06-06-08

Blind Willie McTell


Een onuitgebracht meesterwerk
"Ik breek geen regels," vertelde Bob Dylan in 1966 tegen de journalist Robert
Shelton, "want ik zie geen regels die gebroken moeten worden. Wat mij betreft zijn er geen regels."
Misschien dat hij daarom zo groot geworden is, door louter af te gaan op zijn eigen instincten. Mensen die met hem samengewerkt hebben kunnen er over meepraten. "Zeg nooit tegen Dylan dat je iets prachtig vindt," zuchtte Daniel Lanois ooit, "want dan brengt hij het zeker niet uit."
 
Dat moest ook Mark Knopfler ervaren. Als producer van Dylan's LP Infidels had hij een geheel andere plaat in gedachten. Maar de zanger vond het nodig om enkele van de beste nummers die hij in de lente van 1983 had opgenomen op te bergen in de archieven. Eentje daarvan is het prachtige 'Blind Willie McTell'. Misschien wel het mooiste nummer dat de man uit Minnesota ooit heeft geschreven.
Tijdens de sessies voor Infidels nam Bob Dylan twee versies van de song op.
De eerste, een elektrische versie tijdens de eerste sessie, op 11 april 1983 en op 5 mei, tijdens een extra, allerlaatste sessie een sobere akoestische versie. Enkel Dylan op piano en Knopfler op 12 snarige gitaar. Prachtig.
Maar Dylan besloot dat het nummer de kluis in moest.
"Het was nooit helemaal klaar. Ik heb het nooit afgewerkt. Anders was het niet van de plaat af gelaten. Je kunt het vergelijken met een schilderij pikken van Monet of Picasso - zijn huis binnengaan, daar een halfafgewerkt schilderij zien staan en dat dan verkopen aan mensen die 'Picasso fans' zijn."
Pas acht jaar na de opnamen gaf hij toestemming om het nummer uit te brengen. Dat gebeurde op The Bootleg Series 1961 -1991. Het sloeg onmiddellijk zo aan dat het sindsdien op elke compilatie prijkt.

 
Blind Willie McTell
Seen the arrow on the doorpost
Saying, "This land is condemned
All the way from New Orleans
To Jerusalem."
I traveled through East Texas
Where many martyrs fell
And I know no one can sing the blues
Like Blind Willie McTell
Well, I heard the hoot owl singing
As they were taking down the tents
The stars above the barren trees
Were his only audience
Them charcoal gypsy maidens
Can strut their feathers well
But nobody can sing the blues
Like Blind Willie McTell
See them big plantations burning
Hear the cracking of the whips
Smell that sweet magnolia blooming
(And) see the ghosts of slavery ships
I can hear them tribes a-moaning
(I can) hear the undertaker's bell
(Yeah), nobody can sing the blues
Like Blind Willie McTell
There's a woman by the river
With some fine young handsome man
He's dressed up like a squire
Bootlegged whiskey in his hand
There's a chain gang on the highway
I can hear them rebels yell
And I know no one can sing the blues
Like Blind Willie McTell
Well, God is in heaven
And we all want what's his
But power and greed and corruptible seed
Seem to be all that there is
I'm gazing out the window
Of the St. James Hotel
And I know no one can sing the blues
Like Blind Willie McTell

In het kort
De verteller staat voor een raam van het St. James Hotel in New Orleans. Zijn zintuigen worden geprikkeld door de  omgeving: geurende magnoliabloesems, een uil in een boom, klokkengelui. De sfeer van de mythische South. Zijn gedachten dwalen af naar het bloedige verleden: de schepen die slaven aanvoeren, de gevangen die dwangarbeid verrichten, de landeigenaar... en boven al: de vergeten blueszanger, die we zo zeer missen.
Want de wereld gaat naar de knoppen aan macht, hebzucht en corruptie. En niemand kan ons nog troost bieden.

Kenners aan het woord
De Engelse folkzanger Martin Carthy is zeer onder de indruk: "[Blind Willie McTell ] gaat lijnrecht in tegen het romantisch beeld van het Zuiden. Het gaat over potentiële corruptie.
Maar bovenal heeft het een ongelofelijke emotionele impact...
Het heeft alles wat een song zou moeten hebben. Het is beknopt, mooi verwoord en heeft ook nog eens een prachtige melodie.
Ik hou vooral van de positie van de verteller in het nummer - zittend in een hotelkamer in New Orleans, laat hij zijn gedachten dwalen over de geschiedenis van het zuiden. Moord tussen de magnolia's...
Het is een... overpeinzing. Een prachtig woord voor een prachtig nummer"
Dylanoloog Tim Riley ziet het anders. "Op het eerste gezicht gaat 'Blind Willie McTell' over het landschap van de blues. En over de figuren die Dylan al op zijn debuut in 1962 eer bewees.
Maar het gaat ook over het landschap van de popmuziek en hoe een ouder wordende figuur als  Dylan zich voelt wanneer hij terugblikt over de weg die hij heeft afgelegd.
Zoals steeds sceptisch over de kwaliteit van zijn eigen stem, wou hij 'Blind Willie McTell' eerst niet uitbrengen omdat hij vond dat hij zijn voorgangers niet genoeg recht deed. De ironie is dat zijn eigen onzekerheid over optornen tegen zijn ingebeelde blues ideaal hier het onderwerp op zich werd. 'Nobody sings the blues like Blind Willie McTell' wordt een verwoording van zijn gevoel niet meer te passen binnen de hedendaagse muziekindustrie..."
Clinton Heylin ziet het nog grootser. Hij omschrijft het nummer als "een treurlied voor de wereld, gezongen door een oude bluesman in de gedaante van de evangelist Johannes."
En Paul Williams schrijft in Bob Dylan - Performing Artist 1974 - 1984:  'Blind Willie McTell' is een song over zien. Dylan ziet iets - een visioen, als je wil, over Amerika. Over de geschiedenis van de zwarte Amerikanen en het Amerikaanse Zuiden. De zanger communiceert wat hij ziet door zijn stem.
'Blind Willie McTell' gebeurt niet met de ogen maar met het hart. Het is een vorm van perceptie die horen omvat (de kreet van een uil, het gekreun van stammen, een begrafenisklok - merk hoe visueel die geluiden zijn) en zien en rieken en nog een andere bron van informatie die niet met de zintuigen wordt waargenomen maar aangevoeld wordt...
Is het niet ironisch om een lied te schrijven over "zien" en dat dan op te dragen aan een... blinde blueszanger? 
Willie McTell
Van bij zijn geboorte op 5 mei 1898 was William Samuel McTier blind in één oog. Door diabetes verloor hij  het zicht helemaal, nog tijdens zijn kindertijd. Zijn aan alcohol verslaafde vader verdween al snel uit zijn leven. Samen met zijn moeder verhuisde hij van Thompson naar Staesboro in Georgia. Hij ging er naar een school voor blinden waar hij braille leerde en muziekles kreeg. Al als tiener begon hij rond te trekken, om als straatmuzikant aan de kost te komen.
Met zijn opvallende stem en uitstekende techniek op de 12-snarige gitaar duurde het niet lang eer hij werd opgemerkt. In oktober 1927 maakte hij zijn eerste opnamen voor RCA Victor in Atlanta. Onder verschillende pseudoniemen maakte hij daarnaast ook opnamen voor andere labels. Zijn grootste successen zijn 'Broke Down Engine Blues', 'Statesboro Blues' en 'Southern Can Is Mine'. Het bekendste werd hij als Blind Willie McTell.
Vanaf 1934 trok zijn vrouw Ruth Kate Williams (beter gekend als Kate McTell) met hem rond. Ze traden samen op tot zij een vaste baan vond als verpleegster. Omwille van de recessie werd Willie gedwongen alleen te blijven rondtrekken, op zoek naar een plaats om te spelen.
Zijn stijl markeert de overgang tussen de rauwe blues van de Mississippi Delta en het meer gesofistikeerde geluid van de Oostkust. Dat viel ook John Lomax op, die hem in 1940 vastlegde voor de Congresbibliotheek.
Na de oorlog werd hij terug opgepikt door het splinternieuwe Atlantic Records. Maar de platen, uitgebracht onder het pseudoniem Barrelhouse Sammy sloegen niet aan. Bovendien werd hij geplaagd door een slechte gezondheid, zodat hij het rondtrekken moest beperken tot de streek in- en rond Atlanta.
In 1956 raakte een student op doorreis aan de praat met de eigenaar van een platenzaak in Atlanta, Ed Rhodes. Die had een plaat van Lead Belly opgelegd. De student merkte op dat als hij hield van dat soort oude negermuziek, hij eens moest gaan kijk naar een straatmuzikant die daar een beetje verder stond. Het bleek Blind Willie McTell te zijn.
Rhodes, die opname apparatuur had staan, vraagt hem of hij wat opnamen mocht maken. Met enige tegenzin gaf McTell toe. 
Niet veel later gaf hij het zingen op straat op, om predikant te worden. Hij voelde zijn einde naderen en wou God eren. Van dan af zong hij enkel nog religieuze liederen.
Op 19 augustus 1959 overleed William McTier aan een hersenbloeding. Net te vroeg om te worden herontdekt voor de folkboom van de jaren zestig.
Enkele jaren later vond Rhodes, bij het opruimen van zijn zolder een doos met oude opnamen terug. De enige band die nog in goede staat bleek die te zijn met  de sessie van McTell. Prestige/Bluesville Records bracht de opname uit onder de toepasselijke titel: Blind Willie McTell's Last Session.
'Dyin' Crapshooter's Blues'
Een van de nummers uit die laatste sessie van McTell is 'Dyin' Crapshooter's Blues'. En de melodie van dat nummer stond model voor Dylan's song over de zanger.
In het nummer zingt McTell over een stervende vriend. Die geeft hem hele waslijst aan wensen voor zijn begrafenis. Zo wil hij 16 gokkers om de lijkkist te dragen, 16 illegale whiskystokers om een lied te zingen, 22 hoertjes van hier en 29 van daar ... een paar dobbelstenen in zijn schoenen, een spel kaarten op zijn graf en dat iedereen de Charleston danst terwijl hij sterft.
De begrafenis is precies gegaan gelijk hij wou," legt McTell uit tijdens een inleiding in '56, "alleen de hoertjes uit Atlanta waren er niet. Dat was te ver."
Hij geeft ook wat uitleg over de oorsprong van de song: "Ik begon dit nummer te schrijven in '29, maar ik werkte het pas af in '32. Mister Williams heette hij - Jesse Williams. Zie je, hij werd hier neergeschoten in de Corner Street. Ik nam hem mee naar huis. Hij was drie weken ziek... en hij gaf mij zijn verzoeken. Hij zei dat hij wou dat ik dit boven zijn graf zou spelen. Dat heb ik gedaan. Zie je, ik moest van overal muziek pikken om het te doen passen. Maar, op de een of andere manier, husselde ik het door elkaar om het goed te krijgen...."
Nochtans meent John H. Cowley dat 'The Dyin' Crapshooter's Blues' in 1927 werd "geformaliseerd" door pianist-componist Porter Grainger. Er zijn trouwens verschillende opname bekend door vaudeville blues zangeressen uit deze periode.
Van 'St. James Infirmary'...
In Song & Dance Man III wijdt Michael Gray een heel hoofdstuk aan Blind Willie McTell. Zowel aan de zanger als aan de song van Bob Dylan. Daarin zet hij uiteen dat de melodie van 'Blind Willie McTell' beïnvloedt is of zelfs afgeleid is van 'St. James Infirmary'.
Want zoals McTell zelf al aangaf is 'The Dyin' Crapshooter's Blues' niet helemaal origineel. Het is een variant op een nummer dat aan het einde van de jaren twintig erg populair was: 'St. James Infirmary'. Vooral de versie van Louis Armstrong uit New Orleans betekende de grote doorbraak voor deze song. De jazz trompettist zette zijn versie in 1928 op plaat.
En in 1933 bracht Cab Calloway het nummer in een tekenfilmpje uit de Betty Boop reeks: Snow White.
 
