15-11-07

Bob Dylan: Pat Garrett And Billy the Kid

  

decoration

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In 1972 lijkt Bob Dylan wel van de aardbol verdwenen. Geen single, geen langspeelplaat, geen optredens, niets. Hij heeft er absoluut geen behoefte meer aan om in de schijnwerpers te staan. Het eerste half jaar heeft hij zich met zijn familie terug getrokken op zijn pas aangekochte farm in Tuscon, Arizona. Daar houdt hij zich bezig met de afwerking van zijn tweede boek: een bundeling van al zijn liedjesteksten en gedichten. De werktitel is Words. Maar na een tijdje beslist hij een aantal teksten te illustreren met lijntekeningen en wordt de titel veranderd in Writings & Drawings. Het lijkt sterk op het afsluiten van een hoofdstuk in zijn leven.

 

Wanneer het aan het begin van de zomer te heet wordt in Arizona keert de familie Dylan terug naar New York. Daar wordt hij enkele keren opgemerkt bij optredens van anderen. In juni gaat hij naar Elvis Presley kijken in Madison Square Garden. In het Roosevelt Stadium in New Jersey ziet hij The Allman Brothers Band en The Grateful Dead. En een optreden van The Rolling Stones een paar dagen later maakt grote indruk op hem.

 

* * *

 

Op 9 september duikt hij onverwacht op tijdens een optreden van John Prine in The Bitter End in New York.

John Prine: "Ik gaf Dylan één van de eerste exemplaren van mijn plaat. Twee weken later speelde ik mijn eerste concert buiten Chicago. Ik trad op met David Bromberg en Steve Burgh en Steve Goodman, maar ik had nog iemand nodig op harmonica. Ik vroeg of ze iemand kenden.

En opeens, bij mijn tweede optreden, staat Dylan daar. Hij had een harmonica bij en had de teksten geleerd van elk refrein! Ik stelde hem voor en er klapten misschien twee mensen. Niemand geloofde het. Ze dachten dat Dylan dood was of ergens op een berg woonde."

 

* * *

 

Korte tijd later krijgt Bob Dylan bezoek van Rudy Wurlitzer, een oude vriend en schrijver van romans en filmscenario's. Hij heeft een scenario voor een western geschreven gebaseerd op het leven van Henry McCarty, een outlaw die in 1881 werd neergeschoten in New Mexico. Volgens de overlevering zou Henry, ondanks zijn 21 jarige leeftijd meer dan twintig mensen hebben vermoord. Hij zou met zijn hobby zijn begonnen toen hij amper 12 was. Onder de naam Billy the Kid was hij tijdens zijn leven al een legende, befaamd om zijn koelbloedigheid en verschillende ontsnappingen uit gevangenissen.

Hij werd in de nacht van 14 juli 1881 doodgeschoten door sheriff Pat Garrett, die al een tijdje jacht op hem maakte. Nochtans was Garrett vroeger bevriend met zowel The Kid als zijn moeder.

 

Het scenario voor Pat Garret and Billy the Kid was oorspronkelijk geschreven voor de regisseur Monte Hellman. Wurlitzer en Hellman hadden net samen de film  Two-Lane Blacktop gedraaid, met James Taylor en Dennis Wilson. Maar de acteur James Coburn, die absoluut de rol van de sheriff wou spelen, meende dat Sam Peckinpah de geknipte man was voor deze film.

 

Voor de rol van Billy werd de zanger Kris Kristofferson aangetrokken.

 

Wurlitzer kwam op bezoek bij Bob Dylan om te polsen of hij geen zin had om wat muziek voor de film te schrijven.

"Rudy had een nummer nodig voor zijn scenario," bevestigt Dylan. " Ik had toch niks omhanden. Rudy zond mij zijn scenario, ik las het en ik vond het goed. Dus spraken we af. En dan zag ik [Peckinpah's vorige films] The Wild Bunch en Straw Dogs en Cable Hogue en ik vond ze goed. De beste is Ride the High Country... Dus schreef ik 'Billy' heel snel."

 

Wurlitzer nodigt Dylan uit om ook een kijkje te komen nemen bij de opnamen. Dat ziet Bob wel zitten. Alle redenen zijn goed om een tijdje weg te zijn uit New York. Bovendien had hij Mexico, waar de film zal worden gedraaid, altijd al graag eens bezocht. Misschien zit er zelfs een rolletje in voor hem?

 

* * *

 

Op 23 november arriveert Bob, met Sara en de kinderen in Durango. Hij heeft twee nummers geschreven die hij aan de regisseur wil laten horen: 'Billy' en 'Goodbye Holly'.

