08-12-08

Het haaienverhaal van Led Zeppelin

decoration

  

 

Een klassieker onder de straffe rockverhalen is het "haaienverhaal" van Led Zeppelin.

 

Het was 1969. Led Zeppelin had indruk gemaakt met hun debuutplaat en Amerika lustte wel pap van hard bluesrock. Die zomer doorkruisten ze de Verenigde Staten en ze genoten met volle teugen. 

Richard Cole, die mee rond trok als hun tour manager getuigde in de biografie van de band, Hammer of The Gods: "In die tijd kon er van alles gebeuren tijdens het touren. Je kon doen wat je maar wou met de meisjes die in het hotel opdoken. Die tweede tour van Led Zeppelin sloeg alles. Ik amuseerde me te pletter. We waren op weg naar de top, maar niemand hield ons in de gaten. Je kon je naar hartelust je gang gaan."

Op 29 juli stond de band op de affiche van het popfestival in het Gold Creek Park van Seattle, samen met een pak andere grote namen: The Doors, Ike and Tina Turner, Vanilla Fudge….

En waar in Seattle konden de bands beter worden ondergebracht dan in de beroemde Edgewater Inn? Het hotel had naam gemaakt in augustus 1964, toen The Beatles er een nacht hadden gelogeerd tijdens hun Amerikaanse tournee. Het mooie aan het hotel was dat het was gelegen aan de  Stille Oceaan. Of liever, boven de oceaan, want het is op een pier gebouwd, in de baai van Puget Sound. Het management ging er prat op dat de klanten die overnachten op de onderste verdieping  vanuit hun kamer konden vissen. In de lobby kon men zelfs visgerief huren of kopen. 

decoration
The Beatles aan het vissen uit het raam van de Edgewater Inn.

Zoiets moesten de jongens natuurlijk uitproberen.

"Ik kan me vaag herinneren dat John Bonham en Jimmy Page helemaal opgingen in het vissen," vertelt Mark Stein, de zanger van Vanilla Fudge, die getuige was van het gebeuren. "Ze vonden het te gek om vanuit het raam te vissen. Ik heb geen idee wat ze vingen… wat voor vis…

We hadden gewoon plezier. De rest zijn geruchten…

Volgens die geruchten hadden een aantal groupies de suite in weten te geraken. Eén van hen was een knappe jonge meid met rood haar. Het zou allemaal begonnen zijn toen iemand een zak vol vis over het naakte meisje uit kieperde. Dan zouden ze het meisje hebben vastgebonden op het bed. Toen kwam iemand op het idee om te proberen stukken vis in haar lichaamsopeningen te stoppen.

Stein zou alles hebben gefilmd met zijn 8 mm camera.

Enkele weken later moesten de mannen van Vanilla Fudge op de vlieghaven van Chicago wachten op hun vertrek. Toevallig raakten ze er aan de praat met de Don Preston, de pianist van Zappa's band, de Mothers Of Invention. Ze pochten over het filmpje van Led Zeppelin, de groupie en de vissen.…. en een legende was geboren. 

In zijn eigen boek, Stairway to Heaven: Led Zeppelin Uncensored, vertelt Cole: "Het gerucht ging al snel een eigen leven lijden. Er werd verteld dat het meisje verkracht werd… dat ze hysterisch aan het huilen was… dat ze me smeekte er mee op te houden… dat ze had willen weg geraken… dat ze met een vis zou zijn gepenetreerd. Dat is allemaal niet waar."

Volgens een variante zou het meisje zijn afgeranseld met een levende inktvis.

Toen aan de bassist van de band, John Paul Jones, om tekst en uitleg werd gevraagd, probeerde die een en ander recht te zetten: "Volgens mij is dat inktvisverhaal niet helemaal waar. Voor zover ik mij herinner was het een dode haai."

Frank Zappa pikte het haaienverhaal op en schreef er een nummer rond: 'The Mud Shark' - terug te vinden op de liveplaat 'The Mothers Fillmore East, June 1971'.

In Hammer Of The Gods probeerde Cole later het verhaal tot de juiste verhouding terug te brengen: "Bonzo (John Bonham) had er niks mee te maken. Robert (Plant) en Bonzo wisten van niks: dat waren nog kinderen. En trouwens, het waren geen stukken haai: het was alleen de neus van de vis. Die vissen leefden nog. …Het waren geeneens haaien. Het was roodbaars. En die rosse griet had een rosse poes… vandaar.

Dat is de waarheid. Bonzo was er bij maar ik heb het gedaan. Mark Stein heeft alles gefilmd…

En zij genoot er van. 'Eens kijken of die rosse van roodbaars houdt!' Dat was het. Het was alleen de neus van de vis en ze is zeker twintig keer klaar gekomen.