Net als bij 'The Dyin' Crapshooter's Blues' is de kern van 'St. James Infirmary' dat iemand de begrafenis van een vriend of vriendin bezingt. En ook hier is er weer een hele waslijst aan wensen.
De populariteit van de song blijkt uit de vele varianten die er van in omloop zijn:  van de cowboysong 'Streets of Laredo' over de folkversie 'Bad Girl's Lament' tot de bluesvariant 'Those Gambler's Blues'.
Vanaf de jaren vijftig werd 'Streets of Laredo' daarvan zeker de bekendste, dankzij versies van Johnny Cash, Marty Robbins, Willie Nelson, Buck Owens, Arlo Guthrie en vele anderen. Hoewel de melodie hiervan helemaal anders blijkt de herkomst toch duidelijk uit regels als: "Get sixteen cowboys to carry my coffin, Get sixteen pretty ladies to bear up my pall..."
Betty Boop - Snow White
...via St. James Hospital...
'St. James Infirmary' zelf is dan weer terug te voeren op een oude Engelse ballad 'The Unfortunate Rake' (ook gekend als  'Unfortunate Lad' of 'The Young Man Cut Down in His Prime').
Het nummer werd voor het eerst opgetekend in 1848 in het Ierse Cork. In die ballad komt de verteller een vriend tegen op de trappen van het St. James Hospital. De soldaat heeft een geslachtsziekte opgelopen en vraagt aan de zanger om zijn begrafenis te regelen. Hij wil onder andere: "Six pretty maidens with a bunch of red roses, six pretty maidens to sing me a song ..."
Het St. James Hospital was overigens een bestaand ziekenhuis in Londen, waar Leprapatienten werden opgevangen.
Het St. James Park verwijst nog naar de plek waar het gebouw stond.

...naar St. James Hotel.
Waar McTell ronduit toegaf dat hij de song niet helemaal zelf had bedacht, geeft Dylan de goede verstaander een hint waarmee hij aangeeft, waar te gaan zoeken. "I am gazing out the window of the St. James Hotel..."
Vooral als blijkt dat er helemaal geen hotel is in New Orleans met die naam. Er staat er overigens wel een in... Minnesota, aan de Highway 61 dan nog.
Misschien is dan ook Willie McTell niet meer dan een groet aan diegene die hem de inspiratie leverde? De man is immers tegenwoordig meer gekend omwille van Dylan's song dan voor zijn eigen repertoire. Alan Lomax kloeg zelfs dat McTell geen authentieke blueszanger was, omdat hij weigerde te zingen over onderdukking. Hij zong blues songs niet omdat het de blues was, maar gewoon omdat het populaire nummers waren. Net als de rest van zijn repertoire.
Dylan had ook kunnen kiezen voor een andere blueszanger: Robert Johnson, John Lee Hooker, Muddy Waters....Maar misschien is zijn keuze  gewoon gevallen op McTell omdat diens naam zich beter leent tot rijmen: bell, well, yell, hotel...?
Time out of mind
In de tekst van 'Blind Willie McTell' tracht Dylan  de "tijd buiten de tijd" te stellen. Scènes zweven door de eeuwen heen, maar tegelijkertijd zorgt hij ervoor dat hij de luisteraar toch in het heden houdt. 
Het is een techniek die hij al enkele jaren geleden had ontdekt.
In de jaren zeventig had Dylan serieus last van schrijfangst. Tot hij in de leer ging bij een schilder (zie Blood On The Tracks). Hij paste  die technieken toe op songschrijven. Een bepaalde techniek was er op gericht om te zorgen dat er geen bepaald tijdsbesef op de song kon worden geplakt. Zodat het als het ware tijdloos werd. Maar tegelijkertijd moest hij bij het onderwerp blijven.
Zoiets wou hij ook verkrijgen bij 'Blind Willie McTell'.
Hij streeft naar een bepaalde sfeer die de "deep south" weergeeft. Het gebruik van een melodie, die vaag bekend aandoet brengt de luisteraar meteen in de juiste sfeer. Met de muziek  en woorden creëert hij daar door heen een gevoel van het andere tijden, door alledaagse beelden: de kreet van een uil, bomen zonder bladeren, zigeunermeisjes...
Zo wordt in de derde strofe de gehele geschiedenis van de Amerikaanse slavernij geschetst, door slechts enkele  beelden.

De brandende plantages zijn het apocalyptische einde van de slavernij door de Burgeroorlog. Het klappen van de zwepen, in contrast met de zoet geurende magnoliabloesems, geeft de lange periode van de slavernij zelf weer. De slavenschepen spreken voor zich. Maar de vermelding dat het slechts de spoken er van zijn, brengt de luisteraar terug naar het heden. De schepen zijn al lang verdwenen, maar de gevolgen wegen nog steeds op de Amerikaanse samenleving.
De kreunende stammen voeren ons terug het begin van de slavernij, toen gezinnen uit elkaar werden gerukt, stammen tegen elkaar werden opgezet uit winstbejag. De doodsklokken beklemtonen nog de naargeestige sfeer die over de gehele strofe hangt.
En dat alles wordt besloten met de vaststelling dat de enige die de last van het verleden kon verlichten er niet meer is: Blind Willie McTell.
De kern zit aan de buitenkant
Die centrale strofes over het mythische, maar woelige  South, worden vooraf gegaan en afgesloten met twee strofes die erg sombere mijmeringen weergeven.
"This land is condemned
All the way from New Orleans
To Jerusalem."
En de synopsis van alles wat vooraf ging in de laatste strofe:
"Well, God is in heaven
And we all want what's his
But power and greed and corruptible seed
Seem to be all that there is.
Het land is verdoemd.
De mens wil zelf God spelen.
Macht, hebzucht en corruptie regeren de wereld.
Wie dacht dat Bob Dylan na drie platen het preken had afgeleerd was duidelijk mis. Hij zit nog steeds te wachten op het einde der tijden.

Een kleine aanpassing
The Band brachten een cover van 'Blind Willie McTell' op hun comeback cd Jericho uit 1993.
Nog eens vier jaar later - veertien jaar na de oorspronkelijke opname - bracht Dylan het nummer voor het eerst live. In een arrangement dat erg leek op dat van The Band. 
"Ik begon het live te spelen omdat ik The Band dat hoorde doen," legde hij later uit.
Een live versie van Dylan, opgenomen op 17 augustus 1997 in Jones Beach, New York verscheen in juni 1998 op cd. Het is een van de bonustracks op een van de twee cd-singles voor 'Love Sick'. Eerder was deze live versie ook al verkrijgbaar als download via Dylan's website. Daarbij werd verkeerdelijk aangegeven dat het zou gaan om een opname uit "Feb 1998".
Opmerkelijk bij deze live versie is de enige tekstverandering. Eén woordje slechts. Iets van niets: in de eerste strofe heeft hij het woordje "New" toegevoegd aan Jerusalem.
Maar wat een verschil!

