18-04-08

Bob Dylan - Good As I Been To You

bob_dylan_good_as_i_been_to_you

Good As I Been To You

  

Toen Good As I Been To You begin november 1992 werd uitgebracht was dat voor velen een complete verassing. Zijn eerste volledig akoestische plaat sinds Another Side Of Bob Dylan uit 1964 was een collectie folk en blues klassiekers die haast per ongeluk tot stand was gekomen.

Terugkijkend was het echter een logische stap voor Dylan.

 

In het najaar van 1990 waren kort na elkaar aantal dingen gebeurd die een grote invloed zouden hebben op het verdere verloop van Dylan's leven en carrière.

  

Mevrouw Dylan

 

Bob Dylan heeft zijn privéleven altijd goed verborgen weten te houden. Zo staat nog steeds niet vast hoeveel kinderen hij officieel heeft. Jarenlang werd er over gespeculeerd of hij ooit hertrouwd was.

In 2001 lichtte Howard Sounes enkele tipjes van de sluier in de biografie Down the Highway: The Life Of Bob Dylan. Hij onthulde dat Bob Dylan vier jaar getrouwd was geweest met een van zijn Queens Of Rhythm. Dat is het koortje met zwarte gospelzangeressen dat hem steevast begeleide vanaf het einde van de jaren zeventig.

 

Carolyn Dennis was op 31 januari 1986 bevallen van een dochter: Desiree Gabrielle Dennis-Dylan. Bob erkende het meisje als zijn dochter en tekende het geboortecertificaat. Om haar een normale jeugd te kunnen geven besloten haar ouders om haar uit de pers te houden.

Een half jaar later, op 4 juni 1986 trouwden Bob en Carolyn in Los Angeles. Carolyn bleef gewoon mee touren.

 

Wanneer bij de Never-Ending Tour geen behoefte meer was aan backing zangeressen, installeerde Dylan vrouw en kind in een onaanzienlijke voorstad in de vallei van San Francisco. 

 

Maar na een tijdje raakt mevrouw Dylan het beu om altijd alleen te zitten en haar man zo weinig te zien. Op 7 augustus 1990 vraagt ze de ontbinding van het vier jaar oude huwelijk aan, wegens "onoverkomelijke verschillen".

  

Twee nieuwe platen

 

Op 11 september 1990 wordt Under The Red Sky uitgebracht. Het opzet was geweest om een totaal ander geluid te krijgen dan de voorganger, Oh Mercy. Het atmosferische geluid van die plaat droeg onmiskenbaar het stempel van producer Daniel Lanois.

 

De nieuwe plaat was geproducet door David en Don Was en er waren vele gastbijdragen van uiteenlopende mensen als Stevie Ray en Jimmy Vaughan, David Lindley, George Harrison en Elton John.  Daardoor was de plaat niet alleen verassend anders, zowel muzikaal als tekstueel, maar vooral artistiek erg ontgoochelend.

 

Anderhalve maand later volgt Traveling Wilbury's Vol. 3. Ook hiervan is de verkoop een stuk minder dan bij de eerste plaat. Volgens Tom Petty was het ook helemaal niet de bedoeling een commercieel product te maken.

Maar de tegenvallende verkoop van zijn eigen plaat, zowel als deze, maken dat Dylan de lust ontbreekt om nog eigen platen te maken. Het zal zeven jaar duren eer er Dylan nog eens een studioalbum met nieuwe nummers zou uitbrengen.

 

In die tussentijd voltooide hij geen enkele nieuwe compositie meer. Hoewel hij eerder al een paar keer aan writers block had geleden, had dit nog nooit zo lang geduurd.

 

Tegenover Paul Zollo verklaart Dylan op 14 april 1991: "Ooit kwamen de songs met drie vier tegelijk, maar dat is al lang gedaan ... Af en toe komt er nog eens een nummer op mij, als een buldog aan het poortje van de tuin, om te eisen dat ik hem schrijf. Maar de meeste verban ik onmiddellijk uit mijn gedachten. Je vraagt je af of er nog iemand behoefte aan heft om ze te horen. Misschien kom je op een punt waarop je genoeg songs geschreven hebt Laat iemand anders ze maar schrijven."

   

Is er een gitarist in de zaal?

 

In oktober 1990 stapte gitaarmaestro G. E. Smith op. De Amerikaanse tegenhanger van Patrick Riguelle had sinds 7 juni 1988 Dylan's tourband. Dylan zelf beschouwt zijn vertrek als het einde van de Never-Ending Tour.

 

Aan het einde van de Europese zomertournee van 1990 had Dylan Smith voorgesteld om zijn loon van zo'n $10 000 per week wat in te krimpen. Het antwoord was duidelijk: "Nein!"

