkbrauwen even op, maar Leonard legde een beetje bedeesd uit, dat hij de laatste weken geen succes had gehad bij de vrouwtjes. “Laat nooit een kans voorbij gaan, Jim,” zei hij, “zeker niet wanneer iemand verklaart dat je precies bent waarnaar ze op zoek is.”
Jim was graag bereid om zijn nieuwe vriend uit de nood te helpen en hij zette dan ook mee zijn handtekening onder de brief die Leonard had geschreven.
Een week later waren Iggy en Don de plaat aan het afmixen toen Leonard kwam binnenvallen in de controleruimte. Natuurlijk werd er snel geïnformeerd hoe het was afgelopen met dat grietje van die contactadvertentie. Cohen kreunde eens. “Toen ze begrepen had dat ik echt Leonard Cohen was wou ze alleen maar praten, praten, praten. En ik moest naar die verdomde liedjes van haar luisteren. Ik haat singer-songwriters… en zeker die van het Californische slag.”
Iggy Pop met 'Candy' uit Brick By Brick
Leonard Cohen met 'I’m Your Man'
10:31
Gepost door Peerke
in Straffe verhalen uit de rock annalen |
Permalink
| Commentaren (0)
| Email dit
| Tags: hollywood, moeder, leonard cohen, bob dylan, the rolling stones, iggy pop, rijbewijs, elton john, contactadvertentie, brian wilson, don was, mooi meisje, waterman, whiskey, stooges |
Facebook
|
16-06-08
Bob Dylan - MTV Unplugged

Scheiden kost geld
Ergens in de herfst van 1993 bedacht Bob Dylan dat hij de zaken beter kon aanpakken. Hij speelde al langer met het idee om in eigen beheer platen uit te gaan geven: zonder tussenkomst van een platenmaatschappij.
Daarom organiseerde hij zelf een aantal concerten in de New Yorkse Super Club. Hij huurde een cameraploeg in en professionele geluidsapparatuur. Het was de bedoeling om van de de akoestische optredens een documentaire te maken die dan zou kunnen worden verkocht aan de diverse TV-stations. Die documentaire zou dan mooi als promotie dienen voor de bijbehorende live-cd. De combinatie zou een mooi bedrag kunnen opbrengen, zeker wanneer alle rechten in eigen handen bleven.
Het is dan ook geen toeval dat de vier concerten van 16 en 17 november 1993 tot de allerbeste uit zijn carrière mogen worden gerekend.
Maar, afgeschrikt door de administratieve rompslomp die de hele onderneming met zich meebrengt tekent hij, nog diezelfde maand, een contract met Columbia voor nog eens tien albums.
De banden verdwijnen voorgoed de kast in.
Een andere manier om het nodige geld binnen te brengen om de echtscheiding te compenseren is een intensiever beheer van zijn enorme songcatalogus.
Vele fans reageren geschokt wanneer de vroegere protestzanger in januari 1994 een contract afsluit met de boekhoudfirma Cooper & Lybrand. Hij geeft hen de toestemming om ‘The Times They Are A-Changin' te gebruiken in hun reclamespotje. Om de pil wat de verzachten is het niet de oorspronkelijke opname, maar een cover door Ritchie Havens.
Minder schokkend, maar even lucratief, is het gebruik van twee oude nummers op de soundtrack van de succesfilm Forest Gump. En als het moet wil hij zelfs een kleine inspanning doen: bij de opname van een cover van ‘Just Like A Woman’ door Stevie Nicks speelt hij gitaar en harmonica.
Far East Tour
Het zevende jaar van de Never Ending Tour brengt Bob Dylan eindelijk nog eens naar Japan. Het kortere formaat van de Santana tournee van 1993 wordt aangehouden: 14 à 15 songs, maar samen toch nog goed voor zo’n 110 minuten. Gelukkig word ook dezelfde hoge kwaliteit aangehouden, of zelfs nog verbeterd. Wat Dylans eigen live prestaties betreft word 1994, het beste jaar sinds ‘88.
Voor de gelegenheid opent hij met een verassende keuze: ‘Jokerman’ (al 10 jaar niet meer gespeeld), gevolgd door ‘If You See Her, Say Hello’ (16 jaar niet meer gespeeld). ‘Jokerman’ blijkt de standaard opener voor het hele jaar.
Er zijn echter nog steeds geen nieuwe eigen composities en zelfs niets van zijn recentste studio-cd World Gone Wrong.
Wel debuteert hij in Hiroshima, op 16 februari, een totaal herwerkte versie van ‘Masters Of War’. De adembenemende akoestische versie blijft regelmatig opduiken tijdens de rest van het jaar.
De Far East Tour eindigt met optredens in Kuala Lumpur, Maleisië, Singapore en Hong Kong.
Een maand later volgt de traditionele US Spring Tour. Daarbij brengt hij het enige nieuwe nummer van het hele jaar: een vertolking van ‘Lady Came From Baltimore’ van Tim Hardin. Dylan zingt het twee keer.
Een bezoekje aan de studio
Tussen 9 en 11 mei neemt Dylan een handvol nummers op met zijn tourband. De opnamen vinden plaats in de Ardent Studios, in Memphis, Tennessee. Hoewel het oorspronkelijk de bedoeling was dat Don Was de sessie zou leiden, besluit Dylan zelf als producer op te treden, met de hulp van geluidstechnicus Jeff Powell.
Er zijn geen eigen composities bij. Het zijn allemaal covers voor tribute cd's. Hoewel er sprake is van minstens vijf verschillende songs, verschijnen er uiteindelijk slechts twee.
‘Boogie Woogie County Girl’, een hit van Big Joe Turner uit 1956, maar geschreven door Doc Pomus, verschijnt in maart ’95 op Till The Night Is Gone: A Tribute To Doc Pomus.
Het tweede is ‘My Blue Eyed Jane’ van Jimmie Rodgers. Dat wordt opgenomen als een duet met Emmylou Harris. Maar wanneer de cd The Songs of Jimmie Rodgers: A Tribute in augustus 1997op de markt komt, is van de zangeres geen spoor meer te bekennen. Om onduidelijke redenen blijkt Dylan de song opnieuw te hebben ingezongen. Een gedeelte van de oorspronkelijk duet-versie is wel te horen op de cd-rom Highway 61 Interactive. De zoveelste merkwaardige beslissing van de man uit Minnesota.
De rest van de opnamen verdwijnt in de archieven. Dat zijn: 'I'm Not Supposed To Care' van Gordon Lightfoot, 'One Night Of Sin' van Dave Bartholomew (oorspronkelijk van Smiley Lewis, maar veel bekender in de versie van Elvis Presley) en Southern bluesklassieker 'Easy Rider (Don't Deny My Name)', bekend van onder andere Janis Joplin.
In die archieven belanden later nog meer covers. Op 30 september neemt Bob Dylan versies op drie songs die Elvis Presley in 1956 opnam. De nummers zijn bedoeld voor een tribute cd aan de man uit Tupelo.
De opnamen vinden plaats in de Sony Studios, in New York. Het is voor het eerst in negentien jaar dat Dylan nog eens terug werkt in de voormalige Columbia Studios waar hij zijn eerste platen op band zette.
Deze keer is Don Was wel aanwezig. Wie de muzikanten zijn is echter niet bekend.
Dylan spendeert die dag veel tijd in een vergeefse poging om 'Money Honey' of 'Lawdy Miss Clawdy' op band te krijgen. Hij raakt zo gefrustreerd dat hij uitroept: "Ik haat opnemen, man. Dat is zo onwerkelijk."
Tenslotte beslist hij de ballad 'Anyway You Want Me' aan te pakken. Hoewel het resultaat erg goed is,belandt ook dit in het archief, want het project komt nooit van de grond.
Great Music Experience
In de tweede helft van de maand is Dylan alweer terug in Japan. Op 20 en 22 mei neemt hij er deel aan The Great Music Experience, een drie daags concert in samenwerking met het World Decade For Cultural Development Project van de UNESCO. Het was de bedoeling dat dit het eerste in een reeks zou worden in belangrijke en mooie culturele sites. Er kwam helaas geen gevolg.
Voor het prachtige decor van de Todaiji tempel in Nara, treden naast een aantal Japanse artiesten ook enkele westerse gasten op: Joni Mitchell, INXS, Ry Cooder, Jon Bon Jovi en Richie Sambora.
Dylan speelt elke avond dezelfde drie nummers: ‘A Hard Rain's A-Gonna Fall’, ‘I Shall Be Released’ en ‘Ring Them Bells’. Hij wordt daarbij begeleid door het New Tokyo Philharmonic Orchestra, plus een speciaal samengestelde band, bestaande uit gitarist Phil Palmer, bassist Pino Palladino, drummer Jim Keltner, ”Wix” Wickens op toetsen en Ry Cooper op percussie.
Het orkest staat onder leiding van Michael Kamen, die ook de arrangement schreef.
Elk concert eindigde met een herneming van ‘I Shall Be Released’ met alle deelnemende artiesten samen. De slotdag werd uitgezonden op radio en TV in meer dan 50 landen over de gehele wereld.
Dylans optredens zijn niets minder dan verbluffend, zoals kan worden beluisterd op de live versie van 'A Hard Rain's A-Gonna Fall’, die in december 1994 verschijnt als bonustrack van de cd single van 'Dignity'.
Woodstock II
De zomer brengt weinig nieuws: in juli speelt hij zeventien shows in Europa. De set bestaat uit dertien nummers waarvan acht die al meer dan 250 keer zijn gespeeld tijdens de Never Ending Tour. Na amper twee weken trekt de tour verder door Noord Amerika.
Het enige opmerkelijke optreden vindt plaats op 14 augustus: die dag speelt Dylan tijdens Woodstock '94. Heel merkwaardig, want het opzet van het oorspronkelijke festival was precies Dylan terug te doen optreden. Om het hem gemakkelijk te maken hadden ze het festival zelfs in zijn achtertuin willen houden (niet letterlijk natuurlijk). Daar wou hij toen absoluut niet van weten. Voor het hele verhaal: http://peerkesplaatjes.skynetblogs.be/post/5103582/bob-dy...
Maar de tijden zijn inderdaad veranderd. Wanneer Neil Young te elfder ure laat weten niet te kunnen of willen komen, is Dylan bereid om vijfentwintig jaar na de feiten toch op het podium van Woodstock zijn ding te gaan doen. Een gage van zeshonderdduizend dollar zal wel geholpen hebben om zijn afkeer te verminderen.
Wel was hij erg onzeker over de ontvangst die hem daar te wachten zou staan.
De show wordt stevig ingekort hetgeen aan drummer Winston Watson de opmerking ontlokt: "We deden er langer over om er te geraken dan dat we er speelden. Hij stapt uit de bus. We praten even over de setlist. We gaan spelen en 't is voorbij… Maar hij kwam er om er te rocken."
En dat deed hij ook. Wanneer hij enthousiast wordt verwelkomt door het jeugdige publiek, geeft hij een krachtig optreden.
Achteraf wordt dit optreden door verschillende critici aangeduid als een keerpunt in zijn carrière. Het begin van de weg terug naar een groter publiek dan alleen de trouwste fans.
Het geheel wordt uitgezonden op radio en betaal-TV. ‘Highway 61 Revisited’ wordt uitgebracht op de officiële cd (8 november ’94).
Dignity
Samenvallend met de Amerikaanse herfsttournee verschijnt de eerste cd van het nieuwe contract met Columbia: Greatest Hits, Vol. 3. Waar Greatest Hits, Vol. 2 begin jaren zeventig een vijftal uitstekende nieuwe nummers bevatten is de oogst voor de trouwe fans dit keer maar mager: één nieuw nummer slechts. Dat is ‘Dignity’, een outtake van de Oh Mercy sessies. Maar van de originele versie is niet veel overgebleven: Brendan O'Brien (de producer van Pearl Jams tweede plaat) heeft het nummer onder handen genomen. Hij veegde alles af, behalve Dylans zang en piano. Aan die tracks worden bas en drums toegevoegd, door Steve Gorman en Brendan O'Brien zelf. Die vult het geheel dan verder aan met elektrische gitaar en toetsen, plus Rick Taylor op banjo.
In december verschijnt 'Dignity' ook op cd-single. Daarop staan twee versies: de versie van Greatest Hits en een "radio edit" waarbij vier regels zijn geknipt. De derde track is ‘A Hard Rain's A-Gonna Fall’ van 22 mei in Nara, Japan.
Merkwaardig genoeg geeft Dylan een vier jaar later toestemming om de originele mix van Daniel Lanois alsnog uit te brengen. Dat gebeurd in november 1998 op de soundtrack van de populaire TV-reeks Touched By An Angel.
MTV Unplugged
Op 17 en 18 november 1994 - precies een jaar na de Super Club shows - wordt het idee van een puur akoestisch optreden nog eens overgedaan. Maar deze keer voor de camera’s van MTV.
De band is voor de gelegenheid versterkt met een extra toetsenspeler: Brendan O'Brien. Diens elektrische orgel is wel degelijk ingeplugd. Verder zijn er dus Bucky Baxter (op pedal steel gitaar & slide gitaar), John Jackson (akoestische gitaar), Brendan O’Brien (toetsen), Tony Garnier (bas), Winston Watson (drums & percussie).
“We hebben een paar dagen lang in de studio’s van Sony gerepeteerd,” vertelt Winston Watson. “Ik zweer je dat we niet één van die nummers gespeeld hebben. We speelden veel countryblues nummers die ik nog nooit had gehoord. Heel rustig, zachtjes, niet bepaald rock ‘n’ roll.”
“Ik had graag oude folk songs gespeeld met akoestische instrumenten,” bevestigd Bob Dylan. “Maar er werd van overal gesuggereerd wat het beste zou zijn voor dit publiek.… Vroeger zou ik daar tegen in gegaan zijn, maar het heeft geen zin … Ik voelde me verplicht en ik deed wat ze vonden dat ik moest doen…. Dat was niet noodzakelijk wat ik had willen doen.”
De heren van Sony drongen aan op een greatest hits voorstelling. En dat kregen ze ook. Het resultaat is een weinig vernieuwende setlist: 'Like A Roling Stone', 'All Along The Watchtower' én 'Knockin' on Heaven's Door'.
Slechts drie nummers dateren niet uit de jaren zestig: het al genoemde 'Knockin' on Heaven's Door' uit 1973, 'Shooting Star' uit 1989 en de nieuwe versie van 'Dignity', uit de recente verzamel-cd.
De enige verassing was een uitvoering van 'John Brown' een nooit uitgebracht anti-oorlogsnummer uit… 1962. Misschien is het wel veelzeggend dat Dylan de hele set lang zijn zonnebril ophoudt.
Bob Dylan Unplugged wordt voor het eerst uitgezonden door MTV in Amerika op 14 december 1994. De acht nummers komen bijna allemaal uit de tweede show. Bij ‘With God On Our Side’ (van de eerste show) zijn twee strofen geknipt: die over WO II en "The Russians".
In Europa verschijnt de show tien dagen later.
De gelijknamige cd ligt pas in mei van het volgende jaar in de winkel. Merkwaardig daarbij is dat Europa een andere versie krijgt dan Amerika. De Europese versie heeft één extra nummer: 'Love Minus Zero/No Limit', maar daar staat tegenover dat er geknoeid is met de mix van 'Knockin' On Heaven's Door'. Darbij wordt een stukje applaus als loop steeds opnieuw herhaald. Erg enerverend.
De critici reageerden heftig, maar zeer verdeeld, op de release. Voor de enen was het schitterend. Patrick Humphries noemde het lovend: "Zijn beste live album ooit." Terwijl Andy Gill het heeft over "schaamteloos saai en geeuwverwekkend voorspelbaar."
Tegelijk met de cd-release van MTV Unplugged, verschijnen ook de koopvideo en de publicatie van een interview van Edna Gundersen: ”Dylan on Dylan, Unplugged and the birth of a song” in USA Today.
De verkoop resulteert in een 23ste plaats in de Amerikaanse hitlijsten. Dylans best verkopende cd sinds jaren. Het is onduidelijk of het succes te danken is aan Dylan of aan de Unplugged formule.
Ter promotie worden twee singles op het publiek losgelaten: in juni 1995 is dat de live versie van 'Dignity' met opnieuw de schitterende Great Music Experience 'A Hard Rain's A-Gonna Fall'. In september volgen dan nog de Unplugged versies van 'Knockin' On Heaven's Door' en 'The Times They Are A-Changin''.
