19-06-08

Time Out Of Mind

decoration

Time Out of Mind

In januari 1997 trekt Bob Dylan voor het eerst in zeven jaar de studio in om zelfgeschreven nummers op te nemen. Sinds zowat halverwege het vorige decennium had hij het erg moeilijk om nog iets nieuws te schrijven. Er was even een korte opflakkering geweest voor Oh Mercy, Under The Red Sky en de beide Traveling Wilburys LP's, maar daarna was het op.
In april 1991 legde Dylan aan Paul Zollo uit: "Ooit kwamen de songs met drie vier tegelijk, maar dat is al lang gedaan ... Af en toe komt er nog eens een nummer op mij, als een buldog aan het poortje van de tuin, om te eisen dat ik hem schrijf. Maar de meeste verban ik onmiddellijk uit mijn gedachten. Je vraagt je af of er nog iemand behoefte aan heft om ze te horen. Misschien kom je op een punt waarop je genoeg songs geschreven hebt. Laat iemand anders ze maar schrijven."

De enige compositie uit de jaren negentig waaronder zijn naam staat is 'Heartland' dat hij samen met Willie Nelson zou hebben geschreven. Maar uiteindelijk bleek hij alleen de titel te hebben aangedragen.


Nieuwe songs?

Volgens de Amerikaanse journaliste Edna Gundersen, had hij in januari 1995 drie weken uitgetrokken om nieuwe nummers te schrijven. Het is onbekend wat dat heeft opgeleverd.

In augustus van dat jaar onderneemt hij een nieuwe poging, samen met Robert Hunter. Hunter schreef veel teksten voor The Grateful Dead, hoewel hij niet deel uitmaakte van de groep. Dylan had al eens eerder met de singer/songwriter samengewerkt voor Down In The Groove.
Maar de schrijfsessie in Martin Country wil niet erg vlotten. “Ik dacht voortdurend: zullen deze songs wel even goed zijn als wat ik iedere avond speel?”

Pas wanneer hij in januari 1996 ingesneeuwd raakt op zijn boerderij in Minnesota, heeft hij geen excuus meer om iets anders te gaan doen. Maar het gaat allemaal niet vanzelf. Voor inspiratie gaat hij te rade bij de oude folksongs waarvan hij er een aantal gebracht had op zijn twee akoestische cover-cd's. Vele songs hernemen dan ook de sombere, vervloekte sfeer van World Gone Wrong, maar vertaald naar Dylan's eigen beelden. Zoals Robbie Robertson zei over de Basement tapes: "We wisten niet of hij de nummers zelf schreef of dat hij ze zich herinnerde. Als hij ze zong kon je geen verschil merken."
Dat komt omdat hij flarden van zinnen uit diverse folk of bluessongs tot een min of meer coherent geheel aaneenschakelt door er eigen zinnen tussen te verweven. Fred Neil heeft zoiets vroeger ook ooit gedaan: die zette 'Shake Sugaree' van Elisabeth Cotten helemaal naar zijn hand en maakte er 'I've Got A Secret' van. Dylan bracht Neil's versie dan ook een aantal keren live die zomer.

Later vertelt Dylan over: “[Deze songs] klikten vanzelf samen, omdat ze eenzelfde skepticisme delen. Ze gaan meer over de angstaanjagende realiteit van het leven dan het rozige idealisme dat tegenwoordig populair is."
Toch heeft hij zijn twijfels.
Waneer hij zijn manager, Jeff Kramer, opbelt, laat hij hem weten: “Wel, ik zit ingesneeuwd. Dus schrijf ik wat nummers. Maar ik ga ze niet opnemen.”

Desalniettemin beginnen er onmiddellijk geruchten te circuleren over opnamen in New York en er duikt zelfs al een titel op voor de cd: Coupe de Ville.
In maart volgen nog meer geruchten over opnamen. Deze keer in Hollywood.

Nochtans is het business as usual in Dylanland: de ene tournee na de ander volgt mekaar op. Hoewel, voor het eerst in de jaren negentig heeft Dylan in ’96 wat gas teruggenomen: wat minder optredens, geen gastoptredens, geen audio, video of multi-media. De kwaliteit van de shows bleef even hoog als de voorgaande jaren.
Tot ontgoocheling van de fans blijft nieuw materiaal nog steeds uit en ook de band blijft grotendeels ongewijzigd. De enige personeelswijziging is dat de drummer Winston Watson, vanaf de herfsttournee wordt vervangen door David Kemper van de vroegere Jerry Garcia Band.

Wanneer er na de Europese zomertournee geen data worden aangekondigd voor de jaarlijkse Amerikaanse zomertournee gonst het opnieuw: Dylan zou een lange pauze inlassen in zijn Never Ending Tour. Er is sprake van minstens negen maanden.
Maar na drie en een halve maand hervat Dylan zijn trektocht door Amerika.

En toch is er wat hoopvol nieuws: in augustus heeft Bob Dylan, in Miami, met zijn tourband akoestische demo’s opgenomen voor zijn volgende plaat. Deze informele sessies gaven hem de gelegenheid om naar hartelust te experimenteren: nieuwe ideeën uittesten en arrangementen zoeken.

Opnieuw duiken er direct weer geruchten op: de nieuwe cd zou Stormy Season gaan heten. 
Daniel Lanois zou een bandje hebben met akoestische demo’s van Bob’s nieuwe nummers. Hij zou de arrangementen aan het uitwerken zijn voor de opnamen die gepland zouden zijn na de herfsttournee. Er circuleert zelfs al een lijstje met songtitels op het internet.

Na afloop van die tournee heeft Dylan afgesproken met Daniel Lanois in een hotel in New York. Ondanks de moeizame samenwerking tijdens de sessies voor Oh Mercy was hij blijkbaar toch tevreden over de Canadese producer.
Dylan leest hem de teksten van zijn nieuwe nummers voor, alsof het gedichten zijn. “De woorden waren hard, waren diep, waren wanhopig, waren krachtig en ze waren het resultaat van het leven van verschillende levens. Wat volgens mij bij Bob het geval is,” aldus Lanois. “Dus wilde ik die plaat maken.”

Afgesproken wordt om in de tweede helft van januari samen te komen.


Opnamen in Miami

Plaats van afspraak is de Criteria Recording Studios, in Miami, Florida.
Tegen Lanois had Dylan uitdrukkelijk gespecificeerd dat hij een plaat wil met het geluid van de jaren vijftig. Nochtans is het kale geluid van de rock and roll platen wel heel ver verwijderd van de gelaagde benaderingswijze die Lanois zo graag hanteert.
Lanois verklaarde achteraf: "Deze keer refereerden we aan oude platen uit de jaren vijftig. Bob houdt van de natuurlijke diepte die er in zit - iets wat je niet kunt verkrijgen met mixen. Je krijgt het gevoel dat de zanger vooraan staat, met wat anderen wat verder naar achter en dan nog iemand helemaal achter in de kamer. Dus hebben we de studio zo ingericht."

