16-06-08

Bob Dylan - MTV Unplugged

decoration


Scheiden kost geld

Ergens in de herfst van 1993 bedacht Bob Dylan dat hij de zaken beter kon aanpakken. Hij speelde al langer met het idee om in eigen beheer platen uit te gaan geven: zonder tussenkomst van een platenmaatschappij. 
Daarom organiseerde hij zelf een aantal concerten in de New Yorkse Super Club. Hij huurde een cameraploeg in en professionele geluidsapparatuur. Het was de bedoeling om van de de akoestische optredens een documentaire  te maken die dan zou kunnen worden verkocht aan de diverse TV-stations. Die documentaire zou dan mooi als promotie dienen voor de bijbehorende live-cd. De combinatie zou een mooi bedrag kunnen opbrengen, zeker wanneer alle rechten in eigen handen bleven.

Het is dan ook geen toeval dat de vier concerten van 16 en 17 november 1993 tot de allerbeste uit zijn carrière mogen worden gerekend.
Maar, afgeschrikt door de administratieve rompslomp die de hele onderneming met zich meebrengt tekent hij, nog diezelfde maand, een contract met Columbia voor nog eens tien albums.
De banden verdwijnen voorgoed de kast in.

Een andere manier om het nodige geld binnen te brengen om de echtscheiding te compenseren is een intensiever beheer van zijn enorme songcatalogus.
Vele fans reageren geschokt wanneer de vroegere protestzanger in januari 1994 een contract afsluit met de boekhoudfirma Cooper & Lybrand. Hij geeft hen de toestemming om ‘The Times They Are A-Changin' te gebruiken in hun reclamespotje. Om de pil wat de verzachten is het niet de oorspronkelijke opname, maar een cover door Ritchie Havens.

Minder schokkend, maar even lucratief, is het gebruik van twee oude nummers op de soundtrack van de succesfilm Forest Gump. En als het moet wil hij zelfs een kleine inspanning doen: bij de opname van een cover van ‘Just Like A Woman’ door Stevie Nicks speelt hij gitaar en harmonica.


Far East Tour

Het zevende jaar van de Never Ending Tour brengt Bob Dylan eindelijk nog eens naar Japan. Het kortere formaat van de Santana tournee van 1993 wordt aangehouden: 14 à 15 songs, maar samen toch nog goed voor zo’n 110 minuten. Gelukkig word ook dezelfde hoge kwaliteit aangehouden, of zelfs nog verbeterd. Wat Dylans eigen live prestaties betreft word 1994, het beste jaar sinds ‘88.
Voor de gelegenheid opent hij met een verassende keuze: ‘Jokerman’ (al 10 jaar niet meer gespeeld), gevolgd door ‘If You See Her, Say Hello’ (16 jaar niet meer gespeeld). ‘Jokerman’ blijkt de standaard opener voor het hele jaar.
Er zijn echter nog steeds geen nieuwe eigen composities en zelfs niets van zijn recentste studio-cd World Gone Wrong.
Wel debuteert hij in Hiroshima, op 16 februari, een totaal herwerkte versie van ‘Masters Of War’. De adembenemende akoestische versie blijft regelmatig opduiken tijdens de rest van het jaar.
De Far East Tour eindigt met optredens in Kuala Lumpur, Maleisië, Singapore en Hong Kong.

Een maand later volgt de traditionele US Spring Tour. Daarbij brengt hij het enige nieuwe nummer van het hele jaar: een vertolking van ‘Lady Came From Baltimore’ van Tim Hardin. Dylan zingt het twee keer.


Een bezoekje aan de studio

Tussen 9 en 11 mei neemt Dylan een handvol nummers op met zijn tourband. De opnamen vinden plaats in de Ardent Studios, in Memphis, Tennessee. Hoewel het oorspronkelijk de bedoeling was dat Don Was de sessie zou leiden, besluit Dylan zelf als producer op te treden, met de hulp van geluidstechnicus Jeff Powell.
Er zijn geen eigen composities bij. Het zijn allemaal covers voor tribute cd's. Hoewel er sprake is van minstens vijf verschillende songs, verschijnen er uiteindelijk slechts twee.
‘Boogie Woogie County Girl’, een hit van Big Joe Turner uit 1956, maar geschreven door Doc Pomus, verschijnt in maart ’95 op Till The Night Is Gone: A Tribute To Doc Pomus.


Het tweede is ‘My Blue Eyed Jane’ van Jimmie Rodgers. Dat wordt opgenomen als een duet met Emmylou Harris. Maar wanneer de cd The Songs of Jimmie Rodgers: A Tribute in augustus 1997op de markt komt, is van de zangeres geen spoor meer te bekennen. Om onduidelijke redenen blijkt Dylan de song opnieuw te hebben ingezongen. Een gedeelte van de oorspronkelijk duet-versie is wel te horen op de cd-rom Highway 61 Interactive. De zoveelste merkwaardige beslissing van de man uit Minnesota.
De rest van de opnamen verdwijnt in de archieven. Dat zijn: 'I'm Not Supposed To Care' van Gordon Lightfoot, 'One Night Of Sin' van Dave Bartholomew (oorspronkelijk van Smiley Lewis, maar veel bekender in de versie van Elvis Presley) en Southern bluesklassieker 'Easy Rider (Don't Deny My Name)', bekend van onder andere Janis Joplin.
 

In die archieven belanden later nog meer covers. Op 30 september neemt Bob Dylan versies op drie songs die Elvis Presley in 1956 opnam. De nummers zijn bedoeld voor een tribute cd aan de man uit Tupelo.
De opnamen vinden plaats in de Sony Studios, in New York. Het is voor het eerst in negentien jaar dat Dylan nog eens terug werkt in de voormalige Columbia Studios waar hij zijn eerste platen op band zette.
Deze keer is Don Was wel aanwezig. Wie de muzikanten zijn is echter niet bekend.

Dylan spendeert die dag veel tijd in een vergeefse poging om 'Money Honey' of 'Lawdy Miss Clawdy' op band te krijgen. Hij raakt zo gefrustreerd dat hij uitroept: "Ik haat opnemen, man. Dat is zo onwerkelijk."
Tenslotte beslist hij de ballad 'Anyway You Want Me' aan te pakken. Hoewel het resultaat erg goed is,belandt ook dit in het archief, want het project komt nooit van de grond.


Great Music Experience

In de tweede helft van de maand is Dylan alweer terug in Japan. Op 20 en 22 mei neemt hij er deel aan The Great Music Experience, een drie daags concert in samenwerking met het  World Decade For Cultural Development Project van de UNESCO. Het was de bedoeling dat dit het eerste in een reeks zou worden in belangrijke en mooie culturele sites. Er kwam helaas geen gevolg.
Voor het prachtige decor van de Todaiji tempel in Nara, treden naast een aantal Japanse artiesten ook enkele westerse gasten op: Joni Mitchell, INXS, Ry Cooder, Jon Bon Jovi en Richie Sambora.
Dylan speelt elke avond dezelfde drie nummers: ‘A Hard Rain's A-Gonna Fall’, ‘I Shall Be Released’ en ‘Ring Them Bells’. Hij wordt daarbij begeleid door het New Tokyo Philharmonic Orchestra, plus een speciaal samengestelde band, bestaande uit gitarist Phil Palmer, bassist Pino Palladino, drummer Jim Keltner, ”Wix” Wickens op toetsen en Ry Cooper op percussie.
Het orkest staat onder leiding van Michael Kamen, die ook de arrangement schreef.
Elk concert eindigde met een herneming van ‘I Shall Be Released’ met alle deelnemende artiesten samen. De slotdag werd uitgezonden op radio en TV in meer dan 50 landen over de gehele wereld.

Dylans optredens zijn niets minder dan verbluffend, zoals kan worden beluisterd op de live versie van 'A Hard Rain's A-Gonna Fall’, die in december 1994 verschijnt als bonustrack van de cd single van 'Dignity'.


Woodstock II

De zomer brengt weinig nieuws: in juli speelt hij zeventien shows in Europa. De set bestaat uit dertien nummers waarvan acht die al meer dan 250 keer zijn gespeeld tijdens de Never Ending Tour. Na amper twee weken trekt de tour verder door Noord Amerika.

Het enige opmerkelijke optreden vindt plaats op 14 augustus: die dag speelt Dylan tijdens Woodstock '94. Heel merkwaardig, want het opzet van het oorspronkelijke festival was precies Dylan terug te doen optreden. Om het hem gemakkelijk te maken hadden ze het festival zelfs in zijn achtertuin willen houden (niet letterlijk natuurlijk). Daar wou hij toen absoluut niet van weten. Voor het hele verhaal: http://peerkesplaatjes.skynetblogs.be/post/5103582/bob-dy...

Maar de tijden zijn inderdaad veranderd. Wanneer Neil Young te elfder ure laat weten niet te kunnen of willen komen, is Dylan bereid om vijfentwintig jaar na de feiten toch op het podium van Woodstock zijn ding te gaan doen. Een gage van zeshonderdduizend dollar zal wel geholpen hebben om zijn afkeer te verminderen.
Wel was hij erg onzeker over de ontvangst die hem daar te wachten zou staan.
De show wordt stevig ingekort hetgeen aan drummer Winston Watson de opmerking ontlokt: "We deden er langer over om er te geraken dan dat we er speelden. Hij stapt uit de bus. We praten even over de setlist. We gaan spelen en 't is voorbij… Maar hij kwam er om er te rocken."
En dat deed hij ook. Wanneer hij enthousiast wordt verwelkomt door het jeugdige publiek, geeft hij een krachtig optreden. 
Achteraf wordt dit optreden door verschillende critici aangeduid als een keerpunt in zijn carrière. Het begin van de weg terug naar een groter publiek dan alleen de trouwste fans.
Het geheel wordt uitgezonden op radio en betaal-TV. ‘Highway 61 Revisited’ wordt uitgebracht op de officiële cd (8 november ’94).

decoration

Dignity

Samenvallend met de Amerikaanse herfsttournee verschijnt de eerste cd van het nieuwe contract met Columbia: Greatest Hits, Vol. 3. Waar Greatest Hits, Vol. 2 begin jaren zeventig een vijftal uitstekende nieuwe nummers bevatten is de oogst voor de trouwe fans dit keer maar mager: één nieuw nummer slechts. Dat is ‘Dignity’, een outtake van de Oh Mercy sessies. Maar van de originele versie is niet veel overgebleven: Brendan O'Brien (de producer van Pearl Jams tweede plaat) heeft het nummer onder handen genomen. Hij veegde alles af, behalve Dylans zang en piano. Aan die tracks worden bas en drums toegevoegd, door Steve Gorman en Brendan O'Brien zelf. Die vult het geheel dan verder aan met elektrische gitaar en toetsen, plus Rick Taylor op banjo.
In december verschijnt 'Dignity' ook op cd-single. Daarop staan  twee versies: de versie van Greatest Hits en een "radio edit" waarbij vier regels zijn geknipt. De derde track is ‘A Hard Rain's A-Gonna Fall’ van 22 mei in Nara, Japan.

Merkwaardig genoeg geeft Dylan een vier jaar later toestemming om de originele mix van Daniel Lanois alsnog uit te brengen. Dat gebeurd in november 1998 op de soundtrack van de populaire TV-reeks Touched By An Angel.


MTV Unplugged

Op 17 en 18 november 1994 - precies een jaar na de Super Club shows - wordt het idee van een puur akoestisch optreden nog eens overgedaan. Maar deze keer voor de camera’s van MTV. 

De band is voor de gelegenheid versterkt met een extra toetsenspeler: Brendan O'Brien. Diens elektrische orgel is wel degelijk ingeplugd. Verder zijn er dus Bucky Baxter (op pedal steel gitaar & slide gitaar), John Jackson (akoestische gitaar), Brendan O’Brien (toetsen), Tony Garnier (bas), Winston Watson (drums & percussie).

 “We hebben een paar dagen lang in de studio’s van Sony gerepeteerd,” vertelt Winston Watson. “Ik zweer je dat we niet één van die nummers gespeeld hebben. We speelden veel countryblues nummers die ik nog nooit had gehoord. Heel rustig, zachtjes, niet bepaald rock ‘n’ roll.”
“Ik had graag oude folk songs gespeeld met akoestische  instrumenten,” bevestigd Bob Dylan. “Maar er werd van overal gesuggereerd wat het beste zou zijn voor dit publiek.… Vroeger zou ik daar tegen in gegaan zijn, maar het heeft geen zin … Ik voelde me verplicht en ik deed wat ze vonden dat ik moest doen…. Dat was niet noodzakelijk wat ik had willen doen.”
De heren van Sony drongen aan op een greatest hits voorstelling. En dat kregen ze ook. Het resultaat is een weinig vernieuwende setlist: 'Like A Roling Stone', 'All Along The Watchtower' én 'Knockin' on Heaven's Door'.
Slechts drie nummers dateren niet uit de jaren zestig: het al genoemde 'Knockin' on Heaven's Door' uit 1973, 'Shooting Star' uit 1989 en de nieuwe versie van 'Dignity', uit de recente verzamel-cd.
De enige verassing was een uitvoering van 'John Brown' een nooit uitgebracht anti-oorlogsnummer uit… 1962. Misschien is het wel veelzeggend dat Dylan de hele set lang zijn zonnebril ophoudt.

Bob Dylan Unplugged wordt voor het eerst uitgezonden door MTV in Amerika op 14 december 1994. De acht nummers komen bijna allemaal uit de tweede show. Bij ‘With God On Our Side’ (van de eerste show) zijn twee strofen geknipt: die over WO II en "The Russians".
In Europa verschijnt de show tien dagen later.

De gelijknamige cd ligt pas in mei van het volgende jaar in de winkel. Merkwaardig daarbij is dat Europa een andere versie krijgt dan Amerika. De Europese versie heeft één extra nummer: 'Love Minus Zero/No Limit', maar daar staat tegenover dat er geknoeid is met de mix van 'Knockin' On Heaven's Door'. Darbij wordt een stukje applaus als loop steeds opnieuw herhaald. Erg enerverend.

De critici reageerden heftig, maar zeer verdeeld, op de release. Voor de enen was het schitterend. Patrick Humphries noemde het lovend: "Zijn beste live album ooit." Terwijl Andy Gill het heeft over "schaamteloos saai en geeuwverwekkend voorspelbaar."

Tegelijk met de cd-release van MTV Unplugged, verschijnen ook de koopvideo en de publicatie van een interview van Edna Gundersen: ”Dylan on Dylan, Unplugged and the birth of a song” in USA Today.
De verkoop resulteert in een 23ste plaats in de Amerikaanse hitlijsten. Dylans best verkopende cd sinds jaren. Het is onduidelijk of het succes te danken is aan Dylan of aan de Unplugged formule.

Ter promotie worden twee singles op het publiek losgelaten: in juni 1995 is dat de live versie van 'Dignity' met opnieuw de schitterende Great Music Experience 'A Hard Rain's A-Gonna Fall'. In september volgen dan nog de Unplugged versies van 'Knockin' On Heaven's Door' en 'The Times They Are A-Changin''.

