09-01-08

Wild Horses - 2

'Wild horses couldn't drag me away'

Toen Mick Jagger op 8 juli 1969 ontwaakte in een hotelkamer in Sydney, lag zijn vriendin, Marianne Faithfull nog vast te slapen. Ze waren pas de vorige dag in Australië gearriveerd, om er samen te gaan acteren in een film over een struikrover: Ned Kelly. Het duurde even voor Mick het flesje Tuinals opmerkte. Met een schok realiseerde hij zich dat het helemaal leeg was. Marianne had zo'n 150 pillen geslikt en was in coma geraakt.

Later zou ze uitleggen dat Brian Jones, die eerder die week was verdronken in zijn zwembad, haar had aangemoedigd om de pillen te nemen.

In haar autobiografie verklaarde ze: "Hij was opgestaan uit de doden, wist niet waar hij was en besloot mij te roepen." Ze hadden samen gewandeld door een landschap, verklaarde ze. Een landschap dat erg leek op de hel, zoals die is afgebeeld op een ets van Albrecht Dürer. Bij een klif aangekomen had Jones voorgesteld om samen te springen. Zij had geweigerd, maar hij deed het wel. Waarna ze zich plots in een luchthaven bevond.

Wanneer ze na zes dagen ontwaakte in het ziekenhuis, was het eerste wat ze zag het bezorgde gezicht van Mick. Ze stelde hem gerust met de woorden: "Wild horses couldn't drag me away."

Volgens de overlevering gebruikte Mick Jagger die zin als basis voor het meeslepende Stonesnummer 'Wild Horses'.

Later merkte Faithfull dan ook fijntjes op, "Mijn trauma's en mijn ongeluk werden door Jagger tot briljante nummers verwerkt." Zo hadden ze eerder ook al samen 'Sister Morphine' geschreven, over haar drugsverslaving, die was verergerd sinds ze in oktober van het vorige jaarbij een miskraam op zeven maanden hun dochtertje Corrine hadden verloren.

Toch wordt door Jagger zelf ontkend dat de overdosis van zijn vriendin iets met het lied heeft te maken. In het boekje bij de verzamelaar Jump Back: The Best of The Rolling Stones, uit 1993, schrijft hij bij 'Wild Horses': "Iedereen zegt altijd dat dit over Marianne ging, maar volgens mij is dat niet zo; we waren lang niet meer samen toen."

Dat ze uit elkaar waren toen het nummer werd geschreven is niet helemaal waar, want Mick en Marianne bleven nog bijna een jaar samen, na haar wanhoopsdaad. Het ging wel steeds slechter met haar, zodanig zelfs dat ze ooit tijdens een poepchic diner bij de Earl of Warwick, in slaap viel, met haar hoofd in de soep.


Keith's versie van de feiten

Medeauteur Keith Richards heeft een andere uitleg over het nummer. Zijn vrouw, Anita Pallenberg, was op 10 augustus 1969 bevallen van hun eerste kind: Marlon. Amper twee maanden later vertrokken The Rolling Stones voor een grote Amerikaanse tournee. Begrijpelijkerwijs liet de gitarist zijn vrouw en zoontje niet graag voor zo lange tijd achter.

Dat zou de ware kern van het nummer zijn. In 1993 verklaarde Keith: "Als er een standaardmanier is waarop Mick en ik samenwerken dat is het deze. Ik had de rif en de strofe, Mick kwam met de strofen. Net als bij 'Satisfaction'. 'Wild Horses' ging over de gewone klacht van niet te willen vertrekken, om te belanden op een miljoen mijl van waar je wilt zijn."

En in 1971: "Het had te maken met de geboorte van Marlon. Ik wist dat we naar Amerika moesten en ik terug aan het werk moest - van mijn luie kont. Ik wou niet weg. Het was een moeilijke tijd - het kind was pas twee maanden oud - en je gaat weg. Miljoenen mensen doen het, maar toch..."

Dit werd twee jaar later door Mick bevestigd: "De melodie was van hem. En hij schreef de regel over de wilde paarden, maar de rest komt van mij. Ik hou van dat nummer - pure pop. Neem dat cliché over die wilde paarden -afschuwelijk toch? - maar het werkt zonder dat het klinkt als een cliché!"

Niks met Marianne te maken, dus.

Of toch?
In een interview dat Keith gaf, in de periode dat het nummer werd opgenomen, legde Keith uit: "Ik schreef dat nummer omdat ik het thuis goed had bij mijn vrouwtje. Het was een soort liefdesliedje. Ik had die regel over de wilde paarden die me niet mee konden sleuren, en ik gaf het aan Mick. En Marianne was net weggelopen met een kerel en hij veranderde alles. Maar het is nog altijd prachtig."


De opname

De Amerikaanse tournee van The Rolling Stones is een groot succes. De nieuwe gitarist, Mick Taylor, blijkt een waardige vervanger voor Brian Jones. De band wil de tournee afsluiten met een verrassingsoptreden in San Francisco. Dat zal worden gefilmd door de gebroeders Aysles. Wanneer Mick - waarschijnlijk om veel volk te lokken - het optreden toch aankondigt tijdens een persconferentie, blijkt dat er geen vergunning is aangevraagd. Er moet een andere locatie worden gezocht. Uiteindelijk valt de keuze op een racecircuit in Altamont in Californië. Het festival zal doorgaan op 6 december.

Daardoor heeft de band enkele vrije dagen over. Om die tijd nuttig te gebruiken wordt besloten om wat nieuwe songs op te nemen. Ze zijn ook volop aan het onderhandelen met het Amerikaanse platenlabel Atlantic Records, dat hun platen zal verdelen in Amerika. Om de opnamen te maken hebben ze een onafhankelijke studio nodig, waar ze geen werkvergunning moeten voorleggen. Jerry Wexler stelt de Muscle Shoals Sound voor in Alabama.


Muscle Shoals Sound Studio

Die studio, in de buurt van Sheffield, in het diepe zuiden is onlangs geopend door vier muzikanten. Gitarist Jimmy Johnson, bassist David Hood, toetsenist Barry Beckett en drummer Roger Hawkins werkten als studiomuzikanten in de FAME (Florence Alabama Music Enterprises) Studios van Rick Hall. Ze waren er bekend als de Muscle Shoals Rhythm Section (of nog "the Swampers," zoals ze worden bezongen in 'Sweet Home Alabama' van Lynyrd Skynyrd).

Tussen 1961 en 1966 werden in FAME tientalle hits opgenomen door soulmuzikanten als Wilson Pickett, Percy Sledge, the Tams, Arthur Conley, Joe Tex, Jimmy Hughes en James & Bobby Purify. Maar het hek was helemaal van de dam toen producer Jerry Wexler langskwam en met Aretha Franklin grootse dingen deed voor het platenlabel Atlantic.

