25-06-08

Shot Of Love

Bob+Dylan+-+1981+SHOT_OF_LOVE-FRONTAL
 

Elk einde is een nieuw begin

In de zomer van 1980 leert Bob Dylan zeilen tijdens een vakantie op het Caribische eiland St. Vincent. Tijdens die vakantie overweegt hij, "op verkeerde gronden" zo geeft hij later toe, "te gaan samenwonen met iemand". Zijn vriendin Mary Alice Artes heft hem namelijk net verlaten. Zij is terug gekeerd naar de Oostkust om er haar carrière als actrice verder te zetten.

Over het afspringen van de relatie met de vrouw die hem de weg naar het Christendom toonde schrijft hij minstens twee songs: 'Caribbean Wind' en 'The Groom's Still Waiting For the Altar'.


Maar hij blijft niet lang alleen. Zijn "new pony" vindt hij in zijn achtergrondkoortje: Clydie King.
Clydie is een stevige zwarte zangeres die al jaren meedraait in het circuit. Ze heeft een drietal soloplaten gemaakt, maar is vooral een veel gevraagde backing zangeres. Zo is haar naam terug te vinden op platen van onder andere Ray Charles, the Rolling Stones, Elton John, Tim Buckley en Steely Dan.

"Hij zocht troost bij haar," weet Ron Wood. "Ze was fantastisch voor hem, maar ze zijn mekaars tegenpolen. Je moet ver zoeken om twee meer van mekaar verschillende mensen te ontmoeten. Zij is een zwarte, uitbundige soulzangeres. En Bob is verlegen en blank.
Ik zie nog voor me hoe hij een hamburger met haar wou delen. Hij knabbelde aan de rand en zij slokte hem helemaal op.
Zij droeg duidelijk de broek in hun relatie. Maar hij had zo iemand nodig op dat moment."

Dylan kijkt geweldig naar haar op en de volgende paar jaren vormt ze zijn rots in de branding. "Ik krijg de rillingen als ik haar alleen al hoor ademhalen. Er zit iets in de klank van haar stem, zo diep en warm, zo sterk en gevoelig tegelijkertijd."
Ooit omschreef hij hun liefde als "iets dat mijn verstand te boven gaat".

In haar nooit gepubliceerde boek Wait Till Your Father Gets Home, beweert Susan Ross dat Clydie en Bob samen twee kinderen hebben. Anderzijds beweert ze daarin wel meer. Zo zou ze zelf ook twaalf jaar een relatie hebben gehad met Bob en dat die vier keer getrouwd is geweest.


Popelen om weer te beginnen

Na de zomervakantie zijn de batterijen weer helemaal opgeladen en de song vloeien uit zijn pen. Een aantal nieuwe songs hebben natuurlijk religie als onderwerp, zoals 'Property Of Jesus', 'City Of Gold' en 'Yonder Comes Sin'. Maar toch zijn er tekenen dat de onaangename fundamentalistische fase van zijn nieuwgevonden geloof voorbij. Voor het eerst in meer dan twee jaar, schrijft hij songs die niet meer louter religieus geïnspireerd zijn.
Naast de songs over het bijna-huwelijk  zijn er ook een aantal over de nieuwe relatie: 'She's Not For You' en 'Let's Keep It Between Us'.

Beide onderwerpen vloeien samen in een van zijn allerbeste nummers ooit: 'Every Grain Of Sand'. In het nummer beschrijft Bob op nederige wijze zijn relatie met God en erkent dat de verleiding nooit ver weg is. De tekst verwijst naar het Evangelie van Mattheüs, maar is evenzeer verwant aan de poëzie van John Keats.

Na een paar maanden heeft hij genoeg songs klaar om een volgende plaat op te nemen. Maar de platenmaatschappij vindt het nog te vroeg. Saved ligt pas een paar maanden in de winkel en de verkoop was niet bepaald schitterend. Bovendien staat in het contract uit 1978 uitdrukkelijk: "Geen album zal, vroeger dan zes maanden... na het afleveren van de vorige plaat worden binnengebracht."


Repetities en demo opnamen

Zoals het vorige jaar, is Dylan van plan om in de late herfst weer een reeks optredens geven in het Fox Warfield Theater in San Francisco.
De repetities beginnen half september in Dylan's eigen Rundown Studios, in Los Angeles. De band bestaat uit de kerngroep van de gospeltour. Alleen de beide toetsenspelers Terry Young en Spooner Oldham zijn er niet meer bij. Zij zijn vervangen door orgelist Willie Smith (later in El-Rayo X).

Naast de nieuwe songs repeteren ze ook een dozijn covers - waaronder 'Sweet Caroline' van Neil Diamond en 'Somewhere Over the Rainbow'. Maar daarvan wordt uiteindelijk geen enkel nummer geselecteerd voor de shows.
De gitarit Fred Tackett legt uit waarom: "We repeteerden allerlei nummers, maar niet de songs die we zouden spelen. Die speelden we een beetje, maar hij wilde niet dat we ze kenden. Zodat we geen arrangement konden uitwerken, dat elke avond hetzelfde zou zijn. Hij wilde ons liever verassen. Hij begon iets te spelen, wij vielen in en dan gebeurde er van alles interessants."   

De promotor Bill Graham laat hem beloven dat het niet meer "uitsluitend religie" zou zijn. Daarom stuurt Bob hem een opname van een repetitie en Bill laat in advertenties op de radio weten dat hij "de persoonlijke verzekering heeft van Bob Dylan" dat hij verschillende oude nummers heeft gerepeteerd. Als bewijs is op de achtergrond alvast een fragment van 'Mr. Tambourine Man' uit de repetities te horen.

De eerste zes shows zijn snel uitverkocht en dus boekt Graham er meer - vijftien in totaal.

Omdat Dylan van plan is om een aantal van die nieuwe songs live uit te gaan testen neemt hij ze op als demo's voor de muziekuitgever Special Rider. Zo kan hij er copyright op aanvragen.

Voor de meeste van die demo's volstaat zijn tourband. Maar voor één song heeft hij iemand uitgenodigd. De Amerikaanse zangeres Jennifer Warnes, was toen de vriendin van Leonard Cohen.
Gezeten aan de piano zingt hij haar het nummer één keer voor. Daarna keert hij zich naar haar en zegt: "Oké, laten we het maar eens proberen."
Warnes had verwacht een bandje mee naar huis te krijgen om het nummer in te oefenen voordat ze het samen zouden zingen. Maar Bob staat er op het meteen op te nemen. Deze demo, met Fred Tackett op gitaar en een blaffende hond op de achtergrond wordt later uitgebracht op de cd-box The Bootleg Series, Volumes 1-3.
Later op de avond wordt het nummer nog een tweede keer opgenomen, maar nu met de volledige band.


Musical Retrospective Tour

Bij het eerste optreden van in het Fox Warfield Theater, op 9 november, zijn de verwachtingen hoog gespannen. Net als in de lente begint de show met een gospelkwartiertje. De zangeressen nemen dit gedeelte voor hun rekening. Daarna opent Dylan met 'Gotta Serve Somebody' en 'In Believe In You'.  Vanaf het derde nummer, 'Like A Rolling Stone' volgt een mengeling van covers, nieuw materiaal als 'City Of Gold', 'Let's Keep It Between Us' en het ronduit schitterende 'Caribbean Wind', naast ouder werk als 'Señor (Tales Of Yankee Power)' en 'Blowin' In The Wind'.
Afgesloten wordt met 'In The Garden'.

Maar het publiek reageert ontgoocheld en de recensies blijven koel. Bill Graham is woedend en de ticketverkoop voor de laatste negen concerten valt stil.

De BGP organisatie brengt gaststerren in om de ticketverkoop aan te zwengelen: Roger McGuinn, Maria Muldaur, Carlos Santana...

De journalist Larry Ratso, die Bob ooit volgde tijdens de Rolling Thunder Revue, kijkt in januari 2003 terug: "Ik had het geluk om er bij te zijn in het Warfield tijdens een paar historische nachten tijdens Dylan's tweede reeks voorstellingen na zijn bekering, in 1980. Een aantal fans had hem in de steek gelaten na de eerste reeks en de ticketverkoop was slapjes. Bill Graham kreeg Bob zover dat hij zijn absolute weigering om zijn ouder materiaal te spelen opgaf. Hij overtuigde een aantal vrienden van Dylan om langs te komen (en zo de boel terug op gang te trekken). Ik was erbij de avond dat Jerry Garcia een paar nummers meespeelde. Dat was fijn, maar ik vond het veel opwindender toen Mike Bloomfield verscheen. Hij speelde bij 'The Groom's Still Waiting At The Altar' en nog beter, deed zijn onsterfelijke solo's op 'Like A Rolling Stone'. Ik had nooit gehoopt om dat nog eens live te mogen meemaken!
Een ander mooi moment dat ik mijn herinner van die reeks in het Warfield: Bob, aan de piano met Clydie King. Samen brachten ze het toen nog onbekende 'Let's Keep It Between Us' (Bonnie Raitt coverde korte tijd later op haar Green Light LP, maar Bob heeft het nooit officieel uitgebracht - staat het niet op Biograph of een van die Bootleg Series?)."

Uiteindelijk spelen ze twaalf concerten in het Warfield Theater. En elke show is beter dan die van de avond ervoor. De band raakt beter op mekaar ingespeeld en Dylan komt steeds weer met nieuwe covers. En de zanger wordt ook steeds spraakzamer. Hij leidt verschillende nummers in met lange verhalen, terwijl hij de intro op zijn gitaar aanslaat.

Na San Francisco trekken ze verder langs de Westkust, voor nog zeven concerten. Het laatste concert vindt plaats op 4 december in Portland, Oregon.

Dylan is van plan om, na Nieuwjaar, de tournee aan de oostkust verder zetten. Hij is daarom op zoek naar een theater met zo'n 2 500 plaatsen voor een periode van zes weken!

Maar dan wordt John Lennon vermoord.

Zoals iedereen is Bob diep getroffen door de zinloze moord. Maar hij vreest zelf ook voor zijn leven. Hij is immers, net als Lennon, een icoon uit de jaren zestig. Hij zou net zo goed een doelwit kunnen zijn. De angst zit er goed in.

Er zijn ook concrete redenen om in te grijpen. Dylan wordt zelf al een tijdje lastig gevallen door een vrouwelijke stalker. Carmel Hubbell duikt telkens weer op in hotels en zalen. Ze beweert dat ze een relatie met Bob heeft gehad en dat ze die nu wil verder zetten. Bob ziet zich genoodzaakt een bewaker in dienst te nemen om de vrouw uit zijn buurt te houden.

 

Een nieuwe band, een nieuwe manier van opnemen

In de winter schrijft Dylan nog meer nieuwe nummers bij en op 11 maart 1981 begint hij aan de repetities voor een volgende plaat. Hij heeft inmiddels een dertigtal nummers waartussen hij kan kiezen.

In de Rundown Studios wordt een band samengesteld met als kern gitarist Fred Taxkett en de ritmesectie Jim Keltner en Tim Drummond. Clydie King, Regina McCrery, Carolyn Dennis en haar moeder Madelyn Quebec zorgen voor de backing vocals.

Er is een nieuwe periode aangebroken in de opname techniek van Bob Dylan. Waar hij voordien een plaat opnam in zes of zelfs minder sessies zal hij in de jaren tachtig meerdere sessies nodig hebben, dikwijls met lange tussenperioden. Shot of Love is de eerste plaat die hij op die manier zal opnemen. Dat heeft vooral te maken met de nieuwe manier van opnemen die vanaf de jaren tachtig wordt gebruikt. De nieuwste opnameapparatuur met een haast oneindig aantal sporen biedt de mogelijkheid om instrument per instrument op te nemen en een song dus laag na laag op te bouwen. Als gevolg daarvan heeft men soms vijf dagen nodig alleen om de drums af te stellen. Dylan heeft het daar erg moeilijk mee. Hij heeft altijd live opgenomen, met zo min mogelijk overdubs.

De opnamen van Shot of Love gebeuren gespreid over een lange periode en bovendien is niet alle informatie beschikbaar. Zo is er weinig geweten over de sessies in Rundown Studios in de tweede helft van 1980 en de eerste drie maanden van 1981. Ook de sessies in Clover in april en mei zijn vaag en de informatie is vooral samengesteld op basis van de contracten van de muzikanten.

Dylan is van plan om de opnamen zelf te producen, in samenwerking met een buiten staander. Jimmy Iovine is een opkomende sterproducer. Hij begon halverwege de jaren zeventig als geluidstechnicus bij John Lennon en Bruce Springsteen. In de jaren tachtig zal hij helemaal doorbreken als producer van U2, Dire Straits, the Eurythmics, Stevie Nicks, Tom Petty & The Heartbreakers, The Pretenders, Bob Seger en Patti Smith.
Iovine brengt zijn vaste geluidstechnicus Shelley Yucas mee. Die zal wordt bijgestaan door Dylan's assistent Arthur Rosato

 

Een lange aanloop

Op donderdag 26 maart vindt een eerste sessie plaats met Iovine. In de Rundown Studio wordt 'Angelina' opgenomen. Het is een schitterend nummer... maar de track zal tien jaar in de kast blijven liggen.

