08-05-08

Bobbie Gentry - Odde to Billie Joe

Odetobillyjoe

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Mijn Southern compilatie

Al jaren denk ik er over om een compilatie samen te stellen met muziek uit The Deep South. Het zuiden van de Verenigde Staten: South Carolina, Mississippi, Florida, Alabama, Georgia, Louisiana en Texas. De streek van de katoenplantages, hillbillies, rednecks en magnoliabloesems.

De bedoeling is niet om een overzicht te maken van alle muziek die daar zijn wortels heeft. Dat is onbegonnen werk: jazz, blues, gospel, soul, country, bluegrass, rockabilly en rock 'n' roll... Van allemaal heeft het wiegje gestaan in het Appalachen gebergte of in de Delta van de Mississippi. 

Ik heb mijn keuze daarom beperkt tot songs met een "southern feel".

Nu, ik ben er nooit geweest. Het kan zijn dat het beeld dat the South bij mij oproept nooit heeft bestaan. Het is puur gebaseerd op boeken, films en muziek.

Wat eerst een interessant uitgangspunt leek voor een cd'tje bleek echter al snel een fascinerende ontdekkingstocht. Ik had altijd meer belangstelling gehad voor de Britse kant van de muziekgeschiedenis. Country was aan mij voorbij gegaan: steelgitaren, fidles, yihaa kreten en veel te grote cowboyhoeden...  Het bleek echter dat er steeds meer countryliedjes opdoken die ik heel mooi vond maar gewoonweg nooit met het genre had geassocieerd.

Eentje daarvan is 'Ode To Billie Joe' van Bobbie Gentry. Een nummer dat nergens anders kon zijn geschreven dan in de buurt van de Mississippi. En dan nog door een Southern Belle.


Delta Sweete


Bobbie slaakte haar eerste kreten als Roberta Lee Streeter in Origin Chickasaw County, Mississippi, in 1944. Als kind leerde ze zichzelf gitaar, bas en banjo spelen. Als puber trok ze naar Palm Springs, Californië, om er bij haar moeder te gaan wonen. Ze probeerde het even als danseres in Las Vegas, maar ging dan toch maar filosofie studeren in Los Angeles. Naast een kantoorbaantje vulde ze haar inkomen verder aan met optredens in de lokale nachtclubs. Ze zag een carrière in de muziek wel zitten en schakelde over op het Los Angeles Conservatory of Music waar ze leerde componeren.

Begin 1967 zond ze een demo naar Capitol Records. Kelly Gordon reageerde meteen enthousiast. Maar het hoofd van de afdeling A&R (Artists and Repertoire) wou niks weten van 'Ode To Billie Joe', dat volgens hem een "liedje over abortus' was. David Axelrod, de grote baas van de platenmaatschappij, hakte de knoop door: Bobbie mocht een single opnemen en 'Mississippi Delta' zou de a-kant worden.

Geen slechte keuze, want de bluesy swamp-rocker nodigt zeker uit tot dansen door een repetitief gitaarmotief. En ook het refrein is aanstekelijk: "M-I double S-I double S-I double P-I". Dat was, zo legde ze later uit, gebaseerd op een oude voodoo spreuk.

Maar toen beide zijden van de single na elkaar werden gedraaid, besloot het A&R team unaniem dat de echte parel op de b-kant was te vinden.

Dat vonden ook de radiostations en de luisteraars.
Al in de eerste week na het uitbrengen van de single in augustus 1967 werden er 750 000 exemplaren van 'Ode To Billie Joe' verkocht. Op 26 augustus stootte het intrigerende verhaal over Billie Joe McAllister, 'All You Need Is Love' van The Beatles van de eerste plaats van de Billboard hitlijst. Een straffe prestatie voor een debuutsingle, zonder noemenswaardige promotie. Pas een maand later werd het daar opgevolgd... door een ander nummer uit the South: 'The Letter' van The Box Tops.

Het volgende jaar won 'Ode To Billie Joe' maar liefst acht keer genomineerd voor een Grammy. Daarvan werden er vier toegekend.


