07-11-07

Bob Dylan: Greatest Hits, Vol. 2

Bob Dylan's Greatest Hits, Vol. 2

decoration

 

 

 

 

 

 

 

 



Begin jaren zeventig ondervindt Bob Dylan - meer dan ooit - dat zijn roem hem belet om een "gewoon leven " te lijden. Hij begint zich zijn verhuizing naar de New York wijk Greenwich Village, al snel serieus te berouwen. De plek waar hij tien jaar eerder als een schooier arriveerde en waar hij uitgroeide tot een boegbeeld van zijn generatie, is helemaal veranderd. Later kijkt hij op deze periode terug als "de rotste tijd van mijn leven".

Dat is voor een groot stuk te wijten aan zijn persoonlijke kwelgeest: Alan Jules Weberman, een fanaticus die zich Dylanoloog noemt en leider is van het "Dylan Bevrijdings Front". Weberman schaduwt 'D', doorzoekt zijn vuilniszakken en organiseert excursies naar zijn huis. Zo moet de "spreekbuis van een generatie", die "met countrygeneuzel de linkse revolutie heeft verraden", tot inkeer worden gebracht.

Voor types als Weberman is Dylan een gemakkelijke prooi. Niet alleen heeft hij met Nashville Skyline en zijn langdurige radiostilte vanuit Woodstock tienduizenden fans van zich vervreemd, ook zijn sympathie voor Israël, dat hij in de laatste jaren herhaaldelijk heeft bezocht, zet kwaad bloed. Weberman onthult dat Dylan de rechtse Joodse defensie Liga van de racistische rabbi Meir Kahane financieel steunt. En inderdaad, op zoek naar zijn joodse roots heeft Dylan contact gelegd met de liga.
Weberman is een hinderlijke gek, maar in het radicale klimaat van de vroege jaren zeventig wordt hij maar al te serieus genomen. Wanneer Weberman het gerucht begint te verspreiden dat 'D' heroïne spuit, voelt Dylan zich gedwongen contact met hem te zoeken. Tijdens een ontmoeting onder vier ogen, begin januari 1971, praat hij op Weberman in om hem van zijn ongelijk te overtuigen. Naar verluid toont hij hem zelfs zijn gave onderarmen.

Enkele dagen later wil Weberman een artikel publiceren in de East Village Other over het gesprek dat hij heeft gehad met Dylan. Die belt hem op om hem te zeggen dat hij geen toestemming geeft om dat te doen. Maar Weberman neemt het gesprek op en laat dat publiseren in Rolling Stone en zelfs op LP uitbrengen op Folkways.


* * *

Vanaf 16 maart 1971 werkt Bob Dylan drie dagen in Blue Rock, een kleine studio in Greenwich Village. Volgens Clinton Heylin was Leon Russell de producer bij deze sessies. Leon had een jaar eerder grote successen behaald met de tournee Mad Dogs and Englishmen, met Joe Cocker. Record Collector meent dan weer te weten dat George Harrison de sessies leidde.
Er is geen papierwerk opgedoken van deze sessies. Vast staat dat naast Leon op piano ook de gitaristen Jesse Ed Davis en Don Preston aanwezig waren. Voor de ritmesectie werd beroep gedaan op Carl Radle en Jim Keltner. Claudia Linnear & Kathy McDonald verzorgden de achtergrond zang.

Hoewel Leon Russell de sessies omschreef als erg dynamisch en positief, was het  enige tastbare resultaat van drie dagen werk slechts twee nummers 'When I Paint My Masterpiece' en 'Watching The River Flow'. Beiden belichten openhartig hetzelfde thema: een gebrek aan inspiratie.

'Watching The River Flow' werd in juni 1971 op single uitgebracht. Voor de b-kant werd de solo versie van 'Spanish Is The Loving Tongue' gekozen, die werd opgenomen tijdens de New Morning sessies. Hoewel beide kanten van het 45 toerenplaatje uitstekend zijn, sloeg het niet aan en werd de Top 40 niet gehaald.

'When I Paint My Masterpiece' werd doorgegeven aan The Band, die hun versie uitbrachten op Cahoots.

De bewering van Heylin dat er ook werd gewerkt aan 'Spanish Harlem', 'That Lucky Ol' Sun', 'Alabama Bound', 'Blood Red River' en 'Rock Of Ages' zijn nooit hardgemaakt.

* * *

Die lente verhuist Dylan naar een huurhuis in East Hampton, Long Island. New Hampton was een toevluchtsoord geworden voor kunstenaars, schrijvers en rijke families.
Het huis dat Dylan huurt is van Henry Ford geweest. Het is een koloniaal huis met luiken in plantagestijl, gelegen in een rustige straat met majestueuze oude iepen.  Het zicht op het gebouw wordt door hoge heggen onttrokken aan de straat. Een voordeel is ook de grote achtertuin - ideaal voor de kinderen. Inbegrepen is ook een sleutel die toegang geeft tot een omheind duin dat leidt naar een ongerepte Atlantisch zandstrand.
Dylan begint er landschappen te schilderen en kan er veel uitstapjes maken met zijn kinderen.

* * *

Volgens hardnekkige geruchten zou er half mei 1971 een opnamesessie hebben plaatsgevonden met Elvis Presley en Bob Dylan in de RCA Studios in Nashville. Er circuleert zelfs een lijst met 17 titels. Het is echter erg onwaarschijnlijk dat de sessie ooit heeft plaatsgevonden.

Temeer daar Dylan en Sara omstreeks die tijd weer met vakantie zijn in Israël. Het is bedoeld als een soort tweede huwelijksreis, want de kinderen zijn thuis gebleven. Sinds de dood van zijn vader is hij geïnteresseerd geraakt in de Joodse godsdienst. Op 24 mei viert hij zijn dertigste verjaardag in Jerusalem. Samen met Sara wordt hij er gefotografeerd aan de Klaagmuur.
Onmiddellijk na publicatie van de foto wordt het koppel belaagd door de pers.
Later verteld hij daar over: "Dat bezoek had niet veel belang. Maar ik ben wel geïnteresseerd in wat en wie een Jood is. Het interesseert mij dat Joden Semieten zijn, net als Babyloniërs, Hittieten, Arabieren, Syriërs, Ethiopiërs. Maar een Jood is anders, omdat vele mensen Joden haten."

Enkele dagen later bezoeken Bob en Sara de kibbutz Givat Haim, om de mogelijkheden te bekijken om er zich te vestigen. Het plan strandt op de weigering van de bewuste kibboets om tegemoet te komen aan Dylans hoge eisen op het gebied van huisvesting en privacy.

* * *

Op 17 juli 1970 komen Bob Dylan en zijn vroegere manager Albert Grossman eindelijk tot een overeenkomst om hun samenwerking officieel te verbreken. Grossman behoudt zijn rechten op de nummers geschreven in de periode dat hij het management deed voor de zanger. Hij behoudt ook zijn rechten van zijn muziekuitgeverij Witmark, de gemeenschappelijk opgezette muziekuitgevrij Dwarf Music en  de samenwerkingsovereenkomsten Big Sky. Dylan krijgt de controle en de administratie in handen van zowel de gemeenschappelijke als de samenwerkingsovereenkomsten.

* * *

In juli 1971 hebben George Harrison en Ravi Shankar hebben hun vrienden opgetrommeld voor een groots benefiet. Met de opbrengsten willen ze de noodleidende bevolking van Bangla Desh helpen. Die hebben bovenop een burgeroorlog ook nog een zware overstroming, gevolgd door massale hongersnood te verwerken gekregen. 

George heeft de andere Beatles gevraagd, plus Bob Dylan en Eric Clapton. Die laatste heeft zich sinds enkele jaren terug getrokken in zijn eigen drugswereldje. Paul McCartney heeft laten weten dat hij het te vroeg vindt voor een reünie. Bovendien staat zijn vrouw op het punt te bevallen. John zegt toe, op voorwaarde dat Yoko mee mag doen. Wanneer George daar zijn veto over stelt, leidt dat tot een serieuze echtelijke ruzie waarbij John alleen naar Engeland vlucht.

Bob Dylan heeft na lang aandringen van George toegezegd. Maar wanneer hij dan een grote hoeveelheid apparatuur ziet klaarstaan, probeert hij er met een smoes van af te komen. Bassist en vriend van The Beatles Klaus Voormann: "Het bleef onzeker of Dylan zou spelen. Het maakte in feite niet uit. Natuurlijk was het fantastisch als hij speelde, maar het concert zou even goed verbazingwekkend zijn als hij niet kwam. Ik heb geen idée hoe het met hem gesteld was toen, maar ik weet dat hij van George houdt en dat George hem aanbad."
Als reserve heeft George een set van Apple protégés Badfinger voorzien. Gitarist Joey Molland: "Tegen zaterdag hadden we de show op poten staan en gingen naar Madison Square Garden voor de laatste repetitie. We waren net klaar om terug naar het hotel te vertrekken toen Dylan het podium op wandelde. Hij begint gewoon te spelen - het was een soort privé concert. We zaten allemaal in de hal en het was moeilijk te geloven dat het echt gebeurde. Niemand had Dylan verwacht en ook Eric Clapton kwam pas die dag af."

Op zondag 1 augustus 1971 vinden dan de twee benefietconcerten plaats in Madison Square Garden, New York. De legendarische producer Phil Spector maakt 16-sporen opnamen van de concerten, met 44 microfoons. Sol Swimmer filmt alles.

