18-04-08

Bob Dylan - Good As I Been To You

bob_dylan_good_as_i_been_to_you

Good As I Been To You

  

Toen Good As I Been To You begin november 1992 werd uitgebracht was dat voor velen een complete verassing. Zijn eerste volledig akoestische plaat sinds Another Side Of Bob Dylan uit 1964 was een collectie folk en blues klassiekers die haast per ongeluk tot stand was gekomen.

Terugkijkend was het echter een logische stap voor Dylan.

 

In het najaar van 1990 waren kort na elkaar aantal dingen gebeurd die een grote invloed zouden hebben op het verdere verloop van Dylan's leven en carrière.

  

Mevrouw Dylan

 

Bob Dylan heeft zijn privéleven altijd goed verborgen weten te houden. Zo staat nog steeds niet vast hoeveel kinderen hij officieel heeft. Jarenlang werd er over gespeculeerd of hij ooit hertrouwd was.

In 2001 lichtte Howard Sounes enkele tipjes van de sluier in de biografie Down the Highway: The Life Of Bob Dylan. Hij onthulde dat Bob Dylan vier jaar getrouwd was geweest met een van zijn Queens Of Rhythm. Dat is het koortje met zwarte gospelzangeressen dat hem steevast begeleide vanaf het einde van de jaren zeventig.

 

Carolyn Dennis was op 31 januari 1986 bevallen van een dochter: Desiree Gabrielle Dennis-Dylan. Bob erkende het meisje als zijn dochter en tekende het geboortecertificaat. Om haar een normale jeugd te kunnen geven besloten haar ouders om haar uit de pers te houden.

Een half jaar later, op 4 juni 1986 trouwden Bob en Carolyn in Los Angeles. Carolyn bleef gewoon mee touren.

 

Wanneer bij de Never-Ending Tour geen behoefte meer was aan backing zangeressen, installeerde Dylan vrouw en kind in een onaanzienlijke voorstad in de vallei van San Francisco. 

 

Maar na een tijdje raakt mevrouw Dylan het beu om altijd alleen te zitten en haar man zo weinig te zien. Op 7 augustus 1990 vraagt ze de ontbinding van het vier jaar oude huwelijk aan, wegens "onoverkomelijke verschillen".

  

Twee nieuwe platen

 

Op 11 september 1990 wordt Under The Red Sky uitgebracht. Het opzet was geweest om een totaal ander geluid te krijgen dan de voorganger, Oh Mercy. Het atmosferische geluid van die plaat droeg onmiskenbaar het stempel van producer Daniel Lanois.

 

De nieuwe plaat was geproducet door David en Don Was en er waren vele gastbijdragen van uiteenlopende mensen als Stevie Ray en Jimmy Vaughan, David Lindley, George Harrison en Elton John.  Daardoor was de plaat niet alleen verassend anders, zowel muzikaal als tekstueel, maar vooral artistiek erg ontgoochelend.

 

Anderhalve maand later volgt Traveling Wilbury's Vol. 3. Ook hiervan is de verkoop een stuk minder dan bij de eerste plaat. Volgens Tom Petty was het ook helemaal niet de bedoeling een commercieel product te maken.

Maar de tegenvallende verkoop van zijn eigen plaat, zowel als deze, maken dat Dylan de lust ontbreekt om nog eigen platen te maken. Het zal zeven jaar duren eer er Dylan nog eens een studioalbum met nieuwe nummers zou uitbrengen.

 

In die tussentijd voltooide hij geen enkele nieuwe compositie meer. Hoewel hij eerder al een paar keer aan writers block had geleden, had dit nog nooit zo lang geduurd.

 

Tegenover Paul Zollo verklaart Dylan op 14 april 1991: "Ooit kwamen de songs met drie vier tegelijk, maar dat is al lang gedaan ... Af en toe komt er nog eens een nummer op mij, als een buldog aan het poortje van de tuin, om te eisen dat ik hem schrijf. Maar de meeste verban ik onmiddellijk uit mijn gedachten. Je vraagt je af of er nog iemand behoefte aan heft om ze te horen. Misschien kom je op een punt waarop je genoeg songs geschreven hebt Laat iemand anders ze maar schrijven."

   

Is er een gitarist in de zaal?

 

In oktober 1990 stapte gitaarmaestro G. E. Smith op. De Amerikaanse tegenhanger van Patrick Riguelle had sinds 7 juni 1988 Dylan's tourband. Dylan zelf beschouwt zijn vertrek als het einde van de Never-Ending Tour.

 

Aan het einde van de Europese zomertournee van 1990 had Dylan Smith voorgesteld om zijn loon van zo'n $10 000 per week wat in te krimpen. Het antwoord was duidelijk: "Nein!"

Smith was wel bereid te blijven tot er een opvolger gevonden was. Dus liet Dylan een aantal gitaristen meespelen tijdens de Amerikaanse herfsttournee. Ze deden een live auditie, als het ware. Tijdens het laatste optreden van de tour liet Dylan zelfs zijn gitaartechnieker meespelen!

 

Bij de aanvang van de volgende tournee was het probleem nog niet opgelost. De gitaartechnieker, Cezar Diaz, probeert het drie nummers lang als enige gitarist, tot Smith hem komt redden. Steve Burton is ingehuurd als slaggitarist. Die voldoet ook niet en wordt vervangen door John Stahealey.

 

Na een aantal optredens in het New Yorkse Beacon Theatre stapt G.E. Smith definitief op. De rest van de tournee ploetert Dylan verder met twee gitaristen, die geen van beiden sologitaar kunnen spelen!

  

I need a shot of... whiskey

 

Tijdens diezelfde tournee wordt ook pijnlijk duidelijk dat Dylan serieus aan de drank is. Hij heeft soms zelfs moeite om zijn microfoon te vinden. Nu had de man altijd al van een glaasje rode wijn gehouden, maar zijn werk had er nooit onder gelden, zoals nu.

 

Het kan hem blijkbaar allemaal niet meer schelen. Kwaliteit is niet meer belangrijk. Bij de repetities voor de volgende tournee in januari 1991 wordt de band bijna helemaal vernieuwd. Enkel de twee slaggitaristen Tony Garnier en Cesar Diaz blijven overgebleven. De drummer Chris Parker is niet eens verwittigd dat hij niet meer welkom is. Hij moet vaststellen dat zijn plaats al is ingenomen door iemand anders: Ian Wallace, die tijdens de '78 World Tour ook al meespeelde.

De totaal onbekende gitarist J. J. Jackson is er bij gehaald om de solo's te spelen. Hij is vooral goedkoop: $ 500 per week.

 

De Never-Ending Tour lijkt steeds meer verbrokkeld te raken: terwijl er in '88 eigenlijk één lange tournee was, waren er drie delen in '89, vijf in '90 en in '91 zes.

Dat geldt trouwens ook voor de concerten zelf: met drie onervaren gitaristen en een leider die in de fles vlucht kan het niet anders of alles verloopt erg chaotisch. Dikwijls zet de zanger bovendien zijn begeleiders met opzet op het verkeerde been, alsof hij zijn eigen optredens wil saboteren. En soms verdwijnt hij gewoon, midden in een nummer, voor een paar minuten in de coulissen.

 

Ian Wallace merkt duidelijk het verschil met de wereldtournee van '78. De verplaatsingen gebeuren per bus en de hotel waarin ze verblijven zijn geen tophotels "Bob had echt een voorliefde voor kleine motelletjes buitenaf. We zaten echt opgesloten in achterafplaatsen."

Dylan vindt slechts twee dingen echt belangrijk aan hotels: ze moeten zijn honden toelaten. En de ramen moeten open kunnen, want hij heeft een hekel aan airco. Voor de rest maakt het hem niet uit: hij komt toch nooit buiten.

 

Het wordt steeds erger. Die zomer drinkt hij cognac alsof het cola is. Hij wordt nors en onredelijk tegen zijn band.

 

Misschien wel Dylans slechtste concert ooit vindt plaats op 17 juni 1991 in Stuttgart, Duitsland. Bij het openingsnummer begint Dylan op harmonica. Dan loopt hij naar de piano, waar hij schijnbaar willekeurige toetsten aanslaat. Hij kijkt voortdurend om zich heen, alsof hij op zoek is naar iets. Na een minuut of vier staat hij terug op en loopt naar zijn gitaar. Na een paar willekeurige aanslagen begint hij te zingen. Het blijkt 'New Morning' te zijn. Er is geen regel bij uit de oorspronkelijke versie.

De rest van het concert is niet beter. Dikwijls lijkt hij zelfs het einde van de zin niet meer te weten.

 

Aan het einde van de zomer besluit hij zijn leven terug in handen te nemen. Hij stopt met drinken.

"Het was belangrijk voor mij dat ik tot op de bodem ging van dat legende gedoe. Dat slaat gewoon nergens op. Wat van belang is, is niet de legende, maar de kunst, het werk. Een mens moet doen waarvoor hij geroepen is om te doen."

  

Terugvechten

 

Het resultaat is onmiddellijk zichtbaar. Tijdens de herfsttournee heeft Bob Dylan het leiderschap terug op zich genomen. Hij doet ook echt zijn best om met gevoel te zingen en harmonica te spelen. En de muzikanten spelen nu eindelijk samen als een echte band. Vooral de nummers van Oh Mercy komen tot leven.

 

Voor de Australische tournee in de lente van 1992 besluit hij de band te versterken met een steelgitarist.

Bucky Baxter vertelt: "Ik speelde bij Steve Earle. We deden een hele tournee als voorprogramma voor Bob. Tijdens een soundcheck was ik wat aan het spelen met G.E. Smith toen Bob me vroeg om mee te doen. Hij vroeg me hem een steel gitaar te bezorgen. Ik kocht er één in Nashville en gaf hem wat lessen.

Toen de tournee voorbij was gaf ik hem mijn telefoonnummer en ik dacht, 'Wel, cool, ik ga meespelen met Dylan!' Maar ik hoorde niks van hem.

Twee jaar later kreeg ik op een maandag een telefoontje van hem: 'Kom morgen, we vertrekken donderdag naar Australië.' En dat was dat."

 

Het versterken van de band met de multi-instrumentalist blijkt een uitstekende keus te zijn. Baxters pedal steel gitaar brengt nieuw leven aan de anders vermoeid klinkende nummers. Dat brengt Dylan er toe oude pareltjes als 'Idiot Wind' aan de set toe te voegen. Ook Dylans hernieuwde interesse in zingen en gitaarspelen komt de kwaliteit ten goede.