In interviews achteraf verwees Bob Dylan op de invloed van Buddy Holly op de sessies. "Ik weet niet meer precies wat ik heb gezegd over Buddy Holly," vertelt hij, "maar terwijl we opnamen hoorde ik Buddy Holly overal. Dat was gewoon zo. Liep je door de gangen dan hoorde je iets van Buddy Holly - 'That'll Be the Day' of zo. Stapte je in je auto, op weg naar de studio dan draaiden ze 'Rave On'. Kwam je dan in de studio dan speelde daar iemand een cassette met 'It's So Easy.'
Iedere dag gebeurde er zo wel iets. Flarden van Buddy Holly songs kwamen van overal aanwaaien. Echt geestig.  [lacht] Maar toen we alles opgenomen hadden bleef dat hangen. De geest van Buddy Holly bleef bij ons."

Nooit eerder heeft Dylan zo lang gewerkt aan nummers voor een plaat. Sommige zijn inmiddels twee jaar oud. Maar hij is blijven schaven en veranderen tot in de studio toe. Jim Dickinson vertelt later dat hij Dylan nog ziet staan: "leunend over een kist van de apparatuur, werkend aan de tekst van 'Highlands'...met een potlood."


Veel goed volk

Voor het eerst sinds de start van de Never-Ending Tour kiest Dylan er voor om leden van zijn band te betrekken bij de opnamen, naast een aantal gekende studiomuzikanten en mensen die ingebracht worden door Lanois. Van de tourband zijn de bassist Tony Garnier, drummer David Kemper en snarenwonder Bucky Baxter geselecteerd.
Daarnaast koos Dylan enkele echte klasbakken: Augie Meyers, de Texaanse organist van het Sir Douglas Quintet en Bob Britt, een uitstekende gitarist uit Nashville. 

Lanois van zijn kant heeft Brian Blade uit New Orleans. De jazzdrummer heeft net met hem samengewerkt aan de sessies voor Wrecking Ball van Emmylou Harris. Cindy Cashdollar is de autoriteit op het gebied van slidegitaar.
Zelf wil Lanois gitaar en dobro spelen.

Zoals steeds staat Dylan er op om live te spelen. Alle muzikanten zitten in een cirkel om hem heen. Het nummer wordt een paar keer doorgenomen en dan is het tijd voor actie.

Na een paar dagen vindt Dylan dat er nog wat ontbreekt. Hij laat zijn manager nog wat muzikanten bellen. Alsof twee drummers niet genoeg zijn, laat hij ook Jim Keltner oproepen.

Lanois was vooral ongelukkig over de komst van de extra gitarist. "Ik denk dat ze een dag of twee aan het opnemen waren toen Bob zijn manager vroeg om mij te bellen," vertelt Duke Robillard. Robillard is de gitarist van de bluesband Roomful of Blues. Zijn spel was Dylan opgevallen toen Robillard Jimmie Vaughan verving in de Fabulous Thunderbirds. Die band speelde ooit het voorprogramma van Dylan.
"Hij had mij nodig, vond hij. Ik vloog de volgende dag na het telefoontje al naar daar. Het enige probleem was - en dat wist ik pas toen ik er al was - dat ik Daniel Lanois moest vervangen als gitarist. Hij vond dat maar niks en hij haatte me."
"Dus begon er een vreemd gevecht," gaat Robillard verder: "Ik speelde iets of oefende wat op een melodie en dan kwam Lanois uit de controle ruimte gelopen. 'Ik heb liever dat je even niet meedoet.' Ik zei 'Mij goed.'
Een kwartiertje later nam Bob hem dan even apart en stonden ze te ruziën. Even later kwam Lanois mij dan terug halen uit de controle ruimte en kon ik terug gaan spelen.
Dylan was erg tevreden over mijn spel. Hij zei: 'Ik ga nog een paar van je cd's kopen. Dan kan ik ook zo leren spelen.'"

Naast de nieuwe gitarist wou Dylan ook nog een pianist. Daarvoor liet hij de legendarische Jim Dickinson  (Big Star, Replacements, Ry Cooder, John Hiatt) overvliegen uit Memphis.

Dickinson is verbaasd over de bende die hij in de studio aantreft: "Twaalf muzikanten die live spelen - drie drumstellen. Ongelofelijk!
Twee steelgitaristen! Dat had ik nog nooit gezien. Zelfs in de strafste hillbilly sessie ter wereld heb je nog nooit twee steelgitaren tegelijk horen spelen. En één daarvan is dan nog Cindy Cashdollar. Die heeft letterlijk het handboek geschreven. Ik bedoel: ga maar kijken: het boek [over Western Swing steelgitaar] heeft zij geschreven.
En dan was er die andere kerel, Bucky Baxter die toen bij Bob speelde. Ze wisselden akkoorden uit, maar je kon ze alleen horen als je de koptelefoon afnam. Dat werd gewoon niet eens opgenomen - en toch maakt het allemaal deel uit van de klankkleur."

Robillard bevestigt: "Hoewel we allemaal tegelijk speelden, gebruikte Lanois iedere keer maar een stuk of vijf, zes muzikanten voor ieder nummer. Ik speelde op alles, maar de bal lag in zijn  kamp. Hij was de producer en de mixer - dus hoor ik niet veel van mezelf terug op die plaat."


Niet gemakkelijk

"De versterkers stonden niet hard," legt Dickinson uit, "omdat er zoveel spelers waren. Er werd goed doorgewerkt. Twaalf uur per dag, gedurende negen dagen - erg intensief. Bob bedacht ter plekke een arrangement en wij werden geacht in te vallen - zonder aftellen of zelfs maar zonder te weten of er opgenomen werd. Er werd altijd opgenomen. Als Bob vond dat het niet goed liep, veranderde hij het prompt zonder iets te zeggen en begon te spelen. Je moest voortdurend bij de les blijven."

Jim Dickinson weer: "Het was pure chaos gedurende anderhalf uur en dan een minuut of acht prachtige muziek. Dan sloegen we iedere keer de nagel op de kop. [Maar Dylan] wil de nagel er niet recht in. Hij wil er leven in… Als we te kort bij een arrangement zaten, dan veranderde hij opeens het tempo en de toonaard drastisch."

Daniel Lanois kan dat bevestigen: ”Op het laatste moment, zonder enige waarschuwing en terwijl de opnameknop is ingedrukt, verandert Dylan zowel het ritme als de toonaard. De muzikanten bekijken mekaar en proberen te volgen en dan zegt Bob ‘Dat was het’. Dat is zeker met de helft van de nummers op deze plaat gebeurd."