Ik zeg niet dat het grietje niet dronken was - en wij waren zeker zat - maar we wilden niemand kwaad doen of pijnigen. Echt niet. Ze heeft misschien wat klappen gekregen met een haai omdat ze niet deed wat wij zeiden, maar ze heeft er zeker niks aan over gehouden."

 

Wat is er echt gebeurd? Wie zal het zeggen. 

Misschien was het hele verhaal wel een publiciteitsstunt van twee jonge bands, op weg naar de top. Het bewijs, het fameuze filmpje van Mark Stein, is zelfs nu - bijna veertig jaar later - nog steeds niet opgedoken. "Ik heb de filmpjes niet meer," verklaart Stein: "Onze tourmanager van toen heeft die allemaal achter gehouden. Ik zou ze wel graag terug hebben."

In ieder geval mocht Led Zeppelin in 1973 terug overnachten in het hotel.

Alleen maakte ze het deze keer wel heel bont. Ze vingen zo'n dertig haaien en verstopten die overal in het hotel: onder bedden, in toiletten, in de liften, in badkuipen. Bovendien gooiden ze alles wat los en vast zat uit het raam: bedden, Tv's, lampen, gordijnen…

Daarna waren ze niet meer welkom in de Edgewater Inn.

 

decoration

de Edgewater Inn

 

The Mud Shark - Frank Zappa

14-05-08

Stagger Lee - deel 2

decoration


Stack A Lee

Op World Gone Wrong brengt Bob Dylan een andere klassieke Amerikaanse murderballad, in de aard van 'Frankie And Albert'.
Er zijn vele gelijkenissen tussen beide songs. Zo zijn ze allebei gebaseerd op een waar gebeurd drama dat plaats vond rond dezelfde tijd, in dezelfde omgeving: de jaren negentig van de 19de eeuw, in de rosse buurt van St Louis.
Beide songs stammen uit de periode van voor het ontstaan van de blues, groeiden uit tot klassiekers in het genre en werden later geadapteerd in verschillende versies, zowel door zwarte als door blanke artiesten. In zowat alle genres: van rauwe blues van Ma Rainey, instrumentale jazz van Sidney Bechet, Duke Ellington en Cab Calloway, coctailjazz van Peggy Lee, folk van Sonny Terry en Woody Guthrie, disco van Neil Diamond, funk van James Brown, Wilson Pickett tot punk van The Clash en rap van Nick Cave.
En dan hebben we het nog niet gehad over Huey Lewis and the News!
 

En net als 'Frankie' is ook hier weer vrij omgesprongen met de namen: 'Stagolee', 'Stack Lee', 'Stagger Lee' of ' Stack & Billy'...


De oorsprong

Het verhaal is dus gebaseerd op een echte moord, zoals we kunnen terugvinden in de St. Louis Globe Democrat van 28 december 1895.

"William Lyons, 25, kleuring, een dijkenbouwer, wonende te 1410 Morgan Street, werd gisteren omstreeks 10 uur 's avonds in de buik geschoten in de saloon van Bill Curtis, op de hoek van de Eleventh en Morgan Streets, door Lee Sheldon, eveneens kleurling. Sheldon is koetsier en woon op 911 North Twelfth Street. Hij is ook gekend als 'Stag' Lee."

Op het ogenblik van de schietpartij zat de saloon vol negers.
Beide partijen hadden, schijnbaar, gedronken en waren uitbundig.
Lyons en Sheldon waren vrienden en zaten te praten. De discussie belandde bij de politiek en ze kregen ruzie. Daarbij rukte Lyons Shaledon's hoed van diens hoofd. Deze laatste eiste zijn hoed terug. Lyons weigerde, Sheldon greep zijn revolver en schoot Lyons in de buik.
Toen zijn slachtoffer op de grond viel nam Sheldon zijn hoed uit de hand van de gewonde man en stapte onverstoord weg.

Lyons werd naar de ziekenboeg gebracht, waar werd vastgesteld dat de kwetsuur ernstig was. Hij werd dan overgebracht naar het City Hospital.
Sheldon werd aangehouden en opgesloten in het politiekantoor van Chestnut Street."

Tot zover het krantenbericht. Uit latere berichten blijkt dat Billy Lyons overleed aan zijn verwonding. Stag Lee kwam voor de rechter. Een eerste rechtszitting liep vast in politiek gekrakeel.
Bij een nieuwe rechtszitting werd hij veroordeeld. Hij vloog naar de gevangenis en overleed er in 1919, aan TBC.

 

De legende


Al kort na de moord begon de song zijn tocht over het Amerikaanse continent.

Zoals gebruikelijk werd erg vrij omgesprongen met het verhaal. Al bleef de kern steeds behouden: rond Kerstmis ruziën twee mannen over een hoed en de ene schiet de andere dood. Verder gebeurde er echter van alles mee:  details werden toegevoegd, veranderd, door elkaar gehaspeld en geactualiseerd.