Smith was wel bereid te blijven tot er een opvolger gevonden was. Dus liet Dylan een aantal gitaristen meespelen tijdens de Amerikaanse herfsttournee. Ze deden een live auditie, als het ware. Tijdens het laatste optreden van de tour liet Dylan zelfs zijn gitaartechnieker meespelen!

 

Bij de aanvang van de volgende tournee was het probleem nog niet opgelost. De gitaartechnieker, Cezar Diaz, probeert het drie nummers lang als enige gitarist, tot Smith hem komt redden. Steve Burton is ingehuurd als slaggitarist. Die voldoet ook niet en wordt vervangen door John Stahealey.

 

Na een aantal optredens in het New Yorkse Beacon Theatre stapt G.E. Smith definitief op. De rest van de tournee ploetert Dylan verder met twee gitaristen, die geen van beiden sologitaar kunnen spelen!

  

I need a shot of... whiskey

 

Tijdens diezelfde tournee wordt ook pijnlijk duidelijk dat Dylan serieus aan de drank is. Hij heeft soms zelfs moeite om zijn microfoon te vinden. Nu had de man altijd al van een glaasje rode wijn gehouden, maar zijn werk had er nooit onder gelden, zoals nu.

 

Het kan hem blijkbaar allemaal niet meer schelen. Kwaliteit is niet meer belangrijk. Bij de repetities voor de volgende tournee in januari 1991 wordt de band bijna helemaal vernieuwd. Enkel de twee slaggitaristen Tony Garnier en Cesar Diaz blijven overgebleven. De drummer Chris Parker is niet eens verwittigd dat hij niet meer welkom is. Hij moet vaststellen dat zijn plaats al is ingenomen door iemand anders: Ian Wallace, die tijdens de '78 World Tour ook al meespeelde.

De totaal onbekende gitarist J. J. Jackson is er bij gehaald om de solo's te spelen. Hij is vooral goedkoop: $ 500 per week.

 

De Never-Ending Tour lijkt steeds meer verbrokkeld te raken: terwijl er in '88 eigenlijk één lange tournee was, waren er drie delen in '89, vijf in '90 en in '91 zes.

Dat geldt trouwens ook voor de concerten zelf: met drie onervaren gitaristen en een leider die in de fles vlucht kan het niet anders of alles verloopt erg chaotisch. Dikwijls zet de zanger bovendien zijn begeleiders met opzet op het verkeerde been, alsof hij zijn eigen optredens wil saboteren. En soms verdwijnt hij gewoon, midden in een nummer, voor een paar minuten in de coulissen.

 

Ian Wallace merkt duidelijk het verschil met de wereldtournee van '78. De verplaatsingen gebeuren per bus en de hotel waarin ze verblijven zijn geen tophotels "Bob had echt een voorliefde voor kleine motelletjes buitenaf. We zaten echt opgesloten in achterafplaatsen."

Dylan vindt slechts twee dingen echt belangrijk aan hotels: ze moeten zijn honden toelaten. En de ramen moeten open kunnen, want hij heeft een hekel aan airco. Voor de rest maakt het hem niet uit: hij komt toch nooit buiten.

 

Het wordt steeds erger. Die zomer drinkt hij cognac alsof het cola is. Hij wordt nors en onredelijk tegen zijn band.

 

Misschien wel Dylans slechtste concert ooit vindt plaats op 17 juni 1991 in Stuttgart, Duitsland. Bij het openingsnummer begint Dylan op harmonica. Dan loopt hij naar de piano, waar hij schijnbaar willekeurige toetsten aanslaat. Hij kijkt voortdurend om zich heen, alsof hij op zoek is naar iets. Na een minuut of vier staat hij terug op en loopt naar zijn gitaar. Na een paar willekeurige aanslagen begint hij te zingen. Het blijkt 'New Morning' te zijn. Er is geen regel bij uit de oorspronkelijke versie.

De rest van het concert is niet beter. Dikwijls lijkt hij zelfs het einde van de zin niet meer te weten.

 

Aan het einde van de zomer besluit hij zijn leven terug in handen te nemen. Hij stopt met drinken.

"Het was belangrijk voor mij dat ik tot op de bodem ging van dat legende gedoe. Dat slaat gewoon nergens op. Wat van belang is, is niet de legende, maar de kunst, het werk. Een mens moet doen waarvoor hij geroepen is om te doen."

  

Terugvechten

 

Het resultaat is onmiddellijk zichtbaar. Tijdens de herfsttournee heeft Bob Dylan het leiderschap terug op zich genomen. Hij doet ook echt zijn best om met gevoel te zingen en harmonica te spelen. En de muzikanten spelen nu eindelijk samen als een echte band. Vooral de nummers van Oh Mercy komen tot leven.

 

Voor de Australische tournee in de lente van 1992 besluit hij de band te versterken met een steelgitarist.

