19-05-08

House Of The Rising Sun

Voor Mie : een verzoeknummertje.

decoration

Kentucky - 15 september 1937

In de late zomer van 1937 stopte een oude auto op het pleintje van Noetown, een straatarm mijnwerkersdorpje in het oosten van Kentucky. De wagen zag er versleten uit - geen wonder na een rit op onberijdbare wegen door het gebergte van Kentucky.
Het gebeurde niet vaak dat hier vreemdelingen op bezoek kwamen. De meest nabije verharde weg ligt bijna 50 mijl verder. De nieuwsgierigheid haalde het van de achterdocht van de dorpelingen.
Een jong koppel stapte uit. De man legde uit dat hij Alan Lomax heette. Dat hij uit New York kwam en mensen zocht die oude liedjes zongen. Dat hij en zijn vader, John, authentieke opnamen verzamelen in voor het Archief van de Amerikaanse Folksong voor congresbibliotheek.

Alan had zich vooraf goed geïnformeerd en wist dat er in het huis van Tillman Cadle plaats was om zijn logge apparatuur op te stellen. Zijn Presto "reproducer" liep op een grote, zware batterij. Wanneer alles in gereedheid was gebracht kwamen enkele inwoners één na één zingen voor de machine. Een van hen was Mary Mast Turner, de vrouw van een mijnwerker. Ze had haar dochter meegebracht. Georgie was 16 en zong de hele dag, terwijl ze aan het werken was.
In het nasale accent van de streek zong ze haar favoriete liedje voor de Presto. Edward Turner, het neefje van Cadle, begeleide haar daarbij op zijn mondharmonica. Ze zong het trieste verhaal van een meisje dat verliefd was geworden op een foute jongen. Daardoor was ze terecht gekomen in een huis in New Orleans. En al wie daar belande was voor altijd verloren. Ze waarschuwde haar jonge zus ervoor daar nooit te gaan, naar dat huis met de opgaande zon.
Alan Lomax noteerde de song als 'Rising Sun Blues'.

Tijdens het vervolg van zijn tocht door de heuvels kwam Lomax nog twee muzikanten uit de streek tegen die ongeveer hetzelfde liedje zongen in zijn Presto. Bert Martin in Horse Creek begeleidde zichzelf daarbij op gitaar; Daw Henson in Billys Branch zong het a capella.


Enkele speculaties over de herkomst

In de jaren zestig lichtte Alan Lomax in The Penguin Book of American Folksongs toe "deze blues song over een mislopen meisje stamt waarschijnlijk af van een ouder Brits nummer. In ieder geval duikt een huis van de opgaande zon op in diverse aangebrande Engelse songs en de melodie is ere en van de vele van de oude, pikante ballad Little Musgrave."

'Little Musgrave And Lady Barnard' is de naam van Child Ballad #81, beter bekend bij rockfans als 'Matty Groves', zoals het heette bij Fairport Convention. Deze ultieme folk ballad over overspel en moord werd voor het eerst opgetekend in 1611.

De song heeft dus altijd in de erotische sfeer gezeten en het is dan ook niet te verwonderen dat men er van uitging dat het huis waarvan sprake een bordeel was. De plaats waar een jong meisje zich in het ongeluk kon storten.

Er is druk gezocht naar het huis in New Orleans. Er is sprake van een Rising Sun Hotel, maar dat brandde al af in 1822 - een eeuw voor het nummer voor het eerst opduikt.

Dan is er nog een huis in St Louis Street in het Franse buurt van New Orleans, waarvan de huidge eigenaars beweren dat dit het beruchte House of the Rising Sun was. Ene Marianne LeSoliel Levant zou er tussen 1862 en 1874 een bordeel hebben uitgebaat.

Anderen menen dan weer dat het geen bordeel was, maar een hal voor gokkers. Of een vrouwengevangenis: er zijn bouwplannen terug gevonden waarop een cirkelvormig raam te zien is boven de inkompoort. Dat zou dan de opkomende zon zijn.

Pamela D. Arceneaux van het Williams Research Center & Historic New Orleans Collection schreef in 2003 dat er geen enkel bewijs hard bewijs is om welk gebouw dan ook aan te duiden als "het" huis. Haar besluit is dat misschien "sometimes lyrics are just lyrics".

decoration


New York - 7 juli 1941

Alan Lomax publiceerde de tekst van 'Rising Sun Blues' voor het eerst in 1941, in zijn baanbrekende liedboek Our Singing Country. Hij nam de tekst van Georgie Turner als basis, maar noteerde daarbij dat "enkele regels" kwamen uit de versie van Bert Martin.

Datzelfde jaar trad hij ook op als producer van de opname van de song door The Almanac Singers. Dat was een los-vast collectief van linkse folkzangers: Woody Guthrie, Lee Hays, Millard Lampell, Pete Seeger. Ze waren begin 1941 gaan samenwerken om op te roepen dat de Verenigde Staten zich niet zou gaan mengen in de Tweede Wereldoorlog. Later voegden ook Agnes 'Sis' Cunningham, Peter Hawes, Lead Belly en Josh White zich bij de groep. Zowat iedereen die iets betekende in folkkringen van de jaren veertig dus. De groep was zo invloedrijk dat ze letterlijk hebben bepaald hoe American folk en protestsongs moesten worden gezongen.

De opnamen vonden plaats in de Reeves Sound Studios, in New York op 7 juli en warden later dat jaar uitgebracht op de derde 78 toeren plaat van de groep: Sod-Buster Ballads. Het was Woody Guthrie die daarbij 'Rising Sun Blues' zong.


decoration

New York - februari 1942

Het volgende jaar nam de charismatische zwarte folkzanger Josh White een eigen versie op van 'House Of the Rising Sun'. Zijn tekst was anders dan die uit het songbook van Lomax. Hij zong het nummer vanuit een mannelijk standpunt, over een gokker. Hij was ook de eerste om de akkoorden in mineur te spelen in plaats van in majeur zoals tot dan gebruikelijk was. Kortom zijn versie was het prototype van de song zoals we die tegenwoordig kennen.

Het label Keynote bracht de versie van White in 1944 op de markt in een "binder-album", een set van vier 78-toeren platen.

Lomax was woedend. Hij vond het ongepast om ook maar iets te wijzigen aan een bestaande tekst of melodie. Maar White legde uit dat hij de song al veel langer kende. Als jongetje van tien trok hij rond met blinde zwarte muzikanten. Omstreeks 1923 hoorde hij het spelen door een "blanke hillbilly in North Carolina". Mogelijk was dat Clarence Ashley, die in die periode, in die streek rondtrok met zijn medicine show. Ashley is ook de man van 'The Coo Coo Bird' en 'The House Carpenter'.

Clarence "Tom" Ashley had de song al op 6 september 1933 opgenomen. Zijn zang en gitaar werden daarbij aangevuld door Gwen Foster op harmonica. De 78 toeren plaat verscheen in februari 1934 bij het Vocalion label. Ashley verklaarde later dat hij het nummer had geleerd van zijn grootvader, Enoch Ashley. De Ashley waren afkomstig uit Bristol, Tennessee - slechts een paar Smoky Mountains verwijderd van Middlesboro.
Uit dezelfde streek was ook Roy Acuff afkomstig. Acuff leerde het vak van Ashley en bracht ook een commerciële opname van de song uit vóór de veldopname van Lomax. Acuff legde zijn versie voor eeuwig vast op 3 november 1938. Deze 78 toeren verscheen in augustus 1939 bij Vo/OK.

decoration

New York - 20 november 1962

Toen Bob Dylan begin 1962 in New York arriveerde, was Dave Van Ronk daar de toonaangevende figuur. Niet voor niets droeg hij de bijnaam The Mayor of MacDougal Street. Dat was de straat in de New Yorkse buurt Greenwich Village waar iedere avond de artiesten mekaar verdrongen om hun ding te kunnen doen in een van de vele koffiehuizen.

Van Ronk had zijn gitaarstijl gebaseerd op de stijlen van Mississippi John Hurt en Reverend Gary Davies. Als een soort Nonkel Bob bracht hij iedereen die dat wou de basisbeginselen van het gitaarspel bij. "Painting is all about space," leerde hij zijn pupillen, "and music is all about time."
Maar ook op ander manieren stond hij beginnende folkzangers bij. De jonge Bob Dylan vond die eerste maanden dikwijls een slaapplaats in het appartement van de grote bebaarde man.

In zijn memoires wijdt Van Ronk bijna een heel hoofdstuk aan 'House of the Rising Sun'. Zo vertelt hij dat hij de song leerde van de Texaanse zangeres Hally Wood. En die had het nummer rechtstreeks gehaald bij de veldopname van Georgia Turner.
Dave werkte een geheel nieuw arrangement uit, waardoor hij ook de melodie een stuk attractiever maakte. Dat sloeg erg aan en bij ieder optreden vroeg het publiek hem om het nummer te spelen.

