19-06-08

Time Out Of Mind

decoration

Time Out of Mind

In januari 1997 trekt Bob Dylan voor het eerst in zeven jaar de studio in om zelfgeschreven nummers op te nemen. Sinds zowat halverwege het vorige decennium had hij het erg moeilijk om nog iets nieuws te schrijven. Er was even een korte opflakkering geweest voor Oh Mercy, Under The Red Sky en de beide Traveling Wilburys LP's, maar daarna was het op.
In april 1991 legde Dylan aan Paul Zollo uit: "Ooit kwamen de songs met drie vier tegelijk, maar dat is al lang gedaan ... Af en toe komt er nog eens een nummer op mij, als een buldog aan het poortje van de tuin, om te eisen dat ik hem schrijf. Maar de meeste verban ik onmiddellijk uit mijn gedachten. Je vraagt je af of er nog iemand behoefte aan heft om ze te horen. Misschien kom je op een punt waarop je genoeg songs geschreven hebt. Laat iemand anders ze maar schrijven."

De enige compositie uit de jaren negentig waaronder zijn naam staat is 'Heartland' dat hij samen met Willie Nelson zou hebben geschreven. Maar uiteindelijk bleek hij alleen de titel te hebben aangedragen.


Nieuwe songs?

Volgens de Amerikaanse journaliste Edna Gundersen, had hij in januari 1995 drie weken uitgetrokken om nieuwe nummers te schrijven. Het is onbekend wat dat heeft opgeleverd.

In augustus van dat jaar onderneemt hij een nieuwe poging, samen met Robert Hunter. Hunter schreef veel teksten voor The Grateful Dead, hoewel hij niet deel uitmaakte van de groep. Dylan had al eens eerder met de singer/songwriter samengewerkt voor Down In The Groove.
Maar de schrijfsessie in Martin Country wil niet erg vlotten. “Ik dacht voortdurend: zullen deze songs wel even goed zijn als wat ik iedere avond speel?”

Pas wanneer hij in januari 1996 ingesneeuwd raakt op zijn boerderij in Minnesota, heeft hij geen excuus meer om iets anders te gaan doen. Maar het gaat allemaal niet vanzelf. Voor inspiratie gaat hij te rade bij de oude folksongs waarvan hij er een aantal gebracht had op zijn twee akoestische cover-cd's. Vele songs hernemen dan ook de sombere, vervloekte sfeer van World Gone Wrong, maar vertaald naar Dylan's eigen beelden. Zoals Robbie Robertson zei over de Basement tapes: "We wisten niet of hij de nummers zelf schreef of dat hij ze zich herinnerde. Als hij ze zong kon je geen verschil merken."
Dat komt omdat hij flarden van zinnen uit diverse folk of bluessongs tot een min of meer coherent geheel aaneenschakelt door er eigen zinnen tussen te verweven. Fred Neil heeft zoiets vroeger ook ooit gedaan: die zette 'Shake Sugaree' van Elisabeth Cotten helemaal naar zijn hand en maakte er 'I've Got A Secret' van. Dylan bracht Neil's versie dan ook een aantal keren live die zomer.

Later vertelt Dylan over: “[Deze songs] klikten vanzelf samen, omdat ze eenzelfde skepticisme delen. Ze gaan meer over de angstaanjagende realiteit van het leven dan het rozige idealisme dat tegenwoordig populair is."
Toch heeft hij zijn twijfels.
Waneer hij zijn manager, Jeff Kramer, opbelt, laat hij hem weten: “Wel, ik zit ingesneeuwd. Dus schrijf ik wat nummers. Maar ik ga ze niet opnemen.”

Desalniettemin beginnen er onmiddellijk geruchten te circuleren over opnamen in New York en er duikt zelfs al een titel op voor de cd: Coupe de Ville.
In maart volgen nog meer geruchten over opnamen. Deze keer in Hollywood.

Nochtans is het business as usual in Dylanland: de ene tournee na de ander volgt mekaar op. Hoewel, voor het eerst in de jaren negentig heeft Dylan in ’96 wat gas teruggenomen: wat minder optredens, geen gastoptredens, geen audio, video of multi-media. De kwaliteit van de shows bleef even hoog als de voorgaande jaren.
Tot ontgoocheling van de fans blijft nieuw materiaal nog steeds uit en ook de band blijft grotendeels ongewijzigd. De enige personeelswijziging is dat de drummer Winston Watson, vanaf de herfsttournee wordt vervangen door David Kemper van de vroegere Jerry Garcia Band.

Wanneer er na de Europese zomertournee geen data worden aangekondigd voor de jaarlijkse Amerikaanse zomertournee gonst het opnieuw: Dylan zou een lange pauze inlassen in zijn Never Ending Tour. Er is sprake van minstens negen maanden.
Maar na drie en een halve maand hervat Dylan zijn trektocht door Amerika.

En toch is er wat hoopvol nieuws: in augustus heeft Bob Dylan, in Miami, met zijn tourband akoestische demo’s opgenomen voor zijn volgende plaat. Deze informele sessies gaven hem de gelegenheid om naar hartelust te experimenteren: nieuwe ideeën uittesten en arrangementen zoeken.

Opnieuw duiken er direct weer geruchten op: de nieuwe cd zou Stormy Season gaan heten. 
Daniel Lanois zou een bandje hebben met akoestische demo’s van Bob’s nieuwe nummers. Hij zou de arrangementen aan het uitwerken zijn voor de opnamen die gepland zouden zijn na de herfsttournee. Er circuleert zelfs al een lijstje met songtitels op het internet.

Na afloop van die tournee heeft Dylan afgesproken met Daniel Lanois in een hotel in New York. Ondanks de moeizame samenwerking tijdens de sessies voor Oh Mercy was hij blijkbaar toch tevreden over de Canadese producer.
Dylan leest hem de teksten van zijn nieuwe nummers voor, alsof het gedichten zijn. “De woorden waren hard, waren diep, waren wanhopig, waren krachtig en ze waren het resultaat van het leven van verschillende levens. Wat volgens mij bij Bob het geval is,” aldus Lanois. “Dus wilde ik die plaat maken.”

Afgesproken wordt om in de tweede helft van januari samen te komen.


Opnamen in Miami

Plaats van afspraak is de Criteria Recording Studios, in Miami, Florida.
Tegen Lanois had Dylan uitdrukkelijk gespecificeerd dat hij een plaat wil met het geluid van de jaren vijftig. Nochtans is het kale geluid van de rock and roll platen wel heel ver verwijderd van de gelaagde benaderingswijze die Lanois zo graag hanteert.
Lanois verklaarde achteraf: "Deze keer refereerden we aan oude platen uit de jaren vijftig. Bob houdt van de natuurlijke diepte die er in zit - iets wat je niet kunt verkrijgen met mixen. Je krijgt het gevoel dat de zanger vooraan staat, met wat anderen wat verder naar achter en dan nog iemand helemaal achter in de kamer. Dus hebben we de studio zo ingericht."