   

Valse start

 

Ondertussen wordt de platenmaatschappij ongeduldig. Ze hebben het gebrek aan nieuw materiaal kunnen opvangen met een greep uit de archieven: The Bootleg Series Vol. 1-3. Die boxset met vijf LP's of 3 cd's vol studio outtakes werd goed gesmaakt door zowel critici als het publiek.

 

Maar nu willen ze iets nieuws. Dylan laat de Acme Recording Studio in Chicago boeken voor een periode van twee weken. Als producer doet hij beroep op de veelzijdige gitarist en fiddle player David Bromberg.

 

Zoals hij al eerder deed wanneer hij writers block heeft, legt Dylan zich weer toe op het opnemen van covers.

 

In de zomer van 1990 had Dylan, als tegengewicht voor de rommelige elektrische nummers, een korte akoestisch solo set ingelast. Na een tijdje begon hij daarbij covers te brengen: 'Homeward Bound' van Paul Simon, 'People Putting People Down' van John Prine of een traditional als 'When First Unto This Country'.

 

De set leek erg in de smaak te vallen en tijdens de concerten down under in 1991 bracht Dylan bijna elke dag wel een nieuw nummer. Het ene nog ouder dan het andere: 'Female Rambling Sailor', 'Dolly Dagger', 'Little Maggie', 'Golden Vanity', 'Delia' ...

"Die nummers wurmden zich tussen mijn eigen nummers, denk ik, maar nooit bewust... Het is alsof niemand die nummers ooit had hoeven te schrijven. Ze werden gewoon door gegegeven," verklaarde hij in 1993.

 

Met Brombergs band als begeleiders neemt hij einde mei, begin juni zesentwintig nummers op, haast uitsluitend folk en bluesmateriaal. Enkele titels: 'I'll Rise Again' (trad.), 'Nobody's Fault But Mine' (Blind Willie Johnson), 'Lady From Baltimore' (trad.), 'Polly Vaughan' (trad.) , 'Casey Jones' (trad.), 'Duncan And Brady' (trad.). Daarnaast neemt hij ook enkele composities van David Bromberg zelf op: 'Kaatskill Serenade', 'World Of Fools' en 'Sloppy Drunk'.'

 

Wanneer zijn werk er op zit, moet Dylan weer naar Europa om er een dozijn concerten te gaan geven. Hij laat de banden bij Bromberg achter om ze te mixen.

  

Wat extra opnamen

 

Bij zijn terugkeer naar de Verenigde Staten, laat hij de opnamen naar zijn huis in Malibu brengen om er enkele akoestische tracks aan toe voegen.  In de huisstudio van Point Dume werden gewoon twee microfoons opgesteld: een voor zijn stem en een tweede voor zijn gitaar.

 

Zonder een tekstvel voor zich, schudde Dylan het ene na het andere nummer uit zijn mouw. Britse en Ierse folksongs als 'Froggy Went A-Courtin', 'Blackjack Davey' en 'Arthur McBride',  een bluegrass standard als 'Little Maggie' en bluesnummers als 'Frankie and Albert' of 'Sittin' on Top of the World'.

 

Enkele songs hadden een andere achtergrond, zoals 'Tomorrow Night' (een hitje van best voor Elvis Presley in 1956) en 'Hard Times' van de eerste Amerikaanse songschrijver Stephen Foster.

 

Het zal wel geen toeval zijn dat vrijwel alle nummers gaan over foutgelopen liefdes. "You're gonna quit me, baby, good as I been to you." Inderdaad! Heroïsche liefdesgeschiedenissen, moordende geliefden, verre reizen over zee en een dierenbruiloft. "Muziek die echt is voor mij" noemt hij het. Teruggaand tot de 16de eeuw, of meer recent tot de jaren dertig van de 20ste eeuw!

 

"Het gebeurde toevallig," meende hij in 1993. "Ik had niet veel tijd nodig om deze nummers op te nemen. Die nummers zijn heel belangrijk voor mij. Ze volgen mij al jaren,dus behandelde ik hen alsof het mijn nummers waren, niet als covers. Ik had niet veel tijdig nodig, weet je dit zijn folk songs en die hebben niet veel opsmuk nodig."

 

Misschien vond Dylan deze nieuwe opnamen gewoon beter, of interessanter. Uiteindelijk bleven alle opnamen van de sessies met Bromberg ongebruikt. Noch Dylan, noch Bromberg hebben er ooit een verklaring voor gegeven.

 

Wel wordt er gespeculeerd dat Bromberg voorgesteld had om de opnamen wat meer aan te kleden. Bijvoorbeeld door een gospel koor in te zetten bij 'Rise Again' en 'Nobody's Fault But Mine'. Dylan zou dan moeilijk zijn gaan doen en zelfs de opnamen hebben laten wissen. 

 

Geen van de Acme opnamen is ooit officieel uitgebracht. In de loop der jaren zijn er slechts vier songs van deze sessies opgedoken in het bootlegcicuit: 'Sloppy Drunk', 'Polly Vaughn', 'Kaatskill Serenade' en twee mixen van 'Miss The Mississippi And You'. Vooral dat laatste - een cover van Bill Haley nog wel - is erg goed.

  

Reden tot feesten?

 

De plicht roept alweer. Dylan laat het aan zijn assistente, Debbie Gold, over om de zaak te mixen. Zij krijgt daarvoor zelfs ene credit als producer!

 

De herfsttournee trekt, zoals gebruikelijk, van het noorden naar het zuiden langs de Amerikaanse oostkust. Sommige van deze optredens gelden als de beste van de hele Never-Ending Tour! De band bestaat naast

Bucky Baxter, die zowat alle mogelijke snaarinstrumenten bespeeld, uit slaggitarist John Jackson, bassist Tony Garnier en de drummers Ian Wallace én Winston Watson.

 

Midden in de tournee organiseert Sony/Columbia, lichtelijk over tijd op 16 oktober 1992 "Columbia Records Celebrates The Music Of Bob Dylan" in Madison Square Garden. De drie en een half uur durende show is rechtstreeks te bekijken op betaalnetten in Amerika en Europa.

Een aantal artiesten, waaronder Eric Clapton, George Harrison, Lou Reed, Neil Young en Stevie Wonder brengen een eerbetoon aan de man door één of twee van zijn nummers te brengen, met begeleiding van Booker T and the MG's plus G.E. Smith als "musical director".

 

Er zijn twee uitzonderingen: John Hammond Jr heeft 'I'll Be You Baby Tonight' gerepeteerd, maar vlak voor het optreden staat Kris Kristofferson er op dat hij dat zelf zal brengen. Omdat John Hammond Jr geen ander Dylan nummer kent, brengt die dan maar 'See That My Grave Is Kept Clean' van Jesse Fuller.

 

Sinead O'Connor wordt uitgejouwd omwille van haar recente optreden bij Saturday Night Live, waarbij ze een foto van de paus verscheurde. Uiteindelijk schreeuwt ze a-capella Bob Marley's 'War' en verlaat dan huilend het podium.

 

Elvis Costello had 'Positively 4th Street' moeten doen en Van Morrison 'Just Like A Woman', maar die kwamen geen van beiden opdagen.

 

Dylan bekijkt alles in zijn camper en komt slechts op het einde drie nummers zingen, waaronder 'Song To Woody'.

 

De aanwezigen betaalden $80 tot $150 voor het voorrecht en diegenen die thuis bleven konden voor $19,99 het gebeuren volgen op betaal-TV. Dylan ontving het leeuwendeel van de $ 10 miljoen opbrengst. Niet slecht voor drie nummers.

 

Dat geld komt overigens goed van pas, want op 21 oktober 1992 wordt het huwelijk van Bob en Carolyn wordt officieel ontbonden. Voor de tweede keer kost een scheiding hem een vermogen. Carolyn krijgt een deel van het huis in Port Dune als onderpand tot Bob genoeg contanten heeft om haar te betalen. Ze heeft bovendien recht op de helft van alle nieuwe nummers die Bob tijdens hun huwelijk heeft geregistreerd, een deel van zijn toekomstige royalty's plus alimentatie. Carolyn krijgt ook het huis in Tarzana.

  

Een plaat voor de president

 

Good As I Been To You wordt uitgebracht op de dag dat Bill Clinton wordt verkozen als president: 3 november 1992. De hoes ziet er (met opzet?) uit als een goedkope compilatie van de een of andere oude bluesman - een cd zoals je ze in de GB ziet liggen voor een paar euro.  

 

Aanvankelijk wordt nogal ontgoocheld gereageerd, vooral omdat er geen nieuwe composities van Dylan op staan. Ook werd hier en daar beklemtoond dat Dylan's stem erg was achteruit gegaan, maar vreemd genoeg, past die perfect bij het materiaal. Voor wie wil luisteren blijkt de plaat eigenlijk zeer goed.

 

Maar grunge is de heersende trend in de muziekwereld en een 51ste plaats is dan ook de hoogste notering in de US. In Engeland haalde de plaat wel de top 20.

 

Het heftigst werd echter gereageerd op de vermelding "trad. arr. Dylan" voor alle songs. Dit werd algemeen ongeloof onthaald, omdat het duidelijk onwaar was. Van minstens zeven nummers zijn de auteurs bekend. Bovendien kan van vele nummers zelfs worden gewezen op gelijkaardige arrangementen bij voorgangers. Zijn muziekuitgever kreeg dan ook af te rekenen met een paar processen.

  

Een overblijvertje

 

Op één na werden alle nummers van Point Dume op de cd uitgebracht. Het overblijvende nummer, 'You Belong To Me' werd voorbehouden voor de soundtrack van Oliver Stone's film controversiële film Natural Born Killers.

 

11-12-07

Bob Dylan - Desire

Bob Dylan – Desire 

Wat voorafging: blood on the tracks

  decoration
 Een vakantie… of een vlucht?

In de lente van 1975 bracht Bob Dylan verschillende weken door in Frankrijk. Zijn vrouw, Sara, zou hem vergezellen, maar bleef uiteindelijk in de Verenigde Staten.
Hij verbleef bij de schilder David Oppenheim, afkomstig van Marseille, van wie het schilderij de achterzijde van Blood On The Tracks sierde. Dylan had een tentoonstelling van Oppenheim bezocht in New York. Zijn werk boeide hem en hij had hem gevraagd een ontwerp te maken voor de hoes van Blood On The Tracks. Oppenheim maakte acht tekeningen waarvan Dylan er één uitkoos. Die tekening kwam in het midden van de achterhoes te staan, met daar rond een tekst van Pete Hammill. Door de nieuwe opnamen in december, was die tekst echter niet meer toepasselijk en kwam die te vervallen. Bij de uitgave van de plaat, in januari 1975, was de tekening dan ook vervangen door een andere, ook van Oppenheim.

