06-06-08

Blind Willie McTell


Een onuitgebracht meesterwerk
"Ik breek geen regels," vertelde Bob Dylan in 1966 tegen de journalist Robert
Shelton, "want ik zie geen regels die gebroken moeten worden. Wat mij betreft zijn er geen regels."
Misschien dat hij daarom zo groot geworden is, door louter af te gaan op zijn eigen instincten. Mensen die met hem samengewerkt hebben kunnen er over meepraten. "Zeg nooit tegen Dylan dat je iets prachtig vindt," zuchtte Daniel Lanois ooit, "want dan brengt hij het zeker niet uit."
 
Dat moest ook Mark Knopfler ervaren. Als producer van Dylan's LP Infidels had hij een geheel andere plaat in gedachten. Maar de zanger vond het nodig om enkele van de beste nummers die hij in de lente van 1983 had opgenomen op te bergen in de archieven. Eentje daarvan is het prachtige 'Blind Willie McTell'. Misschien wel het mooiste nummer dat de man uit Minnesota ooit heeft geschreven.
Tijdens de sessies voor Infidels nam Bob Dylan twee versies van de song op.
De eerste, een elektrische versie tijdens de eerste sessie, op 11 april 1983 en op 5 mei, tijdens een extra, allerlaatste sessie een sobere akoestische versie. Enkel Dylan op piano en Knopfler op 12 snarige gitaar. Prachtig.
Maar Dylan besloot dat het nummer de kluis in moest.
"Het was nooit helemaal klaar. Ik heb het nooit afgewerkt. Anders was het niet van de plaat af gelaten. Je kunt het vergelijken met een schilderij pikken van Monet of Picasso - zijn huis binnengaan, daar een halfafgewerkt schilderij zien staan en dat dan verkopen aan mensen die 'Picasso fans' zijn."
Pas acht jaar na de opnamen gaf hij toestemming om het nummer uit te brengen. Dat gebeurde op The Bootleg Series 1961 -1991. Het sloeg onmiddellijk zo aan dat het sindsdien op elke compilatie prijkt.

 
Blind Willie McTell
Seen the arrow on the doorpost
Saying, "This land is condemned
All the way from New Orleans
To Jerusalem."
I traveled through East Texas
Where many martyrs fell
And I know no one can sing the blues
Like Blind Willie McTell
Well, I heard the hoot owl singing
As they were taking down the tents
The stars above the barren trees
Were his only audience
Them charcoal gypsy maidens
Can strut their feathers well
But nobody can sing the blues
Like Blind Willie McTell
See them big plantations burning
Hear the cracking of the whips
Smell that sweet magnolia blooming
(And) see the ghosts of slavery ships
I can hear them tribes a-moaning
(I can) hear the undertaker's bell
(Yeah), nobody can sing the blues
Like Blind Willie McTell
There's a woman by the river
With some fine young handsome man
He's dressed up like a squire
Bootlegged whiskey in his hand
There's a chain gang on the highway
I can hear them rebels yell
And I know no one can sing the blues
Like Blind Willie McTell
Well, God is in heaven
And we all want what's his
But power and greed and corruptible seed
Seem to be all that there is
I'm gazing out the window
Of the St. James Hotel
And I know no one can sing the blues
Like Blind Willie McTell

In het kort
De verteller staat voor een raam van het St. James Hotel in New Orleans. Zijn zintuigen worden geprikkeld door de  omgeving: geurende magnoliabloesems, een uil in een boom, klokkengelui. De sfeer van de mythische South. Zijn gedachten dwalen af naar het bloedige verleden: de schepen die slaven aanvoeren, de gevangen die dwangarbeid verrichten, de landeigenaar... en boven al: de vergeten blueszanger, die we zo zeer missen.
Want de wereld gaat naar de knoppen aan macht, hebzucht en corruptie. En niemand kan ons nog troost bieden.

Kenners aan het woord
De Engelse folkzanger Martin Carthy is zeer onder de indruk: "[Blind Willie McTell ] gaat lijnrecht in tegen het romantisch beeld van het Zuiden. Het gaat over potentiële corruptie.
Maar bovenal heeft het een ongelofelijke emotionele impact...
Het heeft alles wat een song zou moeten hebben. Het is beknopt, mooi verwoord en heeft ook nog eens een prachtige melodie.
Ik hou vooral van de positie van de verteller in het nummer - zittend in een hotelkamer in New Orleans, laat hij zijn gedachten dwalen over de geschiedenis van het zuiden. Moord tussen de magnolia's...
Het is een... overpeinzing. Een prachtig woord voor een prachtig nummer"
Dylanoloog Tim Riley ziet het anders. "Op het eerste gezicht gaat 'Blind Willie McTell' over het landschap van de blues. En over de figuren die Dylan al op zijn debuut in 1962 eer bewees.
Maar het gaat ook over het landschap van de popmuziek en hoe een ouder wordende figuur als  Dylan zich voelt wanneer hij terugblikt over de weg die hij heeft afgelegd.
Zoals steeds sceptisch over de kwaliteit van zijn eigen stem, wou hij 'Blind Willie McTell' eerst niet uitbrengen omdat hij vond dat hij zijn voorgangers niet genoeg recht deed. De ironie is dat zijn eigen onzekerheid over optornen tegen zijn ingebeelde blues ideaal hier het onderwerp op zich werd. 'Nobody sings the blues like Blind Willie McTell' wordt een verwoording van zijn gevoel niet meer te passen binnen de hedendaagse muziekindustrie..."
Clinton Heylin ziet het nog grootser. Hij omschrijft het nummer als "een treurlied voor de wereld, gezongen door een oude bluesman in de gedaante van de evangelist Johannes."
En Paul Williams schrijft in Bob Dylan - Performing Artist 1974 - 1984:  'Blind Willie McTell' is een song over zien. Dylan ziet iets - een visioen, als je wil, over Amerika. Over de geschiedenis van de zwarte Amerikanen en het Amerikaanse Zuiden. De zanger communiceert wat hij ziet door zijn stem.
'Blind Willie McTell' gebeurt niet met de ogen maar met het hart. Het is een vorm van perceptie die horen omvat (de kreet van een uil, het gekreun van stammen, een begrafenisklok - merk hoe visueel die geluiden zijn) en zien en rieken en nog een andere bron van informatie die niet met de zintuigen wordt waargenomen maar aangevoeld wordt...
Is het niet ironisch om een lied te schrijven over "zien" en dat dan op te dragen aan een... blinde blueszanger? 
Willie McTell
Van bij zijn geboorte op 5 mei 1898 was William Samuel McTier blind in één oog. Door diabetes verloor hij  het zicht helemaal, nog tijdens zijn kindertijd. Zijn aan alcohol verslaafde vader verdween al snel uit zijn leven. Samen met zijn moeder verhuisde hij van Thompson naar Staesboro in Georgia. Hij ging er naar een school voor blinden waar hij braille leerde en muziekles kreeg. Al als tiener begon hij rond te trekken, om als straatmuzikant aan de kost te komen.
Met zijn opvallende stem en uitstekende techniek op de 12-snarige gitaar duurde het niet lang eer hij werd opgemerkt. In oktober 1927 maakte hij zijn eerste opnamen voor RCA Victor in Atlanta. Onder verschillende pseudoniemen maakte hij daarnaast ook opnamen voor andere labels. Zijn grootste successen zijn 'Broke Down Engine Blues', 'Statesboro Blues' en 'Southern Can Is Mine'. Het bekendste werd hij als Blind Willie McTell.
Vanaf 1934 trok zijn vrouw Ruth Kate Williams (beter gekend als Kate McTell) met hem rond. Ze traden samen op tot zij een vaste baan vond als verpleegster. Omwille van de recessie werd Willie gedwongen alleen te blijven rondtrekken, op zoek naar een plaats om te spelen.
Zijn stijl markeert de overgang tussen de rauwe blues van de Mississippi Delta en het meer gesofistikeerde geluid van de Oostkust. Dat viel ook John Lomax op, die hem in 1940 vastlegde voor de Congresbibliotheek.
Na de oorlog werd hij terug opgepikt door het splinternieuwe Atlantic Records. Maar de platen, uitgebracht onder het pseudoniem Barrelhouse Sammy sloegen niet aan. Bovendien werd hij geplaagd door een slechte gezondheid, zodat hij het rondtrekken moest beperken tot de streek in- en rond Atlanta.
In 1956 raakte een student op doorreis aan de praat met de eigenaar van een platenzaak in Atlanta, Ed Rhodes. Die had een plaat van Lead Belly opgelegd. De student merkte op dat als hij hield van dat soort oude negermuziek, hij eens moest gaan kijk naar een straatmuzikant die daar een beetje verder stond. Het bleek Blind Willie McTell te zijn.
Rhodes, die opname apparatuur had staan, vraagt hem of hij wat opnamen mocht maken. Met enige tegenzin gaf McTell toe. 
Niet veel later gaf hij het zingen op straat op, om predikant te worden. Hij voelde zijn einde naderen en wou God eren. Van dan af zong hij enkel nog religieuze liederen.
Op 19 augustus 1959 overleed William McTier aan een hersenbloeding. Net te vroeg om te worden herontdekt voor de folkboom van de jaren zestig.
Enkele jaren later vond Rhodes, bij het opruimen van zijn zolder een doos met oude opnamen terug. De enige band die nog in goede staat bleek die te zijn met  de sessie van McTell. Prestige/Bluesville Records bracht de opname uit onder de toepasselijke titel: Blind Willie McTell's Last Session.
'Dyin' Crapshooter's Blues'
Een van de nummers uit die laatste sessie van McTell is 'Dyin' Crapshooter's Blues'. En de melodie van dat nummer stond model voor Dylan's song over de zanger.
In het nummer zingt McTell over een stervende vriend. Die geeft hem hele waslijst aan wensen voor zijn begrafenis. Zo wil hij 16 gokkers om de lijkkist te dragen, 16 illegale whiskystokers om een lied te zingen, 22 hoertjes van hier en 29 van daar ... een paar dobbelstenen in zijn schoenen, een spel kaarten op zijn graf en dat iedereen de Charleston danst terwijl hij sterft.
De begrafenis is precies gegaan gelijk hij wou," legt McTell uit tijdens een inleiding in '56, "alleen de hoertjes uit Atlanta waren er niet. Dat was te ver."
Hij geeft ook wat uitleg over de oorsprong van de song: "Ik begon dit nummer te schrijven in '29, maar ik werkte het pas af in '32. Mister Williams heette hij - Jesse Williams. Zie je, hij werd hier neergeschoten in de Corner Street. Ik nam hem mee naar huis. Hij was drie weken ziek... en hij gaf mij zijn verzoeken. Hij zei dat hij wou dat ik dit boven zijn graf zou spelen. Dat heb ik gedaan. Zie je, ik moest van overal muziek pikken om het te doen passen. Maar, op de een of andere manier, husselde ik het door elkaar om het goed te krijgen...."
Nochtans meent John H. Cowley dat 'The Dyin' Crapshooter's Blues' in 1927 werd "geformaliseerd" door pianist-componist Porter Grainger. Er zijn trouwens verschillende opname bekend door vaudeville blues zangeressen uit deze periode.
Van 'St. James Infirmary'...
In Song & Dance Man III wijdt Michael Gray een heel hoofdstuk aan Blind Willie McTell. Zowel aan de zanger als aan de song van Bob Dylan. Daarin zet hij uiteen dat de melodie van 'Blind Willie McTell' beïnvloedt is of zelfs afgeleid is van 'St. James Infirmary'.
Want zoals McTell zelf al aangaf is 'The Dyin' Crapshooter's Blues' niet helemaal origineel. Het is een variant op een nummer dat aan het einde van de jaren twintig erg populair was: 'St. James Infirmary'. Vooral de versie van Louis Armstrong uit New Orleans betekende de grote doorbraak voor deze song. De jazz trompettist zette zijn versie in 1928 op plaat.
En in 1933 bracht Cab Calloway het nummer in een tekenfilmpje uit de Betty Boop reeks: Snow White.
 
