27-06-08

Op stap, met strijkers (of een piccolo trompet)

Massive Attack - Unfinished Sympathy (1991)

 

 

The Verve - Bittersweet Symphony (1997)

 

The Beatles - Penny Lane (1967)

03-03-08

Beatles hoezen 11 - The Beatles

The Beatles (de dubbele witte)

whitedigi1

 

 

 

 

 

 

 

 

 

A Doll's House

In juni 1968, terwijl de opnamen voor hun volgende plaat pas van start waren gegaan, vroegen The Beatles aan een aantal kunstenaars om voorstellen te bedenken voor de hoes. Eentje kwam met een psychedelische tekening voor een openklappende hoes. Op de voorzijde stond dan de titel van de plaat en op de achterzijde een berg oprijzend uit de zee. In berg waren de vier gezichten van de groepsleden herkenbaar, alsof ze in de rotsen waren uitgehouwen. 

3-white_album_alternate

Een ander kwam met een doorzichtige hoes. Wanneer de plaat er uit werd gehaald kwam dan een kleurfoto te voorschijn.

Sommige bronnen menen dat een tekening van Alan Aldridge, die in de jaren tachtig werd gebruikt voor de verzamelaar The Beatles Ballads, ook een van de afgekeurde ontwerpen is.

2- ballads

John kwam met het voorstel om de plaat A Doll's House te noemen, naar het boek van de Noorse schrijver ter Henrik Ibsen. Maar die mogelijkheid kwam te vervallen toen, halverwege de volgende maand, Music In A Doll's House op de markt kwam. Dat was het debuut van Roger Chapman met zijn groep Family.

Tegen het einde van de zomer werd het duidelijk dat er genoeg materiaal was opgenomen om twee platen uit te brengen. Een dubbel-LP was erg ongewoon in die tijd voor niet-klassieke muziek. Er waren er slechts twee uitgebracht tot dan toe: Freak Out van Frank Zappa en Blonde On Blonde van Bob Dylan.

 

 

 


Een nieuw concept

Er werd overeen gekomen dat de hoes van de volgende plaat heel anders moest zijn dan de caleidoscopische hoezen van de twee voorgaande Beatlesplaten, Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band en The Magical Mystery Tour.

Paul McCartney polste Robert Fraser, een bevriende galeriehouder of die geen geschikte kunstenaar wist die een hoes zou kunnen ontwerpen.  Hij kwam met Richard Hamilton (45), een van de pioniers van de  Pop Art. Paul kende zijn werk en een afspraak werd geregeld in het hoofdkantoor van Apple. In Blinds And Shutters, een boek van de fotograaf Michael Cooper, vertelt Richard over de ontmoeting met Paul: "Omdat Sergeant Pepper zo overdreven was, legde ik uit, zou ik iets geneigd zijn iets heel subtiels te doen, bijna een beperkte oplage. Omdat hij niet afkeuring reageerde ging ik nog een stapje verder. Ik stelde een totaal witte hoes voor. Of als dat te wit en proper zou zijn, konden we misschien iets er op schilderen in de aard van een bruine ring, alsof er een kopje koffie op had gestaan. Maar dat werd te moeilijk."

Als verwijzing naar het pas opgerichte Apple label, stelde hij voor om een appel tegen een wit papier te smijten om een vlek te creëren: "een zeer subtiele licht groene vlek, met misschien wat pulp." Omdat zoiets te moeilijk werd om te realiseren kwam het idee te vervallen.


Genummerde exemplaren

In een interview voor het Nederlandse tijdschrift Beatles Unlimited (BU 98-99) beweert fotograaf John Kelly echter dat het allemaal zijn idée was. "Ik deed toen veel modefotografie en zo en ik was veel bezig met wit - verschillende tinten wit. Ik had een totaal witte Kerstkaart ontworpen. Ik drukte er matte witte letters op, zodat het alleen leesbaar werd als je het onder een bepaalde hoek hield..... Wit was het dus helemaal voor mij. John Lennon was toen ook in zijn witte periode. Hij droeg alleen nog wit in die tijd. Iik kwam met het idee voor die hoes, compleet met de nummering en alles. En The Beatles vonden het goed."

Paul blijft er bij dat het Richard Hamilton was die voorstelde om elke hoes afzonderlijk te nummeren. "Ik stelde een individuele nummering voor," bevestigt Hamilton, "om zo de ironische situatie te creëren waarbij er een genummerde uitgave zou zijn op zoiets als een vijf miljoen exemplaren."

EMI reageerde niet zo enthousiast als the Beatles op het idee, maar Paul wist hen te overtuigen: "Platen moeten toch door het en of andere machine om te worden verpakt.  Kun je er dan geen dingetje bijzetten aan het einde van de band, waardoor er een nummer op geslagen wordt?"

Dus kreeg elke plaat een uniek serienummer. De nummers 000001 tot 000020 werden voorbehouden voor the Beatles zelf en hun vrienden. "We kregen de eerste vier," herinnert Paul zich. "Ik heb geen idee waar die van mij is. Die is al lang kwijt geraakt. Ooit zal die wel weer opduiken bij Sothebys, denk ik. John kreeg 000001 want hij had de grootste mond. Hij riep 'Nummer 1, deze kant!" Hij kende de kneepjes van het vak, hoe je zoiets moet aanpakken!"
George Martin kreeg nummer 000007 en Derek Taylor 000009.
Iedere fabriek nummerde afzonderlijk, waardoor er een stuk of twaalf kopies zijn met het nummer 000001.
Meer dan 3 200 000 exemplaren werden genummerd. Er zijn fans die zeer geïnteresseerd zijn in die lage nummers. Hoe lager, hoe duurder natuurlijk. Nummer 0050000 gaat tegenwoordig van de hand voor € 600, terwijl een 0000010 € 7 500 opbrengt.


En hoe gaat we het noemen?

Ondertussen hadden ze nog geen titel voor de plaat. Richard Hamilton stelde voor gewoonweg 'The Beatles' nemen. Omdat Sgt. Pepper’s genoemd was naar een fictieve band en de vier zelden  samen speelden als een groep voor deze plaat, leek het hen een goede grap om de plaat opnieuw naar een fictieve band te noemen: The Beatles dus.

Maar alle problemen waren nog niet van de baan. De titel moest worden in reliëf worden aangebracht op de hoes. John Kelly: "De drukker maakte problemen. Hij beweerde dat waar er normaal honderd platen in een pak zaten – standaard verpakking – maar nu konden er maar 98 in, hoogstens 99. Dus was er weer heel wat discussie om dat plan te laten varen... Uiteindelijk ging het allemaal door, maar het was een heel gedoe."

 

Mag het iets meer zijn?

Na een tijdje had Richard Hamilton zijn bedenkingen: "... ik begon me schuldig te voelen omdat ik hun dubbel-LP in een gewone witte hoes wou stoppen. Zelfs de belettering is onopvallend, bijna onzichtbaar. Ik stelde voor om wat extra te geven: een grote poster. Iets dat er bij zat. Iets om het toch iets meer te geven dan een doorsnee hoes."

Twee weken lang reed Paul, die oktobermaand in 1968, bijna dagelijks naar het huis van Hamilton in Highgate, om er te werken aan een collage. Paul: "Het was erg spannend voor mij, omdat ik interesse heb in kunst. En nu kreeg ik de gelegenheid om hem te assisteren... foto’s verzamelen en nieuwe afdrukken maken. En de tweede week mocht ik toekijken terwijl hij de collage maakte. Het is heerlijk om toe te kijken terwijl iemand aan het schilderen is. Het mooiste was dat hij uiteindelijk de collage helemaal volstopte met prenten en foto’s en dan overal witte stukjes papier er over plakte. Zo kreeg je wat ruimtegevoel... Hij legde me uit dat het zo kon ademen."

De meeste recente foto’s waren getrokken door John Kelly, maar er waren er ook een paar bij van Paul’s nieuwe vlam, Linda Eastman.

Op de achterzijde van de poster, werden de teksten afgedrukt. Net als bij de hoes van Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band was dat een opdracht voor graficus/schilder Gordon House. Hij kwam ook met het voorstel om vier portretten te maken, voor op de binnenzijde van de hoes. 