 

Maar Peckinpah heeft geen belangstelling. "Sam zei, 'Wie is Bob Dylan?,'" vertelt Coburn. "'Oh ja, de kinderen luisterden naar zijn spul. Ik zat eerder te denken aan die Roger hoe-heet-ie-ook-alweer, die van 'King of the Road'? Die wou ik vragen.' En wij riepen allemaal, 'Wat!! Je moet Dylan zien,'...Tenslotte zei hij, 'Vooruit, haal 'm hier.'..."

"Die avond gingen we eten bij Peckinpah thuis," gaat Coburn verder." Er werd stevig wat tequila gedronken. Na het eten zegt Sam, 'Kom jongen, laat eens horen wat je hebt. Je hebt je gitaar toch mee?'

Ze gaan wat apart zitten. Sam in zijn schommelstoel en Bobby op een krukje voor hem. Bobby speelt drie, vier nummers... Sam kwam terug met tranen in zijn ogen. 'Wie is die kerel? Geef hem een contract!"

 

Volgens een andere bron bestond het diner uit: "soep van geitenkop met tacos, tequila en peyote, marihuana en cocaïne" - misschien verklaart dat voor een stuk het enthousiasme.

 

Dylan krijgt zelfs zijn verhoopte rolletje: de mysterieuze figuur Alias. Hoewel Dylan later beweerde dat "mijn karakter eerst niet voorkwam in het verhaal", heeft zijn biograaf Clinton Heylin ontdekt dat, "....Alias niet alleen al in het oorspronkelijk script van Wurlitzer zat, maar dat het ook een historische figuur is, door Garrett zelf beschreven in zijn boek Authentic Life of Billy the Kid. Alias was zelfs niet zomaar een lid van zijn bende, maar eerder Billy's rechterhand."

 

Maar Dylan beklaagt zich zijn rol al snel. Want hoewel Peckinpah grootse plannen heeft met de film - hij wil niets minder dan de definitieve western draaien - draait het allemaal anders uit.

 

James Aubrey, de grote baas van Metro-Goldwyn-Mayer, weigerde Peckinpah het gevraagde budget en tijd te geven. Zo moet er, om besparingsredenen worden gewerkt met een locale filmploeg.

Bovendien heeft de regisseur net een scheiding achter de rug en is zwaar aan de drank. Dat maakt dan weer dat hij elk ogenblik in een woede uitval kan uitbarsten. Dus wordt hij zo weinig mogelijk lastig gevallen.

Dylans rol wordt daardoor nooit uitgediept. "[Peckinpah] nam nooit de tijd om uit te werken wat Dylan kwam doen in de film," meent Kristofferson. "Bob zei me dikwijls, 'Jij staat tenminste in het script!'"

  

Wanneer Dylan arriveert zijn ze al twee weken aan het draaien. Zodra de eerste beelden worden bekeken, blijkt dat een gedeelte onbruikbaar is. Iemand heeft een camera laten vallen, waardoor de onderste helft van het beeld onscherp is. Een groot aantal scènes moet dus opnieuw worden gedraaid. Maar de producer is het daar niet mee eens. Hij wil niet voor extra financiering zorgen en vindt dat de beelden maar zo moeten worden gebruikt.

 

De acteurs kiezen natuurlijk partij voor hun regisseur. Dylan trekt er zijn conclusies uit: "Ik leerde bij het werken aan Pat Garrett and Billy the Kid dat je in Hollywood geen echt creatieve films kunt draaien... Je hebt je eigen mensen nodig om een film te maken zoals je hem zelf wilt."

 

Peckinpah wordt na deze tegenvaller zo mogelijk nog meer onberekenbaar.

Maar dat geldt ook voor Dylan. Hij praat tegen niemand. "Ik snap niks van die man," verklaart Kris Kristofferson. "Het is moeilijk als iemand niks zegt. Zijn vrouw heeft me t-verteld dat hij soms zelfs weken geen woord tegen haar zegt... Ik vraag me af hoe hij het volhoudt."

 

Sara is het gedoe snel beu. "Ze vroeg me 'Wat doen we hier, in godsnaam?'" vertelt Dylan. Ze maken dan ook dankbaar gebruik van twee weken pauze in de opnamen om de kerstdagen te gaan doorbrengen bij George en Patti Harrison in Engeland.

 

* * *

 

Half januari keren ze terug naar Durango, om wat nummers op te nemen voor de soundtrack van de film.