Na een set van Ravi Shankar, (die overigens al een warm applaus krijgen voor het stemmen van de instrumenten) speelt George een paar solo-nummers. Dan komen Billy Preston en Ringo Starr elk hun recente hitsingles brengen. George keert terug om de band te introduceren en nog enkele Beatlessongs te zingen, onderbroken door een medley van Leon Russell.
Pas wanneer hij Bob aanstalten ziet maken om het podium op te stappen durft George het aan hem aan te kondigen: "Here's another friend of us all: Mr. Bob Dylan." Het gejuich is overdonderend.

Bob Dylan laat dan ook vele harten sneller kloppen met het onverwachte optreden. Gekleed in een vaalblauw spijkerpak zingt hij onder meer het inmiddels klassieke 'A Hard Rain's A-Gonna Fall' en 'Blowin' In The Wind'. Hij begeleidt zichzelf op gitaar en harmonica en zingt met zijn oude, rauwe jaren-zestigstem. Van de gereserveerde countryheer op Nashville Skyline is geen spoor meer te bekennen.
Daarna komt George Harrison erbij met een akoestische gitaar, plus Leon Russell op bas en Ringo met een tamboerijn.
Dylan brengt eerst nog 'It Takes A Lot To Laugh, It Takes A Train To Cry' en dan, 'Love Minus Zero/No Limit' en 'Just Like A Woman'.
Daarna sluit George de show af met nog twee nummers.
Dit is voor het eerst in acht jaar dat Dylan 'Blowin' In The Wind' gezongen heeft. Volgens Phil Spector was dat op speciaal verzoek van George Harrison. "Denk je dat je 'Blowin' In The Wind' kunt zingen? Het publiek zou er gek van worden. Bob keek hem aan: 'Ben je geïnteresseerd in 'Blowin' In The Wind'? Ga jij 'I Wanna Hold You Hand' zingen?"

Voor de avondshow vervangt Dylan 'Love Minus Zero/No Limit' door 'It Takes A Lot To Laugh, It Takes A Train To Cry'. Voor de rest blijft de setlist identiek voor beide concerten.
Na afloop is er een feestje bij Ugano's. George en Bily Preston treden er op en  Phil Spector brengt er een unieke versie van 'Da Do Ron Ron' met Keith Moon op drums.

* * *


Met hun sterartiest terug in de belangstelling en geen nieuw plaatwerk van hem in het verschiet wil CBS Records een tweede verzamelaar uitbrengen van Bob Dylan. Clive Davis stelt voor er een dubbellaar van te maken. Dylan gaat akkoord, op voorwaarde dat een hele kant wordt besteed aan uitgegeven materiaal.

Hij levert een selectie in van tracks uit de Basement Tapes, maar Davis vindt de productie van dat materiaal ondermaats.

Daarom trekt Bob op 24 september 1971 weer de studio in, om een paar Basement Tapes songs opnieuw op te nemen. Voor de gelgenheid heeft hij zijn buurman Happy Traum uitgenodigd.
Happy, die eigenlijk gewoon Harry heet, was een banjospeler en gitarist die het vak in de  jaren vijfig had geleerd van bluesmuzikant Brownie McGee. Met zijn groep The New World Stingers, was hij een van de eersten die nummers van de jonge Dylan hadden gecoverd. Dylan speelde dan weer mee (onder de naam op Blind Boy Grunt)op zijn allereerste LP, Broadside, Vol.1, opgenomen voor Folkways Records.

"Hij wist dat [Columbia] nummers had uitgekozen voor een dubbele verzamel-LP," vertelt Happy Traum. "Hij was niet akkoord met de keuze. Hij had het gevoel dat hij een aantal nummers die hij had geschreven en die door anderen waren gedaan, dat hij die zelf moest doen en die dan op de plaat zetten.
Dus deden we dat op een namiddag. Gewoon wij tweeën en een technicus. Het was heel eenvoudig: we namen vijf nummers op. Daar koos hij er drie van en die werden ter plaatse gemixt. Allemaal op één namiddag. Ik wist dikwijls niet eens of het de laatste take was en dan zei hij: 'OK, kom we gaan het mixen'."

De drie die worden geselecteerd zijn: 'You Ain't Goin' Nowhere', 'Crash On The Levee (Down In The Flood)' en 'I Shall Be Released'.

Overigens heft Dylan de tekst van 'You Ain't Going Nowhere" wat aangepast om een sneer te kunnen geven aan het adres van Roger McGuinn. Hij adviseert hem "pick up your tent, you ain't going nowhere". Dat is een reactie op McGuinn's eigen tekstwijziging. Die had bij de versie van The Byrds, uitgebracht op Sweetheart of the Rodeo, gezongen "Pack up your money/ Pick up your tent" in plaats van "Pick up your money/ Pack up your tent" zoals Dylan origineel zong.

Eeen vierde nummer is een nieuwe versie van 'Only A Hobo' uit 1963. Dit nummer wordt in 1991 geselecteerd voor The Bootleg Series Volumes 1-3 (Rare & Unreleased) 1961-1991, maar blijft uiteindelijk onuitgebracht.
Welk het eventuele vijfde nummer was, is niet gekend.

* * *

Amper twee weken later staat Bob Dylan opnieuw in de studio. Hij heeft in de krant een artikel gelezen over de dood van een jonge zwarte activist.
George Jackson is op 21 augustus door een bewaker neergeschoten tijdens een opstand in de San Quentin-gevangenis in Californië. Jackson zou drie dagen later  opnieuw voor de rechter moeten verschijnen. Hij zat een gevangenisstraf van achttien jaar uit, omdat hij bij een roofoverval op een benzinestation $71 had buitgemaakt. In de gevangenis was hij lid geworden van de Black Panther-beweging van Malcolm X. Tijdens zijn gevangenschap had hij twee boeken geschreven: Blood In My Eye en Soledad Brother.

Het gebeuren heeft Dylan zo aangegrepen dat hij op 4 november nog eens een heuse protestsong op wil opnemen. Of misschien is het gewoon zijn bedoeling om Weberman de wind uit de zeilen te nemen. 

Hij neemt twee versies op van 'George Jackson': één solo en één met een band. Ook 'Wallflower' komt uit deze sessie.
Met steel gitarist Ben Keith , drummer Kenneth Buttrey en Leon Russell op bas wordt eerst 'Wallflower' op band gezet. Dit nummer blijft in de kast tot het in 1991 wordt bovengehaald voor The Bootleg Series, 1961-1991.
Daarna wordt een lange 'big band' versie opgenomen van 'George Jackson'.

Na afloop zet Bob solo ook nog een kortere, akoestische versie van de protestsong op band.

Beide versies worden samen op 12 november 1971, amper een week na de opname uitgebracht. De single komt op 4 december '71 de Billboard Hot 100 binnen, maar komt niet hoger dan 33.

Vijf dagen later ligt Bob Dylan's Greatest Hits, Volume 2 in de winkels. Op deze dubbel-lp staan naast een pak oudere nummers dus ook een vijftal recente opname, plus een schitterende live-versie van 'Tomorrow Is A Long time' - opgenomen op 12 april 1963 en geselecteerd voor de onuitgebracht live LP.

De foto op de voorzijde van de hoes was getrokken door Barry Feinstein tijdens het Bangla Desh concert. Het is een opzettelijke imitatie van de foto die Rowland Scherman in 1965 maakte voor Greatest Hits Vol. 1.

 

decoration


De verzamelaar komt op 11 december '71 de Billboard-albumlijst binnen en bereikt, als hoogste notering, een veertiende plaats.
In Europa heet de plaat overigens More Bob Dylan's Greatest Hits.
Het is een van Dylans best verkochte platen.


Pas in juli 1972 verschijnt een single met twee nummers uit de Greatest Hits collectie: 'When I Paint My Masterpiece'/'I Shall Be Released'.

De akoestische versie van 'George Jackson' is later ook nog eens uitgebracht op de Australische verzamelaar Masterpieces, maar de 'big band' versie is zeer moeilijk te vinden.

* * *

De driedubbele boxset The Concert For Bangla Desh wordt met heel veel vertraging pas op 20 december 1971 uitgebracht. In Amerika wou Capitol wou de LP niet distribueren indien ze er geen winst aan hadden. Dat was genoeg om zelfs de vredelievende George Harrison woest te krijgen. Iedereen had immers gratis gespeeld en de platenmaatschappij van The Beatles, Apple Corps, had de kosten voor het boekje op zich genomen. En EMI had geen enkel bezwaar gemaakt tegen de Europeese ditributie. Pas wanneer George ermee dreigde naar CBS te stappen, bond Capitol in en gaf $ 3,7 miljoen als vooruitbetaling.

De verdeling van de cassettes en 8-tracks werd toevertrouwd aan Columbia Records, in ruil voor hun toestemming voor het gebruik van Dylans bijdrage, die een hele plaatkant besloeg. Uiteindelijk ontving enkel Columbia $ 0,25 per verkochte LP. Dylan zelf zag daarvan nooit een cent.

Het geheel brengt uiteindelijk iets meer dan $ 15 miljoen op, al zou het door allerhande administratieve beslommeringen jaren duren eer het geld terecht kwam bij de noodlijdende bevolking van Bangla Desh.