Dylan arriveerde einde april, bij Oppenheim thuis in Savoie. De schilder vertelde in een interview in 1981: "Toen hij aankwam, heb ik hem een grote schotel klaargemaakt met kaas en wijn en zo. Hij lachte zich krom. Toen heb ik hem gevraagd wat muziek te spelen. Hij mokte een paar uur, maar toen hij merkte dat ik geen kwade bedoelingen had, begon hij te zingen…gelijk een wolf.
We leefden avontuurlijk. Geen problemen. We neukten rond, we dronken, we aten. Niets anders. In het begin was hij verbaasd maar na een tijdje begon hij ervan te genieten… Aanstellerig en briljant tegelijk. Dylan is zo’n man die alles uitvindt. De grootste egomaniak die ik ken. Dat maakt hem juist zo uniek, zijn ongelofelijke zelfvertrouwen… hij heeft al mijn ideeën gepikt over liefde, romantiek, roem en rijkdom.“

Toch beschreef David Oppenheim Dylan in die periode als: “totaal wanhopig, verloren, geïsoleerd…  Hij had problemen met zijn vrouw. Hij belde haar elke dag. Hij sprak ook met zijn boekhouder over de financiële problemen die ze allebei hadden.”
Al tijdens het voorgaande jaar had de Amerikaanse pers gewag gemaakt van een mogelijke scheiding van Dylan en zijn vrouw. 

Op een dag trekken de twee kompanen naar Saintes-Maries-de-la-Mer waar een zigeunerfestival plaatsvindt. Dylan was erg gecharmeerd door de sfeer. In een interview uit 1977 vertelde hij: "Ik ben de koning van de zigeuners gaan opzoeken in het zuiden van Frankrijk. Die vent had twaalf vrouwen en zeker honderd kinderen. Maar kort voor mijn aankomst had hij een hartaanval gehad. En al zijn vrouwen en kinderen hadden hem verlaten. Ze kwamen pas terug na zijn dood. Als ze de dood rieken, zijn ze weg."
Tijdens die uitstap schreef Dylan het nummer 'One More Cup Of Coffee' waarin de verteller wordt verleid door een van de dochters van de zigeunerkoning.

Dylan bleef ongeveer zes weken in Frankrijk. Begin juni besloot hij dat het genoeg geweest was. "Ik was in een weitje boven een wijnberg,’ vertelde hij aan Larry Sloman, ‘de lucht was roze, de zon ging onder en de maan had de kleur van een saffier en ik herinner me dat ik terugkeerde naar de stad met een kerel die een karretje bij had dat werd getrokken door ezels. We slingerden van links naar rechts en plots drong het in een flits tot me door: ik moest terug naar de Verenigde Staten en me terug serieus bezig houden met wat ik doe. Want, in die tijd wisten de mensen niet wat ik deed. Enkel diegenen die mijn optredens zien weten wat ik doe, de anderen kunnen het zich slechts inbeelden.”

Dat bezoek aan Frankrijk, waarvan niet veel geweten is, schijnt nochtans een grote indruk op Dylan te hebben nagelaten en valt midden in een scharnierde tijd waarbij hij na een lange periode zonder optredens of grote openbare manifestaties definitief besloot zijn leven als rondtrekkende muzikant terug op te nemen.


Hurricane Carter

Tijdens zijn verblijf in Frankrijk had Bob het boek The Sixteenth Round gelezen. De schrijver was de zwarte Amerikaanse bokser Rubin 'Hurricane' Carter, die in 1966 werd veroordeeld voor een moord die hij beweerde niet te hebben gepleegd.
Bijna onmiddellijk na zijn terugkeer bracht Dylan de bokser een bezoek in de gevangenis. "Ik stuurde een exemplaar van mijn boek naar Bob Dylan," legt Rubin Carter uit, "vanwege zijn vroegere betrokkenheid met de mensenrechtenzaak. Ik hoopte dat ik hem op de een of andere manier kon beïnvloeden om mij eens te komen opzoeken. Dan kon ik het met hem praten… En hij kwam ook echt. En we hebben uren en uren gepraat. Hij was één van de onzen."


Terug naar de grote stad

Einde juni dook Dylan terug op in New York. Hij huurde er een appartement in de artiestenbuurt Greenwich Village en was bijna iedere avond te vinden in het restaurant The Bitter End in Bleecher Street. Zijn vrienden van vroeger, zoals  Ramblin’ Jack Elliot en Bob Neuwirth kwamen er hem opzoeken. De uitbater Paul Colby reserveerde voor Bob een tafeltje in zijn andere zaak, The Other End, waar optredens plaatsvonden. Hij zag er Muddy Waters en de dichteres/zangeres Patti Smith. "Vlak nadat we een platencontract hadden getekend, kwam Bob naar ons kijken. Ik wist dat hij daar was - dat hoefden ze me niet te vertellen. Ik voelde het gewoon. Hij straalt energie uit."

Bob laat zich zelfs verleiden om zelf ook eens op het podium te stappen. Zo treedt hij er op 3 juli op met zijn oude compaan Jack Elliot. Hij begeleidt Elliott op gitaar voor 'Pretty Boy Floyd' (Woody Guthrie) en 'How Long' (Leroy Carr) en brengt dan solo een nieuwe compositie:  'Abandoned Love'. Het thema van het nummer is een voortzetting op het thema van Blood On The Tracks: de fout gelopen liefde. 

In de koffiehuizen en bars van de Village ontmoet hij interessante mensen om mee samen te werken. Zo zou hij een lange zigeunerachtige vrouw hebben zien lopen langs de straat met haar vioolkist. Hij laat de taxi stoppen en vraagt of ze ook op dat instrument kan spelen. Ze stelt zich voor als Scarlet Rivera, violiste in een salsaband. Bob biedt haar aan mee te rijden. Onderweg vertelt hij haar dat hij en zijn medepassagier, de percussioniste Sheena Seidenberg Hongaarse zigeuners zijn. In zijn appartement speelt hij haar een nieuw nummer voor op akoestische gitaar: ‘One More Cup Of Coffee’. “Ik voegde er wat viool aan toe,” vertelt Rivera “hij glimlachte, dus speelden we het nog een paar keer en het werd iedere keer beter en beter.”
De volgende dag neemt hij haar mee naar The Other End en vertelt aan iedereen “Zij speelt in mijn band!”


Jacques Levy

Diezelfde week ontmoet hij ook de tekstschrijver Jacques Levy opnieuw  (de man met de baard op de achterzijde van de hoes van Desire, met Dylan aan de microfoon). Levy is een New Yorkse psycholoog die in de jaren zestig ook begon te werken werkt als schrijver en dramaturg. Hij schreef en regisseerde onder andere de schandaalmusical Oh Calcutta! en werkte met Roger McGuinn samen aan twee dozijn nummers voor The Byrds. Samen schreven ze onder andere ‘Chestnut Mare’. Tijdens Dylans tournee in  1974 waren ze mekaar al tegen het lijf gelopen en toen had Bob al voorgesteld om “samen eens wat te doen”.
“Hij had niets speciaal op het oog toen,” vertelt Levy in de nota’s bij de Bootlegs boxset. “En hij zei iets in de aard van ‘Ik hou wel van wat je doet met Roger. Als je wil kunnen jij en ik samen eens iets schrijven.’ Dat was raar, niet? Want hij wist dat ik teksten schreef en ik wist dat hij teksten schreef. Maar ik zei, ‘Tuurlijk, waarom niet?’”

Nu, meer dan een jaar later ontmoeten ze elkaar opnieuw. Ze trekken naar het appartement van Levy om er te werken aan een nummer waarvan Bob al een strofe op papier heeft staan: ‘Isis’. Ze zetten zich aan de piano en werken een hele nacht lang aan het nummer, lachend en pratend. Ze laten zich bij het schrijven beïnvloeden door de geïmproviseerde gedichten van Patti Smith. Wanneer het klaar is trekken ze naar The Other End waar Bob het nummer declameert alsof het een gedicht was. “Iedereen zat doodstil” aldus Levy.
Bob wil de samenwerking voortzetten en stelt voor een nummer te schrijven over Hurricane Carter. Levy had een andere figuur in gedachte: Joey Gallo, een New Yorkse gangster die hij heeft gekend in 1969.

De zanger had, in deze fase van zijn leven blijkbaar veel affiniteit met onderdrukte helden, want ook de bokser Hurricane Carter en de ganster Joey Gallo werden door hem zo geportretteerd. Gallo weigerde onschuldigen te doden, beweert hij, was bevriend met zwarten en wou zich opofferen om zijn familie te beschermen. Een moderne Billy The Kid dus, een Pretty Boy Floyd… meer een ondeugende held dan een gemene schurk. Dylan schreef ‘Joey’ in één nacht.
Hoewel de zanger zich goed documenteerde, blijkt hij de bal volledig mis te hebben geslagen. Levy had hem in contact gebracht met de acteur Jerry Orbach, die bevriend was geweest met Gallo en de details over de moord op de mafioso in Umberto's Clam Bar in Little Italy, op 7 april 1972 haalde hij uit de biografie van Donald Goddard.
In dat boek staat echter ook dat Gallo een racist was, die zijn vrouw sloeg en in de gevangenis een jonge man brutaal had verkracht.


Op zoek naar een nieuw geluid

Dylan besluit de studio in te duiken om een nieuw concept uit te proberen. Hij wil een geluid dat zo ver mogelijk staat van de kale klank van zijn vorige plaat Blood On The Tracks. Daarvoor heeft hij een big band samengesteld rond de groep van de Britse gitarist Dave Mason, bestaande uit bassist Gerald Johnson, drummer Rick Jaeger, gitarist Jim Krueger en toetsenist Mark Jordan, plus drie backing zangeressen: Vivian Cherry, Hilda Harris en Joshie Armstead.
Die groep heeft hij bovendien aangevuld met mandolinespeler Vincent Bell , accordeonist Dominic Cortese, James "Sugarblue" Whiting op harmonica en Scarlet Rivera op viool.
Hij hoopt met de combinatie van de “gypsy violin”, de accordeon, orgel, harmonica en een vrouwenkoortje dat kwikzilveren geluid te kunnen vatten, waarna hij al sinds de helft van de jaren zestig op zoek is. Het ideee van het vrouwenkoortje dat bij deze sessie voor het eerst wordt uitgeprobeerd, zal tot ver in de jaren tachtig deel blijven uitmaken van zijn geluid.
 
