14-05-08
Stagger Lee - deel 2

Stack A Lee
Op World Gone Wrong brengt Bob Dylan een andere klassieke Amerikaanse murderballad, in de aard van 'Frankie And Albert'.
Er zijn vele gelijkenissen tussen beide songs. Zo zijn ze allebei gebaseerd op een waar gebeurd drama dat plaats vond rond dezelfde tijd, in dezelfde omgeving: de jaren negentig van de 19de eeuw, in de rosse buurt van St Louis.
Beide songs stammen uit de periode van voor het ontstaan van de blues, groeiden uit tot klassiekers in het genre en werden later geadapteerd in verschillende versies, zowel door zwarte als door blanke artiesten. In zowat alle genres: van rauwe blues van Ma Rainey, instrumentale jazz van Sidney Bechet, Duke Ellington en Cab Calloway, coctailjazz van Peggy Lee, folk van Sonny Terry en Woody Guthrie, disco van Neil Diamond, funk van James Brown, Wilson Pickett tot punk van The Clash en rap van Nick Cave.
En dan hebben we het nog niet gehad over Huey Lewis and the News!
En net als 'Frankie' is ook hier weer vrij omgesprongen met de namen: 'Stagolee', 'Stack Lee', 'Stagger Lee' of ' Stack & Billy'...
De oorsprong
Het verhaal is dus gebaseerd op een echte moord, zoals we kunnen terugvinden in de St. Louis Globe Democrat van 28 december 1895.
"William Lyons, 25, kleuring, een dijkenbouwer, wonende te 1410 Morgan Street, werd gisteren omstreeks 10 uur 's avonds in de buik geschoten in de saloon van Bill Curtis, op de hoek van de Eleventh en Morgan Streets, door Lee Sheldon, eveneens kleurling. Sheldon is koetsier en woon op 911 North Twelfth Street. Hij is ook gekend als 'Stag' Lee."
Op het ogenblik van de schietpartij zat de saloon vol negers.
Beide partijen hadden, schijnbaar, gedronken en waren uitbundig.
Lyons en Sheldon waren vrienden en zaten te praten. De discussie belandde bij de politiek en ze kregen ruzie. Daarbij rukte Lyons Shaledon's hoed van diens hoofd. Deze laatste eiste zijn hoed terug. Lyons weigerde, Sheldon greep zijn revolver en schoot Lyons in de buik.
Toen zijn slachtoffer op de grond viel nam Sheldon zijn hoed uit de hand van de gewonde man en stapte onverstoord weg.
Lyons werd naar de ziekenboeg gebracht, waar werd vastgesteld dat de kwetsuur ernstig was. Hij werd dan overgebracht naar het City Hospital.
Sheldon werd aangehouden en opgesloten in het politiekantoor van Chestnut Street."
Tot zover het krantenbericht. Uit latere berichten blijkt dat Billy Lyons overleed aan zijn verwonding. Stag Lee kwam voor de rechter. Een eerste rechtszitting liep vast in politiek gekrakeel.
Bij een nieuwe rechtszitting werd hij veroordeeld. Hij vloog naar de gevangenis en overleed er in 1919, aan TBC.
De legende
Al kort na de moord begon de song zijn tocht over het Amerikaanse continent.
Zoals gebruikelijk werd erg vrij omgesprongen met het verhaal. Al bleef de kern steeds behouden: rond Kerstmis ruziën twee mannen over een hoed en de ene schiet de andere dood. Verder gebeurde er echter van alles mee: details werden toegevoegd, veranderd, door elkaar gehaspeld en geactualiseerd.
Vooral omwille van zijn koele houding is de figuur van de moordenaar in Amerika uitgegroeid tot een legendarisch figuur. Hij werd ooit omschreven als "zo slecht dat de duivel hem de toegang zou ontzeggen tot de hel".
De schrijver Julius Lester drukt het nog kleurrijker uit in zijn Black Folktales: "Stagolee was, zonder enige twijfel, de slechtste nikker die ooit heeft geleefd. Stagolee was zo slecht dat de vliegen in de zomer niet rond zijn kop wilden vliegen en in de winter viel er geen sneeuw op zijn huis."