De uitbater van de studio, Rick Hall zag niet graag dat anderen het grote geld verdienen en wou een eigen label beginnen, te verdelen via Columbia. Hij bood de muzikanten een vast loon, in ruil voor exclusiviteit. Die konden echter elders meer verdienen en besloten voor zichzelf te beginnen.

Ze vonden een oude mandenfabriek die te koop stond. Die werd eerder al gebruikt om country en gospeldemo's op te nemen. Maar die opnameapparatuur was verouderd. Jerry Wexler van Atlantic - hij weer - wou hen wel $20 000 voorschieten in ruil voor een distributiedeal. Hun eerste klant was Cher die er haar LP 3614 Jackson Highway opneemt - genoemd naar het adres van de studio.

R.B. Greaves, die net 'Take a Letter Maria' had uitgebracht, was er overdag aan het opnemen, toen het telefoontje kwam om de studio tussen 2 en 4 december 's nachts vrij te houden voor de Britten.

Producer Jimmy Miller zou komen overvliegen, maar die daagde nooit op. Dus belande Jimmy Johnson achter de knoppen. Hij had al al eerder gedaan, voor hits als 'Sweet Soul Music' en 'When a Man Loves a Woman'.

"Ze hadden geen riffs of teksten klaar toenen ze aankwamen," beweert Johnson. "Ze hadden alleen wat titels van nummers, voor zover ik weet. En die kwamen van Jagger en Richards. De gitaarakkoorden werden daar ter plekke bedacht. Van zodra ze begonnen barste de hel los - drie uur lang - als vuurwerk. Zo na een uur of drie, vier kwam Keith gewoonlijk met een grootse rock gitaarriff, zoals 'Brown Sugar.' Als ik voelde dat het begon te klikken, zette ik de band aan.
Niemand zei me iets en ik vroeg ook niets. Iedereen die sessies speelt weet dat je maar één kans krijgt en dan is het voorbij. En als die kerels eens bezig waren, liep het als een trein. De boel stond te beven."

Volgens Barry Beckett was dat laatste zelfs letterlijk het geval. Hij zat op de trappen buiten en voelde het gebouw trillen.

The Rolling Stones namen drie nummers op: 'Brown Sugar', een cover van 'You Gotta Move' van 'Mississippi' Fred McDowell en tenslotte 'Wild Horses'.

Keith bevestigd dat het nummer nog niet helemaal af was toen ze besloten het op te nemen. "We herschreven het refrein in het toilet van de Muscle Shoals opnamestudio," vertelde hij in 1971, "omdat het niet goed zat."

De opname gebeurde volledig live, inclusief de zang van Mick Jagger. De specifieke gitaarklank lijkt van een 12-snarige gitaar te komen, maar Mick Taylor vertelde in 1979: "Ik speelde op een akoestische Gibson van Keith, in wat ze noemen een Nashville tuning. De gitaar is precies zo gestemd als gewoonlijk, maar je gebruikt alleen eerste en tweede snaren en je stemt ze in octaven. Een beetje alsof je een 12-snarige gitaar bespeelt, maar zonder de zes andere snaren. Zo kun je het best omschrijven."

Voor wie in zulke dingen is geïnteresseerd, Jimmy Johnson gaf in juli 2001 meer details over de gebruikte instrumenten, in een interview voor het tijdschrift Tape Op. "[Keith] speelde een Gibson, maar geen Les Paul. Een SG! Ik denk dat het een SG was, een zwarte.... En weet je waar Bill Wyman mee aan kwam? Herrinner je je die massieve plexiglas bassen die toen opkwamen? Een Dan Armstrong... Charlie Watts was zo onder de indruk van het drumgeluid dat hij aanbood om de microfoons te kopen. Daar kon ik natuurlijk niet op ingaan."

Hoewel Ian Stewart, de vaste pianist van de band, bij de andere nummers had meegespeeld, weigerde hij piano te spelen op 'Wild Horses'. Hij haatte de mineurakkoorden van de intro.

Toevallig was Jim Dickinson, vanuit Memphis overgekomen om de jongens aan het werk te zien. "Hij stond hij ergens vanachter, achter de gitaarversterkers," vertelt Johnson. "Ken je het stukje bij 'Kodachrome' van Paul Simon, waar het tempo versneld en de piano uit de bol gaat? Dat was onze tack piano, een oude rechtopstaande piano, die we hadden omgebouwd zodat ie klonk als een honky tonk. Bon, [tijdens de repetities] stond Jim daar dus, een beetje te tinkelen, wat te improviseren op hun groove. Plots kwam Keith kijken wie daar bezig was en riep: 'Hey, jij moet dat spelen!'"

Dickinson werd later producer van Aretha Franklin, Big Star en The Replacements. Ook werkt hij veel samen met Ry Cooder, vooral voor filmmuziek. (Nietwaar, Martin? ;-))


Gram Parsons

Na afloop van deze sessies vlogen ze naar Altamont voor het gratis festival dat ze er op 6 december gaven. Zoals te zien is in de film Gimme Shelter, werd het festival ontsiert door het buitensporig geweld dat de Hells Angels, die waren ingehuurd om de orde te handhaven, gebruikten tegen de hippies.

Naast Santana, Jefferson Airplane, Crosby, Stills, Nash and Young stonden ook de Flying Burrito Brothers op het programma. De leider van die laatste groep was Gram Parsons.

Met zijn ' Cosmic American Music' probeerde hij een een rockpubliek warm te maken voor countrymuziek. Met een combinatie tussen beide muziekstromingen blies hij de country, de muziek van de blanke Amerikaan, een ferme wolk peper in de kont. Na met The Byrds het baanbrekende Sweetheart of the Rodeo (1968) te hebben gemaakt, kwam hij, een jaar later, samen met Chris Hillman als The Flying Burrito Brothers met The Gilded Palace of Sin.

Keith Richards had Gram voor het eerst ontmoet in 1968 toen die met The Byrds op tournee was in Europa. De twee raakten goed bevriend en Parsons stapte zelfs uit de groep om in het gezelschap van de Stone te kunnen blijven. Keith, die altijd al geïnteresseerd was geweest in country, zag nu de kans om veel te leren van iemand die er alles van wist.

De twee ontmoeten elkaar opnieuw later dat jaar, toen de Stones twee maanden in Los Angeles waren voor het mixen van de Beggar's Banquet. Jagger gaf later toe dat Gram Parsons "een van de weinigen is die me echt hielpen om country te zingen. Voorheen kopieerden Keith en ik gewoon de platen." Vanaf Let It Bleed is zijn invloed goed merkbaar op de platen van de Britse groep.