Bucky Baxter vertelt: "Ik speelde bij Steve Earle. We deden een hele tournee als voorprogramma voor Bob. Tijdens een soundcheck was ik wat aan het spelen met G.E. Smith toen Bob me vroeg om mee te doen. Hij vroeg me hem een steel gitaar te bezorgen. Ik kocht er één in Nashville en gaf hem wat lessen.

Toen de tournee voorbij was gaf ik hem mijn telefoonnummer en ik dacht, 'Wel, cool, ik ga meespelen met Dylan!' Maar ik hoorde niks van hem.

Twee jaar later kreeg ik op een maandag een telefoontje van hem: 'Kom morgen, we vertrekken donderdag naar Australië.' En dat was dat."

 

Het versterken van de band met de multi-instrumentalist blijkt een uitstekende keus te zijn. Baxters pedal steel gitaar brengt nieuw leven aan de anders vermoeid klinkende nummers. Dat brengt Dylan er toe oude pareltjes als 'Idiot Wind' aan de set toe te voegen. Ook Dylans hernieuwde interesse in zingen en gitaarspelen komt de kwaliteit ten goede.

   

Valse start

 

Ondertussen wordt de platenmaatschappij ongeduldig. Ze hebben het gebrek aan nieuw materiaal kunnen opvangen met een greep uit de archieven: The Bootleg Series Vol. 1-3. Die boxset met vijf LP's of 3 cd's vol studio outtakes werd goed gesmaakt door zowel critici als het publiek.

 

Maar nu willen ze iets nieuws. Dylan laat de Acme Recording Studio in Chicago boeken voor een periode van twee weken. Als producer doet hij beroep op de veelzijdige gitarist en fiddle player David Bromberg.

 

Zoals hij al eerder deed wanneer hij writers block heeft, legt Dylan zich weer toe op het opnemen van covers.

 

In de zomer van 1990 had Dylan, als tegengewicht voor de rommelige elektrische nummers, een korte akoestisch solo set ingelast. Na een tijdje begon hij daarbij covers te brengen: 'Homeward Bound' van Paul Simon, 'People Putting People Down' van John Prine of een traditional als 'When First Unto This Country'.

 

De set leek erg in de smaak te vallen en tijdens de concerten down under in 1991 bracht Dylan bijna elke dag wel een nieuw nummer. Het ene nog ouder dan het andere: 'Female Rambling Sailor', 'Dolly Dagger', 'Little Maggie', 'Golden Vanity', 'Delia' ...

"Die nummers wurmden zich tussen mijn eigen nummers, denk ik, maar nooit bewust... Het is alsof niemand die nummers ooit had hoeven te schrijven. Ze werden gewoon door gegegeven," verklaarde hij in 1993.

 

Met Brombergs band als begeleiders neemt hij einde mei, begin juni zesentwintig nummers op, haast uitsluitend folk en bluesmateriaal. Enkele titels: 'I'll Rise Again' (trad.), 'Nobody's Fault But Mine' (Blind Willie Johnson), 'Lady From Baltimore' (trad.), 'Polly Vaughan' (trad.) , 'Casey Jones' (trad.), 'Duncan And Brady' (trad.). Daarnaast neemt hij ook enkele composities van David Bromberg zelf op: 'Kaatskill Serenade', 'World Of Fools' en 'Sloppy Drunk'.'

 

Wanneer zijn werk er op zit, moet Dylan weer naar Europa om er een dozijn concerten te gaan geven. Hij laat de banden bij Bromberg achter om ze te mixen.

  

Wat extra opnamen

 

Bij zijn terugkeer naar de Verenigde Staten, laat hij de opnamen naar zijn huis in Malibu brengen om er enkele akoestische tracks aan toe voegen.  In de huisstudio van Point Dume werden gewoon twee microfoons opgesteld: een voor zijn stem en een tweede voor zijn gitaar.

 

Zonder een tekstvel voor zich, schudde Dylan het ene na het andere nummer uit zijn mouw. Britse en Ierse folksongs als 'Froggy Went A-Courtin', 'Blackjack Davey' en 'Arthur McBride',  een bluegrass standard als 'Little Maggie' en bluesnummers als 'Frankie and Albert' of 'Sittin' on Top of the World'.

 

Enkele songs hadden een andere achtergrond, zoals 'Tomorrow Night' (een hitje van best voor Elvis Presley in 1956) en 'Hard Times' van de eerste Amerikaanse songschrijver Stephen Foster.

 

Het zal wel geen toeval zijn dat vrijwel alle nummers gaan over foutgelopen liefdes. "You're gonna quit me, baby, good as I been to you." Inderdaad! Heroïsche liefdesgeschiedenissen, moordende geliefden, verre reizen over zee en een dierenbruiloft. "Muziek die echt is voor mij" noemt hij het. Teruggaand tot de 16de eeuw, of meer recent tot de jaren dertig van de 20ste eeuw!

