04-04-08

David Crosby - If I Only Could Remember My Name

11890
 
 

 

David Crosby - If I Only Could Remember My Name

 

 

Er zijn van die platen die door de ene worden aanbeden terwijl de ander het ding enkel als frisbee of onderlegger voor zijn pintje wil gebruiken. Het solodebuut van David Crosby is er zo een. In het Britse muziektijdschrift Mojo werd If I Could Only Remember My Name enkele jaren geleden uitgeroepen tot "lost classic" terwijl het zustertijdschrift Q een heruitgave voorzag van een 1 ster bespreking.

 

De tegenstanders vinden het oeverloos en wazig. Pure improvisaties. Drie van de negen stukken hebben enkel woordenloze zang, terwijl de tekst van een vierde een opsomming is van kathedralen in Frankrijk. Pretentieuze rotzooi.

 

Maar wie wil luisteren hoort een groepje muzikanten die het beste van zichzelf geven, met als enig doel goede muziek te maken. Impressionistische muziek. Woorden zijn overbodig. Je voelt wat er wordt bedoeld.

 

 

In 1970 had Déja Vu van Crosby, Stills, Nash & Young het gat gevuld dat The Beatles en Bob Dylan hadden achter gelaten. Het los-vast collectief samengesteld uit de grootste ego's van The Byrds, The Buffalo Springfield en The Hollies bereikte op korte tijd de status van absolute supersterren. Natuurlijk volgt er dan een live-LP en moet iedereen solo-LP's gaan maken.

 

David Crosby begon in september 1970 aan de zijne. Hij had veel moeite moeten doen om de geluidstechnicus Stephen Barncard te overtuigen om achter de knoppen te komen zitten. "Crosby was erg opgefokt tijdens de opnamen van CSNY," vertelde Stephen Barncard in 2006 Matthew Greenwald. "Hij had weinig respect of geduld met studio assistenten en roadies. Die mensen waren er enkel om hem te bedienen. En natuurlijk waren ze een geschikt doel als er iets mis ging. Ik probeerde me zoveel mogelijk op de achtergrond te houden tijdens de opname van Déjà Vu. Hij zei ook een paar dingen waar ik me niet goed bij voelde. Ik zwoor zelfs nooit meer met hem samen te werken. Maar ik wist niet dat hij zijn vriendin verloren had."

 

Inderdaad, in de herfst van 1969, vlak voor de opnamen van start gingen, kwam Crosby's vriendin Christine Hinton om bij een auto ongeval. Hij was er kapot van en zocht zijn toevlucht in grote hoeveelheden drugs.

 

 

De opnamen vonden plaats in Wally Heider's studio in San Francisco, de studio waar CSNY hun plaat ook hadden opgenomen. Naar verluidt hadden ze daar 800 uur voor nodig gehad - ongeveer evenveel tijd als Bob Dylan in de studio heeft doorgebracht tussen 1962 en 1992.

 

 

Orleans

 

Die eerste avond zette David Crosby 'Orleans' op band. De Cross speelde  akoestische gitaar en voegde daar vele lagen zang aan toe. "Paul Kantner had het mij geleerd," weet David Crosby. "Het is een Frans kinderliedje: een serie namen van kathedralen in Frankrijk. Ik hield van het gitaardingetje dat ik er voor bedacht had: het fingerpicking melodietje dat de zang volgt. Het waren twee zes snarige gitaren en ik speelde ze allebei - dat is het Mormon Tabernacle Dave."

 

Eigenlijk heeft hij enkel het refreintje overgehouden van een aftelrijmpje, daterend uit de tijd van Jeanne d'Arc: 'Le Carillon de Vendome'.

 

Barncard was overdonderd. "Ik ben blij dat ik het hem gedaan. Het bleek dat David in een erg gelukkige periode was gekomen en hij was erg vriendelijk voor mij. Het was het begin van onze vriendschap en alle avonturen die zouden volgen.

Man, echt, het was angstaanjagend.... De beste muziek die ik ooit heb gehoord, laat staan aan mee heb gewerkt. Een van de eerste dingen die we deden was 'Laughing' of 'Orleans'. Enkel hij en zijn akoestische gitaar. We stapelden laag na laag zang en gitaar op elkaar en het klikte. We wisten meteen dat we iets speciaals hadden. Hij stond te huppelen van blijdschap."

 

 

De San Francisco scène

 

"In het begin was het kalm," herinnert Barncard zich.  "Er hing niet veel volk rond. Meestal alleen [mijn assistente]  Ellen [Burke] en ikzelf. David zat in een stoel met een akoestische gitaar en speelde.

Het was wel een beetje hectisch omdat ik dubbele shiften draaide. Overdag was ik American Woman van the Grateful Dead aan het mixen. We begonnen omstreeks 10 in de ochtend en gingen de hele dag door. Ik nam een pauze, kookte iets te eten op een vuurtje daaren dan tegen zeven 's avonds had ik alles klaar. Om 19:15 kwam  David binnen met een glimlach van oor tot oor. Het was zoveel meer ontspannen dan Déjà Vu was geweest. Daar had de druk echt op de ketel gestaan, maar het was dan ook ongelofelijk - die kerels konden wat."

 

Al meteen vanaf de opening van de Wally Heider's studio in april 1969 was het een plaats waar muzikanten graag rondhingen. De bands uit The Bay Area van San Franscisco hadden allemaal hun wortels in het hippie tijdperk. Met die achtergrond werd het dan ook heel normaal geacht om mee te spleen op mekaars platen.