4-sheet

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Fotograaf John Kelly wordt er bij gehaald. Die beweert dan weer dat het zijn idee was. "Ik zei: 'Als je een witte hoes hebt, dan moet je wat foto's van jezelf aan de binnenkant plaatsen. Geen groepsfoto, maar individuele portretten. Simpel en eenvoudig - iets voor de fans.
Ze gingen akkoord en ik trok de foto's in het kantoor van Apple. Een eenvoudige mooie foto, geen speciale belichting of zo.
Drie portretten werden daar getrokken. Paul was moeilijker. Die kon niet beslissen of hij geschoren of ongeschoren zou poseren. We hadden er discussies over en probeerden met en zonder stoppels. De uiteindelijke foto werd gemaakt in [zijn huis in] Cavendish Avenue."

Grote, mooi verzorgde kleurafdrukken van de foto's werden ook nog eens afzonderlijk in de hoes gestopt.

5-whitepics

 

 

 

 

 

 

 

Het Apple logo

Op de plaat zelf kwam, voor het eerst, het Apple logo. Apple was de pas opgerichte platenmaatschappij van The Beatles.

Waar het Apple logo vandaan komt, vertelde Paul McCartney in 1993 aan Johan Ral.
"Daar zit een mooi verhaal aan vast. Ik had een vriend, Robert Fraser, die een gallerij had in Londen. Ik had hem verteld dat ik veel heild van [de Belgische surrealistische schilder René] Magritte. We waren Magritte aan het ontdekken in die tijd, door tijdschriften en zo. We hielden van zijn gevoel voor humor. Toen we hoorden dat hij een gewone kerel was die schilderde van 9 tot 1, met zijn bolhoed op, werd het nog intrigerender. Robert keek altijd uit naar schilderijen voor mij, want hij kende mijn smaak. Het was zo goedkoop toen. Ongelofelijk lijkt dat nu... Op een dag bracht hij dat schilderij naar mij thuis. Het was een mooie zomerdag en we zaten in de tuin. Hij wou ons niet storen en dus zette hij dat schilderij van Magritte op de tafel. Het was een appel, met daarop geschreven "Au revoir", op die mooie groen appel. Ik vond het fantastisch. Hij wist dat ik het goed zou vinden en dat ik het zou willen en dat ik hem later wel zou betalen... Het was echt: wow! Wat een fantstisch concept. Die grote groen appel - ik hem hem nog steeds - werd de inspiratie voor ons logo. Voor de achterzijde besloten we hem gewoon door te snijden."

aurevoirlejeudemourre_thumbnail

 

 

 

Het schilderij heet eigenlijk ‘Le jeu de mourre’ (Het spel van Mora) en dateert uit 1966.
De titel kwam van Magrittes vriend, de Belgische dichter Louis Scutenaire, en is waarschijnlijk een woordspeling op ‘Les jeunes amours’ (De jonge geliefden), de titel van een werk van Magritte waarop drie appels staan. Het spel van  Mora is "een spelletje waarbij één van de spellers snel enkele vingers van één hand omhoog steekt, terwijl de ander een getal roept. Hij wint wanneer beiden hetzelfde getal geven."

apple

 

 

 

 

 

 

 

 

Verschil moet er zijn!

De originele Britse persingen hadden de opening van boven. Daar werden de platen ook zowel in mono als in stereo verkocht, waarbij er aanzienlijke verschillen in de mix zaten.
In Amerika werd gekozen voor de standaard openingen opzij en werd enkel de stereoversie verkocht.
Een ander verschil is dat de vier foto’s inde Amerikaanse versie iets kleiner waren dan in de Britse versie. Bij de allereerste exemplaren zat er bovendien een doorschijnend blaadje tussen de foto’s om ze te beschermen tegen krassen. Ook zaten de platen zelf in een volledig zwarte binnenhoes.

27-01-08

In My Life

Mijn eerste plaat

 

Het zal in het najaar van 1973 zijn geweest dat ik mijn eerste LP kocht. Het was in de Macro in Ans. De roltrap op, de hoek om naar rechts en dan helemaal doorlopen tot achteraan in de winkel. Daar stonden de bakken met langspeelplaten.

Er was een speciale aanbieding: de rode en de blauwe verzamelaars van The Beatles. Twee dubbel-LP's samen voor 499 BEF. Nu lijkt 12,5 euro een schijntje, maar toen was dat veel geld voor een jongen van 14. Mijn vader vond dat ik mijn geld beter kon besteden dan aan zoiets. Maar ik moest ze toch hebben.

Songtitels kon ik niet lezen, want aan de ene kant zag je de rode hoes van The Beatles 1962-1966 met daarop de nog jonge snaken, die je vanonder hun rare kapsels lachend aankeken. En aan de andere zijde de blauwe hoes van The Beatles 1967-1970, waarop diezelfde kerels poseerden in  dezelfde traphal, in dezelfde houdingen. Maar nu waren het mannen geworden, met baarden en lang haar. Fascinerend vond ik dat.

 

Achteraf bleek dat de vier uit Liverpool ook eenzelfde metamorfose hadden meegemaakt op muzikaal gebied. Van de simpele bleus pop van 'Love Me Do' over het barokke meesterwerken als 'Strawberry Fields Forever' en 'A Day In The Life' tot de terugkeer naar de wortels van 'Get Back'.

 

En dat allemaal in goed zeven jaar!

  

Een aarzelende start

 

John Lennon zelf markeerde Rubber Soul als het begin van de "zelfbewuste periode" en het einde van hun "kinderachtige periode". En van die plaat, uitgebracht in december 1965, selecteerde hij in zijn Playboy interview vijftien jaar later 'In My Life' als "mijn eerste belangrijke werkstuk. Tot dan was het allemaal gladjes - wegwerpspul. Dat was de eerste keer dat ik bewust mijn literaire kant in een tekst bracht."

 

De aanleiding was een journalist die hem, in 1964, vroeg hoe het kwam dat Lennon in zijn boeken met gedichten over zichzelf vertelde, terwijl zijn songs geen diepgang hadden. John zette zich dan aan het schrijven van een lang gedicht over zijn tienerjaren. "Het begon als een busrit van mijn huis aan 250 Menlove Ave naar de stad. Ik gaf een opsomming van alle plaatsen die ik me kon herinneren. Ik had Penny Lane (dit was lang voordat 'Penny Lane' werd geschreven), Strawberry Fields, Tram Sheds -Tram Sheds zijn  de depots net voorbij Penny Lane. "

 

There are places I'll remember

All my life though some have changed

Some forever but not for better

Some have gone and some remain

 

Penny Lane is one I’m missing

Up Church Rd to the Clock Tower

In the cicrle of the abbey

I have seen some happy hours

 

Past the tramsheds with no trams

On the 5’ bus into town

Past the Dutch and St Columbus

To the Docker’s Umbrella that they pulled down

  

"Ik zwoegde dagen en uren om een intelligente tekst te krijgen," verklaarde hij.

Toch belandde de tekst belande in de kast.

Een tweede kans

Het komt pas terug tevoorschijn, wanneer hij een jaar later wat oude teksten doorneemt voor de op handen zijnde sessies. Hij merkt dat het  oorspronkelijke gedicht "belachelijk" was. "Het was oervervelend. Het was zo een soort  we-zijn-op-vakantie-geweest-met-de-bus liedje. Het werkte gewoon niet."

 

Teleurgesteld geeft hij zich over aan zijn favoriete bezigheid: liggen niksen.

 

"Ik ging wat liggen en toen kwamen die regels vanzelf over plaatsen van vroeger."

Al doende werd de toon mijmerend. De namen van specifieke plaatsen kwamen te vervallen en in plaats daarvan kwam een meer universele aanpak. Het nummer ging nu over verlies - of zoals John het uitdrukte, een "herinnering aan vrienden en geliefden uit het verleden."

 

Zo onthulde Lennon's jeugdvriend Peter Shotton in zijn boek John Lennon - In My Life, dat de zanger hem toevertrouwde dat de regel "Some [friends] are dead and some are living/In my life I've loved them all" verwees naar Stuart Sutcliffe (een andere jeugdvriend die in 1962 was overleden) en naar Shotton zelf.

 

"Zeer weinig regels" uit de oorspronkelijke versie bleven bewaard.