 

 

 'Dignity' van MTV Unplugged

 

'A Hard Rain's Gonna Fall' van The Great Music Experience

06-05-08

Frankie & Albert

Benton-Frankie

Frankie & Albert  

Het openingsnummer van Bob Dylan's Good As I Been To You is 'Frankie And Albert'. De song is een van de bekendste Amerikaanse murderballads. Het werd dikwijls opgenomen, zowel door blanke als zwarte uitvoerders.

De populariteit van het nummer kan het best worden geïllustreerd door de vele varianten die er van in omloop zijn.
In 1962 gaf ene Bruce Buckley een studie uit waarin hij 410 verschillende versies beschrijft van 'Frankie'. Bij sommigen heet het nummer 'Frankie and Albert', bij anderen 'Frankie and Johnnie' of soms gewoon 'Frankie'.

Hoewel er veel onderzoek is gedaan naar de oorsprong van het bluesnummer is de eigenlijke auteur niet meer te achterhalen.


Verfilmingen

Het verhaal werd ook verschillende keren verfilmd. Dat gebeurde voor het eerst in 1930, als Her Man met Helen Twelvetrees. Zes jaar later volgde Frankie and Johnnie met Helen Morgan.

Daarna is het lang stil. Het verhaal wordt terug opgepikt in de jaren zestig voor een van de slechtste Elvis films: Frankie And Johnny. De meest recente verfilming, met Al Pacino en Michelle Pfeiffer, bereikte de bioscopen in 1991.

Hoewel het oorspronkelijke verhaal zich afspeelt in het milieu van wat tegenwoordig zo netjes African Americans heet, worden in deze verfilmingen de hoofdrollen telkens door blanken vertolkt.


De feiten

Waarschijnlijk is het nummer geïnspireerd op een waar gebeurd drama in Chestnut Valley, de rosse buurt van St. Louis, Missouri.

Op 19 oktober 1899 meldde de St. Louis Post-Dispatch dat de 17 jaar oude Allen Britt woensdagnacht was overleden in het City Hospital. Vier dagen eerder was de "Negro sporting man" neergeschoten door zijn vriendin, Frankie Baker, "an ebony hued cake-walker". Frankie was 22. Ze hadden mekaar ontmoet tijdens het Orange Blossom bal en vormden sindsdien een koppeltje.
Maar Frankie vermoedde dat hij haar bedroog. Die nacht ging ze hem opzoeken op zijn kamer in 212 Targee Street. Zoals ze gevreesd was hij niet alleen. Naast hem lag een prostitué, de18 jarige Alice Pryor.
Tijdens de discussie die volgde schoot Frankie haar geliefde neer.

De geschiedenis lijkt wel heel erg op die van de song. Te veel om toeval te zijn. Bovendien is het is erg aannemelijk dat de naam Allen Britt - afgekort tot Al Britt - werd verbasterd tot Albert.

Hoe verging het de echte hoofdrolspelers?

Al Britt overleed om 2:15, in de ochtend van de 19 oktober 1988 aan een kogelwonde in zijn lever..

Voor de rechtbank verklaarde Frankie dat Britt haar had bedreigd met een mes. Ze wist dat de jongen altijd een pistool onder het kussen had liggen. Dat kreeg ze te pakken. Tijdens het gevecht dat volgde, ging het fatale schot af.


De rechter oordeelde dat Frankie Baker gehandeld had uit zelfverdediging en sprak haar vrij.

Maar de gebeurtenissen bleven haar achtervolgen. Dat werd nog verergerd door de populariteit van de song, die ondertussen overal opdook . Zeker omdat sommige versies vermelden dat ze drie keer had geschoten of dat ze ter dood veroordeeld was. Frankie verhuisde dikwijls maar vond nergens rust.

Toen het verhaal dan ook nog eens werd verfilmd was voor haar de maat vol. In 1939 diende ze klacht in tegen Republic Pictures. Miss Baker eiste een schadevergoeding van $200,000 wegens laster en schending van privacy door de film.
De advocaat van de filmmaatschappij beweerde echter dat de song een bewerking was van een oude folk-ballad uit 1831. In Toe River, North Carolina, heeft toen ene Frankie Silver haar man vermoord met een bijl. Die stelling kon niet worden bewezen.
Na drie jaar werd de zaak onontvankelijk verklaard.

Het werd Frankie allemaal teveel en ze belande uiteindelijk in een instelling voor zwakzinnigen in Pendleton, Oregon. Daar overleed ze in 1952 op 75 jarige leeftijd.


Nog verder terug

Toch zijn er aanwijzingen dat de song inderdaad een langere geschiedenis heeft.

Zo is er het verslag van George St. Johns, uitgever van de St. Louis Post-Dispatch. Hij vertelt over het bezoek van de populaire Poolse pianist Ignace Paderewski aan zijn stad. Op zoek naar plaatsen waar authentieke muziek te horen was, leidde  St. Johns hem rond in de uitgangsbuurt van de stad.
In The Castle, het bordeel van de flamboyante Babe Connor woonden ze het optreden bij van ene Mammy Lou, een  "gnarled, black African".
De bejaarde zangeres zong allerhande aangebrande liedjes. Ze bracht er onder andere 'Ta-Ra-Ra-Boom-Der-E' en ... 'Frankie and Johnny'. "Iedereen kreeg kippenvel toen ze het refrein bracht," meldt St. Johns nog.

Paderewski's eerste Amerikaanse tournee vond plaats in 1891 terwijl The Castle werd afgebroken in 1998. Dus voor de fatale avond waarop Al Britt werd neergeschoten.

Een ander inwoner van de stad, Rusty David, meent dat de oorspronkelijke ballad was gebaseerd op een gelijkaardig incident in de rosse buurt van St. Louis, omstreeks 1865-70. Toen de Baker/Britt affaire dan plaats vond, zou het liedje zijn aangepast aan de nieuwe feiten.

De ragtime pianist Trebor Tichenor verklaarde: "Ik denk dat iedereen het erover eens is dat het gaat om een oude, geïmporteerde melodie - van Europeese afkomst. Maar dat die hier is aangepast en dat het een ballad werd... Volgens een legende uit St. Louis pikte een pianist, genaamd Dooley, in op een lokale moord. Dat was het verhaal van Frankie en Johnny in 1899 en dat hij zich daarop baseerde. Dat is natuurlijk maar wat er vertelt wordt. Maar het staat vast dat de oorsprong hier ligt."

Een lange weg

Vast staat dus enkel dat de song oorspronkelijk uit de zwarte gemeenschap kwam.

Voor publicaties, bestemd voor een blank publiek, werden de gebeurtenissen geadapteerd en gezuiverd weergegeven.

De regel 'He done me wrong' duikt voor het eerst op in 1904. Dat gebeurt in 'The Death of Bill Bailey', een nummer van ene Hughie Cannon. Hughie was een blanke komiek die met zwart geverfd gezicht zwarten imiteerde. De song is een vervolg op een eerder succesnummer van hem: 'Bill Bailey, Won't You Please Come Home'.

Vier jaar later publiceren een ander vaudeville team, Frank en Bert Leighton 'Bill You Done Me Wrong'. Hun nummer lijkt erg op dat van Hughie Cannon, maar ze gebruiken langere fragmenten van het origineel.

Nog eens vier jaar later volgt een her-publicatie van het nummer van de Leighton Brothers onder de titel 'Frankie and Johnnie', maar zowel de tekst als de muziek verschillen nog op vele punten van de tegenwoordig bekende versie.

De kenmerkende regel "Frankie and Johnnie were lovers" wordt voor het eerst genoteerd in 1925. Dorothy Scarborough publiceert dan 'Frankie and Albert' in On the Trail of Negro Folksongs.

In 1928 beleeft de Amerikaanse actrice Mae West haar doorbraak met het zelfgeschreven toneelstuk Diamond Lil. Het stuk, over een grofgebekte blonde stoot uit de jaren negentig van de vorige eeuw brengt haar tot Broadway. In het stuk zingt zij ook 'Frankie And Johnnie'


Mississippi John Hurt

De vroegste bekende opname dateert uit datzelfde jaar, 1928. Die is van de Delta Blues gitarist Mississippi John Hurt.

John Hurt werd omstreeks 1893 geboren in het dorpje Teoc in het hart van de Mississippi Delta.
Toen hij een jaar of negen was kocht zijn moeder een tweedehands gitaar. Omdat er niemand in de buurt woonde die  het hem kon leren, bedacht hij zijn eigen manier van spelen. Dat leverde hem een heel eigen geluid op. Door het ritme en melodie te combineren klinkt het alsof hij twee gitaren tegelijkertijd bespeelt.

Vanaf zijn twaalfde verdiende hij wat bij door op te treden op lokale feesten. Na de dood van zijn vader hielp hij zijn moeder in het onderhoud van de dertien kinderen.

Omstreeks 1923 vroeg Willie Narmour, een blanke square dance fiddler, hem als begeleider. Narmour was erg goed. Zijn 'Carroll County Blues' wordt nog steeds gespeeld. Enkele jaren later won hij dan ook een fiddlerwedstrijd. Daardoor mocht hij een opname maken voor het Okeh platenlabel.

Toen producer T.J. Rockwell hem daarbij vroeg of er nog meer talent in de buurt was, verwees die naar zijn maat. Rockwell kwam Hurt opzoeken, liet hem spelen en nodigde hem uit om naar Memphis te komen voor een eigen opnamesessie. Die vond plaats op 14 februari 1928. "Het was een grote hal," herinnerde Hurt zich meer dan dertig jaar later. "Alleen Mr. Rockwell was er, een geluidstechnicus en ikzelf. Ik zat op een stoel en ze duwden een microfoon tot tegen mijn mond. Ik mocht mij niet meer bewegen eens ze de beste positie hadden gevonden. Man, ik was nerveus! Achteraf had ik nog dagenlang een pijnlijke nek."
Uit het dozijn opnamen werden er twee gekozen die op een 78-toeren plaat werden uitgebracht: 'Nobody's Dirty Business' en 'Frankie'. Hurt kreeg $20 per song - wat goed betaald was voor iemand die normaal $3 verdiende voor een dag hard labeur.

Hurt keerde terug naar vrouw en kinderen in het dorpje Avalon. De plaat deed het goed en in november nodigde Rockwell Hurt uit voor nieuwe opnamen. Deze keer reisde de man helemaal naar New York, waar hij op 21 en 28 december genoeg materiaal omnam om een hele plaat te vullen.

Maar die plaat deed niks, het platenlabel ging over kop tijdens de depressie en Hurt keerde terug naar het boerenwerk.

Folkrevival

In 1948 richtten Moses Asch en Marian Distler in New York The Folkways Records & Service Co. op. Het was hun bedoeling om geluiden van over de gehele wereld op plaat uit te brengen. Naast kikkergebrul en gedichten in alle mogelijke talen bestond een groot deel van hun uitgaven uit oude muziekopnamen. Voor de reeks American Folk Music konden ze beroep doen op Harry Smith. Die had als hobby het verzamelen van oude 78-toren platen. Hiju had er duizenden. Niemand was daar immers nog in geïnteresseerd en hij kon ze meestal voor een habbekrats krijgen.

In 1952 bracht Folkways de Anthology of American Folk Music uit. Harry Smith had daarvoor de selectie gemaakt en de bijbehorende teksten geschreven. Op zes langspeelplaten verzamelde hij 84 Amerikaanse folk opnamen uit de periode 1927 tot 1932. Daartussen zaten ook twee opnamen van "Missisippi" John Hurt: 'Spike Driver Blues' en... 'Frankie'.

Deze indrukwekkende uitgave lag mee aan de oorsprong van een hernieuwde interesse voor folk en bluesmuziek.  Het hek was helemaal van de dam toen het Kingston Trio in 1958 een dikke hit scoorde met een remake van 'Tom Dooley'.
Een jaar later publiceerde een andere verzamelaar Samuel B. Charters The Country Blues.
Na het beëindigen van zijn studies was de jonge musicoloog, in 1951, verhuisd naar New Orleans, om er de Zuiderse cultuur van nabij de bestuderen. Vanaf 1954 maakte ging hij oude muzikanten opzoeken om hun werk vast te leggen.
Zijn boek zette vele andere aan om hetzelfde te doen.

Een van hen was een andere jonge musicoloog, Dick Spottswood. Hij was in de ban geraakt van de fingerpicking stijl van Hurt. Omdat in een van de nummers sprake was van "Avalon My Home Town" ging hij op oude kaarten zoeken naar het dorp. Korte tijd later moest een collega, Tom Hoskins, naar New Orleans. Op verzoek van Spottswood maakte hij een ommetje langs Avalon. Hurt bleek er nog steeds te wonen en zelfs nog te kunnen spelen. Hij was wel erg verbaasd dat iemand nog interesse had in iets van dertig jaar geleden. Met enige moeite kon Hoskins Hurt overhalen om af te reizen naar Washington, D.C., om er een nieuwe carrière te beginnen.

Hurt trad herhaaldelijk op tijdens concerten als Friends of Old Time Music en het Newport Folk Festival. Zo werd hij erg geliefd. Zijn onderkoelde wijze van gitaarspelen was van grote invloed op de blues en folk wereld.

Op 15 juli 1963 nam John Hurt in het Coolidge Auditorium van de Congressbibliotheek een aantal van zijn nummers uit de jaren twintig opnieuw op. Tussen de 39 songs zat ook een nieuwe versie van 'Frankie' - deze keer onder de titel 'Frankie And Albert'.

Jammer genoeg kon Hurt niet lang genieten van zijn succes. Hij overleed op 2 november 1966.


Tribute

In 1988 werd Mississippi John Hurt opgenomen in de Blues Hall of Fame.

En in juni 2003 bracht Vanguard Records Avalon Bleus - A Tribute To The Music Of Mississippi John Hurt. Onder supervisie van Hurt fan Peter Case brengen tal van bekende namen in de muziekwereld daarop hulde aan de meester. Daar zitten mensen bij als Beck, John Hiatt, Bruce Cockburn, Lucinda Williams, Steve & Justin Earle, Bill Morrissey en Taj Mahal. Het accent ligt daarbij meer op de spelvreugde dan op het bluesgevoel, zodat het een erg aangename plaat is geworden.
Het openingsnummer is Chris Smitten's vrolijke versie van 'Frankie & Albert'.


En waar haalde Bob Dylan de mosterd?

In 1992 bracht Bob Dylan het nummer ook al als opener van zijn akoestische roots-cd Good As I Been To You.
Hij moet zeker de oorspronkelijke versie van Mississippi John Hurt uit 1928 kennen van de Anthology of American Folk Music. Ongetwijfeld is hij ook vertrouwd met de versie die Hudie Leadbeater (alias Lead Belly) in 1934 zong. Dat gebeurde voor de microfoon van een andere verzamelaar van authentieke muziek, John Lomax in het Angola Prison in Louisiana.

Toch baseerde Bob Dylan zich voor zijn cover op de recentere versie van "Missisippi" John Hurt uit 1963.
Hij legt de nadruk veel meer op de muziek dan op de woorden.

Luisteren?

Versies door Johnny Hallyday, Taj Mahal, Bob Dylan, Brook Benton, The Ink Spots, Hank Snow, Sam Cooke en Big Bill Broozy kun je hier beluisteren:
http://michourock.centerblog.net/rub-reprise-Frankie-and-Johnny.html


En hier zijn er nog meer: Johnny Cash, Wilf Carter, Elvis Presley, Jimmie Rodgers (als 'Blue Yodel #9') en Mississippi John Hurt:
http://michourock.centerblog.net/rub-reprise-Frankie-and-Johnny-2.html

Jammer dat 'Hold Me Back' (Frankie & Johnny) van Michelle Shocked uit haar fantastische Arkansas Traveller er niet tussen staat.