Net als bij 'The Dyin' Crapshooter's Blues' is de kern van 'St. James Infirmary' dat iemand de begrafenis van een vriend of vriendin bezingt. En ook hier is er weer een hele waslijst aan wensen.
De populariteit van de song blijkt uit de vele varianten die er van in omloop zijn:  van de cowboysong 'Streets of Laredo' over de folkversie 'Bad Girl's Lament' tot de bluesvariant 'Those Gambler's Blues'.
Vanaf de jaren vijftig werd 'Streets of Laredo' daarvan zeker de bekendste, dankzij versies van Johnny Cash, Marty Robbins, Willie Nelson, Buck Owens, Arlo Guthrie en vele anderen. Hoewel de melodie hiervan helemaal anders blijkt de herkomst toch duidelijk uit regels als: "Get sixteen cowboys to carry my coffin, Get sixteen pretty ladies to bear up my pall..."
Betty Boop - Snow White
...via St. James Hospital...
'St. James Infirmary' zelf is dan weer terug te voeren op een oude Engelse ballad 'The Unfortunate Rake' (ook gekend als  'Unfortunate Lad' of 'The Young Man Cut Down in His Prime').
Het nummer werd voor het eerst opgetekend in 1848 in het Ierse Cork. In die ballad komt de verteller een vriend tegen op de trappen van het St. James Hospital. De soldaat heeft een geslachtsziekte opgelopen en vraagt aan de zanger om zijn begrafenis te regelen. Hij wil onder andere: "Six pretty maidens with a bunch of red roses, six pretty maidens to sing me a song ..."
Het St. James Hospital was overigens een bestaand ziekenhuis in Londen, waar Leprapatienten werden opgevangen.
Het St. James Park verwijst nog naar de plek waar het gebouw stond.

...naar St. James Hotel.
Waar McTell ronduit toegaf dat hij de song niet helemaal zelf had bedacht, geeft Dylan de goede verstaander een hint waarmee hij aangeeft, waar te gaan zoeken. "I am gazing out the window of the St. James Hotel..."
Vooral als blijkt dat er helemaal geen hotel is in New Orleans met die naam. Er staat er overigens wel een in... Minnesota, aan de Highway 61 dan nog.
Misschien is dan ook Willie McTell niet meer dan een groet aan diegene die hem de inspiratie leverde? De man is immers tegenwoordig meer gekend omwille van Dylan's song dan voor zijn eigen repertoire. Alan Lomax kloeg zelfs dat McTell geen authentieke blueszanger was, omdat hij weigerde te zingen over onderdukking. Hij zong blues songs niet omdat het de blues was, maar gewoon omdat het populaire nummers waren. Net als de rest van zijn repertoire.
Dylan had ook kunnen kiezen voor een andere blueszanger: Robert Johnson, John Lee Hooker, Muddy Waters....Maar misschien is zijn keuze  gewoon gevallen op McTell omdat diens naam zich beter leent tot rijmen: bell, well, yell, hotel...?
Time out of mind
In de tekst van 'Blind Willie McTell' tracht Dylan  de "tijd buiten de tijd" te stellen. Scènes zweven door de eeuwen heen, maar tegelijkertijd zorgt hij ervoor dat hij de luisteraar toch in het heden houdt. 
Het is een techniek die hij al enkele jaren geleden had ontdekt.
In de jaren zeventig had Dylan serieus last van schrijfangst. Tot hij in de leer ging bij een schilder (zie Blood On The Tracks). Hij paste  die technieken toe op songschrijven. Een bepaalde techniek was er op gericht om te zorgen dat er geen bepaald tijdsbesef op de song kon worden geplakt. Zodat het als het ware tijdloos werd. Maar tegelijkertijd moest hij bij het onderwerp blijven.
Zoiets wou hij ook verkrijgen bij 'Blind Willie McTell'.
Hij streeft naar een bepaalde sfeer die de "deep south" weergeeft. Het gebruik van een melodie, die vaag bekend aandoet brengt de luisteraar meteen in de juiste sfeer. Met de muziek  en woorden creëert hij daar door heen een gevoel van het andere tijden, door alledaagse beelden: de kreet van een uil, bomen zonder bladeren, zigeunermeisjes...
Zo wordt in de derde strofe de gehele geschiedenis van de Amerikaanse slavernij geschetst, door slechts enkele  beelden.

De brandende plantages zijn het apocalyptische einde van de slavernij door de Burgeroorlog. Het klappen van de zwepen, in contrast met de zoet geurende magnoliabloesems, geeft de lange periode van de slavernij zelf weer. De slavenschepen spreken voor zich. Maar de vermelding dat het slechts de spoken er van zijn, brengt de luisteraar terug naar het heden. De schepen zijn al lang verdwenen, maar de gevolgen wegen nog steeds op de Amerikaanse samenleving.
De kreunende stammen voeren ons terug het begin van de slavernij, toen gezinnen uit elkaar werden gerukt, stammen tegen elkaar werden opgezet uit winstbejag. De doodsklokken beklemtonen nog de naargeestige sfeer die over de gehele strofe hangt.
En dat alles wordt besloten met de vaststelling dat de enige die de last van het verleden kon verlichten er niet meer is: Blind Willie McTell.
De kern zit aan de buitenkant
Die centrale strofes over het mythische, maar woelige  South, worden vooraf gegaan en afgesloten met twee strofes die erg sombere mijmeringen weergeven.
"This land is condemned
All the way from New Orleans
To Jerusalem."
En de synopsis van alles wat vooraf ging in de laatste strofe:
"Well, God is in heaven
And we all want what's his
But power and greed and corruptible seed
Seem to be all that there is.
Het land is verdoemd.
De mens wil zelf God spelen.
Macht, hebzucht en corruptie regeren de wereld.
Wie dacht dat Bob Dylan na drie platen het preken had afgeleerd was duidelijk mis. Hij zit nog steeds te wachten op het einde der tijden.

Een kleine aanpassing
The Band brachten een cover van 'Blind Willie McTell' op hun comeback cd Jericho uit 1993.
Nog eens vier jaar later - veertien jaar na de oorspronkelijke opname - bracht Dylan het nummer voor het eerst live. In een arrangement dat erg leek op dat van The Band. 
"Ik begon het live te spelen omdat ik The Band dat hoorde doen," legde hij later uit.
Een live versie van Dylan, opgenomen op 17 augustus 1997 in Jones Beach, New York verscheen in juni 1998 op cd. Het is een van de bonustracks op een van de twee cd-singles voor 'Love Sick'. Eerder was deze live versie ook al verkrijgbaar als download via Dylan's website. Daarbij werd verkeerdelijk aangegeven dat het zou gaan om een opname uit "Feb 1998".
Opmerkelijk bij deze live versie is de enige tekstverandering. Eén woordje slechts. Iets van niets: in de eerste strofe heeft hij het woordje "New" toegevoegd aan Jerusalem.
Maar wat een verschil!

Waar Jerusalem een bestaande stad in het Midden Oosten is, de bakermat van de Joodse en Christelijke godsdiensten, is New Jerusalem iets heel anders. 
Slaan we er even de Bijbel op na. Uit Openbaringen 21:1-6:
"Ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. De tegenwoordige hemel en de tegenwoordige aarde waren er niet meer; en ook de zee was verdwenen. Ik zag de heilige stad, een nieuw Jeruzalem, van God uit de hemel naar beneden komen. Zij zag er feestelijk uit, als een bruid die op haar bruidegom wacht. Ik hoorde een luide stem uit de troon zeggen: "Gods huis staat nu bij de mensen. Hij zal bij hen wonen. Zij zullen Zijn volk zijn en Hij zal Zelf bij hen zijn. Hij zal alle tranen van hun ogen afwissen en er zal geen dood meer zijn.Van verdriet, rouw en pijn zal geen sprake meer zijn. Dat hoorde allemaal bij de oude wereld en die is voorgoed voorbij".
Nieuw  Jeruzalem is dus de nieuwe stad waar God zal komen wonen na het einde der tijden. En over die stad vertelt hij ons: "This land is condemned / All the way from New Orleans / To New Jerusalem."
Met een klap laat hij ons dus weten: zelfs na het einde der tijden blijft de mensheid verdoemd. Zelfs wanneer alles is vergeven, zal de herinnering blijven.
Door te verwijzen naar een nummer dat past in een cyclus van begrafenisrituelen suggereert Dylan dat het einde van de wereld niet ver meer is.
Geen troost
En niemand kan ons daarbij troost brengen. Want in 'Blind Willie McTell' betreurt Bob Dylan tegelijk het gemis van de blueszanger met die naam, als de wetenschap dat er niemand is die zijn rol kan verder zetten.
Sommigen zien nochtans Dylan zelf in die rol.
Het is dan ook ironisch dat hij vindt dat hij net dat nummer geen recht kan doen.
In het boekje bij The Bootleg Series licht John Bauldie toe dat Dylan tot twee keer toe uitlegde waarom hij het nummer niet wou uitbrengen.
"Ik vond dat ik het niet juist had opgenomen," vertelde hij aan Kurt Lodger van Rolling Stone. En later tegen Adrian Deevoy van Q: " Het kwam gewoon nooit goed. Het ontwikkelde zich nooit zoals het zich had moeten ontwikkelen."
Of zegt hij eigenlijk dat hij niet de rol van de troostbrengende blueszanger op zich wil nemen? 
Dat hij niet wil dat die rol hem wordt opgedrongen?
"Wat mij betreft zijn er geen regels."

 
Bob Dylan - live in 2003
Tenzij hij met Jerusalem dat dorje in de buurt van New York, met zijn met 4500 inwoners, bedoelt natuurlijk. En dan is New Jerusalem een staje in Californië.

19-05-08

House Of The Rising Sun

Voor Mie : een verzoeknummertje.

decoration

Kentucky - 15 september 1937

In de late zomer van 1937 stopte een oude auto op het pleintje van Noetown, een straatarm mijnwerkersdorpje in het oosten van Kentucky. De wagen zag er versleten uit - geen wonder na een rit op onberijdbare wegen door het gebergte van Kentucky.
Het gebeurde niet vaak dat hier vreemdelingen op bezoek kwamen. De meest nabije verharde weg ligt bijna 50 mijl verder. De nieuwsgierigheid haalde het van de achterdocht van de dorpelingen.
Een jong koppel stapte uit. De man legde uit dat hij Alan Lomax heette. Dat hij uit New York kwam en mensen zocht die oude liedjes zongen. Dat hij en zijn vader, John, authentieke opnamen verzamelen in voor het Archief van de Amerikaanse Folksong voor congresbibliotheek.

Alan had zich vooraf goed geïnformeerd en wist dat er in het huis van Tillman Cadle plaats was om zijn logge apparatuur op te stellen. Zijn Presto "reproducer" liep op een grote, zware batterij. Wanneer alles in gereedheid was gebracht kwamen enkele inwoners één na één zingen voor de machine. Een van hen was Mary Mast Turner, de vrouw van een mijnwerker. Ze had haar dochter meegebracht. Georgie was 16 en zong de hele dag, terwijl ze aan het werken was.
In het nasale accent van de streek zong ze haar favoriete liedje voor de Presto. Edward Turner, het neefje van Cadle, begeleide haar daarbij op zijn mondharmonica. Ze zong het trieste verhaal van een meisje dat verliefd was geworden op een foute jongen. Daardoor was ze terecht gekomen in een huis in New Orleans. En al wie daar belande was voor altijd verloren. Ze waarschuwde haar jonge zus ervoor daar nooit te gaan, naar dat huis met de opgaande zon.
Alan Lomax noteerde de song als 'Rising Sun Blues'.