Tijdens het festival, of kort daarna, gaven The Stones een kopie van hun 'Wild Horses' aan Parsons. Het was de bedoeling dat Sneaky Pete Kleinow er steel gitaar aan toe zou kunnen voegen. Toen Gram het nummer hoorde was hij danig onder de indruk. Hij smeekte hen of hij het mocht coveren. Hij claimde later herhaaldelijk dat Jagger en Richards 'Wild Horses' speciaal voor hem hadden geschreven en zelfs dat hij het nummer had geïnspireerd.

Gram Parsons kreeg de toestemming en zijn versie is het onbetwiste hoogtepunt van de tweede plaat van de Flying Burrito Brothers. De plaat werd geproducet door... Jim Dickinson.
Burrito Deluxe werd in april 1970 uitgebracht. Parsons was toen al uit de groep gestapt, om een solo carrière te beginnen.

De vijf platen die hij tussen 1968 en 1972 maakte zijn mijlpalen die een lichtend voorbeeld vormen voor zowat alle latere americana - en alt.country-artiesten, van de prille R.E.M. en The Jayhawks over Steve Earle en Dwight Yokam tot Lucinda Williams en Ryan Adams


Sticky Fingers

Toen duidelijk werd dat Sneaky Pete geen bijdrage zou leveren aan 'Wild Horses', voegde Keith Richards zelf de elektrische gitaarsolo toe aan het nummer, tijdens de mix- en overdubsessies voor de live plaat Get Yer Ya-Ya's Out!. Deze vinden plaats in februari 1970, in de Olympic Sound Studios in Londen.

Toch zou het nog meer dan een jaar duren eer de versie van The Rolling Stones zou worden uitgebracht. Na het aflopen van het contract met Decca/London had de band gehoopt eindelijk zelf te kunnen bepalen wat ze uitbrachten en hoe. Maar net toen ontdekten ze dat hun manager Allen Klein hen, zonder dat ze het in de gaten hadden, de rechten van al hun nummers had ontfutseld. Alles van 'Come On' uit 1963 tot en met de live LP Get Yer Ya-Ya's Out! in 1970 was in handen van Klein en zijn firma ABKCO Records. Vandaar dat zowel 'Brown Sugar' als 'Wild Horses' terug te vinden zijn op de singles compilatie The London Years.

Met een opvallende hoes, ontworpen door Andy Warhol, was Sticky Fingers, in april 1971, de eerste LP op het Rolling Stones label (verdeeld door WEA Music). Na 'Brown Sugar' werd, in juni van dat jaar 'Wild Horses' als tweede single uit de plaat uitgebracht, zij het enkel in de Verenigde Staten. Het haalde net de top 30. Toch bleef het nummer populair tijdens de live shows van de groep en in 1995 bracht de band een akoestische versie op hun Unplugged album Stripped.


Wild Horses

Childhood living is easy to do
The things you wanted I bought them for you
Graceless lady, you know who I am
You know I can't let you slide through my hands

Wild horses couldn't drag me away
Wild, wild horses couldn't drag me away

I watched you suffer a dull aching pain
Now you decided to show me the same
No sweeping exits or offstage lines
Could make me feel bitter or treat you unkind

I know I dreamed you a sin and a lie
I have my freedom but I don't have much time
Faith has been broken, tears must be cried
Let's do some living after we die

Wild horses couldn't drag me away
Wild, wild horses, we'll ride them someday

Mick Jagger, in 1993: "Er zitten best wel veel emoties in dit nummer. Het is erg persoonlijk, beeldend en droevig. Het klinkt nu allemaal wat somber, maar het was toen ook een speciale tijd."

29-06-07

Bob Dylan: Oh Mercy

Bob%20Dylan%20Oh%20Mercy

Oh Mercy 

In zijn boek Chronicles (vertaald als Kronieken) dat wordt gepresenteerd als een autobiografie, gaat Bob Dylan uitgebreid in op de periode rond het schrijven en opnemen van Oh Mercy. Jammer genoeg blijkt weer dat mensen die er bij aanwezig waren  niet altijd de beste getuigen zijn. Nogal wat details blijken helemaal niet te kloppen.

Zo vertelt de auteur dat hij, terwijl hij in zijn tuin aan het rommelen is, zijn hand zwaar kwetste. De hand is opengereten tot op het bot en de dokters vertellen hem dat het erg onzeker is of hij ooit nog gitaar zal kunnen spelen. Hij situeert het ongeluk tussen Kerstmis en nieuwjaar 1986, maar uit allerlei details blijkt dat het een jaar later moet zijn gebeurd.

En ook dat lijkt bizar, want op 20 januari 1988 speelt hij niet slechter gitaar dan vroeger, wanneer hij wordt opgenomen in de Rock 'n' Roll Hall of Fame. Aan het einde van de jaren tachtig was Dylans ster sterk getaand. Na het kwalitatief sterke Infidels (1983) en het iets mindere Empire Burlesque (1985), kreeg hij opnieuw te maken met writers bloc.

Voor het stuurloze Knocked Out Loaded had hij tevergeefs geprobeerd inspiratie op te wekken door het spelen van obscure oude rock 'n' roll nummers (Arthur Alexander, Willburg Harrison...). Bij de mogelijk nog zwakkere opvolger Down in the Groove trachtte hij het gebrek aan eigen materiaal te verdoezelen door beroep doen op allerhande co-auteurs (Carole Bayer-Sager!)

* * *

Bovendien was het de laatste jaren ook met zijn live-reputatie van kwaad naar erger gegaan. Zijn optreden tijdens Live Aid, met Keith Richards en Ron Wood kan niet anders worden omschreven dan beschamend: duidelijk dronken, vals gezongen en slecht gespeeld.

Een lange tournee met Tom Petty and the Heartbreakers werd nog wel goed ontvangen, maar een tussendoortje met de Grateful Dead als begeleiders was desastreus. In zijn autobiografie verklaart hij dat hij het allemaal voor gezien wou houden. "Ik had een tournee van 18 maanden gedaan met Tom Petty and the Heartbreakers. Het zou mijn laatste zijn. Ik had geen voeling meer met wat voor inspiratie dan ook. Tom stond op de top van zijn kunnen en ik op de bodem van het mijne. Ik kon het verschil niet overbruggen. Alles lag in duigen. Mijn eigen liedjes waren vreemden voor me geworden... Ik had mijn tijd gehad. Ik kon haast niet wachten om me terug te trekken en mijn tent te pakken. Nog één keer met Petty met de pet rond en dan hield ik het voor gezien."

Halverwege het Europese luik van die tournee kreeg hij echter plotseling, als in een flits, een nieuwe invalshoek, die zijn hele bestaan zou omgooien. Hij besluit zich terug te trekken uit het popcircus en zich te voegen in de oeroude traditie van rondtrekkende troubadour, in het voetspoor van Woody Guthrie. Het allerbelangrijkste wordt het uitdragen van de songs naar de mensen. De songs is waar het om draait: geen grootse shows. geen zangeressen, geen extra muzikanten. Gewoon het strikte minimum: bas, gitaar en drums. Naar de mensen toe gaan: in kleine zalen, in kleine steden en zo opnieuw een reputatie opbouwen en door mond aan mond reclame zorgen dat de mensen blijven komen luisteren. De Never Ending Tour is geboren. Voortaan zal Dylan telkens meer dan honderd keer per jaar op de podia staan.

