16-03-08

Dennis Wilson - Bambu

Dennis_Wilson

 

 

 

 

 


Muziek is mijn leven

Zelfs voor dat Pacific Ocean Blue in de winkels lag, was Dennis Wilson al begonnen aan de opvolger. Tijdens die eerste sessies werkte hij aan overschotjes, zoals '(I Found Myself in a Wild Situation' en een nieuwe opname van 'School Girl'. Beide nummers waren een beetje aangebrand en misschien daarom wat storend bevonden voor de atmosfeer van de eerste plaat.
Uit deze sessies dateert ook de backing track voor 'Baby Blue Eyes'.

In mei geeft hij een interview aan David Leaf om Pacific Ocean Blue te promten. Maar hij wil het eigenlijk liever hebben over de opvolger. "[De platenmaatschappij] ziet het als één, twee, drie …  maar ik stop gewoon niet met opnemen. Je praat nu met een freak of iemand die er helemaal in op gaat. Ik woon praktisch in de studio en anders ben ik op tournee om muziek te spelen. Als ik naar het krot moet waar ik woon, haat ik dat. Muziek is alles. Het podium, opnemen, handtekeningen uitdelen, me zorgen maken of ik wel wordt gedraaid, me zorgen maken om tegen jou te praten… alles.
Als er een echte grote liefde is in mijn leven dan is het Karen Lamm en muziek. Klinkt belachelijk, niet? Ik hou er gewoon van. Ik doe het heel erg graag. Kom vanavond mee naar de studio, dan kun je me aan het werk zien..... het is een heel nieuwe aanpak... het nummer heet "He's a Bum." Er zitten wat gemene regels in - "he likes to do it on his hands and knees"."

Dankzij dat interview werd 'He's a Bum' een van de bekendste onuitgebrachte nummers van Dennis Wilson. Blijkbaar is er echter nooit meer dan een demo van opgenomen en wat er van verschenen is op bootlegs is een abominabele kwaliteit.


Bambu Productions

Deze sessies werden nog geproducet samen met Gregg Jakobson. Dennis en Gregg hadden plannen om samen een studio te bouwen op Hawaii: de Sunset Studios. Ze kochten daarvoor een stuk grond van zo'n 20 are aan de noordkust van Oahu. De bedoeling was om er te gaan wonen en te werken samen met andere muzikanten in de prachtige, vredige omgeving. Alles zou worden geregeld door hun nieuwe firma Bambu Productions.

"De naam Bambu kwam voort uit hun plannen voor een studio en verblijven in Hawaii,"  verklaarde de auteur Jon Stebins. "Sommigen menen dat het nooit echt de werktitel was voor de tweede LP, maar alleen voor het grotere plan er rond."

Natuurlijk kwam het plan nooit verder dan het dagdromen: Dennis had noch het geld, noch het doorzettingsvermogen. Uiteindelijk verloor hij zijn interesse. Jakobson zette de plannen, in een andere vorm, door nadat Dennis er uit was gestapt.


De niet zo zonnige Beach Boys

Maar ook de plannen voor een promotietournee voor Pacific Ocean Blue moest hij opgeven. Officieel wou Caribou niet genoeg geld investeren om blazers en strijkers mee te laten touren. Maar later is uitgekomen dat een aantal leden van de Beach Boys hem duidelijk lieten verstaan: als je solo gaat lig je eruit.

De relaties tussen de leden van de band waren in die tijd zo al erg verzuurd. Zo erg zelfs dat de band even splitte. Dat gebeurde in september 1977 – vlak nadat Pacific Ocean Blue op de markt kwam.

Het zal dan ook niemand verwonderen dat Carl en Dennis verkozen thuis te blijven terwijl Mike Love, Alan Jardine en Brian Wilson naar Fairfield, Iowa trokken om er een Kerstplaat te gaan opnemen, als laatste plaat om van het met hun platenmaatschappij af te raken.

Uiteindelijk was Dennis toch bereid één nummer bij te dragen: 'Holy Evening' (oook wel 'Morning Christmas' of 'Holy Holy') werd opgenomen in de Brother Studio, in Santa Monica. Zoals enkele jaren gelden bleek toen de Kerstplaat werd uitgebracht (met zo'n 25 jaar vertraging), was dit nummer veruit het beste geweest van het hele gedoe.
 
Deze M.I.U. sessies werden gevolgd door een drie weken durende tournee door Australië en Nieuw Zeeland, in februari en maart 1978. Carl en Dennis konden niet onder deze verplichting uit en trachtten dan maar hun frustraties te verdringen met alcohol en drugs.


Een nieuwe partner

Vermits Dennis grotere ambities had voor zijn tweede LP dan voor zijn impressionistische debuut had hij nood aan een vervanger voor Gregg Jakobson. Hij vond de perfecte man in Carli Muñoz.

De van Puerto Rico afkomstige Carlos C. Muñoz was in 1970 bij de tour band van The Beach Boys gekomen. In eerste instantie als percussionist, maar na het verdwijnen van Daryl Dragon had hij diens plaats ingenomen achter de piano. Van opleiding was hij jazz pianist, maar daarnaast schreef hij ook zelf nummers en arrangementen.

In april 1978 verzamelde een troep muzikanten in de Brothers Studio, de opnamefaciliteit speciaal gebouwd voor The Beach Boys. De muzikanten waren gerekruteerd uit de tourband van de Beach Boys aangevuld met enkele leden uit de new wave band The Load.

Het opzet was om, onder leiding van  Munoz, wat nummers op te nemen die Carli de afgelopen jaren had geschreven. Dit was heel andere koek dan POB. 'Under the Moonlight' bijvoorbeeld was een stevige rocker met een spetterende gitaarsolo van Ed Carter. In het dynamische 'Companion', op tekst van Rags Baker, kwam de Zuid Amerikaanse roots van Muñoz naar boven. Carl Wilson was gek van dit nummer en stelde zelfs voor om het zelfs als titelsong te gebruiken voor de volgende Beach Boys plaat.

De oudste compositie van Muñoz die werd op band gezet tijdens deze sessies dateerde zelfs al van 1967 of 1968. 'It's Not Too Late' ook gekend als 'It Won't Be Long' wordt door sommigen beschouwd als één van de beste nummers uit het oeuvre van de Beach Boys. Na een gevoelig intro van Dennis neemt Carl de zang over – en hoe!. Het contrast tussen de stemmen van de beide broers is verbluffend, maar het effect werkt perfect.

Het bekendste van deze nummers van Carli Muñoz is het ontroerende 'All Alone' dat in 1997 werd uitgebracht op Endless Harmony. Carli schreef het nummer in 1970-'71, toen hij pas bij de groep was gekomen.