Waar Jerusalem een bestaande stad in het Midden Oosten is, de bakermat van de Joodse en Christelijke godsdiensten, is New Jerusalem iets heel anders. 
Slaan we er even de Bijbel op na. Uit Openbaringen 21:1-6:
"Ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. De tegenwoordige hemel en de tegenwoordige aarde waren er niet meer; en ook de zee was verdwenen. Ik zag de heilige stad, een nieuw Jeruzalem, van God uit de hemel naar beneden komen. Zij zag er feestelijk uit, als een bruid die op haar bruidegom wacht. Ik hoorde een luide stem uit de troon zeggen: "Gods huis staat nu bij de mensen. Hij zal bij hen wonen. Zij zullen Zijn volk zijn en Hij zal Zelf bij hen zijn. Hij zal alle tranen van hun ogen afwissen en er zal geen dood meer zijn.Van verdriet, rouw en pijn zal geen sprake meer zijn. Dat hoorde allemaal bij de oude wereld en die is voorgoed voorbij".
Nieuw  Jeruzalem is dus de nieuwe stad waar God zal komen wonen na het einde der tijden. En over die stad vertelt hij ons: "This land is condemned / All the way from New Orleans / To New Jerusalem."
Met een klap laat hij ons dus weten: zelfs na het einde der tijden blijft de mensheid verdoemd. Zelfs wanneer alles is vergeven, zal de herinnering blijven.
Door te verwijzen naar een nummer dat past in een cyclus van begrafenisrituelen suggereert Dylan dat het einde van de wereld niet ver meer is.
Geen troost
En niemand kan ons daarbij troost brengen. Want in 'Blind Willie McTell' betreurt Bob Dylan tegelijk het gemis van de blueszanger met die naam, als de wetenschap dat er niemand is die zijn rol kan verder zetten.
Sommigen zien nochtans Dylan zelf in die rol.
Het is dan ook ironisch dat hij vindt dat hij net dat nummer geen recht kan doen.
In het boekje bij The Bootleg Series licht John Bauldie toe dat Dylan tot twee keer toe uitlegde waarom hij het nummer niet wou uitbrengen.
"Ik vond dat ik het niet juist had opgenomen," vertelde hij aan Kurt Lodger van Rolling Stone. En later tegen Adrian Deevoy van Q: " Het kwam gewoon nooit goed. Het ontwikkelde zich nooit zoals het zich had moeten ontwikkelen."
Of zegt hij eigenlijk dat hij niet de rol van de troostbrengende blueszanger op zich wil nemen? 
Dat hij niet wil dat die rol hem wordt opgedrongen?
"Wat mij betreft zijn er geen regels."

 
Bob Dylan - live in 2003
Tenzij hij met Jerusalem dat dorje in de buurt van New York, met zijn met 4500 inwoners, bedoelt natuurlijk. En dan is New Jerusalem een staje in Californië.

24-02-08

Bob Dylan - Slow Train Coming

Slow Train Coming

bob_dylan_slow_train_coming


De bekering

In de herfst van 1978 begon een nieuwe bladzijde in het leven en de carrière van de man die werd geboren als Robert Zimmerman. Eén die zelfs nog meer controversieel zou blijken dan toen hij "elektrisch" begon te spelen. Toen, had hij zich doelbewust afgekeerd van een groot stuk van zijn volgelingen. Nu, dertien jaar later, werd hij zelf een volgeling. Bob Dylan werd een born-again Christian.  

Zoals hij het later vertelde, bleek een klein voorval de aanleiding. Het gebeurde in San Diego, op 16 november 1978, tijdens één van de laatste optredens van zijn wereldtournee.
"Tegen het einde van de show, wist er iemand in het publiek dat ik me niet goed voelde. Ik denk dat ze het konden zien. En ze wierpen een klein zilveren kruis op het podium. Nu raap ik zelden iets op wat ze naar me gooien... Maar ik zag het liggen en ik raapte het op. Ik stopte het in mijn zak.
In de volgende stad, ergens in Arizona... voelde ik me zelfs nog slechter dan in San Diego. Ik voelde: vanavond heb ik iets nodig. Ik had geen idee wat. Ik had van alles geprobeerd. Ik wist dat ik iets anders nodig had. Iets wat ik nog niet had geprobeerd. En toen voelde ik dat kruis in mijn zak."

Er ging een schok door hem heen. Hij had zijn redding gevonden.

"Er was een aanwezigheid in de kamer die niemand anders kon geweest zijn dan Jezus.  Jesus legde zijn hand op mij. Ik was echt herboren, als je het zo wilt noemen... Het was een fysieke gebeurtenis. Ik voelde het overal. Mijn hele lichaam beefde."

Een week later, tijdens het optreden in Fort Worth droeg hij een ijzeren kruis om zijn nek. En twee dagen later,  veranderde hij tijdens het concert in Houston de regels over de Italiaanse dichter uit de 15de eeuw in 'Tangled Up in Blue':

She opened up the Bible
And she started it quoting it to me,
Gospel according to Matthew,
Verse 3, Chapter 33.

Hij bleek nog niet erg bijbelvast. Ofwel was de verwijzing een plotse ingeving, want die regels bestaan zelfs niet eens!

Op 2 december werd tijdens de soundcheck in Nashville een vroege versie van 'Slow Train' geprobeerd en tijdens de laatste show, in het Miami Sportatorium in Hollywood een vroege versie van 'Do Right To Me Baby (Do Unto Others)'. Beide nummers hadden wel nog een geheel andere tekst dan de latere plaatversies.


Achteraf bekeken was die bekering geen losstaand feit.

Bob Dylan had de afgelopen twee jaar heel wat te verwerken gehad. Er was die langdurige en pijnlijke scheiding, gevolgd door een uitputtende wereldtournee.

Bovendien leek de Amerikaanse pers collectief te hebben besloten dat de tijd aangebroken was om hem van zijn voetstuk te stoten. Eerst schreven ze zijn film, Renaldo And Clara de vernieling in. Daarna werden zowel de studioplaat Street Legal als de live-LP At Budokan met de grond gelijk gemaakt. En op Amerikaanse luik van de tournee werd geschokt gereageerd. De nieuwe arrangementen werden afgedaan als Las Vegas entertainment.
Een groot contrast met de lovende manier waarop zowel de platen als de optredens in Europa waren ontvangen.

In die trieste tijd, toen hij iets of iemand nodig had om overeind te blijven, was de zanger omringd door Christenmensen. Natuurlijk hadden de zwarte zangeressen allemaal een gospelachtergrond. En T-Bone Burnette had zowel een aantal van de bandleden van de Rolling Thunder Revue geïntroduceerd bij de Vineyard Fellowship. Dat was een kleine maar groeiende evangelische gemeente in de San Francisco Valley. De voorganger Kenn Gulliksen was zelf ook nogal rock 'n' roll. Hij was zelf ook zanger geweest en droeg vaak de mis op in korte broek. Volgens Mansfield draaide "een groot stuk van de fellowship van die kerk om muziek."
“T-Bone was al eerste daar geweest,” bevestigd David Mansfield. “Steven [Soles]was hem gevolgd. En toen kwam ik. T-Bone kan overtuigend zijn! Maar er was sowieso iets an het gebeuren. We gingen allemaal naar dezelfde kerk en Bob was er ook.  Wij speelden in de band en hij stond achteraan – incognito.”

Het is dan ook twijfelachtig of de bekering echt zo'n Damascusachtige flits is geweest.

"Het was eerder een kettingreactie van dingen," meent Helena Springs. "Ik denk dat het te maken had met persoonlijke dingen. Hij had problemen en hij belde me. Hij stelde me vragen die niemand kan beantwoorden. Ik vroeg hem, 'Bid jij ooit?' Hij antwoordde 'Bidden?'. Ik vroeg: 'Doe jij dat nooit? Als ik problemen heb, dan bid ik.'"


Terug naar school

Nadat de tournee afgelopen was keerde Bob Dylan terug naar Los Angeles, met zijn vriendin Mary Alice Artes. De zangeres en actrice was een tijdje van haar geloof afgedwaald, maar was onlangs 'gered'. Ze had zich, net als de  andere muzikanten, aangesloten bij de Vineyard Fellowship.

Op een zondag in januari 1979 vroeg Mary Alice aan de voorganger om thuis met haar vriend te komen praten. Die stuurde twee mensen: Larry Myers en Paul Esmond. Tot hun verwondering bleek de vriend Bob Dylan te zijn.
"We ontmoeten er een man die zeer geïnteresseerd was wat de Bijbel te vertellen heeft over Jesus Christus," vertelt Myers. "Ik probeerde zo goed mogelijk alles te overlopen, vanaf Genesis, door het Ouder Testament tot aan de Onthullingen. Ik trachtte de historische  figuur te plaatsen. Het was een hoogstaand gesprek met iemand die de Bijbel echt wou begrijpen. Het was nooit mijn bedoeling hem te overtuigen van wat dan ook, of hem te manipuleren of onder druk te zetten. Volgens mij sprak God door Zijn Woord, de Bijbel tot een man die al jaren zoekende was."

"Hij wou meer uitleg," bevestigt Helena Springs. "Hij weet altijd graag alles. Hij is altijd op zoek naar de waarheid, overal waar hij die kan vinden. Het was alsof hij het Christendom onderzocht. Het was niet dat hij stopte met Jood-zijn. Hij leerde bidden en wanneer hij alles geleerd had wat er te leren viel, ging hij weer verder met iets anders."

De priesters adviseerden hem aan een cursus te volgen bij de Vineyard School of Discipleship. De lessen werden er gegeven vier dagen per week, gedurende drie maanden.
"Mijn eerste reactie was: daar heb ik geen tijd voor!" vertelde Dylan in 1980. "Ik moet binnenkort terug op tournee. Maar op een ochtend werd ik om zeven uur wakker. Ik kleedde me aan en reed naar de Bijbelsschool." Hij schrijft zich in voor de lessenreeks, samen met Mary Alice.