Oh ja.

De Britse jaren tachtig band Frankie Goes To Hollywood heeft niets met dit verhaal te maken.

15-11-07

Bob Dylan: Pat Garrett And Billy the Kid

  

decoration

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In 1972 lijkt Bob Dylan wel van de aardbol verdwenen. Geen single, geen langspeelplaat, geen optredens, niets. Hij heeft er absoluut geen behoefte meer aan om in de schijnwerpers te staan. Het eerste half jaar heeft hij zich met zijn familie terug getrokken op zijn pas aangekochte farm in Tuscon, Arizona. Daar houdt hij zich bezig met de afwerking van zijn tweede boek: een bundeling van al zijn liedjesteksten en gedichten. De werktitel is Words. Maar na een tijdje beslist hij een aantal teksten te illustreren met lijntekeningen en wordt de titel veranderd in Writings & Drawings. Het lijkt sterk op het afsluiten van een hoofdstuk in zijn leven.

 

Wanneer het aan het begin van de zomer te heet wordt in Arizona keert de familie Dylan terug naar New York. Daar wordt hij enkele keren opgemerkt bij optredens van anderen. In juni gaat hij naar Elvis Presley kijken in Madison Square Garden. In het Roosevelt Stadium in New Jersey ziet hij The Allman Brothers Band en The Grateful Dead. En een optreden van The Rolling Stones een paar dagen later maakt grote indruk op hem.

 

* * *

 

Op 9 september duikt hij onverwacht op tijdens een optreden van John Prine in The Bitter End in New York.

John Prine: "Ik gaf Dylan één van de eerste exemplaren van mijn plaat. Twee weken later speelde ik mijn eerste concert buiten Chicago. Ik trad op met David Bromberg en Steve Burgh en Steve Goodman, maar ik had nog iemand nodig op harmonica. Ik vroeg of ze iemand kenden.

En opeens, bij mijn tweede optreden, staat Dylan daar. Hij had een harmonica bij en had de teksten geleerd van elk refrein! Ik stelde hem voor en er klapten misschien twee mensen. Niemand geloofde het. Ze dachten dat Dylan dood was of ergens op een berg woonde."

 

* * *

 

Korte tijd later krijgt Bob Dylan bezoek van Rudy Wurlitzer, een oude vriend en schrijver van romans en filmscenario's. Hij heeft een scenario voor een western geschreven gebaseerd op het leven van Henry McCarty, een outlaw die in 1881 werd neergeschoten in New Mexico. Volgens de overlevering zou Henry, ondanks zijn 21 jarige leeftijd meer dan twintig mensen hebben vermoord. Hij zou met zijn hobby zijn begonnen toen hij amper 12 was. Onder de naam Billy the Kid was hij tijdens zijn leven al een legende, befaamd om zijn koelbloedigheid en verschillende ontsnappingen uit gevangenissen.

Hij werd in de nacht van 14 juli 1881 doodgeschoten door sheriff Pat Garrett, die al een tijdje jacht op hem maakte. Nochtans was Garrett vroeger bevriend met zowel The Kid als zijn moeder.

 

Het scenario voor Pat Garret and Billy the Kid was oorspronkelijk geschreven voor de regisseur Monte Hellman. Wurlitzer en Hellman hadden net samen de film  Two-Lane Blacktop gedraaid, met James Taylor en Dennis Wilson. Maar de acteur James Coburn, die absoluut de rol van de sheriff wou spelen, meende dat Sam Peckinpah de geknipte man was voor deze film.

 

Voor de rol van Billy werd de zanger Kris Kristofferson aangetrokken.

 

Wurlitzer kwam op bezoek bij Bob Dylan om te polsen of hij geen zin had om wat muziek voor de film te schrijven.

"Rudy had een nummer nodig voor zijn scenario," bevestigt Dylan. " Ik had toch niks omhanden. Rudy zond mij zijn scenario, ik las het en ik vond het goed. Dus spraken we af. En dan zag ik [Peckinpah's vorige films] The Wild Bunch en Straw Dogs en Cable Hogue en ik vond ze goed. De beste is Ride the High Country... Dus schreef ik 'Billy' heel snel."

 

Wurlitzer nodigt Dylan uit om ook een kijkje te komen nemen bij de opnamen. Dat ziet Bob wel zitten. Alle redenen zijn goed om een tijdje weg te zijn uit New York. Bovendien had hij Mexico, waar de film zal worden gedraaid, altijd al graag eens bezocht. Misschien zit er zelfs een rolletje in voor hem?

 

* * *

 

Op 23 november arriveert Bob, met Sara en de kinderen in Durango. Hij heeft twee nummers geschreven die hij aan de regisseur wil laten horen: 'Billy' en 'Goodbye Holly'.

 

Maar Peckinpah heeft geen belangstelling. "Sam zei, 'Wie is Bob Dylan?,'" vertelt Coburn. "'Oh ja, de kinderen luisterden naar zijn spul. Ik zat eerder te denken aan die Roger hoe-heet-ie-ook-alweer, die van 'King of the Road'? Die wou ik vragen.' En wij riepen allemaal, 'Wat!! Je moet Dylan zien,'...Tenslotte zei hij, 'Vooruit, haal 'm hier.'..."

"Die avond gingen we eten bij Peckinpah thuis," gaat Coburn verder." Er werd stevig wat tequila gedronken. Na het eten zegt Sam, 'Kom jongen, laat eens horen wat je hebt. Je hebt je gitaar toch mee?'

Ze gaan wat apart zitten. Sam in zijn schommelstoel en Bobby op een krukje voor hem. Bobby speelt drie, vier nummers... Sam kwam terug met tranen in zijn ogen. 'Wie is die kerel? Geef hem een contract!"

 

Volgens een andere bron bestond het diner uit: "soep van geitenkop met tacos, tequila en peyote, marihuana en cocaïne" - misschien verklaart dat voor een stuk het enthousiasme.

 

Dylan krijgt zelfs zijn verhoopte rolletje: de mysterieuze figuur Alias. Hoewel Dylan later beweerde dat "mijn karakter eerst niet voorkwam in het verhaal", heeft zijn biograaf Clinton Heylin ontdekt dat, "....Alias niet alleen al in het oorspronkelijk script van Wurlitzer zat, maar dat het ook een historische figuur is, door Garrett zelf beschreven in zijn boek Authentic Life of Billy the Kid. Alias was zelfs niet zomaar een lid van zijn bende, maar eerder Billy's rechterhand."

 

Maar Dylan beklaagt zich zijn rol al snel. Want hoewel Peckinpah grootse plannen heeft met de film - hij wil niets minder dan de definitieve western draaien - draait het allemaal anders uit.

 

James Aubrey, de grote baas van Metro-Goldwyn-Mayer, weigerde Peckinpah het gevraagde budget en tijd te geven. Zo moet er, om besparingsredenen worden gewerkt met een locale filmploeg.

Bovendien heeft de regisseur net een scheiding achter de rug en is zwaar aan de drank. Dat maakt dan weer dat hij elk ogenblik in een woede uitval kan uitbarsten. Dus wordt hij zo weinig mogelijk lastig gevallen.

Dylans rol wordt daardoor nooit uitgediept. "[Peckinpah] nam nooit de tijd om uit te werken wat Dylan kwam doen in de film," meent Kristofferson. "Bob zei me dikwijls, 'Jij staat tenminste in het script!'"

  

Wanneer Dylan arriveert zijn ze al twee weken aan het draaien. Zodra de eerste beelden worden bekeken, blijkt dat een gedeelte onbruikbaar is. Iemand heeft een camera laten vallen, waardoor de onderste helft van het beeld onscherp is. Een groot aantal scènes moet dus opnieuw worden gedraaid. Maar de producer is het daar niet mee eens. Hij wil niet voor extra financiering zorgen en vindt dat de beelden maar zo moeten worden gebruikt.

 

De acteurs kiezen natuurlijk partij voor hun regisseur. Dylan trekt er zijn conclusies uit: "Ik leerde bij het werken aan Pat Garrett and Billy the Kid dat je in Hollywood geen echt creatieve films kunt draaien... Je hebt je eigen mensen nodig om een film te maken zoals je hem zelf wilt."

 

Peckinpah wordt na deze tegenvaller zo mogelijk nog meer onberekenbaar.

Maar dat geldt ook voor Dylan. Hij praat tegen niemand. "Ik snap niks van die man," verklaart Kris Kristofferson. "Het is moeilijk als iemand niks zegt. Zijn vrouw heeft me t-verteld dat hij soms zelfs weken geen woord tegen haar zegt... Ik vraag me af hoe hij het volhoudt."

 

Sara is het gedoe snel beu. "Ze vroeg me 'Wat doen we hier, in godsnaam?'" vertelt Dylan. Ze maken dan ook dankbaar gebruik van twee weken pauze in de opnamen om de kerstdagen te gaan doorbrengen bij George en Patti Harrison in Engeland.

 

* * *

 

Half januari keren ze terug naar Durango, om wat nummers op te nemen voor de soundtrack van de film.

De sfeer op de set is nog steeds gespannen. Wanneer Dylan naar Mexico City vertrekt om er in de CBS Discos Studios te gaan werken, maken een aantal acteurs dankbaar van de gelegenheid gebruik om er mee tussenuit te knijpen. Daardoor begint Bob Dylan, op 20 januari, met een heel gevolg aan zijn eerste studiosessie in meer dan een jaar.

Wurlitzer verklaarde tegenover de pers: "Sam [Peckinpah] weet dat hij de strijd aan het verliezen is tegen Dylan. Hij heeft een vertoning van de film The Getaway gepland voor vanavond, maar iedereen wil met Dylan naar Mexico. Hij heeft dan ook een repetitie aangekondigd om 6:30, terwijl hij weet dat we nooit voor 8 uur terug zullen zijn. Mij kan het niet schelen. Ik moest daar weg."

 

Naast de acteurs met hun vrouwen of liefjes zitten er ook een hele bende muzikanten in de studio. 

"Ik liet mijn band overkomen,' legt Kristofferson uit, "omdat ik dacht dat die wel met Dylan zouden willen werken. Omwille van de vakbondsregels moest er echter voor iedere Amerikaan ook een Mexicaan in de studio zijn. Bob spreekt geen Spaans, dus vroeg ik of ik voor hem zou tolken tegen de Mexicaanse trompetspelers. Maar hij snauwde: 'Doe dat maar op je eigen nummers!'... Ik liet hem dan maar.

Ik begreep niets van zijn manier van werken. Mijn bandleden zeiden tegen me, dat hij hun niks wou uitleggen. Zodra ze iets begonnen te snappen van wat hij wou, begon hij aan het volgende nummer. En ze wilden zo graag hun best doen voor Dylan!"

 

Dylan heeft dan ook veel moeite om 'Billy' op band te zetten. Er worden zowel instrumentale versies, als met zang uitgeprobeerd. Het arrangement wordt steeds aangepast, maar het klikt niet. ‘Billy Surrenders’ en 'And He's Killing Me Too' hebben geen tekst. ‘Goodbye Holly’ staat er in één take op. Hoewel het nummer is geschreven voor de sterfscène van Holly, wordt de tekst meer gebracht als een soort dronkemansgebral. Allemaal: “Goodbye Holly, Holly goodbye!”

Voor 'Peco's Blues' zet Bob de Mexicaanse blazers aan het werk op iets wat sterk lijkt op de traditional 'What Does The Deep Sea Say?'. Zelf beperkt hij zich tot neuriën.

Tegen vier uur in de ochtend – ze zijn dan al acht uur aan het werk - probeert Bob een laatste keer om ‘Billy’ op te nemen, met alleen bassist Terry Paul als begeleider. Deze laatste take is geslaagd. Aangeduid als 'Billy 4' is het enige nummer van de gehele sessie dat zowel in de film als op de soundtrack LP is te horen.

Verder wordt enkel nog een halve minuut van ‘Billy Surrenders’ gebruikt in de film. Want, bij de vertoning van een ruwe montage in de Burbank Studios in Californië, blijkt dat de bazen van de filmstudio niet tevreden zijn met de muziek van Dylan.

 

Jerry Fielding, de componist waarmee Peckinpah eerder samenwerkte wordt er bij geroepen. Hij heeft een paar oscarnominaties op zak en laat van meet af weten niet veel op te hebben met populaire muziek: "een hoop onzin, uitsluitend geschikt voor puisterige tieners."

Toch is Dylan bereid om van hem te leren. Fielding raadt aan om ‘Billy’ te verknippen en de  relevante strofen op een negental plaatsen in de film te laten opduiken. Uiteindelijk worden dit beperkt tot vier momenten."

Over 'Goodbye Holly' is hij niet te spreken. Dat moet er helemaal uit.

 

"Ik had twee sessies gearrangeerd om de muziek in te dubben," vertelt Fielding. "Dylan had dat nummer ['Billy'] geschreven. Hij had een heel pak strofen die in willekeurige volgorde konden worden gezongen... Dus moest ik het nummer opnemen, vermits hij geen bladmuziek had, en ik liet het uitschrijven... Ondertussen vroeg ik hem om minstens één nieuw nummer te schrijven want je kunt moeilijk een hele film vullen met één enkel liedje. Dus kwam hij naar de volgende sessie met iets nieuws: 'Knock-Knock-Knockin' on Heaven's Door.' Iedereen vond het geweldig. Ik vond er niks aan. Ik gaf er de brui aan."

 

Dus trekt Dylan opnieuw de studio in, om 'Knockin' On Heaven's Door' op te nemen. Hij heeft zijn best gedaan. Het is een uitstekende ballad zoals hij ze sinds 1967 niet meer heeft geschreven.

Omdat een van Dylans kinderen ziek geworden is en die niet in Mexico kon worden verzorgd,wordt er deze keer opgenomen in de Warner Bros. Records' filmstudio in Burbank, Californië. Dat geeft Dylan ook de mogelijkheid om te werken met enkele van zijn favoriete  muzikanten.

Terry Paul is er opnieuw bij, naast Roger McGuinn en Jim Keltner. Daarnaast zijn er enkele zangeressen, harmonium, orgel, fluit en cello. Gordon Carroll treedt op als producer.

 

Ze beginnen ontspannen met een jam ‘Sweet Amarillo’. Dan wordt ‘Knockin’ On Heaven’s Door’ aangepakt. De eerste versie is halfbakken. Dan kondigt Dylan aan: “Goed, we gaan het doen zonder zang… dit is de laatste keer dat ik muziek maak voor een film. Ik hou het bij acteren."

Deze instrumentale versie is erg goed. Het gospelachtige van de gezongen versie is er al helemaal. Peckinpah verkoos deze versie voor de oorspronkelijke versie van de film.

 

En dan opeens klikt alles.

