04-04-08

David Crosby - If I Only Could Remember My Name

11890
 
 

 

David Crosby - If I Only Could Remember My Name

 

 

Er zijn van die platen die door de ene worden aanbeden terwijl de ander het ding enkel als frisbee of onderlegger voor zijn pintje wil gebruiken. Het solodebuut van David Crosby is er zo een. In het Britse muziektijdschrift Mojo werd If I Could Only Remember My Name enkele jaren geleden uitgeroepen tot "lost classic" terwijl het zustertijdschrift Q een heruitgave voorzag van een 1 ster bespreking.

 

De tegenstanders vinden het oeverloos en wazig. Pure improvisaties. Drie van de negen stukken hebben enkel woordenloze zang, terwijl de tekst van een vierde een opsomming is van kathedralen in Frankrijk. Pretentieuze rotzooi.

 

Maar wie wil luisteren hoort een groepje muzikanten die het beste van zichzelf geven, met als enig doel goede muziek te maken. Impressionistische muziek. Woorden zijn overbodig. Je voelt wat er wordt bedoeld.

 

 

In 1970 had Déja Vu van Crosby, Stills, Nash & Young het gat gevuld dat The Beatles en Bob Dylan hadden achter gelaten. Het los-vast collectief samengesteld uit de grootste ego's van The Byrds, The Buffalo Springfield en The Hollies bereikte op korte tijd de status van absolute supersterren. Natuurlijk volgt er dan een live-LP en moet iedereen solo-LP's gaan maken.

 

David Crosby begon in september 1970 aan de zijne. Hij had veel moeite moeten doen om de geluidstechnicus Stephen Barncard te overtuigen om achter de knoppen te komen zitten. "Crosby was erg opgefokt tijdens de opnamen van CSNY," vertelde Stephen Barncard in 2006 Matthew Greenwald. "Hij had weinig respect of geduld met studio assistenten en roadies. Die mensen waren er enkel om hem te bedienen. En natuurlijk waren ze een geschikt doel als er iets mis ging. Ik probeerde me zoveel mogelijk op de achtergrond te houden tijdens de opname van Déjà Vu. Hij zei ook een paar dingen waar ik me niet goed bij voelde. Ik zwoor zelfs nooit meer met hem samen te werken. Maar ik wist niet dat hij zijn vriendin verloren had."

 

Inderdaad, in de herfst van 1969, vlak voor de opnamen van start gingen, kwam Crosby's vriendin Christine Hinton om bij een auto ongeval. Hij was er kapot van en zocht zijn toevlucht in grote hoeveelheden drugs.

 

 

De opnamen vonden plaats in Wally Heider's studio in San Francisco, de studio waar CSNY hun plaat ook hadden opgenomen. Naar verluidt hadden ze daar 800 uur voor nodig gehad - ongeveer evenveel tijd als Bob Dylan in de studio heeft doorgebracht tussen 1962 en 1992.

 

 

Orleans

 

Die eerste avond zette David Crosby 'Orleans' op band. De Cross speelde  akoestische gitaar en voegde daar vele lagen zang aan toe. "Paul Kantner had het mij geleerd," weet David Crosby. "Het is een Frans kinderliedje: een serie namen van kathedralen in Frankrijk. Ik hield van het gitaardingetje dat ik er voor bedacht had: het fingerpicking melodietje dat de zang volgt. Het waren twee zes snarige gitaren en ik speelde ze allebei - dat is het Mormon Tabernacle Dave."

 

Eigenlijk heeft hij enkel het refreintje overgehouden van een aftelrijmpje, daterend uit de tijd van Jeanne d'Arc: 'Le Carillon de Vendome'.

 

Barncard was overdonderd. "Ik ben blij dat ik het hem gedaan. Het bleek dat David in een erg gelukkige periode was gekomen en hij was erg vriendelijk voor mij. Het was het begin van onze vriendschap en alle avonturen die zouden volgen.

Man, echt, het was angstaanjagend.... De beste muziek die ik ooit heb gehoord, laat staan aan mee heb gewerkt. Een van de eerste dingen die we deden was 'Laughing' of 'Orleans'. Enkel hij en zijn akoestische gitaar. We stapelden laag na laag zang en gitaar op elkaar en het klikte. We wisten meteen dat we iets speciaals hadden. Hij stond te huppelen van blijdschap."

 

 

De San Francisco scène

 

"In het begin was het kalm," herinnert Barncard zich.  "Er hing niet veel volk rond. Meestal alleen [mijn assistente]  Ellen [Burke] en ikzelf. David zat in een stoel met een akoestische gitaar en speelde.

Het was wel een beetje hectisch omdat ik dubbele shiften draaide. Overdag was ik American Woman van the Grateful Dead aan het mixen. We begonnen omstreeks 10 in de ochtend en gingen de hele dag door. Ik nam een pauze, kookte iets te eten op een vuurtje daaren dan tegen zeven 's avonds had ik alles klaar. Om 19:15 kwam  David binnen met een glimlach van oor tot oor. Het was zoveel meer ontspannen dan Déjà Vu was geweest. Daar had de druk echt op de ketel gestaan, maar het was dan ook ongelofelijk - die kerels konden wat."