De volgende dag wordt het stevige 'The Groom's Still Waiting At The Altar' op band gezet. Er zijn tien takes voor nodig, na een groot aantal jams om op te warmen.

Waarschijnlijk omwille van de belabberde geluidskwaliteit van de Rundown Studios, besluiten Dylan en Iovine een aantal studio's in en rond Los Angeles uit te proberen. Overal wordt wat gejamd "Het was meer het geluid  uittesten - ooh ooh - dat soort spul..." vertelt gitarist Steve Ripley.

"We maakten de ronde van de studio's [in Los Angeles]," vertelt Jim Keltner. "Hij zocht sfeer. Hij deed er veel meer moeite voor dan anderen. De meesten gaan gewoon naar een studio en doen het daar mee. Hij probeerde een heel pak... producers. Hij wou niet in dezelfde val trappen als bij Saved. Hij zocht iets levendiger dan dat."

De laatste dag van maart vindt zo een sessie plaats in Studio 55. Daarvoor wordt de band aangevuld met oudgedienden, violist David Mansfield en percussionist Bobbye Hall. Die vragen aan Tim Drummond, "Wat gaan we vandaag doen?" Drummond heeft echter ook geen idee.
In afwachting zet Iovine alvast alles klaar. Iedereen wordt netjes afgeschermd van de anderen met geluidssschermen, zodat elk instrument afzonderlijk kan worden opgenomen.

Het blijkt uiteindelijk dat 'Caribbean Wind'op het programma staat.
"Het was vreselijke ervaring om dat nummer op te nemen," blikt Arthur Rosato terug. "Hij liet zowat iedereen opbellen die hij kent, zodat we een band hadden van zeker vijftien mensen.... Ik had de originele demo bij die we gemaakt hadden in de Rundown. Ik liet die horen aan de muzikanten... Iedereen vond het een geweldig nummer.
Bob daagt zo een uur of drie te laat op - bijna op tijd voor zijn doen, dus.
Van zodra de muzikanten het een eerste keer spelen, begint hij direct van 'Nah, nah, nah, dat is helemaal fout.' Ze hadden het kunnen weten want ze hadden al allemaal voor hem gespeeld: 'Daar gaan we weer!' En in plaats van die versie maakt hij er iets country and western- achtigs van, zo van dat boom-chika spul..."

Fred Tackett bevestigt: "Bob komt binnen, we nemen de song op en we gaan luisteren naar het resultaat. Natuurlijk klinkt het gladjes als alle pop in de jaren tachtig. Vanzelfsprekend haat Bob het.
Dus, zeggen ze, 'Bob, in deze studio hebben ze 'White Christmas' opgenomen - ze bedoelen: dit is een degelijke, ouderwetse studio... Waarop hij weer: 'Yeah! Haal me de bladmuziek van 'White Christmas', want dat is het enige wat we hier gaan kunnen opnemen. Mijn muziek krijgen we hier niet opgenomen.'
Op dat moment zien we Jimmy Iovine en Shelley Yucas hun spullen bijeen pakken en weglopen. Ze stapten het af, omdat ze geen enkele controle hadden over de situatie... "

Daardoor gaat een prachtig nummer verloren.
In het boekje bij Biograph schrijft Dylan over 'Caribbean Wind': "Soms schrijf je iets... zeer geïnspireerd en je werkt het niet helemaal af, om de een of andere reden. Dan pik je het terug op en de inspiratie is weg... dat is een probleem. Frustrerend. Ik denk dat ik 'Caribbean Wind' vier keer herschreven heb. Misschien is het goed zo. Ik weet het niet. Ik moest het er bij laten..."
"Hij had problemen met die song," vertelt ook Jim Keltner, "En ik begreep niet waarom. Hij begreep zelfs niet waarom. Het was een fantastisch nummer om te spelen, maar iedere keer als we het probeerden mankeerde er wat aan."

De volgende dag, woensdag 1 april, vindt een lange, relaxte sessie plaats in de Cream Studio. Blijkbaar is Iovine niet meer komen opdagen: "Produced by Destiny Productions" staat er op de doos aangegeven.
Er wordt vooral gejamd en gewerkt aan ideeën voor nummers. Alles bij elkaar veertig takes, met titels als 'Straw Hat', 'Gonna Love You Anyway', 'I Want You To Know That I Love You' 'Is It Worth It?', 'You Changed My Life', 'Almost Persuaded', 'I Wish It Would Rain', 'It's All Dangerous To Me' en 'Need That Woman'.

Donderdag vindt nog zo'n Destiny Production sessie plaats in een andere studio: de legendarische United / Western Studio (nu Oceanways) - waar Phil Spector en Brian Wilson hun grootste successen op band gezet hebben. De meisjes hebben blijkbaar een dagje vrij want ze worden nergens vermeld.
De sessie begint met vijftien ongetitelde takes waarvan een groot aantal valse starten en slechts twee volledige opnamen. Daarna volgen twee instrumentale takes en dan opnieuw 'Is It Worth It ?', 'Yes Sir, No Sir (Hallelujah)', 'Singing This Song For You', 'Reach Out' en 'Fur Slippers', een cover van 'Let It Be Me' en tenslotte 'Ah Ah Ah'.

Er is geen spoor van een opname van 'Caribbean Wind' op 7 april, zoals aangegeven in Biograph. Waarschijnlijk wordt op die dag de opname van 31 maart gemixt.

Op vrijdag 10 april worden nog drie opnamen gemixt in de Clover Studio. Ze worden aangeduid als "Early Roughs". Het zijn 'I Wish It Would Rain', 'Let It Be Me' en 'Shot Of Love'. Deze versie van dat laatste nummer begint met een intro op piano en drums, in plaats van de kreten van de backing zangeressen.

Veel opnamen van deze sessies worden op 3 en 4 december 1984 uit de oorspronkelijk banden geknipt en aan elkaar geplakt tot één band van bijna negentig minuten. Die band wordt gebruikt om copyright aan te vragen. Maar een gedeeltelijke kopie van de band komt terecht in handen van verzamelaars. De bootleggers weten er niet goed raad mee. Lange tijd heeft niemand enig idee wanneer de songs zijn opgenomen. Vooral omdat er geen titels bij zijn en geen fragmenten van de melodieën of teksten zijn gebruikt voor andere songs. Pas in de jaren negentig raakt de ware toedracht bekend. De bootleg krijgt dan ook  als titel Between Saved And Shot.

 


Een andere producer

Ze zijn twee weken bezig en de sessies schieten niet echt op.
David Geffen stelt voor om Chuck Plotkin erbij te halen. Plotkin is een rustige A&R man die veel samenwerkt met Bruce Springsteen. "Ken je mijn werk?" vraagt Bob hem aan de telefoon. Plotkin, een doorwinterde Dylanfan antwoordt voorzichtig "Yeah." "Zou je me willen helpen een plaat te maken? Ik heb veel platen gemaakt, maar platen maken is niet mijn specialiteit," legt Bob uit. "Ik voel me er altijd ongemakkelijk bij."

Wanneer Plotkin Dylan in de Rundown studio gaat opzoeken, is die daar aan het werk met Robert 'Bumps'Blackwell. De man is 63 en bijna blind.  Maar de producer die, 25 jaar eerder Little Richard hielp om zijn grootste successen op te nemen, levert nog altijd uitstekend werk: de definitieve versie van 'Shot Of Love' wordt die dag opgenomen. Niet alleen de zwakke gezondheid van de man, maar ook de mening van Bob's adviseurs dat hij niet hip genoeg is maken dat er niet verder wordt samengewerkt.

Dylan is erg trots op de song. "Het doel van muziek is te verheffen en de geest te inspireren," vertelt hij in 1983. "Wie wil weten hoe het met Bob Dylan gaat, moet lusiteren naar 'Shot of Love'. Het is mijn allerbeste nummer. Het geeft aan waar ik voor sta: spiritueel, muzikaal, romantisch en wat weet ik nog. Het toont waar ik om geef. Het is er allemaal, in dat ene nummer."

De sessies met Chuck Plotkin zelf kennen een moeilijke start. Er is gekozen voor Plotkin's Clover Studios op Santa Monica boulevard in Los Angeles. De muzikanten zijn: Jim Keltner  en Tim Drummond, plus Benjamin Montgomery Tench III (beter bekend als Benmont Tench) op toesten, de gitaristen Steve Ripley en Danny Kortchmar en als koortje Regina Havis, Clydie King en Carolyn Dennis.

Plotkin en de muzikanten zitten al een tijdje in de studio te wachten wanneer Bob hun opbelt om te vertellen dat hij.... in Minnesota zit.


Tweede poging

Op donderdag 23 april kunnen de opnamen eindelijk echt beginnen. 'Magic' staat er in één keer op. Dan volgen vijf volledige versies van 'Trouble', twee van 'Bolero' en twee van 'Don't ever Take Yourself Away'. En tenslotte elf van 'You Changed My Life', met tussendoor twee keer 'Be Carefull'. Daarvan wordt alleen 'You Changed My Life' later uitgebracht op The Bootleg Series, Volume 1-3.

Plotkin moet al snel ondervinden dat Bob niet altijd even gemakkelijk is om mee te werken. Hij komt steevast te laat, soms zelfs twee uur ("Sorry, verdwaald!") en staat er op live op te nemen. Hij weigert daarbij een koptelefoon te gebruiken. 

Bobs excentrieke gewoonten vormen ook een uitdaging voor de muzikanten. Zo probeert hij regelmatig Keltner uit zijn ritme te krijgen. Zo wil hij een zekere spanning creëren. Dat geeft de muziek de scherpe kantjes waar hij op uit is.
Bovendien doet Bob elk nummer maar twee of drie keer; dan heeft hij er genoeg van. En zodra hij tevreden is met zijn zangpartij is de song, wat hem betreft, voltooid. Of Plotkin nu een goede opname heeft of niet.

De volgende dag wordt een hele sessie alleen aan 'Magic' besteedt. Alweer een song voor de archieven.

Na het weekend wordt verder gewerkt met gitarist Michael Campbell plus Benjamin Tench, William Smith, Jim Keltner en Tim Drummond. Er worden vier takes opgenomen van 'Need A Woman', drie van 'Dead Man, Dead Man', elf van 'In The Summertime' en tenslotte één keer 'Watered Down Love'.

Op dinsdag is saxofonist Steve Douglas er bij geroepen. Vier takes van 'Watered Down Love', eentje van 'Heart Of Mine', drie onvolledige van 'Dead Man, Dead Man', één keer 'Blue T/L' en één keer 'Property Of Jesus'. De sessie loopt tot vier uur in de ochtend. De muzikanten zijn uitgeput en een aantal zijn al naar huis vertrokken. Toch staat Dylan er op 'Heart Of Mine' nog eens op te nemen. Het resultaat is een erg lome versie.

Woensdag 29 april wordt begonnen met dezelfde bezetting. 'Every Grain Of Sand' en 'Dead Man, Dead Man' blijven allebei onvolledig. 'Heart Of Mine' staat er in één keer op en dat geldt ook voor de traditional 'The Girl From Louisville'.
Daarna werkt Bob alleen verder met Clydie King. Hij zelf speelt daarbij piano. Samen nemen ze twee songs op: eerst 'Lenny Bruce' en daarna een cover van 'The Ballad Of Ira Hayes' van Peter La Farge.

Van 'Lenny Bruce' geeft Dylan later toe dat hij het nummer in vijf minuten schreef. Hoewel het melodisch goed is, is dat jammer genoeg ook de tekst te horen. Hoewel het bedoeld is als een ode aan de rebelse komiek blijkt dat niet uit regels als "I rode with him in a taxi once, only for a mile and a half, / Seemed like it took a couple of months."

Donderdag worden bandversies opgenomen van 'Dead Man, Dead Man', 'Lenny Bruce', 'Piano & Bob' en een nieuwe versie van 'Caribbean Wind'.
De sessie lijkt afgelopen wanneer Bob plots 'Every Grain Of Sand' begint te spelen aan de piano. Plotkin merkt dat er geen zangmicrofoon staat opgesteld. Hij haast zich er naar toe en houdt een microfoon in zijn hand terwijl Bob zingt. Het blijkt de enige opname en die komt dan ook op de plaat terecht.

Van de sessie van vrijdag 1 mei zijn geen banden terug gevonden. Bovendien staan heel andere titels opgegeven op de papieren van de muzikanten als op die van de zangeressen.


Mixen en een afgekeurde versie

De volgende dag al begint het mixen. Op zaterdag wordt 'Heart of Mine' vier keer gemixt.
Na het weekend wordt de hele week verder gewerkt. Naast de titels die van de sessies zijn uitgebracht op Shot Of Love, Biograph en The Bootleg Series worden ook 'Magic', 'Wind Blowing On The Water' en 'All The Way Down' gemixt. De datum 4 mei, die in de nota's van The Bootleg Series, Vol. 1-3 staat aangegeven voor de opnamen van  'Angelina' en 'Need A Woman' is die van het mixen.