 

"Het gebeurde toevallig," meende hij in 1993. "Ik had niet veel tijd nodig om deze nummers op te nemen. Die nummers zijn heel belangrijk voor mij. Ze volgen mij al jaren,dus behandelde ik hen alsof het mijn nummers waren, niet als covers. Ik had niet veel tijdig nodig, weet je dit zijn folk songs en die hebben niet veel opsmuk nodig."

 

Misschien vond Dylan deze nieuwe opnamen gewoon beter, of interessanter. Uiteindelijk bleven alle opnamen van de sessies met Bromberg ongebruikt. Noch Dylan, noch Bromberg hebben er ooit een verklaring voor gegeven.

 

Wel wordt er gespeculeerd dat Bromberg voorgesteld had om de opnamen wat meer aan te kleden. Bijvoorbeeld door een gospel koor in te zetten bij 'Rise Again' en 'Nobody's Fault But Mine'. Dylan zou dan moeilijk zijn gaan doen en zelfs de opnamen hebben laten wissen. 

 

Geen van de Acme opnamen is ooit officieel uitgebracht. In de loop der jaren zijn er slechts vier songs van deze sessies opgedoken in het bootlegcicuit: 'Sloppy Drunk', 'Polly Vaughn', 'Kaatskill Serenade' en twee mixen van 'Miss The Mississippi And You'. Vooral dat laatste - een cover van Bill Haley nog wel - is erg goed.

  

Reden tot feesten?

 

De plicht roept alweer. Dylan laat het aan zijn assistente, Debbie Gold, over om de zaak te mixen. Zij krijgt daarvoor zelfs ene credit als producer!

 

De herfsttournee trekt, zoals gebruikelijk, van het noorden naar het zuiden langs de Amerikaanse oostkust. Sommige van deze optredens gelden als de beste van de hele Never-Ending Tour! De band bestaat naast

Bucky Baxter, die zowat alle mogelijke snaarinstrumenten bespeeld, uit slaggitarist John Jackson, bassist Tony Garnier en de drummers Ian Wallace én Winston Watson.

 

Midden in de tournee organiseert Sony/Columbia, lichtelijk over tijd op 16 oktober 1992 "Columbia Records Celebrates The Music Of Bob Dylan" in Madison Square Garden. De drie en een half uur durende show is rechtstreeks te bekijken op betaalnetten in Amerika en Europa.

Een aantal artiesten, waaronder Eric Clapton, George Harrison, Lou Reed, Neil Young en Stevie Wonder brengen een eerbetoon aan de man door één of twee van zijn nummers te brengen, met begeleiding van Booker T and the MG's plus G.E. Smith als "musical director".

 

Er zijn twee uitzonderingen: John Hammond Jr heeft 'I'll Be You Baby Tonight' gerepeteerd, maar vlak voor het optreden staat Kris Kristofferson er op dat hij dat zelf zal brengen. Omdat John Hammond Jr geen ander Dylan nummer kent, brengt die dan maar 'See That My Grave Is Kept Clean' van Jesse Fuller.

 

Sinead O'Connor wordt uitgejouwd omwille van haar recente optreden bij Saturday Night Live, waarbij ze een foto van de paus verscheurde. Uiteindelijk schreeuwt ze a-capella Bob Marley's 'War' en verlaat dan huilend het podium.

 

Elvis Costello had 'Positively 4th Street' moeten doen en Van Morrison 'Just Like A Woman', maar die kwamen geen van beiden opdagen.

 

Dylan bekijkt alles in zijn camper en komt slechts op het einde drie nummers zingen, waaronder 'Song To Woody'.

 

De aanwezigen betaalden $80 tot $150 voor het voorrecht en diegenen die thuis bleven konden voor $19,99 het gebeuren volgen op betaal-TV. Dylan ontving het leeuwendeel van de $ 10 miljoen opbrengst. Niet slecht voor drie nummers.

 

Dat geld komt overigens goed van pas, want op 21 oktober 1992 wordt het huwelijk van Bob en Carolyn wordt officieel ontbonden. Voor de tweede keer kost een scheiding hem een vermogen. Carolyn krijgt een deel van het huis in Port Dune als onderpand tot Bob genoeg contanten heeft om haar te betalen. Ze heeft bovendien recht op de helft van alle nieuwe nummers die Bob tijdens hun huwelijk heeft geregistreerd, een deel van zijn toekomstige royalty's plus alimentatie. Carolyn krijgt ook het huis in Tarzana.