Verdere titels zijn 'Shu-Ru Bop' en 'La Plena de Amor', maar deze nummers zijn waarschijnlijk nooit afgewerkt en zijn ook nooit opgedoken.

Deze opnamen zijn uniek in het werk van Dennis. Carli Muñoz droeg niet alleen de composities aan, maar hij zorgde ook voor een strakke productie en een onkarakteristiek commercial geluid. Dennis van zijn kant, gaf zich – zoals altijd -  helemaal. Zijn zangpartijen waren zelden beter en hij maakt de nummers tot de zijne.


Eventjes opnieuw getrouwd

Ondanks geruchten dat zijn ex, Karen Lamm hem twee keer in een maand met een andere vrouw betrapt had, trouwden ze voor een tweede keer op 28 juni, in Las Vegas. Hij beloofde haar een nieuwe start en verzekerde haar dat hij van de cocaïne en heroïne zou afblijven. 

Twee weken later vroeg ze opnieuw de scheiding aan.


Alleen verder

Die zomer en herfst zette Dennis sporadisch de opnamen in zijn eentje verder. Dat verzuurde de relatie met Caribou verder, want Jim Guercio stond er op dat Dennis werkte met een producer.

In augustus werden 'Love Surrounds Me' en ‘Time For Bed’ op band gezet. In dat eerste nummer, samen geschreven met Geoffrey Cushing-Murray, bezong Dennis de breuk met Karen. Na de recentste ontwikkelingen is het niet te verwonderen dat het een van zijn droevigste nummers werd.
Het al even emotionele 'Baby Blue Eyes' kreeg zijn eerste zangpartij… door Carl. Dennis beperkte zich tot een eenvoudig gefloten middenstukje.

Verder is er ook nog een backing track getiteld 'New Orleans'. Het is niet duidelijk of het instrumentaal moest blijven of dat er later een tekst zou worden ingezongen.

Het werk werd  einde september 1978 afgebroken toen, op aandringen van Karen, Dennis zich liet opnemen in het Century City hospital om er af te kicken.

De laatste 'start datum' voor een nieuw nummer is 15 oktober 1978: 'I Love You.' Maar omdat Dennis wel meer wiste en over opnam, is het onmogelijk te zeggen of hij later toch niets meer heeft gedaan.


De deur gaat dicht

Brothers Studio werd verkocht. De studio, waarvan Dennis en Carl mede-eigenaren waren, draaide al jaren met verlies. "Het probleem met de Brother Studio was dat het een plaats werd waar teveel verslaafden rondhingen," verklaarde Jerry Schilling, toen  manager van The Beach Boys. "Carl wou daar niets mee te maken hebben en Dennis had niet genoeg geld om alleen verder te doen."

Het sluiten van de studio betekende het einde van Bambu. Als een van de bazen kon hij gaan werken wanneer hij er zin in had – als de zaak niet geboekt was door iemand anders natuurlijk. Een keer de studio verkocht was, werd het veel moeilijker voor de legendarisch ongeorganiseerde Dennis om te werken wanneer hij wou.

Dus werd er vanaf december, verder gewerkt in de huisstudio van Tom Murphy in Venice Beach. De gemoedelijke sfeer en de tolerante persoonlijkheid van de geluidstechnicus van de Beach Boys pasten bij de ongewone werkmethoden van Dennis. Tijdens deze sessies werd er vooral gewerkt aan het mixen van de tracks. Toch werd er ook sporadisch nog wat opgenomen. Zo voegde zijn nieuwe grote liefde, Christine McVie van Fleetwood Mac, backing vocals toe aan een aantal tracks.

Maar het werk werd ernstig ondermijnd door het onvermogen van Dennis om van de drank te blijven. "Hij kon gewoon niet van de fles blijven. Ik moest dikwijls de sessies stop zetten en hem naar huis brengen," vertelde Tom Murphy. "Mijn creatieve kant zei: ik ga de mixen niet alleen afwerken want het is Dennis zijn project. "

 

garden

Dennis in Christine voor een hartvormige aanplanting die Dennis als verrassing in haar tuin had laten aanleggen. Toen ze enkele dagen later de factuur kreeg vond ze het iets minder fijn.  


Eieren voor zijn geld

Korte tijd later bood Dennis twee van zijn solotracks aan The Beach Boys aan. Die konden die nummers best gebruiken om hun debuutplaat voor Caribou wat te versterken. Maar het betekende wel de genadeslag voor zijn tweede solo-LP.

Zowel 'Love Surrounds Me' als 'Baby Blue Eyes' (afgekort tot 'Baby Blue') kregen enkele overdubs om er meer Beach Boys songs van te maken, voor ze werden toegevoegd aan L.A. (Light Album).


Afgelopen

Na 1978 kwam Dennis Wilson niet meer veel in een opnamestudio. Volgens David Leaf, waren er nog wat opname in Hawaii maar die banden zijn nergens terug te vinden en de informatie beperkt.

Geluidstechnicus Stephen Desper weet dat "Dennis de studio één keer bezocht [tijdens de Beach Boys sessies in juli 1979] Verder bleef hij op zijn boot." Omstreeks 1980-81 produceerde hij enkele sessies voor Brian ('Night Bloomin' Jasmine', 'Stevie' en de beruchte Hamburger Sessions).

Zijn stem was tegen die tijd finaal naar de knoppen. Na jaren van wangebruik schoot er niet veel van over. "Dennis was er van overtuigd dat een klap op zijn keel door Stan Love [de broer van Mike] tijdens een vechtpartij de doorslag had gegeven. Hij onderging verschillende operaties op beschadigd weefsel te verwijderen, maar zelf gaf hij zijn stembanden nooit de kans om te genezen."

Op 28 december 1983, kort na zijn 39ste verjaardag verdronk Dennis Wilson in de haven van Marina Del Ray, bij Los Angeles. In een zoveelste dronken bui probeerde hij, in het ijskoude water, wat spullen te zoeken die hij eerder van zijn boot had gegooid in die buurt.


Om af te sluiten, een citaat van de man zelf:

"Alles wat ik ben of ooit zal zijn zit in mijn muziek. Wil je me kennen, luister dan."

13-03-08

Dennis Wilson - Pacific Ocean Blue

denny

Het zwarte schaap van de familie

 

Niemand had ooit iets verwacht van Dennis Wilson. Zijn oudste broer, Brian, was het algemeen erkend genie van The Beach Boys. Zijn jongere broer, Carl, was de gitarist van de groep. Allebei hadden ze gouden stemmen. Maar Dennis…  Hij was enkel toegelaten tot de groep omdat hun moeder er op aan had gedrongen. Achter het drumstel deed hij het minste kwaad.