Op dinsdag 11 mei wordt de master samengesteld voor Shot Of Love. 

Shot of Love
*Heart Of Mine
Property Of Jesus
Lenny Bruce
Watered Down Love

*Dead Man, Dead Man
In The Summertime
*Magic
*Trouble
Every Grain Of Sand
*Angelina.

De met een * aangeduide mixen komen zijn uiteindelijk niet uitgebracht.


Nog meer opnamen

Blijkbaar is Bob niet helemaal tevreden over de opnamen. Donderdag 14 mei worden nieuwe versies opgenomen van 'Dead Man', 'Lenny Bruce Is Dead', 'Trouble' en 'In The Summertime'.

Ringo Starr is in L.A. Dylan wil hem absoluut op de plaat. De ex-Beatle heeft beloofd om de volgende dag langs te komen. Plotkin grijpt de kans om 'Heart Of Mine' opnieuw op te nemen.
Wanneer Bob, uren te laat, eindelijk arriveert is Ringo aan het jammen met de muzikanten, waaronder de legendarische bassist Donald 'Duck' Dunn en Rolling Stone Ronnie Wood. 
Tien minuten later staat het nummer op de band. Na wat jammen op klassiekers als 'Mystery Train' wordt ook nog 'Watered- Down Love' opnieuw opgenomen.
Om de sessie af te ronden voegt Ringo ook nog tom-toms toe aan de beste takes.

Vanaf maandag 18 mei wordt opnieuw gemixt. De laatste mixsessie vond plaats op 31 mei. Die dag wordt door Andrew Gold ook nog wat gitaar toegevoegd aan ' Property Of Jesus', 'Shot Of Love' en 'Every Grain Of Sand'.

Voor Plotkin was het een erg frustrerende ervaring. Hij had dag en nacht doorgewerkt om de plaat zo goed mogelijk te laten klinken. Maar dat is niet wat Bob wilde. "Ik moet je wat vertellen over de mixen die je maakt, Charlie," zei hij. "Je poetst de boel te veel schoon. We klinken een beetje als de Doobie Brothers."
"Chuck [wou] goed klinkende mixen maken van ieder nummer," vult Jim Keltner aan, "en Bob vond geen er van goed. Uiteindelijk hoor je op Shot of Love bijna allemaal monitor mixen."

De uiteindelijke master wordt op 1 juni samengesteld. 

Doordat de sessies al zo lang aanslepen is Dylan al uitgekeken op diverse, nochtans sterke songs. Die mogen dan ook niet op de plaat. 'Need A Woman' en 'Angelina' vormen nochtans enkele van de hoogtepunten van The Bootleg Series Volumes 1-3. Daarop staat verder ook nog 'You Changed My Life'.
'Caribbean Wind' en de demo van 'Every Grain Of Sand' komen op Biograph terecht.
'Let It Be Me' en 'The Groom's Still Waiting At The Altar' tenslotte worden als b-kanten van de single uitgebracht. 

Van de nummers die wel op de plaat worden geplaatst, moeten er in een aantal songs stevig moet worden geknipt om de plaat tot 45 minuten te beperken. De nochtans schitterende harmonica outro van 'In The Summertime' wordt met 40 seconden ingekort en zowel 'Waterd-Down Love' als 'Trouble In Mind' verliezen elk een strofe.

Bob is echter nog steeds niet tevreden over het resultaat. 
Op het laatste moment worden Tim Drummond en Jim Keltner nog even terug de studio ingeroepen om 'Heart Of Mine, 'Shot Of Love' en 'Dead Man, Dead Man' wat aan te dikken.

 

De eerste Europeese gospeltour

Amper twee weken na het beëindigen van de lange reeks opnamen blaast Bob opnieuw verzamelen in de Rundown studio. Er moet worden gerepeteerd voor een Europese tournee. Het is voor het eerst sinds zijn bekering dat hij zijn boodschap op het oude continent gaat verkondigen.

Om stalkers en andere opdringerige fans uit zijn buurt te houden ziet Bob zich genoodzaakt om een complete bewakingsdienst in dienst te nemen. Tussen 20 mei en 17 juni wordt de stalkster negentien keer opgepakt op het terrein. Ze begint ook doodsbedreigingen achter te laten. Uiteindelijk krijgt de vrouw een gerechtelijk verbod nog in Dylan's buurt te komen of zijn naam te gebruiken.
Er zijn geruchten dat Dylan een kogelvrij vest draagt. In ieder geval heeft hij er een aan Tim Drummond cadeau gedaan. Netjes verpakt in geschenkverpakking.

Na een viertal try-out shows in het Mid-Westen, arriveren Bob en zijn gezelschap op 21 juni in Frankrijk. Na twee shows in Frankrijk verhuizen ze naar Engeland, waar ze eerst zeven concerten spelen in het Earl's Court in Londen en daarna twee in Birmingham. Terwijl hij drie jaar eerder een hartstochtelijke ontvangst beleefde in Londen blijven daar nu vele stoelen leeg. Het publiek is afgeschrikt door de recensies over de Amerikaanse gospeltournees.
Van Engeland vliegen ze naar Scandinavië. Telkens één concert in Zweden, Noorwegen en Denemarken en vervolgens vijf concerten in Duistland. Op 21 juli spelen ze in Oostenrijk, dan in Zwitserland en sluiten op 25 juli af met een groot openluchtconcert in Avignon, Frankrijk.
Daarbij vallen twee doden: een Nederlandse fan valt uit een hoogspanningsmast en een meisje valt van het dak van een tribune.  

Dylan heeft voor deze tournee een nieuwe manier van zingen bedacht: hij zet de zang niet gelijk in met de muziek, maar wacht telkens even. Dan zingt hij de teksten in een hoger tempo, zodat hij toch nog gelijk aankomt bij het einde van elke regel. Heel merkwaardig.
Zijn nieuwe manier van zingen heeft echter teveel gevraagd van zijn stem en hij zal het dan ook praktisch nooit meer gebruiken.
Het is dan ook jammer dat de geplande live-LP (alle optredens van de Europese tournee werden opgenomen) er nooit is gekomen. Fans moeten zich dan ook behelpen met bootlegs, zoals bijvoorbeeld het uitstekende Avignon.

Een dag na het laatste optreden, vliegt Bob terug naar Amerika, waar hij augustus doorbrengt op zijn boerderij in Minnesota.

 

Shot Of Love

Dylan's eenentwintigste studio LP verschijnt op 12 augustus 1981.

Hoewel er veel minder religieus getinte songs op de plaat zijn te horen dan op de voorgangers - en zelfs minder dan op bijvoorbeeld John Wesley Harding of  Street Legal wordt de plaat algemeen beschouwd als het derde deel van de trilogie.

In Rolling Stone laat Paul Nelson weten het beu te zijn: "Omwille van de prestaties van de man in het verleden... zijn we geneigd zijn nieuwste werk het voordeel van de twijfel te gunnen... Niet langer. Voor mij stopt het hier." Nick Kent noemt het in NME ronduit "Dylan's slechtste plaat ooit."
 
Bovendien is het Dylan's laatste voor CBS onder het contract van 1978. De platenmaatschappij heeft dan ook niet veel belangstelling om er promotie voor te maken.

De reputatie die aan de plaat voorafging, de zwakke promotie, de spuuglelijke hoes, de rommelige indruk en de oneven kwaliteit van de song droegen allemaal bij om de plaat om zeep te helpen. De verkoop blijft dan ook beneden alle peil - vooral in Amerika. De plaat doet het er nog slechter dan Saved: de hoogste notering was een 33ste plaats en de single raakt niet eens genoteerd in de top 100.
Geholpen door de concertenreeks strandt Shot Of Love in Engeland net buiten de top 5.

De single is verschillend voor Europa en Amerika. Aan beide kanten van de oceaan is 'Heart Of Mine' gekozen als a-kant maar Europa krijgt 'Let It Be Me' als b-kant, terwijl voor het thuisfront 'The Groom's Still Waiting At The Altar' wordt geselecteerd. Er is ook een live videoclipje, ter promotie.

De mislukking is een grote tegenvaller voor Bob. Hij heeft erg zijn best gedaan om zijn geloof te verpakken in wat hij beschouwde als een goed gemaakte plaat. In 1985 blikte hij terug: "De plaat had gemaakt kunnen zijn in de jaren veertig of misschien de jaren vijftig.... Er was iets gemeenschappelijks in die nummers... De critici... hadden het alleen over Jezus dit en Jezus dat. Alsof het een Methodisten plaat was." .

Nochtans draagt Bob Dylan ook een stukje van de schuld. Zoals ook met Infidels het geval zou zijn had Bob Dylan gemakkelijk een veel betere plaat kunnen puren uit deze sessies. 'Angelina', 'Caribbean Wind' en 'The Groom's Still Waiting At The Altar' verdienen zeker een plaats op dit album. Dylan gaf dan ook toestemming om dat laatste nummer in ere te herstellen, door het bij latere persingen aan de tracklist toe te voegen. De enige keer dat zoiets met een LP van Bob Dylan is gebeurd.

 


Third Shot Of Love Tour

Half oktober begint de Amerikaanse herfsttournee met een concert in Milwaukee, Wisconsin. Tijdens het eerste deel wordt pure, goed gebrachte gospel geserveerd. Het publiek jouwt hem niet meer uit, maar blijft wel verzoeknummers roepen.
Dan, na de pauze, brengen ze een show van zowat anderhalf uur, met alleen maar klassiekers. Het publiek gaat helemaal uit de bol.

De tournee duurt tot november en naarmate ze verder door het land trekken worden de concerten alsmaar aardser. De verandering is voor een deel te danken aan Al Kooper. Die is toegetreden tot de band, nadat Will Smith is ziek gevallen. Hij moedigt Bob aan om de songs te spelen die ze in de jaren zestig hadden opgenomen. "Ik denk dat die tournee een keerpunt betekende. Ik denk dat hij toen zo'n beetje terug begon te komen." aldus Kooper. "Hij dronk koffie, rookte sigaretten. Hij kon weer rocken."

Ze spelen eerst zeven shows in de Verenigde Staten, dan vier in Canada en dan nog eens elf in de Noord Amerika. De grote steden worden daarbij netjes vermeden.

Op 19 oktober haalt Bob zijn jeugdvriend Larry Kegan op het podium om 'No Money Down' te zingen. Zelf toetert hij ondertussen wat op een saxofoon (!) Maar na twee optredens moet Kegan, die in een rolstoel zit, naar het ziekenhuis worden gebracht met een longontsteking.  Het is een teleurstelling voor Kegan en Bob voelt zich er verantwoordelijk voor. Het zal jaren duren voor hij zijn vriend weer mee op tournee durfde te nemen.

Hoewel het goede concerten waren, blijven de negatieve publiciteit van de voorafgaande religieuze tournees en de laatste twee vrome LP's de mensen afschrikken - net als in Londen. "Ze waren op de vlucht geslagen voor dat Christelijke gedoe en dat verwachtten ze weer, dus kwamen ze bij die optredens niet opdagen,"  meent Arthur Rosato. "Ze verkeerden in de foute veronderstelling dat het een avondje bekeren zou worden, maar zo was het dus helemaal niet."

Door de slechte kaartverkoop wordt de tournee opnieuw ingekort. Het lijkt het zoveelste bewijs dat Bob bezig is zijn publiek te verliezen. Hij heeft getracht het publiek ter wille te zijn door bekende nummers aan de show toe te voegen, maar ze komen nog steeds niet opdagen. Het enige wat er voor hem opzit is ermee op te houden en eens te overwegen hoe het verder moet met zijn carrière.

Het laatste concert van de tournee is één van de langste Dylan shows ooit, met achtentwintig nummers, waarvan zes als bis. 'Every Grain Of Sand' wordt daarbij voor het eerst live gebracht.

 

Vage filmplannen

Na afloop van de tour keert Dylan terug naar Californië om er een vaag filmproject op poten te zetten.

Bob heeft zijn goede vriend Howard Alk een aantal optredens laten filmen. Het zou opnieuw een geïmproviseerde film worden, zoals Renaldo & Clara, maar dan op een kleinere schaal.  Bob speelt scènes met Al Kooper en z'n medewerker Ronald Grivelle.

"Howard huurde een film crew en een pak kostuums," vertelt Bruce Gary, van The Knack, die is aangetrokken als tweede drummer voor de shows in New Orleans: "Bob trok dan een apenpak aan en liep rond tussen de tribunes. Dat werd dan gefilmd. Ik moest ook gek doen en rondrennen en Howard filmed ons terwijl we op en neer sprongen en onnozel deden"

Arthur Rosato vult aan: "We speelden eerst en dan werd er de hele nacht gefilmd. We deden geïmproviseerde stukjes en dan schreef Bob daar achteraf wat rond. We deden zomaar iets en dan gaf hij ons wat regels tekst."
De bedoeling is eigenlijk vooral om Dylan's vriend de gelegenheid te geven zijn zinnen wat te verzetten. Hij is bezig met af te kicken  van een heroineverslaving.