"[Bob Dylan en ik] hadden een vreselijke ruzie over 'House of the Rising Sun'" vertelt Van Ronk. "Hij was altijd al een spons, nam alles rondom hem in zich op. Hij pikte mijn arrangement van dat nummer. Voor dat hij de studio introk vroeg hij me, 'Hey Dave, vind je het erg als ik jouw versie van de Rising Sun gebruik?' Ik zei 'Wel, Bobby, Ik ga binnenkort zelf een plaat maken en ik zou het willen opnemen.'
Later vroeg hij me het opnieuw en ik antwoordde opnieuw dat ik het zelf wou gebruiken. 'Oeps, ik heb het net deze middag opgenomen en ik kan er niks meer aan doen, want Columbia wil het.'
Dat moet dan op 20 november 1962 gebeurd zijn. Die dag nam Dylan zijn debuut-LP op voor Columbia.
"Zo een twee maanden lang spraken we niet meer tegen elkaar, " gaat Van Ronk verder. "Ik moest stoppen met het nummer live te brengen omdat ik steeds opmerkingen kreeg uit het publiek in de aard van "Oh, je speelt dat nummer van Bob Dylan!"
Hij heeft zich nooit verontschuldigd en dat vind ik straf."

decoration

Londen - 18 mei 1964

Tot dan toe was 'The House Of the Rising Sun' nog steeds gewoon een van de vele folksong gebleven. Joan Baez, Odetta en Nina Simone brachten het allemaal uit. Maar het was een Britse groep die er een absoluut onvergetelijk nummer van zou maken.

The Animals waren een van de vele bands die het Britse clubcircuit afschuimden met hun mengeling van blues en rhythm and blues songs. Covers van de platen die Amerikaanse zeelui meebrachten uit het land van de onbegrensde mogelijkheden aan de andere kant van de oceaan. De naam "animals" hadden ze te danken aan hun wilde podiumfratsen.

De vijf leden waren Eric Burdon, een klein mannetje met een gigantische stem, toetsenist Alan Price, gitarist Hilton Valentine, drummer John Steel en bassist Bryan "Chas" Chandler. Allemaal waren ze afkomstig uit de buurt van Newcastle-upon-Tyne. Maar in navolging van The Beatles waren ze in 1964 naar Londen getrokken.

Daar versierden ze een platencontract bij Columbia Graphophone. De eerste single was 'Baby Let Me Take You Home' - eigenlijk een rockende versie van de bluesstandard 'Baby Let Me Follow You Down'.

Ze kregen de kans op in een package tour op tournee te gaan met Chuck Berry en Jerry Lee Lewis. Ze begrepen dat ze iets nodig hadden om op te vallen. Iets dat anders klonk dan wat die grote mannen uit Amerika zoveel beter deden.

Toen Eric Burdon Dylan's debuutplaat hoorde, herkende hij 'House of the Rising Sun' meteen. Het herinnerde hem aan een folkzanger uit Northumbria, Johnny Handle. Die zong in zijn stamcafé in Newcastle een repertoire over schipbreuken en mijnrampen. Maar het meest succes had hij steeds met die song over dat bordeel.

"Ik wist één ding: je kunt gewoon niet beter rocken dan Chuck Berry," legde Eric Burdon uit, "Ik dacht, 'Als we nu dat nummer eens nemen. We reorganiseren het een beetje, laten wat van Dylan's tekst vallen en maken een nieuw arrangement. "

Een stoere Noordelijke vent kan toch moeilijk zingen dat hij een meisje is. Maar Alan Price herinnerde zich een andere versie - die van Josh White. Daarbij was een jongen het slachtoffer van dat huis in New Orleans. En de rol van de gokker en dronkenlap verschoof van het vriendje naar de vader van de verteller.
Hilton Valetine kwam met het typische gitaarloopje op zijn Gretsch. Alan Price
voegde nog wat meer pit toe door een solo op zijn Vox Continental orgeltje. De inspiratie daarvoor haalde hij bij de hit 'Walk on the Wild Side' van jazzman Willie Smith.

Zo brachten ze het als laatste nummer in hun set. Dramatisch uitgelicht met één enkele rode spot op Burdon's gezicht. Succes verzekerd.

Drummer John Steel "We speelden in Liverpool op 17 mei. Daarna reden we naar London waar [producer] Mickie [Most] een studio had geboekt voor opnamen voor Ready Steady Go van ITV! Omwille van de goede respons die we kregen op 'Rising Sun', vroegen we om dat op te nemen. Hij zei: 'OK, we doen het aan het einde van de sessie.'
We zetten alles klaar, speelden een paar maten voor de geluidstechnicus - het was mono zonder overdubs - en we speelden het één keer."

Volgens Burdon beperkte de rol van Most zich tot goedkeurend knikken tijdens de sessie. "Alles zat juist," bevestigt Most, "Het stond er op een kwartiertje op, dus kan ik niet veel eer opstrijken voor de productie. Het was puur kwestie van de atmosfeer inde studio vast te leggen."
Steel gaat verder: "[Na afloop] luisterden we er nog eens naar en Mickie zei: 'Dat is het. Dat wordt de single.'"

De geluidstechnicus wees er op dat het veel te lang was voor een single. Met 4:29 werd de standaard drie minuten grens ruim overschreden. Zoiets was nog nooit gedurfd. Meer nog: het was technisch onmogelijk.
Maar in plaats van het in te korten, durfde Mickie het aan om te zeggen: 'Tegenwoordig hebben ze hele dunne groeven. We doen het toch.'"

Toen het singeltje in juni 1964 werd uitgebracht bleek de mengeling van folk en rock onmiddellijk aan te slaan - ondanks de lengte. Al snel stond het nummer op 1 in Engeland.

De Amerikaanse platenmaatschappij ging niet akkoord met het overschrijden van de drie minuten regel. Zoiets zou eenvoudigweg niet op de radio worden gedraaid. Toen de single daar in augustus verscheen was er stevig in geknipt zodat er nog 2:58 overbleven.

Dat bleek niet te hinderen: het was de sound die aansloeg. Bob Dylan verklaarde dat toen hij de versie van The Animals voor het eerst hoorde op de autoradio hij "uit de zetel van zijn auto" sprong van opwinding. Het klonk dan ook zoals nog nooit iets had geklonken. De Amerikaanse muziekcriticus Dave Marsh beschreef het in 1989 als de "eerste folk-rock hit. [Het klinkt] alsof ze de oude melodie hebben aangesloten op een stroomkabel."

Ralph McLean van de BBC gaat nog een stapje verder: Hij noemt het "een revolutionaire single" die "het gelaat van de moderne muziek voor eeuwig heeft veranderd." Inderdaad, het was misschien wel het zetje dat Bob Dylan nodig had om zijn gitaar in te pluggen - tot woede en frustratie van puristen als Alan Lomax, Ewan McColl en Pete Seeger.

Op 5 september stootte de single 'Where did our Love Go' van The Supremes van de top van de Amerikaanse hitlijsten. Het werd daarmee het eerste Britse nummer in twee jaar aan de top van de Amerikaanse hitlijsten die niet door Lennon en McCartney was geschreven. Op vijf weken werden er meer dan twee miljoen exemplaren van verkocht.

Maar het succes bracht ook de nodige problemen mee. Op het label stond aangegeven: "Trad., arranged Alan Price". Volgens de platenmaatschappij was er niet genoeg plaats om iedereen te vermelden. Niemand had daar een probleem van gemaakt, tot bleek dat alle royalty's dan ook alleen naar de toetsenist gingen. Hilton Valentine kreeg nooit een cent voor de simpele maar uiterst herkenbare riff waarop duizenden mensen hebben leren gitaarspelen. De spanningen liepen op en in mei 1965 stapte Price op om een solo carrière te beginnen.



The House of the Rising' in de versie van The Animals



'Rising Sun Blues' door Georgia Turner

There is a house in New Orleans they call the Rising Sun.
It's been the ruin of many a poor girl and me, O God, for one.
If I had listened what Mama said, I'd be at home today.
Being so young and foolish, poor boy, let a rambler lead me astray.
Go tell my baby sister never do like I have done
To shun that house in New Orleans they call the Rising Sun.
My mother she's a tailor, she sewed these new blue jeans.
My sweetheart, he's a drunkard, Lord, Lord, drinks down in New Orleans.
The only thing a drunkard needs is a suitcase and a trunk.
The only time he's satisfied is when he's on a drunk.
Fills his glasses to the brim, passes them around.
Only pleasure he gets out of life is hoboin' from town to town.
One foot is on the platform and the other one on the train.
I'm going back to New Orleans to wear that ball and chain.
Going back to New Orleans, my race is almost run.
Going back to spend the rest of my days beneath that Rising Sun.



Enkele naschriften

In 1963 ging Alan Lomax Georgia Turner opzoeken. Ze was nog steeds straatarm. Ze had veertien kinderen gebaard, waarvan er tien in leven waren gebleven. Hij zorgde er voor dat ze wat royalties kreeg. Hij legde haar uit dat het nummer was "gekaapt".
Uiteindelijk kreeg ze alles samen iets meer dan $117.
Georgia overleed in 1969. Ze was pas 48.