Nochtans was het muzikaal gezien een erg sober nummer. Sommigen menen zelfs te weten dat de atmosferische cello's en strijkers toegevoegd zijn aan de demo zelf. Het arrangement is overigens van de legendarische Jimmie Haskell.
Verder horen we alleen wat eenvoudige gitaarlijnen en bovenal de sensuele zang - haast nonchalant gebracht met veel Southern klanken.

Alle aandacht gaat daardoor uit naar het verhaal zelf. En dat is uiterst intrigerend.

Door de vele details over het plattelandsleven heeft de song meer weg van een kortverhaal dan van een popliedje.


Ode To Billie Joe

It was the third of June, another sleepy, dusty Delta day
I was out choppin' cotton and my brother was balin' hay
And at dinner time we stopped and walked back to the house to eat
And Mama hollered out the back door "y'all remember to wipe your feet"
And then she said "I got some news this mornin' from Choctaw Ridge"
"Today Billy Joe MacAllister jumped off the Tallahatchie Bridge"

And Papa said to Mama as he passed around the blackeyed peas
"Well, Billy Joe never had a lick of sense, pass the biscuits, please"
"There's five more acres in the lower forty I've got to plow"
And Mama said it was shame about Billy Joe, anyhow
Seems like nothin' ever comes to no good up on Choctaw Ridge
And now Billy Joe MacAllister's jumped off the Tallahatchie Bridge

And Brother said he recollected when he and Tom and Billie Joe
Put a frog down my back at the Carroll County picture show
And wasn't I talkin' to him after church last Sunday night?
"I'll have another piece of apple pie, you know it don't seem right"
"I saw him at the sawmill yesterday on Choctaw Ridge"
"And now you tell me Billie Joe's jumped off the Tallahatchie Bridge"

And Mama said to me "Child, what's happened to your appetite?"
"I've been cookin' all morning and you haven't touched a single bite"
"That nice young preacher, Brother Taylor, dropped by today"
"Said he'd be pleased to have dinner on Sunday, oh, by the way"
"He said he saw a girl that looked a lot like you up on Choctaw Ridge"
"And she and Billy Joe was throwing somethin' off the Tallahatchie Bridge"

A year has come 'n' gone since we heard the news 'bout Billy Joe
And Brother married Becky Thompson, they bought a store in Tupelo
There was a virus going 'round, Papa caught it and he died last Spring
And now Mama doesn't seem to wanna do much of anything
And me, I spend a lot of time pickin' flowers up on Choctaw Ridge
And drop them into the muddy water off the Tallahatchie Bridge

 

Hoewel het lied in de ik-vorm wordt verteld, komen we het verhaal maar te weten door de dialogen van anderen.

Een arme boerenfamilie zit 's midags rond de tafel. Terloops vermeld de moeder terloops dat ze heeft gehoord dat een jongen uit de buurt zelfmoord heeft gepleegd. Hij is van de brug gesprongen. De dochter - die het verhaal verteld - is blijkbaar zwaar geschokt door het nieuws, maar ze laat niets merken. Er wordt verder gekeuveld over koetjes en kalfjes, maar telkens komt het gesprek terug op de jongeman. Dat de pastoor de jongen laatst nog heeft zien staan op de brug.  Er was een meisje bij - dat erg op jou leek - en ze gooiden iets in het water.
"'t Is altijd 'ne speciale geweest, he. Geef de appelmoes eens door."

In de laatste strofe zitten we een jaar verder. Haar broer is getrouwd, vader is gestorven en moeder raakt er niet bovenop. Zelf gaat ze regelmatig bloemen plukken om die dan van de brug in het water van de Tallahatchie te gooien.

Hoewel moeder en dochter allebei hun partner hebben verloren, kunnen ze mekaar geen troost bieden. Ze kunnen er zelfs niet over praten.

"De boodschap van het liedje draait om de nonchalante manier waarop de familie praat over de zelfmoord," verklaarde Gentry. "Het is een studie in onbewuste wreedheid."

 

Het mysterie

Omdat in het liedje zelf geen verklaringen worden gegeven werd er natuurlijk druk gespeculeerd. Wat gooiden ze van de brug? Was het een baby, of een ring? En waarom pleegde de jongen zelfmoord? Uit verdriet, of was het misschien een zwarte jongen die een onmogelijke relatie had met een blank meisje?