"Het was erg vroeg in de ochtend," vertelt Jim Keltner. "Een uur of 10. Alles viel vanzelf op zijn plaats...Er waren geen overdubs nodig. De zang gebeurde live. Een klein orgeltje… Roger McGuinn speelde mee, denk ik. Dit was voor een bepaalde scène in de film waarbij Slim Pickens sterft en het is de eerste keer dat ik huilde terwijl ik speelde. Het was een combinatie van de woorden, Bobs stem en de muziek zelf, de akkoorden en de beelden op het scherm...In die tijd stond je op een groot podium voor een massief scherm, waarop de scène werd geprojecteerd terwijl je opnam. De tranen liepen over mijn wangen de hele take lang."

 

Na 'Final Theme' volgt een tweede spontane jam : 'Rock Me Mama'. Na nog meer versies van 'Billy' (later aangeduid als ‘Billy 7’) en ‘Ride Billy Ride’ wordt afgesloten met 'Bunkhouse Theme'.

 

Tijdens de volgende sessie, enkele dagen later, wordt Dylan bijgestaan door gitarist Bruce Langhorne, bassist Booker T, drummer Russ Kunkel en Roger McGuinn op gitaar en banjo. Byron Berline speelt fiddle en verzorgt de backing vocals samen met Donna Weiss & Priscilla Jones. In deze bezetting worden 'Main Theme', 'Cantina Theme', 'Billy 1', 'River Theme' en 'Turkey Chase' op band gezet. Dat laatste is pure blue grass met virtuoos banjospel van Jolly Roger en uitstekende country fiddle door Byron Berline.

Haast alle muziek zowel voor de film als voor het soundtrackalbum wordt geselecteerd uit deze Burbank sessies.

Hoewel Dylan later nog regelmatig nummers zou leveren voor soundtracks, zou hij inderdaad nooit meer alleen een gehele soundtrack verzorgen.

 

* * *

 

Wanneer de filmopnamen zijn afgerond - 21 dagen over tijd en $1.6 miljoen over het budget - is de relatie tussen de regisseur en de producer erg verzuurd. MGM legt een onrealistische datum op voor de première. De regisseur doet zijn uiterste best om die te halen. 

 

Uiteindelijk wordt Peckinpah aan de kant geschoven. De producer laat verschillende scènes schrappen, waardoor bij de première in mei 1973 blijkt dat de film stevig is ingekort. Alle de scènes waaruit blijkt dat Pat Garrett absoluut niet van plan is om zijn vriend Billy The Kid over te leveren zijn allemaal geschrapt. Ook Dylans rol is in de gemonteerde versie beperkt tot een paar onbeduidende scènes.

 

Zowat alle betrokkenen spuien hun ontevredenheid. Peckinpah laat zijn naam zelfs van de aftiteling halen.

Dylan blikt in 1985 terug: “Sam zelf had geen controle over de film meer. Ik zag een voorvertoning en ik wist dat de boel verknipt was. Iemand had de schaar gezet in een aantal belangrijke scènes. De muziek leek willekeurig te zijn verspreid. Niets was nog op de plaats waar we de muziek hadden voor bedoeld – behalve  ‘Heaven’s Door’. Ik kan niet zeggen dat ik iets herkende van wat ik had gedaan, op de plaats waarvoor ik het had bedoeld.”

 

Nog voor de film in mei 1973 in de bioscopen begint te lopen, wordt hij door de critici in de pan gehakt. Het publiek blijft massaal weg en al na enkele weken verdwijnt Pat Garrett And Billy The Kid van het scherm. 

 

* * *

 

Bob Dylan is ondertussen aan het onderhandelen met zijn platenmaatschappij over een vernieuwing van zijn contract, dat binnenkort afloopt. Maar de belangstelling is eerder lauw na jaren van minimale activiteit. Enkel Clive Davis, een van de directeuren, gelooft nog in hem.

De zanger denkt er dan ook over een eigen platenlabel te beginnen, Ashes & Sand, met mensen als Leon Redbone. Er is ook sprake van een overstap naar Warner Brothers. Maar eigenlijk vindt hij de besprekingen gewoon vervelend.

 

In zijn autobiografie Clive: Inside the Record Business, vertelt Davis: "Begin 1973 ronde ik de besprekingen af voor een nieuw contract met Bob. Kort samengevat ging het over twee platen, plus de soundtrack van Billy the Kid. Er was geen beperking in de tijd op gezet. Er was $400,000 per plaat overeengekomen."

 

Maar dan wordt Clive Davis op 29 mei 1973 ontslagen wegens oneigenlijk gebruik van fondsen. Achteraf zou blijken dat Davis ontslag opgezet spel was om de man aan de deur te kunnen zetten en Dylan was bereid in zijn voordeel te gaan getuigen in juli 1975.

 

Nu zijn laatste verdediger is vertrokken, verbreekt Columbia de besprekingen.

Omdat de film Billy the Kid net is uitgebracht, eist Dylans advocaat, David Braun, dat de soundtrack moet worden uitgebracht. "Ze konden zo snel nergens anders naar toe," gaat Clive Davis verder. "Daarom ging Columbia akkoord om die ene plaat uit te brengen tegen het overeengekomen voorschot...Zodra de single aansloeg en bleek dat Dylan wel nog potentieel had, probeerde de nieuwe directeur, Goddard Lieberson de onderhandelingen te hervatten. "

  decoration
           

De soundtrack van Pat Garrett & Billy The Kid wordt dan op 13 juli 1973 toch nog uitgebracht. Het is Dylan's eerste nieuwe langspeelplaat in bijna drie jaar. Maar de muziek is voor het grootste deel instrumentaal en wordt door een deel van de critici hard aangepakt. Desondanks wordt de soundtrack het volgende jaar genomineerd voor een Grammy onderscheiding.

De LP komt op 4 augustus '73 de Billboard-albumlijst binnen en blijft op 16 steken. In Engeland strandt de plaat net binnen de top 30: op 29.

 

Op 8 augustus 1973 wordt 'Knockin' On Heaven's Door'/'Turkey Chase' als single uitgebracht. 'Knockin' On Heaven's Door' komt op 1 september '73 binnen in de Billboard Hot 100. De single haalt de 12de plaats.

‘Knockin' On Heaven’s Door’ wordt een van Bob Dylans bekendste nummers. Dat blijkt ook doordat de meest uiteenlopende artiesten er coverversies van opnemen. Zo zijn er uitvoeringen door Eric Clapton, Booker T. Jones, Nina Hagen, Jerry Garcia, Randy Crawford, Danny & Dusty, The Sisters Of Mercy, Herman Brood, The Jody Singers en Guns 'N Roses.

 

Voor Bob Dylan zelf betekende de soundtrack het begin van zijn wederopstanding. Na jaren van aanmodderen, zou hij binnenkort zijn muze helemaal terug vinden.

 

Sam Peckinpah overleed in december 1984 aan een hartaanval. Hij was pas 59.

 

En wat de film zelf betreft: de zogenaamde Turner Preview Edition is een ruwe montage van de film door Peckinpah zelf. Dit geeft de visie van de regisseur weer, voor de film hem uit handen werd genomen. Deze versie werd in 1988 door Ted Turner, met toestemming van MGM, op video uitgebracht. De critici reageerden enthousiast op deze uitgave en de film werd bestempeld als een miskend meesterwerk, één van de beste films uit de vroege jaren zeventig.

 

In 2005 werd door Warner Brothers een dubbele DVD uitgebracht met daarop naast de Turner Preview Edition ook een speciale derde versie, waarbij Paul Seydor de bioscoopversie heft aangevuld met scenes uit de director’s cut en zelfs scenes die nergens eerder werden vertoond. Toch is deze derde versie iets korter dan de director's cut.

decoration

07-11-07

Bob Dylan: Greatest Hits, Vol. 2

Bob Dylan's Greatest Hits, Vol. 2

decoration

 

 

 

 

 

 

 

 



Begin jaren zeventig ondervindt Bob Dylan - meer dan ooit - dat zijn roem hem belet om een "gewoon leven " te lijden. Hij begint zich zijn verhuizing naar de New York wijk Greenwich Village, al snel serieus te berouwen. De plek waar hij tien jaar eerder als een schooier arriveerde en waar hij uitgroeide tot een boegbeeld van zijn generatie, is helemaal veranderd. Later kijkt hij op deze periode terug als "de rotste tijd van mijn leven".

Dat is voor een groot stuk te wijten aan zijn persoonlijke kwelgeest: Alan Jules Weberman, een fanaticus die zich Dylanoloog noemt en leider is van het "Dylan Bevrijdings Front". Weberman schaduwt 'D', doorzoekt zijn vuilniszakken en organiseert excursies naar zijn huis. Zo moet de "spreekbuis van een generatie", die "met countrygeneuzel de linkse revolutie heeft verraden", tot inkeer worden gebracht.

Voor types als Weberman is Dylan een gemakkelijke prooi. Niet alleen heeft hij met Nashville Skyline en zijn langdurige radiostilte vanuit Woodstock tienduizenden fans van zich vervreemd, ook zijn sympathie voor Israël, dat hij in de laatste jaren herhaaldelijk heeft bezocht, zet kwaad bloed. Weberman onthult dat Dylan de rechtse Joodse defensie Liga van de racistische rabbi Meir Kahane financieel steunt. En inderdaad, op zoek naar zijn joodse roots heeft Dylan contact gelegd met de liga.
Weberman is een hinderlijke gek, maar in het radicale klimaat van de vroege jaren zeventig wordt hij maar al te serieus genomen. Wanneer Weberman het gerucht begint te verspreiden dat 'D' heroïne spuit, voelt Dylan zich gedwongen contact met hem te zoeken. Tijdens een ontmoeting onder vier ogen, begin januari 1971, praat hij op Weberman in om hem van zijn ongelijk te overtuigen. Naar verluid toont hij hem zelfs zijn gave onderarmen.

Enkele dagen later wil Weberman een artikel publiceren in de East Village Other over het gesprek dat hij heeft gehad met Dylan. Die belt hem op om hem te zeggen dat hij geen toestemming geeft om dat te doen. Maar Weberman neemt het gesprek op en laat dat publiseren in Rolling Stone en zelfs op LP uitbrengen op Folkways.


* * *

Vanaf 16 maart 1971 werkt Bob Dylan drie dagen in Blue Rock, een kleine studio in Greenwich Village. Volgens Clinton Heylin was Leon Russell de producer bij deze sessies. Leon had een jaar eerder grote successen behaald met de tournee Mad Dogs and Englishmen, met Joe Cocker. Record Collector meent dan weer te weten dat George Harrison de sessies leidde.
Er is geen papierwerk opgedoken van deze sessies. Vast staat dat naast Leon op piano ook de gitaristen Jesse Ed Davis en Don Preston aanwezig waren. Voor de ritmesectie werd beroep gedaan op Carl Radle en Jim Keltner. Claudia Linnear & Kathy McDonald verzorgden de achtergrond zang.

Hoewel Leon Russell de sessies omschreef als erg dynamisch en positief, was het  enige tastbare resultaat van drie dagen werk slechts twee nummers 'When I Paint My Masterpiece' en 'Watching The River Flow'. Beiden belichten openhartig hetzelfde thema: een gebrek aan inspiratie.

'Watching The River Flow' werd in juni 1971 op single uitgebracht. Voor de b-kant werd de solo versie van 'Spanish Is The Loving Tongue' gekozen, die werd opgenomen tijdens de New Morning sessies. Hoewel beide kanten van het 45 toerenplaatje uitstekend zijn, sloeg het niet aan en werd de Top 40 niet gehaald.

'When I Paint My Masterpiece' werd doorgegeven aan The Band, die hun versie uitbrachten op Cahoots.

De bewering van Heylin dat er ook werd gewerkt aan 'Spanish Harlem', 'That Lucky Ol' Sun', 'Alabama Bound', 'Blood Red River' en 'Rock Of Ages' zijn nooit hardgemaakt.

* * *

Die lente verhuist Dylan naar een huurhuis in East Hampton, Long Island. New Hampton was een toevluchtsoord geworden voor kunstenaars, schrijvers en rijke families.
Het huis dat Dylan huurt is van Henry Ford geweest. Het is een koloniaal huis met luiken in plantagestijl, gelegen in een rustige straat met majestueuze oude iepen.  Het zicht op het gebouw wordt door hoge heggen onttrokken aan de straat. Een voordeel is ook de grote achtertuin - ideaal voor de kinderen. Inbegrepen is ook een sleutel die toegang geeft tot een omheind duin dat leidt naar een ongerepte Atlantisch zandstrand.
Dylan begint er landschappen te schilderen en kan er veel uitstapjes maken met zijn kinderen.

* * *

Volgens hardnekkige geruchten zou er half mei 1971 een opnamesessie hebben plaatsgevonden met Elvis Presley en Bob Dylan in de RCA Studios in Nashville. Er circuleert zelfs een lijst met 17 titels. Het is echter erg onwaarschijnlijk dat de sessie ooit heeft plaatsgevonden.

Temeer daar Dylan en Sara omstreeks die tijd weer met vakantie zijn in Israël. Het is bedoeld als een soort tweede huwelijksreis, want de kinderen zijn thuis gebleven. Sinds de dood van zijn vader is hij geïnteresseerd geraakt in de Joodse godsdienst. Op 24 mei viert hij zijn dertigste verjaardag in Jerusalem. Samen met Sara wordt hij er gefotografeerd aan de Klaagmuur.
Onmiddellijk na publicatie van de foto wordt het koppel belaagd door de pers.
Later verteld hij daar over: "Dat bezoek had niet veel belang. Maar ik ben wel geïnteresseerd in wat en wie een Jood is. Het interesseert mij dat Joden Semieten zijn, net als Babyloniërs, Hittieten, Arabieren, Syriërs, Ethiopiërs. Maar een Jood is anders, omdat vele mensen Joden haten."

Enkele dagen later bezoeken Bob en Sara de kibbutz Givat Haim, om de mogelijkheden te bekijken om er zich te vestigen. Het plan strandt op de weigering van de bewuste kibboets om tegemoet te komen aan Dylans hoge eisen op het gebied van huisvesting en privacy.

* * *

Op 17 juli 1970 komen Bob Dylan en zijn vroegere manager Albert Grossman eindelijk tot een overeenkomst om hun samenwerking officieel te verbreken. Grossman behoudt zijn rechten op de nummers geschreven in de periode dat hij het management deed voor de zanger. Hij behoudt ook zijn rechten van zijn muziekuitgeverij Witmark, de gemeenschappelijk opgezette muziekuitgevrij Dwarf Music en  de samenwerkingsovereenkomsten Big Sky. Dylan krijgt de controle en de administratie in handen van zowel de gemeenschappelijke als de samenwerkingsovereenkomsten.

* * *

In juli 1971 hebben George Harrison en Ravi Shankar hebben hun vrienden opgetrommeld voor een groots benefiet. Met de opbrengsten willen ze de noodleidende bevolking van Bangla Desh helpen. Die hebben bovenop een burgeroorlog ook nog een zware overstroming, gevolgd door massale hongersnood te verwerken gekregen. 

George heeft de andere Beatles gevraagd, plus Bob Dylan en Eric Clapton. Die laatste heeft zich sinds enkele jaren terug getrokken in zijn eigen drugswereldje. Paul McCartney heeft laten weten dat hij het te vroeg vindt voor een reünie. Bovendien staat zijn vrouw op het punt te bevallen. John zegt toe, op voorwaarde dat Yoko mee mag doen. Wanneer George daar zijn veto over stelt, leidt dat tot een serieuze echtelijke ruzie waarbij John alleen naar Engeland vlucht.