Trouwens muziek interesseerde hem niet echt. Hij hing liever rond op het strand, surfen, flirten met de meisjes. Dat was zijn leven.

Met zijn blonde lokken en knappe trekken werd hij al snel de lieveling van de vrouwelijke fans. De verpersoonlijking van de coole Californische bink.

 

Toen het gillen verstomd was, kreeg Dennis het imago van een drugsverslaafde, vrouwenverslindende aanhanger van Charles Manson.

 

Maar diegenen die de kans kregen om te kijken achter die façade leerden een heel andere man kennen. In Dumb Angel: The Life and Music of Dennis Wilson portretteert Adam Webb hem als een uiterst vrijgevige, romantische ziel en… een uitstekende songwriter.

Maar het zou lang duren eer dat creatieve aspect zichtbaar werd, na al die jaren in de schaduw van zijn broers.

  

Dennis grijpt zijn kans

 

Na Pet Sounds had Brian met SMiLE zijn absolute meesterwerk willen maken. Toen die plaat, om allerlei redenen niet afgeraakte, begon hij zich stilaan terug te trekken. Een serieus probleem voor de rest van de groep, want Brian was niet alleen de leider van de groep. Hij schreef ook alle nummers, stond in voor de productie, de arrangementen, de visie…  

 

Tot ieders verbazing was het Dennis die met nieuw materiaal kwam aandragen. Zij het dikwijls in samenwerking met anderen: eerst met de hulp van Brian, later met Steve Kalanich en Gregg Jakobson.

Dat begon rond 1968 en evolueerde in de komende jaren. 

 

Stephen W. Desper, de man die de techniek verzorgde van alle studiosessies van de groep in die jaren, vertelt: "Hoewel Dennis de reputatie had niet alleen op zijn drumstoeltje te kruipen tijdens de tournees, voelde hij zich helemaal thuis in de studio. Als hij een instrument niet kon bespelen en hij wou het ergens voor gebruiken, dan leerde hij net genoeg voor dat bepaalde doel. Jammer genoeg werd hij beschouwd als het zwarte schaap van de familie. Maar dat dwong hem tegelijk ook om alles in zijn eentje te doen."

 

"Hij werkte 's morgens, eer de rest van de bende kwam opdagen. Als het te druk werd vertrok hij dan om wat te surfen of zo. De helft van de tijd was hij in zijn eentje in de studio (met zijn geluidstechnicus). Voor eigen rekening begon hij aan heel veel nummers. Maar hij bleef er nooit lang aan werken: hij kon er zijn aandacht niet bijhouden.

De anderen lieten hem maar doen… tot de platenfirma met een deadline kwam."

 

Telkens wanneer de grote bazen een plaat van de Beach Boys afkeurden – en dat waren er in de geschiedenis van de groep nogal wat – keken de anderen naar Dennis. Omdat ze wisten dat hij een pak materiaal had dat bijna klaar was.

"Dan wilden ze opeens wel luisteren naar wat Dennis had uitgespookt. Dikwijls bleek dat toch wel goed," legt Desper uit. "Goed genoeg om de tracks af te werken als groep. Soms was het Brian die het overnam, maar meestal Carl."

 

Zo kwamen vier van zijn nummers terecht op Sunflower (1970), waaronder 'Forever' dat algemeen beschouwd wordt als zijn eerste meesterwerk.

  

Een aarzelende start

 

Dat gaf hem genoeg zelfvertrouwen om te denken aan een solocarrière. In december 1970 werd een eerste single uitgebracht om de markt af te tasten: 'Sound Of Free' / 'Lady'. Het plaatje werd enkel buiten Amerika aangeboden, onder de naam Dennis Wilson & Rumbo.

Rumbo is Darryll Dragon, de toetsenspeler van de Beach Boys, die later bekendheid zou krijgen als de Captain in Captain and Tenneille.

 

De single flopte niet echt, maar brak ook geen potten. Dennis werkte de volgende twee jaar in stilte verder. Er waren lange tussenpauzes. Niet alleen voor de tournees met The Beach Boys, maar ook voor een rol als acteur in de film Two Lane Backdrop (naast James Taylor). Daarnaast waren er huwelijksperikelen en een kwetsuur aan zijn hand waardoor hij jaren niet meer kon drummen.

 

Hoewel Stephen Desper later beweerde dat "90% van het materiaal voor 90% klaar was", bleven de sessies aanslepen. In het vroege voorjaar van 1972 zette Dennis zelf een punt achter zijn plannen door voor de solo-LP door twee nummers af te staan aan The Beach Boys. 'Cuddle Up' en 'Make It Good' zijn de hoogtepunten van Carl And The Passions - So Tough. Nog steeds is duidelijk merkbaar dat beide nummers niets met de rest van de opnamen te maken hebben gehad.

  

Brian is back – Not!

 

Pas in de herfst van 1974 kwam Dennis terug bij de band als drummer. James William Guercio werd de nieuwe bassist. Guercio had ook een eigen platenlabel, Caribou Records en het duurde dan ook niet lang voor The Beach Boys een come backplaat probeerden op te nemen in zijn Caribou Ranch studio in Colorado. Na jaren afwezigheid zou Brian de sessies terug gaan leiden, zoals in hun gloriejaren.

 

Brian blijkt echter nog lang niet genezen en in de zomer van 1975 werden de sessies verder gezet in de eigen Brothers Studio, in Santa Monica, Californië. Dennis werkte samen met de andere bandleden. 'River Song', een nummer dat hij in 1973-74 al een paar keer live had gebracht, werd eindelijk afgewerkt door Carl, terwijl Mike Love de tekst schreef voor 'Pacific Ocean Blues', nadat Dennis hem de melodie had laten horen via de telefoon.

 

Wanneer beslist wordt om van 15 Big Ones de weinige nieuwe nummers aan te vullen met een pak covers van oude fifties hits, is Dennis erg ongelukkig over de beslissing. Hij weigert om zijn composities uit te laten brengen op die plaat.

  

Een tweede kans

 

Omdat Jim Guercio de spanningen binnen de band ondertussen ook wel kende, besloot hij dat het tijd werd om Dennis te helpen. Hij bood hem aan om twee platen op te nemen voor Caribou Records. Hij was bereid met 100 000 dollar over de brug te komen advance, maar er waren wat voorwaarden. Guercio wist dat Dennis zich niet lang kon focussen en dat veel werk onaf bleef.