"Toen we terug gingen naar Santa Monica, hadden we al die opnamen," gaat Rosato verder. "We begonnen ze te bekijken en probeerden te bedenken: wat wordt de film?"
Maar Bob verliest al snel zijn belangstelling. "Bob leuterde maar door over het project," verklaart Rosato, "Omdat het geen echt project was - we zouden gaandeweg iets verzinnen - probeerde Howard van Bob te horen te krijgen wat hij nou eigenlijk wilde... Ik denk dat hij in de gaten kreeg dat Bob het project eigenlijk een zachte dood wilde laten sterven."

Zowat het enige resultaat van de opnamen zijn de live versies die van het concert op 10 november in het Saenger Performing Arts Center in New Orleans worden uitgebracht. 'Heart Of Mine' wordt in oktober '85 uitgebracht op Biograph en 'Dead Man, Dead Man'  verschijnt eerst op de 'Everything Is Broken' single en daarna op Bob Dylan Live 1961-2000 .

 

De laatste druppel

Op 3 januari 1982 wordt Howard Alk dood aangetroffen in de Rundown Studios. Bob's vriend was net 51 geworden - op 25 oktober had Bob hem nog 'Happy Birthday' toegezongen van op het podium in Bethlehem, Pennsylvania.  Alk was gescheiden van zijn tweede vrouw, was verhuisd naar Point Dune en sliep regelmatig in een bed in de Rundown Studios. Hij bleef er de hele Kerstvakantie terwijl de rest van de staf thuis bij hun gezinnen zat. Ergens tijdens die vakantie spoot Howard zichzelf heroïne in. Na de lijkschouwing rapporteerde de patholoog het als een ongeluk. Maar die hem kenden wisten beter.

De dood van zijn vriend is voor Bob de zoveelste slag in een schijnbaar onophoudelijke reeks tegenslagen die hem de afgelopen vijf jaar zijn overkomen. Eerst was er de scheiding van Sara en de ellendige strijd om de voogdij over de kinderen. Bob's bekering tot het Christendom heeft zijn familie en vrienden geschokt en hem de slechtste recensenties en bedroevendste platenverkopen van zijn carrière opgeleverd. De macabere sterfgevallen in Avignon wierpen een donkere schaduw.
Hij heeft vrienden verloren - zij het verre vrienden - in Michael Bloomfield *, de Christelijke muzikant Keith Green en John Lennon. De stalker Carmel Hubbell veroorzaakte nog meer ongeluk en deed hem vrezen voor zijn leven. Hij zag jaren van dure, tijdrovende en ongelukkige juridische strijd voor zich opdoemen omtrent zijn meningsverschil met Albert Grossman **.  Maar het was de dood van Howard Alk die de motor van Dylan tot stilstand bracht. "Dat was zo'n beetje het moment dat Bob besloot een poosje niet meer te touren," meent Rosato. "Hij zei tegen mij dat hij tot 1984 niet meer zou touren... Hij was gebroken... De studio deed hij daar op dat moment dicht."

Nu hij de veertig bereikt had begon Bob Dylan's briljante loopbaan te haperen. Het zou lang duren voor hij zijn zelfverzekerdheid en de waardering van het publiek teruggewonnen had.

De barre jaren tachtig waren aangebroken.

* * * * *

Noten

*
Mike Bloomfield speelde op 15 november 1980 gitaar tijdens 'Like A Rolling Stone' en 'The Groom's Still Waiting At The Altar' bij een optreden van Bob Dylan in het Warfield Theatre. Het blijkt zijn laatste optreden te zijn, want precies drie maanden later, op 15 februari 1981 wordt zijn lijk aangetroffen in zijn auto in San Francisco. Hij is overleden aan een overdosis. De gitarist speelde begin jaren zestig bij The Paul Butterfield Blues Band en was een veelgevraagde studiomuzikant. Hij was één van de muzikanten op Highway 61 Revisited van Bob Dylan.  Mike Bloomfield werd slechts 37 jaar oud.


**
Terwijl Shot Of Love werd gemixt hoorde Bob dat zijn vroegere manager vond dat Bob hem onvoldoende royalties uitbetaald had uit zijn contracten met Dwarf Music en Big Sky Music. Bob probeerde met hem te praten en uit te leggen dat hij meer dan genoeg gehad had, maar het mocht niet baten. Op 18 mei spande Grossman een rechtszaak tegen hem aan om $51,000 aan royalties en $400,000 schadevergoeding te eisen.
Bob reageerde met een tegenclaim. Hij beschuldigde Grossman ervan dat hij hem slecht had gemanaged, dat hij $ 15,000 van een van zijn rekeningen had gehaald om twee Grossman bedrijven op te richten en dat hij teveel commissie had berekend tot een bedrag van $7,1 miljoen. Zo begon een mammoetgevecht dat jaren zou aanslepen  Het zou een lange en bittere strijd worden.

 

Shot Of Love - Live in Avignon - 25 juli 1981
Every Grain Of Sand
Om te eindigen op een positieve noot:
Er is één nummer dat kwalitatief ver boven de rest van Shot Of Love uitsteekt:  'Every Grain of Sands'. Het is zonder meer een van zijn allerbeste songs. Zowel Bruce Springsteen als George Harrison wijzen later op dit nummer om te bewijzen dat de man niet afgeschreven mag worden na zijn reeks zwakke platen in de tweede helft van jaren tachtig.
Emmylou Harris zette haar versie op de cd Wrecking Ball uit 1995.
Nadat Dylan die versie had gehoord, belde hij Harris op. Dat moet ongeveer zo zijn gegaan: 'Emmy? Hoi, met Bob. Ik wou je alleen maar even vertellen dat ik jouw versie van 'Every Grain of Sand' fantastisch vind. Het heeft net zoveel soul als Aretha Franklin's beste werk. Het is de beste interpretatie ooit van een van mijn songs.'
En in 2003 zong Emmylou ' Every Grain of Sand' samen met Sheryl Crow op de begrafenis van Johnny Cash.

19-05-08

House Of The Rising Sun

Voor Mie : een verzoeknummertje.

decoration

Kentucky - 15 september 1937

In de late zomer van 1937 stopte een oude auto op het pleintje van Noetown, een straatarm mijnwerkersdorpje in het oosten van Kentucky. De wagen zag er versleten uit - geen wonder na een rit op onberijdbare wegen door het gebergte van Kentucky.
Het gebeurde niet vaak dat hier vreemdelingen op bezoek kwamen. De meest nabije verharde weg ligt bijna 50 mijl verder. De nieuwsgierigheid haalde het van de achterdocht van de dorpelingen.
Een jong koppel stapte uit. De man legde uit dat hij Alan Lomax heette. Dat hij uit New York kwam en mensen zocht die oude liedjes zongen. Dat hij en zijn vader, John, authentieke opnamen verzamelen in voor het Archief van de Amerikaanse Folksong voor congresbibliotheek.

Alan had zich vooraf goed geïnformeerd en wist dat er in het huis van Tillman Cadle plaats was om zijn logge apparatuur op te stellen. Zijn Presto "reproducer" liep op een grote, zware batterij. Wanneer alles in gereedheid was gebracht kwamen enkele inwoners één na één zingen voor de machine. Een van hen was Mary Mast Turner, de vrouw van een mijnwerker. Ze had haar dochter meegebracht. Georgie was 16 en zong de hele dag, terwijl ze aan het werken was.
In het nasale accent van de streek zong ze haar favoriete liedje voor de Presto. Edward Turner, het neefje van Cadle, begeleide haar daarbij op zijn mondharmonica. Ze zong het trieste verhaal van een meisje dat verliefd was geworden op een foute jongen. Daardoor was ze terecht gekomen in een huis in New Orleans. En al wie daar belande was voor altijd verloren. Ze waarschuwde haar jonge zus ervoor daar nooit te gaan, naar dat huis met de opgaande zon.
Alan Lomax noteerde de song als 'Rising Sun Blues'.

Tijdens het vervolg van zijn tocht door de heuvels kwam Lomax nog twee muzikanten uit de streek tegen die ongeveer hetzelfde liedje zongen in zijn Presto. Bert Martin in Horse Creek begeleidde zichzelf daarbij op gitaar; Daw Henson in Billys Branch zong het a capella.


Enkele speculaties over de herkomst

In de jaren zestig lichtte Alan Lomax in The Penguin Book of American Folksongs toe "deze blues song over een mislopen meisje stamt waarschijnlijk af van een ouder Brits nummer. In ieder geval duikt een huis van de opgaande zon op in diverse aangebrande Engelse songs en de melodie is ere en van de vele van de oude, pikante ballad Little Musgrave."

'Little Musgrave And Lady Barnard' is de naam van Child Ballad #81, beter bekend bij rockfans als 'Matty Groves', zoals het heette bij Fairport Convention. Deze ultieme folk ballad over overspel en moord werd voor het eerst opgetekend in 1611.

De song heeft dus altijd in de erotische sfeer gezeten en het is dan ook niet te verwonderen dat men er van uitging dat het huis waarvan sprake een bordeel was. De plaats waar een jong meisje zich in het ongeluk kon storten.

Er is druk gezocht naar het huis in New Orleans. Er is sprake van een Rising Sun Hotel, maar dat brandde al af in 1822 - een eeuw voor het nummer voor het eerst opduikt.

Dan is er nog een huis in St Louis Street in het Franse buurt van New Orleans, waarvan de huidge eigenaars beweren dat dit het beruchte House of the Rising Sun was. Ene Marianne LeSoliel Levant zou er tussen 1862 en 1874 een bordeel hebben uitgebaat.

Anderen menen dan weer dat het geen bordeel was, maar een hal voor gokkers. Of een vrouwengevangenis: er zijn bouwplannen terug gevonden waarop een cirkelvormig raam te zien is boven de inkompoort. Dat zou dan de opkomende zon zijn.

Pamela D. Arceneaux van het Williams Research Center & Historic New Orleans Collection schreef in 2003 dat er geen enkel bewijs hard bewijs is om welk gebouw dan ook aan te duiden als "het" huis. Haar besluit is dat misschien "sometimes lyrics are just lyrics".

decoration


New York - 7 juli 1941

Alan Lomax publiceerde de tekst van 'Rising Sun Blues' voor het eerst in 1941, in zijn baanbrekende liedboek Our Singing Country. Hij nam de tekst van Georgie Turner als basis, maar noteerde daarbij dat "enkele regels" kwamen uit de versie van Bert Martin.

Datzelfde jaar trad hij ook op als producer van de opname van de song door The Almanac Singers. Dat was een los-vast collectief van linkse folkzangers: Woody Guthrie, Lee Hays, Millard Lampell, Pete Seeger. Ze waren begin 1941 gaan samenwerken om op te roepen dat de Verenigde Staten zich niet zou gaan mengen in de Tweede Wereldoorlog. Later voegden ook Agnes 'Sis' Cunningham, Peter Hawes, Lead Belly en Josh White zich bij de groep. Zowat iedereen die iets betekende in folkkringen van de jaren veertig dus. De groep was zo invloedrijk dat ze letterlijk hebben bepaald hoe American folk en protestsongs moesten worden gezongen.

De opnamen vonden plaats in de Reeves Sound Studios, in New York op 7 juli en warden later dat jaar uitgebracht op de derde 78 toeren plaat van de groep: Sod-Buster Ballads. Het was Woody Guthrie die daarbij 'Rising Sun Blues' zong.


decoration

New York - februari 1942

Het volgende jaar nam de charismatische zwarte folkzanger Josh White een eigen versie op van 'House Of the Rising Sun'. Zijn tekst was anders dan die uit het songbook van Lomax. Hij zong het nummer vanuit een mannelijk standpunt, over een gokker. Hij was ook de eerste om de akkoorden in mineur te spelen in plaats van in majeur zoals tot dan gebruikelijk was. Kortom zijn versie was het prototype van de song zoals we die tegenwoordig kennen.

Het label Keynote bracht de versie van White in 1944 op de markt in een "binder-album", een set van vier 78-toeren platen.

Lomax was woedend. Hij vond het ongepast om ook maar iets te wijzigen aan een bestaande tekst of melodie. Maar White legde uit dat hij de song al veel langer kende. Als jongetje van tien trok hij rond met blinde zwarte muzikanten. Omstreeks 1923 hoorde hij het spelen door een "blanke hillbilly in North Carolina". Mogelijk was dat Clarence Ashley, die in die periode, in die streek rondtrok met zijn medicine show. Ashley is ook de man van 'The Coo Coo Bird' en 'The House Carpenter'.