 

decoration

15-10-07

Bob Dylan: Selfportrait

SELFPORTRAIT


decoration

Amper twee maanden na zijn laatste sessie en goed twee weken nadat Nashville Skyline is uitgebracht staat Dylan op 24 april 1969 al terug in de Columbia Recording Studios in Nashville, Tennessee, om nog meer country nummers op te nemen. Omdat zijn muse hem in de steek heeft gelaten wil hij nummers van anderen opnemen. Clive Davis, de grote baas van zijn platenmaatschappij: “Bob had mijn gedacht gevraagd over het concept. Niet dat mijn mening hem van het gedacht zou afbrengen, maar ik wist dat hij moeite had met het schrijven van eigen materiaal… dus moedigde ik hem aan.”

 

Dezelfde groep studiomuzikanten van het A-team zijn weer opgetrommeld: pianist Bob Wilson, gitarist Charlie Daniels, steel gitarist Peter Drake en de ritmesectie bestaande uit bassist Charlie McCoy en drummer Kenneth Buttrey.

Bob Johnston is weer producer.

 

“Dylan kwam binnen en vroeg, ‘Wat denk je ervan om wat nummers van anderen op te nemen?’” vertelt Johnston. “Wanneer hij me vraagt, ‘Wat denk je?’ zeg ik altijd, ‘Maakt het iets uit wat ik denk?’ Ik dacht dat het een goed idee was om nummers van anderen te coveren, als dat was wat hij wou doen. Hij kwam naar de studio met oude boeken en bijbels en begon aan de opnamen.”

Ze beginnen met een eigen compositie: het speelse 'Living The Blues'. In een tweede sessie volgt een cover van 'Spanish Is The Loving Tongue' van Charles Badger Clark. Dat nummer werd eerder ook al eens opgenomen tijdens de Basement Tapes opgenomen. Voor deze sessie komt Fred F. Carter Jr. als extra gitarist meedoen.

 

Twee dagen later nemen ze nog meer covers op, tijdens weer twee sessies van 18 tot 21 en van 22 tot 1 uur 's nachts: 'Take Me As I Am' van Boudleaux Bryant, 'A Fool Such As I' van Bill Trader, 'I Forgot More Than You'll Ever Know' van Cecil A. Null en zelfs 'Let It Be Me' van Gilbert Becaud.

 

Maar waar Dylan altijd erg goed nummers van anderen naar zijn hand wist te zetten, scheen dat deze keer niet te lukken. Dat is nog het best te merken aan de versies van de twee nummers die hij eerder ook al met The Band had opgenomen in Big Pink, tijdens de Basement Tapes sessies. Zowel de interpretatie van 'Spanish Is The Loving Tongue' als die van 'A Fool Such As I' lijken slechts karikaturen van wat hij toen uit deze nummers haalde.

 

* * *

 

Ter promotie van Nashville Skyline doet Dylan op aan de opnamen van de Johnny Cash Show. De opname vindt op 1 mei plaats in het Ryman Auditorium in Nashville. De plaats van de beroemde Grand Ole Opry concerten.

Johnny Cash: “Ik denk dat Bob Dylan schrik had of zelfs wat beschaamd was. Hij is erg verlegen. Ik begrijp dat. Toen we gingen repeteren hadden ze een oude schuur achter hem opgehangen, aan kabels, om het er wat landelijk te laten uitzien. Hij was er helemaal van ondersteboven. ‘Ze gaan me uitlachen! Mijn fans lachen me in het gezicht uit met zo’n ding!’

 

Ik vroeg hem, ‘Wat zou je willen?’ Hij antwoordde: ‘Laat ze dat ding weghalen. Laat me gewoon mijn ding doen.’ Geen probleem, zei ik, dat komt in orde.“

Dylan zingt er eerst twee nummers solo. Eerst zijn recente single, 'I Threw It All Away' en daarna 'Living The Blues' – gepland als de volgende single. Hij sluit af met 'Girl Of The North Country' als een duet met zijn gastheer. Ze worden begeleid door dezelfde groep muzikanten als tijdens de studio opnamen. Het programma wordt uitgezonden op 7 juni door ABC-TV.

 

Na de opnamen gaan ze terug naar het huis van Cash. Volgens de Man in Black waren de bekende bluegrass banjospeler Earl Scruggs, Bob Johnston en country songwriter Boudleaux Bryant uitgenodigd. Volgens Dylan waren ook nog Harlan Howard, Mickey Newberry en Joe en Janette Carter er bij.

 

Maar Graham Nash herinnert zich ook een etentje bij Cash, waar hij aanwezig was samen met zijn toenmalige vriendin Joni Mitchell, Kris Kristofferson en Eddy Arnold. Waarschijnlijk was dat hetzelfde diner.

 

In ieder geval, na het diner wordt een akoestische gitaar bovengehaald, waar ieder om een beurt een nummer op speelt. Nash meent dat Dylan vier of vijf nummers bracht en hij vertelt dat bij Sara de tranen over de wangen liepen van de emoties.

Cash herinnert zich dat Dylan koos voor het oude ‘These Working Hands’.

 

Op 3 mei vindt een laatste sessies plaats met coveropnamen. Nog een nummer van de Bryants, 'Take A Message To Mary' en de klassieker 'Blue Moon' plus nog twee nummers slappe versies van Johnny Cash songs ('Ring Of Fire' en 'Folsom Prison Blues') worden op band worden gezet.

 

In totaal heeft hij nu elf nummers opgenomen, genoeg voor een tweede (opnieuw erg korte) country LP. Het zijn praktisch allemaal nummers die hij kent uit zijn jeugd: The Everly Brothers, Johnny Cash en Elvis.

 

Maar de platenmaatschappij is niet tevreden over de banden die Johnston hen laat horen. De plaat gaat de kast in en zelfs 'Living The Blues' wordt niet als volgende single uitgebracht, zoals gepland. In plaats daarvan wordt gekozen voor 'Lay Lady Lay' - zeer tegen de zin van de zanger in. Nochtans scheert de single die zomer overal hoge toppen.

 

* * *

 

Dylan heeft niet veel zin om nog een zomer door te brengen in Woodstock. Niet alleen raakt de watervoorraad er op wanneer het lang droog blijft. Erger zijn de vele toeristen die er speciaal naar toe trekken om hem te komen opzoeken. Ze betekenen een voortdurend overlast voor hem en zijn buren. Ze dringen zelfs zijn huis binnen.

Dylan heeft dan ook veel van zijn vrije tijd in Nashville doorgebracht met het kijken naar huizen.

 

Waneer hij daar niet meteen iets geschikt vindt, besluit hij onder te duiken op Fire Island. voor de kust van Long Island. Hij huurt er een huis in Bay Berry Dunes. Uit de eerste twee strofen van ‘Sara’ op Desire blijkt dat de familie er idyllische tijden beleeft.

Wanneer ze geen wandelingen maken langs het strand of picknicken in de duinen, gaat Bob wat jammen met een vriend, David Amram. Na een tijdje komen ook andere mensen langs. Ieder die zin heeft mag meespelen. Op een dag komen er twee jonge kerels langs, maar na een kwartiertje leggen ze hun instrumenten neer en lopen het water in. Achteraf blijkt dat ze dachten dat ze aan het hallucineren waren en dat wat afkoeling hun goed zou doen. Ze konden toch niet echt met Bob Dylan aan het spelen zijn!

 

* * *

 

Op 13 augustus stappen Bob en Sara aan boord van het luxeschip de Queen Elisabeth II om de oceaan over te steken. Ze nemen hun twee oudste kinderen, Maria en Jesse mee. Bob gaat in Engeland optreden tijdens een festivalletje op het eiland Wight.

 

De organisatoren, twee broers Ray en Ron Foulk, hebben vorig jaar met 10 000 mensen een eerste succes geboekt. Deze keer hebben ze hun maatstaven wat hoger gelegd en gaan ineens voor de top. Ze hebben een brochure laten drukken, waarin de kwaliteiten van het Isle of Wight als een vakantieoord wordt benadrukt. Bovendien hebben ze ook nog eens een filmpje laten maken. Een van de broers gebruikt de laatste winst om de folder en het filmpje persoonlijk te gaan afgeven bij Dylan thuis. Dylan krijgt twee weken vakantie aangeboden, met alles er op en eraan, plus $60,000. Het zal een kleinschalig, intiem festival worden op een pittoresk eilandje, zo legt hij uit. Het optreden van Dylan is gepland als hoogtepunt op de zondagavond. Hij zal worden begeleid door The Band, die daarnaast ook een eigen set spelen.

Sara ziet zo'n uitstapje wel zitten. Alles is beter dan in  Woodstock te blijven. 

 

Huisvader Dylan heeft nog een andere reden om op de uitnodiging in te gaan: op 15 augustus begint in Bethel het driedaagse Woodstock festival. Dylan ziet de invasie van hordes bloemenkinderen in zijn domein met angst en beven tegemoet. Altijd het meest op zijn gemak in kleine kring, heeft hij meer dan genoeg van de miljoenenkoppige Woodstockgeneratie en hun adoratie. Hij wil alles doen om het festival te ontlopen, zelfs optreden aan de overkant van de oceaan.

 

De organisatoren van Woodstock, Mike Lang en John Roberts, hadden nochtans het festival zo kort mogelijk bij Dylan huis willen houden, in de hoop dat ze hem daarmee uit zijn isolement zouden kunnen lokken. Maar het gemeentebestuur van het stadje zag dat allemaal niet zitten en daarom werd uitgeweken naar het terrein van een boer, Max Yasgur, zo'n 60 mijl verderop, bij het dorpje Bethel.