In interviews achteraf verwees Bob Dylan op de invloed van Buddy Holly op de sessies. "Ik weet niet meer precies wat ik heb gezegd over Buddy Holly," vertelt hij, "maar terwijl we opnamen hoorde ik Buddy Holly overal. Dat was gewoon zo. Liep je door de gangen dan hoorde je iets van Buddy Holly - 'That'll Be the Day' of zo. Stapte je in je auto, op weg naar de studio dan draaiden ze 'Rave On'. Kwam je dan in de studio dan speelde daar iemand een cassette met 'It's So Easy.'
Iedere dag gebeurde er zo wel iets. Flarden van Buddy Holly songs kwamen van overal aanwaaien. Echt geestig.  [lacht] Maar toen we alles opgenomen hadden bleef dat hangen. De geest van Buddy Holly bleef bij ons."

Nooit eerder heeft Dylan zo lang gewerkt aan nummers voor een plaat. Sommige zijn inmiddels twee jaar oud. Maar hij is blijven schaven en veranderen tot in de studio toe. Jim Dickinson vertelt later dat hij Dylan nog ziet staan: "leunend over een kist van de apparatuur, werkend aan de tekst van 'Highlands'...met een potlood."


Veel goed volk

Voor het eerst sinds de start van de Never-Ending Tour kiest Dylan er voor om leden van zijn band te betrekken bij de opnamen, naast een aantal gekende studiomuzikanten en mensen die ingebracht worden door Lanois. Van de tourband zijn de bassist Tony Garnier, drummer David Kemper en snarenwonder Bucky Baxter geselecteerd.
Daarnaast koos Dylan enkele echte klasbakken: Augie Meyers, de Texaanse organist van het Sir Douglas Quintet en Bob Britt, een uitstekende gitarist uit Nashville. 

Lanois van zijn kant heeft Brian Blade uit New Orleans. De jazzdrummer heeft net met hem samengewerkt aan de sessies voor Wrecking Ball van Emmylou Harris. Cindy Cashdollar is de autoriteit op het gebied van slidegitaar.
Zelf wil Lanois gitaar en dobro spelen.

Zoals steeds staat Dylan er op om live te spelen. Alle muzikanten zitten in een cirkel om hem heen. Het nummer wordt een paar keer doorgenomen en dan is het tijd voor actie.

Na een paar dagen vindt Dylan dat er nog wat ontbreekt. Hij laat zijn manager nog wat muzikanten bellen. Alsof twee drummers niet genoeg zijn, laat hij ook Jim Keltner oproepen.

Lanois was vooral ongelukkig over de komst van de extra gitarist. "Ik denk dat ze een dag of twee aan het opnemen waren toen Bob zijn manager vroeg om mij te bellen," vertelt Duke Robillard. Robillard is de gitarist van de bluesband Roomful of Blues. Zijn spel was Dylan opgevallen toen Robillard Jimmie Vaughan verving in de Fabulous Thunderbirds. Die band speelde ooit het voorprogramma van Dylan.
"Hij had mij nodig, vond hij. Ik vloog de volgende dag na het telefoontje al naar daar. Het enige probleem was - en dat wist ik pas toen ik er al was - dat ik Daniel Lanois moest vervangen als gitarist. Hij vond dat maar niks en hij haatte me."
"Dus begon er een vreemd gevecht," gaat Robillard verder: "Ik speelde iets of oefende wat op een melodie en dan kwam Lanois uit de controle ruimte gelopen. 'Ik heb liever dat je even niet meedoet.' Ik zei 'Mij goed.'
Een kwartiertje later nam Bob hem dan even apart en stonden ze te ruziën. Even later kwam Lanois mij dan terug halen uit de controle ruimte en kon ik terug gaan spelen.
Dylan was erg tevreden over mijn spel. Hij zei: 'Ik ga nog een paar van je cd's kopen. Dan kan ik ook zo leren spelen.'"

Naast de nieuwe gitarist wou Dylan ook nog een pianist. Daarvoor liet hij de legendarische Jim Dickinson  (Big Star, Replacements, Ry Cooder, John Hiatt) overvliegen uit Memphis.

Dickinson is verbaasd over de bende die hij in de studio aantreft: "Twaalf muzikanten die live spelen - drie drumstellen. Ongelofelijk!
Twee steelgitaristen! Dat had ik nog nooit gezien. Zelfs in de strafste hillbilly sessie ter wereld heb je nog nooit twee steelgitaren tegelijk horen spelen. En één daarvan is dan nog Cindy Cashdollar. Die heeft letterlijk het handboek geschreven. Ik bedoel: ga maar kijken: het boek [over Western Swing steelgitaar] heeft zij geschreven.
En dan was er die andere kerel, Bucky Baxter die toen bij Bob speelde. Ze wisselden akkoorden uit, maar je kon ze alleen horen als je de koptelefoon afnam. Dat werd gewoon niet eens opgenomen - en toch maakt het allemaal deel uit van de klankkleur."

Robillard bevestigt: "Hoewel we allemaal tegelijk speelden, gebruikte Lanois iedere keer maar een stuk of vijf, zes muzikanten voor ieder nummer. Ik speelde op alles, maar de bal lag in zijn  kamp. Hij was de producer en de mixer - dus hoor ik niet veel van mezelf terug op die plaat."


Niet gemakkelijk

"De versterkers stonden niet hard," legt Dickinson uit, "omdat er zoveel spelers waren. Er werd goed doorgewerkt. Twaalf uur per dag, gedurende negen dagen - erg intensief. Bob bedacht ter plekke een arrangement en wij werden geacht in te vallen - zonder aftellen of zelfs maar zonder te weten of er opgenomen werd. Er werd altijd opgenomen. Als Bob vond dat het niet goed liep, veranderde hij het prompt zonder iets te zeggen en begon te spelen. Je moest voortdurend bij de les blijven."

Jim Dickinson weer: "Het was pure chaos gedurende anderhalf uur en dan een minuut of acht prachtige muziek. Dan sloegen we iedere keer de nagel op de kop. [Maar Dylan] wil de nagel er niet recht in. Hij wil er leven in… Als we te kort bij een arrangement zaten, dan veranderde hij opeens het tempo en de toonaard drastisch."

Daniel Lanois kan dat bevestigen: ”Op het laatste moment, zonder enige waarschuwing en terwijl de opnameknop is ingedrukt, verandert Dylan zowel het ritme als de toonaard. De muzikanten bekijken mekaar en proberen te volgen en dan zegt Bob ‘Dat was het’. Dat is zeker met de helft van de nummers op deze plaat gebeurd."

"Het was een fantastische ervaring om met Bob Dylan te werken," meent Robillard. "Hij was erg spraakzaam tegen mij. Ik vond het fijn en werkte hard. Ik zat de hele tijd maar een paar meter van hem af. Er was niks wat Lanois kon doen om de boel voor mij te verzieken - tenzij hij mij naar huis stuurde."