 

Hij besluit dat hoewel veel uit het verleden is verloren gegaan, hij toch het gelukkigst is in het heden, bij zijn grote liefde.

  

Met een beetje hulp van een vriend

 

Zoals gebruikelijk werd Paul McCartney er dan bij gehaald. De twee voornaamste schrijvers van de groep kwamen regelmatig samen. Niet zozeer om samen een nummer te schrijven - dat gebeurde na de beginjaren steeds minder - maar eerder om mekaars werk bij te schaven.

 

Op dit punt lopen de versies uiteen en dat is merkwaardig.

 

John gaf in oktober 1980 tekst en uitleg bij een groot aantal Beatlesnummers. Paul deed dat zeventien jaar later in Many Years From Now, een biografie geschreven door zijn vriend Barry Miles.

 

Over alle nummers zijn ze het praktisch helemaal eens. Er zijn slechts twee nummers waarover ze van mening verschillen. Het ene is 'Eleanor Rigby' waarvan John beweerde dat hij een substantiële bijdrage heeft geleverd, terwijl zowel Paul als Peter Shotton, die hij het componeren aanwezig was, vertellen dat John en absoluut niets mee te maken had.

En het tweede nummer is dus 'In My Life'.

 

Volgens John was "de tekst helemaal af voor Paul hem hoorde. Pauls melodische bijdrage was de harmonie en de acht maten in het midden. "

Paul bevestigt dat John de tekst helemaal af had. "Maar," voegt hij er aan toe, "hij had geen melodie." Hij knutselde zelf, binnen een half uurtje, de muzikale structuur in elkaar.

"Ik liep naar de overloop, waar John een Mellotron (een primitief soort synthesizer) had staan. Ik ging zitten en stelde een melodie samen, op basis van Smokey Robinson and the Miracles. Liedjes zoals 'You Really Got a Hold on Me' en 'Tears of a Clown' waren zeker van invloed. Je refereert aan iets dat je goed vindt en je probeert in die geest iets nieuws te schrijven.

Ik meen dus dat ik de hele melodie heb geschreven. Het lijkt ook erg op mijn werk, als je het nagaat. Ik werkte zeker op basis van een tekst. De melodische structuur komt van mij!"

 

Verschillende analisten treden hem daarin bij. Ian MacDonald, in Revolution In The Head:  "de hoekige vertikaliteit van het nummer, die een octaaf beslaat met typische wijdse en moeilijke sprongen, geeft meer zijn stempel weer dan die van Lennon. Hoewel het perfect past bij zijn stem. En wat de acht maten in het midden betreft," voegt hij er aan toe, die zijn  er niet. Het nummer wisselt gewoon strofen af met een refrein."

  

In de studio

 

The Beatles namen 'In My Life' op 18 oktober 1965 op, in de Abbey Road studio in London. Ze hadden slechts drie pogingen nodig. Daarbij lieten ze een gat tussen twee strofen met de bedoeling dat later op te vullen.

 

Producer George Martin: “Het gebeurde wel meer dat we zo’n gat lieten, voor de solo. Soms vulde George het op, met een gitaarsolo en anders zochten we naar een ander geluid.“ Lennon vroeg producer George Martin om een pianosolo te schrijven: "speel het zoals Bach". 

 

Martin probeerde op 22 oktober het middenstuk eerst in te vullen met een solo op Hammond orgel. Hij doet dit voor the Beatles aankomen, zodat hij het geheel kan laten horen.

 

Hij is echter zelf niet tevreden over het resultaat en begint opnieuw, nu op piano. Hierbij laat hij de band op halve snelheid lopen, zodat bij het afspelen de snelheid wordt verdubbeld en er een clavecimbelachtige klank ontstaat.

  

Achteraf

 

Het zegt veel over de kwaliteiten van The Beatles dat ze prachtige nummers als dit niet nodig hadden om hun singles mee te vullen. Er sprong er zelfs in eerste instantie niet bovenuit op de Rubber Soul LP.

Maar toen het Britse muziektijdschrift Mojo enkele jaren geleden aan 's werelds grootste songschrijvers vroeg wat zij het beste nummer aller tijden vonden kwam 'In My Life' te voorschijn als absolute nummer 1.

  

In My Life

John lennon - Paul McCartney

 

There are places I'll remember

All my life, though some have changed

Some forever, not for better

Some have gone and some remain

All this places have their moments

With lovers and friends I still can recall

Some are dead and some are living

In my life, I've loved them all

 

But of all these friends and lovers

There is no one compares with you

And these memories lose their meaning

When I think of love as something new

Though I know I'll never lose affection

For people and things that went before

I know I'll often stop and think about them

In my life, I love you more

 

Though I know I'll never lose affection

For people and things that went before

I know I'll often stop and think about them

In my life, I love you more

In my life-- I love you more

Achteraf

   

The Beatles hebben het nummer één enkele keer live willen brengen. Dat was tijdens hun allerlaatste optreden, in het Candlestick Park in San Francisco, op 29 augustus 1966. Na ‘Long Tall Sally’, het gewone afsluitnummer, zetten ze ‘In My Life’ in. Maar ze merken als snel dat zelfs zij zoiets niet kunnen spelen zonder repeteren en ze houden dan ook al na enkele maten voor bekeken.

 

Moest het gelukt zijn dan zou er toch geen opname van bestaan. Hoewel niemand wist dat hun laatste openbare optreden zou zijn, voelden ze het zelf wel aan dat het wel eens gedaan zou kunnen zijn. Daarom gaf Paul vooraf de opdracht om een cassettebandje te laten meelopen. En de dertig minuten waren halverwege ‘Long Tall Sally’ vol.

 

Er bestaan wel illegale opnamen van de versie die George Harrison van ‘In My Life’ bracht tijdens zijn Noord Amerikaanse tournee van 2 november tot 20 december 1974. Dat was op het hoogtepunt van zijn religieuze periode. Hij vond het daarom nodig om de tekst wat aan te passen: “In my life, I love God more…”.

Hoewel het op American IV: The Man Comes Around net na 'My Personal Jesus' komt, verkiest John Cash de originele tekst van John Lennon. The Man in Black, gekomen aan het eind van zijn leven, voegt een maturiteit aan het nummer toe, die een zesentwintig jarige John er onmogelijk in kon stoppen.   

'In My Life' in The Antology van The Beatles

17-08-07

Bob Dylan: Highway 61 Revisited

decoration

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

Op 22 maart 1965 wordt Dylans vijfde LP uitgebracht: Bringing It All Back Home. Op die plaat staan aan een zijde akoestische nummers en aan de andere elektrische versterkte nummers.  Maar bij de concerttournee die hem langs een aantal concertzalen van Noord Amerika brengt is daar niets van te merken. Integendeel: het is een gezamenlijke tournee met Joan Baez. Twee zangers met een akoestische gitaar, zoals de folkbeweging hen graag ziet. De koning en de koning van de folk zijn nu even grote sterren, hoewel Dylans faam groeit en die van Baez stagneert.

Het hoogtepunt van de concertreeks is een optreden in het Civic Auditorium van Santa Monica, in Californië.

 

Na afloop trekken beide zich terug in Baez’s huis in Carmel. Daar schrijft Bob zijn enige nieuwe compositie, sinds januari: ‘Love Is Just A Four-Letter Word’. Hij zal het nummer nooit zelf opnemen maar geeft het aan Joan Baez. Het werd nooit zo uitgesproken, maar in feite is zowel het nummer als de akoestische tournee Dylans dank en afscheid aan de vrouw die hem geïntroduceerd heeft bij een groter publiek.

 

In Los Angeles hoort Dylan een acetate van de coverversie die de nieuwe groep The Byrds heeft opgenomen van ‘Mr. Tambourine Man’. Volgens de leider van de groep, Jim McGuinn, is Dylans reactie:  ‘Wow, man, daar kan je op dansen!”

Dylan gaat ook naar hun optreden kijken in de club Ciro’s. Enthousiast gaat hij zelfs in op hun uitnodiging om mee te spelen op hun versie van ‘All I Really Wanna Do’. Die cover hebben ze net opgenomen om als tweede single uit te brengen.