Tijdens het vervolg van zijn tocht door de heuvels kwam Lomax nog twee muzikanten uit de streek tegen die ongeveer hetzelfde liedje zongen in zijn Presto. Bert Martin in Horse Creek begeleidde zichzelf daarbij op gitaar; Daw Henson in Billys Branch zong het a capella.


Enkele speculaties over de herkomst

In de jaren zestig lichtte Alan Lomax in The Penguin Book of American Folksongs toe "deze blues song over een mislopen meisje stamt waarschijnlijk af van een ouder Brits nummer. In ieder geval duikt een huis van de opgaande zon op in diverse aangebrande Engelse songs en de melodie is ere en van de vele van de oude, pikante ballad Little Musgrave."

'Little Musgrave And Lady Barnard' is de naam van Child Ballad #81, beter bekend bij rockfans als 'Matty Groves', zoals het heette bij Fairport Convention. Deze ultieme folk ballad over overspel en moord werd voor het eerst opgetekend in 1611.

De song heeft dus altijd in de erotische sfeer gezeten en het is dan ook niet te verwonderen dat men er van uitging dat het huis waarvan sprake een bordeel was. De plaats waar een jong meisje zich in het ongeluk kon storten.

Er is druk gezocht naar het huis in New Orleans. Er is sprake van een Rising Sun Hotel, maar dat brandde al af in 1822 - een eeuw voor het nummer voor het eerst opduikt.

Dan is er nog een huis in St Louis Street in het Franse buurt van New Orleans, waarvan de huidge eigenaars beweren dat dit het beruchte House of the Rising Sun was. Ene Marianne LeSoliel Levant zou er tussen 1862 en 1874 een bordeel hebben uitgebaat.

Anderen menen dan weer dat het geen bordeel was, maar een hal voor gokkers. Of een vrouwengevangenis: er zijn bouwplannen terug gevonden waarop een cirkelvormig raam te zien is boven de inkompoort. Dat zou dan de opkomende zon zijn.

Pamela D. Arceneaux van het Williams Research Center & Historic New Orleans Collection schreef in 2003 dat er geen enkel bewijs hard bewijs is om welk gebouw dan ook aan te duiden als "het" huis. Haar besluit is dat misschien "sometimes lyrics are just lyrics".

decoration


New York - 7 juli 1941

Alan Lomax publiceerde de tekst van 'Rising Sun Blues' voor het eerst in 1941, in zijn baanbrekende liedboek Our Singing Country. Hij nam de tekst van Georgie Turner als basis, maar noteerde daarbij dat "enkele regels" kwamen uit de versie van Bert Martin.

Datzelfde jaar trad hij ook op als producer van de opname van de song door The Almanac Singers. Dat was een los-vast collectief van linkse folkzangers: Woody Guthrie, Lee Hays, Millard Lampell, Pete Seeger. Ze waren begin 1941 gaan samenwerken om op te roepen dat de Verenigde Staten zich niet zou gaan mengen in de Tweede Wereldoorlog. Later voegden ook Agnes 'Sis' Cunningham, Peter Hawes, Lead Belly en Josh White zich bij de groep. Zowat iedereen die iets betekende in folkkringen van de jaren veertig dus. De groep was zo invloedrijk dat ze letterlijk hebben bepaald hoe American folk en protestsongs moesten worden gezongen.

De opnamen vonden plaats in de Reeves Sound Studios, in New York op 7 juli en warden later dat jaar uitgebracht op de derde 78 toeren plaat van de groep: Sod-Buster Ballads. Het was Woody Guthrie die daarbij 'Rising Sun Blues' zong.


decoration

New York - februari 1942

Het volgende jaar nam de charismatische zwarte folkzanger Josh White een eigen versie op van 'House Of the Rising Sun'. Zijn tekst was anders dan die uit het songbook van Lomax. Hij zong het nummer vanuit een mannelijk standpunt, over een gokker. Hij was ook de eerste om de akkoorden in mineur te spelen in plaats van in majeur zoals tot dan gebruikelijk was. Kortom zijn versie was het prototype van de song zoals we die tegenwoordig kennen.

Het label Keynote bracht de versie van White in 1944 op de markt in een "binder-album", een set van vier 78-toeren platen.

Lomax was woedend. Hij vond het ongepast om ook maar iets te wijzigen aan een bestaande tekst of melodie. Maar White legde uit dat hij de song al veel langer kende. Als jongetje van tien trok hij rond met blinde zwarte muzikanten. Omstreeks 1923 hoorde hij het spelen door een "blanke hillbilly in North Carolina". Mogelijk was dat Clarence Ashley, die in die periode, in die streek rondtrok met zijn medicine show. Ashley is ook de man van 'The Coo Coo Bird' en 'The House Carpenter'.

Clarence "Tom" Ashley had de song al op 6 september 1933 opgenomen. Zijn zang en gitaar werden daarbij aangevuld door Gwen Foster op harmonica. De 78 toeren plaat verscheen in februari 1934 bij het Vocalion label. Ashley verklaarde later dat hij het nummer had geleerd van zijn grootvader, Enoch Ashley. De Ashley waren afkomstig uit Bristol, Tennessee - slechts een paar Smoky Mountains verwijderd van Middlesboro.
Uit dezelfde streek was ook Roy Acuff afkomstig. Acuff leerde het vak van Ashley en bracht ook een commerciële opname van de song uit vóór de veldopname van Lomax. Acuff legde zijn versie voor eeuwig vast op 3 november 1938. Deze 78 toeren verscheen in augustus 1939 bij Vo/OK.

decoration

New York - 20 november 1962

Toen Bob Dylan begin 1962 in New York arriveerde, was Dave Van Ronk daar de toonaangevende figuur. Niet voor niets droeg hij de bijnaam The Mayor of MacDougal Street. Dat was de straat in de New Yorkse buurt Greenwich Village waar iedere avond de artiesten mekaar verdrongen om hun ding te kunnen doen in een van de vele koffiehuizen.

Van Ronk had zijn gitaarstijl gebaseerd op de stijlen van Mississippi John Hurt en Reverend Gary Davies. Als een soort Nonkel Bob bracht hij iedereen die dat wou de basisbeginselen van het gitaarspel bij. "Painting is all about space," leerde hij zijn pupillen, "and music is all about time."
Maar ook op ander manieren stond hij beginnende folkzangers bij. De jonge Bob Dylan vond die eerste maanden dikwijls een slaapplaats in het appartement van de grote bebaarde man.

In zijn memoires wijdt Van Ronk bijna een heel hoofdstuk aan 'House of the Rising Sun'. Zo vertelt hij dat hij de song leerde van de Texaanse zangeres Hally Wood. En die had het nummer rechtstreeks gehaald bij de veldopname van Georgia Turner.
Dave werkte een geheel nieuw arrangement uit, waardoor hij ook de melodie een stuk attractiever maakte. Dat sloeg erg aan en bij ieder optreden vroeg het publiek hem om het nummer te spelen.

"[Bob Dylan en ik] hadden een vreselijke ruzie over 'House of the Rising Sun'" vertelt Van Ronk. "Hij was altijd al een spons, nam alles rondom hem in zich op. Hij pikte mijn arrangement van dat nummer. Voor dat hij de studio introk vroeg hij me, 'Hey Dave, vind je het erg als ik jouw versie van de Rising Sun gebruik?' Ik zei 'Wel, Bobby, Ik ga binnenkort zelf een plaat maken en ik zou het willen opnemen.'
Later vroeg hij me het opnieuw en ik antwoordde opnieuw dat ik het zelf wou gebruiken. 'Oeps, ik heb het net deze middag opgenomen en ik kan er niks meer aan doen, want Columbia wil het.'
Dat moet dan op 20 november 1962 gebeurd zijn. Die dag nam Dylan zijn debuut-LP op voor Columbia.
"Zo een twee maanden lang spraken we niet meer tegen elkaar, " gaat Van Ronk verder. "Ik moest stoppen met het nummer live te brengen omdat ik steeds opmerkingen kreeg uit het publiek in de aard van "Oh, je speelt dat nummer van Bob Dylan!"
Hij heeft zich nooit verontschuldigd en dat vind ik straf."

decoration

Londen - 18 mei 1964

Tot dan toe was 'The House Of the Rising Sun' nog steeds gewoon een van de vele folksong gebleven. Joan Baez, Odetta en Nina Simone brachten het allemaal uit. Maar het was een Britse groep die er een absoluut onvergetelijk nummer van zou maken.

The Animals waren een van de vele bands die het Britse clubcircuit afschuimden met hun mengeling van blues en rhythm and blues songs. Covers van de platen die Amerikaanse zeelui meebrachten uit het land van de onbegrensde mogelijkheden aan de andere kant van de oceaan. De naam "animals" hadden ze te danken aan hun wilde podiumfratsen.

De vijf leden waren Eric Burdon, een klein mannetje met een gigantische stem, toetsenist Alan Price, gitarist Hilton Valentine, drummer John Steel en bassist Bryan "Chas" Chandler. Allemaal waren ze afkomstig uit de buurt van Newcastle-upon-Tyne. Maar in navolging van The Beatles waren ze in 1964 naar Londen getrokken.

Daar versierden ze een platencontract bij Columbia Graphophone. De eerste single was 'Baby Let Me Take You Home' - eigenlijk een rockende versie van de bluesstandard 'Baby Let Me Follow You Down'.

Ze kregen de kans op in een package tour op tournee te gaan met Chuck Berry en Jerry Lee Lewis. Ze begrepen dat ze iets nodig hadden om op te vallen. Iets dat anders klonk dan wat die grote mannen uit Amerika zoveel beter deden.

Toen Eric Burdon Dylan's debuutplaat hoorde, herkende hij 'House of the Rising Sun' meteen. Het herinnerde hem aan een folkzanger uit Northumbria, Johnny Handle. Die zong in zijn stamcafé in Newcastle een repertoire over schipbreuken en mijnrampen. Maar het meest succes had hij steeds met die song over dat bordeel.

"Ik wist één ding: je kunt gewoon niet beter rocken dan Chuck Berry," legde Eric Burdon uit, "Ik dacht, 'Als we nu dat nummer eens nemen. We reorganiseren het een beetje, laten wat van Dylan's tekst vallen en maken een nieuw arrangement. "

Een stoere Noordelijke vent kan toch moeilijk zingen dat hij een meisje is. Maar Alan Price herinnerde zich een andere versie - die van Josh White. Daarbij was een jongen het slachtoffer van dat huis in New Orleans. En de rol van de gokker en dronkenlap verschoof van het vriendje naar de vader van de verteller.
Hilton Valetine kwam met het typische gitaarloopje op zijn Gretsch. Alan Price
voegde nog wat meer pit toe door een solo op zijn Vox Continental orgeltje. De inspiratie daarvoor haalde hij bij de hit 'Walk on the Wild Side' van jazzman Willie Smith.

Zo brachten ze het als laatste nummer in hun set. Dramatisch uitgelicht met één enkele rode spot op Burdon's gezicht. Succes verzekerd.

Drummer John Steel "We speelden in Liverpool op 17 mei. Daarna reden we naar London waar [producer] Mickie [Most] een studio had geboekt voor opnamen voor Ready Steady Go van ITV! Omwille van de goede respons die we kregen op 'Rising Sun', vroegen we om dat op te nemen. Hij zei: 'OK, we doen het aan het einde van de sessie.'
We zetten alles klaar, speelden een paar maten voor de geluidstechnicus - het was mono zonder overdubs - en we speelden het één keer."