Maar dat gebeurt niet, want Dylan houdt stevig de touwtjes in handen.
"De eerste avond toen ik daar was, bracht Lanois een ProTools man binnen," vertelt Jim Dickinson. Dat was toen de allernieuwste digitale opnameapparatuur. "Die kerel begint zijn spullen op te stellen in de controlekamer. Dylan vraagt aan Dan: 'Wat is dat?' Lanois fluistert iets tegen hem en hij zegt: "Haal dat ding weg." [lacht hard] Hij stuurde hem weg. Zo simpel was het: "haal dat ding weg.'"

Lanois kon alle hulp nochtans gebruiken want, met zoveel muzikanten waren "de playbacks pure chaos," geeft Dickison toe. Doordat hij zelf een ervaren producer is weet hij: "Wanneer Dylan aan het mixen gaat zal hij een pak problemen hebben."
Wanneer je de hoesnota's overloopt merk ja dat op elke track eigenlijk maar een paar muzikanten zijn overgebleven.
Jim Dickinson: "Met zoveel volk verwacht je een zootje, maar eigenlijk speelt iedereen nauwelijks iets. Van die zes gitaristen zijn de enige die echt solo spelen Lanois zelf en Dylan. De anderen: Duke Robillard en die gast uit Nashville zaten daar gewoon te wachten om één noot te spelen. Maar dat was dan wel de perfecte noot."

Lanois moet toegeven dat het niet gemakkelijk is om producer te zijn bij Bob Dylan: "Wel, je weet nooit van te voren wat je gaat krijgen. Het is een excentrieke kerel. Je kan iets prachtigs krijgen bij de eerste take, of [grinnikt] je krijgt helemaal niets.
Weet je, Bob en ik gingen regelmatig even naar buiten. Op de parking bespraken we dan dingen zonder de band erbij. Die zaten te wachten in de studio. En ondertussen bespraken we dan het volgende nummer.
Neem bijvoorbeeld 'Standing In The Doorway'. We stonden daar op de parking en ik zei: Een van uw mooiste nummers vind ik 'Sad Eyed Lady Of The Lowlands.' Dat is in 6/4de maat. Zouden we niet zoiets niet kunnen doen op deze plaat?
En hij stelde voor 'Wel ik heb nog  'Standing In The Doorway', misschien kunnen we dat eens proberen."

Tijdens de sessies wordt herhaaldelijk terug gegrepen naar de demo's die in augustus op band zijn gezet. Zo had Dylan toen een country-blues riff bedacht die hij nu absoluut wilde recycleren voor 'Dirt Road Blues'. "Hij liet mij zestien maten van de originele cassette sampelen en die werden gebruikt voor de definitieve versie," vertelt Daniel Lanois.
"De demo van ‘Not Dark Yet’ klonk totaal anders," vertelt hij met enige spijt. "Die versie was veel sneller en kaler. Tijdens de sessies veranderde hij het in een ballad uit de Civil War. Ik hield van die versie en ik mis ‘em.”

"We hebben vele lange dagen gewerkt aan deze plaat," weet de Canadese producer, maar na elf dagen was het opeens voorbij. "Toen hij alle teksten afhad, vond hij dat de plaat afwas. De plaat was geschreven. Hij zei: 'Weet je, we kunnen een wals versie doen. We kunnen het in 4/4de maat doen. Het kan zus en het kan zo. Het kan wat we maar willen… Maar het voornaamste is dat het geschreven is."


Business as usual

Veel tijd om uit te rusten is er niet, want op 9 februari 1997 gaat het elfde jaar van de Never-Ending Tour alweer van start, met elf shows in Japan.
Bij de aanvang van de daaropvolgende Amerikaanse lentetournee is er eindelijk vernieuwing in de tourband. Na meer dan vijf jaar en 692 shows wordt John Jackson vervangen door de New Yorkse sessiemuzikant Larry Campbell. Toch is er merkwaardig weinig verschil merkbaar.

Tussendoor wordt er veel aandacht besteedt aan het mixen van de plaat. Dat gebeurt in de Teatro Studios in Oxnard, Californië. Dylan blijft  nummers toevoegen en andere weglaten. Hij kan maar niet beslissen welk beeld hij met de plaat wou krijgen.
Later vertelt hij dat de grote baas van Columbia Records, Don Ienner, hem "ervan overtuigde de plaat uit te brengen, zelfs al stonden zijn favoriete songs er niet op."

Maar dan wordt hij plots gedwongen om afstand te nemen.

 

Een verjaardag met een onaangename verassing

Op 24 mei wordt Bob Dylan 56. Zijn dochter Maria Himmelman heeft een verjaardagsfeestje op touw gezet. Tijdens het eten voelt Dylan zich niet goed. Hij heeft pijn in zijn borst. “De pijn verlamde me en mijn hersenen sloegen tilt. Ik was zo ziek dat ik niets meer wist.”
Een bijgeroepen dokter verzekert hem dat het niet ernstig is. Maria dringt echter aan om een dokter van de universiteit van Los Angeles te bellen. Die raadt Bob aan naar het ziekenhuis te gaan.

De volgende dag checkt hij in, in het ziekenhuis van Los Angeles. Eerst is er sprake van een hartaanval, maar later wordt de diagnose gesteld als ”histoplasmosis”, een infectie van het vlies om het hart. De schimmelinfectie is ernstig omdat Dylan er al een tijdje mee rondliep.
"Het was iets... het kwam door toevallig vogelmest in te ademen dat uit één van de rivieren kwam daar waar ik leef. Misschien één maand, of twee tot drie dagen uit het jaar, worden de oevers van de rivier helemaal week, en dan kan een windvlaag een boel van dat spul meevoeren in de lucht. Ik heb dat toevallig ingeademd. Dat heeft me ziek gemaakt."

Dylan is opeens voorpaginanieuws.

Na een week mag Dylan het ziekenhuis verlaten. Hij moet wel nog vier tot zes weken rusten. De Europese zomertournee met Van Morrison wordt afgelast.
Columbia verspreid een persmededeling, waarin Dylan wordt geciteerd: ”Ik weet niet wat ik ga doen. Ik ben blij dat ik me weer beter voel. Ik dacht echt dat ik binnenkort Elvis zou gaan ontmoeten”.

Zijn voormalige drummer Winston Watson vertelt later dat hij hem een kaartje had gestuurd. Wanneer hij zijn voormalige werkgever later nog eens ontmoet bedankt Bob hem voor dat kaartje. “Hij vertelde me iets waarvan ik de tranen in mijn ogen kreeg: dat hij weinig post had gekregen van de mensen met wie hij werkte. Geen, om precies te zijn,” aldus Watson.