'Dignity' van MTV Unplugged
18:49
Gepost door Peerke
in Bob Dylan |
Permalink
| Commentaren (9)
| Email dit
| Tags: unplugged, mtv, bob dylan, elvis presley, dignity, japan, great music experience, tribute-cd, emmylou harris, jimmie rodgers, doc pomus, gordon lightfoot, unesco, memphis |
Facebook
|
06-06-08
Blind Willie McTell
Een onuitgebracht meesterwerk
Dat moest ook Mark Knopfler ervaren. Als producer van Dylan's LP Infidels had hij een geheel andere plaat in gedachten. Maar de zanger vond het nodig om enkele van de beste nummers die hij in de lente van 1983 had opgenomen op te bergen in de archieven. Eentje daarvan is het prachtige 'Blind Willie McTell'. Misschien wel het mooiste nummer dat de man uit Minnesota ooit heeft geschreven.
De eerste, een elektrische versie tijdens de eerste sessie, op 11 april 1983 en op 5 mei, tijdens een extra, allerlaatste sessie een sobere akoestische versie. Enkel Dylan op piano en Knopfler op 12 snarige gitaar. Prachtig.
Maar Dylan besloot dat het nummer de kluis in moest.
Saying, "This land is condemned
All the way from New Orleans
To Jerusalem."
I traveled through East Texas
Where many martyrs fell
And I know no one can sing the blues
Like Blind Willie McTell
As they were taking down the tents
The stars above the barren trees
Were his only audience
Them charcoal gypsy maidens
Can strut their feathers well
But nobody can sing the blues
Like Blind Willie McTell
Hear the cracking of the whips
Smell that sweet magnolia blooming
(And) see the ghosts of slavery ships
I can hear them tribes a-moaning
(I can) hear the undertaker's bell
(Yeah), nobody can sing the blues
With some fine young handsome man
He's dressed up like a squire
Bootlegged whiskey in his hand
There's a chain gang on the highway
I can hear them rebels yell
And I know no one can sing the blues
Like Blind Willie McTell
But power and greed and corruptible seed
Seem to be all that there is
I'm gazing out the window
Of the St. James Hotel
And I know no one can sing the blues
Like Blind Willie McTell
In het kort
Want de wereld gaat naar de knoppen aan macht, hebzucht en corruptie. En niemand kan ons nog troost bieden.
Kenners aan het woord
Maar bovenal heeft het een ongelofelijke emotionele impact...
Het heeft alles wat een song zou moeten hebben. Het is beknopt, mooi verwoord en heeft ook nog eens een prachtige melodie.
Ik hou vooral van de positie van de verteller in het nummer - zittend in een hotelkamer in New Orleans, laat hij zijn gedachten dwalen over de geschiedenis van het zuiden. Moord tussen de magnolia's...
Het is een... overpeinzing. Een prachtig woord voor een prachtig nummer"
Maar het gaat ook over het landschap van de popmuziek en hoe een ouder wordende figuur als Dylan zich voelt wanneer hij terugblikt over de weg die hij heeft afgelegd.
Zoals steeds sceptisch over de kwaliteit van zijn eigen stem, wou hij 'Blind Willie McTell' eerst niet uitbrengen omdat hij vond dat hij zijn voorgangers niet genoeg recht deed. De ironie is dat zijn eigen onzekerheid over optornen tegen zijn ingebeelde blues ideaal hier het onderwerp op zich werd. 'Nobody sings the blues like Blind Willie McTell' wordt een verwoording van zijn gevoel niet meer te passen binnen de hedendaagse muziekindustrie..."
'Blind Willie McTell' gebeurt niet met de ogen maar met het hart. Het is een vorm van perceptie die horen omvat (de kreet van een uil, het gekreun van stammen, een begrafenisklok - merk hoe visueel die geluiden zijn) en zien en rieken en nog een andere bron van informatie die niet met de zintuigen wordt waargenomen maar aangevoeld wordt...
Met zijn opvallende stem en uitstekende techniek op de 12-snarige gitaar duurde het niet lang eer hij werd opgemerkt. In oktober 1927 maakte hij zijn eerste opnamen voor RCA Victor in Atlanta. Onder verschillende pseudoniemen maakte hij daarnaast ook opnamen voor andere labels. Zijn grootste successen zijn 'Broke Down Engine Blues', 'Statesboro Blues' en 'Southern Can Is Mine'. Het bekendste werd hij als Blind Willie McTell.
Rhodes, die opname apparatuur had staan, vraagt hem of hij wat opnamen mocht maken. Met enige tegenzin gaf McTell toe.
De begrafenis is precies gegaan gelijk hij wou," legt McTell uit tijdens een inleiding in '56, "alleen de hoertjes uit Atlanta waren er niet. Dat was te ver."
Net als bij 'The Dyin' Crapshooter's Blues' is de kern van 'St. James Infirmary' dat iemand de begrafenis van een vriend of vriendin bezingt. En ook hier is er weer een hele waslijst aan wensen.
Het nummer werd voor het eerst opgetekend in 1848 in het Ierse Cork. In die ballad komt de verteller een vriend tegen op de trappen van het St. James Hospital. De soldaat heeft een geslachtsziekte opgelopen en vraagt aan de zanger om zijn begrafenis te regelen. Hij wil onder andere: "Six pretty maidens with a bunch of red roses, six pretty maidens to sing me a song ..."
Het St. James Park verwijst nog naar de plek waar het gebouw stond.
...naar St. James Hotel.
Vooral als blijkt dat er helemaal geen hotel is in New Orleans met die naam. Er staat er overigens wel een in... Minnesota, aan de Highway 61 dan nog.
In de jaren zeventig had Dylan serieus last van schrijfangst. Tot hij in de leer ging bij een schilder (zie Blood On The Tracks). Hij paste die technieken toe op songschrijven. Een bepaalde techniek was er op gericht om te zorgen dat er geen bepaald tijdsbesef op de song kon worden geplakt. Zodat het als het ware tijdloos werd. Maar tegelijkertijd moest hij bij het onderwerp blijven.
Zoiets wou hij ook verkrijgen bij 'Blind Willie McTell'.
De brandende plantages zijn het apocalyptische einde van de slavernij door de Burgeroorlog. Het klappen van de zwepen, in contrast met de zoet geurende magnoliabloesems, geeft de lange periode van de slavernij zelf weer. De slavenschepen spreken voor zich. Maar de vermelding dat het slechts de spoken er van zijn, brengt de luisteraar terug naar het heden. De schepen zijn al lang verdwenen, maar de gevolgen wegen nog steeds op de Amerikaanse samenleving.
De kreunende stammen voeren ons terug het begin van de slavernij, toen gezinnen uit elkaar werden gerukt, stammen tegen elkaar werden opgezet uit winstbejag. De doodsklokken beklemtonen nog de naargeestige sfeer die over de gehele strofe hangt.
En dat alles wordt besloten met de vaststelling dat de enige die de last van het verleden kon verlichten er niet meer is: Blind Willie McTell.
All the way from New Orleans
To Jerusalem."
And we all want what's his
But power and greed and corruptible seed
Seem to be all that there is.
De mens wil zelf God spelen.
Macht, hebzucht en corruptie regeren de wereld.
Een kleine aanpassing
"Ik begon het live te spelen omdat ik The Band dat hoorde doen," legde hij later uit.
Waar Jerusalem een bestaande stad in het Midden Oosten is, de bakermat van de Joodse en Christelijke godsdiensten, is New Jerusalem iets heel anders.
"Ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. De tegenwoordige hemel en de tegenwoordige aarde waren er niet meer; en ook de zee was verdwenen. Ik zag de heilige stad, een nieuw Jeruzalem, van God uit de hemel naar beneden komen. Zij zag er feestelijk uit, als een bruid die op haar bruidegom wacht. Ik hoorde een luide stem uit de troon zeggen: "Gods huis staat nu bij de mensen. Hij zal bij hen wonen. Zij zullen Zijn volk zijn en Hij zal Zelf bij hen zijn. Hij zal alle tranen van hun ogen afwissen en er zal geen dood meer zijn.Van verdriet, rouw en pijn zal geen sprake meer zijn. Dat hoorde allemaal bij de oude wereld en die is voorgoed voorbij".
In het boekje bij The Bootleg Series licht John Bauldie toe dat Dylan tot twee keer toe uitlegde waarom hij het nummer niet wou uitbrengen.
"Ik vond dat ik het niet juist had opgenomen," vertelde hij aan Kurt Lodger van Rolling Stone. En later tegen Adrian Deevoy van Q: " Het kwam gewoon nooit goed. Het ontwikkelde zich nooit zoals het zich had moeten ontwikkelen."
Dat hij niet wil dat die rol hem wordt opgedrongen?
19:11
Gepost door Peerke
in Bob Dylan |
Permalink
| Commentaren (5)
| Email dit
| Tags: johnny cash, blues, jaren twintig, streets of laredo, infidels, atlanta, bijbel, louis armstrong, bob dylan, corruptie, st james, michael gray, willi mctell, alan lomax, the south, mythisch, the band, blood on the tracks, doemdenken, hebzucht, troost, betty boop, cab calloway, new orleans, mark knopfler, daniel lanois |
Facebook
|
19-05-08
House Of The Rising Sun
Voor Mie : een verzoeknummertje.
Kentucky - 15 september 1937
In de late zomer van 1937 stopte een oude auto op het pleintje van Noetown, een straatarm mijnwerkersdorpje in het oosten van Kentucky. De wagen zag er versleten uit - geen wonder na een rit op onberijdbare wegen door het gebergte van Kentucky.
Het gebeurde niet vaak dat hier vreemdelingen op bezoek kwamen. De meest nabije verharde weg ligt bijna 50 mijl verder. De nieuwsgierigheid haalde het van de achterdocht van de dorpelingen.
Een jong koppel stapte uit. De man legde uit dat hij Alan Lomax heette. Dat hij uit New York kwam en mensen zocht die oude liedjes zongen. Dat hij en zijn vader, John, authentieke opnamen verzamelen in voor het Archief van de Amerikaanse Folksong voor congresbibliotheek.
Alan had zich vooraf goed geïnformeerd en wist dat er in het huis van Tillman Cadle plaats was om zijn logge apparatuur op te stellen. Zijn Presto "reproducer" liep op een grote, zware batterij. Wanneer alles in gereedheid was gebracht kwamen enkele inwoners één na één zingen voor de machine. Een van hen was Mary Mast Turner, de vrouw van een mijnwerker. Ze had haar dochter meegebracht. Georgie was 16 en zong de hele dag, terwijl ze aan het werken was.
In het nasale accent van de streek zong ze haar favoriete liedje voor de Presto. Edward Turner, het neefje van Cadle, begeleide haar daarbij op zijn mondharmonica. Ze zong het trieste verhaal van een meisje dat verliefd was geworden op een foute jongen. Daardoor was ze terecht gekomen in een huis in New Orleans. En al wie daar belande was voor altijd verloren. Ze waarschuwde haar jonge zus ervoor daar nooit te gaan, naar dat huis met de opgaande zon.
Alan Lomax noteerde de song als 'Rising Sun Blues'.
Tijdens het vervolg van zijn tocht door de heuvels kwam Lomax nog twee muzikanten uit de streek tegen die ongeveer hetzelfde liedje zongen in zijn Presto. Bert Martin in Horse Creek begeleidde zichzelf daarbij op gitaar; Daw Henson in Billys Branch zong het a capella.
Enkele speculaties over de herkomst
In de jaren zestig lichtte Alan Lomax in The Penguin Book of American Folksongs toe "deze blues song over een mislopen meisje stamt waarschijnlijk af van een ouder Brits nummer. In ieder geval duikt een huis van de opgaande zon op in diverse aangebrande Engelse songs en de melodie is ere en van de vele van de oude, pikante ballad Little Musgrave."
'Little Musgrave And Lady Barnard' is de naam van Child Ballad #81, beter bekend bij rockfans als 'Matty Groves', zoals het heette bij Fairport Convention. Deze ultieme folk ballad over overspel en moord werd voor het eerst opgetekend in 1611.
De song heeft dus altijd in de erotische sfeer gezeten en het is dan ook niet te verwonderen dat men er van uitging dat het huis waarvan sprake een bordeel was. De plaats waar een jong meisje zich in het ongeluk kon storten.
Er is druk gezocht naar het huis in New Orleans. Er is sprake van een Rising Sun Hotel, maar dat brandde al af in 1822 - een eeuw voor het nummer voor het eerst opduikt.
Dan is er nog een huis in St Louis Street in het Franse buurt van New Orleans, waarvan de huidge eigenaars beweren dat dit het beruchte House of the Rising Sun was. Ene Marianne LeSoliel Levant zou er tussen 1862 en 1874 een bordeel hebben uitgebaat.
Anderen menen dan weer dat het geen bordeel was, maar een hal voor gokkers. Of een vrouwengevangenis: er zijn bouwplannen terug gevonden waarop een cirkelvormig raam te zien is boven de inkompoort. Dat zou dan de opkomende zon zijn.
Pamela D. Arceneaux van het Williams Research Center & Historic New Orleans Collection schreef in 2003 dat er geen enkel bewijs hard bewijs is om welk gebouw dan ook aan te duiden als "het" huis. Haar besluit is dat misschien "sometimes lyrics are just lyrics".
New York - 7 juli 1941
Alan Lomax publiceerde de tekst van 'Rising Sun Blues' voor het eerst in 1941, in zijn baanbrekende liedboek Our Singing Country. Hij nam de tekst van Georgie Turner als basis, maar noteerde daarbij dat "enkele regels" kwamen uit de versie van Bert Martin.
Datzelfde jaar trad hij ook op als producer van de opname van de song door The Almanac Singers. Dat was een los-vast collectief van linkse folkzangers: Woody Guthrie, Lee Hays, Millard Lampell, Pete Seeger. Ze waren begin 1941 gaan samenwerken om op te roepen dat de Verenigde Staten zich niet zou gaan mengen in de Tweede Wereldoorlog. Later voegden ook Agnes 'Sis' Cunningham, Peter Hawes, Lead Belly en Josh White zich bij de groep. Zowat iedereen die iets betekende in folkkringen van de jaren veertig dus. De groep was zo invloedrijk dat ze letterlijk hebben bepaald hoe American folk en protestsongs moesten worden gezongen.
De opnamen vonden plaats in de Reeves Sound Studios, in New York op 7 juli en warden later dat jaar uitgebracht op de derde 78 toeren plaat van de groep: Sod-Buster Ballads. Het was Woody Guthrie die daarbij 'Rising Sun Blues' zong. 
New York - februari 1942
Het volgende jaar nam de charismatische zwarte folkzanger Josh White een eigen versie op van 'House Of the Rising Sun'. Zijn tekst was anders dan die uit het songbook van Lomax. Hij zong het nummer vanuit een mannelijk standpunt, over een gokker. Hij was ook de eerste om de akkoorden in mineur te spelen in plaats van in majeur zoals tot dan gebruikelijk was. Kortom zijn versie was het prototype van de song zoals we die tegenwoordig kennen.
Het label Keynote bracht de versie van White in 1944 op de markt in een "binder-album", een set van vier 78-toeren platen.
Lomax was woedend. Hij vond het ongepast om ook maar iets te wijzigen aan een bestaande tekst of melodie. Maar White legde uit dat hij de song al veel langer kende. Als jongetje van tien trok hij rond met blinde zwarte muzikanten. Omstreeks 1923 hoorde hij het spelen door een "blanke hillbilly in North Carolina". Mogelijk was dat Clarence Ashley, die in die periode, in die streek rondtrok met zijn medicine show. Ashley is ook de man van 'The Coo Coo Bird' en 'The House Carpenter'.
Clarence "Tom" Ashley had de song al op 6 september 1933 opgenomen. Zijn zang en gitaar werden daarbij aangevuld door Gwen Foster op harmonica. De 78 toeren plaat verscheen in februari 1934 bij het Vocalion label. Ashley verklaarde later dat hij het nummer had geleerd van zijn grootvader, Enoch Ashley. De Ashley waren afkomstig uit Bristol, Tennessee - slechts een paar Smoky Mountains verwijderd van Middlesboro.
Uit dezelfde streek was ook Roy Acuff afkomstig. Acuff leerde het vak van Ashley en bracht ook een commerciële opname van de song uit vóór de veldopname van Lomax. Acuff legde zijn versie voor eeuwig vast op 3 november 1938. Deze 78 toeren verscheen in augustus 1939 bij Vo/OK.

New York - 20 november 1962
Toen Bob Dylan begin 1962 in New York arriveerde, was Dave Van Ronk daar de toonaangevende figuur. Niet voor niets droeg hij de bijnaam The Mayor of MacDougal Street. Dat was de straat in de New Yorkse buurt Greenwich Village waar iedere avond de artiesten mekaar verdrongen om hun ding te kunnen doen in een van de vele koffiehuizen.
Van Ronk had zijn gitaarstijl gebaseerd op de stijlen van Mississippi John Hurt en Reverend Gary Davies. Als een soort Nonkel Bob bracht hij iedereen die dat wou de basisbeginselen van het gitaarspel bij. "Painting is all about space," leerde hij zijn pupillen, "and music is all about time."