Cecil Brown, auteur van het boek Stagolee Shot Billy (2003) betoogt zelfs dat Stag Lee het archetype is van de moderne rapper. Een stoere zwarte vent, koele kerel, hip gekleed, potent, niet vies van geweld en met minachting voor de blanke autoriteiten.
Stijl is alles voor hem: hij schrikt er niet voor teug om te moorden voor een hoed.
Brown ziet het nummer daarom zelfs als "de moeder van alle rapsongs".
Mississippi John Hurt
De eerste versie werd in 1911 gepubliceerd door de folklorist Guy B Johnson in het prestigieuze Journal of American Folklore.
De meest legendarische versie is ongetwijfeld die van Mississippi John Hurt. Zijn versie werd voor het eerst op band gezet in 1928.
Hij voegde twee dingen toe aan de legende. Hij specificeerde dat de hoed waar het allemaal om draait een Stetson was. Dat voegt klasse toe en roept beelden op van het Wilde Westen.
Bovendien opende hij de song met de woorden "Police officer, how can it be? / You can 'rest everybody but cruel Stack O' Lee." Waarmee hij de man nog wat heroïscher maakt door te stellen dat zelfs de politie schrik heeft van hem.
Introductie:
Stagolee was a bad man. Ah...they goes down in the coal mine one night, robbed a coal mine. They's gamblin' down there, and they placed themselves just like they wanted to be, so they wouldn't hit each other when they was shootin'. Money lyin' all over the floor. There's one bad guy down there, he thought he was, that was Billy Lyons. So he had a big .44 laying down by the side of him; when they got placed why, Stagolee spoke to him, he says, boys, look at the money lyin' there on the floor. What'll we do if old Stagolee and them was to walk up in here? This guy picked up his .44, and he says: It wouldn't make a bit of difference, says, Stag's gun won't shoot a bit harder than this one. 'bout that time, stag knocked his hat off. and his partner, takin' care of the rest, when he knocked his hat off, he kinda remembered that was Stagolee, and he commenced beggin' like this:
Police officer, how can it be,
you can arrest everybody but cruel stagolee?
that bad man, oh cruel stagolee.
Stagolee, stagolee, please don't take my life
says i got two little baby and a darling lovin' wife
he's a bad man, oh cruel Stagolee.
Here' the answer Stagolee gave him:
What do i care 'bout your two little babies, darling loving wife?
says you done stole my stetson hat, i'm bound to take your life.
it's a magic hat, oh cruel Stagolee.
Boom boom, boom boom, went the .44
when i spied poor Billy Lyons,
he was lyin' down on the floor.
that bad man, oh cruel Stagolee
Gentlemen of the jury, what do you think of that?
Stagolee killed Billy Lyons, 'bout a $5 stetson hat
that bad man, oh cruel Stagolee
Standin' on the gallows, Stagolee did curse
the judge said let's kill him, before he kills one of us
he's a bad man, that old Stagolee.
Standin' on the gallows, his head was way up high
at 12:00 they killed him, they was all glad to see him die.
that bad man, oh cruel Stagolee
Policin' officer, how can it be
you can arrest everybody but cruel stagolee
that bad man, oh cruel stagolee.
Van blues, over R&B...
Met zo een tekst en zo een figuur is het geen wonder dat iedere bluesman (of -vrouw) zijn versie van de song heeft opgenomen: Jesse Fuller, Mississippi John Hurt, Furry Lewis, Mississippi Slim, Ma Rainey....
In de jaren dertig en veertig verzamelden de folkloristen John Lomax en zijn zoon zeker een dozijn verschillende opnamen van de song. De song bleek erg populair onder de klanten van de diverse gevangenissen.
De meestal zwarte gevangenen zingen graag over Stagolee en de duivel. Want de duivel is blank!
Het nummer werd het rocktijdperk ingeloodst door ene Leon T. Gross, zanger uit New Orleans. Onder de naam Archibald bracht hij in april 1950 'Stack-A-Lee' (parts I & II). Het singeltje, in de stijl van singer Professor Longhair, brengt het verhaal over twee kanten uitgesmeerd. Het werd een top 10 hit op de rhythm & blues lijsten.