Hij garandeeerde hem complete artistieke vrijheid, maar er moest gestructureerd tewerk worden gegaan. "We kunnen doen wat je maar wilt," verzekerde Guercio hem, 'maar enkel als je slechts aan één nummer tegelijk werkt."

Gregg Jakobson, een oude vriend en drinkebroer van Dennis werd ingehuurd om de sessies in goede banen te leiden, zowel als producer, maar meer nog als ankerpunt.

 

Onder de werktitel Freckles gingen de sessies van start in september 1976 en liepen tot de lente van het jaar daarna.

 

"Het is een erg intieme plaat," bevestigd Gregg Jakobson, "zonder veel studiomuzikanten. Dennis bouwde het stap voor stap op. Het kwam helemaal tot stand in de studio... Dat is tamelijk uniek.... Normaal wordt zo nooit gewerkt. ... Dennis komt 's morgens naar de studio en werkt tot hij moe is. Volgens mij is het erg vernieuwend in de manier waarop het is geproduceerd en gegroeid.”

 

Dankzij de totale vrijheid, kon Dennis precies doen zoals zijn grotere broer Brain jaren had gewerkt: de studio gebruiken als een soort van dagboek of werkschrift.

"Dennis had het gevoel te kunnen doen waar hij zin in had," gaat Jakobson verder. "Als hij een idee had, had hij een studio ter beschikking, de tijd en de technici. Er was geen druk. Hij kon schaven tot hij het precies had zoals hij het wilde hebben. Het was echt fijn. Er werd nooit op de klok gelet."

  

Het personeel

 

In de studio concentreerde Dennis zich op toetsen spelen en liet het meeste drumwerk over aan leden van de tourband van The Beach Boys zoals Bobby Figueroa, Ricky Fataar of de legendarische studiodrummer Hal Blaine.

 

Tijdens de voorbije jaren was zijn stem gereduceerd tot slechts één oktaaf. Volgens sommigen was dat het gevolg van een gevecht in 1974, terwijl anderen het wijten aan jaren van drinken en druggebruik. Wat ook de reden was, zijn stem bleef intiem en expressief - als gefluister in het oor van de luisteraar.

 

Voor de stemmen in de achtergrond deed hij beroep op broer Carl Wilson, plus Curt Boetcher, Billy Hinsche, Bruce Johnston en zijn nieuwe echtgenote Karen Lamm.

 

Vlak na zijn scheiding van Barbara, had Dennis Karen Lamm leren kennen in  de herfst van 1975. Hoewel ze pas 23 was, was de actrice die werd geboren als Barbara Karen Perk, de  ex-vrouw van Robert Lamm, toetsenist bij de groep Chicago. Dennis en Karen trouwden op 21 mei 1976 in Kauai, Hawaii. Ze schreven samen twee nummers: 'Time' en 'You And I'.

Nog tijdens de opname van de plaat verzuurde de relatie en ze scheiden alweer vlak na het uitbrengen van de LP.

Natuurlijk zijn zowel het openbloeien als het uiteenvallen van hun relatie terug te vinden in verschillende nummers.

 

De snaren werden beroerd door Ed Tuleja en Eddie Carter, die ook bas speelde, net als de fantastische Jamie Jamerson en Chuck Domanico. De blazers werden verzorgd door Bill Lamb, Michael Andreas, Lance Buller, Janice Hubbard en Charlie McCarthy.

 

Achter de knoppen zaten Earle Mankey en John Hanlon. "Ik vond hem echt vooruitstrevend," meent Hanlon, "Hij was een fantastisch artiest. Hij was nooit verlegen om te experimenteren, om nieuwe wegen te zoeken. Hij had geen schrik om buiten de lijntjes te kleuren."

 POB

Pacific Ocean Blue

 

De eerste en enige soloplaat van Dennis Wilson werd uitgebracht op 16 september 1977. Hoewel het het eerste resultaat was van het nieuwe contract van The Beach Boys met Reprise, is de plaat heel anders en veel ruiger dan om het even welke plaat van die groep.

 

Het (bijna) titelnummer 'Pacific Ocean Blues' begon als een nummer van de groep, met een ecologische tekst van Mike Love, maar in de uiteindelijke mix zijn de groepsbijdragen ver naar achter gemixt, om zo nieuwe accenten te kunnen leggen.

 

Een ander uptempo nummer is 'Dreamer'. Dat drijft op een repetitieve bassharmonica, door Dennis zelf bespeeld, net als haast alle andere instrumenten op dit nummer "over  Christus".

 

De rest is veel kalmer. Vele nummers betreuren de breuk met Karen. 'Thoughts Of You' is een van zijn meest emotionele nummers, met prachtige, delicate pianomotieven ondersteund door strijkers (vertraagd tot halve snelheid) – veel subtieler dan op het vroegere 'Cuddle Up.'

 

Ook 'Time' wordt gedomineerd door piano. "Dat gaat over terugkeren na een tour en L.A. binnen vliegen aan boord van een 747. Denkend aan haar;;; iets heel spontaans."

 

De afsluiter is 'End of the Show', dat kan worden gezien als een boodschap aan zowel zijn ex als aan de fans:: 'Thank you very much for everything I've ever dreamed of...'

  

En wat zegt de jury?

 

De atmosferische plaat strandde in de Billboard Hot 100 op een 96ste plaats. Nochtans gingen er meer dan 100 000 exemplaren van de deur uit – een getal dat de volgende Beach Boys platen niet meer haalden. Enkele bandleden schrokken daar serieus van.

Toch bezorgde de plaat Dennis niet de erkenning die hij verdiende.

 

Voor een stuk was dat zijn eigen schuld. In interviews steunde hij de plaat niet echt. "Wat mij betreft is deze plaat te licht," verklaarde hij in september 1977. "Er zit niks achter. Mijn volgende plaat wordt honderd keer beter. Die zal brokken maken. Die wordt helemaal anders. Ik heb meer zelfvertrouwen nu dat dit project af is en ik ben al met de volgende bezig... "

 

Een kleine tournee was gepland, maar hoewel er werd gerepeteerd met de BB tour band en zelfs al zalen waren geboekt, ging dat niet door. Naar het schijnt werden er veto's gesteld en dreigementen geuit. Dennis mocht wel enkel nummers zingen tijdens optredens van de groep, maar daar bleef het mee.

  

Hebt ge dat ook op single?

 

In oktober 1977 werd 'You And I' op de Amerikaanse markt gegooid. De a-kant heeft samba ondertonen en werd mede geschreven door Greg en Karen. Natuurlijk gaat het ook over haar. Het goed klinkende nummer was een terechte single keuze die goed paste tussen Jackson Browne en The Eagles op de radio. Het had een dikke hit moeten zijn, maar sloeg niet aan.