Vooral omwille van zijn koele houding is de figuur van de moordenaar in Amerika uitgegroeid tot een legendarisch figuur. Hij werd ooit omschreven als "zo slecht dat de duivel hem de toegang zou ontzeggen tot de hel".

De schrijver Julius Lester drukt het nog kleurrijker uit in zijn Black Folktales: "Stagolee was, zonder enige twijfel, de slechtste nikker die ooit heeft geleefd. Stagolee was zo slecht dat de vliegen in de zomer niet rond zijn kop wilden vliegen en in de winter viel er geen sneeuw op zijn huis."

Cecil Brown, auteur van het boek Stagolee Shot Billy (2003) betoogt zelfs dat Stag Lee het archetype is van de moderne rapper. Een stoere zwarte vent, koele kerel, hip gekleed, potent, niet vies van geweld en met minachting voor de blanke autoriteiten.
Stijl is alles voor hem: hij schrikt er niet voor teug om te moorden voor een hoed.

Brown ziet het nummer daarom zelfs als "de moeder van alle rapsongs".

 

Mississippi John Hurt

De eerste versie werd in 1911 gepubliceerd door de folklorist Guy B Johnson in het prestigieuze Journal of American Folklore.

De meest legendarische versie is ongetwijfeld die van Mississippi John Hurt. Zijn versie werd voor het eerst op band gezet in 1928.

Hij voegde twee dingen toe aan de legende. Hij specificeerde dat de hoed waar het allemaal om draait een Stetson was. Dat voegt klasse toe en roept beelden op van het Wilde Westen.
Bovendien opende hij de song met de woorden "Police officer, how can it be? / You can 'rest everybody but cruel Stack O' Lee." Waarmee hij de man nog wat heroïscher maakt door te stellen dat zelfs de politie schrik heeft van hem.


Introductie:

Stagolee was a bad man. Ah...they goes down in the coal mine one night, robbed a coal mine. They's gamblin' down there, and they placed themselves just like they wanted to be, so they wouldn't hit each other when they was shootin'. Money lyin' all over the floor. There's one bad guy down there, he thought he was, that was Billy Lyons. So he had a big .44 laying down by the side of him; when they got placed why, Stagolee spoke to him, he says, boys, look at the money lyin' there on the floor. What'll we do if old Stagolee and them was to walk up in here? This guy picked up his .44, and he says: It wouldn't make a bit of difference, says, Stag's gun won't shoot a bit harder than this one. 'bout that time, stag knocked his hat off. and his partner, takin' care of the rest, when he knocked his hat off, he kinda remembered that was Stagolee, and he commenced beggin' like this:

Police officer, how can it be,
you can arrest everybody but cruel stagolee?
that bad man, oh cruel stagolee.
Stagolee, stagolee, please don't take my life
says i got two little baby and a darling lovin' wife
he's a bad man, oh cruel Stagolee.
Here' the answer Stagolee gave him:
What do i care 'bout your two little babies, darling loving wife?
says you done stole my stetson hat, i'm bound to take your life.
it's a magic hat, oh cruel Stagolee.
Boom boom, boom boom, went the .44
when i spied poor Billy Lyons,
he was lyin' down on the floor.
that bad man, oh cruel Stagolee
Gentlemen of the jury, what do you think of that?
Stagolee killed Billy Lyons, 'bout a $5 stetson hat
that bad man, oh cruel Stagolee
Standin' on the gallows, Stagolee did curse
the judge said let's kill him, before he kills one of us
he's a bad man, that old Stagolee.
Standin' on the gallows, his head was way up high
at 12:00 they killed him, they was all glad to see him die.
that bad man, oh cruel Stagolee
Policin' officer, how can it be
you can arrest everybody but cruel stagolee
that bad man, oh cruel stagolee.


Van blues, over R&B...

Met zo een tekst en zo een figuur is het geen wonder dat iedere bluesman (of -vrouw) zijn versie van de song heeft opgenomen: Jesse Fuller, Mississippi John Hurt, Furry Lewis, Mississippi Slim, Ma Rainey....
In de jaren dertig en veertig verzamelden de folkloristen John Lomax en zijn zoon zeker een dozijn verschillende opnamen van de song. De song bleek erg populair onder de klanten van de diverse gevangenissen. 
De meestal zwarte gevangenen zingen graag over Stagolee en de duivel. Want de duivel is blank!


Het nummer werd het rocktijdperk ingeloodst door ene Leon T. Gross, zanger uit New Orleans. Onder de naam Archibald bracht hij in april 1950 'Stack-A-Lee' (parts I & II). Het singeltje, in de stijl van singer Professor Longhair, brengt het verhaal over twee kanten uitgesmeerd. Het werd een top 10 hit op de rhythm & blues lijsten. 