Bob Dylan heeft na lang aandringen van George toegezegd. Maar wanneer hij dan een grote hoeveelheid apparatuur ziet klaarstaan, probeert hij er met een smoes van af te komen. Bassist en vriend van The Beatles Klaus Voormann: "Het bleef onzeker of Dylan zou spelen. Het maakte in feite niet uit. Natuurlijk was het fantastisch als hij speelde, maar het concert zou even goed verbazingwekkend zijn als hij niet kwam. Ik heb geen idée hoe het met hem gesteld was toen, maar ik weet dat hij van George houdt en dat George hem aanbad."
Als reserve heeft George een set van Apple protégés Badfinger voorzien. Gitarist Joey Molland: "Tegen zaterdag hadden we de show op poten staan en gingen naar Madison Square Garden voor de laatste repetitie. We waren net klaar om terug naar het hotel te vertrekken toen Dylan het podium op wandelde. Hij begint gewoon te spelen - het was een soort privé concert. We zaten allemaal in de hal en het was moeilijk te geloven dat het echt gebeurde. Niemand had Dylan verwacht en ook Eric Clapton kwam pas die dag af."

Op zondag 1 augustus 1971 vinden dan de twee benefietconcerten plaats in Madison Square Garden, New York. De legendarische producer Phil Spector maakt 16-sporen opnamen van de concerten, met 44 microfoons. Sol Swimmer filmt alles.

Na een set van Ravi Shankar, (die overigens al een warm applaus krijgen voor het stemmen van de instrumenten) speelt George een paar solo-nummers. Dan komen Billy Preston en Ringo Starr elk hun recente hitsingles brengen. George keert terug om de band te introduceren en nog enkele Beatlessongs te zingen, onderbroken door een medley van Leon Russell.
Pas wanneer hij Bob aanstalten ziet maken om het podium op te stappen durft George het aan hem aan te kondigen: "Here's another friend of us all: Mr. Bob Dylan." Het gejuich is overdonderend.

Bob Dylan laat dan ook vele harten sneller kloppen met het onverwachte optreden. Gekleed in een vaalblauw spijkerpak zingt hij onder meer het inmiddels klassieke 'A Hard Rain's A-Gonna Fall' en 'Blowin' In The Wind'. Hij begeleidt zichzelf op gitaar en harmonica en zingt met zijn oude, rauwe jaren-zestigstem. Van de gereserveerde countryheer op Nashville Skyline is geen spoor meer te bekennen.
Daarna komt George Harrison erbij met een akoestische gitaar, plus Leon Russell op bas en Ringo met een tamboerijn.
Dylan brengt eerst nog 'It Takes A Lot To Laugh, It Takes A Train To Cry' en dan, 'Love Minus Zero/No Limit' en 'Just Like A Woman'.
Daarna sluit George de show af met nog twee nummers.
Dit is voor het eerst in acht jaar dat Dylan 'Blowin' In The Wind' gezongen heeft. Volgens Phil Spector was dat op speciaal verzoek van George Harrison. "Denk je dat je 'Blowin' In The Wind' kunt zingen? Het publiek zou er gek van worden. Bob keek hem aan: 'Ben je geïnteresseerd in 'Blowin' In The Wind'? Ga jij 'I Wanna Hold You Hand' zingen?"

Voor de avondshow vervangt Dylan 'Love Minus Zero/No Limit' door 'It Takes A Lot To Laugh, It Takes A Train To Cry'. Voor de rest blijft de setlist identiek voor beide concerten.
Na afloop is er een feestje bij Ugano's. George en Bily Preston treden er op en  Phil Spector brengt er een unieke versie van 'Da Do Ron Ron' met Keith Moon op drums.

* * *


Met hun sterartiest terug in de belangstelling en geen nieuw plaatwerk van hem in het verschiet wil CBS Records een tweede verzamelaar uitbrengen van Bob Dylan. Clive Davis stelt voor er een dubbellaar van te maken. Dylan gaat akkoord, op voorwaarde dat een hele kant wordt besteed aan uitgegeven materiaal.

Hij levert een selectie in van tracks uit de Basement Tapes, maar Davis vindt de productie van dat materiaal ondermaats.

Daarom trekt Bob op 24 september 1971 weer de studio in, om een paar Basement Tapes songs opnieuw op te nemen. Voor de gelgenheid heeft hij zijn buurman Happy Traum uitgenodigd.
Happy, die eigenlijk gewoon Harry heet, was een banjospeler en gitarist die het vak in de  jaren vijfig had geleerd van bluesmuzikant Brownie McGee. Met zijn groep The New World Stingers, was hij een van de eersten die nummers van de jonge Dylan hadden gecoverd. Dylan speelde dan weer mee (onder de naam op Blind Boy Grunt)op zijn allereerste LP, Broadside, Vol.1, opgenomen voor Folkways Records.

"Hij wist dat [Columbia] nummers had uitgekozen voor een dubbele verzamel-LP," vertelt Happy Traum. "Hij was niet akkoord met de keuze. Hij had het gevoel dat hij een aantal nummers die hij had geschreven en die door anderen waren gedaan, dat hij die zelf moest doen en die dan op de plaat zetten.
Dus deden we dat op een namiddag. Gewoon wij tweeën en een technicus. Het was heel eenvoudig: we namen vijf nummers op. Daar koos hij er drie van en die werden ter plaatse gemixt. Allemaal op één namiddag. Ik wist dikwijls niet eens of het de laatste take was en dan zei hij: 'OK, kom we gaan het mixen'."

De drie die worden geselecteerd zijn: 'You Ain't Goin' Nowhere', 'Crash On The Levee (Down In The Flood)' en 'I Shall Be Released'.

Overigens heft Dylan de tekst van 'You Ain't Going Nowhere" wat aangepast om een sneer te kunnen geven aan het adres van Roger McGuinn. Hij adviseert hem "pick up your tent, you ain't going nowhere". Dat is een reactie op McGuinn's eigen tekstwijziging. Die had bij de versie van The Byrds, uitgebracht op Sweetheart of the Rodeo, gezongen "Pack up your money/ Pick up your tent" in plaats van "Pick up your money/ Pack up your tent" zoals Dylan origineel zong.

Eeen vierde nummer is een nieuwe versie van 'Only A Hobo' uit 1963. Dit nummer wordt in 1991 geselecteerd voor The Bootleg Series Volumes 1-3 (Rare & Unreleased) 1961-1991, maar blijft uiteindelijk onuitgebracht.
Welk het eventuele vijfde nummer was, is niet gekend.

* * *

Amper twee weken later staat Bob Dylan opnieuw in de studio. Hij heeft in de krant een artikel gelezen over de dood van een jonge zwarte activist.
George Jackson is op 21 augustus door een bewaker neergeschoten tijdens een opstand in de San Quentin-gevangenis in Californië. Jackson zou drie dagen later  opnieuw voor de rechter moeten verschijnen. Hij zat een gevangenisstraf van achttien jaar uit, omdat hij bij een roofoverval op een benzinestation $71 had buitgemaakt. In de gevangenis was hij lid geworden van de Black Panther-beweging van Malcolm X. Tijdens zijn gevangenschap had hij twee boeken geschreven: Blood In My Eye en Soledad Brother.

Het gebeuren heeft Dylan zo aangegrepen dat hij op 4 november nog eens een heuse protestsong op wil opnemen. Of misschien is het gewoon zijn bedoeling om Weberman de wind uit de zeilen te nemen. 

Hij neemt twee versies op van 'George Jackson': één solo en één met een band. Ook 'Wallflower' komt uit deze sessie.
Met steel gitarist Ben Keith , drummer Kenneth Buttrey en Leon Russell op bas wordt eerst 'Wallflower' op band gezet. Dit nummer blijft in de kast tot het in 1991 wordt bovengehaald voor The Bootleg Series, 1961-1991.
Daarna wordt een lange 'big band' versie opgenomen van 'George Jackson'.

Na afloop zet Bob solo ook nog een kortere, akoestische versie van de protestsong op band.

Beide versies worden samen op 12 november 1971, amper een week na de opname uitgebracht. De single komt op 4 december '71 de Billboard Hot 100 binnen, maar komt niet hoger dan 33.

Vijf dagen later ligt Bob Dylan's Greatest Hits, Volume 2 in de winkels. Op deze dubbel-lp staan naast een pak oudere nummers dus ook een vijftal recente opname, plus een schitterende live-versie van 'Tomorrow Is A Long time' - opgenomen op 12 april 1963 en geselecteerd voor de onuitgebracht live LP.

De foto op de voorzijde van de hoes was getrokken door Barry Feinstein tijdens het Bangla Desh concert. Het is een opzettelijke imitatie van de foto die Rowland Scherman in 1965 maakte voor Greatest Hits Vol. 1.

 

decoration


De verzamelaar komt op 11 december '71 de Billboard-albumlijst binnen en bereikt, als hoogste notering, een veertiende plaats.
In Europa heet de plaat overigens More Bob Dylan's Greatest Hits.
Het is een van Dylans best verkochte platen.


Pas in juli 1972 verschijnt een single met twee nummers uit de Greatest Hits collectie: 'When I Paint My Masterpiece'/'I Shall Be Released'.

De akoestische versie van 'George Jackson' is later ook nog eens uitgebracht op de Australische verzamelaar Masterpieces, maar de 'big band' versie is zeer moeilijk te vinden.

* * *

De driedubbele boxset The Concert For Bangla Desh wordt met heel veel vertraging pas op 20 december 1971 uitgebracht. In Amerika wou Capitol wou de LP niet distribueren indien ze er geen winst aan hadden. Dat was genoeg om zelfs de vredelievende George Harrison woest te krijgen. Iedereen had immers gratis gespeeld en de platenmaatschappij van The Beatles, Apple Corps, had de kosten voor het boekje op zich genomen. En EMI had geen enkel bezwaar gemaakt tegen de Europeese ditributie. Pas wanneer George ermee dreigde naar CBS te stappen, bond Capitol in en gaf $ 3,7 miljoen als vooruitbetaling.

De verdeling van de cassettes en 8-tracks werd toevertrouwd aan Columbia Records, in ruil voor hun toestemming voor het gebruik van Dylans bijdrage, die een hele plaatkant besloeg. Uiteindelijk ontving enkel Columbia $ 0,25 per verkochte LP. Dylan zelf zag daarvan nooit een cent.

Het geheel brengt uiteindelijk iets meer dan $ 15 miljoen op, al zou het door allerhande administratieve beslommeringen jaren duren eer het geld terecht kwam bij de noodlijdende bevolking van Bangla Desh.

 

decoration

07-10-07

Bob Dylan: Nashville Skyline

Nashville Sklyline

 decoration

In de lente van 1968 lijkt de wereld wel in brand te staan. In Europa komen overal studenten op straat. In Noord Amerika zijn er zijn rellen in zwarte getto's en demonstraties tegen de oorlog in Vietnam.
Maar Bob Dylan, de vroegere leider van de tegencultuur, valt nergens te bespeuren. In zijn Kronieken legt hij uit: "Ik had vastbesloten me daar zo ver mogelijk vandaan te houden. Ik had nu een gezin en voelde er niets voor om op dat groepsportret te staan." Hij doelt op de vermoorde leiders: Martin Luther King en Robert Kennedy...
Dus wordt het opnieuw stil rond Dylan na John Wesley Harding.

* * *

Op 5 juni 1968 overlijdt Bobs vader Abraham Zimmerman plots aan een hartaanval. Hij was pas 56.
De zanger vliegt alleen naar Hibbing om de begrafenis bij te wonen. Hij maakt een volwassen, bijna ouwelijke indruk op zijn familie. Precies zijn vader, vinden kennissen van de familie. Na afloop weet hij zijn moeder te overtuigen om haar spullen bijeen te pakken en mee te verhuizen naar Woodstock.

Wanneer zij daar arriveren ligt er een brief op hem te wachten. De dichter Archibald MacLeish informeert of hij interesse heeft om mee te werken aan een nieuw toneelstuk. Het stuk, Scratch, zou een musical worden op basis van een kortverhaal van Stephen Vincent Benet: The Devil and Daniel Webster.

Bob en Sara gaan de winnaar van de Pulitzer prijs opzoeken, bij hem thuis in Conway, Massachusettes. Urenlang overdonderd de man hen met zijn kennis van de literatuur. Pas na het diner legt hij uit dat hij wil dat Dylan enkele nummers schrijft die commentaar leveren bij de scŠnes. Hij stelt wat songtitels voor: 'Father Of Night', 'Red Hands' en 'Lower World'. Dylan vindt het wereldbeeld van de man erg somber en beloofd hem er over na te zullen denken.

Maar er zijn nog mensen die een beroep op hem doen. Regisseur John Schlesinger heeft hem gevraagd een nummer te schrijven voor zijn film Midnight Cowboy.

Voor het eerst in zijn loopbaan lijkt Dylan echter te worstelen met een creatieve impasse. Wat valt er nog te zeggen na de vrome wijsheden van John Wesley Harding?


Wanneer hij uiteindelijk het sensuele 'Lay Lady Lay' zal binnensturen is het te laat. Harry Nilssons cover van Fred Neils 'Everybody's Talking' wordt een grote hit.

* * *

Einde juli wordt de familie uitgebreid met een derde kind: Samuel Abram Dylan. Omdat het Byrdcliffe huis te veel wordt bezocht door nieuwsgierigen verhuist de familie Dylan naar een meer afgelegen woonst aan Ohayo Mountain Road in Woodstock. "Hele bendes uitvreters kwamen helemaal uit Californi‰ op bedevaart. Op alle uren van de nacht werd in ons huis ingebroken door belagers."
Om zijn familie te beschermen heeft Dylan zich zelfs bewapend.
"We werden gehaat door de buren," schrijft Dylan later in Kronieken. "We moeten op hen zijn overgekomen als een kermisattractie."Later zal hij verklaren dat "op het platteland leven geen vlucht is. Het is niet dat ik er mij aan het voorbereiden was om terug met iets te komen. Je moet met rust gelaten worden om iets te kunnen verwezenlijken."


Omdat songschrijven niet meer wou lukken - hij noemt het "the amnesia" - zoekt hij een andere uitlaatklep voor zijn creativiteit. Voor zijn zevenentwintigste verjaardag krijgt hij van Sara een doos olieverf. Hij vraagt aan zijn buurman, de schilder Bruce Dorfman, of die hem lessen wil geven.

* * *

Hoewel hij al een hele tijd geen nieuwe platen meer heeft uitgebracht is Dylan geen moment uit de belangstelling verdwenen. De covers van 'This Wheel's On Fire', door Julie Driscoll & Brian Auger & The Trinity en 'All Along The Watchtower' door Jimi Hendrix staan in de top 10. Het muziektijdschrift Rolling Stone wijdt die zomer zelfs een artikel aan de Basement Tapes, onder de titel "The missing Bob Dylan Album" en Music From Big Pink, de debuutplaat van Dylans vroegere begeleidingsband maakt grote indruk omwille van zijn originaliteit. Een volledige afkeer van alle hedendaagse muzikale modetrends en een terugkeer naar de traditionele Amerikaanse muziekvormen: folk, blues, gospel, rhythm & blues, klassiek en rock & roll. De invloed van de Basement tapes sessies is onmiskenbaar en er staan dan ook vele nummers op die door Dylan en en/of de bandleden in die periode zijn geschreven.