 

Om alvast te testen of een groot publiek iets voor hem is, is Dylan, onder het pseudoniem "Elmer Johnson", op 14 juli, voor enkele bisnummers te gast bij het concert van The Band tijdens het Mississippi River Festival aan de universiteit van Edwardsville in Illinois. Ze brengen er Woody Guthries 'Ain't Got No Home', Leadbellys 'In The Pines' en 'Slippin' and Slidin' van Little Richards.

 

Achteraf zegt hij tegen Amram: “Er waren zo’n 30 000 mensen en ze waren me niet vergeten… Dat deed deugd… Het is goed om terug hier te zijn, op het strand, met die stilte.”

 

* * *

 

Maar we hadden Bob en zijn familie even achtergelaten aan boord van de Queen Elisabeth II, klaar om te vertrekken naar Engeland. Er is echter iets fout gelopen bij het inschepen: pas aan boord is de vier jaar oude Jesse met zijn hoofd ergens tegen aangelopen. Hij is bewusteloos en moet snel naar de spoedafdeling worden gebracht. De dokter zegt dat hij best twee dagen ter observatie moet worden opgenomen. De boot vertrekt zonder de familie Dylan.

De Britse pers meldt dat Bob Dylan niet komt en de ticketverkoop voor het festival van het Isle of Wight valt compleet stil.

 

* * *

 

Op 26 augustus  - twaalf dagen later dan gepland - arriveert Bob Dylan dan toch met Sara en de kinderen op Heathrow Airport. Bij hen zijn ook nog de journalist Al Aronowitz, die optreedt als Dylans roadmanager en Grossmans vennoot Bert Block, met vrouw en dochter.

 

Van Portsmouth worden ze met de Hovercraft naar het eiland Wight gebracht, waar ze verblijven in Foreland Farms. Het 16de eeuwse herenhuis is volledig omgeven door een hoge muur. Daarbinnen zijn er tuinen, een zwembad, tennisvelden en een schuur ingericht als repetitieruimte.

The Band met hun road manager Jonathan Taplin worden ondergebracht in een klein hotelletje aan de kust.

 

Ondertussen zijn er allerhande geruchten ontstaan. Zo wordt er gefluisterd dat Bob wel drie uur zal optreden en dat hij een supersessie zal doen met leden van The Beatles en the Rolling Stones.

Bob en Sara gaan Osborne House bezoeken. Dat is het buitenverlijf waar Queen Victoria haar zomers doorbracht met haar elf kinderen.

Drie dagen voor het concert arriveert Beatleshulpje Mal Evans met een Daimler limousine in Foreland Farms. De journalist Al Aronowitz heeft hem uitgenodigd om hem te helpen om een persconferentie te organizeren voor Bob Dylan.

Op de vraag waarom hij hier wel wilt optreden, antwoordt Dylan: "Ik wou het huis van Alfred Lord Tennyson bezoeken."

 

Ook George Harrison en zijn vrouw Patti komen Bob Dylan bezoeken. Aronowitz heeft hun gevraagd om ook wat "rookwaren" mee te brengen. "George kwam een dag later aan, helemaal van Portsmouth, in zijn blauwe Italiaanse sportwagen. Die, grapte hij, meer had gekost dan een huis! Natuurlijk was hij met de ferry de Solent overgstoken. George dacht dat het veiliger was om Ringos marihuana voorraadje zo te transporteren voor Bob, The Band en mij.

George bracht ook een kopie mee van de LP Abbey Road (die toen nog niet uit was). We speelden hem door de boxen in de repetitieschuur. Het publiek bestond uit Robbie Robertson en The Band plus Dylan en ikzelf. Hoewel ik behoorlijk ondersteboven was, reageerden de anderen erg koeltjes. In feite, als ze iets lieten merken, was het vooral jaloezie!

 

Mal, George en Pattie bleven bij ons overnachten in de Forelands Farm om Bobs optreden de zondag avond mee te maken.”

“Ik kwam op een dag door de zitruimte, " herinnert organisator Ray Foulk zich, "en Dylan en Harrison zaten daar op de zetel ‘All I Have To Do Is Dream’ van The Everly Brothers te zingen. Het klonk ongelofelijk…precies de Everlys.”

De conciërge, Judy Lewis herinnert zich vooral dat Dylan haar gebak lekker vond: appeltaart met zwarte bessen, appelflappen en vruchtcakes. "Sara zat hem voortdurend op zijn kop over zijn dieet. Ik moest voortdurend kopjes thee aanslepen voor hem en George. George bewonderde hem, maar ik had de indruk dat Dylan niet graag had dat Harrison voortdurend wilde spelen.”

 

Op 31 augustus arriveren nog meer Beatles op het eiland Wight. Paul kan niet komen, omdat Linda net bevallen is. Ringo en Maureen zouden Elizabeth Taylor meebrengen, maar uiteindelijk blijken ze John en Yoko bij te hebben. Ze landen zondagnamiddag met een helikopter op het erf van de boerderij. John en Yoko worden natuurlijk - zoals dat toen hun gewoonte was - gevolgd door een cameraploeg, die elke beweging van het koppel vast moet leggen.

De Lennons hadden duizenden pamfletten laten drukken die ze uit de helikopter wilden strooien boven het festivalterrein. De piloot weigerde dat en dus hadden ze honderden witte ballons laten opblazen door het personeel van Apple. Tot iemand opmerkte dat ze die opgeblazen ballonnen niet in de helikopter kregen!

Bob nodigt The Beatles uit tot een spelletje tennis. Natuurlijk speelt John met Bob, tegen Ringo en George.

 

Hoewel Aronowitz niets meldt over een jamsessie meent de promotor zich er toch een te herinneren.

 

Rikki Farr: “We hadden geprobeerd The Beatles te overtuigen om te komen optreden, maar dat ging niet door. Er was wel een spontane jamsessie in de namiddag. Op de scène stond de ongelofelijkste supergroep ooit: Dylan, The Beatles, Eric Clapton, Jackie Lomax…. Ginger Baker kwam van het drummerskrukje en Ringo kwam in zijn plaats. Eric Clapton speelde een solo en dan nam George Harrison de volgende. Verbluffend!"

 

Omstreeks half zes worden Bob en Sara, Ringo, Maureen en Al Aronowitz in een busje naar het festivalterrein in Woodside Bay gebracht.

Door problemen met de klankinstallatie kan The Band pas met anderhalf uur vertraging het podium op. Dylan’s optreden begint daardoor ook veel later dan gepland.

 

Bij zijn opkomst om elf uur ’s avonds, wordt Dylan verwachtingsvol aangestaard door de 200 000 op elkaar geplakte jongeren. Op de eerste rij wachten George en Patti, Ringo en Maureen, John en Yoko, Neil Aspinall en Mal Evans om getuige te zijn van het eerste optreden van Bob Dylan in Engeland sinds 1965.

 

Omdat hij geen instrumenten heeft meegebracht heeft George hem zijn akoestische gitaar geleend. Van zijn stuk gebracht door de massa – hij heeft nog nooit voor zoveel mensen gestaan – worstelt Dylan zich door de eerste nummers, 'She Belongs To Me'  en 'I Threw It All Away' heen. Maar het klikt niet tussen de gretige meute en de onwennige artiest. Alleen al door zijn uiterlijk: Dylan draagt een hagelwit herenkostuum en heeft een oud-christelijk ringbaardje laten staan. Bovendien zingt hij in zijn zalvende Nashville Skyline-stem.

De rest van de set brengt hij een mengeling van recente nummers als 'I Dreamed I Saw St. Augustine' en 'Lay Lady Lay', met oudere als 'Maggie's Farm' en 'To Ramona'. Er zitten zelfs een paar unieke nummers bij die hij nooit nadien nooit meer heeft gebracht. Eerst de Britse traditional 'Wild Mountain Thyme' en als bisnummer, 'Minstrel Boy'.

  decoration
 

Het concert wordt opgenomen voor een mogelijke live plaat.

Na zeventien nummers is het plots gedaan. Er overheerst wederzijdse teleurstelling. Het publiek had op veel meer gehoopt en Dylan op veel minder publiek. Bovendien had hij zich serieus opgewonden over het veel te lange wachten. Hij had gedaan wat hij moest doen en werd uitgejouwd als dank.

Na afloop van het optreden vliegt het hele gezelschap per helikopter naar Georges huis in Tittenhurst Park, waar Bob en Sara blijven overnachten. De volgende middag brengt George hen naar Heathrow Airport, met zijn Mercedes.

Bij zijn aankomst in New York laat Dylan de pers weten dat dit zijn laatste bezoek is geweest aan Engeland: “Ze doen daar veel te gewichtig over liedjeszangers.”

 

* * *

 

Op zoek naar rust en inspiratie verhuist Dylan die winter met zijn gezin naar New York. Het eens zo landelijke en rustige Woodstock is de laatste tijd overwoekerd met dagjesmensen en toeristen. Maar ook in de stad zijn de tijden veranderd. De artistieke enclave Greenwich Village is een toeristische attractie geworden voor jonge hippies. “Terug kijkend was het geen goed idee,” meent Dylan in ’84. “Maar er was een huis te koop in MacDougal Street en ik herinnerde me dat als een aangename plaats. Dus kocht ik het huis, ongezien. Maar het was niet meer hetzelfde. De Woodstockgeneratie had het daar ook al voor het zeggen.”

