08-05-08

Bobbie Gentry - Odde to Billie Joe

Odetobillyjoe

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Mijn Southern compilatie

Al jaren denk ik er over om een compilatie samen te stellen met muziek uit The Deep South. Het zuiden van de Verenigde Staten: South Carolina, Mississippi, Florida, Alabama, Georgia, Louisiana en Texas. De streek van de katoenplantages, hillbillies, rednecks en magnoliabloesems.

De bedoeling is niet om een overzicht te maken van alle muziek die daar zijn wortels heeft. Dat is onbegonnen werk: jazz, blues, gospel, soul, country, bluegrass, rockabilly en rock 'n' roll... Van allemaal heeft het wiegje gestaan in het Appalachen gebergte of in de Delta van de Mississippi. 

Ik heb mijn keuze daarom beperkt tot songs met een "southern feel".

Nu, ik ben er nooit geweest. Het kan zijn dat het beeld dat the South bij mij oproept nooit heeft bestaan. Het is puur gebaseerd op boeken, films en muziek.

Wat eerst een interessant uitgangspunt leek voor een cd'tje bleek echter al snel een fascinerende ontdekkingstocht. Ik had altijd meer belangstelling gehad voor de Britse kant van de muziekgeschiedenis. Country was aan mij voorbij gegaan: steelgitaren, fidles, yihaa kreten en veel te grote cowboyhoeden...  Het bleek echter dat er steeds meer countryliedjes opdoken die ik heel mooi vond maar gewoonweg nooit met het genre had geassocieerd.

Eentje daarvan is 'Ode To Billie Joe' van Bobbie Gentry. Een nummer dat nergens anders kon zijn geschreven dan in de buurt van de Mississippi. En dan nog door een Southern Belle.


Delta Sweete


Bobbie slaakte haar eerste kreten als Roberta Lee Streeter in Origin Chickasaw County, Mississippi, in 1944. Als kind leerde ze zichzelf gitaar, bas en banjo spelen. Als puber trok ze naar Palm Springs, Californië, om er bij haar moeder te gaan wonen. Ze probeerde het even als danseres in Las Vegas, maar ging dan toch maar filosofie studeren in Los Angeles. Naast een kantoorbaantje vulde ze haar inkomen verder aan met optredens in de lokale nachtclubs. Ze zag een carrière in de muziek wel zitten en schakelde over op het Los Angeles Conservatory of Music waar ze leerde componeren.

Begin 1967 zond ze een demo naar Capitol Records. Kelly Gordon reageerde meteen enthousiast. Maar het hoofd van de afdeling A&R (Artists and Repertoire) wou niks weten van 'Ode To Billie Joe', dat volgens hem een "liedje over abortus' was. David Axelrod, de grote baas van de platenmaatschappij, hakte de knoop door: Bobbie mocht een single opnemen en 'Mississippi Delta' zou de a-kant worden.

Geen slechte keuze, want de bluesy swamp-rocker nodigt zeker uit tot dansen door een repetitief gitaarmotief. En ook het refrein is aanstekelijk: "M-I double S-I double S-I double P-I". Dat was, zo legde ze later uit, gebaseerd op een oude voodoo spreuk.

Maar toen beide zijden van de single na elkaar werden gedraaid, besloot het A&R team unaniem dat de echte parel op de b-kant was te vinden.

Dat vonden ook de radiostations en de luisteraars.
Al in de eerste week na het uitbrengen van de single in augustus 1967 werden er 750 000 exemplaren van 'Ode To Billie Joe' verkocht. Op 26 augustus stootte het intrigerende verhaal over Billie Joe McAllister, 'All You Need Is Love' van The Beatles van de eerste plaats van de Billboard hitlijst. Een straffe prestatie voor een debuutsingle, zonder noemenswaardige promotie. Pas een maand later werd het daar opgevolgd... door een ander nummer uit the South: 'The Letter' van The Box Tops.