Al snel begonnen allerlei veronderstellingen de kop op te steken. Zo beweren hardnekkige geruchten dat de oorspronkelijke demo van 'Ode To Bilie Joe' meer dan zeven minuten lang was. In de ontbrekende strofen zou dan zijn onthuld wat er van de brug over de Tallahatchie werd gegooid.

Dat blijkt alvast niet uit het originele handgeschreven tekstvel van 'Ode'. Dat bevindt zich in het Mississippi Museum. (http://library.olemiss.edu/matinee/filmedinms1.htm)
Daarop staat wel een extra openingsstrofe!

"People don't see Sally Jane in town anymore
There's a lot of speculatin', she's not actin' like she did before
Some say she knows more than she's willin' to tell
But she stays quiet and a few think it's just as well
No one really knows what went on up at Choctaw Ridge
The day that Billy Jo McAllister jumped off the Tallahatchie Bridge"

Nochtans was het plaatje nu al langer dan normaal. Het was een van de allereerste singles, langer dan vier minuten die een hit werd op de Amerikaanse radio. Enkel 'El Paso', 'Like a Rolling Stone' en 'Strawberry Fields Forever' gingen haar voor.


Parodie

Terwijl de song de hitlijsten aanvoerdde zat Bob Dylan met zijn maten in de kelders van een roze geverfd huis in Woodstock. Dylan kwam met 'Clothesline Saga', dat als ondertitel kreeg 'Answer To Ode'. Daarin aapt hij het nonchalante manier van spreken na waarbij tussen onbenulligheden door belangrijke zaken worden aangekaart. In het geval van deze Basement Tapes track blijkt de onthulling dat "The Vice-President's gone mad!"

Verfilming

De song bleef zo populair dat negen jaar later Warner Bros. de opdracht gaf om Southern gothic verhaal te verfilmen. Herman Raucher kreeg de opdracht een scenario te schrijven. Ter voorbereiding ging hij de zangeres opzoeken.

In een interview in 2002 vertelde de scenarist, Herman Raucher, over zijn ontmoeting met de zangeres. Natuurlijk vroeg hij haar naar de betekenis van de song.

Zij zei:  'Ik heb het verzonnen. Ik weet niet wat het betekent."
Ik vroeg: "Jij weet niet waarom hij van de brug is gesprongen?"
Zij antwoordde: "Geen idee."

Dus verzint hij maar een eigen verhaaltje rond de basistekst. De film geeft verder dus geen aanknopingspunten.
En dat is maar goed ook.

Gentry was wel bereid het nummer opnieuw op te nemen voor de soundtrack. Uit slordigheid of om een onderscheid te maken heet de film Ode To Billy Joe. Met een "y" in plaats van een "ie"


En Gentry zelf?

De carrière van Bobbie Gentry kwam het succes van het debuut nooit meer te boven. Hoewel ze een zestal goede tot uitstekende LP's maakte scoorde ze nooit meer een hit. In 1979 gaf ze er de brui aan en trok zich terug in de anonimiteit. Zowel Jill Sobule als Beth Orton hebben songs aan haar opgedragen. Lucinda Williams heeft geprobeerd haar te overhalen om een duet te brengen. Allemaal tevergeefs.

Behalve enkele compilaties zijn haar platen overigens erg moeilijk te vinden. Vooral Ode To Billie Joe, Delta Sweete en Patchwork zijn nochtans bescheiden meesterwerkjes. Isobel Campbell is fan van haar duet-LP met Glenn Campbell, maar die is wat te gesuikerd naar mijn smaak.

Toen het Britse tijdschrift Mojo vorig jaar haar platenmaastchappij contacteerde voor een interview kregen ze als antwoord: "We hebben geen idee waar meneer Gentry nu woont". Als zelfs je platenmaatschappij je geslacht niet kent dan ben je er echt wel in geslaagd om te verdwijnen.

 

09-01-08

Wild Horses - 2

'Wild horses couldn't drag me away'

Toen Mick Jagger op 8 juli 1969 ontwaakte in een hotelkamer in Sydney, lag zijn vriendin, Marianne Faithfull nog vast te slapen. Ze waren pas de vorige dag in Australië gearriveerd, om er samen te gaan acteren in een film over een struikrover: Ned Kelly. Het duurde even voor Mick het flesje Tuinals opmerkte. Met een schok realiseerde hij zich dat het helemaal leeg was. Marianne had zo'n 150 pillen geslikt en was in coma geraakt.