  

Een plaat voor de president

 

Good As I Been To You wordt uitgebracht op de dag dat Bill Clinton wordt verkozen als president: 3 november 1992. De hoes ziet er (met opzet?) uit als een goedkope compilatie van de een of andere oude bluesman - een cd zoals je ze in de GB ziet liggen voor een paar euro.  

 

Aanvankelijk wordt nogal ontgoocheld gereageerd, vooral omdat er geen nieuwe composities van Dylan op staan. Ook werd hier en daar beklemtoond dat Dylan's stem erg was achteruit gegaan, maar vreemd genoeg, past die perfect bij het materiaal. Voor wie wil luisteren blijkt de plaat eigenlijk zeer goed.

 

Maar grunge is de heersende trend in de muziekwereld en een 51ste plaats is dan ook de hoogste notering in de US. In Engeland haalde de plaat wel de top 20.

 

Het heftigst werd echter gereageerd op de vermelding "trad. arr. Dylan" voor alle songs. Dit werd algemeen ongeloof onthaald, omdat het duidelijk onwaar was. Van minstens zeven nummers zijn de auteurs bekend. Bovendien kan van vele nummers zelfs worden gewezen op gelijkaardige arrangementen bij voorgangers. Zijn muziekuitgever kreeg dan ook af te rekenen met een paar processen.

  

Een overblijvertje

 

Op één na werden alle nummers van Point Dume op de cd uitgebracht. Het overblijvende nummer, 'You Belong To Me' werd voorbehouden voor de soundtrack van Oliver Stone's film controversiële film Natural Born Killers.

 

22-10-07

Bob Dylan: New Morning

New Morning

decoration


Einde april 1970 gaat George Harrison nog eens op bezoek bij zijn vriend Bob Dylan in diens appartement in Greenwich Village. De Beatle heeft Apple woordvoerder Derek Taylor meegebracht. 

Bij het genot van een paar glazen rode wijn, speelt Dylan wat oude en nieuwe nummers voor op de piano. Na een tijdje grijpt George een rondslingerende gitaar en wordt er wat gejamd. Bob zet de bandopnemer aan.
Via acetates gemaakt voor Columbia komen opnamen van 'When Everybody Comes To Town' en 'I'd Have You Anytime'in de jaren zeventig in handen van bootleggers.

Na afloop nodigt Bob George en Derek uit om de volgende dag samen de studio in te duiken.

Op 1 mei wordt er om 14:30 verzameld in de Columbia Studio B, in New York. De beide legendarische figuren worden begeleid door bassist Charlie Daniels en drummer Russ Kunkel. Bob Johnston springt geregeld bij aan de piano.

Eerst wordt er uitgebreid gerepeteerd. "Dylan was erg ontspannen tijdens die sessie," vertelt Charlie Daniels. "Hij was goed gezind die dag en zong nummer na nummer, zo goed als alles wat we vroegen." Er wordt begonnen met enkele van Dylans oudste eigen nummers: 'Song To Woody', 'Mama You Been On My Mind' en een instrumentale versie van 'Don't Think Twice'.
Na enkele regels 'Yesterday' is 'Just Like Tom Thumb's Blues' aan de beurt. De alles-kan, niks moet sfeer is duidelijk wanneer 'Da Doo Ron Ron' wordt aangepakt. Of 'Ghost Riders In The Sky', 'Cupid' van Sam Cooke en 'All I Have To Do Is Dream' van The Everly Brothers. Natuurlijk kent Dylan de teksten niet helemaal van buiten, maar dat mag de pret niet drukken.

'Gates Of Eden' komt voorbij, 'I Threw It All Away' en 'I Don't Believe You', maar dan is het weer tijd voor wat Carl Perkins klassiekers met 'Matchbox' en 'Your True Love'. Dat brengt hen bij de blues: eerst 'Las Vegas Blues' en dan 'Fishing Blues' van Henry Thomas.

'Honey Just Allow Me One More Chance' vraagt Dylan voor hij afsluit met het vrolijke 'Rainy Day Women #12 & 35'.

"Ik zal die dag nooit vergeten," vertelt Charlie Daniels, "Het waren niet alleen Bob Dylan en George Harrison. Het waren vier kerels in een studio die muziek maakten. Alles klikte. Hij kon zingen... Het was fijn. Een fijne dag, uur na uur."
Ook producer Bob Johnston is heel tevreden: "Het was heel fijn... George zong niet ...hij speelde alleen gitaar, maar op een paar nummers hoor je hem meezingen ..."

Op de bootlegs Almost Went To See Elvis en Possum Belly Overalls zijn meer dan een uur van deze opnamen te horen.

Na het avondeten wordt het wat serieuzer. Dylan besluit van de aanwezigheid van de uitstekende muzikanten gebruik te maken om enkele nieuwe nummers uit te proberen voor zijn volgende plaat. Dat zijn: 'Sign On The Window', 'If Not For You', 'Time Passes Slowly', 'Working On A Guru' en 'Went To See The Gypsy'.