Het volgende jaar won 'Ode To Billie Joe' maar liefst acht keer genomineerd voor een Grammy. Daarvan werden er vier toegekend.


Nochtans was het muzikaal gezien een erg sober nummer. Sommigen menen zelfs te weten dat de atmosferische cello's en strijkers toegevoegd zijn aan de demo zelf. Het arrangement is overigens van de legendarische Jimmie Haskell.
Verder horen we alleen wat eenvoudige gitaarlijnen en bovenal de sensuele zang - haast nonchalant gebracht met veel Southern klanken.

Alle aandacht gaat daardoor uit naar het verhaal zelf. En dat is uiterst intrigerend.

Door de vele details over het plattelandsleven heeft de song meer weg van een kortverhaal dan van een popliedje.


Ode To Billie Joe

It was the third of June, another sleepy, dusty Delta day
I was out choppin' cotton and my brother was balin' hay
And at dinner time we stopped and walked back to the house to eat
And Mama hollered out the back door "y'all remember to wipe your feet"
And then she said "I got some news this mornin' from Choctaw Ridge"
"Today Billy Joe MacAllister jumped off the Tallahatchie Bridge"

And Papa said to Mama as he passed around the blackeyed peas
"Well, Billy Joe never had a lick of sense, pass the biscuits, please"
"There's five more acres in the lower forty I've got to plow"
And Mama said it was shame about Billy Joe, anyhow
Seems like nothin' ever comes to no good up on Choctaw Ridge
And now Billy Joe MacAllister's jumped off the Tallahatchie Bridge

And Brother said he recollected when he and Tom and Billie Joe
Put a frog down my back at the Carroll County picture show
And wasn't I talkin' to him after church last Sunday night?
"I'll have another piece of apple pie, you know it don't seem right"
"I saw him at the sawmill yesterday on Choctaw Ridge"
"And now you tell me Billie Joe's jumped off the Tallahatchie Bridge"

And Mama said to me "Child, what's happened to your appetite?"
"I've been cookin' all morning and you haven't touched a single bite"
"That nice young preacher, Brother Taylor, dropped by today"
"Said he'd be pleased to have dinner on Sunday, oh, by the way"
"He said he saw a girl that looked a lot like you up on Choctaw Ridge"
"And she and Billy Joe was throwing somethin' off the Tallahatchie Bridge"

A year has come 'n' gone since we heard the news 'bout Billy Joe
And Brother married Becky Thompson, they bought a store in Tupelo
There was a virus going 'round, Papa caught it and he died last Spring
And now Mama doesn't seem to wanna do much of anything
And me, I spend a lot of time pickin' flowers up on Choctaw Ridge
And drop them into the muddy water off the Tallahatchie Bridge

 

Hoewel het lied in de ik-vorm wordt verteld, komen we het verhaal maar te weten door de dialogen van anderen.

Een arme boerenfamilie zit 's midags rond de tafel. Terloops vermeld de moeder terloops dat ze heeft gehoord dat een jongen uit de buurt zelfmoord heeft gepleegd. Hij is van de brug gesprongen. De dochter - die het verhaal verteld - is blijkbaar zwaar geschokt door het nieuws, maar ze laat niets merken. Er wordt verder gekeuveld over koetjes en kalfjes, maar telkens komt het gesprek terug op de jongeman. Dat de pastoor de jongen laatst nog heeft zien staan op de brug.  Er was een meisje bij - dat erg op jou leek - en ze gooiden iets in het water.
"'t Is altijd 'ne speciale geweest, he. Geef de appelmoes eens door."

In de laatste strofe zitten we een jaar verder. Haar broer is getrouwd, vader is gestorven en moeder raakt er niet bovenop. Zelf gaat ze regelmatig bloemen plukken om die dan van de brug in het water van de Tallahatchie te gooien.

Hoewel moeder en dochter allebei hun partner hebben verloren, kunnen ze mekaar geen troost bieden. Ze kunnen er zelfs niet over praten.