Maar ook op ander manieren stond hij beginnende folkzangers bij. De jonge Bob Dylan vond die eerste maanden dikwijls een slaapplaats in het appartement van de grote bebaarde man.
In zijn memoires wijdt Van Ronk bijna een heel hoofdstuk aan 'House of the Rising Sun'. Zo vertelt hij dat hij de song leerde van de Texaanse zangeres Hally Wood. En die had het nummer rechtstreeks gehaald bij de veldopname van Georgia Turner.
Dave werkte een geheel nieuw arrangement uit, waardoor hij ook de melodie een stuk attractiever maakte. Dat sloeg erg aan en bij ieder optreden vroeg het publiek hem om het nummer te spelen.
"[Bob Dylan en ik] hadden een vreselijke ruzie over 'House of the Rising Sun'" vertelt Van Ronk. "Hij was altijd al een spons, nam alles rondom hem in zich op. Hij pikte mijn arrangement van dat nummer. Voor dat hij de studio introk vroeg hij me, 'Hey Dave, vind je het erg als ik jouw versie van de Rising Sun gebruik?' Ik zei 'Wel, Bobby, Ik ga binnenkort zelf een plaat maken en ik zou het willen opnemen.'
Later vroeg hij me het opnieuw en ik antwoordde opnieuw dat ik het zelf wou gebruiken. 'Oeps, ik heb het net deze middag opgenomen en ik kan er niks meer aan doen, want Columbia wil het.'
Dat moet dan op 20 november 1962 gebeurd zijn. Die dag nam Dylan zijn debuut-LP op voor Columbia.
"Zo een twee maanden lang spraken we niet meer tegen elkaar, " gaat Van Ronk verder. "Ik moest stoppen met het nummer live te brengen omdat ik steeds opmerkingen kreeg uit het publiek in de aard van "Oh, je speelt dat nummer van Bob Dylan!"
Hij heeft zich nooit verontschuldigd en dat vind ik straf."

Londen - 18 mei 1964
Tot dan toe was 'The House Of the Rising Sun' nog steeds gewoon een van de vele folksong gebleven. Joan Baez, Odetta en Nina Simone brachten het allemaal uit. Maar het was een Britse groep die er een absoluut onvergetelijk nummer van zou maken.
The Animals waren een van de vele bands die het Britse clubcircuit afschuimden met hun mengeling van blues en rhythm and blues songs. Covers van de platen die Amerikaanse zeelui meebrachten uit het land van de onbegrensde mogelijkheden aan de andere kant van de oceaan. De naam "animals" hadden ze te danken aan hun wilde podiumfratsen.
De vijf leden waren Eric Burdon, een klein mannetje met een gigantische stem, toetsenist Alan Price, gitarist Hilton Valentine, drummer John Steel en bassist Bryan "Chas" Chandler. Allemaal waren ze afkomstig uit de buurt van Newcastle-upon-Tyne. Maar in navolging van The Beatles waren ze in 1964 naar Londen getrokken.
Daar versierden ze een platencontract bij Columbia Graphophone. De eerste single was 'Baby Let Me Take You Home' - eigenlijk een rockende versie van de bluesstandard 'Baby Let Me Follow You Down'.
Ze kregen de kans op in een package tour op tournee te gaan met Chuck Berry en Jerry Lee Lewis. Ze begrepen dat ze iets nodig hadden om op te vallen. Iets dat anders klonk dan wat die grote mannen uit Amerika zoveel beter deden.
Toen Eric Burdon Dylan's debuutplaat hoorde, herkende hij 'House of the Rising Sun' meteen. Het herinnerde hem aan een folkzanger uit Northumbria, Johnny Handle. Die zong in zijn stamcafé in Newcastle een repertoire over schipbreuken en mijnrampen. Maar het meest succes had hij steeds met die song over dat bordeel.
"Ik wist één ding: je kunt gewoon niet beter rocken dan Chuck Berry," legde Eric Burdon uit, "Ik dacht, 'Als we nu dat nummer eens nemen. We reorganiseren het een beetje, laten wat van Dylan's tekst vallen en maken een nieuw arrangement. "
Een stoere Noordelijke vent kan toch moeilijk zingen dat hij een meisje is. Maar Alan Price herinnerde zich een andere versie - die van Josh White. Daarbij was een jongen het slachtoffer van dat huis in New Orleans. En de rol van de gokker en dronkenlap verschoof van het vriendje naar de vader van de verteller.
Hilton Valetine kwam met het typische gitaarloopje op zijn Gretsch. Alan Price
voegde nog wat meer pit toe door een solo op zijn Vox Continental orgeltje. De inspiratie daarvoor haalde hij bij de hit 'Walk on the Wild Side' van jazzman Willie Smith.
Zo brachten ze het als laatste nummer in hun set. Dramatisch uitgelicht met één enkele rode spot op Burdon's gezicht. Succes verzekerd.
Drummer John Steel "We speelden in Liverpool op 17 mei. Daarna reden we naar London waar [producer] Mickie [Most] een studio had geboekt voor opnamen voor Ready Steady Go van ITV! Omwille van de goede respons die we kregen op 'Rising Sun', vroegen we om dat op te nemen. Hij zei: 'OK, we doen het aan het einde van de sessie.'
We zetten alles klaar, speelden een paar maten voor de geluidstechnicus - het was mono zonder overdubs - en we speelden het één keer."
Volgens Burdon beperkte de rol van Most zich tot goedkeurend knikken tijdens de sessie. "Alles zat juist," bevestigt Most, "Het stond er op een kwartiertje op, dus kan ik niet veel eer opstrijken voor de productie. Het was puur kwestie van de atmosfeer inde studio vast te leggen."
Steel gaat verder: "[Na afloop] luisterden we er nog eens naar en Mickie zei: 'Dat is het. Dat wordt de single.'"
De geluidstechnicus wees er op dat het veel te lang was voor een single. Met 4:29 werd de standaard drie minuten grens ruim overschreden. Zoiets was nog nooit gedurfd. Meer nog: het was technisch onmogelijk.
Maar in plaats van het in te korten, durfde Mickie het aan om te zeggen: 'Tegenwoordig hebben ze hele dunne groeven. We doen het toch.'"
Toen het singeltje in juni 1964 werd uitgebracht bleek de mengeling van folk en rock onmiddellijk aan te slaan - ondanks de lengte. Al snel stond het nummer op 1 in Engeland.
De Amerikaanse platenmaatschappij ging niet akkoord met het overschrijden van de drie minuten regel. Zoiets zou eenvoudigweg niet op de radio worden gedraaid. Toen de single daar in augustus verscheen was er stevig in geknipt zodat er nog 2:58 overbleven.
Dat bleek niet te hinderen: het was de sound die aansloeg. Bob Dylan verklaarde dat toen hij de versie van The Animals voor het eerst hoorde op de autoradio hij "uit de zetel van zijn auto" sprong van opwinding. Het klonk dan ook zoals nog nooit iets had geklonken. De Amerikaanse muziekcriticus Dave Marsh beschreef het in 1989 als de "eerste folk-rock hit. [Het klinkt] alsof ze de oude melodie hebben aangesloten op een stroomkabel."
Ralph McLean van de BBC gaat nog een stapje verder: Hij noemt het "een revolutionaire single" die "het gelaat van de moderne muziek voor eeuwig heeft veranderd." Inderdaad, het was misschien wel het zetje dat Bob Dylan nodig had om zijn gitaar in te pluggen - tot woede en frustratie van puristen als Alan Lomax, Ewan McColl en Pete Seeger.
Op 5 september stootte de single 'Where did our Love Go' van The Supremes van de top van de Amerikaanse hitlijsten. Het werd daarmee het eerste Britse nummer in twee jaar aan de top van de Amerikaanse hitlijsten die niet door Lennon en McCartney was geschreven. Op vijf weken werden er meer dan twee miljoen exemplaren van verkocht.
Maar het succes bracht ook de nodige problemen mee. Op het label stond aangegeven: "Trad., arranged Alan Price". Volgens de platenmaatschappij was er niet genoeg plaats om iedereen te vermelden. Niemand had daar een probleem van gemaakt, tot bleek dat alle royalty's dan ook alleen naar de toetsenist gingen. Hilton Valentine kreeg nooit een cent voor de simpele maar uiterst herkenbare riff waarop duizenden mensen hebben leren gitaarspelen. De spanningen liepen op en in mei 1965 stapte Price op om een solo carrière te beginnen.
The House of the Rising' in de versie van The Animals
'Rising Sun Blues' door Georgia Turner
There is a house in New Orleans they call the Rising Sun.
It's been the ruin of many a poor girl and me, O God, for one.
If I had listened what Mama said, I'd be at home today.
Being so young and foolish, poor boy, let a rambler lead me astray.
Go tell my baby sister never do like I have done
To shun that house in New Orleans they call the Rising Sun.
My mother she's a tailor, she sewed these new blue jeans.
My sweetheart, he's a drunkard, Lord, Lord, drinks down in New Orleans.
The only thing a drunkard needs is a suitcase and a trunk.
The only time he's satisfied is when he's on a drunk.
Fills his glasses to the brim, passes them around.
Only pleasure he gets out of life is hoboin' from town to town.
One foot is on the platform and the other one on the train.
I'm going back to New Orleans to wear that ball and chain.
Going back to New Orleans, my race is almost run.
Going back to spend the rest of my days beneath that Rising Sun.
Enkele naschriften
In 1963 ging Alan Lomax Georgia Turner opzoeken. Ze was nog steeds straatarm. Ze had veertien kinderen gebaard, waarvan er tien in leven waren gebleven. Hij zorgde er voor dat ze wat royalties kreeg. Hij legde haar uit dat het nummer was "gekaapt".
Uiteindelijk kreeg ze alles samen iets meer dan $117.
Georgia overleed in 1969. Ze was pas 48.
In 2007 werd in New York een boek uitgegeven, helemaal gewijd aan de geschiedenis van het nummer: Chasing the Rising Sun: The Journey of an American Song door Ted Anthony.
Op deze site kun je maar liefst 80 versies van House Of The Rising Sun binnen halen:
http://coco-vinyl.blogspot.com/2008/05/house-of-rising-sun.html
Jammer genoeg is die van Georgia Turner er niet bij. Gelukkig kun je hier van haar versie een stukje beluisteren:
http://www.rounder.com/index.php?id=album.php&catalog_id=6504
09:23
Gepost door Peerke
in Favoriete songs |
Permalink
| Commentaren (9)
| Email dit
| Tags: nonkel bob, alan lomax, woody guthrie, the animals, bob dylan, folk-rock, protitutie, gevangenis, new orleans, georgia turner, kentucky, new york, the supremes, john lennon, paul mccartney, josh white, bordeel, ongeluk, gokken, almanac singers, pete seeger, clarence ashley, joan baez, odetta, nina simone, ewan mccoll, gitaar |
Facebook
|
14-05-08
Stagger Lee - deel 2

Stack A Lee
Op World Gone Wrong brengt Bob Dylan een andere klassieke Amerikaanse murderballad, in de aard van 'Frankie And Albert'.
Er zijn vele gelijkenissen tussen beide songs. Zo zijn ze allebei gebaseerd op een waar gebeurd drama dat plaats vond rond dezelfde tijd, in dezelfde omgeving: de jaren negentig van de 19de eeuw, in de rosse buurt van St Louis.
Beide songs stammen uit de periode van voor het ontstaan van de blues, groeiden uit tot klassiekers in het genre en werden later geadapteerd in verschillende versies, zowel door zwarte als door blanke artiesten. In zowat alle genres: van rauwe blues van Ma Rainey, instrumentale jazz van Sidney Bechet, Duke Ellington en Cab Calloway, coctailjazz van Peggy Lee, folk van Sonny Terry en Woody Guthrie, disco van Neil Diamond, funk van James Brown, Wilson Pickett tot punk van The Clash en rap van Nick Cave.
En dan hebben we het nog niet gehad over Huey Lewis and the News!
En net als 'Frankie' is ook hier weer vrij omgesprongen met de namen: 'Stagolee', 'Stack Lee', 'Stagger Lee' of ' Stack & Billy'...
De oorsprong
Het verhaal is dus gebaseerd op een echte moord, zoals we kunnen terugvinden in de St. Louis Globe Democrat van 28 december 1895.
"William Lyons, 25, kleuring, een dijkenbouwer, wonende te 1410 Morgan Street, werd gisteren omstreeks 10 uur 's avonds in de buik geschoten in de saloon van Bill Curtis, op de hoek van de Eleventh en Morgan Streets, door Lee Sheldon, eveneens kleurling. Sheldon is koetsier en woon op 911 North Twelfth Street. Hij is ook gekend als 'Stag' Lee."
Op het ogenblik van de schietpartij zat de saloon vol negers.
Beide partijen hadden, schijnbaar, gedronken en waren uitbundig.
Lyons en Sheldon waren vrienden en zaten te praten. De discussie belandde bij de politiek en ze kregen ruzie. Daarbij rukte Lyons Shaledon's hoed van diens hoofd. Deze laatste eiste zijn hoed terug. Lyons weigerde, Sheldon greep zijn revolver en schoot Lyons in de buik.
Toen zijn slachtoffer op de grond viel nam Sheldon zijn hoed uit de hand van de gewonde man en stapte onverstoord weg.
Lyons werd naar de ziekenboeg gebracht, waar werd vastgesteld dat de kwetsuur ernstig was. Hij werd dan overgebracht naar het City Hospital.
Sheldon werd aangehouden en opgesloten in het politiekantoor van Chestnut Street."
Tot zover het krantenbericht. Uit latere berichten blijkt dat Billy Lyons overleed aan zijn verwonding. Stag Lee kwam voor de rechter. Een eerste rechtszitting liep vast in politiek gekrakeel.
Bij een nieuwe rechtszitting werd hij veroordeeld. Hij vloog naar de gevangenis en overleed er in 1919, aan TBC.
De legende
Al kort na de moord begon de song zijn tocht over het Amerikaanse continent.
Zoals gebruikelijk werd erg vrij omgesprongen met het verhaal. Al bleef de kern steeds behouden: rond Kerstmis ruziën twee mannen over een hoed en de ene schiet de andere dood. Verder gebeurde er echter van alles mee: details werden toegevoegd, veranderd, door elkaar gehaspeld en geactualiseerd.
Vooral omwille van zijn koele houding is de figuur van de moordenaar in Amerika uitgegroeid tot een legendarisch figuur. Hij werd ooit omschreven als "zo slecht dat de duivel hem de toegang zou ontzeggen tot de hel".
De schrijver Julius Lester drukt het nog kleurrijker uit in zijn Black Folktales: "Stagolee was, zonder enige twijfel, de slechtste nikker die ooit heeft geleefd. Stagolee was zo slecht dat de vliegen in de zomer niet rond zijn kop wilden vliegen en in de winter viel er geen sneeuw op zijn huis."
Cecil Brown, auteur van het boek Stagolee Shot Billy (2003) betoogt zelfs dat Stag Lee het archetype is van de moderne rapper. Een stoere zwarte vent, koele kerel, hip gekleed, potent, niet vies van geweld en met minachting voor de blanke autoriteiten.
Stijl is alles voor hem: hij schrikt er niet voor teug om te moorden voor een hoed.
Brown ziet het nummer daarom zelfs als "de moeder van alle rapsongs".
Mississippi John Hurt
De eerste versie werd in 1911 gepubliceerd door de folklorist Guy B Johnson in het prestigieuze Journal of American Folklore.
De meest legendarische versie is ongetwijfeld die van Mississippi John Hurt. Zijn versie werd voor het eerst op band gezet in 1928.
Hij voegde twee dingen toe aan de legende. Hij specificeerde dat de hoed waar het allemaal om draait een Stetson was. Dat voegt klasse toe en roept beelden op van het Wilde Westen.
Bovendien opende hij de song met de woorden "Police officer, how can it be? / You can 'rest everybody but cruel Stack O' Lee." Waarmee hij de man nog wat heroïscher maakt door te stellen dat zelfs de politie schrik heeft van hem.
Introductie:
Stagolee was a bad man. Ah...they goes down in the coal mine one night, robbed a coal mine. They's gamblin' down there, and they placed themselves just like they wanted to be, so they wouldn't hit each other when they was shootin'. Money lyin' all over the floor. There's one bad guy down there, he thought he was, that was Billy Lyons. So he had a big .44 laying down by the side of him; when they got placed why, Stagolee spoke to him, he says, boys, look at the money lyin' there on the floor. What'll we do if old Stagolee and them was to walk up in here? This guy picked up his .44, and he says: It wouldn't make a bit of difference, says, Stag's gun won't shoot a bit harder than this one. 'bout that time, stag knocked his hat off. and his partner, takin' care of the rest, when he knocked his hat off, he kinda remembered that was Stagolee, and he commenced beggin' like this:
Police officer, how can it be,
you can arrest everybody but cruel stagolee?
that bad man, oh cruel stagolee.