Op maandag 14 juli wordt om 7 uur ’s avonds verzameld in de Studio E van de Columbia Recording Studios in New York City. De sessie loopt de hele nacht door, tot half zes in de ochtend. Toch staan er na afloop maar twee nummers op band.
Het eerste is ‘Rita Mae’, een nummer over een lesbische (waarschijnlijk de schrijfster Rita Mae Brown) die niet wil ingaan op de avances van de zanger. Er zijn zeven pogingen nodig, waarvan er vijf volledig zijn.

De rest van de tijd wordt besteedt aan het epische ‘Joey’. De tweede take is volledig. Dylan denkt dat het beter kan lukken als er geprobeerd wordt enkele overdubs aan de opname toe te voegen.
Maar dat geeft ook niet het verhoopte resultaat, dus wordt er opnieuw begonnen, vanaf het begin. Na vier mislukte pogingen is take 7 de tweede volledige opname.

Bob is nu meer dan ooit overtuigd dat hij een eigen band moet samenstellen.


Samen schrijven aan het strand

Dylan stelt Levy voor om gedurende twee weken te gaan samenwerken in zijn buitenverblijf aan het strand van East Hamton, Long Island. Door de frisse zeewind is het er koeler dan in de stad en ze worden door niemand gestoord. Er is zelfs geen personeel en Levy en Dylan moeten zelf boodschappen gaan doen. De samenwerking verloopt prima en ze schrijven een achttal nummers. ‘Black Diamond Bay’ is het resultaat van hun gemeenschappelijke liefde voor de verhalen van Joseph Conrad. Het nummer verslaat de vernieling van een eilandje. Hoe de mensen in een hotel op het eiland reageren. Aan het einde veranderd het standpunt en is het slechts een item op het TV-journaal. Schouderophalend besluit de verteller "I never did plan to go anyway to Black Diamond Bay."

‘Mozambique’ begon als een spelletje om te zien hoeveel keer ze op “-ique” konden rijmen. ‘Romance In Durango’ ontstond naar aanleiding van een ansichtkaart uit Mexico met een foto van Spaanse pepers die liggen te drogen in de zon – vandaar de openingsregel: “Hot chili peppers in the blistering sun.” Dylan verwerkte zijn belevenissen bij de opname van de film Pat Garrett & Billy The Kid in het verhaal. “Het werd een soort cowboy verhaal,“ volgens Levy, ‘Een voortvluchtige kerel en een meid… net een oude western.”

Het lijkt een beetje een vervolg op ‘Idiot Wind’ wind. Klonk het toen nog “They say I shot a man named Gray
and took his wife to Italy”, dan vraagt hij zich nu af: “Was it me that shot him down in the cantina/ Was it my hand that held the gun?”


Tweede poging

Bij hun terugkeer in de stad trekt Dylan onmiddellijk terug naar de studio, om de nummers die ze samen hebben geschreven op te nemen. Op maandag 28 juli staat een hele bende muzikanten op hem staan te wachten in Studio E van de Columbia Recording Studios. De achtkoppige band van Dave Mason is daar niet meer bij.  In plaats daarvan is er Kokomo, de Engelse pub rockband rond Neil Hubbard. “Er waren vijf gitaristen,” vertelt Hubbard, “waaronder Eric Clapton en ik… er was niemand die de leiding had – geen producer of zo.”  Die kern wordt aangevuld met de jonge Country zangeres Emmylou Harris, Scarlet Rivera, de drie backing zangeressen, blazers, bellzouki, percussie… Zoveel muzikanten dat de belendende studio als artiestenfoyer moet worden gebruikt. Er was een groot buffet en er was het een en ander te drinken en te roken.
 
"Ik was behoorlijk nerveus om hem te ontmoeten," vertelt Emmylou Harris, "Ik dank dat het helemaal anders was geweest als we mekaar vooraf al eens hadden gezien. Nu wandelde hij gewoon de sessie binnen, gaf een hand en begon te werken.”
Nu moet je niet denken dat hij een grote fan van mij was. Hij beschouwde mij meer als een sessiemuzikante die haar partijtje mocht zingen. Dat liet hij mij weten door wanneer het tijd was om een noot te zingen mij een flinke por in mijn zij te geven.
De plaat werd praktisch live in de studio opgenomen. Er stonden twee microfoons, maar we stonden zo dicht op elkaar dat we samen eigenlijk door één microfoon zongen.”
 
Als eerste nummer kiest Bob voor ‘Romance In Durango’.
Emmylou Harris: "Ik hield van de melodie, maar, mijn God, daar was ik aan het zingen met Bob Dylan en het was in het Spaans! Ik was altijd slecht in talen op school en het eerste nummer dat hij mij laat zingen is in het Spaans. Ik bleef maar vragen 'zing dat nog eens' en ik voelde me zo stom. Ik had zelfs geen Spaans gehad op school. Ik volgde Frans en daar bakte ik niks van."
Het big band experiment was een typisch Dylanesk voorbeeld van koorddansen zonder veiligheidsnet. Voor de meeste muzikanten was het een traumatische introductie met Dylan’s werkmethoden. “Het ging allemaal zo snel,” bevestigd Emmylou Harris, “Ik dacht, 'kunnen we dat alsjeblieft nog eens opnieuw doen? Ik ken het nu.' Maar hij was alweer bezig met het volgende nummer."
Het ene na het andere nummer wordt geprobeerd, telkens maar in één take: ‘Money Blues’ en ‘One More Cup Of Coffee’…

Maar ook voor de technici was het een ramp om de zes gitaren (drie akoestische, waaronder Dylans plus twee elektrische solisten, Eric Clapton en Hugh McCracken én Erik Fransden op slide), plus de mandoline, accordeon, harmonica, trompet, orgel, tamboerijn, viool en backing vocals allemaal op band te zetten, met maar 16 sporen ter beschikking. Het resultaat was dat staffproducer Don Devito bijvoorbeeld orgel, viool en percussie allemaal op één spoor moest samen zetten. Die keuze maakte dat het later onmogelijk werd om Scarlets soms vals gespeelde viool weg te mixen.
 
Wanneer ‘Romance In Durango’ een tweede keer wordt geprobeerd zit het goed. Deze versie zal als enige nummer van de sessie op de LP belanden.
Maar Dylan wil verder met nog wat nieuwe nummers: één take van ‘Oh, Sister’, gevolgd door  een valse start en een volledige take van ‘Catfish’. Dat laatste is het heldenverhaal van de basketball speller Catfish Hunter - een thema dat meer dan waarschijnlijk werd aangedragen door Jacques Levy.

Eindelijk besluit hij om het wat rustiger aan te doen. Na twee valse starten worden twee volledige takes van ‘Romance In Durango’ op band gezet. De sessie wordt afgesloten met drie takes van een disco-achtig arrangement van ‘Hurricane’, waarbij het koortje tekeer gaat “Hurricane, Hurricane”.

“Oké jongens,” zegt Don Devito tenslotte, “Einde oefening. Bobby is zijn stem kwijt.”
“Welke stem, verdomme!” gromt gitarist Jim Mullen, tussen zijn tanden.
 
Volgens Larry Sloman werd tijdens deze sessie ook nog ‘Wiretappin’’ opgenomen, een outtake met de regel “Wiretappin’, it can happen”. Maar daarvan is op de sessiebladen niets terug te vinden.

Van deze hele big band sessie werd dus uiteindelijk alleen ‘Romance In Durango’ overgehouden wanneer de nummrs moeten worden geselecteerd voor de samenstelling van Desire. En zelfs daarbij worden de sporen met de harmonica van Sugar Blue en twee van de akoestische gitaren weg gemixt. Het grootste probleem leek de drummer te zijn: Terry Stannard. Diens ongeïnspireerde gebonk was enorm frustrerend voor bassist Rob Stoner (eigenlijk Rothstein). Stoner was, naast Rivera, Dylans belangrijkste rekruut van de twee weken durende talentenjacht in The Village. Hij werd weldra de onofficiële leider van de band.
 
Na afloop was Eric Clapton niet erg te spreken over de opnamen. “Dylan zocht een omgeving waarbij hij muziek kon maken met nieuwe mensen. Hij reed zomaar wat rond, om muzikanten te zoeken , die hij dan meebracht naar de sessie. Uiteindelijk had hij 24 muzikanten in de studio, met allemaal ongewone instrumenten: accordeon, viool… Hij was moeilijk bij te houden. Hij wist niet echt wat hij wou. Hij was op zoek, van het ene nummer naar het andere. Ik moest buiten gaan, wat frisse vlucht happen, want binnen was het waanzin.” 


Derde keer, goede keer?

De volgende avond, dinsdag 29 juli, wordt er weer om 7 uur ‘s avonds verzameld. De band is inmiddels gehalveerd.  De meeste Britse muzikanten, waaronder Clapton en Yvonne Elliman zijn er niet meer bij. Vincent Bell en Hugh McCracken moeten nu de gitaarsolo’s verdelen. 

Dylan begint vol goede moed met het lange ‘Black Diamond Bay’, gevolgd door ‘Money Blues’. Maar dan wordt ‘Black Diamond Bay’ nog eens geprobeerd en nog eens… Er zijn twaalf takes nodig eer er iets bruikbaars op band staat. Vijf daarvan zijn volledig.

Dan volgen acht takes van ‘Oh, Sister’, waarvan er drie volledig zijn. Gevolgd door zeven takes van ‘Mozambique’, waarvan er vier het einde halen.
Het klikt blijkbaar nog steeds niet tussen alle bandleden. Volgens Stoner was dat vooral te wijten aan “die kerels van Kokomo… die bleven maar takes vragen tot ze hun partij kennen. Tegen die tijd was Bob het allemaal beu.”

Dylan ziet in dat het zo niet langer kan. Volgens Stoner komt Devito, names Dylan hem aan het eind van de sessie vragen om suggesties om de zaak op gang te trekken. Stoner wond er geen doekjes om: “Waarom probeer je het niet met een kleine groep… geen vriendinnen, geen vrouwen, niks! De kleinst mogelijke band – bassist, drummer en niemand die niet nodig is.”

Dylan besluit dat eens uit te proberen en het laatste nummer wordt opgenomen in een beperkte bezetting van Bob Dylan (gitaar en zang), Erik Frandsen (slide gitaar), Rob Stoner (bas) en Sugarblue (harmonica).
Het is inmiddels al behoorlijk laat geworden - of beter vroeg - en ‘Catfish’ heeft dan ook onmiskenbaar een nachtelijk sfeer. Langzaam, broeierig en bluesy.
Eén van de twee takes wordt in de jaren negentig uitgebracht op The Bootleg Series, Vol.1-3.