* * *


Einde november 1968 komen George Harrison en Beatleshulpje Mal Evans op bezoek bij Bob Dylan in Woodstock. "Ik was uitgenodigd door The Band," vertelt George. "Het was Thankgiving... Ik was een tijdje bij hem thuis, bij Sara en de kinderen. Hij leek erg nerveus en ik voelde me er niet op mijn gemak. Het was raar, zeker omdat het toch bij hem thuis was."
Bij zijn terugkeer naar Londen schetst de Beatle een deprimerend verslag van Dylans toestand. "Hij had geen zelfvertrouwen meer. Hij zei dagenlang geen stom woord."Toch schrijven ze samen een nummer: 'I'd Have You Anytime'. "Zo rond de derde dag haalden we de gitaren boven en toen kwam hij wat los en ik zei tegen hem, 'Schrijf mij wat woorden'. Zo in de aard van 'Johnny's in the basement, mixing up the medecine' - dat soort dingen.
En hij zei: 'Toon mij wat akkoorden, hoe schrijf je die deuntjes?'
Ik begon wat akkoorden te spelen en stilaan ontstond er iets. Hij ging dan wat verder. Het eerste wat in me op kwam was, 'Let me in here/I know I've been here/Let me into your heart'. Ik zei tegen Bob, 'Kom op, geef me wat woorden'. Hij schreef de overgang. Prachtig! En dat was dat."
Dylan geeft Harrison ook een band mee met opnamen van The Basement Tapes - waarschijnlijk een kopie van de Dwarf demo band.

* * *

In januari 1969 vraagt Peter Fonda aan Bob Dylan of hij een nummer wil bijdragen voor de soundtrack van de film Easy Rider, die hij met Dennis Hopper aan het draaien is. Maar het is Roger McGuinn die 'The Ballad Of Easy Rider' brengt in de film.
"Peter Fonda wou een nummer speciaal geschreven voor de film," vertelt McGuinn. "Dus ging hij naar New York en liet de opnamen zien aan Bob. Dylan schreef wat regels op een servet, overhandigde het aan Peter en zei 'Geef dit aan McGuinn, hij weet wat hij er mee moet doen'. Ik kreeg de servet, schreef de melodie en maakte de tekst af. Toen het nummer uitkwam, gaf ik Bob 50% van de auteursrechten, maar hij belde me en vroeg hem te schrappen. Hij had het geld niet nodig, zei hij."
De film komt in de bioscoop in de zomer en de soundtrack wordt uitgebracht op 17 oktober '69.

* * *

In februari 1969 vliegt Dylan naar Nashville om er te beginnen aan een opvolger voor John Wesley Harding.
Er waren alweer vijftien maanden verlopen sinds hij voor het laatst in een studio was geweest. Even lang als de pauze tussen de laatste sessie van Blonde On Blonde en de eerste van John Wesley Harding. Maar waar hij toen, in die periode, een veertigtal nieuwe nummers had geschreven had hij er nu nauwelijks vier ter beschikking. Hij hoopte er op dat de inspiratie wel zou komen, eens hij maar bezig was.

Een eerste sessie is gepland op woensdag 12 februari. De studio is geboekt van 18 uur tot 22 uur 30. Het is niet bekend aan welke nummers er toen werd gewerkt. Misschien werd er wel helemaal niets op band gezet.

De vier beschikbare nummers worden dan ook allemaal opgenomen tijdens de twee sessies van 14 februari. Zowel de producer, Bob Johnston, als de muzikanten zijn dezelfden als bij de vorige plaat: bassist Charlie McCoy en drummer Kenneth Buttrey. Er is echter terug gekozen voor een voller geluid en daarom worden zij aangevuld met ene Kelton D. Herston (die waarschijnlijk gitaar speelde), plus pianist Robert S. Wilson en gitaristen Charlie Daniels en Norman L. Blake.

Tijdens de eerste sessie, van 18 tot 21 uur, worden drie nummers op band gezet. Eerst 'To Be Alone With You' (waarbij je Bob Dylan aan Bob Johnston hoort vragen: "Is it rolling, Bob?"). Daarna 'I Threw It All Away' en tenslotte een titelloze blues.


Voor de tweede sessie, die loopt tot middernacht is nog meer volk uitgenodigd: steel gitarist Pete Drake en een vijfde gitarist, Wayne Moss. Het nieuwe 'One More Night' heeft dan nog een andere titel: 'No Light Will Shine On Me', een duidelijke verwijzing naar 'The Midnight Special'. Daarna wordt een eerste versie van 'Lay, Lady, Lay' uitgeprobeerd.

Ook de avond daarna zijn er weer twee sessies, tussen 18 uur en middernacht. Alle muikanten zijn opnieuw aanwezig, al is Wayne Moss enkel voor de tweede sessie beschikbaar. Dylan heeft een paar nieuwe songs uit zijn mouw geschud. Maar 'Peggy Day' is duidelijk haastwerk. Iets beter is Presley-achtige ballad 'Tell Me That It Isn't True'. De tweede sessie begint met nog meer vulsel: 'Country Pie', waarna er opnieuw wordt gewerkt aan 'Lay Lady Lay'.

Drummer Kenneth Buttrey kijkt later terug op de sessie: "Ik herinner me vooral 'Lay Lady Lay.' Hij speelde het voor in de studio. Gewoonlijk ga ik gewoon achter mijn drumstel zitten en begin wat dingetjes uit te proberen tot er iets klikt, maar ik vond niet direct iets, deze keer. Wanneer zoiets voorvalt stap ik gewoonlijk op de artiest af en vraag hem wat hij wil qua drums. Soms hebben ze al iets in gedachte tijdens het schrijven...Dus vroeg ik aan Dylan of hij iets specials wou. Hij keek mij gewoon aan. Hij had blijkbaar ook geen idee. Hij dacht even na en zei dan: 'Bongo's.' Ik zei: 'Wat??' En hij weer: 'Bongo's.' 'Euh... Ok‚‚.' Ik peinsde er zelf niet over. Bongo's, kom aan zeg, dat hoorde ik nu helemaal niet bij dit nummer.

Dus, dacht ik, ik vraag het aan Bob Johnston. Ik stak mijn hoofd de controlekamer in en vroeg: 'Bob, heb jij een voorstel voor de drums op dit nummer?' Hij sloot zijn ogen even om er over te denken en mompelde toen: 'Koebel?' 'Koebel?' deed ik. En hij weer 'Koebel!'
Ik slenterde terug naar de studio. In de hoek stond er een goedkope bongo's - echt niet te stemmen. Ik stopte er mijn aansteker in om de toon wat hoger te krijgen. De koebel was ook snel gevonden.


Er hing één microfoon boven mijn drumstel. Daar gaf ik een zwaai aan. Dan riep ik Kris Kristofferson - die werkte toen als conciërge in de Columbia Studios. Hij had net mijn asbak leeg gemaakt en ik zei hem: 'Kris, doe me lol, hou die spullen even voor me vast.' In de ene hand hield hij de bongo's en in de andere de koebel.


Ik wilde het net gaan uitproberen toen het sein werd gegeven om de opname te beginnen. Ik had geen tijd gehad om iets uit te testen. Dus zei ik tegen Kris: 'Ik zal ze eens laten horen wat voor stomme idee‰n ze hebben bedacht.'

Ik combineerde gewoon het idee van Bob Johnston met dat van Bob Dylan. We begonnen te spelen en gaandeweg begon ik er zin in te krijgen. Toen kwam het refrein er aan. Ik haast mij naar het drumstel - luister maar eens naar de plaat, hoe ver weg de drums klinken. Er was geen microfoon meer boven het drumstel. Het is gewoon pure lekkage. Maar het klinkt goed. Het was gewoon meteen raak, die eerste take.

Tot op de dag van vandaag vind ik het nog altijd één van de mooiste drumpatronen die ik ooit heb gespeeld. Iedere keer dat ik het hoor moet ik denken aan hoe toevallig het allemaal is tot stand gekomen. Zomaar, uit het niets."

Dylan heeft geen materiaal meer.

Later beweert hij dat het nooit zijn bedoeling was om een hele LP op te nemen tijdens deze sessies, maar dat de platenmaatschappij er op aandrong om door te zetten. Dylan wil niks beloven, maar wil wel in Nashville blijven om Johnny Cash te ontmoeten, die maandag een sessie heeft geboekt.

Tijdens zijn verblijf in de Ramada Inn probeert hij wat nieuwe songs te bedenken maar komt niet veel verder dan de eerste regels voor een vervolg op 'I'll Be Your baby Tonight': 'Tonight I'll Be Staying Here With You'.

Na het weekend worden de muzikanten terug opgetrommeld voor een namiddagsessie, van 14 tot 17 uur.
Het instrumentale 'Nashville Skyline Rag' staat snel op band, maar daarna moeten de muzikanten wachten terwijl Dylan het grootste stuk van het nieuwe nummer verder moet uitwerken. Wanneer hij klaar is wordt het in elf takes opgenomen.

Ondertussen is Johnny Cash gearriveerd. Hij komt wat songs opnemen voor b-kantjes.

's Avonds vindt er dan een gezamenlijke sessie plaats met de beide zangers.
Producer Bob Johnston beweert dat hij achter de samenwerking zat: "Ik was overdag met Cash aan het werk en Dylan kwam daarna voor de avondsessies. Op een avond had ik de microfoons klaargezet en twee stoelen tegenover elkaar. Ze keken mekaar aan en begonnen te zingen!"

Volgens Cash was het echter Bobs idee: "Hij vroeg me om er op mee te spelen... 't is te zeggen, we waren in de studio en... ze zetten de apparatuur aan voor een uurtje of twee."

Eerst brengen ze samen Dylans 'One Too Many Mornings' en daarna een oud nummer van Cash: 'I Still Miss Someone'. Ze sluiten de sessie af met een experiment waarbij elk een eigen nummer zingt, op dezelfde melodie, terwijl de ander met zijn ding bezig is. De merkwaardige combinatie van 'Don't Think Twice, It's All Right' en 'Understand Your Man' blijft onuitgebracht, net als de rest van deze sessie. Al is er wel een stukje te horen van het eerste nummer in een documentaire rond Cash: The Man And His Music.

De volgende avond jammen de beide legendes opnieuw samen, deze keer in een ongedwongen sfeer, zonder de studiomuzikanten.
Johnny Cash: "We speelden 16 of 17 nummers, maar het was alleen maar voor ons plezier. Het was zoiets als het zogenaamde Million Dollar Quartet, toen ik aan het zingen was met Elvis en Carl [Perkins] en Jerry Lee [Lewis]. De nummers hadden geen begin en geen einde, we speelden maar waar we zin in hadden en iedereen kon meedoen. Bob en ik deden 'Careless Love'... om het even wat, waar we de tekst van kenden.... "

Ze grijpen vooral terug naar nummers uit de Sun periode, zoals 'I Walk The Line' van Cash zelf, maar ook 'Mystery Train' van Elvis en 'Matchbox' van Carl Perkins. Andere nummers gaan nog verder terug: enkele van Jimmie Rodgers' Blues Yodels uit de jaren dertig of traditionals als 'Just A Closer Walk With Thee' en 'How High The Water'.

Alles bij elkaar worden er slechts drie composities van Dylan gebracht: 'Girl From The North Country', 'One Too Many Mornings' en het speciaal voor Cash geschreven 'Wanted Man'.
De ietwat rommelige versie van het eerste nummer is het enige dat wordt geselecteerd voor de Nashville Skyline.
En 'Wanted Man' wordt door The Man In Black, een week na de opname voor de eeuwigheid vastgelegd tijdens zijn beroemd geworden optreden in de gevangenis van San Quentin.

"Er zijn misschien twee nummers bij die goed genoeg zijn om uit brengen," meent Cash zelf ook, "maar het is zeker geen hele LP.... Het was een onaangename verassing voor Bob en mijzelf toen de banden van die sessies plots overal in Europa opdoken als bootlegs."


Dat kon gebeuren doordat Bob Johnston de masters ter bewaring had gegeven in een speciaal magazijn in Nashville. Toen iemand na een tijdje vergat de huur te betalen besloot de uitbater dat hij dan maar de banden kon verkopen op zijn kosten te recupereren.

Over de opnamesessie die op 19 februari plaatsvond tussen 18:00 en 22:30 is geen informatie beschikbaar over de nummers die werden opgenomen.

De volgende avond vinden nog twee sessies plaats waarbij - blijkbaar moeizaam - overdubs worden aangebracht op 'Lay Lady Lay'.

Op 21 februari worden de opnamen afgerond met nog eens twee sessies voor nog meer overdubs.

* * *

In maart gaat de fotograaf Elliott Landy Dylan thuis opzoeken in Woodstock om wat foto's te trekken voor een fotoboek over de kunstenaarskolonie. Hij schiet er idyllische tafereeltjes van de man en zijn gezin. "

Hij was zeer gelukkig, verliefd op zijn lieflijke en bevallige vrouw, Sara en zijn familie. Hij verstopte zich voor de buitenwereld, genietend van de magische ervaring van jonge kinderen te hebben. Dat is de reden waarom ik vele jaren gewacht heb om de foto's te publiceren. Hij was erg gesteld op privacy en wou geen media aandacht voor zijn familie."
 
Enkel een foto van de glimlachende zanger komt terecht op de hoes van Nashville Skyline. Als om te bewijzen dat hij eigenlijk nog steeds dezelfde is, draagt hij opnieuw dezelfde jas die hij ook al op de hoezen van Blonde On Blonde en John Wesley Harding droeg.

* * *

Op 9 april 1969 wordt Nashville Skyline uitgebracht. Het is een melodieuze country-lp vol liedjes over liefde en huiselijk geluk. Het klinkt allemaal wel erg lichtgewicht en straalt een sfeer van vrolijkheid en zorgeloosheid uit.

Met enige moeite heeft Johnston 27 minuten aan materiaal kunnen bijeenschrapen. En dat is dan nog omdat Dylan op het laatste moment het duet met Cash, 'Girl From The North Country', er als openingstrack aan toe heeft gevoegd.

Vele fans zijn geschokt dat Dylan zo'n conservatief muziekgenre durft gebruiken. Het werd beschouwd als een bewuste provocatie van zijn fans, even schokkerend als het inpluggen van zijn gitaar vier jaar eerder. Veel rockcritici hadden dan ook de pest aan Nashville Skyline.


Anderen vinden dan weer dat hij een brug slaat tussen de muziek van de werkman en die van de studenten.

Misschien was het inderdaad Dylans bedoeling om een deel van de opdringerige fans af te stoten. "Ik was geen woordvoerder van om het even welke generatie," windt hij zich op in zijn Kronieken, "en dat idee moest met wortel en al worden vernietigd."

Wat erg opvalt is dat Dylans stem drastisch is veranderd: de 'stem van een generatie' is honingzoet geworden. Alleen heel oude kennissen uit Minnesota komt dit warme stemgeluid bekend voor: zo klonk Robert Zimmerman ongeveer, voordat hij naar New York vertrok.

Volgens de man zelf is zijn nieuwe stemgeluid geen provocatie of stijlkwestie maar simpelweg het gevolg van een gezonde levensstijl. "Mijn stem veranderde toen ik stopte met roken," legt hij in november broodnuchter uit aan een devote Jann Wenner van Rolling Stone.