 

Al meteen vanaf de opening van de Wally Heider's studio in april 1969 was het een plaats waar muzikanten graag rondhingen. De bands uit The Bay Area van San Franscisco hadden allemaal hun wortels in het hippie tijdperk. Met die achtergrond werd het dan ook heel normaal geacht om mee te spleen op mekaars platen.

 

Samen met Paul Kantner was Crosby een van de drijvende krachten achter het Planet Earth Rock and Roll Orchestra (PERRO). Dat was een wisselend groepje muzikanten uit de buurt die afgesproken hadden om telkens wanneer mogelijk samen platen te maken, los van hun eigen bands. Er zijn een aantal bootlegs in omloop van meestal nogal zweverige jamsessies van dat collectief opgenomen in Heider's in '70 en '71.

 

Maar terwijl de geïnspireerde magie die in die sessies sporadisch werd bereikt meestal beperkt bleef tot een track hier en daar kwam het allemaal samen tijdens de opnamen van Crosby's solo-debuut.

 

Barncard opnieuw: "Leden van the Grateful Dead en the Airplane begonnen langs te komen. Het was interessant om te zien hoe die lui bijna op afroep klaar stonden voor David. Ze stonden echt vol bewondering voor de nieuwe paden waarop David hen voorging. De chemie was zo goed en de songs zo fantastisch dat ze met plezier bleven rondhangen. Dus werd iedere nacht een feest. Soms waren het alleen David en ik, maar soms waren er wel tien mensen. Graham Nash was er ook dikwijls.

 

De beste artiesten van de locale scène kwamen Crosby ter hulp: Jerry Garcia, Phil Lesh, Mickey Hart en Bill Kreutzmann van the Grateful Dead; Grace Slick, Paul Kantner, Jorma Kaukonen en Jack Casady van Jefferson Airplane; Gregg Rolie en Michael Shrieve van Santana; David Frieberg van Quicksilver Messenger Service; Graham Nash en Neil Young; plus vanuit Los Angeles, Crosby ex-liefje Joni Mitchell.

 

"Zonder die mensen had ik die plaat nooit kunnen maken," gaf Crosby in 1995 toe aan Steve Silberman. "Jerry [Garcia] was practisch mede-producer. Hij was er zo vele nachten. Hij gaf zoveel van zichzelf aan die plaat. Hij was uiterst vrijgevig. Dat waren ze eigenlijk allemaal. Het was een gezamenlijk project van de hele stad, bijna. Het was een grap om dat een "solo plaat" te noemen.

Er waren geen regels.

Omdat het grote geld binnen kwam door Crosby, Stills, Nash, and Young, kon ik het me veroorloven om ieder avond Wally Heider's studio af te huren. Om het even wie kwam opdagen, we konden altijd iets proberen. Paul [Kantner] kwam, Grace [Slick] kwam, [Graham] Nash, Neil [Young], Jerry [Garcia], Phil [Lesh], Casady en [Jefferson Airplane gitarist] Jorma [Kaukonen]. Allemaal kwamen ze langs.

We deden maar wat en als je zomaar wat doet met zulke krakken van spelers en zangers dan heb je wat, als je  geduld hebt. En we hadden geluk. Ik ben nog net even fier over die plaat als over om het even wat ik verder nog heb gedaan.

 

Ik was nogal emotioneel toen. Ik woonde op mijn boot in Sausalito. Ik had me helemaal om de muziek gestort zodat dat andere - Christine - me niet kapot zou maken. I moest gewoon voortdurend werken, dus schreef ik de hele tijd. En als ik niet aan het schrijven was dan was ik aan het opnemen. En als in niet aan het opnemen was, dan probeerde ik ergens mee te spleen. Dat was mijn enige houvast. Dus was ik overal tegelijk."

 

 

Laughing

 

Een goed voorbeeld van de samenwerking met al die muzikanten is 'Laughing'. 

De song was Crosby's reactie op het gedweep van The Beatles en dan vooral George Harrison met de  Indische  guru  Maharishi Mahesh Yogi. "Ik wou hem zeggen dat niemand het "antwoord" in pacht heeft", legt Crosby uit, "en dat de mensen die beweren dat ze alle antwoorden weten je meestal proberen te manipuleren." 

 

Stephen Barncard was opnieuw erg onder de indruk: "De meest magische track van allemaal; het ging zo snel, dat ik me weinig herinner van de opname of het mixen. Het gebeurde op een dag of twee. Ik had er toen geen idee van dat Crosby dit en andere nummers al jaren achter de hand hield, wachtend op het juiste moment."

 

Inderdaad, op 28 maart 1968 had hij er al een versie van opgenomen in Hollywood Recorders, L.A. Die dag nam hij met de hulp van Elektra producer Paul Rotchild en studiotechnicus Bruce Botnick een aantal demo's op voor een mogelijke soloplaat: 'Tamalpais High',  'Games', 'Kids Ands Dogs' en 'Laughing'. De demo van 'Games' werd in 2006 uitgebracht op de boxset Voyage.