Later zou ze uitleggen dat Brian Jones, die eerder die week was verdronken in zijn zwembad, haar had aangemoedigd om de pillen te nemen.

In haar autobiografie verklaarde ze: "Hij was opgestaan uit de doden, wist niet waar hij was en besloot mij te roepen." Ze hadden samen gewandeld door een landschap, verklaarde ze. Een landschap dat erg leek op de hel, zoals die is afgebeeld op een ets van Albrecht Dürer. Bij een klif aangekomen had Jones voorgesteld om samen te springen. Zij had geweigerd, maar hij deed het wel. Waarna ze zich plots in een luchthaven bevond.

Wanneer ze na zes dagen ontwaakte in het ziekenhuis, was het eerste wat ze zag het bezorgde gezicht van Mick. Ze stelde hem gerust met de woorden: "Wild horses couldn't drag me away."

Volgens de overlevering gebruikte Mick Jagger die zin als basis voor het meeslepende Stonesnummer 'Wild Horses'.

Later merkte Faithfull dan ook fijntjes op, "Mijn trauma's en mijn ongeluk werden door Jagger tot briljante nummers verwerkt." Zo hadden ze eerder ook al samen 'Sister Morphine' geschreven, over haar drugsverslaving, die was verergerd sinds ze in oktober van het vorige jaarbij een miskraam op zeven maanden hun dochtertje Corrine hadden verloren.

Toch wordt door Jagger zelf ontkend dat de overdosis van zijn vriendin iets met het lied heeft te maken. In het boekje bij de verzamelaar Jump Back: The Best of The Rolling Stones, uit 1993, schrijft hij bij 'Wild Horses': "Iedereen zegt altijd dat dit over Marianne ging, maar volgens mij is dat niet zo; we waren lang niet meer samen toen."

Dat ze uit elkaar waren toen het nummer werd geschreven is niet helemaal waar, want Mick en Marianne bleven nog bijna een jaar samen, na haar wanhoopsdaad. Het ging wel steeds slechter met haar, zodanig zelfs dat ze ooit tijdens een poepchic diner bij de Earl of Warwick, in slaap viel, met haar hoofd in de soep.


Keith's versie van de feiten

Medeauteur Keith Richards heeft een andere uitleg over het nummer. Zijn vrouw, Anita Pallenberg, was op 10 augustus 1969 bevallen van hun eerste kind: Marlon. Amper twee maanden later vertrokken The Rolling Stones voor een grote Amerikaanse tournee. Begrijpelijkerwijs liet de gitarist zijn vrouw en zoontje niet graag voor zo lange tijd achter.

Dat zou de ware kern van het nummer zijn. In 1993 verklaarde Keith: "Als er een standaardmanier is waarop Mick en ik samenwerken dat is het deze. Ik had de rif en de strofe, Mick kwam met de strofen. Net als bij 'Satisfaction'. 'Wild Horses' ging over de gewone klacht van niet te willen vertrekken, om te belanden op een miljoen mijl van waar je wilt zijn."

En in 1971: "Het had te maken met de geboorte van Marlon. Ik wist dat we naar Amerika moesten en ik terug aan het werk moest - van mijn luie kont. Ik wou niet weg. Het was een moeilijke tijd - het kind was pas twee maanden oud - en je gaat weg. Miljoenen mensen doen het, maar toch..."

Dit werd twee jaar later door Mick bevestigd: "De melodie was van hem. En hij schreef de regel over de wilde paarden, maar de rest komt van mij. Ik hou van dat nummer - pure pop. Neem dat cliché over die wilde paarden -afschuwelijk toch? - maar het werkt zonder dat het klinkt als een cliché!"

Niks met Marianne te maken, dus.

Of toch?
In een interview dat Keith gaf, in de periode dat het nummer werd opgenomen, legde Keith uit: "Ik schreef dat nummer omdat ik het thuis goed had bij mijn vrouwtje. Het was een soort liefdesliedje. Ik had die regel over de wilde paarden die me niet mee konden sleuren, en ik gaf het aan Mick. En Marianne was net weggelopen met een kerel en hij veranderde alles. Maar het is nog altijd prachtig."