De plaat wordt opmerkelijk genoeg Dylans grootste kassucces tot dan toe, met een derde plaats in de Amerikaanse hitlijsten en zelfs een eerste plaats in Engeland.

* * *

Nog geen tien dagen na het uitbrengen van de plaat, nemen The Byrds een cover van 'Lay Lady Lay' op. Het is de vijfde compositie van Bob Dylan die ze als single uitbrengen. Toch wordt hun versie geen hit in Amerika.

Misschien omdat Dylans eigen versie zo aanslaat. Hoewel Dylan het als een wegwerpnummertje beschouwt staat de grote baas van CBS, Clive Davis, er op dat het als single wordt uitgebracht. Een top 10 notering zowel in de Verenigde Staten als in Engeland geven hem gelijk. Maar ook de beide andere single die van de plaat worden getrokken - 'I Threw It All Away' en tenslotte 'Tonight I'll Be Staying Here With You' - zijn erg succesvol.

decoration
Over

29-05-07

Street Legal & At Budokan

sydney1978
De alimentatie tournee

 “Ik moet nog wat schulden afbetalen,” zei Bob openhartig tegen The Los Angeles Times (28 mei 1978), “Ik heb een paar slechte jaren achter de rug. Ik heb veel geld in de film gestoken, een groot huis gebouwd… en dan die echtscheiding nog. Scheiden in Californië kost veel geld.” Om zijn verliezen goed te maken, tekende Dylan een contract bij Jerry Weintraubs Mangament III – de firma achter grote publiekstrekkers als Neil Diamond – en begon aan de voorbereidingen voor een lucratieve wereldtournee. Met behulp van de betrouwbare bassist Rob Stoner verzamelde hij in december 1977 een achtmansformatie om zich heen. Voor de kern van die groep wou Bob opnieuw beroep doen op de meest capabele leden van de Rolling Thunder Revue: David Mansfield, Steven Soles en Howie Wyeth. Maar de drummer bedankte en werd vervangen door Danny Siewell. Daarenboven zocht Dylan een koortje van drie zwarte zangeressen, waaronder Frannie Eisenberg en Katie Segal. De repetities vonden plaats in een oude fabriek in Santa Monica, Californië, die Dylan voor een periode drie jaar had gehuurd. De omgeving zag er zo vervallen uit dat Dylan ze de Rundown Studios doopte. Naast repetitieruimte waren de kantoren van het tourbedrijf en zelfs een bed, zodat Bob er kon blijven slapen. In tegenstelling tot de Rolling Thunder Revue zocht hij nu contact met e muzikanten. Hij bleef vaak na de repetities hangen om er met hen te drinken en te praten. De tournee zou eerst Japan en Australië aandoen. Bob had van de Japanse promotors een lijst gekregen van nummers die ze van hem verwachtten. Het zou in essentie een greatest hits moeten worden. Samen met Stoner  begon hij aan uitgewerkte bigband arrangementen te werken. Zijn beroemdste nummers kregen als showsongs een geheel ander jasje. ‘Don’t Think Twice’ kreeg een reggaeritme. ‘All Along The Watchtower’ werd een heftig eerbetoon aan Jimi Hendrix, waarbij David Mansfield op zijn viool de gitaarloopjes imiteerde.  In één van de vele interviews rond nieuwjaar worden gepubliceerd ter promotie van Renaldo And Clara, had Dylan  het over zijn "psychic adviser" Tamara Rand. Ze zou hem, onder hypnose, hebben terug gebracht naar zijn vroeger levens.  De repetities werden einde januari hervat. Er waren een paar wijzigingen in de bezetting: de drummer werd vervangen door de Engelse Ian Wallace, die eerder bij King Crimson had gespeeld. Billy Cross, die aan de musical Hair had meegewerkt, werd uit Denemarken overgevlogen om gladjes sologitaar te spelen. Op de band meer soul te geven werden de Motownveterane Bobbye Hall  op percussie en Steve Dougles, die op veel  Phil Spectorplaten saxofoon speelde, toegevoegd.  Het koortje was helemaal vernieuwd met Jo Ann Harris en Debbie Dye. De twee hadden samen jarenlang in musicals gezongen. Als daarbij kwam dan Helena Springs, een verbijsterend knap meisje dat pas van school kwam. En tenslotte was er ook nog Alan Pasqua, lid van de moderne jazz-band Tony Williams’ Lifetime, op toetsen.  Ter promotie gaf Bob op 24 januari alvast twee persconferenties in de Rundown Studios, een voor Australische journalisten en een voor de Japanse pers.  

Het Verre Oosten

 Ook op 17 februari, de dag na zijn aankomst in Tokio, gaf hij een persconferentie. Ze waren in een gehuurd BAC-111 straalvliegtuig naar Tokio gevlogen. Het toestel had twee suites, een slaapkamer voor Bob en een goed voorziene bar. De aankomst in Japan was een grootse gebeurtenis: “Het was alsof the Beatles aankwamen.” meent fotograaf Joel Bernstein.  De tournee ging drie dagen later van start in de Nippon Budokan Hall. Dylan werd daarbij begeleid door een elfkoppige band, compleet met blazers en achtergrondzangeressen. Alle bandleden waren, zoals Dylan zelf, in het zwart-wit gekleed. Dylan had zijn gezicht ook opnieuw wit geschminkt. Bij de openingsshow werden twee nummers voor het eerst gebracht: ‘Lonesome Bedroom’ en ‘The Man In Me’. Bovendien werd ‘All I Really Want To Do’ voor het eerst gespeeld sinds 24 juli 1965 in Newport en ‘Tomorrow Is A Long Time’ dat hij het laatst zong in Minneapolis op 17 juli 1963.Hoewel Dylan zich vooral toelegde op zijn “grootste hits” werden zowat alle nummers in totaal nieuwe arrangementen gebracht. Er waren reggae ritmes en teksten die overhoop werden gehaald. Van sommigen bleef alleen het refrein nog intact.  “De tournee van ‘78 was niet zo geïmproviseerd als de Rolling Thunder,” meent David Mansfield:. “Er was veel meer gerepeteerd, in de traditionele manier van repeteren. Hoewel Bob voor sommige nummers compleet nieuwe muziek verzon voor sommige teksten en het “gevoel” van sommige nummers compleet veranderde. Maar eens dat nieuwe gevoel was bepaald en het arrangement uitgewerkt, bleef dat meestal wel zo gedurende enkele weken. Het was niet dat hij het de ene dag als een trage wou en de volgende avond als een wals.”Na het openingsconcert speelden ze nog zeven keer in de Budokan Hall in Tokio, met tussendoor drie optredens in de Matsushita Denki Taiikukan, Hirakata City in Osaka.  In de tournee door het Verre Oosten werden ook enkele eigen nummers gebracht die in het vervolg van de tournee niet meer aan bod kwamen: ‘I'll Be Your Baby Tonight’, ‘If You See Her Say Hello’, met een nieuwe, eerder bittere tekst, ‘One Too Many Mornings’ en ‘Something There Is About You’. ‘Is Your Love In Vain?’ werd slechts drie keer gebracht. Meestal opende Dylan met een bluescover. Nummers als ‘Repossession Blues’ van Roland James, ‘Love Her With A Feeling’ van Tampa Red of  ‘Lonesome Bedroom’ van Ernest "Buddy" Wilson. Dylan zou deze nummers later nooit meer spelen.Aan het einde van de reeks optredens in Japan voegde een vriendin van Bob zich bij het gezelschap. Mary Alice Artes was een grote vrouw, geen klassieke schoonheid maar wel een sterke persoonlijkheid. Vrijwel iedereen mocht haar, behalve, zo leek het, Helena Springs. “Er waren vreselijke scènes,” vertelt Billy Cross.” Ik geloof dat Bob geluk had dat hij er zonder blauw oog van af kwam… Mary was groter dan hij.” Ter ondersteuning van de tournee werd op 25 februari een triple-LP set Masterpieces, uitgebracht in Japan en later ook in Australië en Nieuw Zeeland. Het omvat een overzicht van Dylan’s hele carriere, met verschillende nummers die alleen op singles zijn verschenen zoals ‘Spanish Is the Loving Tongue’, de big band versie van ‘George Jackson’, ‘Rita May’, ‘Can You Please Crawl Out Your Window?’ en een live versie van ‘Just Like Tom Thumb’s Blues’  

Op 26 februari, in Osaka, zong Bob voor het eerst ‘Love Her With A Feeling’ en twee dagen later in de Budokan Hall in Tokio, een eerste nummer dat zou verschijnen op zijn volgende LP Street-Legal, ‘Is Your Love In Vain?’. Dat concert werd trouwens opgenomen, samen met volgende. Van het eerste concert worden er zeven nummers uitgebracht op Bob Dylan At Budokan en van dat van 1 maart vijftien. De plaat werd op 21 augustus 1978, in eerste instantie, enkel in Japan uitgebracht. 

 
at budokan

 

Bob Dylan at Budokan is een tot het uiterste gepolijste live album. Alle scherpe kantjes zijn zorgvuldig afgevijld en tegelijk worden enkele van zijn beste nummers vakkundig vermoord. Van het magische  van 'I Want You' blijft niets meer over. 'Ballad Of A Thin Man' is dan weer sterker geworden door het walsritme, terwijl 'Maggie's Farm' extra kracht krijgt door de kwade elektrische gitaren. 'All Along The Watchtower' is 100% energie. Maar toch, er scheelt iets. Vele – vooral Amerikaanse - Dylan fans die in de jaren zestig opgegroeid waren met zijn muziek haatten de LP.  

Down Under

 Na een onderbreking van slechts enkele dagen, vloog Bob op 5 maart naar Auckland, Nieuw Zeeland. Daar nam zijn suite een hele verdieping van het hotel in beslag. De volgende dagen trok Dylan als toerist, alleen door Auckland. Volgens geruchten had Bob er iets met een Maori die Ra Aranga heette. Het ontging de band niet dat al zijn vriendinnen zwart waren. “Bob is helemaal weg van de zwarte cultuur. Hij houdt van zwarte vrouwen. Hij houdt van zwarte muziek. Hij houdt van zwarte stijl.” meent Cross. “Als hij om een bepaalde muzikale aanpak vroeg, was die altijd zwart.”Zijn allereerste concert in Nieuw Zeeland vond plaats op 9 maart, in het West Springs Stadium in Auckland. De volgende dag vlogen Bob en zijn band naar Sydney, Australië en vandaar naar Brisbane. Ze speelden er in de Festival Hall (waar Bob in 1966 ook al had opgetreden) van 12 tot 15 maart. Daarna speelde hij nog zes keer op diverse plaatsen in Australië voor hij terugkeerde naar Nieuw Zeeland voor een laatste concert. Op 22 maart werd ‘I'm A Steady Rolling Man’ van Robert Johnson voor het eerst gebracht tijdens de show in Melbourne. Er zijn geruchten dat Bob in Australië een nummer zou hebben geschreven als ode aan één van zijn zangeressen: ‘Brown Skin Girl’. Hij heeft het nummer echter nooit gezongen of opgenomen.   