Clarence "Tom" Ashley had de song al op 6 september 1933 opgenomen. Zijn zang en gitaar werden daarbij aangevuld door Gwen Foster op harmonica. De 78 toeren plaat verscheen in februari 1934 bij het Vocalion label. Ashley verklaarde later dat hij het nummer had geleerd van zijn grootvader, Enoch Ashley. De Ashley waren afkomstig uit Bristol, Tennessee - slechts een paar Smoky Mountains verwijderd van Middlesboro.
Uit dezelfde streek was ook Roy Acuff afkomstig. Acuff leerde het vak van Ashley en bracht ook een commerciële opname van de song uit vóór de veldopname van Lomax. Acuff legde zijn versie voor eeuwig vast op 3 november 1938. Deze 78 toeren verscheen in augustus 1939 bij Vo/OK.

decoration

New York - 20 november 1962

Toen Bob Dylan begin 1962 in New York arriveerde, was Dave Van Ronk daar de toonaangevende figuur. Niet voor niets droeg hij de bijnaam The Mayor of MacDougal Street. Dat was de straat in de New Yorkse buurt Greenwich Village waar iedere avond de artiesten mekaar verdrongen om hun ding te kunnen doen in een van de vele koffiehuizen.

Van Ronk had zijn gitaarstijl gebaseerd op de stijlen van Mississippi John Hurt en Reverend Gary Davies. Als een soort Nonkel Bob bracht hij iedereen die dat wou de basisbeginselen van het gitaarspel bij. "Painting is all about space," leerde hij zijn pupillen, "and music is all about time."
Maar ook op ander manieren stond hij beginnende folkzangers bij. De jonge Bob Dylan vond die eerste maanden dikwijls een slaapplaats in het appartement van de grote bebaarde man.

In zijn memoires wijdt Van Ronk bijna een heel hoofdstuk aan 'House of the Rising Sun'. Zo vertelt hij dat hij de song leerde van de Texaanse zangeres Hally Wood. En die had het nummer rechtstreeks gehaald bij de veldopname van Georgia Turner.
Dave werkte een geheel nieuw arrangement uit, waardoor hij ook de melodie een stuk attractiever maakte. Dat sloeg erg aan en bij ieder optreden vroeg het publiek hem om het nummer te spelen.

"[Bob Dylan en ik] hadden een vreselijke ruzie over 'House of the Rising Sun'" vertelt Van Ronk. "Hij was altijd al een spons, nam alles rondom hem in zich op. Hij pikte mijn arrangement van dat nummer. Voor dat hij de studio introk vroeg hij me, 'Hey Dave, vind je het erg als ik jouw versie van de Rising Sun gebruik?' Ik zei 'Wel, Bobby, Ik ga binnenkort zelf een plaat maken en ik zou het willen opnemen.'
Later vroeg hij me het opnieuw en ik antwoordde opnieuw dat ik het zelf wou gebruiken. 'Oeps, ik heb het net deze middag opgenomen en ik kan er niks meer aan doen, want Columbia wil het.'
Dat moet dan op 20 november 1962 gebeurd zijn. Die dag nam Dylan zijn debuut-LP op voor Columbia.
"Zo een twee maanden lang spraken we niet meer tegen elkaar, " gaat Van Ronk verder. "Ik moest stoppen met het nummer live te brengen omdat ik steeds opmerkingen kreeg uit het publiek in de aard van "Oh, je speelt dat nummer van Bob Dylan!"
Hij heeft zich nooit verontschuldigd en dat vind ik straf."

decoration

Londen - 18 mei 1964

Tot dan toe was 'The House Of the Rising Sun' nog steeds gewoon een van de vele folksong gebleven. Joan Baez, Odetta en Nina Simone brachten het allemaal uit. Maar het was een Britse groep die er een absoluut onvergetelijk nummer van zou maken.

The Animals waren een van de vele bands die het Britse clubcircuit afschuimden met hun mengeling van blues en rhythm and blues songs. Covers van de platen die Amerikaanse zeelui meebrachten uit het land van de onbegrensde mogelijkheden aan de andere kant van de oceaan. De naam "animals" hadden ze te danken aan hun wilde podiumfratsen.

De vijf leden waren Eric Burdon, een klein mannetje met een gigantische stem, toetsenist Alan Price, gitarist Hilton Valentine, drummer John Steel en bassist Bryan "Chas" Chandler. Allemaal waren ze afkomstig uit de buurt van Newcastle-upon-Tyne. Maar in navolging van The Beatles waren ze in 1964 naar Londen getrokken.

Daar versierden ze een platencontract bij Columbia Graphophone. De eerste single was 'Baby Let Me Take You Home' - eigenlijk een rockende versie van de bluesstandard 'Baby Let Me Follow You Down'.

Ze kregen de kans op in een package tour op tournee te gaan met Chuck Berry en Jerry Lee Lewis. Ze begrepen dat ze iets nodig hadden om op te vallen. Iets dat anders klonk dan wat die grote mannen uit Amerika zoveel beter deden.

Toen Eric Burdon Dylan's debuutplaat hoorde, herkende hij 'House of the Rising Sun' meteen. Het herinnerde hem aan een folkzanger uit Northumbria, Johnny Handle. Die zong in zijn stamcafé in Newcastle een repertoire over schipbreuken en mijnrampen. Maar het meest succes had hij steeds met die song over dat bordeel.

"Ik wist één ding: je kunt gewoon niet beter rocken dan Chuck Berry," legde Eric Burdon uit, "Ik dacht, 'Als we nu dat nummer eens nemen. We reorganiseren het een beetje, laten wat van Dylan's tekst vallen en maken een nieuw arrangement. "

Een stoere Noordelijke vent kan toch moeilijk zingen dat hij een meisje is. Maar Alan Price herinnerde zich een andere versie - die van Josh White. Daarbij was een jongen het slachtoffer van dat huis in New Orleans. En de rol van de gokker en dronkenlap verschoof van het vriendje naar de vader van de verteller.
Hilton Valetine kwam met het typische gitaarloopje op zijn Gretsch. Alan Price
voegde nog wat meer pit toe door een solo op zijn Vox Continental orgeltje. De inspiratie daarvoor haalde hij bij de hit 'Walk on the Wild Side' van jazzman Willie Smith.

Zo brachten ze het als laatste nummer in hun set. Dramatisch uitgelicht met één enkele rode spot op Burdon's gezicht. Succes verzekerd.

Drummer John Steel "We speelden in Liverpool op 17 mei. Daarna reden we naar London waar [producer] Mickie [Most] een studio had geboekt voor opnamen voor Ready Steady Go van ITV! Omwille van de goede respons die we kregen op 'Rising Sun', vroegen we om dat op te nemen. Hij zei: 'OK, we doen het aan het einde van de sessie.'
We zetten alles klaar, speelden een paar maten voor de geluidstechnicus - het was mono zonder overdubs - en we speelden het één keer."

Volgens Burdon beperkte de rol van Most zich tot goedkeurend knikken tijdens de sessie. "Alles zat juist," bevestigt Most, "Het stond er op een kwartiertje op, dus kan ik niet veel eer opstrijken voor de productie. Het was puur kwestie van de atmosfeer inde studio vast te leggen."
Steel gaat verder: "[Na afloop] luisterden we er nog eens naar en Mickie zei: 'Dat is het. Dat wordt de single.'"

De geluidstechnicus wees er op dat het veel te lang was voor een single. Met 4:29 werd de standaard drie minuten grens ruim overschreden. Zoiets was nog nooit gedurfd. Meer nog: het was technisch onmogelijk.
Maar in plaats van het in te korten, durfde Mickie het aan om te zeggen: 'Tegenwoordig hebben ze hele dunne groeven. We doen het toch.'"

Toen het singeltje in juni 1964 werd uitgebracht bleek de mengeling van folk en rock onmiddellijk aan te slaan - ondanks de lengte. Al snel stond het nummer op 1 in Engeland.

De Amerikaanse platenmaatschappij ging niet akkoord met het overschrijden van de drie minuten regel. Zoiets zou eenvoudigweg niet op de radio worden gedraaid. Toen de single daar in augustus verscheen was er stevig in geknipt zodat er nog 2:58 overbleven.

Dat bleek niet te hinderen: het was de sound die aansloeg. Bob Dylan verklaarde dat toen hij de versie van The Animals voor het eerst hoorde op de autoradio hij "uit de zetel van zijn auto" sprong van opwinding. Het klonk dan ook zoals nog nooit iets had geklonken. De Amerikaanse muziekcriticus Dave Marsh beschreef het in 1989 als de "eerste folk-rock hit. [Het klinkt] alsof ze de oude melodie hebben aangesloten op een stroomkabel."

Ralph McLean van de BBC gaat nog een stapje verder: Hij noemt het "een revolutionaire single" die "het gelaat van de moderne muziek voor eeuwig heeft veranderd." Inderdaad, het was misschien wel het zetje dat Bob Dylan nodig had om zijn gitaar in te pluggen - tot woede en frustratie van puristen als Alan Lomax, Ewan McColl en Pete Seeger.

Op 5 september stootte de single 'Where did our Love Go' van The Supremes van de top van de Amerikaanse hitlijsten. Het werd daarmee het eerste Britse nummer in twee jaar aan de top van de Amerikaanse hitlijsten die niet door Lennon en McCartney was geschreven. Op vijf weken werden er meer dan twee miljoen exemplaren van verkocht.

Maar het succes bracht ook de nodige problemen mee. Op het label stond aangegeven: "Trad., arranged Alan Price". Volgens de platenmaatschappij was er niet genoeg plaats om iedereen te vermelden. Niemand had daar een probleem van gemaakt, tot bleek dat alle royalty's dan ook alleen naar de toetsenist gingen. Hilton Valentine kreeg nooit een cent voor de simpele maar uiterst herkenbare riff waarop duizenden mensen hebben leren gitaarspelen. De spanningen liepen op en in mei 1965 stapte Price op om een solo carrière te beginnen.



The House of the Rising' in de versie van The Animals



'Rising Sun Blues' door Georgia Turner

There is a house in New Orleans they call the Rising Sun.
It's been the ruin of many a poor girl and me, O God, for one.
If I had listened what Mama said, I'd be at home today.
Being so young and foolish, poor boy, let a rambler lead me astray.
Go tell my baby sister never do like I have done
To shun that house in New Orleans they call the Rising Sun.
My mother she's a tailor, she sewed these new blue jeans.
My sweetheart, he's a drunkard, Lord, Lord, drinks down in New Orleans.
The only thing a drunkard needs is a suitcase and a trunk.
The only time he's satisfied is when he's on a drunk.
Fills his glasses to the brim, passes them around.
Only pleasure he gets out of life is hoboin' from town to town.
One foot is on the platform and the other one on the train.
I'm going back to New Orleans to wear that ball and chain.
Going back to New Orleans, my race is almost run.
Going back to spend the rest of my days beneath that Rising Sun.



Enkele naschriften

In 1963 ging Alan Lomax Georgia Turner opzoeken. Ze was nog steeds straatarm. Ze had veertien kinderen gebaard, waarvan er tien in leven waren gebleven. Hij zorgde er voor dat ze wat royalties kreeg. Hij legde haar uit dat het nummer was "gekaapt".
Uiteindelijk kreeg ze alles samen iets meer dan $117.
Georgia overleed in 1969. Ze was pas 48.


In 2007 werd in New York een boek uitgegeven, helemaal gewijd aan de geschiedenis van het nummer: Chasing the Rising Sun: The Journey of an American Song door Ted Anthony.


Op deze site kun je maar liefst 80 versies van House Of The Rising Sun binnen halen:
http://coco-vinyl.blogspot.com/2008/05/house-of-rising-sun.html

Jammer genoeg is die van Georgia Turner er niet bij. Gelukkig kun je hier van haar versie een stukje beluisteren:
http://www.rounder.com/index.php?id=album.php&catalog_id=6504

27-01-08

In My Life

Mijn eerste plaat

 

Het zal in het najaar van 1973 zijn geweest dat ik mijn eerste LP kocht. Het was in de Macro in Ans. De roltrap op, de hoek om naar rechts en dan helemaal doorlopen tot achteraan in de winkel. Daar stonden de bakken met langspeelplaten.

Er was een speciale aanbieding: de rode en de blauwe verzamelaars van The Beatles. Twee dubbel-LP's samen voor 499 BEF. Nu lijkt 12,5 euro een schijntje, maar toen was dat veel geld voor een jongen van 14. Mijn vader vond dat ik mijn geld beter kon besteden dan aan zoiets. Maar ik moest ze toch hebben.

Songtitels kon ik niet lezen, want aan de ene kant zag je de rode hoes van The Beatles 1962-1966 met daarop de nog jonge snaken, die je vanonder hun rare kapsels lachend aankeken. En aan de andere zijde de blauwe hoes van The Beatles 1967-1970, waarop diezelfde kerels poseerden in  dezelfde traphal, in dezelfde houdingen. Maar nu waren het mannen geworden, met baarden en lang haar. Fascinerend vond ik dat.

 

Achteraf bleek dat de vier uit Liverpool ook eenzelfde metamorfose hadden meegemaakt op muzikaal gebied. Van de simpele bleus pop van 'Love Me Do' over het barokke meesterwerken als 'Strawberry Fields Forever' en 'A Day In The Life' tot de terugkeer naar de wortels van 'Get Back'.

 

En dat allemaal in goed zeven jaar!