 

De debuutsingle van The Byrds wordt op 12 april 1965 uitgebracht. De combinatie van Dylans folktekst met de instrumentatie van de muziek van The Beatles zoals die wordt gebracht op ‘Mr. Tambourine Man’ slaat onmiddellijk aan en bereikt binnen een paar weken de top van de Amerikaanse hitparade. Er ontstaat een nieuwe rage: folk-rock, als antwoord op de Britse invasie.

 

Volgens Mary Martin, de secretaresse van Albert Grossman, reageerde Dylan  erg zenuwachtig op het succes van The Byrds. “Hij zat daar in het kantoor, met zijn hoofd te schudden en zich luid op afvragend, ‘Wat moet ik nu doen?’ Hij had drums, elektrische bas en elektrische gitaar gehoord op ‘Mr. Tambourine Man’ en voor een folkzanger was dat een schok. Hij dacht: ‘Verdorie, ik heb een groep nodig!’ Ik stelde voor: ‘Ga naar Toronto, kijken naar The Hawks’.”

Martin is zelf afkomstig uit Toronto en weet dat de groep graag maar al te graag zou willen komen werken in Amerika.

 

De single van The Byrds bereidt de weg voor Dylans rauwe Chuck Berry achtige single. ‘Subterranean Homesick Blues’/’She Belongs To Me’ wordt op 23 april 1965 uitgebracht. In Amerika blijft de plaat acht weken in de hitlijsten, met een bescheiden 39ste plaats als hoogste notering.

In Engeland doet de single het wat beter, met een 9de plaats en negen weken in de top 50.

Die lente wil Columbia In Concert alsnog uitbrengen. Zoals de titel het aangeeft is liveplaat, maar niet van één enkel concert. Het is compilatie van veelal onuitgegeven akoestische nummers van Bob Dylan, opgenomen tijdens optredens in oktober 1963. De platenmaatschappij ziet de plaat als ideale opvolger van Bringing It All Back Home. Twee nummers worden vervangen door betere versies van het meer recente concert in de Royal Festival Hall in Londen op 17 mei '64. Twee andere nummers zijn studio outtakes, met toegevoegd applaus. 

Kant 1:
1.
Who Killed Davey Moore
2.
Gates of Eden
3.
Bob Dylan’s New Orleans Rag
4.
Seven Curses
5.
Walls of Red Wing

Kant 2: 
1.
If You Gotta Go, Go Now
2.
Mr Tambourine Man
3. Hero Blues
4. Percy’s Song
5. Eternal Circle

De plaat gaat de kast in wanneer Dylan aangeeft snel met een nieuwe studioplaat op de proppen willen komen. Drie van deze opnamen worden later alsnog uitgebracht: de studio opname ‘Walls of Red Wing’ op The Bootleg Series Vols. 1-3 en twee livenummers, op 31 oktober 1964 opgenomen in de Philharmonic Hall van New York op The Bootleg Series, Vol. 6: ‘Gates of Eden’ en’ If You Gotta Go, Go Now’. 

* * *

 

Einde april wordt de gezamelijke tournee verder gezet met acht akoestische concerten in Engeland. Tenminste dat is wat Joan Baez verwacht.

 

Dylan heeft het plan opgevat om alles te laten filmen om van het beeldmateriaal een concertfilm te laten maken. Sara Lowndes, een vriendin van de vrouw van zijn manager Grosmann, werkt bij het tijdschrift Time - Life werkt. Zij stelt voor om de regisseur D.A. Pennebaker te vragen. Ze heeft een kopie van diens kortfilm Daybreak Express en toont die aan Dylan.

Samen met zijn vriend Bobby Neuwirth gaat Dylan de regisseur uittesten tijdens een feestje in de Cedar Tavern. Zoals gebruikelijk bestoken ze de man met hun woordspelletjes. Dylan en Neuwirth hebben er een gewoonte van gemaakt iemands zwakke plek te zoeken en hem dan belachelijk te maken. Maar Pennebaker laat zich niet imponeren en wordt dan ook OK bevonden.

 

Enkele dagen voor het vertrek wordt een vervroegd verjaardagsfeestje gehouden voor Joan Baez in huis van Grossman in Bearsville, NY. Joans zus, Mimi komt met haar man, de schrijver en folkzanger Richard Fariña en een vriend Alfredo Dopico. Dylan brengt Victor Maimudes mee.

Opnieuw beginnen Dylan en zijn kompaan met hun getreiter. Eerst pakken ze Alfredo aan en daarna Joan. Bob vertelt haar vlakaf dat ze lelijk is. Joan barst in tranen uit en loopt buiten. Richard gaat haar achterna, om haar te troosten, terwijl Mimi Bob, die staat te lachen, bij zijn haren pakt. Ze sleurt hem achterover, over de leuning van de stoel en roept "Doe dat nooit meer! Zo behandel je Joanie nooit meer, hoor je mij?" Bob dreigt te stikken en krijgt ook tranen in zijn ogen. Tenslotte laat ze hem los en gaat naar haar zus. Einde incident.   

* * *

Op 26 april arriveert Dylan met zijn gevolg in Londen. Ondanks het gebeurde is Joan er toch bij. Zij verwacht dat Dylan haar bij het Britse publiek zal introduceren, zoals zij met hem heeft gedaan in Amerika.

Het hele gezelschap zal twee weken verblijven in het Savoy Hotel. Er wordt dag en nacht gefilmd door D.A. Pennebaker, voor de documentaire Don't Look Back.

 

Dylan is zo populair in Engeland dat drie van zijn langspeelplaten in de top 10 staan, met Bringing It All Back Home op 1. Het is trouwnes voor het eerst sinds maart ’63 dat er iemand anders dan The Beatles of The Stones op één staat in de Britse hitlijsten!

 

Het begint natuurlijk allemaal met een persconferentie op de luchthaven. Op de vraag naar wat zijn boodschap is, antwoordt hij: “Hou het hoofd koel en heb altijd en lamp bij.”

 

De eerste dagen worden gereserveerd voor het geven van interviews aan de Britse pers. In zijn suite in het Savoy Hotel paseren vooraanstaande namen van de muziekpers als Ray Conolly en Maureen Cleave, maar ook een groot aantal gelegenheidsperslui van scholen en universiteiten… De betere krijgen goede antwoorden, maar diegenen die hem niet aanstaan, worden genadeloos afgeslacht en belachelijk gemaakt.

 

Naast al die journalisten passeert er ook nog een nooit aflatende stroom van hipsters, popsterren, blondjes en beatniks door de kamers.

De mooie, jonge zangeres Marianne Faithfull kampeert er onafgebroken. “We zaten allemaal op de vloer van Bobs kamer: pratend, drinkend, gitaar spelend… en Bob maar doen of dat allemaal niet gebeurd. Hij wandelt de kamer in en uit, gaat zitten en typt, praat aan de telefoon, beantwoordt ongelofelijk stomme vragen, maar allemaal alleen maar als dat is waarop hij zich even wil concentreren. Voor de rest konden we evengoed onzichtbaar zijn.

Ze waren allemaal zo hip. Zo onbeschrijfelijk hip. En allemaal zo verdomd high. Om de vijf minuten trok iemand zich terug op het toilet en sprak wartaal als hij er terug uitkwam. “

 

Bob is niet ongevoelig voor haar schoonheid. Hij schrijft een gedicht voor haar, maar Marianne is pas zwanger van haar man John Dunbar, en gaat niet in op zijn advances. Teleurgesteld verscheurt hij het gedicht.

 

De Britse tour gaat van start op 30 april in The Oval City Hall, in Sheffield. Baez staat achter de scène te wachten tot hij haar zal uitnodigen op het podium, maar Dylan negeert haar volkomen.