In 2007 werd in New York een boek uitgegeven, helemaal gewijd aan de geschiedenis van het nummer: Chasing the Rising Sun: The Journey of an American Song door Ted Anthony.


Op deze site kun je maar liefst 80 versies van House Of The Rising Sun binnen halen:
http://coco-vinyl.blogspot.com/2008/05/house-of-rising-sun.html

Jammer genoeg is die van Georgia Turner er niet bij. Gelukkig kun je hier van haar versie een stukje beluisteren:
http://www.rounder.com/index.php?id=album.php&catalog_id=6504

03-03-08

Beatles hoezen 11 - The Beatles

The Beatles (de dubbele witte)

whitedigi1

 

 

 

 

 

 

 

 

 

A Doll's House

In juni 1968, terwijl de opnamen voor hun volgende plaat pas van start waren gegaan, vroegen The Beatles aan een aantal kunstenaars om voorstellen te bedenken voor de hoes. Eentje kwam met een psychedelische tekening voor een openklappende hoes. Op de voorzijde stond dan de titel van de plaat en op de achterzijde een berg oprijzend uit de zee. In berg waren de vier gezichten van de groepsleden herkenbaar, alsof ze in de rotsen waren uitgehouwen. 

3-white_album_alternate

Een ander kwam met een doorzichtige hoes. Wanneer de plaat er uit werd gehaald kwam dan een kleurfoto te voorschijn.

Sommige bronnen menen dat een tekening van Alan Aldridge, die in de jaren tachtig werd gebruikt voor de verzamelaar The Beatles Ballads, ook een van de afgekeurde ontwerpen is.

2- ballads

John kwam met het voorstel om de plaat A Doll's House te noemen, naar het boek van de Noorse schrijver ter Henrik Ibsen. Maar die mogelijkheid kwam te vervallen toen, halverwege de volgende maand, Music In A Doll's House op de markt kwam. Dat was het debuut van Roger Chapman met zijn groep Family.

Tegen het einde van de zomer werd het duidelijk dat er genoeg materiaal was opgenomen om twee platen uit te brengen. Een dubbel-LP was erg ongewoon in die tijd voor niet-klassieke muziek. Er waren er slechts twee uitgebracht tot dan toe: Freak Out van Frank Zappa en Blonde On Blonde van Bob Dylan.

 

 

 


Een nieuw concept

Er werd overeen gekomen dat de hoes van de volgende plaat heel anders moest zijn dan de caleidoscopische hoezen van de twee voorgaande Beatlesplaten, Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band en The Magical Mystery Tour.

Paul McCartney polste Robert Fraser, een bevriende galeriehouder of die geen geschikte kunstenaar wist die een hoes zou kunnen ontwerpen.  Hij kwam met Richard Hamilton (45), een van de pioniers van de  Pop Art. Paul kende zijn werk en een afspraak werd geregeld in het hoofdkantoor van Apple. In Blinds And Shutters, een boek van de fotograaf Michael Cooper, vertelt Richard over de ontmoeting met Paul: "Omdat Sergeant Pepper zo overdreven was, legde ik uit, zou ik iets geneigd zijn iets heel subtiels te doen, bijna een beperkte oplage. Omdat hij niet afkeuring reageerde ging ik nog een stapje verder. Ik stelde een totaal witte hoes voor. Of als dat te wit en proper zou zijn, konden we misschien iets er op schilderen in de aard van een bruine ring, alsof er een kopje koffie op had gestaan. Maar dat werd te moeilijk."

Als verwijzing naar het pas opgerichte Apple label, stelde hij voor om een appel tegen een wit papier te smijten om een vlek te creëren: "een zeer subtiele licht groene vlek, met misschien wat pulp." Omdat zoiets te moeilijk werd om te realiseren kwam het idee te vervallen.


Genummerde exemplaren

In een interview voor het Nederlandse tijdschrift Beatles Unlimited (BU 98-99) beweert fotograaf John Kelly echter dat het allemaal zijn idée was. "Ik deed toen veel modefotografie en zo en ik was veel bezig met wit - verschillende tinten wit. Ik had een totaal witte Kerstkaart ontworpen. Ik drukte er matte witte letters op, zodat het alleen leesbaar werd als je het onder een bepaalde hoek hield..... Wit was het dus helemaal voor mij. John Lennon was toen ook in zijn witte periode. Hij droeg alleen nog wit in die tijd. Iik kwam met het idee voor die hoes, compleet met de nummering en alles. En The Beatles vonden het goed."

Paul blijft er bij dat het Richard Hamilton was die voorstelde om elke hoes afzonderlijk te nummeren. "Ik stelde een individuele nummering voor," bevestigt Hamilton, "om zo de ironische situatie te creëren waarbij er een genummerde uitgave zou zijn op zoiets als een vijf miljoen exemplaren."

EMI reageerde niet zo enthousiast als the Beatles op het idee, maar Paul wist hen te overtuigen: "Platen moeten toch door het en of andere machine om te worden verpakt.  Kun je er dan geen dingetje bijzetten aan het einde van de band, waardoor er een nummer op geslagen wordt?"

Dus kreeg elke plaat een uniek serienummer. De nummers 000001 tot 000020 werden voorbehouden voor the Beatles zelf en hun vrienden. "We kregen de eerste vier," herinnert Paul zich. "Ik heb geen idee waar die van mij is. Die is al lang kwijt geraakt. Ooit zal die wel weer opduiken bij Sothebys, denk ik. John kreeg 000001 want hij had de grootste mond. Hij riep 'Nummer 1, deze kant!" Hij kende de kneepjes van het vak, hoe je zoiets moet aanpakken!"
George Martin kreeg nummer 000007 en Derek Taylor 000009.
Iedere fabriek nummerde afzonderlijk, waardoor er een stuk of twaalf kopies zijn met het nummer 000001.
Meer dan 3 200 000 exemplaren werden genummerd. Er zijn fans die zeer geïnteresseerd zijn in die lage nummers. Hoe lager, hoe duurder natuurlijk. Nummer 0050000 gaat tegenwoordig van de hand voor € 600, terwijl een 0000010 € 7 500 opbrengt.


En hoe gaat we het noemen?

Ondertussen hadden ze nog geen titel voor de plaat. Richard Hamilton stelde voor gewoonweg 'The Beatles' nemen. Omdat Sgt. Pepper’s genoemd was naar een fictieve band en de vier zelden  samen speelden als een groep voor deze plaat, leek het hen een goede grap om de plaat opnieuw naar een fictieve band te noemen: The Beatles dus.

Maar alle problemen waren nog niet van de baan. De titel moest worden in reliëf worden aangebracht op de hoes. John Kelly: "De drukker maakte problemen. Hij beweerde dat waar er normaal honderd platen in een pak zaten – standaard verpakking – maar nu konden er maar 98 in, hoogstens 99. Dus was er weer heel wat discussie om dat plan te laten varen... Uiteindelijk ging het allemaal door, maar het was een heel gedoe."

 

Mag het iets meer zijn?

Na een tijdje had Richard Hamilton zijn bedenkingen: "... ik begon me schuldig te voelen omdat ik hun dubbel-LP in een gewone witte hoes wou stoppen. Zelfs de belettering is onopvallend, bijna onzichtbaar. Ik stelde voor om wat extra te geven: een grote poster. Iets dat er bij zat. Iets om het toch iets meer te geven dan een doorsnee hoes."

Twee weken lang reed Paul, die oktobermaand in 1968, bijna dagelijks naar het huis van Hamilton in Highgate, om er te werken aan een collage. Paul: "Het was erg spannend voor mij, omdat ik interesse heb in kunst. En nu kreeg ik de gelegenheid om hem te assisteren... foto’s verzamelen en nieuwe afdrukken maken. En de tweede week mocht ik toekijken terwijl hij de collage maakte. Het is heerlijk om toe te kijken terwijl iemand aan het schilderen is. Het mooiste was dat hij uiteindelijk de collage helemaal volstopte met prenten en foto’s en dan overal witte stukjes papier er over plakte. Zo kreeg je wat ruimtegevoel... Hij legde me uit dat het zo kon ademen."

De meeste recente foto’s waren getrokken door John Kelly, maar er waren er ook een paar bij van Paul’s nieuwe vlam, Linda Eastman.

Op de achterzijde van de poster, werden de teksten afgedrukt. Net als bij de hoes van Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band was dat een opdracht voor graficus/schilder Gordon House. Hij kwam ook met het voorstel om vier portretten te maken, voor op de binnenzijde van de hoes. 

4-sheet

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Fotograaf John Kelly wordt er bij gehaald. Die beweert dan weer dat het zijn idee was. "Ik zei: 'Als je een witte hoes hebt, dan moet je wat foto's van jezelf aan de binnenkant plaatsen. Geen groepsfoto, maar individuele portretten. Simpel en eenvoudig - iets voor de fans.
Ze gingen akkoord en ik trok de foto's in het kantoor van Apple. Een eenvoudige mooie foto, geen speciale belichting of zo.
Drie portretten werden daar getrokken. Paul was moeilijker. Die kon niet beslissen of hij geschoren of ongeschoren zou poseren. We hadden er discussies over en probeerden met en zonder stoppels. De uiteindelijke foto werd gemaakt in [zijn huis in] Cavendish Avenue."