* * *

En net op dat moment zou, ergens einde december 1987, dat bizarre ongeluk met zijn hand zijn gebeurd. Hij vreest dat zijn carrière er op zit en bedenkt wat hij nu kan gaan doen: vis kweken, meubels maken... of houten benen? 

Een week later zit hij laat op de avond, aan de keukentafel bij hem thuis. Hij pakt pen en papier en begint te schrijven: "We're living in a political world". Twintig strofen komen er in een ruk uit.
Het eerste nummer in een hele lange tijd. "Het was als het ontwaken uit een droom, of een soort coma. En plots gaat dan een gong en wordt je wakker."

Zijn inspiratie is terug: in de loop van de volgende maand schrijft hij zo'n twintig liedjes. "Ze kwamen uit de lucht gevallen," vertelt hij in zijn boek. "Misschien had ik ze niet geschreven als ik niet zo onthand was geweest." 

De nieuwe hervonden muze geeft hem voldoende zelfvertrouwen om, op 18 januari 1988, zijn contract bij CBS/Columbia voor nog eens tien cd's te verlengen.

Ongelukkig met de lukrake productie van zijn laatste platen, begint Dylan bij collega's te polsen naar aanbevelingen voor een goede producer. In mei gaat hij, op uitnodiging van Bono, U2 helpen bij de opname van een nummer voor hun  Rattle And Hum LP. In Los Angeles speelt hij Hammond orgel op 'Hawkmoon  289'. Na afloop gaan ze stevig doorzakken, met veel Guiness. Bob laat enkele van zijn nieuwe composities horen en vertelt dat hij als producer iemand wil die zelf ook een muzikant is. Bono beveelt hem Daniel Lanois aan. De Canadees, die net met U2 Joshua Tree heeft opgenomen, zou wel eens de geschikte producer kunnen zijn die Dylans nieuwe songs tot hun recht kan laten komen.

Maar Dylan heeft geen haast. Er staan al een pak optredens gepland voor zijn tournee, die onofficieel zal worden bestempeld als de Never Ending Tour.
Zowel het formaat als het concept van de optredens zijn helemaal vernieuwd: de  begeleidingsgroep is nu beperkt tot het strikte minimum: gitaar, bas en drums - zelfs geen harmonica! En er is geen vaste setlist, al is wel nog een vaste structuur.
Midden in de set wordt een akoestisch gedeelte ingevoerd van drie tot vijf nummers, waarbij hij enkel wordt begeleid door G. E. Smith. Daarbij zitten altijd wel een paar covers: uiteenlopend van Ierse ballades als 'Eileen Aroon' tot folk, country of rock 'n' rolll klassiekers als 'Nadine'. De rest van de nummers krijgen strakke rock arrangementen.
Opmerkelijk is de enorme verscheidenheid in gebrachte nummers: tijdens de 71 optredens die het eerste luik van de tournee vormen, worden maar liefst 92 verschillende nummers gebracht. 

Toevallig (?) eindigt het tweede deel van de tournee in New Orleans, waar Daniel Lanois aan het werk is. Met het geld dat hij heeft verdiend met de productie van die LP en met So van Peter Gabriel, is Lanois verhuisd naar New Orleans.
Daar ging hij op zoek ging naar zijn roots. "Ik vond aansluiting bij dat zydeco-Cajun gebeuren. Het fascineerde me dat de Acadiens van Canada naar Louisiana waren getrokken. Het is een fantastisch verhaal en het zit echt in mijn achtergrond.  Ik dacht dat het interessant zou zijn om in het voetspoor te treden van mensen die mij zovele generaties geleden waren voorgegaan."
Op zijn eerste solo LP, Acadie, zal hij verslag doen van "mijn afkomst, mijn familie, de verhuis van mijn familie, mijn Franse roots en de verbintenis met Louisiana."
Maar eerst wou hij ervaring op doen met de plaatselijke muzikanten. Daarvoor wou hij graag werken met een muzikale familie. "Ik verdiepte mij in de achtergrond van de Neville Brothers: waar ze hun spullen vandaan haalden, de buurt - dat fascineerde mij echt allemaal, terwijl anderen er misschien een beetje genoeg van hadden. Ik denk dat daar wel een les in zit: als je ergens in geloofd en er enthousiast over bent, dan werkt dat aanstekelijk op anderen."

Speciaal voor de opnames van Yellow Moon van The Neville Brothers had Lanois een studio ingericht, op de tweede verdieping van een groot gebouw (EMLAH Court in 3829 St. Charles Ave.), vlak naast het Columns Hotel. "Wonder boven wonder, kregen we het hele gebouw voor slechts 1 200 dollar per maand," vertelt hij. "Charles Neville woonde op de eerste verdieping en ik op de bovenste verdieping. Het  leek wel een commune. Maar het was plezant." 

Die opnamen waren nog volop aan de gang toen Bob Dylan met zijn Never Ending Tour, op 25 september 1988, de stad aandeed. In 1989 vertelde Dylan in een interview: "Daniel kwam me opzoeken toen we in New Orleans speelden vorig jaar en...we schoten goed op. Hij begreep waar het in mijn muziek om draait. Het is erg moeilijk om een producer te vinden die zelf kan spelen...en weet hoe je met al dat modern gedoe moet opnemen. Dat was waar ik in het verleden problemen mee had."
In zijn Kronieken beschrijft hij de ontmoeting met Lanois: "Hij was helemaal in het zwart - donkere sombrero, zwarte broek, hoge laarzen, handschoenen - een en al schaduwen en silhouet - een zwarte prins van de zwarte heuvels."
Lanois neemt Dylan mee naar de studio, waar hij hem de cover laat horen die de Neville Brothers opgenomen hebben van zijn 'With God On Our Side'. "Hij zei me: 'Dat klinkt goed,'" vertelde Lanois. "Wel, van iemand als Dylan is zoiets een fantastisch compliment." 


Dylan is genoeg onder de indruk om Lanois voor te stellen om samen te werken. "Ik vroeg hem of hij in New Orleans wou werken," zegt Lanois. "Hij zei ja. Ik vroeg of hij in dat gebouw wou werken. Hij zei, 'Dat maakt niet uit.' Ik zei, 'Wel, de huur is afgelopen. Ik zal een ander gebouw huren en alles voorbereiden.'"

Terwijl Dylan verder rondtrekt, gaat Lanois op zoek naar een geschikte ruimte.  "We vonden een leegstaand huis van rond de eeuwwisseling," vertelt Daniel Lanois. "Fantastische omgeving...  (Soniat Street 1305, New Orleans) het had iets van een bordeel. We veranderden de controleruimte in een moeras... overal mos en opgezette dieren en koppen van alligators."

studioHet huis in New Orleans waarin Oh Mercy werd opgenomen.