Pas op 3 augustus staat Dylan opnieuw op het podium. Na twee maanden te hebben gerust in zijn huis in Malibu doet hij zijn Amerikaanse zomertournee zoals gepland. De zanger ziet er vermoeid uit en klinkt ook zo. Hij moet zelfs regelmatig gaan zitten tussen de nummers in. De show is dan ook twintig minuten korter dan de vorige tournee en duurt nu tussen de 90 en 100 minuten. Op doktersbevel speelt hij geen harmonica.
In een interview met Edna Gundersen van USA Today praat Dylan voor het eerst over zijn recente ziekte. ”I was zes weken van de kaart”, “Ik neem nog drie keer per dag medicijnen " en ”Ik kreeg toelating van de dokters om deze tournee te doen.”

decoration

Op audiëntie bij de paus

Op vraag van het Vaticaan treedt Bob Dylan op 27 september 1997 op tijdens het Wereld Eucharistisch Congres in Bologna. Er zijn 300 000 toeschouwers en ook Paus Johannes Paulus zelf. Dylan brengt hij drie nummers met zijn band: ‘Knockin’ On Heaven’s Door’, ‘A Hard Rain’s A-Gonna Fall’ en ‘Forever Young’.
Na het tweede nummer neemt Dylan zijn hoed af en stapt Dylan naar de Paus om hem de hand te schudden en even met hem te praten. In zijn toespraak vooraf citeerde de Paus uit ‘Blowin’ In The Wind’. Hij had Dylan verzocht dat nummer te zingen.
Het gebeuren wordt door de RAI uitgezonden.
Bucky Baxter: “Wat mij betreft was het pure public relations. Het stelde niks voor. Het was gewoon opgezet om de jongeren naar de Katholieke kerk te lokken. Ik denk dat de redenering was, laat ons een rock concert organiseren. Maar de paus zat daar maar, half in slaap. Trekt zich niks aan van Bob Dylan of wie dan ook. Het had evengoed Bill Gates kunnen zijn die daar zat.”
Voor het kwartier lange optreden ontvangt Dylan driehonderdvijftigduizend dollar.


Eindelijk een nieuwe cd.

Drie dagen na de festiviteiten verschijnt, op 30 september 1997, Time Out Of Mind. Het is zijn dertigste studioplaat en de eerste met nieuw materiaal sinds het begin van het decennium.

De cd wordt door de critici goed ontvangen, al is Dylan de eerste om teveel lof af te wijzen. " Ik denk niet dat het beter is dan mijn oude werk. Maar ik denk het schokkend zou kunnen zijn in zijn botheid. Er is geen afval bij."
Inderdaad, het is een werk vol rauwe wrangheid, zorgen over de ouderdom en verloren liefde. Maar het is ook een schitterende plaat vol blues, rockabilly en ballads, doorschoten met droge humor.
“Veel van die nummers werden geschreven na zonsondergang,” vertelt Bob Dylan. “En ik hou van onweer. Ik blijf graag op tijdens een onweer. Ik kan dan goed nadenken en zo bleef die ene zin maar in mijn hoofd rondtollen: “Werk zolang de dag duurt, want de nacht van de dood komt wanneer geen mens kan werken.” Ik heb geen idee waar ik het heb gehoord maar het laat me niet los. Ik dacht, ‘Wat betekent het?’ Maar ik bleef er maar aan denken, een hele tijd. En ik denk dat er veel daarvan is doorgesijpeld in deze plaat.”

Sinds zijn bekering achttien jaar gelden leek Dylan niets goed meer te kunnen doen voor de Amerikaanse pers en de publieke opinie. Maar nu hij bijna dood was geweest, kon hij opeens niets meer mis te kunnen doen. Mede dankzij al die extra publiciteit wordt Time Out Of Mind zijn best verkocht plaat in twintig jaar, met meer dan één miljoen exemplaren. 
Hij krijgt de ene onderscheiding na de andere en de plaat wordt in alle overzichtslijstjes uitgeroepen tot de beste van het jaar.

Op 25 februari 1998 krijgt hij, tijdens de uitreiking van de 40ste Grammy Awards in de Radio City Music Hall, in New York City niet minder dan drie Grammy Awards. Time Out Of Mind wordt onderscheiden zowel als "album van het jaar" en als "beste hedendaagse folk album" (!). Bovendien wordt ‘Cold Irons Bound’ uitgekozen als "beste door een man gezongen hedendaagse rock uitvoering".

Tijdens de plechtigheid speelt hij Bob Dylan één nummer met zijn band, maar natuurlijk niet dat waarvoor hij is onderscheiden!. Hij kiest voor 'Love Sick'. Tijdens de uitvoering trekt een van de ingehuurde dansers zijn hemd uit en wringt zich naast de verbaasde zanger. Op zijn ontbloot bovenlijf staat de mysterieuze boodschap  “SOY BOMB” geschreven.

Ook zoon Jacob wint de beide categorieën waarvoor hij was genomineerd, met zijn band The Wallflowers.


Jack Frost gaat solo

Op de hoes van Time Out Of Mind staat aangegeven dat de plaat geproducet is door Daniel Lanois en Jack Frost. Dat blijkt alweer een pseudoniem te zijn voor de man die geboren is als Robert Zimmerman.
Achteraf toonde Dylan zich niet onverdeeld gelukkig met de plaat. "Ik herinner mij vooral de strijd. Voor elke seconde is gestreden. Vraag het maar aan Daniel Lanois, die probeerde de songs te producen. Vraag iedereen die er bij betrokken was. Ze zullen het allemaal beamen. Ik vertrouwde mijn tourband niet genoeg om ze hun werk te laten doen in de studio en daarom huurde ik die buitenstaanders in. Maar ik kende hen niet en zij kenden de muziek niet. Daardoor dook er steeds iets onverwachts op. En dan moest ik compromissen sluiten om iets te bereiken. Daardoor, hoewel de songs goed bij elkaar passen, valt het mij als geheel wat tegen.... Het lijkt als sommige wielen een andere kant uitdraaien. Maar hey, we zijn er toch geraakt...Zo herinner ik het mij en die herinnering overschaduwt alle vreugde over de ontvangst."

Jim Dickinson meent dat Lanois de plaat te fel naar zich toe heeft getrokken in de mix. Hij is niet onder de indruk van het uiteindelijk resultaat: "Wat Lanois heeft gedaan tijdens het mixen is enkele instrumenten wegdraaien – er is nergens meer dan een drumstel te horen. Enkele mixen zijn gewoon de weergave van de sessie. De mixen klinken vreemd in mijn oren. Maar wat wil je… het is gewoon frustrerend om er bij te zijn geweest en iets anders in mijn hoofd te hebben. Dit is slechts een schim van de plaat in mijn hoofd."

Ook Dylan zelf is niet onverdeeld gelukkig. Voortaan zal hij, als Jack Frost, de productie van zijn platen zelf verzorgen.

Veel critici menen in de plaat toespelingen aan te treffen op Dylan's eigen dood. Vier jaar later reageerde hij, in een interview met Rolling Stone daar op: "Mensen zeggen dat Time Out Of Mind donker en dreigend is. Zeker hebben we die dimensie bewust in onze sound verwerkt. Mensen zeggen dat de plaat gaat over sterfelijkheid - mijn sterfelijkheid, om de een of andere reden.
Wel, het gaat niet over mijn sterfelijkheid. Wel over sterfelijkheid in het algemeen. Dat is iets wat we allemaal gemeen hebben, niet? Maar ik heb geen een criticus gelezen die zei: 'Het gaat over mijn sterfelijkheid" - begrijp je, die van hem. Alsof hij immuun zou zijn - alsof hij eeuwig zou leven en de zanger niet.
Dat soort neerbuigende houding zag ik tegenover die plaat nogal dikwijls in de pers. Maar ja, wat kun ja daar tegen doen?"