Street Legal

 Op 2 april vloog de band terug naar Los Angeles, waar enkele dagen later alweer werd verzameld om te repeteren. Dylan had besloten om met deze band een LP op te nemen in de Record Plant in Los Angeles. De studio was echter niet beschikbaar en dus besloot Bob zijn eigen Rundown Studio maar te gebruiken. Een grote zaal op de bovenverdieping van de vroegere wapenfabriek, waarvan het plafond was bekleed met piepschuimtegels leek geschikt. Een mobiele opnamestudio werd buiten opgesteld en Don DeVito werd gevraagd om aan de knoppen te zitten. Bob maakte zich niet veel zorgen om de geluidskwaliteit. Hij vertelde Billy Cross dat een opname gewoon de uitvoering van een song op een bepaalde dag was. Hij streefde niet naar perfectie.  De meeste nummers waren de vorige zomer al geschreven op de boerderij in het bijzijn van Faridi McFree. De songs gingen grotendeels over problemen met de liefde. Autografische verwijzingen gingen echter schuil achter duistere beelden uit de astrologie en tarotkaarten. Er waren enkele wijzigingen in de band: Rob Stoner had erg zijn best gedaan om de tournee tot een succes te maken, maar had zich daarbij niet erg populair gemaakt bij zijn mede bandleden. Ze noemden hem een nazi. Hij werd vervangen door Jerry Scheff, de bassist van Elvis Presley. Jerry Scheff: "Ik was een plaat aan het opnemen met Tanya Tucker. Ze hadden plannen om  op tournee te gaan, toen ik een telefoontje kreeg van de saxofonist Steve Douglas. Hij vertelde me dat Bob Dylan aan het repeteren was en dat ie zijn bassist had ontslagen. Ik ging met hem spelen en plots waren we op weg naar Europa in een privé-trein, vrouwen inbegrepen….Het was een prachtjaar behalve dat er zoveel cocaïne voor handen was dat ik er al snel verslaafd aan werd.” Verder stapte ook Debbie Dye uit de band. Ze kon niet opschieten met Helena Springs, omdat ze vond dat die meer om haar uiterlijk dan om haar zangtalenten geselecteerd was. Bovendien was ze zwanger. Daarom werden er een aantal audities gehouden om een vervangster te zoeken. Op 13 april waagden twee zangeressen hun geluk. Maar dat werd niets. Op 19 april volgde de 24-jarige Carolyn Dennis. Haar moeder Madelyn Quebec had als een van de Raelettes bij Ray Charles gezongen. Carolyn was in een krachtige gospeltraditie opgegroeid en uitgegroeid tot een uitstekende zangeres. Ze was een grote vrouw met een krachtige en toch engelachtige stem en een bijzonder mooi gezicht. Ze was op tournee met Burt Bacharach toen ze werd gebeld of ze met Bob wilde werken. Ze had nog nooit van hem gehoord!De twee volgende dagen werd verder gerepeteerd en de 24ste repeteerde ze verder met alleen maar Bob Dylan en Bobbye Hall.  De opnamen begonnen op dinsdag 25 april met ‘Changing Of The Guards’. Van deze sessies zijn, jammer genoeg, niet veel gegevens bekend geraakt. Volgens het sessie rapport werd er gewerkt van 18:00 tot 19:45 en van 20:30 tot 22:30. De volgende dag werd tussen 14:00 en 16:00 één take van ‘Señor (Tales Of Yankee Power)’ opgenomen. Tussen 19:30 en 20:15 één take van ‘Is Your Love In Vain?’ en daarna ‘New Pony’, tot 21:00. Voor die laatste sessie waren de zangeressen niet nodig – of een hapje eten. Het nummer is nogal seksistisch en Dylan durfde de tekst misschien niet zingen in het bijzijn van de vrouwen. Ondertussen is enkel voor deze sessie een nieuwe sessiemuzikant opgetrommeld: trompettist Steve Madaio. Op nog geen half uurtje tijd werden daarna drie takes van ‘We Better Talk This Over’ opgenomen, in verschillende bezettingen. David Mansfield speelde de ene keer mandoline en dan weer viool, Bobbye Hall speelde conga’s of percussie en Alan Pasqua speelde afwisselend piano of orgel.Tussen 21:40 en 22:15 werden dan drie takes opgenomen van ‘Where Are You Tonight ? (Journey Through Dark Heat)’ en tenslotte vier van ‘True Love Tends To Forget’. De sessie was afgelopen om 23:10.  ‘Where Are You Tonight’ is misschien wel het beste nummer van de sessie. Bob lijkt er zich in neer te leggen bij het mislukken van zijn huwelijk. Hij gaf lucht aan zijn gevoelens van spijt en wekt de indruk terug te willen naar de tijd dat Sara en hij gelukkig waren. Het is een kronkelige zwerftocht door een verbroken liefde dat toewerkt naar een climax van verlangen en wanhoop en tenslotte uitloopt in een snikkende gitaarsolo van Billy Cross.  Niet alle opnamen verliepen naar ieders tevredenheid want zowel donderdag als vrijdag werden zowat helemaal besteedt aan het opnieuw opnemen van deze nummers. Op 27 april werd er ononderbroken gewerkt van 22:00 tot 1 uur ’s nachts aan nieuwe versies van ‘No Time To Think’, ‘Where Are You Tonight ? (Journey Through Dark Heat)’, ‘True Love Tends To Forget’ en ‘Changing Of The Guards‘. De 28ste werd begonnen om 17:30, maar het einde van de sessie is niet genoteerd. De eerste twee uren werden besteed aan het fraaie liefdeslied ‘Baby, Stop Crying’. Daarna werden nieuwe versies opgenomen van ‘Is Your Love In Vain?’, ‘New Pony’ en ‘Señor (Tales Of Yankee Power)’ Zaterdag 1 mei werd de eerste drikartier van de sessie besteedt aan het opnemen van demo’s van nummers die Dylan samen met Helena Springs had geschreven: ‘Walk Out In The Rain’, ‘Coming From The Heart (The Road Is Long)’ en ‘Stop Now’. Dylan gaf deze nummers later aan Eric Clapton die ‘If I Don't Be There By Morning’ en ‘Walk Out In The Rain’ opnam en uitbracht op Backless. Vanaf 19:50 werd dan gewerkt alle aandacht besteedt aan een nieuwe versie van ‘New Pony’. De laatste twee dagen werden besteed aan overdubs. Op 2 mei werd extra backing vocals toegevoegd aan ‘Baby, Stop Crying’, tussen 16 en 18 uur.  In de laatste sessie voegden Jerry Scheff bas en Steven Douglas sax toe aan de beste take van ‘New Pony’.  Bij het mixen bleek dat het leek alsof de plaat onder nat karton was opgenomen. Bob was ontevreden over het resultaat. “Na de opnamen ontsloegen ze ons allemaal,” vertelt Alan Pasqua. “De hele band werd ontslagen… Ik neem aan dat hij de plaat niet goed vond.”    
street legal
On the road again: Europa
 Maar Bob had zijn band nodig om de tournee verder te zetten, dus werden ze snel allemaal weer aangenomen. Als voorbereiding op de Europeese zomertournee speelde Bob van 1 tot 7 juni zeven "opwarmingsshows" in het Universal Amphitheater in Los Angeles, Californië. Twee nummers van Street-Legal worden daarbij voor het eerst live gespeeld: 'Baby Stop Crying' en 'Señor (Tales Of Yankee Power)'.De shows zijn echter niet erg goed.  Op 13 juni vliegt Dylan naar Londen voor het Europese luik van de tournee. Samenvallend met het eerste concert van Bob Dylan in Engeland, sinds 1966 in de Royal Albert Hall werd Street-Legal op 15 juni uitgebracht. Het was de eerste plaat onder het onlangs vernieuwde contract met Columbia. Bobs bange vermoeden werd bevestigd. Greil Marcus schreef in Rolling Stone dat Bob “volledig nep” klonk. In Engeland had de plaat meer succes. Daar werd eind juni 'Baby Stop Crying'/'New Pony' als single uitgebracht.  Met zes concerten in Earls Court in Londen, van 15 tot 20 juni zet Bob het Europese luik van zijn wereldtournee in. De pers was enthousiast. Na een houterig begin in het Verre Oosten was de band in topvorm. Ondertussen is echter wel een vast stramien gevormd dat voor elk volgend concert tijdens de gehele Wereld tournee zou blijven gelden. De band – zonder Dylan – opent elke show met een instrumentale versie van ‘A Hard Rain's A-Gonna Fall’. Dylan begint dan met een bluescover, gevolgd door een nummer uit Street Legal. Dan bracht hij een tiental eigen nummers, in soms radicaal nieuwe arrangementen, met als afsluiter, voor de pauze ‘Going, Going, Gone’. Daarbij excuseert hij zich met een smoes als "Ik moet even een belangrijk telefoontje gaan doen" of "We moeten een band gaan vervangen van de tourbus.") Ook na de pauze werd zet de band in met een instrumentale versie. Deze keer 'Rainy Day Women # 12 & 35'. En ook de tweede set bestaat grotendeels uit nieuwe bewerkingen van zijn beste nummers. Zo legt hij bij het reggae arangement van ' Don't Think Twice, It's All Right' uit dat het geen echte reggae is maar "Southern Mountain Reggae".Het enige nieuwe nummer is 'Señor (Tales Of Yankee Power)'. David Mansfield krijgt een afzonderlijk vermelding na 'All Along The Watchtower)', waarbij Bob beweert dat hij hem had leren zo viool te spelen. Ook het einde ligt vast: een introductie van de band voor een stevige versie van ‘It's Alright, Ma (I'm Only Bleeding)’. Daarbij stelt Bob de backing zangeressen voor als "mijn verloofde Carolyn Dennis; mijn jeugdvriendinnetje Jo Ann Harris en mijn huidige vriendin Helena Springs." Daarna ’Forever Young’ en als enige bisnummer ‘The Times They Are A-Changin'’ De show varieerde tussen de twee uur en de twee uur en half. De setlist verandert nog slechts zeer geleidelijk: dikwijls werd avonden achter elkaar enkel het 24ste nummer uit de show vervangen.  Backstage kreeg Dylan bezoek van Robert Gordon, Rob Stoner en Sid Vicious van The Sex Pistols. Die viel hem opeens aan met een mes. Gelukkig kon hij snel worden afgevoerd. Verder raakte Dylan er ook bevriend met Elvis Costello, Graham Parker en leden van the Clash. .  Na Londen trekt de bende verder naar Nederland waar ze in het Feyenoord Stadion in Rotterdam optreden. Helena Springs werd voortaan voorgesteld als "een dame met een grote toekomst en een prachtig achterste..". In de plaats van het Tampa Red nummer komt nu ' She's Love Crazy' en 'I'll Be Your Baby Tonight' werd als eerste bisnummer toegevoegd.  Dan vier concerten in West Duitsland, met als hoogtepunt een optreden in het Zeppelinfeld in Nurenberg. Dat is het stadion waarin Hitler zijn toespraken hield. “Ik denk dat we allemaal een beetje van ons stuk waren en opgewonden dat we daar speelden,’ herinnert David Mansfield zich. “Zeker toen Dylan een schitterende versie deed van ‘Masters Of War’.”Voor de gelegenheid werd de eerste set uitgebreid met drie nummers: Carolyn Dennis zingt 'A Change Is Gonna Come' van Sam Cooke en Helena Springs zingt 'Love Minus Zero/No Limit'. Ze worden allebei begeleid door Bob en de band. Steven Soles bracht daarna zijn eigen nummer 'Laissez-faire' en Bob sluit af met een solo versie van 'A Hard Rain's A-Gonna Fall'. Dit is de enige keer dat hij het nummer in '78 zingt.  Vervolgens vijf concerten in het Pavillon in Parijs, daarbij maken drie nummers van Street Legal hun live debuut: 'True Love Tends To Forget' (3 juli), 'We Better Talk This Over' (slechts één maal gespeeld: op 4 juli) en 'Changing Of The Guards' (5 juli als eerste bisnummer). Als solo nummer kiest Bob voortaan voor 'Gates Of Eden'.Dan twee concerten in Göthenborg in Zweden. Tijdens de soundcheck op 12 juli werd 'No Time To Think' geprobeerd, maar het nummer werd nooit tijdens een concert gespeeld. Wel werd 'Oh, Sister' aan de setlist toegevoegd, in een prachtig nieuw arrangement.  De tournee werd afgesloten op 15 juli met een groot openluchtoptreden in de Blackbushe Aerodrome in Camberley, ten zuiden van Londen. Het is een indrukwekkend concert voor 175 000 toeschouwers. In het lange voorprogramma spelen onder andere Eric Clapton en Graham Parker. Dylan komt pas op na zonsondergang. Hij is voor de gelegenheid helemaal in het zwart gekleed, inclusief een hoge hoed!Een laatste nummer van Street Legal werd voor het eerst live gespeeld: 'Where Are You Tonight? (Journey Through Dark Heat)’. Ook het extra setje van de achtergrondzangeressen werd weer toegevoegd. Deze keer zingt Carolyn: 'A Change Is Gonna Come' van Sam Cooke, Helena 'Mr. Tambourine Man' en Jo Ann 'The Long And Winding Road. Voor de cover die hij zelf zingt had Dylan nu gekozen voor 'Love Her With A Feeling' van Freddie King. Eric Clapton komt voegt blues gitaar toe aan de afsluiter 'Forever Young'. Alle negentien concerten van dit luik van de tournee waren zeer goed  - vooral de shows van 3 en 8 juli in Parijs. Toch springen de twee speciale shows in Neurenberg en Blackbush er nog boven uit!Hoewel de band inmiddels veel beter was geworden, werd op 21 augustus de live opnamen van 28 februari en 1 maart in Tokio uitgebracht als Bob Dylan At Budokan. De dubbel-LP werd in eerste instantie enkel in Japan en Australië uitgebracht.  Terwijl in september in Amerika ‘Changing Of The Guards’/’Senor (Tales Of Yankee Power)’ werd uitgebracht werd voor de Europese markt gekozen voor ‘Is Your Love In Vain?’/’We Better Talk This Over’.  ‘Love You Too Much’, nog zo’n nummer geschreven samen met Helena Springs werd in september opgenomen door Greg Lake voor zijn LP Greg. Hij paste de tekst wel wat aan. The Band nam het nummer later ook op met die nieuwe tekst voor hun LP High On The Hog uit 1995. 

Het taaie Amerikaanse luik

 Na verdere repetities, begin september in de Rundown Studios, ging op 15 september het lange Amerikaanse luik van de wereldtournee van start in het Augusta Civic Center in Maine. Het instrumentale openingsnummer werd voortaan ‘My Back Pages’, gevolgd door een cover van ‘I'm Ready’ van Willie Dixon of  ‘She’s Love Crazy’ van Tampa Red. Als laatste nummers voor de pauze werden ‘I Shall Be Released’ en ‘Señor (Tales Of Yankee Power)’ gebracht.  Na de pauze opende Bob met ‘The Times They Are A-Changin'’, waarna de backing zangeressen ‘Rainy Day Women # 12 & 35’ brachten. Daarna zong Bob ‘It Ain't Me, Babe’ solo, met begeleiding van zijn harmonica en akoestische gitaar, gevolgd door een nieuw nummer: ‘Am I Your Stepchild?’. Hoewel hij het regelmatig bleef spelen tijdens de herfst zou hij het nummer nooit opnemen. Op 13 november nam hij er wel een demo van op om het nummer te laten registreren. Het einde van de show bleef ongewijzigd: een introductie van de band voor ‘It’s Alright Ma’ en ‘Forever Young’ als afsluiter. Maar als bisnummers  werden voortaan ‘Changing Of The Guards’ en ‘I'll Be Your Baby Tonight’ gebracht.  Met uitzondering van 'New Pony' en 'No Time To Think' werden alle nummers van Street Legal tijdens de herfsttournee gespeeld. In latere jaren zal hiervan alleen 'Señor (Tales Of Yankee Power)' nog regelmatig worden gebracht. Bob en de band hadden er inmiddels al een maand of acht opzitten en de lol was er al aardig af. “Die Amerikaanse tournee was taai,” vertelt Ian Wallace.”Ik geloof dat we zes avonden per week speelden… en dat waren, optredens van drie uur. Hoewel we ons eigen vliegtuig hadden en zo, was dat wel wat te veel gevraagd.” De spanningen binnen de band liepen hoog op. “Een band heeft veel weg van een gezin.” gaat hij verder, “en op zeker moment begon de zaak uit de hand te lopen. Er deden allerlei geruchten de ronde, wie wat met wie deed. Weet je, als je op tournee bent, worden muggen olifanten.” Het meeste werd natuurlijk geroddeld over Dylan zelf. Die was een relatie begonnen met de nieuwe zangeres Carolyn Dennis. Tussen Helena Springs en Carolyn Dennis ontstond heftige rivaliteit.  Een griepepidemie en bezuinigingen op de uitgaven waren ook al niet bevorderlijk voor de sfeer in de groep. Bob begon de nummers sneller te spelen nu hij zijn enthousiasme kwijtraakte. De recensenten begonnen ook steeds hatelijker vergelijkingen te maken met Las Vegas amusement. Vooral nadat op 22 november Bob Dylan At Budokan ook in de US en Europa werd uitgebracht. Fans die in de jaren zestig met zijn muziek waren opgegroeid beschouwden de nieuwe arrangementen als verraad.Toch waren er nog enkele uitstekende concerten bij: op 31 oktober in St Paul, 2 december in Nashville en 10 december in Charlotte. Dat laatste was misschien wel de beste show van de hele tournee. Bij het concert van 31 oktober in St. Paul, Minnesota, bracht Bob - voor de enige keer – een van de nummers die hij samen met Helena Springs had geschreven: ‘Coming From The Heart (The Road Is Long)’. Op 13 november, tijdens de show in Oakland, Californië, begon Dylan lange verhalen te vertellen. Het ene verhaal ging over een rare kerel die een levende kip op at op de kermis, als introductie van 'Ballad Of A Thin Man' en een tweede over de zigeunerkoning die hij ontmoette tijdens een zigeunerfestival in het Zuiden van Frankrijk, als inleiding op 'One More Cup Of Coffee (Valley Below)'. Drie dagen later, tijdens het optreden in San Diego, kwam er nog een verhaal bij als inleiding op 'Señor (Tales Of Yankee Power)', over een oude man op de trein van Chihuahua naar San Diego met brandende ogen en rook uit zijn neus.  In totaal gaf Dylan dat jaar 114 concerten voor bijna twee miljoen toeschouwers. Bruto winst: meer dan 20 miljoen dollar. “Het was meer een serie tournees,” meent David Mansfield. “Het leek wel het ganse jaar te duren.” Tijdens de herfsttournee had Dylan nog enkele nieuwe nummers geschreven: ‘Legionnaire's Disease’ dat door de Delta Cross Band werd opgenomen voor de LP Up Front en ‘More Than Flesh And Blood’, waarvoor hij weer had samen gewerkt  met Helena Springs.  Ondanks alle spanningen, vertelde Bob, na afloop van het laatste concert, op 16 december aan zijn bandleden dat hij de tournee in het nieuwe jaar wilde verzetten. Hij leek geen zin te hebben zijn gewone leven terug op te pikken. Hij had goed geld verdiend, maar het afdraaien van een standaardrepertoire van greatest hits voor overvolle voetbalstadions had hem weinig bevrediging geschonken.