Stagolee, stagolee, please don't take my life
says i got two little baby and a darling lovin' wife
he's a bad man, oh cruel Stagolee.
Here' the answer Stagolee gave him:
What do i care 'bout your two little babies, darling loving wife?
says you done stole my stetson hat, i'm bound to take your life.
it's a magic hat, oh cruel Stagolee.
Boom boom, boom boom, went the .44
when i spied poor Billy Lyons,
he was lyin' down on the floor.
that bad man, oh cruel Stagolee
Gentlemen of the jury, what do you think of that?
Stagolee killed Billy Lyons, 'bout a $5 stetson hat
that bad man, oh cruel Stagolee
Standin' on the gallows, Stagolee did curse
the judge said let's kill him, before he kills one of us
he's a bad man, that old Stagolee.
Standin' on the gallows, his head was way up high
at 12:00 they killed him, they was all glad to see him die.
that bad man, oh cruel Stagolee
Policin' officer, how can it be
you can arrest everybody but cruel stagolee
that bad man, oh cruel stagolee.
Van blues, over R&B...
Met zo een tekst en zo een figuur is het geen wonder dat iedere bluesman (of -vrouw) zijn versie van de song heeft opgenomen: Jesse Fuller, Mississippi John Hurt, Furry Lewis, Mississippi Slim, Ma Rainey....
In de jaren dertig en veertig verzamelden de folkloristen John Lomax en zijn zoon zeker een dozijn verschillende opnamen van de song. De song bleek erg populair onder de klanten van de diverse gevangenissen.
De meestal zwarte gevangenen zingen graag over Stagolee en de duivel. Want de duivel is blank!
Het nummer werd het rocktijdperk ingeloodst door ene Leon T. Gross, zanger uit New Orleans. Onder de naam Archibald bracht hij in april 1950 'Stack-A-Lee' (parts I & II). Het singeltje, in de stijl van singer Professor Longhair, brengt het verhaal over twee kanten uitgesmeerd. Het werd een top 10 hit op de rhythm & blues lijsten.
Een stadsgenoot van Archibald, Lloyd Price, had korte tijd later veel succes op de plaatselijke R&B markt. Maar zijn carrière werd afgebroken toen hij zijn legerdienst moest gaan vervullen in Korea. Gelukkig voor hem moicht hij dat doen als entertainer van de tropen op de bases in Korea en Japan. Als onderdeel van zijn act bracht hij een eigen versie van de song. "Er waren honderden tekstregels voor het oude nummer, maar er was geen verhaal. Dus maakte ik er een toneelstukje van. Een paar soldaten speelden dat voor, terwijl ik het zong."
Na zijn legerdienst trok Lloyd naar Washington, D.C. Zijn eerste single, 'Just Because', bracht hem onmiddellijk terug in de hitlijsten. Als opvolger dacht hij aan zijn toneelstukje.
Hij versnelde het tempo, voegde de aanmoediging "Go Stagger Lee!" toe en verzachtte de boodschap met een blank backingkoortje.
Zijn versie van 'Stagger Lee' sloeg aan - en hoe. Er vlogen tot 200 000 exemplaren per dag de deur uit. Een gegarandeerde nummer 1 hit, in 1959.
De TV programmatoren zaten met een probleem. Dick Clark vond dat zoveel geweld en bloed niet kon voor het tienerpubliek van zijn "American Bandstand". Lloyd had geen keuze: hij moest een nieuwe, gekuiste versie opnemen, met... een happy end! Stagger Lee en Billy legden hun ruzie bij en sloten terug vriendschap.
In de jaren zestig sloot de beweging voor gelijke rechten Stagolee in zijn armen. Op het hoogtepunt van het Black is Beautiful tijdperk namen zowel James Brown als Wilson Pickett 'Stagolee' op.
Bobby Seale, de leider van de Black Panthers, zag de figuur als voorbeeld voor het verzet van de zwarten tegen de blanken. "Stagolee was de slechtste nikker van de buurt en liet zich door niets of niemand doen."
... via ska naar punk
Zoals zovele R&B hits werd ook dit nummer aangepast voor de Jamaikaanse markt. The Rulers maakten in 1967 hun eigen skaversie van het 'Stagger Lee' verhaal, als "Wrong Emboyo". De zanger, Clive Alphonso, zette er voor het gemak zijn eigen naam onder als auteur.
Dertien jaar later bracht dat serieus wat geld in het laadje toen The Clash zijn versie coverden als 'Wrong 'em Boyo' op hun dubbel-LP London Calling.
En zo zijn we bij de blanke artiesten beland.
De blanke kant
De muziek van de zwarte gemeenschap heeft altijd een grote aantrekkingskracht gehad op de Calvinistische blanke Amerikanen. Traditioneel hebben de Afro-Amerikanen in hun songs altijd veel vrijer uitdrukking gegeven aan onderdukte emoties, zoals seks en agressie.
De vroegste bekende opnamen van de song dateren uit 1923 en ze zijn gemaakt door twee blanke dansbands: Fred Waring's Pennsylvanians en Frank Westphal and His Orchestra.
Frank Hutchinson
Dylan verwijst in zijn hoesnota's naar de versie van Frank Hutchinson. Hutchison was een blanke mijnwerker, geboren in 1897 in West Virginia en opgebracht in Logan County. Hij werd beïinvloed door zwarte spoorwegarbeiders en een kreupele zwarte uit de heuvels: Bill Hunt. Tegen 1920 had hij een repertoire opgebouwd met weinig gekende oude nummers: rags, blues, traditionele balladen en novelties.
In 1926 nam hij zijn eerste platen op in New York, waarbij hij zichzelf begeleide met een gitaar. Hij had echter een zeer ongewone manier van spelen bedacht: hij legde de gitaar plat op zijn schoot en streek over de snaren met een mes. Om zijn nek droeg hij daarbij een harmonica in een rekje.
Zijn versie van 'Stackalee' nam hij op 28 januari 1927 op. Tijdens diezelfde sessie nam hij ook een instrumentale versie op, waarbij zijn mondharmonica de taak van de zang overneemt.
De gezongen versie is te vinden als nummer 19 op Volume 1: Ballads van de Anthology of American Folk Music.
Door de depressie moest hij ophouden met spelen en vestigde zich als groentenman in Lake, West Virginia. Over zijn latere leven is alleen nog geweten dat hij in Columbus, Ohio overleed in 1945.
Nick Cave
Ook bij de Australische rocker Nick Cave kon dit nummer niet ontbreken. Hij legde in 1996 een heel eigen interpretatie vast op zijn Murder Ballads.
Cave voegde ze wat regels aan toe die hij vond in een ander blues ballad. "Er is een regel in onze versie die zo gaat: 'I'm the kind of cocksucker that would crawl over 50 good pussies to get to one fat boy's asshole.'
Ik kwam die tegen in een fantastische talking blues van een kerel die zich, in het nummer, voorstelt als Two-time Slim. Ik heb het altijd een fantatsische zin gevonden en dus heb ik hem er in verwerkt."
('De song is Two Time Slim' van Snatch and the Poontangs, uit 1969).
"We namen het op omdat het past in de traditie," vertelt Cave. "Ik hou er van hoe een eenvoudige, haast naieve traditionele murder ballad geleidelijk aan een kapstolk is geworden waaraan de meest walgelijke machismo uitingen kunnen worden opgehangen. Net als Stag Lee zelf, lijken er geen beperkingen op te staan hoe door-en-door gemeen dit nummer kan worden."
Cave verklaarde ooit dat hij de song ziet als zijn ultieme versie van gangster rap. Het gaat over moorden om het moorden - zinloos en genadeloos geweld.
Tijdens live versies durft hij nog wat verder gaan. Zo heeft hij er het soms over hoe de duivel verschijnt voor Stagger Lee na de moord. Stagger Lee schiet dan ook maar de duivel neer.
"In come the devil,
Said, "I've come to take you down,
Mr. Stagger Lee,"
Well those were the last words that the Devil said,
'Cause Stag put four holes in his motherfucking head!"
Beck
In diezelfde periode gebruikte de Amerikaanse zanger Beck Hansen de song dan weer als uitgangspunt voor zijn 'Devils Haircut', op Odelay. In een interview verklaarde hij dat zijn nummer "een erg eenvoudigde metafoor was voor het kwaad van de ijdelheid."
"Ik denk dat we volwassen worden associeren met compromissen maken. Misschien is dat wel de duivel. Dat was het scenario voor 'Devils Hairvut'. Ik stelde me Stagger Lee voor... Ik dacht, hoe zou die kerel er vandaag uitzien? Ik zag hem als een Lazarus figuur die commentaar geeft op wat er van de mensheid is geworden. Wat zou hij vinden van het materialisme en de hebzucht en idealen van schoonheid en perfectie? Zijn reactie zou zijn: "Waw, dit is compleet geschift!"
Twee jaar eerder had hij ook een cover van de song opgenomen. Beck is altijd al een grote fan geweest van de fingerpicking stijl van Mississippi John Hurt. In maart 1994, vlak voor de Mellow Gold tour, trakteerde hij zichzelf op een bezoekje aan de legendarische Sun studio in Memphis. Hij nam er enkele bluesklassiekers op. De opnamen waren niet bedoeld voor release. Toch gaf hij toestemming om zijn versie van 'Stagolee' uit te brengen. Dat gebeurden in 2003, op Avalon Blues - A Tribute To The Music Of Mississippi John Hurt.

Outro
De mythische Stagolee is niet meer weg te denken uit de muziekwereld. Zijn invloed werkt door tot op de dag van vandaag.
De Amerikaanse journalist Greil Marcus vatte het zo samen in zijn boek Mystery Train: Images of America in Rock 'n' Roll Music: "[Stagolee vinden we terug in] de cool en geest van Muddy Waters's ' Rollin' Stone'; Chuck Berry's 'Brown-Eyed Handsome Man'; Wilson Pickett's 'Midnight Mover', Mick Jagger's 'Midnight Rambler'...Toen de eisen van de zwarten voor gelijke rechten harder begonnen te klinken nam [Staggerlee] over. En het was ook Staggerlee die op het scherm verscheen in de jaren zeventig met films als Slaughter, Sweet Sweetback, Superfly."
13:27
Gepost door Peerke
in Murder ballads |
Permalink
| Commentaren (3)
| Email dit
| Tags: superfly, odelay, geweld, bloed, kerstmis, folk, blues, beck, greil marcus, seks, agressie, moord, duivel, nick cave, bob dylan, mississippi, st louis, 19de eeuw, ska, punk, frank hutchinson, the clash, anthology of american folk music, murderballad, lloyd price, stetson, hoed |
Facebook
|
08-05-08
Bobbie Gentry - Odde to Billie Joe

Mijn Southern compilatie
Al jaren denk ik er over om een compilatie samen te stellen met muziek uit The Deep South. Het zuiden van de Verenigde Staten: South Carolina, Mississippi, Florida, Alabama, Georgia, Louisiana en Texas. De streek van de katoenplantages, hillbillies, rednecks en magnoliabloesems.
De bedoeling is niet om een overzicht te maken van alle muziek die daar zijn wortels heeft. Dat is onbegonnen werk: jazz, blues, gospel, soul, country, bluegrass, rockabilly en rock 'n' roll... Van allemaal heeft het wiegje gestaan in het Appalachen gebergte of in de Delta van de Mississippi.
Ik heb mijn keuze daarom beperkt tot songs met een "southern feel".
Nu, ik ben er nooit geweest. Het kan zijn dat het beeld dat the South bij mij oproept nooit heeft bestaan. Het is puur gebaseerd op boeken, films en muziek.
Wat eerst een interessant uitgangspunt leek voor een cd'tje bleek echter al snel een fascinerende ontdekkingstocht. Ik had altijd meer belangstelling gehad voor de Britse kant van de muziekgeschiedenis. Country was aan mij voorbij gegaan: steelgitaren, fidles, yihaa kreten en veel te grote cowboyhoeden... Het bleek echter dat er steeds meer countryliedjes opdoken die ik heel mooi vond maar gewoonweg nooit met het genre had geassocieerd.
Eentje daarvan is 'Ode To Billie Joe' van Bobbie Gentry. Een nummer dat nergens anders kon zijn geschreven dan in de buurt van de Mississippi. En dan nog door een Southern Belle.
Delta Sweete
Bobbie slaakte haar eerste kreten als Roberta Lee Streeter in Origin Chickasaw County, Mississippi, in 1944. Als kind leerde ze zichzelf gitaar, bas en banjo spelen. Als puber trok ze naar Palm Springs, Californië, om er bij haar moeder te gaan wonen. Ze probeerde het even als danseres in Las Vegas, maar ging dan toch maar filosofie studeren in Los Angeles. Naast een kantoorbaantje vulde ze haar inkomen verder aan met optredens in de lokale nachtclubs. Ze zag een carrière in de muziek wel zitten en schakelde over op het Los Angeles Conservatory of Music waar ze leerde componeren.
Begin 1967 zond ze een demo naar Capitol Records. Kelly Gordon reageerde meteen enthousiast. Maar het hoofd van de afdeling A&R (Artists and Repertoire) wou niks weten van 'Ode To Billie Joe', dat volgens hem een "liedje over abortus' was. David Axelrod, de grote baas van de platenmaatschappij, hakte de knoop door: Bobbie mocht een single opnemen en 'Mississippi Delta' zou de a-kant worden.
Geen slechte keuze, want de bluesy swamp-rocker nodigt zeker uit tot dansen door een repetitief gitaarmotief. En ook het refrein is aanstekelijk: "M-I double S-I double S-I double P-I". Dat was, zo legde ze later uit, gebaseerd op een oude voodoo spreuk.
Maar toen beide zijden van de single na elkaar werden gedraaid, besloot het A&R team unaniem dat de echte parel op de b-kant was te vinden.
Dat vonden ook de radiostations en de luisteraars.
Al in de eerste week na het uitbrengen van de single in augustus 1967 werden er 750 000 exemplaren van 'Ode To Billie Joe' verkocht. Op 26 augustus stootte het intrigerende verhaal over Billie Joe McAllister, 'All You Need Is Love' van The Beatles van de eerste plaats van de Billboard hitlijst. Een straffe prestatie voor een debuutsingle, zonder noemenswaardige promotie. Pas een maand later werd het daar opgevolgd... door een ander nummer uit the South: 'The Letter' van The Box Tops.
Het volgende jaar won 'Ode To Billie Joe' maar liefst acht keer genomineerd voor een Grammy. Daarvan werden er vier toegekend.
Nochtans was het muzikaal gezien een erg sober nummer. Sommigen menen zelfs te weten dat de atmosferische cello's en strijkers toegevoegd zijn aan de demo zelf. Het arrangement is overigens van de legendarische Jimmie Haskell.
Verder horen we alleen wat eenvoudige gitaarlijnen en bovenal de sensuele zang - haast nonchalant gebracht met veel Southern klanken.
Alle aandacht gaat daardoor uit naar het verhaal zelf. En dat is uiterst intrigerend.
Door de vele details over het plattelandsleven heeft de song meer weg van een kortverhaal dan van een popliedje.
Ode To Billie Joe
It was the third of June, another sleepy, dusty Delta day
I was out choppin' cotton and my brother was balin' hay
And at dinner time we stopped and walked back to the house to eat
And Mama hollered out the back door "y'all remember to wipe your feet"
And then she said "I got some news this mornin' from Choctaw Ridge"
"Today Billy Joe MacAllister jumped off the Tallahatchie Bridge"
And Papa said to Mama as he passed around the blackeyed peas
"Well, Billy Joe never had a lick of sense, pass the biscuits, please"
"There's five more acres in the lower forty I've got to plow"
And Mama said it was shame about Billy Joe, anyhow
Seems like nothin' ever comes to no good up on Choctaw Ridge
And now Billy Joe MacAllister's jumped off the Tallahatchie Bridge
And Brother said he recollected when he and Tom and Billie Joe
Put a frog down my back at the Carroll County picture show
And wasn't I talkin' to him after church last Sunday night?
"I'll have another piece of apple pie, you know it don't seem right"
"I saw him at the sawmill yesterday on Choctaw Ridge"
"And now you tell me Billie Joe's jumped off the Tallahatchie Bridge"
And Mama said to me "Child, what's happened to your appetite?"