* * *

Nu Kokomo de deur uit is moet er een nieuwe drummer worden gezocht. Dylan wil ex-Domino Jim Gordon, of misschien de Nashville veteraan Ken Buttrey. Maar Stoner kan die mannen zo snel niet bereiken. Hij stelt dan voor om Howie Wyeth te proberen. Hij heeft nog met met de drummer gespeeld bij de opnamen van een plaat van John Herald in een productie van Dylan’s oude maatje Bob Neuwirth.
Met Stoner en Wyeth heeft Dylan terug een rhythmsectie waarop hij kan bouwen.


Eindelijk klikt het

De sessie van woensdag 30 juli wordt dan ook zo’n memorabele Dylansessie waarbij een hele LP praktisch in één nacht op band wordt gezet.

Sheena Seidenberg drukt het zo uit: “Woensdag nacht, dat was de LP. Ik vond het heel speciaal… die er bij waren, waren echt gekozen … om het album te laten stralen . Dylan had me die middag gebeld. Hij zei dat hij niet kon slapen, door de energie. Het was zo intens, al die opwinding, die magie… pure kunst.”

Dylan en Harris waren dan ook al vroeg daar. Ze warmden hun stembanden op – Dylan met Little Richard nummers, Harris met country standards. Emmylou had Dylans manier van fraseren nu onder de knie en kon hem moeiteloos volgen. Dylan stond te popelen om te beginnen.

Er wordt weer een hele nacht doorgewerkt: van acht uur ’s avonds tot acht uur ’s ochtends.
De muzikanten die aan deze sessie meewerken zijn drie vrouwen en drie mannen: naast Bob zelf, bassist Stoner, drummer Wyeth, Emmylou Harris, violiste Scarlet Rivera en percussioniste Sheena Seidenberg. De enige solo instrumenten op de plaat zijn dus Dylans harmonica en Scarlets viool. De enige gitaar is Dylans akoestische. Het geeft de opnamen de atmosfeer van Ierse folksongs of zigeunerballaden.

De nieuwe drummer maakte onmiddellijk kennis met Dylans manier van werken. Als eerste nummer werd ‘Golden Loom’ aangepakt. Het is een solo compositie van Dylan, maar de obscure verwijzingen naar alchemistische symbolen en Jungiaanse archetypen wijzen duidelijk op de invloed van Levy. Het is een droomnummer, zwanger van de symbolen: de vissersdochter, het rituele wassen als voorbereiding van het mythische huwelijk… Van de vier takes zijn er drie volledig. De eerste daarvan wordt uitgebracht op de Bootleg Series, Vol. 1-3.

“We begonnen het nummer,” vertelt Wyeth ”het was zelfs een opname, denk ik… en het einde was wat rommelig. Ik vroeg aan Bob, ‘Ronden we het af of komt er een fade aan het einde?’ En hij begon aan zo’n lange uitleg… dat iedereen in de war was… Eindelijk besloot hij ‘Laten we het maar helemaal niet doen!’
Stoner mompelde tegen mij: ‘Vraag hem niks meer! Speel gewoon!’”

Percussioniste Sheena komt wat later binnen en speelt pas mee vanaf het tweede nummer: 'Oh, Sister'. Daarvan worden vijf takes op band gezet. De tweede wordt later als beste gekozen en komt op Desire terecht.
Na twee keer het elfminuten lange 'Isis' te hebben gespeeld volgt telkens één take van 'Rita Mae' en 'One More Cup Of Coffee'. Dat laatste nummer zit ook meteen goed. De eerste take wordt wel nog gevolgd door een valse start en een derde poging die ook wordt afgebroken. 

Dan volgt 'Black Diamond Bay'. Vijf takes, waarvan er drie volledig zijn. Take 4 wordt geselecteerd.
"Zijn frasering verandert nogal," vertelt Emmylou Harris, "dat deed Gram [Parsons] ook. Gram en ik hadden hetzelfde gevoel voor frasering, maar ik hield hem toch voortdurend in de gaten en dat deed ik ook met Dylan. Ik keek naar zijn mond en keek wat hij zong. Vandaar al dat gehum. Je hoort mij hummen op sommige tracks. Ik had geen idee dat ze dat gingen behouden. Natuurlijk, als backing zangeres vind ik dat niet alles even zuiver klinkt, maar het geeft het gevoel weer en op de LP vindt ik dat het ongelofelijk werkt."

Vier takes van 'Mozambique' volgen, waarvan de tweede volledige ook weer prima is.
'Hurricane' zit meteen goed, in één take. Dylan laat een acetate van de opname maken dat George Lois naar Carter bracht. “Hij ging uit z’n bol! Het was prachtig,” vertelt Lois, “Hij kreeg tranen in zijn ogen.”
 
'Rita Mae' wordt nog drie keer geprobeerd en tenslotte twee keer 'Joey'.
En ook die twee nummers zitten meteen goed.

Na drie mislukte pogingen was dit duidelijk een vruchtbare sessie. Haast van elk nummer dat werd uitgeprobeerd stond er een bruikbare take op band. Dylan is dan ook zeer tevreden. Hij prijst Stoner, "Uw drummer klinkt goed. Het zit goed. "
Ook Stoner zelf is enthousiast: "We speelden het ene na het ander nummer, bam, bam, bam, ieder nummer van begin tot het einde. Iedere volledige opname was een take.... We stonden scherp... Ik denk dat we nog altijd bezig waren om vijf -zes in de ochtend.
We konden die "eerste take" spontaniteit behouden omdat we de details niet iedere keer opnieuw en opnieuw moesten spelen met muzikanten die het maar niet konden vatten.”

Het was de laatste sessie voor Emmylou Harris. Ze kijkt met enige verbazing terug op de sessies: "Ik zing met een bepaalde stijl en ik wist echt niet of Dylan daar wel van zou houden. Het is niet dat ik één van de Jordanaires ben. Ik heb wat tijd nodig om de samenzang uit te werken en Dylan werkt zo snel. Ik ben eerder een perfectionist. Ik had graag wat meer tijd gehad. Soms wist ik niet eens dat ik moest invallen en dan was ik bijna te laat. Later wist ik pas dat er niet wordt overdubd op een Dylan album. Hij wil dat gewoon niet. Ik heb nog gevraagd of ik mijn zang later mocht overdoen en hij zei "‘tuurlijk". Maar ik had er geen tijd voor. Ik denk trouwens dat hij er toch niks van zou hebben gebruikt."

* * *

De volgende namiddag, donderdag 31 juli moet Dylan verschijnen als karaktergetuige op het proces van ex-Columbia directeur Clive Davis.


Onverwacht bezoek

Die avond heeft Dylan een gaste meegebracht naar de Columbia Recording Studios: zijn vrouw. Sara is totaal onverwacht komen overvliegen. 
“Ze kwam naar New York, naar ik aanneem om te zien of er nog iets te redden viel [van haar huwelijk]. Ik neem aan dat ze dat van plan was. Ik weet het wel zeker,” meent Levy. Hij had haar de hele zomer niet eens gezien – ze was op vakantie geweest naar Mexico.

Na de euforie van de vorige nacht, kan alles wat volgt alleen maar een anticlimax zijn. Loman beschrijft het als “een rustige sessie, veel luisteren naar playbacks…”
Dylan wil zijn vrouw waarschijnlijk laten horen wat hij allemaal te vertellen heeft.

Uiteindelijk beginnen ze toch op te nemen, terwijl ‘Sara’ toekijkt van achter het glas van de controlekamer. Om op te warmen wordt eerst 'Golden Loom' nog eens opnieuw geprobeerd, als test.

Dan wordt als eerste nummer een solo compositie van Dylan opgenomen. De werktitel is 'Love Copy', maar die wordt later verandert in 'Abandoned Love'.
Aan het begin van de opname is Bob de akkoorden nog aan het tonen aan de band. Zoals Eric Clapton al verklaarde: “Wanneer je repeteert met Dylan, luister je goed en kijkt naar zijn handen voor de wisselingen. Het kan je enige kans zijn.” Hoewel ook de tweede take compleet is wordt toch deze eerste take later uitgebracht op Biograph. Blijkbaar zijn de laatste drie regels herschreven sinds hij het nummer vier weken eerder bracht in the Other End.

Dan volgen twee pogingen om een nieuw nummer op te nemen. Op de doos waarin de banden achteraf worden opgeborgen staat erbij genoteerd ‘Town (Reference)’. Volgens Wyeth was Dylan "opgebrand..  we vonden dat niks lukte."

Maar dan gebeurt er iets. Sloman beschrijft de scène in On The Road With Bob Dylan: “Dylan keerde zich plots naar zijn vrouw en zei, ‘Dit is voor jou’ en barste los in een beklijvend nummer dat hij voor haar had geschreven, die zomer in de Hamptons. Niemand had het eerder gehoord, maar Stoner en Rivera en Wyeth pikten het tempo op. Scarlet speelde enkele uitstekende fills, waarmee ze de melancholie van het nummer accentueerde. Ze speelden het nummer helemaal uit.” 
Het nummer is ‘Sara’. Daarin verwijst de zanger naar een vakantie, aan het begin van hun relatie, in Portugal. Hij  bekent aan zijn "virgin angel, sweet love of my life" over "staying up for days at the Chelsea Hotel, writing 'Sad Eyed Lady Of The Lowlands’' for you."  Hij vraagt vergiffenis voor zijn recent begane zonden en besluit met de intense smeekbede “don’t ever leave me, don’t ever go!”
“Het was ongelofelijk. Je kon een speld horen vallen!” vertelt Levy. “Ze was er helemaal door van slag. En het was beslist een keerpunt. Het werkte. Ze kwamen echt weer samen.”
Ze proberen het nummer daarna nog vijf keer, waarvan alleen de laatste nog compleet is. Die wordt als beste uitgekozen, om de plaat mee af te sluiten. 

Dylan kreeg achteraf nogal wat kritiek over 'Sara'. Later beweerde hij dan ook dat de tekst niet letterlijk moest worden begrepen. Elvis Costello verdedigde de auteur jaren later in Rolling Stone door te stellen, "Als hij had gewild dat we hem letterlijk namen, had hij wel een vers ingelast in de zin van: Die-en die, mijn ex-vrouw, is een echte trut. Ze woont daar, ga haar huis maar in brand steken."