Volgens Burdon beperkte de rol van Most zich tot goedkeurend knikken tijdens de sessie. "Alles zat juist," bevestigt Most, "Het stond er op een kwartiertje op, dus kan ik niet veel eer opstrijken voor de productie. Het was puur kwestie van de atmosfeer inde studio vast te leggen."
Steel gaat verder: "[Na afloop] luisterden we er nog eens naar en Mickie zei: 'Dat is het. Dat wordt de single.'"

De geluidstechnicus wees er op dat het veel te lang was voor een single. Met 4:29 werd de standaard drie minuten grens ruim overschreden. Zoiets was nog nooit gedurfd. Meer nog: het was technisch onmogelijk.
Maar in plaats van het in te korten, durfde Mickie het aan om te zeggen: 'Tegenwoordig hebben ze hele dunne groeven. We doen het toch.'"

Toen het singeltje in juni 1964 werd uitgebracht bleek de mengeling van folk en rock onmiddellijk aan te slaan - ondanks de lengte. Al snel stond het nummer op 1 in Engeland.

De Amerikaanse platenmaatschappij ging niet akkoord met het overschrijden van de drie minuten regel. Zoiets zou eenvoudigweg niet op de radio worden gedraaid. Toen de single daar in augustus verscheen was er stevig in geknipt zodat er nog 2:58 overbleven.

Dat bleek niet te hinderen: het was de sound die aansloeg. Bob Dylan verklaarde dat toen hij de versie van The Animals voor het eerst hoorde op de autoradio hij "uit de zetel van zijn auto" sprong van opwinding. Het klonk dan ook zoals nog nooit iets had geklonken. De Amerikaanse muziekcriticus Dave Marsh beschreef het in 1989 als de "eerste folk-rock hit. [Het klinkt] alsof ze de oude melodie hebben aangesloten op een stroomkabel."

Ralph McLean van de BBC gaat nog een stapje verder: Hij noemt het "een revolutionaire single" die "het gelaat van de moderne muziek voor eeuwig heeft veranderd." Inderdaad, het was misschien wel het zetje dat Bob Dylan nodig had om zijn gitaar in te pluggen - tot woede en frustratie van puristen als Alan Lomax, Ewan McColl en Pete Seeger.

Op 5 september stootte de single 'Where did our Love Go' van The Supremes van de top van de Amerikaanse hitlijsten. Het werd daarmee het eerste Britse nummer in twee jaar aan de top van de Amerikaanse hitlijsten die niet door Lennon en McCartney was geschreven. Op vijf weken werden er meer dan twee miljoen exemplaren van verkocht.

Maar het succes bracht ook de nodige problemen mee. Op het label stond aangegeven: "Trad., arranged Alan Price". Volgens de platenmaatschappij was er niet genoeg plaats om iedereen te vermelden. Niemand had daar een probleem van gemaakt, tot bleek dat alle royalty's dan ook alleen naar de toetsenist gingen. Hilton Valentine kreeg nooit een cent voor de simpele maar uiterst herkenbare riff waarop duizenden mensen hebben leren gitaarspelen. De spanningen liepen op en in mei 1965 stapte Price op om een solo carrière te beginnen.



The House of the Rising' in de versie van The Animals



'Rising Sun Blues' door Georgia Turner

There is a house in New Orleans they call the Rising Sun.
It's been the ruin of many a poor girl and me, O God, for one.
If I had listened what Mama said, I'd be at home today.
Being so young and foolish, poor boy, let a rambler lead me astray.
Go tell my baby sister never do like I have done
To shun that house in New Orleans they call the Rising Sun.
My mother she's a tailor, she sewed these new blue jeans.
My sweetheart, he's a drunkard, Lord, Lord, drinks down in New Orleans.
The only thing a drunkard needs is a suitcase and a trunk.
The only time he's satisfied is when he's on a drunk.
Fills his glasses to the brim, passes them around.
Only pleasure he gets out of life is hoboin' from town to town.
One foot is on the platform and the other one on the train.
I'm going back to New Orleans to wear that ball and chain.
Going back to New Orleans, my race is almost run.
Going back to spend the rest of my days beneath that Rising Sun.



Enkele naschriften

In 1963 ging Alan Lomax Georgia Turner opzoeken. Ze was nog steeds straatarm. Ze had veertien kinderen gebaard, waarvan er tien in leven waren gebleven. Hij zorgde er voor dat ze wat royalties kreeg. Hij legde haar uit dat het nummer was "gekaapt".
Uiteindelijk kreeg ze alles samen iets meer dan $117.
Georgia overleed in 1969. Ze was pas 48.


In 2007 werd in New York een boek uitgegeven, helemaal gewijd aan de geschiedenis van het nummer: Chasing the Rising Sun: The Journey of an American Song door Ted Anthony.


Op deze site kun je maar liefst 80 versies van House Of The Rising Sun binnen halen:
http://coco-vinyl.blogspot.com/2008/05/house-of-rising-sun.html

Jammer genoeg is die van Georgia Turner er niet bij. Gelukkig kun je hier van haar versie een stukje beluisteren:
http://www.rounder.com/index.php?id=album.php&catalog_id=6504

06-05-08

Frankie & Albert

Benton-Frankie

Frankie & Albert  

Het openingsnummer van Bob Dylan's Good As I Been To You is 'Frankie And Albert'. De song is een van de bekendste Amerikaanse murderballads. Het werd dikwijls opgenomen, zowel door blanke als zwarte uitvoerders.

De populariteit van het nummer kan het best worden geïllustreerd door de vele varianten die er van in omloop zijn.
In 1962 gaf ene Bruce Buckley een studie uit waarin hij 410 verschillende versies beschrijft van 'Frankie'. Bij sommigen heet het nummer 'Frankie and Albert', bij anderen 'Frankie and Johnnie' of soms gewoon 'Frankie'.

Hoewel er veel onderzoek is gedaan naar de oorsprong van het bluesnummer is de eigenlijke auteur niet meer te achterhalen.


Verfilmingen

Het verhaal werd ook verschillende keren verfilmd. Dat gebeurde voor het eerst in 1930, als Her Man met Helen Twelvetrees. Zes jaar later volgde Frankie and Johnnie met Helen Morgan.

Daarna is het lang stil. Het verhaal wordt terug opgepikt in de jaren zestig voor een van de slechtste Elvis films: Frankie And Johnny. De meest recente verfilming, met Al Pacino en Michelle Pfeiffer, bereikte de bioscopen in 1991.

Hoewel het oorspronkelijke verhaal zich afspeelt in het milieu van wat tegenwoordig zo netjes African Americans heet, worden in deze verfilmingen de hoofdrollen telkens door blanken vertolkt.


De feiten

Waarschijnlijk is het nummer geïnspireerd op een waar gebeurd drama in Chestnut Valley, de rosse buurt van St. Louis, Missouri.

Op 19 oktober 1899 meldde de St. Louis Post-Dispatch dat de 17 jaar oude Allen Britt woensdagnacht was overleden in het City Hospital. Vier dagen eerder was de "Negro sporting man" neergeschoten door zijn vriendin, Frankie Baker, "an ebony hued cake-walker". Frankie was 22. Ze hadden mekaar ontmoet tijdens het Orange Blossom bal en vormden sindsdien een koppeltje.
Maar Frankie vermoedde dat hij haar bedroog. Die nacht ging ze hem opzoeken op zijn kamer in 212 Targee Street. Zoals ze gevreesd was hij niet alleen. Naast hem lag een prostitué, de18 jarige Alice Pryor.
Tijdens de discussie die volgde schoot Frankie haar geliefde neer.

De geschiedenis lijkt wel heel erg op die van de song. Te veel om toeval te zijn. Bovendien is het is erg aannemelijk dat de naam Allen Britt - afgekort tot Al Britt - werd verbasterd tot Albert.

Hoe verging het de echte hoofdrolspelers?

Al Britt overleed om 2:15, in de ochtend van de 19 oktober 1988 aan een kogelwonde in zijn lever..

Voor de rechtbank verklaarde Frankie dat Britt haar had bedreigd met een mes. Ze wist dat de jongen altijd een pistool onder het kussen had liggen. Dat kreeg ze te pakken. Tijdens het gevecht dat volgde, ging het fatale schot af.


De rechter oordeelde dat Frankie Baker gehandeld had uit zelfverdediging en sprak haar vrij.

Maar de gebeurtenissen bleven haar achtervolgen. Dat werd nog verergerd door de populariteit van de song, die ondertussen overal opdook . Zeker omdat sommige versies vermelden dat ze drie keer had geschoten of dat ze ter dood veroordeeld was. Frankie verhuisde dikwijls maar vond nergens rust.

Toen het verhaal dan ook nog eens werd verfilmd was voor haar de maat vol. In 1939 diende ze klacht in tegen Republic Pictures. Miss Baker eiste een schadevergoeding van $200,000 wegens laster en schending van privacy door de film.
De advocaat van de filmmaatschappij beweerde echter dat de song een bewerking was van een oude folk-ballad uit 1831. In Toe River, North Carolina, heeft toen ene Frankie Silver haar man vermoord met een bijl. Die stelling kon niet worden bewezen.
Na drie jaar werd de zaak onontvankelijk verklaard.

Het werd Frankie allemaal teveel en ze belande uiteindelijk in een instelling voor zwakzinnigen in Pendleton, Oregon. Daar overleed ze in 1952 op 75 jarige leeftijd.


Nog verder terug

Toch zijn er aanwijzingen dat de song inderdaad een langere geschiedenis heeft.

Zo is er het verslag van George St. Johns, uitgever van de St. Louis Post-Dispatch. Hij vertelt over het bezoek van de populaire Poolse pianist Ignace Paderewski aan zijn stad. Op zoek naar plaatsen waar authentieke muziek te horen was, leidde  St. Johns hem rond in de uitgangsbuurt van de stad.
In The Castle, het bordeel van de flamboyante Babe Connor woonden ze het optreden bij van ene Mammy Lou, een  "gnarled, black African".
De bejaarde zangeres zong allerhande aangebrande liedjes. Ze bracht er onder andere 'Ta-Ra-Ra-Boom-Der-E' en ... 'Frankie and Johnny'. "Iedereen kreeg kippenvel toen ze het refrein bracht," meldt St. Johns nog.

Paderewski's eerste Amerikaanse tournee vond plaats in 1891 terwijl The Castle werd afgebroken in 1998. Dus voor de fatale avond waarop Al Britt werd neergeschoten.

Een ander inwoner van de stad, Rusty David, meent dat de oorspronkelijke ballad was gebaseerd op een gelijkaardig incident in de rosse buurt van St. Louis, omstreeks 1865-70. Toen de Baker/Britt affaire dan plaats vond, zou het liedje zijn aangepast aan de nieuwe feiten.

De ragtime pianist Trebor Tichenor verklaarde: "Ik denk dat iedereen het erover eens is dat het gaat om een oude, geïmporteerde melodie - van Europeese afkomst. Maar dat die hier is aangepast en dat het een ballad werd... Volgens een legende uit St. Louis pikte een pianist, genaamd Dooley, in op een lokale moord. Dat was het verhaal van Frankie en Johnny in 1899 en dat hij zich daarop baseerde. Dat is natuurlijk maar wat er vertelt wordt. Maar het staat vast dat de oorsprong hier ligt."

Een lange weg

Vast staat dus enkel dat de song oorspronkelijk uit de zwarte gemeenschap kwam.

Voor publicaties, bestemd voor een blank publiek, werden de gebeurtenissen geadapteerd en gezuiverd weergegeven.