Grote, mooi verzorgde kleurafdrukken van de foto's werden ook nog eens afzonderlijk in de hoes gestopt.

5-whitepics

 

 

 

 

 

 

 

Het Apple logo

Op de plaat zelf kwam, voor het eerst, het Apple logo. Apple was de pas opgerichte platenmaatschappij van The Beatles.

Waar het Apple logo vandaan komt, vertelde Paul McCartney in 1993 aan Johan Ral.
"Daar zit een mooi verhaal aan vast. Ik had een vriend, Robert Fraser, die een gallerij had in Londen. Ik had hem verteld dat ik veel heild van [de Belgische surrealistische schilder René] Magritte. We waren Magritte aan het ontdekken in die tijd, door tijdschriften en zo. We hielden van zijn gevoel voor humor. Toen we hoorden dat hij een gewone kerel was die schilderde van 9 tot 1, met zijn bolhoed op, werd het nog intrigerender. Robert keek altijd uit naar schilderijen voor mij, want hij kende mijn smaak. Het was zo goedkoop toen. Ongelofelijk lijkt dat nu... Op een dag bracht hij dat schilderij naar mij thuis. Het was een mooie zomerdag en we zaten in de tuin. Hij wou ons niet storen en dus zette hij dat schilderij van Magritte op de tafel. Het was een appel, met daarop geschreven "Au revoir", op die mooie groen appel. Ik vond het fantastisch. Hij wist dat ik het goed zou vinden en dat ik het zou willen en dat ik hem later wel zou betalen... Het was echt: wow! Wat een fantstisch concept. Die grote groen appel - ik hem hem nog steeds - werd de inspiratie voor ons logo. Voor de achterzijde besloten we hem gewoon door te snijden."

aurevoirlejeudemourre_thumbnail

 

 

 

Het schilderij heet eigenlijk ‘Le jeu de mourre’ (Het spel van Mora) en dateert uit 1966.
De titel kwam van Magrittes vriend, de Belgische dichter Louis Scutenaire, en is waarschijnlijk een woordspeling op ‘Les jeunes amours’ (De jonge geliefden), de titel van een werk van Magritte waarop drie appels staan. Het spel van  Mora is "een spelletje waarbij één van de spellers snel enkele vingers van één hand omhoog steekt, terwijl de ander een getal roept. Hij wint wanneer beiden hetzelfde getal geven."

apple

 

 

 

 

 

 

 

 

Verschil moet er zijn!

De originele Britse persingen hadden de opening van boven. Daar werden de platen ook zowel in mono als in stereo verkocht, waarbij er aanzienlijke verschillen in de mix zaten.
In Amerika werd gekozen voor de standaard openingen opzij en werd enkel de stereoversie verkocht.
Een ander verschil is dat de vier foto’s inde Amerikaanse versie iets kleiner waren dan in de Britse versie. Bij de allereerste exemplaren zat er bovendien een doorschijnend blaadje tussen de foto’s om ze te beschermen tegen krassen. Ook zaten de platen zelf in een volledig zwarte binnenhoes.

27-01-08

In My Life

Mijn eerste plaat

 

Het zal in het najaar van 1973 zijn geweest dat ik mijn eerste LP kocht. Het was in de Macro in Ans. De roltrap op, de hoek om naar rechts en dan helemaal doorlopen tot achteraan in de winkel. Daar stonden de bakken met langspeelplaten.

Er was een speciale aanbieding: de rode en de blauwe verzamelaars van The Beatles. Twee dubbel-LP's samen voor 499 BEF. Nu lijkt 12,5 euro een schijntje, maar toen was dat veel geld voor een jongen van 14. Mijn vader vond dat ik mijn geld beter kon besteden dan aan zoiets. Maar ik moest ze toch hebben.

Songtitels kon ik niet lezen, want aan de ene kant zag je de rode hoes van The Beatles 1962-1966 met daarop de nog jonge snaken, die je vanonder hun rare kapsels lachend aankeken. En aan de andere zijde de blauwe hoes van The Beatles 1967-1970, waarop diezelfde kerels poseerden in  dezelfde traphal, in dezelfde houdingen. Maar nu waren het mannen geworden, met baarden en lang haar. Fascinerend vond ik dat.

 

Achteraf bleek dat de vier uit Liverpool ook eenzelfde metamorfose hadden meegemaakt op muzikaal gebied. Van de simpele bleus pop van 'Love Me Do' over het barokke meesterwerken als 'Strawberry Fields Forever' en 'A Day In The Life' tot de terugkeer naar de wortels van 'Get Back'.

 

En dat allemaal in goed zeven jaar!

  

Een aarzelende start

 

John Lennon zelf markeerde Rubber Soul als het begin van de "zelfbewuste periode" en het einde van hun "kinderachtige periode". En van die plaat, uitgebracht in december 1965, selecteerde hij in zijn Playboy interview vijftien jaar later 'In My Life' als "mijn eerste belangrijke werkstuk. Tot dan was het allemaal gladjes - wegwerpspul. Dat was de eerste keer dat ik bewust mijn literaire kant in een tekst bracht."

 

De aanleiding was een journalist die hem, in 1964, vroeg hoe het kwam dat Lennon in zijn boeken met gedichten over zichzelf vertelde, terwijl zijn songs geen diepgang hadden. John zette zich dan aan het schrijven van een lang gedicht over zijn tienerjaren. "Het begon als een busrit van mijn huis aan 250 Menlove Ave naar de stad. Ik gaf een opsomming van alle plaatsen die ik me kon herinneren. Ik had Penny Lane (dit was lang voordat 'Penny Lane' werd geschreven), Strawberry Fields, Tram Sheds -Tram Sheds zijn  de depots net voorbij Penny Lane. "

 

There are places I'll remember

All my life though some have changed

Some forever but not for better

Some have gone and some remain

 

Penny Lane is one I’m missing

Up Church Rd to the Clock Tower

In the cicrle of the abbey

I have seen some happy hours

 

Past the tramsheds with no trams

On the 5’ bus into town

Past the Dutch and St Columbus

To the Docker’s Umbrella that they pulled down

  

"Ik zwoegde dagen en uren om een intelligente tekst te krijgen," verklaarde hij.

Toch belandde de tekst belande in de kast.

Een tweede kans

Het komt pas terug tevoorschijn, wanneer hij een jaar later wat oude teksten doorneemt voor de op handen zijnde sessies. Hij merkt dat het  oorspronkelijke gedicht "belachelijk" was. "Het was oervervelend. Het was zo een soort  we-zijn-op-vakantie-geweest-met-de-bus liedje. Het werkte gewoon niet."

 

Teleurgesteld geeft hij zich over aan zijn favoriete bezigheid: liggen niksen.

 

"Ik ging wat liggen en toen kwamen die regels vanzelf over plaatsen van vroeger."

Al doende werd de toon mijmerend. De namen van specifieke plaatsen kwamen te vervallen en in plaats daarvan kwam een meer universele aanpak. Het nummer ging nu over verlies - of zoals John het uitdrukte, een "herinnering aan vrienden en geliefden uit het verleden."

 

Zo onthulde Lennon's jeugdvriend Peter Shotton in zijn boek John Lennon - In My Life, dat de zanger hem toevertrouwde dat de regel "Some [friends] are dead and some are living/In my life I've loved them all" verwees naar Stuart Sutcliffe (een andere jeugdvriend die in 1962 was overleden) en naar Shotton zelf.

 

"Zeer weinig regels" uit de oorspronkelijke versie bleven bewaard.

 

Hij besluit dat hoewel veel uit het verleden is verloren gegaan, hij toch het gelukkigst is in het heden, bij zijn grote liefde.

  

Met een beetje hulp van een vriend

 

Zoals gebruikelijk werd Paul McCartney er dan bij gehaald. De twee voornaamste schrijvers van de groep kwamen regelmatig samen. Niet zozeer om samen een nummer te schrijven - dat gebeurde na de beginjaren steeds minder - maar eerder om mekaars werk bij te schaven.

 

Op dit punt lopen de versies uiteen en dat is merkwaardig.

 

John gaf in oktober 1980 tekst en uitleg bij een groot aantal Beatlesnummers. Paul deed dat zeventien jaar later in Many Years From Now, een biografie geschreven door zijn vriend Barry Miles.

 

Over alle nummers zijn ze het praktisch helemaal eens. Er zijn slechts twee nummers waarover ze van mening verschillen. Het ene is 'Eleanor Rigby' waarvan John beweerde dat hij een substantiële bijdrage heeft geleverd, terwijl zowel Paul als Peter Shotton, die hij het componeren aanwezig was, vertellen dat John en absoluut niets mee te maken had.

En het tweede nummer is dus 'In My Life'.