  

Een aarzelende start

 

John Lennon zelf markeerde Rubber Soul als het begin van de "zelfbewuste periode" en het einde van hun "kinderachtige periode". En van die plaat, uitgebracht in december 1965, selecteerde hij in zijn Playboy interview vijftien jaar later 'In My Life' als "mijn eerste belangrijke werkstuk. Tot dan was het allemaal gladjes - wegwerpspul. Dat was de eerste keer dat ik bewust mijn literaire kant in een tekst bracht."

 

De aanleiding was een journalist die hem, in 1964, vroeg hoe het kwam dat Lennon in zijn boeken met gedichten over zichzelf vertelde, terwijl zijn songs geen diepgang hadden. John zette zich dan aan het schrijven van een lang gedicht over zijn tienerjaren. "Het begon als een busrit van mijn huis aan 250 Menlove Ave naar de stad. Ik gaf een opsomming van alle plaatsen die ik me kon herinneren. Ik had Penny Lane (dit was lang voordat 'Penny Lane' werd geschreven), Strawberry Fields, Tram Sheds -Tram Sheds zijn  de depots net voorbij Penny Lane. "

 

There are places I'll remember

All my life though some have changed

Some forever but not for better

Some have gone and some remain

 

Penny Lane is one I’m missing

Up Church Rd to the Clock Tower

In the cicrle of the abbey

I have seen some happy hours

 

Past the tramsheds with no trams

On the 5’ bus into town

Past the Dutch and St Columbus

To the Docker’s Umbrella that they pulled down

  

"Ik zwoegde dagen en uren om een intelligente tekst te krijgen," verklaarde hij.

Toch belandde de tekst belande in de kast.

Een tweede kans

Het komt pas terug tevoorschijn, wanneer hij een jaar later wat oude teksten doorneemt voor de op handen zijnde sessies. Hij merkt dat het  oorspronkelijke gedicht "belachelijk" was. "Het was oervervelend. Het was zo een soort  we-zijn-op-vakantie-geweest-met-de-bus liedje. Het werkte gewoon niet."

 

Teleurgesteld geeft hij zich over aan zijn favoriete bezigheid: liggen niksen.

 

"Ik ging wat liggen en toen kwamen die regels vanzelf over plaatsen van vroeger."

Al doende werd de toon mijmerend. De namen van specifieke plaatsen kwamen te vervallen en in plaats daarvan kwam een meer universele aanpak. Het nummer ging nu over verlies - of zoals John het uitdrukte, een "herinnering aan vrienden en geliefden uit het verleden."

 

Zo onthulde Lennon's jeugdvriend Peter Shotton in zijn boek John Lennon - In My Life, dat de zanger hem toevertrouwde dat de regel "Some [friends] are dead and some are living/In my life I've loved them all" verwees naar Stuart Sutcliffe (een andere jeugdvriend die in 1962 was overleden) en naar Shotton zelf.

 

"Zeer weinig regels" uit de oorspronkelijke versie bleven bewaard.

 

Hij besluit dat hoewel veel uit het verleden is verloren gegaan, hij toch het gelukkigst is in het heden, bij zijn grote liefde.

  

Met een beetje hulp van een vriend

 

Zoals gebruikelijk werd Paul McCartney er dan bij gehaald. De twee voornaamste schrijvers van de groep kwamen regelmatig samen. Niet zozeer om samen een nummer te schrijven - dat gebeurde na de beginjaren steeds minder - maar eerder om mekaars werk bij te schaven.

 

Op dit punt lopen de versies uiteen en dat is merkwaardig.

 

John gaf in oktober 1980 tekst en uitleg bij een groot aantal Beatlesnummers. Paul deed dat zeventien jaar later in Many Years From Now, een biografie geschreven door zijn vriend Barry Miles.

 

Over alle nummers zijn ze het praktisch helemaal eens. Er zijn slechts twee nummers waarover ze van mening verschillen. Het ene is 'Eleanor Rigby' waarvan John beweerde dat hij een substantiële bijdrage heeft geleverd, terwijl zowel Paul als Peter Shotton, die hij het componeren aanwezig was, vertellen dat John en absoluut niets mee te maken had.

En het tweede nummer is dus 'In My Life'.

 

Volgens John was "de tekst helemaal af voor Paul hem hoorde. Pauls melodische bijdrage was de harmonie en de acht maten in het midden. "

Paul bevestigt dat John de tekst helemaal af had. "Maar," voegt hij er aan toe, "hij had geen melodie." Hij knutselde zelf, binnen een half uurtje, de muzikale structuur in elkaar.

"Ik liep naar de overloop, waar John een Mellotron (een primitief soort synthesizer) had staan. Ik ging zitten en stelde een melodie samen, op basis van Smokey Robinson and the Miracles. Liedjes zoals 'You Really Got a Hold on Me' en 'Tears of a Clown' waren zeker van invloed. Je refereert aan iets dat je goed vindt en je probeert in die geest iets nieuws te schrijven.

Ik meen dus dat ik de hele melodie heb geschreven. Het lijkt ook erg op mijn werk, als je het nagaat. Ik werkte zeker op basis van een tekst. De melodische structuur komt van mij!"

 

Verschillende analisten treden hem daarin bij. Ian MacDonald, in Revolution In The Head:  "de hoekige vertikaliteit van het nummer, die een octaaf beslaat met typische wijdse en moeilijke sprongen, geeft meer zijn stempel weer dan die van Lennon. Hoewel het perfect past bij zijn stem. En wat de acht maten in het midden betreft," voegt hij er aan toe, die zijn  er niet. Het nummer wisselt gewoon strofen af met een refrein."

  

In de studio

 

The Beatles namen 'In My Life' op 18 oktober 1965 op, in de Abbey Road studio in London. Ze hadden slechts drie pogingen nodig. Daarbij lieten ze een gat tussen twee strofen met de bedoeling dat later op te vullen.

 

Producer George Martin: “Het gebeurde wel meer dat we zo’n gat lieten, voor de solo. Soms vulde George het op, met een gitaarsolo en anders zochten we naar een ander geluid.“ Lennon vroeg producer George Martin om een pianosolo te schrijven: "speel het zoals Bach". 

 

Martin probeerde op 22 oktober het middenstuk eerst in te vullen met een solo op Hammond orgel. Hij doet dit voor the Beatles aankomen, zodat hij het geheel kan laten horen.

 

Hij is echter zelf niet tevreden over het resultaat en begint opnieuw, nu op piano. Hierbij laat hij de band op halve snelheid lopen, zodat bij het afspelen de snelheid wordt verdubbeld en er een clavecimbelachtige klank ontstaat.

  

Achteraf

 

Het zegt veel over de kwaliteiten van The Beatles dat ze prachtige nummers als dit niet nodig hadden om hun singles mee te vullen. Er sprong er zelfs in eerste instantie niet bovenuit op de Rubber Soul LP.

Maar toen het Britse muziektijdschrift Mojo enkele jaren geleden aan 's werelds grootste songschrijvers vroeg wat zij het beste nummer aller tijden vonden kwam 'In My Life' te voorschijn als absolute nummer 1.

  

In My Life

John lennon - Paul McCartney

 

There are places I'll remember

All my life, though some have changed

Some forever, not for better

Some have gone and some remain

All this places have their moments

With lovers and friends I still can recall

Some are dead and some are living

In my life, I've loved them all

 

But of all these friends and lovers

There is no one compares with you

And these memories lose their meaning

When I think of love as something new

Though I know I'll never lose affection

For people and things that went before

I know I'll often stop and think about them

In my life, I love you more

 

Though I know I'll never lose affection

For people and things that went before

I know I'll often stop and think about them

In my life, I love you more

In my life-- I love you more

Achteraf

   

The Beatles hebben het nummer één enkele keer live willen brengen. Dat was tijdens hun allerlaatste optreden, in het Candlestick Park in San Francisco, op 29 augustus 1966. Na ‘Long Tall Sally’, het gewone afsluitnummer, zetten ze ‘In My Life’ in. Maar ze merken als snel dat zelfs zij zoiets niet kunnen spelen zonder repeteren en ze houden dan ook al na enkele maten voor bekeken.

 

Moest het gelukt zijn dan zou er toch geen opname van bestaan. Hoewel niemand wist dat hun laatste openbare optreden zou zijn, voelden ze het zelf wel aan dat het wel eens gedaan zou kunnen zijn. Daarom gaf Paul vooraf de opdracht om een cassettebandje te laten meelopen. En de dertig minuten waren halverwege ‘Long Tall Sally’ vol.

 

Er bestaan wel illegale opnamen van de versie die George Harrison van ‘In My Life’ bracht tijdens zijn Noord Amerikaanse tournee van 2 november tot 20 december 1974. Dat was op het hoogtepunt van zijn religieuze periode. Hij vond het daarom nodig om de tekst wat aan te passen: “In my life, I love God more…”.

Hoewel het op American IV: The Man Comes Around net na 'My Personal Jesus' komt, verkiest John Cash de originele tekst van John Lennon. The Man in Black, gekomen aan het eind van zijn leven, voegt een maturiteit aan het nummer toe, die een zesentwintig jarige John er onmogelijk in kon stoppen.   

'In My Life' in The Antology van The Beatles

07-11-07

Bob Dylan: Greatest Hits, Vol. 2

Bob Dylan's Greatest Hits, Vol. 2

decoration

 

 

 

 

 

 

 

 



Begin jaren zeventig ondervindt Bob Dylan - meer dan ooit - dat zijn roem hem belet om een "gewoon leven " te lijden. Hij begint zich zijn verhuizing naar de New York wijk Greenwich Village, al snel serieus te berouwen. De plek waar hij tien jaar eerder als een schooier arriveerde en waar hij uitgroeide tot een boegbeeld van zijn generatie, is helemaal veranderd. Later kijkt hij op deze periode terug als "de rotste tijd van mijn leven".

Dat is voor een groot stuk te wijten aan zijn persoonlijke kwelgeest: Alan Jules Weberman, een fanaticus die zich Dylanoloog noemt en leider is van het "Dylan Bevrijdings Front". Weberman schaduwt 'D', doorzoekt zijn vuilniszakken en organiseert excursies naar zijn huis. Zo moet de "spreekbuis van een generatie", die "met countrygeneuzel de linkse revolutie heeft verraden", tot inkeer worden gebracht.

Voor types als Weberman is Dylan een gemakkelijke prooi. Niet alleen heeft hij met Nashville Skyline en zijn langdurige radiostilte vanuit Woodstock tienduizenden fans van zich vervreemd, ook zijn sympathie voor Israël, dat hij in de laatste jaren herhaaldelijk heeft bezocht, zet kwaad bloed. Weberman onthult dat Dylan de rechtse Joodse defensie Liga van de racistische rabbi Meir Kahane financieel steunt. En inderdaad, op zoek naar zijn joodse roots heeft Dylan contact gelegd met de liga.
Weberman is een hinderlijke gek, maar in het radicale klimaat van de vroege jaren zeventig wordt hij maar al te serieus genomen. Wanneer Weberman het gerucht begint te verspreiden dat 'D' heroïne spuit, voelt Dylan zich gedwongen contact met hem te zoeken. Tijdens een ontmoeting onder vier ogen, begin januari 1971, praat hij op Weberman in om hem van zijn ongelijk te overtuigen. Naar verluid toont hij hem zelfs zijn gave onderarmen.

Enkele dagen later wil Weberman een artikel publiceren in de East Village Other over het gesprek dat hij heeft gehad met Dylan. Die belt hem op om hem te zeggen dat hij geen toestemming geeft om dat te doen. Maar Weberman neemt het gesprek op en laat dat publiseren in Rolling Stone en zelfs op LP uitbrengen op Folkways.


* * *

Vanaf 16 maart 1971 werkt Bob Dylan drie dagen in Blue Rock, een kleine studio in Greenwich Village. Volgens Clinton Heylin was Leon Russell de producer bij deze sessies. Leon had een jaar eerder grote successen behaald met de tournee Mad Dogs and Englishmen, met Joe Cocker. Record Collector meent dan weer te weten dat George Harrison de sessies leidde.
Er is geen papierwerk opgedoken van deze sessies. Vast staat dat naast Leon op piano ook de gitaristen Jesse Ed Davis en Don Preston aanwezig waren. Voor de ritmesectie werd beroep gedaan op Carl Radle en Jim Keltner. Claudia Linnear & Kathy McDonald verzorgden de achtergrond zang.

Hoewel Leon Russell de sessies omschreef als erg dynamisch en positief, was het  enige tastbare resultaat van drie dagen werk slechts twee nummers 'When I Paint My Masterpiece' en 'Watching The River Flow'. Beiden belichten openhartig hetzelfde thema: een gebrek aan inspiratie.

'Watching The River Flow' werd in juni 1971 op single uitgebracht. Voor de b-kant werd de solo versie van 'Spanish Is The Loving Tongue' gekozen, die werd opgenomen tijdens de New Morning sessies. Hoewel beide kanten van het 45 toerenplaatje uitstekend zijn, sloeg het niet aan en werd de Top 40 niet gehaald.

'When I Paint My Masterpiece' werd doorgegeven aan The Band, die hun versie uitbrachten op Cahoots.