Al na een paar weken laat zij zich dopen in een zwembad. Bob woonde de plechtigheid bij.
Korte tijd later liet hij zich ook dopen, waarschijnlijk in de oceaan. Hoewel hij niet hield van de term werd hij daardoor een "born-again Christian".
"Bob sloot, alleen en in afzondering, Christus in zijn hart," aldus de predikant. "Hij kwam tot het geloof dat Jesus Christus de echte Messias is."

 

De Apocalyps staat voor de deur

Door zijn Bijbelklas kwam Dylan in contact met het gedachtegoed van Hal Lindsey. De Christelijk schrijver uit Texas had in 1970 The Late Great Planet Earth gepubliceerd. In dat boek (in het Nederlands vertaald als De planeet die aarde heette) kondigde hij het nakende einde der tijden aan.

Lindsey baseerde zijn theorie op het laatste bijbelboek, de Openbaring van Johannes. Daarin wordt het scenario voor de Eindtijd uit de doeken gedaan. Armageddon wordt, volgens Johannes, gekenmerkt door natuurrampen zoals overstromingen en aardbevingen, epidemieën. Daarnaast zouden er 'valse profeten' zijn, die men geloof zou schenken en de aarde zou dan worden geteisterd door sociale en politieke chaos tot en met oorlogen.

Volgens Lindsey's interpretatie kwamen de voorspellingen overeen met de historische feiten van de 20ste eeuw, beginnend bij de stichting van de staat Israel, het thuisland van de Joden. Daarom, zo berekende hij, zou het Laatste Oorddeel "hoogstwaarschijnlijk" plaatsvinden in de jaren zeventig of -  op zijn laatst - de jaren tachtig.

Dat Dylan helemaal overtuigd was van deze theorie blijkt uit hetgeen hij vertelde tijdens een optreden in de herfst van 1979. "Weet je, we leven in de laatste dagen... De geschriften zeggen "In de laatste dagen komen vreselijke tijden.... Kijk naar het Midden Oosten. We steven recht op een oorlog af... Ik zei jullie 'The Times They Are A-Changin' en dat was ook zo. Ik zei dat het antwoord was 'Blowin' in the Wind' en dat was ook zo. Ik zeg jullie nu dat Jesus op komst is, en dat is ook zo! En er is geen andere kans op  redding...Jesus komt terug om zijn 1000 jarig rijk te vestigen in Jerusalem."

In 1985 ging hij er dieper op in: "Wat ik in die Bijbelschool leerde was...gewoon hetzelfde als waarin ik altijd al had geloofd. Maar ik had het niet eerder onder woorden kunnen brengen...  Mensen die geloven in de komst van de Messias leven in het nu. Alsof Hij er is. Dat is hoe ik het zie. Ik weet wel dat er mensen zijn die denken: wat een onzin. Maar het staat er allemaal zwart op wit. Zowel letterlijk als tussen de regelsIk hoef mezelf niet te verdedigen. De geschriften bewijzen het."

 

Nieuwe songs

Die theorie vormt dan ook het uitgangspunt voor zowat alle songs die Dylan in deze periode schreef. Maar, volgens een interview uit 1984, schrok hij zelf van zijn songs. Aan Bono, de zanger van U2, vertelde hij toen: "Ik schreef die songs [voor Slow Train]. Ik had het zo niet gepland, maar ik schreef ze toch. Ik schreef ze zelfs niet graag. Ik wou ze niet schrijven. Ik dacht... Ik was niet van plan om songs te schrijven. Maar toen ik er een aantal had, dacht ik, 'ik wil die niet zingen.' Dus vroeg ik een vriendin of zij ze wou zingen."

"Het was een van mijn zangeressen, Carolyn Dennis heet ze. Ik gaf haar die nummers en zij nam ze op. Ik wou er zelfs mijn naam niet onder zetten. Maar ik wou dat ze gehoord werden. Maar niet onder mijn eigen naam, want ik wist wat dat zou teweeg brengen. Dat zou de druk nog doen toenemen. En daar had ik geen behoefte aan."


Een nieuwe band

Uiteindelijk besloot hij dan maar de nummers zelf op te nemen. Hij wist dat, om de boodschap over te brengen, hij ze mooi moest verpakken.  Hij koos dan ook voor een uitstekende producer: Jerry Wexler, die bekend was door zijn werk met Aretha Franklin, Ray Charles, Wilson Pickett, Percy Sledge en Dusty Springfield.

Wexler had net de lp Communiqué geproduceerd voor de Britse band Dire Straits. Hij stelde Bob voor dat hij de leider van die band, Mark Knopfler, zou vragen mee te werken. Dylan kende enkel de single 'Sultans of Swing', die zijn assistent Arthur Rosato hem had laten horen.
Daarom ging hij op 29 maart kijken naar een optreden van Dire Straits in de Roxy in Los Angeles. Na afloop ging hij Knopfler backstage opzoeken. Die was onmiddellijk akkoord om mee te doen.

"Natuurlijk wou ik de plaat opnemen in Muscle Shoals," vertelde  Wexler. De Muscle Shoals Sound Studio, zoals die voluit heet, in Sheffield, Alabama, was de plaats waar hij in de late jaren zestig zijn grootste successen had opgenomen. "Bob zag dat meteen zitten. Maar we besloten de voorbereidingen hier te doen, in Los Angeles, waar Bob woonde."

"Bob en ik namen alle nummers op voorhand door," verklaarde Knopfler later. "Ze kunnen heel anders zijn wanneer hij ze op de piano voor spelt. Ik deed misschien wat suggesties over het tempo of zo. Of ik zei: 'Wat vind je van een twaalf-snarige gitaar?'"

Knopfler was in eerste instantie verbaasd door de religieuze lading van de songs. Geschokt verklaarde hij aan zijn manager, Ed Bicknell: "al die nummers gaan over God!"

Wexler was eerder geamuseerd. "Daar begreep ik was waar die nummers over gingen: bekeringswerk van de oude stempel... Ik vind het wel grappig dat Bob mij, de Wandelende Jood, vroeg om die boodschap over Jesus over te brengen...[Maar] Ik had er geen idee van dat hij op dat hij religieus was geworden tot hij mij wou gaan bekeren. Ik zei, 'Bob, je hebt hier te maken met een 62 jarige overtuigde Joodse atheïst. Voor mij is er geen hoop meer. Laten we gewoon die plaat gaan maken.'"

Tijdens de repetities werd ook besproken wie er verder zou meespelen. Wexler had Rodger Hawkins in gedachte als drummer, maar Knopfler stelde voor Pick Whiters, de drummer van Dire Straits, te nemen.

Dylan had wel een bassist op het oog. Hij wou al lang eens met Tim Drummond (Neil Young, James Brown) werken. Barry Beckett zou piano en orgel spelen. Carolyn Dennis, Helena Springs en Regina Havis deden de achtergrondzang en de fameuze Muscle Shoals Horns zouden voor de afwerking zorgen.

Deze verzameling zangeressen en muzikanten vormden een prettige muzikale combinatie. Voor de verandering zou Bob nu eens in een eersteklas studio werken, met een grote producer. "Bob zei dat hij een professionele plaat wou maken," vertelt Mark Knopfler. "Tot nu toe waren het amateurplaten geweest."

 

De opnamen

De opnamen begonnen op maandag 30 april, om 12:00 uur. Er werd gewerkt in twee sessies van telkens drie uur (12:00 - 15:00 en 16:00 - 19:00), met daartussen een pauze van één uur.

Die eerste dag werd helemaal besteed aan 'Trouble In Mind' en het liep al meteen fout. Dylan weigerde met  koptelefoon te werken. Hij stond er op alles live te spelen.

"Bob begon mee te spelen en te zingen met de muzikanten," vertelt Wexler. "We waren pas begonnen met het uitwerken van arrangementen voor het ritme. Het was veel te vroeg voor hem om al te zingen. Maar hij wou absoluut bij iedere take zingen."
“Die eerste avond was gewoon afschuwelijk,” meent ook Knopfler. “Het ging totaal niet.”

Hoewel take 5 later zal worden afgewerkt met overdubs, wordt de opname uiteindelijk niet goed genoeg bevonden voor de plaat. Nadat de laatste strofe re van af is geknipt komt het nummer terecht op de b-kant van de eerste single.

De volgende dag begint met een bespreking. Wexler wil dat Dylan zich vooral concentreert op zijn zang. Hij stelt daarom een nieuwe methode voor: eerst wordt door alle muzikanten samen een nummer een aantal keren doorgenomen. In een bandopstelling, zonder afscheidingen. Die repetities worden opgenomen. Wanneer een goede structuur gevonden is, kruipt iedereen in zijn hokje en wordt de mono opname door de koptelefoons weergegeven. Dan kunnen Dylan en de meisjes meezingen. Op die manier worden de instrumenten gescheiden op band vastgelegd. Een goede zangpartij kan dan later een nieuwe backing track krijgen.

Het eerste nummer dat op die manier wordt uitgeprobeerd is 'Precious Angel'. De eerste take van deze ode aan Mary Alice Artes is meteen uitstekend. Bas, gitaar, orgel en blazers werden later allemaal toegevoegd.
“Ik kon hem er uiteindelijk van overtuigen om te wachten met zingen tot we de arrangementen uitgewerkt hadden en de muzikanten hun licks rond - in plaats van tegen - Bob konden spelen,” kijkt Wexler tevreden terug.

De opname van 'Ain't No Man Righteous, No Not One' verliep moeizamer. Van de tien pogingen waren enkel de takes 3, 6, 7 en 8 volledig. Barry Beckett speelde piano en Mark Knopfler steel gitaar. Hoewel take 6 op 3 mei een overdub kreeg zou er uiteindelijk worden gekozen voor een andere opname.

