09-01-08

Wild Horses - 2

'Wild horses couldn't drag me away'

Toen Mick Jagger op 8 juli 1969 ontwaakte in een hotelkamer in Sydney, lag zijn vriendin, Marianne Faithfull nog vast te slapen. Ze waren pas de vorige dag in Australië gearriveerd, om er samen te gaan acteren in een film over een struikrover: Ned Kelly. Het duurde even voor Mick het flesje Tuinals opmerkte. Met een schok realiseerde hij zich dat het helemaal leeg was. Marianne had zo'n 150 pillen geslikt en was in coma geraakt.

Later zou ze uitleggen dat Brian Jones, die eerder die week was verdronken in zijn zwembad, haar had aangemoedigd om de pillen te nemen.

In haar autobiografie verklaarde ze: "Hij was opgestaan uit de doden, wist niet waar hij was en besloot mij te roepen." Ze hadden samen gewandeld door een landschap, verklaarde ze. Een landschap dat erg leek op de hel, zoals die is afgebeeld op een ets van Albrecht Dürer. Bij een klif aangekomen had Jones voorgesteld om samen te springen. Zij had geweigerd, maar hij deed het wel. Waarna ze zich plots in een luchthaven bevond.

Wanneer ze na zes dagen ontwaakte in het ziekenhuis, was het eerste wat ze zag het bezorgde gezicht van Mick. Ze stelde hem gerust met de woorden: "Wild horses couldn't drag me away."

Volgens de overlevering gebruikte Mick Jagger die zin als basis voor het meeslepende Stonesnummer 'Wild Horses'.

Later merkte Faithfull dan ook fijntjes op, "Mijn trauma's en mijn ongeluk werden door Jagger tot briljante nummers verwerkt." Zo hadden ze eerder ook al samen 'Sister Morphine' geschreven, over haar drugsverslaving, die was verergerd sinds ze in oktober van het vorige jaarbij een miskraam op zeven maanden hun dochtertje Corrine hadden verloren.

Toch wordt door Jagger zelf ontkend dat de overdosis van zijn vriendin iets met het lied heeft te maken. In het boekje bij de verzamelaar Jump Back: The Best of The Rolling Stones, uit 1993, schrijft hij bij 'Wild Horses': "Iedereen zegt altijd dat dit over Marianne ging, maar volgens mij is dat niet zo; we waren lang niet meer samen toen."

Dat ze uit elkaar waren toen het nummer werd geschreven is niet helemaal waar, want Mick en Marianne bleven nog bijna een jaar samen, na haar wanhoopsdaad. Het ging wel steeds slechter met haar, zodanig zelfs dat ze ooit tijdens een poepchic diner bij de Earl of Warwick, in slaap viel, met haar hoofd in de soep.


Keith's versie van de feiten

Medeauteur Keith Richards heeft een andere uitleg over het nummer. Zijn vrouw, Anita Pallenberg, was op 10 augustus 1969 bevallen van hun eerste kind: Marlon. Amper twee maanden later vertrokken The Rolling Stones voor een grote Amerikaanse tournee. Begrijpelijkerwijs liet de gitarist zijn vrouw en zoontje niet graag voor zo lange tijd achter.

Dat zou de ware kern van het nummer zijn. In 1993 verklaarde Keith: "Als er een standaardmanier is waarop Mick en ik samenwerken dat is het deze. Ik had de rif en de strofe, Mick kwam met de strofen. Net als bij 'Satisfaction'. 'Wild Horses' ging over de gewone klacht van niet te willen vertrekken, om te belanden op een miljoen mijl van waar je wilt zijn."

En in 1971: "Het had te maken met de geboorte van Marlon. Ik wist dat we naar Amerika moesten en ik terug aan het werk moest - van mijn luie kont. Ik wou niet weg. Het was een moeilijke tijd - het kind was pas twee maanden oud - en je gaat weg. Miljoenen mensen doen het, maar toch..."

Dit werd twee jaar later door Mick bevestigd: "De melodie was van hem. En hij schreef de regel over de wilde paarden, maar de rest komt van mij. Ik hou van dat nummer - pure pop. Neem dat cliché over die wilde paarden -afschuwelijk toch? - maar het werkt zonder dat het klinkt als een cliché!"

Niks met Marianne te maken, dus.

Of toch?
In een interview dat Keith gaf, in de periode dat het nummer werd opgenomen, legde Keith uit: "Ik schreef dat nummer omdat ik het thuis goed had bij mijn vrouwtje. Het was een soort liefdesliedje. Ik had die regel over de wilde paarden die me niet mee konden sleuren, en ik gaf het aan Mick. En Marianne was net weggelopen met een kerel en hij veranderde alles. Maar het is nog altijd prachtig."


De opname

De Amerikaanse tournee van The Rolling Stones is een groot succes. De nieuwe gitarist, Mick Taylor, blijkt een waardige vervanger voor Brian Jones. De band wil de tournee afsluiten met een verrassingsoptreden in San Francisco. Dat zal worden gefilmd door de gebroeders Aysles. Wanneer Mick - waarschijnlijk om veel volk te lokken - het optreden toch aankondigt tijdens een persconferentie, blijkt dat er geen vergunning is aangevraagd. Er moet een andere locatie worden gezocht. Uiteindelijk valt de keuze op een racecircuit in Altamont in Californië. Het festival zal doorgaan op 6 december.

Daardoor heeft de band enkele vrije dagen over. Om die tijd nuttig te gebruiken wordt besloten om wat nieuwe songs op te nemen. Ze zijn ook volop aan het onderhandelen met het Amerikaanse platenlabel Atlantic Records, dat hun platen zal verdelen in Amerika. Om de opnamen te maken hebben ze een onafhankelijke studio nodig, waar ze geen werkvergunning moeten voorleggen. Jerry Wexler stelt de Muscle Shoals Sound voor in Alabama.