"I've been cookin' all morning and you haven't touched a single bite"
"That nice young preacher, Brother Taylor, dropped by today"
"Said he'd be pleased to have dinner on Sunday, oh, by the way"
"He said he saw a girl that looked a lot like you up on Choctaw Ridge"
"And she and Billy Joe was throwing somethin' off the Tallahatchie Bridge"
A year has come 'n' gone since we heard the news 'bout Billy Joe
And Brother married Becky Thompson, they bought a store in Tupelo
There was a virus going 'round, Papa caught it and he died last Spring
And now Mama doesn't seem to wanna do much of anything
And me, I spend a lot of time pickin' flowers up on Choctaw Ridge
And drop them into the muddy water off the Tallahatchie Bridge
Hoewel het lied in de ik-vorm wordt verteld, komen we het verhaal maar te weten door de dialogen van anderen.
Een arme boerenfamilie zit 's midags rond de tafel. Terloops vermeld de moeder terloops dat ze heeft gehoord dat een jongen uit de buurt zelfmoord heeft gepleegd. Hij is van de brug gesprongen. De dochter - die het verhaal verteld - is blijkbaar zwaar geschokt door het nieuws, maar ze laat niets merken. Er wordt verder gekeuveld over koetjes en kalfjes, maar telkens komt het gesprek terug op de jongeman. Dat de pastoor de jongen laatst nog heeft zien staan op de brug. Er was een meisje bij - dat erg op jou leek - en ze gooiden iets in het water.
"'t Is altijd 'ne speciale geweest, he. Geef de appelmoes eens door."
In de laatste strofe zitten we een jaar verder. Haar broer is getrouwd, vader is gestorven en moeder raakt er niet bovenop. Zelf gaat ze regelmatig bloemen plukken om die dan van de brug in het water van de Tallahatchie te gooien.
Hoewel moeder en dochter allebei hun partner hebben verloren, kunnen ze mekaar geen troost bieden. Ze kunnen er zelfs niet over praten.
"De boodschap van het liedje draait om de nonchalante manier waarop de familie praat over de zelfmoord," verklaarde Gentry. "Het is een studie in onbewuste wreedheid."
Het mysterie
Omdat in het liedje zelf geen verklaringen worden gegeven werd er natuurlijk druk gespeculeerd. Wat gooiden ze van de brug? Was het een baby, of een ring? En waarom pleegde de jongen zelfmoord? Uit verdriet, of was het misschien een zwarte jongen die een onmogelijke relatie had met een blank meisje?
Al snel begonnen allerlei veronderstellingen de kop op te steken. Zo beweren hardnekkige geruchten dat de oorspronkelijke demo van 'Ode To Bilie Joe' meer dan zeven minuten lang was. In de ontbrekende strofen zou dan zijn onthuld wat er van de brug over de Tallahatchie werd gegooid.
Dat blijkt alvast niet uit het originele handgeschreven tekstvel van 'Ode'. Dat bevindt zich in het Mississippi Museum. (http://library.olemiss.edu/matinee/filmedinms1.htm)
Daarop staat wel een extra openingsstrofe!
"People don't see Sally Jane in town anymore
There's a lot of speculatin', she's not actin' like she did before
Some say she knows more than she's willin' to tell
But she stays quiet and a few think it's just as well
No one really knows what went on up at Choctaw Ridge
The day that Billy Jo McAllister jumped off the Tallahatchie Bridge"
Nochtans was het plaatje nu al langer dan normaal. Het was een van de allereerste singles, langer dan vier minuten die een hit werd op de Amerikaanse radio. Enkel 'El Paso', 'Like a Rolling Stone' en 'Strawberry Fields Forever' gingen haar voor.
Parodie
Terwijl de song de hitlijsten aanvoerdde zat Bob Dylan met zijn maten in de kelders van een roze geverfd huis in Woodstock. Dylan kwam met 'Clothesline Saga', dat als ondertitel kreeg 'Answer To Ode'. Daarin aapt hij het nonchalante manier van spreken na waarbij tussen onbenulligheden door belangrijke zaken worden aangekaart. In het geval van deze Basement Tapes track blijkt de onthulling dat "The Vice-President's gone mad!"
Verfilming
De song bleef zo populair dat negen jaar later Warner Bros. de opdracht gaf om Southern gothic verhaal te verfilmen. Herman Raucher kreeg de opdracht een scenario te schrijven. Ter voorbereiding ging hij de zangeres opzoeken.
In een interview in 2002 vertelde de scenarist, Herman Raucher, over zijn ontmoeting met de zangeres. Natuurlijk vroeg hij haar naar de betekenis van de song.
Zij zei: 'Ik heb het verzonnen. Ik weet niet wat het betekent."
Ik vroeg: "Jij weet niet waarom hij van de brug is gesprongen?"
Zij antwoordde: "Geen idee."
Dus verzint hij maar een eigen verhaaltje rond de basistekst. De film geeft verder dus geen aanknopingspunten.
En dat is maar goed ook.
Gentry was wel bereid het nummer opnieuw op te nemen voor de soundtrack. Uit slordigheid of om een onderscheid te maken heet de film Ode To Billy Joe. Met een "y" in plaats van een "ie"
En Gentry zelf?
De carrière van Bobbie Gentry kwam het succes van het debuut nooit meer te boven. Hoewel ze een zestal goede tot uitstekende LP's maakte scoorde ze nooit meer een hit. In 1979 gaf ze er de brui aan en trok zich terug in de anonimiteit. Zowel Jill Sobule als Beth Orton hebben songs aan haar opgedragen. Lucinda Williams heeft geprobeerd haar te overhalen om een duet te brengen. Allemaal tevergeefs.
Behalve enkele compilaties zijn haar platen overigens erg moeilijk te vinden. Vooral Ode To Billie Joe, Delta Sweete en Patchwork zijn nochtans bescheiden meesterwerkjes. Isobel Campbell is fan van haar duet-LP met Glenn Campbell, maar die is wat te gesuikerd naar mijn smaak.
Toen het Britse tijdschrift Mojo vorig jaar haar platenmaastchappij contacteerde voor een interview kregen ze als antwoord: "We hebben geen idee waar meneer Gentry nu woont". Als zelfs je platenmaatschappij je geslacht niet kent dan ben je er echt wel in geslaagd om te verdwijnen.
13:09
Gepost door Peerke
in Favoriete songs |
Permalink
| Commentaren (2)
| Email dit
| Tags: tallahatchie bridge, mississippi, the south, gothic, country, bobbie gentry, misterie, bob dylan, basement tapes, jill sobule, beth orton, lucinda williams, zelfmoord, ode to billie joe |
Facebook
|
06-05-08
Frankie & Albert

Frankie & Albert
Het openingsnummer van Bob Dylan's Good As I Been To You is 'Frankie And Albert'. De song is een van de bekendste Amerikaanse murderballads. Het werd dikwijls opgenomen, zowel door blanke als zwarte uitvoerders.
De populariteit van het nummer kan het best worden geïllustreerd door de vele varianten die er van in omloop zijn.
In 1962 gaf ene Bruce Buckley een studie uit waarin hij 410 verschillende versies beschrijft van 'Frankie'. Bij sommigen heet het nummer 'Frankie and Albert', bij anderen 'Frankie and Johnnie' of soms gewoon 'Frankie'.
Hoewel er veel onderzoek is gedaan naar de oorsprong van het bluesnummer is de eigenlijke auteur niet meer te achterhalen.
Verfilmingen
Het verhaal werd ook verschillende keren verfilmd. Dat gebeurde voor het eerst in 1930, als Her Man met Helen Twelvetrees. Zes jaar later volgde Frankie and Johnnie met Helen Morgan.
Daarna is het lang stil. Het verhaal wordt terug opgepikt in de jaren zestig voor een van de slechtste Elvis films: Frankie And Johnny. De meest recente verfilming, met Al Pacino en Michelle Pfeiffer, bereikte de bioscopen in 1991.
Hoewel het oorspronkelijke verhaal zich afspeelt in het milieu van wat tegenwoordig zo netjes African Americans heet, worden in deze verfilmingen de hoofdrollen telkens door blanken vertolkt.
De feiten
Waarschijnlijk is het nummer geïnspireerd op een waar gebeurd drama in Chestnut Valley, de rosse buurt van St. Louis, Missouri.
Op 19 oktober 1899 meldde de St. Louis Post-Dispatch dat de 17 jaar oude Allen Britt woensdagnacht was overleden in het City Hospital. Vier dagen eerder was de "Negro sporting man" neergeschoten door zijn vriendin, Frankie Baker, "an ebony hued cake-walker". Frankie was 22. Ze hadden mekaar ontmoet tijdens het Orange Blossom bal en vormden sindsdien een koppeltje.
Maar Frankie vermoedde dat hij haar bedroog. Die nacht ging ze hem opzoeken op zijn kamer in 212 Targee Street. Zoals ze gevreesd was hij niet alleen. Naast hem lag een prostitué, de18 jarige Alice Pryor.
Tijdens de discussie die volgde schoot Frankie haar geliefde neer.
De geschiedenis lijkt wel heel erg op die van de song. Te veel om toeval te zijn. Bovendien is het is erg aannemelijk dat de naam Allen Britt - afgekort tot Al Britt - werd verbasterd tot Albert.
Hoe verging het de echte hoofdrolspelers?
Al Britt overleed om 2:15, in de ochtend van de 19 oktober 1988 aan een kogelwonde in zijn lever..
Voor de rechtbank verklaarde Frankie dat Britt haar had bedreigd met een mes. Ze wist dat de jongen altijd een pistool onder het kussen had liggen. Dat kreeg ze te pakken. Tijdens het gevecht dat volgde, ging het fatale schot af.
De rechter oordeelde dat Frankie Baker gehandeld had uit zelfverdediging en sprak haar vrij.
Maar de gebeurtenissen bleven haar achtervolgen. Dat werd nog verergerd door de populariteit van de song, die ondertussen overal opdook . Zeker omdat sommige versies vermelden dat ze drie keer had geschoten of dat ze ter dood veroordeeld was. Frankie verhuisde dikwijls maar vond nergens rust.
Toen het verhaal dan ook nog eens werd verfilmd was voor haar de maat vol. In 1939 diende ze klacht in tegen Republic Pictures. Miss Baker eiste een schadevergoeding van $200,000 wegens laster en schending van privacy door de film.
De advocaat van de filmmaatschappij beweerde echter dat de song een bewerking was van een oude folk-ballad uit 1831. In Toe River, North Carolina, heeft toen ene Frankie Silver haar man vermoord met een bijl. Die stelling kon niet worden bewezen.
Na drie jaar werd de zaak onontvankelijk verklaard.
Het werd Frankie allemaal teveel en ze belande uiteindelijk in een instelling voor zwakzinnigen in Pendleton, Oregon. Daar overleed ze in 1952 op 75 jarige leeftijd.
Nog verder terug
Toch zijn er aanwijzingen dat de song inderdaad een langere geschiedenis heeft.
Zo is er het verslag van George St. Johns, uitgever van de St. Louis Post-Dispatch. Hij vertelt over het bezoek van de populaire Poolse pianist Ignace Paderewski aan zijn stad. Op zoek naar plaatsen waar authentieke muziek te horen was, leidde St. Johns hem rond in de uitgangsbuurt van de stad.
In The Castle, het bordeel van de flamboyante Babe Connor woonden ze het optreden bij van ene Mammy Lou, een "gnarled, black African".
De bejaarde zangeres zong allerhande aangebrande liedjes. Ze bracht er onder andere 'Ta-Ra-Ra-Boom-Der-E' en ... 'Frankie and Johnny'. "Iedereen kreeg kippenvel toen ze het refrein bracht," meldt St. Johns nog.
Paderewski's eerste Amerikaanse tournee vond plaats in 1891 terwijl The Castle werd afgebroken in 1998. Dus voor de fatale avond waarop Al Britt werd neergeschoten.
Een ander inwoner van de stad, Rusty David, meent dat de oorspronkelijke ballad was gebaseerd op een gelijkaardig incident in de rosse buurt van St. Louis, omstreeks 1865-70. Toen de Baker/Britt affaire dan plaats vond, zou het liedje zijn aangepast aan de nieuwe feiten.
De ragtime pianist Trebor Tichenor verklaarde: "Ik denk dat iedereen het erover eens is dat het gaat om een oude, geïmporteerde melodie - van Europeese afkomst. Maar dat die hier is aangepast en dat het een ballad werd... Volgens een legende uit St. Louis pikte een pianist, genaamd Dooley, in op een lokale moord. Dat was het verhaal van Frankie en Johnny in 1899 en dat hij zich daarop baseerde. Dat is natuurlijk maar wat er vertelt wordt. Maar het staat vast dat de oorsprong hier ligt."
Een lange weg
Vast staat dus enkel dat de song oorspronkelijk uit de zwarte gemeenschap kwam.
Voor publicaties, bestemd voor een blank publiek, werden de gebeurtenissen geadapteerd en gezuiverd weergegeven.
De regel 'He done me wrong' duikt voor het eerst op in 1904. Dat gebeurt in 'The Death of Bill Bailey', een nummer van ene Hughie Cannon. Hughie was een blanke komiek die met zwart geverfd gezicht zwarten imiteerde. De song is een vervolg op een eerder succesnummer van hem: 'Bill Bailey, Won't You Please Come Home'.
Vier jaar later publiceren een ander vaudeville team, Frank en Bert Leighton 'Bill You Done Me Wrong'. Hun nummer lijkt erg op dat van Hughie Cannon, maar ze gebruiken langere fragmenten van het origineel.
Nog eens vier jaar later volgt een her-publicatie van het nummer van de Leighton Brothers onder de titel 'Frankie and Johnnie', maar zowel de tekst als de muziek verschillen nog op vele punten van de tegenwoordig bekende versie.
De kenmerkende regel "Frankie and Johnnie were lovers" wordt voor het eerst genoteerd in 1925. Dorothy Scarborough publiceert dan 'Frankie and Albert' in On the Trail of Negro Folksongs.
In 1928 beleeft de Amerikaanse actrice Mae West haar doorbraak met het zelfgeschreven toneelstuk Diamond Lil. Het stuk, over een grofgebekte blonde stoot uit de jaren negentig van de vorige eeuw brengt haar tot Broadway. In het stuk zingt zij ook 'Frankie And Johnnie'
Mississippi John Hurt
De vroegste bekende opname dateert uit datzelfde jaar, 1928. Die is van de Delta Blues gitarist Mississippi John Hurt.
John Hurt werd omstreeks 1893 geboren in het dorpje Teoc in het hart van de Mississippi Delta.
Toen hij een jaar of negen was kocht zijn moeder een tweedehands gitaar. Omdat er niemand in de buurt woonde die het hem kon leren, bedacht hij zijn eigen manier van spelen. Dat leverde hem een heel eigen geluid op. Door het ritme en melodie te combineren klinkt het alsof hij twee gitaren tegelijkertijd bespeelt.
Vanaf zijn twaalfde verdiende hij wat bij door op te treden op lokale feesten. Na de dood van zijn vader hielp hij zijn moeder in het onderhoud van de dertien kinderen.
Omstreeks 1923 vroeg Willie Narmour, een blanke square dance fiddler, hem als begeleider. Narmour was erg goed. Zijn 'Carroll County Blues' wordt nog steeds gespeeld. Enkele jaren later won hij dan ook een fiddlerwedstrijd. Daardoor mocht hij een opname maken voor het Okeh platenlabel.
Toen producer T.J. Rockwell hem daarbij vroeg of er nog meer talent in de buurt was, verwees die naar zijn maat. Rockwell kwam Hurt opzoeken, liet hem spelen en nodigde hem uit om naar Memphis te komen voor een eigen opnamesessie. Die vond plaats op 14 februari 1928. "Het was een grote hal," herinnerde Hurt zich meer dan dertig jaar later. "Alleen Mr. Rockwell was er, een geluidstechnicus en ikzelf. Ik zat op een stoel en ze duwden een microfoon tot tegen mijn mond. Ik mocht mij niet meer bewegen eens ze de beste positie hadden gevonden. Man, ik was nerveus! Achteraf had ik nog dagenlang een pijnlijke nek."
Uit het dozijn opnamen werden er twee gekozen die op een 78-toeren plaat werden uitgebracht: 'Nobody's Dirty Business' en 'Frankie'. Hurt kreeg $20 per song - wat goed betaald was voor iemand die normaal $3 verdiende voor een dag hard labeur.
Hurt keerde terug naar vrouw en kinderen in het dorpje Avalon. De plaat deed het goed en in november nodigde Rockwell Hurt uit voor nieuwe opnamen. Deze keer reisde de man helemaal naar New York, waar hij op 21 en 28 december genoeg materiaal omnam om een hele plaat te vullen.
Maar die plaat deed niks, het platenlabel ging over kop tijdens de depressie en Hurt keerde terug naar het boerenwerk.