 

Volgens John was "de tekst helemaal af voor Paul hem hoorde. Pauls melodische bijdrage was de harmonie en de acht maten in het midden. "

Paul bevestigt dat John de tekst helemaal af had. "Maar," voegt hij er aan toe, "hij had geen melodie." Hij knutselde zelf, binnen een half uurtje, de muzikale structuur in elkaar.

"Ik liep naar de overloop, waar John een Mellotron (een primitief soort synthesizer) had staan. Ik ging zitten en stelde een melodie samen, op basis van Smokey Robinson and the Miracles. Liedjes zoals 'You Really Got a Hold on Me' en 'Tears of a Clown' waren zeker van invloed. Je refereert aan iets dat je goed vindt en je probeert in die geest iets nieuws te schrijven.

Ik meen dus dat ik de hele melodie heb geschreven. Het lijkt ook erg op mijn werk, als je het nagaat. Ik werkte zeker op basis van een tekst. De melodische structuur komt van mij!"

 

Verschillende analisten treden hem daarin bij. Ian MacDonald, in Revolution In The Head:  "de hoekige vertikaliteit van het nummer, die een octaaf beslaat met typische wijdse en moeilijke sprongen, geeft meer zijn stempel weer dan die van Lennon. Hoewel het perfect past bij zijn stem. En wat de acht maten in het midden betreft," voegt hij er aan toe, die zijn  er niet. Het nummer wisselt gewoon strofen af met een refrein."

  

In de studio

 

The Beatles namen 'In My Life' op 18 oktober 1965 op, in de Abbey Road studio in London. Ze hadden slechts drie pogingen nodig. Daarbij lieten ze een gat tussen twee strofen met de bedoeling dat later op te vullen.

 

Producer George Martin: “Het gebeurde wel meer dat we zo’n gat lieten, voor de solo. Soms vulde George het op, met een gitaarsolo en anders zochten we naar een ander geluid.“ Lennon vroeg producer George Martin om een pianosolo te schrijven: "speel het zoals Bach". 

 

Martin probeerde op 22 oktober het middenstuk eerst in te vullen met een solo op Hammond orgel. Hij doet dit voor the Beatles aankomen, zodat hij het geheel kan laten horen.

 

Hij is echter zelf niet tevreden over het resultaat en begint opnieuw, nu op piano. Hierbij laat hij de band op halve snelheid lopen, zodat bij het afspelen de snelheid wordt verdubbeld en er een clavecimbelachtige klank ontstaat.

  

Achteraf

 

Het zegt veel over de kwaliteiten van The Beatles dat ze prachtige nummers als dit niet nodig hadden om hun singles mee te vullen. Er sprong er zelfs in eerste instantie niet bovenuit op de Rubber Soul LP.

Maar toen het Britse muziektijdschrift Mojo enkele jaren geleden aan 's werelds grootste songschrijvers vroeg wat zij het beste nummer aller tijden vonden kwam 'In My Life' te voorschijn als absolute nummer 1.

  

In My Life

John lennon - Paul McCartney

 

There are places I'll remember

All my life, though some have changed

Some forever, not for better

Some have gone and some remain

All this places have their moments

With lovers and friends I still can recall

Some are dead and some are living

In my life, I've loved them all

 

But of all these friends and lovers

There is no one compares with you

And these memories lose their meaning

When I think of love as something new

Though I know I'll never lose affection

For people and things that went before

I know I'll often stop and think about them

In my life, I love you more

 

Though I know I'll never lose affection

For people and things that went before

I know I'll often stop and think about them

In my life, I love you more

In my life-- I love you more

Achteraf

   

The Beatles hebben het nummer één enkele keer live willen brengen. Dat was tijdens hun allerlaatste optreden, in het Candlestick Park in San Francisco, op 29 augustus 1966. Na ‘Long Tall Sally’, het gewone afsluitnummer, zetten ze ‘In My Life’ in. Maar ze merken als snel dat zelfs zij zoiets niet kunnen spelen zonder repeteren en ze houden dan ook al na enkele maten voor bekeken.

 

Moest het gelukt zijn dan zou er toch geen opname van bestaan. Hoewel niemand wist dat hun laatste openbare optreden zou zijn, voelden ze het zelf wel aan dat het wel eens gedaan zou kunnen zijn. Daarom gaf Paul vooraf de opdracht om een cassettebandje te laten meelopen. En de dertig minuten waren halverwege ‘Long Tall Sally’ vol.

 

Er bestaan wel illegale opnamen van de versie die George Harrison van ‘In My Life’ bracht tijdens zijn Noord Amerikaanse tournee van 2 november tot 20 december 1974. Dat was op het hoogtepunt van zijn religieuze periode. Hij vond het daarom nodig om de tekst wat aan te passen: “In my life, I love God more…”.

Hoewel het op American IV: The Man Comes Around net na 'My Personal Jesus' komt, verkiest John Cash de originele tekst van John Lennon. The Man in Black, gekomen aan het eind van zijn leven, voegt een maturiteit aan het nummer toe, die een zesentwintig jarige John er onmogelijk in kon stoppen.   

'In My Life' in The Antology van The Beatles

05-01-08

Harder, harder!

In dit filmpje wordt in twee minuten uitgelegd hoe het komt dat sommige cd's tegenwoordig zo hard klinken. Dit systeem van digitaal masteren wordt helaas vaak toegepast op veel "remasters". De recente verzamelaar van Led Zeppelin is er een mooi voorbeeld van. Vergelijk de klank maar eens met je oude cd's.
In deze video van Matt Mayfield wordt de intro van "Figure Of Eight" van Paul McCartney als voorbeeld gebruikt.
Vergeet niet het geluid aan te zetten.

07-11-07

Bob Dylan: Greatest Hits, Vol. 2

Bob Dylan's Greatest Hits, Vol. 2

decoration

 

 

 

 

 

 

 

 



Begin jaren zeventig ondervindt Bob Dylan - meer dan ooit - dat zijn roem hem belet om een "gewoon leven " te lijden. Hij begint zich zijn verhuizing naar de New York wijk Greenwich Village, al snel serieus te berouwen. De plek waar hij tien jaar eerder als een schooier arriveerde en waar hij uitgroeide tot een boegbeeld van zijn generatie, is helemaal veranderd. Later kijkt hij op deze periode terug als "de rotste tijd van mijn leven".

Dat is voor een groot stuk te wijten aan zijn persoonlijke kwelgeest: Alan Jules Weberman, een fanaticus die zich Dylanoloog noemt en leider is van het "Dylan Bevrijdings Front". Weberman schaduwt 'D', doorzoekt zijn vuilniszakken en organiseert excursies naar zijn huis. Zo moet de "spreekbuis van een generatie", die "met countrygeneuzel de linkse revolutie heeft verraden", tot inkeer worden gebracht.

Voor types als Weberman is Dylan een gemakkelijke prooi. Niet alleen heeft hij met Nashville Skyline en zijn langdurige radiostilte vanuit Woodstock tienduizenden fans van zich vervreemd, ook zijn sympathie voor Israël, dat hij in de laatste jaren herhaaldelijk heeft bezocht, zet kwaad bloed. Weberman onthult dat Dylan de rechtse Joodse defensie Liga van de racistische rabbi Meir Kahane financieel steunt. En inderdaad, op zoek naar zijn joodse roots heeft Dylan contact gelegd met de liga.
Weberman is een hinderlijke gek, maar in het radicale klimaat van de vroege jaren zeventig wordt hij maar al te serieus genomen. Wanneer Weberman het gerucht begint te verspreiden dat 'D' heroïne spuit, voelt Dylan zich gedwongen contact met hem te zoeken. Tijdens een ontmoeting onder vier ogen, begin januari 1971, praat hij op Weberman in om hem van zijn ongelijk te overtuigen. Naar verluid toont hij hem zelfs zijn gave onderarmen.

Enkele dagen later wil Weberman een artikel publiceren in de East Village Other over het gesprek dat hij heeft gehad met Dylan. Die belt hem op om hem te zeggen dat hij geen toestemming geeft om dat te doen. Maar Weberman neemt het gesprek op en laat dat publiseren in Rolling Stone en zelfs op LP uitbrengen op Folkways.


* * *

Vanaf 16 maart 1971 werkt Bob Dylan drie dagen in Blue Rock, een kleine studio in Greenwich Village. Volgens Clinton Heylin was Leon Russell de producer bij deze sessies. Leon had een jaar eerder grote successen behaald met de tournee Mad Dogs and Englishmen, met Joe Cocker. Record Collector meent dan weer te weten dat George Harrison de sessies leidde.
Er is geen papierwerk opgedoken van deze sessies. Vast staat dat naast Leon op piano ook de gitaristen Jesse Ed Davis en Don Preston aanwezig waren. Voor de ritmesectie werd beroep gedaan op Carl Radle en Jim Keltner. Claudia Linnear & Kathy McDonald verzorgden de achtergrond zang.