"De boodschap van het liedje draait om de nonchalante manier waarop de familie praat over de zelfmoord," verklaarde Gentry. "Het is een studie in onbewuste wreedheid."

 

Het mysterie

Omdat in het liedje zelf geen verklaringen worden gegeven werd er natuurlijk druk gespeculeerd. Wat gooiden ze van de brug? Was het een baby, of een ring? En waarom pleegde de jongen zelfmoord? Uit verdriet, of was het misschien een zwarte jongen die een onmogelijke relatie had met een blank meisje?

Al snel begonnen allerlei veronderstellingen de kop op te steken. Zo beweren hardnekkige geruchten dat de oorspronkelijke demo van 'Ode To Bilie Joe' meer dan zeven minuten lang was. In de ontbrekende strofen zou dan zijn onthuld wat er van de brug over de Tallahatchie werd gegooid.

Dat blijkt alvast niet uit het originele handgeschreven tekstvel van 'Ode'. Dat bevindt zich in het Mississippi Museum. (http://library.olemiss.edu/matinee/filmedinms1.htm)
Daarop staat wel een extra openingsstrofe!

"People don't see Sally Jane in town anymore
There's a lot of speculatin', she's not actin' like she did before
Some say she knows more than she's willin' to tell
But she stays quiet and a few think it's just as well
No one really knows what went on up at Choctaw Ridge
The day that Billy Jo McAllister jumped off the Tallahatchie Bridge"

Nochtans was het plaatje nu al langer dan normaal. Het was een van de allereerste singles, langer dan vier minuten die een hit werd op de Amerikaanse radio. Enkel 'El Paso', 'Like a Rolling Stone' en 'Strawberry Fields Forever' gingen haar voor.


Parodie

Terwijl de song de hitlijsten aanvoerdde zat Bob Dylan met zijn maten in de kelders van een roze geverfd huis in Woodstock. Dylan kwam met 'Clothesline Saga', dat als ondertitel kreeg 'Answer To Ode'. Daarin aapt hij het nonchalante manier van spreken na waarbij tussen onbenulligheden door belangrijke zaken worden aangekaart. In het geval van deze Basement Tapes track blijkt de onthulling dat "The Vice-President's gone mad!"

Verfilming

De song bleef zo populair dat negen jaar later Warner Bros. de opdracht gaf om Southern gothic verhaal te verfilmen. Herman Raucher kreeg de opdracht een scenario te schrijven. Ter voorbereiding ging hij de zangeres opzoeken.

In een interview in 2002 vertelde de scenarist, Herman Raucher, over zijn ontmoeting met de zangeres. Natuurlijk vroeg hij haar naar de betekenis van de song.

Zij zei:  'Ik heb het verzonnen. Ik weet niet wat het betekent."
Ik vroeg: "Jij weet niet waarom hij van de brug is gesprongen?"
Zij antwoordde: "Geen idee."

Dus verzint hij maar een eigen verhaaltje rond de basistekst. De film geeft verder dus geen aanknopingspunten.
En dat is maar goed ook.

Gentry was wel bereid het nummer opnieuw op te nemen voor de soundtrack. Uit slordigheid of om een onderscheid te maken heet de film Ode To Billy Joe. Met een "y" in plaats van een "ie"


En Gentry zelf?

De carrière van Bobbie Gentry kwam het succes van het debuut nooit meer te boven. Hoewel ze een zestal goede tot uitstekende LP's maakte scoorde ze nooit meer een hit. In 1979 gaf ze er de brui aan en trok zich terug in de anonimiteit. Zowel Jill Sobule als Beth Orton hebben songs aan haar opgedragen. Lucinda Williams heeft geprobeerd haar te overhalen om een duet te brengen. Allemaal tevergeefs.

Behalve enkele compilaties zijn haar platen overigens erg moeilijk te vinden. Vooral Ode To Billie Joe, Delta Sweete en Patchwork zijn nochtans bescheiden meesterwerkjes. Isobel Campbell is fan van haar duet-LP met Glenn Campbell, maar die is wat te gesuikerd naar mijn smaak.