De regel 'He done me wrong' duikt voor het eerst op in 1904. Dat gebeurt in 'The Death of Bill Bailey', een nummer van ene Hughie Cannon. Hughie was een blanke komiek die met zwart geverfd gezicht zwarten imiteerde. De song is een vervolg op een eerder succesnummer van hem: 'Bill Bailey, Won't You Please Come Home'.

Vier jaar later publiceren een ander vaudeville team, Frank en Bert Leighton 'Bill You Done Me Wrong'. Hun nummer lijkt erg op dat van Hughie Cannon, maar ze gebruiken langere fragmenten van het origineel.

Nog eens vier jaar later volgt een her-publicatie van het nummer van de Leighton Brothers onder de titel 'Frankie and Johnnie', maar zowel de tekst als de muziek verschillen nog op vele punten van de tegenwoordig bekende versie.

De kenmerkende regel "Frankie and Johnnie were lovers" wordt voor het eerst genoteerd in 1925. Dorothy Scarborough publiceert dan 'Frankie and Albert' in On the Trail of Negro Folksongs.

In 1928 beleeft de Amerikaanse actrice Mae West haar doorbraak met het zelfgeschreven toneelstuk Diamond Lil. Het stuk, over een grofgebekte blonde stoot uit de jaren negentig van de vorige eeuw brengt haar tot Broadway. In het stuk zingt zij ook 'Frankie And Johnnie'


Mississippi John Hurt

De vroegste bekende opname dateert uit datzelfde jaar, 1928. Die is van de Delta Blues gitarist Mississippi John Hurt.

John Hurt werd omstreeks 1893 geboren in het dorpje Teoc in het hart van de Mississippi Delta.
Toen hij een jaar of negen was kocht zijn moeder een tweedehands gitaar. Omdat er niemand in de buurt woonde die  het hem kon leren, bedacht hij zijn eigen manier van spelen. Dat leverde hem een heel eigen geluid op. Door het ritme en melodie te combineren klinkt het alsof hij twee gitaren tegelijkertijd bespeelt.

Vanaf zijn twaalfde verdiende hij wat bij door op te treden op lokale feesten. Na de dood van zijn vader hielp hij zijn moeder in het onderhoud van de dertien kinderen.

Omstreeks 1923 vroeg Willie Narmour, een blanke square dance fiddler, hem als begeleider. Narmour was erg goed. Zijn 'Carroll County Blues' wordt nog steeds gespeeld. Enkele jaren later won hij dan ook een fiddlerwedstrijd. Daardoor mocht hij een opname maken voor het Okeh platenlabel.

Toen producer T.J. Rockwell hem daarbij vroeg of er nog meer talent in de buurt was, verwees die naar zijn maat. Rockwell kwam Hurt opzoeken, liet hem spelen en nodigde hem uit om naar Memphis te komen voor een eigen opnamesessie. Die vond plaats op 14 februari 1928. "Het was een grote hal," herinnerde Hurt zich meer dan dertig jaar later. "Alleen Mr. Rockwell was er, een geluidstechnicus en ikzelf. Ik zat op een stoel en ze duwden een microfoon tot tegen mijn mond. Ik mocht mij niet meer bewegen eens ze de beste positie hadden gevonden. Man, ik was nerveus! Achteraf had ik nog dagenlang een pijnlijke nek."
Uit het dozijn opnamen werden er twee gekozen die op een 78-toeren plaat werden uitgebracht: 'Nobody's Dirty Business' en 'Frankie'. Hurt kreeg $20 per song - wat goed betaald was voor iemand die normaal $3 verdiende voor een dag hard labeur.

Hurt keerde terug naar vrouw en kinderen in het dorpje Avalon. De plaat deed het goed en in november nodigde Rockwell Hurt uit voor nieuwe opnamen. Deze keer reisde de man helemaal naar New York, waar hij op 21 en 28 december genoeg materiaal omnam om een hele plaat te vullen.

Maar die plaat deed niks, het platenlabel ging over kop tijdens de depressie en Hurt keerde terug naar het boerenwerk.

Folkrevival

In 1948 richtten Moses Asch en Marian Distler in New York The Folkways Records & Service Co. op. Het was hun bedoeling om geluiden van over de gehele wereld op plaat uit te brengen. Naast kikkergebrul en gedichten in alle mogelijke talen bestond een groot deel van hun uitgaven uit oude muziekopnamen. Voor de reeks American Folk Music konden ze beroep doen op Harry Smith. Die had als hobby het verzamelen van oude 78-toren platen. Hiju had er duizenden. Niemand was daar immers nog in geïnteresseerd en hij kon ze meestal voor een habbekrats krijgen.

In 1952 bracht Folkways de Anthology of American Folk Music uit. Harry Smith had daarvoor de selectie gemaakt en de bijbehorende teksten geschreven. Op zes langspeelplaten verzamelde hij 84 Amerikaanse folk opnamen uit de periode 1927 tot 1932. Daartussen zaten ook twee opnamen van "Missisippi" John Hurt: 'Spike Driver Blues' en... 'Frankie'.

Deze indrukwekkende uitgave lag mee aan de oorsprong van een hernieuwde interesse voor folk en bluesmuziek.  Het hek was helemaal van de dam toen het Kingston Trio in 1958 een dikke hit scoorde met een remake van 'Tom Dooley'.
Een jaar later publiceerde een andere verzamelaar Samuel B. Charters The Country Blues.
Na het beëindigen van zijn studies was de jonge musicoloog, in 1951, verhuisd naar New Orleans, om er de Zuiderse cultuur van nabij de bestuderen. Vanaf 1954 maakte ging hij oude muzikanten opzoeken om hun werk vast te leggen.
Zijn boek zette vele andere aan om hetzelfde te doen.

Een van hen was een andere jonge musicoloog, Dick Spottswood. Hij was in de ban geraakt van de fingerpicking stijl van Hurt. Omdat in een van de nummers sprake was van "Avalon My Home Town" ging hij op oude kaarten zoeken naar het dorp. Korte tijd later moest een collega, Tom Hoskins, naar New Orleans. Op verzoek van Spottswood maakte hij een ommetje langs Avalon. Hurt bleek er nog steeds te wonen en zelfs nog te kunnen spelen. Hij was wel erg verbaasd dat iemand nog interesse had in iets van dertig jaar geleden. Met enige moeite kon Hoskins Hurt overhalen om af te reizen naar Washington, D.C., om er een nieuwe carrière te beginnen.

Hurt trad herhaaldelijk op tijdens concerten als Friends of Old Time Music en het Newport Folk Festival. Zo werd hij erg geliefd. Zijn onderkoelde wijze van gitaarspelen was van grote invloed op de blues en folk wereld.

Op 15 juli 1963 nam John Hurt in het Coolidge Auditorium van de Congressbibliotheek een aantal van zijn nummers uit de jaren twintig opnieuw op. Tussen de 39 songs zat ook een nieuwe versie van 'Frankie' - deze keer onder de titel 'Frankie And Albert'.

Jammer genoeg kon Hurt niet lang genieten van zijn succes. Hij overleed op 2 november 1966.


Tribute

In 1988 werd Mississippi John Hurt opgenomen in de Blues Hall of Fame.

En in juni 2003 bracht Vanguard Records Avalon Bleus - A Tribute To The Music Of Mississippi John Hurt. Onder supervisie van Hurt fan Peter Case brengen tal van bekende namen in de muziekwereld daarop hulde aan de meester. Daar zitten mensen bij als Beck, John Hiatt, Bruce Cockburn, Lucinda Williams, Steve & Justin Earle, Bill Morrissey en Taj Mahal. Het accent ligt daarbij meer op de spelvreugde dan op het bluesgevoel, zodat het een erg aangename plaat is geworden.
Het openingsnummer is Chris Smitten's vrolijke versie van 'Frankie & Albert'.


En waar haalde Bob Dylan de mosterd?

In 1992 bracht Bob Dylan het nummer ook al als opener van zijn akoestische roots-cd Good As I Been To You.
Hij moet zeker de oorspronkelijke versie van Mississippi John Hurt uit 1928 kennen van de Anthology of American Folk Music. Ongetwijfeld is hij ook vertrouwd met de versie die Hudie Leadbeater (alias Lead Belly) in 1934 zong. Dat gebeurde voor de microfoon van een andere verzamelaar van authentieke muziek, John Lomax in het Angola Prison in Louisiana.

Toch baseerde Bob Dylan zich voor zijn cover op de recentere versie van "Missisippi" John Hurt uit 1963.
Hij legt de nadruk veel meer op de muziek dan op de woorden.

Luisteren?

Versies door Johnny Hallyday, Taj Mahal, Bob Dylan, Brook Benton, The Ink Spots, Hank Snow, Sam Cooke en Big Bill Broozy kun je hier beluisteren:
http://michourock.centerblog.net/rub-reprise-Frankie-and-Johnny.html


En hier zijn er nog meer: Johnny Cash, Wilf Carter, Elvis Presley, Jimmie Rodgers (als 'Blue Yodel #9') en Mississippi John Hurt:
http://michourock.centerblog.net/rub-reprise-Frankie-and-Johnny-2.html

Jammer dat 'Hold Me Back' (Frankie & Johnny) van Michelle Shocked uit haar fantastische Arkansas Traveller er niet tussen staat.


Oh ja.

De Britse jaren tachtig band Frankie Goes To Hollywood heeft niets met dit verhaal te maken.

29-06-07

Bob Dylan: Oh Mercy

Bob%20Dylan%20Oh%20Mercy

Oh Mercy 

In zijn boek Chronicles (vertaald als Kronieken) dat wordt gepresenteerd als een autobiografie, gaat Bob Dylan uitgebreid in op de periode rond het schrijven en opnemen van Oh Mercy. Jammer genoeg blijkt weer dat mensen die er bij aanwezig waren  niet altijd de beste getuigen zijn. Nogal wat details blijken helemaal niet te kloppen.

Zo vertelt de auteur dat hij, terwijl hij in zijn tuin aan het rommelen is, zijn hand zwaar kwetste. De hand is opengereten tot op het bot en de dokters vertellen hem dat het erg onzeker is of hij ooit nog gitaar zal kunnen spelen. Hij situeert het ongeluk tussen Kerstmis en nieuwjaar 1986, maar uit allerlei details blijkt dat het een jaar later moet zijn gebeurd.

En ook dat lijkt bizar, want op 20 januari 1988 speelt hij niet slechter gitaar dan vroeger, wanneer hij wordt opgenomen in de Rock 'n' Roll Hall of Fame. Aan het einde van de jaren tachtig was Dylans ster sterk getaand. Na het kwalitatief sterke Infidels (1983) en het iets mindere Empire Burlesque (1985), kreeg hij opnieuw te maken met writers bloc.

Voor het stuurloze Knocked Out Loaded had hij tevergeefs geprobeerd inspiratie op te wekken door het spelen van obscure oude rock 'n' roll nummers (Arthur Alexander, Willburg Harrison...). Bij de mogelijk nog zwakkere opvolger Down in the Groove trachtte hij het gebrek aan eigen materiaal te verdoezelen door beroep doen op allerhande co-auteurs (Carole Bayer-Sager!)

* * *

Bovendien was het de laatste jaren ook met zijn live-reputatie van kwaad naar erger gegaan. Zijn optreden tijdens Live Aid, met Keith Richards en Ron Wood kan niet anders worden omschreven dan beschamend: duidelijk dronken, vals gezongen en slecht gespeeld.