Woensdag 2 mei werden drie nummers opgenomen. Als eerste het brallerige 'When You Gonna Wake Up?' Daarvan werden drie takes op band gezet.
'Gonna Change My Way Of Thinking' had maar één take nodig.
En ook 'Ye Shall Be Changed' stond er in één take op. Hoewel het nummer op 4 mei een overdub kreeg, werd het niet gebruikt voor de LP en werd het pas uitgebracht op The Bootleg Series.

Donderdag 3 mei werd eerst geprobeerd een nieuwe versie op te nemen van 'Ain't No Man Righteous, No Not One'. Na één take werd die poging opgegeven.
Daarna stond 'I Believe In You' er in twee takes op. De eerste (de enige volledige) werd als beste werd gekozen. Ook 'Slow Train' zat in één keer goed.

Daarna werden de eerste overdubs toegevoegd: gitaar, drums en akoestische piano werden op de 24-sporen band van take 8 van de oorspronkelijke versie van 'Ain't No Man Righteous, No Not One' gespeeld.

De laatste dag van de opnamen, vrijdag 4 mei werden nog vier nummers vastgelegd. Tussen 12:00 en 15:00 worden telkens vier takes van 'Gotta Serve Somebodoy' en 'Do Right To Me Baby (Do Unto Others)' op band gezet. Er worden verschillende arrangementen uitgeprobeerd. Van deze takes zijn respectievelijk de derde en de vierde de beste.

In de tweede sessie volgde 'When He Returns'. Het stond vanaf het begin vast dat dit nummer als laatste op de plaat zou komen. Maar oorspronkelijk was het de bedoeling dat het gezongen zou worden door een van de vrouwen. Maar toen hij het voordeed, met Beckett op de piano, vond hij dat die versie nog pakkender kon worden. De opname van de piano  werd behouden en Dylan concentreerde zich helemaal op de zang. Pas na negen pogingen was hij tevreden. Het is een van zijn sterkste vocale prestaties ooit geworden.

De opnamen werden afgerond met het kinderliedje 'Man Gave Names To All The Animals'. Van de zes takes braken de eerste vier telkens af. Pas de laatste - take 5 - was volledig. Die werd dan meteen als beste aangeduid. Hoewel hij het nummer vooral opnam omdat het driejarige dochterje van Helena Springs het fijn vond, zorgde het voor wat broodnodige luchtigheid temidden van al het doemdenken.

Het nummer 'Baby Give It Up' dat Bob samen met Helena Springs had geschreven werd nooit opgenomen.

Na een moeizame start zijn de opnamen uiteindelijk vlot verlopen. De basic tracks voor tien nummers zijn op drie dagen opgenomen, tijdens zes sessies van telkens drie uur.
Wexler kijkt tevreden terug: "Bob speelde het voor op piano of gitaar, enkel zang en de grote lijnen zodat we een ruw idee hadden van het nummer. Dan begon de Muscle Shoals band te spelen. Van zodra het klikte begonnen Bob en de meisjes te zingen."

Na het avondeten werd onmiddellijk begonnen met het toevoegen van overdubs. Tim Drummond speelde nieuwe  of extra baspartijen in op 'I Believe In You', 'Slow Train', 'Gotta Serve Somebody', 'Ye Shall Be Changed', 'When You Gonna Wake Up'.

Op zaterdag 5 mei was het de beurt aan Mark Knopfler om elektrische gitaar toe te voegen aan 'Trouble In Mind', 'Gonna Change My Way Of Thinking' en 'Slow Train' en akoestische gitaar aan 'Precious Angel'.
 
Zelfs op zondag werd er gewerkt. Mark Knopfler en Tim Drummond voegden gitaar en bas toe aan de beste takes van 'Trouble In Mind', 'When You Gonna Wake Up' en 'Slow Train'.

Maandag, 7 mei werd er extra backing vocals toegevoegd aan 'Precious Angel', door Helena Springs en dan samen met de beide andere zangeressen aan 'Man Gave Names To All The Animals'.

Daarna werden een paar dagen besteed aan het mixen van de tracks. Ondertussen kon Harrison Calloway arrangementen schrijven voor de blazers.

Op 10 en 11 mei voegde de Muschle Shoal Horns blazers toe aan vier nummers. De muzikanten waren: Harrison Calloway Jr. (trompet), Ronnie Eades (bariton saxofoon), Harvey Thompson (saxofoon), Charlie Rose (trombone) en Lloyd Barrv (trompet).
Op donderdag werden drie tracks onder handen genomen: 'Precious Angel', 'When You Gonna Wake Up' en 'Slow Train'.
En de laatste dag van de opnamen, kreeg 'Gonna Change My Way Of Thinking' naast blazers ook nog wat extra toetsen en orgel van Barry Beckett plus percussie van Mickey Buckins.

Dylan zong 'I Believe In You' en 'Slow Train' opnieuw in,  Mickey Buckins voegde ook percussie toe aan 'I Believe In You' en Barry Beckett elektrische piano aan 'Gotta Serve Somebody'.

Uiteindelijk hadden enkel 'Do Right To Me Baby' en 'When He Returns' geen overdubs nodig.

Drie van de opgenomen nummers haalden de  plaat niet: 'Trouble In Mind' kwam terecht op de b-kant van een single, 'Ye Shall Be Changed' bleef in de kast tot The Bootleg Series Vol 1-3 maar 'Ain't No Man Righteous, No Not One' is nog steeds niet officieel uitgebracht.

 

De hoes

Voor de vormgeving van de plaat werkte Bob nauw samen met Tony Lane, de artdirector van Columbia Records. De staf van de platenmaatschappij overlegde langdurig hoe de boodschap gepresenteerd kon worden. "Ze waren doodsbang dat ze hun vaste kern aan Dylanfans zouden verliezen," vertelt Lane. Hij herinnert zich goed dat Bob over zichzelf in de derde persoon sprak terwijl hij suggesties over hoesontwerp, typografie en hoesteksten gaf. Ten slotte werden ze het eens over een spoorwegarbeider die met een bijl zwaait dat op een kruis lijkt.


De release

Op 18 augustus 1979 werd Slow Train Coming op de markt gebracht. In elk nummer getuigde hij van zijn geloof of prees de Christelijke leer aan. Hoewel sommige recensenten hun neus ophaalden voor Bobs geloofsbekentenissen, schreef Jann Wenner in Rolling Stone dat het misschien wel Bobs beste plaat was.

Vele fans keerden zich van hem af, maar daar kwamen dan weer andere, Christenen, voor in de plaats.

De single 'Gotta Serve Somebody'/'Trouble In Mind' werd pas op 6 oktober uitgebracht. Het werd zijn eerste hit in drie jaar. Het succes ervan droeg in hoge mate bij aan de verkoop van de lp.
Op 27 februari 1980 kreeg Bob Dylan, voor het eerst in zijn carrière, een Grammy onderscheiding. Hij nam zijn beeldje voor 'Gotta Serve Somebody', dat het haalde in de categorie "Beste zangprestatie 1979", persoonlijk in ontvangst tijdens de uitreiking van de 22ste Grammy Awards in het Shrine Auditorium in Los Angeles.
In zijn dankwoord bedankte hij "De Heer, Jerry Wexler en Barry Beckett die geloofden."

Slow Train Coming bleek een opmerkelijk succes. Het werd een van zijn bestverkochte studioalbums. Er gingen meer exemplaren van de deur uit dan van Blood On The Tracks of Desire. Het kwam op nummer 3 terecht,zowel in Amerika als in Engeland. Voor het einde van het jaar behaalde de plaat goud en een jaar later platina.

In november volgde, ter promotie van de tournee een tweede single: 'Man Gave Names To All The Animals'/'When You Gonna Wake Up?'.

 

13-04-07

Bob Dylan: Infidels

1

In een pakhuis in het Californische kuststadje Santa Monica werd op 3 januari 1982 het levensloze lichaam aangetroffen van een man. Het gebouw werd sinds 1977 gehuurd door Bob Dylan, die het gebruikte als repetitieruimte en opnamestudio. Hij noemde het de Rundown Studios, omdat het gebouw er zo schamel bijlag.

 

Na de lijkschouwing raporteerde de patholoog dat de dood van de 51-jarige Howard Alk te wijten was aan een ongeluk. Maar die hem kenden wisten beter.

 

De overledene was een goede vriend van de zanger. Ze kenden mekaar al sinds 1965, toen Howard de cameraman was die zijn Britse tournee filmde, voor de documentaire Don't Look Back. Het volgende jaar had Bob hem opnieuw meegenomen naar de Britse eilanden om er zijn volgende tournee vast te leggen. Het resultaat daarvan was de (weinig vertoonde) documentaire Eat The Document. En tien jaar later hadden ze opnieuw samengewerkt aan Dylan's film Renaldo And Clara.

 

Omdat hij wist dat zijn vriend aan de grond zat, had Bob hem opnieuw gevraagd om zijn laatste gospeltournee te volgen. Met het materiaal zouden ze dan een nieuwe film op poten zetten.

Howard Alk was net 51 geworden – op 25 oktober had Bob hem nog ‘Happy Birthday’ toegezongen van op het podium in Bethlehem, Pennsylvania.  Alk was gescheiden van zijn tweede vrouw, was verhuisd naar Point Dune en sliep regelmatig in een bed in de Rundown Studios. Hij bleef er de hele Kerstvakantie terwijl de rest van de staf thuis bij hun gezinnen zat. Ergens tijdens die vakantie spoot Howard zichzelf een overdosis heroïne in.

 

De dood van zijn vriend was de laatste in een reeks tegenslagen die Bob de afgelopen vijf jaar was overkomen. Eerst was er de scheiding van Sara en de ellendige oorlog om de voogdij over de kinderen. Bobs bekering tot het Christendom had zijn familie en vrienden geschokt en hem de slechtste recencenties en bedroevendste platenverkopen van zijn carrière opgeleverd. En de laatste gospeltournee was een zware tegenvaller geworden.