 

Samen met Paul Kantner was Crosby een van de drijvende krachten achter het Planet Earth Rock and Roll Orchestra (PERRO). Dat was een wisselend groepje muzikanten uit de buurt die afgesproken hadden om telkens wanneer mogelijk samen platen te maken, los van hun eigen bands. Er zijn een aantal bootlegs in omloop van meestal nogal zweverige jamsessies van dat collectief opgenomen in Heider's in '70 en '71.

 

Maar terwijl de geïnspireerde magie die in die sessies sporadisch werd bereikt meestal beperkt bleef tot een track hier en daar kwam het allemaal samen tijdens de opnamen van Crosby's solo-debuut.

 

Barncard opnieuw: "Leden van the Grateful Dead en the Airplane begonnen langs te komen. Het was interessant om te zien hoe die lui bijna op afroep klaar stonden voor David. Ze stonden echt vol bewondering voor de nieuwe paden waarop David hen voorging. De chemie was zo goed en de songs zo fantastisch dat ze met plezier bleven rondhangen. Dus werd iedere nacht een feest. Soms waren het alleen David en ik, maar soms waren er wel tien mensen. Graham Nash was er ook dikwijls.

 

De beste artiesten van de locale scène kwamen Crosby ter hulp: Jerry Garcia, Phil Lesh, Mickey Hart en Bill Kreutzmann van the Grateful Dead; Grace Slick, Paul Kantner, Jorma Kaukonen en Jack Casady van Jefferson Airplane; Gregg Rolie en Michael Shrieve van Santana; David Frieberg van Quicksilver Messenger Service; Graham Nash en Neil Young; plus vanuit Los Angeles, Crosby ex-liefje Joni Mitchell.

 

"Zonder die mensen had ik die plaat nooit kunnen maken," gaf Crosby in 1995 toe aan Steve Silberman. "Jerry [Garcia] was practisch mede-producer. Hij was er zo vele nachten. Hij gaf zoveel van zichzelf aan die plaat. Hij was uiterst vrijgevig. Dat waren ze eigenlijk allemaal. Het was een gezamenlijk project van de hele stad, bijna. Het was een grap om dat een "solo plaat" te noemen.

Er waren geen regels.

Omdat het grote geld binnen kwam door Crosby, Stills, Nash, and Young, kon ik het me veroorloven om ieder avond Wally Heider's studio af te huren. Om het even wie kwam opdagen, we konden altijd iets proberen. Paul [Kantner] kwam, Grace [Slick] kwam, [Graham] Nash, Neil [Young], Jerry [Garcia], Phil [Lesh], Casady en [Jefferson Airplane gitarist] Jorma [Kaukonen]. Allemaal kwamen ze langs.

We deden maar wat en als je zomaar wat doet met zulke krakken van spelers en zangers dan heb je wat, als je  geduld hebt. En we hadden geluk. Ik ben nog net even fier over die plaat als over om het even wat ik verder nog heb gedaan.

 

Ik was nogal emotioneel toen. Ik woonde op mijn boot in Sausalito. Ik had me helemaal om de muziek gestort zodat dat andere - Christine - me niet kapot zou maken. I moest gewoon voortdurend werken, dus schreef ik de hele tijd. En als ik niet aan het schrijven was dan was ik aan het opnemen. En als in niet aan het opnemen was, dan probeerde ik ergens mee te spleen. Dat was mijn enige houvast. Dus was ik overal tegelijk."

 

 

Laughing

 

Een goed voorbeeld van de samenwerking met al die muzikanten is 'Laughing'. 

De song was Crosby's reactie op het gedweep van The Beatles en dan vooral George Harrison met de  Indische  guru  Maharishi Mahesh Yogi. "Ik wou hem zeggen dat niemand het "antwoord" in pacht heeft", legt Crosby uit, "en dat de mensen die beweren dat ze alle antwoorden weten je meestal proberen te manipuleren." 

 

Stephen Barncard was opnieuw erg onder de indruk: "De meest magische track van allemaal; het ging zo snel, dat ik me weinig herinner van de opname of het mixen. Het gebeurde op een dag of twee. Ik had er toen geen idee van dat Crosby dit en andere nummers al jaren achter de hand hield, wachtend op het juiste moment."

 

Inderdaad, op 28 maart 1968 had hij er al een versie van opgenomen in Hollywood Recorders, L.A. Die dag nam hij met de hulp van Elektra producer Paul Rotchild en studiotechnicus Bruce Botnick een aantal demo's op voor een mogelijke soloplaat: 'Tamalpais High',  'Games', 'Kids Ands Dogs' en 'Laughing'. De demo van 'Games' werd in 2006 uitgebracht op de boxset Voyage.

 

In september 1969, nog steeds op zoek naar een solo deal, legde hij een tweede solo versie van 'Laughing' vast in Heider's studio in Hollywood. Later probeerde hij vergeefs om zijn CSNY partners warm te overtuigen om het nummer op te nemen. Wel bracht hij het nummer solo tijdens de tournee van de groep in de zomer van 1970. Een live versie van het nummer werd in 1992 als bonus track toegevoegd aan Four Way Street.

 

Hoewel op de doos van de master tape voor 'Laughing' "11/3/70" staat aangegeven meent Barncard dat op die datum de track enkel is afgewerkt. Op de basistrack in september speelden Crosby en Garcia elektrische gitaren (respectievelijk een holle Gretsch en een Gibson SG), Phil Lesh op zijn originele Alembic bas en Bill Kreutzmann op drums. "Ik ben er zeker van dat ze het een keer of drie - vier doorliepen voor we opnamen," meent Barncard. "Het was niet een van die spontane melodieën; ze moesten er aan werken om het goed te doen, want er zitten een paar moeilijke overgangen in. Garcia speelde weinig op de basic track - enkel wat passende kleine riffs."