 

In september 1969, nog steeds op zoek naar een solo deal, legde hij een tweede solo versie van 'Laughing' vast in Heider's studio in Hollywood. Later probeerde hij vergeefs om zijn CSNY partners warm te overtuigen om het nummer op te nemen. Wel bracht hij het nummer solo tijdens de tournee van de groep in de zomer van 1970. Een live versie van het nummer werd in 1992 als bonus track toegevoegd aan Four Way Street.

 

Hoewel op de doos van de master tape voor 'Laughing' "11/3/70" staat aangegeven meent Barncard dat op die datum de track enkel is afgewerkt. Op de basistrack in september speelden Crosby en Garcia elektrische gitaren (respectievelijk een holle Gretsch en een Gibson SG), Phil Lesh op zijn originele Alembic bas en Bill Kreutzmann op drums. "Ik ben er zeker van dat ze het een keer of drie - vier doorliepen voor we opnamen," meent Barncard. "Het was niet een van die spontane melodieën; ze moesten er aan werken om het goed te doen, want er zitten een paar moeilijke overgangen in. Garcia speelde weinig op de basic track - enkel wat passende kleine riffs."

 

De echte klasse kwam tot uiting in de overdubs. Eerst voegde Crosby een heldere 12-snarige akoestische gitaarparij toe op spoor 1.

Daarna haalde Jerry Garcia zijn steel gitaar boven voor een prachtige solo. "Gewoon buitenaards," lacht Barncard. "Het stond er in één keer op. Absoluut prachtig."

Ook Garcia zelf is erg trots op zijn bijdrage: "Ik speelde veel steelgitaar in die periode, maar het beste wat ik ooit heb gedaan was op Crosby's soloplaat. Ik hou van wat ik toen heb gedaan in het algemeen. Maar vooral van die pedal steel op 'Laughing.' Dat was van het mooiste en het meest geslaagde van wat ik toen wou bereiken."

 

Als Crosby op dreef was werkte hij snel. De waterval van meerstemmige zang legde hij nog diezelfde sessie vast. "Hij had een uitsekend oor en zong dat, verdubbelde het, misschien nog een keer en dan naar het volgende stuk en dan weer verder," zegt Barncard bewonderend. "De zang op dat nummer is zeker zo goed als om het even wat hij met Stills en Nash heeft gedaan. Ongelofelijk."

 

Alle sporen waren vol toen Joni Mitchell nog een kleine maar belangrijke bijdrage moest leveren. "Ik voegde daarom Joni's doublering van 'In the sun...' toe op een van de twee bassporen van Phil," verklapt Barncard. "Tijdens het mixen moest ik enkel het niveau wat bijstellen."

 

Crosby: "Dat was echt prettig werken. Het is echt geslaagd - Lesh, waw, hij spelt prachtig op dat nummer; Het is zo mooi. Maar los daarvan, het is echt een buitengewoon stukje waar we die zang hebben aan het einde. Er was veel volk, maar Joni's bijdrage valt altijd weer op . . . het werd prachtig. Ik hou van dat nummer, waar het voor staat en van die aanzwellende zang aan het einde."

 

 

 

Tamalpais High (At About 3)

 

Het woordenloze 'Tamalpais High (At About 3)' verwijst naar een school in de buurt van de studio. Crosby had de gewoonte omstreeks 3 uur in de namiddag even naar de school te rijden. Vanuit zijn auto kon hij dan kijken naar de schoolmeisjes die na afloop van de lessen naar buiten kwamen.

 

De basistrack werd tijdens de PERRO sessies in november 1969 opgenomen met Jefferson Airplane gitarist Jorma Kaukonen en de ritmesectie van the Grateful Dead. Er bestaan twee outtakes, waarvan er eentje zelfs meer dan 9 minuten duurt.

 

Crosby had er geen tekst bij. "Daarom probeerde ik mijn stem te gebruiken alsof het een blaasinstrument was. Ik denk dat ik dat deed voor 'Song With No Words'. Ik had die twee voor ik aan de plaat begon. CSNY hadden er niks mee. Nash begreep het wel, maar Stephen en Neil snapten het toen niet. Dus deed ik deze eerst. Ik vond het gewoon magisch."

 

Stephen Barncard legt uit: "De basic tracks zijn eigenlijk opgenomen door de gasten van RCA: Maurice Iraci en Allan Zentz. Ik nam de stemmen op en voegde de overdubs van Garcia toe. En mixen natuurlijk."

 

 

Song With No Words (Tree With No Leaves)

 

Crosby bood 'Song With No Words' eerst aan voor Déja Vu.  Op de CSN box set staat een voordien onuitgegeven versie van Crosby en Nash, live opgenomen in de studio op 17 november 1969. Zoals de titel aangeeft is er geen tekst, maar dat is ook niet nodig. De emoties komen zo ook wel over.

 

De basis voor de LP versie werd gelegd tijdens de PERRO sessies. De basistrack werd opgenomen met leden van Santana, Grateful Dead, Jefferson Airplane en CSN&Y.

 

"Nash en ik hebben dat nummer zo vaak gezongen," weet Crosby. "Maar die opname was een van mijn mooiste ervaringen ooit in de studio. Dat was de kern van die plaat en die periode. Door de aanwezigheid van al die mensen uit al die verschillende groepen aan dat ene nummer. Gewoon fantastisch..