 

Hoewel het goede concerten waren, bleven de negatieve publiciteit van de voorafgaande religieuze tournees en de laatste twee vrome LP’s de mensen afschrikken. “Ze waren op de vlucht geslagen voor dat Christelijke gedoe en dat verwachtten ze weer, dus kwamen ze bij die optredens niet opdagen,“  meent Arthur Rosato, Bobs assistent. “Ze verkeerden in de foute veronderstelling dat het een avondje bekeren zou worden, maar zo was het dus helemaal niet.” De slechte kaartverkoop had geleid tot het inkorten van de tournee.

Het leek het zoveelste bewijs dat Bob bezig was zijn publiek te verliezen. Hij had getracht het publiek ter wille te zijn door bekende nummers aan de show toe te voegen, maar ze kwamen nog steeds niet opdagen. Het enige wat er voor hem opzat was ermee op te houden en eens te overwegen hoe het verder moest met zijn carrière.

 

Ook privé had Dylan problemen: hij had last van een stalkster, die hem - zo kort na de moord op John Lennon - deed vrezen voor zijn leven. Bovendien zag hij jaren van dure, tijdrovende en ongelukkige juridische strijd voor zich opdoemen omtrent zijn meningsverschil met zijn vroegere manager Albert Grossman.

 

Maar het was de dood van Howard Alk die de motor van Dylan tot stilstand bracht. “Dat was zo’n beetje het moment dat Bob besloot een poosje niet meer te touren,” meent drummer/road-manager Arthur Rosato. “Hij zei tegen mij dat hij tot '84 niet meer op tournee zou gaan… Hij was gebroken…”

 

* * *

 

In het vroege voorjaar van 1982 begon binnen de Joodse gemeenschap van New York het gerucht te circuleren dat Dylan een Hassidisch Joods meisje zou trouwen. Het gerucht was hét gespreksonderwerp in het hoofdkwartier van de Lubavitch aan Eastern Parkway in New York. Dylan volgde daar immers al enkele weken een Bijbelstudie.

De Lubavitch is een organisatie die zich tot doel gesteld heeft om afvallige Joden terug te betrekken door hen op te voeden. De leer verwerpt het zionisme, maar steunt wel de staat Israël volledig.

 

Zijn aanwezigheid op die plek voedde natuurlijk de speculaties dat hij zou zijn terug gekeerd naar het Jodendom. "Hij heeft al van vanalles geproefd," relativeerde Rabbi Kasriel Kaste van het Lubavitch centrum. "Hij zoekt zichzelf. En wij waren er gewoon voor hem." De Rabbi verklaarde niet te geloven dat Dylan ooit zijn Joodse geloof heeft afgezworen om Christen te worden. "Wat ons betreft, was hij een Jood in de war. Wij voelen dat hij terugkeert."

 

* * *

 

Pas aan het begin van de zomer kon Dylan terug worden aangetroffen in een studio. In de Gold Star Studios in Los Angeles nam hij samen met Clydie King een aantal nummers op voor een solo-plaat van de zwarte zangeres.

 

Clydie King is een Afro-Amerikaanse, die al sinds de jaren vijftig een mooie carrière had gemaakt. Naast wat eigen singles op Kent en Ace, had ze jaren voor Ray Charles en Phil Spector gewerkt, en was te horen tijdens tournees en op op platen van The Rolling Stones, Steely Dan, Joe Cocker, Dickey Betts en Bob Dylan.

 

In 1998 zou Bob Dylan's toenmalige vriendin, Susan Ross, beweren dat Dylan in het geheim met Clydie King zou zijn getrouwd en dat ze samen twee kinderen hadden. Maar voor dat vermeende huwelijk zijn nooit verdere aanwijzingen gevonden.

 

Maar, terug naar de sessies.

De basis werd gelegd door pianist Jimmie Haskell, aangevuld met Bob Dylan op orgel, gitaar en bas. Clydie King nam de zang voor haar rekening. De nummers waar ze samen aan werkten waren allemaal covers, zoals ‘Standing In The Light’, ‘Average People’ en ‘Dream A Little Dream Of Me’.

In de daarop volgende dagen sleutelde Dylan in zijn eentje verder aan de opnamen, door er, in zijn Rundown Studios, piano, elektrische gitaar, zang en bas aan toe te voegen. Tenslotte vroeg hij Bobbye Hall voor nog wat ritmische accenten op congas en drums.

 

Op 14 juni werd een andere drummer er bij gehaald: Bruce Gary, die bij The Knack speelde.

“Ik kreeg een telfoontje," vertelt Bruce Gary later: "‘Kom naar Rundown.’ Iemand bracht me naar het drumstel. Er was daar een kleine provisoire studio ingericht, met 8-sporen apparatuur … Dylan ging aan de piano zitten, speelde wat en schakelde dan over op bas of gitaar. Dat ging zo verder gedurende een uur of drie, gewoon wat Alles werd opgenomen. Het beste was echter toen Clydie King kwam opdagen. Bob speelde piano en ze deden een paar nummers … Ze vertrokken samen in een witte Cadillac.”

 

Een laatste sessie vond plaats op 23 juni, opnieuw met Bobbye Hall.

 

De plaat werd echter nooit uitgebracht.

Enkele jaren later vertelde Bob hierover: "Ik heb een plaat waarop Clydie King en ik samen zingen. Het is prachtig, maar er kan geen etiket op worden geplakt en dus kunnen de platenmaatschappijen er niks mee aanvangen."  

* * *

 

Nochtans tekende Dylan die zomer opnieuw bij CBS/Columbia. Het contract voorzag vijf LP’s in een periode van vijf jaar. Verder huurde hij de mangementdiensten in van Elliott Roberts, een protégé van David Geffen, die eerder ook de belangen van Joni Mitchell, Neil Young en Crosby, Stills and Nash had behartigd.

 

Hij bracht veel tijd door met zijn kinderen. Met zijn oudste zoon Jesse ging hij in Minnesota een aantal concerten bekijken van jonge bands als The Clash, Elvis Costello and the attractions, X, The Stray Cats en Squeeze.

De belangrijkste privé-gebeurtenis van dat jaar was de bar mitsva van zijn tweede zoon, Samuel. De plechtigheid vond plaats in een tempel in Los Angeles, in aanwezigheid van Sara Dylan (de moeder van zijn kinderen) en goede vrienden en relaties uit de muziekindustrie.

Na de plechtigheid stelde David Geffen Bob voor aan zijn metgezel Carole Childs, een kleine, roodharige A&R medewerkster van Geffen Records.

 

Childs herinnert zich later dat ze meteen viel voor Bob. Het was blijkbaar wederzijds, want hij nodigde haar bij zich thuis uit. Ze begonnen al snel een relatie, die - af en aan - tien jaar zal duren.

In die tijd reisde Childs veel met Bob mee. Ze deed suggesties voor de muzikanten en producers waarmee hij moest werken. Niettemin maakte ze zichzelf nooit wijs dat ze van vitaal belang was voor Bob's welzijn:  "Hij is zo eigenzinnig dat het lijkt of hij niemand nodig heeft. Zijn muziek, veruit het belangrijkste in zijn leven, creërt hij helemaal alleen."

 

* * *

 

Tegen het einde van het jaar vond Bob Dylan dat het tijd werd om terug te denken aan zijn carrière. Hij wou met zijn volgende plaat de weggelopen fans terughalen. Het moest dan ook een goed klinkende plaat worden. Het liefst wou hij zelf producen, maar hij had naast zich iemand nodig die zich thuisvoelde in een moderne studio. Daarom polste hij artiesten die hun platen zelf hadden geproduceerd, zoals David Bowie en Frank Zappa. Of die dat voor anderen hadden gedaan, zoals Elvis Costello. Zelfs disco producer Georgio Moroder kreeg een telefoontje.

 

Begin januari 1983 bracht hij een bezoekje aan de Power Station Studios in New York, waar Dire Straits aan het opnemen was. Dylan kent Mark Knopfler van een eerdere samenwerking op Slow Train Coming en wist dus wat hij kon verwachten. Knopfler accepteerde de samenwerking.

 

Dylan liet hem alvast wat demo's bezorgen en ging dan op zoek naar muzikanten.

Zo ging hij bijvoorbeeld in The Roxy in Los Angeles kijken naar een optreden van de zogenaamde Reunion Tour van de Britse blueslegende John Mayall met John McVie (Fleetwood Mac) en Colin Allen. Hij was vooral geïnteresseerd in de ex-Rolling Stones gitarist Mick Taylor.

 

* * *

 

cuts2De opnamen gingen  van start op maandag 11 april 1983, in de Power Plant studio, in New York City. Voor het eerst zou een plaat van Bob Dylan worden opgenomen met de digitale techniek – op 32 sporen.

 

Mark Knopfler zou behalve als co-producer ook de gitaarsolo's voor zijn rekening nemen. Maar als tegengewicht voor Knopflers nogal stroperige gitaarspel had Dylan er op gestaan een bluesier tweede solo gitarist in te huren. De keuze was gevallen op ex Rolling Stone Mick Taylor.

Ook de ritme-tandem van Lowell Dunbar and Robbie Shakespeare zijn Bobs idee. Als Sly & Robbie hadden die twee, als geen ander, hun stempel gedrukt op de reggae van de laatste tien jaar.

Knopfler bracht ook toetsenman Alan Clark mee en technicus Neil Dorfsman.