De opname

De Amerikaanse tournee van The Rolling Stones is een groot succes. De nieuwe gitarist, Mick Taylor, blijkt een waardige vervanger voor Brian Jones. De band wil de tournee afsluiten met een verrassingsoptreden in San Francisco. Dat zal worden gefilmd door de gebroeders Aysles. Wanneer Mick - waarschijnlijk om veel volk te lokken - het optreden toch aankondigt tijdens een persconferentie, blijkt dat er geen vergunning is aangevraagd. Er moet een andere locatie worden gezocht. Uiteindelijk valt de keuze op een racecircuit in Altamont in Californië. Het festival zal doorgaan op 6 december.

Daardoor heeft de band enkele vrije dagen over. Om die tijd nuttig te gebruiken wordt besloten om wat nieuwe songs op te nemen. Ze zijn ook volop aan het onderhandelen met het Amerikaanse platenlabel Atlantic Records, dat hun platen zal verdelen in Amerika. Om de opnamen te maken hebben ze een onafhankelijke studio nodig, waar ze geen werkvergunning moeten voorleggen. Jerry Wexler stelt de Muscle Shoals Sound voor in Alabama.


Muscle Shoals Sound Studio

Die studio, in de buurt van Sheffield, in het diepe zuiden is onlangs geopend door vier muzikanten. Gitarist Jimmy Johnson, bassist David Hood, toetsenist Barry Beckett en drummer Roger Hawkins werkten als studiomuzikanten in de FAME (Florence Alabama Music Enterprises) Studios van Rick Hall. Ze waren er bekend als de Muscle Shoals Rhythm Section (of nog "the Swampers," zoals ze worden bezongen in 'Sweet Home Alabama' van Lynyrd Skynyrd).

Tussen 1961 en 1966 werden in FAME tientalle hits opgenomen door soulmuzikanten als Wilson Pickett, Percy Sledge, the Tams, Arthur Conley, Joe Tex, Jimmy Hughes en James & Bobby Purify. Maar het hek was helemaal van de dam toen producer Jerry Wexler langskwam en met Aretha Franklin grootse dingen deed voor het platenlabel Atlantic.

De uitbater van de studio, Rick Hall zag niet graag dat anderen het grote geld verdienen en wou een eigen label beginnen, te verdelen via Columbia. Hij bood de muzikanten een vast loon, in ruil voor exclusiviteit. Die konden echter elders meer verdienen en besloten voor zichzelf te beginnen.

Ze vonden een oude mandenfabriek die te koop stond. Die werd eerder al gebruikt om country en gospeldemo's op te nemen. Maar die opnameapparatuur was verouderd. Jerry Wexler van Atlantic - hij weer - wou hen wel $20 000 voorschieten in ruil voor een distributiedeal. Hun eerste klant was Cher die er haar LP 3614 Jackson Highway opneemt - genoemd naar het adres van de studio.

R.B. Greaves, die net 'Take a Letter Maria' had uitgebracht, was er overdag aan het opnemen, toen het telefoontje kwam om de studio tussen 2 en 4 december 's nachts vrij te houden voor de Britten.

Producer Jimmy Miller zou komen overvliegen, maar die daagde nooit op. Dus belande Jimmy Johnson achter de knoppen. Hij had al al eerder gedaan, voor hits als 'Sweet Soul Music' en 'When a Man Loves a Woman'.

"Ze hadden geen riffs of teksten klaar toenen ze aankwamen," beweert Johnson. "Ze hadden alleen wat titels van nummers, voor zover ik weet. En die kwamen van Jagger en Richards. De gitaarakkoorden werden daar ter plekke bedacht. Van zodra ze begonnen barste de hel los - drie uur lang - als vuurwerk. Zo na een uur of drie, vier kwam Keith gewoonlijk met een grootse rock gitaarriff, zoals 'Brown Sugar.' Als ik voelde dat het begon te klikken, zette ik de band aan.
Niemand zei me iets en ik vroeg ook niets. Iedereen die sessies speelt weet dat je maar één kans krijgt en dan is het voorbij. En als die kerels eens bezig waren, liep het als een trein. De boel stond te beven."