Kunnen we nog meer verwachten?

Tijdens de elf opnamedagen in januari 1997 zette Bob Dylan veertien songs op band.  Elf daarvan kwamen op Time Out Of Mind terecht.
Een van de nummers die het niet haalden, werd opnieuw opgenomen voor de opvolger, Love and Theft: 'Mississippi'
Van een tweede is alleen de titel bekend: 'No Turning Back'
En dan is er nog ' Girl from the Red River Shore', waarvan Jim Dickinson zei dat het "het beste nummer is van de sessie."

Hopelijk krijgen we die in de herfst te horen, wanneer het achtste deel van The Bootleg Series er aan komt. Want volgens de laatste geruchten zouden deze keer studio outtakes uit de laatste twee decennia aan bod komen. Iets om naar uit te kijken.

 


'Love Sick' tijdens de Grammy's

De videoclip voor 'Cold Iron Bounds'
 En een spotje voor de lingeriefabrikant Victoria's Secret, met een remix van 'Love Sick'.

09-01-08

Wild Horses - 2

'Wild horses couldn't drag me away'

Toen Mick Jagger op 8 juli 1969 ontwaakte in een hotelkamer in Sydney, lag zijn vriendin, Marianne Faithfull nog vast te slapen. Ze waren pas de vorige dag in Australië gearriveerd, om er samen te gaan acteren in een film over een struikrover: Ned Kelly. Het duurde even voor Mick het flesje Tuinals opmerkte. Met een schok realiseerde hij zich dat het helemaal leeg was. Marianne had zo'n 150 pillen geslikt en was in coma geraakt.

Later zou ze uitleggen dat Brian Jones, die eerder die week was verdronken in zijn zwembad, haar had aangemoedigd om de pillen te nemen.

In haar autobiografie verklaarde ze: "Hij was opgestaan uit de doden, wist niet waar hij was en besloot mij te roepen." Ze hadden samen gewandeld door een landschap, verklaarde ze. Een landschap dat erg leek op de hel, zoals die is afgebeeld op een ets van Albrecht Dürer. Bij een klif aangekomen had Jones voorgesteld om samen te springen. Zij had geweigerd, maar hij deed het wel. Waarna ze zich plots in een luchthaven bevond.

Wanneer ze na zes dagen ontwaakte in het ziekenhuis, was het eerste wat ze zag het bezorgde gezicht van Mick. Ze stelde hem gerust met de woorden: "Wild horses couldn't drag me away."

Volgens de overlevering gebruikte Mick Jagger die zin als basis voor het meeslepende Stonesnummer 'Wild Horses'.

Later merkte Faithfull dan ook fijntjes op, "Mijn trauma's en mijn ongeluk werden door Jagger tot briljante nummers verwerkt." Zo hadden ze eerder ook al samen 'Sister Morphine' geschreven, over haar drugsverslaving, die was verergerd sinds ze in oktober van het vorige jaarbij een miskraam op zeven maanden hun dochtertje Corrine hadden verloren.

Toch wordt door Jagger zelf ontkend dat de overdosis van zijn vriendin iets met het lied heeft te maken. In het boekje bij de verzamelaar Jump Back: The Best of The Rolling Stones, uit 1993, schrijft hij bij 'Wild Horses': "Iedereen zegt altijd dat dit over Marianne ging, maar volgens mij is dat niet zo; we waren lang niet meer samen toen."

Dat ze uit elkaar waren toen het nummer werd geschreven is niet helemaal waar, want Mick en Marianne bleven nog bijna een jaar samen, na haar wanhoopsdaad. Het ging wel steeds slechter met haar, zodanig zelfs dat ze ooit tijdens een poepchic diner bij de Earl of Warwick, in slaap viel, met haar hoofd in de soep.


Keith's versie van de feiten

Medeauteur Keith Richards heeft een andere uitleg over het nummer. Zijn vrouw, Anita Pallenberg, was op 10 augustus 1969 bevallen van hun eerste kind: Marlon. Amper twee maanden later vertrokken The Rolling Stones voor een grote Amerikaanse tournee. Begrijpelijkerwijs liet de gitarist zijn vrouw en zoontje niet graag voor zo lange tijd achter.

Dat zou de ware kern van het nummer zijn. In 1993 verklaarde Keith: "Als er een standaardmanier is waarop Mick en ik samenwerken dat is het deze. Ik had de rif en de strofe, Mick kwam met de strofen. Net als bij 'Satisfaction'. 'Wild Horses' ging over de gewone klacht van niet te willen vertrekken, om te belanden op een miljoen mijl van waar je wilt zijn."

En in 1971: "Het had te maken met de geboorte van Marlon. Ik wist dat we naar Amerika moesten en ik terug aan het werk moest - van mijn luie kont. Ik wou niet weg. Het was een moeilijke tijd - het kind was pas twee maanden oud - en je gaat weg. Miljoenen mensen doen het, maar toch..."

Dit werd twee jaar later door Mick bevestigd: "De melodie was van hem. En hij schreef de regel over de wilde paarden, maar de rest komt van mij. Ik hou van dat nummer - pure pop. Neem dat cliché over die wilde paarden -afschuwelijk toch? - maar het werkt zonder dat het klinkt als een cliché!"

Niks met Marianne te maken, dus.

Of toch?
In een interview dat Keith gaf, in de periode dat het nummer werd opgenomen, legde Keith uit: "Ik schreef dat nummer omdat ik het thuis goed had bij mijn vrouwtje. Het was een soort liefdesliedje. Ik had die regel over de wilde paarden die me niet mee konden sleuren, en ik gaf het aan Mick. En Marianne was net weggelopen met een kerel en hij veranderde alles. Maar het is nog altijd prachtig."


De opname

De Amerikaanse tournee van The Rolling Stones is een groot succes. De nieuwe gitarist, Mick Taylor, blijkt een waardige vervanger voor Brian Jones. De band wil de tournee afsluiten met een verrassingsoptreden in San Francisco. Dat zal worden gefilmd door de gebroeders Aysles. Wanneer Mick - waarschijnlijk om veel volk te lokken - het optreden toch aankondigt tijdens een persconferentie, blijkt dat er geen vergunning is aangevraagd. Er moet een andere locatie worden gezocht. Uiteindelijk valt de keuze op een racecircuit in Altamont in Californië. Het festival zal doorgaan op 6 december.

Daardoor heeft de band enkele vrije dagen over. Om die tijd nuttig te gebruiken wordt besloten om wat nieuwe songs op te nemen. Ze zijn ook volop aan het onderhandelen met het Amerikaanse platenlabel Atlantic Records, dat hun platen zal verdelen in Amerika. Om de opnamen te maken hebben ze een onafhankelijke studio nodig, waar ze geen werkvergunning moeten voorleggen. Jerry Wexler stelt de Muscle Shoals Sound voor in Alabama.