De bewering van Heylin dat er ook werd gewerkt aan 'Spanish Harlem', 'That Lucky Ol' Sun', 'Alabama Bound', 'Blood Red River' en 'Rock Of Ages' zijn nooit hardgemaakt.

* * *

Die lente verhuist Dylan naar een huurhuis in East Hampton, Long Island. New Hampton was een toevluchtsoord geworden voor kunstenaars, schrijvers en rijke families.
Het huis dat Dylan huurt is van Henry Ford geweest. Het is een koloniaal huis met luiken in plantagestijl, gelegen in een rustige straat met majestueuze oude iepen.  Het zicht op het gebouw wordt door hoge heggen onttrokken aan de straat. Een voordeel is ook de grote achtertuin - ideaal voor de kinderen. Inbegrepen is ook een sleutel die toegang geeft tot een omheind duin dat leidt naar een ongerepte Atlantisch zandstrand.
Dylan begint er landschappen te schilderen en kan er veel uitstapjes maken met zijn kinderen.

* * *

Volgens hardnekkige geruchten zou er half mei 1971 een opnamesessie hebben plaatsgevonden met Elvis Presley en Bob Dylan in de RCA Studios in Nashville. Er circuleert zelfs een lijst met 17 titels. Het is echter erg onwaarschijnlijk dat de sessie ooit heeft plaatsgevonden.

Temeer daar Dylan en Sara omstreeks die tijd weer met vakantie zijn in Israël. Het is bedoeld als een soort tweede huwelijksreis, want de kinderen zijn thuis gebleven. Sinds de dood van zijn vader is hij geïnteresseerd geraakt in de Joodse godsdienst. Op 24 mei viert hij zijn dertigste verjaardag in Jerusalem. Samen met Sara wordt hij er gefotografeerd aan de Klaagmuur.
Onmiddellijk na publicatie van de foto wordt het koppel belaagd door de pers.
Later verteld hij daar over: "Dat bezoek had niet veel belang. Maar ik ben wel geïnteresseerd in wat en wie een Jood is. Het interesseert mij dat Joden Semieten zijn, net als Babyloniërs, Hittieten, Arabieren, Syriërs, Ethiopiërs. Maar een Jood is anders, omdat vele mensen Joden haten."

Enkele dagen later bezoeken Bob en Sara de kibbutz Givat Haim, om de mogelijkheden te bekijken om er zich te vestigen. Het plan strandt op de weigering van de bewuste kibboets om tegemoet te komen aan Dylans hoge eisen op het gebied van huisvesting en privacy.

* * *

Op 17 juli 1970 komen Bob Dylan en zijn vroegere manager Albert Grossman eindelijk tot een overeenkomst om hun samenwerking officieel te verbreken. Grossman behoudt zijn rechten op de nummers geschreven in de periode dat hij het management deed voor de zanger. Hij behoudt ook zijn rechten van zijn muziekuitgeverij Witmark, de gemeenschappelijk opgezette muziekuitgevrij Dwarf Music en  de samenwerkingsovereenkomsten Big Sky. Dylan krijgt de controle en de administratie in handen van zowel de gemeenschappelijke als de samenwerkingsovereenkomsten.

* * *

In juli 1971 hebben George Harrison en Ravi Shankar hebben hun vrienden opgetrommeld voor een groots benefiet. Met de opbrengsten willen ze de noodleidende bevolking van Bangla Desh helpen. Die hebben bovenop een burgeroorlog ook nog een zware overstroming, gevolgd door massale hongersnood te verwerken gekregen. 

George heeft de andere Beatles gevraagd, plus Bob Dylan en Eric Clapton. Die laatste heeft zich sinds enkele jaren terug getrokken in zijn eigen drugswereldje. Paul McCartney heeft laten weten dat hij het te vroeg vindt voor een reünie. Bovendien staat zijn vrouw op het punt te bevallen. John zegt toe, op voorwaarde dat Yoko mee mag doen. Wanneer George daar zijn veto over stelt, leidt dat tot een serieuze echtelijke ruzie waarbij John alleen naar Engeland vlucht.

Bob Dylan heeft na lang aandringen van George toegezegd. Maar wanneer hij dan een grote hoeveelheid apparatuur ziet klaarstaan, probeert hij er met een smoes van af te komen. Bassist en vriend van The Beatles Klaus Voormann: "Het bleef onzeker of Dylan zou spelen. Het maakte in feite niet uit. Natuurlijk was het fantastisch als hij speelde, maar het concert zou even goed verbazingwekkend zijn als hij niet kwam. Ik heb geen idée hoe het met hem gesteld was toen, maar ik weet dat hij van George houdt en dat George hem aanbad."
Als reserve heeft George een set van Apple protégés Badfinger voorzien. Gitarist Joey Molland: "Tegen zaterdag hadden we de show op poten staan en gingen naar Madison Square Garden voor de laatste repetitie. We waren net klaar om terug naar het hotel te vertrekken toen Dylan het podium op wandelde. Hij begint gewoon te spelen - het was een soort privé concert. We zaten allemaal in de hal en het was moeilijk te geloven dat het echt gebeurde. Niemand had Dylan verwacht en ook Eric Clapton kwam pas die dag af."

Op zondag 1 augustus 1971 vinden dan de twee benefietconcerten plaats in Madison Square Garden, New York. De legendarische producer Phil Spector maakt 16-sporen opnamen van de concerten, met 44 microfoons. Sol Swimmer filmt alles.

Na een set van Ravi Shankar, (die overigens al een warm applaus krijgen voor het stemmen van de instrumenten) speelt George een paar solo-nummers. Dan komen Billy Preston en Ringo Starr elk hun recente hitsingles brengen. George keert terug om de band te introduceren en nog enkele Beatlessongs te zingen, onderbroken door een medley van Leon Russell.
Pas wanneer hij Bob aanstalten ziet maken om het podium op te stappen durft George het aan hem aan te kondigen: "Here's another friend of us all: Mr. Bob Dylan." Het gejuich is overdonderend.

Bob Dylan laat dan ook vele harten sneller kloppen met het onverwachte optreden. Gekleed in een vaalblauw spijkerpak zingt hij onder meer het inmiddels klassieke 'A Hard Rain's A-Gonna Fall' en 'Blowin' In The Wind'. Hij begeleidt zichzelf op gitaar en harmonica en zingt met zijn oude, rauwe jaren-zestigstem. Van de gereserveerde countryheer op Nashville Skyline is geen spoor meer te bekennen.
Daarna komt George Harrison erbij met een akoestische gitaar, plus Leon Russell op bas en Ringo met een tamboerijn.
Dylan brengt eerst nog 'It Takes A Lot To Laugh, It Takes A Train To Cry' en dan, 'Love Minus Zero/No Limit' en 'Just Like A Woman'.
Daarna sluit George de show af met nog twee nummers.
Dit is voor het eerst in acht jaar dat Dylan 'Blowin' In The Wind' gezongen heeft. Volgens Phil Spector was dat op speciaal verzoek van George Harrison. "Denk je dat je 'Blowin' In The Wind' kunt zingen? Het publiek zou er gek van worden. Bob keek hem aan: 'Ben je geïnteresseerd in 'Blowin' In The Wind'? Ga jij 'I Wanna Hold You Hand' zingen?"

Voor de avondshow vervangt Dylan 'Love Minus Zero/No Limit' door 'It Takes A Lot To Laugh, It Takes A Train To Cry'. Voor de rest blijft de setlist identiek voor beide concerten.
Na afloop is er een feestje bij Ugano's. George en Bily Preston treden er op en  Phil Spector brengt er een unieke versie van 'Da Do Ron Ron' met Keith Moon op drums.

* * *


Met hun sterartiest terug in de belangstelling en geen nieuw plaatwerk van hem in het verschiet wil CBS Records een tweede verzamelaar uitbrengen van Bob Dylan. Clive Davis stelt voor er een dubbellaar van te maken. Dylan gaat akkoord, op voorwaarde dat een hele kant wordt besteed aan uitgegeven materiaal.

Hij levert een selectie in van tracks uit de Basement Tapes, maar Davis vindt de productie van dat materiaal ondermaats.

Daarom trekt Bob op 24 september 1971 weer de studio in, om een paar Basement Tapes songs opnieuw op te nemen. Voor de gelgenheid heeft hij zijn buurman Happy Traum uitgenodigd.
Happy, die eigenlijk gewoon Harry heet, was een banjospeler en gitarist die het vak in de  jaren vijfig had geleerd van bluesmuzikant Brownie McGee. Met zijn groep The New World Stingers, was hij een van de eersten die nummers van de jonge Dylan hadden gecoverd. Dylan speelde dan weer mee (onder de naam op Blind Boy Grunt)op zijn allereerste LP, Broadside, Vol.1, opgenomen voor Folkways Records.

"Hij wist dat [Columbia] nummers had uitgekozen voor een dubbele verzamel-LP," vertelt Happy Traum. "Hij was niet akkoord met de keuze. Hij had het gevoel dat hij een aantal nummers die hij had geschreven en die door anderen waren gedaan, dat hij die zelf moest doen en die dan op de plaat zetten.
Dus deden we dat op een namiddag. Gewoon wij tweeën en een technicus. Het was heel eenvoudig: we namen vijf nummers op. Daar koos hij er drie van en die werden ter plaatse gemixt. Allemaal op één namiddag. Ik wist dikwijls niet eens of het de laatste take was en dan zei hij: 'OK, kom we gaan het mixen'."

De drie die worden geselecteerd zijn: 'You Ain't Goin' Nowhere', 'Crash On The Levee (Down In The Flood)' en 'I Shall Be Released'.

Overigens heft Dylan de tekst van 'You Ain't Going Nowhere" wat aangepast om een sneer te kunnen geven aan het adres van Roger McGuinn. Hij adviseert hem "pick up your tent, you ain't going nowhere". Dat is een reactie op McGuinn's eigen tekstwijziging. Die had bij de versie van The Byrds, uitgebracht op Sweetheart of the Rodeo, gezongen "Pack up your money/ Pick up your tent" in plaats van "Pick up your money/ Pack up your tent" zoals Dylan origineel zong.

Eeen vierde nummer is een nieuwe versie van 'Only A Hobo' uit 1963. Dit nummer wordt in 1991 geselecteerd voor The Bootleg Series Volumes 1-3 (Rare & Unreleased) 1961-1991, maar blijft uiteindelijk onuitgebracht.
Welk het eventuele vijfde nummer was, is niet gekend.

* * *

Amper twee weken later staat Bob Dylan opnieuw in de studio. Hij heeft in de krant een artikel gelezen over de dood van een jonge zwarte activist.
George Jackson is op 21 augustus door een bewaker neergeschoten tijdens een opstand in de San Quentin-gevangenis in Californië. Jackson zou drie dagen later  opnieuw voor de rechter moeten verschijnen. Hij zat een gevangenisstraf van achttien jaar uit, omdat hij bij een roofoverval op een benzinestation $71 had buitgemaakt. In de gevangenis was hij lid geworden van de Black Panther-beweging van Malcolm X. Tijdens zijn gevangenschap had hij twee boeken geschreven: Blood In My Eye en Soledad Brother.

Het gebeuren heeft Dylan zo aangegrepen dat hij op 4 november nog eens een heuse protestsong op wil opnemen. Of misschien is het gewoon zijn bedoeling om Weberman de wind uit de zeilen te nemen. 

Hij neemt twee versies op van 'George Jackson': één solo en één met een band. Ook 'Wallflower' komt uit deze sessie.
Met steel gitarist Ben Keith , drummer Kenneth Buttrey en Leon Russell op bas wordt eerst 'Wallflower' op band gezet. Dit nummer blijft in de kast tot het in 1991 wordt bovengehaald voor The Bootleg Series, 1961-1991.
Daarna wordt een lange 'big band' versie opgenomen van 'George Jackson'.

Na afloop zet Bob solo ook nog een kortere, akoestische versie van de protestsong op band.

Beide versies worden samen op 12 november 1971, amper een week na de opname uitgebracht. De single komt op 4 december '71 de Billboard Hot 100 binnen, maar komt niet hoger dan 33.

Vijf dagen later ligt Bob Dylan's Greatest Hits, Volume 2 in de winkels. Op deze dubbel-lp staan naast een pak oudere nummers dus ook een vijftal recente opname, plus een schitterende live-versie van 'Tomorrow Is A Long time' - opgenomen op 12 april 1963 en geselecteerd voor de onuitgebracht live LP.

De foto op de voorzijde van de hoes was getrokken door Barry Feinstein tijdens het Bangla Desh concert. Het is een opzettelijke imitatie van de foto die Rowland Scherman in 1965 maakte voor Greatest Hits Vol. 1.

 

decoration


De verzamelaar komt op 11 december '71 de Billboard-albumlijst binnen en bereikt, als hoogste notering, een veertiende plaats.
In Europa heet de plaat overigens More Bob Dylan's Greatest Hits.
Het is een van Dylans best verkochte platen.


Pas in juli 1972 verschijnt een single met twee nummers uit de Greatest Hits collectie: 'When I Paint My Masterpiece'/'I Shall Be Released'.