Een stadsgenoot van Archibald, Lloyd Price, had korte tijd later veel succes op de plaatselijke R&B markt. Maar zijn carrière werd afgebroken toen hij zijn legerdienst moest gaan vervullen in Korea. Gelukkig voor hem moicht hij dat doen als entertainer van de tropen op de bases in Korea en Japan. Als onderdeel van zijn act bracht hij een eigen versie van de song. "Er waren honderden tekstregels voor het oude nummer, maar er was geen verhaal. Dus maakte ik er een toneelstukje van. Een paar soldaten speelden dat voor, terwijl ik het zong."

Na zijn legerdienst trok Lloyd naar Washington, D.C. Zijn eerste single, 'Just Because', bracht hem onmiddellijk terug in de hitlijsten. Als opvolger dacht hij aan zijn toneelstukje.
Hij versnelde het tempo, voegde de aanmoediging "Go Stagger Lee!" toe en verzachtte de boodschap met een blank backingkoortje.
Zijn versie van 'Stagger Lee' sloeg aan - en hoe. Er vlogen tot 200 000 exemplaren per dag de deur uit. Een gegarandeerde nummer 1 hit, in 1959. 

De TV programmatoren zaten met een probleem. Dick Clark vond dat zoveel geweld en bloed niet kon voor het tienerpubliek van zijn "American Bandstand". Lloyd had geen keuze: hij moest een nieuwe, gekuiste versie opnemen, met... een happy end! Stagger Lee en Billy legden hun ruzie bij en sloten terug vriendschap.


In de jaren zestig sloot de beweging voor gelijke rechten Stagolee in zijn armen. Op het hoogtepunt van het Black is Beautiful tijdperk namen zowel James Brown als Wilson Pickett 'Stagolee' op.

Bobby Seale, de leider van de Black Panthers, zag de figuur als voorbeeld voor het verzet van de zwarten tegen de blanken. "Stagolee was de slechtste nikker van de buurt en liet zich door niets of niemand doen."


... via ska naar punk

Zoals zovele R&B hits werd ook dit nummer aangepast voor de Jamaikaanse markt. The Rulers maakten in 1967 hun eigen skaversie van het 'Stagger Lee' verhaal, als "Wrong Emboyo". De zanger, Clive Alphonso, zette er voor het gemak zijn eigen naam onder als auteur.

Dertien jaar later bracht dat serieus wat geld in het laadje toen The Clash zijn versie coverden als 'Wrong 'em Boyo' op hun dubbel-LP London Calling.

En zo zijn we bij de blanke artiesten beland.


De blanke kant

De muziek van de zwarte gemeenschap heeft altijd een grote aantrekkingskracht gehad op de Calvinistische blanke Amerikanen. Traditioneel hebben de Afro-Amerikanen in hun songs altijd veel vrijer  uitdrukking gegeven aan onderdukte emoties, zoals seks en agressie.

De vroegste bekende opnamen van de song dateren uit 1923 en ze zijn gemaakt door twee blanke dansbands: Fred Waring's Pennsylvanians en Frank Westphal and His Orchestra.


Frank Hutchinson

Dylan verwijst in zijn hoesnota's naar de versie van Frank Hutchinson. Hutchison was een blanke mijnwerker, geboren in 1897 in West Virginia en opgebracht in Logan County. Hij werd beïinvloed door zwarte spoorwegarbeiders en een kreupele zwarte uit de heuvels: Bill Hunt. Tegen 1920 had hij een repertoire opgebouwd met weinig gekende oude nummers: rags, blues, traditionele balladen en novelties.

In 1926 nam hij zijn eerste platen op in New York, waarbij hij zichzelf begeleide met een gitaar. Hij had echter een zeer ongewone manier van spelen bedacht: hij legde de gitaar plat op zijn schoot en  streek over de snaren met een mes. Om zijn nek droeg hij daarbij een harmonica in een rekje.

Zijn versie van 'Stackalee' nam hij op 28 januari 1927 op. Tijdens diezelfde sessie nam hij ook een instrumentale versie op, waarbij zijn mondharmonica de taak van de zang overneemt.
De gezongen versie is te vinden als nummer 19 op Volume 1: Ballads van de Anthology of American Folk Music.

Door de depressie moest hij ophouden met spelen en vestigde zich als groentenman in Lake, West Virginia. Over zijn latere leven is alleen nog geweten dat hij in Columbus, Ohio overleed in 1945.


Nick Cave

Ook bij de Australische rocker Nick Cave kon dit nummer niet ontbreken. Hij legde in 1996 een heel eigen interpretatie vast op zijn Murder Ballads.