Toen het Britse tijdschrift Mojo vorig jaar haar platenmaastchappij contacteerde voor een interview kregen ze als antwoord: "We hebben geen idee waar meneer Gentry nu woont". Als zelfs je platenmaatschappij je geslacht niet kent dan ben je er echt wel in geslaagd om te verdwijnen.

 

06-05-08

Frankie & Albert

Benton-Frankie

Frankie & Albert  

Het openingsnummer van Bob Dylan's Good As I Been To You is 'Frankie And Albert'. De song is een van de bekendste Amerikaanse murderballads. Het werd dikwijls opgenomen, zowel door blanke als zwarte uitvoerders.

De populariteit van het nummer kan het best worden geïllustreerd door de vele varianten die er van in omloop zijn.
In 1962 gaf ene Bruce Buckley een studie uit waarin hij 410 verschillende versies beschrijft van 'Frankie'. Bij sommigen heet het nummer 'Frankie and Albert', bij anderen 'Frankie and Johnnie' of soms gewoon 'Frankie'.

Hoewel er veel onderzoek is gedaan naar de oorsprong van het bluesnummer is de eigenlijke auteur niet meer te achterhalen.


Verfilmingen

Het verhaal werd ook verschillende keren verfilmd. Dat gebeurde voor het eerst in 1930, als Her Man met Helen Twelvetrees. Zes jaar later volgde Frankie and Johnnie met Helen Morgan.

Daarna is het lang stil. Het verhaal wordt terug opgepikt in de jaren zestig voor een van de slechtste Elvis films: Frankie And Johnny. De meest recente verfilming, met Al Pacino en Michelle Pfeiffer, bereikte de bioscopen in 1991.

Hoewel het oorspronkelijke verhaal zich afspeelt in het milieu van wat tegenwoordig zo netjes African Americans heet, worden in deze verfilmingen de hoofdrollen telkens door blanken vertolkt.


De feiten

Waarschijnlijk is het nummer geïnspireerd op een waar gebeurd drama in Chestnut Valley, de rosse buurt van St. Louis, Missouri.

Op 19 oktober 1899 meldde de St. Louis Post-Dispatch dat de 17 jaar oude Allen Britt woensdagnacht was overleden in het City Hospital. Vier dagen eerder was de "Negro sporting man" neergeschoten door zijn vriendin, Frankie Baker, "an ebony hued cake-walker". Frankie was 22. Ze hadden mekaar ontmoet tijdens het Orange Blossom bal en vormden sindsdien een koppeltje.
Maar Frankie vermoedde dat hij haar bedroog. Die nacht ging ze hem opzoeken op zijn kamer in 212 Targee Street. Zoals ze gevreesd was hij niet alleen. Naast hem lag een prostitué, de18 jarige Alice Pryor.
Tijdens de discussie die volgde schoot Frankie haar geliefde neer.

De geschiedenis lijkt wel heel erg op die van de song. Te veel om toeval te zijn. Bovendien is het is erg aannemelijk dat de naam Allen Britt - afgekort tot Al Britt - werd verbasterd tot Albert.

Hoe verging het de echte hoofdrolspelers?

Al Britt overleed om 2:15, in de ochtend van de 19 oktober 1988 aan een kogelwonde in zijn lever..

Voor de rechtbank verklaarde Frankie dat Britt haar had bedreigd met een mes. Ze wist dat de jongen altijd een pistool onder het kussen had liggen. Dat kreeg ze te pakken. Tijdens het gevecht dat volgde, ging het fatale schot af.


De rechter oordeelde dat Frankie Baker gehandeld had uit zelfverdediging en sprak haar vrij.

Maar de gebeurtenissen bleven haar achtervolgen. Dat werd nog verergerd door de populariteit van de song, die ondertussen overal opdook . Zeker omdat sommige versies vermelden dat ze drie keer had geschoten of dat ze ter dood veroordeeld was. Frankie verhuisde dikwijls maar vond nergens rust.