Een lange tournee met Tom Petty and the Heartbreakers werd nog wel goed ontvangen, maar een tussendoortje met de Grateful Dead als begeleiders was desastreus. In zijn autobiografie verklaart hij dat hij het allemaal voor gezien wou houden. "Ik had een tournee van 18 maanden gedaan met Tom Petty and the Heartbreakers. Het zou mijn laatste zijn. Ik had geen voeling meer met wat voor inspiratie dan ook. Tom stond op de top van zijn kunnen en ik op de bodem van het mijne. Ik kon het verschil niet overbruggen. Alles lag in duigen. Mijn eigen liedjes waren vreemden voor me geworden... Ik had mijn tijd gehad. Ik kon haast niet wachten om me terug te trekken en mijn tent te pakken. Nog één keer met Petty met de pet rond en dan hield ik het voor gezien."

Halverwege het Europese luik van die tournee kreeg hij echter plotseling, als in een flits, een nieuwe invalshoek, die zijn hele bestaan zou omgooien. Hij besluit zich terug te trekken uit het popcircus en zich te voegen in de oeroude traditie van rondtrekkende troubadour, in het voetspoor van Woody Guthrie. Het allerbelangrijkste wordt het uitdragen van de songs naar de mensen. De songs is waar het om draait: geen grootse shows. geen zangeressen, geen extra muzikanten. Gewoon het strikte minimum: bas, gitaar en drums. Naar de mensen toe gaan: in kleine zalen, in kleine steden en zo opnieuw een reputatie opbouwen en door mond aan mond reclame zorgen dat de mensen blijven komen luisteren. De Never Ending Tour is geboren. Voortaan zal Dylan telkens meer dan honderd keer per jaar op de podia staan.

* * *

En net op dat moment zou, ergens einde december 1987, dat bizarre ongeluk met zijn hand zijn gebeurd. Hij vreest dat zijn carrière er op zit en bedenkt wat hij nu kan gaan doen: vis kweken, meubels maken... of houten benen? 

Een week later zit hij laat op de avond, aan de keukentafel bij hem thuis. Hij pakt pen en papier en begint te schrijven: "We're living in a political world". Twintig strofen komen er in een ruk uit.
Het eerste nummer in een hele lange tijd. "Het was als het ontwaken uit een droom, of een soort coma. En plots gaat dan een gong en wordt je wakker."

Zijn inspiratie is terug: in de loop van de volgende maand schrijft hij zo'n twintig liedjes. "Ze kwamen uit de lucht gevallen," vertelt hij in zijn boek. "Misschien had ik ze niet geschreven als ik niet zo onthand was geweest." 

De nieuwe hervonden muze geeft hem voldoende zelfvertrouwen om, op 18 januari 1988, zijn contract bij CBS/Columbia voor nog eens tien cd's te verlengen.

Ongelukkig met de lukrake productie van zijn laatste platen, begint Dylan bij collega's te polsen naar aanbevelingen voor een goede producer. In mei gaat hij, op uitnodiging van Bono, U2 helpen bij de opname van een nummer voor hun  Rattle And Hum LP. In Los Angeles speelt hij Hammond orgel op 'Hawkmoon  289'. Na afloop gaan ze stevig doorzakken, met veel Guiness. Bob laat enkele van zijn nieuwe composities horen en vertelt dat hij als producer iemand wil die zelf ook een muzikant is. Bono beveelt hem Daniel Lanois aan. De Canadees, die net met U2 Joshua Tree heeft opgenomen, zou wel eens de geschikte producer kunnen zijn die Dylans nieuwe songs tot hun recht kan laten komen.

Maar Dylan heeft geen haast. Er staan al een pak optredens gepland voor zijn tournee, die onofficieel zal worden bestempeld als de Never Ending Tour.
Zowel het formaat als het concept van de optredens zijn helemaal vernieuwd: de  begeleidingsgroep is nu beperkt tot het strikte minimum: gitaar, bas en drums - zelfs geen harmonica! En er is geen vaste setlist, al is wel nog een vaste structuur.
Midden in de set wordt een akoestisch gedeelte ingevoerd van drie tot vijf nummers, waarbij hij enkel wordt begeleid door G. E. Smith. Daarbij zitten altijd wel een paar covers: uiteenlopend van Ierse ballades als 'Eileen Aroon' tot folk, country of rock 'n' rolll klassiekers als 'Nadine'. De rest van de nummers krijgen strakke rock arrangementen.
Opmerkelijk is de enorme verscheidenheid in gebrachte nummers: tijdens de 71 optredens die het eerste luik van de tournee vormen, worden maar liefst 92 verschillende nummers gebracht. 

Toevallig (?) eindigt het tweede deel van de tournee in New Orleans, waar Daniel Lanois aan het werk is. Met het geld dat hij heeft verdiend met de productie van die LP en met So van Peter Gabriel, is Lanois verhuisd naar New Orleans.
Daar ging hij op zoek ging naar zijn roots. "Ik vond aansluiting bij dat zydeco-Cajun gebeuren. Het fascineerde me dat de Acadiens van Canada naar Louisiana waren getrokken. Het is een fantastisch verhaal en het zit echt in mijn achtergrond.  Ik dacht dat het interessant zou zijn om in het voetspoor te treden van mensen die mij zovele generaties geleden waren voorgegaan."
Op zijn eerste solo LP, Acadie, zal hij verslag doen van "mijn afkomst, mijn familie, de verhuis van mijn familie, mijn Franse roots en de verbintenis met Louisiana."
Maar eerst wou hij ervaring op doen met de plaatselijke muzikanten. Daarvoor wou hij graag werken met een muzikale familie. "Ik verdiepte mij in de achtergrond van de Neville Brothers: waar ze hun spullen vandaan haalden, de buurt - dat fascineerde mij echt allemaal, terwijl anderen er misschien een beetje genoeg van hadden. Ik denk dat daar wel een les in zit: als je ergens in geloofd en er enthousiast over bent, dan werkt dat aanstekelijk op anderen."

Speciaal voor de opnames van Yellow Moon van The Neville Brothers had Lanois een studio ingericht, op de tweede verdieping van een groot gebouw (EMLAH Court in 3829 St. Charles Ave.), vlak naast het Columns Hotel. "Wonder boven wonder, kregen we het hele gebouw voor slechts 1 200 dollar per maand," vertelt hij. "Charles Neville woonde op de eerste verdieping en ik op de bovenste verdieping. Het  leek wel een commune. Maar het was plezant." 

Die opnamen waren nog volop aan de gang toen Bob Dylan met zijn Never Ending Tour, op 25 september 1988, de stad aandeed. In 1989 vertelde Dylan in een interview: "Daniel kwam me opzoeken toen we in New Orleans speelden vorig jaar en...we schoten goed op. Hij begreep waar het in mijn muziek om draait. Het is erg moeilijk om een producer te vinden die zelf kan spelen...en weet hoe je met al dat modern gedoe moet opnemen. Dat was waar ik in het verleden problemen mee had."
In zijn Kronieken beschrijft hij de ontmoeting met Lanois: "Hij was helemaal in het zwart - donkere sombrero, zwarte broek, hoge laarzen, handschoenen - een en al schaduwen en silhouet - een zwarte prins van de zwarte heuvels."
Lanois neemt Dylan mee naar de studio, waar hij hem de cover laat horen die de Neville Brothers opgenomen hebben van zijn 'With God On Our Side'. "Hij zei me: 'Dat klinkt goed,'" vertelde Lanois. "Wel, van iemand als Dylan is zoiets een fantastisch compliment." 


Dylan is genoeg onder de indruk om Lanois voor te stellen om samen te werken. "Ik vroeg hem of hij in New Orleans wou werken," zegt Lanois. "Hij zei ja. Ik vroeg of hij in dat gebouw wou werken. Hij zei, 'Dat maakt niet uit.' Ik zei, 'Wel, de huur is afgelopen. Ik zal een ander gebouw huren en alles voorbereiden.'"

Terwijl Dylan verder rondtrekt, gaat Lanois op zoek naar een geschikte ruimte.  "We vonden een leegstaand huis van rond de eeuwwisseling," vertelt Daniel Lanois. "Fantastische omgeving...  (Soniat Street 1305, New Orleans) het had iets van een bordeel. We veranderden de controleruimte in een moeras... overal mos en opgezette dieren en koppen van alligators."

studioHet huis in New Orleans waarin Oh Mercy werd opgenomen.

 

 

 

* * *

Op 6 februari 1989 wordt de live LP Dylan And The Dead uitgebracht.
Het zijn opnamen van een korte, maar erg lucratieve tournee die Dylan samen met The Grateful Dead heeft gespeeld in de zomer van 1987. Er werden zes shows gespeeld, voor telkens zo'n 75 000 toeschouwers. 

De Dead speelde eerst twee uur lang en gevolgd door een gezamenlijke set waarbij Dylan door de band werd begeleid. En toch kreeg Dylan 70% van de inkomsten!
De zanger zag er toen uit als een oude man, met een baard, gekromde rug, bijziend en zwijgzaam zowel tussen de nummers als tussen de optredens. Op de videoschermen mochten geen close-ups van hem worden vertoond. Het is dan ook erg verwonderlijk dat de live plaat er is gekomen.

The Dead had het optreden van 12 juli integraal willen uitbrengen, maar daartegen stelde Dylan zijn veto. Op basis van wat cassettes die hij afspeelde op een goedkoop transistor radiootje maakte hij een selectie uit drie andere concerten. Hij stond er bovendien op dat zijn stem in de mix ver naar achter werd gebracht. 

Op 12 februari, een week na het uitbrengen van de liveplaat stapt Dylan tijdens een optreden van The Grateful Dead in het LA Forum, ongevraagd op het podium. Hij speelt (verschrikkelijk slecht) gitaar bij acht nummers. Dan slagen ze er in hem te overtuigen zelf een nummer te brengen. Het wordt 'Knockin' On Heaven's Door'.

De volgende dag belt hij naar het management van de band om te zeggen dat hij lid wil worden van The Grateful Dead. Misschien werd de druk om een solocarrière gaande te houden hem te veel. De band besluit er over te stemmen.
Er is één tegenstem en het lidmaatschap gaat dus niet door. 

* * *

Het is met die ingesteldheid dat Bob Dylan naar New Orleans trekt. "Ik had er over gedacht om iemand mee te brengen naar de sessies," vertelt Bob. "Een ervaren muzikant... maar uiteindelijk bracht ik niemand mee. Zelfs geen materiaal. Ik was sceptisch. Ik wou wel eens zien wat Danny in zijn eentje kon. Ik hoopte dat hij mij zou verrassen. En hij heeft me verrast."
"Bob kwam naar de opnamen met een paar velletjes papier," herinnert Daniel Lanois zich, "geen instrumenten, niets eigenlijk. Alles stond voor hem klaar. Ik gaf hem het hele pakket. Voor $150,000 kreeg hij alles: muzikanten, uitrusting, mixen... alles. "
"Omdat ik zelfs geen instrumenten had meegebracht, nam ik een van Lanois antieke Telecasters," vertelt Dylan. "Die dingen kunnen gemeen klinken als je op een betonnen vloer staat onder een zinken dak, maar evengoed kan het soms ook luchtig klinken. Ik vond het een fijn instrument om te bespelen, dus hield ik het bij die ene gitaar. "

De muzikanten die Lanois had uitgekozen waren de kern van de band van de Neville Brothers: gitarist Brian Stoltz, bassist Tony Hall en drummer Willie Green. Lanois die zelf allerhande instrumenten kan bespelen, van elektrische en 12-snarige gitaren, dobro, toetsen, tot drums en bas, werd bijgestaan door zijn kompaan, de technicus Malcolm Burns, die zelf ook gitaar speelt.
"We konden meteen goed met mekaar opschieten," vertelt Brian Stoltz. "Hij is nogal stil, zegt niet veel. In gedachte is hij voortdurend bezig. Tijdens de sessies wandelde hij binnen... en stapte meteen door naar de keuken, waar hij koffie ging zetten en onmiddellijk aan de teksten ging schaven. Hij kwam binnen met zo'n twintig strofen en begon die dan te herwerken. Hij koos er dan misschien een stuk of vijf uit. Het was verbazingwekkend om te zien wat hij allemaal weggooide. Strofen die nooit werden gebruikt. Straffe gast!" 