"Het was een fantastische ervaring om met Bob Dylan te werken," meent Robillard. "Hij was erg spraakzaam tegen mij. Ik vond het fijn en werkte hard. Ik zat de hele tijd maar een paar meter van hem af. Er was niks wat Lanois kon doen om de boel voor mij te verzieken - tenzij hij mij naar huis stuurde."

Maar dat gebeurt niet, want Dylan houdt stevig de touwtjes in handen.
"De eerste avond toen ik daar was, bracht Lanois een ProTools man binnen," vertelt Jim Dickinson. Dat was toen de allernieuwste digitale opnameapparatuur. "Die kerel begint zijn spullen op te stellen in de controlekamer. Dylan vraagt aan Dan: 'Wat is dat?' Lanois fluistert iets tegen hem en hij zegt: "Haal dat ding weg." [lacht hard] Hij stuurde hem weg. Zo simpel was het: "haal dat ding weg.'"

Lanois kon alle hulp nochtans gebruiken want, met zoveel muzikanten waren "de playbacks pure chaos," geeft Dickison toe. Doordat hij zelf een ervaren producer is weet hij: "Wanneer Dylan aan het mixen gaat zal hij een pak problemen hebben."
Wanneer je de hoesnota's overloopt merk ja dat op elke track eigenlijk maar een paar muzikanten zijn overgebleven.
Jim Dickinson: "Met zoveel volk verwacht je een zootje, maar eigenlijk speelt iedereen nauwelijks iets. Van die zes gitaristen zijn de enige die echt solo spelen Lanois zelf en Dylan. De anderen: Duke Robillard en die gast uit Nashville zaten daar gewoon te wachten om één noot te spelen. Maar dat was dan wel de perfecte noot."

Lanois moet toegeven dat het niet gemakkelijk is om producer te zijn bij Bob Dylan: "Wel, je weet nooit van te voren wat je gaat krijgen. Het is een excentrieke kerel. Je kan iets prachtigs krijgen bij de eerste take, of [grinnikt] je krijgt helemaal niets.
Weet je, Bob en ik gingen regelmatig even naar buiten. Op de parking bespraken we dan dingen zonder de band erbij. Die zaten te wachten in de studio. En ondertussen bespraken we dan het volgende nummer.
Neem bijvoorbeeld 'Standing In The Doorway'. We stonden daar op de parking en ik zei: Een van uw mooiste nummers vind ik 'Sad Eyed Lady Of The Lowlands.' Dat is in 6/4de maat. Zouden we niet zoiets niet kunnen doen op deze plaat?
En hij stelde voor 'Wel ik heb nog  'Standing In The Doorway', misschien kunnen we dat eens proberen."

Tijdens de sessies wordt herhaaldelijk terug gegrepen naar de demo's die in augustus op band zijn gezet. Zo had Dylan toen een country-blues riff bedacht die hij nu absoluut wilde recycleren voor 'Dirt Road Blues'. "Hij liet mij zestien maten van de originele cassette sampelen en die werden gebruikt voor de definitieve versie," vertelt Daniel Lanois.
"De demo van ‘Not Dark Yet’ klonk totaal anders," vertelt hij met enige spijt. "Die versie was veel sneller en kaler. Tijdens de sessies veranderde hij het in een ballad uit de Civil War. Ik hield van die versie en ik mis ‘em.”

"We hebben vele lange dagen gewerkt aan deze plaat," weet de Canadese producer, maar na elf dagen was het opeens voorbij. "Toen hij alle teksten afhad, vond hij dat de plaat afwas. De plaat was geschreven. Hij zei: 'Weet je, we kunnen een wals versie doen. We kunnen het in 4/4de maat doen. Het kan zus en het kan zo. Het kan wat we maar willen… Maar het voornaamste is dat het geschreven is."


Business as usual

Veel tijd om uit te rusten is er niet, want op 9 februari 1997 gaat het elfde jaar van de Never-Ending Tour alweer van start, met elf shows in Japan.
Bij de aanvang van de daaropvolgende Amerikaanse lentetournee is er eindelijk vernieuwing in de tourband. Na meer dan vijf jaar en 692 shows wordt John Jackson vervangen door de New Yorkse sessiemuzikant Larry Campbell. Toch is er merkwaardig weinig verschil merkbaar.

Tussendoor wordt er veel aandacht besteedt aan het mixen van de plaat. Dat gebeurt in de Teatro Studios in Oxnard, Californië. Dylan blijft  nummers toevoegen en andere weglaten. Hij kan maar niet beslissen welk beeld hij met de plaat wou krijgen.
Later vertelt hij dat de grote baas van Columbia Records, Don Ienner, hem "ervan overtuigde de plaat uit te brengen, zelfs al stonden zijn favoriete songs er niet op."

Maar dan wordt hij plots gedwongen om afstand te nemen.

 

Een verjaardag met een onaangename verassing

Op 24 mei wordt Bob Dylan 56. Zijn dochter Maria Himmelman heeft een verjaardagsfeestje op touw gezet. Tijdens het eten voelt Dylan zich niet goed. Hij heeft pijn in zijn borst. “De pijn verlamde me en mijn hersenen sloegen tilt. Ik was zo ziek dat ik niets meer wist.”
Een bijgeroepen dokter verzekert hem dat het niet ernstig is. Maria dringt echter aan om een dokter van de universiteit van Los Angeles te bellen. Die raadt Bob aan naar het ziekenhuis te gaan.

De volgende dag checkt hij in, in het ziekenhuis van Los Angeles. Eerst is er sprake van een hartaanval, maar later wordt de diagnose gesteld als ”histoplasmosis”, een infectie van het vlies om het hart. De schimmelinfectie is ernstig omdat Dylan er al een tijdje mee rondliep.
"Het was iets... het kwam door toevallig vogelmest in te ademen dat uit één van de rivieren kwam daar waar ik leef. Misschien één maand, of twee tot drie dagen uit het jaar, worden de oevers van de rivier helemaal week, en dan kan een windvlaag een boel van dat spul meevoeren in de lucht. Ik heb dat toevallig ingeademd. Dat heeft me ziek gemaakt."

Dylan is opeens voorpaginanieuws.

Na een week mag Dylan het ziekenhuis verlaten. Hij moet wel nog vier tot zes weken rusten. De Europese zomertournee met Van Morrison wordt afgelast.
Columbia verspreid een persmededeling, waarin Dylan wordt geciteerd: ”Ik weet niet wat ik ga doen. Ik ben blij dat ik me weer beter voel. Ik dacht echt dat ik binnenkort Elvis zou gaan ontmoeten”.