Op het eerste gezicht heeft het huis nochtans zijn voordelen: er is een ommuurde tuin, alleen toegankelijk voor de bewoners van het pand. De kinderen kunnen re dus rustig buiten spelen. En de plaatselijke school staat goed aangeschreven.

 

* * *

 

In interview met Ed Ward voor Rolling Stone, vertelt Roger McGuinn dat er plannen waren om The Byrds en Bob Dylan samen een plaat te laten opnemen. "Clive Davis, de grote baas van Columbia, belde me op met de vraag of ik een plaat met Dylan wou opnemen. Daar wou ik graag aan meewerken.

 

Dus belde ik Dylan. Hij was op de hoogte van het voorstel en ik vroeg of hij ideeën had. Maar hij zei dat hij er zelf nog niet over had nagedacht. "Misschien dat jij wat oud material kunt meebrengen? Dan doe ik dat ook en dan komt het wel in orde." Ik vroeg hem of hij misschien wat nummers had liggen die hij zelf niet op zou nemen, maar hij zei dat het schrijven niet wou vlotten tegenwoordig. Ik zei dat we allemaal dik en lui werden en we lachten er om."

 

We vertrokken naar New York, want we moesten er sowieso al zijn om paar optredens  te spelen. Maar maandag hadden we nog altijd niets gehoord. Rond de middag namen de de jongens het vliegtuig en een uur later belde iemand van de platenmaatschappij om te zeggen dat we om half drie verwacht werden in de studio. Ik legde haar de toestand uit. Zij belde naar Dylan en die was er niet over te spreken dat we niet braafjes op een telefoontje hadden zitten wachten.

Het bleek dat er iemand naar het optreden had moeten komen om de zaak te regelen, maar die was niet komen opdagen. Maar ik denk dat het gewoon een vuil spelletje was. Wij hadden Bob Johnston als producer de laan uitgestuurd. Hij had ons 12 uur op voorhand moeten verwittigen - dat is vastgelegd door de vakbond. Hij heeft het met opzet gedaan."

 

* * *

 

Na een onderbreking van tien maanden duikt Dylan weer de studio in, op 3 maart 1970. Voor het eerst sinds 1965 kiest hij er voor om terug op te nemen in New York City. In de Columbia Recording Studios hebben ze ondertussen 16-sporen apparatuur geïnstalleerd. Bob Johnston is nog steeds producer.

De klemtoon is verschoven van country naar roots nummers. Maar het blijven voornamelijk covers die Dylan opneemt met zijn favoriete muzikanten: Al Kooper en  David Bromberg, plus fiddlespeler Emanuel Green. Het opvallendst is dat hij oude krassende stem terug gebruikt. Weg is het zalvende geluid van de country platen.

 

Tijdens de sessie in de namiddag van 14:30 tot 18:30 wordt er eerst geprobeerd een fatsoenlijke opname van 'Pretty Saro' op band te zetten. Wanneer dat niet lukt wordt er van het ene na het andere nummer gesprongen. Aan de meeste wordt zelfs geen tweede take besteedt. Alsof hij aan de muzikanten duidelijk wil maken: het lukt in één keer, of we vergeten het maar. Dylan zingt uiterst losjes en klinkt soms alsof hij een slok teveel op heeft.

 

Toch zullen een aantal van deze nummers, weliswaar met een pak overdubs, worden geselecteerd voor Self Portrait. Van deze sessie zijn dat twee versies van het aloude 'Little Sadie', het prachtige 'Belle Isle' en 'Copper Kettle', 'It Hurts Me Too' (eigenlijk ‘When Things Go Wrong With You’ van Big Bill Broonzy) en een godsalmachtig slechte versie van Paul Simons 'The Boxer' waarop Bob probeert met zichzelf in duet te gaan. Misschien koos hij voor dit nummer omdat het gerucht liep dat het over hem ging?

 

De volgende dag vinden er weer drie sessies plaats volgens hetzelfde patroon, tussen 14:30 en 2:30. 'Went To See The Gypsy' en een cover van 'Thirsty Boots' van Eric Andersen krijgen elk een vijftal pogingen en alle volgende nummers staan er in één take op. Dylans ene eigen compositie is een verslag over een bezoek aan Graceland, in een poging om Elvis te ontmoeten.

 

Mogelijk worden er daarna telkens overdubs toegevoegd op de beschikbare sporen. Zo zijn Alvin Rogers (drums) en Stu Woods (bas) toegevoegd in een ander handschrift aan de opnamebladen van 'Days of '49' en 'The Boxer'. Versies van 'Railroad Bill' en 'House Carpenter' blijven ongebruikt, maar een cover van 'Early Morning Rain' van Gordon Lightfoot en het instrumentale 'Wigwam' worden goed genoeg bevonden.

 

Op 5 maart is er slechts één sessie, van 16:30 tot 20:00. Daarbij zijn er voor het eerst tijdens een sessie van Bob Dylan, een aantal backing zangeressen ingehuurd - maar niet voor het laatst. Verder is er ook een ritmesessie aanwezig: drummer Alvin Rogers en bassist Stu Woods.

De meeste aandacht gaat naar 'Alberta', 'My Previous Life' en  'Time Passes Slowly'. 'Gotta Travel On' van zijn oude maat Paul Clayton kent hij al heel lang en dat staat er dan ook in één keer op. Het laatste nummer van die dag is 'All The Tired Horses', waarvan de volledige tekst luidt: "All the tired horses in the sun/How am I supposed to get any riding done?' Of is het "writing'?

 

Er is genoeg materiaal opgenomen voor een album: maar liefst 26 verschillende nummers. Maar nadat hij de banden heeft nog eens in alle rust heeft beluisterd, ziet Dylan af van het idee van een folk-covers album. Hij laat Bob Johnston de banden meenemen naar Nashville om ze er uitgebreid te laten bewerken met overdubs. Zelf blijft hij in New York.

 

Het overdubben begint al op 11 maart. De muzikanten reageren verbaasd op wat ze te horen krijgen. “Dylan stuurde de banden naar hier met de opdracht dat we gewoon er over moesten opnemen, wat er al op stond..." vertelt Charlie McCoy die gitaarpartijen moet inspelen op 'Days Of '49', 'Little Sadie', 'Alberta' en 'All The Tired Horses'.

"Het waren meestal nummers van anderen en het leek alsof hij er mee aan het experimenteren was. De tempo’s waren niet altijd even vast en hij speelde ook niet altijd zuiver op zijn gitaar…. Ik had de indruk… dat hij zomaar wat bij elkaar had gegooid.” 

Drummer Ken Buttrey: “Charlie McCoy had zijn werk gedaan en dan kwam ik de studio in, terwijl hij stond in te pakken…. En hij zei: ‘Dit ga je nooit geloven.”

Na hem volgt ook nog bassist Bob L. Moore.

Ook de volgende twee dagen doen de studiomuzikanten hun best om te redden wat ze kunnen.

Na het weekend wordt eerst nog met een beperkte groep muzikanten nieuwe backing tracks opgenomen voor 'Early Morning Rain' en 'Woogie Boogie'. 

Maar dan worden alle registers open getrokken. Tijdens een bijna zes uur durende sessie worden onder leiding van de arrangeur Bill Walker blazers en strijkers toegevoegd aan 'Copper Kettle', 'Belle Isle' en 'All The Tired Horses'. Ook zijn er opnieuw drie zangeressen ingehuurd voor nog meer backing vocals.

 

Twee weken later worden er, op 26 en 27 maart, nog meer blazers en backing vocals toegevoegd aan een aantal tracks in een studio in Hollywood. Bob Johnston kijkt goedkeurend toe.

 

Maar het resultaat is nog niet naar zijn tevredenheid, want hij keert terug naar Nashville voor nog meer overdubs: sax en gitaar. Zo zijn er op 2 april twee sessies van elk drie uur voor 'The Boxer'. Had Dylan zelf maar zoveel tijd gestoken in zijn zang!

 

* * *

 

Wanneer de banden terug wordt een LP samengesteld. Maar voor de tweede keer op rij is Clive Davis niet onder de indruk.

 

Dylan besluit dan maar er een soort “eigen bootleg” van te maken, naar het voorbeeld van Great White Wonder - de allereerste rock bootlegplaat. Die zogenaamde “witte plaat” van Bob Dylan werd in de zomer van 1969 verkocht op universiteitscampussen en tweedehands zaken. Er staan nummers van de "hotel tape" uit '61, een radio programma uit ’62, wat nummers van de Basement Tapes en ‘Living The Blues’ van de Johnny Cash Show.

De kwaliteit is niet schitterend en er staat geen informatie op de witte kartonnen hoes, maar dat draagt allemaal bij tot de mysterieuze aantrekkingskracht. Op 20 september werd de plaat zelfs in Rolling Stone besproken.

 

Dylan besloot dus dat voorbeeld te volgen: een paar nummer van zijn onuitgebracht country covers album, een pak nummers van de recentere opnamen in New York en, waarom ook niet…. wat live opnamen van het concert in Wight. 

En dan moet er nog een hoes rond en een titel. “Het was uiteindelijk een concept-LP geworden met een titel die alle kanten uitkon: Selfportrait…. Het was nooit mijn bedoeling om mezelf te schilderen.”