Officieel wordt de sessie om half twee 's nachts afgesloten, maar er wordt nog tot 10 uur in de ochtend doorgewerkt aan overdubs.

Omdat George geen werkverguning heeft voor de Verenigde Staten kunnen de nummers met zijn bijdrage niet officieel worden uitgebracht op New Morning. Deze versie van 'If Not For You' verschijnt dan ook pas in 1991 op The Bootleg Series, Vol. 1 -3. De andere nummers blijven op de plank.


* * *

Na een onderbreking van een maand wordt op 1 juni de draad terug opgenomen voor vijf verdere sessies voor New Morning. Omdat Dylan slechts een handvol nieuwe nummers klaar heeft, wordt het grootste deel van de sessies opnieuw besteed aan het opnemen van covers. Hij wil blijkbaar het idee van een coversplaat niet opgeven. Voor de begeliding zorgen de gitaristen David Bromberg en Ron Cornelius, plus Al Kooper op orgel, Charlie E Daniels op bas en Russ Kunkel op drums.

De ervaren sessiegitarist Ron Cornelius over de opnamen: "Je hebt geen bladmuziek. In Nashville worden de muzikanten geboekt omdat ze ter plekke kunnen bedenken, niet om te spelen wat er op papier staat. Iedereen creëert zijn bijdrage terwijl de banden draaien. Van iedereen waarmee ik heb gewerkt, ken ik niemand die sympathieker is dan Bob Dylan. Hij behandelde me uitstekend, maar tegelijkertijd besef je door dag na dag met hem om te gaan, dat deze man elke morgen in een andere wereld wakker. Op creatief gebied is dat een goede zaak en door te proberen te raden of door hem te vragen wat hij met die teksten bedoeld tast je in het duister, want hij zal het je toch niet gaan vertellen. Het zou goed kunnen zijn dat hij de waarheid spreekt als hij zegt 'Ik weet het niet, want betekent het voor jou?'"

Behalve 'Ballad Of Ira Hayes' van zijn oude compaan Peter LaFarge dat er in één keer op staat, wordt van elke cover wel een take of vijf-zes opgenomen. Dat zijn de traditionals 'Mary Anne' en 'Sarah Jane', 'Lonesome Me' en 'Alligator Man'.

De volgende dag vinden er nog twee zo'n sessies plaats: een in de namiddag en een in de vooravond.
Zes takes van ' Mr. Bojangles' van Jerry Jeff Walker, opnieuw acht van de traditional 'Mary Anne' en veertien van 'Time Passes Slowly'. Een solo piano versie van 'Spanish Is My Loving Tongue' en een remake van 'If Not For You' staan er in telkens één à twee takes op. Volgens Russ Kunkel waren de eigen nummers bijzaak en werd er vooral aandacht besteedt aan de covers.


'Time Passes Slowly' is een eigen compositie. Het is een van de drie nummers die hij in oktober 1969 heeft geschreven voor het toneelstuk de dichter Archibald MacLeish. De anderen zijn: 'New Morning' en 'Father Of Night' (een bewerking van het Joodse gebed Amidah). Hij heeft er demo's van opgenomen in de Brill Building in New York en ze aan Stewart Ostrow, de producent van het toneelstuk, gegeven. Maar nadat MacLeish de acetates heeft beluisterd liet hij Dylan weten dat ze niet donker genoeg waren. Blijkbaar heeft Dylan beslist ze dan maar zelf te gebruiken.

Op 3 juni zijn er weer twee sessies. Opnieuw met maximaal drie takes per nummer. 'Kingston Town' en 'Lily Of The West' zijn oude songs waarop geen copyright meer rust. 'Long Black Vail' is een gekende country ballade en 'Can't Help Falling In Love With You' van George Weiss is vooral bekend in de versie van Elvis Presley. Het enige eigen nummer is 'One More Weekend'

Tijdens de beide sessies op 4 juni worden de twee andere nummers voor de musical ook op band gezet. De meeste aandacht gaat echter naar een cover van 'Big Yellow Taxi', een nummer van de jonge Canadees zangeres Joni Mitchell. Lead Belly's 'Bring Me A Little Water, Sylvie' en een remake van zijn eigen 'Tomorrow Is A Long Time' (uit 1962) staan er in twee takes op.

Tijdens de laatste opnamedag worden acht takes besteed aan 'What It's All About' (een werktitel voor 'Sign On The Window') en 'Father Of Night' krijgt er zelfs elf.
"Dylan had een zware verkoudheid die week'" vertelt Ron Cornelius."je hoort het goed op 'Sign On The Window'. Dat stukje over 'Brighton girls are like the moon,' waar zijn stem het begeeft. Maar het past bij het nummer."