Folkrevival
In 1948 richtten Moses Asch en Marian Distler in New York The Folkways Records & Service Co. op. Het was hun bedoeling om geluiden van over de gehele wereld op plaat uit te brengen. Naast kikkergebrul en gedichten in alle mogelijke talen bestond een groot deel van hun uitgaven uit oude muziekopnamen. Voor de reeks American Folk Music konden ze beroep doen op Harry Smith. Die had als hobby het verzamelen van oude 78-toren platen. Hiju had er duizenden. Niemand was daar immers nog in geïnteresseerd en hij kon ze meestal voor een habbekrats krijgen.
In 1952 bracht Folkways de Anthology of American Folk Music uit. Harry Smith had daarvoor de selectie gemaakt en de bijbehorende teksten geschreven. Op zes langspeelplaten verzamelde hij 84 Amerikaanse folk opnamen uit de periode 1927 tot 1932. Daartussen zaten ook twee opnamen van "Missisippi" John Hurt: 'Spike Driver Blues' en... 'Frankie'.
Deze indrukwekkende uitgave lag mee aan de oorsprong van een hernieuwde interesse voor folk en bluesmuziek. Het hek was helemaal van de dam toen het Kingston Trio in 1958 een dikke hit scoorde met een remake van 'Tom Dooley'.
Een jaar later publiceerde een andere verzamelaar Samuel B. Charters The Country Blues.
Na het beëindigen van zijn studies was de jonge musicoloog, in 1951, verhuisd naar New Orleans, om er de Zuiderse cultuur van nabij de bestuderen. Vanaf 1954 maakte ging hij oude muzikanten opzoeken om hun werk vast te leggen.
Zijn boek zette vele andere aan om hetzelfde te doen.
Een van hen was een andere jonge musicoloog, Dick Spottswood. Hij was in de ban geraakt van de fingerpicking stijl van Hurt. Omdat in een van de nummers sprake was van "Avalon My Home Town" ging hij op oude kaarten zoeken naar het dorp. Korte tijd later moest een collega, Tom Hoskins, naar New Orleans. Op verzoek van Spottswood maakte hij een ommetje langs Avalon. Hurt bleek er nog steeds te wonen en zelfs nog te kunnen spelen. Hij was wel erg verbaasd dat iemand nog interesse had in iets van dertig jaar geleden. Met enige moeite kon Hoskins Hurt overhalen om af te reizen naar Washington, D.C., om er een nieuwe carrière te beginnen.
Hurt trad herhaaldelijk op tijdens concerten als Friends of Old Time Music en het Newport Folk Festival. Zo werd hij erg geliefd. Zijn onderkoelde wijze van gitaarspelen was van grote invloed op de blues en folk wereld.
Op 15 juli 1963 nam John Hurt in het Coolidge Auditorium van de Congressbibliotheek een aantal van zijn nummers uit de jaren twintig opnieuw op. Tussen de 39 songs zat ook een nieuwe versie van 'Frankie' - deze keer onder de titel 'Frankie And Albert'.
Jammer genoeg kon Hurt niet lang genieten van zijn succes. Hij overleed op 2 november 1966.
Tribute
In 1988 werd Mississippi John Hurt opgenomen in de Blues Hall of Fame.
En in juni 2003 bracht Vanguard Records Avalon Bleus - A Tribute To The Music Of Mississippi John Hurt. Onder supervisie van Hurt fan Peter Case brengen tal van bekende namen in de muziekwereld daarop hulde aan de meester. Daar zitten mensen bij als Beck, John Hiatt, Bruce Cockburn, Lucinda Williams, Steve & Justin Earle, Bill Morrissey en Taj Mahal. Het accent ligt daarbij meer op de spelvreugde dan op het bluesgevoel, zodat het een erg aangename plaat is geworden.
Het openingsnummer is Chris Smitten's vrolijke versie van 'Frankie & Albert'.
En waar haalde Bob Dylan de mosterd?
In 1992 bracht Bob Dylan het nummer ook al als opener van zijn akoestische roots-cd Good As I Been To You.
Hij moet zeker de oorspronkelijke versie van Mississippi John Hurt uit 1928 kennen van de Anthology of American Folk Music. Ongetwijfeld is hij ook vertrouwd met de versie die Hudie Leadbeater (alias Lead Belly) in 1934 zong. Dat gebeurde voor de microfoon van een andere verzamelaar van authentieke muziek, John Lomax in het Angola Prison in Louisiana.
Toch baseerde Bob Dylan zich voor zijn cover op de recentere versie van "Missisippi" John Hurt uit 1963.
Hij legt de nadruk veel meer op de muziek dan op de woorden.
Luisteren?
Versies door Johnny Hallyday, Taj Mahal, Bob Dylan, Brook Benton, The Ink Spots, Hank Snow, Sam Cooke en Big Bill Broozy kun je hier beluisteren:
http://michourock.centerblog.net/rub-reprise-Frankie-and-Johnny.html
En hier zijn er nog meer: Johnny Cash, Wilf Carter, Elvis Presley, Jimmie Rodgers (als 'Blue Yodel #9') en Mississippi John Hurt:
http://michourock.centerblog.net/rub-reprise-Frankie-and-Johnny-2.html
Jammer dat 'Hold Me Back' (Frankie & Johnny) van Michelle Shocked uit haar fantastische Arkansas Traveller er niet tussen staat.
Oh ja.
De Britse jaren tachtig band Frankie Goes To Hollywood heeft niets met dit verhaal te maken.
13:52
Gepost door Peerke
in Murder ballads |
Permalink
| Commentaren (4)
| Email dit
| Tags: al pacino, delta blues, michelle pfeiffer, elvis presley, bob dylan, folkways, anthology of american folk music, harry smith, mississippi john hurt, lead belly, hudie leadbeater, authentieke muziek, john lomax, country blues, mae west, st louis, new orleans, new york, avalon, washington, peter case, beck, john hiatt, bruce cockburn, lucinda williams, steve earle, justin earle, bill morrissey, taj mahal, ta-ra-ra-boom-de-ray, frankie goes to hollywood, jaren tachtig, michelle shocked |
Facebook
|
18-04-08
Bob Dylan - Good As I Been To You

Good As I Been To You
Toen Good As I Been To You begin november 1992 werd uitgebracht was dat voor velen een complete verassing. Zijn eerste volledig akoestische plaat sinds Another Side Of Bob Dylan uit 1964 was een collectie folk en blues klassiekers die haast per ongeluk tot stand was gekomen.
Terugkijkend was het echter een logische stap voor Dylan.
In het najaar van 1990 waren kort na elkaar aantal dingen gebeurd die een grote invloed zouden hebben op het verdere verloop van Dylan's leven en carrière.
Mevrouw Dylan
Bob Dylan heeft zijn privéleven altijd goed verborgen weten te houden. Zo staat nog steeds niet vast hoeveel kinderen hij officieel heeft. Jarenlang werd er over gespeculeerd of hij ooit hertrouwd was.
In 2001 lichtte Howard Sounes enkele tipjes van de sluier in de biografie Down the Highway: The Life Of Bob Dylan. Hij onthulde dat Bob Dylan vier jaar getrouwd was geweest met een van zijn Queens Of Rhythm. Dat is het koortje met zwarte gospelzangeressen dat hem steevast begeleide vanaf het einde van de jaren zeventig.
Carolyn Dennis was op 31 januari 1986 bevallen van een dochter: Desiree Gabrielle Dennis-Dylan. Bob erkende het meisje als zijn dochter en tekende het geboortecertificaat. Om haar een normale jeugd te kunnen geven besloten haar ouders om haar uit de pers te houden.
Een half jaar later, op 4 juni 1986 trouwden Bob en Carolyn in Los Angeles. Carolyn bleef gewoon mee touren.
Wanneer bij de Never-Ending Tour geen behoefte meer was aan backing zangeressen, installeerde Dylan vrouw en kind in een onaanzienlijke voorstad in de vallei van San Francisco.
Maar na een tijdje raakt mevrouw Dylan het beu om altijd alleen te zitten en haar man zo weinig te zien. Op 7 augustus 1990 vraagt ze de ontbinding van het vier jaar oude huwelijk aan, wegens "onoverkomelijke verschillen".
Twee nieuwe platen
Op 11 september 1990 wordt Under The Red Sky uitgebracht. Het opzet was geweest om een totaal ander geluid te krijgen dan de voorganger, Oh Mercy. Het atmosferische geluid van die plaat droeg onmiskenbaar het stempel van producer Daniel Lanois.
De nieuwe plaat was geproducet door David en Don Was en er waren vele gastbijdragen van uiteenlopende mensen als Stevie Ray en Jimmy Vaughan, David Lindley, George Harrison en Elton John. Daardoor was de plaat niet alleen verassend anders, zowel muzikaal als tekstueel, maar vooral artistiek erg ontgoochelend.
Anderhalve maand later volgt Traveling Wilbury's Vol. 3. Ook hiervan is de verkoop een stuk minder dan bij de eerste plaat. Volgens Tom Petty was het ook helemaal niet de bedoeling een commercieel product te maken.
Maar de tegenvallende verkoop van zijn eigen plaat, zowel als deze, maken dat Dylan de lust ontbreekt om nog eigen platen te maken. Het zal zeven jaar duren eer er Dylan nog eens een studioalbum met nieuwe nummers zou uitbrengen.
In die tussentijd voltooide hij geen enkele nieuwe compositie meer. Hoewel hij eerder al een paar keer aan writers block had geleden, had dit nog nooit zo lang geduurd.
Tegenover Paul Zollo verklaart Dylan op 14 april 1991: "Ooit kwamen de songs met drie vier tegelijk, maar dat is al lang gedaan ... Af en toe komt er nog eens een nummer op mij, als een buldog aan het poortje van de tuin, om te eisen dat ik hem schrijf. Maar de meeste verban ik onmiddellijk uit mijn gedachten. Je vraagt je af of er nog iemand behoefte aan heft om ze te horen. Misschien kom je op een punt waarop je genoeg songs geschreven hebt Laat iemand anders ze maar schrijven."
Is er een gitarist in de zaal?
In oktober 1990 stapte gitaarmaestro G. E. Smith op. De Amerikaanse tegenhanger van Patrick Riguelle had sinds 7 juni 1988 Dylan's tourband. Dylan zelf beschouwt zijn vertrek als het einde van de Never-Ending Tour.
Aan het einde van de Europese zomertournee van 1990 had Dylan Smith voorgesteld om zijn loon van zo'n $10 000 per week wat in te krimpen. Het antwoord was duidelijk: "Nein!"
Smith was wel bereid te blijven tot er een opvolger gevonden was. Dus liet Dylan een aantal gitaristen meespelen tijdens de Amerikaanse herfsttournee. Ze deden een live auditie, als het ware. Tijdens het laatste optreden van de tour liet Dylan zelfs zijn gitaartechnieker meespelen!
Bij de aanvang van de volgende tournee was het probleem nog niet opgelost. De gitaartechnieker, Cezar Diaz, probeert het drie nummers lang als enige gitarist, tot Smith hem komt redden. Steve Burton is ingehuurd als slaggitarist. Die voldoet ook niet en wordt vervangen door John Stahealey.
Na een aantal optredens in het New Yorkse Beacon Theatre stapt G.E. Smith definitief op. De rest van de tournee ploetert Dylan verder met twee gitaristen, die geen van beiden sologitaar kunnen spelen!
I need a shot of... whiskey
Tijdens diezelfde tournee wordt ook pijnlijk duidelijk dat Dylan serieus aan de drank is. Hij heeft soms zelfs moeite om zijn microfoon te vinden. Nu had de man altijd al van een glaasje rode wijn gehouden, maar zijn werk had er nooit onder gelden, zoals nu.
Het kan hem blijkbaar allemaal niet meer schelen. Kwaliteit is niet meer belangrijk. Bij de repetities voor de volgende tournee in januari 1991 wordt de band bijna helemaal vernieuwd. Enkel de twee slaggitaristen Tony Garnier en Cesar Diaz blijven overgebleven. De drummer Chris Parker is niet eens verwittigd dat hij niet meer welkom is. Hij moet vaststellen dat zijn plaats al is ingenomen door iemand anders: Ian Wallace, die tijdens de '78 World Tour ook al meespeelde.
De totaal onbekende gitarist J. J. Jackson is er bij gehaald om de solo's te spelen. Hij is vooral goedkoop: $ 500 per week.
De Never-Ending Tour lijkt steeds meer verbrokkeld te raken: terwijl er in '88 eigenlijk één lange tournee was, waren er drie delen in '89, vijf in '90 en in '91 zes.
Dat geldt trouwens ook voor de concerten zelf: met drie onervaren gitaristen en een leider die in de fles vlucht kan het niet anders of alles verloopt erg chaotisch. Dikwijls zet de zanger bovendien zijn begeleiders met opzet op het verkeerde been, alsof hij zijn eigen optredens wil saboteren. En soms verdwijnt hij gewoon, midden in een nummer, voor een paar minuten in de coulissen.
Ian Wallace merkt duidelijk het verschil met de wereldtournee van '78. De verplaatsingen gebeuren per bus en de hotel waarin ze verblijven zijn geen tophotels "Bob had echt een voorliefde voor kleine motelletjes buitenaf. We zaten echt opgesloten in achterafplaatsen."
Dylan vindt slechts twee dingen echt belangrijk aan hotels: ze moeten zijn honden toelaten. En de ramen moeten open kunnen, want hij heeft een hekel aan airco. Voor de rest maakt het hem niet uit: hij komt toch nooit buiten.
Het wordt steeds erger. Die zomer drinkt hij cognac alsof het cola is. Hij wordt nors en onredelijk tegen zijn band.
Misschien wel Dylans slechtste concert ooit vindt plaats op 17 juni
De rest van het concert is niet beter. Dikwijls lijkt hij zelfs het einde van de zin niet meer te weten.
Aan het einde van de zomer besluit hij zijn leven terug in handen te nemen. Hij stopt met drinken.
"Het was belangrijk voor mij dat ik tot op de bodem ging van dat legende gedoe. Dat slaat gewoon nergens op. Wat van belang is, is niet de legende, maar de kunst, het werk. Een mens moet doen waarvoor hij geroepen is om te doen."
Terugvechten
Het resultaat is onmiddellijk zichtbaar. Tijdens de herfsttournee heeft Bob Dylan het leiderschap terug op zich genomen. Hij doet ook echt zijn best om met gevoel te zingen en harmonica te spelen. En de muzikanten spelen nu eindelijk samen als een echte band. Vooral de nummers van Oh Mercy komen tot leven.
Voor de Australische tournee in de lente van 1992 besluit hij de band te versterken met een steelgitarist.
Bucky Baxter vertelt: "Ik speelde bij Steve Earle. We deden een hele tournee als voorprogramma voor Bob. Tijdens een soundcheck was ik wat aan het spelen met G.E. Smith toen Bob me vroeg om mee te doen. Hij vroeg me hem een steel gitaar te bezorgen. Ik kocht er één in Nashville en gaf hem wat lessen.
Toen de tournee voorbij was gaf ik hem mijn telefoonnummer en ik dacht, 'Wel, cool, ik ga meespelen met Dylan!' Maar ik hoorde niks van hem.
Twee jaar later kreeg ik op een maandag een telefoontje van hem: 'Kom morgen, we vertrekken donderdag naar Australië.' En dat was dat."
Het versterken van de band met de multi-instrumentalist blijkt een uitstekende keus te zijn. Baxters pedal steel gitaar brengt nieuw leven aan de anders vermoeid klinkende nummers. Dat brengt Dylan er toe oude pareltjes als 'Idiot Wind' aan de set toe te voegen. Ook Dylans hernieuwde interesse in zingen en gitaarspelen komt de kwaliteit ten goede.
Valse start
Ondertussen wordt de platenmaatschappij ongeduldig. Ze hebben het gebrek aan nieuw materiaal kunnen opvangen met een greep uit de archieven: The Bootleg Series Vol. 1-3. Die boxset met vijf LP's of 3 cd's vol studio outtakes werd goed gesmaakt door zowel critici als het publiek.
Maar nu willen ze iets nieuws. Dylan laat de Acme Recording Studio in Chicago boeken voor een periode van twee weken. Als producer doet hij beroep op de veelzijdige gitarist en fiddle player David Bromberg.
Zoals hij al eerder deed wanneer hij writers block heeft, legt Dylan zich weer toe op het opnemen van covers.
In de zomer van 1990 had Dylan, als tegengewicht voor de rommelige elektrische nummers, een korte akoestisch solo set ingelast. Na een tijdje begon hij daarbij covers te brengen: 'Homeward Bound' van Paul Simon, 'People Putting People Down' van John Prine of een traditional als 'When First Unto This Country'.
De set leek erg in de smaak te vallen en tijdens de concerten down under in 1991 bracht Dylan bijna elke dag wel een nieuw nummer. Het ene nog ouder dan het andere: 'Female Rambling Sailor', 'Dolly Dagger', 'Little Maggie', 'Golden Vanity', 'Delia' ...