Muscle Shoals Sound Studio

Die studio, in de buurt van Sheffield, in het diepe zuiden is onlangs geopend door vier muzikanten. Gitarist Jimmy Johnson, bassist David Hood, toetsenist Barry Beckett en drummer Roger Hawkins werkten als studiomuzikanten in de FAME (Florence Alabama Music Enterprises) Studios van Rick Hall. Ze waren er bekend als de Muscle Shoals Rhythm Section (of nog "the Swampers," zoals ze worden bezongen in 'Sweet Home Alabama' van Lynyrd Skynyrd).

Tussen 1961 en 1966 werden in FAME tientalle hits opgenomen door soulmuzikanten als Wilson Pickett, Percy Sledge, the Tams, Arthur Conley, Joe Tex, Jimmy Hughes en James & Bobby Purify. Maar het hek was helemaal van de dam toen producer Jerry Wexler langskwam en met Aretha Franklin grootse dingen deed voor het platenlabel Atlantic.

De uitbater van de studio, Rick Hall zag niet graag dat anderen het grote geld verdienen en wou een eigen label beginnen, te verdelen via Columbia. Hij bood de muzikanten een vast loon, in ruil voor exclusiviteit. Die konden echter elders meer verdienen en besloten voor zichzelf te beginnen.

Ze vonden een oude mandenfabriek die te koop stond. Die werd eerder al gebruikt om country en gospeldemo's op te nemen. Maar die opnameapparatuur was verouderd. Jerry Wexler van Atlantic - hij weer - wou hen wel $20 000 voorschieten in ruil voor een distributiedeal. Hun eerste klant was Cher die er haar LP 3614 Jackson Highway opneemt - genoemd naar het adres van de studio.

R.B. Greaves, die net 'Take a Letter Maria' had uitgebracht, was er overdag aan het opnemen, toen het telefoontje kwam om de studio tussen 2 en 4 december 's nachts vrij te houden voor de Britten.

Producer Jimmy Miller zou komen overvliegen, maar die daagde nooit op. Dus belande Jimmy Johnson achter de knoppen. Hij had al al eerder gedaan, voor hits als 'Sweet Soul Music' en 'When a Man Loves a Woman'.

"Ze hadden geen riffs of teksten klaar toenen ze aankwamen," beweert Johnson. "Ze hadden alleen wat titels van nummers, voor zover ik weet. En die kwamen van Jagger en Richards. De gitaarakkoorden werden daar ter plekke bedacht. Van zodra ze begonnen barste de hel los - drie uur lang - als vuurwerk. Zo na een uur of drie, vier kwam Keith gewoonlijk met een grootse rock gitaarriff, zoals 'Brown Sugar.' Als ik voelde dat het begon te klikken, zette ik de band aan.
Niemand zei me iets en ik vroeg ook niets. Iedereen die sessies speelt weet dat je maar één kans krijgt en dan is het voorbij. En als die kerels eens bezig waren, liep het als een trein. De boel stond te beven."

Volgens Barry Beckett was dat laatste zelfs letterlijk het geval. Hij zat op de trappen buiten en voelde het gebouw trillen.

The Rolling Stones namen drie nummers op: 'Brown Sugar', een cover van 'You Gotta Move' van 'Mississippi' Fred McDowell en tenslotte 'Wild Horses'.

Keith bevestigd dat het nummer nog niet helemaal af was toen ze besloten het op te nemen. "We herschreven het refrein in het toilet van de Muscle Shoals opnamestudio," vertelde hij in 1971, "omdat het niet goed zat."

De opname gebeurde volledig live, inclusief de zang van Mick Jagger. De specifieke gitaarklank lijkt van een 12-snarige gitaar te komen, maar Mick Taylor vertelde in 1979: "Ik speelde op een akoestische Gibson van Keith, in wat ze noemen een Nashville tuning. De gitaar is precies zo gestemd als gewoonlijk, maar je gebruikt alleen eerste en tweede snaren en je stemt ze in octaven. Een beetje alsof je een 12-snarige gitaar bespeelt, maar zonder de zes andere snaren. Zo kun je het best omschrijven."

Voor wie in zulke dingen is geïnteresseerd, Jimmy Johnson gaf in juli 2001 meer details over de gebruikte instrumenten, in een interview voor het tijdschrift Tape Op. "[Keith] speelde een Gibson, maar geen Les Paul. Een SG! Ik denk dat het een SG was, een zwarte.... En weet je waar Bill Wyman mee aan kwam? Herrinner je je die massieve plexiglas bassen die toen opkwamen? Een Dan Armstrong... Charlie Watts was zo onder de indruk van het drumgeluid dat hij aanbood om de microfoons te kopen. Daar kon ik natuurlijk niet op ingaan."

Hoewel Ian Stewart, de vaste pianist van de band, bij de andere nummers had meegespeeld, weigerde hij piano te spelen op 'Wild Horses'. Hij haatte de mineurakkoorden van de intro.

Toevallig was Jim Dickinson, vanuit Memphis overgekomen om de jongens aan het werk te zien. "Hij stond hij ergens vanachter, achter de gitaarversterkers," vertelt Johnson. "Ken je het stukje bij 'Kodachrome' van Paul Simon, waar het tempo versneld en de piano uit de bol gaat? Dat was onze tack piano, een oude rechtopstaande piano, die we hadden omgebouwd zodat ie klonk als een honky tonk. Bon, [tijdens de repetities] stond Jim daar dus, een beetje te tinkelen, wat te improviseren op hun groove. Plots kwam Keith kijken wie daar bezig was en riep: 'Hey, jij moet dat spelen!'"