Dat schaven aan de teksten wordt bevestigd door Lanois. Hij beschreef in februari 2003 de ervaring Dylan aan het werk te zien: "Ik zat twee maanden naast hem terwijl hij aan het werk was aan de plaat. Dat was buitengewoon. Bob schrijft veel te veel. Hij blijft maar schrappen. Hij zoekt een plaatsje voor zijn favoriete regels en die kunnen overal opduiken. Ik heb dezelfde regels in twee, drie verschillende nummers gezien, terwijl hij ze uitprobeert. Het is allemaal niet zo ongenaakbaar als het lijkt."

De opnamen begonnen in de tweede helft van februari 1989. Gitarist Brian Stoltz vertelt: "De dag van de eerste opnamesessie had Dan ons gevraagd om een uurtje eerder te komen, om alvast wat uit te werken voor Bob zou komen. Dan had wat ideetjes voor 'Political World' en we bedachten een mooie groove en perfectioneerden die. Bob komt binnen, terwijl we die aan het spelen zijn en vraagt: 'Wat was dat?' Daniel zegt, 'We hebben iets gemaakt voor 'Political World'. Bob pakt zijn gitaar en zegt (imiteert Dylans nasale stem), 'Nee, zo gaat dat niet. Zo gaat dat!' en speelt iets helemaal anders. Wij vallen onmiddellijk in en dat is wat je hoort op de plaat: take 1 - Je had Dan's gezicht moeten zien!"

In Kronieken vertelt Dylan ongeveer hetzelfde verhaal: dat Lanois het nummer 'funky' wou maken en dat hij, toen hij de volgende avond binnenkwam, merkte dat ze, na zijn vertrek verder hadden gewerkt aan de opnamen.  Hij vond de mix en de overdubs maar niks en liet dat ook merken. Lanois raakte zo gefrustreerd door Dylan's negatieve opstelling dat hij een dobro aan diggelen sloeg.

"We hadden niet onmiddellijk goede resultaten," bevestigd Lanois, "maar Bob was de kale manier van werken die ik voor ogen had niet gewoon. Een paar keer raakten we ontmoedigd, wanneer de dingen niet liepen zoals hij ze wou. Een groot deel van zijn beste werk kwam altijd al van zijn band - live spelen in de studio - en mijn manier van werken, overdubben en spoor na spoor opbouwen, was zelfs geen optie voor hem.
Maar wat er uiteindelijk op Oh Mercy terecht kwam was beter dan de trucjes van de studio. Er waren enkele belangrijke omgevingsfactoren. Bob wou bijvoorbeeld nooit overdag werken. Het was een zuivere nachtplaat. Zoals ik het zie, hebben mensen 's nachts een ander tempo dan overdag. Een beetje exotisch, langzaam ritme klinkt om middernacht perfect, maar de volgende middag wil je het tempo wat aanzwengelen. Bob zag dat wel zitten: hij wist precies wat voor gevoel hij wou overbrengen."

Het probleem is echter dat dit verhaal helemaal niet overeenkomt met de gegevens die Michael Krogsgaard heeft verzameld voor zijn boek The Recording Sessions. Hij heeft inzage gehad in de archieven van Sony waaruit blijkt dat de opnamen op 28 februari zijn begonnen met 'Born In Time' en dat 'Political World' op 8 maart als tweede nummer is opgenomen en pas op 28 maart een tweede keer werd uitgeprobeerd.
De overdubs op 'Political World' werden allemaal toegevoegd aan de eerste versie van 8 maart. Misschien dat 'Born In Time' door beide heren wordt genegeerd omdat het nummer uiteindelijk niet op de plaat terecht is gekomen. 

"We stonden opgesteld als een hoefijzer," herinnert Green zich. "Ik stond in het midden, Tony aan de ene kant, Brian aan de andere, Bob naast Daniel, zodat we mekaar allemaal konden zien. Het was interessant om, met de koptelefoon op Bob te horen zingen in je oren terwijl hij daar voor je neus zit. Ik heb ook gewerkt met Paul Simon, maar dat kwam zelfs niet in de buurt qua gevoel."

'Disease of Conceit', dat werd geschreven naar aanleiding van het openbreken van het schandaal rond de TV-evangelist Jimmy Swaggart, werd opgenomen door Bob Dylan alleen aan de piano en het harmonium. De rest van de instrumenten werden er tijdens een latere sessie aan het einde van de maand aan toegevoegd. 

De sessie op dinsdag 7 maart begint met 'What Good Am I?' Dylan heeft alleen een tekst en er wordt lang gezocht naar een bijpassende melodie. Bob speelt piano, Malcolm Burns toetsen en Daniel Lanois probeert allerhande gitaren. Wanneer Lanois meent dat er iets de moeite waard is worden daar verder instrumenten aan toe gevoegd.
Dylan is blijkbaar niet erg tevreden over het resultaat want hij vindt het zelf niet erg geslaagd. "Te traag naar mijn smaak!"

Omstreeks 1 uur in de ochtend wordt dan overgestapt op het volgende nummer: 'Ring Them Bells'. Hoewel er op papier sprake is van slechts één take, eindigt de sessie pas om 4 uur in de ochtend. Lanois heeft die ene take dan ook grondig bewerkt met allerhande overdubs.
Deze keer is Dylan wel erg tevreden over het resultaat. "Daniel vatte het moment goed... In dit nummer was hij veel meer dan een man van het geluid. Hij was als een dokter met wetenschappelijke principes." Het is dan ook een van de weinige nummers van de plaat die niet opnieuw zijn ingezongen.

Op woensdagavond 8 maart staat 'Most of the Time' op het programma. Bob moet weer eerst nog op zoek naar een melodie. Na een paar takes wordt dan ook overgeschakeld op 'What Was It You Wanted?' dat met de volledige band wordt opgenomen.

Hoewel er de volgende avond een sessie gepland is, heeft Dylan geen zin om uit bed te komen.

Zondag 12 maart wordt 'Most Of The Time' terug opgepikt. Dylan heeft nog steeds geen gepaste melodie. Opnieuw is het dan ook Lanois die er iets van moet maken. Het wordt een langzaam, melancholisch nummer. 
De band bestaat naast Bob en Daniel en de ritmesesectie van Willie Green en Tony Hall uit gitarist Mason Ruffner en Cyril Neville op percussie.
Terwijl Daniel Lanois dan aan de basistrack overdub na overdub begint toe te voegen wordt Dylan alsmaar ongemakkelijker. Het klinkt allemaal niet slecht, maar het is niet zoals hij het bedoelde. Hij weet niet welke kant het dan wel moest uitgaan, maar zo niet. "Een big band behandeling zou misschien goed geweest zijn. In gedachte zong ik het met begeleiding van het Johnny Otis Orchestra. Een pak regels moesten een andere plaats krijgen en ik voelde mij afgeblokt."

Toch is het precies het atmosferische resultaat dat het 'I'm Not In Love' achtige thema boven zichzelf doet uitstijgen.

De basistracks staan allemaal  vrij vlug op band. "Bob werkt graag snel, zo spontaan mogelijk," vertelt Daniel Lanois. "Op deze plaat kwamen een aantal dingen snel tot stand en we pakten ze ook zo. En dan werkten we lang aan de details. Sommige zangpartijen werden stevig bewerkt en de teksten veranderd en verknipt."

'Dignity' was een van de weinige nummers waarvoor Dylan wel al tempo en melodie in gedachte had voor hij naar New Orleans kwam. Hij had er zelfs al een pianodemo van opgenomen, die later werd uitgebracht op een bonus cd-tje dat bij de eerste druk van Chronicles in Amerika werd aangeboden.

De eerste versie wordt op maandag 13 maart opgenomen met een heel kleine bezetting: gitarist Brian Stoltz, drummer Willie Green en Dylan zelf aan de piano.

Na afloop is Daniel Lanois erg enthousiast. Hij stelt voor om het nummer de volgende dag op te nemen met Rockin' Dopsie and His Cajun Band. Dylan vindt dat de kale versie die net is opgenomen goed genoeg is, maar is bereid om het experiment aan te gaan.
In zijn Kronieken beweert Dylan dat ze de volgende avond tegen 9 uur beginnen aan de cajun versie. Maar dat klopt niet met de logboeken die Dylanoloog Michael Krogsgaard heeft mogen inkijken in de archieven van Sony.

Wanneer die cajunversie van 'Dignity' is opgenomen is niet te achterhalen. Feit is dat het niet lukte. Ze krijgen de juiste sfeer niet te pakken, hoe ze ook trachten het ritme of de toonaard aan te passen. Tegen 3 uur in de ochtend geven ze het op en beginnen te jammen.   

Terwijl ze zo bezig zijn gooit Dylan er een van zijn nieuwe composities tussen: 'Where Teardrops Fall'. Dopsie pikt het op en het klikt meteen.
Binnen de vijf minuten staat het nummer op band. "Aan het einde speelde Dopsie's saxspeler, John Hart, een intrieste solo die me de adem afsneed. De man had daar de hele avond al in het donker gezeten en ik had hem zelfs nog niet gezien." 

Wanneer ze later de twintig versies van 'Dignity' allemaal terug beluisteren keurt Dylan ze een voor een af. Het nummer komt dan ook niet op de plaat.
Toch worden er later twee officiële studioversies van uitgebracht (naast de demo).
Op Greatest Hits 3 wordt de zang en Dylan's gitaar van de oorspronkelijke versie gerecycleerd, maar alle andere instrumenten worden in 1994 toegevoegd. De oorspronkelijke outtake wordt dan later, lichtjes hermixt en met enkele kleine aanpassingen, toch uitgebracht op de soundtrack van de TV-serie Touched By An Angel.

In plaats van 'Dignity' stond, op die bewuste dinsdagavond van 14 maart 'Everything Is Broken' op het programma. Lanois vindt het een onbelangrijk nummer, maar Dylan wil het toch een kans geven. Het wordt live opgenomen met de volledige band: Tony Hall op bas en Willie Green op drums, Daryl Johnson op conga's en Brian Stoltz en Bob zelf op gitaren. "Danny hoefde er niet veel mee te doen, het was zo al moerassig genoeg."

Na drie takes als 'Broken Days' wordt er wat stoom afgelaten met een lange jam. Dylan gaat dan wat herschrijven waarna nog eens drie takes worden opgenomen als 'Three Of Us Are Free'. Het nummer kreeg zijn uiteindelijke titel op 3 april, toen het opnieuw werd ingezongen met een herschreven tekst.
De oorspronkelijke opname kon gedurende een korte tijd legaal worden aangekocht in digitale vorm via iTunes. 

Het thema is een van de favorieten van Dylan in de jaren negentig: een man die zich niet op zijn gemak voelt met de heersende ethiek van zijn tijd. Hij heeft die periode dan ook ooit omschreven als "het tijdperk van de masturbatie". Hij vond dat de banden met alles van waarde verbroken waren: "Het is allemaal geneutraliseerd: niets is nog bedreigend, niets is magisch, niets uitdagend. Ik haat dat. 'Geweten' is een vies woord geworden."

Typisch voor Dylan is dat hij het nummer, dat toch één van de zwakste is van de sessies, lange tijd overweegt als titelsong van het album en het ook laat uitbrengen als eerste single. 