De sfeer op de set is nog steeds gespannen. Wanneer Dylan naar Mexico City vertrekt om er in de CBS Discos Studios te gaan werken, maken een aantal acteurs dankbaar van de gelegenheid gebruik om er mee tussenuit te knijpen. Daardoor begint Bob Dylan, op 20 januari, met een heel gevolg aan zijn eerste studiosessie in meer dan een jaar.

Wurlitzer verklaarde tegenover de pers: "Sam [Peckinpah] weet dat hij de strijd aan het verliezen is tegen Dylan. Hij heeft een vertoning van de film The Getaway gepland voor vanavond, maar iedereen wil met Dylan naar Mexico. Hij heeft dan ook een repetitie aangekondigd om 6:30, terwijl hij weet dat we nooit voor 8 uur terug zullen zijn. Mij kan het niet schelen. Ik moest daar weg."

 

Naast de acteurs met hun vrouwen of liefjes zitten er ook een hele bende muzikanten in de studio. 

"Ik liet mijn band overkomen,' legt Kristofferson uit, "omdat ik dacht dat die wel met Dylan zouden willen werken. Omwille van de vakbondsregels moest er echter voor iedere Amerikaan ook een Mexicaan in de studio zijn. Bob spreekt geen Spaans, dus vroeg ik of ik voor hem zou tolken tegen de Mexicaanse trompetspelers. Maar hij snauwde: 'Doe dat maar op je eigen nummers!'... Ik liet hem dan maar.

Ik begreep niets van zijn manier van werken. Mijn bandleden zeiden tegen me, dat hij hun niks wou uitleggen. Zodra ze iets begonnen te snappen van wat hij wou, begon hij aan het volgende nummer. En ze wilden zo graag hun best doen voor Dylan!"

 

Dylan heeft dan ook veel moeite om 'Billy' op band te zetten. Er worden zowel instrumentale versies, als met zang uitgeprobeerd. Het arrangement wordt steeds aangepast, maar het klikt niet. ‘Billy Surrenders’ en 'And He's Killing Me Too' hebben geen tekst. ‘Goodbye Holly’ staat er in één take op. Hoewel het nummer is geschreven voor de sterfscène van Holly, wordt de tekst meer gebracht als een soort dronkemansgebral. Allemaal: “Goodbye Holly, Holly goodbye!”

Voor 'Peco's Blues' zet Bob de Mexicaanse blazers aan het werk op iets wat sterk lijkt op de traditional 'What Does The Deep Sea Say?'. Zelf beperkt hij zich tot neuriën.

Tegen vier uur in de ochtend – ze zijn dan al acht uur aan het werk - probeert Bob een laatste keer om ‘Billy’ op te nemen, met alleen bassist Terry Paul als begeleider. Deze laatste take is geslaagd. Aangeduid als 'Billy 4' is het enige nummer van de gehele sessie dat zowel in de film als op de soundtrack LP is te horen.

Verder wordt enkel nog een halve minuut van ‘Billy Surrenders’ gebruikt in de film. Want, bij de vertoning van een ruwe montage in de Burbank Studios in Californië, blijkt dat de bazen van de filmstudio niet tevreden zijn met de muziek van Dylan.

 

Jerry Fielding, de componist waarmee Peckinpah eerder samenwerkte wordt er bij geroepen. Hij heeft een paar oscarnominaties op zak en laat van meet af weten niet veel op te hebben met populaire muziek: "een hoop onzin, uitsluitend geschikt voor puisterige tieners."

Toch is Dylan bereid om van hem te leren. Fielding raadt aan om ‘Billy’ te verknippen en de  relevante strofen op een negental plaatsen in de film te laten opduiken. Uiteindelijk worden dit beperkt tot vier momenten."

Over 'Goodbye Holly' is hij niet te spreken. Dat moet er helemaal uit.

 

"Ik had twee sessies gearrangeerd om de muziek in te dubben," vertelt Fielding. "Dylan had dat nummer ['Billy'] geschreven. Hij had een heel pak strofen die in willekeurige volgorde konden worden gezongen... Dus moest ik het nummer opnemen, vermits hij geen bladmuziek had, en ik liet het uitschrijven... Ondertussen vroeg ik hem om minstens één nieuw nummer te schrijven want je kunt moeilijk een hele film vullen met één enkel liedje. Dus kwam hij naar de volgende sessie met iets nieuws: 'Knock-Knock-Knockin' on Heaven's Door.' Iedereen vond het geweldig. Ik vond er niks aan. Ik gaf er de brui aan."