Toen het verhaal dan ook nog eens werd verfilmd was voor haar de maat vol. In 1939 diende ze klacht in tegen Republic Pictures. Miss Baker eiste een schadevergoeding van $200,000 wegens laster en schending van privacy door de film.
De advocaat van de filmmaatschappij beweerde echter dat de song een bewerking was van een oude folk-ballad uit 1831. In Toe River, North Carolina, heeft toen ene Frankie Silver haar man vermoord met een bijl. Die stelling kon niet worden bewezen.
Na drie jaar werd de zaak onontvankelijk verklaard.

Het werd Frankie allemaal teveel en ze belande uiteindelijk in een instelling voor zwakzinnigen in Pendleton, Oregon. Daar overleed ze in 1952 op 75 jarige leeftijd.


Nog verder terug

Toch zijn er aanwijzingen dat de song inderdaad een langere geschiedenis heeft.

Zo is er het verslag van George St. Johns, uitgever van de St. Louis Post-Dispatch. Hij vertelt over het bezoek van de populaire Poolse pianist Ignace Paderewski aan zijn stad. Op zoek naar plaatsen waar authentieke muziek te horen was, leidde  St. Johns hem rond in de uitgangsbuurt van de stad.
In The Castle, het bordeel van de flamboyante Babe Connor woonden ze het optreden bij van ene Mammy Lou, een  "gnarled, black African".
De bejaarde zangeres zong allerhande aangebrande liedjes. Ze bracht er onder andere 'Ta-Ra-Ra-Boom-Der-E' en ... 'Frankie and Johnny'. "Iedereen kreeg kippenvel toen ze het refrein bracht," meldt St. Johns nog.

Paderewski's eerste Amerikaanse tournee vond plaats in 1891 terwijl The Castle werd afgebroken in 1998. Dus voor de fatale avond waarop Al Britt werd neergeschoten.

Een ander inwoner van de stad, Rusty David, meent dat de oorspronkelijke ballad was gebaseerd op een gelijkaardig incident in de rosse buurt van St. Louis, omstreeks 1865-70. Toen de Baker/Britt affaire dan plaats vond, zou het liedje zijn aangepast aan de nieuwe feiten.

De ragtime pianist Trebor Tichenor verklaarde: "Ik denk dat iedereen het erover eens is dat het gaat om een oude, geïmporteerde melodie - van Europeese afkomst. Maar dat die hier is aangepast en dat het een ballad werd... Volgens een legende uit St. Louis pikte een pianist, genaamd Dooley, in op een lokale moord. Dat was het verhaal van Frankie en Johnny in 1899 en dat hij zich daarop baseerde. Dat is natuurlijk maar wat er vertelt wordt. Maar het staat vast dat de oorsprong hier ligt."

Een lange weg

Vast staat dus enkel dat de song oorspronkelijk uit de zwarte gemeenschap kwam.

Voor publicaties, bestemd voor een blank publiek, werden de gebeurtenissen geadapteerd en gezuiverd weergegeven.

De regel 'He done me wrong' duikt voor het eerst op in 1904. Dat gebeurt in 'The Death of Bill Bailey', een nummer van ene Hughie Cannon. Hughie was een blanke komiek die met zwart geverfd gezicht zwarten imiteerde. De song is een vervolg op een eerder succesnummer van hem: 'Bill Bailey, Won't You Please Come Home'.

Vier jaar later publiceren een ander vaudeville team, Frank en Bert Leighton 'Bill You Done Me Wrong'. Hun nummer lijkt erg op dat van Hughie Cannon, maar ze gebruiken langere fragmenten van het origineel.

Nog eens vier jaar later volgt een her-publicatie van het nummer van de Leighton Brothers onder de titel 'Frankie and Johnnie', maar zowel de tekst als de muziek verschillen nog op vele punten van de tegenwoordig bekende versie.