De rest van de nummers krijgt maximaal vier takes. Dat zijn het merkwaardige 'If Dogs Run Free', een nieuwe poging om 'Went To See The Gypsy' op te nemen, 'Winterlude', een cover van het Sun nummer 'I Forgot To Remember To Forget', 'The Man In Me' en nog eens 'Lily Of The West'.

Bij 'Went To See The Gypsy' speelt Dylan elektrische piano. "Zijn pianospel is vreemd," herneemt Cornelius. "Hij begint met zijn handen aan de uiteinden van het toetsenbord en beweegt dan zo naar het midden toe - iedere keer opnieuw! Te gek, gewoon."

Nog vreemder is het 'If Dogs Run Free', een uniek nummer in Dylan's oeuvre, waarbij Maeretha Stewart scatvocals brengt terwijl Al Kooper jazz speelt op de piano.

De nieuwe nummers zijn het gevolg van zijn beslissing om de nummers van de musical voor zichzelf te houden. Door deze nummers te spelen kreeg hij blijkbaar weer zin om te schrijven.

* * *

Vier dagen na de laatste opname aanvaardt Dylan een eredoctoraat in muziek aan de universiteit van Princeton. David Crosby is er bij aanwezig.
"Ik meen dat we bij John Hammond thuis waren. Sara wou dat hij naar de universiteit van Princeton ging, waar hij dat eredoctoraat zou krijgen. Bob had geen zin. Ik zei, 'Kom aan , Bob, het is een hele eer!' Sara en ik bewerkten hem een hele tijd. Uiteindelijk ging hij akkoord.
Mijn auto stond buiten - een grote limousine. Dat stond hem natuurlijk weer niet aan. We rookten wat onderweg en ik merkte dat Dylan behoorlijk paranoïde werd. Toen we in Princeton aankwamen, brachten ze ons naar een kamertje waar ze Bob vroegen om een cape aan te trekken en zo'n hoedje op te zetten. Hij weigerde gewoonweg, maar ze zeiden dat hij zijn onderscheiding niet kreeg als hij dat niet droeg. Dylan antwoordde: 'Prima. Ik moest het zo al niet hebben.' Uiteindelijk overtuigden we hem dat toch aan te trekken."
Tot zijn grote woede wordt hij er aangekondigd als "de authentieke spreekstem van het verstoorde en verontruste geweten van een Jong Amerika."  - een titel die hij absoluut van zich wil afschudden.

* * *

Aan het einde van de maand wordt een hele dag besteed aan het proberen om een nieuwe versie op te nemen van 'Blowin' In Th Wind'. Waarom?

Ondertussen wordt er getracht een plaat samen te stellen uit de opgenomen nummers. Het is niet echt dringend, want Selfportrait licht zelfs nog niet in de winkels.

Een vroege versie van New Morning ziet er zo uit:
 
Kant 1:
Ballad Of Ira Hayes
Mr. Bojangles
One More Weekend 
Tomorrow Is A Long Time 
New Morning

Kant 2:
If Dogs Run Free
Sign On The Window
The Man In Me
Father Of Night

* * *

Dylan vindt het niet goed genoeg. Bob Johnston wordt aan de kant geschoven en Al Kooper stelt dan voor een aantal tracks te bewerken met overdubs.
In latere interviews beweert Kooper dat hij de leiding over de sessies had, maar Bob Johnston ontkent dat ten stelligste. "Wat een onzin! Ik was het die met Charlie Daniels aankwam en met George Harrison, die meespelen op die plaat. Als hij "onofficieel producer" was van die opnamen, dan was ik de onofficiële producer van de Rolling Stones, of Pink Floyd!"

In ieder geval wordt er in juli nogal wat tijd besteed aan mixen en hermixen van de opnamen.

Op 13 juli worden in de ochtend strijkers en orgel toegevoegd aan 'New Morning' en in de namiddag strijkers en blazers voor 'What's It All About'.

Tien dagen later vindt nog een experimentele overdub sessie plaats, waarbij opnieuw enkele nummers meer worden ingekleed. Charlie McCoy voegt bas toe en Norman K. Spicher, Lloyd Green en Charlie E. Daniels spleen gitaren en dobro.
De nummers zijn 'Went To See The Gypsy', 'Spanish Is The Loving Tongue', 'If Not For You' en 'Sign On The Window'.

Toch bestaat er een band met daarop "Al's Mix":

Kant 1:
The Man In Me  
Winterlude  
Mary Anne  
One More Weekend 

Kant 2: 
Mr. Bojangles 
Tomorrow's A Long Time
Three Angels
Ballad Of Ira Hayes
If Dogs Run Free.

Een duidelijk teken dat Kooper bezig was met het samenstellen van de plaat. Ook deze versie is een mengeling van covers en eigen werk.