 

De echte klasse kwam tot uiting in de overdubs. Eerst voegde Crosby een heldere 12-snarige akoestische gitaarparij toe op spoor 1.

Daarna haalde Jerry Garcia zijn steel gitaar boven voor een prachtige solo. "Gewoon buitenaards," lacht Barncard. "Het stond er in één keer op. Absoluut prachtig."

Ook Garcia zelf is erg trots op zijn bijdrage: "Ik speelde veel steelgitaar in die periode, maar het beste wat ik ooit heb gedaan was op Crosby's soloplaat. Ik hou van wat ik toen heb gedaan in het algemeen. Maar vooral van die pedal steel op 'Laughing.' Dat was van het mooiste en het meest geslaagde van wat ik toen wou bereiken."

 

Als Crosby op dreef was werkte hij snel. De waterval van meerstemmige zang legde hij nog diezelfde sessie vast. "Hij had een uitsekend oor en zong dat, verdubbelde het, misschien nog een keer en dan naar het volgende stuk en dan weer verder," zegt Barncard bewonderend. "De zang op dat nummer is zeker zo goed als om het even wat hij met Stills en Nash heeft gedaan. Ongelofelijk."

 

Alle sporen waren vol toen Joni Mitchell nog een kleine maar belangrijke bijdrage moest leveren. "Ik voegde daarom Joni's doublering van 'In the sun...' toe op een van de twee bassporen van Phil," verklapt Barncard. "Tijdens het mixen moest ik enkel het niveau wat bijstellen."

 

Crosby: "Dat was echt prettig werken. Het is echt geslaagd - Lesh, waw, hij spelt prachtig op dat nummer; Het is zo mooi. Maar los daarvan, het is echt een buitengewoon stukje waar we die zang hebben aan het einde. Er was veel volk, maar Joni's bijdrage valt altijd weer op . . . het werd prachtig. Ik hou van dat nummer, waar het voor staat en van die aanzwellende zang aan het einde."

 

 

 

Tamalpais High (At About 3)

 

Het woordenloze 'Tamalpais High (At About 3)' verwijst naar een school in de buurt van de studio. Crosby had de gewoonte omstreeks 3 uur in de namiddag even naar de school te rijden. Vanuit zijn auto kon hij dan kijken naar de schoolmeisjes die na afloop van de lessen naar buiten kwamen.

 

De basistrack werd tijdens de PERRO sessies in november 1969 opgenomen met Jefferson Airplane gitarist Jorma Kaukonen en de ritmesectie van the Grateful Dead. Er bestaan twee outtakes, waarvan er eentje zelfs meer dan 9 minuten duurt.

 

Crosby had er geen tekst bij. "Daarom probeerde ik mijn stem te gebruiken alsof het een blaasinstrument was. Ik denk dat ik dat deed voor 'Song With No Words'. Ik had die twee voor ik aan de plaat begon. CSNY hadden er niks mee. Nash begreep het wel, maar Stephen en Neil snapten het toen niet. Dus deed ik deze eerst. Ik vond het gewoon magisch."

 

Stephen Barncard legt uit: "De basic tracks zijn eigenlijk opgenomen door de gasten van RCA: Maurice Iraci en Allan Zentz. Ik nam de stemmen op en voegde de overdubs van Garcia toe. En mixen natuurlijk."

 

 

Song With No Words (Tree With No Leaves)

 

Crosby bood 'Song With No Words' eerst aan voor Déja Vu.  Op de CSN box set staat een voordien onuitgegeven versie van Crosby en Nash, live opgenomen in de studio op 17 november 1969. Zoals de titel aangeeft is er geen tekst, maar dat is ook niet nodig. De emoties komen zo ook wel over.

 

De basis voor de LP versie werd gelegd tijdens de PERRO sessies. De basistrack werd opgenomen met leden van Santana, Grateful Dead, Jefferson Airplane en CSN&Y.

 

"Nash en ik hebben dat nummer zo vaak gezongen," weet Crosby. "Maar die opname was een van mijn mooiste ervaringen ooit in de studio. Dat was de kern van die plaat en die periode. Door de aanwezigheid van al die mensen uit al die verschillende groepen aan dat ene nummer. Gewoon fantastisch..

 

Tijdens de sessies in de herfst van 1970 werkte David de track af met overdubs van akoestische gitaar en woordenloze zang.

 

 

Music Is Love

 

Een ander nummer dat tijdens de sessies voor Déja Vu werd uitgeprobeerd is 'Music Is Love'. Op 23 augustus 1970 wou David (in de A&M studio C in LA ) iets tonen aan Graham Nash en Neil Young op zijn akoestische 12-snarige gitaar. Terwijl hij bezig is pikken de anderen melodie op en slaan aan het improviseren, zelfs met wat zang.

 

Wanneer David weg is, werken de anderen er aan door. Neil voegt nog wat conga's en xylofoon toe en samen met Graham werkt hij het af met een mix. 

 

Tijdens een van de eerste sessie voor de solo-LP brengt Graham die mix mee. David is totaal verrast. Hij had er nooit meer aan gedacht.

 

David Crosby: "het geeft perfect de sfeer van die plaat weer. Het is niet eens echt een song, gewoon steeds weer het herhalen van een "refrein" tot het uiteindelijk afbreekt. We krijgen nog een stukje van een "strofe"...  en dan...  is het gedaan. Niks is perfect op deze plaat, niks kapot gerepeteerd. Iedereen speelt gewoon wat hij voelt."

 

Wanneer Stephen Barncard een nieuwe mix wil maken, merkt hij dat de 8 sporen banden niet allemaal gelijk beginnen. Daardoor ontstaat een fazerend effect. Crosby is meteen helemaal wild van dat effect. Zo wil hij het op de plaat.