 

Self Portrait wordt op 8 juni 1970 uitgebracht: een dubbel-lp, met een naïef-expressionistich zelfportrait op de hoes. De reacties liegen er niet om: “Wat is dit voor gelul?” vraagt de vooraanstaande rockcriticus Greil Marcus zich in Rolling Stone af. Een goede vraag. Het vierentwintig liedjes lange zelfportret bestaat uit slappe covers van evergreens als ‘Let It Be Me’, ‘Blue Moon’, ‘Take A Message To Mary’ en ‘The Boxer’.

Dylan zal het album later uitleggen als een bewuste poging zijn fans te schofferen. “Ik wilde iets maken waar de mensen niets mee konden, zodat ze naar iemand anders zouden lopen,” zegt hij tien jaar later in datzelfde Rolling Stone. 

Maar waarom een dubbel-lp? “Als je dan toch een hoop flauwekul gaat maken, kun je het net zo goed zo hoog mogelijk opstapelen.“

Maar bij die kul zit ook een aantal nummers waarop Dylan wel min of meer zijn best doet, en die erop wijzen dat hij er niet alléén maar op uit was om zijn aanhang te bruuskeren.

Johnston blijft de plaat verdedigen: “Ik hield van die plaat, maar natuurlijk werd het neergesabeld. Maar luister er eens naar. Niet zo van, ‘Dit is de nieuwe plaat van Dylan.’ Luister gewoon naar wat er te beleven valt. Het is een schitterende plaat.”

En ook het publiek schijnt het wel te lusten: Self Portret komt op 4 juli '70 de Billboard-albumlijst binnen en bereikt even later de vierde plaats.

 

16-09-07

Bob Dylan: The Basement tapes

The Basement Tapes  

oephel4s

Na het ongeval met zijn motor (voor de kenners: een Triumph 650 Bonneville) op 29 juli 1966 dook Dylan onder bij een bevriende arts in Middletown, waar hij tot rust mocht komen. Een echte behandeling was blijkbaar niet nodig, al had hij wel een steunverband om zijn nek en ging hij veel zwemmen om de pijn in zijn rug te verzachten. Kwatongen beweren dat hij zich verscholen hield om af te kicken.  Bob Dylan was pas 25. Hij zag in dat het zo niet langer kon. De verplichtingen, de drugs, de druk… 

Later gaf hij toe: "Het keerpunt was kort na het ongeval. Op een nacht met een volle maan, keek ik uit over de donkere bossen en dacht: 'Er moet iets veranderen'."

 

Pas na zes weken keerde hij terug naar zijn vrouw en kinderen in het landelijke Byrdcliffe, nabij Woodstock. Die kunstenaarsenclave ligt op meer dan twee uur rijden van New York. Dylan had er in ’65 Hi Lo Ha gekocht, een groot cederhouten huis uit 1910, met vijf open haarden en evenveel badkamers. Ver van alle drukte geniet hij er met volle teugen van zijn leven als brave huisvader. Een van de weinige die hem daar af en toe ging opzoeken is Al Aronowitz, de journalist die hem bij The Beatles introduceerde. Aronowitz meende later: "Bob en Sara waren zowat het onafscheidelijkste koppel dat ik ooit heb gezien. In de jaren na zijn ongeval, was Bob doorlopend verliefd op zijn vrouw."

 

* * *

 

Omdat Dylan, volgens het contract uit 1961, CBS nog maar één plaat moet, begint zijn manager Albert Grossman, alvast aan het onderhandelen met andere platenmaatschappijen. MGM is geïnteresseerd. Zij bieden een miljoen dollar als voorschot. Een contract wordt getekend.

Maar Clive Davis, de vice-voorzitter van Columbia Records wil hem niet zomaar laten gaan. Hij speelt de verkoopcijfers van hun artiest door aan de concurrentie. Van Dylans platen zijn immers nooit meer dan een half miljoen  verkocht, terwijl The Beatles, The Rolling Stones en zelfs Elvis Presley het veel beter doen. De rebelse Dylan slaat alleen aan bij een jonger publiek en schrikt hun kapitaalkrachtiger ouders af. MGM trekt zich terug.

 

Bij gebrek aan nieuw materiaal brengt Columbia op 27 maart 1967 dan maar een verzamelplaat uit: Bob Dylan's Greatest Hits - ook al zijn weinig van deze tracks echt hits geweest. Bij de plaat zit ook de nu wereldberoemde poster van Milton Glaser waarop Dylans haar vervangen is door psychedelische kleurenslierten.

De LP komt op 6 mei 1967 de Billboard-albumlijst binnen en bereikt de top tien.

00103049 

Op 1 juli tekent Dylan dan een nieuw contract voor vijf jaar bij zijn oude platenmaatschappij. Hoewel het voorschot slechts 200 000 dollar is, krijgt hij 20% royalties op nieuwe platen , een extra 5% op oud werk en ongebruikelijke macht over zijn materiaal. De aanleiding tot zoveel toegefelijkheid is prestige. Andere, beter verkopende acts, willen graag op hetzelfde label als hun grote voorbeeld ondergebracht worden. En het mysterie dat om Dylans verdwijntruc hangt werkt: Greatest Hits is Dylans best verkochte plaat tot dan toe geworden: drie miljoen exemplaren.

 

* * *

 

Het eerste teken van leven van de man zelf komt op 7 mei 1967.  Het New Yorkse Daily News publiceert een nieuw interview met de popster. Op de vraag van Michael Iachetta wat hij heeft gedaan de laatste maanden antwoordt Dylan: “Boeken gelezen van mensen waarvan jij nooit hebt gehoord, denken waar ik naar toe moet en waar ik loop. Ik ben met teveel tegelijk bezig!"

 

Het interview is bedoeld als promotie voor de documentaire film Don't Look Back die dezelfde dag in première gaat in het Presido Theatre in San Francisco. Dylan zelf komt natuurlijk niet opdagen.

 * * * 

Hij heeft het veel te druk met het hermonteren van de volgende film: Eat The Document. Enkele maanden geleden had D. A. Pennebaker hem een voorvertoning laten zien van de documentaire over zijn meest recente tournee. "Ze hadden er een tweede Don't Look Back van gemaakt," meende hij in 1978. "Alleen deze keer voor televisie. Ik had niks beters te doen dan de film te bekijken. Het hele spul, inclusief alle ongebruikt materiaal. Het werd me snel duidelijk dat het rommel was. Kilometers en kilometers rommel."

 

De confrontatie met zichzelf kwam hard aan.

"Toen hij de film voor het eerst zag was hij geschokt,” weet de zangeres Nico. “Niet omwille van zijn gedrag, maar om hoe hij er uit zag. Zijn voorkomen voor altijd vast gelegd op film, door iedereen te bekijken: mager als een lucifer, in een leren jas. Hij wou er uit zien als Brian [Jones] of Jim [Morrison], niet als een folkzanger. Dat is waarom hij de film wou tegenhouden. Vreemd, want hij had een eigen imago, als hij er niet probeerde uit te zien als iemand anders - het Dylan kapsel? Iedere artiest gaat door zo een fase. Ze maken hun eigen beeld, beetje bij beetje. Soms overdrijven ze en maken zich belachelijk - kijk naar Lou Reed. Het is niet altijd pure ijdelheid; het is ook voor hun volgelingen, om een held te zijn, een perfect idool."

 

Ontevreden met het resultaat zoals het door Pennebaker werd gepresenteerd, besloot Dylan om de hele film te verknippen en door elkaar te hutselen. Robbie Robertson kwam hem daarbij helpen. Hij trok voorlopig in bij Bob en Sara. En ook Howard Alk, de cameraman die de film in Engeland had geschoten, assiteerde.

 

Na enkele weken besloot Dylan dat hij wat extra scènes wou draaien. Hij nodigde wat vrienden uit om te komen te acteren. In februari arriveerden Rick Danko en Richard Manuel. Sinds het ongeval zaten The Hawks in het Chelsea hotel te wachten. Ze werden immers nog altijd doorbetaald. “Dat was de eerste keer dat ik aan Woodstock werd blootgesteld,” aldus Danko, “In de winter, filmend in de sneeuw.”

Passend bij het surrealistische resultaat werd de film Eat The Document gedoopt. Zelfs nu, veertig jaar later hebben weinig mensen de documentaire gezien. 

Wanneer Garth Hudson enkele weken later ook arriveert, huren The Hawks een huis in het nabijgelegen West Saugerties. Omwille van de aardbeienijs kleur waarin het is geverfd wordt het Big Pink gedoopt. Robertson en zijn vriendin Dominique verkiezen een ander verblijf.

big_pink

Robertson blikt terug: "Ik woonde er wel niet, maar het idee was dat we, net als in New York, samen zouden hokken. Maar in plaats van in de stad was het nu in op het platteland. Het was een soort clubhuis en wij waren dan een bende - alleen speelden wij muziek in plaats van te gaan vechten. Elke dag kwamen we samen. En zodra Bob beter was, kwam hij ook elke dag."

 

“Bob en Robbie kwamen hier elke dag, vijf tot zeven dagen per week, zeven of acht maanden lang,” aldus Danko. “Bob verscheen altijd klokslag twaalf uur.” Hij zette een kop koffie en ratelde op de typmachine. The Hawks waren, na jaren van touren gewoon aan een nachtelijk regime van ’s avonds werken en overdag slapen. Met kinderen in huis was Dylan overgeschakeld op een meer geregeld leven. Met zijn irriterend getyp waarschuwde hij de mannen dat het tijd was om uit bed te komen.