De sessie wordt afgesloten met nog zo'n " waar verhaal, over het huwelijk", zoals Dylan het nummer tijdens concerten dikwijls aankondigen zal. Beide takes van 'Isis' zijn volledig, maar de tweede is het beste. Bij de eerste speelt Dylan akoestische gitaar, maar bij de tweede poging is hij overgeschakeld op piano.

Om 4 uur in de ochtend staan alle nummers op band.


Afwerking

De volgende dag, vrijdag 1 augustus worden de nummers geselecteerd voor de LP. Omdat ‘Durango’ en ‘Catfish’ nooit met de Stoner/Wyeth/Rivera band werden opgenomen worden die als enige van de sessie van de 28ste op de lijst gezet. Niets van de 29ste wordt weerhouden. Dylan overwoog eerst nog om kant 1 te laten eindigen met ‘Rita Mae’ maar kiest dan toch voor ‘Mozambique’ en plaatst ‘Oh, Sister’ achteraan.

Zaterdag vliegen Bob en Sara samen naar Minnesota.

Tien dagen later, op 11 augustus worden wat overdubs toegevoegd aan take 1 van 'Joey, opgenomen op 30 juli. Vincent Bell speelt gitaar en mandoline en Dominic Cortese speelt een fragmentje accordeon, achter het zinnetje "to the tune of an accordeon".
Het is niet duidelijk of Dylan bij die overdubs aanwezig is, of enkel de opdracht heeft gegeven.


The World Of John Hammond

Op 11 september stelt Dylan de eerste nummers voor aan het publiek. Hij speelt drie songs bij de opname van 'The World Of John Hammond', een TV-programma dat wordt opgenomen in de WTTW-TV Studios, in Chicago. Met begeleiding van Rob Stoner, Scarlet Rivera en Howie Wyeth  brengt hij 'Hurricane', 'Oh, Sister' en 'Simple Twist Of Fate'. Het programma wordt wel pas op 13 december uitgezonden op radio en TV.
Het optreden leek voor Bob een goede test om er achter te komen of de muzikanten uit de voeten konden met zijn onvoorspelbare optreden. Rob Stoner stond ietsje achter Bob, zodat hij kon zien welke akkoordenwisselingen  Bob met zijn linkerhand uitvoerde, terwijl hij aan het wippen van zijn hak de maat kon aflezen. “Je kunt aan het ontspannen van zijn spieren zien dat hij een ander akkoord gaat spelen,” vertelt Stoner,  die de rol van bandleider op zich nam. “Dan moet je kijken welke kant zijn hand opgaat en welk akkoord hij dan gaat spelen.” Die methode gebruiken veel van Bobs bandleiders: ze kijken goed naar zijn handen en voeten en geven de aanwijzingen door aan de andere muzikanten.

De dag na de opname vliegen de Dylan's terug naar huis in Malibu.

Hier is het Youtube filmke van 'Hurricane'


Buckets of Rain

Begin oktober is Dylan terug in New York, om er met Bette Middler in de Secret Sound Studio in New York, een nieuwe versie van 'Buckets of Rain' op te nemen voor haar LP Songs For The New Depression. Midler vertelt over de sessie: "Hij was zo charmant dat mijn broek er van afzakte - niet letterlijk natuurlijk, maar het scheelde toch niet veel. Eigenlijk probeerde ik hem uit zijn broek te krijgen, maar ik moet iedereen ontgoochelen met de mededeling dat het me niet gelukt is. Maar ook dat scheelde niet veel. Het was bijna raak in zijn Cadillac - hij rijdt met een hysterisch lange rode Cadillac cabrio. En hij kan ab-so-luut niet rijden! Hij is al niet van de grootste en toch rijdt hij altijd met de zetel helemaal naar achter geschoven."


Een nieuwe versie van ‘Hurricane’

Aan het einde van de maand keert Dylan terug naar de Columbia Recording Studios om er, op 24 oktober, vanaf 10 uur 's avonds, een nieuwe versie van 'Hurricane' op te nemen. In de eerste versie had Dylan vermeld dat Arthur Dexter Bradley, die hij ervan verdenkt de moorden echt te hebben gepleegd, samen met Bello, in de bar zat op het ogenblik van de moorden. Columbia vreesde een proces en vroeg Dylan om die passage te veranderen. Liever dan met een overdub te werken  besloot Dylan helemaal vanaf nul te herbeginnen. 
Hij wordt daarbij begeleid door Rob Stoner, Scarlet Rivera, Howie Wyeth, Steven Soles, Ronee Blakeley en Luther Rix.
Om op te warmen spelen ze eerst wat andere nummers, waaronder ‘Jimmy Brown, The Newsboy’, ‘Sitting On Top Of The World, 'I Still Miss Someone' en 'Simple Twist of Fate' met een aangepaste tekst. 
Maar, tot Dylan's ontzetting schijnt het maar niet te willen vlotten. Na zes takes krijgt hij het op zijn heupen. “Misschien moet je gewoon maar teerlingen werpen om te beslissen welke take het beste is” zegt hij tegen Devito. “Ik bedoel, we kunnen altijd beter… we kunnen het zeventig keer  spelen, maar ik wil hier weg!”
Ze overwegen het zelfs in mono op te nemen, maar na nog eens vier takes heeft Dyaln er echt genoeg van. Het is inmidddels half vijf in de ochtend. "Zoekt het maar uit" roept hij Devito toe.
Uiteindelijk wordt de master samengesteld uit twee takes: 2 en 6.

De plaat kan eindelijk worden gemasterd, maar Dylan mist voor de tweede keer op rij de Kerstverkoop.

Meer dan een jaar later, op 7 december 1976 worden alle zowel de masters als de mixen van de oorspronkelijk versie van ‘Hurricane’ uit juli 1975 afgeveegd. Zo wil de platenmaatschappij zorgen dat de eerdere versie nooit openbaar kan worden gemaakt.  


De eerste single: ‘Hurricane’

In november 1975 wordt de ‘Hurricane’ single uitgebracht. Het nummer is elf strofen en bijna negen minuten lang. Om hem op de radio gedraaid te krijgen en toch de hele boodschap over te brengen is het nummer in twee delen gedeeld voor de single: part 1 op de a-kant en part 2 op de b-kant. In het nummer maakt Dylan zich behoorlijk kwaad over het onrecht dat de, volgens hem, onterecht veroordeelde bokser is aangedaan: "and though they could not produce the gun, the DA said he was the one, who did the deed, and the all-white jury agreed!!". Het nummer rockt stevig voor een nummer waarin het enig elektrische instrument een bas is.
Mede dankzij Dylan's inspanningen krijgt Carter uiteindelijk een nieuw proces en…. wordt opnieuw veroordeeld. Pas eind jaren tachtig wordt hij vrijgelaten, na een derde proces. Hij wordt daarbij echter niet vrijgesproken. 


De release van Desire.

Op oudejaarsavond worden de eerste nummers van Desire op de radio gedraaid.
Emmylou Harris verteld: "Ik zat in de auto en John reed achter me. Plots liep ik uit de auto en sloeg op zijn ruiten en riep 'Ik ben op de radio! IK BEN OP DE RADIO MET BOB DYLAN!' Ik liep snel terug naar de auto en het was nog bezig. Ik kon het gewoon niet geloven."
Omdat het een andere versie van ‘Hurricane’ was die werd uitgebracht als single dacht zij dat de sessies waaraan zij had meegedaan niet zouden worden uitgebracht. Ze had zich daar al helemaal bij neergelegd.
Het nummer op de radio was ‘Romance in Durango’.

De volgende dagen worden meer en meer nummers van Desire op de radio gedraaid en tot Emmylou’s verbazing is haar stem er bijna altijd bij. Soms is haar zang zelfs meer naar voor gemixt dan Dylans stem.
"Soms kromp ik in elkaar als ik wat noten hoorde die ik beter had willen doen. Maar dat is muggenziften. Geloof me, het was allemaal live. Geen overdubs. Eerste takes: de eerste keer dat ik 'One More Cup Of Coffee' zong kwam op de plaat.
Tekstueel is het mijn favoriete Dylan album. Hij heeft het ‘em weer gelapt. Zijn creativiteit is eindeloos. Ik had mijn twijfels, zo rond Self Portrait maar hij bleef altijd belangrijk. Hij is voor ieder van ons belangrijk in ons leven. Blood On The Tracks was heel goed. Maar Desire…. Desire is zo muzikaal! Het was fantastisch om met hem samen te werken. Ik kan het alleen vergelijken met een schilder die verf op het doek smakt, maar ondertussen precies weet wat hij doet. “

Op 5 januari wordt DESIRE officieel uitgebracht. De Amerikaanse critici reageren verdeeld, maar de plaat bereikt de eerste plaats in Billboard en blijft er vijf weken. Het is daarmee een van Dylans best verkochte platen. In Engeland blijft Desire haperen op 3.

De New Yorkse critici hebben vooral veel moeite met het geromantiseerde beeld dat Dylan in ‘Joey’ schetst van de plaatselijke mafialeider.

In februari wordt 'Mozambique/Oh, Sister' als tweede single uitgebracht.
 

 

Toch nog even meegeven dat de hoes van Desire toch wel erg veel wegheeft van die van Wolfking of L.A. van "papa" John Phillips. 

decoration

15-11-07

Bob Dylan: Pat Garrett And Billy the Kid

  

decoration

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In 1972 lijkt Bob Dylan wel van de aardbol verdwenen. Geen single, geen langspeelplaat, geen optredens, niets. Hij heeft er absoluut geen behoefte meer aan om in de schijnwerpers te staan. Het eerste half jaar heeft hij zich met zijn familie terug getrokken op zijn pas aangekochte farm in Tuscon, Arizona. Daar houdt hij zich bezig met de afwerking van zijn tweede boek: een bundeling van al zijn liedjesteksten en gedichten. De werktitel is Words. Maar na een tijdje beslist hij een aantal teksten te illustreren met lijntekeningen en wordt de titel veranderd in Writings & Drawings. Het lijkt sterk op het afsluiten van een hoofdstuk in zijn leven.

 

Wanneer het aan het begin van de zomer te heet wordt in Arizona keert de familie Dylan terug naar New York. Daar wordt hij enkele keren opgemerkt bij optredens van anderen. In juni gaat hij naar Elvis Presley kijken in Madison Square Garden. In het Roosevelt Stadium in New Jersey ziet hij The Allman Brothers Band en The Grateful Dead. En een optreden van The Rolling Stones een paar dagen later maakt grote indruk op hem.