 

Dus trekt Dylan opnieuw de studio in, om 'Knockin' On Heaven's Door' op te nemen. Hij heeft zijn best gedaan. Het is een uitstekende ballad zoals hij ze sinds 1967 niet meer heeft geschreven.

Omdat een van Dylans kinderen ziek geworden is en die niet in Mexico kon worden verzorgd,wordt er deze keer opgenomen in de Warner Bros. Records' filmstudio in Burbank, Californië. Dat geeft Dylan ook de mogelijkheid om te werken met enkele van zijn favoriete  muzikanten.

Terry Paul is er opnieuw bij, naast Roger McGuinn en Jim Keltner. Daarnaast zijn er enkele zangeressen, harmonium, orgel, fluit en cello. Gordon Carroll treedt op als producer.

 

Ze beginnen ontspannen met een jam ‘Sweet Amarillo’. Dan wordt ‘Knockin’ On Heaven’s Door’ aangepakt. De eerste versie is halfbakken. Dan kondigt Dylan aan: “Goed, we gaan het doen zonder zang… dit is de laatste keer dat ik muziek maak voor een film. Ik hou het bij acteren."

Deze instrumentale versie is erg goed. Het gospelachtige van de gezongen versie is er al helemaal. Peckinpah verkoos deze versie voor de oorspronkelijke versie van de film.

 

En dan opeens klikt alles.

"Het was erg vroeg in de ochtend," vertelt Jim Keltner. "Een uur of 10. Alles viel vanzelf op zijn plaats...Er waren geen overdubs nodig. De zang gebeurde live. Een klein orgeltje… Roger McGuinn speelde mee, denk ik. Dit was voor een bepaalde scène in de film waarbij Slim Pickens sterft en het is de eerste keer dat ik huilde terwijl ik speelde. Het was een combinatie van de woorden, Bobs stem en de muziek zelf, de akkoorden en de beelden op het scherm...In die tijd stond je op een groot podium voor een massief scherm, waarop de scène werd geprojecteerd terwijl je opnam. De tranen liepen over mijn wangen de hele take lang."

 

Na 'Final Theme' volgt een tweede spontane jam : 'Rock Me Mama'. Na nog meer versies van 'Billy' (later aangeduid als ‘Billy 7’) en ‘Ride Billy Ride’ wordt afgesloten met 'Bunkhouse Theme'.

 

Tijdens de volgende sessie, enkele dagen later, wordt Dylan bijgestaan door gitarist Bruce Langhorne, bassist Booker T, drummer Russ Kunkel en Roger McGuinn op gitaar en banjo. Byron Berline speelt fiddle en verzorgt de backing vocals samen met Donna Weiss & Priscilla Jones. In deze bezetting worden 'Main Theme', 'Cantina Theme', 'Billy 1', 'River Theme' en 'Turkey Chase' op band gezet. Dat laatste is pure blue grass met virtuoos banjospel van Jolly Roger en uitstekende country fiddle door Byron Berline.

Haast alle muziek zowel voor de film als voor het soundtrackalbum wordt geselecteerd uit deze Burbank sessies.

Hoewel Dylan later nog regelmatig nummers zou leveren voor soundtracks, zou hij inderdaad nooit meer alleen een gehele soundtrack verzorgen.

 

* * *

 

Wanneer de filmopnamen zijn afgerond - 21 dagen over tijd en $1.6 miljoen over het budget - is de relatie tussen de regisseur en de producer erg verzuurd. MGM legt een onrealistische datum op voor de première. De regisseur doet zijn uiterste best om die te halen. 

 

Uiteindelijk wordt Peckinpah aan de kant geschoven. De producer laat verschillende scènes schrappen, waardoor bij de première in mei 1973 blijkt dat de film stevig is ingekort. Alle de scènes waaruit blijkt dat Pat Garrett absoluut niet van plan is om zijn vriend Billy The Kid over te leveren zijn allemaal geschrapt. Ook Dylans rol is in de gemonteerde versie beperkt tot een paar onbeduidende scènes.

 

Zowat alle betrokkenen spuien hun ontevredenheid. Peckinpah laat zijn naam zelfs van de aftiteling halen.

Dylan blikt in 1985 terug: “Sam zelf had geen controle over de film meer. Ik zag een voorvertoning en ik wist dat de boel verknipt was. Iemand had de schaar gezet in een aantal belangrijke scènes. De muziek leek willekeurig te zijn verspreid. Niets was nog op de plaats waar we de muziek hadden voor bedoeld – behalve  ‘Heaven’s Door’. Ik kan niet zeggen dat ik iets herkende van wat ik had gedaan, op de plaats waarvoor ik het had bedoeld.”