De kenmerkende regel "Frankie and Johnnie were lovers" wordt voor het eerst genoteerd in 1925. Dorothy Scarborough publiceert dan 'Frankie and Albert' in On the Trail of Negro Folksongs.

In 1928 beleeft de Amerikaanse actrice Mae West haar doorbraak met het zelfgeschreven toneelstuk Diamond Lil. Het stuk, over een grofgebekte blonde stoot uit de jaren negentig van de vorige eeuw brengt haar tot Broadway. In het stuk zingt zij ook 'Frankie And Johnnie'


Mississippi John Hurt

De vroegste bekende opname dateert uit datzelfde jaar, 1928. Die is van de Delta Blues gitarist Mississippi John Hurt.

John Hurt werd omstreeks 1893 geboren in het dorpje Teoc in het hart van de Mississippi Delta.
Toen hij een jaar of negen was kocht zijn moeder een tweedehands gitaar. Omdat er niemand in de buurt woonde die  het hem kon leren, bedacht hij zijn eigen manier van spelen. Dat leverde hem een heel eigen geluid op. Door het ritme en melodie te combineren klinkt het alsof hij twee gitaren tegelijkertijd bespeelt.

Vanaf zijn twaalfde verdiende hij wat bij door op te treden op lokale feesten. Na de dood van zijn vader hielp hij zijn moeder in het onderhoud van de dertien kinderen.

Omstreeks 1923 vroeg Willie Narmour, een blanke square dance fiddler, hem als begeleider. Narmour was erg goed. Zijn 'Carroll County Blues' wordt nog steeds gespeeld. Enkele jaren later won hij dan ook een fiddlerwedstrijd. Daardoor mocht hij een opname maken voor het Okeh platenlabel.

Toen producer T.J. Rockwell hem daarbij vroeg of er nog meer talent in de buurt was, verwees die naar zijn maat. Rockwell kwam Hurt opzoeken, liet hem spelen en nodigde hem uit om naar Memphis te komen voor een eigen opnamesessie. Die vond plaats op 14 februari 1928. "Het was een grote hal," herinnerde Hurt zich meer dan dertig jaar later. "Alleen Mr. Rockwell was er, een geluidstechnicus en ikzelf. Ik zat op een stoel en ze duwden een microfoon tot tegen mijn mond. Ik mocht mij niet meer bewegen eens ze de beste positie hadden gevonden. Man, ik was nerveus! Achteraf had ik nog dagenlang een pijnlijke nek."
Uit het dozijn opnamen werden er twee gekozen die op een 78-toeren plaat werden uitgebracht: 'Nobody's Dirty Business' en 'Frankie'. Hurt kreeg $20 per song - wat goed betaald was voor iemand die normaal $3 verdiende voor een dag hard labeur.

Hurt keerde terug naar vrouw en kinderen in het dorpje Avalon. De plaat deed het goed en in november nodigde Rockwell Hurt uit voor nieuwe opnamen. Deze keer reisde de man helemaal naar New York, waar hij op 21 en 28 december genoeg materiaal omnam om een hele plaat te vullen.

Maar die plaat deed niks, het platenlabel ging over kop tijdens de depressie en Hurt keerde terug naar het boerenwerk.

Folkrevival

In 1948 richtten Moses Asch en Marian Distler in New York The Folkways Records & Service Co. op. Het was hun bedoeling om geluiden van over de gehele wereld op plaat uit te brengen. Naast kikkergebrul en gedichten in alle mogelijke talen bestond een groot deel van hun uitgaven uit oude muziekopnamen. Voor de reeks American Folk Music konden ze beroep doen op Harry Smith. Die had als hobby het verzamelen van oude 78-toren platen. Hiju had er duizenden. Niemand was daar immers nog in geïnteresseerd en hij kon ze meestal voor een habbekrats krijgen.