 

Mark Knopfler: “Met Bob is het belangrijk dat alles goed voorbereid is. Hij was bij thuis gekomen en had wat nummers voorgespeeld op gitaar. Tegen dat hij terug wegging waren ze al helemaal veranderd. Ik zorgde er dus voor dat alles optimal in orde was voor we naar de studio trokken.…”

Bob staat er immers op steeds live op te nemen in de studio.

“Alles werd live gespeld," bevestigd Mark Knopfler: "Ik heb dat geleerd tijdens Slow Train Coming… Je moet de nummers goed kennen voor de opnameknop wordt ingedrukt, want na één of drie pogingen is Bob al met iets anders bezig.”

 

In afwachtig dat de zanger zelf arriveerde namen de muzikanten dan ook al een vijftiental keer het eerste nummer door. Dat was een elektrische versie van ' Blind Willie McTell'. Eens Bob erbij was gekomen werden er dan vijf takes van op band gezet, voor werd overgeschakeld op iets dat staat aangegeven op het logboek als 'Oh, Babe'. Waarschijnlijk was dat een jam.

Daarna werd nog twee keer geprobeerd 'Blind Willie McTell' te perfectioneren.

 

Na nog een instrumentale jam werd dan overgeschakeld naar een tweede nummer: ' Don't Fall Apart On Me Tonight'. Na vijf takes, waarvan één zonder zang, werd afgesloten.

 

De volgende dag werd de hele sessie besteedt aan het perfectioneren van de prachtige lovesong 'Don't Fall Apart On Me Tonight'. Na twaalf pogingen besloot Bob echter dat de eerste take van die dag het beste klonk.

 

Hoewel het de bedoeling was om op de woensdag ‘Jokerman’ op te nemen, werd heel veel tijd besteedt aan het spelen van bluesjams. Dat werkt blijkbaar inspirerend want, net voor het afsluiten werd, in één take, 'There's A Woman' op band gezet. Wanneer het nummer op plaat verschijnt zal het zijn omgedoopt in ‘License To Kill’.

 

Donderdag 14 april was zo een dag waarop Dylan na twee of drie takes al weer met iets nieuws wou beginnen. Er werden dan ook maar liefst drie nieuwe nummers op band gezet. ‘Man Of Peace’ heet dan nog ‘Sometimes Satan’ en ‘Sweetheart Like You’ draagt de titel ‘By The Way That's A Cute Hat’. Enkel 'Clean-Cut Kid' heeft al zijn definitieve titel gekregen.

In 'Man of Peace' lijkt hij zich te keren tegen de Christelijke missionarissen die hem hebben gered. Backing zangeres Helena Springs vertelt daarover: "Ik herinner me dat veel van die mensen… hmm… mensen van de Vineyard in Los Angeles… Het is een beetje een sekte. Ik herinner me dat er veel druk op hem was. Ze lieten hem niet met rust. Hij vertelde me eens: 'God, het is zo benauwend.' Hij ondervond veel hypocrisie bij die Jesus-people waarmee hij betrokken was geraakt. Dat is wat hij mij vertelde…"

Enkel de derde take van ‘Man Of Peace’ wordt achteraf geselecteerd.

 

De volgende dag wordt uitgerokken om 'Clean-Cut Kid' te perfectioneren. De dag begint echter met een paar takes van het instrumentale 'Don't Fly Unless It's Safe'. Darana wordt er gejamd op covers als 'Jesus Met The Woman At The Well', 'He's Gone' of '16 Tons'. Er worden zelf verschillende takes besteedt aan iets dat onder de veelzeggende titel 'Half Finished Song' staat aangegeven.

Uiteindelijk worden eerst drie takes van een langzame verise van 'Clean-Cut Kid' uitgeprobeerd, waarna wordt afgeloten met één snelle take. Dylan was echter niet tevredn met het resultaat en zou het nummer laten liggen voor de volgende LP Empire Burlesque.

 
outfidels2

Ook op zaterdag wordt er gewerkt. Al lijkt het wel alsof er van echt werken geen sprake is. Er wordt weer heel veel tijd doorgebracht met bluesy jams. Voor wie het interesseert: één daarvan 'Dark Groove' kan worden beluisterd op de bootleg Rough Cuts. Daarop staat ook een versie van 'Someone's Got A Hold Of My Heart', waarvan zes takes worden opgenomen, voor er terug wordt overgeschakeld op nog meer improvisaties op bluesthema's. En ook dat nummer zou later opnieuw worden opgenomen voor Empire Burlesque, waar het wordt omgedoopt in ‘Tight Connection To My Heart’.

 

Na het weekend zijn de batterijen weer opgeladen en wordt er een hele sessie geconcentreerd gewerkt aan 'Sweetheart Like You'. Dat heet dan nog 'In A Place Like This'. Een stuk van meer dan twintig minuten van deze repetities is ook op bootleg uitgebracht.

Take 9 zal worden uitgebracht op Infidels, hoewel er daarna nog eens zoveel takes worden uitgeprobeerd.

De sessie wordt afgesloten met twee nieuwe takes van 'Blind Willie McTell'.

 

De invloed van de bijbelstudie bij de Lubavitch is duidelijk merkbaar in Dylan's eerste politieke nummer sinds 'Hurricane' uit 1976. In 'Neighbourhood Bully' verdedigt Dylan, met nogal knullige argumenten, de Israelische aanval op de kernreactor van Irak en de inval in Libanon.

Het nummer staat in er zes takes op, waarvan de vijfde als beste wordt aangeduid. 

Daarna kan er wat worden ontspannen met dingen als 'Green Onion' en 'Love You Too'  en iets dat staat aangeduid als 'Trees Hannibal Alps'.

Na het gebruikelijke opwarmen (deze keer met reggaeritmes), wordt woensdag geprobeerd om een cover van  'This Was My Love' op te nemen. Dat nummer, geschreven door Jim Harbert, werd in 1959 door Frank Sinatra op plaat gezet. Geen enkele van de zeven takes voldoet echter. Twee versies van deze outtake zijn wel op bootleg uitgebracht.

De sessie wordt afgesloten met drie takes van 'Borderline'.

 

En ook het nummer dat donderdag 21 april wordt opgenomen zal de plaat niet halen. 'Tell Me' wordt in 1991 wel uitgebracht op The Bootleg Series, 1961-1991. Eén van de zeven andere takes is te beluisteren op Rough Cuts.

 

De volgende sessies worden bijna helemaal besteedt aan nog een nummer dat de plaat zelfs niet zal halen: 'Foot Of Pride' (of 'Too Late', zoals het dan nog heet). Wanneer hij na negen takes merkt dat het die vrijdag toch niet zal lukken, is Dylan, acht maanden voor Kerstmis, blijkbaar in de juiste sfeer om een medley van Kerstliederen uit te proberen. De aanleiding is een reggae jam, die uitmondt in 'Silent Night' en aanverwanten. Op de één of andere manier herinnert dat Dylan aan het mijnwerkerslied van Merle Travis: 'Dark As A Dungeon'.

 

Tijdens de sessie van zaterdag wordt verder geprobeerd om de "juiste versie" van 'Foot of Pride' te vinden. Er worden akoestische versies uitgeprobeerd, Bob solo piano en zelfs met een reggae ritme. 

 

's Maandags wordt de zoektocht verder gezet. Na vijf takes wordt overgeschakeld op 'Hold Of My Heart', dat later zal worden omgedoopt tot 'Someone's Got A Hold Of My Heart'. Maar na vier takes daarvan meent Bob toch weer een nieuwe invalshoek te hebben gevonden voor 'Foot Of Pride'.

 Beide nummers staan 's dinsdags opnieuw op het programma. Eesrt drie verdere takes van 'Foot Of Pride', gevolgd door wat blues jams: 'Prison Station Blues' en 'Forever My Darling'. De derde take van 'Someone's Got A Hold Of My Heart' zal later worden uitgebracht op The Bootleg Series, 1961-1991. Daarna volgen nog meer jams: 'Choo Choo Boogie', 'Cold, Cold Heart', 'Movin' On' en 'KIM'. 

De volgend dag komt Clydie King meedoen op backing vocals. Zij schijnt een goede invloed te hebben want opeens gaan de zaken vooruit. ‘Foot Of Pride’ staat er nu op in vier takes. Uiteindelijk zijn er maar liefst drieenveertig takes van ‘Foot Of Pride’ opgenomen, in allerlei stijlen. Slechts veertien daarvan waren volledig. En dat allemaal voor een outtake! Gelukkig hebben we The Bootleg Series, 1961-1991, zodat we toch kunnen horen waar het allemaal om te doen was.

Clydie is echter niet te horen op dat nummer. Zij zingt tweede stem op twee andere: 'Union Sundown' en Julius And Ethel'. Van elk worden twee takes opgenomen, die wel te horen zijn op Rough Cuts, maar Infidels niet halen.

Tussendoor wordt een ander nieuw nummer op band gezet. De reggaesong 'I And I' staat er in acht takes op. De zesde daarvan wordt geselecteerd voor de plaat.

 

En ook de laatste sessie van de week, vrijdag 29 april, is een verloren sessie: drie takes van ‘Harmonica Jam’ en ‘Don't Drink No Chevy’, twee van ‘How Many Days’ en dan nog wat losse jams met nonsens-titels.

 

De laatste sessie, op maandag 2 mei is de meest productieve van de hele periode. Misschien omdat Clydie er weer bij is?

Eerst wordt ‘Lord Protect My Child’ in één take opgenomen.

DDaarna gaat veel aandacht gaat naar cover van Willie Nelsons ‘Angel Flying Too Close To The Ground’. Er worden zes takes van opgenomen aan het begin en ook nog eens zoveel aan het einde van de sessie. De laatste, take 12, wordt later, in Europa en Japen, uitgebracht als b-kant van de eerste single.