 

* * *

 

Op 9 september duikt hij onverwacht op tijdens een optreden van John Prine in The Bitter End in New York.

John Prine: "Ik gaf Dylan één van de eerste exemplaren van mijn plaat. Twee weken later speelde ik mijn eerste concert buiten Chicago. Ik trad op met David Bromberg en Steve Burgh en Steve Goodman, maar ik had nog iemand nodig op harmonica. Ik vroeg of ze iemand kenden.

En opeens, bij mijn tweede optreden, staat Dylan daar. Hij had een harmonica bij en had de teksten geleerd van elk refrein! Ik stelde hem voor en er klapten misschien twee mensen. Niemand geloofde het. Ze dachten dat Dylan dood was of ergens op een berg woonde."

 

* * *

 

Korte tijd later krijgt Bob Dylan bezoek van Rudy Wurlitzer, een oude vriend en schrijver van romans en filmscenario's. Hij heeft een scenario voor een western geschreven gebaseerd op het leven van Henry McCarty, een outlaw die in 1881 werd neergeschoten in New Mexico. Volgens de overlevering zou Henry, ondanks zijn 21 jarige leeftijd meer dan twintig mensen hebben vermoord. Hij zou met zijn hobby zijn begonnen toen hij amper 12 was. Onder de naam Billy the Kid was hij tijdens zijn leven al een legende, befaamd om zijn koelbloedigheid en verschillende ontsnappingen uit gevangenissen.

Hij werd in de nacht van 14 juli 1881 doodgeschoten door sheriff Pat Garrett, die al een tijdje jacht op hem maakte. Nochtans was Garrett vroeger bevriend met zowel The Kid als zijn moeder.

 

Het scenario voor Pat Garret and Billy the Kid was oorspronkelijk geschreven voor de regisseur Monte Hellman. Wurlitzer en Hellman hadden net samen de film  Two-Lane Blacktop gedraaid, met James Taylor en Dennis Wilson. Maar de acteur James Coburn, die absoluut de rol van de sheriff wou spelen, meende dat Sam Peckinpah de geknipte man was voor deze film.

 

Voor de rol van Billy werd de zanger Kris Kristofferson aangetrokken.

 

Wurlitzer kwam op bezoek bij Bob Dylan om te polsen of hij geen zin had om wat muziek voor de film te schrijven.

"Rudy had een nummer nodig voor zijn scenario," bevestigt Dylan. " Ik had toch niks omhanden. Rudy zond mij zijn scenario, ik las het en ik vond het goed. Dus spraken we af. En dan zag ik [Peckinpah's vorige films] The Wild Bunch en Straw Dogs en Cable Hogue en ik vond ze goed. De beste is Ride the High Country... Dus schreef ik 'Billy' heel snel."

 

Wurlitzer nodigt Dylan uit om ook een kijkje te komen nemen bij de opnamen. Dat ziet Bob wel zitten. Alle redenen zijn goed om een tijdje weg te zijn uit New York. Bovendien had hij Mexico, waar de film zal worden gedraaid, altijd al graag eens bezocht. Misschien zit er zelfs een rolletje in voor hem?

 

* * *

 

Op 23 november arriveert Bob, met Sara en de kinderen in Durango. Hij heeft twee nummers geschreven die hij aan de regisseur wil laten horen: 'Billy' en 'Goodbye Holly'.

 

Maar Peckinpah heeft geen belangstelling. "Sam zei, 'Wie is Bob Dylan?,'" vertelt Coburn. "'Oh ja, de kinderen luisterden naar zijn spul. Ik zat eerder te denken aan die Roger hoe-heet-ie-ook-alweer, die van 'King of the Road'? Die wou ik vragen.' En wij riepen allemaal, 'Wat!! Je moet Dylan zien,'...Tenslotte zei hij, 'Vooruit, haal 'm hier.'..."

"Die avond gingen we eten bij Peckinpah thuis," gaat Coburn verder." Er werd stevig wat tequila gedronken. Na het eten zegt Sam, 'Kom jongen, laat eens horen wat je hebt. Je hebt je gitaar toch mee?'

Ze gaan wat apart zitten. Sam in zijn schommelstoel en Bobby op een krukje voor hem. Bobby speelt drie, vier nummers... Sam kwam terug met tranen in zijn ogen. 'Wie is die kerel? Geef hem een contract!"

 

Volgens een andere bron bestond het diner uit: "soep van geitenkop met tacos, tequila en peyote, marihuana en cocaïne" - misschien verklaart dat voor een stuk het enthousiasme.

 

Dylan krijgt zelfs zijn verhoopte rolletje: de mysterieuze figuur Alias. Hoewel Dylan later beweerde dat "mijn karakter eerst niet voorkwam in het verhaal", heeft zijn biograaf Clinton Heylin ontdekt dat, "....Alias niet alleen al in het oorspronkelijk script van Wurlitzer zat, maar dat het ook een historische figuur is, door Garrett zelf beschreven in zijn boek Authentic Life of Billy the Kid. Alias was zelfs niet zomaar een lid van zijn bende, maar eerder Billy's rechterhand."

 

Maar Dylan beklaagt zich zijn rol al snel. Want hoewel Peckinpah grootse plannen heeft met de film - hij wil niets minder dan de definitieve western draaien - draait het allemaal anders uit.

 

James Aubrey, de grote baas van Metro-Goldwyn-Mayer, weigerde Peckinpah het gevraagde budget en tijd te geven. Zo moet er, om besparingsredenen worden gewerkt met een locale filmploeg.

Bovendien heeft de regisseur net een scheiding achter de rug en is zwaar aan de drank. Dat maakt dan weer dat hij elk ogenblik in een woede uitval kan uitbarsten. Dus wordt hij zo weinig mogelijk lastig gevallen.

Dylans rol wordt daardoor nooit uitgediept. "[Peckinpah] nam nooit de tijd om uit te werken wat Dylan kwam doen in de film," meent Kristofferson. "Bob zei me dikwijls, 'Jij staat tenminste in het script!'"

  

Wanneer Dylan arriveert zijn ze al twee weken aan het draaien. Zodra de eerste beelden worden bekeken, blijkt dat een gedeelte onbruikbaar is. Iemand heeft een camera laten vallen, waardoor de onderste helft van het beeld onscherp is. Een groot aantal scènes moet dus opnieuw worden gedraaid. Maar de producer is het daar niet mee eens. Hij wil niet voor extra financiering zorgen en vindt dat de beelden maar zo moeten worden gebruikt.

 

De acteurs kiezen natuurlijk partij voor hun regisseur. Dylan trekt er zijn conclusies uit: "Ik leerde bij het werken aan Pat Garrett and Billy the Kid dat je in Hollywood geen echt creatieve films kunt draaien... Je hebt je eigen mensen nodig om een film te maken zoals je hem zelf wilt."

 

Peckinpah wordt na deze tegenvaller zo mogelijk nog meer onberekenbaar.

Maar dat geldt ook voor Dylan. Hij praat tegen niemand. "Ik snap niks van die man," verklaart Kris Kristofferson. "Het is moeilijk als iemand niks zegt. Zijn vrouw heeft me t-verteld dat hij soms zelfs weken geen woord tegen haar zegt... Ik vraag me af hoe hij het volhoudt."

 

Sara is het gedoe snel beu. "Ze vroeg me 'Wat doen we hier, in godsnaam?'" vertelt Dylan. Ze maken dan ook dankbaar gebruik van twee weken pauze in de opnamen om de kerstdagen te gaan doorbrengen bij George en Patti Harrison in Engeland.

 

* * *

 

Half januari keren ze terug naar Durango, om wat nummers op te nemen voor de soundtrack van de film.

De sfeer op de set is nog steeds gespannen. Wanneer Dylan naar Mexico City vertrekt om er in de CBS Discos Studios te gaan werken, maken een aantal acteurs dankbaar van de gelegenheid gebruik om er mee tussenuit te knijpen. Daardoor begint Bob Dylan, op 20 januari, met een heel gevolg aan zijn eerste studiosessie in meer dan een jaar.

Wurlitzer verklaarde tegenover de pers: "Sam [Peckinpah] weet dat hij de strijd aan het verliezen is tegen Dylan. Hij heeft een vertoning van de film The Getaway gepland voor vanavond, maar iedereen wil met Dylan naar Mexico. Hij heeft dan ook een repetitie aangekondigd om 6:30, terwijl hij weet dat we nooit voor 8 uur terug zullen zijn. Mij kan het niet schelen. Ik moest daar weg."

 

Naast de acteurs met hun vrouwen of liefjes zitten er ook een hele bende muzikanten in de studio. 

"Ik liet mijn band overkomen,' legt Kristofferson uit, "omdat ik dacht dat die wel met Dylan zouden willen werken. Omwille van de vakbondsregels moest er echter voor iedere Amerikaan ook een Mexicaan in de studio zijn. Bob spreekt geen Spaans, dus vroeg ik of ik voor hem zou tolken tegen de Mexicaanse trompetspelers. Maar hij snauwde: 'Doe dat maar op je eigen nummers!'... Ik liet hem dan maar.

Ik begreep niets van zijn manier van werken. Mijn bandleden zeiden tegen me, dat hij hun niks wou uitleggen. Zodra ze iets begonnen te snappen van wat hij wou, begon hij aan het volgende nummer. En ze wilden zo graag hun best doen voor Dylan!"

 

Dylan heeft dan ook veel moeite om 'Billy' op band te zetten. Er worden zowel instrumentale versies, als met zang uitgeprobeerd. Het arrangement wordt steeds aangepast, maar het klikt niet. ‘Billy Surrenders’ en 'And He's Killing Me Too' hebben geen tekst. ‘Goodbye Holly’ staat er in één take op. Hoewel het nummer is geschreven voor de sterfscène van Holly, wordt de tekst meer gebracht als een soort dronkemansgebral. Allemaal: “Goodbye Holly, Holly goodbye!”

Voor 'Peco's Blues' zet Bob de Mexicaanse blazers aan het werk op iets wat sterk lijkt op de traditional 'What Does The Deep Sea Say?'. Zelf beperkt hij zich tot neuriën.

Tegen vier uur in de ochtend – ze zijn dan al acht uur aan het werk - probeert Bob een laatste keer om ‘Billy’ op te nemen, met alleen bassist Terry Paul als begeleider. Deze laatste take is geslaagd. Aangeduid als 'Billy 4' is het enige nummer van de gehele sessie dat zowel in de film als op de soundtrack LP is te horen.