"We verzamelden om een uur of één in de kelder van Big Pink,” bevestigd Robertson. ”Het was pure routine. Om niet gek te worden van verveling  speelden we elke dag muziek… zomaar. Zonder een speciale reden. We waren geen plaat aan het maken. We dolden maar wat, om de tijd te doden."

 

Het maakt niet uit of het folk, blues of country is. Ieder nummer is diep geworteld in de tradities van de Amerikaanse muziek. "Met die covers wou Bob ons opvoeden," meent Roberston. "Wij moesten niks van dat folkgedoe hebben in het begin - we kenden daar absoluut niks van... Hij kwam dan met iets als '[The Banks of the] Royal Canal,' en wij riepen uit: 'Dat is prachtig!'"

... hij kende er zo veel. Hij kwam naar Big Pink of waar we ook waren en toverde dan weer zo een oud nummer uit zijn hoed. Hij had zich voorbereid. Hij oefende eerst en dan pakte hij er mee uit, om het ons te tonen."

De grote verscheidenheid aan materiaal is opmerkelijk. Van alles laat Dylan de revue passeren: van zeeliederen tot country tranentrekkers, van pure gospel tot eenvoudige moraliserende liedjes, van de Engelse en Ierse balladen tot die uit het Apalachen gebergte…  Johnny Cash, the Stanley Brothers, Ian Tyson, Rick Van Schmidt…

"Hij leek ze zomaar uit zijn mouw te schudden," herinnert Robbie Robertson zich. "We hadden geen idee of hij ze zich herinnerde of dat hij ze zelf geschreven had. Als hij het zong kon je geen verschil merken."

 

Regelmatig wordt de namiddag afgerond door twee of drie van de nummers die overdag waren gespeeld, op band te zetten. Gewoon, losjes, in één take.

Die bandopnemer was op een of andere manier nog was blijven liggen na de wereldtournee van 1966. Professioneel materiaal dus, uitgerust om drie microfoons per kanaal te werken en vier of vijf uitstekende Neumann microfoons. Garth Hudson nam het op zich om het toestel te bedienden. Later zou Dylan opmerken: "Zo zou je altijd moeten kunnen opnemen - in een vredige, relaxte omgeving… ergens in een kelder, met de ramen open en een hond aan je voeten."

 

* * *

 

Af en toe wordt er ook bij Dylan thuis verzameld. Dan musiceren ze in de Rode Kamer. Maar Sara maakt snel een einde aan die bijeenkomsten. Op 11 juli is Anna Lea Dylan, het tweede kind van Sara en Bob geboren. Zo’n bende in huis de hele dag  vindt ze maar niks. Zeker met kleine kinderen die moeten slapen.

 

Terug dus naar de kelder van Big Pink. Vandaar de latere benaming: The Basement Tapes. Opvallend is dat van de meer dan honderd nummers die zijn bewaard gebleven er geen enkele een cover is van de nummers die in de hitparade van die tijd stonden. Niks Summer Of Love: geen Sgt. Pepper’s, geen Jefferson Airplane of Doors. In de kelder in de bossen van Woodstock worden oude Sun nummers als 'Big River' of 'Folsom Prison Blues' gevolgd door een doo-wop klassieker als 'Silhouettes', John Lee Hookers 'I'm In The Mood For Love' of Sam Cookes 'Bring It On Home'.

'All American Boy' was een hitje van Bobby Bare uit 1957 waarin de lof werd bezongen van Elvis. De verwijzingen naar Colonel Parker worden door Dylan echter veranderd in kritiek op zijn eigen manager Grossman.

In het interview van mei 1967 had hij al verklaard: "Er zitten nog steeds songs in mijn hoofd. Maar ik zal ze niet opschrijven zolang bepaalde dingen niet zijn uitgeklaard. Niet voordat bepaalde mensen goedgemaakt hebben wat ze hebben aangericht."

Dylan lag overhoop met zijn manager omdat hij had vastgesteld dat de muziekuitgeverij Dwarf Music die Grossman voor hem had opgericht voor 50% eigendom was van zijn manager.  Naarmate de tijd vordert sluipen meer en meer eigen composities van Dylan er tussen. "We deden zeven, acht, tien, soms zelfs vijtien nummers per dag," vertelt Hudson. "Sommige waren oude balladen en traditionals ...maar andere verzon Bob ter plekke... We speelden een melodie, hij zong een paar woorden die hij had opgeschreven en voegde er dan wat aan toe. Soms ook gewoon wat klanken en nonsens… een goeie manier om nummers te schrijven."Het worden nummers vol tijdloze, surrealistische spontaniteiten die klinken alsof ze honderd jaar eerder zijn geschreven. 'Silent Weekend' is zo een van die eerste nieuwe songs. Het prachtig rockabilly  nummer dat oorspronkelijk was geselecteerd om te verschijnen op The Bootleg Series in 1991, maar aan de kant werd geschoven toen die werd ingekort van vier naar drie cd's.  Een ander hoogtepunt is 'Sign on the Cross'. Met meer dan zeven minuten is het de langste van de kelderopnamen. Met Garth Hudsons orgel als begeleiding steekt Bob een dronken monoloog af. Jaren later zal Dylan de basisstructuur ervan herwerken tot 'Love Rescue Me' dat hij samen met U2 opneemt.  Het surrealistische 'Yea! Heavy And A Bottle Of Bread' geeft het relaas weer van een merkwaardig busritje, terwijl in 'Million Dollar Bash' een iedereen wordt opgeroepen om mee te gaan naar een poepchic feestje.  Ook weinig gehoord is het prachtige 'I’m Not There (I956)'. Pas dit najaar zal het eindelijk verschijnen op de soundtrack van de gelijknamige film. In die film worden fazen uit het leven van Bob Dylan belicht, waarbij de man wordt geportretteerd door een vijftal acteurs, waarvan één zelfs een vrouw.    Tegen het einde van de zomer wordt er meer aandacht aan de opnamen besteedt en worden enkele van de eigen nummers - nu uitsluitend eigen composities - zelfs twee of drie keer opgenomen.

Begin september worden de opnamen onderbroken. Dylan brengt dan met Aronowitz een bezoekje aan New York. Door zijn pluizige baard en een Gaucho hoed is hij onherkenbaar. Zelfs in Greenwich Village, waar hij toch verscheidene jaren heeft gewoond, valt hij niet op.

* * *

Terug thuis worden drie takes van 'Tears Of Rage' gevolgd door twee van 'Quinn The Eskimo (The Mighty Quinn)'. Een andere keer zijn het 'Open The Door, Homer', 'Nothing Was Delivered' en 'Odds And Ends'.  'Clothes Line Saga' krijgt als ondertitel 'Answer To Ode'. En inderdaad, net als in Bobbie Gentrys ontroerende 'Ode To Billie Joe' wordt een dramatische gebeurtenis verteld als een fait divers tussen de dag dagelijkse beslommeringen. Voor ' Apple Suckling Tree' kruipt Robbie Robertson achter het drumstel. Misschien dat dat een aanleiding is om Levol Helm op te bellen?  In iedere geval, de drummer komt overgevlogen en doet mee met de laatste reeks opnamen in oktober. Daarvan is echter alleen 'Goin' To Acapulco' later uitgebracht. De rest van de opnamen zijn terug losser en omvatten haast uitsluitend covers als 'Wildwood Flower', 'See That My Grave Is Kept Clean', en het van de Everly Brothers bekende 'All You Have To Do Is Dream' 

Aan het einde van de maand heeft Dylan meer dan dertig nieuwe nummers geschreven. Tien daarvan vindt hij de moeite waard om ze te laten registreren bij Dwarf Music. Daarvoor wordt een mono demo tape gemaakt: 'Million Dollar Bash', 'Yea Heavy and a Bottle of Bread', 'Please Mrs. Henry', 'Down In the Flood', 'Lo and Behold', 'Tiny Montgomery', 'This Wheel's On Fire', 'You Ain't Goin' Nowhere', 'I Shall Be Released' en 'Too Much of Nothing'. 

Bij twee geeft hij een van de bandleden op als coauteur: Richard Manuel voor 'Tears Of Rage' en Rick Danko bij 'This Wheel's On Fire'. "Hij kwam naar de kelder met een uitgetypte tekst... en hij zei, 'Heb je geen muziek hiervoor?'," herinnert Manuel zich. "Ik had wel iets dat paste ... dat werkte ik dan verder uit. Ik had geen flauw idee waar de tekst over ging. Ik  kon moeilijk naar boven lopen en vragen, 'Wat betekent dat, Bob: 'Now the heart is filled with gold as if it was a purse'?'"

  Enkele weken later wordt nog een tweede band samengesteld om nog meer songs te laten registreren. Hierop staan vijf nummers: 'Tears of Rage', 'Quinn the Eskimo', 'Open the Door, Homer', 'Nothing Was Delivered' en 'Get Your Rocks Off'. 

De eerste vier nummers van deze tweede demoband werden, samen met de nummers van de eerste band, op een acetate geplaatst die onder muzikanten werd verdeeld, om er eventuele covers van op te nemen.

 

In 1978 geeft Dylan toe dat dat ook de bedoeling was van de nummers die in Big Pink waren geschreven:  "... Ik herinner me niemand specifiek ... In die tijd was psychedelische rock de grote mode en wij zaten daar maar ouderwetse ballads te zingen."