In de vroege uren van 15 maart wordt begonnen aan een nieuw nummer 'Shooting Star' heeft Dylan geschreven nadat hij een luchtje is gaan scheppen tijdens twee takes in. Het is drukkend heet in de kamers van het huis en er is geen airco. In de tuin meent hij iets gezien te hebben. Misschien een vallende ster?  

Hij had Irma Thomas willen vragen om het nummer als een duet met hem te zingen, maar toen hij haar ging opzoeken was ze er net niet. Jammer.

De volgende avond begint Dylan met het opnieuw inzingen van 'God Knows'. Hij is, zoals hij dat steeds doet, aan de teksten blijven schaven. Ook al heeft is het nummer al opgenomen.   Dan besluit hij er een even tussenuit te trekken. Een paar van de muzikanten hebben Harleys waarmee ze naar de sessies komen. Mark Howard, een van de technichi, heeft voor Dylan een Harley Police Special uit 1966 uit Florida laten overkomen.

Met zijn vrouw achterop gaat de zanger de omgeving wat verkennen. 

Op dinsdag 21 maart wordt 'What Was It You Wanted?' opnieuw opgenomen. Hoewel hij in zijn Kronieken beweert dat hij  piano speelde bij de opname, geeft het papierwerk aan dat hij "guitars & harp" speelde. Malcolm Burns speelde gitaar en bas, Willie Green zat aan het drumstel, Cyril Neville zorgde voor percussie en Mason Ruffner en Daniel Lanois speelden nog allerhande gitaren.

Om zijn zinnen wat te verzetten gaat Dylan de volgende avond kijken naar de film Homeboy met Mickey Rourke. "Hem te zien acteren gaf me genoeg inspiratie om de laatste twee nummers op te nemen."

'Series of Dreams' is een van de favoriete nummer van Lanois.
Bij de opnamen op 23 maart heeft hij wat voorstellen voor het nummer, maar Dylan wil daar niks van weten. "Lanois heeft een technische knobbel en hij is muzikant. Hij speelt meestal mee op de platen die hij produceert. Hij heeft opvattingen over overdubben en manipulaties van de banden die hij heeft ontwikkeld met Brian Eno. Hij heeft een sterke wil. Maar ik ben ook nogal onafhankelijk en ik hou er niet van iets te moeten doen wat ik niet begrijp. Dat was soms een probleem. Ik moet hem wel nageven dat hij er wel telkens voor ging. Tijdens het opnemen van 'Series of Dreams' bleef hij mij maar pushen: 'we hebben sterke nummers nodig. Iets in de aard van 'Masters of War,' 'Girl from the North Country,' of 'With God on Our Side.'' Hij bleef mij maar ambeteren daarmee. Ik knikte maar. Hij had gelijk, maar ik had zo niks liggen."

Opnieuw trekken de heer en mevrouw Dylan er voor een paar dagen tussenuit met de motor. In Kronieken schets Dylan een ontmoeting met een kleurrijke uitbater van een winkeltje in nutteloze zaken.

"Ik keerde terug naar New Orleans met een frisse kop," blikt Dylan terug. "Ik maakte af waaraan ik met Lanois was begonnen - schreef hem zelfs een paar nummers die ik anders nooit zou hebben geschreven. Een daarvan was ''Man in the Long Black Coat' en het andere 'Shooting Star'."

"'Man in the Long Black Coat' is één van mijn favorieten is," blikt Lanois terug. "We deden er lang over om de sfeer goed te krijgen. De opname van de krekels - het typische nachtelijke geluid van New Orleans. Het nummer was direct geïnspireerd op de omgeving en de sfeer van de stad. Bob kwam naar de opnamen van Oh Mercy met een heel pak nummers klaar, maar 'Man In The Long Black Coat', werd volledig in de studio gecomponeerd. Het was een drukkend hete tijd daar en dat is precies hoe het nummer klinkt. Op Oh Mercy staat Bob in het algemeen midden in de songs, maar hier staat hij er buiten, als observator. Het is een fascinerend onderwerp voor een lied: het idee dat iemand aan de sleur van het dagelijkse leven kan ontsnappen door een plotse, impulsieve handeling. Het gaat over een keerpunt, een ogenblik dat een heel leven kan veranderen - zoiets als van huis lopen om met het circus mee te trekken."

De basistrack werd in één take opgenomen, met Bob aan de piano, een harmonica om zijn nek. De enige andere muzikant was Daniel Lanois die dobro speelde. "We repeteerden zelfs niet," schrijft Bob. "We begonnen er gewoon aan met wat tekens. Zelfs voor het eerste woord werd gezongen wisten we dat het goed zat. Dit is Lanois-terrein en het kon nergens anders zijn opgenomen."

Later voegt Lanois er bas en drums aan toe en Dylan elektrische en 12-snarige akoestische gitaar.
"De combinatie van instrumenten is perfect. Toen het gedaan was keek Danny me aan als om te zeggen: 'Dat was 'm.' En 't was 'm."

Cyril Neville, die percussie speelt op de plaat meent dat de laatste paar sessies de doorslag hebben gegeven. "Het grootste deel van de opnamen was lekker ouderwets opgenomen, met de band zij aan zij. Het deed mij denken aan wat ik goed vind aan de oude muziek uit New Orleans. Wat je op die plaat hoort, zijn optredens: eerste poging, tweede poging, derde poging... tot je een goeie hebt."

Vanaf 1 april gaat Dylan verder met het opnieuw inzingen van zowat alle nummers. Dikwijls worden daarbij de teksten aangepast.
Er worden ook overdubs toegevoegd door Lanois (dobro en akoestische gitaren) en Dylan (harmonica en soms elektrische gitaar). 
Dit gebeurt op een dagelijkse basis tot 8 april. 

Op 11 april keert Dylan terug om 'Dignity' opnieuw in te zingen en de laatste sessie vindt twee dagen later plaats, wanneer hij 'Born In Time' een derde keer inzingt. Die versie zal echter nooit worden gebruikt. 

De volgende dag, 14 april 1989, koopt Dylan, in het geheim, een huis in de onaanzienlijke voorstad Tarzana in de vallei van San Fransisco. Het pand aan Shirley Avenue 5430 is een grote moderne bungalow met een hoog ijzeren hek eromheen. Zijn vrouw Carolyn en dochtertje Desiree wonen er wanneer Dylan op tournee is.

* * *

En dat is al gauw, want in mei beginnen de repetities voor de volgende tournee.
Dylan wil een hele resem elektrische covers uitproberen. Heel verscheiden nummers, van 'I Can See For Miles' van The Who tot 'God Only Knows' van The Beach Boys.

De band is dezelfde als het vorig jaar, aangevuld met ene Mindy op akoestische gitaar, fiddle en backing vocals. Naar verluidt zegt Dylan tijdens de twee, drie weken dat er wordt gerepeteerd nauwelijks een woord tegen zijn muzikanten. 

Het eerste luik van Tour 89 gaat van start op 27 mei in Zweden. Er is slechts één wijziging ten opzichte van de vorige tournee: Dylan begint terug harmonica te spelen, zowel tijdens de akoestische als tijdens de elektrische sets. De band bestaat uit gitarist G. E. Smith, bassist Kenny Aaronson en drummer Christopher Parker. Mindy is nergens te zien. 

De eerste optredens lijkt Dylan totaal niet geïnteresseerd in wat hij daar staat te doen op het podium. Bovendien is zijn gezicht onzichtbaar doordat hij, gedurende het hele optreden, een kap over zijn hoofd draagt.

Na enkele dagen moet bassist Kenny Aaronson dringend terug naar de VS voor een operatie: hij heeft huidkanker. Hij wordt vervangen door Tony Garnier (van Asleep At The Wheel) met wie G. E. Smith vroeger in een band heeft gespeeld.

Het eerste optreden met Garnier is op 3 juni, in Dublin. Prompt blijkt Dylan zijn energie terug te hebben gevonden. Zonder enige repetitie begint hij compleet nieuwe covers te introduceren in zijn show.

Het Europeese luik van de tournee eindigt op 28 juni in Athene.

Er zijn wel geteld twee dagen rust ingebouwd - om van Europa naar Amerika te vliegen - en de tournee wordt verder gezet in Amerika, in het lucratieve "picknick cicuit".
Er wordt nog steeds geen enkel nummer van de nieuwe plaat gespeeld. Wel worden weer een pak nieuwe covers toegevoegd aan de setlist, veelal van tijdsgenoten als Gordon Lightfoot, Van Morrison, Steve Earl of Jimmy Cliff. 

Ondertussen speelt tussen 26 en 29 juni Malcolm Burns zijn baspartijen opnieuw in op zowat alle tracks en tenslotte voegt Daniel Lanois tussen 5 en 8 juli extra gitaarpartijen toe aan de tracks.

De banden worden dan naar New York gebracht waar de Never Ending Tour een tiental dagen passeert einde juli.

Fietsend op weg naar de Sterling Sound studio waar Greg Calbi de plaat aan het masteren is, komt Bob Dylan langs een muur met graffiti in West 57th Street in Manhattan. Hij vindt het werkje mooi en laat er een foto van maken die op de hoes wordt geplaatst. De graffiti is er niet meer en de kunstenaar is nooit vergoed voor zijn werk.  

grafitti

De graffiti bevindt zich op de muur achter de mensen, in het midden van de foto.

 

 


* * *

Eén week voor het einde van de tournee in Los Angeles, wordt, op 19 september 1989, Oh Mercy uitgebracht.

Ter promotie geeft Dylan één interview, aan Edna Gundersen van USA Today.
Op 24 september is hij ook op TV te zien... op de Joodse zender Chabad TV . Hij doet mee aan de benefiet uitzending  "L'Chaim To Life". Met zijn schoonzoon Peter Himmelman en Harry Dean Stanton als gitaristen, speelt hij fluit en blokfluit (!) op drie nummers. De groep wordt aangekondigd als 'Chopped Liver'.

De CD wordt zeer goed ontvangen. Toch behaalt de plaat geen grote verkoopscijfers. De cd komt op 7 oktober 1989 de Billboard-albumlijst binnen, maar  blijft op een dertigste plaats steken. In Engeland is het album goed voor een zesde plaats.

De meeste critici overladen vooral de producer, Daniel Lanois, met lof omdat hij Dylan had geholpen om één van zijn beste platen te maken. Lanois' productie gaf de plaat hetzelfde schimmerige, moerasachtige geluid van Yellow Moon

Lanois: "Op de plaat hoor je haast geen synthesizers, alleen maar rechtoe-rechtaan drums, bas en gitaren. En toch klinkt alles ongewoon."
Bassist Tony Hall meent te weten waarom de sombere sfeer op Oh Mercy zo goed aanslaat bij de luisteraars: "Dylan zong met zijn eigen, natuurlijke stem," zegt Hall. "Op die plaat was de toonaarden wat lager. Hij moest nooit hoge noten halen, en zijn stem klinkt daarom meer ontspannen." 

Toch heeft Dylan, die de plaat zelf als "spookachtige plaat" omschreef, nog altijd de touwtjes stevig in handen gehouden. Lanois had dolgraag de plaat willen openen met 'Series Of Dreams'. Koppig als altijd schrapte Dylan het daarop van de lijst.
Ook 'God Knows', 'Born In Time' en 'Dignity' haalden de plaat niet. Al vormden nieuwe versies van die eerste twee wel de basis voor de opvolger, het teleurstellende Under The Red Sky.

Het zou acht jaar duren voor Dylan terug met een sterke plaat zou komen met eigen materiaal: Time Out Of Mind.
En die cd was opnieuw geproduceerd door Daniel Lanois.