Hoewel Leon Russell de sessies omschreef als erg dynamisch en positief, was het  enige tastbare resultaat van drie dagen werk slechts twee nummers 'When I Paint My Masterpiece' en 'Watching The River Flow'. Beiden belichten openhartig hetzelfde thema: een gebrek aan inspiratie.

'Watching The River Flow' werd in juni 1971 op single uitgebracht. Voor de b-kant werd de solo versie van 'Spanish Is The Loving Tongue' gekozen, die werd opgenomen tijdens de New Morning sessies. Hoewel beide kanten van het 45 toerenplaatje uitstekend zijn, sloeg het niet aan en werd de Top 40 niet gehaald.

'When I Paint My Masterpiece' werd doorgegeven aan The Band, die hun versie uitbrachten op Cahoots.

De bewering van Heylin dat er ook werd gewerkt aan 'Spanish Harlem', 'That Lucky Ol' Sun', 'Alabama Bound', 'Blood Red River' en 'Rock Of Ages' zijn nooit hardgemaakt.

* * *

Die lente verhuist Dylan naar een huurhuis in East Hampton, Long Island. New Hampton was een toevluchtsoord geworden voor kunstenaars, schrijvers en rijke families.
Het huis dat Dylan huurt is van Henry Ford geweest. Het is een koloniaal huis met luiken in plantagestijl, gelegen in een rustige straat met majestueuze oude iepen.  Het zicht op het gebouw wordt door hoge heggen onttrokken aan de straat. Een voordeel is ook de grote achtertuin - ideaal voor de kinderen. Inbegrepen is ook een sleutel die toegang geeft tot een omheind duin dat leidt naar een ongerepte Atlantisch zandstrand.
Dylan begint er landschappen te schilderen en kan er veel uitstapjes maken met zijn kinderen.

* * *

Volgens hardnekkige geruchten zou er half mei 1971 een opnamesessie hebben plaatsgevonden met Elvis Presley en Bob Dylan in de RCA Studios in Nashville. Er circuleert zelfs een lijst met 17 titels. Het is echter erg onwaarschijnlijk dat de sessie ooit heeft plaatsgevonden.

Temeer daar Dylan en Sara omstreeks die tijd weer met vakantie zijn in Israël. Het is bedoeld als een soort tweede huwelijksreis, want de kinderen zijn thuis gebleven. Sinds de dood van zijn vader is hij geïnteresseerd geraakt in de Joodse godsdienst. Op 24 mei viert hij zijn dertigste verjaardag in Jerusalem. Samen met Sara wordt hij er gefotografeerd aan de Klaagmuur.
Onmiddellijk na publicatie van de foto wordt het koppel belaagd door de pers.
Later verteld hij daar over: "Dat bezoek had niet veel belang. Maar ik ben wel geïnteresseerd in wat en wie een Jood is. Het interesseert mij dat Joden Semieten zijn, net als Babyloniërs, Hittieten, Arabieren, Syriërs, Ethiopiërs. Maar een Jood is anders, omdat vele mensen Joden haten."

Enkele dagen later bezoeken Bob en Sara de kibbutz Givat Haim, om de mogelijkheden te bekijken om er zich te vestigen. Het plan strandt op de weigering van de bewuste kibboets om tegemoet te komen aan Dylans hoge eisen op het gebied van huisvesting en privacy.

* * *

Op 17 juli 1970 komen Bob Dylan en zijn vroegere manager Albert Grossman eindelijk tot een overeenkomst om hun samenwerking officieel te verbreken. Grossman behoudt zijn rechten op de nummers geschreven in de periode dat hij het management deed voor de zanger. Hij behoudt ook zijn rechten van zijn muziekuitgeverij Witmark, de gemeenschappelijk opgezette muziekuitgevrij Dwarf Music en  de samenwerkingsovereenkomsten Big Sky. Dylan krijgt de controle en de administratie in handen van zowel de gemeenschappelijke als de samenwerkingsovereenkomsten.

* * *

In juli 1971 hebben George Harrison en Ravi Shankar hebben hun vrienden opgetrommeld voor een groots benefiet. Met de opbrengsten willen ze de noodleidende bevolking van Bangla Desh helpen. Die hebben bovenop een burgeroorlog ook nog een zware overstroming, gevolgd door massale hongersnood te verwerken gekregen. 

George heeft de andere Beatles gevraagd, plus Bob Dylan en Eric Clapton. Die laatste heeft zich sinds enkele jaren terug getrokken in zijn eigen drugswereldje. Paul McCartney heeft laten weten dat hij het te vroeg vindt voor een reünie. Bovendien staat zijn vrouw op het punt te bevallen. John zegt toe, op voorwaarde dat Yoko mee mag doen. Wanneer George daar zijn veto over stelt, leidt dat tot een serieuze echtelijke ruzie waarbij John alleen naar Engeland vlucht.

Bob Dylan heeft na lang aandringen van George toegezegd. Maar wanneer hij dan een grote hoeveelheid apparatuur ziet klaarstaan, probeert hij er met een smoes van af te komen. Bassist en vriend van The Beatles Klaus Voormann: "Het bleef onzeker of Dylan zou spelen. Het maakte in feite niet uit. Natuurlijk was het fantastisch als hij speelde, maar het concert zou even goed verbazingwekkend zijn als hij niet kwam. Ik heb geen idée hoe het met hem gesteld was toen, maar ik weet dat hij van George houdt en dat George hem aanbad."
Als reserve heeft George een set van Apple protégés Badfinger voorzien. Gitarist Joey Molland: "Tegen zaterdag hadden we de show op poten staan en gingen naar Madison Square Garden voor de laatste repetitie. We waren net klaar om terug naar het hotel te vertrekken toen Dylan het podium op wandelde. Hij begint gewoon te spelen - het was een soort privé concert. We zaten allemaal in de hal en het was moeilijk te geloven dat het echt gebeurde. Niemand had Dylan verwacht en ook Eric Clapton kwam pas die dag af."

Op zondag 1 augustus 1971 vinden dan de twee benefietconcerten plaats in Madison Square Garden, New York. De legendarische producer Phil Spector maakt 16-sporen opnamen van de concerten, met 44 microfoons. Sol Swimmer filmt alles.

Na een set van Ravi Shankar, (die overigens al een warm applaus krijgen voor het stemmen van de instrumenten) speelt George een paar solo-nummers. Dan komen Billy Preston en Ringo Starr elk hun recente hitsingles brengen. George keert terug om de band te introduceren en nog enkele Beatlessongs te zingen, onderbroken door een medley van Leon Russell.
Pas wanneer hij Bob aanstalten ziet maken om het podium op te stappen durft George het aan hem aan te kondigen: "Here's another friend of us all: Mr. Bob Dylan." Het gejuich is overdonderend.

Bob Dylan laat dan ook vele harten sneller kloppen met het onverwachte optreden. Gekleed in een vaalblauw spijkerpak zingt hij onder meer het inmiddels klassieke 'A Hard Rain's A-Gonna Fall' en 'Blowin' In The Wind'. Hij begeleidt zichzelf op gitaar en harmonica en zingt met zijn oude, rauwe jaren-zestigstem. Van de gereserveerde countryheer op Nashville Skyline is geen spoor meer te bekennen.
Daarna komt George Harrison erbij met een akoestische gitaar, plus Leon Russell op bas en Ringo met een tamboerijn.
Dylan brengt eerst nog 'It Takes A Lot To Laugh, It Takes A Train To Cry' en dan, 'Love Minus Zero/No Limit' en 'Just Like A Woman'.
Daarna sluit George de show af met nog twee nummers.
Dit is voor het eerst in acht jaar dat Dylan 'Blowin' In The Wind' gezongen heeft. Volgens Phil Spector was dat op speciaal verzoek van George Harrison. "Denk je dat je 'Blowin' In The Wind' kunt zingen? Het publiek zou er gek van worden. Bob keek hem aan: 'Ben je geïnteresseerd in 'Blowin' In The Wind'? Ga jij 'I Wanna Hold You Hand' zingen?"

Voor de avondshow vervangt Dylan 'Love Minus Zero/No Limit' door 'It Takes A Lot To Laugh, It Takes A Train To Cry'. Voor de rest blijft de setlist identiek voor beide concerten.
Na afloop is er een feestje bij Ugano's. George en Bily Preston treden er op en  Phil Spector brengt er een unieke versie van 'Da Do Ron Ron' met Keith Moon op drums.

* * *


Met hun sterartiest terug in de belangstelling en geen nieuw plaatwerk van hem in het verschiet wil CBS Records een tweede verzamelaar uitbrengen van Bob Dylan. Clive Davis stelt voor er een dubbellaar van te maken. Dylan gaat akkoord, op voorwaarde dat een hele kant wordt besteed aan uitgegeven materiaal.

Hij levert een selectie in van tracks uit de Basement Tapes, maar Davis vindt de productie van dat materiaal ondermaats.