 

 

 

* * *

Op 6 februari 1989 wordt de live LP Dylan And The Dead uitgebracht.
Het zijn opnamen van een korte, maar erg lucratieve tournee die Dylan samen met The Grateful Dead heeft gespeeld in de zomer van 1987. Er werden zes shows gespeeld, voor telkens zo'n 75 000 toeschouwers. 

De Dead speelde eerst twee uur lang en gevolgd door een gezamenlijke set waarbij Dylan door de band werd begeleid. En toch kreeg Dylan 70% van de inkomsten!
De zanger zag er toen uit als een oude man, met een baard, gekromde rug, bijziend en zwijgzaam zowel tussen de nummers als tussen de optredens. Op de videoschermen mochten geen close-ups van hem worden vertoond. Het is dan ook erg verwonderlijk dat de live plaat er is gekomen.

The Dead had het optreden van 12 juli integraal willen uitbrengen, maar daartegen stelde Dylan zijn veto. Op basis van wat cassettes die hij afspeelde op een goedkoop transistor radiootje maakte hij een selectie uit drie andere concerten. Hij stond er bovendien op dat zijn stem in de mix ver naar achter werd gebracht. 

Op 12 februari, een week na het uitbrengen van de liveplaat stapt Dylan tijdens een optreden van The Grateful Dead in het LA Forum, ongevraagd op het podium. Hij speelt (verschrikkelijk slecht) gitaar bij acht nummers. Dan slagen ze er in hem te overtuigen zelf een nummer te brengen. Het wordt 'Knockin' On Heaven's Door'.

De volgende dag belt hij naar het management van de band om te zeggen dat hij lid wil worden van The Grateful Dead. Misschien werd de druk om een solocarrière gaande te houden hem te veel. De band besluit er over te stemmen.
Er is één tegenstem en het lidmaatschap gaat dus niet door. 

* * *

Het is met die ingesteldheid dat Bob Dylan naar New Orleans trekt. "Ik had er over gedacht om iemand mee te brengen naar de sessies," vertelt Bob. "Een ervaren muzikant... maar uiteindelijk bracht ik niemand mee. Zelfs geen materiaal. Ik was sceptisch. Ik wou wel eens zien wat Danny in zijn eentje kon. Ik hoopte dat hij mij zou verrassen. En hij heeft me verrast."
"Bob kwam naar de opnamen met een paar velletjes papier," herinnert Daniel Lanois zich, "geen instrumenten, niets eigenlijk. Alles stond voor hem klaar. Ik gaf hem het hele pakket. Voor $150,000 kreeg hij alles: muzikanten, uitrusting, mixen... alles. "
"Omdat ik zelfs geen instrumenten had meegebracht, nam ik een van Lanois antieke Telecasters," vertelt Dylan. "Die dingen kunnen gemeen klinken als je op een betonnen vloer staat onder een zinken dak, maar evengoed kan het soms ook luchtig klinken. Ik vond het een fijn instrument om te bespelen, dus hield ik het bij die ene gitaar. "

De muzikanten die Lanois had uitgekozen waren de kern van de band van de Neville Brothers: gitarist Brian Stoltz, bassist Tony Hall en drummer Willie Green. Lanois die zelf allerhande instrumenten kan bespelen, van elektrische en 12-snarige gitaren, dobro, toetsen, tot drums en bas, werd bijgestaan door zijn kompaan, de technicus Malcolm Burns, die zelf ook gitaar speelt.
"We konden meteen goed met mekaar opschieten," vertelt Brian Stoltz. "Hij is nogal stil, zegt niet veel. In gedachte is hij voortdurend bezig. Tijdens de sessies wandelde hij binnen... en stapte meteen door naar de keuken, waar hij koffie ging zetten en onmiddellijk aan de teksten ging schaven. Hij kwam binnen met zo'n twintig strofen en begon die dan te herwerken. Hij koos er dan misschien een stuk of vijf uit. Het was verbazingwekkend om te zien wat hij allemaal weggooide. Strofen die nooit werden gebruikt. Straffe gast!" 

Dat schaven aan de teksten wordt bevestigd door Lanois. Hij beschreef in februari 2003 de ervaring Dylan aan het werk te zien: "Ik zat twee maanden naast hem terwijl hij aan het werk was aan de plaat. Dat was buitengewoon. Bob schrijft veel te veel. Hij blijft maar schrappen. Hij zoekt een plaatsje voor zijn favoriete regels en die kunnen overal opduiken. Ik heb dezelfde regels in twee, drie verschillende nummers gezien, terwijl hij ze uitprobeert. Het is allemaal niet zo ongenaakbaar als het lijkt."

De opnamen begonnen in de tweede helft van februari 1989. Gitarist Brian Stoltz vertelt: "De dag van de eerste opnamesessie had Dan ons gevraagd om een uurtje eerder te komen, om alvast wat uit te werken voor Bob zou komen. Dan had wat ideetjes voor 'Political World' en we bedachten een mooie groove en perfectioneerden die. Bob komt binnen, terwijl we die aan het spelen zijn en vraagt: 'Wat was dat?' Daniel zegt, 'We hebben iets gemaakt voor 'Political World'. Bob pakt zijn gitaar en zegt (imiteert Dylans nasale stem), 'Nee, zo gaat dat niet. Zo gaat dat!' en speelt iets helemaal anders. Wij vallen onmiddellijk in en dat is wat je hoort op de plaat: take 1 - Je had Dan's gezicht moeten zien!"

In Kronieken vertelt Dylan ongeveer hetzelfde verhaal: dat Lanois het nummer 'funky' wou maken en dat hij, toen hij de volgende avond binnenkwam, merkte dat ze, na zijn vertrek verder hadden gewerkt aan de opnamen.  Hij vond de mix en de overdubs maar niks en liet dat ook merken. Lanois raakte zo gefrustreerd door Dylan's negatieve opstelling dat hij een dobro aan diggelen sloeg.

"We hadden niet onmiddellijk goede resultaten," bevestigd Lanois, "maar Bob was de kale manier van werken die ik voor ogen had niet gewoon. Een paar keer raakten we ontmoedigd, wanneer de dingen niet liepen zoals hij ze wou. Een groot deel van zijn beste werk kwam altijd al van zijn band - live spelen in de studio - en mijn manier van werken, overdubben en spoor na spoor opbouwen, was zelfs geen optie voor hem.
Maar wat er uiteindelijk op Oh Mercy terecht kwam was beter dan de trucjes van de studio. Er waren enkele belangrijke omgevingsfactoren. Bob wou bijvoorbeeld nooit overdag werken. Het was een zuivere nachtplaat. Zoals ik het zie, hebben mensen 's nachts een ander tempo dan overdag. Een beetje exotisch, langzaam ritme klinkt om middernacht perfect, maar de volgende middag wil je het tempo wat aanzwengelen. Bob zag dat wel zitten: hij wist precies wat voor gevoel hij wou overbrengen."