Dickinson werd later producer van Aretha Franklin, Big Star en The Replacements. Ook werkt hij veel samen met Ry Cooder, vooral voor filmmuziek. (Nietwaar, Martin? ;-))


Gram Parsons

Na afloop van deze sessies vlogen ze naar Altamont voor het gratis festival dat ze er op 6 december gaven. Zoals te zien is in de film Gimme Shelter, werd het festival ontsiert door het buitensporig geweld dat de Hells Angels, die waren ingehuurd om de orde te handhaven, gebruikten tegen de hippies.

Naast Santana, Jefferson Airplane, Crosby, Stills, Nash and Young stonden ook de Flying Burrito Brothers op het programma. De leider van die laatste groep was Gram Parsons.

Met zijn ' Cosmic American Music' probeerde hij een een rockpubliek warm te maken voor countrymuziek. Met een combinatie tussen beide muziekstromingen blies hij de country, de muziek van de blanke Amerikaan, een ferme wolk peper in de kont. Na met The Byrds het baanbrekende Sweetheart of the Rodeo (1968) te hebben gemaakt, kwam hij, een jaar later, samen met Chris Hillman als The Flying Burrito Brothers met The Gilded Palace of Sin.

Keith Richards had Gram voor het eerst ontmoet in 1968 toen die met The Byrds op tournee was in Europa. De twee raakten goed bevriend en Parsons stapte zelfs uit de groep om in het gezelschap van de Stone te kunnen blijven. Keith, die altijd al geïnteresseerd was geweest in country, zag nu de kans om veel te leren van iemand die er alles van wist.

De twee ontmoeten elkaar opnieuw later dat jaar, toen de Stones twee maanden in Los Angeles waren voor het mixen van de Beggar's Banquet. Jagger gaf later toe dat Gram Parsons "een van de weinigen is die me echt hielpen om country te zingen. Voorheen kopieerden Keith en ik gewoon de platen." Vanaf Let It Bleed is zijn invloed goed merkbaar op de platen van de Britse groep.

Tijdens het festival, of kort daarna, gaven The Stones een kopie van hun 'Wild Horses' aan Parsons. Het was de bedoeling dat Sneaky Pete Kleinow er steel gitaar aan toe zou kunnen voegen. Toen Gram het nummer hoorde was hij danig onder de indruk. Hij smeekte hen of hij het mocht coveren. Hij claimde later herhaaldelijk dat Jagger en Richards 'Wild Horses' speciaal voor hem hadden geschreven en zelfs dat hij het nummer had geïnspireerd.

Gram Parsons kreeg de toestemming en zijn versie is het onbetwiste hoogtepunt van de tweede plaat van de Flying Burrito Brothers. De plaat werd geproducet door... Jim Dickinson.
Burrito Deluxe werd in april 1970 uitgebracht. Parsons was toen al uit de groep gestapt, om een solo carrière te beginnen.

De vijf platen die hij tussen 1968 en 1972 maakte zijn mijlpalen die een lichtend voorbeeld vormen voor zowat alle latere americana - en alt.country-artiesten, van de prille R.E.M. en The Jayhawks over Steve Earle en Dwight Yokam tot Lucinda Williams en Ryan Adams


Sticky Fingers

Toen duidelijk werd dat Sneaky Pete geen bijdrage zou leveren aan 'Wild Horses', voegde Keith Richards zelf de elektrische gitaarsolo toe aan het nummer, tijdens de mix- en overdubsessies voor de live plaat Get Yer Ya-Ya's Out!. Deze vinden plaats in februari 1970, in de Olympic Sound Studios in Londen.

Toch zou het nog meer dan een jaar duren eer de versie van The Rolling Stones zou worden uitgebracht. Na het aflopen van het contract met Decca/London had de band gehoopt eindelijk zelf te kunnen bepalen wat ze uitbrachten en hoe. Maar net toen ontdekten ze dat hun manager Allen Klein hen, zonder dat ze het in de gaten hadden, de rechten van al hun nummers had ontfutseld. Alles van 'Come On' uit 1963 tot en met de live LP Get Yer Ya-Ya's Out! in 1970 was in handen van Klein en zijn firma ABKCO Records. Vandaar dat zowel 'Brown Sugar' als 'Wild Horses' terug te vinden zijn op de singles compilatie The London Years.

Met een opvallende hoes, ontworpen door Andy Warhol, was Sticky Fingers, in april 1971, de eerste LP op het Rolling Stones label (verdeeld door WEA Music). Na 'Brown Sugar' werd, in juni van dat jaar 'Wild Horses' als tweede single uit de plaat uitgebracht, zij het enkel in de Verenigde Staten. Het haalde net de top 30. Toch bleef het nummer populair tijdens de live shows van de groep en in 1995 bracht de band een akoestische versie op hun Unplugged album Stripped.


Wild Horses

Childhood living is easy to do
The things you wanted I bought them for you
Graceless lady, you know who I am
You know I can't let you slide through my hands

Wild horses couldn't drag me away
Wild, wild horses couldn't drag me away

I watched you suffer a dull aching pain
Now you decided to show me the same
No sweeping exits or offstage lines
Could make me feel bitter or treat you unkind

I know I dreamed you a sin and a lie
I have my freedom but I don't have much time
Faith has been broken, tears must be cried
Let's do some living after we die

Wild horses couldn't drag me away
Wild, wild horses, we'll ride them someday

Mick Jagger, in 1993: "Er zitten best wel veel emoties in dit nummer. Het is erg persoonlijk, beeldend en droevig. Het klinkt nu allemaal wat somber, maar het was toen ook een speciale tijd."