Cave voegde ze wat regels aan toe die hij vond in een ander blues ballad. "Er is een regel in onze versie die zo gaat: 'I'm the kind of cocksucker that would crawl over 50 good pussies to get to one fat boy's asshole.'
Ik kwam die tegen in een fantastische talking blues van een kerel die zich, in het nummer, voorstelt als Two-time Slim. Ik heb het altijd een fantatsische zin gevonden en dus heb ik hem er in verwerkt."
('De song is Two Time Slim' van Snatch and the Poontangs, uit 1969).

"We namen het op omdat het past in de traditie," vertelt Cave. "Ik hou er van hoe een eenvoudige, haast naieve traditionele murder ballad geleidelijk aan een kapstolk is geworden waaraan de meest walgelijke machismo uitingen kunnen worden opgehangen. Net als Stag Lee zelf, lijken er geen beperkingen op te staan hoe door-en-door gemeen dit nummer kan worden."

Cave verklaarde ooit dat hij de song ziet als zijn ultieme versie van gangster rap. Het gaat over moorden om het moorden - zinloos en genadeloos geweld.

Tijdens live versies durft hij nog wat verder gaan. Zo heeft hij er het soms over hoe de duivel verschijnt voor Stagger Lee na de moord. Stagger Lee schiet dan ook maar de duivel neer.

"In come the devil,
Said, "I've come to take you down,
Mr. Stagger Lee,"
Well those were the last words that the Devil said,
'Cause Stag put four holes in his motherfucking head!"


Beck

In diezelfde periode gebruikte de Amerikaanse zanger Beck Hansen de song dan weer als uitgangspunt voor zijn 'Devils Haircut', op Odelay. In een interview verklaarde hij dat zijn nummer "een erg eenvoudigde metafoor was voor het kwaad van de ijdelheid."

"Ik denk dat we volwassen worden associeren met compromissen maken. Misschien is dat wel de duivel. Dat was het scenario voor 'Devils Hairvut'. Ik stelde me Stagger Lee voor... Ik dacht, hoe zou die kerel er vandaag uitzien?  Ik zag hem als een Lazarus figuur die commentaar geeft op wat er van de mensheid is geworden. Wat zou hij vinden van het materialisme en de hebzucht en idealen van schoonheid en perfectie? Zijn reactie zou zijn: "Waw, dit is compleet geschift!"

Twee jaar eerder had hij ook een cover van de song opgenomen. Beck is altijd al een grote fan geweest van de fingerpicking stijl van Mississippi John Hurt. In maart 1994, vlak voor de Mellow Gold tour, trakteerde hij zichzelf op een bezoekje aan de legendarische Sun studio in Memphis. Hij nam er enkele bluesklassiekers op. De opnamen waren niet bedoeld voor release. Toch gaf hij toestemming om zijn versie van 'Stagolee' uit te brengen. Dat gebeurden in 2003, op Avalon Blues - A Tribute To The Music Of Mississippi John Hurt.

stagger-lee-031

 

Outro

De mythische Stagolee is niet meer weg te denken uit de muziekwereld. Zijn invloed werkt door tot op de dag van vandaag.

De Amerikaanse journalist Greil Marcus vatte het zo samen in zijn boek Mystery Train: Images of America in Rock 'n' Roll Music: "[Stagolee vinden we terug in] de cool en geest van Muddy Waters's ' Rollin' Stone'; Chuck Berry's 'Brown-Eyed Handsome Man'; Wilson Pickett's 'Midnight Mover', Mick Jagger's 'Midnight Rambler'...Toen de eisen van de zwarten voor gelijke rechten harder begonnen te klinken nam [Staggerlee] over. En het was ook Staggerlee die op het scherm verscheen in de jaren zeventig met films als Slaughter, Sweet Sweetback, Superfly."
 

15-01-08

Hallelujah - 1

Hallelujah

Sommigen zullen bij het lezen van deze titel spontaan uitbarsten in het jubelende koorwerk uit Handels Messias. The Roches hebben daar trouwens ooit een mooie versie van opgenomen. Maar ik wil het eigenlijk hebben over een gelijknamige song die bijna even klassiek te noemen is: die van Leonard Cohen.

Leonard Cohen werd in 1934 geboren in een joodse middenklassefamilie in Montreal, Canada. Hij studeerde letteren en debuteerde in 1956 met een dichtbundel. In 1963 volgde zijn eerste roman. Na zijn verhuis naar de Verenigde Staten in 1967, begon hij een tweede carrière als singer-songwriter, in het folkgenre. 'Suzanne' van zijn debuut-LP Songs of Leonard Cohen is meteen een veelgecoverde klassieker.
Zijn strenge uiterlijk, steeds keurig in een pak, zijn diepe stem en de onderwerpen van zijn songs (religie, eenzaamheid, seksualiteit en complexe intermenselijke relaties) bezorgen hem een weinig vrolijk imago.

 

Waarover gaat het?