Het probleem is echter dat dit verhaal helemaal niet overeenkomt met de gegevens die Michael Krogsgaard heeft verzameld voor zijn boek The Recording Sessions. Hij heeft inzage gehad in de archieven van Sony waaruit blijkt dat de opnamen op 28 februari zijn begonnen met 'Born In Time' en dat 'Political World' op 8 maart als tweede nummer is opgenomen en pas op 28 maart een tweede keer werd uitgeprobeerd.
De overdubs op 'Political World' werden allemaal toegevoegd aan de eerste versie van 8 maart. Misschien dat 'Born In Time' door beide heren wordt genegeerd omdat het nummer uiteindelijk niet op de plaat terecht is gekomen. 

"We stonden opgesteld als een hoefijzer," herinnert Green zich. "Ik stond in het midden, Tony aan de ene kant, Brian aan de andere, Bob naast Daniel, zodat we mekaar allemaal konden zien. Het was interessant om, met de koptelefoon op Bob te horen zingen in je oren terwijl hij daar voor je neus zit. Ik heb ook gewerkt met Paul Simon, maar dat kwam zelfs niet in de buurt qua gevoel."

'Disease of Conceit', dat werd geschreven naar aanleiding van het openbreken van het schandaal rond de TV-evangelist Jimmy Swaggart, werd opgenomen door Bob Dylan alleen aan de piano en het harmonium. De rest van de instrumenten werden er tijdens een latere sessie aan het einde van de maand aan toegevoegd. 

De sessie op dinsdag 7 maart begint met 'What Good Am I?' Dylan heeft alleen een tekst en er wordt lang gezocht naar een bijpassende melodie. Bob speelt piano, Malcolm Burns toetsen en Daniel Lanois probeert allerhande gitaren. Wanneer Lanois meent dat er iets de moeite waard is worden daar verder instrumenten aan toe gevoegd.
Dylan is blijkbaar niet erg tevreden over het resultaat want hij vindt het zelf niet erg geslaagd. "Te traag naar mijn smaak!"

Omstreeks 1 uur in de ochtend wordt dan overgestapt op het volgende nummer: 'Ring Them Bells'. Hoewel er op papier sprake is van slechts één take, eindigt de sessie pas om 4 uur in de ochtend. Lanois heeft die ene take dan ook grondig bewerkt met allerhande overdubs.
Deze keer is Dylan wel erg tevreden over het resultaat. "Daniel vatte het moment goed... In dit nummer was hij veel meer dan een man van het geluid. Hij was als een dokter met wetenschappelijke principes." Het is dan ook een van de weinige nummers van de plaat die niet opnieuw zijn ingezongen.

Op woensdagavond 8 maart staat 'Most of the Time' op het programma. Bob moet weer eerst nog op zoek naar een melodie. Na een paar takes wordt dan ook overgeschakeld op 'What Was It You Wanted?' dat met de volledige band wordt opgenomen.

Hoewel er de volgende avond een sessie gepland is, heeft Dylan geen zin om uit bed te komen.

Zondag 12 maart wordt 'Most Of The Time' terug opgepikt. Dylan heeft nog steeds geen gepaste melodie. Opnieuw is het dan ook Lanois die er iets van moet maken. Het wordt een langzaam, melancholisch nummer. 
De band bestaat naast Bob en Daniel en de ritmesesectie van Willie Green en Tony Hall uit gitarist Mason Ruffner en Cyril Neville op percussie.
Terwijl Daniel Lanois dan aan de basistrack overdub na overdub begint toe te voegen wordt Dylan alsmaar ongemakkelijker. Het klinkt allemaal niet slecht, maar het is niet zoals hij het bedoelde. Hij weet niet welke kant het dan wel moest uitgaan, maar zo niet. "Een big band behandeling zou misschien goed geweest zijn. In gedachte zong ik het met begeleiding van het Johnny Otis Orchestra. Een pak regels moesten een andere plaats krijgen en ik voelde mij afgeblokt."

Toch is het precies het atmosferische resultaat dat het 'I'm Not In Love' achtige thema boven zichzelf doet uitstijgen.

De basistracks staan allemaal  vrij vlug op band. "Bob werkt graag snel, zo spontaan mogelijk," vertelt Daniel Lanois. "Op deze plaat kwamen een aantal dingen snel tot stand en we pakten ze ook zo. En dan werkten we lang aan de details. Sommige zangpartijen werden stevig bewerkt en de teksten veranderd en verknipt."

'Dignity' was een van de weinige nummers waarvoor Dylan wel al tempo en melodie in gedachte had voor hij naar New Orleans kwam. Hij had er zelfs al een pianodemo van opgenomen, die later werd uitgebracht op een bonus cd-tje dat bij de eerste druk van Chronicles in Amerika werd aangeboden.

De eerste versie wordt op maandag 13 maart opgenomen met een heel kleine bezetting: gitarist Brian Stoltz, drummer Willie Green en Dylan zelf aan de piano.

Na afloop is Daniel Lanois erg enthousiast. Hij stelt voor om het nummer de volgende dag op te nemen met Rockin' Dopsie and His Cajun Band. Dylan vindt dat de kale versie die net is opgenomen goed genoeg is, maar is bereid om het experiment aan te gaan.
In zijn Kronieken beweert Dylan dat ze de volgende avond tegen 9 uur beginnen aan de cajun versie. Maar dat klopt niet met de logboeken die Dylanoloog Michael Krogsgaard heeft mogen inkijken in de archieven van Sony.

Wanneer die cajunversie van 'Dignity' is opgenomen is niet te achterhalen. Feit is dat het niet lukte. Ze krijgen de juiste sfeer niet te pakken, hoe ze ook trachten het ritme of de toonaard aan te passen. Tegen 3 uur in de ochtend geven ze het op en beginnen te jammen.   

Terwijl ze zo bezig zijn gooit Dylan er een van zijn nieuwe composities tussen: 'Where Teardrops Fall'. Dopsie pikt het op en het klikt meteen.
Binnen de vijf minuten staat het nummer op band. "Aan het einde speelde Dopsie's saxspeler, John Hart, een intrieste solo die me de adem afsneed. De man had daar de hele avond al in het donker gezeten en ik had hem zelfs nog niet gezien." 