Muscle Shoals Sound Studio

Die studio, in de buurt van Sheffield, in het diepe zuiden is onlangs geopend door vier muzikanten. Gitarist Jimmy Johnson, bassist David Hood, toetsenist Barry Beckett en drummer Roger Hawkins werkten als studiomuzikanten in de FAME (Florence Alabama Music Enterprises) Studios van Rick Hall. Ze waren er bekend als de Muscle Shoals Rhythm Section (of nog "the Swampers," zoals ze worden bezongen in 'Sweet Home Alabama' van Lynyrd Skynyrd).

Tussen 1961 en 1966 werden in FAME tientalle hits opgenomen door soulmuzikanten als Wilson Pickett, Percy Sledge, the Tams, Arthur Conley, Joe Tex, Jimmy Hughes en James & Bobby Purify. Maar het hek was helemaal van de dam toen producer Jerry Wexler langskwam en met Aretha Franklin grootse dingen deed voor het platenlabel Atlantic.

De uitbater van de studio, Rick Hall zag niet graag dat anderen het grote geld verdienen en wou een eigen label beginnen, te verdelen via Columbia. Hij bood de muzikanten een vast loon, in ruil voor exclusiviteit. Die konden echter elders meer verdienen en besloten voor zichzelf te beginnen.

Ze vonden een oude mandenfabriek die te koop stond. Die werd eerder al gebruikt om country en gospeldemo's op te nemen. Maar die opnameapparatuur was verouderd. Jerry Wexler van Atlantic - hij weer - wou hen wel $20 000 voorschieten in ruil voor een distributiedeal. Hun eerste klant was Cher die er haar LP 3614 Jackson Highway opneemt - genoemd naar het adres van de studio.

R.B. Greaves, die net 'Take a Letter Maria' had uitgebracht, was er overdag aan het opnemen, toen het telefoontje kwam om de studio tussen 2 en 4 december 's nachts vrij te houden voor de Britten.

Producer Jimmy Miller zou komen overvliegen, maar die daagde nooit op. Dus belande Jimmy Johnson achter de knoppen. Hij had al al eerder gedaan, voor hits als 'Sweet Soul Music' en 'When a Man Loves a Woman'.

"Ze hadden geen riffs of teksten klaar toenen ze aankwamen," beweert Johnson. "Ze hadden alleen wat titels van nummers, voor zover ik weet. En die kwamen van Jagger en Richards. De gitaarakkoorden werden daar ter plekke bedacht. Van zodra ze begonnen barste de hel los - drie uur lang - als vuurwerk. Zo na een uur of drie, vier kwam Keith gewoonlijk met een grootse rock gitaarriff, zoals 'Brown Sugar.' Als ik voelde dat het begon te klikken, zette ik de band aan.
Niemand zei me iets en ik vroeg ook niets. Iedereen die sessies speelt weet dat je maar één kans krijgt en dan is het voorbij. En als die kerels eens bezig waren, liep het als een trein. De boel stond te beven."

Volgens Barry Beckett was dat laatste zelfs letterlijk het geval. Hij zat op de trappen buiten en voelde het gebouw trillen.

The Rolling Stones namen drie nummers op: 'Brown Sugar', een cover van 'You Gotta Move' van 'Mississippi' Fred McDowell en tenslotte 'Wild Horses'.

Keith bevestigd dat het nummer nog niet helemaal af was toen ze besloten het op te nemen. "We herschreven het refrein in het toilet van de Muscle Shoals opnamestudio," vertelde hij in 1971, "omdat het niet goed zat."

De opname gebeurde volledig live, inclusief de zang van Mick Jagger. De specifieke gitaarklank lijkt van een 12-snarige gitaar te komen, maar Mick Taylor vertelde in 1979: "Ik speelde op een akoestische Gibson van Keith, in wat ze noemen een Nashville tuning. De gitaar is precies zo gestemd als gewoonlijk, maar je gebruikt alleen eerste en tweede snaren en je stemt ze in octaven. Een beetje alsof je een 12-snarige gitaar bespeelt, maar zonder de zes andere snaren. Zo kun je het best omschrijven."

Voor wie in zulke dingen is geïnteresseerd, Jimmy Johnson gaf in juli 2001 meer details over de gebruikte instrumenten, in een interview voor het tijdschrift Tape Op. "[Keith] speelde een Gibson, maar geen Les Paul. Een SG! Ik denk dat het een SG was, een zwarte.... En weet je waar Bill Wyman mee aan kwam? Herrinner je je die massieve plexiglas bassen die toen opkwamen? Een Dan Armstrong... Charlie Watts was zo onder de indruk van het drumgeluid dat hij aanbood om de microfoons te kopen. Daar kon ik natuurlijk niet op ingaan."

Hoewel Ian Stewart, de vaste pianist van de band, bij de andere nummers had meegespeeld, weigerde hij piano te spelen op 'Wild Horses'. Hij haatte de mineurakkoorden van de intro.

Toevallig was Jim Dickinson, vanuit Memphis overgekomen om de jongens aan het werk te zien. "Hij stond hij ergens vanachter, achter de gitaarversterkers," vertelt Johnson. "Ken je het stukje bij 'Kodachrome' van Paul Simon, waar het tempo versneld en de piano uit de bol gaat? Dat was onze tack piano, een oude rechtopstaande piano, die we hadden omgebouwd zodat ie klonk als een honky tonk. Bon, [tijdens de repetities] stond Jim daar dus, een beetje te tinkelen, wat te improviseren op hun groove. Plots kwam Keith kijken wie daar bezig was en riep: 'Hey, jij moet dat spelen!'"

Dickinson werd later producer van Aretha Franklin, Big Star en The Replacements. Ook werkt hij veel samen met Ry Cooder, vooral voor filmmuziek. (Nietwaar, Martin? ;-))


Gram Parsons

Na afloop van deze sessies vlogen ze naar Altamont voor het gratis festival dat ze er op 6 december gaven. Zoals te zien is in de film Gimme Shelter, werd het festival ontsiert door het buitensporig geweld dat de Hells Angels, die waren ingehuurd om de orde te handhaven, gebruikten tegen de hippies.

Naast Santana, Jefferson Airplane, Crosby, Stills, Nash and Young stonden ook de Flying Burrito Brothers op het programma. De leider van die laatste groep was Gram Parsons.

Met zijn ' Cosmic American Music' probeerde hij een een rockpubliek warm te maken voor countrymuziek. Met een combinatie tussen beide muziekstromingen blies hij de country, de muziek van de blanke Amerikaan, een ferme wolk peper in de kont. Na met The Byrds het baanbrekende Sweetheart of the Rodeo (1968) te hebben gemaakt, kwam hij, een jaar later, samen met Chris Hillman als The Flying Burrito Brothers met The Gilded Palace of Sin.