Nochtans lijkt 'Hallelujah', in eerste instantie, een vrolijk nummer. We worden verleid om dit te denken door het steeds opnieuw herhalen van refrein: dat ene woordje 'Hallelujah'.

 

"Alleluia" was oorspronkelijk een Hebreewse uitroep ter ere van Jaweh: "Hallel Yahweh". Zoals wel meer Joodse gebruiken gebeurde, is de kreet overgenomen door de vroeg Christelijke kerk.  Doordat het veelvuldig terugkwam in de mis, is het gemeengoed geworden als een algemene uiting van vreugde.


'Hallelujah' verhaalt over de Bijbelse koning David, die psalmen zingt en op zoek is naar het geheime/heilige akkoord (secret / sacred ?). Maar hij vraagt zich af of God wel naar hem luistert. Dan ziet hij Bathsheba baden op het dak. Hij verleidt haar en keert zich daardoor af van God. Maar terwijl hij met haar vrijt, vernederd en vernield ze hem: ze knipt zijn haar, waardoor hij zijn troon verliest (net als Samson zijn kracht). Maar na zijn erotisch falen, komt hij terug voor God te staan. En uiteindelijk zingt hij Hem opnieuw lof toe.

Maar de spirituele metaforen verbergen ook een bitter liefdeslied. Het gaat over verleiding en seks, maar wanneer het fout is gegaan, ook over pijn, wanhoop, onmacht en eenzaamheid.

Leonard Cohen verbergt achter deze vreugdekreet twijfel over de liefde - romantisch of religieus.... Of is het een overgang van twijfel naar vertrouwen? Van verlossing: "the minbor fall / the major lift".  

 

Het origineel


Na zijn scheiding in 1979 maakte Leonard Cohen - toch al nooit een vrolijke jongen - een moeilijke periode door. Hij trok zich terug en bracht vijf jaar lang geen nieuw materiaal uit. Toen hij in 1984 terug keerde met Various Positions bleek dat hij zich had verdiept in religie.
Hoewel hij van huis uit Joods is, had hij veel gelezen over de Katholieke en Protestantse godsdienst. De plaat staat dan ook bol van de Bijbelse verwijzingen. Een van die nummers is 'Hallelujah', gedrenkt in een typische jaren tachtig productie van synthesizers.

Maar in 1984 bleek geen enkele Amerikaanse platenmaatschappij meer geïnteresseerd om Cohens platen uit te brengen. Dat gebeurde wel in Canada en Europa. Maar ook daar ging, behalve voor de trouwe fans, Various Positions quasi onopgemerkt voorbij.


Terug... langs een ommetje


Het is Jennifer Warnes die hem, twee jaar later, terug in de belangstelling brengt. De Amerikaanse heeft hem in de jaren zeventig begeleid als achtergrondzangeres tijdens diverse tournees en ook in de studio. Na diverse successen met songs voor films als An Officer And A Gentleman, Ragtime en Dirty Dancing, werkt ze gedurende vier maanden intens samen met de meester voor een hele LP met covers van zijn werk: Famous Blue Raincoat.
'Hallelujah' is daar niet bij.  


Een gesprekje tussen twee songschrijvers


Het was, merkwaardig genoeg, het positieve einde dat Bob Dylan aansprak. Hij bracht het nummer een paar keer tijdens zijn Never Ending Tour, in 1988.

De auteur vertelde dat jaar aan Adrian Deevoy van het Britse muziektijdschrift Q: "Het is een tamelijk vrolijk nummer. Ik hou vooral van de laatste regel. Ik herinner me dat ik het voor Bob Dylan zong, na een concert in Parijs. De volgende dag dronken we samen koffie.
Toen we dieper ingingen op de technische kant van het schrijven bleek dat we er totaal verschillende werkwijzen op na houden. Hij zei: "Ik hou erg van dat nummer van je: 'Hallelujah'." Hij citeerde zelfs die laatste regel. "And even though it all went wrong / I stand before the Lord of song / With nothing on my lips but Hallelujah".
Hij vroeg: 'Hoe lang deed je er over dat te schrijven?''
Ik zei: "Toch wel een jaar of twee.''
Hij was gechoqueerd: ''Twee jaar?!''
Toen hadden we het over een van zijn nummers: 'I and I' van Infidels. Ik vroeg: 'Hoe lang heb jij daar over gedaan?''
Hij antwoordde: ''Oh, 15 minuten.''
Ik viel bijna van mijn stoel - en Bob maar lachen."


Een nieuwe versie

Dankzij het succes van Jenifer Warnes, kwam er hernieuwde aandacht voor Loenard Cohen. Zodanig dat zijn volgende plaat, I'm Your Man, uit 1988, werd beschouwd als een come back. Daarbij hoorde ook een tournee. Maar de onvermijdelijke live-cd liet op zich wachten tot 1994. Waarschijnlijk had men zes jaar nodig om een gepaste titel te bedenken. Dat werd: Cohen Live.