 

Tijdens de sessies in de herfst van 1970 werkte David de track af met overdubs van akoestische gitaar en woordenloze zang.

 

 

Music Is Love

 

Een ander nummer dat tijdens de sessies voor Déja Vu werd uitgeprobeerd is 'Music Is Love'. Op 23 augustus 1970 wou David (in de A&M studio C in LA ) iets tonen aan Graham Nash en Neil Young op zijn akoestische 12-snarige gitaar. Terwijl hij bezig is pikken de anderen melodie op en slaan aan het improviseren, zelfs met wat zang.

 

Wanneer David weg is, werken de anderen er aan door. Neil voegt nog wat conga's en xylofoon toe en samen met Graham werkt hij het af met een mix. 

 

Tijdens een van de eerste sessie voor de solo-LP brengt Graham die mix mee. David is totaal verrast. Hij had er nooit meer aan gedacht.

 

David Crosby: "het geeft perfect de sfeer van die plaat weer. Het is niet eens echt een song, gewoon steeds weer het herhalen van een "refrein" tot het uiteindelijk afbreekt. We krijgen nog een stukje van een "strofe"...  en dan...  is het gedaan. Niks is perfect op deze plaat, niks kapot gerepeteerd. Iedereen speelt gewoon wat hij voelt."

 

Wanneer Stephen Barncard een nieuwe mix wil maken, merkt hij dat de 8 sporen banden niet allemaal gelijk beginnen. Daardoor ontstaat een fazerend effect. Crosby is meteen helemaal wild van dat effect. Zo wil hij het op de plaat.

Het nummer wordt zelfs als single uitgebracht en bereikt de Amerikaanse top 100.

 

De oorspronkelijke mix wordt in 1991 uitgebracht op de CSN box set.

 

 

Cowboy Movie

 

Met meer dan acht minuten is 'Cowboy Movie' het langste stuk op de plaat. In dat nummer levert David commentaar op de spanning binnen CSN&Y. Zonder enige repetitie zette hij het in twee takes op band. David Crosby zorgt samen met de ritmesectie van the Grateful Dead voor een stevige fundering, zodat Jerry Garcia volledig loos kan gaan met verschillende gitaarsolo's.

 

David ging zo op in de muziek dat hij vergat in de microfoon te zingen. De zang moest daarom achteraf als overdub worden toegevoegd.

 

In 2006 werd op Voyage, de box set van David Crosby de extra lange studio versie van 10:59 uitgebracht. Daarvoor werd Crosby's overdubde zang van de tweede take gesynchroniseerd met de langere, eerste, instrumentale take.

 

 

I'd Swear There Was Somebody Here

 

Het kortste daarentegen is dit a capella werkje. "Het was erg laat," herinnert Barncard zich, "we waren helemaal alleen in Heider's studio A: ik en Croz en Ellen Burke."

 

"We waren op aan het warmen voor iets anders," weet David zelf, "En ik vroeg aan Stephen om de spectaculaire echoruimte aan te schakelen... Ik wou wat spelen met de echo. Ik had flink was straf spul gerookt en opeens had ik het gevoel dat Christine daar. Haar geest was in de kamer en het was een erg sterke aanwezigheid. En toen begon ik dat te zingen. Het zijn zes verschillende dingen elk zo'n minuut of twee lang. Op minder dan een kwartier stond alles er op. Ik deed het ene na het andere. Pure improvisatie. Erg spookachtig, maar ook een van de mooiste stukjes muziek die ik ooit bedacht."

 

 

Traction in the Rain

 

Crosby gaat een duel aan met zichzelf. Meerdere lagen akoestische gitaar, aangevuld met live zang en Laura Allen op autoharp. De opname werd dan overgezet op 8 sporen zodat Crosby, Nash en Allan nog meer zang konden toevoegen.

"Niemand kan een akoestische gitaar opnemen zoals Stephen Barncard," prijst David zijn geluidstechnicus. "Hij krijgt echt het beste geluid dat ik ooit heb gehoord."

 

 

What Are Their Names

 

Het laatste nummer werd ook weer live bedacht en opgenomen. David Crosby, Jerry Garcia, Neil Young en de ritmesectie van de Grateful Dead improviseren er op los.

 

De volgende dag schrijft David de tekst op een enveloppe in het vliegtuig. De tekst is typerend voor die tijd: "What Are Their Names". Wie zijn  de mensen die de touwtjes in handen hebben? Welke onzichtbare elite die heerst over America?

 

Diezelfde avond proberen ze zoveel mogelijk volk bij elkaar te brengen in Studio D voor de opname van het meezing refrein: naast David Crosby, Jerry Garcia, Phil Lesh, David Freiberg en Graham Nash zijn er ook nog Paul Kantner, Joni Mitchell en Grace Slick. Een echte PERRO sessie dus.

 

 

Outtakes

 

Naast de tracks die voor de plaat werden geselecteerd zijn er ook nog een heel pak outtakes. De meeste daarvan zijn pure improvisaties. Dikwijls met niet meer dan één of twee regels zang die regelmatig worden herhaald. Alles samen omvatten ze meer dan 4 uur materiaal.