Keith Richards had Gram voor het eerst ontmoet in 1968 toen die met The Byrds op tournee was in Europa. De twee raakten goed bevriend en Parsons stapte zelfs uit de groep om in het gezelschap van de Stone te kunnen blijven. Keith, die altijd al geïnteresseerd was geweest in country, zag nu de kans om veel te leren van iemand die er alles van wist.

De twee ontmoeten elkaar opnieuw later dat jaar, toen de Stones twee maanden in Los Angeles waren voor het mixen van de Beggar's Banquet. Jagger gaf later toe dat Gram Parsons "een van de weinigen is die me echt hielpen om country te zingen. Voorheen kopieerden Keith en ik gewoon de platen." Vanaf Let It Bleed is zijn invloed goed merkbaar op de platen van de Britse groep.

Tijdens het festival, of kort daarna, gaven The Stones een kopie van hun 'Wild Horses' aan Parsons. Het was de bedoeling dat Sneaky Pete Kleinow er steel gitaar aan toe zou kunnen voegen. Toen Gram het nummer hoorde was hij danig onder de indruk. Hij smeekte hen of hij het mocht coveren. Hij claimde later herhaaldelijk dat Jagger en Richards 'Wild Horses' speciaal voor hem hadden geschreven en zelfs dat hij het nummer had geïnspireerd.

Gram Parsons kreeg de toestemming en zijn versie is het onbetwiste hoogtepunt van de tweede plaat van de Flying Burrito Brothers. De plaat werd geproducet door... Jim Dickinson.
Burrito Deluxe werd in april 1970 uitgebracht. Parsons was toen al uit de groep gestapt, om een solo carrière te beginnen.

De vijf platen die hij tussen 1968 en 1972 maakte zijn mijlpalen die een lichtend voorbeeld vormen voor zowat alle latere americana - en alt.country-artiesten, van de prille R.E.M. en The Jayhawks over Steve Earle en Dwight Yokam tot Lucinda Williams en Ryan Adams


Sticky Fingers

Toen duidelijk werd dat Sneaky Pete geen bijdrage zou leveren aan 'Wild Horses', voegde Keith Richards zelf de elektrische gitaarsolo toe aan het nummer, tijdens de mix- en overdubsessies voor de live plaat Get Yer Ya-Ya's Out!. Deze vinden plaats in februari 1970, in de Olympic Sound Studios in Londen.

Toch zou het nog meer dan een jaar duren eer de versie van The Rolling Stones zou worden uitgebracht. Na het aflopen van het contract met Decca/London had de band gehoopt eindelijk zelf te kunnen bepalen wat ze uitbrachten en hoe. Maar net toen ontdekten ze dat hun manager Allen Klein hen, zonder dat ze het in de gaten hadden, de rechten van al hun nummers had ontfutseld. Alles van 'Come On' uit 1963 tot en met de live LP Get Yer Ya-Ya's Out! in 1970 was in handen van Klein en zijn firma ABKCO Records. Vandaar dat zowel 'Brown Sugar' als 'Wild Horses' terug te vinden zijn op de singles compilatie The London Years.

Met een opvallende hoes, ontworpen door Andy Warhol, was Sticky Fingers, in april 1971, de eerste LP op het Rolling Stones label (verdeeld door WEA Music). Na 'Brown Sugar' werd, in juni van dat jaar 'Wild Horses' als tweede single uit de plaat uitgebracht, zij het enkel in de Verenigde Staten. Het haalde net de top 30. Toch bleef het nummer populair tijdens de live shows van de groep en in 1995 bracht de band een akoestische versie op hun Unplugged album Stripped.


Wild Horses

Childhood living is easy to do
The things you wanted I bought them for you
Graceless lady, you know who I am
You know I can't let you slide through my hands

Wild horses couldn't drag me away
Wild, wild horses couldn't drag me away

I watched you suffer a dull aching pain
Now you decided to show me the same
No sweeping exits or offstage lines
Could make me feel bitter or treat you unkind

I know I dreamed you a sin and a lie
I have my freedom but I don't have much time
Faith has been broken, tears must be cried
Let's do some living after we die

Wild horses couldn't drag me away
Wild, wild horses, we'll ride them someday

Mick Jagger, in 1993: "Er zitten best wel veel emoties in dit nummer. Het is erg persoonlijk, beeldend en droevig. Het klinkt nu allemaal wat somber, maar het was toen ook een speciale tijd."

31-12-07

'Cancion Mixteca'

Cancion Mixteca

 decoration

Paris Texas

 

Een van DE cultfilms uit de jaren tachtig was Paris Texas. De Duitse regisseur Wim Wenders verfilmde een scenario van Sam Shepard en behaalde met hiermee de Gouden Palm op het filmfestival van Cannes in 1984.

 

Deze ongewone roadmovie verteld, veel meer in beelden dan in woorden, over de terugkeer van Travis, gespeeld door Harry Dean Staton. De man was vier jaar geleden verdwenen, maar duikt nu plots terug op uit de woestijn. Zijn broer Walt vangt hem op, net zoals die zich eerder ook al heeft ontfermd over zijn zoon Hunter. Die jongen bleef alleen achter nadat zijn moeder, Jane – een rol Nastassja Kinski – hem bij Walt had achtergelaten. 

Travis zelf kan geen verklaring geven over wat hij al die jaren heeft gedaan. Hij herinnert zich niets meer.

Langzaam proberen vader en zoon terug een relatie op te bouwen, waarna Travis op zoek gaat naar Jane in een poging het gezin te herenigen.

  

De soundtrack

 

De beide hoofdrolspelers zetten de prestaties van hun leven neer. Het desolate landschap is prachtig in beeld gebracht. Maar het is de soundtrack die de film op een hoger niveau tilt. Wim Wenders verklaarde ooit dat de film werd gedraaid met een camera en een gitaar!

 

En de man die de Texaanse woestijn verklankte met zijn gitaar was Ry Cooder.

 

Zijn inspiratie haalde hij bij ‘Dark Was The Night – Cold Was The Ground’ van Blind Willie Johnson. Een nummer dat hij omschreef als “een van de soulvolste transcendente stukken Amerikaanse muziek uit de 20ste eeuw”.

Het is een kreunende klaagzang over de kruising van Jesus Christus. De meester van de slidegitaar nam het woordenloze nummer op 3 december 1927 op in Dallas, Texas. Dat kreunen werd trouwens wel meer gedaan door tijdgenoten van Johnson als Robert Johnson (geen familie) en Skip James.

 

Cooder was wel zo fair om te verwijzen naar zijn inspiratiebron door de plaat af te sluiten met een coverversie van het bluesnummer.

 

Hier is Blind Willie Johnson: Dark WasThe Night - Cold Was The Ground 

 

De slide techniek laat toe twee noten te verbinden door ze in elkaar te laten overgaan. Daarvoor wordt een bottleneck gebruikt, aan klein metalen, koperen of glazen buisje dat over de vinger wordt geplaats en waarmee over de snaren van de gitaar wordt geschoven.

  

Een meesterlijk team

 

Cooder nam de soundtrack op in de Ocean Way Recording studio in Los Angeles met de hulp van Jim Dickinson en David Lindley.