In 1952 bracht Folkways de Anthology of American Folk Music uit. Harry Smith had daarvoor de selectie gemaakt en de bijbehorende teksten geschreven. Op zes langspeelplaten verzamelde hij 84 Amerikaanse folk opnamen uit de periode 1927 tot 1932. Daartussen zaten ook twee opnamen van "Missisippi" John Hurt: 'Spike Driver Blues' en... 'Frankie'.

Deze indrukwekkende uitgave lag mee aan de oorsprong van een hernieuwde interesse voor folk en bluesmuziek.  Het hek was helemaal van de dam toen het Kingston Trio in 1958 een dikke hit scoorde met een remake van 'Tom Dooley'.
Een jaar later publiceerde een andere verzamelaar Samuel B. Charters The Country Blues.
Na het beëindigen van zijn studies was de jonge musicoloog, in 1951, verhuisd naar New Orleans, om er de Zuiderse cultuur van nabij de bestuderen. Vanaf 1954 maakte ging hij oude muzikanten opzoeken om hun werk vast te leggen.
Zijn boek zette vele andere aan om hetzelfde te doen.

Een van hen was een andere jonge musicoloog, Dick Spottswood. Hij was in de ban geraakt van de fingerpicking stijl van Hurt. Omdat in een van de nummers sprake was van "Avalon My Home Town" ging hij op oude kaarten zoeken naar het dorp. Korte tijd later moest een collega, Tom Hoskins, naar New Orleans. Op verzoek van Spottswood maakte hij een ommetje langs Avalon. Hurt bleek er nog steeds te wonen en zelfs nog te kunnen spelen. Hij was wel erg verbaasd dat iemand nog interesse had in iets van dertig jaar geleden. Met enige moeite kon Hoskins Hurt overhalen om af te reizen naar Washington, D.C., om er een nieuwe carrière te beginnen.

Hurt trad herhaaldelijk op tijdens concerten als Friends of Old Time Music en het Newport Folk Festival. Zo werd hij erg geliefd. Zijn onderkoelde wijze van gitaarspelen was van grote invloed op de blues en folk wereld.

Op 15 juli 1963 nam John Hurt in het Coolidge Auditorium van de Congressbibliotheek een aantal van zijn nummers uit de jaren twintig opnieuw op. Tussen de 39 songs zat ook een nieuwe versie van 'Frankie' - deze keer onder de titel 'Frankie And Albert'.

Jammer genoeg kon Hurt niet lang genieten van zijn succes. Hij overleed op 2 november 1966.


Tribute

In 1988 werd Mississippi John Hurt opgenomen in de Blues Hall of Fame.

En in juni 2003 bracht Vanguard Records Avalon Bleus - A Tribute To The Music Of Mississippi John Hurt. Onder supervisie van Hurt fan Peter Case brengen tal van bekende namen in de muziekwereld daarop hulde aan de meester. Daar zitten mensen bij als Beck, John Hiatt, Bruce Cockburn, Lucinda Williams, Steve & Justin Earle, Bill Morrissey en Taj Mahal. Het accent ligt daarbij meer op de spelvreugde dan op het bluesgevoel, zodat het een erg aangename plaat is geworden.
Het openingsnummer is Chris Smitten's vrolijke versie van 'Frankie & Albert'.


En waar haalde Bob Dylan de mosterd?

In 1992 bracht Bob Dylan het nummer ook al als opener van zijn akoestische roots-cd Good As I Been To You.
Hij moet zeker de oorspronkelijke versie van Mississippi John Hurt uit 1928 kennen van de Anthology of American Folk Music. Ongetwijfeld is hij ook vertrouwd met de versie die Hudie Leadbeater (alias Lead Belly) in 1934 zong. Dat gebeurde voor de microfoon van een andere verzamelaar van authentieke muziek, John Lomax in het Angola Prison in Louisiana.

Toch baseerde Bob Dylan zich voor zijn cover op de recentere versie van "Missisippi" John Hurt uit 1963.
Hij legt de nadruk veel meer op de muziek dan op de woorden.

Luisteren?