Tussen door wordt teruggekeerd naar ‘Lord Protect My Child’ (9 takes), ‘Union Sundown’ (4 takes) en ‘Death Is Not the End’ (1 take). Van alle drie wordt de beste take uitgebracht, maar allemaal hebben zee en andere bestemming. Het eerste nummer komt terecht op The Bootleg Series, 1961-1991. ‘Union Sundown’ op Infidels en het laatste nummer blijft op de plank liggen tot Down In The Groove.

 De opnamen zitten erop. Uiteindelijk zijn er 242 opnamen gemaakt van 47 verschillende nummers en ongeïdentificeerde jams. Maar dan bedenkt Dylan zich. Hij wil nog eens proberen om het nummer waarmee de sessies zijn begonnen te verbeteren. Op donderdag 5 mei worden twee akoestische versies van ‘Blind Willie McTell’ opgenomen.  

Na het weekend wordt begonnen aan het mixen. Deze keer is Dylan beret begonnen aan het mixen  ge daar zo naar uitkijkt. es zijn begonnen te verbeteren. veel tijd uit voor het mixen en toevoegen van overdubs. Uiteindelijk zijn er 19 sessies nodig om Infidels af te werken. Tegelijk worden er ook  een hele reeks overdubs aan de opnamen toegevoegd: Sammy Figueroa voegt percussie toe en Mick Taylor extra gitaarpartijen.

 

Op 17 mei werken Mark Rivera, Robert M. Funk, Laurence H. Etkin, Ron Wood en Bob Dylan allemaal aan ‘Neighborhood Bully’ en de volgende dag komen Full Force, of te wel Lucien J. George, Curtis Bedeau, Gerard Charles, Brian George en Paul George backing zang toevoegen aan ‘Tell Me’ en ‘Death Is Not The End’. Dylan is bij die laatste overdubsessie niet zelf aanwezig.

 

Volgens Clinton Heylin in zijn boek Behind Closed Doors was dit de tracklist zoals die in mei 1983 door Bob Dylan en Mark Knopfler was samengesteld.

 

kant 1

1. Jokerman (andere, langere versie)

2. License To Kill3. Man Of Peace4. Neighborhood Bully kant 21. Don't Fall Apart on Me Tonight (andere take)

2. Blind Willie McTell (andere "elektrische" take)

3. Sweetheart Like You (andere take)4. I And I

5. Foot of Pride (de versie van The Bootleg Series)

 

Bob wil de plaat Surviving In A Ruthless World heten, maar ziet daar van af, omdat zijn vorige platen ook allemaal met een S begonnen.

 

Er zijn twee versies over wat er vervolgens is gebeurd. Volgens Mark Knopfler moest hij weg. "Infidels zou een betere plaat zijn geworden als ik het had gemixt, maar ik moest naar Duitsland, voor een tournee. En toen had Bob iets aan de hand met CBS: hij moest de plaat binnenbrengen en ik zat ver weg, in Europa....

Een heel stuk van de plaat klinkt als ruwe mixen. Bob dacht misschien dat ik overhaast te werk was gegaan omdat ik snel weg moest, maar ik had aangeboden om de mixen af te werken, zodra ik terug kwam."

Anderen beweren dan weer dat Dylan absoluut niet tevreden is over hoe de plaat klonk. Hij liet iemand naar Knopflers manager bellen om hem te zeggen dat hij niet meer hoefde te komen en hij liet de plaat afmixen door een technicus, Ian Taylor.

 

Er is sprake van dat Dylan in juni opnieuw de studio inging om sommige teksten opnieuw in te zingen. Maar daarvan zijn geen bewijzen gevonden. 

 

* * *

 In de zomer van 1983 werd de Rundown studio gesloten. Dylan liet de 8-sporen opnameapparatuur bij hem thuis, in Malibu, installeren. Om de nieuwe huisstudio uit te proberen nodigde hij, begin september, de  songwriter Charlie Sexton uit, samen met twee jonge snaken van de punkband Plugz (drummer Charlie Quintana en gitarist J.J. Holliday). Nu kon hij naar hartelust jammen.

Charlie Quintana vertelt: “Er werd niet veel gekletst. Hij kwam binnen, we speelden, dronken een koffie, speelden nog wat en als hij zei ‘Goed, dat was het,”pakten we in en waren weg.”

Na een maand was Dylan het plots beu en werden de mannen niet meer opgeroepen.

Op 28 oktober 1983 werd Dylan’s eerste single in meer dan twee jaar uitgebracht, maar alleen in Europa. : 'Union Sundown' / 'Angel Flying Too Close To The Ground'.  Het is de voorloper van de nieuwe plaat. De eerste onder het nieuwe contract en dus is CBS bereik geld te stoppen in promotie. Dylan mag zijn eerste videoclip draaien. Hij wil ‘Neighborhood Bully’ als eerste single, maar CBS ziet meer in 'Sweetheart Like You'. De opnamen stellen een optreden in een club voor en vinden plaats in Los Angeles.

 Op 1 november 1983 wordt Infidels uitgebracht. Op de plaat staat aangegeven: “Produced By Bob Dylan For "Wreck of the Old 97 Productions" and Mark Knopfler for Chariscourt, LTD.”

Dylan heeft de plaat grondig omgeggooid. Weg zijn ‘Foot Of Pride’ en ‘Blind Willie McTell’. In plaats daarvan koos hij voor ‘Union Sundown’. Andere nummers zijn ingekort of herwerkt.

achter


Op de binnenhoes van de plaat staat een foto die zijn ex-vrouw Sara heeft getrokken op de Olijfberg boven Jerusalem. In het najaar van 1982 waren ze daar op bezoek geweest na de bar mitsva van Samuel.

 

De plaat werd goed ontvangen. Opvallend was dat Jezus verdwenen was  zijn vocabulair. Wel staat ‘Jokerman’ bol van de verwijzingen naar het Nieuwe Testament. Maar over het algemeen ligt de klemtoon op persoonlijke thema’s als liefde en verlies, gekaderd in een groter perspectief van geopolitiek. Zowel het sterke materiaal als de goede performances werden algemeen geroemd.

 

In een interview zegt hij zelf over zijn bekering: "Het maakte allemaal deel uit van mijn ervaringen. Het moest gebeuren. Als ik bij iets betrokken raak, dan ga ik er voor. Ik blijf niet aan de kant staan."

De terugkeer naar het Jodendom, als dat al het geval was, is echter niet zo publiek als zijn vertrek. Zijn Christelijke periode laat in ieder geval sporen na. Hij blijft geloven in het Laatste Oordeel. "Of je nu geloofd dat Jezus Christus de Messias is of niet, is irrelevant. Maar dat je bewust bent van het begrip van de Messias, dat is wat telt....Mensen die geloven in de komst van de Messias leven alsof Hij er al is. Dat is wat ik er van vind."

 

In de Billboard-albumlijst blijft Infidels op twintig steken. In Engeland is dit album goed voor een negende plaats.

  

Pas in december werd er in Amerika een single van de plaat getrokken: 'Sweetheart Like You'/'Union Sundown'.

 

In januari 1984 had Dylan de muzikanten van Plugz opnieuw opgetrommeld om te jammen. De informele sessies waren nog een paar maanden doorgegaan. Dat maakte het hem gemakkellijk toen hij het voorstel kreeg om op te treden in het drukbekenen TV-programma Late Night With David Letterman. Hij hoefde nu immers niet op zoek naar muzikanten.

 

Tijdens de repetities vooraf werden een groot aantal nummers gespeeld die de mannen nog nooit hadden gehoord! Dylan weigerde echter te zeggen welke nummers hij wou bregen bij het TV-optreden. 

 

De opnamen vinden plaats op 22 maart 1984 in de NBC Studios in het Rockefeller Centre in New York. Dylan had toegestemd in het optreden, maar geweigerd om te worden interviewd. Misschien als toespeling daarop begon hij zijn set met 'Don’t Start Me Talking' van Sonny Boy Williamson. Zijn begeleiders, gitarist Justin Poskin, bassist Tony Marisco en drummer Charlie Quintana werden, voor de camera’s, geconfronteerd met een nummer dat ze nog nooit hadden gespeeld. En ook Dylan zelf moest al doende vaststellen dat hij zich slechts enkele fragmenten van zinnen van het origineel herinnerde. De rest vulde hij dan maar aan met ter plekke verzonnen regels.

Vervolgens speelden ze 'License To Kill' en tenslotte 'Jokerman'. Beide songs waren getransformeerd, fris, vol vuur en pakkend. Veel krachtiger dan de originele uitvoeringen. Het was een prachtig optreden dat velen naar de winkel liet rennen om Infidels aan te schaffen. Waarna ze moesten vast stellen dat de nummers op die plaat totaal anders klonken dan wat ze op TV hadden gezien.  

Einde maart werd er budget vrijgemaakt om nog een tweede videoclip te draaien. Dylan deed daarvoor beroep op twee vrienden uit de tijd van de Rolling Thunder Revue: Larry Sloman en George Lois. Hij wou nog steeds ‘Neighborhood Bully’ verfilmen, maar Lois werkte een heel draaiboek uit voor 'Jokerman'.

De clip voor 'Jokerman' bestaat uit een reeks afbeeldingen, vooral van bekende schilderijen en beeldhouwwerken, met daaroverheen de regels van de tekst. Tussendoor is Dylan zelfs soms in beeld.

Het filmpje werkte. Volgens Rolling Stone deed de video “de doorsnee video verbleken tot de opgepompte cola-reclame, die ze ook meestal zijn”. Maar Dylan zelf vond het maar niks.

 

'Jokerman' werd dan ook in april 1984 als laatste single uitgebracht, met op de b-kant een live versie van 'Isis' uit de film Renaldo And Clara.

roughcuts