 

Cooder werd in 1947 geboren in Los Angeles. Hij begon zijn carrière in de jaren zestig als gitarist bij Taj Mahal. Na een poosje te hebben deel uitgemaakt van Captain Beefheart’s Magic Band werd hij aangezocht door The Rolling Stones bij de band te komen spelen. Hij hielp hun bij de opname van Let It Bleed, maar verkoos een solocarrière. Daarbij legde hij de klemtoon op het terug opdiepen van oude Amerikaanse muziek en werkte samen met de beste, dikwijls vergeten, muzikanten.

Vanaf het begin van de jaren tachtig legde hij zich toe op het componeren en spelen van soundtracks.

 

Ook Jim Dickinson werkte voor the Rolling Stones. Maar hij is vooral de man die verantwoordelijk is voor het ontstaan van de folkrock. Hij was het die op het idee kwam om The Byrds  ‘Mr. Tambourine Man’ van Bob Dylan te laten spelen op de wijze van The Beatles.

 

Gitarist David Lindley werkt veel samen met Ry Cooder maar is ook gekend als rechterhand van Jackson Browne en Warren Zevon.

 

Hoewel alle tracks op de soundtrack, op het eerste gehoor, enkel gitaarstukjes lijken te zijn, blijkt bij herhaald luisteren dat er meer aan de hand is.

Natuurlijk staat Cooders slidegitaar centraal, maar op de achtergrond zijn er allerlei subtiele geluiden, die blijven nazinderen. Het zijn dikwijls niet meer dan wat hints van een akoestische gitaren, fiddles, stemmen of het aanslaan van enkele toetsen op een piano. Deze geluiden versterken nog het desolate gevoel van Cooders slidegitaarspel. Net als voor Travis in de film, lijkt er altijd wel iets of iemand in de verte te zijn. Iets dat hulp kan bieden of tenminste een aanwijzing.

  

'Cancion Mixteca'

 

Naast de cover van ‘Dark Was The Night – Cold Was The Ground’ staat er nog een cover op de soundtrack. Dat is 'Cancion Mixteca'.

 

In de film horen we een instrumentale versie in de scène waarbij Walt een Super 8-mm filmpje vertoond, in een poging om het geheugen van Travis terug te voeden. Het zijn beelden van een vakantie uit gelukkiger tijden. De scène vormt het keerpunt van het verhaal. 

 

Op de soundtrack staat een gezongen versie. Het enige nummer met zang, trouwens. Net zoals het even duurt eer zijn geheugen terugkeert, is de intro lang en instrumentaal. Pas na meer dan twee minuten komen dan de eerste aarzelende woorden.

 

Het is echter niet Ry Cooder die de zang voor zijn rekening neemt, zoals wel eens gedacht wordt. Dat laat hij over aan Harry Dean Staton, de acteur die de rol van Travis speelt. En die doet dat prachtig: langzaam en gedragen en gaandeweg met meer emotie: het verlangen naar het onbereikbare. De tekst is in het Spaans.

 

Que lejos estoy del suelo donde he nacido!

Inmensa nostalgia invade mi pensamiento;

Y al ver me tan sola y triste qual hoja al viento,

Quisiera llorar, quisiera morir de sentimiento.

 

Oh tierra del sol!, suspiro por verte

Ahora que lejos yo vivo sin luz, sin amor;

Y al verme tan sola y triste cual hoja al viento,

Quisiera llorar, quisiera morir de sentimiento.

  

Een beetje geschiedenis

 

'Cancion Mixteca' werd niet door Ry Cooder geschreven. Die eer komt toe aan José López Alvaréz. Arnold Reypens leert ons dat de oorspronkelijke versie in 1936 werd gebracht door de eerste Spaanssprekende zingende cowboy in Hollywood, Tito Guizar, in de Mexicaanse film Alla En El Rancho Grande.

 

'Cancion Mixteca' of 'Mixteeks lied' drukt de heimwee uit van de Mixteken, die heimwee hebben naar hun moederland, wanneer ze werken in den vreemde.

 

Volgens Wikipdeia zijn Mixteken of Ñudzahui een Indaans volk dat leeft in Mexico, in de staten Oaxaca, Guerrero en Puebla. Ze spreken Mixteeks en daarnaast ook Spaans.

  

Het volk dankt zijn naam aan de Azteken, die hen in het Nahuatl Mixtecah noemen, wat 'wolkenmensen' betekent. Ze wonen dan ook voornamelijk in het Sierra Mixteca (letterlijk: Mixtekengebergte), kortweg Mixteca, genoemd.

 

Tijdens de regering van Porfirio Díaz, president van Mexico van 1876 tot 1911, werden de Indianen, inclusief de Mixteken, als een achterlijk volk beschouwd dat zich diende aan te passen aan de beschaving of te verdwijnen. Daarom immigreerden velen, om in hun levensonderhoud te kunnen voorzien, naar de oostelijke voorsteden van Mexico-stad en de staten Sonora en Neder-Californië, of zelfs over de grens naar Californië.

  

Heimwee naar huis

 

In "Canción Mixteca" beschrijft Velázquez de sterke roep van het moederland. Zo sterk dat de immigrant dreigt te sterven aan eenzaamheid en hartenpijn als hij niet kan terugkeren. De beelden die worden opgeroepen in het lied zijn sterk en diep, maar natuurlijk ook wat onrealistisch.

 

Ver weg ben ik van de plek waar ik geboren ben.

Ik word bevangen door immense nostalgische gevoelens.

Als ik zo alleen en verdrietig ben als een blad in de wind,

zou ik willen huilen en willen sterven van heimwee.

 

Oh, land van de zon ik verlang er naar je te zien.

ver weg leef ik nu zonder je licht en liefde.

Als ik zo alleen en verdrietig ben als een blad in de wind,

zou ik willen huilen en willen sterven van heimwee.

 

(De vertaling komt van de site van “Maria de Lourdes, de stem van Mexico”.)

 

"Canción mixteca" werd erg populair in Oaxaca, waar veel Mixtesen wonen. Het wordt er zowel gezongen op feestjes als  bij officiële gelegenheden. Er zijn dan ook tientallen, misschien wel honderden versies van het nummer opgenomen.

 

Hoewel het niet staat op Canciones de Mi Padre, een cd uit 1987 met traditionele Mexicaanse liedjes van Linda Ronstadt, is het wel terug te vinden op de gelijknamige dvd die werd opgenomen tijdens de bijbehorende tournee.

Dit is een heel andere versie dan die uit de film, veel dichter aanleunend bij de Mariachi muziek. 

  

Met Paris Texas maakte Ry Cooder een van de beste soundtrack albums van de jaren tachtig. De muziek is even mysterieus en intrigerend als Travis, de gewonde reiziger, zoals Harry Dean Stanton hem neerzet.

  

Dit is de filmversie, uit Paris Texas: Cancion Mixteca

 

En dit is Linda Ronstadt met haar live versie: Cancion Mixteca