Het nummer wordt zelfs als single uitgebracht en bereikt de Amerikaanse top 100.

 

De oorspronkelijke mix wordt in 1991 uitgebracht op de CSN box set.

 

 

Cowboy Movie

 

Met meer dan acht minuten is 'Cowboy Movie' het langste stuk op de plaat. In dat nummer levert David commentaar op de spanning binnen CSN&Y. Zonder enige repetitie zette hij het in twee takes op band. David Crosby zorgt samen met de ritmesectie van the Grateful Dead voor een stevige fundering, zodat Jerry Garcia volledig loos kan gaan met verschillende gitaarsolo's.

 

David ging zo op in de muziek dat hij vergat in de microfoon te zingen. De zang moest daarom achteraf als overdub worden toegevoegd.

 

In 2006 werd op Voyage, de box set van David Crosby de extra lange studio versie van 10:59 uitgebracht. Daarvoor werd Crosby's overdubde zang van de tweede take gesynchroniseerd met de langere, eerste, instrumentale take.

 

 

I'd Swear There Was Somebody Here

 

Het kortste daarentegen is dit a capella werkje. "Het was erg laat," herinnert Barncard zich, "we waren helemaal alleen in Heider's studio A: ik en Croz en Ellen Burke."

 

"We waren op aan het warmen voor iets anders," weet David zelf, "En ik vroeg aan Stephen om de spectaculaire echoruimte aan te schakelen... Ik wou wat spelen met de echo. Ik had flink was straf spul gerookt en opeens had ik het gevoel dat Christine daar. Haar geest was in de kamer en het was een erg sterke aanwezigheid. En toen begon ik dat te zingen. Het zijn zes verschillende dingen elk zo'n minuut of twee lang. Op minder dan een kwartier stond alles er op. Ik deed het ene na het andere. Pure improvisatie. Erg spookachtig, maar ook een van de mooiste stukjes muziek die ik ooit bedacht."

 

 

Traction in the Rain

 

Crosby gaat een duel aan met zichzelf. Meerdere lagen akoestische gitaar, aangevuld met live zang en Laura Allen op autoharp. De opname werd dan overgezet op 8 sporen zodat Crosby, Nash en Allan nog meer zang konden toevoegen.

"Niemand kan een akoestische gitaar opnemen zoals Stephen Barncard," prijst David zijn geluidstechnicus. "Hij krijgt echt het beste geluid dat ik ooit heb gehoord."

 

 

What Are Their Names

 

Het laatste nummer werd ook weer live bedacht en opgenomen. David Crosby, Jerry Garcia, Neil Young en de ritmesectie van de Grateful Dead improviseren er op los.

 

De volgende dag schrijft David de tekst op een enveloppe in het vliegtuig. De tekst is typerend voor die tijd: "What Are Their Names". Wie zijn  de mensen die de touwtjes in handen hebben? Welke onzichtbare elite die heerst over America?

 

Diezelfde avond proberen ze zoveel mogelijk volk bij elkaar te brengen in Studio D voor de opname van het meezing refrein: naast David Crosby, Jerry Garcia, Phil Lesh, David Freiberg en Graham Nash zijn er ook nog Paul Kantner, Joni Mitchell en Grace Slick. Een echte PERRO sessie dus.

 

 

Outtakes

 

Naast de tracks die voor de plaat werden geselecteerd zijn er ook nog een heel pak outtakes. De meeste daarvan zijn pure improvisaties. Dikwijls met niet meer dan één of twee regels zang die regelmatig worden herhaald. Alles samen omvatten ze meer dan 4 uur materiaal.

 

Een groot deel daarvan werden in januari 1971 door David Crosby en Stephen Barncard overlopen, geordend en gemixt. Ze maakten vier banden van telkens 20 minuten. Dit werden de legendarische PERRO tapes. De banden werden door Graham Nash meegenomen en bij hem thuis bewaard. Voor het samenstellen van de CSN box werden alle dozen van alle betrokkenen terug opgediept. In een van de PERRO dozen werd zelfs nog een gevuld hashpijpje aangetroffen.

 

Een van die outtakes werd legendarisch: 'Kids and Dogs'. De lange improvisatie van David, met een glansrol voor Jerry Garcia dreigt elk moment om te slaan in een prachtig nummer, maar raakt er nooit helemaal

Het werd in 2006 als bonus track toegevoegd aan de heruitgave op cd van If I Could Only Remember My Name.

 

 

If I Could Only Remember My Name

 

De banden werden in november 1970 gemixt door Stephen Barncard en op 22 februari 1971 werd If I Could Only Remember My Name uitgebracht door Atlantic, de maatschappij waarbij ook Crosby, Stills And Nash waren ondergebracht.

     

Zoals al eerder aangehaald waren de reacties erg uiteenlopend. Zowel het toonaangevende Rolling Stone als Village Voice bijvoorbeeld moesten er absoluut niks van hebben. Maar in de nasleep van het succes van Déja Vu behaalde de plaat toch een mooie twaalfde plaats in de Amerikaanse top 30.

 

In oktober 1990 werd de plaat voor het eerst uitgebracht op cd. Stephen Barncard zorgde voor de remaster. Daarna werd het erg moeilijk op de cd te pakken te krijgen tot in november 2006 een HDCD verscheen. Daarbij zat als bonus een tweede DVD Audio schijfje geremixt voor 5.1 digital Surround Sound. Op beide cd's staat dus ook 'Cats and Dogs' als extra track.

 

Door zijn hedonistische levenswijze zou het achttien jaar duren eer David met zijn volgende solo-LP naar buiten kwam: Oh Yes I Can. Maar er was een gevangenisstraf wegens verboden wapenbezit voor nodig eer hij zijn leven terug op het rechte spoor kreeg.