Een stadsgenoot van Archibald, Lloyd Price, had korte tijd later veel succes op de plaatselijke R&B markt. Maar zijn carrière werd afgebroken toen hij zijn legerdienst moest gaan vervullen in Korea. Gelukkig voor hem moicht hij dat doen als entertainer van de tropen op de bases in Korea en Japan. Als onderdeel van zijn act bracht hij een eigen versie van de song. "Er waren honderden tekstregels voor het oude nummer, maar er was geen verhaal. Dus maakte ik er een toneelstukje van. Een paar soldaten speelden dat voor, terwijl ik het zong."
Na zijn legerdienst trok Lloyd naar Washington, D.C. Zijn eerste single, 'Just Because', bracht hem onmiddellijk terug in de hitlijsten. Als opvolger dacht hij aan zijn toneelstukje.
Hij versnelde het tempo, voegde de aanmoediging "Go Stagger Lee!" toe en verzachtte de boodschap met een blank backingkoortje.
Zijn versie van 'Stagger Lee' sloeg aan - en hoe. Er vlogen tot 200 000 exemplaren per dag de deur uit. Een gegarandeerde nummer 1 hit, in 1959.
De TV programmatoren zaten met een probleem. Dick Clark vond dat zoveel geweld en bloed niet kon voor het tienerpubliek van zijn "American Bandstand". Lloyd had geen keuze: hij moest een nieuwe, gekuiste versie opnemen, met... een happy end! Stagger Lee en Billy legden hun ruzie bij en sloten terug vriendschap.
In de jaren zestig sloot de beweging voor gelijke rechten Stagolee in zijn armen. Op het hoogtepunt van het Black is Beautiful tijdperk namen zowel James Brown als Wilson Pickett 'Stagolee' op.
Bobby Seale, de leider van de Black Panthers, zag de figuur als voorbeeld voor het verzet van de zwarten tegen de blanken. "Stagolee was de slechtste nikker van de buurt en liet zich door niets of niemand doen."
... via ska naar punk
Zoals zovele R&B hits werd ook dit nummer aangepast voor de Jamaikaanse markt. The Rulers maakten in 1967 hun eigen skaversie van het 'Stagger Lee' verhaal, als "Wrong Emboyo". De zanger, Clive Alphonso, zette er voor het gemak zijn eigen naam onder als auteur.
Dertien jaar later bracht dat serieus wat geld in het laadje toen The Clash zijn versie coverden als 'Wrong 'em Boyo' op hun dubbel-LP London Calling.
En zo zijn we bij de blanke artiesten beland.
De blanke kant
De muziek van de zwarte gemeenschap heeft altijd een grote aantrekkingskracht gehad op de Calvinistische blanke Amerikanen. Traditioneel hebben de Afro-Amerikanen in hun songs altijd veel vrijer uitdrukking gegeven aan onderdukte emoties, zoals seks en agressie.
De vroegste bekende opnamen van de song dateren uit 1923 en ze zijn gemaakt door twee blanke dansbands: Fred Waring's Pennsylvanians en Frank Westphal and His Orchestra.
Frank Hutchinson
Dylan verwijst in zijn hoesnota's naar de versie van Frank Hutchinson. Hutchison was een blanke mijnwerker, geboren in 1897 in West Virginia en opgebracht in Logan County. Hij werd beïinvloed door zwarte spoorwegarbeiders en een kreupele zwarte uit de heuvels: Bill Hunt. Tegen 1920 had hij een repertoire opgebouwd met weinig gekende oude nummers: rags, blues, traditionele balladen en novelties.
In 1926 nam hij zijn eerste platen op in New York, waarbij hij zichzelf begeleide met een gitaar. Hij had echter een zeer ongewone manier van spelen bedacht: hij legde de gitaar plat op zijn schoot en streek over de snaren met een mes. Om zijn nek droeg hij daarbij een harmonica in een rekje.
Zijn versie van 'Stackalee' nam hij op 28 januari 1927 op. Tijdens diezelfde sessie nam hij ook een instrumentale versie op, waarbij zijn mondharmonica de taak van de zang overneemt.
De gezongen versie is te vinden als nummer 19 op Volume 1: Ballads van de Anthology of American Folk Music.