Daarop staat een geheel ander versie van 'Hallelujah'. Enkel het refrein is intact gebleven. De tekst is veel meer expliciet seksueel en ook de muziek is lichtjes herwerkt. Maar het opvallendst is dat het einde, dat oorspronkelijk nog tamelijk optimistisch was nu ronduit pessimistisch is.

In de vernieuwde tekst is er geen sprake meer van een verlossende "Lord of Song". Volgens Cohen leidt liefde onvermijdelijk naar pijn. "And Love is not a victory march / It's a cold and it's a broken Hallelujah."


Twee keer John Cale


Begin jaren negentig vond het Franse muziektijdschrift Les Inrockuptibles dat het tijd werd om de grote man eer te bewijzen. Ze vroegen aan een aantal folk en indie rockers om elk een cover van 's mans nummers op te nemen. R.E.M koos voor 'First We Take Manhattan'. Zowel Robert Foster als Nick Cave coverden 'Tower of Song' - dat eerbetoon aan Hank Williams is blijkbaar erg populair Down Under.

John Cale, een van de pioniers van The Velvet Underground, koos voor 'Hallelujah'. In een interview, gepubliceerd in 2001, vertelde Cale: "Ik zag hem optreden in het Beacon Theatre en ik vroeg hem of ik de tekst kreeg van 'Hallelujah'. Toen ik op een avond thuiskwam lagen er overall rollen faxpapier. Leonard had er opgestaan me alle 15 verzen te bezorgen."

Cale moest dus zelf een keuze maken, waardoor zijn georchestreerde versie op de tribute-cd I'm You Fan: The Songs of Leonard Cohen By... een andere tekst laat horen.

Een jaar later (in 1992) kwam Cale met een veel soberder versie op zijn solo-live cd Fragments For A Rainy Season. Daarop brengt de Welshe rocker versies van zijn nummers, met enkel begeleiding van zijn piano of accasioneel akoestische gitaar. Hoogtepunten uit zijn carrière tussen Paris 1919 en Songs For Drella worden daarop soms helemaal in een nieuw licht geplaatst. Een prachtige, langzamere versie van 'Hallelujah' sluit de plaat waardig en majestueus af.


De doorbraak: Jeff Buckley


Het was deze live-versie die Jeff Buckley zo aangreep dat hij er prominente plaats voor vrijmaakte op zijn debuut-cd in 1994. Hij neemt de tekst van Cale over, maar brengt een kale, emotionele versie op gitaar. Alles aan de wijze waarop het is opgenomen, van de zucht aan het begin, het schuiven van de vingers over de fretten en het totale gebrek aan enig ander geluid geven het gevoel weer dat het om een hoogst persoonlijk moment gaat - als een gebed of een beschouwing - en dat Buckley de boodschap aan de luisteraar alleen wil overbrengen.

Er werden miljoenen exemplaren van Grace verkocht en toen de zanger, op 29 mei 1997, verdronk in de Mississippi, werd de plaat helemaal bestempeld als legendarisch. Voor velen werd dit de definitieve versie van 'Hallelujah' - ook al omdat de andere versies tot dan toe slechts door een beperkt publiek waren gehoord. Daarnaast had Jeff, net als zijn vader Tim Buckley, een fenomenaal stembereik. Iets wat niet kan worden gezegd van Leonard Cohen.
In dit nummer geeft hij zich dan ook helemaal, van gefluister tot geschreeuw.


Een tsunamie van covers


Het was de versie van Buckley die zo velen er toe aanzette om het nummer ook zelf te brengen. Volgens mensen die zoiets bijhouden bestaan er meer dan veertig covers van, waarvan enkele zelfs in het Deens, het Welsh en zelfs een Spaanstalige flamencoversie. In de lage landen hebben zowel Bettie Serveert als K's Choice het nummer naar hun hand gezet.

Zo bracht Gert Bettens, tijdens optredens van K's Choice, aan het einde van de jaren negentig, een hele mooie versie. Aan het einde kwam zus Sarah er dan bij om hun eigen 'Elegia' er naadloos aan te breien. Heel mooi!


Ook heel mooi is de versie die k.d. lang in 2004 bracht op haar gospelplaat Hymns of the 49th Parallel.

De jonge Britse folk zangeres Kathryn Williams, kondigde het nummer ooit aan met de woorden: "Ik zou het heel, heel, heel erg graag eens doen met Leonard Cohen... maar ik vrees dat zijn hart het niet aan zou kunnen."

En in 'Delicate', het openingsnummer van zijn debuut-cd O, vraagt Damien Rice "...why'd ya sing 'hallelujah', if it means nothing to ya/why'd ya sing with me at all?..." een duidelijke verwijzing naar Buckley's versie.