 

In Europa werd gekozen voor 'River Song'.

Dennis verklaarde de oorsprong van het nummer aan David Leaf: "Een paar jaar geleden liep ik in de High Sierras naast een rivier. Die begon smal en werd altijd maar groter en groter....dat is het geluid van de gitaren op die plaat. En dan moest ik denken aan L.A.Ik wordt ziek als ik denk aan wat daar gebeurd." Hij heeft het dan over de zware smog die de stad in die periode teisterde.

 

Een schitterende productie, een ecologische thema, gospel tinten... het had een hit moeten zijn, maar werd het niet.

 

Voor de b-kant viel de keuze op het enige nummer dat Dennis in zijn eentje schreef: 'Farewell My Friend'. Het was zijn eerbetoon aan de schoonvader van Carl: Otto "Pops" Hinsche.

Dennis Wilson: "Mijn beste vriend stierf in mijn armen en ik kwam naar de studio. I wist dat hij van Hawaii hield [vandaar de walvissen in de intro]; het kwam allemaal vanzelf, een soort vrolijk afscheid. Ik draag altijd een foto van hem bij me. Hij heeft mijn leven gered, toen mijn vader overleed."

 

Hoewel beide singles niets deden, was dat voor Dennis niet echt een probleem. "Dennis zat niet te wachten op een hit," meent zijn Carli Muñoz, "Dennis was op zoek naar emoties – of hij er iets bij voelde, of het emotionele kracht had en eigenlijk of het goed klonk."

  

Achteraf

 

De plaat werd in 1991 heruitgebracht door Epic, net als alle Caribou/Epic platen van de Beach Boys albums. Maar de productie van de cd werd al snel stop gezet. Dat droeg bij aan de reputatie van Pacific Ocean Blue als een vergeten klassieker en op e-bay verwisselden exemplaren al snel voor 100 dollar van eigenaar.

Tot binnenkort dus. Als het doorgaat ten minste, want ik lees net dat de releasedatum alweer opgeschoven is naar 17 juni.

Ik hou mijn cd toch nog even bij.

12-03-08

Dennis Wilson - aankondiging

Misschien heb je al ergens gelezen dat de enige soloplaat van Dennis Wilson heruitgebracht wordt. Velen onder u zullen schouderophalend hebben gedacht: en dan? Maar anderen zullen dan weer moeite hebben gehad om een vreugdedansje te onderdrukken. 

Waar gaat het over?

Dennis Wilson was de drummer van The Beach Boys. In 1977 bracht hij Pacific Ocean Blue uit. Hij maakte geen brokken in de hitparades. En ook de kortstondige heruitgave op cd in 1991 kwam en ging onopgemerkt voorbij. Maar door de jaren heen groeide de appreciatie. In tijdschriften als Mojo en Uncut werd hij uitgeroepen tot "lost classic". Op e-bay gaan zowel de originele vinyl als de cd-versie voor dolle prijzen van de hand.  

Er werd dan ook reikhalzend uitgekeken naar een nieuw heruitgave op cd. Dat leek echter jarenlang onmogelijk. Vooral omdat er eeuwig werd gekibbeld over wie nu eigenlijk de rechten op de opnamen bezat. 

In februari kwam dan plots het nieuws: op 13 mei zal niet alleen de geremasterde Pacific Ocean Blue worden aangeboden op een zilveren schijfje, maar ook nog eens zijn legendarische opvolger: Bambu. Er zullen, zo werd vermeld, vele tracks opstaan die zelfs nooit op bootleg zijn verschenen.  Binnen kort kun je hier het verhaal achter beide platen lezen. 

Hier is alvast een voorsmaakje: Thoughts Of You uit Pacific Ocean Blue.  

15-11-07

Bob Dylan: Pat Garrett And Billy the Kid

  

decoration

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In 1972 lijkt Bob Dylan wel van de aardbol verdwenen. Geen single, geen langspeelplaat, geen optredens, niets. Hij heeft er absoluut geen behoefte meer aan om in de schijnwerpers te staan. Het eerste half jaar heeft hij zich met zijn familie terug getrokken op zijn pas aangekochte farm in Tuscon, Arizona. Daar houdt hij zich bezig met de afwerking van zijn tweede boek: een bundeling van al zijn liedjesteksten en gedichten. De werktitel is Words. Maar na een tijdje beslist hij een aantal teksten te illustreren met lijntekeningen en wordt de titel veranderd in Writings & Drawings. Het lijkt sterk op het afsluiten van een hoofdstuk in zijn leven.

 

Wanneer het aan het begin van de zomer te heet wordt in Arizona keert de familie Dylan terug naar New York. Daar wordt hij enkele keren opgemerkt bij optredens van anderen. In juni gaat hij naar Elvis Presley kijken in Madison Square Garden. In het Roosevelt Stadium in New Jersey ziet hij The Allman Brothers Band en The Grateful Dead. En een optreden van The Rolling Stones een paar dagen later maakt grote indruk op hem.

 

* * *

 

Op 9 september duikt hij onverwacht op tijdens een optreden van John Prine in The Bitter End in New York.

John Prine: "Ik gaf Dylan één van de eerste exemplaren van mijn plaat. Twee weken later speelde ik mijn eerste concert buiten Chicago. Ik trad op met David Bromberg en Steve Burgh en Steve Goodman, maar ik had nog iemand nodig op harmonica. Ik vroeg of ze iemand kenden.

En opeens, bij mijn tweede optreden, staat Dylan daar. Hij had een harmonica bij en had de teksten geleerd van elk refrein! Ik stelde hem voor en er klapten misschien twee mensen. Niemand geloofde het. Ze dachten dat Dylan dood was of ergens op een berg woonde."

 

* * *

 

Korte tijd later krijgt Bob Dylan bezoek van Rudy Wurlitzer, een oude vriend en schrijver van romans en filmscenario's. Hij heeft een scenario voor een western geschreven gebaseerd op het leven van Henry McCarty, een outlaw die in 1881 werd neergeschoten in New Mexico. Volgens de overlevering zou Henry, ondanks zijn 21 jarige leeftijd meer dan twintig mensen hebben vermoord. Hij zou met zijn hobby zijn begonnen toen hij amper 12 was. Onder de naam Billy the Kid was hij tijdens zijn leven al een legende, befaamd om zijn koelbloedigheid en verschillende ontsnappingen uit gevangenissen.