De akoestische versie van 'George Jackson' is later ook nog eens uitgebracht op de Australische verzamelaar Masterpieces, maar de 'big band' versie is zeer moeilijk te vinden.

* * *

De driedubbele boxset The Concert For Bangla Desh wordt met heel veel vertraging pas op 20 december 1971 uitgebracht. In Amerika wou Capitol wou de LP niet distribueren indien ze er geen winst aan hadden. Dat was genoeg om zelfs de vredelievende George Harrison woest te krijgen. Iedereen had immers gratis gespeeld en de platenmaatschappij van The Beatles, Apple Corps, had de kosten voor het boekje op zich genomen. En EMI had geen enkel bezwaar gemaakt tegen de Europeese ditributie. Pas wanneer George ermee dreigde naar CBS te stappen, bond Capitol in en gaf $ 3,7 miljoen als vooruitbetaling.

De verdeling van de cassettes en 8-tracks werd toevertrouwd aan Columbia Records, in ruil voor hun toestemming voor het gebruik van Dylans bijdrage, die een hele plaatkant besloeg. Uiteindelijk ontving enkel Columbia $ 0,25 per verkochte LP. Dylan zelf zag daarvan nooit een cent.

Het geheel brengt uiteindelijk iets meer dan $ 15 miljoen op, al zou het door allerhande administratieve beslommeringen jaren duren eer het geld terecht kwam bij de noodlijdende bevolking van Bangla Desh.

 

decoration

10-06-07

Beatles hoezen 9 - Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band

SGT. PEPPERS LONELY HEARTS CLUB BAND


Sgt. Pepper - Peter Blake/Michael Cooper

 

 

 

 

"We begonnen het moe te worden om altijd The Beatles te zijn… Het werd allemaal wat voorspelbaar. Ik stelde daarom voor: 'Waarom doen we niet alsof we aan andere band zijn? Met een andere naam en een andere identiteit, andere persoonlijkheden...Denk u eens in, dan kunnen we een plaat maken alsof we die andere band zijn."

Paul McCartney, 1989.

 

John Dunbar, een vriend van de vier (en de man van Marianne Faithfull), stelde voor om voor de hoes van hun volgende plaat gewoon iets abstracts te kiezen, zonder enige uitleg. Paul vond dat wel erg radicaal.
Hij maakte dan zelf wat schetsen. Het uitgangspunt was een oude foto van de jazz band van zijn vader, Jim McCartney. Op die eerste schetsen stonden de Beatles voor een muur vol portetten van hun helden. Zelf dragen ze lange militaire jassen en hebben allemaal een snor. In hun handen hebben ze koperen blaasinstrumenten.
"Ik stelde me voor dat we waren uitgenodigd bij de burgemeester of zo," legde Paul uit, "met een aantal prominenten en vrienden van ons er om heen. En we stonden allemaal voor zo een bloemenuurwerk en we waren gekleed zoals de leden van een fanfare."
Paul toonde de tekeningen aan een vriend, de gallerijhouder, Robert Fraser. Hij stelde voor om een echte kunstenaar te vragen. Peter Blake bijvoorbeeld. Die had in 1963 de groep al eens uitgebeeld en begon naam te maken binnen de Pop Art beweging.
Fraser en McCartney gingen Blake opzoeken in zijnhuis in West Londen om te zien of hij interesse had. Paul toonde hem zijn schetsen. "Ik kwam met het voorstel om er een levensgrote collage van te maken," herinnert Blake zich. "We bedachten dat we hiermee om het even wie in het publiek konden plaatsen. Dat gaf ons hele nieuwe mogelijkheden."
Het idee om hun eigen publiek samen te stellen werd enthousiast ontvangen en elke Beatle stlde een lijst op met hun "favoriete personen".
Peter Blake legt uit: "Ik vroeg hen een lijst te maken met mensen die ze het liefst in het publiek zouden zien bij dit ingebeelde concert. Johns lijst was het interessants. Hij had Jesus an Ghandi er bij en cynisch genoeg, ook Hitler. Maar dit was pas een paar maanden na de ophef die ze hadden meegemaakt tijdens de Amerikaanse tournee over zijn uitspraak dat "The Beatles groter waren dan Jesus". Dus die vielen er allemaal af.
De lijst van George waren allemaal gurus.
Ringo zei,'Wat de anderen willen is goed voor mij'. Het kon hem niet schelen. Robert Fraser en ikzelf schreven ook wat namen op."

"Ik heb geen idee waar sommige van die namen vandaan komen," beweerde  George Harrison, "Ik geloof dat Peter Blake een paar van die rare kwasten er bij heeft gezet … Ik wou enkel mensen die ik bewonderde. Ik heb er niemand op gezet die ik niet kon uitstaan. In tegenstelling tot wat anderen hebben gedaan."

Michael Cooper was een uitstekende fotograaf en bovendien een zakenpartner van Robert Fraser. Dus kreeg hij de opdracht voor de sessie. Peter Blake en diens vrouw Jann Haworth werkten twee weken aan de collage, in zijn studio. Een ontwerper, Gene Mahon, die was ingehuurd als coördinator van het project, selecteerde de meer dan zestig foto's, die hij bij elkaar zocht in  bibliotheken en tijdschriften. Hij onverzag ook het vergroten en uitknippen. Vervolgens werden de zwart-wit foto's manueel ingekleurden op kartonnen platen gekleefd.

Peter en Jann bevestigden de bovenste rij tegen de muur. De volgende rij kwam daar 15 cm voor en zo verder om diepte in het geheel te krijgen. 

 

Er werden wat wassen beelden gehuurd bij Madame Tussaud en het standbeeld van de bokser Sonny Liston is een kunstwerk van Jann Haworth. Een palmboom en wat favoriete spulletjes dienden als invulling van het decor. John sleepte zijn draagbare TV-set aan, terwijl de biograaf Hunter Davis een beeldje meebracht dat bij Paul thuis op de schoorsteenmantel stond.

Peter Blake vertelt: "De jongen die het bloemstuk op de voorgrond maakte, vroeg of hij een gitaar mocht maken met de hyacinten en het meisje met op haar trui 'Welcome the Rolling Stones, Good Guys' was een pop van Shirley Temple. De trui kwam van Michael Coopers jonge zoon, Adam."

Het vel in de grote trom werd geschilderd door een echte kermisschilder, Joe Ephgrave. Hij maakte eigenlijk twee versies. Het vel dat werd gekozen maakt nu deel uit van de beeldentaal van The Beatles en is waarschijnlijk (op dat van The Beatles, met de lange T na) het gekendste drumvel te wereld.

 

De militair aandoende uniformen die de Beatles dragen werden speciaal voor hen gemaakt door Burman’s Theatrical Agency. "Ze lieten ons foto's zien van de mogelijkheden," herinnert Paul zich, "Wilden we Edwardiaanse kostumes of  kostumes uit de Krimoorlog? We kozen de meest eccentrieke dingen van de verschillende types en combineerden die. … We kozen psychedelische kleuren, in de aard van de fluoriscerende sokken uit de jaren vijftig."

 

De directeur van de platenmaatschappij EMI, Sir Joseph Lockwood had schrik dat de beeltenis van Mahatma Gandhi niet goed zou vallen bij de Indische regering. Die werd daarom op het laatste moment verwijderd. Hetzelfde gold voor Hitler.

Sir Joe realizeerde zich ook dat, omdat vele van de afgebeelden nog in leven waren, ze rechtszaken konden risceren omdat ze geen toestemming hadden verleend om te worden afgebeeld. Dus moest er van iedereen een geschreven toestemming worden gevraagd. Brian Epstein, die zo al vreesde voor complicaties, gaf zijn vroegere assistente Wendy Hanson, de opdracht iedereen aan te schrijven. "Uren heb ik aan de telefoon gehange, met Amerika," vertelde Wendy, "Fred Astaire was alleraardigst; Shirley Temple wou de plaat eerst horen; met Marlon Brando kwam ik goed overeen, maar Mae West vroeg zich af hoe ze in godsnaam terecht kwam in een "eenzame hartenclub"."

Leo Gorcy van de Bowery Boys was de enige die om een vergoeding vroeg. zijn gezicht werd daarom weggewerkt met wat extra blauwe lucht.

The Beatles arriveerden in de studio in de vroege avond van 30 maart 1967. "We dronken eerst wat," vertelt Blake, "Zij gingen zich omkleden en dan deden we de sessie. Alles bij elkaar duurde het drie uur, inclusief de foto's voor de achter- en de binnenhoes."

 

Eigenlijk had een Nederlandse groep, The Fool, een tekening gemaakt voor de binnenhoes.

Miles: "Simon an Marijke schilderden een droomlandschap met gestileerde bergtoppen en wonderlijke vogels. Iets in de aard van een Chineese prent, maar dan eentje gemaakt onder invloed van LSD. In de lucht waren twee, met regenbogen omgeven, ovale panelen uitgespaard voor teksten. Eentje daarvan was gevuld met sterren en kometen. Dan was er ook nog een leeg paneel met een pauw. Kleine figuurtjes van de Beatles piepten van tussen de bloemen en planten. De stijl was Euro-psychedelisch, schatplichtig aan Mucha, Beardsley, art nouveau en 19de eeuwse kinderboek illustraties.

Jammer genoeg klopten de verhoudingen niet, zodat, zelfs met een toegevoegde boord, het geheel amateuristisch overkwam. The Beatles vonden het echter prachtig."

 

pepper -fool

De oorspronkelijke binnenhoes van The Fool

 

 

Maar Fraser had een andere opinie. Hij vond dat het in de toekomst zou worden bekeken als een typisch jaren zestigwerkje, beïnvloed door drugs. Robert stelde een serie portretten voor. Voor de gebruikte foto keken de Beatles allemaal in de camera en trachtten een gevoel van liefde voor hun fans uit te stralen. "Daarom kijken we zo" verklaart Paul "Als je naar onze ogen kijkt, zie je de moeite die we deden om het met onze ogen uit te drukken."

 

 


De binnenhoes van Sgt Pepper fold - Michael Cooper

 

 

John zag het anders: "Wanneer je naar die foto kijkt, zie je twee mensen die zweven en twee die niet zweven."

 

Gene Mahon stelde voor om de teksten af te drukken op de hoes. Dat was nooit eerder gedaan. De muziekuitgeverij van de Beatles, Northern Songs, maakte onmiddellijk bezwaar, omdat dat natuurlijk heel slecht zou zijn voor de verkoop van de bladmuziek.

 


De achterhoes van Sgt Pepper - Michael Cooper

 

The Beatles wilden dat de plaat zou worden geperst op gekleurd vinyl, maar EMI vertelde hen dat dat niet mogelijk was. In plaats daarvan werd, zij het enkel bij de eerste Britse persing, de omslag van de LP versiert met een abstracte tekening in rood, roze en wit. Om die manier droegen Simon en Marijke toch nog iets bij aan het hoesontwerp. 

 


Sgt Pepper inner sleeve - The Fool

 

The Beatles wilden ook nog een zakje bij iedere plaat, met daarin een aantal spulletjes: snoepjes, badges, kleurpotloden en zo. Maar EMI voorzag enorme  problemen en kosten. Dus maakte Blake een kartonnen blad met tekeningen om uit te knippen: een snor, een prentkaart, strepen van een sergant, twee badges en een prentje op voet.

 


Het binnenvel met de spulletjes om uit te knippen - Peter Blake

 

Bij E.M.I. werd geschokt gerageerd op de kostprijs voor deze hoes. Het normale budget voor een hoes in de jaren zestig was £25. Voor belangrijke groepen, zoals The Beatles mocht dat al eens oplopen tot £75. Maar dit... de kosten voor copyright en retouches liepen op tot £1,367.13s.3d. terwijl Robert Fraser aankwam met een kostennota van £1,500.12s.

Peter Blake: "Ik weet niet zeker wat het allemaal samen heeft gekost. Je leest ge gekste cijfers… Ikzelf kreeg zo'n £200. Mensen zeggen me weleens, "Je moet er wel een pak mee hebben verdiend!" Dat is niet zo, doordat Robert het copyright had afgestaan. Maar dat maakt allemaal niet zoveel uit, omdat ik fier ben aan zoiets moois te hebben meegewerkt."

 

Iedereen vond de hoes schitterend. Toch had Brian Epstein zo zijn twijfels. Hij had het zo al moeilijk omdat de Beatles, nu ze niet meer op tournee gingen, steeds minder beroep op hem deden. Daarenboven zag hij de vele verwijzingen naar drugs in Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band. Hij had schrik dat de foto's op de hoes het image van nette jongens, dat hij zo zorgvuldig had opgebouw, nog meer schade zou gaan toebrengen. Hij had daarom graag gehad dat de hele plaat zou worden verkocht in een bruine papieren zak.

 

Zijn angst bleek onterecht, want op 8 maart 1968, tijdens de tiende uitrijking van de Grammy onderscheidingen, werd Sgt. Pepper’s uitgeroepen tot "beste  hoesontwerp van 1967". En ook nog als "Plaat van het jaar", "Beste hedendaagse plaat" en "best opgenomen plaat", maar dat is een ander verhaal.