Volgens Al Kooper, raakte hij het niet eens met Bob Dylan over de arrangementen. Die is dan ook niet tevreden. Kooper vertelt er later over: "Toen ik klaar was met die plaat, wou ik hem nooit meer zien. Het stond mij absoluut niet aan [hoe moeilijk het allemaal was]. Hij veranderde alle vijf minuten van gedachte. Ik moest daardoor het werk doen aan drie platen. ... We waren akkoord over één kant van de plaat en we maakten een master ervan en dan zei hij, 'Nee, nee, nee. Dat wil ik niet.' En dan, 'Nee, laat ons dit zo opnemen...' Er was een schitterende versie van 'Went to see The Gypsy'... Het was voor het eerst dat ik een arrangement kon uitwerken en dat hij dat dan kon inzingen. Het was zo goed.. en dan deed hij net alsof hij niet begreep wanneer hij moest zingen."

Een aantal van deze nummers in "Kooper's arrangementen" zijn einde jaren negentig opgedoken op The Genuine Bootleg Series. Dat is een alternatief carrièreoverzicht door bootleggers samengesteld met uitsluitend onuitgebrachte nummers en interessante live versies. Er zijn drie delen van telkens drie cd's.

* * *

In de zomer van 1970 brengen Bob en Sara een bezoek aan Israël. Wanneer ze terug zijn van hun vakantie heeft Dylan nog steeds niet kunnen kiezen tussen de twee versies van 'If Not For You' en 'Time Passes Slowly'. Dus besluit hij ze allebei opnieuw op te nemen. Dat gebeurt op 12 augustus.

Hij maakt van de gelegenheid gebruik om ook één nieuw nummer op band te zetten over zijn recente doctoraatstitel: 'Day Of the Locust'. Een verwijzing naar de krekels die tijdens de ceremonie tsjirpten.

Uiteindelijk heeft hij nu genoeg eigen nummers om een hele plaat met allemaal eigen nummers samen te stellen. Alle nieuwe opnamen worden aan het begin geplaatst.


* * *

Daardoor ligt er op 21 oktober 1970, amper vier maanden na Self Portrait alweer een nieuwe lp in de winkel. En opnieuw is er gekozen voor een suggestieve titel:  New Morning.
Er staan fraaie songs op - de titelsong en 'If Not For You' - en nogal wat jazzy probeersels. De plaat krijgt een redelijk warm onthaal van pers en publiek en wordt opgevat als een spijtbetuiging voor Self Portrait. Dylan ontkent dat echter: "Ik heb nooit gedacht, 'Och God, zij houden er niet van, laat ik maar snel een andere maken'. Zo is het niet gegaan. Het was gewoon toeval dat de ene uitkwam en dat ik aan de volgende zo snel al bezig was. Selfportait zat er gewoon al een jaar lang aan te komen. We waren aan New Morning aan het werken terwijl Selfportait werd samen gesteld."

De LP komt op 14 november 1970 de Billboard-albumlijst binnen. Hij haalt de zevende plaats in de US en gaf hem zijn zesde nummer 1 plaat in Engeland.

* * *

Dylan denkt er over om opnieuw op tournee te gaan, met een kleine groep van drie of vier mensen: Al Kooper, Harvey Brooks... "We praten wat over optreden, maar het kwam er niet echt van. We hebben zelfs wat gerepeteerd, in een studio in Houston Street, waar hij veel schilderde... We hebben een paar verschillende combinaties van muzikanten geprobeerd, maar het klikte niet."


Uiteindelijk besluit Dylan dat het nog niet het moment is, zeker omdat Sara opnieuw  verwachting is.

In maart 1971 brengt de platenmaatschappij 'If Not For You'/'New Morning' uit als single. Een cover van Olivia Newton-John doet het in Engeland opmerkelijk beter dan Dylans eigen versie. Haar single bereikt er de zevende plaats.

En George Harrison bracht een eigen versie van 'If Not For You' uit op zijn All Things Must Pass. Op dat driedubbel-album staat daarnaast ook een nummer dat hij samen met Bob Dylan heeft geschreven: 'I'd Have You Anytime'.

Een groot aantal van de covers, opgenomen tijdens deze sessies zullen in november 1973 worden uitgebracht op de LP Dylan. Maar daar komen we op terug bij het verhaal achter Planet Waves.

De prachtige solo versie van 'Spanish Is My Loving Tongue' van Charles Badger Clark wordt in 1971 op een single uitgebracht.

En mocht je je afvragen hoe het de musical van Archibald MacLeish vergaan is, zonder de muziek van Dylan. Die is op 6 mei 1971 in première gegaan, op Broadway in het St. James Theater onder de titel Scratch en, merkt Bob Dylan fijntjes op in zijn Kronieken "... sloot twee dagen later op 8 mei."