Versies door Johnny Hallyday, Taj Mahal, Bob Dylan, Brook Benton, The Ink Spots, Hank Snow, Sam Cooke en Big Bill Broozy kun je hier beluisteren:
http://michourock.centerblog.net/rub-reprise-Frankie-and-Johnny.html


En hier zijn er nog meer: Johnny Cash, Wilf Carter, Elvis Presley, Jimmie Rodgers (als 'Blue Yodel #9') en Mississippi John Hurt:
http://michourock.centerblog.net/rub-reprise-Frankie-and-Johnny-2.html

Jammer dat 'Hold Me Back' (Frankie & Johnny) van Michelle Shocked uit haar fantastische Arkansas Traveller er niet tussen staat.


Oh ja.

De Britse jaren tachtig band Frankie Goes To Hollywood heeft niets met dit verhaal te maken.

16-11-07

Lucinda Williams in Hasselt

Lucinda Williams speelde gisteren in Hasselt haar enige concert in deze tournee op Belgische bodem. Ze had een fantastische band meegbebracht, met als uitschieters de uitmuntende gitarist Doug Pettibone en straffe drummer Butch Norton (die jaren bij Eels het ritme heeft aangegeven). De Muziek-O-droom is een kleine club (zo'n 500 man) en Lucinda liet duidelijk merken blij te zijn met een staand publiek. De setlist had ze netjes opgedeeld: "We'll start with some ballads and then later on, we'll do more rock songs".
Vanaf openers 'Ventura' en 'Fruits Of My Labor' was het geluid meteen perfect en haar vier begelieders hadden er duidelijk zin in.

Maar we waren gewaarschuwd: vanaf 'Concrete and Barbed Wire' werd de band voortgestuwd door de met cowboyhoed met sik versierde kerel achter het drumstel. Wie voor de kalme sfeer van West was gekomen kon verder luisteren vanaf de bar, twee deuren verder. Wat volgde was veel meer "alt." dan "country". Pettibone mocht loos gaan als een Neil Young in zijn beste dagen, zodat zelfs de riff van 'Heartbreaker' van Led Zeppelin voorbij kon komen zonder uit de toon te vallen.
Onderweg vernamen we dat '2 Cool 2 Be 4-Gotten geïspireerd was op twee fotoboeken over The South.
'Come On', een nummer over een man die niet goed euh… presteert, was opgedragen aan de vrouwen in het publiek. Na afloop stelde ze, enigszins verbaasd, vast dat de mannen toch wel sterk in de meerderheid waren vandaag. "Is er hier soms een demografisch probleem? Ik zal mijn vriendinnen op de hoogte brengen."
De nieuwe song 'Honey Bee' kon minder overtuigen, maar 'Joy' sloot heerlijk fel af.

Achteraf bleek dat 'Overtime' gepland was als eerste bisnummer (ik kreeg de setlist van een vridenlijke roadie - ja, ze bestaan!). Fier vertelde de dame met de korrelige stem dat "this song was covered by Willie Nelson". Na enig overleg werd de country mood verder gezet met 'Mammas Don't Let Your Babies Grow Up To Be Cowboys' van Chris Ledoux. Daarna ging ze gretig in op verzoeknummers voor de rest van de half uur durende reeks bissen.
'Lost it' moest halverwege hernomen worden omdat Lucinda haar tekst kwijt was en dat ondanks een dik boek met alle teksten. Met een stomende versie van 'Unsuffer Me' werd het twee uur durende concert van een passend einde voorzien.

Geen tijd voor handtekeningen, want morgen moesten ze alweer in Parijs van jetje geven. Le beau monde krijgt er dan wel Fionn Regan bij als voorprogramma. Jammer dat we die hier moesten missen, maar de herinnering aan Lucinda Williams in een oranje bloemetjeshemd nemen ze ons niet meer af!

17:37 Gepost door Peerke | Permalink | Commentaren (2) | Tags: lucinda williams, hasselt, doug pettibone |  Facebook |