“We hadden er geen idee van dat iemand dat spul ooit zou horen,” legt Robertson uit. “Het was puur bedoeld voor de muziekuitgeverij. Erw aren geen arrangementen of zo. Niets was afgesproken, het was gewoon op band gezet zoals het geurde. Soms speelde we een nummer twee of drie keer, om een volledige versie te hebben, of om een ander tempo te proberen. Gewoon dat we het gevoel hadden van OK, dit is goed genoeg.”

 

Natuurlijk zorgt Grossman dat Peter, Paul and Mary de eerste keuze hebben. Zij komen in november 1967 al met ‘Too Much of Nothing’.

 Rond de jaarwisseling neemt Dylan’s manager Albert Grossman de acetate mee naar Londen, met de bedoeling ze aan Manfred Mann te laten horen. Die hadden al hits gehad met ‘With God On Our Side’, ‘If You Gotta Go, Go Now’ en ‘Just Like A Woman’. “Grossman kwam naar Londen met wat wij dachten dat demo’s waren van Bob Dylan,” vertelt Tom McGuinness, toend e gitarist van de band. “We kregen een exclusieve luistersessie. Toen ik aankwam [in het kantoor van Feldman, Dylans Londense uitgever] met Manfred [Mann], liep er een kerel voor mij op: breedgeschouderd, met lang grijs haar en een pak aan. Tot aan zijn nek leek het een doodgewone zakenman, maar hij had lang haar. Dat was Albert Grossman. Dat wisten we pas toen we ter plaatse waren.
Hij was puur zakelijk. Niks gevoel. Het was zo van: “Hier zijn wat liedjes van Dylan  - luister maar eens, zie wat je kan gebruiken.”
Ze kregen die vreemde nummers te horen. Zonder drums, met veel echo, iets totaal anders dan ze hadden verwacht. “We beluisterden er een paar,” gaat Mcguinness verder, “en Manfred zei tegen Albert: ‘Waarom laat Dylan die kerel met zijn rare stem zijn demo’s zingen?”  Albert keek hem even aan, alsof hij wou zien of hij voor de gek gehouden werd en zei dan: ‘Dat is Bob!’”

Ze kiezen er een viertal nummers uit, waarvan ze er later twee opnemen. ‘The Mighty Quinn’ wordt met een fluitarrangement van Klaus Voormann half januari uitgebracht. De single staat vanaf 14 februari '68 twee weken op de eerste plaats in de Engelse hitparade.

 Enkele maanden later haalt een vreemde combinatie van Julie Driscoll, Brian Auger & The Trinity met een psychedelische versie van  'This Wheel’s On Fire' in april de Britse top 5 halen.  Wanneer ze van hun producer Joe Boyd horen, van het rijke aanbod, vragen de mannen van Fairport Convention  meteen of zij ook kunnen worden uitgenodigd. Hun bassist Ashley Hutching geeft toe: “In zekere zin, gingen we met een vals voorwendsel. We waren dan wel een groep die mogelijk een cover zouden kunnen opnemen, maar eigenlijk we waren vooral fans! We wilden vooral binnen geraken om die nummers te horen en te genieten.
We waren er dan ook bijna allemaal bij. Zodra die plaat met het witte label opgelegd werd hoorden we een vreemd allegaartje van stijlen en rare teksten uit de speakers komen. Het leek zo ondergronds. Zo anders. We vonden het geweldig. Als we konden, hadden we ze allemaal gecoverd.”
Ze kiezen er drie: ‘Down In The Flood’, ‘Open The Door ’ en ‘Million Dollar Bash’.  Maar alleen dat laatste komt op Unhalfbricking terecht. Daarop staan immers ook nog twee andere Dylancovers: de cajunversie van ‘Si tu dois partir’ en  ‘Percy’s Song’. De andere nummers brachten ze wel live en in sessies voor de BBC.  In Amerika brachten The Byrds twee nummers op hun baanbrekende country-rock album Sweetheart of the Rodeo. Ze gebruikten ‘You Ain't Goin' Nowhere’ als opener en ‘Nothing Was Delivered’ als afsluiter. Natuurlijk ontbraken enkele van de nummers niet op de debuut-LP van The Hawks, die inmiddels waren omgedoopt tot The Band. Op Music from Big Pink stonden zowel ‘I Shall Be Released’ en ‘Tears of Rage’. Maar ook de eigen geschreven nummers ademden diezelfde sfeer uit. “We concentreerden ons erop om die sfeer door te trekken,” vertelt Robbie Robertson. “De wijze van spelen in die kelder had niks van doen met de manier waarop we speelden toen we met Bob op tournee waren, of hoe we eerder samen hadden gespeeld. Het was totaal anders dan The Hawks, of hoe we met Ronnie Hawkins spelden. Het was iets helemaal anders.” Maar ook muzikanten die geen covers uit het materiaal pikken worden er door beïnvloed. Dat gebeurt nadat kopies van de banden steeds meer van hand tot hand worden doorgegeven onder vrienden en collega’s. Marianne Faithfull, dan het vriendinnetje van Mick Jagger, neemt de banden mee op een trip naar Brazilië, waar de zanger van the Rolling Stones een eiland wil gaan kopen. Ze draait de Basement tapes onafgebroken terwijl ze in een klein vliegtuigje de omgeving verkennen. Eens terug in de studio zweren de Stones de psychedelische muziek af en keren terug naar hun roots met Beggar’s Banquet. En ook Eric Clapton, die dan met Cream hoge toppen scheert, besluit het roer helemaal om te gooien: “Toen ik die muziek hoorde, had ik het gevoel dat wij dinosaurussen waren en dat wat wij aan het doen waren snel achterhaald en vervelend zou worden.”Eric op zijn beurt gaf de banden door aan Steve Winwood die met de plaat John Barleycorn Traffic een heel ander richting opstuurde. En Paul McCartney trachtte The Beatles met de Get Back sessies terug te laten keren naar hun roots.Merkwaardig is wel dat Dylan zelf voor zijn eerste plaat na het ongeval, John Wesley Harding, geen enkel nummer uit de sessies opneemt. Hij heeft dat materiaal alweer achter zich gelaten.  

Pas in 1975, geeft hij toestemming om het materiaal officieel uit te brengen. Zelf heeft hij geen zin om zich daar mee bezig te houden. Dus krijgt Robbie Robertson de opdracht om het materiaal te selecteren. In plaats van de veertien nummers, die al jaren circuleren gewoon op plaat te zetten, kiest die er voor een eigen selectie te maken van zestien nummers. Daar voegt hij dan acht onuitgegeven nummers van The Band aan toe, waarvan de helft effectief opgenomen zijn in Big Pink. Hij vindt het ook nodig om drums, gitaar en piano toe te voegen aan een aantal van de oorspronkelijke banden en dan het geheel in mono te remixen.

Bovendien is zijn songkeuze in enkele gevallen erg bedenkelijk: klassiekers als ‘I Shall Be Released’ en ‘The Mighty Quinn’ worden weggelaten, terwijl prachtige onuitgegeven songs als ‘Sign on the Cross’ en ‘’I'm Not There (1956)’ over het hoofd worden gezien. Ook geeft hij de voorkeur aan een ruwere eerste take van ‘Too Much of Nothing’, in plaats van de oorspronkelijk bekende en beter uitgevoerde tweede take.

 

the_basement_tapes_b000002552

Toch reageren zowel critici als het publiek erg enthousiast wanneer The Basement Tapes op 26 juni 1975 worden uitgebracht. Aan beide zijden van de Atlantische oceaan bereikt de dubbel-LP de top tien. Dylan reageert verbaasd:

 Het zal nog eens tien jaar duren, tot Biograph, eer take 2 van ‘The Mighty Quinn’ eindelijk officieel wordt uitgebracht. En zes jaar later krijgen we nog eens twee nummers: ‘I Shall Be Released’ en ‘Sante Fe’ staan allebei op The Bootleg Series Volumes 1-3 (Rare & Unreleased) 1961-1991.Oorspronkelijk stonden ook ‘Sign on the Cross’ en ‘’I'm Not There (1956)’ gepland, maar die kwamen te vervallen toen de box set werd teruggeschroefd van vier naar drie cd’s. Halfweg de jaren tachtig waren de originele banden terecht gekomen in de handen van verzamelaars die er een vijfdelige bootleg reeks van maakten: The Genuine Basement Tapes. Die werd dan nog eens verbeterd door een vier cd’s tellende set: A Tree With Roots, met kwalitatief betere versies, allemaal in stereo.  

De gekende muziekcriticus Greil Marcus schreef zelfs een heel boek over de opnamen: The Old, Weird America: The World of Bob Dylan's Basement Tapes. Daarin vergeleek hij de Basement Tapes met de Anthology of American Folk Music. Dat is een verzameling 78-toerenplaatjes uit de jaren 20 en 30, samengebracht door Harry Smith . In het boek betoogd Marcus dat beide collecties een alternatieve en veel vreemdere geschiedenis van de Verenigde Staten beschrijven.

Dylans terugkeer naar de traditionele muziek bleek niet minder revolutionair als zijn eerdere verwezenlijkingen. Rock bands als de Flying Burrito Brothers, Crosby Stills & Nash en The Eagles leerden eruit dat er niks mis is met het spelen van luchtige, melodische country rock. Eigenlijk werd daar in die kelder van Woodstock door Bob Dylan en zijn maten de fundering gelegd voor wat tegenwoordig 'Americana' of 'alt.country' wordt genoemd.  
 

13:33 Gepost door Peerke in Bob Dylan | Permalink | Commentaren (2) | Tags: the band, americana, woodstock, basement tapes |  Facebook |