 

 

photo_crosby

 

15-11-07

Bob Dylan: Pat Garrett And Billy the Kid

  

decoration

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In 1972 lijkt Bob Dylan wel van de aardbol verdwenen. Geen single, geen langspeelplaat, geen optredens, niets. Hij heeft er absoluut geen behoefte meer aan om in de schijnwerpers te staan. Het eerste half jaar heeft hij zich met zijn familie terug getrokken op zijn pas aangekochte farm in Tuscon, Arizona. Daar houdt hij zich bezig met de afwerking van zijn tweede boek: een bundeling van al zijn liedjesteksten en gedichten. De werktitel is Words. Maar na een tijdje beslist hij een aantal teksten te illustreren met lijntekeningen en wordt de titel veranderd in Writings & Drawings. Het lijkt sterk op het afsluiten van een hoofdstuk in zijn leven.

 

Wanneer het aan het begin van de zomer te heet wordt in Arizona keert de familie Dylan terug naar New York. Daar wordt hij enkele keren opgemerkt bij optredens van anderen. In juni gaat hij naar Elvis Presley kijken in Madison Square Garden. In het Roosevelt Stadium in New Jersey ziet hij The Allman Brothers Band en The Grateful Dead. En een optreden van The Rolling Stones een paar dagen later maakt grote indruk op hem.

 

* * *

 

Op 9 september duikt hij onverwacht op tijdens een optreden van John Prine in The Bitter End in New York.

John Prine: "Ik gaf Dylan één van de eerste exemplaren van mijn plaat. Twee weken later speelde ik mijn eerste concert buiten Chicago. Ik trad op met David Bromberg en Steve Burgh en Steve Goodman, maar ik had nog iemand nodig op harmonica. Ik vroeg of ze iemand kenden.

En opeens, bij mijn tweede optreden, staat Dylan daar. Hij had een harmonica bij en had de teksten geleerd van elk refrein! Ik stelde hem voor en er klapten misschien twee mensen. Niemand geloofde het. Ze dachten dat Dylan dood was of ergens op een berg woonde."

 

* * *

 

Korte tijd later krijgt Bob Dylan bezoek van Rudy Wurlitzer, een oude vriend en schrijver van romans en filmscenario's. Hij heeft een scenario voor een western geschreven gebaseerd op het leven van Henry McCarty, een outlaw die in 1881 werd neergeschoten in New Mexico. Volgens de overlevering zou Henry, ondanks zijn 21 jarige leeftijd meer dan twintig mensen hebben vermoord. Hij zou met zijn hobby zijn begonnen toen hij amper 12 was. Onder de naam Billy the Kid was hij tijdens zijn leven al een legende, befaamd om zijn koelbloedigheid en verschillende ontsnappingen uit gevangenissen.

Hij werd in de nacht van 14 juli 1881 doodgeschoten door sheriff Pat Garrett, die al een tijdje jacht op hem maakte. Nochtans was Garrett vroeger bevriend met zowel The Kid als zijn moeder.

 

Het scenario voor Pat Garret and Billy the Kid was oorspronkelijk geschreven voor de regisseur Monte Hellman. Wurlitzer en Hellman hadden net samen de film  Two-Lane Blacktop gedraaid, met James Taylor en Dennis Wilson. Maar de acteur James Coburn, die absoluut de rol van de sheriff wou spelen, meende dat Sam Peckinpah de geknipte man was voor deze film.

 

Voor de rol van Billy werd de zanger Kris Kristofferson aangetrokken.

 

Wurlitzer kwam op bezoek bij Bob Dylan om te polsen of hij geen zin had om wat muziek voor de film te schrijven.

"Rudy had een nummer nodig voor zijn scenario," bevestigt Dylan. " Ik had toch niks omhanden. Rudy zond mij zijn scenario, ik las het en ik vond het goed. Dus spraken we af. En dan zag ik [Peckinpah's vorige films] The Wild Bunch en Straw Dogs en Cable Hogue en ik vond ze goed. De beste is Ride the High Country... Dus schreef ik 'Billy' heel snel."

 

Wurlitzer nodigt Dylan uit om ook een kijkje te komen nemen bij de opnamen. Dat ziet Bob wel zitten. Alle redenen zijn goed om een tijdje weg te zijn uit New York. Bovendien had hij Mexico, waar de film zal worden gedraaid, altijd al graag eens bezocht. Misschien zit er zelfs een rolletje in voor hem?

 

* * *

 

Op 23 november arriveert Bob, met Sara en de kinderen in Durango. Hij heeft twee nummers geschreven die hij aan de regisseur wil laten horen: 'Billy' en 'Goodbye Holly'.

 

Maar Peckinpah heeft geen belangstelling. "Sam zei, 'Wie is Bob Dylan?,'" vertelt Coburn. "'Oh ja, de kinderen luisterden naar zijn spul. Ik zat eerder te denken aan die Roger hoe-heet-ie-ook-alweer, die van 'King of the Road'? Die wou ik vragen.' En wij riepen allemaal, 'Wat!! Je moet Dylan zien,'...Tenslotte zei hij, 'Vooruit, haal 'm hier.'..."

"Die avond gingen we eten bij Peckinpah thuis," gaat Coburn verder." Er werd stevig wat tequila gedronken. Na het eten zegt Sam, 'Kom jongen, laat eens horen wat je hebt. Je hebt je gitaar toch mee?'

Ze gaan wat apart zitten. Sam in zijn schommelstoel en Bobby op een krukje voor hem. Bobby speelt drie, vier nummers... Sam kwam terug met tranen in zijn ogen. 'Wie is die kerel? Geef hem een contract!"