Hij werd in de nacht van 14 juli 1881 doodgeschoten door sheriff Pat Garrett, die al een tijdje jacht op hem maakte. Nochtans was Garrett vroeger bevriend met zowel The Kid als zijn moeder.

 

Het scenario voor Pat Garret and Billy the Kid was oorspronkelijk geschreven voor de regisseur Monte Hellman. Wurlitzer en Hellman hadden net samen de film  Two-Lane Blacktop gedraaid, met James Taylor en Dennis Wilson. Maar de acteur James Coburn, die absoluut de rol van de sheriff wou spelen, meende dat Sam Peckinpah de geknipte man was voor deze film.

 

Voor de rol van Billy werd de zanger Kris Kristofferson aangetrokken.

 

Wurlitzer kwam op bezoek bij Bob Dylan om te polsen of hij geen zin had om wat muziek voor de film te schrijven.

"Rudy had een nummer nodig voor zijn scenario," bevestigt Dylan. " Ik had toch niks omhanden. Rudy zond mij zijn scenario, ik las het en ik vond het goed. Dus spraken we af. En dan zag ik [Peckinpah's vorige films] The Wild Bunch en Straw Dogs en Cable Hogue en ik vond ze goed. De beste is Ride the High Country... Dus schreef ik 'Billy' heel snel."

 

Wurlitzer nodigt Dylan uit om ook een kijkje te komen nemen bij de opnamen. Dat ziet Bob wel zitten. Alle redenen zijn goed om een tijdje weg te zijn uit New York. Bovendien had hij Mexico, waar de film zal worden gedraaid, altijd al graag eens bezocht. Misschien zit er zelfs een rolletje in voor hem?

 

* * *

 

Op 23 november arriveert Bob, met Sara en de kinderen in Durango. Hij heeft twee nummers geschreven die hij aan de regisseur wil laten horen: 'Billy' en 'Goodbye Holly'.

 

Maar Peckinpah heeft geen belangstelling. "Sam zei, 'Wie is Bob Dylan?,'" vertelt Coburn. "'Oh ja, de kinderen luisterden naar zijn spul. Ik zat eerder te denken aan die Roger hoe-heet-ie-ook-alweer, die van 'King of the Road'? Die wou ik vragen.' En wij riepen allemaal, 'Wat!! Je moet Dylan zien,'...Tenslotte zei hij, 'Vooruit, haal 'm hier.'..."

"Die avond gingen we eten bij Peckinpah thuis," gaat Coburn verder." Er werd stevig wat tequila gedronken. Na het eten zegt Sam, 'Kom jongen, laat eens horen wat je hebt. Je hebt je gitaar toch mee?'

Ze gaan wat apart zitten. Sam in zijn schommelstoel en Bobby op een krukje voor hem. Bobby speelt drie, vier nummers... Sam kwam terug met tranen in zijn ogen. 'Wie is die kerel? Geef hem een contract!"

 

Volgens een andere bron bestond het diner uit: "soep van geitenkop met tacos, tequila en peyote, marihuana en cocaïne" - misschien verklaart dat voor een stuk het enthousiasme.

 

Dylan krijgt zelfs zijn verhoopte rolletje: de mysterieuze figuur Alias. Hoewel Dylan later beweerde dat "mijn karakter eerst niet voorkwam in het verhaal", heeft zijn biograaf Clinton Heylin ontdekt dat, "....Alias niet alleen al in het oorspronkelijk script van Wurlitzer zat, maar dat het ook een historische figuur is, door Garrett zelf beschreven in zijn boek Authentic Life of Billy the Kid. Alias was zelfs niet zomaar een lid van zijn bende, maar eerder Billy's rechterhand."

 

Maar Dylan beklaagt zich zijn rol al snel. Want hoewel Peckinpah grootse plannen heeft met de film - hij wil niets minder dan de definitieve western draaien - draait het allemaal anders uit.

 

James Aubrey, de grote baas van Metro-Goldwyn-Mayer, weigerde Peckinpah het gevraagde budget en tijd te geven. Zo moet er, om besparingsredenen worden gewerkt met een locale filmploeg.

Bovendien heeft de regisseur net een scheiding achter de rug en is zwaar aan de drank. Dat maakt dan weer dat hij elk ogenblik in een woede uitval kan uitbarsten. Dus wordt hij zo weinig mogelijk lastig gevallen.

Dylans rol wordt daardoor nooit uitgediept. "[Peckinpah] nam nooit de tijd om uit te werken wat Dylan kwam doen in de film," meent Kristofferson. "Bob zei me dikwijls, 'Jij staat tenminste in het script!'"

  

Wanneer Dylan arriveert zijn ze al twee weken aan het draaien. Zodra de eerste beelden worden bekeken, blijkt dat een gedeelte onbruikbaar is. Iemand heeft een camera laten vallen, waardoor de onderste helft van het beeld onscherp is. Een groot aantal scènes moet dus opnieuw worden gedraaid. Maar de producer is het daar niet mee eens. Hij wil niet voor extra financiering zorgen en vindt dat de beelden maar zo moeten worden gebruikt.

 

De acteurs kiezen natuurlijk partij voor hun regisseur. Dylan trekt er zijn conclusies uit: "Ik leerde bij het werken aan Pat Garrett and Billy the Kid dat je in Hollywood geen echt creatieve films kunt draaien... Je hebt je eigen mensen nodig om een film te maken zoals je hem zelf wilt."

 

Peckinpah wordt na deze tegenvaller zo mogelijk nog meer onberekenbaar.

Maar dat geldt ook voor Dylan. Hij praat tegen niemand. "Ik snap niks van die man," verklaart Kris Kristofferson. "Het is moeilijk als iemand niks zegt. Zijn vrouw heeft me t-verteld dat hij soms zelfs weken geen woord tegen haar zegt... Ik vraag me af hoe hij het volhoudt."

 

Sara is het gedoe snel beu. "Ze vroeg me 'Wat doen we hier, in godsnaam?'" vertelt Dylan. Ze maken dan ook dankbaar gebruik van twee weken pauze in de opnamen om de kerstdagen te gaan doorbrengen bij George en Patti Harrison in Engeland.

 

* * *

 

Half januari keren ze terug naar Durango, om wat nummers op te nemen voor de soundtrack van de film.

De sfeer op de set is nog steeds gespannen. Wanneer Dylan naar Mexico City vertrekt om er in de CBS Discos Studios te gaan werken, maken een aantal acteurs dankbaar van de gelegenheid gebruik om er mee tussenuit te knijpen. Daardoor begint Bob Dylan, op 20 januari, met een heel gevolg aan zijn eerste studiosessie in meer dan een jaar.