 

Een groot deel daarvan werden in januari 1971 door David Crosby en Stephen Barncard overlopen, geordend en gemixt. Ze maakten vier banden van telkens 20 minuten. Dit werden de legendarische PERRO tapes. De banden werden door Graham Nash meegenomen en bij hem thuis bewaard. Voor het samenstellen van de CSN box werden alle dozen van alle betrokkenen terug opgediept. In een van de PERRO dozen werd zelfs nog een gevuld hashpijpje aangetroffen.

 

Een van die outtakes werd legendarisch: 'Kids and Dogs'. De lange improvisatie van David, met een glansrol voor Jerry Garcia dreigt elk moment om te slaan in een prachtig nummer, maar raakt er nooit helemaal

Het werd in 2006 als bonus track toegevoegd aan de heruitgave op cd van If I Could Only Remember My Name.

 

 

If I Could Only Remember My Name

 

De banden werden in november 1970 gemixt door Stephen Barncard en op 22 februari 1971 werd If I Could Only Remember My Name uitgebracht door Atlantic, de maatschappij waarbij ook Crosby, Stills And Nash waren ondergebracht.

     

Zoals al eerder aangehaald waren de reacties erg uiteenlopend. Zowel het toonaangevende Rolling Stone als Village Voice bijvoorbeeld moesten er absoluut niks van hebben. Maar in de nasleep van het succes van Déja Vu behaalde de plaat toch een mooie twaalfde plaats in de Amerikaanse top 30.

 

In oktober 1990 werd de plaat voor het eerst uitgebracht op cd. Stephen Barncard zorgde voor de remaster. Daarna werd het erg moeilijk op de cd te pakken te krijgen tot in november 2006 een HDCD verscheen. Daarbij zat als bonus een tweede DVD Audio schijfje geremixt voor 5.1 digital Surround Sound. Op beide cd's staat dus ook 'Cats and Dogs' als extra track.

 

Door zijn hedonistische levenswijze zou het achttien jaar duren eer David met zijn volgende solo-LP naar buiten kwam: Oh Yes I Can. Maar er was een gevangenisstraf wegens verboden wapenbezit voor nodig eer hij zijn leven terug op het rechte spoor kreeg.

 

 

photo_crosby

 

13-03-07

Joni Mitchell - Hejira

Joni Mitchell - Hejira

 hejiraTelkens Joni Mitchell met problemen werd geconfronteerd, ging ze haar geluk elders zoeken. Maar in het voorjaar van 1976, met een turbulente relatie die op de klippen was gelopen en teveel drugs in haar aderen, trok ze vol overtuiging op weg.

"Ik liep weg van de liefde, ik wou weg van de waanzin en ik zocht iets dat zin gaf aan alles," zegt ze. "De weg werd een metafoor voor mijn leven."

En het werd de inspiratie voor een plaat, die voor vele van haar fans en critici als haar meesterwerk wordt beschouwd. De negen nummers van Hejira vormen een opmerkelijk en persoonlijk verslag van een nomadische, romantische dromer. De plaat staat vol verhalen over gedoemde liefde, dansvloeren in baancafe's in de vroege uurtjes, dromen over trouwjurken, gemiste kansen en een diep verlangen om te ontsnappen en opnieuw te beginnen.
 Mitchell zelf is er niet van overtuigd dat Hejira de beste van de 22 platen is, die ze in haar veertig jaar durende carriere heeft gemaakt. Ze wil daarin geen keuze maken, maar ze is er zich wel van bewust dat Hejira een plaat is die niemand anders had kunnen maken.  "Ik denk dat veel mensen wel een aantal van mijn oudere nummers hadden kunnen schrijven, maar ik heb het gevoel dat de nummers op Hejira alleen maar door mij hadden kunnen worden geschreven."

De verhalen die ze vertellen zijn zo levendig, de observaties zo puur en de landschappen zo beeldend dat Kris Kristofferson haar ooit aanspoorde om "zichzelf wat meer te beschermen... nog wat achter te houden voor zichzelf uit het zicht van de fans."

Maar  Mitchell zegt dat te biecht gaan bij zichzelf, hoe riskant en onthullend ook, essentieel was voor haar schrijfstijl in die periode. "Mijn nummers zijn altijd autobiografischer geweest dan die van de meeste anderen," zegt ze. "Je moet er wel eerlijk in zijn. Ik was net terug aan het keren naar het normale, na de uitersten van een zeer abnormale geestesh-gesteldheid toen ik het merendeel van die nummers (op Hejira) schreef. Wanneer het leven interessant wordt, wordt ik zeer alert. En het leven was erg interessant, toen. Ik denk dat, dat het schrijven op een hoger niveau heeft gebracht."
 Muzikaal gaf Hejira aan dat Joni Mitchell een nieuwe richting was ingeslagen na de twee jazz-getinte, maar radio-vriendelijke platen die er aan vooraf waren gegaan. Geen makkelijk meezingbare melodieën meer, weg de  conventional formaten en de vrolijke blazers die ze gebruikt had als flirt met de Top 40 op Court and Spark uit 1974 en The Hissing of Summer Lawns uit 1975. In plaats daarvan kwamen spaarzame ritmes, wollige gitaarakkoorden en de briljante toets van Jaco Pastorius z'n fretloze bas. Samen creëren ze een onbeschrijfelijk muzikale palet dat even wijds is als de snelwegen die ze in haar nummers bereist.
Ook met haar teksten sloeg ze nieuwe wegen in. Ze maakte maximaal gebruik van de vrijg-heden die de losse structuren haar boden. Ze geeft haar woorden een eenvoudige directheid en poetische schittereing die ze zelden heeft bereikt in haar muziek daarvoor of daarna. "Wat mij betreft, vind ik het hele Hejira album erg geïnspireerd," zegt Mitchell. "Er is een ongebondenheid, zeker, maar er valt ook heel wat te ontdekken onderweg."