 

Volgens een andere bron bestond het diner uit: "soep van geitenkop met tacos, tequila en peyote, marihuana en cocaïne" - misschien verklaart dat voor een stuk het enthousiasme.

 

Dylan krijgt zelfs zijn verhoopte rolletje: de mysterieuze figuur Alias. Hoewel Dylan later beweerde dat "mijn karakter eerst niet voorkwam in het verhaal", heeft zijn biograaf Clinton Heylin ontdekt dat, "....Alias niet alleen al in het oorspronkelijk script van Wurlitzer zat, maar dat het ook een historische figuur is, door Garrett zelf beschreven in zijn boek Authentic Life of Billy the Kid. Alias was zelfs niet zomaar een lid van zijn bende, maar eerder Billy's rechterhand."

 

Maar Dylan beklaagt zich zijn rol al snel. Want hoewel Peckinpah grootse plannen heeft met de film - hij wil niets minder dan de definitieve western draaien - draait het allemaal anders uit.

 

James Aubrey, de grote baas van Metro-Goldwyn-Mayer, weigerde Peckinpah het gevraagde budget en tijd te geven. Zo moet er, om besparingsredenen worden gewerkt met een locale filmploeg.

Bovendien heeft de regisseur net een scheiding achter de rug en is zwaar aan de drank. Dat maakt dan weer dat hij elk ogenblik in een woede uitval kan uitbarsten. Dus wordt hij zo weinig mogelijk lastig gevallen.

Dylans rol wordt daardoor nooit uitgediept. "[Peckinpah] nam nooit de tijd om uit te werken wat Dylan kwam doen in de film," meent Kristofferson. "Bob zei me dikwijls, 'Jij staat tenminste in het script!'"

  

Wanneer Dylan arriveert zijn ze al twee weken aan het draaien. Zodra de eerste beelden worden bekeken, blijkt dat een gedeelte onbruikbaar is. Iemand heeft een camera laten vallen, waardoor de onderste helft van het beeld onscherp is. Een groot aantal scènes moet dus opnieuw worden gedraaid. Maar de producer is het daar niet mee eens. Hij wil niet voor extra financiering zorgen en vindt dat de beelden maar zo moeten worden gebruikt.

 

De acteurs kiezen natuurlijk partij voor hun regisseur. Dylan trekt er zijn conclusies uit: "Ik leerde bij het werken aan Pat Garrett and Billy the Kid dat je in Hollywood geen echt creatieve films kunt draaien... Je hebt je eigen mensen nodig om een film te maken zoals je hem zelf wilt."

 

Peckinpah wordt na deze tegenvaller zo mogelijk nog meer onberekenbaar.

Maar dat geldt ook voor Dylan. Hij praat tegen niemand. "Ik snap niks van die man," verklaart Kris Kristofferson. "Het is moeilijk als iemand niks zegt. Zijn vrouw heeft me t-verteld dat hij soms zelfs weken geen woord tegen haar zegt... Ik vraag me af hoe hij het volhoudt."

 

Sara is het gedoe snel beu. "Ze vroeg me 'Wat doen we hier, in godsnaam?'" vertelt Dylan. Ze maken dan ook dankbaar gebruik van twee weken pauze in de opnamen om de kerstdagen te gaan doorbrengen bij George en Patti Harrison in Engeland.

 

* * *

 

Half januari keren ze terug naar Durango, om wat nummers op te nemen voor de soundtrack van de film.

De sfeer op de set is nog steeds gespannen. Wanneer Dylan naar Mexico City vertrekt om er in de CBS Discos Studios te gaan werken, maken een aantal acteurs dankbaar van de gelegenheid gebruik om er mee tussenuit te knijpen. Daardoor begint Bob Dylan, op 20 januari, met een heel gevolg aan zijn eerste studiosessie in meer dan een jaar.

Wurlitzer verklaarde tegenover de pers: "Sam [Peckinpah] weet dat hij de strijd aan het verliezen is tegen Dylan. Hij heeft een vertoning van de film The Getaway gepland voor vanavond, maar iedereen wil met Dylan naar Mexico. Hij heeft dan ook een repetitie aangekondigd om 6:30, terwijl hij weet dat we nooit voor 8 uur terug zullen zijn. Mij kan het niet schelen. Ik moest daar weg."

 

Naast de acteurs met hun vrouwen of liefjes zitten er ook een hele bende muzikanten in de studio. 

"Ik liet mijn band overkomen,' legt Kristofferson uit, "omdat ik dacht dat die wel met Dylan zouden willen werken. Omwille van de vakbondsregels moest er echter voor iedere Amerikaan ook een Mexicaan in de studio zijn. Bob spreekt geen Spaans, dus vroeg ik of ik voor hem zou tolken tegen de Mexicaanse trompetspelers. Maar hij snauwde: 'Doe dat maar op je eigen nummers!'... Ik liet hem dan maar.

Ik begreep niets van zijn manier van werken. Mijn bandleden zeiden tegen me, dat hij hun niks wou uitleggen. Zodra ze iets begonnen te snappen van wat hij wou, begon hij aan het volgende nummer. En ze wilden zo graag hun best doen voor Dylan!"

 

Dylan heeft dan ook veel moeite om 'Billy' op band te zetten. Er worden zowel instrumentale versies, als met zang uitgeprobeerd. Het arrangement wordt steeds aangepast, maar het klikt niet. ‘Billy Surrenders’ en 'And He's Killing Me Too' hebben geen tekst. ‘Goodbye Holly’ staat er in één take op. Hoewel het nummer is geschreven voor de sterfscène van Holly, wordt de tekst meer gebracht als een soort dronkemansgebral. Allemaal: “Goodbye Holly, Holly goodbye!”