Door de depressie moest hij ophouden met spelen en vestigde zich als groentenman in Lake, West Virginia. Over zijn latere leven is alleen nog geweten dat hij in Columbus, Ohio overleed in 1945.
Nick Cave
Ook bij de Australische rocker Nick Cave kon dit nummer niet ontbreken. Hij legde in 1996 een heel eigen interpretatie vast op zijn Murder Ballads.
Cave voegde ze wat regels aan toe die hij vond in een ander blues ballad. "Er is een regel in onze versie die zo gaat: 'I'm the kind of cocksucker that would crawl over 50 good pussies to get to one fat boy's asshole.'
Ik kwam die tegen in een fantastische talking blues van een kerel die zich, in het nummer, voorstelt als Two-time Slim. Ik heb het altijd een fantatsische zin gevonden en dus heb ik hem er in verwerkt."
('De song is Two Time Slim' van Snatch and the Poontangs, uit 1969).
"We namen het op omdat het past in de traditie," vertelt Cave. "Ik hou er van hoe een eenvoudige, haast naieve traditionele murder ballad geleidelijk aan een kapstolk is geworden waaraan de meest walgelijke machismo uitingen kunnen worden opgehangen. Net als Stag Lee zelf, lijken er geen beperkingen op te staan hoe door-en-door gemeen dit nummer kan worden."
Cave verklaarde ooit dat hij de song ziet als zijn ultieme versie van gangster rap. Het gaat over moorden om het moorden - zinloos en genadeloos geweld.
Tijdens live versies durft hij nog wat verder gaan. Zo heeft hij er het soms over hoe de duivel verschijnt voor Stagger Lee na de moord. Stagger Lee schiet dan ook maar de duivel neer.
"In come the devil,
Said, "I've come to take you down,
Mr. Stagger Lee,"
Well those were the last words that the Devil said,
'Cause Stag put four holes in his motherfucking head!"
Beck
In diezelfde periode gebruikte de Amerikaanse zanger Beck Hansen de song dan weer als uitgangspunt voor zijn 'Devils Haircut', op Odelay. In een interview verklaarde hij dat zijn nummer "een erg eenvoudigde metafoor was voor het kwaad van de ijdelheid."
"Ik denk dat we volwassen worden associeren met compromissen maken. Misschien is dat wel de duivel. Dat was het scenario voor 'Devils Hairvut'. Ik stelde me Stagger Lee voor... Ik dacht, hoe zou die kerel er vandaag uitzien? Ik zag hem als een Lazarus figuur die commentaar geeft op wat er van de mensheid is geworden. Wat zou hij vinden van het materialisme en de hebzucht en idealen van schoonheid en perfectie? Zijn reactie zou zijn: "Waw, dit is compleet geschift!"
Twee jaar eerder had hij ook een cover van de song opgenomen. Beck is altijd al een grote fan geweest van de fingerpicking stijl van Mississippi John Hurt. In maart 1994, vlak voor de Mellow Gold tour, trakteerde hij zichzelf op een bezoekje aan de legendarische Sun studio in Memphis. Hij nam er enkele bluesklassiekers op. De opnamen waren niet bedoeld voor release. Toch gaf hij toestemming om zijn versie van 'Stagolee' uit te brengen. Dat gebeurden in 2003, op Avalon Blues - A Tribute To The Music Of Mississippi John Hurt.

Outro
De mythische Stagolee is niet meer weg te denken uit de muziekwereld. Zijn invloed werkt door tot op de dag van vandaag.
De Amerikaanse journalist Greil Marcus vatte het zo samen in zijn boek Mystery Train: Images of America in Rock 'n' Roll Music: "[Stagolee vinden we terug in] de cool en geest van Muddy Waters's ' Rollin' Stone'; Chuck Berry's 'Brown-Eyed Handsome Man'; Wilson Pickett's 'Midnight Mover', Mick Jagger's 'Midnight Rambler'...Toen de eisen van de zwarten voor gelijke rechten harder begonnen te klinken nam [Staggerlee] over. En het was ook Staggerlee die op het scherm verscheen in de jaren zeventig met films als Slaughter, Sweet Sweetback, Superfly."