Na de Odeon Cinema in Liverpool en de Montford Hall in Leicester wordt er op 3 mei terug gekeerd naar het Savoy Hotel in Londen. De Duitse actrice Christa Päffgen, beter gekend als Nico woont er ook. Zij is de vriendin van Brian Jones en Andrew Oldham, de manager van the Rolling Stones heeft haar een platencontract aangeboden. Als debuutsingle wil ze een nummer opnemen dat Dylan eerder al voor haar heeft geschreven: 'I'll Keep It With Mine'.Maar daarvoor heeft ze zijn medewerking nodig. Ze gaat hem opzoeken op een feestje na afloop van het concert. "Hij zag er verschrikkelijk uit. Bob zat onder de drugs en hij was slecht gezind en arrogant - zoals altijd. Ik had hem nog niet zo dun en bleek gezien. Hij zag er uit als een lucifer. Hij vroeg mij uit over de Stones en hun kleren. 'Wat dragen ze nu? Welke hemden? Welke laarzen?' Hij droeg een leren jas, maar niet zo'n motorjack. Gewoon iets ordinairs. Hij zag er uit als een klusjesman en hij wou een Rolling Stone zijn. Raar, want er waren jongens die er als hem wilden uitzien! Hij wou te zeer in de mode zijn, maar het duurde lang eer hij er in mee was. Hij was altijd paranoïde over die dingen en over de mensen rondom hem. Als er een fotograaf in de buurt was - "zou ik er goed uitzien?"  Nico verteld hem van haar platencontract. "Hij was niet erg flatterend. Hij houdt er niet van als vrouwen zingen. Joan Baez had hem gevolgd op deze tournee, maar hij wou haar niet laten zingen. Hij was jaloers omdat ze beroemder was in Amerika. Ze had meer succes met haar singles dan hij."  Zij herinnert hem aan 'haar' nummer en hij antwoordt: "Ik ga nu naar de kust, voor een pauze. Binnen een week ben ik terug om wat opnamen te maken met wat Britse jongens. Zullen we het dan proberen?"  Op 5 mei treedt hij op in de Town Hall in Birmingham, de volgende dag in de City Hall van Newcastle, en de dag daarna in de Free Trade Hall in Manchester.Dat concert wordt opgenomen en kan worden beluisterd op de uitstekende bootleg Now Ain’t The Time For Your Tears. 

 

decoration

 

   

 

 

 

 

De setlist:  
  •  The Times They Are A-Changin'
  • To Ramona
  •  Gates Of Eden
  • If You Gotta Go, Go Now 
  •  It's Alright, Ma (I'm Only Bleeding)
  •  Love Minus Zero/No Limit
  •  Mr. Tambourine Man     
  • Talking World War III Blues   
  • Don't Think Twice, It's All Right 
  • With God On Our Side           
  •  She Belongs To Me 
  •  It Ain't Me, Babe            
  • The Lonesome Death Of Hattie Carroll   
  • All I Really Want To Do       
  • It's All Over Now, Baby Blue 

Wanneer ze terug zijn in het Savoy komt Donovan op bezoek. De jonge Schotse folkzanger heeft in maart met ‘Catch The Wind’ zijn eerste succes behaald. Hij is net als Dylan een grote fan van Woody Guthrie en brengt dan ook eenzelfde soort muziek. Daardom wordt hij door de Britse pers beschuldigd van na-aperij.

 

Wanneer hij de kamer binnen stapt zijn Joan Baez en Allen Ginsberg er ook. En alles wordt natuurlijk gefilmd. Op het eerste zicht lijkt het in Don’t Look Back alsof Dylan hem niet mag. Maar Dylan vertelde later ovder de ontmoeting: "Hij speelde een paar nummers voor me ... Ik vind hem wel goed. Hij is een sympathieke kerel."

Ook Donovan meent: “Joan Baez stelde me voor aan Bob. Je moet eens goed kijken naar de beruchte scène in Don't Look Back.waar we allebei onze nummers spelen. Er zit een zatlap in de kamer die Bob er van beschuldigde de melodie van ‘With God On Our Side’ te hebben gepikt van Dominic Behan. Bob draait zich dan naar mij en ik zing ‘To Sing For You’. Als je oplet zie je dat hij niet eens aan zijn sigaret trekt… Hij luistert! Dan vraag ik hem iets te zingen en hij doet ‘Its All Over Now Baby Blue’. Veel mensen hebben niet gemerkt dat Bob heel goed naar mijn nummer luistert, waarmee hij aangeeft dat hij het goed vindt. Zonder er iets van te zeggen. Hij was een beetje nieuwsgierig en verbaasd dat er een ander Guthrie volgeling was, hier in Europa. Maar we vormden geen bedreiging voor elkaar. Als ze zeiden dat ik de Britse Bob Dylan was, zei ik lachend, Neen, ik bende  Schotse Woody Guthrie!”

“Nee, hij was vriendelijk en moedigde me aan. Hij zei in de film: 'Hij speelt niet zoals ik. Hij speelt als Jack Elliot.' En iedereen zei, ‘Wie is Jack Elliot?' Natuurlijk weet Bob wie Jack is. Hij was de eerste volgeling van Woody Guthrie. En toen kwam Bob. We houden allemaal van Woody."

 

Dylan heeft een ideetjes voor de film: hij wil een parodie maken op playbackende zangers. In plaats van te doen alsof hij meezingt laat hij kaarten zien met daarop de woorden van het nummer.

Donovan: ”Ginsberg had iets bedacht, hij zei: 'Laten we de teksten op kaarten schrijven en dan kan jij dat zingen, Bob en dan trek je iedere keer een kaart met de tekst op.' Allan begon dadelijk de teksten op te schrijven op kaarten op het tapijt... en ik hielp hem daarbij, " vertelt Donovan. "Ik heb nog calligrafie geleerd op school en toen Bob zag wat ik deed zei hij, 'Hey Donovan, wil jij dat samen doen met Allan?' En zo hebben we samen al die kaarten geschreven."

 

De opname vindt plaats in een zijstraatje aan het Savoy Hotel. De dichter Allen Ginsberg en Bobs vriend Bob Neuwirth staan als “acteurs” op de achtergrond. De kaarten met de tekst van ‘Subterranean Homesick Blues’ zijn geschilderd door Alan Price (zanger van The Animals), Donovan en Joan Baez.

De scène wordt het beginstuk van Don't Look Back.

 decoration

De volgende avond vindt het eerste van twee optredens plaats in de Royal Festival Hall, in Londen. John Lennon en zijn vrouw Cynthia, Paul McCartney met zijn vriendin Jane, George Harrison en Ringo Starr zijn er bij. The Beatles zijn grote fans van Dylan en volgen hem al van in het begin.

Na afloop gaan The Rolling Stones en The Beatles Dylan bezoeken in zijn suite.

“Dylan beroemder en beroemder zien worden, waar je bijstaat, is ongelofelijk,” vertelt Pennebaker. “Niemand kan zich zoiets inbeelden. Als een normaal mens heb je geen idee wat een stress dat met zich meebrengt, wat de schaduwkant is… Wanneer de enige andere mensen in de wereld die even beroemd zijn als jij The Beatles zijn, dan zijn dat je vrienden.”

Maar zelfs die zijn behoorlijk zenuwachtig. Ook Dylan weet zich geen houding te geven. Er wordt geen woord gezegd tot Allen Ginsberg binnenkomt en op de leuning van Dylan's stoel gaat zitten.

Lennon: "Waarom schuif je niet wat dichter bij hem, liefje?"

De homoseksuele Ginsberg heeft Lennon’s opmerking duidelijk begrepen. Glimlachend glijdt van de leuning... op Lennon's schoot.

Ginsberg: "Heb je ooit iets gelezen van William Blake, jongeman?" 

Lennon: "Nooit van de brave man gehoord."

Cynthia: "Oh John, lieg toch zo niet."

Het ijs is gebroken.

Lennon, achteloos tegen Dylan: "Goeie show, man."

Dylan: "Ze wisten niet hoe ze het hadden met "It's allright, ma"."

Lennon: "Misschien begrepen ze het niet. Dat heb je als je voorloopt op je tijd. "

Dylan: "Misschien, maar ik loop maar 20 minuten voor."

Even later komt nog een bezoeker: Donovan. Dylan stelt hem voor aan The Beatles!

Wanneer Paul later op de avond een actate oplegt met elektronische muziek die hij heeft gemaakt, loopt Dylan gewoon de kamer uit.

Maar The Rolling Stones worden door Dylan helemaal genegeerd.