Joni Mitchell vertelt dat de nummers van Hejira werden geschreven tijdens of na drie reizen die ze maakte in het najaar van 1975 en de eerste helft van 1976.
 rollingDe eerste was een Bob Dylans Rolling Thunder Review. Zijn zigeunerachtige, van drugs doordongen circus trok in de herfst van 1975 door de noordelijke staten van Amerika. Iedereen die er zin in had mocht meedoen. Joan Baez, Mick Ronson, Roger McGuinn, T-Bone Burnett, Ronee Blakely, Allan Ginsburg en vele anderen trokken mee rond. Joni haakte half november in en trok mee tot het einde, een maand later. De eerste dagen bracht ze twee nummers uit The Hissing Of Summer Lawns: 'Edith And The Kingpin' en 'Don't Interrupt The Sorrow'. In Boston begon ze een nieuw nummer, dat enkele dagen later al voor het eerst live werd gebracht: 'Coyote'. Daarin vertelt ze hoe ze in een café werd lastig gevallen door een vent, die haar herinnerde aan een prairiehond die ze in haar jeugd zag, spelend met een prooi. Tussendoor zijn er beelden van de wereld gezien uit een rijdende bus: een boerderij in brand en vooral de eindeloze witte lijnen van de autostrade.  Maar er zijn nog andere witte lijnen in deze tour. Cocaine was overvloedig beschikbaar. "Ik begreep dat je er niet lang nuchter kon blijven - je zou er de enige zijn," legt ze uit. "Het was gewoon waanzin!" Al heel snel was ze een geregeld gebruiker. "Een veranderd bewustzijn is erg verlokkelijk voor een schrijver. Ik schreef een aantal goede dingen, vind ik, door de  cocaïne [maar] het is zeer slecht voor je hart -- het vreet al je energie op en stopt het in je hersens." Terugkijkend meent ze dat de drugs tegelijk een "fantastisch en rampzalig" effect hadden: "Ik leed aan vreselijke slapeloosheid , maar ik schreef heel lange gedichten." Eentje daarvan is 'Song for Sharon', voor velen het meesterwerk van Hejira."… Sharon, Ik liet mijn man achter in een gat in North Dakota, en ik kwam naar de Big Apple hier om geconfronteerd te worden met het mislukken van de droom." Ze geeft heel wat van zichzelf bloot aan Sharon. Ze denkt er zelfs over, toe te geven aan de verleiding om alles op te geven, te trouwen en het soort leven te gaan leiden, dat Sharon schijnt te hebben. Het nummer duurt acht en een halve minuut, maar geeft helemaal niet die indruk. Zo gaat het op in haar bezorgdheden en verlangens die eigen schijnen aan haar zwervend bestaan. "Er is zo'n wereld aan goede doelen," zingt ze, "en mooie landschappen te ontdekken... maar wat ik nu zou echt willen is een nieuw lief."  Ze begon het nummer te schrijven na een boottochtje van Staten Island naar New York City. "Ik ging naar Staten Island, Sharon / Om een mandloine te kopen / En ik zag een lange witte liefdesjurk / Op een mannequin in een winkel." Stan Jay, de uitbater van de Mandolin Brothers instrumentenwinkel vertelt dat Joni er een Gibson K-4 mandocello kocht, gebouwd omstreeks 1915. Het is een grote versie van de Gibson F-4 mandoline. Daarnaast kocht ze ook een Martin 000-28 herringbone gitaar uit datzelfde bouwjaar.  De laatste concerten van de Rolling Thunder revue vonden plaats in New York, met op 8 december het slotconcert  tijdens de Night Of The Hurricane in Madison Square Garden.   Nog voor Kerstmis waren er al plannen om opnieuw op tournee te gaan, nu ter promotie van The Hissing Of Summer Lawns, dat goed begon te verkopen. De L.A.Express werd opnieuw opgetrommeld voor een tweede tournee als begeleidingsband van Joni.  De tournee begon in de universiteit van Minnesota op 16 januari. Joni speelde haast alle nummers van Hissing, aangevuld met enkele van haar klassiekers als 'Big Yellow Taxi' en ''Real Good For Free', de twee nummers van de vorige tournee die nog niet op plaat stonden ('Jericho' en ''Love Or Money'), plus vier nieuwe nummers. Dat waren 'Furry Sings The Blues', 'Coyote', 'Don Juan's Reckless Daughter' en 'Talk to Me'. Die laatste twee zullen pas in december '77 worden uitgebracht op Don Juan's Reckless Daughter.   Tijdens het optreden in Boston vertelde ze: "Het eerste van deze nummers kwam tot me toen ik hier in november passeerde. Het heet 'Coyote'. Het tweede is een vervolg en heet 'Don Juan's Reckless Daughter'." Daarna speelde ze beide nummers achter elkaar. De tour liep verder in februari in steden in het noordoosten zoals Boston, Philadelphia en New York. Na zes weken kwam er in Madison, Wisconsin echter een tumultueus einde aan. Mitchell sukkelde al een paar dagen met een zware verkoudheid, die zeker niet werd verbeterd door het zeer slechte weer. En misschien als gevolg van die spanningen besloten Joni en haar vriend, John Guerin (drummer van de L.A. Express), definitief een punt te zetten achter hun stormachtige relatie.  Nadat de "krachten die samenspanden om de tour te verstoren" de strijd hadden gewonnen bleven Joni en de fotograaf Joel Bernstein achter. Die nacht vroor het nabijgelegen meer dicht. Joni leende een paar schaatsen van een zwarte. Gekleed in een lange zwarte rok en een pelsen cape trok ze met Bernstein naar het meer. Ze troseerde de bitter koude wind en maakte wat rondjes terwijl de fotograaf klikte.  Terug in de hacienda in Spaanse stijl die ze een jaar eerder in de Bel Air sectie van L.A.had gekocht, was het leeg zonder haar vriend. Joni zocht een schuilplaats in het huis van Neil Young aan de kust. Ze was er pas een paar dagen toen twee vrienden langskwamen. Een daarvan was een oud-lief uit Australië. Die vertelden dat ze naar Maine, in New England, moesten om de dochter van een vriend gaan oppikken, die daar bij haar grootmoeder verbleef. Joni bood aan hen te brengen, met haar eigen auto. De tocht dwars door de Verenigde Staten trok haar wel aan. 
Mitchell zette hen af in Maine en reed dan verder langs de kust tot Florida, rond de Golf van Mexico en dan door het Zuidwesten, over de Blue Highway US 80 terug naar Californië. "Ik reed zonder rijbewijs," blikt ze terug. "Ik moest voortdurend achter vrachtwagens blijven hangen. Die geven mekaar signalen wanneer er ergens politie staat. Ik kon dan ook alleen overdag rijden, om problemen te vermijden."