Daarom trekt Bob op 24 september 1971 weer de studio in, om een paar Basement Tapes songs opnieuw op te nemen. Voor de gelgenheid heeft hij zijn buurman Happy Traum uitgenodigd.
Happy, die eigenlijk gewoon Harry heet, was een banjospeler en gitarist die het vak in de  jaren vijfig had geleerd van bluesmuzikant Brownie McGee. Met zijn groep The New World Stingers, was hij een van de eersten die nummers van de jonge Dylan hadden gecoverd. Dylan speelde dan weer mee (onder de naam op Blind Boy Grunt)op zijn allereerste LP, Broadside, Vol.1, opgenomen voor Folkways Records.

"Hij wist dat [Columbia] nummers had uitgekozen voor een dubbele verzamel-LP," vertelt Happy Traum. "Hij was niet akkoord met de keuze. Hij had het gevoel dat hij een aantal nummers die hij had geschreven en die door anderen waren gedaan, dat hij die zelf moest doen en die dan op de plaat zetten.
Dus deden we dat op een namiddag. Gewoon wij tweeën en een technicus. Het was heel eenvoudig: we namen vijf nummers op. Daar koos hij er drie van en die werden ter plaatse gemixt. Allemaal op één namiddag. Ik wist dikwijls niet eens of het de laatste take was en dan zei hij: 'OK, kom we gaan het mixen'."

De drie die worden geselecteerd zijn: 'You Ain't Goin' Nowhere', 'Crash On The Levee (Down In The Flood)' en 'I Shall Be Released'.

Overigens heft Dylan de tekst van 'You Ain't Going Nowhere" wat aangepast om een sneer te kunnen geven aan het adres van Roger McGuinn. Hij adviseert hem "pick up your tent, you ain't going nowhere". Dat is een reactie op McGuinn's eigen tekstwijziging. Die had bij de versie van The Byrds, uitgebracht op Sweetheart of the Rodeo, gezongen "Pack up your money/ Pick up your tent" in plaats van "Pick up your money/ Pack up your tent" zoals Dylan origineel zong.

Eeen vierde nummer is een nieuwe versie van 'Only A Hobo' uit 1963. Dit nummer wordt in 1991 geselecteerd voor The Bootleg Series Volumes 1-3 (Rare & Unreleased) 1961-1991, maar blijft uiteindelijk onuitgebracht.
Welk het eventuele vijfde nummer was, is niet gekend.

* * *

Amper twee weken later staat Bob Dylan opnieuw in de studio. Hij heeft in de krant een artikel gelezen over de dood van een jonge zwarte activist.
George Jackson is op 21 augustus door een bewaker neergeschoten tijdens een opstand in de San Quentin-gevangenis in Californië. Jackson zou drie dagen later  opnieuw voor de rechter moeten verschijnen. Hij zat een gevangenisstraf van achttien jaar uit, omdat hij bij een roofoverval op een benzinestation $71 had buitgemaakt. In de gevangenis was hij lid geworden van de Black Panther-beweging van Malcolm X. Tijdens zijn gevangenschap had hij twee boeken geschreven: Blood In My Eye en Soledad Brother.

Het gebeuren heeft Dylan zo aangegrepen dat hij op 4 november nog eens een heuse protestsong op wil opnemen. Of misschien is het gewoon zijn bedoeling om Weberman de wind uit de zeilen te nemen. 

Hij neemt twee versies op van 'George Jackson': één solo en één met een band. Ook 'Wallflower' komt uit deze sessie.
Met steel gitarist Ben Keith , drummer Kenneth Buttrey en Leon Russell op bas wordt eerst 'Wallflower' op band gezet. Dit nummer blijft in de kast tot het in 1991 wordt bovengehaald voor The Bootleg Series, 1961-1991.
Daarna wordt een lange 'big band' versie opgenomen van 'George Jackson'.

Na afloop zet Bob solo ook nog een kortere, akoestische versie van de protestsong op band.

Beide versies worden samen op 12 november 1971, amper een week na de opname uitgebracht. De single komt op 4 december '71 de Billboard Hot 100 binnen, maar komt niet hoger dan 33.

Vijf dagen later ligt Bob Dylan's Greatest Hits, Volume 2 in de winkels. Op deze dubbel-lp staan naast een pak oudere nummers dus ook een vijftal recente opname, plus een schitterende live-versie van 'Tomorrow Is A Long time' - opgenomen op 12 april 1963 en geselecteerd voor de onuitgebracht live LP.

De foto op de voorzijde van de hoes was getrokken door Barry Feinstein tijdens het Bangla Desh concert. Het is een opzettelijke imitatie van de foto die Rowland Scherman in 1965 maakte voor Greatest Hits Vol. 1.

 

decoration


De verzamelaar komt op 11 december '71 de Billboard-albumlijst binnen en bereikt, als hoogste notering, een veertiende plaats.
In Europa heet de plaat overigens More Bob Dylan's Greatest Hits.
Het is een van Dylans best verkochte platen.


Pas in juli 1972 verschijnt een single met twee nummers uit de Greatest Hits collectie: 'When I Paint My Masterpiece'/'I Shall Be Released'.

De akoestische versie van 'George Jackson' is later ook nog eens uitgebracht op de Australische verzamelaar Masterpieces, maar de 'big band' versie is zeer moeilijk te vinden.

* * *

De driedubbele boxset The Concert For Bangla Desh wordt met heel veel vertraging pas op 20 december 1971 uitgebracht. In Amerika wou Capitol wou de LP niet distribueren indien ze er geen winst aan hadden. Dat was genoeg om zelfs de vredelievende George Harrison woest te krijgen. Iedereen had immers gratis gespeeld en de platenmaatschappij van The Beatles, Apple Corps, had de kosten voor het boekje op zich genomen. En EMI had geen enkel bezwaar gemaakt tegen de Europeese ditributie. Pas wanneer George ermee dreigde naar CBS te stappen, bond Capitol in en gaf $ 3,7 miljoen als vooruitbetaling.

De verdeling van de cassettes en 8-tracks werd toevertrouwd aan Columbia Records, in ruil voor hun toestemming voor het gebruik van Dylans bijdrage, die een hele plaatkant besloeg. Uiteindelijk ontving enkel Columbia $ 0,25 per verkochte LP. Dylan zelf zag daarvan nooit een cent.

Het geheel brengt uiteindelijk iets meer dan $ 15 miljoen op, al zou het door allerhande administratieve beslommeringen jaren duren eer het geld terecht kwam bij de noodlijdende bevolking van Bangla Desh.

 

decoration

10-06-07

Beatles hoezen 9 - Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band

SGT. PEPPERS LONELY HEARTS CLUB BAND


Sgt. Pepper - Peter Blake/Michael Cooper

 

 

 

 

"We begonnen het moe te worden om altijd The Beatles te zijn… Het werd allemaal wat voorspelbaar. Ik stelde daarom voor: 'Waarom doen we niet alsof we aan andere band zijn? Met een andere naam en een andere identiteit, andere persoonlijkheden...Denk u eens in, dan kunnen we een plaat maken alsof we die andere band zijn."

Paul McCartney, 1989.

 

John Dunbar, een vriend van de vier (en de man van Marianne Faithfull), stelde voor om voor de hoes van hun volgende plaat gewoon iets abstracts te kiezen, zonder enige uitleg. Paul vond dat wel erg radicaal.
Hij maakte dan zelf wat schetsen. Het uitgangspunt was een oude foto van de jazz band van zijn vader, Jim McCartney. Op die eerste schetsen stonden de Beatles voor een muur vol portetten van hun helden. Zelf dragen ze lange militaire jassen en hebben allemaal een snor. In hun handen hebben ze koperen blaasinstrumenten.
"Ik stelde me voor dat we waren uitgenodigd bij de burgemeester of zo," legde Paul uit, "met een aantal prominenten en vrienden van ons er om heen. En we stonden allemaal voor zo een bloemenuurwerk en we waren gekleed zoals de leden van een fanfare."
Paul toonde de tekeningen aan een vriend, de gallerijhouder, Robert Fraser. Hij stelde voor om een echte kunstenaar te vragen. Peter Blake bijvoorbeeld. Die had in 1963 de groep al eens uitgebeeld en begon naam te maken binnen de Pop Art beweging.
Fraser en McCartney gingen Blake opzoeken in zijnhuis in West Londen om te zien of hij interesse had. Paul toonde hem zijn schetsen. "Ik kwam met het voorstel om er een levensgrote collage van te maken," herinnert Blake zich. "We bedachten dat we hiermee om het even wie in het publiek konden plaatsen. Dat gaf ons hele nieuwe mogelijkheden."
Het idee om hun eigen publiek samen te stellen werd enthousiast ontvangen en elke Beatle stlde een lijst op met hun "favoriete personen".
Peter Blake legt uit: "Ik vroeg hen een lijst te maken met mensen die ze het liefst in het publiek zouden zien bij dit ingebeelde concert. Johns lijst was het interessants. Hij had Jesus an Ghandi er bij en cynisch genoeg, ook Hitler. Maar dit was pas een paar maanden na de ophef die ze hadden meegemaakt tijdens de Amerikaanse tournee over zijn uitspraak dat "The Beatles groter waren dan Jesus". Dus die vielen er allemaal af.
De lijst van George waren allemaal gurus.
Ringo zei,'Wat de anderen willen is goed voor mij'. Het kon hem niet schelen. Robert Fraser en ikzelf schreven ook wat namen op."