"Die nummers wurmden zich tussen mijn eigen nummers, denk ik, maar nooit bewust... Het is alsof niemand die nummers ooit had hoeven te schrijven. Ze werden gewoon door gegegeven," verklaarde hij in 1993.
Met Brombergs band als begeleiders neemt hij einde mei, begin juni zesentwintig nummers op, haast uitsluitend folk en bluesmateriaal. Enkele titels: 'I'll Rise Again' (trad.), 'Nobody's Fault But Mine' (Blind Willie Johnson), 'Lady From Baltimore' (trad.), 'Polly Vaughan' (trad.) , 'Casey Jones' (trad.), 'Duncan And Brady' (trad.). Daarnaast neemt hij ook enkele composities van David Bromberg zelf op: 'Kaatskill Serenade', 'World Of Fools' en 'Sloppy Drunk'.'
Wanneer zijn werk er op zit, moet Dylan weer naar Europa om er een dozijn concerten te gaan geven. Hij laat de banden bij Bromberg achter om ze te mixen.
Wat extra opnamen
Bij zijn terugkeer naar de Verenigde Staten, laat hij de opnamen naar zijn huis in Malibu brengen om er enkele akoestische tracks aan toe voegen. In de huisstudio van Point Dume werden gewoon twee microfoons opgesteld: een voor zijn stem en een tweede voor zijn gitaar.
Zonder een tekstvel voor zich, schudde Dylan het ene na het andere nummer uit zijn mouw. Britse en Ierse folksongs als 'Froggy Went A-Courtin', 'Blackjack Davey' en 'Arthur McBride', een bluegrass standard als 'Little Maggie' en bluesnummers als 'Frankie and Albert' of 'Sittin' on Top of the World'.
Enkele songs hadden een andere achtergrond, zoals 'Tomorrow Night' (een hitje van best voor Elvis Presley in 1956) en 'Hard Times' van de eerste Amerikaanse songschrijver Stephen Foster.
Het zal wel geen toeval zijn dat vrijwel alle nummers gaan over foutgelopen liefdes. "You're gonna quit me, baby, good as I been to you." Inderdaad! Heroïsche liefdesgeschiedenissen, moordende geliefden, verre reizen over zee en een dierenbruiloft. "Muziek die echt is voor mij" noemt hij het. Teruggaand tot de 16de eeuw, of meer recent tot de jaren dertig van de 20ste eeuw!
"Het gebeurde toevallig," meende hij in 1993. "Ik had niet veel tijd nodig om deze nummers op te nemen. Die nummers zijn heel belangrijk voor mij. Ze volgen mij al jaren,dus behandelde ik hen alsof het mijn nummers waren, niet als covers. Ik had niet veel tijdig nodig, weet je dit zijn folk songs en die hebben niet veel opsmuk nodig."
Misschien vond Dylan deze nieuwe opnamen gewoon beter, of interessanter. Uiteindelijk bleven alle opnamen van de sessies met Bromberg ongebruikt. Noch Dylan, noch Bromberg hebben er ooit een verklaring voor gegeven.
Wel wordt er gespeculeerd dat Bromberg voorgesteld had om de opnamen wat meer aan te kleden. Bijvoorbeeld door een gospel koor in te zetten bij 'Rise Again' en 'Nobody's Fault But Mine'. Dylan zou dan moeilijk zijn gaan doen en zelfs de opnamen hebben laten wissen.
Geen van de Acme opnamen is ooit officieel uitgebracht. In de loop der jaren zijn er slechts vier songs van deze sessies opgedoken in het bootlegcicuit: 'Sloppy Drunk', 'Polly Vaughn', 'Kaatskill Serenade' en twee mixen van 'Miss The Mississippi And You'. Vooral dat laatste - een cover van Bill Haley nog wel - is erg goed.
Reden tot feesten?
De plicht roept alweer. Dylan laat het aan zijn assistente, Debbie Gold, over om de zaak te mixen. Zij krijgt daarvoor zelfs ene credit als producer!
De herfsttournee trekt, zoals gebruikelijk, van het noorden naar het zuiden langs de Amerikaanse oostkust. Sommige van deze optredens gelden als de beste van de hele Never-Ending Tour! De band bestaat naast
Bucky Baxter, die zowat alle mogelijke snaarinstrumenten bespeeld, uit slaggitarist John Jackson, bassist Tony Garnier en de drummers Ian Wallace én Winston Watson.
Midden in de tournee organiseert Sony/Columbia, lichtelijk over tijd op 16 oktober 1992 "Columbia Records Celebrates The Music Of Bob Dylan" in Madison Square Garden. De drie en een half uur durende show is rechtstreeks te bekijken op betaalnetten in Amerika en Europa.
Een aantal artiesten, waaronder Eric Clapton, George Harrison, Lou Reed, Neil Young en Stevie Wonder brengen een eerbetoon aan de man door één of twee van zijn nummers te brengen, met begeleiding van Booker T and the MG's plus G.E. Smith als "musical director".
Er zijn twee uitzonderingen: John Hammond Jr heeft 'I'll Be You Baby Tonight' gerepeteerd, maar vlak voor het optreden staat Kris Kristofferson er op dat hij dat zelf zal brengen. Omdat John Hammond Jr geen ander Dylan nummer kent, brengt die dan maar 'See That My Grave Is Kept Clean' van Jesse Fuller.
Sinead O'Connor wordt uitgejouwd omwille van haar recente optreden bij Saturday Night Live, waarbij ze een foto van de paus verscheurde. Uiteindelijk schreeuwt ze a-capella Bob Marley's 'War' en verlaat dan huilend het podium.
Elvis Costello had 'Positively 4th Street' moeten doen en Van Morrison 'Just Like A Woman', maar die kwamen geen van beiden opdagen.
Dylan bekijkt alles in zijn camper en komt slechts op het einde drie nummers zingen, waaronder 'Song To Woody'.
De aanwezigen betaalden $80 tot $150 voor het voorrecht en diegenen die thuis bleven konden voor $19,99 het gebeuren volgen op betaal-TV. Dylan ontving het leeuwendeel van de $ 10 miljoen opbrengst. Niet slecht voor drie nummers.
Dat geld komt overigens goed van pas, want op 21 oktober 1992 wordt het huwelijk van Bob en Carolyn wordt officieel ontbonden. Voor de tweede keer kost een scheiding hem een vermogen. Carolyn krijgt een deel van het huis in Port Dune als onderpand tot Bob genoeg contanten heeft om haar te betalen. Ze heeft bovendien recht op de helft van alle nieuwe nummers die Bob tijdens hun huwelijk heeft geregistreerd, een deel van zijn toekomstige royalty's plus alimentatie. Carolyn krijgt ook het huis in Tarzana.
Een plaat voor de president
Good As I Been To You wordt uitgebracht op de dag dat Bill Clinton wordt verkozen als president: 3 november 1992. De hoes ziet er (met opzet?) uit als een goedkope compilatie van de een of andere oude bluesman - een cd zoals je ze in de GB ziet liggen voor een paar euro.
Aanvankelijk wordt nogal ontgoocheld gereageerd, vooral omdat er geen nieuwe composities van Dylan op staan. Ook werd hier en daar beklemtoond dat Dylan's stem erg was achteruit gegaan, maar vreemd genoeg, past die perfect bij het materiaal. Voor wie wil luisteren blijkt de plaat eigenlijk zeer goed.
Maar grunge is de heersende trend in de muziekwereld en een 51ste plaats is dan ook de hoogste notering in de US. In Engeland haalde de plaat wel de top 20.
Het heftigst werd echter gereageerd op de vermelding "trad. arr. Dylan" voor alle songs. Dit werd algemeen ongeloof onthaald, omdat het duidelijk onwaar was. Van minstens zeven nummers zijn de auteurs bekend. Bovendien kan van vele nummers zelfs worden gewezen op gelijkaardige arrangementen bij voorgangers. Zijn muziekuitgever kreeg dan ook af te rekenen met een paar processen.
Een overblijvertje
Op één na werden alle nummers van Point Dume op de cd uitgebracht. Het overblijvende nummer, 'You Belong To Me' werd voorbehouden voor de soundtrack van Oliver Stone's film controversiële film Natural Born Killers.
18:29
Gepost door Peerke
in Bob Dylan |
Permalink
| Commentaren (3)
| Email dit
| Tags: oliver stone, akoestische gitaar, david bromberg, folk, blues, george harrison, stevie ray vaughan, elton john, daniel lanois, don was, carolyn dennis, the queens of rhythm, point dume, malibu, madison square garden, mevrouw dylan, kris kristofferson, patrick riguelle, eric clapton, lou reed, neil young, stevie wonder, booker t and the mg s, natural born killers, bob dylan, traveling wilbury s |
Facebook
|
08-03-08
Bob Dylan - Saved

Nieuwe songs
Zoals elke goede missionaris wou Bob zijn boodschap onder de mensen brengen. Omdat hij herboren was en dus niet meer de oude Dylan, vond hij het logisch om voortaan uitsluitend religieus materiaal te brengen. Dus moesten er dringend nieuwe nummers worden geschreven.
In september 1979 schreef hij er een half dozijn, samen met zijn nieuwe vriendin, Helena Springs. De twee hadden al eerder samen gewerkt, tijdens de wereldtournee in 1978. Maar net als toen werd geen van de songs ooit door Bob op plaat gezet.
Op een tape die in handen is gevallen van verzamelaars staan drie demo's gezongen door Helena: 'Responsibility', 'Tell Me The Truth One Time' en 'The Wandering Kind'. Andere titels waarvan geen opnamen bekend zijn, noch van Helena, noch van Bob, zijn: 'Someone Else's Arms', 'What's The Matter' en 'Without You'.
'The Wandering Kind' werd later door Paul Butterfield gecoverd en uitgebracht op The Legendary Paul Butterfield Rides Again.
Het enige nummer dat uit deze eerste schrijfsessie overbleef was 'Saving Grace' dat Bob, zonder de hulp van Helena, had geschreven.
De volgende maand werkte Bob Dylan in zijn eentje verder: 'Covenant Woman', 'In The garden', 'Pressing On', 'Saved', 'Solid Rock', 'Stand By Faith' en 'What Can I Do For You'.
Het einde is begonnen!
Meer nog dan in de eerste reeks van zijn religieuze songs, bleek uit het nieuwe materiaal hoezeer de zanger zich verdiept had in de Openbaring van Johannes. Daarin wordt de eindstrijd voorspeld tussen goed en kwaad tijdens de Armageddon. De theorie dat Armageddon een plaats is - Meggido in het Midden-Oosten - en dat de internationale politieke toestand in die periode erop wees dat de eindstrijd op handen was, werd sterk bepleit door de schrijver Hal Lindsay. In zijn boek The Late Great Planet Earth uit '70 werd alles tot in de details beschreven. Bob had Lindsays boek gelezen en vertelde onder andere aan zijn vrienden dat zich op korte termijn dramatische ontwikkelingen zouden voltrekken. Wanneer Irak en Iran met elkaar in oorlog raakten en de Sovjettroepen Afghanistan bezetten, leek het proces te zijn gestart.
Een nieuwe band
Om zijn boodschap te verspreiden stelde hij een uitstekende nieuwe band samen. Voor de ritrmesectie koos hij twee klasbakken: Tim Drummond en Jim Keltner. Die brachten de sessiegitarist Fred Tackett (later bij Little Feat) aan als sologitarist. Dewey Lyndon "Spooner" Oldham (co-auteur van een aantal klassiekers als 'Dark End Of The Street' en 'I'm Your Puppet' - en tegenwoordig ook vriend aan huis bij The Drive-by Truckers) speelde B-3-orgel. De gospelzanger Terry Young werd aangetrokken om piano te spelen. Die bracht dan weer zijn vrouw mee: Monalisa Young. Zij verzorgde samen met Helena Springs en Regina Havis de backing vocals.
De zangeressen werden geselecteerd door Carolyn Dennis. "Ik belde de zangeressen en beluisterde hen," vertelt de latere mevrouw Dylan, “maar de uiteindelijke beslissing lag bij hem. Hij wist dat ik hem alleen die mensen zou sturen die met gevoel zingen. Het was geen kwestie van daar te staan en tonen hoe perfect je kan zingen. Er moest iets achter zitten, met gevoel zingen was het belangrijkste. Dat gevoel komt vooral door levenservaring en dat was wat hij moest hebben. Hij wou dat deze show een spontaan spiritueel gevoel had."
De keuze van zowel de muzikanten als de arrangementen was weloverwogen. De beide toetsenspelers Young en Oldham zijn elkaars tegenpolen. Oldham speelde introverte integrerende frasen, terwijl Young door huilende en stompende accenten op het orgel de gospel geïnspireerde songs in hun context plaatste. Oldham's geluid zou in Saved overheersen, maar het was Young die met zijn ruwere, vollere klank de harder rockende nummers uit Slow Train live tot een hoger niveau tilde.
De repetities vonden plaats in Bob's Rundown Studio.
Gitarist Fred Tackett vertelt: "Ik ging dus naar dat magazijn in Santa Monica en we speelden er gedurende een week of drie." Uiteindelijk zouden ze zelfs zes weken repeteren. In die periode werd ook een blazerssectie geprobeerd… en afgekeurd.
De vuurproef voor de nieuwe band was een TV optreden bij Saturday Night Live.
Pas enkele dagen voor het geplande TV optreden vroeg Bob aan Fred Tackett of hij wou meedoen.
"Na de repetitie riep hij mij in zijn kantoortje. Ik herinner me vooral die grote haardos van hem. Bob leunde naar me toe en vroeg stilletjes,'Ok, hoeveel verdien je?' Ik begon hem uit te leggen hoeveel ik krijg voor studiowerk in L.A., maar hij onderbrak me, keek schichtig rond of niemand anders ons hoorde en wenkte me korter bij te komen. Hij draaide zijn hoofd en deed me teken in zijn oor te fluisteren.
Ik vertelde hem wat ik normaal verdien. Hij keek mij aan met een blik van 'is dat echt?'. Ik ging verder en hij bekeek mij weer en zei dan dat hij er over moest denken.
De volgende dag riep hij mij en zei dat ik kon meedoen. Hij had mij gewoon voor de gek gehouden!"
Op 20 oktober brachten Dylan en zijn Gospel Band drie nummers van Slow Train Coming tijdens Saturday Night Live: 'Gotta Serve Somebody', 'When You Gonna Wake Up' en 'I Believe In You'.
Na afloop van de opnamen poseerde Dylan voor wat fans. Op een van die foto's staat hij met Mark David Chapman. Die man zou, een jaar later, John Lennon vermoorden.
De eerste religieuze tournee
De 26 optredens die Bob Dylan gaf tussen 1 november en 9 december 1979 konden onmogelijk meer verschillend zijn van de vorige shows uit zijn recente wereldtournee. Geen greatest hits meer, geen voetbalstadia, geen witte kostuums, geen nieuwe arrangementen van oude nummers...
De Gospel Tour ging van start met maar liefst 14 optredens in dezelfde zaal: het Fox Warfield Theater in San Francisco, Californië. In het zaaltje kunnen slechts 2 200 toeschouwers.
Verder bracht hij tijdens deze tournee uitsluitend religieuze nummers. Terwijl die voor de pauze die nog kwamen van Slow Train Coming, een plaat die pas enkele maanden uit was, koos hij na de pauze uitsluitend voor nog onuitgegeven werk. "Ik ken geen enkel andere artiest die ooit zoiets heeft geflikt." merkte Bob op.
Ondanks smeekbeden van het publiek weigerde hij ouder materiaal te zingen, zelfs niet als bisnummers.
Daar stond tegen over dat de band uitstekend was. Ze vormden een kleine, maar uiterst professionele en technisch onderlegde kern die elk richting aankon, maar vooral, zeer gedisciplineerd Dylans lead kon volgen.
De strakke muzikale structuur, gecombineerd met het verse palet aan nieuwe nummers, vormden een unieke basis voor Dylan's uitzonderlijke kwaliteiten als performer. Hij gad zich voluit. Elke song werd een bekentenis of een oproep. Hij bekende verliefd te zijn ('Precious Angel', 'Covenant Woman'); gaf zwakte toe ('Saving Grace', 'When He Returns'); afkeer ('Slow Train', 'When You Gonna Wake Up'); en onderwerping ('Solid Rock', 'I Believe In You' en 'Pressing On'). Met deze nummers drukte hij zijn vertrouwen uit, met ontwapenende eerlijkheid. Hij had besloten zich als artiest te herbronnen, door zijn oude songs overboord te werpen en zowel zichzelf als zijn publiek te dwingen het te doen met deze performances. Het resultaat was overweldigend.