31-12-07

'Cancion Mixteca'

Cancion Mixteca

 decoration

Paris Texas

 

Een van DE cultfilms uit de jaren tachtig was Paris Texas. De Duitse regisseur Wim Wenders verfilmde een scenario van Sam Shepard en behaalde met hiermee de Gouden Palm op het filmfestival van Cannes in 1984.

 

Deze ongewone roadmovie verteld, veel meer in beelden dan in woorden, over de terugkeer van Travis, gespeeld door Harry Dean Staton. De man was vier jaar geleden verdwenen, maar duikt nu plots terug op uit de woestijn. Zijn broer Walt vangt hem op, net zoals die zich eerder ook al heeft ontfermd over zijn zoon Hunter. Die jongen bleef alleen achter nadat zijn moeder, Jane – een rol Nastassja Kinski – hem bij Walt had achtergelaten. 

Travis zelf kan geen verklaring geven over wat hij al die jaren heeft gedaan. Hij herinnert zich niets meer.

Langzaam proberen vader en zoon terug een relatie op te bouwen, waarna Travis op zoek gaat naar Jane in een poging het gezin te herenigen.

  

De soundtrack

 

De beide hoofdrolspelers zetten de prestaties van hun leven neer. Het desolate landschap is prachtig in beeld gebracht. Maar het is de soundtrack die de film op een hoger niveau tilt. Wim Wenders verklaarde ooit dat de film werd gedraaid met een camera en een gitaar!

 

En de man die de Texaanse woestijn verklankte met zijn gitaar was Ry Cooder.

 

Zijn inspiratie haalde hij bij ‘Dark Was The Night – Cold Was The Ground’ van Blind Willie Johnson. Een nummer dat hij omschreef als “een van de soulvolste transcendente stukken Amerikaanse muziek uit de 20ste eeuw”.

Het is een kreunende klaagzang over de kruising van Jesus Christus. De meester van de slidegitaar nam het woordenloze nummer op 3 december 1927 op in Dallas, Texas. Dat kreunen werd trouwens wel meer gedaan door tijdgenoten van Johnson als Robert Johnson (geen familie) en Skip James.

 

Cooder was wel zo fair om te verwijzen naar zijn inspiratiebron door de plaat af te sluiten met een coverversie van het bluesnummer.

 

Hier is Blind Willie Johnson: Dark WasThe Night - Cold Was The Ground 

 

De slide techniek laat toe twee noten te verbinden door ze in elkaar te laten overgaan. Daarvoor wordt een bottleneck gebruikt, aan klein metalen, koperen of glazen buisje dat over de vinger wordt geplaats en waarmee over de snaren van de gitaar wordt geschoven.

  

Een meesterlijk team

 

Cooder nam de soundtrack op in de Ocean Way Recording studio in Los Angeles met de hulp van Jim Dickinson en David Lindley.

 

Cooder werd in 1947 geboren in Los Angeles. Hij begon zijn carrière in de jaren zestig als gitarist bij Taj Mahal. Na een poosje te hebben deel uitgemaakt van Captain Beefheart’s Magic Band werd hij aangezocht door The Rolling Stones bij de band te komen spelen. Hij hielp hun bij de opname van Let It Bleed, maar verkoos een solocarrière. Daarbij legde hij de klemtoon op het terug opdiepen van oude Amerikaanse muziek en werkte samen met de beste, dikwijls vergeten, muzikanten.

Vanaf het begin van de jaren tachtig legde hij zich toe op het componeren en spelen van soundtracks.

 

Ook Jim Dickinson werkte voor the Rolling Stones. Maar hij is vooral de man die verantwoordelijk is voor het ontstaan van de folkrock. Hij was het die op het idee kwam om The Byrds  ‘Mr. Tambourine Man’ van Bob Dylan te laten spelen op de wijze van The Beatles.

 

Gitarist David Lindley werkt veel samen met Ry Cooder maar is ook gekend als rechterhand van Jackson Browne en Warren Zevon.

 

Hoewel alle tracks op de soundtrack, op het eerste gehoor, enkel gitaarstukjes lijken te zijn, blijkt bij herhaald luisteren dat er meer aan de hand is.

Natuurlijk staat Cooders slidegitaar centraal, maar op de achtergrond zijn er allerlei subtiele geluiden, die blijven nazinderen. Het zijn dikwijls niet meer dan wat hints van een akoestische gitaren, fiddles, stemmen of het aanslaan van enkele toetsen op een piano. Deze geluiden versterken nog het desolate gevoel van Cooders slidegitaarspel. Net als voor Travis in de film, lijkt er altijd wel iets of iemand in de verte te zijn. Iets dat hulp kan bieden of tenminste een aanwijzing.

  

'Cancion Mixteca'

 

Naast de cover van ‘Dark Was The Night – Cold Was The Ground’ staat er nog een cover op de soundtrack. Dat is 'Cancion Mixteca'.

 

In de film horen we een instrumentale versie in de scène waarbij Walt een Super 8-mm filmpje vertoond, in een poging om het geheugen van Travis terug te voeden. Het zijn beelden van een vakantie uit gelukkiger tijden. De scène vormt het keerpunt van het verhaal. 

 

Op de soundtrack staat een gezongen versie. Het enige nummer met zang, trouwens. Net zoals het even duurt eer zijn geheugen terugkeert, is de intro lang en instrumentaal. Pas na meer dan twee minuten komen dan de eerste aarzelende woorden.

 

Het is echter niet Ry Cooder die de zang voor zijn rekening neemt, zoals wel eens gedacht wordt. Dat laat hij over aan Harry Dean Staton, de acteur die de rol van Travis speelt. En die doet dat prachtig: langzaam en gedragen en gaandeweg met meer emotie: het verlangen naar het onbereikbare. De tekst is in het Spaans.