Zijn voormalige drummer Winston Watson vertelt later dat hij hem een kaartje had gestuurd. Wanneer hij zijn voormalige werkgever later nog eens ontmoet bedankt Bob hem voor dat kaartje. “Hij vertelde me iets waarvan ik de tranen in mijn ogen kreeg: dat hij weinig post had gekregen van de mensen met wie hij werkte. Geen, om precies te zijn,” aldus Watson.


Pas op 3 augustus staat Dylan opnieuw op het podium. Na twee maanden te hebben gerust in zijn huis in Malibu doet hij zijn Amerikaanse zomertournee zoals gepland. De zanger ziet er vermoeid uit en klinkt ook zo. Hij moet zelfs regelmatig gaan zitten tussen de nummers in. De show is dan ook twintig minuten korter dan de vorige tournee en duurt nu tussen de 90 en 100 minuten. Op doktersbevel speelt hij geen harmonica.
In een interview met Edna Gundersen van USA Today praat Dylan voor het eerst over zijn recente ziekte. ”I was zes weken van de kaart”, “Ik neem nog drie keer per dag medicijnen " en ”Ik kreeg toelating van de dokters om deze tournee te doen.”

decoration

Op audiëntie bij de paus

Op vraag van het Vaticaan treedt Bob Dylan op 27 september 1997 op tijdens het Wereld Eucharistisch Congres in Bologna. Er zijn 300 000 toeschouwers en ook Paus Johannes Paulus zelf. Dylan brengt hij drie nummers met zijn band: ‘Knockin’ On Heaven’s Door’, ‘A Hard Rain’s A-Gonna Fall’ en ‘Forever Young’.
Na het tweede nummer neemt Dylan zijn hoed af en stapt Dylan naar de Paus om hem de hand te schudden en even met hem te praten. In zijn toespraak vooraf citeerde de Paus uit ‘Blowin’ In The Wind’. Hij had Dylan verzocht dat nummer te zingen.
Het gebeuren wordt door de RAI uitgezonden.
Bucky Baxter: “Wat mij betreft was het pure public relations. Het stelde niks voor. Het was gewoon opgezet om de jongeren naar de Katholieke kerk te lokken. Ik denk dat de redenering was, laat ons een rock concert organiseren. Maar de paus zat daar maar, half in slaap. Trekt zich niks aan van Bob Dylan of wie dan ook. Het had evengoed Bill Gates kunnen zijn die daar zat.”
Voor het kwartier lange optreden ontvangt Dylan driehonderdvijftigduizend dollar.


Eindelijk een nieuwe cd.

Drie dagen na de festiviteiten verschijnt, op 30 september 1997, Time Out Of Mind. Het is zijn dertigste studioplaat en de eerste met nieuw materiaal sinds het begin van het decennium.

De cd wordt door de critici goed ontvangen, al is Dylan de eerste om teveel lof af te wijzen. " Ik denk niet dat het beter is dan mijn oude werk. Maar ik denk het schokkend zou kunnen zijn in zijn botheid. Er is geen afval bij."
Inderdaad, het is een werk vol rauwe wrangheid, zorgen over de ouderdom en verloren liefde. Maar het is ook een schitterende plaat vol blues, rockabilly en ballads, doorschoten met droge humor.
“Veel van die nummers werden geschreven na zonsondergang,” vertelt Bob Dylan. “En ik hou van onweer. Ik blijf graag op tijdens een onweer. Ik kan dan goed nadenken en zo bleef die ene zin maar in mijn hoofd rondtollen: “Werk zolang de dag duurt, want de nacht van de dood komt wanneer geen mens kan werken.” Ik heb geen idee waar ik het heb gehoord maar het laat me niet los. Ik dacht, ‘Wat betekent het?’ Maar ik bleef er maar aan denken, een hele tijd. En ik denk dat er veel daarvan is doorgesijpeld in deze plaat.”

Sinds zijn bekering achttien jaar gelden leek Dylan niets goed meer te kunnen doen voor de Amerikaanse pers en de publieke opinie. Maar nu hij bijna dood was geweest, kon hij opeens niets meer mis te kunnen doen. Mede dankzij al die extra publiciteit wordt Time Out Of Mind zijn best verkocht plaat in twintig jaar, met meer dan één miljoen exemplaren. 
Hij krijgt de ene onderscheiding na de andere en de plaat wordt in alle overzichtslijstjes uitgeroepen tot de beste van het jaar.

Op 25 februari 1998 krijgt hij, tijdens de uitreiking van de 40ste Grammy Awards in de Radio City Music Hall, in New York City niet minder dan drie Grammy Awards. Time Out Of Mind wordt onderscheiden zowel als "album van het jaar" en als "beste hedendaagse folk album" (!). Bovendien wordt ‘Cold Irons Bound’ uitgekozen als "beste door een man gezongen hedendaagse rock uitvoering".

Tijdens de plechtigheid speelt hij Bob Dylan één nummer met zijn band, maar natuurlijk niet dat waarvoor hij is onderscheiden!. Hij kiest voor 'Love Sick'. Tijdens de uitvoering trekt een van de ingehuurde dansers zijn hemd uit en wringt zich naast de verbaasde zanger. Op zijn ontbloot bovenlijf staat de mysterieuze boodschap  “SOY BOMB” geschreven.

Ook zoon Jacob wint de beide categorieën waarvoor hij was genomineerd, met zijn band The Wallflowers.


Jack Frost gaat solo

Op de hoes van Time Out Of Mind staat aangegeven dat de plaat geproducet is door Daniel Lanois en Jack Frost. Dat blijkt alweer een pseudoniem te zijn voor de man die geboren is als Robert Zimmerman.
Achteraf toonde Dylan zich niet onverdeeld gelukkig met de plaat. "Ik herinner mij vooral de strijd. Voor elke seconde is gestreden. Vraag het maar aan Daniel Lanois, die probeerde de songs te producen. Vraag iedereen die er bij betrokken was. Ze zullen het allemaal beamen. Ik vertrouwde mijn tourband niet genoeg om ze hun werk te laten doen in de studio en daarom huurde ik die buitenstaanders in. Maar ik kende hen niet en zij kenden de muziek niet. Daardoor dook er steeds iets onverwachts op. En dan moest ik compromissen sluiten om iets te bereiken. Daardoor, hoewel de songs goed bij elkaar passen, valt het mij als geheel wat tegen.... Het lijkt als sommige wielen een andere kant uitdraaien. Maar hey, we zijn er toch geraakt...Zo herinner ik het mij en die herinnering overschaduwt alle vreugde over de ontvangst."

Jim Dickinson meent dat Lanois de plaat te fel naar zich toe heeft getrokken in de mix. Hij is niet onder de indruk van het uiteindelijk resultaat: "Wat Lanois heeft gedaan tijdens het mixen is enkele instrumenten wegdraaien – er is nergens meer dan een drumstel te horen. Enkele mixen zijn gewoon de weergave van de sessie. De mixen klinken vreemd in mijn oren. Maar wat wil je… het is gewoon frustrerend om er bij te zijn geweest en iets anders in mijn hoofd te hebben. Dit is slechts een schim van de plaat in mijn hoofd."