13:27 Gepost door Peerke in Murder ballads | Permalink | Commentaren (3) | Email dit | Tags: superfly, odelay, geweld, bloed, kerstmis, folk, blues, beck, greil marcus, seks, agressie, moord, duivel, nick cave, bob dylan, mississippi, st louis, 19de eeuw, ska, punk, frank hutchinson, the clash, anthology of american folk music, murderballad, lloyd price, stetson, hoed |
Facebook |
08-05-08
Bobbie Gentry - Odde to Billie Joe

Mijn Southern compilatie
Al jaren denk ik er over om een compilatie samen te stellen met muziek uit The Deep South. Het zuiden van de Verenigde Staten: South Carolina, Mississippi, Florida, Alabama, Georgia, Louisiana en Texas. De streek van de katoenplantages, hillbillies, rednecks en magnoliabloesems.
De bedoeling is niet om een overzicht te maken van alle muziek die daar zijn wortels heeft. Dat is onbegonnen werk: jazz, blues, gospel, soul, country, bluegrass, rockabilly en rock 'n' roll... Van allemaal heeft het wiegje gestaan in het Appalachen gebergte of in de Delta van de Mississippi.
Ik heb mijn keuze daarom beperkt tot songs met een "southern feel".
Nu, ik ben er nooit geweest. Het kan zijn dat het beeld dat the South bij mij oproept nooit heeft bestaan. Het is puur gebaseerd op boeken, films en muziek.
Wat eerst een interessant uitgangspunt leek voor een cd'tje bleek echter al snel een fascinerende ontdekkingstocht. Ik had altijd meer belangstelling gehad voor de Britse kant van de muziekgeschiedenis. Country was aan mij voorbij gegaan: steelgitaren, fidles, yihaa kreten en veel te grote cowboyhoeden... Het bleek echter dat er steeds meer countryliedjes opdoken die ik heel mooi vond maar gewoonweg nooit met het genre had geassocieerd.
Eentje daarvan is 'Ode To Billie Joe' van Bobbie Gentry. Een nummer dat nergens anders kon zijn geschreven dan in de buurt van de Mississippi. En dan nog door een Southern Belle.
Delta Sweete
Bobbie slaakte haar eerste kreten als Roberta Lee Streeter in Origin Chickasaw County, Mississippi, in 1944. Als kind leerde ze zichzelf gitaar, bas en banjo spelen. Als puber trok ze naar Palm Springs, Californië, om er bij haar moeder te gaan wonen. Ze probeerde het even als danseres in Las Vegas, maar ging dan toch maar filosofie studeren in Los Angeles. Naast een kantoorbaantje vulde ze haar inkomen verder aan met optredens in de lokale nachtclubs. Ze zag een carrière in de muziek wel zitten en schakelde over op het Los Angeles Conservatory of Music waar ze leerde componeren.
Begin 1967 zond ze een demo naar Capitol Records. Kelly Gordon reageerde meteen enthousiast. Maar het hoofd van de afdeling A&R (Artists and Repertoire) wou niks weten van 'Ode To Billie Joe', dat volgens hem een "liedje over abortus' was. David Axelrod, de grote baas van de platenmaatschappij, hakte de knoop door: Bobbie mocht een single opnemen en 'Mississippi Delta' zou de a-kant worden.
Geen slechte keuze, want de bluesy swamp-rocker nodigt zeker uit tot dansen door een repetitief gitaarmotief. En ook het refrein is aanstekelijk: "M-I double S-I double S-I double P-I". Dat was, zo legde ze later uit, gebaseerd op een oude voodoo spreuk.
Maar toen beide zijden van de single na elkaar werden gedraaid, besloot het A&R team unaniem dat de echte parel op de b-kant was te vinden.
Dat vonden ook de radiostations en de luisteraars.
Al in de eerste week na het uitbrengen van de single in augustus 1967 werden er 750 000 exemplaren van 'Ode To Billie Joe' verkocht. Op 26 augustus stootte het intrigerende verhaal over Billie Joe McAllister, 'All You Need Is Love' van The Beatles van de eerste plaats van de Billboard hitlijst. Een straffe prestatie voor een debuutsingle, zonder noemenswaardige promotie. Pas een maand later werd het daar opgevolgd... door een ander nummer uit the South: 'The Letter' van The Box Tops.