De volgende namiddag, na weer een pijnlijke aanvaring met Bob, barst Joan in tranen uit.  “Op een nacht ging ik uithuilen in Neuwirths kamer. Hij legde zijn arm om me heen en veegde de tranen van mijn wangen. Hij smeekt me, mijn boeltje te pakken en de tour te verlaten. ‘Maar Bob heeft me meegevraagd. Hij heeft me gevraagd,’ protesteerde ik. ‘Dat weet ik. Maar hij weet niet meer wat er gebeurd, zie je dat niet? Hij draait in het rond en hij wil het allemaal alleen doen.’”  Ze pakt haar valies en vertrekt naar haar ouders in Parijs.  Bob wil ondertussen nieuwe wegen inslaan. Tijdens een geheime sessie in Levy's Recording Studio in Londen, op 12 mei probeert hij ‘If You Gotta Go, Go Now’ op te nemen. Voor de sessie heeft hij de hulp ingeroepen van Engelse muzikanten: John Mayall’s Bluesbreakers, met stergitarist Eric Clapton.

Ondanks de aanwezigheid van zijn producer Tom Wilson die speciaal is overgevlogen brengt de vijf uur durende sessie niets op. Er wordt veel Beaujolais gedronken, maar de voornaamste reden wordt aangegeven door de drummer Hughie Flint: “Je hebt nog niet veel met een band gewerkt, hé?’

 

Hoewel het een succesnummer is tijdens zijn optredens zal Dylan het nummer nooit opnieuw opnemen. De Britse band Manfred Mann brengt het nummer in september 1965 als hun eerste single uit en bereikt er de tweede plaats mee in de Engelse hitparade. Dylans eigen versie wordt, enkel in de Benelux, als single uitgebracht in juni 1967: If You Gotta Go, Go Now / To Ramona.

 Ondertussen blijft Nico in de gang uren wachten op de haar beloofde sessie. "Ik zat daar bij de vriendinnen van die mannen. Weet je, in Engeland noemen ze meisjes "chicks"? We zaten daar ook echt als kippen te wachten op onze haan. Ik voelde me daar te oud voor. Neen, niet te oud, te ervaren. Maar zo waren we toen. We wachten op de mannen. Ik hou er niet van op een man te moeten wachten. Ik wil dat mensen op mij moeten wachten - dat maakt het evenwichtiger." Maar tegen de avond was Dylan dronken. Hij zette zich aan de piano en Nico kon 'I'll Keep It With Mine' zingen - één repetitie, één opname. Die werd op acetate geperst.” Daarna vertrekken Bob Dylan en Grossman voor een paar dagen naar Parijs. Daar komen Sara Lowndes en haar vriendin hun mannen opzoeken. Grossman stelt voor er ergens naar toe te gaan waar ze fatsoenlijk kunnen eten. Joan Baez: “Als je bij Albert Grossman bent, moet je eten.”De keuze valt op Portugal.
Maar het eten bevalt Dylan niet goed. Doodziek moet hij worden opgenomen in een Londens ziekenhuis.

Terwijl hij daar in bed ligt denkt Dylan na over zijn carrière. Hij heeft er genoeg van en denkt aan stoppen. “Ik deed het prima, zingen en mijn gitaar spelen. Het ging vanzelf… Ik was het beu aan het worden... Ik wist van te voren hoe het publiek zou reageren. Het was een automatisme.”

Later blikt hij terug: “In de lente wou ik er mee op houden. Ik zat er door. Ik speelde een pak nummers die ik niet wilde spelen. Ik zong woorden die ik niet echt wou zingen… Het is vervelend als mensen je vertellen hoe goed ze je vinden, als je er zelfs niets aan vindt.”

Wanneer Joan Baez hoort dat hij in een ziekenhuis ligt reist ze terug naar Londen om hem te gaan bezoeken. Maar als ze aan de deur van zijn kamer klopt, komt een vreemde vrouw opendoen: Sara Lowndes. “Niemand had mij ooit over haar vertelt,” zegt Joan. “Ik stond daar maar. Ik weet niet of Bobby tonsilitis had of syfilis of alleen maar maagpijn of zo. Zij nam het pakje uit mijn handen, glimlachte en deed de deur terug dicht.” Op 1 juni is Dylan voldoende hersteld voor de opname van twee TV-programma’s voor de BBC.De opnamen vinden plaats in de BBC Studios in Londen. 

Eerste show – uitgezonden op 26 juni 1965

  • Ballad Of Hollis Brown
  • Mr Tambourine Man
  • Gates Of Eden
  • If You Gotta Go, Go Now
  • Lonesome Death Of Hattie Carroll
  • It Ain't Me Babe  

Tweede show – uitgezonden op 19 juni 1965

  •  Love Minus Zero/No Limit
  • One Too Many Mornings
  • Boots Of Spanish Leather
  • It's Alright Ma (I'm Only Bleeding)
  • She Belongs To Me
  • It's All Over Now, Baby Blue 

Beide shows zijn in hun geheel, en in uitstekende kwaliteit terug te vinden op de bootleg At The Beeb.

 
decoration
  

De volgende dag keren Bob Dylan en Sara Lowndes terug naar New York.

Van daar reizen ze door naar Woodstock.

 

Daar schaaft Dylan, in Cafe Espresso, drie dagen lang aan de tekst van 'Like A Rolling Stone'.

“Ik schreef dit nummer, dit verhaal, dit lang stuk woordenbrei van twintig bladzijden en daaruit haalde ik ‘Like A Rolling Stone’… Daarna had ik geen interesse meer in het schrijven van een boek of een toneelstuk.”

Het was "slechts ritme op papier over mijn pure haat, eerlijk op iets gericht."

"De eerste twee regels, met 'kiddin' you' rijmend op 'didn't you,' vond ik fantastisch en daarna kwamen de jongleurs en het paard van chroom en de prinses… het werd me bijna teveel." * * * 

Op 15  juni probeert Dylan in de vertrouwde Studio A van de Columbia Recording Studios in New York

met een groep studiomuzikanten en zijn producer Tom Wilson riffs uit, in de hoop enkele nieuwe nummers te kunnen schrijven. Wilson heeft gitaristen Al Kooper en Al Gorgoni uitgekozen, pianist Frank Owens, drummer Bobby Gregg en bassist Russ Savakus.

 

Daarnaast heeft Dylan Mike Bloomfield, de gitarist van de Paul Butterfield Blues Band uitgenodigd. “Ik had zelfs geen gitaarkist bij,” vertelt Bloomfield. “Alleen mijn Telecaster. Bob pikte me op aan de bushalte en nam me mee naar het huis waar hij woonde… Sara was daar… en ze maakte zo’n raar eten klaar: tonijnsalade met pinda’s.

Hij leerde me die nummers, ‘Like A Rolling Stone’ en al die nummers van die plaat. En hij zei, ‘Ik wil niet dat je van dat B.B. King spul speelt, geen verdomde blues. Ik wil iets anders horen.’

Dus dolden we wat en eindelijk speelde ik iets dat hij goed vond. Het was vreemd: hij speelde in zo’n vreemde toonaarden – wat hij dikwijls doet – alleen maar op de zwarte toetsen van de piano.”

 

‘Phantom Engineer’ is een snelle blues, die later zal evalueren tot ‘It Takes A Lot To Laugh, It Takes A Train To Cry’. ‘Sitting On A Barded Wire Fence’ is iets ambitieuzer, al geeft Dylan in de tekst zelf toe: “Dit is slechts een riff”.

Er komt niets bruikbaars uit voort uit deze namiddagsessie. Volgens Michael Bloomfield was dat de schuld van de producer: “Ze hadden een geweldige bassist. Echt een schitterende kerel, hoewel hij voor het eerst elektrische bas speelde. Daar zat hij behoorlijk mee in. En de studio drummer was zowat de allerbeste. Maar niemand begreep er iets van. De producer was een niet-producer… Het was een zwarte, Tom Wilson. Hij had geen idee wat er gebeurde. We speelden elk nummer zo’n twintig keer en dat werd belachelijk op den duur, want het waren echt lange nummers… Het was nooit zo van ‘Hier is een nummer, we gaan het leren, het arrangement uitwerken…’ zo ging het gewoon niet. Alles moest gewoon zomaar, toevallig in de plooi vallen… Het was gewoon een jamsessie. Dat was het.”

Tenslotte wordt 'Like A Rolling Stone' uitgeprobeerd… in een walsritme. Die versie is te horen op The Bootleg Series, 1961-1991. Daarop staan ook ‘Phantom Engineer en ‘Sitting On A Barbed Wire Fence’. Een andere take van ‘Phantom Engineer’ is te beluisteren op No Direction Home.