 

Nog voor de film in mei 1973 in de bioscopen begint te lopen, wordt hij door de critici in de pan gehakt. Het publiek blijft massaal weg en al na enkele weken verdwijnt Pat Garrett And Billy The Kid van het scherm. 

 

* * *

 

Bob Dylan is ondertussen aan het onderhandelen met zijn platenmaatschappij over een vernieuwing van zijn contract, dat binnenkort afloopt. Maar de belangstelling is eerder lauw na jaren van minimale activiteit. Enkel Clive Davis, een van de directeuren, gelooft nog in hem.

De zanger denkt er dan ook over een eigen platenlabel te beginnen, Ashes & Sand, met mensen als Leon Redbone. Er is ook sprake van een overstap naar Warner Brothers. Maar eigenlijk vindt hij de besprekingen gewoon vervelend.

 

In zijn autobiografie Clive: Inside the Record Business, vertelt Davis: "Begin 1973 ronde ik de besprekingen af voor een nieuw contract met Bob. Kort samengevat ging het over twee platen, plus de soundtrack van Billy the Kid. Er was geen beperking in de tijd op gezet. Er was $400,000 per plaat overeengekomen."

 

Maar dan wordt Clive Davis op 29 mei 1973 ontslagen wegens oneigenlijk gebruik van fondsen. Achteraf zou blijken dat Davis ontslag opgezet spel was om de man aan de deur te kunnen zetten en Dylan was bereid in zijn voordeel te gaan getuigen in juli 1975.

 

Nu zijn laatste verdediger is vertrokken, verbreekt Columbia de besprekingen.

Omdat de film Billy the Kid net is uitgebracht, eist Dylans advocaat, David Braun, dat de soundtrack moet worden uitgebracht. "Ze konden zo snel nergens anders naar toe," gaat Clive Davis verder. "Daarom ging Columbia akkoord om die ene plaat uit te brengen tegen het overeengekomen voorschot...Zodra de single aansloeg en bleek dat Dylan wel nog potentieel had, probeerde de nieuwe directeur, Goddard Lieberson de onderhandelingen te hervatten. "

  decoration
           

De soundtrack van Pat Garrett & Billy The Kid wordt dan op 13 juli 1973 toch nog uitgebracht. Het is Dylan's eerste nieuwe langspeelplaat in bijna drie jaar. Maar de muziek is voor het grootste deel instrumentaal en wordt door een deel van de critici hard aangepakt. Desondanks wordt de soundtrack het volgende jaar genomineerd voor een Grammy onderscheiding.

De LP komt op 4 augustus '73 de Billboard-albumlijst binnen en blijft op 16 steken. In Engeland strandt de plaat net binnen de top 30: op 29.

 

Op 8 augustus 1973 wordt 'Knockin' On Heaven's Door'/'Turkey Chase' als single uitgebracht. 'Knockin' On Heaven's Door' komt op 1 september '73 binnen in de Billboard Hot 100. De single haalt de 12de plaats.

‘Knockin' On Heaven’s Door’ wordt een van Bob Dylans bekendste nummers. Dat blijkt ook doordat de meest uiteenlopende artiesten er coverversies van opnemen. Zo zijn er uitvoeringen door Eric Clapton, Booker T. Jones, Nina Hagen, Jerry Garcia, Randy Crawford, Danny & Dusty, The Sisters Of Mercy, Herman Brood, The Jody Singers en Guns 'N Roses.

 

Voor Bob Dylan zelf betekende de soundtrack het begin van zijn wederopstanding. Na jaren van aanmodderen, zou hij binnenkort zijn muze helemaal terug vinden.

 

Sam Peckinpah overleed in december 1984 aan een hartaanval. Hij was pas 59.

 

En wat de film zelf betreft: de zogenaamde Turner Preview Edition is een ruwe montage van de film door Peckinpah zelf. Dit geeft de visie van de regisseur weer, voor de film hem uit handen werd genomen. Deze versie werd in 1988 door Ted Turner, met toestemming van MGM, op video uitgebracht. De critici reageerden enthousiast op deze uitgave en de film werd bestempeld als een miskend meesterwerk, één van de beste films uit de vroege jaren zeventig.

 

In 2005 werd door Warner Brothers een dubbele DVD uitgebracht met daarop naast de Turner Preview Edition ook een speciale derde versie, waarbij Paul Seydor de bioscoopversie heft aangevuld met scenes uit de director’s cut en zelfs scenes die nergens eerder werden vertoond. Toch is deze derde versie iets korter dan de director's cut.

decoration