Het volgende jaar won 'Ode To Billie Joe' maar liefst acht keer genomineerd voor een Grammy. Daarvan werden er vier toegekend.
Nochtans was het muzikaal gezien een erg sober nummer. Sommigen menen zelfs te weten dat de atmosferische cello's en strijkers toegevoegd zijn aan de demo zelf. Het arrangement is overigens van de legendarische Jimmie Haskell.
Verder horen we alleen wat eenvoudige gitaarlijnen en bovenal de sensuele zang - haast nonchalant gebracht met veel Southern klanken.
Alle aandacht gaat daardoor uit naar het verhaal zelf. En dat is uiterst intrigerend.
Door de vele details over het plattelandsleven heeft de song meer weg van een kortverhaal dan van een popliedje.
Ode To Billie Joe
It was the third of June, another sleepy, dusty Delta day
I was out choppin' cotton and my brother was balin' hay
And at dinner time we stopped and walked back to the house to eat
And Mama hollered out the back door "y'all remember to wipe your feet"
And then she said "I got some news this mornin' from Choctaw Ridge"
"Today Billy Joe MacAllister jumped off the Tallahatchie Bridge"
And Papa said to Mama as he passed around the blackeyed peas
"Well, Billy Joe never had a lick of sense, pass the biscuits, please"
"There's five more acres in the lower forty I've got to plow"
And Mama said it was shame about Billy Joe, anyhow
Seems like nothin' ever comes to no good up on Choctaw Ridge
And now Billy Joe MacAllister's jumped off the Tallahatchie Bridge
And Brother said he recollected when he and Tom and Billie Joe
Put a frog down my back at the Carroll County picture show
And wasn't I talkin' to him after church last Sunday night?
"I'll have another piece of apple pie, you know it don't seem right"
"I saw him at the sawmill yesterday on Choctaw Ridge"
"And now you tell me Billie Joe's jumped off the Tallahatchie Bridge"
And Mama said to me "Child, what's happened to your appetite?"
"I've been cookin' all morning and you haven't touched a single bite"
"That nice young preacher, Brother Taylor, dropped by today"
"Said he'd be pleased to have dinner on Sunday, oh, by the way"
"He said he saw a girl that looked a lot like you up on Choctaw Ridge"
"And she and Billy Joe was throwing somethin' off the Tallahatchie Bridge"
A year has come 'n' gone since we heard the news 'bout Billy Joe
And Brother married Becky Thompson, they bought a store in Tupelo
There was a virus going 'round, Papa caught it and he died last Spring
And now Mama doesn't seem to wanna do much of anything
And me, I spend a lot of time pickin' flowers up on Choctaw Ridge
And drop them into the muddy water off the Tallahatchie Bridge
Hoewel het lied in de ik-vorm wordt verteld, komen we het verhaal maar te weten door de dialogen van anderen.
Een arme boerenfamilie zit 's midags rond de tafel. Terloops vermeld de moeder terloops dat ze heeft gehoord dat een jongen uit de buurt zelfmoord heeft gepleegd. Hij is van de brug gesprongen. De dochter - die het verhaal verteld - is blijkbaar zwaar geschokt door het nieuws, maar ze laat niets merken. Er wordt verder gekeuveld over koetjes en kalfjes, maar telkens komt het gesprek terug op de jongeman. Dat de pastoor de jongen laatst nog heeft zien staan op de brug. Er was een meisje bij - dat erg op jou leek - en ze gooiden iets in het water.
"'t Is altijd 'ne speciale geweest, he. Geef de appelmoes eens door."
In de laatste strofe zitten we een jaar verder. Haar broer is getrouwd, vader is gestorven en moeder raakt er niet bovenop. Zelf gaat ze regelmatig bloemen plukken om die dan van de brug in het water van de Tallahatchie te gooien.
Hoewel moeder en dochter allebei hun partner hebben verloren, kunnen ze mekaar geen troost bieden. Ze kunnen er zelfs niet over praten.
"De boodschap van het liedje draait om de nonchalante manier waarop de familie praat over de zelfmoord," verklaarde Gentry. "Het is een studie in onbewuste wreedheid."