Wurlitzer verklaarde tegenover de pers: "Sam [Peckinpah] weet dat hij de strijd aan het verliezen is tegen Dylan. Hij heeft een vertoning van de film The Getaway gepland voor vanavond, maar iedereen wil met Dylan naar Mexico. Hij heeft dan ook een repetitie aangekondigd om 6:30, terwijl hij weet dat we nooit voor 8 uur terug zullen zijn. Mij kan het niet schelen. Ik moest daar weg."

 

Naast de acteurs met hun vrouwen of liefjes zitten er ook een hele bende muzikanten in de studio. 

"Ik liet mijn band overkomen,' legt Kristofferson uit, "omdat ik dacht dat die wel met Dylan zouden willen werken. Omwille van de vakbondsregels moest er echter voor iedere Amerikaan ook een Mexicaan in de studio zijn. Bob spreekt geen Spaans, dus vroeg ik of ik voor hem zou tolken tegen de Mexicaanse trompetspelers. Maar hij snauwde: 'Doe dat maar op je eigen nummers!'... Ik liet hem dan maar.

Ik begreep niets van zijn manier van werken. Mijn bandleden zeiden tegen me, dat hij hun niks wou uitleggen. Zodra ze iets begonnen te snappen van wat hij wou, begon hij aan het volgende nummer. En ze wilden zo graag hun best doen voor Dylan!"

 

Dylan heeft dan ook veel moeite om 'Billy' op band te zetten. Er worden zowel instrumentale versies, als met zang uitgeprobeerd. Het arrangement wordt steeds aangepast, maar het klikt niet. ‘Billy Surrenders’ en 'And He's Killing Me Too' hebben geen tekst. ‘Goodbye Holly’ staat er in één take op. Hoewel het nummer is geschreven voor de sterfscène van Holly, wordt de tekst meer gebracht als een soort dronkemansgebral. Allemaal: “Goodbye Holly, Holly goodbye!”

Voor 'Peco's Blues' zet Bob de Mexicaanse blazers aan het werk op iets wat sterk lijkt op de traditional 'What Does The Deep Sea Say?'. Zelf beperkt hij zich tot neuriën.

Tegen vier uur in de ochtend – ze zijn dan al acht uur aan het werk - probeert Bob een laatste keer om ‘Billy’ op te nemen, met alleen bassist Terry Paul als begeleider. Deze laatste take is geslaagd. Aangeduid als 'Billy 4' is het enige nummer van de gehele sessie dat zowel in de film als op de soundtrack LP is te horen.

Verder wordt enkel nog een halve minuut van ‘Billy Surrenders’ gebruikt in de film. Want, bij de vertoning van een ruwe montage in de Burbank Studios in Californië, blijkt dat de bazen van de filmstudio niet tevreden zijn met de muziek van Dylan.

 

Jerry Fielding, de componist waarmee Peckinpah eerder samenwerkte wordt er bij geroepen. Hij heeft een paar oscarnominaties op zak en laat van meet af weten niet veel op te hebben met populaire muziek: "een hoop onzin, uitsluitend geschikt voor puisterige tieners."

Toch is Dylan bereid om van hem te leren. Fielding raadt aan om ‘Billy’ te verknippen en de  relevante strofen op een negental plaatsen in de film te laten opduiken. Uiteindelijk worden dit beperkt tot vier momenten."

Over 'Goodbye Holly' is hij niet te spreken. Dat moet er helemaal uit.

 

"Ik had twee sessies gearrangeerd om de muziek in te dubben," vertelt Fielding. "Dylan had dat nummer ['Billy'] geschreven. Hij had een heel pak strofen die in willekeurige volgorde konden worden gezongen... Dus moest ik het nummer opnemen, vermits hij geen bladmuziek had, en ik liet het uitschrijven... Ondertussen vroeg ik hem om minstens één nieuw nummer te schrijven want je kunt moeilijk een hele film vullen met één enkel liedje. Dus kwam hij naar de volgende sessie met iets nieuws: 'Knock-Knock-Knockin' on Heaven's Door.' Iedereen vond het geweldig. Ik vond er niks aan. Ik gaf er de brui aan."

 

Dus trekt Dylan opnieuw de studio in, om 'Knockin' On Heaven's Door' op te nemen. Hij heeft zijn best gedaan. Het is een uitstekende ballad zoals hij ze sinds 1967 niet meer heeft geschreven.

Omdat een van Dylans kinderen ziek geworden is en die niet in Mexico kon worden verzorgd,wordt er deze keer opgenomen in de Warner Bros. Records' filmstudio in Burbank, Californië. Dat geeft Dylan ook de mogelijkheid om te werken met enkele van zijn favoriete  muzikanten.

Terry Paul is er opnieuw bij, naast Roger McGuinn en Jim Keltner. Daarnaast zijn er enkele zangeressen, harmonium, orgel, fluit en cello. Gordon Carroll treedt op als producer.

 

Ze beginnen ontspannen met een jam ‘Sweet Amarillo’. Dan wordt ‘Knockin’ On Heaven’s Door’ aangepakt. De eerste versie is halfbakken. Dan kondigt Dylan aan: “Goed, we gaan het doen zonder zang… dit is de laatste keer dat ik muziek maak voor een film. Ik hou het bij acteren."

Deze instrumentale versie is erg goed. Het gospelachtige van de gezongen versie is er al helemaal. Peckinpah verkoos deze versie voor de oorspronkelijke versie van de film.

 

En dan opeens klikt alles.

"Het was erg vroeg in de ochtend," vertelt Jim Keltner. "Een uur of 10. Alles viel vanzelf op zijn plaats...Er waren geen overdubs nodig. De zang gebeurde live. Een klein orgeltje… Roger McGuinn speelde mee, denk ik. Dit was voor een bepaalde scène in de film waarbij Slim Pickens sterft en het is de eerste keer dat ik huilde terwijl ik speelde. Het was een combinatie van de woorden, Bobs stem en de muziek zelf, de akkoorden en de beelden op het scherm...In die tijd stond je op een groot podium voor een massief scherm, waarop de scène werd geprojecteerd terwijl je opnam. De tranen liepen over mijn wangen de hele take lang."

 

Na 'Final Theme' volgt een tweede spontane jam : 'Rock Me Mama'. Na nog meer versies van 'Billy' (later aangeduid als ‘Billy 7’) en ‘Ride Billy Ride’ wordt afgesloten met 'Bunkhouse Theme'.