 

Que lejos estoy del suelo donde he nacido!

Inmensa nostalgia invade mi pensamiento;

Y al ver me tan sola y triste qual hoja al viento,

Quisiera llorar, quisiera morir de sentimiento.

 

Oh tierra del sol!, suspiro por verte

Ahora que lejos yo vivo sin luz, sin amor;

Y al verme tan sola y triste cual hoja al viento,

Quisiera llorar, quisiera morir de sentimiento.

  

Een beetje geschiedenis

 

'Cancion Mixteca' werd niet door Ry Cooder geschreven. Die eer komt toe aan José López Alvaréz. Arnold Reypens leert ons dat de oorspronkelijke versie in 1936 werd gebracht door de eerste Spaanssprekende zingende cowboy in Hollywood, Tito Guizar, in de Mexicaanse film Alla En El Rancho Grande.

 

'Cancion Mixteca' of 'Mixteeks lied' drukt de heimwee uit van de Mixteken, die heimwee hebben naar hun moederland, wanneer ze werken in den vreemde.

 

Volgens Wikipdeia zijn Mixteken of Ñudzahui een Indaans volk dat leeft in Mexico, in de staten Oaxaca, Guerrero en Puebla. Ze spreken Mixteeks en daarnaast ook Spaans.

  

Het volk dankt zijn naam aan de Azteken, die hen in het Nahuatl Mixtecah noemen, wat 'wolkenmensen' betekent. Ze wonen dan ook voornamelijk in het Sierra Mixteca (letterlijk: Mixtekengebergte), kortweg Mixteca, genoemd.

 

Tijdens de regering van Porfirio Díaz, president van Mexico van 1876 tot 1911, werden de Indianen, inclusief de Mixteken, als een achterlijk volk beschouwd dat zich diende aan te passen aan de beschaving of te verdwijnen. Daarom immigreerden velen, om in hun levensonderhoud te kunnen voorzien, naar de oostelijke voorsteden van Mexico-stad en de staten Sonora en Neder-Californië, of zelfs over de grens naar Californië.

  

Heimwee naar huis

 

In "Canción Mixteca" beschrijft Velázquez de sterke roep van het moederland. Zo sterk dat de immigrant dreigt te sterven aan eenzaamheid en hartenpijn als hij niet kan terugkeren. De beelden die worden opgeroepen in het lied zijn sterk en diep, maar natuurlijk ook wat onrealistisch.

 

Ver weg ben ik van de plek waar ik geboren ben.

Ik word bevangen door immense nostalgische gevoelens.

Als ik zo alleen en verdrietig ben als een blad in de wind,

zou ik willen huilen en willen sterven van heimwee.

 

Oh, land van de zon ik verlang er naar je te zien.

ver weg leef ik nu zonder je licht en liefde.

Als ik zo alleen en verdrietig ben als een blad in de wind,

zou ik willen huilen en willen sterven van heimwee.

 

(De vertaling komt van de site van “Maria de Lourdes, de stem van Mexico”.)

 

"Canción mixteca" werd erg populair in Oaxaca, waar veel Mixtesen wonen. Het wordt er zowel gezongen op feestjes als  bij officiële gelegenheden. Er zijn dan ook tientallen, misschien wel honderden versies van het nummer opgenomen.

 

Hoewel het niet staat op Canciones de Mi Padre, een cd uit 1987 met traditionele Mexicaanse liedjes van Linda Ronstadt, is het wel terug te vinden op de gelijknamige dvd die werd opgenomen tijdens de bijbehorende tournee.

Dit is een heel andere versie dan die uit de film, veel dichter aanleunend bij de Mariachi muziek. 

  

Met Paris Texas maakte Ry Cooder een van de beste soundtrack albums van de jaren tachtig. De muziek is even mysterieus en intrigerend als Travis, de gewonde reiziger, zoals Harry Dean Stanton hem neerzet.

  

Dit is de filmversie, uit Paris Texas: Cancion Mixteca

 

En dit is Linda Ronstadt met haar live versie: Cancion Mixteca

 

07-11-07

Bob Dylan: Greatest Hits, Vol. 2

Bob Dylan's Greatest Hits, Vol. 2

decoration

 

 

 

 

 

 

 

 



Begin jaren zeventig ondervindt Bob Dylan - meer dan ooit - dat zijn roem hem belet om een "gewoon leven " te lijden. Hij begint zich zijn verhuizing naar de New York wijk Greenwich Village, al snel serieus te berouwen. De plek waar hij tien jaar eerder als een schooier arriveerde en waar hij uitgroeide tot een boegbeeld van zijn generatie, is helemaal veranderd. Later kijkt hij op deze periode terug als "de rotste tijd van mijn leven".

Dat is voor een groot stuk te wijten aan zijn persoonlijke kwelgeest: Alan Jules Weberman, een fanaticus die zich Dylanoloog noemt en leider is van het "Dylan Bevrijdings Front". Weberman schaduwt 'D', doorzoekt zijn vuilniszakken en organiseert excursies naar zijn huis. Zo moet de "spreekbuis van een generatie", die "met countrygeneuzel de linkse revolutie heeft verraden", tot inkeer worden gebracht.

Voor types als Weberman is Dylan een gemakkelijke prooi. Niet alleen heeft hij met Nashville Skyline en zijn langdurige radiostilte vanuit Woodstock tienduizenden fans van zich vervreemd, ook zijn sympathie voor Israël, dat hij in de laatste jaren herhaaldelijk heeft bezocht, zet kwaad bloed. Weberman onthult dat Dylan de rechtse Joodse defensie Liga van de racistische rabbi Meir Kahane financieel steunt. En inderdaad, op zoek naar zijn joodse roots heeft Dylan contact gelegd met de liga.
Weberman is een hinderlijke gek, maar in het radicale klimaat van de vroege jaren zeventig wordt hij maar al te serieus genomen. Wanneer Weberman het gerucht begint te verspreiden dat 'D' heroïne spuit, voelt Dylan zich gedwongen contact met hem te zoeken. Tijdens een ontmoeting onder vier ogen, begin januari 1971, praat hij op Weberman in om hem van zijn ongelijk te overtuigen. Naar verluid toont hij hem zelfs zijn gave onderarmen.