Tijdens de sessie van de volgende avond besluit Dylan zich te concentreren op één nummer: ‘Like A Rolling Stone’.

"Er stond geen noot op papier," vertelt Al Kooper, "we speelden op het gehoor. Pure chaos." Kooper, die door Wilson ingehuurd was als leadgitarist, moet in Bloomfield zijn meerdere erkennen en schakelt dan maar over op orgel.

Hoewel er vijftien takes worden geprobeerd, zijn slechts vier daarvan compleet. De tweede volledige, take vier, blijkt meteen ook de definitieve versie te zijn. 

Het is Dylans laatste opname met Tom Wilson als producer.

 

Nu het nummer op band staat, trekken Bob en Sara zich opnieuw terug in Woodstock.

Folk muzikant John Herald herinnert zich dat Dylan erg enthousiast was over zijn nieuwste nummer. "Hij had een actetate gekregen van 'Like a Rolling Stone' en hij was zo opgewonden dat iedereen het moest horen. Iedere keer als hij iemand voor bij zag komen, in de Espresso, dan liep hij naar buiten en riep, 'Ik heb een nieuw nummer, dat moet je horen!' En dan nam hij hun mee binnen en draaide het voor hen."

 

Maar ondertussen vindt de marketing afdeling van Columbia dat het nummer niet kan worden uitgebracht als single: ze vinden het te lang - één seconde minder dan zes minuten! Daarom stellen ze voor het nummer in twee te knippen: drie minuten op de a-kant en drie minuten op de b-kant. Dylan weigert en de single wordt "voor onbepaalde tijd" uitgesteld.

 

Bij Columbia Records hebben ze trouwens wat anders om hun hoofd: de firma moet verhuizen naar het gebouw van het moederbedrijf CBS. 

Shaun Considine, die werkt bij de A&R afdeling vindt bij het opruimen de acetate van 'Like a Rolling Stone'. Hij neemt hem mee en laat hem draaien door een DJ in een club aan East 54th Street. Er wordt enthousiast op gereageerd en de volgende dag bellen verschillende mensen naar Columbia Records om naar het plaatje te vragen. Er wordt dan snel beslist om de single alsnog uit te brengen. Op 15 juli worden rode promo plaatjes naar DJ's verstuurd met het in twee geknipte nummer. Maar sommige DJ's nemen de beide zijden op en draaien het nummer zo toch helemaal.

 

Op 20 juli 1965 – een maand na de opname - wordt ‘Like A Rolling Stone’/’Gates Of Eden’ uitgebracht met de volledige versie op de a-kant. De b-kant komt nog uit de vorige plaat, omdat er niks anders goed genoeg was om te worden uitgebracht.

De single slaat in als een bom. Het is nooit vertoond: zes minuten lang – een heel nieuw geluid: het is geen folk en het is geen rock. En dan die tekst: alle rusteloosheid en verveling die Dylan die lente voelde zit in het nummer verwerkt. Het wordt zijn eerste echte hit, met een tweede plaats in de Amerikaanse hitlijsten, waar het twaalf weken wordt genoteerd. In Engeland strandt het nummer net buiten de top drie, maar blijft ook twaalf weken in de Top 50.

 

Vijf dagen later vindt in Newport het jaarlijkse Folkfestival plaats. In het programmaboekje staat een nieuw prozastukje van Dylan onder de title “Off The Top Of My Head”.

Baez is nog niet bekomen van Dylans houding tijdens zijn Britse tournee en treedt niet op met Dylan, maar met Donovan.

Dylan slaagt er opnieuw in te chokeren. Hij treedt er voor het eerst op met een elektrisch versterkte band: de Paul Butterfield Blues Band. Grossman heeft Al Kooper speciaal laten overvliegen uit New York.

Ze openen met een heftig 'Maggie's Farm'. Maar ze hebben nauwelijks tien minuten gerepeteerd en de bluesspelers zijn niet bekend met de rare structuren die Dylan in zijn muziek gebruikt. Het klinkt dus allemaal erg kakofonisch. Een gedeelte van het publiek begint te jouwen en te roepen.

Ook backstage zijn de meningen verdeeld. Puristen als Alan Lomax en Pete Seegers reageren heftig. Er zijn zelfs verhalen dat Seegers de elektriciteitskabels wil door gaan hakken, met een bijl – niet erg verstandig, lijkt mij.

Na 'Like A Rolling Stone' en 'It Takes A Lot To Laugh, It Takes A Train To Cry' is Dylans tijd om.

Maar het publiek blijft luid roepen en schreeuwen. Een ooggetuige, Bruce Jackson, één van de organisatoren van het festival, beweert dat het gejoel uitsluitend te maken had met de duur van de set. Dylan mocht net als alle anderen slecht drie nummers spelen. Trouwens, de fans moesten toch onderhand de elektrische nummers op Bringing It All Back Home kennen! 

Backstage geeft Johnny Cash zijn akoestische Gibson jumbo aan Dylan en zegt hem terug te gaan. Dylan geeft dan met 'It's All Over Now, Baby Blue' commentaar op de gebeurtenissen en sluit, op verzoek, af met 'Mr. Tambourine Man'.

 

Liam Clancy was aan het filmen. "Dylan kwam op en het was duidelijk dat hij stoned was: hij stond te huppelen op de scène. Gelijk Chaplin, zoiets. Hij begon aan Tambourine Man en ik stond daar met tranen in mijn ogen,  omdat... Ik zag een vlinder uit de rups tevoorschijn komen. Ik begreep ook, voor het eerst, hoe belangrijk het was waar die man voor stond. Toen hij zong: "My ancient, empty street's too dead for dreaming," wist ik dat hij Sullivan Street bedoelde, op een zondag. Het was niet zomaar een straat, het was onze straat. Ik zag plots in dat die kleine, die ons zo vaak geambeteerd had, een belangrijk artiest was geworden."

 

* * *

Nog voor het einde van de maand begint Bob Dylan aan de opnamen van zijn volgende lp: Highway 61 Revisited. Mike Bloomfield heeft opnieuw de leiding over de muzikanten - dezelfden die ook al meewerkten aan ‘Like A Rolling Stone’. Alleen de bassist is nieuw: Joseph Machao Jr.  Maar er zijn nog twee nieuwe gezichten: de producer en de technicus. Producer is de 33-jarige Bob Johnston. Die verklaarde later: “Wat ik gehoord heb van de mensen bij CBS was dat Grossman en Dylan van Tom Wilson af wilden. Ik heb geen idee of Dylan hem mocht of hem niet kon uitstaan. Ze vertelden me dat ze iemand anders nodig hadden. Toen ik dat hoorde ben ik naar John Hammond gegaan en heb hem gevraagd me te helpen, want ik wou absoluut met Dylan werken. Iemand vroeg ooit aan Dylan hoe wij mekaar hadden leren kennen en hij zei: ‘Geen idee, Wilson was er de ene avond en volgende nacht was Johnston daar.’Ik mocht het doen omdat ik al een tijdje bezig was met producen en opnemen en vele andere kwamen pas kijken. Toen ik de studio binnenstapte was de job van mij.” Technicus is de jonge Roy Hallee, die later zowat exclusief voor Paul Simon zou gaan werken. “Mijn eerste opnamesessie was voor Bob Dylans Highway 61 Revisited! En ik had geen idee wat ik moest doen! Het is dansen op het slappe koord met die kerel. Tegen die tijd wist ik al genoeg over opnamen om te weten dat de zanger niet vlak bij de drummer kan gaan staan. En dat is nu net wat hij wil! Ik bedoel, er is een enorm probleem met lekkage. Maar hij staat er op. En wat doe je dan? Wanneer je nieuw bent in de studio doe je wat ze van je verlangen, want je bent nog veel te onzeker! En op de één of andere manier kom je er toch.” Deze keer worden op één na alle nummers elektrisch opgenomen. De eerste sessie, van 10 tot 13 uur ‘s ochtends is bijna helemaal gewijd aan ‘Tombstone Blues’. Later wordt één van de takes overdubd met backing vocals van de Chamber Brothers. Deze versie blijft op de plank tot de soundtrack van No Direction Home.  ’s Namiddags wordt er verder gewerkt van half 3 tot half 6. Eerst wordt ‘Phantom Engineer’ verbeterd en daarna wordt ‘Black Dalli Rue’ opgenomen voor de nieuwe single. Beide nummers krijgen uiteindelijk andere titels. Het eerste wordt ‘It Takes A Lot To Laugh, It Takes A Train To Cry’ en het tweede ‘Positively 4th Street’. 