Ook Dylan zelf is niet onverdeeld gelukkig. Voortaan zal hij, als Jack Frost, de productie van zijn platen zelf verzorgen.

Veel critici menen in de plaat toespelingen aan te treffen op Dylan's eigen dood. Vier jaar later reageerde hij, in een interview met Rolling Stone daar op: "Mensen zeggen dat Time Out Of Mind donker en dreigend is. Zeker hebben we die dimensie bewust in onze sound verwerkt. Mensen zeggen dat de plaat gaat over sterfelijkheid - mijn sterfelijkheid, om de een of andere reden.
Wel, het gaat niet over mijn sterfelijkheid. Wel over sterfelijkheid in het algemeen. Dat is iets wat we allemaal gemeen hebben, niet? Maar ik heb geen een criticus gelezen die zei: 'Het gaat over mijn sterfelijkheid" - begrijp je, die van hem. Alsof hij immuun zou zijn - alsof hij eeuwig zou leven en de zanger niet.
Dat soort neerbuigende houding zag ik tegenover die plaat nogal dikwijls in de pers. Maar ja, wat kun ja daar tegen doen?"


Kunnen we nog meer verwachten?

Tijdens de elf opnamedagen in januari 1997 zette Bob Dylan veertien songs op band.  Elf daarvan kwamen op Time Out Of Mind terecht.
Een van de nummers die het niet haalden, werd opnieuw opgenomen voor de opvolger, Love and Theft: 'Mississippi'
Van een tweede is alleen de titel bekend: 'No Turning Back'
En dan is er nog ' Girl from the Red River Shore', waarvan Jim Dickinson zei dat het "het beste nummer is van de sessie."

Hopelijk krijgen we die in de herfst te horen, wanneer het achtste deel van The Bootleg Series er aan komt. Want volgens de laatste geruchten zouden deze keer studio outtakes uit de laatste twee decennia aan bod komen. Iets om naar uit te kijken.

 


'Love Sick' tijdens de Grammy's

De videoclip voor 'Cold Iron Bounds'
 En een spotje voor de lingeriefabrikant Victoria's Secret, met een remix van 'Love Sick'.

08-03-08

Bob Dylan - Saved

saved 1

 

 

 

Nieuwe songs

Zoals elke goede missionaris wou Bob zijn boodschap onder de mensen brengen. Omdat hij herboren was en dus niet meer de oude Dylan, vond hij het logisch om voortaan uitsluitend religieus materiaal te brengen. Dus moesten er dringend nieuwe nummers worden geschreven.

In september 1979 schreef hij er een half dozijn, samen met zijn nieuwe vriendin, Helena Springs. De twee hadden al eerder samen gewerkt, tijdens de wereldtournee in 1978. Maar net als toen werd geen van de songs ooit door Bob op plaat gezet.

Op een tape die in handen is gevallen van verzamelaars staan drie demo's gezongen door Helena: 'Responsibility', 'Tell Me The Truth One Time' en 'The Wandering Kind'. Andere titels waarvan geen opnamen bekend zijn, noch van Helena, noch van Bob, zijn: 'Someone Else's Arms', 'What's The Matter' en 'Without You'.
'The Wandering Kind' werd later door Paul Butterfield gecoverd en uitgebracht op The Legendary Paul Butterfield Rides Again.

Het enige nummer dat uit deze eerste schrijfsessie overbleef was 'Saving Grace' dat Bob, zonder de hulp van Helena, had geschreven.

De volgende maand werkte Bob Dylan in zijn eentje verder: 'Covenant Woman', 'In The garden', 'Pressing On', 'Saved', 'Solid Rock', 'Stand By Faith' en 'What Can I Do For You'.


Het einde is begonnen!

Meer nog dan in de eerste reeks van zijn religieuze songs, bleek uit het nieuwe materiaal hoezeer de zanger zich verdiept had in de Openbaring van Johannes. Daarin wordt de eindstrijd voorspeld tussen goed en kwaad tijdens de Armageddon. De theorie dat Armageddon een plaats is - Meggido in het Midden-Oosten - en dat de internationale politieke toestand in die periode erop wees dat de eindstrijd op handen was, werd sterk bepleit door de schrijver Hal Lindsay. In zijn boek The Late Great Planet Earth uit '70 werd alles tot in de details beschreven. Bob had Lindsays boek gelezen en vertelde onder andere aan zijn vrienden dat zich op korte termijn dramatische ontwikkelingen zouden voltrekken. Wanneer Irak en Iran met elkaar in oorlog raakten en de Sovjettroepen Afghanistan bezetten, leek het proces te zijn gestart.


Een nieuwe band

Om zijn boodschap te verspreiden stelde hij een uitstekende nieuwe band samen. Voor de ritrmesectie koos hij twee klasbakken: Tim Drummond en Jim Keltner. Die brachten de sessiegitarist Fred Tackett (later bij Little Feat) aan als sologitarist. Dewey Lyndon "Spooner" Oldham (co-auteur van een aantal klassiekers als 'Dark End Of The Street' en 'I'm Your Puppet' - en tegenwoordig ook vriend aan huis bij The Drive-by Truckers) speelde  B-3-orgel. De gospelzanger Terry Young werd aangetrokken om piano te spelen. Die bracht dan weer zijn vrouw mee: Monalisa Young. Zij verzorgde samen met Helena Springs en Regina Havis de backing vocals.

De zangeressen werden geselecteerd door Carolyn Dennis. "Ik belde de zangeressen en beluisterde hen," vertelt de latere mevrouw Dylan, “maar de uiteindelijke beslissing lag bij hem. Hij wist dat ik hem alleen die mensen zou sturen die met gevoel zingen. Het was geen kwestie van daar te staan en tonen hoe perfect je kan zingen. Er moest iets achter zitten, met gevoel zingen was het belangrijkste. Dat gevoel komt vooral door levenservaring en dat was wat hij moest hebben. Hij wou dat deze show een spontaan spiritueel gevoel had."

De keuze van zowel de muzikanten als de arrangementen was weloverwogen. De beide toetsenspelers Young en Oldham zijn elkaars tegenpolen. Oldham speelde introverte integrerende frasen, terwijl Young door huilende en stompende accenten op het orgel de gospel geïnspireerde songs in hun context plaatste. Oldham's geluid zou in Saved overheersen, maar het was Young die met zijn ruwere, vollere klank de harder rockende nummers uit Slow Train live tot een hoger niveau tilde.
 