Het mysterie
Omdat in het liedje zelf geen verklaringen worden gegeven werd er natuurlijk druk gespeculeerd. Wat gooiden ze van de brug? Was het een baby, of een ring? En waarom pleegde de jongen zelfmoord? Uit verdriet, of was het misschien een zwarte jongen die een onmogelijke relatie had met een blank meisje?
Al snel begonnen allerlei veronderstellingen de kop op te steken. Zo beweren hardnekkige geruchten dat de oorspronkelijke demo van 'Ode To Bilie Joe' meer dan zeven minuten lang was. In de ontbrekende strofen zou dan zijn onthuld wat er van de brug over de Tallahatchie werd gegooid.
Dat blijkt alvast niet uit het originele handgeschreven tekstvel van 'Ode'. Dat bevindt zich in het Mississippi Museum. (http://library.olemiss.edu/matinee/filmedinms1.htm)
Daarop staat wel een extra openingsstrofe!
"People don't see Sally Jane in town anymore
There's a lot of speculatin', she's not actin' like she did before
Some say she knows more than she's willin' to tell
But she stays quiet and a few think it's just as well
No one really knows what went on up at Choctaw Ridge
The day that Billy Jo McAllister jumped off the Tallahatchie Bridge"
Nochtans was het plaatje nu al langer dan normaal. Het was een van de allereerste singles, langer dan vier minuten die een hit werd op de Amerikaanse radio. Enkel 'El Paso', 'Like a Rolling Stone' en 'Strawberry Fields Forever' gingen haar voor.
Parodie
Terwijl de song de hitlijsten aanvoerdde zat Bob Dylan met zijn maten in de kelders van een roze geverfd huis in Woodstock. Dylan kwam met 'Clothesline Saga', dat als ondertitel kreeg 'Answer To Ode'. Daarin aapt hij het nonchalante manier van spreken na waarbij tussen onbenulligheden door belangrijke zaken worden aangekaart. In het geval van deze Basement Tapes track blijkt de onthulling dat "The Vice-President's gone mad!"
Verfilming
De song bleef zo populair dat negen jaar later Warner Bros. de opdracht gaf om Southern gothic verhaal te verfilmen. Herman Raucher kreeg de opdracht een scenario te schrijven. Ter voorbereiding ging hij de zangeres opzoeken.
In een interview in 2002 vertelde de scenarist, Herman Raucher, over zijn ontmoeting met de zangeres. Natuurlijk vroeg hij haar naar de betekenis van de song.
Zij zei: 'Ik heb het verzonnen. Ik weet niet wat het betekent."
Ik vroeg: "Jij weet niet waarom hij van de brug is gesprongen?"
Zij antwoordde: "Geen idee."
Dus verzint hij maar een eigen verhaaltje rond de basistekst. De film geeft verder dus geen aanknopingspunten.
En dat is maar goed ook.
Gentry was wel bereid het nummer opnieuw op te nemen voor de soundtrack. Uit slordigheid of om een onderscheid te maken heet de film Ode To Billy Joe. Met een "y" in plaats van een "ie"
En Gentry zelf?
De carrière van Bobbie Gentry kwam het succes van het debuut nooit meer te boven. Hoewel ze een zestal goede tot uitstekende LP's maakte scoorde ze nooit meer een hit. In 1979 gaf ze er de brui aan en trok zich terug in de anonimiteit. Zowel Jill Sobule als Beth Orton hebben songs aan haar opgedragen. Lucinda Williams heeft geprobeerd haar te overhalen om een duet te brengen. Allemaal tevergeefs.
Behalve enkele compilaties zijn haar platen overigens erg moeilijk te vinden. Vooral Ode To Billie Joe, Delta Sweete en Patchwork zijn nochtans bescheiden meesterwerkjes. Isobel Campbell is fan van haar duet-LP met Glenn Campbell, maar die is wat te gesuikerd naar mijn smaak.
Toen het Britse tijdschrift Mojo vorig jaar haar platenmaastchappij contacteerde voor een interview kregen ze als antwoord: "We hebben geen idee waar meneer Gentry nu woont". Als zelfs je platenmaatschappij je geslacht niet kent dan ben je er echt wel in geslaagd om te verdwijnen.