De volgende dag, 30 juli vinden er nog twee sessies plaats voor Highway 61 Revisited.

In de namiddag wordt gewerkt van 14:30 tot 17:30. ‘Lunatic Princess Revisited’ is de werktitel voor ‘From A Buick 6’. Dat nummer staat er in vier takes op. Daarna wordt ‘Can You Please Crawl Out Your Window’ een eerste keer geprobeerd.

 

De avondsessie vindt plaats van 19 tot 22 uur met een andere bassist (Harvey Brooks) en pianist (Paul Griffin). Er wordt lange tijd verder gewerkt aan ‘Can You Please Crawl Out My Window’. Maar liefst twintig pogingen worden uitgeprobeerd onder de werktitel ‘Look At Barry Run’.

“Wanneer Bob de studio binnenwandelt….  wordt het stil,” vertelt de nieuwe bassist. “Iedereen luistert naar hem, naar wat hij zegt en wat hij wil doen. Hij beheerst de hele sessie. Bob Johnston was er alleen maar om de boel draaiende te houden. Hij zou moeten zeggen of iemands instrument goed gestemd is of niet, maar dat is belachelijk, want probeer maar eens iets in de juiste toon te houden… Ik stond versteld dat Bob tegelijk een nummer kon schrijven en het opnemen. Hij schreef gewoon het volgende nummer, veranderde de tekst… voortdurend… ik had echt geen idee wat er aan het gebeuren was.”

Tenslotte staat de elektrische versie van ‘Desolation Row’ er in één take op. Jammer genoeg is Dylans gitaar niet gestemd en zijn de opnamen zo goed als onbruikbaar.

 

De volgende dag keert Dylan, in de late namiddag, alleen met de bus terug naar Woodstock om er verder te kunnen werken aan zijn nummers.

Op 2 augustus 1965 zijn er twee avondsessies. Op aanraden van de producer is studiogitarist Charlie McCoy overgevlogen uit Nashville om te komen helpen.

De eerste sessie loopt van 20 tot 23 uur en de tweede begint om middernacht en stopt om 3 uur in de ochtend. Dylan wil blijkbaar de plaat afmaken.

Highway 61 Revisited’, ‘Just Like Tom Thumb’s Blues’, ‘Queen Jane Approximately’ en ‘Ballad Of A Thin Man’ staan er allemaal op.

 

Aan het eind wordt van de tweede sessie wordt een acetate geperst. Wanneer ze terugluisteren naar de opname van ‘Ballad Of A Thin Man’ merkt Bobby Gregg op: “Dat is een smerig nummer!”

“We moesten er allemaal hard om lachen,’ vertelt Al Kooper, “Dylan was de kampioen van de smerige nummers, toen.”

 

De tracklist van de acetate:

Kant 1:
  1. Like A Rolling Stone                                                               
  2. Ballad Of A Thin Man                                                            
  3. Just Like Tom Thumb Blues                                                  
  4. Highway 61 Revisited                                                             
  5. Positively 4th Street                                                                  
  6. It Takes A Lot To Laugh
Kant 2:
  1. Can You Please Crawl Out Your Window
  2. Tombstone Blues
  3. Desolation Row
  4. Queen Jane Approximately
  5. From A Buick 6
 

4 Augustus wordt nog een laatste sessie besteedt aan een nieuwe, akoestische versie van ‘Desolation Row’. Blijkbaar was Dylan niet tevreden met de elektrische versie. Hij krijgt ondersteuning van Charlie McCoy op gitaar en Harvey Brooks op bas.

* * *

 

Die zomer barst de folk-rock helemaal los. Sony & Cher breken door met hun cover van ‘All I Really Want to Do’, helemaal gebaseerd op het geluid van The Byrds. Ze bereiken een 15de plaats in de US en een 9de in de UK. De single van The Byrds zelf komt daardoor niet verder dan de veertigste plaats.

En de surfband The Crossfires wordt omgedoopt in The Turtles. Met een prominente 12-snarige gitaar en tamboerijn wordt een versie opgenomen van 'It Ain't Me Babe'. Het wordt een Top 10 hit en een folk-rock klassieker. 

 

Waneer The Turtles optreden in de Phone Booth in New York zit Bob Dylan op de eerste rij. Natuurlijk met zijn zonnebril op! Na afloop gaan ze hem opzoeken om het te vragen wat hij van hun optreden vond. Hij antwoord, doelend op hun hitversie van zijn 'It Ain't Me Babe': "Dat is een uitstekend laatste nummer. Je moet er een plaat van maken!"

Op 16 augustus brengt hij The Beatles, die weer aan hun jaarlijkse Amerikaanse zomertournee bezig zijn, een tegenbezoekje het Warwick hotel in New York. De journalist Al Aronowitz is er bij en natuurlijk ook Neuwirth. Bob heeft een acetate meegebracht van Highway 61 Revisited die hij hun wil laten horen. Enthousiast verteld Dylan hen ook dat hij onlangs met een elektrisch versterkte groep heeft opgetreden. Aronowitz vertelt dat ze hem er hebben uitgejouwd, maar Dylan ontkent dat.

The Beatles reageren koeltjes op de plaat: "Bwa, het is goed!"

Brian Epstein, de manager van The Beatles biedt de bezoekers wat te drinken aan, maar Dylan heeft meer zin in een jazzsigaretje. Tot zijn verwondering hebben The Beatles nog nooit marihuana gerookt. “En dat liedje van jullie dan?” vraagt Dylan verwonderd “I get high, I get high?”

De deuren worden gesloten, handdoeken voor de spleten gelegd en de gordijnen dicht getrokken. Neuwirth rolt een sigaretje. Ringo moet voorproeven. Maar in plaats van, zoals gebruikelijk is, het sigaretje door te geven houdt hij hem gewoon bij. Neuwirth rolt dan maar eentje voor iedereen.

Even later begint Epstein hysterisch te lachen en Paul McCartney meent dat hij het geheim van het leven heeft ontdekt.

The Beatles zullen nooit meer zijn zoals voorheen.

 

Twee weken later, op 30 augustus 1965 wordt Highway 61 Revisited, de eerste volledig elektrische plaat van Bob Dylan wordt uitgebracht en zeer goed ontvangen. Dylan zelf is er dan ook zeer tevreden over: “Ik zal nooit een betere plaat kunnen maken. Highway 61 is te goed. Er staan veel nummers op die ik zelf wil horen.”

 

De opvallende hoes is het werk van fotograaf Daniel Kramer. “We hadden die dag honderden foto’s getrokken en we keerden terug naar Bobs appartement.  Hij ging op de trap zitten (Bob had een nieuw hemd aan, dat hij wou dragen), Bobby Neuwirth stond achter hem om de lege ruimte op te vullen en ik gaf hem een camera om evenwicht te creëren. Dat was het. Van alle foto’s die die dag getrokken waren koos Dylan deze uit. Er was ook nog een alternatieve Highway 61 Revisited hoes, exact hetzelfde behalve dat Bob daarop een ander gezicht trekt.“

De plaat komt op 2 oktober '65 de Billboard-albumlijst binnen en is goed voor een derde plaats.

‘Positively 4th Street’/’From A Buick 6’ wordt op 7 september 1965 als stand-alone single uitgebracht. Het  bereikt de 7de  plaats en blijft zeven weken genoteerd. In Engeland blijft de single drie maanden in de Top 50, met als hoogste notering een 8ste plaats. In Los Angeles wordt, per ongeluk, een alternatieve, langzamere versie van ‘Can You Please Crawl Out Your Window?’ uitgebracht op een aantal singles.

De rest van de wereld moet wachten tot 27 december 1965, wanneer ‘Can You Please Crawl Out Your Window’/’Highway 61 Revisited’ op single wordt uitgebracht.

 

decoration