De repetities vonden plaats in Bob's Rundown Studio.
Gitarist Fred Tackett vertelt: "Ik ging dus naar dat magazijn in Santa Monica en we speelden er gedurende een week of drie." Uiteindelijk zouden ze zelfs zes weken repeteren. In die periode werd ook een blazerssectie geprobeerd… en afgekeurd.

De vuurproef voor de nieuwe band was een TV optreden bij Saturday Night Live.

Pas enkele dagen voor het geplande TV optreden vroeg Bob aan Fred Tackett of hij wou meedoen.
"Na de repetitie riep hij mij in zijn kantoortje. Ik herinner me vooral die grote haardos van hem. Bob leunde naar me toe en vroeg stilletjes,'Ok, hoeveel verdien je?' Ik begon hem uit te leggen hoeveel ik krijg voor studiowerk in L.A., maar hij onderbrak me, keek schichtig rond of niemand anders ons hoorde en wenkte me korter bij te komen. Hij draaide zijn hoofd en deed me teken in zijn oor te fluisteren.
Ik vertelde hem wat ik normaal verdien. Hij keek mij aan met een blik van 'is dat echt?'. Ik ging verder en hij bekeek mij weer en zei dan dat hij er over moest denken.
De volgende dag riep hij mij en zei dat ik kon meedoen. Hij had mij gewoon voor de gek  gehouden!"

Op 20 oktober brachten Dylan en zijn Gospel Band drie nummers van Slow Train Coming tijdens Saturday Night Live: 'Gotta Serve Somebody', 'When You Gonna Wake Up' en 'I Believe In You'.

Na afloop van de opnamen poseerde Dylan voor wat fans. Op een van die foto's staat hij met Mark David Chapman. Die man zou, een jaar later, John Lennon vermoorden. 


De eerste religieuze tournee

De 26 optredens die Bob Dylan gaf tussen 1 november en 9 december 1979 konden onmogelijk meer verschillend zijn van de vorige shows uit zijn recente wereldtournee. Geen greatest hits meer, geen voetbalstadia, geen witte kostuums, geen nieuwe arrangementen van oude nummers...

De Gospel Tour ging van start met maar liefst 14 optredens in dezelfde zaal: het Fox Warfield Theater in San Francisco, Californië. In het zaaltje kunnen slechts 2 200 toeschouwers.

Verder bracht hij tijdens deze tournee uitsluitend religieuze nummers. Terwijl die voor de pauze die nog kwamen van Slow Train Coming, een plaat die pas enkele maanden uit was, koos hij na de pauze uitsluitend voor nog onuitgegeven werk. "Ik ken geen enkel andere artiest die ooit zoiets heeft geflikt." merkte Bob op.
Ondanks smeekbeden van het publiek weigerde hij ouder materiaal te zingen, zelfs niet als bisnummers.

Daar stond tegen over dat de band uitstekend was. Ze vormden een kleine, maar uiterst professionele en technisch onderlegde kern die elk richting aankon, maar vooral, zeer gedisciplineerd Dylans lead kon volgen.
De strakke muzikale structuur, gecombineerd met het verse palet aan nieuwe nummers, vormden een unieke basis voor Dylan's uitzonderlijke kwaliteiten als performer. Hij gad zich voluit. Elke song werd een bekentenis of een oproep. Hij bekende verliefd te zijn ('Precious Angel', 'Covenant Woman'); gaf zwakte toe ('Saving Grace', 'When He Returns'); afkeer ('Slow Train', 'When You Gonna Wake Up'); en onderwerping ('Solid Rock', 'I Believe In You' en 'Pressing On').  Met deze nummers drukte hij zijn vertrouwen uit, met ontwapenende eerlijkheid. Hij had besloten zich als artiest te herbronnen, door zijn oude songs overboord te werpen en zowel zichzelf als zijn publiek te dwingen het te doen met deze performances. Het resultaat was overweldigend.

Het publiek bleef verbaasd achter. Het reageerde verward en sommigen zelfs woedend. Velen kwamen om een rockshow te zien en kregen een gospel concert voorgeschoteld.
Ook de critici wisten niet goed wat ze hiermee moesten aanvangen en de meeste maakten hem dan maar belachelijk.

Ook erg ongewoon voor Dylan was dat de setlist haast de hele tournee door identiek bleef. Hij legde dan ook uit: "We spelen hier nu al twaalf nachten, zelfde plaats, zelfde tijd en ook de boodschap blijft dezelfde: God belooft niets wat hij niet kan waarmaken. Gisteren is hetzelfde als vandaag en als morgen."

Dat bleef ook zo tijdens de vier optredens in het Civic Auditorium van Santa Monica. Die waren allemaal excellent. Dylan had hier dan ook de kans om op te treden voor een enthousiast publiek. Dat kwam omdat het benefietshows waren ten voordele van World Vision International, een Christelijke liefdadigheidsorganisatie.

Dat was dan weer in complete contrast met de vier shows in het Gammage Center van Tempe, Florida. Daar kreeg Bob af te rekenen met een studentenpubliek dat vijandiger reageerde dan Dylan, die toch wel wat gewoon was, ooit had moeten verduren. Ze brulden om rock 'n' roll en maakten de achtergrondzangeressen belachelijk. Dylan reageerde, vooral tijdens de tweede avond, met lange sermoenen over het einde der tijden, de strijd om Armageddon en de terugkeer van de Heer. Hij weigerde zelfs toegiften te spelen.

Dan trok de karavaan verder naar San Diego, Californië, Albuquerque, New Mexico en tenslotte Tuscon, Arizona. In deze steden werden ook telkens twee concerten gespeeld tijdens opeenvolgende avonden - in kleine zalen. Het laatste concert vond plaats op 9 december.


Geen rust gegund

Tijdens de rustperiode tussen de tour van herfst '79 en die van de winter '80 stond Bob langs alle kanten onder duk. Zijn assistent Dave Kelly legt uit: "In die periode zaten niet alleen de zakenlui op zijn kap, maar vooral de rabbijnen. En de druk die zijn moeder op hem uitoefende om toe te geven aan die hoge rabbijnen van het orthodoxe Jodendom. Het leek wel oorlog. Ze wilden hem weglokken om les te gaan volgen. Maar CBS, Bill Graham en iedereen was aan hem aan het trekken. Het was belachelijk. Vooral omdat de Christelijke gemeenschap hem niet altijd steunde. Zo was er een verdeler, die de platen voor tweeduizend Christelijke platenwinkels moest aankopen, die twee jaar lang weigerde de platen van Dylan te stockeren."


De bruidegom staat alleen voor het altaar.

Vlak voor het begin van het tweede luik van de tournee kregen Bob en zijn vriendin Helena stevige ruzie en hij stuurde haar weg. Ze vertelde de andere bandleden dat ze aan een solocarrière wou beginnen en niet meer terug zou komen. Ze blijft wel nog een hele tijd medewerkster van Bob's Music Touring Co. Inc.