"Ik heb geen idee waar sommige van die namen vandaan komen," beweerde  George Harrison, "Ik geloof dat Peter Blake een paar van die rare kwasten er bij heeft gezet … Ik wou enkel mensen die ik bewonderde. Ik heb er niemand op gezet die ik niet kon uitstaan. In tegenstelling tot wat anderen hebben gedaan."

Michael Cooper was een uitstekende fotograaf en bovendien een zakenpartner van Robert Fraser. Dus kreeg hij de opdracht voor de sessie. Peter Blake en diens vrouw Jann Haworth werkten twee weken aan de collage, in zijn studio. Een ontwerper, Gene Mahon, die was ingehuurd als coördinator van het project, selecteerde de meer dan zestig foto's, die hij bij elkaar zocht in  bibliotheken en tijdschriften. Hij onverzag ook het vergroten en uitknippen. Vervolgens werden de zwart-wit foto's manueel ingekleurden op kartonnen platen gekleefd.

Peter en Jann bevestigden de bovenste rij tegen de muur. De volgende rij kwam daar 15 cm voor en zo verder om diepte in het geheel te krijgen. 

 

Er werden wat wassen beelden gehuurd bij Madame Tussaud en het standbeeld van de bokser Sonny Liston is een kunstwerk van Jann Haworth. Een palmboom en wat favoriete spulletjes dienden als invulling van het decor. John sleepte zijn draagbare TV-set aan, terwijl de biograaf Hunter Davis een beeldje meebracht dat bij Paul thuis op de schoorsteenmantel stond.

Peter Blake vertelt: "De jongen die het bloemstuk op de voorgrond maakte, vroeg of hij een gitaar mocht maken met de hyacinten en het meisje met op haar trui 'Welcome the Rolling Stones, Good Guys' was een pop van Shirley Temple. De trui kwam van Michael Coopers jonge zoon, Adam."

Het vel in de grote trom werd geschilderd door een echte kermisschilder, Joe Ephgrave. Hij maakte eigenlijk twee versies. Het vel dat werd gekozen maakt nu deel uit van de beeldentaal van The Beatles en is waarschijnlijk (op dat van The Beatles, met de lange T na) het gekendste drumvel te wereld.

 

De militair aandoende uniformen die de Beatles dragen werden speciaal voor hen gemaakt door Burman’s Theatrical Agency. "Ze lieten ons foto's zien van de mogelijkheden," herinnert Paul zich, "Wilden we Edwardiaanse kostumes of  kostumes uit de Krimoorlog? We kozen de meest eccentrieke dingen van de verschillende types en combineerden die. … We kozen psychedelische kleuren, in de aard van de fluoriscerende sokken uit de jaren vijftig."

 

De directeur van de platenmaatschappij EMI, Sir Joseph Lockwood had schrik dat de beeltenis van Mahatma Gandhi niet goed zou vallen bij de Indische regering. Die werd daarom op het laatste moment verwijderd. Hetzelfde gold voor Hitler.

Sir Joe realizeerde zich ook dat, omdat vele van de afgebeelden nog in leven waren, ze rechtszaken konden risceren omdat ze geen toestemming hadden verleend om te worden afgebeeld. Dus moest er van iedereen een geschreven toestemming worden gevraagd. Brian Epstein, die zo al vreesde voor complicaties, gaf zijn vroegere assistente Wendy Hanson, de opdracht iedereen aan te schrijven. "Uren heb ik aan de telefoon gehange, met Amerika," vertelde Wendy, "Fred Astaire was alleraardigst; Shirley Temple wou de plaat eerst horen; met Marlon Brando kwam ik goed overeen, maar Mae West vroeg zich af hoe ze in godsnaam terecht kwam in een "eenzame hartenclub"."

Leo Gorcy van de Bowery Boys was de enige die om een vergoeding vroeg. zijn gezicht werd daarom weggewerkt met wat extra blauwe lucht.

The Beatles arriveerden in de studio in de vroege avond van 30 maart 1967. "We dronken eerst wat," vertelt Blake, "Zij gingen zich omkleden en dan deden we de sessie. Alles bij elkaar duurde het drie uur, inclusief de foto's voor de achter- en de binnenhoes."

 

Eigenlijk had een Nederlandse groep, The Fool, een tekening gemaakt voor de binnenhoes.

Miles: "Simon an Marijke schilderden een droomlandschap met gestileerde bergtoppen en wonderlijke vogels. Iets in de aard van een Chineese prent, maar dan eentje gemaakt onder invloed van LSD. In de lucht waren twee, met regenbogen omgeven, ovale panelen uitgespaard voor teksten. Eentje daarvan was gevuld met sterren en kometen. Dan was er ook nog een leeg paneel met een pauw. Kleine figuurtjes van de Beatles piepten van tussen de bloemen en planten. De stijl was Euro-psychedelisch, schatplichtig aan Mucha, Beardsley, art nouveau en 19de eeuwse kinderboek illustraties.

Jammer genoeg klopten de verhoudingen niet, zodat, zelfs met een toegevoegde boord, het geheel amateuristisch overkwam. The Beatles vonden het echter prachtig."

 

pepper -fool

De oorspronkelijke binnenhoes van The Fool

 

 

Maar Fraser had een andere opinie. Hij vond dat het in de toekomst zou worden bekeken als een typisch jaren zestigwerkje, beïnvloed door drugs. Robert stelde een serie portretten voor. Voor de gebruikte foto keken de Beatles allemaal in de camera en trachtten een gevoel van liefde voor hun fans uit te stralen. "Daarom kijken we zo" verklaart Paul "Als je naar onze ogen kijkt, zie je de moeite die we deden om het met onze ogen uit te drukken."

 

 


De binnenhoes van Sgt Pepper fold - Michael Cooper

 

 

John zag het anders: "Wanneer je naar die foto kijkt, zie je twee mensen die zweven en twee die niet zweven."

 

Gene Mahon stelde voor om de teksten af te drukken op de hoes. Dat was nooit eerder gedaan. De muziekuitgeverij van de Beatles, Northern Songs, maakte onmiddellijk bezwaar, omdat dat natuurlijk heel slecht zou zijn voor de verkoop van de bladmuziek.

 


De achterhoes van Sgt Pepper - Michael Cooper

 

The Beatles wilden dat de plaat zou worden geperst op gekleurd vinyl, maar EMI vertelde hen dat dat niet mogelijk was. In plaats daarvan werd, zij het enkel bij de eerste Britse persing, de omslag van de LP versiert met een abstracte tekening in rood, roze en wit. Om die manier droegen Simon en Marijke toch nog iets bij aan het hoesontwerp. 

 


Sgt Pepper inner sleeve - The Fool

 

The Beatles wilden ook nog een zakje bij iedere plaat, met daarin een aantal spulletjes: snoepjes, badges, kleurpotloden en zo. Maar EMI voorzag enorme  problemen en kosten. Dus maakte Blake een kartonnen blad met tekeningen om uit te knippen: een snor, een prentkaart, strepen van een sergant, twee badges en een prentje op voet.

 


Het binnenvel met de spulletjes om uit te knippen - Peter Blake

 

Bij E.M.I. werd geschokt gerageerd op de kostprijs voor deze hoes. Het normale budget voor een hoes in de jaren zestig was £25. Voor belangrijke groepen, zoals The Beatles mocht dat al eens oplopen tot £75. Maar dit... de kosten voor copyright en retouches liepen op tot £1,367.13s.3d. terwijl Robert Fraser aankwam met een kostennota van £1,500.12s.

Peter Blake: "Ik weet niet zeker wat het allemaal samen heeft gekost. Je leest ge gekste cijfers… Ikzelf kreeg zo'n £200. Mensen zeggen me weleens, "Je moet er wel een pak mee hebben verdiend!" Dat is niet zo, doordat Robert het copyright had afgestaan. Maar dat maakt allemaal niet zoveel uit, omdat ik fier ben aan zoiets moois te hebben meegewerkt."

 

Iedereen vond de hoes schitterend. Toch had Brian Epstein zo zijn twijfels. Hij had het zo al moeilijk omdat de Beatles, nu ze niet meer op tournee gingen, steeds minder beroep op hem deden. Daarenboven zag hij de vele verwijzingen naar drugs in Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band. Hij had schrik dat de foto's op de hoes het image van nette jongens, dat hij zo zorgvuldig had opgebouw, nog meer schade zou gaan toebrengen. Hij had daarom graag gehad dat de hele plaat zou worden verkocht in een bruine papieren zak.

 

Zijn angst bleek onterecht, want op 8 maart 1968, tijdens de tiende uitrijking van de Grammy onderscheidingen, werd Sgt. Pepper’s uitgeroepen tot "beste  hoesontwerp van 1967". En ook nog als "Plaat van het jaar", "Beste hedendaagse plaat" en "best opgenomen plaat", maar dat is een ander verhaal.