In het Zuiden, waar hard de radio haast uitsluitend hard rock en country draait, was Mitchell zo goed als volslagen onbekend. "Dat was een opluchting. Zoals in het sprookje van de Prins en de Bedelaar kon ik er aan mijn bekend zijn ontsnappen door een valse naam te gebruiken. Ik kon er gewoon met iedereen omgaan zonder op te vallen." Bovendien was het, het jaar van de Bi-centennial viering en overal waren er feesten en festivals.  In 'Refuge Of The Road' zingt ze over een bezoek aan Chögyam Trungpa Rinpoche. Deze zenmeester was de elfde reïncarnatie van de Boedistische lama Trungpa Tulku. Maar hij was het zwarte schaap van de zenmeesters: een stevige drinker die achter de vrouwen aanzat. Toch had hij overal in de Verenigde Staten centra gesticht en Mitchell is waarschijnlijk in eentje daarvan, in Vermont of in Boulder, een paar dagen gestopt.  Ze vertelde later dat ze hem misschien maar drie keer heeft bezocht, maar niettemin als een zeer invloedrijk leraar beschouwt. Hij kreeg haar zo ver, vertelt ze, dat ze drie dagen lang zonder zelfbewustzijn leefde. Een mooie ervaring vond ze.  'Amelia' is een verwijzing naar Amelia Earhart, een Amerikaanse vliegtuigpilote. Nadat ze, als passagier weliswaar, in 1928 de eerste vrouw was geweest, die de tocht over de Atlantische Oceaan had meegemaakt, zette haar zin erop om dezelfde tocht zelf ook te doen. Dat lukte in 1932. Daarna maakte ze de nog langere vlucht van Hawaii naar Californië om dan haar zinnen te zetten op een vlucht rond de aarde. Daarbij verdween ze, met haar tweepersoonsvliegtuigje, ergens boven de Stlle Oceaan. 

In Memphis, Tennessee ziet ze de bijna tachtigjarige blueszanger Walter "Furry" Lewis optreden. Ze vindt dat de man beter verdient dat de sjofele club in het aftandse Beale Street. Ze gaat hem achteraf opzoeken en hij vertelt haar dat hij haar niet mag. Wanneer zij dat later verwerkt tot 'Furry Sings The Blues' vindt de oude man dat hij recht heeft op een minstens een deel van de royalties… omdat zijn naam wordt vernoemd.
 "De plaat werd voor het grootste gedeelte geschreven tijdens de reis met de auto. Daarom zijn er geen piano- nummers..." Zes van de negen nummers van Hejira werden tijdens deze trip geschreven. De plaat zou oorspronkelijk dan ook Travelling heten. "Dat zou een geweldig memorabele naam geweest zijn," lacht ze nu.
Op zoek naar een gepaste titel voor één van de nummers, stootte ze in een woordenboek op het woord "hejira". Dat is een Islamitische term voor exodus of breuk met het verleden. Mohammed moest weg uit Mecca - het betekent een droom verlaten, zonder schuld. "Ik had moeite om een titel te vinden voor dat nummer," zegt ze. "Het idee van een eervol vertrek vatte goed het gevoel waarnaar ik op zoek was."
Het werd de titel van het nummer en - zeer tegen de zin van de platenmaatschappij, die iets minder cryptisch wilden -  ook de naam van de plaat.