Verder wordt enkel nog een halve minuut van ‘Billy Surrenders’ gebruikt in de film. Want, bij de vertoning van een ruwe montage in de Burbank Studios in Californië, blijkt dat de bazen van de filmstudio niet tevreden zijn met de muziek van Dylan.

 

Jerry Fielding, de componist waarmee Peckinpah eerder samenwerkte wordt er bij geroepen. Hij heeft een paar oscarnominaties op zak en laat van meet af weten niet veel op te hebben met populaire muziek: "een hoop onzin, uitsluitend geschikt voor puisterige tieners."

Toch is Dylan bereid om van hem te leren. Fielding raadt aan om ‘Billy’ te verknippen en de  relevante strofen op een negental plaatsen in de film te laten opduiken. Uiteindelijk worden dit beperkt tot vier momenten."

Over 'Goodbye Holly' is hij niet te spreken. Dat moet er helemaal uit.

 

"Ik had twee sessies gearrangeerd om de muziek in te dubben," vertelt Fielding. "Dylan had dat nummer ['Billy'] geschreven. Hij had een heel pak strofen die in willekeurige volgorde konden worden gezongen... Dus moest ik het nummer opnemen, vermits hij geen bladmuziek had, en ik liet het uitschrijven... Ondertussen vroeg ik hem om minstens één nieuw nummer te schrijven want je kunt moeilijk een hele film vullen met één enkel liedje. Dus kwam hij naar de volgende sessie met iets nieuws: 'Knock-Knock-Knockin' on Heaven's Door.' Iedereen vond het geweldig. Ik vond er niks aan. Ik gaf er de brui aan."

 

Dus trekt Dylan opnieuw de studio in, om 'Knockin' On Heaven's Door' op te nemen. Hij heeft zijn best gedaan. Het is een uitstekende ballad zoals hij ze sinds 1967 niet meer heeft geschreven.

Omdat een van Dylans kinderen ziek geworden is en die niet in Mexico kon worden verzorgd,wordt er deze keer opgenomen in de Warner Bros. Records' filmstudio in Burbank, Californië. Dat geeft Dylan ook de mogelijkheid om te werken met enkele van zijn favoriete  muzikanten.

Terry Paul is er opnieuw bij, naast Roger McGuinn en Jim Keltner. Daarnaast zijn er enkele zangeressen, harmonium, orgel, fluit en cello. Gordon Carroll treedt op als producer.

 

Ze beginnen ontspannen met een jam ‘Sweet Amarillo’. Dan wordt ‘Knockin’ On Heaven’s Door’ aangepakt. De eerste versie is halfbakken. Dan kondigt Dylan aan: “Goed, we gaan het doen zonder zang… dit is de laatste keer dat ik muziek maak voor een film. Ik hou het bij acteren."

Deze instrumentale versie is erg goed. Het gospelachtige van de gezongen versie is er al helemaal. Peckinpah verkoos deze versie voor de oorspronkelijke versie van de film.

 

En dan opeens klikt alles.

"Het was erg vroeg in de ochtend," vertelt Jim Keltner. "Een uur of 10. Alles viel vanzelf op zijn plaats...Er waren geen overdubs nodig. De zang gebeurde live. Een klein orgeltje… Roger McGuinn speelde mee, denk ik. Dit was voor een bepaalde scène in de film waarbij Slim Pickens sterft en het is de eerste keer dat ik huilde terwijl ik speelde. Het was een combinatie van de woorden, Bobs stem en de muziek zelf, de akkoorden en de beelden op het scherm...In die tijd stond je op een groot podium voor een massief scherm, waarop de scène werd geprojecteerd terwijl je opnam. De tranen liepen over mijn wangen de hele take lang."

 

Na 'Final Theme' volgt een tweede spontane jam : 'Rock Me Mama'. Na nog meer versies van 'Billy' (later aangeduid als ‘Billy 7’) en ‘Ride Billy Ride’ wordt afgesloten met 'Bunkhouse Theme'.

 

Tijdens de volgende sessie, enkele dagen later, wordt Dylan bijgestaan door gitarist Bruce Langhorne, bassist Booker T, drummer Russ Kunkel en Roger McGuinn op gitaar en banjo. Byron Berline speelt fiddle en verzorgt de backing vocals samen met Donna Weiss & Priscilla Jones. In deze bezetting worden 'Main Theme', 'Cantina Theme', 'Billy 1', 'River Theme' en 'Turkey Chase' op band gezet. Dat laatste is pure blue grass met virtuoos banjospel van Jolly Roger en uitstekende country fiddle door Byron Berline.

Haast alle muziek zowel voor de film als voor het soundtrackalbum wordt geselecteerd uit deze Burbank sessies.

Hoewel Dylan later nog regelmatig nummers zou leveren voor soundtracks, zou hij inderdaad nooit meer alleen een gehele soundtrack verzorgen.

 

* * *

 

Wanneer de filmopnamen zijn afgerond - 21 dagen over tijd en $1.6 miljoen over het budget - is de relatie tussen de regisseur en de producer erg verzuurd. MGM legt een onrealistische datum op voor de première. De regisseur doet zijn uiterste best om die te halen. 

 

Uiteindelijk wordt Peckinpah aan de kant geschoven. De producer laat verschillende scènes schrappen, waardoor bij de première in mei 1973 blijkt dat de film stevig is ingekort. Alle de scènes waaruit blijkt dat Pat Garrett absoluut niet van plan is om zijn vriend Billy The Kid over te leveren zijn allemaal geschrapt. Ook Dylans rol is in de gemonteerde versie beperkt tot een paar onbeduidende scènes.

 

Zowat alle betrokkenen spuien hun ontevredenheid. Peckinpah laat zijn naam zelfs van de aftiteling halen.

Dylan blikt in 1985 terug: “Sam zelf had geen controle over de film meer. Ik zag een voorvertoning en ik wist dat de boel verknipt was. Iemand had de schaar gezet in een aantal belangrijke scènes. De muziek leek willekeurig te zijn verspreid. Niets was nog op de plaats waar we de muziek hadden voor bedoeld – behalve  ‘Heaven’s Door’. Ik kan niet zeggen dat ik iets herkende van wat ik had gedaan, op de plaats waarvoor ik het had bedoeld.”

 

Nog voor de film in mei 1973 in de bioscopen begint te lopen, wordt hij door de critici in de pan gehakt. Het publiek blijft massaal weg en al na enkele weken verdwijnt Pat Garrett And Billy The Kid van het scherm. 

 

* * *

 

Bob Dylan is ondertussen aan het onderhandelen met zijn platenmaatschappij over een vernieuwing van zijn contract, dat binnenkort afloopt. Maar de belangstelling is eerder lauw na jaren van minimale activiteit. Enkel Clive Davis, een van de directeuren, gelooft nog in hem.

De zanger denkt er dan ook over een eigen platenlabel te beginnen, Ashes & Sand, met mensen als Leon Redbone. Er is ook sprake van een overstap naar Warner Brothers. Maar eigenlijk vindt hij de besprekingen gewoon vervelend.

 

In zijn autobiografie Clive: Inside the Record Business, vertelt Davis: "Begin 1973 ronde ik de besprekingen af voor een nieuw contract met Bob. Kort samengevat ging het over twee platen, plus de soundtrack van Billy the Kid. Er was geen beperking in de tijd op gezet. Er was $400,000 per plaat overeengekomen."

 

Maar dan wordt Clive Davis op 29 mei 1973 ontslagen wegens oneigenlijk gebruik van fondsen. Achteraf zou blijken dat Davis ontslag opgezet spel was om de man aan de deur te kunnen zetten en Dylan was bereid in zijn voordeel te gaan getuigen in juli 1975.

 

Nu zijn laatste verdediger is vertrokken, verbreekt Columbia de besprekingen.

Omdat de film Billy the Kid net is uitgebracht, eist Dylans advocaat, David Braun, dat de soundtrack moet worden uitgebracht. "Ze konden zo snel nergens anders naar toe," gaat Clive Davis verder. "Daarom ging Columbia akkoord om die ene plaat uit te brengen tegen het overeengekomen voorschot...Zodra de single aansloeg en bleek dat Dylan wel nog potentieel had, probeerde de nieuwe directeur, Goddard Lieberson de onderhandelingen te hervatten. "

  decoration
           

De soundtrack van Pat Garrett & Billy The Kid wordt dan op 13 juli 1973 toch nog uitgebracht. Het is Dylan's eerste nieuwe langspeelplaat in bijna drie jaar. Maar de muziek is voor het grootste deel instrumentaal en wordt door een deel van de critici hard aangepakt. Desondanks wordt de soundtrack het volgende jaar genomineerd voor een Grammy onderscheiding.

De LP komt op 4 augustus '73 de Billboard-albumlijst binnen en blijft op 16 steken. In Engeland strandt de plaat net binnen de top 30: op 29.

 

Op 8 augustus 1973 wordt 'Knockin' On Heaven's Door'/'Turkey Chase' als single uitgebracht. 'Knockin' On Heaven's Door' komt op 1 september '73 binnen in de Billboard Hot 100. De single haalt de 12de plaats.

‘Knockin' On Heaven’s Door’ wordt een van Bob Dylans bekendste nummers. Dat blijkt ook doordat de meest uiteenlopende artiesten er coverversies van opnemen. Zo zijn er uitvoeringen door Eric Clapton, Booker T. Jones, Nina Hagen, Jerry Garcia, Randy Crawford, Danny & Dusty, The Sisters Of Mercy, Herman Brood, The Jody Singers en Guns 'N Roses.

 

Voor Bob Dylan zelf betekende de soundtrack het begin van zijn wederopstanding. Na jaren van aanmodderen, zou hij binnenkort zijn muze helemaal terug vinden.

 

Sam Peckinpah overleed in december 1984 aan een hartaanval. Hij was pas 59.

 

En wat de film zelf betreft: de zogenaamde Turner Preview Edition is een ruwe montage van de film door Peckinpah zelf. Dit geeft de visie van de regisseur weer, voor de film hem uit handen werd genomen. Deze versie werd in 1988 door Ted Turner, met toestemming van MGM, op video uitgebracht. De critici reageerden enthousiast op deze uitgave en de film werd bestempeld als een miskend meesterwerk, één van de beste films uit de vroege jaren zeventig.

 

In 2005 werd door Warner Brothers een dubbele DVD uitgebracht met daarop naast de Turner Preview Edition ook een speciale derde versie, waarbij Paul Seydor de bioscoopversie heft aangevuld met scenes uit de director’s cut en zelfs scenes die nergens eerder werden vertoond. Toch is deze derde versie iets korter dan de director's cut.

decoration