Wanneer ze later de twintig versies van 'Dignity' allemaal terug beluisteren keurt Dylan ze een voor een af. Het nummer komt dan ook niet op de plaat.
Toch worden er later twee officiële studioversies van uitgebracht (naast de demo).
Op Greatest Hits 3 wordt de zang en Dylan's gitaar van de oorspronkelijke versie gerecycleerd, maar alle andere instrumenten worden in 1994 toegevoegd. De oorspronkelijke outtake wordt dan later, lichtjes hermixt en met enkele kleine aanpassingen, toch uitgebracht op de soundtrack van de TV-serie Touched By An Angel.

In plaats van 'Dignity' stond, op die bewuste dinsdagavond van 14 maart 'Everything Is Broken' op het programma. Lanois vindt het een onbelangrijk nummer, maar Dylan wil het toch een kans geven. Het wordt live opgenomen met de volledige band: Tony Hall op bas en Willie Green op drums, Daryl Johnson op conga's en Brian Stoltz en Bob zelf op gitaren. "Danny hoefde er niet veel mee te doen, het was zo al moerassig genoeg."

Na drie takes als 'Broken Days' wordt er wat stoom afgelaten met een lange jam. Dylan gaat dan wat herschrijven waarna nog eens drie takes worden opgenomen als 'Three Of Us Are Free'. Het nummer kreeg zijn uiteindelijke titel op 3 april, toen het opnieuw werd ingezongen met een herschreven tekst.
De oorspronkelijke opname kon gedurende een korte tijd legaal worden aangekocht in digitale vorm via iTunes. 

Het thema is een van de favorieten van Dylan in de jaren negentig: een man die zich niet op zijn gemak voelt met de heersende ethiek van zijn tijd. Hij heeft die periode dan ook ooit omschreven als "het tijdperk van de masturbatie". Hij vond dat de banden met alles van waarde verbroken waren: "Het is allemaal geneutraliseerd: niets is nog bedreigend, niets is magisch, niets uitdagend. Ik haat dat. 'Geweten' is een vies woord geworden."

Typisch voor Dylan is dat hij het nummer, dat toch één van de zwakste is van de sessies, lange tijd overweegt als titelsong van het album en het ook laat uitbrengen als eerste single. 

In de vroege uren van 15 maart wordt begonnen aan een nieuw nummer 'Shooting Star' heeft Dylan geschreven nadat hij een luchtje is gaan scheppen tijdens twee takes in. Het is drukkend heet in de kamers van het huis en er is geen airco. In de tuin meent hij iets gezien te hebben. Misschien een vallende ster?  

Hij had Irma Thomas willen vragen om het nummer als een duet met hem te zingen, maar toen hij haar ging opzoeken was ze er net niet. Jammer.

De volgende avond begint Dylan met het opnieuw inzingen van 'God Knows'. Hij is, zoals hij dat steeds doet, aan de teksten blijven schaven. Ook al heeft is het nummer al opgenomen.   Dan besluit hij er een even tussenuit te trekken. Een paar van de muzikanten hebben Harleys waarmee ze naar de sessies komen. Mark Howard, een van de technichi, heeft voor Dylan een Harley Police Special uit 1966 uit Florida laten overkomen.

Met zijn vrouw achterop gaat de zanger de omgeving wat verkennen. 

Op dinsdag 21 maart wordt 'What Was It You Wanted?' opnieuw opgenomen. Hoewel hij in zijn Kronieken beweert dat hij  piano speelde bij de opname, geeft het papierwerk aan dat hij "guitars & harp" speelde. Malcolm Burns speelde gitaar en bas, Willie Green zat aan het drumstel, Cyril Neville zorgde voor percussie en Mason Ruffner en Daniel Lanois speelden nog allerhande gitaren.

Om zijn zinnen wat te verzetten gaat Dylan de volgende avond kijken naar de film Homeboy met Mickey Rourke. "Hem te zien acteren gaf me genoeg inspiratie om de laatste twee nummers op te nemen."

'Series of Dreams' is een van de favoriete nummer van Lanois.
Bij de opnamen op 23 maart heeft hij wat voorstellen voor het nummer, maar Dylan wil daar niks van weten. "Lanois heeft een technische knobbel en hij is muzikant. Hij speelt meestal mee op de platen die hij produceert. Hij heeft opvattingen over overdubben en manipulaties van de banden die hij heeft ontwikkeld met Brian Eno. Hij heeft een sterke wil. Maar ik ben ook nogal onafhankelijk en ik hou er niet van iets te moeten doen wat ik niet begrijp. Dat was soms een probleem. Ik moet hem wel nageven dat hij er wel telkens voor ging. Tijdens het opnemen van 'Series of Dreams' bleef hij mij maar pushen: 'we hebben sterke nummers nodig. Iets in de aard van 'Masters of War,' 'Girl from the North Country,' of 'With God on Our Side.'' Hij bleef mij maar ambeteren daarmee. Ik knikte maar. Hij had gelijk, maar ik had zo niks liggen."

Opnieuw trekken de heer en mevrouw Dylan er voor een paar dagen tussenuit met de motor. In Kronieken schets Dylan een ontmoeting met een kleurrijke uitbater van een winkeltje in nutteloze zaken.

"Ik keerde terug naar New Orleans met een frisse kop," blikt Dylan terug. "Ik maakte af waaraan ik met Lanois was begonnen - schreef hem zelfs een paar nummers die ik anders nooit zou hebben geschreven. Een daarvan was ''Man in the Long Black Coat' en het andere 'Shooting Star'."

"'Man in the Long Black Coat' is één van mijn favorieten is," blikt Lanois terug. "We deden er lang over om de sfeer goed te krijgen. De opname van de krekels - het typische nachtelijke geluid van New Orleans. Het nummer was direct geïnspireerd op de omgeving en de sfeer van de stad. Bob kwam naar de opnamen van Oh Mercy met een heel pak nummers klaar, maar 'Man In The Long Black Coat', werd volledig in de studio gecomponeerd. Het was een drukkend hete tijd daar en dat is precies hoe het nummer klinkt. Op Oh Mercy staat Bob in het algemeen midden in de songs, maar hier staat hij er buiten, als observator. Het is een fascinerend onderwerp voor een lied: het idee dat iemand aan de sleur van het dagelijkse leven kan ontsnappen door een plotse, impulsieve handeling. Het gaat over een keerpunt, een ogenblik dat een heel leven kan veranderen - zoiets als van huis lopen om met het circus mee te trekken."

De basistrack werd in één take opgenomen, met Bob aan de piano, een harmonica om zijn nek. De enige andere muzikant was Daniel Lanois die dobro speelde. "We repeteerden zelfs niet," schrijft Bob. "We begonnen er gewoon aan met wat tekens. Zelfs voor het eerste woord werd gezongen wisten we dat het goed zat. Dit is Lanois-terrein en het kon nergens anders zijn opgenomen."

Later voegt Lanois er bas en drums aan toe en Dylan elektrische en 12-snarige akoestische gitaar.
"De combinatie van instrumenten is perfect. Toen het gedaan was keek Danny me aan als om te zeggen: 'Dat was 'm.' En 't was 'm."