Als soundtrack

Je komt het nummer van de Canadese bard tegen op de meest onverwachte plaatsen. Filmmakers gebruiken het nummer graag wanneer er iets dramatisch gebeurd: een sterfgeval of toch minstens een emotionele tegenslag.
Op het internet zijn opsommingen te vinden van vele (vooral Amerikaanse) feuilletons of uitzendingen terug te vinden waarin een of andere versie van 'Hallelujah' is gebruikt.

 

Het meest bekend is de Shrek. In 2001 was het John Cales versie die opdook in de animatiefilm, op het ogenblik dat de sympathieke groene reus, eenzaam en alleen terugkeert naar zijn moeras. Ontroering gegarandeerd!


Omdat Cale echter niet onder contract stond bij DreamWorks SKG, kon zijn versie niet op de soundtrack-cd worden uitgebracht. Rufus Wainwright, de zoon van Loudon Wainwright III (een generatiegenoot van Cohen) had echter pas bij het platenlabel getekend. Een beetje promotie is nooit weg.
En dus siert de enigszins bombastische versie van Rufus de soundtrack-cd van Shrek, in plaats van Cales sobere versie.

De versie van Cale is verder ook nog te horen op de soundtracks van de films Basquiat (1996) en Scrubs (2002).


De slechtste versie


Eens Cohen terug "in" was, konden de grote namen uit de kast worden gehaald voor een tweede tribute-cd. In 1995 liepen Elton John, Sting, Billy Joel en Peter Gabriel elkaar voor de voeten om eer te bewijzen aan de Canadees. Met wisselend succes overigens. Bono bracht, met overdreven ernst, 'Hallelujah' tegen een achtergrond van elektronische geluiden. Het serieus van de zanger van U2 is haast beledigend: hij declameert de tekst alsof hij God zelf is.


De tribute cd was overigens een idée van Cohen's manager, Kelley Lynch. In het lijstje ontbreekt Phil Collins. Hij was wel gevraagd, maar had bedankt voor de eer.
Verbaasd stuurde Cohen hem zelf een fax: "Zou Beethoven een uitnodiging van Mozart weigeren?"
Collins faxte terug: "Nee, behalve als Beethoven net op een wereldtournee was."
Cohen had er begrip voor: "Het is nogal moeilijk om over iemand anders belachelijke songs te moeten denken als je zelfs niet in een studio bent."


De tekst:


Dit zijn de strofen, voor de verschillende versies:
Cohen 1. - oorspronkelijke versie uit 1984
Cohen 2. - nieuwe live versie uit 1988
Cale - John Cale versie uit 1991 - overgenomen door Jeff Buckley


Cohen 1.1 - Cale 1

I heard there was a secret chord
that David played and it pleased the Lord,
But you don't really care for music do you.
It goes like this the fourth the fifth,             
the minor fall and the major lift
The baffled king composing hallelujah
Halleluja, Halleluja, Halleluja, Halleluja


Cohen 1.2 - Cale 2

Your faith was strong but you needed proof
You saw her bathing on the roof
Her beauty and the moonlight overthrew her          
She tied you to a kitchen chair
She broke your throne, and she cut your hair
And from your lips she drew the Hallelujah
Hallelujah, Hallelujah, Hallelujah, Hallelujah

Cohen 1.3

You say I took the name in vain
I don't even know the name
But if I did, well really, what's it to you?
There's a blaze of light in every word
It doesn't matter which you heard                   
The holy or the broken Hallelujah
Hallelujah, Hallelujah, Hallelujah, Hallelujah

Cale 3 - Cohen 2.1

Baby I've been here before.
I know this room I've walked this floor.
I used to live alone before I knew you.
I've seen your flag on the marble arch
but love is not a victory march
It's a cold and it's a broken Hallelujah
Hallelujah, Hallelujah, Hallelujah, Hallelujah

Cale 4 - Cohen 2.2

There was a time you let me know
whats really going on below
but now you never show it to me do you?
I remember when I moved in you                      
and the holy dove was moving too
and every breath we drew was Hallelujah
Hallelujah, Hallelujah, Hallelujah, Hallelujah

Cale 5 - Cohen 2.3

Now maybe there's a god above
but all I ever learned from love
is how to shoot at someone who outdrew you
And it's no complaint you hear tonight
and it's not some pilgrim who's seen the light
it's a cold and it's a lonely Hallelujah
Hallelujah, Hallelujah, Hallelujah, Hallelujah

Cohen 2.4
I did my best it wasn't much.
I couldn't feel so I learned to touch.
I've told the truth, I didn't come to fool you.
And even though it all went wrong
I'll stand before the Lord of Song
with nothing on my tongue but Hallelujah
Hallelujah, Hallelujah, Hallelujah, Hallelujah