Enkele dagen later wil Weberman een artikel publiceren in de East Village Other over het gesprek dat hij heeft gehad met Dylan. Die belt hem op om hem te zeggen dat hij geen toestemming geeft om dat te doen. Maar Weberman neemt het gesprek op en laat dat publiseren in Rolling Stone en zelfs op LP uitbrengen op Folkways.


* * *

Vanaf 16 maart 1971 werkt Bob Dylan drie dagen in Blue Rock, een kleine studio in Greenwich Village. Volgens Clinton Heylin was Leon Russell de producer bij deze sessies. Leon had een jaar eerder grote successen behaald met de tournee Mad Dogs and Englishmen, met Joe Cocker. Record Collector meent dan weer te weten dat George Harrison de sessies leidde.
Er is geen papierwerk opgedoken van deze sessies. Vast staat dat naast Leon op piano ook de gitaristen Jesse Ed Davis en Don Preston aanwezig waren. Voor de ritmesectie werd beroep gedaan op Carl Radle en Jim Keltner. Claudia Linnear & Kathy McDonald verzorgden de achtergrond zang.

Hoewel Leon Russell de sessies omschreef als erg dynamisch en positief, was het  enige tastbare resultaat van drie dagen werk slechts twee nummers 'When I Paint My Masterpiece' en 'Watching The River Flow'. Beiden belichten openhartig hetzelfde thema: een gebrek aan inspiratie.

'Watching The River Flow' werd in juni 1971 op single uitgebracht. Voor de b-kant werd de solo versie van 'Spanish Is The Loving Tongue' gekozen, die werd opgenomen tijdens de New Morning sessies. Hoewel beide kanten van het 45 toerenplaatje uitstekend zijn, sloeg het niet aan en werd de Top 40 niet gehaald.

'When I Paint My Masterpiece' werd doorgegeven aan The Band, die hun versie uitbrachten op Cahoots.

De bewering van Heylin dat er ook werd gewerkt aan 'Spanish Harlem', 'That Lucky Ol' Sun', 'Alabama Bound', 'Blood Red River' en 'Rock Of Ages' zijn nooit hardgemaakt.

* * *

Die lente verhuist Dylan naar een huurhuis in East Hampton, Long Island. New Hampton was een toevluchtsoord geworden voor kunstenaars, schrijvers en rijke families.
Het huis dat Dylan huurt is van Henry Ford geweest. Het is een koloniaal huis met luiken in plantagestijl, gelegen in een rustige straat met majestueuze oude iepen.  Het zicht op het gebouw wordt door hoge heggen onttrokken aan de straat. Een voordeel is ook de grote achtertuin - ideaal voor de kinderen. Inbegrepen is ook een sleutel die toegang geeft tot een omheind duin dat leidt naar een ongerepte Atlantisch zandstrand.
Dylan begint er landschappen te schilderen en kan er veel uitstapjes maken met zijn kinderen.

* * *

Volgens hardnekkige geruchten zou er half mei 1971 een opnamesessie hebben plaatsgevonden met Elvis Presley en Bob Dylan in de RCA Studios in Nashville. Er circuleert zelfs een lijst met 17 titels. Het is echter erg onwaarschijnlijk dat de sessie ooit heeft plaatsgevonden.

Temeer daar Dylan en Sara omstreeks die tijd weer met vakantie zijn in Israël. Het is bedoeld als een soort tweede huwelijksreis, want de kinderen zijn thuis gebleven. Sinds de dood van zijn vader is hij geïnteresseerd geraakt in de Joodse godsdienst. Op 24 mei viert hij zijn dertigste verjaardag in Jerusalem. Samen met Sara wordt hij er gefotografeerd aan de Klaagmuur.
Onmiddellijk na publicatie van de foto wordt het koppel belaagd door de pers.
Later verteld hij daar over: "Dat bezoek had niet veel belang. Maar ik ben wel geïnteresseerd in wat en wie een Jood is. Het interesseert mij dat Joden Semieten zijn, net als Babyloniërs, Hittieten, Arabieren, Syriërs, Ethiopiërs. Maar een Jood is anders, omdat vele mensen Joden haten."

Enkele dagen later bezoeken Bob en Sara de kibbutz Givat Haim, om de mogelijkheden te bekijken om er zich te vestigen. Het plan strandt op de weigering van de bewuste kibboets om tegemoet te komen aan Dylans hoge eisen op het gebied van huisvesting en privacy.

* * *

Op 17 juli 1970 komen Bob Dylan en zijn vroegere manager Albert Grossman eindelijk tot een overeenkomst om hun samenwerking officieel te verbreken. Grossman behoudt zijn rechten op de nummers geschreven in de periode dat hij het management deed voor de zanger. Hij behoudt ook zijn rechten van zijn muziekuitgeverij Witmark, de gemeenschappelijk opgezette muziekuitgevrij Dwarf Music en  de samenwerkingsovereenkomsten Big Sky. Dylan krijgt de controle en de administratie in handen van zowel de gemeenschappelijke als de samenwerkingsovereenkomsten.

* * *

In juli 1971 hebben George Harrison en Ravi Shankar hebben hun vrienden opgetrommeld voor een groots benefiet. Met de opbrengsten willen ze de noodleidende bevolking van Bangla Desh helpen. Die hebben bovenop een burgeroorlog ook nog een zware overstroming, gevolgd door massale hongersnood te verwerken gekregen. 