Dave Kelly, Dylans persoonlijke assistent tijdens deze tournees vertelde later dat de twee trouwplannen hadden. Rolling Stone melde dat Dylan in Seattle opgemerkt werd bij een juwelier, waar hij een verlovingsring kocht.


De tweede religieuze tournee

Op 11 januari ging de tweede Gospel Tour van start. Het tweede luik, met opnieuw 24 shows, bracht hen door Noord Amerika van Portland, Oregon tot Charleston, West Virginia.
De tour was praktisch ongewijzigd ten opzichte van het eerste, zowel qua opbouw van de set, de volgorde van de nummers als het personeel. Enkel waren Carolyn Dennis en Regina Peeples in de plaats gekomen van Helena Springs.
Ook de setlist bleef ongewijzigd.

Toch hadden deze shows niet meer dezelfde impact als de herfsttournee. De spanning was er af.
Enkel tijdens de laatste twee shows werd een nieuw nummer toegevoegd: 'Are You Ready?'


rock solid front

Solid Rock

Tijdens de Kerstvakantie had Dylan een album samengesteld uit de live-opnamen van de eerste religieuze tournee. De werktitel was Solid Rock., een verwijzing naar een van de songs, die steevast werd aangekondigd als: ''Hanging On To A Solid Rock, Made Before The Foundation Of The World'."
CBS/Columbia zag een live LP echter niet ziet zitten.

Wie zich een beeld wil vormen hoe die plaat zou hebben geklonken moet op zoek naar bootlegs uit deze periode. Een van de beste daarvan is Contract With The Lord I en II. Die uitgaven brengen het concert van 16 november 1979, merkwaardig genoeg verspreid over twee afzonderlijke cd's.
Later is het geheel, in nog betere kwaliteit, ook nog gebundeld als A Better Contract. 



Terug naar Muscle Shoals

Nadat de platenfirma de live-LP geweigerd had, zag Dylan zich gedwongen iets te doen wat hij nooit eerder had gedaan: een plaat opnemen met een band die de nummers vooraf allemaal al hadden gespeeld.

En dus verzamelde hij op 11 februari 1980, twee dagen na het laatste concert, de band terug in de Muscle Shoals Sound Studio in Sheffield, Alabama.
“We gingen niet naar huis,” vertelt Dylan’s tourmanager Arthur Rosato. “We gingen rechtstreeks de studio in. [We dachten:] ‘We raken nooit thuis.’ Want Muscle Shoals ligt wel erg ver van de bewoonde wereld.”
 
Ook het producersteam bleef ongewijzigd: Jerry Wexler en Barry Beckett. In theorie had het een soort Slow Train Coming , Volume II moeten worden, maar het pakte heel anders uit.

“Wexler had nog steeds geen idee hoe hij met Dylan moest werken,” meent Rosato. “Bob wou gewoon werken met hem om wie hij was. Aan de ene kant heb je een beroemde producer en aan de andere kant iemand die nog nooit echt geproducet is. Ze wisten gewoon niet wat ze met elkaar moesten aanvangen.
Dus namen we gewoon alles in de studio op zoals we het live deden. Maar eigenlijk wilden we gewoon weg.”

Wexler zelf ziet een groot verschil met de vorige sessies: “De arrangementen lagen deze keer vast, doordat de band de nummers al live hadden gespeeld. De meeste accenten kwamen van hen. Ze hadden ze onderweg geperfectioneerd. Dat is helemaal anders dan de bijdragen van Dire Straits aan de vorige plaat. Die werden allemaal in de studio bedacht.”

De eerste dag werd helemaal besteed aan 'Covenant Woman'. Tussen 1 uur in de namiddag en middernacht werden elf pogingen ondernomen, waarvan er negen volledig waren. Maar waar hij het nummer live vol passie bracht is daar in deze studioversie weinig van te merken. Ongetwijfeld had de breuk met Helena, voor wie het nummer waarschijnlijk is geschreven, daar veel mee te maken. Take 3 werd als beste aangeduid.

De volgende dag vonden twee sessies plaats. De namiddagsessie wordt helemaal besteedt aan 'Solid Rock'. Van de zeven pogingen waren er drie volledig en de laatste daarvan, take 3, werd als beste aangeduid.
De rest van de dag werd gewerkt aan 'What Can I Do For You?' (een valse start en 1 geslaagde opname), 'Saved' (idem), 'A Satisfied Mind' (1 take en meteen goed) en opnieuw 'Saved' (beste take).
De zangeressen, die nog een dagje extra verlof hadden gehad, kwamen vanaf de late namiddag meedoen. Voor 'Saved' zong Terry Young' ook mee.

Op woensdag waren er weer drie sessies. Eerst werd 'Saving Grace' opgenomen, zonder de backing zangeressen. Na twee keer een valse start volgden twee volledige takes - 1 en 2 genummerd. Die werden allebei goede bevonden.

In de tweede sessie werd 'Pressing On' aangepakt. Live begon Dylan het nummer alleen aan de piano. Dan wanneer de band inviel stapte hij met de microfoon in de hand naar voren om zijn geloof te belijden. Omdat hij besefte dat het bestaande arrangement niet zou werken op plaat werd het nummer helemaal omgegooid. Opnieuw bespeelde Dylan zelf de piano. Terry ging bij de zangeressen staan voor de backing vocals. Het nummer begon veelbelovend, maar ontaarde al snel in een zielloze dreun. Van de acht pogingen, waren er slechts vier compleet. De laatste take - aangeduid als take 5 werd als beste gekozen.

In de avondsessie werd 'In The Garden' nog twee keer geprobeerd voor 'Solid Rock' een overdub kreeg van de backing vocals, want die ontbraken nog.

Donderdag werden opnieuw twee sessies besteed aan 'In The Garden'. Van de vier takes was de eerste een valse start.
De avondsessie, van 21:00 tot middernacht werd dan helemaal gewijd aan 'Are You Ready'. Van de 8 pogingen zijn er slechts drie volledig. De laatste, take 3, wordt als beste aangeduid.
Tussendoor kreeg 'Saved' met een overdub: backing vocals en percussie.


Bob's eerste Grammy

Tijdens de 22ste Grammy Awards, die op 22 februari 1980 werden uitgereikt in Los Angeles, kreeg Dylan de Grammy voor Best Vocal Performance voor 'Gotta Serve Somebody'. Het was de eerste in zijn loopbaan. Hij liet hierbij Joe Jackson, Robert Palmer, Rod Stewart en Frank Zappa achter zich.
Bob en zijn band verschenen in avondkledij op het podium. Al van bij de aanvang van zijn optreden kwam het publiek vol sterren uit de stoelen. Ze stonden te swingen en klapten al met de maat mee voordat Bob een woord gezongen had. Hij beloonde hen met een geweldige, zeven minuten lange versie van het winnende nummer, met ogenschijnlijk geïmproviseerde wijzigingen in de tekst en zelfs wat harmonica.
Een weekje rust had blijkbaar wonderen verricht.