Op 15 mei is ze er terug bij wanneer het tweede luik van de The Rolling Thunder Revue wordt afgesloten in de State School for Boys in Gatesville, Texas. Tijdens het concert dat wordt gefilmd voor Bob Dylan's Hard Rain special, zingt Joni twee nummers: 'Black Crow' en 'Song For Sharon'.  Joni nam Hejira op in de zomer van 1976, met een aantal van de muzikanten waarop ze al een beroep deed sinds 1973. Maar deze keer wilde ze een ander geluid: broeieriger en minder uitgelaten. Ze wou muziek die een weergave was van de nummers die ze onderweg had geschreven. Vele nummers gaan over berusten in het feit dat je geen familie hebt.  Toen de nummers op band stonden, vertelde iemand haar over een bassist die ze absoluut moets horen: Jaco Pastorious. Het klikte onmiddellijk tussen de twee. Joni was dan ook al jaren op zoek naar een bepaald basgeluid, vooral op de onderste snaren van het instrument. "Jaco deed precies dat waarvan ik alleen kon dromen toen ik hem leerde kennen. Ik vroeg altijd aan bassisten om iets speciaal te doen en zij vertelden mij steeds weer, 'dat kan niet op een bas'” Ze liet hem zijn spel als overdubs toevoegen aan vier nummers.  Voor de hoes werd eerst gedacht aan één van de foto's uit februari, op het meer. Eentje waarbij Joni leek op een kraai, met gespreide vleugels. Toch vond ze dat de foto niet genoeg de sfeer weergaf van de thema's: "melancholie en beweging" en "een romantische winter". Joni had een idee. De kunstschaatser Toller Cranston werd gecontacteerd. De winnaar van een bronzen medaille intrigeerde haar, met zijn dramatische, expressieve stijl. Een hockey arena werd gehuurd en er werd een autostrade op uitgetekend. De randen werden met mist weggemoffeld. Een figurante, in een trouwjurk moest met Toller wat romantische poses aannemen, terwijl Joni, de autoweg afschaatste, naar de horizon. Zij werd achterna gezeten door door haar chauffeur, die haar volgde met haar "overtollige bagage". De foto's leverden in interesante serie op, maar gaven nog geen voldooening.  Fotograaf Norman Seeff (die haar al vaker had geportreteerd) werd erbij gehaald om Joni te trekken, "gejaagd, als een (Ingmar) Bergman figuur."  Uiteindelijk kwamen alle ideeën samen. Met een speciaal instrument, een Camera Lucida (Lucy) werden 14 foto's uit de diverse sessies samengebracht. Sommige vergroot, andere verkleind. Allemaal werden ze terug tot één negatief samengebracht: één grote foto met alles op zijn plaats, in de juiste verhoudingen. Met airbrush werden de randjes verdoezeld en de lichtbronnen uitgevlakt. "Als ik het als een collage had gedaan, zou het er allemaal veel primitiever hebben uitgezien," vertelt ze. "Op deze manier was het veel meer afgewerkt. Het is precies één foto!"  Op 20 november traden Joni en Jaco voor het eerst samen op, in Sacramento, Californië, tijdens het Walvissenbenefiet van gouverneur Jerry Brown. Ze zette er een fantastische set neer met Bobbye Hall op congas en Jaco op bas. Jonis solo akoestische versie van 'Song For Sharon' was een overweldigende triomf en zij keerde later nog eens terug om Fred Neil bij te staan bij diens 'The Dolphins'.  Twee dagen later, op 22 november 1976, werd Hejira uitgebracht.  Drie dagen daarna, op Thanksgiving Day hield The Band zijn afscheidsconcert in de zaal waar ze de eerste keer hadden opgetreden: Winterland in San Francisco. Joni was er slechts een van de vele gasten, waaronder Bob Dylan, Van Morrison, Neil Young, Eric Clapton. Het concert werd gefilmd door Martin Scorsese en anderhalf jaar later uitgebracht als The Last Waltz. Joni zong eerst, vanachter de schermen, mee met Neil Youngs 'Helpless', en bracht daarna drie nummers met The Band: 'Coyote', een gitaarversie van 'Shadows and Light' en 'Furry Sings The Blues', met Neil Young op harmonica.  Hejira werd zowel door de fans als door de critici uitstekend ontvangen. Ze verwoordde opnieuw op zeer persoonlijke wijze over haar eigen ervaringen. De plaat stootte door tot een dertiende plaats in de Billboard hitlijsten en werd goed verkocht tot gedurende die winter en de volgende lente. Al na drie weken was de plaat goud.  'Coyote' werd als single uitgebracht, met op de achterzijde 'Blue Motel Room'. Maar die deed niks in de hitlijsten en kwam zelfs niet in de Top 100. De plaat moest het vooral hebben van de FM rock stations, die meer langspeelplaten draaiden.