 

Tijdens de volgende sessie, enkele dagen later, wordt Dylan bijgestaan door gitarist Bruce Langhorne, bassist Booker T, drummer Russ Kunkel en Roger McGuinn op gitaar en banjo. Byron Berline speelt fiddle en verzorgt de backing vocals samen met Donna Weiss & Priscilla Jones. In deze bezetting worden 'Main Theme', 'Cantina Theme', 'Billy 1', 'River Theme' en 'Turkey Chase' op band gezet. Dat laatste is pure blue grass met virtuoos banjospel van Jolly Roger en uitstekende country fiddle door Byron Berline.

Haast alle muziek zowel voor de film als voor het soundtrackalbum wordt geselecteerd uit deze Burbank sessies.

Hoewel Dylan later nog regelmatig nummers zou leveren voor soundtracks, zou hij inderdaad nooit meer alleen een gehele soundtrack verzorgen.

 

* * *

 

Wanneer de filmopnamen zijn afgerond - 21 dagen over tijd en $1.6 miljoen over het budget - is de relatie tussen de regisseur en de producer erg verzuurd. MGM legt een onrealistische datum op voor de première. De regisseur doet zijn uiterste best om die te halen. 

 

Uiteindelijk wordt Peckinpah aan de kant geschoven. De producer laat verschillende scènes schrappen, waardoor bij de première in mei 1973 blijkt dat de film stevig is ingekort. Alle de scènes waaruit blijkt dat Pat Garrett absoluut niet van plan is om zijn vriend Billy The Kid over te leveren zijn allemaal geschrapt. Ook Dylans rol is in de gemonteerde versie beperkt tot een paar onbeduidende scènes.

 

Zowat alle betrokkenen spuien hun ontevredenheid. Peckinpah laat zijn naam zelfs van de aftiteling halen.

Dylan blikt in 1985 terug: “Sam zelf had geen controle over de film meer. Ik zag een voorvertoning en ik wist dat de boel verknipt was. Iemand had de schaar gezet in een aantal belangrijke scènes. De muziek leek willekeurig te zijn verspreid. Niets was nog op de plaats waar we de muziek hadden voor bedoeld – behalve  ‘Heaven’s Door’. Ik kan niet zeggen dat ik iets herkende van wat ik had gedaan, op de plaats waarvoor ik het had bedoeld.”

 

Nog voor de film in mei 1973 in de bioscopen begint te lopen, wordt hij door de critici in de pan gehakt. Het publiek blijft massaal weg en al na enkele weken verdwijnt Pat Garrett And Billy The Kid van het scherm. 

 

* * *

 

Bob Dylan is ondertussen aan het onderhandelen met zijn platenmaatschappij over een vernieuwing van zijn contract, dat binnenkort afloopt. Maar de belangstelling is eerder lauw na jaren van minimale activiteit. Enkel Clive Davis, een van de directeuren, gelooft nog in hem.

De zanger denkt er dan ook over een eigen platenlabel te beginnen, Ashes & Sand, met mensen als Leon Redbone. Er is ook sprake van een overstap naar Warner Brothers. Maar eigenlijk vindt hij de besprekingen gewoon vervelend.

 

In zijn autobiografie Clive: Inside the Record Business, vertelt Davis: "Begin 1973 ronde ik de besprekingen af voor een nieuw contract met Bob. Kort samengevat ging het over twee platen, plus de soundtrack van Billy the Kid. Er was geen beperking in de tijd op gezet. Er was $400,000 per plaat overeengekomen."

 

Maar dan wordt Clive Davis op 29 mei 1973 ontslagen wegens oneigenlijk gebruik van fondsen. Achteraf zou blijken dat Davis ontslag opgezet spel was om de man aan de deur te kunnen zetten en Dylan was bereid in zijn voordeel te gaan getuigen in juli 1975.

 

Nu zijn laatste verdediger is vertrokken, verbreekt Columbia de besprekingen.

Omdat de film Billy the Kid net is uitgebracht, eist Dylans advocaat, David Braun, dat de soundtrack moet worden uitgebracht. "Ze konden zo snel nergens anders naar toe," gaat Clive Davis verder. "Daarom ging Columbia akkoord om die ene plaat uit te brengen tegen het overeengekomen voorschot...Zodra de single aansloeg en bleek dat Dylan wel nog potentieel had, probeerde de nieuwe directeur, Goddard Lieberson de onderhandelingen te hervatten. "

  decoration
           

De soundtrack van Pat Garrett & Billy The Kid wordt dan op 13 juli 1973 toch nog uitgebracht. Het is Dylan's eerste nieuwe langspeelplaat in bijna drie jaar. Maar de muziek is voor het grootste deel instrumentaal en wordt door een deel van de critici hard aangepakt. Desondanks wordt de soundtrack het volgende jaar genomineerd voor een Grammy onderscheiding.

De LP komt op 4 augustus '73 de Billboard-albumlijst binnen en blijft op 16 steken. In Engeland strandt de plaat net binnen de top 30: op 29.

 

Op 8 augustus 1973 wordt 'Knockin' On Heaven's Door'/'Turkey Chase' als single uitgebracht. 'Knockin' On Heaven's Door' komt op 1 september '73 binnen in de Billboard Hot 100. De single haalt de 12de plaats.

‘Knockin' On Heaven’s Door’ wordt een van Bob Dylans bekendste nummers. Dat blijkt ook doordat de meest uiteenlopende artiesten er coverversies van opnemen. Zo zijn er uitvoeringen door Eric Clapton, Booker T. Jones, Nina Hagen, Jerry Garcia, Randy Crawford, Danny & Dusty, The Sisters Of Mercy, Herman Brood, The Jody Singers en Guns 'N Roses.

 

Voor Bob Dylan zelf betekende de soundtrack het begin van zijn wederopstanding. Na jaren van aanmodderen, zou hij binnenkort zijn muze helemaal terug vinden.

 

Sam Peckinpah overleed in december 1984 aan een hartaanval. Hij was pas 59.

 

En wat de film zelf betreft: de zogenaamde Turner Preview Edition is een ruwe montage van de film door Peckinpah zelf. Dit geeft de visie van de regisseur weer, voor de film hem uit handen werd genomen. Deze versie werd in 1988 door Ted Turner, met toestemming van MGM, op video uitgebracht. De critici reageerden enthousiast op deze uitgave en de film werd bestempeld als een miskend meesterwerk, één van de beste films uit de vroege jaren zeventig.

 

In 2005 werd door Warner Brothers een dubbele DVD uitgebracht met daarop naast de Turner Preview Edition ook een speciale derde versie, waarbij Paul Seydor de bioscoopversie heft aangevuld met scenes uit de director’s cut en zelfs scenes die nergens eerder werden vertoond. Toch is deze derde versie iets korter dan de director's cut.

decoration