Volgens Barry Beckett was dat laatste zelfs letterlijk het geval. Hij zat op de trappen buiten en voelde het gebouw trillen.

The Rolling Stones namen drie nummers op: 'Brown Sugar', een cover van 'You Gotta Move' van 'Mississippi' Fred McDowell en tenslotte 'Wild Horses'.

Keith bevestigd dat het nummer nog niet helemaal af was toen ze besloten het op te nemen. "We herschreven het refrein in het toilet van de Muscle Shoals opnamestudio," vertelde hij in 1971, "omdat het niet goed zat."

De opname gebeurde volledig live, inclusief de zang van Mick Jagger. De specifieke gitaarklank lijkt van een 12-snarige gitaar te komen, maar Mick Taylor vertelde in 1979: "Ik speelde op een akoestische Gibson van Keith, in wat ze noemen een Nashville tuning. De gitaar is precies zo gestemd als gewoonlijk, maar je gebruikt alleen eerste en tweede snaren en je stemt ze in octaven. Een beetje alsof je een 12-snarige gitaar bespeelt, maar zonder de zes andere snaren. Zo kun je het best omschrijven."

Voor wie in zulke dingen is geïnteresseerd, Jimmy Johnson gaf in juli 2001 meer details over de gebruikte instrumenten, in een interview voor het tijdschrift Tape Op. "[Keith] speelde een Gibson, maar geen Les Paul. Een SG! Ik denk dat het een SG was, een zwarte.... En weet je waar Bill Wyman mee aan kwam? Herrinner je je die massieve plexiglas bassen die toen opkwamen? Een Dan Armstrong... Charlie Watts was zo onder de indruk van het drumgeluid dat hij aanbood om de microfoons te kopen. Daar kon ik natuurlijk niet op ingaan."

Hoewel Ian Stewart, de vaste pianist van de band, bij de andere nummers had meegespeeld, weigerde hij piano te spelen op 'Wild Horses'. Hij haatte de mineurakkoorden van de intro.

Toevallig was Jim Dickinson, vanuit Memphis overgekomen om de jongens aan het werk te zien. "Hij stond hij ergens vanachter, achter de gitaarversterkers," vertelt Johnson. "Ken je het stukje bij 'Kodachrome' van Paul Simon, waar het tempo versneld en de piano uit de bol gaat? Dat was onze tack piano, een oude rechtopstaande piano, die we hadden omgebouwd zodat ie klonk als een honky tonk. Bon, [tijdens de repetities] stond Jim daar dus, een beetje te tinkelen, wat te improviseren op hun groove. Plots kwam Keith kijken wie daar bezig was en riep: 'Hey, jij moet dat spelen!'"

Dickinson werd later producer van Aretha Franklin, Big Star en The Replacements. Ook werkt hij veel samen met Ry Cooder, vooral voor filmmuziek. (Nietwaar, Martin? ;-))


Gram Parsons

Na afloop van deze sessies vlogen ze naar Altamont voor het gratis festival dat ze er op 6 december gaven. Zoals te zien is in de film Gimme Shelter, werd het festival ontsiert door het buitensporig geweld dat de Hells Angels, die waren ingehuurd om de orde te handhaven, gebruikten tegen de hippies.

Naast Santana, Jefferson Airplane, Crosby, Stills, Nash and Young stonden ook de Flying Burrito Brothers op het programma. De leider van die laatste groep was Gram Parsons.

Met zijn ' Cosmic American Music' probeerde hij een een rockpubliek warm te maken voor countrymuziek. Met een combinatie tussen beide muziekstromingen blies hij de country, de muziek van de blanke Amerikaan, een ferme wolk peper in de kont. Na met The Byrds het baanbrekende Sweetheart of the Rodeo (1968) te hebben gemaakt, kwam hij, een jaar later, samen met Chris Hillman als The Flying Burrito Brothers met The Gilded Palace of Sin.

Keith Richards had Gram voor het eerst ontmoet in 1968 toen die met The Byrds op tournee was in Europa. De twee raakten goed bevriend en Parsons stapte zelfs uit de groep om in het gezelschap van de Stone te kunnen blijven. Keith, die altijd al geïnteresseerd was geweest in country, zag nu de kans om veel te leren van iemand die er alles van wist.