Cyril Neville, die percussie speelt op de plaat meent dat de laatste paar sessies de doorslag hebben gegeven. "Het grootste deel van de opnamen was lekker ouderwets opgenomen, met de band zij aan zij. Het deed mij denken aan wat ik goed vind aan de oude muziek uit New Orleans. Wat je op die plaat hoort, zijn optredens: eerste poging, tweede poging, derde poging... tot je een goeie hebt."

Vanaf 1 april gaat Dylan verder met het opnieuw inzingen van zowat alle nummers. Dikwijls worden daarbij de teksten aangepast.
Er worden ook overdubs toegevoegd door Lanois (dobro en akoestische gitaren) en Dylan (harmonica en soms elektrische gitaar). 
Dit gebeurt op een dagelijkse basis tot 8 april. 

Op 11 april keert Dylan terug om 'Dignity' opnieuw in te zingen en de laatste sessie vindt twee dagen later plaats, wanneer hij 'Born In Time' een derde keer inzingt. Die versie zal echter nooit worden gebruikt. 

De volgende dag, 14 april 1989, koopt Dylan, in het geheim, een huis in de onaanzienlijke voorstad Tarzana in de vallei van San Fransisco. Het pand aan Shirley Avenue 5430 is een grote moderne bungalow met een hoog ijzeren hek eromheen. Zijn vrouw Carolyn en dochtertje Desiree wonen er wanneer Dylan op tournee is.

* * *

En dat is al gauw, want in mei beginnen de repetities voor de volgende tournee.
Dylan wil een hele resem elektrische covers uitproberen. Heel verscheiden nummers, van 'I Can See For Miles' van The Who tot 'God Only Knows' van The Beach Boys.

De band is dezelfde als het vorig jaar, aangevuld met ene Mindy op akoestische gitaar, fiddle en backing vocals. Naar verluidt zegt Dylan tijdens de twee, drie weken dat er wordt gerepeteerd nauwelijks een woord tegen zijn muzikanten. 

Het eerste luik van Tour 89 gaat van start op 27 mei in Zweden. Er is slechts één wijziging ten opzichte van de vorige tournee: Dylan begint terug harmonica te spelen, zowel tijdens de akoestische als tijdens de elektrische sets. De band bestaat uit gitarist G. E. Smith, bassist Kenny Aaronson en drummer Christopher Parker. Mindy is nergens te zien. 

De eerste optredens lijkt Dylan totaal niet geïnteresseerd in wat hij daar staat te doen op het podium. Bovendien is zijn gezicht onzichtbaar doordat hij, gedurende het hele optreden, een kap over zijn hoofd draagt.

Na enkele dagen moet bassist Kenny Aaronson dringend terug naar de VS voor een operatie: hij heeft huidkanker. Hij wordt vervangen door Tony Garnier (van Asleep At The Wheel) met wie G. E. Smith vroeger in een band heeft gespeeld.

Het eerste optreden met Garnier is op 3 juni, in Dublin. Prompt blijkt Dylan zijn energie terug te hebben gevonden. Zonder enige repetitie begint hij compleet nieuwe covers te introduceren in zijn show.

Het Europeese luik van de tournee eindigt op 28 juni in Athene.

Er zijn wel geteld twee dagen rust ingebouwd - om van Europa naar Amerika te vliegen - en de tournee wordt verder gezet in Amerika, in het lucratieve "picknick cicuit".
Er wordt nog steeds geen enkel nummer van de nieuwe plaat gespeeld. Wel worden weer een pak nieuwe covers toegevoegd aan de setlist, veelal van tijdsgenoten als Gordon Lightfoot, Van Morrison, Steve Earl of Jimmy Cliff. 

Ondertussen speelt tussen 26 en 29 juni Malcolm Burns zijn baspartijen opnieuw in op zowat alle tracks en tenslotte voegt Daniel Lanois tussen 5 en 8 juli extra gitaarpartijen toe aan de tracks.

De banden worden dan naar New York gebracht waar de Never Ending Tour een tiental dagen passeert einde juli.

Fietsend op weg naar de Sterling Sound studio waar Greg Calbi de plaat aan het masteren is, komt Bob Dylan langs een muur met graffiti in West 57th Street in Manhattan. Hij vindt het werkje mooi en laat er een foto van maken die op de hoes wordt geplaatst. De graffiti is er niet meer en de kunstenaar is nooit vergoed voor zijn werk.  

grafitti

De graffiti bevindt zich op de muur achter de mensen, in het midden van de foto.

 

 


* * *

Eén week voor het einde van de tournee in Los Angeles, wordt, op 19 september 1989, Oh Mercy uitgebracht.

Ter promotie geeft Dylan één interview, aan Edna Gundersen van USA Today.
Op 24 september is hij ook op TV te zien... op de Joodse zender Chabad TV . Hij doet mee aan de benefiet uitzending  "L'Chaim To Life". Met zijn schoonzoon Peter Himmelman en Harry Dean Stanton als gitaristen, speelt hij fluit en blokfluit (!) op drie nummers. De groep wordt aangekondigd als 'Chopped Liver'.

De CD wordt zeer goed ontvangen. Toch behaalt de plaat geen grote verkoopscijfers. De cd komt op 7 oktober 1989 de Billboard-albumlijst binnen, maar  blijft op een dertigste plaats steken. In Engeland is het album goed voor een zesde plaats.

De meeste critici overladen vooral de producer, Daniel Lanois, met lof omdat hij Dylan had geholpen om één van zijn beste platen te maken. Lanois' productie gaf de plaat hetzelfde schimmerige, moerasachtige geluid van Yellow Moon

Lanois: "Op de plaat hoor je haast geen synthesizers, alleen maar rechtoe-rechtaan drums, bas en gitaren. En toch klinkt alles ongewoon."
Bassist Tony Hall meent te weten waarom de sombere sfeer op Oh Mercy zo goed aanslaat bij de luisteraars: "Dylan zong met zijn eigen, natuurlijke stem," zegt Hall. "Op die plaat was de toonaarden wat lager. Hij moest nooit hoge noten halen, en zijn stem klinkt daarom meer ontspannen." 

Toch heeft Dylan, die de plaat zelf als "spookachtige plaat" omschreef, nog altijd de touwtjes stevig in handen gehouden. Lanois had dolgraag de plaat willen openen met 'Series Of Dreams'. Koppig als altijd schrapte Dylan het daarop van de lijst.
Ook 'God Knows', 'Born In Time' en 'Dignity' haalden de plaat niet. Al vormden nieuwe versies van die eerste twee wel de basis voor de opvolger, het teleurstellende Under The Red Sky.

Het zou acht jaar duren voor Dylan terug met een sterke plaat zou komen met eigen materiaal: Time Out Of Mind.
En die cd was opnieuw geproduceerd door Daniel Lanois.