13:09 Gepost door Peerke in Favoriete songs | Permalink | Commentaren (2) | Email dit | Tags: tallahatchie bridge, mississippi, the south, gothic, country, bobbie gentry, misterie, bob dylan, basement tapes, jill sobule, beth orton, lucinda williams, zelfmoord, ode to billie joe |
Facebook |
01-03-07
The Freewheelin' Bob Dylan

Eind januari 1962 was Bob Dylan begonnen met het schrijven van protestsongs. “Ik wou gewoon een lied om te zingen en ik kwam op een punt dat ik niks had om te zingen. Dus moest ik schrijven wat ik wou zingen want niemand anders schreef wat ik wou zingen. Als ik dat had gekund was ik waarschijnlijk nooit begonnen met schrijven.”
Het zal wel geen toeval zijn dat Bob begon met het schrijven van protestnummers kort nadat hij bij zijn vriendinnetje Suze Rotolo was ingetrokken op haar studiootje in de West 4th Street in New York. Suze kwam uit een familie met sterke linkse sympathieën en al op zeventienjarige leeftijd was zij actief bezig in de beweging voor rassengelijkheid. Ondanks haar jonge leeftijd had ze al veel gelezen en – niet te versmaden – haar zus had een indrukwekkende collectie platen met Amerikaanse folkmuziek.
Op 23 februari zou Dylan optreden tijdens een CORE (Congress of Racial Equality) benefiet in de City University. Twee weken daarvoor speelde hij voor zijn vrienden, de MacKenzies, een nummer dat hij speciaal daarvoor had geschreven: ‘The Death Of Emmett Till’. Hij verhaalt daarin het ware verhaal van een veertienjarige zwarte jongen, die in Mississippi werd vermoord omdat hij met een blank winkelmeisje had geflirt. Hij werd door enkele blanke heethoofden in het hoofd geschoten, waarna zijn lijk in de Tallahatchie rivier werd gegooid. De mannen werden vrijgesproken.
Met dat soort nummers was hij welkom bij het nieuwe tijdschrift Broadside. Dat gestencilde blaadje was door de folkzanger Pete Seeger met de hulp van Agnes “Sis” Cunningham opgezet om hedendaagse protestnummers te publiceren. Wanneer einde februari het eerste exemplaar wordt verspreid prijkt daarin Dylan’s ‘‘Talking John Birch Paranoid Blues’, een satire op moderne heksenjagers en hun obsessie met communistische indringers.
‘Let Me Die In My Footsteps’ was een ander uitstekend nieuw nummer dat hij in die tijd schreef. Het was een reactie op de obsessies van de Koude Oorlog met de aanleg van schuilkelders en oefeningen met luchtalarm.
Een vierde nieuw nummer, ook geschreven binnen de periode van een maand, was ‘The Ballad Of Donals White’. Voor de melodie maakte hij gebruik van Bonnie Dobsons versie van ‘The Ballad Of Peter Amberley’, een compositie van John Calhoun uit 1881. De tekst was dan weer gebaseerd op een documentaire die hij op TV zag.
Bob Dylan: “Ik schreef waar ik was. Soms zat ik een hele dag aan een tafeltje in een café, zomaar alles op te schrijven wat in mij opkwam… gewoon om het even wat. Ik keek uren naar de mensen en ik verzon van alles over hen. Of ik dacht, welk soort lied zouden die willen horen ? En dan bedacht ik er een.”
Nu hij meer zelf begon te schrijven moest hij een uitgever hebben. Zijn ontdekker/producer John Hammond regelde dat hij zijn nummers kan onderbrengen bij de muziek uitgeverij Leeds Music. Hij nam ook een aantal nummers voor hen op, zodanig dat ze door anderen konden worden gecoverd.
Het feit dat Bob goede, eigen nummers begon te schrijven maakte hem in de folkgemeenschap tot iets bijzonders en het nieuws verspreidde zich snel. Toch vertelde hij tegen de promotor Izzy Young, uitbater van het Folklore Center, dat hij zich van de folkscène los aan het maken was. Hij was “het moe in koffiehuizen te moeten spelen voor toeristen die aapjes kwamen kijken.”