Voor 'Peco's Blues' zet Bob de Mexicaanse blazers aan het werk op iets wat sterk lijkt op de traditional 'What Does The Deep Sea Say?'. Zelf beperkt hij zich tot neuriën.

Tegen vier uur in de ochtend – ze zijn dan al acht uur aan het werk - probeert Bob een laatste keer om ‘Billy’ op te nemen, met alleen bassist Terry Paul als begeleider. Deze laatste take is geslaagd. Aangeduid als 'Billy 4' is het enige nummer van de gehele sessie dat zowel in de film als op de soundtrack LP is te horen.

Verder wordt enkel nog een halve minuut van ‘Billy Surrenders’ gebruikt in de film. Want, bij de vertoning van een ruwe montage in de Burbank Studios in Californië, blijkt dat de bazen van de filmstudio niet tevreden zijn met de muziek van Dylan.

 

Jerry Fielding, de componist waarmee Peckinpah eerder samenwerkte wordt er bij geroepen. Hij heeft een paar oscarnominaties op zak en laat van meet af weten niet veel op te hebben met populaire muziek: "een hoop onzin, uitsluitend geschikt voor puisterige tieners."

Toch is Dylan bereid om van hem te leren. Fielding raadt aan om ‘Billy’ te verknippen en de  relevante strofen op een negental plaatsen in de film te laten opduiken. Uiteindelijk worden dit beperkt tot vier momenten."

Over 'Goodbye Holly' is hij niet te spreken. Dat moet er helemaal uit.

 

"Ik had twee sessies gearrangeerd om de muziek in te dubben," vertelt Fielding. "Dylan had dat nummer ['Billy'] geschreven. Hij had een heel pak strofen die in willekeurige volgorde konden worden gezongen... Dus moest ik het nummer opnemen, vermits hij geen bladmuziek had, en ik liet het uitschrijven... Ondertussen vroeg ik hem om minstens één nieuw nummer te schrijven want je kunt moeilijk een hele film vullen met één enkel liedje. Dus kwam hij naar de volgende sessie met iets nieuws: 'Knock-Knock-Knockin' on Heaven's Door.' Iedereen vond het geweldig. Ik vond er niks aan. Ik gaf er de brui aan."

 

Dus trekt Dylan opnieuw de studio in, om 'Knockin' On Heaven's Door' op te nemen. Hij heeft zijn best gedaan. Het is een uitstekende ballad zoals hij ze sinds 1967 niet meer heeft geschreven.

Omdat een van Dylans kinderen ziek geworden is en die niet in Mexico kon worden verzorgd,wordt er deze keer opgenomen in de Warner Bros. Records' filmstudio in Burbank, Californië. Dat geeft Dylan ook de mogelijkheid om te werken met enkele van zijn favoriete  muzikanten.

Terry Paul is er opnieuw bij, naast Roger McGuinn en Jim Keltner. Daarnaast zijn er enkele zangeressen, harmonium, orgel, fluit en cello. Gordon Carroll treedt op als producer.

 

Ze beginnen ontspannen met een jam ‘Sweet Amarillo’. Dan wordt ‘Knockin’ On Heaven’s Door’ aangepakt. De eerste versie is halfbakken. Dan kondigt Dylan aan: “Goed, we gaan het doen zonder zang… dit is de laatste keer dat ik muziek maak voor een film. Ik hou het bij acteren."

Deze instrumentale versie is erg goed. Het gospelachtige van de gezongen versie is er al helemaal. Peckinpah verkoos deze versie voor de oorspronkelijke versie van de film.

 

En dan opeens klikt alles.

"Het was erg vroeg in de ochtend," vertelt Jim Keltner. "Een uur of 10. Alles viel vanzelf op zijn plaats...Er waren geen overdubs nodig. De zang gebeurde live. Een klein orgeltje… Roger McGuinn speelde mee, denk ik. Dit was voor een bepaalde scène in de film waarbij Slim Pickens sterft en het is de eerste keer dat ik huilde terwijl ik speelde. Het was een combinatie van de woorden, Bobs stem en de muziek zelf, de akkoorden en de beelden op het scherm...In die tijd stond je op een groot podium voor een massief scherm, waarop de scène werd geprojecteerd terwijl je opnam. De tranen liepen over mijn wangen de hele take lang."

 

Na 'Final Theme' volgt een tweede spontane jam : 'Rock Me Mama'. Na nog meer versies van 'Billy' (later aangeduid als ‘Billy 7’) en ‘Ride Billy Ride’ wordt afgesloten met 'Bunkhouse Theme'.

 

Tijdens de volgende sessie, enkele dagen later, wordt Dylan bijgestaan door gitarist Bruce Langhorne, bassist Booker T, drummer Russ Kunkel en Roger McGuinn op gitaar en banjo. Byron Berline speelt fiddle en verzorgt de backing vocals samen met Donna Weiss & Priscilla Jones. In deze bezetting worden 'Main Theme', 'Cantina Theme', 'Billy 1', 'River Theme' en 'Turkey Chase' op band gezet. Dat laatste is pure blue grass met virtuoos banjospel van Jolly Roger en uitstekende country fiddle door Byron Berline.

Haast alle muziek zowel voor de film als voor het soundtrackalbum wordt geselecteerd uit deze Burbank sessies.

Hoewel Dylan later nog regelmatig nummers zou leveren voor soundtracks, zou hij inderdaad nooit meer alleen een gehele soundtrack verzorgen.

 

* * *

 

Wanneer de filmopnamen zijn afgerond - 21 dagen over tijd en $1.6 miljoen over het budget - is de relatie tussen de regisseur en de producer erg verzuurd. MGM legt een onrealistische datum op voor de première. De regisseur doet zijn uiterste best om die te halen. 