George heeft de andere Beatles gevraagd, plus Bob Dylan en Eric Clapton. Die laatste heeft zich sinds enkele jaren terug getrokken in zijn eigen drugswereldje. Paul McCartney heeft laten weten dat hij het te vroeg vindt voor een reünie. Bovendien staat zijn vrouw op het punt te bevallen. John zegt toe, op voorwaarde dat Yoko mee mag doen. Wanneer George daar zijn veto over stelt, leidt dat tot een serieuze echtelijke ruzie waarbij John alleen naar Engeland vlucht.

Bob Dylan heeft na lang aandringen van George toegezegd. Maar wanneer hij dan een grote hoeveelheid apparatuur ziet klaarstaan, probeert hij er met een smoes van af te komen. Bassist en vriend van The Beatles Klaus Voormann: "Het bleef onzeker of Dylan zou spelen. Het maakte in feite niet uit. Natuurlijk was het fantastisch als hij speelde, maar het concert zou even goed verbazingwekkend zijn als hij niet kwam. Ik heb geen idée hoe het met hem gesteld was toen, maar ik weet dat hij van George houdt en dat George hem aanbad."
Als reserve heeft George een set van Apple protégés Badfinger voorzien. Gitarist Joey Molland: "Tegen zaterdag hadden we de show op poten staan en gingen naar Madison Square Garden voor de laatste repetitie. We waren net klaar om terug naar het hotel te vertrekken toen Dylan het podium op wandelde. Hij begint gewoon te spelen - het was een soort privé concert. We zaten allemaal in de hal en het was moeilijk te geloven dat het echt gebeurde. Niemand had Dylan verwacht en ook Eric Clapton kwam pas die dag af."

Op zondag 1 augustus 1971 vinden dan de twee benefietconcerten plaats in Madison Square Garden, New York. De legendarische producer Phil Spector maakt 16-sporen opnamen van de concerten, met 44 microfoons. Sol Swimmer filmt alles.

Na een set van Ravi Shankar, (die overigens al een warm applaus krijgen voor het stemmen van de instrumenten) speelt George een paar solo-nummers. Dan komen Billy Preston en Ringo Starr elk hun recente hitsingles brengen. George keert terug om de band te introduceren en nog enkele Beatlessongs te zingen, onderbroken door een medley van Leon Russell.
Pas wanneer hij Bob aanstalten ziet maken om het podium op te stappen durft George het aan hem aan te kondigen: "Here's another friend of us all: Mr. Bob Dylan." Het gejuich is overdonderend.

Bob Dylan laat dan ook vele harten sneller kloppen met het onverwachte optreden. Gekleed in een vaalblauw spijkerpak zingt hij onder meer het inmiddels klassieke 'A Hard Rain's A-Gonna Fall' en 'Blowin' In The Wind'. Hij begeleidt zichzelf op gitaar en harmonica en zingt met zijn oude, rauwe jaren-zestigstem. Van de gereserveerde countryheer op Nashville Skyline is geen spoor meer te bekennen.
Daarna komt George Harrison erbij met een akoestische gitaar, plus Leon Russell op bas en Ringo met een tamboerijn.
Dylan brengt eerst nog 'It Takes A Lot To Laugh, It Takes A Train To Cry' en dan, 'Love Minus Zero/No Limit' en 'Just Like A Woman'.
Daarna sluit George de show af met nog twee nummers.
Dit is voor het eerst in acht jaar dat Dylan 'Blowin' In The Wind' gezongen heeft. Volgens Phil Spector was dat op speciaal verzoek van George Harrison. "Denk je dat je 'Blowin' In The Wind' kunt zingen? Het publiek zou er gek van worden. Bob keek hem aan: 'Ben je geïnteresseerd in 'Blowin' In The Wind'? Ga jij 'I Wanna Hold You Hand' zingen?"

Voor de avondshow vervangt Dylan 'Love Minus Zero/No Limit' door 'It Takes A Lot To Laugh, It Takes A Train To Cry'. Voor de rest blijft de setlist identiek voor beide concerten.
Na afloop is er een feestje bij Ugano's. George en Bily Preston treden er op en  Phil Spector brengt er een unieke versie van 'Da Do Ron Ron' met Keith Moon op drums.

* * *


Met hun sterartiest terug in de belangstelling en geen nieuw plaatwerk van hem in het verschiet wil CBS Records een tweede verzamelaar uitbrengen van Bob Dylan. Clive Davis stelt voor er een dubbellaar van te maken. Dylan gaat akkoord, op voorwaarde dat een hele kant wordt besteed aan uitgegeven materiaal.

Hij levert een selectie in van tracks uit de Basement Tapes, maar Davis vindt de productie van dat materiaal ondermaats.

Daarom trekt Bob op 24 september 1971 weer de studio in, om een paar Basement Tapes songs opnieuw op te nemen. Voor de gelgenheid heeft hij zijn buurman Happy Traum uitgenodigd.
Happy, die eigenlijk gewoon Harry heet, was een banjospeler en gitarist die het vak in de  jaren vijfig had geleerd van bluesmuzikant Brownie McGee. Met zijn groep The New World Stingers, was hij een van de eersten die nummers van de jonge Dylan hadden gecoverd. Dylan speelde dan weer mee (onder de naam op Blind Boy Grunt)op zijn allereerste LP, Broadside, Vol.1, opgenomen voor Folkways Records.