Problemen

De platenmaatschappij reageert niet erg enthousiast op de opnamen.
De kracht die de live uitvoeringen van deze nummers over hel en verdoemenis in zich droegen was in deze studioversies grotendeels verdwenen. Bovendien leek de klank een doffe brei. Dat is voor een groot stuk te wijten aan Dylan’s koppig vasthouden aan zijn wens om alles live  op te nemen.

Maar volgens Rosato was er nog een ander probleem: “We kregen het geluid van de drums niet goed omdat Keltner moest werken met een technicus die hem vreemd was. Ze klonken als kartonnen dozen. Verschrikkelijk.
Die vent had alle drums afgeplakt. De klank vermoord eigenlijk. Jim keek naar mij. Zo van ‘Wat kan ik doen?’ Hij respecteert altijd wat de technici doen. Wat hem betreft zullen zij wel weten wat de producer wil en Jim is eigenlijk een sessiemuzikant.”

Dylan stelde zelfs voor om de plaat opnieuw op te nemen, maar ondanks het succes van Slow Train Coming voelde CBS er niks voor om nog meer geld te steken in een tweede religieuze plaat. Ook het voorstel voor een live-LP werd opnieuw afgewimpeld.


De derde religieuze tournee

Door deze discussies lag de plaat nog niet in de winkel toen het derde deel van de tournee van start ging op 17 april. Zij begonnen in Canada: eerst speelden ze vier shows in Toronto, gevolgd door vier in Montreal. Vervolgens trokken ze voor 21 optredens door het noordoosten van de Verenigde Staten. Daarbij werden de grote steden, New York, Boston en Philadelphia zorgvuldig vermeden.

De band bleef grotendeels ongewijzigd, behalve dat Carolyn Dennis en Regina Peebles werden vervangen door Clydie King, Gwen Evans en Mary Elizabeth Peeples. Met Regina Havis en Mona Lisa Young waren er nu dus vijf backing zangeressen. Dylan had daarmee tien mensen bij hem op de scène, één minder dan de big band concerten van '78.

Deze concerten waren veel meer begeesterd dan die van de eerste maanden van het jaar. 'When He Returns', 'Covenant Woman', 'Change My Way Of Thinking' en 'Blessed Is The Name Of the Lord Forever' waren geschrapt en vervangen door twee nieuwe Dylan composities: 'Ain't Gonna Go To Hell For Anybody' en het uitstekende 'Cover Down' (als vierde en vijfde nummer). 'Are You Ready' werd als eerste bisnummer gespeeld, gevolgd door 'Pressing On'.
Het onuitgegeven 'Ain't No Man Righteous' werd meestal gezongen door Regina Havis. Tijdens twee shows in Canada werd nog een nieuw nummer gezongen: 'I Will Love Him, I Will Serve Him' en soms ook een gospel cover 'I Will Sing'.

Wie de concerten bezocht was getuige van een buitengewoon spektakel: Dylan stond te preken als een televisiedominee. Het werd steeds moeilijker om uitverkochte zalen te krijgen. Het laatste optreden - voorzien voor 22 mei - werd zelfs afgelast wegens onvoldoende kaartverkoop.


contract with the lord

Een tweede onuitgebracht liveplaat

Twee van de vier optredens in Toronto werden, in opdracht en voor rekening van Bob Dylan, gefilmd door zijn vaste cameraman Howard Alk. Jammer genoeg werd er nooit iets met de beelden gedaan.

Uit de geluidsopnamen van 19 april 1980, stelde Bob wel een live LP samen: Rock Solid. Jammer genoeg zijn er slechts acht tracks en wordt er telkens in en uit gefade om het applaus te vermijden. Vooral 'Precious Angel' is erg sterk. Een nummer, 'Cover Down, Break Through', werd nooit officieel uitgebracht.
Een complete show (inclusief de nummers die door de backing zangeressen werden gebracht) is te vinden op Born Again Music, een dag later opgenomen in dezelfde Massey Hall van Toronto. Daarop staat naast een sterk 'Ain't Gonna Go To Hell' een fantastische versie van 'When He Returns'. En je kan er nonkel Bob horen preken!



De tweede gospelplaat

Saved verscheen uiteindelijk pas op 20 juni 1980 -  een maand na het beëindigen van de tournee.

Hoewel dezelfde studio en dezelfde producers werden gebruikt waren de resultaten van twee religieuze platen toch totaal verschillend. Deze keer hakkelden de meeste nummers waar ze hadden moeten rocken. Een aantal teksten waren niet veel meer dan religieuze clichés. Maar het ergste was dat het allemaal modderig klonk.

Vele fans werden ook afgeschrikt door de spuuglelijke hoes. Daarop prijkt een schilderij van ene Tony Wright, die werkte in opdracht van Bob Dylan. Gods hand kiest uit een aantal smekende mensenhanden een uitverkorene. 
 
saved

In een poging de verkoop potentiële kopers tegemoet te komen, werd de hoes vervangen door een ander schilderij van Dylan op het podium.

Toen dan ook nog een geplande Amerikaanse zomertournee werd afgelast omwille van een hittegolf, viel ook die promotie weg. Saved zakte onopgemerkt weg. De hoogste notering was een 24-ste plaats in de hitlijst van Billboard - Dylans laagste albumnotering sinds 1964!

 

De zanger had zo een tegenvallende resultaat niet verwacht. Hij had gehoopt een nieuw publiek te hebben bereikt.
Het zou lang duren eer hij zijn zelfvertrouwen zou terugvinden in de studio.

Jim Keltner krijgt het laatste woord. Hij meent ook dat een liveplaat de beste optie was geweest: “Het is jammer dat die nummers in de studio zijn opgenomen in plaats van live. Er was een show in Seattle waar we een staande ovatie kregen na ‘Solid Rock’ – zeker vijf minuten lang. Het was zo buitengewoon krachtig. De mensen gingen uit hun bol. Ik had zoiets nog nooit gezien. Nooit!
Als je zoiets uit had kunnen brengen in plaats van die studioversies die dood geproducet warren, dan zou je wat meemaken… Jerry Wexler was een van mijn idolen, maar we kregen zo een zielloos geluid. Ik denk dat hij het geluid van Slow Train opnieuw zocht. Dat moet je niet doen met Bob… Het moest niks van doen hebben met Slow Train Coming. We moesten een groots, open, live, opwindend geluid hebben om de jubel in de songs te benaderen. Maar het pakte niet op band. Maar dat doet niks af aan de kracht van die songs.”

En hier is het bewijs: 'Pressing On'!