 

Uiteindelijk wordt Peckinpah aan de kant geschoven. De producer laat verschillende scènes schrappen, waardoor bij de première in mei 1973 blijkt dat de film stevig is ingekort. Alle de scènes waaruit blijkt dat Pat Garrett absoluut niet van plan is om zijn vriend Billy The Kid over te leveren zijn allemaal geschrapt. Ook Dylans rol is in de gemonteerde versie beperkt tot een paar onbeduidende scènes.

 

Zowat alle betrokkenen spuien hun ontevredenheid. Peckinpah laat zijn naam zelfs van de aftiteling halen.

Dylan blikt in 1985 terug: “Sam zelf had geen controle over de film meer. Ik zag een voorvertoning en ik wist dat de boel verknipt was. Iemand had de schaar gezet in een aantal belangrijke scènes. De muziek leek willekeurig te zijn verspreid. Niets was nog op de plaats waar we de muziek hadden voor bedoeld – behalve  ‘Heaven’s Door’. Ik kan niet zeggen dat ik iets herkende van wat ik had gedaan, op de plaats waarvoor ik het had bedoeld.”

 

Nog voor de film in mei 1973 in de bioscopen begint te lopen, wordt hij door de critici in de pan gehakt. Het publiek blijft massaal weg en al na enkele weken verdwijnt Pat Garrett And Billy The Kid van het scherm. 

 

* * *

 

Bob Dylan is ondertussen aan het onderhandelen met zijn platenmaatschappij over een vernieuwing van zijn contract, dat binnenkort afloopt. Maar de belangstelling is eerder lauw na jaren van minimale activiteit. Enkel Clive Davis, een van de directeuren, gelooft nog in hem.

De zanger denkt er dan ook over een eigen platenlabel te beginnen, Ashes & Sand, met mensen als Leon Redbone. Er is ook sprake van een overstap naar Warner Brothers. Maar eigenlijk vindt hij de besprekingen gewoon vervelend.

 

In zijn autobiografie Clive: Inside the Record Business, vertelt Davis: "Begin 1973 ronde ik de besprekingen af voor een nieuw contract met Bob. Kort samengevat ging het over twee platen, plus de soundtrack van Billy the Kid. Er was geen beperking in de tijd op gezet. Er was $400,000 per plaat overeengekomen."

 

Maar dan wordt Clive Davis op 29 mei 1973 ontslagen wegens oneigenlijk gebruik van fondsen. Achteraf zou blijken dat Davis ontslag opgezet spel was om de man aan de deur te kunnen zetten en Dylan was bereid in zijn voordeel te gaan getuigen in juli 1975.

 

Nu zijn laatste verdediger is vertrokken, verbreekt Columbia de besprekingen.

Omdat de film Billy the Kid net is uitgebracht, eist Dylans advocaat, David Braun, dat de soundtrack moet worden uitgebracht. "Ze konden zo snel nergens anders naar toe," gaat Clive Davis verder. "Daarom ging Columbia akkoord om die ene plaat uit te brengen tegen het overeengekomen voorschot...Zodra de single aansloeg en bleek dat Dylan wel nog potentieel had, probeerde de nieuwe directeur, Goddard Lieberson de onderhandelingen te hervatten. "

  decoration
           

De soundtrack van Pat Garrett & Billy The Kid wordt dan op 13 juli 1973 toch nog uitgebracht. Het is Dylan's eerste nieuwe langspeelplaat in bijna drie jaar. Maar de muziek is voor het grootste deel instrumentaal en wordt door een deel van de critici hard aangepakt. Desondanks wordt de soundtrack het volgende jaar genomineerd voor een Grammy onderscheiding.

De LP komt op 4 augustus '73 de Billboard-albumlijst binnen en blijft op 16 steken. In Engeland strandt de plaat net binnen de top 30: op 29.

 

Op 8 augustus 1973 wordt 'Knockin' On Heaven's Door'/'Turkey Chase' als single uitgebracht. 'Knockin' On Heaven's Door' komt op 1 september '73 binnen in de Billboard Hot 100. De single haalt de 12de plaats.

‘Knockin' On Heaven’s Door’ wordt een van Bob Dylans bekendste nummers. Dat blijkt ook doordat de meest uiteenlopende artiesten er coverversies van opnemen. Zo zijn er uitvoeringen door Eric Clapton, Booker T. Jones, Nina Hagen, Jerry Garcia, Randy Crawford, Danny & Dusty, The Sisters Of Mercy, Herman Brood, The Jody Singers en Guns 'N Roses.

 

Voor Bob Dylan zelf betekende de soundtrack het begin van zijn wederopstanding. Na jaren van aanmodderen, zou hij binnenkort zijn muze helemaal terug vinden.

 

Sam Peckinpah overleed in december 1984 aan een hartaanval. Hij was pas 59.

 

En wat de film zelf betreft: de zogenaamde Turner Preview Edition is een ruwe montage van de film door Peckinpah zelf. Dit geeft de visie van de regisseur weer, voor de film hem uit handen werd genomen. Deze versie werd in 1988 door Ted Turner, met toestemming van MGM, op video uitgebracht. De critici reageerden enthousiast op deze uitgave en de film werd bestempeld als een miskend meesterwerk, één van de beste films uit de vroege jaren zeventig.

 

In 2005 werd door Warner Brothers een dubbele DVD uitgebracht met daarop naast de Turner Preview Edition ook een speciale derde versie, waarbij Paul Seydor de bioscoopversie heft aangevuld met scenes uit de director’s cut en zelfs scenes die nergens eerder werden vertoond. Toch is deze derde versie iets korter dan de director's cut.

decoration