"Hij wist dat [Columbia] nummers had uitgekozen voor een dubbele verzamel-LP," vertelt Happy Traum. "Hij was niet akkoord met de keuze. Hij had het gevoel dat hij een aantal nummers die hij had geschreven en die door anderen waren gedaan, dat hij die zelf moest doen en die dan op de plaat zetten.
Dus deden we dat op een namiddag. Gewoon wij tweeën en een technicus. Het was heel eenvoudig: we namen vijf nummers op. Daar koos hij er drie van en die werden ter plaatse gemixt. Allemaal op één namiddag. Ik wist dikwijls niet eens of het de laatste take was en dan zei hij: 'OK, kom we gaan het mixen'."

De drie die worden geselecteerd zijn: 'You Ain't Goin' Nowhere', 'Crash On The Levee (Down In The Flood)' en 'I Shall Be Released'.

Overigens heft Dylan de tekst van 'You Ain't Going Nowhere" wat aangepast om een sneer te kunnen geven aan het adres van Roger McGuinn. Hij adviseert hem "pick up your tent, you ain't going nowhere". Dat is een reactie op McGuinn's eigen tekstwijziging. Die had bij de versie van The Byrds, uitgebracht op Sweetheart of the Rodeo, gezongen "Pack up your money/ Pick up your tent" in plaats van "Pick up your money/ Pack up your tent" zoals Dylan origineel zong.

Eeen vierde nummer is een nieuwe versie van 'Only A Hobo' uit 1963. Dit nummer wordt in 1991 geselecteerd voor The Bootleg Series Volumes 1-3 (Rare & Unreleased) 1961-1991, maar blijft uiteindelijk onuitgebracht.
Welk het eventuele vijfde nummer was, is niet gekend.

* * *

Amper twee weken later staat Bob Dylan opnieuw in de studio. Hij heeft in de krant een artikel gelezen over de dood van een jonge zwarte activist.
George Jackson is op 21 augustus door een bewaker neergeschoten tijdens een opstand in de San Quentin-gevangenis in Californië. Jackson zou drie dagen later  opnieuw voor de rechter moeten verschijnen. Hij zat een gevangenisstraf van achttien jaar uit, omdat hij bij een roofoverval op een benzinestation $71 had buitgemaakt. In de gevangenis was hij lid geworden van de Black Panther-beweging van Malcolm X. Tijdens zijn gevangenschap had hij twee boeken geschreven: Blood In My Eye en Soledad Brother.

Het gebeuren heeft Dylan zo aangegrepen dat hij op 4 november nog eens een heuse protestsong op wil opnemen. Of misschien is het gewoon zijn bedoeling om Weberman de wind uit de zeilen te nemen. 

Hij neemt twee versies op van 'George Jackson': één solo en één met een band. Ook 'Wallflower' komt uit deze sessie.
Met steel gitarist Ben Keith , drummer Kenneth Buttrey en Leon Russell op bas wordt eerst 'Wallflower' op band gezet. Dit nummer blijft in de kast tot het in 1991 wordt bovengehaald voor The Bootleg Series, 1961-1991.
Daarna wordt een lange 'big band' versie opgenomen van 'George Jackson'.

Na afloop zet Bob solo ook nog een kortere, akoestische versie van de protestsong op band.

Beide versies worden samen op 12 november 1971, amper een week na de opname uitgebracht. De single komt op 4 december '71 de Billboard Hot 100 binnen, maar komt niet hoger dan 33.

Vijf dagen later ligt Bob Dylan's Greatest Hits, Volume 2 in de winkels. Op deze dubbel-lp staan naast een pak oudere nummers dus ook een vijftal recente opname, plus een schitterende live-versie van 'Tomorrow Is A Long time' - opgenomen op 12 april 1963 en geselecteerd voor de onuitgebracht live LP.

De foto op de voorzijde van de hoes was getrokken door Barry Feinstein tijdens het Bangla Desh concert. Het is een opzettelijke imitatie van de foto die Rowland Scherman in 1965 maakte voor Greatest Hits Vol. 1.

 

decoration


De verzamelaar komt op 11 december '71 de Billboard-albumlijst binnen en bereikt, als hoogste notering, een veertiende plaats.
In Europa heet de plaat overigens More Bob Dylan's Greatest Hits.
Het is een van Dylans best verkochte platen.


Pas in juli 1972 verschijnt een single met twee nummers uit de Greatest Hits collectie: 'When I Paint My Masterpiece'/'I Shall Be Released'.

De akoestische versie van 'George Jackson' is later ook nog eens uitgebracht op de Australische verzamelaar Masterpieces, maar de 'big band' versie is zeer moeilijk te vinden.

* * *

De driedubbele boxset The Concert For Bangla Desh wordt met heel veel vertraging pas op 20 december 1971 uitgebracht. In Amerika wou Capitol wou de LP niet distribueren indien ze er geen winst aan hadden. Dat was genoeg om zelfs de vredelievende George Harrison woest te krijgen. Iedereen had immers gratis gespeeld en de platenmaatschappij van The Beatles, Apple Corps, had de kosten voor het boekje op zich genomen. En EMI had geen enkel bezwaar gemaakt tegen de Europeese ditributie. Pas wanneer George ermee dreigde naar CBS te stappen, bond Capitol in en gaf $ 3,7 miljoen als vooruitbetaling.

De verdeling van de cassettes en 8-tracks werd toevertrouwd aan Columbia Records, in ruil voor hun toestemming voor het gebruik van Dylans bijdrage, die een hele plaatkant besloeg. Uiteindelijk ontving enkel Columbia $ 0,25 per verkochte LP. Dylan zelf zag daarvan nooit een cent.

Het geheel brengt uiteindelijk iets meer dan $ 15 miljoen op, al zou het door allerhande administratieve beslommeringen jaren duren eer het geld terecht kwam bij de noodlijdende bevolking van Bangla Desh.

 

decoration