De twee ontmoeten elkaar opnieuw later dat jaar, toen de Stones twee maanden in Los Angeles waren voor het mixen van de Beggar's Banquet. Jagger gaf later toe dat Gram Parsons "een van de weinigen is die me echt hielpen om country te zingen. Voorheen kopieerden Keith en ik gewoon de platen." Vanaf Let It Bleed is zijn invloed goed merkbaar op de platen van de Britse groep.

Tijdens het festival, of kort daarna, gaven The Stones een kopie van hun 'Wild Horses' aan Parsons. Het was de bedoeling dat Sneaky Pete Kleinow er steel gitaar aan toe zou kunnen voegen. Toen Gram het nummer hoorde was hij danig onder de indruk. Hij smeekte hen of hij het mocht coveren. Hij claimde later herhaaldelijk dat Jagger en Richards 'Wild Horses' speciaal voor hem hadden geschreven en zelfs dat hij het nummer had geïnspireerd.

Gram Parsons kreeg de toestemming en zijn versie is het onbetwiste hoogtepunt van de tweede plaat van de Flying Burrito Brothers. De plaat werd geproducet door... Jim Dickinson.
Burrito Deluxe werd in april 1970 uitgebracht. Parsons was toen al uit de groep gestapt, om een solo carrière te beginnen.

De vijf platen die hij tussen 1968 en 1972 maakte zijn mijlpalen die een lichtend voorbeeld vormen voor zowat alle latere americana - en alt.country-artiesten, van de prille R.E.M. en The Jayhawks over Steve Earle en Dwight Yokam tot Lucinda Williams en Ryan Adams


Sticky Fingers

Toen duidelijk werd dat Sneaky Pete geen bijdrage zou leveren aan 'Wild Horses', voegde Keith Richards zelf de elektrische gitaarsolo toe aan het nummer, tijdens de mix- en overdubsessies voor de live plaat Get Yer Ya-Ya's Out!. Deze vinden plaats in februari 1970, in de Olympic Sound Studios in Londen.

Toch zou het nog meer dan een jaar duren eer de versie van The Rolling Stones zou worden uitgebracht. Na het aflopen van het contract met Decca/London had de band gehoopt eindelijk zelf te kunnen bepalen wat ze uitbrachten en hoe. Maar net toen ontdekten ze dat hun manager Allen Klein hen, zonder dat ze het in de gaten hadden, de rechten van al hun nummers had ontfutseld. Alles van 'Come On' uit 1963 tot en met de live LP Get Yer Ya-Ya's Out! in 1970 was in handen van Klein en zijn firma ABKCO Records. Vandaar dat zowel 'Brown Sugar' als 'Wild Horses' terug te vinden zijn op de singles compilatie The London Years.

Met een opvallende hoes, ontworpen door Andy Warhol, was Sticky Fingers, in april 1971, de eerste LP op het Rolling Stones label (verdeeld door WEA Music). Na 'Brown Sugar' werd, in juni van dat jaar 'Wild Horses' als tweede single uit de plaat uitgebracht, zij het enkel in de Verenigde Staten. Het haalde net de top 30. Toch bleef het nummer populair tijdens de live shows van de groep en in 1995 bracht de band een akoestische versie op hun Unplugged album Stripped.


Wild Horses

Childhood living is easy to do
The things you wanted I bought them for you
Graceless lady, you know who I am
You know I can't let you slide through my hands

Wild horses couldn't drag me away
Wild, wild horses couldn't drag me away

I watched you suffer a dull aching pain
Now you decided to show me the same
No sweeping exits or offstage lines
Could make me feel bitter or treat you unkind

I know I dreamed you a sin and a lie
I have my freedom but I don't have much time
Faith has been broken, tears must be cried
Let's do some living after we die

Wild horses couldn't drag me away
Wild, wild horses, we'll ride them someday

Mick Jagger, in 1993: "Er zitten best wel veel emoties in dit nummer. Het is erg persoonlijk, beeldend en droevig. Het klinkt nu allemaal wat somber, maar het was toen ook een speciale tijd."