Het publiek bleef verbaasd achter. Het reageerde verward en sommigen zelfs woedend. Velen kwamen om een rockshow te zien en kregen een gospel concert voorgeschoteld.
Ook de critici wisten niet goed wat ze hiermee moesten aanvangen en de meeste maakten hem dan maar belachelijk.
Ook erg ongewoon voor Dylan was dat de setlist haast de hele tournee door identiek bleef. Hij legde dan ook uit: "We spelen hier nu al twaalf nachten, zelfde plaats, zelfde tijd en ook de boodschap blijft dezelfde: God belooft niets wat hij niet kan waarmaken. Gisteren is hetzelfde als vandaag en als morgen."
Dat bleef ook zo tijdens de vier optredens in het Civic Auditorium van Santa Monica. Die waren allemaal excellent. Dylan had hier dan ook de kans om op te treden voor een enthousiast publiek. Dat kwam omdat het benefietshows waren ten voordele van World Vision International, een Christelijke liefdadigheidsorganisatie.
Dat was dan weer in complete contrast met de vier shows in het Gammage Center van Tempe, Florida. Daar kreeg Bob af te rekenen met een studentenpubliek dat vijandiger reageerde dan Dylan, die toch wel wat gewoon was, ooit had moeten verduren. Ze brulden om rock 'n' roll en maakten de achtergrondzangeressen belachelijk. Dylan reageerde, vooral tijdens de tweede avond, met lange sermoenen over het einde der tijden, de strijd om Armageddon en de terugkeer van de Heer. Hij weigerde zelfs toegiften te spelen.
Dan trok de karavaan verder naar San Diego, Californië, Albuquerque, New Mexico en tenslotte Tuscon, Arizona. In deze steden werden ook telkens twee concerten gespeeld tijdens opeenvolgende avonden - in kleine zalen. Het laatste concert vond plaats op 9 december.
Geen rust gegund
Tijdens de rustperiode tussen de tour van herfst '79 en die van de winter '80 stond Bob langs alle kanten onder duk. Zijn assistent Dave Kelly legt uit: "In die periode zaten niet alleen de zakenlui op zijn kap, maar vooral de rabbijnen. En de druk die zijn moeder op hem uitoefende om toe te geven aan die hoge rabbijnen van het orthodoxe Jodendom. Het leek wel oorlog. Ze wilden hem weglokken om les te gaan volgen. Maar CBS, Bill Graham en iedereen was aan hem aan het trekken. Het was belachelijk. Vooral omdat de Christelijke gemeenschap hem niet altijd steunde. Zo was er een verdeler, die de platen voor tweeduizend Christelijke platenwinkels moest aankopen, die twee jaar lang weigerde de platen van Dylan te stockeren."
De bruidegom staat alleen voor het altaar.
Vlak voor het begin van het tweede luik van de tournee kregen Bob en zijn vriendin Helena stevige ruzie en hij stuurde haar weg. Ze vertelde de andere bandleden dat ze aan een solocarrière wou beginnen en niet meer terug zou komen. Ze blijft wel nog een hele tijd medewerkster van Bob's Music Touring Co. Inc.
Dave Kelly, Dylans persoonlijke assistent tijdens deze tournees vertelde later dat de twee trouwplannen hadden. Rolling Stone melde dat Dylan in Seattle opgemerkt werd bij een juwelier, waar hij een verlovingsring kocht.
De tweede religieuze tournee
Op 11 januari ging de tweede Gospel Tour van start. Het tweede luik, met opnieuw 24 shows, bracht hen door Noord Amerika van Portland, Oregon tot Charleston, West Virginia.
De tour was praktisch ongewijzigd ten opzichte van het eerste, zowel qua opbouw van de set, de volgorde van de nummers als het personeel. Enkel waren Carolyn Dennis en Regina Peeples in de plaats gekomen van Helena Springs.
Ook de setlist bleef ongewijzigd.
Toch hadden deze shows niet meer dezelfde impact als de herfsttournee. De spanning was er af.
Enkel tijdens de laatste twee shows werd een nieuw nummer toegevoegd: 'Are You Ready?'

Solid Rock
Tijdens de Kerstvakantie had Dylan een album samengesteld uit de live-opnamen van de eerste religieuze tournee. De werktitel was Solid Rock., een verwijzing naar een van de songs, die steevast werd aangekondigd als: ''Hanging On To A Solid Rock, Made Before The Foundation Of The World'."
CBS/Columbia zag een live LP echter niet ziet zitten.
Wie zich een beeld wil vormen hoe die plaat zou hebben geklonken moet op zoek naar bootlegs uit deze periode. Een van de beste daarvan is Contract With The Lord I en II. Die uitgaven brengen het concert van 16 november 1979, merkwaardig genoeg verspreid over twee afzonderlijke cd's.
Later is het geheel, in nog betere kwaliteit, ook nog gebundeld als A Better Contract.
Terug naar Muscle Shoals
Nadat de platenfirma de live-LP geweigerd had, zag Dylan zich gedwongen iets te doen wat hij nooit eerder had gedaan: een plaat opnemen met een band die de nummers vooraf allemaal al hadden gespeeld.
En dus verzamelde hij op 11 februari 1980, twee dagen na het laatste concert, de band terug in de Muscle Shoals Sound Studio in Sheffield, Alabama.
“We gingen niet naar huis,” vertelt Dylan’s tourmanager Arthur Rosato. “We gingen rechtstreeks de studio in. [We dachten:] ‘We raken nooit thuis.’ Want Muscle Shoals ligt wel erg ver van de bewoonde wereld.”
Ook het producersteam bleef ongewijzigd: Jerry Wexler en Barry Beckett. In theorie had het een soort Slow Train Coming , Volume II moeten worden, maar het pakte heel anders uit.
“Wexler had nog steeds geen idee hoe hij met Dylan moest werken,” meent Rosato. “Bob wou gewoon werken met hem om wie hij was. Aan de ene kant heb je een beroemde producer en aan de andere kant iemand die nog nooit echt geproducet is. Ze wisten gewoon niet wat ze met elkaar moesten aanvangen.
Dus namen we gewoon alles in de studio op zoals we het live deden. Maar eigenlijk wilden we gewoon weg.”
Wexler zelf ziet een groot verschil met de vorige sessies: “De arrangementen lagen deze keer vast, doordat de band de nummers al live hadden gespeeld. De meeste accenten kwamen van hen. Ze hadden ze onderweg geperfectioneerd. Dat is helemaal anders dan de bijdragen van Dire Straits aan de vorige plaat. Die werden allemaal in de studio bedacht.”
De eerste dag werd helemaal besteed aan 'Covenant Woman'. Tussen 1 uur in de namiddag en middernacht werden elf pogingen ondernomen, waarvan er negen volledig waren. Maar waar hij het nummer live vol passie bracht is daar in deze studioversie weinig van te merken. Ongetwijfeld had de breuk met Helena, voor wie het nummer waarschijnlijk is geschreven, daar veel mee te maken. Take 3 werd als beste aangeduid.
De volgende dag vonden twee sessies plaats. De namiddagsessie wordt helemaal besteedt aan 'Solid Rock'. Van de zeven pogingen waren er drie volledig en de laatste daarvan, take 3, werd als beste aangeduid.
De rest van de dag werd gewerkt aan 'What Can I Do For You?' (een valse start en 1 geslaagde opname), 'Saved' (idem), 'A Satisfied Mind' (1 take en meteen goed) en opnieuw 'Saved' (beste take).
De zangeressen, die nog een dagje extra verlof hadden gehad, kwamen vanaf de late namiddag meedoen. Voor 'Saved' zong Terry Young' ook mee.
Op woensdag waren er weer drie sessies. Eerst werd 'Saving Grace' opgenomen, zonder de backing zangeressen. Na twee keer een valse start volgden twee volledige takes - 1 en 2 genummerd. Die werden allebei goede bevonden.
In de tweede sessie werd 'Pressing On' aangepakt. Live begon Dylan het nummer alleen aan de piano. Dan wanneer de band inviel stapte hij met de microfoon in de hand naar voren om zijn geloof te belijden. Omdat hij besefte dat het bestaande arrangement niet zou werken op plaat werd het nummer helemaal omgegooid. Opnieuw bespeelde Dylan zelf de piano. Terry ging bij de zangeressen staan voor de backing vocals. Het nummer begon veelbelovend, maar ontaarde al snel in een zielloze dreun. Van de acht pogingen, waren er slechts vier compleet. De laatste take - aangeduid als take 5 werd als beste gekozen.
In de avondsessie werd 'In The Garden' nog twee keer geprobeerd voor 'Solid Rock' een overdub kreeg van de backing vocals, want die ontbraken nog.
Donderdag werden opnieuw twee sessies besteed aan 'In The Garden'. Van de vier takes was de eerste een valse start.
De avondsessie, van 21:00 tot middernacht werd dan helemaal gewijd aan 'Are You Ready'. Van de 8 pogingen zijn er slechts drie volledig. De laatste, take 3, wordt als beste aangeduid.
Tussendoor kreeg 'Saved' met een overdub: backing vocals en percussie.
Bob's eerste Grammy
Tijdens de 22ste Grammy Awards, die op 22 februari 1980 werden uitgereikt in Los Angeles, kreeg Dylan de Grammy voor Best Vocal Performance voor 'Gotta Serve Somebody'. Het was de eerste in zijn loopbaan. Hij liet hierbij Joe Jackson, Robert Palmer, Rod Stewart en Frank Zappa achter zich.
Bob en zijn band verschenen in avondkledij op het podium. Al van bij de aanvang van zijn optreden kwam het publiek vol sterren uit de stoelen. Ze stonden te swingen en klapten al met de maat mee voordat Bob een woord gezongen had. Hij beloonde hen met een geweldige, zeven minuten lange versie van het winnende nummer, met ogenschijnlijk geïmproviseerde wijzigingen in de tekst en zelfs wat harmonica.
Een weekje rust had blijkbaar wonderen verricht.
Problemen
De platenmaatschappij reageert niet erg enthousiast op de opnamen.
De kracht die de live uitvoeringen van deze nummers over hel en verdoemenis in zich droegen was in deze studioversies grotendeels verdwenen. Bovendien leek de klank een doffe brei. Dat is voor een groot stuk te wijten aan Dylan’s koppig vasthouden aan zijn wens om alles live op te nemen.
Maar volgens Rosato was er nog een ander probleem: “We kregen het geluid van de drums niet goed omdat Keltner moest werken met een technicus die hem vreemd was. Ze klonken als kartonnen dozen. Verschrikkelijk.
Die vent had alle drums afgeplakt. De klank vermoord eigenlijk. Jim keek naar mij. Zo van ‘Wat kan ik doen?’ Hij respecteert altijd wat de technici doen. Wat hem betreft zullen zij wel weten wat de producer wil en Jim is eigenlijk een sessiemuzikant.”
Dylan stelde zelfs voor om de plaat opnieuw op te nemen, maar ondanks het succes van Slow Train Coming voelde CBS er niks voor om nog meer geld te steken in een tweede religieuze plaat. Ook het voorstel voor een live-LP werd opnieuw afgewimpeld.
De derde religieuze tournee
Door deze discussies lag de plaat nog niet in de winkel toen het derde deel van de tournee van start ging op 17 april. Zij begonnen in Canada: eerst speelden ze vier shows in Toronto, gevolgd door vier in Montreal. Vervolgens trokken ze voor 21 optredens door het noordoosten van de Verenigde Staten. Daarbij werden de grote steden, New York, Boston en Philadelphia zorgvuldig vermeden.
De band bleef grotendeels ongewijzigd, behalve dat Carolyn Dennis en Regina Peebles werden vervangen door Clydie King, Gwen Evans en Mary Elizabeth Peeples. Met Regina Havis en Mona Lisa Young waren er nu dus vijf backing zangeressen. Dylan had daarmee tien mensen bij hem op de scène, één minder dan de big band concerten van '78.
Deze concerten waren veel meer begeesterd dan die van de eerste maanden van het jaar. 'When He Returns', 'Covenant Woman', 'Change My Way Of Thinking' en 'Blessed Is The Name Of the Lord Forever' waren geschrapt en vervangen door twee nieuwe Dylan composities: 'Ain't Gonna Go To Hell For Anybody' en het uitstekende 'Cover Down' (als vierde en vijfde nummer). 'Are You Ready' werd als eerste bisnummer gespeeld, gevolgd door 'Pressing On'.
Het onuitgegeven 'Ain't No Man Righteous' werd meestal gezongen door Regina Havis. Tijdens twee shows in Canada werd nog een nieuw nummer gezongen: 'I Will Love Him, I Will Serve Him' en soms ook een gospel cover 'I Will Sing'.
Wie de concerten bezocht was getuige van een buitengewoon spektakel: Dylan stond te preken als een televisiedominee. Het werd steeds moeilijker om uitverkochte zalen te krijgen. Het laatste optreden - voorzien voor 22 mei - werd zelfs afgelast wegens onvoldoende kaartverkoop.

Een tweede onuitgebracht liveplaat
Twee van de vier optredens in Toronto werden, in opdracht en voor rekening van Bob Dylan, gefilmd door zijn vaste cameraman Howard Alk. Jammer genoeg werd er nooit iets met de beelden gedaan.
Uit de geluidsopnamen van 19 april 1980, stelde Bob wel een live LP samen: Rock Solid. Jammer genoeg zijn er slechts acht tracks en wordt er telkens in en uit gefade om het applaus te vermijden. Vooral 'Precious Angel' is erg sterk. Een nummer, 'Cover Down, Break Through', werd nooit officieel uitgebracht.
Een complete show (inclusief de nummers die door de backing zangeressen werden gebracht) is te vinden op Born Again Music, een dag later opgenomen in dezelfde Massey Hall van Toronto. Daarop staat naast een sterk 'Ain't Gonna Go To Hell' een fantastische versie van 'When He Returns'. En je kan er nonkel Bob horen preken!
De tweede gospelplaat
Saved verscheen uiteindelijk pas op 20 juni 1980 - een maand na het beëindigen van de tournee.
Hoewel dezelfde studio en dezelfde producers werden gebruikt waren de resultaten van twee religieuze platen toch totaal verschillend. Deze keer hakkelden de meeste nummers waar ze hadden moeten rocken. Een aantal teksten waren niet veel meer dan religieuze clichés. Maar het ergste was dat het allemaal modderig klonk.
Vele fans werden ook afgeschrikt door de spuuglelijke hoes. Daarop prijkt een schilderij van ene Tony Wright, die werkte in opdracht van Bob Dylan. Gods hand kiest uit een aantal smekende mensenhanden een uitverkorene.

In een poging de verkoop potentiële kopers tegemoet te komen, werd de hoes vervangen door een ander schilderij van Dylan op het podium.
Toen dan ook nog een geplande Amerikaanse zomertournee werd afgelast omwille van een hittegolf, viel ook die promotie weg. Saved zakte onopgemerkt weg. De hoogste notering was een 24-ste plaats in de hitlijst van Billboard - Dylans laagste albumnotering sinds 1964!
De zanger had zo een tegenvallende resultaat niet verwacht. Hij had gehoopt een nieuw publiek te hebben bereikt.
Het zou lang duren eer hij zijn zelfvertrouwen zou terugvinden in de studio.
Jim Keltner krijgt het laatste woord. Hij meent ook dat een liveplaat de beste optie was geweest: “Het is jammer dat die nummers in de studio zijn opgenomen in plaats van live. Er was een show in Seattle waar we een staande ovatie kregen na ‘Solid Rock’ – zeker vijf minuten lang. Het was zo buitengewoon krachtig. De mensen gingen uit hun bol. Ik had zoiets nog nooit gezien. Nooit!
Als je zoiets uit had kunnen brengen in plaats van die studioversies die dood geproducet warren, dan zou je wat meemaken… Jerry Wexler was een van mijn idolen, maar we kregen zo een zielloos geluid. Ik denk dat hij het geluid van Slow Train opnieuw zocht. Dat moet je niet doen met Bob… Het moest niks van doen hebben met Slow Train Coming. We moesten een groots, open, live, opwindend geluid hebben om de jubel in de songs te benaderen. Maar het pakte niet op band. Maar dat doet niks af aan de kracht van die songs.”
En hier is het bewijs: 'Pressing On'!
21:49
Gepost door Peerke
in Bob Dylan |
Permalink
| Commentaren (3)
| Email dit
| Tags: bob dylan, saved, spooner oldham, jim keltner, gospel, tournee, rock solid, tim drummond, fred tackett |
Facebook
|
07-03-08
Are You Ready?
Om u voor te bereiden op Saved staat Bob Dylan er op om u alvast voor te stellen aan de uitstekende muzikanten die hij heeft bijeengezocht.
Are you ready?
